Over niet al te lange tijd heft het alles overspoelende massatoerisme zich vanzelf op. Op zoek naar zon, zee en strand, of welke attractie dan, het liefst in korte broek en op sandalen, en wat kan het schelen als er honderden andere vakantiegangers op hetzelfde idee zijn gekomen… Wie doet het straks nog? Wie wil er straks nog ver van huis om naar adem te snakken onder de rook van bosbranden of te verschroeien door de ondraaglijke temperatuurstijging die zich opdringt tot in het Arctisch gebied. Stel je voor, wordt het miezerige weer in Nederland nog een zegen waar we in plaats van permanent over klagen nu nostalgisch mijmerend aan terug denken. Weet je nog, hoe je op de fiets zat met die heerlijke slagregens en die verrukkelijke telkens draaiende wind.
Het klimaat, dat we zo graag willen vergeten, naar onze hand willen zetten, waar we pas aandacht aan besteden wanneer het uitkomt, dat we bezingen en verguizen, waar we zo lang veronachtzaamd mee zijn omgesprongen wetende dat al onze dagelijkse handelingen op enigerlei manier invloed op de temperatuur van de atmosfeer hebben, laat zich nu in al haar grootsheid zien.
Onoverwinnelijk tegen wil en dank.
Gingen vroeger mensen nog fysiek ergens heen?
Hoogste tijd, nee het is al ná hoogste tijd, als we de klimaatdeskundigen mogen geloven om rigoureuze en onmiddellijke maatregelen door te voeren. Van overheidswege hoeven we dat niet te verwachten zolang er ministers zijn die zeggen dat ze er wel ‘een juridische truc’ voor zullen vinden, terwijl het dezelfde overheid is die het wel lukt om 17 miljoen mensen langdurig binnen te houden. Wat de politiek ervan weerhoudt om radicale hervormingen door te voeren, is inherent aan de politiek zelf; gefragmenteerd, zichzelf vastgeketend aan allerlei leibanden, angstvallig rekening houdend met genoeg draagvlak, et cetera. Dus moeten we het toch zelf doen, in plaats van blijven hameren op een grootscheepse wijziging van het systeem. That will be the day. Hoopvol is dan ook de opening van Harald Willenbrock in Geo (p.12), waarin hij schetst hoe we in een niet al te verre toekomst net zo verbaasd naar ons alledaags consumentisme en reisverleden kijken als nu naar Mad Men, de serie uit de jaren 60 waarin het plastic bestek na de picknick gewoon in de natuur achterblijft. Waren we echt zo milieu-onbewust, propten we tachtig budgetvluchten per dag vol voor 35 euro retour? Hadden ze toen nog geen virtuele reizen met voelbare temperatuur- en hoogteverschillen? Wat? Gingen mensen nog fysiek ergens heen? Hoor je dat, ze vlogen nog en droegen vakantiekleren.
Coca-Cola hoopte klanten in de Verenigde Staten te lokken met gepersonaliseerde flessen, maar oogst vooral boze reacties op Twitter, schrijft CNN. Met een ‘make your own label’-actie kunnen klanten speciale colaflesjes bestellen met daarop een eigen tekst. Het bedrijf heeft een systeem opgezet om bepaalde teksten en merknamen te blokkeren, maar gebruikers ontdekten dat dat aan alle kanten rammelt.
‘Gay Pride’ is niet toegestaan. ‘Ik haat homo’s’ kan dan weer wel
Zo mag ‘Black Lives Matter’ niet, maar ‘White Lives Matter’ wel en is er een speciaal regenbooglabel voor juni, de Pride Month, maar is ‘Gay Pride’ niet toegestaan. ‘Ik haat homo’s’ kan dan weer wel. Op ‘Hitler’ en ‘Nazi’ rust een verbod, maar flessen kunnen wel worden uitgerust met teksten als ‘I am a Nazi’, of ‘Sieg Heil’.
Dergelijke publiekscampagnes gaan wel vaker mis. Zo begon de Amerikaanse bank JPMorgan in 2013 met een ‘Vraag ons alles’-campagne onder de hashtag #AskJPM. Mensen vroegen al snel hun in beslag genomen huizen terug en vervloekten bestuursvoorzitter Jamie Dimon, waarop JPMorgan stopte met de campagne. Wat Coca-Cola gaat doen is nog niet bekend.
Kazachs hoger onderwijs in particuliere handen
Van de 130 hogescholen en universiteiten in Kazachstan zijn de meeste eigendom van hoge ambtenaren of hun familie, zo blijkt uit onderzoek door Radio Free Europe/RL. Deze trend begon in 1993, toen door post-Sovjet-hervormingen voor het eerst privébezit van onderwijsinstellingen werd toegestaan en het eigendom ervan werd verdeeld tussen de staat en particulieren. Zo kwamen veel instellingen in handen van lieden die dicht bij de macht stonden, zoals de familie van de voormalige minister van Onderwijs en Wetenschap Bachytzjan Zjoemagoelov, nu een invloedrijk lid van de Kazachse Senaat.
‘Het wordt problematisch als ambtenaren een financieel belang hebben in de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn’
Er is geen wet in Kazachstan die familieleden van ministers of hoge ambtenaren verbiedt een hogeschool of universiteit te bezitten. Maar volgens onderzoeker Mihaylo Milovanovitsj wordt het ‘problematisch qua belangenverstrengeling als ambtenaren een financieel belang hebben in de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn’.
Ruzie in de Vijfsterrenbeweging
In de Italiaanse Vijfsterrenbeweging (M5S) is beroering ontstaan door een botsing tussen de oprichter, komiek Beppe Grillo, en de beoogde nieuwe leider, oud-premier Giuseppe Conte. Volgens parlementaire bronnen hangt het mogelijke leiderschap van Conte aan een zijden draadje, schrijft ANSA.
Conte zou verantwoordelijk worden voor vernieuwing van M5S, nadat de tweede coalitieregering die hij leidde begin dit jaar klapte. Hij stond al dicht bij M5S, maar maakte niet eerder deel uit van de beweging. De oud-premier en Grillo zijn het niet eens over mogelijke aanpassingen van de statuten, bijvoorbeeld over het verbod voor vertegenwoordigers om meer dan twee termijnen te dienen. Ook steggelen ze over de rol die Grillo zal gaan spelen. Grillo noemt Conte ‘rationeel’ en zichzelf een ‘visionair’. ‘Conte moet begrijpen dat ik nog steeds nuttig voor hem kan zijn,’ aldus Grillo.
Amerikanen bouwen op verkeerde plekken
Meer dan de helft van de gebouwen in de VS bevindt zich in een mogelijk rampgebied, zo blijkt uit een recente studie. Tientallen miljoenen huizen, bedrijven en andere gebouwen staan in gebieden waarvoor het hoogste risico geldt op orkanen, overstromingen, bosbranden, tornado’s en aardbevingen, meldt NPR.
De bevindingen onderstrepen hoe stedelijke ontwikkeling schade door klimaatverandering kan verergeren. ‘We weten al dat we elk jaar miljarden dollars en levens verliezen door natuurrampen,’ aldus Virginia Iglesias, onderzoeker aan de Universiteit van Colorado en een van de auteurs van de studie. ‘Natuurlijk heeft de klimaatverandering ermee te maken, want die vergroot de kans op extreme gebeurtenissen. Maar tegelijkertijd maakt het ook uit wat en waar er wordt gebouwd.’
Stedelijke ontwikkeling heeft versneld heeft plaatsgevonden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden
Iglesias en haar collega’s analyseerden gegevens die teruggaan tot 1945, om te zien hoeveel gebouwen zich in het brandpunt van de natuurlijke dreiging bevinden. Ze richtten zich op gebieden waar de kans op een ramp in de hoogste 10 procent ligt. Zo ontdekten ze dat dergelijke hotspots ongeveer 30 procent van de VS beslaan, maar plaats bieden aan bijna 60 procent van de gebouwen van het land. Oftewel: stedelijke ontwikkeling vindt plaats op de gevaarlijkste plekken.
Uit het onderzoek blijkt dat stedelijke ontwikkeling sinds de jaren tachtig versneld heeft plaatsgevonden in gebieden die gevoelig zijn voor natuurbranden, vooral in het westen van de VS. In het oosten van het land blijven steden zich uitbreiden op plaatsen die extreem kwetsbaar zijn voor orkanen.
Zo’n anderhalf miljoen gebouwen bevinden zich zelfs op plekken waarvoor twee of meer gevaren gelden. Delen van het westen zijn bijvoorbeeld extreem vatbaar voor zowel natuurbranden als aardbevingen, terwijl regio’s in het zuiden een verhoogd risico lopen op overstromingen, orkanen en tornado’s.
Iglesias hoopt dat het onderzoek beleidsmakers en bewoners helpt om zorgvuldiger te bepalen waar nieuwe ontwikkeling gewenst is en hoe gebouwen beter kunnen worden ontworpen met het oog op natuurrampen.
Haperende start voor GB News
Op 13 juni begon in Groot-Brittannië GB News, een controversiële televisiezender die belooft de ‘cancelcultuur’ te bestrijden en zegt een ‘anti-woke’-positie in te nemen. Critici beschuldigen GB News van het aanwakkeren van culture wars, in de stijl van het Amerikaanse Fox News. Andrew Neil, een omroepveteraan die de zender opzette en er ook als presentator werkt, is nog geen twee weken na de lancering opgestapt, omdat hij behoefte heeft aan vrije tijd, zoals hij zelf zei. Hij gaf toe dat de zender ‘een moeilijke start’ kende. De voormalige BBC-coryfee zei dat hij ‘een paar weken’ weg zou zijn en terug zou keren ‘voordat de zomer voorbij is’.
Er kwamen na een uitzending van Tonight Live with Dan Wootton honderden klachten binnen
In de eerste weken ging er van alles mis, schrijft The Independent. Zo kwamen na een uitzending van Tonight Live with Dan Wootton honderden klachten binnen omdat Wootton, eerder werkzaam bij tabloid The Sun, had beweerd dat medische experts en politici die belast zijn met de volksgezondheid een ‘ultravoorzichtige bioveiligheidsstaat’ proberen te creëren, ‘zoals China’. Verder werden uitzendingen geteisterd door technische problemen en trok een aantal grote adverteerders zich terug, uit angst geassocieerd te worden met het conservatieve gedachtengoed.
‘We worden elke dag beter en er is duidelijk interesse voor wat we doen,’ zei Neil desondanks. ‘In slechts twee weken hebben we al een loyaal publiek opgebouwd dat al onze verwachtingen heeft overtroffen; het is groter dan dat van veel andere nieuwszenders, en het groeit nog steeds. Dus namens GB News zeg ik tegen al onze kijkers: bedankt. We laten je niet in de steek, and you ain’t seen nothing yet.’
Library Whisperer
Francine Houben van architectenbureau Mecanoo kon niet bij de heropening van de openbare bibliotheek in New York zijn, maar in september opent nog een bibliotheek van haar hand in Washington D.C. en later dit jaar ook een in Taiwan. In de VS wordt Houben al de library whisperer genoemd. De nieuwe dakconstructie met schuine aluminium vlakken in New York is geïnspireerd op Manhattans mansardedaken uit 1904 en op de taps toelopende art-decowolkenkrabbers in de stad en de gefacetteerde gevels van nieuwere torens.
In Ethiopië nemen rebellen de hoofdstad van Tigray weer in
De Ethiopische regering heeft afgelopen maandag een ‘unilateraal en onvoorwaardelijk staakt-het-vuren’ afgekondigd in Tigray, de provincie waar het rebellerende Tigray People’s Liberation Front (TPLF) de hoofdstad Mekelle heroverde. Volgens de internationale pers is dit een grote tegenslag voor premier Abiy Ahmed, die in november nog beweerde de regio onder controle te hebben.
Dit is een ‘groot keerpunt’ in het conflict in Tigray, schrijft The New York Times. Maandag trokken troepen die loyaal zijn aan de dissidente autoriteiten in dat deel van Noord-Ethiopië, Mekelle binnen, waar de regering na bijna acht maanden vechten een staakt-het-vuren beval. Het Ethiopische leger bezet sinds november vorig jaar de regio Tigray, na de controle van de regionale regering te hebben overgenomen. Maar de Tigrese troepen (TPLF) brachten maanden door met hergroeperen en rekruteren van nieuwe strijders, en kwamen na enkele tegenaanvallen van afgelopen week terug naar de hoofdstad Mekelle.
Al-Jazeera bevestigt dat TPLF, de voormalige regerende partij van de regio, maandag de controle over de hoofdstad van Tigray heeft herwonnen. Inwoners beweren voor het eerst sinds november troepen met regionale uniformen in de stad te hebben gezien.
Tegenslag
Verschillende bronnen vertelden BBC dat mensen op straat opgetogen zijn en dat op sociale media sympathisanten van de Tigrinya-rebellen te zien zijn die met vlaggen door de straten marcheren.
‘De snelle opmars van de Tigrese troepen is een grote tegenslag voor de regering van de Ethiopische premier Abiy Ahmed’, legt The New York Times uit. Toen het federale leger vorig jaar naar Tigray werd gestuurd om dissidente lokale autoriteiten af te zetten, verzekerde Abiy Ahmed dat de operatie slechts een paar weken zou duren. Mekelle werd op 28 november ingenomen. Maar de gevechten tussen TPLF-troepen en het Ethiopische federale leger, gesteund door troepen van regionale autoriteiten in de buurt van Amhara en het leger van Eritrea, dat grenst aan Tigray, werden nooit echt beëindigd.
‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’
Het TPLF lanceerde vorige week een offensief, terwijl in een groot deel van de rest van het land nationale verkiezingen werden gehouden, waarvan de resultaten nog moeten worden bekendgemaakt. ‘Veel jonge mensen, handelaren en boeren hebben zich aangesloten bij TPLF’, vertelde een functionaris in de interim-regering van Tigray aan The Washington Post. ‘Ze hebben het gevoel dat ze vechten voor hun voortbestaan. Ze zullen nooit stoppen met vechten, dat is zeker. Dat is nu ondenkbaar.’
Het eenzijdige staakt-het-vuren dat maandag is afgekondigd, heeft volgens de regering tot doel de voedselproductie en de verdeling van humanitaire hulp mogelijk te maken. De wapenstilstand zou in ieder geval moeten duren tot het einde van het oogstseizoen in Tigray, dat in september eindigt.
‘Het aanhoudende conflict leidt tot een snel verergerende humanitaire crisis, die er volgens de VN voor zorgt dat 350.000 mensen, waarvan 140.000 kinderen, op de rand van hongersnood verkeren, zo bericht Emmanuel Akinwotu, correspondent van The Guardian in West-Afrika.
Kinderen zijn doelwit van jihadisten in Mozambique
In een jaar tijd zijn naar verluidt zeker vijftig kinderen ontvoerd in de Mozambikaanse provincie Cabo Delgado, waar de bevolking sinds 2017 massaal op de vlucht is voor jihadisten, schrijft Le Courrier International. Meisjes moeten trouwen onder dwang en worden onderworpen aan seksueel geweld, terwijl jongens worden geïndoctrineerd en getraind om te doden.
Die alarmerende signalen klinken ook in de Mozambikaanse pers. Op 20 juni wijdde de krant O Paíseen artikel aan het voortdurende humanitaire drama in Cabo Delgado. Deze provincie, die rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, is gelegen in het uiterste noordoosten van het land aan de grens met Tanzania, en is sinds 2017 het strijdtoneel voor bloeddorstige eenheden onder leiding van islamitische terroristen, waarvan sommigen zijn gelieerd aan de Islamitische Staat.
‘In april waren er 732.000 ontheemden in Cabo Delgado’, schrijft het dagblad, ‘waarvan 46 procent kinderen.’ Deze laatsten, verzwakt door de exodus, vallen ten prooi aan de jihadisten, schrijft Myrta Kaulard, coördinator van de Verenigde Naties in Mozambique, in O País: ‘Er zijn meldingen van meisjes en vrouwen die zijn ontvoerd, gedwongen werden tot huwelijken en die seksueel worden misbruikt, evenals berichten over kinderen die onder dwang worden gerekruteerd voor gewapende groepen.’
‘In een jaar tijd zijn ten minste 51 kinderen ontvoerd door gewapende, opstandige groepen
De ngo Save the Childen, geciteerd door de krant Notícias, stelde eerder deze maand vast dat ‘in een jaar tijd ten minste 51 kinderen, voornamelijk meisjes, zijn ontvoerd door gewapende, opstandige groepen in de provincie Cabo Delgado’. Deze cijfers geven alleen de gemelde gevallen weer, aldus het artikel; het daadwerkelijke aantal kinderontvoeringen ligt veel hoger.
Indoctrinatie
Mussa Amade bevestigt dit in een artikel vanLusa News Agency. Amade is gevlucht uit Palma, een stad die afgelopen 24 maart door jihadisten werd bestormd tijdens een spectaculaire aanval, dichtbij faciliteiten die Total aan het opzetten was voor een toekomstig gasproject. Amade ‘vertelt over nachten waarin vreemden de huizen binnenkwamen om te doden, te ontvoeren en te plunderen wat ze konden’.
Het conflict tussen islamitische terroristen en het Mozambikaanse leger, dat volgens de ngo ACLED al minstens 2800 levens heeft geëist, wordt op de voet gevolgd door João Feijó, die werkt voor de ngo Observatório do Meio Rural. In een interview dat hij eerder deze week gaf aan Deutsche Welle, zegt de onderzoeker: ‘De opstandige gewapende groepen die actief zijn in Cabo Delgado breiden hun gelederen uit door jonge mensen te ontvoeren. Het gaat om kinderen en pre-adolescenten vanaf twaalf jaar, die ze indoctrineren en militair training geven. Dat worden degenen die vervolgens aanslagen uitvoeren.’
