Tag: Politiek

  • Nancy Pelosi niet herkiesbaar als voorzitter Huis

    Nancy Pelosi niet herkiesbaar als voorzitter Huis

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker 21 doden bij brand in vluchtelingenkamp Gaza

    » Poetin stuurt onevenredig veel etnische minderheden naar het front

    Pelosi was de eerste vrouwelijke voorzitter van het Huis

    Nancy Pelosi, de voorzitter van de Democratische partij in het Huis van Afgevaardigden, stapt op. Dat heeft Pelosi donderdag bekendgemaakt, meldt CNN. Ze was de eerste vrouw die voorzitter van het Huis was en een van de bekendste en machtigste personen in de Amerikaanse politiek. Ze blijft wel actief in het Huis als afgevaardigde.

    Of haar afscheid te maken heeft met de aanval in haar huis afgelopen maand is onduidelijk. Een verwarde man wist haar woning binnen te dringen en viel de echtgenoot van Pelosi aan met een hamer. Later bekende hij op zoek te zijn geweest naar Pelosi zelf. De echtgenoot van Pelosi lag na de aanval enige tijd in het ziekenhuis.

    De favoriet om Nancy Pelosi op te volgen is de New Yorker Hakeem Jeffries. Als hij wordt gekozen, wordt hij de eerste zwarte politicus in de geschiedenis van de Amerikaanse politiek die een partij voorzit in het Huis van Afgevaardigden. Voorzitter van het Huis zal hij niet zijn: de Republikeinen wisten woensdag de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden te behalen.

    Lees ook:

  • Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    De bekende Albanese auteur en academica Lea Ypi over wat ze het meest aan haar vaderland mist en hoe een van leugens vergeven communistische jeugd haar interesse in filosofie wekte.

    Lea Ypi groeide op in het laatste stalinistische bastion in Europa: Albanië. Ze had er geen idee van dat Xhafer Ypi, voormalig premier van Albanië, een man die ze verplicht moest verachten, haar overgrootvader was, noch dat haar ouders allesbehalve enthousiast waren over het communistische regime. In haar bekroonde memoires (Vrij) vertelt ze dat in 1991, toen het Albanese communistische bewind ten val kwam, haar ouders haar de waarheid  vertelden, namelijk dat het land bijna een halve eeuw een openluchtgevangenis was geweest. Ze schrijft ook over haar vreselijke ervaringen met de burgeroorlog in 1997. Ypi is hoogleraar politieke theorie aan de London School of Economics.

    U legt uit dat ‘biografie’ een beladen begrip was in het communistische Albanië. Had u dat ironische gegeven in gedachten toen u aan uw memoires begon?

    ‘Ik was niet van plan memoires te schrijven; ik wilde een filosofisch boek schrijven, maar toen was daar ineens corona. Ik zat in Berlijn en probeerde mijn kinderen te ontvluchten. Die zaten me voortdurend in huis achterna. Ze vonden dat niemand thuis mocht werken, in hun ogen was er alleen ruimte voor spel, was het altijd zondag. Dus verstopte ik me in een kast en werd het boek steeds persoonlijker: omdat het ging over fysieke beperking, omgeven door grote onzekerheid over wat vrijheid betekende in een liberale samenleving. Ik had in 1997 in Albanië al een lockdown meegemaakt, en hoewel die heel anders en veel angstaanjagender was omdat er buiten een oorlog woedde, was er een gevoel van herkenning.’

    Uw jeugd werd getekend door onwetendheid. U werd voor de gek gehouden: is uw vermogen tot vertrouwen daardoor aangetast?

    ‘De overgang van niet-weten naar weten is problematisch: is de nieuwe waarheid niet gewoon weer een ander verhaal? Die scepsis over de waarheid die tevoorschijn kwam na een grote leugen heeft me nooit echt verlaten. Dat is wat me aantrekt in de filosofie. Ik verdiep me in Kants Kritiek van de zuivere rede. Zijn filosofie bestaat er onder meer uit te pogen de rede los te maken van dogmatisme en scepticisme. Voor mij betekent kritisch zijn dat je geen dogma’s accepteert. Maar dan krijg je weer te maken met het gevaar van de scepsis: als je voorgeschotelde waar-heden verwerpt, houd je misschien heel weinig over. Als je niets meer vertrouwt, kan dat heel verlammend werken. Ik probeer dat te vermijden, en vastigheid te vinden in abstracte moraliteit.’

    GettyImages 1240447905 1
    Lea Ypi tijdens de uitreiking van de Ondaatje-prijs voor haar memoires, Free. Londen, 2022. – © David M. Benett/Dave Benett/Getty Images

    Wat was Albanië, afgezien van de politiek, voor een land, en mist u het?

    ‘Ik mis het heel erg – de stomend hete zomers en de droge, stormachtige winters. Als je het hele jaar door aan de kust woont, krijg je een andere verhouding met de zee. Die is grillig van aard. Onze middelbare school lag dicht aan zee en we gingen er soms naartoe wanneer we pauze hadden. Toen ik klein was, wist ik al dat er een wereld bestond buiten Albanië, aan de overkant van de zee, dus die borg ook deze suggestie in zich.’

    Waar woont u nu?

    ‘Als mensen vragen: ‘‘Waar is je thuis?’’ antwoord ik altijd: Heathrow, Terminal 5 [lacht]. Ik weet niet waar ik thuishoor … niet meer in Albanië, want daar heb ik een immigrantenrelatie mee gekregen. Ik reis veel en voel me met veel landen verbonden. Laten we zeggen dat mijn officiële staatsburgerschap Brits is en mijn woonplaats Londen.’

    Uw grootmoeder zei: ‘Hoop is iets waarvoor je moet vechten. Maar er komt een moment dat ze een illusie wordt.’ Wat hoopte u als kind? Wat hoopt u nu? En is hoop voor onze planeet een illusie?

    ‘Het was mijn hoop om een goede burger te zijn. Ik ben opgegroeid met een besef van politieke verantwoordelijkheid. Ik voelde me een pionier en identificeerde me met de staat en de partij. Wat ik nu hoop, is eigenlijk niet zo heel anders: ik wil een deugdzaam, verantwoordelijk lid van de samenleving zijn en de vrijheid dienen. Op het laatste deel van uw vraag heb ik een filosofisch antwoord. Hoop is een morele plicht – we moeten doen alsof er een kans is dat de dingen een gunstige wending zullen nemen voor wat wij willen bereiken. Met een nihilistische levenshouding is dat plichtsbesef niet vol te houden.’

    Vrijheid is iets wat u voortdurend bezighoudt. Hoe definieert u vrijheid?

    ‘Vrijheid omvat ook plichtsbesef, de idee dat je je plicht kunt doen, hoe moeilijk die ook is. De innerlijke morele dimensie biedt mij een grondslag om de samenleving te bekritiseren. We leven in een wereld met asymmetrische machtsverhoudingen op alle niveaus. Macht wordt uitgeoefend door de machtigen en de zwakkeren en kwetsbaren zijn de passieve ontvangers van die macht. Die dynamiek van machtsverhoudingen staat altijd haaks op vrijheid.’

    U groeide op in een moslimgezin dat verplicht werd het geloof af te zweren. Hebt u nu een religieuze overtuiging?

    ‘Albanië was een constitutioneel atheïstische entiteit; God was een berg leugens. Toen elke waarheid waarin ik geloofde een leugen bleek te zijn, vroeg ik me af of de leugen inzake God waar kon zijn. In de jaren negentig ging ik shoppen op de vrije markt van de religie. Ik was een paar maanden katholiek, ging vervolgens naar de moskee en praktiseerde de ramadan. Ik verkende het boeddhisme, maar ging uiteindelijk filosofie studeren omdat ik geen antwoorden wist. Ik ben nu agnostisch.’

    Je moeder komt prachtig naar voren als een onbevreesd iemand die zich niet liet muilkorven, een krachtpatser… lijkt u in zekere mate op haar?

    ‘Ik putte altijd inspiratie uit de onverschrokkenheid van mijn moeder. Ik probeer die na te volgen, maar ik weet niet of ik erin slaag. Toen ik kind was, liepen we samen door nachtelijk Durrës, mijn geboorteplaats. Het was erg donker, er waren veel dronkaards en ik was heel bang, maar ik zag bij haar geen greintje angst. Ik zei: “Die figuur is niet goed bij zijn hoofd, hij is dronken, hij gaat ons aanvallen.” En dan zei zij: ‘‘Nee, wij gaan hem aanvallen!’’

    U schrijft tactvol over de ontsnapping van uw moeder naar het buitenland, met uw broer, tijdens de burgeroorlog. Het lijkt er wel op dat ze het gezin in tweeën splitste. Was dat niet heel schokkend?

    ‘Zeker. Pas later begreep ik dat ze zich in een situatie bevond waarin ze meende dat ze een kind redde, waarop mijn grootmoeder dan steeds weer het volgende zei: “Je liet een ander kind achter.” Ik heb er nu vrede mee, maar het was toen wel moeilijk.’

    Heb u ooit nog iets vernomen van uw jeugdvriendin Elona, van wie u het aangrijpende verhaal vertelt en die op dertienjarige leeftijd het land ontvluchtte en prostituee werd?

    ‘Ze stierf een week nadat mijn boek was uitgekomen. Iemand die haar herkend had, schreef het me. Na dit nieuws heb ik dagenlang gehuild.’

    Hoe bent u professor aan de London School of Economics geworden?

    ‘Ik heb filosofie gestudeerd in Rome – daarna heb ik een rechttoe rechtaan academische carrière gekend. Ik promoveerde in Florence, ging naar Oxford voor een postdoc en kon vervolgens terecht bij de London School of Economics.’

    Wat voor lezer was u als kind?

    Ik hield van Griekse mythologie. Ik was geobsedeerd door de goden, dat ze zo machtig en tegelijkertijd zo machteloos waren. In Albanië was er een zeer beperkte keuze aan boeken. Ik las alle boeken in de boekwinkel en de kinderbibliotheek en ging vervolgens naar de bibliotheek voor volwassenen, waar ik de Ilias en de Odyssee las. En Russische sprookjes.

    Welk boek zou u een jongere geven?

    ‘Griekse mythen! Mijn kinderen zijn elf, zes en vier. Ik heb ze trouwens aan de twee oudsten gegeven toen ze vijf waren.’

