Tag: Rusland

  • Olieproducenten draaien de kraan weer open. Japan kiest woord van het jaar

    Olieproducenten draaien de kraan weer open. Japan kiest woord van het jaar

    Aangemoedigd door de stijgende olieprijzen en het vooruitzicht van een coronavaccin hebben de olie-exporterende landen donderdag een voorzichtige verhoging van de productie vanaf januari aangekondigd.

    OPEC en zijn bondgenoten kwamen op donderdag met een ‘onverwachte beslissing: een verhoging van productie met 500.000 vaten per dag en een maandelijkse vergadering van energieministers om het evenwicht tussen vraag en aanbod opnieuw te beoordelen’, berichtte NPR. Veel deskundigen waren verrast door het bericht, de verwachting was dat de komende maanden de productie nog op hetzelfde niveau zou blijven.

    Het akkoord tussen OPEC en Rusland – OPEC+, in oliejargon – zorgt ervoor dat de drastische productievermindering die is doorgevoerd sinds het begin van de covid-19-pandemie enigszins wordt teruggeschroefd. ‘De productie zal vanaf januari slechts met 7,2 miljoen vaten per dag worden verminderd, vergeleken met de huidige 7,7 miljoen vaten per dag’, schrijft Al-Jazeera.

    Fox Business wijst erop dat het kartel in april vorig jaar zijn productie in historische proporties moest verminderen ‘om de markt te stabiliseren, terwijl de maatregelen die over de hele wereld werden ingevoerd om de verspreiding van covid-19 te vertragen, tot een vermindering van de vraag met 25 tot 30 miljoen vaten per dag’.

    De Amerikaanse zender CNBC meldt het bereikte OPEC-akkoord als breaking news.

    The Wall Street Journal schrijft dat het besluit van OPEC om de oliekraan weer voorzichtig open te draaien ‘suggereert dat de grootste producenten ter wereld van mening zijn dat de ergste vraagcrisis als gevolg van de pandemie achter hen ligt’.

    Het Amerikaanse zakenblad stelt vast dat ‘de internationale olieprijzen weer zijn gaan stijgen, met 25 procent sinds begin november, en dat de Aziatische economieën sterk zijn opgeveerd, waardoor de vraag is aangetrokken’. Investeerders verwachten een terugkeer van de vraag ‘in de rest van de wereld, na de veelbelovende resultaten van verschillende coronavaccins’.

    Maar de besprekingen die tot het besluit van de donderdag leidden gingen moeizaam en openbaarden ‘spanningen die het moeilijker konden maken’ om de outputdoelstellingen van het oliekartel ‘te halen als de wereldeconomie in de komende maanden weer opleeft’, aldus The New York Times.

    © Pxhere
    De olieprijzen zijn sinds november weer met 25 procent gestegen. – © Pxhere

    Volgens het financiële nieuwskanaal Bloomberg moest de OPEC+ genoegen nemen met een ‘compromis’ om ‘een breuk tussen de belangrijkste leden van het kartel: de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië’ te voorkomen. Laatstgenoemd land wilde de productievermindering op het huidige niveau handhaven, terwijl de Emiraten, waarvan de productiecapaciteit de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen, pleitten voor een versoepeling.

    ‘Tot voor kort bepaalden Saoedi-Arabië – dat de facto de OPEC runt – en zijn bondgenoten in de Golfstaten, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit, samen het productiebeleid’, analyseert persbureau Reuters. Maar de groeiende onafhankelijkheid van Abu Dhabi, die nu op veel punten afwijkt van de politieke lijn van Riyad, ‘zou kunnen betekenen dat het tijdperk van automatische samenwerking voorbij is’.

    Sanmitsu, het Japanse woord dat de coronamaatregelen samenvat

    ‘Sanmitsu’ is in Japan geselecteerd als woord van het jaar 2020. Na veelvuldig gebruik door politici, vooral door de gouverneur van Tokio, Yuriko Koike, is het de standaardterm geworden in de strijd tegen de epidemie in Japan.

    Net als in Nederland (anderhalvemetersamenleving, blokjesverjaardag) hebben veel nieuwe Japanse woorden die zijn ontstaan in 2020 iets te maken met de coronapandemie. Op 1 december publiceerde de Japanse uitgeverij Jiyukokuminsha haar selectie van nieuwe woorden en trends van het afgelopen jaar, en werd de jaarlijkse hoofdprijs toegekend aan de uitdrukking ‘sanmitsu’ (三密), meldt de publieke zender NHK. Het karakter 三 (san) geeft het nummer 3 aan, en het karakter 密 (mitsu) betekent ‘dicht op elkaar zitten’. De woord-van-het-jaarverkiezing, die in 1984 voor het eerst plaatsvond, is een traditie geworden in Japan en kondigt de komst van de winter en het einde van het jaar aan.

    Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers

    Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers. Het karakter mitsu (密) is aanwezig in de volgende drie woorden: mippei (密閉), misshu (密集), missetsu (密接). De Engelstalige pers in Japan, zoals de Japan Times vertaalt het als de ‘Three C’s’ die de drie situaties aanduiden die vermeden moeten worden om het verloop van de epidemie te vertragen. Het eerste woord, ‘mippei’, verwijst naar afgesloten ruimtes (closed spaces). Het tweede, ‘misshu’, naar drukke plekken (crowded places), en het derde, ‘missetsu’, naar nauw contact (close contact).

  • Ada. Koningin van de hel

    Ada. Koningin van de hel

    Sinds journalisten schreven dat Ada Magomedbegova was ‘gevlucht van haar familie’, wordt ze achtervolgd en bedreigd. Op social media wordt ze overspoeld met beloftes om haar ‘met z’n allen te neuken en in stukken te hakken’. Mensen uit Dagestan, waar ze vandaan komt, lanceerden een haatcampagne. Een verhaal over de vrijheid om je eigen leven vorm te geven, zonder bemoeienis van anderen.

    ‘Do you like sperm?’

    Een meisje op een rode bank kijkt verlegen. Ze zit met haar handen gekruist over haar borsten en met de benen over elkaar, gehuld in een trui en een korte jas. Ze glimlacht onbegrijpend en kijkt naar de vertaalster, alsof ze vraag: ‘Watte? Watte?’

    ‘Hou je van sperma?’ herhaalt de tolk.

    ‘Nee,’ antwoordt het meisje en ze giechelt verlegen.

    ‘Waarom?’

    ‘Nou ja, ik heb het eigenlijk nooit geprobeerd.’

    Ada Magomedbegova heeft zwart haar, lichtblauwe ogen en een geweldig lichaam. Ze woont in Sint-Petersburg en werkt als croupier in een casino. Het is 2010. Een wet die goktenten verbiedt, is net aangenomen. Het ene na het andere casino sluit zijn deuren, maar sommigen blijven open. Ada is 24, in haar leven waren tot dusver maar een paar korte romances en een lange relatie, maar die zijn al voorbij – het lukte niet. Kortgeleden zag Ada een advertentie in de krant: ‘Jongens en meiden van 18 jaar en ouder gezocht voor opnames met een erotisch karakter.’ Ze belde en nu zit ze tegenover Pierre Woodman, de Franse koning van de pornografie. Ada had nog nooit van hem gehoord. Ze draait zich naar de tolk en glimlacht ongemakkelijk: ‘Hij maakt me verlegen.’

    Woodman draait al drie jaar de serie Casting X. In feite is dit gewone pornocasting die wordt opgenomen en daarna het internet op gaat. De meisjes komen aan de lopende band: ze zijn verlegen, ze giechelen… Woodman heeft dit al tientallen keren gezien, dus hij gaat gewoon door. Ada heeft nog geen anale seks gehad, ze is nog nooit vastgebonden. Dus Woodman weet dat hij de volgende vraag net zo goed kan overslaan. Maar voor de zekerheid stelt hij hem toch: ‘Heb je ooit gekke dingen gedaan?’

    Ada lacht opnieuw en doet een hand voor haar gezicht: ‘Dit is gênant natuurlijk, maar ik had ooit eens een rare vent die het fijn vond als ik met mijn kont op zijn gezicht ging zitten.’

    Woodman zit hier niets bijzonders in. Hij zegt: ‘Ja, veel mensen vinden dat fijn.’ Volgende vraag: ‘Masturbeer je?’

    ‘Nee…’

    ‘Kan je je lichaam laten zien?’

    ‘Nu meteen of wat?’

    Tijdens de casting herhaalt Ada een paar keer dat ze altijd al model wilde worden. Als haar gevraagd wordt of ze weet waarvoor ze is gekomen, zegt ze: ja, om te spelen in erotische video’s. Het woord ‘porno’ probeert ze niet uit te spreken. Ze zegt dat dit niet haar droom was, seks voor de camera. Voordat ze naar de casting kwam, zeiden ze haar dat dit voor een buitenlands publiek was en dat haar landgenoten niets te weten zullen komen. Maar ze wist vanaf het eerste begin: dit geheim komt aan het licht. Als er iets op internet verschijnt, is er geen weg meer terug. En als ze de casting zouden zien in Dagestan, waar ze vandaan komt, zouden ze haar niet met rust laten. En toch besloot ze het te doen: het was zo interessant om te proberen. En hoe zij haar geld verdient, gaat anderen toch niets aan?

    Het ging allemaal vele malen sneller dan ze had gedacht. Al een week na die ene casting begon ze berichten te krijgen van bekenden, familieleden of van mensen die ze helemaal niet kende. Op alle social media werd ze dood gewenst, beledigd, ze werd gebeld en moest van telefoonnummer veranderen. Ze vond het eng en gênant om in meer video’s te spelen en ze probeerde zich bezig te houden met andere dingen: zaken, reizen. Maar drie jaar later verscheen ze opnieuw bij de casting van Woodman, ditmaal in Boedapest. Gebruind en zelfverzekerd: je herkende haar niet meer terug. Inmiddels sprak ze goed Engels en had ze geen hulp meer nodig van een tolk.

    ‘Ik ben zo blij dat je terug bent!’ zei Woodman.

    ‘Ik ben ook blij.’

    ‘Dus je hebt besloten om in deze industrie te blijven werken. Waarom? Wil je een pornoster zijn?’

    ‘Ja. Ik wil een grote pornoster zijn,’ zegt Ada. Of beter: Kira Queen. Vanaf nu zal ze zo worden genoemd.

    Ezelhuid

    Vandaag de dag is Kira Queen een ster in de Europese porno. Ze heeft meer dan zestig films op haar conto. Ze houdt van haar werk, ze heeft veel fans. Voor hen heeft ze een kanaal geopend in de chat-app Telegram, waarop ze vertelt over haar leven. Ze schaamt zich nergens meer voor en schrijft openlijk dat ze masturbeert. Of ze schrijft over haar eerste scène met een Afro-Amerikaanse pornoacteur. Ze is al twaalf jaar niet meer in Dagestan geweest, maar haar voormalige landgenoten laten haar niet met rust. Ze sturen nog altijd bedreigingen, sommigen kwamen zelfs naar Boedapest om haar te achtervolgen, een paar keer probeerden ze haar aan te vallen. Ada Magomedbegova begrijpt niet wat andere mensen met haar carrière te maken hebben, ze wil gewoon rustig leven. De situatie is zo ernstig geworden dat de actrice politiek asiel heeft aangevraagd in een Europees land, ze wacht nu op de beslissing. Vroeger gaf ze geen interviews, maar nu heeft ze eindelijk besloten om met de pers te praten. Nadat ze werd achtervolgd door een figuur met een mes, begreep ze dat haar leven gevaar liep. Mocht haar iets overkomen, dan zal men zich nu tenminste haar verhaal herinneren.

    Dat meisje in de korte jas op de rode bank, dat zo verlegen giechelde, had dit waarschijnlijk niet gekund. Maar de Kira Queen van nu houdt te veel van haar vrijheid. Reizen, opnames, het mooie leven: ze wil niet dat dit haar wordt afgenomen en ze is bereid om tot het bittere eind te gaan, bedreigingen of niet. ‘In Dagestan hebben we de uitdrukking “ezelhuid”,’ zegt Ada Magomedbegova. ‘Dat zeggen ze als iemand er maling aan heeft wat anderen over hem zeggen. Zo iemand gaat gewoon door. Vroeger was ik een verlegen en beschaamd meisje, maar daarna ben ik noodgedwongen veranderd. Ik heb een ezelhuid gekregen.’

    De acteurs zijn allemaal heel mooi. Zoiets heeft Ada nog nooit gezien

    Het is 2001. Ada is vijftien jaar, ze is op bezoek bij haar tante. Als ‘volwassene’ slaapt ze in een aparte kamer, met een televisie. Die mag ze ’s nachts, als de oudere mensen zijn gaan slapen, niet aanzetten. Maar Ada en haar nichtje zijn ongehoorzame pubermeiden. In de duisternis zappen ze met gedempt geluid langs de kanalen. Op de commerciële zender REN-TV vinden ze een film die hun aandacht trekt. In die film gaan twee bevriende stellen op expeditie. De acteurs zijn allemaal heel mooi. Zoiets heeft Ada nog nooit gezien. De personages zitten bij het kampvuur, ergens tussen de bergen en de bossen. Een plaatselijke wijze man vertelt ze een legende: lang geleden, vele duizenden jaren terug, verloor een prachtige godin precies op deze plaats een magisch kettinkje. Iedereen die het omdoet, wordt meteen zo aantrekkelijk dat niemand zich nog kan beheersen.

    Even later, tijdens opgravingen, vinden de hoofdrolspelers dit medaillon. Om de beurt doen ze hem om. Ze verplaatsen zich naar allerlei landen en tijdperken: het Oude Egypte, het Koninkrijk Engeland, het Wilde Westen. Een hele hoop decoraties met alle mensen in historische kostuums: hoeden, tunieken, donzige jurken. In een decor van Pyramides of cactussen ontmoeten de hoofdpersonen priesters of cowboys en dankzij het kettinkje wil iedereen seks met elkaar, wat uitdraait op een fantastische orgie.

    Dit is welbeschouwd een typisch verhaal voor een erotische film op REN-TV begin 2000. Iedere Rus herinnert zich waarschijnlijk wel wat er op die zender gebeurde na zonsondergang. En iedereen heeft tenminste wel een keer het geluid zachter gezet, de afstandsbediening weggelegd en gekeken naar de naakte cowboys, loodgieters, elektriciens of rondborstige vrouwen bij het zwembad. Toen Ada dit voor het eerst zag, was ze gecharmeerd. De film die ze keek was niet zozeer pornografisch, eerder erotisch: er zijn niet zo heel veel geslachtsdelen te zien. Maar de personages raken elkaar aan, ze zijn emotioneel, ze hebben geen remmingen of gêne. Ze droomde ervan om ook zo te zijn: dapper, mooi en sexy. Ze was allang puber, ze wilde aandacht, lichamelijk contact, of op z’n minst een flirt. Alleen is in het echte leven zelfs praten met jongens ongebruikelijk. Wat zouden de mensen daar wel niet van zeggen?

    Hysterie met doeken en jurken

    Ada groeide op in een klein dorpje. Geen bioscoop, geen winkels: er was alleen een markt, waar de plaatselijke bevolking niets kocht omdat ze geen geld hadden. Naar Machatsjkala, de hoofdstad van Dagestan, was het ongeveer een uur rijden. Het dorpje werd omringd door bergen, bos en een rivier. In Ada’s vroege jeugd was het er fijn: je kon over het gras rennen en soldaatje spelen. Later, toen de plaatselijke kinderen een beetje groter waren, begonnen de meisjes zich opeens zorgen te maken over trouwen en het huishouden. Spelen met jongetjes werd toch wat ongemakkelijk.

    ‘Mijn opvoeding was niet zo heel erg streng,’ zegt Ada. ‘Ze leerden me koken, opruimen, huisvrouw zijn. Dat was ook echt nuttig. Maar echt strenge regels waren er niet. Ze zeiden alleen dat het niet de bedoeling was om veel met de jongens te praten. Niet om religieuze redenen, gewoon omdat de buren misschien gaan praten.’

    Ada werd opgevoed door haar oma. Zij leerde haar kleindochter lezen op vierjarige leeftijd. Toen de tijd van het ‘soldaatje spelen’ voorbij was, begon Ada dag en nacht boeken te lezen. Ze hield het meest van Agatha Christie’s detectives, het eerste boek dat ze las was haar Ten Little Niggers, waarna ze een paar nachten niet kon slapen.

    Door de bank genomen was haar situatie niet zo slecht: ze mocht haar kleren zelf uitzoeken en gaan en staan waar ze wilde. Ze mocht thuis zitten met een boek, maar ook naar het strand. Pas later kwam, zoals Ada het formuleert, ‘de hysterie met doeken en jurken’. Er veranderde iets: veel buren werden religieus en over meisjes die zich ‘te vrij’ kleden, werd gefluisterd en nare dingen gezegd.

    In Dagestan heeft ongeveer tien jaar lang een machtige extremistische ondergrondse bestaan

    Veel gebieden in de Noordelijke Kaukasus, waar Dagestan ligt, verschilden in de Sovjettijd niet echt veel van Centraal-Rusland, volgens Irina Starodoebrovskaja van het Gajdar Instituut. In de steden woonden veel Russen, Armeniërs en Joden, waarvan een aanzienlijk deel hoogopgeleid was. Maar in de bergen was er van de Sovjetinvloed weinig te merken. Officieel waren daar kolchozen, collectieve boerderijen, maar feitelijk leefden de mensen daar nog vrijwel zoals ze leefden ten tijde van het tsarenrijk, en genoten ze een geheime religieuze opvoeding.

    Na het uiteenvallen van de Sovjetunie, toen de landbouw instortte, kwam een massale migratie van de dorpen naar de steden op gang. In Dagestan gebeurde hetzelfde: mensen uit bergdorpjes trokken naar het dal.

    ‘In en rond grote steden leven nu meer mensen die, als ze niet al heel religieus zijn, geneigd zijn om tradities te respecteren,’ legt Konstantin Kazenin uit. Hij is wetenschapper aan de Presidentiële Academie voor Economie en Beleid. ‘Voor hen is een harde rolverdeling tussen mannen en vrouwen vanzelfsprekend, zowel in de maatschappij als in het gezin. Het gedrag wordt op een bepaalde manier begrensd.’

    In het leven van Dagestan groeit de rol van religie. Daarbij zoeken jongeren die naar de stad zijn gekomen een nieuwe, eigen identiteit. Tijden veranderen, traditionele instituties brokkelen af. Sommige jongeren kiezen voor de globalisering en een seculiere manier van leven. Anderen zoeken hun heil in het idee van een kalifaat. Uit protest kiezen ze niet voor de traditionele islam zoals de oudere generaties dat deden. Ze willen iets radicaals. De jaren negentig staan voor de deur, de wereld, alles wat eerst nog zeker was, valt uit elkaar. Veel mensen zijn op zoek naar iets stabiels, naar concrete en begrijpelijke regels die hun leven kunnen reguleren. Daarom kiezen sommigen voor het islamitisch fundamentalisme, waaronder het radicale politieke fundamentalisme. Ze sluiten zich aan bij de illegale gewapende groeperingen en gaan meedoen aan gewapende conflicten. ‘In Dagestan heeft ongeveer tien jaar lang een machtige extremistische ondergrondse bestaan,’ zegt Kazenin. ‘Deze tendens begon af te nemen rond 2013.’ Toen werden veel deelnemers aan de ondergrondse tijdens antiterreuroperaties vermoord. De grote organisatie Emiraat Kaukasus begon invloed te verliezen en veel strijders gingen vechten in Syrië.

    Roddels

    Ada, die in haar jeugd een bijna seculiere opvoeding kreeg, wordt juist in deze periode volwassen: in de jaren negentig en de jaren 2000. Hoewel er thuis niet veel druk op haar ligt, vindt ze het helemaal niet leuk wat er gebeurt. Wanneer alle meisjes opeens alleen nog maar in rokjes rondlopen, zegt haar lievelingsoma: ‘In de winter krijg je een broek’, want dat is immers warmer. Een tante naait voor Ada mooie jurken. Daarnaast heeft ze spijkerbroeken en schoenen met hakken.

    En toch, om haar heen hoort ze steeds meer vreemde gesprekken. ‘Je mocht alleen met jongens praten als ze familie waren,’ herinnert Ada zich. ‘Maar soms werd ik ook gezien met een neef waar ik eerst niet mee omging en dan begonnen de roddels. Terwijl ik tot mijn eenentwintigste zelfs met niemand heb gezoend!’

    Haar klasgenoten beginnen met pesten. Ze vertellen alles en iedereen dat ‘Ada met de halve klas naar bed is gegaan’. Ze verspreiden de roddel dat een of andere ‘Saïd haar in een portiek heeft genomen’. Ada is half-Russisch en uiterlijk verschilt ze van haar leeftijdsgenoten: ze is lang, met grote borsten en lichtblauwe ogen. Daardoor krijgt ze meer aandacht. ‘Ze laten je hier niet met rust, je kunt beter weggaan,’ zegt haar oma. Ada denkt er steeds vaker over om naar Sint-Petersburg of Moskou te gaan. Daar heeft ze familie, misschien kan ze er werk vinden.

    Als ze zestien is, komen er huwelijkskandidaten langs. ‘Ik kwam een keer thuis en toen zat er een familielid in de keuken met nog iemand,’ zegt Ada. ‘Ze bespraken iets met oma. Ik zei gedag en ging naar mijn kamer. Toen kwam dat familielid binnen, woedend. Hij vroeg waarom ik hem niet bediende. Ik was in shock. Ik vroeg: “Watte?” En hij zei: “Je hebt mij te schande gemaakt tegenover mijn vriend. Jij bent degene die de verloofde moet verwelkomen en bedienen.”’ Ada werd verschrikkelijk boos. Ze liep naar haar oma en zei: ‘Ze moeten weg.’ Oma moest erom lachen. Maar toen haar vader thuiskwam, vertelde hij dat die onbekende man de verloofde was van Ada en dat ze daar ‘een afspraak over hadden gemaakt’.

    Ondertussen wordt de situatie buitenshuis steeds meer gespannen. Van tijd tot tijd komen mannen patrouilleren in de straten, ‘zodat er geen bandieten komen’. De buurman van een verdieping lager dwingt zijn vrouw een hoofddoek te dragen en gaat zelf vaak naar een onbekende plek in de bossen. Lange tijd wordt er niets van hem gezien of gehoord, maar dan belt hij zijn moeder om afscheid te nemen. Hij zegt dat ze ‘zijn omsingeld en straks worden vermoord’. Hij vertelt dat hij er eerder mee wilde stoppen, maar dat ze toen dreigden zijn gezin te grazen te nemen. Er komen steeds meer van dat soort verhalen.

