Tag: sociale media

  • ‘Al zijn de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht’

    ‘Al zijn de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht’

    Mark Zuckerberg kiest voor een radicale koerswijziging op zijn socialemediaplatforms: minder moderatie, meer vrijheid. Hoewel de timing en motivatie dubieus zijn, kan deze stap de Amerikaanse democratie sterker maken in de turbulente tijden die komen gaan, aldus The Economist.

    Afgezien van het polshorloge van een miljoen dollar was het net een gijzelingsfilmpje. Op 7 januari postte Mark Zuckerberg een clip op Facebook en Instagram waarin hij veranderingen aankondigde in de contentmoderatie op zijn sociale netwerken, als reactie op wat hij het ‘culturele omslagpunt’ van de verkiezing van Donald Trump noemde. Volgens hem was er ‘te vaak sprake van fouten en censuur’, waaraan hij toevoegde dat Trumps terugkeer ‘een kans biedt om de vrijheid van meningsuiting te herstellen’. Ook benoemde hij Dana White, een medestander van Trump, tot lid van de raad van bestuur van Meta (evenals John Elkann, de baas van Exor, dat mede-eigenaar is van het moederbedrijf van The Economist).

    Ondanks al het gepraat over vrijheid illustreerde Zuckerbergs filmpje eens te meer hoe de aankomende president de Amerikaanse zakenwereld intimideert en in zijn greep heeft. Eerder noemde Trump Facebook een ‘vijand van het volk’ en dreigde hij ervoor te zorgen dat Zuckerberg ‘de rest van zijn leven achter de tralies zou doorbrengen’. Zuckerberg is niet de enige bestuurder die zich gewonnen geeft: iedereen, van Tim Cook van Apple tot Sam Altman van OpenAI, heeft naar verluidt gedoneerd aan Trumps ijdele inauguratiefonds. Deze week kondigde Amazon een veertig miljoen dollar kostende biopic aan over de aankomende First Lady.

    Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers

    Al zijn de omstandigheden nog zo grotesk en de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht. De vrijheid van meningsuiting online moet hoognodig worden verruimd, om de Amerikaanse democratie bestand te maken tegen alles wat ze komende jaren voor haar kiezen zal krijgen. 

    Zuckerberg was ooit een vurig pleitbezorger van de vrijheid van meningsuiting, die content als holocaustontkenning ondanks talrijke protesten toestond. Maar na beweringen over Russische online-inmenging in de eerste verkiezing van Donald Trump in 2016 en een golf van desinformatie rond de covid-19-pandemie in 2020 trad het bedrijf hard op tegen een breed scala van ‘legale maar verwerpelijke’ content, van kwakzalverij tot bizarre groeperingen als QAnon.

    Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers. Om nog maar te zwijgen van de vrijheid van vergissing; in enkele gevallen zijn volstrekt juiste beweringen geblokkeerd, zoals toen Facebook een New York Post-verhaal over Joe Bidens zoon Hunter tegenhield, dat waar bleek te zijn. De definitie van hatespeech is zodanig verruimd dat er bijvoorbeeld lang niet meer zo vrijelijk over transgenderrechten kan worden gedebatteerd. Geautomatiseerde filters zijn zo streng dat zelfs Meta toegeeft dat 10-20 procent van de verwijderde content ten onrechte is verwijderd. Het is dan ook verheugend dat Zuckerberg heeft toegezegd factchecking te vervangen door meldingen van gebruikers zelf en de regels voor gevoelige onderwerpen als gender te versoepelen.

    Risico’s

    Toch zijn er ook risico’s. Zuckerberg erkent dat moderatie vaak een kwestie van water bij de wijn is en dat zijn nieuwe regels voor meer ‘narigheid’ online zullen zorgen. Adverteerders, die gebrand zijn op ‘merkveilige’ content, zullen zich hiertegen verzetten. Een ander gevaar is dat platforms ‘vrijheid van meningsuiting’ als excuus gaan gebruiken om te beknibbelen op het indammen van illegale content, een kostbare en ingewikkelde procedure. Op X, waar Elon Musk een groot deel van het moderatieapparaat heeft ontmanteld, nam tijdens een recente reeks rellen in Groot-Brittannië het aantal posts dat aanzette tot geweld – een strafbaar feit – hand over hand toe. Telegram, een libertair netwerk dat populair is in Rusland, is vanwege zijn gebrek aan aanpak een toevluchtsoord geworden voor criminelen.

    De beste manier om je tegen deze gevaren te wapenen is door transparant te zijn over hoe de regels tot stand komen. De onafhankelijke raad van toezicht van Meta die sinds 2020 over de waarden en normen waakt, lijkt door de aankondiging van deze week op het verkeerde been gezet en heeft zijn zorgen over de maatregelen geuit na die eerst nog te hebben gesteund. De regels voor wat al dan niet online kan worden gezegd, moeten transparant worden uitgelegd en verdedigd, en niet al vóór de inauguratie door een paniekerige CEO worden afgeschaft.

    Desondanks heeft Meta een stap in de goede richting gezet. Sociale netwerken moeten illegale content weren. Met het oog op adverteerders en gebruikers willen ze het waarschijnlijk beschaafd houden. Maar ze moeten zich niet langer bezighouden met wat goed of fout is. Alleen een dwaas gelooft alles wat op zijn sociale netwerk verschijnt.

  • Verpesten sociale media ons vermogen om ons te focussen?

    Verpesten sociale media ons vermogen om ons te focussen?

    Doomscrolling en brain rotting zijn relatief nieuwe termen die verwijzen naar de negatieve impact van sociale media op ons concentratievermogen. Is er reden tot zorgen? Twee opiniemakers gaan in debat.

    ‘Het feit dat degenen die het meeste risico lopen zich het meest bewust zijn van het probleem is bemoedigend nieuws’

    ‘Als je de laatste overblijfselen van het menselijk intellect door de gootsteen wilt zien spoelen, typ dan de woorden “skibidi toilet” in op YouTube’, schrijft Siân Boyle in The Guardian. De video van elf seconden toont een geanimeerd hoofd dat uit een toiletpot steekt terwijl het de onzinnige tekst ‘skibidi dop dop dop ja ja’ zingt. De clip is meer dan 215 miljoen keer bekeken en leidde tot honderden miljoenen verwijzingen op TikTok en andere sociale media. ‘Het is dan ook toepasselijk dat brain rot zojuist is benoemd tot het Oxford-woord van het jaar.’ Het woordenboek definieert brain rotting als ‘de veronderstelde verslechtering van de mentale of intellectuele toestand van een persoon, vooral als het resultaat van overconsumptie van (online) materiaal dat als triviaal of onuitdagend wordt beschouwd’. Volgens Boyle zijn maar weinig mensen zich ervan bewust hoe letterlijk technologie onze hersenen verpest en hoe onmiskenbaar dwangmatig internetgebruik onze grijze massa vernietigt.

    Brain rot werd bijna twintig jaar geleden al voorspeld toen wetenschappers de effecten bestudeerden van een destijds nieuwe uitvinding genaamd e-mail. Ze bestudeerden met name de impact die een onophoudelijk spervuur van informatie zou hebben op de hersenen van de deelnemers. ‘Constante cognitieve overbelasting had een negatiever effect dan het innemen van cannabis, waarbij het IQ van de deelnemers gemiddeld met 10 punten daalde’, schrijft Boyle. ‘En dat was nog voordat smartphones het internet binnen handbereik brachten, wat ertoe heeft geleid dat de gemiddelde volwassene in het Verenigd Koninkrijk nu minstens vier uur per dag online is (waarbij gen Z-mannen vijf en een half uur per dag online zijn en gen Z-vrouwen zes en een half).’

    Boyle haalt aan dat de afgelopen jaren een overvloed aan academisch onderzoek van onder andere de Harvard Medical School, de Universiteit van Oxford en King’s College London bewijs heeft gevonden dat het internet onze grijze hersenmassa doet krimpen, de aandachtsspanne verkort, het geheugen verzwakt en onze cognitieve processen verstoort. 

    ‘Onderzoek na onderzoek beschrijft hoe kwetsbaar we zijn voor door het internet veroorzaakte hersenrotting’

    ‘Onderzoek na onderzoek beschrijft hoe kwetsbaar we zijn voor door het internet veroorzaakte hersenrotting. Te veel technologie tijdens de ontwikkelingsjaren van de hersenen wordt door sommige academici zelfs “digitale dementie” genoemd.’ Mensen die vaak met meerdere online platforms bezig zijn, hebben een verminderd geheugen en een verminderde aandachtsspanne. Dit bleek uit een analyse van gegevens die over een periode van tien jaar waren verzameld door geheugenpsychologen aan de Stanford University in 2018. Dr. Gloria Mark, hoogleraar informatica aan de Universiteit van Californië en auteur van Attention Span, heeft bewijs gevonden voor hoe drastisch ons vermogen om te focussen afneemt. In 2004 stelden Mark en haar team van onderzoekers vast dat de gemiddelde aandachtsspanne op een scherm tweeënhalve minuut bedroeg. In 2012 was dat 75 seconden. Zes jaar geleden was dat nog maar 47 seconden. ‘En toch lijken we weinig te doen om het tij te keren,’ betreurt Boyle. 

    ‘Maar het is niet helemaal onze schuld als technologie ons minder intelligent maakt. Het is tenslotte ontworpen om ons volledig op te slokken,’ merkt Boyle op. ‘Silicon Valleys smerigste ontwerptruc – die overal aanwezig is als je het eenmaal hebt opgemerkt – is de oneindige scroll, het zogeheten doomscrolling’. Doomscrolling wordt vergeleken met het “bodemloze soepkom”-experiment, waarbij deelnemers gedachteloos uit een soepkom blijven eten als deze steeds wordt bijgevuld. ‘Een online feed die constant wordt “bijgevuld” manipuleert het dopaminerge beloningssysteem van de hersenen op een vergelijkbare manier. Deze krachtige dopamine-gedreven cyclus van eindeloos scrollen kunnen verslavend worden.’

     ‘In de afgelopen jaren hebben antitechnologiebewegingen aan kracht gewonnen’

    Maar wat gebeurt er als we geen grip krijgen op onze afnemende cognitieve gezondheid? ‘De voormalige Google-ontwerpethicus Tristan Harris vertelde het Amerikaanse Congres in 2019 dat miljarden mensen nu hun informatie ontvangen van platforms waarvan het bedrijfsmodel de winst koppelt aan hoeveel aandacht ze vangen, waardoor een race ontstaat om aandacht te trekken door onze hagedissenhersenen te hacken – met dopamine, angst, verontwaardiging – voor winst”.’ Zijn waarschuwingen zijn grimmiger dan ooit, schrijft Boyle. ‘Hij zei dat “overtuigende technologie een enorm onderschatte en machtige factor is die de wereld vormgeeft” en dat “deze technologie de controle heeft genomen over de pen van de menselijke geschiedenis en ons naar een catastrofe zal drijven als we het niet terugnemen”.’

    De term brain rot werd populair gemaakt door jonge mensen op sociale media die het meeste risico lopen op de gevolgen ervan. ‘Het feit dat degenen die het meeste risico lopen zich het meest bewust zijn van het probleem is bemoedigend nieuws,’ aldus Boyle. De eerste stap in de richting van een verandering is volgens haar het begrijpen van het probleem, en dat gebeurt volgens haar steeds meer. ‘In de afgelopen jaren hebben antitechnologiebewegingen aan kracht gewonnen,’ Van tieners die zich afkeren van dumbphones tot campagnes voor een smartphonevrije jeugd; het zijn volgens Boyle ‘groene scheuten voor een toekomst waarin we in staat zijn om onze geest terug te winnen’. ‘Misschien heeft Skibidi Toilet dus toch meer betekenis: een bewustzijn van waar de menselijke intelligentie zich op dit moment bevindt. Het kan nu twee kanten op: zo verder, of met een U-bocht omkeren.’

    Siân Boyle is freelance schrijver en journalist, gespecialiseerd in longform journalistiek. Ze heeft gepubliceerd in onder andere The Sunday Times, The Guardian, The Independent, en Huff Post.


    ‘Studenten kunnen nog steeds boeken lezen, ze kiezen er alleen voor om dat niet te doen’

    ‘We zien afleiding ten onrechte als een nieuw fenomeen. De vermeende aandachtscrisis zou beter omschreven kunnen worden als een verschuiving in prioriteiten’, schrijft Marion Thain, hoogleraar cultuur en technologie aan het King’s College in Londen en directeur van het Digital Futures Institute, in Irish Examiner

    Volgens Thain hebben we de neiging te denken dat het predigitale tijdperk ongeveer hetzelfde was als nu, maar dan zonder onze talloze digitale afleidingen. ‘Dat was niet zo. Afleiding is niets nieuws’. Aan het eind van de negentiende eeuw konden Londenaren tot wel twaalf postbezorgingen per dag verwachten. Brieven werden vaak uitgewisseld met een frequentie waarvan we nu denken dat die alleen sinds de komst van e-mail voorkomt. ‘Er wordt soms beweerd dat afleiding de onderliggende cognitieve crisis van het digitale tijdperk is, en er is zeer reële en terechte bezorgdheid onder jongere generaties, maar het is ook belangrijk de huidige zorgen in een bredere historische context te plaatsen,’ stelt Thain.

    ‘Zou het degenen die klagen over ons groeiende onvermogen om aandachtig een concert van klassieke muziek bij te wonen, helpen om te weten dat de achttiende-eeuwse symfonie niet werd ontworpen met de verwachting van een publiek dat met voortdurende, verrukte aandacht luisterde? Of dat de middeleeuwse monniken geen smartphones nodig hadden om te geloven dat hun werk werd bedreigd door de demon van de afleiding, Titivillus?’

    Beschuldigingen van een afnemende aandachtsspanne zijn volgens Thain een vrij consistent onderdeel van het verhaal van de moderniteit. ‘Zelfs in het begin van de twintigstee eeuw identificeerde schrijver en criticus Ezra Pound de verschuiving van poëzie naar proza als het gevolg van een afgeleid lezerspubliek dat niet in staat was om de taalkundige dichtheid van verzen bij te wonen.’

    ‘Studenten zien het lezen van boeken als het luisteren naar vinylplaten – iets wat vooral een overblijfsel is van een vroegere tijd’

    Auteur Jonathan Bate sprak onlangs in het BBC Today-programma over hoe de huidige onderwijssystemen studenten voortbrengen die niet meer in staat zijn om lange romans te lezen. Dat ging volgens Bate ten koste van de vaardigheden concentratie en kritisch denken. ‘Bate betreurt de dagen waarin hij een groep studenten kon vragen om drie Charles Dickens romans in een week te lezen. Maar Bates drie-eenheid van Great Expectations (ongeveer 187.000 woorden), David Copperfield (ongeveer 358.000) en Bleak House (ongeveer 356.000) zou een gemiddelde lezer in totaal ongeveer 50 uur kosten. Zelfs een frenetieke skim-read zou weinig tijd overlaten voor kritische reflectie en zou vrijwel zeker niet bevorderlijk zijn voor de geestelijke gezondheid,’ werpt Thain tegen.

    Thain verwijst ook naar het artikel van Rose Horowitch in The Atlantic met als kop: The elite college students who can’t read books. In het artikel wordt gesteld dat veel middelbare scholen in de Verenigde Staten hebben besloten om minder nadruk te leggen op literaire teksten, zoals romans en gedichten, en in plaats daarvan korte tekstfragmenten gebruiken. Tegelijkertijd compliceert Horowitch dit beeld door te opperen dat we misschien niet zozeer een afname zien in het lezen van lange teksten, maar eerder een verschuiving in wat en hoe geconsumeerd wordt. Ze schrijft dat een paar professoren haar vertelden dat hun studenten het lezen van boeken zien als het luisteren naar vinylplaten – iets waar een kleine subcultuur misschien nog steeds van geniet, maar wat vooral een overblijfsel is van een vroegere tijd. Ook benadrukt ze dat we tegelijkertijd het publiek voor luisterboeken aanzienlijk hebben zien groeien. ‘Haar artikel suggereert dat we misschien niet zozeer getuige zijn van een verlies van de vaardigheid om een lange roman te lezen als wel van een verschuiving in waarden: studenten kunnen nog steeds boeken lezen, ze kiezen er alleen voor om dat niet te doen,’ aldus Thain. 

    Dit alles wil volgens Thain niet zeggen dat we zelfgenoegzaam moeten zijn. ‘Verre van dat: Het is essentieel dat we begrijpen wat de winst en het verlies zijn van onze verschuivende aandacht en wie het meest wint en verliest bij deze nieuwe aandachtseconomieën.’ 

    Een meer diffuse focus kan andere cognitieve spieren trainen en andere beloningen opleveren

    Nog fundamenteler is het volgens haar dat we nadenken over welke soorten aandacht we nastreven en waarom. ‘Wat psychologen wel eens unifocale aandacht noemen is slechts één manier om aandacht te hebben, en het is niet altijd de meest nuttige.’ Dat lieten Chris Chabris en Dan Simons zien in hun experiment uit 1999 dat bekendstaat als het Onzichtbare Gorilla Experiment. De proefpersonen werd gevraagd om het aantal worpen in een basketbalwedstrijd te tellen, maar ze merkten de persoon in het gorillapak niet op die midden in de wedstrijd op het veld danste. ‘Concentratie op één ding kan ons verblinden voor belangrijke maar onverwachte gebeurtenissen.’ Een meer diffuse focus kan andere cognitieve spieren trainen en andere beloningen opleveren. ‘Ontwikkelt de jongere generatie vormen van aandacht die ouderen moeilijk begrijpen of waarderen, maar die nieuwe voordelen kan bieden?

    Als voorbeeld noemt ze de snelle, schriftelijke uitwisselingen van instant messaging. En de kunst van de gevatte, geestige uitdrukking in 140 of 280 tekens. ‘En wat te denken van de behendigheid en reflextraining van de fysieke en mentale bewegingen van videogames, of de sociaal verspreide vormen van collectieve aandacht die mogelijk zijn in online omgevingen?’

    Deze vragen kunnen en moeten we volgens Thain stellen, terwijl we ons tegelijkertijd bewust zijn van de reële problemen in de huidige aandachtseconomieën. ‘Misschien kan de geschiedenis ons leren flexibeler om te gaan met de manier waarop we long form van cultuur presenteren, ermee omgaan en ervan genieten. En in een context die nog maar enkele decennia geleden onvoorstelbaar was, kunnen we wellicht ook het potentieel herkennen.’

    Marion Thain is hoogleraar Cultuur en Technologie aan het King’s College in Londen en directeur van het Digital Futures Institute. 

  • De rol van sociale media in het verspreiden van gedragspatronen en ziektes

    De rol van sociale media in het verspreiden van gedragspatronen en ziektes

    Het fenomeen dat gevoelens, levensstijlen of zelfs mentale ziektes zich verspreiden onder vrienden en kennissen, staat bekend als sociale besmetting. Maar wat is dit verschijnsel precies en hoe werkt het?

    Op een dag kwamen er patiënten met vreemde tics in de praktijk van Kerstin Müller-Vahl. Ze trilden, zwaaiden met hun armen in het rond, hun hele bovenlichaam maakte allerlei schokkerige bewegingen. Ze gooiden met voorwerpen, schreeuwden obsceniteiten of duwden hun begeleidende ouders in de rondte. De meeste patiënten brachten zelf een diagnose mee naar het consult naar de kliniek voor psychiatrie, sociale psychiatrie en psychotherapie van de Hannover Medical School: het syndroom van Gilles de la Tourette. ‘Het was meteen duidelijk dat dit niet het syndroom van Gilles de la Tourette was,’ zegt de psychiater, die gespecialiseerd is in de behandeling van deze aandoening, ‘het was een ziektebeeld dat ik nooit eerder had gezien.’

    De tic-achtige symptomen waren te complex en te clichématig. In tegenstelling tot vaak wordt gedacht, gebruiken tourettepatiënten niet allemaal scheldwoorden en maken ze niet per se complexe bewegingen. De typische symptomen van deze neuropsychiatrische aandoening zijn gezichtsstuipen zoals knipperen met de ogen of dwangmatig de keel schrapen. Maar waar deze patiënten, van wie er zich tussen 2019 en 2022 ongeveer zestig op het tourettespreekuur meldden, dan wel aan leden, stelde Müller-Vahl voor een raadsel. Gelukkig slaagde ze er vrij snel in het op te lossen: het was een vorm van sociale besmetting, een vaak waargenomen en goed gedocumenteerd fenomeen.

    En dit beperkt zich zeker niet tot het syndroom van Gilles de la Tourette, maar kan bijna op alle gebieden waar mensen met elkaar in contact komen worden waargenomen – overigens ook in positieve zin: ook een gezonde levensstijl en zelfs geluk lijken besmettelijk te zijn.

    YouTube

    Maar zodra het over ziekte gaat, roept de verwijzing naar sociale besmetting vaak verontwaardigde reacties op omdat het om een geveinsde ziekte zou gaan. Het is echter een regelmatig voorkomend fenomeen als een ziekte bijvoorbeeld plotseling is opgekomen, veel media-aandacht trekt of veel ruimte biedt voor interpretatie.

    ‘We bespraken de patiënten in onze werkgroep en ik vertelde hen over de symptomen,’ zegt Müller-Vahl. Een collega herkende de beschreven gedragingen: ze leken op die van een YouTuber op zijn kanaal ‘Gewitter im Kopf’. Op zijn succesvolst was deze Jan Zimmermann, die vermoedelijk lijdt aan een milde vorm van tourette, de Duitse YouTuber met het op een na grootste bereik. Zijn video’s werden miljoenen keren bekeken.

    In een artikel in vaktijdschrift Brain, dat de psychiater samen met collega’s in 2022 publiceerde, wordt Zimmermann beschreven als een ‘virtuele index-case’, dat wil zeggen het beginpunt van een ‘door sociale media veroorzaakte ziekte’. Het ging hier dus om gevallen van sociale besmetting, veroorzaakt door populaire YouTube-video’s.

