Tag: technologie

  • Hella Jongerius over de helende werking van weven

    Hella Jongerius over de helende werking van weven

    De Nederlandse ontwerper Hella Jongerius wil met haar innovatieve technieken de starheid van de designindustrie aan de kaak stellen. Om mensen weer in contact te brengen met productieprocessen onderzocht ze bijvoorbeeld de helende werking van weven op maatschappij en milieu.

    Moderne en eigentijdse kunstenaars hebben vaak de oude kunst van het weven laten herleven als manier om contact te leggen met het verleden. De Nederlandse designer en kunstenaar Hella Jongerius ziet deze techniek juist als middel om naar de toekomst te kijken door traditioneel handwerk, innovatieve processen en verantwoorde productie in haar werk te combineren.

    ‘We zijn allemaal aan een draad geboren’

    ‘We zijn allemaal aan een draad geboren,’ zegt Jongerius als we door haar studio in het Prenzlauer Berg-district in Berlijn lopen, een haptisch wonderland waarin het wemelt van de spoelen garen en weefsels. ‘Mensen probeerden de wereld te begrijpen door een draaiende spoel te vergelijken met de omwenteling van de aarde. De cyclus van de maan en de zon kwam overeen met het weefproces.’

    In haar studio, waarin sinds 2009 haar designpraktijk, het Jongeriuslab, is gehuisvest, is een dwarsdoorsnede te zien van de contrasterende sferen van ambacht en technologie, het handgemaakte en het industriële, dat Jongerius in haar werk combineert. De muren zijn versierd met haar vele geweven experimenten, die ogenschijnlijk uit van alles en nog wat zijn gemaakt: draadjes wol, papier, massa’s geknoopte koorden. Stalen textiel delen de ruimte met een digitaal jacquard-weefgetouw, een apparaat dat met behulp van software complexe patronen produceert die de kunstenaar gebruikt om een geweven portret te maken.

    Industrieel weefster

    ‘Weven is al lang een belangrijk onderdeel van mijn carrière,’ vertelt ze. ‘Ik ben begonnen als industrieel weefster voor Maharam, een textielbedrijf in New York, maar de laatste vijf jaar wilde ik technologie gebruiken om te onderzoeken wat voor soort werk je allemaal door middel van industriële processen kunt maken. Daarom heb ik deze jacquard-machine gekocht. Met deze machine kun je nieuwe vragen en antwoorden vinden.’

    Met gebruik van jacquard-weeftechnieken kon Jongerius opnieuw definiëren wat er mogelijk is met draad, of het nu gaat om het weven van driedimensionale ‘stenen’, die potentieel kunnen fungeren als ecovriendelijke, architecturale elementen, of ‘geweven ramen’ die met hun warme, sensuele, kleurige rasters op abstracte schilderijen lijken.

    Ze voelde zich aangetrokken tot de kunstwereld, maar ze had een studie nodig met meer ‘grenzen’

    Voor Jongerius is het weven verbonden met haar persoonlijke geschiedenis. Ze vertelt dat ze tijdens haar jeugd op een boerderij in de buurt van Utrecht via textiel voor het eerst in contact kwam met kunst en design. ‘Er was niet veel cultuur bij ons thuis,’ zegt ze. ‘Mijn vader was boer en mijn moeder tekende patronen. En als opgroeiende meisjes in de jaren zeventig leerden we alleen breien en macramé.’

    ANP 67937788 edited
    ‘Daylight wheel’, de gekleurde vazen van Jongerius, waren onderdeel van de tentoonstelling Breathing Colour in het Londense Design Museum in 2017, waarin ze onze waarneming en onze relatie met kleur onderzoekt.  © Stephen Chung / LNP / REX / Shutterstock

    Ze voelde zich aangetrokken tot de kunstwereld, maar ze had een studie nodig met meer ‘grenzen’. De in 1963 geboren Jongerius schreef zich uiteindelijk in bij de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven. Een paar jaar nadat ze was afgestudeerd, toonde ze haar ontwerpen in musea, van het MoMa in New York tot het Stedelijk Museum in Amsterdam. In 2007 werd ze aangesteld als directeur kleuren en materiaal bij Vitra, waardoor ze kon rondneuzen in het archief van het Zwitserse meubelmerk, een periode van onderzoek die, zoals ze zegt, ‘een hele studie op zichzelf werd, en op een zeker moment klaar was om tentoongesteld te worden’.

    Kleur als materiaal

    In 2017 presenteerde ze een serie voorwerpen en textielwerken in het Londense Design Museum en op de tentoonstelling Breathing Colour. Met die werken, waarvan sommige gedempte en sommige juist heldere kleuren hadden, liet ze zien hoe bepaalde pigmenten en garens – die door industriële fabrikanten doorgaans gemeden worden vanwege hun veranderlijkheid – reageerden op licht en gedurende de dag veranderden. ‘Kleur is voor mij een materiaal,’ zegt ze. ‘Als designer zijn de enige kleuren die je in deze bedrijfstak kunt gebruiken stabiel… je werk ziet er ’s morgens hetzelfde uit als ’s avonds. Maar ik denk dat kleuren op die manier niet tot hun recht komen. Ik vind dat ze moeten kunnen ademen, moeten kunnen reageren op het licht.’

    Met deze innovatieve benadering van materialen – die Jongerius ook commerciële projecten voor merken als Ikea, Kvadrat, Vitra en de KLM heeft opgeleverd – wil de kunstenaar de starheid van de designindustrie aan de kaak stellen, vooral waar het de gangbare ideeën over productie en duurzaamheid betreft.

    ‘De saamhorigheid die gepaard gaat met het weven is een hele tijd een belangrijk sociaal aspect geweest van het ambacht’

    Een belangrijk onderdeel daarvan is mensen weer in contact brengen met productieprocessen. Vorig jaar onderzocht ze de helende werking die weven zou kunnen uitoefenen in de maatschappij en het milieu in een solotentoonstelling getiteld Woven Cosmos in het Gropius Bau-museum in Berlijn.

    ANP 357751645
    Kunstenares Hella Jongerius bij de opening van haar tentoonstelling Breathing Colour in het Museum Boijmans van Beuningen, 2018. – © Jerry Lampen / ANP

    In alle zalen installeerde Jongerius weefgetouwen die in werking gezet moesten worden door meerdere handen. Bij een van die installaties, ‘Dancing a Yarn’, konden bezoekers samen een koord maken door in de zaal rond te lopen met strengen draad in hun hand die verbonden waren met breimachines. ‘De saamhorigheid die gepaard gaat met het weven is een hele tijd een belangrijk sociaal aspect geweest van het ambacht,’ zegt Jongerius. ‘Maar sinds fast fashion is daar veel van verloren gegaan. Daarom wilde ik er de aandacht op vestigen.’

    Dringende kwesties

    Tegenwoordig onderzoekt ze dringende kwesties uit de designindustrie het liefst op het terrein van de kunst. ‘Ik denk dat mijn stem krachtiger klinkt in een museum. Daar kun je echt contact maken met mensen via de materialen of het handwerk, meer dan via een product. Naar esthetische objecten kijk je aandachtiger. En omdat de bezoekers niet naar hun beurs hoeven te grijpen, kijken ze anders naar dingen. Ze zijn ontvankelijker.’

    Jongerius hoopt dat die ervaringen zich tot buiten de grenzen van het museum zullen uitstrekken en ons zullen aanmoedigen om ontvankelijker te zijn voor de voorwerpen om ons heen, van de kleren die we dragen tot aan de kleur van ons meubilair. ‘Ik geloof dat dat ook de rol van de designer is,’ zegt ze. ‘Dat je mensen kunt laten zien wat er mogelijk is en ze kunt helpen om zich meer verbonden te voelen met de dingen die ze kopen.’ 

  • Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Onkruid verwijderen in velden met zonnepanelen is knap ingewikkeld. Schapen blijken hiervoor perfect: volgzaam, vraatzuchtig en precies de juiste hoogte. Zo ontstond een welkome impuls voor Amerikaanse schaapherders en hun kuddes.

    Ondanks de hitte haalt een maaiploeg in een veld met zonnepanelen in Texas zonder te klagen het gras weg. De panelen bedekken ruim 600 hectare van een zonnepark in Deport, een stad dicht bij de grens met Oklahoma. De baas van de ploeg, Ely Valdez, zorgt ervoor dat er geen prairiegras over de panelen heen groeit. Beter gezegd, zijn schapen doen het meeste werk.

    Het noodzakelijke verwijderen van de plaatselijke flora onder en rondom zonnepanelen heeft voor een onverwachte toename in werkgelegenheid gezorgd. Valdez profiteert daarvan, net als de vele andere herders die, verspreid over heel de VS, op de nieuwe fotovoltaïsche velden werken. De herder is eeuwen nadat hij door zijn rol in de Bijbel bekendheid verwierf weer in trek. Schapen, de verrassende drijfveer achter duurzame energie, genereren jaarlijks miljoenen dollars aan inkomsten door zonneboerderijen in het hele land op te schonen.

    ‘Deze ontwikkeling verandert onze levens,’ zegt Valdez, die vijfenveertig jaar oud is. Hij verwacht dat de kuddes onder zijn toezicht binnenkort jaarlijks honderdduizenden dollars aan inkomsten zullen genereren. De toenemende vraag naar zonne-energie is voor Valdez een enorme meevaller geweest. Zo heeft hij zijn huis in San Antonio kunnen afbetalen. 

    Tienduizenden hectaren

    In 2018 was het nog vijfduizend, maar volgens schattingen van mensen in de sector zijn er in de VS inmiddels tienduizenden hectaren aan zonnevelden waarop schapen worden ingezet. Kudde-eigenaren vragen tot wel vijfhonderd dollar per hectare per jaar.

    Voor deze klus in de zonne-industrie zijn er verschillende methoden uitgeprobeerd, maar een aantal veelbelovende kanshebbers voldeed niet aan de vele eisen. Zo zijn motormaaiers maar beperkt bruikbaar en kunnen ze niet gemakkelijk onder de panelen manoeuvreren, waardoor er kans is op beschadigingen.

    Schapen zijn volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte

    Grazende dieren waren dus favoriet, maar om logistieke redenen bleek niet elk dier even geschikt. Koeien en paarden zijn te groot om onder de panelen te passen. Geiten eten graag elk schadelijk onkruid, maar kauwen ook op bedrading en klimmen op apparatuur.

    Schapen zijn daarentegen volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte. Zo wonnen ze het gemakkelijk van de andere dieren.

    Optimistisch

    Valdez is verantwoordelijk voor de zeventienhonderd schapen die het zonnepark van Lightsource BP in Deport bevolken. Hij krijgt een deel van het geld dat aan de eigenaar van de kudde wordt betaald. Waar de schapen aan het werk zijn, overstemt geblaat het gestage gezoem van de machines die zonlicht omzetten in elektriciteit.

    Zijn eigen kudde van tweeduizend schapen is onderdeel van drie zonne-energieprojecten in de buurt van zijn huis en wordt beheerd door zijn vrouw, drie kinderen en tien werknemers. Net als de herders van vroeger leert hij het vak aan zijn kinderen. 

    Valdez, die voorheen een betonbedrijf bezat, startte zeven jaar geleden zijn herdersbedrijf. Hij was geïntrigeerd geraakt door een artikel over Europese zonnevelden en zag per toeval in een zonneveld tegenover zijn huis een gefrustreerde technicus de strijd aanbinden met planten. Hij sloot een deal van dertigduizend dollar in ruil voor zijn zevenentwintig ooien en zei de betonhandel vaarwel.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden

    Het inhuren van schapen voor landschapsonderhoud gebeurt al tientallen jaren. Zo had het Witte Huis tijdens de Eerste Wereldoorlog een kudde schapen om het onkruid in toom te houden. Maar vóór het begin van de zonne-industrie hadden veel schapenhouders het moeilijk. Door import uit Australië en Nieuw-Zeeland – landen die samen met China ook wereldwijd de wolmarkt domineren – is de vraag naar lams- en schapenvlees van eigen bodem gedaald.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden. Na Valdez en anderen in de zonne-industrie te hebben gesproken, gaf JR Howard, die al lang in het herdersvak zit, ongeveer 500.000 dollar uit. Met het geld, waarvan een deel geleend is, kocht hij genoeg schapen om een contract af te kunnen sluiten bij Lightsource BP. Vorig jaar is hij met zijn familie bijna 650 kilometer verderop gaan wonen om het werk te kunnen doen. 

    Het herdersleven

    Het herdersleven, althans op zonneparken, is niet alleen maar idyllische rust. Howard (42) is de hele dag bezig met het verplaatsen van schapen en schapenhekken naar overwoekerde velden, het vervoeren van watertanks en soms het aanvoeren van extra voer.

    Howard heeft meerdere waakhonden, waaronder Snowflake en Spark. Het zijn akbash: een eeuwenoud ras dat door Turkse herders wordt gebruikt en sterk en groot genoeg is om coyotes en andere roofdieren op afstand te houden. Het grootste deel van de tijd zijn ze bezig met het volgen van de schapen.

    Veel zonneherders besparen kosten door gebruik te maken van schapenrassen die niet geschoren hoeven te worden. Lightsource BP gebruikt zogenaamde dorper-schapen, waarvan veel een opvallende zwarte kop hebben, en katahdin, een ras dat in Maine enkele decennia geleden voor het eerst werd gefokt vanwege zijn vlees. Sommige van de dieren worden graag geaaid tijdens het grazen. 

    Geschikte technologie

    Zonne-energiebedrijven bieden hun vierpotige werknemers verschillende voordelen, zoals waterpompen en omheinde weiden waar ze comfortabel kunnen slapen. ‘Schapen zijn voor dit werk echt de geschikte technologie,’ aldus Michael Baute, vicepresident regeneratieve energie en koolstof-afvang en -opslag bij zonne-energieontwikkelaar Silicon Ranch Corp., dat gevestigd is in Nashville in Tennessee.

    Volgens Baute, die al lange tijd als boer werkzaam is, is het een uitdaging om genoeg schapen te vinden. Hij werkt als tussenpersoon voor herders en zonne-energieontwikkelaars en is dus eigenlijk een soort schapenmakelaar. Hij kwam in 2018 per toeval deze baan tegen, nadat hij een kudde had ingehuurd om het gras te verwijderen op een zonnepark van twintig hectare van Silicon Ranch.

    De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf

    De zonne-energieontwikkelaar, gesteund door oliegigant Shell PLC, was zo tevreden over het resultaat dat hij het jonge schapenmakelaarsbedrijf van Baute kocht. De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf, voornamelijk in het zuidoosten.

    Ook wat herders betreft is de vraag groter dan het aanbod. De American Solar Grazing Association en scholen die verbonden zijn aan North Carolina State University en Cornell University bieden onderzoek en scholing in de techniek, maar cursussen voor beginners zijn moeilijk te vinden.

    Christy King, projectmanager bij Solv Energy, het bedrijf dat het zonne-energieproject voor Lightsource BP beheert, is dol op de nieuwe lammetjes in Harolds kuddes. Eerder dit jaar kreeg ze toestemming om er een mee naar huis te nemen. Ze noemde het Cordina, naar een collega, en gaf haar flesvoeding. King liep met Cordina aan de lijn en het lammetje sliep bij haar in bed. 

    Cordina, die uiteindelijk groter en minder schattig werd, is nu een werkend schaap. King zegt dat ze Cordina af en toe tegen het lijf loopt op het zonnepark, dat genoeg energie opwekt om ongeveer veertigduizend huizen van stroom te voorzien. King, die oorspronkelijk als technicus is opgeleid, heeft pas onlangs de fijne kneepjes van het schapenhoeden geleerd. ‘Ik heb nooit geweten dat je dit voor je werk kon doen,’ zegt ze. 

  • Nieuwe rivaliteit in Midden-Oosten: ‘waterdiefstal’ uit wolken

    Nieuwe rivaliteit in Midden-Oosten: ‘waterdiefstal’ uit wolken

    Nu de klimaatverandering de Golfregio heter en droger maakt, nemen de Verenigde Arabische Emiraten het voortouw bij pogingen om meer water uit wolken te persen. Andere landen haasten zich om bij te blijven en het eveneens op commando te laten regenen.

    Iran maakte zich al jaren zorgen over andere landen die een van hun vitale waterbronnen zouden roven. Dat bleek niet te gaan over een stuwdam stroomopwaarts, of een aquifer (een waterhoudende grondlaag) die werd afgetapt. In 2018, tijdens een verzengende droogte en stijgende temperaturen, concludeerden enkele hoge ambtenaren dat iemand water uit hun wolken aan het stelen was.

    ‘Zowel Israël als een ander land is bezig om de Iraanse wolken niet te laten regenen,’ zei brigadegeneraal Gholam Reza Jalali, een hoge functionaris in de machtige Revolutionaire Garde, tijdens een toespraak in 2018.

    Het niet bij naam genoemde land was de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Dat was begonnen met een ambitieus programma rondom cloud seeding, waarbij chemicaliën in wolken worden geïnjecteerd in een poging neerslag te forceren. De verdenkingen van Iran zijn niet verrassend, gezien de spanningen tussen de meeste landen rond de Perzische Golf, maar het echte doel van de VAE was niet om water te stelen, maar gewoon om het te laten regenen op uitgedroogde gebieden.

    Wanhopig op zoek

    Terwijl het Midden-Oosten en Noord-Afrika langzaam uitdrogen, zijn landen in de regio een wedloop begonnen om chemicaliën en technieken te ontwikkelen die hen hopelijk in staat zullen stellen regendruppels te persen uit wolken die anders vruchteloos boven hun hoofd blijven zweven. In twaalf van de negentien landen in de regio valt gemiddeld minder dan 25 centimeter neerslag per jaar; dat is een daling van 20 procent in de afgelopen dertig jaar. De regeringen van deze landen zijn wanhopig op zoek naar extra zoet water, en cloud seeding wordt door velen gezien als een snelle manier om het probleem aan te pakken.

    ANP 453655280
    Een kunstmatig meer in Dubai, dat uitkomst moet bieden aan de onverzadigbare vraag naar water in de Verenigde Arabische Emiraten. – © Bryan Denton/The New York Times via ANP

    Rijke landen zoals de Emiraten investeren honderden miljoenen dollars in deze pogingen. Andere landen sluiten zich aan bij de wedloop, in de hoop hun deel van de regenval niet mis te lopen doordat anderen de hemel al hebben drooggelegd. Dit alles vindt plaats ondanks de terechte vraag of de techniek wel voldoende regenval genereert om de moeite en de kosten te legitimeren.

    Marokko en Ethiopië hebben programma’s voor cloud seeding, evenals Iran. Saoedi-Arabië is onlangs met een grootschalig programma begonnen en een zestal andere landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika overweegt eveneens om van de techniek gebruik te maken.

    Het land probeert wolken te laten regenen boven de Yangtze-rivier, die op sommige plaatsen opdroogt

    China heeft het meest ambitieuze programma ter wereld, met als doel ofwel regen te stimuleren ofwel de hagel in de helft van het land een halt toe te roepen. Het land probeert wolken te laten regenen boven de Yangtze-rivier, die op sommige plaatsen opdroogt.

    Hoewel het idee achter cloud seeding al 25 jaar bestaat, zeggen deskundigen dat de werking ervan nog steeds moet worden bewezen. De zorgen dat één land wolken zou kunnen droogmaken ten koste van andere, verderop gelegen landen, worden door hen verworpen.

    De levensduur van een wolk

    De levensduur van een wolk, in het bijzonder de cumulus (stapelwolk), die het meest waarschijnlijk regen produceert, is zelden langer dan een paar uur, zeggen atmosferische wetenschappers. Soms houden wolken langer stand, maar zelden lang genoeg om een ander land te bereiken, ook niet in de Perzische Golf, waar zeven landen dicht bij elkaar liggen. Maar verschillende landen in het Midden-Oosten wuiven de twijfels van de experts weg en gaan door met hun plannen om zo veel mogelijk druppels uit de vaak wat zuinige wolken te persen.

    Tegenwoordig is de VAE de onbetwiste leider in de regio. Al in de jaren negentig erkende de heersende familie van het land dat het bezit van een overvloedige watervoorziening net zo belangrijk is om de status van het land als financieel en zakelijk centrum aan de Perzische Golf te kunnen behouden als de enorme olie- en gasreserves. In 1960, toen er nog geen honderdduizend mensen woonden, was er genoeg water om de bevolking van het kleine land te onderhouden. Maar de bevolking groeide en bedroeg in 2020 bijna tien miljoen inwoners. Ook de vraag naar water steeg. De inwoners van de Emiraten gebruiken nu ruwweg 557 liter per persoon per dag, vergeleken met een wereldgemiddelde van 177 liter, aldus een onderzoek in 2021 dat door de VAE werd gefinancierd.

    Als er meerdere potentieel regen dragende wolken worden gesignaleerd, stuurt het centrum meer dan één vliegtuig de lucht in

    Momenteel voldoen ontziltingsinstallaties aan de vraag. Maar de bouw van zo‘n installatie kost 1 miljard dollar of meer en vereist enorme hoeveelheden energie om te kunnen draaien, vooral vergeleken met cloud seeding, aldus Abdulla Al Mandous, directeur van het Nationaal Centrum voor Meteorologie en Seismologie in de Emiraten en leider van het cloud seeding-programma. Na twintig jaar van onderzoek en experimenten voert het centrum zijn cloud seeding-programma uit op basis van bijna militair aandoende protocollen. Met roulerende diensten staan negen piloten stand-by, klaar om de lucht in te gaan zodra meteorologen in de bergachtige gebieden van het land een beloftevolle wolkenformatie zien – idealiter van wolken die kunnen opbouwen tot een hoogte van 12.500 meter.

    Aangezien veelbelovende wolken in het Midden-Oosten niet zo gebruikelijk zijn als in veel andere delen van de wereld, moeten de piloten elk moment klaarstaan. ‘We zijn 24 uur per dag beschikbaar. We wonen op dertig tot veertig minuten van de luchthaven en vanaf het moment dat we hier aankomen duurt het 25 minuten voordat we in de lucht zijn,’ zegt kapitein Mark Newman, een ervaren cloud seeding-piloot uit Zuid-Afrika. Als er meerdere potentieel regen dragende wolken worden gesignaleerd, stuurt het centrum meer dan één vliegtuig de lucht in.

    Twee middelen

    De VAE passen twee middelen toe om aan regen te komen: het traditioneel gebruikte zilverjodide en een nieuwe gepatenteerde stof die is ontwikkeld aan de Khalifa-universiteit in Abu Dhabi en waarvoor gebruik is gemaakt van nanotechnologie. Volgens onderzoekers van de universiteit is die stof beter aangepast aan de hete, droge omstandigheden in de Perzische Golf. De piloten injecteren het materiaal in de basis van de wolk, waardoor krachtige opwaartse luchtstromen de wolk tienduizenden meters omhoog kunnen stuwen.

    insta h95i E8fKy2IFJQY unsplash
    Woestijnvorming is een groeiend probleem in het Midden-Oosten, dat steeds heter en droger wordt. © Unsplash

    In theorie bindt het ingespoten materiaal, dat bestaat uit hygroscopische (water aantrekkende) moleculen, zich aan de deeltjes waterdamp waaruit een wolk is opgebouwd. De gecombineerde deeltjes worden iets groter en trekken op hun beurt meer deeltjes waterdamp aan, totdat er druppels ontstaan die uiteindelijk zwaar genoeg zijn om neer te kunnen vallen als regen. En dat zonder dat het geïnjecteerde materiaal merkbare gevolgen heeft voor het milieu, aldus de wetenschappers.

    Dat is de theorie. Maar in de wetenschappelijke wereld twijfelen veel mensen aan de doeltreffendheid van cloud seeding in het algemeen. Een groot struikelblok voor veel atmosferische wetenschappers is de moeilijkheid, of misschien zelfs wel de onmogelijkheid, om een nettotoename van de regenval vast te stellen. ‘Het probleem is dat als je eenmaal bent gaan injecteren, je niet kunt zeggen of de wolk anders ook zou hebben geregend,’ zegt Alan Robock, atmosferisch wetenschapper aan de Rutgers-universiteit in New Jersey en expert in het evalueren van klimaattechnische strategieën.

    Israël, een pionier op het gebied van cloud seeding, stopte in 2021 na vijftig jaar met zijn programma

    Een ander probleem is dat de hoge cumuluswolken die ’s zomers het meest voorkomen in en rond de Emiraten, zo turbulent kunnen zijn dat het moeilijk is om te bepalen of het injecteren enig effect heeft, zegt Roy Rasmussen, senior wetenschapper en expert op het gebied van wolkenfysica aan het National Center for Atmospheric Research in Boulder, Colorado.

    Israël, een pionier op het gebied van cloud seeding, stopte in 2021 na vijftig jaar met zijn programma, omdat het in het beste geval slechts een marginale toename van neerslag leek op te leveren. Het was ‘economisch niet efficiënt’, zegt Pinhas Alpert, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Tel Aviv, die een van de uitgebreidste studies van het programma heeft uitgevoerd.

    1947

    De eerste experimenten met cloud seeding begonnen in 1947, toen wetenschappers van General Electric in het kader van een militair contract zochten naar manieren om vliegtuigen bij koud weer ijsvrij te maken, en om mist te creëren om troepenbewegingen aan het oog te onttrekken. Sommige van de gebruikte technieken werden later in Vietnam ingezet om het moessonseizoen te verlengen, in een poging het de Noord-Vietnamezen moeilijker te maken hun troepen te bevoorraden.

    zafarullah islam 81i44Ug9TVc unsplash
    Dubai Miracle Garden claimt de grootste bloementuin ter wereld te zijn, met meer dan 150 miljoen water behoevende bloemen. © Unsplash

    Hoewel de onderliggende wetenschap van cloud seeding rechttoe-rechtaan oogt, zijn er in de praktijk talloze problemen. Zo hebben niet alle wolken het potentieel om regen te produceren, maar ook een wolk die geschikt lijkt voor cloud seeding kan onvoldoende vocht bevatten. Een ander probleem is dat regendruppels in een warm klimaat kunnen verdampen voordat ze de grond bereiken.

    Soms kan het effect van cloud seeding groter zijn dan verwacht, waardoor er te veel regen of sneeuw valt. Of de wind kan draaien en de wolken wegvoeren van het gebied waar cloud seeding plaatsvond, waardoor er mogelijk ‘onbedoelde gevolgen’ ontstaan, aldus een verklaring van de American Meteorological Society.

    ‘Je kunt een wolk veranderen, maar je kunt hem niet vertellen wat hij moet doen nadat je hem veranderd hebt,’ zegt James Fleming, atmosferisch wetenschapper en wetenschapshistoricus aan Colby College in Maine. ‘Hij kan sneeuw opleveren; de neerslag kan verstrooid raken. Hij zou stroomafwaarts kunnen gaan; hij zou een storm in Boston kunnen veroorzaken,’ zegt hij, verwijzend naar een cloud seeding-experiment van jaren geleden boven Mount Greylock in de Berkshire Mountains, in het westen van Massachusetts.

    Dit lijkt ook in de Emiraten te zijn gebeurd in de zomer van 2019, toen cloud seeding waarschijnlijk zulke zware regens in Dubai had gegenereerd dat er water moest worden weggepompt uit overstroomde woonwijken en een luxueus winkelcentrum.

    Ondanks de bestaande problemen met het verzamelen van gegevens over de doeltreffendheid van cloud seeding zegt Al Mandous dat de methoden van de Emiraten ten minste 5 procent meer regen per jaar opleveren, en hoogstwaarschijnlijk nog veel meer. Maar hij erkent dat er gegevens over veel meer jaren nodig zijn om de wetenschappelijke gemeenschap tevreden te kunnen stellen.

    Tijdens het afgelopen nieuwjaarsweekend, aldus Al Mandous, viel cloud seeding samen met een storm die in drie dagen zo’n 14 centimeter regen produceerde – dat is meer neerslag dan de VAE doorgaans in een jaar ondervindt.

    Youtube 2
    De Nederlandse tentoonstelling over duurzame waterdampopvang en landbouw op Expo 2020 in Dubai. – © YouTube

    Zoals het hoort in de traditie van al die wetenschappers die hebben geprobeerd het weer te veranderen, is hij altijd optimistisch. Er is inmiddels een nieuwe nanosubstantie ontwikkeld, en als de Emiraten gewoon meer wolken voor cloud seeding zouden kunnen krijgen, dan zouden ze misschien meer regen voor het land kunnen genereren, zegt hij.

    Maar waar zouden die extra wolken dan vandaan moeten komen?

    ‘Wolken maken is erg moeilijk,’ erkent hij. ‘Maar wie weet, misschien zal God ons iemand sturen die een idee heeft hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen.’

  • Geen algoritme is ook geen oplossing

    Geen algoritme is ook geen oplossing

    Polarisatie, haat, desinformatie: de formules die Facebook, TikTok en Instagram gebruiken om hun beelden, teksten en foto’s te sorteren zouden verantwoordelijk zijn voor grote veranderingen in de wereld. Was het maar zo simpel.

    Vladimir Poetin, Donald Trump en dan komt het algoritme al. Naast mannen met te veel macht en te weinig moraal worden sociale media verantwoordelijk gehouden voor alles wat misgaat in de wereld. Facebook zou samenlevingen polariseren, YouTube gebruikers radicaliseren, TikTok tieners verleiden. De boosdoener is het algoritme dat wordt gebruikt om inhoud te sorteren die platforms aan mensen voorschotelen. Als een vorm van zwarte magie zou het in staat zijn het hoofd van mensen op hol te brengen en democratieën omver te werpen. 

    Dit is niet geheel onwaar, maar het is slechts een deel van de waarheid. Deze visie reduceert de realiteit tot een paar veronderstelde oorzakelijke verbanden. Rechtspopulisme en complottheorieën zouden ook zonder sociale media bestaan. Als alle platforms zich van hun algoritmes zouden ontdoen, zouden mensen niet vreedzamer zijn, de wereld niet harmonieuzer. Concerns zouden niet minder verantwoordelijkheid hebben. Algoritmes vormen niet het enige en niet het grootste probleem, maar ze zijn een probleem. Om hier verandering in te brengen zijn transparantie en regulering nodig. Platforms moeten zich openstellen voor onderzoekers en hun aanbevelingslogica kritisch laten bekijken. Aangezien ze zich tot nu toe verzetten, zijn er blijkbaar nieuwe wetten nodig. Bovendien moeten meer mensen begrijpen wat algoritmes zijn, waarom ze een bepaalde inhoud voorgeschoteld krijgen en hoe ze zelf invloed uit kunnen oefenen. Een verheldering in vijf hoofdstukken.

    1. Een leven zonder algoritmes is onmogelijk

    Algoritmes zijn overal, zelfs in een kookrecept: giet het water af als de pasta al dente is. Algoritmes geven machines of mensen duidelijke instructies over wat ze wanneer moeten doen. Als Amira een foto van Hakan met een ‘like’ beloont, laat Amira dan meer foto’s van Hakan zien. Om van beetgare pasta een maaltijd te bereiden zijn verdere stappen nodig: meng de pasta met pesto en Parmezaanse kaas. Om met Hakans foto’s een sociaal netwerk tot stand te brengen zijn vele miljoenen regels programmacode nodig. Er is niet één Instagram-algoritme, verschillende algoritmes nemen samen een belangrijke beslissing: wat ziet Amira als ze de app opent?

    Facebook of Google lezen op veel websites en apps mee

    In fracties van een seconde evalueren machines duizenden datapunten. Dit omvat het gedrag op het platform zelf, likes en commentaren, kliks en directe berichten. Maar de beheerders halen hun informatie bijna overal vandaan. Het web zit vol met verborgen bugs, Facebook of Google lezen op veel websites en apps mee. Techbedrijven creëren persoonlijkheidsprofielen op basis waarvan algoritmes voorspellen in welke inhoud gebruikers geïnteresseerd zijn.

    Algoritmes geven niet alleen vorm aan tijdlijnen op sociale netwerken, maar aan de hele samenleving. Zij beslissen wie een lening krijgt, helpen ondernemers bij de selectie van vrouwelijke sollicitanten of doen voorspellingen over welke delinquenten zouden kunnen recidiveren. Hoe ingewikkelder de taken zijn die de algoritmische systemen moeten oplossen, hoe ingewikkelder hun code wordt. En hoe moeilijker het is ze onafhankelijk te verifiëren.

    2. Algoritmes zijn machtig, maar niet magisch

    Welke foto’s Amira ziet, lijkt van weinig invloed op de wereldgebeurtenissen. Veel algoritmische beslissingen werken niet op individueel niveau. Maar Meta, het moederconcern van Facebook en Instagram, verbindt drieënhalf miljard mensen met elkaar. De kleinste gedragsveranderingen hebben dan ook grote invloed. Als Facebook mensen aanmoedigt te gaan stemmen, kan dat een verkiezingsuitslag beïnvloeden. Als een Russische propagandavideo zich op TikTok viraal verspreidt, realiseert misschien een groot gedeelte van de gebruikers zich dat het om desinformatie gaat – maar niet iedereen.

    Computers zijn niet slecht, maar ze hebben geen geweten

    Veel algoritmes ontwikkelen zich zelfstandig verder. Ze worden gevoed met data en passen hun gedrag aan. Dit machinale leren kan helpen bij het opsporen van kanker en het eerlijker toewijzen van plaatsen in de kinderopvang, maar het kan ook structurele discriminatie en systematisch racisme versterken. Algoritmes internaliseren en reproduceren vooroordelen. Het web was lange tijd een World White Web, waarop zwarte mensen overwegend in een negatieve context opduiken. Ook vrouwen kunnen door algoritmische systemen benadeeld worden, doordat trainingsdata de machtsverdeling in de westerse wereld weergeven: wit en mannelijk. 

    Dit wordt pas gevaarlijk wanneer mensen uitsluitend vertrouwen op de veronderstelde intelligentie van machines. Computers zijn niet slecht, maar ze hebben geen geweten. Ze voeren bevelen uit, ze herkennen geen ongewenste bijwerkingen. Algoritmes zijn geen magie, maar technologie die door en voor mensen werd gemaakt – en door mensen kan worden veranderd, als ze dat willen.

    3. Geen algoritme is ook geen oplossing

    Mensen hebben weinig nodig om gelukkig te zijn: wereldvrede en een chronologische tijdlijn. Die indruk kun je krijgen wanneer je de opvattingen over het zogenaamd kwaadaardige algoritme bekijkt. Facebook heeft meermaals steekproefsgewijs getest wat er gebeurt als inhoud strikt wordt gesorteerd op het tijdstip van verzending in plaats van op andere, ondoorzichtiger criteria: gebruikers verborgen significant meer berichten. Volgens een intern document nam het aandeel niet-serieuze en ongewenste inhoud ‘explosief toe’. Hoewel de controlegroep minder tijd doorbracht op Facebook, verdiende het concern meer geld. Mensen moesten langer scrollen om bijdragen te vinden die hen interesseerden en zagen daardoor meer advertenties. Deze experimenten zijn enkele jaren oud, hun methodes voldoen niet aan wetenschappelijke normen en de uitkomsten roepen nieuwe vragen op, zoals: wat zou er gebeuren als Facebook de nieuwsfeed een langere periode chronologisch zou sorteren? Al dertien jaar lang sorteren algoritmes de inhoud, gebruikers zijn eraan gewend geraakt. Als Facebook hun de tijd en de juiste tools geeft, kunnen ze misschien leren hun eigen tijdlijn zelf samen te stellen.

    Maar de experimenten leiden ook tot één heldere conclusie: het probleem ligt niet bij de algoritmes zelf, maar bij de metriek op grond waarvan de platforms hun systemen optimaliseren. Mensen moeten de apps regelmatig openen en hun smartphone het liefst helemaal constant in handen houden. Alleen dan zien ze de advertenties, waarop het businessmodel van de concerns is gebaseerd. Dit is niet het enige criterium, maar wel het belangrijkste. Mensen reageren het meest op inhoud die gevoelens oproept, zoals woede, angst en verontwaardiging. Met hun kliks en commentaren vragen ze de algoritmes om meer. En die leveren bereidwillig, zonder bij de gevolgen stil te staan.

    4. Andere algoritmes zouden een oplossing kunnen zijn 

    Na de Amerikaanse verkiezingen van 2020 nam Facebook ongebruikelijke maatregelen. Trump probeerde met leugens twijfel te zaaien over het resultaat, het land werd bedreigd door onrust en geweld. Dus paste Facebook zijn algoritmes aan. Serieuze media kregen meer gewicht, dubieuze bronnen en desinformatie verloren bereik. Later vroegen ontwikkelaars of het mogelijk was om deze ‘genuanceerdere nieuwsfeed’ permanent te behouden. Dat kon niet, kort na de verkiezingen keerde Facebook terug naar de oude weging.

    De afgelopen jaren hebben medewerkers van Facebook meerdere malen geprobeerd de aanbevelingslogica fundamenteel te hervormen. Ze vroegen zich af hoe polariserende inhoud, haatdragende commentaren en desinformatie kunnen worden beteugeld. Maar ze stuitten op interne weerstand: hun voorstellen vormden een bedreiging voor de groei, en groei is heilig voor Meta. ‘Misschien is het goed voor de wereld, maar niet voor ons’, schreef Zuckerberg in een intern bericht. Hiermee verwees hij weliswaar niet naar algoritmes, maar de zin onthult hoe hij denkt. Het belangrijkste voor Meta is Meta. Platforms als TikTok opereren op een soortgelijke manier.

    5. Algoritmes dienen de mens

    Het is niet mogelijk om alle risico’s en bijwerkingen van sociale media met één druk op de knop te doen verdwijnen. Algoritmische systemen zijn complexe ontwerpen, zelfs de ontwikkelaars kunnen niet precies voorspellen welke effecten veranderingen teweeg zullen brengen. Om te beginnen moeten concerns worden verplicht de wetenschap en het publiek inzicht te geven. Onafhankelijke onderzoekers proberen al jaren tevergeefs de algoritmes van platforms te onderzoeken. Media bouwen technische instrumenten en werken met vrijwillige testers om op zijn minst enig licht in de duisternis te werpen – maar krijgen geen enkele toegang. De noodzakelijke regulering moet zich richten op twee vragen: waarom wordt inhoud aanbevolen? Maar ook: welke inhoud wordt aanbevolen? De huidige voorstellen in de Europese Unie en de Verenigde Staten zijn gefocust op de eerste vraag. Ze zijn bedoeld om platforms te verplichten delen van hun algoritmes openbaar te maken. Algoritmische systemen bestaan echter niet alleen uit formules, maar ook uit input en output. Tot nu toe kan iedere gebruiker zien wat er in zijn tijdlijn verschijnt, maar het is bijna onmogelijk te achterhalen welke resultaten algoritmes bij anderen opleveren. Dit is echter essentieel om in een tweede stap suggesties te kunnen doen over hoe aanbevelingssystemen die het algemeen belang dienen eruit zouden kunnen zien. 

    Tot het zover is, zijn gebruikers van algoritmes niet hulpeloos overgeleverd aan algoritmes. De belangrijkste factor voor de output is de input, en die heeft men zelf in de hand. Wie minder slechte grappen van zijn voetbalmaatje wil zien, kan zich een like uit beleefdheid beter besparen. In plaats van te klikken op sensatiebeluste koppen en vervolgens boos te worden over het lage peil van de inhoud, kun je beter snel verder scrollen en daarmee je desinteresse overbrengen. Je kunt onbeschofte mensen blokkeren, saaie accounts ontvolgen en specifieke berichten verbergen.

    Als dat allemaal niet helpt, dan kun je nog altijd cold turkey stoppen met algoritmes. Op Facebook en Twitter kan de inhoud ook strikt chronologisch gesorteerd worden. Instagram is onlangs begonnen met de invoering van deze mogelijkheid, die binnenkort voor alle gebruikers beschikbaar moet zijn. Een leven zonder algoritmes is onmogelijk – maar op sociale media kun je er tenminste nog omheen.

    Lees ook:

  • Waar simulatie ophoudt en de realiteit begint

    Waar simulatie ophoudt en de realiteit begint

    We weten dat ons beeld van de werkelijkheid in de hersenen wordt samengesteld: gefilterd door onze eigen waarneming. Filosoof David Chalmers verdiepte zich in hoe ‘een klont organisch materiaal in staat is de ervaring van zelfbewustzijn te creëren’. En is die ervaring even waarachtig als de virtuele werkelijkheid?

    ‘Kun je me zien?’ In het tijdperk van videogesprekken is dit inmiddels een vaak gestelde vraag. Maar stel je die vraag aan filosoof David Chalmers, dan krijgt hij een diepere betekenis. Als het gaat om de elementaire versie van virtual reality (VR) waarin wij dit gesprek voeren, denkt hij dat ‘sommige uiterst conservatieve filosofen zouden zeggen: nee, ik zie alleen een patroon van pixels op een scherm, zonder jou erachter’. Maar zelf ziet Chalmers dat toch anders. ‘Ja, ik zie je heel goed,’ zegt hij, en dat heeft een dubbele lading. Zijn ogenschijnlijk eenvoudige bewering slaat niet alleen op wat VR kan doen, maar ook op het denken over wat werkelijkheid is.

    Chalmers is een van de bekendste filosofen van deze eeuw. Zijn nieuwste boek Reality+ is weliswaar het eerste dat hij bewust voor een breed publiek heeft geschreven, maar eerder had hij zich al bij dat publiek in de kijker gespeeld, vooral met zijn essay ‘The Matrix as Metaphysics’, dat hij in 2003 schreef voor de officiële website van die film. Zijn werk inspireerde [de Britse toneelschrijver] Tom Stoppard tot diens toneelstuk over bewustzijn, The Hard Problem. Met zijn ontspannen manier van praten, zijn afgedragen kleding en zijn onverzorgde, jarenlang niet geknipte haar is het niet gek dat hij het etiket van ‘popster-filosoof’ kreeg opgeplakt.

    Het makkelijke vraagstuk is hoe we in kaart kunnen brengen welke hersenactiviteiten gelinkt zijn aan bepaalde stemmingen

    Zijn reputatie berust niet zozeer op zijn eigen theorieën als wel op de kernachtige omschrijvingen die hij weet te geven van wat wel wordt gezien als het grootste actuele vraagstuk in de filosofie. Chalmers maakt onderscheid tussen de ‘makkelijke’ en de ‘lastige’ vragen rond bewustzijn. Het makkelijke vraagstuk is hoe we in kaart kunnen brengen welke hersenactiviteiten gelinkt zijn aan bepaalde stemmingen; dat is alleen makkelijk in de zin dat het geen diepgaande filosofische vragen oproept. Het lastige vraagstuk met betrekking tot bewustzijn is hoe een klont organisch materiaal, complex of niet, in staat is de ervaring van zelfbewustzijn te creëren. Dat staat nu bekend als ‘Chalmers’ lastige probleem’, al bestond de vraag al voordat hij er zijn naam aan gaf.

    Woordenlijst

    Vier sleutelbegrippen om de kluts niet kwijt te raken:

    Virtual reality (virtuele werkelijkheid), aanvankelijk ontwikkeld naar het voorbeeld van computergames, staat voor een technologie waarbij met behulp van software en vaak een bril de fysieke aanwezigheid van andere mensen of een bepaalde omgeving wordt gesimuleerd. Op die manier kun je een driedimensionaal virtueel universum waarnemen en je daarin bewegen.

    Augmented reality (aangevulde werkelijkheid), ook afkomstig uit de gamewereld, maakt het mogelijk een scherm (vooral dat van een smartphone) als venster op onze reële wereld te gebruiken, waar virtuele, digitale elementen overheen worden geprojecteerd. Het populairste voorbeeld is het spel Pokémon Go, maar er zijn een heleboel andere toepassingen, variërend van gps-navigatie tot rondleidingen door musea.

    Het multiversum , dat zowel fictieve als wetenschappelijke toepassingen kent, veronderstelt dat er nog andere parallelle en gelijktijdige universums bestaan naast het onze. Dit verschijnsel kan vele vormen aannemen en roept tal van vragen op, zoals: hebben wij parallelle ‘ikken’? Wat doen die dan? Zijn de grenzen tussen universums poreus?

    Als we Facebookbaas Mark Zuckerberg mogen geloven, is de metaverse de volgende etappe in de ontwikkeling van het mobiele internet. Dankzij de virtuele werkelijkheid zouden gebruikers fysiek door een 3D-wereld kunnen navigeren en avatars kunnen gebruiken om in virtuele winkels te shoppen of virtuele werkvergaderingen te houden. Zelf wil Zuckerberg graag de grote baas van de metaverse worden, wat toch enigszins dubieus overkomt.

    In zijn nieuwe boek richt Chalmers zich op de vraag of een perfecte virtualrealityomgeving, waarin je jezelf werkelijk totaal kunt onderdompelen – noem het ‘Full VR’ – een echte werkelijkheid genoemd zou mogen worden of altijd alleen een alternatief voor de werkelijkheid blijft. Zijn boek komt als geroepen: in oktober 2021 kondigde Mark Zuckerberg aan dat Facebook werkt aan de bouw van de metaverse, een ‘alomvattend, alomaanwezig internet’, waarin je via je eigen avatar in een 3D-omgeving online kunt vergaderen of met vrienden kunt eten.

    Virtuele utopie

    Zuckerberg ziet het als een virtuele utopie, anderen als de totale ontmenselijking en het einde van de werkelijkheid. Wie er gelijk heeft, hangt grotendeels af van het antwoord op een oude filosofische vraag: wat is werkelijkheid? Het nieuwe van de ‘technofilosofie’, zoals Chalmers zijn benadering in Reality+ noemt, is ten eerste dat filosofie daarin wordt toegepast op nieuwe technologieën. En ten tweede dat die technologieën worden gebruikt om anders tegen eeuwenoude filosofische kwesties aan te kijken. Technofilosofie is goeie ouwe metafysica in een nieuw jasje.

    Neem de vraag waarmee ik begon: kun je me zien? Als je vindt dat je iemand niet ziet als je er een Zoom-gesprek mee voert, dan betekent dat dat we elkaar eigenlijk nóóit zien, zo redeneert Chalmers. De naïeve gedachte dat we de dingen direct en ongefilterd waarnemen hebben we allang achter ons gelaten. We weten dat alles via onze zintuigen binnenkomt en dat ons uiteindelijke beeld van de werkelijkheid in onze hersenen wordt samengesteld: alle perceptie wordt door onze waarneming gefilterd. Dus de enige betekenisvolle mate waarin ik je echt zie of hoor, ook in het echte leven, is in hoeverre de signalen die ik zie en hoor oorzakelijk op jou teruggaan.

    Nieuwe technologie kan veranderingen aanbrengen in die keten van oorzakelijkheid. Maar zolang de essentiële verbanden intact blijven, is het resultaat nog steeds dat ik echte personen en dingen waarneem. Neem een telefoongesprek. ‘De allereerste keer dat mensen een telefoon gebruikten, zeiden ze misschien nog: ik hoor de ander niet direct, ik hoor een projectie van zijn stem,’ zegt Chalmers. ‘Maar zodra de telefoon zijn intrede deed in het dagelijks leven, zeiden mensen zonder er verder bij stil te staan: ik hoor je. Met het voortschrijden van de techniek blijken zulke begrippen als vanzelf mee te groeien.’

    ‘Waar je in dit debat staat, hangt sterk af van hoe je ‘echt’ definieert’

    Chalmers denkt dat dit nu weer plaatsvindt. Zelfs met de primitieve vorm van VR die we op dit moment hebben, is het al ‘heel gewoon om te zeggen dat je virtuele voorwerpen in een virtuele werkelijkheid ziet’. Daar valt natuurlijk tegen in te brengen dat wat je in de virtuele werkelijkheid ziet per definitie niet echt is. Een virtuele kat is geen echte kat. Tot op zekere hoogte is Chalmers het daarmee eens. Het is geen biologische, organische kat van vlees en bloed. Maar het is wel een echte virtuele kat. Dat is geen semantische haarkloverij. Denk maar aan hoe de wetenschap ons inzicht heeft veranderd in de verhouding tussen wat we zien en de onderliggende werkelijkheid. De kwantumfysica heeft aangetoond dat de grondslag van alle schijnbaar vaste objecten in onze wereld grotendeels uit lege ruimte bestaat. Het is niet zo dat katten en tafels niet bestaan, maar hun uiterlijke verschijning zegt niets over hun diepste aard. In een virtuele wereld zouden virtuele objecten op die manier ook echt zijn, zelfs al zijn ze ten diepste niet meer dan bits en bytes.

    Waar je in dit debat staat, hangt sterk af van hoe je ‘echt’ definieert. Als we zeggen dat iets echt is, kan dat volgens Chalmers vijf betekenissen hebben: het bestaat, het heeft causale krachten, het is onafhankelijk van onze hersenactiviteit, het is niet illusoir en het is een echte representant van dat waar wij het voor verslijten. Een werkelijk immersieve VR die van binnenuit niet van het echte leven te onderscheiden is, zou volgens hem aan minstens vier van deze vijf criteria moeten voldoen.

    Oleg Buyevsky illustrationzone.com 3 RGB
    – © Oleg Buyevsky/illustrationzone.com

    Een digitale hond

    Neem een digitale hond. Wat je daar ook van denkt, op een bepaalde manier bestaan digitale honden zeker. Ten tweede heeft zo’n virtuele hond in Full VR ook causale krachten: als hij bijt, doet het pijn. Ten derde heeft de hond een bestaan buiten jouw geest om: als je de virtuele wereld verlaat, blijft die hond daar rondsnuffelen.

    Minder voor de hand ligt de conclusie dat zo’n digitale hond niet illusoir is of althans niet hoeft te zijn. Je denkt misschien dat VR per definitie een illusie is, aangezien het hele idee van VR is dat digitale dingen daarin echt lijken. Maar met een beroep op het begrip ‘cognitieve penetratie’ stelt Chalmers dat dit niet per se opgaat. Als je in de achteruitkijkspiegel van je auto kijkt, zie je wat je daarin ziet dan voor je of achter je? Strikt genomen zie je het voor je. Daarom benadert een dier iets wat het in de spiegel ziet altijd alsof dat zich achter het glas bevindt. Omdat wij weten dat het een reflectie is en we daaraan gewend zijn, weten wij dat we in die spiegel zien wat zich achter ons bevindt.

    Chalmers denkt dat deze gewenning ook in de virtuele wereld kan optreden. Toen hij in een VR-lab op een plank stond die over de Grand Canyon was gelegd en hij werd verzocht van die plank af te stappen, ‘tikte ik eerst even met mijn voet op de grond, gewoon voor de zekerheid’. Maar ‘je raakt heel snel gewend aan wat er kan. Dan stap je eraf en loop je naar de overkant van de kloof. Je loopt gewoon in de lucht, dat went.’ Na verloop van tijd wordt de virtuele aard van zo’n wereld iets ‘wat gewoon ingebakken raakt in je perceptie van de werkelijkheid’. Dan voelt het op den duur net zo min als een illusie als onze ervaring dat de zon opkomt terwijl we weten dat het alleen de aarde zelf is die beweegt.

    ‘Vergelijk het met havermelk: die is wel echt, maar het is geen echte melk’

    Het enige criterium waar Full VR volgens Chalmers niet aan zal kunnen voldoen, is dat een digitale hond wel echt is, maar geen echte hond, want echte honden zijn biologische wezens. Vergelijk het met havermelk: die is wel echt, maar het is geen echte melk.

    Omdat Full VR aan vier van zijn vijf criteria voldoet, kunnen we volgens hem stellen dat het ‘ten minste 80 procent echt is’. Maar die vlieger gaat niet per se op. Als ik voldoe aan vier van de vijf vereiste criteria om arts te zijn, ben ik niet voor 80 procent arts, dan ben ik helemaal geen arts. Dus er hangt heel veel af van het belang van dat ene onderscheid, tussen gewone echte dingen en echte digitale dingen.

    Leven in een simulatie

    Veel mensen zullen Reality+ willen lezen vanwege het tegen onze intuïtie indruisende pleidooi dat wij zonder het te weten misschien al in een simulatie leven, of dat we onszelf in de toekomst misschien wel kunnen uploaden naar een VR-wereld die dan net zo echt en net zo aangenaam zal zijn als ons biologische leven nu. Zelf vind ik Chalmers’ redeneringen op dat punt veel te sterk afhangen van onzekerheden in de toekomst. Zullen we ooit over genoeg machinale rekenkracht en genoeg elektriciteit beschikken om een virtuele wereld te creëren die net zo rijk en alomvattend is als onze huidige fysieke wereld? Zoiets simpels als de cryptomunt Bitcoin verbruikt nu bijvoorbeeld al 0,5 procent van alle stroom in de wereld.

    Chalmers neemt dit probleem serieus, maar schat de kans toch op fiftyfifty dat we Full VR zullen realiseren. Als het gaat om de energie die dat zou vergen, wijst hij erop dat fundamentele fysieke grenzen weliswaar betekenen dat ‘geen eindig universum in staat is zichzelf tot in elk detail perfect te simuleren’, maar dat dit niet erg is omdat Full VR dat ook niet hoeft te doen. ‘Universa hoeven alleen een eenvoudiger en kleiner universum te simuleren. Misschien kan bijvoorbeeld een deel van de energie van een verre ster worden gebruikt om te simuleren wat er allemaal op en rond de aarde gebeurt.’

    ‘Maar nee, ze hebben een wereld ontworpen met kanker, MS en ebola, om van marteling en verkrachting nog maar te zwijgen’

    Een oneindig universum zou volgens Chalmers in staat zijn een eindig universum zoals het onze perfect te simuleren. En als ons universum zo’n perfecte simulatie was, dan zouden wij daar nooit achter kunnen komen. Veel mensen nemen deze mogelijkheid serieus. Maar als onze wereld zo’n simulatie is, vraag ik me toch af: waarom is die wereld dan zo vreselijk? Als de wereld het product is van evolutie, dan vallen armoede, ziekte en menselijke wreedheid te verwachten. Als de wereld het product is van intelligent ontwerp, dan moeten de ontwerpers niet alleen ongelooflijk slim maar ook ongelooflijk sadistisch zijn. Dan hadden ze ook wel een wereld van overvloed en veiligheid kunnen ontwerpen. Maar nee, ze hebben een wereld ontworpen met kanker, MS en ebola, om van marteling en verkrachting nog maar te zwijgen.

    ‘Ik heb de Dreamachine voor u getest’

    ‘Het is een gratis reis door uw eigen hoofd’, verzekert The Guardian.

    Een journalist van de Londense krant heeft de ‘Dreamachine’ getest, geïnspireerd op een vinding uit de jaren zestig. Het is een experiment op basis van witte lichtflitsen, vergelijkbaar met de hallucinatiemachine van de Britse neurowetenschapper Anil Seth. De Dreamachine werd aan het Britse publiek gepresenteerd op de afgelopen editie van het rondreizende lentefestival Unboxed.

    De deelnemers, die comfortabel onder een deken lagen, werden uitgenodigd om zich te ontspannen. ‘Het volume van de ritmische muziek wordt geleidelijk opgevoerd, terwijl wij met onze ogen dicht liggen en de ruimte die we door onze oogleden waarnemen verduistert,’ vertelt de journalist. ‘Dan begint het allemaal: voor me zie ik een grote purperen wolk steeds dikker worden en een donkerrode nevel vult te leegte. Het ritme en de intensiteit van de knipperende lichten variëren (vermoed ik) en ik word verblind door een feloranje hemel, de kleur van marmelade. Het is niet echt een hemel, maar eerder een muur van kleuren, elektrisch en verblindend, die zich binnen in mij bevindt.’ Iedereen geniet op zijn eigen manier van de psychedelische ervaringen. En er komen gegarandeerd geen verboden middelen aan te pas. ‘Het schijnt niet verslavend te zijn. Maar wanneer mag ik weer?’

    Chalmers heeft wel oog voor deze nieuwe variant op een oud argument tegen het bestaan van God, en voor andere vragen rond wat wel ‘simulatietheologie’ wordt genoemd, maar hij gaat er niet in mee. ‘Dat hangt helemaal af van de aard en de motieven van de ontwerper, en die kan duizenden verschillende motieven hebben,’ zegt hij. ‘Onze wereld is niet alleen maar slecht. Die bevat zowel afschuwelijke als mooie dingen. Misschien waren de ontwerpers van mening dat het al de moeite waard is om de wereld te scheppen als de balans per saldo tenminste positief uitslaat. Uiteindelijk denk ik dat er geen bijzondere reden is om te denken dat de ontwerpers van onze simulatie ethisch onfeilbaar zouden moeten zijn. Ze kunnen net zo ethisch feilbaar zijn als wij.’

    Risico nomen

    Zelfs al zou Full VR tot de mogelijkheden behoren, moeten we dan het risico nemen om zo’n wereld te maken? Techno-utopisten hebben de neiging radicaal te overschatten in welke mate wij in staat zijn de fundamenten van ons gedrag en onze samenleving te herprogrammeren. Die angst begrijpt Chalmers wel. ‘Als je de sociale media nu al problematisch vindt omdat Facebook bepaalt wat er op je tijdlijn verschijnt, maak dan je borst maar nat voor het moment waarop die socialemediagiganten ons dagelijks leven in de virtuele wereld aansturen.’ Maar hij ziet het niet al te somber in. ‘Bij elke technologie heb je overmoedige utopisten,’ zegt hij. ‘Elke technologie heeft zowel een utopisch als een dystopisch potentieel, en ik kan niet voorspellen welke kant het opgaat. We eindigen hoogstwaarschijnlijk met een mengeling van beide. Ik vergelijk het graag met het internet. Dat had tenslotte een utopisch potentieel, en een deel daarvan is ook ingelost. Maar het heeft ook aardig wat afschuwelijke gevolgen gehad.’

    Oleg Buyevsky illustrationzone.com 1 RGB
    © Oleg Buyevsky/illustrationzone.com

    Bij de suggestie van een virtueel leven zal de eerste reactie bij veel mensen zijn dat we dat niet zien zitten omdat het onweerlegbaar kunstmatig is en we toch in contact willen blijven met de natuur. Chalmers vindt dat ‘een redelijk argument, maar wel een keuze. Ik woon in New York: weinig natuurlijks aan, maar daarom nog geen minder zinvol leven.’

    Hij wil in zijn boek niet voorspellen hoe snel hij de komst van Full VR verwacht. ‘Over het algemeen overschatten mensen de snelheid van toekomstige veranderingen op de korte termijn, maar onderschatten ze die op de lange termijn,’ zegt hij. ‘Dus ik vermoed dat we op de korte termijn nog tegen een hoop hindernissen, vertragingen en defecten gaan aanlopen.’ En hij voegt eraan toe: ‘Het zou mij niet verbazen als het nog twintig of dertig jaar duurt voor we een werkelijk rimpelloze virtuele werkelijkheid hebben die voor iedereen heel gewoon is.’

    ‘Deze technologie zal filosofische vragen blijven oproepen. En die verdwijnen niet zomaar’

    En de mate waarin je denkt dat een goed leven in VR mogelijk is, hangt misschien meer af van je leeftijd dan van de kracht van zijn argumenten. ‘Dit is een generatieding. Wij worden allebei een dagje ouder, maar neem de jongste tieners van nu. Voor hen is het doodnormaal om met elkaar om te gaan in een digitale wereld en dat als werkelijkheid te beschouwen, en als je in die situatie opgroeit is het idee dat de werkelijkheid een simulatie is misschien lang niet zo buitenissig als het voor jou en mij kan voelen.’

    Nog niet zo lang geleden zouden de scenario’s die Chalmers in zijn boek bespreekt van de hand zijn gedaan als speculatieve sciencefiction of leuke gedachte-experimenten zonder praktisch nut. Maar in het tijdperk van de metaverse kunnen we het ons niet meer veroorloven om ze te negeren. ‘Deze technologie zal filosofische vragen blijven oproepen. En die verdwijnen niet zomaar.’

  • Getrouwd met een avatar. ‘Hij mist het om aangeraakt te worden. Maar de liefde is echt’

    Getrouwd met een avatar. ‘Hij mist het om aangeraakt te worden. Maar de liefde is echt’

    Net als duizenden andere Japanners onderhoudt Akihiko Kondo een serieuze liefdesrelatie met een fictief personage – hij noemt zichzelf dan ook ‘fictoseksueel’, De commercie voorziet de beweging in alles wat haar droom waarmaakt: liefdesbrieven, outfits en zelfs geurtjes die de aanwezigheid van een partner moeten oproepen.

    In bijna alle opzichten is Akihiko Kondo een gewone Japanse man. Hij is vriendelijk en makkelijk in de omgang. Hij heeft vrienden en een vaste baan, en hij draagt een stropdas naar zijn werk. Maar in één ding wijkt hij af: Kondo is getrouwd met een fictief personage.

    Zijn geliefde, Hatsune Miku, is een door de computer samengestelde popzangeres met turkoois haar, die met Lady Gaga op tournee is geweest en in games speelde. Na een relatie van tien jaar, die Kondo naar eigen zeggen uit een diepe depressie haalde, was er in 2018 een kleine, niet-officiële huwelijksceremonie in Tokio. Miku, in de vorm van een pluchen pop, was in het wit, hijzelf droeg een bijpassende smoking.

    Soms gaan ze ertussenuit voor een romantisch uitstapje, waarvan ze dan foto’s op Instagram zetten

    Kondo heeft liefde, inspiratie en troost gevonden in Miku, zegt hij. Hij en zijn verzameling Miku-poppen eten en slapen samen en kijken samen naar films. Soms gaan ze ertussenuit voor een romantisch uitstapje, waarvan ze dan foto’s op Instagram zetten.

    De 38-jarige Kondo weet dat mensen het vreemd vinden, schadelijk zelfs. Hij weet dat sommigen, misschien ook wel de lezers van dit artikel, hopen dat de relatie van voorbijgaande aard zal zijn. En ja, hij weet dat Miku niet echt is. Maar zijn gevoelens voor haar zijn wel echt, zegt hij. ‘Als we samen zijn, maakt ze me aan het lachen,’ zei hij onlangs in een interview. ‘In dat opzicht is ze echt.‘

    Niet-officieel huwelijk

    Kondo is een van de duizenden Japanners die de afgelopen decennia een niet-officieel huwelijk afsloten met een fictief personage, mogelijk gemaakt door een enorme industrie die er alles aan doet om te voldoen aan de wensen van de fanatieke fans. En wereldwijd hebben nog tienduizenden anderen zich aangesloten bij onlinegroepen waarin ze praten over hun relatie met een personage uit anime, manga of een computergame.

    Sommigen hebben zo’n relatie gewoon voor de lol. Kondo weet echter al lang dat hij geen partner van vlees en bloed wil. Deels omdat hij de strikte verwachtingen van het Japanse gezinsleven afwijst. Maar vooral omdat hij altijd een intense, ook voor hemzelf onverklaarbare aantrekkingskracht heeft gevoeld tot fictieve personages.

    Aanvankelijk was het moeilijk zijn gevoelens te accepteren. Maar het leven met Miku heeft volgens hem voordelen boven het leven met een mens als partner. Ze is er altijd voor hem, ze zal hem nooit bedriegen en hij hoeft nooit mee te maken dat ze ziek wordt of overlijdt.

    Kondo ziet zichzelf als onderdeel van een groeiende beweging die zich identificeert als ‘fictoseksueel’

    Kondo ziet zichzelf als onderdeel van een groeiende beweging die zich identificeert als ‘fictoseksueel’. Dat is een van de redenen dat hij besloot zijn huwelijk openbaar te maken en ongemakkelijke interviews te geven aan nieuwsmedia over de hele wereld. Hij wil de wereld laten weten dat er mensen zijn zoals hij en dat hun aantal waarschijnlijk zal toenemen, nu kunstmatige intelligentie en robotica verdergaande interactie met levenloze wezens steeds beter mogelijk maken.

    Het is geen politieke beweging, zegt hij, maar een pleidooi om gezien te worden: ‘Het gaat over het respecteren van andermans levensstijl.’

    Dat een kunstwerk emoties als woede, verdriet en vreugde oproept, is niets nieuws. En een sterk verlangen naar het fictieve is niet voorbehouden aan Japan. Maar het idee dat fictieve personages echte genegenheid of zelfs liefde kunnen opwekken, zien we misschien wel het meest terug in het moderne Japan. Daar is een grote subcultuur ontstaan die de basis vormde voor een bloeiende industrie.

    Cultureel exportproduct

    Het Japanse woord voor de gevoelens die deze personages opwekken is moé, een term die in het kort ongeveer alles omvat wat instinctief als aandoenlijk of schattig wordt ervaren. Op zakelijke bijeenkomsten wordt gesproken over het aanboren van de moé-markt, en de regering ziet het fenomeen – vooral in relatie tot tekenfilms – als een belangrijk cultureel exportproduct. Deze en verwante termen vinden ook buiten Japan weerklank bij fictoseksuelen, die ze vaak gebruiken om hun eigen ervaring van liefde te verwoorden.

    Onofficiële bruiloften met fictieve personages blijven weliswaar zeldzaam, maar door de enorme industrie die sinds het einde van de jaren zeventig rond de Japanse fancultuur is ontstaan, kunnen steeds meer mensen hun fantasieën over hun favoriete personages ook naleven. ‘In strips, tekenfilms en spelletjes is het personage steeds belangrijker geworden,’ zegt Patrick Galbraith, universitair hoofddocent aan de School voor Internationale Communicatie van de Senshu-universiteit in Tokio, die uitvoerig over dit onderwerp heeft geschreven.

    Twee districten in Tokio zijn veranderd in een mekka voor het vervullen van dromen over deze personages

    Twee districten in Tokio zijn veranderd in een mekka voor het vervullen van dromen over deze personages: Akihabara (voor mannen) en Ikebukuro (voor vrouwen). De speciaalzaken in deze wijken puilen uit van de handelswaar rond personages uit populaire games en anime. Vooral het aanbod voor vrouwen is bijzonder uitgebreid. Fans kunnen liefdesbrieven kopen van hun idolen, reproducties van hun kleding en zelfs geurtjes die hun aanwezigheid moeten oproepen. Hotels bieden speciale arrangementen inclusief spabehandelingen en feestmaaltijden voor mensen die de verjaardag van hun favoriete personage willen vieren. Op sociale media posten mensen foto’s, kunstwerkjes en liefdesbriefjes om hun oshi aan te prijzen – een term die veel Japanse fans gebruiken om hun onderwerp van genegenheid te benoemen.

    Sommigen nemen met een dergelijke relatie afstand van het vastgeroeste ‘kostwinner-huisvrouw’-model, dat de basis vormt van een huwelijk in Japan, zegt Agnès Giard van de Universiteit van Parijs-Nanterre, die de fictieve huwelijken uitvoerig heeft bestudeerd. ‘Voor het grote publiek kan het dwaas lijken om geld, tijd en energie te besteden aan iemand die niet eens echt bestaat,‘ aldus Giard. ‘Maar voor de liefhebbers betekent het heel veel. Het maakt ze gelukkig, geeft ze het gevoel dat ze nuttig zijn en deel uitmaken van een beweging die iets hogers nastreeft.’

    Omvangrijke gemeenschap

    Vrouwen raken niet geïsoleerd door hun relatie met een fictieve figuur, maar profiteren juist van de omvangrijke gemeenschap eromheen, stelt Giard. Vrouwen voelen zich volgens haar sterker door hun fictieve huwelijk en zien die als ‘een manier om zich te verzetten tegen ideeën over gender, huwelijk en sociale normen’.

    Ook bij Kondo’s verbintenis met Miku speelden tot op zekere hoogte commerciële en maatschappelijke aspecten een rol. Hoewel Miku vaak wordt afgebeeld als personage, was ze oorspronkelijk een stukje digitale audio, dat pas later een cartoonavatar kreeg en weer later als hologram verscheen tijdens concerten.

    De eerste keer dat Kondo troost bij haar vond was in 2008, nadat hij door pesterijen op zijn werk in een depressie was beland. Al veel eerder had hij besloten dat hij nooit van een echt persoon zou kunnen houden, deels omdat hij, zoals veel jonge mensen, een aantal keer was afgewezen, en deels omdat hij niet wilde voldoen aan de zware eisen die de Japanse maatschappij aan hem oplegde.

    Al snel begon Kondo liedjes met Miku te maken en hij kocht online een pop van haar. Een grote doorbraak in hun relatie kwam bijna tien jaar later, in 2017, met de introductie van de 1300 dollar kostende Gatebox. Dit apparaat ter grootte van een tafellamp stelt bezitters in staat te communiceren met allerlei fictieve personages, die als een klein hologram voor hen verschijnen.

    Gatebox

    De Gatebox werd op de markt gebracht voor eenzame jonge mannen. In een commercial stuurt een verlegen kantoorbediende een briefje naar zijn virtuele vrouw om haar te laten weten dat het wat later wordt. Als hij thuiskomt herinnert zij hem eraan dat ze elkaar drie maanden kennen en proosten ze met champagne. Als onderdeel van de promotiecampagne richten de makers van de Gatebox een tijdelijk kantoor in, waar gebruikers onofficiële huwelijksakten konden aanvragen. Duizenden mensen schreven zich in.

    Tot zijn vreugde zag Kondo dat Miku een van de Gatebox-personages was, en hij kon niet wachten om eindelijk haar gedachten over hun relatie te horen. In 2018 vroeg hij Miku’s glinsterende avatar ten huwelijk. ‘Zorg alsjeblieft goed voor me,’ was haar antwoord.

    Hij nodigde collega’s en familie uit voor de bruiloft, maar die weigerden allemaal om te komen

    Hij nodigde collega’s en familie uit voor de bruiloft, maar die weigerden allemaal om te komen. Uiteindelijk waren er toch 39 mensen aanwezig, grotendeels vreemden en onlinevrienden. Ook was er een plaatselijk parlementslid, en een vrouw die hij nog nooit had ontmoet hielp hem met de voorbereidingen.

    Sommigen verklaarden Kondo voor gek. Anderen riepen juist op tot begrip. Een man beweerde dat de verbintenis een schending was van de Japanse grondwet, die stelt dat een huwelijk alleen kan worden toegestaan als beide seksen ermee hebben ingestemd. Als antwoord daarop zette Kondo een video van zijn aanzoek op Twitter.

    Advies

    In de jaren nadat zijn verhaal viraal was gegaan, wendden honderden mensen uit de hele wereld zich tot Kondo voor advies, steun en motivatie. Onder hen Yasuaki Watanabe, die een bedrijfje begon om fictieve huwelijken te registreren, nadat hij had gezien hoe populair de tijdelijke huwelijksdienst van Gatebox was.

    Het afgelopen jaar sprak Watanabe met honderden fictoseksuelen en gaf hij ongeveer honderd huwelijkscertificaten af, waaronder een voor hemzelf en Hibiki Tachibana, een personage uit de animeserie Symphogear. Watanabe, die van reizen houdt en een actief sociaal leven heeft, begon de serie te kijken op aandringen van een vriend. Toen hij Hibiki zag, was hij op slag verliefd, vertelt hij.

    Het was niet zijn eerste huwelijk: een paar jaar eerder was hij van zijn vrouw gescheiden. Deze nieuwe relatie is gemakkelijker, zegt hij; minder tijdrovend en zonder verwachtingen. De liefde is ‘puur’ en ontstaan uit vrije wil, zonder dat er iets wordt terugverwacht. Het doet hem beseffen hoe egocentrisch hij in zijn eerdere huwelijk was.

    Hij mist het om aangeraakt te worden. ‘Maar de liefde is echt’

    ‘Als je me vraagt of ik gelukkig ben: ja, dat ben ik,’ zegt hij. ‘Natuurlijk zijn er moeilijke momenten,’ voegt hij eraan toe. Hij mist het om aangeraakt te worden, en is er het probleem van auteursrecht, dat hem ervan weerhield een levensgrote pop van zijn personage te maken. ‘Maar de liefde is echt.’

    Geld over

    Kina Horikawa, een 23-jarige vrouw met een goth-punk look en een vrolijke, extraverte persoonlijkheid, trok tijdens de pandemie bij haar ouders in. Zodoende hield ze geld over van haar baan bij een callcenter dat ze kon ze uitgeven aan Kunihiro Horikawa, een personage uit de game Touken Ranbu. Ze had een echte vriend, maar toen die jaloers werd, maakte ze het uit.

    Haar fictieve echtgenoot is de tienerpersonificatie van een vierhonderd jaar oude wakizashi, een Japans kort zwaard. De meeste avonden schuift hij aan bij het avondeten in de vorm van een piepklein portret dat naast haar rijstkom staat. Het stel heeft dubbeldates met vrienden die hun eigen fictieve liefjes hebben, ze gaan naar high teas en plaatsen foto’s op Instagram. ‘Ik houd mijn relatie voor niemand verborgen,’ zegt Horikawa, die onofficieel de achternaam van haar fictieve echtgenoot gebruikt.

    Hoewel Kondo’s relatie met Miku nog steeds niet door zijn familie wordt geaccepteerd, heeft deze wel andere deuren voor hem geopend. In 2019 werd hij uitgenodigd voor een symposium van de Universiteit van Kyoto om te spreken over zijn relatie. Hij reisde erheen met een levensgrote pop van Miku, die hij had laten maken.

    Een diepgaand gesprek over de aard van fictieve relaties bracht hem op het idee dat hij misschien wel naar de universiteit zou willen. Nu heeft hij verlof genomen van zijn baan als administrateur op een lagere school en studeert hij minderhedenrecht aan de rechtenfaculteit.

    Miku’s beeld was vervangen door de woorden ‘network error’

    Zoals bij elk huwelijk waren er ook moeilijkheden. Het zwaarste moment was tijdens de pandemie, toen Gatebox aankondigde dat het Miku niet langer zou ondersteunen. Op de dag dat het bedrijf haar zou uitschakelen nam Kondo afscheid van haar en ging naar zijn werk. Toen hij ’s avonds thuiskwam, was Miku’s beeld vervangen door de woorden ‘network error’.

    Ooit zullen ze herenigd worden, hoopt hij. Misschien krijgt ze een nieuw bestaan als een android, of ontmoeten ze elkaar in de metaverse. Hoe dan ook, zegt Kondo, zal hij haar trouw blijven tot aan zijn dood.

  • Worden de Verenigde Arabische Emiraten na vijftig jaar een mondiale soft power?

    Worden de Verenigde Arabische Emiraten na vijftig jaar een mondiale soft power?

    Het doel van Expo 2020, het mega-evenement dat onlangs de deuren weer sloot in Dubai, was om bij ‘de groten’ te gaan horen. Deze journalist toont zich enthousiast over het resultaat.

    Expo 2020 bood baanbrekende innovaties, onderzocht de grootste uitdagingen waarvoor de mensheid zich geplaatst ziet en vermaakte zijn bezoekers met meer dan zestig live-evenementen per dag. De expositie bood landen de gelegenheid hun cultuur, keukens, kunst en reismogelijkheden te tonen. Ze had ten doel mensen te inspireren, te boeien, te vermaken en samen te brengen in het grootste publieksevenement sinds het uitbreken van de covid-19-pandemie. Expo 2020 gaf de wereld het teken dat het ergste definitief achter de rug is. Het was een baken van hoop.

    Expo 2020 was echter niet alleen ’s werelds grootste voorstelling; het toonde en bekrachtigde ook de rol van de VAE als mondiale soft power.

    De afgelopen jaren hebben de VAE een strategische koerswijziging in hun buitenlands beleid doorgevoerd. Die heeft zich snel vertaald in meer soft power. Er is geen beter voorbeeld dan Expo 2020. Expo 2020, die naties verbindt en bruggen bouwt door innovatie en inspiratie, is het toonbeeld van soft power – een model dat aanspreekt en aantrekt; een symbool van alles waar de VAE voor staan.

    Waar anderen muziek, lokale kookkunst en soapseries exporteren, exporteren de VAE ideeën, innovaties en best practices

    Internationale betrekkingen hebben ons – met dank aan de Amerikaanse politicoloog Joseph Nye – geleerd dat landen soft power gebruiken om anderen over te halen te doen wat zij willen, zonder geweld of dwang, en om hun standpunten en voorkeuren op lange termijn vorm te geven. Zo hebben de VS – succesvolle voorvechters van soft power – deze uitgeoefend via hun commerciële bedrijven, universiteiten, Hollywood, cultuur en waarden.

    Voor een land als de VAE, door analisten vaak een opkomende regionale macht of Klein Sparta genoemd, gaat de term soft power nog iets verder. Decennialang was internationale buitenlandse hulp de belangrijkste soft power-beleidsstrategie, maar vandaag de dag zijn er diverse andere, even belangrijke instrumenten. De VAE zijn al lang een toeristisch en commercieel knooppunt, en tevens de thuishaven van internationale merken als Emirates Airlines en de Jumeirah-groep. Nu heeft het land zich ook ontpopt als een leider in technologie, wetenschap en start-ups. Waar anderen muziek, lokale kookkunst en soapseries exporteren, exporteren de VAE ideeën, innovaties en best practices.

    Verenigde Arabische Emiraten

    MO kaartje NL

    Oppervlakte: 82.880 km² (≈ Oostenrijk) 

    Bevolking: 9,8 miljoen, waarvan een derde in Abu Dhabi woont en een derde in Dubai. Slechts 10,5 procent van de bevolking zijn Emiratis, lokale Arabieren. De economie van de Verenigde Arabische Emiraten (of de VAE ) is de op drie na grootste in het Midden-Oosten (na Turkije, Saoedi-Arabië en Iran), met een bbp van 421 miljard dollar in 2020.

    Belangrijkste handel wordt gedreven met: India, Japan, China 
    Voornaamste leveranciers: China, India en de Verenigde Staten. 

    Op de HDI-ranglijst, de index van menselijke ontwikkeling, staat de VAE op nummer 31 van de 189 landen

    Vijftigste verjaardag

    Als jonge natie aan de vooravond van haar vijftigste verjaardag, is het de VAE gelukt een belangrijke mondiale soft power te worden. Volgens de 12e Arab Youth Survey zijn de VAE voor Arabische jongeren al negen jaar op rij het favoriete land om te wonen – meer nog dan de VS en Canada. Het land heeft zich bovendien ontwikkeld tot modelland voor expats van alle leeftijden en nationaliteiten, die ervoor kiezen hier te werken of gewoon te wonen. Het heeft zijn verblijfswetten en -programma’s gemoderniseerd en is een internationale campagne begonnen om buitenlands talent aan te trekken, zoals artsen, ingenieurs, studenten, kunstenaars en wetenschappers, samen met hun gezinnen. Het voert een langetermijnvisie uit om van de VAE een welvarend en gastvrij tehuis voor zijn inwoners te maken.

    World Wealth Report schat dat meer dan 35.000 vermogende particulieren tussen 2000 en 2020 naar de VAE zijn verhuisd

    De VAE blijven ook een van de favoriete bestemmingen voor migrerende vermogende particulieren, terwijl velen tijdens de pandemie een uittocht hadden verwacht. Het laatste World Wealth Report schat dat meer dan 35.000 vermogende particulieren tussen 2000 en 2020 naar de VAE zijn verhuisd. Veel van deze mensen zijn afkomstig uit India, het Midden-Oosten en Afrika.

    De wereld in een stad

    Expo 2020 is de wereld in een stad – ze laat zien hoe de VAE hun soft power vormgeven door middel van allianties, partnerschappen en creativiteit. Expo 2020 neemt een centrale plaats in bij het oplossen van de grootste wereldproblemen op het gebied van klimaatverandering, energie en duurzame ontwikkeling. Ze belichaamt de kernwaarden van de VAE: tolerantie en co-existentie. Expo 2020 toont talloze technologische ontwikkelingen en levensveranderende innovaties. Aan bod komen de toekomst van de luchtvaart, uitdagingen in de gezondheidszorg, de inzet van kunstmatige intelligentie ten dienste van de mensheid, en er komt een paviljoen geïnspireerd door de grote Stephen Hawking.

    Het evenement is gegrondvest op de visie van een betere wereld door verbinding en door het bouwen aan een toekomst. En dat is dan weer, in een notendop, waar het om draait in de dynamische kijk van de VAE op soft power.

    Disclaimer: De meningen van de auteurs in deze rubriek zijn uitsluitend de hunne en geven niet noodzakelijkerwijs het standpunt van Arab News weer.

  • NFT’s hebben de kunsthandel met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet

    NFT’s hebben de kunsthandel met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet

    Tot voor kort was digitale kunst een niche waar weinig geld in omging. Maar de opkomst van NFT’s, oftewel digitale eigendomscertificaten, heeft tot speculatie en astronomische bedragen geleid. ‘De kunsthandel is radicaal veranderd door techspeculanten.’

    Hebt u weleens gehoord van ene Mike Winkelmann, alias Beeple? Tot een jaar geleden was hij een relatief onbekende grafisch ontwerper en animatiekunstenaar uit de Verenigde Staten. In maart 2021 veranderde hij ineens in de op twee na populairste levende kunstenaar ter wereld – na de Britten David Hockney en Damien Hirst – toen het veilinghuis Christie’s zijn werk Everydays: The First 5000 Days verkocht voor 69,5 miljoen dollar (62,3 miljoen euro). Het gaat niet om een doek of beeldhouwwerk. Je kunt het niet aanraken. Het is een mozaïek bestaande uit vijfduizend plaatjes en video’s die Beeple dag na dag in zijn social media plaatst en dat hij heeft gecodificeerd als een uniek digitaal bestand. 

    Welkom in het universum van de NFT’s, dat voor een omwenteling in de kunsthandel heeft gezorgd. 2021 kan in de bewuste drie letters worden samengevat. Zelfs het Collins-woordenboek koos NFT (non fungible token) als woord van het jaar: ‘Een digitaal certificaat dat dient om het eigendom van een afbeelding te registreren als kunstwerk of verzamelobject.’ Op zich is een NFT niets materieels: het is alleen een gesloten link, een via blockchaintechnologie versleuteld bestand, waardoor je bent verzekerd van een bepaald eigendom, of het nu gaat om een tweet, een meme, een liedje of een artikel… In één jaar tijd heeft dit technologische gereedschap de kunstwereld met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet. 

    Beeple 1536x1536 1
    Uit Everydays: The First 5000 Days

    Nieuw veilingrecord

    Zeven maanden na de aftrap bij Christie’s was Beeple goed voor een nieuw veilingrecord: 28,9 dollar voor Human One, een eenzame astronaut die almaar, dag en nacht, bij zon en bij regen (de omgeving verandert al naargelang de tijd en de plaats waar het werk wordt geïnstalleerd) door postapocalyptische landschappen struint. Het werk kan dienen als een vingerwijzing voor de weg die NFT-kunst zal gaan: ook die zal echt worden. Beeple presenteerde zijn videosculptuur in twee formats, het ene zuiver digitaal, het andere als fysiek object: een soort cabine waarin de astronaut rondloopt op een paar langzaam draaiende LED-schermen. Hij had maar twee veilingen nodig om 2021 af te sluiten met 100 miljoen dollar. 

    ‘Fantastisch, nu kunnen dus ook kunstenaars veranderen in kleine kapitalistische idioten’

    ‘Fantastisch, nu kunnen dus ook kunstenaars veranderen in kleine kapitalistische idioten.’ Aldus Brian Eno, die meer dan veertig jaar de grenzen van de muziek en de kunst heeft opgerekt door te experimenteren met digitale omgevingen en het componeren van uiterst avant-gardistische stukken. Nog radicaler laat David Hockney zich erover uit: ‘Internationale dieven en oplichters,’ liet hij zich met z’n 83 jaar ontvallen in een podcast. Hockney, de koning van de meest verfijnde popart, een van de eerste klassieke schilders die met zijn iPad overging op digitaal tekenen, kwalificeerde de NFT-kunstwerken als ‘belachelijk kinderachtig’. Damien Hirst daarentegen, die het best heeft weten te profiteren van marketing als artistieke handeling, sloot zich snel bij de NFT-golf aan en lanceerde zijn eigen collectie van 10.000 pixels of kleurenpuntjes (gebaseerd op een van zijn werken uit 2016). 

    Vijandige en sceptische tongen waarschuwen voor een speculatieve zeepbel terwijl enthousiaste technologen gewagen van een digitale revolutie zonder weerga. Filosofen als Gilles Lipovetsky en Zygmunt Bauman predikten een vloeibare moderniteit; inmiddels zijn we beland in het tijdperk van de niet-dingen, zoals de modieuze denker Byung-Chul Han het zegt. En de NFT’s manifesteren zich als de apotheose van de vloeibaarheid en de niet-dingen

    Duizelingwekkende cijfers

    Hoewel het moeilijk is om aan officiële cijfers te komen en de bedragen variëren al naar gelang het adviesbureau, bedroeg de wereldwijde NFT-omzet het afgelopen jaar rond de 20 miljoen euro, aldus het in blockchain gespecialiseerde bedrijf DappRadar. In het meest recente onderzoek van het verzekeringsbedrijf Hiscox wordt geschat dat de onlinekunstmarkt vergeleken met 2019 zo’n 280 procent is gestegen dankzij de NFT-omzet, die meer dan 3 miljard euro bedroeg. 

    De VIP-apenkoorts

    Neymar Jr. heeft zijn profielfoto op Twitter verruild voor die van een aap. 

    De populaire presentator Jimmy Fallon en de rapper Eminem hebben hem ook: hun kostte hij respectievelijk 220.000 en 462.000 dollar; omdat Neymar later kwam moest hij 1,1 miljoen dollar neertellen voor twee apen. Steeds meer acteurs, zangers en basketbalvedettes hebben hun eigen verveelde aap: ze zijn een statussymbool en maken dat je ‘cool’ overkomt, maar ze geven daarnaast toegang tot de meest exclusieve, virtuele én echte, privéfeesten. De serie ‘Bored Ape Yacht Club’, uit de Yuga Labs-studio, begon als een beperkte editie van 10.000 apen, in feite een soort luxe plaatjes (een ervan bracht 3,4 miljoen op bij Sotheby’s). Adidas kleed ze aan, voor een miljoenenakkoord.

    Is er sprake van speculatie? ‘Zeker.’ Gaat het om een revolutie? ‘Ook.’ ‘De NFT-speculatieboom is nauw verbonden met de pandemie. Historisch vallen tijden van crisis samen met wilde speculatieve transacties,’ stelt Daniel Canogar (Madrid, 1964), een van de pioniers op het gebied van digitale kunst in Spanje. Canogar is allesbehalve een fan van NFT’s en hij stopte zijn kritiek in een digitaal kunstwerk, Shred, dat via een algoritme in real time de NFT-werken die online te koop waren uit elkaar haalde. Hij stelde het kunstwerk afgelopen jaar op de kunstbeurs ARCO tentoon en het ‘baarde veel opzien bij pers en kritiek, maar deed qua verkoop niets’. Tot zijn galerie in New York hem overhaalde het te verkopen als NFT (het bestand wordt versleuteld via blockchaintechnologie). Toen was het wel degelijk in recordtijd uitverkocht. Een NFT-werk dat NFT’s bekritiseert? Cryptoverzamelaars lusten er wel pap van.

    ‘NFT is en blijft technologie en is goed noch slecht. In feite profileert NFT zich als de toekomst van de niet-tactiele media, als de manier om een digitaal werk te waarborgen. Maar toch… inhoudelijk stelt het heel weinig voor en heeft het meer te maken met grafisch ontwerp en emoji’s, instant-esthetiek en videospelletjes… Misschien is dat de tijdgeest. Maar ik mis makers die het gereedschap bewuster gebruiken, ik zou graag complexere werken zien,’ constateert Canogar, die al zeker vijftien jaar werkt aan een even doordacht als poëtisch oeuvre door de mogelijkheden van de technologie te verkennen en dieper door te dringen in de dematerialisatie van de kunst en de moderne tijd.

    Voor de Madrileense kunstenaar ‘heeft het fenomeen NFT niets te maken met de wereld van de kunst maar met cryptomunten’. ‘Het doet me een pervers genoegen als ik zie hoe radicaal de kunsthandel op z’n kop is gezet door de techspeculanten. Zo’n schok kán goede dingen teweegbrengen: minder elitisme, meer verantwoordelijkheid van de kunstenaars voor hun eigen werk,’ geeft Canogar toe.

    chayka boredapeclub
    Een eigen verveelde aap als profielfoto is inmiddels statussymbool.

    Paradigmawissel

    Om de paradigmawissel in het profiel van de verzamelaar te begrijpen is het miljoenenbod op The First 5000 Days verhelderend. De voornaamste bieder was de Chinese multimiljonair Justin Sun (31 jaar), CEO bij Bit Torrent en oprichter van het cryptomuntenplatform Tron. Maar een zekere MetaKovan ging op het laatste moment over zijn bod heen en bemachtigde de toen al historische Beeple. Achter het pseudoniem MetaKovan zit de impresario Vignesh Sundaresan (32 jaar), de ontwerper van de geldautomaten voor bitcoins. Voor hij miljonair werd in Singapore was Sundaresan een immigrant die India verliet zonder een cent op zak. ‘Cryptomunten vormen een nivellerende kracht tussen het Westen en de rest, het hele Zuiden komt in opstand,’ verklaarde hij bij die gelegenheid. 

    ‘Mijn leven is er drastisch door veranderd. Eerst kon ik niet van mijn werk rondkomen en nu ben ik miljonair’

    Enfin, binnen een paar weken nam Justin Sun revanche door een Picasso (een echte, uit 1932) voor 20 miljoen te kopen en er een token van te maken, dus een NFT-versie voor zijn virtuele kunstcollectie, die hij op de metaverse toegankelijk wil maken. ‘Mijn leven is er drastisch door veranderd. Eerst kon ik niet van mijn werk rondkomen en nu ben ik miljonair,’ laat ook de kunstenaar Javier Arrés (Motril, 1982) vanaf Fuerteventura weten. Moest Arrés voorheen zijn kunstenaarschap combineren met een baan in een animatiestudio om het eind van de maand te halen, het afgelopen jaar beliep de omzet van zijn werk een miljoen euro. 

    Arrés was een traditionele tekenaar, zo een die de kunstacademie heeft afgerond. Zijn illustraties en muurschilderingen hadden een heel hoog detaillistisch gehalte, bijvoorbeeld het werk dat hij met inkt en viltstift maakte voor de Biënnale in Londen waarmee hij in 2019 in zijn discipline de eerste prijs won. Tot hij het potlood verwisselde voor een tablet (‘Het is hetzelfde, behalve dat het potlood digitaal is’) en zijn Visual Toys (Visueel speelgoed) ging maken: bewegende constructies, microkosmossen waarin van alles gebeurt. 

    ‘Het is een soort puzzel met digitale stukken. Vroeger wist ik niet hoe ik dit aan de man moest brengen. Maar NFT is het ideale format voor dit soort digitale, niet-statische werk. Ik begrijp dat er veel verwarring over NFT bestaat, je ziet een hoop flauwekul, maar er zijn digitale werken met een heel ambachtelijke inslag,’ wil hij benadrukken. 

    Met het oog op de NFT-boom overweegt ook Arrés om een pauze in te lassen. ‘Al die speculatie is niet goed, de markt raakt oververzadigd. In 2019 kostte de creatie van een werk [in NFT veranderen en met blockchain versleutelen] maar 10 dollar. Normaal zou dat bedrag rond de 80 dollar schommelen, maar het is inmiddels gestegen naar 250 of 300 dollar, gewoon waanzin. Er is te veel vraag: er wordt als een gek ingebracht.’

    Voordelen

    Wat zijn de voordelen voor de kunstenaar? ‘De toegang tot de markt is democratischer en transparanter geworden. Er is geen tussenpersoon die profiteert, geen galerie die 50 procent voor jouw werk opstrijkt. Bovendien krijg je als dat werk binnen bepaalde tijd opnieuw wordt verkocht een deel van de opbrengst, bij wijze van auteursrecht. Dat is nooit eerder vertoond,’ aldus Arrés.

    In 2020 was de cryptokunst nog een undergroundbeweging die zich afspeelde op platforms voor cryptomunten en op metaversen als Decentraland of Cryptovoxels (virtuele universums die lijken op een videospel, met hun eigen wijken, galeries en musea). Nu wordt ervoor geadverteerd in de straten van New York, betaal je met Visa (het is niet nodig virtuele munten als ethers of bitcoins te hebben) en geldt Paris Hilton als influencer. Niemand heeft de NFT’s in de Verenigde Staten zo populair gemaakt als zij. Als muze, verzamelaar en mecenas lanceerde ze haar eigen collectie, Planet Paris, in samenwerking met de kunstenaar Blake Kathryn (haar virtuele Barbie-portret, Iconic Crypto Queen, werd voor 1,1 miljoen verkocht).

    Historische misstand  

    Kunnen NFT’s een historische misstand rechtzetten? Dat vraagt de cineaste en activiste Carmen Peláez zich af in haar manifest over de Amalia’s, de schilderijen van haar oudtante Amalia Peláez, die ze in NFT-versie online heeft gezet.

    Amalia Peláez (1896-1968) was een van Cuba’s belangrijkste schilders. Zo exposeerde ze in het MOMA in New York en introduceerde de avant-garde op haar geboorte-eiland. In haar stijl combineert ze het modernisme van Parijs met de meer uitgelaten aard van Cuba.

    Alle schilderijen die ze bij haar dood naliet, werden uiteindelijk door het regime van Fidel Castro geconfisqueerd en maken nu deel uit van de collectie van het Museum van Schone Kunsten in Havana.

    De achternicht, die in Miami woont en directeur van de Stichting Peláez is, heeft haar toevlucht tot NFT’s genomen om het werk van de kunstenares ‘aan de wereld terug te geven’. De opbrengsten komen ten goede aan de productie van een overzichtscatalogus en aan diverse organisaties die zich inzetten voor de mensenrechten op Cuba. ‘Amalia heeft nooit deel uitgemaakt van de revolutie. Ze zal altijd horen bij Cuba én bij de Cubanen, waar ze zich ook bevinden,’ aldus Peláez.

    De NFT’s hebben zich al enigszins toegang verworven tot de wereld van de galeries en musea. Het eerste museum in Europa dat een zaal reserveerde die permanent was gewijd aan cryptokunst was het Museum of Modern and Contemporary Art (MOCO), dat afgelopen oktober in Barcelona aftrapte met de nieuwste kunst, van Kaws tot Banksy. Het MOCO is net als z’n naamgenoot in Amsterdam een particulier museum waarachter de Nederlandse verzamelaars Lionel en Kim Logchies zitten, directeuren van de Lionel Gallery. 

    Potentieel

    ‘2022 wordt het jaar waarin we zullen zien hoe de NFT’s de traditionelere musea en instituten veroveren. Cryptokunst is een revolutie op zich. Die zal veel dingen decentraliseren en veranderen, door alle makers kansen te geven,’ voorspelt Kim Logchies. Het MOCO, dat is gevestigd in het zestiende-eeuwse Palacio Cervelló, in de historische wijk El Born, is uitgegroeid tot het meest op instagram geposte museum van Barcelona, vooral vanwege de overweldigende digitale kunstinstallaties. In de NFT-zaal zijn zeven werken te zien van kunstenaars als Beeple, Daniel Arsham, de Argentijn Andrés Reisinger (die de aandacht op zich heeft gevestigd met zijn hybride mix van digitaal en fysiek werk) en… Blake Kathryn, die namens Paris Hilton in Bedroom Bliss, een roze fantasieslaapkamer creëert die ‘de kijker een etherisch vredesmoment bezorgt’. ‘Het potentieel is ongelooflijk. NFT’s en de digitale kunst in het algemeen kunnen onze creativiteit nog meer prikkelen dan traditionele kunst. Maar ze zullen altijd naast elkaar blijven bestaan,’ wil Logchies nog kwijt.

    De NFT’s zijn gewoon een typisch eenentwintigste-eeuws gereedschap met hun schaduwkanten en voors en tegens

    In november waren de NFT’s al een van de voornaamste attracties in de Miami Art Week en ze zullen ook een plaats krijgen op de volgende editie van de ARCO (Madrid, van 23 tot 27 februari), een van de meest invloedrijke kunstmanifestaties. ‘NFT-technologie speelt vandaag de dag en in de toekomst ongetwijfeld een rol en de vraag is hoe die zich in de kunstwereld zal ontwikkelen. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat NFT gebruikmaakt van blockchaintechnologie om de uniciteit van de werken te waarborgen; het gaat op zich om digitale werken die al jarenlang in de kunstwereld meedraaien,’ aldus Maribel López, directeur van ARCO.

    Dat het NFT is, wil niet zeggen dat het kunst is. Dat Warner 100.000 avatars uit The Matrix online zet voordat de film in première gaat (zelfs Keanu Reeves kon zijn verbazing niet verbergen) betekent niet dat die virtuele kosmossen kleine kunstwerken zijn, eerder lucratieve merchandising: met 5 dollar per avatar is de actie goed voor zo’n 5 miljoen. Zelfs Melanie Trump kwam aanzetten met een NFT van haar ogen. Zangers en voetballers als Shakira en Piqué bleven niet achter. De NFT’s zijn gewoon een typisch eenentwintigste-eeuws gereedschap met hun schaduwkanten en voors en tegens. 

  • Uber sluit vrede met gele taxi’s in New York

    Uber sluit vrede met gele taxi’s in New York

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polio duikt voor het eerst in dertig jaar op in Malawi

    » Russische jacht mag niet tanken

    Via Uber-app kan nu een yellow cab besteld worden

    In New York heeft Uber vrede met taxi’s gesloten, die nu in het platform zullen worden geïntegreerd. ’Bel een Uber, neem een yellow cab,’ vat de The New York Times samen. De door een chauffeur aangedreven passagiersvoertuiggigant gaat samenwerken met twee taxibedrijven, Curb en CMT, waardoor New Yorkers een gele taxi kunnen bestellen via de Uber-app, zo maakten de bedrijven afgelopen donderdag bekend. ’De eens zo bittere rivalen, die jarenlang hebben gestreden om de heerschappij van de straten van de stad, hebben een onwaarschijnlijke alliantie gesloten’, schrijft het Amerikaanse dagblad.

    Lees ook:

  • Vier Russische regeringshackers beschuldigd van wereldwijde aanvallen

    Vier Russische regeringshackers beschuldigd van wereldwijde aanvallen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duurste restaurant VS verhoogt menuprijs naar 1000 dollar per persoon

    » Techbedrijven staan te springen om getalenteerde vluchtelingen uit Oekraïne

    Vier Russen in VS aangeklaagd voor cyberaanvallen

    De Verenigde Staten hebben donderdag bekendgemaakt dat ze vier Russische hackers hebben aangeklaagd die banden hebben met de regering van hun land. Het ministerie van Justitie beschuldigt ze van het uitvoeren van een jarenlange hackcampagne die was gericht op duizenden computers in de Verenigde Staten en over de hele wereld. Het doel van de aanvallen was om toegang te krijgen tot systemen die vitale voorzieningen zouden kunnen verstoren of fysiek zouden kunnen beschadigen, meldt The Wall Street Journal.

    De beklaagden werkten allemaal voor de Russische regering en richtten zich op honderden bedrijven in 135 landen, aldus de Amerikaanse autoriteiten.

    Lees ook:

  • Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    Red Hong Yi open eerste bankfiliaal in Kuala Lumpur

    De Maleisische kunstenaar Red Hong Yi raakte geïnspireerd door centrale banken die overal ter wereld geld bijdrukken. Ze maakte haar eigen bankbiljetten met behulp van geëtste koperplaten en opende een heuse bank: Memebank.

    Met een vriendelijk gezicht kijkt Red Hong Yi in de camera alsof ze een persoonlijke bekentenis voor Instagram gaat opnemen. ‘Ik heb besloten niet langer kunstenaar te zijn’, zegt ze ernstig. Maar dan klaart haar gezicht op. Een lach ontbloot haar tanden – boven en onder voorzien van een beugeltje – en ze vervolgt uitbundig: ‘Want ik ben geïnspireerd door centrale banken. En hoe ze gewoon geld kunnen drukken als het op is. Op een dag was mijn geld op en toen dacht ik: Waarom druk ik niet mijn eigen geld? En dat ben ik gaan doen.’ En zo ontstond Memebank, een parodie op het geldsysteem van centrale banken overal in de wereld, met de 36-jarige Maleisische kunstenaar Hong Yi, beter bekend als ‘Red’, als oprichter en directeur. 

    George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen

    Inspiratie voor de door haar ontworpen bankbiljetten komt van de Amerikaanse dollar, de Maleisische ringgit, de Japanse yen, het Britse pond en de Singaporese dollar. George Washington op het Amerikaanse 1-dollarbiljet verandert bij Red in een stripfiguurtje van een Wall Street-bankier met diamanten in beide handen. Op het aan de ringgit ontleende biljet staat de tekst ‘2 seconds after buying crypto’ en heeft koning Tuanku Abdul Rahman plaatsgemaakt voor drie orang-oetans, waarvan er een vraagt: ‘Where Lambo?’ Oftewel: waar is de Lamborghini, want met crypto word je toch schathemeltjerijk? Op het aan de yen ontleende papiergeld staat Satoshi Nakamoto, die ontkent dat hij de bedenker is van de bitcoin en daarom een zonnebril op heeft.

    Red opende eind januari het eerste filiaal van haar Memebank in Kuala Lumpur. Het gebouw van een voormalige drukkerij werd omgetoverd in een heuse bank, voorzien van geldautomaten bij de entree en overal tapijt in de knalrode bedrijfskleur. Aan het plafond hingen duizenden biljetten van het Memebank-geld, ‘speciale’ klanten werden ontvangen in een vipruimte en ondertussen waren medewerkers van het team bezig met het drukken van nieuw geld. Geheel in de geest van het project vond de financiering plaats volgens de laatste ontwikkelingen in de financiële kunstwereld: Red Hong Yi vergaarde de benodigde financiën door zes koperen printplaten waarmee ze haar geld drukt te verkopen als NFT, als non-fungible token, een ‘niet-inwisselbaar bewijs’.

    Het is allemaal meer dan simpelweg een parodie, vindt Red. Ze hoopt mensen bewust te maken van de economische systematiek die schuilgaat achter het geld waarvan ze dagelijks afhankelijk zijn, en hoopt dat ze zich vragen gaan stellen over de afkomst en de betekenis ervan. Over inflatie bijvoorbeeld, die ontstaat door maar geld bij te blijven drukken. 

    Het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven

    Daarom komt ook de modernisering van het financiële systeem met vindingen zoals cryptocurrency’s aan de orde. Daarover zegt Joe, voormalig bankier en nu adviseur van Memebank: ‘De opkomst van alternatieve investeringen zoals crypto is de afgelopen jaren een uitdaging geworden voor het bestaande monetaire systeem. Grote groepen mensen zien de efficiëntere en transparantere technologie erachter en beschouwen die als een afdekking tegen inflatie.’ Waarmee Memebank maar wil zeggen: het systeem met bankbiljetten en centrale banken zoals het nu is, hoeft niet altijd zo te blijven.

  • Zo zien onze huizen er in 2050 uit: meer data, meer hout en meer abonnementen

    Zo zien onze huizen er in 2050 uit: meer data, meer hout en meer abonnementen

    Wacht ons in de toekomst een duurzamer, efficiënter en gemakkelijker leven of zullen onze huizen worden overgenomen door veiligheidssystemen en controlerende apparatuur?

    Stel je, als je kunt, een kleine, blauwige kamer voor. Snoeren, schermen, sensoren. Een paar aandenkens aan de oude wereld. De bewoonster van de kamer, aan huis gekluisterd door een zoönotische pandemie, greenwasht vanuit haar bed een bedrijf voor datamining [gegevensdelving]. De overheid heeft haar verboden de deur uit te gaan.

    Aan het eind van de gang is een gemeenschappelijke keuken, die ze deelt met een paar onbekenden die ze online heeft ontmoet, maar meestal bestelt ze haar maaltijden via een interface en eet ze die hier op. Microfoons registreren haar interacties. Een bewegingssensor om haar pols herinnert haar eraan dat ze haar activiteit moet optimaliseren. Uit verlangen naar de stervende wereld buiten heeft ze een paar regenwoudplanten gekocht om de ruimte wat op te fleuren. Haar zaksurveillanceapparaat herinnert haar eraan dat ze die water moet geven. Ze vangt een nieuwsflits op: de rijkste man ter wereld heeft zojuist de atmosfeer van de aarde verlaten.

    Tot zover het huis van 2021. En het huis van 2050? Zou dat een hoopvoller visioen van huiselijkheid bieden dan de dystopische nachtmerrie die sommigen van ons de afgelopen jaren hebben beleefd? Stevenen we onverbiddelijk af op een wereld van surveillance, klimaatcrisis en woningcrisis, en verdrinken we in eenzaamheid terwijl onze Metaheadset de data uit onze ziel zuigt.

    ‘Onze woonsituatie wordt steeds geraffineerder aangepast aan onze eigen wensen en behoeften’

    Misschien allebei een beetje, zegt Sarah Douglas, directeur van de designadviesbureau The Liminal Space. Zij stond aan de basis van de expositie Tomorrow’s Home in het Museum of the Home in Londen, die liet zien hoe we over drie decennia misschien zullen wonen. ‘Het huis van de toekomst zou ons kunnen helpen onze woonsituatie steeds geraffineerder aan te passen aan onze eigen wensen en behoeften,’ zegt ze. ‘Maar het wordt een hele klus om te leren omgaan met de enorme voordelen en de ethische problemen die gepaard gaan met nieuwe, interactieve technologieën.’

    Natuurlijk zullen we niet elke toekomstige trend met open armen ontvangen. ‘Het kan zijn dat je een groep mensen krijgt die overal voor in is, een groep die erachteraan sukkelt en een groep die zich geheel en al afzijdig houdt,’ zegt Rachel Coldicutt, directeur van Careful Industries, dat onderzoek doet naar de interactie tussen technologie en mensen. Mensen die hun huis als een privéheiligdom blijven zien, zullen het niet gemakkelijk krijgen, waarschuwt ze. De machtigste techbedrijven ter wereld hebben hun focus al verlegd van telefoons naar huizen: Google heeft zijn scala aan Nest-producten op het gebied van intelligente veiligheidssystemen, Amazon heeft octrooi aangevraagd op apparatuur die onze ‘emotionele data’ kan lezen en Facebook lanceert zijn metaverse.

    Surveillance

    Deze technologieën weten de aanvankelijke bedenkingen die we er misschien tegen hebben op de een of andere manier weg te nemen. ‘Mensen kopen Alexa [de virtuele assistent van Amazon] niet omdat het een surveillanceapparaat is,’ zegt Coldicutt. ‘Ze kopen het omdat het fijn is om een handsfree tijdschakelaar in de keuken te hebben. Maar het blijft een surveillanceapparaat.’

    Sommigen van ons zullen zich erbij neer moeten leggen. Als er in de toekomst sociale huisvesting bestaat, zouden de betrokken bewoners zich dan enigerlei vorm van monitoring moeten laten welgevallen om te ‘bewijzen’ dat ze van die huisvesting gebruik mogen maken? Als je in de toekomst een bijstandsuitkering geniet en je ligt om half negen nog in bed, wordt dat dan een probleem? Coldicutt denkt van wel.

    ‘De huizen zullen harder hun best moeten doen’

    Maar vanbuiten zullen huizen er tenminste nog grotendeels hetzelfde uitzien. Er is geen reden om aan te nemen dat de Britse voorliefde voor victoriaanse rijtjeshuizen in 2050 verdwenen zal zijn. ‘De huizen zullen alleen harder hun best moeten doen,’ zegt architect Piers Taylor. ‘Er zullen werkruimtes en wellnessruimtes komen, evenals plekken om te eten en te slapen, en die zullen ook flexibeler moeten worden.’

    Ongeveer 80 procent van de CO2-uitstoot bij de bouw komt van beton en staal, dus zullen er in nieuwe huizen duurzamere materialen zoals hout worden gebruikt en zal er lager worden gebouwd. Taylor: ‘Alles minder dan twee verdiepingen is niet compact genoeg, alles meer dan vijf vergt te veel grondstoffen.’ We zullen modulaire interieurs nodig hebben die snel kunnen veranderen om berekend te zijn op bijvoorbeeld gezinsuitbreiding, of op de komst van een klimaatvluchteling. En zoals we nu op Netflix geabonneerd zijn, zullen we in de toekomst misschien abonnementen nemen bij bedrijven die meubilair, huishoudelijke apparatuur en voertuigen leveren.

    Het huis van de toekomst zou er als volgt uit kunnen zien.

    De woonkamer 

    Sensoren, microfoons, camera’s, beeldschermen: allemaal zullen ze tot 2050 waarschijnlijk hand over hand toenemen, maar wel in een veel discretere vorm; in een kandelaar of een vaas. Alexa zou kunnen inhaken op de trend om meer natuurlijke materialen te gebruiken (hout, hennep, stro et cetera) en ze zal niet alleen meer reageren op wat je zegt, maar ook op de toon en het volume van je stem, zodat ze weet wanneer je tegen je kinderen schreeuwt.

    Maar zolang we de baas blijven over onze eigen data hoeft dat allemaal niet zo erg te zijn. ‘We kunnen ons hier concentreren op de dystopische aspecten,’ zegt Yvonne Rogers, hoofd Computerwetenschap van University College London, ‘maar als we abstracter nadenken over hoe we de data kunnen gebruiken die deze apparaten verzamelen, kunnen we er allerlei interessante dingen mee doen.’ Zoals digitaal behang maken dat zijn kleur aanpast aan de emoties in huis. Het zou een liveopname kunnen tonen van een stuk regenwoud dat door jouw huishouden wordt gesponsord. Misschien zal het ook reageren op de aanwezigheid van een baby of een huisdier.

    Misschien kunnen we zelfs overleden dierbaren op onze bank projecteren

    Nu wij steeds meer thuiswerken (of werkloos thuiszitten als gevolg van de automatisering) en misschien minder kunnen reizen, zullen we naar nieuwe manieren zoeken om virtueel contact te leggen. Star Wars-achtige hologramprojecties van dierbaren in 3D zijn niet meer zo ver weg. ‘Nu kun je met behulp van augmented reality al Ikea-meubels in je eigen woonkamer uitproberen. Die technologie zal zich verder ontwikkelen. Er zal misschien nog steeds een augmentedrealitybril aan te pas komen, maar het aanbrengen van een digitale laag in een fysieke ruimte zal vermoedelijk steeds meer ingang vinden,’ zegt Rogers.

    Misschien zullen we zelfs overleden dierbaren op onze bank kunnen projecteren. Dit zou een manier kunnen zijn om de eenzaamheid van een vergrijzende bevolking te verlichten. ‘Je kunt je voorstellen dat je voor zoiets een abonnement kunt nemen bij een bigtechbedrijf,’ zegt Douglas. ‘En dat je daarbij kunt worden verleid tot een upgrade als je ook gesprekken wilt kunnen hebben over voetbaluitslagen, of over een filosofische theorie.’

    De keuken 

    Dit deel van het huis heeft in de afgelopen generaties ingrijpende veranderingen ondergaan: van een kombuisachtig vertrek, ontworpen voor een bediende, tot een grote, gemeenschappelijke ruimte die het middelpunt van het gezinsleven vormt en de eetkamer overbodig maakt. Niet dat we meer zijn gaan koken. Door dronebezorging, kweekvlees en voedingstechnisch geoptimaliseerde kant-en-klaarmaaltijden zal de bevolking het koken steeds meer verleren en wordt het een nog exclusievere hobby dan nu. En dieren eten? Dat wordt mogelijk net zoiets als roken eerder al werd: passé, ongezond en een beetje rebels.

    Of stel je voor dat je vuilnisbak zou kunnen berekenen hoeveel je weggooit en je beloont met korting op de afvalstoffenheffing (of je straft met een verhoging). Een andere tentoongestelde innovatie is de ‘slimme mok’, een drinkbeker die je vitale functies checkt en het verraadt als je verboden middelen hebt gebruikt.

    Maar een echt intelligent huis zou niet per se vol glanzende, nieuwe gadgets hoeven te staan. De nieuwe ‘recht op reparatie’-wetgeving toont aan dat gekozen leiders eindelijk bereid zijn onze spilzieke consumptiemodellen aan de kaak te stellen. ‘Dit zal waarschijnlijk leiden tot het gebruik van meer natuurlijke en herbruikbare materialen, en tot een grotere tweedehandscultuur,’ zegt Bishop, door items zodanig te ontwerpen dat ze gemakkelijker gerepareerd kunnen worden.

    De badkamer 

    De toekomst wordt gewoonlijk afgeschilderd als een glanzende, witte, steriele ruimte. Maar het zijn de ‘schone witte ruimten van het modernisme’ waartegen we moeten vechten, zegt Richard Beckett, die prijzen heeft gewonnen met wat hij ‘probiotische architectuur’ noemt. ‘Nu we zo’n 90 procent van onze tijd binnenshuis doorbrengen, missen we de blootstelling aan wat we de “diverse natuur” noemen, waarin we in de loop van honderdduizenden jaren zijn geëvolueerd,’ zegt hij. ‘We krijgen niet de bacteriologische diversiteit die ons lichaam nodig heeft, en dat leidt tot veel nieuwe chronische ziekten.’

    Om dit tegen te gaan ontwikkelt hij bouwmaterialen die de natuur binnenshuis brengen: denk aan badkamertegels die sporen met heilzame microben bevatten, het keramische equivalent van zuurkool. ‘Bouwmaterialen moeten misschien weefselachtiger, poreuzer worden,’ zegt hij. ‘En we zouden misschien anders moeten omgaan met onze muren of oppervlakken. Zoals we onze planten met water besproeien, zouden we onze muren met voedingsstoffen kunnen besproeien. Ondertussen zal je slimme wc natuurlijk zich ervan vergewissen dat je darmflora en hormonen in orde zijn. 

    ‘Maar wat verliezen mensen als ze ervoor kiezen die dingen niet te gebruiken? Als je je data niet doorgeeft aan het toiletbedrijf, loop je dan de verstrekking van magnesiumsupplementen mis?’

    De slaapkamer 

    Hoe je slaapt zal in de gaten worden gehouden door je deken of misschien je matras. ‘Als we momenteel aan draagbare technologie denken, denken we aan iPhone-achtige apparaten met een scherm,’ zegt Sarah Douglas. ‘Maar in werkelijkheid zullen we zien dat deze data-verzamelende items steeds menselijker worden.’

    Ook voorziet Douglas een grote toekomst voor abonnementen. In plaats van online snelle mode te kopen, zullen we volgens haar ‘gemeenschappelijke kleerkasten’ krijgen, virtuele kasten die ons in staat stellen gemakkelijk kleding te ruilen met vrienden en buren. ‘Het zou heel nuttig zijn om te kijken of we een punt kunnen bereiken waarop huishoudtechnologie echt huiselijke problemen oplost,’ zegt Coldicutt. ‘Een van de moeilijkste technische dingen ter wereld is lakens opvouwen. De was doen blijft een activiteit die fysieke inmenging vereist. Een robot die bij elkaar passende sokken sorteert, lijkt verre toekomstmuziek. Dus zullen we de dingen blijven doen die robots niet kunnen.’ 

    De speelkamer 

    Als computerwetenschapper is Yvonne Rogers geneigd tot optimisme. ‘Er is zo veel technologie die is ontworpen rond traceren en tellen,’ zegt ze. ‘Het zou goed zijn om na te denken over apparaten die echt iets toevoegen aan het spel en kinderen creatief laten zijn in hun kamer.’ Ze denkt dat speelgoed nog veel leuker zal worden dankzij de steeds vagere scheidslijnen tussen fysiek en digitaal. Stel je voor dat je een zee op je slaapkamervloer kunt projecteren, of een kleed als vliegend tapijt kunt gebruiken; of dat je interactieve knuffels kunt maken, wat een grote troost voor zieke kinderen zou zijn. ‘Het zou echt goed zijn om te bedenken hoe we thuisleren leuker kunnen maken en technologie kunnen ontwikkelen die kinderen stimuleert om nieuwsgieriger en creatiever te worden.’

    Ook de tomeloze energie van kinderen hoeft niet verloren te gaan. Kathryn Bishop van het Future Laboratory wijst op het werk van een laboratorium in Zürich, dat hout heeft ontwikkeld dat statische elektriciteit opslaat wanneer je eroverheen loopt. ‘Leg zoiets op de vloer van een kinderspeelkamer en je hebt energie voor een paar speeltjes,’ zegt ze.

    De tuin 

    Misschien zullen we ook meer voedsel zelf verbouwen. En we zouden zulke dingen vaker gemeenschappelijk kunnen doen. In de ruimten tussen huizen liggen volgens architect Taylor de meest veelbelovende oplossingen. ‘Ook al hebben we nog auto’s, zal het idee van eigenaarschap zal moeten veranderen,’ zegt hij. Zodra je ze weghaalt, worden steden er een stuk leefbaarder op.

    Tomorrow’s Home was te zien in het Museum of the Home in Londen, museumofthehome.org.uk 
    Meer weten? Luister naar futureoflivingpodcast.com

  • Daten in IJsland: eerst even checken met de ‘anti-incestapp’ of iemand geen bloedverwant is

    Daten in IJsland: eerst even checken met de ‘anti-incestapp’ of iemand geen bloedverwant is

    Op het eiland met slechts 368.000 inwoners is er altijd een kans dat je date een verre neef of nicht van je is. Een app met genealogische gegevens van alle IJslanders moet dat voorkomen. Bijkomend voordeel is dat al die genetische kennis tijdens de pandemie uiterst nuttig is gebleken.

    Een avond in Laugavegur, het uitgaanscentrum van de IJslandse hoofdstad Reykjavik. In een van de vele bars hebben twee jongeren elkaar zojuist leren kennen. Ze hebben een fijn gesprek, de avond ontwikkelt zich veelbelovend. Als het steeds duidelijker wordt dat hun plannen wel eens verder zouden kunnen reiken dan het sluitingsuur toestaat, trekken ze hun smartphones en tikken die kort tegen elkaar. Ze hebben geluk – ze zijn geen nauwe verwanten.

    IJsland is een land met een kleine bevolking: het eiland telt maar 368.000 inwoners. Eeuwenlang leefde men geïsoleerd en de IJslandse genenpool kreeg slechts zelden impulsen van buitenaf. Iedereen is dan eigenlijk op de een of andere manier met elkaar verwant. De hierboven beschreven scène is weliswaar verzonnen, maar zou zich heel goed zo hebben kunnen afspelen. Want die app bestaat echt. Hoogleraar neurologie Kári Stefánsson, oprichter en directeur van Decode Genetics, is sinds 1996 gepassioneerd bezig met de vraag wie IJslanders eigenlijk zijn. En de weg naar het antwoord loopt voor hem via genealogie en genetica.

    Als twee personen informatie willen over hun verwantschapsgraad, dan kunnen ze eenvoudig hun smartphones tegen elkaar tikken

    Daarom heeft zijn onderneming het tot haar missie gemaakt een digitale genealogische databank op te zetten. Daartoe werden veel verschillende bronnen geraadpleegd, openbare en private, van volksvertellingen, bevolkingsregisters en kerkboeken tot familiegeschiedenissen en door particulieren opgestelde stambomen. Zo ontstond Islendingabok, het ‘Boek der IJslanders’, een databank op internet. Wie beschikt over een IJslands burgerservicenummer, heeft er toegang toe. Om de tiende verjaardag van de lancering van het ‘Boek der IJslanders’ te vieren werd een wedstrijd uitgeschreven voor een app die de databank toegankelijk zou maken op de smartphone.

    Het programmeertrio dat de wedstrijd won, kwam op de proppen met een bijzondere specialiteit: als twee personen informatie willen over hun verwantschapsgraad, dan kunnen ze, in plaats van namen op te geven, ook eenvoudig hun smartphones kort tegen elkaar tikken. Bij dit elektronisch tête-à-tête worden relevante gegevens over de bezitters van de burgerservicenummers uitgewisseld en als er geen verwantschappelijke hindernis is die deze wederzijdse toenadering in de weg staat, meldt het beeldscherm opgewekt: ‘Ga je gang!’

    ‘Anti-incestapp’

    Het duurde niet lang of het nieuws over deze curieuze ‘anti-incestapp’ ging de hele wereld over. Van tech-tijdschriften tot wereldwijde mainstreammedia: allemaal berichtten ze erover. Sommigen beweren dat ze erbij zweren als ze daten. Anderen zeggen dat de app meer bedoeld was als een grap en nu door de wereldwijde weerklank een eigen leven is gaan leiden als grappig verhaal.

    De populariteit van de databank waarop de app is gebaseerd, is daarentegen onbetwist. Die bestaat intussen niet alleen uit gedigitaliseerde schriftelijke bronnen, maar ook uit biomedische informatie. Want tegelijk met de compilatie van historische bronnen verzamelde Decode Genetics ook bloedmonsters die door IJslandse burgers vrijwillig werden afgestaan voor genetische analyse. In een diepvriesfaciliteit in de kelder liggen inmiddels monsters opgeslagen van ongeveer de helft van de bevolking.

    ‘Om de menselijke diversiteit in de breedste zin te bestuderen en iets bijvoorbeeld wil kwalificeren als ‘‘pathologisch’’ moet je eerst kunnen definiëren wat ‘‘normaal’’ is

    En het gaat om meer dan alleen stambomen. Een uitgebreide genetische analyse legt wetmatigheden en mechanismen bloot en maakt daarmee gevolgtrekkingen mogelijk die van belang kunnen zijn voor de volksgezondheid, aldus Kári Stefánsson. Dat je van een patiënt het individuele risicoprofiel voor erfelijke ziektes kunt vaststellen, is van belang als de gezondheidszorg meer op preventie ingericht moet worden. ‘Om de menselijke diversiteit in de breedste zin te bestuderen en iets bijvoorbeeld wil kwalificeren als ‘‘pathologisch’’ moet je eerst kunnen definiëren wat ‘‘normaal’’ is,’ zegt hij. 

    Maar hoe verhoudt zich dat met bezwaren inzake de beveiliging van data? Genetische informatie is buitengewoon persoonlijk en ligt gevoelig. De huidige samenleving, zegt hij, beschouwt de aanspraak op een ultramodern gezondheidssysteem bijna als een mensenrecht. Maar die claim brengt ook de plicht met zich mee om het onderzoek mogelijk te maken. Dat vergeet men vaak. Hij heeft soms de indruk dat de moderne samenleving de veiligheid van de patiëntendata belangrijker acht dan de veiligheid van de patiënten zelf, zegt hij. Niet dat Stefánsson het aspect van de databeveiliging onbelangrijk vindt. De bescherming van gegevens is van groot belang, en daarom werden de data bij het biomedisch onderzoek geanonimiseerd. 

    Gericht reageren

    Toen de coronacrisis bijna twee jaar geleden uitbrak, toonde de onderneming zich van meet af aan betrokken en stelde haar laboratoria ter beschikking aan de nationale gezondheidszorg voor coronatests en analyse van de virusvarianten. Van elk afzonderlijk gediagnosticeerd coronageval hebben ze het erfelijk materiaal van het virus onderzocht, zegt Stefánsson. Zo had men heel goed in beeld van waar welke variant binnengekomen was en hoe de circulatie in de samenleving had plaatsgevonden. Daardoor konden de autoriteiten er heel gericht op reageren.

    IJsland is benijdenswaardig goed de crisis doorgekomen. Decode Genetics, een BV onder de paraplu van het biotechconcern Amgen, werkte nauw samen met de officiële instanties. ‘Het was alle hens aan dek,’ zegt Stefánsson, ‘en het was verheugend om te zien hoe de in het algemeen recalcitrante IJslandse samenleving de rijen wist te sluiten tegenover de dreiging.’ Voor hem, zo maakt hij de balans op, is de pandemie daarom niet alleen maar iets negatiefs geweest.

  • Zo garandeert China een ‘gezonde internetomgeving’

    Zo garandeert China een ‘gezonde internetomgeving’

    Onder het motto ‘Een fris begin van het Nieuwe Jaar’ ontplooit het hoogste censuurorgaan van China speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’, om zo de ‘gebruikservaring en de veiligheid van de vele Chinese netizens te verbeteren’. De populaire chatroomapp Clubhouse binnen een mom van tijd offline – maar gaf gebruikers een uitzonderlijk gevoel van vrijheid.

    Toen de Amerikaanse audio-app Clubhouse op 8 februari in China werd geblokkeerd kwam dat, zoals wij eerder berichtten, voor niemand als een verrassing. Wat wel verbaasde reacties uitlokte op Weibo, het Chinese equivalent van Twitter, was het feit dat de autoriteiten er dit keer zo snel bij waren. Het exclusieve virtuele platform voor vrije discussie werd al na een paar dagen uit de lucht gehaald. ‘Ze reageerden zo snel, het is gewoon eng,’ aldus een van de commentatoren geciteerd door What’s on Weibo

    Inderdaad is Chinese internetcensuur bijzonder streng en effectief. Het uiterst complexe systeem maakt niet alleen gebruik van hoogstaande technologie, maar ook van heel veel menskracht.

    In een archieffilmpje over Chinese internetcensuur uit 2019 van de in Hongkong gevestigde South China Morning Post wordt het voorbeeld gegeven van een internetbedrijf dat wel twaalfhonderd ‘censoren’ in dienst heeft om het verkeer op hun servers in de gaten te houden en onwelgevallige inhoud te verwijderen; een van hen omschreef zijn functie als ‘vuilnisman in cyberspace’.

    Verder zijn socialemediabedrijven in China wettelijk verplicht alle persoonlijke gegevens van hun gebruikers op te slaan en hun posts te bewaren, zodat de overheid deze wanneer nodig kan controleren. Het Staatsinternetinformatiebureau, dat direct onder het Centraal Comité van de Chinese Communistische Partij valt en verantwoordelijk is voor het bewaken van ‘een gezonde internetomgeving’, maakt bovendien gebruik van tips van de honderden miljoenen internetgebruikers die China rijk is. 

    De hele maand februari zijn er speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’

    Onder het motto ‘Een fris begin van het Nieuwe Jaar’ ontplooit dit hoogste internetcensuurorgaan de hele maand februari speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’, om zo de ‘gebruikservaring en de veiligheid van de vele Chinese netizens te verbeteren’. Op die manier kan er in 2021, precies een eeuw na de oprichting van de Chinese Communistische Partij, ‘een eerste stap worden gezet op weg naar een in alle opzichten modern socialistisch land’, aldus het bulletin op haar website.

    Burgers worden aangespoord illegale content of valse nieuwsberichten te melden; in januari van dit jaar werden er iets meer dan elf miljoen klachten ingediend, overigens 15,2 procent minder dan in de maand december, en 3,3 procent minder dan in januari 2020.

    Het indienen van zo’n klacht is vrij gemakkelijk. Zo kun je bijvoorbeeld op de Chineestalige site van de grootste staatskrant, het Volksdagblad (Renminribao 人民日报), via het tabblad ‘aangifte’ direct doorklikken naar de desbetreffende pagina van het Staatsinternetinformatiebureau, de juiste categorie van overtreding aanvinken, en de klacht met bewijsmateriaal, zoals bijvoorbeeld screenshots, indienen. 

    De eerste vier van de in totaal negen genoemde categorieën van illegale content zijn politiek van aard

    Wat opvalt in de toelichting op deze site, is dat de eerste vier van de in totaal negen genoemde categorieën van illegale content politiek van aard zijn. Het gaat daarbij om content die ‘schade toebrengt aan de veiligheid, de eer of het belang van de natie’, dan wel ‘aanzet tot de omverwerping van de regering en het socialistische systeem’, ‘oproept tot nationale verdeeldheid en regionale afscheiding’, of ‘terrorisme en extremisme bevordert’. Ook content van de vijfde categorie, berichten die ‘aanzetten tot rassenhaat en racisme’, ligt politiek gevoelig. De overige categorieën betreffen zaken als internetfraude, laster, en pornografie.  

    Alle onderwerpen van de zwarte lijst

    In de luttele twee dagen dat de Clubhouse-app in China toegankelijk was, zijn volgens The New York Times en South China Morning Post vrijwel alle onderwerpen op de zwarte lijst van de Chinese censoren de revue gepasseerd. Geen wonder dus dat deze app, die alleen toegankelijk is voor leden en daardoor in China extra aantrekkelijk was, zeker in deze periode van verscherpt toezicht in een mum van tijd werd geblokkeerd. 

    In een van de chatrooms bespraken de deelnemers bijvoorbeeld welke Chinese leiders verantwoordelijk waren geweest voor de onderdrukking van de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. In een andere virtuele discussieruimte ging het over persoonlijke confrontaties met de Chinese politie en ambtenaren van de veiligheidsdienst.

    Een derde groep nam een minuut stilte in acht om dr. Li Wenliang te herdenken, die een jaar eerder aan corona was overleden nadat hij de autoriteiten als eerste op de gevaren van het virus had gewezen en monddood was gemaakt.

    Weer andere groepen spraken over de verhouding tussen China en Taiwan, de inperking van de democratie in Hongkong, en de vraag of gesprekspartners uit de Chinese diaspora al dan niet bereid waren terug te keren naar het moederland. 

    Voor de deelnemers op het vasteland was het een bijzondere ervaring om met Chinezen aan de andere kant van de grens van gedachten te wisselen

    Ook het bijzonder gevoelige thema van de onderdrukking van de Oeigoeren in de provincie Xinjiang in het uiterste westen van China werd niet gemeden. Volgens What’s on Weibo deden honderden Chineessprekenden binnen en buiten China aan deze discussie mee.

    NYT citeert een Chinese man die zich afvroeg of hij de rapporten wel moest geloven over concentratiekampen in Xinjiang. Waarop een Oeigoerse vrouw het woord nam en rustig uitlegde dat zij er zeker van was dat deze kampen inderdaad bestonden, omdat een aantal van haar familieleden er had vastgezeten. Een Taiwanese man reageerde hier weer op met een pleidooi voor wederzijds begrip, terwijl iemand uit Hongkong de vrouw prees, omdat zij de moed had gehad haar ervaringen te delen. 

    Voor de deelnemers op het vasteland was het een bijzondere ervaring om met Chinezen aan de andere kant van de grens van gedachten te wisselen, omdat ze in veel opzichten van de virtuele buitenwereld zijn afgesloten door de alomaanwezige censuur. Ook het feit dat deze gesprekken verliepen volgens vaste regels, waardoor iedereen zijn zegje kon doen en met respect behandeld werd, kon op waardering rekenen, aldus What’s on Weibo

    Uiteraard bestonden op sociale media ook scepsis en kritiek op deze app. What’s on Weibo citeert een bekende blogger die stelt dat Clubhouse vooral zo’n hype was omdat Elon Musk er zojuist lid van was geworden, en dat de functionaliteit van de app niet veel verschilde van interactieve radio.

    Andere commentaren vergeleken deelname aan een chatroom met een virtuele vergadering of een lang en oersaai seminar. Maar feit blijft dat de Clubhouse-app velen even de gelegenheid gaf vrijelijk te spreken over omstreden onderwerpen.

  • Inwoners van Rio worden per app beschermd tegen verdwaalde kogels

    Inwoners van Rio worden per app beschermd tegen verdwaalde kogels

    In de steden van Brazilië zijn schietpartijen van alledag. Vandaar dat er apps werden ontworpen die bewoners waarschuwen waar ze veilig over straat kunnen. Een belangrijke extra functie is dat er zo politieke druk wordt uitgeoefend.

    Julia Borges was op het verjaardagsfeest van haar twaalfjarige neefje toen ze werd neergeschoten. De zeventienjarige stond op een balkon op de derde verdieping ​​toen een verdwaalde kogel haar in de rug raakte en zich nestelde in de spier tussen haar longen en aorta.

    Dat was 8 november 2020. Gelukkig kon Borges snel naar het ziekenhuis worden gebracht en herstelde ze. Dat geldt zeker niet voor iedereen wie dit overkomt. Tot dusver zijn er in 2020 in Rio minstens 106 mensen gedood door verdwaalde kogels.

    Een van de gevaarlijkste plekken zijn de smalle straatjes van de favela’s van de stad, waar momenteel meer dan een miljoen mensen wonen. Hier zijn de huizen op elkaar gestapeld en de steegjes die ertussen kronkelen zijn bezaaid met kleine pleintjes. In die steegjes weerklinken regelmatig de geluiden van geweervuur: dagelijks zijn er schietpartijen tussen politie en drugshandelaars, rivaliserende groepen mensenhandelaars of zelfs door de politie gesteunde milities.

    Vaak moeten bewoners op de grond gaan liggen of barricades zoeken om zich voor verdwaalde kogels te verbergen, tot het vuren voorbij is. In 2019 waren er in Rio gemiddeld twintig schietpartijen per dag [ter vergelijking: in Nederland zijn dat er twee, red.]. Sinds het begin van de pandemie is het iets rustiger geworden, maar tot eind juni waren er dagelijks nog steeds gemiddeld veertien schietpartijen. Elk jaar worden in het grootstedelijk gebied van Rio ongeveer vijftienhonderd mensen doodgeschoten.

    Gijzelaar van geweld

    Wie in Rio woont is een ‘gijzelaar van geweld’, zegt Rafael César, die in Cordovil, een buurt ten westen van het centrum, woont. 

    screenshot of FogoCruzado app

    Een screenshot van Fogo Cruzado. – © Fogocruzado via Google Play

    Zoals veel inwoners is César apps gaan gebruiken om zichzelf te beschermen. Op deze crowdsourced-apps kunnen gebruikers gevaarlijke zones op weg naar huis opzoeken en elkaar waarschuwen welke gebieden ze moeten vermijden. 

    Een van de populairste apps, Fogo Cruzado (kruisvuur), is opgezet door journalist Cecília Olliveira. Ze was van plan een verhaal te schrijven over slachtoffers van verdwaalde kogels in de stad, maar de informatie die ze nodig had, was niet beschikbaar. Daarom begon ze in 2016 een Google Doc-spreadsheet bij te houden met informatie over schietpartijen: waar en wanneer ze plaatsvonden, hoeveel slachtoffers er waren en meer. Nog datzelfde jaar werd de spreadsheet met hulp van Amnesty International omgezet in een app en een database voor degenen die gewapend geweld in de gaten hielden en erover rapporteerden. De app is meer dan 250.000 keer gedownload en heeft behalve voor Rio ook een versie voor Recife.

    Als een gebruiker geweerschoten hoort, kan deze het incident in de app registreren. De informatie wordt geverifieerd en gecontroleerd door het Fogo Cruzado-team, met hulp van een netwerk van activisten en vrijwilligers, en vervolgens geüpload naar het platform, waarmee een melding voor gebruikers wordt gegenereerd. Fogo Cruzado heeft ook een team samengesteld van vertrouwde medewerkers die direct informatie kunnen uploaden, zonder dat eerst een controle hoeft plaats te vinden. Gebruikers kunnen zich aanmelden voor het ontvangen van updates wanneer ze op weg zijn naar een zone die als gevaarlijk wordt beschouwd, zoals een favela waar recentelijk is geschoten of waar een strijd plaatsvindt tussen verschillende bendes. 

    Fogo Cruzado wordt gebruikt door lokale bewoners die willen controleren of ze veilig naar hun werk kunnen en weer terug, zegt Olliveira. 

    Zoals velen in de stad is ook hij wel eens te dicht in de buurt van een vuurgevecht gekomen

    ‘Ik ben Fogo Cruzado gaan gebruiken omdat er regelmatig door de politie werd ingegrepen in een wijk waar ik elke dag doorheen kwam,’ zegt journalist Bruno De Blasi. Omdat in WhatsApp-groepen veel valse berichten over schietpartijen verschenen, besloot hij de app te gebruiken om ‘onnodige angst te vermijden’.  

    Zoals velen in de stad is ook hij wel eens te dicht in de buurt van een vuurgevecht gekomen. Hij herinnert er zich een in de straat waar hij woont. 

    ‘Het gevoel was vreselijk, vooral omdat die straat werd beschouwd als een van de veiligste en rustigste in de buurt, waar ook het politiebataljon zich bevindt,’ vertelt hij. ‘Ineens moest ik wegblijven bij het raam van mijn eigen kamer vanwege het risico op een verdwaalde kogel.’

    Samen met een aantal andere organisaties werkte Fogo Cruzado ook aan een ​​nieuwe kaart van gewapende groepen in Rio de Janeiro. De kaart, die in oktober 2020 werd gelanceerd, is bedoeld om de inwoners van de stad op de hoogte te houden van de gebieden waar criminele groepen of politiemilities actief zijn.

    Er zijn nog meer apps die gegevens over schietpartijen verzamelen, maar Fogo Cruzado is een van de weinige die door het publiek wordt bijgewerkt, vertelt Rene Silva, redacteur van de website Voz das Comunidades (stem van de gemeenschappen) die is gewijd aan het Complexo do Alemão, een grote groep favela’s in Rio. ‘Soms registreert de app bijvoorbeeld schietpartijen die niet in de media komen,’ zegt hij.

    De app Onde Tem Tiroteio (waar is de schietpartij) werkt op een vergelijkbare manier. Deze werd oorspronkelijk in januari 2016 door vier vrienden gemaakt als Facebook-pagina. Terwijl Fogo Cruzado zich concentreert op de regio Rio, bestrijkt Onde Tem Tiroteio (OTT) de hele staat – en sinds 2018 ook de staat São Paulo. Een verschil met Fogo Cruzado is dat gebruikers de juistheid van schietrapporten kunnen controleren.

    Politieke invalshoek

    Als je de OTT-app downloadt, kun je kiezen waarover je meldingen wilt ontvangen, of dat nou schietpartijen, overstromingen of demonstraties zijn. Elke anonieme melding wordt beoordeeld door een netwerk van meer dan 7000 vrijwilligers ter plaatse. Pas na bevestiging wordt de melding geüpload naar de app. Ook worden wekelijkse rapporten aan de pers vrijgegeven. Volgens Dennis Coli, een van de medeoprichters van OTT, werd de app vorig jaar door meer dan 4,7 miljoen mensen gebruikt.

    ‘De belangrijkste missie van OTT-Brasil is om alle burgers uit de buurt te houden van georganiseerde bendes, valse politieacties en verdwaalde kogels,’ zegt hij. Maar de apps hebben ook een politieke invalshoek. Ze houden niet alleen de inwoners van Rio veilig, ook helpen ze onderzoekers en openbare instellingen om patronen van geweld te begrijpen – en om de politici onder druk te zetten.

    Ze ‘dienen in de eerste plaats om de aandacht te vestigen op de omvang van het probleem’, zegt Pablo Ortellado, hoogleraar openbaar beleid aan de Universiteit van São Paulo. Voor hem hebben dergelijke apps ‘een heel specifieke sleutelfunctie: het verhogen van de druk op de autoriteiten’.

    Dat Recife als de tweede stad voor de Fogo Cruzado-app werd gekozen, was inderdaad niet alleen vanwege de hoge mate van geweld, maar ook omdat, zegt Olliveira, de deelstaatregering was gestopt met het vrijgeven van gegevens en was begonnen met het censureren van journalisten. ‘Vroeger was er uitstekende toegang tot gegevens over de openbare veiligheid, maar de gegevens werden geleidelijk schaarser en het werk van de pers werd steeds moeilijker,’ zegt ze.

    Op deze manier kunnen dergelijke apps bijdragen aan het controleren van informatie die overheden verschaffen, zegt Yasodara Córdova, onderzoeker aan de Harvard Kennedy School in Massachusetts.

    In het verleden had de staat het monopolie op officiële informatie, maar sindsdien is er het een en ander veranderd, zegt ze. ‘Het is verstandiger om ook databases te onderhouden die worden bijgehouden door actieve gemeenschappen, zodat gegevens worden gecontroleerd en de openbare ruimte transparant blijft.’

    Felipe Luciano, een OTT-gebruiker uit São Gonçalo, een stad in de buurt van Rio, beaamt dit. ‘De sleutel is vertrouwen,’ zegt hij. ‘Wat mij motiveerde om OTT te gebruiken is de geloofwaardigheid van de informatie die daar wordt gepost. Het maakt dat ik me veiliger voel.’