Oded Galor deed onderzoek naar de economische geschiedenis van de mensheid sinds het verschijnen van de homo sapiens in Afrika, ongeveer 300.000 jaar geleden. Volgens de Israëlisch-Amerikaanse econoom hebben samenlevingen die diversiteit accepteren meer succes.
Al lange tijd houden vooraanstaande denkers zich keer op keer bezig met twee fundamentele vragen. De eerste luidt: welke oorzaken leidden tot de industriële revolutie waarmee de mensheid zich wist te bevrijden uit een onvermijdelijk lijkende armoedeval? En de tweede: waarom profiteren niet alle landen in gelijke mate van de vruchten van materiële welvaart, die onder andere tot uiting komen in een hogere levensverwachting, een betere gezondheid en al met al een aangenamer leven? Juist in een tijd waarin veel economen zich steeds vaker lijken te wijden aan steeds specifiekere onderzoeken, verdient de poging deze belangrijke vragen van de mensheid te willen oplossen grote waardering.
Oded Galor houdt zich er al decennialang mee bezig. Met zijn ‘uniforme groeitheorie’ draagt de uit Israël afkomstige, en sinds vele jaren aan de Amerikaanse Brown University docerende econoom de overtuiging uit dat een betrouwbare en volledige kennis van de mondiale economische ontwikkelingsfactoren slechts mogelijk is wanneer we de primaire drijvende krachten achter het gehele ontwikkelingsproces in beschouwing nemen, en niet alleen die van bepaalde perioden. De uniforme groeitheorie omvat ‘de reis van de mensheid sinds het verschijnen van de homo sapiens in Afrika, ongeveer 300.000 jaar geleden, door het hele verloop van de geschiedenis heen’.
Nadat Galor gedurende vele jaren in deels zeer ambitieus opgezette wetenschappelijke artikelen zijn thesen heeft ontwikkeld, zoekt hij nu met een toegankelijk geschreven werk (De reis van de mensheid) een breder publiek.
Voorwaarde voor economische bloei
Je zou tegen Galors pretentie in kunnen brengen dat het niet ontbreekt aan plausibele verklaringen voor de ontwikkeling van welvaart en ongelijkheid. Een bekende stelling, gepopulariseerd door de Nobelprijswinnaar Douglas North, ziet in het bestaan van instituties die eigendomsrechten garanderen, een juridisch kader scheppen voor een profijtelijk samenleven en de concentratie van economische macht verhinderen een allesbeheersende voorwaarde voor een positieve economische ontwikkeling.
Enkele jaren geleden hebben Daron Acemoglu en James Robinson in hun bestseller Waarom naties mislukken het begin van de industriële revolutie in Engeland verklaard uit gunstige institutionele veranderingen na de Glorious revolution van het jaar 1688. Men kan in het zoeken naar sporen van institutionele veranderingen nog verder teruggaan. Economiehistoricus Werner Plumpe uit Frankfurt onderkent in zijn boek over het kapitalisme (Das kalte Herz) in de vroegmiddeleeuwse herendienstwetgeving van de Karolingers een ontwikkeling die samen met andere invloeden, veel later in het noordwesten van Europa de voorwaarden schiep voor een economische opbloei.
Een tweede interpretatie richt zich op de geografische omstandigheden van het economisch handelen. In zijn boek Arm en rijk verklaart de evolutiebioloog Jared Diamond de vroege bloei van de Mesopotamische cultuur met gunstige klimatologische omstandigheden voor de akkerbouw. De opkomst van Europa is volgens hem te danken aan een gefragmenteerde geografie, die de vorming van duurzame grote rijken verhinderde.
De landbouw in het jaar 1000 bracht nauwelijks meer op dan de landbouw rond het begin van de jaartelling
Galor wijst de op instituties en geografie gebaseerde verklaringen zeker niet af. Hij beschouwt ze als nuttig om afzonderlijke ontwikkelingen te verhelderen, maar volgens hem bezitten ze geen omvattende verklarende kracht. Zo verklaren, vanuit Galors gezichtspunt, de institutionele veranderingen wel waarom de industriële revolutie juist in Engeland uitbrak, maar niet waarom die industriële revolutie zich überhaupt voordeed.
Galors verklaring is gebaseerd op een allesbeheersende rol van de technische vooruitgang en de bereidheid van de mensen om daarop in te haken, vooral door scholing. Toen ongeveer 60.000 jaar geleden mensen Oost-Afrika begonnen te verlaten en zich over de wereld verspreidden, bleef hun aantal lange tijd gering. Twaalfduizend jaar geleden bevolkten naar schatting slechts 2,5 miljoen mensen de aarde. Deskundigen duiden deze periode die tot de industriële revolutie duurde aan als de ‘malthusiaanse plafond’, ter herinnering aan de Britse econoom Thomas Malthus. De meeste mensen worstelden om te overleven; planning van het leven op langere termijn was helemaal niet mogelijk. Elke verbetering van de economische situatie verhoogde het aantal kinderen dat hun eerste levensjaren overleefde. Volgens Malthus’ beroemde formule groeide de bevolking in een meetkundige reeks (1,2,4,8….), maar het aanbod van voedingsmiddelen slechts met een rekenkundige reeks (1,2,3,4…). Een toename van de bevolking moest daarom wel tot een zware crisis leiden omdat er niet genoeg te eten was voor het snel groeiende aantal hongerige monden. Lange tijd maakte de mensheid niet echt vorderingen: de landbouw in het jaar 1000 bracht nauwelijks meer op dan de landbouw rond het begin van de jaartelling. De meeste mensen leefden gevaarlijk dicht bij het minimale bestaansniveau.
Storm onder de oppervlakte
Toch zou het fout zijn om de tijd tot aan het uitbreken van de industriële revolutie te beschouwen als een volledige stilstand in economisch opzicht, net zo min als men zich de industriële revolutie moet voorstellen als een plotselinge explosie van economische dynamiek. Galor spreekt van een ‘storm onder de oppervlakte’. Voor de industriële revolutie verliep de technische vooruitgang slechts langzaam, maar ze was er wel. Ze toonde zich niet in een toename van materiële rijkdom voor veel mensen – de meesten bleven straatarm – maar de vooruitgang was zichtbaar in het vermogen een groeiende bevolking te voeden. Aan het begin van onze jaartelling leefden er naar schatting ongeveer 200 miljoen mensen op aarde, rond het jaar 1600 zouden het er toch al 600 miljoen kunnen zijn geweest.
Toen begon zich langzaam een dynamiek te ontwikkelen, want het aanbod en de vraag naar technologie hangen af van de bevolkingsgrootte. Hoe meer mensen er zijn, hoe meer hoofden iets nieuws kunnen bedenken. Met de groei van de bevolking nemen ook de mogelijkheden toe van een arbeidsdeling die de productiviteit verhoogt. Tegelijkertijd ontstaat door een groeiende bevolking ook de economische prikkel om innovatieve producten te ontwikkelen omdat het aantal potentiële kopers toeneemt. Een op gang komende technische vooruitgang zorgt voor steeds meer prikkels om verdere innovaties te ontwikkelen.
Zo kwam het tot de industriële revolutie, die er veel begrijpelijker uitziet als ze niet als een plotselinge eruptie wordt opgevat, maar als een langdurig proces. Er is in deze fase op geen enkel tijdstip sprake geweest van een ‘schok’, schrijft Galor. ‘Weliswaar voltrok zich de overgang, in verhouding tot de hele geschiedenis van de mens, heel snel, maar de toename van de productiviteit in deze periode voltrok zich in kleine stapjes. In het begin van de industriële revolutie groeide de bevolking vanwege de toenemende technologische veranderingen wel sprongsgewijs, maar het gemiddelde inkomen groeide slechts in zeer bescheiden mate, precies zoals de malthusiaanse theorie voorspelde.’
De vooruitgang van de mensheid berust in wezen op het samenwerken van technologie en scholing
Het slechten van de malthusiaanse plafond lukte pas ongeveer een eeuw later, toen de bevolkingsaanwas in de opkomende industrielanden terugliep, en daardoor het inkomen per capita konden stijgen. Volgens de opvatting van Galor was het de omgang met de technologie die deze verandering tot stand bracht. Want de mensen begonnen te begrijpen dat een succesvolle omgang met de technische vooruitgang een duidelijk betere scholing vereiste. In plaats van hun materiële hulpbronnen te verbruiken in kinderrijke gezinnen gaven veel mensen de voorkeur aan kleinere gezinnen die het mogelijk maakten de middelen te investeren in de opleiding van de kinderen. Samen met de materiële vooruitgang verbeterden de levensomstandigheden en de levensverwachting. Steeds meer mensen beschikten over spaargeld; pas nu werd een vooruitziende planning van het leven mogelijk. De vooruitgang van de mensheid berust in wezen op het samenwerken van technologie en scholing. Technische vooruitgang staat niet alleen bevolkingsgroei toe, ze heeft ook invloed op de samenstelling van de bevolking.
Maar industrialisering kan ook een valkuil zijn. Galor haalt als voorbeeld Noord-Frankrijk aan, dat bij het begin van de industrialisering, toen het bijvoorbeeld veel textielindustrie bezat, tot de rijkste delen van het land behoorde. Die fabrieken vroegen veel eenvoudige arbeid, maar dwongen niet tot een steeds betere scholing om gelijke tred te kunnen houden met de steeds modernere technologieën. Tegenwoordig zijn die regio’s rijk waar de toepassing van technische vooruitgang het betalen van hogere arbeidslonen toestaat.
Galor is duidelijk geen aanhanger van historisch determinisme: niets is voorbestemd. Geen samenleving heeft altijd materiële rijkdom gekend; omgekeerd is ook geen samenleving gedoemd om voor altijd tegen de mathusiaanse plafond te blijven aanlopen.
Diversiteit
Waarom zijn sommige landen dan al lange tijd rijk terwijl andere zich nooit wisten te bevrijden uit de ijzeren greep van de armoede? Voor Galor luidt het antwoord: het komt in een samenleving aan op een optimale mate van diversiteit, verbonden met het vermogen om vaak duizenden jaren oude tradities te overwinnen. Hij geeft een interessant voorbeeld. Voordat mensen enkele duizenden jaren geleden de ploeg uitvonden, deelden mannen en vrouwen het werk op het land. Omdat het voor gebruik van de ploeg lichaamskracht nodig was, waardoor mannen voor deze bezigheid in het voordeel waren, bevorderde de uitvinding van de ploeg in de visie van Galor een arbeidsdeling waarbij de man zich meer concentreerde op het werk op het veld, en de vrouw op het werk in het huis. Vanwege de verschillende bodemgesteldheden speelde de ploeg in de Europese geschiedenis in het zuiden een belangrijkere rol vroeger dan in het noorden. De observatie dat de beroepsmatige emancipatie van de vrouw in moderne samenlevingen in het noorden van Europa vandaag sterker ontwikkeld is dan in het zuiden verklaart Galor dan ook met de verschillen in het gebruik van de ploeg in de landbouw van vele jaren geleden.
Diversiteit heeft in de visie van de econoom aanzienlijke voordelen, maar die hebben hun prijs. Diversiteit in samenlevingen, in combinatie met opleiding(sniveau) verhoogt de kans op technische vooruitgang. De Verenigde Staten, waar studenten uit vele landen ook aan de beste universiteiten kunnen studeren, zijn een schoolvoorbeeld voor deze stelling. Maar diversiteit kan eveneens gepaard gaan met aanzienlijke kosten in de vorm van sociale spanningen, zoals ook juist in de Verenigde Staten is waar te nemen. De samenlevingen in andere landen laten diversiteit slechts met tegenzin toe; vaak zijn ze economisch dan ook niet succesvol.
‘Waar de sociale samenhang zwak en corruptie wijd verbreid is, lopen omvattende hervormingen vaak in het honderd’
Een succesvol recept voor het oplossen van deze problemen ligt volgens Galor niet algemene beleidsaanbevelingen, zoals ze in het verleden niet zelden door internationale organisaties werden uitgesproken. ‘Privatisering van de industrie, liberalisering van de handel en het vastleggen van eigendomsrechten kunnen groeibevorderende maatregelen zijn voor landen waarin al sociale en culturele voorwaarden voor economische groei bestaan, maar daar waar deze voorwaarden ontbreken, waar de sociale samenhang zwak en corruptie wijd verbreid is, lopen zulke omvattende hervormingen vaak in het honderd’, schrijft de econoom.
‘Geen hervorming, al is die nog zo efficiënt, zal een verarmd land in een handomdraai veranderen in een vooruitstrevende economie, want het grootste deel van de kloof tussen ontwikkelingslanden en industrielanden komt voort uit al millennia bestaande processen. Institutionele, culturele, geografische en sociale kenmerken uit een ver verleden hebben de beschavingen voortgestuwd op hun verschillende historische wegen en hebben de verschillen in welvaart tussen de naties verdiept.’ Een goede politieke strategie om de armoede te overwinnen is niet eenvoudig, maar ze is naar het inzicht van Galor wel mogelijk. De boodschap van zijn boek is optimistisch.
Oded Galor, De reis van de mensheid. Waar welvaart en ongelijkheid vandaan komen, in vertaling van Pon Ruiter en Linda Broeder, is in maart 2022 verschenen bij De Bezige Bij.
Een groeiende groep van rijke erfgenamen geeft uit schuldgevoel hun familiekapitaal weg aan goede doelen. Vaak omdat het is verdiend met slavernij of olie, of afkomstig van ouders die niet naar hen omkeken. ‘Dat geld is niet van mij, maar van de planeet.’
Het levensverhaal van Morgan Curtis is de Amerikaanse Droom in omgekeerde volgorde. Haar over-over-overgrootvader was bankier in New York aan het begin van de negentiende eeuw. Hij investeerde in spoorwegen, zijn broer investeerde in Centraal-Amerikaanse mijnen. Het familievermogen groeide in de loop der generaties, en Curtis’ vader deed er nog een schepje bovenop met zijn inkomen als managementconsultant voor ‘grote’ bedrijven. Natuurlijk had Curtis een gouden jeugd: opgeleid aan privéscholen in West-Londen, jaarlijks op skivakantie in Zwitserland, haar eigen pony. Maar vandaag woont ze, dertig jaar oud, op een boerderij in Californië met veertig anderen. Ze leeft van 25.000 dollar, zo’n 24.000 euro, per jaar.
Dat komt niet doordat Curtis haar geld op een onverstandige manier investeerde, of het familiekapitaal erdoorheen heeft gejaagd in Las Vegas. Ze heeft ervoor gekozen om afstand te doen van 100 procent van haar erfenis en 50 procent van het inkomen dat ze als coach verdient, door het te ‘herverdelen‘ over sociale volksbewegingen, zwarte bevrijdingsorganisaties, inheemse landprojecten en klimaatactivisten. Ze maakt zelfs een openbaar toegankelijke, kleur-gecodeerde spreadsheet van haar jaarlijkse donaties.
De bankiervoorouder van Curtis begon namelijk niet met niets – en ze beseft maar al te goed dat wat de Amerikaanse Droom is voor de een, een Amerikaanse nachtmerrie is voor de ander. De vader van haar bankierende voorvader bezat een katoenfabriek in New York die volgens haar ‘niet los kan worden gezien van plantagearbeid’, terwijl de grootvader van haar grootmoeder een 4450 hectare grote suikerplantage in Cuba bezat. ‘Mijn voorouders hebben schadelijke en immorele keuzes gemaakt door deel te nemen aan slavernij en kolonisatie’, zegt ze, ‘en daarom zie ik dit geld als niet van mij, maar als behorend tot die gemeenschappen waarvan het land en de arbeid zijn gestolen.’
‘De grote vermogensoverdracht’
We staan aan het begin van een fenomeen dat de bijnaam ‘De grote vermogensoverdracht’ heeft gekregen. Volgens financiële dienstverlener Sanlam zullen millennials in de komende tien jaar 327 miljard pond, ruim 380 miljard euro, van hun ouders erven. Het probleem is dat niet iedereen dit geld wil hebben. Een kleine, maar schijnbaar groeiende groep jongeren voelt zich schuldig en schaamt zich voor deze erfenissen. Als reactie gaan sommigen in therapie, sommigen zoeken het in drugs en weer anderen zetten zich in voor sociale verandering. Vorig jaar maakte een man de fout om het op Twitter te zoeken.
‘Een paar dagen geleden nam ik een halve dosis LSD’, begon hij een draadje op het sociale kanaal. Het bericht kreeg veel meer reactis dan likes of retweets, wat meestal een teken is dat er iets controversieels is gezegd. In zesendertig tweets onthulde de man dat hij het zijn moeder ‘kwalijk nam’ dat ze hem 100.000 dollar had geschonken. Dit was hoe het hoorde te gaan: ‘Je verricht arbeid, krijgt een eerlijk loon voor je arbeid en zo verdien je het recht om te bestaan en deel uit te maken van de samenleving.’ Dat dat nooit op hem van toepassing was geweest, besefte hij door de LSD en maakte dat hij zich ‘schuldig’ voelde.
Er volgden duizenden min of meer unanieme antwoorden: ten eerste kreeg de man te horen dat hij beter om zich heen moest kijken en moest beseffen tegen wie hij het had en ten tweede volgde er een stroom van variaties op de reactie ‘Als je je geld haat, geef het dan aan mij‘. Hoe dan ook bood de Twitter-draad een zeldzaam inzicht in de geest van een rijke met schuldgevoel.
‘Wat we zien bij sommige zeer, zeer rijke families is behoorlijke verwaarlozing’
‘Wat we zien bij sommige zeer, zeer rijke families is behoorlijke verwaarlozing,’ zegt Robert Batt, oprichter van het Recovery Centre, een kliniek in Londen voor geestelijke gezondheidszorg gericht op rijke cliënten. ‘En dan niet verwaarlozing in de zin van een kind dat geen eten krijgt.’ Batt vertelt over een tiener die zichzelf begon te verwonden na een moeilijke dag op school. ‘Ze gaat terug naar het grote huis in Belgravia en er is niemand thuis. Er is waarschijnlijk wel ergens een huishoudster, maar geen gezinslid… Het is misschien vreemd om dat verwaarlozing te noemen, maar ik denk dat het emotioneel toch echt als zodanig geldt.’ Sinds de jaren negentig stelde Suniya S. Luthar, expert in kinderontwikkeling, herhaaldelijk vast dat drank- en drugsgebruik, angst en depressie in verhoogde mate aanwezig zijn bij kinderen aan beide uiteinden van het sociaaleconomische spectrum.
Batt zelf werd op vijfjarige leeftijd, toen zijn vader stierf, lord van achttien dorpen in Norfolk. Op vijftienjarige leeftijd was hij een ‘lastpost’ die ‘eigenlijk niets met mijn leven deed behalve geld uitgeven en chaos veroorzaken’. Hij raakte verslaafd aan cocaïne, alcohol en winkelen. ‘Al die verantwoordelijkheid, die rijkdom en die geschiedenis, het leidde tot verval, wanhoop en ellende,’ zegt hij. Hij vindt het verontrustend wanneer gezinnen zich richten op ‘bescherming van de rijkdom en niet van het kind’.
Is het dan verwonderlijk dat sommige kinderen een afkeer van geld krijgen? ‘Ik heb net een sessie gehad met de kleindochter van een van de rijkste mensen ter wereld,’ zegt Batt, ‘en ze is gewoon niet geïnteresseerd in het geld. Ze zei: “Het hoort niet bij me, het heeft nooit bij me gehoord.” Ik hou daarvan, ik vind het geweldig – maar het is vrij zeldzaam.’
Rijken met schuldgevoel
Toch groeit het aantal rijken met schuldgevoel, althans, meer spreken zich uit. MacKenzie Scott, de ex-vrouw van ’s werelds op een na rijkste man, Jeff Bezos, heeft de afgelopen twee jaar 12 miljard dollar aan non-profitorganisaties geschonken. ‘Zoals velen heb ik de eerste helft van 2020 met een mengeling van hartzeer en afschuw gadegeslagen,’ schreef Scott in een blogpost in juli van dat jaar. Ze voegde eraan toe dat ze hoopte dat ‘mensen die door de recente gebeurtenissen in de problemen zijn gekomen, nieuwe verbanden zullen leggen tussen privileges die ze hebben genoten en de voordelen die ze altijd als vanzelfsprekend beschouwden’. Abigail Disney, wier familie geen introductie behoeft, verkondigde dat ze ervoor heeft gekozen om geen miljardair te zijn. En als het aan haar lag zou er een wereldwijd verbod op privéjets komen.
Resource Generation is een gemeenschap van de rijkste achttien- tot vijfendertig-jarigen in Amerika die zich ‘inzetten voor een rechtvaardige verdeling van rijkdom, land en macht’. Opgericht in de jaren negentig, heeft de organisatie recent een snelle groei doorgemaakt, resulterend in 65 procent meer leden in 2021 dan in 2019. Vorig jaar hebben meer dan 800 leden toegezegd om 100 miljoen dollar te geven aan bewegingen voor sociale rechtvaardigheid. De Britse tegenhanger van de organisatie, Resource Justice, werd in 2018 opgericht. Een van de oprichters ervan, de eenendertigjarige Leonie Taylor uit Londen, is dochter van een man die zijn miljoenen met olie verdiende.
‘Er is sprake van een oprecht schuldgevoel dat voortkomt uit het daadwerkelijk profiteren van een daadwerkelijk onrechtvaardig systeem,’ aldus Taylor. ‘Ik beschouw dat geld niet als mijn geld, maar als van de planeet.’ Resource Justice verzorgt het zes maanden durende programma Praxis. Daarin leren rijken over ongelijkheid en kunnen ze hun persoonlijke verhalen delen. ‘Het helpt mensen om in actie te komen in plaats van zich te verbergen en zich schuldig en beschaamd te voelen,’ zegt Taylor.
‘O ja, die zijn zeer winstgevend. Je grootvader heeft er zelfs in geïnvesteerd’
Natuurlijk staat niet iedereen te trappelen om zich in te schrijven. Taylor kreeg tegenwerking van mensen met een ‘meer rechtse blik’. Curtis, de millennial die 100 procent van haar erfenis doneert, verdient de kost met het coachen van mensen met geërfd vermogen, door hen te helpen research naar hun voorouders te doen en plannen over herverdeling te maken. Ze heeft twee broers; een van hen ziet ook af van zijn erfenis.
Curtis werd zich voor het eerst bewust van haar privilege toen ze acht jaar oud was, en haar familie een tweede huis kocht op het Isle of Wight. ‘Ik kreeg het gevoel dat we anders waren,’ zegt Curtis. In haar tienerjaren nam een goede vriendin een baantje om haar moeder te kunnen helpen met de huur. ‘Voor mij was dat “O, wow”. Ik hoefde er nooit aan te denken dat ik ons gezin zou moeten onderhouden.’
Rond dezelfde tijd werd Curtis klimaatbewust. Ze las in een tijdschrift over de Canadese teerzanden –olievelden groter dan Engeland –, was geschokt en sprak haar vader erover aan. Hij zei: ‘O ja, die zijn zeer winstgevend. Je grootvader heeft er zelfs in geïnvesteerd.’
Schaamte
Later, toen ze milieutechniek studeerde aan Dartmouth College, begon Curtis een campagne om de universiteit te bewegen aandelen in Chevron en Exxon af te stoten. Toen kreeg ze de schok van haar leven. Ze verkocht haar auto en haar vader zei dat ze het geld mocht houden als ze het in aandelen zou beleggen. In de hoop bedrijven in zonnepanelen te kunnen helpen, wilde ze een beleggingsrekening openen, om er vervolgens achter te komen dat ze er al een had. Er stond 350.000 dollar op haar naam, geïnvesteerd in ‘precies die bedrijven waartegen ik campagne voerde’.
‘Ik voelde schuld, schaamte, woede… en een vurig verlangen om dat te veranderen,’ zegt Curtis. Haar geld vermeerderde zich tot 600.000 dollar voordat ze in 2020 volledige zeggenschap kreeg en sindsdien heeft ze twee derde ervan herverdeeld. Ze schreef een gedicht getiteld ‘On Shame’. Daarin staat onder meer: ‘Misschien heb jij, net als ik, een voorouder / waar je je te erg voor schaamt om er zelfs maar over te spreken.’ En later: ‘Waar we ons het meest voor schamen / is niet voor wat zij deden / maar wat wij nog moeten doen.’
Voor Curtis en Taylor was het gevoel van schuld een nuttige emotie die hen bewoog tot actie. Maar zo werkt het niet altijd. Stephen is een millennial die 750.000 dollar erfde van een grootvader die in de farmaceutische industrie en onroerend goed werkte. Sinds zijn grootvader tien jaar geleden overleed is dat kapitaal aangegroeid tot 2 miljoen dollar.
‘Zwijgen over klasse is een van de redenen waarom er zoveel ongelijkheid is’
‘Mijn grootste schuldgevoel komt eruit voort dat ik andere mensen zie worstelen en dat ze fulltime moet werken,’ aldus Stephen – niet zijn echte naam. Vanwege de erfenis kostte het hem moeite werk te blijven doen waar hij voldoening uit kreeg, totdat hij in het buitenland werk vond als leraar Engels.
Toch zegt Stephen dat schuldgevoel hem ‘niet noodzakelijkerwijs aanzet tot actie, zoals een hoop geld doneren. In plaats daarvan motiveert het hem om wat meer uren te werken, omdat andere mensen dat ook doen. Hij zegt dat gesprekken met een therapeut zijn gevoel van eigenwaarde hebben vergroot, wat op zijn beurt zijn perspectief heeft veranderd. ‘Het heeft geholpen om de schuldgevoelens te verminderen,’ zegt hij. ‘Ze heeft me echt geholpen om in te zien dat ik kan leven zoals ik wil en niet per se hoef toe te geven aan de sociale druk dit geld te gebruiken voor het welzijn van iedereen. Ik kan het nu echt gebruiken om de dingen te bereiken die ik wil bereiken.’ Stephen zou in de toekomst graag liefdadigheidswerk willen doen en zegt daarover: ‘Voordat je anderen kunt helpen moet je eerst leren jezelf te helpen.’
Scepsis
Rachel Sherman is sociologe en auteur van Uneasy Street: The Anxieties of Affluence. Ze werkt momenteel aan een boek over rijke mensen die het systeem proberen te veranderen dat hen bevoordeelt. Sherman: ’De scepsis bestaat dat het hier alleen maar om woke gedrag zou gaan; dat de bewering te balen van je geld een andere vorm van statusgedrag is. Maar, voegt ze eraan toe: ‘Zwijgen over klasse is een van de redenen waarom er zoveel ongelijkheid is.’ Sherman is ervan overtuigd dat ‘deze gevoelens politiek cruciaal zijn’ en dat verandering mogelijk is als de rijken er openlijk over praten.
Curtis woont nu in een commune die zichzelf omschrijft als een ‘intergenerationeel, interraciaal, interreligieus’ collectief dat boerderijen runt en activistische workshops leidt. ‘Ik hou van mijn leven. Het is rijk aan betekenis en heeft een doel,’ zegt ze. ‘Ik koop niet veel en ik ga niet op luxe vakanties, maar ik heb niet het gevoel dat ik meer wil of meer nodig heb.’ Ik opper dat dit komt omdat ze het allemaal al heeft gehad.
‘Absoluut,’ zegt ze, ‘ik denk dat ikzelf en anderen die uit rijke gezinnen komen zien dat je wanneer je naar een vijfsterrenhotel kunt gaan nog niet automatisch een gelukkige gezinsvakantie hebt. Onze voldoening in het leven, en ons gevoel van geluk, komt meer voort uit onze relaties en de kwaliteit ervan, dan uit de kwaliteit van de spullen die ons omgeven.’
De Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Israël hebben bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) een resolutie ingediend waarin zij Iran bekritiseren wegens het gebrek aan medewerking bij het toezicht op zijn installaties. ‘Het Westen had tot nu toe afgezien van deze stap omdat het vond dat het de besprekingen [om de vastgelopen nucleaire deal met Iran uit 2015 te redden] kon schaden’, merkte Al Jazeera op. Waarschijnlijk zal woensdag over de resolutie worden gestemd.
De westerse onvrede ontstond na twee recente IAEA-rapporten. Volgens het eerste rapport heeft Iran 43 kilogram met 60 procent verrijkt uranium geproduceerd. Als Iran besluit deze hoeveelheid te verrijken tot 90 procent, zou het theoretisch genoeg materiaal hebben voor één kernbom. In het tweede rapport staat dat Iran de vragen van het IAEA over drie niet eerder aangegeven nucleaire installaties niet grondig heeft beantwoord. Iran heeft beide rapporten ‘niet eerlijk en evenwichtig’ genoemd, meldt de Qatarese nieuwssite.
Iran hekelt de ‘infiltratie door de vijanden van Iran’ in het internationale atoomagentschap
Mohammad Eslami, het hoofd van de Atomic Energy Organization of Iran (AEOI), en andere hoge ambtenaren hebben zich afgevraagd of de wereldwijde atoomwaakhond politiek gecompromitteerd is, nu westerse mogendheden, gesteund door Israël, een resolutie voorstellen om Iran te berispen vanwege zijn nucleaire programma. Volgens Eslami moet het IAEA een einde maken aan de ‘infiltratie door de vijanden van Iran’ in haar organisatie.
41 procent van Conservatieve Partij stemde tegen premier
‘Boris Johnson klampt zich vast aan zijn premierschap’, schrijft The Guardian. De Britse regeringsleider, die maandenlang verwikkeld was in de ‘Partygate’-affaire, overleefde op maandag 6 juni een motie van wantrouwen, waar hij niettemin ‘zeer verzwakt’ uitkwam. Hij kreeg de steun van 211 Conservatieve parlementsleden, maar ontving ook 148 tegenstemmen.
‘Dit is het zwaarste vonnis dat ooit tegen een zittende premier door zijn eigen partij is uitgesproken’, aldus de krant, die opmerkt dat ‘41 procent van de Tory’s voor zijn afzetting heeft gestemd’. The Guardian rept dan ook over ‘een opstand van onverwachte proporties’.
Een gestage stroom Tory-parlementsleden dringt openlijk aan op zijn aftreden
Boris Johnson zei tegenover het parlement dat zijn overwinning een einde zou maken aan maanden van speculaties over zijn toekomst en dat hij zich nu volledig kon richten op de uitvoering van het beleid, waarbij hij zinspeelde op de mogelijkheid van toekomstige belastingverlagingen.
Volgens The Financial Times heeft de stemming ‘de omvang van de verdeeldheid en vijandigheid’ binnen zijn eigen partij aan het licht gebracht, en ‘heeft dat zijn gezag zwaar beschadigd’.
De zevenenvijftigjarige leider gaat nu ‘een onzekere politieke toekomst tegemoet’, waarschuwt The Independent. Een ‘gestage stroom’ Tory-parlementsleden dringt openlijk aan op zijn aftreden, na de publicatie van een onderzoeksrapport over clandestiene feestjes in Downing Street 10 die in strijd waren met de coronamaatregelen.
Nieuwe wet belemmert goederenverkeer Noord-Ierland
De Britse regering wil het Noord-Ierlandprotocol wijzigen, dat sinds brexit het goederenverkeer regelt tussen de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Britse provincie Noord-Ierland. Brussel waarschuwt dat elk eenzijdig initiatief onaanvaardbaar is.
Het nieuwe wetsvoorstel voorziet in een ‘groene corridor’, waardoor goederen uit het Verenigd Koninkrijk, die uitsluitend bestemd zijn voor de Noord-Ierse markt, niet gecontroleerd worden. Voor goederen naar Ierland, en in het verlengde daarvan de EU, zou een ‘rode corridor’ gelden met controles, schrijft The Irish Times.
Het voorstel, dat de minister van Buitenlandse Zaken, Liz Truss, gisteren in het Britse Parlement toelichtte, zou een grote verandering teweegbrengen, merkt BBCop. Het zou betekenen dat het goederenverkeer in Noord-Ierland niet meer volgens de Europese regels verloopt.
De regering van Boris Johnson neemt het risico om ‘een handelsoorlog te ontketenen’
Volgens het huidige protocol wordt de controle op alle goederen die uit het VK komen, uitgevoerd in de havens van Noord-Ierland. Dat verhinderde het herstel van een fysieke grens tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland, maar creëerde een feitelijke grens tussen de Britse provincie en de rest van het VK. De pro-Britse unionisten in Noord-Ierland, die hun lidmaatschap met het VK fel verdedigen, hebben deze situatie steeds onaanvaardbaar geacht en weigeren met de pro-Ierse partij Sinn Féin te regeren zolang de problemen rond het protocol niet zijn opgelost, onderstreept Belfast Telegraph.
Volgens The Guardianneemt de regering van Boris Johnson het risico om ‘een handelsoorlog te ontketenen’, terwijl de Britten nu al moeite hebben met in hun levensonderhoud te voorzien. Ook Financial Timesis niet erg enthousiast, aangezien door het nieuwe protocol ‘de VK zijn reputatie van betrouwbare partner zal verliezen, de EU gedwongen wordt de vrijhandelsovereenkomst met het VK te annuleren en het Ierland zal verdelen’. De conservatieve The Sun daarentegen grijpt de kans om de EU nog weer eens aan te vallen: ‘Ze willen ons straffen voor brexit.’
Alleen officiële leden koninklijk huis bij balkonscène
Tijdens het regeringsjubilieum van Elizabeth II zullen Harry, Meghan en Andrew niet op het balkon van het Buckingham Palace aanwezig zijn, meldt BBC. Buckingham Palace heeft afgelopen vrijdag aangekondigd dat alleen ‘leden van de koninklijke familie die officiële taken uitvoeren’ op het balkon naast Elizabeth II mogen staan tijdens de parade waarmee op 2 juni de viering van het zeventigjarig regeringsjubileum van de zesennegentigjarige vorst wordt ingeluid. ‘Hoewel ze niet op het balkon zullen staan, zullen prins Harry en zijn vrouw Meghan wel naar het Verenigd Koninkrijk reizen voor het jubileum’, aldus BBC.
Harry en Meghan hebben zich in 2020 teruggetrokken uit het koninklijke huis en wonen nu in Californië. Andrew is na het schandaal van de Epstein-affaire ontheven van elke officiële rol.
Het Britse tijdschrift The Facehield vorige maand in Groot-Brittannië een enquête onder ruim driehonderd jongeren tussen de veertien en drieëntwintig jaar om te onderzoeken welke impact de pandemie op hen had. Een overweldigende meerderheid van 66,9 procent van de respondenten zegt het lockdownleven te missen, ondanks alle beperkingen.
‘Het beste wat ik aan de lockdown heb overgehouden is de relatie met mijn moeder’
Volgens sommige respondenten ging hun geestelijke gezondheid erop vooruit doordat ze zich beter konden concentreren op specifieke zaken. Sommigen begonnen aan een strak fitnessregime, leerden breien of koken, of leerden digitaal mensen kennen die anders hun pad niet gekruist zouden hebben. Weer anderen leerden hun familie waarderen.
‘Het beste wat ik aan de lockdown heb overgehouden is de relatie met mijn moeder’, liet de veertienjarige Lucy bijvoorbeeld weten. ‘Vroeger spraken we elkaar nooit en nu kan ik met haar praten zoals ik met een vriendin praat.’ Voor Denise, tweeëntwintig, leidde de lockdown tot het ontdekken en accepteren van haar seksuele identiteit: ‘Ik ben uit de kast gekomen als non-binair en voel me nu helemaal mezelf.’
Net als in Nederland hebben starters op de woningmarkt in Groot-Brittannië het uiterst moeilijk. In een Brits tv-programma over onroerend goed beweerde presentator Kirstie Allsopp dat jongeren die er niet in slagen hun eerste huis te kopen, er niet genoeg moeite voor doen. Haar uitspraak ontketende een fel debat.
Presentator Kirstie Allsopp van het programma Location, Location, Location trakteerdejongeren op advies over hoe ze hun eerste huis konden kopen. Ze zei ‘woedend’ te worden als mensen beweren dat ze het zich niet kunnen veroorloven om een huis te kopen. Haar oplossing? Trek in bij je ouders, geef ‘luxe’ op, zoals lidmaatschap van de sportschool, Netflix-abonnementen en vakanties in het buitenland, en verhuis naar een goedkoper deel van het land.
De uitspraak van Allsop leidde tot een stortvloed aan commentaren en ook de Britse pers boog zich over de zaak. Twee kranten, The Independent en The Daily Telegraph stonden lijnrecht tegenover elkaar.
Harriet Williamson schreef in The Independent:‘Een nieuwe dag, en een nieuwe variatie op de misvatting “geef gewoon iets op dat je leuk vindt en je kunt een huis kopen”.’
‘Weet je waar ik woedend van word?’, gaat Williamson verder. ‘Van enorm bevoorrechte mensen – Allsopp is de dochter van niemand minder dan de zesde Baron Hindlip en goed voor zo’n 16 miljoen pond – die keer op keer dezelfde onwaarheden herhalen over de “offers” die we zouden moeten brengen om te stijgen op de bezitsladder.
Sinds 2000 zijn de huizenprijzen in het VK ruimschoots voorbij de loongroei geschoten: uit gegevens van het Office for National Statistics (ONS) blijkt dat een gemiddeld huis in maart 2021 ruim 65 keer meer kostte dan een gemiddeld huis in januari 1970. In dezelfde periode stegen de gemiddelde weeklonen slechts 35,8 keer.
‘De loongroei heeft geen gelijke tred heeft gehouden met de huizenprijzen’
Een standaard huis kost nu zeven keer meer dan het gemiddelde jaarsalaris van 31.596 Britse pond [37.579 euro], maar in delen van Londen en in het zuidoosten kan dat oplopen tot 27 keer het gemiddelde jaarloon. Een echtpaar met kinderen in Engeland zou nu 44.000 pond [52.822 euro] extra per jaar verdienen als de lonen net zo snel waren gestegen als de huizenprijzen, volgens een analyse van liefdadigheidsinstelling Shelter.
Dat veel jonge mensen het zo moeilijk hebben om een eigen huis te kopen, komt dus niet door het geld dat ze uitgeven aan Netflix, aan de sportschool of aan hun Starbucks-koffie ’s ochtends. Het komt doordat de loongroei geen gelijke tred heeft gehouden met de huizenprijzen en omdat velen van ons in een “huurval” zitten: we zijn gedwongen om exorbitante huurbedragen te betalen aan particuliere eigenaren en dat belemmert ons vermogen om te sparen voor een eigen huis.’
Privileges
Williamson vindt dat Allsop ‘ver buiten de werkelijkheid staat’ als ze zegt dat jonge mensen gewoon bij hun ouders moeten blijven wonen totdat ze genoeg geld hebben gespaard voor een aanbetaling.
‘Wat betreft haar suggestie om naar een goedkoper deel van het land te verhuizen, denk ik dat ze aanneemt dat we onze niet makkelijk te vinden banen in dure plaatsen zoals Londen maar moeten schrappen en ons naar Middlesbrough of Barnsley zouden moeten haasten? Dat is lang niet altijd mogelijk.
Ik heb genoeg van mensen als Kristie Allsopp die zonder het te weten zeggen dat we zus en zo moeten opgeven om eigenaar te kunnen worden van een huis. Ze geven de jongeren graag de schuld, omdat dat waarschijnlijk makkelijker is dan kijken naar de rampzalige toestand van de huizenmarkt in dit land en je afvragen hoe het zover heeft kunnen komen.
Kristie Allsopp kocht op eenentwintigjarige leeftijd met behulp van haar familie haar eerste huis, in een tijd dat een huis gemiddeld 51.000 pond, circa 60.700 euro, kostte. Haar opmerkingen zijn niet alleen onnodig, ze zijn ronduit hypocriet en tonen aan dat ze zich niet bewust is van haar eigen privileges.’
En dan besluit Williamson: ‘Volgens de Halifax-bank is de gemiddelde aanbetaling voor een eerste aankoop 59.000 pond [70.000 euro]. Ik ben niet lid van een sportschool, ik ga niet vaak naar Starbucks en ik ben al tijden niet meer op vakantie geweest. Welke oplossing raadt Kirstie mij onder deze omstandigheden aan? Blijf in ieder geval af van mijn Netflix-abonnement van 5,99 pond!’
Jongeren kunnen wel degelijk een huis kopen
Gemma Bird, die met tienduizenden volgers op Instagram bekend is als ‘Money Mum’, is in The Daily Telegraph een hele andere mening toegedaan. Ze neemt zichzelf als voorbeeld om aan te tonen dat het wel degelijk mogelijk is om op jonge leeftijd een woning aan te schaffen.
‘Ik kocht mijn eerste huis toen ik vierentwintig was. Het lijkt tegenwoordig bijna ondenkbaar, maar ik was op mijn achttiende begonnen met sparen en ik deed daar ook alles voor. Ik had ook het geluk dat ik zes jaar zonder huur bij mijn ouders kon wonen en in een kroeg werkte om mijn salaris als beginnend makelaar aan te vullen, en dat heeft me enorm heeft geholpen.
Ik ging niet op vakantie en omdat ik nooit een zware drinker ben geweest, heb ik mijn salaris niet vergooid aan alcohol. Integendeel, ik zette elke cent opzij in afwachting een toekomstige aanbetaling te kunnen doen. En zo kon ik in 2004 een huis kopen in Waltham Abbey, Essex [in het noordoosten van Londen], met de persoon waar ik toen mijn leven mee deelde. We waren er met z’n tweeën in geslaagd om 30.000 pond opzij te zetten [36.000 euro tegen de huidige koers], waardoor we een aanbetaling van 5 procent konden doen. Ik verdiende ongeveer 25.000 pond [30.000 euro] per jaar, en het huis kostte 165.000 pond [197.000 euro]. Ik wist dat als ik huiseigenaar wilde worden, ik daarvoor alles opzij zou moeten zetten. En dat is wat ik deed.
‘Het kopen van een huis heeft vandaag niet dezelfde implicaties als dertig jaar geleden’
Mijn bewuste spaarzaamheid zou kunnen worden gerekend tot de “enorme offers” die door Kirstie Allsopp worden genoemd. In plaats van constant nieuwe kleren te kopen, ruilde ik veel met mijn zus. Ik hou van mooie auto’s, maar ik reed in een veel goedkoper model dan mijn droommodel.
Ik ben niet naïef, en ik weet dat het zelfs met mijn spaarzaamheid soms meer dan zes jaar kan duren om genoeg geld te hebben voor een aanbetaling op een huis. En het kopen van een huis heeft vandaag niet dezelfde implicaties als dertig jaar geleden. Een aanbetaling van 20 procent vertegenwoordigt nu 110 procent van een voltijdsalaris. In 1995 waren de totale kosten van een huis 2,1 keer het gemiddelde loon. Tegenwoordig is dat 5,5 keer.
Financiële realiteit
Weinig aspirant-huiseigenaren hebben het geluk door hun ouders te kunnen worden geholpen bij een aanbetaling. Dat gezegd hebbende, als je echt eigenaar wilt worden, moet je offers brengen en een aanzienlijk bedrag vergaren, waarschijnlijk over meerdere jaren. Dus ja, je zult je dagelijkse uitgaven moeten minderen. Het gaat er niet om een jeugd te hebben zonder genoegens, maar om het juiste evenwicht te vinden tussen spaarzaamheid en tevredenheid.
Ik hoor jonge mensen vaak klagen over de exorbitante prijs van onroerend goed tegenwoordig, vergeleken met hun inkomen, en dat is volkomen begrijpelijk. Voor hen lijkt de strijd bij voorbaat verloren.
Alles zou waarschijnlijk gemakkelijker zijn als we het onderwerp “financiële realiteit” op school zouden gaan behandelen. Jongeren beginnen hun professionele leven zonder te weten wat een hypotheek is of wat rood staan betekent. Het is te makkelijk om ze de schuld te geven en ze te verwijten dat ze hun geld hebben verspild aan nutteloze aankopen, terwijl niemand ze heeft geleerd hoe ze moeten kiezen, hoe ze hun inkomen moeten besteden, noch hoe ze hun financiën moeten beheren.’
Bird laat uiteraard de kans niet liggen om afsluitend haar eigen boek aan te prijzen in The Daily Telegraph: ‘In mijn boek Save Yourself Happy leg ik uit dat het leven niet moet gaan over proberen net zoveel te bezitten als je buurman of je zorgen te maken over wat anderen doen. Het doel is veeleer om je sterk genoeg te voelen om die financiële keuzes te maken die bij je passen. We moeten allemaal realistischer omgaan met geld. Dat is de enige manier waarop we ons kunnen redden in het licht van een uit de hand gelopen vastgoedmarkt.’
Opgegraven in 2015, maar nu pas te zien voor het publiek: het British Museum in Londen presenteert op een uitzonderlijke tentoonstelling een nog uitzonderlijker object van zo’n vijfduizend jaar oud, stammend uit de tijd dat Stonehenge werd gebouwd.
‘Dit is het belangrijkste stuk prehistorische kunst dat de afgelopen eeuw in Groot-Brittannië is opgegraven’, zegt Neil Wilkin, conservator Vroeg-Europa van het British Museum, tegen Artdaily. Hij heeft het over de vijfduizend jaar oude ‘Burton Agnes-trommel‘ van kalksteen, vernoemd naar het dorp in het Engelse East Yorkshire waar het object werd ontdekt in een graf waarin drie kinderen lagen.
Het object werd gevonden tijdens een routinematige opgraving in 2015, die volgens de regels is verreist voordat op een terrein mag worden gebouwd. De opgraving was in handen van het bedrijf Allen Archeology, dat dergelijke opgravingen vaker doet, en stond onder leiding van de jonge archeoloog Alice Beasley, destijds vierentwintig.
Slechts twee jaar nadat ze was afgestudeerd aan de Universiteit van Bradford ontdekte Beasley het uitzonderlijke object, schrijft Grace Newton in deYorkshire Post. Nu wordt het voor het eerst aan het publiek getoond als onderdeel van de tentoonstelling The world of Stonehenge van het British Museum, die nog tot juli loopt en die zeer positief door de Britse pers werd besproken (o.a. door The Guardian).
Wetenschappers bevestigen dat dit een van de belangrijkste oude objecten is die ooit op de Britse eilanden zijn gevonden
De Burton Agnes-trommel is in de loop van de jaren uitgebreid onderzocht en wetenschappers bevestigen dat dit een van de belangrijkste oude objecten is die ooit op de Britse eilanden zijn gevonden.
De nieuwe ontdekking vertoont grote gelijkenis met een andere groep objecten in de collectie van het British Museum: drie tonvormige cilinders gemaakt van massief kalksteen die vanwege hun vorm en de locatie in North Yorkshire waar ze werden gevonden de Folkton-drums worden genoemd. Ze bevinden zich al in de collectie van het British Museum sinds ze werden opgegraven in 1889. De Folkton-trommels werden gevonden in een graf met één kind en behoren tot de beroemdste en meest raadselachtige oude voorwerpen die ooit in Groot-Brittannië zijn opgegraven.
Ongelooflijk
De recent ontdekte Burton Agnes-trommel is bijna identiek aan de Folkton-trommels. Volgens het artikel in de Yorkshire Post is de trommel er een van slechts vier die vandaag de dag bekend zijn. Ondanks het gebruik van de term ‘trommel’ wordt overigens aangenomen dat de objecten geen muzikale functie hebben gehad. Het zijn eerder sculpturen, misschien bedoeld als talisman om de begraven kinderen te beschermen. Drie ‘haastig toegevoegde gaten’ in de stenen cilinder vertegenwoordigen mogelijk het drietal kinderen dat in het graf is gelegd.
De context van haar ontdekking was ‘absoluut ongelooflijk’, zei archeologe Alice Beasley, in het programma As It Happens van CBC Radio. ‘We vonden het object in het midden van een ronde grafheuvel. Daarin lag een vierkante kuil, waarin we drie skeletten van vrij jonge kinderen vonden. De oudste was ongeveer twaalf en hield de twee kleinere kinderen vast, van ongeveer drie en vijf jaar oud.’
De kinderen, die tegelijkertijd lijken te zijn overleden maar geen duidelijke tekenen van trauma vertonen, lagen in het graf alsof ze elkaar knuffelden. ‘De jongste twee keken elkaar aan, neus aan neus, hun handen lijken in elkaar te grijpen. Het oudste kind werd met zijn of haar armen om hen heen gelegd’, schrijft The Washington Post.
‘Het is geen brons, noch ijzer, noch goud. Het is een zeer merkwaardig relikwie uit de tijd van Stonehenge’
Naast de trommel vond het team van archeologen een bal van klei, waarvan wordt aangenomen dat het kinderspeelgoed was en een lange, uit bot gesneden pin die waarschijnlijk ooit een lijkwade op zijn plaats hield.
‘Het is geen brons, noch ijzer, noch goud. Het is een zeer merkwaardig relikwie uit de tijd van Stonehenge, een ronde aarden sculptuur gesneden uit zachte steen en geëtst met mysterieuze symbolen, waarvan de betekenis voor ons verloren is gegaan’, zo omschrijft The Washington Post de Burton Agnes-trommel.
‘Deze trommel is bijzonder intrigerend, omdat hij in feite een soort artistieke taal omvat die we overal op de Britse eilanden aantreffen, zo’n vijfduizend jaar geleden’, vertelde Jennifer Wexler van The British Museum aan CNN.
Eerder hadden onderzoekers de Folkton-trommels gedateerd tussen 2500 en 2000 voor onze jaartelling, maar koolstofdatering van botten die in het graf van Burton Agnes zijn gevonden, geeft aan dat de stijl van de beeldhouwkunst en ornamentiek nog veel ouder is, en stamt uit de periode tussen 3005 en 2890 v.Chr., tijdens de eerste fase van de constructie van Stonehenge.
In de tijd waarin de trommel is vervaardigd, waren begrafenissen zeldzaam en dat maakt het stenen object, dat is versierd met spiralen, driehoeken en een zandlopervormig ‘vlinder’-motief, dat ook is aangetroffen op andere neolithische locaties in Schotland en Ierland, extra uniek, merkt The Washington Post op.
‘Naar mijn mening is de Burton Agnes-trommel nog ingewikkelder versierd dan de Folkton-trommels en toont hij verbindingen tussen gemeenschappen in Yorkshire, Stonehenge, Orkney en Ierland’, denkt Wilkin. ‘Verdere analyse van het snijwerk zal helpen bij het ontcijferen van de symboliek en het geloof in het tijdperk waarin Stonehenge werd gebouwd.’
The World of Stonehenge is tot en met 17 juli 2022 te zien in het British Museum in Londen.
Voor Julian Assange, de oprichter van WikiLeaks, die in de Verenigde Staten wordt vervolgd voor het massaal lekken van documenten, komt uitlevering ‘steeds dichterbij’. Dat schrijft The Washington Post nadat het Britse Hooggerechtshof maandag 14 maart weigerde een beroep van de Australiër te onderzoeken.
De rechters waren van oordeel dat het beroep ‘geen betwistbaar rechtskwestie’ opleverde. ‘Amerikaanse aanklagers beweren dat Assange heeft geholpen bij het hacken van geheime informatie en duizenden pagina’s militaire dossiers en diplomatieke memo’s over de oorlogen in Afghanistan en Irak heeft gepubliceerd, waardoor levens in gevaar zijn gebracht’, aldus de krant.
De Verenigde Staten namen dinsdag het besluit om import van Russische energie te verbieden. Europa, dat voor energie zeer afhankelijk is van Moskou, aarzelt. ‘In recordtijd is het idee van een energie-embargo veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk.’
‘Wat een week geleden nog bijna ondenkbaar was, lijkt nu bijna onvermijdelijk’, schreef columnist Ambrose Evans-Pritchard van The Daily Telegraph afgelopen dinsdag, naar aanleiding van stemmen die sinds het weekeinde in het Westen opgaan om een embargo in te stellen op Russische fossiele brandstoffen, met als doel om Moskou te dwingen een einde te maken aan de oorlog in Oekraïne.
Alleen olie is al goed voor 40 procent van de Russische staatsbegroting. Een embargo ‘zou voorkomen dat het Kremlin langer dan een paar weken kan doorgaan met een serieus offensief in Oekraïne’, en zou ‘de interne desintegratie van het regime van Vladimir Poetin op gang kunnen brengen’, aldus de columnist van het Britse conservatieve dagblad.
‘Het extreme idee van een energie-embargo is in recordtijd veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’
Ook de Spaanse krant El País bevestigt dat het ‘extreme’ idee van een energie-embargo ‘in recordtijd is veranderd van onzinnig in zeer waarschijnlijk’. De krant wijst erop dat ‘energie voorzichtigheidshalve van de eerste economische sancties tegen Moskou was uitgesloten.’
Het dagblad uit Madrid benadrukte maandag dat de Verenigde Staten tot nu toe het meest gemotiveerd zijn voor een boycot, ‘met een regering die bereid is om alleen te handelen, als Europa niet zou volgen’. En daar kreeg de krant gelijk in.
Afgelopen zondag zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken nog te hopen met de Europeanen één front te kunnen vormen. Hij benadrukte dat de Verenigde Staten ‘zeer actief’ waren in besprekingen met de Europese Unie over een olie-embargo. Evans-Pritchard van The Telegraph bevestigde dat Washington de leiding had en naar oplossingen voor een embargo zocht:
‘Het Witte Huis stuurt missies naar Saoedi-Arabië en Venezuela om extra vaten olie te halen en dringt aan op een snelle overeenkomst in het nucleair overleg met Teheran om Iraanse olie weer op de markt te kunnen brengen. Alle gebruikelijke diplomatieke voorbehouden worden terzijde geschoven.’
‘De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland’
The Wall Street Journal schreef afgelopen maandag nog dat het embargo ook kan worden opgelegd door middel van een ‘presidentieel decreet’, in de woorden van Bidens woordvoerster Jen Psaki, maar dat de Amerikaanse president de voors en tegens nog aan het afwegen was. ‘De president en zijn adviseurs willen vermijden een beslissing te nemen die de benzineprijzen voor Amerikanen verder zou kunnen doen stijgen’, aldus het Amerikaanse dagblad.
Een dag later, op dinsdag, was de kogel door de kerk en had Joe Biden besloten tot een embargo op alle fossiele brandstoffen uit Rusland. Volkomen terecht, schreef The Wall Street Journal die dag in een hoofdredactioneel commentaar, ook al stelt de stap niet al te veel voor: ‘Het verbieden van de invoer van Russische energie gaat niet heel erg ver. De VS importeren slechts 3 procent van de benodigde aardolie en minder dan 1 procent kolen uit Rusland.’
Europa
In Europa liggen de zaken heel anders, merkte Deutsche Welle op: ‘Duitse, Britse en Nederlandse regeringsleiders zeiden maandag dat Europa te afhankelijk is van Russische energieleveranties om de import van de ene op de andere dag stop te kunnen zetten.’ De Duitse bondskanselier Olaf Scholz, die tijdens de eerste sanctieronde al heel wat moest slikken vanwege de blokkering van de Nord Stream 2-pijpleiding, benadrukte dat olie en gas uit Rusland ‘essentieel’ blijven voor Europa.
‘De Europese energievoorziening voor verwarming, vervoer, elektriciteit en industrie kan momenteel niet anders worden gewaarborgd’ dan door de invoer van Russische fossiele brandstoffen, aldus Scholz.
De Britse premier Boris Johnson beveelt een ‘stapsgewijze’ aanpak aan, maar erkent dat de situatie ‘zeer, zeer snel’ verandert en dat opties die een paar weken geleden nog ondenkbaar waren, nu ‘op tafel’ liggen.
‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt’
Joe Biden, Olaf Scholz en Emmanuel Macron zijn volgens BBCin ieder geval wel eensgezind en vastbesloten om de kosten van de invasie van Oekraïne voor Rusland te blijven opdrijven.
Dat het Russische persagentschap Tass uit een heel ander vaatje tapt was te verwachten: ‘Het besluit van het Westen om de invoer van Russische olie te verbieden zal catastrofale gevolgen hebben voor de wereldmarkt, aldus de Russische vicepremier Alexander Novak tegen verslaggevers.’
‘Het is onmogelijk om snel vervanging te vinden voor het volume Russische olie op de Europese markt. Dat zal meer dan een jaar duren’, voegde hij eraan toe. Een verbod op Russische olie zal leiden tot een stijging van de prijzen voor brandstof, elektriciteit en verwarming in Europa en de Verenigde Staten, aldus Novak.
‘Volgens Novak is de hoogte van prijsstijgingen onvoorspelbaar, maar bedragen van “meer dan 300 dollar per vat” sluit hij niet uit’, aldus Tass.
Dat lijkt rijkelijk overdreven, want de bank JP Morgan schat dat de prijs van een vat zich zal stabiliseren rond 185 dollar als Russische olie van de markt verdwijnt, aldus El País. Maandagavond lag de prijs van een vat rond de 120 dollar.
De Britse premier Boris Johnson heeft alle resterende coronabeperkingen in Engeland opgeheven, inclusief de quarantaineregels bij besmetting, die aanvankelijk wettelijk vereist was, meldt BBC. Zijn wetenschappelijk hoofdadviseur Patrick Vallance waarschuwde wel dat corona zich zal blijven ontwikkelen en dat er varianten worden verwacht die ernstiger zouden kunnen zijn. Daarom, ook al wordt het grootste deel van het gratis testsysteem in Engeland nu ontmanteld, zal de regering in het VK surveillances blijven uitvoeren om eventuele nieuwe varianten te signaleren. Ook blijft het mogelijk om test- en traceringsactiviteiten opnieuw op te schalen, indien nodig.
De Schotse premier Nicola Sturgeon laat weten dat ook Schotland in maart veel van de resterende regels zal versoepelen. In tegenstelling tot Engeland heeft Schotland geen plannen om de eis tot quarantaine voor mensen die positief testen te schrappen, en er zijn ook geen plannen om in de nabije toekomst kosten in rekening te brengen voor coronatesten.
Rijke landen rekruteren in toenemende mate artsen en verpleegkundigen in arme landen, die daardoor het risico lopen dat de toch al kwetsbare gezondheidszorg verder destabiliseert. In Afrika doen ze daarom hun best gezondheidswerkers uit de diaspora terug te halen.
Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk staan bovenaan de lijst van landen die een groot gebrek aan verplegend personeel hebben en die daarom als nooit tevoren proberen om in andere landen personeel te rekruteren. Maar ook andere rijke landen, zoals Duitsland of Finland, die minder gewend zijn om een beroep te doen op buitenlandse artsen en verpleegkundigen, hebben onlangs wervingscampagnes gelanceerd die specifiek zijn gericht op de Filippijnen, op landen in Afrika, of in het Caribisch gebied.
Dit schrijft Stephanie Nolan in een artikel voor The New York Times met als kop ‘Rijke landen lokken zorgmedewerkers uit lage-inkomenslanden om tekorten te bestrijden’. Het is een situatie die veel vragen oproept over de ethiek van deze wervingscampagnes en de weerklank die ze krijgen, zeker tijdens een pandemie. De ontwikkeling treft landen waarvan de gezondheidsstelsels al verzwakt zijn.
Volgens Sinead Carbery, president van O’Grady Peyton International, een internationaal wervingsbureau, arriveren elke maand ongeveer duizend verpleegsters in de Verenigde Staten uit Afrikaanse landen, de Filippijnen en het Caribisch gebied.
De Verenigde Staten trekken al langer verpleegkundigen uit het buitenland aan, maar de huidige vraag van Amerikaanse zorginstellingen is volgens Carbery de hoogste die ze in drie decennia heeft gezien. Naar schatting tienduizend staan buitenlandse verpleegkundigen van over de hele wereld op wachtlijsten voor sollicitatiegesprekken bij Amerikaanse ambassades, hopend op de vereiste visa om vacatures te kunnen vervullen.
Verlies van gekwalificeerd personeel
‘Er vertrekt constant personeel’, zegt Lillian Mwape, directeur verpleging in een Zambiaans ziekenhuis. Haar mailbox loopt voortdurend vol met e-mails van recruiters die haar laten weten dat ook zij de mogelijkheid heeft om heel snel een visum voor de Verenigde Staten te krijgen.
Officieel leidt Zambia te veel verpleegkundigen op en duizenden jonge afgestudeerden zijn werkloos. Maar het zijn de ervaren verpleegkundigen die het meest gewild zijn bij recruiters en die dus vertrekken. ‘Het zijn de meest gekwalificeerde verpleegkundige die we verliezen en die kunnen we niet echt vervangen’, aldus Lillian Mwape.
De emigratie van in arme landen opgeleide gezondheidswerkers naar rijke landen is niets nieuws. Maar de stroom is sinds twee jaar geëxplodeerd, nu sommige landen versnelde procedures hebben ingevoerd voor het uitgeven van werkvisa en de erkenning van diploma’s, schrijft The New York Times.
Zo heeft de Britse regering bijvoorbeeld in 2020 een ‘gezondheids- en zorgvisum’ gelanceerd, met verlaagde tarieven en snellere verwerking van aanvragen. Canada heeft de taalvereisten voor een permanente verblijfsvergunning versoepeld en het proces voor erkenning van kwalificaties voor internationaal opgeleide verpleegkundigen versneld. Japan biedt professionals in de ouderenzorg een snellere weg naar het verwerven van een permanente verblijfsvergunning. En Duitsland staat toe dat in het buitenland opgeleide artsen direct doorstromen naar assistent-artsposities.
‘Recruitmentbureaus onderhandelen rechtstreeks met verpleegkundigen die ze zeer voordelige voorwaarden bieden’
Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat een land als de Filippijnen, dat al sinds lange tijd te veel verpleegkundigen opleidde om ze vervolgens naar het buitenland te kunnen sturen, vooral naar de Golfstaten, momenteel een gebrek heeft aan ziekenhuispersoneel.
‘Op mijn afdeling werken vijftien verpleegkundigen en de helft heeft een aanvraag in behandeling om in het buitenland te gaan werken’, zegt Mike Noveda, een ervaren verpleegster neonatologie in de Filippijnen die tijdelijk is overgeplaatst om covid-19-afdelingen te leiden in een groot ziekenhuis in Manilla. ‘Over zes maanden zijn ze allemaal vertrokken.’
Wat de internationale werving van verplegend personeel betreft, hebben de lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2010 een gedragscode aangenomen. Dit gebeurde op instigatie van met name Afrikaanse landen, die zagen dat ter plaatse opgeleide artsen en verpleegkundigen in groten getale naar de Verenigde Staten of Groot-Brittannië vertrokken.
‘We moeten terugkeer naar het continent van Afrikaanse artsen bevorderen’
Van bestemmingslanden wordt verwacht dat zij bepaalde initiatieven van herkomstlanden op het gebied van gezondheidszorg ondersteunen en aanvullende opleidingen opzetten om expats in staat te stellen met nieuwe vaardigheden naar hun land terug te keren. Maar sinds het begin van de pandemie hebben sommige recruiters een manier gevonden om dergelijke overeenkomsten te omzeilen.
‘Recruitmentbureaus komen binnen en onderhandelen rechtstreeks met verpleegkundigen die ze zeer voordelige voorwaarden bieden’, zegt Howard Catton van de International Nurses Organization. ‘De aangeworven professionals zijn niet van plan terug te keren naar hun thuisland. Integendeel: ze willen zich in het buitenland vestigen en hun gezin meenemen.’
In theorie zou een land als Nigeria tweeënzeventigduizend gekwalificeerde artsen moeten hebben, maar volgens de Nigeriaanse senator Abba Moro waren er in 2021 slechts vijfendertigduizend in het land actief, aldus The Guardian. Desondanks gelooft John Nkengasong, directeur van de Africa Centers for Disease Control and Prevention (Africa CDC), dat hij gezondheidswerkers die nu in het buitenland werken, ervan kan overtuigen weer aan het werk te gaan in hun eigen land.
Africa CDC heeft zeven werkgroepen ingesteld zodat Afrikaanse artsen en wetenschappers die in rijke landen werken, regelmatig advies van afstand kunnen geven. ‘Ze zijn erg behulpzaam geweest tijdens de pandemie. We moeten dit systeem formaliseren en terugkeer naar het continent bevorderen’, vindt Nkengasong.
Investeren
Om de exodus van medisch personeel te keren is het noodzakelijk dat Afrikaanse regeringen in actie komen. ‘Leiders op ons continent moeten investeren in het versterken van gezondheidssystemen. We hebben een zeer proactief programma nodig dat Afrikanen in de diaspora helpt om terug te keren. Een Ghanees of een Nigeriaan die in Londen woont, wordt niet op een ochtend wakker en zegt dan plotseling: ‘Ik ga voor een jaar terug naar mijn land. Ze hebben verantwoordelijkheden, een baan. Zo iemand moet geholpen worden met huisvesting en vervoer.’
Africa CDC zal naar verwachting binnenkort aan de leden van de Afrikaanse Unie een reeks maatregelen voorstellen voor een regionaal gezondheidsverdrag dat tot doel heeft de reactie van het continent op de pandemie te coördineren. Er moeten met name mechanismen worden ingevoerd om de terugkeer en ondersteuning van expats aan te moedigen.
Want ook al lijkt Afrika tot nu toe minder onder corona te hebben geleden dan andere continenten, het zal zich moeten voorbereiden ‘op de verschijning van andere varianten die moeilijker te behandelen zijn dan die waarmee we te maken hebben gehad’, waarschuwt John Nkengasong.
Alex Edmans, hoogleraar Finance aan de London Business School, analyseerde muziek waar mensen in veertig landen naar luisterden via Spotify. Die vergeleek hij met de nationale aandelenmarkten in dezelfde periode. Is er verband tussen gemoed, zoals weergegeven door de beluisterde muziek, en financieel rendement? Ja, concludeert hij: als mensen naar vrolijke liedjes luisteren, presteert de markt beter.
We proberen een serieuze economische vraag te beantwoorden: wordt de markt gedreven door grondregels of door emoties?
‘Op basis van 500 miljard streams van 58.000 nummers ontdekten we dat positievere luisterkeuzes significant gecorreleerd zijn met koerswinsten,’ zei Edmans in een interview met Harvard Business Review. ‘Vervolgens keken we naar de geldstromen van beleggingsfondsen en vonden we vergelijkbare effecten. Dit klinkt als een vreemde studie, dat geef ik toe, maar we proberen een serieuze economische vraag te beantwoorden: wordt de markt gedreven door grondregels of door emoties? De efficiëntemarkthypothese stelt dat aandelenrendementen alleen factoren zoals rentetarieven en werkloosheidscijfers weerspiegelen. In een rationeel model zouden factoren zoals het beleggerssentiment geen invloed moeten hebben op het aandelenrendement. Maar dat hebben ze dus wel.’
De politie in Ierland is een onderzoek begonnen na berichten dat het lichaam van een dode man naar een postkantoor was gebracht in een poging zijn pensioen te innen. Volgens The Irish Times werd het lichaam van een man die in de zestig leek te zijn naar het postkantoor van de stad Carlow gesleept, ondersteund door twee jongere mannen. Toen ze door het personeel werden ondervraagd, vluchtten de twee, met achterlating van de oudere man, die dood bleek te zijn.
Een van de jongere mannen had eerder geïnformeerd naar het innen van iemands pensioen en kreeg toen te horen dat de begunstigde aanwezig moest zijn, aldus de krant. Geholpen door een metgezel zou hij zijn teruggekeerd met het lichaam van de dode man. De politie laat autopsie verrichten om de doodsoorzaak en het tijdstip van overlijden vast te stellen. Burgemeester Murnane van Carlow zegt dat inwoners in shock zijn. ‘Niet te geloven,’ aldus Murnane. ‘Het is net een Hitchcock-film.’
Doodvonnissen in Egypte
Een Egyptische rechtbank heeft op 30 januari tien leden van de verboden Moslimbroederschap ter dood veroordeeld voor het coördineren en beramen van aanvallen op de politie, meldt staatspersbureau MENA. De identiteit van de beklaagden is niet bekendgemaakt, evenmin als hun verweer tegen de beschuldigingen.
De doodstraf in Egypte wordt voltrokken door ophanging
Het vonnis zal nu worden voorgelegd aan de grootmoefti, de hoogste theologische autoriteit van Egypte, voordat de rechtbank op 19 juni bijeenkomt om de vonnissen te bekrachtigen. Dit is slechts een formaliteit in doodstrafzaken, schrijft Al Jazeera. De doodstraf voor civiele veroordeelden in Egypte, het dichtstbevolkte land van de Arabische wereld, wordt voltrokken door ophanging.
Egypte was vorig jaar na China en Iran het land dat het hoogste aantal executies ter wereld uitvoerde, volgens Amnesty International. Al vaker hebben de Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties protest aangetekend bij Egypte tegen het uitspreken van doodvonnissen, of tegen veroordelingen tot lange gevangenisstraffen na massaprocessen.
Een jaar nadat een opstandige pro-Trump-menigte met geweld het Capitool in de Amerikaanse hoofdstad Washington D.C. bestormde om goedkeuring van de uitverkiezing van Joe Biden te blokkeren, zijn de VS nog steeds bezig de gebeurtenissen te verwerken, meldt Hyperallergic. De Smithsonian Institution, het nationale museum voor Amerikaanse geschiedenis, doet dat op zijn manier door een collectie op te bouwen van materiaal dat samenhangt met die zesde januari 2021. Het afgelopen jaar werden ongeveer tachtig voorwerpen verzameld, uiteenlopend van borden en stickers, fragmenten van vlaggen en een houten paal die als wapen was gebruikt tot een beschadigd kogelvrij vest en een ‘multifunctionele‘ zweep.
Het merendeel van deze achtergelaten objecten kon op 7 januari 2021 in en om de National Mall in Washington worden verzameld, dankzij het zogenoemde ‘snelleresponsverzamelprotocol’ van het museum. Frank Blazich, conservator militaire geschiedenis van de Smithsonian, kreeg toestemming om het gebied te doorzoeken en om historisch materiaal te verzamelen. Zo legde hij de hand op borden, flyers en folders die onder andere trouw verklaarden aan Trump, religieuze overtuigingen bezongen of de neofascistische groep Proud Boys ophemelden. Blazich zegt zich tijdens het inzamelen niet zo bewust te zijn geweest van de inhoud. ‘Ik liep op en neer om mijn auto te vullen. Werktuiglijk, in plaats van te proberen ter plekke de boodschappen en de symboliek te bevatten,’ schreef hij in een blogpost van februari 2021. ‘Als conservator militaire geschiedenis vond ik dat ik het contextualiseren van deze artefacten het best kon overlaten aan mijn collega’s politieke geschiedenis.’
‘Deze collectie maakt deel uit van het gecompliceerde, rommelige en soms ronduit moeilijke verhaal van de contemporaine geschiedenis van het land’
Zijn collega Claire Jerry, conservator politieke geschiedenis, plaatst de gebeurtenissen van 6 januari binnen de bredere context van andere nationale verhalen, zoals de verkiezingen van 2020, de inauguratie van 2021 en de wereldwijde pandemie. ‘Deze collectie maakt deel uit van het gecompliceerde, rommelige en soms ronduit moeilijke verhaal van de contemporaine geschiedenis van dit land,’ aldus Jerry.
Met veel bombarie verkondigden de Britse kunstenaar Damien Hirst en zijn Londense galerie White Cube in augustus 2007 dat Hirsts werk For the Love of God voor 50 miljoen pond (circa 60 miljoen euro) was verkocht aan een groep anonieme investeerders. Hirst bekende onlangs echter aan The New York Times dat de verkoop van de met diamanten bezette schedel nooit heeft plaatsgevonden. Het werk is nog in bezit van hemzelf, zijn galerie White Cube en een groep investeerders, en bevindt zich in een opslag in Londen, aldus ArtNet News.
‘Op de dag dat wij zeiden dat er werd onderhandeld over een korting voor kopers, werd het werk plotseling op miraculeuze wijze verkocht voor 50 miljoen cash’
De verkoop werd destijds door veel nieuwskanalen gebracht als een ‘done deal’, maar sceptici twijfelden omdat White Cube nooit concreet bewijs van de verkoop kon overleggen. Toen de verkoop destijds werd aangekondigd, vroeg Cristina Ruiz, toenmalig redacteur van The Art Newspaper, zich af waarom het nieuws net naar buiten kwam nadat ze had gemeld dat Hirst en zijn galerie hadden geprobeerd het werk te verkopen tegen de sterk gereduceerde prijs van 38 miljoen pond. ‘Op de dag dat wij zeiden dat er werd onderhandeld over een korting voor kopers, werd het werk plotseling op miraculeuze wijze verkocht voor 50 miljoen cash,’ zei Ruiz destijds tegen The Evening Standard. ‘Hoe waarschijnlijk is dat? Cash is handig omdat het geen sporen nalaat.’
Juweliers zetten destijds overigens ook vraagtekens bij de gemelde productiekosten van 15 miljoen pond. ‘Ik schat de werkelijke waarde van de schedel ergens tussen de 7 en 10 miljoen pond’, zei de vicevoorzitter van de London Diamond Bourse & Club tegen The Evening Standard.
Na een relatiebreuk en de dood van haar vader verbleef schrijver Wendell Steavenson een winter aan de Bretonse kust. Daar ontdekte ze hoe louterend een dagelijkse duik in het ijskoude water is. ‘Als ik in koud water zwem, ervaar ik een lucide zuiverheid.’
Keuze uit het archief
Oud en nieuw staat voor de deur en dat betekent dat veel mensen zich zoals elk jaar weer aan de traditionele nieuwjaarsduik zullen wagen. Mocht je je afvragen wat het nut is van zwemmen in koud water, dan zou je eens te rade moeten gaan bij schrijver Wendell Steavenson.
In dit artikel van The Guardian legt ze uit hoe deze bezigheid haar hielp bij de verwerking van haar relatiebreuk en de dood van haar vader. ‘Zwemmen in koud water is geen kwestie van wilskracht of het overwinnen van geestelijke blokkades. Net als met verdriet is het een kwestie van je aanpassen aan een nieuwe situatie.’
Op 6 oktober 2020, mijn verjaardag, maken mijn vriend en ik na bijna tien jaar een einde aan onze relatie. We zitten in de auto op weg naar huis, na een vakantie in Maine – een laatste poging om onze relatie te redden. We hadden het heerlijk gehad; het veranderde helemaal niets.
‘We kunnen niet…’ ‘Het is niet…’ ‘We hebben geen…’
Overal om ons heen lijken de bomen in brand te staan, de bladeren één grote, vlammende kleurenpracht. Vervuld van afgrijzen zie ik de lange weg naar beneden voor me. Hij blijft in de Verenigde Staten, waar hij werkt; ik ga naar het huisje dat we samen hebben gekocht, aan de noordkust van Bretagne. Dat lijkt de beste plek om de pandemie uit te zitten, tot rust te komen, mijn wonden te likken, misschien zelfs wat te schrijven.
We gaan terug van Maine naar New York naar Washington. Ik stap op een vliegtuig naar Londen, neem de Eurostar naar Parijs, de TGV naar Morlaix, en vanuit Morlaix is het een half uur rijden naar de kust. Het platteland strekt zich groen en blauw voor me uit als ik de laatste helling neem en bij de weidse aanblik van de zee laat ik mijn adem ontsnappen.
Badpak
Het is frisjes: winderig maar zonnig. Achter de haven ligt ons huisje, de luiken gesloten, de zomerrozen deinend in de wind; binnen liggen zijn kleren en zijn boeken, foto’s van een gedeeld leven, snuisterijen en souvenirs en herinneringen. Ik pak mijn spullen uit en huil, door de uitputting van de reis en het schrijnende gevoel van verlies en mislukking. Trek mijn badpak aan.
Ik had nooit van mijn leven kunnen denken dat ik zo iemand zou zijn die het lekker vindt om in koud water te zwemmen. Ik zwom als het warm was, of ik trok baantjes in een binnenbad; ik kon uren in bad zitten. Ik was gek op water, maar ik was net een kat: ik had het vooral graag warm.
Het begint allemaal in de zomer van 2017. Mijn vader is net overleden. We wonen in Parijs en lieve vrienden zeggen dat ik wel een tijd in hun huisje in Locquirec, in Bretagne, mag zitten, om alleen te zijn, tot rust te komen en weer op krachten te komen. De eerste middag loop ik over de weg naar het strandje bij de haven waar zeilboten liggen afgemeerd, waar kleuters zandkastelen kapot slaan en pubers van de havenmuur in zee springen.
Alleen en verdrietig sta ik tot aan mijn enkels in de branding. Het is juli, maar bewolkt. Het briesje bezorgt me kippenvel. Het is te koud om te zwemmen maar ik wil niet opgeven en met alleen natte voeten teleurgesteld huiswaarts gaan. Ik weifel, waag me nog iets dieper, het water klotst ijzig tegen mijn knieën, tegen mijn dijen. Na een minuut of twee lijken mijn benen gewend te zijn geraakt aan de temperatuur. Maar als de zee aan mijn buik likt, voel ik de kou venijnig steken. Ik aarzel, wil me nog niet gewonnen geven. Zo blijf ik lange tijd staan dubben, met de zee rond mijn heupen. Op een onbewaakt moment geef ik ineens toe. Misschien is het makkelijker om me over te leveren aan de zee dan aan zelfverwijt omdat ik de zee heb laten winnen. En daar lig ik dan ineens, mijn borstkas zwoegend; een snelle, oppervlakkige ademhaling en armen die een driftige schoolslag maken – ik zwem.
Om de een of andere reden is het vrijwel onmogelijk om in zee te huilen
De schrik wordt al snel minder en de kou lijkt minder koud. Ik zwem naar een boei, kijk tevreden naar het water dat over mijn schouders golft. Ik zwem terug naar de kust en zie met een glimlach mijn eigen voetstappen in het zand dichterbij komen. Het is me gelukt! Ik wil papa bellen om het hem te vertellen.
Het verlies is nog niet echt doorgedrongen. Ik verkeer nog altijd in de onwerkelijke, eerste fase van de rouw. Papa voelt nog zo dichtbij dat de dood absurd lijkt, misschien zelfs zinsbegoocheling. Ik ga op onderzoek uit in het dorp: een kerk met een opengewerkte, stenen torenspits, een cafeetje en een paar restaurants rond een haventje, een rotsachtige dam, een breed, halvemaanvormig strand waar surfers in wetsuit als zwarte zeehonden liggen te dobberen. Ik loop om de punt en staar naar de blauwe horizon, worstel met vragen die ergens tussen zee en hemel in zweven. ‘Waar ben je gebleven, pap?’ vraag ik hardop.
De volgende dag ga ik weer. En de dag erna ook. Drie weken lang zwem ik elke dag. Om de een of andere reden is het vrijwel onmogelijk om in zee te huilen.
Schotland
In september nemen mijn moeder, mijn broers en ik de Caledonian Sleeper naar Rannoch Moor in de Schotse Hooglanden om de as van mijn vader uit te strooien op de plek waar hij is opgegroeid. Terwijl mijn moeder en mijn broers verbijsterd toekijken, ga ik zwemmen in het steenkoude meer. Als kind waren we nooit op het idee gekomen om daar te gaan zwemmen. Het water is stil en helder en diep. Mijn neus maakt rimpelingen in het wateroppervlak, ik ruik de oude veengrond en de mineraalachtige geur van graniet. Ik heb het gevoel dat ik deel uitmaak van het landschap dat altijd deel heeft uitgemaakt van papa, en waarvan hij nu weer deel uitmaakt. Even houdt het op met motregenen, de wolken drijven uiteen en de zon spat in een goudkleurige vonkenregen van het water. ‘Het is net alsof papa ons even begroet,’ zegt mijn broer Michael.
Ooit gaf mijn vriend me met kerst een professioneel neopreen wetsuit dat ook door triatleten wordt gebruikt. Het zat zo strak dat ik tien minuten nodig had om het aan te trekken. We gingen naar onze vrienden in Locquirec, om oud en nieuw te vieren, en daar probeerde ik het uit in de winterzee. Het pak was dun maar beschermde me tegen de kou; ik voelde me onoverwinnelijk. Al tintelden mijn handen pijnlijk. Onze vrienden zeiden dat ze gingen verhuizen en dat ze hun huis binnenkort zouden verkopen. Of wij belangstelling hadden?
Locquirec ligt aan zee en heeft een gematigd klimaat. De kust doet denken aan die van Cornwall, maar dan aan de andere kant van het kanaal: rotsachtig, wild, regenachtig. Als je geluk hebt is het in de zomer stralend weer, zonder dat het ooit echt heet wordt. Als het kwik boven de 22 graden komt, zijn de Bretons ontstemd en beginnen te mopperen. ‘Ouf! C’est trop chaud!’ In juli en augustus is het zeewater zo’n 17 of 18 graden. Verkwikkend, laten we het daar op houden. Na enige zomers raak ik eraan gewend en ga elke dag zwemmen, ook met grijze luchten, harde wind of hoosbuien. In de winter draag ik mijn wetsuit, mijn neopreen handschoenen, laarsjes en een bivakmuts.
Als ik er in mijn eentje naartoe ga, ergens halverwege oktober vorig jaar, is het zeewater een graad of vijftien. De zee loopt altijd een paar maanden achter op de seizoenen, in het najaar duurt het even voordat ze is afgekoeld en in het voorjaar duurt het even voordat ze weer is opgewarmd. Ik vraag me af of het te koud voor me is, maar omdat het zo’n gedoe is om me in dat superheldenpak te wurmen en het weer uit te krijgen, besluit ik zonder dat pak te gaan zwemmen.
Voor ik er erg in heb, ben ik volkomen high van de endorfines. Ik wil niet meer stoppen
Het duurt een paar minuten voordat ik door ben. Ik ga stapje voor stapje het water in. Het is niet zo dat ik al mijn moed bijeen moet rapen om mijn angst opzij te zetten. Want ik weet dat de kou in het begin heel naar zal zijn, maar ik weet ook dat dat gevoel van tijdelijke aard is. Dus ik wacht gewoon even tot de aanvankelijk zo stekende kou minder venijnig wordt. Ik wilde zwemmen; uiteindelijk zwem ik ook echt. Ik slaak eerst kreetjes van de schrik, maar ook van verrukking. Mijn slagen worden telkens iets soepeler en krachtiger, totdat ik mijn schouders ontspan, mijn kin laat zakken en het water kus, waarna ik door de zee glijd.
De volgende dag is het al iets makkelijker om het water in te gaan, en de dag erop is het nog weer makkelijker. Ik voel me schoon en gezuiverd en energiek. De vierde dag stormt het en er staan schuimkoppen op de golven. Tot mijn verbazing laat ik me niet afschrikken. De golven klappen tegen mijn hoofd en slaan stuk op de havenmuren, het water bruist en zuigt als een wasmachine. De zee zwelt aan en gaat wild tekeer, het ene moment wordt mijn blik vertroebeld door zeewater, het volgende moment word ik boven de wereld uitgetild. Ik voel me versmelten met de energie. Het is opwindend. Ineens zing ik uit volle borst een INXS-nummer (ik heb de avond ervoor op Netflix een documentaire gezien over Michael Hutchence). ‘Mystify! MYSTIFY ME!’ Voor ik er erg in heb, ben ik volkomen high van de endorfines. Ik wil niet meer stoppen. Ik moet mezelf streng toespreken om het water uit te gaan voordat de zee me meesleurt.
‘Wat gebeurt er met me als ik in koud water zwem?’ vraag ik aan Mike Tipton, hoogleraar menselijke en toegepaste fysiologie aan het laboratorium voor extreme omstandigheden aan de universiteit van Portsmouth. Zeker, ik voel me verkwikt en energiek, maar ik wil iets begrijpen van de fysiologie achter mijn reacties.
Tropische dieren
‘We zijn tropische dieren,’ zegt Tipton. De homo sapiens is geëvolueerd op equatoriale vlakten, vertelt hij. We voelen ons prettig bij een omgevingstemperatuur van rond de 28 graden. Daarom zijn we in koelere klimaten al vroeg huizen gaan bouwen en kleren gaan dragen. In koud water springen is dan ook een behoorlijke schok, waardoor het lichaam in actie komt: de vecht-of-vluchtreflex maakt dat je sneller gaat ademen om meer zuurstof op te nemen, en je hart gaat sneller kloppen. Op die momenten, vertel ik hem, wordt mijn huid gevoelloos, voelt mijn borstkas als een centrale verwarming en tintelt mijn hoofd van het licht.
‘Het lichaam reageert met stresshormonen,’ zegt Tipton. ‘Je ziet een toename van adrenaline en cortisol, je ziet veranderingen in de biochemische en hormonale reacties van de vecht-of-vluchtmodus. Je hartslag gaat omhoog, je ademhaling versnelt. Dat is waarom mensen zeggen: ‘Ik voel me energiek, ik ben scherp, ik ben daarna de hele dag helder.’
Een gebroken hart heelt langzaam; hoop is heel hardnekkig. Ik huil elke dag, soms met langzaam biggelende tranen, soms met heftige snikken. Ik ben labiel, bij het minste of geringste stort ik in. Ik laat een van onze blauwgerande wijnglazen op de stenen vloer vallen en veeg schreeuwend de scherven bij elkaar.
Ik schrijf in mijn dagboek: ‘een gevoel van totale verlatenheid overspoelt me, als een zoeklicht. Pijn, teleurstelling, verdriet; allemaal normaal, allemaal deel van het leven, van wat het betekent om mens te zijn. Maar ik ben moe. Ik schuif alles voor me uit, kom tot niets, haal alleen af en toe ergens een doekje over, doe een afwasje. Ik voel de lethargie opkruipen. En alles gaat kapot. Een kastdeurtje in de keuken hangt scheef, de elektrische blender komt niet in beweging, een strip van de dakbedekking heeft losgelaten. Hij klappert de hele nacht. Om vier uur ’s nachts klaarwakker, met een glas whisky. Slapeloze slaap, warrige dromen. Wakker worden met weer zo’n ellendige dag voor de boeg, gaan zwemmen.’
Begin november test ik de watertemperatuur met mijn keukenthermometer, en die geeft 12,3 graden aan. Ik trek mijn neopreen handschoenen aan. Maar het valt me op dat ik nu makkelijker het water in loop, zonder aarzeling.
Uit onderzoek is gebleken dat gewenning aan koud water niet zozeer een mentale aanpassing is als een fysieke. De effecten van wat wetenschappers ‘koudwatershock’ noemen – het aanvankelijke happen naar adem en de versnelde hartslag – worden telkens iets minder hevig. En je lichaam ‘herinnert’ zich deze bijgestelde reactie. Zelfs als je weken of maanden niet in koud water bent geweest is de schok niet zo groot als de allereerste keer.
Net als met verdriet is het een kwestie van je aanpassen aan een nieuwe situatie
Mensen die in een dikke jas met sjaal over de havenmuur lopen, roepen me toe: ‘Vous êtes courageuse!’ Maar zwemmen in koud water is geen kwestie van wilskracht of het overwinnen van geestelijke blokkades; het is geen kwestie van jezelf of de omstandigheden de baas worden. Net als met verdriet is het een kwestie van je aanpassen aan een nieuwe situatie, en net als met verdriet heeft het proces meer te maken met een natuurlijke gewenning dan met bewuste gedachten. Drie jaar na zijn dood mis ik papa nog altijd, maar inmiddels ontlokt de herinnering me eerder een glimlach dan tranen. Terwijl ik me leer aanpassen aan het koude water, begin ik zelfs te genieten van de aanvankelijke tinteling.
Ik krijg geregeld gezelschap van andere coronabannelingen in Locquirec. Jeff, een gepensioneerde politiecommandant; Jean, een andere gepensioneerde, die een huis aan de haven heeft en het lekker vindt om er heel even in te springen en er snel weer uit te komen; de gracieuze Anne, in een chic taupe badpak, en Kat, een Amerikaanse van in de dertig, getrouwd met een Fransman. Kat gaat het liefst een eind rennen voor ze het water in duikt. We noemen onszelf Les Penguins en Peignoirs omdat we ons in grote witte badlakens wikkelen zodra we uit het water komen. Het is voor ons allemaal de eerste winter dat we zwemmen. We zijn amateurs vergeleken met Les Bonnets Rouges, een groepje oudere dames met opvallende rode badmuts, die al vele jaren lang elke dag gaan zwemmen bij het strandje aan het einde van de baai.
Ik loop over het weggetje naar het strand, moe, met een zwaar gevoel en hangend hoofd. ‘Hoe gaat het?’ vraagt Jeff me. En ik antwoord: ‘Oké. Nou ja, niet echt.’
Inmiddels steekt de kou nog maar een paar tellen, een paar korte ademstoten, tot mijn borstkas in het water zakt en ik voel hoe de zee me omsluit, me drijvend houdt. Zelfs op grijze, grauwe dagen, flikkert het licht zilverig op het wateroppervlak. Mijn huid is zo gevoelloos dat ik geen idee heb van de temperatuur, maar ik voel wel speldenprikken en huiveringen en rimpelingen. Ik heb het zowel warm als koud, ik ben zowel verrast als heel kalm. Een melkwitte mist boven het water bij zonsopkomst, verblindende zonnestralen, glashelder water of schuim dat van de golven waait – ik zwem evengoed, mijn armen doorklieven het water, en Jeff zegt: ‘Ha, je lacht. Dat is beter!’ En zo is het, dit is hoe ik me voel, die kostbare tien minuten in zee.
Donkere decembermaand
’s Avonds steek ik het vuur in het fornuis aan, schenk wat te drinken in, kijk op Netflix naar Queer Eye, probeer te geloven in de mogelijkheid van transformatie, luister naar Adele, en huil. Brei zinnen aaneen tot verhalen. Lees de betere verhalen van anderen; word geraakt en huil weer.
Ik lees The Lost Cat van Mary Gaitskill. Het is een indringende novelle, messcherp, meedogenloos; hij raakt aan open zenuwen. De kat is natuurlijk een metafoor voor alles wat de hoofdpersoon is kwijtgeraakt en niet meer kan vinden. Ze vindt de kat niet meer terug. Ik huil weer.
Gek genoeg hangt het scheve keukenkastje na een paar weken ineens weer recht. Mijn buurman, die heel handig is, repareert de blender. Jeff komt langs en vult de kier tussen de loszittende strip en de dakrand met takjes en wijnkurken zodat de strip niet meer klappert, hoe hard het ook waait. Problemen lossen zich op. Alleen weet ik nog niet zo zeker of ik mijn eigen probleem kan oplossen. Mijn tekortkomingen houden me uit mijn slaap, sijpelen naar buiten, maken vlekken op mijn kussen, bezorgen me een gevoel van schaamte. Ik kan niet… ik ben niet… het lukt me niet.
Die hele donkere decembermaand regent het. Ik zak weg in konijnenholen op internet. Op een dag scrol ik door een fragment uit Obama’s memoires en kom ineens terecht in een interview van Steve Martin en Jerry Seinfeld. Seinfeld zegt: ‘Comedy is net zoiets als in de branding springen en proberen te zwemmen. Je moet je aanpassen aan krachten die jou overstijgen.’
Het grappige aan getijden – wat ik me pas realiseer als ik aan de kust ga wonen – is dat er geen peil op valt te trekken. Locquirec Bay verandert in een zandvlakte met eb (het moment om kokkels te zoeken), dus moet ik zwemmen als het vloed is. De tijd waarop het vloed wordt, verandert met de dag. De tijd dat het vloed blijft, verandert ook met de dag. De ene keer is het een half uur later vloed dan de dag ervoor, soms wel twee uur later. En bovendien verandert het waterpeil zelf ook telkens. Soms komt de zee met vloed maar tot halverwege het strand; een paar dagen later is er geen strand meer te bekennen.
De zee is voorspelbaar en onvoorspelbaar tegelijk, elke dag weer anders, maar ook elke dag mijn kompasnaald, mijn bestemming
Om het beste moment en de beste plek te vinden om te zwemmen, moet ik getijdetabellen en coëfficiënten bestuderen, kijken hoe laat de zon opkomt en ondergaat, kijken uit welke richting de wind komt, afstemmen met Les Penguins en Peignoirs en het schema van Les Bonnets Rouges. Ik heb al twintig jaar de gewoonte om van ’s ochtends negen tot ’s middags twee te schrijven, maar dat kan ik nu wel vergeten. Ik moet leren flexibeler te worden, mijn vaste gewoonten en houvasten los te laten, me te laten meevoeren op de stroming van eb en vloed.
De golven zwellen aan en spatten in mijn gezicht, dragen me op hun toppen als de adem van een grote, goedaardige reus. De zee is voorspelbaar en onvoorspelbaar tegelijk, elke dag weer anders, maar ook elke dag mijn kompasnaald, mijn bestemming. En ook een alledaagse tautologie: je doet dingen door ze te doen. Soms ben ik tot weinig meer in staat dan zwemmen. Er zijn kalme dagen waarop het water kristalhelder is en er zijn dagen dat de zee woelig is, zanderig. Het weer is ook voortdurend aan verandering onderhevig. Het ene moment word ik gegeseld door hagelstenen, het volgende moment is het stralend weer. Voor mij persoonlijk is hoop een soort wassende en afnemende maan, maar dan eentje die een geheel eigen ritme volgt. Ik leer om de slechte tijden uit te zitten; uiteindelijk houdt het wel een keer op met regenen, er bestaat de kans dat morgen de zon zal schijnen en ik me beter voel.
Nog los van het weer krijg ik steeds meer oog voor het licht. Anne-Marie Caroff, de oprichtster en leider van Les Bonnets Rouges, zwemt al twintig jaar in zee bij Locquirec.
‘De lucht ziet er vaak grauw uit,’ zegt ze, ‘maar ook dan is er altijd wel ergens een stukje blauw.’ En ze heeft gelijk. Vanaf mijn bank kan het er buiten grijs en somber uitzien, maar als ik in het water lig, breekt er altijd wel ergens een zonnestraal door de wolken, schittert de zee in verschillende kleuren: roze met zonsopkomst, citroengeel in de winterzon, blauwig in de namiddag. Op heldere dagen verandert de zee in een schitterend turkoois en zwem ik over het gloeiende pad van de zon, ogen toegeknepen tegen het felle licht, lichaam gestold, gezicht verwarmd.
‘Het heeft iets heel intiems om op ooghoogte met het wateroppervlak te zijn,’ merkt Kat op.
Zonsopkomst
Op nieuwjaarsdag ga ik bij zonsopkomst zwemmen met Les Bonnets Rouges. Het is een grijze dag met veel donderwolken. We zijn met meer dan dertig, en de dames stuiven gillend en giechelend het water in. ‘Bonne année!’ ‘Bonne année!’ ‘Bonjour Wendy!’ ‘Ça va!’ ‘Elle est bonne! Elle est bonne!’ ‘Wat is het water lekker! O, wat is het lekker!’ Plotseling breekt in het oosten het wolkendek open. We zwemmen in de regen, met de zon op ons gezicht, en we zijn getuige van een uitzonderlijk natuurverschijnsel: een enorme dubbele regenboog.
Als ik vrienden vertel dat ik elke dag in zee zwem, reageren ze vaak met: ‘O, ken je die malle Nederlander, die koudwatergoeroe?’ Zodoende kijk ik naar de aflevering van Goop, Gwyneth Paltrows lifestyle-serie op Netflix, met Wim Hof, de beroemde Nederlandse kampioen onderdompelen in ijskoud water.
Hij zegt dat zijn regime van zwemmen in koud water en zijn ademhalingsoefeningen hem hebben geholpen over zijn verdriet heen te komen na de zelfmoord van zijn vrouw, en hij zegt dat hij zo zijn eigen immuunsysteem onder controle heeft gekregen. Hof is een eenenzestigjarige yogi met lang haar, een baard en een haast evangelische overtuiging. Zijn website belooft mensen gezondheid en geluk door het volgen van zijn ijsbadworkshops, onlinecursussen, apps en boeken. In de Netflix-aflevering springt de ene na de andere vrijwilliger in het vrieskoude water van Lake Tahoe, in Californië, het grootste zoetwatermeer in de Sierra Nevada. Als ze weer uit het water komen, lijken ze een ander mens. ‘Dit is echt next level shit,’ zegt er een.
De heilzame effecten van koud water worden veelvuldig bejubeld door de liefhebbers, maar er is weinig onderzoek naar gedaan. ‘Het gaat dan over het homeopathische, esoterische, Wim Hof-achtige spectrum,’ zegt Tipton. ‘Je krijgt nog eerder een onderzoek gefinancierd naar verdrinking.’ Wetenschappers houden zich al lange tijd veel meer bezig met de gevaren van koud water dan met de mogelijke heilzame effecten ervan.
Het leidt geen twijfel dat de stimulus van koud water in het hele lichaam hormonale en chemische veranderingen in gang zet – adrenaline, dopamine, serotonine, endorfine. We weten dat het metabolisme hierdoor versnelt, dat het aantal witte bloedlichaampjes een boost krijgt en dat na verloop van tijd en na herhaaldelijke blootstelling, ontstekingen worden tegengegaan – waarmee in theorie de afweer wordt opgepept en versterkt – al is niet helemaal duidelijk hoe dit precies in zijn werk gaat.
Door aan koud water te wennen, zou je beter in staat zijn andere stressvolle omstandigheden het hoofd te bieden
Er zijn veel aandoeningen en ziekten die worden veroorzaakt, of versterkt, door auto-immuunreacties en ontstekingen – boezemfibrilleren, slagaderverharding, chronische darmontsteking, suikerziekte, alzheimer, depressie; dus is het verleidelijk om te denken dat iets dat zo ruim, en gratis, voorhanden is als koud water, soelaas zou kunnen bieden.
Maar het onderzoek is mager en blijft anekdotisch. Koudwaterzwemmers zeggen dat ze minder ontstekingen hebben, dat ze minder last hebben van spierpijn en artritis; sommige zwemmers die kampen met angsten en depressie hebben melding gemaakt van verbetering, zozeer zelfs dat ze met hun medicatie zijn gestopt.
Maar er is vrijwel geen onderzoek naar gedaan welke specifieke aspecten van koudwaterzwemmen verantwoordelijk zouden zijn voor bepaalde effecten. Is een koude douche ook afdoende? Of is het beter om van top tot teen onder te gaan? En hoelang moet de blootstelling aan koud water duren: is een minuut voldoende, of moeten het er tien zijn? Een keer per week of elke dag? Wat is de juiste dosering?
Wat er ook precies gebeurt, de psychologische veranderingen lijken niet van tijdelijke aard. ‘Je zou kunnen stellen dat de aanpassing aan koude een component bevat die opgaat voor stress in bredere zin,’ zegt Tipton. Met andere woorden: door aan koud water te wennen, zou je beter in staat zijn andere stressvolle omstandigheden het hoofd te bieden. Tipton heeft experimenten gedaan door koudwaterzwemmers de bergen in te sturen (met behulp van simulaties) en hij kwam tot de conclusie dat ze regelmatiger ademden, minder zuurstof gebruikten en minder last hadden van de hoogte.
Ik zeg tegen Tipton dat me is opgevallen dat ik de laatste tijd rustiger ben, dat ik minder overstuur raak als ik, om maar iets te noemen, een glas laat vallen.
‘Zorgt het koude water ervoor dat ik in psychologisch opzicht minder gestrest ben over andere dingen, dus niet alleen over fysieke dingen zoals de temperatuur?’ vraag ik hem.
‘Heel eerlijk gezegd weet ik dat niet,’ zegt hij. ‘Maar ik twijfel er niet aan dat er een meer algemeen aspect aan dit alles zit. Alleen weten we niet precies wat dat is.’
Zwemmen met maanlicht
Anne-Marie Caroff heeft tachtig mensen op haar mailinglist staan voor Les Bonnets Rouges, van wie ongeveer de helft ook in de winter regelmatig zwemt. Zij ziet niet alleen fysieke voordelen, maar ook sociale voordelen. Les Bonnets Rouges heeft zich ontwikkeld tot een collectief van gelijkgestemden, ze geven elkaar wat ze over hebben van de oogst uit hun tuin: ’s zomers tomaten, ’s winters appels. Ze gaan samen vissen, ze zoeken naar mosselen of ze plukken zeekraal in het estuarium. Les Bonnets Rouges heeft de traditie in het leven geroepen van de eindejaarsduik, of de nieuwjaarsduik (afhankelijk van het moment waarop het hoogwater is) en inmiddels komen daar meer dan honderd mensen op af, om te zwemmen of wat rond te spetteren. Mensen nemen warme chocomelk mee, glühwein en zelfgebakken taart, en de plaatselijke krant stuurt een fotograaf. Aan het einde van de zomer is er een grote picknick – ‘het begint een beetje uit de hand te lopen,’ erkent Caroff. Iedereen neemt eten mee, en er komen zo’n vijftig, zestig mensen. Als het zomers volle maan is en het tij meezit, organiseren ze nachtelijke zwempartijen. ‘Met maanlicht is de zee echt op haar mooist,’ zegt ze.
Caroff vertelt me dat februari en maart de moeilijkste maanden zijn, dan is de zee op haar koudst. Maar hoe kouder het water in februari, hoe meer het trekt. Ik was ervan uitgegaan dat ik op zeker moment zou besluiten mijn wetsuit aan te trekken, maar dat is niet het geval. Het lijkt of mijn hersenen anders functioneren, alsof er nieuwe verbindingen zijn gemaakt. Ik heb jaren en jaren rondgelopen met een zekere zwaarte in mijn hoofd, een gevoel van niet goed genoeg zijn. Er is een lange lijst van dingen die me het gevoel geven dat ik klem zit, dat ik niets waard ben, ik ben alleen, afgesneden van mijn familie en vrienden door corona en brexit, ik teer in op mijn spaargeld, zit emotioneel aan de grond na een verbroken relatie – en toch voel ik me vaak op een merkwaardige manier fantastisch.
Ergens rond Valentijnsdag houd ik op met huilen. Ik houd op met schreeuwen en smijten en dingen kapotmaken als er iets tegenzit: een afwijzing van een uitgever, een aangebrande taart, de keer dat ik 200 euro in de pinautomaat heb laten zitten.
Mijn gedachten worden overgenomen, niet door de balsem van opwinding maar door een innerlijke spanning
Ik heb respect voor de kou, maar ik ben er niet langer bang voor. Op dezelfde manier leer ik mijn somberte en mijn teleurstellingen te respecteren, zonder er bang voor te zijn.
In februari komt er een koudegolf. Het ijzelt, auto’s glibberen de berm in. Aan het strand is het zand bevroren in richels, wit van de vorst. De lucht is zo ijzig dat de zee relatief warm aanvoelt, al geeft de thermometer 5 graden aan. Ik moet achteruit zwemmen omdat de wind sneeuw in mijn gezicht jaagt. Mijn gedachten worden overgenomen, niet door de balsem van opwinding maar door een innerlijke spanning, een gebalde focus van pure overlevingsdrift. Als ik uit het water kom, is mijn lichaam rood als een kreeft.
Ik had gedacht dat er een grens is aan wat ik aankon, maar nu wordt me duidelijk dat dat niet het geval is. Les Bonnets Rouges maken zich vrolijk over de sneeuwstorm: ‘Oef! Het was wel frisjes! Maar nu is het gelukkig weer 7 graden!’ Ik heb het ergste van de winter doorstaan. Ik koop narcissenbollen en zie ze vrolijk geel openbloeien.
Yann, een vriend van me in het dorp, heeft het zwaar, hij heeft multiple sclerose. Hij is in de veertig en in het verleden surfte hij de hele winter door, werkte hard voor zijn gezin en zorgde voor zijn zesjarige tweeling; nu is hij uitgeput, zowel lichamelijk als geestelijk. Als hij na een aanval terugkeert uit het ziekenhuis weet ik hem over te halen mee te gaan zwemmen. Het zeewater is inmiddels een milde 9 graden, koud genoeg om oningewijden af te schrikken, dus ik zegt dat hij beter een wetsuit kan aantrekken.
Verkwikkend
‘GODVER wat is dit koud!’ roept hij, terwijl hij tot aan zijn middel het water in waadt. Een paar minuten later laat hij weten: ‘Het wordt al iets beter.’ Nog weer een paar minuten later ligt hij te dobberen. ‘AIIEE! Het is koud als het bij je nek naar binnen druppelt!’
‘Tja,’ zei ik plagerig. ‘Als je geen wetsuit draagt, heb je daar allemaal geen last van.’
Yann gaat de volgende dag weer zwemmen, en de dag erna ook. Elke dag wordt het ietsje makkelijker, precies zoals het bij mij ging. Elke keer zegt hij na afloop dat hij zich een stuk beter voelt – ‘super bien’ – en met een glimlach verlaat hij het strand. ‘Het is verkwikkend! Zelfs als ik denk dat ik moe ben,’ zegt hij, ‘maakt de zee me wakker.’
Caroff erkent dat ze zonder meer verslaafd is. Misschien komt het door alle endorfine, maar naarmate de weken verstrijken merk ik dat het zwemmen steeds minder gaat over de kou, over het trotseren van de kou, maar meer en meer over de waardevolle minuten van verwondering. Ik ervaar een lucide zuiverheid. Ik begin te begrijpen dat het een soort mediteren is, een overgave aan de fundamentele elementen water en licht – en schoonheid: de regen die een grijze sluier over de hele baai legt, de regendruppels die opspatten van het wateroppervlak, de meeuwen die laag over scheren en de aalscholvers met hun sierlijke parabolen. De golven rijzen op, ik sluit mijn ogen tegen het felle zonlicht.
Caroff vertelt me dat ze zelfs na twintig jaar zwemmen nog elke keer verbaasd staat van zichzelf. ‘Soms pak ik mezelf dik in om de hond uit te laten, compleet met jas en sjaal en muts, en vijf minuten later sta ik dan in alleen mijn badpak op het strand – het is bijna alsof het buiten mezelf om gebeurt. Heel vreemd.’
In zee ben ik een raadsel voor mezelf. Ik heb geen idee hoe ik hier ben gekomen, of waar ik mee bezig ben. Het enige wat ik doe is zwemmen en me verwonderen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.