Tag: Rusland

  • Opening Dossier: De nasleep voor het Oostblok

    Opening Dossier: De nasleep voor het Oostblok

    Hongarije, Polen, Slowakije… herkennen zich niet in de democratische waarden van het Westen en varen een eigen koers, die pessimistisch en materialistisch is.

    De Polen kiezen voor het Chinese model, en populisten verslaan geregeld de traditionele partijen. Op de oostflank van de Europese Unie kampt men nog steeds met de nasleep van de geschiedenis.

    1. De diepste kloof is die tussen Oost en West

    2. Waarom het Oost-Europese populisme 
anders is

    3. Laten we niet langer 
de boksbal van Europa zijn

    4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    5. De Tsjechen zijn een geval apart

    6. Context: Kroaië, Kurz, minipoetins en het IJzeren Gordijn

    Beeld: Aanhangers van de Hongaarse oppositiepartij Jobbik vieren de 170e verjaardag van de opstand tegen het Habsburgse Rijk op 15 maart 2018.
 – © Marton Monus / HH

  • Vuil spel

    Vuil spel

    Het hoofd van de dienst openbaar vervoer in Boedapest zit een Russische metrostellenfabrikant in de weg. Voor het Russische bedrijf staat er meer dan tweehonderd miljoen euro op het spel. Dus wordt de Hongaarse CEO door middel van een duivels spel op een dood spoor gezet. Einde van het liedje? De Hongaarse hoofdstad is opgezadeld met veel te dure, gebrekkige Russische metrostellen waarvan de deuren onderweg openvliegen en de noodrem zichzelf activeert.

    De burgemeester van Boedapest kan zijn frustratie niet langer binnenhouden. ‘We hebben hier te maken met Murphy’s Law, of er wordt een duivels spel gespeeld,’ aldus István Tarlós in maart 2017 op zijn wekelijkse persconferentie. Met een verbitterd lachje zegt hij: ‘Hoewel ik in God geloof, ben ik er absoluut van overtuigd dat Satan de hand heeft gehad in de kwestie van metrolijn M3.’ Tarlós doelt op de onlangs geleverde Russische metrostellen, die vanaf de allereerste dag dat ze in gebruik zijn genomen allerlei gebreken vertonen en voortdurend haperen.

    De burgemeester heeft het bij het rechte eind wanneer hij meent dat er clandestien is gehandeld waar het de metro van Boedapest betreft. Inmiddels is hem vermoedelijk wel duidelijk dat hij vier jaar lang door de Russen om de tuin is geleid.

    Een geslaagde lastercampagne

    In 2013 stelt de ouderwetse, conservatieve burgemeester van Boedapest zich steeds feller op ten opzichte van Dávid Vitézy, de CEO die aan het hoofd staat van de openbaar-vervoersdienst van de stad, het BKK (Budapesti Közlekedési Központ). Vitézy is, met zijn vooruitstrevende standpunten, in vrijwel alles de tegenpool van Tarlós. Het publiek smult van het geruzie, totdat het eindigt met het ontslag van de CEO, een graag geziene figuur binnen intellectuele kringen in Boedapest.

    Iedereen, ook de burgemeester en de CEO zelf, heeft al die tijd gedacht dat de meningsverschillen enkel en alleen draaiden om politieke ambities, een botsende wereldvisie en een diepe, persoonlijke animositeit tussen beide mannen.

    Wat niemand weet is dat er in het geheim een derde partij bij betrokken is.

    Tarlós en Vitézy werken al samen sinds 2010, het jaar waarin Orbáns partij, Fidesz, niet alleen de parlementsverkiezingen wint, maar ook als overwinnaar uit de bus komt bij de gemeenteraadsverkiezingen. Op het moment dat Tarlós burgemeester wordt van Boedapest is het een voor de hand liggende keuze om Vitézy, de achtentwintigjarige verkeersexpert die ook als kind al dol was op trams en bussen, aan te stellen als hoofd van de dienst die het openbaar vervoer in de stad coördineert. Niet alleen heeft Vitézy duidelijke ideeën over de modernisering van het openbaar vervoer in Boedapest, ook heeft hij sterke familiebanden met de partijtop van Fidesz.

    Vitézy’s moeder zit voor Fidesz in het Europees Parlement in Brussel, en wat misschien nog wel belangrijker is: zijn halfzus is een nicht van Viktor Orbán.

    Maar van de ene op de andere dag begint de politieke steun voor de jonge CEO af te kalven. VSquare stuit op een Russische lastercampagne uit 2013, die erop is gericht Vitézy uit te rangeren. Vitézy vormt namelijk een obstakel om de opdracht binnen te slepen voor het opknappen van de oude M3-metrolijn in Boedapest. Zowel de burgemeester als de CEO worden het slachtoffer van deze manipulaties.

    VSquare ontdekt dat in mei 2013 een Russische delegatie een ontmoeting heeft met Vitézy, die de grote fout begaat om geen officiële notulen te maken van zijn onderhandelingen met de Russen. Het duurt niet lang of er worden met opzet onware verhalen over deze ontmoeting de wereld in gestuurd. In de inner circle van de premier, die steeds meer pro-Kremlin wordt, klinken beschuldigingen als zou het hoofd openbaar vervoer van Boedapest anti-Russische sentimenten koesteren en zakelijke overeenkomsten met Moskou dwarsbomen. Hij wordt ontslagen. Op die manier krijgen de Russen vrije toegang tot zo’n tweehonderd miljoen euro aan Hongaarse publieke middelen. De burgemeester van Boedapest vertelt VSquare desgevraagd dat het hoofd van het openbaar vervoer van Boedapest inderdaad niet op zijn initiatief is ontslagen.

    István Tarlós, de non-conformistische, rechtse burgemeester die sinds 2010 de scepter zwaait over Boedapest, is de politieke strijd aangegaan met een aantal machtige ministers en oligarchen van premier Viktor Orbán. De oligarchen doen niet-aflatende pogingen om via verschillende louche transacties en kanalen het budget van Boedapest en het geld van de Europese subsidies weg te sluizen. Tarlós, wiens integriteit boven vrijwel elke twijfel is verheven, probeert die pogingen te verijdelen.

    Zo botst hij met iemand als Lajos Simicska, de beruchte oligarch die het economische achterland van Fidesz bestiert. Tarlós slaagt erin hem te weren uit Boedapest, in ieder geval tot op zekere hoogte. Dat is opmerkelijk omdat Simicska – al sinds de studietijd een goede vriend van Orbán – tussen 2010 en 2014 besliste over leven en dood binnen de Fidesz-regering. Simicska was zo machtig dat hij eigenhandig enkele van Orbáns kabinetsleden selecteerde of de laan uit stuurde.

    In zijn strijd heeft Tarlós echter behoefte aan invloedrijke bondgenoten om de aanvallen van inhalige oligarchen en Fidesz-politici te kunnen pareren. Er is een steeds belangrijkere maar informele rol weggelegd voor István Kocsis, een bekende russofiel die in het verleden aan het hoofd heeft gestaan van de voorloper van het BKK, het KKV, en van het MVM, de Hongaarse overheids-energieleverancier. Hij is ook CEO geweest van de kernenergiecentrale Paks, oorspronkelijk gebouwd door de Sovjets. Kacsis, een van de toonaangevende economen van de voormalige socialistisch-liberale regering van 2002 tot 2010, is betrokken geweest bij meerdere corruptieschandalen, als gevolg waarvan hij zich vanaf 2010 gedwongen gedeisd heeft moet houden.

    Nieuwe treinstellen van het Russische bedrijf Metrowagonmash in Moskou, dat al ruim 120 jaar metro’s levert in o.a. Petersburg, Baku, Tbilisi, Harkov, Praag, Moskou, en Boedapest. – © Wikipedia
    Nieuwe treinstellen van het Russische bedrijf Metrowagonmash in Moskou, dat al ruim 120 jaar metro’s levert in o.a. Petersburg, Baku, Tbilisi, Harkov, Praag, Moskou, en Boedapest. – © Wikipedia

    Tarlós steunt ook op een andere langdurige bondgenoot, György Pető, voormalig lid van de socialistische partij, een man die in het communistische tijdperk bij de geheime dienst heeft gewerkt, en in de jaren tachtig voor de Amerika-afdeling van de Hongaarse contraspionagedienst.

    Later verschijnt ook András Tombor, een voormalig veiligheidsofficier van Orbán, ten tonele – of liever gezegd, ergens in de coulissen. Hij biedt het stadsbestuur van Boedapest officieus zijn diensten aan om wat plooien glad te strijken bij Tarlós’ vervaarlijke tegenstanders in het kabinet van Orbán.

    Kocsis en Tombor worden gezien als lobbyisten die banden onderhouden met verschillende Russische zakenlieden. Van Pető is bekend dat hij zijn loopbaan is begonnen op het Hongaarse ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling III/II – min of meer de plaatselijke afdeling van de KGB, waar dan ook soms orders uit Moskou werden uitgevoerd. Volgens bronnen die zich in de kwestie hebben verdiept is de Russische invloed in Boedapest pas echt goed aan het licht gekomen op het moment dat verschillende partijen het stadsbestuur ervan probeerde te overtuigen om bij de uitvoer van het lucratieve renovatieproject van lijn M3 in zee te gaan met Metrowagonmash, een Russisch bedrijf dat metrostellen levert.

    De aanleg van de derde metrolijn van Boedapest – ook wel de blauwe lijn geheten – begint in 1970, en de lijn is in bedrijf sinds 1976. Hoewel er dagelijks meer dan een half miljoen mensen van deze metrolijn gebruikmaken, is hij al drie decennia lang niet opgeknapt. Nadat in 2011-2012 grote publieke verontwaardiging ontstond vanwege een aantal ernstige technische storingen, met angstaanjagende beelden van rook en vuur, begreep het stadsbestuur dat renovatie en de aanschaf van nieuwe metrostellen onvermijdelijk is. De Sovjet-metrostellen die al sinds de jaren zeventig in Boedapest rijden, en de constructietechniek van de tunnels en de ventilatiesystemen, zijn vrijwel identiek aan die in Baku in Azerbeidzjan, waar in 1995 een brand ontstond door kortsluiting, met 289 doden en 270 gewonden als gevolg.

    Jaren eerder, lang voordat de winnaar van deze metrotender bekend wordt, hebben we een achtergrondgesprek gevoerd met een van de informele lobbyisten die ervoor pleit met Metrowagonmash in zee te gaan. Hij maakte er bezwaar tegen dat we hem een Russische lobbyist noemde, en zei dat hij niets anders wilde dan dat de partijen op één lijn zouden komen zodat een groot metro-ongeluk kon worden voorkomen.

    ‘Niemand wil de dood van passagiers op zijn geweten hebben, toch?’ zei de lobbyist, die beweerde dat de Hongaarse politici bang waren en de voorkeur zouden geven aan een snelle oplossing boven de meest kosteneffectieve oplossing. Aangezien zowel de metrostellen als de tunnel door de Russen waren geleverd, waren zij ook de meest gekwalificeerde partij voor de renovatie, betoogde de lobbyist. De kern van zijn betoog was dat koste wat kost een tragisch ongeluk moest worden voorkomen.

    Dat is natuurlijk een drogredenering. Zo zijn de oude Sovjet-metrostellen in Praag in 2011 met succes gerenoveerd, niet door Metrowagonmash maar door het Tsjechische bedrijf Škoda Transportation. Een tragisch ongeluk is uitgebleven.

    De Hongaarse veiligheidsdiensten hebben al heel lang weet van de banden tussen Metrowagonmash en de Russische geheime dienst. Sterker nog, in het verleden hebben ze zelf geprobeerd gebruik te maken van die connecties

    Tarlós bedient zich echter van dezelfde redenering wanneer hij in een e-mail reageert op vragen van VSquare: ‘Ik ben nog altijd van mening dat het niet meer dan logisch is dat degene die iets heeft geproduceerd, als geen ander is gekwalificeerd om het te renoveren,’ betoogt de burgemeester. ‘Maar ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Russen niet heb geholpen bij de openbare aanbesteding, en dat ik op geen enkel moment heb ingegrepen. Het enige waar het mij om ging, is dat de renovatie zou plaatsvinden,’ vervolgt hij.

    De burgemeester probeert de rol van zowel Kocsis als Tombor af te zwakken. ‘Niemand heeft gevraagd – in ieder geval niet aan mij – om de opdracht aan Metrowagonmash te gunnen. István Kocsis niet en de heer Tombor niet. Ik heb Kocsis gebeld met de vraag of de geruchten klopten dat hij zou lobbyen voor de Russische belangen. Hoewel hij toegaf dat hij verschillende Russische contacten heeft, ontkende hij onmiddellijk en met klem dat hij zou hebben gelobbyd. ‘Ik vraag Kocsis zelden naar kwesties uit het verleden (…) en ik vraag de heer Tombor nooit naar zijn mening, over wat dan ook,’ aldus de burgemeester.

    Metrowagonmash ziet twee obstakels op haar weg. Het eerste obstakel is Dávid Vitézy, de jonge CEO die aan het hoofd staat van BKK. Zijn loyaliteit aan de regeringspartij wordt door niemand in twijfel getrokken en hij lijkt stevig in het zadel te zitten. Vitézy toont geen enkele belangstelling voor buitenlandbeleid en hij heeft geen moeite met Rusland als een politieke factor. ‘Misschien had Vitézy het niet zo op de Russen, maar zover ik me kan herinneren heeft hij dat nooit met zoveel woorden gezegd, heeft hij dat nooit echt uitgedragen,’ aldus de burgemeester.

    Maar als specialist op het gebied van openbaar vervoer is Vitézy gekant tegen het idee om de roestige, ouderwetse Sovjet-metrostellen domweg op te knappen. Het hoofd van het BKK is voorstander van een eerlijke en competitieve aanbestedingsprocedure en hij heeft liever dat Boedapest nieuwe metrostellen aanschaft dan dat de oude metrostellen een facelift krijgen.

    Ondanks hun verschillende achtergrond zitten Vitézy en Tarlós dit keer op één lijn: beide mannen willen gloednieuwe metrostellen tegen de scherpst mogelijke prijs, met financiële steun van de EU. Dat is het tweede obstakel op het pad van de Russen, aangezien Metrowagonmash heel goed weet dat waar het om nieuwe metrostellen gaat, hun technologie zonder meer onderdoet voor die van de concurrent.

    De Russen moeten dus twee dingen doen om de openbare aanbesteding binnen te halen. Om te beginnen moeten ze zorgen dat Vitézy het veld ruimt, en ook moeten ze zorgen dat Boedapest geen nieuwe metrostellen koopt, maar gerenoveerde oude metrostellen. De Russen hebben het geluk dat ze een zeer ervaren vertegenwoordiger in Boedapest hebben zitten. In Hongarije wordt Metrowagonmash al meer dan tien jaar vertegenwoordigd door ene Béla Juhász.

    Hoewel zijn Hongaarse naam anders doet vermoeden, is Juhász geboren als Sovjet-burger in Transkarpatië (inmiddels deel van Oekraïne), en hij heeft een groot deel van zijn leven de belangen van de Russische overheid behartigd. Dat verneemt VSquare van een bron die vroeger voor een tak van de Hongaarse geheime dienst heeft gewerkt.

    Geheime dienst

    Eind jaren tachtig van de vorige eeuw, niet lang voor de machtswisseling en de ineenstorting van het Sovjetrijk, vestigt Juhász zich in Hongarije waar hij – anders dan de meeste mensen uit Transkarpatië – al snel een vermogen weet te vergaren, vervolgt onze bron. Juhász zet in 1990 een import-, export- en consultancybedrijf op. Hij werkt onder meer met Russische klanten.

    Een belangrijke klant is Metrowagonmash, een in Mytisjtsji gevestigd bedrijf dat metrostellen en railbussen maakt.

    Metrowagonmash maakt ook gepantserde voertuigen voor het Russische leger, zoals het chassis van de Boek, de Toengoeska en de Tor – geleide en zelfstandig aangedreven luchtdoelraketten. Niet alleen produceert Metrowagonmash al heel lang voor militaire doeleinden, ook is het een dochteronderneming van CJSC Transmashholding, een bedrijf dat van groot strategisch belang is voor Moskou, als grootste producent van locomotieven en spoorwegmaterieel. In Rusland werken dergelijke bedrijven nauw samen met landelijke veiligheidsdiensten.

    De bron van VSquare treedt niet verder in detail over het Sovjetverleden van Juhász. We weten niet waaróm zijn achtergrond de aandacht heeft getrokken van de Hongaarse geheime dienst, maar we weten wel dat het zo is. Afgelopen voorjaar liet Ferenc Katrein, voormalig officier van de contraspionagedienst, in een interview vallen dat Hongaarse agenten die op zoek zijn naar mogelijke Russische spionnen hun pijlen niet alleen richten op de diplomatieke wereld, maar ook op bedrijven die in handen zijn van de Russische staat, of die worden gesteund door de Russische staat. ‘Naast traditionele posities, die diplomatieke immuniteit bieden, is het ook de moeite waard om individuen in kaart te brengen die banden hebben met verschillende bedrijven die in handen zijn van de staat of die worden gesteund door de staat, zoals luchtvaartmaatschappijen, reisbureaus, culturele centra, onderwijsinstellingen en media die in handen zijn van de staat – zo heeft de praktijk van de contraspionage ons geleerd,’ aldus Katrein.

    De Hongaarse veiligheidsdiensten hebben al heel lang weet van de banden tussen Metrowagonmash en de Russische geheime dienst. Sterker nog, in het verleden hebben ze zelf geprobeerd gebruik te maken van die connecties. Halverwege de jaren negentig had de voormalig communistische socialistische regering plannen om spionage-apparatuur te kopen van Metrowagonmash, zo viel vorig jaar te lezen op de website Atlatszo.hu. ‘Om de transactie geheim te houden werd een bemiddelend bedrijf in het leven geroepen, Nádor 95 Rt., dat de metrostellen zou kopen van Metrowagonmash, als financiële en administratieve dekmantel voor de aanschaf van spionageapparatuur’, schrijft Atlatszo.hu. Die deal heeft echter nooit zijn beslag gekregen (het Nádor-verhaal is oorspronkelijk gepubliceerd door ÉS, een Hongaars weekblad).


    Tien jaar geleden, in 2006, haalde Juhász voor het eerst het nieuws toen hij Alstom voor de rechter daagde – het Franse bedrijf dat hoger was geëindigd dan Metrowagonmash in de strijd om de levering van nieuwe metrostellen voor de vierde lijn van Boedapest. Zijn poging mislukte echter. Niet in de laatste plaats omdat Alstom de voormalige Hongaarse beleidsmakers zou hebben omgekocht, volgens een onderzoek van OLAF, het Europese antifraude agentschap. Begin 2017 is het OLAF-rapport verschenen over fraude, corruptie en het verkeerd aanwenden van EU-subsidies. In dat rapport worden als belanghebbenden genoemd Péter Medgyessy, de voormalig premier van de socialistisch-liberale coalitie (2002-2004), het socialistisch-liberale gemeentebestuur van Boedapest, en Alstom Transport SA. Zowel Medgyessy – een notoir francofoon – en de voormalig burgemeester van Boedapest ontkennen de aantijgingen.

    Maar het rapport onderschrijft wat velen al denken: wie in Hongarije een publieke aanbesteding wil binnenhalen die verband houdt met het openbaar vervoer in Boedapest, zal zoals altijd moeten zien dat hij de goodwill en de actieve steun vergaart van de machthebbers.

    Het valt dan ook goed te begrijpen dat de Russische bedrijven dachten dat ze binnen waren toen Viktor Orbán in 2011 zijn nieuwe pro-Russische en pro-Chinese buitenlandbeleid bekendmaakte, genaamd ‘Opening naar het oosten’.

    In mei 2013 verzoekt Victor Sorokin, de adjunct handelsgezant van Rusland in Hongarije (Rustrade), om een officiële ontmoeting met de leiding van BKK. Sorokin lijkt zich gesterkt te voelen door Orbáns opening naar het oosten en laat doorschemeren dat hij wil lobbyen voor Russische bedrijven.

    Meerdere specialisten op het gebied van nationale veiligheid zeggen dat provokatsiya – het aanzwengelen van een conflict – en het verspreiden van onwaarheden al sinds jaar en dag het handelsmerk zijn van zowel de oude KGB als de hedendaagse Russische geheime dienst

    Het volgende verhaal is bevestigd door anonieme bronnen die weet hebben van de ontmoeting tussen Vitézy, zijn medewerkers en de Russische delegatie. Daarnaast bestaat er een intern verslag van de ontmoeting, maar het is belangrijk om vast te stellen dat dit verslag pas weken na de bespreking boven tafel is gekomen. Het is op het bureau van de burgemeester beland, zo is VSquare aan de weet gekomen.

    De bespreking vindt plaats op het hoofdkwartier van BKK, in het zevende district van Boedapest, op 24 mei 2013. Sorokin is in het gezelschap van twee mensen, onder wie een de tolk. Er zijn ook enkele medewerkers van Vitézy aanwezig. Het belangrijkste onderwerp is de levering van nieuwe trolleybussen aan Boedapest, en daarnaast komt ook de aanstaande openbare aanbesteding van de metrostellen voor lijn M3 aan de orde.

    De bronnen van VSquare herinneren zich dat Vitézy deze processen alleen heel schetsmatig aanstipt. Hij geeft geen gevoelige informatie prijs waarmee Metrowagonmash een voorsprong zou hebben op de concurrentie. Hij maakt duidelijk dat het gemeentebestuur van Boedapest een open competitie en een openlijke aanbesteding wil, aangezien dat de enige manier is waarop de Europese Unie deze projecten (mede) wil financieren. Vitézy zegt ook dat de hoofdstad liever nieuwe metrostellen koopt dan de oude te laten opknappen. Volgens onze bronnen verloopt de bijeenkomst in een gemoedelijke sfeer, maar de Russische delegatie heeft wellicht opgemerkt dat de CEO en zijn medewerkers zijn vergeten officiële notulen van de bijeenkomst te maken, of het gesprek op te nemen. Dat zal een kapitale fout blijken.

    Weken later hoort de leiding van BKK tot zijn verbazing over een zogenaamde aanvaring met vertegenwoordigers van de Russische Federatie. Vanuit de politiek worden vragen gesteld over geheimzinnige onderhandelingen tussen Vitézy en de Russische ambassadeur op de Russische ambassade in Boedapest – een bespreking die aanvankelijk is geheimgehouden voor de burgemeester, voor iedereen eigenlijk. Vitézy wordt er min of meer van beschuldigd op eigen houtje te hebben geopereerd, achter de rug van de burgemeester om, en ruzie te hebben gezocht met de Russen om te voorkomen dat het gemeentebestuur van Boedapest in zee zou gaan met Metrowagonmash. BKK krijgt voor de voeten geworpen dat ze niet willen meewerken met Russische diplomaten, dat ze het hele renovatieproject saboteren en dat ze de Russische ambassadeur, Aleksandr Tolkach, vijandig of oneerbiedig hebben bejegend.

    Verschillende bronnen zeggen dat deze verhalen op niets zijn gebaseerd, dat Vitézy’s geheimzinnige bezoek aan de Russische ambassade nooit heeft plaatsgevonden. Volgens het rapport dat later op het bureau van de burgemeester belandt, heeft de CEO geen besprekingen gevoerd op de ambassade en is de Russische ambassadeur helemaal niet betrokken geweest bij een bespreking met Vitézy.

    Het doet er allemaal niet toe. Het nepverhaal over Vitézy’s aanvaring met Tolkach wordt steeds groter en BKK heeft aanvankelijk geen officiële notulen of opnamen om hun ontkenning te staven. Tarlós laat ook weten dat hij zich kan herinneren dat er werd gefluisterd over een naar verluidt omstreden gesprek tussen Vitézy en de Russen. ‘Ik herinner me dat ik in de wandelgangen iets opving over “Vitézy versus de Russische ambassade”, maar het kwam mij nogal ongeloofwaardig voor dat Vitézy stiekem naar de ambassade zou zijn geglipt, dus liet ik het verder maar rusten. Ik weet het niet honderd procent zeker, maar het staat me bij dat ik erover ben begonnen tegen Dávid, die het verhaal ontkende’, zegt de burgemeester tegen VSquare.

    Ook wordt duidelijk dat iemand aan kringen rond de Hongaarse regering heeft gemeld dat Vitézy de voor beide partijen lucratieve overeenkomsten met Rusland in gevaar heeft gebracht. VSquare probeert de details te achterhalen van de Russische bezwaren tegen Vitézy en benadert een hooggeplaatste ambtenaar op het Hongaarse ministerie van Buitenlandse Zaken. Als de Russen op diplomatiek niveau contact hebben gezocht met de Hongaarse regering, dan moet deze hooggeplaatste bron van VSquare daar weet van hebben. Het wekt nauwelijks verbazing wanneer de bron beweert niets van het verhaal af te weten. ‘Inmiddels is de bureaucratie van het ministerie van Buitenlandse Zaken al helemaal buiten spel gezet waar het gaat om de zakelijke betrekkingen met Rusland, betrekkingen waar slechts een handjevol Fidesz-leider garen bij spinnen’, hoort VSquare uit de mond van een andere bron die kennis heeft van de Russische lobby.

    ‘Met de Vitézy-affaire kom je in de hoogste politieke regionen terecht, en dan heb ik het over Viktor Orbán en zijn vertrouwelingen, die Vitézy als een risico zijn gaan beschouwen’, voegt onze bron eraan toe.

    Verdeel-en-heerstactiek

    Noch de ambassade van de Russische Federatie in Boedapest, noch Rustrade heeft gereageerd op onze vragen over de (vermeende) ontmoetingen met Vitézy. We hebben ook officiële vragen gesteld aan Metrowagonmash en de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken en Handel, maar tot op heden hebben we geen reactie mogen ontvangen. Gelukkig zijn we erin geslaagd het verhaal te bekijken vanuit een Russisch perspectief door te gaan praten met een bron binnen de zakenwereld, die banden heeft met Russische bedrijven die in handen zijn van de staat. ‘Vitézy is bij de ambassadeur op bezoek geweest. Dat verhaal klopt. Het verhaal heeft de ronde gedaan, in eerste instantie via de Russische overheid, en daarna via de Hongaarse overheid. Dat is alles. Ik weet niet wat Vitézy ertoe heeft gedreven (om de strijd aan te binden met de ambassadeur), maar ik vermoed dat het net zoiets is als met de bussen. Ik denk dat ze het metrostelsel ook wilden privatiseren,’ aldus onze bron.

    Wanneer VSquare contact opneemt met Dávid Vitézy, momenteel algemeen directeur van het Hongaarse museum van wetenschap, technologie en transport, vraagt Vitézy of we onze vragen per e-mail willen stellen. In plaats van antwoord te geven op onze vragen, reageert hij met een korte verklaring. ‘Momenteel richt ik mijn volledige aandacht op het nieuwe museum voor transport, dat ik naar een zo hoog mogelijk plan wil tillen. Ik wil dan ook niet ingaan op verhalen van jaren geleden’, schrijft hij. De voormalige CEO weerlegt echter geen van onze uitspraken.

    Ondanks zijn politieke loyaliteit en de familiebanden met Orbán, kalft Vitézy’s invloed in 2013 en 2014 geleidelijk af. Hij is de politieke steun van de overheid verloren nadat hij als anti-Russisch is bestempeld en de lastercampagne zijn vertrouwensband met Tarlós onherstelbaar heeft beschadigd. ‘Tot aan de dag van vandaag geloof ik niet dat Vitézy domweg de Russische ambassade is binnengelopen met het voornemen om ergens een stokje voor te steken, tenzij hij daar iemand kende. Dat laatste lijkt echter niet waarschijnlijk, al heb ik de ambassade er nooit naar gevraagd,’ zegt Tarlós tegen VSquare, waarmee we tot op zekere hoogte in het duister blijven tasten over wat hij nou echt denkt.

    Uiteindelijk heeft de verdeel-en-heerstactiek van de Russen en hun lobbyisten succes. Dat is deels het gevolg van de soepele samenwerking tussen de Russische diplomatie, een Russisch bedrijf, hun Hongaarse afgevaardigden en waarschijnlijk ook nog andere vertakkingen van de Russische staat. Meerdere specialisten op het gebied van nationale veiligheid zeggen tegen VSquare dat provokatsiya – het in de hand werken van een crisis, het aanzwengelen van een conflict – en het verspreiden van dergelijke onwaarheden, al sinds jaar en dag het handelsmerk zijn van zowel de oude KGB als de hedendaagse Russische geheime dienst.

    Uiteindelijk wordt Dávid Vitézy eind 2014 ontslagen.

    De burgemeester van Boedapest heeft een aantal dingen in het midden gelaten in de versie van het verhaal die wij van hem te horen krijgen. Tarlós vertelt VSquare dat hij Vitézy in 2010 heeft aangesteld als hoofd van BKK op verzoek van een van zijn adjuncten. ‘Na een tijdje werd duidelijk dat de opvattingen van Vitézy op een heleboel terreinen niet overeenkwamen met die van mij,’ vervolgt hij. Hij zegt dat de band tussen hen verslechterde en hij erkent dat hij Vitézy op een zijspoor probeerde te zetten. ‘Ik mocht hem niet, en ik wilde eigenlijk niet langer dat hij aan het hoofd stond van BKK,’ voegt hij er nog aan toe.

    Verrassend genoeg impliceert de burgemeester dat hij weliswaar achter de beslissing stond, maar dat hij niet zelf het initiatief heeft genomen om Vitézy te ontslaan. Tarlós weigert bekend te maken wat de achtergrond van die beslissing is geweest, en van wie het initiatief uitging. ‘Ik wil niet al te gedetailleerd op de omstandigheden van deze beslissing ingaan, deels omdat ik niet veel later hoe dan ook die stap in werking zou hebben gezet.’ Hij beklemtoont nog eens dat het ontslag niets van doen heeft met de Russen. ‘Ten minste niet voor zover ik weet,’ gaat hij verder. Wat de burgemeester exact heeft gezegd – aangaande het ontslag van Vitézy – is dat ‘de Russen niet specifiek zijn genoemd’, noch door ‘de Russen zelf’ noch door ‘de Hongaarse regering en de mensen die daar deel van uitmaken’.

    Nadat het eerste obstakel uit de weg is geruimd door Vitézy uit te rangeren, richten de Russische lobbyisten rond de leiders in Boedapest hun pijlen op het tweede obstakel. De lobbyisten proberen de renovatie van de metro te laten plaatsvinden binnen een zogeheten buitengewone procedure, zonder openbare aanbesteding en concurrentie. Als ze daarin slagen, kan Metrowagonmash de aanbesteding winnen zonder het ook maar tegen iemand te hoeven opnemen.