    Het was niet alleen de aard van de symptomen die de psychiater opvielen, ook andere details klopten niet. Ongeveer de helft van de patiënten was vrouw of meisje, terwijl de ziekte van Gilles de la Tourette vooral jongens treft. In andere klinieken was de verdeling tussen mannen en vrouwen nog opvallender: psychiaters in de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië, Denemarken en Frankrijk namen een soortgelijk fenomeen waar en rapporteerden daarover in gespecialiseerde artikelen. Hier waren het vrijwel alleen maar meisjes en vrouwen die zich in de klinieken meldden. Ook deze gevallen waren terug te voeren op voorbeelden die echte of vermeende tourettesymptomen vertoonden op Instagram, Tiktok of YouTube. 

    Socialemediaplatforms hebben zich inderdaad ontwikkeld tot een ‘overdrachtsvector’ van psychologische symptomen en lijden, schrijven psychiaters onder leiding van John Haltigan in Comprehensive Psychiatry. Hoe vreemd dat ook mag klinken, dat mensen door andere mensen beïnvloed worden is niets nieuws. Ook emoties verspreiden zich, zoals bijvoorbeeld netwerkonderzoekers Nicholas Christakis en James Fowler al in 2008 beschreven. Vreugde is dus besmettelijk, net als een slecht humeur.

    ‘Het gedrag van mensen vormt ook dat van anderen,’ zegt psycholoog Andrea Reiter van de Universiteit van Würzburg. In experimenten stemden proefpersonen bijvoorbeeld hun risicogedrag af op dat van anderen. ‘Als je onzeker bent is het vaak verstandig om je te oriënteren op het gedrag van anderen,’ zegt Reiter. Je past je aan, neemt meningen, gedragingen en de algemene kijk op dingen over. Als vrienden voor zichzelf beginnen met drinken of roken of sport en diëten ontdekken, neemt de kans toe dat anderen in het netwerk dit voorbeeld volgen, zoals onderzoekers onder leiding van Shannon Montgomery rapporteren in Preventive Medicine.

    Iedereen die iemand in zijn klas had met een gediagnosticeerde psychische aandoening, had een verhoogd risico om zelf gediagnosticeerd te worden

    Maar het fenomeen lijkt veel verder te gaan dan stemmingen en gedragingen. Verschillende onderzoeken suggereren dat zelfs eetstoornissen of depressies zich via netwerken kunnen verspreiden. Psychologen onder leiding van Jussi Alho van de Universiteit van Helsinki publiceerden hierover onlangs in Jama Psychiatry

    Het team analyseerde de gegevens van alle Finnen die geboren zijn tussen 1 januari 1985 en 31 december 1997. In totaal werd het welzijn van 713.809 mensen vanaf de negende klas door de jaren heen gevolgd. Iedereen die iemand in zijn klas had die in dat schooljaar (rond zestien jaar) een gediagnosticeerde psychische aandoening had, had een verhoogd risico om zelf gediagnosticeerd te worden.

    Er bleek ook een correlatie te zijn tussen dosis en effect. Hoe meer klasgenoten een diagnose hadden, hoe groter de kans dat anderen zouden volgen. Dat gold vooral in het jaar na de negende klas, en het effect was het duidelijkst op het gebied van depressie, angst en eetstoornissen.

    Een dosis-effectrelatie en een tijdspatroon zijn zeker sterke aanwijzingen voor sociale besmetting, zegt Alho. Toch is de psycholoog voorzichtig: ‘We hebben alleen een correlatie waargenomen en kunnen niets zeggen over een oorzakelijk verband.’ 

    Het lijkt erop dat de socialebesmettingseffecten groter zijn onder bepaalde groepen. ‘Adolescenten reageren er sterker op dan volwassenen,’ zegt Reiter. Hierachter zit het verlangen om erbij te horen, om deel uit te maken van een groep, dat in de tienerjaren groter is dan later. En in vergelijking zijn jonge vrouwen hier vatbaarder voor dan mannen. Dit kan te maken hebben met het feit dat de vriendschappen van meisjes hechter zijn dan die van jongens en dat de angst om buitengesloten te worden en de daaruit voortvloeiende druk om zich te conformeren groter is. Ook zou het feit dat vrouwen gemiddeld empathischer zijn, een rol kunnen spelen.

    Ook angstigheid en onzekerheid maken extra ontvankelijk voor invloeden uit de peergroep. De meerderheid van de patiënten die zich bij Müller-Vahl meldden met touretteachtige symptomen leed bijvoorbeeld aan angst of depressie. ‘Sommigen waren eenzaam, hadden autistische trekjes of werden gepest op school,’ vertelt de psychiater. Ze waren dus al kwetsbaar toen ze de YouTube-video’s bekeken en de tics overnamen.

    Tijdgeest 

    Sommige patiënten hadden baat van hun ziekte: op school werden ze bijna bewonderd om hun tics, zegt Müller-Vahl. Anderen mochten thuisblijven vanwege de vermeende aandoening, waar de symptomen vaak verdwenen. In hun artikel in Brain schrijven de psychiaters dat het fenomeen ook een uiting zou kunnen zijn van de tijdgeest, waarin jongeren zich willen onderscheiden en hunkeren naar aandacht.

    Feit is dat er een zeer groot publiek kan worden bereikt met ziekteverhalen. Korte video’s met de hashtag ‘mental health’ werden al meer dan 100 miljard keer bekeken op het platform TikTok. Plotseling interpreteren veel mensen de gewoonste verschijnselen als bewijs dat ze zelf ziek zijn, waarna ze zich dan ook echt als patiënt gaan gedragen.

    Zulke gevallen roepen vaak woede en minachting op. Dat geldt ook voor een zeer controversieel onderwerp dat niets met ziekte te maken heeft: transgenders. Psychologen onder leiding van Jean Twenge en Brooke Wells hebben onlangs in het tijdschrift Sexuality Research and Social Policy een analyse gepresenteerd van de ontwikkeling van de cijfers in de VS. Tussen 2014 en 2022 is het aantal mensen dat zichzelf identificeert als transgender bijna vervijfvoudigd in de leeftijdsgroep van 18 tot 24 jaar en verviervoudigd onder 25- tot 34-jarigen. Psychologen vonden echter geen verandering in de leeftijdsgroep boven de 35 jaar.

    Bij jongere mensen ging het vrijwel uitsluitend om biologische vrouwen die zich nu identificeren als trans man of als gender-non-conform. De onderzoekers zagen nauwelijks verandering in de hoeveelheid biologische mannen die zich als trans vrouw identificeren.

    Het feit dat de beschreven trend zich vooral beperkt tot jonge biologische vrouwen zou je kunnen zien als een argument voor het feit dat ook hier sprake kan zijn van sociale besmetting. Lisa Littman van Brown University schreef hierover in 2018 in een hoog aangeschreven studie in het wetenschappelijke tijdschrift Plos One

    ‘Velen waren gewoon opgelucht toen ik hun vertelde dat ze geen tourette hadden’

    De arts had interviews gehouden met 256 ouders van wie de kinderen als tieners plotseling ‘uit de kast kwamen’ als transgender, zonder voorafgaande signalen in de kindertijd. 82,8 procent van deze jongeren waren biologische meisjes. 

    Littman observeerde ook groepsgedrag: de meeste tieners identificeerden zich als transgender in overeenstemming met hun kliek. Zo ontstonden er ‘clusters’ van transgender/gender-non-conforme vriendenkringen.

    De studie van Littman werd veel besproken en is ook zwaar bekritiseerd. Begin 2019 publiceerde Plos One een herziene versie, waarin werd benadrukt dat de resultaten voorlopig waren en dat het fenomeen niet alle trans jongeren betrof. De psychologen rond Twenge en Wells schrijven in hun analyse dat de trend op geen enkele manier gelinkt moet worden aan het fenomeen van sociale besmetting, maar alleen kan worden verklaard door toegenomen acceptatie en steun, waar bijvoorbeeld psychiater John Haltigan zich op Platform X weer tegen verzet. 

    Dus hoe zit het dan? De auteur van het aanvankelijke onderzoek, Brooke Wells, liet verschillende vragen van SZ onbeantwoord. Lisa Littman ging niet in op ons verzoek om een interview. Het onderwerp ligt blijkbaar zo gevoelig dat er bijna niet over te praten valt.

    Ook psychiater Kerstin Müller-Vahl kreeg kritiek te verduren. Sommige van haar patiënten stormden woedend de kamer uit omdat ze zich onbegrepen voelden: ze hielden vast aan de diagnose Gilles de la Tourette. Ze kreeg het verwijt dat ze oogkleppen ophad en een nieuwe, specifiek vrouwelijke vorm van tourette niet wilde herkennen. ‘Maar velen waren ook gewoon opgelucht toen ik hun vertelde dat ze geen tourette hadden,’ zegt Müller-Vahl. Die diagnose betekende namelijk ook dat de zeer reële symptomen van de getroffene behandeld en genezen konden worden – in tegenstelling tot bij echte tourette.

  • Australië verbiedt sociale netwerken voor jongeren onder de 16 jaar

    Australië verbiedt sociale netwerken voor jongeren onder de 16 jaar

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela zet 25 tot 30 jaar gevangenisstraf op steun aan internationale sancties

    » NASA volgt minimaan in haar weg naar de zon

    Het is het eerste land ter wereld dat zo’n wet invoert

    Het Australische parlement heeft donderdag een wet aangenomen die kinderen en tieners onder de 16 verbiedt om gebruik te maken van sociale netwerksites, meldt ABC. De regering vond de tekst ‘noodzakelijk om hun mentale gezondheid en welzijn te beschermen’, aldus de Australische zender.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Platforms krijgen een jaar de tijd om aan de nieuwe regelgeving te voldoen, bekend als de strengste ter wereld. De wet voorziet in ‘een boete van maximaal 50 miljoen Australische dollar’ (30,7 miljoen euro) als Tiktok, Instagram en Facebook geen ‘redelijke stappen’ ondernemen om te voorkomen dat jongeren onder de 16 jaar hun platformen gebruiken.

    Er zijn echter geen straffen voor jongeren of ouders die zich niet aan de regels houden, volgens ABC. De wet, die door critici vaag, problematisch en moeilijk toepasbaar wordt genoemd, was een van de stokpaardjes van de centrumlinkse premier Anthony Albanese. Australië is het eerste land ter wereld dat een wet invoert om jongeren te beschermen tegen de gevaren van sociale media.

  • Het moderne fascisme. ‘Het is een voortdurend groeiend netwerk van haat’

    Het moderne fascisme. ‘Het is een voortdurend groeiend netwerk van haat’

    Tal van socialmediagrootverbruikers, de zogenaamde influencers, wakkeren de weerstand tegen migratie aan. Want ongefundeerde haat kan rekenen op de meeste volgers. Schrijver en journalist Paul Mason noemt het de informatiedynamiek van het moderne fascisme, waarin migranten de bezetters zijn die ‘massaal moeten worden gedeporteerd’.

    ‘Ik vind die protesten fantastisch,’ zei de extreemrechtse influencer James Goddard de dag na de rellen in Sunderland deze zomer in een filmpje voor de abonnees van zijn Telegram-kanaal. ‘Maar we moeten aan de beeldvorming denken. (…) Ten eerste: laat religieuze gebouwen, gebedshuizen, moskeeën, islamitische centra links liggen. Hou je daar verre van. Dat leidt maar tot een strijd die we niet moeten voeren – nog niet.’ Goddard, die inmiddels in Thailand woont en op 31 juli tijdelijk van X verbannen was wegens racistisch taalgebruik, grossiert in zijn filmpjes in dreigementen, en de toon van dat ‘nog niet’ was ook knap dreigend. ‘Ik spoor niemand ergens toe aan,’ zei hij, om vervolgens alle mensen die aan ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ deden te adviseren hun mobiele telefoon thuis te laten, hun gezicht te bedekken en geen extreemrechtse symbolen in hun woning te laten slingeren. ‘Als ik in Engeland was,’ zei hij, ‘zou ik me richten op alle overheidsgebouwen en de gebouwen van de bedrijven die miljoenen verdienen aan de migranteninvasie.’

    Daarna zette hij ook een lijst online van dertig advocatenkantoren en hulpcentra voor vluchtelingen die hem een geschikt doelwit leken, om die lijst later weer te verwijderen en tegen zijn volgers te zeggen dat de protesten waarschijnlijk door ‘de staat’ waren georganiseerd. Nadat moslims in Birmingham hadden laten zien dat ze hun moskee fysiek wilden verdedigen, stak Goddard met een schuimbekkende tirade af tegen de hele Britse moslimgemeenschap: ‘Als wij winnen, en winnen gaan we, dan zullen we dit niet vergeten, hun verraad, hun geweld. We pakken hun huizen. We pakken hun geld. We zetten ze gevangen. En we sturen ze terug naar de achterlijke shitlanden waar ze vandaan komen.’

    Schoolvoorbeeld

    Goddard is niet eens de invloedrijkste of bestverdienende van de extreemrechtse ‘influencers’ door wie Britten tot geweld werden aangezet na de steekpartij op 30 juli waarbij drie kinderen waren vermoord. Maar zijn Telegram-kanaal is een schoolvoorbeeld van de informatiedynamiek van het moderne fascisme, oftewel van fanatieke racisten en vrouwenhaters die er openlijk voor uitkomen dat ze de democratie met geweld omver willen werpen. Veel van de berichten die hij online zet zijn afkomstig van andere extreemrechtse kanalen, van onder meer Amerikaanse neonazi’s en Russische volksnationalisten. Ze vallen in drie categorieën uiteen: racistische tirades, berichten over racistisch geweld en berichten die verontwaardiging moeten uitlokken. Zo postte Goddard niet lang na zijn tirade tegen moslims een filmpje waarin een jonge blonde Britse vrouw zei dat ze ‘op één avond door vijf zwarte kerels genomen’ was.

    U had misschien nog nooit van Goddard gehoord, toch zijn het niet de officiële leiders van fascistische groeperingen maar figuren zoals hij die doorslaggevend waren bij de verspreiding van de onlusten deze zomer, zegt Joe Mulhall, hoofd van de afdeling onderzoek bij de antifascistische organisatie Hope not Hate. ‘Dit is een enorm gedecentraliseerd netwerk van activisten die vooral online actief zijn, maar zich soms ook manifesteren in de echte wereld,’ zegt Mulhall. ‘Die mensen consumeren content, creëren content en voegen soms de daad bij het woord. En het netwerk heeft geen officiële organisatie, maar wel boegbeelden, supersharers en sfeerbepalers die het netwerk een bepaalde kant op sturen, als een school vissen.’

    Als je op de links bij Goddards Telegram-kanaal klikt, beland je in een parallel informatie-universum. Daar is de door Elon Musk op X ooit voorspelde burgeroorlog al begonnen. Daar heeft elke verkrachting een moslim als dader. Daar is Birmingham een ‘bezette stad’ en was corona ‘erop ontworpen om de Joden te sparen’. Een terugkerend thema op zijn kanaal en in de hele infosfeer van extreemrechts in Groot-Brittannië is dat de politie met twee maten meet: de vermeende toegeeflijkheid voor daders met een moslimachtergrond en de terughoudende opstelling van de politie tegenover Palestina-demonstraties worden opgevoerd als bewijs van systematisch ‘woke’ beleid en discriminatie van witte christenen. Nu honderden relschoppers in de cel zijn beland en de politie met moslimorganisaties samenwerkt om hun gebedshuizen te beschermen, is dat het refrein van extreemrechts geworden.

    Het moderne equivalent van Mein Kampf ontstaat ter plekke onder de ogen van de lezers zelf

    We hebben niet meer te maken met fascisme als hiërarchische organisatie onder één Führer zoals in nazi-Duitsland, maar met een ‘rizomatische’ structuur, als van boomwortels die onafhankelijk van de boom met elkaar communiceren. Het moderne equivalent van Mein Kampf ontstaat ter plekke onder de ogen van de lezers zelf. Dat betekent dat lokale instanties van de democratische staat (politiekorpsen en gemeenteraden) het moeten opnemen tegen mondiaal georganiseerde krachten die ze nauwelijks begrijpen. ‘Een van de kenmerken van post-organisatorische netwerken is dat ze fundamenteel transnationaal zijn,’ zegt Mulhall. ‘De rellen zijn dus extreem lokaal en heel sterk gericht tegen specifieke gemeenschappen, maar de netwerken die ertoe aanzetten, zijn mondiaal – en dat versterkt het crisisgevoel. De relschoppers zijn niet alleen kwaad dat een school in Bradford halal kipnuggets serveert. Ze zijn ook boos over halal kipnuggets op een school in Boedapest of Minneapolis.’

    Om te begrijpen hoe dit zich verder zal ontwikkelen, is het vooral van belang om te begrijpen dat het moderne fascisme een stevige theoretische ondergrond heeft. Eind jaren zeventig was de gemiddelde skinhead van het Engelse National Front iemand die een hekel had aan de geur van Aziatisch eten, respect had voor de politie, zichzelf als Britse nationalist omschreef en de immigratie een halt wilde toeroepen. Ze wisten dat ze geen schijn van kans maakten ergens de verkiezingen te winnen, maar ze konden wel migrantenwijken terroriseren en haalden daar hun kick uit.

    Het fascisme van tegenwoordig is internationalistisch van opzet en berust openlijk op een overwinningstheorie. Als Goddard fantaseert over het verjagen van alle Britse moslims en praat over het moment waarop ‘wij winnen’, zinspeelt hij op een centraal element van de theorie van de Grote Vervanging. Volgens deze in 2011 door de Franse schrijver Renaud Camus geformuleerde omvolkingstheorie is de immigratie van niet-witte mensen naar Europa en de Verenigde Staten geen spontaan verschijnsel maar doorgestoken kaart. Hij ziet er een vooropgezet plan in om de witte christenen daar te vervangen door niet-witte bevolkingsgroepen met hogere geboortecijfers.

    Verdedigingswal

    Een van de grootste fouten die we in de jaren negentig hebben gemaakt, was om te denken dat rechts-populisme een verdedigingswal kon vormen, een brandmuur tegen regelrecht gewelddadig en openlijk fascisme. Te denken dat partijen zoals het Engelse Ukip en het Franse Front National (voorloper van het huidige Rassemblement National) weliswaar onfrisse ideeën uitdroegen, maar de racistische volkswoede tenminste op politieke en dus geweldloze wijze kanaliseerden. Maar die brandmuur staat nu al tien jaar zelf in brand. Het gedachtegoed van rechts-conservatieve en populistische partijen schuift als door een magneet aangetrokken toe naar de dogma’s van het fascisme, waarin de omvolkingsmythe centraal staat. 

    Dat heeft de inzet van het extreemrechtse verhaal radicaal verhoogd. In de jaren zeventig werden immigranten uit Pakistan en het Caribisch gebied door Engelse fascisten vooral gezien als een bedreiging voor de banen en de monocultuur van de witte meerderheid. Maar voor Renaud Camus en voor de Britse activisten die zijn ideeën uitdragen, zijn de immigranten kolonisten, bezetters, plegers van een ‘blanke genocide’. Dat biedt een rechtvaardiging voor fantasieën over extreem geweld tegen deze ‘daders’, fantasieën die op sociale media zelfs worden verspreid door mensen die zichzelf misschien niet eens tot deze beweging rekenen. Zo plaatste een eenenveertigjarige oppasmoeder uit Northampton op X een bericht (dat ze later weer verwijderde) met de tekst: ‘Massadeportatie, nu meteen, steek al die fucking hotels met die klootzakken voor mijn part in brand. (…) Als dit racistisch van mij is, dan is dat maar zo.’

    Migranten zijn ‘bezetters’ en worden geholpen door links, door mensenrechtenadvocaten en feministen

    De rest van dit nieuwe fascistische denken is een logisch uitvloeisel van Camus’ uitgangspunt: migranten zijn ‘bezetters’ en worden geholpen door links, door mensenrechtenadvocaten en feministen. De advocaten komen op voor de mensenrechten van minderheden. De feministen houden niet alleen het geboortecijfer laag, maar verstoren de natuurlijke orde waarin witte alfamannetjes de mooiste vriendinnen hebben. En achter de advocaten, de linkse politici en de feministen staat de echte vijand: de cultuurmarxisten die de machtsovername hebben beraamd. Die aantijging komt regelrecht uit de koker van het Amerikaanse paleoconservatisme, dat beweert dat de marxisten het proletariaat in de steek laten en (samen met een schimmige mondiale Joodse elite) de westerse samenleving van binnenuit ondermijnen door het propageren van multiculturalisme, reproductieve rechten, transrechten en homoseksualiteit.

    Voor de theoretici van het moderne fascisme is in dit stadium ‘voorbereiding’ het devies: gevechtstraining, het verzamelen van wapens, voedselvoorraden en handleidingen voor terrorisme, en waar nodig het plegen van symbolisch geweld. Sommige relschoppers van deze zomer deden maar wat, maar doorgewinterde activisten weten dat de meest effectieve vorm van geweld symbolisch is. Brand stichten in een vluchtelingenhotel zonder dat er slachtoffers vallen, is een vingerwijzing naar wat er kan gebeuren als de politie niet in de buurt is en relschoppers de uitgangen blokkeren. Het vernielen van de auto van een Uber-chauffeur is een boodschap aan alle Uber-chauffeurs. Het tactische geweld van nu is een manier om te oefenen voor het moment ‘dat we winnen’, zoals Goddard het noemt.

    Die overwinningsfantasie is de sluitsteen van de nieuwe fascistische ideologie. De aanhangers dromen van een ‘Dag X’, een wereldwijde etnische burgeroorlog die een eind maakt aan de op regels gebaseerde wereldorde. Sinds het eerste weekend van augustus, toen de politie in Belfast en in een tiental Engelse steden moeite had om de racistische rellen te bedwingen, is het wereldwijde extreemrechtse netwerk gefascineerd door de gedachte dat dit geweld in Groot-Brittannië misschien het begin is. Dat is precies waarom het zo onverantwoord is van Elon Musk om zijn 193,8 miljoen volgers op X voor te houden dat ‘een burgeroorlog onvermijdelijk is’.

