Tag: klimaatverandering

  • Waarom bomen planten de slechtste maatregel is tegen de wereldwijde ontbossing

    Waarom bomen planten de slechtste maatregel is tegen de wereldwijde ontbossing

    In het licht van de klimaatverandering pleiten internationale instanties voor simpele remedies zoals bomen planten en oerwouden beschermen. Alleen ligt dat in werkelijkheid iets ingewikkelder.

    Bomen planten is goed. Dat idee is zo diepgeworteld en voelt zo simpel en intuïtief aan, dat het heel gemakkelijk te verkopen is. De klimaatcrisis en de urgente noodzaak om oplossingen daarvoor te vinden, hebben deze boodschap versterkt met een heel eenvoudige logica: bossen nemen CO2 op. Toch moet je simpele antwoorden op ingewikkelde problemen doorgaans wantrouwen, ook als die antwoorden rechtstreeks uit wetenschappelijk onderzoek lijken voort te komen. 

    In 2019 wilde men aan de hand van een in Science gepubliceerd artikel demonstreren dat bomen planten enorm veel potentieel had tegen klimaatverandering. De auteurs concludeerden in feite dat dit de doeltreffendste maatregel was die je kon nemen. Het artikel deed echter veel stof opwaaien want andere deskundigen wezen op zeer grote fouten in de berekeningen en de conclusies. Het gerenommeerde tijdschrift moest correcties publiceren, maar het artikel werd niet ingetrokken en wordt nog steeds vaak aangehaald om bepaalde beleidsmaatregelen te verdedigen. Het is bijvoorbeeld de eerste referentie die de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) aanhaalt in een rapport uit juli 2021 over milieuprestaties in Afrika.

    Savanne

    ‘In het Science-onderzoek wordt ervan uitgegaan dat gebieden waar geen bomen staan, per definitie gedegradeerd zijn. In Europa en bepaalde delen van Noord-Amerika kan dat zeker het geval zijn. Door ons klimaat en onze bodems hadden er bomen kunnen groeien in gebieden die door menselijke activiteiten zijn ontbost. Maar het is zinloos die logica los te laten op de hele wereld,’ legt Víctor Resco de Dios uit aan de rubriek ‘Teknautas’ van de krant El Confidencial. Hij is hoogleraar Bosbranden en Klimaatverandering aan de universiteit van Lleida (Spanje). Internationale agentschappen ‘zijn van plan bos te gaan aanplanten in delen van Afrika die nu savanne en grasland zijn, en dat al miljoenen jaren zijn,’ vertelt hij. ‘Hoewel je het op het eerste gezicht niet zou denken, is de biodiversiteit van deze Afrikaanse ecosystemen heel groot. En in het kader van klimaatverandering is het belangrijkst dat zich daar in de bodem zeer hoge concentraties koolstof bevinden die zich daar miljoenen jaren lang hebben opgehoopt.’ Wat gebeurt er als je daar bos gaat aanplanten? ‘Iedere verstoring van de bodem, bijvoorbeeld het klaarmaken van de grond voor een aanplant, zou een toename van de CO2-uitstoot tot gevolg hebben omdat de koolstof die daar is opgeslagen, dan vrijkomt,’ legt de deskundige uit.

    Afgezien van het feit dat sommige activiteiten contraproductief kunnen zijn, is het in het algemeen dan wel goed om bomen te planten om klimaatverandering tegen te gaan? Dertig procent van de CO2-uitstoot wordt geabsorbeerd door terrestrische ecosystemen, grotendeels dankzij grote bosmassa’s zoals het Amazonegebied. Denken dat meer bomen meer koolstof opnemen, is dus een logische conclusie. Maar uit sommige gegevens blijkt dat die aanname niet altijd opgaat. Hoewel er in de tropen sprake is van enorme ontbossing, is het bosareaal op de wereld de afgelopen dertig jaar toegenomen met 2,3 miljoen vierkante kilometer. Dat is de omvang van Algerije, het op negen na grootste land ter wereld. De leegloop van het platteland in de ontwikkelde landen is een van de belangrijkste oorzaken van die toename. Toch neemt paradoxaal genoeg het vermogen van terrestrische ecosystemen om uitstoot op te nemen, af.

    ‘Meer bos staat niet gelijk aan meer CO2-opslag’

    ‘Dat gegeven vertelt ons dat meer bos niet gelijkstaat aan meer CO2-opslag,’ zegt Resco de Dios. Voordat nieuw bos een koolstofopslagfunctie kan vervullen om te helpen tegen klimaatverandering, is tijd nodig. En bovendien: ‘Als je bos niet onderhoudt — wat vaak het geval is — kan het afbranden,’ en dat heeft precies het tegenovergestelde effect omdat het CO2-uitstoot veroorzaakt. Wat betreft geplande herbebossing zoals in het geval van de Afrikaanse savanne: ‘Elke boomaanplant vergroot op zich de CO2-uitstoot omdat de grond wordt bewerkt en daardoor de in de bodem aanwezige CO2 vrijkomt. Bovendien brengt het andere beperkingen met zich mee die in het huidige scenario ook voor problemen kunnen zorgen omdat bomen water verbruiken. Ook is bij herbebossing naderhand bosbeheer nodig.’ De expert van de universiteit van Lleida legt uit dat normaal gesproken altijd meer bomen worden geplant dan nodig is omdat niet alle zaailingen goed aanslaan. Dat betekent dus dat het bos later ‘gedund’ moet worden om bepaalde boompjes te verwijderen zodat het nieuwe bos minder dicht wordt. Maar in de praktijk wordt nauwelijks 5 procent van de nieuwe aanplant achteraf gecontroleerd met als resultaat dat ‘je te maken krijgt met gestreste bossen die kwetsbaar zijn voor bosbrand. Ook in Spanje kennen we daar voorbeelden van.’

    ‘Het algemene uitgangspunt dat het aanplanten van bomen klimaatverandering oplost, klopt niet en is zelfs gevaarlijk. Het geeft grote bedrijven een vrijbrief om de hoeveelheid uitstoot te produceren die ze maar willen en te claimen dat ze die compenseren met herbebossing,’ licht hij toe. Je kunt dat niet zo gemakkelijk tegen elkaar wegstrepen omdat ‘het probleem van klimaatverandering is ontstaan als gevolg van het feit dat we de gigantische concentraties CO2 in de geologische lagen van de aarde waren opgeslagen, verbruiken in de vorm van olie en andere brandstoffen. Hoeveel bomen we ook planten, dat kunnen we nooit meer terugdraaien.’ 

    Het enige wat echt kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering is stoppen met uitstoten

    Het enige wat echt kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering is stoppen met uitstoten. Maar de politiek en bedrijven staan vaak andere soorten maatregelen voor die beter vallen bij het grote publiek. Herstelmaatregelen kunnen helpen, maar alleen als die lokaal worden uitgevoerd. Ook is herbebossing maar één van de hersteltechnieken, aldus de onderzoeker. De heraanplant van bos waarmee het [in Spanje] is gelukt de ecosystemen in de Sierra Espuña (Murcia) en in de streek van Poblet (Tarragona) te herstellen, zijn een succesverhaal. ‘In sommige gevallen is het raadzaam bepaalde typen ecosystemen of habitats die door menselijk toedoen zijn aangetast, terug te brengen naar hun natuurlijke staat. Maar claimen dat dit tegen klimaatverandering gaat helpen, is iets heel anders,’ aldus Resco de Dios. 

    ‘Tot nu toe werd op sommige fora beweerd dat massaal herbebossen een afdoende oplossing was voor klimaatverandering, maar wetenschappers tonen aan dat dit niet het geval is,’ benadrukt ecoloog Fernando Prieto, eigenaar van de blog Observatorio de la Sostenibilidad (Observatorium van de duurzaamheid). ‘Nieuw bos aanplanten als zodanig heeft vaak geen zin als je geen rekening houdt met het waarom, waar, wanneer, met welke soorten, welk beheer en welke vervolgactiviteiten bij deze maatregel komen kijken,’ zegt hij. Zonder deze overwegingen kun je het tegenovergestelde effect krijgen. ‘In Spanje zijn bijvoorbeeld grote arealen herbebost met erg weinig verschillende boomsoorten met als resultaat dat die bossen gemakkelijk in brand vliegen. Als we koolstof opvangen maar die op deze manier gewoon weer vrijkomt, versnellen we die processen juist nog meer,’ voegt hij eraan toe.

    Bovendien heeft herbebossing vaak een negatief effect op de biodiversiteit, vooral wanneer grote stukken land ononderbroken worden beplant met maar één boomsoort. ‘Bestaande bossen in stand houden heeft veel meer zin dan die eerst te kappen voor hout of mijnbouw en daar vervolgens nieuwe bos aan te planten, met name omdat veel tijd nodig is voordat dat echt een bos is geworden met een volwaardige flora en fauna,’ aldus Prieto.

    De mens elimineren

    In dit kader waarschuwt Resco de Dios ook tegen wat volgens hem een andere misvatting is: het idee dat het behoud van vermeend ongerepte gebieden klimaatverandering tegengaat, iets dat op internationale fora ook erg populair is. De ‘Protecting Our Planet Challenge’ die afgelopen september door de Algemene Vergadering van de VN is gelanceerd, heeft bijvoorbeeld tot doel 30 procent van onze planeet te beschermen. Dat klinkt goed, maar het houdt het opkopen van land in om de menselijke aanwezigheid daar te elimineren, inclusief de inheemse bevolking. ‘Onderdeel van dit narratief is dat de mens de natuur zou vernietigen. In bepaalde gevallen klopt dat, maar je kunt dit niet generaliseren. Het is belangrijk in te zien dat maagdelijke ecosystemen een fabeltje zijn van de collectieve verbeelding,’ verzekert de deskundige van de Universiteit van Lleida. In Europa zou maar minder dan 1 procent van het bosareaal kwalificeren voor een dergelijke status en ook op de rest van de wereld is het veel schaarser dan je denkt. ‘Vroeger dachten we dat regenwouden volledig natuurlijk waren, maar uit onderzoek blijkt dat de invloed van de inheemse bevolking veel groter is dan eerder werd gedacht. Met andere woorden: de biodiversiteit die wij kennen is het resultaat van de interactie tussen mens en milieu, een co-evolutie die al duizenden jaren aan de gang is,’ zegt hij. 