    De oude M3-lijn op een station in Boedapest, Hongarije, 2014. – © Nikita Shvetsov / Anadolu Agency / Getty Images
    De oude M3-lijn op een station in Boedapest, Hongarije, 2014. – © Nikita Shvetsov / Anadolu Agency / Getty Images

    VSquare heeft de hand weten te leggen op het officiële verzoek – oorspronkelijk aangehaald door Népszabadság – waarin wordt verzocht om een buitengewone procedure. Dit verzoek dateert van 23 augustus 2013, drie maanden nadat Vitézy en Sorokin elkaar hebben gesproken. Het is ondertekend door Tarlós en gestuurd aan Lászlóné Németh, die aan het hoofd staat van het ministerie van Nationale Ontwikkeling (Nemzeti Fejlesztési Minisztérium, NFM), het ministerie dat gaat over het budget voor ontwikkelingsfondsen.

    ‘Naar onze mening is het risico dat het gebruik van de oude metrostellen met zich meebrengt, onacceptabel groot’, staat te lezen in het verzoek, dat verwijst naar veiligheidsrisico’s en risico’s op allerhande andere gebieden. In de brief wordt verwezen naar het belang van de nationale veiligheid en wordt verzocht af te zien van een openbare aanbesteding, omwille van een snelle renovatie. In tegenstelling tot zijn eerdere opvattingen pleit Tarlós nu onomwonden tégen de aanschaf van nieuwe metrostellen en zegt dat hij opgeknapte metrostellen wil.

    De burgemeester laat zelfs weten dat hij niet langer steun wil van de Europese Unie. Tarlós zegt niet met zoveel woorden wie hij voor dit project in de arm wil nemen, maar hij schrijft in een brief dat er bedrijven zullen worden gepolst die op een niet-openbare lijst staan van het Hongaarse Constitutional Protection Office, de dienst die zich ook bezighoudt met contraspionage.

    Destijds stonden minister Lászlóné Németh en het NFM onder volledige controle van Simicska, de machtige oligarch die overhooplag met Tarlós, en het verzoek wordt dan ook afgewezen.

    Tegenover VSquare houdt Tarlós vol dat hij nooit enige druk heeft gevoeld van Simicska. Maar na de parlementsverkiezingen van 2014 verbreekt Simicska al snel de banden met Orbán.

    Simicska’s invloed is tanende en later wordt ook Lászlóné Németh ontslagen. Als alle obstakels uit de weg zijn geruimd, neemt de regering Orbán een financiële beslissing door een decreet aan te nemen dat in feite alle mogelijkheden uitsluit, behalve het opknappen van de oude metrostellen.

    Wanneer VSquare ernaar vraagt, zegt Tarlós dat hij zich, ondanks zijn eerdere opvatting, uiteindelijk heeft neergelegd bij de beslissing van regering en dat hem geen andere mogelijkheid restte dan de oude metrostellen te laten opknappen. De burgemeester rept met geen woord over het feit dat hij in augustus 2013 van gedachten is veranderd – in ieder geval waar het de inhoud van die brief betrof – zoals maar al te duidelijk blijkt uit zijn verzoek om een buitengewone procedure.

    Van de bedrijven die overblijven komt de Estlander met het beste, modernste en goedkoopste bod, waarmee het Boedapest en de Hongaarse regering knap lastig wordt gemaakt. Skinest Rail wordt uiteindelijk gediskwalificeerd

    Uiteindelijk trekken Béla Juhász en Metrowagonmash aan het langste eind. Hoewel er uiteindelijk toch een openbare aanbesteding moet worden gedaan, worden de voorwaarden en de vereisten toegespitst op de Russen. Zeven bedrijven dingen mee naar de opdracht. Vijf bedrijven halen de tweede ronde: Alstom (Frankrijk), CAF (Spanje), Škoda Transportation (Tsjechië), Skinest Rail (Estland) en Metrowagonmash. Voordat de uitslag bekend wordt gemaakt, hebben wij een gesprek met een wettelijk vertegenwoordiger van een van de Europese bedrijven die hebben meegedongen. Deze vertegenwoordiger laat weten dat van begin af aan duidelijk was dat het doorgestoken kaart was, maar dat ze vanuit een gevoel van rechtvaardigheid toch hebben besloten mee te dingen. Alstom, CAF en Škoda hebben al snel door hoe weinig kans ze maken en trekken zich terug uit de race. Van de bedrijven die overblijven komt de Estlander met het beste, modernste en goedkoopste bod (196 miljoen euro), waarmee het Boedapest en de Hongaarse regering knap lastig wordt gemaakt. Skinest Rail wordt uiteindelijk, onder het mom van onduidelijke technische redenen, gediskwalificeerd. Zo weet Metrowagonmash de opdracht binnen te halen, met een offerte die niet alleen hoger is (220 miljoen euro) maar ook nog eens minder aantrekkelijk. Hun metrostellen zijn niet eens voorzien van airconditioning.

    Begin 2017 arriveren de eerste opgelapte Russische metrostellen – die spottend Moskvitsj worden genoemd, naar het goedkope Russische automerk – in Boedapest. Het blijkt dat de Russen echt iedereen om de tuin hebben geleid. Er wordt vermoed dat ze de oude metrostellen helemaal niet hebben opgeknapt, maar dat ze gloednieuwe metrostellen hebben geleverd – een verouderd model dat ze aan de straatstenen niet kwijt konden. Als ze met deze modellen hadden moeten concurreren in een openbare aanbesteding voor nieuwe metrostellen, waren ze kansloos geweest tegenover de Esten, de Spanjaarden en de Tsjechen. De burgemeester van Boedapest reageert op het schandaal met de woorden: ‘Laten we blij zijn dat we iets veel mooiers en beters hebben gekregen dan we verwachtten.’

    De nieuwe Moskvitsjen haperen ogenblikkelijk. De deuren gaan plotseling open terwijl de metro rijdt, maar weigeren open te gaan wanneer dat moet, zodat honderden passagiers vast komen te zitten. Soms wordt de noodrem uit zichzelf geactiveerd. Na enkele weken geeft de landelijke verkeersdienst zelfs de opdracht alle gerenoveerde Russische metrostelling tijdelijk uit de roulatie te nemen.

    Auteur: Szabolcs Panyi
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    De in Budapest geboren Zsabolcz Panyi is op dit moment Fullbright-student aan de Arizona State University.

    VSquare
    Visegrad-groep | vsquare.org

    Een platform voor onafhankelijke cross-border journalistiek ter bevordering van de kwaliteit van onderzoeksreportages en onafhankelijke journalistiek in de Visegrad-regio (Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië). De redactie zit verspreid over deze vier landen. Het initiatief wordt gesteund door het Nationaal Endowment for Democracy.

  • Het verzwegen verhaal van de Oekraïense hongersnood in 1932-1933

    Het verzwegen verhaal van de Oekraïense hongersnood in 1932-1933

    In 1932 en 1933 stierven in de Sovjet-Unie ruim vijf miljoen mensen van de honger. De buitenlandse pers in Moskou hield het nieuws onder de pet, op één dappere freelancer na.

    Uit het archief

    Net zoals de oorlog in Oekraïne in Rusland momenteel niet bestaat (het is slechts een ‘speciale militaire operatie’), zo bestond de hongersnood in 1932-1933 in Oekraïne niet in de Sovjet-Unie. Er werd door geen krant of journalist over gerept, zelfs niet in het buitenland, behalve door de Brit Gareth Jones. Zijn verhaal laat zien hoe belangrijk onafhankelijke media is.

    In 1932 en 1933 werd de Sovjet-Unie getroffen door een rampzalige hongersnood. Deze vond zijn oorsprong in de chaos van de collectivisatie, waarbij miljoenen boeren gedwongen hun land moesten opgeven om te gaan werken op een collectieve staatsboerderij. De algehele situatie in het land verslechterde alleen nog maar toen, in de herfst van 1932, het politbureau, het elitecomité binnen de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, een aantal besluiten nam waardoor de hongersnood op het platteland in de Oekraïne nog schrijnender werd. Ondanks de schaarste vorderde de staat niet alleen graan, maar al het beschikbare voedsel.

    Op het dieptepunt van de crisis drongen georganiseerde groepen van politieagenten en lokale partijactivisten, gedreven door honger, angst en een decennium van haatpropaganda, de huizen van de boeren binnen en namen al het eetbare mee wat ze maar konden vinden: aardappelen, bieten, pompoenen, bonen, erwten en vee. Tegelijkertijd werd er een kordon om Oekraïne getrokken om te voorkomen dat mensen zouden ontsnappen. De gevolgen waren rampzalig: in de hele Sovjet-Unie kwamen meer dan vijf miljoen mensen om van de honger. Onder de slachtoffers waren bijna vier miljoen Oekraïners, die niet stierven omdat ze hun akkers hadden verwaarloosd of omdat de oogst was mislukt, maar omdat hun bewust voedsel was onthouden.

    De USSR heeft noch de hongersnood in de Oekraïne noch de hongersnood in de Sovjet-Unie als geheel op enig moment officieel erkend. Er heerste zo’n nietsontziende terreur dat er sprake was van een totaal zwijgen. Buiten de Sovjet-Unie waren er echter andere, meer subtiele tactieken vereist om dit stil te houden. Die tactieken worden op schitterende wijze blootgelegd door de parallelle verhalen van Walter Duranty en Gareth Jones.

    In de jaren dertig leidden alle leden van de pers in Moskou een hachelijk bestaan. Correspondenten hadden toestemming van de staat nodig om er te wonen én om hun artikelen te kunnen doorseinen. Journalisten onderhandelden vaak met censoren van het ministerie van Buitenlandse Zaken om toestemming te krijgen over welke woorden ze mochten gebruiken, en ze hadden een goede relatie met Konstantin Oemanski, de Sovjetfunctionaris die verantwoordelijk was voor de buitenlandse persdienst. William Henry Chamberlin, die toen correspondent in Moskou was voor de Christian Science Monitor, schreef dat de buitenlandse correspondent die weigerde zijn berichtgeving af te zwakken, ‘onder een zwaard van Damocles werkt: het risico het land uit te worden gezet of de geweigerde toestemming om terug te keren, wat vanzelfsprekend op hetzelfde neerkomt’.

    Er waren extra beloningen beschikbaar voor diegenen die het spel zeer kundig speelden, zoals Walter Duranty. Hij was tussen 1922 en 1936 de correspondent voor The New York Times in Moskou, een positie die hem enige tijd betrekkelijk rijk en beroemd maakte. Duranty, een Brit van geboorte, had geen banden met ideologisch links, maar nam het standpunt in van een zakelijke en sceptische ‘realist’ die zijn best deed om beide kanten van het verhaal te laten zien. ‘Men kan tegenwerpen dat vivisectie op levende dieren iets treurigs en vreselijks is, en het is waar dat het lot van de koelakken en anderen die zich verzet hebben tegen het Sovjetexperiment niet gelukkig is,’ schreef hij in 1935. Maar ‘in beide gevallen wordt het leed aangedaan met een nobel doel’.

    Toestemming

    Dit standpunt zorgde ervoor dat Duranty heel nuttig was voor het regime, dat er alles aan deed om hem het bestaan in Moskou aangenaam te maken. Hij had een groot appartement, een auto en een maîtresse, hij had van alle correspondenten de meeste toegang tot bronnen, en twee keer kreeg hij een begeerd interview met Stalin. Maar de aandacht die hij kreeg dankzij zijn artikelen lijkt de primaire beweegreden te zijn geweest voor Duranty’s vleiende verslaggeving over de Sovjet-Unie. In 1932 kreeg hij de Pulitzer Prize voor zijn artikelen over de successen van de collectivisatie en het vijfjarenplan. Korte tijd later nodigde Roosevelt, die toen gouverneur van New York was, Duranty uit in de gouverneursresidentie in Albany. Maar naarmate de hongersnood verhevigde, werd de controle nog scherper. Vanaf 1933 eisten de pr-mensen van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat correspondenten toestemming vroegen en voor een reis een routebeschrijving indienden. Elk verzoek om een bezoek te brengen aan Oekraïne of de Noordelijke Kaukasus werd afgewezen. De censuur controleerde ook berichten op heimelijke reportages over de hongersnood. Eind 1932 kwamen Sovjetfunctionarissen zelfs bij Duranty thuis, waar hij zenuwachtig van werd.

    Weinig correspondenten waren in zo’n sfeer geneigd om over de hongersnood te schrijven, hoewel ze er allemaal van op de hoogte waren. ‘Formeel was er geen hongersnood,’ schreef Chamberlin. Maar ‘voor iedereen die in 1933 in Rusland woonde en die zijn ogen en oren openhield, valt er gewoon niet te twijfelen aan het bestaan van de hongersnood’. Duranty zelf besprak eind 1932 de hongersnood met William Strang, een diplomaat op de Britse ambassade. Strang rapporteerde laconiek dat de correspondent van The New York Times zich ‘al enige tijd bewust was van de waarheid’, al had hij ‘het grote Amerikaanse publiek niet op de hoogte gebracht van het geheim’. Duranty vertelde Strang ook dat hij het goed mogelijk [achtte] dat maar liefst 10 miljoen mensen direct of indirect door gebrek aan voedsel omgekomen waren’, al werd dat cijfer nooit in een van zijn artikelen genoemd. Duranty stond daarin niet alleen. Eugene Lyons, de correspondent van United Press in Moskou en ooit een enthousiast marxist, schreef jaren later dat alle buitenlanders in de stad zich terdege bewust waren van wat er speelde in Oekraïne én in Kazachstan en de Wolgaregio:

    In werkelijkheid zochten we niet naar bevestiging om de doodeenvoudige reden dat we niet twijfelden over het onderwerp. Er zijn feiten die zo immens zijn dat ze geen bevestiging van ooggetuigen nodig hebben (…) Er was net zomin een noodzaak om onderzoek te doen naar het bestaan van de Russische hongersnood als er een reden was om onderzoek te doen naar het bestaan van de Amerikaanse Grote Depressie. Binnen Rusland werd de zaak niet betwist.

    Het lichaam van een jonge vrouw tijdens de Oekraïense hongersnood, in het voorjaar van 1934. – © Daily Express / Hulton Archive/ Getty Images
    Het lichaam van een jonge vrouw tijdens de Oekraïense hongersnood, in het voorjaar van 1934. – © Daily Express / Hulton Archive/ Getty Images

    Iedereen wist het, maar niemand meldde het. Dat verklaart de uitzonderlijke reactie van zowel het Sovjetestablishment als de persdienst in Moskou op de journalistieke escapade van Gareth Jones. Jones was een jonge Welshman van nog maar zevenentwintig jaar toen hij in 1933 een reis maakte naar de Sovjet-Unie. Jones studeerde Russisch én Frans en Duits in Cambridge. Vervolgens kreeg hij een aanstelling als privésecretaris van de voormalige Britse premier David Lloyd George. In dezelfde tijd begon hij als freelancer te schrijven over Europese en Sovjetpolitiek en maakte hij korte uitstapjes naar de Sovjet-Unie, waardoor hij in een andere positie verkeerde dan de correspondenten in Moskou, die de goedkeuring van het regime nodig hadden om hun verblijfsvergunning te behouden.

    Tijdens een van die reizen, begin 1932, voor het reisverbod werd ingevoerd, trok Jones naar het platteland (in gezelschap van Jack Heinz ii, telg uit het ketchupimperium) waar hij in Sovjetdorpen op ‘vloeren vol ongedierte’ sliep en getuige was van het begin van de hongersnood. Jones keerde in het voorjaar van 1933 terug in Moskou, dit keer met een visum dat aan hem was verleend op grond van het feit dat hij voor Lloyd George werkte. De Sovjetambassadeur in Londen, Ivan Majski, wilde heel graag indruk maken op Lloyd George en had voor Jones gelobbyd. Jones maakte na aankomst eerst een rondgang door de Sovjethoofdstad en ontmoette andere buitenlandse correspondenten en functionarissen. Lyons herinnerde zich hem als ‘een serieus en nauwgezet mannetje, […] het type dat een aantekenboekje bij zich heeft en tijdens het gesprek zonder blikken of blozen opschrijft wat je zegt’. Jones had een ontmoeting met Oemanski, liet hem een uitnodiging voor een bezoek aan de Duitse consul-generaal in Charkov zien, schetste een plan om een Duitse tractorfabriek te bezoeken en vroeg of hij naar Oekraïne mocht. Oemanski ging akkoord. Met die officiële stempel van goedkeuring vertrok Jones naar het zuiden.

    Hij nam op 10 maart in Moskou de trein. In plaats van door te reizen naar Charkov, stapte Jones echter ruim 60 kilometer ten noorden van de stad uit de trein. Bepakt met een rugzak met ‘vele witte broden, met boter, kaas, vlees en chocola aangeschaft met buitenlands geld in de Torgsin-warenhuizen’ liep hij langs het spoor in de richting van de Oekraïense hoofdstad. Zonder officiële oppasser of begeleider passeerde hij gedurende drie dagen ruim twintig dorpen en collectieve boerderijen; hij zag Oekraïne op het moment dat de hongersnood op z’n ergst was, en noteerde zijn gedachten en impressies in aantekenboekjes die later bewaard werden door zijn zus:

    Ik ging de grens over van Groot-Rusland naar Oekraïne. Overal sprak ik met boeren die ik tegenkwam. Ze vertelden allemaal hetzelfde verhaal. ‘Er is geen brood. We hebben al twee maanden geen brood meer gehad. Heel veel mensen sterven.’ In het eerste dorp waren geen aardappels meer en de winkel voor boerjak [suikerbiet] raakte leeg. Ze zeiden allemaal: ‘Het vee gaat dood, netsjem kormit [er is niets om ze te voeren]. Vroeger voedden wij de wereld en nu hebben wij honger. Hoe kunnen we zaaien als we nog maar een paar paarden hebben? Hoe kunnen we de grond bewerken als we verzwakt zijn door voedselgebrek?’

    Jones sliep in boerenhutten op de grond. Hij deelde zijn eten met anderen en luisterde naar hun verhalen. ‘Ze probeerden mijn iconen weg te halen, maar ik zei dat ik een boer was, geen hond,’ vertelde iemand. ‘Toen we in God geloofden, waren we gelukkig en hadden we een goed leven. Toen ze probeerden God weg te nemen, kregen we honger.’ Een andere man vertelde hem dat hij al een jaar geen vlees had gegeten.

    ‘We stonden dit individu op allerlei manieren bij, en hij blijkt een bedrieger te zijn’

    Jones zag een vrouw die stof spon om kleren van te maken, en een dorp waar de inwoners paardenvlees aten. Uiteindelijk werd hij aangesproken door een ‘militieman’ die zijn papieren wilde zien, waarna politiemensen in burger erop stonden hem te begeleiden op de volgende trein naar Charkov en hem naar de ingang van het Duitse consulaat brachten.

    Hij bleef aantekeningen maken terwijl hij in Charkov was. Hij zag duizenden mensen in broodrijen staan: ‘Ze vormen om drie à vier uur ’s middags een rij om de volgende ochtend om zeven uur brood te krijgen. Het is ijskoud: enkele graden onder nul.’ Jones bezocht op een avond het theater – ‘Publiek: Heel veel lippenstift maar geen brood’ – en sprak met mensen over de politieke repressie en de massale arrestatiegolven die tegelijk met de hongersnood over Oekraïne neerdaalden. Hij schijnt te hebben geprobeerd in contact te komen met Oemanski’s collega in Charkov, maar die kreeg hij niet te pakken. Stilletjes verliet Jones de Sovjet-Unie. Enkele dagen later dook hij in Berlijn op bij een persconferentie die waarschijnlijk georganiseerd was door Paul Scheffer, de journalist van het Berliner Tageblatt die in 1929 uit de Sovjet-Unie was verbannen. Jones verkondigde dat in de Sovjet-Unie een grote hongersnood aan de gang was en legde een verklaring af:

    Overal hoorde je de kreet: ‘Er is geen brood. We gaan dood.’ Deze kreet hoorde je in elke uithoek van Rusland, in het Wolgagebied, Siberië, Wit-Rusland, de Noordelijke Kaukasus, Centraal-Azië (…)

    ‘We wachten tot we dood zijn,’ luidde mijn welkom. ‘Kijk, wij hebben ons veevoer nog. Ga maar een eindje verder naar het zuiden. Daar hebben ze niets. Veel huizen zijn leeg omdat de bewoners al dood zijn,’ riepen ze.

    Twee ervaren Amerikaanse journalisten in Berlijn namen Jones’ persconferentie op in hun krant, in de New York Evening Post (‘Rusland in de greep van hongersnood, miljoenen komen om, stijgende werkloosheid aldus Brit’) en de Chicago Daily News (‘Russische hongersnood nu even erg als uithongering in 1921 aldus secretaris van lloyd george’). Een breed scala aan Britse publicaties volgde. In de artikelen werd uitgelegd dat Jones een ‘lange wandeltocht door Oekraïne’ had gemaakt, zijn perscommuniqué werd geciteerd en er werden details toegevoegd over de grootschalige verhongering.

    Ze merkten op, net als Jones zelf, dat hij de regels had geschonden die andere journalisten aan banden legden: ‘Ik trok door het zwarte-aardegebied omdat dat ooit de vruchtbaarste landbouwgrond van Rusland was en omdat de correspondenten daar niet heen mogen om met hun eigen ogen te zien wat er gebeurt’, schreef hij. Jones publiceerde erna nog een tiental artikelen in de London Evening Standard en Daily Express, maar ook in de Cardiff Western Mail.De autoriteiten die Jones met gunsten hadden overladen waren woedend. Maksim Litvinov, de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie, klaagde boos tegen ambassadeur Majski. ‘We stonden dit individu op allerlei manieren bij, hielpen hem bij zijn werk, ik stemde zelfs in met een ontmoeting, en hij blijkt een bedrieger te zijn.’

    Een vrouw wandelt langs stervende mensen tijdens de grote Oekraïense hongersnood. – © Getty Images

    Een vrouw wandelt langs stervende mensen tijdens de grote Oekraïense hongersnood. – © Getty Images

    Direct na Jones’ persconferentie kondigde Litvinov een nog strenger verbod op reizen buiten Moskou door journalisten af. Majski beklaagde zich later bij Lloyd George, die zich distantieerde van Jones, verklaarde dat hij de reis niet gesteund en Jones niet als zijn vertegenwoordiger gestuurd had. Het is niet bekend wat hij echt dacht, maar Lloyd George zag Jones nooit meer terug. De persafdeling in Moskou was zelfs nog bozer. Haar leden wisten vanzelfsprekend allemaal dat het waar was wat Jones had verkondigd, en enkelen zaten al te vlassen op manieren om hetzelfde verhaal te vertellen. Malcolm Muggeridge, die toen de correspondent was voor The Manchester Guardian – in de plaats van Chamberlin, die het land uit was – had net via de diplomatieke post drie artikelen het land uit gesmokkeld.

    The Guardian publiceerde ze anoniem, met veel inkortingen die waren uitgevoerd door redacteuren die het niet eens waren met zijn kritiek op de Sovjet-Unie, en daar werd haast geen aandacht aan geschonken: ze botsten met grotere verhalen over Hitler en Duitsland. Maar de rest van de persdienst, die afhankelijk was van de welwillendheid van Oemanski en Litvinov, sloot de gelederen tegen Jones. Lyons beschreef nauwgezet wat er gebeurde:

    De vernedering van Jones was de meest onaangename taak die ons wachtte in jaren van gejongleer met feiten om dictatoriale regimes te behagen – maar we vernederden hem wel degelijk, unaniem en in haast identieke ambigue formuleringen. De arme Jones moet de meest verbaasde mens op aarde geweest zijn toen de feiten die hij zo nauwgezet uit onze mond verzameld had, ondergesneeuwd werden door onze ontkenningen (…) In een sfeer van beschaafd geven en nemen werd er onder de schittering van Oemanski’s vergulde glimlach stevig gemarchandeerd, voor een formele ontkenning was uitgewerkt. We gaven voldoende toe om ons geweten te sussen, maar in omslachtige bewoordingen die Jones veroordeelden als een leugenaar. Toen het vuile zaakje was volbracht, bestelde iemand wodka en zakoeski.

    Of die bijeenkomst nu wel of niet werkelijk plaatsvond, dit vat metaforisch gezien wel samen wat er vervolgens gebeurde. Op 31 maart, slechts een dag nadat Jones in Berlijn zijn uitspraken gedaan had, reageerde Duranty zelf. ‘Russen lijden honger maar verhongeren niet’ luidde de kop in The New York Times. In het artikel deed Duranty zijn uiterste best om Jones belachelijk te maken. Uit Britse bron verschijnt een enorm griezelverhaal in de Amerikaanse pers over hongersnood in de Sovjet-Unie, met ‘al duizenden doden en nog eens miljoenen voor wie dood en uithongering dreigen’.

    De auteur ervan is Gareth Jones, een voormalig secretaris van David Lloyd George die onlangs drie weken in de Sovjet-Unie doorbracht en tot de slotsom kwam dat het land ‘aan de rand van een verschrikkelijke ineenstorting’ stond, zoals hij aan onze verslaggever vertelde. Meneer Jones heeft een scherp en levendig verstand, en hij heeft de moeite genomen om Russisch te leren, dat hij bijna vloeiend spreekt, maar onze verslaggever was van mening dat meneer Jones nogal snel een oordeel geveld had en vroeg hem waar het op gebaseerd was. Hij bleek een wandeling van ruim 60 kilometer te hebben gemaakt langs dorpen in de buurt van Charkov en treurige omstandigheden te hebben gezien. Ik opperde dat dat een nogal gebrekkige dwarsdoorsnede was van een groot land, maar niets kon zijn overtuiging van een naderende ondergang aan het wankelen brengen.

    Duranty vervolgde met een uitdrukking die later berucht zou worden: ‘Om het cru te zeggen: waar gehakt wordt vallen spaanders.’

    Vervolgens legde hij uit dat hij ‘uitputtend onderzoek’ gedaan had en tot de conclusie gekomen was dat de ‘omstandigheden slecht zijn, maar er geen hongersnood heerst’. Jones schreef een verontwaardigde brief aan de hoofdredacteur van The Times, waarin hij geduldig zijn bronnen opsomde en de persafdeling in Moskou aanviel:

    De censuur heeft meesters in eufemismen en understatements van ze gemaakt. Vandaar dat ze ‘hongersnood’ braaf ‘voedseltekort’ noemen en dat ‘omkomen van de honger’ verzacht wordt tot ‘wijdverbreide sterfte door ziekten als gevolg van ondervoeding’.

    “Russen lijden honger maar verhongeren niet” werd de algemeen aanvaarde wijsheid

    En daar bleef het bij. Duranty overschaduwde Jones: hij was beroemder, werd meer gelezen, was geloofwaardiger. Hij werd ook niet tegengesproken. Lyons en Chamberlin uitten later spijt dat ze hem niet harder bestreden hadden. Maar op het moment zelf schoot niemand Jones te hulp. Wat Jones zelf betreft: hij werd toen hij in 1935 verslag deed vanuit Mongolië ontvoerd en vermoord door Chinese bandieten.

    ‘Russen lijden honger maar verhongeren niet’ werd de algemeen aanvaarde wijsheid. Ze viel ook mooi samen met de actuele harde politieke en diplomatieke overwegingen. Europeanen gingen zich in 1934 en 1935 nog meer zorgen maken over Hitler. De nieuwe regering-Roosevelt zocht eind 1933 actief naar redenen om slecht nieuws over de Sovjet-Unie te negeren. Het team rond de president was tot de conclusie gekomen dat het door de ontwikkelingen in Duitsland en de noodzaak om de Japanners in toom te houden tijd werd dat de VS eindelijk volwaardige diplomatieke betrekkingen aangingen met Moskou. Roosevelt werd door zijn belangstelling voor centrale planning en voor de in zijn ogen grote economische successen van de Sovjet-Unie – de president las de verslagen van Duranty zorgvuldig – aangemoedigd te geloven dat er ook een lucratieve commerciële relatie mogelijk was.

    Uiteindelijk sloten de twee landen een overeenkomst. Litvinov arriveerde in New York om deze te ondertekenen – vergezeld door Duranty. Duranty werd tijdens een overvloedig banket voor de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie in het Waldorf Astoria voorgesteld aan de 1500 gasten. Hij stond op en maakte een buiging. Dit werd gevolgd door een luid applaus. Duranty’s naam, schreef The New Yorker later, veroorzaakte ‘het enige echt langdurige pandemonium’ van de avond. ‘Je kreeg bijna de indruk dat Amerika, in een aanval van scherpzinnigheid, zowel Rusland als Walter Duranty erkende.’ Daarmee leek de doofpotpolitiek voltooid.

    Dit is een voorpublicatie uit Rode hongersnood van Anne Applebaum, dat op 25 januari 2018 verscheen bij AmboAnthos.

  • ‘We beginnen de ernst van fake news pas een beetje te begrijpen’

    ‘We beginnen de ernst van fake news pas een beetje te begrijpen’

    Fake News is de schuld van het internet, de Russen en Donald Trump, toch? Zo simpel is het niet, zegt de Britse journalist Matthew d’Ancona, die er een boek over schreef. ‘De mondialisering heeft de aard van ons bestaan veranderd.’

    Er is momenteel zo veel te doen over fake news dat het wel een moeras lijkt. Hoe vinden we daarin onze weg?

    ‘Allereerst moet je, zoals altijd, de term definiëren. Voor mij betekent “fake news” het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie voor politieke of commerciële doeleinden. Het slaat zeker niet op nieuws dat me niet bevalt of waarmee ik het niet eens ben, of analyses die me ergeren. Maar in een heel interessant voorbeeld van wat psychologen het “spiegeleffect” noemen heeft Trump de term vrijwel geannexeerd om de media aan te duiden die kritiek op hem hebben. En de mensen zijn de term “fake news” gaan gebruiken om media aan te duiden waarvan de artikelen hun niet bevallen of waarmee ze het niet eens zijn.

    Je kunt het ook “post-waarheid” noemen, de mantel die alles bedekt. De post-waarheid begint op het moment dat leugens niet belangrijk meer zijn of wanneer de consumenten van die leugens ermee onder één hoedje spelen, wanneer de emotionele weerklank van die beweringen belangrijker is dan hun feitelijke juistheid. Ik denk dat de term “post-waarheid” het afgelopen jaar zo veel succes heeft gehad vanwege twee specifieke en overweldigende gebeurtenissen, de Brexit en de verkiezing van Trump. Die hebben een zeer sterke emotionele weerklank gevonden, die belangrijker lijkt dan het steekspel van feitelijke beweringen.’

