Tag: Islam

  • In Iran slaan verschillende sociale klassen hun handen ineen

    In Iran slaan verschillende sociale klassen hun handen ineen

    Verschillende bevolkingsgroepen in Iran, ook die als hoeksteen van het regime werden beschouwd, uiten steeds vaker kritiek op de autoriteiten, die slecht bestuur en corruptie worden verweten. Kan de solidariteit tussen minderheden het regime aan het wankelen brengen?

    Lees ook de andere artikelen uit het Dossier ‘Vrouw, leven vrijheid’ over de protesten in Iran:

    » In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’

    » Het harde optreden van het Iraanse regime leidt tot een afkeer van religie

    » ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    Deze opstandige wind waait uit een andere hoek. Natuurlijk, de economische crisis die Iran teistert heeft de afgelopen jaren steeds vaker betogingen uitgelokt. In 2017 zijn de Iraniërs de straat op gegaan om te protesteren tegen de stijging van de kosten van levensonderhoud als gevolg van de koersdaling van de rial. Twee jaar later kwamen er protesten tegen een verhoging van de brandstofprijzen door veranderingen in het subsidie-systeem.

    Sindsdien zijn er steeds vaker kleine, plaatselijke manifestaties om bijvoorbeeld meer rechten voor ambtenaren en arbeiders te eisen, of een betere watervoorziening voor de boeren in de regio Isfahan. De sociaaleconomische eisen van een bevolkingsgroep die tot dan toe als een hoeksteen van de volkssteun voor het regime werd beschouwd gaan steeds vaker gepaard met kritiek op dat regime, op het slechte bestuur, de corruptie. Hoewel de Islamitische Republiek voortdurend beweert het gewone volk te beschermen en te verdedigen tegen de bourgeoisie, aarzelt ze niet om haar goed geoliede onderdrukkingssysteem in te zetten om deze achtereenvolgende bewegingen te smoren.

    Er vinden in een vijftiental Iraanse steden demonstraties plaats naar aanleiding van de dood van de jonge Mahsa Amini

    Momenteel vinden er in een vijftiental Iraanse steden demonstraties plaats naar aanleiding van de dood van de jonge Mahsa Amini. Deze gebeurtenis, het voorlopige dieptepunt van een reeks gewelddadige arrestaties door de zogeheten ‘oriëntatiepatrouille’ van vrouwen die de geldende kledingregels niet respecteren, heeft in het hele land tot heftige emoties geleid. Bij de vrouwen en studenten die als eersten in opstand kwamen hebben zich inmiddels talrijke mannen aangesloten om gezamenlijk een van de hoekstenen van het gezag en de politiek-religieuze identiteit van de Islamitische Republiek ter discussie te stellen: de hidjab. 

    Een door het Westen gesmeed complot

    Volgens de conservatieve Iraanse pers, die nauwe banden heeft met het regime, wordt de protestbeweging op afstand aangestuurd door de vijanden van Iran, die er alleen maar op uit zijn het land te verzwakken.

    Voor de conservatieve pers is het zonneklaar: de betogingen die Iran al bijna drie weken lang in rep en roer brengen zijn het werk van ‘vijanden’ van de Islamitische Republiek. Volgens het blad Kayhan zit het Westen ‘achter de misdaden en het kwaad waardoor de straten worden geteisterd en separatistische terroristische groeperingen worden opgehitst’; met dat laatste wordt de Koerdische minderheid bedoeld, onder wie het oude streven naar autonomie weer is opgelaaid. Maar ‘de belangrijkste aanstichters van de rellen zijn elementen die zichzelf als “hervormers” bestempelen’, voegt de krant eraan toe.‘Er moet worden afgerekend met de terroristen, met de separatisten en vooral met de politici en bekende Iraniërs die het Westen in staat stellen het land binnen te dringen’, dikt Kayhan nog aan. ‘Iedere gelegenheid om de criminelen en verraders te bestraffen moet worden aangegrepen en de inspanningen om een landelijk informatie- en communicatienetwerk op te zetten [in plaats van het wereldwijde internet] moeten worden geïntensiveerd.’

    Om een sneeuwbaleffect te voorkomen heeft de Iraanse staat op 22 september de toegang tot internet, sociale media en berichtenapps drastisch beperkt.

    De krant Jam-e Jam concentreert zich op de Koerdische opstandelingen en schrijft dat ‘diverse gewapende separatistische groeperingen deze gespannen situatie aangrijpen om hun doelen te bereiken. Hoewel de Iraanse Koerden patriotten zijn, laten sommigen onder hen zich misleiden door de separatisten die een door de vijand aangewakkerd afscheidingscomplot nastreven.

    ’Volgens het dagblad Iran, een overheidsorgaan, ‘vormt de hoofddoekkwestie de kern van de psychologische manipulatie waarmee de vijand het volk probeert te mobiliseren’. De Iraniërs ‘zullen nooit met deze oproerkraaiers sympathiseren’ en de voorkeur geven aan ‘veiligheid’ boven chaos, in een regio waar ‘alle buurlanden met een crisis worden geconfronteerd’. De meerderheid van de bevolking is niet ‘voor afschaffing van de hoofddoek’, besluit de krant.

    Het dagblad Vatan-e Emrooz vreest zelfs voor een burgeroorlog: ‘De vijanden van Iran hebben altijd geprobeerd betogingen in rellen te laten ontaarden en rellen in een burgeroorlog. Ze dromen ervan om hetzelfde te doen als in Syrië en Libië.’Het blad Farhikhtegan, dat genuanceerder en kritischer is, legt de nadruk op de groeiende kloof tussen de politieke machthebbers en de jeugd. ‘De deelname van jongeren aan de betogingen was ongekend groot. Omdat er geen pogingen worden ondernomen een dialoog met hen aan te gaan, heeft een deel van deze jonge generatie haar eigen waarden gedefinieerd, die volstrekt onbegrijpelijk kunnen zijn voor andere generaties, met name die welke aan de knoppen zitten,’ verklaart Farhikhtegan.De ‘discriminatie in het onderwijs’ die is verergerd door de ‘privatisering van het onderwijsstelsel’ heeft bovendien de sociale ongelijkheid versterkt zodat veel jongeren ‘teleurgesteld zijn geraakt in de maatschappij en er een ontgoochelde generatie is ontstaan die niets opheeft met spirituele waarden’, waarschuwt het blad.

    Betogers hebben niet alleen bij wijze van protest hun hoofddoek verbrand, maar ook de ordetroepen bestookt met kreten als ‘Dood aan de dictator’, waarmee ze de opperste leider bedoelden, van wie afbeeldingen werden verscheurd. ‘Omdat de aanleiding ditmaal een sociaal-cultureel en politiek element in zich bergt, is de huidige opstand vergelijkbaar met die van de Groene Beweging van 2009,’ zegt Ali Fathollah-Nejad, als onderzoeker verbonden aan het Issam Fares Institute van de Amerikaanse Universiteit van Beiroet. Deze universiteit, sinds haar oprichting een van de grootste bedreigingen voor de Islamitische Republiek, had destijds op verzoek van de hervormingsgezinde maar onfortuinlijke presidentskandidaat Mir-Hossein Mousavi plaats geboden aan massale protestbetogingen tegen de als frau-duleus beschouwde verkiezing van Mahmoud Ahmadinejad.

    Vrijheid en brood

    Anders dan de Groene Beweging, die vooral in Teheran en op de universiteiten actief was, hebben de huidige protesten zich over het hele land verbreid, van Isfahan en Iraans Koerdistan, waar de jonge vrouw vandaan kwam die het symbool is geworden van de onderdrukking door het regime, tot aan Rasjt aan de Kaspische Zee.

    ‘De betogingen die zijn uitgelokt door de dood van Mahsa Amini weerspiegelen een veel grotere woede onder de bevolking vanwege het discriminerende juridische kader dat zowel vrouwen als etnische en religieuze minderheden en andere gemarginaliseerde groepen in Iran onevenredig zwaar treft,’ analyseert Gissou Nia, voorzitter van de raad van bestuur van het Iran Human Rights Documentation Center in New Haven, Connecticut.

    Bovendien had de middenklasse, die vooral snakte naar ‘vrijheid’, andere wensen dan de lagere klassen, die ‘brood’ eisten. De sancties die werden opgelegd door Donald Trump nadat hij het nucleaire akkoord had opgezegd hebben de economische crisis waar-onder de Iraniërs gebukt gaan alleen maar verergerd. Hoewel er gewoonlijk geheimzinnig over dit onderwerp wordt gedaan, liet president Ebrahim Raisi zich afgelopen augustus tijdens een persconferentie ontvallen dat de inflatie op jaarbasis meer dan veertig procent bedroeg. ‘Door de huidige omstandigheden in Iran lijkt het erop dat twee sociale groepen de handen ineenslaan: de middenklasse, die er de afgelopen jaren armer op is geworden, en de lagere klassen, die minder conservatief lijken dan vroeger of dan vaak wordt verondersteld,’ meent Ali Fathollah-Nejad.

    Kan de solidariteit tussen de verschillende klassen het regime aan het wankelen brengen?

    Kan de solidariteit tussen de verschillende klassen het regime aan het wankelen brengen? Tijdens zijn toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN vorige maand in New York heeft de Iraanse president Ebrahim Raisi met geen woord gerept over de betogingen in zijn land, al werd daar uitgebreid over bericht door alle grote internationale media. Het belangrijkste doel van zijn reis, het nucleaire dossier en het opheffen van de internationale sancties die daarmee verbonden zijn, is op een dood spoor beland nadat de Iraniërs tijdens de onderhandelingen in Wenen eisen hadden gesteld die voor de Amerikanen onacceptabel waren. Talloze analisten verwachtten dat de repressie na Raisi’s terugkomst in Teheran op 28 september jongstleden verder zou toenemen, nadat de autoriteiten de dag daarvoor al officieel hadden bekendgemaakt dat er sinds de dood van Mahsa Amini zeventien mensen waren omgekomen, onder wie enkele politiemensen. Na haar dood en de eerste betogingen die daarop volgden werden het internet en sociale netwerken als Instagram en Whatsapp enige tijd stilgelegd. De gespecialiseerde site NetBlocks sprak van de meest omvangrijke internetonder-breking sinds de massale protesten in 2019. Volgens schattingen van Amnesty International heeft de digitale black-out van destijds, die een week duurde, meer dan driehonderd mensen het leven gekost, onder wie betogers.

    Ondanks zijn goed getrainde veiligheidsapparaat lijkt het regime in Teheran enigszins te aarzelen om zijn politiek-religieuze gezag te doen gelden, terwijl er ook geruchten gaan over de verslechterende gezondheidstoestand van de opperste leider, de 83-jarige Ali Khamenei. 

    Hoewel een openbare verschijning van de ayatollah aan iedere discussie een eind leek te willen maken, ligt de vraag over diens opvolging op ieders lippen en zou die opvolging weleens reden kunnen zijn voor een toekomstige koersverandering van de Islamitische Republiek. De presidentsverkiezing van 2021 had al laten zien dat er onenigheid bestond binnen de conservatieve elite die de scepter zwaaide en waarvan een deel dat als te gematigd werd beschouwd door de opperste leider opzij is geschoven ten gunste van Ebrahim Raisi. 

    ‘Irrationele lieden’

    Na de dood van Mahsa Amini hebben diverse hoogwaardigheidsbekleders kritiek geuit op de zedenpolitie, die door de president aan het begin van zijn ambtsperiode is versterkt en die door velen verantwoordelijk wordt gehouden voor de dood van de jonge vrouw. Parlementsleden hebben al gepleit voor een herziening van de gebruikte methoden, oftewel de opheffing van deze ordetroepen. Ayatollah Asadollah Bayat-Zanjani, een belangrijke religieuze figuur en tegenstander van het heersende regime, heeft felle kritiek geuit op ‘de gebeurtenissen en het gedrag van een stel illegale, irrationele lieden dat tot dit ongelukkige en betreurenswaardige incident heeft geleid’.

  • Taliban sluit universiteiten voor vrouwen

    Taliban sluit universiteiten voor vrouwen

    » Opheffing coronamaatregelen China kan tot ramp leiden

    » Duitse vrouw van 97 veroordeeld voor rol in WOII

    Middelbaar onderwijs was eerder al verboden voor vrouwen

    Alle vrouwen in Afghanistan worden per direct uitgesloten van het volgen van hoger onderwijs. De Taliban heeft dat volgens de BBC dinsdag aangekondigd middels een brief. Al eerder waren vrouwen uitgesloten van het volgen van middelbaar onderwijs.

    Het verbod geldt als een nieuwe stap van het strenge regime om de vrjiheden van vrouwen te beperken. Universitair onderwijs was al beperkt voor vrouwen: zo mochten zij geen diergeneeskunde, techniek, economie en landbouw studeren. Ook moesten zij hun lessen volgen in gescheiden klaslokalen en waren de ingangen van de campussen van universiteiten gescheiden. Hun lessen mochten zij alleen krijgen van vrouwelijke professoren of oudere mannen.

    Ondanks al deze beperkingen bleven duizenden meisjes en vrouwen proberen toegang tote en universitaire studie te krijgen: drie maanden geleden deden vrouwen in heel Afghanistan toelatingsexamens voor de universiteit. Sinds de machtsovername door de Taliban vorig jaar zijn veel academici en universitaire professoren uit het land vertrokken.

    Lees ook:

  • Boerkini wordt opnieuw verboden in zwembaden Grenoble

    Boerkini wordt opnieuw verboden in zwembaden Grenoble

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Oklahoma voert wet in die abortus vanaf bevruchting verbiedt

    » Wetenschappers zetten grote stap richting revolutionair ‘kwantuminternet’

    Rechter oordeelde dat boerkini ingaat tegen ‘neutraliteitsbeginsel’

    De boerkini wordt opnieuw verboden in de zwembaden van Grenoble, zo besliste een plaatselijke rechtbank gisteren, meldt Il Giornale. Het Italiaanse conservatieve dagblad noemt de boerkini ‘het symbool van de meest fundamentalistische vorm van de islam’.

    Met de uitspraak van de rechter wordt de toestemming ingetrokken die burgemeester Éric Piolle maandag had gegeven voor het dragen van een badpak dat het hele lichaam bedekt. Vervolgens vroeg het hoofd van het departement Isère, waartoe Grenoble behoort, bij de rechter om de opheffing van het besluit.

    De rechtbank oordeelde dinsdag dat de boerkini ‘het neutraliteitsbeginsel van overheidsdiensten ernstig ondermijnt’. Burgemeester Piolle kondigde in een bericht op Twitter aan dat hij bij de Raad van State in beroep zal gaan tegen de uitspraak.

    Lees ook:

  • Hoe kan de Arabische wereld vrede vinden? ‘De term ontbreekt in onze gedachten’

    Hoe kan de Arabische wereld vrede vinden? ‘De term ontbreekt in onze gedachten’

    Volgens filosoof Yassin al-Haj Saleh ontbreekt het aan vredesdenken in de Arabische wereld. ‘Geen van onze hedendaagse intellectuelen heeft een boek of zelfs maar een artikel aan vrede gewijd.’

    In de jaren tachtig vroeg de Marokkaanse historicus Abdallah Laroui zich af waarom Arabische intellectuelen zich zo weinig bezighielden met het vraagstuk ‘oorlog’, terwijl oorlog zo’n groot deel uitmaakte van hun dagelijks leven. Maar waar we eigenlijk ook zelden over nadenken, is een ander en zeker niet minder belangrijk onderwerp: vrede.

    Niet dat de term niet voorkomt in gesprekken of in de media. Hij ontbreekt alleen in onze gedachten. Geen van onze hedendaagse intellectuelen heeft er een boek of zelfs maar een artikel aan gewijd. Misschien is dat te verklaren vanuit de beperkte aandacht van intellectuelen voor politiek en politieke theorie. En dat terwijl onze moderne geschiedenis één lange politieke crisis is. Hoe valt dit uit te leggen?

    In de eerste plaats waarschijnlijk doordat we geen vrede in onszelf kunnen vinden. Vrede maakt geen deel uit van onze persoonlijke ervaringen, en wij slagen er niet in de roep om vrede in onszelf te herkennen. Evenmin lukt het ons om een smalle brug te slaan tussen onze interne conflicten en die vrede, of dat nu in onszelf is, in onze samenleving of wereldwijd. Onze gedachten zijn slechts een weerspiegeling van de geest, onder constante invloed van lawaai, spanningen, woede, verbittering en dagelijkse beslommeringen.

    Onterecht toegeëigend

    Ten tweede moeten we niet vergeten dat het woord ‘vrede’ vaak op een twijfelachtige manier wordt gebruikt. Dat geldt vooral binnen het Israëlisch-Arabische conflict, het eerste onderwerp dat in je opkomt als je het woord ‘vrede’ gebruikt. De Israëliërs en de Amerikanen zijn zo handig geweest zich het woord toe te eigenen. Sinds tientallen jaren doet de agressor, de partij in de sterke positie, het voorkomen alsof hij voor de vrede vecht, terwijl de aangevallene, die zich in de zwakke positie bevindt, overkomt alsof vrede er voor hem niet toe doet, soms zelfs alsof hij voorstander van oorlog is.

    De Arabische wereld is er hooguit in geslaagd het beginsel van rechtvaardigheid als eerste vereiste voor de vrede te laten gelden. Maar dat idee is niet verder ontwikkeld of als theorie uitgewerkt. Erger nog, in geen enkel Arabisch land wordt dat beginsel door de politiek gerespecteerd – verre van dat.