    ‘Als ik je nog een keer in een spijkerbroek zie, schiet ik je door je benen’

    En toch neemt Ada niet het besluit om te vertrekken. Ze gaat een economische opleiding doen, haalt hoge cijfers en probeert altijd gehoorzaam te zijn als oudere mensen iets zeggen. Ze hebben haar van jongs af aan ingepeperd: wie ouder is, heeft altijd gelijk. Ze wil dat haar familieleden trots op haar zijn en dat ze complimentjes krijgt van de buren. Ze weet heel goed dat veel buren thuis, achter gesloten deuren, alcohol drinken. Maar daarover wordt niet gepraat. Diezelfde buren zeggen gebedjes als ze langs de moskee lopen.

    Ada leidt een eentonig leven. Na school meteen naar huis, zoals van jonge meisjes wordt verwacht. Na de opleiding vindt ze werk als telefoniste in een taxicentrale, een baan op niveau vinden is bijna onmogelijk. Ze verdient weinig geld, maar ze vindt het nog altijd leuk om mooie kleren te kopen. Op een dag komt ze terug van haar werk. Ze draagt een spijkerbroek en designschoenen met rode hakken. Ada loopt door een smalle straat. Aan de ene kant zijn een hek en een bouwplaats, aan de andere een greppel met bouwafval. Opeens draait een auto de weg op. Hij racet recht op Ada af, zonder te remmen of te sturen. Ze weet niet welke kant ze op moet springen. Op het laatste moment verandert de auto van richting, waardoor Ada slechts zijdelings wordt geraakt. Een raampje gaat open, een gezicht met een baard komt tevoorschijn. In zijn hand heeft hij een pistool. ‘Als ik je nog een keer in een spijkerbroek zie, schiet ik je door je benen.’ De auto rijdt de hoek om. Ada neem een besluit: het is tijd om te vertrekken.

    Buitenlander

    Het is 2006. In Sint-Petersburg is het koud en somber, vergeleken met Dagestan ziet de stad er grijs uit. Ada wacht bij een winkel op haar nieuwe buurvrouw, een fragiele oude dame. Ze helpt haar de boodschappen naar huis te dragen. Als ze uit de lift stappen zegt de oude vrouw: ‘Ik hoop dat je sterft, vuile Kaukasiër.’

    In Dagestan was Ada altijd een vreemde, maar ook hier voelt ze zich niet thuis.

    Bij de toegangsexamens voor de Staatsuniversiteit van Sint-Petersburg kijkt een vrouw uit de toelatingscommissie naar Ada’s Russische paspoort, en zegt dat ze bij de verkeerde commissie zit: ze moet naar de plek waar ze buitenlanders aannemen. Ada protesteert: ‘Maar ik kom toch uit Dagestan, kijk naar mijn paspoort, dat is ook Rusland.’ Maar de vrouw wil niet luisteren, ze zegt: ‘Hou de mensen in de rij niet op’. Ada begint te begrijpen dat de regels die ze thuis heeft geleerd, niet gelden. Oudere mensen hebben niet altijd gelijk. Soms kan een volwassene een enorme domkop zijn.

    Ze wordt aangenomen op de universiteit. Soms is ze verdrietig en wil ze naar huis, maar dan herinnert ze zich weer het verhaal van die man in de auto. Steed opnieuw besluit ze te blijven. Het lukt haar niet om een appartement te huren: bij een meisje uit Dagestan denken veel verhuurders dat ze door tien mensen achterna zal worden gereisd, die bij haar intrekken en de woning verwoesten. Dus woont Ada voorlopig samen met haar Petersburgse tante en haar nicht.

    De meesten die vanuit Dagestan naar Sint-Petersburg komen, willen het liefst samenklonteren. Ze gaan naar Kaukasische restaurants, vieren feest, dansen de traditionele Lezginka. Op een dag wordt Ada uitgenodigd voor zo’n feest. Daar blijken alleen maar studenten te zijn. Iedereen zit er stilletjes bij. ‘Ik hou niet van nachtclubs,’ zegt Ada. ‘Maar die dag was het zo saai dat we samen met een paar jongens uit Dagestan besloten om ergens anders heen te gaan.’

    Ada snapt niet hoe haar leven een schande kan zijn voor andere mensen

    Zo belandt Ada voor het eerst in een nachtclub. Ze zit achter een tafeltje, drinkt sap en kijkt haar ogen uit. Recht voor haar neus danst een meisje in lange witte laarzen en een diep uitgesneden wit topje. Zelfs haar nagels zijn witgelakt, ze fosforesceren griezelig in het licht van de dansvloer. Het meisje is heel mager en volledig vrij, alsof ze zich onbespied waant. Terwijl Ada naar haar kijkt, voelt ze dat er iets vanbinnen verandert. Het vorige leven is voorgoed voorbij. Het meisje in de lange laarzen springt op een jongen die samen met haar danst – en wikkelt haar benen om zijn onderrug.

    ’s Avonds vertelt Ada dit alles aan haar nicht: ‘Kan je het geloven? Daarna ging ze naar buiten om te roken! Het meisje! Ze ging roken!’ Haar nicht moet lachen: ‘Je bent toch niet meer in Dagestan!’ Vanaf die dag let Ada aandachtiger op de mensen om zich heen. Ze merkt dat het voor hen niet gebruikelijk is om je neus in andermans zaken te steken of advies te geven. Je kan doen wat je wil. De wil van oudere mensen is geen wet, niemands wil is wet. Ze gaat steeds minder om met plaatselijke Dagestani. Ze vindt een appartement en een baan en gaat op zichzelf leven. Soms komt haar moeder op bezoek: ze is blij dat haar dochter goed terecht is gekomen. Wel maakt ze zich zorgen: in Dagestan zeggen ooms en tantes dat er geruchten over Ada gaan. Ze zou met een of andere man leven, zonder getrouwd te zijn. Soms zegt ze tegen haar: ‘Maak ons niet te schande, kom naar huis.’ Maar Ada wil helemaal niet naar huis. Ze snapt niet hoe haar leven een schande kan zijn voor andere mensen.

    Op een dag vertelt een vriend waarmee Ada in het casino werkt dat hij naar opnames van erotische films is geweest. Ada herinnert zich meteen die film uit haar jeugd, over de magische amulet. Ze is geïntrigeerd, stelt allemaal vragen aan haar vriend en daarna begint ze zelf advertenties over opnames te bekijken. Zo belandt ze op de bank bij Pierre Woodman, die castings kwam opnemen in Sint-Petersburg.

    ‘Toen ik ernaartoe ging, was ik een beetje rillerig,’ zegt Ada. ‘Ik kende toen ook geen Engels. Alles werd voor mij vertaald, ze probeerden me gerust te stellen. Toen kwam de visagist en deed ik een fotoshoot. Ik was toen heel mooi! Hoewel, ik hoop dat die beelden nooit ergens opduiken. Ik was nog heel erg geremd, ik wist niet wat ik doen moest. De fotograaf zei: ‘Zo, je neus deze kant op. En doe nu maar “Ach!”, en ik zo van: “Waaaa”. Het was een fiasco.’

    Om Ada toch wat te ontspannen en te kalmeren, stelt Pierre Woodman voor om samen met hem en zijn agent naar een restaurant te gaan. Een beetje kletsen, tot rust komen. Er is immers helemaal niets aan de hand. Hij stelt Ada voor om het de volgende dag nog eens te proberen. Ze zegt toe en komt naar de opnames. Ze heeft de indruk dat ze zich al wat zelfverzekerder voelt. Maar ze heeft nog steeds problemen met het Engels. Pierre stelt Ada voor om naar de badkamer te gaan en licht toe: ‘I will piss on you.’ Ada snapt niet wat er moet gebeuren: ze denkt dat zij moet gaan plassen. Wanneer de regisseur achter haar aankomt en doet wat hij van plan was, is ze gechoqueerd. ‘Ik probeerde dat niet te laten merken,’ herinnert Ada zich. ‘Maar toen de camera uitging, werd ik kwaad en zei ik met een zwaar accent: “No, I don’t like it!” Pierre begreep er eerst niets van. Toen hij het alsnog snapte, zei hij duizend keer sorry en beloofde hij vanaf nu alles van tevoren uit te leggen, met vertaling en zo precies mogelijk. Hij betaalde zelfs meer dan ik verwachtte.’

    Dagestan. – © Unsplash
    Dagestan. – © Unsplash

    Het was een vreemde, ietwat afschrikwekkende ervaring. Maar Ada wil verder, ze vindt het interessant. Verdergaan is echter lastig wanneer je steeds beledigingen naar je hoofd geslingerd krijgt. Ze probeert in nog een andere film in Sint-Petersburg te spelen. De regisseur maakt kennis met haar, bekijkt haar medische gegevens, opent haar paspoort en vraagt: ‘Kom je uit Dagestan of wat?’ Daarna belt hij Ada’s agent en zegt: ‘Ik ga niet met haar werken.’ Tegenover Ada verklaart hij zich nader: ze is een goede meid en heel mooi, maar hij kan het risico niet nemen. Hij vreest voor de veiligheid van de actrice – en van zichzelf.

    De video van de casting met Woodman komt online. Ada krijgt constant bedreigingen en massa’s commentaar op social media. Ze is nerveus, maar ze moet ze lezen: constant controleert ze wie nog iets heeft geschreven, het wordt bijna een obsessie. Ze speelt niet meer in films: ze blijft in het casino werken tot dat wordt gesloten, daarna stapt ze over naar de online business en werkt ze voor een kleine webshop met seksspeeltjes. Het gaat slecht met haar en ze wil niet langer in Sint-Petersburg blijven.

    Sveta, een oude vriendin van Ada, belt haar elke dag om te vragen hoe het gaat. Ada zegt dat alles goed gaat, maar haar stem klinkt dof, alsof er een dementor langs is gekomen die alle energie uit haar heeft gezogen. Sveta hoopt dat de bedreigingen en beledigingen stoppen en dat daarna alles met Ada weer goed komt, maar dat gebeurt niet.

    Zelf woont Sveta in een warm Arabisch land. Naar Petersburg is het ongeveer zes uur vliegen. Op een dag komt Sveta naar haar vriendin en haalt haar over om bij haar op bezoek te komen. Misschien kan ze onder de zon en de palmbomen alles vergeten.

    ‘Ada reageerde op elk telefoontje, op elk bericht,’ zegt Sveta. ‘Ze zag eruit alsof ze lang niet had geslapen. Ik pakte haar telefoon af en zette hem uit. Ik nam haar mee uit wandelen, naar de fonteinen, een ijsje eten. Maar ze had er niet veel zin in, het grootste deel van de tijd lag ze op bed en deed ze niets. We zaten een keer te praten en boven ons, aan de muur, hing een klok, Ada keek ernaar en vroeg: “Waarom heeft die klok geen wijzers?” Toen schrok ik me rot, ik dacht: heeft de stress haar gezichtsvermogen aangetast?’

    Wat heeft het leven voor zin als je niet kan doen wat je wilt? Waarom moet je doen wat je omgeving van je verlangt?

    Een paar jaar gaan voorbij als een waas. Maar dankzij de onlinebusiness kan Ada tenminste in haar bestaan voorzien. Ze houdt van oude steden en musea; in een vreemd land zoekt ze eerst uit waar de plaatselijke bevolking naartoe gaat. Ze gaan naar kleine tentjes en praat daar met verschillende mensen. Ze denkt er steeds vaker aan dat ze maar één keer leeft. Wat heeft het leven voor zin als je niet kan doen wat je wilt? Waarom moet je doen wat je omgeving van je verlangt? Ze denkt vaak aan de Dagestaanse uitdrukking ‘ezelhuid’. Het ziet ernaar uit dat het tijd is om die te laten aangroeien.

    In 2013 neemt Ada contact op met Joelia Grandi, zij selecteert actrices voor Woodman. Ze kennen elkaar nog van Petersburg. Ada vliegt naar Boedapest en ondergaat de verplichte medische tests. ‘Ik ben zo blij dat je terug bent!’ zegt Woodman. Ada is klaar om Kira Queen te worden.

    Nieuw leven

    Er breekt een nieuw leven aan. Opnames, reizen. Zelfs familieleden die vroeger op z’n minst nog contact zochten voor financiële hulp, willen nu niets meer met Ada te maken hebben. Ze maakt kennis met buitenlandse acteurs een vraagt aan hen: ‘Hoe gaan jullie om met alle negativiteit die je over je heen krijgt?’ Maar ze kijken haar onbegrijpend aan. In hun levens speelt dat helemaal niet. Niemand zit ermee dat zij in pornofilms acteren.

    Het enige familielid waar Ada mee praat, aan de telefoon, is oma. Die is al hoogbejaard en heel ziek. Wat haar kleindochter doet, vertelt niemand haar. Maar op een dag stelt oma toch de vraag: ‘Weet je zeker dat je niet terug naar huis wilt?’ Ada zegt dat ze het niet wil.

    ‘Er gaan hier veel geruchten over jou. Is dat allemaal waar?’

    ‘Als het waar is, zie je me dan niet meer als je kleindochter?’

    ‘Zeg me een ding: ben je gelukkig?’

    ‘Ja.’

    ‘Is er niemand die je pijn doet?’

    ‘Nee.’

    ‘Dan ben ik ook gelukkig.’

    Als oma overlijdt, wordt het contact met het thuisfront definitief verbroken. Ada reist de hele wereld over: Griekenland, Singapore, Italië. Ze houdt van warme landen. Soms gaat ze terug naar Sint-Petersburg. Haar voormalige landgenoten uit Dagestan laten zich niet onbetuigd: ze beloven haar met z’n allen te neuken, in stukken te hakken, dood te schieten. Langzaam maar zeker verplaatst dit zich van online naar offline.

    Het is juni 2016. Ada woont in Sint-Petersburg, gaat regelmatig naar de fitness voor individuele trainingen. Op een dag begint een medewerker van het fitnesscentrum vreemd naar haar te kijken. Dan stapt hij op haar af en vraagt of ze hem niet als trainer wil. ‘Maar ik heb al een trainer,’ zegt Ada. De man begint vreemde toespelingen te maken: ze lijkt, zeg maar, heel erg op dat ene meisje dat hij op internet heeft gezien. ‘Ik vroeg hem op de man af wat hij van me wilde,’ herinnert Ada zich. De fitnessmedewerker antwoordt iets in de trant van: ‘Misschien thee, koffie, what’s up?’ Ada vraagt: ‘Wat bedoel je met “what’s up”?’ Hij geeft geen antwoord. Een week later begint ze vreemde telefoontjes uit het fitnesscentrum te krijgen. Haar trainer zou verzocht hebben om bij Ada na te vragen wanneer ze naar de fitness komt. Ze antwoordt dat ze een duidelijk rooster hebben en dat de trainer haar telefoonnummer heeft, zodat hij zelf kan bellen. Bij de volgende training staan bij de ingang twee onbekende mensen die qua uiterlijk op Dagestani lijken. Twee uur later, als de training voorbij is, zijn het er al dertien. Zonder fitnessabonnement komen ze niet binnen, dus wachten ze bij de ingang en schreeuwen: ‘Nou dan, ga je daar nog lang staan? Kom hier.’ Ada belt haar vrienden, zodat die kunnen komen om haar hier weg te halen. Ze is bang om langs deze mensen naar de parkeerplaats te lopen. De vrienden komen en wanneer ze samen het gebouw uit lopen, schreeuwen de onbekende mannen: ‘Beffen jullie haar allemaal samen of zo? Gaan jullie neuken met z’n vieren?’ Daarna is Ada nooit meer naar fitness gegaan.

    De jongen die Ada hielp haar sociale media bij te houden, dient zijn ontslag in: hij kan de toestroom van berichten niet aan en wil het allemaal niet meer lezen

    Joelia Grandi werkt al jaren met Woodman. Haar taak is het vinden van nieuwe actrices. Meestal heeft ze met die meiden alleen maar een werkrelatie. Ze vindt vaak dat ze zich idioot gedragen: ze krijgen sterallures, worden lui en eisen veel te veel geld. Maar met Ada is ze bevriend geraakt. ‘Het is een goede en lieve meid,’ zegt Joelia. ‘Tijdens de opnames is ze een koningin: zelfverzekerd, rustig. Ze neemt haar werk heel serieus. Thuis is ze veel losser. Als er iets gebeurt, kan ik haar altijd bellen. Alleen al haar stem maakt me al rustig.’

    Wanneer Ada naar Boedapest komt, gaat ze veel met Joelia om. Een tijdlang huren ze zelfs samen een woning. Op een keer spreken ze af om met vrienden uit Rusland naar de bowling en daarna naar een eettent te gaan. ‘Het was een straat met veel restaurantjes,’ vertelt Joelia. ‘We stonden in de rij voor een hotdog en toen merkten we dat een man op straat, door het raam heen, foto’s maakte van Ada. We stonden allemaal op scherp. Hij begon iemand te bellen, liep een stukje weg, stak zijn hoofd op, keek naar het huisnummer en zei iets. Daarna ging hij verder met fotograferen. We zijn snel weggegaan.’

    Dat soort dingen gebeuren steeds vaker. Dan loopt bijvoorbeeld een of andere man pal achter Ada aan in een winkelcentrum, een andere keer slaat een onbekende jongen Ada in het park op haar hoofd (niet hard) en begint te schelden. Online schrijven ze haar dat er een groep mensen naar Boedapest is gekomen om met haar af te rekenen. Ada begint een masteropleiding aan een van de universiteiten in Boedapest: ze wil regisseur worden. Maar na de les, op weg naar de parkeerplaats, komt een onbekende man op haar af. Hij achtervolgt haar aan en slingert bedreigingen naar haar hoofd.

    Ada houdt van shoarma. Ze noemt het op z’n Petersburgs: ‘shoaverma’. Maar in elke tent waar ze dat in Boedapest maken, stuit ze steevast op mensen die uiterlijk lijken op mensen uit Dagestan. In het beste geval kijken ze met scheve ogen naar haar, in het slechtste geval schreeuwen ze iets onfatsoenlijks. Ze moet wel weg.

    ‘Dood aan de hoer’

    Het is december 2017. Het sensatiekanaal Mash publiceert een verhaal over een Dagestaanse vrouw die ‘naar Europa is gegaan om haar familie te ontvluchten en een pornoster is geworden’. Onder een frivool muziekje meldt het kanaal dat Ada ‘niet meer naar huis hoeft te komen’. Op dat moment zit Ada in de Alpen samen met vrienden te snowboarden. ’s Ochtends, niet lang voor nieuwjaar, wordt ze wakker omdat haar telefoon constant ligt te trillen. Op Instagram ziet ze honderden comments: ‘Sterf’, ‘Monster’, ‘Beest’. De jongen die Ada hielp haar sociale media bij te houden, dient zijn ontslag in: hij kan de toestroom van berichten niet aan en wil het allemaal niet meer lezen.

    De buren uit Sint-Petersburg schrijven Ada dat de deur van haar appartement helemaal beklad is en dat ze dat ‘er niet meer tegenaan willen kijken’. Omdat ze zelf in Boedapest zit, vraagt Ada een vriendin uit Sint-Petersburg om te gaan kijken. Op de deur staat: ‘Dood aan de hoer’.

    De volgende dag zijn de socialemedia-accounts van Ada geblokkeerd: er zijn te veel klachten over binnengekomen. De reacties waren nogal eentonig: ‘Ik snijd je aan stukken’, ‘Als je naar Dagestan komt, word je gestenigd’ enzovoort. Batenka heeft geprobeerd in contact te komen met degenen die Ada online lastigvielen, om te weten te komen waarom ze dat doen. Slechts één gebruiker, onder de naam achmed4078, heeft geantwoord.

    Batenka: ‘Zou u kunnen vertellen waarom u dit doet en waarom ze u zo boos heeft gemaakt?’
    achmed4078: ‘Ben je ziek of zo? Zij heeft heel Dagestan te schande gemaakt. Dat je het me nog vraagt. Ze is een monster en wie haar steunt is net als zij. Zijn er echt normale mensen die haar kunnen steunen? Ze is geen mens, maar een beest die je in de bek moet schijten.’

    Na nog een paar beleefde vragen beëindigt achmed4078 het gesprek met de verslaggever met ‘Ach, fuck you.’

    Volgens de sharia is het überhaupt verboden om over een vrouw opmerkingen te maken als zij geen familielid is

    De Dagestaanse journaliste Svetlana Anochina legt uit dat dit gedrag nogal typisch is voor het Dagestaanse internet. Ook eerder, voordat de sociale media kwamen, werd er door de jeugd veel gepest: jongens namen video’s op en gaven die aan elkaar door om ‘de slet te onthullen’.

    ‘Natuurlijk wordt dit gedaan door seksueel gefrustreerde pubers,’ zegt Anochina. ‘Het is zo verleidelijk om een mooie jonge vrouw lastig te vallen. Vooral omdat dit ook sociaal niet wordt veroordeeld. Het wordt nog weer iets anders wanneer mensen zich verenigen voor fysieke acties. Dat is een uitzondering, maar het gebeurt. Vooral omdat Dagestani in het buitenland soms uit hun sociale verband raken en een vreemd, verknipt beeld van hun deelrepubliek krijgen. Met het echte geloof heeft dit niets te maken: volgens de sharia is het überhaupt verboden om over een vrouw opmerkingen te maken als zij geen familielid is. Maar sommige mensen willen bij een groep horen en doen dat op basis van een verkeerd geïnterpreteerde religie. Het allereerste wat ze dan doen, is kijken naar de moraliteit van anderen.’

    Slutshaming

    Het verhaal van Ada lijkt over Dagestaanse zeden en mores te gaan. Maar eigenlijk kan zoiets met iedere vrouw in ieder land gebeuren. Alles, seksualiteit helemaal, kan een aanleiding voor pesterijen zijn.

    Dat hoeft niet het gevolg te zijn van naakt poseren of deelname aan een pornofilm. Toen de Russische staatstelevisie vorig jaar een uitzending maakte met Diana Sjoerygina (het meisje die een vriend beschuldigde van verkrachting), werd haar moeder op straat in elkaar geslagen, werden de banden van haar vaders auto lek geprikt en moest Diana zelf noodgedwongen van school af.

    In het Engels bestaat het woord slutshaming: de veroordeling van een vrouw vanwege ‘frivool’ gedrag of uiterlijk. De maatschappij vindt dan dat ze het recht heeft om te beslissen wat al dan niet als ‘frivool’ wordt bestempeld en hoe je ‘correct’ met je seksualiteit om moet gaan.

    In maart 2018 vertelde het voormalige webcam-model Daria Zarykovskaja bijvoorbeeld dat ze een aantal jaar geleden ernstig werd lastiggevallen: ‘Ik kreeg online honderden privéberichten per dag: bedreigingen, beledigingen en chantage. Er werden parodievideo’s over mij gemaakt en online livers ter ere van mij [livers zijn tv-verslaggevers of youtubers die rechtstreeks via een videoverbinding praten met respectievelijk de studio of hun onlinekijkers]. Er werden posts geschreven, vooral op anonieme forums natuurlijk. Elke ochtend bekeek ik, als ik wakker werd, meteen de reacties op intieme video’s van mij die afgelopen nacht waren verspreid.’

    Onbekende mensen belden de ouders van Zarykovskaja en vertelden dat hun dochten ‘naakt op internet’ staat. Ze belandde in een zware depressie en het kostte een jaar om daaruit te komen.

    Uit enquêtes blijkt dat een op de vijf tieners geconfronteerd wordt met cyberpesten. De Verenigde Naties stellen dat bullying niet minder gevaarlijk is dan fysiek geweld en merken op dat vrouwen het vaakst slachtoffer zijn.

    Jaloers

    Het verhaal van Ada Magomedbegova is het stadium van cyberpesten al voorbij. Niemand in haar omgeving weet waar ze zich nu bevindt. Het enige dat bekend is, is dat ze naar een ander land is vertrokken, waar ze wacht op een beslissing over haar aanvraag voor politiek asiel.

    ‘Ieder mens moet kunnen kiezen,’ zegt Ada, ‘als het om religie, carrière of je partner aankomt. Soms krijg ik berichten van jongens en meiden uit Dagestan die bekennen dat ze jaloers op me zijn. Ze willen weg, een ander leven beginnen, maar ze zijn bang.’

    Ada komt niet buiten: ze is er laatst achter gekomen dat in haar wijk veel mensen uit de Noordelijke Kaukasus wonen. Ze zou graag ’s avonds gaan wandelen, maar ze is bang: wat gaat ze doen, in haar eentje in een vreemd land, als ze wordt herkend en aangevallen?

    Ze werkt de hele dag door: ze schrijft scenario’s voor haar eigen films, werkt aan haar eigen website en geeft les aan beginnende webcammodellen. Praten met vrienden kan ze ook alleen online doen, dus ze is alleen nog met de wereld verbonden via haar laptop en de twee ramen in haar appartement. Een raam kijkt uit op de rivier en de andere op het park. Als je er lang doorheen kijkt, is het net of er helemaal geen muren zijn.

    Auteur: Joelia Doedkina
    Vertaler: Martijn Smiers

    Openingsbeeld: Kira Queen

    Batenka
    Rusland | website | www.batenka.ru

    Batenka is een retehippe Russische kwaliteitssite met reportages, proza en opiniejournalistiek. De site heeft een sarcastische huisstijl en is vooral in trek bij jongeren. Het aantal maandelijkse bezoekers schommelt de laatste maanden rond de 650.000. De volledige naam van de site is te vertalen als ‘Vadertje, wat ben jij een transformer’. Naar verluidt is dat bedacht door een van de oprichters tijdens een reeks moeilijk navolgbare grappen op een feestje. De meeste Russen houden het gewoon bij ‘vadertje’: batenka.

  • De drie gouden regels van ‘Tatjana 911’

    De drie gouden regels van ‘Tatjana 911’

    Tatjana Sedych maakt al veertien jaar in haar eentje de onafhankelijke krant van de gemeente Vanino, in het Verre Oosten van Siberië. Dat leverde haar de Sacharovprijs op – maar ook een afgebrand huis en een aanslag op haar leven.

    Martijn Smiers, Rusland-correspondent van RTL4, tipte de redactie dit artikel: ‘Het verhaal van Tatjana viel mij op omdat dit Rusland in het klein is. Het land heeft uitstekende journalisten. Niet alleen in Moskou, maar ook in provinciesteden en dorpjes. Die journalisten verdienen weinig, worden vaak tegengewerkt door de plaatselijke autoriteiten en toch kiezen ze niet voor een comfortabel bestaan bij de staatsmedia. Zelfs niet als ze, zoals Tatjana, invalide zijn en een moordaanslag om hun oren krijgen.’

    In de markt tegenover de haven bedekken zo’n vijftien vrouwen hun houten kisten met een doek en leggen de eerste oogst erop: de nog niet opgegeten wintervoorraad jam, de door hun mannen gevangen vis en kiemplantjes. Ze verkopen puree van duindoornbessen, pijnboompitten in een schaal, gedraaide limoentakjes en blaadjes van rode bosbessen. Hun vis is een geschenk uit de Tatarski-baai: vandaag liggen er op de toonbank gedroogde komkommervisjes (die vangen ze in de winter en in de badkamer hangen ze de visjes aan een spijker te drogen), gedroogde regenboogspiering, gerookte roze zalm en krabben (tien euro voor een kilo). Al dagen wachten ze hier op de adelaarsvarens. Als de oogst begint, zijn ze er voor 30 cent per bos en worden ze in elk huis gebakken met ui en knoflook. Een deel van de varens wordt ingezouten voor de winter. De rest wordt opgestuurd naar de kinderen in Europees Rusland, in een pakketje, samen met gedroogde komkommervisjes.

    Langs de kraampjes, steunend op een wandelstok, loopt een vrouw. Ze begroet elke verkoper, vraagt of ze het niet koud hebben, hoe vandaag de handel gaat en ze deelt de krant uit. Dit is Tatjana Sedych, uitgever, redacteur en enig journalist van de plaatselijke krant Moje Poberezje (‘Mijn Kust’). Elke zaterdag heeft ze, hier op de markt, een ontmoeting met haar lezers.

    Een bevriende verkoper heeft de rolstoel al voor haar uitgeklapt. Die staat in de winkel ernaast en wacht daar op Tatjana, van zaterdag tot zaterdag. Ze bevestigt een blad met opschrift ‘Abonnement 2018’ aan haar wandelstok. De lezers komen non-stop naar Tatjana toe. De een klaagt over het leven, de ander vraagt of ze kan kijken naar haar lekkende dak, en weer een ander laat haar een medisch dossier zien.

    Moje Poberezje is een zwart-witte krant van aanvankelijk acht à tien pagina’s. Nu zijn het er vier: de drukkerij is duur. Het eerste nummer verscheen in januari 2004, en zowel toen als nu is dit de enige onafhankelijke krant in Vanino.

    Edelstenen

    Tatjana werd in 1958 geboren, op het eiland Sachalin, in een geologisch verkenningsdorp. Haar ouders waren opgeroepen om daar, in het Verre Oosten van Siberië, te werken. Ze woonden in het Noorden van Sachalin, in trailers, midden in de taiga. De bewoners noemden hun dorpje dan ook Razvedka (‘Verkenning’).

    In Razvedka was een medische post, een crèche en een schooltje met één grote klas voor alle kinderen. Om bij het station te komen, moest je eerst een aantal kilometer lopen over een onverharde weg. Als je geluk had kon je met de paardenslee. De trein – die bestond uit een locomotief en één wagon – ging één keer per dag: 28 kilometer naar het dorp Ocha en daarna nog eens 12 kilometer naar de haven Moskalvo, de rand van het eiland. Bussen waren er niet.

    Toen bij Tamara, de moeder van Tatjana, ’s nachts de weeën begonnen, werd ze in Razvedka op een paardenslee gezet en uit Razvedka naar het ziekenhuis in Moskalvo gebracht. Daar werd Tatjana geboren.

    Als er een ingezonden brief was waarin stond dat de autoriteiten niets deden, zeiden ze Tatjana dat de krant daarover niet ging schrijven. In die gevallen stuurde Tatjana zelf een antwoord. Iemand moest het doen

    Tatjana werd journalist na haar dertigste, toen ze al twee kinderen had. Ze verhuisde in 1991 naar Vanino met haar man, een militair die daarheen werd uitgezonden. Midden jaren negentig begon ze stukjes in te sturen bij de plaatselijke krant Voschod (‘Zonsopgang’). Later kwam de hoofdredacteur bij haar thuis langs en bood haar een baan aan.

    Ze werd aan het werk gezet bij de brievenrubriek. Daar moest ze ingezonden brieven lezen en interne memo’s schrijven met wat de lezers bezighoudt. Soms kwamen er artikelen naar aanleiding van een ingezonden brief. Soms werd een lezersbrief naar de plaatselijke autoriteiten gestuurd als alleen die het probleem konden oplossen.

    Maar als er een ingezonden brief was waarin stond dat de autoriteiten niets deden, zeiden ze Tatjana weleens dat de krant daarover niet ging schrijven. In die gevallen stuurde Tatjana dan maar zelf een antwoord. Iemand moest het doen.

    Toen Tatjana op een dag zag dat een collega haar artikel ter controle naar de autoriteiten stuurde, waarna het stuk niet gepubliceerd werd, besloot ze de krant te verlaten.

    Ze ging aan de slag bij een particuliere krant. Daar had ze weliswaar niet te maken met afhankelijkheid van de autoriteiten, maar wel met een baas en met zakelijke belangen. Om als journalist openlijk te kunnen schrijven over wat er aan problemen leefde onder de mensen, zag ze in, moest ze zelf een krant oprichten.

    Mama, brand!

    Het eerste nummer haalde ze zelf op bij de drukker. Ze slaagde erin om 900 exemplaren bij plaatselijke kraampjes te bezorgen. Om tien uur ’s avonds was ze thuis, bracht ze haar dochter naar bed, en schreef ze tot drie uur ’s nachts het tweede nummer. Om vier uur werd ze wakker van haar dochter, die schreeuwde. ‘Mama, brand!’

    De garage was in brand gestoken, het vuur verspreidde zich naar naar het huis. Toen ze wakker werden, stond de voordeur al in vuur en vlam. Voor alle ramen zaten tralies, behalve één: daardoor kropen ze naar buiten. Op de veranda lag het eerste nummer van de krant, een oplage van 10.000, die – net als de woning – in vlammen op ging. Van de auto bleef alleen een geraamte over.

    Na de brand ging Tatjana vaak naar de politie. Ze eiste een strafzaak, maar de daders zijn nooit gevonden.

    ‘Ik dacht: Daar sta je dan op straat en overal om je heen gaat het leven gewoon door. Maar er zijn toch daders? We hebben politie, de brandweer, justitie. Maar ze deden alsof er niets gebeurd was, alsof niemand het wat interesseerde, alsof iedereen het was vergeten.’

    Tatjana en haar dochter gingen noodgedwongen op de redactie wonen. Overdag werd er in het kantoor gewerkt; ’s avonds dweilden ze de vloer, legden ze een matras neer en gingen ze slapen.

    Aangezien de eerste oplage in de vlammen was opgegaan, was er geen omzet binnengekomen. Maar de drukkerij moest wel worden betaald. Tatjana had dus meteen een schuld.

    In die periode werd Tatjana gebeld door ‘De Jonge Verre Oosterling’, een loyale krant uit de stad Chabarovsk, die loyaal is aan de autoriteiten. Ze boden haar een baan aan, maar Tatjana weigerde resoluut: ‘Ik heb niet mijn eigen krant opgericht om mijn huis te laten afbranden en de boel te sluiten.’ Het tweede nummer kwam er, gewoon op tijd.

    Foto’s: © Viktoria Mikisja
    Foto’s: © Viktoria Mikisja

    Manifest

    De krant van Tatjana heeft een ongeschreven handvest, bestaande uit drie regels die Tatjana zelf heeft bepaald en nooit overtreedt.

    Regel 1: de mens, in voor- en tegenspoed, staat altijd voorop.

    Wanneer je in Vanino alles al hebt geprobeerd om je recht te halen en alle wegen zijn uitgeput, dan ga je naar Tatjana.

    Als je over het werk van Tatjana een actiefilm zou maken, dan zou zij de heldin zijn die strijdt tegen twee grote krachten: de autoriteiten van de gemeente Vanino en hun loyale pers. De autoriteiten hebben enorm veel macht. Gedurende de hele film proberen ze de heldin, die opkomt voor de plaatselijke bewoners die door de autoriteiten zijn vernederd, te gronde te richten. De machthebbers vinden dat een individu niets waard is, dat je er geen aandacht aan moet besteden. De heldin vecht voor de waarheid en voor de eer van de gewone man. Ze gelooft dat iedereen respect, aandacht en een stukje in de krant verdient. En ze wint keer op keer.

    Dat deed bijvoorbeeld een groep scholieren, die willen dat hun klas blijft bestaan, terwijl de autoriteiten hem willen sluiten aangezien het onrendabel is om zo weinig kinderen les te geven. Tatjana Sedych schrijft het ene artikel na het andere, plus nog een stuk of tien brieven naar alle instanties. Met vereende krachten lukt het de journalist, de ouders en activisten de klas te behouden. De kinderen kunnen nog steeds naar hun eigen dorpsschool.

    Er kwamen ook een keer vissers op de redactie die op de oever een kleine, gewonde zeehond hadden gevonden. Het beestje kruipt, schreeuwt van de pijn. Tatjana is al op zoek naar een auto en brengt hem naar een dierenarts.

    Wie beschermd wil worden tegen de politie, gaat ook naar Tatjana Sedych. Zelfs als dat de politie zelf is, zoals de agente die bij haar werk gewond raakte en daardoor vaak niet kan werken. Eerst kreeg ze een medische verklaring, daarna hebben ze haar ontslagen.

    Regel 2: schrijf de waarheid, wees nooit niet bang.

    De plaatselijke kranten zijn niet alleen afhankelijk van de autoriteiten omdat ze daar subsidie van krijgen, de journalisten wonen bovendien in dezelfde straat als de ambtenaren. Je relatie met hen verpesten, is zeer onverstandig. Als je vandaag iets verkeerds schrijft, geven ze morgen geen commentaar meer, word je niet meer uitgenodigd voor evenementen en heb je niets meer om over te schrijven. Bovendien ontmoet je de ambtenaren ’s avonds in de winkel of op de school van je kind.

    Maar Tatjana schrijft alles in haar kleine plaatselijke krant. Ze legt uit dat haar krant een informatieplatform is voor burgers die een beroep doen op de autoriteiten. Hier heerst geen enkele zelfcensuur, alles wordt afgedrukt opgeschreven zoals het is. Enkele voorbeelden van recente artikelen: ‘Wanneer gaan ze eindelijk een mensenleven op waarde schatten?’ – over het opheffen van een dorpsziekenhuis; ‘Ze zijn nog niet af of ze moeten al gerepareerd’ – over de nieuw aangelegde wegen; ‘Passagiers zijn slechts aanvullende lading’ – over de problemen met de veerboot tussen het vasteland en het eiland Sachalin.

    Regel 3: Kom in actie.

    Eigenlijk is dit een vreemde regel voor een journalist. In een land of regio waar de autoriteiten hun werk doen, hoeven journalisten geen actie te ondernemen. Maar Tatjana moet in Vanino een keuze maken: ofwel mengt ze zich in het leven van haar sprekers en biedt ze hulp, ofwel schrijft ze gewoon haar stukje. Tatjana heeft ervoor gekozen om in actie te komen.

    Nadat Tatjana stukken van de betreffende persoon heeft ontvangen gaat ze instanties schrijven en bellen. Hun antwoorden publiceert ze in haar krant. Ze gaat door tot het verhaal is afgerond.

    29

    In december werd ze gebeld door een vrouw die huilend vroeg: ‘Weet je nog dat er in januari op zee een zeilboot is gezonken? Daarbij is mijn zoon omgekomen.’ Het lichaam van haar zoon was aangespoeld in Japan. Sinds de ramp was er bijna een jaar verstreken, maar de ouders hadden het lichaam nog steeds niet terug.

    Het was een oude vissersboot. Alle opvarenden waren jongens uit de buurt. Op 7 januari vorig jaar, toen het schip begon te zinken, zond de kapitein een SOS-signaal uit. In de meldkamer hoorden ze de kapitein: ‘Aan iedereen, iedereen die mij hoort! We zijn in nood…’ De kapitein bleef nog een tijd aan de lijn – toen werd het stil. In de lokale media kwamen er berichten dat er een zeilschip was gezonken. Wat later werd gemeld dat de zoektocht naar de schippers was gestaakt.

    Igor Jasjin was negentien jaar, kwam net uit militaire dienst en besloot wat bij te verdienen als matroos op een zeilschip. Zijn lichaam spoelde aan op het noordelijkste puntje van Japan. In zijn duikpak werd zijn telefoon gevonden. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken werd geïnformeerd en al snel werd duidelijk uit welk dorp de jongen kwam. Zijn ouders deden een DNA-test en er was een match.

    Dat was begin februari, maar er was al bijna een jaar voorbij en het lichaam van de zoon was nog altijd niet overgebracht naar Rusland. Wat zijn ouders ook deden, niets hielp, ook niet de talloze telefoontjes naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. En toen belde Igors moeder Tatjana.

    Tatjana maakte een reportage en een paar dagen later kwam de gouverneur naar Vanino. ‘Toen ik hem dit verhaal vertelde, was hij verbijsterd: “Dit kan bij ons toch niet gebeuren?” Dat kan dus wel. Ik vroeg de gouverneur om deze zaak onder zijn hoede te nemen. Uiteindelijk konden de ouders een week later hun zoon begraven. Maar ik denk soms wel: Wat zijn we toch een geduldig volk, want die ouders hebben bijna een jaar gewacht. In die tijd heeft zijn vader een hartaanval gehad.’

    Spoorloos verdwenen

    In 2007 zat de redactie van Moje Poberezje in een kantoor naast het plaatselijke veteranenhuis. Tatjana zag dat daar vaak een oude vrouw kwam die altijd werd weggejaagd. Een van de leiders van dat Veteranenhuis schreeuwde dan tegen die kleine vrouw: ‘Ga weg, u heeft hier niets te zoeken!’ Ze ging weg, kwam weer terug, en werd opnieuw de deur gewezen. Op een dag zag Tatjana hoe ze op de stoep zat te huilen. Tatjana bracht haar naar de redactie, gaf haar een glaasje water en liet haar vertellen.

    De vrouw heette Kifaja Salachova. Haar man, Sachabtdin Salachov, was een gedecoreerd oorlogsveteraan die hoog in aanzien stond. Na de oorlog belandde hij in Vanino. Hij werkte in de haven als bewaker, hij zat in een klein hokje. In 1972 was hij in zijn hokje vergeten de kookplaat uit te zetten. Hij verbrandde op zijn werk, levend.

    Vanaf dat moment verdween zijn naam uit meerdere lijsten met veteranen, alsof hij nooit heeft had bestaan. Maar Kifaja mocht bij de veteranenraad niet naar binnen, ze werd niet uitgenodigd voor feestdagen en ze kreeg het nabestaandenpensioen voor veteranen niet. De herinnering aan haar man was verdwenen uit de archieven en zijzelf werd uit de gemeenschap gezet, weggejaagd, onzichtbaar gemaakt. Ze vertelde dit aan Tatjana en huilde.

    Tatjana werd boos en begon de informatie te checken. Ze vond het portret van Sachabtdin Salachov in het schoolmuseum onder een stapel van soortgelijke veteranenfoto’s. Op de achterkant van het portret was andermans naam geschreven.

    In de administratie van de lokale overheid waren er geen documenten die bevestigden dat veteraan Salachov in het district had gewoond. Toen vroeg Tatjana informatie op in het Centrale Archief van het ministerie van Defensie: heeft deze veteraan bestaan? Drie maanden later kwam het antwoord: ja, hij heeft bestaan en hij heeft die-en-die onderscheidingen gekregen. Tatjana stelde dezelfde vraag in Tatarstan, van waaruit Sachabtdin Salachov was vertrokken voor militaire dienst: ook hier daar was het antwoord bevestigend. Na een paar maanden stapelde het bewijs zich op. Sachabtdin Salachov was officier, had twaalf dankbetuigingen gekregen van de opperbevelhebber, was onderscheiden met een medaille voor militaire verdiensten en de Orde van de Rode Ster.

    Met alle documenten en brieven ging Tatjana naar de districtsraad van veteranen en naar het gemeentebestuur. Weduwe Salachova werd weer opgenomen in de plaatselijke Veteranenraad en ze kreeg het nabestaandenpensioen. Vanaf dat moment zat ze bij feestdagen op de eerste rij.

    De mensen begrepen niet waarom ik dat gedaan had. Deze man had zijn hele leven in de cel gezeten en wilde nu opeens menselijk worden behandeld

    Tatjana ontving zelfs brieven uit de gevangenis. In de gemeente zijn er twee: ‘nummer een’ in Vanino en ‘nummer vijf’ in het naburige stadje Sovjetskaja Gavan. De gevangenen vroegen in hun brieven om hulp, klaagden, zochten een penvriend en vertelden verhalen uit hun leven. In de krant verscheen katern ‘de Rode Sneeuwbal’, met fragmenten uit die brieven.

    Op een dag kwam er een man naar de redactie die iets wilde vertellen: in zijn flat, op de begane grond, woonde een oude man zonder benen. Hij kon zijn huis niet uit. Dat deze invalide man zijn halve leven in de gevangenis had doorgebracht in de gevangenis, ontdekte Tatjana pas later, toen ze er langsging. In de kamer zaten mannen rond een tafel in het midden van de kamer kaart te spelen. Er hing een dikke laag sigarettenrook. Tatjana groette iedereen en stelde zich voor. Toen ze met de eigenaar van de kamer begon te praten, Pjotr, ging de rest van het gezelschap ervandoor. Met hem wilden ze niks te maken hebben. Hij woonde eigenlijk in een oude opslagruimte, maar aangezien er in de flat geen kamer vrij was, hadden de autoriteiten de invalide man nadat hij vrij was gelaten daar maar geplaatst.

    Maar de flat was zacht gezegd niet op rolstoelen ingesteld. Pjotr kon er de badkamer niet mee in en ook niet naar buiten. Hij ging nooit via de conciërgedeur naar buiten, maar klom in plaats daarvan uit het raam. Pal onder dat het raam had hij zijn oude auto geparkeerd. Hij klom op de vensterbank en daalde af, langs de muur, leunend op een trapladder, rechtstreeks zijn auto in. Hij liep al tegen de zestig. Tatjana hoorde zijn verhaal aan en beloofde na te denken over hulp.

    Toen Pjotr een keer in het ziekenhuis lag, huurde Tatjana twee klussers in. Ze kozen behang uit, kochten verf, kwasten en, plamuurmessen. De klussers verfden de meubels, poetsten de kroonluchter, plakten het behang, witten het plafond, vervingen het beddengoed en het servies. Het werd schoon en licht. En op de gang plaatsten de autoriteiten zelfs iets wat leek op een opritje voor rolstoelen.

    ‘Pjotr belde me later op. Hij was heel dankbaar en zei dat hij niet had verwacht dat iemand met zijn levensverhaal nog eens zou worden geholpen. Ze hadden me alles over hem verteld hoor, dat hij verschrikkelijke dingen heeft gedaan. Ik kreeg veel reacties op mijn onderneming in de trant van “Nou, ze heeft iemand gevonden om te helpen hoor…” De mensen begrepen niet waarom ik dat gedaan had. Deze man had zijn hele leven in de cel gezeten en wilde nu opeens menselijk worden behandeld. Dus schreef ik in mijn krant: “Waarom zou je iemand zelfs op die leeftijd niet kunnen laten begrijpen dat het leven ook anders kan zijn, dat je anders kan leven. En dat je op een menselijke manier kan worden behandeld.”’