    Het is fascinerend om de resultaten te zien die je krijgt als je de term ‘fake news’ googelt. Of het nu om de gebeurtenissen in Myanmar gaat of om het Equifax-schandaal, het is bijna choquerend. Het is alsof zowel links als rechts zich ervan bedient om hun respectievelijke identiteit te bewaren. Zou het kunnen dat als je maar lang genoeg beweert dat iets fake news is, het vanzelf fake news wordt?

    ‘Tja, dat is me nogal een vraag. Het eerste wat we moeten benadrukken is dat het rampzalig zou zijn als we dit probleem aan de politiek overlieten en als politici de termen “fake news” en “post-waarheid” zouden gaan gebruiken om hun eigen programma erdoor te drukken. Daarvoor staat er veel te veel op het spel. Het is in een liberale maatschappij oneindig veel belangrijker de waarde en het primaat van de waarheid te beschermen dan te weten of we een linkse of rechtse regering hebben. Dat is fundamenteel. Daarom denk ik dat we een stapje terug moeten doen en ons moeten afvragen waarom de informationele ecosfeer veranderd is. Dat heeft niet echt te maken met rechts of links. Natuurlijk is er een groot debat gaande over de relatie tussen de opkomst van populistisch rechts en dit probleem, maar naar mijn mening zijn de oorzaken veel algemener. Er spelen talrijke factoren mee, maar ik denk dat er twee hoofdfactoren zijn.

    De eerste is dat we een afnemend vertrouwen zien in de bestaande instituties. Het eclatantste voorbeeld was de financiële crisis van 2008/2009, waardoor wereldwijd het vertrouwen verdween in de banken die sinds het einde van de Koude Oorlog de wereldorde hadden ondersteund. Die schokgolf is momenteel in de hele wereld voelbaar. Maar er bestaat in de media en elders een tendens om te denken dat, omdat het acht of negen jaar geleden is gebeurd, de crisis ten einde is en de recessie verleden tijd. Het wordt tijd voor iets anders. Maar het was zo’n ingrijpende gebeurtenis dat de gevolgen naar mijn mening nog altijd enorm zijn.

    We zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander

    De tweede factor is de digitale revolutie. In het begin, toen rond 2004 het zogeheten “Web 2.0” zijn intrede deed en steeds meer mensen supersnel internet kregen, werd gedacht dat de tweede fase van de internetrevolutie wereldwijd een verbindende factor zou vormen. En dat is natuurlijk ook gebeurd: de obstakels bij het verspreiden van informatie zijn weggenomen, mensen kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, we hebben een ongeëvenaarde toegang tot informatie. Maar deze revolutie heeft ook een tegengesteld effect gehad: ze heeft mensen in hokjes geduwd waarin iedereen dezelfde overtuigingen is toegedaan. Er treedt een soort balkaniseringseffect op. Mensen kruipen bijeen in sociale of ideologische bubbels. En essentieel daarbij is dat dit fenomeen niet te wijten is aan een onvolkomenheid in het web. In feite zijn de algoritmen van de sociale netwerken juist voor dat doel ontworpen: om ons altijd meer te geven van wat we willen, waarvan we houden, en ons in contact te brengen met mensen die we aardig vinden. Dat is een erg plat voorbeeld, maar uiterst belangrijk voor de manier waarop de geloofssystemen zich momenteel vermengen en groeien.’

    Een van de dingen die me fascineren in het fakenewsprobleem is dat de indruk wordt gewekt dat links de waarheid in pacht heeft – we moeten die waarheid absoluut terugveroveren, wij zijn er de bewakers van en als we haar laten ontsnappen zullen de rechtse en conservatieve krachten ermee doen wat ze willen.

    ‘Nou, om terug te echoën wat u zegt, ik denk dat rechts gelijk heeft wanneer het betoogt dat echokamers als Antifa en SJW (Social Justice Warriors) even venijnig zijn. Probeer bijvoorbeeld maar eens op de sociale media een zinnig gesprek te beginnen over transgenders en zie hoe je bestookt wordt met stompzinnige opmerkingen als: “Geen enkele mannelijke cisgender heeft het recht een mening te verkondigen over transgenderisme.” Dat is de keerzijde van de medaille: we zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander. Ik kan me moeiteloos een links populisme voorstellen dat de precieze tegenhanger is van het fenomeen-Trump.

    Ik zie heel goed dat sommige mensen ons proberen wijs te maken dat de progressieve elite het begrip waarheid weer in haar macht probeert te krijgen, maar het gaat om een veel groter fenomeen. De vraag is in feite de volgende: willen we doorgaan met een systeem van informatie-uitwisseling, diepgaande analyse en feitenonderzoek, of willen we ons in een onmetelijk emotioneel moeras storten waar we zullen worden gebombardeerd met digitale beweringen en waar we bijeen schuilen in defensieve bubbels waarin het democratisch discours geen enkele betekenis meer heeft? Dat laatste lijkt me nog veel angstaanjagender.

    Een van de dingen waar degenen die echt betrokken zijn bij dit fundamentele debat over de post-waarheid naar mijn mening voortdurend op moeten blijven hameren om het in het hoofd van de mensen te laten doordringen, is precies wat u betoogt: we kunnen niet simpelweg zeggen dat de progressieve elite iedereen de mond probeert te snoeren. We kunnen het fenomeen niet afdoen als een poging om de fabuleuze vrijheid en variëteit die het internet ons biedt te verstikken. Dat zou rampzalig zijn.

    Om te beginnen is er geen enkele kans dat zoiets gebeurt; daar is het veel te laat voor. Zelfs als je veronderstelt dat een progressieve elite daarop uit zou zijn, zou het haar niet lukken. En we zijn dat stadium in elk geval allang voorbij.

    De vraag die we ons nu moeten stellen, is de volgende: is het, in het licht van de technologische en institutionele werkelijkheid van dit moment, nog mogelijk de waarheid als het belangrijkste uitgangspunt te beschouwen?’

    © GaryDoak/HH
    © GaryDoak/HH

    Ik vind het fascinerend hoe sommige regeringen, zoals die van Rusland, hun voordeel doen met fake news. Zal dit fenomeen om zich heen grijpen, als dat al niet is gebeurd?

    ‘De precieze omvang van het fenomeen kennen we niet. Er spelen duidelijk twee belangrijke factoren mee: allereerst de uiterst geraffineerde strategieën waarmee Rusland informatie manipuleert, zowel langs menselijke als langs geautomatiseerde weg, maar ook het ontstaan van bedrijven die in staat zijn fenomenale hoeveelheden informatie aan de sociale netwerken te onttrekken, informatie die vervolgens verkocht wordt om tijdens verkiezingscampagnes te worden gebruikt. Je hoeft maar naar Cambridge Analytica te kijken, een bedrijf dat is gespecialiseerd in electoraatsprofielen en is opgericht door miljardair Robert Mercer, een goede vriend van Steve Bannon, om te zien wat voor rol zulke bedrijven hebben gespeeld bij het Brexit-referendum en bij de verkiezingen in Amerika en andere landen.

    We beginnen nu pas doordrongen te raken van de ernst van het probleem, van het feit dat er enorm veel universitair en journalistiek onderzoek nodig is en dat dat er snel moet komen omdat dit alles zich nu, op dit moment afspeelt. We moeten eerst de manier analyseren waarop het zich voltrekt, de omvang van het probleem bepalen en daarna een beetje gas terugnemen en bedenken hoe we dit fenomeen aan regels kunnen onderwerpen zonder inbreuk te maken op de vrijheid van meningsuiting. Dat wordt een bijzonder hachelijke onderneming, want het ergste resultaat zou een ministerie van Waarheid zijn. Dat zou nog erger zijn dan de huidige status quo. Het idee dat een overheidsinstantie voor ons zou gaan bepalen wat waar is en wat niet is precies het tegengestelde van wat een moderne democratische orde zou moeten zijn.

    Als het doemdenken en de morele afkeer ons tot overregulering zouden dwingen, zouden we met een ongelooflijk verkrampt systeem komen te zitten waarin alle energie van het web teniet zou worden gedaan door een paniekerige autoritaire reactie. We moeten tussen deze twee klippen door zien te manoeuvreren.’

    Dus het is allemaal de schuld van het web?

    ‘Nee, helemaal niet, want het web is alleen maar een doorgeefluik. De technologie heeft een dominante rol gespeeld, maar alleen omdat de aard van het menselijk bestaan is veranderd. We leven in een gemondialiseerd bestel en hoezeer de mensen zich daar ook tegen proberen te verzetten, onze grenzen worden steeds poreuzer. We vermengen ons als soort en worden economisch en cultureel steeds afhankelijker van elkaar. Natuurlijk, als je de internetkabels zou weghalen zou er geen Twitter of Facebook meer zijn waarmee informatie met de snelheid van het licht kan worden verspreid. Maar er is een bepaalde soort-zoekt-soorttendens: op momenten van extreme spanning en grote veranderingen zoeken mensen het gezelschap van anderen met dezelfde denkbeelden. Op die manier vinden ze andere uitdrukkingsvormen die misschien minder heftig zijn, maar die wel bestaan. Daarom wijs ik ouderwetse reacties op dit probleem af: ik denk dat het internet een positieve uitwerking heeft gehad en dat als het niet zou bestaan, er aan het eind van de Koude Oorlog wel iets overeenkomstigs zou zijn uitgevonden. Het ontstaan van een wereld die niet langer in de ban zou zijn van wederzijdse angst voor vernietiging zou in elk geval een enorme invloed hebben gehad op de manier waarop we ons gedragen als soort. En dat is ook gebeurd. Een van de gevolgen is dat alles ter discussie wordt gesteld, en dat is absoluut essentieel.

    We hebben een stadium bereikt waarin iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft – en dan niet alleen maar in het domein van de politiek. Ik denk dat de opkomst van pseudowetenschappen, het herleven van complottheorieën en het ontkennen van de holocaust en dergelijke daar allemaal verband mee houden. Die moet je als één geheel zien. Een van de dingen die ik in mijn boek duidelijk heb willen maken is dat mijn standpunt absoluut niet politiek gemotiveerd is, of in elk geval niet ingegeven door politieke hokjesdenkerij: het is een epistemologisch standpunt over de manier waarop we omgaan met kennis en informatie en waarop we de waarheid beoordelen. Dat heeft niets te maken met links of rechts.’

    Mensen zijn niet alleen sterker geneigd zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar menen ook recht te hebben op een op maat gemaakte waarheid

    Ik heb de indruk dat door het fenomeen van desinformatie het belang van het individu toeneemt. Vroeger had je alleen maar de staat en jijzelf, en tegen de staat kon je niets terugzeggen, terwijl we nu dankzij het internet en de technologie in staat zijn om ons uit te drukken, waarbij we niet alleen de waarheid verkondigen, maar om het even wat.

    ‘U legt de vinger op de zere plek. Ik ben het honderd procent met u eens. Toen ik in 1991 journalist werd, moest je over een eigen drukkerij of zender beschikken om je standpunt kenbaar te maken. De enigen die het systeem tartten waren piratenzenders en radioprogramma’s op cd. Maar tegenwoordig kan iedereen zijn standpunt bijna voor niets over het voetlicht brengen. Dat is een goede zaak als je in de vrijheid van de mens gelooft, maar het betekent ook dat mensen niet alleen sterker geneigd zijn zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar ook recht menen hebben op een op maat gemaakte waarheid. Dat is begrijpelijk, maar tegelijkertijd is het een sociale onmogelijkheid omdat de waarheid een verbindende kracht bezit. Het is uiteindelijk de erkenning van onveranderbare feiten die een samenleving mogelijk maakt. Als we allemaal solipsisten zouden zijn, zouden we niet kunnen functioneren. Nu begeven we ons op het terrein van de sciencefiction, maar als iedereen in “alternative facts” zou geloven, om de onsterfelijke formule van Trumps woordvoerder Kellyanne Conway te citeren, of in een volledig alternatief universum, zou iedere sociale interactie onmogelijk zijn.

    Dus u heeft gelijk, we hebben nu de mogelijkheid om een volstrekt persoonlijke werkelijkheid te creëren, en we moeten realistisch zijn over de gevolgen die dat kan hebben.’

    Dit gesprek doet denken aan beelden uit Mad Max. Bent u een aanhanger van de dystopie? Hoe zal het er volgens u over tien jaar uitzien?

    ‘Nee, ik ben niet dystopisch. Ik denk dat alles op zijn pootjes terechtkomt. Laten we zeggen dat ik dit boek heb willen schrijven om iedereen wakker te schudden, omdat ik me zorgen maakte over wat ik als de ernstigste weerslag van Brexit en Trump beschouwde. Volgens velen vormden die twee gebeurtenissen alleen maar een verstoring van de natuurlijke orde en zou die natuurlijke orde zich uiteindelijk weer herstellen, anders zouden we in uw woestenij van Mad Max belanden. Maar ik denk dat het zo helemaal niet werkt. Ik denk dat het in de geschiedenis vaak is voorgekomen dat mensen voor dezelfde extreme uitdagingen werden gesteld als wij nu, en dat je daarvoor niet moet terugdeinzen.

    Ik ben een optimist: we zullen spectaculaire veranderingen meemaken in de manier waarop we omgaan met de technologische reuzen, in de manier waarop we het manipuleren van informatie doorzien, bijvoorbeeld door Rusland, zoals u noemde, maar ook door mensen als Robert Mercer. Ik denk dat er veranderingen komen die afzonderlijk misschien onbeduidend lijken, maar die als je ze bij elkaar optelt belangrijke gevolgen zullen hebben.’


    Welke concrete stappen kunnen we zetten?

    ‘Sommige stappen zijn heel eenvoudig, maar desondanks nog niet gezet. Waarom geven we kinderen vanaf vijf jaar geen digitaal onderwijs, als volwaardig schoolvak? Ik heb het niet over internetveiligheid, maar over de manier waarop je het web op een intelligente en kundige manier kunt gebruiken. Dat zou echt een stap vooruit zijn. Ik denk dat tech-giganten aan strengere regelgeving zullen worden gebonden. Wanneer we meer van hen weten, zullen er maatregelen worden genomen tegen figuren als Mercer en zal de internationale diplomatie die ter harte nemen. Voorlopig staan we nog maar aan het begin. De kranten schrijven erover, de veiligheidsdiensten doen onderzoek maar het probleem heeft in het internationale discours nog niet het belang dat het naar mijn mening uiteindelijk zal krijgen.

    Er is tenslotte geen oplossing die van bovenaf kan worden opgelegd. Dat is de kern van het probleem en niemand weet of de mensen bereid zijn te accepteren dat democratie een recht is dat ook plichten met zich meebrengt. Hoe zullen de mensen, nu we hun de krachtigste informatietools uit de geschiedenis ter beschikking hebben gesteld, die tools willen gebruiken? Meestal gebruiken ze die voor doeleinden die niets te maken hebben met waar we hier over spreken: om te weten wat er vanavond op de televisie komt, of om iets te kopen op Amazon. Maar wat hun informatieconsumptie op het gebied van de belangrijke dingen des levens betreft, zullen ze moeten besluiten of die hun aan het hart gaan. Het gevaarlijkste van deze hele geschiedenis is in mijn ogen de infantilisering van de burger. Wil de burger zich al dan niet als volwassene gedragen? Op die vraag bestaat geen eenvoudig antwoord.’

    We hebben niet echt rolmodellen op dit gebied.

    ‘Nee, daar heeft u gelijk in. Alle grote retoriek uit het verleden betekende een uitdaging voor de burger. Of je nu naar Lincoln en Martin Luther King kijkt of naar John F. Kennedy en zelfs homoactivist Harvey Milk, al die grote verdedigers van de burgerrechten hadden met elkaar gemeen dat ze betrokkenheid eisten van degenen tot wie ze zich richtten.

    Op dit moment lijkt onze voorkeur naar amusement uit te gaan – het verontrustendste aan Trump is mijns inziens dat hij in wezen een entertainer is die politiek tot entertainment heeft gedegradeerd. Wat in zijn ogen het belangrijkst is zijn de kijkcijfers – u heeft gezien hoe hij de Emmy Awards neersabelde omdat ze geen goede kijkcijfers hadden, hij heeft Arnold Schwarzenegger bekritiseerd omdat die lagere kijkcijfers had dan hijzelf met zijn The Celebrity Apprentice. Wat hem het meest heeft dwarsgezeten sinds hij president is, is volgens mij het idee dat er bij de inauguratie van Barack Obama in 2009 meer mensen aanwezig waren dan bij die van hem. De politiek dreigt op dit moment eenvoudigweg een tak van de showbusiness te worden, en dat is angstaanjagend.

    Maar het is niet onontkoombaar. Als we de afgelopen achttien maanden iets hebben geleerd, dan is het dat niets onvermijdelijk is. We leven in roerige tijden, en daar moeten we gebruik van maken. Dit is een geweldige kans voor mensen met goede bedoelingen om gezamenlijk actie te ondernemen, maar dan moeten ze dat wel doen. Er is geen hogere macht die dit probleem zal oplossen – de mensen moeten het zelf doen.’


    Uw opmerking dat ‘iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft’ laat me nog steeds niet los.

    ‘Toch is dat zo. De vraag is, om uw gedachtegang over te nemen, of mensen meer bereid zijn zich aan hun ofwel tribale ofwel geïndividualiseerde idee van de waarheid vast te klampen of dat ze de waarde erkennen van dingen die waar zijn omdat ze nu eenmaal waar zijn. En dat hoeft niet per se een offer te zijn, omdat je geen beleid op het gebied van gezondheidszorg of welke vorm van sociale organisatie dan ook kunt ontwikkelen zonder een algemeen aanvaard idee van de waarheid. Dat bestaat niet. Dus hoe aantrekkelijk het ook mag lijken om te zeggen: “Ze kunnen de pot op, ze mogen geloven wat ze willen maar wij hebben tenminste onze eigen versie van de waarheid”, die vlieger gaat gewoon niet op.’

    Vertaler: Peter Bergsma

    Het kudde-instinct

    Als bepaalde informatie maar vaak genoeg gelezen en gedeeld wordt op de sociale netwerken, hoef je niet te controleren of die klopt, want dat heeft vast iemand anders al gedaan, toch? Zo denken velen van ons erover, volgens een studie die is verschenen in Proceeding of the National Academy of Sciences (PNAS). Met andere woorden, ‘als groep zijn we minder geneigd de feiten te verifiëren’, schrijft de Harvard Business Review. ‘Zoals dieren in de natuur zich veilig voelen in een kudde, zo voelen wij ons veilig in een menigte,’ zegt Gita Johar van Columbia University, die het onderzoek heeft geleid, tegen Science. ‘Als je datzelfde instinct toepast op de informatie die we tot ons nemen via de sociale netwerken, leidt het tot het minder checken van feiten.’ Daarom heeft fake news de neiging online om zich heen te grijpen, aldus de studie.

    In # 114 publiceerde 360 een dossier over fake news. Hier leest u het terug.

    52 Insights
    52-insights.com

    De website 52 Insights werd in 2015 opgericht en wil mensen informeren over de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in de wereld. Dit doet men door het wekelijks publiceren van interviews met schrijvers, onderzoekers, creatieven, uitvinders en anderen die ons leven veranderen.

  • Vergeleken met Russiagate was Watergate kinderspel

    Vergeleken met Russiagate was Watergate kinderspel

    Een vergelijking tussen de Rusland-affaire en Watergate is gauw gemaakt, schrijft commentator Andrew Cohen. Maar de huidige zaak is veel ernstiger.

    De 31 pagina’s tellende federale aanklacht tegen Trumps voormalige campagneleider Paul Manafort en zijn zakenpartner Rick Gates – wegens witwassen, bankfraude en valsheid in geschrifte – markeert het einde van het begin van het diepgaande onderzoek dat speciale aanklager Robert Mueller heeft ingesteld naar de banden van Trumps campagneteam met Rusland. Het voorlezen van de aanklacht op maandagochtend 30 oktober – 51 weken nadat Donald Trump tot president werd gekozen en slechts een paar uur nadat hij had getwitterd dat hij van het onderzoek walgde – betekende dat de fase voorbij is waarin bijna al het nieuws over de kwestie afkomstig was van anonieme bronnen, die allemaal een eigen draai aan het verhaal probeerden te geven. Nu is de fase aangebroken waarin we in elk geval specifieke aantijgingen over crimineel gedrag tot ons kunnen nemen. De advocaten zullen zich namens hun cliënten ontpoppen tot demagogen. En het fascinerende verhaal, waarvan de afloop ongewis is, neemt telkens een nieuwe wending.

    Zo ook die maandag. Het belangrijkste nieuws was niet de tenlastelegging, maar de bekendmaking van de details van een strafvermindering die een andere voormalige campagnemedewerker van Trump, George Papadopoulos, had gekregen in ruil voor een schuldbekentenis. Zijn verklaring brengt de campagne rechtstreeks in verband met de vuile spelletjes die de Russen met Hillary Clinton hebben gespeeld. Erger nog – althans bezien vanuit het perspectief van het Witte Huis – is dat Papadopoulos al maanden zijn medewerking aan Muellers onderzoek verleent. Dat betekent dat federale onderzoekers veel meer weten over hoe het werkelijk zit met de openlijk toegegeven samenzwering tussen de campagneleiding en de Russen. Wat weet Papadopolous precies, sinds wanneer weet hij het en aan wie heeft hij het verteld? Een foto waarop hij op 31 maart 2016 met Trump en minister van Justitie Jeff Sessions aanzit tijdens een bespreking over de buitenlandpolitiek logenstraft de mededeling van het Witte Huis, later die maandag, dat hij een randfiguur is, een ‘vrijwilliger’ die aan de campagne meewerkte. In mum van tijd riekte het in Amerika ineens naar doofpot en complot.

    Watergate

    De vergelijking met Watergate is gauw gemaakt. Een Republikeinse president die van het padje af is. De foute types met wie hij zich heeft omringd. De vuile spelletjes. Het ondermijnen van de democratische normen. De onverschrokken journalisten die de zaak tot op de bodem willen uitzoeken. Een rechtszaak die gewoon doorloopt terwijl er nieuwe feiten naar buiten komen en Congresleden nog bezig zijn met hun onderzoek. Na ruim 45 jaar is ons beeld van de Watergate-affaire echter bepaald door de afloop, niet door hoe ze begon. Het is een rond verhaal met, achteraf bezien, een onvermijdelijke uitkomst: een schurkachtige president die oneervol aftrad. Maar zo dachten onze ouders en grootouders er in juni 1972 helemaal niet over, toen de ‘derderangsinbraak’ aan het licht kwam, of in januari 1973, toen het proces tegen de inbrekers begon. Voor hen was die tijd net zo vaag en verwarrend als deze voor ons.

    Daarom is elke vergelijking met Watergate ook zo oppervlakkig. Nog afgezien van de overduidelijke feitelijke verschillen tussen de verhalen (zo zijn de aantijgingen van een Russisch complot veel ernstiger), zijn de wetgeving, de politiek en de journalistiek nu zo anders dat het geen zin heeft om te denken dat alles zich zo zal voltrekken als toen. Hoe complex Watergate ook was, het is kinderspel vergeleken met datgene waar Mueller en zijn team mee te maken hebben. Hoe gemeen de gebeurtenissen destijds ook waren, en hoezeer ook door partijpolitiek bepaald, ze zijn vreemd ouderwets vergeleken met het giftige klimaat rondom het huidige schandaal. De mogelijkheid van een afzettingsprocedure is nog niet van de baan, maar het proces wordt zelfs nog partijdiger dan in 1974.

    President Nixon vertrekt per helikopter nadat hij zijn aftreden bekend heeft gemaakt. – © Bill Pierce
    President Nixon vertrekt per helikopter nadat hij zijn aftreden bekend heeft gemaakt. – © Bill Pierce

    Zelfs de timing verschilt – en misschien wel totaal – van wat we begin jaren zeventig hebben gezien. Er zaten 208 dagen (ruim zes maanden) tussen de datum van de inbraak in het hoofdkwartier van de Democratische Partij en het begin van het proces tegen de mannen die de inbraak namens het Witte Huis hadden gepleegd. Dat leek misschien lang, maar is niets vergeleken bij waar we nu mee te maken hebben. Het lijkt me sterk, gezien de aard van de huidige federale rechtszaken, dat er binnen een half jaar een proces tegen Manafort en Gates komt. Waarschijnlijk duurt het een jaar of langer, als het al op een proces uitdraait, en niet op een strafverminderingsdeal. Of dat in het voor- of nadeel van de president werkt weet niemand.

    Wat we wel weten is dat Mueller anders dan zijn voorganger kan rekenen op weerstand in het Congres, of op z’n minst op pogingen om de boel te traineren. Dat wil zeggen: tot aan de tussentijdse verkiezingen van half november 2018. Na de verkiezingen van 1972 telde het Huis van Afgevaardigden vijftig Democraten meer dan Republikeinen. De Senaat was met zesenvijftig tegen vierenveertig zetels in handen van de Democraten. Zelfs toen, met een Republikein in het Witte Huis, duurde het maanden voordat het Congres uit zijn lethargie ontwaakte en het schandaal besloot te onderzoeken. Op dit moment zijn de Republikeinen de baas in zowel het Huis als de Senaat. Maar dat is maar het halve verhaal. Door gerommel in kiesdistricten en doordat ambtsdragers bang zijn om tijdens een voorverkiezing door een Trump-aanhanger te worden uitgedaagd, zitten er veel minder duiven in de beide huizen dan in 1972 en hebben veel minder wetgevers in staten en districten oog voor beide partijen. 2016 heeft alleen maar tot polarisatie geleid. Nu al zien we welke gevolgen dat heeft voor het onderzoek van Mueller.

    Elke analyse van elke ontwikkeling in de naderende rechtszaken stelt miljoenen mensen bloot aan bizarre vormen van bedrog en achterbakse spin

    Het is niet verwonderlijk dat Trump, net als Nixon, het gemunt heeft op degenen die zijn bondgenoten gerechtelijk onderzoeken. Nixon was net zo onbesuisd, paranoïde en autoritair. Het verschil is dat Nixon zijn woede binnenskamers hield (zij het dat die op band werd vastgelegd), terwijl Trump publiekelijk op Twitter tekeergaat. Het is trouwens niet alleen Trumps persoonlijke afkeer van Mueller; het Witte Huis voert een georkestreerde campagne om de voormalige FBI-directeur de voet dwars te zetten.

    Ook een groot verschil met vroeger, en iets wat de komende processen maar al te gemakkelijk belemmert, is dat steeds meer politici vijandig staan tegenover Muellers onderzoek. Het Congres bemoeide zich niet met het onderzoek naar Watergate; de hoorzittingen behoren tot de grootste wapenfeiten van het overheidsorgaan. Deze keer doen veel Republikeinen in het Congres er alles aan om het onderzoek van Mueller te dwarsbomen door twijfel te zaaien aan zijn geloofwaardigheid, de verhoren te torpederen en de aandacht voor de president te verleggen naar de kandidaat die hij versloeg, die geen publieke functie meer bekleedt. En hoe zit het met de voorgestelde bescherming van de speciale aanklager door het Congres, mocht Trump besluiten hem af te zetten? Ik moet het wetsvoorstel daarvoor nog zien.

    Een ander verschil met de periode 1972-1974 is dat de tot machtige commissievoorzitters benoemde Republikeinse houwdegens in het Congres, zoals Devin Nunes (afgevaardigde voor Californië) en Trey Gowdy (voor South Carolina), net doen alsof ze eerlijk opereren uit naam van een wetgevende macht die dient ter controle van de haperende uitvoerende macht. Maar net als de vele senatoren die zich al jaren voordoen als ‘het recht in eigen persoon’ – onder wie Charles Grassley – zijn ze publiekelijk de partijdige mening toegedaan dat Trump het voordeel van de twijfel geniet, en niet Mueller. Dat verschilt fundamenteel van de rol die het Congres speelde tijdens de Watergatecrisis en zal waarschijnlijk niet veranderen zodra de Democraten het in het Congres of in een van beide huizen weer voor het zeggen krijgen. Wat uiteraard sowieso de komende veertien maanden niet zal gebeuren.

    Het zullen veertien lange, naargeestige maanden worden, waarin met elkaar wedijverende verhalen in de media over objectieve feiten het land zullen blijven verdelen. Ooit kregen de meeste Amerikanen hun landelijke nieuws via drie tv-netwerken, van de radio en uit kranten die niet vanwege ‘nepnieuws’ en ‘alternatieve feiten’ door het slijk werden gehaald. Maar tussen nu en de tussentijdse verkiezingen kijken miljoenen Amerikanen naar Fox News of lezen ze verhalen op Breitbart en krijgen een totaal ander beeld van de werkelijkheid dan de rest. Elke analyse van elke ontwikkeling in de naderende rechtszaken stelt miljoenen mensen bloot aan bizarre vormen van bedrog en achterbakse spin.

    Toeristen bij het Witte Huis lezen het nieuws over het aftreden van de president. – © Getty
    Toeristen bij het Witte Huis lezen het nieuws over het aftreden van de president. – © Getty

    Eind jaren negentig deed ik van a tot z verslag van de soap rond de poging om Bill Clinton af te zetten. Achteraf zie je hoe snel het van kwaad tot erger is gegaan: van Watergate tot Whitewater en van de Lewinsky-affaire tot ‘Russiagate’, met zijn stupide naam. Voor Clinton begonnen de problemen aan het begin van het internettijdperk, toen hij zowel in de beide huizen als in het Congres tegenover een Republikeinse meerderheid stond. Toch bleef hij grotendeels overeind dankzij publieke steun, zelfs toen de omvang van zijn wangedrag duidelijk werd. Trump betreedt met steun van de beleidsmakers, maar met weinig steun van het publiek, een nieuwe fase in een mediatijdperk waarin hij zich in 140 tekens rechtstreeks tot zijn achterban richt. De vernietigende partijdigheid en de manipulatie door de media uit de Clinton-tijd waren mijlenver verwijderd van het Watergate-tijdperk, zoals de afzettingsprocedure tegen Clinton mijlenver verwijderd is van het Ruslandonderzoek. Het gaat duidelijk de verkeerde kant op met dit land.

    En dus zal Mueller het met zijn team moeten opnemen tegen een vijandig gezind Witte Huis met een president die bereid lijkt het volledige democratische bestel kapot te maken om er zelf zonder kleerscheuren vanaf te komen. De speciale aanklager en zijn collega’s zullen partijdige inmenging van het Congres moeten afweren die erop is gericht het bewijs dat in de rechtszaal wordt gepresenteerd onschadelijk te maken. Mueller zelf wordt het doelwit van propagandisten die zich voordoen als journalisten.

    Het land moet intussen rekening houden met de reële mogelijkheid dat de president Mueller zal ontslaan nog voordat Manafort en Gates voor de rechter zullen komen.

    We hebben hier niet te maken met een herhaling van Watergate. Wat nu speelt is een veel ernstiger bedreiging van de republiek.