‘Het deradicalisering van kindsoldaten zal nog lange tijd duren’
Het is een fenomeen dat niet nieuw is in Mozambique, constateert João Feijó, aangezien ‘er al honderden kindsoldaten werden gerekruteerd tijdens de burgeroorlog’, die het land zestien jaar lang teisterde. Het probleem dat zich toen voordeed, duikt weer op benadrukt hij: ‘De waarheid is dat de regering strijdt tegen kinderen die zich in het tegenovergestelde kamp bevinden, hetzij onder dwang, hetzij vrijwillig. Het wordt steeds moeilijker om mensen aan te vallen waarvan niet bekend is of het burgers of opstandelingen zijn.’
De tragedie zal nog lang voortduren, voegt hij eraan toe: ‘ouders waarvan kinderen werden ontvoerd, hebben geen toegang meer tot gerechtigheid. Ze kunnen nergens hun beklag doen omdat de autoriteiten in het noorden van het land zelf op de vlucht zijn geslagen. Het deradicaliseren van deze kindsoldaten, van wie sommigen heroïsche verhalen opdissen over aanslagen die ze pleegden, en het opnieuw professioneel integreren ervan, zal nog lange tijd duren.’
De temperaturen in Siberië overtreffen momenteel die van Delhi, schrijft de Indiase nieuwssite DNA. Volgens de site registreerden twee EU-satellieten een temperatuur van 48 graden Celsius aan de grond in Arctisch Siberië tijdens een aanhoudende hittegolf.
We weten allemaal, schrijft DNA, dat Rusland en dan vooral het noordelijke deel van Sint-Petersburg via Moskou tot aan Siberië, een van de koudste regio’s op aarde is. Maar klimaatverandering is zeer zichtbaar in dit deel van de wereld. De registratie van 48 graden Celsius werd gedaan door de Copernicus Sentinel 3A- en 3B-satellieten van de EU op 20 juni, de langste dag van het jaar.
Sint-Petersburg en Moskou braken vorige week decenniaoude temperatuurrecords
De temperaturen in Sint-Petersburg stegen vorige week dinsdag tot een recordhoogte van 34 graden, en daarmee beleefde de stad de hoogste temperaturen sinds 1998. De temperaturen in Moskou braken een dag later een record toen ze 34,8 graden bereikten. Het vorige record van 34,7 graden, stamt uit 1901.
In Siberië lag de temperatuur van het landoppervlak zondag boven de 35 graden en pieken van 48 graden werden geregistreerd bij Verchojansk en van 37 graden in Saskylach, die beide ten noorden van de poolcirkel liggen.
Klimaatverandering
Het is een voorspelbare start van het zomerseizoen, volgens DNA, na een lente waarin honderden bosbranden het Siberische platteland verschroeiden en grote steden verduisterden en bedekten met dekens van rook.
Veel van deze lentebranden worden ‘zombievuren’ genoemd omdat het bosbranden betreft die vorige zomer begonnen, nooit volledig werden geblust en nu weer opflakkeren. De zombievuren smeulen maandenlang onder winterijs en sneeuw, gevoed door het koolstofrijke veen onder het oppervlak. Met de komst van de dooi in de lente, laaiden de oude vuren weer op.
Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit
De gemiddelde temperaturen in het noordpoolgebied stijgen al jarenlang veel sneller dan waar dan ook op aarde, grotendeels doordat zee-ijs smelt als gevolg van door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde.
Ondertussen zijn New Delhi en de omliggende gebieden in India dit jaar ook getuige van een zomer met recordtemperaturen, met kwik dat steeg tot 45 graden. Mei 2021 was Delhi’s warmste meimaand ooit, met maximumtemperaturen van 45 graden of zelfs hoger.
Het is bizar maar waar: op 20 juni lagen de temperaturen in Delhi tussen de 25 en 35 graden, veel lager dus dan de thermometers in Siberië aangaven.
Wanhoop niet, schrijft de auteur van Mannen leggen me altijd alles uit in reactie op de klimaatpaniek die ons dreigt te verlammen. Want de strijd is pas over als je denkt dat hij over is. ‘We kunnen nog steeds het gunstigste scenario nastreven in plaats van het ongunstigste.’
Keuze uit het archief
Sinds donderdag is de klimaattop COP28 in Dubai begonnen. Diplomaten en regeringsleiders uit 198 landen zijn aanwezig om met elkaar de toekomst van onze planeet te bespreken. Het belangrijkste agendapunt is het beoordelen of de wereld op schema ligt om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 te halen.
In dit artikel van The Guardian uit 2019 schrijft de Amerikaanse auteur Rebecca Solnit dat er geen reden is om bij de pakken neer te zitten vanwege de dreigende gevolgen van de klimaatcrisis. Aan de hand van de grote veranderingen die eerder in de geschiedenis tot stand zijn gebracht, betoogt ze dat we ook de klimaatcrisis een halt kunnen toeroepen als we ons ‘met alle passie, kracht en intelligentie die we in ons hebben inzetten voor het uitwerken van betere alternatieven. In plaats van af te wachten wat er gebeurt, kunnen we er zelf voor zorgen dat er iets gebeurt.’
Als reactie op de publicatie van het IPCC-rapport over de klimaatcrisis postte een bevriende stand-upcomedian op Facebook: ‘Klimaatverandering is gewoon angstaanjagend. Is er nog iets om optimistisch over te zijn?’
Veel van haar vriendinnen postten variaties als ‘we zijn verloren’ en ‘het is hopeloos’, wat hun wellicht het gevoel geeft dat ze in ieder geval íéts in deze overweldigende situatie onder controle hebben: de feiten. Dat hebben ze natuurlijk niet.
Ze zetten hun begrijpelijk grote zorgen over het nieuws om in de veronderstelling dat ze precies weten hoe de toekomst gaat uitpakken. Maar dat weten ze niet.
De toekomst ligt nog niet vast. Dat wil zeggen: klimaatverandering is de onweerlegbare realiteit van nu en de toekomst, maar de essentie van het rapport van IPCC (het Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN) is dat we nog steeds het gunstigste scenario na kunnen streven in plaats van het ongunstigste.
‘Als je een vrij iemand wil zijn, kom je niet op voor de mensenrechten omdat je succes zult hebben met die actie, maar omdat dat het enige juiste is om te doen’
Natan Sharansky, die negen jaar in een goelag heeft gezeten omdat hij had samengewerkt met Sovjetdissident Andrej Sacharov, herinnert zich wat zijn mentor heeft gezegd: ‘Ze willen ons laten geloven dat er geen kans is op succes. Maar het gaat er niet om of er wel of geen hoop op verandering is. Als je een vrij iemand wil zijn, kom je niet op voor de mensenrechten omdat je succes zult hebben met die actie, maar omdat dat het enige juiste is om te doen. We moeten het fatsoen in ere houden.’
Het fatsoen in ere houden betekent dat iedereen van ons die de middelen daartoe heeft serieuze maatregelen tegen klimaatverandering moet nemen of de huidige inspanningen nog moet vergroten.
Klimaatacties gaan over mensenrechten, omdat de klimaatverandering de kwetsbaarsten het eerst en het zwaarst treft – dat gebeurt al, met perioden van droogte, bosbranden, overstromingen, mislukte oogsten. Die verandering treft de talloze soorten en leefgebieden die van deze aarde zo’n prachtig en complex geheel maken, van de koraalriffen tot de kariboekuddes.
Bezorgdheid en ontzetting over de situatie staan die acties niet in de weg; je kunt klimaathelden kiezen ook al ben je somber gestemd
Nu beslissen we over hoe het leven er in 2100 uit zal zien voor de kinderen die nu worden geboren, en voor hun kleinkinderen, en de kleinkinderen van die kleinkinderen. Ze zullen het tijdperk vervloeken waarin de planeet werd verwoest en misschien zullen ze de herinnering koesteren aan hen die probeerden die verwoesting tegen te gaan.
Volgens het rapport moeten we het gebruik van fossiele brandstoffen in 2030 met 45 procent hebben verminderd; dan zijn die kinderen 12. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk. Actie ondernemen is de beste manier om crises en rechtenschendingen het hoofd te bieden, zowel voor je eigen geweten als voor de samenleving.
Bezorgdheid en ontzetting over de situatie staan die acties niet in de weg; je kunt klimaathelden kiezen ook al ben je somber gestemd. Er is geen garantie op succes – maar net zoals Sacharov en Sharansky zich waarschijnlijk niet konden voorstellen dat de Sovjet-Unie begin jaren negentig uit elkaar zou vallen, zo kunnen wij ook niet precies weten wat er zal gebeuren en hoe onze acties de toekomst mede zullen vormgeven.
Doorbraken
De verhalen over grote veranderingen in het verleden waar ik mijn hoop uit put, gaan vaak over kleine groepen waarvan de ambities aanvankelijk niet realistisch leken. Of ze nu streden tegen de slavernij in het Amerika van voor de burgeroorlog of opkwamen voor de mensenrechten in het Oostblok, die bewegingen groeiden exponentieel en veranderden het bewustzijn en brachten daarna instituties of regimes ten val.
Ook weten we niet welke technologische doorbraken, grootschalige maatschappelijke veranderingen of catastrofale ecologische gevolgen de komende twintig jaar zullen vormgeven. De wetenschap dat we dat niet weten biedt wellicht geen vertrouwen, maar is wel een krachtig middel tegen wanhoop, wat ook weer een vorm van zekerheid is. De toekomst is zo onzeker als die altijd is geweest.
Er zijn in de mondiale klimaatbeweging talloze bemoedigende ontwikkelingen gaande. Twaalf jaar geleden was de beweging klein, versnipperd en gematigd en waren de klimaataanbevelingen vooral bescheiden, met een te grote ‘spaarlampenfocus’ op de individuele moraal.
Maar de individuele moraal heeft alleen invloed als die wordt opgeschaald (en zelfs individuele daden zijn afhankelijk van collectieve beslissingen – ik heb thuis bijvoorbeeld honderd procent groene stroom omdat andere burgers onze amorele energiemaatschappij hebben gedwongen te veranderen, en het is voor mij nu makkelijker om de fiets te pakken omdat er in mijn stad overal fietspaden zijn aangelegd).
De beweging die heeft geageerd tegen pijpleidingen en het vervoer van brandstof per trein, tegen raffinaderijen en overlaadterminals, tegen fracking en het afgraven van bergtoppen, tegen investeerders, de politiek en justitie, en soms heeft gewonnen, laat zien wat er in twaalf jaar kan gebeuren. Sommige van de voorheen als onzinnig beschouwde eisen van klimaatactivisten zijn nu algemeen aanvaard en beleid geworden.
Er zijn nu zo veel projecten, van plaatselijke maatregelen om geleidelijk van fossiele brandstoffen af te stappen tot pogingen om de aanleg van pijplijnen tegen te houden (met enkele grote overwinningen, zoals het stoppen van de Trans Mountain-pijplijn in Canada, waartoe de rechter in augustus 2018 besloot), tot het proces tegen de Amerikaanse regering namens 21 jongeren die de overheid beschuldigen van het schenden van hun rechten en van het vertrouwen van de samenleving.
Bemoedigend
Wat ik ook heel bemoedigend en zelfs indrukwekkend vind, is hoe ingrijpend het mondiale energielandschap in deze eeuw al is veranderd. In het begin van de eenentwintigste eeuw waren duurzame energiebronnen kostbaar, inefficiënt en was de technologie nog niet voldoende ontwikkeld om aan onze energiebehoefte te voldoen.
In een revolutie die bijna even baanbrekend was als de industriële revolutie hebben de toepassing van wind- en zonne-energie alles veranderd; we hebben nu de technologische kennis om grotendeels van fossiele brandstoffen af te kunnen stappen. Toen was dat niet mogelijk, nu wel.
In juli 2018 besloot Californië dat in 2045 de elektriciteit 100 procent CO2-vrij gewonnen moet worden
Dat is verbluffend. En bemoedigend. In Costa Rica is 98 procent van de energie groen, fantastisch. Schotland sloot in 2016 zijn laatste kolencentrale en de totale uitstoot is daar nu de helft van wat die was in 1990. Texas gebruikt steeds meer energie gewonnen uit wind in plaats van uit kolen – op redelijke dagen ongeveer een kwart en op zeer gunstige dagende helft. Iowa wint al meer dan een derde van zijn energie uit wind omdat wind al rendabeler is dan fossiele brandstoffen, en er worden steeds meer windmolens gebouwd.
Steden en staten in de VS en elders stellen ambitieuze doelen om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen of om helemaal duurzaam te worden. In juli 2018 besloot Californië dat in 2045 de elektriciteit 100 procent CO2-vrij gewonnen moet worden.
Overal ter wereld vertellen dergelijke verhalen ons dat de transitie al aan de gang is. De schaal en de snelheid moeten omhoog, maar we staan vandaag in ieder geval niet helemaal aan het begin.
Actie ondernemen is de beste manier om crises en rechtenschendingen het hoofd te bieden
Het IPCC-rapport beveelt aan dat er op veel fronten dringend iets moet gebeuren – van hoe we voedsel produceren tot hoe we het land inrichten (meer bossen) tot hoe we energie genereren en gebruiken (en de niet zo sexy aanbeveling om zuinig met energie om te gaan). Het rapport noemt vier routes die ons vooruit moeten helpen, waarvan er drie afhankelijk zijn van nog niet ontwikkelde CO2-afvang en oplsagtechnologie en de vierde onder meer inhoudt dat we het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch reduceren en heel veel bomen planten.
De voornaamste hindernissen voor deze transitie zijn politiek; de energiemaatschappijen, de oliemaatschappijen en de regeringen die hier onbeschaamd mee verweven zijn. Ik sprak Steve Kretzmann, sinds lange tijd de directeur van de beleids- en actiegroep Oil Change International (waarvan ik bestuurslid ben), en hij vertelde over de twee punten waar klimaatacties zich op moeten richten: het veranderen van de consumptie en het veranderen van de productie.
Vechten
Het aanpakken van de productie wordt vaak vergeten, en plaatsen zoals Alberta in Canada scheppen graag op over hun energiebesparende projecten terwijl de energieproductie – in het geval van Alberta de teerzanden – een gevaar vormt voor de toekomst van de planeet. Het aanpakken van de productie betekent dat je moet vechten tegen enkele van de machtigste en meest meedogenloze bedrijven ter wereld en de regimes die hen beschermen en door hen worden beloond, of, zoals bij Rusland en Saoedi-Arabië en tot op zekere hoogte ook bij de VS, er onlosmakelijk mee verbonden zijn.
‘Hier moeten we reëel over zijn,’ zei Steve: ‘We hebben het over de olieindustrie en daar worden oorlogen om gevoerd. Er ligt daar veel politieke macht en veel mensen verdedigen die macht.’ Maar hij merkt ook op: ‘Zodra duidelijk wordt dat die macht substantieel en onomkeerbaar afneemt, spat die uit elkaar.’
Dat uit elkaar spatten kun je bespoedigen door te snijden in de gigantische subsidies, en door afstand te nemen van de oliemaatschappijen – tot op heden heeft de eens zo bespotte ‘divestment’-beweging er al voor gezorgd dat vele miljarden aan investeringen zijn teruggetrokken.
Zoals Damien Carrington het verwoordt: ‘De grote oliemaatschappijen zoals Shell hebben dit jaar [2018] desinvestering genoemd als een wezenlijke bedreiging voor hun bedrijf.’ Ook moeten we de productie van fossiele brandstoffen direct stoppen, met een rechtvaardige overgangsregeling voor de mensen die in die sector werken.
Vijf landen – Belize, Ierland, Nieuw-Zeeland, Frankrijk en Costa Rica – werken al aan een verbod op verdere exploratie en winning, en de Wereldbank deed de wereld in december 2017 opschrikken toen de bank aankondigde na 2019 te stoppen met de financiering van de winning van olie en gas.
December vorig jaar kondigde ook Denemarken aan om per 2050 te stoppen met de winning van olie en gas:
Omdat de komst van schone energie voor veel nieuwe banen zorgt – banen die geen zwarte longen veroorzaken en niet de leefomgeving vergiftigen – zijn er veel bijkomende voordelen. Fossiele brandstof is, nog afgezien van de koolstof die in de atmosfeer wordt gepompt, puur gif: van de kwik die de lucht verontreinigt als kolen worden verbrand en de bergen steenkoolas tot de giftige emissies en waterverontreiniging door fracking en de kwaadaardige chemicaliën die door raffinaderijen worden uitgestoten tot de fijnstof uit auto’s.
Het mondiale energielandschap in deze eeuw al ingrijpend veranderd
Over brandstof wordt vaak gesproken alsof we het gebruik daarvan moeten ‘opgeven’, alsof het om een verlies gaat, maar afzien van het gebruik van gif hoeft niet als een offer gezien te worden.
Het is niet alleen onze taak ons een beeld te vormen van de door de klimaatverandering veroorzaakte verwoesting en het immense verschil tussen een opwarming van 2 à 3 graden of van 1,5 graad, maar ook van de voordelen die de transitie naar duurzame energie met zich brengt. Het afnemen van de kwaadaardige macht van de oliemaatschappijen zou al een zeer ingrijpende verandering zijn, zowel politiek als ecologisch.
