Sinds de aanval van Hamas op Israël worden sociale media overspoeld met beelden, meningen en informatie over de oorlog. Maar niet alle informatie is betrouwbaar. Volgens techjournalist Charlie Warzel laat deze onjuiste berichtgeving op platforms met dubieuze algoritmes en filterbubbels zien dat sociale media niet langer functioneren.
Keuze uit het archief
Afgelopen week werd in Israël en andere landen de Hamasaanval van 7 oktober 2023 herdacht, die het begin markeerde van de huidige Gaza-oorlog. Later deze week gingen Israël en Hamas akkoord met de eerste fase van Trumps vredeplan voor Gaza.
De oorlog in Gaza wordt niet alleen uitgevochten met wapens, maar vooral ook met sociale media. Dit artikel van The Atlantic van twee jaar geleden laat zien hoe sociale media steeds meer verworden zijn tot fora waar iedereen maar wat kan roeptoeteren en alleen die dingen ziet die hem bevestigen in zijn eigen gelijk.
Sociale media vormen opnieuw het venster waardoor de wereld het onvoorstelbaar wrede geweld in een oorlogsgebied kan zien. Duizenden mensen, waaronder kinderen en ouderen, zijn gedood of gewond geraakt in Israël en de Gazastrook sinds Hamas zaterdag 7 oktober een verrassingsaanval uitvoerde – je hebt het bloedbad vast en zeker gezien op X, TikTok of Instagram.
De taferelen zijn ons inmiddels bekend maar daarom niet minder afschuwelijk. En toch zijn we ermee vertrouwd geraakt. Zoals mijn collega Kaitlyn Tiffany vorig jaar schreef, is oorlogsgeschiedenis ook een geschiedenis van de media. De Golfoorlog toonde de kracht van CNN en 24/7-nieuwskanalen en was een voorbode van de manier waarop politiek en cultuur de twintig jaar die volgden doordrongen raakten van infotainment. Enkele controversiële verkiezingen tussen 2008 en 2020 lieten zien hoe socialemediaplatforms de rol van experts en journalisten democratiseerden, zowel in positieve als in negatieve zin. Hetzelfde gebeurde tijdens de Arabische Lente, de Syrische burgeroorlog en de opkomst van Islamitische Staat. Commentatoren noemden de Russische invasie in Oekraïne al snel de ‘eerste TikTok-oorlog’, doordat het internet werd overspoeld met video’s van Oekraïners die de gruwelen van de oorlog op een zeer persoonlijke, vaak surrealistische manier documenteerden.
Minder relevant
Als dergelijke conflicten helpen onze informatieomgeving te kunnen begrijpen, dan moeten we vaststellen dat die laatste momenteel niet langer functioneert. Onze informatievoorziening steunt op een slecht onderhouden infrastructuur van sociale media. Ze wordt aangestuurd door miljardairs voor wie het niet langer vanzelfsprekend is dat hun platform gebruikers moet informeren. Tijdens de eerste dagen van de oorlog tussen Israël en Hamas onderhield Elon Musk, eigenaar van X, contact met accounts die vervalste video’s op zijn platform publiceerden. Ook heeft hij expliciet accounts erkend waarvan bekend is dat ze valse informatie delen en antisemitisch zijn. In een interview met The New York Times liet een functionaris van Hamas weten dat zijn organisatie gebruikmaakt van het gebrek aan moderatie op X om gewelddadige, expliciete video’s op het platform te posten en zo Israëlische burgers te terroriseren.
Ondertussen kreeg Adam Mosseri, hoofd van Instagram en de onofficiële leider van Threads – de Twitter-kloon van Instagram/Meta – het verzoek van journalisten, academici en nieuwsjunkies om zijn product geschikter te maken om oorlogen te kunnen volgen. Hij reageerde met de boodschap dat zijn team de nieuwsmedia op het platform niet wil ‘versterken’. ‘Het platform heeft de volwassenheid bereikt, er kleven nadelen aan het doen van beloftes, en er staat veel op het spel – daarom is het te riskant,’ schreef hij. (Zowel Meta als X reageerden niet op verzoeken om meer informatie over hun plan met betrekking tot het posten van conflict-gerelateerde berichten.)
Het zijn allemaal nieuwe barsten in de toch al afbrokkelende bouwwerken: de grote sociale platforms zijn het afgelopen jaar steeds minder relevant geworden. Als reactie hierop zijn sommige gebruikers overgestapt naar kleinere concurrenten als Bluesky of Mastodon. Anderen hebben er helemaal de brui aan gegeven. Het internet heeft nog nooit zo overvol aangevoeld. Tegelijk is het steeds moeilijker om te midden van alle ruis een betrouwbaar signaal op te pikken. Als informatiebronnen behoren Facebook en Twitter tot het verleden. Het mondiale stadsplein – zoals socialemediaplatforms ons ooit zo ambitieus voorschotelden – ligt in puin. Zijn architectuur is overwoekerd door de lianen en welig tierende vegetatie van de informatiejungle. Misschien is dit op de lange termijn ook wel het beste, maar voor de intensieve gebruikers van de noodlijdende platforms komt de huidige situatie over als een complete chaos.
Musk heeft X veranderd in een deepfake van Twitter – een facsimile van het ooit zo bruikbare sociale netwerk
Het is geen toeval dat de platforms zijn veranderd. Bijna een jaar lang is Musk bezig geweest met het ontmantelen van de bestaande architectuur van zijn site, inclusief het verificatiesysteem voor publieke figuren, waaronder ook journalisten. Zijn capriolen en ontslagrondes hebben bijgedragen aan de inkrimping van het team dat is belast met betrouwbaarheid en veiligheid. Nu kan iedereen tegen betaling een verificatiebadge krijgen om de zichtbaarheid van berichten te vergroten. (Sommige gebruikers met die nieuwe verificatie zijn oplichters of verspreiders van desinformatie. Een deel van hen verspreidt vals, oud of misleidend beeldmateriaal als ‘geverifieerde’ verslaglegging uit Gaza.)
Musk heeft ook accounts toegelaten die eerder waren verbannen omdat ze de regels overtraden. En vorige week, een uiterst slechte timing, heeft het platform de mogelijkheden voor het maken van koppen voor nieuwsverhalen verwijderd, met als gevolg dat de leesbaarheid er fors op achteruit is gegaan. Betrouwbare mediabronnen op het platform raken steeds verder uitgehold. Musk heeft X veranderd in een deepfake van Twitter – een facsimile van het ooit zo bruikbare sociale netwerk. Het is desoriënterend en zelfs angstaanjagend geworden.
Newsfeed
Sinds 2018 hebben Facebook en moederbedrijf Meta het algoritme van hun newsfeed veranderd en en krijgen persoonlijke berichten voorrang op die van nieuwsmedia. Na de bestorming van het Amerikaanse Capitool op 6 januari 2021 is het bedrijf minder voorrang gaan geven aan links politiek nieuws; volgensThe Wall Street Journal heeft dat gezorgd voor een stroom aan klachten over desinformatie. Tegelijkertijd viel de gebruikersbasis van Facebook uit elkaar, en rapporten over transparantie van het bedrijf onthullen dat de populairste inhoud op het platform inmiddels weinig meer is dan virale bagger; het is een woestenij vol CBD-reclames en clickbait van buitenlandse roddelmedia. Wat overblijft is gefragmenteerd. Nieuws en informatie van experts staat her en der online verspreid, en het publiek is in silo’s verdeeld; podcasts zijn als nieuwsbron populairder dan ooit en miljoenen jongeren richten zich vooral op influencers en creators op Instagram en vooral TikTok – alsof dat betrouwbare nieuwsbronnen zijn.
Zeker, de situatie daarvoor was ook niet ideaal. Sociale media, vooral Twitter, waren een fantastisch hulpmiddel om nieuws te vergaren, maar konden ook verschrikkelijk inefficiënt zijn. Het leek wel een ‘doe je eigen onderzoek’-spel, waarbij experts nodig waren om onzin, halve waarheden, hyperbolen en regelrechte leugens te scheiden van buitengewoon relevante informatie. De grootste kracht van sociale media is dus ook hun erfzonde: ze zijn er heel goed in je verbonden en geïnformeerd te laten voelen, maar dat gaat vaak ten koste van daadwerkelijk geïnformeerd zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de psychologische tol die het staren naar een ongefilterde tijdlijn eist. Zo heb ik de nodige onthoofdingen en oorlogsmisdaden gezien via mijn scherm terwijl ik alleen maar op de hoogte wilde blijven van gebeurtenissen in de wereld.
Grootschalige reclame
Het gehakketak met Mosseri over nieuws op Threads illustreert de huidige situatie nog eens. Mosseri’s uitgangspunt is redelijk en het is echt een kwestie van cognitieve dissonantie als je Meta vraagt een veilige ruimte voor journalistiek te scheppen – het bedrijf heeft tenslotte een gruwelijke staat van dienst als het aankomt op het aanwakkeren van politieke onrust en het verspreiden van propaganda. Toch is het ook begrijpelijk dat mensen in turbulente tijden iets verlangen van deze bedrijven die om onze aandacht bedelden, geld aan ons verdienden en na verloop van tijd de manier waarop we informatie zochten beïnvloed hebben. Centraal in de pleidooien voor een alternatief voor Twitter, staat het gevoel dat een fundamentele belofte is verbroken. In ruil voor onze tijd, onze gegevens en zelfs ons welzijn uploadden we onze belangrijkste conversaties naar platforms die ontworpen zijn voor grootschalige reclame – en dat alles onder de impliciete veronderstelling dat sociale media ons een ongeëvenaard venster op de wereld zouden bieden.
Sociale media zijn niet alleen een vergaarbak voor informatie. Of verkeerde informatie. Ze zijn ook een plek om getuigenis af te leggen, solidariteit te betuigen en te vechten voor verandering. Dat is moeilijker geworden dan een jaar geleden. We kunnen niet voorspellen wat er nu gaat komen. Wel is het zinvol om te bedenken dat de centrale rol van sociale media zoals we die de afgelopen vijftien jaar hebben gekend misschien ten einde is gekomen. Misschien is dit specifieke venster op de wereld nu gesloten.
Ze hebben het over duurzaamheid én dromen van privéjets. Er is geen klantengroep die ondernemingen meer hoofdbrekens bezorgt dan Generatie Z. Waar geven jongeren hun geld aan uit? En hoe kun je ze bereiken zonder dat ze het cringe vinden?
Als Sally Özcan, een influencer van 34 jaar, uitlegt hoe haar wereld eruitziet, komen zelfs keukenbedrijven als Miele, Vitra en Bosch naar haar luisteren. Ook managers van andere traditionele bedrijven zijn naar München gekomen om iets van haar op te steken. Het gaat erom hip en aantrekkelijk te worden voor een jonge doelgroep, wier wensen niet meer worden begrepen. Ze heeft een hand-out meegenomen, een to-do-list voor de nieuwe tijd. Het allerbelangrijkste is volgens haar de app die je gebruikt.
Facebook? De mensen daar zijn ‘oud en koopkrachtig’ en die zijn het gemakkelijkst te bereiken met nostalgie, met slogans in de trant van ‘Vroeger was alles beter’. Generatie Z moet je elders zoeken, vertelt Özcan. Op feelgoodsite Pinterest bijvoorbeeld (‘veel geld, veel vraag’) of op TikTok (‘laag inkomen, korte aandachtsspanne’). Om de heel jonge consumenten te bereiken moet de bedrijfstak in elk geval zijn oude reclamespotjes overboord gooien. Wat voor hen telt, is geloofwaardigheid. ‘Dat is wat Generatie Z zoekt. Ze willen geen reclame, ze willen transparantie.’
Geloofwaardigheid
Via haar website Sallys Welt (shop, blogs, filmpjes) bereikt Özcan miljoenen kijkers. Op YouTube bakt ze Schwarzwälder Kirschtorte, op TikTok legt ze uit hoe een spuitzak werkt, op Facebook post ze foto’s van haar boekhouding. Ook al hoort ze daar zelf niet bij, voor Generatie Z – de mensen die geboren zijn tussen 1995 en 2010 – is Özcan een ster. Zij weet hoe je de ‘zoomers’ moet aanspreken.
‘Fabrikanten kopen bij ons geloofwaardigheid’
Om de maand maakt ze een ‘grote keukeninrichtingsvideo’ voor het dure merk Nobilia. Ze werkt samen met KitchenAid en Bosch, waarvan ze producten gebruikt om taarten en quiches te bakken. Sallycon Valley, dat ze samen met haar man runt in Waghäusel in Baden, heeft een miljoenenomzet en bijna honderdvijftig werknemers. Haar simpele formule: ‘Fabrikanten kopen bij ons geloofwaardigheid,’ zegt Özcan. En dat mag wat kosten.
Inmiddels proberen bijna alle ondernemingen de jonge klanten aan zich te binden, maar de manier waarop ze dat doen komt vaak nogal hulpeloos over. Meubelfabrikant XXXLutz gebruikt jongerentaal in zijn reclamespots. Deutsche Telekom probeert met behulp van een jonge vrouwelijke rapper van zijn dure imago af te komen. Ryanair gooit het over een andere boeg en steekt op de sociale netwerken de draak met ontevreden klanten.
Generatie Z is op de consumentenmarkt inmiddels de grootste machtsfactor. Over een paar jaar zal ze de millennials als grootste kopersgroep voorbijstreven. Business Insider schat haar koopkracht in de VS nu al op 360 miljard dollar. Jonge mensen kopen meer nieuwe kleding en elektronica dan voor de pandemie en zetten trends die hun leeftijdsgroep overstijgen: recession core, bijvoorbeeld, minimalistische beige mode voor een leven in crisistijd. Met traditionele middelen zijn ze intussen nauwelijks nog te bereiken. Meer dan een derde van de Duitse Generatie Z kijkt geen tv en verdeelt reclamespotjes in twee categorieën: belachelijk of irritant.
Is marketing ook mogelijk zonder dat het cringe, oftewel totaal gênant wordt?
Het grootste probleem voor ondernemers is dat de vertegenwoordigers van deze generatie zo tegenstrijdig lijken. Volgens een enquête vindt bijna twee derde van hen het belangrijk zijn winkelwagen te vullen met duurzame producten. Tegelijkertijd zijn veel van de populairste producten heel schadelijk voor het milieu. Wegwerp-e-sigaretten van ELFBAR: van plastic. Fast fashion van Shein: uit China. Bontgekleurde fidget toys met plopeffect: gekocht uit verveling. Wat wil deze generatie nou echt? Hoe kunnen bedrijven zo’n ambivalente leeftijdsgroep bereiken? En is marketing ook mogelijk zonder dat het cringe wordt, dat wil zeggen: zonder het risico te lopen dat het totaal gênant wordt?
Volgens Mathias Horsch wel. Hij is 28 – Patagoniahemd, Birkenstocks, Apple Watch – en start-up-ondernemer. Met zijn vrienden Fredi en Philipp heeft hij een paar jaar geleden Holy opgericht. In het begin maakten ze gaming boosters: energydrinks in poedervorm die de prestaties bij videogames moeten verbeteren. Highscores door cafeïne, een absolute hit bij jonge gamers. Tegenwoordig is het bedrijf in Berlijn gespecialiseerd in softdrinks in poedervorm. Horsch ziet Red Bull en Coca-Cola als zijn belangrijkste concurrenten, hij krijgt er per maand 15.000 nieuwe klanten bij. Dat kan alleen als je concessies doet.
‘Onze producten zijn suikervrij, maar er zit natuurlijk wel een zoetstof in omdat ze anders niet smaken,’ zegt hij; veel klanten vinden dat ongemakkelijk. De kakelbonte Holy-verpakking moet duurzaam zijn, maar er moet wel een plastic deksel op omdat het poeder anders hard wordt. Horsch zucht en bestelt een curryworst – van vlees, maar met vegan mayo.
Concessies
Het zijn concessies die vermoedelijk elk jong bedrijf moet doen. Maar Holy heeft ze in zijn eigen voordeel leren gebruiken. Zijn concept: radicale nabijheid. Horsch en zijn medeoprichters leggen op Instagram continu uit wat ze doen, ze rijden met een omgebouwde frietkar door het hele land en laten leden van de Holy Squad, zoals de hardcore-klanten zich noemen, stemmen over toekomstige varianten. ‘Er is zo veel oninteressant spul op de markt,’ zegt Horsch. Als je jongeren wilt bereiken, moet je eerlijk zijn. ‘Dan zijn ze ook authentiek gehypet.’
Traditionelere producenten hebben het daar moeilijk mee. Thomas Wlazik leidt het marketingteam van TikTok voor de Duitstalige markt. Hij moet bedrijven telkens weer leren op hun apps geen klassieke tv-spots te gebruiken. Dat zou gewoon te gênant zijn.
‘Op spoor 11 komt binnen het Tik Tok-kanaal van Deutsche Bahn. Met drie jaar vertraging’
Als voorbeeld van een bedrijf dat de boodschap heeft begrepen, noemt hij Deutsche Bahn. ‘Hun posts zitten vol zelfspot en laten gewoon de werkelijkheid zien,’ zegt hij. In de eerste video van DB is een aankondiging te horen: ‘Op spoor 11 komt binnen het Tik Tok-kanaal van Deutsche Bahn. Met drie jaar vertraging.’
Merken die bij Generatie Z scoren, zijn vooral de merken die zich door een persoon laten presenteren. Meer dan de helft van de jongvolwassenen vindt influencers geloofwaardiger dan klassieke reclamespotjes.
Zelfs het blauwe mosterdpotje van Bautz’ner wordt nu op de markt gezet via content creators die in de camera grijnzen terwijl ze mosterd naar binnen lepelen. Het doel is de mosterd neer te zetten als de ‘zelfironische love brand van Gen Z’, schrijft reclamebureau WeCreate, zonder ‘de vaste klanten (met name in Oost-Duitsland) van zich te vervreemden’.
‘Bedrijven moeten zijn waar wij zijn, namelijk op onze telefoon’
Wanneer je als merk niet heel vroeg in iemands leven aanwezig bent, ben je gewoon nooit aanwezig, zegt Yaël Meier: ‘Bedrijven moeten zijn waar wij zijn, namelijk op onze telefoon.’ Meier weet waar ze het over heeft: grote concerns bellen haar als ze in verband met Generatie Z weer eens met de handen in het haar zitten. De 22-jarige Zwitserse is een soort exegeet voor gearriveerde marketingafdelingen; samen met haar levenspartner runt ze het managementadviesbureau Zeam in Zürich; ‘team’, maar dan met een z.
Als ze met bedrijven praat, moet ze vaak vooroordelen uit de weg ruimen, zegt Meier terwijl ze van haar matchathee nipt. Bijvoorbeeld dat jonge mensen nauwelijks geld hebben om uit te geven. ‘Dat klopt niet,’ zegt ze. ‘Jongeren hebben geen vermogen, maar wel geld. En dat geven ze graag uit, liefst aan luxe zaken.’ Aan Rolexhorloges, kleren van Yves Saint Laurent of een peperdure haardroger van Dyson. Ook BMW, zegt Meier, is ongelooflijk populair bij Gen Z, ‘omdat het merk erin is geslaagd aansluiting te vinden bij de digitale wereld’. Het automerk uit München zet inmiddels inderdaad zijn logo op gamestoelen en computermuizen. Een sportwagen past nu eenmaal niet in de kinderkamer.
First class
Ook luxe reizen zijn bij Generatie Z ongelooflijk in opkomst, beweert Meier. ‘In mijn Instabubbel is het tegenwoordig absoluut trendy om business of first class te vliegen.’ Bedrijven als Solutions Holding, dat wereldwijd meer dan vijftig hotels exploiteert of beheert, profiteren daarvan. Ronja Gerhard (37), erfgename van het bedrijf, ontwikkelde een half virtuele, half analoge avonturenreis voor jonge vrouwelijke vakantiegangers: Sisters of Paradise.
De kern ervan is een soort speurtocht met websitebegeleiding, waarbij je een bende meisjes helpt die op zoek gaan naar hun verdwenen broer. Op elke vakantielocatie van Gerhard wordt een nieuw hoofdstuk van de participatieroman geactiveerd. Een trip die het midden houdt tussen rollenspel en voorleesboek. Juist jonge mensen, zegt Ronja Gerhard, willen geen doorsneehotels, maar een story.