    Auteur: Andrew Cohen
    Vertaler: Nico Groen

    Andrew Cohen is redacteur bij The Marshall Project, medewerker van The Atlantic, fellow bij het Brennan Center for Justice en juridisch commentator voor de programma’s 60 Minutes en CBS Radio News.

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • ‘Mijn grootste angst is herkend worden in de supermarkt’

    ‘Mijn grootste angst is herkend worden in de supermarkt’

    Ruim vier jaar woont de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden alweer op een onbekende plek in Moskou, zonder dat 
er zicht lijkt op verandering in zijn situatie. In een uitgebreid gesprek met het Duitse weekblad Der Spiegel praat Snowden over zijn leven in Rusland, de macht van de inlichtingendiensten en zijn voortdurende strijd tegen massabewaking door overheden.

    Om Edward Snowden te interviewen, moet je een lange reis maken. Voor Der Spiegel begon die reis een jaar geleden, met vele gesprekken met zijn advocaten in New York en Berlijn. En hij eindigde onlangs op een woensdag in een Moskouse hotelsuite met uitzicht over het Rode Plein.

    De 34-jarige voormalige medewerker van de Amerikaanse CIA en NSA die het wereldwijde bewakingssysteem van de Amerikaanse National Security Agency (NSA) openbaarde, woont ergens in de Russische hoofdstad. Sinds hij de klok heeft geluid geldt hij in zijn eigen land als staatsvijand. Voor burgerrechtenactivisten is hij een icoon geworden, maar hij is ook een man op de vlucht. Bijna had onze reis naar Snowden nog langer geduurd, omdat hij een zware kou vatte en op het punt stond het interview uit te stellen. Uiteindelijk ging het toch door en toonde Snowden zich bescheiden en verbazingwekkend optimistisch in een ruim drie uur durend interview.

    Vier jaar geleden verscheen je in een video vanuit een hotelkamer in Hongkong. Het was het begin van het grootste inlichtingenlek in de geschiedenis. Nu zitten we hier, in een hotelkamer in Moskou. Je kunt Rusland niet uit, omdat de Amerikaanse regering een arrestatiebevel tegen je heeft uitgevaardigd. Ondertussen is de wereldwijde bewakingsmachinerie nog steeds in volle gang, waarschijnlijk krachtiger dan ooit. 
Is het dit allemaal echt waard geweest?

    ‘Het antwoord is ja. Kijk naar wat mijn doelen waren. Het ging me er niet om de wetten te veranderen of de machinerie te vertragen. Misschien had het daar wel om moeten gaan. Volgens mijn critici was ik niet revolutionair genoeg. Maar zij vergeten dat ik een product van het systeem ben. Ik heb op die kantoren gewerkt, ik ken die mensen en ik heb nog steeds enig vertrouwen in hen en in de mogelijkheid dat de systemen hervormd worden.’

    Maar zij zien jou nu als hun grootste vijand.
    ‘Mijn persoonlijke gevecht was niet bedoeld om de NSA of de CIA af te branden. Ik vind zelfs dat die wel degelijk een nuttige rol hebben in de samenleving, zolang ze zich bezighouden 
met de echt belangrijke bedreigingen waarmee we worden geconfronteerd, en als ze daarvoor hun minst grove geschut inzetten. We gooien ook geen atoombom op een vlieg die op de eettafel gaat zitten. Iedereen snapt dat, behalve de inlichtingendiensten.’

    Wat heb je bereikt?
    ‘Sinds de zomer van 2013 beschikt het publiek over kennis die tot dan toe geheim was. Dat de Amerikaanse regering alles uit jouw Gmail-account kan halen en daar niet eens een gerechtelijk bevel voor nodig heeft als jij geen Amerikaan bent maar bijvoorbeeld Duitser. Het is niet toegestaan om onderscheid te maken tussen de eigen burgers en die van andere landen: die hebben in principe dezelfde basisrechten. Maar steeds meer landen, niet alleen de VS, doen dit. Ik wilde het publiek een kans geven om te beslissen waar de grens moet liggen.’

    Volgens jou is massabewaking een schending van de wet. Maar voor zover we weten zit tot nu toe nog geen enkele verantwoordelijke achter de tralies.
    ‘Daarom noem ik het de geheime wet. Deze NSA-activiteiten waren onwettig. In een rechtvaardige wereld zouden de mensen die over dit soort programma’s gaan nu inderdaad achter de tralies zitten. Kijk bijvoorbeeld naar de talloze schendingen die zijn gevonden en bevestigd in het parlementaire onderzoek naar de Duitse G10-wet…’

    • .. die het recht van de inlichtingendienst beperkt om zich toegang te verschaffen tot iemands persoonlijke gesprekken of e-mails bij gelegenheden die onder de geheimhoudingsbepalingen van het post- en communicatieverkeer vallen.*
      ‘Maar in plaats van straffen, in plaats van afgetreden verantwoordelijken, in plaats van verandering van deze spionageactiviteiten hebben we alleen maar een nieuwe wet gekregen die bepaalt dat het allemaal oké is.’
    Edward Snowden in de presidentiële suite van het National Hotel in Moskou. – © Dmitri Beliakov / HH
    Edward Snowden in de presidentiële suite van het National Hotel in Moskou. – © Dmitri Beliakov / HH

    Was je verbaasd toen bekend werd dat de Duitse geheime dienst, de BND, ‘vrienden’ als de Israëlische premier bespioneerde of vierduizend ‘selectoren’ op Amerikaanse doelen had gericht?
    ‘Ik was teleurgesteld, niet verbaasd. Hetzelfde gebeurt in feite in Frankrijk en in al die andere landen. Alle regeringen willen meer mogelijkheden op het gebied van economische spionage, diplomatieke manipulatie en politieke invloed.’

    Het belangrijkste doel van die bewaking 
is om aanslagen tegen onze landen te voorkomen. In principe is daar niets mis mee.
    ‘We hebben geen bewijs dat deze 
massabewakingsprogramma’s terroristische aanslagen voorkomen. Maar als je ons niet kunt laten zien dat er dankzij deze maatregelen cellen zijn ontmaskerd, waarom zeg je dan toch dat ze absoluut noodzakelijk zijn? Omdat ze superinteressant zijn voor andere gebieden van spionage. Zoals het afluisteren van een telefoongesprek tussen Kofi Annan en Hillary Clinton…’

    • .. zoals de Duitse BND heeft gedaan.*
      ‘Dat zal waarschijnlijk niet al te veel aanslagen hebben voorkomen.’

    Dus wat is dan het verschil tussen de BND en de NSA?
    ‘Het belangrijkste verschil is het budget. Hoeveel geld hebben ze te besteden? Dat bepaalt hun mogelijkheden. Maar Duitsland heeft geweldige mogelijkheden omdat het zo 
centraal ligt en zo veel gunstige geografische punten heeft, zoals het internetknooppunt DE-CIX in Frankfurt. 
Dat maakt het belachelijk gemakkelijk. Als je alleen maar je hand in het water hoeft te steken om een vis te vangen, maakt het niet uit hoe slecht of hoe arm je bent.’

    De Duitse autoriteiten beweren dat ze doof en blind zouden zijn zonder de NSA of CIA.
    ‘Natuurlijk, Duitsland is geen Amerika, dat zo’n 70 miljard dollar per jaar in inlichtingenprogramma’s steekt. Maar Duitsland is een erg rijk land. In 2013 gaf het een slordige half miljard euro uit aan de BND. Nu is dat zo’n 300 miljoen euro meer. Combineer dat met het feit dat het Duitse onderwijssysteem een van de beste van de wereld is, en het is duidelijk dat Duitsland een grote basis aan technisch talent heeft.’

    ‘Hoe je ook over hen denkt, politici zijn niet dom’

    In Berlijn is de parlementaire commissie die de NSA-affaire onderzocht drieënhalf jaar bezig geweest om de samenwerking tussen de NSA en de BND in kaart te brengen. Volgens het eindrapport ben jij niet 
als getuige opgeroepen zoals oorspronkelijk was gepland, onder andere omdat je geëist zou hebben dat je asiel zou krijgen 
in Duitsland.
    ‘Dat is een leugen. Ik heb nooit asiel 
als voorwaarde gesteld. Ik denk niet dat het woord asiel ooit is gevallen.’

    Hoe verklaar je dan dat dit in alle media 
is gemeld?
    ‘Politiek. De partijen die de meerderheid vormden in de onderzoekscommissie verklaarden in het openbaar dat ze mijn toelating tot Duitsland zouden blokkeren, om het Witte Huis te sussen. Maar in de maanden daarna stapelden de onthullingen over het onrechtmatig bespioneren van mensen over de hele wereld, ook Duitsers, zich op en werd dit standpunt steeds minder populair. Dat maakte een onderzoek onvermijdelijk. Toen zochten de verschillende politieke spelers een manier om te voorkomen dat het onderzoek iets al te gênants zou opleveren, en daarmee lieten ze meteen zien dat beloften aan het Witte Huis in Duitsland de hoogste wet zijn. Hoe je ook over hen denkt, politici zijn niet dom, en waarschijnlijk wisten ze dat ze het onaantrekkelijke resultaat van het onderzoek alleen konden rechtvaardigen door te beweren dat ze geen keus hadden. Dus verzonnen ze die asieleis. Historici zullen misschien niet onder de indruk zijn, maar voor dit moment werkt het. En “voor dit moment” is maar al te vaak het enige dat telt in de hedendaagse politiek.’

    Wat zou de commissie van jou hebben gehoord? De documenten die je hebt aangeleverd waren al gepubliceerd.
    ‘Ik weet dat ik in hun ogen alleen maar een systeembeheerder was. Het is waar dat ik in mijn carrière vaak systeembeheerder ben geweest, maar dat was niet het enige wat ik deed. In mijn laatste baan op Hawaï gebruikte ik letterlijk de hele dag XKeyscore om Chinese hackers op te sporen. XKeyscore was het programma dat de Duitsers van de NSA kregen en ook gebruikten.’

    Je hebt delen van het uiteindelijke onderzoeksrapport gelezen. Wat vond je ervan?
    ‘We hoopten allemaal zo dat dit een betrouwbaar product zou worden, dat het een echt onderzoek zou zijn. Maar het rapport van de meerderheidspartijen is een teleurstelling. Het was een soort oefening in creatief schrijven. Het Duitse publiek was boos over hun bewakingsbeleid, dus moesten ze daar iets aan doen. Maar vervolgens deden ze niet wat volgens mij de oppositie op een heldhaftige manier wel probeerde te doen, namelijk uitzoeken wat er nu eigenlijk gebeurt, bepalen wie daarvoor verantwoordelijk is en uiteindelijk de activiteiten van deze inlichtingendiensten zo inrichten dat ze overeenstemmen met de wet. Maar deze politici zeiden: laten we de wet wat minder strikt maken, zodat ze die niet meer overtreden.’

    Dat klinkt berustend.
    ‘Helemaal niet. Ik denk dat we als samenleving veel vooruitgang hebben geboekt – we gebruiken nu wiskunde en wetenschap om dit soort misbruik door overheden te beperken.’

    Je bedoelt de encryptie van onze communicatie.
    ‘Voordat hij met pensioen ging, zei het vroegere hoofd van de Amerikaanse National Intelligence, James Clapper, dat ik de invoering van een encryptie met zeven jaar had versneld. Hij bedoelde het als een belediging, maar ik vatte het op als een compliment. We zien nu ontwikkelingen zoals de invoering van de end-to-end-encryptie, die standaard wordt toegepast – je hoeft er zelfs niet eens over na te denken. Voor 2013 wisten de meeste sites niet eens wat encryptie was. Nu kan vrijwel elke serieuze redactie encryptie gebruiken.’

    Edward Snowden met Glenn Greenwald.
    Edward Snowden met Glenn Greenwald.

    Maar terroristen gebruiken ook encryptie.
    ‘Als je in een stad drie terroristen hebt, gebruikt de ene een laptop en wordt neergeschoten door een drone, de tweede gebruikt een mobiele telefoon en wordt neergeschoten door een drone. Degene die alleen boodschappen op papier verstuurt via zijn neef 
als koerier op een motorfiets, wordt nooit neergeschoten door een drone. Terroristen kunnen heel snel twee 
plus twee bij elkaar optellen. Ze hebben Der Spiegel niet nodig, ze hebben mij niet nodig om ze te vertellen hoe het werkt.’

    Zou je op zijn minst bereid zijn toe te geven dat een deel van de informatie die is gepubliceerd, in het voordeel was van criminelen en schurkenstaten, omdat zij ervan leerden hoe geheime diensten werken?
    ‘Nee, dat is een beschuldiging waarmee overheden wel heel gemakkelijk proberen te scoren. Zij verklaren bepaalde kennis tot geheime informatie door te zeggen dat het onthullen ervan schade zal veroorzaken. Ik heb menulijsten van de kantine verstuurd die tot top secret waren bestempeld. Echt waar.’

    Maar er zaten bij de gelekte documenten ook echte geheimen, programma’s en technieken.
    ‘Ik ben ermee naar buiten gekomen in 2013. Het is nu 2017 en er is nooit enige schade aangetoond, ondanks de vragen die daarover zijn gesteld in het Congres en ondanks het feit dat ze meer dan twee jaar bezig zijn geweest met onderzoek ernaar. Zelfs Michael Rodgers, de directeur van de NSA, heeft gezegd: “De hemel komt niet naar beneden, we doen nog steeds ons werk.” Ja, het heeft voor veel onrust gezorgd, maar het leven gaat door.’

    Waarom zijn er niet meer klokkenluiders zoals u? Zijn ze bang dat ze ook in Rusland terecht zullen komen?
    ‘Daar is een pessimistisch antwoord op. Mensen zien op tegen de grote gevolgen als ze betrapt worden. Maar er is ook een optimistisch antwoord. De gebeurtenissen van 2013 hebben deze inlichtingendiensten gewaarschuwd – dat zij de volgende kunnen zijn.’

    Volgens ons komt het pessimistische antwoord het dichtst bij de werkelijkheid.
    ‘Ik denk dat het een combinatie van de twee is. Kijk alleen maar naar de Vault7-documenten die WikiLeaks heeft gepubliceerd. Dat was een ongekende openbaarmaking van heel gevoelige informatie, duidelijk afkomstig van de eigen CIA-servers. Er zijn nog geen arrestaties verricht en het is al maanden geleden. Daar kun je twee dingen uit opmaken: om te beginnen dat het kennelijk nog steeds vrij gemakkelijk is om de inlichtingendiensten binnen te dringen, en ten tweede dat dit duidelijk niet mijn werk was, dus dat er ook anderen zijn die dit doen.’

    De documenten die je hebt gelekt zijn 
nu een aantal jaren oud, net als de maatregelen die ze beschreven. Hebben ze nu nog meer dan alleen historische waarde?
    ‘Het systeem is nog zo’n beetje hetzelfde. Alleen als je het basismechanisme begrijpt dat wordt gebruikt om onschuldige mensen te bespioneren, kun je beginnen daar iets aan te doen. De uitdaging is dus: wat komt hierna en hoe moeten we daarmee omgaan?’

    En? Wat komt er hierna?
    ‘Overheden beseffen nu dat massabewaking niet werkelijk effectief is. Ze gaan nu over op datgene waarvan inlichtingendiensten hopen dat het hun nieuwe wondermiddel zal worden: hacken. Maar daarbij gaat het om massahacken, en niet om echt doelgericht hacken, zoals zij meestal zeggen. Dat hebben we gezien bij het oprollen van die marktplaatsen op het darknet en andere gezamenlijke operaties van de EU en de VS.’

    Dus nu is alles gericht op het kraken van encryptie?
    ‘Niet op het kraken van encryptie – 
de diensten proberen de encryptie te omzeilen. Ze zoeken zwakke plekken in het apparaat dat je gebruikt, om te kunnen zien wat je schrijft vóórdat je je boodschap versleutelt. Wat ze eigenlijk doen is een website overnemen, die infecteren met kwaadaardige software en als jij die website bezoekt, bijvoorbeeld omdat je een link hebt ontvangen, word je gehackt. Dan zijn ze de baas over je computer of telefoon. Jij hebt dat apparaat betaald, maar zij gebruiken het. Dat werkt volgens mij veel beter dan massabewaking.’

    Waarom?
    ‘Massabewaking was ongelooflijk goedkoop. Het werkte min of meer vanzelf – onzichtbaar, constant – en er was geen echte verdediging tegen behalve het gebruik van encryptiesystemen. Het is een erg dure grap om browsers, telefoons en computers aan te vallen.’

    Maar je hebt net zelf gezegd dat geld niet het grootste probleem is voor inlichtingendiensten.
    ‘Maar zelfs die kunnen deze methode niet gebruiken om iedereen op de hele wereld continu te bespioneren. De nieuwe methode maakt het de inlichtingendiensten moeilijker, op een goede manier. Hij zorgt voor een natuurlijke discipline die hen dwingt om te besluiten: is deze persoon die ik wil bespioneren werkelijk die kosten waard? Zo was er bijvoorbeeld een jihadistische groep die een encryptiepakket gebruikte dat Mujahedeen Secrets heette. Dat is typisch iets waar ze achteraan moeten gaan, want als je Mujahedeen Secrets installeert, tja dan hoor je waarschijnlijk bij de moedjahedien, niet?’

    Al zou de reikwijdte van inlichtingendiensten in de toekomst beperkt zijn, mensen geven gratis enorme hoeveelheden intieme gegevens weg aan commerciële ondernemingen als Facebook, Google, YouTube en Instagram. Moeten we niet accepteren dat we nu in een tijdperk van totale transparantie leven?
    ‘Ik geef maandelijks lezingen op middelbare scholen en krijg de indruk dat de jongere generatie zich in feite drukker maakt om privacy dan de oudere. Eenvoudigweg omdat ze voortdurend vrijwillig informatie delen.’

    Toch zweeft er een enorme hoeveelheid data rond die gebruikt kan worden, of 
misbruikt.
    ‘Je hebt gelijk, zonder dat er ooit een echt debat over is gevoerd, hebben we besloten dat dit reusachtige universum van derde partijen je complete geschiedenis en allerlei gegevens over je privéactiviteiten mag hebben. Tegelijkertijd zien we de nieuwe vermenging van grote bedrijven en politiek, met topmensen uit het bedrijfsleven die toespraken houden over zaken als economie, werkgelegenheidsprogramma’s en onderwijs – onderwerpen waarover politici normaal gesproken discussieerden.’

    ‘Ik denk het gevaarlijk wordt wanneer we zeggen: Google, jullie zijn nu de politie van het internet. Jullie bepalen wat de wet is’

    Vind je het aanvaardbaar als autoriteiten en bedrijven samenwerken om misdaad, terrorisme of haat te bestrijden?
    ‘Een bedrijf zou nooit mogen worden ingezet om het werk van een overheid te doen. Die twee hebben heel verschillende doelen en als je over die grenzen heen gaat, levert dat onbedoelde gevolgen op en onvoorziene kosten. Natuurlijk kunnen bedrijven de overheid helpen bij terrorismeonderzoek. Maar om bijvoorbeeld gegevens van bedrijven in te mogen zien zouden ze eerst een rechter moeten overtuigen. Ik denk het nogal gevaarlijk wordt wanneer we zeggen: Google, jullie zijn nu de politie van het internet. Jullie bepalen wat de wet is.’

    Wat niet eens zo ver van de werkelijkheid af staat.
    ‘En dan zien we dat de oprichter en CEO van Facebook zich bij de volgende verkiezingen kandidaat wil stellen voor het presidentschap. Willen we het bedrijf met de grootste aanwezigheid op social media ter wereld en met duidelijke politieke ambities laten beslissen wat toelaatbare politieke uitingen zijn en wat niet?’

    Over politieke ambities gesproken: heb je een verklaring voor de toenemende bemoeienis van de kant van de inlichtingendiensten met democratische verkiezingen?
    ‘Ik denk dat die bemoeienis er altijd is geweest. Nieuw is alleen dat het zichtbaarder gebeurt. We weten bijvoorbeeld uit vrijgegeven documenten dat de Verenigde Staten zich de hele vorige eeuw met verkiezingen hebben bemoeid. Elk land dat een inlichtingendienst heeft, probeert hetzelfde te doen. Ik zou zelfs heel verbaasd zijn als Duitsland daarin een uitzondering was. Waarschijnlijk gebeurt het daar op een minder heftige en beleefdere manier. Maar klopt het als ik denk dat we nu min of meer om de hete brei van de Russische kwestie heen draaien?’

    Hoe raad je het zo?
    ‘Dat was niet zo moeilijk. Iedereen wijst op dit moment naar de Russen.’

    Terecht?
    ‘Dat weet ik niet. Ze hebben waarschijnlijk wel de Democratische Partij van Hillary Clinton gehackt, maar daar hebben we geen bewijzen voor gezien. In het geval van de hackaanval op Sony kwam de FBI met het bewijs dat Noord-Korea daarachter zat. In Clintons geval hebben ze dat niet gedaan, al ben ik ervan overtuigd dat ze die bewijzen wel hebben. De vraag is: waarom niet?’

    Is het mogelijk om absoluut zeker te weten wie een systeem hackt? Het lijkt vrij gemakkelijk om een tijdsaanduiding te manipuleren, bepaalde servers te gebruiken en een versluierde operatie op te zetten.
    ‘Dat van die versluierde operatie is waar – ik weet hoe dat werkt. Ik heb ermee te maken gehad in het geval van China. Zij waren altijd de usual suspects, in die tijd had niemand het over de Russen. De Chinezen maakte het nooit veel uit of ze hun sporen wel goed uitwisten. Zij waren meer van het raam inslaan, grijpen wat ze te pakken konden krijgen en lachend wegrennen. 
Maar zelfs zij hebben nooit rechtstreeks vanuit China een aanval uitgevoerd. Ze zouden het altijd via een server in Italië, Afrika of Zuid-Amerika doen. Maar je kunt altijd het spoor terugvolgen, het is geen tovenarij.’

    Je weet dat bepaalde invloedrijke mensen, zelfs hoge regeringsfunctionarissen in Duitsland, beweren dat jij een hechte 
relatie hebt met de Russen.
    ‘Ja, vooral die Hans uit Duitsland.’

    Je bedoelt Hans-Georg Maassen, het hoofd van de binnenlandse inlichtingendienst van Duitsland. Hij heeft een paar keer geïnsinueerd dat je misschien een Russische spion bent. Ben je dat?
    ‘Nee. Hij heeft niet eens het lef om te zeggen: “Ik denk dat deze man een spion is.” In plaats daarvan zegt hij: 
“Of Snowden een Russische agent is, valt niet te bewijzen.” Dat kun je letterlijk over iedereen zeggen. Ik had gedacht, en gehoopt, dat we in deze open samenleving de tijd achter ons hadden gelaten dat de geheime politiediensten hun critici verdacht maken. Ik word hier niet eens kwaad om. Ik ben alleen teleurgesteld.

    Toch hebben veel mensen, ook hier in Duitsland, zich afgevraagd wat voor concessies je hebt moeten doen om de gast van Rusland te worden.
    Ik ben blij dat je die vraag stelt, want ook dit klinkt logisch: hij zit in Rusland, dus daar heeft hij natuurlijk iets voor terug moeten doen, nietwaar? Maar als je er goed naar kijkt, houdt dat geen stand. Ik heb geen documenten of toegang tot documenten. Die hebben de journalisten, en daarom konden de Chinezen of de Russen mij niet bedreigen toen ik de grens over ging. Ik had hen niet kunnen helpen, al hadden ze me mijn vingernagels uitgetrokken.’

    Het blijft voor veel mensen moeilijk te geloven dat de Russen je zomaar binnen hebben gelaten.
    ‘Ik weet het, dan zeggen ze: ja hoor, Poetin, kampioen mensenrechten, natuurlijk laat die hem zomaar voor niets het land in. Niemand gelooft dat, er moet wel een deal zijn gesloten, een uitruil. Maar zij begrijpen het niet. Als je er even over nadenkt: ik probeerde naar Latijns-Amerika te komen, maar de VS trokken mijn paspoort in en zo zat ik in de val op het Russische vliegveld. De Amerikaanse president stuurde dagelijks boodschappen aan de Russen om mijn uitlevering te eisen. Denk eens aan de Russische politieke situatie. Aan Poetins zelfbeeld, zijn beeld tegenover het Russische volk en hoe dat eruit zou zien als de Russische president zou hebben gezegd: “Ja hoor, neem ons alsjeblieft niet kwalijk – hier, neem die vent maar.” En misschien is er zelfs een nog simpelere verklaring, namelijk dat de Russische regering gewoon de zeldzame gelegenheid aangreep om eens “nee” te kunnen zeggen. De ware tragedie in dit geval is dat ik asiel had aangevraagd in Duitsland, Frankrijk en nog 21 andere landen in de hele wereld. En pas nadat al die landen “nee” hadden gezegd, zeiden de Russen eindelijk “ja”. Het leek erop dat ze helemaal geen “ja” wilden zeggen, en ik had er in ieder geval niet om gevraagd.’

    Mike Pompeo, het nieuwe hoofd van de CIA, heeft WikiLeaks, waarvan de advocaten jou hebben bijgestaan, ervan beschuldigd een spreekbuis te zijn van de Russen. Is dat ook schadelijk voor je imago?
    ‘Om te beginnen moeten we goed kijken wat die beschuldigingen inhouden. Ik geloof niet dat de Amerikaanse regering of wie ook in de inlichtingenwereld Julian Assange of WikiLeaks er rechtstreeks van heeft beschuldigd dat ze voor de Russische regering werkten. Voor zover ik weet komen de beschuldigingen erop neer dat ze als instrument zijn gebruikt om documenten die door de Russische regering waren gestolen openbaar te maken. En natuurlijk is dat een zorg. Volgens mij heeft dat geen directe invloed op mij, want ik ben WikiLeaks niet en er zijn geen twijfels over de herkomst van de documenten waar het in mijn geval om ging.’

    Laura Poitras, die onder de titel Citizenfour een filmverslag maakte van de ontmoetingen die zij en de journalisten Greenwald, MacAskill en Gellman in juni 2013 hadden met Edward Snowden in Hongkong. – © Wikimedia
    Laura Poitras, die onder de titel Citizenfour een filmverslag maakte van de ontmoetingen die zij en de journalisten Greenwald, MacAskill en Gellman in juni 2013 hadden met Edward Snowden in Hongkong. – © Wikimedia

    Op dit moment is er een andere Amerikaan die wordt beschuldigd van al te nauwe banden met Poetin.
    ‘O.’ (lacht)

    Je president. Is hij jouw president?
    ‘Het idee dat de helft van de Amerikaanse stemmers vond dat Donald Trump de beste van ons was, zit me wel dwars. En dat zal ons allemaal 
de komende decennia blijven dwarszitten, denk ik.’

    Misschien zal hij jouw zaak goed doen door per ongeluk de Amerikaanse inlichtingendiensten te schaden.
    ‘Ik geloof niet dat een president in zijn eentje de mogelijkheden heeft om de inlichtingendiensten werkelijk te schaden. Deze groepen zijn goed vertegenwoordigd in het Congres, in de media, in de cultuur, in Hollywood. Sommigen noemen hen de deep state, maar dit is heel erg iets van vóór Trump. Donald Trump heeft niets te maken met de deep state. Donald Trump weet niet eens wat de deep state is. De deep state is de klasse van carrièreambtenaren die elke regering overleeft.’

    Is dat ook niet een complottheorie?
    ‘Was het dat maar. Kijk naar Barack Obama, die indertijd door mensen werd gezien als een oprechte man die ernaar streefde om Guantanamo te sluiten, een eind te maken aan de massabewaking van die tijd, de misdaden uit het Bush-tijdperk te onderzoeken en nog veel meer te doen. En binnen honderd dagen na het begin van zijn presidentschap draaide hij volledig om en zei: we gaan vooruitkijken, niet achterom. De deep state beseft dat ze niet de president mag kiezen, maar die president wel heel snel kan vormen – met hetzelfde middel als waarmee ze ons vormt.’

    En dat is?
    ‘Angst. Waarom denk je dat al die terrorismewetten worden aangenomen, zonder echt debat? Waarom blijft er een eindeloze noodtoestand van kracht, zelfs in liberale landen als Frankrijk? Ik denk dat je ook weerspiegelingen van deze dynamiek kunt zien in Duitsland, dat gezien zijn eigen geschiedenis volgens mij veel minder gehecht is aan inlichtingendiensten en spionage. Maar het onderzoek naar de NSA-documenten heeft niet zo heel grondig naar massabewaking gekeken. De meerderheidspartijen beweerden dat zij het niet hard konden maken, ook al lagen de bewijzen letterlijk voor het oprapen, waren ze onmogelijk over het hoofd te zien. Ze namen niet eens de moeite om mij iets te vragen. Al die dingen laten zien dat inlichtingendiensten invloed hebben via een impliciete dreiging. Ze zijn effectief, ze zijn overtuigend. Ze hebben een nieuwe politiek van angst geschapen. Telkens als een van hun beleidskeuzes wordt bedreigd, voeden ze de pers en het publiek met alle gevaren waarvoor we beducht moeten zijn. We worden als samenleving geterroriseerd.’

    Maar is er geen reden om bang te zijn voor terrorisme?
    ‘Natuurlijk wel. Terrorisme is een reëel probleem. Maar als je kijkt hoeveel levens het heeft geëist, is dat aantal 
in elk land dat buiten oorlogsgebieden als Irak of Afghanistan ligt, zoveel kleiner dan bijvoorbeeld het aantal auto-ongelukken of hartaanvallen. Zelfs als er in de VS elk jaar een 11 september zou voorkomen, zou terrorisme een veel kleinere bedreiging vormen dan veel andere dingen.’

    Dat kun je niet met elkaar vergelijken.
    ‘Ik zeg alleen dat terreur een ideaal voorbeeld is van een groeiende angstcultuur. De inlichtingenwereld heeft die angst gebruikt om de terreur te benaderen met een nieuw golf aan massabewaking. En het meest tragische daarvan is dat uiteindelijk het proces zelf ons terroriseert. Het wordt een systeem en het leidt ons naar waar we vandaag zijn. Hoe is Donald Trump anders te verklaren dan uit een systematisch gebrek aan rationaliteit? We zien dingen gebeuren in landen als Hongarije en Polen met autoritaire leiders. Volgens mij komt dat door deze nieuwe sfeer van angst en zal het niet veranderen voor we, als publiek, een soort truc leren om angst te herkennen wanneer hij ons wordt voorgehouden. We moeten angst leren eten, zodat we hem vervolgens kunnen omzetten in een energie die de samenleving ten goede komt in plaats van haar bang te maken en te verzwakken. Maar zelfs Obama is dat niet gelukt.’