Ik weet niet precies of we zullen uitkomen waar we moeten zijn, of hoe we dat moeten doen, maar ik weet wel dat we ons met alle passie, kracht en intelligentie die we in ons hebben moeten inzetten voor het uitwerken van betere alternatieven. Wat we nodig hebben is een revolutie, en we kunnen beginnen met ons die ten doel te stellen en onze uiterste best te doen om hem te realiseren. In plaats van af te wachten wat er gebeurt, kunnen we er zelf voor zorgen dat er iets gebeurt.
Trouwens, de stand-upcomedian die ik eerder noemde: zij organiseert al benefietvoorstellingen ten bate van klimaatgroepen.
In Kyoto heeft de kersenbloesem sinds 812 nog nooit zo vroeg gebloeid
Maart was een ‘ongewoon warme’ maand in Japan, waardoor de kersenbloesems in de stad Kyoto al in bloei stonden op vrijdag 26 maart, ‘de vroegste datum in twaalfhonderd jaar’, schrijft The Washington Post.
Het vorige record werd gevestigd op 27 maart 1409, ‘bijna een eeuw voordat Columbus naar Amerika vertrok’, aldus het Amerikaanse dagblad. Volgens de BBC dateren de eerste gegevens over de bloei van de kersenbloesem in Kyoto, die in de archieven van het keizerlijk hof zijn vastgelegd, van 812 na Christus.
De bloei, die in het Japans sakura wordt genoemd, duurt slechts enkele dagen, maar is van enorm belang voor de Japanners, ‘zowel in economisch als in cultureel opzicht’, aldus de BBC.
De datum waarop de kersenbloesem bloeit is ook ‘uiterst waardevol voor onderzoek naar klimaatverandering vanwege de korte duur en de grote gevoeligheid van de bloesem voor de temperatuur in het voorjaar’, vertelt Benjamin Cook, onderzoeker aan de Columbia-universiteit in New York die gespecialiseerd is in het reconstrueren van klimaatgegevens uit het verleden, aan The Washington Post.
Het record dat dit jaar in Kyoto is genoteerd, is symptomatisch voor een lente die steeds vroeger begint. Volgens deskundigen is dit een sterke aanwijzing dat het klimaat verandert.
De gegevens over de bloei van de kersenbloesem in Kyoto tonen aan dat de gemiddelde bloeipiek gedurende ongeveer duizend jaar, van 812 tot 1800, betrekkelijk stabiel was, schrijft The Washington Post. Maar daarna vinden de bloeipieken steeds vroeger in het voorjaar plaats, een trend die de afgelopen honderd tot honderdvijftig jaar is versterkt.
In 1850 was de gemiddelde bloeidatum 17 april, tegenwoordig is dat eerder 5 april. Tegelijkertijd is de gemiddelde temperatuur in Kyoto met ongeveer 3,4 graden gestegen, aldus het dagblad.
Al-Sissi, ‘de redder van het Suezkanaal’
‘Al-Sissi was de sleutel tot succes’, kopt het Egyptische dagblad Al-Watan triomfantelijk op 30 maart, de dag na de reddingsoperatie van Ever Given. Bijna een week lang lag dit reusachtige containerschip vast in het Suezkanaal – dat de Rode Zee met de Middellandse Zee verbindt – en blokkeerde het een groot deel van de wereldhandel.
Al-Watan citeert Osama Rabie, voorzitter van de Suez Canal Authority, die de interventie van de Egyptische president prijst: ‘Al-Sissi belde me minstens drie keer per dag op. (…) Dat wij stand hebben gehouden, is ook en vooral omdat hij aan onze zijde heeft gestaan. Niemand dacht eraan naar huis te gaan, te eten of te slapen tot het probleem was opgelost.’
‘Egyptenaren kunnen tegen de wereld zeggen: wees gerust!’
‘Lang leve de mannen van het Suezkanaal’, kopt op zijn beurt het Egyptische dagblad Al-Youm Al-Sabee, dat uitroept: ‘Egyptenaren kunnen tegen de wereld zeggen: wees gerust!’ Dezelfde toon slaat de krant Al-Ahramaan: ‘Volgens Al-Sissi zijn de Egyptenaren hun verantwoordelijkheid niet uit de weg gegaan. Het kanaal zal altijd aan hun vastberadenheid herinneren.’
In een hoofdredactioneel commentaar blikt Al-Ahram terug op het verleden: in de negentiende eeuw was ‘het Suezkanaal een van de brandende kwesties in het spel van de internationale politiek’ die leidden tot ‘de Britse bezetting, die duistere herinneringen oproept’. Vandaag de dag, zo voegt hij er argwanend aan toe, liggen er ‘altijd jaloerse, kwaadwillende vijanden in een hinderlaag om de stabiliteit van het land te ondermijnen’.
‘Wat was precies de oorzaak van het ongeluk?’ vraagt Al-Masri Al-Youm zich af in een redactioneel. ‘Was het echt een zandstorm? We moeten vrezen dat het iets anders was. (…) Het is de vraag of we daar ooit achter zullen komen.’
‘Was het echt een onopzettelijke vergissing of was het gepland?’
Volgens verschillende kranten hebben velen in het buitenland ‘er belang bij het imago van het kanaal te bezoedelen’ omdat zij andere handelsroutes willen promoten. Al-Masri Al-Youm, bijvoorbeeld, maakt melding van een project voor een ‘alternatieve doorgang’, dat zou worden overwogen door de Iraniërs en de Russen.
Het redactioneel commentaar van Al-Shorouk bevat eveneens ‘legitieme vragen’: ‘Was het echt een onopzettelijke vergissing of was het gepland? (…) Er gaan geruchten over Russische pogingen om een route door het Noordpoolgebied te openen (…). Andere geruchten spreken over de terugkeer van de Israëlische spoorlijn tussen Eilat en Ashdod.’
‘Aan het begin van de crisis, terwijl de hele wereld in beslag werd genomen door wat er in het kanaal gebeurde, waren de voorpagina’s van de Egyptische kranten gewijd aan andere onderwerpen’, aldus de Egyptische journalist Hani Mohamed op de Libanese website Daraj.
‘De Egyptische media hadden de eerste moeten zijn om de rest van de wereld van informatie te voorzien,’ vervolgt Mohamed. ‘Maar in plaats van feiten te onthullen, zijn ze bezig die te verbergen of te verdraaien. Zij zien het als hun taak de regering te prijzen en de mensen te doen geloven dat de regering de enige is die ze kunnen vertrouwen.’
Niger opgeschrikt door couppoging
Twee dagen voor de inhuldiging van Mohamed Bazoum werd het presidentieel paleis in Niamey in de nacht van 30 op 31 maart onder vuur genomen. De Nigerese regering verklaart dat het een ‘verijdelde couppoging’ was.
De autoriteiten blijven terughoudend en weigeren de namen van de daders te noemen. Het enige wat ze prijsgeven is dat enkele soldaten inmiddels zijn opgepakt. Er lijkt een factie van het leger achter de aanslag te zitten.
‘Het onderzoek wordt voortgezet om de daders en hun handlangers te identificeren en te arresteren’, aldus een woordvoerder van de regering op de nieuwswebsite ANiamey. De situatie is nu onder controle en ‘de bevolking kan haar dagelijkse bezigheden hervatten’, aldus de Nigerese website.
Het incident herinnert aan de lange traditie van staatsgrepen die de geschiedenis van het land sinds zijn onafhankelijkheid in 1960 heeft gekenmerkt. Niger ‘heeft in totaal drie staatsgrepen meegemaakt, in 1974, 1996 en 2010’, aldus de Burkinese krant Wakat Séra.
De couppoging maakt een vreedzame machtsoverdracht voor Mohamed Bazoum onzeker. Met 55,66 procent van de stemmen werd hij in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen tot winnaar uitgeroepen. Maar zijn overwinning wordt nog steeds betwist door zijn rivaal Mahamane Ousmane.
In Georgia mogen gewone burgers niet langer voor burgerwacht spelen
Georgia wordt de eerste Amerikaanse staat die een wet uit de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog intrekt die het iedere burger toestaat ‘een persoon te arresteren die hij ervan verdenkt een misdrijf te hebben begaan’, meldt The Atlanta Journal-Constitution.
De wet, die sinds 1863 van kracht is, stond witte burgers toe ‘slaven gevangen te nemen die gevlucht waren om in het leger van de Unie te vechten’ tijdens de Burgerooroorlog, aldus de plaatselijke krant. Daarnaast werd de wet tot het begin van de twintigste eeuw gebruikt om het lynchen van zwarte burgers te rechtvaardigen.
‘Ik zal eerlijk tegen u zijn: een witte heeft altijd een excuus om een zwarte man te vermoorden. Ze proberen het altijd te rechtvaardigen om ermee weg te komen’
Vorig jaar beriep een openbare aanklager zich op deze wet om te rechtvaardigen dat de drie witte mannen die Ahmaud Arbery, een vijentwintigjarige zwarte man, hadden doodgeschoten, niet zouden worden aangeklaagd. Arbery was aan het joggen toen de daders hem, zoals ze beweerden, voor een inbreker aanzagen, hem achtervolgden en vervolgens neerschoten.
Volgens The New York Times hebben de advocaten van Travis McMichael, een van de drie mannen die worden verdacht van de moord op Arbery, aangegeven te verwachten dat de burgerarrestwet alsnog een centrale rol zal spelen in de verdediging van hun cliënt.
Maar Ahmauds vader, Marcus Arbery, vertelde de krant uit New York dat hij zich gesterkt voelt door de hervorming die in Georgia wordt doorgevoerd: ‘Ik zal eerlijk tegen u zijn: een witte heeft altijd een excuus om een zwarte man te vermoorden. Ze proberen het altijd te rechtvaardigen en ermee weg te komen. Dat doen ze al vierhonderd jaar. Dus het moet gewoon stoppen.’
Landen die een kwart van de wereldbevolking herbergen, worden geconfronteerd met een steeds urgenter gevaar: het water raakt op. Naast slecht watermanagement, speelt klimaatverandering een rol.
Keuze uit het archief
Spanje, Portugal en andere Zuid-Europese landen zuchten deze week onder historisch hoge temperaturen. Naast de uitzonderlijke hitte, worden al deze landen geraakt door aanhoudende droogte. Ook op andere continenten, van Afrika tot Zuid-Amerika, is dit een probleem. In 2021 keek The New York Times naar de onderliggende redenen.
Van India tot Iran tot Botswana – volgens de laatste gegevens van het World Resources Institute hebben zeventien landen over de hele wereld op dit moment te maken met extreem hoge waterstress, wat wil zeggen dat ze bijna al het water verbruiken waarover ze beschikken.
Veel van die landen zijn altijd al droge gebieden geweest; sommige verkwisten het water dat ze hebben, andere zijn te afhankelijk van het grondwater dat ze eigenlijk zouden moeten aanvullen en bewaren om droge tijden door te komen.
In die landen liggen diverse grote, dorstige steden die onlangs te kampen hebben gehad met acute tekorten, zoals São Paulo in Brazilië, Chennai in India en Kaapstad in Zuid-Afrika, dat in 2018 op een haar na ontsnapte aan ‘dag nul’ – de dag waarop alle stuwmeren droog zouden komen te staan.
‘Waarschijnlijk zullen we in de toekomst geconfronteerd worden met meer van die nuldagen,’ zei Betsy Otto, hoofd van het mondiale waterprogramma van het World Resources Institute. ‘Veel plaatsen ter wereld laten een alarmerend beeld zien.’
De klimaatverandering draagt bij aan het risico. Naarmate de regenval grilliger wordt, kunnen we minder op de watervoorraad vertrouwen. Tegelijkertijd wordt het overdag warmer en verdampt er meer water uit reservoirs, terwijl de vraag ernaar stijgt.
Waterstress: een kwart van de mensheid heeft er last van
Plekken waar problemen met water zijn, worden soms getroffen door twee uitersten. Een jaar nadat er in São Paulo bijna geen water meer uit de kraan kwam, werd de stad getroffen door overstromingen. Chennai leed vier jaar geleden onder een watersnood waarbij doden vielen; nu zijn de reservoirs bijna leeg.
Op dit moment staan 33 steden met meer dan 3 miljoen inwoners en een gezamenlijke bevolking van meer dan 255 miljoen extreem veel waterproblemen te wachten
Mexico-Stad pompt zo snel grondwater op dat de stad letterlijk aan het zinken is. Dhaka, in Bangladesh, is dermate afhankelijk van het grondwater, voor zowel haar inwoners als de water opslokkende kledingfabrieken, dat er nu water uit grondlagen van tientallen meters diep wordt opgepompt. De dorstige bevolking van Chennai, die jarenlang gebruik maakte van het grondwater, merkt nu dat het op is. Door heel India en Pakistan tappen boeren grondlagen af om gewassen als katoen en rijst, die veel water nodig hebben, te verbouwen.
Onderzoekers van het World Resources Institute kwamen tot de conclusie dat op dit moment 33 steden met meer dan 3 miljoen inwoners en een gezamenlijke bevolking van meer dan 255 miljoen extreem veel waterproblemen te wachten staan. Dat kan kwalijke gevolgen hebben voor de openbare gezondheid en maatschappelijke onrust veroorzaken.
Men verwacht dat het aantal steden in deze categorie tegen 2030 gestegen zal zijn tot 45, waardoor bijna 470 miljoen mensen getroffen zullen worden.
Waterrantsoen
Er staat veel op het spel voor plekken die te kampen hebben met water-tekorten. Als een stad of een land bijna al het beschikbare water gebruikt, kan een lange, droge periode catastrofaal zijn. Na een droogte van drie jaar werd Kaapstad in 2018 gedwongen om buitengewone maatregelen te nemen en het beetje water dat nog in de reservoirs zat te rantsoeneren.
Die acute crisis maakte het chronische probleem alleen maar zichtbaarder. De vier miljoen inwoners van Kaapstad wedijveren met de boeren om de beperkte waterbronnen. Dat is ook het geval in Los Angeles. De meest recente droogte is daar nu geëindigd. Maar de watervoorziening houdt geen gelijke tred met de al maar toenemende vraag, en het feit dat de bewoners een voorliefde hebben voor privézwembaden helpt ook niet mee.
In Bangalore hebben de paar jaar waarin weinig regen viel uitgewezen hoe slecht de stad zijn water beheert. De vele meren die er vroeger lagen en de gebieden eromheen zijn nu volgestort met afval dan wel volgebouwd. Ze kunnen niet langer fungeren als bassins voor regenwater. En dus moet de stad telkens verder weg water oppompen voor de 8,4 miljoen inwoners, en een groot deel daarvan wordt onderweg verspild.
Toch kan er veel gedaan worden om het watermanagement te verbeteren. Allereerst kunnen de lekken in het waterdistributiesysteem gedicht worden. Afvalwater kan gerecycled worden. Regen kan worden opgevangen en bewaard voor droge tijden. Meren en moerassen kunnen worden schoongemaakt en oude putten weer in gebruik genomen. En boeren kunnen overstappen van gewassen die veel water nodig hebben, zoals rijst, op minder dorstige, zoals gierst.
‘Water is een lokaal probleem waarvoor lokale oplossingen gevonden moeten worden,’ zei Priyanka Jamwal, die verbonden is aan de Ashoka Trust for Research in Ecology and the Environment in Bangalore.
Dat de hele wereld – in meer of mindere mate – werd platgelegd om corona te bestrijden, had als bijeffect dat ook de CO2-uitstoot omlaagging. Maar heeft het klimaat wel prioriteit als straks de economie weer uit het slop moet worden getrokken?
Dossier Klimaat
Nu vrijwel overal ter wereld is begonnen met vaccineren en het einde van de coronacrisis in zicht is, selecteren wij artikelen voor u uit ons archief die onze blik weer op een ander urgent probleem richten: de klimaatcrisis.
Dit artikel verscheen eerder op 11 juni 2020 in nummer 181 van 360 Magazine.
Hoe zal de strijd tegen de opwarming van de aarde er over een jaar uitzien, in de wereld na corona? Die vraag wordt dezer dagen vaak gesteld door beleidsdeskundigen en activisten, en het is een vraag met grote implicaties. Sommigen hopen dat de crisis het beste in ons en onze leiders naar boven zal brengen, en dat de heropleving van stevig overheidsingrijpen in deze pandemie perspectief biedt voor de strijd tegen klimaatverandering.
Anderen vrezen het ergste: dat in het streven om de zwaar getroffen wereldeconomie nieuw leven in te blazen het klimaat straks weer onderaan de internationale agenda zal belanden.
De optimisten vinden, net als Bill Gates, dat de strijd tegen de pandemie en die tegen de klimaatverandering politiek gezien op hetzelfde neerkomen. In beide gevallen hebben we volgens Gates behoefte aan ‘innovatie en wetenschap en een wereld die samenwerkt’. De manier waarop covid-19 ons leven op zijn kop zet, zal ons volgens de optimisten doordringen van de voordelen van onderlinge hulp en zal beleidsmakers voorzichtiger maken bij toekomstige gevaren; ze zullen meer geneigd zijn om gehoor te geven aan de waarschuwingen van deskundigen, en minder om te blijven denken dat het allemaal wel zal loslopen.
Krachtige overheid
Ze hopen ook dat de samenleving als geheel zal erkennen dat de overheid de macht en de taak heeft om doortastend op te treden in het algemeen belang, of dat nu met het opleggen van een lockdown is of met daadkrachtig beleid om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. ‘De overheid heeft een grote centrale rol in de bescherming van onze veiligheid en gezondheid in tijden van crisis,’ zegt Mark Maslin, een klimatoloog van University College London. ‘We moeten deze nieuwe acceptatie van de dominantie van de overheid in ons leven gebruiken om de economie in ons land en elders een grondslag van grotere duurzaamheid te geven.’