    Onder degenen die ons regeren, en voor wie wij geen respect hebben, heeft een aantal zich onterecht de titel van vredesheld toegeëigend, op dezelfde lage en misleidende manier als waarop ze zichzelf uitriepen tot oorlogshelden. Zowel oud-president Anwar Sadat van Egypte als de Syrische oud-president Hafiz al-Assad deed zich voor als oorlogs- en vredesheld. Vooral in het geval van Assad is dit een grove verdraaiing van de werkelijkheid. Zijn zogenaamde heldhaftige pacifisme was nooit voor de Syriërs bedoeld, maar enkel voor hem persoonlijk, om zijn contacten met de Israëliërs en de westerse wereld te onderhouden.

    De islamitische verbeelding bestaat uit fantasieën over verovering, overheersing, macht en weelde

    Misschien heeft de afwezigheid van de gedachte over vrede er ook mee te maken dat de islamitische verbeelding bestaat uit fantasieën over verovering, overheersing, macht en weelde. Die denkwijze komt ook terug in het islamitische onderwijs, waarin de wereld wordt verdeeld in dar al-harb (‘het huis van de oorlog’, de niet-moslimlanden) en dar al-islam (‘het huis van de islam’) – in plaats van dar al-salam (‘het huis van de vrede’).

    Wel hebben de woorden islam en salam dezelfde oorsprong, en begroeten moslims elkaar met salam aleikum (‘dat de vrede met u is’). Maar de krijgszuchtige structuur van de islam, die voortvloeit uit de imperialistische erfenis en de laatste decennia is versterkt door de opkomst van het salafisme, heeft deze twee symbolische pijlers bijna compleet ondermijnd. Voor salafistische jihadisten is oorlog niet alleen iets wat je in de praktijk brengt, het is een identiteit.

    In het dar al-salam zou in principe geen oorlog moeten bestaan. Maar een afwezigheid van oorlog betekent nog geen vrede. Wij hebben altijd geleden onder regimes die de macht grijpen en die vervolgens drie generaties lang vasthouden, totdat hun asabiyyah, de gemeenschapszin binnen de clan, uitdooft; een manier van heersen die is gebaseerd op de leer van Ibn Khaldun, een moslimhistoricus uit de veertiende eeuw. Vervolgens verschijnt een andere clan, die op zijn beurt de macht grijpt. 

    Gezag

    Maar het belangrijkste element dat de afwezigheid van het begrip ‘vrede’ in ons denken verklaart, blijft het feit dat onze sociaal-politieke structuren niet op vrede zijn gericht. Wij leven niet in pluralistische maatschappijen, waar mensen op vreedzame wijze samenleven. Onze politiek wordt gedomineerd door een gezag voor geweld, oorlog en terreur. Onze leiders doen er alles aan om de angst te laten regeren en de burgers de indruk te geven dat ze in gevaar zijn, ingesloten en slechts voorwaardelijk veilig.

    In Syrië is, toen de Baath-partij in 1963 aan de macht kwam, de noodtoestand afgekondigd, eerst onder voorwendsel van de oorlog tegen Israël, daarna van die tegen ‘het terrorisme’. Dat roept de vraag op of oorlog niet gewoon een middel is om die noodtoestand te kunnen verklaren; die is voor terroristische en nalatige regimes namelijk een manier om iedere legale en ethische beperking te omzeilen.

    In de memoires van de Syrische oud-minister van Buitenlandse Zaken Farouk Al-Sharaa, The Missing Account (2015), beschrijft de auteur zijn vredesonderhandelingen met Israël. Hij doet Syrië voorkomen als een land zonder maatschappij, volk of politieke strijd. Wat zeggen en denken de Syriërs eigenlijk over het zogenaamde vredesproces met Israël? Zulke vragen komen niet aan de orde, en wij weten waarom: vanwege het ontbreken van vredesdenken en vrijheid van meningsuiting in Syrië, dat sinds 1970, toen de Assad-clan aan de macht kwam, in een latente burgeroorlog verkeert.

    In het geval van Syrië is de situatie nog eens verergerd door tien jaar oorlog. Juist daarom moeten we nadenken over de juiste manier om onze politieke, sociale en intellectuele kaders vorm te geven, met als doel dat mensen zonder angst en geweld kunnen leven, ondanks een veelvoud aan tegenstrijdige overtuigingen en belangen.

    Zeker, nadenken over de vrede is niet voldoende om vrede te stichten. Maar dat kleine beetje vrede dat we op een dag misschien zullen kennen, zouden we met een minimum aan intellectuele bagage moeten ontvangen. Alleen op die manier kan de vrede haar weerslag hebben op de politiek en zou ze zelfs als basis kunnen dienen voor een nieuwe cultuur.

    Yassin al-Haj Saleh

    Yassin al-Haj Saleh (1961, Raqqa) is schrijver, en een kritische intellectuele stem in de huidige Syrische crisis.

    Toen Al Haj Saleh in 1980 medicijnen studeerde, werd hij gearresteerd wegens zijn lidmaatschap van een communistische, prodemocratische groepering. Hij zat zestien jaar gevangen. Om zijn geestelijke gezondheid te bewaren, las hij alles wat hij te pakken kon krijgen. Eenmaal vrij op z’n 35ste studeerde hij verder en werd arts. Maar hij besefte dat hij een grotere maatschappelijke bijdrage kon leveren als hij schrijvend zijn land zou volgen. Dat heeft hij gedaan en is hij onder bedreiging van opnieuw een gevangenisstraf blijven doen.

    In 2012 kreeg hij de Nederlandse Prince Claus Prijs, bedoeld voor personen ‘die een progressieve en hedendaagse benadering hebben binnen een bepaald thema in de cultuur of ontwikkeling’. ‘Al Haj Saleh’, zo schreef de commissie van het Prins Claus Fond, ‘bekritiseert het regime door de diepere sociaal-culturele aspecten van politieke conflicten in de regio te verklaren. Hij onthoudt zich van door de media gegenereerde geruchten en ontleedt in heldere bewoordingen het functioneren en de strategieën van het regime en de oppositie.’

    Yassin al Haj Saleh wordt verder geëerd voor de helderheid en diepgang van zijn werk over de complexe realiteit van sociale en politieke verandering in het hedendaagse Midden-Oosten; voor het volhouden van beredeneerde en zelfreflecterende analyse en een principiële visie te midden van gewelddadige conflicten en crises; voor het hooghouden van de rol van de intellectueel tegenover autoritaire macht en sensatiebeluste media; en voor zijn cruciale bijdragen tot een beter begrip van de Arabische wereld in de wereld.

    Saleh publiceerde vier boeken: Syrië from the Shadow: Glimpses Inside the Black Box (2010); Asateer al Akhireen (‘De mythe van de opvolgers’, 2010) met als ondertitel Een kritiek op de hedendaagse islam en een kritiek op de kritiek; Al-Sayr ala Qadam Waheda (‘Lopen op één been’, 2011).

    Hij leeft nu in ballingschap in Turkije en schrijft voor verschillende internationale Arabischtalige publicaties. Samen met een groep Syriërs en Turken heeft hij onlangs een Syrisch Cultureel Huis in Istanboel opgericht, genaamd Hamish.

  • Prostitutie op z’n Iraans: ‘Tijdelijke huwelijken’ voor één nacht

    Prostitutie op z’n Iraans: ‘Tijdelijke huwelijken’ voor één nacht

    Vóór de revolutie van 1979 was sekswerk in Iran toegestaan, nu staat er in sommige gevallen de doodstraf op. Toch is het sekstoerisme naar het islamitische land booming. ‘Mannen uit Dubai en Koeweit komen naar Iran voor de prostituees, die vanwege de economische crisis voor een schijntje te krijgen zijn.’

    Hoe gingen de islamitische revolutionairen om met prostitutie en sekswerkers in Iran? En hoe zit het vandaag de dag met sekswerk in het land? Deze vragen probeert de Iraanse journalist Nasrin Bassiri te beantwoorden in een artikel voor de site Qantara, een initiatief dat is bedoeld om in dialoog te treden met de islamitische wereld. De site wordt gemaakt door Deutsche Welle, geadviseerd door het Goethe-Institut en het Duitse Instituut voor Buitenlandse Culturele Betrekkingen en betaald door het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Op 30 januari 1979, zo’n twee weken voordat Ayatollah Khomeini in Iran aan de macht kwam en de revolutie in Iran in volle gang was marcheerden moslimfanaten Shahr-e No, de rosse buurt van Teheran, binnen. Aanvankelijk werd de groep woedende fanatici tegengehouden door soldaten van de sjah. Maar, zoals het Iraanse dagblad Ettelaat de volgende dag schreef: ‘Sommigen slaagden erin het district binnen te komen ondanks de inspanningen van de veiligheidstroepen. Ze staken winkels en huizen in brand. Als gevolg hiervan werden enkele mensen gedood en raakten velen gewond.’ De krant voegde eraan toe dat ‘sommigen opstonden tegen de indringers omdat de prostituees juist slachtoffers waren die bescherming nodig hadden’.

    Vierentwintig uur later noemde de liberale ayatollah Taleghani de aanval op Shahr-e No ‘een daad van onrecht’, want de vrouwen waren ‘slachtoffers van de corrupte dictatuur, die afhankelijk was van buitenlandse mogendheden’. In de toekomst moesten ze zich veilig kunnen voelen, zei Taleghani. ‘Ze moeten eindelijk de menselijke waardigheid krijgen die ze verdienen.’ De ayatollah vermoedde dat de regering achter de bestorming van de rosse buurt zat: ‘Wat we moeten uitzoeken is waarom onze nietsvermoedende moslimbroeders zijn aangevuurd om het district te bestormen.’

    Een paar maanden na de revolutie meldde Aligholi Foadzi, commandant van het revolutionaire comité dat verantwoordelijk was voor de bestorming, dat er destijds behalve vierhonderd vrouwen en hun kinderen ook zo’n negenduizend mannen in de buurt woonden die werkten in winkels en cafés of als particuliere bewakers in dienst waren bij hoerenmadammen.’

    Seksualiteit en islam

    Volgens de islam is monogamie een heilige plicht voor moslimvrouwen. Een mannelijke soenniet mag met vier vrouwen trouwen, terwijl sjiitische mannen [Iraanse moslims zijn overwegend sjiieten] ook met talloze andere vrouwen mogen trouwen in zogenoemde ‘tijdelijke huwelijken’. Bij het aangaan van een tijdelijk huwelijk bepalen de betrokken partners vooraf de duur ervan, die kan variëren van enkele minuten tot 99 jaar, waarbij ze een vast geldbedrag overeenkomen waarop de vrouw recht heeft. Anders dan in een regulier huwelijk heeft zij dan geen recht op verdere ondersteuning.

    Voor jonge en moderne mensen in Iran, vooral voor vrouwen, klinkt dit ideaal. Ze kunnen bij hun minnaars wonen zonder lastiggevallen te worden door morele voogden en kunnen zonder hun toestemming scheiden als ze dat willen. Ze kunnen liefhebben en bemind worden zonder beschouwd te worden als tweederangsburgers ten gevolge van discriminerende wetgeving.

    Voor traditionalisten daarentegen betekent een tijdelijk huwelijk dat een welgestelde man, zelfs als hij getrouwd is, gebruik kan maken van de diensten van een of meer vrouwen die hun brood verdienen met sekswerk. Deze laatsten ontvangen een eenmalige vergoeding voor hun diensten.

    Meestal zijn Iraanse sekswerkers afkomstig uit lagere sociale klassen en handelen ze uit noodzaak

    De redenen waarom vrouwen in de prostitutie terechtkomen, zijn talrijk en divers. Meestal zijn ze afkomstig uit lagere sociale klassen en handelen ze uit noodzaak, of ze het nou doen om schoolboeken te kunnen kopen voor hun kinderen of om een paar maanden zorgeloos te kunnen leven.

    Er zijn geen officiële statistieken over het aantal sekswerkers in Iran. Het online portaal Eghtesaad24 schatte in april 2021 dat er ‘enkele miljoenen’ Iraanse vrouwen actief zijn als prostituee: op straat, via online advertenties of via bureaus.

    Volgens nieuwssite Rouydad24 is de gemiddelde leeftijd van deze vrouwen de afgelopen acht jaar gedaald van twintig jaar naar ‘twaalf tot achttien jaar’. Vanwege de erbarmelijke economische situatie in Iran, aldus Eghtesaad24, bieden ook getrouwde vrouwen vaker seksuele diensten aan, met toestemming van hun echtgenoot, om het gezin te onderhouden.

    Lees ook:

    In december 2019 maakte persbureau Rokna een item over vrouwen die op de Beheshte Zahra-begraafplaats in Teheran seks aanboden in ruil voor een broodje falafel. Ze zouden klanten naar een ‘graf’ begeleiden en hen daar van dienst zijn. Vorig jaar berichtte Didar News over vrouwen die zo wanhopig waren dat ze hun lichaam verkochten voor 50.000 of zelfs 20.000 rial, respectievelijk 1 euro en 41 cent.

    Op sommige plaatsen in Iran bestaan door de staat gerunde huizen voor berooide vrouwen, die bekendstaan als ‘kuisheidshuizen’, naar een idee dat oorspronkelijk werd geopperd door de Raad voor de Islamitische Gemeenschap van de heilige stad Qom. Op die plekken zouden gescheiden of alleenstaande vrouwen of weduwen met mannen kunnen worden samengebracht om ‘tijdelijke huwelijken’ met hen aan te gaan. Het idee werd uiteindelijk verworpen, maar sommige van deze huizen bestaan nog steeds. Een ervan bevindt zich in de exclusieve wijk Zaferanieh in het noorden van Teheran.

    Doodstraf

    In Iran kan voor prostitutie de doodstraf worden opgelegd als de vrouw in kwestie getrouwd is. In dergelijke gevallen kan ook de klant worden geëxecuteerd. Maar ondanks deze gevaren bloeit de sekshandel in de straten van de grote steden, vooral in Teheran en de twee belangrijkste bedevaartsteden Mashad en Qom.

    Dubai, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Irak hebben allemaal stabiele valuta en daarom maken veel sjiitische mannen uit deze landen pelgrimstochten naar Iran, genietend van het prachtige landschap, de bezienswaardigheden en de vrouwen, die voor een schijntje te krijgen zijn vanwege internationale sancties en de economische crisis.

    In veel landen dragen sekswerkers onderscheidende kleding zodat ze opvallen en makkelijker herkend kunnen worden door potentiële klanten. In Iran wordt dat bemoeilijkt door de islamitische kledingvoorschriften. Anders dan in Europa zijn sekswerkers in Iran niet in specifieke buurten te vinden, maar overal, in elke straat: zo kan elke vrouw die langs de kant van de weg op een taxi wacht, abusievelijk worden aangezien voor een prostituee.

    Bijgevolg zullen chic geklede mannen die in luxeauto’s rijden op de rem trappen voor mooie en verzorgde vrouwen. Oudere, Zuid-Koreaanse auto’s zullen stoppen voor vrouwen, toeterend en met schreeuwende inzittenden. Als de vrouw geen interesse toont en wegloopt, zal de bestuurder soms de auto in zijn achteruit zetten en haar volgen. Het is dus niet verwonderlijk dat veel Iraanse vrouwen zich onveilig voelen als ze alleen op pad zijn.

    Een bureau publiceert profielen van vrouwen die bereid zijn een tijdelijk huwelijk aan te gaan voor ‘een sessie’

    Veel mannen proberen de hoge werkloosheid onder jonge Iraanse vrouwen uit te buiten door advertenties te plaatsen voor vacatures waaruit blijkt dat ze uit zijn op seksuele diensten. Anderen proberen het door aanlokkelijke huisvesting aan te bieden.

    Een voorbeeld van zo’n vacature: ‘Wij zoeken een knappe, alleenstaande vrouw tot en met zeventwintig jaar voor de functie van secretaresse. Flexibele werktijden. Inzet in het weekend wordt verwacht.’

    Op een site voor mensen op zoek naar woonruimte zoekt een man een vrouwelijke huisgenoot tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar; ze hoeft slechts het equivalent van 3 euro per maand bij te dragen om zijn appartement van 130 vierkante meter te mogen delen.

    Een ander zoekt een hulp in de huishouding die ook voor de kinderen kan zorgen. Hij zoekt een vrouw tot veertig jaar. Ze moet bereid zijn om een tijdelijk huwelijk aan te gaan met de vader van het gezin, aldus de advertentie.

    Een bureau voor tijdelijke huwelijken publiceert profielen en korte samples met stemmen van vrouwen die bereid zijn een tijdelijk huwelijk aan te gaan voor ‘een sessie’. De profielen vermelden het ‘bruidsgeld’ dat verschuldigd is voor één sessie en andere informatie over de vrouwen. Zo zijn testresultaten over besmettelijke soa’s beschikbaar en ook de lengte en het gewicht van de vrouwen zijn ‘vooraf gecheckt’.

    Een profiel kan er dan zo uitzien: ‘Naam T., leeftijd 49, uit Teheran. Lengte 1,65, gewicht 64, huidskleur licht, oogkleur bruin. Plek voor ontmoeting beschikbaar, bruidsgeld per sessie 1.500.000 rials [ongeveer 30 euro]. Seks met volledige penetratie. Over mij: ruimdenkend en liefdevol.’