    De omvolkingstheorie, het preppen voor een burgeroorlog, het symbolische geweld, Dag X en een sterke neiging tot gewelddadige vrouwenhaat (een te breed thema om in het bestek van dit artikel volledig uit te leggen), al die elementen bij elkaar vormen een ‘sociale mythe’ zoals de Franse filosoof Georges Sorel die omschreef. Hij stelde in zijn Réflexions sur la violence in 1908 dat alle revolutionaire bewegingen zich moeten baseren op een ‘verwachting van de toekomst’. Een geloof over iets dat te gebeuren staat en dat, ongeacht of het daadwerkelijk uitkomt, richting geeft aan alle daden in het heden, een sterke mobiliserende kracht heeft en ongevoelig is voor rationele tegenargumenten.

    Precedenten

    Veel aspecten van deze moderne fascistische mythologie hebben twintigste-eeuwse precedenten. Het ontgaat historici van het fascisme niet dat het ‘cultuurmarxisme’ tegenwoordig precies dezelfde rol vervult als het idee van het joods-bolsjewisme voor de nazi’s: een schimmige mondiale macht die verantwoordelijk is voor al het kwaad in de wereld. En wie zich in de geschiedenis van de nazi’s heeft verdiept, ziet meteen de genocidale implicaties van de oproepen van extreemrechtse influencers om moslims en vluchtelingen gevangen te zetten, te onteigenen en te deporteren. Odilo Globočnik, die leiding gaf aan de Aktion Reinhard, het programma voor de vernietiging van de Poolse Joden, schreef altijd alleen maar op dat ‘de Joden de rivier overgezet’ moesten worden. Ook in zijn rapporten en schriftelijke bevelen maakte hij nooit melding van de 1,7 miljoen Joden die hij in Treblinka, Bełżec en Sobibor heeft vermoord.

    Wel nieuw is de gelijkschakeling van gewelddadige vrouwenhaat en racisme, de vastberadenheid waarmee men zich ‘voorbereidt’ op de strijd (in plaats van simpelweg een onbezonnen couppoging in een bierkeller te doen) en vooral het transnationale karakter van het nieuwe fascisme. Moderne fascisten begrijpen dat ze de komst van de wereldbrand kunnen bespoedigen door hun verschillende democratische en multi-etnische samenlevingen samen aan te vallen. Ze hebben zich het ooit door de nazistische rechtsfilosoof Carl Schmitt geschetste grondbeginsel eigen gemaakt dat ware soevereiniteit ligt bij degene die de democratie kan opheffen. Vandaar dat het autoritaire hindoenationalisme van Narendra Modi en het moorddadige Russisch nationalisme van Vladimir Poetin in de ogen van de Britse fascisten in het verlengde ligt van hun eigen streven, temeer daar hun gezamenlijke desinformatiemachines hun gemeenschappelijke vijanden aanvallen.

    En het internet, die grote digitale aanjager van chaos en individualisme, kan voor zijn gebruikers natuurlijk een sluitende leefwereld van vooroordelen en waanideeën scheppen. Als de bewoners van zo’n bubbel elkaar dan in den lijve ontmoeten, kunnen ze worden opgezweept tot gedrag waarvan je de extremiteit op grond van hun dagelijks leven niet zou hebben voorspeld. Waar we nu mee kampen, is dus geen restverschijnsel van iets van vroeger. Dit is niet zomaar een overblijfsel uit de tijd van racistisch cabaret in arbeidersclubs. Dit is een volwaardige extreemrechtse ideologie die zichzelf verspreidt en die, zoals de historicus Ernst Nolte over het nazisme schreef, voor hen die de beginselen ervan accepteren een ‘verbluffende interne samenhang’ heeft.

    Extreemrechts maakt veel meer gebruik van internationale digitale netwerken dan sociaaldemocraten

    Een sterk punt van de eenentwintigste-eeuwse fascisten is hun technologische vaardigheid. Extreemrechts maakt veel meer gebruik van internationale digitale netwerken dan sociaaldemocraten of andere linkse groeperingen in Europa. De technologische infrastructuur van extreemrechts is momenteel superieur aan alles wat een democratisch land ertegenover kan stellen. Volgens Amil Khan heeft zijn bedrijf Valent Projects, dat onlinetools aanbiedt om desinformatie te detecteren, momenteel al twaalf netwerken gevonden die in het Verenigd Koninkrijk de extreemrechtse boodschap verspreiden. Die bereiken samen zes miljoen mensen en zijn in de loop der tijd met zorg opgebouwd. ‘Bij het begin van de oorlog in Oekraïne zagen we die netwerken Russische standpunten verspreiden, en tijdens de recente verkiezingen standpunten van Reform UK,’ zegt Khan. ‘Ze pushen ook een zwik marginale “nieuws”-sites, waar soms radicaal-rechtse Amerikaanse geldschieters achter schijnen te zitten.’

    Aan alles wat de overheid doet of zegt wordt onmiddellijk een tactische draai gegeven die in de praktijk wordt uitgetest en verder verfijnd. Neem bijvoorbeeld de toespraak waarin Keir Starmer waarschuwde dat relschoppers hard zouden worden aangepakt. Hij werd meteen weggezet als een landverrader die het op witte Britten gemunt heeft en er werd een filmpje gemaakt waarin de beelden van zijn toespraak werden doorsneden met beelden van jonge moslims die met capuchon op betogen in Birmingham. Uit het onderzoek van Valent blijkt dat de onbewerkte versie van Starmers toespraak via de sociale media-accounts van gewone omroepen zo’n half miljoen keer werd bekeken, terwijl de extreemrechtse montage miljoenen kijkers kreeg. Dit filmpje werd door de algoritmes dan ook specifiek naar een publiek gestuurd van mannelijke vijftigplussers met een laag inkomen in Engelse voorsteden en provinciestadjes.

    Om de veelvormigheid van deze dreiging het hoofd te bieden, moet zowel de overheid als de samenleving nieuwe afweermechanismen ontwikkelen. De duidelijkste stappen die gezet kunnen worden, zijn een betere nationale coördinatie van het politiebeleid voor het bewaken van de openbare orde, het ontwikkelen van nieuwe tactieken voor het beschermen van etnische minderheden en het formaliseren van de samenwerking tussen politie en moskeeën naar het voorbeeld van de Joodse gemeenschap en haar Community Security Trust.

    Online Safety Act

    Om de onlinehaat, ophitsing en desinformatie te kunnen aanpakken, moet de vorig jaar aangenomen Online Safety Act onmiddellijk in werking treden. Die wet is zwakker dan wat we nu nodig hebben, maar zou ons in ieder geval in staat stellen op te treden tegen sociale netwerken die niets doen om de verspreiding van geweld tegen te gaan, en de bazen daarvan strafrechtelijk te vervolgen.

    Het staat buiten kijf dat de meerderheid van de Britten de nieuwe fascistische ideologie verwerpt. Dat wordt wel aangetoond door de omvang en het vreedzame karakter van de antifascistische demonstraties op 7 augustus, door de positieve berichtgeving daarover in de media en door peilingen waaruit blijkt dat slechts 7 procent van de Britten de rellen gerechtvaardigd vond. Voor een demonstratie op Trafalgar Square op 27 juli wist extreemrechts 30.000 mensen op de been te brengen, dus als je hun naaste omgeving daarbij optelt, zou een ruwe schatting van het totale aantal overtuigde aanhangers uitkomen op viermaal zoveel.

    Nu de rellen hopelijk met succes de kop ingedrukt zijn, moet Groot-Brittannië dringend gaan werken aan het herstel van de sociale cohesie. Emeka Forbes van de Together Coalition zegt: ‘We hopen dat het maatschappelijk middenveld en de overheid in de komende weken en maanden in nauwe samenwerking met lokale gemeenschappen zullen helpen om meer verbinding en vertrouwen te bereiken door middel van momenten van saamhorigheid en pogingen tot het overbruggen van verschillen.’ De opruimacties na de rellen, de massale wijze waarop de sulligste relschoppers online vooral met humor te kijk werden gezet en de voorbeelden van mensen van verschillende geloven die publiekelijk de handen ineenslaan, dat alles laat zien hoe zoiets een aanvang kan nemen. Maar dat is nog maar het begin van een lange strijd. Eén blik op de sociale media-uitingen uit de arbeiderswijken waar zich van 3 tot 5 augustus de ergste rellen voordeden, was genoeg om te zien dat het geweld van begin augustus de soreliaanse ‘mythe’ van een burgeroorlog niet heeft ontkracht, maar juist versterkt. En aan de tientallen berechte relschoppers is goed te zien dat daarvan geen eenduidig profiel te geven valt.

    Hoeveel werk er nog te verzetten valt, moge blijken uit het feit dat James Goddard sinds 7 augustus weer vrijelijk gebruik kan maken van X. Terwijl ik dit schrijf, gaat hij weer tegen de islam en tegen de politie tekeer in filmpjes die door tienduizenden volgers worden bekeken. En hij is maar één stem in een voortdurend verder groeiend netwerk van haat.  

  • Terreur in 280 tekens

    Terreur in 280 tekens

    Avishai Adrai laat zien hoe een simpele tweet even verwoestend kan zijn als een bom, omdat ‘elk beeld, elke zin, elke letter de voorbode kan zijn van een dood die we ervaren terwijl we nog leven’.

    Wanneer Avishai Adrai ’s nachts een bericht stuurt, bevat dit niet alleen foto’s van doelwitten die het Israëlische leger wil bombarderen, maar zet hij er ook teksten bij die afkomstig lijken uit een roman over zinloos doden of uit het vervolg van een horrorserie. Hij voegt muziek toe en noemt de namen van de slachtoffers, alsof het een scène betreft uit Gabriel García Márquez’ roman Kroniek van een aangekondigde dood, waarin iedereen weet wanneer de dood nadert, behalve wijzelf. We dragen als het ware ons eigen overlijdensbericht op onze rug, leven voortdurend in spanning, en vragen ons bitter af: waarom is, te midden van al het nepnieuws dat dagelijks de wereld rondgaat, die ene tweet die onze dood voorspelt de enige waar we niet aan twijfelen? Waarom lijkt de aankondiging van onze dood in elke tweet definitief te zijn?

    Het begon met eenvoudige pieperberichten in Libanon en groeide uit tot moorden die tot in de kleinste details werden gepland. Deze operaties waren niet alleen bedoeld om stemmen te smoren, maar doen denken aan een repetitie voor ‘De Grote Exodus’. 23 september kondigde een tijdperk aan van terreur. Een dag vol angst, waarop onze paniek steeds andere vormen en maten aanneemt maar de bittere nasmaak blijft en de impact enorm is. Vormen deze operaties onderdeel van een groot plan, of simpelweg een hoofdstuk in ons dagelijks leven? Houdt die klootzak van een Avishai ons voor de gek?

    Valstrikken

    Als hij schrijft: ‘Voor uw veiligheid, houdt u 500 meter afstand van deze gebouwen’, vragen wij ons af: wat voor ‘veiligheid’ bedoelt hij? Willen ze daadwerkelijk de gebouwen ontruimen voordat deze op hun bewoners neerstorten? Maakt deze vorm van openlijke spionage ons niet belachelijk? Wanneer je vijand je dwingt je huis te ontvluchten, zaait hij niet alleen angst, maar plant hij ook het idee dat je nu een doelwit bent geworden. Je loopt rond met een denkbeeldig doel op je rug, je ervan bewust dat je elk moment kunt sterven.

    Elke avond schetsen ze een nieuwe kaart, niet alleen van huizen en gebouwen, maar ook van herinneringen. Bekende plekken worden valstrikken, elke hoek waar je ooit elkaar groette of gedag kuste is vanaf nu verdacht. Tussen de zorgvuldig gekozen woorden en beelden ligt iets krachtigers verborgen dan bommen. Avishai betreedt de berichtendienst als een sluipschutter, die de steegjes kent en weet waar hij kan toeslaan en ontsnappen. Zijn tweets sluipen binnen zoals de dood zich in onze gedachten nestelt: langzaam en stilletjes. Ze zijn geen simpele dreigingen van vernietiging, maar pogingen om onze ziel te vernietigen voordat de fysieke vernietiging plaatsvindt. Deze berichten doden ons keer op keer, nog voordat de raketten gelanceerd worden. Elke keer dat we zo’n tweet lezen, beginnen we het beeld te analyseren: is dit datzelfde gebouw dat ik elke ochtend passeer? Is dit de straat waar ik loop? Hoe kan één foto zo veel dood en verderf bevatten?

    Hoe kan een vluchtige post op het internet uitgroeien tot een nachtmerrie voor duizenden gezinnen?

    Deze foto’s, die enkel militaire mededelingen zouden moeten zijn, worden iets veel angstaanjagenders. Elk gebouw dat wordt getoond verwordt tot symbool van mogelijk verlies. Achter al die muren wachten mensen, gezinnen, hele levens die hopen te bloeien. Hoe kan één tweet zo veel angst veroorzaken? Hoe kan een vluchtige post op het internet uitgroeien tot een nachtmerrie voor duizenden gezinnen die hun huizen ontvluchten?

    Elk herkenningspunt, elke muur wordt een onbekende ruimte vol vragen waarvan we nooit hadden gedacht dat we ze zouden moeten stellen: ‘Is dit mijn huis? Ben ik de volgende naam op de lijst van slachtoffers?’ Deze duistere tweets zijn een vast onderdeel van ons dagelijks leven geworden. Deze tweets, die ferme betonnen gebouwen herleiden tot fragiele objecten, veranderen ons gevoel van veiligheid in iets tijdelijks, alsof we een wapenstilstand sluiten met de dood: ‘Geef me alsjeblieft nog één dag.’

    Hoop

    Zodra Avishai weer van zich laat horen, komen de vragen opnieuw op: wordt deze plek de volgende? Hebben we echt tijd om te vluchten? Er is geen tijd om te denken, geen tijd om te treuren. We worden overspoeld door vragen: wat zal er morgen gebeuren? Zal iemand die we liefhebben het niet overleven? Zal de volgende tweet het einde aankondigen? We zijn voortdurend in afwachting van onze dood, als de protagonisten van een tragedie waarvan we het einde al kennen, maar niet kunnen veranderen. Zoals in Kroniek van een aangekondigde dood leven we met de wetenschap dat de dood komt, zonder te weten hoe of wanneer. Toch blijven we naar de foto’s kijken, op zoek naar een sprankje hoop: ‘Misschien is het deze keer toch vals alarm?’

    In een wereld vol leugens zouden we willen dat het nieuws over onze dood ook vals was, slechts een gerucht, een misplaatste grap. Maar de enige waarheid die ons vandaag rest, is dat we onder constante dreiging leven: elk beeld, elke zin, elke letter kan de voorbode zijn van een dood die we ervaren terwijl we nog leven. Meer dan ooit is tot ons doorgedrongen dat voor angst geen bommen nodig zijn. Soms zijn 280 tekens genoeg. 

  • Waarom beschermen techbazen hun kinderen tegen hun eigen producten?

    Waarom beschermen techbazen hun kinderen tegen hun eigen producten?

    TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok en Snap-CEO Evan Spiegel beperkte de schermtijd van zijn zevenjarige tot 90 minuten per week. Hoewel ze beweren dat digitale technologie kinderen helpt, lijken ze daar zelf niet helemaal van overtuigd te zijn.

    Keuze uit het archief

    In een volle rechtszaal moest Mark Zuckerberg woensdag in Los Angeles voorkomen om te getuigen in een rechtszaak die tegen zijn bedrijf Meta is aangespannen. Een twintigjarige vrouw uit Californië beschuldigt hen ervan verantwoordelijk te zijn voor haar verslaving aan sociale media, die bij haar angst, depressie en zelfmoordgedachten heeft veroorzaakt. De zakenman verdedigde zijn bedrijf met hand en tand en bepleitte zijn onschuld.
    Wie dit artikel van The Atlantic leest, kan zich echter moeilijk aan de indruk onttrekken dat Zuckerberg zich goed bewust is van de gevaren van sociale media. De regels die techbazen hun eigen kinderen opleggen, spreken boekdelen over hun kennis van de verslavende werking ervan.

    Toen de tabaksindustrie ervan werd beschuldigd schadelijke producten aan tieners te verkopen, ontkenden de leiders de beschuldiging, maar ze wisten dat het waar was. Erger nog, de industrie had beweerd dat roken mensen gezonder maakte doordat het bijvoorbeeld angstgevoelens verminderde of een slankere taille creëerde.

    De socialemedia-industrie gebruikt vandaag de dag een soortgelijke techniek. In plaats van de schade te erkennen die hun producten bij tieners hebben aangericht, houden techgiganten vol dat hen geen blaam treft en dat hun producten meestal onschadelijk zijn. En soms wordt er een nog gewaagdere bewering gedaan: dat sociale media tieners helpen, ook al is er steeds meer bewijs dat ze veel van hen schaden en een belangrijke rol spelen in de geestelijke gezondheidscrisis die jongeren in veel landen over de hele wereld treft.

    Toen Mark Zuckerberg in 2022 werd gevraagd naar Meta’s eigen bevinding dat Instagram ervoor zorgde dat veel tienergebruikers zich slechter voelden over hun lichaam, wist hij het resultaat slim te herformuleren. Na te hebben gewezen op andere, gunstigere bevindingen in hetzelfde onderzoek, verkondigde hij dat zijn platform ‘over het algemeen positief’ was voor de geestelijke gezondheid van tieners, ook al meldde minstens een op de tien tienermeisjes dat door Instagram elk van de volgende dingen verslechterde: lichaamsbeeld, slaap, eetgewoonten en angst. (Zuckerberg verzuimde ook om interne gegevens te noemen die de andere gevaren van sociale media voor tieners aantoonden.)

    Techlobbyisten zijn nog verder gegaan met het dubbele argument dat sociale media vooral gunstig zijn voor tieners uit historisch gemarginaliseerde gemeenschappen en dat daarom elke regulering schadelijk voor hen zou zijn. Veel leiders in Silicon Valley hebben deze beweringen gebruikt als onderdeel van hun inspanningen om zich te verzetten tegen twee wetsvoorstellen – die nu in het Congres liggen – die bedoeld zijn om de online bescherming van minderjarigen te versterken en die gezamenlijk de Kids Online Safety and Privacy Act worden genoemd. (KOSPA is een combinatie van de Kids Online Safety Act, beter bekend als KOSA, en de Children and Teens’ Online Privacy Protection Act).

    Sterk bewijs

    Het praatje speelt in op een langlopende progressieve gedachtegang die digitale technologie ziet als een middel om achtergestelde groepen meer macht te geven. Het vroege internet hielp inderdaad veel zwarte Amerikanen, Amerikanen met een laag inkomen en lgbtq+-Amerikanen om middelen en gemeenschappen te vinden. En zelfs vandaag de dag blijkt uit onderzoek dat lgbtq+-tieners aangeven meer voordelen te ondervinden van sociale media dan niet-lgbtq+-tieners.

    Dat is een goede reden om voorzichtig te zijn met het opleggen van nieuwe regels. Maar de massale oppositie tegen wetgeving negeert sterk bewijs dat sociale media ook onevenredig veel schade toebrengt aan jongeren in diezelfde gemeenschappen.

    KOSPA zou kunnen helpen. De wetgeving zou socialemediabedrijven verplichten om een versie van hun platforms te ontwikkelen die veilig is voor kinderen, bijvoorbeeld door advertenties te verwijderen die gericht zijn op minderjarigen en gebruikers door feeds laten scrollen die niet worden gegenereerd door algoritmes voor persoonlijke aanbevelingen. Ze zou van socialemediabedrijven eisen dat ze redelijke maatregelen nemen om potentiële schade zoals seksuele uitbuiting, psychische stoornissen en pesten te beperken. Ze zou bedrijven ook aansprakelijk stellen om ervoor te zorgen dat minderjarige kinderen toestemming van hun ouders krijgen om hun platforms te gebruiken, zonder tieners vrije toegang tot sociale media te ontzeggen. In juli nam de Senaat de twee wetsvoorstellen met 91-3 aan; het Huis zou er deze maand al mee aan de slag kunnen gaan.

    Zelfs sommige techbedrijven steunen de wetgeving, maar digitale-rechtengroeperingen – waarvan vele worden gesubsidieerd door de industrie, waaronder Meta – hebben zich er grotendeels tegen verzet met het argument dat KOSPA de voordelen zou wegnemen die gemarginaliseerde tieners genieten van socialemediaplatforms. Sommige van deze groepen hebben verklaringen uitgegeven waarin ze waarschuwen voor de gevaren die de wetgeving met zich meebrengt voor lgbtq+-jongeren, zelfs nadat veel lgbtq+-voorstanders hun bezwaren hadden laten varen nadat ze met wetgevers hadden samengewerkt om KOSPA te herzien.

    Een denktank die gesteund wordt door techbedrijven heeft ondertussen betoogd dat het verbod op gerichte reclame voor minderjarigen kan resulteren in ‘minder gratis online diensten voor kinderen, wat vooral nadelig zou zijn voor huishoudens met lagere inkomens’. Terwijl digitale-rechtengroeperingen politiek links aanspreken met ongefundeerde beweringen over gemarginaliseerde groepen, vertellen ze rechts dat KOSPA neerkomt op censuur, ook al zou het de inhoud waar tieners naar kunnen zoeken niet beperken.

    TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok

    Ongeacht wat hij werkelijk gelooft, Zuckerberg heeft het mis als hij zegt dat sociale media ‘over het algemeen positief’ zijn voor de geestelijke gezondheid van tieners. De techindustrie heeft het mis als ze zegt dat sociale media vooral goed zijn voor tieners in historisch achtergestelde gemeenschappen. En de lobbyisten hebben het mis als ze zeggen dat regulering meer kwaad dan goed zou doen voor deze groepen. Het bewijs – uit het privéleven van tech executives, een groeiende hoeveelheid empirisch onderzoek en de getuigenissen van jonge gebruikers – ondersteunt elk van deze punten. 

    Eén techniek om te bepalen of een product schadelijk is voor kinderen, is de mensen die dat product hebben ontworpen te vragen of ze het hun kinderen laten gebruiken.

    Steve Jobs legde het gebruik van technologie door zijn kinderen aan banden. TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok. Bill Gates beperkte de schermtijd van zijn kinderen en gaf ze pas een telefoon toen ze veertien waren. Google-CEO Sundar Pichai gaf zijn elfjarige geen telefoon. Mark Zuckerberg heeft de schermtijd van zijn kinderen nauwlettend in de gaten gehouden en deelde geen identificerende foto’s van hen op Instagram. Snap-CEO Evan Spiegel beperkte het technologiegebruik van zijn zevenjarige tot 90 minuten per week. (Vergelijk dat met de gemiddelde Amerikaanse tiener, die bijna negen uur per dag achter een scherm zit, schoolwerk of huiswerk niet meegerekend.)