    Wat bent u nog van plan om te lezen?

    ‘The Memoirs of Ismail Kemal Bey, de memoires van de Albanese politieke leider Ismail Qemali, de grond-legger van het Albanese nationalisme. Mijn volgende boek gaat over de val van het Ottomaanse rijk, vandaar. En Stalingrad van Vasily Grossman en een paar geschiedenisboeken. En ik ben van plan om Radetzkymars van Joseph Roth te lezen.’

    Bestaat luchtige leeskost voor u? Wat leest u het liefst ter ontspanning?

    ‘Ik geloof het niet [lacht]. Of het moeten negentiende-eeuwse romans zijn. Mijn favoriete boek is Dostojevski’s Demonen, een verbazingwekkende verkenning van de geschiedenis van ideeën en van de menselijke ziel.’ 

    Lea Ypi Vrij 1
    Vrij: Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, in vertaling van Luud Luud Dorresteyn, verscheen bij De Bezige Bij.
  • Bolsonaro zwijgt na overwinning Lula

    Bolsonaro zwijgt na overwinning Lula

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iraanse autoriteiten gaan duizend betogers openbaar berechten

    » Israël: Netanyahu maakt zich op voor politieke comeback

    Braziliaanse president heeft nog niet gereageerd op verlies

    De Braziliaanse president Jair Bolsonaro heeft zijn rivaal Lula nog niet gefeliciteerd met zijn overwinning bij de presidentsverkiezingen van afgelopen zondag. Bolsonaro, die in aanloop naar de verkiezingen repte over mogelijke fraude bij de stembusgang, heeft nog niet gereageerd op de uitslag. The New York Times noemt zijn stilte ‘zorgwekkend’, juist vanwege de vele kritiek die Bolsonaro eerder uitte op het Braziliaanse kiessysteem.

    Hoewel verschillende politieke medestanders van Bolsonaro de winst van Lula al openlijk hebben toegegeven, zou er onder aanhangers van de rechtse president het vermoeden bestaan dat er fraude zou zijn gepleegd. Op sociale media gaan ongeverifieerde berichten rond van gemanipuleerde stemmachines en in sommige steden gingen aanhangers de straat op nadat de uitslag bekend was geworden.

    Meerdere wereldleiders hebben Lula gelijk gefeliciteerd met zijn overwinning. De Amerikaanse president Joe Biden zei dat Lula ‘vrije, eerlijke en geloofwaardige verkiezingen had gewonnen’. Premier Mark Rutte wenste Lula succes en zei uit te kijken naar het verdiepen van de relaties tussen Nederland en Brazilië.

    Lees ook:

  • Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Een groep Deense kunstenaars heeft de eerste politieke partij opgericht die volledig wordt aangestuurd door kunstmatige intelligentie. De Synthetische Partij heeft ter voorbereiding van de parlementsverkiezingen van 2023 zelfs een niet-virtuele vergadering gehouden.

    In de politiek pakken mensen complexe vraagstukken aan met verstand en gevoel en worden beslissingen genomen die voor de samenleving van belang zijn. Maar is er in Christiansborg [het paleis dat onder meer het Deense parlement en de kantoren van premier Mette Frederiksen huisvest] ook plek voor een politieke partij die uitsluitend door kunstmatige intelligentie wordt aangestuurd? Die vraag probeert kunstenaarscollectief Computer Lars te beantwoorden.

    In samenwerking met het technologische centrum MindFuture heeft het collectief de Synthetische Partij opgericht, die volledig wordt geleid door kunstmatige intelligentie. Het collectief, dat zich beweegt op de grens tussen kunst en politiek, neemt deze taak zeer serieus en heeft als doel een zetel in het Folketing [parlement] te veroveren.

    De kunstmatige intelligentie waarvan de Synthetische Partij gebruikmaakt is ontworpen en geprogrammeerd door Computer Lars. Deze kreeg allerlei teksten voorgelegd die op internet zijn gepubliceerd door kleine Deense partijen die niet aan de verkiezingen kunnen deelnemen. Zo werd de Synthetische Partij een smeltkroes van politieke standpunten en ideeën over democratie, waarmee ze zich onderscheidt van de andere partijen die in Christiansborg het politieke spel spelen.

    ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken’

    ‘We hopen dat de Synthetische Partij het gevestigde politieke systeem kan veranderen door zeer verschillende burgers en hun politieke visies te vertegenwoordigen,’ zegt Asker Bryld Staunæs, een kunstenaar en filosoof die deel uitmaakt van Computer Lars. ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken. Individuen hebben de neiging zichzelf te matigen, terwijl kunstmatige intelligentie juist een idee geeft van de werkelijke politieke opvattingen onder de bevolking.’

    Het collectief, legt hij uit, heeft de teksten van kleine partijen gebruikt omdat die meer reflecteren op de vraag wat politiek en democratie precies inhouden en de manier waarop de politiek georganiseerd zou moeten worden. Volgens hem hebben de gevestigde partijen zulke kwesties allang achter zich gelaten.

    Interactie

    Om de Synthetische Partij concrete en interessante beleidsstandpunten te laten ontwikkelen, moet Computer Lars interactie aangaan met mensen, zegt Asker Bryld Staunæs. ‘Hoe meer mensen verschillende vragen blijven stellen en hoe meer interactie er is, hoe meer de kunstmatige intelligentie in staat zal zijn om te lezen, te schrijven en te debatteren.’

    Waar komt het idee van deze politieke toepassing vandaan? Waarom niet gewoon een kunstwerk maken dat soortgelijke ideeën over technologie kan oproepen? De vertegenwoordiger van Computer Lars vindt het antwoord simpel: de politieke kant is onontkoombaar. Hij herinnert eraan hoe de Federatie van Bewust Luie Elementen [een Deense politieke partij die in 1979 werd opgericht door de komiek Jacob Haugaard] kunst en een flinke dosis humor gebruikte om kritiek te leveren op het arbeidsethos van de moderne samenleving. Haugaard werd in de jaren negentig in het parlement gekozen, met als programmapunten onder meer wind in de rug op fietspaden en grotere kerstcadeaus voor iedereen.

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt’

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt. Ons project moet wel politiek zijn, want het is moeilijk om op een andere manier algoritmen ter verantwoording te roepen en vast te stellen wie zij vertegenwoordigen,’ aldus Asker Bryld Staunæs. ‘Techgiganten als Google hebben onze berichten allemaal gelezen en al onze foto’s doorzocht. Zij zijn dus op de hoogte van de gedachten en standpunten van gewone mensen. Maar omdat veel algoritmen en kunstmatige intelligentie in het geheim werken, is het lastig bepalen welke politieke onderwerpen hier concreet uit voortkomen.’

    Computer Lars zal deze verborgen algoritmen zichtbaar maken, zodat we beter inzien wat het precies inhoudt om met machines te praten in plaats van met individuen.

    Verruimd kader

    Bovendien is het kunstenaarscollectief van mening dat het politieke en democratische kader verruimd kan worden en dat bestaande meningen die niet altijd worden gehoord, directer kunnen worden geuit. ‘De Synthetische Partij systematiseert de verschillende posities die kunstmatige intelligentie aan het licht brengt niet op basis van een ideologie, maar op basis van een reeks statistische gemiddelden. De partij geeft niet duidelijk aan wat mensen denken, maar geeft veel verschillende standpunten weer. Daar kunnen we dan direct op reageren,’ legt Asker Bryld Staunæs uit.

    De eerste verkiezingsbijeenkomst van de Synthetische Partij (met het oog op de parlementsverkiezingen, waar nog geen datum voor is vastgesteld maar die uiterlijk op 4 juni 2023 zullen worden gehouden) zal plaatsvinden in het gebouw van MindFuture tijdens de Vestegnenweek – een cultureel festival dat van 8 tot 18 september wordt gehouden in verschillende buurten in de westelijke voorsteden van Kopenhagen. Geïnteresseerde kiezers kunnen dan chatten met de kunstmatige intelligentie en zo helpen om de positie van de partij verder te ontwikkelen.

    Maar stel dat de Synthetische Partij uitsluitend kwalijke meningen verkondigt? Die zijn dan blijkbaar door verschillende mensen geuit. Wie wordt daar uiteindelijk verantwoordelijk voor gehouden? ‘Computer Lars is verantwoordelijk voor het censureren van bepaalde standpunten, maar ook personen die interactie aangaan met de kunstmatige intelligentie hebben in dit opzicht een verantwoordelijkheid. Het zou spijtig zijn als mensen opzettelijk op onplezierige dingen zouden aansturen,’ aldus Asker Bryld Staunæs.

    ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken’

    Hij gelooft dat de wereld bijna klaar is om deze technologie te verwelkomen. De afgelopen jaren zijn wij, gewone mensen, getuige geweest van de groei van voor een bredere doelgroep toegankelijke kunstmatige intelligentie, en zijn we steeds beter gaan begrijpen hoe algoritmen te werk gaan.

    Hij geeft toe dat er nog vaak moeilijkheden ontstaan wanneer mensen en machines moeten leren samenleven, maar hij gelooft niet dat machines zich tegen ons zullen keren en de planeet zullen overnemen. Integendeel, hij en Computer Lars denken dat we veel kennis kunnen vergaren als we kunstmatige intelligentie creatief gebruiken – vooral kennis over onszelf.

    ‘Veel mensen denken dat de enige betrouwbare uitspraken die van menselijke wezens zijn. Maar kunstmatige intelligentie is een versterkte manifestatie van bepaalde tendensen in ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed,’ zegt hij. ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken, en zo kunnen we echt een samenleving creëren waarin ook zij meningen en standpunten bijdragen.’

    Lees ook:

  • Hoe Republikeinen campagne voeren over de rug  trans sporters

    Hoe Republikeinen campagne voeren over de rug trans sporters

    Toen in 2016 de eerste golf van antistranswetgeving werd doorgevoerd in de Verenigde Staten, volgden er al snel verschillende sportverboden voor trans atleten. ‘Dit is niet het gevolg van trans atleten die plotseling domineren op de velden. Het komt door de politiek.’

    In het voorjaar van 2020 verbood Idaho als eerste staat in de VS transseksuele meisjes en vrouwen om deel te nemen aan vrouwensporten. Inmiddels hebben zeventien staten soortgelijke wetten aangenomen. Trans atleten, en in het bijzonder trans meisjes, staan centraal in de ‘cultuuroorlogen’ die door Amerika razen, nu wetsvoorstellen tegen trans  en queer jongeren overal in het land om zich heen grijpen.