    Obama heeft tenminste nog gratie verleend aan Chelsea Manning, de klokkenluider die WikiLeaks al die Amerikaanse documenten gaf, waaronder de diplomatieke telegrammen.
    ‘En daarvoor verdient hij alle lof.’

     © Dmitri Beliakov / HH
    © Dmitri Beliakov / HH

    Had je op eenzelfde barmhartigheid gehoopt?
    ‘Ik geloof niet dat daar ooit kans op is geweest. Obama voelde zich persoonlijk gekwetst door deze onthullingen omdat hij ervoor verantwoordelijk werd gehouden. Hij zag het als een soort aanval op hemzelf en waar 
hij voor stond, maar dat is eigenlijk treurigmakend.’

    Hoop je nog steeds dat je ooit kunt terugkeren naar de VS?
    ‘Jazeker. Ik ga niet proberen te berekenen hoe groot die kans is, maar daarnet hadden jullie het over beschuldigingen tegen mij – die hoor je elk jaar minder. En dat betekent volgens mij dat er nog steeds hoop is voor de toekomst – zelfs voor mij.’

    Wat is op dit moment je status in Rusland?
    ‘Ik heb een legale verblijfsvergunning – vergelijkbaar met de Green Card in de VS. Maar dat is geen asiel en om de drie jaar of daaromtrent moet hij verlengd worden, maar dat is niet officieel gegarandeerd. Ik ben vrij kritisch over de Russische regering geweest op Twitter en in mijn uitspraken, en daar maak ik waarschijnlijk geen vrienden mee. Ze hebben het me tot nu toe niet moeilijk gemaakt, maar wie weet hoe dat in de toekomst zal gaan.’

    In de documentaire Citizenfour zagen we die aardige scène waarin je vriendin het eten klaarmaakt. Mogen we vragen of je leven er nu zo uitziet?
    ‘Ze is nog steeds bij me, ja.’

    Wat doe je zoal op een dag?
    ‘Ik reis veel. Ik ben naar Sint-Petersburg geweest. Mijn ouders komen af en toe op bezoek.’

    Hoe verdien je je brood?
    ‘Ik geef lezingen, voornamelijk aan Amerikaanse universiteiten via video’s. Ik doe veel, onbetaald, voor de Freedom of the Press Foundation, waarvan ik voorzitter van het bestuur ben.’

    Het lijkt erop dat het onderwerp bewaking je altijd zal blijven achtervolgen.
    ‘Mijn leven is werken aan technologie. Ik ben technicus, geen politicus. Dus een toespraak houden voor publiek, of zoiets als dit, hoe aardig jullie ook zijn, is moeilijk voor me. Dat ligt buiten mijn comfortzone.’

    Ben je bang voor het moment dat de belangstelling van de wereld voor jou begint te tanen?
    ‘Nee! Dat zou ik heerlijk vinden!’

    Aandacht kan verslavend zijn.
    ‘Nou, misschien voor bepaalde persoonlijkheidstypes. Maar voor mij? 
Je moet begrijpen dat mijn leven 
letterlijk wordt bepaald door mijn liefde voor privacy. Voor mij is het ergste wat er is het idee dat ik naar 
de supermarkt ga en iemand me 
herkent.’

    Overkomt je dat wel eens?
    ‘Een paar dagen geleden nog. Ik was 
in de Tretjakovgalerij en daar was 
een jonge vrouw. En die vrouw zegt: 
“Jij bent Snowden.” Ik geloof dat het een Duitse was. En ik zei: “Eh, ja,” 
en ze maakte een selfie. En weet je 
wat grappig is? Ze heeft hem nooit online gezet.

    Auteur: Martin Knobbe en Jörg Schindler

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • De Russen oefenen, maar waarvoor?

    De Russen oefenen, maar waarvoor?

    Begin september hielden Russische en Wit-Russische strijdkrachten hun tweejaarlijkse militaire oefening in Wit-Rusland. Buurlanden maken zich zorgen over de ongekende omvang van de operatie.

    De militaire manoeuvres met de naam Zapad (Westen) zijn een traditie geworden voor Wit-Rusland en Rusland. De oefening wordt afwisselend op het grondgebied van een van beide bondgenoten gehouden. De omvang van Zapad 2017 kende zijn weerga niet.

    De afgelopen vier jaar is de houding van de internationale gemeenschap ten opzichte van Rusland aanzienlijk gewijzigd. Na de annexatie van de Krim en de interventie in de Donbas wordt het Kremlin beschouwd als een gevaar voor alle landen waar Russische vliegtuigen en ‘groene mannetjes’ [een verwijzing naar de soldaten die, zonder insignes of militaire rang, in maart 2014 door Rusland werden ingezet op de Krim] kunnen opduiken.

    In de westerse pers beweren sommigen dat Rusland tijdens Zapad 2017 zijn aanvalsplannen tegen Europese landen heeft geperfectioneerd. In juni gaf de opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa, generaal Ben Hodges, in een interview met het persbureau Reuters uiting aan zijn bezorgdheid over een mogelijke Russische interventie aan de grens met de Baltische staten tijdens de oefening.

    ‘Toen Rusland de Krim binnenviel, werd dat ook gedaan in het kader van een oefening,’ aldus Hodges. En hij voegde eraan toe dat de Verenigde Staten tijdens de manoeuvres extra troepen in de Baltische staten paraat hadden.

    Ten aanzien van de oefeningen van dit jaar is de grote vraag hoeveel troepen Rusland heeft ingezet. Officieel namen er dertienduizend manschappen aan deel, waaronder ‘slechts’ drieduizend Russen. Maar uit officieuze tellingen blijkt dat het om aanzienlijk meer troepen ging, waarbij aantallen van zestig- tot honderdduizend worden genoemd in documenten die werden aangehaald in The New York Times en The Washington Post.

    Wit-Russische militairen in de buurt van Minsk tijdens Zapad 2017. – © Viktor Tolochko / HH
    Wit-Russische militairen in de buurt van Minsk tijdens Zapad 2017. – © Viktor Tolochko / HH

    De Oekraïense inlichtingendiensten hebben meermalen gewaarschuwd voor het gevaar dat Zapad 2017 voor Oekraïne betekende. In april verzekerde de Wit-Russische president Aleksander Loekasjenko zijn Oekraïense ambtgenoot Petro Porosjenko dat de gezamenlijke oefeningen geen voorbereiding waren voor een interventie in Oekraïne. Maar andere Wit-Russen met wie wij hebben kunnen spreken, waarschuwen dat Batka [‘Vadertje’ – de bijnaam van de Wit-Russische president] in deze kwestie weinig te vertellen heeft.

    ‘Het Wit-Russische leger gaat niet ten strijde trekken tegen het Russische leger als dat probeert de controle over Wit-Rusland over te nemen of gebruik te maken van het Wit-Russische grondgebied om aanvallen uit te voeren op buurlanden. Derhalve hebben de toezeggingen van Loekasjenko weinig waarde,’ zegt Andrej Egorov, directeur van het Centrum voor Europese Transformatie. ‘Als Poetin het echt wil, kan hij praktisch alles gedaan krijgen van Loekasjenko,’ meent de Wit-Russische oppositieleider Mykola Statkevitsj.

    In februari 2017 verklaarde de Litouwse president Dalia Grybauskaite dat Zapad 2017 aantoont dat Rusland zich voorbereidt op een oorlog tegen het Westen. Vanwege deze oefeningen hebben de Baltische staten zich moeten wenden tot hun partners van de NAVO om meer waarborgen te krijgen voor hun veiligheid. Daarop kregen de Baltische staten Amerikaanse militaire versterking.

    In het Westen deden verschillende scenario’s over een eventuele Russische aanval de ronde. In een van die scenario’s werd ervan uitgegaan dat Rusland zou proberen een corridor aan te brengen met het grondgebied van Kaliningrad, waardoor de landverbindingen tussen de drie Baltische staten en hun NAVO-bondgenoten zouden worden afgesneden langs de Pools-Litouwse grens (de Suwalki-strook). Dit jaar heeft de NAVO voor het eerst manoeuvres georganiseerd om te bestuderen hoe op een dergelijk scenario zou kunnen worden gereageerd.

    Geen nieuw Russisch materiaal

    De Oekraïense website InformNapalm benadrukt dat er geen nieuw Russisch materieel is overgebracht naar Wit-Rusland: ‘Het is alleen maar oude Sovjet-meuk. In een rechtstreeks conflict met de NAVO heb je niets aan dit wapentuig, tenzij het in grote hoeveelheden wordt ingezet. Je ziet alleen maar T-72’s, 2S1 Gvozdika’s, 2S3 Akatsiya’s en BTR-80’s. Maar er is wel nieuw luchtafweergeschut.’ De specialisten vestigen ook de aandacht op het feit dat er ook geen aanvalstroepen werden gevormd. Maar als al het materieel ter plaatse is, hebben de Russen aan een maand genoeg om over te gaan tot een operationele fase.

    De NAVO-landen en Oekraïne staan klaar om de strijd aan te gaan met Rusland als het aanvalt, maar de Wit-Russen kunnen zich dat niet * veroorloven. Een van de gevaren van deze oefening was dat ze zou uitmonden in een echte bezetting van het land door het Russische leger. De meeste Wit-Russen zijn amper bezorgd over de Russische manoeuvres, aldus politicoloog Egorov. De Wit-Russische samenleving volgt vooral de Russische media en accepteert het officiële standpunt van Moskou en Minsk.

    Officieus bereiden het Wit-Russische leger en de Wit-Russische regering zich voor op een eventueel gevaar, zegt Dmytro Timtsjoek, coördinator van het Oekraïense project Information Resistance. Zij houden zich met name bezig met de mogelijkheid dat ze moeten reageren op de potentiële wens van het Kremlin om zijn militairen na afloop van de manoeuvres ter plaatse te laten. ‘Loekasjenko begrijpt dat Wit-Rusland en hij persoonlijk in sommige scenario’s in gevaar kunnen komen. Daarom stelt hij alles in het werk om te verhinderen dat die scenario’s werkelijkheid worden,’ aldus Timtsjoek.

    In feite bevindt Wit-Rusland zich in een slechtere situatie dan Oekraïne aan het begin van 2014. Het land is economisch volledig afhankelijk van Rusland, in alle organen van het staatsapparaat en het leger krioelt het van agenten van het Kremlin, en het leger is niet bij machte zich te verzetten tegen een aanval van de Russische Federatie. In dergelijke omstandigheden ligt het lot van de bondgenoot van Moskou na de militaire oefening volledig in handen van Poetin.

    Auteur: Oleksiy Bratoesjtsjak

    Openingsbeeld: Operatie in het kader van de Russisch-Wit-Russische militaire oefening Zapad 2017. – © Evgeny Biyatov / HH

    Oekrainska Pravda
    Oekraïne | pravda.com.ua

    Opgericht op de dag van het referendum voor de nieuwe Oekraïense grondwet, 16 april 2000. Zowel Engelstalige als Russische artikelen, met de nadruk op de politiek in eigen land. De regering van Oekraïne deed herhaaldelijk pogingen de persvrijheid van de site in te perken.

  • In Abchazië gaat filosofisch alles goed

    In Abchazië gaat filosofisch alles goed

    Een Russische journaliste reist met haar zoontje door Abchazië, en valt van de ene verbazing in de andere. In Europese ogen is het ministaatje in de Kaukasus primitief en straatarm, maar dat lijkt de onverzettelijke bewoners niet te deren. ‘Laten we drinken op de vrijheid.’

    ‘Geen vuilis weggooien’, staat er in het Russisch op een betonnen muur die langs 
het strand van Goedaoeta loopt. ‘Kijk, we volgen de Russische wetten bijna naar de letter,’ zegt de Abchazische kunstenaar Nodar Tsvizjba, die een stukje met me meereist. ‘Maar weet je wat onze 
redding is? Onze spelfouten.’

    Tussen het station van Vesjoloje, de grenspost met Rusland, en Soechoemi, het eindstation, rijdt de trein met een slakkengang. In Abchazië kun je maar beter geen haast hebben. De wegen zijn er slecht en er lopen koeien op. Vanuit de trein zie ik statige ruïnes van oude stations voorbijglijden. Gagra, Goedaoeta, Psyrtscha, Novy Afon, als even zovele overblijfselen van een ingestort rijk. Bloemblaadjes van de oleander liggen verspreid tussen de Dorische zuilen, klimop kronkelt in golven over de fijnzinnige reliëfs van art-decolantaarnpalen. De trein baant zich traag een weg door deze welig tierende begroeiing.

    ‘Geen grotere luilakken dan de Abchazen,’ tiert de conducteur terwijl hij vol afgrijzen naar dit prachtige tafereel kijkt. ‘In de tijd van de Sovjets waren de spoorlijnen netjes, de stations versierd met witte bloembakken. En nu? Ze doen er niets aan!’ Ik voer aan dat het oorlog is geweest. ‘Maar dat is al twintig jaar geleden!’ ‘En daarna kwam de economische blokkade…’

    De conducteur wuift alles weg. ‘Het zijn wel de Russische Spoorwegen die dit allemaal financieren! Kijk nou hoe de spoorbaan erbij ligt! Waar is het geld gebleven, vraag ik u!’ Net als elke zichzelf respecterende Rus ziet hij zich als een barmhartige Samaritaan die een horde arme sloebers helpt. Maar zo zit het niet. Het klopt dat de Russische Spoorwegen Abchazië in 2009 een krediet hebben verstrekt. Met dat geld zijn bruggen en spoorlijnen hersteld. Nu moet Abchazië die lening terugbetalen. Maar met de minieme begroting die het land heeft, gaat dat wel even duren. Abchazië betaalt altijd de hoogste prijs. Zowel voor de spoorwegen als voor de eigen onafhankelijkheid, ja eigenlijk voor het hele voortbestaan van het land.

    Het verlaten Psyrtscha-treinstation in de buurt van Nieuw Athos. Vroeger kon je hier de trein nemen naar Moskou. De spoorweg bestaat nog steeds. – © Ioanna Sakellaraki / HH
    Het verlaten Psyrtscha-treinstation in de buurt van Nieuw Athos. Vroeger kon je hier de trein nemen naar Moskou. De spoorweg bestaat nog steeds. – © Ioanna Sakellaraki / HH

    ‘Hé adelaartje, hier komen!’ Ljosja Agrba, bij wie we in Novy Afon logeren, weet mijn zoontje Fjodor op straat bij zijn broek te grijpen. Verlegen stribbelt hij tegen, maar Ljosja houdt hem stevig vast. ‘Luister eerst even. Je zag best dat er oudere mensen in de kamer zitten. Je hebt ze niet eens gedag gezegd en je wilde ons ook voorbijrennen zonder iets te zeggen. Dat doe je hier niet…’ Fjodor kijkt hem ondeugend aan, maar lijkt wel sorry te willen zeggen. Twee dagen later volgt hij Ljosja vol bewondering, helpt mee in huis en luistert verzaligd naar zijn preken over hoe je je in Abchazië hoort te gedragen.

    De alamys is de traditionele ethische code in Abchazië. Die bepaalt hoe je je moet gedragen tegenover ouderen, bezoek, vijanden, dieren en planten. In Abchazië vreest iedereen twee dingen: dat het land opnieuw onder Georgisch protectoraat komt, en dat de alamys verloren gaat. In beide gevallen zou dat het einde van het land betekenen. ‘Weet u, ik heb nooit aan politiek gedaan,’ zegt Nodar Tsvizjba. ‘Wat heb je daaraan? We moeten zorgen dat onze taal en onze tradities blijven bestaan. We zijn maar een minuscuul eilandje met een heel oude cultuur. We hebben het Abchazisch weten te bewaren zoals dat in de elfde en twaalfde eeuw gesproken werd. Wij hebben bijvoorbeeld geen woord voor “dood”. We zeggen “mijn ziel is geboren”. En voor “ik hou van jou” zeggen we “ik zie je in het echt”. Nu ik hier belangrijk sta te doen, zouden ze van mij in het Abchazisch zeggen dat ik je mijn paard laat zien. 
Het “ik” is bij ons taboe.’

    Door de alamys is de Abchazische samenleving voor Europeanen moeilijk te doorgronden. Hier wordt bijvoorbeeld de traditie van de eremoord nog volop in stand gehouden. ‘Een jongen bedenkt zich wel twee keer voordat hij een jong meisje onteert,’ legt Ljosja Agrba uit, ‘want hij weet dat ze zal worden gewroken. Binnen een half uur of over tweehonderd jaar, maar gestraft zal hij worden. We gaan dan nooit naar de politie. Er is de familie. En die vergeeft niemand.’ In een land waar elk gezin wapens bezit, is deze 
traditie van bloedwraak heel effectief. Afgezien van wat kleine delicten tegen toeristen is er geen sprake van criminaliteit.

    Elke avond onthaalt Ljosja ons gratis op gegrilde vis, zelfgemaakte wijn en uitgebreide verhalen. De eerbied voor tradities lijkt sterker dan de behoefte aan geldelijk gewin

    Een ander krachtig afschrikmiddel: de befaamde Abchazische gastvrijheid. Zelfs als een vijand zijn toevlucht zoekt bij een naaste van zijn tegenstander, dan wordt hij een gast en krijgt hij bescherming. Die vervloekte gastvrijheid brengt de Abchazen tegenover toeristen in een netelige situatie. In feite zouden Fjodor en ik de voornaamste inkomstenbron van onze gastheer moeten zijn. Maar elke avond onthaalt Ljosja ons gratis op gegrilde vis, zelfgemaakte wijn en uitgebreide verhalen. De eerbied voor tradities lijkt sterker dan de behoefte aan geldelijk gewin.

    Het kernbegrip van de alamys is het geweten. Een Abchaas ‘sterft levend’ door iets te doen wat tegen zijn geweten indruist. En dat brengt de Abchazen vaak in een lastig parket. Als ik naar een vernield gebouw wijs, waarvan je er hier veel hebt, en ik aan mijn gesprekspartner vraag waarom het er zo bij staat, slaat hij zijn ogen neer en zegt dat het door de oorlog komt. Terwijl deze plek helemaal niet door de oorlog is getroffen – de ramen en deuren van dit gebouw zijn tijdens de blokkade gestolen. Deze Abchaas wil niet liegen, maar hij schaamt zich. Pchasjtsjarop wordt dit soort schaamte genoemd die 
je niet voor jezelf voelt, maar voor je hele volk en je land. Dat maakt de Abchazen tot een volk waarmee het moeilijk vechten is.

    Ik vraag aan Nodar om me over de Kaukasusoorlog te vertellen [die duurde van 1817 tot 1864 en leidde tot de annexatie van Ciskaukasië door het Russische keizerrijk]. ‘Dat zal Ljosja Agrba me niet in dank afnemen,’ zegt hij. ‘Het is verkeerd om daar met 
Russen over te praten.’ Ik blijf zwijgen en doe alsof het me niet echt interesseert. Dan barst Nodar los: ‘Omdat Sjamil [de imam van Dagestan die het verzet van de Tsjetsjenen en de Dagestanen tegen het leger van de tsaar leidde] gecapituleerd heeft. Wij waren de enigen die zich tot het einde toe hebben verzet. De Abchazen en de Oebychen. De Engelsen hadden de Oebychen met artillerie bewapend. Een Russische generaal vroeg aan een Oebychse vorst: “Wat moet je nog met al die artillerie? Je volk is uitgeroeid.” Waarop de prins antwoordde: “Ik snijd zwangere vrouwen de buik open, dan kunnen hun baby’s op jullie schieten.” Wat een haat!’

    Strand bij Nieuw Athos, een populaire kustplaats aan de Zwarte Zee. – © Sasha Mordovets / Getty Images
    Strand bij Nieuw Athos, een populaire kustplaats aan de Zwarte Zee. – © Sasha Mordovets / Getty Images

    Toen de laatste Abchazische en Oebychse strijders naar de kust waren teruggedreven, kregen ze het aanbod om zich over te geven of naar Turkije te vluchten. Alle Oebychen en bijna een half miljoen Abchazen [vooral de moslims onder hen – veel Abchazen die oorspronkelijk orthodox waren, hadden zich tijdens de Ottomaanse invasie in de vijftiende eeuw tot de islam bekeerd] kozen er toen voor naar Turkije te gaan. Deze demografische ramp heet hier machadzjirstvo en blijft in Abchazië een pijnlijke episode. Tegenwoordig zijn er nog maar honderdduizend echte Abchazen in Abchazië zelf, maar er wonen er een miljoen in Turkije.

    De langzame, vaak geïnstitutionaliseerde verdrijving uit hun eigen land die in de negentiende eeuw begon, is in de twintigste eeuw doorgegaan. In 1931 verloor Abchazië de status van republiek en werd onderdeel van Georgië. Daarna moesten er in de jaren veertig onder het bewind van Stalin duizenden Georgiërs gedwongen verhuizen naar Abchazië. Abchazisch spreken werd verboden, er was veel discriminatie bij het aannemen van personeel, Abchazische scholen werden gesloten… Volgens de bevolkingspolitiek van Stalin moesten minderheidsvolken zich vermengen met grotere volken, die op hun beurt weer moesten opgaan in de nieuwgevormde gemeenschap van het Sovjetvolk. Na Stalins dood was er niemand die een ander beleid wilde. Met als gevolg dat bij dit nog latente etnische conflict de spanningen steeds verder opliepen.

    Maar meteen na de val van de Sovjet-Unie kwam het tot uitbarsting. Georgië en Abchazië riepen [in 1991] tegelijkertijd hun onafhankelijkheid uit en kozen elk hun eerste president: Edoeard Sjevardnadze en 
Vladislav Ardzinba. Georgië tekende meteen protest aan tegen de onafhankelijkheidsclaim van Abchazië. Vervolgens zijn beide landen begonnen aan gecompliceerde en eindeloze onderhandelingen. Op 14 augustus 1992 maakte de Opperste Sovjet van Abchazië zich onder voorzitterschap van Ardzinba op om een ontwerp voor een federale grondwet met Georgië te ondertekenen. Maar diezelfde ochtend vielen Georgische troepen Abchazië binnen en trokken op naar Soechoemi.

    In deze oorlog tussen Georgië en Abchazië [die tot eind 1993 heeft geduurd] stond Rusland officieel aan Georgische zijde. En Abchazië, dat soldaten noch wapens bezat, kreeg geen enkele steun uit Moskou. Integendeel. Nadat het als door een wonder de Georgiërs had teruggedreven, heeft het acht jaar lang te maken gehad met een economische blokkade van Rusland. Pas in 2000 is die blokkade weer opgeheven. In augustus 2008 heeft Rusland de onafhankelijkheid van Abchazië erkend. De Abchazen zijn daar enorm dankbaar voor. Maar ook al zeggen ze ‘voor 
de Russen’ te zijn, de machadzjirstvo, de oorlog en de blokkade vergeten ze niet. Voor Abchazië vloeit de keuze voor Rusland voort uit de geschiedenis. Een lastige keuze is het wel. ‘Ik heb een hele militaire uitrusting thuis. Ljosja ook. We zijn hier allemaal goed bewapend. Mijn kinderen konden al op hun zesde schieten,’ zegt Nodar kalm. Hij lacht. Abchazië staat duidelijk klaar om zijn onafhankelijkheid tegenover wie dan ook te verdedigen. Georgië, 
Rusland, de Verenigde Staten, voor die jongens 
daar is het allemaal één pot nat.

    Vrijheid: een groot goed

    De moderne geschiedenis van Abchazië start met de oorlog tegen Georgië. Maar alles begon al veel eerder, met de voorouders van de Hettieten die drieduizend jaar voor Christus uit Klein-Azië kwamen. Abchazië is een van de zeldzame streken op de wereld waar 
de oorspronkelijke bevolkingsgroepen zich hebben weten te handhaven.

    Abazijnen, Oebychen, Adygeërs, Kabarden en Tsjerkessen: ze zijn allemaal verwant aan de Abchazen. Wanneer die laatsten je beginnen te vertellen over de geschiedenis van hun land, dan wordt het een ware mythologie, of het nu over de moderne tijd of de oudheid gaat. Hun vermogen om uit elke gebeurtenis een tijdloze, universele les te trekken, is iets wat Europeanen irriteert omdat ze er een vorm van propaganda in zien. Toch gaat het hier niet alleen om een verschil in perceptie, maar ook om een andere verhouding tot de tijd. Gebeurtenissen herhalen zich en elk nieuw hoofdstuk in de geschiedenis heeft voor Abchazen hetzelfde gewicht als gebeurtenissen van duizenden jaren her, als je ze tenminste als universeel relaas opvat. Europeanen zien dat als vorm van primitief bewustzijn, terwijl het voor de Abchazen een vorm van wijsheid is die zorgt voor continuïteit van de geschiedenis.

    Bij Ljosja Agrba drinken we elke avond zoete wijn in de grote serre van zijn huis. Buiten rommelt de donder en valt er regen. ‘Weet je,’ begint Ljosja ernstig, ‘wij zijn altijd vrij geweest. Hier is nooit sprake van lijfeigenschap geweest, bij ons kon elke boer tegen zijn landheer zeggen wat hij dacht. En de landheren vertrouwden hun kinderen toe aan de dorpelingen, zodat ze opgroeiden met de tradities van hun land.’

    Door de hele geschiedenis van Abchazië heen is er vreemd genoeg maar zelden sprake van ambitie. Geen oorlogen – hooguit defensieve – geen pogingen om zich te onderwerpen aan de hoogste bieder of om een uiterst bescheiden economie te versterken. Het gevolg is klip en klaar: in Europese ogen is Abchazië straatarm. Er is hier niets wat oligarchen zou kunnen aantrekken of de interesse van de georganiseerde misdaad kan opwekken. De negen jaar durende economische blokkade heeft de lokale industrie de genadeslag gegeven. De landbouw is het net zo vergaan. Zelfs nu is er voor de thee, tabak en de mandarijnenoogst nog geen goed georganiseerd exportsysteem. ‘Zie je die bergtoppen?’ vraagt Ljosja verbitterd terwijl hij naar een bergketen wijst. ‘Ik heb er vier hectare land. Het paradijs. Ik heb er honderd ananasguaves geplant. En kaki’s, mandarijnen, avocado’s. En dat allemaal voor niets. Alles staat daar weg te rotten. Ik heb hier niemand aan wie ik dat fruit kan verkopen. En hoe krijg ik het naar Rusland? Ik ga het er echt niet zelf naartoe brengen.’

    Deze slijterij ‘verkoopt niet aan Obama’. – © Sasha Mordovets / Getty Images
    Deze slijterij ‘verkoopt niet aan Obama’. – © Sasha Mordovets / Getty Images

    Behalve de Abchazen zelf heeft niemand interesse voor de rijkdommen van dit land: een fantastische flora met meer dan 3500 soorten – waarvan de helft inheems –, een bijzondere fauna, bossen en rivieren vol wild en vissen, en ten slotte ongelooflijk goede grond waarop alles wil groeien, van wortels tot avocadobomen. Maar in deze tijd weegt de rijkdom van de natuur niet meer op tegen de armoede van de overheid. En gek genoeg lijkt niemand zich daar hier druk over te maken.

    ‘Praktisch gezien lijken we misschien in een wat lastige situatie te zitten,’ geeft regeringswoordvoerder Beslan Goerdzjoea toe, terwijl hij een fles Lychny [wijn] ontkurkt. ‘Maar filosofisch gezien gaat alles goed.’ We zitten in een café aan zee in Soechoemi. Achter ons tekenen zich de spookachtige silhouetten van de haven af met zijn kranen, die gelukkig recentelijk zijn vernieuwd. Oude Abchazen met de hoekige gezichten van bergbewoners wandelen trots over de promenade. ‘Je moet de situatie niet met een Europese blik bekijken,’ vervolgt Goerdzjoea. ‘Neem nu centrale verwarming. Die hebben we niet, dat klopt. Maar de winters zijn hier erg zacht en alle gebouwen hebben elektrische verwarming. Door onze eigen energiebronnen is elektriciteit hier spotgoedkoop.’ Met zijn bergrivieren is Abchazië een paradijs voor energietechnologen. Tegenwoordig kan de waterkrachtcentrale aan de Ingoeri het hele land van licht voorzien en ook nog energie aan Georgië leveren. 
Bij gebrek aan vraag liggen vier andere centrales stil. Deze economie die zo zwak lijkt, is dankzij de eigen energievoorziening en de landbouwproductie in staat om te overleven, zelfs tijdens de diepste laagconjunctuur.

    Het volk heeft het laatste woord

    ‘Maar er ook een democratisch paradijs van maken, dat kunnen jullie niet. Door de corruptie.’ ‘Dat klopt. Maar wij zien de democratie niet als een paradijs. Voor ons betekent democratie dat het volk het laatste woord heeft. In die zin zijn wij democratischer dan Rusland. Als onze president zich morgen laat omkopen door Poetin en een referendum zou organiseren over aansluiting van Abchazië bij Rusland, dan werd hij binnen twee uur afgezet. De politie zou niet eens hoeven in te grijpen.’

    Net als in de hele post-sovjetwereld moet hier politiek behoedzaam worden gemanoeuvreerd. Mocht Rusland besluiten de schaar te zetten in de kaart van Abchazië, dan wordt het oorlog. In dat geval heeft Abchazië de beste kansen. Vooral omdat het beleid van het ministaatje – balancerend tussen respect voor de gemeenschappelijke belangen en een modernisering die niet gericht is op economische slavernij maar op ontwikkeling – laat zien welke kant het op moet.

    Tijdens de oorlog leidde Nodar aan het oostfront een patrouille verkenners. Toen de Georgische troepen de grens overkwamen, was dat net in het toeristisch hoogseizoen. De kinderen op de stranden wezen lachend naar de vliegtuigen. Die vliegtuigen waren op weg om de hoofdstad te bombarderen. Binnen amper drie dagen bereikten de Georgiërs Soechoemi en bezetten de stad. Ook Gagra werd ingenomen. Het kleine Abchazië maakte zich onmiddellijk op voor de strijd. De jachtgeweren werden van zolder gehaald. De oorlog heeft aan Abchazische kant vijfduizend doden geëist. Op een totale bevolking van 250 duizend mensen is dat ontzettend veel. En ontzettend is ook het woord dat alle Abchazen gebruiken als dit conflict ter sprake komt.

    Nodar steekt een sigaret op en schenkt iedereen nog een rondje van die heerlijke zoete wijn in. ‘Oorlogen beginnen in de grote steden en bij de banken,’ zegt hij terwijl hij zijn glas heft. ‘Daar tellen ze de miljoenen. Hier komen we in opstand, we strijden en we vallen. Daarginds is het niet meer dan een spel, hier is het de werkelijkheid. Je vroeg me naar de zin van die oorlog. Die zit in wat we hebben meegemaakt.’ Hij heft zijn glas. ‘Laten we drinken op de vrijheid!’