    De voorbeelden gaan verder: sommige tech-managers stellen ‘nanny-contracten’ op waarin ze babysitters dwingen hun kinderen van schermen weg te houden. Velen van hen betalen meer dan 35.000 dollar per jaar om hun kinderen naar de Waldorf School of the Peninsula te sturen – een paar kilometer verderop van het hoofdkantoor van Meta en Google – waar kinderen pas vanaf de zevende of achtste klas een scherm mogen gebruiken.

    Natuurlijk zouden weinig mensen de kinderen van tech-elites gemarginaliseerd noemen. Maar het is opmerkelijk dat deze elites openlijk beweren dat digitale technologie kinderen helpt, vooral de meest kwetsbaren, terwijl ze het uit het leven van hun eigen kinderen verbannen. Die keuzes zijn met name pijnlijk als je ziet hoe hartstochtelijk socialemediabedrijven proberen om de kinderen van andere mensen naar hun producten te lokken, hoe weinig ze doen om gebruik door minderjarigen te voorkomen en hoe hard velen van hen vechten om wetgeving te blokkeren die jongeren op hun platforms zou beschermen.

    Schaars

    De socialemediaplatforms van vandaag zijn niet zoals het internet van de jaren negentig. Het vroege internet hielp geïsoleerde en kansarme tieners om informatie en steun te vinden, net als veel moderne platforms. Maar de sociale media van vandaag de dag zijn zo ontworpen dat ze gevaarlijker zijn dan een groot deel van het vroege internet. Hebben tieners om informatie te vinden echt bodemloze, algoritmisch samengestelde nieuwsfeeds nodig die vooral op de emotie inspelen? Hebben ze er echt baat bij om de hele dag onderbroken te worden met manipulatieve meldingen die zijn ontworpen om ze te laten kijken en klikken? Hoeveel is er gewonnen toen socialemediaplatforms het online leven van tieners overnamen? Hoeveel is er verloren gegaan?

    Onderzoekers van Instagram hoefden die laatste vraag niet te stellen toen ze rond 2019 jonge gebruikers interviewden. Ongevraagd gaven tieners in meerdere focusgroepen het platform de schuld van de toenemende mate van angst en depressie die ze ervoeren. Andere onderzoeken hebben aangetoond dat een aanzienlijk deel van de jongeren gelooft dat sociale media slecht zijn voor hun mentale gezondheid. Een toenemend aantal empirische bewijzen valt hen daarin bij. Op de website After Babel Substack, van twee van de auteurs van dit artikel, Jon en Zach, hebben we talloze essays van jongeren gepubliceerd die getuigen van deze schade en hebben we gerapporteerd over organisaties die zijn opgericht door leden van Gen Z om zich te verzetten tegen socialemediabedrijven. Waar zijn de stemmen van Gen Z die sociale media prijzen om de voordelen voor de mentale gezondheid die ze hun generatie hebben opgeleverd? Ze zijn schaars.

    Natuurlijk beschouwen de meeste tieners smartphones of sociale media niet als een negatieve kracht in hun leven; een meerderheid beschouwt de impact van digitale technologie doorgaans als noch positief noch negatief. Maar dat is geen reden om de schade die zo veel jongeren ervaren te negeren. Als er bewijs zou zijn dat een ander product een aanzienlijk aantal kinderen en adolescenten die het gebruiken zou schaden, zou dat product onmiddellijk uit de schappen worden gehaald en zou de fabrikant gedwongen worden het aan te passen. Big Tech moet aan dezelfde standaard worden gehouden.

    Adolescenten die het meest worden geschaad door sociale media, blijken degenen te zijn uit historisch achtergestelde groepen. Recente onderzoeken hebben aangetoond dat lgbtq+-adolescenten veel vaker dan hun leeftijdsgenoten zeggen dat sociale media een negatieve impact hebben op hun gezondheid en dat minder gebruik ervan hun leven zou verbeteren. Vergeleken met niet-lgbtq+-tieners meldden bijna twee keer zo veel lgbtq+-tieners dat ze beter af zouden zijn zonder TikTok en Instagram. Bijna drie keer zoveel zeiden hetzelfde over Snapchat.

    Jongeren uit gemarginaliseerde groepen hebben goede redenen om dit te vinden. Lgbtq+-tieners lopen aanzienlijk meer risico op cyberpesten, online seksuele roofzucht en een reeks andere online vormen van letsel, waaronder verstoorde slaap en gefragmenteerde aandacht, dan hun leeftijdsgenoten. Lgbtq+-minderjarigen hebben ook drie keer meer kans om ongewenste en riskante online interacties te ervaren.

    Een van ons, Lennon, een voorvechter van lgbtq+-rechten, heeft veel van deze schade aan den lijve ondervonden. Op dertienjarige leeftijd, terwijl ze als jonge transgender door haar adolescentie ging, kreeg ze haar eerste iPhone, waarop ze meteen Facebook, Instagram en Snapchat downloadde. Haar Instagram-volgers groeiden in slechts één maand van minder dan 100 naar bijna 50.000 toen ze nationale erkenning begon te krijgen als competitieve danseres. Al snel ontving ze beledigende berichten over haar queer-identiteit, zelfs doodsbedreigingen. Op zoek naar een vriendelijkere plek om haar identiteit te verkennen, volgde ze het advies van enkele online gebruikers op en begon ze te corresponderen op homochatsites, vaak met mannen van middelbare leeftijd. Sommigen boden haar de steun waar ze naar op zoek was, maar anderen hadden kwaad in de zin.

    De schaamte, angst en spijt die ze voelde, motiveerden haar om haar carrière te wijden aan het online beschermen van kinderen

    Verschillende mannen vroegen Lennon om seksuele handelingen voor de camera uit te voeren en dreigden onthullende screenshots die ze van haar hadden gemaakt openbaar te maken als ze zou weigeren. De schaamte, angst en spijt die ze voelde, motiveerden haar om haar carrière te wijden aan het online beschermen van kinderen. Uiteindelijk sloot ze zich aan bij Heat Initiative, dat de tech-industrie aanspoort om veiligere producten en platforms voor kinderen te maken.

    Hoe staat het met jongeren uit andere traditioneel achtergestelde gemeenschappen? Zwarte en hispanische tieners melden cyberpesten iets minder vaak dan blanke tieners, maar ze zeggen veel vaker dat online intimidatie ‘een groot probleem is voor mensen van hun leeftijd’. Bewijs suggereert dat tieners met depressie een groter risico lopen op schade door sociale media, en onderzoeken tonen aan dat het verminderen van het gebruik van sociale media het meest gunstig is voor jongeren met reeds bestaande psychische problemen.

    De afgelopen drie decennia is de term digitale kloof gebruikt om te verwijzen naar een ogenschijnlijk onveranderlijke wet: kinderen in rijke huishoudens hebben ruime toegang tot digitale technologieën, kinderen in andere huishoudens niet zozeer. Beleidsmakers en filantropen steken grote sommen geld in het dichten van de kloof. Hoewel de kloof in sommige delen van de wereld nog steeds bestaat, begint de digitale kloof in veel ontwikkelde landen te keren, zodat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen in die landen nu meer tijd besteden aan schermen en sociale media – en er meer schade van ondervinden – dan hun financieel bevoorrechte leeftijdsgenoten.

    Schermgebruik voor entertainment neemt ongeveer twee uur per dag meer in beslag voor tieners uit gezinnen met een laag inkomen in vergelijking met die uit gezinnen met een hoog inkomen. Een rapport van het Pew Research Center uit 2020 wees uit dat jonge kinderen van ouders met niet meer dan een middelbare schoolopleiding ongeveer drie keer meer kans hebben om TikTok te gebruiken dan kinderen van ouders met een postdoctorale graad. Dezelfde trend geldt voor Snapchat en Facebook. Een deel van de reden is dat ouders met een universitaire opleiding eerder dan ouders zonder universitaire graad geloven dat smartphones een negatief effect kunnen hebben op hun kinderen – en daarom eerder geneigd zijn om de schermtijd te beperken.

    De discrepantie is niet alleen een kwestie van klasse. Lgbtq+-tieners geven aan meer tijd op sociale media door te brengen dan niet-lgbtq+-tieners. En volgens een Pew-enquête uit 2022 ‘is het voor zwarte en hispanische tieners ongeveer vijf keer zo waarschijnlijk dat ze aangeven vrijwel constant op Instagram te zitten als voor blanke tieners’.

    Consumenteneducatie

    Met andere woorden, het uitbreiden van de toegang tot smartphones en sociale media lijkt sociale ongelijkheden te vergroten, niet te verkleinen. Zoals Jim Steyer, de CEO van Common Sense Media, aan The New York Times vertelde:

    ‘[Meer gebruik van sociale media door zwarte en hispanische jongeren] kan helpen de ongelijkheid in de samenleving in stand te houden, omdat een hoger niveau van socialemediagebruik onder kinderen aantoonbaar in verband is gebracht met negatieve effecten zoals depressie en angst, onvoldoende slaap, eetstoornissen, een laag zelfbeeld en een grotere blootstelling aan online intimidatie.’

    Ondertussen kiezen techleiders ervoor om de toegang van hun kinderen tot digitale apparaten uit te stellen, door hun kinderen naar technologievrije Waldorfscholen te sturen en hun nanny’s schermtijdcontracten te laten tekenen.

    De techindustrie en anderen die zich verzetten tegen regelgeving zoals KOSPA beweren vaak dat meer educatie en ouderlijk toezicht de beste manieren zijn om de schade van sociale media aan te pakken. Deze benaderingen zijn zeker belangrijk, maar ze zullen technologiebedrijven er niet van weerhouden om producten te blijven ontwikkelen die, van nature, verslavend werken. Daarom is het oproepen tot ‘consumenteneducatie’ een benadering waarop andere bedrijven met schadelijke producten (waaronder alcohol en tabak) hebben vertrouwd om publieke sympathie te genereren en regulering uit te stellen.

    De benadering zou weinig veranderen aan de onderliggende realiteit dat socialemediaplatforms, zoals ze momenteel zijn ontworpen, omgevingen creëren die onveilig zijn voor kinderen en adolescenten. Ze verspreiden schadelijke content via gepersonaliseerde aanbevelingsalgoritmen, ze bevorderen gedragsverslaving en ze stellen onbekende volwassenen van over de hele wereld in staat om rechtstreeks en privé met kinderen te communiceren.

    Socialemediabedrijven hebben keer op keer laten zien dat ze deze problemen niet op eigen houtje kunnen oplossen. Ze moeten worden gedwongen om te veranderen. Jongeren zijn het daarmee eens. Uit een recente Harris Poll bleek dat 69 procent van de 18- tot 27-jarigen voorstander is van ‘een wet die vereist dat socialemediabedrijven een “kindveilige” accountoptie ontwikkelen voor gebruikers onder de 18’. Tweeënzeventig procent van de lgbtq+-leden van Generatie Z is het daar ook mee eens.

    Wetgevers moeten de gebrekkige argumenten verwerpen die bedrijven in de sociale media en techlobbyisten promoten in hun pogingen om regulering te blokkeren, net zoals wetgevers de argumenten van tabaksfabrikanten in de twintigste eeuw verwierpen. Het is tijd om te luisteren naar de jongeren – en de duizenden kinderen met verhalen zoals dat van Lennon –, die ons al jaren vertellen dat sociale media aan een update toe zijn.

  • VS beschuldigen sociale netwerken van ‘massasurveillance’

    VS beschuldigen sociale netwerken van ‘massasurveillance’

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Libanon: Hezbollah belooft ‘verschrikkelijke’ reactie na ongekende aanval Israël

    » Sociaal netwerk X moet diensten in Brazilië opnieuw opschorten

    Bedrijven kunnen persoonlijke data voor onbepaalde tijd bewaren

    Een rapport van de Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC), dat woensdagavond werd gepubliceerd en gebaseerd is op verzoeken die vier jaar geleden werden gedaan aan negen techgiganten, ontdekte dat deze bedrijven grote hoeveelheden gegevens verzamelden, soms via persoonlijke gegevensmakelaars, en deze informatie voor onbepaalde tijd konden bewaren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Hoewel deze surveillancepraktijken winstgevend zijn voor de bedrijven, kunnen ze de privacy van mensen in gevaar brengen, hun vrijheden bedreigen en hen blootstellen aan een aantal gevaren, van identiteitsdiefstal tot intimidatie’, benadrukt FTC-baas Lina Khan.

    Het rapport laat met name zien dat ‘consumenten weinig controle hebben over hoe deze bedrijven hun persoonlijke gegevens gebruiken en delen’, merkt The Guardian op. Het agentschap beveelt daarom aan dat het Congres federale regelgeving aanneemt om de online privacy te beschermen.

  • Moeten we ingrijpen in het telefoongebruik van kinderen?

    Moeten we ingrijpen in het telefoongebruik van kinderen?

    Generatie Z kampt met meer depressies en angststoornissen dan welke generatie ook. Een verklaring ligt wellicht in het gebruik van sociale media. Moeten we het smartphonegebruik van kinderen gaan reguleren? Twee redacteuren van The Atlantic gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Ja: ‘Bevrijd de jeugd van de overheersing van de smartphone’

    Een commentaar van Jonathan Haidt, schrijver, sociaal psycholoog en auteur bij The Atlantic

    ‘In de jaren tien ging het ineens vreselijk mis bij jongeren’, begint Jonathan Haidt zijn artikel in The Atlantic. Haidt benoemt vervolgens dat de cijfers voor depressie en angststoornissen in de Verenigde Staten tussen 2010 en 2019 met 50 procent zijn gestegen. ‘In uiteenlopende landen zien we bij generatie Z (geboren in of na 1996) meer depressies, automutilatie, angst- en andere stoornissen dan bij welke andere generatie ook waarvan de gegevens bekend zijn’, aldus Haidt. 

    ‘Wat heeft er begin jaren tien voor gezorgd dat de ontwikkeling van jongeren veranderde en hun geestelijke gezondheid verslechterde? Het antwoord is vrij eenvoudig te formuleren, al is de onderliggende psychologie complex: dat waren de jaren dat jongeren in rijke landen hun klaptelefoons inruilden voor smartphones en een veel groter deel van hun sociale leven zich op internet begon af te spelen, met name op sociale media, die viraliteit en verslaving in de hand werken,’ zegt hij.  

    ‘We hebben een culturele ommezwaai nodig, en wel nu meteen’ 

    ‘Ik durf te beweren dat de nieuwe manier van opgroeien – met altijd een smartphone binnen handbereik – jongeren ziek maakt en hun ontwikkeling tot gelukkige volwassenen belemmert. We hebben een culturele ommezwaai nodig, en wel nu meteen.’ 

    Haidt komt met vier regels die de negatieve gevolgen van een smartphone-jeugd zouden kunnen terugschroeven. Zo benoemt hij als eerst dat kinderen geen smartphones moeten hebben vóór de middelbare school. ‘Op nationaal of lokaal niveau de norm instellen om kinderen totdat ze naar de middelbare school gaan niet 24 uur per dag toegang te geven tot internet, zou helpen om hen te beschermen tijdens de kwetsbare vroege jaren van de puberteit.’

    De tweede regel die hij benoemt, is geen sociale media voor kinderen onder de zestien jaar. ‘Als de meerderheid van de jongeren tot hun zestiende niet op deze platforms zat, zouden kinderen makkelijker de druk kunnen weerstaan zelf een account aan te maken.’ Haidt benoemt dat ze wel video’s kunnen bekijken op platforms als TikTok of YouTube, maar dat ze geen persoonlijke informatie kunnen delen en geen berichten kunnen posten om zo de algoritmen niet de kans te geven om hen en hun voorkeuren te leren kennen.

    Regel drie: ‘De enige manier om ervoor te zorgen dat leerlingen op school niet bezig zijn met hun telefoons, is het aanschaffen van telefoonkluisjes, waar alle telefoons (en andere apparaten die berichten kunnen ontvangen en verzenden) gedurende de dag in bewaard worden. Scholen met dit beleid beweren dat de sfeer op school is verbeterd, dat leerlingen beter opletten in de klas en dat er meer sociale interactie is’, vervolgt Haidt.

    ‘We zouden kinderen en jongeren zo moeten opvoeden dat ze geankerd blijven in de echte wereld’

    Tot slot moeten ouders de schermtijd vervangen door ervaringen in de echte wereld, door interactie met vrienden en zelfstandige activiteiten. Op die manier zal het verbieden van apparaten, volgens Haidt, aanvoelen als een verrijking in plaats van een gemis. 

    ‘De voornaamste reden dat opgroeien met smartphones zo schadelijk is, is dat ze al het andere verdringen en levenservaring in de weg zitten’, vervolgt Haidt. ‘We hoeven ons niet tot doel te stellen de schermpjes volledig uit te bannen, en ook niet om onze kinderen precies te laten opgroeien als in de jaren zestig. Nee, we zouden kinderen en jongeren zo moeten opvoeden dat ze geankerd blijven in de echte wereld, en tegelijkertijd gedijen in het digitale tijdperk.’

    ‘Begin jaren tien wisten we nog niet wat we deden, maar nu wel. Het wordt tijd dat we de jeugd bevrijden van de overheersing van de smartphone’, eindigt Haidt zijn artikel.

    Nee: ‘Het beperken van toegang tot smartphones kan juist averechts werken’

    Een commentaar van Candice L. Odgers schrijver, ontwikkelingspsycholoog en auteur bij The Atlantic 

    ‘Smartphones en sociale media verpesten de hersenen van onze kinderen en maken ze depressief, althans dat is het verhaal dat ons verteld wordt. De krantenkoppen zijn voortdurend te lezen; het is voor ouders genoeg om elk smartapparaat zo snel mogelijk uit huis te willen gooien’, opent ontwikkelingspsycholoog Candice L. Odgers haar artikel in The Atlantic. ‘Gelukkig voor mijn kinderen, die genieten van een goede “kat-valt-hond-aan”- video op TikTok, ga ik elke dag naar mijn werk en zie ik wat jongeren echt aan het doen zijn op hun apparaten.’

    Tijdens haar werk als ontwikkelingspsycholoog heeft Odgers de afgelopen 20 jaar onderzocht hoe kinderen psychische aandoeningen ontwikkelen. Ze bestudeerde 10- tot 15-jarigen die hun mobiele telefoons gebruiken, met als doel te testen hoe een breed scala van hun dagelijkse ervaringen, waaronder hun gebruik van digitale technologie, hun geestelijke gezondheid beïnvloedt. ‘Mijn collega’s en ik zijn er herhaaldelijk niet in geslaagd om overtuigend bewijs te vinden voor de bewering dat het gebruik van digitale technologie een belangrijke bijdrage levert aan depressie bij jongeren en andere symptomen van geestelijke gezondheid,’ zegt Odgers. 

    ‘Sociale media zijn relatief nieuw en vormen een makkelijke zondebok’

    ‘Veel andere onderzoekers hebben hetzelfde gevonden. Een recente studie en een overzicht van onderzoek naar sociale media en depressie concludeerden zelfs dat sociale media een van de minst invloedrijke factoren zijn bij het voorspellen van de geestelijke gezondheid van adolescenten’, vervolgt Odgers. ‘Daarom geloven andere onderzoekers en ik niet in de verhalen die worden verteld over jongeren en sociale media. De meest recente golf van angst werd ontketend door Jonathan Haidt’s The Anxious Generation, waarvan een fragment verscheen in dit tijdschrift.’  

    ‘Haidt is natuurlijk niet de enige die beweert dat deze apps dergelijke problemen veroorzaken. Sociale media worden qua impact vergeleken met heroïnegebruik en krijgen de schuld van zaken als dalende testscores en jongeren die minder seks hebben’, zegt Odgers. ‘Deze verhalen hebben een intuïtieve aantrekkingskracht – sociale media zijn relatief nieuw en vormen een makkelijke zondebok. Maar de puberteit is altijd al een zorgelijke periode geweest: het is de piekleeftijd voor het ontstaan van een aantal ernstige psychische stoornissen en er zijn veel alarmerende statistieken over de geestelijke gezondheid van jongeren op dit moment.’ 

    ‘Door met een beschuldigende vinger te wijzen naar smartphones en sociale media krijgen mensen gemeenschappelijke en onsympathieke vijanden. Maar we weten gewoon niet of dit de juiste doelwitten zijn’, zegt ze. 

    ‘Maar het probleem met het extreme standpunt in Haidt’s boek en in recente krantenkoppen – dat het gebruik van digitale technologie de directe oorzaak is van een grootschalige geestelijke gezondheidscrisis onder tieners – is dat het paniek kan zaaien en ons de middelen kan ontnemen die we nodig hebben om deze complexe problemen aan te pakken,’ meent Odgers. ‘Als we ons alleen richten op sociale media, kan dat betekenen dat de echte oorzaken van geestelijke stoornissen en problemen bij onze kinderen niet worden aangepakt.’

    ‘We moeten gezinnen en tieners niet de boodschap geven dat het gebruik van sociale media inherent schadelijk en beschamend is’

    ‘We moeten gezinnen en tieners niet de boodschap geven dat het gebruik van sociale media inherent schadelijk en beschamend is. Dat is niet zo. Wat mijn collega-onderzoekers en ik zien als we in contact komen met jongeren, is dat jongeren online gaan om gewone puberdingen te doen.’ Zo zegt Odgers dat jongeren online contact maken met leeftijdsgenoten uit hun offline leven, muziek consumeren, spelletjes spelen en vooral tijd doorbrengen op YouTube. Daarnaast gaan jongeren op zoek naar informatie over gezondheid. ‘Veel jongeren geven aan online een toevluchtsoord te vinden, vooral als ze een gemarginaliseerde identiteit hebben of geen steun krijgen van hun familie of school.’

    Tot slot zegt Odgers: ‘Alle jongeren zullen uiteindelijk moeten weten hoe ze veilig door online omgevingen kunnen navigeren, dus het afsluiten of beperken van de toegang tot smartphones en sociale media zal op de lange termijn waarschijnlijk niet werken. In veel gevallen kan dit juist averechts werken: tieners zullen creatieve manieren vinden om toegang te krijgen tot nog niet-gereguleerde gebieden. We moeten ze geen extra redenen geven om zich vervreemd te voelen van de volwassenen in hun leven.’ 

  • Onderzoek: gebruik buitenlandse media onder Noord-Koreanen afgelopen 10 jaar toegenomen

    Onderzoek: gebruik buitenlandse media onder Noord-Koreanen afgelopen 10 jaar toegenomen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Afrika: ex-president Zuma uitgesloten van parlementsverkiezingen

    » Griekenland: motie van wantrouwen tegen regering verworpen

    Uit enquête bleek ook toenemende ontevredenheid over Kim Jong-un

    De Noord-Koreaanse consumptie van buitenlandse media nam in de jaren vlak voor de corona-pandemie toe, zo blijkt uit een eerder geheim onderzoek onder vluchtelingen uit de Democratische Volksrepubliek Korea, schrijft NK News.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het ministerie van Eenwording vroeg 4790 vluchtelingen naar hun mediacomsumptie in Noord-Korea. Ruim 83 procent van de vluchtelingen die de Democratische Volksrepubliek Korea tussen 2016 en 2020 verlieten, zei dat ze buitenlandse media – zoals muziek en tv-shows – consumeerden, tegenover 67,6 procent van de respondenten die tussen 2006 en 2010 vertrokken. 

    De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op een jarenlang onderzoek, voornamelijk uit persoonlijke interviews met vluchtelingen, en bevatten meer dan twintig jaar aan inzichten, aldus het ministerie. Het ministerie zei dat er in totaal 6351 vluchtelingen zijn ondervraagd. 

    Van de buitenlandse media waarnaar de vluchtelingen hadden gekeken of geluisterd, zei 71,8 procent dat ze Chinese content bekeken, 23,1 procent Zuid-Koreaanse en 1,7 procent Russisch. Daarnaast bleek uit het onderzoek dat bijna 60 procent van de respondenten een negatief beeld heeft van Kim Jong-un als leider.

  • De tirannie van het algoritme: waarom alle koffiebars op elkaar lijken

    De tirannie van het algoritme: waarom alle koffiebars op elkaar lijken

    Steeds meer koffiebars hebben dezelfde inrichting en hetzelfde menu, zonder dat ze het bij elkaar afgekeken hebben. Hoe het algoritme mensen met dezelfde voorkeuren bij elkaar brengt en ervoor zorgt dat alle koffiebars op elkaar lijken.

    Het grootste deel van de jaren 2010 was ik een fervent gebruiker van Yelp, een app om restaurants en andere lokale ondernemingen te vinden en te recenseren. De rood-witte interface werd een betrouwbare bron van aanbevelingen, niet alleen in New York maar ook in het buitenland. Als ik in Berlijn, Kyoto of Reykjavik naar een koffiebar wilde, scrolde ik al snel door de lijst van Yelp, die was gefilterd op grond van het aantal sterren – sterren die aangaven hoe leuk andere gebruikers van de app een bepaalde plek hadden gevonden.

    Ik tikte meestal alleen ‘hipster koffietent’ in de zoekbalk, omdat het zoekalgoritme van Yelp inmiddels precies wist wat ik daarmee bedoelde. Het was het soort koffiebar waar iemand zoals ik – een westerling van (destijds) ergens in de twintig, een met internet vergroeide millennial die precies weet wat hij wil – graag komt. Ik kon dan ook al snel uit de zoekresultaten precies die koffiebar filteren die over de verlangde eigenschappen beschikte: veel daglicht dat door grote ramen naar binnen valt; grote houten tafels met ruime zitplaatsen; een licht interieur met witte muren of met van die kleine metrotegeltjes; wifi om te kunnen werken of het werk juist voor je uit te kunnen schuiven.

    Natuurlijk, het ging ook om de koffie, en in dit soort tentjes kon je ervan op aan dat je een cappuccino kreeg van licht geroosterde bonen, zoals de trend voorschreef, met een ruime keuze aan melk, en met kunstzinnig bewerkt melkschuim. Koffiebars die voor een tien gingen, serveerden een flat white (een cappuccino-variant die oorspronkelijk uit Australië en Nieuw-Zeeland afkomstig is) met avocado toast, een geroosterd broodje met geprakte avocado, dat ook van Australische origine blijkt – een combinatie die in de loop van de jaren 2010 synoniem is geworden aan wat de consumerende millennial wil. 

    ‘Authentieke plek’

    Deze koffiebars hadden allemaal dezelfde inrichting en hetzelfde menu, zonder daartoe te zijn gedwongen door een moedermaatschappij zoals Starbucks, dat vestigingen heeft die allemaal een replica zijn van het oorspronkelijke concept. Nee, in dit geval waren de koffiebars, ondanks de immense geografische spreiding en de volledige onafhankelijkheid, geheel op eigen initiatief uitgekomen bij hetzelfde eindpunt. Die ongekende, wijdverbreide eenvormigheid was te choquerend en te nieuw om saai te zijn.

    Natuurlijk zijn er in de gedocumenteerde geschiedenis van de beschaving meer voorbeelden van een dergelijke globalisatie. Maar de eenvormige koffiebars van de eenentwintigste eeuw zijn opmerkelijk, niet alleen vanwege hun zeer specifieke overeenkomsten maar ook omdat ze stuk voor stuk de indruk wekken op organische wijze uit hun lokale omgeving te zijn voortgesproten. Het zijn trotse, lokale ondernemingen die vaak worden omschreven als ‘authentiek’, een bijvoeglijk naamwoord dat ik zelf ook maar al te vaak heb gebruikt. Als ik op reis was, ging ik altijd op zoek naar een ‘authentieke’ plek om wat te eten of te drinken.

    Maar als die plekken allemaal zo op elkaar leken, hoezo waren ze dan authentiek?

    Maar als die plekken allemaal zo op elkaar leken, hoezo waren ze dan authentiek? Ik kwam tot de conclusie dat ze allemaal op een authentieke manier waren verbonden met het nieuwe, digitale geografische netwerk, dat in real time bijeen wordt gehouden door social media. Ze waren authentiek voor het internet, met name voor het internet van de algoritmische feeds uit de jaren 2010.

    brent gorwin vhQUnmnOLys unsplash
    © Unsplash 

    In 2016 schreef ik een essay getiteld ‘Welcome to AirSpace’, over mijn eerste impressies van dit fenomeen van eenvormigheid. Mijn theorie was dat alle fysieke plekken die via apps met elkaar waren verbonden, op de een of andere manier op elkaar leken. In het geval van koffiebars bood de groei van Instagram eigenaren en barista’s van over de hele wereld de gelegenheid om elkaar in real time te volgen, waarbij ze geleidelijk, via algoritmische aanbevelingen, dezelfde soorten content tot zich namen. Zo kon de persoonlijke smaak van de ene eigenaar steeds meer in de richting gaan van wat de anderen ook leuk vonden, om daar uiteindelijk mee samen te vallen. Aan de kant van de consument dreven Yelp, Foursquare en Google Maps mensen zoals ik – mensen die de populaire koffiebarvormgeving op Instagram konden volgen – naar de bars die voldeden aan het gewenste plaatje, door ze bovenaan de lijst te zetten of weer te geven op de kaart.

    Zakelijke beslissing

    Om de grote groep klanten binnen te halen die al door het internet waren klaargestoomd, namen steeds meer koffiebars de vormgeving over die overheersend aanwezig was op de platforms. Aanpassen aan de norm was dus niet alleen een kwestie van de trends volgen; het kwam neer op een zakelijke beslissing, waarvoor je door de klanten werd beloond. Als een koffiebar er aantrekkelijk genoeg uitzag, zetten de klanten deze op hun eigen Instagram om te laten zien hoe cool zij waren, wat neerkwam op gratis socialmediareclame en nieuwe klanten genereerde. Zo hield de cyclus van esthetische optimalisering en homogenisering zichzelf in stand. 

    Maar met het verstrijken der jaren kwam het besef dat er niet zozeer sprake was van een specifieke stijl, als wel van een soort zijnstoestand die verder ging dan een esthetische trend. Zoals met alle modeverschijnselen het geval is, raakte ook de visuele stijl van halverwege de jaren 2010 op zijn retour. De kleine, witte metrotegels die ooit cool waren geweest, verwerden tot een cliché en maakten plaats voor felgekleurde tegels, of tegels met meer structuur. De enigszins ruige, houthakkershemdenstijl uit het Brooklyn van de financiële crisis, met zijn gerenoveerde industriële meubilair, maakte plaats voor een subtiel, Scandinavisch aandoend jarenvijftigmodernisme, met rankpotige stoelen en fijn houtwerk.

    Eind jaren 2010 werd de overheersende stijl killer en minimalistischer, met aanrechtbladen van cement en strenge, geometrische dozen in plaats van stoelen. Accessoires zoals lampen van roestige leidingen maakten plaats voor kamerplanten (met name vetplanten) en kunstwerken met textiel, wat eerder het beeld opriep van het kunstenaarswereldje aan de westkust dan van het harde leven in New York. De associatie met Brooklyn doofde langzaam uit – na de pandemie werd Brooklyn als minder aantrekkelijk gezien dan downtown Manhattan – en de eenvormige stijl werd eerder in verband gebracht met digitale platforms zoals Instagram en het opkomende TikTok dan met een bepaalde plek.

    Homogeniteit

    De stijlelementen bleken minder belangrijk dan de fundamentele homogeniteit, die steeds steviger werd verankerd. In de loop der jaren veranderden stap voor stap de uiterlijke kenmerken, maar de eenvormigheid bleef. Het was die eenvormigheid die ging tegenstaan, meer dan de specifieke stijlkenmerken. Homogeniteit in een diverse wereld heeft iets griezeligs. Het kan teleurstellend zijn om op de zoveelste plek dezelfde vormgeving aan te treffen, en het feit dat de invloed van digitale platforms merkbaar is op plekken waar dat voorheen nog niet het geval was, kan ook een gevoel van beklemming oproepen. 

    Sarita Pillay Gonzalez, een Zuid-Afrikaanse wetenschapper, merkte eind jaren 2010 dit fenomeen op in Kaapstad, toen ze daar werkte voor een organisatie die onderzoek doet naar urbanisatie. Gonzalez beschouwde het als een vorm van gentrificatie, of zelfs als een echo van het kolonialisme in een postkoloniaal land. In Kloof Street, in Kaapstad, schoten de eenvormige, minimalistische koffiebars als paddenstoelen uit de grond. Toen wij elkaar spraken, typeerde Gonzalez die tentjes als volgt: ‘lange, houten tafels, smeedijzeren afwerking, peertjes aan het plafond, hangplanten’. Die vormgeving spreidde zich uit naar andere gelegenheden: bierhallen, gastropubs, galeries, Airbnb’s. Gonzalez had een vergelijkbare transformatie waargenomen in het noordoosten van Minneapolis toen ze daar in 2016 woonde: pakhuizen die werden omgebouwd tot koffiebars, microbrouwerijen of flexwerkplekken – stuk voor stuk bedrijven die erop wijzen dat er in een buurt sprake is van gentrificatie.

    De homogeniteit stond in schril contrast met de hipsterfilosofie die in de jaren 2010 opgang deed

    Volgens Gonzalez staat deze stijl voor een ‘mondiaal toegankelijke ruimte. Je kunt van Bangkok naar New York, Londen, Zuid-Afrika of Mumbai vliegen en overal dezelfde sfeer aantreffen. Plekken die een bepaalde rust geven omdat ze zo vertrouwd zijn.’ De homogeniteit stond in schril contrast met de hipsterfilosofie die in de jaren 2010 opgang deed: door bepaalde producten en culturele artefacten te gebruiken kon je laten zien dat je uniek was en je op die manier onderscheiden van de massa – in dit geval ging het dan om een bepaalde koffiebar in plaats van een onbekende band of een kledingmerk. ‘De ironie is dat al deze plekken individualiteit zouden moeten benadrukken, terwijl ze ongekend homogeen zijn,’ aldus Gonzalez.

    En niet alleen de plekken waren eenvormig, hetzelfde gold voor de klanten, merkte Gonzalez op: ‘Als je naar die koffiebars gaat, is het publiek overwegend wit. Maar [Kloof Street] is van oudsher een buurt waar mensen van kleur wonen.’ Alleen een bepaald soort mensen werd verleid om zich hier op zijn gemak te voelen, en anderen werden actief buitengesloten. Je hebt geld en een zeker savoir-faire nodig om je prettig te voelen bij de karakteristieke handeling van het uitklappen van je laptop op zo’n brede tafel en daar vervolgens uren te blijven zitten. In zekere zin is het net zoiets als je de onuitgesproken etiquette eigen maken in de cocktailbar van een duur hotel. Dit soort koffiebars ‘hebben iets beklemmends, in de zin dat ze duur en exclusief zijn’, aldus Gonzalez. Als witheid en welvaart als de norm worden gesteld, ontstaat er een soort esthetisch en ideologisch krachtveld dat iedereen weert die niet in het plaatje past.

    Plat

    Ik ben groot geworden met het idee dat de aarde plat was. Aan het begin van deze eeuw was er in Amerika in brede kring een groeiend bewustzijn van globalisatie, van het idee dat de wereld meer verbonden was dan ooit, en daarmee kleiner aanvoelde. De voornaamste aanjager van deze opvatting was Thomas Friedman, een columnist van The New York Times, bekend van zijn boek uit 2005, De aarde is plat. Zijn betoog appelleerde aan het gezond verstand: plat betekent dat mensen, goederen en ideeën sneller en makkelijker door de fysieke ruimte reizen dan ooit.

    Globalisering heeft ook geleid tot een meer alledaagse en alomtegenwoordige vervlakking van individuele ervaringen. Ik maak in Amerika gebruik van dezelfde apparaten, heb toegang tot veel van dezelfde sociale netwerken en maak verbinding met dezelfde streamingdiensten als een internetgebruiker in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Friedmans voorspelling van een toegenomen internationale concurrentie heeft over de hele linie geresulteerd in slechts enkele winnaars, die ongebreideld profiteren van hun monopolisering van de geïnternationaliseerde digitale ruimte.

    ‘Globalisering voltrekt zich alleen in kapitaal en data’

    ‘Globalisering voltrekt zich alleen in kapitaal en data’, schreef literair theoreticus Gayatri Chakravorty Spivak. ‘Al het overige zijn pogingen de schade in te perken.’ We hebben het over de globalisering van politiek, cultuur en toerisme, maar op een fundamenteler niveau heeft Spivak gelijk. Wat er in werkelijkheid over de planeet vloeit, zijn verschillende geld- en informatiestromen: investeringen, bedrijven, infrastructuren, server farms en alle data van digitale platforms, die onzichtbaar als wind- of oceaanstromen heen en weer gaan tussen verschillende landen. Wij als gebruikers pompen uit eigen vrije wil onze informatie in dit systeem, waarmee we ook onszelf tot onderdeel van de goederenstroom maken.

    daniela araya BBK MAfIJUI unsplash
    © Unsplash 

    Die homogenisering is niet alleen een verschijnsel van deze tijd; die is het gevolg van veranderingen die zich hebben voltrokken lang voor de komst van social media en algoritmische feeds, en zal naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst alleen nog maar toenemen. Het is tenslotte wel gebleken dat de wereld, telkens wanneer er melding wordt gemaakt van een grote vervlakking, een manier weet te vinden om nog verder af te vlakken.

    Begin jaren 2010 diende er zich een nieuw fenomeen aan, de ‘Instagram wall’. Dat was deels een voortvloeisel uit de streetartbeweging van de jaren ’00, een gentrificatie van graffiti waarbij stadsmuren werden overgenomen door frisse, officieel toegestane muurschilderingen, vooral in buurten met veel vervallen warenhuizen. Streetart werd een soort toeristische trekpleister, bijna een galerie in de openlucht.

    Waar streetart van oorsprong een guerrilla-activiteit was, waren Instagram walls plekken die speciaal waren bedacht om te zorgen dat mensen zouden blijven staan om een foto te nemen tegen de achtergrond van die muur, om die vervolgens op Instagram te posten. Die Instagram walls werden ook wel Instagram traps genoemd – valstrikken. Sommige bestonden uit niet meer dan felgekleurde grafische patronen die een perfecte achtergrond vormden voor een foto.

    Instagram walls

    Het hoogtepunt – of dieptepunt – van dit fenomeen was misschien wel een brunchrestaurant met de naam Carthage Must Be Destroyed. Het restaurant opende zijn deuren in 2017 in Bushwick, een wijk in Brooklyn, in een blok vol pakhuizen. Aan het interieur was weinig gedaan – kale bakstenen wanden en zichtbare leidingen, grote tafels waar iedereen moest aanschuiven – maar er was sprake van één opmerkelijke, opzichtige stijlkeuze: alles was lichtroze geverfd. De deur was roze, de toonbank had roze tegeltjes, het espressoapparaat had een roze behuizing en de borden waren van roze aardewerk. De menukaart bood weinig bijzonders en de inrichting was dan ook de voornaamste attractie. De publiciteitsfoto’s waren nog maar nauwelijks in omloop gebracht of iedereen wilde naar ‘dat roze restaurant’.

    De ruimte was geoptimaliseerd om te worden gebruikt als digitaal beeld. In die tijd zag je dankzij het internet ineens overal ‘millennial roze’, een beetje de kleur van donkere rouge. Het werd ook wel ‘Tumblr pink’ genoemd, naar het bekende sociale netwerk waardoor het in zwang raakte. Je zag deze kleur op Nike-sneakers, Glossier-makeup en Away-koffers. De rosé gouden modellen die Apple in 2015 op de markt bracht, maakten deel uit van die trend. Carthage Must Be Destroyed had ook de Millennial Pink Experience kunnen heten, een immense Instagram wall. De bezoekers waren zo lang bezig met het maken van foto’s dat het restaurant uiteindelijk een regel invoerde om het maken van snapshots van de ruimte tegen te gaan: alleen foto’s van je eigen eten waren toegestaan. 

    Er kwamen zogeheten ‘Instagram museums’, waar het eigenlijk alleen ging om het maken van de foto’s

    Tegen het einde van het decennium zag je tot vervelens toe dit soort installaties. Er kwamen zogeheten ‘Instagram museums’, waar het eigenlijk alleen ging om het maken van de foto’s. The Museum of Ice Cream, dat in 2017 zijn deuren opende in San Francisco, voorzag in installaties die waren gebaseerd op zoetigheden waar je je volledig in kon verliezen. The Color Factory, ook uit 2017, bood surrealistische monochrome kamers voor portretten met een dramatisch effect. In geen van de gevallen was sprake van overtuigende beeldende kunst, aangezien de werken slechts bestonden bij de gratie van een foto en van degene die op de foto stond – zonder de digitale platforms waren de werken niet compleet; het enige waar het om ging was het creëren van content.

    Instagram walls of experiences trokken bezoekers naar een bepaalde plek en hielden hen daar bezig door ze iets te doen te geven met hun mobieltje, vergelijkbaar met restaurants die kleurplaten hebben voor kleuters. Het was een concessie aan onze nieuwe verslavingen – je kunt niet meer gewoon ergens naartoe gaan; je moet die ervaring ook documenteren. En doordat de bezoekers die de foto’s online zetten het bedrijf of de locatie taggen, groeien de foto’s uit tot een soort gedecentraliseerd onlinebillboard, een vorm van gratis zendtijd en digitale mond-op-mondreclame. De Instagram walls houden zichzelf in stand. Hoe meer posts, hoe meer reclame-algoritmen de plek registreren en suggereren aan nog meer potentiële klanten. De walls zijn een duidelijk voorbeeld van het onontkoombare gegeven dat zelfs fysieke bedrijven niet alleen aanwezig moeten zijn in de realiteit, maar ook op internet.

    De walls zijn inmiddels verworden tot een cliché, maar de manier waarop ze functioneren is doorgesijpeld naar allerlei bedrijven en plekken, met als gevolg dat nu volop wordt ingezet op zogeheten instagrammability. Zo kan een restaurant bijvoorbeeld een wand met planten maken, waar in neonletters de naam van de zaak tussen hangt, goed zichtbaar vanaf alle tafeltjes en daarmee ideaal om te fotograferen en te delen. Een bepaald gerecht kan zo kunstig zijn opgemaakt dat het eerder fungeert als beeld dan als voedsel.

    In het afgelopen decennium is Instagram de lens geworden waardoor we naar de mondiale wereld van de specialty-koffiebars kijken,’ zegt Trevor Walsh, marketing manager van Pilot Coffee Roasters, een keten van minimalistische koffiebars in Toronto. ‘We willen ontwerpkeuzes maken die het goed doen op de foto, we willen een omgeving bieden waarin je momenten beleeft die je wilt delen.’ Het posten van foto’s en reviews op Pilots Instagramaccount was voor het bedrijf aanvankelijk een manier om in contact te komen met andere koffiebars en met collega’s uit de koffiebranche in andere steden, maar als gebruiker van het platform voel je ook de constante druk om het account te onderhouden. ‘Je moet aan de lopende band content creëren. We hebben continu het gevoel dat we in de telefoons en laptops van mensen moeten zitten,’ zegt Walsh. 

    Gewoon een koffiebar zijn is niet meer voldoende; de branche moet een parallel bestaan cultiveren op internet

    Gewoon een koffiebar zijn is niet meer voldoende; de branche moet een parallel bestaan cultiveren op internet, wat een vak apart is. ‘Het is alsof je, om succesvol en zichtbaar te zijn, veel verstand moet hebben van social media, alsof je heel goed thuis moet zijn in iets wat wel gerelateerd is aan je vakgebied maar er niet echt onderdeel van uitmaakt,’ vervolgt Walsh. 

    Verstand hebben van social media betekent je bewust zijn van de algoritmen van de afzonderlijke platforms. Het viel Walsh op dat sommige bedrijven misschien wel een geweldig verhaal hebben, maar ‘zich niet leken te verdiepen in de algoritmen die hen in staat stellen hun zichtbaarheid te vergroten’. Misschien posten ze niet vaak genoeg of houden ze de veranderingen niet bij, zoals de ontwikkeling dat Instagram ineens meer aandacht had voor filmpjes dan voor foto’s – een ingrijpende verandering die zich voltrok in 2022, toen het platform TikTok probeerde te imiteren. Het is niet makkelijk om in de peiling te houden wat het algoritme precies wil, en zelfs mensen die met verstand van zaken een gok wagen, schieten niet altijd raak. Zoals Walsh zegt: ‘We hebben er veel tijd en moeite in gestoken om mooie content te creëren. Maar door dat algoritme hebben we minder voltreffers dan we volgens ons hadden kunnen of hadden moeten krijgen. Dat kan soms wat ontmoedigend zijn.’ 

    ‘Ik haat het algoritme. Iedereen haat het algoritme’

    ‘Ik haat het algoritme. Iedereen haat het algoritme,’ zegt Anca Ungureanu, eigenaar en oprichter van Beans & Dots, een koffie-vestiging in Boekarest, Roemenië. In eerste instantie was de zaak gevestigd in een voormalige drukkerij. Haar streven was ‘om iets neer te zetten dat er nog niet was in Boekarest’ – een plek die, in ieder geval in artistieke zin, niet typerend is voor Boekarest. De zaak trekt een internationaal publiek; wie op Google zoekt naar specialty-koffie in Boekarest, krijgt meteen Beans & Dots voorgeschoteld. Ungureanu heeft een Instagramaccount gemaakt vol cappuccino-foto’s, met meer dan zevenduizend volgers, maar ze raakte gefrustreerd toen ze het gevoel kreeg dat het platform haar de mogelijkheid ontnam om via haar feed haar publiek te bereiken.

    Toen ze ook koffie online ging verkopen, leken Facebook en Instagram haar bereik af te knijpen – tenzij ze reclameruimte zou kopen en zo de kas van de socialmediabedrijven zou spekken. Het voelde als algoritmechantage: als je niet betaalt, gaan wij je niet langer promoten. De middelen die Ungureanu in staat hadden gesteld te groeien en nieuwe klanten te trekken, keerden zich ineens tegen haar. Facebook en Instagram ‘staan niet toe dat je garen spint bij de gemeenschap die je zelf hebt gebouwd. Vanaf een bepaald moment spelen ze geen eerlijk spel meer,’ zegt Ungureanu.

    Volgersinflatie

    Andere eigenaren van koffiebars komen met dezelfde klacht. Jillian May is mede-oprichter van Hallesches Haus in Berlijn, een koffiebar annex boetiek die in 2014 de deuren heeft geopend. In de hoge, strakke ruimte met boogramen kunnen bezoekers niet alleen gieters, lampen en aardewerken bloempotten kopen, maar ook koffie en salades. Hallesches Haus heeft bijna dertigduizend volgers op Instagram. Maar ‘in verhouding tot het aantal klanten kregen we in de loop der tijd steeds minder likes,’ aldus May.

    ‘Een foto die vijf jaar geleden werd gepost kreeg duizend likes, en diezelfde foto krijgt tegenwoordig nog maar honderd tot tweehonderd likes.’ Ze heeft het gevoel dat de app ‘de gebruikers onder druk zet om te betalen voor het promoten van dit soort posts, en daar voelen we ons niet prettig bij’. Die discrepantie voelt als een verbroken belofte van een sociaal netwerk dat is gebouwd op gedemocratiseerde, door gebruikers gegenereerde content. Wij als gebruikers zorgen dat de social media functioneren, maar toch krijgen we niet de volledige controle over de relaties die wij op de platforms tot stand brengen, voornamelijk omdat de algoritmische aanbevelingen zo dominant zijn.’

    clayton malquist 4x9q7p17bE unsplash
    © Unsplash 

    Het effect dat May heeft waargenomen zou je ‘volgersinflatie’ kunnen noemen. Een groot aantal volgers komt niet langer overeen met de werkelijke betrokkenheid over een langere periode, aangezien de prioriteiten van het platform kunnen veranderen of omdat de aloude contenttrucjes hun uitwerking verliezen. Het is een gevoel dat iedereen zal herkennen die het afgelopen decennium op Instagram heeft gezeten. Het is misschien een klap voor je ego als je minder likes krijgt bij een selfie, maar voor een bedrijf dat op deze manier geld moet verdienen is het een serieus financieel probleem – of het nou gaat om een koffiebar die bezoekers wil trekken of om een influencer die gesponsorde content aan de man brengt.

    Fysieke filters

    Het nastreven van instagrammability is een valstrik: de snelle groei als je een herkenbaar format overneemt, ongeacht of het om een fysieke ruimte gaat of om zuiver digitale inhoud, maakt geleidelijk plaats voor een dagelijkse sleur waarin je dingen moet blijven posten en moet bijhouden hoe het algoritme nu weer werkt – welke hashtags, memes of formats je moet volgen.

    Digitale platforms nemen ondernemers hun autonomie af, zetten hen onder druk om in de pas te lopen in plaats van hun eigen creatieve ingevingen te volgen. Te dicht op een trend zitten brengt ook een risico met zich mee: als de glans eraf is, zal het algoritmische publiek het ook laten afweten. Daarom zullen de koffiebars van dertien in een dozijn voortdurend kleine aanpassingen aanbrengen in het interieur, net wat meer planten neerzetten of er juist een paar weghalen. In de algoritmische feed is timing van cruciaal belang.

    In zekere zin zijn koffiebars ook fysieke algoritmische filters

    De alternatieve strategie is je niet van de wijs te laten brengen, je geen zorgen te maken over trends en betrokkenheid en domweg vasthouden aan datgene waar je goed in bent; op een wezenlijk niveau trouw blijven aan je persoonlijke opvattingen of aan de identiteit van je merk. In zekere zin zijn koffiebars ook fysieke algoritmische filters: mensen worden gefilterd op basis van hun voorkeuren en door middel van de inrichting en wat er op de menukaart staat.

    Zo wordt stilletjes een bepaald soort mensen aangetrokken en een ander soort mensen geweerd. Op de lange termijn is die manier om een gemeenschap te creëren misschien wel van grotere waarde dan kunstzinnig bewerkt melkschuim en grote aantallen volgers op Instagram. Uiteindelijk is dat ook wat Anca Ungureanu probeert te doen in Boekarest. ‘We zijn een koffiebar waar je gelijkgestemden kunt ontmoeten, mensen met dezelfde belangstelling,’ zegt ze. Door die opmerking realiseerde ik me dat een bepaalde mate van homogeniteit waarschijnlijk een onvermijdelijk gevolg is van algoritmische globalisering, eenvoudigweg omdat tegenwoordig zo veel gelijkgestemden zich, beïnvloed door dezelfde digitale platforms, door dezelfde fysieke ruimtes bewegen. De eenvormigheid heeft de neiging te accumuleren. 

  • Mark Zuckerberg maakt excuses voor mentale schade bij kinderen door sociale media

    Mark Zuckerberg maakt excuses voor mentale schade bij kinderen door sociale media

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Armenië treedt toe tot het Internationaal Strafhof tegen zin van Rusland

    » Peru: staking beëindigd bij Machu Picchu

    ‘Het spijt me voor alles wat jullie hebben doorstaan’

    Tijdens een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat heeft Mark Zuckerberg, CEO van Meta (o.a. Facebook, Instagram en WhatsApp), zijn excuses aangeboden voor de schade die zijn sociale netwerken hebben toegebracht aan de mentale gezondheid van kinderen. ‘Het spijt me voor alles wat jullie hebben doorstaan,’ zei de miljardair volgens CNN tegen familieleden van slachtoffers.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Woensdag getuigden de directeurs van Meta, TikTok, X (voorheen Twitter), Snap en Discord voor de Senaat over wat ze doen om kinderen te beschermen tegen schade door het gebruik van hun sociale netwerken. Zowel Democraten als Republikeinen riepen de techgiganten op tot concrete actie om minderjarigen te beschermen tegen seksuele uitbuiting en zelfmoord door socialemediagebruik. ‘Jullie hebben bloed aan je handen,’ zei de Republikeinse senator Lindsey Graham.

    Voorafgaand aan de hoorzitting hebben techbedrijven nieuwe initiatieven aangekondigd om kinderen te beschermen. Apps als Instagram en TikTok vragen kinderen om pauzes te nemen of hun schermtijd te beperken en hebben hun algoritmes aangepast om schadelijke inhoud, zoals posts over eetstoornissen, minder te tonen.

  • De feministische revolutie in China speelt zich af op sociale media

    De feministische revolutie in China speelt zich af op sociale media

    Al zo’n tien jaar trekken Chinese vrouwen op blogs en forums traditionele opvattingen over gender en de rol van vrouwen in twijfel. Ze krijgen dagelijks te maken met censuur en agressie, maar de beweging is groter dan ooit. ‘Online kwam ik erachter dat vrouwen ook op een andere manier konden leven.’

    Op een avond in 2021 was Zhang Zirui aan het scrollen op de blogwebsite Weibo toen ze een bericht tegenkwam dat haar aan het denken zette. In de post betoogde de feministische influencer Lin Maomao dat vrouwen hun familie geen gehoorzaamheid verschuldigd zijn. Ze riep vrouwen op om egoïstisch en gemeen te zijn. Ze moeten vooral aan zichzelf denken, schreef ze, en zich van niemand iets aantrekken, ook niet van hun partner of hun ouders.

    De boodschap sprak haar aan. Zhang had in die tijd het gevoel dat ze in de knel zat – met haar familie, haar relatie en haar woonplaats in Ningxia, een onderontwikkelde en conservatieve provincie in het binnenland. Haar ouders keken op haar neer. Ze hadden haar verboden om haar droomstudie natuurkunde te volgen, omdat ‘dat niet voor meisjes is’. In plaats daarvan deed ze een opleiding voor kleuterjuf. Haar vriend, met wie ze ooit een gezin had willen stichten, behandelde haar slecht. En hij deed haar geloven dat dat haar eigen schuld was.

    Toen ze de post van Lin gelezen had, legde Zhang haar telefoon neer en haalde diep adem. Ze had een glimp van een andere wereld gezien. Vanaf dat moment ‘las ik haar posts elke dag om mezelf energie te geven’, vertelt ze. ‘Ik kwam erachter dat vrouwen ook op een andere manier konden leven.’

    Op het internet kwam Zhang termen tegen als misogynie, gaslighting en ‘giftige schoonheidsidealen’, en ze begreep dat ze haar leven moest veranderen. Ze zette de ene stap na de andere: ze ging toch natuurkunde studeren, verhuisde naar een grote stad in een kustprovincie en maakte een einde aan haar relatie. Afgelopen zomer schoor ze haar hoofd kaal, als symbolische breuk met haar vroegere zelf. Voor het eerst voelde ze zich vrij.

    ‘Ik deed afstand van de diamanten ring die me beperkte, trok het keurslijf van discipline uit en wierp de cosmetica weg die me zogenaamd mooi maakte’, schreef Zhang (25) in juli op lifestyle-app Xiaohongshu. Op de bijbehorende foto kijkt ze recht in de camera. Haar ooit zorgvuldig geëpileerde wenkbrauwen zijn nu warrig en haar haar is gemillimeterd. Deze gedurfde nieuwe look leverde haar 1778 likes op.

    Negatieve invloed

    Veel Chinese vrouwen van Zhangs generatie hebben een vergelijkbaar pad afgelegd. Ze zijn geïnspireerd geraakt door onlinegemeenschappen en trekken traditionele opvattingen over gender en de rol van vrouwen in de Chinese samenleving in twijfel. De socialemediaplatforms in China – waaronder Weibo, Xiaohongshu, Douyin (de Chinese versie van TikTok), super-app WeChat en cultureel discussieplatform Douban – staan vol met feministische content. Posts met feministische hashtags worden miljoenen, zo niet miljarden keren bekeken. Aangespoord door de MeToo-beweging hebben tientallen Chinese vrouwen op sociale media beschuldigingen geuit tegen machtige mannen. Een daarvan was Zhu Jun, presentator van de staatszender, die de beschuldigingen ontkende. Tennisser Peng Shuaien beschuldigde voormalig vicepremier Zhang Gaoli van seksueel misbruik, maar die heeft daar nooit publiekelijk op gereageerd.

    Nieuwsberichten over gendergerelateerd geweld leiden regelmatig tot referenda over de voor- en nadelen van het huwelijk. Miljoenen stemmers betogen dat het huwelijk voor een vrouw meer problemen veroorzaakt dan dat het oplevert – en dat het ook nog gevaarlijk is, gezien het gebrek aan regelgeving op het gebied van echtscheidingen en huiselijk geweld. Overheidscijfers laten zien dat dit sentiment serieuze gevolgen heeft. Huwelijks- en geboortecijfers zijn historisch laag. De decennialange stijging van het aantal echtscheidingen stopte pas in 2021, nadat de regering het moeilijker maakte om te scheiden.

    Ook andere factoren – zoals de kosten van levensonderhoud – beïnvloeden deze trends, maar volgens Leta Hong Fincher, auteur van Leftover Women: The Resurgence of Gender Inequality in China, hangen ze samen met een groeiend bewustzijn over vrouwenrechten. ‘Het zijn vooral vrouwen die zich verzetten tegen het huwelijk en ouderschap,’ zegt ze. In mei schreef een aan de Communistische Partij gelieerde denktank in een rapport over het dalende geboortecijfer in China het volgende: ‘De verspreiding van het radicale feminisme heeft een negatieve invloed gehad op de individuele overtuigingen en verlangens van vrouwen als het aankomt op zwangerschap.’

    De Chinese regering, die altijd bezig is om de sociale stabiliteit te handhaven, heeft de afgelopen vijf jaar feministische activisten vervolgd en socialemediasites opgedragen om feministische content aan banden te leggen. Vergelijkbare methoden hebben ervoor gezorgd dat campagnes voor sociale doelen zoals arbeidsrechten en lhbtqia+-rechten de kop in zijn gedrukt. Openlijk activisme voor vrouwenrechten is nu ook zo goed als onmogelijk. Maar zelfs nu de luidste stemmen het zwijgen is opgelegd, worden feministische idealen breder gedeeld dan ooit. De vlam van het Chinese feminisme brandt nog steeds – en nergens feller dan online. Dat de online feministische beweging in China zo agressief gecensureerd wordt, maakt het ‘extra bijzonder hoe invloedrijk zij is’, aldus Hong Fincher.

    ‘Voor mijn gevoel is elke vrouw op sociale media vandaag de dag lid van de feministische gemeenschap,’ vertelt Xiaoniao (28), die in de context van MeToo iemand heeft beschuldigd van seksueel geweld. Ze gebruikt een pseudoniem uit angst voor vergelding door de Chinese autoriteiten. De invloed van de Chinese online-emancipatiebeweging is in haar woorden zo groot dat je ‘zolang je online bent, niet kunt ontsnappen aan de invloed van het feminisme’.

    De politie vroeg feministische activisten steeds vaker om ‘op de thee te komen’: een eufemisme voor een verhoor

    Onlinefeminisme heeft een korte maar turbulente geschiedenis in China. De intensiteit ervan varieerde door de jaren heen en was afhankelijk van hoe ver de vrijheid van meningsuiting op dat moment reikte. De meeste jonge vrouwen zoals Zhang zijn zich niet bewust van eerdere feministische golven van dit activisme, aangezien die door overheidscensuur allang zijn uitgewist. Toch laat de geschiedenis haar sporen na.

    Lü Pin, een prominente feministische activist, herinnert zich de gouden eeuw van de Chinese sociale media. Weibo werd in 2009 gelanceerd en het ledenaantal groeide binnen vier jaar uit tot 500 miljoen – deels doordat buitenlandse concurrenten als Facebook en Twitter in China verboden waren. Het platform was een plek waar journalisten, schrijvers en academici in relatieve vrijheid commentaar konden leveren op de belangrijkste kwesties die in China speelden. In 2010 maakte Lü het account Feminist Voices aan. Daarop verscheen commentaar op huiselijk geweld, seksuele intimidatie en andere vrouwenrechtenkwesties. Het groeide uit tot het invloedrijkste feministische account dat er was.

    Activisten verspreidden hun ideeën ook offline. In 2012 liepen drie feministen op Valentijnsdag in een rode trouwjurk door een drukke straat om aandacht te vragen voor huiselijk geweld. Diezelfde maand begon een campagne om mannentoiletten te ‘bezetten’: een oproep tot meer openbare toiletten voor vrouwen.

    Het tij keerde in 2015, tijdens de eerste ambtstermijn van de Chinese president Xi Jinping. In maart hield de politie van Beijing vijf feministische activisten aan die stickers tegen seksuele intimidatie in het openbaar vervoer hadden verspreid. De maandenlange detentie van deze Feminist Five, zoals ze genoemd werden, was een mijlpaal. ‘Dat gaf aan dat de overheid feministische evenementen en organisaties niet langer accepteerde,’ zegt Lü. Ze was in de VS toen de vijf in hechtenis werden genomen, en ze besloot er te blijven.

    Meer restricties volgden. In 2016 bood een nieuwe wet het veiligheidsapparaat controle over de financiering en activiteiten van ngo’s, waardoor de meest prominente vrouwenrechtenorganisatie van het land moest sluiten. De politie vroeg feministische activisten steeds vaker om ‘op de thee te komen’: een eufemisme voor een verhoor.

    Vrouwen gingen zich vooral op sociale media richten. ‘Het unieke aan de Chinese feministische beweging is dat die zich bijna volledig online afspeelt,’ zegt Lü. Feminist Voices kreeg meer aandacht dan ooit, met op het hoogtepunt meer dan 250.000 volgers op verschillende platforms. Maar die groei op het internet heeft volgens Lü ook een negatieve component: ‘De echte bloei van het onlinefeminisme kwam pas toen de beperkingen in de offline ruimte toenamen,’ zegt ze. ‘Als je het zo bekijkt, duidt de online ontwikkeling niet op uitbreiding, maar juist op inkrimping van de openbare ruimte.’

    De wereldwijde MeToo-beweging, die ervoor zorgde dat steeds meer vrouwen hun verhaal over seksueel misbruik en intimidatie begonnen te delen, bereikte China op 1 januari 2018. In een lange post op Weibo beschuldigde Luo Xixi, een promovendus aan de Beihang Universiteit van Beijing, haar voormalig adviseur van seksuele intimidatie. Meer vrouwen volgden haar voorbeeld. Studenten van meer dan veertig Chinese universiteiten ondertekenden open brieven waarin ze opriepen tot maatregelen tegen seksuele intimidatie op scholen. De universiteit ontsloeg de adviseur, die beweerde dat hij niets illegaals had gedaan.

    Weibo censureerde halverwege januari de hashtag #MeTooInChina. Chinese sociale mediabedrijven onthullen meestal niet hoe of waarom ze dergelijke beslissingen nemen, maar volgens experts speelt de overheid er een grote rol in. ‘De Chinese overheid doorgaans voorkomen dat sociale bewegingen zo sterk worden dat ze tot een opstand leiden of de overheid op de een of andere manier destabiliseren,’ zegt Huang Qian, universitair docent bij het Centrum voor Mediastudies en Journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Ze houden constant in de gaten of een specifieke hashtag of een specifiek online-evenement zich kan ontwikkelen tot iets groters.’

    Enokipaddenstoelen

    Door de MeToo-beweging kregen online feministische discussies meer aandacht, ook van de overheid. Op 9 maart 2018 verwijderde Weibo permanent het account van Feminist Voices wegens ‘het schenden van relevante regelgeving’. Het verbod kwam nadat Feminist Voices een artikel had gepubliceerd waarin lezers werden aangespoord om Internationale Vrouwendag te vieren door vrouwenrechten te gedenken in plaats van te gaan winkelen – Chinese merken en onlinewinkels hebben die dag namelijk omgevormd tot een commerciële feestdag. Het WeChat-account van de organisatie verdween diezelfde dag.

    Sinds 2020 hebben socialemediaplatforms hun toezicht op feministische content verscherpt, vaak met het argument dat ze vijandigheid tussen mannen en vrouwen willen inperken. In dat jaar werd het account van Lin Maomao – de influencer die Zhang inspireerde – door Weibo een jaar lang op non-actief gezet wegens het ‘aanzetten tot vijandigheid tussen verschillende groepen’. Ook Douban en Bilibili (vergelijkbaar met YouTube) hebben haar accounts verwijderd. Lin reageerde niet op interviewverzoeken en Douban en Bilibili reageerden niet op een verzoek om commentaar.

    Een paar maanden later stelde Douban meer dan tien feministische groepen op non-actief, met de mededeling aan de leden dat ‘de groep werd ontbonden als gevolg van meldingen van gebruikers en eisen van de betrokken autoriteiten, omdat er extremisme, radicale politieke zaken en ideologie worden gepropageerd’. Vanaf januari 2021 gebruikt Weibo ‘het uitlokken van genderfrictie’ als een legitieme reden om een account te verwijderen. De accounts van Lin Maomao zijn nooit hersteld.

    Zhang heeft screenshots van de posts van Lin bewaard en bekijkt ze van tijd tot tijd nog steeds. ‘Dat ze is gecensureerd, bewijst dat alles wat ze zei, waar is,’ zegt Zhang.

    Vandaag de dag is overheidscensuur niet het enige waar de vrouwen van de Chinese online feministische beweging zich zorgen over moeten maken. De afgelopen jaren zijn groepen nationalistische mannen, vaak antifeministen genoemd, begonnen met het opsporen van vrouwen wier berichten ze politiek incorrect noemen. Vervolgens rapporteren ze de vrouwen aan de platforms met als doel dat er een verbod volgt, vaak met succes. Hoewel ook zij dus voor veel ‘genderfrictie’ zorgen, kunnen deze socialemediagebruikers wel vrijuit hun gang gaan.

    Twee jaar geleden werd Xiaoniao – die MeToo-beschuldigingen had geuit – geconfronteerd met een dergelijke groep. Ze had tijdens de eerste MeToo-golf in 2018 een bekende ngo-directeur beschuldigd van seksueel misbruik. De ngo-directeur bekende en stapte op. Aanvankelijk was er veel aandacht voor de zaak, maar toen Xiaoniao minder actief werd op Weibo, ging de storm weer wat liggen. Maar in december 2021 was ze getuige van een bijzonder grove antifeministische doxxing-campagne en voelde ze zich gedwongen zich uit te spreken.