    Toch is onder druk van natuurbeschermingsorganisaties bij sommige volken al een ravage aangericht. Toen grote nationale parken zoals de Serengeti werden gecreëerd, zijn bijvoorbeeld de Masai die in Kenia en Tanzania leven, van hun land verdreven. Daarom moet net als bij de kwestie van herbebossing, elk geval afzonderlijk en per gebied worden bekeken, aldus Fernando Prieto: ‘Generieke oplossingen werken niet en brengen ook veel grotere risico’s met zich mee dan niets doen. Dat andere streken in de wereld beter behouden zijn gebleven dan Europa en dat je kunt proberen die oerbossen in stand te houden, is zeker belangrijk,’ zegt Prieto, ‘maar je moet goed bekijken wat het doel ervan precies is.’

    ‘Sommigen noemen dit een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs milieuracisme’

    Over veel beleid op het gebied van bosbouw bestaat volgens hem nog steeds geen wetenschappelijke consensus en volgens veel deskundigen hebben zulke beleidsmaatregelen geen solide basis. Zo heeft het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES, een panel dat vergelijkbaar is met het panel dat de klimaatverandering analyseert maar dan toegespitst op biodiversiteit) in zijn recentste rapport veel maatregelen opgenomen die gericht zijn op behoud, maar ‘wordt met bijna met geen woord gerept over de kwestie van beschermde gebieden, noch wordt genuanceerd dat deze gebieden moeten worden beheerd,’ merkt de deskundige op. 

    In zijn visie betekent het elimineren van de mens in de meeste gevallen het weghalen van mensen die fundamenteel zijn voor het behoud van ecosystemen. ‘Sommigen noemen dit een nieuwe vorm van kolonialisme en zelfs milieuracisme. Wat wij doen vanuit Europa en de VS is de invloed die andere volkeren hebben gehad, minimaliseren. Wij denken dat een handjevol inheemse volken nooit iets hebben kunnen veranderen,’ zegt hij. En de uitkomst daarvan is niet per se positief, zoals blijkt uit voorbeelden meer in de buurt: ‘In Spanje zijn ecosystemen gelijksoortiger geworden door de oprichting van Nationale Parken,’ vertelt hij. Kleine verstoringen door activiteiten zoals begrazing die een bijdrage leverden aan een toename van de biodiversiteit, zijn verdwenen. Zowel klimaatverandering als de biodiversiteitscrisis waarmee de planeet te kampen heeft, zijn volgens de onderzoeker van de universiteit van Lleida ‘ernstige problemen die we moeten aanpakken met een pakket aan maatregelen. Je kunt daar niet zo maar een aanpak uitpikken die goed binnen je straatje past vanwege je ideologie, je zakelijke belangen of omdat het resoneert met je intuïtie. Het gaat erom wetenschappelijke consensus te vinden,’ stelt hij.

  • Wordt espresso in Italië een luxe voor de rijken?

    Wordt espresso in Italië een luxe voor de rijken?

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Directeur Greenpeace wordt klimaatgezant voor de Duitse regering

    » Mexico wil ‘pauze’ in de betrekkingen met Spanje: ‘Wij willen niet bestolen worden’

    Koffieprijs blijft stijgen

    De prijs van een espresso, de drank die dagelijks zo’n 5,5 miljoen Italianen op gang helpt, ligt onder vuur. Sinds jaar en dag schommelde de prijs rond de 1 euro, maar vorig jaar ging die op veel plekken naar 1,10 euro. Volgens sommige experts kunnen de kosten dit jaar verder stijgen tot wel 1,50 euro, aldus The Independent.

    Die inflatie is gedeeltelijk te wijten aan de pandemie, die ook de prijzen voor energie en andere boodschappen heeft beïnvloed. Maar ook klimaatverandering speelt een belangrijke rol. De stijgende kosten van espresso zijn namelijk het gevolg van hogere prijzen op de grondstoffenmarkt, voor zowel arabica- als robustabonen. Vorst, droogte, overstromingen en onvoorspelbare weerpatronen hebben de productie in landen als Brazilië en Vietnam, waar veel grondstoffen vandaan komen, geraakt en consumenten beginnen dat nu te voelen.

    Volgens Furio Truzzi van Assoutenti, een Italiaanse organisatie voor consumentenrechten, zullen hogere espressoprijzen ’een dagelijks ritueel transformeren tot een luxe voor de rijken’.

    Lees ook:

  • ‘Loop, fiets, of neem het openbaar vervoer.’ Dat moeten autoreclames in Frankrijk voortaan vermelden

    ‘Loop, fiets, of neem het openbaar vervoer.’ Dat moeten autoreclames in Frankrijk voortaan vermelden

    Autoproducenten in Frankrijk die consumenten willen overtuigen een nieuwe auto aan te schaffen, moeten op grond van nieuwe regelgeving vanaf maart dit jaar hun verkooptechnieken aanpassen. Ze worden verplicht om consumenten aan te moedigen op zoek te gaan naar milieuvriendelijke alternatieven.

    Volgens buitenlandredacteur Claire Parker van The Washington Post kunnen autofabrikanten straks kiezen uit drie teksten die aan advertenties moeten worden toegevoegd, zoals te lezen valt in de nieuwe wet die is gepubliceerd in de Franse staatscourant: ‘“Overweeg carpoolen”, “Kies voor wandelen of fietsen voor korte afstanden”, of “Gebruik het openbaar vervoer voor dagelijkse ritten”. Aan het einde van het bericht moeten adverteerders de hashtag “#SeDéplacerMoinsPolluer” gebruiken, hetgeen zoveel betekent als “verplaats jezelf met minder vervuiling”.’

    De nieuwe regels zijn van toepassing op advertenties die op radio, televisie, in bioscooptheaters, op internet, in kranten en via openbare schermen worden verspreid. Als adverteerders een van de verplichte toevoegingen niet opnemen, kunnen ze een boete krijgen van zo’n 50.000 euro.

    Einde van de verbrandingsmotor

    De stap van Frankrijk volgt op jarenlang lobbyen van milieugroeperingen, die het liefst een volledig verbod op autoadvertenties hadden gezien, aldus de Franse krant Le Monde: ‘Deze nieuwe reclameregelgeving werd in 2020 voorgesteld als een minimaal alternatief voor waar milieuorganisaties al jaren om vragen, namelijk het verbod op reclame voor alle auto’s, die een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot van de transportsector vertegenwoordigen.’

    De zorgen van milieugroepen komen niet uit de lucht vallen, want de transportsector in Frankrijk zorgt voor een derde van alle broeikasgassen, aldus Climate Scorecard. Daarvan is ‘52 procent afkomstig van auto’s, 19 procent van vrachtwagens en 19 procent van bedrijfsvoertuigen. De overige 10 procent is afkomstig van openbaar vervoer, vervoer over water, binnenlandse vluchten en andere bronnen.’

    Behalve dat ze hun advertenties vanaf 1 maart dienen te voorzien van de voorgeschreven milieuvriendelijke adviezen, dienen autofabrikanten ook de CO2-emissieklasse van een voertuig op te nemen in hun advertenties, schrijft Le Monde.

    Voorts meldt de krant dat advertenties voor de meest vervuilende voertuigen, met een uitstoot van ‘meer dan 123 gram CO2 per kilometer’, vanaf 2028 volledig worden verboden, ‘om consumenten voor te bereiden op het einde van de verbrandingsmotor dat de Europese Commissie heeft voorgesteld voor 2035’.

    ‘Als ik een korte rit moet maken die over een Route National voert, ga ik dat niet te voet of met de fiets doen’

    Volgens The Washington Post maken de Franse maatregelen deel uit van opgevoerde inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan. De Franse Hoge Raad voor Klimaat waarschuwde afgelopen zomer al dat het land niet op schema lag om zijn belofte na te komen om de uitstoot van broeikasgassen tegen het einde van het decennium met 40 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.

    ‘Het beperken van het gebruik van vervuilende auto’s is een van de pijlers van de Franse aanpak van klimaatverandering’, schrijft Claire Parker. ‘Belangrijke klimaatwetgeving die in de zomer is aangenomen, omvat bepalingen om reclame voor benzine en andere fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen, en om subsidies te verstrekken aan chauffeurs die vervuilende auto’s inruilen voor schonere modellen.’

    In de Franse media reageren autofabrikanten ondertussen met gemengde gevoelens op de aangekondigde reclame-eisen. Zo zei Volkswagen tegen Le Monde dat het de voorschriften zal opvolgen, evenals de Franse divisie van Hyundai, ook al had de Franse CEO van het Koreaanse automerk wel wat te mopperen.

    ‘Ik neem er nota van, we zullen ons aanpassen. Het kiezen voor emissievrije mobiliteitsoplossingen is onvermijdelijk’, laat Lionel French Keogh, CEO van Hyundai France weten. Maar hij vindt wel dat de maatregel ‘de auto stigmatiseert’ en ook ‘een beetje contraproductief’ is, omdat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen soorten auto’s, en dat terwijl de overheid het gebruik van elektrische voertuigen zegt te willen stimuleren. Bovendien, zegt Keogh: ‘Als ik een korte rit moet maken die over een Route National voert, ga ik dat niet te voet of met de fiets doen.’

    Meer groente en fruit

    ‘Het CO2-vrij maken van transport betekent niet alleen overstappen op een elektromotor. Het betekent ook het gebruik van het openbaar vervoer of de fiets indien mogelijk’, liet de Franse minister van Ecologische Transitie, Barbara Pompili, eind december weten op Twitter, in een commentaar op de nieuwe advertentieregels.

    Om de ecologische voetafdruk van het land te verkleinen en de volksgezondheid te verbeteren, zet Frankrijk daarom ook stappen op allerlei andere gebieden, merkt Parker op in The Washington Post. Zo gelden al vergelijkbare maatregelen voor advertenties die zijn gericht op voedsel; producenten dienen Franse consumenten te instrueren om te bezuinigen op junkfood en meer fruit en groente te eten. Met ingang van het nieuwe jaar is een verbod op plastic verpakkingen voor groenten en fruit ingegaan en binnenkort mogen fastfoodketens niet langer gratis plastic speelgoed uitdelen, zoals AP News bericht.

    Lees ook:

    Joseph Winters van Grist, een Amerikaanse non-profitmediaorganisatie die is gericht op klimaatproblematiek en -oplossingen, schrijft in zijn berichtgeving over het Franse beleid: ‘Naast de nieuwe reclameregels is Frankrijk van plan om in 2040 de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren volledig af te schaffen en nu al belasting te heffen op de meest vervuilende personenauto’s.’