    Hakken

    Tatjana’s onverzettelijkheid blijkt ook uit haar beslissing nooit in rolstoel over straat te gaan, ook al heeft ze sinds haar twaalfde geen linkerbeen meer. Ze loopt op krukken met een prothese. ‘Fysiek gezonde mensen en gehandicapten worden door anderen vaak als gelijken beschouwd. Maar we zijn niet gelijk, voor ons is alles zwaarder, elke beweging, elke verplaatsing. Veel mensen die iemand in een rolstoel zien, denken dat hij het zwaar heeft, maar wanneer ze iemand op krukken zien, denken ze er niet over na hoe zwaar hij het heeft. Diegene loopt immers. Maar iemand die loopt terwijl hij eigenlijk voor zijn gezondheid in een rolstoel zou moeten rijden, overwint zichzelf. Het is in Rusland onmogelijk om je in een rolstoel te verplaatsen.’

    Tatjana bestelt haar houten prothese in Chabarovsk, bij de enige prothesemaker in het Verre Oosten van Siberië, waar ze nog protheses maakten in de naoorlogse jaren. Haar prothese overleeft dienstreizen naar dorpjes en de taiga die ze op zoek naar verhalen bezoekt.

    Vroeger, wanneer de prothese het niet hield, vroeg Tatjana de havenarbeiders om hulp. Zij boorden een nieuw gaatje of schroefden de prothese weer vast. Later stopte ze in haar portemonnee een oude munt van drie kopeken – een grote sleutel meezeulen in haar handtas is onhandig – voor het geval de prothese losraakt of de voet eraf valt. Dan gaat ze een trappenhuis in, draait ze het met de munt weer vast en gaat weer verder.

    De prothese is als een pook: je kunt hem niet hoger of lager zetten. Toen Tatjana op hoge hakken wilde lopen, bedacht ze een oplossing – en ze vroeg een havenarbeider die te maken. Aan de onderkant van het scheenbeen zaagde hij twee stukjes eraf. Als Tatjana nu op hakken wil lopen, zet ze aan de achterkant van de prothese een kleine inham erop, waardoor er een hak ontstaat.

    Als je Tatjana naar haar gezondheid vraagt, fronst ze haar wenkbrauwen en verandert snel het gespreksonderwerp.

    12

    Haar zoon, Timur, noemt zijn moeder ‘Tatjana 911’, omdat ze altijd te hulp schiet. Samen met zijn zus, Zjanna, dringt hij erop aan dat ze dichterbij gaat wonen, in Europees Rusland. Timur woont aan de andere kant van het land, waar hij films maakt en een gezin heeft. Dochter Zjanna is stewardess in Moskou en heeft eveneens een kind. Beiden moedigen ze haar aan de krant te sluiten. ‘Je hebt genoeg mensen gered, je hebt lang genoeg over het mijnenveld gelopen, kom naar ons.’ Tatjana stelt de beslissing al lange tijd uit.

    ‘Ga je verhuizen?’ vraag ik haar.

    ‘Ik snap ook wel dat ik een dagje ouder word en dat mijn gezondheid niet meer is zoals vroeger, maar durf niet te stoppen. Ik hou van mijn papieren krant. Ook al is hij zwart-wit en primitief. De grootste groep lezers zit in kleine dorpjes, langs de spoorlijn, zij lezen de papieren krant, ze zitten niet op internet, ze hebben zelfs geen computer.’

    ‘Maar je kan toch verhuizen en op afstand werken?’

    ‘Waarom? In Europees Rusland barst het van de journalisten en media. Hier ben ik nodig.’

    ‘Je komt oorspronkelijk niet uit Vanino. Hoe komt het dat je van deze omgeving bent gaan houden?’

    ‘Misschien komt het door de liefde voor het vak. Daardoor leer je de omgeving kennen. Je wordt er verliefd op. Bijvoorbeeld op het uitzicht vanuit mijn raam. Daar wil ik eigenlijk nooit afscheid van nemen.’

    Vanuit haar raam heeft ze het mooiste uitzicht op de baai van Vanino.

    Auteur: Viktoria Mikisha
    Vertaler: Martijn Smiers

    Takie Dela
    Rusland | website | ruim 2 miljoen bezoekers per maand

    Takie Dela (‘Van die dingen’) is een Russische nieuwssite die in 2015 werd opgericht door een liefdadigheidsorganisatie. De website brengt dagelijks reportages over sociale problemen in Rusland, vaak longreads met foto’s, meestal aan de hand van persoonlijke verhalen. Bij sommige artikelen kunnen lezers direct doneren aan een goed doel dat met het verhaal te maken heeft.

  • China ligt aan kop 
in nieuwe race om de ruimte

    China ligt aan kop 
in nieuwe race om de ruimte

    De landing van een Chinees ruimteschip op de achterkant van de maan begin januari betekent een doorbraak voor de ruimtevaart. China liep altijd achter op grootmachten VS en Rusland, maar zijn de rollen nu omgedraaid?

    JA

    De recente Chinese landing op de achterkant van de maan is meer dan alleen een wetenschappelijke doorbraak. Beijing geeft met zijn uitdijende ruimtevaartprogramma ook een sterk signaal af. ‘Dit is veel meer dan alleen een landing,’ zegt Alan Duffy, 
ruimtevaartdeskundige bij de Royal Institution of Australia. 
‘Het bewijst hoe volwassen de Chinese ruimtevaarttechnologie is geworden.’

    De geslaagde landing kwam voor veel wetenschappers als een verrassing: zij hadden verwacht dat die zou mislukken. Geen enkel land was ooit eerder op de achterkant geland. De moeilijkheid is dat die altijd van de aarde afgekeerd staat, wat direct radioverkeer onmogelijk maakt. Chinese onderzoekers wisten 
dit probleem echter te omzeilen door speciaal voor de communicatie met het Chang’e 4-ruimteschip en zijn verkenner een 
verbindingssatelliet te lanceren.

    Begin deze eeuw had vrijwel niemand verwacht dat China zo snel een koppositie in de ruimte zou gaan innemen, aangezien het land nooit veel interesse in ruimtevaart toonde. Toen China in 2003 voor het eerst astronauten in een baan om de aarde bracht, deden westerse waarnemers dit af als een futiele poging om achterstand op de Verenigde Staten en Rusland in te lopen. Maar terwijl het Chinese ruimtevaartprogramma steeds groter werd, nam in de twee landen die al succesvolle programma’s hadden het enthousiasme voor ruimtevaart juist af. In de Verenigde Staten en Rusland kromp het budget, in China groeide het. 
Al in 2007, lang voordat het land de krantenkoppen haalde met baanbrekende prestaties in de ruimte, lanceerde het verkenningsmissies om de achterkant van de maan te onderzoeken.

    En ondanks het veel kleinere budget staat het Chinese 
programma in veel opzichten nu al op gelijke hoogte met het Amerikaanse. Vorig jaar lanceerde China veertig ruimtemissies, ruim twee keer zoveel als in 2017. Deze verrassend snelle vooruitgang is volgens onderzoekers verklaarbaar doordat het land zich bewust richt op prestigeprojecten. Die moeten het land de status van ruimtegrootmacht bezorgen.

    China benadrukt dat het met de missies louter vredelievende bedoelingen heeft. Het Pentagon is daar echter minder van overtuigd en schreef in augustus vorig jaar dat het Chinese 
ruimtevaartprogramma ‘een cruciale rol speelt in moderne oorlogsvoering’. En terwijl de nasa nauw samenwerkt met Rusland, heeft het Amerikaanse Congres dergelijke samenwerkings-projecten met het Chinese ruimtevaartagentschap uit angst voor spionage verboden.

    De succesvolle Chinese landing is mogelijk een bedreiging voor het tanende Amerikaanse leiderschap in de ruimte, zij het niet op dezelfde manier als in 2007. ‘Dit gaat meer over prestige,’ aldus Duffy.

    Auteur: Rick Noack

    Washington Post | Verenigde Staten | dagblad | oplage 475.000
    De grootste krant van Washington en een van ’s werelds meest toonaangevende titels.

    adam minter 1

    Rick Noack is als buitenlandcorrespondent voor The Post grotendeels gevestigd in Berlijn, van waaruit hij schrijft over Australië, 
Nieuw-Zeeland 
en internationale veiligheid.

    Adam Minter is columnist voor Bloomberg. Hij schreef het boek Junkyard Planet: Travels in the Billion-Dollar Trash Trade, 
over de miljarden-industrie van onze afvalbergen.

    NEE

    De landing van het Chinese Chang’e-4 ruimteschip op de achterkant van de maan is een indrukwekkende technische prestatie die laat zien dat China een grootmacht in de ruimte is geworden. Het komende decennium wil het land een ruimtestation in een baan om de aarde brengen, sondes naar Mars en Jupiter sturen en asteroïdenmissies uitzenden. Voor 2030 staat een bemande maanmissie gepland en voor halverwege deze eeuw een permanente kolonie.

    De ambities van de nasa lijken daar schril bij af te steken. Sinds de laatste maanlanding van de Apollo in 1972 zijn Amerikaanse astronauten niet verder gekomen dan een baan om de aarde. 
Na ontmanteling van het spaceshuttleprogramma kunnen de Verenigde Staten het internationale ruimtestation ISS niet langer op eigen kracht bereiken. Nieuwe presidenten verlegden vaak hun prioriteiten, zodat de nasa dure missies, die al jaren gepland stonden, moest afbreken of herzien.

    Toch gaat het in veel opzichten ook wel goed met het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. Een jaar of twaalf geleden stelde het Congres de nasa in staat om publiek-private samenwerkingen aan te gaan. Sindsdien adviseert het overheidsagentschap private ruimtevaartbedrijven en investeert het in hun activiteiten. Elon Musks SpaceX is het bekendste, maar er zijn tientallen bedrijven in de commerciële ruimte-industrie actief. Hun specialisme varieert van de lancering van kleine satellieten tot maanverkenning. De resultaten zijn spectaculair: naar 
schatting van de nasa zelf kostte de ontwikkeling van de Falcon 9-raket door SpaceX maar tien procent van wat het de nasa zou hebben gekost om die te bouwen. Ook elders levert de steun van de nasa veel op. In de komende weken lanceert SpaceX een capsule die Amerikaanse astronauten naar het iss-ruimtestation kan brengen. Ten minste twee andere bedrijven hebben plannen voor een eigen, commercieel, ruimtestation. Tegelijk is de nasa de pure wetenschap niet uit het oog verloren. Er zijn vier missies naar Mars gaande en een naar Jupiter, er cirkelt een sonde om 
de zon en twee ruimteschepen hebben de interstellaire ruimte bereikt. Geen enkel ander land, ook China niet, kan zich hiermee meten: de wetenschappelijke en technologische knowhow 
ontbreekt simpelweg.

    Zolang de vs de commerciële ruimtevaart blijft stimuleren en tegelijk met wetenschappelijke onderzoeksmissies steeds verder reikt, hoeft het land voorlopig niet bang te zijn om ingehaald te worden. Uiteraard heeft ook China het grote potentieel van de commerciële ruimtevaart ingezien en ontwikkelt het een eigen ruimte-industrie. Maar barst er inderdaad een nieuwe ruimterace los, dan hebben de Verenigde Staten alle kans die te winnen.

    Auteur: Adam Minter

    Bloomberg World View | Verenigde Staten | website | bloomberg.com
    Bloombergs blog World View schrijft uitvoerig over de opkomende markten, 
en wordt met toonaangevende schrijvers wereldwijd erkend als autoriteit op het gebied van Rusland, India en China.

  • 2. Klassenstrijd in actie

    2. Klassenstrijd in actie

    In ‘een bende gekken in gele hesjes, die enigszins aangeschoten 
en onbeheerst een bus verhinderen zijn bestemming te bereiken’, ziet deze Russische kroniekschrijver de democratie aan het werk.

    Mijn zware lot als kroniekschrijver heeft me onlangs naar Parijs gebracht. De 
etalages straalden met duizenden lichtreclames, maar de gezichten van de Parijzenaars stonden somber. In het nieuwe jaar wacht hun de zoveelste prijsverhoging en daarom strijden de 
geëngageerde arbeiders van de Franse hoofdstad voor hun rechten. Dat is tenminste de indruk die 
je in het buitenland uit de officiële media krijgt. 
Het doet me denken aan mijn vroege jeugd onder 
Brezjnev… Maar ik maak geen grapje – ik ben 
inderdaad naar Frankrijk gegaan en daar heb ik voor het eerst van mijn leven de klassenstrijd in actie gezien, à la Marx en Engels.

    Een strijd die zich plotseling voor mijn ogen ontrolde, toen ik nietsvermoedend even buiten Parijs in de bus zat. Ik was op weg naar het station en had, kennelijk vanuit een vreemd voorgevoel, twee uur 
te vroeg op de halte gestaan. Toch miste ik nog bijna mijn trein. We kwamen namelijk midden tussen de weilanden en bossen in een enorme file terecht. 
Een file zoals je ze maar zelden ziet, zelfs in Moskou. ‘Dat zijn de demonstranten, die laten ons er niet door,’ legde de conductrice opgewekt uit, alsof het vanzelf sprak.

    Democratie

    Waar gaat het om? Vanaf 1 januari 2019 zal de accijns op brandstof met 3 cent per liter worden verhoogd, en die op dieselolie met 6,6 cent per liter. De Franse burgers zijn boos! Om 3 cent, oftewel 2 roebel, en dat terwijl benzine in dit land ongeveer 1,50 euro kost 
(in Moskou kost een liter ongelood 0,66 euro, en een liter diesel 0,60 euro). We zouden ze eens hierheen moeten laten komen, die boze Fransen. Hier zie je op alle tv-zenders burgers die vóór de verhoging van de pensioenleeftijd zijn, vóór de verhoging van de btw, vóór betaald parkeren in Moskou, gemeentelijke belastingen voor het onderhoud van gebouwen en 
al die andere manieren om de laatste kopeken uit de zakken van de bevolking te kloppen!

    Of kan het zo zijn dat de Fransen zichzelf niet als burgers zien, maar als belastingbetalers? Dat is een wezenlijk verschil.

    Wij die zo sterk verlangen naar werkelijke democratie, naar vrijheid van meningsuiting, moeten beseffen dat de ware democratie vooral verschrikkelijk lastig is. Het betekent dat herrieschoppers vanwege drie miserabele eurocenten het leven van hun medeburgers ernstig in de war kunnen sturen, te oordelen naar de passagiers in mijn bus. Dag na dag trekken zij in Parijs en de rest van het land hun gele hesjes aan en gaan op kruispunten het verkeer blokkeren.

    Ze gedragen zich alsof ze op een familiepicknick zijn, dekken de tafel, halen de zakoeski [borrelhapjes] en biertjes tevoorschijn… En filteren het verkeer al naargelang de steun die automobilisten aan de beweging betonen: wie voor de rechten van de arbeiders is, mag doorrijden, de foute bourgeois moet wachten. En die wacht gelaten of zoekt een andere route, net als de bussen. Niemand pakt de honkbalknuppel 
die hij per ongeluk in de kofferbak heeft liggen, om zich met geweld een weg te banen.

    Een Franse vriend vertelde me dat de gele hesjes op die heilige dag van de consument, Black Friday, de uitgang van een winkelcentrum blokkeerden. Mensen die een mandje bij zich hadden mochten doorlopen, maar wie achter een winkelkarretje liep, en dus een vertegenwoordiger van de consumptiecultuur was, werd tegengehouden. Mijn vriend 
koos eieren voor zijn geld, nam alleen het aller-noodzakelijkste mee en liet zijn karretje, dat nog 
vol overbodige producten zat, achter. Wat moet je anders? De klassenstrijd heeft nu eenmaal een prijs.

    Een demonstrant op Place République in Parijs, in een geel pak in de vorm van een lijkkist waarop staat: ‘Macrons begraafplaats: hier ligt uw koopkracht’. – © Getty Images
    Een demonstrant op Place République in Parijs, in een geel pak in de vorm van een lijkkist waarop staat: ‘Macrons begraafplaats: hier ligt uw koopkracht’. – © Getty Images

    In heel Frankrijk stellen de gele hesjes de politiek 
ter discussie en maken ze iedereen het leven 
onmogelijk. Of, om precies te zijn, voor diezelfde arbeiders die de bus nemen en boodschappen 
doen op de dag van de uitverkoop. De tactiek van 
de gele hesjes is duidelijk: door iedereen het leven onmogelijk te maken, hopen ze de kiezers over te halen niet langer te stemmen op de zittende macht, die het zover heeft laten komen.

    Ik heb Parijs die dag uiteindelijk bereikt. Ik heb door de straten gelopen, langs de fonkelende etalages, 
terwijl ik naar de zwijgende gezichten van de 
arbeiders keek en dacht aan de revoluties en de daaropvolgende restauraties die deze stad heeft gekend. Al die gebeurtenissen hebben hun stempel op de straatnamen gedrukt en hun eigen monumenten achtergelaten. Hoe vaak hebben rauwdouwers in werkkleding over deze zelfde straten gelopen om te vechten voor een stralende toekomst – opstanden van klassen, rassen, religies.

    Bij ons in Rusland is 
het simpeler: wij trekken in gesloten rijen op naar het grote maar heilige doel, waarbij we ons onderweg ontdoen van enkele renegaten; dan staan we voor dat heilige doel en begrijpen dat het vals is. 
Vervolgens draaien we ons als één man om en lopen de andere kant weer op, met hetzelfde resultaat. 
Ik heb trouwens zo’n idee dat we ons binnenkort weer gaan omdraaien.

    Veel mensen zien de democratie als een eerbiedwaardige House of Lords, waarin heren met witte pruiken discussiëren over grote filosofische vragen

    En uiteindelijk willen we maar één ding: Parijs zien, terwijl de Parijzenaars zelf niet bepaald onze kant 
op stormen. Dat is vast gewoon omdat het best goed gaat met de democratie. Ze ziet er niet mooi uit, ze maakt een hoop lawaai, maar op de lange termijn bouwt ze dingen zoals Parijs.

    Op een dag zullen wij dat ook hebben. Veel mensen zien de democratie als een eerbiedwaardige House of Lords, waarin heren met witte pruiken discussiëren over grote filosofische vragen. In werkelijkheid is democratie een bende gekken in gele hesjes, die enigszins aangeschoten en onbeheerst een bus 
verhinderen zijn bestemming te bereiken. Het zal in het begin niet gemakkelijk zijn, het zal bizar lijken, het zal onaangenaam zijn. Maar we komen er wel.

    Auteur: Andrej Desnitski

    Gazeta.ru
    Rusland | website | gazeta.ru

    De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving 
van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.

  • Waar is Roman Abramovitsj?

    Waar is Roman Abramovitsj?

    De dagen van de rijke Russen in Londen lijken geteld. Lange tijd gold het VK als speeltuin voor oligarchen, met Roman Abramovitsj als lichtend voorbeeld. Maar nu lijkt de Britse regering het op deze lieveling van Poetin gemunt te hebben.

    Afgelopen augustus, toen supporters van de Chelsea Football Club in het Stamford Bridge-stadion toekeken hoe hun team de Londense rivaal Arsenal versloeg, rolde een groep op de bovenste tribune een twaalf meter breed rood-met-wit spandoek uit. ‘The Roman Empire’, stond er in koeienletters op, naast een foto van de eigenaar van Chelsea, de Russische miljardair Roman Abramovitsj. Vlak daaronder verkondigde een ander spandoek: ‘15 Years. 15 Trophies’.

    Abramovitsj was die dag niet bij de wedstrijd aanwezig. Hij is zelfs helemaal niet meer in Londen gezien sinds het Verenigd Koninkrijk afgelopen lente heeft nagelaten zijn visum te verlengen, kort nadat het Rusland had beschuldigd van het gebruik van een dodelijk zenuwgas op Britse bodem en de relatie tussen Londen en Moskou in een crisissfeer belandde.

    Abramovitsj kocht het bijna failliete Chelsea in 2003 voor 140 miljoen pond en heeft de club sindsdien meer dan 1,1 miljard pond geleend. Chelsea had de landstitel al sinds 1955 niet meer gewonnen. Zijn grote investering bracht daarin verandering en leidde tot een soort wapenwedloop in het Engelse voetbal. In sommige opzichten leek het op het Amerikaanse model: koop talent, koop titels en verkoop merchandise en mediarechten. Maar anders dan eigenaars van Amerikaanse sportteams leek Abramovitsj niet beducht voor gigantische verliezen. (En hij had niet te kampen met investeringslimieten, tot er in 2010 nieuwe regels van kracht werden.) Tijdens de wedstrijd tegen Arsenal hoonden de Chelseasupporters hun tegenstanders met de slogan ‘Wij hebben alles gewonnen!’, waarop de Arsenalfans terug scandeerden: ‘Jullie hebben alles gekocht!’

    De Britse wetgevers noemen de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico

    De Chelseafans zijn nog steeds dol op hun met geld smijtende eigenaar, ook al komt de Britse regering in opstand tegen het Kremlin. Nu overweegt Abramovitsj de verkoop van Chelsea, uit frustratie over zijn Britse visaproblemen en bezorgdheid over de mogelijke gevolgen als de VS de sancties tegen rijke Russen uitbreidt en ook hem op de korrel neemt. Volgens ingewijden heeft hij al een bod van ruim 2,3 miljard dollar (2 miljard euro) voor de club geweigerd, wat het hoogste bedrag zou zijn dat ooit voor een sportteam is neergeteld. Eerder dit jaar huurde Abramovitsj de New Yorkse zakenbank Raine Group LLC in om te adviseren over volledige of gedeeltelijke verkoop van de club. Volgens iemand die deze gesprekken heeft gevolgd zou Abramovitsj 3 miljard pond (3,4 miljard euro) willen. Zijn vertegenwoordigers weigerden ondanks talrijke verzoeken commentaar te geven op dit verhaal en verwezen voor alle communicatie naar zijn advocaten, die ook geen commentaar wilden leveren.

    Met een vermogen van 14,7 miljard dollar (12,7 miljard euro), verdiend met olie en metalen, weet Abramovitsj zich verzekerd van de zegen van de Russische president Vladimir Poetin. Media schrijven over nauwe banden tussen de twee, dankzij welke Abramovitsj enerzijds zijn rijkdommen kon vergaren, en Poetin anderzijds ervan kan meeprofiteren. De Russische president schijnt Abramovitsj zelfs te zien als een soort lievelingszoon. Deze status heeft hem nu in het kruisvuur van de dreigende Koude Oorlog 2.0 doen belanden. Maar hij is niet de enige Rus voor wiens visumverlenging is geweigerd; volgens Londense immigratieadvocaten schijnen Britse ambtenaren de meeste Russische visumaanvragen uiterst traag te behandelen om Poetin te straffen. Tegelijkertijd doet de Britse regering nauwkeurig onderzoek naar de rijkdom van Russen die Londen als basis gebruiken en noemen wetgevers de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico.