De optimisten weten zich gesterkt door mensen als Fatih Birol, de directeur van het Internationaal Energieagentschap in Parijs, die de crisis vorige maand omschreef als ‘een historische kans om energie-investeringen de richting van de duurzaamheid op te sturen’. De regeringen van de G20 hebben samen al zo’n 5 biljoen dollar uitgetrokken voor de stimulering van hun eigen economie na de lockdown, en Birol roept ze op om ‘van schone energie de kern te maken van hun plannen ter bestrijding van de coronacrisis’.
Als ze dat doen, zou het een keerpunt kunnen zijn. Nu door de lockdown de vervuiling enorm is afgenomen, voorspelt Glen Peters, directeur van het Center for International Climate Research in Oslo, dat 2020 ‘met goed beleid het jaar kan worden dat de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen zijn historische hoogtepunt heeft bereikt’.
Maar er gaan ook pessimistischer stemmen op. Die waarschuwen dat de gunstige effecten van de kortstondige lockdown worden overschat. Volgens de meeste analisten zal de daling van de CO2-uitstoot van zeer korte duur zijn. In China daalde die uitstoot in februari met zo’n 25 procent, omdat er veel kolencentrales werden stilgelegd. Maar Lauri Myllyvirta van het Finse Center for Research on Energy and Clean Air zegt dat de verbranding van steenkool eind maart alweer op het oude niveau was.
‘De coronacrisis levert in de strijd tegen klimaatverandering meer tijdverlies dan -winst op’
Wereldwijd zal de daling van de CO₂-uitstoot in 2020 waarschijnlijk heel klein zijn, ergens tussen de 0,5 en 2,2 procent, aldus Zeke Hausfather en Seaver Wang, klimaatwetenschappers van het Californische Breakthrough Institute. [Volgens ramingen die in december door het Global Carbon Project zijn vrijgegeven, is de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 5,6 procent gedaald.] De CO2-concentratie in de dampkring, de thermostaat van de aarde, zal waarschijnlijk blijven stijgen. ‘Zo te zien gaat de coronacrisis ons in de strijd tegen klimaatverandering meer tijdverlies dan tijdwinst opleveren,’ zegt Hausfather.
De pessimisten zijn bang dat de crisis op politiek gebied ook eerder een stap achteruit dan vooruit zal betekenen. De combinatie van burgers die angstig zijn en overheden en bankiers die met alle macht proberen de economische groei weer aan te zwengelen zal politieke kortzichtigheid en nationalisme stimuleren. De doemdenkers waarschuwen dat de economische stimuleringspakketten vooral steun zullen bieden aan oude, energie- intensieve en fossiele brandstof slurpende sectoren en ruim baan zullen geven aan de verdere plundering van natuurlijke hulpbronnen zoals de regenwouden.
‘Het virus heeft een economische crisis veroorzaakt, en de mensen zullen minder bereid zijn te betalen voor het redden van toekomstige generaties,’ zegt Dieter Helm, die als energie-econoom aan de Universiteit van Oxford meerdere Britse kabinetten van advies heeft gediend. Hij vraagt zich af of met de uitbraak van het virus ‘het neutraliteitsstreven wellicht over zijn hoogtepunt is’: dat het eindelijk breed gedragen doel van volledig klimaatneutrale energiewinning rond 2050 straks weer van de politieke agenda verdwijnt.
Op oude voet
Volgens de pessimisten zal men ook driftig proberen om ‘belemmerende’ regelgeving terug te dringen door milieuwetgeving te schrappen of simpelweg niet te handhaven. En de ‘oorlog’ tegen het virus zal ten koste gaan van de aandacht voor andere gevaren die ons voortbestaan bedreigen, zoals de klimaatverandering.
‘Als er verkeerd mee wordt omgegaan, kan de pandemie alle vaart uit de al genomen maatregelen en beleidsvoornemens halen,’ zegt Andrew Norton, directeur van het in Londen gevestigde International Institute for Environment and Development. Als er biljoenen dollars worden uitgegeven om bedrijven te helpen op de oude voet voort te gaan, ‘houden we geen financiële middelen meer over om te investeren in een emissieloze toekomst’, beaamt Martin Siegert, medeoprichter van het Grantham Institute for Climate Change van Imperial College London. Dus welke kant gaat het op?
De Verenigde Staten zijn slecht begonnen. De Amerikaanse milieu-inspectie heeft al aangekondigd de industrie in deze zware tijden te helpen door de handhaving van de milieuwetgeving grotendeels op te schorten. En het Congres heeft een stimuleringspakket van 2,2 biljoen dollar goedgekeurd waarmee het weliswaar geen belastinggeld stopt in een reddingsplan voor de toch al noodlijdende steenkolenindustrie, maar ook geen duurzaamheidseisen stelt aan de bedrijven die wel steun krijgen. Zoals de luchtvaartsector: hun lobbyisten hebben met succes geijverd voor het schrappen van de voorwaarde dat hun CO2-uitstoot in 2050 gehalveerd moet zijn – ook al had de sector zich daarop al eerder vastgelegd.
Activisten zijn hier boos over en voeren de druk op om aan toekomstige steunpakketten wel milieueisen te verbinden. Maar volgens Ted Nordhaus en Alex Trembath van het Breakthrough Institute zullen ze, om de komende maanden iets te bereiken, ‘minder tijd moeten stoppen in het klimatologische pleidooi tegen de infrastructuur die ze willen afbreken, en meer in de economische onderbouwing van de infrastructuur die ze willen bouwen.’
Myllyvirta waarschuwt dat ook China’s aangekondigde stimuleringspakket ‘niet rept over de milieu- of klimaataspecten van veel stimuleringsmaatregelen’. En de laatste weken is er ineens een hele reeks nieuwe kolencentrales goedgekeurd. Het enige goede nieuws is dat ook de productie van zonnepanelen enorm is gestegen. Eén Chinese fabrikant, GCL Systems, heeft plannen ingediend voor een fabriek die jaarlijks genoeg panelen kan leveren om 60 gigawatt aan stroom te produceren – de helft van de huidige wereldmarkt.
In Europa heerst meer optimisme. In de woorden van de Britse milieu-econoom en VN-adviseur Nicholas Stern: ‘Dit is het moment om een nieuw internationalisme te smeden en uit deze crisis te komen met een economie die veel duurzamer en weerbaarder is en meer in harmonie met de natuur, om voort te bouwen op onze verbondenheid en gedeelde kwetsbaarheid.’
Het beeld van ‘afgelaste vluchten, lege winkels en wegen, van consumptie teruggebracht tot het zuiver noodzakelijke, van videovergaderen en thuiswerken, dwingt ons na te denken over alles wat we altijd vanzelfsprekend hebben gevonden,’ zegt Chris Hilson, hoofd van het Reading Center forClimate and Justice van de Universiteit van Reading.
Green Deal
De Europese Unie zegt zich met haar stimuleringspakket te willen houden aan de onlangs aangekondigde Green Deal om de CO2-uitstoot terug te dringen. Maar er klinken ook tegengeluiden. De Tsjechische premier Andrej Babis heeft al opgeroepen om de Green Deal op te geven ten bate van de strijd tegen het virus. De Poolse regering pleit voor opschorting van het Europese systeem van emissiehandel, dat grote vervuilers bestraft. En de belangenvereniging van Europese autofabrikanten ACEA roept op tot uitstel van de invoering van de voorgenomen doelen ter verlaging van de CO2-uitstoot.
Maar Frans Timmermans, de vicevoorzitter van de Europese Commissie die over de Green Deal gaat, twitterde vanuit zelfisolatie: ‘We brengen nu terecht veel offers, maar als er betere tijden komen – en die zullen komen – dan zijn we vastberadener dan ooit om onze mensen en onze planeet te beschermen en te genieten van de natuur die ons omringt.’
En misschien is dat geen wensdenken. Sommige marktanalisten denken dat deze crisis net het duwtje is dat de wereld nodig had om het oude energiebeleid naar de mestvaalt van de geschiedenis te verwijzen. Zij wijzen vooral op de olieprijzen, die eind maart kelderden tot een niveau dat ze in geen achttien jaar hadden gehaald. En als later dit jaar de rem eraf gaat in de economie, kunnen die lage prijzen weliswaar leiden tot een grote stijging van de vraag, maar door de lage prijzen zijn veel olieputten nu verlieslatend en toekomstige investeringen in nieuwe olie- en gasvelden onrendabel. Volgens deze analisten zou de prijsschok ons dan ook versneld naar de absolute piek in olieproductie kunnen leiden, waarna de oliewinning gestaag zal afnemen.
‘Vergroening blijft het komende decennium een aantrekkelijke beleggingsoptie’
Jessica Alsford, hoofd duurzaamheidsonderzoek bij Morgan Stanley, publiceerde in april een artikel waarin ze op basis van gesprekken met investeerders concludeert dat de ontwikkeling van klimaatbeleid op de korte termijn weliswaar vertraging kan oplopen, maar ‘vergroening het komende decennium een aantrekkelijke beleggingsoptie blijft’. Het dalende rendement van de olie-industrie ‘kan geld vrijmaken voor duurzame energie’. De lage prijzen kunnen overheden er ook toe aanzetten een eind te maken aan de bestaande subsidies voor fossiele brandstoffen en over te stappen op economische stimuleringspakketten voor schone energie. Al met al, schrijft ze, ‘blijkt uit onze analyse dat de huidige crisis het afscheid van fossiele brandstoffen kan versnellen’.
Valentina Kretzschmar van het energieadviesbureau Wood Mackenzie denkt ook dat het investeringsrendement voor duurzame energie door de lage olieprijzen alleen maar beter wordt: ‘Kapitaal stroomt niet meer alleen naar Big Oil. Projecten voor hernieuwbare energie gaan er opeens net zo aantrekkelijk uitzien.’ Veelzeggend: de grootste schaliegasproducent in North Dakota, Whiting Petroleum, volgens de website nog steeds een bedrijf met een ‘sterk en verantwoord plan voor het creëren van langetermijnwaarde’, heeft op 1 april faillissement aangevraagd.
Terugslag
Maar ook als groene investeringen het economische tij meehebben, kan het in de politiek nog heel anders lopen. Optimisten mogen graag beweren dat de door het coronavirus veroorzaakte onzekerheid het publiek weer doet verlangen naar de kennis van deskundigen en daadkracht van bestuurders, zodat de waarschuwingen van klimaatwetenschappers serieuzer genomen zullen worden. Maar sommige pessimisten vrezen juist een rechtse terugslag: dat op de een of andere manier niet het virus zelf, maar de experts de schuld zullen krijgen van de crisis en de nawerking daarvan. Een begin daarvan hebben we vorige maand misschien al gehoord in Trumps speculatie dat de (door experts voorgestelde) ‘remedie niet erger mag zijn dan het probleem zelf’.
Milieuactivisten krijgen nu al kritiek van libertarisch rechts omdat ze juichen over de afname van de luchtvervuiling, terwijl het virus de economie verwoest. Brendan O’Neill, de hoofdredacteur van het mede door de conservatieve Charles Koch Foundation gefinancierde onlinetijdschrift Spiked, zegt dat ‘deze pandemie ons toont hoe het leven eruit zou zien als de milieuactivisten hun zin kregen’. Carl-Friedrich Schleussner van de internationale denktank Climate Analytics heeft er op de website Carbon Brief al voor gewaarschuwd: ‘Het verhaal dat de economische catastrofe van het coronavirus “goed” is voor het klimaat, is een gevaarlijke boodschap, die de steun voor klimaatmaatregelen kan ondermijnen.’
De strijd om de steun van de burger is dus begonnen. Nu de VN-klimaattop van november is uitgesteld naar medio volgend jaar, zullen zowel de optimistische als de pessimistische geluiden nog geruime tijd te horen zijn. Het is afwachten of de afgevaardigden op de top van 2021 in Glasgow met verdubbelde kracht zullen trachten de klimaatcrisis af te wenden, of dat het klimaat dan inmiddels nog maar een voetnoot bij de agenda van hun regering is.
Uitstoot broeikasgassen alweer op hoger niveau dan voor corona
In 2020 hebben wereldwijde lockdowns en andere coronarestricties geleid tot een lagere uitstoot van broeikasgassen (BKG). Uit nieuwe gegevens blijkt dat de uitstoot alweer op weg is naar een hoger niveau dan voor de pandemie.
Volgens ramingen die in december door het Global Carbon Project zijn vrijgegeven, is de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 5,6 procent gedaald. Maar, zo schrijft New Scientist, ‘dit lijkt van zeer korte duur te zijn’.
‘Zonder onmiddellijke en radicale veranderingen in het beleid van ’s werelds grootste economische spelers, zal de mondiale uitstoot naar verwachting blijven stijgen’
Volgens onderzoek van het Internationaal Energieagentschap (IEA), hebben de broeikasgasemissies van de energiesector, na een dieptepunt in april 2020, ‘een sterke opleving gekend’. Als gevolg daarvan ‘was de BKG-uitstoot in december 2020 2 procent hoger dan in dezelfde maand van het voorgaande jaar’, meldt The Guardian.
Volgens Robbie Andrew van het Centrum voor Internationaal Klimaat- en Milieuonderzoek in Noorwegen, die door New Scientist wordt geciteerd, zijn er twee belangrijke redenen voor deze opleving. Aan de ene kant zijn veel landen, zoals de Verenigde Staten, India en Europese landen, gestopt met de drastische beperkingen die in het voorjaar van 2020 vanwege de pandemie werden ingevoerd. Aan de andere kant is China, het eerste land dat door corona werd getroffen, snel uit de crisis gekomen en teruggekeerd naar een ‘status quo’ wat betreft BKG-emissies.
‘Zonder onmiddellijke en radicale veranderingen in het beleid van ’s werelds grootste economische spelers, zal de mondiale uitstoot naar verwachting blijven stijgen’, aldus Fatih Birol, algemeen directeur van het IEA tegen Financial Times. De regeringen moeten van maatregelen voor schone energie een centraal onderdeel van hun stimuleringspakketten maken, anders zal er in 2021 een ‘dramatische opleving van BKG-emissies’ zijn, zegt Birol.
Duitsland steggelt over vaccinatiestrategie
Nadat in Duitsland ophef ontstond door grote hoeveelheden ongebruikte vaccins, zetten plaatselijke autoriteiten vraagtekens bij het vaccinatiebeleid van Berlijn.
Laten we ‘iedereen die dat wil’ inenten, aldus de Beierse minister-president Markus Söder (CSU) afgelopen weekend, geïrriteerd over het feit dat in Duitsland één miljoen doses van het AstraZeneca-vaccin niet worden gebruikt. Van de 1,4 miljoen doses die door dit laboratorium aan Duitsland zijn geleverd, zijn er (per 1 maart) slechts 450.000 toegediend.
De aanleiding hiervoor is dat het AstraZeneca-vaccin in Duitsland impopulair is onder zorgmedewerkers, die meer vertrouwen hebben in een prik van Pfizer of Moderna, zij zijn ook vrijwel de enige groep die dit vaccin toegediend krijgen.
Tot nu toe werden alleen mensen onder de 65 in Duitsland ingeënt met het AstraZeneca-vaccin, omdat de werkzaamheid onder ouderen nog niet voldoende was aangetoond. Echter, vandaag verklaarde de Duitse minister van Volksgezondheid, Jens Spahn, dat uit Britse cijfers blijkt dat het vaccin ook voor ‘mensen boven de 65 jaar zeer goed werkt’, meldt Frankfurter Allgemeine.
Markus Söder, leider van de CSU en momenteel een goede kanshebber om Angela Merkel op te volgen, vertelde de krant Bild am Sonntag: ‘Elke dag telt. Wij kunnen niet tolereren dat er enerzijds te weinig vaccins beschikbaar zijn en dat anderzijds het vaccin van AstraZeneca grotendeels ongebruikt blijft.’
Söder is niet de enige voorstander van een strategiewijziging in de inentingscampagne. Ook de minister-president van Saksen, Michael Kretschmer (CDU), pleit ervoor de vaccins beschikbaar te stellen voor alle personen ouder dan achttien jaar in de zwaarst getroffen regio’s, bericht Süddeutsche Zeitung.
Volgens de Beierse krant heeft Angela Merkel dit idee echter verworpen, evenals vicekanselier Olaf Scholz (SPD). Beiden wensen het huidige systeem te handhaven, dat de bevolking indeelt in verschillende groepen, met of zonder voorrang.
Volgens velen gaat de vaccinatiecampagne zo traag, dat plaatselijke autoriteiten het heft in eigen handen nemen
Sinds 27 december, het begin van de vaccinatiecampagne in Duitsland, hebben slechts 4,2 miljoen mensen een eerste prik gekregen en 2,1 miljoen hebben beide doses ontvangen. Volgens velen gaat de vaccinatiecampagne zo traag dat plaatselijke autoriteiten het heft in eigen handen nemen.
In Krefeld bijvoorbeeld heeft het gemeentebestuur besloten het vaccin vanaf 2 maart aan te bieden aan het personeel van scholen en kinderdagverblijven, schrijft Die Welt. Ook op deelstaatniveau hebben de autoriteiten van Noordrijn-Westfalen, de dichtstbevolkte regio van Duitsland, aangekondigd dat op 8 maart wordt begonnen met de inenting van politieagenten en personeel van kinderdagverblijven en scholen.
Moet Dante zevenhonderd jaar later worden vrijgesproken?