    Winters wijst erop dat het land inmiddels miljoenen heeft gestoken in een snelgroeiend netwerk van fietspaden en in subsidies voor fietsreparaties in het hele land, met de hoofdstad Parijs voorop.

    Afgelopen oktober kondigde de Franse hoofdstad een nieuw fietsplan aan. Dat zou de stad ‘100 procent fietsbaar’ kunnen maken, volgens David Belliard, locoburgemeester van Parijs die verantwoordelijk is voor stedelijke transformatie. Volgens het plan zal Parijs van 2021 tot 2026 zo’n 260 miljoen euro investeren in verbetering van de ‘fietsbaarheid’ van de stad, door onder meer het aantal fietspaden uit te breiden en meer dan 130.000 nieuwe parkeerplekken voor fietsen te creëren.

    Lees ook:

  • Onderzoek: wereldwijd daalt productiviteit door klimaatverandering

    Onderzoek: wereldwijd daalt productiviteit door klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Recordaantal werkenden in Spanje ondanks pandemie

    » ‘Partygate’: Johnson hield ook een feestje aan vooravond begrafenis prins Philip

    Productiviteitsverlies van 2100 miljard dollar per jaar

    Hitte en vochtigheid is een schadelijke mix voor de productiviteit bij buitenwerk. Volgens een studie die donderdag in het tijdschrift Environmental Research Letters is gepubliceerd, veroorzaakt deze vochtige hitte wereldwijd een verlies van 677 miljard werkuren en 2100 miljard dollar per jaar, vooral in de bouw- en de landbouwsector.

    De Amerikaanse onderzoekers schatten dat de opwarming van de aarde nu al verantwoordelijk is voor een versnelling van het productiviteitsverlies in India en China en dat andere vochtige regio’s, zoals het zuidoosten van de Verenigde Staten, er ook zwaar door kunnen worden getroffen, schrijft Courrier International.

    Lees ook:

  • Klimaatverandering: individuele acties hebben wel degelijk zin

    Klimaatverandering: individuele acties hebben wel degelijk zin

    Persoonlijke initiatieven kunnen het verschil maken wanneer ze door de samenleving worden opgepikt. ‘Zoals met de meeste dingen is de eerste stap vaak de belangrijkste’, stelt klimaateconoom Gernot Wagner.

    Het is makkelijk om elke persooonlijke verantwoordelijkheid voor het verlagen van iemands CO2-voetafdruk van de hand te wijzen. Het was tenslotte oliebedrijf BP dat het idee begin deze eeuw populair maakte door iedereen te vertellen dat het ‘tijd was om op CO2-dieet te gaan’. Het bedrijf wist heel goed hoe onmogelijk dat was, net als zijn eigen ambitie om ‘aardolie achter zich te laten’. Het drastisch verlagen van de uitstoot vraagt om veranderingen in bedrijfsactiviteiten, technologische vooruitgang, nieuwe investeringsprikkels en een gespierder overheidsbeleid, met daarbovenop individuele initiatieven.

    Je kunt niet alle persoonlijke acties over één kam scheren. Wie een plastic boodschappentas weigert bij de toonbank lijkt een heilige, maar het zet weinig zoden aan de dijk, vooral wanneer je vervolgens in een vliegtuig stapt. Het gaat om de schaal, en om feitelijke uitstootreductie. Luchtvaartmaatschappijen hebben goede redenen om hun uitstoot te compenseren: zo hebben passagiers minder wroeging en vliegen ze meer. De illusie van vooruitgang die door kleine, individuele acties wordt gewekt, is een cognitieve vertekening die echte vooruitgang ondermijnt.

    Fietsers gingen meer en veiliger fietspaden eisen, wat weer leidde tot meer fietsers

    Om individuele acties, hoe klein ook, effectief te laten zijn is het essentieel dat ze door anderen worden opgepikt. Neem het fietsen in steden. Fietsers gingen meer en veiliger fietspaden eisen, wat weer leidde tot meer fietsers en zo een gezonde cyclus in gang zette. Amsterdam, Kopenhagen en andere steden die erom bekend staan dat er meer met de fiets dan met de auto wordt gereden, zijn zover gekomen doordat vroege fietsactivisten veiliger wegen eisten. Het was een geleidelijk proces, waardoor er eerder van autovriendelijk verkeersbeleid werd afgestapt dan elders. Parijs en andere steden volgden het voorbeeld, wat deels werd ingegeven door covid-19 en een bredere kijk op het gebruik van beperkte publieke ruimte.

    Het op andere gebieden beperken van de CO2-uitstoot vergt een soortgelijke vorm van fundamenteel omdenken. Om het proces in gang te zetten heb je een groep van vroege overstappers op groene producten nodig. Zij laten zien wat mogelijk is, stimuleren de markt en halen kinken uit de kabel. Daardoor wordt een golf van anderen geïnspireerd, wat nodig is om voldoende impact te krijgen. Het is een zichzelf versterkende cyclus: de producten worden beter en goedkoper en dus gewilder.

    Steden

    Steden spelen een bijzonder grote rol wanneer het op individuele effectiviteit aankomt. Alleen al door als typische New Yorkers in New York te wonen stoot het gemiddelde huishouden half zoveel CO2 uit als een huishouden in een eengezinswoning in een buitenwijk. De redenen liggen voor de hand: kleinere woonruimten in combinatie met kortere afstanden naar werk en vrijetijdsbesteding. Betekent dat een persoonlijk offer? Te oordelen naar de torenhoge onroerendgoedprijzen in New York en andere grote steden vinden mensen van niet.

    Natuurlijk zijn er verkeerde prikkels die mensen ertoe aanzetten hun woonruimte te maximaliseren in plaats van te optimaliseren. Of het nu gaat om een makelaar, een hypotheekverstrekker of een echtscheidingsadvocaat, allemaal zijn ze gebaat bij meer vierkante meters. Het helpt ook al niet dat de grootte van je huis een publiek signaal is (en makkelijk te zien op Instagram) terwijl een langere reistijd iets persoonlijks is (dat zelden op sociale media wordt vermeld). Idealiter zou er beleid kunnen worden gemaakt om het wonen in steden aantrekkelijker te maken voor gezinnen, zodat de individuele CO2-uitstoot zou afnemen. Minder asfalt voor auto’s en meer groen verbeteren bijvoorbeeld zowel het stedelijke microklimaat als het wereldwijde klimaat.

    Gelukkig zorgen veel stappen die het leven in steden beter maken ook voor een betere klimaatbalans in die steden. Maar CO2-efficiënt wonen is niet genoeg. Steden moeten ook programma’s ontwikkelen om de CO2-emissies van gebouwen en vervoersmiddelen te verminderen. In stadscentra kunnen door het isoleren van één gebouw de woningen van veel gezinnen worden verwarmd en goed openbaar vervoer vermindert vervuiling en uitstoot.

    Een volledig geëlektrificeerd huis dat geen gas gebruikt voor verwarming is vaak nog een luxe

    De rijken moeten het voortouw nemen. Of het nu om landen of steden gaat, alle plekken waar veel geld is moeten pioniers worden op het gebied van activiteiten die de uitstoot verminderen, zoals woningisolatie. Een milieuvriendelijk huis is een comfortabeler huis. Tochtige ramen en slecht geïsoleerde muren vergallen het woonplezier. Gaspijpen die rechtstreeks je huis binnen lopen zijn groen noch gezond. Ze zijn ook onnodig, nu er warmtepompen en inductieketels zijn die een weliswaar duurder maar groener alternatief bieden. Hyperefficiënte Duitse huishoudelijke apparaten vinden gretig aftrek bij wie ze kan betalen.

    Sommige individuele initiatieven kunnen kostbaar zijn. Hoewel een inductieplaat ter vervanging van het vierpitsgasstel dat in westerse huizen gebruikelijk is niet al te duur hoeft te zijn, is een volledig geëlektrificeerd huis dat geen gas gebruikt voor verwarming vaak nog een luxe. Het is aan architecten, ontwerpers en bouwers om mensen die het zich kunnen permitteren daarin te laten investeren. En wat beleidsmakers en stedenbouwkundigen te doen staat, is duidelijk: zij moeten een snelle transitie subsidiëren, terwijl de wereld de leercurve beklimt en de kostencurve van technologische CO2-reductie afglijdt. En ja, dat zou betekenen dat je dingen subsidieert die door welgestelden worden gekocht, maar het beleid kan gemakkelijk worden toegespitst. Bovendien geldt als rechtvaardiging van de subsidies dat je er groene doelstellingen mee realiseert.

    Tijd

    Tijd is de essentiële factor. Dat een overheid een aanzienlijke CO2-reductie aan het eind van het decennium belooft is één ding. Maar ze moet zich ook realiseren dat ze met de woon- en mobiliteitskeuzes van vandaag de uitstoot voor de komende jaren vastlegt. De stad New York heeft wetgeving die eigenaars van grote panden verplicht de CO2-uitstoot voor 2030 met 40 procent te verminderen. In bouwtermen is dat morgenvroeg. Het kost jaren om plannen te maken, financiering te vinden, vergunningen te krijgen, aannemers in te huren en dan de verbouwing te realiseren.

    Cruciaal is om de juiste balans te vinden tussen reglementaire stimulering van bovenaf en individuele vraag van onderaf. Zoals ‘sequencing’ van openbaar beleid vereist dat je eerst duurzame technologie stimuleert om later de kostprijs van CO2-emissies te berekenen, zo moeten geëngageerde individuen het startpunt zijn voor een veelomvattender milieubeleid. Het verminderen van de vleesconsumptie is een belangrijke individuele bijdrage aan het verminderen van de uitstoot. Ondertussen zorgen vegetariërs niet voor een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot omdat ze geen vlees meer eten, maar omdat ze tot een geëngageerde en mondige kerngroep behoren die een veelomvattender klimaatbeleid voorstaat en stimuleert.

    In de psychologie heet dat de voet-tussen-de-deurstrategie

    Belangrijk in de strijd tegen cognitieve vertekening door individuele acties is een geleidelijk opgebouwd momentum: stemmen mensen in met het ene, dan zullen ze ook het andere sneller oppikken. (In de psychologie heet dat de voet-tussen-de-deurstrategie.)

    Zoals met de meeste dingen is de eerste stap de belangrijkste. De drang om de CO2-uitstoot van de economie te verminderen zal iedereen raken. Degenen die daartoe in staat zijn kun je beter in de gelegenheid stellen in de groenere wereld van morgen te leven dan in het tanende fossiele tijdperk van vandaag.

    Lees ook:

  • Extreem weer in Italië neemt toe

    Extreem weer in Italië neemt toe

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Lokale kranten in de VS bedreigd door overname hedgefonds

    » Bollywoodsterren onder vuur om borstvoedingsfoto’s

    Afgelopen jaar vielen er 261 doden in Italië door extreem weer

    Het aantal geregistreerde extreme weersomstandigheden in Italië neemt elk jaar aanzienlijk toe naarmate de klimaatcrisis verder escaleert, aldus het rapport Osservatorio CittàClima dat milieuvereniging Legambiente jaarlijks publiceert, schrijft het in Rome gevestigdepersbureau ANSA.

    Tussen 2010 en 21 november 2021 werden 1118 extreme weersomstandigheden geregistreerd in Italië. Daarvan vonden er 133 in het afgelopen jaar plaats, een stijging van 17,2 procent ten opzichte van het aantal in het rapport van vorig jaar. Door de weersextremen werden 602 steden zwaar getroffen en vielen er 261 doden, waarvan negen in de eerste tien maanden van dit jaar. Rome is de zwaarst getroffen stad volgens het rapport, gevolgd door Bari en Milaan.

    Lees ook:

  • Tekort aan groene waterstof in de EU belemmert energietransitie

    Tekort aan groene waterstof in de EU belemmert energietransitie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Geen WTA-toernooien meer in China vanwege affaire-Peng Shuai

    » Amerikaanse apotheken verantwoordelijk gehouden voor opioïdencrisis

    Productiecapaciteit groene waterstof loopt achter op vraag

    Groene waterstof is een belangrijk element in de strijd tegen klimaatverandering, maar volgens wetenschappers van zes Duitse onderzoeksinstituten is groene waterstof nog lang niet in voldoende hoeveelheden beschikbaar, bericht Der Spiegel. Dat staat in een rapport over energietransitie, gefinancierd door het Duitse federale ministerie van Onderwijs en Onderzoek.

    Groene waterstof wordt uitsluitend met hernieuwbare energie gewonnen

    Volgens het rapport zal waterstof tot 2030 een ondergeschikte rol spelen en is grote politieke daadkracht nodig om de productiecapaciteit en het gebruik van groene waterstof uit te breiden. Vooralsnog zal waterstof moeten worden gereserveerd voor die toepassingen waar directe elektrificatie met groene stroom niet mogelijk is, bijvoorbeeld in de ammoniak- en staalproductie, of als e-fuel voor langeafstandsvluchten en de scheepvaart. Dit alles zolang nog onduidelijk is in welke hoeveelheden en tegen welke prijs waterstof in de toekomst kan worden geproduceerd. Om in 2030 aan slechts één procent van de EU-energievraag te kunnen voldoen met groene waterstof, zal de productie vanaf 2023 jaarlijks met ongeveer 70 procent moeten toenemen. Dat kan alleen als de Europese doelstelling tot uitbreiding van de elektrolysecapaciteit voor de productie van waterstof wordt gehaald.

    Groene waterstof, die uitsluitend met hernieuwbare energie wordt gewonnen, kan als basis dienen voor brandstoffen ter vervanging van kolen, olie en aardgas. Duitsland wil de uitbreiding van lokale hernieuwbare energie uit wind en zon bevorderen, maar gaat ervan uit dat een groot deel van de benodigde hoeveelheid waterstof aanvankelijk zal moeten worden geïmporteerd. Want niet alleen de hoeveelheid elektriciteit die wordt opgewekt uit zonne- en windenergie is onvoldoende, ook de productiefaciliteiten voor waterstof schieten tekort.

    Lees ook:

  • VS: Droogte zorgt voor andere kijk op waterzuivering

    VS: Droogte zorgt voor andere kijk op waterzuivering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europees landbouwbeleid: een ‘mislukte’ groene hervorming

    » Oorverdovende stilte in de Chinese media rondom tennisster Peng Shuai

    Van afvalwater naar kraanwater

    Steeds meer Amerikaanse steden willen afvalwater zuiveren en het daarna weer als kraanwater leveren aan huizen en bedrijven. Rondom Los Angeles zorgen dergelijke plannen nog maar zelden voor ophef, terwijl twee decennia geleden soortgelijke pogingen zoveel weerstand opriepen dat ze moesten worden opgegeven, schrijft AP News. Op sommige plekken is waterzuivering zelfs al ingevoerd, zoals in het nabijgelegen Orange County.

    Droge regio’s gedwongen zijn hun watervoorziening uit te breiden vanwege een groeiende bevolking

    ‘De houding van het publiek wat betreft het recyclen van afvalwater is veranderd’, aldus David Nahai, voormalig directeur van het Los Angeles Department of Water and Power. Dat het concept, dat ooit minachtend ‘van-toilet-naar-kraan’ werd genoemd, nu wordt geaccepteerd, komt doordat droge regio’s gedwongen zijn hun watervoorziening uit te breiden vanwege een groeiende bevolking en intense droogte door klimaatverandering. Andere ideeën die aan kracht winnen, zijn het opvangen van het afvoerwater van beken en wegen na stormen en het ontdoen van zout en andere mineralen uit zeewater, een proces dat nog steeds relatief duur is.

    Lees ook:

  • Groot deel Amerikanen twijfelt over oorzaken klimaatverandering

    Groot deel Amerikanen twijfelt over oorzaken klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nicaragua: Ortega wint als ‘farce’ bestempelde presidentsverkiezingen

    » Volgens Greta Thunberg is COP26 nu al ‘een mislukking’

    45 procent denkt niet dat de mens grotendeels verantwoordelijk is

    Dit jaar werd gekenmerkt door enorme bosbranden in de VS en zware overstromingen in Europa en Azië. Experts brengen die natuurrampen in verband met de klimaatcrisis, maar veel Amerikanen worstelen met de vraag waarom deze crisis zich precies voordoet. Dat blijkt uit een peiling die werd gehouden in opdracht van VICE News, The Guardian en Covering Climate Now, een week voordat COP26, de conferentie over klimaatverandering in Glasgow, begon.

    8,3 procent gelooft helemaal niet in opwarming van de aarde

    Uit de gegevens blijkt dat klimaatverandering een belangrijke kwestie is voor kiezers in de VS, na gezondheidszorg en sociale programma’s. Voor ondervraagden met een universitair diploma en Democratische kiezers staat klimaatverandering zelfs op de eerste plaats, schrijft ViceNews. Maar ook al gelooft 69,5 procent van de respondenten dat opwarming van de aarde een feit is, er bestaat verdeeldheid over de oorzaak. 45 procent denkt niet dat de mens grotendeels verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, maar dat die ontstaat door ‘natuurlijke veranderingen in het milieu’ of ‘andere’ oorzaken. 8,3 procent gelooft helemaal niet in opwarming van de aarde.

    Lees ook:

  • Het nieuwe tuinieren: ‘planten moeten tegen extremen kunnen’

    Het nieuwe tuinieren: ‘planten moeten tegen extremen kunnen’

    Britse tuinliefhebbers bereiden zich op de toekomst voor door vijgen- en olijfbomen te kopen. Maar er vallen ook slachtoffers. Zo was de pioenroos niet bestand tegen de zware regenval van afgelopen zomer.

    Hij bestaat al vierhonderd jaar: de oudste botanische tuin van Groot-Brittannië, een lusthof met medicinale planten en eeuwenoude bomen waarvan door de eeuwen heen veel beroemdheden hebben genoten, onder wie J.R.R. Tolkien en Lewis Carroll. Maar in dit jubileumjaar ziet de toekomst er toch heel anders uit voor de botanische tuin van Oxford, als gevolg van de invloed van de klimaatcrisis op het Britse weer.

    ‘We moeten heel goed overdenken wat we voor de toekomst willen planten,’ zegt de directeur van de tuin, professor Simon Hiscock. ‘Zeker als het om bomen gaat, want daarvoor moet je niet een paar jaar, maar in sommige gevallen honderden jaren vooruitdenken. We hebben onze rotstuin al opnieuw ingericht: die is nu bijna een oost-mediterraan landschap.’

    Met temperaturen tot boven de 30 graden gonsde het afgelopen zomer van de bijen rond de paarse Delphiniums en grote gele Verbascum, vertelt Hiscock. ‘De tuin deed het fantastisch bij al die zonneschijn en die warmte, en de planten vonden het heerlijk. We moeten ons ervan bewust zijn wat er met ons landschap gebeurt, nu het warmer wordt. De mediterrane tuin is zeker gemakkelijker te onderhouden dan een gewone Engelse tuin.’

    Daarbij vallen ook slachtoffers. Moderne rozen en klassieke Engelse kruidentuinen hebben behoorlijke hoeveelheden water nodig, maar de heftige buien die deze zomer ook vielen, hebben heel wat pioenen in Oxford platgeslagen.

    Vijgen en olijfbomen

    Britse tuinliefhebbers zijn al bezig zich aan te passen aan warmere omstandigheden door vijgen en olijfbomen te kopen, maar Hiscock waarschuwt dat ze daarbij wel moeten oppassen voor ziektes als xylella. Interessante alternatieven zijn volgens hem de Noord-Amerikaanse notenbomen, zoals de Carya tomentosa en de hop-haagbeuk uit Zuid-Europa, en ook de zijdeboom en het Perzisch ijzerhout hebben het dit jaar in zijn botanische tuin prachtig gedaan.

    Soorten als deze zijn in de achttiende eeuw verzameld door een van de botanici van de tuin, John Sibthorp, die in 1784 en 1794 op expeditie ging naar het oostelijke Middellandse Zeegebied. Daarbij volgde hij het spoor van de antieke Griekse arts Dioscorides, wiens boek De materia medica hij raadpleegde. Zo zocht Sibthorp zijn weg door het oostelijke Middellandse Zeegebied. De planten die hij er vond werden getekend door botanisch illustrator Ferdinand Bauer en vormden de basis van de Flora Graeca, een boek dat Hiscock ‘het botanische kroonjuweel van Oxford’ noemt.

    De eerste steen voor deze hortus botanicus werd gelegd op 25 juli 1621, nadat Henry Danvers, de eerste graaf van Danby, het twee hectare grote stuk land had gehuurd van Magdalen College om er een ‘geneeskundige tuin’ vol medicinale planten aan te leggen, bedoeld voor het onderwijs aan geneeskundestudenten. Hiscock: ‘Studenten moesten de planten die ze voor hun medicijnen zouden vermalen, kunnen onderscheiden en weten wat de eigenschappen daarvan waren. Je kunt bijvoorbeeld heel goed kleine hoeveelheden atropine, afkomstig van de giftige nachtschade, gebruiken, maar een hoge dosis daarvan kan voor je patiënt dodelijk zijn.’

    Taxusbomen

    In 1642 was de tuin aangelegd en werd hij onderhouden door de eerste beheerder, Jacob Bobart de Oudere, een Duitser die door Danvers was ingehuurd. Tijdens de Engelse Burgeroorlog, toen Charles I hof hield in Oxford, begon Bobart aan het samenstellen van een catalogus van de 1600 planten in de tuin, terwijl hij daarnaast ook fruit en groenten uit de tuin verkocht en een pub dreef, The Greyhound. Enkele taxusbomen die in zijn tijd werden geplant, staan er nog steeds.

    Rond 1830 groeide de aandacht voor experimentele botanie en werd de geneeskundetuin omgedoopt tot botanische tuin. Op dit moment biedt hij ruimte aan vijfduizend planten die worden gebruikt voor onderzoek, onderwijs en behoud van biodiversiteit. Schrijvers als Tolkien, Carroll, Evelyn Waugh, Philip Pullman en Colin Dexter hebben dankbaar gebruikgemaakt van de rust die er heerste. Er groeien ook planten die worden gebruikt voor het eigen merk gin van de tuin en voor de ter ere van dit vierhonderdjarig jubileum ontwikkelde whisky. Het jubileumjaar werd in juli afgetrapt door Chris Patten, de rector magnificus van Oxford, die een vaantjesboom (Davidia involucrata) plantte naast de boom die in 1971 ter gelegenheid van het driehonderdvijftigjarig jubileum door [oud-premier] Harold Macmillan was geplant.

    Ook is er een nieuwe soort, de Oxford Physic-roos, ontwikkeld door Peter Beales Roses en gekweekt om zijn combinatie van geur en gehardheid, al is deze roos niet zo sterk als de damastrozen die Sibthorp kweekte.

    Taaiheid wordt voor tuinliefhebbers steeds belangrijker, volgens Mark Gush, hoofd van de sectie ecologische tuinbouw binnen de Royal Horticultural Society. ‘Het gaat erom dat planten bestand zijn tegen extremen,’ zegt hij. ‘Het is niet alleen een kwestie van stijgende temperaturen, er kunnen ook periodes van extreme kou of extreme regenval, droogte of overstromingen voorkomen. In brede zin moeten mensen erover nadenken of de nadruk ligt op aanpassen aan of temperen van een veranderend klimaat.’

    Sommige planten die zijn gekweekt voor de klassieke Engelse country garden krijgen het misschien moeilijk, zegt Gush. ‘Je zou ervoor kunnen kiezen om bomen te planten die CO2 opnemen om de klimaatcrisis tegen te gaan. Ook kan het verbeteren van de grondkwaliteit helpen. Door de grond te verbeteren, het doorlatend vermogen, de hoeveelheid organisch materiaal en voedingsstoffen, vergroot je vanzelf de weerstand van elke boom of plant die
    je erin zet.’

    Tegen een stootje kunnen is het belangrijkst voor planten, vindt ook Hiscock. ‘Planten zijn veel boeiender dan dieren. Ze leven langer en zijn duurzamer, ze houden stand. Wordt het warm, dan kunnen dieren in de schaduw gaan staan of naar het noorden trekken. Maar planten blijven staan waar ze staan en houden vol.’

  • Ivoorsnavelspecht en 22 andere diersoorten uitgestorven

    Ivoorsnavelspecht en 22 andere diersoorten uitgestorven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Georgië: Tienduizenden mensen op straat voor ex-president Saakashvili

    » Zuid-Italië telt net zo veel langdurige werklozen als heel Duitsland

    Ivoorsnavelspecht en 22 andere diersoorten uitgestorven

    De US Fish and Wildlife Service maakte eind september bekend dat drieëntwintig soorten vogels en vissen zijn uitgestorven door vernietiging van hun habitat en door verwoestingen als gevolg van door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Misschien wel de meest bekende van de nieuw uitgestorven soorten is de grote ivoorsnavelspecht, een opvallende vogel die inheems was in het zuidoosten van de Verenigde Staten, maar die sinds 1944 niet meer officieel is waargenomen, schrijft Deutsche Welle.

    Wetenschappers waarschuwen dat we op de rand staan van een catastrofale uitstervingsgolf

    Van de drieëntwintig soorten werd gedacht dat ze een kans hadden om te overleven door ze op de lijst van bedreigde diersoorten te zetten, maar vervuiling, houtkap, stroperij en invasieve soorten werden hen fataal.

    De groep van drieëntwintig wordt nu bij zo’n negenhonderd andere soorten gevoegd waarvan vaststaat dat ze in de hele wereld zijn uitgestorven. Wetenschappers waarschuwen dat we op de rand staan van een catastrofale uitstervingsgolf als de opwarming van de aarde niet wordt beperkt tot anderhalve graad.

    Lees ook:

  • Steeds meer steden bedreigd door extreme hitte

    Steeds meer steden bedreigd door extreme hitte

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin leest Europa de les in gascrisis

    » Tunesische minister weigert hoofddoek te dragen tijdens beëdiging

    Steeds meer steden bedreigd door extreme hitte

    Steden worden steeds meer bedreigd door extreme hitte. De toenemende hoge temperaturen in stedelijke gebieden, veroorzaakt door verdichting en opwarming van de aarde, vermindert vooral kansen op een beter leven voor arme bevolkingsgroepen, aldus een onderzoek dat vorige week is gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences.

    In 13.115 onderzochte stedelijke gebieden steeg de blootstelling aan extreme hitte van 40 miljard – het aantal getroffenen vermenigvuldigd met het aantal dagen – in 1983, tot 119 miljard in 2016. In het onderzoek zijn de hitterecords van dit jaar in het noordoosten van de VS en het zuiden van Canada niet meegenomen.

    Lees ook:

  • De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    Om de voedselvoorziening op peil te houden houden moet de landbouw zich aanpassen aan een opwarmende aarde. Want door klimaatverandering is de landbouwproductiviteit sinds 1971 met een vijfde verminderd.

    Tom Eisenhauer weet nog dat hij meer dan tien jaar geleden door Manitoba reed, een provincie in Centraal Canada. Rond zijn auto strekten zich akkers vol koudweergewassen uit, zoals tarwe, erwten en koolzaad. Velden met voedzame gewassen als mais en soja, die winstgevender zijn, waren schaars en lagen op grote afstand van elkaar. 

    Nu ziet het er heel anders uit. Meer dan 5300 vierkante kilometer is ingezaaid met soja en zo’n 1500 met mais. Eisenhauers bedrijf Bonnefield Financial hoopt te profiteren van de manieren waarop klimaatverandering de Canadese landbouw beïnvloedt. Het bedrijf koopt landbouwgrond op en verpacht die aan boeren, in Manitoba en elders in het land. Het bedrijf gokt erop dat een warmer klimaat de waarde van zijn aangekochte grond geleidelijk zal doen stijgen, omdat boeren in staat worden gesteld waardevoller gewassen te verbouwen dan ze van oudsher gewend zijn. Het is lang niet het enige bedrijf dat daarop inzet. De klimaatverandering kan land dat ooit onvruchtbaar en onproductief was vanwege de kou in een ware hoorn des overvloeds veranderen. Ze kan ook grote schade aanrichten in regio’s die miljoenen mensen voeden.

    Sinds 1700 is het areaal aan akker- en weidegrond vervijfvoudigd

    De hoeveelheid grond die wordt gebruikt om voedsel te produceren neemt al eeuwenlang toe. Sinds 1700 is het areaal aan akker- en weidegrond vervijfvoudigd. De meeste groei dateert van halverwege de twintigste eeuw. Vanaf de jaren zestig hebben het grootschalige gebruik van kunstmest en de ontwikkeling van productievere graan- en rijstsoorten er in combinatie met een grotere beschikbaarheid van irrigatiemiddelen, pesticiden en machinerie voor gezorgd dat boeren een veel beter rendement konden halen uit de akkers die ze al bewerkten. De afgelopen decennia hebben technologieën als genome editing en betere dataverwerking de oogsten nog verder opgestuwd.

    De wereldwijde temperatuurstijging die aan het eind van de twintigste eeuw is begonnen, heeft de productiviteitstoename vertraagd maar niet tot stilstand gebracht. Volgens een recente studie van Cornell University in de staat New York heeft de door menselijk handelen veroorzaakte klimaatverandering de landbouwproductiviteit sinds 1971 met een vijfde verminderd.

    Tegenwind

    De ‘tegenwind’ die door klimaatverandering wordt veroorzaakt zal alleen maar sterker worden, zegt Ariel Ortiz-Bobea, een van de auteurs van de studie. Hun onderzoek wees uit dat elke fractie van een graad extra schadelijker is voor de voedselproductie dan de vorige. Dat is vooral slecht nieuws voor voedselproducenten op plekken waar het al warm is, zoals de tropen. Een andere studie voorspelt dat met elke graad die de temperatuur wereldwijd stijgt, de maisoogst zal dalen met 7,4 procent, de tarweoogst met 6 procent en de rijstoogst met 3,2 procent. Deze drie gewassen leveren twee derde van alle calorieën die de mensheid consumeert.

    De komende decennia zullen er meer monden zijn om te voeden. Het Institute for Health Metrics and Evaluation, een Amerikaanse onderzoeksgroep, schat dat de wereldbevolking zal stijgen van 7,8 miljard nu naar 9,7 miljard in 2064 (om vervolgens weer te dalen). De groeiende middenklasse in veel ontwikkelingslanden eist een gevarieerder en ruimer voedselaanbod.

    Daarom zijn de manieren waarop landbouwarealen onder invloed van de opwarming van de aarde zullen veranderen zo belangrijk. Doordat de tropen zich uitbreiden, zullen de regenpatronen in de subtropen veranderen. Met name door de snelle opwarming van de polen komt er met dezelfde snelheid landbouwgrond in hogebreedtegraadregio’s beschikbaar. De noordelijkste delen van Amerika en China warmen minstens twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. Zoals de ervaring van Eishenhauer in Manitoba uitwijst, verplaatsen gewassen zich als reactie al steeds verder poolwaarts.

    Lees ook:

    Een studie van Colorado State University die in 2020 in het blad Nature werd gepubliceerd constateerde aanzienlijke veranderingen in de verdeling van verschillende van regen afhankelijke gewassen in de periode 1972-2012, toen boeren andere beslissingen begonnen te nemen over welke gewassen ze waar plantten. De maisproductie bijvoorbeeld breidde zich uit van het zuidoosten van Amerika naar het noordelijke middenwesten. Tarwe is dankzij nieuwe irrigatiemethodes in zo’n sterke mate naar het noorden opgerukt dat het de opwarming de loef afsteekt: de warmste plekken waar het momenteel wordt verbouwd zijn koeler dan de warmste plekken waar het in 1975 groeide. 65 procent van alle eiwitten die aan vee worden toegediend is afkomstig van sojabonen. Deze wonderbonen zijn zowel in noordelijke als zuidelijke richting opgerukt, nu nieuwe rassen en andere vindingen het verbouwen ervan ook in tropische regio’s mogelijk maken. De gebieden in China waar rijst wordt verbouwd hebben zich sinds 1949 steeds verder naar het noorden uitgebreid. Ook wijndruiven en andere vruchten zijn naar het noorden gemigreerd.

    De stoutmoedigste investeerders zien kansen in landen waar momenteel totaal geen landbouw plaatsvindt

    Volgens Eisenhauer tellen investeerders steeds grotere bedragen neer voor Canadese landbouwgrond om zich in te dekken tegen de klimaatrisico’s die ze elders lopen. Martin Davies van Westchester, een groot landbouwinvesteringsbedrijf, zegt dat hij in veel andere delen van de wereld overeenkomstige trends ziet.

    De stoutmoedigste investeerders zien kansen in landen waar momenteel totaal geen landbouw plaatsvindt. Momenteel kent wereldwijd maar een derde van alle boreale regio’s, een bioom van hoofdzakelijk coniferenbossen dat uitgestrekte gebieden ten zuiden van de poolcirkel beslaat, temperaturen die hoog genoeg zijn om de meest winterharde graangewassen te verbouwen, zoals haver en gerst. Dit zou zich tot 2099 kunnen uitbreiden tot drie kwart, volgens een in 2018 in het blad Scientific Reports gepubliceerde studie (zie kaart). Het aandeel van boreaal land waar landbouw mogelijk is, zou zich in Zweden kunnen uitbreiden van 8 tot 41 procent. In Finland zou het kunnen toenemen van 51 tot 83 procent.

    Pogingen om deze gebieden te bebouwen zullen mensen alarmeren die de boreale bossen willen behouden. En door het kappen van zulke bossen en het omploegen van de grond die eronder ligt zal kooldioxide vrijkomen. Maar de klimatologische gevolgen zijn niet zo eenvoudig als ze lijken te zijn. De noordelijke bossen absorberen meer zonnewarmte dan open landbouwgrond, omdat de door sneeuw bedekte landbouwgrond licht terugkaatst naar de ruimte (in bossen ligt de sneeuw onder de bomen en schijnt de zon er niet zo recht op). Maar dat het kappen van boreale bossen de klimaatverandering misschien niet zal verhevigen zegt niets over de mate waarin het de biodiversiteit, het ecosysteem of het leven van met name inheemse bosbewoners kan beïnvloeden.

    Klimaatverandering als zegen

    Sommige regeringen popelen om de klimaatverandering te gelde te maken. Rusland ziet hogere temperaturen al lange tijd als een zegen. President Vladimir Poetin pochte eens dat die Russen in staat zou stellen minder geld aan bontjassen te besteden en meer graan te verbouwen. In 2020 schetste een ‘nationaal actieplan’ voor klimaatverandering op welke manieren het land ‘de voordelen ervan kon benutten’, zoals door het uitbreiden van de landbouw. Sinds 2015 is Rusland de grootste tarweproducent ter wereld, voornamelijk vanwege de hogere temperaturen.

    De Russische regering is al begonnen met het verpachten van duizenden vierkante kilometers grond in het verre oosten van het land aan Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse investeerders. Een groot deel van het ooit onvruchtbare land wordt nu gebruikt voor het verbouwen van sojabonen. Het grootste deel daarvan wordt geïmporteerd door China, dat daardoor minder afhankelijk wordt van import uit Amerika. Sergej Levin, de Russische onderminister van Landbouw, heeft voorspeld dat de waarde van de sojaexport uit het verre oosten van Rusland in 2024 zeshonderd miljard dollar zal belopen. Dat zou dan bijna vijf keer zoveel zijn als in 2017. Ook het bestuur van Newfoundland en Labrador, een provincie op het noordoostelijke puntje van Canada, probeert de uitbreiding van landbouw te bevorderen naar land dat nu nog door bossen wordt bedekt.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/activisten-leggen-voedselsysteem-bloot

    Behalve door middel van hogere temperaturen is er nog een manier waarop de veranderingen die de mensheid in de atmosfeer veroorzaakt zulke projecten een zetje kunnen geven. Kooldioxide is niet alleen maar een broeikasgas; het is ook de grondstof voor de fotosynthese die planten in staat stelt te groeien en zich te voeden. Voor de meeste planten betekent meer kooldioxide meer groei. De toename van kooldioxide gedurende de afgelopen eeuw heeft tot een duidelijk meetbare ‘wereldwijde vergroening’ geleid dankzij de planten die het meest van meer kooldioxide profiteren. Maar dat is niet onverdeeld goed. Grotere oogsten hoeven geen voedzamer oogsten te zijn.

    Bovendien zal de klimaatverandering de regenpatronen veranderen. Daarvan hoeven plannen voor meer landbouw in noordelijke klimaten niet per se te profiteren. Veel gebieden die mild genoeg worden voor landbouw zullen uiteindelijk met watergebrek te kampen krijgen, althans zonder intensieve irrigatie. Andere zullen te veel water krijgen. Gewassen zijn niet de enige organismen waarvan het bereik zich uitbreidt naarmate de temperatuur stijgt: epidemieën en ziektekiemen, die vaak door koude winters worden gedood, verspreiden zich ook. Ook de bodem is van belang. De beste grond tref je meestal aan op lagere breedtegraden, niet in het uiterste noorden.

    Nieuwe landbouwgrond

    Sommige nieuwe landbouwgrond staat op het punt gerealiseerd te worden. Maar de ontginning van afgelegen regio’s van Siberië, om maar een voorbeeld te noemen, waar een groot deel van de bestaande infrastructuur al wegzakt en uiteenvalt vanwege de smeltende permafrost, zal traag en kostbaar zijn. Ook zullen afgelegen boerenbedrijven veel meer werknemers moeten aantrekken en huisvesten. Ze zullen in toenemende mate aangewezen zijn op buitenlandse migranten, een idee dat stemmers in veel rijke landen niet bepaald zal aanspreken.

    Al met al zal de noordwaartse uitbreiding van landbouwgrond de schade die klimaatverandering voor de landbouw impliceert maar tot op zekere hoogte beperken. De maatschappijen die er het meest van zullen profiteren zijn ook nu al het rijkst. Arme contreien, die veel meer afhankelijk zijn van inkomsten van de export van landbouwproducten, zullen eronder lijden.

    Er zal een veel groter scala van aanpassingen nodig zijn om voedsel even overvloedig, gevarieerd en betaalbaar te houden als vandaag de dag. Daartoe zullen pogingen behoren om gewassen bestand te maken tegen hogere temperaturen, bijvoorbeeld door slimmere veredelingswijzen, innovaties op irrigatiegebied en bescherming tegen barre weersomstandigheden. Ook zullen zowel rijke als arme landen het verminderen van de voedselverspilling tot prioriteit moeten verheffen (volgens schattingen van de VN Landbouw- en Voedselorganisatie wordt meer dan een derde van al het voedsel weggegooid). Het alternatief zal een wereld zijn die meer honger heeft en ongelijker is dan op dit moment, en misschien wel ooit in het verleden.

    Lees ook:

  • Californië komt met ‘grootste klimaatpakket ooit’

    Californië komt met ‘grootste klimaatpakket ooit’

    De Democratische gouverneur van Californië heeft een pakket van 15 miljard dollar, bijna 13 miljard euro, goedgekeurd om droogte en klimaatverandering in de staat aan te pakken na opnieuw een seizoen met verwoestende bosbranden.

    Gouverneur Gavin Newsom, die twee weken geleden nog een zogenoemde ‘recall election’ overleefde en daardoor kon aanblijven, ondertekende vierentwintig besluiten die zijn gericht op inspanningen om klimaatverandering een halt toe te roepen en gebruik van schone energie te stimuleren, maar ook om droogte te bestrijden en weerbaarheid tegen bosbranden te vergroten. Volgens Reuters gaat het om het grootste klimaatpakket in de geschiedenis van Californië.

    Het grootste deel van het pakket, 5,2 miljard dollar, gaat naar financiering voor noodhulpprojecten tegen droogte en voor uitbreiding van de watervoorziening in Californië. Het pakket omvat 3,7 miljard dollar om de risico’s van klimaatverandering aan te pakken, door te investeren in projecten die extreme hitte zullen verminderen en de dreiging van stijgende zeespiegels zullen aanpakken.

    Volgens het kantoor van Newsom gaat daarnaast ook nog eens zo’n 1,5 miljard dollar naar het voorkomen van het risico op bosbranden in bossen.

    De Amerikaanse president Joe Biden onderstreepte eerder deze maand zijn intenties om eveneens aanzienlijke investeringen te doen om de klimaatverandering tegen te gaan, toen hij Californië bezocht en een rondvlucht maakte over gebieden die getroffen zijn door een van de ergste bosbrandseizoenen in het land.

    99 miljard dollar schade

    De reis van Biden was bedoeld om de verwoestingen te aanschouwen die worden veroorzaakt door een opwarmende planeet, om aan te dringen op meer middelen om het probleem aan te pakken en om initiatieven aan te prijzen die deel uitmaken van infrastructurele werken waarop zijn regering aandringt.