    Lees ook:

  • ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden’

    ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden’

    De islamitische bevolking van Kasjmir wordt scherp in de gaten gehouden door de cyberpolitie. The Intercept sprak ruim twintig mannen en vrouwen, voornamelijk studenten, over hoe zij werden geïntimideerd, geslagen, uitgescholden en bedreigd vanwege hun posts op sociale media.

    Op zijn hoede meldt Ahmed zich bij het politiebureau. Het oogt als een fort: de muren zijn afgezet met prikkeldraad, gewapende agenten houden de wacht. Een dag eerder heeft de student een telefoontje gekregen: de cyberpolitie van Jammu en Kasjmir wil dat hij zich op het bureau meldt. Reden onbekend. Ahmed – niet zijn echte naam, hij vreest represailles – is nooit eerder op een politiebureau ontboden.

    Hij wordt onmiddellijk overgebracht naar een ander, nabijgelegen bureau; zijn gsm moet hij bij de poort afgeven. In een wachtkamer treft hij vier andere jongeren aan. Na een nerveuze uitwisseling van blikken en wat gefluister beseffen de vijf dat ze elkaar kennen – niet persoonlijk, maar via sociale media.

    Deze eerste fysieke ontmoeting vindt plaats in Cargo, een politiecomplex dat een reputatie als martelcentrum hoog te houden heeft. Sinds augustus zou de faciliteit in Srinagar, de hoofdstad van het door India bestuurde Kasjmir, een plek zijn waar jonge gebruikers van sociale media worden ondervraagd en gemarteld als ze kritiek hebben geuit op het repressieve beleid dat de Indiase regering sinds vorig jaar in de regio voert.

    Jammu Kashmir Coalition of Civil Society, een groep mensenrechtenorganisaties, meldde in augustus dat de politie ruim tweehonderd gebruikers van socialemediaplatforms en virtuele privénetwerken heeft aangeklaagd. Met behulp van surveillancetechnologie en zich beroepend op antiterreur- en detentiewetten, heeft justitie hen opgespoord en opgeroepen zich op het bureau te melden.

    Ahmed en de jongeren die hij bij Cargo aantrof behoren tot de ruim twintig mannen en vrouwen, voornamelijk studenten, met wie The Intercept sprak over hun behandeling door de politie vanwege hun posts op sociale media.

    De cybereenheid had sommigen verzocht om op een lokaal politiebureau een niet-bindende verklaring te ondertekenen dat zij geen sociale media meer zouden gebruiken om kritiek te uiten op het gezag of op de strijdkrachten. Anderen werden, zo vertelden ze, geslagen, uitgescholden en met gevangenisstraf of de dood bedreigd nadat ze naar Cargo waren overgebracht.

    Politiek van aard

    Het recente politieoptreden tegen uitingen op sociale media maakt deel uit van een verhevigd censuurbeleid onder het bewind van de Indiase premier Narendra Modi, een hindoenationalist. In augustus 2019 besloot de regering eenzijdig om de semiautonome status van Jammu en Kasjmir te herroepen. Deze was tot dan toe vastgelegd in de Indiase grondwet. De staat is nu opgesplitst in twee gebieden die onder directe controle van het centrale gezag staan.

    De door de politie onderzochte berichten op – voornamelijk – Twitter en Facebook, zijn tot nu toe uitgesproken politiek van aard: ze bevatten kritisch commentaar op het Indiase optreden tegen Kasjmiri’s vóór en na de ontbinding van de speciale status. Mensenrechtenschendingen door Indiase veiligheidstroepen en het zwijgen van de media over dergelijke misstanden zijn eveneens aan de kaak gesteld. Twitter reageerde niet op een verzoek om commentaar.

    De slachtoffers zeggen dat de politie hun telefoons in beslag nam en pas dagen later terugbezorgde, nadat agenten de inloggegevens hadden gebruikt die ze tijdens ondervragingen hadden losgekregen om toegang te kunnen krijgen tot de socialemedia-accounts. Veel slachtoffers zeggen dat ze na hun vrijlating geen politieke boodschappen meer online hebben geplaatst of hun accounts hebben gedeactiveerd om te voorkomen dat ze zich opnieuw zouden moeten melden.

    Op enkele uitzonderingen na hebben alleen media in Kasjmir en India over het recente harde optreden bericht. Nadat hij een artikel over de kwestie  op de Indiase nieuwssite Artikel 14 had geplaatst, moest de Kasjmierse journalist Auqib Javeed zich eind september melden op het hoofdbureau van de cyberpolitie. Hij zou vijf uur lang in Cargo zijn vastgehouden en mishandeld – een verhaal dat overeenkomt met dat van de socialemediagebruikers.

    Intimidatie

    Al deze intimidatie is uiteraard bedoeld om critici het zwijgen op te leggen, zegt Gowhar Geelani, een journalist en auteur die zelf door de cyberpolitie is opgepakt op grond van de Unlawful Activities Prevention Act, een controversiële Indiase antiterreurwet: ‘Het maakt deel uit van een breder beleid om meningen te criminaliseren.’

    Kasjmir wordt beschouwd als het meest gemilitariseerde gebied ter wereld. In augustus voerde de Indiase regering er een ongekende militaire lockdown in. Mobiele diensten en digitaal verkeer werden zonder voorafgaande kennisgeving geblokkeerd. Dat leidde tot de langste internetuitval, voor zover bekend, in een democratie ooit. In maart herstelde de Indiase regering de toegang tot internet en tot sociale media, maar met een snelheid van niet meer dan 2G.

    Die beperkte internettoegang gaat hand in hand met meer toezicht in de regio, zegt Devdutta Mukhopadhyay van de Internet Freedom Foundation, een Indiase internetbelangenorganisatie. Ze noemt een paar voorbeelden: WhatsApp-groepsbeheerders die zich moesten registreren bij het lokale gezag, een verbod op VPN-diensten en aanvullende verificatie-eisen voor prepaid mobiele internetgebruikers.

    Sommige Kasjmiri’s hebben sociale media ingezet om lucht te geven aan hun decennialange verzet tegen de Indiase overheersing – maar dat bleef niet zonder gevolgen.

    ‘Ik moest uitleggen waarom ik Kasjmierse fotografen had gefeliciteerd die dit jaar de Pulitzerprijs hadden gewonnen’

    Nadat hij meer dan drie uur in een wachtkamer had doorgebracht, zijn vingerafdrukken waren afgenomen, hij was gefotografeerd en hij zijn persoonsgegevens, waaronder zijn bankgegevens, had moeten overleggen, ging Ahmed naar een verhoorkamer waar een stel agenten hem opwachtten. ‘Ze bleven maar roepen: Wie betaalt je om dit allemaal te posten? Een politieman sloeg en schopte me. Een ander schoof me een document toe met screenshots van mijn posts op Twitter. Ik moest mijn telefoon ontgrendelen, een agent scande hem. Een ander vroeg om de wachtwoorden van mijn e-mail- en socialemedia-accounts.’ 

    Verantwoording

    Agenten achter een desktopcomputer zochten Ahmeds Twitter-account op en ondervroegen hem over recente tweets. In sommige posts had hij de politie en het Indiase leger ter verantwoording geroepen vanwege mensenrechtenschendingen, zoals buiten-gerechtelijke executies van burgers in geënsceneerde vuurgevechten. Andere posts leken onschuldiger. ‘Ik moest uitleggen waarom ik Kasjmierse fotografen had gefeliciteerd die dit jaar de Pulitzerprijs hadden gewonnen,’ zegt Ahmed, ‘en waarom ik selectief dichters citeerde in mijn tweets.’

    Ook een andere student vertelde dat een politieagent tijdens zijn detentie in Cargo zijn telefoon in beslag had genomen en foto’s van zijn moeder en broers en zussen had bekeken. ‘Hij schold ze uit en dreigde dat ze dezelfde behandeling als ik zouden krijgen,’ aldus Bilal (die zijn echte naam niet in dit verhaal vermeld wil hebben uit angst voor represailles).

    Bilal en twee andere slachtoffers onthulden dat agenten hen hadden voorgesteld om in ruil voor vrijlating informant te worden en andere door de politie gemonitorde socialemediagebruikers te verraden. Ze kregen te horen dat ze anders gevangen zouden worden genomen of gedood in een geënsceneerd vuurgevecht.

    Bilal was verbijsterd door dit ‘aanbod’. Nooit had hij gedacht dat zijn tweets er nog eens toe zouden leiden dat de politie hem zou vragen spion te worden.

    ‘Ze gaven me uren de tijd om te beslissen,’ zegt hij, maar uiteindelijk kwam hij vrij. Zij het pas na het dreigement dat hij bij een volgende overtreding weer zou worden opgepakt op grond van de Unlawful Activities Prevention Act.

    Bhatti ontkent alle beschuldigingen en weigert ook in detail te treden over de surveillancetechnologie die wordt gebruikt

    Kort na de lockdown van augustus werd de cyberpolitie van Kasjmir uitgebreid om cybercriminaliteit aan banden te leggen. Sindsdien is er sprake van een geavanceerde surveillance-eenheid, uitgerust met de modernste technologie voor het opsporen en monitoren van Kasjmiri’s, onder wie inmiddels ook degenen die covid-19 hebben opgelopen. Tahir Ashraf Bhatti, het hoofd van zowel Cargo als van de cybereenheid, ontving op Onafhankelijkheidsdag een medaille van de Indiase regering voor het werk van zijn afdeling.

    Hij vertelt dat het werk van de cybereenheid voornamelijk leidt tot aanklachten over financiële fraude en ‘cyberpesten’ – dat laatste wordt gebruikt als excuus om mensen aan te pakken die de regering op sociale media bekritiseren. Hij ontkent dat mensen zijn gedagvaard of gemarteld omdat ze online hun politieke opvattingen hebben geuit.

    Bhatti zelf is beschuldigd van mishandeling van ten minste één gebruiker van sociale media gedurende diens hechtenis. Het slachtoffer vertelde dat hij in augustus op het cyberpolitiebureau was ontboden nadat hij Bhatti op Twitter had bespot. Hij werd naar Cargo gebracht, waar Bhatti hem drie dagen lang herhaaldelijk met een leren riem op hetzelfde lichaamsdeel sloeg. ‘Als ik je vertel welk lichaamsdeel, geef ik mijn identiteit prijs,’ zegt Bilal. 

    Schrikeffect

    Bhatti ontkent alle beschuldigingen en weigert ook in detail te treden over de surveillancetechnologie die wordt gebruikt om informatie in te winnen over Kasjmiri’s in binnen- en buitenland. Meerdere mensen vertelden dat ondanks het gebruik van VPN’s –waarmee anonimiteit op sociale media normaal gesproken is gegarandeerd – de politie kon achterhalen wie ze waren.

    ‘Het kost ons een half uur om de locatie en gegevens van een gebruiker te bepalen,’ zegt Bhatti. Hij laat een WhatsApp-gesprek zien waarin een hoge officier hem vraagt naar de locatie en het adres van een persoon en diens antecedenten. ‘Mijn team had het binnen enkele minuten voor elkaar,’ zegt hij.

    Dat team bestaat uit veertig technisch onderlegde agenten. Moeilijkere zaken worden uitbesteed aan privébedrijven, waarover de chef van de cybereenheid geen bijzonderheden prijsgeeft.

    Het werk van Bhatti en zijn ondergeschikten heeft inmiddels wel een schrikeffect gehad op de socialemediagebruikers in Kasjmir. Veel accounts zijn verdwenen, andere zijn inactief, of er is geen politieke inhoud meer op te vinden.

    Sinds zijn vrijlating lijdt hij aan paniekaanvallen en heeft hij nog maar weinig eetlust

    Shefali Rafiq, een 22-jarige studente journalistiek, zegt dat ze voorzichtiger is geworden met wat ze publiceert. ‘Een aantal profielen volgde ik graag, maar ze hebben hun accounts gedeactiveerd of schrijven geen kritische posts meer.’

    Drie gebruikers van sociale media zeggen dat ze verdachte activiteit op hun accounts hebben opgemerkt sinds ze door de politie zijn vrijgelaten, zoals likes of retweets die niet van hen zijn, of het volgen en ontvolgen van andere accounts.

    Degenen die in aanvaring zijn gekomen met de cyberpolitie leven in angst. Ahmed werd vier dagen op rij verhoord en werd pas met rust gelaten nadat hij had beloofd te stoppen met het online bekritiseren van de Indiase regering en de veiligheidstroepen. 

    Sinds zijn vrijlating lijdt hij aan paniekaanvallen en heeft hij nog maar weinig eetlust. Hij durft sociale media niet meer te gebruiken zoals hij vroeger deed. ‘Soms schrijf ik een lang bericht. Aan het einde verwijder ik het weer en moet ik huilen,’ zegt hij. ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden.’ 

    Openingsbeeld: Kasjmierse journalisten protesteren in Kunzer, een stad in de Indiase deelstaat Jammu en Kasjmir, tegen de censuur die hun wordt opgelegd. Fotografen werd onlangs tegen gehouden toen zij een demonstratie wilde vastleggen. – © Sajad Hameed / Pacific Press / Shutterstock

  • Europese Hof keurt verbod op onverdoofd slachten goed & meer wereldnieuws

    Europese Hof keurt verbod op onverdoofd slachten goed & meer wereldnieuws

    Volgens joodse en islamitische organisaties stelt het Europese Hof dierenwelzijn boven vrijheid van religie. Wat is er tien jaar later over van de Arabische Lente? Inheemse Mexicanen komen in opstand tegen de ‘Maya-trein’ en in Spanje mogen ongeneeslijk zieken nu hulp vragen bij het beëindigen van hun leven.

    ‘Historisch besluit’

    Gisteren (17 december) stemde een meerderheid van het Spaanse Congres (vergelijkbaar met de Tweede Kamer) voor een nieuwe wet die euthanasie mogelijk moet maken in geval van ernstige en ongeneeslijke ziekte of ernstige, chronische en invaliderende ziekte. De euthanasieaanvraag zal moeten worden goedgekeurd door twee verschillende artsen – waarvan er één specialist is in de betreffende ziekte – en zal vervolgens moeten worden voorgelegd aan een evaluatiecommissie van de regionale volksgezondheidsautoriteit.

    Als de wet – zoals verwacht ­– wordt goedgekeurd door de Senaat dan ‘zal het in de eerste weken van volgend jaar legaal zijn in Spanje voor een ongeneeslijk ziek persoon om hulp te vragen bij het beëindigen van zijn leven’, schrijft El País. Het dagblad noemt het besluit ‘historisch’. Door de nieuwe euthanasiewet krijgt ‘Spanje opnieuw een voortrekkersrol toebedeeld op het gebied van de sociale verworvenheden’, meldt de krant trots in een redactioneel commentaar.

    ‘Eindelijk het recht om waardig te sterven’, kopt de digitale krant El Confidencial. De conservatieve krant ABC is daarentegen minder verheugd met het besluit en oordeelt: ‘De staat speelt voor god.’ Het commentaar van de krant is in lijn met de conservatieve Partido Popular en het rechtse Vox, die beide tegenstemden. ‘Sterven en doden zijn geen individuele rechten, en nog minder in een samenleving met zoveel vooruitgang en beschikbare ondersteuning als de onze’, aldus ABC.

    De Arabische Lente 10 jaar later

    De Arabische lente begon tien jaar geleden, reden genoeg voor de wereldpers om terug te kijken op wat de opstanden in de Arabische wereld het afgelopen decennium teweeg hebben gebracht.

    Op 17 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand in de stad Sidi Bouzid. ‘Een eenzame daad van protest die een golf van antiautoritaire opstanden in de hele regio veroorzaakte’, aldus Middle East Eye. Mohamed Bouazizi stierf op 4 januari 2011, maar niet voordat zijn daad viraal ging, schrijft Al Jazeera. De demonstraties maakten een einde aan het 23-jarige bewind van de autoritaire president Zine El Abidine Ben Ali, de eerste leider van een Arabisch land die door protest moest aftreden.

    De gebeurtenis inspireerde tot een golf van opstanden in de Arabische wereld, waardoor mensen de straat op gingen om te protesteren tegen autoritarisme, corruptie en armoede. De Arabische Lente, zoals die opstanden gingen heten, werd grotendeels neergeslagen door contrarevolutionaire staatstroepen die wanhopig de status quo probeerden te handhaven, aldus Middle East Eye. Behalve in Tunesië leidde het tot machtswisselingen in Egypte en Libië, en een burgeroorlogen die nog altijd woeden in Libië, Syrië en Jemen.

    Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente

    Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente, schrijft The Guardian naar aanleiding van een peiling onder acht landen. Toch heeft een meerderheid van de respondenten in Soedan, Tunesië, Algerije, Irak en Egypte geen spijt van de protesten.

    In Syrië, Jemen en Libië heeft een meerderheid wel spijt. In die landen is ook een ruime meerderheid van mening dat ze slechter af zijn dan tien jaar geleden. Dat is niet gek, aangezien de landen in puin liggen na burgeroorlogen en buitenlandse interventies, aldus het Britse dagbad.

    Inheems verzet tegen ‘Maya-trein’

    Het is het prestigeproject van de Mexicaanse president Andres Manuel López Obrador: 1500 kilometer spoor door de Mexicaanse staat Yucatán, de wieg van de millennia-oude Maya-cultuur. Het treintraject heet dan ook ‘La tren maya’, de Maya-trein, en moet een grote lus vormen langs de belangrijkste archeologische vindplaatsen met Maya-ruïnes om zo een impuls aan het toerisme te geven.