Een Florentijnse advocaat is ervan overtuigd dat een Italiaanse rechter de verbannings- en doodvonnissen die in de veertiende eeuw werden uitgesproken tegen de auteur van De goddelijke komedie, ongedaan zou kunnen maken. In het jaar waarin Italië de zevenhonderdste sterfdag van zijn schrijver des vaderlands viert, nodigt advocaat Alessandro Traversi een afstammeling van de dichter uit om deel te nemen aan een ‘schijnproces’, bericht Corriere della Sera.
Tijdens die zitting zullen eenentwintigste-eeuwse deskundigen ‘de beroemdste cold case uit de geschiedenis’ heropenen, schrijft het Italiaanse dagblad.
Er zijn twee veroordelingen tegen Dante Alighieri, legt The Guardianuit: een verbanningsvonnis wegens corruptie, uitgesproken in 1301, en een vonnis tot verbranding op de brandstapel, in maart 1302 bij verstek uitgesproken. ‘Het zal interessant zijn te weten of de twee vonnissen in het licht van de toenmalige Florentijnse wetgeving en de huidige rechtsbeginselen kunnen worden herzien’, aldus Traversi, die leiding geeft aan een van de bekendste advocatenkantoren van Florence, tegen Corriere della Sera.
Dante overleed uiteindelijk als balling in Ravenna. De stad Florence heeft herhaaldelijk om terugkeer van de stoffelijke resten van haar ‘Grootste Zoon’ verzocht, maar zowel de familie Alighieri als het bestuur van Ravenna weigeren hierop in te gaan zolang de twee vonnissen nog niet zijn opgeheven.
Naast Dante-afstammeling Sperello di Serego Alighieri, schrijft Corriere, wordt op de zitting in mei ook Antoine de Gabrielli, een Fransman, verwacht. De Gabrielli is een afstammeling van de podestat (zoals de hoogste magistraat in Italiaanse steden in de middeleeuwen werd genoemd) die Dante’s doodvonnis uitsprak.
De Amerikaanse pers zit vol vragen over het impeachmentproces tegen president Donald Trump. Op 20 januari neemt zijn opvolger Joe Biden het al over. Kan Trump dan nog wel terechtstaan voor het Senaat? En als hij afgezet wordt, kan hij dan nog meedoen aan de verkiezingen in 2024?
Op woensdag 13 januari hebben leden van het Huis van Afgevaardigden Donald Trump voor de tweede keer geïmpeacht, ditmaal voor zijn rol in het opruien van de menigte die het Capitool op 6 januari bestormde. Een meerderheid van de leden van het Huis, waaronder tien Republikeinen, hebben hem beschuldigd van ‘het aanwakkeren van een opstand’. De impeachmentprocedure is uitgevoerd met ‘buitengewone snelheid en ‘roept nooit eerder gestelde vragen op’, schrijft The New York Times.
Een opvatting die wordt gedeeld door Fox News, dat opmerkt dat een mogelijk proces tegen Donald Trump in de Senaat, terwijl hij al het Witte Huis zou hebben verlaten, een sprong in het onbekende betekent.
Mitch McConnell, de Republikeinse meerderheidsleider in het Senaat, verklaart dat de Senaat pas op 19 januari de aangenomen impeachmentverklaring zal ontvangen van het Huis, een dag voor de inauguratie van Joe Biden. ‘Een rechtszaak zou weken kunnen duren, als die al plaatsvindt’, aldus het conservatieve tv-station.
Trumps proces in de Senaat ‘zou ongrondwettelijk zijn’, aldus voormalig federale rechter J. Michael Luttig, die dicht bij de Republikeinen staat, in een opinieartikel in The Washington Post. Volgens hem zal het Amerikaanse Congres na afloop van Trumps termijn op 20 januari niet langer de macht hebben om in overeenstemming met de grondwet ‘het impeachmentproces voort te zetten’.
Maar volgens Fox News geloven andere deskundigen dat een dergelijk proces wel kan worden gehouden, en ‘lijken de leiders van beide partijen in de Senaat klaar om het door te zetten’.
Memo
McConnell heeft een memo naar zijn Republikeinse collega’s gestuurd om uit te leggen hoe de Senaat te werk zou kunnen gaan na het ontvangen de impeachmentverklaring van het Huis, en zijn Democratische tegenhanger senator Chuck Schumer heeft gezworen dat er een proces wordt gehouden.
Als Trump daadwerkelijk wordt afgezet – waarvoor de stem van twee derde van de senatoren nodig is – ‘zou dat hem niet automatisch uitsluiten van een toekomstige positie als volksvertegenwoordiger’, aldus The New York Times. Maar de Grondwet staat wel toe dat er later wordt gestemd over het uitsluiten van de president voor een openbare functie, waarvoor dan slechts een meerderheid van de senatoren nodig is.
‘Vergis je niet, er komt een proces in de Amerikaanse Senaat. Er zal gestemd worden over het al dan niet veroordelen van de president’, verklaarde Schumer op woensdag, bericht Fox. ‘En als de president veroordeeld wordt, zal er gestemd worden om hem uit te sluiten van herverkiezing.’
‘Donald Trump is afgeschreven als een serieuze presidentiële kandidaat – tenzij de Democraten hem proberen te rehabiliteren met een wraakzuchtig proces’
Volgens The New York Times zou een dergelijke maatregel een aantrekkelijk vooruitzicht zijn, ‘niet alleen voor de Democraten, maar ook voor veel Republikeinen, die (…) ervan overtuigd zijn dat dit de enige manier is om hun partij uit de greep van Trump te bevrijden’.
Kortom, er is zoveel onzekerheid dat The Wall Street Journal van mening is dat het beter is om het hierbij te laten en de aanklacht ‘te laten sterven in het Huis’. Voor het conservatieve dagblad is ‘Donald Trump afgeschreven als een serieuze presidentiële kandidaat – tenzij de Democraten hem proberen te rehabiliteren met een wraakzuchtig proces’.
De krant voegt daar waarschuwend aan toe: ‘Wees niet verrast als Trump een rechtszaak gebruikt om weer uit de dood te herrijzen.’
Hondurese migrantenkaravaan wil naar VS
De Guatemalteekse regering heeft verklaard in zeven grensdepartementen de noodtoestand af te kondigen in afwachting van de komst van een ‘migrantenkaravaan’, meldt het Guatemalteekse dagblad La Hora. Deze migranten hebben weinig kans om hun bestemming te bereiken, volgens de regionale pers.
Het is de eerste karavaan van 2021. Naar schatting 300 migranten verlieten Honduras op de avond van woensdag 13 januari in de hoop maar liefst drie grenzen over te steken: via Guatemala en Mexico met als einddoel de Verenigde Staten. Vergelijkbare marsen die de afgelopen tijd hebben plaatsgevonden van Hondurezen die de VS willen bereiken zijn allemaal gestrand in Guatemala.
Het Spaanstalige Amerikaanse tv-station Noticias Telemundo maakte een item over de Hondurese ‘migrantenkaravaan’ aan de Guatemalteekse grens.
Vanuit San Pedro Sula, een grote stad in het noorden van Honduras, ‘gingen ze gisteravond te voet op weg naar [de grensstad] Corinto en Guatemalteeks grondgebied, het eerste doel van deze grote overtocht naar de Verenigde Staten en de zogenaamde “Amerikaanse droom” achterna’, schrijft het populaire Mexicaanse dagblad Milenio.
Ook het Hondurese dagblad La Prensa schrijft over het vertrek van deze nieuwe ‘karavaan’: ‘Sommige van deze migranten, vooral jongeren, zeggen dat ze het land verlaten omdat ze na de tropische stormen Eta en Iota alles zijn kwijtgeraakt en geen werk kunnen vinden.’ Volgens La Prensa hopen de migranten dat ze na de inauguratie van Joe Biden makkelijker asiel in de VS kunnen krijgen.
2020 (bijna) heetste jaar ooit gemeten
Het jaar 2020, waarin van Californië tot Siberië een angstaanjagende hoeveelheid bosbranden hebben plaatsgevonden en een recordaantal tropische cyclonen op de Atlantische Oceaan is geteld, komt dicht in de buurt en staat mogelijk zelfs op gelijke voet met het heetste jaar ooit gemeten, volgens meerdere wetenschappelijke onderzoeken die donderdag naar buiten kwamen, bericht The Washington Post.
Alleen het jaar 2016, waarin een ‘super’-El Niño de zeewatertemperatuur erg deed stijgen, lijkt nog iets warmer te zijn volgens onderzoeksresultaten van NASA, het Amerikaanse en het Britse meteorologisch instituut, en klimaatwetenschappelijk onderzoeksinstituut Berkeley Earth.
Maar de directeur van NASA, Gavin Schmidt, noemt het verschil in een interview met The New York Times ‘onbeduidend’. ‘In feite is het een statistisch gelijkspel’, aldus Schmidt. De NYT meldt verder dat de afgelopen zeven jaar de warmste jaren waren sinds klimaatgegevens worden bijgehouden.
Hondenzegen
In India gaat een video rond op de sociale media waarin een hond bij de ingang van een tempel in de Indiase plaats Maharashtra gelovigen de hand schudt en ‘zegent’, schrijft het dagblad The Indian Express. Volgens een Instagramgebruiker zit het dier elke dag op dezelfde plek om bezoekers van de tempel te groeten.
Inmiddels gaat het filmpje viral. Veel Indiase socialemediagebruikers posten de video van de zegenende hond met de begeleidende boodschap dat we dieren beter moeten behandelen.
Vorige week werden in Algerije opnieuw verschillende nieuwssites gecensureerd. Nu het hardhandig optreden tegen journalisten de laatste maanden gestaag is toegenomen, zoeken Algerijnen naar andere manieren om onafhankelijke nieuwsites te raadplegen.
De nieuwssite Observ’Algérie schrijft dat het land te maken heeft met een nieuwe golf van censuur, waarbij onafhankelijke online media het doelwit zijn van het regime. Het journalistieke platform Twala, dat onlangs door een groep journalisten is opgezet, werd zonder enige vorm van uitleg en zonder proces door de autoriteiten gecensureerd. Daarover zegt Twala in een verklaring: ‘Wij spreken ons krachtig uit tegen de arbitraire censuur die de afgelopen jaren verschillende Algerijnse media heeft geraakt. Het is een aanslag op de persvrijheid en op de vrijheid van informatie in Algerije.’
Het zijn niet alleen pas opgerichte media die het slachtoffer zijn van de Algerijnse repressie. Nadat journalist Khaled Drareni (zie afbeelding) afgelopen augustus tot drie jaar gevangenisstraf werd veroordeeld voor ‘het aanzetten tot een ongewapende opstand en het ondermijnen van de nationale eenheid’, heeft het regime zijn greep nog verder verscherpt door de door hem in 2017 opgerichte website, Casbah Tribune, te blokkeren. Drareni leverde kritiek op de regering en berichtte bijvoorbeeld openlijk over de keren dat hij werd meegenomen voor verhoor.
‘Trieste dag’
‘Het is een trieste dag’, schreef het Algerijnse dagblad Liberté in augustus. ‘Door Khaled Drareni te veroordelen (…) heeft de regering zojuist op de meest brute wijze afstand gedaan van elke aanspraak op rechtvaardigheid en vrijheid.’
Nadat Abdelaziz Bouteflika in 2019 aftrad als president, hoopten veel Algerijnse journalisten op een einde aan de mediarepressie. Maar zijn opvolger, voormalig eerste minister Abdelmadjid Tebboune, zette het beleid van Bouteflika, die al sinds 1991 aan de macht was, voort.
Sinds het aantreden van Tebboune heeft de regering de toegang tot de sites als Observ’Algérie, Maghreb Émergent en Radio M afgesloten. Maar in het tijdperk van VPN, de vaak gratis tool waarmee gebruikers hun IP-adres kunnen wijzigen, lijkt de censuur een farce. Afgelopen juli rapporteerde Observ’Algérie een toename van het aantal bezoekers op haar site.
Algerijnse journalisten en lezers hebben dus inmiddels geleerd om de censuur te omzeilen, aldus Twala. Maar de censuur heeft wel degelijk gevolgen voor de mate waarin een groot deel van de burgers toegang heeft tot informatie. Zolang er barrières zijn om bepaalde onafhankelijke nieuwssites te bezoeken, is er geen sprake van vrijheid van informatie.
Zal olie- en gaswinning in Denemarken stoppen?
De Deense regering en het parlement hebben een akkoord ondertekend dat het einde van de olie- en gasexploitatie in 2050 betekent. De Deense pers reageert overwegend positief op het akkoord, hoewel sommige commentatoren het besluit vooral zien als symboolpolitiek.
De Deense regering kondigde op donderdag 3 december aan dat zij met het parlement een akkoord had bereikt over het stopzetten van de oliewinning in de Noordzee vanaf 2050. De regering presenteerde dit voornemen als een doorbraak op het gebied van klimaatbeleid, te meer nu Denemarken op 1 januari 2021, wanneer brexit van kracht gaat, de grootste producent van aardgas en aardolie van de EU zal worden.
‘Dit is een historisch besluit dat het in overeenstemming is met onze wens om tegen 2050 CO2-neutraal te zijn,’ aldus klimaatminister Dan Jørgensen tijdens de persconferentie na afloop, geciteerd door Information.
Voor het eerst sinds de Klimaatwet zijn we oprecht trots op het vermogen van de regering
Het dagblad deelt deze mening en is ervan overtuigd dat dit besluit andere landen zal inspireren het voorbeeld van Denemarken te volgen. Zelfs Greenpeace zegt tegen de krant optimistisch te zijn: ‘Het kan over de hele wereld een domino-effect in gang zetten en groot respect afdwingen. Voor het eerst sinds de Klimaatwet zijn we oprecht trots op het vermogen van de regering en het parlement om internationale verantwoordelijkheid te nemen in de strijd tegen klimaatverandering.’
Deze beslissing zal een flinke kostenpost vormen, schrijft Information. Sinds 1972 is meer dan 500 miljard DKK (55 miljard euro) verdiend met de exploitatie van aardolie en -gas. Door hiermee te stoppen laat Denemarken zo’n 13 miljard Deense kronen liggen en zullen 4000 mensen hun baan verliezen.
‘Omgekeerd heeft Denemarken nu 30 jaar om zich aan te passen aan nieuwe groene kansen, die andere inkomsten voor de staat kunnen creëren,’ zegt Sebastian Mernild, hoogleraar klimaatverandering, tegen de krant.
Symbolische waarde
Maar Politiken is sceptisch over het akkoord. Volgens de burgemeester van Esjberg, de stad met de belangrijkste haven van Denemarken, zal de olie- en gaswinning hiermee niet stoppen. Na 2050 kunnen de in de stad aanwezige olie- en gasbedrijven op basis van de bestaande vergunningen hun activiteiten gewoon voortzetten.
Het akkoord heeft ‘een klein effect op het klimaat, maar een grote symbolische waarde’, aldus het conservatieve dagblad Berlingske. ‘Het concrete effect op het klimaat wordt nergens in het akkoord vermeld’, stelt de krant. Voorafgaand aan de onderhandelingen was er een advies uitgebracht door de onafhankelijke Klimaatraad. Conclusie: het effect op het milieu van het stoppen van de olie- en gaswinning op de Noordzee zou slechts ‘een licht positief effect hebben op het klimaat’. Het dagblad schrijft dat het aandeel van Denemarken in de wereldwijde olieproductie maar 0,1 procent bedraagt. De Verenigde Staten nemen ter vergelijking 15 procent voor hun rekening en Saoedi-Arabië is goed voor 12,9 procent.
‘Ground zero’ van de klimaatverandering, zo bestempelen wetenschappers Groenland. Vrijwel nergens anders zijn de consequenties ingrijpender dan hier. De inuit bedachten zelfs een nieuw woord voor wat er om hen geen gebeurt: ‘uggianaqtuq’, oftewel ‘vreemd gedrag’.
Keuze uit het archief
Deze week werd het nieuws gedomineerd door een gebied dat normaal gesproken de krant nauwelijks haalt: Groenland. Vanwege de dreiging van een Amerikaanse militaire inval besloten Europese landen er soldaten heen te sturen om het grootste eiland ter wereld te verdedigen. Hoewel alle ogen gericht zijn op de Amerikanen, laat deze onheilspellende reportage van Der Tagesspiegel uit 2020 zien dat Groenland met een nog veel ernstigere dreiging te maken heeft: de klimaatverandering.
In de haven van Ilulissat, een plaats aan de westkust van Groenland, duwt aan het einde van deze veel te warme zomer een jongeman de gashendel van zijn motorboot naar voren en spuit weg de Noordelijke IJszee op. Voor hem op het water verheffen zich de ijsbergen, blauw oplichtende reuzen in de middagzon waarvan zo nu en dan een stuk afbreekt en in zee stort.
Met één hand stuurt de man zijn boot langs ijsschotsen die als reusachtige scherven op het water drijven. Ole Kristiansen, een 31-jarige Inuit, is jager van beroep, net als zijn vader en diens vader voor hem. Een kleine man met fijne gelaatstrekken, bril en snor, die geen handschoenen aanheeft, hoewel de wind zijn handen blauw kleurt. Meestal zwijgt hij, zijn bruine ogen strak op het water gericht. Plotseling legt Kristiansen de boot stil, grijpt naar een roestig geweer, loopt een paar stappen naar de reling, legt aan en schiet staand op een nauwelijks te onderscheiden zwart stipje in de verte.
Een stinkrob.
Het schot wordt via een ijsberg teruggekaatst als echo. Het water kolkt. Als het rood kleurt, is de rob dood. Dan moet hij het dier te pakken zien te krijgen voordat het naar de zeebodem zinkt. Kristiansen knijpt zijn ogen tot spleetjes. Het water blijft blauw.