    Sportverboden hebben al vaker als springplank gediend voor grotere aanvallen op transrechten. In 2021 vaardigden Texas, Florida en Alabama elk een sportverbod uit. Dit jaar heeft Texas stappen ondernomen om trans jongeren de toegang tot genderbevestigende zorg te ontzeggen. Florida heeft discussies op scholen over genderidentiteit en seksuele geaardheid in de lagere klassen verboden. In Alabama werden beide stappen gezet.

    ‘Trans mensen zijn óf volwaardige leden van de samenleving of we zijn het niet’

    ‘Trans mensen zijn óf volwaardige leden van de samenleving of we zijn het niet,’ zegt Gillian Branstetter, communicatiestrateeg bij de American Civil Liberties Union (ACLU). ‘Op het moment dat burgerrechten worden voorzien van asterisken, vrijstellingen en uitzonderingen, wordt de deur opengezet voor veel van de zeer vijandige en wrede wetgeving die we inmiddels al ingevoerd hebben gezien.’

    De explosie van sportverboden komt niet door een golf van trans student-atleten die plotseling domineren op de velden, zeggen politieke strategen en lhbtq-voorvechters. Het komt door de politiek. Conservatieve groepen en politici realiseren zich dat deze kwestie Republikeinen en potentiële zwevende kiezers in beweging kan brengen, waardoor ze betrokken raken bij bredere culturele debatten over transrechten in de VS. Het zijn gevechten die Republikeinen electoraal gezien meestal goed uitkomen.

    Emotionele reacties

    Het idee van trans meisjes en vrouwen die het opnemen tegen cisgender vrouwelijke atleten, waarbij wordt ingespeeld op stereotypen over gender en biologie, wekt vaak emotionele reacties op bij mensen die geen trans mensen kennen. De kwestie is ‘een soort opstapje voor mensen om het grotere debat aan te gaan over gender en over wie zichzelf wel of niet vrouw mag noemen’, aldus een conservatief die anoniem wil blijven en die werkt aan Titel IX-kwesties. Titel IX verwijst naar de Amerikaanse federale wet op burgerrechten die discriminatie verbiedt op grond van geslacht in scholen of andere onderwijsprogramma’s die financiering ontvangen van de federale overheid.

    De verboden ‘winnen aan kracht om dezelfde reden dat toezicht op verkiezingsuitslagen en verboden op critical race theory het afgelopen jaar aan populariteit winnen,’ zegt Republikeins strateeg Sarah Longwell, criticus van de Republikeinse partij onder Donald Trump. ‘Het zijn pr-campagnes vermomd als wetgeving, en ze zijn ontworpen om de cultuuroorlogen in het middelpunt van aandacht te houden.’

    77 procent van de Republikeinen is ertegen dat trans studenten mogen meedoen in teams die corresponderen met hun genderidentiteit

    Uit een YouGov-peiling in 2022 blijkt dat 77 procent van de Republikeinen ertegen is dat trans studenten mogen meedoen in teams die corresponderen met hun genderidentiteit, tegenover 24 procent van de Democraten. Net zoals het homohuwelijk aan het begin van deze eeuw als wig werd gebruikt om Republikeinse kiezers aan te spreken, zijn dit de ‘nieuwe wig-kwesties in de cultuuroorlog die het Republikeinse enthousiasme aanwakkeren en, belangrijker nog, Democraten vervreemden van zwevende kiezers zolang ze er niet in slagen met coherente tegenargumenten te komen,’ zegt Longwell. ‘De Republikeinen gaan in de aanval met deze onderwerpen, en het werkt. De Democraten hebben nog steeds geen effectieve verdediging bedacht, laat staan een eigen aanvalsstrategie.’

    Terwijl Republikeinse politici beweren dat de verboden zijn ontworpen om ‘vrouwen te beschermen’, in plaats van een kwetsbare groep te discrimineren, beweren lhbtq-voorstanders dat het gaat om oplossingen voor een probleem dat niet bestaat. Landelijk zijn er maar heel weinig voorbeelden van trans atleten die überhaupt proberen mee te doen aan wedstrijden, en degenen die dat wel doen zijn gebonden aan lokaal beleid. 

    Geen betrouwbare nationale gegevens

    Er zijn geen betrouwbare nationale gegevens over deze kwestie, maar bijvoorbeeld in Michigan kijkt de Michigan High School Athletic Association (MHSAA) van geval tot geval of trans atleten mee mogen doen. De MHSAA vertelde de Detroit Free Press dat er gemiddeld twee verzoeken per jaar worden ingediend op een totaal van 180.000 atleten in de staat. Binnen deze context zijn uitgebreide verboden op staatsniveau zowel onnodig als wreed, betoogt Cathryn Oakley. Zij is directeur wetgevende zaken en senior counsel bij de lhbtq-belangengroep Human Rights Campaign, en vocht sportverboden op staatsniveau in de rechtbank aan.

    Het kleine aantal trans atleten maakt verboden voor de hele staat niet alleen irrationeel, maar maakt ze misschien ook juist mogelijk. Het gebrek aan zichtbaarheid van transseksuelen in de VS is voor een deel de reden waarom deze wetten worden aangenomen, zegt Sarah Mcbride uit Delaware, de eerste openlijk transseksuele senator in het land. ‘Mensen menen daardoor dat de schade die ze aanrichten bij trans jongeren klein is,’ zegt ze.

    85 procent van de trans jongeren zegt dat de debatten over antitranswetten een negatieve invloed hebben op hun geestelijke gezondheid

    Maar in werkelijkheid zou het effect van deze wetten op trans jongeren wel eens verwoestend kunnen zijn. In een enquête van 10 januari van het Trevor Project, een lhbtq-organisatie voor zelfmoordpreventie, zegt 85 procent van de trans en non-binaire jongeren dat de recente debatten over antitranswetten een negatieve invloed hebben op hun geestelijke gezondheid.

    De opkomst van antitranswetgeving begon in juni 2015, toen het Hooggerechtshof oordeelde dat de Grondwet het recht beschermt van paren van hetzelfde geslacht om te trouwen. Daarmee was die huwelijkskwestie schijnbaar opgelost, en werd genderidentiteit het volgende onderwerp in de strijd om lhbtq-rechten.

    Het jaar daarop werd de eerste golf van antitranswetgeving in het land doorgevoerd met besluiten over wc’s. Het beroemdste voorbeeld is de wet HB2 uit 2016 in North Carolina, die het trans personen verbood om gebruik te maken van openbare toiletten die overeenkwamen met het geslacht waarmee ze zich identificeren. Het onmiddellijke verzet was hevig. Bedrijven boycotten de staat massaal en volgens een analyse dreigde 3,76 miljard dollar aan gederfde inkomsten. (De wet werd daarna gedeeltelijk ingetrokken en is nu verlopen.) Gouverneur Pat McCrory, een Republikein, verloor daarna bij de verkiezingen in november zijn zetel. ‘Het werd gezien als een verloren zaak… En dus wilde niemand zijn vingers eraan branden,’ aldus Terry Schilling, voorzitter van de conservatieve belangengroep American Principles Project (APP), die antitransretoriek stimuleert.

    Terugschroeven van bescherming

    In datzelfde jaar werd Trump gekozen als president met de belofte dat hij een vriend zou zijn voor de ‘lhbt-gemeenschap’. Maar zodra hij aan de macht kwam, begon zijn regering met het terugschroeven van de bescherming voor trans personen, waaronder het beleid van de regering-Obama dat op grond van Titel IX trans studenten beschermde wat betreft toegang tot toiletten, kleedkamers of sportteams in overeenstemming met hun genderidentiteit.

    In 2018 wonnen twee trans meisjes high school atletiekwedstrijden in Connecticut. Nieuwszenders in het hele land publiceerden verhalen waarin de lichamen van de twee zwarte trans atleten onder de loep werden genomen en waarin naar hen werd verwezen als voorbeelden van bedreiging voor vrouwensporten. De Connecticut-loopsters werden later genoemd in een rechtszaak die door de conservatieve juridische groep Alliance Defending Freedom werd aangespannen namens vier vrouwelijke cis-loopsters. Ze betogen dat het beleid van Connecticut inzake trans-inclusieve schoolsport oneerlijk is. (De zaak is in behandeling bij het U.S. Second Circuit Court of Appeals.)

    In 2019 was de zaak politiek dynamiet geworden. Schilling had gezien hoe conservatieven, waaronder Donald Trump Jr., zich uitlieten over trans atleten op Twitter, en hij begon Republikeinen aan te sporen om zich over de kwestie uit te spreken. APP zegt dat de aan haar gelieerde Super PAC – die financiële lobbymogelijkheden biedt aan een politieke partij – dat jaar in de gouverneursrace van Kentucky ongeveer 600.000 dollar uitgaf aan advertenties. Daarin werd beweerd dat de Democratische kandidaat Andy Beshear een bedreiging was voor de vrouwensport. APP sloot een contract met het databedrijf Evolving Strategies om de impact te meten en schat dat 25.000 kiezers door deze advertenties naar de Republikeinen zijn overgestapt. (Beshear won de verkiezingsrace.)

    Ze betoogden allemaal dat de Democraten een bedreiging vormden voor vrouwensport

    De zomer daarop meldde Politico dat mensen rond Trump verdeeld waren over de kwestie. Sommigen in het kamp van de toenmalige president waren naar verluidt van mening dat campagne voeren tegen lhbtq-rechten de Republikeinen zou schaden, terwijl anderen Schillings perspectief deelden dat de kwestie de partij juist kon verenigen. ‘Het was een voorgevoel,’ zegt Schilling hierover. ‘We wisten dat het onderwerp populair was, en we dachten dat dit iets was waar politici zich echt over zouden uitspreken.’

    APP zegt dat het meer geld begon uit te geven aan het onderwerp, oplopend tot meer dan 5 miljoen dollar. Dit is opgeteld bij wat zijn Super PAC in Pennsylvania, Wisconsin, Michigan en Georgia uitgaf aan advertenties, die allemaal onder meer betoogden dat de Democraten een bedreiging vormden voor vrouwensport.