    ‘We hadden lastigere vragen moeten stellen, en daar zijn we de afgelopen twaalf maanden mee begonnen’, zegt Ben Wallace, de Britse minister van Veiligheid. ‘We behouden ons te allen tijde het recht voor om welk visum dan ook in te trekken. We hebben de macht om gewoonweg te zeggen: “Nee, dank u. U bent niet welkom.”’

    De aantoonbaar geheimzinnigste Russische miljardair Abramovitsj heeft al meer dan tien jaar lang geen interview gegeven. Met huizen in Aspen, Cap d’Antibes, Moskou, New York, Saint Barth en Tel Aviv zit hij bijna voortdurend in een van zijn jets. Desondanks is hij de avatar van Londongrad, de bijnaam die de Britse hoofdstad ontleent aan het grote aantal rijke Russen dat er woont. Hij heeft naar verluidt 90 miljoen pond (ruim 10,2 miljoen euro) betaald voor een herenhuis op enkele deuren van de Russische ambassade in Kensington. Als in een karikatuur van de Russische geldsmijterij kreeg hij in 2016 toestemming zijn huis uit te breiden tot 1850 vierkante meter om er een in zijn woorden ‘armzalig’ zwembad te dempen en een nieuw ondergronds zwembad en ‘personeelsverblijven’ toe te voegen. Vijf van zijn zeven kinderen hebben hun onderwijs grotendeels in het VK genoten.


    De huidige problemen van Abramovitsj hebben de rijke Russen in Londen de stuipen op het lijf gejaagd. ‘Het is alsof er een granaat in de regering is gegooid, en niemand weet hoe het zal aflopen,’ zegt Dmitri Gololobov, een in Londen woonachtige advocaat die voor Yukos Oil Co. heeft gewerkt. ‘Iedereen is nu bezig zijn risico’s in het VK te minimaliseren. Niemand weet hoe grondig hij zal worden onderzocht.’

    Als reactie op de vertraging trok Abramovitsj zijn visumaanvraag in. Op 28 mei landde zijn Gulfstream G650 in Tel Aviv, waar hij een huis bezit in de exclusieve wijk Neve Tzedek. Als groot donateur aan Joodse goede doelen in Rusland en investeerder in meer dan een dozijn Israëlische tech-start-ups en durfkapitaalbedrijven kon Abramovitsj twee dagen later vertrekken met een Israëlisch paspoort op zak. Daarmee kan hij zes maanden lang in het VK verblijven zonder visum. Wanneer hij het staatsburgerschap heeft aangevraagd, is onduidelijk. Maar zeker is dat hij door deze zet in een klap de rijkste man van Israël werd. De dag nadat Abramovitsj Israël had verlaten maakte Chelsea bekend dat het voorlopig afziet van uitbreidingsplannen voor het stadium ter waarde van een miljard pond, als gevolg van het ‘huidige ongunstige investeringsklimaat’.

    ‘Abramovitsj heeft geld uitgegeven om een zeker aanzien in de Britse maatschappij te verwerven’, zegt de Britse Ruslandkenner Mark Galeotti. ‘Maar zijn verwachtingen ten aanzien van zijn belangrijke rol in het Britse voetbal zijn niet allemaal uitgekomen. Hij staat genoeg in de publiciteit en heeft genoeg banden met het Kremlin om nu als zondebok voor deze nieuwe campagne tegen Poetin te fungeren. Wellicht zal hij besluiten dat hij maar beter kan vertrekken.’

    Rich, Russian and Living in London

    Als financiële hoofdstad van Europa – met coulante regelgeving – heeft Londen altijd veel internationale investeerders aangetrokken die er een veilige haven vonden voor hun geld. Vooral voor Russen heeft de stad van oudsher een speciale aantrekkingskracht. Het is maar vier uur vliegen van Moskou en Londen biedt lagere belastingen dan Parijs. Er is ook een keur aan wereldberoemde privéscholen waar de statusgevoelige Russen graag hun kinderen naartoe sturen. Volgens officiële cijfers beliepen de Russische tegoeden in het VK eind 2017 22 miljard pond (bijna 25 miljard euro), maar daar zijn de offshore-activiteiten niet bij gerekend.

    Volgens een Brits parlementair rapport van afgelopen mei getiteld Moscow’s Gold is er de afgelopen twintig jaar 100 miljard pond (ruim 113 miljard euro) aan Russisch geld het VK binnengestroomd. Volgens de officiële telling wonen er 66 duizend Russen in het VK, maar volgens andere schattingen zijn het er wel 150 duizend. Er worden Russische debutantenbals gehouden in het vijfsterrenhotel Grosvenor House (al is de editie van 2018 net afgelast; te veel genodigden hebben visaproblemen), er zijn chique restaurants geopend met borsjtsj op de kaart en er is al een niet gering aantal tv-series en documentaires aan de Russen in Londen gewijd, waaronder in 2015 het BBC-programma Rich, Russian and Living in London. Eaton Square heeft zo veel Russen getrokken dat de Londenaren het inmiddels Red Square noemen.

    Tot voor kort was Londen ook de favoriete bestemming voor de verkoop van Russische obligaties en aandelen. Eind vorig jaar hadden meer dan honderd bedrijven uit Rusland en de voormalige Sovjet-Unie een beursnotering in Londen, met een totale waarde van zo’n 550 miljard dollar (bijna 475 miljoen euro). Een daarvan is Evraz Plc, de Russische staalgigant waarin Abramovitsj een aandeel van 30 procent heeft. De Britse regering heeft tussen 2008 en 2014 bijna zevenhonderd investeerdersvisa verleend aan Russen die bereid waren minstens een miljoen pond (ruim 1,1 miljoen euro) naar het VK te brengen. Om in aanmerking te komen voor een investeerdersvisum hoefden ze alleen maar aan te tonen dat de tegoeden de voorgaande drie maanden op hun naam hadden gestaan. Als ze het geld via een gift of lening van een door het VK erkende financiële instelling hadden verkregen, konden ze zich al kwalificeren. Het programma bleek zo populair dat de Britse regering de drempel eind 2014 verdubbelde en leningen uitsloot.

    Abramovitsj heeft zich tijdens de voor Rusland tumultueuze jaren negentig opgewerkt tot miljardair. Zoals te lezen in de biografie Abramovich: The Billionaire From Nowhere (2004) werd hij wees op zijn tweede en is hij grootgebracht door zijn oom in de Noord-Russische stad Oechta, voordat hij naar Moskou verhuisde om bij zijn grootmoeder te gaan wonen. Hij verliet de universiteit voor het ineenstorten van de Sovjet-Unie en verdiende zijn eerste geld met de verkoop van poppen in een marktkraampje.

    Toen Jeltsin afwoog wie hij als zijn opvolger moest kiezen, stuurde Berezovski Abramovitsj naar Sint Petersburg voor het verjaardagsfeest van Poetin

    Tegen 1990 was hij een ambitieuze jonge oliehandelaar, en in 1995 kocht hij samen met Boris Berezovski het oliebedrijf Sibneft toen Rusland de staatseigendommen privatiseerde. Berezovski was destijds een prominente oligarch die een enorme invloed uitoefende op president Boris Jeltsin. Berezovski was namelijk lid van Jeltsins kring van politieke intimi, die bekendstond als ‘de Familie’. Tot die kring behoorden ook Jeltsins dochter Tatjana, economisch adviseur Aleksandr Volosjin en uiteindelijk Abramovitsj. In oktober 1999, toen Jeltsin afwoog wie hij als zijn opvolger moest kiezen, stuurde Berezovski Abramovitsj naar Sint Petersburg voor het verjaardagsfeest van Poetin, die net premier was geworden. Volgens Alex Goldfarb, een Russische Amerikaan die een vertrouweling was van Berezovski, was het hun bedoeling om te zien met wat voor mensen Poetin zich omringde.

    Abramovitsj stond achter Poetin, aldus Goldfarb. ‘Abramovitsj heeft een belangrijke rol gespeeld bij de machtsgreep van Poetin’, zegt hij. ‘Hij heeft veel nauwere banden met hem dan andere oligarchen die alleen maar loyaal zijn terwijl ze zichzelf verrijken.’

    Berezovski viel later in ongenade bij het Kremlin en week uit naar het VK. In 2011 spande hij een proces aan en eiste hij 5 miljard pond (4,3 miljard euro) van Abramovitsj omdat hij hem van zijn aandelen in Sibneft en aluminiumgigant Rusal zou hebben beroofd. Tijdens de rechtszaak schilderde Berezovski Abramovitsj af als een heimelijke handlanger van het Kremlin. Hij beweerde dat Abramovitsj Poetin in 2000, vlak voordat deze president werd, heeft beloofd een jacht van 50 miljoen dollar (43 miljoen euro) voor hem te kopen. Ook zou hij Poetin hebben geholpen bij de samenstelling van zijn kabinet. Berezovski verloor het geding, maar de rechter oordeelde wel dat Abramovitsj ‘geprivilegieerde toegang’ tot Poetin had.

    ‘Ik heb alleen maar vrienden die in het Kremlin zitten of hebben gezeten’, zei Abramovitsj in 2003 tijdens een zeldzaam interview met Bloomberg, dat plaatsvond in een helikopter boven Tsjoekotka, de afgelegen Russische regio waar hij van 2000 tot 2008 gouverneur was. In 2005 gaf het Kremlin Abramovitsj toestemming te cashen door Sibneft aan het staatsbedrijf Gazprom te verkopen voor 13 miljard dollar (11,2 miljard euro). Tegen die tijd had Abramovitsj Chelsea al gekocht. Veel Ruslandwatchers zagen die aankoop als een verzekeringspolis voor het geval Poetin zich ooit tegen Abramovitsj zou keren, zoals de president zich ook tegen andere Russische oligarchen heeft gekeerd.

    De Britse stemming jegens Rusland verslechterde dramatisch na 4 maart jongstleden, toen de 67-jarige Sergej Skripal en zijn dochter Joelia met schuim op de mond waren aangetroffen op een bankje in Salisbury, een stadje ten zuidwesten van Londen. Skripal is een voormalige Russische militaire inlichtingenofficier die als dubbelagent heeft gewerkt voor de Britse geheime dienst. Sinds 2010 leidt hij een teruggetrokken leven in het VK. [In Reader # 14 publiceerden we het dossier ‘De spion is terug’, over onder andere de zaak-Skripal.] ‘Gifterreur tegen rode spion in VK’ kopte de krant The Sun toen de antiterreurpolitie het onderzoek overnam. De Skripals overleefden het en wonen nu op een schuiladres. Later overleed een Britse vrouw nadat ze was blootgesteld aan hetzelfde gif, een militair zenuwgas met de naam Novitsjok. De autoriteiten concludeerden dat duizenden mensen risico op blootstelling hadden gelopen.

    Acht dagen nadat de Skripals ziek werden, werd de Russische zakenman Nikolaj Gloesjkov dood aangetroffen in zijn huis in Londen met wurgsporen op zijn nek. De antiterreurpolitie onderzoekt de dood als moord. De regering onderzoekt intussen veertien eerdere sterfgevallen in het VK op links met Rusland. Een van de namen op die lijst is Berezovski, die in 2013 schijnbaar door zelfmoord om het leven kwam in zijn huis buiten Londen.


    De Britse premier Theresa May aarzelde niet om Rusland te straffen voor de aanslag op de Skripals en kondigde verhoogde veiligheidscontroles op vluchten aan, evenals een boycot van het WK in Rusland door Britse ministers en de koninklijke familie en de uitzetting van 23 Russische diplomaten. In september klaagde het Britse Openbaar Ministerie Aleksandr Petrov en Roeslan Bosjirov aan wegens het plegen van de aanslag op de Skripals. Toen May in het parlement verklaarde dat de twee mannen Russische militaire inlichtingenofficieren waren, hapte het Lagerhuis hoorbaar naar adem. Het Kremlin heeft iedere betrokkenheid ontkend. In september verschenen de twee mannen, die waren teruggekeerd naar Rusland, op de door het Kremlin gesteunde zender RT met de verklaring dat ze Salisbury alleen maar als toeristen hadden bezocht.

    In dezelfde weken na de vergiftiging waarin May onder druk kwam te staan om vergeldingsmaatregelen te treffen, verklaarde de regering dat ze het beleid voor investeerdersvisa ging herzien. Op hetzelfde moment kwam de visumverstrekking aan Russen vrijwel tot stilstand.

    Minister van Veiligheid Wallace zegt dat ‘legitieme’ Russische investeerders welkom zijn in het VK, maar hij dringt er bij westerse bondgenoten op aan meer actie te ondernemen tegen de malversaties waaraan het Kremlin zich wereldwijd schuldig maakt. ‘De vraag voor de internationale gemeenschap is: hoe vaak nog?’, aldus Wallace. Hij somt een lijst vijandige acties van de Russen op, waaronder de Novitsjok-aanslag, de invasie op de Krim en het neerhalen van vlucht MH17. ‘Ik heb me tot het corps diplomatique gericht, en ik heb gezegd: “Weet u, hier valt een les uit te trekken, namelijk dat als ze dit ons kunnen aandoen, ze het ook u kunnen aandoen.”’

    McMafia

    De VS heeft Rusland nog zwaarder aangepakt dan het VK, en naar het schijnt op een strategische manier. In april kondigde de VS sancties aan tegen zeven oligarchen, waarbij het Amerikanen verboden werd zaken met hen te doen. Namen werden weggelaten ‘zodat er ruimte bleef om er later meer aan toe te voegen’, zegt David Kramer, die onder president George W. Bush bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkte en Rusland in zijn portefeuille had. Verdere sancties tegen Russische doelen worden vermoedelijk nog overwogen, zegt John Smith, die in mei aftrad als hoofd van het Office of Foreign Assets Control, het Amerikaanse bureau dat het sanctiebeleid uitstippelt.

    Mensen in de naaste omgeving van Abramovitsj zeggen dat hij is begonnen met de herstructurering van zijn holdings om zijn bezit te beschermen voor het geval de VS sancties tegen hem uitvaardigt. Twaalf jaar lang had hij een gezamenlijk belang in Evraz met twee partners, Aleksandr Abramov en Aleksandr Frolov, maar in september heeft hij zijn aandeel ondergebracht in een afzonderlijk bedrijf. Tegelijkertijd verkocht hij 0,05 procent van zijn aandeel in Crispian Investments Lt., dat een deel van het Russische mijnbedrijf Nornickel bezit, aan zijn partner David Davidovitsj, waarmee zijn eigendom tot 49,95 procent werd gereduceerd. Als hij door sancties zal worden getroffen, zullen bedrijven waarvan hij minder dan vijftig procent van de aandelen bezit buiten de wind blijven. Bovendien verkleint een vereenvoudiging van de aandeelhoudersstructuur het risico van repercussies tegen zijn partners.

    Als het Chelsea-avontuur van Abramovitsj het begin betekende van Londongrad, dan zal McMafia op een dag misschien als begin van het einde worden gezien. De tv-serie McMafia, gebaseerd op het gelijknamige non-fictieboek van Misha Glenny, gaat over een Russische investeerder in Engeland die verzeild raakt in de vanuit Londen opererende georganiseerde Russische misdaad. De serie is in januari en februari uitgezonden op de BBC (seizoen 2 staat voor later dit jaar op het programma) en werd het gesprek van de dag. De serie droeg ertoe bij dat de Britse regering werd opgeroepen het zwarte geld in de hoofdstad aan te pakken.

    Op papier lijkt het VK dat te doen. In januari gaf nieuwe wetgeving het National Crime Agency een wapen in handen genaamd de Unexplained Wealth Order (UWO). Hiermee kan de NCA eigendommen in beslag nemen waarvan wordt vermoed dat ze met illegale middelen zijn verkregen. De eigenaren zullen zo nodig moeten uitleggen hoe ze zich de aankoop ervan hebben kunnen permitteren. Tot dusver is het wapen nog maar één keer gebruikt, maar het agentschap zegt meer dan honderd personen en eigendommen te onderzoeken en verwacht later dit jaar nog twee keer een UWO in te zetten. Waarschijnlijk staan er Russen op de lijst.

    ‘De twee grootste illegale geldstromen die vanuit het buitenland dit land en deze stad binnenkomen, zijn afkomstig uit Rusland en China’, zegt minister Wallace. ‘We moeten deze mensen alle speelruimte ontnemen.’

    In mei heeft het Britse parlement sanctiewetgeving aangenomen die is vernoemd naar de Russische advocaat Sergej Magnitski. Magnitski werkte in Rusland voor de Britse fondsbeheerder Bill Browder en stierf in 2009 in een cel in Moskou nadat hij grootscheepse belastingfraude had ontdekt waarbij regeringsambtenaren waren betrokken. Net als de Amerikaanse Magnitsky Act geeft deze wetgeving het VK de mogelijkheid tegoeden te bevriezen en een visaverbod op te leggen aan personen die van mensenrechtenschending worden beschuldigd. Browder zegt dat Britse politici onder enorme druk staan om actie te ondernemen na het incident met de Skripals. ‘Als je als politicus toezicht houdt op het werk van de regering, accepteer je niet dat ze geen enkele actie onderneemt.’

    In spijkerbroek

    Mensen die Abramovitsj kennen zeggen dat als hij onder druk van al deze factoren afstand zal moeten doen van Chelsea, dat niet van harte zal gaan. Het team is een obsessie geworden. Als hij in New York is, kijkt hij samen met andere fans (en met zijn lijfwachten, die zich discreet op de achtergrond houden) naar wedstrijden van Chelsea in Legends, een sportcafé in het centrum. ‘Als je in zijn huizen of op zijn jacht komt, is er praktisch in ieder vertrek een scherm, bijna altijd met voetbal erop’, zegt een compagnon.

    De enorme uitgaven van Abramovitsj gaan gepaard met een onconventionele stijl. De meeste eigenaren van voetbalclubs bekijken wedstrijden keurig in het pak vanuit een directiebox, maar de eigenaar van Chelsea zit gewoonlijk in een spijkerbroek in een privébox, samen met vrienden. Hij heeft het stadion de afgelopen vier jaar minder vaak bezocht dan toen hij de club pas had gekocht, maar wel duikt hij sporadisch op tijdens trainingen, wat ongebruikelijk is voor een eigenaar.

    Abramovitsj heeft de club op een agressieve manier geleid. Hij bemoeit zich met transfers en houdt sollicitatiegesprekken met beoogde trainers, die hij soms zelfs zijn huis in Kensington schijnt binnen te smokkelen via een ondergrondse ingang om ze te beschermen tegen de pers. Hij verslijt managers op een legendarisch tempo. Toen hij in juli Antonio Conte verving door Maurizio Sarri, werd Sarri de elfde manager van Chelsea in vijftien jaar.

    Het enige wat Abramovitsj niet is gelukt met Chelsea is geld verdienen – de club heeft maar één keer winst gemaakt, in 2014. Maar winst maken was waarschijnlijk nooit het doel, al kan hij misschien een lieve duit in zijn zak steken als hij verkoopt. Compagnons zeggen dat Abramovitsj de club zag als een mogelijkheid om een nalatenschap op te bouwen. Maar die kans schijnt nu wel verkeken.

    Auteurs: Stephanie Baker, David Hellier en Irina Reznik
    Met medewerking van Scott Soshnick en Yuliya Fedorinova
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Abramovitsj bij een wedstrijd van Chelsea. Hij duikt ook sporadisch op tijdens trainingen, wat ongebruikelijk is voor een eigenaar. – © AP Photo/Matt Dunham

    Bloomberg
    Verenigde Staten | bloomberg.com

    Opgericht door Michael Bloomberg, de burgemeester van New York. Richt zich op de zakelijke en financiële markt.

  • Wie is er bang van de Russen?

    Wie is er bang van de Russen?

    In deze Reader onder meer een spionagedossier, cheerleaders en veel artikelen over eten.

    Soms vind je de interessantste weetjes op plekken waar je ze het minst verwacht. Zo blijkt uit een reportage in deze Reader dat beide presidenten Bush ooit cheerleader zijn geweest. In het stuk schetst de verslaggever van The New York Times hoe dit door-en-door Amerikaanse fenomeen ooit begon als een activiteit voor mannen die acrobatische toeren uithaalden op het sportveld. Pas later werden zij overvleugeld door sexy vrouwen in laarzen en hotpants, die met één knipoog het mannelijke publiek konden doen smelten. Overigens zijn de mannen – in de slipstream van #MeToo – intussen weer aan een comeback bezig.

    In het Verenigd Koninkrijk had de bloem der natie zoals bekend andere hobby’s, zoals spionage. Veel kinderen uit de leidende klasse gingen zelf bij de service en/of schreven er boeken over. Denk aan John le Carré, William Somerset Maugham en Ian Fleming. Na het einde van de Koude Oorlog leek de spion even verdwenen, maar inmiddels – zo wordt gememoreerd in ons dossier – is deze weer helemaal terug. Zie de praktijken van de NSA, de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen en de recente aanslag op voormalig spion Sergej Skripal in Londen.

    Hoe gevaarlijk zijn die Russen nou eigenlijk met hun spionageactiviteiten?

    Wat je je daarbij wel kunt afvragen: hoe gevaarlijk zijn die Russen nou eigenlijk met hun spionageactiviteiten? Russische en westerse media lijken het erover eens dat Poetin met al zijn hacks maar weinig heeft bereikt. Behalve – en misschien is het hem daar wel om te doen – het zaaien van angst. Net als de islamistische terroristen weet hij met kleine middelen grote paniek te veroorzaken.

    Naast deze geopolitieke bespiegelingen vindt u in deze editie veel stukken over eten. Zo is er een prachtig essay van de Iraans-Amerikaanse Liana Aghajanian over de chocolaatjes van Ferrero Rocher, die dankzij slimme marketing het ultieme luxeproduct werden voor een hele generatie migranten in Amerika. Schrijfster Anne Ewbank onderzocht de rol van eten in fantasyromans, en tot slot hebben we twee mooie reportages over de vanillehandel in Madagaskar en Spaanse maffia die zich bezighoudt met de smokkel van zeevruchten.

    In de volgende papieren editie, die verschijnt op 31 mei, besteden we uitgebreid aandacht aan het Forum on European Culture, dat op 1, 2, en 3 juni plaatsvindt in Amsterdam. Graag tot dan!

    Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Mannelijke cheerleaders. – © Getty

  • 4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    Russische spionnen – bruut, kil, verleidelijk en gewetenloos – zijn geliefde personages in westerse speelfilms. Maar ze worden in snel tempo vervangen door technologie.

    Tot de impertinenties die Russen al generaties lang moeten dulden, behoort het beeld dat in de westerse popcultuur van hen wordt geschetst. Als stiefmoeder van alle kwaad geldt nog altijd de ongekend lompe Rosa Klebb, die de Britse held James Bond wilde doden met een giftig mes in de punt van haar schoen. Ook de Black Widow uit de vroege Marvel Comics, een met hightechwapens uitgeruste femme fatale, is een Russische agente. Russinnen en Russen waren meestal bruut, kil en gewetenloos, en als ze eens een keer aardig waren, zoals de hulpvaardige kosmonaut Lev Andropov in Armageddon, dan hadden ze een bontmuts met oorkleppen op en waren ze dronken.

    Momenteel komt de herinnering aan Rosa Klebb weer tot leven, en dat komt niet zozeer door de film als wel door de werkelijkheid. De van oorsprong Russische en later Britse agent Sergej Skripal is onlangs in Engeland het slachtoffer geworden van een gifaanslag, uitgevoerd met een in de Sovjet-Unie ontwikkelde chemische stof. Dat misdrijf zou net zo goed uit de Koude Oorlog kunnen dateren als het verhaal van de Vietnamees Trinh Xuan Thanh, die kort geleden midden in Berlijn werd ontvoerd – op bevel van de Socialistische Republiek Vietnam, zijn geboorteland. Communistische of autoritaire diensten, waartoe ook de Russische behoren, hebben even weinig genade met hun slachtoffers als respect voor rechtsstaten. Het Westen bekruipt dan ook een gevoel van onbehagen.

    De ontmaskerde spionne Anna Chapman begon een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice

    Lange tijd waren Russische agenten verdwenen uit het bewustzijn van Europeanen en Amerikanen. Dat kwam door het einde van de Koude Oorlog en door het islamistische terrorisme. De personificatie van het kwaad was niet meer een bejaarde leider van het politbureau met zijn hand op de atoomknop, maar een prediker met opgestoken wijsvinger in een Afghaanse tent. De islamisten hadden beter dan de communisten door welke kracht er uitging van beelden: nooit eerder heeft de werkelijkheid de film zo overtroffen als op 11 september 2001, toen Al-Qaida de massamoord live op televisie bracht. De geheime diensten van Amerika bestreden het nieuwe gevaar met methoden waarvan het Westen eerder de Sovjet-Unie zou hebben verdacht – met ontvoeringen, martelingen en gevangenissen die boven recht en grondwet waren verheven.

    De post-Sovjet-Russen waren ondertussen weliswaar niet gestopt met het bespioneren van het Westen, maar wekten geen al te groot onbehagen meer op. In 2010 werd bijvoorbeeld een spionagenet in de VS opgerold – tien Russinnen en Russen hadden zich jarenlang voorgedaan als brave burgers, maar in het geheim informatie doorgespeeld aan Moskou. Als ze in code met elkaar spraken, zeiden ze grappige dingen als: ‘Het is geweldig om een kerstman in mei te zijn.’ De Amerikanen reageerden eerder verbluft en geamuseerd dan gealarmeerd, en de ontmaskerde spionne Anna Chapman begon – ook dat paste goed bij die tijd – een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice.

    Scenarioschrijver Joseph Weisberg maakte van deze ware gebeurtenis een televisieserie over spionnen ‘onder ons’, over Philip en Elizabeth die aan de rand van Washington twee kinderen opvoeden en daarnaast – of beter gezegd als hoofdtaak – voor Moskou werken. Ze verleiden, folteren en moorden; op een keer snijden ze het lijk van een vrouw in stukken, zodat het in een koffer past. Weisberg ondervond maar één probleem met dit thema: de griezelfactor ontbrak, want niemand was meer bang voor de Russen. De schrijver loste dit op door vooral de spanningen binnen het agentengezin te belichten en de handeling terug te verplaatsen naar de jaren tachtig, toen de Amerikaanse president Ronald Reagan de Sovjet-Unie het ‘Rijk van het Kwaad’ noemde.

    Als Weisberg zijn serie The Americans vandaag de dag had geschreven, dan zou hij de handeling met een gerust hart weer in het heden kunnen laten plaatsvinden, waarin dan misschien geen Koude Oorlog heerst, maar op zijn minst wel Koude Vrede. De Russische president Vladimir Poetin ziet zijn land belegerd door het Westen, vooral door de uitbreidingen van de NAVO. Zijn onmiskenbare doel dat Rusland weer serieus wordt genomen of misschien zelfs wordt gevreesd, heeft hij inmiddels bereikt. Sinds de annexatie van de Krim en zijn breed uitgemeten bondgenootschap met de Syrische vatbommenwerper Bashar al-Assad acht het Westen Poetin tot nagenoeg alles in staat. De Britse regering uit zelfs de verdenking dat hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de moord op Skripal. Bewijzen ontbreken, maar de Britse pers mag er graag op wijzen dat Poetin ooit KGB-agent is geweest, wat verdere bewijsvoering kennelijk overbodig maakt. Poetin voltooit het beeld door verraders ‘een slechte afloop’ te voorspellen of door te dreigen terroristen in de wc te verdrinken.

    Maar zijn de geheime diensten van de landen die ten oosten van het IJzeren Gordijn lagen echt gewetenlozer dan de westerse? Het verleden biedt in elk geval tal van filmrijpe aanwijzingen daarvoor. In 1959 stierf de Oekraïense anticommunist Stephan Bandera in München nadat een agent met een speciaal pistool blauwzuur in zijn gezicht had geschoten. In 1978 brachten de KGB en de Bulgaarse geheime dienst de dissident Georgi Markov om het leven: op een brug in Londen stak iemand de punt van een paraplu in zijn huid, waarmee het dodelijke ricine werd toegediend. In 1981 probeerde de Stasi Wolfgang Welsch, die mensen de DDR uit smokkelde, uit de weg te ruimen door zijn gehaktballen met thallium te prepareren.

    Ook veel andere geheime diensten grijpen echter naar het uiterste. De Israëlische Mossad heeft duizenden echte en vermeende terroristen gedood; in 2010 vermoordden vermoedelijk Israëlische agenten Hamas-leider Mahmud al-Mabhuh in een hotel in Dubai. Ze deden dat zo handig dat het aanvankelijk leek alsof Al-Mabhuh een natuurlijke dood in bed was gestorven. In de leerboeken zal ook een plaatsje ingeruimd blijven voor de commandoactie waarbij Amerikaanse agenten Al-Qaida-leider Osama bin Laden in Pakistan om het leven brachten; later werd hiervan de film Zero Dark Thirty gemaakt. Werkelijkheid en fictie zijn in een eeuwige wedloop met elkaar verwikkeld. Dat de werkelijkheid vaak wint, ligt beslist niet alleen aan de Russen.

    Meer echter dan in het Westen worden in het Oosten diensten ook tegen dissidenten en critici ingezet. Na de ervaring met het stalinisme zag de Sovjetleiding erop toe dat een individu niet meer willekeurig agenten kon inzetten: partij en politbureau oefenden controle uit over de leiding van de geheime dienst. Onder Poetin daarentegen heerst opnieuw een man uit de diensten met de diensten en is er geen enkele politieke kracht te bekennen die toezicht op hem houdt.

    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH
    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH

    Maar ook in de VS waren het niet zozeer rechtsstatelijke principes die de methoden van de geheime dienst dicteerden als wel de toestand in de wereld en het heersende dreigingsgevoel. In de jaren vijftig smeedde de CIA groteske plannen om de Cubaanse revolutionair Fidel Castro om het leven te brengen. Later distantieerde de organisatie zich van dergelijke methoden, tot met de terreur van 2001 alle scrupules weer verdwenen. De Amerikaanse president Barack Obama breidde zijn dronesoorlog aanvankelijk uit, maar stelde er later ook nieuwe grenzen aan door gericht doden te beperken tot gevallen waarin terroristen een ‘direct’ gevaar betekenden. In beide gevallen hadden de burgers nauwelijks mogelijkheden om de staat te controleren.

    Een bijzonder bewijs voor de meedogenloosheid van autoritaire veiligheidsapparaten zien experts in ‘honingvallen’: agentes of agenten die buitenlandse tegenhangers verleiden of seksuele omgang met hen hebben. Ook westerse diensten hebben deze truc gehanteerd, maar de Sovjet-Unie was daarin onverslaanbaar, wat uit westerse optiek verband hield met hun meedogenloosheid. Frederick Hitz, een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, duidt dat als volgt: ‘Maar weinig westerse diensten konden hun burgers opleggen dat hun lichaam aan de staat toebehoorde.’

    Dat hierover net een film draait in de bioscoop is zeker geen toeval. Red Sparrow, een film over een Russische agente die andere spionnen moet verleiden, zou in 2010 nauwelijks kijkers hebben getrokken. Nu voegt hij zich bij een lange lijst westerse films waarin Russen beestachtig te werk gaan en bereid zijn tot geweld. Red Sparrow is een film die zó in 1988 had kunnen draaien (als je even buiten beschouwing laat dat de Amerikaanse hoofdrolspeelster Jennifer Lawrence, die de Russische agente speelt, toen nog helemaal niet was geboren).

    Maar moet je nog met de vijand naar bed om hem uit te horen? Voor geheime diensten hebben de grootste veranderingen tegenwoordig meer van doen met technologie dan met ideologie. Waarom zou je iemand in bed geheimen ontlokken als je diens telefoon kunt uitlezen? Waarom zou je het leven van een agent riskeren als je de vijand ook met een drone kunt doden?

    Over de spionagefilm werd altijd gezegd dat het een onverwoestbaar genre was: regimes en ideologieën mogen komen en gaan, de strijder die zich in zijn eentje en voor een hoger doel blootstelt aan de grootste gevaren zal er altijd zijn. Maar voor twee centrale taken van de geheime dienst zijn mensen steeds minder nodig. Als het zo doorgaat met de bots en drones, dan zou de spionagefilm wel eens spoedig zijn belangrijkste acteur kunnen kwijtraken: de agent zelf.

    Zo beschouwd maakten juist de VS de voorbije jaren de indruk van een schurkenstaat. Ten eerste vanwege Obama’s drones, ten tweede vanwege de verzamelwoede van de National Security Agency, die in het wilde weg telefoongegevens opsloeg. Dat het veiligheidsapparaat van de aardige meneer Obama uitgerekend de mobiele telefoon van de Bondskanselier liet afluisteren, stond voor de Duitsers praktisch gelijk aan verraad. Sinds de annexatie van de Krim begin 2014 is het weer Moskou dat onder een vergrootglas ligt. Sindsdien doen de VS hun beklag over Russische hackeraanvallen en het doelbewust lekken van e-mails van de Democraten om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden. Speciaal aanklager Robert Mueller heeft gereconstrueerd hoe Russische agenten de VS bespioneerden en vervolgens vanuit Sint-Petersburg met geautomatiseerde socialmedia-accounts probeerden kiezers te beïnvloeden en het vertrouwen in de staat te ondermijnen. Is dat hoe de nieuwe oorlogsvoering eruitziet? Ophitsing, destabilisering, verwarring – zo geraffineerd uitgevoerd dat Moskou het steeds plausibel kan bestrijden? De voormalige FBI-man Clint Watts heeft ooit in het Amerikaanse congres gezegd: ‘Rusland hoopt de tweede Koude Oorlog met de macht van de politiek te winnen, niet meer met de politiek van de macht.’ De ironie wil dat de Amerikanen als uitvinders van Facebook en Twitter de Russen zelf van de noodzakelijke instrumenten hebben voorzien. Aan de andere kant: is de situatie zo dramatisch als politici en diensten in het westen schetsen? Tenslotte is politiek in de VS al sinds lange tijd toxisch, en dat de Amerikanen hun staat wantrouwen blijkt al uit hun grondwet. Wat hebben de Russen daar eigenlijk precies aan veranderd?

    In Duitsland is het niet anders: voor de Bondsdagverkiezingen verzamelden de Duitse geheime diensten bewijzen voor mogelijke beïnvloeding door Moskou – maar geen enkel schrikbeeld is bewaarheid. De stroom van slechte berichten over Moskous destructieve rol droogt desondanks niet op. De Amerikaanse regering stelde onlangs over bewijzen te beschikken dat Russische hackers westerse krachtcentrales kunnen binnendringen. Verschillende autoritaire diensten zouden zich er wel eens heimelijk over kunnen verkneukelen met welke lowbudgettrucs ze het Westen van zijn stuk kunnen brengen.

    Poetin lijkt de beschuldigingen uit het Westen niet erg serieus te nemen, alsof hij ervan geniet dat Europeanen en Amerikanen zich onzeker voelen. De New Yorkse professor Nina Khrushcheva heeft eens de theorie geponeerd dat Poetin nauwkeurig heeft bekeken hoe Russen in Hollywoodfilms overkomen. En dat hij toen heeft besloten zich precies zo te gedragen om het Westen angst in te boezemen.

    Auteurs: Georg Mascolo en Nicolas Richter
    Vertaler: Pieter Streutker

    Openingsbeeld: Still uit Hitchcocks The 39 Steps (1935).

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland, dagblad, oplage 358.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • 2. De spion als pr-instrument

    2. De spion als pr-instrument

    Het grote publiek is gefascineerd door spionnen, maar de waarde van hun inlichtingen is beperkt, schrijft Simon Kuper. ‘Ze zijn vaak het meest van nut als ze in de openbaarheid treden.’

    Ik heb net een boek geschreven waarvoor ik me moest begeven in de wereld van de Russisch-Britse dubbelspionnen ten tijde van de Koude Oorlog. Ik zag hoe deze mensen van het ene land naar het andere wipten, de schrik waren van elke Britse premier en vermoord werden – als het Russen waren. (Britse verraders brachten het er meestal levend vanaf, vooral als ze uit de hogere kringen kwamen.)

    Er is weinig veranderd. De Russische dubbelagent Sergej Skripal en zijn dochter Joelia belandden onlangs in kritieke toestand in het ziekenhuis van Salisbury, nadat ze waren aangevallen met een zenuwgas uit de Sovjettijd. Voormalig geheime politieman Vladimir Poetin herschept zijn eigen achtergrond: de wereld van de Koude-Oorlogsspionage. Poetin kan ons manipuleren omdat hij weet dat het bij spionage niet om de geheimen gaat. Het gaat om de reactie van publiek, media en politici, telkens als er weer een spion wordt ontmaskerd.

    Voor twee landen die weinig met elkaar te maken hadden voordat rijke Russen het centrum van Londen koloniseerden, hebben Rusland en Groot-Brittannië opmerkelijk lang aan uitgebreide wederzijdse spionage gedaan. Maar het grootste deel daarvan leidde nergens toe. Britse dubbelagenten als Kim Philby en Guy Burgess hebben zich er vaak over beklaagd dat de Sovjets hun inlichtingen negeerden. Veel van de Britse documenten die Philby aan de KGB leverde, werden niet eens in het Russisch vertaald.

    Paranoia

    Een van de oorzaken was paranoia. Een verrader kun je wel rekruteren, maar nooit vertrouwen. De KGB verdacht een gouden dubbelagent als Philby er altijd van dat hij een Britse mol was. En zelfs als de Sovjets wel in bepaalde informatie geloofden, raakte die nogal eens kwijt. Soms waren de koffers vol Britse geheimen gewoon te veel van het goede. Soms raakte informatie versnipperd of verdraaid op zijn weg door de KGB-hiërarchie. En stonden de inlichtingen de baas niet aan, dan gingen ze meestal alsnog de prullenmand in.

    Dat werd de Russen noodlottig toen Richard Sorge, een Russische agent in Tokio, herhaaldelijk het Kremlin waarschuwde voor een Duitse inval in de USSR. Op 15 mei voorspelde hij dat de invasie op 22 of 23 juni zou plaatsvinden. Maar Sorges inlichtingen wekten het misnoegen van de baas: Stalin beschouwde Duitsland toen nog als een bondgenoot. (Er werd gezegd dat Hitler de enige persoon was die hij vertrouwde.) Stalin zette Sorge weg als ‘een eikel die zichzelf een mooi leventje heeft bezorgd met wat fabriekjes en bordelen in Japan’. De Duitse invasie op 22 juni kwam voor de USSR als een volslagen verrassing.

    Ook Chroesjtsjov en Brezjnev stonden vaak sceptisch tegenover de informatie gespitst op bepaalde stukjes inlichtingen, schrijft de vroegere Britse ambassadeur in Moskou, Rodric Braithwaite, in zijn boek Armageddon and Paranoia. Braithwaite legt uit dat spionage nuttig is om bepaalde geheimen te vinden: zeg een scheikundige formule voor de atoombom. Maar het helpt zelden om de bredere intenties van de tegenstander te doorgronden. Zo voorzagen de spionnen van de Sovjets en die van het Westen in de jaren tachtig geen van beiden dat de andere kant bereid zou zijn om samen te werken aan het beëindigen van de Koude Oorlog.

    Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend

    De meeste geheimen zijn trouwens gewoon ergens te vinden, bijvoorbeeld op een obscure technologiewebsite, of op bladzijde 437 van een wetenschappelijk boek dat niemand heeft gelezen. Kortom, ontdekkingen van spionnen hebben zelden invloed op regeringsbeleid. De wereld van de spionage is niet zozeer een schatkist, eerder een uitdragerij waarvan de eigenaar het overzicht over zijn voorraad is kwijtgeraakt. Spionnen, zegt spionageromanschrijver John le Carré, ‘leveren tweedehands inlichtingen die spannender zijn door de geheimzinnigheid waarmee ze zijn verkregen dan vanwege hun werkelijke waarde’.

    Die spannende geheimzinnigheid is inderdaad het belangrijkst. Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend. Daarom hebben spionnen het grootste effect wanneer ze opduiken uit hun duistere wereld. Elke keer als een Britse functionaris werd ontmaskerd als Russische spion – een bijna rituele gebeurtenis die zich tussen 1946 en 1963 geregeld voordeed – nam het vertrouwen van de Britten in hun samenleving verder af. Britse spionnen konden elkaar niet meer aankijken zonder te denken: Ben jij misschien een KGB-agent?

    De angst binnen de Britse inlichtingenwereld draaide uit op een paranoïde ‘mollenjacht’ door ‘spionnenvanger’ Peter Wright, die de inlichtingendiensten in de jaren zestig en zeventig bijna verscheurde. Het werd een obsessie voor Wright om gerenommeerde Britse politici te ontmaskeren als Sovjetagenten. En zo veroorzaakten verraders als Philby een paranoïde verlamming binnen de Britse staat – niet door al die uren geheimen doorspelen aan contactpersonen in Londense bussen, maar door iets wat juist niet hun bedoeling was: hun ontmaskering.

    Evengoed is het Kremlin door het hacken van de saaie e-mails van de Amerikaanse Democratische Partij in 2016 waarschijnlijk ook niet meer over de VS te weten gekomen dan het al wist. Die hack was alleen belangrijk omdat de Russen (via Wikileaks) het materiaal openbaar maakten. De Amerikaanse media deden de rest. Rusland was van het aloude verzamelen van geheimen overgestapt op de informatieoorlog. Al dat lekken van verhalen heeft de presidentsverkiezingen duidelijk beïnvloed. Vervolgens zorgde de onthulling van de Russische rol (tegen de Russische wens in) ervoor dat de Amerikanen nog verder gepolariseerd raakten.

    Ook nu weer is de aanval op de afgedankte, onbeduidende dubbelagent Skripal voornamelijk een publiek statement. Rusland zegt tegen de Britten: wij kunnen in jullie land straffeloos moorden. En het zegt tegen machtige Russen in Groot-Brittannië: wij kunnen jou vermoorden. Omdat spionnen fascinerend zijn voor het publiek, komt de boodschap aan. (Eerdere mysterieuze sterfgevallen van Russische niet-spionnen in Groot-Brittannië hebben nauwelijks stof doen opwaaien.) De Russen gaan steeds bewuster paranoia zaaien. Net als veel andere Russische activiteiten in het buitenland verandert ook de Russische spionage in een pr-machine. Tegenwoordig is het de bedoeling dat Russische spionnen zichtbaar zijn.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Still uit The Spy Who Came in from the Cold.

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 186.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • 1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    Waarom speelt de oorlog tussen de veiligheidsdiensten zich juist op Britse bodem af? Dat is de schuld van de Engelsen, aldus de Russische site InoSMI. ‘Zij zijn gijzelaars geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.’

    De opeenvolging van raadselachtige sterfgevallen van Russische vluchtelingen die zich al enkele jaren voordoet in Londen stelt ons eens temeer voor de vraag: waarom vindt deze massale liquidatie van overlopers eigenlijk plaats op de Britse eilanden? In andere westerse landen komt het niet voor. Waarom heeft de grootste kolonie van Kremlin-tegenstanders zich juist in Groot-Brittannië gevestigd, en waarom heeft de oorlog tussen Russische en Britse spionnen zich na het eind van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog voortgezet? Het antwoord is een mengeling van historische, psychologische en geopolitieke factoren. Er zijn veel boeken over het onderwerp geschreven, maar ik wil enkele belangrijke punten onderstrepen. Zonder die punten is het onmogelijk de zaak-Skripal te begrijpen, of de zaak-Litvinenko*, of andere ‘markante momenten’ in deze eindeloze spionagekroniek.

    Engeland is bij uitstek het land van de spionage. Al in de elizabethaanse tijd brachten zijn geïsoleerde ligging en zijn beperkte natuurlijke hulpbronnen Londen ertoe van spionage en diplomatie de belangrijkste instrumenten te maken om zijn wereldhegemonie veilig te stellen. Sir Francis Welshingham richtte op bevel van Elizabeth I een geheime dienst van de kroon op en wist daarmee talrijke samenzweringen te verijdelen, zowel binnenlands als internationaal. De beroemde toneelschrijver en dichter Christopher Marlowe behoorde tot zijn informanten. Jonathan Swift, auteur van Gullivers reizen, en Daniel Defoe, schepper van Robinson Crusoe, waren allebei aan de inlichtingendienst verbonden.

    De eeuw daarna mengde Engeland zich met zijn diplomatie en spionage in het Europese politieke spel en hanteerde daarbij met succes het ‘verdeel-en-heers’-principe. Om Frankrijk de wereldhegemonie te betwisten maakten de Engelsen Napoleon naar hartenlust het leven zuur door het financieren van complotten, coalities en ten slotte de opstand in de Vendée. De beroemde Britse tv-serie Sharpe laat zien hoe de Engelsen actief het Spaanse verzet steunden in gebieden die door de troepen van Napoleon waren bezet.

    Kolonel Lawrence (van Arabië), ook een agent van de Britse inlichtingendienst, maakte zijn opwachting in de spionagegeschiedenis door de enorme inspanningen die hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog getroostte om het Ottomaanse Rijk te vernietigen door middel van steun aan de Arabische opstand op het Arabisch-Palestijnse Schiereiland. De ‘Britse route’ leidde ook naar Rusland, inclusief de deelname van de Engelsen aan de moord op keizer Paul I en Grigori Raspoetin.

    Een van de belangrijkste principes van de Britse politiek is altijd het opvangen van alle dissidenten geweest die ‘in verzet tegen de tirannie’ waren gekomen, en in bredere zin alle mensen die de wetten van hun land waren ontvlucht. Het Verenigd Koninkrijk werd het toevluchtsoord voor duizenden ‘dissidenten’ uit alle landen, van de Franse vrijdenker Voltaire halverwege de achttiende eeuw en Karl Marx halverwege de negentiende tot leden van islamistische groeperingen anno nu. De overlopers van de USSR en Rusland vormen een aparte categorie binnen dit keurkorps: men treft er de voormalige KGB-kolonel Oleg Gordievsky aan, de Tsjetsjeense ‘krijgsheer’ Ahmed Zakajev en vele anderen.