    Auteur: Olga Andreeva

    Openingsbeeld: Een voormalige sovjetfabriek in Tkvartsjeli, vlak bij de Zwarte Zee. – © Ioanna Sakellaraki / HH

    Roesski Reporter
    Rusland| weekblad | oplage 168.000

    Nieuwsmagazine, onderdeel van de Kommersant-groep die ook de grote Russische bladen Expert en Kommersant (beide gericht op ondernemers) uitgeven. Deze publicatie heeft als doelgroep de middenklasse en besteedt extra aandacht aan fotografie.

    schermafbeelding 2017 07 13 om 10 17 06 am
  • 3. Cyberoorlog is eng. Maar in paniek raken zou dom zijn

    3. Cyberoorlog is eng. Maar in paniek raken zou dom zijn

    Door al het nieuws over de gevaren van hacken, dreigt een paniekerig sfeertje te ontstaan. Volgens New Yorker-journalist Evan Osnos kunnen we beter eens rustig kijken naar de echte risico’s.

    Toen admiraal Mike McConnell, het uiterst deskundige hoofd van de National Security Agency, in 2007 directeur van National Intelligence werd, kwam hij er al snel achter dat veel hoge Amerikaanse ambtenaren niet in de verste verte waren voorbereid op de komst van een digitale oorlog. (Nog geen jaar daarvoor had senator Ted Stevens van Alaska, die voorzitter was van de senaatscommissie die het internet reguleerde, het internet omschreven als een ‘serie buizen’.) Om zijn collega’s wakker te schudden had McConnell een truc uitgehaald: tijdens een afspraak bij een hoge ambtenaar haalde hij een kopie van een memo tevoorschijn dat door zijn gastheer was geschreven en daarna was gestolen. ‘De Chinezen hebben dit van jou gehackt,’ zo legde hij uit, ‘en dat hebben wij weer teruggehackt.’

    Tien jaar later is er niemand meer in Washington die niet op de hoogte is van de gevaren. Het hacken tijdens de presidentsverkiezingen van 2016, zoals de aanvallen die de interne gang van zaken binnen de Democratic National Committee en Hillary Clintons campagne openbaar maakten, markeert het begin van een nieuwe fase in de lang voorspelde cyberoorlogen. Als de eerste vijftien jaar van de eenentwintigste eeuw werden gedomineerd door de oorlog tegen het terrorisme, staan we nu aan het begin van een periode waarin de cyberoorlog in onze gesprekken over nationale veiligheid zal opdoemen. Onlangs onthulde WikiLeaks hacking-methodes van de CIA; het was nauwelijks een verrassing dat de CIA telefoons en computers aftapt, ook al was het wel nieuws dat de CIA een Samsung-televisie kan kapen en het als afluisterapparaat kan gebruiken. Kellyanne Conway, adviseur van president Donald Trump, maakte gretig gebruik van dat bericht om de mythe de wereld in te helpen dat Barack Obama Trump met behulp huishoudelijke apparaten zou hebben bespioneerd. Dat zou kunnen zijn gebeurd door middel van ‘magnetrons met een ingebouwde camera’, zei ze. ‘Dat is nu eenmaal een feit in deze moderne tijd.’ (Later zei ze dat het magnetronverhaal uit zijn verband was gerukt).

    © Studio Vonq
    © Studio Vonq

    Als de gevaren van cyberaanvallen en spionagepraktijken voor politieke doeleinden worden uitgebuit, zie je gemakkelijk de echte risico’s over het hoofd. Op de opiniepagina van The New York Times waarschuwde Bruce G. Blair, een voormalig officier op een kernraketbasis en nu onderzoeker op het gebied van mondiale veiligheid aan de Princeton University, voor het gevaar dat hacken voor het Amerikaanse kernwapenarsenaal kan betekenen. De afgelopen jaren hebben de VS zwakke plekken ontdekt in hun eigen systemen, zoals een foutje waardoor ‘hackers de vluchtgeleidingssystemen konden uitschakelen en het dagen of weken zou kosten om ze te repareren’. Hij vroeg: ‘Zou een buitenlandse agent raketten van een ander land op een derde land kunnen afvuren? Dat weten we niet.’

    Een voortdurende uitdaging in dit nieuwe tijdperk is grofweg gezegd dat je moet beslissen hoe groot je de paniek laat worden. De verleiding om bij een plotselinge bedreiging te sterk te reageren – door haastig wetten in te voeren, burgerlijke vrijheden in te perken of geld uit te geven aan de verkeerde verdedigingsmiddelen – is heel groot. De overvloed aan krantenartikelen over de gevaren van hacken zorgt voor een grap die in de wandelgangen van Washington de ronde doet, namelijk dat de beste manier om je project gefinancierd te krijgen is om het woord ‘cyber’ aan de titel toe te voegen.

    Niet zo geavanceerd

    In januari verklaarde het ministerie van Energie dat het elektriciteitsnet van de VS kwetsbaar is voor cyberaanvallen, hoewel volgens critici de risico’s van een totale stroomuitval in Amerika vaak worden overschat, omdat daarvoor veel onderstations fysiek vernietigd zouden moeten worden. (Chris Thomas, strategisch medewerker bij Tenable, een beveiligingsbedrijf, heeft geprobeerd de paranoia wat te verzachten door te wijzen op non-cybergevaren: op zijn website, CyberSquirrel1, staan duizenden meldingen van aanvallen op het elektriciteitsnet van de VS uitgevoerd door eekhoorns, vogels en andere dieren.)

    Toch blijft er ook tien jaar nadat McConnell zijn collega’s had wakker geschud in politieke kringen een zekere twijfelachtige houding ten opzichte van hacken, deels omdat veel hoge regeringsambtenaren nog behoorlijk digibeet zijn. In 2013 maakten de meesten leden van het United States Supreme Court, precies de rechters die juridische kwesties met betrekking tot technologie en privacy tegen elkaar moeten afwegen, nog geen gebruik van e-mail.

    Bijna altijd noemen journalisten en analytici de laatste cyberaanval ‘een geavanceerde operatie’, ook al omschrijven de technisch deskundigen de aanval als ‘niet bijzonder’ en ‘te voorkomen’. Ben Buchanan, een onderzoeker aan de Harvard University en auteur van het boek The Cybersecurity Dilemma, schreef deze week op de Cipher Brief, een blog over veiligheid, dat, ‘als ieder geval wordt beschreven als “uniek” en iedere bedreiging wordt weggezet als “bijna niet te stoppen” iedere aanval al snel “geavanceerd” wordt. Het effect daarvan is dat je een wereld schetst met zoveel getalenteerde tegenstanders dat cyberveiligheid praktisch onhaalbaar wordt’.

    In sommige gevallen zijn de duurste aanvallen betrekkelijk simpel. Hackers die samen zouden werken met de Russische veiligheidsdienst braken in op het Gmail-account van John Podesta, de leider van Hillary Clintons campagneteam, en gebruikten daarbij een ouderwetse techniek, het zogenaamde spearphishing: je stuurt onder valse voorwendselen een e-mail om persoonlijke informatie te verkrijgen, zoals een wachtwoord. Thomas Rid, een wetenschapper aan het King’s College in Londen, vertelde: ‘Het net zoiets als een bermbom. In de jaren negentig, de aanloop naar de oorlog in Afghanistan, was de algemene verwachting dat de toekomst van de oorlogsvoering heel hightech zou zijn. Amerika zou daarin een leidende rol hebben, omdat de Amerikaanse strijdkrachten zoveel geld uitgaven aan digitale platforms. Maar toen kwam de bermbom. Als je in een voertuig op wielen rijdt, kan dat worden aangevallen. Als je een e-mailaccount hebt, kun je worden gehackt.’

    “Afschrikking was een mentaliteit uit de Koude Oorlog die alleen maar tot strategie werd verheven omdat je je niet kunt verdedigen tegen kernwapens; je kunt je niet verdedigen tegen duizend binnenkomende kernkoppen”

    Gezien de gevaren wordt de druk steeds groter om aan een cyberwapenwedloop te beginnen, de zoveelste poging om geweld met geweld te bestrijden waarmee sommige onderdelen van de nationale-veiligheidsindustrie natuurlijk heel rijk worden. Maar er zijn misschien ook wel slimme manieren om de gevaren te neutraliseren in plaats van te vergroten. Volgens Michael Sulmeyer, een hoge ambtenaar op het Pentagon die onder Obama leiding gaf aan de cyberpolitiek, is het een vergissing om de ideologie van de wapenwedloop uit de Koude Oorlog weer nieuw leven in te blazen. ‘Afschrikking was een mentaliteit uit de Koude Oorlog die alleen maar tot strategie werd verheven omdat je je niet kunt verdedigen tegen kernwapens; je kunt je niet verdedigen tegen duizend binnenkomende kernkoppen. Maar in dit geval moeten we onszelf minder kwetsbaar maken. En dan bedoel ik bijvoorbeeld dit: waarom hebben accounts zoals dat van Podesta niet standaard een dubbele authenticatie?’
    Sulmeyer, die nu hoofd is van het Belfer Center’s Cyber Security Project aan de Harvard Kennedy School, wil dat politici en technologiebedrijven een strengere beveiliging toepassen onder meer door hen te stimuleren om de gegevens te delen van de bedreigingen waar ze aan blootstaan.

    In zijn boek Dark Territory, een fascinerend verhaal over de cyberoorlog, vertelt Fred Kaplan dat al een paar maanden na het bombardement van Hiroshima en Nagasaki, de militaire strateeg Bernard Brodie, de architect van de Amerikaanse nucleaire afschrikking, schreef: ‘Tot nu toe is het hoofddoel van ons leger geweest om oorlogen te winnen. Vanaf nu moet het hoofddoel zijn om ze te voorkomen.’ Het boek waarin die passage voorkwam heette The Absolute Weapon. Sinds het begin van de Koude Oorlog is het kernarsenaal wel uitgebreid, maar, zoals nog steeds geldt voor kernwapens, het Amerikaanse publiek en de politici die namens ons optreden, zouden minder geïnteresseerd moeten zijn in het winnen van een cyberoorlog dan in het voorkomen ervan.

    Auteur: Evan Osnos

    The New Yorker
    Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.043.000

    Sinds 1925 hét New Yorkse tijdschrift met als handelsmerk de satirische karikaturen en cartoons en geïllustreerde covers. Is met zijn parels van reportages, scherpe politieke analyses, fictie en essayistiek, rigoureuze factchecking en brede belangstelling voor cultuur favoriet onder liefhebbers van het journalistieke ambacht in binnen- en buitenland. Gericht op New York zelf, maar ook daarbuiten gretig gelezen. Bekend om zijn karikaturen, commentaar op de popcultuur en vele korte verhalen.

  • 1. De jacht op de beruchtste hacker

    1. De jacht op de beruchtste hacker

    Met één transactie 6,9 miljoen dollar stelen, en je hoeft er de deur niet eens voor uit. De Russische hacker Michailovitsj Bogatsjev drong moeiteloos miljoenen computers binnen, pleegde talloze digitale bankovervallen en blijft ongrijpbaar. Houdt de Russische overheid hem de hand boven het hoofd, waar de VS drie miljoen op hebben gezet?

    Op de ochtend van 30 december 2016, een dag nadat Barack Obama Rusland sancties had opgelegd wegens inmenging in de presidentsverkiezingen, zat Tillmann Werner in Bonn aan het ontbijt. Werner, onderzoeker bij cyberbeveiligingsbedrijf CrowdStrike, verdiepte zich in de details. Hij klikte een link naar een officiële verklaring aan en zag dat het Witte Huis een kleine stoet Russen en Russische instanties op de korrel had genomen: 2 inlichtingendiensten, 4 hoge medewerkers, 35 diplomaten, 3 techbedrijven en 2 hackers. De meeste details waren in nevelen gehuld. Maar Werners ogen bleven haken aan de naam van een van de doelwitten: Jevgeni Michailovitsj Bogatsjev.

    Werner wist dat Bogatsjev jarenlang ongestraft financiële instellingen over de hele wereld online had geplunderd. Hij wist hoe het was om het tegen hem op te nemen. Maar hij had geen idee welke rol Bogatsjev in de verkiezingshack kon hebben gespeeld. Bogatsjev onderscheidde zich van de anderen die door de sancties werden getroffen: hij was een bankrover, misschien wel de succesvolste ter wereld. Werner vroeg zich af wat hij in vredesnaam op die lijst deed.

    Slavik

    De strijd van Amerika tegen Ruslands grootste cybercrimineel begon in de lente van 2009. Speciaal agent en ex-marinier James Craig, nieuw op de FBI-vestiging in Omaha, Nebraska, stelde een onderzoek in naar een paar vreemde gevallen van onlinediefstal. Craig was net een half jaar in dienst, maar zijn baas zette hem vanwege zijn achtergrond op de zaak: hij werkte al jaren als IT’er bij de FBI.

    Het grootste slachtoffer in de zaak was een dochteronderneming van betaalverkeerreus First Data, die in mei 450.000 dollar was kwijtgeraakt. Kort daarna was 100.000 dollar gestolen van een cliënt van de First National Bank in Omaha. Het rare was dat de diefstallen leken te zijn gepleegd vanaf de eigen IP-adressen van de slachtoffers, met hun eigen inlogcodes en wachtwoorden. Toen Craig hun computers onderzocht zag hij dat ze met dezelfde malware waren besmet, een Trojaans paard dat Zeus heette.

    Craig ontdekte dat Zeus in kringen van onlinebeveiligers berucht was. De malware, die in 2006 voor het eerst opdook, gold zowel onder criminelen als beveiligingsexperts als een meesterwerk: hij werkte feilloos en was effectief en veelzijdig. Wie hem had gemaakt was een raadsel. De maker was alleen online bekend, waar hij zich bediende van het pseudoniem Slavik, de alias lucky12345 en nog een handjevol andere namen.

    Zeus besmette computers op kenmerkende manieren: nepmails van de fiscus en van koeriersbedrijf UPS lieten de ontvangers een bestand downloaden. Stond Zeus eenmaal op hun computer, dan liet hij hackers voor God spelen: ze konden websites kapen en met zogeheten keyloggers gebruikersnamen, wachtwoorden en pinpasnummers onderscheppen. De truc staat bekend als ‘man-in-de-browser’-aanval. Terwijl jij achter je computer inlogt op een schijnbaar veilige site, manipuleert de malware de pagina’s voordat ze geladen worden en sluist je vertrouwelijke gegevens en banksaldo door. Pas wanneer je vanaf een andere computer inlogt zie je dat je geld verdwenen is.

    Toen Craig aan zijn onderzoek begon was Zeus inmiddels de favoriete malware van de digitale onderwereld, zeg maar de Microsoft Office van de onlinefraude. Slavik was een zeldzaamheid in de malwarewereld: een echte professional. Hij kwam geregeld met een update van de Zeuscode en testte nieuwe functies. Op zijn product kon je voor verschillende soorten aanvallen en doelen eindeloos variëren. Een computer die met Zeus was besmet kon zelfs dienen als schakel in een botnet: een netwerk van geïnfecteerde computers die tezamen kunnen worden ingezet als spamserver, om DoS-aanvallen uit te voeren of nog meer nepmailtjes te versturen die de malware verder verspreiden.

    Craig en zijn collega’s belden financiële instellingen en bedrijven die het slachtoffer waren geworden van cyberfraude. Sommige hadden werknemers ontslagen die ze onterecht van diefstal hadden verdacht

    Kort voordat Craig in 2009 aan zijn klus begon had Slavik zijn koers verlegd. Hij was begonnen een selecte groep onlinecriminelen een variant van zijn malware te verstrekken, 
Jabber Zeus. Die ging vergezeld van 
een tool waarmee groepsleden ongemerkt met elkaar konden communiceren en aanvallen konden coördineren, zoals in Omaha. In plaats van zich bezig te houden met grootschalige besmettingscampagnes richtten ze zich op specifieke bedrijven en mensen die toegang hadden tot financiële systemen.

    Terwijl Slavik de kant van de georganiseerde misdaad opging snoeide hij drastisch in zijn malwarehandel. In 2010 kondigde hij online aan dat hij ‘met pensioen ging’ en vervolgens kwam hij met wat onder beveiligingsexperts bekendstaat als Zeus 2.1, een geavanceerde versie die wordt beschermd met een encryptiesleutel, waarmee elk exemplaar wordt gekoppeld aan één specifieke gebruiker. Prijskaartje: 10.000 dollar per exemplaar. Slavik werkte alleen nog maar met een ambitieuze groep elitehackers.

    Andere financiële instellingen begonnen melding te maken van diefstal en fraude. Craig besefte dat hij achter een goed georganiseerd, internationaal crimineel netwerk aanzat. De cybercrime waar de FBI eerder mee te maken had gehad viel erbij in het niet.

    Craigs eerste grote doorbraak in de zaak vond plaats in september 2009. Met behulp van experts achterhaalde hij een server in New York die een rol in het Zeus-netwerk leek te spelen. Dankzij een huiszoekingsbevel kon een forensisch FBI-team de data naar een harde schijf kopiëren, die naar Nebraska werden gestuurd. Toen een softwarespecialist ze onderzocht was hij zwaar onder de indruk. De schrijf bevatte tienduizenden chatsessies in het Russisch en het Oekraïens. Hij kon Craig melden dat hij de Jabberserver te pakken had.

    Op de server stonden alle digitale activiteiten van de hele bende: een soort wegenkaart van de hele zaak. Cyberveiligheidsbedrijf Mandiant detacheerde een paar maanden lang een technicus in Omaha om de code van Jabber Zeus te ontrafelen. Slavisten uit het hele land hielpen de chatgesprekken te ontcijferen. De berichten bevatten verwijzingen naar honderden slachtoffers, van wie de persoonsgegevens overal in de bestanden opdoken. Craig en zijn collega’s belden financiële instellingen en bedrijven die het slachtoffer waren geworden van cyberfraude. Sommige hadden werknemers ontslagen die ze onterecht van diefstal hadden verdacht.

    © Studio Vonq
    © Studio Vonq

    De zaak beperkte zich niet tot de virtuele wereld. In New York kwamen op een dag in 2009 drie jonge Kazachse vrouwen met een vreemd verhaal het plaatselijke FBI-kantoor binnen. Als werkzoekenden waren ze naar de VS gekomen, waar ze in een schimmig complot verwikkeld waren geraakt. Ze werden naar een bank gebracht door een man die zei dat ze er een rekening moesten openen. Ze moesten zeggen dat ze studeerden en op vakantie waren. Een paar dagen later bracht de man hen terug naar de bank, waar ze al het geld van hun rekening haalden. Ze kregen een klein deel en gaven de rest aan hem. De vrouwen bleken ‘geldezels’: ze moesten het online gestolen geld opnemen dat Slavik en de zijnen naar hun rekening hadden gesluisd.

    In de zomer van 2010 hadden agenten die op de zaak zaten banken in de wijde omtrek van New York gewaarschuwd voor verdachte geldopnames en gezegd dat ze in zulke gevallen de FBI moesten inschakelen. Tientallen geldezels werden opgepakt, die tienduizenden dollars hadden opgenomen. De meesten waren studenten of kersverse immigranten. Een vrouw was geldezel geworden toen een baantje in een supermarkt niet doorging. ‘Het was of dit of stripper worden.’ De meeste opnames bedroegen ongeveer 9000 dollar, net onder het transactiebedrag dat banken aan de federale bank moeten melden. Een geldezel kreeg 5 tot 10 procent, een deel ging naar zijn of haar ronselaar, de rest naar het buitenland.

    De Verenigde Staten bleken slechts een van de vele landen in een internationale fraudeoperatie, beseften de rechercheurs al snel. Vergelijkbare geldezelroutes werden gevonden in Roemenië, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Oekraïne en Rusland. De rechercheurs telden de gestolen bedragen op tot een totaal van ongeveer 70 tot 80 miljoen dollar, maar vermoedden dat het werkelijke bedrag veel hoger lag.

    Banken riepen de FBI op een einde aan de fraude te maken en de verliezen tegen te gaan. In de zomer sloot de New Yorkse afdeling het net rond belangrijke ronselaars en breinen achter de fraude. Twee Moldaviërs werden gearresteerd in een hotel in Milwaukee. In Boston moest een verdachte die wilde vluchten van een brandtrap worden gered.

    Intussen zette Craig zijn zaak tegen de Jabber-Zeus-bende voort. De FBI en het ministerie van Justitie hadden een gebied rond Donetsk, in Oost-Oekraïne, in het vizier, waar enkele spilfiguren rond Jabber Zeus zouden wonen. Aleksej Bron, alias ‘thehead,’ was gespecialiseerd in wereldwijd geldtransport. Ivan Viktorvitsj Klepikov (schuilnaam ‘petr0vich’) deed de IT, de webhosting en de domeinnamen van de bende. Vjatsjeslav Igorevitjs Pentsjoekov, bijnaam ‘tank’, bestuurde de hele operatie, waarmee hij de rechterhand van Slavik was. Ze spendeerden de enorme winsten aan dure auto’s, terwijl het in chatsessies vaak ging over buitensporige vakanties in Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten en de Krim.

    20 terabyte

    In de herfst van 2010 was de FBI klaar om het netwerk te ontmantelen. Terwijl in Washington een persconferentie werd voorbereid reisde Craig per boemeltrein naar Donetsk, waar hij zich bij agenten van de Oekraïense veiligheidsdienst voegde om de huizen van tank en petr0vich binnen te vallen. De invallen duurden tot diep in de nacht; Craig ging pas om drie uur terug naar zijn hotel. Hij nam bijna 20 terabyte in beslag genomen data mee terug naar Omaha.

    Met 39 arrestaties in 4 landen slaagden de rechercheurs erin het netwerk op te rollen. Belangrijke leden wisten echter te ontkomen. Slavik, het grote brein, bleef tevens de grote onbekende. Rechercheurs gingen ervan uit dat hij vanuit Rusland opereerde en getrouwd was. Meer wisten ze niet. De formele aanklacht tegen de maker van Zeus verwijst naar hem met zijn onlinepseudoniem. Craig had zelfs geen idee hoe zijn hoofdverdachte eruitzag: ‘We hebben duizenden foto’s van tank en petr0vich, maar niet één van Slavik.’ Niet lang daarna wiste Slavik zelfs de sporen die hij op internet had achtergelaten. Wie hij ook was, hij verdween van de radar. Na zich zeven jaar met de jacht op Jabber Zeus te hebben beziggehouden, stapte James Craig over op andere zaken.

    Ongeveer een jaar nadat de FBI de groep rond Jabber Zeus had opgerold zagen, cybersecurityexperts dat een nieuwe variant van Zeus de ronde deed. De broncode van de malware was in 2011 op internet gelekt – wellicht doelbewust – waarmee Zeus in feite een open-sourceproject werd en de aanzet gaf tot een hele reeks nieuwe varianten. Maar de versie die de aandacht van de rechercheurs trok was anders: krachtiger en verfijnder, vooral als het ging om het opzetten van botnets.

    Tot dan toe programmeerde een hacker die een botnet wilde maken één zogeheten command server die rechtstreeks opdrachten gaf aan besmette computers: ‘zombiecomputers’. Die verstuurden vervolgens spam, verspreidden malware of voerden DoS-aanvallen op sites uit. Botnets met zo’n ontwerp waren voor wetshandhavers en beveiligingsexperts relatief makkelijk te ontmantelen. Als je de command server in handen kreeg of het de hacker onmogelijk maakt ermee te communiceren, hielp je het botnet om zeep.

    Op 12 november 2012 keek de FBI toe terwijl het GameOver-netwerk met één transactie 6,9 miljoen dollar stal, waarna het een dagenlange DoS-aanval op de benadeelde bank uitvoerde

    De nieuwe Zeusvariant maakte echter gebruik van zowel traditionele command servers als communicatie tussen zombiecomputers onderling, waardoor hij heel lastig was uit te schakelen. Besmette pc’s hielden een telkens bijgewerkte lijst van andere besmette machines bij. Zodra een pc ‘merkte’ dat de verbinding met de command server werd verstoord viel hij terug op het contact met andere pc’s om een nieuwe te zoeken.

    Het netwerk was ontworpen om ontmanteling tegen te gaan; zodra een command server offline werd gehaald kon de botnetbeheerder gewoon ergens anders een nieuwe installeren en de pc’s in het netwerk ernaartoe leiden. De nieuwe versie zou GameOver Zeus gaan heten, naar een van de bestandsnamen: gameover2.php. De naam getuigde van galgenhumor: zo’n ding op je computer betekende einde verhaal voor je bankrekeningen.

    Voorzover bekend werd GameOver Zeus beheerd door een groep elitehackers met Slavik als leider. Hij was sterker dan ooit teruggekomen. Slaviks nieuwe bende werd de Business Club genoemd. Net als bij het Jabber-Zeus-netwerk waren banken het voornaamste doelwit, waar de club zich nog genadelozer op richtte dan zijn voorganger.

    Het ging als volgt. Eerst stal GameOver Zeus de bankgegevens van een gebruiker, die werden onderschept zodra iemand met een besmette computer inlogde op een onlinerekening. Vervolgens haalde de Business Club de rekening leeg en maakte het geld over naar andere rekeningen in het buitenland. Was dat gebeurd, dan gebruikte de groep zijn machtige botnet voor een DoS-aanval op de getroffen financiële instellingen om bankemployees af te leiden en ervoor te zorgen dat het geld was veiliggesteld voordat klanten erachter kwamen dat het verdwenen was. Op 12 november 2012 keek de FBI toe terwijl het GameOver-netwerk met één transactie 6,9 miljoen dollar stal, waarna het een dagenlange DoS-aanval op de benadeelde bank uitvoerde.

    Anders dan de Jabber-Zeus-bende richtte het geavanceerdere netwerk achter GameOver zich op bankdiefstallen met bedragen van zes of zeven cijfers. Daardoor was het niet meer nodig om geldezels geld te laten opnemen in kantoren in Brooklyn. In plaats daarvan gebruikte de bende de zwakte van het stelsel van onderling met elkaar verbonden banken door de grootschalige diefstallen weg te moffelen tussen het dagelijkse verkeer van biljoenen dollars. Rechercheurs hadden vooral aandacht voor twee gebieden in het verre oosten van China, dicht bij de Russische stad Vladivostok. Daar sluisden geldezels grote bedragen gestolen geld door naar rekeningen van de Business Club. Die strategie betekende een evolutie in de georganiseerde misdaad. Bankrovers lieten niet langer sporen in de VS achter. Ze konden alles vanaf een afstand doen, buiten de Amerikaanse wetgeving om.

    De clubleden had het niet alleen op banken voorzien. Ze plunderden ook de rekeningen van andere dan financiële instellingen, non-profitorganisaties en zelfs privépersonen. In oktober 2013 begon Slaviks groep malware met de naam CryptoLocker te gebruiken, een vorm van ransomware die bestanden op een geïnfecteerde computer versleutelde en om dat ongedaan te maken de gebruiker dwong een vergoeding te betalen, zeg 300 tot 500 dollar. Het werd algauw een favoriete tool in de cybercrimewereld. Een gigantisch botnet inzetten om fraude te plegen in de wereld van de haute finance heeft als nadeel dat de meeste zombiecomputers niet aan vette zakenrekeningen verbonden zijn; Slavik en zijn kompanen werkten met tienduizenden voornamelijk inactieve zombiecomputers. Ook al leverde de ransomware geen grote bedragen op, de criminelen konden er munt uit slaan met verder inactieve besmette computers. Een beveiligingsfirma schatte dat in 2013 wereldwijd maar liefst een kwart miljoen computers met CryptoLocker waren besmet. Een onderzoeker bracht 771 ransom-gevallen in kaart die de bende van Slavik in totaal 1,1 miljoen dollar opleverden.

    © Studio Vonq
    © Studio Vonq

    Dagelijks stegen de verliezen van banken, bedrijven en personen; de slachtoffers varieerden van een plaatselijke bank in het noorden van Florida tot een Indianenstam in de staat Washington. Eén geval van diefstal kon een bedrijf makkelijk de hele jaarwinst kosten, zo niet meer. GameOver vergde intussen steeds meer inspanningen van de particuliere cybersecurity-industrie. ‘Ik denk dat maar weinig mensen beseffen hoe gigantisch het was. Een diefstal van 5 miljoen leidt de aandacht af van honderden kleinere gevallen,’ zegt beveiligingsexpert Michael Sandee van het Nederlandse bedrijf Fox-IT. ‘Als een bank een spervuur van aanvallen te verduren krijgt – honderd transacties per week – ben je niet meer geïnteresseerd in het specifieke soort malware. Je moet gewoon het bloeden stelpen.’

    Niet dat er geen poging werd gedaan. Tussen 2011 en 2014 probeerden cybersecurity-onderzoekers en bedrijven drie keer GameOver Zeus plat te leggen. Drie Europese beveiligingsexperts werkten in 2012 samen aan de eerste poging. Slavik sloeg die met gemak af. Vervolgens ondernam de Digital Crime-divisie van Microsoft in maart 2012 legale actie tegen het netwerk. Met een gerechtelijk bevel viel de Amerikaanse politie datacentra in Illinois en Pennsylvania binnen waar servers van Zeus stonden. 39 personen die aan het Zeus-netwerk waren gelieerd werden in staat van beschuldiging gesteld. (Slavik stond boven aan de lijst.) Maar het plan van Microsoft sloeg nog geen deuk in het pakje boter van GameOver. Het gaf Slavik inzicht in de kennis van de rechercheurs over zijn netwerk, zodat hij zijn tactiek kon verfijnen.

    Botnetbestrijders vormen een klein clubje trotse beveiligingstechneuten: het zijn zelfverklaarde ‘internetbewakers’ die hun best doen om onlinenetwerken soepel te laten functioneren. Binnen die groep stond Tillmann Werner van CrowdStrike bekend om zijn flair en enthousiasme. In februari 2013 nam hij tijdens een grote conferentie van de cybersecurity-industrie live op een podium de besturing over van het Kelihos-botnet, een berucht malwarenetwerk dat werkte via spam voor Viagra. Maar Kelihos, wist Werner, was geen GameOver Zeus. Hij volgde GameOver sinds het ontstaan ervan en verbaasde zich over de kracht en de flexibiliteit.

    In 2012 trok hij samen op met beveiligingsexpert Brett Stone-Gross – een Amerikaan uit Californië die net een paar maanden klaar was met school – en enkele onderzoekers om een plan te beramen om GameOver aan te vallen. Ze communiceerden via chats en bestudeerden de eerdere Europese poging om te bekijken waar die was mislukt.

    In januari 2013 waren ze zover: ze sloegen diepvriespizza’s in omdat ze rekening hielden met een langdurige belegering van Slaviks netwerk. (Tegen een botnet heb je volgens Werner maar één kans: ‘Het lukt of het lukt niet.’) Het idee was om het verkeer van het zombienetwerk van GameOver om te leiden naar een door de aanvallers beheerde server, een aanpak die ‘sinkholing’ wordt genoemd. Daarmee hoopten ze Slaviks communicatielijnen met het botnet af te snijden. In eerste instantie leek het te lukken. Niets wees erop dat Slavik terugvocht en Werner en Stone-Gross zagen dat steeds meer besmette computers met hun ‘sinkhole’ verbonden raakten.

    Op het hoogtepunt van de aanval hadden ze 99 procent van Slaviks netwerk in handen. Maar ze hadden een kritiek onderdeel in de architectuur van GameOver over het hoofd gezien: een kleine deelverzameling besmette computers die in het geheim communiceerde met Slaviks command servers. Slavik kon daardoor een software-update naar zijn netwerk sturen en het beheer weer in handen krijgen. De onderzoekers zagen met lede ogen toe hoe een nieuwe versie van GameOver Zeus zich over het internet verspreidde en Slaviks netwerk zich begon te herconfigureren. ‘We begrepen meteen wat er gebeurde. We hadden het communicatiekanaal straal over het hoofd gezien,’ zegt Werner.

    De list van de aanvallers – negen maanden werk – was mislukt. Slavik had gewonnen. In een onlinechat met een Pools beveiligingsteam kraaide hij dat alle pogingen om zijn netwerk over te nemen op niets waren uitgelopen. ‘Ik denk dat hij het onmogelijk achtte om zijn botnet te vloeren,’ zegt Werner. Stone-Gross en hij wilden niets liever dan een nieuwe poging ondernemen. Maar ze hadden hulp nodig.

    Cybersquad

    Het afgelopen decennium heeft het kantoor van de FBI in Pittsburgh zich opgewerkt tot grootste leverancier van cybercrimedagvaardingen, wat voor een belangrijk deel te danken is aan het hoofd van de ‘cybersquad’ aldaar, de voormalige vertegenwoordiger in meubelen J. Keith Mularski.

    Mularski is een soort beroemdheid in cybersecuritykringen. Eind jaren negentig kwam hij bij de FBI werken. De eerste zeven jaar deed hij in Washington spionage- en terrorismezaken. In 2005 greep hij de kans aan om terug te keren naar zijn geboorteplaats, Pittsburgh, waar hij aan een nieuw cyberinitiatief werkte, hoewel hij weinig van computers wist. Mularski kreeg het vak in de praktijk onder de knie tijdens een undercoveroperatie van twee jaar. Daarmee werd jacht gemaakt op criminelen die zich op het onlineforum DarkMarket schuldig maakten aan identiteitsdiefstal. Onder de schuilnaam Master Splyntr – geïnspireerd op de Teenage Mutant Ninja Turtles – slaagde Mularski erin DarkMarket-beheerder te worden, waarmee hij zich in het middelpunt plaatste van een ontluikende criminele onlinecommunity. In die hoedanigheid chatte hij zelfs met Slavik en besprak hij een vroege versie van de Zeus-malware. Dankzij zijn toegang tot DarkMarket werden uiteindelijk zestig mensen op drie continenten gearresteerd.

    De directeur van de FBI-vestiging in Pittsburgh besloot agressief in te zetten op de bestrijding van cybercrime. In 2014 fungeerden agenten uit Mularski’s team als aanklagers in enkele grote zaken. Twee van hen, Elliott Peterson en Steven J. Lampo, zaten de hackers achter GameOver Zeus op de hielen, terwijl hun collega’s werkten aan een zaak tegen vijf Chinese hackers die hadden ingebroken in computersystemen van Amerikaanse bedrijven.

    De FBI zat al een jaar op de GameOver-zaak toen Werner en Stone-Gross aanboden om met het Pittsburghse team samen te werken aan de ontmanteling van Slaviks botnet. Samenwerking tussen overheid en industrie was toen nog nieuw. Tot dusver nam de overheid aanwijzingen vanuit het bedrijfsleven over zonder zelf informatie te delen. Maar het Pittsburghse team geloofde juist in samenwerking en wist dat Werner en Stone-Gross de besten in hun vak waren. ‘We grepen de kans met beide handen aan,’ aldus Mularski.

    Beide partijen realiseerden zich dat ze, om het botnet neer te halen, tegelijk op drie fronten moesten werken. Ten eerste moesten ze er definitief achter zien te komen wie GameOver beheerde en een dossier voor gerechtelijke vervolging opbouwen; ook al waren er miljoenen dollars gestolen, de FBI noch de beveiligingsindustrie had ook maar één naam van een lid van de Business Club. Ten tweede moesten ze de digitale infrastructuur van GameOver zelf platleggen; daar kwamen Werner en Stone-Gross om de hoek kijken. Ten derde moesten ze de fysieke infrastructuur van het botnet uitschakelen door met dwangbevelen en hulp van buitenlandse overheden de servers in handen te krijgen. Was dat eenmaal gebeurd, dan moesten ze partners in de private sector zoeken om met software-updates en beveiligingspatches de geïnfecteerde computers op te schonen zodra het botnet was overgenomen.

    Mularski’s team bracht een voor de Amerikaanse overheid ongekende samenwerking tot stand tussen de Britse National Crime Agency, overheidsfunctionarissen uit Zwitserland, Nederland, Oekraïne, Luxemburg en nog een stuk of tien andere landen plus experts van Microsoft, CrowdStrike, McAfee, Dell SecureWorks en andere bedrijven.

    Op één foto poseerde Bogatsjev in een pyjama met luipaardprint, met een zonnebril op en in zijn armen een grote kat. Het onderzoeksteam besefte dat hij al op z’n tweeëntwintigste de eerste versie van Zeus had geschreven

    Om Slaviks identiteit te achterhalen en informatie over de Business Club te verzamelen werkte de FBI samen met Fox-IT, het Nederlandse bedrijf dat vermaard was om zijn deskundigheid op het gebied van forensisch onderzoek binnen de cyberwereld. De Nederlanders trokken oude gebruikersnamen en e-mailadressen van de kring rond Slavik na om een idee te krijgen van de manier waarop de groep opereerde.

    De Business Club bleek een los samenwerkingsverband van ongeveer vijftig criminelen, die ieder een soort entreegeld hadden betaald om achter de knoppen van GameOver te mogen plaatsnemen. Het netwerk werd beheerd via twee met wachtwoorden afgeschermde Britse websites, Visitcoastweekend.com en Work.businessclub.so. Toen rechercheurs toestemming kregen om een kijkje te nemen op de server van de Business Club, troffen ze een uiterst gedetailleerd logboek aan met alle fraudeoperaties van dat moment. ‘De professionaliteit spatte ervan af,’ volgens Michael Sandee. ‘Ze wisten beter dan de banken zelf wanneer er transacties tussen financiële instellingen plaatsvonden.’

    Na maandenlang elke aanwijzing te hebben nagetrokken, kregen de medewerkers van Fox-IT op een dag een tip binnen over een e-mailadres dat mogelijk interessant was. Ze kregen dat soort tips wel vaker, ‘broodkruimels’ volgens Mularski. Maar deze leidde naar iets belangrijks: het team wist het adres te herleiden tot een Britse server die Slavik gebruikte om de sites van de Business Club te beheren. Nog meer speurwerk en huiszoekingsbevelen leidden de autoriteiten uiteindelijk naar Russische socialmediasites, waar het adres werd gelinkt aan een naam: Jevgeni Michailovitsj Bogatsjev. Die zei de onderzoekers in eerste instantie niets. Er waren nog weken onderzoek voor nodig eer bleek dat het de naam was van de maker van Zeus en de oprichter van de Business Club.

    Slavik bleek een man van dertig die in Anapa woonde, een Russische badplaats aan de Zwarte Zee. Op foto’s genoot hij van een boottochtje met zijn vrouw. Het stel had een dochtertje. Op één foto poseerde Bogatsjev in een pyjama met luipaardprint, met een zonnebril op en in zijn armen een grote kat. Het onderzoeksteam besefte dat hij al op z’n tweeëntwintigste de eerste versie van Zeus had geschreven.

    Maar de meest verbijsterende onthulling was dat iemand aan het roer van GameOver soms tienduizenden geïnfecteerde computers niet alleen had doorzocht op e-mailadressen van Georgische medewerkers van inlichtingendiensten en leiders van elite-eenheden van de Turkse politie, maar ook op geheime Oekraïense documenten. Wie het ook was, hij zocht naar geheime informatie over het conflict in Syrië en Russische wapenleveranties. Op een gegeven moment viel het kwartje. ‘Het waren spionageopdrachten,’ volgens Sandee.

    GameOver was niet louter geavanceerde criminele malware, maar een verfijnde tool om inlichtingen te verzamelen. Voorzover de onderzoekers konden vaststellen was Bogatsjev de enige die van die functie van zijn botnet wist. Hij bleek onder de neus van ’s werelds succesvolste bankrovers een dekmanteloperatie te runnen. De FBI en het team van Fox-IT konden geen bewijs vinden van een verband tussen Bogatsjev en de Russische overheid, maar iets of iemand leek Slavik specifieke zoekopdrachten te verstrekken voor zijn gigantische zombiecomputernetwerk. Bogatsjev bleek van nut voor Russische inlichtingenoperaties.

    In maart 2014 keken onderzoekers toe hoe een internationale crisis mede werd uitgevochten in de sneeuwbol van Bogatsjevs criminele botnet. Enkele weken na de Olympische Winterspelen in Sotsji vielen Russische troepen de Krim binnen en probeerden ze het oostelijke grensgebied van Oekraïne te destabiliseren. In aansluiting op de Russische campagne gebruikte Bogatsjev een deel van zijn botnet om politiek gevoelige informatie op geïnfecteerde Oekraïense computers te zoeken die de Russen kon helpen hun vijand te slim af te zijn.

    Met pensioen

    Het team liet een voorlopige theorie en ontstaansgeschiedenis op het ontstaan van Bogatsjev’s spionageactiviteiten los. Blijkbaar verklaarde een band met de overheid waarom Bogatsjev wegkwam met zoiets misdadigs, maar die wierp ook nieuw licht op een paar mijlpalen in het bestaan van Zeus. Het systeem dat Slavik gebruikte voor zijn inlichtingenqueries dateerde ongeveer van het moment in 2010 waarop hij deed alsof hij ‘met pensioen’ ging en de toegang tot zijn malware exclusief maakte.

    Mogelijk was Slavik ergens in dat jaar op de radar van de Russische geheime diensten verschenen en stelde de staat bepaalde eisen in ruil voor toestemming om zonder rechtsvervolging fraude te mogen plegen – uiteraard buiten Rusland. Om daar efficiënt en in het diepste geheim aan te kunnen voldoen, haalde Bogatsjev de teugels rond zijn criminele netwerk aan.

    De ontdekking dat Bogatsjev waarschijnlijk banden met inlichtingendiensten onderhield maakte de operatie om GameOver uit te schakelen riskant, vooral als het ging om samenwerking met Rusland. Verder verliep alles voorlopig volgens plan. Nu de rechercheurs Bogatsjevs identiteit kenden kon hij eindelijk als brein achter GameOver Zeus worden aangeklaagd. Amerikaanse openbare aanklagers haastten zich om gerechtelijke bevelen uit te vaardigen met als doel het netwerk over te nemen. Negen van de vijfenvijftig medewerkers van het Amerikaanse openbaar ministerie in Pittsburgh zaten op de zaak. Het team vroeg internetproviders de proxyservers van GameOver over te mogen nemen zodat ze die op het juiste moment konden ‘omzetten’ om Slavik het beheer afhandig te maken. Intussen stonden het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid, de Carnegie Mellon University en enkele antivirusbedrijven klaar om klanten te helpen de macht over hun geïnfecteerde computers terug te geven.

    Aan het einde van de lente van 2014, terwijl pro-Russische troepen in Oekraïne vochten, stonden de troepen onder leiding van de Amerikanen klaar om GameOver over te nemen. Ze troffen al een jaar voorbereidingen. ‘Tegen die tijd kenden de onderzoekers de malware beter dan Slavik,’ zegt Elliott Peterson, een van de FBI-agenten die de operatie leidden. Mularski liep met het team alles nog eens door: ‘We zijn er juridisch, praktisch en technisch toe in staat.’ Enkele tientallen medewerkers, die communiceerden via ruim zeventig internetproviders, en nog eens tien handhavende instanties – van Canada en het Verenigd Koninkrijk tot Japan en Italië – zetten zich schrap om de aanval op vrijdag 30 mei in te zetten. Het Witte Huis was over het plan ingelicht en wachtte de resultaten af.


    De week voorafgaand aan de aanval was het een en al chaos. De code die Werner had geschreven bleek nog niet klaar en de laatste gerechtelijke bevelen waren nog niet binnen. En het dreigde ook nog eens bijna mis te gaan.

    Het team wist al maanden dat het GameOver-botnet werd beheerd via een server in Canada. Maar enkele dagen voor de aanval kwam het erachter dat er een tweede server in Oekraïne stond. De schrik sloeg iedereen om het hart. ‘Als je niet eens weet dat er een tweede server is,’ zegt Werner, ‘hoe weet je dan of er niet ook een derde is?’

    Op donderdag sprak Stone-Gross zorgvuldig de tijdens de aanval te volgen procedure met alle internetproviders door. Op het laatste moment haakte er een af, bang dat hij zich de woede van Slavik op de hals zou halen. Vervolgens kwamen Werner en Stone-Gross erachter dat een van de partners, McAfee, per ongeluk een blogbericht over de aanval had gepost.

    Nadat het bericht was verwijderd kon de aanval beginnen. Canadese en Oekraïense autoriteiten legden de command servers van GameOver een voor een plat. Werner en Stone-Gross leidden de zombiecomputers intussen om naar de uitgekiende sinkhole, waarmee ze de toegang van de Business Club tot zijn systemen blokkeerden. Urenlang leek de aanval geen effect te hebben; de onderzoekers speurden intensief naar bugs in hun code.

    “Het was een cyberversie van een man-tegen-mangevecht,” volgens de Pittsburghse aanklager David Hickton. “Fantastisch om naar te kijken”

    Rond enen had de sinkhole nog maar ongeveer honderd computers aangesproken, een minuscuul percentage van het botnet, dat was uitgegroeid tot minstens een half miljoen computers. Een hele stoet medewerkers keek in een vergaderzaal mee over de schouders van Werner en Stone-Gross terwijl ze hun code bugvrij maakten. ‘We willen jullie niet onder druk zetten, hoor,’ drong Mularski op een gegeven moment aan, ‘maar het zou wel fijn zijn als jullie de boel aan de praat kregen.’

    Eindelijk begon het dataverkeer naar de sinkhole te lopen. Aan de andere kant van de wereld kwam Bogatsjev online. De aanval verstoorde zijn weekend. Misschien was hij eerst niet erg onder de indruk omdat hij eerdere aanvallen eenvoudig had afgeslagen. ‘Hij keek de kat uit de boom, want wist niet wat we hadden gedaan,’ herinnert Peterson zich. Maar toen gordde Bogatsjev zich opnieuw aan voor de strijd om het beheer over zijn netwerk te behouden. Hij testte het, leidde verkeer om naar nieuwe servers en probeerde de strategie van het team te ontrafelen. ‘Het was een cyberversie van een man-tegen-mangevecht,’ volgens de Pittsburghse aanklager David Hickton. ‘Fantastisch om naar te kijken.’

    Het team kon de communicatie van Bogatsjev zien zonder dat hij het wist en schakelde zijn Turkse proxyserver uit. Vervolgens zagen ze dat hij via het anonieme Tornetwerk opnieuw online probeerde te komen in een wanhopige poging de schade te beperken. Ten slotte, nadat hij urenlang het ene na het andere gevecht had verloren, zweeg Slavik. De aanval werd hem te veel. ‘Hij moet hebben beseft dat justitie erachter zat en het niet zomaar een aanval van experts was,’ zegt Stone-Gross.
    Het team in Pittsburgh haalde de hele nacht door. Zondagavond, bijna zestig uur later, wist het dat het had gewonnen. Op maandag 2 juni maakten de FBI en het ministerie van Justitie bekend dat het botnet was uitgeschakeld en dat tegen Bogatsjev een aanklacht op veertien punten was ingediend.

    In de weken daarna namen Slavik en het team nog een paar keer de wapens op – Slavik voerde een tegenaanval uit toen Werner en Stone-Gross een presentatie hielden op een conferentie in Montreal – maar uiteindelijk won het team. Twee jaar later duurt het succes nog steeds voort: het botnet is niet opnieuw opgebouwd, hoewel wereldwijd nog zo’n vijfduizend computers met Zeusmalware zijn besmet. De sinkholeserver slokt al hun dataverkeer op.

    Nasleep

    Ongeveer een jaar na de aanval is zogeheten account-takeover-fraude nog steeds aan de orde van de dag. Onderzoekers en rechercheurs gingen er al langer vanuit dat tientallen bendes verantwoordelijk zijn voor grootschalige cybercrime tussen 2012 en 2014. Bijna alle diefstallen waren echter gepleegd door de Business Club. ‘Toen ik met dit werk begon zaten ze overal,’ zegt Peterson, ‘maar het is maar een klein netwerk, dat gemakkelijker is uit te schakelen dan je zou denken.’

    In 2015 zette het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een premie van 3 miljoen dollar op het hoofd van Bogatsjev, de hoogste van de VS voor een cybercrimineel ooit. Hij is nog steeds op vrije voeten. Volgens bronnen bij Amerikaanse inlichtingendiensten gelooft de overheid helemaal niet dat Bogatsjev heeft deelgenomen aan de Russische campagne om de Amerikaanse verkiezingen te manipuleren. De regering-Obama zou hem onderdeel van de sancties hebben gemaakt om druk op de Russische overheid uit te oefenen. Ze hoopte dat de Russen Bogatsjev wilden overdragen als teken van goede wil, want het botnet waarmee hij succes had bestaat niet meer. Of misschien was de bijbedoeling dat iemand die 3 miljoen zou willen cashen door de FBI te tippen.

    Maar de ongemakkelijke waarheid is dat Bogatsjev en andere Russische cybercriminelen ver buiten het bereik van Amerika liggen. De grote vragen in verband met de GameOver-zaak – Wat is de precieze relatie tussen Russische inlichtingendiensten en Bogatsjev? Klopt het dat hij zo’n 100 miljoen dollar heeft buitgemaakt? – werpen hun schaduw vooruit op de uitdagingen die de onderzoekers van de verkiezingsfraude staan te wachten.

    Ook Mularski’s team en de cybersecurity-industrie staan nieuwe uitdagingen te wachten. De tactieken waar Bogatsjev in pionierde zijn gemeengoed geworden. Ransomware verspreidt zich steeds sneller. De botnets van nu – zoals Mirai, een netwerk van besmette Internet-of-Things-apparaten – zijn nog gevaarlijker dan de zijne.
    Geen mens weet intussen wat Bogatsjev bekokstooft. In Pittsburgh komen regelmatig tips binnen over zijn vermeende verblijfplaats. Niets wijst erop dat hij weer actief is. Nog niet.

    Auteur: Garrett M. Graff

    Wired
    Verenigde Staten, maandblad, oplage 750.000

    Wired bericht in print en online over de verbanden tussen technologische ontwikkelingen en cultuur, politiek en economie. Absolute referentie voor internationale technologie. Spraakmakende covers, ongeëvenaarde inhoud.

  • Wat wil Poetin nu in het Midden-Oosten?

    Wat wil Poetin nu in het Midden-Oosten?

    Rusland heeft eigenlijk niets te zoeken in Syrië, betoogt deze Israëlische commentator. ‘Het gaat Poetin vooral om status, maar iedereen ziet dat die schijn is.’

    Wat heeft Rusland precies te zoeken in Syrië? Wie die vraag stelt, kan rekenen op een aantal standaardantwoorden. Moskou is vastbesloten de dreiging van het islamitisch fundamentalisme uit te roeien voordat het de moslimminderheid in Rusland – 7 procent van de bevolking – bereikt. Of: door tegen IS te vechten, hoopt Poetin de aandacht van het Westen af te leiden van zijn manoeuvres in Oekraïne. Of: Moskou moest het regime van Bashar Assad overeind houden om de Russische marinebasis in de Syrische havenstad Tartoes te redden.

    Maar wat Poetin in de eerste plaats beoogde, was een herstel van de Russische status van grote speler in het Midden-Oosten. Hij wilde de wereld laten zien dat Rusland nog net zo’n grootmacht is als in de goede oude tijd van de Koude Oorlog.

    Anderhalf jaar later is de balans voor Rusland niet zonder meer gunstig. Zeker, het regime van Assad is van de ondergang gered. En Rusland heeft nu niet alleen Tartoes: er is een luchtmachtbasis bij Latakia bijgekomen. Aan de andere kant heeft het Westen zich weinig bereid getoond tot een verlichting van de sancties die Rusland zijn opgelegd vanwege de inval in Oekraïne. Uit de bomaanslag op 4 april in de metro van Sint-Petersburg blijkt dat de dreiging van islamitisch extremisme nog niet is geweken. En ten slotte heeft de verrassende Amerikaanse raketaanval op Syrië een einde gemaakt aan de toenadering tussen Moskou en het Witte Huis van Trump.

    Poetin heeft zeker winst geboekt als het gaat om het imago van Rusland als grootmacht. Anders dan de stuurloze Amerikanen heeft Rusland aangetoond dat het zijn vrienden te hulp schiet zonder vervelende vragen te stellen over mensenrechten en democratie, zelfs niet over het gebruik van chemische wapens.

    Voor de dictators en monarchen van de regio lijkt Moskou een veel geschiktere bondgenoot en begunstiger dan Washington. Toch zijn er weinig tekenen dat zij dit ook werkelijk vinden. 
Ik vermoed dat ze inzien hoezeer Moskous status als grootmacht schijn is.

    Een Russisch konvooi bij Latakia in Syrië. – © Sergei Bobylev / Getty
    Een Russisch konvooi bij Latakia in Syrië. – © Sergei Bobylev / Getty

    Rusland stelt belang in het Midden-Oosten, maar heeft er geen belangen. Echte belangen beginnen met jongens en meisjes in nette pakken met aktetassen vol contracten om dingen te bouwen en te verkopen. Daarna komen pas de generaals, de oorlogsschepen en luchtmachtbases om dat alles te beschermen. Handel en investeringen zijn wat grootmachten als de VS, Europa of China naar een regio als het Midden-Oosten lokt. Militaire betrokkenheid vloeit daaruit voort.

    Poetin heeft het paard achter de wagen gespannen, en hij heeft niet eens een behoorlijk paard. De waarheid is dat Rusland een onderontwikkelde economie heeft, die de wereld weinig meer kan bieden dan wapens, nucleaire technologie, energie en tarwe.

    Deze beperkingen in aanmerking genomen, heeft Rusland het niet slecht gedaan. Als graanexporteur streefde het de VS vorig jaar voor het eerst in decennia voorbij, en is het op dit gebied nu hoofdleverancier van Egypte. Tussen 2006 en 2015 bracht de Russische wapenverkoop aan het Midden-Oosten en Noord-Afrika een kleine 12 miljard euro op, twee keer zoveel als in het decennium ervoor.

    Ja, Rusland heeft ook overeenkomsten gesloten om kerncentrales in Egypte, Jordanië en Iran te bouwen. Russische energiebedrijven zijn actief in Egypte en Irak. Het klopt dat Rusland wapendeals heeft met Egypte en zelfs in de Golfregio een voet tussen de deur heeft gekregen. Maar dat heeft weinig te maken met de kwaliteit van Russisch wapentuig in de Syrische burgeroorlog en veel meer met de westerse aarzeling om wapens te verkopen aan tirannieke regimes. Overigens is de nucleaire deal van Moskou met Egypte economisch niet levensvatbaar. En nu blijkt zelfs dat Egypte geen kernenergie nodig heeft, na de vondst van grote aardgasvelden voor de Egyptische kust. Het is moeilijk voor te stellen dat de machten in het Midden-Oosten de voorkeur zullen geven aan Russische energiebedrijven boven hun technologisch geavanceerdere westerse concurrenten.

    Auteur: David Rosenberg
    Vertaler: Carl Stellweg

    Ha’aretz
    Israël, dagblad, oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • De zaadzoekers

    De zaadzoekers

    Zane Webber en Michelle Williamson verzamelen in opdracht van de Nieuw-Zeelandse overheid overal ter wereld zaden van grassen en andere weidegewassen. Hun archief moet de nationale vlees- en zuivelindustrie beschermen tegen rampen en de gevolgen van de klimaatverandering.

    We kunnen er alleen maar naar gissen 
wat die Russische boeren gedacht moeten hebben toen ze dat stel 
Nieuw-Zeelanders voorovergebogen in het groen zagen staan in een afgelegen gebied in de buurt 
van Mongolië. Ze zullen enige argwaan hebben gekoesterd, want niet lang nadat Zane Webber en Michelle Williamson werden opgemerkt door een man op een tractor, hoog in het schitterende 
Altajgebergte, kwam er iemand in een terreinwagen aanrijden die Williamson een identiteitsbewijs onder de neus duwde. ‘Ze spreken natuurlijk geen Engels, dus dan doe ik maar een koe na en maak ik kauwbewegingen,’ zegt Williamson.

    De taalbarrière is een van de redenen waarom Webber en Williamson altijd een tolk bij zich hebben. Dit keer lieten hun Russische collega’s de natuurambtenaar hun vergunningen zien, en dat leek voldoende. Hij vertrok weer. Toch moet hun expeditie een vreemde indruk hebben achtergelaten.

    Webber en Williamson zijn zaadzoekers. Zij en hun collega’s struinen rond in Tadzjikistan, Tunesië, Turkije, China, Spanje, Griekenland en Portugal, of waar er maar zeldzame en oude plantensoorten zijn te vinden. Dat is op zich nog niet zo vreemd. Veel genenbanken hebben verzamelaars in dienst die 
over de hele wereld op zoek zijn naar plantaardig materiaal voor wetenschappelijk onderzoek. Die reizen bijvoorbeeld naar een afgelegen gedeelte van Kazachstan en keren terug met een zak vol zaden 
in envelopjes.

    Elke keer zegt hij na afloop tegen Williamson dat dit écht de laatste keer was. 
“En vervolgens begin ik voorbereidingen te treffen voor de volgende expeditie”’

    Wat de Nieuw-Zeelanders onderscheidt is hun 
obsessie met koeien- en schapenvoer. Het merendeel van hun collega’s is uit op de wilde familieleden 
van gewassen die geschikt zijn voor menselijke consumptie, in de hoop er een sterkere en voedzamere soort tarwe, maïs, zoete aardappel, cassave of rijst mee te kweken. Als de wereld wordt getroffen door een ramp die alle gewassen verwoest, dan zullen 
de mensen die het overleven vermoedelijk proberen om naar het Noorse Svalbard (voorheen Spitsbergen) binnen de poolcirkel te komen, waar diep in de 
permafrost een opslagplaats is voor (inmiddels 
tweeënhalf miljard) zaden, bedoeld om de vruchten van vele eeuwen landbouw te beschermen tegen 
een eventuele ramp. Maar een uitgehongerde koe doet er beter aan om naar Palmerston North te gaan, 
op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland, en te 
proberen daar het imposante grasarchief binnen 
te dringen.

    Het Margot Forde Germplasm Centre is een 
overheidsinstelling op de Grassland-campus van AgResearch en heeft een opslagruimte met klimaatcontrole, waar zo’n 114.000 zaadmonsters worden bewaard. Het betreft vooral zaden van verschillende soorten weidegewassen, met name grassen en klaversoorten, die koeien en schapen helpen omzetten in lucratieve vlees- en zuivelproducten voor de export.

    Kaart en plantengids

    Een zadenzoekexpeditie begint vrijwel altijd met 
een kaart en een plantengids. Op de wereldkaart in het Margot Forde Centre zijn cirkels getrokken rond veelbelovende gebieden met een grote biodiversiteit. Sommige van die gebieden zijn nog niet eerder bezocht door zaadzoekers. Het centrum kan zich een of twee expedities per jaar veroorloven, dus geven 
de jagers de voorkeur aan plekken die waarschijnlijk de grootste lacunes in hun collectie kunnen opvullen. Daarbij moeten ze er ook op letten welke landen bereid zijn een vergunning te verstrekken. Er zijn landen die aanvankelijk wel buitenlandse verzamelaars toelieten, maar die zijn teruggekrabbeld nadat louche partijen, ook wel ‘biopiraten’ genoemd, zonder toestemming zaden meenamen en patent aanvroegen op hun producten, vertelt de Nieuw-Zeelandse specialist Kioumas Ghamkar.

    Zodra alle paperassen in orde zijn, stuurt Webber 
een verlanglijstje met soorten naar een groep lokale medewerkers, die vervolgens een route samenstellen. De afgelopen jaren heeft Webber ook zijn collega Williamson uit de zaadopslag van Palmerston North meegevraagd, zodat zij het een en ander zou kunnen leren over het verzamelen.

    Het team stapt in twee identieke witte busjes, die er haast antiek uitzien, 
al houdt Williamson bij hoog en bij laag vol dat ze nieuw zijn. De Russische busjes blijken het verrassend goed te doen op de steile hellingen in het 
Altajgebergte, en Webber heeft pas één keer gevreesd voor zijn leven. ‘Op zeker moment was de weg heel erg smal en waren we allemaal bang dat ons laatste uur had geslagen. Ik zat op de passagiersstoel en keek recht een ravijn in.’ Elke keer zegt hij na afloop tegen Williamson dat dit écht de laatste keer was. 
‘En vervolgens begin ik voorbereidingen te treffen voor de volgende expeditie.’

    Telkens wanneer ze een veelbelovend stukje groen zien, zetten de verzamelaars de auto neer, stappen uit en verzamelen de zaden die ze later die avond zullen drogen en schoonmaken. De Nieuw-Zeelandse wetgeving verbiedt het aarde en ander uitheems materiaal in te voeren. Zelfs voor de zaden moet speciaal dispensatie worden aangevraagd. In 
Rusland, in augustus, hebben ze zaden geplukt van zevenhonderd populaties, 56 keer de auto aan de kant gezet en bij elke stap een verscheidenheid aan soorten geplukt.

    Aan het einde van de tocht delen ze de buit met de plaatselijke botanisten, die gebruikmaken van de door Nieuw-Zeeland gefinancierde tochten om hun eigen collectie aan te vullen. Ghamkar is ervan 
overtuigd dat zowel het gastland als de bezoekende landen baat hebben bij deze expedities, en daarom weet hij ook zo goed andere landen over te halen 
om mee te werken. De Russische connectie was het werk van zijn voorganger, maar hij probeert nieuwe landen over de streep te trekken. Hij hoopt op een dag een Nieuw-Zeelandse expeditie te kunnen 
regelen naar zijn geboorteland Iran. ‘Ik wil niet dat Iran er schade van ondervindt, maar het gaat hier om internationale schatten,’ zegt hij.

    Een kampement van de zaadzoekers in Rusland. – © Josephine Piggin
    Een kampement van de zaadzoekers in Rusland. – © Josephine Piggin

    Eenmaal terug in Palmerston North kweekt het team in afgeschermde tuinen de zaden van elke variëteit op, totdat er per variëteit ten minste 
honderd exemplaren zijn. Dat is voldoende om 
genetische diversiteit te garanderen, en ook om 
iets aan een andere genenbank af te staan, mocht daartoe een verzoek komen.

    In Palmerston North gaan de zaden naar een droge ruimte, die wel wat doet denken aan de bierkoeling van een supermarkt. Daar blijven de zaden zeker twintig jaar vers, en ze hoeven pas na honderd jaar opnieuw te worden geplant. ‘We hebben hier zaden uit 1940, die nog altijd levensvatbaar zijn,’ zegt Ghamkar.

    De koeling waarin de zaden worden bewaard is 
afgesloten, maar het is bepaald geen fort. Toen Ghamkar vorig jaar aantrad als directeur, kwam hij er tot zijn ontzetting achter dat Nieuw-Zeeland geen reservevoorraad heeft in Svalbard, de noodopslag 
op Spitsbergen, die ooit is aangelegd voor het geval zich een grote ramp zou voordoen. Svalbard is zo gebouwd dat het ook een nucleaire winter kan 
doorstaan. ‘Zelfs Noord-Korea heeft daar wat liggen.’

    Ghamkar heeft er met zijn team negen maanden voor uitgetrokken om te beslissen welke soorten absoluut niet verloren mogen gaan, en dit jaar 
heeft hij een selectie gemaakt voor opslag onder de permafrost. ‘Svalbard is een kluis. Nieuw-Zeelandse grassen en klaversoorten worden daar bewaard voor het geval het Margot Forde Centre getroffen zou worden door een brand of een aardbeving.’

    Klimaatverandering

    Los daarvan is er de klimaatverandering, die de 
hele onderneming nog prangender maakt. Het duurt een jaar of tien om een nieuw gewas te ontwikkelen, en daarmee is de dramatische klimaatverandering, die voor veel plekken op aarde al is voorspeld voor 2030, nog maar twee kweekcycli verwijderd. 
Klimatologen in Nieuw-Zeeland voorzien dat in 2040 de frequentie van de droogten in de oostelijke en noordelijke regio’s van de aarde zal zijn verdubbeld 
of zelfs verdrievoudigd, terwijl het op andere plekken warmer en natter zal worden. Tegen het einde 
van de eeuw zullen bepaalde plekken op aarde vruchtbaarder zijn. Maar over het geheel genomen 
is de verwachting dat ten gevolge van de klimaatverandering de voedselproductie zal krimpen, terwijl de bevolking blijft groeien. Ondertussen zullen door veranderingen in temperatuur en de hoeveelheid neerslag mogelijk nieuwe ziekten en epidemieën 
om zich heen grijpen.

    De zoektocht naar wilde zaden richt zich meer en meer op extreme planten. Als een plant in leven kan blijven met weinig water, of juist tijdens een overstroming, dan zou die plant weleens goed kunnen gedijden in het klimaat van de toekomst. Zelfs als een wild gewas ongeschikt is voor consumptie, dan kan het worden gekruist met andere soorten om hybride gewassen te kweken die zijn bestand tegen droogte of hitte, of die met weinig stikstof toe kunnen.

    Voor wie het kweken van supersoorten nogal klinisch vindt klinken, heeft Ghamkar een mooi liefdesverhaal. Wetenschappers van AgResearch hebben de herkomst van witte klaver – een gewas dat voor Nieuw-Zeeland bij uitstek van belang is – genetisch weten te herleiden tot de verre voorouders. Deze oerklavers bleken geheel andere organismen dan de planten die wij nu kennen. De afstand tussen beide soorten was zo groot dat het een wonder mocht heten dat ze ooit iets met elkaar kregen. ‘Er werden een vader en een moeder ontdekt,’ zegt Ghamkar. ‘De een leeft in de bergen van Azerbeidzjan, de ander op de stranden van Portugal, dus vele duizenden kilometers verderop.’ Op de een of andere manier zijn die oude soorten elkaar ooit, lang geleden, zo dicht genaderd dat ze nageslacht hebben voortgebracht. ‘Misschien aan een Grieks strand. We weten het niet. Maar ze hebben elkaar leren kennen en een plantensoort voortgebracht. De ouders zijn nog altijd twee totaal verschillende individuen, die leven op een andere hoogte, op een andere bodem en in een ander klimaat.’

    Maar toch hebben de wetenschappers, met enige overredingskracht, de planten zo ver weten te krijgen dat ze weer nageslacht zijn gaan produceren. ‘Normaal gesproken zijn deze kruisingen steriel. Maar als we het embryo in het laboratorium houden, en extra voeding en zorg geven, zal een aantal exemplaren weten te overleven, en die zullen in staat zijn de soort te herstellen,’ zegt Ghamkar. ‘Als je wilde planten kruist, breng je de genen terug die voor weerstand en uithoudingsvermogen zorgen. En dat is precies wat we nodig hebben als het klimaat gaat veranderen.’ Versies van de hybride klaver worden op verschillende boerderijen uitgezet om te zien hoe ze het doen. Het beslissende woord is nog niet gesproken, ‘maar de aanvankelijke resultaten tonen planten met diepere wortels, die beter tegen droogte bestand zijn en minder fosfor gebruiken’, zegt Ghamkar.

    En daarom gaat Webber door met verzamelen. Over het algemeen staat hij ervan te kijken hoe gemakkelijk hij in Rusland, of elders, wordt geaccepteerd. 
‘Ik denk dat ze ons maar rare snuiters vinden. Maar zodra je mensen in een dorp uitlegt waar je nou 
precies mee bezig bent, zijn ze al snel bereid een helpende hand toe te steken, en vinden ze het geen enkel probleem dat je wat materiaal meeneemt,’ zegt hij. Hij vraagt zich af hoe hij zou reageren wanneer er ineens een Rus door zijn buurt zou struinen. ‘Het is wel interessant om je af te vragen hoe je zelf zou reageren als er ineens een vreemde over je tuinhek klimt en jouw bloemen plukt. Hoe zou je daar dan tegenaan kijken?’

    Auteur: Eloise Gibson
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Wilde bloemen in de buurt van Castro Verde, Portugal. – © Getty Images

    New Zealand Listener
    Nieuw-Zeeland | weekblad | oplage 61.000

    Het enige actualiteitenmagazine van Nieuw-Zeeland. Al vanaf 1939.

  • Het einde van de Koerdische droom?

    Het einde van de Koerdische droom?

    De Koerden in Syrië dreigen slachtoffer te worden van de toenadering tussen Turkije en Rusland. Gaat hun droom van een eigen staat eens te meer in rook op?

    De aankondiging van een wankel bestand op 30 december jl. bood de meeste inwoners van Syrië enig soelaas, maar voor een aantal groepen in het door oorlog verscheurde land betekent het dat hun kansen in negatieve zin zijn gekeerd. Het bestand behelst ook een overeenkomst tussen Rusland en Turkije. De nauwere banden tussen deze twee landen betekenen dat sommige rebellengroepen niet langer steun zullen krijgen van Ankara. De Koerden in Noord-Syrië lijken de grootste verliezers.

    Sinds juni 2016 hebben Turkije en Rusland gewerkt aan een normalisering van de verhoudingen. Op die manier probeerde Rusland zijn invloed in de regio uit te breiden. De Turkse president Erdogan op zijn beurt paste zijn beleid aan, zodanig dat het beter strookte met het primaire strategische belang van zijn land in Syrië: het bedwingen van de Koerdische aanspraken op een eigen staat en invloed langs de Turkse grens.

    Tot voor kort stonden Rusland en Turkije tegenover elkaar in het conflict. Rusland steunt de Syrische president, Bashar al-Assad, Turkije wil dat hij vertrekt. Rusland voorzag Assad van militaire steun, Turkije bood – in overleg met de Golfstaten – de rebellen wapens en ondersteuning.

    Akkoord

    Door recente ontwikkelingen, waaronder met name het bestand, hebben de partijen nu andere stellingen betrokken. ‘Het bestand houdt in dat Rusland en Turkije tot een akkoord zijn gekomen. Turkije zal zijn grenzen voor de rebellen sluiten en hen niet meer steunen. In ruil daarvoor zal Rusland de eenwording van de Koerdische gebieden helpen doorbreken,’ aldus Fabrice Balanche, hoofdonderzoeker aan de Universiteit Lyon 2.

    In de nasleep van de Syrische opstanden in 2011 richtten de Koerden in het noorden van het land drie zogeheten federale entiteiten op, die samen de politieke enclave Rojava vormen. De kantons Cizre, Kobani en Afrin hebben een overwegend Koerdische bevolking, maar er wonen ook Arabieren en Assyriërs.

    De Partij van de Democratische Unie (PYD), de belangrijkste Koerdische partij in Syrië, verklaarde medio maart dat het gebied een federale entiteit is binnen Syrische grenzen. Rebellengroepen, Syrië, de VS en Turkije verwierpen deze verklaring. De VS eisten dat de Koerdische YPG-militie zich zou terugtrekken uit posities ten westen van de Eufraat, terwijl Assad de stap een onwettige actie noemde die de ‘territoriale integriteit’ van het land in gevaar zou brengen.

    De Koerden hebben evenwel een gecompliceerde relatie met Assad. De Syrische oppositie heeft de Koerden er voortdurend van beschuldigd samen te werken met de Syrische regering via haar bondgenoot Rusland, waar de PYD in februari kantoren opende om diplomatieke betrekkingen met Moskou te smeden.

    Een bus in het vooral door Koerden bevolkte gebied tussen Aleppo en Afrin. – © Valery Sharifulin / Getty
    Een bus in het vooral door Koerden bevolkte gebied tussen Aleppo en Afrin. – © Valery Sharifulin / Getty

    De nauwere banden tussen Rusland en Turkije en het recente bestand hebben de positie van de VS als belangrijke speler in de regio verzwakt. Volgens analisten dwingt dit de Koerden tot een nieuwe politieke koers en een herziening van hun plannen voor een gefederaliseerd Syrië.

    ‘De Koerden hebben geprobeerd goede betrekkingen te behouden met de VS én met Rusland. Nu zijn ze bang om met Rusland samen te werken, omdat ze Assad niet vertrouwen. Tegelijkertijd zijn ze er niet zeker van of de VS hen nog tegen Erdogan kunnen beschermen,’ zegt Balanche.

    Volgens Ahmed Araj van de Syrian Democratic Council, de politieke arm van de Syrian Democratic Forces (een alliantie van seculiere milities, waaronder Koerdische), kan de verzoening tussen Turkije en Rusland een afspraak zijn om te voorkomen dat de Koerden hun controle over noordelijk Syrië uitbreiden. ‘De echte slachtoffers van de wapenstilstand zijn de Koerden,’ zegt Balanche. ‘De PYD blijft voor de bühne volhouden dat alles in orde is, maar in de stad Manbij bijvoorbeeld, in het gouvernoraat van Aleppo, voelen de strijders zich intens verraden door de VS en zijn ze bang voor wat er gaat komen.’

    Verzwakking

    Vertegenwoordigers van het Syrische leger verklaarden in december dat de door de Koerden bestuurde gebieden weer onder het gezag van de regering moesten terugkeren, nu de strijd tegen de rebellen en IS een nieuwe fase inging.

    Na de herovering, in december, van Aleppo op de rebellen, waren er tevens berichten dat het Syrische leger de Koerdische YPG-militie had verzocht te vertrekken uit de Sheikh Maqsoud-enclave, een voornamelijk door Koerden bewoonde wijk in de stad Aleppo. Op 21 december verklaarde het Turkse leger dat door Ankara gesteunde Syrische rebellen nu de volledige controle hadden over de snelweg die de stad Al-Bab met Aleppo verbindt, na hevige grondgevechten en bombardementen vanuit de lucht.

    ‘Wanneer door Turkije gesteunde rebellen Al-Bab in handen krijgen, zullen ze optrekken naar [het slechts 50 kilometer verderop gelegen] Manbij, en dan is er voor de Koerden geen enkele mogelijkheid meer de gebieden tussen de kantons Afrin en Kobani met elkaar te verbinden,’ aldus Balanche. De Koerden zullen in dat geval de hoop op een aaneengesloten gebied in het westen moeten opgeven, een ernstige verzwakking van hun hele federatie.

    Auteur: Arwa Ibrahim
    Vertaler: Carl Stellweg

    schermafbeelding 2017 02 22 om 13 29 14

    Your Middle East
    Zweden | yourmiddleeast.com

    In 2011 gelanceerd door een groep onafhankelijke wetenschappers, naar eigen zeggen zonder financiële steun. Heeft de ambitie om de belangrijkste nieuwsbron voor het Midden-Oosten te worden. Breed spectrum maar veel aandacht voor economisch nieuws.

  • Het geklungel van de Syrische oppositie

    Het geklungel van de Syrische oppositie

    De tegenstanders van president Assad stapelen, ook bij de vredesonderhandelingen in Astana, fout op fout, oordeelt de Londense krant Al-Hayat.

    Voor de Syrische politieke oppositie worden de onderhandelingen in Astana een beschamende vertoning, nu de machtsverhoudingen na de Russische militaire interventie in het land in haar nadeel zijn veranderd. De oppositie heeft altijd gezegd dat Rusland vijandig staat tegenover de revolutie. In haar ogen is het doel van de door Rusland geïnitieerde onderhandelingen niet om een oplossing te vinden die rekening houdt met de wensen en behoeften van de bevolking, maar om het regime in staat te stellen tijd te winnen en om verdeeldheid te zaaien bij de oppositie. Moskou bevoordeelt in die optiek de meest plooibare partijen in het conflict, die naar verwachting akkoord zullen gaan met een politieke oplossing die flagrant in strijd is met internationale juridische regels.

    Maar voor de oppositie zou het minstens even beschamend zijn om niet deel te nemen aan de conferentie in Astana en het plan van Moskou voor de beëindiging van de strijd te verwerpen. De meerderheid van de Syriërs wil rust en een eind aan het geweld en de destructie. Wat kan de oppositie doen? Ze weet heel goed dat ze het militaire overwicht mist om de loop van de gebeurtenissen wezenlijk te beïnvloeden. Van de ‘legitimiteit’ die de internationale gemeenschap haar had gegeven, is weinig meer over. Bovendien krijgt zij zware kritiek te verduren: ze wordt ervan beschuldigd hoofdverantwoordelijk te zijn voor de dramatische situatie waarin we ons bevinden en zou schuld dragen aan de rampzalige afloop van de slag om Aleppo.

    De politieke oppositie legt zich erbij neer geen rol van betekenis te spelen in de onderhandelingen en tijdens de transitieperiode

    Het is beschamend voor de Syrische oppositie dat sommige van haar leiders maar al te bereid zijn om zich te voegen naar de wensen van de organiserende landen en om hun prioriteiten te respecteren. Ze durft nog net bedeesd protest aan te tekenen tegen Moskous keuze van zes personen van buiten de oppositie om deel te nemen aan de onderhandelingen en de transitieperiode mede vorm te geven. Daar komt nog bij dat zelfs de groeperingen die in december in Ankara het akkoord over het staakt-het-vuren ondertekenden, nauwelijks invloed hebben op de keuze van de oppositiefiguren die hen zogenaamd zullen vertegenwoordigen. Maar het meest beschamende is nog wel dat deze groeperingen ideologisch en politiek allemaal van dezelfde kleur zijn [loyaal aan de Arabische Golfstaten], al zijn er enkele facties van het vrije Syrische leger aan toegevoegd om de schijn van pluralisme te wekken. De politieke oppositie legt zich er dus bij neer geen rol van betekenis te spelen in de onderhandelingen en tijdens de transitieperiode.

    Het is al even beschamend om te zien hoe de Syrische oppositie zich dan weer in stilzwijgen hult, dan weer schielijk van positie verandert, om de grootmachten in Syrië maar niet te mishagen. Zo heeft ze niet geprotesteerd tegen de plotselinge move van Turkije, dat zijn bondgenootschap met en beloftes aan de Syrische oppositie verbroken heeft. Het buurland heeft een draai van 180 graden gemaakt door een alliantie met Rusland aan te gaan, in een poging om de Koerdische dreiging in toom te houden. Tot voor kort was het land tegen elke vorm van buitenlandse inmenging, maar nu erkent het Moskou als de belangrijkste speler in het Syrische conflict en als de meest geschikte tussenpersoon om tot een politieke oplossing te komen. Pas nog noemde Turkije het vertrek van Assad een conditio sine qua non om überhaupt aan onderhandelingen deel te nemen. Vandaag lijkt dat vergeten.

    Bewoners in het door regeringstroepen heroverde Oost-Aleppo. – © Hassan Ammar / HH
    Bewoners in het door regeringstroepen heroverde Oost-Aleppo. – © Hassan Ammar / HH

    Ten onrechte legt Turkije de nadruk op de meningsverschillen tussen Rusland en Iran over de toekomst van Syrië. Teheran heeft duidelijk aangegeven dat het de inbreng van Ankara en Moskou bij de conferentie van Astana te groot vindt. Beschamend is het onvermogen van de oppositie om over deze conferentie een helder gezamenlijk standpunt in te nemen. Dit onvermogen komt maar deels voort uit een verschil van opvattingen en is eerder het gevolg van tegenstrijdige bevelen van de kant van de verschillende broodheren binnen eigen kring. Al even beschamend is het om te zien hoe sommige van hun leiders plotseling hun persoonlijk belang vooropstellen, of extremistische standpunten innemen en hoog inzetten met als enig doel om hun politiek bestaansrecht te bewijzen. Ze vergeten hoe door deze vlucht naar voren grote delen van de toch al radeloze bevolking nog meer te lijden krijgen. Uiteindelijk is de onmacht van de oppositie te wijten aan het feit dat haar politieke project zich in een impasse bevindt. Ze is door verraad en machtsmisbruik verzwakt, belangenconflicten en grote ego’s hebben de zaak van de revolutie de das omgedaan. Nu betalen we er de prijs voor dat de oppositie verkeerd gegokt heeft, de situatie herhaaldelijk verkeerd ingeschat, dat ze niet in staat was om haar politieke rol op zich te nemen en weigerde om haar fouten en ontsporingen te onderkennen en te herstellen.

    De Syrische oppositie bevindt zich in een weinig benijdenswaardige toestand. Volgens sommigen is haar rol uitgespeeld en zou zij er beter aan doen zich uit het strijdperk terug te trekken om niet tot symbool te worden van teleurstelling, falen en wanhoop. Anderen denken dat zij nog steeds op een dag de fakkel van de revolutie zal kunnen dragen.

    Auteur: Akram Al-Bunni
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

    CONTEXT: Het spel van Moskou

    Al zijn de gesprekken in Astana meer technisch dan politiek van aard, toch heeft de lichte wijziging van toon bij Moskou over de oppositie voor allerhande speculatie gezorgd. Volgens sommigen verwart de oppositie droom en werkelijkheid, volgens anderen betekent het feit dat Rusland in gesprek gaat met tegenstanders van het regime en hun niet allemaal als terroristen aanmerkt, dat het de schendingen van het staakt-het-vuren door het Assad-regime en de haar loyale sjiitische milities veroordeelt en meer afstand neemt tot Iran, een koerswijziging. In L’Orient-Le jour schrijft een Syrische oppositiepolitica: ‘De Russen zoeken een uitweg uit het conflict omdat ze beseffen dat een militaire overwinning onmogelijk is’.

  • Is Donald Trump uit op een nieuwe Conferentie van Jalta?

    Is Donald Trump uit op een nieuwe Conferentie van Jalta?

    Sinds Trumps belofte om een handelsoorlog met Beijing te beginnen en te streven naar een betere samenwerking met Moskou draait de internationale politiek nu om de driehoek Verenigde Staten-China-Rusland.

    Keuze uit het archief

    De afgelopen tijd is in toenemende mate duidelijk geworden dat de Verenigde Staten onder Donald Trump Europa links laten liggen en meer naar Rusland toe bewegen. Dit is slecht nieuws voor de EU en Oekraïne, maar volgens dit archiefstuk van de Russische propagandist Pjotr Akopov is deze keuze vanuit Amerikaans perspectief wel te begrijpen. China, dat goede vrienden is met Rusland, vormt namelijk een bedreiging voor de VS. Akopov legt uit wat Trump van plan is met deze radicale ommekeer in het Amerikaanse buitenlandbeleid. Het artikel uit 2017 van de Russische online krant Vzglyad had vandaag geschreven kunnen zijn.

    In de Amerikaanse pers klinkt al de roep om een ‘nieuwe Conferentie van Jalta’ waarop de regels voor een nieuwe wereldorde moeten worden bepaald. Maar naast de Verenigde Staten en Rusland zou in deze trojka, anders dan in 1945, in plaats van Groot-Brittannië China moeten aanschuiven. In de ogen van de Amerikanen zou Rusland zo van een regionale macht opnieuw een allesbepalende wereldmacht worden, ook al heeft het land niet langer die vanzelfsprekende status die het in 1945 had. Destijds bezat Moskou het machtigste leger ter wereld en werd het gezien als de grote winnaar in een wereldoorlog. Tegenwoordig zien de Noord-Atlantische elites Rusland als een opstandig land dat ze graag hadden willen buitensluiten. Maar hun pogingen het land te isoleren zijn mislukt en nu is het tijd om hun Ruslandpolitiek te herzien. De crisis waarin de westerse elites nu verkeren, die manifest geworden is door de overwinning van Trump, biedt een goede gelegenheid om de hele strategie van de Amerikaanse geopolitiek radicaal te herzien.

    Nieuwe trojka

    Tegelijk is ook zonneklaar dat de Amerikaanse elites, ondanks Trumps isolationistische plannen, blijven geloven in mondialisering en beslist niet bereid zijn om die op te geven. Die mondialisering zal worden herzien, aangepast, gecamoufleerd of zelfs omgedoopt tot ‘antimondialisering’ om maar te zorgen dat de Verenigde Staten de status van wereldleider behouden. Er zal natuurlijk niet meer gesproken worden van een Amerikaans georiënteerde of een unipolaire wereld, en evenmin van een Noord-Atlantische wereldorde. Ook zullen de Verenigde Staten bescheidener worden en hoffelijker. Zo zullen Trumps oprechte verlangen ‘to make America great again’ en zijn daadwerkelijke bereidheid om een eind te maken aan de Amerikaanse militaire inmenging in andermans zaken samenkomen met de ‘levensvatbare geopolitieke concepten’ uit de koker van de mondialisten in het Amerikaanse establishment.

    Een van die concepten werd onlangs geschetst door Zbigniew Brzezinski, voormalig nationaal veiligheidsadviseur van het Witte Huis en vooraanstaand denker over de Amerikaanse buitenlandse politiek. De 88-jarige Brzezinski werd door de televisiezender MSNBC geïnterviewd over de risico’s die een toenadering van Trump tot Rusland mogelijk met zich meebrengen: ‘Die risico’s zijn overduidelijk, dus daarbij moet je voorzichtig en behoedzaam te werk gaan. Maar over het geheel genomen zou toenadering tot Rusland een goede zaak zijn.’ Hij vervolgt dan: ‘Ten eerste is Rusland niet langer een communistisch land. Dat moeten we goed begrijpen. Maar de transformatie naar de democratie is nog niet klaar. En er heerst nog veel verbittering, ook tegenover ons. Het is een land in transitie. Als wij het intelligent aanpakken, dan denk ik dat we misschien kunnen helpen om die af te ronden op een manier dat het land een belangrijk en constructief lid van de internationale gemeenschap wordt. Ik denk dat onze rol in de wereld, ook al is die niet langer dominant, doorslaggevend zal blijven. Amerika is onmisbaar bij de vorming van een grote coalitie om wereldwijde problemen op te lossen. Zo’n coalitie, met daarin natuurlijk de Verenigde Staten, China en een Rusland in transitie, zou een prominente rol kunnen spelen.’

    Brzezinski oppert dus de vorming van een nieuwe trojka, al is het wel onder de voorwaarde dat Rusland ook echt ‘de overgang naar de democratie’ maakt. Deze nuancering is van weinig betekenis omdat iets dergelijks niet over China wordt gezegd, terwijl naar Amerikaanse maatstaven Beijing op democratisch gebied overduidelijk ver achterloopt op Moskou. De reden hiervoor is simpel. China is economisch zo sterk dat voorwaarden stellen aan zijn plaats bij de Grote Drie onmogelijk is. Terwijl Rusland in de ogen van Brzezinski en de westerse elites zwak is. En ook al is de handelsblokkade tegen ons land mislukt vanwege een slechte inschatting van de relatie tussen de geopolitieke pressiemiddelen van Rusland en zijn economisch belang, de kijk op de plaats en de rol van Moskou is nog niet helemaal bijgesteld.

    (V.l.n.r.) De Britse premier Winston Churchill, de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en de Russische leider Jozef Stalin in Jalta in 1945.
    (V.l.n.r.) De Britse premier Winston Churchill, de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en de Russische leider Jozef Stalin in Jalta in 1945.

    Zeker, het Rusland van Poetin wordt nu wel gezien als een van de grote spelers op het internationale toneel. Maar de illusie dat onze politiek te beïnvloeden is, leeft nog voort. Want in de opmerking over de ‘overgang naar de democratie’ schuilt in wezen de hoop dat Rusland kan worden opgenomen in de westerse wereld door het in ideologisch opzicht afhankelijk te maken van de ‘avant-garde van de internationale gemeenschap’ (omdat het er niet toe gedwongen kan worden). Nog belangrijker: als Rusland echt democratisch wordt, zou het in de driehoek VS-Rusland-China dichter bij de VS dan bij China komen te staan. Wat meteen ook een mogelijke coalitie tussen China en Rusland zou dwarsbomen (die overigens al een feit is).

    Het idee van een nieuwe Grote Drie is een antwoord van de VS op de strategische toenadering tussen Moskou en Beijing. Doordat de Amerikanen probeerden Rusland via een blokkade te treffen, waren ze blind voor wat toch overduidelijk was: de druk vanuit het Westen dreef Rusland juist richting Azië en versterkte de Russisch-Chinese samenwerking. Die is vanaf 2012, 2013 steeds inniger geworden (na de vorming van de tandem Poetin-Xi Jinping), dus op dat moment hebben de VS de boot gemist en vervolgens het toenaderingsproces door eigen toedoen nog versterkt.

    De laatste twee jaar hebben zowel Henry Kissinger als Zbigniew Brzezinski (de twee invloedrijkste Amerikaanse strategen) blijk gegeven van ongerustheid over de ophanden zijnde toenadering tussen Beijing en Moskou. Kissingers denkbeeld, dat hij in de jaren zeventig van de vorige eeuw in praktijk bracht bij de verzoening tussen China en de VS, houdt in dat de Amerikaanse betrekkingen met Rusland en China beter zijn dan die tussen die twee laatste landen onderling. Dit model werkte in de jaren zeventig bij de Chinees-Russische breuk. Eind jaren tachtig normaliseerden Moskou en Beijing hun betrekkingen, maar toen stond de Sovjet-Unie al op uiteenvallen. In de jaren negentig was de wereld volgens de Amerikanen unipolair geworden en was Rusland niet langer een land om rekening mee te houden, terwijl China wel een mogelijk, maar twijfelachtig gevaar vormde.

    Twee aan elkaar grenzende landen waarvan het ene zich via het oosten en het andere via het westen tegen de Verenigde Staten verzet

    In het eerste decennium van deze eeuw heeft Rusland zijn kracht en ambities hervonden en is China explosief gegroeid, maar voor Washington was een ongewoon grote toenadering tussen Beijing en Moskou nog steeds geen reëel gevaar. Het zag Rusland niet als een land dat in staat was om zijn tegenhangers te tarten. Zelfs niet na 2008 en het begin van de wereldwijde financiële crisis, toen Rusland zich bereid toonde de post-Sovjetwereld te verdedigen.

    Bovendien gingen de Verenigde Staten uit van de grote afhankelijkheid van China op het gebied van de handel en meenden ze met Beijing te kunnen onderhandelen.
    In 2009 stelden de Verenigde Staten aan China voor om samen de ‘Grote Twee’ te vormen. Beijing wees dat plan af, overtuigd van de hypocrisie van de Amerikanen. Vervolgens richtten de VS zich op het Pacifisch gebied, wat China opvatte als obstructiepolitiek tegen het Hemelse Rijk. Juist daarom zag Beijing na het begin van de Oekraïnecrisis zijn toenadering tot Rusland als een strategische stap voorwaarts: twee aan elkaar grenzende landen waarvan het ene zich via het oosten en het andere via het westen tegen de Verenigde Staten verzet.

    Trumps overwinning en zijn openlijke oproep om een handelsoorlog tegen China te beginnen en met Rusland tot een betere samenwerking te komen maken de onderlinge relaties binnen de driehoek Verenigde Staten-China-Rusland tot centrale kwestie in de wereldpolitiek. Overigens valt zowel vanuit het oogpunt van de Russische als vanuit dat van de Chinese nationale belangen aan deze situatie niet te tornen: Moskou en Beijing zullen hun strategisch partnerschap niet opgeven. Mogelijk zal Rusland zijn betrekkingen met de VS verbeteren, maar die zullen nooit zo nauw worden als die met China.

    Toch denken de Amerikanen nog enige speelruimte te hebben. Vanwege hun belangen zouden de Amerikaanse mondialisten Rusland graag losweken van China, terwijl het Trump als voorstander van een sterke staat beter zou uitkomen om echt overeenstemming te bereiken door met China en Rusland gunstige, voor een ‘in zichzelf gekeerd Amerika’ nuttige betrekkingen te sluiten.

    Met Rusland zal Trump eerst besprekingen beginnen over oorlog en vrede in het Midden-Oosten en daarna over de invloedssferen in Europa en de post-Sovjetruimte, en met China over een herziening van de economische betrekkingen en de handelsrelaties. Maar binnen het format van de ‘grote trojka’ kunnen echt wereldomvattende kwesties aan de orde komen, zoals het mondiale financiële systeem, de regels voor de internationale handel, de organisatie van de internationale defensie en veiligheid. Kortom, een nieuwe wereldorde.

    Rest nog de vraag of Trump daarvoor sterk genoeg is. Want Poetin en Xi Jinping zijn er allang klaar voor.