‘De nieuwe hardheid in de wereld drukt ook haar stempel op Generatie Z’
Zulke trends zorgen bij veel bedrijven voor verwarring. Was het niet deze generatie die niet van straat weg te krijgen was omdat ze opkwam voor het klimaat? Hadden ze het niet zojuist nog over vliegschaamte?
Marc Herz (41), marktonderzoeker en partner bij het strategiebureau K’UP in Berlijn, heeft begrip voor deze ambivalentie: ‘De nieuwe hardheid in de wereld drukt ook haar stempel op Generatie Z.’ Over elkaar heen buitelende crises zijn deel van het dagelijks leven van deze leeftijdsgroep, die is opgegroeid met corona, de klimaatcrisis en de Russische oorlog tegen Oekraïne. En die nu ook weleens wat anders wil. Bij een deel constateert Herz een ‘vlucht naar schoonheid’, die af en toe doorslaat naar verspilling.
Uit onderzoek blijkt dat 20 procent van de jongeren tussen 14 en 29 jaar schulden heeft.
Herz ziet dat deze generatie in een zingevingscrisis zit. Jongeren zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid en zouden vaak ook meer aan biologische producten willen uitgeven. En dan moeten ze voor zichzelf verantwoorden dat ze geen weerstand kunnen bieden aan snelle modetrends. ‘Dan zeggen ze dat iedereen het immers doet en dat je toch niets goed kunt doen,’ zegt Herz. Een kwart van de 18- tot 25-jarigen vindt het in eerste instantie een taak van de overheid om milieuproblemen aan te pakken, slechts 13 procent geeft zichzelf de schuld. Chinese webwinkels als AliExpress en Temu, razend populair bij Generatie Z, passen in dit beeld: hier speelt een schoon geweten dan even geen rol.
Jongere consumenten die het anders willen doen, zie je op zaterdagochtend in Kulturkirche Altona in Hamburg. Start-up Vinokilo verkoopt er vintage kleren; de rekken hangen vol geruite overhemden, spijkerrokjes en bloemetjesjurken. De clou is dat je hier per kilo betaalt, de prijzen liggen tussen de 40 en 55 euro. Zo’n honderd jongvolwassenen verdringen zich tussen de rijen. Sehraa (20) stopt kleren in een fruitkrat die op een weegschaal staat. ‘Vijf kilo?’ zegt ze lachend en ongelovig. Ze duwt haar metgezel twee jassen in handen en weegt alle items nog eens, een voor een. Ze heeft al zo veel kleren, zegt ze. Ze koopt ze toch.
Achter Vinokilo zit ondernemer Robin Balser (33), die al als student een soort kledingruilbeurs runde. Sinds 2017 verkoopt hij beroepsmatig tweedehands spullen en heeft hij het oude idee van verkoop per kilo voor een nieuwe generatie aantrekkelijk gemaakt. Sehraa en andere klanten hebben het evenement ontdekt op Instagram. ‘Don’t let fashion rule you,’ schrijft Vinokilo daar. Dat past bij hun levensstijl: wie vintage koopt, draagt zowel individualiteit als duurzaamheid uit.
De influencerscultuur heeft een druk gecreëerd om ‘iedere dag iets anders aan te trekken’
In de ogen van de kopers, zegt Robin Balser, is tweedehands kleding van een soort vodden veranderd in een premium product. De influencerscultuur heeft een druk gecreëerd om ‘iedere dag iets anders aan te trekken’. Zo’n driekwart van Generatie Z zegt wel eens tweedehands kleding te hebben gekocht. De koopzucht wordt in elk geval niet minder, ze verandert alleen. Neem Henri, negentien jaar, die met zijn vingers snel door de mannenoverhemden gaat. Minder consumeren is belangrijk voor hem, zegt hij. ‘Maar nog belangrijker is hoe dingen eruitzien.’
Het lijkt alsof deze generatie klem zit tussen twee uitersten: fast fashion en slow vintage, verspilling en duurzaamheid. Maar er is een derde weg en ook die is allang een trend geworden. Met deinfluencing willen jonge mensen corrigeren wat influencers hebben aangericht. Ze gaan voor een camera zitten, laten allerlei producten van Amazon of Chinese webwinkels zien en zeggen wat niemand anders zegt: ‘Dit heb je helemaal niet nodig.’
Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren voor sociale media werkzaam. Ze worden slecht betaald en door de extreme beelden die ze te zien krijgen, is het werk psychisch zwaar. Daniel Motaung is een van hen. Hij liep een posttraumatische stresstoornis op terwijl hij in Kenia werkte voor Facebook.
‘We zijn net mijnwerkers die zonder veiligheidsuitrusting een instortende schacht worden ingestuurd,’ zegt Mukisa Akello [de namen in dit artikel zijn aangepast]. Hij heeft een van de meest bedenkelijke banen in de technologie-industrie: contentmoderator. Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren werkzaam. Ze houden socialemediaplatforms vrij van geweld, haat en opruiing. Daarvoor moeten ze elke dag honderden berichten doorspitten, de ene extreme post na het andere. Ze zien executies, zelfmoorden, kindermisbruik, oorlogsmisdaden, seksueel geweld en dierenmishandeling voorbijkomen. De berichten zijn zo onmenselijk en wreed, zo moeilijk te verdragen, dat het werk zijn sporen nalaat. Het is een kantoorbaan met fysieke gevolgen.
Daniel Motaung stapt in 2019 op het vliegtuig van Zuid-Afrika naar Kenia. Hij wil aan een nieuwe levensfase beginnen – als contentmoderator. Op papier klinkt de baan goed. Daniel denkt dat het gewoon administratief werk op de computer zal zijn, een klassieke kantoorbaan. Tijdens zijn studie heeft hij geleerd hoe hij met databases en onlinedocumenten moet werken. Eindelijk zal hij op eigen benen staan en ontsnappen aan de armoede in zijn geboortedorp.
Na een paar dagen training begint zijn eerste werkdag. Hij zit in Nairobi, in een kantoor met airconditioning. Wat hij nog niet weet: deze dag zal zijn leven veranderen. De video die hij ziet is binnen een oogwenk weer voorbij, maar zal hem tot in zijn diepste dromen blijven achtervolgen. Het is een video van een executie. Een man wordt voor de camera onthoofd. Het is een korte video, maar genoeg om Daniel Motaung een posttraumatische stressstoornis te bezorgen. Tot op de dag van vandaag, vijf jaar later, worstelt hij met de gevolgen. Hij wordt geplaagd door nachtmerries, flashbacks en rusteloosheid. De zes maanden die David als contentmoderator doorbracht, hebben hem gebroken. Hij woont weer in zijn dorp op het Zuid-Afrikaanse platteland, werkloos en psychisch ziek.
In stilte
Contentmoderatoren zoals Daniel hebben jarenlang in stilte gewerkt. Bijna niemand wist van het bestaan van dit werk af, laat staan van de precaire omstandigheden waaronder het plaatsvindt. Time Magazine noemt de Keniaanse kantoren waar de contentmoderatoren werken de Afrikaanse sweatshops van Facebook. Je vindt deze sweatshops over de hele wereld: in de Filippijnen, Venezuela, India, de Verenigde Staten en vele andere landen. Een standaardwerkdag wordt gekenmerkt door toezicht, tijdsdruk en uitbuiting. Jarenlang zijn de arbeidsomstandigheden stilgehouden, maar sinds kort komen er steeds meer contentmoderatoren in opstand tegen hun werkgevers.
Daniel Motaung is een van de eersten die zich, net als zijn collega’s, hard begon te maken voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Het is een strijd van David tegen Goliath: de bedrijven waar ze tegenover staan zijn haast onoverwinnelijk. Ze behoren tot de rijkste bedrijven ter wereld. Denk aan Meta, Bytedance, Google en Twitter. Iedereen kent de producten die ze leveren en de socialemediaplatforms zoals Instagram, Facebook en TikTok. Maar niemand kent de gezichten van de contentmoderatoren die de platforms op de achtergrond draaiend houden. Als ze in opstand komen, worden ze bestraft of ontslagen. Zo werd Daniel Motaung ontslagen toen hij een vakbond wilde oprichten.
De techbedrijven proberen het werk zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ze besteden het uit aan derden. Daniel en zijn collega’s modereren weliswaar voor een aantal van de grootste platforms, maar officieel werken ze voor onbekende outsourcingbedrijven. Dat de banen worden uitbesteed is een van de redenen dat de sector zo ondoorzichtig is. Het is onmogelijk om bij te houden hoeveel moderatoren er wereldwijd werkzaam zijn. Techbedrijven willen niks te maken hebben met het stressvolle werk en de slechte werkomstandigheden; ze willen hun imago behouden en de reputatie van hun merk niet aantasten.
Doordat het werk wordt uitbesteed, dragen de bedrijven geen verantwoordelijkheid meer voor de contentmoderatie. De contentmoderatoren moeten strikte geheimhoudingsovereenkomsten ondertekenen, zodat er zo weinig mogelijk naar buiten komt over deze praktijken en het precaire werk. De overeenkomsten zijn overdreven streng en verbieden zelfs dat moderatoren met hun collega’s over hun werkomstandigheden praten. Zo wordt een cultuur van angst en geheimhouding gecreëerd.
Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn
Ook in Duitsland zijn er contentmoderatoren. Op 9 maart van dit jaar sta ik in de lobby van de vakbond Verdi in Berlijn. Ik werk met mijn organisatie SUPERRR Lab al weken naar deze dag toe. Straks staan er vijftig contentmoderatoren van verschillende bedrijven in de entreehal. Ze komen in het vakbondsgebouw bijeen om ’s werelds eerste bijeenkomst van contentmoderatoren, de ‘Content Moderator Summit’, bij te wonen. Het was niet gemakkelijk om ze te vinden: de outsourcingbedrijven waarvoor ze werken gebruiken voor de functie niet het begrip contentmoderator, maar hanteren termen als ‘systeemanalist’ of ‘medewerker klantenservice’. Een woordkeuze die verhult waar het werkelijk om gaat.
Onze partner Foxglove, een Britse non-profitorganisatie in Londen, benaderde de moderatoren via LinkedIn. Er is veel belangstelling voor de bijeenkomst; veel van de aanwezigen willen zich met collega’s van andere bedrijven organiseren en samen strijden voor betere arbeidsomstandigheden. Terwijl ik in de lobby sta, probeer ik me voor te stellen om wat voor mensen het gaat. Hoe zien ze eruit? Waar komen ze vandaan? Wat is hun professionele achtergrond? Voordat ik me een beeld heb kunnen vormen, komen de eersten al binnen. Ze zijn tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud, spreken Engels en lijken op mij. Velen hebben een universitair diploma, sommigen zijn aan het promoveren. Ze komen niet overeen met het beeld van een uitgebuite ‘klikwerker’. Ze zijn niet wanhopig en lusteloos, maar dapper en strijdlustig.
De contentmoderatoren vertellen over de extreme psychologische tol die hun werk eist. Ze zien per dag tussen de tweehonderd en duizend berichten, waarvan sommige extreem gewelddadig zijn. Het werk is ingedeeld in drie shifts: sommige mensen werken overdag, sommige ’s nachts. De kantoren zijn steriel en de werkplek wordt bewaakt. Het systeem waarmee ze werken registreert elke klik, elke beweging die de cursor maakt en houdt bij hoelang de moderatoren erover doen om een bericht te beoordelen. Idealiter duurt dat slechts een paar seconden. Alleen de snelste en efficiëntste moderatoren mogen zelf kiezen welke diensten ze werken. Nacht- en weekenddiensten worden beter betaald.
Het vaste loon bedraagt 14,40 euro per uur, iets boven het minimumloon. Het is een mager bedrag voor een veeleisende baan die veel culturele, politieke en taalkundige kennis vereist. Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn. Veel van de moderatoren die ik ontmoet zijn migrant. In Duitsland wordt niet alleen de Duitstalige markt gemodereerd, ook buitenlandse markten komen aan bod, waaronder berichten in het Arabisch, Perzisch en Turks. Eén moderator vertelt me dat ze naar Duitsland is gekomen om te studeren. Dit werk begon als een parttimebaan, maar sinds ze is afgestudeerd doet ze het fulltime. Ze wil ermee stoppen, maar haar verblijfsvergunning hangt ervan af. Zulke verhalen hoor ik veel.
De werkgever biedt geen goede, psychologische ondersteuning door externe deskundigen aan, maar iets wat ‘welzijnsbegeleiding’ wordt genoemd. De moderatoren vinden het nutteloos en zelfs bespottelijk. De sessies zijn er volgens hen alleen maar voor de vorm. De moderatoren zijn getraumatiseerd door wat ze dagelijks zien, maar krijgen van hun coaches enkel het advies om ademhalingsoefeningen te doen of een wandeling te maken. Bovendien vertrouwen de moderatoren hun coaches niet: ze zijn bang dat ze bespioneerd worden en dat vertrouwelijke informatie wordt doorgespeeld naar hun werkgever. Toegang tot deskundige psychologische begeleiding en minder tijdsdruk zijn noodzakelijke maatregelen om het werk dragelijk te maken, zo zeggen veel van de mensen die ik spreek.
‘Beterschap’
Om verandering te bewerkstelligen hebben de moderatoren een manifest opgesteld met acht eisen voor betere arbeidsomstandigheden. Naast psychologische begeleiding en een gepast salaris eisen ze dat er een einde komt aan de cultuur van intimidatie en outsourcing. Techbedrijven moeten zelf verantwoordelijkheid nemen voor het werk en zorgen voor betere omstandigheden. Binnen een paar dagen ondertekenen meer dan driehonderd moderatoren in Duitsland het manifest. Half juni wordt het gepresenteerd bij een bijeenkomst van deskundigen in de digitale commissie van de Bondsdag.
Het is de eerste keer dat moderatoren ten overstaan van de leden van de Duitse Bondsdag over hun werkomstandigheden spreken. De anders nogal zakelijke en droge sfeer in de commissie wordt opgeschud door de emotionele betogen van de moderatoren. De hele vergaderzaal luistert geboeid naar de verhalen van de twee gespreksleiders, Daniel Motaung uit Zuid-Afrika en Cengiz Haksöz uit Duitsland. Haksöz begint zijn betoog met een citaat uit de Dreigroschenoper van Bertolt Brecht: ‘De mensen in het donker worden niet gezien.’ Hij vertelt dat zijn collega’s elkaar aan het eind van de werkdag geen ‘fijne avond’, maar ‘beterschap’ wensen. Ze hebben hun vrije avond nodig om bij te komen van de stress en spanning van het werk.
De parlementsleden zijn erg geïnteresseerd en stellen veel vragen. Eén onderwerp komt steeds weer terug: kunstmatige intelligentie. Ze vragen of kunstmatige intelligentie in de toekomst het werk van moderatoren zal kunnen vervangen. Het is een vraag die techbedrijven graag krijgen: zo kunnen ze speculeren over de toekomst, in plaats van zich te bekommeren om de omstandigheden waaronder tienduizenden mensen nu werken.
Vooralsnog is kunstmatige intelligentie nog lang niet ontwikkeld genoeg om de complexe taak van een contentmoderator over te nemen. Het is ingewikkeld werk: de beoordeling van veel van de berichten moet genuanceerd gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan satire of aan politiek commentaar. Geautomatiseerde systemen staan erom bekend dat ze videocontent en andere talen dan Engels slecht kunnen beoordelen. Ze zijn dus nog niet geschikt als alternatief voor menselijke moderatoren. Haksöz zegt dat de focus moet liggen op de ondersteuning van mensen nu, in plaats op van speculatie over hun toekomstige vervanging. Aan het einde van de vergadering verzekert Tabea Rößner, de voorzitter van de commissie, dat ze aan de slag gaan om de omstandigheden te verbeteren.
Als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel
Haksöz ondervindt onmiddellijk gevolgen van zijn dappere optreden. Slechts een paar dagen na de hoorzitting wordt hij ontslagen door zijn werkgever. Hij mag het bedrijfsgebouw niet meer in. Zo wordt de angstcultuur weer eens bevestigd. Met het ontslag geeft de bedrijfsleiding een duidelijk signaal af aan de werknemers: als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel. De werkgever van Haksöz zegt dat hij zijn ‘arbeidsvoorwaarden’ heeft geschonden met zijn uitspraken in de Bondsdag en de media. Maar als burger in een democratie heeft Haksöz het goed recht om over zijn ervaringen te vertellen.
Nu moet hij zijn zaak voor de arbeidsrechter brengen om zijn taken als commissielid voor de komende verkiezingen voor de ondernemingsraad weer te kunnen hervatten. Vakbond Verdi stelt het optreden van de werkgever gelijk aan union busting: daarvan is sprake wanneer werkgevers voorkomen of bemoeilijken dat hun werknemers actief zijn in de vakbond. Haksöz bereidt zich voor op de verkiezingen. Ondertussen zegt zijn werkgever bij de arbeidsrechtbank af te zullen dwingen dat hij ontslagen wordt. Samengevat: er worden nog meer intimidatietechnieken ingezet om de vakbondsactiviteiten van de moderatoren te verhinderen.
Een functionerende ondernemingsraad is een eerste, kleine stap in de richting van betere werkomstandigheden. Maar er moet nog veel meer veranderen om de arbeidsomstandigheden wereldwijd te verbeteren. Zo moet er striktere regelgeving komen voor techbedrijven. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitbuiting en dus ook voor de schade. Begin juni deed een arbeidsrechtbank in Nairobi een voorlopige uitspraak waarin precies dat werd vastgelegd. Volgens de rechtbank is Meta de belangrijkste werkgever van de contentmoderatoren van Facebook in Kenia. Als je resultaten wil boeken, is het belangrijk om het probleem vanuit verschillende oogpunten te bekijken. Wat kan er gedaan worden op nationaal, Europees en mondiaal niveau? In Duitsland is in januari de Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz van kracht geworden. Deze wet stelt bedrijven die producten leveren verantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten in hun wereldwijde toeleveringsketens. Met een vergelijkbare regeling voor digitale diensten zoals contentmoderatie zou het mogelijk worden om het probleem van uitbuiting bij de wortel aan te pakken.
Tot dat moment zullen moderatoren elke dag blijven afdalen in de mijnschacht van de sociale media om onze gezondheid en democratie te beschermen. Maar ze doen het niet langer in het donker. Ze worden steeds vaker gezien.
De Arabische nieuwswebsite Muwatin stelt de vraag hoe het alomtegenwoordige geweld tegen vrouwen is te stoppen. In een door mannen gedomineerde samenleving moeten vrouwen hun onafhankelijkheid bevechten door middel van werk en studie.
Steeds wanneer er geweld plaatsvindt en er berichten over geweld via de media worden verspreid, vragen we ons af waarom vrouwen het geweld dat hun lange tijd is aangedaan, accepteren. Dat geldt vooral wanneer het geweld vrouwen treft die financieel onafhankelijk lijken, zoals beroemde artiesten, die zich kunnen omringen met de beste advocaten en psychiaters, die de misbruiker kunnen stoppen en daar een hoge prijs voor kunnen betalen.
Misschien heeft de beroemde zangeres, die we de afgelopen maanden in de bladen en op sociale media hebben kunnen volgen, ons een nieuwe definitie gegeven van het begrip onafhankelijkheid, want een financieel onafhankelijke vrouw in een door mannen gedomineerde samenleving heeft misschien geen man nodig om haar van voedsel en kleding te voorzien, maar ze heeft hem wel nodig om te leven. Om de oorsprong te achterhalen van die ziekelijke behoefte van vrouwen om zich vast te klampen aan mannen, die door de samenleving worden bestempeld als ‘steun van de vrouw’, moeten we teruggaan naar de beginfase van de opvoeding, waarin de vleugels van meisjes al worden gebroken als ze nog een kind zijn.