    De Britse gastvrijheid stoelt op koele berekening: door het opvangen van vluchtelingen beschikt Londen over een doeltreffend middel om druk uit te oefenen op de betrokken landen en die te chanteren bij politieke onderhandelingen. Er is ook een materieel belang: mannen met twijfelachtige fortuinen uit alle hoeken van de wereld, en in de eerste plaats Rusland, nemen in allerijl de wijk naar Engeland en vullen daar de belastingpot. De spionnen leveren informatie, de belastingvluchtelingen brengen hun kapitaal mee en die voordelen wegen op tegen eventuele diplomatieke geschillen. De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Maria Zakharova, herinnerde er onlangs aan dat Rusland op uitlevering door Engeland wacht van minstens veertig aangeklaagde Russische staatsburgers.

    Laten we ook de mentaliteit van de Britse leidende klasse niet vergeten. Spionage als internationale sport beantwoordde aan de ‘voorliefde voor gevaar’ die werd gecultiveerd door de Engelse gentlemen, zodat de inlichtingendienst loten van de beste aristocratische stammen kon inlijven. Waar andere culturen zich eerder terughoudend opstelden tegenover het beroep van spion, is het in Engeland altijd omgeven geweest met een aureool van noblesse en een zekere romantiek. Iets wat je terugvindt in de literatuur, de film en de volkscultuur. Alleen al in de twintigste eeuw waren tal van beroemde schrijvers verbonden aan de Britse inlichtingendienst: William Somerset Maugham, Graham Greene, Anthony Burgess, Ian Fleming, John le Carré, Frederick Forsyth en Arhur Koestler.

    Niet voor niets wordt Engeland als het vaderland van de spionagethriller beschouwd. Geen enkele andere cultuur heeft het spionagethema zo uitgebreid en minutieus onderzocht. De lijst is eindeloos, dus laten we ons beperken tot enkele meesterwerken zoals The 39 Steps van Alfred Hitchcock (1939), The Third Man (1949), The Spy Who Came in from the Cold (1965) en The Ipcress File (1965), om nog maar te zwijgen van de eeuwige James Bond-serie (From Russia with Love etc.) en ten slotte de kaskraker Kingsman: The Secret Service (2014). De liefde van de Britten voor spionage laat zich verklaren door het feit dat ze het nut ervan inzien en zich ervan bedienen voor politieke doeleinden.

    Omdat deze ‘kunst’ zo hoog in aanzien stond, heeft de Engelse politieke elite de regels en risico’s ervan tot aan het vorige decennium geaccepteerd. Bij de zaak-Litvinenko, en meer nog bij de zaak-Skripal, lijken de gentlemen hun legendarische koelbloedigheid te zijn verloren. Rusland en alles wat daarmee te maken heeft is hun duidelijk een doorn in het oog. Vandaar dat de spionage gepaard gaat met russofobie. De combinatie van deze twee tradities, spionage en russofobie, verklaart voor een groot deel deze confrontatie die al decennia duurt en het gebruikelijke inlichtingenkader al lange tijd overstijgt.

    De russofobie begon in Frankrijk en Engeland na de napoleontische oorlogen, toen Rusland een invloedrijke mogendheid werd op het continent. In de jaren 1830, met de Poolse opstanden tegen het Russische Keizerrijk, kreeg de Europese russofobie duidelijk vorm. Daarbij speelde echter niet zozeer solidariteit met de Polen als wel de wil om Rusland te verzwakken. De betrekkingen tussen Engeland en Rusland kwamen nog meer onder druk te staan door de ‘Oosterse Kwestie’ en de bestemming van de Bosporus en de Dardanellen, die leidde tot de Krimoorlog (1853-1856) en wat ‘het Grote Spel’ werd genoemd, de geopolitieke confrontatie (met inzet van inlichtingendiensten en diplomatie) tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland in de tweede helft van de negentiende eeuw.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt

    In de jaren 1855-1865 publiceerden Alexander Herzen en Nikolaj Ogarev, onder het welwillende toeziend oog van de Britse autoriteiten, in Londen de eerste tegen de regering gerichte Russische tijdschriften die een beslissende invloed hadden op de liberale Russische intelligentsia. In het begin van de twintigste eeuw werd Engeland een van de belangrijkste toevluchtsoorden voor Russische dissidenten, met name revolutionaire socialisten, mensjewieken en bolsjewieken. In Londen werden het historische tweede en vijfde congres (1903 en 1907) van de Russische sociaaldemocraten gehouden, waar Lenin aan deelnam en waar het bolsjewisme als beweging werd geïnstitutionaliseerd. Het vijfde congres werd grotendeels gefinancierd door Britse industriëlen die sympathiseerden met de Russische Revolutie.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt. Denk alleen maar aan de Lockhart-affaire (1918), de operatie Trust en Sidney Reilly (1925); de laatste had in Engeland de bijnaam ‘spionnenkoning’ en inspireerde Ian Fleming tot het personage James Bond. Ook de Vijf van Cambridge leven voort in de geschiedenis, de legendarische superagenten, onder wie de beroemde Kim Philby, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Sovjet-Unie werden gerekruteerd. De concurrentie tussen de diensten werd vooral levendig tijdens de Koude Oorlog, die duurde van 1946 tot 1991. De namen van de ‘helden’ en verraders van deze oorlog zijn welbekend. Vooral de Profumo-affaire, vernoemd naar de Britse minister van Defensie, zorgde voor sensatie en leidde tot het aftreden van de laatste in 1963. Het verhaal van escortgirl Christine Keeler, die zowel een verhouding had met Profumo als met Yevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst, hield de Britten in de ban als een spannend spionnenspel. In 1971 vond de grootste uitzetting van Sovjetdiplomaten uit de geschiedenis plaats, waarbij 105 agenten Londen moesten verlaten.

    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.
    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.

    Na de val van de USSR bleek de adempauze van korte duur: vanaf eind jaren negentig barstte de strijd tussen de inlichtingendiensten weer in volle hevigheid los. Londen werd het toevluchtsoord voor Russische oligarchen, economische criminelen, overgelopen spionnen en allerlei andere tegenstanders van Moskou. De beroemdste van hen, oligarch Boris Berezovski, stierf in 2013 onder nooit opgehelderde omstandigheden. De Russische oppositie in Londen, naar hartenlust uitgebuit door de Britse inlichtingendiensten, is echter voor een groot deel oncontroleerbaar geworden en handelt volgens haar eigen regels. Dat is precies de reden voor een hele reeks onverklaarbare aanslagen die de competentie en de logica van de klassieke inlichtingendiensten te boven gaan en waarschijnlijk het belang dienen van derden. De politieke schade van deze afschrikkingsexecuties is enorm. Het is duidelijk dat de Britten gijzelaars zijn geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.

    Engeland heeft voortdurend geklaagd over en aanstoot genomen aan de dood van Russische overlopers, omdat het zelf de regels van dit spel heeft geschreven waarin de internationale oorlog van de geheime diensten zich precies op haar eigen bodem voltrekt. En dan gaat het niet alleen om de Russische diaspora, maar ook om de islamisten die politiek asiel hebben gekregen dankzij steun van de plaatselijke geheime diensten en die momenteel oncontroleerbaar zijn geworden en tal van terroristische aanslagen plegen op het grondgebied van hun gastheren.

    • Aleksandr Litvinenko, KGB-agent tussen 1988 en 1999, stierf in 2006 in Londen aan een poloniumvergiftiging.

    Auteur: Dmitri Dobrov
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Still uit The Third Man (1949).

     Sergej Skripal. – © HH
    Sergej Skripal. – © HH

    CONTEXT: De zaak-Skripal

    Op 4 maart 2018 werden de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter bewusteloos aangetroffen op een bankje in de Engelse stad Salisbury. Al heel snel bevestigden de Britse autoriteiten dat ze waren vergiftigd met novitsjok, een in Rusland geproduceerd zenuwgas. Omdat deze moordaanslag als een chemische aanslag op zijn grondgebied werd beschouwd, zette Londen drieëntwintig Russische diplomaten uit, waarna de Verenigde Staten en diverse Europese landen er op hun beurt ook meer dan honderd uitzetten. Moskou reageerde met dezelfde maatregel.

    Moskou is van mening dat er geen enkel bewijs is geleverd voor zijn verantwoordelijkheid voor de aanslag en spreekt van een westerse provocatie om Rusland te demoniseren en te isoleren. Terwijl de twee slachtoffers van Salisbury aan de beterende hand zijn, heeft de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens op 18 april verklaard dat haar laboratoria niet hebben kunnen vaststellen door welk land of welk laboratorium de giftige stof is geproduceerd, aldus het Russische dagblad Gazeta.ru. Maar de Britse vertegenwoordiger van de organisatie laat geen enkele ruimte voor twijfel: ‘Wij zijn van mening dat alleen Rusland over de technische mogelijkheden, de praktische ervaring en de motivatie beschikt om deze operatie uit te voeren.’

    InoSMI
    Rusland | inosmi.ru

    InoSMI is een informatiesite die zich specialiseert in de Russische vertaling van artikelen uit de buitenlandse pers. Inderdaad, net als 360. De naam is een samentrekking van twee Russische woorden die ‘buitenlandse media’ betekenen. ‘Alles wat het waard is om vertaald te worden,’ luidt hun slogan. Naast redacteuren en vertalers telt de redactie ook auteurs van oorspronkelijke artikelen in het Russisch.

  • Vluchtelingen, nee! Aziaten, ja graag!

    Vluchtelingen, nee! Aziaten, ja graag!

    Daar waar Polen net als veel andere Oost-Europese landen weigert Syrische vluchtelingen op te nemen, zijn Aziatische arbeidsmigranten er van harte welkom.

    Na de golf economische vluchtelingen uit Oekraïne komt er nu een nieuwe aan – uit het Verre Oosten. Poolse werkgevers hebben steeds meer moeite om aan Oekraïense werknemers te komen – die al even veeleisend zijn geworden als de Polen – en beginnen in exotischer oorden personeel aan te werven.

    Volgens gegevens van het ministerie van Gezin, Arbeid en Sociaal Beleid heeft Polen alleen al in 2017 bijna 30.000 werkvergunningen afgegeven aan mensen uit Nepal, India, Bangladesh, Oezbekistan, Pakistan, de Filippijnen en China. Het afgelopen jaar raakte het echt in de mode om mensen uit het Verre Oosten te rekruteren, iets wat Poolse werkgevers tot dusverre nooit hebben gedaan.

    Het aantal buitenlandse werknemers in Polen stijgt gestaag: in 2016 zijn 140.000 werkvergunningen afgegeven, een jaar later is dat aantal bijna verdubbeld. Natuurlijk bestaat de meerderheid van hen uit Oekraïners en, in iets mindere mate, Witrussen. Maar na hen worden de meeste werknemers naar Polen gehaald uit… Nepal, gevolgd door India, Moldavië, Bangladesh en Oezbekistan. ‘Qua openheid van de grenzen kunnen we stellen dat we onze verplichtingen ten opzichte van de Europese Commissie meer dan vervuld hebben,’ grapt Andrzej Kubisiak, directeur [van de dienst analyse en communicatie] bij Work Service [het grootste wervingsbureau in Polen]. ‘Maar even serieus, het menselijk potentieel aan onze oostgrens raakt uitgeput. En daarom beginnen de werkgevers en de wervingsbureaus nu andere bronnen te zoeken.’

    Een heel ander arbeidsethos

    Waarom is Azië plotseling in de mode? Bartosz Cebula, vicedirecteur van een bureau dat gespecialiseerd is in rekrutering van Aziaten, legt uit dat zijn cliënten ‘teleurgesteld zijn in het Oekraïense personeel. Ten eerste stijgen de aanwervingskosten van onze buren almaar. Oekraïners eisen vaak hetzelfde salaris als Polen, en soms meer. Ten tweede zijn Oekraïners, volgens mijn cliënten, vaak minder gemotiveerd. Indiërs en Nepalezen hebben een heel ander arbeidsethos.’

    Uit de statistieken van het ministerie blijkt dat het voornamelijk om handarbeiders gaat. In 2017 waren er op een totaal van 250.000 buitenlandse werknemers slechts 30.000 gekwalificeerde krachten, 3000 informatici en 20… artsen. Het gaat hoofdzakelijk over lichamelijke arbeid – in de bouw en de verwerkende industrie. De administratieve rompslomp en de eenmalige kosten die verbonden zijn aan de aanwerving van mensen die van het andere eind van de wereld komen, vormen geen beletsel voor werkgevers die op de salarissen willen besparen.

    Maar Bartosz Cebula is van mening dat ‘het bij ons nog steeds gemakkelijker is dan in Duitsland, waar de aanwerving van buitenlands personeel beperkt blijft tot een lijst met beroepen waarvan officieel erkend wordt dat er een tekort aan geschoold personeel bestaat, bijvoorbeeld wiskundigen, artsen of informatici. En daar wordt buitengewoon streng de hand aan gehouden. Daarom besluiten de Aziaten naar ons te komen. Voor hen is werken in de Europese Unie een droom, ze kunnen meer dan tien keer zo veel verdienen als in hun land van herkomst.’

    Het ministerie van Arbeid wil uiterlijk voor de zomervakantie de aanwervingsvoorwaarden voor buitenlandse werkkrachten liberaliseren. Evenals in Duitsland moet er een lijst van beroepen komen, maar degenen die aan de criteria voldoen kunnen dezelfde voorrechten genieten als onderdanen uit zes Oost-Europese landen (Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland, Armenië, Georgië en Moldavië); ‘de zes’. Werkgeversorganisaties willen zelfs een tiental landen toevoegen aan de lijst met landen waarvoor gunstiger voorwaarden gelden!


    Als dit scenario zich voltrekt staat ons misschien een ware toestroom van goedkope arbeidskrachten uit heel Azië te wachten. In de Poolse wetgeving wordt bepaald dat buitenlandse werkkrachten een minimumsalaris moeten ontvangen en woonruimte moeten krijgen, maar hoe die woonruimte eruit moet zien wordt niet nader gepreciseerd. Het is dus mogelijk dat het net zo zal gaan als nu met de Oekraïners die soms met z’n tienen een appartement delen.

    In dat opzicht staat het Poolse recht aan de kant van de werkgevers. Afgezien van de ‘bevoorrechten’ uit ‘de zes’, worden de overige werknemers aangeworven voor een minimumperiode van één jaar. Maar bij voorkeur twee jaar. In die periode mogen ze alleen maar werken voor de onderneming die ze heeft aangemeld bij de arbeidsadministratie en ze mogen dus niet, zoals de Oekraïners, van werk veranderen als iets hun niet aanstaat. De werkgever die een Nepalees laat komen voor de duur van een bouwproject heeft dus de garantie dat hij gedurende het project voor een minimumsalaris voor hem zal werken. Sterker nog, hij gaat niet naar huis tijdens de feestdagen en neemt geen vakantiedagen op. Er is geen directe vlucht tussen Warschau en Kathmandu en vluchten duren met overstappen algauw meer dan twintig uur en kunnen wel vijftienhonderd euro kosten. Een Oekraïner daarentegen die in Lublin [Oost-Polen] werkt, kan voor tien euro met de bus naar zijn geboortestad Lviv.

    In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd

    Het is dus helemaal niet verbazingwekkend dat werkgevers hele ploegen Aziatische bouwvakkers laten komen. ‘Deze bouwvakkers hebben nog een voordeel,’ aldus Andrzej Kubisiak. ‘Ze hebben vaak ervaring met grote bouwprojecten omdat ze gewerkt hebben in de Arabische Emiraten of in Qatar. Ook in Azië zelf zijn er enorme bouwprojecten. Helaas kunnen Oekraïense bouwvakkers niet prat gaan op zo’n cv.’

    In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd. Vorig jaar hebben ze in Silezië (Zuid-Polen) gewerkt, terwijl ze twee jaar eerder in Ermland-Mazurië (Noord-Polen) werkzaam waren. Ze worden dus in heel Polen ingezet. Er zou dan ook niets vreemds aan geweest zijn als inmiddels algemeen bekend zou zijn dat het regime-Kim al jarenlang werknemers aan andere landen verkoopt. Vrijwel hun gehele salaris wordt ingehouden en vloeit in de Noord-Koreaanse schatkist. Tegelijkertijd zijn ze gewaarschuwd dat als ze vluchten, hun op het Koreaans schiereiland achtergebleven familieleden de consequenties ervan zullen ondervinden.

    Oekraïners en Witrussen spreken al vrij snel Pools. Vaak hebben ze al een basis als ze in Polen aankomen. Hoe communiceren hun superieuren met de Aziaten? Met een Indiër kun je Engels praten, maar het wordt al lastiger met Chinezen, Nepalezen of Filippijnen. De werkgever moet er dus voor zorgen dat iedere ploeg ten minste één persoon bevat die een gemeenschappelijke taal spreekt.

    Komt er in Polen een nieuwe boom van buitenlandse werknemers? ‘Naast een stijging van het aantal Aziatische arbeiders moet rekening worden gehouden met een toenemende immigratie uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie,’ aldus Grzegorz Sielewicz, hoofdeconoom van Coface Midden-Europa. ‘Hoewel de Russische economie geleidelijk aantrekt, wordt de Poolse arbeidsmarkt een aantrekkelijk alternatief voor mensen uit traditionele emigratielanden als Moldavië, Georgië, Oezbekistan, Tadzjikistan of Kazachstan, die vroeger voor Rusland kozen.’

    Auteur: Karol Wasilewski
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openinsgbeeld: De grens tussen Polen en Oekraïne. Oekraïense gastarbeiders in Polen worden steeds vaker vervangen door Aziatische. – © Phil Nijhuis /HH

    Wprost
    Polen | weekblad | oplage 85.000

    Wprost (‘Recht op het doel af’) staat in Polen vooral bekend om zijn scoops. In 2014 baarde het blad veel opzien met de publicatie van in het geheim opgenomen gesprekken tussen belangrijke politici.

  • Afrin zal de Turken slecht bekomen

    Afrin zal de Turken slecht bekomen

    Met de verovering van de Koerdische stad Afrin heeft Turkije de Syrische crisis nog onontwarbaarder gemaakt, schrijft de Turkse oppositiesite Gazete Duvar.

    Het tiende leger ter wereld – het tweede van de NAVO – veroverde op 19 maart het stadje Afrin in Syrisch Koerdistan, vlak over de Turkse grens. Als we de Turkse propaganda mogen geloven, had de verovering zelfs maar een dag hoeven duren. Dat zou betekenen dat het stadje 59 dagen de tijd had gekregen om zich over te geven.

    Naar goed gebruik werd de zege gevierd door huizen en bedrijven grondig te plunderen. Degenen die in de gelegenheid waren auto’s, tractoren, motorfietsen of generatoren te bemachtigen, hadden geluk. Anderen moesten genoegen nemen met koeien, geiten, dekens en bedden; nog anderen met conservenblikken en flessen ketchup. De foto’s van de plundering laten een onuitwisbare indruk na van deze ‘Operatie Olijftak’.

    Holle woorden

    De opdrachtgevers van de operatie kunnen nu wel hun afkeuring betuigen over het wangedrag, en de rechtbanken kunnen een aantal plunderaars veroordelen, dat alles neemt niet weg dat hier geen sprake is van een incident. We zijn teruggekeerd naar de aloude traditie van roofmoorden, van het binnenslepen van buit, en van de religieuze sanctionering van dit alles binnen de jihadistische traditie waarop de daders zich beroepen. Maar wat zij hebben aangericht zal voor altijd in het geheugen van hun slachtoffers gegrift staan.

    Ongeveer 200.000 mensen moesten van Afrin naar Tell Rifaat, Manbij of Aleppo vluchten. Hun dierbaren werden gedood, hun bezittingen geplunderd, hun levens verminkt. Een bijkomstigheid voor de architecten van de operatie, waarvan de demagogische speeches nochtans worden opgesmukt door humanistische en barmhartige woorden die iedere geloofwaardigheid ontberen.

    Door de verovering van Afrin vormt het Syrische gebied tussen Azaz en Idlib nu een door jihadistische groepen bezette halvemaan, bedoeld als Turks schild. Land dat de krijgsheren zullen willen koloniseren en bezetten en dat ze elkaar ongetwijfeld zullen betwisten zodra de plunderingen voorbij zijn. Vanaf het begin van de Syrische crisis hebben sommigen verklaard dat ze Damascus zullen bevrijden en het bewind van Sultan Erdogan de Eerste zullen uitroepen. Op dit moment is alles zo onzeker dat zij zich voorlopig wellicht tevreden zullen stellen met Afrin.

    Nu is het zaak ‘Afrin terug te geven aan zijn werkelijke eigenaren’, zoals onlangs werd meegedeeld door de Turkse president, die wil dat er zich families van de aan hem gelieerde Syrische rebellen vestigen. Maar wie zijn deze ‘werkelijke’ eigenaren precies? Het feit dat de ‘bevrijding van Afrin’ wordt toegejuicht door een handjevol naar voren geschoven Koerden die gekant zijn tegen de PYD (de grootste Koerdische partij in de regio), doet niets af aan de lokale werkelijkheid. Mensen die hun huizen hebben moeten verlaten zullen de nieuwe bewoners als bezetters blijven zien.

    Ongetwijfeld zullen zich binnenkort in een hotel aan de grens enkele mensen afkomstig uit Afrin verzamelen om deze politiek van bezetting te legitimeren. Maar zij zullen even representatief zijn voor de lokale bevolking als de plunderaars – door Ankara voor de gelegenheid tot ‘Syrisch nationaal leger’ bestempeld – representatief zijn voor de Syrische bevolking.


    Syrische scholieren met Turkse vlaggen na de Turkse zege in Afrin. – © Getty Images
    Syrische scholieren met Turkse vlaggen na de Turkse zege in Afrin. – © Getty Images

    Het heeft geen zin om lang stil te staan bij de overwinning van een staat met de omvang van Turkije op een militie als de Volksbeschermingseenheden (YPG, de gewapende vleugel van de PYD). Wat veel meer aandacht verdient is het feit dat dit gevaarlijke avontuur er alleen maar toe heeft geleid dat Turkije zich weer van de Koerden heeft vervreemd, dat de jihadisten die een vloek zijn voor de regio nieuw territorium is geschonken, dat nieuwe humanitaire crises in het verschiet liggen en dat de Syrische crisis nog onontwarbaarder is geworden. Waar we ons zorgen om moeten maken is het feit dat nationalisme, racisme en opgeblazen retoriek vaste waarden zijn geworden voor het behalen van binnenlands politiek voordeel.