Typische Groenlander
Ole Kristiansen is een van de 55.000 bewoners van Groenland, het grootste eiland ter wereld. Kristiansen is een typische Groenlander: hij leeft van wat de natuur hem geeft, meestal stinkrobben of heilbot, waar hij voor de kust op vist. Elke ochtend kijkt hij na het opstaan eerst uit het raam en besluit dan wat de dag voor hem zal brengen. ‘Is het water blauw, dan vaar ik uit, is het zwart, dan blijf ik binnen,’ zegt Kristiansen. Zijn vader en diens vader deden het al zo, zegt hij, en hoe hadden ze ook anders gekund, want in deze blauwgrijze hel van ijs groeiden tenslotte geen aardbeien die ze hadden kunnen oogsten. Tegenwoordig zijn veel dingen anders.
‘Ground zero’ van de klimaatverandering, zo bestempelen wetenschappers Groenland. Vrijwel nergens anders zijn de consequenties ingrijpender dan hier. Het noordpoolgebied warmt twee keer zo snel op als de rest van de wereld; in het zuidwesten van Groenland is de gemiddelde temperatuur in de afgelopen zeven jaar drie graden gestegen. In de zomer van 2019, een van de warmste sinds het begin van de metingen, is op het eiland 320 gigaton ijs gesmolten – zeven keer het volume van de Bodensee. Als de Groenlandse ijskap op een dag helemaal wegsmelt, stijgt de zeespiegel met zeven meter.
Terwijl onderzoekers doorlopend nieuwe metingen uit het binnenste van de ijskap presenteren, overal ter wereld kinderen demonstreren en volwassenen Greta Thunberg beledigen, is de opwarming van de aarde voor de 55.000 Groenlanders al lange tijd de complexe realiteit. Hoe hun leven verandert? Nergens anders is dat beter te zien dan in Ilulissat, de woonplaats van visser Ole Kristiansen.
De graven voor de doden delven ze in de zomer, waarbij ze een inschatting moeten maken van het aantal mensen dat in de winter zal overlijden
De op twee na grootste plaats op Groenland ligt aan de westkust, circa 250 kilometer ten noorden van de poolcirkel, en telt 4500 inwoners. De kleurrijke houten huizen bouwen ze op gneis, omdat de permafrost de bodem zo hard maakt dat je daar niet in kunt graven. De graven voor de doden delven ze in de zomer, waarbij ze een inschatting moeten maken van het aantal mensen dat in de winter zal overlijden.
Hier, waar mannen aan de haven over de ijsberenjacht van gisteren vertellen terwijl cafés van buitenlanders American cheesecake verkopen, waar vissers op robben schieten terwijl het dorp zich tot de belangrijkste bestemming van het lokale toerisme ontwikkelt, kun je de veranderingen in de Groenlandse maatschappij, veroorzaakt door de klimaatverandering, als onder een vergrootglas bekijken.
Hoe het zover is gekomen, kan het best door een Groenlander uit de doeken worden gedaan, bijvoorbeeld door Jens Pele Petersen, de postbode van het dorp. Dagelijks haalt hij pakketjes van de luchthaven op die hij bij de dorpelingen thuis aflevert. Petersen is een grote man met een stevige handdruk en glasheldere ogen, waar hij erg trots op is. ‘Heb je mijn blauwe ogen gezien?’ vraagt hij. ‘Ongewoon voor een Groenlander, maar ik ben voor 100 procent Inuit.’ Petersen zegt dat hij altijd stopt als hij toeristen ziet die van de luchthaven naar het dorp moeten. ‘Die besparen het geld voor een taxi en ik kom wat meer te weten over de wereld buiten Groenland.’
Met één hand stuurt hij zijn auto door Ilulissat en steekt af en toe groetend zijn hand op. Eigenlijk rijden er veel te veel auto’s in het dorp, want het is maar een kwartiertje lopen van het ene naar het andere eind en buiten het dorp houden de wegen simpelweg op. Maar sinds de welvaart hier toeneemt, zegt Petersen, rijden steeds meer mensen auto. ‘De mensen zoeken er eentje uit in een catalogus en die wordt dan weken later aangevoerd per schip.’ Zo heeft hij het ook gedaan. Om de haverklap wijst Petersen op een kraan. ‘Overal wordt gebouwd,’ zegt hij, ‘het houdt maar niet op.’
Om te laten zien waarom Ilulissat het dorp is dat het meest drastisch verandert in Groenland rijdt de postbode een heuvel aan de rand van het dorp op die uitzicht biedt op een van de adembenemendste natuurfenomenen ter wereld: de ijsfjord Kangia.
De duizend meter diepe Kangia bestaat omdat landinwaarts de Sermeq Kujalleq, een van de snelst bewegende gletsjers ter wereld, onafgebroken afkalft in het water en daarmee aan de lopende band ijsbergen en sculpturen produceert die langs Ilulissat de Noordelijke IJszee op drijven. Ooit dreef een gevaarte deze fjord uit dat duizenden kilometers zuidelijker voor Newfoundland op een schip botste, de Titanic. De ijsfjord is er ook de oorzaak van dat Ilulissat meer in de belangstelling is komen te staan: de Unesco riep de fjord in 2004 uit tot wereldnatuurerfgoed. In 2007 bracht Angela Merkel een bezoek aan het dorp; in een rode parka vergaapte ze zich aan de smeltende ijsbergen, de beelden gingen de hele wereld over. De afgelopen jaren is de Kangia weer een stukje gegroeid, maar deskundigen beschouwen dat niet als een trendbreuk in de terugtrekking van het ijs op lange termijn.
Vroeger waren hooguit poolonderzoekers en liefhebbers van extreme sporten geïnteresseerd in deze onherbergzame uithoek van de aarde, tegenwoordig leggen er op sommige zomerdagen drie cruiseschepen tegelijk in Ilulissat aan. Dan wordt het dorp overspoeld door vijfduizend mensen, meer dan het inwoners telt. De toeristen, aldus het Groenlandse verkeersbureau, komen omdat ze een laatste blik willen werpen op het smeltende ijs. Deze zomer gingen velen van hen in T-shirt van boord. Het kwik steeg naar een ongebruikelijke 20 graden.
In de viswinkel aan het dorpsplein hangen bordjes met ‘verboden te fotograferen’, zo graag willen de toeristen foto’s maken van robben- en walvisvlees. Maar de viswinkel is een laatste plaats van verzet. Buiten achter de ramen schieten de hotels, de guesthouses, de cafés en de aanbieders van expedities als paddenstoelen uit de grond. En de toeristen die daarvoor in de rij staan, nemen niet alleen hun nieuwe outdoorjacks mee, maar ook hun ideeën over het leven. Sindsdien botsen hier werelden op elkaar. Cheesecake en robbensoep.
In Ilulissat speelt zich een globaliseringsdrama af, veroorzaakt door de klimaatverandering. In het noorden van het dorp wordt al een nieuwe luchthaven gebouwd, die volgens planning in 2023 in gebruik zal worden genomen. Een nieuw hoofdstuk begint. De vraag is alleen wie daarin de hoofdrol speelt.
Postbode Jens Pele Petersen heeft me voor het avondeten uitgenodigd. Eerst stuurt hij zijn auto nog snel naar supermarkt Pisiffik, waar hij fruit, sla en gehakt koopt. De sla kost 50 kronen, zegt hij, bijna zeven euro. Die komt met de boot uit Europa, twee keer per week.
Onder het eten hebben de Petersens het over de ijsbeer die een jager uit het dorp de vorige dag heeft geschoten
Thuis dekt hij de tafel, zijn vrouw Ane maakt spaghetti bolognese. Ook zij werkt bij de posterijen, als zijn chef. ‘Mijn baas, thuis en op het werk,’ zegt Jens Pele lachend. Hun zoon Kenny zit in de kinderkamer Fortnite te spelen op zijn smartphone. Door die game spreekt hij al beter Engels dan zijn vader. Jens Pele Petersen laat me het huis zien. Het blanke hout maakt het licht, op de gang staat een hometrainer, in de keuken een eiwitshake. Op Facebook – Petersen post vrijwel dagelijks – staan foto’s van een huisje dat hij buiten het dorp aan het bouwen is om daar de steeds warmere zomers door te brengen.
Onder het eten hebben de Petersens het over de ijsbeer die een jager uit het dorp de vorige dag heeft geschoten. Ane zegt dat ze het niet kan begrijpen, het dier was toch veel te jong geweest. ‘Op straat zouden we dit niet hardop zeggen,’ zegt Jens Pele. ‘Onze mening wordt daar niet zo gewaardeerd.’
Ook dat moet de klimaatverandering zijn, die gedachte komt onwillekeurig bij je op als je met dit moderne gezin aan tafel zit. Ze laat het ijs smelten en maakt daardoor vlak bij de noordpool een leven mogelijk waarin eiwitshakes en zomerhuizen een grotere rol spelen dan de jacht op ijsberen. Is dat goed?
Heel wat mensen op Groenland zien dat zo, ook de Petersens. De klimaatverandering, zo betogen ze, is eerder een kans dan een bedreiging. En niet alleen in de privésfeer.
Toen Donald Trump onlangs aangaf Groenland te willen kopen, had dat – de absurditeit van het idee daargelaten – een reden. Negentig miljard barrels ruwe olie vermoeden deskundigen in het noordpoolgebied, ruim zes procent van de mondiale reserve, en bovendien circa 25 procent van de nog niet in productie genomen aardgasreserves. Vooral in twee bekkens voor de kust van Groenland zou exploitatie lonend kunnen zijn. De afgelopen jaren heeft Groenland meer dan vijftig exploitatievergunningen verstrekt aan buitenlandse investeerders: goud, nikkel, koper. In het zuiden van het eiland, bij het plaatsje Narsaq, ligt een van de grootste uraniummijnen ter wereld. Een Chinees-Australisch consortium wil die gaan exploiteren en bovendien de extreem waardevolle en zeldzame mineralen waarnaar de wereld zit te smachten omdat ze nodig zijn voor hybride auto’s en printplaten in smartphones. Daarbij komen nog de onmetelijke zandreserves. De wereld staat in de rij om de natuurlijke rijkdommen van Groenland te exploiteren.
Groenland trekt op zijn beurt een eigen plan. De grootste wens van de bevolking, volgens Jens Pele Petersen en visser Ole Kristiansen maar ook alle enquêtes daarnaar, is de volledige onafhankelijkheid van de vroegere koloniale mogendheid Denemarken. Het probleem is dat Denemarken jaarlijks 470 miljoen euro overmaakt, ongeveer een derde van de Groenlandse begroting. Om zich los te maken van Denemarken zou Groenland ook financieel onafhankelijk moeten worden. Mijnbouw, landbouw, toerisme: uitgerekend de klimaatverandering zou uiteindelijk de onafhankelijkheid kunnen brengen.
In het dorp kom je veel mensen tegen die over de bevroren zee praten als over een vader die op sterven ligt
Dat is echter maar één kant van het verhaal. In de woonkamer van de Petersens vertelt Ane ook over de negatieve aspecten van de klimaatverandering. Ze laat een zwart-witfoto zien die bij hen op de gang hangt. De man erop glimlacht vriendelijk. Het is Anes vader, die een paar jaar geleden bij een ongeluk om het leven kwam.
Haar vader was met de sneeuwmobiel onderweg op het zee-ijs, vertelt Ane, toen hij merkte dat hij op een afgebroken ijsschots reed die aan het zinken was. Hij gaf flink gas om niet te verdrinken, maar botste op een andere sneeuwmobiel, vloog door de lucht en sloeg hard tegen de grond. Hij overleed ter plekke.
Het zee-ijs is de bestaansvoorwaarde voor en het symbool van het traditionele Groenlandse leven. Duizenden jaren lang heeft het ijs het noordpoolgebied beschermd tegen welke invloed ook. Het blokkeerde de zee en daarmee de schepen, die Ilulissat zes, zeven maanden niet meer konden bereiken. Geen sla, geen sinaasappels. In plaats daarvan trokken de vissers dagenlang over het bevroren water en jaagden op robben, ijsberen en rendieren. Of ze konden via de zeeweg een keer op bezoek bij familieleden in andere nederzettingen. Het ijs als sociale brug.
In het dorp kom je veel mensen tegen die over de bevroren zee praten als over een vader die op sterven ligt. Zoals de 76-jarige Ove, ook een visser. Een kleine, kromme man, die net een ladder opklimt om heilbot aan zijn huis te drogen te hangen. ‘Vroeger gingen we tot laat in de lente met sledehonden de zee op,’ zegt Ove. ‘Tegenwoordig hebben we geluk als zich een beetje ijs vormt. Maar meestal is het te dun om op te staan.’
Met het ijs verdwijnen de sledehonden, een van de oudste hondenrassen ter wereld. Kolonisten die vanuit Canada naar Groenland kwamen, brachten ze ooit mee. Nog altijd loopt door het zuiden van Groenland de zogeheten hondenevenaar. Ten noorden van deze overgeleverde grens mogen uitsluitend sledehonden worden gehouden om een vermenging van rassen te voorkomen.
Toen het zee-ijs stabiel genoeg was, waren de sledehonden voor de Groenlanders het belangrijkste middel om zich te verplaatsen. ‘De honden,’ zegt Ove, ‘voelden aan waar het ijs dik genoeg was om op te lopen. Tegenwoordig weigeren ze vaak het dunne ijs ook maar op te gaan.’
Ooit waren er meer dan zesduizend sledehonden in Ilulissat. Hun gehuil klonk ’s nachts door het dorp. Tegenwoordig zijn het er nog geen tweeduizend. Veel jagers hebben hun honden zelfs doodgeschoten omdat ze er niet meer voor konden zorgen. De rest bevindt zich niet zoals vroeger midden in het dorp, maar moet vanwege de vele auto’s die door Ilulissat rijden in kennels erbuiten worden gehouden. ‘Met de honden verdwijnt het leven waarmee ik groot geworden ben,’ zegt Ove.
Maar niet alleen het zee-ijs en de sledehonden verdwijnen. Ook de taal van de Groenlanders, beeldend en beschrijvend, staat bloot aan de klimaatverandering. Zoals het woord ‘isersarneq’, dat ‘dit is een wind in de fjord die van zee komt en het lastig zou kunnen maken om thuis te komen, maar eenmaal buiten de fjord is het aangenaam weer’ betekent. Omdat het weer onberekenbaar is geworden en winden draaien hebben sommige begrippen tegenwoordig geen betekenis meer.
De Inuit bedenken daarvoor nieuwe woorden. Zoals ‘uggianaqtuq’, dat ‘zich wonderlijk gedragen’ betekent. Het woord doelt op het veranderde klimaat – en de mensen die niet weten hoe ze daarop moeten reageren.
Niet alleen het zee-ijs en de sledehonden verdwijnen. Ook de taal van de Groenlanders, beeldend en beschrijvend, staat bloot aan de klimaatverandering
Tot voor kort was er weinig bekend over de psychologische effecten van de klimaatverandering. Afgelopen zomer voerde Kelton Minor, sociologe aan de universiteit van Kopenhagen, het eerste representatieve onderzoek uit. In de Greenlandic Perspectives Survey (GPS) werd de kijk van de Groenlanders op de klimaatverandering onderzocht – en Minor presenteerde verbazingwekkende cijfers. Volgens het onderzoek is circa 92 procent van de ondervraagden ervan overtuigd dat de klimaatverandering een feit is, slechts 1 procent denkt van niet. Ruim drie kwart van de Groenlanders zei de effecten van de klimaatverandering aan den lijve te ondervinden in het dagelijks leven. Drie op de vier gezinnen gaf aan nog al-tijd van de jacht te leven, maar bijna twee derde daarvan was bang dat de klimaatverandering de traditie van het jagen zal schaden.
Ook Courtney Howard, eerstehulparts in het Canadese noordpoolgebied, onderzoekt de gevolgen van de klimaatverandering voor de Groenlanders. Onlangs verklaarde ze tegenover The Guardian dat de klimaatverandering bij sommige Inuit tot angstgevoelens en een vorm van ecologische rouw leidt omdat ze hun geboortegrond kwijtraken. Bij sommige Inuit had ze zelfs tekenen van posttraumatische stressstoornis vastgesteld. Op Groenland heeft de ecologische ramp allang een culturele ramp veroorzaakt.
Ook Simone Petersen uit Ilulissat kan meepraten over de afgronden van een maatschappij in transitie. Petersen, geen familie van postbode Jens Pele Petersen, is een Deense, een vrouw met oranje geverfd haar. Ik loop met haar mee een doodlopend straatje in naar een weiland waar ze drie sledehonden houdt. Uit een plastic tasje haalt ze drie hele vissen, die ze naar de honden gooit. Dan doet ze een schuurtje open, waar vijf welpen aan het ravotten zijn.
Terwijl Petersen de welpen te eten geeft, vertelt ze dat ze in 2008 tijdens een reis naar Groenland verliefd werd op Knut, een jager uit Ilulissat, en twee maanden later hier is komen wonen. ‘We hadden zestien honden en waren gelukkig,’ zegt ze. Drie jaar geleden stierf Knut aan een aneurysma. Simone besloot ook zonder hem hier te blijven.
In Ilulissat werkte ze zes jaar lang als maatschappelijk werkster in een weeshuis. ‘Veel kinderen voor wie ik daar zorgde, waren hun ouders door geweldmisdrijven kwijtgeraakt,’ zegt ze. ‘Anderen werden mishandeld, of de ouders hadden zich van het leven beroofd.’