Hoe is het mogelijk dat deze samenleving eerst een crisis voor vrouwen creëert en vervolgens met mannelijke oplossingen komt om problemen die opzettelijk voor vrouwen zijn bedacht, op te lossen? Dat is bijvoorbeeld met polygamie gebeurd. De patriarchale samenleving, die polygamie hoog in het vaandel droeg, verminderde de keuzemogelijkheden van vrouwen door hun, met de wet in de hand, een huwelijk met mannen van een andere religie te ontzeggen. De genadeslag kwam toen in veel Arabische landen vrouwen bij wet werd verboden met mannen van een andere nationaliteit te trouwen. Het besluit om met een buitenlander te trouwen werd daardoor een riskant avontuur. En daar stopte het niet. Vrouwen mochten ook niet meer trouwen met iemand buiten de eigen stam, een verbod dat was gebaseerd op het stamrecht, terwijl het mannen vrijstond om met iedereen, overal ter wereld te trouwen. Hierdoor werd een crisis gecreëerd, die ‘de crisis van de oude vrijster’ werd genoemd, waarvoor vervolgens een oplossing werd geboden die de waardigheid van de vrouw voorgoed zou aantasten: polygamie.
De vrouw is zwak
Dit is hoe de mannelijke, patriarchale samenleving met vrouwen omgaat. Die vermindert hun opties, houdt logische oplossingen tegen en verzwakt hen op alle mogelijke manieren, tot ze zich onderwerpen. En dan wordt er gezegd: ‘Kijk, de vrouw is zwak en heeft de steun van de man nodig.’
Vrouwen zijn in het beste geval een half mens en alles in hun omgeving bevestigt dat
De maatschappij ziet vrouwen niet als volwaardige mensen en probeert op allerlei manieren te voorkomen dat ze dat ooit zullen worden. Om dit doel te bereiken, worden meisjes er al in hun kindertijd op voorbereid dat ze onvolwaardige volwassenen zullen worden. Meisjes zouden zich bijvoorbeeld kunnen afvragen waarom hun vader naar hun jongere broer wordt genoemd (vader van die-en-die), terwijl zij de oudste zijn. In het begin maken ze nog bezwaar tegen het feit dat ze geen aandacht krijgen, alsof ze niet bestaan, maar als ze opgroeien horen ze dat hun tante van vaderskant haar erfenis is ontnomen en dat hun tante van moederskant iets meer geluk heeft gehad en de helft van de erfenis van haar broer heeft gekregen. Vrouwen zijn in het beste geval een half mens en alles in hun omgeving bevestigt dat.
In patriarchale systemen wordt onafhankelijkheid vanaf de kindertijd aangeleerd. De man wordt opgevoed in zelfredzaamheid, terwijl de vrouw wordt opgevoed in volgzaamheid. Wanneer een meisje wordt gevraagd dienstbaar te zijn aan haar broers, die allemaal ongeveer dezelfde leeftijd hebben als zij, is dat verzoek niet zo onschuldig als het voor sommigen lijkt. Het is opzettelijk bedoeld om een deel van haar zelfvertrouwen weg te nemen en dat op een gouden dienblad aan te bieden aan haar broer. Vervolgens opent zich voor de man een wereld van ervaringen, die voor de vrouw gesloten blijft. Hij trekt erop uit, wordt geconfronteerd met het volle leven en leert. Hij gaat niet één keer, maar wel tien keer in de fout en wordt altijd vergeven, terwijl zij wegkwijnt in de gevangenschap van taboes en verboden en wordt doordrongen van het idee van één enkele, fatale zonde. Ze mag geen fouten maken, want als glas eenmaal is gebroken, kan het niet meer worden gerepareerd, en de vrouw is gemaakt van glas; dat heeft de samenleving haar geleerd. Geleidelijk geeft ze haar dromen op en wordt ze volgestopt met ideeën over de schoonheid van vrouwelijkheid en zwakte, vereist om het andere geslacht aan te trekken. En dit alles gaat gepaard met een systematisch proces van intimidatie, als ze tegen de wil van haar familie ingaat.
Haar reputatie is het belangrijkste wat ze heeft, belangrijker dan haar leven
Dit alles maakt haar tot een zwakke, onderdanige persoonlijkheid, die confrontaties uit de weg gaat, uit angst dat iemand haar zal zien en haar verkeerd zal begrijpen. Haar reputatie is het belangrijkste wat ze heeft, belangrijker dan haar leven, haar toekomst en haar dromen. Zelfs dromen heeft ze niet. Ze geeft ze geleidelijk op, tot haar enige doel is geworden zich voegen naar de maatschappij en voldoen aan de lijst van eisen uit de Catalogus van de Meisjes. In diezelfde catalogus wordt gewaarschuwd voor angstaanjagende woorden als ‘oude vrijsters’ en ‘gescheiden vrouwen’. Opgroeiende meisjes zijn daar zo bang voor dat ze het eerste het beste aanzoek accepteren om aan de eerste benaming te ontsnappen en bereid zijn in elke giftige relatie te blijven hangen om ook aan de tweede benaming te ontkomen.
Dit gendergerelateerde geweld, dat vanaf jonge leeftijd op meisjes wordt uitgeoefend, gaat gepaard met economisch geweld, waardoor vrouwen vaak niet in staat zijn om later in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Hoewel gebrek aan geld waarschijnlijk een van de belangrijkste redenen voor vrouwen is om geweld te accepteren, leiden het gebrek aan zelfvertrouwen, de angst voor de buitenwereld en de onderworpenheid waarmee veel meisjes zijn grootgebracht ertoe dat ook veel financieel onafhankelijke vrouwen in gewelddadige, onstabiele relaties blijven hangen.
Om te huilen
Het is lachwekkend maar ook om te huilen dat dezelfde maatschappij die meisjes van jongs af aan kortwiekt, van hen verwacht dat ze kunnen vliegen als ze in de steek worden gelaten door hun man, of als ze weduwe worden of worden verstoten. We zien weduwen die plotseling op eigen benen moeten staan, op zichzelf moeten vertrouwen en zonder ervaring of hulp in de woelige zee van het leven moeten leren zwemmen.
Er is een groot verschil tussen afhankelijkheid en behoefte aan ondersteuning. We hebben allemaal steun nodig in het leven; die kan van een zus, broer, vader, moeder of vriend komen. Een man kan gesteund worden door een sterke vrouw. Steun krijgen betekent niet dat je iemand blindelings volgt of vernederingen accepteert. Goede relaties zijn gebaseerd op wederzijdse liefde en op het gevoel dat de behoefte aan ondersteuning wederzijds is.
Het zijn die verstoorde relaties die bemiddelde vrouwelijke artiesten ertoe drijven zich te binden aan mannen die hen mishandelen
Het zijn die verstoorde relaties die bemiddelde vrouwelijke artiesten ertoe drijven zich te binden aan mannen die hen mishandelen. Ze hebben het gevoel dat ze na hem hun steun kwijt zijn. Ze zijn er niet aan gewend in hun eentje overeind te blijven zonder een muur om tegen te leunen, ook al zijn zij het zelf die worden gechanteerd en alle ‘steunmuren’, zowel die van vroeger als die van nu, financieel overeind houden.
Het leed dat de Arabische vrouw tegenwoordig ondergaat, is bekend bij vrouwen over de hele wereld. Europese en Amerikaanse vrouwen hebben alles meegemaakt wat wij doormaken, maar zij zijn de strijd aangegaan. Beetje bij beetje hebben ze gelijke rechten verworven, dankzij de feministische bewegingen die actief waren na de Eerste Wereldoorlog en een aantal feministische golven die een hele eeuw overspanden. En nog steeds strijden ze voor meer rechten en dat zullen ze blijven doen, tot ze volledige gelijkheid hebben bereikt, volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een autoriteit die internationale consensus geniet en alle vormen van discriminatie verwerpt.
Op de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen moeten we vrouwen eraan herinneren dat gewelddadige mannen destructieve vijanden zijn en geen steunpilaren. En we moeten hen eraan herinneren dat ze zich uit hun afhankelijkheidspositie kunnen bevrijden door te lezen, te studeren, hulp te zoeken bij specialisten, zich te omringen met een netwerk van echte vrienden en overal andere vrouwen te steunen en te helpen de onrechtvaardige, patriarchale wetten te veranderen. Daarnaast speelt ook werk een rol, dat hen economisch bevrijdt en hun ruimere mogelijkheden geeft dan de beperkte kansen die de samenleving biedt.
Door de constante behoefte aan ontsnapping en vermaak is de grens tussen fictie en werkelijkheid vervaagd, op televisie, in de politiek en in ons dagelijks leven. ‘Het wordt stilaan moeilijk om de harde realiteit nog anders dan als entertainment tot je te nemen.’
De trend begon op TikTok, zoals zo vaak. Klanten van Amazon die op hun videodeurbel een bezorger voor de deur zagen staan, vroegen die bezorger om een dansje te maken. Die pakketbezorgers, werkzaam bij ‘het meest klantgerichte bedrijf op aarde’ en dus sterk afhankelijk van de waardering van de klant, deden wat hen gevraagd werd. De klanten plaatsten de videobeelden op TikTok. ‘Ik zei doe eens een dansje voor de camera en hij deed het!’ luidde de tekst bij beelden van een anonieme werknemer die wat lusteloze pasjes uitvoert. Een andere klant schreef het verzoek met krijt op het pad naar de voordeur. Doe een dansje, stond er, met een smiley en het woord ‘smile’ erbij. Wat de bezorger braaf deed. Zijn huppeldansje kreeg meer dan 1,3 miljoen likes.
Toen ik dat filmpje zag, reageerde ik zoals ik bij het nieuws tegenwoordig wel vaker reageer: ik keek vol ongeloof toe, dacht even na over het verschil tussen wat louter bizar en wat werkelijk dystopisch is, en ging weer over tot de orde van de dag. Maar ze lieten me niet los, die filmpjes die op internet waren gezet door klanten die zichzelf als regisseur beschouwen, met beelden van mensen die tijdens het uitvoeren van hun werk ineens in een heel andere rol worden geduwd.
In het metaversum, zo luidt de belofte, kunnen we straks eindelijk doen wat in sciencefiction is voorspeld: in onze illusies leven
Veel dystopieën hebben één kenmerk gemeen: dat entertainment de bewoners van die naargeestige werelden vaak geen vlucht uit de werkelijkheid biedt, maar ze er juist in gevangen houdt. In Orwells 1984 heb je het telescherm, een apparaat dat wel iets weg heeft van de videodeurbel: beeldscherm en camera in één. In Fahrenheit 451 van Ray Bradbury worden alle boeken door het totalitaire regime verbrand, maar wordt tv-kijken gestimuleerd. In Brave New World van Aldous Huxley gaan mensen naar de bioscoop voor ‘feelies’ (‘voelms’): films die ook de tastzin aanspreken, ‘veel echter dan de werkelijkheid’. In de sciencefictionroman Snow Crash beschreef Neal Stephenson in 1992 een vorm van virtueel entertainment waar mensen zo volledig in opgaan dat ze er praktisch in kunnen wonen. Hij doopte dat het Metaverse.
Inmiddels is dat metaversum vanuit de sciencefiction overgesprongen naar ons dagelijks leven. Microsoft, Alibaba en ByteDance (het moederbedrijf van TikTok) hebben allemaal zwaar geïnvesteerd in virtual en augmented reality. Ze hebben ieder zo hun eigen aanpak, maar hun doel is hetzelfde: van entertainment iets maken waarvoor we niet kiezen, per kanaal, stream of feed, maar iets waar we in wonen. In het metaversum, zo luidt de belofte, kunnen we straks eindelijk doen wat in sciencefiction is voorspeld: in onze illusies leven.
Eindeloosheid
Er is geen bedrijf dat hier zwaarder op inzet dan dat van Mark Zuckerberg. In oktober 2021 doopte hij Facebook om tot Meta om in dit ideële landschap alvast zijn vlag te planten. Het nieuwe bedrijfslogo was het wiskundige symbool voor oneindigheid, een kronkel zonder begin of eind. Heel toepasselijk: het herdoopte bedrijf wil zijn gebruikers een soort eindeloosheid bieden. Waarom zou je genoegen nemen met gewone gebruikers als je er bewoners van kunt maken?
Meta’s belofte van een virtuele werkelijkheid om helemaal in op te gaan lijkt nu nog net zo onbeholpen als de headset die je nodig hebt om dat grenzeloze entertainment te beleven. Maar de belofte is ook overbodig: Zuckerberg werpt zich op als grote vernieuwer, maar de virtuele omgeving die hij in de markt wil zetten, bestaat in feite al. Die Amazon-bezorgers die een dansje deden, waar bevonden die zich anders dan in het metaversum?
De Finse strijd tegen nepnieuws
Zijn we gedoemd om langzaam weg te zinken in het metaversum en er nooit meer uit te geraken, zoals de lotuseters in de Odyssee van Homeros?
Niet als het aan de Finnen ligt. Wat betreft weerbaarheid tegen desinformatie stond Finland in oktober voor de vijfde keer op rij bovenaan de Media Literacy Index: een lijst van 41 Europese landen die sinds 2017 wordt samengesteld door Open Society Institute Sofia (OSIS). Het Finse succes is het resultaat van het gedegen gratis onderwijs – alom beschouwd als het beste ter wereld – en van daadwerkelijke inspanningen om studenten te onderwijzen over nepnieuws. Mediageletterdheid is er onderdeel van het curriculum vanaf de kleuterschool. De gedachte is: tieners van nu zijn opgegroeid met sociale media, maar dat betekent nog niet dat ze gemanipuleerde nieuwsartikelen of video’s van politici kunnen herkennen en zich ertegen kunnen wapenen.
Uit een studie in het British Journal of Developmental Psychology blijkt dat juist adolescenten zeer gevoelig zouden zijn voor samenzweringstheorieën. Dat is een belangrijke reden waarom Finland focust op jongeren. Maar behalve onderwijsprogramma’s heeft de regering ook bibliotheken aangewezen als plek om volwassenen te onderwijzen over misleidende informatie online. Niet onverstandig, gezien het feit dat mediamanipulatie door buurstaat Rusland sinds de oorlog in Oekraïne nog weliger tiert dan voorheen.
Romanschrijvers waarschuwden dat we ons in de toekomst helemaal aan ons entertainment zullen uitleveren. Dat zal ons zo afleiden en afstompen dat we alle gevoel voor realiteit verliezen. Het ontsnappen aan de alledaagse sleur zal zo’n alomvattende onderneming worden dat we dááraan niet meer kunnen ontsnappen. Het zal resulteren in een bevolking die niet meer nadenkt, zich niet meer in een ander kan verplaatsen, en zelfs niet meer weet hoe ze kan regeren en geregeerd kan worden.
Die toekomst is al aangebroken. Of we het nou willen of niet, we leven al in het metaversum.
Wetenschappers die waarschuwen dat de VS zich ontwikkelen tot een ‘post-truth’-samenleving, hebben het daarbij meestal over de kwalijke zaken die onze politiek verzieken: de desinformatie, de argwaan, de president die blijkbaar dacht dat hij de loop van een orkaan kon bepalen met een viltstift. Maar de opkomst van een waarheidsvrije wereld raakt ook de cultuur.
In 1961 hield Newton Minow, die toen net door John Kennedy was aangesteld als hoofd van de Amerikaanse toezichthouder op de media, een toespraak voor tv-bonzen. En hij wond er geen doekjes om. De zenderbazen, zei hij, vulden de ether met ‘een optocht van spelshows, afgezaagde sitcoms over volstrekt ongeloofwaardige gezinnen, moord en doodslag, sensatie, geweld, sadisme, bloedvergieten, boeven en schurken in het Wilde Westen, privédetectives, gangsters, nog meer geweld en tekenfilms’. Onder hun handen veranderde het tv-landschap in ‘een onafzienbaar braakland’.
Dat etiket bleef hangen. Zijn toespraak wordt meestal aangehaald vanwege zijn kritiek op de kwaliteit van de tv-programma’s, maar getuigde ook van een vooruitziende blik wat betreft de macht van het medium. Avond aan avond straalde de tv zijn illusies de huizen en hoofden van de mensen in. Dat vormde hun wereldbeeld terwijl het hen afleidde van de werkelijkheid.
Toen Minow zijn toespraak hield, bestond het tv-landschap in Amerika nog maar uit drie zenders die nog geen 24 uur per dag uitzonden en stonden tv’s alleen in de woonkamer. Nu stikt het overal van de schermen. De entertainmentomgeving is zo onafzienbaar dat je jezelf erin kunt verliezen. Zodra we een serie hebben uitgekeken, krijgen we van de streamingdienst al suggesties voor andere die misschien bij ons in de smaak vallen. Als het algoritme klopt, gaan we bingen, kunnen we uren- of zelfs dagenlang opgaan in een fictieve wereld – zijn we niet alleen bankhangers, maar lotuseters.
‘Voelms’
En ondertussen lonken op dezelfde apparaten de sociale media met hun eigen belofte van amusement zonder end. Instagram-gebruikers staren naar de levens van vrienden en beroemdheden en zetten ondertussen hun eigen geretoucheerde levensverhaal online voor andermans vermaak. De eindeloze talentenshow van TikTok is zo fascinerend dat binnen inlichtingendiensten wel gevreesd wordt dat die door China wordt gebruikt om Amerikanen te bespioneren en propaganda te verspreiden: ‘voelms’ als oorlogswapen. Zelfs op het minder door foto’s geobsedeerde Twitter betreden gebruikers een alternatieve werkelijkheid. In de woorden van New York Times-columnist Ross Douthat: ‘Het is een plek waar mensen gemeenschappen vormen en bondgenootschappen smeden, vriendschappen en seksuele betrekkingen aanknopen, schreeuwen en flirten, juichen en bidden.’ Het is ‘een plek die mensen niet alleen bezoeken, maar waar ze wonen’.
Ik heb ook op die manier op Twitter gewoond – en op Instagram en Hulu en Netflix. Ik wil niets afdoen aan de waarde van het entertainment zelf – dat zou onzinnig zijn en in mijn geval ook enorm hypocriet. Maar ik wil wel wat vraagtekens zetten bij de greep die dit alomvattende entertainment begint te krijgen op mijn leven, en misschien ook op dat van u.
Als je lang genoeg in die omgeving verblijft, wordt het stilaan moeilijk om de harde realiteit nog anders dan als entertainment tot je te nemen. We raken zo gewend aan die uitvergrote werkelijkheid dat de saaie oude échte versie van de wereld erbij begint te verbleken. Een app met weersvoorspellingen stuurde me laatst een pushbericht over ‘interessante stormen’. Ik wist niet dat mijn stormen ook al interessant moesten zijn. Of neem de e-mail die ik kreeg van TurboTax met de vrolijke boodschap: ‘We hebben de mooiste belastingmomenten van dit jaar verzameld en daarmee je eigen persoonlijke belastingverhaal samengesteld.’ De absurditeit van het amusementsdictaat ten top: dat zelfs mijn aangiftebiljet nu al vergezeld gaat van een trailer met hoogtepunten.
Het lijken misschien maar banale, onschuldige voorbeelden. Bedrijven die het van gekkigheid niet meer weten. Maar elke nieuwe mogelijkheid tot vermaak versterkt ook onze zucht ernaar: de neiging om altijd maar op verstrooiing uit te zijn, koste wat kost te voorkomen dat we ons gaan vervelen, altijd voorrang te geven aan de gedramatiseerde versie van gebeurtenissen boven de feitelijke. Wie in het metaversum leeft, gaat verwachten dat het echte leven zich op dezelfde manier ontrolt als op ons beeldscherm. En wat hierbij op het spel staat, is niet niks. In het metaversum is het helemaal niet schokkend maar volkomen vanzelfsprekend dat iemand die vooral bekendstaat als Twitter-orakel en presentator van een spelshow gekozen wordt tot president.
Er kan zich geen grote gebeurtenis voordoen of een productiemaatschappij maakt er wel pseudofictie van
In de jaren sinds Minow de zenderbazen toesprak, is het tv-jargon doorgesijpeld in de manier waarop wij in Amerika praten over de wereld om ons heen. Als we vinden dat iemands ideeën nergens op slaan, zeggen we dat die de draad kwijt is (‘they lost the plot’). Paria’s worden ‘gecanceld’, alsof ze een tv-serie zijn die van de zender wordt gehaald. Vroeger schreven mensen hun levensomstandigheden toe aan de grillen van het lot of de wil van goden. Wij mopperen op de artistieke keuze van ‘de scenaristen’ en jammeren dat Amerika weleens aan zijn laatste seizoen bezig kan zijn. Dat is natuurlijk maar scherts, maar het is humor met een ongemakkelijk randje. Zulke uitdrukkingen lijken tekenen van een sluipend besef dat we werkelijk in ons entertainment zijn gaan wonen.
In mei 2022 werden in Texas op de Robb Elementary School in Uvalde negentien kinderen en twee van hun leraren doodgeschoten. Quinta Brunson, bedenker en hoofdrolspeler van de sitcom Abbott Elementary, deelde op Twitter een dag later een van de vele berichten die ze naar aanleiding van die schietpartij had gekregen: een fan van de serie had haar gevraagd om een verhaallijn over een schietpartij op een school toe te voegen. ‘Mensen bij wie het niet opkomt om meer te eisen van de politici die ze hebben gekozen, maar in plaats daarvan om “entertainment” vragen’, schreef ze op Twitter. ‘Ik kan niet langer vragen “gaat alles wel goed met jullie”, want het antwoord is “nee”.’
Haar ergernis was begrijpelijk. Toch kun je het moeilijk haar fans verwijten, die uit verdriet om een echte schietpartij troost zochten in een fictieve. Zij zijn inmiddels geconditioneerd om te verwachten dat alles in het nieuws onmiddellijk tot entertainment wordt verwerkt.
Want er kan zich geen grote gebeurtenis voordoen of een productiemaatschappij maakt er wel pseudofictie van. In 2019 kwamen 346 mensen om toen twee vliegtuigen van het type Boeing 737 Max neerstortten. Begin 2020 kopte Variety al: ‘Serie over ramp met Boeing 737 Max in de maak’. In juli 2020 berichtte The Hollywood Reporter dat het volgende grote project van Adam McKay zou gaan ‘over een hyperactueel thema: de wedloop naar een coronavaccin’. In januari 2021 lukte het Reddit-gebruikers om met een gezamenlijke actie de aandelenkoers van de winkelketen GameStop op te drijven. Een week later kondigde MGM aan dat het de filmrechten had verworven op een boekvoorstel over dit verhaal – dus geen boek, maar een voorstel voor een boek. In het metaversum herhaalt de geschiedenis zichzelf, eerst als tragedie en daarna als wrange dramedy op HBO Max.
Producenten jatten natuurlijk al verhaalideeën van de voorpagina’s van kranten zolang er voorpagina’s bestaan. Het verschil met vroeger is de snelheid en de schaal waarop het tegenwoordig plaatsvindt. Er zijn commerciële redenen voor die manische run op filmrechten. Het is over het algemeen makkelijker om goede ideeën uit de werkelijkheid te halen dan om iets nieuws te verzinnen. Maar de streamingdiensten zouden die series niet blijven maken als er geen mensen naar keken. En het kan verwarrend zijn om ernaar te kijken.
‘Dit verhaal is helemaal waar. Behalve de delen die volledig verzonnen zijn’
Een goede illustratie van de gebruikelijke aanpak in dit nieuwe ‘vers van de pers’-genre is het terugkerende zinnetje aan het begin van elke aflevering van de Netflix-serie Inventing Anna uit 2022: ‘Dit verhaal is helemaal waar. Behalve de delen die volledig verzonnen zijn.’ Inventing Anna is het sterk gefictionaliseerde verhaal van Anna Sorokin (beter bekend onder haar valse naam Anna Delvey), een Russische vrouw die zich als Duitse erfgename voordeed om rijke New Yorkers in te palmen en hun geld af te troggelen. Het is een verhaal over het succes van leugens die zo brutaal waren dat ze ook iets zeggen over sommige vaak verbloemde waarheden: het wensdenken in de financiële wereld en Amerika’s eeuwige kwetsbaarheid voor doortrapte oplichters.
Het metaversum droeg altijd al de belofte in zich dat het ons naar werelden kan brengen die anders voor ons gesloten blijven
Inventing Anna is gebaseerd op een reportage uit 2018 van Jessica Pressler in New York Magazine. Van dat artikel, meeslepend geschreven maar trouw aan de waarheid, wordt in de serie een eigen versie gemaakt. Inventing Anna is zowel flitsend als provocerend en scherpzinnig. Het speelt zich af in wat postmodernisten een hyperrealiteit noemen: in verzadigde kleuren, met een razend hoog verteltempo, soms meer videoclip dan drama. En waar de serie je vooral van wil overtuigen, is de gedachte dat een wankele verhouding tussen feit en fictie op zichzelf al leuk is om mee te spelen.
Dat maakt deze serie representatief. Ook in WeCrashed, Super Pumped: The Battle for Uber, The Dropout en tal van andere series worden nieuwsverhalen omgekat tot mooi verpakt amusement. In Gaslit, Winning Time, A Friend of the Family, Pam & Tommy en American Crime Story gebeurt dat met waargebeurde verhalen uit een verleden dat zo kort geleden is dat je het nog niet echt geschiedenis kunt noemen. Het zijn vaak heel bewuste staaltjes ‘kwaliteits-tv’ en ze zijn vaak ook heel goed: slim script, mooie productie en goede acteurs.
Voyeurisme
Die tv-series hebben ook iets aangenaam voyeuristisch dat zelfs de meest gedetailleerde en best geschreven journalistiek moeilijk kan evenaren. Het metaversum droeg altijd al de belofte in zich dat het ons naar werelden kan brengen die anders voor ons gesloten blijven. In een recent reclamespotje belandt één jonge vrouw via de Quest 2-headset van Meta midden in een kluwen footballspelers op het veld, en een andere in het pak van Iron Man. Een serie als The Crown biedt een vergelijkbare ervaring. Daar zitten we ineens bij de koninklijke familie in de slaapkamer. We zien ze ruziën. We zien ze huilen. Het is een biopic over mensen die nog leven.
Dat voyeurisme kan natuurlijk alleen bestaan bij de gratie van het feit dat deze series niet gebonden zijn aan de regels van non-fictie. Zoals in zoveel series in dit genre gaat een ver doorgevoerd fotorealisme in The Crown gepaard met onbekommerde artistieke vrijheden. Enerzijds is er een tot op de naad nauwkeurige kopie te zien van het weinig verhullende zwarte jurkje, de ‘revenge dress’, waarmee Diana zich in het openbaar vertoonde nadat het overspel van prins Charles aan het licht was gekomen. Anderzijds bevat de serie dialogen, gebeurtenissen en zelfs complete personages die volledig verzonnen zijn. In 2020 kreeg Netflix van de Britse minister van Cultuur het verzoek een disclaimer bij het programma op te nemen dat het in wezen om fictie gaat. Netflix weigerde dat met het argument dat de kijkers dat ongetwijfeld al weten. Maar de directie zal toch ook wel beseffen dat de aantrekkingskracht van de serie er juist in schuilt dat de verzinsels worden opgedist met het aplomb van waargebeurde feiten.
Afgelopen najaar zat ik met mijn partner naar een aflevering te kijken van Gaslit, over het leven van de door het Watergate-schandaal beroemd geworden Martha Mitchell. We waren onder het kijken allebei ook met onze telefoon in de weer, en op een gegeven moment beseften we dat we allebei hetzelfde aan het doen waren: op Wikipedia kijken of de scène die we net hadden gezien echt gebeurd was. Daar is die serie niet voor bedoeld. Als je naar een programma als Gaslit of The Crown kijkt, word je geacht te weten dat het verhaal wel in grote trekken waar is, maar niet tot in elk detail. Het is niet de bedoeling dat je je gaat afvragen waar het verschil zit tussen non-fictie en een ‘licht’ gefictionaliseerd verhaal. En al helemaal niet dat je op Wikipedia de serie die je op Starz ziet aan de historische feiten gaat toetsen.
Nu protesteert de tv-liefhebber in mij en zegt vergoelijkend: het is ook maar tv. Het is maar voor de lol. En dat is ook zo. Ik heb van Gaslit genoten. En toen Uma Thurman in Super Pumped als Arianna Huffington werd gecast en blijkbaar maar één regieaanwijzing kreeg (‘hoe theatraler, hoe beter’), kon ik mijn ogen niet van het scherm houden. Maar per saldo beginnen zulke series toch ons gevoel te ondermijnen voor wat echt waar is en wat erbij werd verzonnen, of juist weggelaten, om er een smeuïg verhaal van te maken.
Neem het Theranos-schandaal. Journalisten deden nauwgezet verslag van het bedrijf van Elizabeth Holmes terwijl de gebeurtenissen zich ontvouwden, vooral in The Wall Street Journal, en de hele opkomst en ondergang van haar leugens werd door een verslaggever van die krant, John Carreyrou, meesterlijk beschreven in zijn boek Bad Blood. Maar al dat bedrog blijkt zo fascinerend te zijn dat het nu ook onderwerp is van een documentaire, van de true-crimepodcast The Dropout, van een miniserie op Hulu die ook The Dropout heet, en binnenkort van een op Carreyrous boek gebaseerde bioscoopfilm van Adam McKay die ook Bad Blood heet. Je kunt het de consument van al dit nieuws en entertainment niet kwalijk nemen als die niet meer precies weet waar ze haar kennis nu vandaan heeft – en of die kennis op feiten of slechts op fictie berust.
En bizar genoeg is deze hele fictionalisering van het Theranos-debacle nu ook al een rol gaan spelen in de niet-fictieve verhaallijn. In de rechtszaak tegen voormalig Theranos-directeur Sunny Balwani moesten in maart 2022 twee juryleden worden vervangen omdat ze afleveringen van The Dropout hadden gezien, wat hun mening over de in de rechtszaak behandelde feiten kon beïnvloeden.
Nieuws en entertainment
In de jaren negentig maakten mediacritici zich – terecht – zorgen dat het nieuws te veel entertainment werd, of het nu ging om de schreeuwpartijen in het praatprogramma Crossfire, de sensatiezucht van nieuwsprogramma’s als Dateline of de overspannen aandacht voor de berechting van O.J. Simpson. Toen kwam de opkomst van entertainment dat zich voordeed als nieuwsprogramma en daar voor veel kijkers ook mee samenviel: Jon Stewart, Stephen Colbert, Samantha Bee. De kritiek dat nieuwszenders zich blindstaren op kijkcijfers of dat te veel kijkers het journaal hebben verruild voor The Daily Show klinkt inmiddels achterhaald. Het onderscheid is praktisch verdwenen: het nieuws is entertainment geworden en entertainment is het nieuws geworden.
In januari 2021 kondigde het Britse televisienetwerk Sky aan dat Kenneth Branagh de rol van Boris Johnson zou spelen in een miniserie over de pandemie. Toen Branagh in september 2022 de vraag kreeg of het niet onlogisch was, zo’n tv-serie over een historische crisis die nog niet voorbij was, ging hij daartegen in. ‘Volgens mij zijn dit bijzondere gebeurtenissen,’ zei hij, ‘en het behoort ook tot onze taak om daar aandacht aan te geven.’
De pandemie die al meer dan tweehonderdduizend Britten het leven heeft gekost en de premier die zich stuntelend een weg door de catastrofe baande, hebben aan aandacht van de BBC en The Times bepaald geen gebrek gehad. Maar Branaghs opmerking was veelzeggend. De opkomst van deze hyperrealistische tv-series valt samen met de neergang van de instellingen die van oudsher verslag doen van de wereld zoals die is. De journalistiek moet machteloos toezien hoe deze semifictie nu terrein verovert. We zijn stilaan gewend geraakt aan de gedachte dat iets niet echt gebeurd is zolang er geen tv-serie of film over is gemaakt. We halen de schouders op als er groot nieuws is: we wachten wel op de miniserie. En we gaan er klakkeloos van uit dat de daarin gepresenteerde versie van de werkelijkheid waar is – behalve de delen die volledig verzonnen zijn.
Waardenstelsel
Halverwege de vorige eeuw voltrok zich volgens historicus Warren Susman een grote verandering. Het Amerikaanse normen- en waardenstelsel had tot die tijd altijd de nadruk gelegd op een verzameling eigenschappen die je kunt samenvatten onder de noemer ‘karakter’: eerlijkheid, vlijt en plichtsgevoel. Met de opkomst van de massamedia veranderde dat, schrijft Susman. In de mediabewuste en op consumptie gerichte maatschappij die Amerikanen toen opbouwden, werd steeds meer waarde gehecht aan – en kwam dus ook meer vraag naar – wat Susman ‘persoonlijkheid’ noemt: charme, innemendheid, het vermogen om mensen te vermaken. ‘De sociale rol die iedereen in de nieuwe persoonlijkheidscultuur geacht werd te spelen was die van de performer’, schrijft Susman. ‘Elke Amerikaan moest leren zichzelf te spelen.’
Die behoefte is er nog steeds. Maar inmiddels gaat het niet meer alleen om charme in onderling contact, maar om het vermogen die charme op een groot publiek over te brengen. De sociale media hebben van ons allemaal echte podiumkunstenaars gemaakt. ‘De wereld is een schouwtoneel’ was ooit beeldspraak. Tegenwoordig is het een feitelijke beschrijving van het leven in het metaversum. Zoals journalist Neal Gabler al voorzag in zijn boek Life: The Movie is performen – als taal maar ook als norm – tot praktisch alle facetten van ons dagelijks leven doorgedrongen.
Geen betere manier om klanten aan je te binden dan door ze te vertellen dat hun leven een film waard is
H&M beloofde zijn klanten in een reclamecampagne onlangs dat ‘jij in elke dag de hoofdrol speelt’. Mijn partner boekte laatst een hotelkamer voor een weekendje weg. De e-mail waarin de boeking werd bevestigd bevatte de mededeling dat zijn verblijf hem zou helpen ‘je verhaal verder vorm te geven’. Mijn iPhone heeft inmiddels de gewoonte om door mij gemaakte foto’s en video’s samen te voegen tot kleine films. De software voegt er zelfs automatisch een soundtrack aan toe. En die filmpjes dienen zich spontaan aan. Laatst werd ik getrakteerd op een diapresentatie van foto’s die ik van mijn hond had genomen, met vioolmuziek die zo uit een geschiedenisdocumentaire leek te komen. De reden is natuurlijk puur commercieel. Geen betere manier om klanten aan je te binden dan door ze te vertellen dat hun leven een film waard is. Een leven zo rijk dat de filmrechten worden opgekocht: de nieuwe Amerikaanse droom.
Of de nieuwe Amerikaanse nachtmerrie. Op Twitter is ‘hoofdpersoon’ al een aanduiding voor wie daar de pispaal van de dag is. De mensen die naar zo iemand uithalen, vaak in felle bewoordingen, reageren soms op echte maar soms ook alleen op vermeende misstappen van die persoon, die ze zelf niet kennen. Hoe dan ook geven ze blijk van wat de psycholoog John Suler het online-ontremmingseffect noemt: de neiging van mensen om in de digitale ruimte gedrag te vertonen waaraan ze zich offline nooit zouden bezondigen. Wellicht komt die ontremming voort uit de gedachte dat de digitale wereld anders is dan de ‘echte’, of uit een gevoel dat er bij online-uitwisselingen niet zo veel op het spel staat. Maar het resultaat is soms dat de mensen aan de andere kant van het scherm worden bejegend alsof het helemaal geen mensen zijn – alsof ze niet echt zijn.
Op een dag in juli 2022 zat Lilly Simon in de New Yorkse metro toen iemand haar zonder dat ze het wist begon te filmen. Het apenpokkenvirus was in die tijd door de WHO net tot wereldwijd gevaar uitgeroepen en waarde rond in de stad. Simon heeft een genetische aandoening waardoor er tumoren groeien aan haar zenuwuiteinden, die soms zichtbaar zijn op haar huid. Ze zijn meestal goedaardig, maar kunnen pijnlijke complicaties opleveren. En ze zijn niet besmettelijk. De persoon die haar filmde wist dat allemaal niet. Die zoomde gewoon in op haar benen en armen, trok daar conclusies uit en plaatste de uitkomst van dat ‘onderzoek’ op TikTok. Toen Simon daarvan hoorde, plaatste ze zelf een filmpje met een reactie. ‘Ik laat jullie de jaren van therapie en behandelingen niet ongedaan maken die ik heb doorstaan om hiermee te leren leven,’ zei ze. Al snel ging haar filmpje viraal, werd het andere filmpje verwijderd en kon Simon The New York Times een interview geven over die hele ervaring.
Min of meer een happy end dus, van wat toch een akelig verhaal is over hoe het leven in het metaversum eruit kan zien: iemand die nietsvermoedend op weg is naar haar werk wordt tegen haar zin tot hoofdpersoon gebombardeerd van een film waarvan ze niet eens wist dat ze erin zat. De dynamiek is doodsimpel en ontluisterend. De mensen op ons scherm zien eruit als personages, dus beginnen we ze ook als personage te bejegenen. En personages zijn uiteindelijk toch vervangbaar. Ze dienen slechts het verhaal. Zodra we ze niet meer nodig hebben, kunnen we ze eruit schrijven.
De ontremming mag dan in de onlinewereld beginnen, maar blijft daar niet toe beperkt. De dystopische kanten van het metaversum hebben ook politieke implicaties, zij het niet precies op de manier die de profetische romanschrijvers uit de vorige eeuw voor ogen hadden. Zij stelden zich een bevolking voor die met oppervlakkig entertainment werd zoet gehouden. Ze hielden geen rekening met de mogelijkheid dat het telescherm mensen juist zou aanzetten tot politiek geweld.
Mijn collega Tom Nichols heeft betoogd dat de deelnemers aan de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 in grote mate gedreven werden door verveling – en door het gevoel dat ze er recht op hadden de held te worden in hun eigen Amerikaanse Revolutie. Wie de gebeurtenissen die dag live op tv heeft gevolgd, moet zijn opgevallen hoeveel plezier de bestormers hadden in hun plundering. Ze poseerden voor (belastende) foto’s. Ze maakten livestreams van de vernielingen voor hun volgers. Ze speelden opstandje voor Insta. Een opvallend groot aantal oproerkraaiers ging gekleed als superheld. Sommigen hadden een campagnevlag van Trump om de hals gebonden, die als een cape achter ze aan fladderde terwijl ze plunderend door het gebouw trokken.
Een van de redenen dat QAnon zo welig tiert is dat het goed past bij het metaversum
Sommige oproerkraaiers hadden zich verkleed als helden uit een ander fictief universum: niet dat van Marvel of DC, maar QAnon. De oorsprong van die complottheorie is ingewikkeld en er zijn verschillende verklaringen voor de blijvende aantrekkingskracht ervan. Maar een van de redenen dat QAnon zo welig tiert is dat het zo goed past bij het metaversum. De QAnon-aanhangers hebben zich zo diep teruggetrokken in hun eigen bubbel dat ze in een universum van fictie leven. Ze geloven vooral in de anonieme serieproducent die de werkelijkheid schrijft, regisseert en produceert en af en toe een intrigerende hint laat vallen over wat er in de volgende aflevering te gebeuren staat. De held van deze serie is Donald Trump, de man die misschien wel als geen ander in onze geschiedenis een meester is in de kunst van manipulatie via televisie. De schurken in dit verhaal zijn de vertegenwoordigers van de ‘deep state’, duizenden pedofiele onmensen die het met elkaar gemunt hebben op de kinderen van Amerika.
Ook de pogingen om de aanstichters van de bestorming ter verantwoording te roepen zijn ons als entertainment voorgeschoteld. ‘Hoorzittingen 6 januari kunnen realityblockbuster van de zomer worden’ luidde de kop van een opiniestuk bij CNN in mei 2022. De impliciete boodschap was dat de hoorzittingen een flop zouden zijn als ze niet genoeg kijkers trokken. ‘LOL niemand kijkt hiernaar’ zette een van de Republikeinse commissieleden tijdens de uitzending van de hoorzittingen op Twitter, om de indruk te wekken dat het zo’n kijkcijferflop was.
Manipulatie van verkiezingen
Dat de strijd tegen nepnieuws belangrijk is bewijst de ontmaskering half februari van ‘Jorge’.
Dankzij samenwerking van dertig media, waaronder The Guardian, Le Monde, Der Spiegel en El País, werd ‘Jorge’ min of meer op heterdaad betrapt door een team van drie undercoverjournalisten die zeiden gebruik te willen maken van zijn diensten: de duistere kunst van politieke manipulatie. Gespecialiseerd in geheime politieke operaties, bereidde ‘Jorge’ vier weken voor de Nigeriaanse presidentsverkiezingen in 2015 een reis naar het Afrikaanse land voor. Op 17 januari dat jaar vroeg hij per mail om informatie aan Cambridge Analytica: het beruchte politieke adviesbureau dat meewerkte aan illegale manipulatie van de gegevens van miljoenen Facebook-gebruikers ten behoeve van de Trump-campagne in 2016.
‘Jorge’ werkte met Cambridge Analytica aan een geheim plan om Afrika’s grootste democratie te manipuleren en om de zittende Nigeriaanse president Goodluck Jonathan herkozen te krijgen. Dat mislukte, maar het lukte ‘Jorge’ aanvankelijk wel om door media-manipulatie de Nigeriaanse verkiezingen uitgesteld te krijgen. ‘Jorge’ werd door The Guardian en mediapartners ontmaskerd als Tal Hanan, een hacker- en desinformatiespecialist die opereert vanuit Israël. Hij noemt zijn groep ‘Team Jorge’ en beweert ‘namens klanten’ in het geheim te hebben gewerkt aan meer dan 33 verkiezingscampagnes op ‘presidentieel niveau’.
Maar de hoorzittingen flopten niet. Integendeel, de eerste trok zo’n twintig miljoen kijkers – vergelijkbaar met die van een uitzending van Sunday Night Football. En dat kijkcijfersucces was deels te danken aan het feit dat de commissie er zulke boeiende tv van wist te maken. Er werden welbespraakte en in veel gevallen telegenieke getuigen opgeroepen. Uit de wanordelijke hoeveelheid informatie van elke dag werd steeds een begrijpelijke verhaallijn gedestilleerd. De hele productie was zo’n succes dat The New York Times de hoorzittingen op de lijst van de beste tv-programma’s van 2022 zette.
De commissie begreep dat de mensen alleen interesse zouden hebben in de gebeurtenissen van 6 januari 2021 – interesse in de meest grootschalige poging tot een staatsgreep in de Amerikaanse geschiedenis – als het geweld en landverraad van die dag vertaald werden in die universele Amerikaanse taal: een goeie show.
In september 2022 zette Ron DeSantis, gouverneur van Florida, een groep asielzoekers op het vliegtuig. Ze kregen te horen dat ze naar een plek werden gevlogen waar ze onderdak, financiële ondersteuning en werk zouden krijgen. In werkelijkheid vlogen de toestellen naar Martha’s Vineyard, het rijke vakantie-eiland boven New York, waar de verblufte migranten niets anders wachtte dan de al even verblufte lokale bewoners. Maar die bewoners gaven hun wel voedsel en onderdak. Asieladvocaten schoten te hulp. Journalisten bemachtigden de brochure die aan de asielzoekers was uitgedeeld en maakten bekend met welke valse beloften deze mensen hier als zetstuk waren gebruikt.
Opgestookt door tv
Het hele ‘stuur ze naar Martha’s Vineyard’-plan was opgestookt door de tv. Toen de Texaanse gouverneur Greg Abbott migranten begon af te voeren naar plekken waar ze naar zijn idee ten laste zouden komen van Democratische kiezers, werd ‘migranten verkassen’ een terugkerend gespreksthema op Fox News, met name in de ontbijtshow Fox & Friends. De presentatoren bleven maar grappen maken over de vervoermiddelen waarmee mensen naar Martha’s Vineyard gebracht konden worden. Die grap werd zo vaak herhaald dat, zoals je wel vaker ziet, de grap een plan werd en dat plan vervolgens werkelijkheid, zodat wanhopige en misleide asielzoekers als een Amazon Prime-pakketje werden verstuurd naar een eiland dat was uitgekozen omdat Barack Obama er zijn vakanties doorbrengt.
En al resulteerde die hele show alleen maar in beelden van een plaatselijke bevolking die zijn best deed om mensen in nood te helpen, het leidde bij de producenten niet tot zelfkritiek, maar tot de aankondiging van nog meer theater. Senator Ted Cruz, wiens vader toevallig als vluchteling naar de VS was gekomen, kondigde aan dat een groep asielzoekers naar de plek zou worden gebracht waar Joe Biden zijn vakanties doorbrengt. (‘Volgende keer naar Rehoboth Beach, Delaware,’ zei hij.) Ook Abbott voerde weer migranten af uit Texas: ditmaal liet hij ze afzetten voor de woning van vicepresident Kamala Harris in Washington. En de commissie van Republikeinse senatoren deed er nog een schepje bovenop met het toevoegen van publieksparticipatie aan de show: in een e-mail om fondsen te werven werd kiezers gevraagd wat de volgende bestemming moest zijn waar Republikeinse gouverneurs migranten naartoe moesten ‘verkassen’.
‘Het doel van de propagandist’, schrijft Aldous Huxley, ‘is om een groep mensen te laten vergeten dat andere groepen mensen ook mensen zijn.’ Donald Trump had de neiging zijn tegenstanders collectief als ‘kwaadaardige, afschuwelijke’ mensen weg te zetten. De beeldspraak is er sindsdien alleen maar hallucinanter op geworden. In september 2022 hield het Congreslid Marjorie Taylor Greene een zaal vol jongeren voor dat haar Democratische collega’s ‘een soort schepsels van de nacht zijn, zoals heksen, vampiers en grafrovers’.
Het lijkt misschien bespottelijk, maar het dient een doel. Dit taalgebruik is bedoeld om te ontmenselijken. En het heeft effect. Het Public Religion Research Institute publiceerde vorig jaar een onderzoek naar de invloed van QAnon op het denken van Amerikanen. Bijna twintigduizend geënquêteerden werd de vraag voorgelegd of ze het eens waren met de QAnon-gedachte dat ‘overheid, media en de financiële wereld in handen zijn van pedofiele Satan-aanbidders’. Zestien procent, bijna een zesde, antwoordde ja.
In 1985 schetste cultuurcriticus Neil Postman in zijn boek Amusing Ourselves to Death een land dat zich verliest in entertainment. Wat Newton Minow in 1961 ‘een onafzienbaar braakland’ had genoemd, was in de Reagan-tijd volgens Postman uitgemond in wat hij ‘het totale afglijden in banaliteit’ noemde. Hij zag een publiek dat gezag verwart met beroemdheid en dat politici, geestelijk leiders en docenten niet beoordeelt op hun wijsheid, maar op hun vermogen om mensen te vermaken. Hij vreesde dat die grensvervaging zou voortduren. Hij was bang dat het onderscheid dat aan alle andere ten grondslag ligt, dat tussen feit en fictie, aan die vaagheid ten onder zou gaan.
Eind 2022 onthulde The New York Times dat George Santos, die net door Long Island in het Huis van Afgevaardigden was gekozen, niet alleen zijn cv had verzonnen of aangedikt (een maar al te bekende politieke zonde), maar zijn complete levensverhaal. Hij had zich in feite als een fictief personage verkiesbaar gesteld, en gewonnen. De hele en halve leugens die hij had opgedist over zijn opleiding, zijn arbeidsverleden, zijn werk voor goede doelen en zelfs zijn geloofsovertuigingen, waren van een verbijsterende brutaliteit. En ze werden ook veelal afgedaan met een collectief schouderophalen. ‘Iedereen liegt zijn cv bij elkaar,’ zei een van zijn kiezers tegen de The New York Times. Een ander beweerde nog steeds achter hem te staan: ‘Mij heeft hij nooit voorgelogen,’ zei ze. Reacties die doen denken aan die voormalige Obama-kiezer die in 2016 in Politico uitlegde waarom hij van kamp was veranderd: ‘Trump is tenminste leuk om naar te kijken.’
Daar wordt de grootste angst van Postman bewaarheid. En die van Hannah Arendt. Uit haar analyse van samenlevingen in de greep van totalitaire dictators (de maar al te reële dystopieën van halverwege vorige eeuw) maakte Arendt op dat de ideale onderdanen van zo’n regime niet de fervente aanhangers zijn die geloven in de goede zaak, maar juist de mensen die alles en niets geloven: mensen voor wie het onderscheid tussen feit en fictie niet meer bestaat.
Een republiek heeft burgers nodig, entertainment alleen toeschouwers
Een republiek heeft burgers nodig, entertainment alleen toeschouwers. In 2020 maakte een oud-ambtenaar van Volksgezondheid zich zorgen dat ‘de kijkers het na nog een seizoen wel gehad hebben met corona’. Die zorg bleek terecht: de Amerikanen hebben grote moeite met een pandemie die zich niet wil houden aan een keurige verhaalopbouw: een overzichtelijk plot met een climax waar iedereen gelouterd uit komt.
Het leven in het metaversum brengt een schrijnende tegenstrijdigheid met zich mee. Nooit eerder konden we zo veel informatie over onszelf met zo veel anderen delen. En zoals uit het ene na het andere onderzoek blijkt: nooit hebben we ons méér alleen gevoeld. Op zijn best kan fictie ons vermogen vergroten om de wereld door andermans ogen te zien. Maar fictie kan ook vervlakkend werken. Denk bijvoorbeeld aan al die Amerikanen die in de donkerste dagen van de pandemie het dragen van een mondkapje maar bleven betitelen als ‘deugpronken’ – geen echte ziektebestrijdingsmaatregel, maar het uitdragen van een politiek standpunt. Of denk aan al die echt gebeurde drama’s – schietpartijen op scholen, gezinnen die door een hardvochtige overheid uit elkaar worden gehaald – die door commentatoren worden afgedaan als het werk van ‘acteurs’. In een normaal functionerende maatschappij staat de mededeling ‘ik ben een echt mens’ buiten kijf. In de onze moet je maar hopen dat iemand je gelooft.
Onze weelde, onze last
Dit kan weleens het punt zijn waar ons de draad van het verhaal uit handen glipt. Dit kan het sombere slot worden van America: The Limited Series. Maar misschien is het nog niet te laat om te doen waar de inwoners van de fictieve dystopieën niet in slaagden: opkijken van het scherm en elkaar en de wereld zien zoals die zijn. Ons door het entertainment laten meeslepen, maar niet opsluiten.
‘Worden jullie niet vermaakt?’ brult Maximus, de held van de film Gladiator, tegen de Romeinse menigte voor wie zijn pijn hun vertier is. Misschien kunnen we zowel in de gevangengenomen strijder als in de toeschouwers iets van onszelf zien. We voelen zijn terechte woede. We herkennen het plezier dat zij beleven. Nooit eerder werden we zo met vermaak overladen als nu. Dat is onze weelde – en onze last.
Recent stemde een meerderheid op Twitter voor zijn vertrek
Elon Musk heeft aangekondigd op te stappen als CEO van Twitter. Hoewel Musk al eerder hintte op een vertrek als topman van zijn recent aangeschafte socialemediaplatform, gaf een peiling op Twitter, waarbij een overweldigende meerderheid stemde voor zijn vertrek, wellicht de doorslag.
Musk zegt te vertrekken zodra hij een vervanger heeft gevonden. ‘Ik vertrek zodra ik iemand heb gevonden die gek genoeg is om deze baan aan te nemen’, schreef Musk op Twitter. Wel zal hij als eigenaar betrokken blijven bij het bedrijf en zich meer focussen op de software die het platform gebruikt.
Sinds de overname ter waarde van 44 miljard dollar door Musk is het bedrijf door een zeer turbulente periode gegaan. Eerst werd bijna de helft van het personeel ontslagen, vervolgens probeerde Musk de blauwe vinkjes voor geverifieerde accounts betaald te maken. Ook meldde Twitter dat men niet langer naar concurrerende socialemediaplatforms kon linken, een beleidsmaatregel die welgeteld een dag standhield.
Meerdere journalisten zijn zonder uitleg van Twitter gegooid
De Twitter-accounts van meerdere prominente journalisten zijn donderdag opgeheven. Het gaat onder meer om techjournalisten van CNN, The New York Times en The Washington Post, schrijft de TNYT zelf. Twitter zelf weigert te reageren waarom de accounts van deze journalisten zonder enige uitleg uit de lucht zijn gehaald.
Een groot deel van deze journalisten schreef over de schorsing van een Twitteraccount dat de privéjet van Elon Musk volgde. Dit account mocht volgens de nieuwe Twitterbaas actief blijven, maar woensdag werd het account alsnog geschorst. Ook kondigde Musk aan de eigenaar van het account, een student uit de VS, te zullen aanklagen.
Volgens Musk is het verboden de livelocatie van Twitter-gebruikers te delen. Of de geschorste journalisten, onder wie ook de onafhankelijke journalisten Aaron Rupar en Keith Olbermann en Micah Lee van The Intercept, deze regelgeving hebben overtreden, is onduidelijk. Wel toont de actie aan hoe Musk zijn eigen belofte over het naleven van de vrijheid van meningsuiting niet consequent nakomt.
Een mail van Musk aan al het Twitter-personeel zorgde voor onrust
De rappe ineenstorting van sociaal medium Twitter lijkt ongekende vormen aan te nemen. Eind vorige week was de hashtag #RIPTwitter trending, nadat bekend was geworden dat er nieuwe massaontslagen hadden plaatsgevonden en enkele sleutelmedewerkers afscheid hadden genomen van het door Elon Musk overgenomen bedrijf, meldt NPR.
Aanleiding was een brief die op donderdag 17 november werd verstuurd door Musk naar alle nog overgebleven Twitter-medewerkers. Een ‘hardcore’ mentaliteit met extreem lange werkdagen zouden de norm worden en wie daartoe bereid was, moest onderaan in de mail op ‘ja’ klikken. Wie dat niet deed, kon vertrekken, met drie maanden aan ontslagvergoeding.
Veel werknemers gingen niet mee in de werkethiek van Musk en zegden hun baan op deze onconventionele manier op. Steeds meer gebruikers zien het einde van Twitter naderen en melden zich bij alternatieven als Mastodon en Koo. Musk zelf reageerde op Twitter door een meme te plaatsen waarmee hij lijkt te zeggen ‘de dood van Twitter wordt op Twitter aangekondigd’.
Sommige economen, technologiefreaks en CEO’s zijn zo vol van de geautomatiseerde wereld dat ze zich niet kunnen herinneren wat mensen doen of waarom. Maar volgens Harvard-professor Shoshana Zuboff is het allerminst onvermijdelijk dat menselijke arbeid in de toekomst overbodig wordt.
Keuze uit het archief
In 2014 publiceerden we dit artikel uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung over hoe CEO’s in de techwereld niet in lijken te zien hoe belangrijk menselijke arbeidskrachten zijn. Acht jaar later tonen de acties van Elon Musk als nieuwe baas bij Twitter en Mark Zuckerberg recent bij Meta dat ze nog steeds geloven dat technologie mensen overal kan vervangen. Zoals Shoshana Zuboff hier schrijft: ‘Businessmodellen die kortetermijnmaatregelen voor kostenverlaging belonen, zijn een uitgeholde karikatuur van de “grote productkennis en de continue ontwikkeling van productspecifieke vaardigheden van managers en werknemers” die bedrijven ooit groot hebben gemaakt.’
Volgens de legende keek Newton hoe de appel uit de boom viel, maar zag hij eigenlijk iets heel anders: een onzichtbare kracht die sterk genoeg was om de appel naar zich toe te trekken. Was hij een ingenieur of econoom uit Silicon Valley geweest, dan was hij waarschijnlijk in de ban geraakt van het vallende voorwerp: ‘Wow, moet je die appel zien!’ Hij had een algoritme kunnen ontwikkelen om de beweging van de appel te simuleren, of de efficiëntie van zijn naar de aarde gerichte beweging kunnen berekenen.
In plaats daarvan formuleerde hij zijn theorie van de universele zwaartekracht, een onzichtbare kracht die aanwezig is in elk materieel lichaam, en in staat is zijn invloed over honderden miljoenen kilometers uit te oefenen. Soms helpt het om te denken als Newton – vooral wanneer het de economie en onze vooruitzichten voor de toekomst betreft. Net als de zwaartekracht trekken verborgen krachten digitale technologieën aan en bepalen ze hoe deze in onze economie en onze banen ‘vallen’. Om ze op de proef te stellen en vorm te geven moeten we deze krachten opsporen en benoemen.
Ons publieke debat wordt beheerst door een gevoel van onheil en hulpeloosheid. Als herten verblind door koplampen kijken we toe hoe economen, technologiefreaks en CEO’s in vervoering raken van de nieuwe digitale mogelijkheden. Ze zeggen dat de machines bijna al ons werk zullen kunnen overnemen en dat de onverbiddelijke wetten van de markt gebieden dat mensen worden vervangen door almaar goedkoper wordende digitale krachten in de vorm van robots en algoritmen.
Hierdoor raakt de mens verwikkeld in een dodelijke race tegen de machine. Sommige van deze lieden lijken zich zelfs af te vragen in hoeverre de mens nog een bijdrage kan leveren aan deze gerobotiseerde toekomst. *Ze zijn zo vol van de geautomatiseerde wereld dat ze zich niet kunnen herinneren wat mensen doen of waarom.
Er is niets onvermijdelijks aan de manier waarop digitale technologie wordt gebruikt
Eerder deze maand namen Google-oprichters Sergey Brin en Larry Page deel aan een zeldzame publieke ‘chat’ met medemiljardair en durfkapitalist Vinod Khosla. Daarbij bleek dat Page een wereld voorziet waarin machines bijna al het werk doen. Mensen, die in deze situatie niets meer te doen hebben, zullen volgens hem blij zijn ‘dat ze meer tijd met hun gezin kunnen doorbrengen of zich aan hun eigen interesses kunnen wijden’.
In zijn utopische visie ziet Page echter één punt over het hoofd: de meesten van ons zijn geen miljardair. Zullen de kapitaalbezitters hun winsten werkelijk herverdelen zodat we allemaal voorgoed afscheid kunnen nemen van banen die, althans naar de mening van Page, meestal toch onnodig zijn? Als Page zijn roze wolk een dag zou verlaten, zou hij ontdekken dat voor de rest van ons werkloosheid geen vrije tijd betekent; het betekent strijd, onzekerheid en almaar toenemende sociale ongelijkheid. Zelfs degenen die boven aan de banenladder staan ontkomen niet aan deze nieuwe angst. Zoals Bill Gates het onlangs formuleerde: ‘Over twintig jaar zal de vraag van werkgevers naar veel vaardigheden aanmerkelijk lager zijn.’
Er is maar één probleem met dit perspectief: het is een goocheltruc. Er is in feite niets onvermijdelijks aan de manier waarop digitale technologie wordt gebruikt. Net als bij elke goede truc leidt het verhaal onze aandacht af naar de digitale appel, terwijl de werkelijke krachten die de baan van de appel bepalen aan het oog worden onttrokken. Wat zijn deze verborgen krachten? Het zijn bekrompen businessmodellen en economische aannames die kostenbesparing boven alles stellen, vooral als het om lonen gaat.
In veel gevallen gaat het alleen maar om vormen van bijgeloof waarop de machtigen een beroep doen om de status quo te handhaven. Er bestaat niet maar één beste manier om markten of technologieën te laten werken. Integendeel, er zijn gegronde redenen om te denken dat deze toekomstvisie evolutionair gezien een doodlopende straat is, net als een vogel met tanden. In plaats van de Apocalyps kunnen digitale technologieën een nieuwe menselijke wending in de economische geschiedenis aankondigen.
Vaak gaat het om bijgeloof waarmee de machtigen de status quo proberen te handhaven
Laten we even inzoomen op de taal van onvermijdelijkheid en digitaal determinisme, zodat we later weer kunnen uitzoomen om te zien welke verborgen krachten aan deze formuleringen ten grondslag kunnen liggen. Het proces van misleiding blijkt alleen al uit de koppen en de sleutelpassages van veel artikelen die op mijn bureau liggen. De auteurs daarvan wijzen ‘technologie’ aan als de drijvende kracht achter automatisering, in plaats van ‘kapitaal’ of ‘zakelijke belangen’.
In een recente studie bijvoorbeeld van economen van de Universiteit van Chicago, waarbij vijftien jaar lang gegevens van 56 landen zijn onderzocht, wordt geconstateerd dat in 47 van die landen het arbeidsaandeel in het inkomen is afgenomen. De auteurs concluderen dat hun resultaten ‘de visie ondersteunen dat technologische veranderingen, die waarschijnlijk verband houden met het computer- en informaticatijdperk, belangrijke factoren zijn voor het verklaren van langetermijnveranderingen’ in het arbeidsaandeel.
Een andere veelgeciteerde studie van twee Oxford-onderzoekers betoogt dat ‘computers steeds meer cognitieve taken overnemen van de menselijke werknemer’. Een artikel in de Technology Review van het Massachusetts Institute of Technology [MIT] is getiteld ‘Hoe technologie banen vernietigt’. Een boek van twee MIT-hoogleraren, The Second Machine Age, voorspelt een nieuwe economie van ‘winnaars en verliezers’: ‘Sommige mensen zullen achterblijven terwijl de technologische vooruitgang voortraast, misschien zelfs heel veel mensen (…); digitale technologie heeft de neiging de economische baten voor winnaars te vergroten, terwijl andere mensen minder nodig worden, en daarom minder goed beloond.’
Hogere goochelkunst
Een veel geciteerd artikel uit The Economist stelt dat een nieuw automatiseringstijdperk, ‘mogelijk gemaakt door steeds krachtiger en capabeler computers’, tot massale werkloosheid kan leiden. ‘De combinatie van “big data” en slimme machines zal sommige beroepen in hun geheel overnemen; in andere gevallen zal ze bedrijven in staat stellen meer te doen met minder werknemers.’
Een ander voorbeeld komt van het World Economic Forum van dit jaar, waar Google-CEO Eric Schmidt een ‘haardvuurgesprek’ voor vijftig uitverkorenen organiseerde, waarin hij verkondigde dat de ‘technologisch gerelateerde banenvernietiging nog maar net begint, dat de ongelijkheid erger zal worden en dat de oplossing is dat de bevolking zich tot ondernemers omschoolt om in dit nieuwe tijdperk te kunnen overleven’. Schmidt waarschuwde: ‘De race gaat tussen computers en mensen, en de mensen moeten winnen (…). In deze wedstrijd is het heel belangrijk dat we de dingen ontdekken waarin mensen echt goed zijn.’
Volgens The Economist zullen Big Data en slimme machines beroepen geheel overnemen
Schmidts woorden suggereren dat hij de CIA-handboeken van John Mulholland heeft gelezen, ‘de goochelaar aller goochelaars’. Hoewel hij minder bekend is dan Harry Houdini, genoot Mulholland veel respect binnen het goochelvak vanwege de verfijnde precisie waarmee hij te werk ging, vooral zijn vingervlugheid – het vermogen om mensen van dichtbij te misleiden.
‘Alle goochelaars’, schreef Mulholland, ‘zijn voor een groot deel afhankelijk van het feit dat ze niet bekendstaan als goochelaars, of daar zelfs maar van verdacht worden (…); ze moeten zo normaal te werk gaan, en hun handelingen moeten zo natuurlijk zijn, dat niets aan hen argwaan wekt (…). Goochelen staat of valt met een bepaalde manier van denken. Het is een geacteerde leugen (…). Het doel van de goochelaar is eerder om de geest te misleiden dan het oog.’
Mulholland werd in 1953 ingehuurd om een uiterst geheim officieel CIA-handboek voor list en bedrog te schrijven en agenten te trainen. Mulholland benadrukte dat bedrog afhankelijk was van het vermogen om te verwarren, met de bedoeling om te misleiden. Hij hamerde op het belang van ensceneringstechnieken en de manipulatie van zichtlijnen om de aandacht strategisch te af te leiden. Met de juiste enscenering en afleiding, stelde hij, konden feiten worden vervangen door plausibele redenen om echte bedoelingen te camoufleren en de aandacht van de toeschouwer af te leiden van de leugen.
De triomf van Schmidts haardvuurenscenering, vermoedelijk bedoeld om associaties te wekken met de wekelijkse radiopraatjes van Franklin Delano Roosevelt, duidt erop dat hij de goochelkunst machtig is. Wat zit er verstopt onder zijn mantel? Om te beginnen, denk aan Newton, de taal die de aandacht naar ‘de computer’ trekt in plaats van naar de verborgen businessmodellen, aannames en keuzes van leidinggevenden die bepalen hoeveel computers er zullen worden gebruikt.
Dan is er nog een andere vorm van misleiding: het idee dat we er op de een of andere manier achter moeten zien te komen ‘waar mensen echt goed in zijn’. De implicatie is dat mensen te slordig, dom, onvoorspelbaar en onbeheerst zijn om in de toekomst nog een rol van betekenis te kunnen spelen. Onze talenten zijn Schmidt een raadsel.
Wordt dit soort handwerk in de toekomst alleen nog maar door robots verricht?
Ten slotte is er het beroep op de elite om iets te vinden om de massa’s bezig te houden, te vermaken en bovenal af te leiden van het geheim dat de kern vormt van de truc. Schmidts commentaren roepen een angst op die mensen afleidt van woede. In plaats van naar de leugen te zoeken, vragen we ons bezorgd af hoe we onszelf en onze kinderen kunnen behoeden voor deze onontkoombare golf van verdringing en verbanning.
Men herinnere zich dat de vingervlugheid van de goochelaar afhankelijk is van de nabijheid van de toeschouwer. Wat gebeurt er met deze argumenten wanneer we uitzoomen om de cyaankalikogels en giftige pennen te zien die verborgen liggen achter de zichtlijnen van de truc? Wat voor geheimen gaan er schuil in deze elektronische hoge hoed? Als we naar het grotere plaatje kijken, is een eerste voor de hand liggende vraag: wie profiteert van de schijnbaar onontkoombare digitale krachten die klaarstaan om je baan over te nemen?
U hebt waarschijnlijk gehoord dat de bedrijfswinsten naar recordhoogte zijn gestegen terwijl het arbeidsaandeel afneemt en de inkomensongelijkheid groeit. Maar al sinds Henry Fords ‘vijf dollar per dag’ gaan economische modellen ervan uit dat bedrijven liever een grote vraag hebben, ook al moet daarvoor een hoger loon worden betaald. Deze aanname maakt het idee dat de technologie de schuldige is geloofwaardig. Lage lonen zouden immers nooit het resultaat kunnen zijn van keuzes van het management.
Maar econoom Paul Krugman vraagt zich af of ‘een bescheiden crisis bedrijven misschien niet in de kaart speelt’. Hij stelt dat elke werkgever zijn winst probeert te maximaliseren door lonen te verlagen of banen af te schaffen. Collectief leiden deze individuele keuzen tot meer werkloosheid, aangezien bedrijven liever investeren in goede hardware die kan worden afgeschreven dan in het aannemen van mensen.
Karikatuur van bedrijven
Wat Krugmans hypothese plausibeler maakt, is de wetenschap dat CEO’s volgens de regels van het huidige businessmodel van het financieel kapitalisme worden beloond voor het verlagen van de kosten, vooral arbeidskosten. Dit is een van die onzichtbare krachten achter onze zichtlijn. Het zou ook kunnen verklaren waarom, blijkens een antitrustonderzoek uit 2010 door het Amerikaanse ministerie van Justitie, Steve Jobs van Apple en Eric Schmidt van Google in het geheim afspraken de werknemerssalarissen kunstmatig te verlagen door geen mensen bij elkaar te rekruteren en door informatie over inkomens uit te wisselen. Deze illegale deal, door Michael Bloomberg gekarakteriseerd als ‘onvoorstelbare overmoed’, strekte zich uiteindelijk ook uit tot Adobe, Pixar, Intel en Intuit en reduceerde de loonkosten met meer dan 9 miljard dollar, geld dat ten goede kwam aan de bedrijfswinsten.
Bestuursvoorzitters zijn verplicht de aandeelhouderswaarde te maximaliseren
Hier nog zo’n exploderende zeeschelp: de betaling van CEO’s wordt vaak gelinkt aan de aandelenkoers van hun bedrijven, en analisten taxeren de koersen van bedrijven hoger naarmate ze de kosten en salarissen verder verlagen. Dit verklaart mede waarom volgens het Institute for Policy Studies Amerikaanse CEO’s die ‘het diepst in hun loonkosten hadden gesneden’ in 2009 met 42 procent meer compensatie naar huis gingen dan het dat jaar toch al ijzingwekkend hoge CEO-gemiddelde.
NBC News maakte dit verhaal wereldkundig en voegde er een nadere verklaring aan toe: ‘Er mag niet worden vergeten dat de bestuursvoorzitter van een bedrijf de fiduciaire verplichting heeft de aandeelhouderswaarde van zijn bedrijf te maximaliseren.’ Dat mag tegenwoordig gebruikelijk zijn, het is een nieuwe wending in de geschiedenis van het kapitalisme. Volgens economisch historicus Alfred Chandler is dit nieuwe financieel kapitalisme een uitzondering op de aloude logica van industrieel succes.
Volgens zijn lezing is de veronderstelde onvermijdelijkheid van grootscheepse arbeidsvervanging het resultaat van een specifieke en recente geschiedenis die sterk afwijkt van wat eerder gebruikelijk was. Businessmodellen die kortetermijnmaatregelen voor kostenverlaging belonen, zijn een uitgeholde karikatuur van de ‘grote productkennis en de continue ontwikkeling van productspecifieke vaardigheden van managers en werknemers’ die bedrijven ooit groot hebben gemaakt.
Vluchtelingen in eigen land
Dit alles suggereert dat banen niet door de technologie worden vernietigd, maar door mensen. Door businessmodellen en economische aannames. Hebzucht speelt een rol. Automatisering hoeft het belang van de aanwezigheid van mensen en hun probleemoplossend vermogen niet per se in de weg te staan. Evenmin worden winnaars er onvermijdelijk door beloond en zogeheten ‘verliezers’ uitgerangeerd. Denk aan de luchtvaartmaatschappijen en de gevolgen van hun businessmodel.
Luchtvaartmaatschappijen zijn voorbeelden van economische modellen die erop vertrouwen dat de automatisering van menselijke arbeid kostenbesparend werkt. Van het kopen van tickets tot aan vertrek en aankomst heeft men niet langer met luchtvaartpersoneel te maken, maar met een gigantisch computersysteem. Reizigers onderhandelen met een anonieme kolos, waarbij het menselijk contact is beperkt tot enkele personeelsleden die de sociale orde moeten handhaven.
De luchtvaartmaatschappijen hebben de kosten verlaagd door ze op de reiziger af te wentelen. Men moet zelf online gaan om tickets aan te schaffen en informatie te verwerken, krijgt te maken met substantiële en niet onderhandelbare extra kosten wanneer wordt afgeweken van systeemregels en ondervindt stress op de luchthaven wanneer er in het geval van problemen, veranderde omstandigheden of onzekerheid letterlijk niemand is tot wie men zich kan wenden.
Banen worden niet door technologie vernietigd, maar door mensen
The New York Times berichtte onlangs over de situatie op de luchthaven van Atlanta, waar 225.000 dagelijkse passagiers geen enkele hulp krijgen. Hun behoefte daaraan is zo groot dat vrijwilligers van lokale kerken zich ermee zijn gaan bemoeien, in weerwil van het businessmodel. Zij hebben de klantenservice op zich genomen die de luchtvaartmaatschappijen niet langer geven en verlenen bijstand bij alles wat varieert van gemiste vluchten tot discussies aan de ticketbalie. De onnodige ‘verliezers’ bij het businessmodel van de luchtvaartmaatschappijen – de werknemers – waren in feite nog de enigen die de verder gerobotiseerde ervaring een menselijk tintje gaven.
De luchthaven van Atlanta is een concreet voorbeeld van het soort wereld dat sommige CEO’s, economen en beursanalisten voor onze toekomst in gedachten hebben. In zo’n wereld zijn we vluchtelingen in ons eigen land, uitgesloten van de activiteiten die de kwaliteit en effectiviteit van ons leven bepalen. Er dreigt een soortgelijke situatie in de onderwijssector, waar online leren als een manier wordt gezien om kosten te besparen en docenten te ontslaan.
Technologische netwerken zullen ons in staat stellen in elke uithoek van de aarde veel meer mensen op te leiden tegen veel geringere kosten, maar onderzoek toont aan dat het een misvatting is te denken dat dit met minder docenten kan worden gedaan. Een onlangs gepubliceerde studie van Gallup-Purdue wees de drie universitaire ervaringen aan die succes in leven en werk het beste voorspellen: 1) een docent door wie je leren leuk ging vinden, 2) een docent die om je gaf als persoon en 3) een mentor die je aanmoedigde om je dromen na te volgen. Geen van deze ervaringen kun je bij geautomatiseerd onderwijs opdoen. Er zullen vele nieuwe manieren komen om les te geven, te leren en hulpmiddelen te configureren, maar die zullen stuk voor stuk mensen vereisen – docenten, facilitators, begeleiders, opvoeders, coördinators, visionairs, integrators, ondersteunende gemeenschappen en medestudenten. Het zal geen robotwereld van winnaars en verliezers zijn zoals de modellen suggereren, maar eerder een rijke menselijke wereld met vele winnaars.
Begrip te boven
Hier nog zo’n leugen van de goocheltruc: kunstmatige intelligentie vraagt niet om minder menselijke vaardigheden – maar juist om meer. Of het nu om geprogrammeerde financiële producten of militaire drones gaat, complexe systemen verhogen de behoefte aan mensen die kritisch kunnen redeneren en strategisch overzicht hebben. Dit is een van de meest beangstigende lessen van de financiële crisis geweest. Het eindrapport van de Amerikaanse commissie die de oorzaken van de financiële en economische crisis in de VS onderzocht, beschrijft de wankele fundamenten van de industrie van subprime-hypotheken: ‘Deze gehele markt was afhankelijk van vernuftige computermodellen – die los bleken te staan van de realiteit (…). Toen die zeepbel barstte, barstte ook de zeepbel van de complexiteit: de schuldbrieven die bijna niemand begreep (…) waren de eerste dominostenen die omvielen.’
Bedrijven op Wall Street vertrouwden op quants, wiskundigen die complexe financiële producten en handelsalgoritmes ontwierpen. De managers zelf begrepen de producten of de werking daarvan niet, evenmin als de financiële toezichthouders die ‘het steeds meer aan de banken overlieten om hun eigen risico’s te managen’.
Kunstmatige intelligentie vraagt niet om minder menselijke vaardigheden, maar om meer
Deze menselijke fouten stortten de wereld in een nachtmerrie waarvan de meesten van ons nog niet geheel zijn bekomen. Toen de mantel van de goochelaar werd weggerukt, bleek er een wezenloze blik en een vraagteken achter schuil te gaan. De bedrijven op Wall Street vertrouwden op hun gerobotiseerde digitale circuits. Ze koesterden de algoritmes en lieten het menselijk systeem tot verontrustende passiviteit en afhankelijkheid vervallen. Economische waarde werd vernietigd, en de menselijke tol bestond uit chaos en pijn. Het komt goed uit om deze feiten over het hoofd te zien, maar rationeel is het beslist niet.
Wat blijft er ten slotte over onder de mantel van de goochelaar? Louter één doorklinkende gedachte: dezelfde technologieën waarmee ze ons wilden verbannen, kunnen ons in staat stellen om de oude businessmodellen aan flarden te schieten. ‘Alles wat we hebben bereikt wordt door de machine bedreigd, zolang die het waagt als Idee te bestaan, en niet als een gehoorzaam hulpmiddel,’ schreef Rilke.
De door velen voorspelde robotinvasie gaat uit van een economie van minachting die leidt naar een doodlopende straat van uitsluiting en stagnatie. In plaats daarvan kunnen we een nieuwe, menselijke economie opzetten. Ze zal nieuwe beroepen ontsluiten, nieuwe relaties kweken en nieuwe vormen van participatie voorstaan. Onder de goochelaarsmantel zal de valse dichotomie van winnaars en verliezers verdwijnen.
We kunnen het ons niet veroorloven alle informatierijkdom en de activiteiten die daarmee gepaard gaan over te laten aan een elite. We kunnen de technologie allemaal vooruithelpen en er ons voordeel mee doen. Belangrijke nieuwe onderzoeksliteratuur over ‘neurale plasticiteit’ [veranderingen in de organisatie van de hersenen als gevolg van ontwikkeling, leren of ervaring] suggereert dat ieder van ons in staat is om veel meer te begrijpen, te voelen en te presteren dan de wereld ons ooit heeft gevraagd of toegestaan. En toch blijven we ons lichaam en onze geest opsluiten in werkplekken, scholen en ziekenhuizen waarvan de organisatieprincipes eeuwenlang nauwelijks veranderd zijn.
Er is niets onvermijdelijks of noodzakelijks aan de huidige regels van het marktspel
Ik zie een wereld waarin nog maar een fractie van het menselijk potentieel wordt benut. De digitale technologie kan ons helpen een nieuwe menselijke wending in de economische geschiedenis te bewerkstelligen en onze hardnekkigste problemen in elke sector aan te pakken, vooral op het gebied van klimaat, onderwijs en gezondheid. Elk daarvan zal vereisen dat mensen elkaar op nieuwe manieren steunen om moeilijke problemen op te lossen.
Er is geen andere reden dan de gewoonte om te veronderstellen dat markteconomieën maar op één manier kunnen werken. In feite is juist het tegendeel het geval. Ons kapitalisme is defect geraakt. De vroegere successen van het kapitalisme waren het gevolg van zijn vermogen om zich voortdurend aan te passen aan de nieuwe behoeften van nieuwe mensen. Er is niets onvermijdelijks of noodzakelijks aan de huidige regels van het marktspel of de politiek die daardoor wordt ingegeven. Dit is geen utopische gedachte. Integendeel, het zou onrealistisch zijn te denken dat het huidige bestel niet kan en moet worden uitgedaagd.
De meesten van ons hoeven geen ‘dingen te zoeken waar mensen echt goed in zijn’. Dat weten we al: we zijn goed in het mens zijn. Op die manier maken we de wereld menselijker, en dat gaat beter als we in de gelegenheid zijn om te leren en een bijdrage te leveren. We hebben lief, en dat doen we beter als we zelf worden liefgehad en op waarde geschat. Het sonnet van Rilke vervolgt: ‘Maar ons kan het bestaan nog altijd bekoren; op een honderdtal plekken is het nog altijd de Oorsprong.’ Laat dit onze elektronische wereld zijn. ‘Ik bezing het elektrische lichaam,’ schreef [de Amerikaanse dichter] Whitman, ‘de legers van degenen die ik liefheb omgorden mij en ik omgord hen…’ Laat ook dit onze elektronische wereld zijn.
De plannen die Elon Musk heeft met Twitter zullen het platform niet verbeteren. Sterker nog, ze kunnen Twitter en de andere bedrijven die Musk bezit juist beschadigen. Dat schrijft Nilay Patel, hoofdredacteur van The Verge.
Twitter is een clownesk bedrijf dat succesvol is ondanks zichzelf, en er is geen enkele manier om gebruikers en inkomsten te laten groeien zonder gigantische compromissen te sluiten. Die zullen je uiteindelijk je reputatie kosten en brengen waarschijnlijk ook nog eens ernstige schade toe aan je andere bedrijven.
Ik zeg dit in het volste vertrouwen omdat de problemen met Twitter niet van technische maar van politieke aard zijn. Het bedrijf Twitter maakt weinig interessante technologie; de waarde zit niet in de tech-afdeling maar in het gebruikersbestand: hopeloos verslaafde politici, verslaggevers, beroemdheden en andere mensen die blijven posten tegen beter weten in. Jij, Elon Musk! Jij bent verslaafd aan Twitter. Jij bent de aanwinst, en je hebt jezelf net gekocht voor 44 miljard dollar.
En als mensen de waarde vertegenwoordigen, dan blijken mensen ineens intens ingewikkeld te zijn. Dat is het probleem. Proberen te regelen hoe mensen zich moeten gedragen, is historisch gezien een ellendige ervaring, vooral wanneer de autoriteit daartoe berust bij één enkel, machtig individu.
Wat ik bedoel is dat jij nu de Twitterkoning bent, en mensen denken dat jij nu persoonlijk verantwoordelijk bent voor alles wat er op Twitter gebeurt. En je weet dat absolute monarchen meestal worden vermoord als er stront aan de knikker is.
Het is domweg de realiteit is dat je nog steeds een hoop legale meningsuitingen zal zult moeten verbieden, als je geld wilt verdienen
Een paar voorbeelden: je kunt zoveel beleefde brieven aan adverteerders schrijven als je wilt, maar verwacht niet dat je substantiële reclame-inkomsten vergaart als je de adverteerders geen ‘merkzekerheid’ biedt. Dat betekent dus dat je racisme, seksisme, transfobie en allerlei andere uitingen – die in de Verenigde Staten volkomen legaal zijn, en die laten zien dat mensen volslagen klootzakken zijn – moet verbieden. Dus je kunt zoveel beloftes doen over ‘vrije meningsuiting’ als je maar wilt, maar het is domweg de realiteit dat je nog steeds een hoop legale meningsuitingen zult moeten verbieden, wil je geld verdienen. En als je dat doet, gaan je griezelige, nieuwe, rechtse fanboys zich boosaardig tegen je keren, net zoals ze zich tegen elk ander sociaal netwerk keren dat dezelfde fundamentele waarheid ontdekt.
Disney World
Eigenlijk is er nog een stap voordat je bij de advertentiegelden komt: de meeste mensen willen helemaal geen deel uitmaken, zo blijkt, van verschrikkelijke, moderatieloze plekken op internet die vol zitten met strontracisten en onbehouwen reaguurders. (Daarom is Twitter zo klein in vergelijking met zijn soortgenoten!) Wat de meeste mensen willen van sociale media is leuke dingen beleven en zich voortdurend gewaardeerd voelen. Ze willen leven in Disney World. Dus als je meer Twitterleden wilt die daadwerkelijk gaan tweeten, dan moet je de beleving honderd keer aangenamer maken. En dat betekent: agressiever modereren! Nogmaals, elk ‘alternatief’ sociaal netwerk heeft die les met schade en schande geleerd. Echt. Steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw.
Iedereen die ‘vrijheid van meningsuiting’ brult, negeert daarbij gemakshalve dat de grootste bedreiging van vrije meningsuiting in Amerika de verdomde regering is, die helemaal klaar lijkt te zijn met het Eerste Amendement [dat vrijheid van meningsuiting garandeert]. Ze verbieden boeken, Elon! President Joe Biden en voormalig president Donald Trump hebben dezelfde standpunten over Sectie 230 [dat stipuleert dat – met enkele uitzonderingen – een ‘interactieve computerservice’ niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van derden op hun platform]: allebei pleiten ze voor intrekking ervan. Weet je waarom? Omdat het Eerste Amendement hen verbiedt om expliciete regels voor meningsuiting op te stellen, dus blijven ze ermee dreigen de wet in te trekken die sociale netwerken toestaat te bestaan, om zo indirecte druk uit te kunnen oefenen op het beleid ten aanzien van de inhoud. Zo subtiel is het allemaal niet!
De regering van sommige staten is nog minder subtiel: zowel Texas als Florida hebben voorschriften voor meningsuiting uitgevaardigd die sociale-mediabedrijven ronduit vertellen hoe ze moeten modereren. Dat is openlijk strijdig met het Eerste Amendement. Uitzoeken hoe je aan die wetten kunt voldoen, is geen technisch probleem (niet in het minst omdat naleving onmogelijk is). Het is een juridisch probleem. Die wetten zijn namelijk flagrant ongrondwettelijk, en de enige gepaste reactie erop is de regering te vertellen dat ze er haar mond over moet houden. (Een groot probleem hier is dat de rechtbanken behoorlijk achterlijk zijn wat het internet betreft!) Een aanvechting van deze wetten, gedeeltelijk gefinancierd door Twitter, is op weg naar het Hooggerechtshof, dat zo’n beetje het tegenovergestelde belichaamt van een voorspelbaar systeem: het is een stelletje onhippe mafkezen met levenslange benoeming die het Amerikaanse leven naar eigen inzicht radicaal kan veranderen.
Bij dit probleem kun je niet de hulp van AI inroepen: je moet het echte Eerste Amendement gaan verdedigen tegen de slechte wetten in Texas en Florida, staten waarvan jij de belastingen wel lekker vindt en waarvan je de gouverneurs wel lijkt te mogen. Ben je er klaar voor? Ben je bereid om voor het Congres te verschijnen en beleefd te weigeren om urenlang mee te doen aan hun content-capture-sessies? Ben je bereid om dat alles te doen zonder de hulp van ongelooflijk gerespecteerde beleidsdeskundigen wiens leider je eerst lastigviel en vervolgens ontsloeg? Dat is waar je voor getekend hebt. Het is veel saaier dan raketten en auto’s, of raketten met auto’s erop.
Ben je bereid om voor het Congres te verschijnen en beleefd te weigeren om urenlang mee te doen aan hun content capture-sessies?
Het wordt nog erger zodra je een voet buiten de Verenigde Staten zet! Duitsland is een enorme markt voor Tesla. Ga je de Duitse wetten voor meningsuiting aan je laars lappen? Ik durf te wedden van niet. En de Indiase regering, die in feite eist dat sociale-mediabedrijven potentiële gegijzelden leveren om in dat land te mogen opereren; daar ga je je niet uit redden. Bent je klaar voor de druk waarmee Twitter in het Midden-Oosten wordt geconfronteerd om accounts te blokkeren en te beperken? Ben je klaar voor het feit dat de Iraanse regering, verdomme, mensen godbetert vanwege hun sociale-mediaberichten? (Ben je klaar voor hoe Twitter op dit moment wordt gebruikt door Iraniërs die tegen die regering protesteren?) Ben je er klaar voor dat de Chinese regering manieren zal vinden om Tesla’s enorme belang in dat land te bedreigen vanwege content die op Twitter verschijnt? Reken maar dat dat gaat gebeuren.
Contentmoderatie
De fundamentele waarheid van elk sociaal netwerk is dat het product om contentmoderatie draait, en iedereen haat de mensen die besluiten hoe dat eruit moet zien. Contentmoderatie is wat Twitter vormt – het is wat de gebruikerservaring bepaalt. Het is wat YouTube vormt. Instagram. TikTok. Allemaal proberen ze om toffe dingen te stimuleren, slechte dingen te ontmoedigen en de echt slechte dingen te verwijderen. Weet je waarom alle YouTube-video’s acht tot tien minuten duren? Omdat ze met die lengte in aanmerking komen voor een tweede advertentieblok in het midden. Dat is contentmoderatie, baby – YouTube wilde een bepaald soort video en het bedacht prikkels om die te krijgen. Dat is de business waar je nu in zit. Hoe langer je je ertegen verzet of doet alsof je iets anders hebt te bieden, hoe meer Twitter je door de diepst mogelijke stront sleurt om onverdedigbare uitingen te verdedigen. En mocht je nu plots als een blad aan de boom omdraaien en aanvaarden dat groei agressieve contentmoderatie vereist en dat je overheidsvoorschriften inzake meningsuiting moet bevechten, hier en in de rest van de wereld, dan zal je nog wel eens zien hoe jouw fans daarop gaan reageren.
Hoe dan ook, welkom in de hel. Het was je eigen idee.
Het kleinschalige medium zegt een flinke groei te zien deze weken
Sinds Twitter in handen is gevallen van Tesla-oprichter Elon Musk, is het aantal aanmeldingen bij het sociale netwerk Mastodon enorm gestegen. Honderdduizenden twitteraars zouden inmiddels de overstap gemaakt hebben, schrijft CNN. Elon Musk zelf heeft inmiddels gereageerd op de toenemende bekendheid van het kleine sociale medium, op een voor hem kenmerkende manier.
De oprichters van Mastodon, dat grotendeels hetzelfde functioneert als Twitter, melden dat sinds de overname van Musk het platform er 230.000 gebruikers bij heeft gekregen. Momenteel zijn er 655.000 actieve gebruikers op Mastodon, een schijntje vergeleken met de circa 450 miljoen gebruikers die op Twitter zitten. Toch kan het aantal de komende tijd flink stijgen, zeker gezien de plannen die Musk met zijn nieuwe aankoop heeft en het feit dat Mastodon volledig gratis en gedecentraliseerd is.
Zo zou hij minder snel controversiële en radicale gebruikers willen weren. Daarnaast wil hij geverifieerde gebruikers laten betalen voor hun “blauwe vinkje”. Musk reageerde op de toestroom van gebruikers naar Mastodon door een screenshot te delen met technische problemen waarmee het kleine platform kampte. Daarboven schreef hij cynisch: ‘Als je niet meer van Twitter houdt, is er een geweldige site genaamd Masterbatedone.‘ Later werd de tweet verwijderd.
Het Turkse parlement heeft donderdag een door president Recep Tayyip Erdogan voorgestelde wet goedgekeurd die het mogelijk maakt journalisten en gebruikers van sociale media tot drie jaar op te sluiten voor het verspreiden van ‘desinformatie’. Ook moeten sociale netwerken en internetsites persoonlijke gegevens van gebruikers verstrekken, bericht Deutsche Welle.
Volgens de Raad van Europa kunnen de vage definitie van ‘desinformatie’ en de bijbehorende dreiging met gevangenisstraf een ‘afschrikkend effect en meer zelfcensuur tot gevolg hebben, niet in de laatste plaats met het oog op de komende verkiezingen in juni 2023’. Uit peilingen blijkt dat de steun voor Erdogan en zijn AKP sinds de laatste stemming is afgenomen, aldus DW.
Artikel 29 van de wet gaf de meeste aanleiding tot bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting. Daarin staat dat wie online valse informatie over de veiligheid van Turkije verspreidt om ‘angst te zaaien en de openbare orde te verstoren’, een gevangenisstraf van één tot drie jaar kan krijgen.
In de Verenigde Staten is ‘burgeroorlog’ de laatste tijd trending topic op rechtse sociale media. De oorlogszuchtige taal lijkt in toenemende mate te leiden tot gewelddadige acties in de echte wereld.
Het aantal tweets waarin het woord ‘burgeroorlog’ voorkomt, stijgt binnen een paar uur tijd met bijna 3000 procent: veel aanhangers van Trump noemen de actie een provocatie. Vergelijkbare stijgingen zijn ook op Facebook, Reddit, Telegram, Parler en Gab te zien. En uiteraard op Truth Social, Trumps eigen sociale netwerk. Volgens metingen van Critical Mention, een bedrijf dat media in kaart brengt, is het gebruik van de term in radioprogramma’s en podcasts verdubbeld.
Het aantal berichten over een burgeroorlog neemt een paar weken later opnieuw toe, nadat Joe Biden Trump en de ‘MAGA-Republikeinen’ een bedreiging voor ‘de fundamenten van de Amerikaanse republiek’ heeft genoemd tijdens een toespraak over de democratie in Philadelphia.
Nu de tussentijdse verkiezingen van 8 november in zicht zijn en politieke discussies dringender en feller worden, bereiden deskundigen zich alweer voor op een toename in discussies over een burgeroorlog.
Meer dan een metafoor
Meer dan anderhalve eeuw na de daadwerkelijke Amerikaanse Burgeroorlog, de dodelijkste oorlog in de geschiedenis van het land, worden verwijzingen naar een nieuwe burgeroorlog binnen rechtse kringen steeds normaler. In veel gevallen wordt de term niet al te serieus gebruikt, eerder als een soort figuurlijke aanduiding van de toenemende verdeeldheid in het land. Toch merken onderzoekers dat de uitdrukking voor sommigen veel meer is dan alleen een metafoor.
Onderzoekers die extremisme bestuderen, trekken op basis van opiniepeilingen, analyses van socialemediagedrag en een toename van bedreigingen de conclusie dat een groeiend aantal Amerikanen aanhoudend politiek geweld mogelijk acht en in sommige gevallen zelfs verwelkomt. Wat ooit slechts in de politieke periferie een onderwerp van discussie was, wordt steeds meer mainstream.
Maar, hoewel er over het bestaan van de trend geen twijfel bestaat, bestaat onder deskundigen nog veel onenigheid over de implicaties ervan.
‘Ik heb niet kunnen voorzien hoe snel het geweld zou escaleren’
Sommige aanhangers van extreemrechts gebruiken de term letterlijk, als een oproep tot een georganiseerde strijd waarin controle over de regering het einddoel is. Anderen hebben een langdurige opstand voor ogen met periodieke uitbarstingen van politiek geweld, zoals de aanval in augustus op het FBI-kantoor in Cincinnati. Een derde groep verwacht dat het land een ‘koude’ burgeroorlog tegemoet gaat: in plaats van de conflicten die een zogenaamde ‘hete’ oorlog kenmerken, zouden hardnekkige polarisatie en wantrouwen hiervan de belangrijkste symptomen zijn.
‘De vraag is hoe een “burgeroorlog” eruitziet en wat het woord betekent,’ zo stelt Elizabeth Neumann, assistent-secretaris terrorismebestrijding bij het ministerie van Binnenlandse Veiligheid onder Trump. ‘Ik heb niet kunnen voorzien hoe snel het geweld zou escaleren. Ik ken ook niemand die dat wel kon.’
Neumann werkt inmiddels bij Moonshot, een particulier beveiligingsbedrijf dat online extremisme opspoort. In de week na Bidens toespraak van 1 september zag Moonshot het gebruik van het woord ‘burgeroorlog’ met 51 procent toenemen op de meest actieve pagina’s van 4Chan.
Maar gesprekken over politiek geweld vinden niet alleen plaats op anonieme online fora.
Staatsvijand
Op 1 oktober, bij een rally van Trump in Michigan, beweerde Marjorie Taylor Greene, een Republikein uit Georgia, dat ‘Democraten Republikeinen dood willen hebben’. Daar voegde ze nog aan toe dat ‘Joe Biden elke vrijheidslievende Amerikaan tot staatsvijand heeft verklaard’. Michael T. Flynn, die korte tijd Trumps Nationale Veiligheidsadviseur was, zei onlangs bij een benefietevenement dat Amerikaanse gouverneurs de macht hebben om de oorlog te verklaren en dat ‘we dat waarschijnlijk gaan zien gebeuren’.
Openbare aanklagers lieten maandag aan een jury in Washington een gecodeerd bericht zien dat Stewart Rhodes twee dagen na de presidentsverkiezingen van 2020 aan zijn kompanen stuurde. Rhodes, die de gewapende extremistische groep Oath Keepers heeft opgericht, schrijft: ‘We gaan dit niet redden zonder een burgeroorlog.’
Volgens deskundigen zorgt het aanhoudende oorlogszuchtige taalgebruik ervoor dat de verwachting van politiek geweld wordt genormaliseerd.
54 procent van de ondervraagden die zichzelf als ‘overtuigd Republikein’ beschreven, achtte een burgeroorlog in de komende tien jaar op zijn minst aannemelijk
Eind augustus namen YouGov en The Economist onder vijftienhonderd volwassenen een enquête af. Maar liefst 54 procent van de ondervraagden die zichzelf als ‘overtuigd Republikein’ beschreven, achtte een burgeroorlog in de komende tien jaar op zijn minst aannemelijk. Slechts ongeveer een derde van alle ondervraagden achtte een dergelijke ontwikkeling onwaarschijnlijk. Uit een soortgelijke enquête die dezelfde organisaties twee jaar geleden afnamen, bleek dat bijna drie op de vijf mensen een ‘burgeroorlogachtige breuk in de VS’ enigszins of zeer onwaarschijnlijk achtten.
‘Wat je nu ziet, is dat een marginaal discours mainstream wordt,’ aldus Robert Pape, professor politicologie aan de Universiteit van Chicago en oprichter van het Chicago Project on Security and Threats.
Onderzoekers van zijn instituut hielden bij in hoeveel tweets het woord ‘burgeroorlog’ voorkwam vóór- en nadat Trump over de huiszoeking in Mar-a-Lago berichtte. In de vijf voorafgaande dagen registreerden ze gemiddeld zo’n vijfhonderd tweets per uur. Op 8 augustus, in het eerste uur nadat Trump op Truth Social had geschreven dat ‘dit donkere tijden zijn voor onze natie’, liep dat op tot zesduizend. Later die avond bereikte het aantal tweets een maximum van vijftienduizend per uur. Een week later was het aantal nog steeds zes keer zo hoog als normaal en aan het eind van de maand was ‘burgeroorlog’ op Twitter opnieuw een trending topic.
Fora
Extremistische groepen dringen al jarenlang aan op een omverwerping van de regering. De meest radicale opvattingen – die vaak gepaard gaan met witte suprematie of religieus fundamentalisme – blijven volgens Pape uitzonderingen en worden in het hele land door minder dan vijftigduizend mensen aangehangen.
Maar, zegt hij, degenen die worden beïnvloed door Trumps uitlatingen over de krachten die hem en zijn bondgenoten vanuit het ‘moeras van Washington’ en de ‘deep state’ zouden tegenwerken, vormen een veel grotere groep.
Trumps beweringen hebben samen met de complottheorieën van QAnon en de opvattingen van antivaxers en verkiezingsontkenners bijgedragen aan een groeiende aversie tegen de overheid. Bovendien is de roep om meer rechten voor individuele staten aangewakkerd. ‘Wist u dat een gouverneur de oorlog kan verklaren?’ vroeg Flynn op 18 september tijdens een benefiet voor Mark Finchem, een Republikein die zich kandidaat heeft gesteld als minister voor Arizona. ‘En waarschijnlijk, waarschijnlijk gaan we dat zien gebeuren.’
Nog geen twee weken na Trumps tweet ‘Bevrijd Michigan!’ bezette een menigte van zwaarbewapende demonstranten het Capitool van Michigan
Noch Flynn noch Finchem reageerden op een verzoek om commentaar over de ronduit onjuiste uitspraken. In de Amerikaanse grondwet staat dat alleen het Congres de bevoegdheid heeft om oorlog te verklaren. Er wordt staten specifiek verboden om oorlog te voeren ‘tenzij ze daadwerkelijk worden aangevallen’.
Hoe vergezocht ook, dergelijke ideeën worden vaak aangewakkerd door een groeiende groep socialemediakanalen als het rechtse platform Gab en Truth Social, dat door Trump is opgericht. Socialemediaplatforms staan vol met groepen en fora die gewijd zijn aan discussies over een burgeroorlog. Een van die fora op Gab wordt beschreven als een plek voor ‘oorlogsreportages’, ‘gevechtsvideo’s’ en verslagen van mensen die zijn omgekomen ten gevolge van ‘de burgeroorlog die tevens een tweede Amerikaanse Revolutie lijkt te worden’.
Volgens Cybara, een Israëlisch bedrijf dat desinformatie bijhoudt, bereikte een tweet met de tekst ‘Ik denk dat de burgeroorlog zojuist is uitgeroepen’ meer dan zeventien miljoen Twittergebruikers, hoewel hij geplaatst was door een account met minder dan veertienduizend volgers.
‘Ideeën worden verspreid in zogenaamde fabeltjesfuiken. Daar worden nooit tegenargumenten gegeven, maar alleen maar steeds opnieuw dezelfde standpunten verkondigd,’ aldus Kurt Braddock, professor aan de Amerikaanse Universiteit, waar hij radicalisering en rekrutering binnen terroristische groepen bestudeert.
Braddock gelooft niet dat deze berichten duiden op oorlogsplannen. Maar hij maakt zich zorgen over wat academici ‘stochastisch terrorisme’ noemen, waarbij schijnbaar willekeurige gewelddaden worden gepleegd die in werkelijkheid zijn aangewakkerd door ‘versleutelde boodschappen, dog whistles en andere vormen van subtekst’ in de uitspraken van publieke figuren.
Rick Scott, senator van Florida, vergeleek de FBI met de Gestapo en stelde dat ‘dit niet ons land kan zijn’
Trump is volgens Braddock een expert wat dergelijke uitspraken betreft. Hij geeft als voorbeeld een tweet van Trump uit april 2020 met de tekst ‘Bevrijd Michigan!’ Nog geen twee weken daarna bezette een menigte van zwaarbewapende demonstranten in Lansing het Capitool van Michigan. Ook haalt hij de toespraak aan die Trump op 6 januari vóór de bestorming van het nationale Capitool gaf. Daarin moedigde hij duizenden supporters aan om naar het Amerikaanse Capitool te marcheren en stelde hij: ‘Als jullie niet vechten als de hel, hebben jullie straks geen land meer.’
‘Trumps uitspraken zijn geen expliciete oproepen tot actie, maar doordat hij een enorme, toegewijde aanhang heeft, is de kans groot dat een of meer mensen erdoor geactiveerd worden,’ zegt Braddock.
Een woordvoerder van Trump reageerde niet op verzoeken om commentaar.
Retoriek
Trump gebruikte het woord ‘burgeroorlog’ in 2019, toen hij in een tweet verklaarde dat ‘het tot een Burgeroorlogachtige breuk in de natie zou leiden waarvan ons land nooit zou genezen’ als hij uit zijn functie zou worden ontheven. Vorige maand zei Trump dat er ‘in dit land problemen zouden ontstaan zoals we die misschien nog nooit hebben gezien’ als hij zou worden aangeklaagd voor de manier waarop hij is omgegaan met de vertrouwelijke documenten waarnaar de FBI bij de recente huiszoeking zocht.
Andere Republikeinen wekken met hun manier van spreken de indruk dat het land aan de rand van de afgrond staat. Greene schreef in augustus aan haar bijna 900.000 volgers op Facebook en Telegram dat de huiszoeking in Mar-a-Lago een goede illustratie is van het ‘soort dingen dat gebeurt in landen ten tijde van een burgeroorlog’. Rick Scott, senator van Florida, vergeleek de FBI met de Gestapo en stelde dat ‘dit niet ons land kan zijn’.
Eind vorige maand noemde Republikeins senator Ted Cruz in een interview met The Texas Tribune immigratiewetgeving deels onwaarschijnlijk, onder andere vanwege een ‘politieke burgeroorlog’. Hij maakte eerder vergelijkbare opmerkingen, waaronder een oproep aan Texanen in november 2021 om zich van de rest van het land af te splitsen in het geval de Democraten ‘het land vernietigen’.
‘Ik heb nog nooit een toespraak van een Amerikaanse president gezien die meer tweedracht zaaide en meer haatdragend was’
Nick Dyer, woordvoerder van Greene, stelt dat zij ‘fel tegen politiek geweld is’ en dat haar opmerkingen over een burgeroorlog betrekking hadden op de Democraten, die ‘zich gedragen als een regime dat een oorlog tegen de oppositie begint’. McKinley Lewis, hoofd communicatie van Scott, zegt dat die ‘NUL tolerantie heeft voor iedere vorm van geweld’, maar voegt daaraan toe dat hij ‘antwoorden zal blijven eisen’ over het onderzoek van de FBI in Mar-a-Lago.
Republikeinen hebben vaak betoogd dat hun taalgebruik slechts een vorm van politieke retoriek is en dat de Democraten dat verdraaien om verdeeldheid te zaaien. Volgens hen zijn het juist de Democraten en aanhangers van links die geweld uitlokken, door volgers van Trump te bestempelen als aanhangers van wat Biden ‘semifascisme’ heeft genoemd.
‘Trek je plan, hamster spullen, wees veilig, verlaat de stad als je kunt’
Naar aanleiding van navraag naar de uitspraken van Cruz zegt zijn woordvoerder Maria Jeffrey dat hij de schuld geeft aan president Biden. Hij zou ‘een wig in ons land hebben gedreven’.
Na Bidens toespraak over de democratie schreef Brian Gibby, een freelance dataspecialist uit Charlotte in North Carolina, in een Substack-post dat de opmerkingen van de president ‘het begin van de Tweede Burgeroorlog’ markeerden. ‘Ik heb nog nooit een toespraak van een Amerikaanse president gezien die meer tweedracht zaaide en meer haatdragend was,’ schreef Gibby.
TheNew York Times heeft Gibby gevraagd zijn mening toe te lichten. Hij stelt dat hij gelooft dat Biden ‘een verhit conflict in Amerika laat escaleren’. Hij vreest dat er rond de verkiezingen van november iets zal gebeuren dat ‘vergelijkbaar zal zijn met 6 januari, maar dan veel gewelddadiger’. Gewapende protestgroepen van beide kanten van het politieke spectrum zullen elkaar volgens hem te lijf gaan.
‘Trek je plan, hamster spullen, wees veilig, verlaat de stad als je kunt’, aldus Gibby.
‘Het lijkt erop dat Elon Musk Twitter opnieuw wil kopen. Maar zal hij er deze keer wel mee doorgaan?’ vraagt Mashable zich af. In een bondige brief aan het bestuur van Twitter kondigde Elon Musk dinsdag aan dat hij Twitter toch wil kopen, op voorwaarde dat Twitter de rechtszaken tegen hem laat vallen, meldt TechCrunch.
Twitter had besloten Elon Musk voor de rechter te dagen nadat de miljardair was weggelopen van de in april aangekondigde overname van het sociale netwerk ter waarde van 44 miljard dollar – oftewel 54,20 dollar per aandeel. De Tesla-baas beweerde dat Twitter had gelogen over het exacte aantal nepaccounts onder zijn gebruikers. Het proces zou op 17 oktober beginnen.
De voorlopige hoorzittingen wezen op de zwakte van de zaak van het Musk-kamp
Volgens The Washingon Post suggereert deze laatste ommezwaai dat Elon Musk ‘zich realiseerde dat hij zich in een kwetsbaardere positie bevond dan hij had voorzien toen het proces en zijn getuigenis naderden’. De voorlopige hoorzittingen wezen op de zwakte van de zaak van het Musk-kamp, en het risico dat de miljardair tot een buy-out wordt gedwongen of een enorme boete moet betalen.
Twitter heeft bevestigd de brief van Elon Musk te hebben ontvangen en is ‘volledig van plan de deal te sluiten tegen de prijs per aandeel die Musks team in april heeft voorgesteld’, aldus The Washington Post. ‘Het bedrijf is van plan het aanbod te accepteren, maar wacht op bevestiging dat de rechter toezicht kan houden op het proces’, aangezien ‘het wantrouwen groot is’, voegde de krant eraan toe.
Een video uit een Afrikaans dorp ging viraal – en veroorzaakte een grote politieke crisis.
In de zomer belandde een video van Chinese sociale media aan onze kant van de wereld. Dat gebeurt niet vaak, vanwege taalbarrières en omdat veel van ons internet in China gecensureerd wordt. Maar deze video overleefde de reis, werd in het Engels vertaald en ging viraal vanwege de verontrustende inhoud.
Gefilmd in een dorp ergens in Afrika, hoor je achter de camera een Chinese man een groep Afrikaanse kinderen opdragen te herhalen wat hij zegt. Eerst schreeuwt hij: ‘Ik ben een zwarte duivel’ in het Chinees. En dan herhalen de kinderen in het Chinees: ‘Ik ben een zwarte duivel.’ Dan schreeuwt hij: ‘En mijn IQ is laag!’ De kinderen herhalen ‘En mijn IQ is laag!’ Dan begint er een liedje te spelen en beginnen de kinderen te zingen en te dansen.
De verontrustende aard van de video is evident. Afrikaanse kinderen die racistische beledigingen roepen in een taal die ze niet verstaan, terwijl ze gefilmd worden. Maar waarom werd die video gemaakt en wie stond er achter de camera? Al snel begon het verhaal rond de video zich te ontvouwen op een manier die niemand had voorspeld.
De vernedering werd gefilmd in opdracht van mensen die duizenden kilometers verderop werken in een enorme Chinese amusementsindustrie die overal op het continent Afrikaanse kinderen uitbuit.
Duistere kant
Om erachter te komen wat de industrie inhoudt, ging Zetland op jacht naar de man achter deze video, die aantoont dat de economische betrokkenheid van China bij Afrika ook online een behoorlijk duistere kant heeft.
Het verhaal begint in februari 2020, toen de video van de Afrikaanse kinderen voor het eerst viraal ging op de Chinese sociale media. Sommige Chinezen vonden het grappig, anderen vonden het over de schreef gaan. Runako Celina, een Britse vrouw die destijds studeerde aan een Chinese universiteit, zag de video ook. Als zwarte vrouw in China kreeg ze de beelden maar niet uit haar hoofd, vertelt ze. Op het schoolbord waar de kinderen omheen stonden, stonden in het Chinees de racistische zinnen die door de kinderen moesten worden herhaald. Ze vermoedde dat iemand in China hen had betaald om ze op te zeggen.
In China is het een populaire gewoonte om vrienden videogroeten te sturen uitgesproken door Afrikanen die Chinees spreken
In China is het een populaire gewoonte om familie en vrienden videogroeten met verjaardags- of huwelijkswensen te sturen uitgesproken door Afrikanen die Chinees spreken, Chinese kleren dragen en dansen op Chinese liedjes. De video’s worden in China online verkocht voor tussen de 70 en 500 kronen [9 tot 67 euro], afhankelijk van of de personen in de video een bepaalde outfit moeten dragen, een bepaald dansje moeten doen of bepaalde dingen moeten zeggen – dat geeft de koper op bij de bestelling.
Waarom er in China vraag is naar videogroeten met Afrikanen als afzender, heb ik niet kunnen achterhalen. Misschien gaat het erom online een video te bezitten die niemand anders heeft; een persoonlijke video met extra waarde. De business profiteert van verschillen in uurloon tussen de verschillende landen, en vanwege de grote afstand staan mensen er misschien niet bij stil dat zo’n video ergens aan de andere kant van de wereld mensen pijn kan doen. In elk geval zijn de video’s in China zo populair geworden dat er een miljoenenmarkt is ontstaan en Chinese gelukszoekers reizen af naar dorpen in Afrika om van de rage te profiteren. Veel van de beelden die ze opnemen zijn onschuldig, andere zijn op het randje en sommige zijn er zonder meer overheen.
In een video die Runako Celina tegenkwam staan Afrikaanse kinderen op een rij en zeggen in het Chinees: ‘We hebben honger’, terwijl de regisseur, een Chinees, ze een dienblad met frietjes voorhoudt. In een andere video dansen Afrikaanse kinderen terwijl ze zingen ‘Een gele huid en zwarte ogen zijn de mooiste kleuren’. Maar de ergste die ze zag was er een waarin de kinderen roepen dat ze ‘zwarte duivels’ zijn. Runako Celina kon die video maar niet uit haar hoofd krijgen.
Chinese influencers
De video’s maken deel uit van een grotere trend in China, waarbij Chinese influencers naar Afrika reizen en zichzelf in modieuze kleding filmen terwijl ze snacks uitdelen aan lokale kinderen of zich omringen met aantrekkelijke lokale vrouwen. Een 28-jarige Chinees die zichzelf African Mr. Hello noemt op Douyin, China’s versie van TikTok, is het populairst. Met één livestream kan hij voor duizenden dollars aan merchandise verkopen aan fans in China.
In drie maanden tijd verdiende Cheng Wei, zoals zijn echte naam luidt, op die manier 5,4 miljoen euro. African Mr. Hello verklaart zijn succes als volgt: ‘Chinezen houden ervan om te zien dat het op andere plekken in de wereld niet zo goed is als in China. (…) Als je de meer geavanceerde dingen filmt die er te zien zijn, vinden mensen dat niet leuk om te zien. Ze zien liever een leven dat erger is dan hun eigen leven.’
Met dat in het achterhoofd wilde de Britse Runako Celina tot op de bodem uitzoeken welk deel van de Chinese industrie racistische videogroeten op bestelling verkoopt. In samenwerking met de BBC en een team van journalisten werd de jacht geopend. Eerst moest Runako Celina uitzoeken waar de ‘Lage IQ’-video was gefilmd.
De opnames waren gemaakt in het extreem arme Malawi in Zuidoost-Afrika
Door honderden in opdracht gemaakte video’s te bekijken, die allemaal op dezelfde locatie waren gefilmd, konden de journalisten het dorp met zijn stoffige wegen en gebouwen in kaart brengen. De opnames waren gemaakt in het extreem arme Malawi in Zuidoost-Afrika. Njewa, zoals het dorp heet, vormt een passend, authentiek decor voor veel Chinese video’s, ook de racistische.
De journalisten wilden niet met een cameraploeg komen aanzetten, dus ze maakten contact met Henry Mhango, een lokale journalist. Uitgerust met een verborgen camera trok hij via een onverharde weg met hoog gras het dorp binnen. Tussen enkele lage huizen met golfplaten daken rond een groot plein zag hij een witte bestelwagen staan. De achterklep van de wagen stond open en in de schaduw ervan filmde een jonge Chinees een aantal kinderen die ineengedoken zaten rondom een schoolbord: ze waren bezig met het opnemen van een video voor een koper in China. Henry Mhango filmde het tafereel van een afstand en ontdekte dat de dorpelingen de man Susu noemen, ‘oom’ in het Chinees. Zij vertelden hem dat Susu de kinderen een halve dollar per dag betaalt om mee te doen, ook op dagen dat zij eigenlijk op school moeten zijn.
Terwijl Henry Mhango aan het werk was in Malawi, zochten Runako Celina en de journalisten van de BBC ondertussen naar de ware identiteit van Susu. In een video die hij had gedeeld op Douyin konden ze zien dat zijn naam Lu Ke was. Hij had video’s gepost van zichzelf met dorpskinderen terwijl hij snoepjes uitdeelde. Hij droeg een dure zonnebril. De vraag was of deze Lu Ke dezelfde man was die in de video de kinderen van Njewa opdroeg die vernederende dingen te roepen.
Om die vraag te beantwoorden reisden Runako Celina en de verslaggevers naar een dorp niet al te ver van Njewa. Hier had Lu Ke enkele jaren gewoond en video’s gemaakt met plaatselijke kinderen. Runako Celina wilde vooral in gesprek met één kind, een jongen die camerageniek was en er schattig uitzag in de traditionele Chinese kleren die Lu Ke in verschillende video’s had gebruikt. Op de Chinese sociale media was deze Afrikaanse jongen bijna een beroemdheid. Xiao Gulah, noemden ze hem.
‘Armoedeporno’, zo bestempelde ze de video’s
In het dorp vonden ze Xiao Gulah en zijn familie. Zijn echte naam was Bright, en hij was zes jaar oud. Runako Celina vroeg Bright naar Susu, die hij kende als Lu Ke, en Bright vertelde haar dat deze man de kinderen uitschold als ze tijdens de opnames een fout maakten, en ze ook sloeg met een tak. Fausika, de moeder van Bright, die bij het gesprek aanwezig was, vertelde dat zij haar zoon bij Susu had weggehaald, maar dat Susu hem terughaalde om nieuwe video’s te filmen. ‘Het doet me pijn,’ zei ze. Runako Celina kreeg tranen in de ogen. Brights verhaal bevestigde haar angst: dat de kinderen werden uitgebuit als rekwisieten in de onderneming van Lu Ke. ‘Armoedeporno’, zo bestempelde ze de video’s.
Vervolgens vroeg het team van de BBC een Chinese collega, Paul, om een ontmoeting met Lu Ke te regelen. Paul zou een verborgen camera dragen en zeggen dat hij als mogelijke zakenpartner geïnteresseerd was in de onderneming. In de opname van hun ontmoeting legt Lu Ke uit hoe je slaagt als regisseur van videogroeten. Hij zegt: ‘Behandel ze niet als vrienden. (…) Heb nooit medelijden met ze, onthoud dat. Heb nooit medelijden met ze,’ herhaalde hij. ‘Dat is hoe je zwarte mensen behandelt. Onthoud dat.’
Voorbode
Paul liet de ‘Lage IQ’-video aan Lu Ke zien met de vraag of hij die had gemaakt. ‘Ja, die is van mij,’ antwoordde hij prompt. Maar meteen daarop nam hij dat terug. ‘O nee, wacht,’ zei hij. ‘Nee, die is niet van mij. Dat is een video van een vriend.’ Het was alsof hij er zelf van geschrokken was. ‘Ik raad je aan die video te verwijderen,’ zei hij. ‘Laat hem niet aan zwarte mensen zien.’
Maar het was al te laat.
In Njewa had de lokale journalist Henry Mhango drie kinderen gevonden die in de video te zien zijn. Hij vond ook de vader van een van de kinderen en een grootmoeder. Henry Mhango vertaalde voor hen wat Susu, of Lu Ke, de kinderen had laten zeggen. De grootmoeder was geschokt, wreef in haar ogen en zei: ‘Hij profiteert van de armen.’ De vader zei: ‘We ploeteren om onze kinderen op te voeden. En dan komt zo iemand langs en maakt misbruik van hen om geld te verdienen. Hij moet het dorp uit, zo snel mogelijk.’
Was er bij de ‘Lage IQ-video’ sprake van kindermisbruik?
Dat was de voorbode van een fikse confrontatie. Runako Celina arriveerde korte tijd later in het dorp met een cameraploeg van de BBC en vond Lu Ke aan het werk, zittend aan een tafel. In het Chinees vroeg zij hem waarom hij de video’s maakte, en Lu Ke antwoordde dat hij ‘de Chinese cultuur, dans en muziek’ wilde verspreiden. Hij ontkende de kinderen te slaan, net zoals hij ontkende dat hij achter de ‘Lage IQ-video’ zat of dat hij de kinderen uitbuitte. Runako Celina verliet het dorp met gemengde gevoelens. Zij hadden met succes de methoden van één Chinese videomaker blootgelegd, maar wisten ook dat er veel meer zoals hij waren in dorpen zoals Njewa, op een continent waar grote sommen geld werden verdiend om mensen duizenden kilometers verderop te vermaken.
Het verhaal kreeg nog een flinke staart. Want al snel begon een klopjacht en ontstond een grote politieke crisis. In juli van dit jaar verscheen de BBC-documentaire Racism for Sale over de ontrafeling van de ‘Lage IQ-video’ waarop het verhaal tot nu toe was gebaseerd. Die ging viraal. De onthullingen in de documentaire waren voor de politie in Malawi aanleiding om te onderzoeken of er bij de ‘Lage IQ-video’ sprake was van kindermisbruik. Lu Ke ontvluchtte het land en kwam illegaal in buurland Zambia terecht. Daar werd hij al snel opgepakt en uitgeleverd aan Malawi. Tegen hem lopen momenteel vijf aanklachten wegens uitbuiting van kinderen. Ondertussen zei de minister van Buitenlandse Zaken van Malawi: ‘We zijn ontzet, we zijn respectloos behandeld en we voelen veel verdriet.’ In hoofdstad Lilongwe gingen burgers de straat op met borden met daarop: ‘Over kinderrechten valt niet te onderhandelen’. Naar verluidt liepen Bright en zijn familie mee met de demonstranten.
Zero tolerance
Nu raakten de topambtenaren in China in paniek. Het land heeft onvoorstelbare bedragen in Afrika geïnvesteerd, in de infrastructuur en in de ontginning van natuurlijke hulpbronnen. Dat zijn zeer centrale schakels in de expansieve dromen van de Communistische Partij om China weer tot een supermacht te maken. En als er volgens analisten iets is wat de partij van de geschiedenis heeft geleerd, dan is het wel dat zij niet als een nieuwe koloniale macht moet worden gezien. De beschuldigingen van racisme en uitbuiting van kinderen ontketenden dan ook een ernstige crisis. Zo ernstig dat Wu Peng, de Chinese topdiplomaat voor heel Afrika die zelden commentaar geeft op mediaverhalen, in een tweet liet weten dat China ‘zero tolerance voor racisme’ heeft en beloofde dat zijn land onlineracisme hard zal aanpakken.
En dat gebeurde onmiddellijk: Chinese sociale media verhinderen hun tientallen miljoenen gebruikers nu om te zoeken naar videomakers gecombineerd met het woord ‘Afrika’. De grootste influencer van allemaal, African Mr. Hello, stopte met zijn populaire livestreams vanuit de dorpen. Fans in China waren woedend en hij keerde al snel terug onder een nieuwe naam: Mr. Hello Overseas. De vraag naar een rijke Chinees die spullen in Afrika uitdeelt, was simpelweg te groot.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.