    Biden toerde met Newsom langs hulpdiensten in Sacramento, waar hij functionarissen van de noodoperaties toesprak en zei dat ouders zich niet alleen zorgen maken om hun kinderen vanwege corona, maar ook of ze door de bosbranden nog wel gezonde lucht kunnen inademen.

    ‘Wetenschappers waarschuwen ons al jaren dat het weer extremer gaat worden’, aldus Biden. ‘We maken het nu realtime mee.’

    Extreme weersomstandigheden hebben de Verenigde Staten vorig jaar 99 miljard dollar gekost, en dat record zou dit jaar opnieuw kunnen worden verbroken, aldus de president, die de dringende noodzaak onderstreepte voor beslissende acties om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

    ‘We moeten groot denken, want te klein denken is een recept voor rampen’, zei hij, terwijl hij infrastructurele plannen van 1,2 biljoen dollar aanprees naast een apart pakket van 3,5 biljoen dollar dat volgens hem nodig is om de klimaatverandering de komende tien jaar te bestrijden. De door Biden gewenste maatregelen stuiten op tegenwerking in het verdeelde Amerikaanse congres.

    Californië lijkt op weg om dit jaar meer land in vlammen te zien opgaan dan vorig jaar

    De zogenoemde Caldor-brand in Californië, die het bij toeristen populaire gebied Lake Tahoe bedreigde, legde in augustus een gebied van meer dan 88.600 hectare in de as en verwoestte meer dan 1000 huizen en andere gebouwen in de Sierra Nevada op zo’n 115 kilometer ten oosten van Sacramento. Het was dit jaar de op één na grootste brand in de staat, na de Dixie Fire, die sinds het begin, midden juli, meer dan 388.000 hectare en ruim 1300 gebouwen verwoestte.

    Lees ook:

    De piek van het bosbrandseizoen valt voor Californië gewoonlijk in de late zomer en de herfst. De staat lijkt op weg om dit jaar meer land in vlammen te zien opgaan dan vorig jaar, dat voorlopig het slechtste jaar ooit voor ‘The Golden State’ was.

    Een week geleden slaagde de brandweer van Californië er vooralsnog in een groep oude sequoia’s te beschermen die bedreigd worden door branden die in het nationaal park Sierra Nevada woeden.

    De eeuwenoude, reusachtige bomen, die de Four Guardsmen worden genoemd, markeren de ingang van het Giant Forest, een bos met zo‘n tweeduizend sequoia’s. Iets verderop staat de naar Generaal Sherman vernoemde sequoia, die met een lengte van 83 meter, ongeveer de hoogte van een flatgebouw met 20 verdiepingen, een diameter van 11,1 meter en een ouderdom van circa 2300 tot 2700 jaar, een van de oudste levende wezens op aarde is. Volgens opzichters wisten ze de bomen te redden door ze rond hun basis te bekleden met brandwerend materiaal.

    De brand in het gebied met de sequoia’s is een van de dertien grote bosbranden die momenteel woeden in Californië. Vanwege de droogte en de harde wind blijft het erom spannen of de reddingspogingen van de bomen definitief zullen slagen.

    Droogte

    Door de mens veroorzaakte klimaatverandering verergert de vernietigende droogte die het zuidwesten van de Verenigde Staten teistert, de zwaarste ooit in de regio. In twintig maanden tijd viel de minste neerslag sinds in 1895 werd begonnen met meten, aldus een rapport van de Amerikaanse regering. In diezelfde periode, van januari 2020 tot augustus 2021, beleefde de regio ook de op twee na hoogste dagelijkse gemiddelde temperaturen. Het regeringsrapport waarschuwt dat extreme droogte waarschijnlijk zal verergeren en zich zal herhalen ‘totdat maatregelen tegen opwarming van de aarde worden genomen en regionale opwarming kan worden gekeerd’.

    De droogte begon aan het begin van 2020 in de staten Californië, Nevada, Arizona, Utah, Colorado en New Mexico en heeft geleid tot ongekende watertekorten in de hele regio, terwijl in de afgelopen twee jaar tegelijkertijd verwoestende bosbranden woedden.

    De afnemende hoeveelheden water in de reservoirs bedreigen volgens de studie de drinkwatervoorziening, irrigatiesystemen, waterkrachtcentrales, visserij en recreatieve activiteiten, met directe verliezen die in de miljarden dollars lopen.

    ‘De helft van de Verenigde Staten kampt met een ongekende droogte’

    De ongebruikelijk hoge temperaturen, die samenvallen met de historische droge periode in het zuidwesten van de VS, zijn symptomatisch voor door de mens veroorzaakte klimaatverandering. De extreem hoge temperaturen vergroten de behoefte aan water waardoor de droogte verder verergert en uiteindelijk op allerlei manieren ‘meer impact’ heeft, aldus de auteurs van het rapport. Het onderzoek richtte zich op droogte in zes staten in het zuidwesten van de VS, waar meer dan 60 miljoen mensen wonen, maar de implicaties reiken veel verder dan uitsluitend die regio.

    ‘De helft van de Verenigde Staten kampt met een ongekende droogte, juist nu de economie van het land worstelt met de effecten van covid-19’, zo zegt hoofdauteur van het rapport Justin Mankin, professor geografie aan het Dartmouth College. De zomer van 2021 bracht weliswaar welkome moessonregens in delen van het zuidwesten, maar er zijn meerdere jaren met bovengemiddelde regen en sneeuw op grote hoogte nodig om de reservoirs, rivieren en bodem in de regio aan te vullen. De verwachting is dat ‘de huidige droogte minstens tot 2022 zal aanhouden in een groot deel van het zuidwesten van de VS, mogelijk zelfs langer’, aldus het rapport.

  • De Iztaccíhuatl kent nog maar drie gletsjers, Pecho, Panza en Suroriental 

    De Iztaccíhuatl kent nog maar drie gletsjers, Pecho, Panza en Suroriental 

    In Mexico zijn nog maar vijf gletsjers over, die zich op twee bergen bevinden: de Iztaccíhuatl en de Pico de Orizaba. In totaal gaat het om minder dan één vierkante kilometer ijs en volgens deskundigen zijn de gletsjers rond 2050 verdwenen. De oorzaak van het snelle verdwijnen van deze watervoorziening is ontegenzeggelijk de opwarming van de aarde.

    In Mexico zijn nog maar vijf gletsjers over, die zich op twee bergen bevinden: de Iztaccíhuatl en de Pico de Orizaba. In totaal gaat het om minder dan één vierkante kilometer ijs en volgens deskundigen zijn de gletsjers rond 2050 verdwenen. De oorzaak van het snelle verdwijnen van deze watervoorziening is ontegenzeggelijk de opwarming van de aarde.

    De gletsjertong en het firnbekken van de Ayoloco-gletsjer zijn zo goed als verdwenen. Alleen een muur van oud ijs en gletsjerkrassen in de rotsen zijn er stille getuigen van dat hier in hartje Mexico op 4700 meter hoogte, op de top van de vulkaan Iztaccíhuatl, ooit een gletsjer was. De groeven die deze ruige, 200 meter dikke ijsmassa heeft achtergelaten, zijn nog heel tastbaar. Als een bulldozer sleurde hij stenen mee op zijn weg naar beneden en deponeerde die op een grote modderige hoop onderaan de helling. En met zijn oeroude krachten overdekte hij de reusachtige bruine rotsmassa’s die hij niet in beweging kreeg met krassen [gletsjerkrassen of striaties zijn krassen in gesteente die door de schurende werking van gletsjers ontstaan].

    Midden in een sneeuwstorm zijn twee onderzoekers van de Nationale Autonome Universiteit van Mexico (UNAM) bezig een metalen gedenkplaat te plaatsen in een van de oeroude geulen. Eerst smeren ze lijm op de plaat, vervolgens zetten ze hem stevig vast met schroeven, zodat hij de volgende storm zal overleven. ‘Deze plaat herinnert ons eraan dat hier ooit de Ayoloco stroomde,’ zegt glacioloog Hugo Delgado. ‘En dat die zich steeds verder terugtrok en in 2018 compleet verdween, als gevolg van de klimaatverandering door menselijk handelen.’

    ‘De mens had lang geleden al actie moeten ondernemen’

    De geoloog wijdt zijn hele carrière al aan het bestuderen van de Mexicaanse gletsjers en benadrukt dat de mens lang geleden al actie had moeten ondernemen. Het verdwijnen van deze watervoorziening is namelijk onomkeerbaar. Het enige wat nu nog over is van de gletsjers in het Mexicaanse hooggebergte zijn kale hellingen met her en der wat stenen, die er als botten over verspreid liggen.

    De Ayoloco op de Iztaccíhuatl – met zijn 5230 meter de op twee na hoogste bergtop van het land – is de laatste gletsjer die verdween. Op de berg die aan een slapende vrouw doet denken werden in 1958 nog elf gletsjers geteld. Daarvan zijn er nu nog maar drie over: de Pecho, de Panza en de Suroriental. Samen zijn die goed voor amper 0,2 vierkante kilometer ijs. In 1850, de laatste bloeiperiode tijdens de zogeheten Kleine IJstijd, was dat nog 6,23 kilometer. In 170 jaar is de berg dus ruim 95 procent van zijn gletsjermassa kwijtgeraakt.

    In heel Mexico zijn nog maar twee andere gletsjers over: de Glaciar Norte en de kleinere Glaciar Noroccidental. Samen hebben ze een oppervlak van iets meer dan 0,6 vierkante kilometer. Ze bevinden zich op de Pico de Orizaba, ook wel Citlaltépetl genoemd, op de grens tussen de staten Puebla en Veracruz. Met zijn 5675 meter is dit de hoogste berg van het land. De laatste zestig jaar zijn vier van zijn gletsjers verdwenen. Ook de Norte, de laatste hoop van geologen, is op sterven na dood. Zijn gletsjertongen, acht ijstentakels die de berg af kronkelden, is hij al kwijt. ‘De rotsen zijn al te zien, de ijsdikte is minimaal,’ zegt Delgado, die tot april dit jaar directeur was van het Instituut voor Geofysica van de UNAM.

    De toekomst ziet er slecht uit voor de laatste vijf Mexicaanse gletsjers. De geoloog voorspelt dat de drie gletsjers op de Iztaccíhuatl de komende vijf jaar zullen verdwijnen; die op de Pico de Orizaba geeft hij nog twee decennia. Hoe dan ook ‘zijn er in 2050 geen gletsjers meer in Mexico’.

    En niet alleen hier is het aftellen begonnen. Delgado vertegenwoordigt Mexico in de internationale groep voor gletsjeronderzoek. Hij vertelt dat hij altijd plagerige grapjes moest aanhoren van collega’s uit Ecuador en Peru die opschepten over hun schitterende exemplaren. ‘Binnenkort hoef je niet meer naar onze bijeenkomsten te komen, zeiden ze dan lachend tegen me,’ vertelt hij. ‘Ze vonden de omvang van mijn gletsjers altijd een lachertje, maar maken zich tegenwoordig grote zorgen over hun eigen gletsjers, waarvan het ijs nu ook zienderogen smelt.’

    Overal op aarde zie je dit drama zich voltrekken. Van de Ok in IJsland, de Pizol in Oostenrijk, de aangekondigde dood van de Spaanse gletsjers tot en met de vorming van meren in de Himalaya, overal wordt afscheid van ze genomen. Geen gletsjer ontkomt aan de opwarming van de aarde. Ze zijn een van de meest evidente en logische sensoren van klimaatverandering geworden: hoe hoger de temperatuur op aarde, hoe sneller ze krimpen. En het feit dat ze aan de lopende band verdwijnen is tekenend voor het leven dat ons op aarde te wachten staat: heter, droger, uitgeputter.

    Knerpende voetstappen op de aarde, zware ademhaling en het geselen van het gras dat de hellingen van de Iztaccíhuatl als een deken heeft begroeid. Naarmate we hoger komen, kwijnt de vegetatie weg en worden de rotsen zichtbaar. Net onder de sneeuwlijn zien we op een open plek kruisen staan. Deze zijn opgericht voor Luis Rosas, een bergbeklimmer die in 1971 verongelukte, en Daniel Peralta die, nadat hij vele toppen had bedwongen, hier in 2013 eveneens om het leven kwam. Dit soort gedenkplaten ter nagedachtenis aan bevlogen alpinisten vormden de inspiratie voor een plaat voor de Ayoloco.

    Popocatépetl

    Plotseling wordt de stilte op het pad verstoord door een laag en aanhoudend gerommel. ‘Horen jullie dat? Dat is een gaslek, onder hoge druk. Je hoort ook wat explosies, het is de Popocatépetl,’ roept Robin Campion enthousiast. Hij is vulkanoloog aan de UNAM en vergezelt Delgado op zijn gletsjerexpedities. Vanaf de voet van de Iztaccíhuatl zie je de rookpluim van deze imposante vulkaan. De pluim tekent zich duidelijk af tegen de heldere hemel, als nadrukkelijk geheugensteuntje dat hij er ook nog is.

    Ook op de Popocatépetl waren er tot het jaar 2000 gletsjers, maar die zijn na een grote vulkaanuitbarsting allemaal bedolven. ‘Er is nog een klein beetje ijs, maar dat functioneert niet meer als gletsjer, want het stroomt niet meer en groeit niet meer aan. Ironisch genoeg worden die ijsmassa’s eigenlijk in stand gehouden door vulkaanas,’ zegt Delgado. ‘Als de Popocatépetl op een dag inactief zou worden en het ijs zou niet zijn gesmolten door de temperatuurstijging, zou de gletsjer dankzij deze ijsblokken kunnen herstellen.’

    Tijdens de beklimming zijn de bergbeklimmers gehuld in een dikke wolkendeken die de voeten, de knieën en de buik van de Iztaccíhuatl bedekt. Op de westelijke helling onderweg naar de Ayoloco bevindt zich het bekken waar tot ongeveer 2012 de Atzintli-gletsjer lag. Vroeger vormden deze gletsjers, als er gebrek aan water was, een belangrijke bron. Hun belang voor de bewoners aan deze kant van de berg spreekt duidelijk uit hun Nahuatl-namen ‘hart van water’ en ‘mijn water’. Nu wonen tussen de morenen hagedissen en zijn deze rotsen op 4500 meter hoogte overdekt met korstmossen. 

    Toen de temperaturen begonnen te stijgen, zijn beide gletsjers verdwenen doordat ze één voor één onder de zogeheten evenwichtslijn kwamen te liggen. Zo noemen geologen de zone in het hooggebergte waar de gemiddelde jaartemperatuur nul graden Celsius of lager is. Boven die lijn blijven sneeuw en hagel liggen en kan een gletsjer aangroeien. ‘Wanneer een gletsjer aangroeit, stroomt hij omlaag door de zwaartekracht. Maar wanneer hij de evenwichtslijn overschrijdt, komt hij terecht in wat de ablatiezone wordt genoemd,’ vertelt Delgado. ‘Daar ligt de temperatuur boven nul, en dat betekent dat alle neerslag wegsmelt. Gletsjers hebben een dynamiek van aangroei en smelten. Er bestaat een bepaald evenwicht waarbij ze ijsmassa behouden en kwijtraken,’ aldus de glacioloog.

    Maar deze balans is in de loop der tijd op natuurlijke wijze verstoord. Ooit waren alle bergen in de Vallei van Mexico boven de 3500 meter bedekt met ijs. De Ajusco, de Sierra de la Cruces, de Nevado de Toluca en de Sierra Nevada, op alle bergen waren gletsjers. In 1958 lag de evenwichtslijn in Mexico nog op 4500 meter en nu is dat 5250 meter. Alle gletsjers op de Iztaccíhuatl zitten al onder deze grens.

    Vonnis

    Terwijl de onderzoekers de gedenkplaat vastzetten op de Ayoloco, valt er een dik pak sneeuw op de buik van de berg. Het regenseizoen is net begonnen en op deze hoogte sneeuwt het onophoudelijk grote vlokken. Maar grote bruine plekken blijven open. ‘De sneeuw blijft maar een paar dagen liggen, met een beetje geluk een paar weken. Maar dan is alle sneeuw gesmolten en groeien de gletsjers niet meer aan.’ De drie laatste gletsjers op de Iztaccíhuatl zitten verborgen in kraters. Daar wordt de ijsmassa beschermd door het bekken. ‘Door de geomorfologische omstandigheden zijn ze er nog, maar de kans dat ze blijven voortbestaan is eigenlijk nihil.’ Het vonnis: ‘Hun tijd is gekomen.’

    Bij de Pico de Orizaba ligt dat anders. De top en de gletsjers liggen nog steeds 120 meter boven de evenwichtslijn. Maar geologen hebben een ander probleem ontdekt: een gebrek aan synchronisatie. Wanneer het sneeuwt in het regenseizoen – dat in Mexico in de zomer valt – blijft de sneeuw door de hoge temperaturen niet liggen. En als het wel koud genoeg is, valt er geen neerslag. ‘Als het zo doorgaat met de temperatuurrecords, zijn ze over een paar decennia verdwenen,’ zegt Delgado.

    Afgezien van de opwarming van de aarde moeten de Mexicaanse gletsjers zien te overleven midden tussen de industriezones in de Vallei van Mexico en Puebla en overbevolkte steden als Mexico-Stad en Ciudad Nezahualcóyotl. Bovendien hebben ze te kampen met een lokale factor: wanneer gletsjerijs smelt, komen donkere rotsen tevoorschijn die de zonnestralen niet weerkaatsen maar juist absorberen. Met weer extra opwarming tot gevolg.

    Ook het enige glaciologische station dat de ijsmassa’s op de Pico de Orizaba kan observeren – door blikseminslag en materiaaldiefstal heeft het station op de Iztaccíhuatl maar een paar maanden bestaan – bevestigt dat het ijs in Mexico ‘heet ijs’ is. De temperatuur ligt er zo dicht bij nul dat het ijs bij de minste stijging smelt. Bovendien hebben de gletsjers, door hun hoogte en ligging, in de droge seizoenen (ook al zijn de temperaturen dan laag) zo veel last van de zon dat het ijs sublimeert: het gaat van zijn vaste toestand direct over in gas en verdampt.

    ‘De werkelijke uitdaging is nu wat we eraan gaan doen’

    Delgado heeft de Iztaccíhuatl in 1974 beklommen en daarbij geleerd om op sneeuw te lopen. Met hamer en ijshouweel beklom hij het schitterende Ayoloco-bekken. Om zich voor te bereiden op een expeditie naar de Himalaya leefde hij in 1979 twee weken lang in deze zeven kilometer lange siërra. Hij verloor er bovendien zijn beste vriend, die de berg wel honderd of misschien zelfs tweehonderd keer had gelopen. Delgado, die de Iztaccíhuatl als een vriendin ziet, vat de toestand van de Mexicaanse gletsjers als volgt samen: ‘Onze gletsjers zijn echte helden: ze strijden tot ze erbij neervallen.’

    De onomkeerbare verdwijning van unieke Mexicaanse gletsjers op 20 graden noorderbreedte betekent het verlies van een betrouwbare sensor van klimaatverandering, maar vooral het verlies van een belangrijke watervoorziening. In dit steeds dichterbevolkte en drogere land – de laatste 34 jaar is de gemiddelde temperatuur in Mexico twee graden gestegen – zijn gletsjers in het droge seizoen een extra hulpbron voor gemeenschappen die in de buurt van de bergen wonen. Gletsjers zijn goed voor ongeveer 5 procent van de waterkringloop in die regio’s, dankzij smeltwater of doordat ze de grondwaterstand voeden. ‘Het is niet veel, maar alle kleine beetjes helpen,’ zegt Delgado.

    Alle voortekenen – krimpende gletsjers, smeltende polen, leeglopende stuwmeren – wijzen in dezelfde richting: ‘Er is steeds minder water beschikbaar. Onze samenleving gaat last krijgen van waterstress. Dat probleem bestaat nu al, alleen heeft het zijn volle omvang nog niet bereikt. De werkelijke uitdaging is nu wat we eraan gaan doen.’

    Voor de stervende ijsmassa’s op de bergtoppen is alle hoop vervlogen, en ook de opwarming van de aarde kan niet meer worden teruggedraaid, waarschuwt de glacioloog. Maar we kunnen wel proberen dit proces af te remmen. De uitstoot van broeikasgassen terugdringen, water besparen, ontbossing tegengaan en investeren in milieueducatie: het is allemaal hoognodig. Delgado heeft vooral vertrouwen in de volgende generaties. ‘Het gaat hier niet om de bescherming van de planeet, maar van de omgeving waarin wij als soort kunnen overleven. Ons voortbestaan staat op het spel.’