Het hoge zelfmoordcijfer – zeven keer zo hoog als in Duitsland – bezorgde Petersen handenvol werk. In het weeshuis werkte ze samen met een collega die vier zonen had – allemaal pleegden ze zelfmoord. ‘Als er eentje begint, volgt vaak het hele gezin dat voorbeeld,’ zegt ze. De motieven zijn volgens haar velerlei. ‘Van één jongen weet ik dat zijn vriendin hem had verlaten, dat was voor hem al reden genoeg.’
‘Veel Groenlanders hebben nooit geleerd om met problemen om te gaan,’ zegt Petersen. ‘Van anderen wordt simpelweg te veel geëist door de radicale veranderingen die hier op dit moment plaatsvinden. Als werknemers op Groenland salaris krijgen, wat om de twee weken gebeurt, kun je er bij sommigen van uitgaan dat ze de maandag daarna niet op hun werk verschijnen. Salaris krijgen staat voor velen gelijk aan een driedaags drankgelag. Dan worden ook de meeste misdrijven gepleegd.’
Kapitalistische tijdgeest
Vrijwel iedereen die je er in Ilulissat naar vraagt, komt na een tijdje wel te spreken over die onbetrouwbaarheid, zowel buitenlanders als de Groenlanders zelf. Simone Petersen zegt dat je er niets van begrijpt als je met een Duitse of Deense blik naar de problemen van de Groenlanders kijkt. ‘Veel van wat we in Europa gewoon vinden, is hier niet van toepassing.’ De dag van haar vriend Knut was bijvoorbeeld nooit met de wekker begonnen. Hij werd wakker wanneer hij wakker werd en dan liep hij naar het raam om te kijken wat voor weer het was. Knut had alleen maar gejaagd als hij iets te eten wilde hebben. De buit verkopen, geld verdienen, de welvaart vergroten – ‘dat was hem volkomen vreemd’.
Op een keer zou hij toeristen meenemen op een boottochtje. Toen hij op de afgesproken tijd nog thuis was, had Petersen hem gevraagd of hij niet weg moest. ‘Die mensen zien toch wel dat de zee zwart is, en dan vaar je niet uit,’ had Knut geantwoord.
Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar robbenjager Ole Kristiansen. Toen die na dertien schoten nog altijd geen rob had geraakt, keerde hij vergenoegd terug naar de haven. Terwijl hij zijn boot vastlegde, zei hij: ‘Ik stop even een paar dagen met jagen, ik heb net genoeg te eten.’
Simone Petersen begint te lachen als ik haar dat vertel. ‘Dat zei Knut ook altijd,’ zegt ze. ‘Maar natuurlijk zijn allang niet meer alle Groenlanders zo. Er zijn enkelen die zich de nieuwe, kapitalistische tijdgeest eigen hebben gemaakt.’ Mensen zoals Carl Sandgreen.
Sandgreen kom je verschillende keren per dag tegen in Ilulissat, want hij is altijd wel ergens naartoe onderweg. Op een ochtend tref ik hem in de haven, een kleine, bruinverbrande man in een dikke wollen trui. Hij is net zijn boot aan het losmaken omdat hij op zee ijs wil gaan verzamelen voor het chique hotel Hvide Falk. Daar wordt het heldere gletsjerijs voor cocktails gebruikt. ‘Toeristen vinden dat cool,’ zegt Sandgreen schouderophalend.
Carl Sandgreen was ooit jager en hij heeft ook bij de receptie van hotel Arctic gewerkt toen Angela Merkel daar overnachtte. En nog daarvoor heeft hij in de Groenlandse hoofdstad Nuuk wiskunde en economische wetenschappen gestudeerd. Tegenwoordig is Sandgreen niet alleen vanwege zijn afstuderen een bijzonderheid in Ilulissat, maar ook omdat hij als een van de weinige Groenlanders als gids voor toeristen werkt.
Sandgreen is zijn bedrijf Ilulissat Water Safari begonnen toen hij over de nieuwe luchthaven hoorde die in 2023 klaar moet zijn. Toen besefte hij dat het oude leven in Ilulissat voorbij was en besloot hij er het beste van te maken.
Dagelijks vaart hij met toeristen de zee op om walvissen te gaan observeren, gaat met hen jagen of vertelt hen wetenswaardigheden over de ijsbergen in de fjord. ‘De klimaatverandering is voor mij geen vijand,’ zegt Sandgreen, ‘maar een verandering waaraan ik me moet aanpassen. Juist wij Groenlanders zijn er eigenlijk meesters in om ons te schikken naar barre omstandigheden.’
De zaken gaan goed, zegt hij. Onlangs heeft hij een tweede boot en een sneeuwmobiel gekocht en binnenkort kan hij iemand in dienst nemen. Het liefst een Groenlander. Hij heeft een vereniging opgericht waar Groenlandse ondernemers van gedachten kunnen wisselen, ze zijn nog op zoek naar een clubhuis. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezing wil hij zich kandidaat stellen en op Facebook schrijft hij regelmatig over wat hem stoort in Ilulissat.
‘De mensen die hier wat te vertellen hebben, zijn allemaal Deens,’ zegt Sandgreen. ‘De manager van de luchtvaartmaatschappij, de managers van de supermarkten, van het hotel Arctic.’ Vooral de Deense gidsen werken hem op de zenuwen. ‘Velen van hen zijn studenten die hier één zomer komen om toeristen mee te nemen naar de ijsfjord of de walvissen. Wij Groenlanders kunnen toch veel gedetailleerder over ons geboorteland vertellen.’
Als het ijs gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn
‘Als het ijs gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn.’
Maar, zegt Sandgreen, je hebt er niets aan om op anderen te vitten. ‘Als de klimaatverandering voor de Groenlanders daadwerkelijk meer een kans dan een bedreiging is, dan moeten we wakker worden!’
Sandgreen ziet het als een reusachtige taart die momenteel wordt verdeeld. Of je staat op en eist luidkeels een stuk ervan op of het bord is binnenkort leeg en Groenland nog altijd afhankelijk van het geld van Denemarken. Dat zou het slechtste scenario zijn. ‘Onze onafhankelijkheid begint in ons hoofd,’ zegt hij.
Wanneer hij wegrijdt in zijn auto begint de hemel boven hotel Hvide Falk al rood te kleuren. Later op de avond wordt dat donkeroranje en uiteindelijk felpaars, alsof iemand de verzadigingsregelaar van de kleuren tot in het onnatuurlijke doordraait. Het ijs doet de zonsondergangen op Groenland zo stralen omdat het de kleuren als een reusachtige spiegel reflecteert. De ijsbergen in de Kangia lijken te gloeien.
Als het ijs eenmaal gesmolten is, zullen deze zonsondergangen er niet meer zijn. Dan wordt Groenland, de ijswoestijn, in een misschien helemaal niet al te verre toekomst een heel normaal land.
Een Duitse expert ontdekte een enorm ijsvrij gebied in de Zuidelijke Oceaan, waar het nochtans extreem koud is. Wat is hier aan de hand?
Voor de kust van Antarctica gaapt een gat in het normaal zo dikke pakijs van de Weddellzee. En Lars Kaleschke denkt dat hij het als eerste heeft gezien. De zee-ijsexpert van de Universiteit van Hamburg bestudeert elke dag de actuele meetgegevens van de Japanse GCOM-W1-satelliet – en wat daar onlangs op ongeveer 64 graden zuiderbreedte en 3 graden oosterlengte op de kaarten zichtbaar was, sloeg hem met stomheid: ‘Een gat met een oppervlak groter dan Nedersaksen.’
Midden in de dikke ijslaag ten oosten van het Antarctische schiereiland was een zogeheten ‘polinia’ ontstaan. Het woord komt uit het Russisch en wordt gebruikt voor een ijsvrij of slechts met een heel dun laagje ijs bedekt wateroppervlak in een anders dichtgevroren omgeving – want de luchttemperatuur in deze streek ligt nog altijd in de dubbele cijfers onder nul.
Op een recente maandag bereikte de Weddell-polinia met 49.111 km2 haar grootste omvang tot nu toe. De woensdag erna was ze met 39.111 km2 weer iets kleiner. ‘Hier komt diep water naar boven dat twee tot drie graden warmer is dan het oppervlaktewater,’ legt Kaleschke uit. Dit is een gevolg van een complex mechanisme, en van een onderzees gebergte. Zo’n 500 kilometer voor de Antarctische kust rijst de zogeheten Maud Rise op van de oceaanbodem. Deze circa 3500 meter hoge bergen komen niet boven het wateroppervlak uit omdat de zee hier ongeveer 5 kilometer diep is. Maar ze sturen de zeestromingen in dit gebied wel stevig in de war, geholpen door de krachtige winden die er voorkomen.
Overdrukventiel
Dat alles kan leiden tot een omkering in de gelaagdheid van de oceaan ten zuiden van de Antarctische ringstroom: normaliter ligt onderaan een laag van relatief warm, zoutrijk water. Daarboven ligt, als een deksel op een kookpot, een laag water die kouder is en zoutarmer.
Maar in het gebied van de polinia die boven de Maud Rise is ontstaan, komen nu grote hoeveelheden relatief warm water naar de oppervlakte. Dit water geeft zijn warmte af aan de lucht, waarna zich opnieuw zee-ijs vormt. Maar dat bevat maar eenderde van het eerder in het water opgeloste zout. De rest van het zout wordt afgegeven aan de oceaan, waardoor de dichtheid van het water in de bovenlaag verandert. Dit wordt zwaarder en zakt naar beneden, en door dit zelfversterkende effect blijft de polinia open.
Het is niet voor het eerst dat zich in de Weddellzee een polinia voordoet. Geowetenschappers houden zich nog altijd bezig met een exemplaar dat in de jaren zeventig drie winters voortduurde en in 1980 voor het eerst wetenschappelijk werd beschreven.
Het enorme gat was te zien op opnames van de Amerikaanse weersatelliet Nimbus 5 en bereikte zijn maximale omvang in september 1975. Toen was meer dan 310.000 km2 wateroppervlak ijsvrij. Er werd een expeditie naar het gebied gestuurd, maar die arriveerde pas toen de polinia alweer dicht was.
Het ijsgat: rechts september 2017, links augustus 2016.
Daarna deed het fenomeen zich veertig jaar lang niet voor, tot vorig jaar. Maar het gat dat in 2016 ontstond was volgens de berekeningen van Kaleschka met maximaal 19.072 km2 duidelijk kleiner dan in de jaren zeventig. En duidelijk kleiner dan dit jaar.
Een polinia werkt als een soort overdrukventiel op een snelkookpan, waarmee de oceaan zich in korte tijd van grote hoeveelheden warmte kan ontdoen. De Zuidelijke Oceaan is als warmtereservoir voor de hele wereld van belang: hoewel hij maar 30 procent uitmaakt van het zeeoppervlak op aarde, neemt hij ongeveer de helft van de kooldioxide en driekwart van de warmte op die alle oceanen tezamen absorberen. Bovendien warmt de Zuidelijke Oceaan in vergelijking met andere wereldzeeën maar langzaam op. Computermodellen geven aan dat natuurlijke klimaatschommelingen regelmatig tot enorme gaten in het ijs zullen leiden. Recent presenteerden onderzoekers van het Instituut voor Zeeonderzoek in Barcelona in het vaktijdschrift Journal of Climate de resultaten van een modelberekening die aangeven dat deze warmtetransfer zelfs verreikende wereldwijde gevolgen kan hebben. Niet alleen de directe omgeving wordt namelijk opgewarmd, op het hele zuidelijk halfrond stijgen de temperaturen van water en lucht, zelfs het noordelijk halfrond ondervindt hiervan effecten.
‘In jaren en decennia met een grote polinia zien we verandering van winden op het zuidelijke halfrond. De tropische regengordel schuift in zuidwaartse richting op’, schrijft co-auteur Irina Marinov van de Universiteit van Pennsylvania. De verschuiving van de regengordel met een enkele graad naar het zuiden houdt volgens de modellen twintig tot dertig jaar aan, aldus de onderzoekers.
Klimaatverandering
Maar houdt de polinia ook verband met de klimaatverandering? Eerdere studies wezen uit dat bij een opwarmende aarde gaten in het ijs juist zeldzamer worden. Onderzoekers van de McGill-universiteit in het Canadese Montreal wierpen in 2014 in het vaktijdschrift Nature Climate Change de stelling op dat polinia’s in het verleden vaak in de Zuidelijke Oceaan voorkwamen.
Pas door de invloed van de mens op het klimaat zijn de ijsgaten volgens de onderzoekers zeldzaam geworden – omdat het zee-ijs door de klimaatverandering sterker smelt en er daardoor meer zoutarm water aan het oceaanoppervlak voorkomt. Dat houdt in zekere zin de daaronder liggende warmere waterlagen in toom, en zorgt er zo voor dat vooral het diepe oceaanwater opwarmt.
Maar van tijd tot tijd vindt die warmte kennelijk een weg naar boven en ontstaat er een gat in het ijs. Het afgelopen jaar, zo zegt onderzoeker Kaleschke, was er wereldwijd sprake van een minimum aan zee-ijs. Mogelijk werden deze lage waarden in het Antarctisch gebied mede veroorzaakt door de – destijds duidelijk kleinere – polinia. Ook vanwege dit vermoeden wil hij de cijfers voor dit jaar heel zorgvuldig bestuderen.
Teken, vlooien en lintwormen zijn geen populaire wezens. Maar als ze door de opwarming van de aarde zouden verdwijnen, zou dat een ramp betekenen.
Wereldwijd zijn dieren op drift geraakt. En dat geldt ook voor hun parasieten. Onlangs werden de resultaten gepubliceerd van een eerste grootschalig onderzoek naar de gevolgen van de klimaatverandering voor ’s werelds parasieten. De onderzoekers kwamen tot de verbijsterende conclusie dat maar liefst een op de drie parasietensoorten in de loop van deze eeuw dreigt uit te sterven. Door de opwarming van de aarde zullen veel van hen inboeten aan leefgebied, waardoor hun voortbestaan in gevaar komt. Ook veel van hun gastheren zullen het niet redden. ‘Ik ben er nog steeds kapot van,’ vertelt Colin Carlson, de eerste auteur van het stuk, die aan de Universiteit van California op het onderwerp promoveert. Hij vermoedt dat veel mensen het nieuws met applaus zullen begroeten. ‘Parasieten zijn natuurlijk niet echt populair,’ aldus Carlson.
Maar hoe griezelig lintwormen en bloedparasieten misschien ook zijn, ze zijn cruciaal voor de ecosystemen waarin ze leven. Sterven ze uit, dan kan dat hele voedselnetwerken verstoren, wat zelfs de menselijke gezondheid kan bedreigen. Parasieten verdienen hetzelfde respect dat toppredatoren de afgelopen decennia al kregen. Ooit werden wolven ook als ongedierte gezien – maar toen ze verdwenen veranderden ecosystemen opeens radicaal. Wetenschappers beseften toen dat wolven en andere roofdieren prooidierpopulaties in toom houden, waardoor planten de ruimte krijgen. Toen wolven op plekken als het Yellowstone-park geherintroduceerd werden, gingen deze ecosystemen erop vooruit.
Monsters uit de Amerikaanse Nationale Parasiet Collectie.
Nu beginnen onderzoekers voorzichtig te bestuderen welke rol parasieten in dit geheel spelen. In sommige ecosystemen vormen zij het grootste deel van de biomassa en wegen ze gezamenlijk wel twintig keer zoveel als de roofdieren in het gebied. Wetenschappers die voedselnetwerken bestudeerden, waren jarenlang gewend om lijnen te trekken tussen soorten – bijvoorbeeld tussen gnoes en het gras waarop ze graasden, en tussen gnoes en de leeuwen die hen opaten. Ze zagen glad over het hoofd dat parasieten zich met hun gastheren voeden en dat dit ook een niet te verwaarlozen factor is. Het blijkt dat wel 80 procent van de lijnen in een gemiddeld voedselnetwerk bij een parasiet uitkomen. Parasieten kunnen zo gemakkelijk populaties van hun gastheren in toom houden. Sommige daarvan doden ze direct, of anders zorgen ze ervoor dat hun gastheer zich na een infectie niet meer kan voortplanten: het voedsel waar de parasiet naar hunkert moet immers niet verspild worden aan de aanmaak van eitjes of sperma.
Eigenlijk zou je parasieten samen met hun gastheren moeten beschermen,’ vindt ecoloog Kevin Lafferty van de Universiteit van California, die zelf niet bij het onderzoek betrokken was. De opwarming van de aarde maakt het plaatje nog gecompliceerder. Er was al wel onderzoek gedaan naar het lot van enkele parasietensoorten, maar Carlson en zijn collega’s wilden een globaal beeld van de invloed van klimaatverandering op al deze soorten krijgen. Zij begonnen hun werk bij de National Parasite Collection, die dateert uit 1892 en nu wordt beheerd door het Smithsonian-instituut. Het is een van de grootste verzamelingen in haar soort op de wereld, met twintig miljoen specimens, sommige in potjes met alcohol en sommige in objectglaasjes.
Parasieten leven meestal in of op hun gastheren, maar dat maakt ze nog niet immuun voor klimaatverandering. Een stijgende omgevingstemperatuur kan schadelijk voor ze zijn
Carlson en zijn collega’s bepaalden van elke parasietensoort het huidige bereik; zo konden ze inschatten in welk type klimaat de soorten zouden kunnen overleven en hoe het ze in een hete wereld zou vergaan. Nadat ze de hele collectie hadden doorgeploeterd, hadden ze 53.133 parasieten die naar hun idee geschikt waren om bij hun onderzoek te betrekken. Deze behoorden tot 457 soorten lintwormen, teken, vlooien en andere dieren.
Parasieten leven meestal in of op hun gastheren, maar dat maakt ze nog niet immuun voor klimaatverandering. Een stijgende omgevingstemperatuur kan schadelijk voor ze zijn. Teken kunnen bijvoorbeeld omkomen door de hitte als ze in het gras op hun slachtoffers liggen te wachten. Mijnwormlarven leven in vochtige grond voordat ze iemands voet binnendringen. En parasieten hebben natuurlijk ook hun gastheren nodig – als die uitsterven, overleven de parasieten het meestal ook niet. Carlson en zijn collega’s moesten dus ook nagaan hoe de gastheren het na een klimaatverandering zouden doen.
Andere leefgebieden
De onderzoekers combineerden al deze factoren en schatten in welk risico elk type parasiet loopt. Uit het onderzoek bleek bijvoorbeeld dat sommige soorten weinig van de opwarming te vrezen hebben. Haakwormen zullen er bijvoorbeeld niet veel last van hebben omdat hun gastheren, vissen en vogels, zo wijdverbreid zijn. Maar andere typen, zoals vlooien en lintwormen, verdragen sterke temperatuurstijgingen veel minder goed; en veel andere leven op één enkele gastheer die in zijn voortbestaan bedreigd wordt.
Carlson concludeerde dat zo’n 30 procent van de parasietensoorten het waarschijnlijk niet gaat redden. Volgens Lafferty zetten deze nieuwe onderzoeksresultaten vraagtekens bij die van eerdere, kleinere onderzoeken, die vaak geheel tegengestelde conclusies trokken. ‘We zijn van nature geneigd om aan te nemen dat parasieten en de ziekten die ze veroorzaken zullen toenemen, terwijl de rest van de biodiversiteit afneemt,’ vertelt hij.
Carlson zegt dat klimaatverandering niet alleen soorten zal laten uitsterven, maar dat ze ook andere effecten heeft. Sommige parasieten kunnen naar andere leefgebieden verhuizen. Teken, die de ziekte van Lyme overbrengen, hebben volgens klimaatveranderingsmodellen een stralende toekomst als ze in noordelijke richting opschuiven. ‘We hoeven niet bang te zijn dat die gaan uitsterven,’ aldus Carlson.
Zo’n dertig jaar geleden doken voor het eerst berichten op over klimaatverandering door opwarming van de aarde en een daarmee gepaard gaande stijging van het zeeniveau. Het waren kleine berichtjes, snippertjes, buitenissigheidjes, bijvangst in de wandelgangen van wetenschappelijke congressen – nieuwtjes die soms wel, maar doorgaans niet de krant haalden.
In betrekkelijk korte tijd is er op dat punt wel iets veranderd – in elk geval in de nieuwsvoorziening met betrekking tot ‘het klimaatvraagstuk’. Voor Nederland is dat probleem, en dan vooral de stijging van het zeeniveau, tamelijk urgent omdat we met 17 miljoen mensen op een heel klein stukje grond verblijven, waarvan een groot deel al sinds mensenheugenis onder de zeespiegel ligt. En als die zeespiegel stijgt, hebben we collectief kieuwen nodig om te overleven.
Daar wordt vast ook al aan gewerkt.
Feit is dat Nederland voorloopt in geavanceerde technieken om dit onheil te voorkomen en deze expertise internationaal vermarkt – want zo zijn we ook wel weer. Dat vervult ons met gepaste trots en verbindt – om dat inmiddels versleten woord toch maar weer eens te gebruiken – als de elftallen het laten afweten.
De filosofie dat je mét water moet leven in plaats van het te willen verslaan, is vrij uniek in de wereld
In het buitenland wordt met belangstelling gekeken hoe we dit waterland in bedwang weten te houden. En terecht, want de filosofie dat je mét water moet leven in plaats van het te willen verslaan, is vrij uniek in de wereld. Aanpassen aan het klimaat, zeker als het vakkundig wordt gedaan, levert uiteindelijk een betere bescherming op.
The New York Times stuurde een van zijn sterverslaggevers, Michael Kimmelman, van huis uit zowel architectuurcriticus als concertpianist, naar de Rotterdam om te onderzoeken hoe die Nederlanders het klimaatprobleem met dat wassende zeewater aanpakken. Kimmelman, die eerder dit jaar met dezelfde vraag China (‘Rising Waters Threaten China’s Rising Cities) en Mexico (‘Mexico City, Parched and Sinking, Faces a Water Crisis) bezocht, werd laaiend enthousiast over wat hij in de Maasstad hoorde en vooral zag. Zijn conclusie: ‘The Dutch Have Solutions to Rising Seas’.
Vooral over de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg raakte de Amerikaan buiten adem van bewondering: ‘… een verbluffend staaltje ingenieurswerk … een constructie van een onvergetelijke schoonheid … een van de minder bekende wonderen van het moderne Europa…’ Allang geen snippertje meer dus, en ook al is het ongebruikelijk dat 360 opent met een artikel over Nederland, deze pluimen wilden we u niet onthouden.
Zane Webber en Michelle Williamson verzamelen in opdracht van de Nieuw-Zeelandse overheid overal ter wereld zaden van grassen en andere weidegewassen. Hun archief moet de nationale vlees- en zuivelindustrie beschermen tegen rampen en de gevolgen van de klimaatverandering.
We kunnen er alleen maar naar gissen wat die Russische boeren gedacht moeten hebben toen ze dat stel Nieuw-Zeelanders voorovergebogen in het groen zagen staan in een afgelegen gebied in de buurt van Mongolië. Ze zullen enige argwaan hebben gekoesterd, want niet lang nadat Zane Webber en Michelle Williamson werden opgemerkt door een man op een tractor, hoog in het schitterende Altajgebergte, kwam er iemand in een terreinwagen aanrijden die Williamson een identiteitsbewijs onder de neus duwde. ‘Ze spreken natuurlijk geen Engels, dus dan doe ik maar een koe na en maak ik kauwbewegingen,’ zegt Williamson.
De taalbarrière is een van de redenen waarom Webber en Williamson altijd een tolk bij zich hebben. Dit keer lieten hun Russische collega’s de natuurambtenaar hun vergunningen zien, en dat leek voldoende. Hij vertrok weer. Toch moet hun expeditie een vreemde indruk hebben achtergelaten.
Webber en Williamson zijn zaadzoekers. Zij en hun collega’s struinen rond in Tadzjikistan, Tunesië, Turkije, China, Spanje, Griekenland en Portugal, of waar er maar zeldzame en oude plantensoorten zijn te vinden. Dat is op zich nog niet zo vreemd. Veel genenbanken hebben verzamelaars in dienst die over de hele wereld op zoek zijn naar plantaardig materiaal voor wetenschappelijk onderzoek. Die reizen bijvoorbeeld naar een afgelegen gedeelte van Kazachstan en keren terug met een zak vol zaden in envelopjes.
Elke keer zegt hij na afloop tegen Williamson dat dit écht de laatste keer was. “En vervolgens begin ik voorbereidingen te treffen voor de volgende expeditie”’
Wat de Nieuw-Zeelanders onderscheidt is hun obsessie met koeien- en schapenvoer. Het merendeel van hun collega’s is uit op de wilde familieleden van gewassen die geschikt zijn voor menselijke consumptie, in de hoop er een sterkere en voedzamere soort tarwe, maïs, zoete aardappel, cassave of rijst mee te kweken. Als de wereld wordt getroffen door een ramp die alle gewassen verwoest, dan zullen de mensen die het overleven vermoedelijk proberen om naar het Noorse Svalbard (voorheen Spitsbergen) binnen de poolcirkel te komen, waar diep in de permafrost een opslagplaats is voor (inmiddels tweeënhalf miljard) zaden, bedoeld om de vruchten van vele eeuwen landbouw te beschermen tegen een eventuele ramp. Maar een uitgehongerde koe doet er beter aan om naar Palmerston North te gaan, op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland, en te proberen daar het imposante grasarchief binnen te dringen.
Het Margot Forde Germplasm Centre is een overheidsinstelling op de Grassland-campus van AgResearch en heeft een opslagruimte met klimaatcontrole, waar zo’n 114.000 zaadmonsters worden bewaard. Het betreft vooral zaden van verschillende soorten weidegewassen, met name grassen en klaversoorten, die koeien en schapen helpen omzetten in lucratieve vlees- en zuivelproducten voor de export.
Kaart en plantengids
Een zadenzoekexpeditie begint vrijwel altijd met een kaart en een plantengids. Op de wereldkaart in het Margot Forde Centre zijn cirkels getrokken rond veelbelovende gebieden met een grote biodiversiteit. Sommige van die gebieden zijn nog niet eerder bezocht door zaadzoekers. Het centrum kan zich een of twee expedities per jaar veroorloven, dus geven de jagers de voorkeur aan plekken die waarschijnlijk de grootste lacunes in hun collectie kunnen opvullen. Daarbij moeten ze er ook op letten welke landen bereid zijn een vergunning te verstrekken. Er zijn landen die aanvankelijk wel buitenlandse verzamelaars toelieten, maar die zijn teruggekrabbeld nadat louche partijen, ook wel ‘biopiraten’ genoemd, zonder toestemming zaden meenamen en patent aanvroegen op hun producten, vertelt de Nieuw-Zeelandse specialist Kioumas Ghamkar.
Zodra alle paperassen in orde zijn, stuurt Webber een verlanglijstje met soorten naar een groep lokale medewerkers, die vervolgens een route samenstellen. De afgelopen jaren heeft Webber ook zijn collega Williamson uit de zaadopslag van Palmerston North meegevraagd, zodat zij het een en ander zou kunnen leren over het verzamelen.
Het team stapt in twee identieke witte busjes, die er haast antiek uitzien, al houdt Williamson bij hoog en bij laag vol dat ze nieuw zijn. De Russische busjes blijken het verrassend goed te doen op de steile hellingen in het Altajgebergte, en Webber heeft pas één keer gevreesd voor zijn leven. ‘Op zeker moment was de weg heel erg smal en waren we allemaal bang dat ons laatste uur had geslagen. Ik zat op de passagiersstoel en keek recht een ravijn in.’ Elke keer zegt hij na afloop tegen Williamson dat dit écht de laatste keer was. ‘En vervolgens begin ik voorbereidingen te treffen voor de volgende expeditie.’
Telkens wanneer ze een veelbelovend stukje groen zien, zetten de verzamelaars de auto neer, stappen uit en verzamelen de zaden die ze later die avond zullen drogen en schoonmaken. De Nieuw-Zeelandse wetgeving verbiedt het aarde en ander uitheems materiaal in te voeren. Zelfs voor de zaden moet speciaal dispensatie worden aangevraagd. In Rusland, in augustus, hebben ze zaden geplukt van zevenhonderd populaties, 56 keer de auto aan de kant gezet en bij elke stap een verscheidenheid aan soorten geplukt.
Aan het einde van de tocht delen ze de buit met de plaatselijke botanisten, die gebruikmaken van de door Nieuw-Zeeland gefinancierde tochten om hun eigen collectie aan te vullen. Ghamkar is ervan overtuigd dat zowel het gastland als de bezoekende landen baat hebben bij deze expedities, en daarom weet hij ook zo goed andere landen over te halen om mee te werken. De Russische connectie was het werk van zijn voorganger, maar hij probeert nieuwe landen over de streep te trekken. Hij hoopt op een dag een Nieuw-Zeelandse expeditie te kunnen regelen naar zijn geboorteland Iran. ‘Ik wil niet dat Iran er schade van ondervindt, maar het gaat hier om internationale schatten,’ zegt hij.
Eenmaal terug in Palmerston North kweekt het team in afgeschermde tuinen de zaden van elke variëteit op, totdat er per variëteit ten minste honderd exemplaren zijn. Dat is voldoende om genetische diversiteit te garanderen, en ook om iets aan een andere genenbank af te staan, mocht daartoe een verzoek komen.
In Palmerston North gaan de zaden naar een droge ruimte, die wel wat doet denken aan de bierkoeling van een supermarkt. Daar blijven de zaden zeker twintig jaar vers, en ze hoeven pas na honderd jaar opnieuw te worden geplant. ‘We hebben hier zaden uit 1940, die nog altijd levensvatbaar zijn,’ zegt Ghamkar.
De koeling waarin de zaden worden bewaard is afgesloten, maar het is bepaald geen fort. Toen Ghamkar vorig jaar aantrad als directeur, kwam hij er tot zijn ontzetting achter dat Nieuw-Zeeland geen reservevoorraad heeft in Svalbard, de noodopslag op Spitsbergen, die ooit is aangelegd voor het geval zich een grote ramp zou voordoen. Svalbard is zo gebouwd dat het ook een nucleaire winter kan doorstaan. ‘Zelfs Noord-Korea heeft daar wat liggen.’
Ghamkar heeft er met zijn team negen maanden voor uitgetrokken om te beslissen welke soorten absoluut niet verloren mogen gaan, en dit jaar heeft hij een selectie gemaakt voor opslag onder de permafrost. ‘Svalbard is een kluis. Nieuw-Zeelandse grassen en klaversoorten worden daar bewaard voor het geval het Margot Forde Centre getroffen zou worden door een brand of een aardbeving.’
Klimaatverandering
Los daarvan is er de klimaatverandering, die de hele onderneming nog prangender maakt. Het duurt een jaar of tien om een nieuw gewas te ontwikkelen, en daarmee is de dramatische klimaatverandering, die voor veel plekken op aarde al is voorspeld voor 2030, nog maar twee kweekcycli verwijderd. Klimatologen in Nieuw-Zeeland voorzien dat in 2040 de frequentie van de droogten in de oostelijke en noordelijke regio’s van de aarde zal zijn verdubbeld of zelfs verdrievoudigd, terwijl het op andere plekken warmer en natter zal worden. Tegen het einde van de eeuw zullen bepaalde plekken op aarde vruchtbaarder zijn. Maar over het geheel genomen is de verwachting dat ten gevolge van de klimaatverandering de voedselproductie zal krimpen, terwijl de bevolking blijft groeien. Ondertussen zullen door veranderingen in temperatuur en de hoeveelheid neerslag mogelijk nieuwe ziekten en epidemieën om zich heen grijpen.
De zoektocht naar wilde zaden richt zich meer en meer op extreme planten. Als een plant in leven kan blijven met weinig water, of juist tijdens een overstroming, dan zou die plant weleens goed kunnen gedijden in het klimaat van de toekomst. Zelfs als een wild gewas ongeschikt is voor consumptie, dan kan het worden gekruist met andere soorten om hybride gewassen te kweken die zijn bestand tegen droogte of hitte, of die met weinig stikstof toe kunnen.
Voor wie het kweken van supersoorten nogal klinisch vindt klinken, heeft Ghamkar een mooi liefdesverhaal. Wetenschappers van AgResearch hebben de herkomst van witte klaver – een gewas dat voor Nieuw-Zeeland bij uitstek van belang is – genetisch weten te herleiden tot de verre voorouders. Deze oerklavers bleken geheel andere organismen dan de planten die wij nu kennen. De afstand tussen beide soorten was zo groot dat het een wonder mocht heten dat ze ooit iets met elkaar kregen. ‘Er werden een vader en een moeder ontdekt,’ zegt Ghamkar. ‘De een leeft in de bergen van Azerbeidzjan, de ander op de stranden van Portugal, dus vele duizenden kilometers verderop.’ Op de een of andere manier zijn die oude soorten elkaar ooit, lang geleden, zo dicht genaderd dat ze nageslacht hebben voortgebracht. ‘Misschien aan een Grieks strand. We weten het niet. Maar ze hebben elkaar leren kennen en een plantensoort voortgebracht. De ouders zijn nog altijd twee totaal verschillende individuen, die leven op een andere hoogte, op een andere bodem en in een ander klimaat.’
Maar toch hebben de wetenschappers, met enige overredingskracht, de planten zo ver weten te krijgen dat ze weer nageslacht zijn gaan produceren. ‘Normaal gesproken zijn deze kruisingen steriel. Maar als we het embryo in het laboratorium houden, en extra voeding en zorg geven, zal een aantal exemplaren weten te overleven, en die zullen in staat zijn de soort te herstellen,’ zegt Ghamkar. ‘Als je wilde planten kruist, breng je de genen terug die voor weerstand en uithoudingsvermogen zorgen. En dat is precies wat we nodig hebben als het klimaat gaat veranderen.’ Versies van de hybride klaver worden op verschillende boerderijen uitgezet om te zien hoe ze het doen. Het beslissende woord is nog niet gesproken, ‘maar de aanvankelijke resultaten tonen planten met diepere wortels, die beter tegen droogte bestand zijn en minder fosfor gebruiken’, zegt Ghamkar.
En daarom gaat Webber door met verzamelen. Over het algemeen staat hij ervan te kijken hoe gemakkelijk hij in Rusland, of elders, wordt geaccepteerd. ‘Ik denk dat ze ons maar rare snuiters vinden. Maar zodra je mensen in een dorp uitlegt waar je nou precies mee bezig bent, zijn ze al snel bereid een helpende hand toe te steken, en vinden ze het geen enkel probleem dat je wat materiaal meeneemt,’ zegt hij. Hij vraagt zich af hoe hij zou reageren wanneer er ineens een Rus door zijn buurt zou struinen. ‘Het is wel interessant om je af te vragen hoe je zelf zou reageren als er ineens een vreemde over je tuinhek klimt en jouw bloemen plukt. Hoe zou je daar dan tegenaan kijken?’
Het enige actualiteitenmagazine van Nieuw-Zeeland. Al vanaf 1939.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.