    Maar de treinverbinding stuit op woede van de erfgenamen van de Maya’s. ‘De oorlog tegen de Maya-trein is begonnen’, aldus Post Opinión, de Spaanstalig opiniesectie van The Washington Post. Verschillende inheemse groepen hebben zich verenigd in hun verzet en hekelen de schade die het project aan het milieu, de natuur en hun manier van leven toebrengt.

    Op 7 december heeft de rechtbank in Campeche, Yucatán, in het voordeel van de inheemse collectieven beslist en de bouwwerkzaamheden aan het tweede deel van het spoor opgeschort, meldt La Jornada.

    ‘We willen niet het nieuwe Cancún worden, waar alle mangroves zijn verdwenen. Er is hier nog steeds bos’, zegt Genomelín López tegen El País. López is Chontal, een van de vele etnische Maya-groepen in de regio.

    Hoewel de regering heeft verzekerd dat het project geen gevolgen zal hebben voor het milieu, vooral omdat er gebruik zal worden gemaakt van bestaande spoorwegen, zijn veel bewoners in de regio onder andere bezorgd over de watervoorraden, die in gevaar zouden kunnen komen door de stedelijke ontwikkeling en onvoldoende afvalwaterzuivering, aldus El País.

    ‘Dierenwelzijn boven vrijheid van religie’

    Gisteren (17 december) deed het Europese Hof in Brussel uitspraak over het verbod op onverdoofd slachten dat de Vlaamse regioregering in 2019 instelde. Het hof vonniste dat overheden het recht hebben om zo’n verbod in te stellen: ‘Het hof concludeert dat de maatregelen in het decreet een eerlijk evenwicht mogelijk maken tussen het belang dat wordt gehecht aan dierenwelzijn en de vrijheid van joodse en islamitische gelovigen om hun geloof te belijden’, citeert Al Jazeera de uitspraak.

    Joodse en islamitische organisaties in Vlaanderen en de rest van de wereld reageren verontwaardigd op de uitspraak. Deze ‘stelt dierenwelzijn boven vrijheid van religie’, schrijft The Times of Israël. ‘Vanochtend werden joden opnieuw gedegradeerd tot tweede klas burgers in Europa’, aldus het commentaar.

    Velen verwachtten dat het verbod verworpen zou worden. Een juridisch adviseur van het hof had in september nog verklaard dat een verbod op kosjer en halal slachten in strijd was met het recht op vrijheid van godsdienst, aldus The Times of Israël. Maar volgens het hof betreft het verbod op onverdoofd slachten maar een klein onderdeel van het rituele proces, en niet de religieuze praktijk in het algemeen, meldt Deutsche Welle.

  • Voeg de daad bij het woord, meneer Macron

    Voeg de daad bij het woord, meneer Macron

    Ayaan Hirsi Ali, het toenmalige roemruchte kamerlid voor de VVD en tegenwoordig onderzoeker bij een conservatieve denktank in Californië vindt dat de Franse president ‘meer lef’ moet tonen om de radicale islam met wetgeving te bestrijden.

    In de eerste week van oktober zei Emanuel Macron dat hij een eind wilde maken aan het ‘islamitisch separatisme’ in Frankrijk omdat een minderheid van de naar schatting zes miljoen moslims in Frankrijk een ‘tegenmaatschappij’ dreigt te vormen. Enkele dagen later zagen we daar het zoveelste voorbeeld van, toen een geschiedenisleraar in een Franse voorstad op straat werd onthoofd. Samuel Paty had in de klas over vrijheid van meningsuiting gesproken en cartoons van Mohammed laten zien. Enkele ouders hadden geprotesteerd, wat tot meer ophef leidde, en uiteindelijk tot zijn dood. Paty werd vermoord, zei Macron, ‘omdat hij de vrijheid van meningsuiting behandelde, de vrijheid om te geloven of niet te geloven’. De president werpt zich nu op als verdediger van de Franse waarden en zegt vastbesloten te zijn de islamistische put te dempen.

    Dat Macron een anti-islamistische toespraak hield was op zichzelf al een teken dat het debat in Frankrijk snel verandert. Vijf jaar geleden, toen Fox News repte van ‘no-gozones’ in Parijs, dreigde de burgemeester van die stad met een proces. Nu zien we Emanuel Macron, het vleesgeworden politieke midden, waarschuwen dat de islamistische ‘ideologie’ als ‘einddoel’ heeft de samenleving ‘volledig in haar greep te krijgen’. Macron belooft een wet tegen ‘islamistisch separatisme’, wil het thuisonderwijs van moslims beperken en eist dat islamitische groeperingen die subsidies van de Franse staat ontvangen een ‘seculier handvest’ ondertekenen.

    Maar als het hem menens is, waarom zou hij het dan daarbij laten? Een week voor zijn toespraak, bijvoorbeeld, vond er een steekpartij plaats voor het kantoor van Charlie Hebdo. Het zou van moed en daadkracht getuigen als er een monument werd opgericht ter nagedachtenis van mensen die door islamisten zijn vermoord terwijl ze zich inzetten voor de vrijheid van meningsuiting: misschien een beeld van het team van Charlie Hebdo of van mijn overleden vriend Theo van Gogh. Bij de onthulling van dat monument zou Macron het – momenteel steeds wijder verbreide – waanidee kunnen weerleggen dat een kritische houding tegenover het islamisme en islamisten een uiting van ‘islamofobie’ is. Het verdedigen van de universele mensenrechten is een daad van compassie, geen ‘fobie’; wie dat niet keer op keer benadrukt, geeft extreemrechtse fanatici alleen maar vrij spel.

    Tijdens zijn toespraak zei Macron ook dat het zaak is ‘diegenen te bestrijden die in naam van een godsdienst zijn ontspoord (…) maar degenen die in de islam geloven en volwaardige burgers van de republiek zijn te beschermen’. Als hij dat werkelijk meent, kan hij wellicht de Franse moslims steunen en beschermen die zo moedig zijn zich uit te spreken tegen de radicale islam. Ook zou hij de Franse moslims kunnen steunen die zich inzetten voor het veranderen van de sharia, het in een historische context plaatsen van de soenna (de traditionele leefregels voor moslims) en het trekken van een duidelijke scheidslijn tussen religie en staat door de doctrinaire zuiverheid ter discussie te stellen. Om extremisten te bestrijden is het van groot belang onderscheid te maken tussen moslims die echte verandering willen en islamisten met gladde praatjes. Veel Franse moslims vechten tegen de islamisten, en Macron zou veel meer kunnen doen om hen te steunen.

    De ideologische strijd tegen het islamisme zal noodzakelijkerwijze lang zijn, en als hij wil slagen zal Macron ervoor moeten zorgen dat de Franse civil society en de filantropische instellingen volledig bij deze poging betrokken worden. Hij moet subversieve islamistische organisaties die de ideologische basis voor geweld leggen ontbinden, en andere Europese leiders oproepen hetzelfde te doen. Het is verbazingwekkend dat dit onderwerp zelfs nu nog door velen van hen wordt gemeden.

    Kernwaarden

    Ook zou hij de immigratiewetten kunnen aanscherpen om ervoor te zorgen dat de kernwaarden van de Franse samenleving meetellen bij toelating. Nieuwkomers in de Franse Republiek moet worden voorgehouden dat ze achter het Franse idee van sociale cohesie dienen te staan, wat betekent dat ze separatisme en islamisme afwijzen en geen lid zijn van organisaties die zich daarvoor inzetten.

    De bestaande wetgeving zou meer moeten worden toegepast. Niet zo lang geleden werd een Algerijnse vrouw die tijdens een Franse naturalisatieplechtigheid weigerde mannelijke ambtenaren de hand te schudden het staatsburgerschap onthouden. Op deze manier kan islamisten duidelijk worden gemaakt dat ze in Frankrijk niets te zoeken hebben.

    De Franse wet biedt de regering de mogelijkheid naturalisatieverzoeken af te wijzen op grond van ‘gebrek aan andere dan linguïstische assimilatie’. Dus in de geest van deze wet zou Macron moeten beginnen met het repatriëren van asielzoekers die zich schuldig maken aan geweld of het uitlokken daarvan, in het bijzonder tegen vrouwen.

    Veel Franse moslims vechten tegen de islamisten

    Qua buitenlandbeleid zou hij het ideologisch extremisme kunnen aanpakken dat de regeringen van – onder andere – Qatar en Turkije verspreiden door hun steun aan islamisten en islamistische en communitaristische bewegingen in Europa (inclusief Frankrijk). Hij zou zich veel geharnaster kunnen opstellen tegenover het Iraanse regime – zowel bilateraal als op EU-niveau – dat zich schuldig maakt aan vijandige activiteiten op Europese bodem, onvoorstelbare wreedheid tegenover de eigen bevolking en pogingen om het revolutionaire islamisme naar de rest van het Midden-Oosten te exporteren.

    Het Franse corps diplomatique beschikt nog altijd over buitengewoon veel historische en linguïstische kennis inzake Afrika, Azië en het Midden Oosten. Die zou kunnen worden ingezet tegen de activiteiten van groeperingen als de Moslimbroederschap, Tablighi Jamaat, Hezbollah, Hizb ut Tahrir en de vele vertakkingen daarvan. Macron zegt dat zijn wetsvoorstel de genadeslag zal betekenen voor islamitische groeperingen waarvan de principes in strijd zijn met die van de Franse Republiek.

    Hij kan dat doen door de geldstromen af te snijden van buitenlandse mogendheden naar de islamistische organisaties binnen Frankrijk. Macron heeft gelijk: het islamitisch separatisme dreigt Frankrijk inderdaad in twee naties te verdelen. Maar om het probleem echt aan te pakken moet de president niet alleen het lef tonen om de radicale islam aan de kaak te stellen, maar ook om die daadwerkelijk de kop in te drukken. 

  • Hoe te overleven in een tijd van extremisme en islamofobie

    Hoe te overleven in een tijd van extremisme en islamofobie

    Omar Saif Ghobash, de ambassadeur van de Verenigde Arabische Emiraten in Rusland, schreef na de aanslagen van 11 september een reeks brieven aan zijn zoon die nog niets aan actualiteit hebben ingeboet. ‘Ik wilde nieuw terrein ontginnen op het gebied van denken, taal en verbeelding, om hem duidelijk te maken dat de wereld zo veel meer heeft te bieden dan de verwrongen fantasieën van extremisten.’

    Saif, de oudste van mijn twee zoons, is geboren in december 2000. In de zomer van 2001 namen mijn vrouw en ik hem mee op een tripje naar New York. Ik herinner me dat ik hem in een draagzak op mijn borst had. Een paar dagen nadat we weer terug waren in Dubai, volgden we op CNN de verschrikkelijke gebeurtenissen van 11 september. Toen duidelijk werd dat de aanvallen waren uitgevoerd door jihadterroristen, voelde ik een nieuw soort verantwoordelijkheid tegenover mijn zoon, nog los van alle andere heftige gevoelens die het ouderschap in je doet ontwaken. Ik wilde nieuw terrein ontginnen op het gebied van denken, taal en verbeelding, om hem – en mezelf en al mijn medemoslims – duidelijk te maken dat de wereld zo veel meer heeft te bieden dan de verwrongen fantasieën van extremisten. Hier ben ik de afgelopen jaren mee bezig geweest. De opdracht die ik mezelf heb gesteld lijkt alleen maar urgenter te worden naarmate de wereld steeds meer verstrikt raakt in een cyclus van jihadistisch geweld en islamofobie.

    Tegenwoordig woon en werk ik in Rusland, als ambassadeur van de Verenigde Arabische Emiraten, en ik probeer in mijn werk een sfeer te creëren die ruimte biedt voor ideeën en mogelijkheden. In die geest heb ik een reeks brieven aan Saif geschreven, met de bedoeling hem de ogen te openen voor enkele van de vragen waarmee hij in de loop van zijn leven geconfronteerd zal worden, en voor een scala aan mogelijke antwoorden.

    Ik wil dat mijn zoons en hun generatie moslims begrijpen hoe ze trouw kunnen zijn aan de islam en zijn diepste waarden, maar tegelijkertijd hun eigen koers kunnen uitstippelen in een complexe wereld. Ik wil dat ze leren observeren en nadenken, en zo tot de ontdekking komen dat er geen conflict hoeft te zijn tussen de islam en de rest van de wereld. Ik wil dat ze begrijpen dat we zelfs op het gebied van religie vele keuzes moeten maken. Ik vind dat de generatie moslims van mijn zoons het recht – en de plicht – heeft om na te denken over wat goed en fout is, over wat al dan niet behoort tot het wezen van de islam, en op grond daarvan haar eigen beslissingen te nemen.

    Verantwoordelijkheid

    Lieve Saif,
    Hoe zouden jij en ik verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het leven dat wij als moslim leiden? Natuurlijk, het belangrijkste is om een goed mens te zijn. En als we goede mensen zijn, wat is er dan nog voor connectie tussen ons en de mensen die terreurdaden plegen en die beweren in naam van het geloof te handelen?’

    Veel moslims komen in opstand tegen dergelijke misdaden en veroordelen ze publiekelijk. Anderen zeggen dat de gewelddadige extremisten die deel uitmaken van groeperingen als Islamitische Staat geen echte moslims zijn. ‘Die mensen hebben niets van doen met de islam,’ luidt het refrein. Die bewering klinkt mij niet helemaal goed in de oren. Het lijkt een al te makkelijke manier om bepaalde ingewikkelde vragen uit de weg te gaan.

    Hoewel ik het handelen van de terroristen verafschuw, realiseer ik me dat zij op grond van de basale toelatings-eisen voor de islam onbetwist moslim zijn. De islam verlangt niet meer van een gelovige dan dat hij erkent dat er geen andere God is dan Allah en dat Mohammed zijn profeet is. Gewelddadige jihadisten geloven dit zonder meer. Dat is de reden dat belangrijke religieuze instituties binnen de islamitische wereld terecht hebben geweigerd hen als niet-moslims te bestempelen, hoewel ze hun daden veroordelen. Het is makkelijk om te zeggen dat jihadistische extremisten niets met ons te maken hebben. Hoewel hun lezing van de Koran ouderwets en vertekend lijkt, weten ze toch aanhang te winnen.

    Het is makkelijk om te zeggen dat jihadistische extremisten niets met ons te maken hebben

    Wat mij zorgen baart, is dat de ideeën van de extremisten steeds meer navolging lijken te vinden, terwijl de groep moslims die vasthoudt aan een andere opvatting van de islam steeds kleiner lijkt te worden. En naarmate die groep kleiner en kleiner wordt, lijkt hij ook stiller en stiller te worden, totdat het uiteindelijk lijkt alsof alleen nog de extremisten spreken en handelen in naam van de islam.

    Wij moeten ons uitspreken, maar het volstaat niet om in het openbaar te zeggen dat de islam niet gewelddadig is, of radicaal of kwaad, maar dat de islam een vreedzaam geloof is. We moeten verantwoordelijkheid nemen voor die islam van vrede. We moeten laten zien hoe die tot uiting komt in onze manier van leven en de manier waarop onze samenleving functioneert.

    Ik zeg niet dat moslims zoals jij en ik de schuld op ons moeten nemen voor wat de terroristen doen. Wat ik zeg, is dat we verantwoordelijkheid kunnen nemen door ons sterk te maken voor een ander begrip van de islam. We kunnen zowel moslims als niet-moslims duidelijk maken hoe wij de islam zien, en laten zien op welke manier de islam doorwerkt in ons leven. Ik vind dat we dat verschuldigd zijn aan alle onschuldige mensen, zowel moslims als niet-moslims, die hebben geleden onder het handelen van onze medegelovigen die op een extremistisch dwaalspoor zijn beland.

    Het is niet makkelijk om een dergelijke verantwoordelijkheid te nemen, al helemaal niet nu veel mensen buiten de moslimwereld overtuigd islamofoob zijn en mensen zoals jij en ik haten en vrezen, soms aangemoedigd door politieke leiders. Als je het gevoel hebt dat je ten onrechte apart wordt gezet en wordt aangevallen, is het niet makkelijk om met een kritische blik naar je geloof te kijken, al helemaal in het openbaar. Woorden en ideeën zijn hachelijk en kunnen zich zomaar aan je greep onttrekken. Je kunt de ene dag nog volledig overtuigd zijn van bepaalde opvattingen en de volgende ochtend bij het ontwaken vervuld zijn van twijfel. Vandaag de dag is het riskant om dat te erkennen; veel moslims worden wantrouwig zodra er kritisch wordt gekeken naar hun geloof.

    Maar geloof me: het is volstrekt normaal om je af te vragen of je het bij het goede eind hebt. Enkele van de grootste islamgeleerden hebben perioden van verwarring en twijfel gekend. Denk aan de filosoof en theoloog Abu Hamid al-Ghazali, die in de elfde eeuw in Perzië werd geboren en die van ongekend grote invloed is geweest op het islamitisch gedachtengoed. Vandaag de dag wordt hoog opgegeven van zijn werk, maar tijdens zijn leven kampte hij zelf met zo veel twijfels dat hij zich een decennium lang uit de maatschappij terugtrok. Het leek erop dat hij een spirituele crisis doormaakte. Hoewel we maar weinig weten over wat hem dwarszat, is duidelijk dat hij onzeker was, angstig zelfs. Maar de uitkomst van zijn
    periode van twijfel en zelfopgelegde afzondering was positief: Ghazali, die tot dan toe hoog was aangeslagen als geleerde van de orthodoxe islam, zorgde ervoor dat het soefisme, een spirituele tak van de islam, een plaats kreeg binnen de bredere stroming van het geloof. Hij bood ruimte aan spiritualiteit en poëzie binnen de islam, wat destijds volgens velen strijdig was met het geloof.