    De campagne werd geleid door Ziwu Xiashi. Deze prominente nationalistische influencer werd populair nadat hij een reeks berichten had gepost. Daarin beweerde hij dat Chinese feministen, waaronder Lü Pin, de Feminist Five en MeToo-aanklagers, marionetten zijn van obscure ‘westerse krachten’ die China ten val willen brengen. In het begin had hij het vooral gemunt op bekende vrouwen. Maar die keer richtte hij zijn aandacht op een Weibogebruiker met slechts tweehonderd volgers.

    Hij kamde de accountgeschiedenis van zijn doelwit uit en verzamelde reacties die ze had achtergelaten, zoals haar spottende opmerkingen over mannen met penissen zo klein als ‘enokipaddenstoelen’. Hij vond aanwijzingen dat ze bij een overheidsinstantie werkte. Hij riep zijn meer dan een miljoen volgers op om haar aan te geven bij haar werkgever wegens ‘antimannenopmerkingen’ en ‘niet aan werk gerelateerde activiteiten onder werktijd’ – de vrouw had haar berichten geplaatst terwijl ze aan het werk was.

    Xiaoniao vond dit absurd. In reactie hierop startte ze zelf een kleine campagne waarin ze andere feministen aanmoedigde om brieven te sturen naar de overheidsinstantie met het dringende verzoek om de vrouw niet te ontslaan. Tevergeefs: de vrouw verwijderde haar account en verloor haar baan. (De vrouw wilde niet geïnterviewd worden, omdat ze ‘gewoon wil dat het voorbij is’.)

    Daarna richtten de antifeministen hun aandacht op Xiaoniao. Ze achterhaalden haar persoonlijke gegevens al snel, ook al had Xiaoniao haar Weiboprofiel zo ingesteld dat het alleen zichtbaar was voor mensen die haar langer dan dertig dagen volgden. ‘Ze zijn erg goed getraind,’ zegt ze. ‘Ze hielden me al heel lang in de gaten.’

    ‘Het is absoluut noodzakelijk om deze kwaadaardige tumor uit te roeien!’

    Xiaoniao besloot de confrontatie aan te gaan. Op Douban postte ze een video van zichzelf in een rode trui, waarop ze zingt en een liedje speelt op haar ukelele – het was de eerste keer dat ze haar gezicht op sociale media liet zien. ‘Ik was bang,’ zegt ze. ‘Maar omdat ze vast wilden weten hoe ik eruitzie, dacht ik dat ik het ze beter zelf kon laten zien. Daardoor voelde ik me er beter over.’ Vanaf dat moment veranderde Xiaoniao elke maand haar accountnaam op Douban om het voor trollen moeilijker te maken om haar te vinden.

    Feministen vinden dat sociale media eenzijdig tegen ‘genderfrictie’ optreden. Baidu, een Chinese techgigant die vooral bekendstaat om zijn zoekmachine, beheert Tieba, een site die vergelijkbaar is met Reddit. In mei dit jaar circuleerde er een foto online waarop te zien is dat het platform een van zijn ‘Voortreffelijke forumleider 2023’-prijzen had uitgereikt aan de beheerder van een onlinegemeenschap met zo’n drie miljoen leden – voornamelijk mannen. Die gemeenschap haalde de voorpagina’s omdat er seksistische opmerkingen werden geplaatst en expliciete foto’s van vrouwen werden gedeeld zonder hun toestemming. Voor Chinese feministen was dit het zoveelste bewijs dat Chinese techbedrijven geen enkel probleem hebben met vrouwenhaat. Baidu, Weibo en Xiaohongshu reageerden niet op verzoeken om commentaar.

    Ook de overheid staat duidelijk aan één kant. De gecoördineerde trollenacties van antifeministen liggen in het verlengde van hoe de overheid optreedt tegen activisme voor vrouwenrechten, zegt Hong Fincher. ‘Die komen allemaal overeen met het standpunt van de regering dat het feminisme een bedreiging vormt voor de overheid en dat feministische stemmen een gevaar kunnen vormen voor de sociale stabiliteit,’ zegt ze. In de afgelopen jaren werden via het regeringsbeleid traditionele familiewaarden gepromoot. Zo is er een ommekeer geweest van het éénkindbeleid naar openlijke steun voor stellen die meer kinderen krijgen.

    Soms is de boodschap van de regering nog directer. Vorig jaar uitten gebruikers van sociale media kritiek op de Communistische Jeugdliga, een Chinese partijorganisatie voor jongeren, omdat er geen vrouw was opgenomen in een serie foto’s over de geschiedenis van de Communistische Partij. 

    De Jeugdliga reageerde boos. ‘“Extreem feminisme” woekert voort en wordt steeds kwaadaardiger,’ postte De Liga op Weibo. ‘Het is absoluut noodzakelijk om deze kwaadaardige tumor uit te roeien en de vreedzame online omgeving te herstellen!’

    In maart kostte een feministische trend Wang Qi (24) haar baan. Qi, een socialemediamanager, had berichten gelezen op Xiaohongshu over fumeiyi, oftewel ‘schoonheidsplicht’ – een term die verwijst naar ‘militaire plicht’ en die kritiek levert op de sociale verplichting voor vrouwen om geld uit te geven aan dure kleding, cosmetica en kapsels. Het inspireerde haar om naar de kapper te gaan en zich juist een kort kapsel te laten aanmeten. 

    Wang had kort daarvoor een baan in een koffiezaak aangeboden gekregen. Maar toen de baas haar weer zag, vond hij haar nieuwe uiterlijk onacceptabel en trok hij zijn aanbod in. Ze heeft er geen spijt van. ‘Ik heb me nog nooit zo dicht bij mijn ware ik gevoeld’, schreef Wang in een Xiaohongshu-post met voor-en-nafoto’s. Eerder vertelde ze nog aan Rest of World: ‘Als ik uitga, heb ik minstens twee uur nodig om me aan te kleden en mijn make-up te doen.’

    Fumeiyi is momenteel een van Xiaohongshu’s meest besproken onderwerpen. Het verwerpen van traditionele schoonheidsnormen heeft geleid tot een trend waarbij vrouwen net als Zhang en Wang trots foto’s delen van hun kaalgeschoren hoofd. Volgens NewRank, een platform dat Xiaohongshu analyseert, zijn berichten waarin fumeiyi voorkomt inmiddels meer dan 35 miljoen keer bekeken.

    Dat een dergelijke trend op een ander platform dan Weibo is ontstaan, laat zien hoe het onlinefeminisme de afgelopen jaren is verschoven. Weibo, dat maandelijks meer actieve gebruikers heeft dan X (voorheen Twitter), blijft het populairste platform voor maatschappelijke discussies in China. Maar onder andere vanwege het strenge toezicht op het platform en de meedogenloze trollen, ontmoeten vrouwen elkaar steeds vaker op Xiaohongshu. Daar is hun aandeel ruim twee keer groter dan dat van mannelijke gebruikers. Vrouwen hebben manieren gevonden om het algoritme van de app te misleiden, zodat hun berichten voornamelijk aan andere vrouwen worden getoond. Ook Douban, waar veel interacties plaatsvinden binnen semi-afgesloten groepen, is een feministisch toevluchtsoord.

    Gemengde gevoelens

    Lü, de activist, beschrijft de overstap van Weibo naar Douban en Xiaohongshu als een verschuiving van ‘een openbaar plein’ naar ‘de woonkamer van een vriend’. Op de laatstgenoemde platformen gaat het bij vrouwenemancipatie minder om het creëren van structurele veranderingen. De nadruk ligt meer op alledaagse onderwerpen: conflicten met vriendjes of discussies over trouwen, kinderen krijgen of make-up gebruiken.

    Op Douban ontstaan feministische discussies meestal in gemeenschappen die zich richten op lifestyle, zoals de ‘Douban Breakup Group’ met 370.000 leden, waar vrouwen over hun relatieproblemen praten. Hoewel het niet bepaald een bolwerk van activisme is, worden in de discussies vaak feministische standpunten omarmd.

    Vorig jaar had Wan (28) ruzie met haar vriend. Hoewel ze nog niet klaar was om kinderen te krijgen, zag hij er geen probleem in om een zwangerschap te riskeren. Ze besloot een anticonceptie-implantaat te nemen zonder het aan hem te vertellen. Toen hij erachter kwam, vond hij dat dat blijk gaf van een gebrek aan vertrouwen. Wan, die om privacyredenen alleen haar achternaam wil gebruiken, wilde er met iemand over praten. Maar ze kon het bij haar vrienden niet kwijt – die ‘zouden denken dat ik te gevoelig ben’, en al helemaal niet bij haar moeder, die op kleinkinderen rekent. In plaats daarvan wendde ze zich tot de Douban Breakup Group.

    ‘Waarom moeten vrouwen met hun partners bespreken dat ze anticonceptie willen? Mogen we zelfs niet over ons eigen lichaam beslissen?’ stond er in een veelgelezen commentaar onder Wans post. ‘Zuster, je bent inderdaad een daadkrachtig meisje. Alleen dappere meisjes zoals jij kunnen echte vrijheid krijgen’, zei een ander. Wan had voldoende aanmoediging gekregen en maakte het een week later uit met haar partner.

    Zhuozi (23), videoregisseur en redacteur, is al enkele jaren lid van de Breakup Group. Ze heeft de relatieadviezen van de leden zien veranderen. ‘Als een lid een paar jaar geleden zei dat het uit was met haar vriend, was de kans groot dat mensen zeiden dat het haar schuld was,’ zegt ze. ‘Maar nu analyseren ze de situatie en zeggen ze dat ze, ook als ze haar vriend verlaat, nog steeds een goed leven kan hebben.’ Zhuozi vroeg de groep om advies over haar eigen vriend, die erop stond dat ze geen mannelijke vrienden had, en maakte het vervolgens uit.

    Zowel Zhuozi (die om privacyredenen een pseudoniem gebruikt) als Wan heeft gemengde gevoelens over de populariteit van de groep. ‘Discussies over feminisme richten zich in China vooral op intieme relaties omdat we niet in staat zijn om veranderingen te bewerkstelligen in bredere sociale kwesties,’ zegt Wan, die in de juridische sector werkt.

    ‘Wij vrouwen hebben weinig opties,’ zegt ze. ‘Het enige moment waarop het lijkt alsof je een keuze hebt, is wanneer je een partner kiest.’ Ze weet niet zeker of ze ooit zal trouwen.

    Ongeveer tien jaar na de opkomst van het onlinefeminisme in China is de invloed ervan zowel onmiskenbaar als dubbelzinnig. Op verschillende vlakken – politiek, arbeidsparticipatie, inkomensgelijkheid – is de positie van Chinese vrouwen aan het verzwakken. Ook MeToo-berichten bieden niet langer hoop op stelselmatige verandering. In gerechtelijke uitspraken worden aangeklaagden vaak bevoordeeld, en geen enkele Chinese universiteit heeft maatregelen aangekondigd tegen seksuele intimidatie.

    Veel van de vrouwen laten weten dat het moeilijk is om contacten te leggen in het echte leven

    Maar de steun voor vrouwenrechten lijkt alleen maar te zijn toegenomen. Cijfers geven aan dat het onlinefeminisme in China groter is dan ooit. De stortvloed aan discussies over de oorspronkelijke MeToo-hashtag in 2018 was volgens China Digital Times goed voor meer dan 4,5 miljoen views op Weibo voordat hij werd gecensureerd. Vandaag de dag leveren discussies over gendergerelateerde nieuwsberichten soms nog veel meer reacties op. Vorig jaar werd ontdekt dat een vrouw met een verstandelijke beperking, die acht kinderen had, vastgeketend leefde in een schuur. Posts op Weibo met hashtags over het incident – die vaak lieten verstaan dat het Chinese vrouwen aan rechten ontbreekt en dat ze behandeld worden als babymachines – werden meer dan tien miljard keer gelezen.

    Zhang is inmiddels afgestudeerd in natuurkunde en werkt voor een instituut dat bijlessen verzorgt. Haar studenten stellen vaak vragen over haar korte haar. Buiten haar werk brengt ze elke dag uren door op Xiaohongshu. Ze geeft tips over het rapporteren van huiselijk geweld of deelt wijsheden als: ‘Tolerantie is geen goede deugd voor vrouwen, maar woede wel.’

    Veel van de voor dit artikel geïnterviewde vrouwen laten weten dat het – ondanks de populariteit van onlinefeminisme – moeilijk is om contacten te leggen in het echte leven. Beperkingen op bijeenkomsten zijn zo streng dat het voor gelijkgestemde vrouwen moeilijk is om elkaar te vinden.

    Maar Zhang heeft er vertrouwen in dat miljoenen vrouwen zoals zij zich zullen blijven uitspreken en hun overtuigingen blijven uitdragen. ‘Op een dag zie ik misschien een meisje met een kaalgeschoren hoofd op straat. Dan zullen we naar elkaar glimlachen,’ zegt ze.

  • De oorlog in Gaza ontvouwt zich ook op Instagram

    De oorlog in Gaza ontvouwt zich ook op Instagram

    Palestijnen die vastzitten in de enclave documenteren hun schrijnende ervaringen met de Israëlische luchtaanvallen en grondinvasies op Instagram. Hun berichten zijn intiem en rauw, en worden door miljoenen volgers bekeken.

    De oorlog in Gaza ontvouwt zich op je mobiele telefoon. Palestijnen die vastzitten in de belegerde enclave leggen hem vast met hun mobiel en vertellen erover. Ze beheersen de Engelse taal en hebben veel volgers op Instagram. Terwijl Israël en Egypte de meeste journalisten de toegang tot Gaza hebben ontzegd, leggen deze Palestijnen de verwoestingen door de Israëlische luchtaanvallen en grondinvasie vast in verhalen en reportages. Hun berichten zijn intiem en rauw – ze tonen beelden die reguliere media misschien te schokkend vinden om te publiceren.

    Ze maken de oorlog mee die ze verslaan: ze overleven bombardementen, krijgen voedsel en water op rantsoen en moeten schuilen in ziekenhuizen. Het zijn geen neutrale waarnemers, en in hun gepassioneerde berichten pretenderen ze dat ook niet te zijn. Ze worden er door sommigen zelfs van beschuldigd propagandist te zijn voor Hamas, dat Gaza bestuurt.

    Als reactie op de aanvallen van Hamas op 7 oktober begon Israël met intensieve bombardementen in Gaza, die volgens het ministerie van Volksgezondheid van Gaza aan meer dan 10.500 mensen het leven hebben gekost, waaronder meer dan 4300 kinderen. Experts van de VN hebben verklaard dat ‘voor het Palestijnse volk ernstig gevaar van genocide dreigt’. Volgens het Committee to Protect Journalists zijn er minstens 33 Palestijnse medewerkers van de media gedood in Gaza. Toch blijven Palestijnen in Gaza de wrede oorlog documenteren, en miljoenen volgers over de hele wereld vormen hun publiek.

    Motaz Azaiza

    Als Motaz Azaiza (24) op 7 oktober in slaap valt is het 4 uur ’s ochtends. Hij is nog tot laat bezig geweest met de bewerking van een video voor een VN-agentschap waar hij als parttimeproducer voor werkt, en heeft daarna naar een herhaling van Friends gekeken. Twee uur later wordt hij wakker door het geluid van explosies en hij rent naar het dak, waar hij boven zich een spervuur van raketten ziet. Er zijn geen waarschuwingen geweest, en ook geen vuurgevechten die normaal gesproken de komst van een totale oorlog aankondigen. De oorlog is begonnen terwijl hij sliep.

    Strijders van Hamas waren door de barrières gebroken die Gaza van Israël scheidden en hadden soldaten en inwoners van nabijgelegen gemeenschappen aangevallen. Volgens Israëlische functionarissen waren er ongeveer 240 mensen gegijzeld en ongeveer 1400 mensen, voornamelijk burgers maar ook enkele soldaten, in Israël gedood. Als reactie daarop begon Israël een grootschalige oorlog tegen Hamas, waardoor Azaiza en 2 miljoen anderen onder vuur zijn komen te liggen in Gaza, een kruitvat na tientallen jaren van conflict.

    Azaiza, die al vier oorlogen heeft meegemaakt, pakt zijn camera en gaat naar buiten, waar hij een wereld betreedt die op instorten staat. Gewapende Palestijnse mannen zoeven voorbij in een Israëlische militaire jeep met drie gevangenen, van wie twee in uniform, waarmee ze paraderen voor de bewoners, is zijn commentaar. Azaiza herinnert zich de angst in de ogen van een van de gevangenen. Hij filmt de scène en uploadt de video naar zijn 24.000 volgers op Instagram. ‘Ik wist niet eens wat ik moest voelen’, herinnert hij zich. ‘We wisten niet dat deze Jeep zo’n ramp zou ontketenen.’

     ‘Ik post video’s van mijn dagelijks leven net zoals celebrities dat doen’

    Azaiza behaalde zijn bachelor Engelse vertaling aan een universiteit in Gaza en heeft een passie voor reisfotografie. Hij scherpte zijn vaardigheden aan met het vastleggen van de pracht en gruwelen van Gaza. Maar door de oorlog in Gaza is hij nu oorlogscorrespondent in het socialemediatijdperk. Inmiddels heeft hij 13 miljoen volgers op Instagram.

    Azaiza documenteert het effect van de Israëlische bombardementen op een manier die typerend is voor zijn generatie: rauwe beelden, gefilmd in selfiestijl en geüpload als stories. Dankzij zijn Engels heeft hij een wereldwijd bereik. ‘Ik post mijn verhalen gewoon zoals ieder ander,’ zegt hij. ‘Ik post video’s van mijn dagelijks leven net zoals celebrities dat doen.’ Maar zijn video’s zijn heel anders. Op 9 oktober filmt Azaiza zichzelf huilend nadat hij een explosie heeft overleefd. ‘Het raakte iets in me,’ zegt hij. ‘Ik was getraumatiseerd en daarom huilde ik minutenlang.’

    Op 11 oktober vertelt hij dat hij enkele van zijn beste vrienden heeft verloren bij een aanval op hun huis. Daarna worden leden van zijn familie gedood. Op 22 oktober staat hij bij de dode lichamen van dode baby’s. ‘We leven nog,’ zegt hij op 23 oktober terwijl hij over puinhopen loopt. ‘In het begin wist ik niet wat ik deed of wat ik moest verslaan,’ zegt hij. ‘Ik wilde het gewoon vastleggen en mensen vertellen dat we hier zijn. Dat ik hier ben.’

    Zijn verslaggeving en roem eisen hun tol. Hij kan zich moeilijk concentreren, is uitgeput door wat hij allemaal heeft gezien en vreest voor zijn veiligheid. Hij is getuige geweest van de dood van collega’s, zag hoe hun huizen als gevolg van de luchtaanvallen zijn ingestort. Hij vertelt dat hij vrienden uit het puin heeft gehaald. ‘Gisteren sliep ik thuis. Met één been op bed en één been op de vloer,’ zegt Azaiza. ‘Ik weet niet of ik moet blijven of weggaan. Mijn moeder is radeloos.’

    Op 4 november plaatst Azaiza een video waarin hij laat weten dat hij niet langer in Gaza-Stad is en dat het te riskant zou zijn om terug te keren vanwege de omsingeling door Israëlische troepen. Hoewel hij heeft beloofd door te gaan met het documenteren van de oorlog, wijst hij zijn volgers op zijn begrenzingen: ‘Ik ben geen superman.’

    ‘Ik heb het gevoel dat mijn lichaam op instorten staat,’ zegt hij in de camera. ‘Ik zou willen dat ik alles kon verslaan, maar ik zal in plaats daarvan proberen te verslaan wat ik kan, zonder mijn leven te riskeren.’

    Hind Khoudary

    Om verslag te doen van de gewonden en doden die in een ziekenhuis in Gaza-Stad arriveren, verlaat Hind Khoudary aan het begin van de oorlog haar huis. Ze realiseert zich niet dat het de laatste keer zal zijn. Terwijl ze aan het werk is, beveelt Israël de evacuatie van inwoners uit het noorden van Gaza en haar familie sluit zich aan bij de honderdduizenden Palestijnen die naar het zuiden vluchten. Khoudary (28) blijft om de oorlog te documenteren, maar kan niet naar huis terug nadat haar buurt is gebombardeerd.

    Ze heeft in de afgelopen zestien jaar vier van de vijf oorlogen tussen Israël en Hamas meegemaakt. Dit keer is ze dakloos geworden en ze beschikt niet over voldoende kleding. De verslaggeving over het toenemende aantal slachtoffers houdt haar bezig, maar na een week over rokende puinhopen en vloeren vol bloed te hebben gelopen, kan ze de geur van haar sokken niet meer negeren. Het is een opluchting als een andere journalist haar een schoon paar geeft.

    ‘Het was alsof hij me een iPhone gaf, of een MacBook – iets wat ik voor Kerstmis zou wensen,’ zegt ze. Khoudary is freelancejournalist voor Anadolu Agency, een Turkse nieuwsdienst. In het verleden was ze doelwit van Hamas, maar werd ze ook door Israël vanwege haar kritische berichten met argusogen bekeken. Ze doet verslag in vloeiend Engels, is vaak een van de weinige vrouwelijke verslaggevers op de plek van een aanslag en ze documenteert de eindeloze taferelen van verwoesting.

    ‘Er is geen front- of achterlinie in Gaza,’ zegt ze. ‘Het is allemaal frontlinie. ‘We zijn allemaal afgestompt geraakt en hebben allemaal een olifantshuid gekregen – is het een luchtaanval? Oh, oké, een luchtaanval,’ zegt ze. ‘We reageren niet meer.’

    ‘Fysiek gaat het prima. Maar psychologisch zeker niet,’ zegt Khoudary met krakende stem in de telefoon

    Khoudary beschrijft wat er ooit was waar nu puinhopen zijn: een salon, een kinderspeelplaats, een trouwzaal. Ze deelt video’s van haar leven in oorlogstijd: lege schappen, begrafenissen, gezinnen die onderdak zoeken. Zij en haar team leven van dadels om besmet voedsel te vermijden en slapen in een kantoor waar ze neerzijgt op haar rugzak. Sinds Israël met een ‘volledige belegering’ bezig is, is water schaars. ‘Ik ben officieel uitgedroogd’, schrijft ze  op 4 november op het sociale media platform X.