    Twintig wetsvoorstellen

    Eind 2020 waren er twintig wetsvoorstellen tegen trans sporters ingediend. In vergelijking met de toilettenwet van North Carolina vier jaar eerder, liepen links en het bedrijfsleven een stuk minder warm om op deze wetten te reageren. Geen enkel groot bedrijf heeft een staat vanwege zo’n wet geboycot en dat heeft Republikeinse politici aangemoedigd om verder te gaan.

    Sindsdien zijn verboden voor trans atleten geëxplodeerd in wetgevingen op statelijk niveau en ze beginnen nu het nationale politieke debat te domineren. In de eerste vijf maanden van 2021 had Fox News al meer items over trans atleten uitgezonden dan in de voorgaande twee jaar tezamen, aldus non-profitorganisatie Media Matters. Schillings APP zegt dat het al meer dan 6 miljoen dollar heeft opgehaald voor de komende midterm-campagne die zich zal richten op de sportkwestie.

    ‘De tijd van politieke effectiviteit en de mogelijkheid voor dit soort wetgeving begint op te raken’

    Maar Mcbride, de senator van de staat Delaware, denkt dat de Republikeinen uiteindelijk zullen verliezen in deze kwestie, net als in debatten over lhbtq-rechten in het verleden. ‘Hoe meer het land begrijpt wat de invloed van dit beleid is op trans mensen, hoe meer begrip en kennis er komt over wie en wat trans mensen zijn,’ zegt Mcbride. ‘De tijd van politieke effectiviteit en de mogelijkheid voor dit soort wetgeving begint op te raken.’

  • Hussein al-Sheikh mogelijk nieuwe president Palestina

    Hussein al-Sheikh mogelijk nieuwe president Palestina

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Saoedi-Arabië stelt luchtruim open voor alle luchtvaartmaatschappijen

    » Hittegolven zorgen voor ‘eco-angst’ in Frankrijk

    Critici beschouwen Al-Sheikh als opvolger Mahmoud Abbas

    Hussein al-Sheikh wordt beschouwd als een mogelijke opvolger van Mahmoud Abbas (87), de president van Palestina, schrijft The New York Times, die onlangs een exclusief interview had met de politicus. Sommige critici noemen hem een ​​‘woordvoerder van de bezetting’.

    Jarenlang hield Al-Sheikh toezicht op de moeizame dagelijkse betrekkingen tussen de Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever en het Israëlische leger, een rol die hem impopulair maakte bij het publiek, maar hem wel dichter bij dat publiek bracht, meent de Amerikaanse krant. In mei benoemde Abbas hem voor een hoge post in zijn politieke beweging. De plotselinge opkomst van Al-Sheikh doet analisten en diplomaten speculeren over de vraag of hij wordt klaargestoomd als opvolger.

    Volgens de meest recente opiniepeiling wil slechts drie procent van de Palestijnen dat hij hun leider wordt

    Zijn snelle promoties, zijn regelmatige interactie met Israëlische functionarissen en zijn rijkdom – zijn familie bezit een lucratieve onroerend-goed- en handelsonderneming – hebben van Hussein al-Sheikh een doelwit van Palestijnse kritiek gemaakt. Volgens de meest recente opiniepeiling wil slechts drie procent van de Palestijnen dat hij hun leider wordt.

    Maar voor zijn aanhangers is Al-Sheikh de juiste man in een moeilijke periode: een pragmaticus die het dagelijkse leven van de Palestijnen kan verbeteren in een tijd waarin het grotere doel van een onafhankelijke staat verder lijkt dan ooit. In het interview zegt de politicus dat hij niet denkt dat Israël het serieus meent met het beëindigen van de bezetting, waardoor de Palestijnen geen andere keuze hebben dan te blijven werken binnen de huidige regeling.

    ‘Het beëindigen van de betrekkingen met Israël of het ontbinden van de Palestijnse Autoriteit zou de Palestijnen in een veiligheidsvacuüm kunnen brengen, waardoor ze nog slechter af zijn dan nu,’ zei hij in het interview. ‘Het alternatief is geweld, chaos en bloedvergieten. Ik weet dat de Palestijnen de prijs zouden betalen.’

    Lees ook:

  • Einde premierschap Johnson in zicht na opstappen ministers

    Einde premierschap Johnson in zicht na opstappen ministers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Argentinië: 19 ex-legerofficiers veroordeeld voor misdaden tegen menselijkheid

    » Nigeria: honderden gevangenen ontsnappen na gewapende aanval

    Veertig leden van de regering hebben hun ontslag ingediend

    Het Verenigd Koninkrijk beleefde gisteren een ‘krankzinnige’ dag, met premier Boris Johnson die weigert op te stappen, ook al dwingen zijn eigen ministers hem zijn post te verlaten, schrijft The Times. ‘De minister-president heeft het vertrouwen van zijn partij en het land verloren. Als de Conservatieven nog een kans willen om de verkiezingen te winnen, dan moet hij nu opstappen.’

    Ook vele andere Britse media betreuren het ‘zielige’ en ‘smerige’ spektakel rond premier Johnson en de schandalen die één voor één aan het licht komen. Het laatste schandaal betreft parlementariër Chris Pincher, die vorige week aftrad vanwege beschuldigingen van seksueel misbruik. Dinsdag werd duidelijk dat de premier hier altijd van geweten had maar hem toch in februari aanstelde, zo meldt Sky News. De Johnson heeft dat feit bewust verdoezeld.

    Eerst stapten de ministers van Volksgezondheid en Financiën op, waarna gisteren het ‘kaartenhuis’ begon in te storten en veertig leden van de regering hun ontslag hebben ingediend, een ‘ongekende impasse’, meent The Guardian.

    Vooralsnog weigert de premier zijn aftreding te accepteren en is hij ‘vastbesloten op zijn post te blijven’

    Een delegatie van toonaangevende ministers ging vervolgens naar Downing Street om ‘Boris Johnson aan te sporen te erkennen dat de koek op is en dat hij moet aftreden’, schrijft The Independent. Maar vooralsnog weigert de premier dat te accepteren en is hij ‘vastbesloten op zijn post te blijven’. Sterker nog, in plaats van af te treden, besloot hij minister Michael Gove, ‘een zwaargewicht in de regering en in de partij, te ontslaan’, meldt The Guardian. ‘Gove had de premier al eerder gesproken en gezegd dat de positie van de premier onhoudbaar was geworden.’

    In een interview met BBC becommentarieerde het conservatieve parlementslid Andrew Mitchell de vastberadenheid van Johnson om aan de macht te blijven: ‘Het lijkt een beetje op het verhaal van Raspoetin. Die werd vergiftigd, neergestoken en neergeschoten; zijn lichaam werd in een ijskoude rivier gegooid, maar hij leefde nog.’

    Lees ook:

  • Soedanese generaal Al-Burhan zegt dat leger zich terugtrekt uit regering

    Soedanese generaal Al-Burhan zegt dat leger zich terugtrekt uit regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Minstens zes doden bij schietpartij tijdens 4 juli-parade in voorstad van Chicago

    » Overstromingen Sydney: 50.000 mensen opgeroepen te evacueren

    Na vijf dagen protest komt leger demonstranten tegemoet

    Na vijf dagen van protesten belooft het Soedanese leger niet deel te nemen aan de vorming van de volgende regering. Generaal Abdel Fattah al-Burhan, die op 25 oktober 2021 na een staatsgreep de macht greep in Soedan, zei in een toespraak op 5 juli dat ‘het leger plaats zou maken voor een burgerregering, zich zou terugtrekken uit de lopende politieke besprekingen en politieke en revolutionaire groeperingen zou toestaan een overgangsregering te vormen’, meldt Al Jazeera.

    De aankondiging volgt op een dodelijke week voor de Soedanese democratische beweging – waarin negen doden en meer dan zeshonderd gewonden vielen. Sinds 30 juni vinden er in Soedan grootschalige protesten plaats die een einde aan het militaire bewind eisen. Al-Burhans toespraak kon de activisten, die zich niet uit het centrum van hoofdstad Khartoem verwijderden, echter niet overtuigen. ‘We vertrouwen Al-Burhan niet,’ vertelde een demonstrant aan de Qatarese nieuwszender. ’We willen dat hij voorgoed vertrekt.’ ‘Al-Burhan moet worden berecht voor alle mensen die hij sinds de staatsgreep heeft gedood [meer dan honderdtien],’ aldus een andere woedende burger.

    Lees ook:

  • Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Politieke affiches die vooral in het Verenigd Koninkrijk na de Tweede Wereldoorlog baanbrekend waren, worden door ontwerpers opnieuw gebruikt om inspiratie uit te putten. Ze gaan terug naar het straatactivisme, recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig.

    Maatschappelijke en politieke bewegingen hebben vaak baanbrekend grafisch ontwerp voortgebracht. Van de overvloed aan propaganda-affiches tijdens de Tweede Wereldoorlog tot het telkens hergebruikte portret van Che Guevara en de uiterst effectieve aids-poster Silence = Death uit de jaren tachtig: een goed ontworpen affiche kan invloed uitoefenen, verandering brengen en inspireren.

    Maar nu de wereld meer dan ooit in het onlinedomein verkeert, is het de vraag hoe relevant een medium nog is dat altijd bij uitstek zichtbaar was op straat. Sinds de snelle commercialisering en commodificering van de ontwerpkunst worden nu vaak gedachteloos dezelfde beelden en stijlen gereproduceerd, en daarmee is de kans op een radicale en innovatieve aanpak afgenomen. Maar via collectieven als Labour Party Graphic Designers en Autonomous Design Group zijn ontwerpers bezig uit dat stramien los te breken, nieuwe esthetische wegen te zoeken en het radicale affiche nieuw leven in te blazen. 

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering. Het collectief is in 2018 opgericht door freelance ontwerper Kevin Kennedy-Ryan en was aanvankelijk bedoeld om linkse ontwerpers bij politieke discussies te betrekken en de partij een praktische manier van communiceren te bieden. Kevin benadrukt dat LPGD ‘onofficieel’ gelieerd is met de Labour Party. Hij weet nog goed hoe de partij vlak na de oprichting van het collectief (dat toen voornamelijk vanuit zijn flatje opereerde) contact met hem legde. ‘De eerste boodschap die we ooit van de partij kregen was: “Hé, cool project. Kun je wel een disclaimer toevoegen dat jullie niet met ons verbonden zijn?”’ Sana Iqbal, freelance strategisch ontwerper en pas later lid geworden van LPGD, heeft onlangs met de afdeling Lewisham van de Labour Party samengewerkt. Daarvoor werd ze benaderd via ‘een berichtje in mijn direct mails’ zegt ze. ‘Ik werk meestal alleen en het was fijn om met een collectief te werken en meer mensen te leren kennen met dezelfde politieke ideeën en ontwerpinteresses.’

    1935.6 SqCQOd7.format webp.width 1440 Ab5C19JT6jJNCggh
    Verkiezingsposter van onbekende ontwerper, 1935. – © The Labour Party

    Archiefnerd

    De designgeschiedenis van Labour is een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor het collectief en in hun werk proberen ze vaak de levendigheid, kracht en invloed van de vroegere Partij-ontwerpen te hervinden. Volgens Kevin, die zichzelf een ‘archiefnerd’ noemt, zijn vooral de jaren dertig tot het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw een bepalende periode geweest voor het linksgeoriënteerde design. Hij vertelt over zijn liefde voor de sterk typografische affiches in boekdruk en houtsnede uit de jaren dertig, maar ziet ook de jaren vlak na de oorlog als een bepalende periode, ‘toen de partij terugkeerde naar de ideeën van het millennianisme, wedergeboorte en de opbouw van een beter land’. 

    Sana zag bij een recent en verhelderend bezoek met LPGD aan het People’s History Museum in Manchester hoeveel geld en aandacht Labour vroeger voor grafisch ontwerp over had. De tentoongestelde voorbeelden, met hun emblemen, goudfolie, illustraties en kalligrafie, stonden voor een veel grotere boodschap. ‘Het was bijna een manier om tegen de kijker te zeggen: “Wij vinden jou zo belangrijk, dat we je niet zomaar een stukje plastic geven, we geven je iets dat zo prachtig is dat je het wilt hebben en bewaren,”’ vertelt ze een beetje weemoedig.

    Dus wanneer is het misgegaan? Kevin: ‘Tussen eind jaren tachtig en eind jaren negentig werd communicatie veel meer ”verfijnd”. New Labour deed dat uitzonderlijk goed en zo kreeg de partij waarschijnlijk voor het eerst zeer strikte merkrichtlijnen opgelegd.’ Volgens Sana is als gevolg van deze vercommercialisering ‘de centrale functie van het design zijn fundament kwijtgeraakt en nu is het naar mijn idee net een reusachtig verkoopapparaat, en daar heb ik gewoon niets mee’. Het is deze aanpak waartegen LPGD iets probeert te doen: het vluchtige wegwerpkarakter van onverschillig politiek design.

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches. Deze pakketten stellen altijd een actueel thema aan de orde, zoals de vierdaagse werkweek, de privatisering van de National Health Service, het belang van vakbonden en de klimaatcrisis. Hiervoor creëert de groep visuele elementen waaraan evenveel zorg en aandacht zijn besteed als aan de affiches uit het verleden, met de bedoeling iets te maken wat ‘mooi’ is. Sana: ‘Van oudsher bestond de opvatting dat kunst aan alle mensen toebehoort en dat die “beautification” iets is waarnaar we allemaal moeten streven: het idee dat het leven voor mensen uit de arbeidersklasse mooier moet zijn. En dat is wat LPDG probeert te doen: dingen maken waarvan mensen denken: “Dit is zo mooi, dat wil ik in mijn huis.”’

    628b3f28e461d3b1878b8b5c Simon Pates

    Een van de middelen waarmee LPDG deze ‘beautification’ wil bereiken is door afstand te doen van de archetypische kleurkeuzes. Sana: ‘De functie van kleuren is met de tijd echt veranderd. “Conservatief blauw” en “Labour rood” gaven ooit echt onderscheid aan. Maar nu vervaagt dat onderscheid.’ Het verlangen om niet door kleur te worden beperkt wordt duidelijk als je naar de vele artpacks van LPDG kijkt. In zijn affiche voor het artpack Public Spaces gebruikte Keir Barnett paarse, roze, gele en oranje tinten om een opvallend, in het licht van een zonsondergang badend berglandschap te creëren. Talitha Cargil gaf haar affiche – in het artpack over de privatisering van de NHS – een zuurstokroze achtergrond met pastelkleurige typografie. Dat uiterst zoete beeld vormt een scherp contrast met de serieuze boodschap van het affiche.

    Helderheid en directheid

    Nog een aspect van het historische Labour-design dat LPDG probeert terug te brengen is het gevoel van helderheid en directheid. ‘Hoe verder je teruggaat, hoe meer visuele eenvoud je ziet,’ zegt Kevin. ‘De boodschap is heel effectief, met name wanneer die goed samengaat met de visuele kant.’ Kijkend naar het werk van LPDG noemen Kevin en Sana het affiche van Toby Forster uit het New Green Deal-artpack als een voorbeeld van een ontwerp dat het potentieel van een simpel beeld bewijst. Met een figuur die op een windturbine in aanbouw staat, is het affiche een volmaakt voorbeeld van het adagium ‘show, don’t tell’.

    ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken’

    De Autonomous Design Group is een anoniem ontwerperscollectief, opgericht door een groep individuele ontwerpers die voornamelijk voor linkse activistische organisaties werken. Verreweg de meeste groepsleden, die affiches ontwerpen over actuele maatschappelijke en politieke kwesties zoals huisvesting, vakbonden en de politie, hebben het vak in de praktijk geleerd: maar twee leden hebben een academische kunstopleiding gevolgd. Belangrijke motivatie voor dit collectief is dat iedereen toegang tot design zou moeten hebben, zodat het medium in feite wordt ‘gedemocratiseerd’; leden van de groep organiseren en leiden vaak workshops voor organisaties als People and Planet, The World Transformed en de huurdersbond Acorn. ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken.’

    Nog een kerndoel van ADG is om de ontwerpen van de groep op straat te krijgen: ‘Wij ontwerpen niet alleen om het ontwerpen, of om ons werk in een galerie te laten zien. We willen het als instrument inzetten en daarvoor gebruiken we de straat.’ Voor deze manier van werken heeft ADG zich vooral laten inspireren door Atelier Populaire. Dit was een groep radicale studenten die in het Parijs van 1968 demonstraties organiseerde en affiches maakte ter ondersteuning van de arbeidersstakingen. Door de affiches gratis te verspreiden en een kleurige, opvallende, maar simpele zeefdrukstijl te hanteren, gebruikte de groep de straat als megafoon. ADG is ook beïnvloed door de Cubaanse politieke organisatie OSPAAAL (Organización de Solidaridad con los Pueblos de Asia, Europa, África y América Latina), die vooral bekend is uit de jaren zestig, en door See Red Women’s Workshop, een feministische zeefdrukstudio die in de jaren zeventig tegen de kleinerende behandeling van vrouwen protesteerde. Wat al deze bewegingen verbindt is het ‘idee van collectief ontwerpen’, volgens ADG. De groep kan zo twee van de belangrijkste redenen opnoemen waarom er in het Verenigd Koninkrijk nu zo weinig van dit type bewegingen zijn: de voortdurende afbraak van de verzorgingsstaat en van het recht op kraken.

    628684dc3d12e7bebdde79c5 Untitled 26

    Dit verlangen om de verloren gegane waarden van het zichtbare straatactivisme een nieuw bestaan en nieuwe kracht te geven drijft het werk van ADG. En misschien is de belangrijke esthetische invloed die ADG ondergaat van groepen als Atelier Populaire, OSPAAAL en See Red Woman’s Workshop wel hun neiging om affiches te maken die recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig zijn. ‘Omdat ons echte doel is om kunst te maken die gewone mensen op straat kunnen zien.’ Dit betekent dat er ook designbewegingen in het verleden zijn die ADG esthetisch gezien verwerpt, met name het werk van de anarchisten uit de jaren negentig. Het collectief vindt dat veel van die ontwerpen door het overheersende gebruik van rood en zwart ‘angstaanjagend’ overkomen, waardoor de politieke en maatschappelijke boodschap die de makers proberen over te brengen, ‘intimiderend’ kan overkomen. ‘Die ideeën zouden niet supereng moeten zijn, of alleen gericht op een bepaald subgroepje in de samenleving. Door je eigen esthetiek te bederven, schiet je jezelf in de voet.’

    Rent Strike-posters

    Een briljant voorbeeld van de kleurige en betrokken benadering van ADG is te vinden in de door het collectief zelf geïnitieerde Rent Strike-posters, waarvan vele tijdens de pandemie werden ontworpen, toen al langer bestaande huisvestingsproblemen en ongelijkheden extra duidelijk naar voren kwamen. Een ervan – The Rent is too Damn High. RENT Strike – is een collage in de sfeer van de Franse affiches uit de jaren zestig: een brutalistisch flatgebouw, bijna verscholen achter weelderige palmbomen, met daaronder de slogan in een retro-lettertype. Op een ander opvallend exemplaar – Landlords Need Us, We Don’t Need Landlords – breekt zo’n brutalistisch gebouw door de diepblauwe achtergrond heen, terwijl de barsten zijn versierd met roze bloesems. Beide posters vertonen schoonheid en een zichtbaar optimisme en geven zo hoop op de mogelijkheid van een betere toekomst. Het is het zeldzame type politiek affiche, zowel anekdotisch als visueel, dat je in je slaapkamer zou willen hangen.

    ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken’

    Met dit soort opvallende en unieke ontwerpen hoopt het collectief mensen aan te trekken. ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken.’ Daarom zijn naast de beeldkeuze ook de tekst en formulering voor het collectief van groot belang. Net als LPGD streeft ADG naar eenvoud, toegankelijkheid en samenhang. ‘Links heeft een veel te grote neiging naar onnodig wollige taal. Maar die is niet bevorderlijk om een idee toegankelijk over te brengen.’ Daarom discussieert de groep vaak uitgebreid over de ‘exacte’ formulering van een slogan, de hoeveelheid tekst en hoe zichtbaar die moet zijn. Daarbij wordt altijd één belangrijke vraag gesteld: ‘Als mensen hierlangs lopen, zien ze het dan en, belangrijker: begrijpen ze het?’

    628b3df8a5a4f75d3a2305b7 Peter Brawne2

    Het is duidelijk dat de twee collectieven bepaalde kernaspecten van hun ontwerpen, hun aanpak en hun ethische opvattingen gemeen hebben. Beide zien ontwerpersbewegingen uit de twintigste eeuw als krachtiger en overtuigender, terwijl een verenigde, radicale ontwerpcultuur in hun ogen momenteel ontbreekt. Ze vinden het belangrijk om levendigheid, kleur en visuele herkenbaarheid in hun affiches terug te brengen en dat onderscheidt hen van de saaie monotonie waaronder het huidige politieke design lijdt. Ten slotte willen ze afstand nemen van al te grote gecompliceerdheid en zich juist op eenvoud en toegankelijkheid richten. Daarom zijn hun affiches niet alleen esthetische objecten, maar ook een middel om een duidelijke en inzichtelijke boodschap af te geven. Bij de discussie over de toekomst van hun projecten zijn LPDG en ADG tot dezelfde conclusie gekomen, namelijk dat ze meer middelen moeten verwerven en op zoek moeten gaan naar creatieve samenwerkingsverbanden tussen individu en collectief. Met deze aanpak kunnen de affiches van nu weer even vooruitziend, tijdloos en overtuigend worden als die uit het verleden.

  • Hoe Uruguay een voorbeeld voor de rest van Zuid-Amerika werd

    Hoe Uruguay een voorbeeld voor de rest van Zuid-Amerika werd

    Uruguay heeft, in tegenstelling tot veel buurlanden, een grote maatschappelijke consensus en een stabiel partijenstelsel. Het land produceert ook nog eens 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide.

    Luister dit artikel:

    Direct na aankomst in Montevideo wordt duidelijk dat je hier een ander Zuid-Amerika binnenkomt. Op de stijlvolle luchthaven in de voorstad Carrasco vind je geen mensenmassa’s, geen rijen bij immigratie of de douane. De rit naar het stadscentrum 20 kilometer verderop langs de Atlantische kust verloopt rustig, zonder file. In vergelijking met het chaotische, overvolle São Paulo of Buenos Aires krijg je – ondanks de 1,8 miljoen inwoners – het gevoel in een kuuroord te zijn beland.

    In tegenstelling tot de meeste Zuid-Amerikaanse miljoenensteden staan hier weinig glinsterende kantoor- of woontorens. Zelfs de zakenwijken worden regelmatig afgewisseld door wijken met huizen of kleinere woon- of bedrijfsgebouwen. Het centrum rond de haven en de oude binnenstad zijn hier en daar gerestaureerd. Maar het oude stadsgedeelte is gedeeltelijk ook aan renovatie toe en straalt met zijn bric-à-bracwinkeltjes een charme uit van vijftig jaar geleden. Het is tekenend dat er hier trots op gewezen wordt dat tijdschrift Readers Digest, dat zijn beste dagen heeft gehad, Uruguay het leefbaarste en groenste land van Noord- en Zuid-Amerika noemde. 

    Twee derde is middenklasse

    De statistieken bevestigen deze indruk van een conservatieve middenklasse. Anders dan in de meeste Latijns-Amerikaanse samenlevingen bestaat Uruguay niet uit enkele superrijken, een kleine middenklasse en heel veel armen. Twee derde van de 3,6 miljoen Uruguayanen behoort tot de middenklasse. Weinig mensen leven onder de armoedegrens. De verhouding rijk-arm is de laagste in Latijns-Amerika. Het inkomen per hoofd van de bevolking is met 17.000 dollar per jaar het hoogste in de regio.

    Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’

    In de straten van Montevideo ontbreken luxeauto’s zoals in de metropolen van de buurlanden, waar de rijken graag met hun rijkdom pronken. Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’. Zo kan het gebeuren dat de nationale voetbalster Diego Forlán ongestoord tussen de andere gasten in een café zit – iets wat bij een Neymar in Brazilië totaal ondenkbaar zou zijn.

    Je vraagt je af hoe dit voor Zuid-Amerika kleine land – half zo groot als Duitsland, met nauwelijks half zoveel inwoners als Zwitserland – het voor elkaar krijgt sociaal en economisch succesvol te zijn in de onmiddellijke nabijheid van zulke grote en politiek verscheurde staten als Brazilië en Argentinië. Hoe is dit land erin geslaagd zich te isoleren en te onderscheiden van zijn buurlanden, ondanks een sterk overeenkomstige samenleving, geschiedenis en geografie?

    Populisten zijn kansloos

    Eén antwoord levert de politiek. Uruguay is een van de stabielste democratieën ter wereld. Op de democratie-index van de Economist Intelligence Unit (EIU) staat Uruguay op de dertiende plaats, drie plaatsen onder Zwitserland en twee boven Duitsland. Volgens deze index is Uruguay de enige volwaardige democratie in Zuid-Amerika, een continent waar de EIU al enkele jaren een gestage achteruitgang in de kwaliteit van democratieën vaststelt. Uruguay gaat in tegen de regionale trend, aldus de EIU. Het land is een van de weinige staten ter wereld die hun democratie al meer dan vijftien jaar voortdurend verbeteren. Op de corruptie-index van Transparency International staat Uruguay met zijn achttiende plaats van de honderdtachtig landen eenzaam aan de top in Latijns-Amerika, twee plaatsen boven Frankrijk.

    Politicoloog Sebastian Grundberger van de Konrad-Adenauer-Stiftung constateert in Uruguay in tegenstelling tot in de rest van Latijns-Amerika een grote maatschappelijke consensus, het stabielste partijenstelsel in de regio, met sterkere democratische afweerkrachten dan in de buurlanden. Populisten hebben hier geen kans, zegt Grundberger.

    Hoe soepel de politiek in Uruguay functioneert, werd eind maart duidelijk bij een referendum. Toen stemden de Uruguayanen over de vraag of 135 van in totaal 476 wetsartikelen ongeldig moeten worden verklaard. Deze waren onderdeel van een wetgevingspakket dat de centrumrechtse regering van president Luis Lacalle Pou kort na haar aantreden in 2020 in het Congres had aangenomen. Centrale thema’s waren veiligheid en onderwijs; thema’s die de regering doortastender wil aanpakken. Bovendien moet de macht van de vakbonden worden ingeperkt en de dominantie van staatsmonopolies, bijvoorbeeld in de telecommunicatie, worden teruggedrongen.

    Populaire president

    Het invloedrijke verbond van vakverenigingen had zich hiertegen gemobiliseerd. Maar anders dan in de buurlanden waren er in de aanloop naar het referendum geen woedende protesten en zelfs geen gewelddadige confrontaties. Ook op de zondag van de stemming wandelden gezinnen met kalebaskommetjes over de Rambla, de boulevard van Montevideo, om hun maté te drinken.

    Dat de regering zich met een flinterdunne marge heeft kunnen handhaven en de wetten dus geldig blijven, is vooral te danken aan de populariteit van de president. De 49-jarige jurist Lacalle Pou is telg uit een politieke familie die sinds het begin van de vorige eeuw de Uruguayaanse politiek bepaalt. Zijn vader was president van 1990 tot 1995. Maar Lacalle Pou ging zelf pas de politiek in toen hij al bijna dertig was. Hij had lange tijd de reputatie van surfboy; pas bij zijn tweede poging in 2019 slaagde hij erin met een nipte meerderheid te worden gekozen.

    Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt

    Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt. Herhaaldelijk legde hij de nadruk op vrijheid en burgerlijke verantwoordelijkheid. Een lockdown is er nooit geweest. Soms werd thuisonderwijs voorgeschreven. Het land beschikte al over een goede breedbandvoorziening en een digitale infrastructuur. Bars en restaurants hoefden pas om middernacht te sluiten. Uruguay werd na Chili al snel het land met de meeste gevaccineerde mensen in Latijns-Amerika. Halverwege zijn ambtstermijn beoordeelde 52 procent van de bevolking Lacalle Pou positief. Daarmee was hij de populairste president sinds lange tijd. Ook de groei van de economie na enkele jaren van stagnatie geeft Pou een steuntje in de rug.

    Referentiepunt voor burgerkrachten

    Voor de president is het referendum vergelijkbaar met het winnen van tussentijdse verkiezingen. De kans is groot dat Pou samen met de presidenten van Ecuador en Paraguay aan het eind van het jaar tot het selecte clubje conservatieve staatshoofden in Zuid-Amerika behoort. In een regio die politiek gezien naar links afdrijft, wordt hij steeds meer een referentiepunt voor burgerkrachten, zegt politicoloog Grundberger. 

    Dit geldt ook voor ondernemingen in Zuid-Amerika; de stabiliteit van Uruguay trekt ze aan. De laatste jaren staken vooral veel ondernemers uit Argentinië de Río de la Plata over. Bijvoorbeeld Marcos Galperín, oprichter van Mercado Libre, het succesvolste internetplatform van Latijns-Amerika, met zijn hele managementteam. Venancio Trigo, advocaat bij advocatenkantoor Guyer & Regules in Montevideo, meldt dat nu ook detailhandelaren uit Chili overwegen hun hoofdkantoor naar Uruguay te verplaatsen. In Chili zijn ondernemers verontrust door de groeiende linkse tendens in de politiek.

    In het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig

    Het wordt spannend om te zien wat Pou, nu het referendum zijn beleid heeft bekrachtigd, de resterende twee jaar zal doen. Op de agenda staan hervormingen van het pensioenstelstel en het onderwijs. Vooral in het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig. Verouderde leerplannen en een personeelsbeleid voor leraren waarbij de vakbonden de banen volgens het senioriteitsprincipe invullen zouden hiervan de voornaamste redenen zijn.

    Software als exportproduct

    Voor Uruguay is dit een tikkende tijdbom. Het land exporteert een recordhoeveelheid software per inwoner. Het is een belangrijke vestigingsplaats voor startende ondernemingen in de regio geworden. Fintechbedrijf dLocal uit Uruguay is op Wall Street nu zo’n 10 miljard dollar waard. Bezorgdienst PedidosYa is inmiddels overgenomen door de Duitse Delivery Hero. Maar er is een groeiend tekort aan ingenieurs en programmeurs. ‘Uruguay zou met zijn geavanceerde digitalisering het Estland van Zuid-Amerika kunnen worden,’ zegt Mischa Goh, directeur van de Duits-Uruguayaanse Kamer van Koophandel en Fabrieken.

    Econoom Augustín Iturralde hoopt op verdergaande economische hervormingen. De directeur van het Centro de Estudios para el Desarrollo, een liberaal economisch instituut, is kritischer over het concurrentievermogen dan de meeste gesprekspartners. Institutioneel gezien is Uruguay een hoogontwikkelde democratie, maar in de economie regeert de middelmaat. Het land heeft een achterstand op het gebied van zakendoen, het is niet ondernemersvriendelijk. Staatsmonopolies in de telecommunicatie worden getolereerd. Uruguay is dus een dure vestigingsplaats. De productiviteit moet hoger, anders verliest Uruguay zijn aantrekkelijkheid. ‘We zijn een klein land,’ zegt Iturralde, ‘we moeten meer bieden.’

    97 procent groene stroom

    Maar Uruguay zou wel eens geluk kunnen hebben. De wereldwijde energietransitie en de geopolitieke verschuivingen zijn in het voordeel van het land aan de Río de la Plata. Want Uruguay heeft zijn elektriciteitssysteem met massale investeringen in windmolenparken in tien jaar omgevormd tot een van de duurzaamste ter wereld. Sindsdien draaien er windturbines op de heuvels in het verlaten binnenland. Tegenwoordig produceert het land 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide. Dit betekent ook dat Uruguay binnenkort een strategisch belangrijke leverancier van groene waterstof kan worden, als vervanger van de energiebronnen olie, kolen en gas. 

    ‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren’

    De Duitse ingenieur en econoom Aram Sander, die in Uruguay al windmolenparken heeft opgezet en operationeel gemaakt, zegt: ‘Door het Oekraïneconflict komen er met de vraag naar voorzieningszekerheid geheel nieuwe argumenten op tafel.’ Vertrouwen is daar een van. Er is geen land in de regio dat zijn contracten zo betrouwbaar nakomt als Uruguay, volgens Sander, die nu wereldwijd waterstofprojecten promoot voor het Duitse bedrijf Enterdreg. Het grote vertrouwen in Uruguay is af te meten aan de lage rentetarieven. In Zuid-Amerika heeft alleen Chili een hogere kredietwaardigheid. Ontwikkelingsbanken verstrekken Uruguay graag kredieten. Sander is er zeker van: ‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren.’

    Een andere aanwijzing voor de stabiliteit waarom Uruguay bij beleggers bekendstaat, is de groeiende belangstelling van family offices, rijke vermogensbeheerders, uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in Uruguay, constateert financieel adviseur Thomas Logemann uit Hamburg. Ze waren niet op zoek naar weekendhuisjes in het mondaine vakantieoord Punta del Este, zegt Logemann, die opgroeide in Uruguay. Ze wilden professioneel investeren in boerderijen en landerijen.

  • Thomas Piketty: ‘De sociale kwestie moet weer de kern vormen van het politieke debat’

    Thomas Piketty: ‘De sociale kwestie moet weer de kern vormen van het politieke debat’

    Naar aanleiding van de Franse verkiezingen afgelopen juni schreef de Franse stereconoom over de huidige situatie in zijn land, waar volgens hem te weinig aandacht is voor de sociale kwestie. Onder andere omdat de identiteitskwestie de overhand kreeg.

    Is het mogelijk, zowel in Frankrijk als op Europese en internationale schaal, de uit drie lagen bestaande democratie achter ons te laten en opnieuw een kloof tussen links en rechts te creëren waarbij herverdeling en sociale ongelijkheid centraal staan? Dat was de inzet van de jongste Franse parlementsverkiezingen.

    Laten we om te beginnen de contouren van de drielagendemocratie nog eens onder de loep nemen die zich tijdens de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen hebben afgetekend. Tellen we de uitslagen van de verschillende linkse en groene partijen bij elkaar op, dan komt dit sociaal-ecologische blok uit op 32 procent van de stemmen. Kijken we naar de stemmen die zijn uitgebracht op Macron en Pécresse, dan zien we dat het liberale of centrumrechtse blok ook 32 procent van de stemmen heeft behaald. De drie kandidaten van het nationalistische of extreemrechtse blok (Le Pen, Zemmour, Dupont-Aignan) haalden precies dezelfde score van 32 procent. Als we de 3 procent die plattelandskandidaat Lasalle behaalde gelijkelijk over de drie blokken verdelen, komen we uit op drie vrijwel gelijke lagen.

    Deze driedeling is deels verklaarbaar vanwege de specifieke kenmerken van het Franse kiesstelsel en de politieke geschiedenis van het land, maar er liggen ook algemenere redenen aan ten grondslag. Laten we vooropstellen dat de drielagendemocratie geenszins het einde betekent voor de politieke kloof die is gebaseerd op uiteenlopende sociale klassen en economische belangen, integendeel zelfs. Het liberale blok behaalt veruit de beste resultaten bij de sociaal meest bevoorrechte kiezers, welk criterium ook wordt gehanteerd (inkomen, erfenis, opleiding), met name bij de oudsten onder hen. Als dit ‘bourgeoisblok’ een derde van de stemmen weet te vergaren, is dat ook voor een groot deel het gevolg van het feit dat de oudste en welvarendste Fransen de afgelopen decennia in groteren getale naar de stembus gaan dan de rest van de bevolking, iets wat eerder niet zo was.

    De facto heeft dit blok de synthese bewerkstelligd van de economische elite met oud of nieuw geld die van oudsher centrumrechts stemt en de gediplomeerde elite die sinds 1990 vrijwel overal de scepter heeft gezwaaid over centrumlinks. Als dit blok evenredig over alle sociaaldemografische groeperingen was verdeeld, zou het toch maar nauwelijks een kwart van de stemmen binnenhalen en nooit in zijn eentje kunnen regeren. Het linkse blok daarentegen zou ruimschoots aan kop gaan omdat dat het beste scoort bij het gewone volk, en vooral bij de jongsten onder hen. Ook het nationalistische blok zou vooruitgang boeken maar in mindere mate, omdat het gewone volk dat daarop stemt evenwichtiger over de leeftijdsgroepen zijn verdeeld.

    Links en het triomferende liberalisme

    In zekere zin zou je kunnen zeggen dat deze driedeling de drie grote ideologische families weerspiegelt die het Franse politieke leven al meer dan twee eeuwen bepalen: het liberalisme, het nationalisme en het socialisme. Sinds de industriële revolutie steunt het liberalisme op de markt en de sociale verschuivingen die de economie teweegbrengt en trekt het voornamelijk mensen aan die baat hebben bij het systeem. Het nationalisme is een antwoord op de sociale crisis die het gevolg is van de ontpersoonlijking van het land en de etno-nationale solidariteit, terwijl het socialisme niet zonder moeite universele emancipatie probeert te bevorderen door middel van onderwijs, kennis en het delen van de macht.

    Het nieuwe aan de huidige situatie is dat de sociale kwestie niet zo heftig meer speelt

    In meer algemene zin hebben we altijd al geweten dat het politieke conflict structureel instabiel en multidimensioneel is (de identitaire en religieuze kloof, de kloof tussen stad en platteland, de sociaaleconomische kloof et cetera) en niet kan worden teruggebracht tot een eendimensioneel links-rechtsconflict dat zich in de loop van de tijd opnieuw zal voordoen. Toch voerde in talrijke configuraties die we in het verleden hebben kunnen waarnemen, of in elk geval in die welke ons zijn bijgebleven, de sociale kwestie de boventoon en was die de belangrijkste spil in het sociale conflict door het tegenover elkaar zetten van een sociaal-internationalistisch links en een liberaal-conservatief rechts.

    Het nieuwe aan de huidige situatie is dat de sociale kwestie niet zo heftig meer speelt, deels omdat links toen het aan de macht kwam zijn hervormingsambities heeft gematigd en vaak het liberalisme heeft omarmd dat na de val van het communisme in zwang raakte, met als gevolg dat de identiteitskwestie de overhand heeft.

    Een riskante gok

    Wat kenmerkend is voor de drielagendemocratie is allereerst dat de werkende klasse sterk verdeeld is over migratie en de postkoloniale kwestie: stedelijke jongeren hebben minder moeite met integratie en stemmen over het algemeen links. Het minder jonge electoraat op het platteland daarentegen voelt zich in de steek gelaten en wendt zich tot het nationalistische blok. Het bourgeoisblok hoopt zich voor altijd te kunnen handhaven dankzij deze tweedeling, maar dat is een riskante gok, want de retoriek waarvan het nationalistische blok zich bedient, vaak aangemoedigd door het bourgeoisblok, is allesbehalve constructief en verergert het conflict alleen maar. In tegenstelling tot wat de andere blokken beweren is het linkse blok allerminst blind voor de veiligheidskwestie, maar wil het juist belastinggeld bestemmen voor de versterking van politie en justitie.

    De beschuldiging dat er bij links sprake zou zijn van communautarisme is volstrekt ongerijmd

    De beschuldiging dat er bij links sprake zou zijn van communautarisme, dat niet markt of staat centraal stelt maar de samenleving, is volstrekt ongerijmd. Dat jongeren met een migratieachtergrond massaal op het linkse blok stemmen is omdat dat hen als enige tegen het heersende racisme beschermt en het discriminatievraagstuk serieus neemt. Het wordt hoog tijd dat de sociale kwestie weer de kern vormt van het politieke debat in Frankrijk, niet omdat het volksblok per definitie gelijk heeft en het bourgeoisblok ongelijk (de noodzakelijke mate van herverdeling is nooit eenvoudig te bepalen), maar omdat sociale klassenconflicten meer stof tot nadenken bieden en de democratie in staat stellen te functioneren. Laten we hopen dat deze verkiezingen daarbij zullen helpen.

  • Italië: Minister van BZ verlaat Vijfsterrenbeweging en begint nieuwe fractie

    Italië: Minister van BZ verlaat Vijfsterrenbeweging en begint nieuwe fractie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Koers Japanse yen zakt naar laagste punt in 24 jaar

    » Mexico geschokt door moord op twee jezuïeten

    Onenigheid over wapenleveringen aan Oekraïne

    Luigi Di Maio, de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, heeft de Vijfsterrenbeweging verlaten na onenigheid binnen de partij, zo schrijft Corriere della Sera. Insieme per il futuro (Samen voor de toekomst) heet zijn nieuwe, autonome fractie, waarin ‘geen plaats is voor haat, soevereinisme en populisme’, zo deelde hij gisteren mee tijdens een persconferentie.

    Het vertrek van Di Maio en andere partijleden volgt na een meningsverschil binnen de grootste partij van het land over wapenleveranties aan Oekraïne. De buitenlandminister beschuldigt de Vijfsterrenbeweging ervan de positie van Italië te verzwakken door zich te verzetten tegen wapenleveringen aan Kyiv. ‘In het zicht van de gruweldaden die Poetin begaat, moet je kiezen aan welke kant van de geschiedenis je wilt staan,’ zei hij.  

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/van-populisme-naar-autocratie/
  • Tunesië: president Kais Saied ontslaat 57 rechters

    Tunesië: president Kais Saied ontslaat 57 rechters

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Denemarken sluit zich aan bij Europees defensiebeleid

    » Piepkleine eilandnatie in de Stille Oceaan wil 100 procent van haar wateren beschermen

    Staatshoofd beschuldigt rechters van corruptie

    De Tunesische president Kais Saied beschuldigde tijdens een ministerraad op woensdag rechters van corruptie en het beschermen van terroristen, meldt Kapitalis. Kais Saied uitte zijn verontwaardiging over de situatie van de rechterlijke macht in Tunesië en kondigde aan dat er maatregelen worden genomen tegen corrupte rechters.

    Kais Saied stelde in de ministerraad de laksheid en de dubbele maatstaven in de rechtspraak aan de kaak. ‘Het is onaanvaardbaar dat de gerechtsgebouwen plaatsen zijn geworden waar geen recht geschiedt,’ zei hij. Waarna hij zijn besluit bekendmaakte dat hij een deel van de rechters zou ontslaan.

    De massale ontslagen van rechters vindt plaats op een moment dat de Tunesische president het politieke systeem opnieuw wil vormgeven, na bijna alle macht te hebben overgenomen. In een televisietoespraak zei het Tunesische staatshoofd dat hij ‘waarschuwing na waarschuwing’ had gegeven aan de rechterlijke macht om ‘zichzelf te zuiveren’.

    Lees ook:

  • Wat goed is voor Mohammed bin Salman, is niet per se goed voor Israël

    Wat goed is voor Mohammed bin Salman, is niet per se goed voor Israël

    De vorming van een Israëlisch-soennitisch front tegen Iran is cruciaal voor de veiligheid van Israël, volgens deze journalist.  Maar een akkoord met het autocratische en corrupte Saoedische koninkrijk van Mohammed bin Salman kan ook verkeerd aflopen.

    Neem twee Joodse Amerikanen. De ene heet Jared Kushner en is de schoonzoon en speciaal adviseur van de voormalige Amerikaanse president Donald Trump. De andere heet Steven Mnuchin en is de voormalige minister van Financiën van de regering-Trump. Sinds de regeringswisseling in Washington zijn deze twee mannen weer actief in de privésector en inmiddels danken ze een deel van hun immense fortuin aan twee nieuwe bedrijven met ronkende namen, en vooral aan Saoedi-Arabië. 

    Kushner heeft de wereldwijd actieve investeringsmaatschappij Affinity Partners opgezet en Mnuchin heeft zich aan een soortgelijk avontuur gewaagd met zijn onderneming Liberty Strategic Capital. Het kapitaal van Kushner is voornamelijk afkomstig van het publieke investeringsfonds PIF (Public Investment Fund) van het Saoedisch koninkrijk en bedraagt maar liefst twee miljard dollar, terwijl Mnuchin zich moet ‘tevredenstellen’ met een miljard dollar.

    Volgens een onderzoek dat op 10 april jongstleden werd gepubliceerd door The New York Times heeft de raad van bestuur van PIF, bestaande uit Saoedische economen en ervaren westerlingen, Saoedi-Arabië aanvankelijk afgeraden in het bedrijf van Kushner te investeren. De bezwaren van PIF golden ‘de onervarenheid van de directie van Affinity Partners’, de mogelijkheid dat het koninkrijk direct verantwoordelijk zou worden voor ‘het gros van de investeringen en risico’s’, de matige financiële resultaten van de jonge onderneming, de ‘excessieve’ beheerskosten (lees: commissies) en ‘risico’s op het gebied van public relations’ vanwege de rol die Kushner eerder had gespeeld als belangrijkste adviseur en schoonzoon van de voormalige Amerikaanse president.

    Mohammed bin Salman

    PIF wordt geleid door de Saoedische kroonprins en feitelijke monarch Mohammed bin Salman, beter bekend onder de initialen MBS. Deze heeft klaarblijkelijk maar enkele dagen nodig gehad om de raad van bestuur over te halen om Kushner de twee miljard dollar te verstrekken die hij vroeg.

    Je hoeft geen financieel expert te zijn om de logica achter deze beslissing te begrijpen: op deze manier danken de leiders van het Midden-Oosten de buitenlanders die hen in het verleden hebben gesteund, en op deze manier investeren ze in de toekomst van toekomstige politieke leiders. Als Trump en Kushner op een dag het Witte Huis heroveren, zullen ze zich herinneren wie hen heeft gesteund.

    De Saoedische kroonprins gokt op de politieke perspectieven van Kushner, niet op zijn financiële

    De Saoedische kroonprins gokt op de politieke perspectieven van Kushner, niet op zijn financiële. De politieke perspectieven in de Verenigde Staten zijn wel enkele miljarden waard. Dat heeft MBS beter begrepen dan de financiële hyena’s.

    De twee begunstigden zijn niet alleen verklaarde Joden. Ze staan ook openlijk en volledig achter Israël, en de relaties die ze inmiddels onderhouden met de Saoedische kroonprins zouden misschien een officieel proces van normalisering tussen het Saoedische koninkrijk en de Joodse staat op gang kunnen brengen.

    Ook al laten de Israëlische premier Naftali Bennett en zijn minister van Buitenlandse Zaken Yaïr Lapid zich liever niet openlijk over de kwestie uit, ze zijn zich allebei bewust van het belang ervan. Ze zijn ervan overtuigd dat als Saoedi-Arabië besluit het voorbeeld van de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein te volgen door een vredesakkoord met Israël te tekenen, het Midden-Oosten een belangrijke verandering zou ondergaan die de status van Israël in de regio blijvend zou versterken.

    Gevaarlijke figuur

    Het probleem is dat Saoedi-Arabië, net als zijn meeste buren, een autocratisch en corrupt regime kent en dat de leider een avontuurlijke, onstabiele en gevaarlijke figuur is – de moord op journalist Jamal Khashoggi in oktober 2018 herinnerde daar nog maar eens aan. Een Amerikaan die MBS kent vertelde me dat hij hem een keer had gevraagd waarom hij honderden miljoenen dollars uitgaf aan kunstwerken die hem niet aanspraken en luxueuze jachten die aan de kade bleven liggen. De Saoedische prins had droogjes geantwoord: ‘Omdat ik het me kan permitteren.’

    Een Israëlisch-soennitisch front is cruciaal voor de veiligheid van Israël

    Israël heeft alle reden om samen te werken met MBS, kroonprins Mohammed bin Zayed van Abu Dhabi, de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi en andere leiders in de regio. De vorming van een Israëlisch-soennitisch front tegen Iran is cruciaal voor de veiligheid van Israël, en zelfs voor het voortbestaan van het land. Maar laten we nooit de ware aard van deze regimes vergeten. Wat goed is voor Jared Kushner, is niet per se goed voor de staat Israël.

    We moeten samenwerken met deze regimes, maar we moeten vooral niet besmet raken met hun normen. Dit dilemma wordt geïllustreerd door de ambigue relaties van Israël met Qatar. Aan de ene kant helpt het geld van Qatar Israël om de spanningen in de Gazastrook te verminderen en het terrorisme op afstand te houden. Aan de andere kant verleent deze Golfstaat politieke steun aan terroristische Palestijnse groeperingen. Iedereen doet zaken met Qatar, zelfs de Iraniërs. Israëlische zakenlieden en gepensioneerde hoge officieren zijn financieel zeer actief in het Qatarese schimmenspel. Het is begrijpelijk waarom dat van belang is voor de leiders van Qatar, maar wat zegt het over onze eigen normen?

    Lucratieve relaties

    De oudsten onder ons herinneren zich nog de lucratieve relaties tussen Israël en de dictatuur van de sjah van Iran. De Joodse staat zond militaire adviseurs naar Teheran die terugkeerden als multimiljonair. Op diezelfde manier kleefde er in de ogen van sommige Israëliërs iets heroïsch, om niet te zeggen romantisch aan de relaties met de christelijke facties tijdens de Libanese burgeroorlog, maar dat strookte niet met de werkelijkheid. De falangistische leiders manipuleerden de Israëliërs gewoon. Een officier van het Israëlisch leger zei me destijds: ‘Een Thaise generaal omkopen kost een miljoen dollar, maar in Jounieh [een christelijke stad ten noorden van Beiroet] kunnen Israëliërs toe met een eenvoudig bord humus.’

    Sinds zijn ontstaan heeft het zionisme altijd gepretendeerd te willen integreren in het Midden-Oosten. Dat blijft een loffelijk streven. Maar dan niet volgens de methode-Kushner.

  • Historische nederlaag voor SPD van bondskanselier Scholz

    Historische nederlaag voor SPD van bondskanselier Scholz

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » McDonald’s verlaat Rusland voorgoed

    » Meer dan 260 Oekraïense strijders geëvacueerd uit Marioepol

    Grote terugval SPD bij Duitse deelstaatverkiezingen 

    De Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) van bondskanslier Olaf Scholz heeft een historische nederlaag geleden, meldt Frankfurter Allgemeine Zeitung. De lokale verkiezingen in Noordrijn-Westfalen, als dichtbevolkte regio van het land, zeggen vaak veel over de rest van Duitsland. Op zondag 15 mei behaalde de CDU 35 procent van de stemmen, tegen 28 procent voor de sociaaldemocraten. Nooit eerder heeft de partij van de Olaf Scholz zo’n achterstand opgelopen in een van haar voormalige bolwerken.

    Het was een ‘bittere avond’ voor zijn partij, die zich ‘een sociaaldemocratisch decennium’ had voorgesteld na haar succes in de landelijke verkiezingen, benadrukte Frankfurter Allgemeine Zeitung.

    Lees ook: