Waarom zijn gebruikers van de app zo gericht op het ontmaskeren van zogenaamde ‘schurken’ – vaak op agressieve wijze – en is er een manier om dat te laten stoppen? ‘Deze klootzak is een aalgladde meester-manipulator, en ik ben heel dankbaar dat dit viraal gaat zodat iedereen ervan op de hoogte is.’
Als je je aanmeldt bij een onlinedatingapp, waar je mensen leert kennen met wie je in sommige gevallen wilt afspreken in de hoop op seks bijvoorbeeld, dan verwacht je redelijkerwijs enige privacy.
En bijna niemand verwacht dan dat er zal gebeuren wat de mythologische ‘West Elm Caleb’ overkwam, de klunzige schurk van de New Yorkse datingscene – en internetslachtoffer. In januari ontdekte een aantal New Yorkse vrouwen met een aanzienlijke hoeveelheid TikTok-volgers dat Caleb met hen allemaal tegelijkertijd aan het daten was. Al snel kwam aan het licht dat hij nog meer misdaden had begaan, zoals dezelfde Spotify-afspeellijst naar meerdere mensen sturen en berichten onbeantwoord laten. Een vrouw herinnerde zich dat hij had gezegd dat hij niet graag in de winter datete, vanwege de kou. (Wat ze beledigend vond.) Al snel mengden ook merken zich in het gesprek over Caleb, aangezien elke aanleiding om deze toch vrij gemiddelde dater in New York City te noemen, de nodige aandacht opleverde.
Op TikTok, inmiddels het populairste webdomein ter wereld, blijkt dit fenomeen opmerkelijk vaak voor te komen. Een paar maanden voor West Elm Caleb opdook, was Couch Guy plotseling de schurk van het platform. Couch Guy is de jongeman die werd gefilmd terwijl hij thuis op de bank zat en weliswaar enthousiast, maar kennelijk niet enthousiast genoeg, reageerde toen hij werd overrompeld door een verrassingsbezoek van zijn vriendin, waarmee hij een langeafstandsrelatie had. ‘Gedurende mijn bestaan als Couch Guy’, schreef Couch Guy later in een artikel voor Slate, ‘was ik het onderwerp van beeld-voor-beeldanalyses van mijn lichaamstaal; er werden huiskamerdiagnoses gesteld van mijn mogelijke psychopathische aandoeningen, vergelijkingen gemaakt met veroordeelde moordenaars en er werd gediscussieerd over mijn “belabberde uitstraling”.’
‘Onderzoeken’
Daarop volgde Sabrina Prater, een transvrouw uit de buurt van Flint, Michigan. Een groep TikTok-gebruikers was ervan overtuigd dat ze een Buffalo Bill-achtige seriemoordenaar was, puur vanwege haar ‘uitstraling‘. En zo gaat het maar door. Het platform dat bekend is vanwege danstrends en audiomemes, is ook verworden tot een site waar ‘onderzoeken‘ plaatsvinden door gebruikers die het kleinste detail weten op te blazen tot een bron van verontwaardiging en obsessie.
Het is zo’n breed fenomeen dat het lastig is er een naam aan te geven. Het afgelopen half jaar hebben TikTok-hordes zich gestort op onderzoeken naar recente moorden, op online ‘pedofielenbendes’ en vermeende neurologische of psychiatrische aandoeningen bij populaire makers. Emma Spiro, universitair hoofddocent aan de Information School van de Universiteit van Washington, noemt deze voorvallen (waarvan de een schadelijker is dan de ander) ‘grootschalige convergenties van aandacht’. Abbie Richards, een TikTok-maker die ook desinformatie op het platform onderzoekt en erover schrijft, beschrijft het verschijnsel als ‘de memeïficatie van een persoon’. Ryan Broderick, verslaggever internetcultuur, roept TikTok uit tot ‘heksenjachtmachine’.
Een woordvoerder van TikTok erkent de tendens ondanks al het aanwezige bewijs niet; hij zegt dat de site pesterij, intimidatie en ‘haatdragend gedrag’ verbiedt, en dat gebruikers opmerkingen kunnen filteren, accounts grootschalig kunnen blokkeren en hun inhoud privé kunnen maken. Dat zijn nuttige functies, maar ze doen niet echt iets aan de cultuur van het ‘pesten van willekeurige mensen’ (zoals ik geneigd ben het te noemen). De vraag blijft: hoe kon het eigenlijk zover komen, en is er een manier om dit fenomeen te stoppen?
Gebruikers hebben eerder interactie met hun eigen content, dan met elkaar
TikTok is niet ontworpen als sociaal netwerk. ‘Het is ontworpen als een app die vermakelijke inhoud biedt‘, zegt Daniel Klug, onderzoeker systeemwetenschap aan de Carnegie Mellon University. Dat is probleem nummer 1.
De video’s op het platform worden aangeboden met secties voor commentaar, die chaotisch en moeilijk te navigeren zijn. Gebruikers kunnen ook privéberichten uitwisselen. Maar deze functies hebben weinig te maken met de belangrijkste functies van de app, namelijk video’s bekijken en ervoor zorgen dat jouw video bekeken wordt. Op grond van deze structuur beweren deskundigen zoals Klug dat TikTok niet in de eerste plaats een sociale omgeving is, zoals Facebook, Instagram of Twitter. Daar profileren gebruikers zichzelf door conversaties en zichtbare interactie met vrienden, kennissen, collega’s en beroemdheden. In plaats daarvan is TikTok ontworpen voor herhaling. Gebruikers hebben eerder interactie met hun eigen content en met het algoritme van de site, dan met elkaar.
Die opzet is bepalend voor de uitkomst. Zodra content over een specifiek onderwerp, of een specifieke persoon, trending wordt, wordt er meer content van dat type geproduceerd. TikTok wil namelijk niet dat je commentaar levert op de video’s van anderen, maar dat je je eigen versie ervan maakt. Vervolgens komt jouw versie in de algoritmisch gegenereerde ‘Voor jou’-feeds van andere gebruikers terecht, met de kans om aan te slaan. Het feit dat TikTok elke video naar die feeds stuurt, al is het maar om te zien of ze iets uithalen, betekent dat elke gebruiker, hoe onbekend ook, potentieel een hit kan worden.
Geen controle
Dat leidt tot probleem nummer 2. Zodra een TikTok-video aandacht begint te krijgen, is er geen controle meer op de verspreiding ervan. Hoewel dit lijkt op te gaan voor alle virale content op elk sociaal platform, zijn er subtiele verschillen. Een tweet of Facebook-post gaat zelden viraal zonder enige hulp. Tweets ontploffen pas na retweets door accounts met veel volgers, of door hechte clusters van accounts (zoals die van MAGA Twitter of K-popfans); Facebook-posts moeten eerst zijn gedeeld op populaire pagina’s of in zeer actieve groepen. Voor TikTok is geen tussenpersoon nodig. Je hoeft alleen maar goed te presteren voor het testpubliek dat jou standaard wordt toegewezen. Dus wanneer een potentiële schurk komt bovendrijven, kan daar nog sneller bovenop worden gedoken dan op andere platforms.
Iedereen kan dus op elk moment een virale hit scoren. Maar het omgekeerde geldt evengoed: een TikTok-ster met veel volgers kan een totale flop maken. En die legendarische wispelturigheid van het platform – plus de zweem van mysterie die rond het ‘Voor jou’-filter hangt – zorgt voor een derde probleem.
Volgens Spiro, van de Universiteit van Washington, leidt het mysterie rond het algoritme ertoe dat gebruikers er ‘folkloristische theorieën’ over bedenken. Ze gissen naar de kleuren die het algoritme leuk zou vinden, op welke momenten van de dag de interesse in nieuwe video’s het grootst is, en hoeveel seconden een clip zou moeten duren. Gebruikers hebben het gevoel dat ze ‘de strijd aangaan met het algoritme, waaraan ze antropomorfe eigenschappen toekennen’, aldus Spiro. En die strijd lijken ze alleen te kunnen winnen als er een trend ontstaat.
Andrew Downing, een zevenentwintigjarige socialemediastrateeg uit New York, vertelde me dat hij bij West Elm Caleb precies dat gevoel had. ‘Ik wist dat ik er op het juiste moment op in sprong’, vertelde hij me. ‘Ik heb al zoveel trends gezien. Dus ik weet wanneer het te laat is. Ik weet wanneer het te vroeg is.’ Zijn Caleb-video kreeg zo’n 129.000 views, normaal krijgt hij er minder dan 1000.
Op TikTok bestaat de traditie om oproepen te doen, om amateurspeurwerk te verrichten, en om anderen te beschimpen
Deze drie problemen, die voortkomen uit fundamentele aspecten van het TikTok-ontwerp, dragen bij aan een zeer vluchtige onlinecultuur waarin schijnbaar iedereen doelwit kan worden van een of ander bizar onderzoek. Paradoxaal genoeg maakt diezelfde platformstructuur het juist moeilijk om in te zien hoe schadelijk een post kan zijn. ‘Als je iemand bent met een kleine aanhang en je video’s krijgen meestal een paar honderd views, hoezo zou je er dan van uit moeten gaan dat je video ineens door miljoenen mensen bekeken wordt?’ vroeg Abbie Richards me. ‘Dit is een vreemd en nieuw probleem dat we moeten onderzoeken.’
TikTok is natuurlijk niet de eerste plek op internet waar ongecontroleerde acties van een menigte leiden tot vingerwijzen, vijandigheid en pesterijen.
Michael Trice, docent aan het MIT en geïnteresseerd in de manier waarop platforms ‘amoraliteit’ genereren, vertelde me dat het zwartmaken op TikTok een goed voorbeeld is van wat hij de ‘bait and switch’ van sociale media noemt: gebruikers hebben een bepaalde ervaring bij het gebruik van de app, maar creëren in feite een compleet andere ervaring voor iemand anders. Een TikTokker kan gefocust zijn op die ene video die hij heeft gemaakt, en zich afvragen of die goed zal worden ontvangen. Maar het onderwerp van die video kan onbedoeld worden opgepikt in een onontkoombare stroom van viraliteit en onderdeel worden van honderden of zelfs duizenden andere die allemaal kort na elkaar verschijnen, zodat de video een zogenaamde microbekendheid wordt (wat wil zeggen dat online aanhang rond een bepaalde kwestie wordt opgebouwd).
Misschien is dit verschijnsel gewoon een kenmerk (of een tekortkoming) van het leven online. Volgens Trice kan niet elke negatieve uitkomst worden toegeschreven aan de functies van een specifieke app. Als iets veel aandacht krijgt op TikTok, zijn mensen geneigd daarover te posten in de hoop dat het algoritme jouw content gaat promoten. Maar daarbij speelt nog een neiging mee. ‘Als er in participatieve culturen iets gebeurt waar mensen deel van willen uitmaken, dan gaan ze nabootsen hoe anderen in het verleden zorgden dat ze ergens deel van werden’, zegt Trice. Op TikTok bestaat de traditie om oproepen te doen, om amateurspeurwerk te verrichten, en om anderen te beschimpen. ‘Mensen gaan dergelijke vormen van communicatie imiteren.’
Collectief druk maken
Carrie Orozco, een serveerster in Las Vegas die zich in de eerste maanden van de pandemie bij TikTok aanmeldde om de tijd te doden, leerde deze codes al snel. Toen ze afgelopen herfst op het Couch Guy-drama stuitte, was haar nog niet helemaal duidelijk wat ze ermee aan moest. Maar toen ze de eerste TikTok-golf over West Elm Caleb meekreeg, begreep ze wat haar te doen stond: ‘Deze klootzak probeert zijn pielemuis in alles te steken wat maar beweegt in New York City’, zegt ze in haar video. ‘Hij is een aalgladde meester-manipulator, en ik ben heel dankbaar dat dit viraal gaat zodat iedereen in het land ervan op de hoogte is.’ Haar doel was om het ‘luchtig te houden’, zegt ze, en de video werd in twee dagen zo’n 700.000 keer bekeken.
Maar op het moment dat de West Elm Caleb-video’s de meeste aandacht kregen, begon TikTok er onverwacht een paar te verwijderen. Voor gebruikers als Orozco was het alsof de site opeens de normen afwees die eerder nog werden omarmd. ‘TikTok beloonde eerst de West Elm Caleb-hashtag door die video’s te promoten’, zegt ze. ‘En toen ineens sloeg het om.’ Ze is niet verbitterd over het feit dat haar video is verwijderd. Ze gelooft dat het de juiste beslissing was, en dat TikTok merkte dat gebruikers zich ongemakkelijk begonnen te voelen. ‘Kunnen we beter ons best doen om het leven van mensen niet overhoop te gooien? Ja, dat kan’, zegt ze. Toch weet ze niet zeker of het platform dit soort gebeurtenissen in de toekomst kan of moet modereren. ‘Dit soort zaken waar we ons collectief druk over maken – die horen wel bij de cultuur van TikTok.‘
‘Gebruikers van Twitter en Reddit en zelfs van Facebook zijn er in de loop van de tijd eigenlijk vrij goed in geworden zichzelf op te voeden’
Misschien kan TikTok inderdaad beter zijn best doen om het leven van mensen niet te verstoren. Trice zegt dat gebruikers op Twitter mondiger zijn geworden als het op intimidatie aankomt sinds Gamergate, de controverse rond berichtgeving over computergames en de bijbehorende trollencampagne die in 2014 begon. Onlinegemeenschappen zijn gaan inzien hoe ellendig het is om het ‘onderwerp van de dag’ te zijn. ‘Gebruikers van Twitter en Reddit en zelfs van Facebook zijn er in de loop van de tijd eigenlijk vrij goed in geworden zichzelf op te voeden’, zegt Trice. ‘Het lijkt me aannemelijk dat deze vorm van zelfeducatie ook meer en meer bij TikTok te zien zal zijn.’
Dat de app zich richt op herhaling zou zelfs kunnen helpen bij de verspreiding van een nieuwe gedragsethiek. TikTok-gebruikers zijn gewend om samen te werken en op innovatieve wijze met elkaars werk aan de slag te gaan. Mogelijk zorgt die samenwerkingsgeest over een tijdje ook voor een betere variant van de omgangsvormen op het platform.
Gefrustreerde inwoners van Shanghai zoeken hun toevlucht tot sociale media om hun mening te ventileren en vraagtekens te plaatsen bij het nut van China’s zerocovidbeleid in zijn dichtstbevolkte stad met 26 miljoen inwoners, schrijft AsiaOne. Hoewel de besmettingen naar mondiale maatstaven klein zijn, houdt China vast aan de aanpak om iedereen die positief wordt getest naar een quarantainecentrum of ziekenhuis te sturen. Lockdowns in het oosten van de stad zijn inmiddels uitgebreid naar het westen.
Inwoners van Shanghai delen video’s en foto’s van overvolle, slecht functionerende quarantainecentra en vragen om voedsel en medische hulp vanwege de gebrekkige zorg in de centra.
De Italiaanse jezuïet Antonio Spadaro is een van de eersten die onderzocht hoe het internet de manier waarop het geloof beleefd wordt beïnvloedt. In zijn baanbrekende boek Cybertheologia schrijft hij over de impact van de digitale revolutie op religie. Lees de exclusieve vertaling van het voorwoord.
Nexus-conferentie: ‘Revolutie van de hoop‘
‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven?
Op zaterdag 20 november komen sprekers als Giuseppe Conte, Patti Smith, Wole Soyinka en Mary L. Trump bijeen in Amsterdam om een antwoord te formuleren op deze vragen.
Deze week publiceert 360 Magazine artikelen en speeches van de sprekers van de Nexus-conferentie ‘Revolution of Hope’. De vijfde in de reeks is de Italiaanse jezuïet Antonio Spadaro.
Is the Internet Changing the Way you Think? Dat is de titel van een in 2011 in de Verenigde Staten onder redactie van John Brockman verschenen interviewbundel over de impact van het internet op ons leven. Dat is inderdaad de echte vraag, de enige die we onszelf moeten stellen: verandert het internet onze manier van denken? Recente digitale technologieën zijn niet langer gereedschappen of hulpmiddelen die volledig losstaan van ons lichaam en onze geest. Het internet is geen hulpmiddel, maar een ‘omgeving’ waarin we leven. De ‘devices’, oftewel de apparaten die we daartoe altijd bij de hand hebben (en die vaak ook niet groter zijn dan een hand) en die ons in staat stellen altijd online te zijn, verdwijnen steeds meer, worden lichter, verliezen consistentie en vervagen tegen de achtergrond vande digitale dimensie van het leven. Het zijn open deuren die zelden gesloten worden. Wie zet nog zijn iPhone uit? Die wordt opgeladen, wordt op ‘stil’ gezet, maar wordt zelden uitgeschakeld. Er zijn mensen die niet eens weten hoe dat moet. En als we een smartphone op zak hebben die aanstaat, zijn we continu online.
En dus wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar hoe het internet ons dagelijks leven en, in algemenere zin, onze relatie met de wereld en de mensen om ons heen verandert. Maar als het internet onze manier van leven en denken verandert, zal het dan niet ook onze manier van denken over, en beleven van, het geloof veranderen (…hetgeen ook al gebeurt)?
Lees ook de artikelen van de andere sprekers van de Nexus-conferentie:
Die vraag kent voor mij een precies ontstaansmoment. In januari 2010 werd ik door Mgr. Domenico Pompili gevraagd om een lezing te geven op een congres georganiseerd door de Italiaanse Bisschoppenconferentie, getiteld Digital Witnesses. Hij vroeg me om te praten over geloof en internet. Tot dan toe had ik, vanaf 1999, voor La Civiltà Cattolica een aantal artikelen geschreven over afzonderlijke aspecten van het internet en over afzonderlijke sociale netwerken. Daarmee zette ik de traditie van grote betrokkenheid voort van het tijdschrift waarvan ik in oktober 2011 hoofdredacteur werd, een traditie die in gang was gezet door pater Enrico Baragli, een ware pionier in het onderzoek naar massamedia, voortgezet door pater Antonio Stefanizzi met artikelen over nieuwe communicatietechnologieën.
Toen Mgr. Pompili me benaderde, had ik twee boeken over het onderwerp geschreven: Verbindingen. Nieuwe vormen van cultuur in het internettijdperk (2006) en Web 2.0. Relatienetwerken (2010). Maar zijn uitnodiging bezorgde me toch een ongemakkelijk gevoel. Ik begreep dat hij me met zijn verzoek niet vroeg om een fenomenologische beschouwing over internettools voor evangelisatie, noch om een sociologische bespiegeling over religiositeit op internet. Dat wil zeggen, dergelijke bespiegelingen volstonden mijns inziens niet. Ik herinner me dat ik, toen ik probeerde mijn betoog voor te bereiden, voor het lege scherm van mijn computer zat zonder te weten hoe te beginnen, wat te schrijven. Maar ik snapte wel dat ik een ‘theologisch’ betoog moest houden. Dit was het moment om iets te zeggen dat de vrucht was van de cognitieve impuls die van het geloof uitgaat in een tijd als de onze, waarin de logica van het internet haar stempel drukt op onze manier van denken, weten, communiceren, leven.
Welke impact heeft het internet op de manier waarop er naar de Kerk en de kerkelijke gemeenschap wordt gekeken?
Daarmee drong ik een gebied binnen dat me aanvankelijk nogal onontgonnen en weinig populair toescheen. Bij het zoeken naar literatuur over het onderwerp ontdekte ikdat er inmiddels weliswaarveel geschreven is over de pastorale dimensie, waarin het internet als een instrument van evangelisatie wordt gezien, maar dat er van een systematisch-theologische reflectie daarentegen amper sprake was. Mijn vragen waren: welke impact heeft het internet op de manier waarop er naar de Kerk en de kerkelijke gemeenschap wordt gekeken? En welke invloed heeft het op de manier waarop over de Openbaring, de genade, de liturgie, de sacramenten – en dus over de klassieke thema’s van de systematische theologie – wordt gedacht? Mijn lezing van 23 april 2010 op het congres Digital Witnesses was de eerste stap in een persoonlijke reflectie die nog maar net in gang is gezet.
De gedachte dat we deze vragen onder ogen moeten durven zien wordt steeds meer gedeeld. Benedictus XVI zelf sprak de deelnemers aan de plenaire vergadering van de Pauselijke Raad voor Sociale Communicatie op 28 februari 2011 als volgt toe: ‘Het is niet alleen zaak de evangelieboodschap te verkondigen in de taal van nu, maar het is ook noodzakelijk de moed op te brengen om, zoals ook is gedaan in andere tijden, dieper na te denken over de relatie tussen het geloof, het leven van de Kerk en de veranderingen die de mens doormaakt. Het is de verplichting om degenen die verantwoordelijkheid dragen in de Kerk te helpen de “nieuwe taal” van de media te begrijpen, te interpreteren en te spreken bij het pastorale werk en in de dialoog met de hedendaagse wereld, en zich af te vragen: voor welke uitdagingen worden het geloof en de theologie gesteld door het zogenaamde “digitale denken”? Voor welke vragen en verzoeken? De communicatiewereld beïnvloedt het hele culturele, sociale en spirituele universum van de mens. Als die nieuwe talen een impact hebben op zijn manier van denken en leven, heeft dat in zekere zin ook betrekking op zijn geloofswereld, zijn intelligentie en zijn expressie. Volgens een klassieke definitie is theologie het begrijpen van het geloof, en we weten dat begrip, opgevat als beschouwende en kritische kennis, niet terugdeinst voor culturele veranderingen. De digitale cultuur stelt nieuwe eisen aan ons vermogen om een symbolische taal te bezigen en te horen die spreekt van transcendentie. Ook Jezus zelf maakte bij de verkondiging van het Koninkrijk gebruik van elementen uit de cultuur en de omgeving van zijn tijd: de kudde, de velden, het feestmaal, de zaden enzovoort. Vandaag de dag wordt ons gevraagd om, ook in de digitale cultuur, symbolen en metaforen te ontdekken die voor mensen betekenisvol zijn, die van nut kunnen zijn bij het tot de hedendaagse mens spreken over het Koninkrijk van God.’
Spirituele blik
Nadenken over geloof in deze internettijd is echter niet alleen reflectie in dienst van het geloof. In werkelijkheid is de inzet zelfs nog hoger en allesomvattender. Als christenen nadenken over internet, is dat niet alleen om te leren hoe ze het goed kunnen ‘gebruiken’, maar ook omdat christenen geroepen zijn om de mensheid te helpen begrijpen hoe ze de diepe betekenis van het internet in Gods plan moeten opvatten: niet als een instrument om te ‘gebruiken’, maar als een omgeving om te ‘bewonen’. Zoals Johannes Paulus II in 2005 schreef in zijn apostolische brief De snelle ontwikkeling: ‘De Kerk, die op grond van de haar door de Heer toevertrouwde heilsboodschap ook leermeesteres van de mensheid is, is zich bewust van haar plicht zelf bij te dragen tot een beter begrip van de perspectieven en verantwoordelijkheden met betrekking tot de huidige ontwikkelingen van de communicatiemiddelen.’ Dit is de grootste bijdrage van de Kerk aan het internet, althans vanuit haar eigen gezichtspunt: de mensheid helpen de diepe betekenis van communicatie en van de media beter te begrijpen. En dat vooral omdat die ‘het geweten van individuen beïnvloeden, hun mentaliteit vormen en hun kijk op dingen bepalen’. In de ontwikkeling van communicatie ziet de Kerk de handeling van God die de mensheid de weg naar vervulling wijst. Het internet, met zijn vermogen om, op zijn minst in potentie, een ruimte voor gemeenschap te zijn, maakt deel uit van de reis van de mens naar deze vervulling in Christus. En dus dienen we met een spirituele blik naar het internet te kijken en daarbij Christus te zien die de mensheid oproept om steeds meer verenigd en verbonden te zijn.
Ik ben geen socioloog of technicus: ik ben academisch opgeleid in de geesteswetenschappen – eerst filosofie en daarna theologie – en het was de literaire kritiek, waarmee ik me sinds 1994 bezighoudt voor La Civiltà Cattolica,die me ertoe aanspoorde te gaan nadenken over het internet. Het kritisch lezen van poëzie bracht me ertoe me met technologie bezig te houden en de theologie stelde me in staat de juiste nieuwsgierigheid aan de dag te leggen en de juiste categorieën te hanteren om die te begrijpen. Ik putte troost en inspiratie uit de bevindingen van Marshall McLuhan, die de nieuwe media met een vernieuwende blik benaderde, te weten als literair criticus en katholiek denker en niet als socioloog. Vervolgens was het de dichter Gerard Manley Hopkins die me de rol van technologische innovatie hielp begrijpen, was het de jazz die me de rol van sociale netwerken deed begrijpen, waren het theologen – van Thomas van Aquino tot Teilhard de Chardin – die me verlichtten inzake de krachten die de mens actief maken in de wereld door deel te nemen aan de schepping, en die de mens optillen naar een doel dat hoger is dan hijzelf en elk cognitief surplus te boven gaat. Het is de onuitputtelijke zoektocht naar betekenis die me de waarde van de USB-kabel in mijn hand heeft doen inzien. En ik weet dat mijn iPad verband houdt met mijn onuitblusbare verlangen om de wereld te leren kennen, terwijl mijn iPhone me (zelfs als hij op stil staat) vertelt dat ik gemaakt ben om niet alleen te zijn. Maar het is Whitmans poëzie die mijn belangstelling voor vooruitgang aanwakkert. En het is Eliot die me ervoor behoedt in haar valkuilen te lopen. Maar het is ook Flannery O’Connor die me doet inzien dat ‘de genade in hetzelfde gebied leeft als de duivel’ en dat langzaam in bezit neemt. En dus begrijp ik dat ik, hoeveel slechts ik ook zie op het net, er nooit een negatief oordeel over zal kunnen vellen om vervolgens op mijn lauweren te rusten, als ik God aan het werk in de wereld wil zien. En als ik zie hoe elektriciteit mijn computer binnenstroomt, waardoor die aanspringt en op wonderbaarlijke wijze begint op te starten, is het de gedachte aan de bezielde poëzie van Karol Wojtyla die mijn verwondering stuurt.
Cyberspace benadrukt onze eindigheid en roept op tot volkomenheid
De technologie geeft uitdrukking aan het verlangen van de mens naar een volkomenheid die altijd groter is dan hijzelf, zowel op het niveau van aanwezigheid en verbinding als op het niveau van kennis: cyberspace benadrukt onze eindigheid en roept op tot volkomenheid. Daarnaar op zoek gaan betekent in zekere zin opereren in een veld waarin, zoals ik al zei, spiritualiteit en technologie elkaar kruisen.
Op 23 april 2010 begon ik aan een reeks artikelen voor La Civiltà Cattolica, en vervolgens heb ik mijn bevindingen getoetst op verschillende conferenties en bijeenkomsten, zowel in Italië als in het buitenland. Hoewel de resultaten van mijn studie, die ik heb gedefinieerd als ‘cybertheologie’, vooral zijn geboekstaafd in een aantal essays in La Civiltà Cattolica, voelde ik de behoefte om die ook open te stellen voor online raadpleging en debat. En dus heb ik op 1 januari 2011 het blog Cyberteologia.it gestart, en vervolgens ook de Facebookpagina ‘Cybertheology’, een Twitteraccount (@antoniospadaro) en de krant The CyberTheology Daily (http://www.cyber-theology.net), een service voor contentbeheer. Op die manier heb ik geprobeerd mijn reflecties ‘sociaal’ te maken. Ten slotte redigeer ik sinds april 2011 een maandelijkse column over cybertheologie in het maandblad Jesus.
Antropologische verandering
Nu ik dit boek aan de lezer ter hand stel, wil ik enkele punten eruit aanstippen die samen een soort conceptueel uitgangspunt vormen. Allereerst wil ik benadrukken dat men zich, alvorens te beginnen met lezen, de vraag moet stellen wat de nieuwe, door de media gegenereerde existentiële context behelst, en de daaruit voortvloeiende ‘antropologische verandering’. Wat betekent die voor het geloof? In welke wereld leven we? Is die hetzelfde als vroeger? Als iemand vraagt ‘Waar woon je?’, wat zouden we dan antwoorden? We bewonen ook een ‘digitaal grondgebied’. Welke waarde kennen we in het digitale tijdperk toe aan het feit dat ‘het Woord vlees is geworden en onder ons is komen wonen’?
Ik wil er derhalve graag op wijzen dat het mijn bedoeling is om mogelijke scenario’s te schetsen en het verlangen te voeden om niet te stoppen bij de ‘wonderen’ van de techniek, maar om verder te gaan en te begrijpen hoe de wereld verandert en hoe deze verandering invloed heeft op het geloofsleven. Technologieën zijn niet alleen ‘nieuw’ omdat ze anders zijn dan wat eraan voorafgaat, maar ook omdat ze het begrip ‘ervaren’ ingrijpend veranderen. We moeten niet zo naïef zijn te geloven dat ze ons ter beschikking staan zonder dat ze op enigerlei wijze tornen aan onze manier om de werkelijkheid waar te nemen. Het is de taak van de Kerk, zoals van alle kerkelijke gemeenschappen, om de mens te begeleiden op zijn reis, en het internet maakt inmiddels onlosmakelijk deel uit van die reis.
Als je naar het internet kijkt, dien je niet alleen naar de toekomstperspectieven te kijken die het biedt, maar ook naar de verlangens en de verwachtingen die de mens altijd heeft gekoesterd en ten aanzien waarvan hij naar antwoorden zoekt, te weten: verbinding en kennis. We weten heel goed dat het bestaan van de Kerk altijd op twee fundamentele pijlers heeft gerust: de verkondiging van een boodschap en gemeenschapszin. En dus is de Kerk vanzelfsprekend dáár aanwezig waar de mens zijn vermogen tot kennis en verbinding ontwikkelt. Dat is de reden waarom het internet en de Kerk ‘altijd al’ waren voorbestemd elkaar te ontmoeten. En daarom is het vandaag de dag ook noodzakelijk om na te denken over het geloof in tijden van internet, oftewel over ‘cybertheologie’.
Antonio Spadaro
Antonio Spadaro, S.J. is een Italiaanse Jezuïet, journalist en schrijver, maar bovenal vertrouweling en een van de voornaamste adviseurs van paus Franciscus. In 1988 deed hij zijn intrede bij de Sociëteit van Jezus en in 1998 raakte hij betrokken bij het tweewekelijkse jezuïtische tijdschrift La Civiltà Cattolica, waarvan hij sinds 2011 hoofdredacteur is.
In 2014 publiceerde hij zijn invloedrijke boek Cybertheology, waarin hij ingaat op de invloed van de digitale revolutie en het internet op onze kijk op leven en geloof, en klassieke theologische begrippen als de openbaring, gratie, liturgie en sacramenten. Spadaro is lid van de Pauselijke Raad voor de Cultuur en lid van de Pauselijke Academie voor Kunst en Literatuur. In 2013 nam hij het eerste interview van paus Franciscus af, dat wereldwijd in verschillende vertalingen verscheen.
Het effectiefste wapen van het islamitische emiraat is niet langer de kalasjnikov of de zelfmoordaanslag, maar de smartphone. Mediawoordvoerder Mullah Muhamad Rasol tweet en post ongehinderd voor de taliban.
De talib grijnst en knipoogt naar de camera. ‘Vrede zij met u,’ groet hij in het Pasjtoe en hij strijkt over zijn pikzwarte baard. Op de achtergrond klinkt het gebruikelijke lawaai van de grote stad: een chaos van getoeter en de oproepen tot gebed van de muezzin. Het is kort na het middaguur in Kaboel. De man die zich Uqab Afghan noemt, is net klaar met zijn wacht. Nu heeft hij tijd voor een videogesprek via WhatsApp.
Uqab Afghan betekent ‘Afghaanse adelaar’. Eigenlijk heet de man Mullah Muhamad Rasol. Hij is 28, getrouwd en vader van twee dochters en een zoon. De jihadist is geboren en getogen in een dorp in de provincie Parwan, 100 kilometer ten noorden van Kaboel. Sinds zijn achttiende vecht Rasol voor de taliban.
Sinds de moslimstrijders midden augustus de macht in Afghanistan hebben overgenomen, werkt Rasol als bewaker en patrouilleert hij in de straten van Kaboel. Bovendien werkt hij voor de media-afdeling van de taliban. Het effectiefste wapen van het islamitische emiraat is – in elk geval volgens een invloedrijk deel van de moslimstrijders – niet langer de kalasjnikov of de zelfmoordaanslag, maar de smartphone. Tenslotte heeft minstens 40 procent van de Afghanen toegang tot internet en heeft 90 procent een smartphone. Zo moet de macht van de taliban worden veiliggesteld en het land regeerbaar worden.
‘Je hebt een jihad met wapens en een jihad met woorden. De intellectuele jihad is veel effectiever’
Al jaren is Rasol voor de taliban actief op Facebook, Instagram en Twitter. Zijn accounts zijn al dikwijls geblokkeerd wanneer de platforms tegen zijn propaganda optraden. De islamist klaagt dat het hem duizenden volgers heeft gekost; op Facebook heeft hij er nu een kleine drieduizend. Tegenwoordig kan hij ongehinderd en onder zijn strijdnaam foto’s, YouTubevideo’s en audioberichten verspreiden.
Zijn tweets laten strijders zien die zoetigheid uitdelen en in een buitgemaakte Black Hawk-helikopter vliegen. Of vrouwelijke scholieren, in het zwart gehulde gestalten zonder gezicht die achter tafels met talibanvlaggetjes erop in een klaslokaal zitten. Vaak is Rasol zelf te zien. Nu eens in een tv-studio, dan weer poseert hij met een semiautomatische M4 en tweet: ‘Daar gaan we!’; ernaast een smiley met hartjesogen. Rasol doet de digitale marketing voor de godsstaat en is een van de eerste talibaninfluencers. Ook het geven van interviews aan westerse media is onderdeel van de rebranding waarop de moslimstrijders zich toeleggen.
Rasols gezicht straalt een vreemd soort hardheid uit. Het grootste deel van zijn leven heeft hij niets dan oorlog, dood en ellende meegemaakt. Maar hij straalt ook de ijdelheid van de socialemedianarcist uit. ‘Je hebt een jihad met wapens en een jihad met woorden. De intellectuele jihad is veel effectiever,’ doceert hij. Hij klinkt relaxed, geniet duidelijk van alle aandacht en lijkt gevleid dat journalisten uit de hele wereld met hem willen spreken. Dat verleent de overwinning van de taliban die het Westen zo verraste en die ook zijn persoonlijke overwinning is, nog meer aanzien. Hoe belangrijk zijn werk en dat van andere media-activisten voor deze overwinning is geweest, blijkt pas nu.
Propaganda
‘De taliban van vandaag zijn extreme digital natives, ze zijn gewend de sociale media te gebruiken. Met de islamisten van twintig jaar geleden hebben ze niets meer gemeen,’ zegt onderzoekster Rita Katz, die bij de SITE Intelligence Group online-extremisme analyseert. ‘Binnen negen dagen hebben zeventigduizend talibanstrijders het hele land onder de voet gelopen. Het Westen begreep niet dat het zwaar bewapende, driehonderdduizend man sterke Afghaanse leger vrijwel zonder een schot te lossen capituleerde.’
De taliban hadden hun finale veldtocht nauwkeurig gepland en daarbij vooral ingezet op psychologische oorlogvoering. Volgens een onderzoek van het tijdschrift Wired werden in het jaar voordat de Amerikanen zich terugtrokken en Kaboel zou worden veroverd, zo’n 38.000 online propagandaberichten gepubliceerd. Iedere aanslag, iedere overval, zelfs de kleinste schermutseling werd gebracht als een indicatie van de komende omwenteling.
Via WhatsApp verspreidden de video’s van zegevierende commandanten en vernederde gevangenen zich in razend tempo en duizendvoudig, ook onder hun tegenstanders. Met iedere meter territorium die de taliban innamen, nam de tsunami aan propaganda toe. En dat droeg bij aan het breken van het verzet. Uiteindelijk waren het misschien de tweets en posts van de taliban, meer nog dan kogels, die Kaboel ten val brachten. ‘De echte overwinnaar is degene die niet vecht’ – de extremisten hebben het dogma van de Chinese militaire strateeg Sun Tzu ter harte genomen.
Sinds de machtsovername presenteren de nieuwe machthebbers zich als vergevingsgezinde vredestroepen die voor stabiliteit en orde zorgen. Vóór hun val in 2001 voerden de ‘steentijdislamisten’ nog reeksen openbare terechtstellingen uit en verboden ze muziek en films. De ‘taliban 2.0’ doen zich gematigd voor, voor hun doen althans. Maar online vind je talloze bewijzen van het tegendeel, zoals clips waarin executies en ontvoeringen te zien zijn. Veel Afghanen waren gechoqueerd door de moord op de geliefde cabaretier Khasha Zwan, die op de sociale media zeer populair was en die de strijders op TikTok belachelijk had gemaakt. Hij werd onderweg naar zijn executie gefilmd.
In feite laat Twitter de talibanpropaganda toe, zolang de posts niet tegen de richtlijnen van het netwerk indruisen
Maar intussen hebben we al onze vijanden vergeven, beweert Rasol. ‘We willen niemand intimideren.’ Ze willen juist meer aandacht voor de ‘goede daden’ die ze elke dag doen, en die in het Westen niet in het nieuws komen.
In feite laat Twitter de talibanpropaganda toe, zolang de posts niet tegen de richtlijnen van het netwerk indruisen. Conservatieve politici in de Verenigde Staten klagen dan ook dat Donald Trump op Twitter werd geblokkeerd, terwijl de woordvoerder van de taliban, Suhail Shaheen, met zijn half miljoen volgers wel mocht blijven. Maar dat is voor de techbedrijven niet het enige dilemma. De taliban zijn inmiddels aan de macht en zij maken de dienst uit. Toen Facebook de officiële accounts van de taliban blokkeerde, was daarmee ook een hotline voor geweldslachtoffers niet meer bereikbaar, wat veel kritiek opriep van ontwikkelingswerkers.
Hoe vrij moeten de taliban dus kunnen communiceren? Expert Rita Katz waarschuwt dat ook propaganda die niet tegen de regels van het netwerk ingaat, zich in een cirkelbeweging uitbreidt en een ‘sterker wordende, extreem gevaarlijke en militante globale islamistenbeweging aanwakkert’.
Dat de technologie van zijn aartsvijand hem veel voordeel heeft gebracht, ‘is een groot genoegen’, zegt Rasol. ‘Wij houden ervan als we de wapens van onze vijanden op henzelf kunnen richten.’ Lezen en schrijven leerde hij op de madrassa, de koranschool. Zijn vader was een moedjahied die al tegen de Sovjet-Unie vocht. Rasols grote droom was om voor de taliban te strijden.
Soldij heeft hij in al die jaren nooit gekregen. In de dorpen kregen de strijders altijd gratis eten. Een van zijn broers onderhoudt met zijn winkel de familie, twee andere broers zijn soldaat. Zo gaat dat in veel families. Zijn eerste mobieltje was een antieke Nokia, waarvoor hij zich een beetje schaamde. Tegenwoordig heeft hij een goedkope Samsung. Zijn bundel kost 120 Afghani per maand, omgerekend 1 euro 50.
Kijkt hij naar YouTube of Netflix? Liket hij wat Kim Kardashian en Cristiano Ronaldo op Instagram posten? Verkent hij de kleurrijke, westerse, totaal niet-islamitische wereld van het onlinevermaak? ‘Ik heb zo veel leed en verdriet gezien, zo veel van mijn vrienden de martelaarsdood zien sterven, dat er in mijn leven geen plaats is voor onnozel vermaak,’ zegt Rasol. In zijn vrije tijd luistert hij alleen naar de audioberichten van zijn leiders.
Toekomst
En hoe ziet hij in de toekomst de rol van de vrouw? Hij wil zijn dochters beschermen, ze moeten geen zwaar werk hoeven doen, zegt hij. Hij hoopt dat zijn kinderen zich zullen ontwikkelen tot succesvolle en goede persoonlijkheden. Maar: nooit mogen ze verraders worden en onder invloed van het Westen komen. ‘Mijn kinderen moeten hun land en de islam altijd trouw blijven.’
Zolang de taliban heersen, vormen mannen als Rasol waarschijnlijk de toekomst van het land. Ze zijn al jong ideologisch geïndoctrineerd en kennen enkel oorlog. Nu moeten ze een godsstaat, die laat zien dat ze een regering kan vormen, opbouwen en beschermen. Met name tegen de nieuwe vijand, de concurrerende islamistenbende van ISIS-K. Bij de bomaanslag door deze extremisten tijdens de evacuaties, eind augustus op het vliegveld van Kaboel, stierven meer dan 180 mensen. Bijna dagelijks worden de taliban in de oostelijke provincies aangevallen. Video’s daarvan worden door de IS-terroristen online verspreid; zij gelden al langer als de toonaangevende media-experts onder de extremisten.
In nieuwe vijanden of nieuwe gevechten heeft Rasol geen zin meer. Hij wil vrede. ‘De jihad is voorbij. We hebben geen jihadisten meer nodig. We staan niet toe dat op ons eigen grondgebied oorlog wordt gevoerd tegen ons eigen volk.’ Dan moet hij een eind maken aan het gesprek, want hij wil naar de bruiloft van een vriend die hij al veertien jaar niet meer gezien heeft. Die is onlangs uit de gevangenis bevrijd en kon nu eindelijk trouwen. ‘Een vreugdevolle dag,’ zegt Rasol. Hij glimlacht en verbreekt de verbinding. Een paar uur later is de talibaninfluencer weer terug op het digitale slagveld en schrijft op Twitter: ‘Ik heb met een buitenlandse journalist gesproken over mijn werk op sociale media. Binnenkort zal ik het artikel delen…!’
De voormalige president van de VS, Donald Trump, kondigde woensdag de lancering aan van zijn eigen sociale netwerk, genaamd Truth Social. ‘Een bètaversie voor genodigden wordt in november 2021’ uitgerold, en vervolgens ‘landelijk in het eerste kwartaal van 2022’, aldus Axios.
Censuur door traditionele sociale netwerken was een van Trumps ‘belangrijkste talking points’ geworden, ‘zelfs voordat ze zijn accounts verwijderden’ na de bestorming van het Capitool op 6 januari, aldus de nieuwssite.
‘We willen terugvechten tegen de Big Tech-bedrijven van Silicon Valley die tegenstemmen het zwijgen opleggen’
Volgens het bedrijf achter Truth Social, Trump Media & Technology Group, is het zijn missie ‘een concurrent te creëren voor het liberale mediaconsortium en terug te vechten tegen de Big Tech-bedrijven van Silicon Valley, die hun eenzijdige macht hebben gebruikt om tegenstemmen in Amerika het zwijgen op te leggen’.
Geconfronteerd met een toename van het aantal coronabesmettingen, vooral onder jongeren, draaien de Spaanse autonome regio’s de duimschroeven aan om de heropleving van de epidemie te beteugelen. In Catalonië sluiten uitgaansgelegenheden vanaf vrijdag 9 juli weer voor veertien dagen hun deuren.
Op maandag 5 juli verklaarde de hoofdepidemioloog van het Spaanse ministerie van Volksgezondheid, Fernando Simón, dat het aantal besmettingen onder jongeren 600 gevallen per 100.000 bedraagt – driemaal het nationale gemiddelde van alle leeftijdsgroepen bij elkaar. Als oorzaak wordt vooral gewezen naar de uitbraak tijdens examenreizen op de Balearen van afgelopen maand.
Als reactie hierop beginnen de autonome regio’s, die verantwoordelijk zijn voor de volksgezondheid, maatregelen te nemen om de opmars van de epidemie af te remmen. In Catalonië zullen uitgaansgelegenheden (zoals nachtclubs, bars en karaokebars) vanaf vrijdag 9 juli gedurende minstens twee weken gesloten zijn.
Klap voor de sector
Dit besluit ‘is ontvangen als een klap voor de sector’, die hun activiteiten na een sluiting van anderhalf jaar nog maar nauwelijks had hervat, zo schrijft het conservatieve dagblad ABC. Dit zal echter geen gevolgen hebben voor de festivals die voor die twee weken zijn gepland, aldus El Periódico de Catalunya.
Ook moet iedereen die buitenevenementen met meer dan vijfhonderd mensen bijwoont, een negatieve antigeen- of PCR-test van minder dan twaalf uur oud kunnen overleggen of gevaccineerd zijn. De Catalaanse autonome regering raadt aan om ook in de buitenlucht een mond-neusmaskers te dragen.
Andere autonome regio’s, zoals Castilië en León, overwegen de avondklok opnieuw in te stellen. Intussen is al meer dan 40 procent van de Spaanse bevolking volledig gevaccineerd.
‘Buitenlandse toeristen verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust’
In Barcelona spreekt de liberaal-conservatieve La Vanguardia zich in een redactioneel met de titel ‘De vijfde golf’ bezorgd uit over het Spaanse toerisme in het licht van deze toename van het aantal gevallen: ‘Een groot deel van de reserveringen die voor deze zomer waren gemaakt zijn geannuleerd. Buitenlandse toeristen blijven liever thuis of verkassen naar plaatsen waar het aantal besmettingen minder alarmerend is dan aan de Spaanse kust.’
Commentator Mariano Guindal erkent dat de situatie ‘niet zo belabberd is als tijdens de vorige vier golven’, vooral wat betreft het aantal ziekenhuisopnames en sterfgevallen.
Maar gezien de situatie in de rest van Europa was Spanje gewaarschuwd, stelt hij. ‘Het Verenigd Koninkrijk, dat een van de landen met de hoogste vaccinatiegraad was, is plotseling weer het toneel van de grootste uitbraak van de nieuwe Delta-variant geworden. Ons buurland Portugal, dat als eerste de gevolgen ondervond van het uitblijven van tijdige maatregelen, zag zich genoodzaakt de avondklok weer in te stellen.’
Haïtiaanse president Jovenel Moïse vermoord
Jovenel Moïse, president van Haïti sinds 2017, werd in de nacht van 6 op 7 juli in zijn privéwoning vermoord, maakte de vertrekkende premier Claude Joseph op 7 juli in een verklaring bekend, weergegeven door de Haïtiaanse site Alterpress.
‘Omstreeks één uur ’s nachts (…) heeft een groep niet-geïdentificeerde personen, van wie sommigen Spaans spraken, de privéwoning van de president van de Republiek bestormd en daarbij het staatshoofd dodelijk verwond’, aldus de premier.
‘Haïti ging al gebukt onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’
De politie doodde vier verdachten en arresteerde uren later nog twee anderen, ‘te midden van groeiende chaos in een land dat al gebukt gaat onder bendegeweld en protesten tegen [Moïses] steeds autoritairder bewind’, schrijf Associated Press.
Drie politieagenten die door de vermoedelijke schutters werden gegijzeld, werden woensdag vrijgelaten nadat de politie een huis had omsingeld waar enkele van de verdachten zich schuilhielden, zei Léon Charles, hoofd van de nationale politie van Haïti, aldus het persbureau.
De website van Haïti Press Network meldt dat ‘de gewonde first lady Martine Moïse momenteel wordt behandeld in een ziekenhuis (…)’.
Controversiële president
Het presidentschap van Jovenel Moïse wordt al enkele maanden betwist vanwege zijn autoritaire methoden, met name door een heterogene groep tegenstanders die een ‘voorlopige overgangspresident’ hebben aangesteld. Onlangs kondigde hij aan nieuwe parlementsverkiezingen uit te schrijven. Op maandag 5 juli had hij een nieuwe premier benoemd, Ariel Henry.
Het land wordt al maandenlang geteisterd door extreem geweld van bewapende bendes, met name in sommige wijken van Port-au-Prince, de hoofdstad. Dit ongecontroleerde geweld heeft de kritiek op het staatshoofd, die al bijna twee jaar het doelwit is van spontane of door de oppositie georganiseerde demonstraties, aangewakkerd.
‘Alle maatregelen worden genomen om de continuïteit van de staat te waarborgen en de natie te beschermen’, vervolgde de aftredende regeringsleider in zijn verklaring.
Donald Trump klaagt Twitter, Facebook en Google aan
De voormalige president van de VS, die na de gebeurtenissen op Capitol Hill op 6 januari 2021 van de sociale netwerken werd geweerd, slaat terug en beschuldigt Facebook, Twitter en Google van censuur. Hij zegt dat hij ‘triljoenen’ aan schadevergoeding wil.
NPR ziet het als ‘de nieuwste escalatie in de langlopende vete tussen Trump en de sociale netwerken waar hij voor en tijdens zijn presidentschap gretig gebruik van maakte’. Woensdag kondigde het voormalige staatshoofd vanuit zijn golfbaan in Bedminster, New Jersey, aan dat hij Facebook, Twitter en Google aanklaagde, omdat zij hem en de Republikeinen zouden censureren.
‘Wij eisen een einde aan de schaduwverboden, een einde aan het monddood maken en een einde aan de zwarte lijsten, verbanningen en het cancelen,’ zei de man die door de drie techbedrijven werd geschorst voor berichten die voor, tijdens en na de aanslag van 6 januari op het Capitool in Washington werden geplaatst.
Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media
Donald Trump zegt dat hij een schadevergoeding wil die potentieel kan oplopen tot ‘triljoenen dollars’, al ‘lijkt dit onwaarschijnlijk’, vat The Verge samen.
Volgens CNN doet Trump een ‘laatste wanhoopspoging’ om terug te komen op sociale media. De zakenman ‘heeft een lange geschiedenis van het nemen van gerechtelijke stappen als tactiek om angst aan te jagen zonder daadwerkelijk door te gaan met de rechtszaak.’ Als hij deze keer zou doorzetten, is zijn aanklacht ‘waarschijnlijk bij voorbaat al gedoemd’, aldus CNN.
Zoals Yahoo!opmerkt, beweert Trumps juridische team in de drie aanklachten dat de techreuzen hem door het Eerste Amendement gewaarborgde vrijheid van meningsuiting hebben geschonden. Maar ‘het amendement beschermt tegen overheidscensuur, niet tegen censuur door bedrijven’, verduidelijkt de site. ‘Juristen hebben onmiddellijk kritiek geuit op de aanklachten en voorspeld dat hij weinig kans van slagen heeft in de rechtbank’, bevestigt The Washington Post.
Sectie 230
Ook in het geding is Sectie 230, een wet uit de jaren negentig die webbedrijven extra bescherming biedt. Toen Donald Trump in het Witte Huis zat, probeerde hij deze tevergeefs te hervormen door middel van een presidentieel decreet.
De wet ligt echter zowel van links als van rechts onder vuur, waarbij de Democraten zeggen dat zij de verspreiding van desinformatie mogelijk maakt en de Republikeinen dat zij maatregelen tegen censuur verhindert. In het laatste geval, merkt CNN op, hebben verschillende studies aangetoond dat ‘partijdige stemmen, vooral aan de rechterzijde, op grote schaal gebruikmaken van het platform’.
‘Dat Trump zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd gezien zijn verleden’
The Atlantic spaart de voormalige president niet. ‘Dat hij zich voordoet als verdediger van de vrijheid van meningsuiting is nogal gedurfd’, schrijft het tijdschrift, dat eraan herinnert dat Trump journalisten heeft aangeklaagd voor hun uitlatingen, heeft opgeroepen tot wetgeving om gemakkelijker iemand te kunnen aanklagen voor smaad en heeft geprobeerd de procureur-generaal in te schakelen om achter zijn critici aan te gaan.
De aanklachten zijn zonder twijfel een publiciteitsstunt, schrijft The Atlantic. Hij probeert ‘de aandacht af te leiden van de echte juridische problemen die hij heeft, met de denkbeeldige problemen die hij wil’. Hoewel zijn ban van Twitter en Facebook al dateert van januari, is het niet toevallig dat de aankondiging een week na de aanklacht tegen de Trump Organization in een rechtbank in New York kwam, aldus The Atlantic.
The Washington Post meldt dat de aanklachten, die zijn ingediend in een federale rechtbank in Miami, waarschijnlijk weerklank zullen vinden bij Trump-aanhangers die ervan overtuigd zijn dat de platforms niet genoeg conservatieve stemmen laten horen. Terloops merkt The Wall Street Journal op dat ‘kort na de persconferentie’ de Republikeinse Partij en het Trump-comité de rechtszaken naar voren brachten in hun oproepen om donaties.
In de Aziatische gemeenschap in het Verenigd Koninkrijk is een huidaandoening vaak een bron van schaamte, maar een nieuwe generatie vecht tegen dit stigma. Drie jonge Aziatische Britten over de liefde voor hun ‘imperfecte’ huid. ‘Ik weet nog toen ik het net kreeg, dat de Aziatische gemeenschap dacht dat ik vervloekt was.’
Op Wereld Vitiligo Dag [25 juni] vieren duizenden mensen op sociale media hun huid en hun unieke zelf. Vitiligo is een aandoening waarbij witte vlekken op de huid ontstaan doordat het immuunsysteem de melanocyten, de pigmentproducerende huidcellen, aanvalt. De oorzaken zijn nog onduidelijk en hoewel de aandoening al duizenden jaren voorkomt, rust er vaak een stigma op en vormt ze veelal een bron van schaamte.
‘Vitiligo komt bij ongeveer 1 procent van de algemene bevolking voor en volgens sommige studies ligt het percentage onder Aziaten op 1,5 à 2 procent,’ aldus dermatoloog dr. Adil Sheraz, woordvoerder van de British Skin Foundation. Hij vertelt dat er binnen Aziatische gemeenschappen vaak een stigma aan kleeft. Dikwijls wordt er gedacht dat de huidziekte besmettelijk is en veroorzaakt wordt door slechte eetgewoonten. Dit kan een enorme impact hebben op de geestelijke gezondheid van mensen die eraan lijden: het zorgt voor een hoop leed, depressies en – in zeldzame gevallen – suïcidale gedachten.
‘Het kan iemands culturele identiteit volledig omgooien, zowel wat zelfbeeld betreft als hoe er tegen hen wordt aangekeken,’ aldus Sheraz. Binnen deze context gebruikt een grote groep jonge Aziaten de kracht van sociale media om hun verhalen te delen, de schaamte rondom de aandoening te doorbreken en de schoonheid van hun huid te tonen.
Drie mensen vertellen hier hun verhaal en steken lotgenoten een hart onder de riem.
@thevitiligoman
Toen vitiligo zich bij Shankar Jalota op vijftienjarige leeftijd aankondigde, had hij geen idee dat het een huidziekte was. ‘Ik ontdekte een witte vlek op mijn borst en een piepklein wit plekje onder mijn linkeroog,’ herinnert hij zich. ‘Ik dacht serieus dat ik mezelf niet goed waste en probeerde het door hard schrobben weg te krijgen.’ Zelfs toen de vlekken niet verdwenen maar juist groter en opvallender werden, dacht hij ‘dat het door de puberteit kwam’. Het was zijn oma die hem aanspoorde om ernaar te laten kijken. ‘Ik liep een keer zonder shirt rond toen ze bij ons op bezoek was. Ze zag het meteen. Ik weet nog dat ze erg bezorgd keek. Ik wuifde het weg, maar mijn oma drukte me op het hart zo snel mogelijk naar de dokter te gaan, alsof ze zoiets vaker had gezien.’
De Londenaar, inmiddels 26 jaar, is vooral bekend als @thevitiligoman op Instagram, waar hij foto’s en inspirerende quotes deelt en regelmatig filmpjes op IGTV plaatst. En waar hij in het verleden zijn stemming liet bepalen door wat anderen over hem dachten, is zijn mantra nu: Maak van ‘anders zijn’ je kracht. ‘Ik weet nog toen ik het net kreeg, dat de Aziatische gemeenschap dacht dat ik vervloekt was,’ vertelt Jalota. ‘Als puber is dat best een enge gedachte, waar ik zelf ook even in geloofde. Mensen waren heel vrijpostig en bestookten me continu met vragen. En ik moest water uit een koperen beker drinken, zo werd me verteld, dan zou het vanzelf weggaan,’ vervolgt hij. ‘Maar uiteindelijk blijkt de vloek een zegen die me in staat stelt anderen te helpen en iets te betekenen voor de gemeenschap.’ Zijn boodschap aan de wereld: ‘Laat vitiligo je niet onderuithalen maar juist sterker maken!’
Ik moest water uit een koperen beker drinken, zo werd me verteld, dan zou het vanzelf weggaan
Angela Selvarajah
Angela Selvarajah, 33, is zelfbenoemd ‘vitiligo-activist’ en model. Ze groeide op in een Sri Lankaans gezin en had al op jonge leeftijd last van eczeem en psoriasis, die regelmatig opvlamden, vooral in haar nek en op haar hoofd. Ze herinnert zich haar eerste kennismaking met vitiligo nog goed: ‘Ik had heel lang, dik haar dat mijn moeder vaak inwreef met olie. Toen ik veertien was, zag ze tijdens het vlechten een witte plek in mijn nek waar de psoriasis juist aan het verdwijnen was. We ontdekten dat er overal waar de eczeem en psoriasis genas, witte vlekken verschenen.’
Door de vitiligo voelde Selvarajah zich erg geïsoleerd. Ze werd aangestaard en mensen bewaarden afstand, alsof ze besmettelijk was. ‘Ik had het gevoel dat als ik ook maar even vergat dat ik het had, er altijd wel iemand was die me eraan herinnerde,’ vertelt ze. ‘Mensen zeiden dingen als: “Zit je hele lichaam ermee onder?” “Doe je er wel iets aan?” “Straks word je helemaal wit!” En bijna iedereen zegt: “Heb je dit en dit al eens geprobeerd?” Om doodmoe van te worden,’ verzucht ze. ‘De allerergste opmerking was nog wel: “Och arm ding, wat ben je toch flink.” Ik vond het nogal neerbuigend. Het was niet alsof ik een keuze had.’ Haar advies aan lotgenoten is: ‘Voel je vrij en zelfverzekerd. Wees jezelf! We zijn uniek en je bent perfect zoals je bent!’
@a.patchy.indian
Bij Kips Bhogal openbaarde de aandoening zich toen hij tien was. Bhogal, inmiddels 35 en parttime vitiligo-model, zet zich in voor meer bewustwording en zichtbaarheid van mensen met vitiligo. ‘Er rust een enorm stigma op, niet alleen binnen de Aziatische gemeenschap.’ Hij wijt het aan gebrekkige kennis en gebrekkig onderwijs over ‘er anders uitzien.’ ‘Als er meteen al op de lagere school aandacht aan wordt besteed, dan vermindert het stigma, niet alleen op vitiligo maar ook op andere aandoeningen en verschillen.’ Bhogal merkt dat mensen hem soms geen hand willen geven en hij voelt hun borende blik als ze zijn huid voor het eerst zien. ‘Kinderen zijn altijd nieuwsgierig of bang, en ze vragen: “Waarom heeft die man zo’n rare huid?” Terwijl volwassenen, als ze niet weten wat vitiligo is, vragen of het brandplekken zijn of dat ik huidkanker heb.’
Bhogal, die op Instagram post onder de naam @a.patchy.indian, gelooft dat sociale media een krachtig platform kunnen zijn om stereotypen en stigma’s te doorbreken. ‘Ik geloof echt dat iedereen mooi is,’ zegt hij. ‘We worden iedere dag doodgegooid met beelden van halfnaakte modellen en celebs op covers, hun toch al mooie gezichten en ranke lichamen ge-airbrushed om elke “imperfectie” weg te werken. We kijken in de spiegel en gaan onszelf vergelijken en al snel slaat zelfliefde om in zelfhaat. Hoe kunnen we aan zulke onmogelijke normen voldoen?
En toch blijven we ermee doorgaan. Want wie wil er niet knap zijn, toch? Eerst begin je kleine dingen te veranderen: je kapsel, de vorm van je neus of de sproeten op je wangen, maar alles bij elkaar opgeteld creëren al die kleine ingrepen (die soms overgaan in grote ingrepen) een heel nieuw personage. Na een tijdje herken je de persoon in de spiegel niet eens meer.’ Maar het gaat niet zozeer om je spiegelbeeld, benadrukt hij, het gaat om wat je uitstraalt. Je imperfecties maken je uniek. ‘Als je Aziatisch bent en vitiligo hebt, stop er dan mee je te verbergen en laat de wereld zien hoe mooi je imperfecties zijn,’ zegt hij. ‘Binnen de Aziatische gemeenschap moeten we meer naar buiten treden en ons positief uitspreken.’
De Brazilian butt lift (BBL) is de snelst in populariteit groeiende cosmetische ingreep ter wereld, ondanks het toenemende aantal sterfgevallen als gevolg ervan. Waarom zijn zoveel vrouwen bereid het risico te nemen?
Het best gelezen stuk van 2021
Dit artikel over de gevaarlijke billiftingreep die razend populair is onder vrouwen, sprak de 360-lezers in 2021 bijzonder tot de verbeelding. Het was verreweg het meest gelezen artikel dat we publiceerden en stond op de shortlist van best gelezen artikelen op Blendle. En terecht. Niet alleen belicht de auteur de gevaren van de genoemde ingreep, ook wordt blootgelegd welke onderliggende, stereotyperende en vrouwonvriendelijke invloeden een rol spelen.
De missie was simpel: Melissa wilde de perfecte billen. Die leken in haar gedachten op een vlezige, rijpe perzik, zoals de emoji. Ze was al op de helft. In 2018 had ze een Brazilian butt lift gehad, ook wel BBL genoemd, een chirurgische ingreep waarbij vet uit verschillende delen van het lichaam wordt verwijderd om in de billen te worden geïnjecteerd. Melissa’s billen waren al ronder en voller dan voorheen, en ze was verrukt over het effect, over hoe ze zich voelde en hoe ze eruitzag. Maar het kon beter. Het kan altijd beter.
Onlangs bezocht Melissa de Britse plastisch chirurg Lucy Glancey voor een consult. Glancey had Melissa’s eerste BBL verricht in haar kliniek op de grens tussen Essex en Suffolk, een reeks kamers met glanzende witte kasten, een passpiegel en lades gevuld met spuiten. Terwijl ze Melissa‘s komst afwacht, laat Glancey me een foto zien van Melissa op het strand in Dubai, waarop ze gekleed in een bikini met palmprint in een uitdagende hurkzit poseert – armen, borsten, dijen en billen allemaal gerangschikt voor een optimaal effect. ‘Kijk eens hoe goed ze eruitziet,’ zegt Glancey, terwijl ze Melissa en haar eigen werk bewondert. ‘Ik zei tegen haar: ik zie niet wat we er verder nog aan kunnen doen.’
Als Melissa de kamer binnenkomt, lijkt ze niet bepaald op haar digitale zelf. Maar ja, wie wel? Ze heeft Dubai-luxe ingeruild voor Suffolk-casual: een blauwe spijkerbroek en roze trui. Na een korte praatje vraagt Glancey – donkerblauw shirt, koraalkleurige teennagels – Melissa om haar kleren uit te trekken. Arts en patiënt nemen samen plaats voor de spiegel en bestuderen wat ze zien.
‘Oké,’ zegt Glancey. ‘Welke kant heeft jouw voorkeur?’
‘Deze,’ zegt Melissa, wijzend op haar linkerflank.
Glancey maakt een ronde langs Melissa’s lichaam en bestudeert de contouren met beklemmende openhartigheid.
‘Je bent hier een beetje aangekomen,’ zegt ze, wijzend op Melissa’s middenrif.
‘Maar hier,’ zegt Melissa, terwijl ze op een kuiltje in haar rechterbil drukt, een fout die ze tijdens een vakantie had opgemerkt. ‘Zie je?’
Zoals iedereen die zijn eigen lichaam inspecteert, ziet Melissa dingen die niemand anders ziet
Zoals iedereen die zijn eigen lichaam inspecteert, ziet Melissa dingen die niemand anders ziet. Ze ziet niet alleen de huidige vorm in de spiegel, maar verschillende versies: haar vroegere lichaam, haar ideale lichaam, haar digitale lichaam. In haar tienerjaren, bijna tien jaar geleden, toen Cara Delevingnes ‘tigh gap’ een eigen Twitter-account had, wilde Melissa mager en plat zijn, net als iedereen. Toen veranderde de mode. Melissa, die wit is, legt uit waarom ze haar eerste BBL nam: ze wilde haar spijkerbroek opvullen en zo het soort mannen aantrekken waar ze op viel. ‘Ik voel me aangetrokken tot zwarte mannen en mannen van gemengd ras, en die houden van vrouwen met rondingen,’ vertelt ze me.
Aan de operatie, waarvan de kosten kunnen oplopen tot 8000 pond (ruim 9000 euro), verdient ze ook wat. Melissa werkt in een sportschool, maar ze verdient bij met het etaleren van kleding op Instagram. ‘Als je kijkt naar wat de meeste aandacht en likes krijgt, zijn het altijd meisjes met zulke vormen,’ zegt ze.
Melissa’s digitale lichaam, gegenereerd door de fotobewerkingsapp Facetune, fungeert als een soort blauwdruk voor haar toekomstige fysieke lichaam. Ze vertelde me dat haar vrienden hun foto’s voor datingapps soms zo bewerken dat ze niemand meer in het echt kunnen ontmoeten, omdat de versie waarmee ze zich hebben geadverteerd te ver afstaat van de realiteit. ‘Als je een BBL hebt gehad, heb je je lichaam eigenlijk in het echte leven al bewerkt,’ zegt Melissa. ‘Dus dan hoef je je foto’s niet meer te bewerken.’
Concept
Tien jaar geleden voerde Glancey zelden BBL’s uit. Nu doet ze er zo’n twee tot drie per week en krijgt ze wekelijks ongeveer dertig verzoeken. Sinds 2015 is het aantal billifts dat wereldwijd wordt uitgevoerd met 77,6 procent toegenomen, volgens recent onderzoek van de International Society of Aesthetic Plastic Surgery. Het is de snelst in populariteit groeiende cosmetische ingreep ter wereld. Wanneer Glancey door Instagram scrolt, ziet ze ze overal: strandbalbillen die het beroemdste achterste ter wereld nabootsen, een achterste dat zo nauwkeurig wordt bestudeerd, nagebootst, uitgebaat dat het niet langer aanvoelt als een lichaamsdeel, maar eerder als het concept van een start-up die naar de beurs is gegaan (en me om dit artikel vast zal aanklagen). De populariteit van de BBL, vertelt Glancey me, is te danken aan één vrouw: ‘Haar impact,’ zegt ze over Kim Kardashian West, ‘is vooral te danken haar lichaam.’
Dokter Mark Mofid, een vooraanstaande Amerikaanse BBL-chirurg, noemt daarnaast de invloed van Jennifer Lopez en Nicki Minaj plus een overvloed aan beelden op sociale media die ‘de schoonheid van vrouwelijke rondingen echt op de kaart zetten’. Maar het bemachtigen van die schoonheid kan riskant zijn. In 2017 publiceerde Mofid een rapport in het Aesthetic Surgery Journal waaruit bleek dat 3 procent van de 692 chirurgen die hij had ondervraagd had meegemaakt dat een patiënt overleed na het uitvoeren van de operatie. In totaal resulteerde een op de drieduizend BBL’s in de dood, waarmee het de gevaarlijkste cosmetische ingreep ter wereld is.
In Zuid-Florida alleen zijn er de afgelopen jaren al vijftien vrouwen overleden aan een BBL
De afgelopen drie jaar zijn drie Britse vrouwen – Abimbola Ajoke Bamgbose, Leah Cambridge en Melissa Kerr – overleden als gevolg van complicaties van BBL’s in Turkije, de meest populaire bestemming voor Britse patiënten die op zoek zijn naar goedkopere plastische chirurgie. En dan zijn er nog Joselyn Cano in Colombia, Gia Romualdo-Rodriguez, Heather Meadows, Ranika Hall en Danea Plasencia in Miami… Volgens lokale gegevens zijn de afgelopen jaren alleen al in Zuid-Florida vijftien vrouwen overleden aan een BBL.
Melissa kende de risico’s. Toen ze in 2018 haar eerste BBL deed, was het toevallig de week van Leah Cambridge’s dood. Datzelfde jaar adviseerde de British Association of Aesthetic and Plastic Surgery Britse chirurgen om de operatie helemaal niet meer uit te voeren. Omdat het geen regelgevende instantie is, kon het geen verbod afdwingen. Sommige chirurgen stopten vrijwillig. Maar Melissa voelde zich veiliger omdat ze de operatie in het VK deed. Ze vertrouwde Glancey en tenslotte had ze het proces al eerder meegemaakt – ze wist wat haar te wachten stond. Ze zou een paar weken vrij moeten nemen om te herstellen, maar het zou het waard zijn. Binnenkort zouden er geen asymmetrieën , geen inkepingen, geen gebreken meer zijn; ze zou het gefacetunede achterste hebben gerealiseerd. Een verbeterd lichaam. Perfectie.
De perfecte onderkant heeft ook een perfecte hoek: 45 graden vanaf de basis van de wervelkolom tot de bovenkant van de billen
De mode houdt aan, de perfecte kont is strak en bol, alsof er een bal onder de huid zit. ‘Sticky-outy’ placht Glancey te zeggen. In combinatie met de perfecte borsten veranderen perfecte billen het lichaam in een S-vorm. ‘Het klassieke zandloperfiguur,’ zegt Melissa. ‘Dat is wat je wilt.’
De perfecte onderkant heeft ook een perfecte hoek: 45 graden vanaf de basis van de wervelkolom tot de bovenkant van de billen. In die zin zijn de perfecte billen eigenlijk het resultaat van de perfecte ruggengraat, het soort dat van nature uitsteekt aan de basis. Volgens een artikel van een groep evolutiepsychologen, in 2015 gepubliceerd in het tijdschrift Evolution and Human Behavior, duidde ‘lumbale kromming’ – of lordose – blijkbaar op het vermogen van een vrouw om kinderen te baren, wat haar aantrekkelijk maakt als partner. Zoals de auteurs het voorzichtig uitdrukken: ‘Mannen geven de voorkeur aan vrouwen die signalen vertoonden van een wervelkolom die dichter bij het optimale ligt.’
Voor degenen die niet de optimale wervelkolom hebben, zijn er verschillende opties. In de achttiende eeuw zou je in een korset zijn gestoken; even later is dat een buste. Nu kun je een gewatteerde slip kopen of zelf opvullingen maken. (Toen een van Glanceys patiënten zich onlangs in haar kliniek uitkleedde, vielen uit haar broek twee proppen opgerolde stof.) Je kunt implantaten krijgen of vulmiddel injecteren. Of je kunt een BBL nemen, waarmee je twee vliegen in één klap hebt: het vet verdwijnt op plaatsen waar je het niet wilt en wordt geplaatst op plaatsen waar je het wel wilt. De BBL neemt, net als Robin Hood, van de rijken – de blubberbuik – en geeft aan de armen: de platte, benige billen.
BBL komt uit Brazilië, de geboorteplaats van plastische chirurgie én de mythe van de van nature ‘sticky’ billen, zoals te zien is op talloze afbeeldingen van toeristenbureaus van in bikini geklede vrouwen op het strand van Copacabana. ‘In de ogen van de rest van de wereld zijn Brazilianen geobsedeerd door billen,’ zegt antropoloog Alvaro Jarrin, auteur van The Biopolitics of Beauty, waarin hij de cultuur van cosmetische chirurgie in Brazilië onderzoekt. In werkelijkheid heeft niet elke Braziliaanse vrouw de geïdealiseerde Braziliaanse billen. Evenmin, voegt Jarrin eraan toe, wil elke Braziliaanse vrouw ze. Bij het onderzoek voor zijn boek ontdekte hij dat de populariteit van de BBL afhing van de klasse en het ras van de vrouwen met wie hij sprak. Als ze rijk en wit waren, zeiden ze: ‘Ik wil niet het lichaam van een mulatta [een vaak denigrerende term die gebruikt wordt voor iemand die zowel Afrikaanse als Europese voorouders heeft], ik wil het lichaam van een Europees supermodel.’
De operatie zelf werd ontwikkeld door de Braziliaanse arts Ivo Pitanguy. In een land dat rijk is aan plastisch chirurgen, stond Pitanguy bekend als ‘de paus’. Hij voerde een verscheidenheid aan ingrepen uit en het gerucht ging dat hij beroemdheden als Frank Sinatra tot Sophia Loren had opgepimpt en armere patiënten een gesubsidieerde behandeling aanbood in zijn kliniek in Rio. Schoonheid, gelooft Pitanguy, is een mensenrecht, hoewel hij erkent dat het nastreven ervan een lastig proces kan zijn. ‘Het belangrijkste is een goed ego’, is een van zijn veelgeciteerde uitspraken. ‘Dan heb je geen operatie meer nodig.’
Een mooi principe, maar niet het principe dat hem genoeg geld opleverde om een privé-eiland, Ilha dos Porcos Grande, of Big Pigs Island, voor de kust van Rio te kopen.
In 1960 richtte Pitanguy ’s werelds eerste academie voor plastische chirurgie op en leerde hij zijn technieken aan een nieuwe generatie chirurgen. ‘Hij had de gave om kennis te delen,’ vertelt Marcelo Daher, een vooraanstaand plastisch chirurg uit Rio die door Pitanguy werd onderwezen. ‘En zijn studenten verspreidden zich over de hele wereld.’
Terwijl chirurgen de kunst van de BBL leerden, verspreidde de trend zich geleidelijk naar het noorden. ‘BBL bereikte langzaam het zuidelijk deel van Noord-Amerika,’ zegt Mark Mofid, die in San Diego, in het zuiden van Californië, al twintig jaar BBL’s uitvoert. Een van Pitanguy’s pupillen was een andere Braziliaan, Raul Gonzalez, die nu internationaal toonaangevend expert is op het gebied van billenvergroting. Hij trainde op zijn beurt Glancey, die naar São Paulo reisde om ervaring op te doen. ‘Dat moet minstens zeventien jaar geleden zijn geweest,’ zegt Glancey. ‘Hij was de beste.’ Ze herinnert zich hoe destijds in Brazilië de billift ‘normaal was, terwijl niemand hier ervan had gehoord’.
Braziliaanse chirurgen staan ‘wereldwijd bekend om het ontwikkelen van nieuwe technieken omdat ze lage-inkomenslichamen hebben om op te oefenen’
Brazilië blijft het wereldwijde epicentrum van cosmetische chirurgie, deels vanwege Pitanguys nalatenschap: het volksgezondheidssysteem biedt nog altijd goedkope of gratis cosmetische ingrepen aan. En doordat het geen luxeartikel is, is cosmetische chirurgie doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking. Die toegankelijkheid heeft een donkere kant – Braziliaanse chirurgen staan ‘wereldwijd bekend om het ontwikkelen van nieuwe technieken’, vertelt antropoloog Alvaro Jarrin, omdat ‘ze lage-inkomenslichamen hebben om op te oefenen’.
In het VK daarentegen vindt puur cosmetische chirurgie alleen in privéklinieken plaats. De kliniek van Glancey bevindt zich op een verdieping boven een huisartsenpraktijk van de NHS. Er komen dus twee heel verschillende groepen patiënten: degenen die betalen, en degenen die dat niet doen. De patiënten van Glancey zijn consumenten: ze willen iets, en als het mogelijk en veilig is, verkoopt ze het hen. Toch blijft Glancey hen hardnekkig patiënten noemen in plaats van cliënten. ‘Ja, het is vrijwillig,’ zegt ze een beetje fel. ‘Maar het is nog altijd medisch, het is nog altijd een operatie.’
Essentiële statistieken
In een pauze tussen twee patiënten in scrolt Glancey door Instagramberichten van potentiële patiënten. ‘Kijk,’ zegt ze, terwijl de feed met berichten zichzelf eindeloos bijwerkt. ‘Dit is slechts de afgelopen 24 uur!’ Elke post bevat foto’s die vrouwen van zichzelf maakten in ondergoed. Glancey moet zien waar ze mee te maken heeft voordat ze zelfs maar instemt met een consult; door simpelweg naar een lichaam te kijken kan ze zien hoe succesvol een operatie kan zijn, of hoe onrealistisch de verlangens zijn.
Ze heeft ook essentiële statistieken nodig: leeftijd, gewicht, lengte, body mass index (BMI). ‘Als het boven de 30 is [wat duidt op klinische zwaarlijvigheid], opereer ik niet, dan vertel ik ze gewoon dat ze moeten afvallen,’ zegt ze botweg. ‘Het is liposuctie, het is geen remedie voor zwaarlijvigheid.’ Ze laat me een foto zien van een zwarte vrouw die haar lichaam wilde veranderen in een ‘een achtje’. Glancey schudt haar hoofd: los van het overgewicht zou het fysiek onmogelijk zijn een 8 te bereiken in combinatie met het zandloperideaal. ‘Je hoeft geen expert te zijn om haar te vertellen wat ik haar heb verteld,’ zegt Glancey: een ferme, standvastige ‘Nee’.
Niet iedereen kan het kardashiaanse lichaam bereiken. Zoals voor een groot deel van het oeuvre van Kardashian West geldt, kent ook haar achterwerk zijn controverses, niet in de laatste plaats omdat het een geïdealiseerde versie van het achterwerk van een zwarte vrouw lijkt na te bootsen. Kardashian West, die van Armeense afkomst is en altijd heeft ontkend een biloperatie te hebben ondergaan, is lang beschuldigd van ‘blackfishing’ – het nabootsen en toe-eigenen van de zwarte cultuur om haar merk te versterken. ‘Het is volledig geconstrueerd, een soort fictie,’ stelt Alisha Gaines, professor Engels aan de Florida State University en auteur van Black for a Day: White Fantasies of Race and Empathy. ‘Ze heeft een imperium opgebouwd door zich zwartheid toe te eigenen en het aan alle soorten mensen te verkopen, inclusief zwarte mensen.’
Esthetische chirurgie is altijd onafscheidelijk verbonden geweest met rasssenpolitiek. Gaines traceert de fetisjering van zwarte vrouwenbillen tot de erfenis van slavernij en kolonialisme, en meer specifiek tot het geval van Saartjie Baartman, een Zuid-Afrikaanse vrouw die in 1810 door een Britse arts naar Londen werd gebracht en in Piccadilly tentoongesteld als de ‘Hottentot Venus’. Menigten betaalden om haar lichaam te onderzoeken, en in het bijzonder haar billen. (Toen Kardashian West in 2014 voor het tijdschrift Paperposeerde met een champagneglas op haar billen, vergeleken sommige verontruste lezers het beeld met foto’s van Baartman die werden gebruikt om reclame te maken voor haar ‘verworvenheden’.)
In Brazilië ontstond de cultuur van cosmetische chirurgie uit de geschiedenis van de eugenetica van het land. Dokter Renato Kehl, die in 1918 de Eugenics Society of São Paulo oprichtte, sprak zijn steun voor chirurgie uit in zijn boek The Cure of Ugliness. Zijn doel was simpel: de Braziliaanse bevolking ‘perfectioneren’ door ‘het uit laten sterven van de zwarte en in het regenwoud wonende rassen’. ‘Verfraaiing’, schrijft antropoloog Alvaro Jarrin, ‘was ondubbelzinnig geassocieerd met een bleke huid.’
Vanwege de imitatie van een zwart in plaats van wit fysiek kenmerk, lijkt de BBL misschien een andere kant op te gaan. (Melissa vertelt me dat een zwarte vriendin na haar eerste BBL zei hoe zeldzaam het voor een wit meisje is om een echte kont te hebben. ‘En ik dacht: “Ja, zeker zeldzaam,”’ zegt ze tevreden. ‘En toch komt het voor.’) Maar het streven, stelt Gaines, is een nieuw soort symbolische zwarte esthetiek, mét behoud van het maatschappelijke voorrecht om wit te zijn.
‘Ik denk dat Kim Kardashian heel goed weet dat mensen dol zijn op zwarte cultuur en zwartheid, maar niet per se op zwarte mensen’
‘Ik denk dat Kim Kardashian heel goed weet dat mensen dol zijn op zwarte cultuur en zwartheid, maar niet per se op zwarte mensen,’ voegt ze eraan toe. ‘Deze trend maakt deel uit van een lange geschiedenis van witte mensen die stukjes zwarte cultuur pakken, zonder te hoeven leven met zwart zijn, of een zwart leven te hoeven leiden.’
Glancey vertelt me dat ongeveer de helft van de verzoeken voor BBL’s die ze ontvangt afkomstig is van zwarte vrouwen. ‘Ze voelen zich lelijk als ze die ruggengraat niet hebben,’ legt ze uit. Het is verbijsterend om de keten van culturele toe-eigening te volgen die ons op dit punt heeft gebracht.De geïdealiseerde Braziliaanse billen, die sommige rijke witte Braziliaanse vrouwen minachten vanwege de stereotiepe associaties met vrouwen van gemengde afkomst, zijn de ideale vorm geworden voor bepaalde witte vrouwen in de VS en Europa, die op hun beurt een lichaamsvorm nabootsen die is geconstrueerd en gepopulariseerd door een Armeens-Amerikaanse vrouw, die er vaak van wordt beschuldigd zich een zwarte esthetiek toe te eigenen, die sommige zwarte vrouwen zich vervolgens gedwongen voelen te kopiëren, omdat ze niet over de geïdealiseerde lichaamsvorm beschikken waarvan ze vinden dat ze die van nature zouden moeten hebben.
‘Je steelt een versie van wat het lichaam van een zwarte vrouw zou moeten zijn, verpakt het opnieuw, verkoopt het aan de massa, en wat dan, als ik zwart ben en ik er niet zo uitzie? Dat is een lastige,’ vat Gaines samen. Glancey vertelde de vrouw die een 8’tje wilde dat zelfs als al haar vet werd weggezogen, ze met enorme overtollige huidplooien zou blijven zitten.
Uiteindelijk stopte de vrouw met berichten sturen. De kloof was simpelweg te groot: niet alleen tussen ideaalbeeld en werkelijkheid, maar ook tussen ideaal en mogelijkheid – de wens om eruit te zien als iets wat niet alleen een verbeterde versie van jezelf is, of een geïdealiseerde versie van iemand anders, maar zich buiten het bereik der menselijke vormen bevond: de vorm van een cijfertje.
Soms willen patiënten ingebeeld vet verwijderen op plaatsen waar nauwelijks iets zit behalve botten, spieren en huid
Vlakvoor Melissa’s tweede afspraak met Glancey, een paar weken na de eerste, ontmoeten we elkaar in een lokale pub, waar ze me vertelt dat ze een nieuw plan heeft voor haar operatie. Naast het verwijderen van vet uit haar buik, wil ze dat Glancey ook vet onder haar kin en bovenarmen wegneemt om te verplaatsen naar haar billen.
Tijdens de afspraak later op de middag moet Glancey even nagaan of dit mogelijk is. Soms willen patiënten ingebeeld vet verwijderen op plaatsen waar nauwelijks iets zit behalve botten, spieren en huid.
Weer voor de passpiegel knijpt Glancey in het vlees rond Melissa’ biceps. ‘Dat gaat wel lukken,’ zegt ze opgewekt, met de blik van een dokter die een eindeloze rij patiënten in de wacht heeft staan.
Dan kijkt ze naar Melissa’s kin. ‘Wat staat je hieraan tegen?’
Melissa trekt een gezicht alsof ze wil zeggen: wat staat me er niet aan tegen.
’Nou ja, gewoon, waarom zit dit hier? Waarom is dit allemaal zo?’ zegt Melissa, wijzend op een klein vetkussen onder haar kaaklijn (dat Glancey beschrijft als ‘een klein beetje natuurlijke vulling’).
Geen postoperatief geschil
Glancey zegt dat ze het vet handmatig zou moeten verwijderen met een injectiespuit, en er waarschijnlijk niet meer dan 20 kubieke centimeter uit zou kunnen halen. Ze herinnert Melissa eraan dat ze na de operatie een compressieverband onder haar kin moet dragen en haar buik en billen moet bedekken om genezing te bevorderen.
Herstel van een BBL is pijnlijk. Melissa vertelt me dat ze in de weken direct na haar eerste BBL niet veel ongemak in haar billen voelde, omdat dat werd opgevangen door het nieuwe vet, maar dat de gebieden waar ze liposuctie had gehad zo gevoelig waren dat wanneer iemand langs haar schuurde, zelfs nog enkele weken na de operatie, ze het uitschreeuwde van de pijn.
Voor de operatie zelf, die gepland is over een paar weken, zou Glancey haar gebruikelijke proces volgen. Eerst markeert ze de patiënt met een stift – zwarte inkt voor waar ze vet verwijdert, rood voor waar het weer naar binnen gaat. Ze doet dit samen met de patiënt en maakt foto’s, zodat er geen postoperatief geschil ontstaat over de afspraken. Vervolgens wordt de patiënt onder narcose gebracht en wordt een zoutoplossing met plaatselijke verdoving en adrenaline door het lichaam gepompt om de bloedvaten te helpen krimpen, de bloeding onder controle te houden en een ‘bevochtigend’ effect te creëren, zodat het vet gemakkelijker kan worden verwijderd. Zonder dit mengsel, legt Glancey uit, zou liposuctie op hetzelfde neerkomen als aangekoekt voedsel van een bord proberen te schrapen zonder water.
Glancey maakt vervolgens een kleine incisie en brengt een stompe canule aan onder de huid om het vet mee te ‘oogsten’. Nadat het vet uit het lichaam is gezogen gaat het door een plastic buis naar een gesloten vat, waar het wordt schoongewassen van bloed en verdovingsstoffen. Eenmaal verwijderd, overleeft het vet slechts een uur of twee. Het is nog steeds ‘levend’ – vet wordt vaak omschreven als een ‘endocrien orgaan’ vanwege het vermogen om hormonen af te scheiden – en kan voor je ogen van kleur veranderen. Het begint een beetje gelig of, als er bloed bij zit, oranje, en wordt dan geleidelijk aan bruin. (‘Niet best,’ volgens Glancey.)
Voor de grootste overlevingskans in het lichaam, moet het vet snel in de billen worden ingebracht, wederom met behulp van een stompe canule, en daarbij een pomp die met de voet wordt bediend. Hier verandert de chirurg in een soort combinatie van een blinde beeldhouwer en zo’n muzikant die meerdere instrumenten tegelijkertijd kan bespelen door ze aan verschillende delen van het lichaam vast te binden. Terwijl de voet het tempo regelt waarmee het vet weer in het lichaam wordt geplaatst, stuurt Glanceys rechterhand de canule en streelt ze met haar linkerhand – die ze de ‘ziende hand’ noemt – over het oppervlak van de huid om te voelen waar het vet terecht moet komen. ‘Het is geen open wond’, zegt ze. ‘Je kunt niets zien.’
Ze pompt de canule herhaaldelijk naar voren en naar achteren, als een bijzonder intensieve handstofzuigersessie
In een reeks video’s die Glancey me stuurde waarin ze de procedure uitvoert, valt me de enorme kracht op die ervoor nodig was. Ze pompt de canule herhaaldelijk naar voren en naar achteren, als een bijzonder intensieve handstofzuigersessie. Een operatie kan tussen de drie en zes uur duren en deze stuwende beweging is nodig bij zowel het verwijderen als het inbrengen van vet. Tegen het einde is Glancey vaak uitgeput. Het lichaam van de patiënt lijkt ondertussen, zoals elk verdoofd lichaam dat een zware operatie ondergaat, op een levenloze plak vlees, die Glancey behandelt met die vreemde chirurgische combinatie tussen tederheid en kracht.
Een patiënt moet weken wachten voordat ze weet hoe haar billen er uiteindelijk uit zullen zien. Het vet heeft tijd nodig om te bezinken, en Glancey herinnert haar patiënten er steeds aan dat in het gunstigste geval slechts ongeveer 50 procent van het vet blijft zitten. De rest wordt door het lichaam opgenomen en via het lymfestelsel uitgestoten. Om de hoeveelheid vet die in het lichaam overleeft te optimaliseren, is de vaardigheid van een chirurg vereist. Glancey vergelijkt het met het aanleggen van een tuin: je kunt planten niet te dicht bij elkaar zetten, ze hebben ruimte nodig om te gedijen. ‘Als ik dit tegen patiënten zeg, zeggen ze gewoon dat ik er meer in moet stoppen,’ zegt ze. ‘En dan zeg ik, tja, zo werkt het dus niet.’
Glancey houdt zich aan de Britse richtlijnen en beperkt de hoeveelheid die ze inbrengt tot 300 cc per bil, iets minder dan een blikje cola. Ze legt haar patiënten uit dat de ingreep meer dan één operatie behoeft, een beetje per keer.
In Turkije – de populairste bestemming voor cosmetische-chirurgiepatiënten die binnen Europa de grens over gaan, en na Thailand en Mexico de derde populairste ter wereld – zijn de richtlijnen minder conservatief. Sommige chirurgen adverteren op sociale media openlijk dat ze meer dan 1000 cc in de billen van een patiënt zullen stoppen. Glancey ontvangt regelmatig patiënten die vanuit Turkije zijn teruggekeerd en niet tevreden zijn met de resultaten, vaak omdat een aanzienlijke hoeveelheid vet is afgestorven zodat hun achterste scheef is of misvormd.
Het risico bij het uitvoeren van een BBL is niet alleen de hoeveelheid vet die wordt ingebracht, maar ook hoe het gebeurt. (En of het überhaupt vet is dat wordt ingebracht: een aantal recente sterfgevallen door bilvergroting was veroorzaakt doordat de patiënt was geïnjecteerd met siliconen.) Het precairste moment tijdens de operatie is wanneer de canule in de bil wordt ingebracht. Deze gaat onder de huid, maar moet boven de bilspier blijven. Als hij te ver naar beneden gaat en er vet in de bloedbaan terecht komt, kunnen vetdruppels samenvloeien, door het bloed worden meegevoerd en een longembolie veroorzaken: een bloedstolsel in de longen – de doodsoorzaak in het geval van de Britse Leah Cambridge, die in 2018 een BBL onderging in een privékliniek in Izmir.
Op haar telefoon laat Melissa me foto’s zien van vrouwen op Instagram waarvan ze weet dat ze BBL’s hebben gehad in Turkse klinieken, en wijst ze me als een kunsthandelaar die namaak spot op tekenen die dit verraden. De navel bijvoorbeeld. Als er zoveel vet uit de taille wordt gehaald, kan de navel vervormd raken, zegt Melissa. Ook zijn de verhoudingen extremer: de taille is naar binnen toe uitgesneden en de billen zijn opgeblazen tot cartoonachtige proporties.
‘Het ziet er gewoon niet menselijk uit,’ zegt Melissa terwijl ze wijst op een vrouw wiens navel eruitziet alsof hij met stoom is gewalst en daarna uitgerekt. Melissa schudt vastberaden haar hoofd. ‘Dat is slecht gedaan,’ zegt ze. ‘En er zijn zoveel meisjes zoals zij.’
Comfort Zone
Eenvan de populairste Turkse klinieken, die op Instagram veel reclame maakt voor zijn BBL-pakket van 3000 pond [zo’n 3500 euro], heet Comfort Zone. De tijdlijn toont een parade van tanden, borsten, neuzen en billen, de meer intieme lichaamsdelen – tepels, anussen – zijn smaakvol bedekt met een stervormig ‘CZ’-logo. Als je de Comfort Zone-website bezoekt, doet cosmetische chirurgie denken aan een sparetraite. Je ziet foto’s van villa’s en zwembaden, gelukkig ogende mensen rond een ontbijttafel beladen met tropisch fruit in de vorm van bloemen. Mysterieus genoeg zijn er ook beelden van lege vergaderruimten, misschien om aan te geven dat hier de professionaliteit van de uitvoerende macht wordt beoefend, alleen niet op het moment dat de foto werd gemaakt.
Comfort Zone werd tien jaar geleden opgericht door de Brits-Turkse zakenman Engin Yesilirmak, die eerder een vrachtvervoersbedrijf leidde. Yesilirmak vertelde me dat hij op het idee voor zijn nieuwe onderneming kwam toen hij in Istanboel cosmetische operaties regelde voor vrienden en familie en besefte dat de uitvoering gemakkelijk was en veel goedkoper dan in het VK: een ideaal businessmodel.
Chirurgen in Comfort Zone voeren nu tweehonderd operaties per maand uit en het bedrijf huisvest voortdurend veertig patiënten in elk van de vijf ‘herstelvilla’s’. Comfort Zone biedt alles: neuscorrectie, BBL, borstimplantaten, ‘contouring’ en de ‘mama make-over’, een operatie die tot doel heeft de esthetische gevolgen van de voortplanting te corrigeren.
Yesilirmak vermoedt dat vrouwen niet alleen door het goedkope BBL-pakket naar Comfort Zone worden getrokken, maar ook door de vrijheid die een Turkse chirurg geniet. ‘De doktoren hier zijn moediger dan in Europa,’ zegt Yesilirmak. ‘Hier nemen we vier liter vet.’ Op sommige posts van de kliniek wordt trots de precieze hoeveelheid vet vermeld naast afbeeldingen van een getransformeerd lichaam: ‘4200 cc eruit, 1200 cc erin.’
Ook ‘dapper’ zijn volgens Yesilirmak de jonge vrouwen die regelmatig zijn kliniek alleen bezoeken. Yesilirmak, die misschien op de hoogte is van de vele verhalen over vrouwen die met complicaties uit Turkije terugkeren, wil graag benadrukken dat er, zoals bij elke operatie, risico’s zijn. ‘Het is de wet der gemiddelden,’ vertelt hij me. Volgens schatting van Yesilirmak gaat 2 procent van de operaties in Comfort Zone gepaard met kleine complicaties (een verbetering ten opzichte van 3 procent vorig jaar), maar hebben ze nog nooit een groot incident gehad. Als er toch iets misgaat, zegt hij, bieden ze na drie maanden een gratis ‘herziening’ aan. (Er zijn minstens twee Instagram-accounts die beweren mislukte operaties in Comfort Zone te documenteren. ‘Helaas beginnen sommige patiënten, in plaats van terug te komen voor een revisieoperatie, een haatcampagne,’ zegt Yesilirmak.) Hij beweert ook dat ze eerlijk zijn tegen vrouwen waarvan ze vinden dat ze ze niet kunnen helpen. ‘Als ze bijvoorbeeld echt overgewicht hebben en in één keer heel smal willen worden,’ zegt hij. ‘Dat is gewoon niet mogelijk.’
Yesilirmak dwingt niemand om een operatie te ondergaan, zegt hij. Comfort Zone maakt simpelweg reclame voor zijn diensten, het is aan de klanten of ze komen of niet. ‘We gebruiken geen opdringerige verkooptechnieken’, zegt hij. De marketing vindt voornamelijk plaats via Instagram-persoonlijkheden zoals het model Holly Deacon, de X Factor-deelnemer Chloe Khan die tot cosmetisch influencer is getransformeerd, en de blijvende reality-veteraan Katie Price. Af en toe gooien ze er een vreemde gimmick in. Om te vieren dat ze 100.000 Instagram-volgers bereikt hebben, nodigde Comfort Zone zijn fans bijvoorbeeld uit om een reactie achter te laten op een post en vijf vrienden te taggen. Ze zouden dan een winnaar selecteren die een gratis operatie naar keuze zou ontvangen – en zo hun volgersaantal hopelijk vermenigvuldigen. (‘De onverantwoordelijke marketing, de verheerlijking, de bagatellisering, die stimulering,’ zegt Mary O’Brien, voorzitter van de British Association of Aesthetic Plastic Surgeons. ‘Dat zijn allemaal dingen waarop onze organisatie in het bijzonder de aandacht probeert te vestigen.’)
‘De weggeefacties zijn niet zo effectief,’ zegt Yesilirmak. De beste strategie is altijd influencerpromotie: zo trek je nieuwe klanten aan, zoals Katrina Harrison, die in 2019 aan Mirror vertelde hoe ze voor een BBL naar Comfort Zone was gegaan nadat ze Katie Price de kliniek had zien promoten. Harrison beweerde dat ze na haar operatie bijna stierf aan sepsis [bloedvergiftiging]. Toen ze terugkeerde naar het VK, stortte ze naar verluidt in op de luchthaven van Manchester en werd ze negen dagen lang in het ziekenhuis opgenomen. (Volgens Yesilirmak zijn haar beweringen ‘volledig verzonnen’. Desalniettemin introduceerde het Turkse ministerie van Volksgezondheid als reactie op soortgelijke gevallen in 2018 een strikter accreditatieproces voor Turkse bedrijven voor medisch toerisme.)
Eind 2019, na haar laatste operatieronde, maakte Price een promotievideo voor het bedrijf, die een scène bevatte waarin ze achter in een limousine meerapte met 50 Cents ‘In Da Club’, maar dan met haar eigen tekst: ‘Comfort Zone, it’s where you wanna be! Smaller boobs and my eyelids!’ (‘Comfort Zone, dat is waar je moet zijn! Kleinere borsten en oogleden als die van mij!’) Zittend in een lommerrijke tuin verklaart ze dat haar recente operaties het begin zijn van een proces waarin ze geleidelijk zal veranderen in een ‘menselijke pop’. ‘Comfort Zone heeft gezegd dat ze me het perfecte lichaam zullen geven,’ zegt Price met een zekere geestdrift. ‘Maar het kost tijd, je kunt het niet allemaal tegelijk laten doen. Dit is slechts het begin!’
Schoonheid is altijd een kwestie van wreed toeval geweest: je wordt ermee geboren. We voeren allemaal trucs uit om ons uiterlijk te verbeteren die we hooghartig nooit in dezelfde categorie zouden plaatsen als cosmetische chirurgie – tanden recht laten zetten, wenkbrauwen epileren, Spanx. Onlangs betrapte ik mezelf erop dat ik me terwijl ik in de spiegel staarde afvroeg wat het zou kosten om die verzameling bruine zonnevlekken op mijn wang de vergetelheid in te laseren. (Te veel.) De worsteling met de natuur kan een dure en levenslange onderneming zijn, en daarom is het betaalbaarder en daarmee democratischer worden van cosmetische chirurgie misschien te interpreteren als een middelvinger naar de evolutie. We kunnen nu allemaal mooi zijn en daarvan de bijbehorende esthetische en financiële voordelen oogsten.
De commerciële effecten van een BBL zijn duidelijk: ‘Het levert je meer werk op,’ zegt Glancey tegen Melissa, weer in de kliniek. ‘En vooral meer geld,’ vult Melissa aan. Haar BBL-lichaam triomfeert in de algoritmische schoonheidswedstrijd: ze krijgt meer likes, en de likes leveren haar meer optredens op.
‘Het is een investering,’ zegt Glancey. ‘Net zoals ik, als ik een nieuwe [operatiekamer] bouw, investeer in mijn bedrijf… het zou fiscaal aftrekbaar moeten zijn!’ (Melissa rekent 50 pond voor een Instagram-bericht en krijgt veel gratis kleding. Het zal even duren om de investering van 8000 pond terug te verdienen.)
Een andere klant van Glancey, Jema genaamd, vertelt me dat haar job als glamourmodel aanzienlijk eenvoudiger is geworden sinds ze haar eerste BBL heeft gehad. Jema, een oldtimer in het vak, verscheen regelmatig inSunday Sport, ging vervolgens over op sociale media en werkt nu voornamelijk op OnlyFans, een enorm succesvol online platform dat wordt gedomineerd door glamourmodellen en pornoacteurs die privéberichten delen met betalende abonnees. Vroeger moest ze voor haar fans strippen of haar borsten met crème inwrijven, nu hoeft ze alleen maar in een topje en korte broek met haar nieuwe billen voor een camera te schudden.
Jema berekende dat ze op OnlyFans 5000 tot 6000 pond per maand verdient: goed geld, maar niet zoveel als haar pornostervrienden, die elke maand tot 15.000 pond verdienen op het platform. En niet zo veel als het geld dat wordt verdiend over de rug van deze vrouwenlichamen door OnlyFans-oprichter Tim Stokely of de meerderheidsaandeelhouder, porno-ondernemer Leonid Radvinsky. (Volgens schattingen is de jaarlijkse netto-omzet van het platform 400 miljoen dollar.)
Na haar tweede BBL, en alle voordelen die die met zich mee zou brengen, dacht Melissa dat ze tevreden zou zijn. Maar als je eenmaal bent geopereerd, vertelt ze me nu, kan het moeilijk zijn om te stoppen. Ze blijft op operatiewebsites browsen. ‘Ik ben nu helemaal weg van de neus van de skipiste,’ zegt ze. ‘Waar dat nou weer ineens vandaan komt?’
Conservatieve look
Melissa was verbaasd over haar eigen verlangen, maar dat kwam tot haar zoals meestal met verlangens het geval is: je ziet iets wat je leuk vindt, en je wilt het voor jezelf. Een operatie kan de manier waarop je naar je lichaam kijkt veranderen. Het is niet langer iets biologisch’ dat geleidelijk aan in verval raakt, maar een project dat steeds verder verbeterd kan worden, zoals een keuken. Het probleem is: wat gebeurt er als je de perfecte keuken hebt gebouwd, die blauw is, en als dan ineens iedereen besluit dat ie eigenlijk rood moet zijn?
‘Als iemand om extreem grote billen vraagt,’ zegt Glance op een avond aan de telefoon, ‘leg ik altijd uit dat mode kan veranderen.’ Ze zegt ze dat ze voor een meer conservatieve look moeten kiezen, anders hebben ze opnieuw een operatie nodig als het felbegeerde lichaam weer verandert – wat onvermijdelijk zal gebeuren.
Hoeveel werk je er ook aan doet, het lichaam blijft levend, organisch, onvoorspelbaar. Zelfs het achterste van Kardashian West ziet er misschien niet altijd uit zoals nu, onlangs in een jurk gehuld met een afbeelding van Kardashian Wests eigen gezicht erop (2,1 miljoen likes). Hoe hard we ook proberen, niemand kan de natuur volledig afremmen. Zwaartekracht en tijd zullen bij een verouderende BBL opspelen, zoals ze altijd doen. Zelfs de perfecte onderkant zal doorzakken; zelfs het perfecte lichaam zal sterven.
Een persoonlijke getuigenis van de Filipijnse journalist Inday Espina-Varona.
Vrouwelijke journalisten, feministen, activisten en mensenrechtenverdedigers over de hele wereld worden geconfronteerd met online-intimidatie. In deze serie benadrukt CIVICUS, de wereldwijde alliantie van het maatschappelijk middenveld, de gendergerelateerde aard van online-intimidatie door middel van verhalen van vrouwen die werken aan het verdedigen van onze democratische vrijheid. De getuigenissen worden gepubliceerd in een samenwerking tussen CIVICUS en Global Voices [een internationale gemeenschap van schrijvers, bloggers en digitale activisten].
Sinds president Rodrigo Duterte in 2016 aan de macht kwam, bevindt het maatschappelijk middenveld op de Filipijnen zich in een vijandige omgeving. Moorden, arrestaties, bedreigingen en intimidatie van activisten en critici van de regering blijven vaak onbestraft. Volgens de Verenigde Naties wordt het belasteren van mensen met een afwijkende mening ‘in toenemende mate geïnstitutionaliseerd en genormaliseerd op manieren die zeer moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt’.
Ook wordt in de Filipijnen hardhandig opgetreden tegen onafhankelijke media en journalisten. Het bedreigen en aanvallen van journalisten, evenals de inzet van trollenlegers en onlinebots, vooral tijdens de pandemie, hebben bijgedragen aan zelfcensuur – met een huiveringwekkend effect op het medialandschap en grote gevolgen voor het grote publiek.
Red-tagging
Een tactiek die de regering steeds vaker gebruikt, is om activisten en journalisten te bestempelen als ‘terroristen’ of als ‘communistisch front’, met name diegenen die kritiek hebben geuit op Dutertes dodelijke ‘oorlog tegen drugs’, die al aan duizenden mensen het leven heeft gekost. Dit proces, dat in de Filipijnen bekend staat als ‘red-tagging’, brengt voor activisten het risico met zich mee dat ze in handen vallen van de staat of van regeringsgezinde milities. Sommigen die een ‘red tag’ kregen, werden later vermoord. Anderen kregen in privéberichten of op sociale media doodsbedreigingen of werden bijvoorbeeld beschuldigd van seksueel misbruik.
Vanwege de grootschalige straffeloosheid is er vrijwel geen sprake van aansprakelijkheid voor aanvallen tegen activisten en journalisten. Rechtbanken in de Filipijnen bieden geen gerechtigheid. Het maatschappelijk middenveld heeft opgeroepen tot een onafhankelijk onderzoek om de ernstige schendingen aan te pakken.
‘Zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie’
Het verhaal van Inday Espina-Varona.
‘Het geluid van Tibetaans klokkenspel en stromend water ging over in het constante trillen van mijn telefoon in de nacht dat tientallen bezorgde vrienden een Facebookbericht aan me doorstuurden van mijn gezicht met daarboven een schreeuwende kop, die impliceerde dat ik informatie had doorgespeeld aan communistische guerrillastrijders.
Oude heks, menopauzekreng, persoon “van verwarde seksualiteit” – zo word ik op sociale media genoemd. Trollen verzoeken routinematig om mijn arrestatie als communist. Maar de actie op 4 juni 2020 was anders. Een anonieme rechtse Facebookpagina beschuldigde mij van terrorisme, van het inbreken in en het doorspelen van gevoelige, vertrouwelijke militaire informatie aan rebellen.
Die avond beperkte mijn avondeten zich tot twee happen. Mijn maag voelde als een zak stenen die op een kwaadaardige stroming in de rondte draaiden. Mijn verzameling zenmuziek, urenlang naar de sterren staren, grote hoeveelheden kalmerende olie – niets hielp om in slaap te komen.
Eentje vroeg hoe het voelde om ‘de muze van terroristen’ te zijn
De volgende dag meldden zich vreemden via Messenger. Eentje vroeg hoe het voelde om “de muze van terroristen” te zijn. Een ander zei: “Maghanda ka na bruha na terorista” (“Bereid je maar voor, jij terroristische heks”). Een derde zei in vulgaire taal dat ik het eerste schot in de vagina moest krijgen, een verwijzing naar wat president Rodrigo Duterte zijn soldaten ooit opdroeg om met vrouwelijke rebellen te doen.
Ik ben 57 jaar oud, en een kankerpatiënt met een chronisch slechte rug. Ik sluip ’s nachts niet rond. Ik trek niet rond over het platteland. Ik schrijf niet eens over het leger. Maar wekenlang voelde ik me een doelwit op een schietbaan. Wekenlang gluurde ik in zijspiegels naar motorfietsen met twee passagiers – die vaak worden vermeld in berichten over moorden.
Ook zag ik de grotere dreiging in. Deze aanval was niet gericht op ideeën of woorden. De aanklacht betrof een handeling waarop gevangenisstraf stond, of erger. Zoals ook sommige militaire functionarissen overkomt.
Niet verrassend; de huidige regering houdt zich weinig bezig met feiten. Ze gebruikt “communistisch” als een verzamelnaam voor alles wat de Filipijnen bezighoudt. Anonieme groeperingen hebben bijna driehonderd andersdenkenden gedood, en deze aanvallen volgden meestal op red-taggingcampagnes. Ook werden sinds Duterte in 2016 aan de macht kwam negentien journalisten vermoord.
Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem
Journalisten, wetgevers, voorvechters van burgerlijke vrijheden en internetgebruikers noemden het bericht al een leugen. Tientallen meldden het bericht bij de beheerder. Waaronder ikzelf. We kregen allemaal een geautomatiseerd antwoord: het bericht was niet in strijd met de voorwaarden van Facebook.
Het voelt dwaas om ruzie te maken met een geautomatiseerd systeem, maar toch verzamelde ik bewijs alvorens contact op te nemen met de managers van Facebook. Mijn normale reactie op beledigende berichten op Facebook of Twitter is een lachende emoji en een block. Bedreigingen zijn een andere zaak.
“Laten we eens kijken hoe dapper je bent als we je komen opzoeken in de straat waar je woont” wisten we te traceren tot een Filipijnse criminoloog die in een Japanse bar werkte. Hij verontschuldigde zich en verwijderde het bericht.
Nadat ik Duterte factcheckte op zijn gewoonte om verkrachting af te schuiven op drugsgebruik, zei iemand dat mijn “verdedigingsverslaafdheid” moest worden bestraft met de verkrachting van mijn dochter.
“Dat zou je moeten leren”, luidde de boodschap van een account zonder teken van leven. Een ander zei dat hij mij zou komen verkrachten. Beide accounts hadden dezelfde eigenschappen. Ze linkten naar vergelijkbare accounts. Facebook verwijderde deze, evenals de journalist-ontpopt-zich-tot-rebelse-spionpagina.
Gevaren trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting uit te oefenen, is niet hetzelfde als een regering die deze rechten respecteert
De publieke druk om producten van trollen op te ruimen heeft het aantal haatboodschappen doen afnemen. Maar er is nog altijd een toename in het aantal anonieme pagina’s die zijn gericht op red-tagging, waarvan politie- en militaire functionarissen en regeringsaccounts de berichten verspreiden.
Sommige officieren werden zelfs ontmaskerd als het brein achter dergelijke pagina’s. Toen Facebook onlangs verschillende accounts verwijderde die aan de strijdkrachten werden gelinkt, waren regeringsfunctionarissen woedend en brulden ze valse beweringen over “een aanval op de vrijheid van meningsuiting”.
Deze reactie illustreert hoe onofficiële en officiële platforms in ons land verbonden zijn en vaak overeenkomstig optreden. Wat begint als desinformatie op sociale media, kan vervolgens worden opgepikt door de overheid of dankzij een officiële uitspraak een extra boost krijgen op diezelfde sociale media.
Gerechtigheid werkt traag
We hebben officieel klachten ingediend tegen een aantal overheidsfunctionarissen, inclusief degenen die betrokken zijn bij de meest fanatieke antiopstandgroep op Facebook. Maar gerechtigheid werkt traag. Ondertussen doe ik ademhalingsoefeningen en probeer ik voorzorgsmaatregelen te nemen.
Ambtenaren ontkennen elk onderdrukkend effect van deze continue aanvallen af, omdat Filipino’s in het algemeen, en journalisten in het bijzonder, zich blijven uitspreken. Maar gevaren moeten trotseren om ons recht op persvrijheid en vrije meningsuiting te kunnen blijven uitoefenen, is iets anders dan een regering hebben die deze rechten respecteert.
Twee jaar geleden vroeg journalist Patricia Evangelista van Rappler aan een kleine groep collega’s wat ons zou doen zwijgen. “Niets”, was de eenduidige reactie. En dus vecht ik elke dag tegen mijn angst. Ik moet wel, want zwijgen zou een overgave zijn aan tirannie. En daar zal ik nooit aan toegeven.’
Inday Espina-Varona
Inday Espina-Varona is een bekroonde journalist uit de Filipijnen en redacteur voor ABS-CBN News en het katholieke persbureau LiCAS.news. Ze is voormalig voorzitter van de National Union of Journalists of the Philippines (NUJP) en de eerste journalist uit het land die de Reporters Without Borders (RSF)-prijs voor Onafhankelijkheid ontving.
Rusland ‘straft’ Twitter door het platform te vertragen
Op woensdag 10 maart kondigde Moskou aan de uploadsnelheid van Twitter in het land te zullen verstoren. Deze maatregel heeft tot doel het sociale netwerk te straffen, omdat het verboden inhoud niet heeft verwijderd.
Vorige week, zo meldt de Moscow Times, dreigde de Russische mediawaakhond het sociale netwerk met ‘zware boetes voor het niet verwijderen van drieduizend publicaties met informatie over zelfmoord, kinderpornografie en drugs sinds 2017’. De mediawaakhond zet de dreigementen nu kracht bij door deze nogal bijzondere stap te zetten, volgens experts ‘een nieuwe methode om buitenlandse sociale media te onderdrukken’.
Het artikel citeert Mikhail Klimarev, directeur van de Internet Protection Society, een organisatie die de vrijheid op internet verdedigt: ‘Vanuit overheidsperspectief is het logisch om druk uit te oefenen op Twitter. Er zijn relatief weinig gebruikers in Rusland, maar ze zijn hyperpolitiek.’ Desalniettemin voorspelt Klimarev dat het Kremlin daar niet zal stoppen en dat ‘Facebook en Google zullen volgen’.
Ook The Guardianplaatst het initiatief in de huidige politieke context. ‘Vladimir Poetin was woedend over de rol die sociale netwerken speelden bij het verkrijgen van steun voor de tegenstander Aleksej Navalny’, aldus de Britse krant. ‘De Russische president heeft bij verschillende gelegenheden geklaagd over de Amerikaanse technologieplatforms.’
‘Het is moeilijk om deze verklaring serieus te nemen’
Maar volgens Leonid Kovachich, lid van een Russische denktank, geïnterviewd door de Moscow Times, zou het Kremlin niet over de nodige middelen beschikken om deze strijd aan te gaan.
‘Rusland heeft niet de technologische middelen om sociale mediaplatforms effectief te blokkeren. Zelfs in China, waar de hele internetinfrastructuur is ontworpen om informatie buiten te houden, zijn ze er nog niet zo goed in. Daarom is het moeilijk om deze verklaring serieus te nemen.’
Joe Biden behaalt zijn eerste grote wetgevende overwinning
Het stimuleringspakket van 1,9 biljoen dollar, dat woensdag (10 maart) eindelijk door het Amerikaanse Congres is aangenomen, is ‘de meest vooruitstrevende wetgeving in de Amerikaanse geschiedenis’, aldus het Witte Huis. De meerderheid van de pers juicht een ‘historische’ overwinning voor Joe Biden toe, ondanks de unanieme oppositie van de Republikeinen.
‘Deze wet zal de grootste impact hebben op de sociale en economische rechtvaardigheid sinds decennia, en werd aangenomen aan het begin van het presidentschap’ van Joe Biden, aldus politiek strateeg Bob Shrum in de Los Angeles Times. Hij noemt Biden een fundamenteel ‘transformatieve’ president.
De Corriere della Sera trekt een parallel tussen Biden en een andere Amerikaanse president, die niet erg charismatisch was maar wel een indrukwekkend staat van dienst heeft op het gebied van sociaal beleid: Lyndon B. Johnson. De architect van de Great Society, merkt het Milanese dagblad op, ‘heeft in vijf jaar tijd meer hervormingen doorgevoerd dan al zijn opvolgers in de halve eeuw die volgde’.
VoorThe Guardian heeft Joe Biden ‘het tot zijn missie gemaakt om het vertrouwen in de staat te herstellen’ – dat werd sinds de jaren zestig, met name door Ronald Reagan, ernstig ondermijnd – met een stimuleringsplan voor ‘de grootste uitbreiding van de welvaartsstaat in decennia’.
‘Progressieve stoomwals’
De belangrijkste maatregelen van het plan – een nieuwe cheque van $1400 voor de meeste Amerikanen, de uitbreiding van werkloosheidsuitkeringen van de tientallen miljarden dollars die zijn toegewezen aan de covid-19-vaccinatie en scholen – zijn bekend. Maar het Britse dagblad wijst erop dat de wet ook voorziet in ‘de grootste investering in de geschiedenis voor indianen’ (31 miljard dollar) en ‘de grootste voorziening voor zwarte boeren sinds een halve eeuw’ (5 miljard dollar). De krant noemt het plan de ‘erfenis van Roosevelt’ waardig.
Zorgen
Maar het conservatieve Wall Street Journal maakt zich zorgen. ‘Dit is slechts het begin van de progressieve stoomwals’, aldus de krant, die de wet ‘zelfs tijdens de Obama-jaren ondenkbaar’ noemt. Het zakenblad maakt zich zorgen omdat de Democratische Partij ‘verenigd is rond het meest linkse programma sinds decennia’, terwijl de Republikeinen ‘verdeeld zijn en intellectueel overhoop liggen’.
Misschien willen Republikeinen ‘de economie doen instorten, denkend dat het hen zou kunnen helpen om de tussentijdse verkiezingen in 2022 te winnen’, zegt commentator Dean Obeidallah op de MSNBC-site. Of misschien willen ze ‘alleen beleid ondersteunen dat gunstig is voor hun rijkste donateurs?’
‘Eén ding is zeker: toen miljoenen Amerikanen hun hulp nodig hadden, zeiden ze “nee”. Ik hoop dat de kiezers in 2022 op dezelfde manier op hen zullen reageren.’
Verbod op de import van ananas
Taiwanese internetgebruikers delen massaal ananasgerechten en -recepten sinds China op 26 februari een verbod aankondigde op de import van ananas vanaf het zelfregerende eiland. Als reden werd opgegeven dat ze ongedierte bevatten.
De Taiwanese regering bekritiseerde dit plotselinge besluit van Beijing als een ‘economische intimidatie’, vergelijkbaar met het verbod op Australische wijn vorig jaar.
De Taiwanese Landbouwraad beweert dat vanaf oktober 2020 tot nu alle ananas die vanuit Taiwan naar China wordt geëxporteerd, de veiligheidscontroles heeft doorstaan.
Taiwan exporteert ongeveer 10 procent (45.621 ton) van zijn productie van verse ananas, waarvan 95 procent naar China. Het verbod zou de ananasboeren ernstig schaden, vooral degenen die de hoogwaardige gouden diamantvariant plantten om te voorzien in de Chinese vastelandmarkt.
#FreedomPineapple-campagne
Als reactie op het verbod heeft de Taiwanese regering toegezegd 1 miljard Taiwanese dollar (ongeveer 30 miljoen euro) te investeren in subsidies.
President Tsai Ing-wen drong er bij het publiek op aan lokale ananas te consumeren om boeren te ondersteunen, en het ministerie van Buitenlandse Zaken riep op tot een #FreedomPineapple-campagne op sociale media om Taiwanese ananas te promoten.
Ananasrecepten
Velen steunen de oproep door foto’s van ananasgerechten en de bijbehorende recepten te plaatsen. Een selectie:
「鳳梨燒肉丼」
① 五花肉在醬油、米酒、糖、薑片的醬汁裏醃一下,跟灑一點二砂砂糖的鳳梨,蔥、甜紅椒一起烤。剛剛的醬汁在平底鍋煮滾收汁
Barbecue-ananas met varkensvlees. Marineer buikspek in sojasaus, rijstwijn, suiker, gembersap. Rooster het op de barbecue met ananas, prei en rode paprika. Kook de saus die is gebruikt om het varkensvlees te marineren tot het dikker wordt.
Meng de ingekookte saus met Griekse yoghurt, honing en een beetje mosterd. Varkensvlees geserveerd met ananas is fantastisch, helemaal met Taiwanees bier erbij!
「焦糖蘭姆酒鳳梨蛋糕」
① 蘭姆酒、二砂砂糖、奶油小火煮到糖融化
② 烤模放鳳梨、石榴,淋一層 ①,然後放麵粉、牛奶、蛋、糖、植物油、泡打粉的蛋糕糊。烤箱 170℃ 40 分鐘
Ananastaart met gebrande suiker en rum. 1. Meng rum met suiker en boter en kook tot de suiker gesmolten is. 2. Leg de ananas en granaatappelpitjes in de taartvorm en giet de rum met suiker erop. Meng dan bloem, melk, ei, suiker, plantaardige olie en bakpoeder tot een crème. Smeer het mengsel in de vorm en bak 40 minuten onder de 170 graden Celsius. 3. Haal de taart eruit en giet nog wat rum met suiker eroverheen. Zoals mijn leraar zegt: ‘Een werkelijk heerlijk dessert veroorzaakt revolutie.’
Gebakken rijst met ananas en garnalen. Snijd de garnalen horizontaal (dit maakt het gemakkelijker om de darmen eruit te halen en de garnalen krullen op natuurlijke wijze als ze gaar zijn) en bak de garnalen, kip, asperges en in blokjes gesneden rode paprika in de pan. Roerbak de rijst met eieren, doe dan alle andere gebakken ingrediënten en in blokjes gesneden verse ananas in de pan en roer alles door elkaar. Doe de gebakken rijst in een ananaskom en voeg wat cashewnoten toe. Het beste ananasgerecht wat er is.
We vinden het doodnormaal dat de actualiteit elk moment van de dag kan inbreken en dan opeens geldt als het enige deel van de werkelijkheid dat er écht toe doet.
Keuze uit het archief
Deze week kreeg techgigant Meta een schadevergoeding van 375 miljoen dollar opgelegd. Het bedrijf werd ervan beschuldigd kinderen te beschadigen door ze bloot te stellen aan ongepaste inhoud en grensoverschrijdend gedrag op sociale media. Er is echter nog een manier waarop sociale media gebruikers beschadigen (en die is misschien nog ernstiger): ze overladen met een stortvloed aan nieuwsberichten waar ze weer op kunnen reageren.
Als gevolg van een aandachtsindustrie die volledig is gericht op winstmaximalisatie van de technologiebedrijven wordt ons dagelijks leven vrijwel beheerst door de laatste nieuwtjes. Dat doet de democratie meer kwaad dan we zouden verwachten, aldus columnist Oliver Burkeman in deze longread van The Guardian. Het opiniestuk werd in 2020 genomineerd voor The Opinion Award van de European Press Prize.
Het was een koude middag, die vrijdag de dertiende november van 2015, maar dat maakte het er alleen maar knusser op in de Old Town Bar, een van de oudste bruine kroegen van Manhattan. ‘Een warm, gezellig tentje zonder kapsones, ik ben er zeer op gesteld,’ zegt Adam Greenfield, die er die dag met een vriend tussen de houten schotjes zat voor een biertje en een frietje. ‘Het soort kroeg waar je in de loop van de tijd geschiedenis opbouwt.’ Greenfield is gespecialiseerd in stadsplanning en is daarom wat filosofischer aangelegd dan de meeste mensen, als het om onderwerpen als de aantrekkingskracht van knusse kroegen gaat. Maar iedereen die weleens in de Old Town Bar of een andere gezellige kroeg in een drukke stad is geweest, weet wat Greenfield en zijn vriend daar vonden: een plek om even bij te komen, bij te tanken, bij te praten. ‘En toen begonnen onze telefoons te trillen.’
Moslimterroristen hadden in Parijs met vuurwapens en zelfmoordvesten een aantal gecoördineerde aanslagen gepleegd, waarbij in totaal honderddertig doden vielen, onder wie negentig concertgangers in de Bataclan. Greenfield weet nog goed dat iedereen daar in New York tegelijkertijd naar zijn telefoon greep, ‘je voelde de temperatuur in de kroeg meteen zakken’. Van alle kanten klonken de meldingen van pushberichten in nieuwsapps en Facebooks veiligheidscheck, de nieuwe functie waarmee gebruikers in de buurt van de aanslagen hun vrienden konden laten weten dat ze ongedeerd waren. Het was alsof de knusse muren van de Old Town Bar ineens zo poreus waren ‘als een vergiet, alsof de buitenwereld met grote kracht door alle gaten naar binnen spoot’.
Het was niet voor het eerst dat Greenfield (die ooit als ontwerper voor Nokia werkte) enigszins schuldbewust besefte dat mobiele telefoons ons leven ook slechter kunnen maken. Het schrille contrast tussen de knusse sfeer in die kroeg en dat akelige nieuws uit Parijs illustreerde de kwetsbaarheid van zo’n plek en de ontspanning die je er vindt. In één klap kaapte het nieuws alle aandacht van zo’n beetje alle aanwezigen. Het deed er niet toe of ze vrienden of familie in Parijs hadden, of ze iets konden doen om te helpen of niet. De actualiteit brak gewoon binnen, verdreef de directe werkelijkheid van de kroeg en drong zich op als het enige deel van de werkelijkheid dat er wérkelijk toe deed.
Marinade van nieuws
Dat we er zelden bij stilstaan hoe vreemd zo’n inbraak in onze dagelijkse werkelijkheid eigenlijk is, komt doordat dit voor velen van ons tegenwoordig een doodnormale situatie is. We baden continu in een marinade van nieuws. ’s Ochtends kunnen we het belangrijkste nieuws al hebben doorgenomen, voordat we ook maar met iemand een woord hebben gewisseld. In de bus of wachtend in de rij doden we de tijd met scrollen op Twitter, dat ons meesleurt in het drama van de presidentspolitiek of een humanitaire ramp. Volgens een onderzoek neemt naar schatting 70 procent van ons zijn smartphone of tablet mee naar bed.
Men maakt zich de laatste jaren erg druk om de hoeveelheid tijd die we aan die apparaten besteden en wat dat mogelijk met onze hersenen doet. Maar één daarmee verbonden psychische verschuiving blijft bijna onopgemerkt: de mate waarin voor een bepaald deel van de bevolking het nieuws steeds meer tijd opslokt – en, iets subtieler, ook steeds centraler komt te staan in onze subjectieve beleving van de werkelijkheid. De wereld van de nationale politiek en internationale crises kan daardoor belangrijker en zelfs echter gaan lijken dan onze directe omgeving – onze familie, onze werkkring, onze wijk.
Het is niet simpelweg dat we veel te veel naar onze schermen zitten te turen, maar die schermen hebben bovendien iets veranderd aan de manier waarop we in de wereld staan: het nieuws is niet langer een decoronderdeel in ons leven, maar vormt er het hoofdtoneel van. De wijze waarop tv- en krantenjournalisten de actualiteit altijd al beleefden, is nu ook de manier waarop miljoenen nieuwskijkers die beleven.
Nieuws is wel het laatste wat inwendige rust mogelijk maakt
Vanuit Brits en Amerikaans perspectief zijn de Brexit en het presidentschap van Trump de bergpieken die in dit nieuwe mentale landschap boven alles uittorenen. Maar door de buitenissigheid van die twee fenomenen verliezen we uit het oog hoe vreemd en hoe nieuw het eigenlijk is dat het nieuws – wat er ook in het nieuws is – zo’n centrale rol in ons dagelijks leven speelt.
In The New York Times draait columnist Nicholas Kristof de inmiddels welbekende riedel van klachten af over een vriendenkring die ‘aan Trump verslaafd’ is geraakt: ‘Op borrels, op tv, aan de eettafel, in de koffiehoek, overal gaat het gesprek tegenwoordig alleen nog maar over Trump.’ Maar de wijze waarop Trump al het andere nieuws in de actualiteit overschaduwt, is niet de enige oorzaak van deze verslaving. Een andere oorzaak ligt in het feit dat de drama’s in het nieuws alle andere zaken in ons leven overschaduwen.
Krankzinnig
Je kunt makkelijk denken dat het nieuws je zo bezighoudt omdat het tegenwoordig zo krankzinnig is. Maar dat is het nieuws altijd al vaak geweest. Wat het nieuws alleen nog nooit is geweest, is zo alomtegenwoordig. Vanaf het prilste begin tot enkele decennia geleden was het nieuws bijna per definitie een bericht van elders: een wereld waarop je even een blik wierp alvorens weer naar je eigen wereld terug te keren. Eeuwenlang was nieuws alleen iets voor een kleine elite. Ook na de komst van de massamedia besteedden hoogopgeleide burgers aanvankelijk zelden meer dan een uur per dag aan het nieuws.
De recente ingrijpende verandering in onze nieuwsbeleving is niet simpelweg te wijten aan het feit dat er nu 24 uur per dag nieuws is. Daar was CNN al in 1980 mee begonnen. Het heeft eerder te maken met het veel recentere gevoel dat we, dankzij de interactiviteit van sociale media, zelf actief aan de actualiteit deelnemen. Als je bijvoorbeeld boos bent over de Brexit, kun je daar bijna de hele tijd boos over blijven: je kunt steeds weer nieuwe woestmakende feiten tegenkomen en lucht blijven geven aan je woede op manieren die tot in de eerste jaren van deze eeuw nog ondenkbaar waren. Was je toen tegen verwanten en collega’s zo tekeergegaan als zelfs mensen van aanzien, romanschrijvers en filosofen tegenwoordig dagelijks op Twitter doen, dan had je iedereen van je vervreemd.
Eén cruciaal verschil is dat het voelt alsof je echt iets doet als je op Facebook een tirade afsteekt, berichten deelt of een online-enquête invult – dat je iets doet waarmee je, al is het op nog zo’n kleine schaal, een bijdrage kunt leveren aan de uitkomst van het verhaal. Dat gevoel dat je invloed hebt mag dan één grote illusie zijn – ten gunste van de sociale media waaraan die illusie ons verslingerd maakt – maar het is onmiskenbaar sterk. En het heeft ook vat op mensen die zelf nooit een bericht of een reactie plaatsen. Alleen al doordat je een onuitputtelijke, op jouw voorkeuren toegesneden voorraad updates, commentaren, grappen en analyses kunt doorbladeren, krijg je het gevoel dat je deelneemt aan het nieuws, wat heel anders voelt dan het passief consumeren van steeds dezelfde headlines die de hele dag door op tv te zien zijn bij CNN of de BBC.
Verlies van controle
Toch is deze nieuwe verhouding tot het nieuws, zoals je misschien zelf ook al hebt gemerkt, geen recept voor meer geluk of succes in ons eigen leven. Als je met een deel van je gedachten voortdurend in de wereld van de actualiteit verkeert, waar je bent blootgesteld aan de totaliteit van alle leed en leugens op aarde en boos wordt over gebeurtenissen die zo groot zijn dat je er in je eentje toch niets aan kunt veranderen, val je ten prooi aan wat Greenfield, schrijver van het boek Radical Technologies: The Design of Everyday Life, ‘een sluimerend gevoel van paniek en verlies van controle’ noemt, een zo wijdverbreid onbehagen dat het inmiddels alledaags voelt.
Niet iedereen heeft natuurlijk de vrijheid om elke dag urenlang op sociale media te zitten, en in zoverre is deze buitensporige vereenzelviging met het nieuws per definitie een probleem van de bevoorrechte klasse. Maar de sluipende kolonisering van onze persoonlijke werkelijkheidsbeleving door ‘de actualiteit’ gaat ook gepaard met de opkomst van een vreemde nieuwe moraal – een sociale norm die erop neerkomt dat wegkijken van de actualiteit, of althans weigeren het nieuws een centrale rol in je leven te geven, een onverantwoorde luxe is die alleen voor een enkeling is weggelegd.
Sinds de Verlichting heerst de gedachte dat het een democratische burgerplicht is om jezelf op de hoogte te houden van het wel en wee van de natie en de wijdere wereld – een plicht die des te meer gewicht krijgt in tijden van opkomend autoritarisme. Maar tegenwoordig gaat men er vaak van uit dat dit automatisch ook de plicht inhoudt om niet de ogen te sluiten voor het nieuws. De aanvechting om de blik af te wenden wordt gezien als een blijk van bevoorrechting en gebrekkig besef van de eigen luxepositie.
‘Als je niet woedend bent, heb je niet opgelet.’ Men gaat er steeds meer van uit dat wie iets wil betekenen voor of zelfs maar solidariteit wil tonen met de directe slachtoffers van de gebeurtenissen in het nieuws –bijvoorbeeld illegale immigranten die te maken krijgen met het hardvochtige uitzettingsbeleid van de regering-Trump – de morele plicht heeft om zich in dat nieuws te blijven onderdompelen.
Probleem
Maar het wordt stilaan duidelijk dat er in deze houding een probleem schuilt, nog los van de gevolgen voor ons individuele geluk. Er is goede reden om te denken dat een samenleving waarin zo veel mensen zo intens meeleven met de emotionele drama’s in het nieuws helemaal geen ideale democratie is, dat deze mate van persoonlijke betrokkenheid juist een symptoom is van de schade die het maatschappelijk leven al is toegebracht. En dat voert ons naar een mogelijkheid die bij nieuwsjunkies, politiek geëngageerde activisten en journalisten niet meteen zal opkomen: dat we het niet alleen aan onze eigen mentale gezondheid maar ook aan de wereld verplicht zijn te zoeken naar een manier om het nieuws weer op zijn plaats te zetten.
Velen van ons kunnen zich de tijd nog heugen dat het nieuws een aangename verstrooiing in ons dagelijks leven was, de favoriete afleiding van de aan zijn bureau gebakken kantoorwerker. Toen essayist Alain de Botton vijf jaar geleden zijn boek Het nieuws: een gebruiksaanwijzing schreef, kon hij daarin nog beweren dat het nieuws ons trekt omdat we daarin even aan onze dagelijkse beslommeringen kunnen ontsnappen. Kijkend naar het nieuws, schreef De Botton, kon je ‘vraagstukken (…) vinden die veel ernstiger en indringender zijn dan de problemen die je zelf op je bordje hebt gekregen, en door deze grotere kwesties je eigen zelfgerichte zorgen en twijfels (…) laten overstemmen.
Door de massamedia werd de aandacht van de lezer het schaarse goed
Een hongersnood, een overstroomde stad, een seriemoordenaar op vrije voeten, een regering die aftreedt (…); zulke externe opschudding is misschien wel precies wat we nodig hebben om inwendige rust mogelijk te maken.’ Het is opvallend hoe snel dat allemaal is veranderd. Tegenwoordig is het nieuws wel het laatste wat inwendige rust mogelijk maakt. Steeds meer wordt het niet zozeer iets waarín, maar waaráán je wilt ontvluchten.
Dat is een symptoom van een nieuwe en acute fase in een historische verschuiving die al heel lang aan de gang is: vroeger leefde men in een wereld waarin informatie schaars was, maar nu is de voorraad informatie in principe onbegrensd en is juist onze aandacht het schaarse goed. De eersten die goed geld wisten te verdienen met een nieuwsvoorziening, waren volgens historicus Andrew Pettegree een aantal goed ingevoerde burgers in het Italië van de zestiende eeuw, die handgeschreven nieuwsoverzichten leverden aan een handjevol rijke cliënten. Dat ze daarmee geld konden verdienen, was een gevolg van informatieschaarste: de inlichtingen in hun bulletins waren niet zo gemakkelijk te krijgen.
In de Londense koffiehuizen van de zeventiende eeuw, vaak beschouwd als de eerste plek waar gewone burgers een maatschappelijk debat over politiek konden voeren, werkte het ook zo. Tegen een kleine entreeprijs kreeg je daar de kans op een gesprek met mensen die van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte waren, en inzage in een rijke voorraad vlugschriften en nieuwsbulletins. De mogelijkheden voor zulke welingelichte politieke gesprekken waren schaars en dus wel wat geld waard.
Aandachtseconomie
Maar naarmate de techniek het makkelijker maakte om nieuws te verspreiden, en steeds meer nieuwsleveranciers naar de gunsten van de lezer dongen, begon er een subtiele omkering op te treden: niet informatie maar de aandacht van de lezer werd het schaarse goed waarom werd gestreden. In het begin van de negentiende eeuw kwamen ondernemers als Benjamin Day, oprichter van The New York Sun, met een revolutionair nieuw verdienmodel: je krant, volgestouwd met sensationele verhalen, voor minder dan de kostprijs aan de man brengen en je geld verdienen met de verkoop van advertenties.
Zo kochten adverteerders in feite toegang tot de aandacht van zo veel mogelijk lezers, wat natuurlijk een stimulans was om verhalen vol overdrijving en verzinsels te publiceren. Day plaatste ooit een reeks artikelen waarin werd beweerd dat Sir John Herschel, een vooraanstaand astronoom, had ontdekt dat er mensachtige wezens met vleermuisvleugels op de maan leefden. Maar ook de serieuze politieke verslaggeving en de onderzoeksjournalistiek profiteerden van deze grofmazige opzet. Adverteerders wilden lezers, en die trok de uitgever misschien vooral met roddelrubrieken of sportverslagen – maar als makelaar tussen deze twee partijen kon de hoofdredacteur een deel van de advertentiegelden naar serieuzere verslaggeving sluizen.
De hele geschiedenis van de massamedia vanaf dat moment zou je, zoals Tim Wu uitlegt in zijn boek Aandacht is het nieuwe goud, kunnen zien als het proces van de groeiende doelmatigheid waarmee de beschikbare hoeveelheid aandacht werd ontgonnen. Succes was daarbij weggelegd voor wie een nieuwe ader aanboorde (zoals toen de radio de huiskamers binnendrong en aandacht inpikte die voorheen werd besteed aan lezen of praten) of manieren vond om de aandacht nadrukkelijker op te eisen (zoals met de komst van kranten in kleurendruk).
Datahonger
Een smartphone met Facebook of Twitter erop is het hoogtepunt van deze trend. Zo’n telefoon is er helemaal op ontworpen om de laatste kruimeltjes aandacht op te zuigen – in de trein, op de wc, in bed – en minutieus alles bij te houden wat je aantikt of wegveegt, alles waar je bij blijft hangen of juist langs scrollt. De sociale media gebruiken de aldus verzamelde onmetelijke hoeveelheden data om je precies het soort berichten voor te schotelen dat mensen zoals jij niet kunnen weerstaan en dat zo verleidelijk mogelijk te doen. Zo kunnen ze de hoofdprijs vragen van adverteerders die maar al te graag zo’n nauw omschreven en daarmee dus waardevol segment van het publiek willen bereiken.
Steeds meer gebruikers beseffen inmiddels wel dat dit gebruik van data om de aangeboden content algoritmisch op de gebruiker toe te snijden de drijvende kracht is achter de verslavende werking van de digitale technologie: softwarebedrijven zijn verwikkeld in een wapenwedloop, op zoek naar steeds efficiëntere middelen om een stukje van de eindige hoeveelheid aandacht in te pikken. Voor hun voortbestaan en hun groei zijn ze dus aangewezen op jouw verslaving aan hun producten. Maar dat verklaart ook waarom het nieuws een steeds grotere rol is gaan spelen in onze gedachten.
In een situatie van informatieschaarste wil het nieuws wel in een aparte mentale wereld blijven die we alleen af en toe betreden; dan móét het zelfs exclusief blijven, net als een attractiepark met een hek eromheen of een besloten club, want er moet iemand aan kunnen verdienen door een toegangsprijs te vragen. Maar in een wereld met een informatieoverschot en aandachtsschaarste geldt het omgekeerde. In de strijd om onze aandacht moet elke nieuwsleverancier – en uiteindelijk elk nieuwsbericht – met alle andere wedijveren om zich ons hoofd binnen te wurmen.
Wu schrijft dat die wedloop zich ‘van nature in een neerwaartse spiraal zal bewegen: de aandacht zal bijna altijd uitgaan naar het opvallendere, sensationelere, buitensporigere alternatief, naar elke prikkel die eerder appelleert aan wat psychologen onze “onwillekeurige” aandacht noemen’. Het resultaat van dit alles is dat naarmate het publieke bewustzijn steeds meer wordt gedomineerd door het nieuws, het nieuws steeds meer wordt gedomineerd door extreme, sensationele en zelfs onware verhalen.
In een aandachtseconomie gedijt het nieuws – het kan er immers op bogen meer aandacht te verdienen dan bijvoorbeeld films of sport; het nieuws gaat over de serieuze zaken in de wereld. En je trekt geheid miljoenen lezers met het schouwspel van een labiele president met zijn vinger op de nucleaire knop, of met de dreiging van een situatie waarin voedsel en geneesmiddelen net als in de oorlog weer op de bon moeten als gevolg van een Brexit zonder deal.
Maar dit vergroot ook de druk om ervoor te zorgen dat elk nieuwsverhaal zich terugverdient door viraal te gaan, en het verlaagt de drang om een deel van de (teruglopende) inkomsten van een nieuwsorganisatie te steken in verslaggeving die tijdrovender en serieuzer van aard is. Deze situatie stimuleert vooral verslaggeving over scorebordpolitiek en over hete hangijzers in de cultuurstrijd, en een spervuur van meningen in opiniestukken die bedoeld zijn om de lezer in zijn vooroordelen te bevestigen of juist verontwaardigde afkeuring uit te lokken. Al met al hoeft een verhaal vanuit commercieel oogpunt niet eens waar te zijn, zolang het maar boeiend is: nepnieuws is geen ontsporing, maar juist de logische eindfase van een media-economie waarin content vooral ‘optimale betrokkenheid’ moet wekken.
Evolutionaire oorsprong
Het is de moeite waard eens goed te bedenken hoe vreemd het eigenlijk is, gezien het onderliggende doel van het nieuws, dat we zo veel met de actualiteit bezig zijn. Als onze belangstelling voor nieuws een evolutionaire oorsprong heeft, is dat omdat het allicht je overlevingskansen verhoogt als je op de hoogte bent van directe lokale bedreigingen voor het leven van jou en je stam. En een van de grote verworvenheden van de beschaving is dat we ook kunnen meeleven met nieuwsfeiten die ons niet persoonlijk raken, maar waarop we wel invloed zouden kunnen uitoefenen door bijvoorbeeld te gaan stemmen, vrijwilligerswerk te doen of geld te doneren.
De moderne aandachtseconomie benut deze twee drijfveren echter niet om ons op de hoogte te houden van bedreigingen voor onszelf of om verbetering mogelijk te maken in het leven van anderen, maar om winst te genereren voor de makelaars in aandacht. Daarom worden we onophoudelijk bestookt met het ene na het andere incident, ongeacht of het werkelijk van belang is, en met een eindeloze opeenvolging van menselijk leed, ongeacht of het in onze macht ligt om er iets aan te doen. Het geloof dat het onze morele plicht is om daar kennis van te blijven nemen – dat deze mate van engagement en emotionele betrokkenheid de enige manier is om op de hoogte te blijven van hoe de wereld ervoor staat – begint steeds meer te lijken op een excuus voor onze verslaving aan het beeldscherm.
Vervreemding
Iedereen die aan onlinenieuws verslaafd is, kent de daaruit voortvloeiende ervaring van vervreemding, ook al begrijpen we niet altijd waar die door komt. Ze manifesteert zich als het moedeloosmakende gevoel dat we op internet onze tijd zitten te verdoen, ook al kunnen we het blijkbaar niet laten. (Zelfs rokers zullen toch niet zo’n enorme hekel aan zichzelf hebben omdat ze niet zonder sigaret kunnen als Twitter-gebruikers omdat ze niet zonder Twitter kunnen?) We beginnen stilaan te beseffen wat het eigenlijk betekent om te zeggen dat aandacht een schaars goed is: dat die absoluut eindig is, dat elke minuut die je aan een bepaald nieuwsbericht besteedt, niet meer kan worden besteed aan alles wat er verder is.
Door aandacht te besteden aan het nieuws, zegt de bij Google vertrokken filosoof en technologie-activist James Williams, ‘betaal’ je in feite ‘met alles waaraan je die aandacht niet hebt geschonken (…), met dat goede gesprek dat je had kunnen hebben met je angstige kind, of met de slaap die je tekortkomt en dat uitgeslapen gevoel dat je de volgende ochtend dus niet hebt’. De verhalen die het nieuws domineren, onttrekken niet alleen aandacht aan ander nieuws; de grondstof die wordt geplunderd, is jouw leven.
De grondstof die wordt geplunderd door het nieuws, is jouw leven
Dat sommigen van ons moeite hebben om dat in te zien, komt mede doordat in dit tijdperk van sociale media de opvatting heerst dat het een morele taak is om de actualiteit, en met name het politieke nieuws, te volgen. Dat je je plicht als staatsburger verzuimt als je geen standpunt weet in te nemen over de brandende kwesties van de dag. Wellicht heb je op de sociale media zelf ook weleens die belachelijke maar toch merkbare druk gevoeld om over elke natuurramp, dode beroemdheid of nieuwe beleidsaankondiging van de regering-Trump plechtig je mening te verkondigen, alsof wij allemaal de ambassadeur zijn van een kleine natie waarvan het stilzwijgen maar al te licht wordt opgevat als een blijk van harteloze onverschilligheid.
‘Te midden van alle chaos in deze wereld voelt het verkeerd om mensen aan te raden het nieuws niet te volgen,’ geeft auteur John Zeratsky toe. Toch is dat wat hij in zijn zelfhulpboeken doet. Betrokkenheid lijkt iets te zijn ‘wat je gewoon hoort op te brengen als volwassen, welingelichte burger of slimme, op groei gerichte carrièremaker’. En als betrokkenheid bij het nieuws een geloofsartikel wordt, gaat de gedachte om je daarvoor zelfs maar gedeeltelijk af te sluiten allicht als ketterij klinken. Maar het zou weleens een vorm van ketterij kunnen zijn waaraan we dringend behoefte hebben – en niet alleen voor onze eigen gemoedsrust. Het functioneren van onze democratie kan ervan afhangen.
Ketter
Eén zo’n ketter tegen wil en dank is Robert Talisse, politiek filosoof aan de Vanderbilt-universiteit in Tennessee, die tot voor kort nog de mening was toegedaan die onder politiek filosofen allicht gemeengoed is: dat politiek van het hoogste belang is en er dus geen maat staat op de tijd die je daaraan moet besteden. In deze zienswijze ‘is democratie bedrijven iets wat je non-stop doet’, aldus Talisse, ‘en als je merkt dat de democratie in de problemen komt of problemen veroorzaakt, dan heb je altijd de oplossing van nóg meer democratie’. Maar door de groeiende obsessie met het nieuws die hij bij zichzelf en anderen constateerde, begon er een heel andere gedachte bij hem post te vatten. Het is bijvoorbeeld maar helemaal de vraag of het nou echt een vorm van democratische participatie is om het onlinenieuws te volgen, of dat het alleen maar zo voelt. En als het dat wel is, wie zegt dan dat het per se iets goeds is?
Stel dat politieke participatie goed is op dezelfde manier als voor je gezondheid zorgen dat bijvoorbeeld is. Iemand die af en toe naar de sportschool gaat, doet dan iets goeds; gaat ze regelmatig naar de sportschool, dan is ze bijzonder goed. Maar brengt ze werkelijk al haar vrije tijd in de sportschool door, zodat haar vriendschappen en haar werk eronder lijden, dan wordt het ziekelijk. Fysiek gezond blijven is namelijk vooral een instrumentele deugd: het is goed omdat het je in staat stelt andere dingen te doen.
Onze veranderde verhouding tot het nieuws leidt zelf tot slechter nieuws
Ben je alleen nog maar met je gezondheid bezig, dan begrijp je dus niet waar het om draait. En doe je het zo intensief dat je jezelf erbij blesseert, dan mis je de essentie nog op een andere manier: dan kun je ook niet meer aan je gezondheid werken. Er valt iets voor te zeggen om te denken dat het met onze nieuwsverslaving ook zo werkt. Door het politieke nieuws zo’n centrale plaats in ons mentale landschap te geven, plegen we misschien wel roofbouw op juist die zaken die de politiek moest faciliteren, en beschadigen we het democratische bestel zelf. Om een duidelijker beeld van de mogelijke schade te krijgen kun je kijken naar wat er sinds de opkomst van de sociale media is gebeurd met de ‘publieke sfeer’, de ruimte waarin het democratisch debat zou moeten plaatsvinden.
De pioniers in het hippietijdperk droomden ervan dat het internet de publieke sfeer enorm zou uitbreiden, tot een nieuwe mondiale agora waar mensen die nooit een stem hadden gehad konden deelnemen aan de besluitvorming. Dat zou eerlijkere en betere besluiten opleveren die veel breder worden gedragen. Maar het wordt steeds duidelijker dat het internet in feite vooral de scheiding tussen publiek en privé opheft en het zo steeds moeilijker maakt om tot een doordachte discussie, laat staan consensus te komen. Onze veranderde verhouding tot het nieuws lijkt zelf tot slechter nieuws te leiden.
Mentale afstand
In 2013, toen Donald Trump nog een lachwekkende tv-ster was en Twitter door gebruikers nog niet liefkozend voor ‘hellsite’ werd uitgemaakt, schreef de Duits-Koreaanse cultuurtheoreticus Byung-Chul Han in zijn vooruitziende boek Im Schwarm (‘In de zwerm’) al dat de digitale communicatie het politieke bedrijf langzamerhand onmogelijk maakte. Een gezond politiek debat berustte in zijn ogen op respect, wat vereist dat de deelnemers aan het debat een zekere mentale afstand tot elkaar bewaren: ‘Het openbare leven vereist een respectvol wegkijken van wat privé is.’
Maar digitale verbondenheid heft die afstand op. Online vervaagt het onderscheid tussen weloverwogen openbaar commentaar op het nieuws en impulsieve oprispingen van je halfbakken privé-indruk; en op sociale media worden de extreemste gevoelsuitbarstingen beloond en uitvergroot. Een directe verbinding tussen het nieuws en de diepste krochten van ieders geest blijkt er niet toe te leiden (en achteraf lijkt dat misschien nogal wiedes) dat het gemakkelijker wordt om tot overeenstemming en oplossingen te komen. Het leidt ertoe dat ieder thema waarover verschil van mening bestaat al snel ontaardt in slaande ruzie.
Voor een goed functionerende publieke sfeer moeten we collectief kunnen beschikken over een gedeelde verzameling feitelijke kennis van de werkelijkheid, als stabiele ondergrond waarop we onze meningsverschillen kunnen uitvechten. Maar met zo’n gigantisch overschot aan informatie, gefilterd op grond van wat ieders individuele aandacht trekt, blijft van die gedeelde grondslag al snel weinig over. Ondertussen worden we door de algoritmes van de sociale media ongemerkt in steeds meer gescheiden groepjes van steeds soortgelijkere mensen opgedeeld, zodat ook als je met elkaar over bijvoorbeeld films of sport discussieert, je dat steeds vaker doet met mensen van dezelfde politieke kleur als jij.
Hoe groter je politieke betrokkenheid wordt, des te meer alles ook politiek wordt – en des te moeilijker het wordt, zo wijst onderzoek uit, om je politieke tegenstanders nog helemaal als mens te zien. En dat is een situatie waar populisten garen bij spinnen, want zij weten dat ze van het leven een veldslag langs politieke lijnen moeten maken om de publieke aandacht volledig te kunnen domineren.
Zo bezien blijft er weinig over van de gedachte dat voortdurend het nieuws volgen een effectieve manier is om autoritaire tendensen te bestrijden of andere lovenswaardige politieke doelen na te streven. Door je op sociale media elke dag urenlang kwaad te maken op je tegenstanders werk je mee aan de uitholling van de democratie, ook al doe je dat vanuit een moreel onberispelijke positie. Onder politiek geïnteresseerden mag dan de algemene wijsheid heersen dat deze tijd schreeuwt om grotere betrokkenheid bij de actualiteit, maar misschien is het tegendeel juist het geval.
Als je jezelf afsluit voor het nieuws, zal dat je echter nog steeds vooral op het verwijt komen te staan dat het egoïstisch is en jij niet beseft hoe bevoorrecht je bent. Een jaar geleden stond er in The New York Times een artikel over Erik Hagerman, een man in Ohio die sinds de verkiezingen van 2016 het nieuws niet meer volgde. Hij ging zelfs zover dat hij ruis op zijn oortjes afspeelde om in koffietenten geen gesprekken over Trump op te vangen. Dat artikel ging viraal – natuurlijk! – en Hagerman kreeg een stortvloed aan honende zedenpreken over zich heen. (Die zou hij althans hebben gekregen als hij ze was gaan lezen.)
‘Niet iedereen kan zich ervoor afsluiten,’ zo verwoordde Kellen Beck de woede van velen in een artikel op Mashable, waarin hij Hagerman uitriep tot ‘de meest egoïstische man in Amerika’. ‘Mensen van wie het gezin uiteen wordt gerukt door het uitzettingsbeleid van de immigratiedienst kunnen zich er niet voor afsluiten. Mensen die slachtoffer worden van vuurwapengeweld kunnen zich er niet voor afsluiten.’ Maar ‘als witte man die in de gelegenheid is gesteld een hoop geld te verdienen (en te sparen), wordt Hagerman niet direct getroffen door veel van wat dit land en zijn medeburgers overkomt’.
Nieuws mijden
Maar de gedachte achter dit argument – dat de keuze om minder aandacht aan het nieuws te schenken vanzelfsprekend een verwerpelijke luxe is – is een restant uit de tijd van informatieschaarste. Als het moeilijk is om aan nieuws te komen, is het goed om de moeite te nemen het nieuws te volgen. Maar als het nieuws overal is en non-stop baden in het nieuws de situatie alleen maar lijkt te verergeren, moet je juist moeite doen om het nieuws, al is het maar gedeeltelijk, te mijden. In een tijd van aandachtschaarste betekent een zinvol leven juist dat je niet aan ieder belangrijk thema aandacht schenkt; van de grootste heiligen in de geschiedenis werd nooit gevraagd om zich om zo veel verschillende vormen van leed te bekommeren als jij tegenwoordig onder ogen krijgt door alleen al een site met buitenlands nieuws door te nemen.
Of het egoïstisch is om je daarvoor af te sluiten, hangt af van de vraag wat je doet met de tijd die je daardoor overhoudt. (Hagerman had, zo stond in het artikel, 20 hectare waterrijke grond gekocht op de plek van een gesloten kolenmijn en wilde dat gebied opknappen om het uiteindelijk aan de samenleving te schenken, een project waar hij de rest van zijn leven en bijna al zijn spaargeld aan dacht te gaan spenderen. Er zijn egoïstischer manieren om je tijd door te brengen.) Jezelf voor veel belangrijk nieuws afschermen is misschien wel een voorwaarde om überhaupt iets te kunnen doen.
We moeten ook blijven werken aan maatschappelijke verbondenheid
Nu de politiek de gedachten van zo veel mensen beheerst, zo stelt Robert Talisse in zijn nieuwe boek Overdoing Democracy, wordt het misschien wel een essentiële vorm van activisme om juist minder tijd te besteden aan dingen die politiek zijn – of die, zoals alles op sociale media, politiek voelen – en die tijd liever te steken in constructieve zaken waarin politiek geen rol kan spelen. Zo bezien is een weigering om in de kroeg of bij de koffieautomaat over Trump of de Brexit te kletsen geen kwestie van je kop in het zand steken, maar een poging om te voorkomen dat alle domeinen in het leven ten prooi vallen aan het dictaat van de actualiteit.
De remedie voor de verdeeldheid in de samenleving, zo wordt vaak gezegd, is om meer tijd door te brengen met mensen van ‘de andere kant’. Maar Talisse raadt ons aan bewust deel te nemen aan sociale activiteiten die helemaal niet door politieke voorkeuren zijn gedreven – waarin de hele vraag van iemands politieke affiniteit sowieso niet aan de orde is. Hij woont zelf in Nashville en gaat tegenwoordig vaak met zijn vrouw naar bluegrassconcerten. ‘Ik heb geen idee wat de politieke kleur van de andere concertgangers is,’ zegt hij. ‘Het is niet dat je als Democraat plekken moet opzoeken waarvan je weet dat er veel Republikeinen komen. Je moet gewoon dingen gaan doen waarin politiek geen rol hoeft te spelen.’
Talisse beseft dat deze goede raad als recept voor het redden van constructieve democratische betrokkenheid nogal triviaal en misschien zelfs naïef klinkt. Maar als je een veilig heenkomen zoekt voor het vreselijk verslavende drama van de nationale en internationale politiek, is dat waarschijnlijk onvermijdelijk: juist omdat het nieuws zo verslavend is, moet je er niet vreemd van opkijken dat het alternatief er eerst nog wat suf bij afsteekt. En hij benadrukt dat hij er niet voor pleit om je voortaan helemaal van conventionele vormen van activisme te onthouden: ‘Ik zeg niet dat je niet naar demonstraties moet gaan. Maar dat moet niet het enige zijn wat je doet. Dus wat ik eigenlijk zeg, is dat democratie meer werk is dan je denkt, omdat je ook die andere dingen moet doen.’ We moeten demonstreren. Maar we moeten ook blijven werken aan de maatschappelijke verbondenheid die onze politiek mede mogelijk zou moeten maken.
Talisse wijst erop dat er na Trumps verkiezingszege veel artikelen werden geschreven met adviezen over hoe je tijdens Thanksgiving moest omgaan met politieke discussies binnen de familie, waarbij de conclusie vaak luidde dat als het te veel stress opleverde om een beschaafd gesprek te voeren met een oom die op Trump had gestemd, je misschien beter thuis kon blijven. Maar dan, zegt Talisse, ga je er stilzwijgend van uit dat als puntje bij paaltje komt, politieke overtuigingen belangrijker zijn dan familiebanden. En dat is de wereld op zijn kop: een van de hoofddoelen van een democratisch bestel is juist dat het iedereen de kans moet garanderen op zaken zoals een familieleven. Als je met Thanksgiving aan tafel zit met een oom die voor Trump is, gaat het er niet om dat je probeert tot een compromis te komen of het met elkaar eens te worden, maar dat je beseft dat we meer zijn dan onze politieke voorkeur alleen. Dat we, in de woorden van Talisse, ‘om elkaar als politieke gelijken tegemoet te treden elkaar als meer dan alleen kiezers moeten zien’.
Druk maken
Het is natuurlijk niet helemaal eerlijk dat we hier überhaupt bij stil moeten staan. Dat wij als individu zelf het initiatief moeten nemen om minder op te gaan in de actualiteit van nieuws en politiek, terwijl het probleem wordt veroorzaakt door een aandachtsindustrie die volledig is gericht op winstmaximalisatie van de technologiebedrijven. Maar het is misschien de enige manier waarop we daarin nog enige verandering kunnen brengen. Als de kolonisering van ons dagelijks leven door het nieuws schadelijk is voor zowel onszelf als het democratisch bestel, moeten we daar niet klakkeloos in meegaan. En misschien is het helemaal niet onze morele plicht om ons druk te maken om alles wat in het nieuws is, maar juist om ons daar een beetje minder druk om te maken.
Uit Amerika overgewaaide ‘drill’-muziek en sociale media als Instagram en Snapchat wakkeren het bendegeweld onder tieners in Londen aan.
Een gewelddadig nieuw muziekgenre en de trend om vechtende bendeleden in eethuizen te filmen dragen bij aan een golf van verminkingen en moorden onder tieners, aangewakkerd door geruchten, roddels en bedreigingen op sociale media.
Op de Instagrampagina’s waar jongeren die bij de bendecultuur zijn betrokken de laatste roddels kunnen vinden, staan foto’s van beruchte, met hun wapens en geld zwaaiende lokale ‘beroemdheden’ broederlijk naast grappen over leraren op school.
Deze privépagina’s hebben tienduizenden volgers en waarschuwen, onder de belofte van expliciete content, dat ze niet voor ‘watjes’ zijn bedoeld. Sociale media als Instagram, YouTube en Snapchat lijken de gewelddadige bendecultuur aan te wakkeren, ook onder kinderen die nog maar nauwelijks tiener zijn.
Door naar deze muziek te luisteren blijven jongeren op de hoogte van wie wie heeft bedreigd, en de woorden van de rapsongs zijn doortrokken van plaatselijke roddels
Na de dood van de zeventienjarige Tanesha Melbourne op paasmaandag in Tottenham, Noord-Londen, wezen mensen uit de buurt op een veel gedeelde video van een man die door een groep jongeren werd ‘besprongen’ in een Tinseltown-eethuis en spraken ze het vermoeden uit dat deze vernedering op sociale media wraak had uitgelokt.
Leden van de beruchte bende Northumberland Park eisten op een Istagrampost de verantwoordelijkheid op voor Tanesha’s dood en schreven dat ze in een kruisvuur van rivaliserende bendes terecht was gekomen: ‘Als je met mijn vijanden chilt ga ik niet ergens anders op mikken.’ De post vervolgde: ‘Hem hebben we koud gemaakt in Tinseltown en die meid van hem in Chalgrove.’
Deze grootspraak is niet ongewoon. Geheime Snapchatpagina’s die mensen alleen kunnen zien wanneer ze als vriend worden geaccepteerd tonen gewelddadige beelden, nieuwtjes en standpunten die door de Londense bendeleden worden verspreid. Sommige posts van de site worden vervolgens opgeslagen en gedeeld op Instagrampagina’s, waar velen hun leeftijdgenoten maar al te graag willen laten zien hoe goed ze op de hoogte zijn.
Vorig jaar werd de moordenaar van Quamari Serunkuma-Barnes woest en gewelddadig nadat hij online herhaaldelijk een ‘wasteman’ was genoemd, iemand die alleen maar ruimte inneemt. Hij vertelde dat hij in alle staten was geraakt door de beledigingen, zodat hij een mes in zijn schooltas had gestopt. Bespottingen op sociale media zijn gemeengoed onder rivaliserende bendes, en het jonge publiek slaat al het geweld ademloos gade.
‘Drill’-muziek, een immens populair genre waarmee de sterren miljoenen YouTube-kijkers trekken, is een andere manier waarop tieners invloed proberen te verwerven op sociale media. Het genre is geboren in bendestad Chicago, maar inmiddels naar Londense woonwijken geëxporteerd.
De teksten zijn obscuur, nihilistisch en gewelddadig en bevatten dreigementen aan het adres van rivaliserende bendes. Door naar deze muziek te luisteren blijven jongeren op de hoogte van wie wie heeft bedreigd, en de woorden van de rapsongs zijn doortrokken van plaatselijke roddels.
Angst
Geweld is makkelijk in de woorden te herkennen. De populaire groep 1011 rapt over rivalen die op elkaar insteken. Eén tekst luidt: ‘Bloed aan mijn mes, hou ’t maar man, maak ’t schoon, gebruik heet water en bleek ’t.’
Soms is de boodschap versluierd. MizOrMac van de Harlem Spartans uit Kennington, Zuid-Londen, rapt: ‘Van rupsen tot vlinders, onze drillers, nog altijd aan ’t zwemmen, hier aan ’t vissen, de rivieren aan ’t overleven, je verzuipt als je niet meedoet.’
‘Vissen’ is naar rivalen zoeken om neer te steken, terwijl de andere woorden naar slachtoffers verwijzen die verdrinken in rivieren van bloed. MizOrMac, in het echt Mucktar Khan, werd eerder dit jaar tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens bezit van een geladen wapen en een Samuraizwaard.
De benderoddels op de socialemediapagina’s zijn nauw verweven met de drillscene. Ze geven volgers de gelegenheid korte video’s in te sturen waarin ze zelf drillmuziek ten gehore brengen en die online te posten, zodat duizenden ze kunnen bekijken. De kant-en-klare video’s en de heftige teksten zorgen voor felle rivaliteit tussen groepen met verschillende Londense postcodes.
Deze rivaliteit kan soms dodelijk zijn. Een rapper genaamd ‘Showkey’, in het echt Leoandro Osemeke, was zestien toen hij werd doodgestoken tijdens een houseparty in Peckham die uit de hand liep nadat hij ‘viraal was gegaan’ op sociale media.
Sommigen wijten zijn dood aan het feit dat hij moest getuigen in het proces tegen drie andere tieners, die later werden veroordeeld omdat ze vier maanden eerder zijn vriend Myron Yarde, ook een aspirant-rapper, onder de artiestennaam Mdot, hadden doodgestoken.
Een Snapchatpost, die volgens vrienden afkomstig was van de jonge rapper vlak voordat hij stierf, luidde: ‘Het leven langs de weg is maf man, alles kan gebeuren, ze kunnen je neersteken of wat dan ook, maar als ik doodga word ik godverdomme een legende.’
Giggs, een Grime-artiest uit Peckham, spoorde zijn jonge leeftijdgenoten na de dood van Showkey aan om de bendecultuur te verlaten. Hij zei: ‘RIP Showkey, ik vind ’t echt kut om te horen man. Ik was ’n fan, en ik vind ’t echt kut om dit te posten man. Heb echt te doen met z’n ouders man, m’n gedachten en gebeden gaan naar ze uit. Kom op, jongens, ik blijf zeggen dat we zo niet meer hoeven te leven. God heeft ons meer dan ’n paar manieren gegeven om die bendes achter ons te laten.’
Maar degenen die hun droom willen verwezenlijken om een drillrap-ster te worden lijken het idee te hebben dat ze onderdeel zijn geworden van een hechte en vaak gewelddadige groepen en dat ze, omdat ze op de hoogte zijn van lokale spanningen, een kans maken in de harde wereld van de sociale media.
Om onlineroem te verwerven posten jonge mensen foto’s van hun wapens op Instagram, waarop commentaar in de vorm van ‘plaagstootjes’ over de troep in de slaapkamers op de achtergrond wordt vermengd met duistere dreigementen. Bij een foto van een man die met een machete poseert schreef iemand bijvoorbeeld als commentaar: ‘Donny moet hiermee kappen voordat-ie wordt omgelegd door ’n net iemand.’ Iemand anders grapte: ‘Kan dat ding beter omruilen voor ’n plumeau om af te stoffen.’
Gemakkelijke toegang
De gemakkelijke toegang tot de verhalen van insiders over schiet- en steekpartijen betekent dat tieners vanuit hun slaapkamer op de hoogte kunnen blijven van de cultuur, de bedreigingen en het geweld. De persoonlijke en zelfdestructieve aard van Snapchatposts impliceert dat de meest verontrustende berichten aan de spiedende blikken van volwassenen kunnen worden onttrokken.
Ook al doen ze online nog zo stoer, soms laten de kinderen die te midden van dit geweld leven ook hun angst blijken. Op een pagina met een link naar een nieuwsbericht over de recente steekpartijen schreef een tiener dat hij bang was om de hele zomer in Londen te blijven. ‘Zag ’t net, ’s zomers als iedereen weg van school en op pad is, ik ben op vakantie godverdomme.’ Een ander gaf de sociale media expliciet de schuld van de steekpartijen en schreef: ‘Het komt doordat de mensen op sociale media mekaar de huid vol schelden en als de vijand ze te pakken krijgt worden ze aan ’t mes geregen.’
Brits conservatief dagblad, ooit door de BBC omschreven als ‘een van ’s werelds grote titels’. Zusterkrant van The Sunday Telegraph. Voert sinds 1858 als motto: ‘Was, is and will be’.
Suggesties voor een ander sociaal netwerk, en meer.
Belastingen: Brussel komt in actie
Op 21 maart presenteerde de Europese Commissie een plan om de internetreuzen zwaarder te gaan belasten. Een dergelijke belasting zou de Europese Unie bij een tarief van 3 procent jaarlijks 5 miljard euro kunnen opleveren, zo bericht de Financial Times.
Brussel probeert door deze maatregelen de grote internetbedrijven, die van belastingontduiking worden beschuldigd en inderdaad weinig aan de fiscus in Europa afdragen, alsnog te laten dokken. Het plan maakt deel uit van een veel breder initiatief, geleid door de OESO, om de belastingwetgeving te hervormen in een sector waarvan de activiteiten nu veelal nog tussen de mazen van het net van nationale belastingwetgevingen door glippen.
De Commissie wil met name ‘de regels met betrekking tot het belasten van ondernemingen zodanig aanpassen dat de winsten worden geregistreerd en belast daar waar de ondernemingen een belangrijke interactie hebben met de gebruikers’.
Voorlopige belasting
De Europese Commissie is overigens van plan een voorlopige belasting te gaan opleggen voor activiteiten op het internet die vandaag de dag nog onbelast zijn. Dat betreft dan de opbrengsten uit reclame, de kosten die door gebruikers voor diensten worden betaald zoals bij Apple en Spotify het geval is, en ook het geld dat de verkoop van persoonsgegevens aan derden oplevert. De belasting zou alleen gelden voor ondernemingen met een bruto jaaromzet van ten minste 750 miljoen euro wereldwijd, en 50 miljoen euro binnen de EU.
‘Wij nemen absoluut niet speciaal Amerikaanse ondernemingen op de korrel,’ bezwoer de Eurocommissaris voor Economische Zaken en Financiën, de Fransman Pierre Moscovici, bij de presentatie van de nieuwe belastingmaatregelen. In dezelfde week onderhandelden de Europeanen met de Amerikanen over een uitzonderingspositie bij de heffing van invoerrechten op staal en aluminium, die door Donald Trump in het leven zijn geroepen. Maar Brussel moet toegeven dat van de 120 tot 150 ondernemingen die te maken krijgen met de gevolgen als de voorstellen van de Commissie worden aangenomen, de helft Amerikaans is en eenderde Europees.
Geen hamerstuk
Onder de grote namen uit Silicon Valley bevinden zich bijvoorbeeld Google en Facebook, maar van Europese kant alleen het Zweedse Spotify. De internethandel – dus Amazon – zou in eerste instantie deels worden gevrijwaard van de nieuwe belasting, meldt de Financial Times.
Het aanvaarden van de maatregelen die de Commissie voorstelt, wordt overigens geen hamerstuk. Alle 28 lidstaten van de EU moeten hun akkoord geven. Maar de landen die tot dusverre een fiscale politiek hebben gevoerd die zeer gunstig is voor het bedrijfsleven, zoals met name Ierland en Luxemburg, zouden wel eens dwars kunnen gaan liggen.
Mark Zuckerberg, oprichter en hoogste baas van Facebook, ligt zwaar onder vuur sinds het aan het licht treden van de affaire- Cambridge Analytica.
Maar al op 17 maart verwierp hij categorisch het idee om terug te treden. ‘Ik heb dit bedrijf opgezet. Ik heb de leiding. En ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt,’ verklaarde hij. ‘Ik probeer niet de schuld te leggen bij wie dan ook.’
Het sociale netwerk wilde een paar dagen later, op 4 april, ternauwernood toegeven dat de gegevens van mogelijk wel 87 miljoen Facebookgebruikers terecht waren gekomen bij Cambridge Analytica, een adviesbureau dat in 2016 had gewerkt voor de campagne van Donald Trump. Aanzienlijk meer dus dan de 50 miljoen die waren genoemd door The New York Times en The Observer, de Amerikaanse krant en het Britse weekblad die op 17 maart de affaire hadden onthuld.
De nummer twee van Facebook, Sheryl Sandberg, die zoals de Financial Times in herinnering roept, bij Google en voor het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft gewerkt, erkende dat het bedrijf ‘vergissingen’ heeft begaan en te lang heeft gewacht met een reactie op de onthullingen. Terwijl op de beurs de aandelen Facebook omlaag denderden en de politiek uitleg eiste, wachtten Zuckerberg en Sandberg vijf dagen eer ze iets van zich lieten horen.
Als gevolg van de onthullingen heeft Facebook maatregelen genomen om de toegang van ontwikkelaars van apps tot gebruikersgegevens te beperken. Een instrument voor adverteerders is eveneens geblokkeerd en de onderneming heeft haar beleid op het punt van vertrouwelijkheid herzien.
Suggesties voor een ander sociaal netwerk
Nationalisatie
Facebook vaarwel zeggen is een luxe die niet iedereen zich kan permitteren, betoogt Blayne Haggart, hoogleraar Politicologie aan Brock University in St. Catharines (Canada) op de website The Conversation. Of het nu om persoonlijke of professionele redenen is, sommige mensen hebben bijna een levensbehoefte aan de sociale media. Maar ‘een organisatie die voortdurend problemen schept en waarvan de verdwijning de maatschappij in een chaos zou storten, is duidelijk geen normale onderneming. Facebook is een essentieel onderdeel geworden van onze communicatieve infrastructuur, en als zodanig zullen we het verschijnsel moeten behandelen.’
Haggart vindt dat Facebook daarom genationaliseerd moet worden. Wie anders, zo luidt zijn argument, dan de democratische staat heeft de legitimiteit om regels vast te stellen inzake expressiviteit en gegevensbeheer voor de maatschappij als geheel?
Maar, zo moet Haggart toegeven, het is een voorstel dat in de Verenigde Staten moeilijk serieus zal worden genomen. ‘Daar staat ingrijpen door de staat in een kwade reuk.’ In het merendeel van de overige landen daarentegen meent men ‘dat het staatstoezicht meer rechtvaardigheid en gelijkheid garandeert op gebieden waar de sociale stabiliteit belangrijker is dat het monopolistische streven naar geldelijk gewin’.
Een organisatie zonder winstoogmerk
‘Facebook in in wezen een controleapparaat, en hopen dat dit verandert, getuigt van een misplaatst optimisme’, schrijft Tim Wu in een column in The New York Times. Volgens deze advocaat en hoogleraar Rechten aan de Columbia-universiteit in New York, een erkend specialist op het gebied van internet en schrijver van het boek The Attention Merchants (in Nederland verschenen onder de titel Aandacht is het nieuwe goud) is het onbegonnen werk Facebook te willen ‘repareren’: het moet vervangen worden. Maar door wat?
Om te kunnen concurreren met de schepping van Mark Zuckerberg en die vervolgens te overvleugelen, zal het nieuwe sociale netwerk een kritische massa gebruikers moeten zien aan te trekken. Volgens Wu zou dat nieuwe netwerk op poten kunnen worden gezet door oud-medewerkers van Facebook – van wie velen zich hebben aangesloten bij het Center for Humane Technology, een beweging die tot doel heeft de cultuur van Silicon Valley te veranderen – in de vorm van een organisatie zonder winstoogmerk.
Wikipedia, dat evenveel gebruikers – ‘traffic’ in vaktermen – trekt als Facebook, kan daarbij als model dienen. En het project zou gefinancierd kunnen worden door de Corporation for Public Broadcasting, een niet-gouvernementele organisatie in de Verenigde Staten die tot doel heeft de Amerikaanse publieke media te ondersteunen.
De gebruikers aan de macht
Het zal Mark Zuckerberg, die zo ‘hard gevochten heeft om de controle over Facebook te behouden’, allerminst bevallen, maar waarom niet gedacht aan een sociaal netwerk dat wordt beheerd door de gebruikers zelf, stelt columnist Kevin Roose in The New York Times voor.
Nathan Schneider, hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Colorado, opperde in 2016 al dat de gebruikers van Twitter het platform zouden moeten opkopen om het verder zelf te gaan beheren, een manier om te laten zien dat het sociale netwerk ‘de democratie serieus neemt’.
Het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven
Een federatie
In plaats van ‘een dik, vet Facebook’ zou het ook een idee kunnen zijn een federatie van sociale netwerken in het leven te roepen die ‘een gemeenschappelijk protocol’ overeenkomen, volgens het model dat ook gebruik wordt voor e-mail, zo luidt een ander idee van Kevin Roose. Dan zou bijvoorbeeld Mammabook kunnen ontstaan, en Sportbook of Gamebook, die onafhankelijk zouden opereren en zich zouden aanpassen aan de behoeften van hun gebruikers. En als een van die netwerken ‘zich verkeerd zou ontwikkelen’, zou het uit de federatie gezet kunnen worden ‘zonder dat men genoodzaakt zou zijn het hele netwerk te sluiten’.
Een resetknop
Nog een suggestie van Kevin Roose, en wel de meest radicale: bied de gebruikers van sociale netwerken de mogelijkheid hun sporen uit te wissen, een soort ‘zelfreinigingsoptie’, zodat iedereen zijn profiel kan wissen, of applicaties die niet meer worden gebruikt, ‘vrienden’ kan verwijderen die geen vrienden meer zijn of bestanden kan wissen waaraan de gebruiker geen behoefte meer heeft. Of het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven.
De valstrik
‘Nog niet zo heel lang geleden stonden de sociale media bekend als fantastische wapens voor het verspreiden van liberale waarden,’ schrijft het Duitse weekblad Der Spiegel. De baas van Facebook, Mark Zuckerberg, bleef maar uitventen dat zijn onderneming als ‘missie’ had ‘de wereld open te breken’ en ‘de mensen tot elkaar te brengen’.
Maar nu blijkt het een valluik te zijn dat zich boven ons sluit, aldus het blad op 24 maart, enkele dagen na de onthulling van het schandaal rond Cambridge Analytica. Facebook is ‘een gevaar voor de democratie geworden’. ‘Iedere gebruiker moet zelf beslissen of hij dit systeem wil blijven voeden met zijn eigen gegevens’, aldus het blad, dat blijft aandringen op de noodzaak om regels voor de sociale media op te stellen.
Het monopolie van de titanen
‘Hoe temmen we de titanen van de technologie?’ vroeg The Economist zich op 20 januari af. Het Britse weekblad komt tot de bittere constatering dat de overheersing door giganten als Google, Facebook en Amazon niet goed is voor de consument, noch voor de concurrentie, en dat er geen eenvoudige oplossingen voorhanden zijn om aan die hegemonie een einde te maken.
‘Het ontbreken van een eenvoudige oplossing berooft politici van gemakkelijke slogans, maar niet in die mate dat de tegenstanders van de monopolisten nu alle wapens uit handen geslagen zijn’, schrijft het blad, dat meent dat een beter gebruik van het concurrentiebeding Facebook bijvoorbeeld had kunnen beletten Instagram op te slokken, of Google om de navigatie-app GPS Waze op te kopen.
Als maar genoeg mensen Facebook de rug toekeren, begrijpt het concern wel dat het zich niet langer zo onwetend kan opstellen. Of zorgt de koersval er vanzelf voor dat Facebook zijn lesje leert?
JA
Het is welletjes. Ik ben weg. Mijn Facebookaccount heb ik verwijderd. Dag beste 348 ‘vrienden’, ik vind jullie nog altijd aardig, maar we zien elkaar wel ergens anders. Waarom nu? Tegenvraag: waarom nu pas? Het is immers bekend dat Facebook een mondiaal opererend bewakingssysteem en een reusachtig datamonster is. En we weten al jaren dat het concern nagenoeg een monopolist is en zich ook als zodanig opstelt, onbuigzaam naar concurrenten, ondoorzichtig in eigen zaken, arrogant tegenover de politiek.
Dus wat is er veranderd? Te veel is er de laatste tijd samengekomen: in het debat over lastercampagnes op internet deed Facebook telkens weer de belofte actie te zullen ondernemen. Maar er gebeurde pas iets toen de [Duitse] Bondsregering ingreep. Sindsdien ben ik het vertrouwen in de beloften van het concern kwijtgeraakt.
Vervolgens de kwestie met de Amerikaanse verkiezingsstrijd (en naar het zich laat aanzien ook met de Brexit): Facebook is kennelijk misbruikt voor propaganda, voor leugens, voor nepnieuws. Of de Russen erachter zitten, of de verkiezingen zo werden beslist – het doet er niet toe. Duidelijk is dat Facebook zelf geen vat meer heeft op wat er op het platform gebeurt.
Ten slotte het schandaal rond Cambridge Analytica. Veel is nog onduidelijk, maar vaststaat dat Facebook al twee jaar van het datamisbruik afwist en niet heeft ingegrepen. Facebookoprichter Mark Zuckerberg heeft daar een heel juiste verklaring over afgegeven: ‘Wij hebben de verantwoordelijkheid om jullie informatie te beschermen. Als we dat niet kunnen, verdienen we jullie niet.’ Dat vind ik nou ook.
Ik mis: niets. Een foto van bekenden hier, een like daar. Niets daarvan is belangrijk. In werkelijkheid is Facebook een tijddodingsmachine
Om Facebook te verlaten moet je alleen je eigen gemakzucht overwinnen. Het is niet heel eenvoudig om je af te melden en dat is waarschijnlijk geen toeval. Ook wie bij Facebook vertrekt maar bij WhatsApp of Instagram blijft, is nog altijd toeleverancier van Zuckerbergs computers, want beide ondernemingen maken deel uit van zijn concern. Maar is dat een argument tegen stap één? Integendeel.
Zal Facebook veranderen, enkel omdat ik me afmeld? Het is evident dat alleen met overheidsregulering echt iets te bereiken valt, maar als er maar genoeg gebruikers vertrekken en adverteerders wegblijven, dan snapt zelfs een wereldmacht als Facebook dat het de regels niet zelf kan bepalen. En er zijn tamelijk veel mensen die Facebook vaarwel zeggen. Zoals Elon Musk van elektrische-autofabriek Tesla en Brian Acton, medeoprichter van WhatsApp. Jim Snabe, voorzitter van de raad van toezicht bij Siemens. En Tim Cook, de baas van Apple, zegt: ‘Ik heb geen kinderen, maar wel een neefje en ik wil niet dat hij gebruikmaakt van sociale netwerken.’
Uiteindelijk is het een persoonlijke kwestie: wat heb ik aan Facebook, hoe belangrijk vind ik de berichtenstroom, hoezeer heb ik het medium nodig? De antwoorden kunnen bij een onderneming anders uitpakken dan bij mij (ook Die Zeit zit op Facebook).
In het recentste schandaal rond Facebook moeten twee zaken worden onderscheiden. Ten eerste Facebook zelf. Buiten kijf staat dat gegevens van miljoenen gebruikers in verkeerde handen zijn gevallen. Het sociale netwerk wist dat al vanaf 2015, heeft het verdoezeld en daarmee het vertrouwen van zijn gebruikers misbruikt. Door deze en andere gebeurtenissen ontstaat de indruk dat Facebook zijn gebruikers niet afdoende beschermt en een probleem heeft met de kwaliteit van zijn software.
De tweede speler in dit schandaal Cambridge Analytica, een bedrijf voor politieke marketing uit Groot-Brittannië. Een oud-medewerker heeft onthuld dat het bedrijf zich de genoemde gegevens van de Facebookgebruikers heeft toegeëigend en die later voor de Amerikaanse verkiezingsstrijd wilde gaan gebruiken. In 2016 werkte Cambridge Analytica namelijk voor Donald Trump. Onduidelijk is nog of de gegevens daadwerkelijk zijn gebruikt.
Tijddodingsmachine
Vlak nadat Trump tot president was gekozen, deden evenwel beweringen de ronde dat Cambridge Analytica een buitengewoon effectieve methode had ontwikkeld om aan de angsten van potentiële kiezers te appelleren. Dat zou hebben bijgedragen aan de overwinning van Trump. Managers van het bedrijf weerspraken dat niet. Als basis dienden onderzoeken aan de Universiteit van Cambridge. Wetenschappers hadden daar een persoonlijkheidsanalyse ontwikkeld die sterk steunde op de likes die een Facebookgebruiker geeft. Het lag dus voor de hand dat Cambridge Analytica geïnteresseerd was in dergelijke gegevens. Een Britse onderzoeker die de gegevens van miljoenen gebruikers van Facebook had verzameld, speelde deze door aan het bedrijf. IT-experts van de Britse privacyautoriteiten proberen momenteel deze gang van zaken met bewijzen te staven.
Ik was al een tijdje nauwelijks meer actief op Facebook en had de app al verwijderd. Ik mis: niets. Een foto van bekenden hier, een like daar. Niets daarvan is belangrijk. In werkelijkheid is Facebook een tijddodingsmachine. Ik ben daar nu weg.
NEE
De koersval zorgt ervoor dat Facebook zijn lesje leert. Wie zich nu afmeldt, benadeelt zichzelf.
Natuurlijk zeg ik Facebook niet vaarwel. Oké, ik geef toe dat ik het even heb overwogen toen bekend werd dat de gegevens van vijftig miljoen gebruikers illegaal aan het obscure bedrijf Cambridge Analytica zijn doorgespeeld, dat daarmee op zijn beurt de Amerikaanse presidentsverkiezingen zou hebben beïnvloed. Maar ik heb besloten het niet te doen, om drie redenen.
Ten eerste is Facebook nu gewaarschuwd. Een daling van de aandelenkoers met bijna 20 procent in één week laat zelfs het meest cynische management niet koud. Het concern zal na de opwinding rond Cambridge Analytica proberen het in het toekomst moeilijker te maken om op een legale manier verkregen gegevens illegaal aan anderen door te spelen. Of om toegang te krijgen tot gegevens van gebruikers die daar niet mee hebben ingestemd. Tot nog toe staat ook niet vast dat zoiets vaker of zelfs doorlopend gebeurt. Facebook zou de drempel voor dergelijk wangedrag nog kunnen verhogen. Bijvoorbeeld door de veroorzakers van het schandaal consequent en standvastig gerechtelijk te vervolgen. Ook op technisch vlak zijn er waarschijnlijk nog mogelijkheden.
Ten tweede geloof ik de beweringen over de Amerikaanse verkiezingen niet. Wie laat zich bij het invullen van een stembiljet nou beïnvloeden door posts op Facebook? Ik in elk geval niet. En als iemand dat toch doet, zouden heel gewone verkiezingsspotjes (die er in Amerika bij bosjes zijn) dan niet hetzelfde bewerkstelligen? Tot nog toe is niet duidelijk wat Cambridge Analytica precies heeft gedaan met de Facebookgegevens. Maar wat zou dat meer moeten zijn geweest dan mensen een beetje doelgerichter aanspreken? Dat is geen magie. Het verhaal dat het bedrijf de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft beslist is zeer waarschijnlijk vooral een geslaagde marketingstunt.
Eergisteren nog kreeg ik via Facebook een bericht van een vrouw die ik voor het laatst heb gesproken toen ik zeventien was. Zij was destijds mijn gastmoeder in Nieuw-Zeeland
Niettemin zou natuurlijk niemand illegaal aan Facebookgegevens mogen komen. En het is een gotspe dat het management van het netwerk pas zo laat publiekelijk heeft toegegeven dat dat is gebeurd. Zolang echter niet duidelijk is of privégegevens herhaaldelijk zonder instemming van de gebruikers zijn overgeheveld, is dat allemaal voor mij niet erg genoeg om Facebook te verlaten.
Dat komt door de derde en belangrijkste reden die ik heb om bij Facebook te blijven: de voordelen van het netwerk. Die winnen het voor mij tot nog toe simpelweg van de nadelen. Ik zit al meer dan tien jaar op Facebook. In die tijd heb ik veel geleerd. Bijvoorbeeld om voorzichtig om te gaan met mijn gegevens, want wie weet wie er meeleest (dat kan behalve Cambridge Analytica ook gewoon mijn baas zijn). Desondanks zit ik nog altijd om dezelfde reden op Facebook als destijds toen ik mijn profiel aanmaakte: om in contact te blijven met mensen die ik weliswaar ken, maar niet vaak zie omdat ze te ver weg wonen. Eergisteren nog kreeg ik via Facebook een bericht van een vrouw die ik voor het laatst heb gesproken toen ik zeventien was. Zij was destijds mijn gastmoeder in Nieuw-Zeeland; ze woont op een schapenboerderij, met in de wijde omgeving alleen maar bergen. Daar werd ik gewoon blij van. De kans dat ze me in plaats daarvan een kaartje had gestuurd, is bijna nul.
Ze zijn jong, ongetrouwd en boos. De Ethiopische Qeerroo-beweging wist met stakingen en protestacties de premier van een van Afrika’s meest dictatoriale regimes ten val te brengen.
Tegenwoordig is Desalegne bankier. Maar ooit was hij een Qeerroo: een jonge, energieke, ongetrouwde man afkomstig uit Ethiopiës grootste etnische groep, de Oromo, en gebonden aan wat hij noemt ‘een verantwoordelijkheid om het volk te verdedigen’.
Twaalf jaar geleden hielp hij mee om massaprotesten te organiseren tegen een verkiezingsuitslag die volgens velen gemanipuleerd was door het regerende Ethiopian Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front (EPRDF). Hierdoor belandde hij in de gevangenis wegens terrorisme.
Sindsdien is hij getrouwd en heeft hij, zoals velen van zijn generatie, de politiek grotendeels gemeden. Tot 12 februari, toen hij samen met vele anderen in Adama en de regio Oromia meedeed aan een staking voor de vrijlating van oppositieleiders en de beëindiging van het autoritaire regime.
De boycot, die drie dagen duurde en een groot deel van Centraal-Ethiopië stillegde, resulteerde op 13 februari in de vrijlating van Bekele Gerba, een prominente Oromo-politicus die in Adama woont, en binnen 48 uur in het aftreden van Ethiopiës veel bekritiseerde premier, Haile Mariam Desalegne. De geschokte regering riep daarna op 15 februari voor de tweede keer in twee jaar de noodtoestand uit.
‘Alles lag plat,’ zegt Desalegne over de staking in Adama. ‘Bijna iedereen deed mee – zelfs ambtenaren.’ Voor hem en veel andere inwoners van Adama is er maar één verklaring waarom deze normaal zo rustige stad zich aansloot bij de opstand die zich sinds 2014 over delen van Ethiopië heeft verspreid: de Qeerroo.
Jonge vrijgezellen
Wie de Qeerroo precies zijn, en hoe ze hebben geholpen om een van Afrika’s sterkste en meest autocratische regeringen op de knieën te krijgen, is niet zo eenvoudig te begrijpen. In de traditionele Oromo-cultuur staat de term voor een jonge vrijgezel. Maar tegenwoordig staan de Qeerroo symbool voor zowel de Oromo-beweging – een strijd om meer politieke vrijheid en een grotere, etnische vertegenwoordiging in landelijke structuren – als voor een hele generatie Ethiopische jongeren die de laatste tijd assertiever is geworden.
‘Zij zijn de stem van het volk,’ verklaart Debela, een tweeëndertigjarige taxichauffeur in Adama. Hij zegt dat hij te oud is om een van hen te zijn, maar dat hij hun protest begrijpt. ‘Zij zijn de voorhoede van de Oromo-revolutie.’
De identiteit van de Oromo is veel sterker geworden sinds het EPRDF in 1994 een model van etnisch gebaseerd federalisme instelde. ‘In het verleden was het een schande om als Oromo te worden beschouwd,’ zegt Desalegne, wijzend op de etnische assimilatiepolitiek van de twee voorgaande Ethiopische regimes, keizerlijk en communistisch. ‘Maar nu zijn mensen er trots op om Oromo te zijn. Dat heeft de Qeerroo aangemoedigd.’
Naarmate de Oromo-beweging de afgelopen jaren een groter zelfvertrouwen kreeg, trok de rol van de Qeerroo in het organiseren van onrust steeds meer de aandacht van de staat. Begin dit jaar kondigde de politie plannen aan om hard op te treden tegen de Qeerroo, met het argument dat het een clandestiene groep was die het land wilde destabiliseren en controle wilde krijgen over lokale overheidskantoren. Ze werden zelfs beschuldigd van terrorisme. Hoewel veel mensen dat tegenspreken, twijfelen weinigen aan de huidige kracht van de Qeerroo als undergroundgroep.
Sinds de vorige noodtoestand in augustus 2017 werd opgeheven, organiseerden Qeerroo-netwerken stakingen en protestacties in verschillende delen van Oromia. Dit ondanks het feit dat de overheid vanaf eind vorig jaar het complete mobiele internet heeft platgelegd in alle regio’s behalve de hoofdstad.
Bekele Gerba, de oppositieleider, schrijft zijn vrijlating uit de gevangenis toe aan de Qeerroo. Zij stuurden ook honderden mensen naar zijn huis in Adama om hem geluk te wensen. Maar net als vele oudere activisten bekent hij dat hij maar weinig weet van hoe ze zich organiseren. ‘We weten niet wie de leiders zijn en we weten niet of ze een centraal commando hebben.’
Maar in een recent interview met The Guardian lichtten twee lokale leiders in Adama, Haile en Abiy (niet hun echte namen), hun methoden toe. Volgens de twee mannen, beiden achter in de twintig, heeft elk district van de stad één Qeerroo-leider met minstens twintig ondergeschikten die allemaal verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van boodschappen en informatie over komende stakingen. Ze zeggen dat hun netwerken de afgelopen maanden beter georganiseerd zijn. Er is nu een hiërarchische commandostructuur en zelfs één enkele leider voor het hele Oromia. ‘Dat zorgt voor discipline en stelt ons in staat met één stem te spreken,’ zegt Abiy.
Hun taak is moeilijker geworden door de afwezigheid van internet. ‘Via sociale media kun je een boodschap in enkele seconden verspreiden,’ zegt Abiy. ‘Nu kan het wel twee weken duren omdat we van deur tot deur moeten gaan.’ In plaats van WhatsApp en Facebook te gebruiken, distribueren ze nu papieren flyers, vooral op universiteitscampussen.
‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam. Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers’
De rol van Oromo-activisten in de diaspora, vooral die in de VS, blijft eveneens van cruciaal belang, ondanks de stillegging van internet. Zecharias Zelalem, een in Canada wonende Ethiopische journalist, zegt dat de Qeerroo dankzij prominente socialemedia-activisten het politieke gewicht hebben gekregen waaraan het jeugdbewegingen in andere delen van het land nog steeds ontbreekt. Vooral het werk van Jawar Mohammed, de controversiële stichter van het in Minnesota gebaseerde Oromia Media Network (in Ethiopië verboden), heeft volgens hem de stem van de Qeerroo versterkt.
‘Jawar geeft ons politieke analyses en advies,’ legt Haile uit. ‘Hij kan toegang krijgen tot informatie, zelfs van binnen de regering, die hij deelt met de Qeerroo. Wij evalueren die informatie en beslissen dan of we er iets mee gaan doen.’
Hij en Abiy ontkennen allebei dat Jawar vanuit het buitenland de protesten zou leiden, een vermoeden dat in Ethiopië wijdverbreid is. ‘De Qeerroo zijn als een voetbalteam,’ reageert Haile. ‘Jawal is misschien de doelman, die helpt en aanwijzingen geeft, maar wij zijn de aanvallers.’
De herinstelling van de noodtoestand heeft kwaad bloed gezet bij veel Qeerroo in Adama en elders in Oromia. Die stap wordt algemeen beschouwd als een tactloze poging om het protest te stoppen.
Sommige analisten vrezen dat de leden van een nu nog voornamelijk vreedzame, politieke beweging door nog meer repressie hun toevlucht zullen nemen tot geweld en extremisme.
Veel mensen binnen de regering, en ook elders in het land, maken zich zorgen over een toename van etnisch gemotiveerde aanvallen op mensen en gebouwen, en speciaal op etnische Tigray die zo’n zes procent van de bevolking vormen, maar toch de politiek en het zakenleven zouden domineren.
Eind vorig jaar werden er staatstroepen naar universiteitscampussen gestuurd vanwege het escalerende etnische geweld waarbij meerdere doden vielen. Soortgelijke incidenten werden gemeld tijdens protesten in de afgelopen maand.
Jibril Ummar, een plaatselijke zakenman en activist, zegt dat hij en anderen hebben geprobeerd de protesten in Adama vreedzaam te laten verlopen. Ze kalmeerden de verhitte jongeren die gebouwen wilden vernielen en mensen die geen Oromo’s waren wilden aanvallen. ‘Het baart me zorgen,’ geeft hij toe. ‘Die jongens zijn nog niet volwassen. Als je emotioneel bent, breng je de strijd in gevaar.’
Ook Gerba zegt ongerust te zijn over geweld, inclusief dat van de etnische soort. ‘We weten met zekerheid dat Tigrays door het hele land het vaakst op de korrel worden genomen. Dat verontrust me zeer en daar moet iets aan gedaan worden.’
In de komende tijd zal de EPRDF beslissen wie de nieuwe premier wordt, en velen hopen dat het iemand uit de Oromo Volksdemocratische Organisatie (OPDO) zal zijn, de Oromo-vleugel van de heersende coalitie. Dat zou sommige Qeerroo gunstiger stemmen, op de korte termijn tenminste. Maar waarschijnlijk is dat op zich niet genoeg om de woede te temperen.
‘Als we getrouwd zijn, trekken we ons terug uit de Qeerroo,’ zegt Haile. ‘Maar als we onze vrijheid niet krijgen, zal dat nooit gebeuren.’
Auteur: Tom Gardner
Vertaler: Astrid Staartjes
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.