    Vandaag de dag zijn enkele van onze medemoslims van mening dat we alleen ideeën mogen aannemen die zijn terug te vinden in het oorspronkelijke islamitische gedachtengoed – oftewel ideeën die voorkomen in de Koran, de vroege woordenboeken van het Arabisch, de uitspraken van de Profeet en de biografieën van de Profeet en zijn metgezellen. Onder-tussen benadrukken ze dat we vreemde ideeën, zoals democratie, van de hand moeten wijzen. Geconfronteerd met liberalere opvattingen, die stellen dat discussiëren, debatteren en het zoeken naar consensus oude islamitische tradities zijn, betogen ze dat democratie een zonde is tegen de macht van Allah, tegen zijn wil, en tegen zijn soevereiniteit. Sommige extremisten zijn zelfs bereid te doden om dat standpunt te verdedigen.

    Maar weten zulke mensen überhaupt wat democratie is? Ik denk van niet. Sterker nog, uit veel van hun verklaringen blijkt dat ze maar weinig begrijpen van hoe mensen bij elkaar kunnen komen om gemeenschappelijke besluiten te nemen. De regering die ik vertegenwoordig is een monarchie, maar ik voel geen noodzaak om de tegenstanders van democratische hervormingen weg te zetten als afvalligen. Ik ben het misschien niet altijd met ze eens, maar dat maakt hun opvattingen nog niet onislamitisch.

    Een andere ‘vreemde’ praktijk die moslims veel zorgen baart, is de vermenging van de seksen. In sommige landen met een moslimmeerderheid wordt een scheiding van mannen en vrouwen verplicht gesteld op scholen en universiteiten, en op het werk. (In ons eigen land zijn de meeste lagere en middelbare scholen gescheiden, evenals sommige universiteiten.) De autoriteiten in die landen zeggen dat dergelijke wetten volgens ‘de ware islam’ zijn en dat ze voorkomen dat er buitenechtelijke relaties ontstaan. Misschien is dat zo. Maar onderzoek naar dergelijke zaken – onderzoek dat meestal wordt verboden – zou weleens kunnen aantonen dat er helemaal geen sprake is van een dergelijk effect.

    En zelfs als een strikte scheiding van de seksen bepaalde voordelen zou hebben, welke prijs wordt daar dan voor betaald? Zou het kunnen zijn dat het leidt tot psychische verwarring en onrust, bij zowel mannen als vrouwen? Zou het kunnen zijn dat het leidt tot een onvermogen om leden van de andere sekse te begrijpen wanneer je daar dan eindelijk mee mag omgaan? Regeringen van veel moslimlanden hebben geen bevredigend antwoord op die vragen, omdat ze niet de moeite nemen zich erin te verdiepen.

    Vrouwen als minderwaardig behandelen is geen religieuze plicht; het is domweg de gang van zaken binnen patriarchale gemeenschappen.

    Mannen en vrouwen

    Lieve Saif,
    Je bent opgegroeid in een huishouden waar vrouwen – onder wie je moeder – sterk zijn, goed opgeleid, doelgericht, hardwerkend. Als iemand zou suggereren dat mannen belangrijker of getalenteerder zijn dan vrouwen, zou jij je achter de oren krabben. Maar toen ik zo oud was als jij, kreeg ik tijdens de preken in de moskee te horen dat vrouwen inherent inferieur waren. Mannen waren sterk, intelligent en emotioneel stabiel – natuurlijke kostwinners. Vrouwen waren aanhangsels: er diende voor hen gezorgd te worden, maar je hoefde ze niet serieus te nemen.

    Die kijk op vrouwen doet nog altijd opgang in delen van de moslimwereld – en, eerlijk is eerlijk, ook op andere plekken. Het is zeker niet de enige kijk op vrouwen die de islam ons biedt, maar het is een krachtige overtuiging die veel politieke, juridische en financiële steun geniet. Ik ben er trots op dat je moeder en je tantes allemaal hebben doorgeleerd en werk doen dat ze zelf hebben gekozen. Het heeft hen er niet echt van weerhouden kinderen te krijgen en voor hun man te zorgen – de rol die de conservatieve lezing van de islamitische teksten van hen verlangt.

    De vrouwen in jouw leven onttrekken zich aan de traditionalistische lezing, waarin vrouwen worden voorgesteld als inherent passieve schepsels die door mannen moeten worden beschermd tegen de gevaren van de wereld. Het heeft veel weg van een selffulfilling prophecy: in veel moslimgemeenschappen hameren mannen erop dat vrouwen niet zijn opgewassen tegen de grote, boze buitenwereld, en tegelijkertijd onthouden ze vrouwen de basale rechten en vaardigheden die nodig zijn om je tot die wereld te verhouden.

    Andere traditionalisten baseren hun opvatting over vrouwen op een andere redenering, die zelden openlijk wordt besproken, al helemaal niet ten overstaan van niet-moslims, omdat het enigszins taboe is. Het komt hierop neer: als vrouwen zich zelfstandig zouden kunnen verplaatsen, als ze onafhankelijk zouden zijn, als ze zouden samenwerken met mannen die niet tot hun familie behoren, dan zouden ze verboden romantische of zelfs seksuele relaties kunnen aanknopen. En ja, natuurlijk is dat een mogelijkheid. Maar dergelijke relaties kunnen ook ontstaan als een vrouw binnen het gezin weinig liefde en respect krijgt. Vrouwen worden maar al te vaak gestraft voor dergelijke relaties, terwijl de mannen er zonder repercussies van afkomen – een onacceptabele ongelijkheid.

    Dit traditionalistische standpunt komt, in wezen, voort uit een verlangen om vrouwen onder de duim te houden. Maar vrouwen moeten niet onder de duim worden gehouden; ze moeten vertrouwen en respect krijgen. We vertrouwen en respecteren onze zussen, onze moeders, onze dochters en onze tantes, en we moeten andere vrouwen datzelfde vertrouwen en respect geven. Als we dat zouden doen, zouden we in de moslimwereld
    misschien niet met zo veel gevallen van seksueel geweld en uitbuiting te maken hebben.

    Saif, ik wil dat je weet dat nergens staat geschreven dat moslimvrouwen minder zijn dan moslimmannen. Vrouwen als minderwaardig behandelen is geen religieuze plicht; het is domweg de gang van zaken binnen patriarchale gemeenschappen. Binnen de islamitische traditie zijn er vele voorbeelden hoe moslimvrouwen trouw aan hun geloof kunnen blijven. Zo zijn er moslimvrouwen die zich hebben verdiept in de oorsprong van
    de hidjab [de traditionele doek die het hoofd en het haar bedekt] en die tot de conclusie zijn gekomen dat nergens met zoveel woorden staat geschreven dat ze die moeten dragen – laat staan dat er een voorschrift zou zijn om een boerka of nikab te dragen, die nog veel meer bedekken. Veel mannen zijn tot dezelfde conclusie gekomen. De islam roept vrouwen op zich ingetogen te kleden, maar de gezichtsbedekking is feitelijk een pre-islamitische traditie.

    De beperkingen die vrouwen wordt opgelegd in traditionele moslimgemeenschappen, zoals verplichte gezichtsbedekking, regels die hun mobiliteit aan banden leggen of beperkingen op het gebied van werk en scholing, stoelen niet op de islamitische doctrine maar op de angst van mannen dat ze vrouwen niet onder de duim kunnen houden – en de angst dat vrouwen, als ze niet onder de duim worden gehouden, mannen het nakijken geven omdat ze gedisciplineerder en meer gefocust zijn, en harder werken.

    Islam en de staat

    Lieve Saif,
    Je zult onvermijdelijk moslims tegenkomen die hoofdschuddend naar de moderne islamitische samenleving kijken en mompelen: ‘Als iedereen nou maar een goede moslim was, zou dit allemaal nooit gebeuren.’ Hoe vaak heb ik deze klaagzang niet moeten aanhoren. Je hoort het zeggen door mensen die kritiek uiten op corrupte overheden in moslimlanden, of die de vermeende toename van zedeloos gedrag aan de kaak stellen. Anderen zeggen het als ze verschillende vormen van islamitische wetgeving willen promoten.

    De bekendste uiting van dit idee is de slogan: ‘De islam is de oplossing’, die wordt gebruikt door de Moslimbroederschap en vele andere islamitische groeperingen. Het is een briljante slogan. Veel mensen geloven erin. (Toen ik jonger was, geloofde ik erin met heel mijn hart.) De slogan is een ultrakorte samenvatting van het uitgangspunt dat alle grootse gebeurtenissen binnen de islamitische geschiedenis – de veroveringen, de rijken, de kennisproductie, de rijkdom – hebben plaatsgevonden onder een of andere vorm van religieus bewind. Dus als we deze vergane glorie nieuw leven willen inblazen in de moderne tijd, moeten we weer een dergelijk systeem in het leven roepen. Als een beetje islam goed is, is meer islam alleen nog maar beter, luidt de redenering. En als meer islam beter is, dan is totale islam het beste.

    Als een beetje islam goed is, is meer islam alleen nog maar beter, luidt de redenering

    De invloedrijkste hedendaagse voorvechter van deze opvatting is IS, met zijn ongebreidelde enthousiasme voor een kalifaat, een alomvattende religieuze staat. Het kan moeilijk zijn om je tegen dat uitgangspunt te verweren zonder de indruk te wekken dat je de oorsprong van de islam in twijfel trekt: de profeet Mohammed was tenslotte niet alleen een religieus leider maar ook een politiek leider. En het islamistische argument stoelt op de hardnekkige logica van extreem geloof: als we zeggen dat we handelen in naam van Allah, en als we de wetten van de islam opleggen, en als we zorgen dat de moslimbevolking in een bepaald gebied de juiste houding heeft, dan zal Allah ons te hulp schieten en al onze problemen oplossen.

    Het geniale schuilt in de bewering – of die nou wordt uitgedragen door de fanatieke jihadisten van IS of door de genuanceerdere theocraten van de Moslimbroederschap – dat alle problemen of mislukkingen kunnen worden toegeschreven aan onvoldoende vroomheid of loyaliteit onder de bevolking als geheel. Leiders hoeven de schuld niet te zoeken bij zichzelf of bij hun beleid; de burgers hoeven niet te twijfelen aan hun eigen normen en waarden, of aan hun gebruiken.

    Maar vroomheid is niet alles, en wie ervan uitgaat dat Allah wel voor ons zal zorgen, dat hij al onze problemen zal oplossen, onze kinderen zal voeden, scholen en kleden, neemt Allah niet serieus. De enige manier om het lot van de moslims op deze wereld te verbeteren is doen wat mensen elders hebben gedaan, en wat moslims in eerdere eeuwen hebben gedaan om te welslagen: kennis opdoen, hard werken en de lastige vragen van het leven onder ogen zien, in plaats van je terug te trekken in religieus obscurantisme.

    De individuele moslim

    Lieve Saif,
    Op school, in de moskee en in het nieuws heb je waarschijnlijk veel gehoord over de Arabische staat, de Arabische samenleving, de vrome moslims en de islamitische oemma. Maar heb je ooit iemand gehoord over de moslim als individu of over moslim-individualisme? Waarschijnlijk niet – en dat is een probleem.

    De Profeet sprak over de oemma, of de moslimgemeenschap. In de zevende eeuw was dat niet zo gek. Mohammed had uit het niets een grote schare volgelingen weten te vergaren; op zeker moment kon je met recht spreken van een aparte entiteit. Maar het concept van de oemma heeft het mogelijk gemaakt dat zelfbenoemde religieuze leiders spreken in naam van alle moslims, zonder de rest van ons te vragen hoe wij erover denken. Het idee van een oemma maakt het ook makkelijk voor extremisten om de islam – en alle moslims over de hele wereld – lijnrecht tegenover het Westen te plaatsen, tegenover het kapitalisme, tegenover van alles en nog wat. In dat beeld van de moslimwereld komt de stem van het individu op de tweede plaats, na de stem van de groep.

    We zouden kunnen besluiten elkaar als individu te zien, ongeacht onze achtergrond

    In de loop der jaren hebben we geleerd dat de gemeenschap voor het individu gaat. Daarom klinkt het vreemd om het zelfs maar over ‘de moslim als individu’ te hebben. Het klinkt me bijna tegennatuurlijk in de oren, alsof het verwijst naar een niet-bestaande categorie – in ieder geval binnen het wereldbeeld dat moslims lange tijd dienden te koesteren. Je hoeft niet terug te vallen op een groots verleden om een grootste toekomst op te bouwen. Ik zou niet willen dat dat voor jou en jouw generatie opgaat.

    Door dialoog en een openbare discussie over wat het betekent om een individu te zijn in een moslimwereld, zouden we helderder kunnen nadenken over de persoonlijke verantwoordelijkheid, de ethische keuzes en het respect en de waardigheid van ménsen in plaats van families, stammen of sekten. Dan zouden we ons misschien niet langer blindstaren op onze verantwoordelijkheden jegens de oemma en kunnen we gaan nadenken over onze verantwoordelijkheid jegens onszelf en anderen, die we dan niet langer zouden beschouwen als onderdeel van een groep die gekant zou zijn tegen de islam, maar als individuen. In plaats van te informeren naar iemands familienaam en stamboom en sekten, zouden we kunnen besluiten elkaar als individu te zien, ongeacht onze achtergrond.

    We zouden geleidelijk onder ogen kunnen gaan zien hoe krankzinnig veel mensen in de moslimwereld zijn vermoord tijdens burgeroorlogen, of zijn omgekomen bij terroristische aanslagen die niet zijn gepleegd door buitenstaanders maar door medemoslims. We zouden deze mensen kunnen gedenken, niet als groep maar als individuen met een naam, een gezicht en een levensverhaal – niet om de doden op te hemelen maar om onze verantwoordelijkheid te erkennen om hun waardigheid en integriteit te bewaren, net als de waardigheid en de integriteit van alle overlevenden.

    Op deze manier kan het idee van de moslim als individu misschien leiden tot betere discussies over politiek, economie en veiligheid. En als jij en je generatiegenoten jezelf op de eerste plaats als individu leren zien, kunnen jullie misschien een betere samenleving tot stand brengen. Jullie zouden je lot meer in eigen hand kunnen nemen, meer in het heden kunnen leven, in het besef dat je niet hoeft terug te grijpen op een groots verleden om een grootse toekomst op te bouwen.

    Onze persoonlijke, individuele belangen vallen misschien niet altijd samen met die van de patriarch, de familie, de stam, de gemeenschap of de staat. Maar meer oog voor de individualiteit van elke afzonderlijke moslim zal misschien leiden tot een herijking van de islamitische gemeenschap, met meer medeleven, meer begrip en meer empathie. Als je de individuele diversiteit accepteert van je medemoslims, zul je waarschijnlijk ook eerder hetzelfde doen bij mensen met een ander geloof.

    Moslims kunnen en moeten in harmonie leven met de diversiteit van de mensheid buiten ons geloof. Maar dat zal grote moeite kosten, zolang we onszelf niet echt als individu durven zien.

  • 2. Zijn IS-terroristen nog wel Duitsers?

    2. Zijn IS-terroristen nog wel Duitsers?

    De Koerden moeten de gevangen IS-strijders met 
een Duits paspoort, dringend kwijt. Duitsland wil ze niet hebben.

    Ze hebben mogelijkerwijs 
oorlogsmisdaden begaan, Yezidi-vrouwen verkracht en burgers gemarteld en vermoord. Ze vormen een bedreiging, een veiligheidsrisico, ze zijn geradicaliseerd en door naar Duitsland terug te keren zullen ze dat radicalisme niet automatisch kwijt zijn. Moeten we hen echt terughalen?

    Jazeker: als er voldoende verdenking tegen hen bestaat, kunnen de ex-IS-strijders onmiddellijk in voorarrest worden gezet. Als er voldoende bewijs is, kan het openbaar ministerie hen aanklagen. Na een langdurig proces zal de strafrechter de verdachten uiteindelijk wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie (omdat er verder geen bewijs is) tot drie jaar gevangenisstraf veroordelen. Die ze al in voorarrest hebben uitgezeten. Moet dat zo? Kan het niet anders? Is dat de prijs van de rechtsstaat?

    Daar is een pragmatisch argument voor: Duitsland verwacht dat andere landen hun onderdanen ook terugnemen als die worden teruggestuurd omdat ze in Duitsland een gevaar voor de veiligheid zijn. Dus kan Duitsland moeilijk weigeren Duitse terroristen uit Syrië terug te nemen. Mits het Duitsers zijn. De eis om deze mensen hun Duitse nationaliteit te ontnemen, is dan ook snel uitgesproken. Maar dat kan niet, omdat de grondwet strikt voorschrijft: ‘Het Duitse staatsburgerschap mag iemand niet ontnomen worden.’ De nazi’s hadden zich schandelijk misdragen door mensen de Duitse nationaliteit af te nemen, en de opstellers van de grondwet wilden elk oneigenlijk gebruik van het afnemen van het staatsburgerschap dan ook absoluut voorkomen. Maar de grondwet maakt onderscheid tussen het afnemen van het staatsburgerschap, wat absoluut verboden is, en het onder voorwaarden toegestane verlies van het staatsburgerschap.

    De identiteitsbewijzen van buitenlandse IS-strijders uit Irak, Libië, Bahrein, Tunesië en Turkije die via Turkije naar Syrië zijn gereisd. – © HH
    De identiteitsbewijzen van buitenlandse IS-strijders uit Irak, Libië, Bahrein, Tunesië en Turkije die via Turkije naar Syrië zijn gereisd. – © HH

    Afnemen is absoluut ontoelaatbaar als betrokkene redelijkerwijs zelf geen invloed heeft op het verlies van het staatsburgerschap. De voorwaarden waaronder het verlies van het staatsburgerschap toelaatbaar is, zijn geformuleerd in de wet op het staatsburgerschap. Zo verliest een Duitser het Duitse staatsburgerschap als hij zonder toestemming van de Duitse staat in vreemde krijgsdienst treedt. De reden: hier gaat het, zo zien juristen dat, om het zich eenduidig en 
vrijwillig afkeren van Duitsland.

    Hebben deze strijders door bij IS te gaan het Duitse staatsburgerschap verloren, conform deze wet? Alleen wanneer je de ‘Islamitische Staat’ niet als een terreurgroep maar als een buitenlandse staat beschouwt. En in de tweede plaats als de IS-terrorist staatsburger van die staat is.

    IS heeft in elk geval als staat opgetreden en de IS-strijders zijn tot deze staat toegetreden. Daardoor is in elk geval naar de geest en naar het doel voldaan aan de voorschriften voor het verlies van het Duitse staatsburgerschap. Door als huurling in vreemde krijgsdienst te treden, is 
het Duitse staatsburgerschap dus verloren gegaan.

    Auteur: Heribert Prantl

    Süddeutsche Zeitung | München

  • 1. Allemaal naar Guantanamo Bay?

    1. Allemaal naar Guantanamo Bay?

    Om begrijpelijke redenen staan landen niet te springen om jihadisten te laten terugkeren. Maar wat zijn de alternatieven?

    In de turbulente eerste dagen nadat hun zogenaamde kalifaat was uitgeroepen, zwoeren buitenlanders die zich bij Islamitische Staat (IS) hadden aangesloten blijmoedig hun band met het Westen af. Jihadisten uit Frankrijk, Canada en andere landen filmden hoe ze hun paspoorten verbrandden. Maar nu IS bijna verslagen is, gedragen de ooit zo strijdlustige radicalen zich als toeristen die op een all-invakantie zijn gestrand. Een 
Canadees beklaagde zich erover dat zijn ambassade geen contact met hem opnam. Een Britse vrouw die het in Raqqa ‘naar haar zin’ had gehad, wilde hulp bij haar repatriëring naar Londen.

    Zulke IS-strijders vormen een groot probleem voor hun vaderland. Meer dan 41 duizend buitenlanders togen naar Syrië en Irak om zich bij de groepering aan te sluiten. Halverwege vorig jaar waren 7366 van hen naar huis teruggekeerd, aldus de Londense denktank International Centre for the Study of Radicalisation. Nog vele duizenden meer kwamen op het slagveld om. Er zijn nog zo’n 850 mannen en een paar duizend vrouwen over, die verspreid over Oost-Syrië gevangen zitten in 
primitieve kampen.

    Nagenoeg onmogelijk

    Tot voor kort wilde hun thuisland hen daar maar al te graag laten. Totdat 
president Donald Trump in december besloot de Amerikaanse troepen uit Syrië terug te trekken. De Koerdische troepen, heer en meester in Oost-Syrië, zijn er toch al niet op ingericht duizenden gevangenen vast te houden. Dat wordt nagenoeg onmogelijk wanneer de Amerikanen zich volledig uit het land zullen hebben teruggetrokken. President Trump wil dat buitenlandse regeringen hun burgers naar hun eigen land laten terugkeren. ‘Het 
alternatief is niet goed, want dan zien we ons genoodzaakt hen vrij te laten,’ twitterde hij. Dat alternatief is inderdaad slecht, maar dat geldt ook voor alle andere alternatieven.

    De eenvoudigste oplossing is een ander met het probleem op te zadelen. 
Volgens een wet die in 2015 in Australië werd aangenomen, verliest iemand die zich bij een terroristische groepering heeft aangesloten zijn burgerschap. Dat gebeurde voor het eerst in 2017 met Khaled Sharrouf, een Libanese Australiër die zijn zoontje fotografeerde met het afgehakte hoofd van een Syrische soldaat in zijn handen. De Australische wet geldt alleen voor Australiërs met een tweede nationaliteit, want volgens het internationaal recht mag je iemand niet stateloos maken.

    Wetenschappers zijn het er niet over eens hoe mensen radicaliseren en zelfs niet over wat radicaliseren precies inhoudt

    Groot-Brittannië zit daar niet mee. Het ontnam Shamima Begum, die zich als tiener bij IS aansloot, het Britse staatsburgerschap. Volgens de Britten is haar moeder afkomstig uit Bangladesh en komt ze daarom in aanmerking voor het staatsburgerschap van dat land. Op vergelijkbare wijze besloot president Trump dat een in Amerika geboren vrouw die propaganda maakte voor IS het land niet meer in mag.

    Rechtbanken zouden dergelijke besluiten terug kunnen draaien. Maar ook 
al doen ze dat niet, dan nog is het onwaarschijnlijk dat westerse landen zullen besluiten hun burgers elders 
te dumpen. Want ze zijn veel beter 
toegerust om die op te vangen dan 
bijvoorbeeld Libanon of Bangladesh.


    Rehabilitatiecentrum voor extremisten

    Saoedi-Arabië kiest voor een andere aanpak. In 2004, na een golf van terroristische aanslagen in het land, zette het een rehabilitatiecentrum voor extremisten op. De gevangenen worden vastgehouden in een aangenaam kamp met een zwembad en 
creatieve therapie. Partnerbezoek is toegestaan. Maar dergelijke oplossingen zijn kostbaar. Ze vragen om langdurige een-op-eenaandacht van docenten en geestelijken en kunnen in het Westen op weinig steun rekenen.

    Frankrijk opende drie jaar geleden ook een deradicaliseringscentrum in een chateau in het Loire-dal. De gedetineerden studeerden geschiedenis en filosofie en spraken met een imam 
over het geloof. Het was de bedoeling dat ze er tien maanden zouden blijven, maar het centrum werd opgedoekt nadat plaatselijke bewoners bezwaar hadden gemaakt tegen het verblijf van terroristen in hun midden.

    Het valt trouwens onmogelijk uit te maken of dergelijke oplossingen werken. Wetenschappers zijn het er niet over eens hoe mensen radicaliseren en zelfs niet over wat radicaliseren precies inhoudt. Saoedi-Arabië beweert dat nog geen twintig procent van de ruim drieduizend bewoners van het rehabilitatiecentrum de jihad alsnog trouw zijn gebleven, wat toch betekent dat het deradicaliseringstraject in 
honderden gevallen is mislukt. Een Somalisch-Amerikaanse man die onderweg was naar Syrië en op het vliegveld van Minnesota werd gearresteerd, werd in 2017 vrijgelaten na een blijkbaar succesvolle rehabilitatie van een jaar. Wat voor hem werkte, hoeft niet te werken voor geharde strijders die onschuldige mensen hebben 
afgeslacht en tot slaaf gemaakt. Het voelt onrechtvaardig als hun straf niet meer is dan een veredeld zomerkamp.

    Maar ze voor de rechter brengen is lastig. Amerika heeft een respectabele staat van dienst. Eén man werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld, een tweede werd in juni aangeklaagd. Maar het land kon een derde verdachte niet veroordelen wegens gebrek aan bewijs. Hij werd na meer dan een jaar gevangenschap vrijgelaten. Heiko Maas, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, zegt dat zijn land een vergelijkbaar probleem heeft. Bewijs dat tijdens verhoren op het slagveld is verkregen, is niet rechtsgeldig. De herkomst van documenten die in handen van Koerdische strijders zijn gevallen, is niet zeker.

    Voormalige IS-strijders spelen volleybal in een Koerdische gevangenis in Noord-Syrië. – © AP Photo / Hussein Malla
    Voormalige IS-strijders spelen volleybal in een Koerdische gevangenis in Noord-Syrië. – © AP Photo / Hussein Malla

    Australië heeft een handig hulpmiddel: een wetsregel die erop neerkomt dat het betreden van bepaalde gebieden als een misdaad wordt beschouwd. Maar alleen Mosul en Raqqa zijn als zodanig aangemerkt. Om de wet te kunnen toepassen, moeten aanklagers bewijzen dat verdachten in die steden zijn geweest. Zelfs dat is vaak al heel moeilijk.

    Zijn de verdachten eenmaal veroordeeld, dan moeten landen besluiten waar ze zullen worden vastgehouden. Amerika zag nog geen driehonderd strijders vertrekken en er kwamen er nog minder terug. Het is voor dat land een koud kunstje om ze in de gevangenis te stoppen. In Europa ligt dat anders, want daar zijn de aantallen vaak veel groter. Sommige Europese landen merken nu al dat medegevangenen radicaliseren. Teruggekeerde strijders bij andere gedetineerden zetten zou weleens een nieuwe generatie extremisten kunnen opleveren.

    Rudimentaire rechtbanken

    Het is begrijpelijk dat politici die zich voor zulke problemen gesteld zien de handen wanhopig ten hemel heffen. Als inwoners van hun land in een ander land misdrijven hebben begaan, moeten ze daar dan niet worden berecht? Maar het door Koerden bestuurde Oost-Syrië is geen land. De rudimentaire rechtbanken daar bieden geen eerlijk proces en bestaan waarschijnlijk niet lang meer. En nu hun Amerikaanse beschermheren de benen nemen, kunnen de Koerden rekenen op aanvallen van zowel het regime van Assad als het Turkse leger. Waarschijnlijk zullen ze een deal met Assad 
sluiten. De geschiedenis wijst uit wat er gebeurt wanneer de mensen die 
ze hebben opgepakt in Syrische 
gevangenissen belanden. De kerkers van Assad hebben generaties radicalen voortgebracht, die alleen werden 
vrijgelaten wanneer dat politiek gezien goed uitkwam.

    Dan blijft er maar één mogelijkheid over. ‘Het Pentagon heeft ons laten weten dat er een grote kans bestaat 
dat ze naar Guantanamo Bay worden gestuurd,’ zegt een stafmedewerker van het Amerikaanse Congres. Sinds 2008 zijn daar geen gevangenen meer opgenomen. President Barack Obama heeft acht jaar lang geprobeerd de gevangenis te sluiten, en het aantal gedetineerden is geslonken van 242 in 2009 tot krap 40 nu. De Democraten zullen die koers waarschijnlijk niet willen veranderen.

    Voor een oplossing voor terugkerende IS-strijders is een combinatie nodig van rechtbankprocessen, volgsystemen en rehabilitatie. De politie moet de daarvoor benodigde middelen krijgen, het OM methoden om kwetsbaar bewijs in rechtszaken in te brengen. Sommige deradicaliseringsprogramma’s werken prima, vooral in gevangenissen en voor diegenen die tegen hun wil of als kind naar Syrië en Irak zijn gekomen.

    Geen westerse politicus wil verantwoordelijk worden gehouden voor de repatriëring van potentieel gevaarlijke radicalen. Maar ze in Syrië laten of in ontwikkelingslanden dumpen lost het probleem niet op. Daar gaat bovendien de boodschap van uit dat westerse regeringen niets geven om de levens van miljoenen Syriërs en Irakezen die door toedoen van hún landgenoten kapot zijn gemaakt.

    The Economist | Londen

  • Islamofobie, een godsgeschenk voor fundamentalisten

    Islamofobie, een godsgeschenk voor fundamentalisten

    De term, gemunt door liberale westerlingen, beantwoordt aan de aspiraties van de islamisten en smoort ieder debat, benadrukt een Jemenitische jurist.

    Keuze uit het archief

    Zoals de term antisemitisme niet zelden klinkt als er sprake is van kritiek op Israël, zo valt het begrip islamofobie vaak wanneer moslims bekritiseerd worden. De Jemenitische jurist Hussein Al-Wadeï laat in dit artikel uit 2019 zien dat aan dit begrip een foutieve en fundamentalistische kijk op de islam ten grondslag ligt. Bovendien wekt de term de indruk dat discriminatie van moslims erger is dan de ongelijke behandeling van andere bevolkingsgroepen.

    De term ‘islamofobie’ deed in 1997 zijn intrede in het medialandschap en wordt sindsdien voortdurend gebruikt. De moslimwereld, die meestal wantrouwig staat tegenover alle westerse terminologie, heeft hem algauw overgenomen. Het eerste wat daarbij opvalt, is de volstrekt overeenkomstige kijk die westers rechts en moslimfundamentalisten op de islam hebben. We kunnen zonder overdrijving stellen dat de extreem-rechtse westerse islamofoob en de extreem-rechtse islamist op dit punt eender zijn.

    Volgens de definitie van de Bond van Britse Moslims wordt islamofobie bepaald door de gedachte dat de islam een verzameling onveranderlijke ideeën is, wars van iedere evolutie, volstrekt anders dan andere culturen en waardesystemen en inferieur aan de westerse cultuur. De islam is volgens die gedachte barbaars, irrationeel, machistisch, gewelddadig en agressief, werkt terrorisme in de hand en is uit op een botsing van beschavingen. Ook denkt een islamofoob dat de islam eerder een politieke ideologie is dan een religie, en dat het een instrument voor politieke overheersing is en een drijfveer voor militaire interventies.

    Wonderlijk genoeg denkt de overgrote meerderheid van de moslimfundamentalisten er precies zo over. Zij zijn van mening dat de islam een geheel van onveranderlijke ideeën vormt omdat ze graag herhalen dat hij ‘geldig is in alle tijden en op elke plek’, en dat iedere culturele invloed van buitenaf moet worden verworpen. Ze zijn uiteraard van mening dat niet de islam inferieur, barbaars, decadent en irrationeel is, maar dat dat juist voor de andere beschavingen geldt. Daarentegen zijn ze het eens met de islamofoben over de rol van de jihad, over het feit dat de islam ernaar streeft de wereld te overheersen en over de stelling dat het in de eerste plaats een politieke ideologie is. Dit laatste vormt zelfs de basis van hun kijk op de islam, omdat ze stellen dat ‘religie politiek is, dat politiek een religieuze plicht is en dat iedere letter van de Koran van een politieke orde is’.

    Dat alles is behoorlijk precair en toont aan hoe ongeschikt de term islamofobie is om de discussie te verhelderen. Bovendien is de notie koren op de molen van fascistische islamisten.

    Islamofoben en islamisten geloven dat de islam de wereld wil overheersen. – © Unsplash
    Islamofoben en islamisten geloven dat de islam de wereld wil overheersen. – © Unsplash

    De islamisten schermen niet alleen met de beschuldiging van islamofobie, maar kunnen daar nog ‘vijand van de islam’ aan toevoegen. Voor hen is dat een heel makkelijke manier om iedere roep om hervorming en alle verlichte ideeën van linkse en liberale moslims een halt toe te roepen.

    Maar voor sommige westerlingen zijn dergelijke oproepen tot hervorming eveneens uit den boze, omdat ze islamofobie in de hand zouden werken. Zij gaan iedere kritiek, iedere discussie over de situatie van vrouwen uit de weg. Maar dan zouden veel grote hervormers uit de moslimwereld ook als islamofoob moeten worden bestempeld, van Sayed Jamalludin Afghani, Mohammed Abdoe en Mohammed al-Tahir ibn Ashour tot Ali Abderraziq, Khaled Mohamed Khaled, Taha Hussein en Nasr Abu Zayd. Deze moslimhervormers van islamofobie betichten is even absurd als iedere Jood die kritiek heeft op het zionisme of het religieuze Joodse dogma als antisemiet beschouwen. De Britse intellectueel Fred Halliday heeft voorgesteld het woord ‘moslimfobie’ te gebruiken in plaats van ‘islamofobie’, omdat de haat tegen moslims is gericht en niet tegen de islam. Maar ook omdat het oproepen van haat jegens personen bij wet verboden is, terwijl kritiek op religies onder de door de wet gegarandeerde vrijheid van meningsuiting valt – ook al beschouwen de islamisten elke kritische of humoristische uiting als ‘heiligschennis’.

    Het voorstel van Halliday moet serieus worden genomen, maar gaat het daarbij niet om een vorm van xenofobie ten opzichte van buitenlanders?

    Waarom zou er een speciale categorie voor moslims moeten bestaan, een definitie naast andere vormen van racisme die zorgen voor opschudding in de Europese samenlevingen? Bestaat er geen solide wetgeving om iedere vorm van racisme te bestrijden?

    Deze term is bovendien problematisch omdat hij de moslims alleen maar vanuit het oogpunt van een onveranderlijke religieuze identiteit beschouwt en ervan uitgaat dat een moslim, of hij nu de Franse of de Britse nationaliteit bezit, alleen maar een moslim kan zijn. Een dergelijke excessieve en permanente nadruk op de religieuze identiteit maakt integratie nog moeilijker. Daar komt nog bij dat moslimgemeenschappen geneigd zijn zichzelf als slachtoffers te beschouwen, terwijl ze zich juist dubbel zo hard zouden moeten inspannen om te integreren.

    Islamofobie is een giftig cadeau van het liberale en progressieve Westen aan het islamistische fascisme. Het is een aan twee kanten snijdend mes om de moslims op te sluiten in hun exclusieve religieuze identiteit.

    In de Oxford Dictionary staat een merkwaardige definitie van islamofobie. Het zou gaan om een ‘obsessieve angst voor de islam, vooral als politieke kracht’. Maar de groeperingen die de politieke islam uitdragen, maken ook miljoenen moslims bang met hun totalitaire en gewelddadige boodschap. Moeten deze moslims dan ook als islamofoob worden beschouwd? De beschuldiging van islamofobie kan op zichzelf al een bedreiging van de vrijheid van meningsuiting vormen. Men heeft het recht om iedere religie te bekritiseren, ook de islam, en des te meer als het gaat om religies die in het teken staan van autoritaire bedoelingen.

    Het discours over de islam neemt momenteel bijna dezelfde plaats in als vroeger het discours over het antisemitisme. Mensen die pro-Israël waren grepen toen dit discours aan om alle kritiek op het beleid van de Hebreeuwse staat ten opzichte van de Palestijnen te smoren. Op dezelfde manier probeert de politieke islam nu ieder kritisch discours te smoren over de islam versus de moderniteit. Maar als islamkritiek een blijk is van islamofobie, is kritiek op het christendom dan een blijk van ‘christianofobie’?

  • Terugkeren na IS. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed’

    Terugkeren na IS. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed’

    Hoda Muthana en Kimberly Polman verbrandden beide alle schepen achter zich toen ze naar het kalifaat vertrokken om te trouwen. Ze twitterden boodschappen als ‘Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen’. Tot ze begonnen te realiseren dat ze een fout hadden gemaakt.

    Kamp al-Hawl, Syrië – Hoda Muthana was een twintigjarige studente in Alabama die ervan overtuigd was geraakt dat IS voor de goede zaak streed. Dus maakte ze haar ouders wijs dat ze op studiereis ging maar kocht in plaats daarvan van haar studietoelage een vliegticket naar Turkije. Nadat ze het kalifaat binnen was gesmokkeld postte de studente een foto op Twitter waarop haar gehandschoende handen haar Amerikaanse paspoort vasthielden. ‘Binnenkort de fik erin,’ beloofde ze.

    Dat was meer dan vier jaar geleden. Nu, na drie huwelijken met IS-strijders en het bijwonen van het soort executies dat ze op sociale media had toegejuicht, zegt Muthana dat ze diepe spijt heeft en terug wil naar de Verenigde Staten. Ze gaf zich vorige maand over aan de coalitietroepen die tegen IS vechten en brengt nu haar dagen door als gedetineerde in een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Syrië. Ze heeft daar gezelschap van een andere vrouw, Kimberly Gwen Polman (46), die rechten studeerde in Canada voordat ze zich aansloot bij het kalifaat en die zowel Amerikaans als Canadees staatsburger is.

    Tijdens een interview in het kamp met The New York Times zeiden beide vrouwen dat ze erachter probeerden te komen hoe ze een nieuw paspoort konden krijgen en hoe ze de sympathie konden herwinnen van de twee landen die ze eerder verachtten.

    Krankzinnig idee

    ‘Woorden schieten me tekort om mijn spijt uit te drukken,’ zei Polman, dochter van een Amerikaanse moeder en een Canadese vader uit een mennonitische gemeenschap in Hamilton, Ontario, die zelf drie volwassen kinderen heeft.

    Muthana zei dat ze zich in haar middelbare-schooltijd voor het eerst aangetrokken had gevoeld tot IS door het lezen van posts op Twitter en andere sociale media. ‘Als ik er nu op terugkijk, kan ik niet genoeg benadrukken wat een krankzinnig idee het was,’ zegt ze. ‘Ik kan het gewoon niet geloven. Ik heb mijn leven verpest. Ik heb mijn toekomst verpest.’

    President Trump leverde deze week in een tweet kritiek op bondgenoten als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland omdat ze niet honderden IS-gevangenen terugnamen die waren gevangengenomen op het slagveld. ‘Het alternatief is dat we ze moeten vrijlaten,’ waarschuwde hij.

    De president zei er niet bij dat de Verenigde Staten Amerikaanse vrouwen die met IS-strijders waren getrouwd ook niet naar huis hadden gehaald. Zowel Muthana als Polman zei geen bezoek te hebben gehad van Amerikaanse functionarissen sinds hun gevangenneming vorige maand. Ze zeiden ook dat er een familie van vier zussen uit Seattle was, met vier kinderen, die in een ander kamp werd vastgehouden. Een voormalige politiefunctionaris bevestigde dat een familie uit Seattle naar Syrië was gereisd om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat, maar had geen aanvullende informatie.

    Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.
    Hoda Muthana trouwde drie keer in het kalifaat en vluchtte uiteindelijk mee met een Syrische familie vanuit Shafa. Ze nam alleen haar baby mee.

    Van een klein aantal Amerikanen – slechts 59, volgens gegevens van het George Washington University Program on Extremism – is bekend dat ze naar Syrië zijn gereisd om zich aan te sluiten bij IS. Bijna alle Amerikaanse mannen die in de strijd gevangen zijn genomen zijn gerepatrieerd, maar het blijft onduidelijk waarom dat bij sommige Amerikaanse vrouwen en hun kinderen – minstens dertien, volgens bronnen van The Times – niet het geval is.

    Een FBI-woordvoerster wilde geen commentaar leveren op de twee gevallen, maar zei dat agenten per definitie een onderzoek instellen naar iedere Amerikaan die zich heeft aangesloten bij Islamitische Staat, een organisatie die als terroristisch te boek staat.

    Robert Palladino, een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, beschreef de situatie van Amerikanen in Syrië als ‘uiterst gecompliceerd’. ‘We bekijken deze gevallen om de details beter te begrijpen,’ zei hij, maar hij wilde verder geen commentaar geven om redenen van privacy en veiligheid.

    Een Canadese regeringsfunctionaris zei dat het voor Canadezen die vastzitten in Syrië moeilijk kan zijn de regio te verlaten omdat ze waarschijnlijk ernstige aanklachten tegemoet kunnen zien in naburige landen.

    Seamus Hughes, adjunct-directeur van het George Washington University Program on Extremism, noemde de talrijke misdaden die door IS zijn gepleegd en zei dat er ‘duizenden legitieme redenen zijn om de oprechtheid in twijfel te trekken’ van verzoeken als die van Muthana en Polman. ‘Hoewel er vaak simplistische verhalen de ronde doen over “jihadbruiden”, “hersensspoelen” en “internetdaten”,’ zei hij, ‘hebben de buitenlandse vrouwen van IS bij heel wat wreedheden geassisteerd en zich er in sommige gevallen rechtstreeks schuldig aan gemaakt.’

    Muthana en Polman erkenden tijdens het interview dat veel Amerikanen zich zouden afvragen of ze het verdienden naar huis te worden gebracht nadat ze zich hadden aangesloten bij een van de dodelijkste terreurgroepen ter wereld. ‘Hoe kun je eerst je paspoort verbranden en je vervolgens in slaap huilen omdat het je zo vreselijk spijt?’ vroeg Polman. ‘Hoe maak je mensen dat duidelijk?’

    Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer

    Muthana groeide als dochter van Jemenitische immigranten op in een ultrastreng huishouden, waar feestjes, vriendjes en mobieltjes taboe waren. Haar vader gaf haar pas een mobiele telefoon als cadeautje voor haar einddiploma van de middelbare school. Die telefoon werd algauw haar toegangspoort tot de wereld van de extreme islam, zei ze. Ze vertelde hoe nog geen twee jaar later, in 2014, een internetcontact haar instructies gaf hoe ze zich kon aansluiten bij Islamitische Staat: Neem een vliegtuig naar Turkije. Bel na het landen dit nummer.

    Muthana schreef zich in bij de University of Alabama in Birmingham, waar ze het als tweedejaars na het innen van de studietoelage van haar ouders voor gezien hield. Ze stopte een boekentas vol kleren en zei tegen haar familie dat ze naar een studie-evenement in Atlanta ging, op twee uur rijden afstand. In plaats daarvan ging ze regelrecht naar de luchthaven van Birmingham voor een vlucht naar Istanboel. ‘Ik huilde omdat ik dacht dat ik een groot offer aan God bracht en afstand deed van mijn familie, mijn thuis, mijn comfort, alles wat ik kende, alles wat me lief was,’ zei ze. ‘Ik dacht dat ik het juiste deed.’

    Muthana zei dat ze in november 2014 over de Syrische grens werd gesmokkeld en naar een slaaphuis voor vrouwen werd gebracht, waar honderden alleenstaande vrouwen van over de hele wereld dicht opeengepakt zaten. Elke dag, zei ze, wandelde een IS-functionaris door het slaaphuis met een lijst van mannen die op zoek waren naar een bruid. ‘Je mag het huis niet verlaten voordat je getrouwd bent,’ zei ze. ‘Ik wist dat dat zou gebeuren, maar ik dacht dat ik er wel aan kon ontkomen. Ik wist niet dat er sloten op de deuren zaten. Ik wist niet dat er kettingen waren. En bewakers.’

    Ze zei dat ze het een maand volhield voordat ze toestemde in een ontmoeting met Suhan Rahman, een Australiër uit Melbourne. Hij gebruikte de naam Abu Jihad, oftewel ‘Vader van de Jihad’, zei ze. Ze ontmoetten elkaar in een kamer onder begeleiding. Na een kort gesprek nam hij haar mee naar huis. Ze nam de naam Umm Jihad aan, oftewel ‘Moeder van de Jihad’. Als ze alleen thuis zat terwijl haar man aan het vechten was, postte ze giftige tweets onder haar pseudoniem. ‘Petje af voor de moedjs in Parijs’, schreef ze met gebruikmaking van de afkorting voor moedjahedien op de dag in 2015 dat jihadisten de kantoren van het satirische weekblad Charlie Hebdo bestormden en twaalf mensen doodden. Ook spoorde ze anderen aan zich bij de terroristische organisatie aan te sluiten. ‘Er zijn hier zoooooveel Aussies en Britten maar waar blijven de Amerikanen, word wakker lafaards’, postte ze.

    Ook gebruikte ze haar account om aanslagen in het Westen te helpen uitlokken, zoals in de Verenigde Staten. ‘Amerikanen word wakker!’ schreef ze op 15 maart 2015. ‘Jullie hebben veel te doen zolang jullie nog onder onze grootste vijand leven, genoeg geslapen! Beschiet ze vanuit auto’s en laat al hun bloed vloeien, of huur een grote vrachtwagen en rijd over ze heen.’

    Haar Twitteraccount is sindsdien geblokkeerd, maar de posts werden door het George Washington Program gekopieerd en doorgespeeld aan The Times.

    Ze was nauwelijks drie maanden getrouwd, zei Muthana, toen ze thuis een dutje lag te doen en een man de trap op kwam rennen en schreeuwde dat haar man ‘de marteldood’ was gestorven. Na zijn dood stemde ze toe in twee andere gearrangeerde huwelijken, zei ze.

    Kinderadvocaat

    Polman zei dat ze begin 2015 het kalifaat binnen was gesmokkeld nadat ze op een Amerikaans paspoort van Vancouver naar Istanboel was gevlogen. Ze zei dat ze kort daarvoor belangstelling voor de verpleging had gekregen en was gaan corresponderen met een man in Syrië die de nom de guerre Abu Aymen gebruikte. Deze man, met wie ze later trouwde, vertelde haar dat in het groeiende kalifaat steeds meer behoefte was aan verpleegkundigen.

    Jaren eerder had ze het mennonitische geloof van haar ouders vaarwel gezegd en zich bekeerd tot de islam. Omdat ze niets anders te doen had, zei ze, bracht ze haar dagen door op internet en was haar Facebook-tijdlijn vergeven van de beelden van stervende moslims in Syrië.

    Polman zei dat ze op een gegeven moment had ontdekt dat ze een posttraumatische-stresstoornis had en niet meer in staat was haar bed uit te komen. Een broer en een zuster meldden vanuit British Columbia dat haar was gezegd dat ze aan een psychische aandoening leed. ‘Ze heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt,’ zei de broer, die niet met name genoemd wilde worden uit angst voor represailles.

    Volgens de zuster, die ook niet met name genoemd wilde worden, studeerde Polman rechten aan Douglas College en werkte ze korte tijd op een moslimschool in Richmond, British Columbia. In 2011 won ze een Women’s Opportunity Award van de vrouwenorganisatie Soroptimist International. In de bekendmaking van de prijs, afgedrukt in de plaatselijke krant, stond dat het haar uiteindelijke doel was kinderadvocaat te worden.

    Haar zuster zei dat Polman in de zomer van 2015 op reis ging naar Oostenrijk, zogenaamd voor twee weken. ‘Ze omhelsde me bij het afscheid en zei dat we thee zouden gaan drinken als ze terugkwam,’ zei de zuster. Pas nadat de familieleden waren ingelicht door de Canadese autoriteiten beseften ze dat ze zich had aangesloten bij IS. Op een gegeven moment had haar zus zes maanden lang niets van Polman gehoord en ging ze ervan uit dat ze dood was. ‘In het verleden hebben we haar als familie kunnen helpen,’ zei haar zus. ‘Dit was de enige keer dat we haar niet konden helpen. Dus dat was heel moeilijk voor ons.’

    Tegen de tijd dat Polman in het kalifaat belandde waren de misdaden daarvan welbekend, inclusief het onthoofden van journalisten, het tot slaaf maken en systematisch verkrachten van vrouwen van de Jezidi-minderheid en het levend verbranden van gevangenen. Zowel zij als Muthana deed ontwijkend toen er vragen over die wreedheden werden gesteld. ‘Ik ben niet geïnteresseerd in bloedvergieten en wist niet wat ik moest geloven,’ zei Polman. ‘Dat zijn filmpjes op YouTube. Wat is waar? Wat is niet waar?’

    Vluchtelingen op weg naar een tijdelijk kamp, vanwaar ze naar het Al-hol-kamp in de Syrische provincie Hassakeh worden overgeplaatst. Veel van hen zijn gezinsleden van en waarschijnlijk zelf ook IS-strijders. – © Antoine Chauvel / SIPA /SIPA / 19021519
    Vluchtelingen op weg naar een tijdelijk kamp, vanwaar ze naar het Al-hol-kamp in de Syrische provincie Hassakeh worden overgeplaatst. Veel van hen zijn gezinsleden van en waarschijnlijk zelf ook IS-strijders. – © Antoine Chauvel / SIPA /SIPA / 19021519

    Volgens haar eigen lezing begon Muthana zich in haar tweede jaar in het kalifaat van de terroristische groepering distantiëren. Ze trouwde met een tweede strijder en raakte zwanger. Omdat ze aan bloedarmoede leed door ijzergebrek bracht ze veel tijd in bed door. ‘Ik kreeg twijfels,’ zegt ze in een verslag dat The Times niet kon verifiëren. ‘Ik was zwanger. Heel emotioneel, omdat ik mijn familie miste. Ik dacht: wat doe ik hier?’

    Ze zei dat haar tweede man omkwam in Mosoel in Irak. ‘Door een raket of een luchtaanval.’

    Het was inmiddels 2017 en de belegering van Raqqa in Syrië was begonnen. Toen ’s nachts haar vliezen braken liep ze volgens eigen zeggen bijna twee kilometer naar de dichtstbijzijnde kliniek terwijl de bommen op de stad vielen.

    Na het baren van een zoon trok Muthana van het ene huis naar het andere, naarmate het gebied van het kalifaat verder kromp. Toen Raqqa eind 2017 viel, verhuisde ze naar al-Mayadin in het dal van de Eufraat. Toen al-Mayadin viel, verhuisde ze naar Hajin, en vandaar naar Shafa, een dorp in de laatste schilfer IS-gebied dat honderden luchtaanvallen te verduren kreeg. Ze trouwde voor de derde keer en scheidde na enige tijd weer van haar man, wiens naam ze niet wilde noemen.

    Polman zei dat haar breuk met het kalifaat heftiger verliep, al een jaar na haar aankomst. Ze zei dat ze probeerde te ontsnappen maar werd betrapt door veiligheidsagenten van IS toen ze op de markt een vrouw vroeg of ze een smokkelaar kende die haar zou kunnen helpen. Ze zei dat ze werd opgesloten in een cel in Raqqa, waar ze zo lang bleef dat ze uiteindelijk alle 4422 tegels had geteld.

    Ze zei dat ze herhaaldelijk uit haar cel werd gehaald om te worden verhoord. En dat ze op een avond werd verkracht.

    ‘Ze namen me mee via de gang, en het was aardedonker,’ zei ze. ‘Er waren dikke metalen deuren en ik herinner me dat ik uitgleed, en ze schopten me.’ Ze zei dat de gevangenbewaarders haar waarschuwden dat als ze de verkrachting ooit zou melden, ze zouden zeggen dat ze bewijs hadden dat ze een spionne was. Voordat ze haar vrijlieten, zei ze, lieten ze haar een verklaring ondertekenen in zowel het Arabisch als het Engels waarin stond dat als ze opnieuw zou proberen te ontsnappen ze de hukm zou accepteren, de doodstraf volgens de shariawet.

    ‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd’

    De twee vrouwen, die een generatie in leeftijd verschillen, ontmoetten elkaar en raakten bevriend in de laatste uithoek van het kalifaat, dat tegen januari uit nog geen vijftien vierkante kilometer bestond. Het omsingelde gebied kampte met verscheidene tekorten. Toen er geen papieren luiers meer te krijgen waren, knipten de twee vriendinnen handdoeken in stukken. Toen er moeilijk aan eten viel te komen, verzamelden ze gras uit spleten tussen de stoeptegels, kookten het en dwongen zichzelf het op te eten. ‘Als je een aardappel zag,’ aldus Muthana, ‘was het alsof je een Lamborghini zag.’ Ze begonnen over vluchten te praten, en ze zeiden dat ze steeds meer gruwden van de keuze die ze hadden gemaakt.

    ‘Het is moeilijk om van gedachten te veranderen als je alles hebt verloren en opgeofferd. Ook al voel je dat er iets niet klopt, dat dit niet oké is, toch denk ik dat het heel erg moeilijk is om een ommezwaai te maken als je alle bruggen achter je hebt verbrand,’ zei Polman.

    IS verbood mensen te vertrekken en zette landmijnen en scherpschutters in om dat te voorkomen. Maar vorige maand, zei Muthana, besloot ze het toch te proberen door aan te haken bij een Syrische familie die Shafa rond het schemeruur verliet. Ze nam alleen haar baby mee in zijn kinderwagen, zei ze. Toen de duisternis inviel, raakte de groep verdwaald en bracht de nacht door in de ijzige kou. De volgende dag, op 10 januari, voltooide ze de reis en gaf zich over aan Amerikaanse troepen in de Syrische woestijn, die haar vingerafdrukken namen.

    Enkele dagen later volgde Polman via dezelfde route en gaf zich ook over. Na enkele weken, waarin ze geen contact hadden met de Amerikaanse of Canadese autoriteiten, benaderden zij en Muthana het Rode Kruis om hulp te krijgen. Ze hebben ook contact met een advocaat die probeert hun terugkeer naar Noord-Amerika te bewerkstelligen.

    Muthana gaf de advocaat een handgeschreven briefje: ‘Ik besefte dat ik niet inzag of misschien zelfs niet eens begreep hoe belangrijk de vrijheden zijn die we in Amerika hebben. Nu doe ik dat wel,’ schreef ze. ‘Ik kan moeilijk onder woorden brengen hoeveel spijt ik heb van wat ik in het verleden heb gezegd, van de pijn die ik mijn familie heb gedaan en van de overlast die ik mijn land heb bezorgd.’ Volgens adjunct-directeur Hughes van het George Washington University Program on Extremism zijn de Verenigde Staten verplicht haar naar huis te halen, ‘maar wel met handboeien om’.

    Rukmini Callimachi deed verslag vanuit Syrië, Catherine Porter vanuit Toronto. Adam Goldman en Edward Wong leverden bijdragen vanuit Washington, en Glenny Brock vanuit Alabama. Kitty Bennett deed research.
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • 3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    Radicale krachten verkneukelen zich over de problemen waarmee Emmanuel Macron momenteel wordt geconfronteerd. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei.

    Omwille van Europa heeft Emmanuel Macron onze steun nodig – niet onze hoon of haat. Een jonge, reformistische Franse president die een ‘Europese renaissance’ heeft beloofd, staat in zeer zwaar weer aan het roer van een land dat in hoog tempo lijkt af te glijden naar de positie van ‘De zieke man van Europa’. Het was veelzeggend dat de relschoppers afgelopen weekend het gelaat kapotsloegen van het beeld van Marianne – symbool van de Republiek – onder de Arc de 
Triomphe in Parijs.

    Nog geen drie weken geleden waren wereldleiders daar samengekomen om met Macron te vieren dat er honderd jaar geleden een einde was gekomen aan de Eerste Wereldoorlog. Als de gevoelens van 
verbittering waar Macron al vele malen voor heeft gewaarschuwd echt voet aan de grond krijgen in Frankrijk, dan zal dat gevolgen hebben voor het hele 
continent – niet alleen voor de politieke carrière van één iemand.

    Radicale groeperingen in heel Europa verkneukelen zich over de hachelijke positie waarin Macron zich bevindt met de gele hesjes. Van de hardline Brexiteers in Engeland (zowel in het linkse als in het rechtse kamp) tot aan Matteo Salvini, de extreemrechtse sterke man in Italië, om nog maar te zwijgen van de propagandamachine van Poetin: allemaal smullen ze ervan. Onlusten en chaos in liberale democratieën, daar gedijen deze extremisten bij. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei. Wat we nu in Frankrijk zien is een veeg teken, met consequenties die zich tot ver over de landsgrenzen uitstrekken.

    Terechte grieven

    Nog niet zo heel lang geleden heeft Macron zichzelf vol trots uitgeroepen tot de aartsvijand van zowel Salvini 
als de Hongaarse Viktor Orbán, twee leiders die hun politieke pijlen vooral richten op migranten, de oppositie en het rechtsstelsel. Macron is verzwakt, wordt in de verdediging gedrongen 
en raakt meer en meer geïsoleerd.

    De taferelen in Frankrijk van de afgelopen twee weken doen veel mensen denken aan de opstanden van mei 1968, maar welbeschouwd is een 
vergelijking met 6 februari 1934 meer op zijn plaats. Op die dag bestormden groepen extreemrechtse nationalisten de Franse hoofdstad, waarop een gewelddadige confrontatie met de politie volgde, met vijftien doden als gevolg. De gebeurtenissen van die dag zijn uitgegroeid tot een ontstaanslegende voor een bepaalde generatie extreemrechts in Frankrijk.

    Macron heeft zonder meer fouten gemaakt. De meeste demonstranten hebben terechte grieven, al geven ze daar niet erg coherent uiting aan. 
Ze zien zichzelf als de ‘onzichtbare burgers’ die met minachting worden behandeld door de Parijse elite, en nu zijn ze maar al te zichtbaar met hun lichtgevende vestjes. Ze hebben de publieke opinie achter zich.

    Een van de meest welbespraakte vertegenwoordigers van deze groep is Ingrid Levvasseur, een jonge verpleegster met twee kinderen, uit Normandië. Vorige week was ze op de televisie te zien en vertelde op aangrijpende wijze over de moeite die het haar kost om de eindjes aan elkaar te knopen, en over haar diepgewortelde gevoel van onrecht: ‘Sommige mensen zijn kwaad dat we de wegen blokkeren, maar je hoort ze niet klagen als ze uren in de file staan op weg naar de wintersport,’ zei ze 
met zachte stem.

    Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben

    Maar de onderstroom van de Franse crisis is nog grimmiger en wordt verwoord door een andere vertegenwoordiger van de gele hesjes, Christophe Chalençon, een smid uit de zuidelijke Vaucluse-regio. Chalençon is openlijk tegen moslims en hij heeft opgeroepen tot de installatie van een militair bewind – ‘want wat we nodig hebben is een echte bevelhebber, een generaal, een sterke man’. Ondertussen proberen extreemrechtse groeperingen als Action Française weer voet aan de grond te krijgen.

    De toezegging dat de belastingen 
uiteindelijk toch niet zullen worden verhoogd, komt waarschijnlijk ook te laat. Frankrijk kampt met drie grote zorgen. Er is de angst om in te boeten aan macht en aanzien; de angst voor de economische gevolgen van de globalisering en de angst om de ‘nationale identiteit’ te verliezen. Het land heeft ook te kampen met diepe, interne breuklijnen en het lijkt te veel gevraagd van een president om die in nog geen anderhalf jaar te repareren.

    Sociale groepen hebben het gevoel dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld: jong versus oud, werkenden versus werklozen, platteland versus stad, ongeschoold versus geschoold. Dergelijke verschillen bestaan in vele landen, maar in Frankrijk nemen ze existentiële proporties aan als gevolg van het ideaal van gelijkheid dat al vele eeuwen met de Republiek wordt geassocieerd. Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben.

    Vaffanculo-dagen

    Toen Macron zich in 2017 verkiesbaar stelde, beloofde hij ‘een revolutie’ (het was zelfs de titel van zijn campagneboek) om tegemoet te komen aan 
een breed gevoelde noodzaak tot 
vernieuwing en de behoefte om het Franse prestige nieuw leven in te blazen, niet in de laatste plaats op het Europese toneel.

    Inmiddels lijkt de president in het binnenland krachteloos, en zijn plannen voor Europa kunnen elk moment de laatste sacramenten toegediend krijgen. Zoals de verzwakte Angela Merkel weinig kon uitrichten om het Europese project weer vlot te trekken, zal een verzwakte Macron op het hele continent extremisten en populisten in 
de kaart spelen. De Le Pens, Orbáns en Salvini’s staan al te trappelen in de coulissen. Als we niet met oplossingen komen, bestaat er de kans dat de Europese verkiezingen in Frankrijk uitlopen op een referendum tegen Macron.

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen. Maar het is onvoorstelbaar gevaarlijk om dat te zien als een gunstige ontwikkeling voor Europa en de democratie in het algemeen. Het 
is alsof je hoopt op een zwaar treinongeluk omdat er dan een paar wagons kunnen worden vervangen. De sociale onvrede in Frankrijk is reëel en moet onder ogen worden gezien. Maar de krachten die garen zullen spinnen bij een algehele ravage en geweld op straat, zijn uitgerekend die krachten die ons in het ravijn zullen storten. 
Kijk maar naar de doodsbedreigingen aan het adres van de gele hesjes die hebben gezegd bereid te zijn met de regering om tafel te gaan zitten.

    Een paar jaar terug had een uitgeput en gespannen Italië zijn vaffanculodagen van protesten (met als boodschap aan het establishment: sodemieter op) waar de populistische Vijfsterrenbeweging zo sterk uit tevoorschijn is gekomen. Wat is er sindsdien gebeurd? Dit jaar is Italië in de greep gekomen van extreemrechts. De vaffanculodagen die 
Frankrijk nu doormaakt zullen tot een soortgelijk scenario leiden als er niet een paar nuchtere mensen opstaan om Macron op de een of andere manier te helpen iets van het vertrouwen te herwinnen. Het Europese democratische project en sociale rechtvaardigheid kunnen niet bestaan zonder een Europees, democratisch Frankrijk. Mariannes gelaat moet worden hersteld.

    Auteur: Natalie Nougayrède

    Natalie Nougayrède was directeur van Le Monde en werkt nu voor The Guardian. Verder is ze werkzaam geweest voor de krant Libération en de BBC.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde 
columnisten en journalisten. Altijd 
zeer kritisch ten opzichte van de 
overheid en andere instituten.

  • Moet Aung San Suu Kyi de Nobelprijs inleveren?

    Moet Aung San Suu Kyi de Nobelprijs inleveren?

    Aung San Suu Kyi ligt onder vuur vanwege de Rohingyacrisis in Myanmar. Volgens critici laat ze na het geweld te veroordelen en het leger ter verantwoording te roepen. Amnesty heeft haar hoogste onderscheiding al ingetrokken. De roep zwelt aan om haar ook de Nobelprijs voor de Vrede te ontnemen.

    JA

    De enige verklaring dat een vrouw van zulke goede komaf zo hard van haar voetstuk is gevallen, is dat zij altijd iedereen voor de gek heeft gehouden. Zij is de facto de leider van Myanmar, een land dat tienduizenden onschuldige Rohingya vermoordde, hun huizen platbrandde zodat ze in hun slaap omkwamen, hen door mijnenvelden liet lopen om ze bruut en efficiënt neer te maaien. Figuren als Pol Pot, Stalin en Hitler zouden goedkeurend hebben geknikt.

    Volgens de Verenigde Naties waren de acties van Suu Kyi’s regering, die onder één hoedje speelde met het leger en boevenbendes die het op de Rohingya-bevolking gemunt hadden puur en alleen omdat zij moslims waren, een schoolvoorbeeld van etnische zuivering. Naar schatting zijn er in een paar dagen tijd honderdduizend mensen vermoord.

    Toch geniet Suu Kyi nog steeds de grote eer een Nobelprijslaureaat te zijn. De vraag is waarom het Nobelprijscomité haar die prijs niet heeft ontnomen. Iemand die in de nabije toekomst waarschijnlijk aangeklaagd gaat worden voor genocide, verdient die eer niet. Amnesty International had gelukkig wel de moed om haar het hoogste eerbewijs te ontnemen dat deze organisatie verleent: de Ambassador of Consciousness Award.

    Suu Kyi’s vader werd in juli 1947 vermoord, toen Myanmar bezig was zich aan de Britse overheersing te ontworstelen. Een halfjaar later was het land onafhankelijk; zij was toen twee jaar oud. In 1960 ging zij naar India met haar moeder Daw Khin Kyi, die in New Delhi ambassadeur van Myanmar werd. Vier jaar later vertrok Suu Kyi naar Oxford om filosofie, politicologie en economie te studeren. Toen zij in 1988 terugkwam om voor haar ernstig zieke moeder te zorgen, heerste er grote politieke onrust in Myanmar.

    Figuren als Pol Pot, Stalin en Hitler zouden goedkeurend hebben geknikt

    Het leger sloeg de demonstraties met geweld neer en pleegde op 18 december 1988 een coup. Eén jaar later werd Suu Kyi onder huisarrest geplaatst. De nieuwe militaire regering organiseerde in mei 1990 verkiezingen, die overtuigend werden gewonnen door Suu Kyi’s partij. De junta weigerde echter de controle uit handen te geven en Suu Kyi bleef onder huisarrest staan. In 1995 werd ze vrijgelaten, maar in 2000 werd ze opnieuw onder huisarrest geplaatst.

    Dat bleef ze met tussenpozen tot november 2010, toen ze werd vrijgelaten en haar zoon Kim Aris haar voor het eerst in tien jaar weer mocht opzoeken. Terwijl de nieuwe regering een proces van hervormingen begon, wonnen Suu Kyi en haar partij aan macht, wat in 2015 resulteerde in een eclatante meerderheid bij de eerste vrije verkiezingen sinds lange tijd.

    Jammer alleen dat deze overwinning betekent dat het ene brute regime door het andere is vervangen.

    Auteur: Mick O’Reilly

    Mick O’Reilly is senior associate editor bij Gulf News en verslaat buitenlands nieuws vanuit Dubai.

    Gulf News | Verenigde Arabische Emiraten | dagblad | oplage 91.000
    Meest vooraanstaande Engelstalige krant van de Verenigde Arabische Emiraten, met veel ruimte voor economische onderwerpen en financieel nieuws.

    1. Mick O’Reilly; 2. Abhijt Dutta
    1. Mick O’Reilly; 2. Abhijt Dutta

    NEE

    Het belasteren van Aung San Suu Kyi gaat onverminderd door. Of het nu Amnesty International is of de Amerikaanse vicepresident Mike Pence, niemand kan het laten om de eigen deugdzaamheid te bewijzen door haar reputatie te besmeuren. De ernstigste beschuldiging aan haar adres is dat zij zich niet uitspreekt tegen de gewelddadigheden van het leger van Myanmar. Wat een lage verwachtingen heeft men van haar. Toen Suu Kyi onder huisarrest stond, deed zij niet anders dan zich uitspreken.

    Maar nu staat haar iets te doen: een land heropbouwen dat de afgelopen vijftig jaar zijn instellingen systematisch heeft uitgehold, en ervoor zorgen dat de democratische transitie er niet ontspoort. Waarom moet zij zich uitspreken? Een veroordeling van het leger helpt de doodsbange vluchtelingen niet om naar hun land terug te keren, of hun toekomst ook maar een klein beetje beter te maken. Een veilige en harmonieuze omgeving en het vooruitzicht op staatsburgerschap doen dat wel.

    Hoe creëer je een veilige en harmonieuze omgeving? Door wetteloosheid te bestrijden en ieders veiligheid te garanderen. En hoe bestrijd je wetteloosheid in een gebied dat geplaagd wordt door etnisch wantrouwen en haat, waar bovendien de wetshandhavers zelf zich aan geweld schuldig maken? Je vraagt je allereerst af hoe het komt dat dit wantrouwen en deze haat bestaan en waarom wetshandhavers overgaan tot moord, brandstichting en verkrachting.

    Hoe creëer je een veilige en harmonieuze omgeving?

    Suu Kyi’s officiële functie is die van staatsadviseur, maar in de internationale pers wordt zij meestal ‘de facto de leider van Myanmar’ genoemd. Dat impliceert dat ze weliswaar niet het officiële staatshoofd is, maar wel de regering leidt. En dat doet ze inderdaad – ze leidt de regering binnen de grenzen die de Grondwet van 2008 haar stelt – maar haar bewegingsruimte is minimaal. Suu Kyi heeft geen controle over het leger; de hoogste generaal beperkt haar handelen daarentegen wel aanzienlijk.

    Om het wankele evenwicht in de relatie tussen burgers en militairen niet te verstoren, heeft zij welgekozen allianties gesmeed, onder andere met voormalige generaals, en probeert ze via politieke en juridische weg fundamentele hervormingen door te voeren. Dit is een lastig proces, dat nog lang niet klaar is, niet in de laatste plaats omdat er in Myanmar maar weinig sympathie bestaat voor de Rohingya. Als Suu Kyi zich uitspreekt, maakt ze vast goede sier bij de internationale pers, maar het zal haar niet helpen bij de grote uitdagingen waar Myanmar voor staat. De internationale gemeenschap moet haar positie versterken, niet verzwakken.

    Auteur: Abhijit Dutta

    Schrijver en journalist Abhijit Dutta reisde vele malen door het veranderende Myanmar, en schreef Myanmar In The World: Journeys Through a Changing Burma (november 2018).

    Hindustan Times | India | dagblad | oplage 1.032.000
    De populairste krant in New Delhi, naast grote rivaal Times of India. Nuchtere toon. Redactioneel schurkt de krant tegen de macht aan.