    Deze vraag behoort nu op ieders lippen te liggen: waarom heeft de YPG, die bereid was een zware prijs te betalen in de strijd om Raqqa, Tabka en Deir ez-Zor – ver van de overwegend Koerdische regio – zich zo snel teruggetrokken uit een plaats die zo belangrijk voor ze is en zo veel symbolische betekenis heeft als Afrin? Om de vernietiging van de stad te voorkomen, stelt de YPG zelf, om burgers te sparen. Het zou niet gaan om een volledige terugtrekking, maar om het begin van een guerrilla. Was het verlaten van de stad simpelweg onvermijdelijk, of de vrucht van afwegingen die ons onbekend zijn? Zit achter deze terugtrekking iets anders dan de eenvoudige uitkomst van de militaire machtsverhoudingen ter plaatste? De tijd zal het leren.

    In Afrin hebben de Koerden de tol betaald voor hun blinde vertrouwen in en hun afhankelijkheid van de Verenigde Staten. Door hun eigen verlangens ondergeschikt te maken aan hun bondgenootschap met de Amerikanen, hebben ze grote risico’s genomen. In de strijd tegen IS die ze onder Amerikaanse supervisie voerden, raakten de Koerden in de omstandigheid verzeild dat ze overwegend Arabische, op IS veroverde gebieden moesten besturen. Sommige van deze gebieden hebben aanzienlijke olie- en gasreserves. Ze moesten ook de bouw aanvaarden van Amerikaanse kazernes en bases. De andere spelers in het conflict vatten een en ander op als provocaties. Dat gold voor Turkije, dat de Amerikaanse NAVO-bondgenoten het ultimatum stelde: de Koerden of wij? En het gold voor het Syrië van Assad, dat zich om zijn territoriale integriteit bekommerde, en voor zijn Russische bondgenoot, die de Koerden met Afrin een lesje wilden leren.

    Ze stelden het zich zo voor dat deze samenwerking hun politieke erkenning, bescherming tegen Turkije, en een belangrijk aandeel in de onderhandelingen met het Syrische regime zou opleveren. Het bleek een misrekening

    Daarom heeft Moskou de Turkse operatie mogelijk gemaakt door de Turkse luchtmacht toestemming te geven Afrin te bestoken. De Russen hebben de Turken ook toezeggingen gedaan in ruil voor Ankara’s medewerking en stilzwijgen ten aanzien van de operaties van de Syrische en Russische legers in Ghouta [ten oosten van Damascus] en de regio Idlib [in het noorden van Syrië]. Tezelfdertijd zaaiden de Russen hiermee tweedracht tussen Ankara en Washington en hopen ze de Koerden van de Amerikanen los te weken en in de armen van Damascus te drijven. De Koerden zetten hun kaarten op de Amerikanen door deel te nemen aan operaties tegen de Islamitische Staat in Raqqa en Deir ez-Zor. Ze stelden het zich zo voor dat deze samenwerking hun politieke erkenning, bescherming tegen Turkije, en een belangrijk aandeel in de onderhandelingen met het Syrische regime zou opleveren. Het bleek een misrekening.

    Samenvattend: de verovering van Afrin zal Turkije op den duur slecht bekomen. En de Koerden zullen zich nog achter de oren krabben over hun strategische keuzes.

    Auteur: Fehim Tastekin
    Vertaler: Carl Stellweg

    Gazete Duvar
    Turkije | gazeteduvar.com.tr

    Internetkrant van linkse signatuur met als motto ‘principieel, onafhankelijk, objectief nieuws’. Wordt gepubliceerd door advocaat en media-ondernemer Ali Duran Topuz.

  • Poetins 
jonge helpers

    Poetins 
jonge helpers

    Voor zijn vierde mandaat omringt Poetin zich met een nieuwe generatie ambitieuze bureaucraten. Zij moeten de economische successen uit de tijd van Stalin herhalen. En misschien wordt een van hen wel zijn opvolger.

    ‘Rusland heeft nu ambitieuzere doelstellingen nodig, een snellere groei’, zei Poetin al in 2002. Onlangs herhaalde hij zijn idee in een toespraak voor de Doema, waarbij hij meermaals de woorden ‘doorbraak’ en ‘opleving’ gebruikte. Om die groei te bereiken, en om zich voor te bereiden op de machtsoverdracht in 2024, heeft de president sterke, vastberaden en betrouwbare medewerkers nodig, die hem eventueel ook kunnen opvolgen.

    Het is absoluut niet zeker dat de namen die nu genoemd worden in 2024 nog altijd op het bord zullen staan. Zes jaar is lang genoeg om pionnen naar voren te schuiven die nu nog volstrekt onbekend zijn.

    De technocratische tendens in het landsbestuur is de afgelopen twee jaar duidelijk geworden. Eerst was er de benoeming van Anton Vajno tot hoofd van de presidentiële administratie [in augustus 2016]. Vrij snel daarna volgde een ontslaggolf onder de gouverneurs ten gunste van technocraten. Geleidelijk vertrekken de oude makkers, de ‘vrienden’ van Poetin. De leden van zijn entourage gaan met pensioen, of komen in sommige gevallen achter de tralies terecht. De president geeft de voorkeur aan mensen met een jonger profiel, die naar verondersteld mag worden minder rijk en corrupt zijn, loyaal, en geen duidelijke ideologie aanhangen – ‘specialisten’ in zekere zin.

    Loyaliteit

    Wat Poetins precieze motieven ook zijn, het is duidelijk dat hij, zonder te raken aan de pijlers van het politieke stelsel, op zoek is naar mensen die ervoor kunnen zorgen dat hij beter presteert, vooral op het vlak van economie en management. Of dat beleid ook succesvol zal zijn is de vraag, maar dit is Poetins idee van een doelmatige aanpak.

    De president maakt het voor zijn jonge aanhangers veel gemakkelijker om carrière te maken dan de afgelopen jaren het geval was in de uiterst gepolitiseerde en in diskrediet gebrachte jongerenorganisaties. Hij verzekert zich op die manier van de loyaliteit van een nieuwe bureaucratie, die zonder al te veel turbulentie minstens tot 2024 zal moeten standhouden. Deze rekruten mogen het staatshoofd niet tutoyeren en zijn hem veel verschuldigd voor elke sport die ze op de carrièreladder stijgen. Dit maakt ze loyaal. Met deze stoottroepen kan de machtsoverdracht plaatsvinden. In die zin heeft de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev gelijk wanneer hij zegt dat Poetin niet wordt opgevolgd door één man, maar door een generatie. Een generatie ambitieuze bureaucraten.

    Politieke partijen zijn in Rusland niet langer springplanken voor de opkomst van nieuwe kaderleden. De komende zes jaar zal het nieuwe talent van buiten de politiek komen. Om te slagen in zijn transitie heeft Poetin hetzelfde soort technocraten nodig dat floreerde in de jaren dertig van de vorige eeuw. Wat de president wil is het kunststukje van de industrialisatie uit die tijd herhalen, maar dan in een ander economisch systeem.

    De transitie van de jaren 1930 en 1940 was het tijdperk van de bliksemcarrières, vooral voor ingenieurs en administratieve kaderleden. Aleksej Kosygin werd op zijn 35e volkscommissaris van Textielindustrie. Nikolaj Bajbakov op zijn 33e volkscommissaris van Olie-industrie. Ivan Tevosjan werd volkscommissaris toen hij 37 was, en vervolgens heel snel minister. Dmitri Oestinov, toekomstig lid van de ‘clan’ van Breznjev die alle belangrijke besluiten in de jaren 1970 en 1980 zou nemen, werd volkscommissaris van Bewapening toen hij 32 was.

    Zo zijn er tal van voorbeelden. Stalin lanceerde heel jonge ‘sterren’ door zich te verzekeren van hun loyaliteit en door een maximaal rendement van hen te eisen. Ouderen konden een dergelijk fysieke en psychologische belasting eenvoudigweg niet aan. Degenen die niet werden gefusilleerd en niet stierven, hadden geen enkele carrièremogelijkheid meer. Bajbakov, Kosygin en Oestinov werden mettertijd zelf het symbool van immobilisme.

    Uiteraard leven wij niet in stalinistische tijden en de nieuwe pupillen van 2018-2024 moeten nog een hele weg afleggen voordat ze de status van lid van het “Politburo” verwerven

    Uiteraard leven wij niet in stalinistische tijden en de nieuwe pupillen van 2018-2024 moeten nog een hele weg afleggen voordat ze de status van lid van het ‘Politburo’ verwerven. Het zou niet opportuun zijn het team dat de overwinning in 2018 heeft mogelijk gemaakt in de politieke calculaties buiten beschouwing te laten. Ook dit team neemt deel aan de wedstrijd van de beste kandidaten voor de machtsoverdracht.

    Auteur: Andrej Kolesnikov
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Vladimir Poetin begeleidt een groepje jonge Russen tijdens een tour door het Kremlin. – © Alexei Druzhinin / HH

    Gazeta.ru
    Rusland | gazeta.ru

    De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door
    zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.

  • ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    In 2012 kozen de Russen iemand die borg stond voor de verworvenheden van de jaren 2000 en die werd uitgedaagd door een protesterende liberale middenklasse. Maar in 2018 hebben ze hun steun uitgesproken voor een opperbevelhebber die wordt uitgedaagd door een externe vijand.

    Keuze uit het archief

    In Rusland worden dit weekend presidentsverkiezingen gehouden. Aangezien de tegenstanders van de zittende president Vladimir Poetin gedood zijn, gevangen zitten of van deelname uitgesloten zijn, is het geen verrassing wie er als winnaar uit de bus zal komen.
    In 2018 deed de Russische onafhankelijke krant Nezavisimaya Gazeta verslag van de vorige presidentsverkiezingen. In dit artikel beschrijft de krant hoe de campagneretoriek van Poetin sinds zijn eerste verkiezingen in 2000 veranderd is. Met zijn militante discours over een ‘externe dreiging’ is ‘opperbevelhebber’ Poetin erin geslaagd om het merendeel van de Russische bevolking achter zich te scharen, aldus het dagblad. Een omineus voorteken voor de oorlog in Oekraïne.

    Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen waarin Vladimir Poetin naar een vierde ambtstermijn dong, wilde hij indruk maken op zijn electoraat en de internationale gemeenschap met een nieuw kernwapenarsenaal. De Russen hebben dus op 18 maart een opperbevelhebber gekozen. Om ervoor te 
zorgen dat de ‘met voeten getreden’ belangen van zijn land worden gerespecteerd, is hij vastbesloten om van Rusland een even geduchte macht te maken als de Sovjet-Unie. Het Westen is nu aan zet.

    Militaire kracht

    Op 5 maart 2018 stroomde het Loezjnikistadion in Moskou helemaal vol voor een verkiezingsbijeenkomst ter ondersteuning van de kandidatuur van Vladimir Poetin met als leuze 
‘Voor een krachtig Rusland’. Het thema ‘kracht’ is de afgelopen weken uitgebreid uitgemolken door de president. Hij noemde het bij de uitreiking van de nationale onderscheidingen, die op 23 februari plaatsvond, en in een twee uur durende rede in de Doema. En hij had het niet over het concept van soft power dat zo populair is in het Westen, maar hoofdzakelijk over militaire kracht en ultramoderne wapens.

    De officiële televisiezenders en de partijen in de Doema moesten het wel oppikken. Het protest tegen Poetin domineerde de verkiezingen en daarom werd de campagne van Poetin ontworpen in reactie op deze protestbeweging.

    De verkiezingsbijeenkomst in februari 2012 op de Poklonnajaheuvel met als leuze ‘We hebben iets te verliezen’ was een reactie op de protestmars ‘Voor eerlijke verkiezingen’. De macht had gemikt op dat deel van het electoraat dat afhankelijk was van overheidssteun, dat de armoede in de moeilijke jaren negentig [onder Boris Jeltsin] had meegemaakt en dat zijn levensstandaard in de jaren 2000 aanzienlijk had zien stijgen. Dat electoraat werd gemobiliseerd tegen een binnenlandse dreiging. De bijeenkomsten van de oppositie werden gepresenteerd als de eerste tekenen van een terugkeer naar de jaren negentig. De macht had ingezet op de sociale tegenstellingen, en zelfs gesproken van een soort klassenstrijd: tegenover de luie middenklasse, de ‘valse’ stedelijke intelligentsia, plaatste hij de ‘echte’ intelligentsia – de arbeiders.

    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images
    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images

    Met andere woorden: Poetin heeft zes jaar geleden de verkiezingen gewonnen dankzij een politiek betoog over de klassieke kloof.

    Degenen die profiteerden van de veranderingen die werden doorgevoerd door de heersende macht moesten het systeem verdedigen tegen degenen die het systeem bedreigden. En dat is ook wat er feitelijk is gebeurd. De macht had gemikt op een kloof in reactie op een steeds complexere samenleving, waarin de middenklasse initiatieven begon te ontplooien en politieke wil ten toon begon te spreiden. Daar is toen een nieuw legitimeringsmechanisme uit ontstaan: verkozen worden door de overwinning op een reële en niet-fictieve tegenstander.

    Sinds die tijd is het betoog verhard. Eerst was er de affaire-Bolotnaya [massa-arrestaties en processen tegen oppositieleiders] en de aanscherping van de wetgeving over samenscholingen.

    Betogingen in de publieke ruimte werden ‘afgegrendeld’. Daarna waren er de Krim en de Donbas, de sancties en de snelle verzuring van de betrekkingen met het Westen. Het jaar 2014 was het meest delicate voor de zittende macht die zich er desalniettemin goed doorheen sloeg dankzij de zwakke roebel en de olie. De Russische samenleving schaarde zich achter de bezetting van de Krim en het idee dat Rusland een belegerde vesting was. De politieke boodschap beperkte zich tot de strijd tegen de externe dreiging. In grote
lijnen is dat nu nog steeds zo.

    Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief

    De macht gebruikte een bijna martiale retoriek. Zo moest er bij de verkiezingen in 2018 niet meer een manager worden gekozen die geacht wordt de overheidsmiddelen te beheren, maar moest er steun worden uitgesproken voor een opperbevelhebber. Het ging niet meer over de tegenstelling tussen witte boorden en blauwe boorden, tussen co-workers en fabrieksarbeiders. De macht stelt dat er een externe dreiging is. In die context zou iedere vorm van oppositie tegen de heersende elite die verder gaat dan discussiëren over details de indruk kunnen wekken dat de oppositie de vijand in de kaart speelt. Als dat de setting is, gaat het electoraat er met gestrekt been in. Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief. Het electoraat van Poetin heeft deze benadering geaccepteerd. En in tijden van oorlog – of dat nu een ‘mogelijke’, een ‘lauwe’ of een ‘koude’ is – is iedereen bereid ontberingen te lijden.

    Gedwongen tot vrede

    In 2002 stapten de Amerikanen zonder zich een zier aan te trekken van de bittere kritiek van Moskou uit het akkoord van 1972 over de wederzijdse beperking van antiraketsystemen, roept de krant Moskovski Komsomolets in herinnering. En ze verspreidden die systemen, met name ook in Oost-Europa. Dat droeg bij tot een onderschatting van het Russische nucleaire potentieel, waardoor een antwoord op een Amerikaanse aanval onmogelijk zou zijn geworden. In die situatie besloot Moskou de Amerikaanse defensieve capaciteit te devalueren met een strategisch wapen van de nieuwste soort, dat in staat is het westerse schild te doorboren.

    In het kader van het armpje drukken met de VS lijkt dat logisch – met die nuance, aldus de Russische krant, dat een verdedigingssysteem tegen raketten nog altijd een defensief systeem is, terwijl Vladimir Poetin op 1 maart jongstleden met een offensief wapen op de proppen kwam.

    De wereld is aanzienlijk dichter bij een nucleair conflict gekomen en zal zich rekenschap moeten geven van deze nieuwe werkelijkheid. ‘Formeel wil niemand oorlog. Maar in feite willen beide kanten de wapenwedloop winnen. De uitkomst is dus simpel: of men wordt zich er wederzijds van bewust dat de nieuwe realiteit die van “een gedwongen vrede” is, óf men koerst met gezwinde snelheid op de catastrofe af. Of men tekent nieuwe akkoorden, óf een radioactieve schemering zal onze toekomst verduisteren’, aldus Moskovski Komsomolets.

  • ‘Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht’

    ‘Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht’

    Vladimir Poetin wil niet terug naar het politieke model van de Sovjet-Unie, maar wel naar de economische ambities waartoe de perestrojka de aanzet gaf. Dat gaat niet zonder militaire macht.

    De lasershow met kruisraketten op het reusachtige scherm tijdens de presidentiële redevoering op 1 maart jl. heeft misschien niet alle sceptici van het land overtuigd, maar wel de buitenlandse functionarissen: Rusland heeft de stoutste verwachtingen van de patriotten overtroffen én de angstigste visioenen van zijn vijanden. Russische wetenschappers hebben kruisraketten ontworpen die niet ‘klem zullen komen te zitten in de Eiffeltoren’, maar veel verder en veel sneller zullen vliegen, volgens een volstrekt onvoorspelbare koers.

    Laten we de afgelopen weken nog eens de revue laten passeren. Een nog altijd onmetelijk land – ondanks het verlies van enkele gebieden – dat in het discours van het Westen meermaals op 
de schroothoop is gegooid, heeft blijk gegeven van een buitengewone wil 
om weer het evenbeeld te worden 
van de indertijd geduchte Sovjet-Unie. 
Vladimir Poetin maakte deze vergelijking niet voor niets.

    Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had

    De Sovjet-Unie moest op een gegeven moment het welvaartspeil verhogen 
en de mate van vrijheid in het land 
vergroten. Dat lukte haar bijna in de jaren zestig. Maar in de geschiedenis worden problemen zelden afdoende opgelost. En eind jaren tachtig stortte de Sovjet-Unie alsnog in.

    De vraag die Poetin stelde, heel wat jaren geleden al, over de aard van de onzichtbare catastrofe die zich parallel aan de geopolitieke catastrofe [de ineenstorting van de Sovjet-Unie] afspeelde, is nog altijd niet definitief beantwoord. Oud-premier Jegor Gajdar had op een dag gedecreteerd dat de Sovjeteconomie niet te hervormen was. Maar communistisch China heeft vervolgens aangetoond dat deze stelling niet klopt. Natuurlijk, we hebben nationale conflicten gehad, maar het waren niet alleen de mechanismen van de ‘unie’ die blokkeerden. Dat gebeurde ook met de mechanismen van de ‘socialistische Sovjetmachine’, terwijl die diepgaand hervormd had kunnen worden en nog altijd had kunnen functioneren in het grootste deel van de uiteengevallen Sovjet-Unie, namelijk de Russische Federatie.

    Een van de beroemdste ruimtevaarders van de Sovjet-Unie, Boris Tsjertok, heeft geschreven dat de technocratische elite van de Sovjet-Unie, de beste ter wereld, indertijd had gewezen op ‘het onvermogen van de intelligentsia, met name de Russische, om zich op 
het politieke vlak te organiseren’.

    Poetin bezoekt de Peter de Grote Strategic Missile Forces Academy. – © Mikhail Klimentyev / Getty Images
    Poetin bezoekt de Peter de Grote Strategic Missile Forces Academy. – © Mikhail Klimentyev / Getty Images

    Toen Rusland een tiental jaren geleden weer ‘opkrabbelde’ – waar sommigen over lasterden – herinnerde men zich plotseling weer dat ‘de versnelling en de perestrojka’ [het programma voor 
de hervorming van de Sovjet-Unie van Michail Gorbatsjov in de jaren 1985-1991] niet gericht waren op achteruitgang. Ze waren erop gericht een grote, egalitaire en machtige natie te transformeren tot een even grote, militair iets minder machtige (op gelijke voet met de VS) en nog steeds egalitaire natie, maar op een iets andere, liberalere en welvarendere leest geschoeid. En dat is de uitdaging waar we nu voor staan. Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had. En die niet is gerealiseerd. Want een van de voorwaarden – de handhaving van een sterke militaire capaciteit – was verwaarloosd. Zoals een van onze lezers die thuis is in de natuurkunde, ons schreef: ‘Een nieuwe thermonucleaire kruisraket, daar hadden we ons al veel eerder mee moeten uitrusten. Dan waren ons al die sancties bespaard gebleven.’

    Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht. Maar hoe zit het met de andere gebieden? In zijn redevoering wordt de snelle groei van het bbp als doelstelling aangekondigd. ‘Een bbp dat met 1,5 wordt vermenigvuldigd voor het midden van het volgende decennium, dat wil zeggen voor de jaren 2024-2025, dat wil zeggen een gemiddelde stijging van het bbp met 6 procent’, zo is uitgerekend door Aleksej Koedrin, directeur van het Centrum voor Strategisch Onderzoek. Volgens hem heeft de president ‘de lat een stuk hoger gelegd dan de ramingen van de deskundigen, zelfs als ervan uit wordt gegaan dat er structurele hervormingen worden doorgevoerd’. Iedere deskundige heeft natuurlijk zijn eigen visie. In zijn redevoering heeft de president ook een beroep gedaan op de onafhankelijke, centrale bank om zich bezig te houden met de economische groei, wat in de ‘structurele hervormingen’ niet is opgenomen. Dialoog is dus noodzakelijk.

    Nieuwe kans

    Er is iets zeldzaams gebeurt in de geschiedenis: door onze fouten hebben we een nieuwe kans om te realiseren wat ooit is mislukt. Een van de belangrijkste lessen die we geleerd hebben is dat we leven in een wereld waar de concurrentie meedogenloos is. Die is niet verdwenen met de Koude Oorlog, of met het einde van de communistische ideologie, die zal nooit verdwijnen. Je kunt het je concurrenten niet naar de zin maken. Je kunt ze alleen overwinnen. Door te concurreren natuurlijk en, alleen in geval van agressie, met geweld. Hoe kunnen we in deze context een innovatieve, onbeperkte groei van de productiemiddelen bevorderen zonder een buitensporige druk uit te oefenen op de bevolking? We weten het niet. Maar er zijn veel elementen van dit mechanisme aangedragen in deze redevoering. De 
Russische samenleving staat voor 
de uitdaging ze aan te grijpen en te ontwikkelen en ‘zich op het politieke vlak te organiseren’.

    Expert
    Rusland | dagblad | oplage 85.000

    In 1995 opgericht door oud-medewerkers van dagblad Kommersant. Gezaghebbend in economische kringen, kritisch waarnemer van 
de Russische samenleving.

    Nieuwe spelregels

    Onder de kop ‘Daarentegen bouwen wij raketten’ wijdt het Russische magazine Profil zijn openingsartikel aan de toespraak van Vladimir Poetin, die ‘verbazing en schrik, en tezelfdertijd hoop heeft gewekt’. In een artikel met als kop ‘Destabilisering van de instabiliteit’ stelt het blad dat het militaire aspect van diens boodschap urbi et orbi erg lijkt op ‘een totale herziening van de spelregels op het gebied van een evenwicht van militaire en politieke machten’.