    Khoudary leeft nu gescheiden van haar familie – haar man, moeder, drie broers en vijfjarig neefje – maar is vastbesloten om haar volgers op de hoogte te blijven houden. ‘Mensen willen luisteren. Mensen willen lezen,’ zegt ze. ‘Daardoor voel ik een grote verantwoordelijkheid.’

    Al eerder stond Khoudary in de schijnwerpers. Hamas arresteerde haar in 2019 en beschuldigde haar van spionage omdat ze had gesproken met mensen die waren gearresteerd tijdens demonstraties tegen de stijgende kosten van levensonderhoud. Het jaar daarop verscheen ze in The New York Times vanwege een Facebook-post waarin ze Palestijnse activisten berispte omdat die contact hadden gelegd met Israëliërs, via Zoom. Ze tagde daarin ook functionarissen van Hamas. Critici beschuldigden haar ervan het leven van de activisten in gevaar te brengen. Ze verwijderde het bericht, ontkende dat ze Hamas steunde en herinnerde haar critici eraan dat ze door Hamas gevangen was gezet. Maar ze versterkte haar politieke standpunt: naar de vijand toe bewegen noemde ze op Facebook een ‘zonde’.

    Nu springt Khoudary in het oog omdat ze de onzekerheden documenteert waarmee zij en anderen in deze wrede oorlog mee te maken hebben. Op 3 november staat ze voor een ziekenhuis als het dichtbevolkte gebied wordt opgeschrikt door een explosie. Op video’s zijn minstens een half dozijn lichamen in plassen bloed te zien, en schreeuwende kinderen. Volgens het Israëlische leger was het doelwit een ambulance ‘die werd gebruikt door een terroristische cel van Hamas’, een bewering die niet onafhankelijk geverifieerd kon worden.

    ‘Fysiek gaat het prima. Maar psychologisch zeker niet,’ zegt Khoudary met krakende stem in de telefoon.

    Zij en Motaz Azaiza hebben veel vrienden verloren in deze oorlog, waaronder de fotojournalist Roshdi Sarraj, die op 22 oktober in zijn huis werd gedood. Ook de families van hun collega’s zijn niet gespaard gebleven. Wael al-Dahdouh, hoofd van Al Jazeera Arabic in Gaza, verloor zijn vrouw, zoon, dochter en kleinzoon bij een aanval. Na een aanval op hun huis huilde Mohammed Alaloul, cameraman voor de nieuwsagency Anadolu, bij de lichamen van zijn vier kinderen, vier broers en zussen en drie neven.

    Op 17 november zegt Khoudary op Instagram dat zij en andere journalisten Gaza-Stad zijn ontvlucht uit angst voor hun leven, en zich hebben aangesloten bij de drommen Palestijnen die te voet naar het zuiden vluchten voor de beschietingen en explosies, terwijl Israëlische troepen dichter bij het centrum van de stad komen. Ze heeft geen idee hoe zij en haar collega’s de persoonlijke impact van deze oorlog unnen verwerken nadat ze hun telefoons en camera’s hebben neergelegd. ‘We zijn sprakeloos en verdoofd,’ zegt ze. ‘Het voelt alsof onze zielen zijn uitgeschakeld.’

    Noor Harazeen

    Na een maand oorlog kan Noor Harazeen nog steeds niet bevatten wat er op 7 oktober is gebeurd.

    De avond ervoor bevond ze zich in het gezelschap van vrienden in een hotel met uitzicht op de Middellandse Zee. Daarna hielp ze haar tweeling Sara en Bassam (5) met hun huiswerk en bracht ze naar bed. De aanval op Israël verrast Harazeen (34), maar ze begrijpt al snel de ernst ervan en gaat naar haar werk als tv-correspondent bij CGTN, een Chinees netwerk.

    Tijdens de uitzendingen straalt ze het zelfvertrouwen uit van een doorgewinterde oorlogsverslaggever. Op 8 oktober duikt ze weg als boven haar gevechtsvliegtuigen naderen, maar ze gaat er niet vandoor. Enkele dagen daarna onderbreekt een presentator haar live-uitzending en spoort haar aan om dekking te zoeken voor wat beschietingen in de buurt lijken te zijn.

    Als moeder is veiligheid Harazeens grootste prioriteit. Dus heeft ze de moeilijke beslissing genomen om met haar man en tweeling naar het zuiden te vluchten. Haar ouders weigerden te vertrekken uit angst voor een tweede ‘Nakba’, de vlucht van 700.000 verdreven Palestijnen tijdens de oprichting van de staat Israël. ‘Het ergste is dat je je waardigheid verliest,’ zegt Harazeen. ‘Ik knuffelde mijn kinderen en duwde ze met dekens en kussens en al in de auto, niet wetend wat ons te wachten stond.’

    ‘Ik kon geen woorden vinden om dat tafereel uit te drukken toen ik voor de camera stond.’

    Ze doet nog steeds verslag voor haar netwerk en ze post updates over de oorlog. In één bericht laat ze haar volgers weten dat ze haar ouders, die onderdak hebben gevonden in een ziekenhuis in Gaza-Stad, al twintig dagen niet heeft kunnen zien. In een ander bericht beschrijft ze dat ze hen niet telefonisch kon bereiken omdat het netwerk platligt.

    Harazeen verhuisde met haar ouders van de Verenigde Arabische Emiraten naar Gaza voordat de burgeroorlog plaatsvond tussen Palestijnse facties in 2007, die leidde tot de overname van Gaza door Hamas. Gedurende zestien jaar onderbraken oorlogen vervolgens haar leven. Ze had haar hoop gevestigd op Gaza-Stad en opende in 2019 een cosmeticawinkel in een sjieke wijk. Ze schilderde hem roze en noemde hem ‘Rouh’, wat ziel betekent. Het gebouw staat er nog. Vooralsnog.

    Tegenwoordig verblijft Harazeen in een appartement met ongeveer twintig mensen, waar ze een matras deelt met haar man en tweeling. Ze leven voornamelijk van tonijn uit blik en moeten naar een koffiezaakje om naar de wc te gaan. Maar ze brengt het grootste deel van haar tijd door in een ziekenhuis, waar ze verslag doet van de gewonden daar. En ze post berichten op haar Instagram-pagina, waar ze in minder dan drie weken 100.000 volgers kreeg, mede vanwege haar Engels. ‘Arabieren weten al wat er gebeurt,’ zegt ze. ‘Daarom vind ik dat ik Engels moet spreken.’

    Haar video’s gaan over de jongste slachtoffers, met indringende beelden van gewonde pasgeborenen, getraumatiseerde peuters en angstige kinderen. Ze herinnert zich 15 oktober nog levendig. De meeste slachtoffers die ze in een ziekenhuis ziet, zijn kinderen, zegt ze. Sommigen missen hoofden of armen, anderen liggen in stukken. ‘Het was een van de moeilijkste dagen voor mij,’ zegt Harazeen. ‘Ik kon geen woorden vinden om dat tafereel uit te drukken toen ik voor de camera stond.’

    Telkens als ze een gewond kind ziet, denkt ze aan haar eigen kinderen. Ze maakt zich zorgen om hun veiligheid en hun toekomst. Maar ze hoopt dat haar beroep hen zal inspireren. ‘Ik wil dat ook zij de verantwoordelijkheid dragen die het met zich meebrengt om kind in Gaza te zijn – en hoop dat ze op een dag de stem van Gaza zullen vertegenwoordigen.’

  • Etgar Keret over de oorlog in Gaza: ‘Beide krachten willen hetzelfde: geen vrede’

    Etgar Keret over de oorlog in Gaza: ‘Beide krachten willen hetzelfde: geen vrede’

    De Israëlische auteur Etgar Keret ziet sociale media als een groot probleem in de oorlog in Gaza. Het zijn machines die ‘haat aanwakkeren’. En bij het flinterdunne activisme zet hij vraagtekens.

    Etgar Keret is een van de bekendste en origineelste Israëlische auteurs. Hij schrijft vooral surrealistische korte verhalen vol zwarte humor, en hij is een populaire kinderboekenschrijver. Het interview vindt plaats in zijn woonkamer in Tel Aviv. Grote ramen en veel boeken. Er is thee met koekjes. Zijn huisdier ligt onder zijn fauteuil. Het is een wit konijn dat Hanzo heet. Het konijn huppelt even weg, maar komt al snel weer terug.

    Uw land is nu acht weken in oorlog. Wat vindt u daarvan?

    ‘Het is een heel complexe situatie. Volgens mij zijn sommige problemen niet op te lossen. Toch vind ik het ongelooflijk verbazingwekkend dat ongeveer negen op de tien mensen buiten Israël met wie ik contact heb, denken dat het supersimpel is. Je moest eens weten hoeveel discussies ik al heb gehad, met journalisten of op sociale media, over de vraag of Hamasterroristen kinderhoofden hebben afgehakt, ja of nee. Je kunt het er dus over eens zijn dat Hamas kinderen heeft doodgeschoten en in brand gestoken, ook baby’s, en dat ze ouders vermoordden voor de ogen van hun kinderen. Maar het is blijkbaar vooral een belangrijke kwestie of ze baby’s hebben onthoofd of niet.’

    Wat zegt u dan?

    ‘Dat we er uitgebreid over kunnen debatteren, maar alleen als mijn gesprekspartner gelooft dat dit detail doorslaggevend zal zijn voor zijn mening over wat er is gebeurd.’

    Hoe verklaart u dat zo veel mensen lijken te twijfelen aan de gebeurtenissen van 7 oktober?

    ‘Ik heb de indruk dat veel mensen niet eens meer weten hoe ze aan informatie moeten komen. Vroeger werkte het proces als volgt: je raakte geïnteresseerd in iets, zocht naar meer informatie en vormde je een mening. Tegenwoordig gaat het zo: je vindt de ene partij leuk en de andere haat je. Je gloeit van de haat en dan zoek je nog meer brandstof om je haat op te poken. Ik heb het niet alleen over het conflict in het Midden-Oosten, het is een algemeen maatschappelijk fenomeen dat ertoe leidt dat mensen in parallelle verhalen leven en met elkaar botsen. En allemaal hangen ze aan machines die hun haat aanwakkeren.’

    Een paar uur na het brute bloedbad stond de wereldopinie grotendeels aan de kant van de Palestijnen. Waarom heeft Israël de oorlog van de verhalen zo snel verloren?

    ‘Ik ben misschien ouderwets, maar ik denk dat sociale media een groot probleem zijn. Ze beïnvloeden verkiezingen en maakten iemand als Trump tot president. En kijk nu eens wat er van het activisme geworden is. Ik ben oud genoeg om me te herinneren dat activisme ooit betekende dat mensen zich vastbonden aan bomen, zodat ze niet omgehakt konden worden. Weet je dat nog?’

    ‘Meerduidigheid is totaal niet meer toegestaan’

    Ja.

    ‘Activisme betekende actie ondernemen om de wereld te veranderen. Tegenwoordig heet het al activisme als je de vlag waar je voor bent op Facebook post. Volledig toegewijd zijn aan eenzijdigheid, dat is het allerbelangrijkste. Meerduidigheid is totaal niet meer toegestaan. Op dit moment zul je de meeste haat over jezelf afroepen als je op sociale media schrijft dat je huilt om de kinderen die op 7 oktober zijn gedood én om de kinderen in Gaza. Daar word je voor aan flarden gescheurd. Progressief links roept dan: Hoe kun je die twee gelijkstellen!’

    U pleit voor medeleven met beide partijen.

    ‘Natuurlijk doe ik dat. Maar mijn benadering is ouderwets, tegenwoordig is alles doordrenkt van ideologie. Het is een misdaad tegen de menselijkheid om kinderen, ouderen, zieken en een negen maanden oude baby te ontvoeren en vervolgens het Rode Kruis de toegang tot hen te ontzeggen. En het is een misdaad tegen de menselijkheid om in een oorlog geen water naar burgers te brengen. Het gaat er niet om wie we meer haten, het gaat erom hoe we de problemen oplossen. Maar weet je wat een nog grotere misdaad is, en ik schrijf en zeg dit al twintig jaar hardop?’

    Nee, wat?

    ‘De Palestijnen geen land geven waarin ze onafhankelijk kunnen leven. Op dit punt wordt altijd tegengeworpen dat de Palestijnen een eerder aanbod nooit hebben geaccepteerd. Maar wat ook waar is, is dat Israël al meer dan twintig jaar geen vinger uitsteekt om hen dichter bij dit doel te brengen. Netanyahu doet er alles aan om een Palestijnse staat te voorkomen. Aan de andere kant is Hamas een homofobe, vrouwenhatende, terroristische organisatie onder leiding van een man, Jahia Sinwar, die er prat op gaat eigenhandig twaalf mensen te hebben gedood, namelijk Palestijnen die hij verdacht van collaboratie. Ik veracht Netanyahu. Maar als ik naar een nieuwe flat moet verhuizen, heb ik liever hem als buurman dan Sinwar, gewoon omdat ik mijn lijk niet in een vuilnisbak gedeponeerd wil zien. Ik woon liever naast een liegende, bedriegende klootzak dan naast een moordenaar die, zelfs toen er demonstraties waren in Gaza, zijn eigen burgers liet doodschieten.’

    Er worden veel onschuldige mensen gedood om Hamas te vernietigen. Vind je het juist dat Israël militaire actie onderneemt?

    ‘Ik ben geen strateeg. Het is al moeilijk genoeg om achter de feiten te komen. Ik ben een gewone man, een astmapatiënt die zijn hele leven heeft geprobeerd om confrontaties uit de weg te gaan, maar mijn intuïtie zegt mij: wat er op 7 oktober is gebeurd, is ongekend. Dat meer dan twaalfhonderd mensen op één dag zo bruut zijn afgeslacht, levend verbrand, zo veel … gewone burgers… Als zoiets gebeurt, heeft een land plichten: Israël moet de gegijzelden bevrijden. De daders moeten worden berecht. En Iran moet het signaal krijgen dat dit geen lokaal conflict is. Het zijn Iran en de VS die hier vechten, via plaatsvervangers. Het doel van de terroristische aanslag was om de toenadering tussen Israël en de Saoedi’s te dwarsbomen. Want wat heeft het de Palestijnen opgeleverd? Wat had het voor zin om zo’n militaire aanval uit te lokken? Maar als je me nu vraagt of het zin heeft dat er kinderen sterven, dat mensen zonder water komen te zitten, dan zeg ik nee. Hoe ingewikkeld de hele situatie is, blijkt wel uit de aanval op het ziekenhuis, die tegelijk ook een terroristische cel was. Als de ene partij alle oorlogsregels overtreedt, is het erg moeilijk om van de andere partij te verwachten dat die zich aan de regels houdt. En er is nog iets.’

    Wat dan?

    ‘Ik kan me niet herinneren dat ik de wereldpers ooit zo slecht heb zien berichten. Zo bevooroordeeld, ongeacht om welke kant het gaat. Natuurlijk moet je Israël bekritiseren om zijn beleid. Dat doe ik al jaren, daar heb ik in Israël zelfs doodsbedreigingen voor ontvangen. Maar als het hoofd van de VN slechts twee weken na dit onbeschrijfelijke bloedbad zegt: Ja, maar het gebeurde niet in een vacuüm… Het hoofd van de VN, nota bene! Stel je het hypothetische geval voor dat iemand zijn familie afslacht. Zelfs als mensen geloven dat Guterres [het hoofd van de VN] niet echt een aardige vent is, zouden ze op zijn minst de eerste periode van rouw afwachten voordat ze zeggen: Nou, je familie is afgeslacht, maar kijk, jij bent ook niet echt een aardige vent. Tot op de dag van vandaag heeft hij niets gezegd over het feit dat onder de ontvoerden ook overlevenden van de holocaust waren, en kankerpatiënten. De VN heeft ook niets gezegd over het verschrikkelijke geweld tegen vrouwen op 7 oktober. Vrouwen werden systematisch verkracht en met hun naakte lijken werd geparadeerd. Geen enkele vrouwenorganisatie ter wereld heeft dit veroordeeld, niet één.’

    ‘Als iemand tegen me zegt dat hij pro-Israël of pro-Palestina is, word ik onmiddellijk depressief’

    Hoe verklaart u dit?

    ‘Het past niet in het verhaal waar mensen zich comfortabel bij voelden. Weet je nog toen de Nord Stream-pijpleiding explodeerde? Even was het een groot probleem. Mensen waren koortsachtig aan het puzzelen over wie de daders waren. Het moesten de Russen geweest zijn. Uiteindelijk kwam er steeds meer bewijs dat Oekraïne er waarschijnlijk achter zat. Maar dat wilde men niet geloven. Het was een beetje pijnlijk en het paste niet in het leuke en simpele vriend-vijanddenken. We houden van Oekraïne en Poetin haten we. Ik bedoel, dan moeten we allemaal opeens een andere vlag op Facebook zetten. Nee, we negeren liever alle informatie die onze mening in twijfel trekt, die het totaalplaatje complexer en ingewikkelder maakt, ook al is dat wel de realiteit. Als iemand tegen me zegt dat hij pro-Israël of pro-Palestina is, word ik onmiddellijk depressief. Omdat die persoon eerlijk toegeeft dat niets wat ik zeg zijn of haar mening zal veranderen. En wat betekent dat, pro-Israël? Sorry dat ik zo veel praat.’

    Ga alstublieft verder.

    ‘Betekent pro-Israël zijn ook “pro-kinderen-die-sterven-door-bommen-in-Gaza” zijn? Echt, het vermogen om enige vorm van complexiteit te bevatten is op dit moment angstaanjagend laag. Het is alsof een virus het intellect van de mensheid heeft geïnfecteerd. Wat overheerst, zijn emoties die niemand verder helpen: haat, frustratie, vervreemding. Als ik mijn Palestijnse, mijn Arabische vrienden bel en zeg: Hé, ze zijn gewoon gestoord, we komen er wel doorheen, dan heb ik de illusie dat ik iets doe. Wat doen de activisten van vandaag? Als ze niet “From the river to the sea” roepen, morsen ze tomatensoep op een Van Gogh en beweren ze dat ze tegen klimaatverandering zijn.’

    U lacht.

    ‘Stel je voor dat buitenaardse wezens naar de aarde zouden komen. Als iemand zichzelf aan een boom vastbindt zodat die niet omgehakt kan worden, begrijpt de alien wat er bedoeld wordt. Maar toon me een alien die iemand aardappelpuree ziet smeren op een schilderij van Monet en de conclusie trekt: Ah, iemand vernielt kunst met bewerkt voedsel, duidelijk een protest tegen klimaatverandering! Of laten we de grote activist van onze tijd nemen, Greta Thunberg.’

    Gaat uw gang.

    ‘Ik ben een linkse liberaal die campagne voert voor vrede. Mijn helden zijn Gandhi, Martin Luther King en Rosa Parks. Drie mensen die het moeilijk hadden in het leven en grote offers brachten voor hun overtuigingen. Daartegenover staat Greta Thunberg, en dan bedoel ik haar niet als persoon, maar als symbool: een bevoorrechte jonge vrouw uit een van de rijkste landen ter wereld. Ze heeft asperger, dus ze is niet bepaald gevoelig voor de wereld om haar heen. Mijn broer heeft ook asperger, dus sta me toe deze politiek incorrecte opmerking te maken. Haar asperger zorgt er dus voor dat ze heel direct heel grimmige dingen zegt, gericht aan mensen die haar over het algemeen niet serieus nemen. Oké. Maar meer doet ze niet. Ze zit op haar bank en houdt een stuk karton omhoog. Dat is alles. Ze reist niet naar Gaza, ze zamelt geen geld in voor voedsel, niets. Hashtag Stand with Gaza. Hoewel ze zit, ‘staat’ ze metaforisch voor Gaza, in haar gezellige Scandinavische flat. Het activisme van nu benoemt geen probleem om er vervolgens een oplossing voor te zoeken. Nee, het activisme van nu ziet een probleem en zegt: dit is verkeerd, en het is jouw schuld, jij walgelijk stuk stront. Ik wens je dood. De oude discussieformule – zo zie ik het, hoe zie jij het? – is niet langer van toepassing. Alles neemt onmiddellijk de vorm aan van een inquisitie: dit is hoe ik het zie, en ik vermoord je als je het niet op dezelfde manier ziet. We leven in donkere tijden.’

    Wat zou volgens u de best mogelijke uitkomst van deze oorlog zijn?

    ‘In de afgelopen twintig jaar waren Netanyahu en Hamas de dominante krachten in de regio. In zekere zin vormden ze een coalitie. Netanyahu hielp Hamas met geld en Hamas hielp Netanyahu ook. Bijvoorbeeld om zijn eerste verkiezingen in 1996 te winnen. Shimon Peres lag lange tijd voor in de verkiezingscampagne. Toen begon Hamas zelfmoordaanslagen uit te voeren in Israëlische steden, waarbij mensen werden gedood in Jeruzalem en Tel Aviv. Netanyahu presenteerde zichzelf als Mr. Security – en won. Na de verkiezingen namen de aanvallen af. Beide krachten willen hetzelfde: geen vrede. Ze zijn wederzijds afhankelijk en hebben de hele regio in hun greep. Het enige positieve dat uit de verschrikkelijke ervaring van 7 oktober kan voortkomen, is dat beide partijen zo verstandig zijn om te zeggen: we willen deze twee machten niet langer in ons leven. We willen een nieuwe start.’

    Hoe waarschijnlijk is dat?

    ‘Ik denk niet dat het mogelijk is dat Netanyahu premier blijft na deze oorlog. En Hamas zal er ook anders uitzien. Er is nog zo veel mogelijk. Natuurlijk ook ergere dingen. Misschien zal er een nog diabolischer organisatie opstaan. Het zou kunnen dat de extreemrechtse Israëlische minister Ben-Gvir Gaza opeist om er groenten te gaan verbouwen. Maar ik wil optimistisch zijn. Dan is er tenminste een kans op iets nieuws. En dan zullen alle progressieve linkse mensen in Europa iets anders moeten zien te vinden om zich over op te winden.’

    Lees ook: