Tag: Verenigde Staten

  • Henrietta Lacks’ cellen zorgden voor talloze medische doorbraken – zonder dat ze toestemming gaf

    Henrietta Lacks’ cellen zorgden voor talloze medische doorbraken – zonder dat ze toestemming gaf

    De erven van Henrietta Lacks hebben een farmaceutisch bedrijf aangeklaagd voor het verkopen van cellen die artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in 1951 bij haar afnamen. Op basis van die cellen werden tal van medicijnen ontwikkeld die miljoenen aan winst opleverden, zonder dat de familie Lacks hierin meedeelde.

    Op 23 juni 2010 schreef Joanna Moorhead in The Guardian: ‘Henrietta Lacks, een eenendertigjarige moeder van vijf kinderen, stierf op 4 oktober 1951 aan baarmoederhalskanker. Hoewel haar ziekte een tragedie was voor haar familie, was het op een bepaalde manier een wonder voor de wereld van medisch onderzoek, en sterker nog, voor ieder van ons op deze aardbol.’

    Een wonder inderdaad, omdat de cellen van Lacks, die uit haar tumor werden gehaald terwijl ze een operatie onderging, in de jaren na haar dood verantwoordelijk zijn geweest voor enkele van de belangrijkste medische sprongen voorwaarts in de geschiedenis. Het poliovaccin, chemotherapie, klonen, het in kaart brengen van genen en ivf: het zijn slechts enkele mijlpalen in de gezondheidszorg, die te danken zijn aan het leven en de dood van de jonge moeder.

    De cellen van Lacks, die bekend staan als HeLa, naar de eerste twee letters van haar voor- en achternaam, vormden de eerste onsterfelijke menselijke cellijn in de geschiedenis. Wetenschappers in het ziekenhuis waar ze stierf, het Johns Hopkins in Baltimore, probeerden al jaren een continu reproducerende cellijn te produceren, maar dat mislukte steeds omdat het niet lukte de cellen in leven te houden. De cellen van Lacks waren de eerste die aansloegen, en waarmee een constant reproducerende lijn van cellen kon worden geproduceerd die letterlijk onsterfelijk zijn.

    Syfilis

    Gewone cellen die uit een menselijk lichaam worden gehaald en in een laboratorium worden bewaard, hebben een beperkte levensduur; maar een onsterfelijke cellijn wordt op zo’n manier gekweekt dat de cellen zich onbeperkt kunnen vermenigvuldigen. Waarom precies de cellen van Lacks gereproduceerd konden worden, terwijl die van honderden andere patiënten niet overleefden, is onduidelijk. het vermoeden is dat er verband bestaat met de hevigheid van haar tumor, die virulenter leek te zijn geworden doordat ze ook aan syfilis leed.

    Toen duidelijk werd dat de HeLa-cellen zich zouden blijven voortplanten, werden ineens allerlei onderzoeken en experimenten mogelijk. Om te beginnen betekende de beschikbaarheid van levende cellen buiten het menselijk lichaam dat artsen celdeling konden waarnemen en ook konden zien hoe virussen zich in de cellen gedroegen. Bovendien was het mogelijk om de cellen bloot te stellen aan omstandigheden die niet ethisch zouden zijn geweest als ze zich in een menselijk lichaam bevonden; artsen konden ze bijvoorbeeld bombarderen met kankerverwekkende stoffen om de resultaten te bestuderen. Dat gebeurde dan ook.

    Lees ook:

    Sinds 1951 zijn HeLa-cellen blootgesteld aan eindeloze toxines, infecties en bestralingen en zijn er talloze medicijnen op getest. En dat alles heeft geleid tot honderden, zo niet duizenden nieuwe inzichten en heeft zo bijgedragen aan de manier waarop de geneeskunde zich in de tweede helft van de twintigste eeuw en het eerste decennium van deze eeuw kon ontwikkelen.

    ‘De lerares wist alleen dat ze zwart was en dat ze in 1951 was overleden aan baarmoederhalskanker’

    Decennialang werden HeLa-cellen routinematig gebruikt in laboratoria over de hele wereld en werden ze geprezen als cruciaal voor doorbraak na doorbraak, maar niemand leek stil te staan bij de persoon erachter. Totdat, zevenendertig jaar na de dood van Lacks, een zestienjarig schoolmeisje genaamd Rebecca Skloot in een biologieles haar lerares hoorde uitleggen hoe kanker begint, en dat de kennis over dat proces was verworven door het bestuderen van HeLa-cellen op kweek. Die cellen, zei de leraar, waren afkomstig van een vrouw genaamd Henrietta Lacks.

    Toen de les voorbij was, liepen de andere studenten al weg, maar Skloot bleef rondhangen. ‘Ik vroeg mijn lerares: wie was deze vrouw Henrietta Lacks? Waar kwam ze vandaan? Had ze kinderen? Maar de lerares wist alleen dat ze zwart was en dat ze in 1951 was overleden aan baarmoederhalskanker.’

    Henrietta Lacks 1920 1951
    Henrietta Lacks circa 1945–1951. – © Wikimedia Commons

    Nadat ze biologische wetenschappen had gestudeerd, wijdde Skloot zich aan wat zij de ‘onsterfelijkheid’ van Lacks noemt, en aan het achterhalen van de waarheid achter de HeLa-cellen. Het resulteerde in het boek The Immortal Life of Henrietta Lacks, dat een van de bestverkochte nieuwe boeken van 2010 werd en vervolgens meer dan zes jaar op de bestsellerlijst van The New York Times stond en uiteindelijk op nummer 1 belandde. Het boek werd in 2017 verfilmd voor HBO, met Rose Byrne als Skloot en Oprah Winfrey als Deborah, de dochter van Lacks.

    ‘Henrietta’s cellen zijn afgenomen zonder haar medeweten en zonder haar toestemming’

    Wat Skloot ontdekte was dat terwijl de cellen van Lacks het aanzien van de moderne geneeskunde veranderden, haar man en kinderen er niet alleen niets van wisten maar ook zelf geen adequate gezondheidszorg kregen. ‘Waar mensen het meest van schrikken, is dat Henrietta’s cellen zijn afgenomen zonder haar medeweten en zonder haar toestemming’, aldus Skloot. ‘Maar dat is de standaardpraktijk, zowel in het VK als in de VS. Als je vóór de operatie een algemeen toestemmingsformulier ondertekent, kunnen eventuele verwijderde cellen later voor onderzoek worden gebruikt en hoeven artsen dit niet te laten weten.’

    ‘Het algemene standpunt van de medische wetenschap is dat cellen die van een individu zijn afgenomen en voor onderzoek worden gebruikt, ten goede komen aan het algemeen welzijn, en dat het oké is om ze te gebruiken. Maar het verhaal van Lacks laat zien dat dat niet zo is, in ieder geval niet in Amerika. Want Henrietta’s cellen werden gebruikt om medische behandelingen te ontwikkelen, maar die behandelingen waren alleen bereikbaar voor mensen die een zorgverzekering konden betalen. Verarmde gezinnen, zoals de familie Lacks, waren precies de gezinnen die dat niet konden.’

    Rechtszaak

    Tot overmaat van ramp maakten de cellen van Lacks farmaceutische bedrijven ook nog eens rijk. Meer specifiek verkochten celbanken en biotechbedrijven flesjes met haar cellen: de gangbare prijs voor een tube HeLa-cellen was in 2010 ongeveer 260 dollar. Geen cent van de winst die haar cellen hadden helpen genereren, ging naar haar nabestaanden. Terwijl de cellen van hun moeder wereldwijd wetenschappelijke bekendheid verwierven, was voor de familie Lacks geen fortuin weggelegd.

    Tot zover The Guardian in 2010. Mogelijk komt er nu een wending in het verhaal dat zo tragisch verliep voor de familie Lacks: nabestaanden hebben het farmaceutische bedrijf Thermo Fisher Scientific aangeklaagd. Ze beschuldigen het bedrijf ervan cellen van Lacks te hebben verkocht die artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in 1951 zonder haar medeweten of toestemming hebben afgenomen, aldus een recent artikel The Guardian.

    ‘De HeLa-cellijn is de eerste lijn van menselijke cellen die met succes werd gekloond’ en die sindsdien voortdurend is gebruikt ‘voor onderzoek dat bijna elk domein van de geneeskunde heeft beïnvloed’, aldus de advocaten van de nabestaanden in een persbericht.

    Thermo Fisher Scientific, uit Waltham, Massachusetts, heeft willens en wetens weefsel in massa geproduceerd en verkocht, dat door artsen in het ziekenhuis van Lacks was afgenomen binnen ‘een raciaal onrechtvaardig medisch systeem’, aldus de federale aanklacht.

    Volgens de aanklacht jaagde een groep witte artsen van Johns Hopkins in de jaren vijftig op zwarte vrouwen met baarmoederhalskanker

    De rechtbank van Baltimore wordt gevraagd om Thermo Fisher Scientific te gelasten ‘het volledige bedrag van de nettowinst die is verkregen door de HeLa-cellijn te commercialiseren over te maken naar de erven Henrietta Lacks’. Daarnaast wordt verlangd dat het Thermo Fisher Scientific permanent wordt verboden om de HeLa-cellijn te gebruiken zonder toestemming van de nabestaanden. Op zijn website zegt het bedrijf dat het jaarlijks ongeveer 35 miljard dollar aan inkomsten genereert.

    Volgens de aanklacht jaagde een groep witte artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in de jaren vijftig op zwarte vrouwen met baarmoederhalskanker, waarbij weefselmonsters uit hun baarmoederhals werden weggesneden zonder medeweten of toestemming.

    ‘De uitbuiting van Henrietta Lacks vertegenwoordigt helaas de gemeenschappelijke strijd die zwarte mensen door de geschiedenis heen hebben meegemaakt’, aldus de aanklacht. ‘Zwart lijden heeft geleid tot enorme medische vooruitgang en winsten, zonder eerlijke compensatie of erkenning.’

    Een van de advocaten van de familie is Ben Crump, een in Florida gevestigde burgerrechtenadvocaat die de afgelopen jaren nationaal bekendheid kreeg als vertegenwoordiger van de families van Trayvon Martin, Michael Brown, Breonna Taylor en George Floyd, de zwarte mensen wier dood door toedoen van politie en burgerwachten nieuw leven inblies in een nationale beweging voor politiehervorming en raciale rechtvaardigheid.

    Het Johns Hopkins-ziekenhuis zegt dat het zijn omgang met Lacks en haar familie na meer dan vijftig jaar en na de publicatie van het boek van Rebecca Skloot in 2010 met andere ogen bekijkt.

    ‘Op verschillende momenten in de afgelopen decennia hadden we als Johns Hopkins meer kunnen doen en moeten doen om de familie van Henrietta Lacks te informeren en samen te werken uit respect voor hun privacy en hun persoonlijke belangen’, zo meldt het Johns Hopkins-ziekenhuis op zijn website.

    Lees ook:

  • De dodemansroute van Haïtiaanse migranten door het Colombiaanse oerwoud

    De dodemansroute van Haïtiaanse migranten door het Colombiaanse oerwoud

    Het is niet bekend hoeveel mensen er elk jaar omkomen in het ondoordringbare oerwoud van de Darién, tussen Colombia en Panama. Maar dat het er veel zijn, is duidelijk. De autoriteiten gaan een ‘humanitaire corridor’ opzetten voor de migranten, die het liefst zo snel mogelijk doorreizen naar de Verenigde Staten.

    ‘Salomon is afgelopen week omgekomen in de jungle.’ Jeff Sagasse, een lange en slungelige Haïtiaan die bijna perfect Spaans spreekt, vertelt het met koele berusting alsof Salomons lot onvermijdelijk was. In een restaurant in Necoclí, een kuststadje in Colombia waar meer dan tienduizend migranten zich hebben verzameld die op doorreis zijn naar Panama, haalt hij zijn mobiele telefoon tevoorschijn en laat een foto zien. Vanonder een breedgerande rode hoed kijkt Raymond Salomon in de camera. Boven zijn foto staat een kruis met een boodschap in het Haïtiaans Creools: ‘Het nieuws heeft me erg veel verdriet gedaan. Rust in vrede, mijn vriend.’ Een Haïtiaan die in Chili verblijft, heeft dit berichtje op Whatsapp geschreven. Ze vertellen dat hij tweeënveertig jaar oud was, bouwvakker, en dat hij met acht familieleden de dichte jungle van de Darién wilde doorkruisen, maar dat hij in een gezwollen rivier is verdronken. Niemand kon hem redden. Zijn lichaam is opgeslokt door de jungle. ‘Salomon was een erg goede bouwvakker. Voor hij vertrok heb ik nog tegen hem gezegd dat hij heel goed moest oppassen. Maar nu is hij er niet meer,’ vertelt Irvens Norvilus, een andere Haïtiaan die vanuit Chili op het punt staat naar de Darién te vertrekken.

    De autoriteiten weten niet precies hoeveel migranten er zijn omgekomen tijdens pogingen om Panama te bereiken. Het is stap één van de lange reis via Costa Rica en Mexico naar de Verenigde Staten, waar ze hun Amerikaanse droom willen waarmaken. Degenen die het wel is gelukt, vertellen dat de 500.000 hectare grote Darién een van de gevaarlijkste grenspassages van heel Zuid-Amerika is. En dat dit vochtige en ondoordringbare oerwoud een kerkhof is.

    Aan alle kanten loert gevaar en dat weten de Haïtianen. Maar erover praten doen ze niet. Anderen zeggen dat ze geen keus hebben. ‘Gisteren moest ik huilen. Maar toen ik mijn familie belde, zei mijn zus tegen me: “Wat je ook doet, kom niet terug. Je bent al zo ver gekomen, niet opgeven”,’ vertelt de Dominicaanse Surys Rivera die meereist met een groep Haïtianen. Ze is op zoek naar een fles creoline, een ontsmettingsmiddel dat zou helpen tegen slangen en andere wilde dieren in de jungle. In haar koffer heeft ze behalve kleding en wat pijnstillers, ook drie inhalatoren omdat ze astmatisch is. Ze is vertrokken uit Chili en is al door Peru, Ecuador en Colombia gereisd. Onderweg heeft ze van alles weggegeven om minder bagage te hoeven meeslepen. Ze geeft haar mobiele nummer om ons op de hoogte te houden van de doortocht waar ze twee dagen geleden aan is begonnen. Maar nog steeds geen teken van leven. Migratie is een gebed zonder einde, een mobiel zonder signaal en onbeantwoorde appjes.

    Villa Haití

    Het is druk op de pier van Necoclí. Sinds juli staan er bijna elke dag duizenden Haïtiaanse mannen en vrouwen met kinderen op de arm in de rij om aan boord te gaan. Ze willen weg uit deze kustplaats van zeventigduizend inwoners (de stadskern heeft er twintigduizend) waar ze al enkele dagen zijn om naar Capurganá te gaan, de laatste plaats vóór de jungle van de Darién.

    Afrikaanse muziek moet het opnemen tegen de Colombiaanse vallenatos die uit een luidspreker schallen. Door een megafoon leest een verkoper de namen voor van migranten die een plaatsje hebben weten te bemachtigen. Hij telt tot elf en vraagt ze een mondmasker op te doen, maar niemand luistert. De klamme hitte is verstikkend. Een Haïtiaans stel met een baby lukt het niet op de boot te komen. Ze komen uit Brazilië en spreken geen Spaans. Ze konden geen kaartje krijgen van een commerciële maatschappij en moeten dus nog een dag wachten, of het met een illegale boot wagen. De wanhoop straalt van ze af, maar ook zij kunnen daar niet aan toegeven.

    Een paar blokken verder probeert een grote groep Haïtianen een boot te bemachtigen om de overtocht mee te wagen. Dit gebied waar opeengepakt op legale boten zo’n duizend mensen per dag vertrekken, wordt Villa Haití genoemd. Volgens de Panamese autoriteiten zijn alleen al in juli, zo’n achttienduizend migranten het land binnengekomen. De Haïtianen reizen in groepen van familieleden, vrienden en buurtgenoten zodat ze elkaar in de jungle kunnen helpen, mocht dat nodig zijn. Een dag voor de reis sturen ze iemand vooruit om kaartjes te kopen. Het lukt alleen niet altijd om genoeg kaartjes te krijgen, dus vallen de groepjes op het moment van vertrek vaak uiteen.

    ‘Dit is humanitaire hulp, maar we moeten er ook aan verdienen, papi

    ‘Alle kinderen boven de twee jaar moeten betalen. Er kunnen maar tweeënnegentig personen op de boot maar we zijn met vierennegentig. De enige optie is dat één persoon uit de groep van boord gaat,’ zegt een Colombiaan die de boten regelt. ‘Dit is humanitaire hulp, maar we moeten er ook aan verdienen, papi.’

    Migranten betalen 55 dollar voor de overtocht naar Capurganá. Ze dragen reddingsvesten en de reis is goed verzorgd. Hun koffers zijn beschermd met zakken en er hangt een naamlabel. Maar het kaartje kost meer dan het dubbele dan wat toeristen betalen voor deze boottocht. Want in Necoclí wordt de veiligheid van een migrant berekend in dollars. In de hele stad kun je ermee betalen en ook de detailhandel heeft een impuls gekregen. Hoe duurder, hoe veiliger, zeggen ze dan. Ook al is dat in werkelijkheid niet zo.

    Wie geld genoeg heeft en bang is voor de jungle, betaalt liever een illegale boot die in donkere nachten uitvaart wanneer het rustig is op zee. Ze betalen tot 450 dollar per persoon aan coyotes – zoals de migrantensmokkelaars worden genoemd – die ze rechtstreeks naar Panama varen. ‘Zo mijd je een gevaarlijk tocht van acht dagen vol ravijnen en berovingen,’ vertelt een lokale bron.

    ‘Iedereen denkt dat wilde dieren het ergste probleem zijn, maar het grootste gevaar zijn de criminelen’

    ‘Iedereen denkt dat wilde dieren het ergste probleem zijn, maar het grootste gevaar zijn de criminelen. Zij schenden de rechten van hun medemens,’ verklaart Juan Francisco Espinosa, directeur van Migración Colombia.

    Op zee zijn migranten ook niet veilig. In januari dit jaar verging een boot met Haïtianen aan de Colombiaanse kant van de baai van Pinorroa. Er zijn drie lichamen teruggevonden onder wie een meisje van zes. Vier andere migranten worden nog steeds vermist. Daarvoor verdronken in 2019 eenentwintig Afrikanen onder wie een baby van één. ‘Het werkelijke aantal doden wordt gemaskeerd omdat het om illegale migratie gaat. Dat geldt ook voor de Darién,’ vertelt Espinosa.

    Migranten betalen altijd een ‘gids’, die 120 dollar per persoon rekent om ze veilig door het gewelddadig gebied te loodsen waar het stikt van de gewapende groepen zoals de Clan del Golfo. ‘Mensen die hiernaartoe willen komen, druk ik op het hart dat niet te doen. Het oerwoud is veel te gevaarlijk. Ze hebben me alles afgepakt en ze hebben me nog net niet vermoord. De gidsen lieten ons op dag twee al stikken,’ vertelt een Venezolaan die de Darién al heeft doorkruist. Uit meerdere getuigenissen die op de stranden van Necoclí de ronde doen, blijkt dat roof, verkrachting en moord aan de orde van de dag zijn.

    Effect van de pandemie

    Deze humanitaire crisis is niet nieuw, maar wordt door de coronapandemie weer aangewakkerd. Na de aardbeving van 2010 zijn veel migranten vanuit Haïti naar Brazilië en Chili getrokken. En door de economische gevolgen van lockdowns in die landen, zijn ze opnieuw over het Zuid-Amerikaanse continent gaan zwerven. ‘Ik had een discotheek, maar door de lockdown moest die dicht, vertelt Sagasse. Hij is zesentwintig jaar oud, gaat gekleed als een basketballer en draagt een gouden ketting om zijn nek. Hij zegt dat hij de president van Colombia graag zou willen spreken. ‘We hebben goed transport nodig, een humanitaire corridor naar Panama. We willen helemaal niet in Colombia blijven. We zijn hier alleen op doorreis naar de Verenigde Staten of Canada.’

    Maar ook al gaat het hier om transitmigratie, toch heeft dat grote gevolgen. Volgens Migración Colombia is dit de grootste migratiebeweging binnen de regio van de laatste vijftien jaar. In 2016 waren er 34.000 transitmigranten, in 2019 19.000 en in 2020 4000. En nu zie je een inhaalslag op de lagere cijfers van 2020, voegt directeur Espinosa toe.

    Over corona heeft bijna niemand het

    De opeenhoping van migranten in het stadje Necoclí wordt aangemerkt als een gezondheidscrisis. Een arts van het gemeenteziekenhuis dat gratis zorg verleent op het strand, vertelt dat de kinderen vaak diarree hebben en de volwassenen vaak griep. Over corona heeft bijna niemand het. Vlakbij verstrekt een stand van het Instituto de Bienestar Familiar (Instituut voor Gezinswelzijn) zwangere vrouwen en kinderen voedingssupplementen. Maar daarmee houdt de overheidshulp op.

    Allerlei geruchten doen de ronde. Migranten klampen zich vast aan de kleinste zekerheden: een foto, een spraakberichtje van iemand die het is gelukt de grens over te steken. En wanneer ze zich niet aan de journalisten ergeren, komen ze naar hen toe om te vragen of ze meer weten van een mogelijke humanitaire corridor. ‘Weet u of het klopt dat alleen Cubanen en Venezolanen worden doorgelaten?’ vraagt de Cubaanse Julio Chacón. Hij is via Suriname naar Venezuela gereisd, vervolgens naar Colombia en werkt nu hier in de bediening om de tocht door het oerwoud te kunnen betalen.

    ‘We hebben gehoord van verkrachtingen, berovingen en moorden in de jungle’

    Hetzelfde lot is een groep Venezolanen beschoren die te voet in Necoclí zijn aangekomen en in tenten op het strand leven. Onder leiding van Saida González, een Venezolaanse ex-militair die steeds in huilen uitbarst als ze over haar uniform praat, pleiten ook zij voor een veilige corridor naar Panama. ‘We hebben gehoord van verkrachtingen, berovingen en moorden in de jungle,’ vertelt een vrouw naar aanleiding van de filmpjes van landgenoten waarop doden te zien zijn.

    De Colombiaanse en Panamese autoriteiten hebben besloten humanitaire oplossingen te zoeken voor een ‘ordelijke en veilige doortocht van migranten’. De Panamese minister van Buitenlandse Zaken Érika Mouynes heeft gezegd maandag een bezoek te brengen aan de haven van Necoclí om het aantal migranten te bepalen dat ordelijk en veilig kan worden opgevangen. ‘We willen niet dat migranten het risico lopen te verdrinken of de Darién te moeten doorkruisen waar het veel te gevaarlijk is. Er zijn veel vrouwen en kinderen bij betrokken,’ voegt haar Colombiaanse collega Martha Lucía Ramírez toe.

    ‘Veel mensen verdrinken tijdens de overtocht, ik wil niet dat mij dat overkomt’

    Voor velen zoals Salomon of de baby uit Congo-Kinshasa die in 2019 omkwam, komt die corridor te laat. Dat geldt ook voor Surys die, als haar astma zijn tol niet heeft geëist, nu bezig is met de vijfde dag van haar tocht door de jungle.

    Want zolang er geen maatregelen worden genomen, zullen de migranten blijven komen. Guerlande Lesperance is eenentwintig jaar oud, mager en erg bang: ze kan niet zwemmen. Daags voordat ze aan boord ging van de boot die haar rechtstreeks naar Panama zou brengen, was ze als de dood dat ze zou verdrinken, terwijl haar familie moest toekijken en niemand haar kon redden. ‘Veel mensen verdrinken tijdens de overtocht, ik wil niet dat mij dat overkomt,’ vertelde ze. Net als veel andere migranten heeft ze haar mobiele nummer doorgegeven. Maar ze heeft nog steeds niet geantwoord.

  • G20 belooft Afghanistan te behoeden voor humanitaire crisis

    G20 belooft Afghanistan te behoeden voor humanitaire crisis

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU haalt 12 miljard euro op met ’s werelds grootste uitgifte van groene obligaties

    » Goudexport uit Bolivia groeit

    G20 belooft Afghanistan te behoeden voor humanitaire crisis

    Nu de Afghaanse burgerbevolking wordt geconfronteerd met een dreigende humanitaire crisis, staat de internationale gemeenschap voor een dilemma: ‘Hoe het Afghaanse volk te helpen, zonder de talibanregering te erkennen’, vat BBC samen.

    Tijdens een spoedtop van de G20-landen op dinsdag waren de deelnemers het er unaniem over eens dat de crisis in Afghanistan met voorrang moet worden aangepakt. De financiële middelen van de banken raken er uitgeput, de ambtenarensalarissen worden niet meer uitbetaald en de voedselprijzen rijzen de pan uit, wat zou kunnen leiden tot een wijdverspreide hongersnood. ‘Het is zeer moeilijk voor te stellen hoe het Afghaanse volk kan worden geholpen zonder de taliban daarbij te betrekken (…), maar dat betekent niet dat wij hen moeten erkennen’, aldus Mario Draghi, de Italiaanse premier en gastheer van de topontmoeting.

    ‘De Europese landen willen “een ineenstorting” van Afghanistan voorkomen‘

    Het overgrote deel van de internationale hulp zal via de Verenigde Naties verlopen. Maar er zal ook rechtstreekse hulp van land tot land komen, ondanks de weigering van de meeste regeringen om het talibanbewind officieel te erkennen. De Europese Unie heeft een miljard euro toegezegd. ‘De Europese landen willen “een ineenstorting” van Afghanistan voorkomen‘, verklaart het Belgische dagblad L‘Echo.

    De regering-Biden handhaaft ‘een voorzichtige houding ten aanzien van het verlenen van meer steun aan het door de taliban geregeerde land’, merkt The New York Times op. ‘Ze is nog steeds haar aanpak aan het bepalen van een Afghaanse regering die geleid wordt door een groep die al twintig jaar tegen de Verenigde Staten vecht.‘ Dinsdag riepen de regering-Biden de G20 op zich te concentreren op terrorismebestrijding en de veilige overdracht van asielzoekers en vreemdelingen uit Afghanistan.

    Het vrijgeven van miljarden dollars aan bevroren Afghaanse tegoeden is niet aan de orde

    De VS en de EU hebben dinsdag in Doha ook voor het eerst een ontmoeting gehad met een talibandelegatie. Een bron dicht bij de regering-Biden vertelde nogmaals aan The New York Times dat Amerikaanse functionarissen zich concentreerden op terrorismebestrijding en veilige evacuatie van mensen uit Afghanistan. De door de taliban geëiste ‘belangrijkere en veel zwaarwegendere beslissingen’, ‘zoals het verlenen van diplomatieke erkenning of het vrijgeven van miljarden dollars aan bevroren Afghaanse tegoeden’, zijn echter niet aan de orde.

    ‘Bijna twee maanden na de ineenstorting van de voormalige, door het Westen gesteunde Afghaanse regering en de invasie van Kaboel door de taliban, probeert de talibanregering andere landen ertoe te bewegen betrekkingen met haar aan te knopen om een catastrofale economische crisis af te wenden’, aldus Al-Jazeera. ‘Maar de groep weigert ook terrein prijs te geven door toe te zeggen dat meisjes weer naar school mogen, een van de belangrijkste eisen van de internationale gemeenschap.’

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/in-afghanistan-vestigt-zich-een-nieuwe-orde/
  • Gegevens van 1,5 miljard Facebook-gebruikers te koop aangeboden

    Gegevens van 1,5 miljard Facebook-gebruikers te koop aangeboden

    » Griekse bevolking krimpt en vergrijst

    » Situation Room wordt gerenoveerd

    Gegevens 1,5 miljard Facebook-gebruikers te koop aangeboden

    Een gebruiker heeft op darknet een database aangeboden die de gegevens van 1,5 miljard Facebook-accounts zou bevatten, bericht de Oostenrijkse krant Der Standard. De gegevens zouden zijn verzameld door middel van webscraping, het uitlezen van online inhoud. Er wordt dan niet ingebroken in systemen, maar publiek beschikbare gegevens worden verzameld en geëvalueerd in een database.

    Lees ook:

  • Situation Room wordt gerenoveerd

    Situation Room wordt gerenoveerd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Griekse bevolking krimpt en vergrijst

    » Gegevens van 1,5 miljard Facebook-gebruikers te koop aangeboden

    Situation Room wordt gerenoveerd

    De Situation Room, de streng beveiligde ruimte in het Witte Huis, waar respectievelijk Barack Obama en Donald Trump op videobeelden zagen hoe Amerikaanse troepen Osama bin Laden en Abu Bakr al-Baghdadi doodden en waar Joe Biden in augustus vernam dat een zelfmoordterrorist dertien Amerikaanse militairen in Kaboel doodde, is hoognodig aan renovatie toe. Sommige apparatuur is in vijftien jaar niet vernieuwd, schrijft The Japan Times.

    Voor het eerst sinds 2006 kunnen ‘de beveiliging en technologie’ worden vernieuwd

    Daarom wil het Pentagon de boel voor ongeveer 56,2 miljoen dollar, zo’n 48,5 miljoen euro, gaan opknappen. Dat is inclusief 46 miljoen dollar die al eerder was goedgekeurd voor het renovatieprogramma en 10,2 miljoen dollar aan extra geld.

    Het geld zal onder meer worden gebruikt voor renovaties waardoor voor het eerst sinds 2006 ‘de beveiliging en technologie’ kunnen worden vernieuwd, waaronder ‘de aanleg van een flexibele infrastructuur die voor snellere upgrades kan zorgen’, aldus een begroting van het ministerie van Defensie.

    Lees ook:

  • Onzekere tijden voor Tsjechië | Polen demonstreren voor EU-lidmaatschap

    Onzekere tijden voor Tsjechië | Polen demonstreren voor EU-lidmaatschap

    Tsjechië in onzekerheid na spoedopname president

    President Milos Zeman werd op zondag 10 oktober op de intensive care opgenomen, daags na de parlementsverkiezingen die zijn bondgenoot, de populistische premier Andrej Babis, een nipte nederlaag hadden toegebracht. Door zijn spoedopname is de regeringsformatie opgeschort.

    ‘Tot nu toe waren alle ogen op hem [president Zeman] gericht’, aldus Radio Czech International, ‘want volgens de Tsjechische grondwet is het de verantwoordelijkheid van de president om een regeringsleider te benoemen. Vóór de verkiezingen had Milos Zeman laten doorschemeren dat hij zou kiezen voor de aftredende premier, zijn bondgenoot, de miljardair en populist Andrej Babis. Babis verloor de parlementsverkiezingen echter van de centrumrechtse coalitie SPOLU (‘Samen’), die 27,78 procent van de stemmen haalde tegen 27,14 procent voor de partij van de zittende president.

    ‘Een andere regering zou Tsjechië distantiëren van de populistische partijen in Hongarije en Polen’

    ‘Een andere regering zou Tsjechië distantiëren van de populistische partijen in Hongarije en Polen, die steeds vaker worden bekritiseerd voor het schenden van de democratische waarden van de Europese Unie’, analyseert CNN.

    Ondanks de nipte overwinning van de centrumrechtse coalitie ‘heeft de Tsjechische president nog steeds de vrije hand om te bepalen wie een nieuwe regering mag vormen’, merkt Frankfurter Allgemeine Zeitung op. ‘In het verleden heeft hij, dankzij een ruime interpretatie van zijn grondwettelijke bevoegdheden, Babis verscheidene malen benoemd, ondanks een gebrek aan meerderheden en een motie van wantrouwen.’ Maar de gezondheidstoestand van het 77-jarige staatshoofd is uiteraard ‘een factor van onzekerheid’, concludeert het Duitse dagblad.

    Premier Babis kwam onlangs in het nieuws omdat hij betrokken zou zijn bij brievenbusfirma’s in belastingparadijzen, zoals bleek uit de Pandora Papers.

    Lees ook:


    Desinformatie via Facebook

    In aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen van 2020 werden de populairste Facebookpagina’s die zich richtten op Amerikaanse christenen en zwarten, beheerd door Oost-Europese trollenfabrieken, zo blijkt uit een gelekt intern onderzoek van Facebook, bericht MIT Technology Review. De pagina’s maakten deel uit van een groter netwerk dat bijna de helft van alle Amerikanen bereikte.

    ‘Het is ons platform dat deze trollen een enorm bereik geeft’

    Door de gecoördineerde acties van de trollenfabrieken, grotendeels gevestigd in Kosovo en Macedonië, werden maandelijks 140 miljoen Amerikanen bereikt, waarvan 75 procent geen van de pagina’s volgde. Ze kregen de inhoud voorgeschoteld door Facebook zelf. ‘In plaats van dat gebruikers ervoor kiezen deze inhoud te ontvangen, is het ons platform dat deze trollen een enorm bereik geeft’, aldus Jeff Allen, voormalig datawetenschapper bij Facebook en auteur van het onderzoek.

    Het interne onderzoek laat zien dat de trollenfabrieken zich richtten op hetzelfde publiek waar Rusland op mikte met een desinformatiecampagne rond de verkiezingen van 2016. Hoewel Facebook sindsdien beterschap beloofde, lijkt het bedrijf weinig te hebben gedaan om het probleem aan te pakken.

    Lees ook:


    Tienduizenden Polen demonstreren tegen ‘Polexit’

    Zondag waren er in verschillende Poolse steden demonstranten op de been om het lidmaatschap EU-lidmaatschap van hun land te verdedigen. De aanleiding was de uitspraak van het Poolse Constitutionele Hof die stelt dat in sommige gevallen het Poolse recht prevaleert boven het Europees recht. Het besluit zou een eerste stap kunnen zijn in de richting van een ‘Polexit‘.

    ‘Ik ben hier omdat ik niet wil dat Polen de EU verlaat’, vertelde Miroslaw, een inwoner van Warschau, aan Financial Times. ‘Ik heb onder het communisme geleefd en ik wil niet dat Polen op een dag terugkeert’, zei hij.

    Lees ook:

  • ‘Kweeknuggets zijn een grote stap voorwaarts voor dier en milieu’

    ‘Kweeknuggets zijn een grote stap voorwaarts voor dier en milieu’

    Cellulaire landbouw, oftewel kweekvlees, lijkt het medicijn voor alle kwalen van de bio-industrie, zoals dierenleed en milieuschade, zonder dat de consument zijn dagelijkse stukje vlees ervoor hoeft op te geven. Het is daarom tijd dat de overheid flink gaat investeren, betogen deze wetenschappers in The Guardian.

    Amerikanen gaan dit jaar een slordige twee miljard kipnuggets eten. Deze frituursnack is een manier om geld te slaan uit wat je overhoudt na het wegsnijden van de borst, poten en vleugels van de pakweg negen miljard bio-industriekippen die in de VS elk jaar worden geslacht. Zoals bij zoveel alledaagse artikelen is ook de productie van kipnuggets in handen van een klein groepje gigantische bedrijven die verantwoordelijk zijn voor een waslijst aan maatschappelijke en ecologische misstanden. En zoals zoveel van de consumptiegoederen die uit dit systeem voortkomen, zijn de nuggets van bedenkelijke kwaliteit, goedkoop, verleidelijk en gemakkelijk weg te kauwen.

    Nuggets bevatten niet eens veel vlees, maar bestaan voor het grootste deel uit vet en allerlei restmateriaal – zoals huid, bot en zenuw- en bindweefsel – dat met allerlei toevoegingen eetbaar wordt gemaakt. De politieke economen Raj Patel en Jason Moore noemen het een gehomogeniseerde hapklare manifestatie van de wijze waarop het kapitalisme zo veel mogelijk waarde aan menselijk en niet-menselijk leven en arbeid onttrekt.

    Cellulaire landbouw

    Maar als kipnuggets symbool staan voor het moderne kapitalisme, dan zijn ze ook rijp voor vernieuwing. Een van de veelbelovendste nieuwe kandidaten om de kipnugget te vervangen is misschien wel een radicaal ander soort vlees: eetbaar weefsel uit de reageerbuis, opgekweekt uit stamcellen in de zogenaamde cellulaire landbouw. Het verkooppraatje voor deze nieuwe technologie volgt het klassieke stramien van Silicon Valley: hiermee kun je een verouderde technologie (in dit geval dieren) overbodig maken en geld verdienen door goed te doen.

    In de intensieve veehouderij, waar de nuggets en ook bijna al het andere door Amerikanen consumeerde vlees worden geproduceerd, blijven de prijzen kunstmatig laag als gevolg van de enorme schaalvoordelen van massaproductie en het afwentelen van de kosten daarvan op mens, dier en milieu. Het leidt tot ontbossing, de uitstoot van honderden miljoenen broeikasgassen per jaar, afschuwelijke arbeidsomstandigheden in slachthuizen en weerzinwekkende staaltjes van dierenmishandeling op veehouderijen, terwijl de sector zich bovendien bezondigt aan prijsafspraken, lobbyt voor minder regelgeving op het gebied van arbeid en milieu en zich sterk maakt voor ongrondwettelijke wetgeving die klokkenluiders moet ontmoedigen.

    Het probleem is dat mensen dol zijn op vlees, dat de mondiale productie en consumptie daarvan nog steeds gestaag toenemen en dat een collectieve bekering tot het vegetarisme niet in het verschiet lijkt te liggen. Dat maakt de intensieve veehouderij zo’n lastig probleem: onmiskenbaar schadelijk, maar politiek en maatschappelijk ook zo diep in ons bestaan verankerd dat je als hervormer niet goed weet waar je moet beginnen. En dan lijkt de cellulaire landbouw een uitweg te bieden: een sociaal-technische ‘hack’ die veel van de in het huidige systeem aangerichte schade kan voorkomen zonder dat de consument er zijn lapje vlees voor hoeft op te geven.

    Het in Australië gevestigde Vow wil buiten de gebaande paden treden met kweekvlees van zebra’s, jaks en kangoeroes

    Die cellulaire landbouw was altijd al voer voor gedachte-experimenten van filosofen en sciencefictionschrijvers, maar begint nu in rap tempo werkelijkheid te worden. In december 2020 hield het in San Francisco gevestigde bedrijf Eat Just in de Singaporese club 1880 het eerste commercieel verkrijgbare kweekvlees ten doop. De gekozen vorm, een kipnugget, was deels symboliek, deels noodzaak: de technologie is nog niet zover dat je er een kipfilet, kippenvlerk of kippenpoot mee kunt maken. Maar in principe kun je straks wel het hele dierenrijk repliceren. Het allereerste prototype van cellulaire landbouw dat aan de wereld werd gepresenteerd, was de hamburger die wetenschappers van de Universiteit Maastricht in 2013 maakten. Het bedrijf dat uit hun project is voortgekomen, Mosa Meat, is nu hard op weg om runderkweekvlees op de markt te brengen. De Israëlische start-up Aleph Farms maakt met 3D-printtechnologie een lendenbiefstuk. Het Singaporese Shiok Meats kweekt garnalen zonder garnalen. Finless Foods uit Berkeley is bezig aan de met uitsterven bedreigde blauwvintonijn. En het in Australië gevestigde Vow wil buiten de gebaande paden treden met kweekvlees van zebra’s, jaks en kangoeroes.

    Lees ook:

    Deze ontwikkeling wordt vooral gedragen door een snelgroeiend aantal start-ups in de grote technologische hubs van de wereld. Die worden gesteund door een wereldwijd netwerk van extreem vermogende beleggers en durfkapitalisten die de afgelopen tien jaar al meer dan zeven miljard dollar in alternatieve eiwitten hebben gestoken, waaronder zo’n 900 miljoen dollar in kweekvlees. Richard Branson, Bill Gates en een hele reeks andere miljardairs hebben zich met hun geld en enthousiasme achter deze technologie geschaard. De Maastrichtse hamburger was mede gefinancierd door Sergey Brin, een van de oprichters van Google. Maar ook grote bedrijven laten zich niet onbetuigd: de farmagigant Merck investeert in Mosa Meats en vleesgigant Tyson Foods financiert het Californische Upside Foods.

    Dat particulier kapitaal overuren draait om met synthetische biologie een omwenteling teweeg te brengen in de traditionele landbouw, is voor zowel voorstanders als critici waarschijnlijk reden genoeg om hun mening hierover al klaar te hebben. Techno-optimisten zien een toekomst voor zich van alom verkrijgbaar ‘schoon vlees’ dat ecologisch en ethisch net zo superieur is aan gewoon vlees als zonne-energie aan steenkool. Tegenstanders zien een toekomst van door het bedrijfsleven gedomineerd laboratoriumvlees dat naadloos past in het manke kapitalistische voedselsysteem dat we hebben.

    Mogelijkheden en gevaren

    In beide zienswijzen zit een kern van waarheid, maar ze gaan er allebei ten onrechte van uit dat de uitkomst al vaststaat. Er was niets onvermijdelijks aan de krachten die het voedselsysteem de afgelopen eeuw in de richting hebben gedreven van steeds verdergaande mechanisering, de uitbuiting van arbeiders en de verwoesting van het milieu: dat was een gevolg van collectieve en individuele politieke keuzes. Wij hoeven dus ook niet de gevangene te worden van monopolisten die een grauwe klodder reageerbuisvlees op ons bord kwakken. Wat wij nodig hebben, is een analyse van de kansen die de cellulaire landbouw biedt: wat deze nieuwe levensmiddelentechnologie, met het juiste beleid en de juiste investeringen, mogelijk kan maken voor consumenten, werknemers, dieren en het milieu.

    Om te begrijpen wat de mogelijkheden en de gevaren van de cellulaire landbouw zijn, hebben we inzicht nodig in het systeem dat hierdoor zou veranderen. Ons huidige landbouwbeleid en de huidige praktijken in de veehouderij richten grote schade aan, en het zal een enorme collectieve inspanning vergen om daar iets aan te doen. Maar de geschiedenis wijst uit dat zulke systemen wel degelijk radicaal kunnen veranderen, zelfs binnen één generatie.

    Voor consumenten kenmerkt het huidige systeem zich vooral door enorme overvloed en lage prijzen. Amerikanen geven nog geen 10 procent van hun besteedbaar inkomen uit aan voedsel, minder dan bijna overal ter wereld, en ze eten maar liefst 122 kilo vlees per jaar, waarvan 55 kilo kip. (Ter vergelijking: in het Verenigd Koninkrijk ligt dat op circa 80 kilo per persoon, waarvan 32 kilo kip. Lager, maar nog steeds ecologisch onhoudbaar.) [In Nederland at men in 2018 gemiddeld 77 kilo vlees per jaar] Die lage prijs eist een hoge tol. Miljarden genetisch identieke kippen slijten een miserabel leven in enorme megastallen die volledig zijn ingericht op maximale efficiëntie en minimale kosten. Drie grote vleesverwerkende bedrijven, Tyson, Perdue en Koch, hebben het grootste deel van de Amerikaanse markt voor kippenvlees in handen. De sector functioneert praktisch als een monopsonie, een kopersmonopolie waarin het aantal afnemers zo gering is dat zij de prijzen en productievoorwaarden dicteren; soms is er sprake van een zodanige verticale integratie dat de industrie bijna de hele waardeketen bepaalt.

    Er is sprake van arbeiders die aan de slachtlijn een luier moesten dragen omdat ze geen toiletpauze kregen

    Dit geeft de industrie een enorme economische macht over boeren, arbeiders en consumenten. Boeren die een contract aangaan met de grote vleesverwerkers, moeten zo hard met elkaar concurreren dat ze blij mogen zijn als ze geen verlies lijden. In de abattoirs verrichten de arbeiders loodzwaar maar laagbetaald en gevaarlijk werk aan razendsnelle slachtlijnen, waar ze honderdveertig kippen per minuut moeten slachten. In een Oxfam-rapport uit 2015 is sprake van arbeiders die aan de slachtlijn een luier moesten dragen omdat ze geen toiletpauze kregen en arbeiders die invalide zijn geworden van de eindeloos herhaalde bewegingen. Verder hebben de kipgiganten Tyson en Pilgrim’s Pride onlangs voor honderden miljoenen aan schikkingen getroffen in rechtszaken over prijsafspraken die tegen hen waren aangespannen door supermarkten, restaurants en individuele consumenten. De concerns zijn zo groot en zo rijk dat ze ook veel politiek gewicht in de schaal leggen. Een sterk staaltje daarvan deed zich voor in april 2020, toen Donald Trump op aandringen van de sector een oude defensiewet aangreep om af te dwingen dat de slachthuizen tijdens de pandemie open bleven, ook al kregen duizenden arbeiders corona.

    Ondertussen heeft het op elkaar proppen van dieren in megastallen en het kappen van bos om land vrij te maken voor de verbouw van voedergewassen de kans op uitbraken van zoönotische ziekten zoals varkensgriep, vogelgriep of covid-19 alleen maar vergroot. En het systeem eist nog meer dodelijke slachtoffers door ziekten die niet eens besmettelijk zijn: de veranderingen in ons eetpatroon hebben in de afgelopen zestig jaar sterk bijgedragen aan de buitengewone groei van het aantal Amerikanen met obesitas, diabetes en hartkwalen.

    Het hele stelsel is primair gericht op het gewin van grondbezitters en grote boerenbedrijven, op kosten van de belastingbetaler

    Er zijn twee factoren die tot deze onverkwikkelijke situatie hebben geleid. De eerste is het door winstbejag ingegeven streven naar steeds grotere efficiëntie in de landbouw dat al minstens twee eeuwen aan de gang is. De tweede is de wildgroei aan stimuleringsprogramma’s voor de landbouw die met name in de VS hebben geleid tot een schier onuitputtelijke voorraad aan landbouwsubsidies, gekoppeld aan een groot gebrek aan regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieu. Het hele stelsel is primair gericht op het gewin van grondbezitters en grote boerenbedrijven, op kosten van de belastingbetaler.

    Dat is nergens zo duidelijk zichtbaar als in de vleessector. Het slachten van dieren werd eind negentiende eeuw al geïndustrialiseerd door de slachthuizen in Chicago, waar veertigduizend zwarte arbeiders en immigranten voor doorgaans lage lonen elk jaar miljoenen runderen en varkens slachtten. Vleesverwerking op zo’n grote schaal vereiste een gestandaardiseerde input (voor het graan en de dieren die daarmee werden gevoerd) ter stroomlijning van het industriële proces. Dat werd gestimuleerd door de Amerikaanse overheid, die in het begin van de twintigste eeuw met behulp van onderzoeksprogramma’s, belastingvoordelen en de promotie van nieuwe technologie op de uitbreiding van de intensieve landbouw aanstuurde – om zo, in de woorden van de historica Deborah Fitzgerald, van elke boerderij een fabriek te maken.

    Verkipping

    Dat resulteerde in de opkomst van de bio-industrie na de Tweede Wereldoorlog. Kip had tot die tijd nooit een belangrijke rol gespeeld in het Amerikaanse eetpatroon, maar kippen bleken bijzonder geschikt voor industrialisatie, omdat ze zich snel voortplanten en je door slim te fokken hun grootte en eierproductie makkelijk kunt beïnvloeden. Met een reclamebombardement wisten de vleesbedrijven een nieuwe markt voor kippenvlees te creëren, en al snel werd het model van de fabrieksboerderij ook overgenomen in de varkenshouderij en leidde het tot de ontwikkeling van steeds grotere rundveehouderijen. Dr. Ellen Silbergeld, een deskundige op het gebied van gezondheid en milieu, noemt dit de ‘verkipping’ van de landbouw.

    Er is geen gebrek aan intelligente progressieve kritiek op dit systeem, alleen behelzen de voorgestelde alternatieven meestal het opknippen van de grote voedselconcerns en de inkrimping of diversificatie van Amerikaanse boerenbedrijven. Maar beter mededingingsbeleid alleen is niet genoeg om iets te doen tegen de schade die de intensieve veehouderij aanricht op het vlak van dierenwelzijn, arbeidsomstandigheden en milieu. Als je de grote concerns opknipt, leidt dat misschien alleen maar tot meer, zij het dan iets kleinere en minder productieve fabrieksboerderijen.

    Biologische groente en scharrelvlees vers van de boerderij is niet wat iedereen wil, laat staan dat iedereen het kan betalen

    En wat betreft de kleine boerderijen die nu al op meer holistische wijze landbouw bedrijven: de gedachte is wel dat die duurzamer zijn, meer werkgelegenheid in stand houden en lokale winkels voorzien van diervriendelijk rundvlees en sappige biologische tomaten van oude rassen. Maar een heel landbouwsysteem van kleine boeren opzetten dat economisch rendabel is en het grootste deel van de bevolking van voedsel voorziet, kan nog weleens een hele opgave worden. Biologische groente en scharrelvlees vers van de boerderij is niet wat iedereen wil, laat staan dat iedereen het kan betalen of überhaupt kan krijgen. Wat mensen wel kunnen krijgen, zijn nuggets. En voorstanders van kleinschalige landbouw kunnen vaak niet goed uitleggen hoe je hun ideeën ook in de praktijk kunt brengen op grotere schaal en voor een prijs die laag genoeg is om de economische status quo te doorbreken, binnen een tijdsbestek waarin dat nog een uitweg biedt uit onze ecologische crisis.

    Intussen zijn de mensen met verstand van de milieueffecten van ons voedselsysteem het er in grote lijnen over eens dat we veel minder vlees moeten eten. Sommigen zien de oplossing in een overstap naar een vegetarisch of veganistisch dieet. En ook in voorstellen die vlees niet in de ban doen, zoals het modeldieet van de EAT-Lancet-commissie, wordt wel aangedrongen op drastische vermindering van de vleesconsumptie, zeker op het noordelijk halfrond, en op afschaffing van de bio-industrie als voornaamste productiemethode. Maar het lijkt erop dat alleen een direct wettelijk verbod op bio-industrievlees tot de benodigde vermindering zou kunnen leiden, en dat is politiek geen haalbare kaart.

    Kiploze nuggets

    En daar komt de cellulaire landbouw om de hoek kijken. Misschien ligt de oplossing voor de verkipping van ons voedselsysteem niet in scharrelkip, maar in de massaproductie van kiploze nuggets.

    Winston Churchill verkondigde al in 1931 dat de mens dankzij de technologie ooit zou kunnen ‘ontkomen aan de absurde noodzaak dat je een hele kip moet kweken om een vlerk of borst te kunnen eten, door deze delen uiteindelijk afzonderlijk te kweken in een daarvoor geschikt medium’. Tot in de jaren negentig kon je die woorden nog aanhalen als een voorbeeld van de futiliteit van de futurologie. Maar door snelle ontwikkelingen in de biotechnologie en de medische wetenschap begint cellulaire landbouw nu werkelijkheid te worden. In de jaren zestig werd de stamcel in kaart gebracht, de bouwsteen van de meeste organismen. In de jaren zeventig werd het mogelijk om spierweefsel in de reageerbuis te kweken, en in 2005 verscheen het eerste gerenommeerde wetenschappelijke artikel over de reageerbuisproductie van vlees.

    Voor zo’n geavanceerde biotechniek is cellulaire landbouw eigenlijk een vrij simpel proces. Het begint met stamcellen, die meestal met een biopsie uit een levend dier worden gehaald. Die cellen gaan in een bioreactor, een aseptisch stalen vat met instelbare temperatuur en luchtdruk, samen met een voedzaam groeimedium, in wezen een soepje van suikers en eiwitten. In die omstandigheden beginnen de cellen zich te vermenigvuldigen en weefsel te vormen. Uit de bioreactor komt een eetbare maar nog weinig appetijtelijke substantie, ‘natte massa’, die vervolgens verder bewerkt moet worden om er nuggets en gehakt en dergelijke van te maken. Het nabootsen van complexere stukken vlees, een filet mignon bijvoorbeeld, vergt nog meer techniek: dan moeten ook spier- en vetcellen worden gekweekt op kleine ‘steigertjes’ van ander materiaal, zoals collageen. Het is een soort bouwkunde, maar dan op microscopisch niveau.

    Met kweekvlees verklein je de kans op ziektes die overspringen van mens op dier

    De potentiële voordelen van deze technologie zijn legio. Uit de meeste analyses van deze procedés blijkt dat ze tot veel minder land- en waterverbruik en minder CO2-uitstoot leiden dan de productie van rundvlees en zuivelproducten. Als de bedrijven dan ook nog gebruikmaken van schone energie (een hele opgave, maar niet onmogelijk) kan dit procedé milieuvriendelijker worden dan de productie van varkens- en kippenvlees. Zo maak je een eind aan het martelen en doden van miljarden dieren per jaar en verklein je de kans op ziektes die overspringen van mens op dier. Reageerbuisvis kan zelfs nog grotere ecologische voordelen opleveren, als je daarmee de druk op bedreigde ecosystemen verlicht en de grootschalige vervuiling terugdringt die de visserij nu veroorzaakt.

    Als er geen slachthuizen meer nodig zijn, komt daarmee ook een eind aan hun inherent slechte arbeidsomstandigheden. De productie van kweekvlees vraagt vooral hoogtechnologische arbeid: onderhoud, controle en afstelling van de bioreactoren, zonder de kwetsbare aseptische omgeving te verstoren die de celgroei vereist. Heel anders dan het razende tempo waarin dieren moeten worden geslacht in abattoirs, met in de VS als bijkomend resultaat ook gemiddeld twee afgehakte handen, vingers, voeten of ledematen per week. Fabrieken voor kweekvlees zouden veel beter betaald werk opleveren dan slachthuizen en ook een veel veiligere en gezondere werkomgeving bieden (zij het waarschijnlijk niet aan dezelfde arbeidskrachten).

    Tegelijkertijd wordt er hard gewerkt aan de ontwikkeling van plantaardige alternatieven voor dierlijke producten. Aangezien die gemaakt kunnen worden met bestaande technologie en gewassen die al op grote schaal worden verbouwd, kunnen de productiemethoden daarvan snel en tegen lage kosten worden opgeschaald. Daarom zullen deze producten op korte termijn waarschijnlijk eerder de strijd aangaan met de conventionele veehouderij. De mondiale markt voor vleesvervangers en zuivel zal de komende vijf jaar naar verwachting groeien tot meer dan 75 miljard dollar, inclusief vegetarische nepkipnuggets van een hele trits bedrijven zoals Beyond, de makers van de Beyond Burger. Maar uiteindelijk bieden die toch niet meer dan knappe imitaties en moeten ze maar hopen dat de consument daar uiteindelijk de voorkeur aan geeft boven vlees.

    Met cellulaire landbouw produceer je echt vlees en kun je proberen de vleesindustrie, goed voor een mondiale omzet van 1 biljoen dollar, op haar eigen terrein te verslaan. Je haalt dan ‘de ethische angel uit de discussie’ over vlees (in de woorden van het Good Food Institute, een internationale organisatie die het gebruik van alternatieve eiwitten propageert) en kunt louter op basis van marktmechanismen proberen het consumentengedrag te beïnvloeden. Dat vergroot de kans dat kweekvlees de traditionele veehouderij werkelijk op zijn kop kan zetten. Wat nu nog luchtfietserij lijkt, kan dan echte kilometers gaan maken.

    Velen zouden liever zien dat iedereen gewoon veganist of vegetariër werd

    Deze visie op cellulaire landbouw lijkt als twee druppels water op het soort grootspraak dat Silicon Valley maar al te graag uitvent. Voor een groeiend aantal critici riekt de hele onderneming naar ‘solutionisme’, het blinde geloof in technologie als panacee voor alle netelige maatschappelijke en politieke problemen. Sommige kritische deskundigen zien in cellulaire landbouw gewoon de zoveelste oefening in ‘ecomodern techno-optimisme’. Volgens hen blijft men blind voor het feit dat ‘daadwerkelijke modernisering concrete en soms heel heftige gevolgen heeft gehad voor de mensen en samenlevingen die gemoderniseerd werden’, in de woorden van Erik Jönsson, geograaf aan de universiteit van Uppsala. Velen zouden liever zien dat iedereen gewoon veganist of vegetariër werd.

    De zorg is reëel dat voedselconcerns en Silicon Valley zulke nieuwe technologieën kunnen gebruiken om hun greep op de voedselvoorziening te verstevigen en hun kwalijke agrikapitalisme met een schijn van milieubewustheid ‘groen te wassen’. De huidige kweektechnieken voor vlees en de daarvoor gebruikte stamcellijnen zijn waardevol intellectueel eigendom, afgeschermd door een hele batterij advocaten en geheimhoudingsclausules. Critici vrezen dat deze nieuwe sector precies hetzelfde gebrek aan transparantie en controleerbaarheid zal vertonen als de industrie die ervoor plaats moet maken. Zij zien in de cellulaire landbouw de slechtste kanten van het huidige voedselsysteem ten top gedreven: de massaproductie van nuggets met een bedenkelijke voedingswaarde die worden verkocht in uniforme fastfoodzaken.

    Een daling van de vraag naar veevoer zou meer ruimte scheppen voor een progressiever voedselbeleid

    Er zijn drie dingen die je hiertegen in kunt brengen. Ten eerste dat de potentiële voordelen van cellulaire landbouw ruimschoots opwegen tegen al deze nadelen. Stel dat met behulp van deze technologie de productie en consumptie van conventioneel vlees drastisch kan worden verminderd: ook al gebeurt dat dan met behulp van het grote geld en het neoliberale agrikapitalisme, dan is dat ethisch en ecologisch nog steeds te verkiezen boven de huidige stand van zaken. Gevestigde vleesbedrijven als Tyson en Cargill zijn per slot van rekening ook geen filantropische ondernemingen die de wereld voeden uit de goedheid van hun hart. Anders gezegd: wie wil suggereren dat een wereld van kweekvlees en van bio-industrie ook maar in de verte met elkaar vergelijkbaar zijn, heeft zijn perspectief op het voedselsysteem verloren.

    Ten tweede kan de cellulaire landbouw, als die op grote schaal wordt ingevoerd, bijdragen aan de hervorming van het landgebruik: een daling van de vraag naar veevoer zou meer ruimte scheppen voor een progressiever voedselbeleid. Als een door de overheid gefinancierde bank zelfs maar een klein deel zou opkopen van de 320 miljoen hectare die in de VS momenteel wordt gebruikt voor de productie van veevoer, zou die vervolgens miljoenen hectares tegen gunstige voorwaarden kunnen doorverkopen voor spannende nieuwe doelen: het opzetten van ecologische en regeneratieve boerderijen, met het oog op gezondere plattelandsgemeenschappen en beter landschapsbeheer; financiële steun voor boerderijen die worden beheerd door een collectief van buurtbewoners of arbeiders; landuitgifte aan mensen uit bevolkingsgroepen die in het verleden structureel werden onteigend of uitgesloten van landbezit; de teruggave van land aan inheemse naties; initiatieven voor de bescherming en verwildering van natuurgebieden. Veel van deze ideeën worden ook omarmd door critici van de nieuwe technologie, die vaak suggereren dat kweekvlees onverenigbaar is met het holistische ecologische ideaal van klein, langzaam en lokaal. Maar al deze ideeën kunnen met commercieel levensvatbare cellulaire landbouw juist makkelijker worden verwezenlijkt.

    Tot slot is het niet inherent aan de technologie van cellulaire landbouw dat die gepaard gaat met durfkapitalisme en een militante opstelling over intellectueel eigendom. Als je wil dat de cellulaire landbouw zijn hooggestemde potentieel waarmaakt, moet je niet alleen somberen over de kwaadaardige invloed van het kapitaal, maar zoeken naar praktische manieren om aan dat kapitalisme paal en perk te stellen. Wat hier nodig is, is de politieke wil en visie om deze technologie uit de greep van het bedrijfsleven te bevrijden en in te zetten voor het radicale doel om het leven van mens en dier overal ter wereld beter te maken.

    Schaalvergroting

    Maar wil de cellulaire landbouw het in de toekomst ook echt beter doen dan het systeem dat het moet vervangen, dan hebben de critici wel gelijk als ze zeggen dat deze nieuwe technologie moet groeien op een manier die de werkelijke kosten van de productie niet afwentelt op arbeiders, consumenten en milieu. Of de productie wel op veilige en betaalbare wijze kan worden opgeschaald, is momenteel nog zeer de vraag, en aan sommige praktijken in de cellulaire landbouw moet beslist een einde komen. Veel bedrijven, waaronder Eat Just met zijn in Singapore gelanceerde nuggets, leunen nog op een techniek waarbij voor het groeimedium van de stamcellen gebruik wordt gemaakt van foetaal kalfsserum, tijdens de slacht gewonnen uit ongeboren kalveren.

    Maar schaalvergroting is misschien evenzeer een maatschappelijke en politieke als een zuiver technische aangelegenheid. Er vindt aan de universiteiten wel onderzoek naar cellulaire landbouw plaats met publiek geld en steun van ngo’s zoals GFI en New Harvest, maar het onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe technieken worden toch merendeels met particulier geld betaald. Er is veel kapitaal nodig voor onderzoek en ontwikkeling en het vinden van commerciële toepassingen. Maar het feit dat de particuliere sector potentie ziet in een technologie die overheden grotendeels genegeerd hebben, is een politiek probleem. Er is behoefte aan publieke instellingen die de cellulaire landbouw zowel stimuleren als in toom houden door middel van overheidsinvesteringen, regelgeving en vergunningen. Bedrijven die zwemmen in durfkapitaal zullen heus wel manieren vinden om de productie van kweekvlees flink op te schalen en goedkoper te maken. Maar het is bijna onvermijdelijk dat ze dat vooral zullen doen om waarde te creëren voor hun investeerders, niet voor het maatschappelijk welzijn.

    Het opschalen en betaalbaar maken van de productie van kweekvlees stuit nu nog op flinke problemen. Volgens een onafhankelijke analyse uitgevoerd voor Open Philanthropy wordt de ‘natte massa’ pas rendabel als de kostprijs 25 dollar per kilo bedraagt. Momenteel kost de productie van dat ruwe product nog 37 dollar per kilo. En dat resulteert in een paradox: het kweekvlees dat men nu kan maken, zou vooral geschikt zijn als vervanging van het meest gestandaardiseerde, breed verkrijgbare, in de fabriek geproduceerde vlees dat er bestaat: de kipnugget. Maar de nuggets van Eat Just kostten 17 dollar per portie: met zo’n prijs kan het op de consumentenmarkt nooit wat worden, en dan was die prijs uit marketingoverwegingen wellicht nog sterk verlaagd. Kipnuggets kosten veel en veel minder dan 25 dollar per kilo – dat is eerder de prijs die je zou betalen voor scharrelrundvlees.

    Investeringen van de overheid in cellulaire landbouw zouden heel goed kunnen passen in de Green New Deal

    De beste oplossing voor deze problemen zou weleens dezelfde strategie kunnen zijn die de Amerikaanse overheid een eeuw geleden hanteerde om de landbouw te industrialiseren: flink investeren in onderzoek en ontwikkeling via openbare universiteiten, nationale laboratoria en royale subsidies. Met al het enthousiasme voor de Green New Deal en de klimaatambities van Bidens regering is er nu ongewoon veel ruimte voor overheidsinvesteringen in duurzame technologie. Substantiële en structurele investeringen van de overheid in cellulaire landbouw zouden heel goed kunnen passen in het beleidspakket dat hier uiteindelijk uit rolt. En in algemenere zin zouden regeringen er goed aan doen om te luisteren naar economen zoals Mariana Mazzucato, die redeneren dat gerichte publieke investeringen in innovatie van cruciaal belang zijn voor het algemeen welzijn. We zien nu al initiatieven voor dit soort proactieve investeringen en regelgeving in staten als Singapore en Israël.

    Dit kan voor het bedrijfsleven de drempel verlagen om er ook in te stappen en kan bijdragen aan de ontwikkeling van regelgeving, zoals een moratorium op het gebruik van kalfsserum en de invoering van sectorbrede veiligheidsnormen. Met regelgeving moet je ook afdwingen dat de kweekvleesindustrie onder vakbondstoezicht komt te staan en dat bij de werving van personeel waar mogelijk voorrang wordt gegeven aan afgevloeide maar gekwalificeerde werknemers uit de conventionele vleesindustrie. Het intellectueel eigendom van de technologie kan in publieke handen blijven.

    De kritiek op cellulaire landbouw is veelal dystopisch: een toekomstvisioen van voedselgiganten die een weerloze bevolking nepvlees door de strot duwen en aan niemand verantwoording hoeven af te leggen. Ironisch genoeg is dat een accurate beschrijving van het voedselsysteem dat we nu hebben. Een wereld waarin de nugget uit de bio-industrie wordt vervangen door een nugget uit de bioreactor zou een grote stap voorwaarts zijn voor dier en milieu. En gepaard aan een vooruitstrevend industrie- en landbouwbeleid kan het ook een grote stap voorwaarts zijn op het gebied van arbeid, publieke investeringen, landgebruik en duurzame landbouw. Nee, dit is geen magische remedie tegen alles wat er mis is met onze voedselproductie; zo’n panacee bestaat niet. Maar het is een begin. Kipnuggets staan misschien voor alles wat er mis is met ons huidige voedselsysteem, maar kweeknuggets zouden best eens kunnen bijdragen aan een duurzamere toekomst.

  • The Facebook Files: ‘Wanhopig gespartel van een platform in verval’

    The Facebook Files: ‘Wanhopig gespartel van een platform in verval’

    Facebook-klokkenluider Frances Haugen toonde aan dat het bedrijf alles doet om de winst te optimaliseren, ook als dat schadelijk is voor gebruikers. Volgens The New York Times bewijst dit niet de almacht van de techreus maar juist het tegendeel: Facebook is bang om marktaandeel te verliezen.

    Op 3 oktober trad een voormalige Facebook-medewerkster, die eerder vernietigende interne documenten over het bedrijf had onthuld, naar voren bij het roemruchte Amerikaanse actualiteitenprogramma 60 Minutes van CBS om haar identiteit te onthullen, schrijft het Amerikaanse tech-nieuwsplatform Vox Recode, dat de zaak analyseert.

    Het gaat om Frances Haugen, voormalig productmanager bij het integriteitsteam van Facebook. De documenten die ze openbaarde vormen de basis voor een explosieve reeks artikelen die The Wall Street Journal (WSJ) publiceerde onder de titel ‘The Facebook Files’.

    Uit die artikelen blijkt dat het bedrijf wist dat zijn producten aanzienlijke schade kunnen aanrichten, zoals een negatieve invloed op de geestelijke gezondheid van tieners, maar dat het nog steeds geen grote veranderingen heeft aangebracht om dergelijke problemen op te lossen.

    ‘Er waren belangenconflicten tussen wat goed was voor het publiek en wat goed was voor Facebook’

    Haugen kwam in 60 Minutes ook met nieuwe aantijgingen, die nog niet aan de orde zijn gekomen in de uitgebreide rapportage van The Wall Street Journal. Zo zou Facebook om financiële redenen zijn normen aangaande de verspreiding van nepnieuws hebben versoepeld na de presidentsverkiezingen van 2020. Die beslissing, kort voor de rellen van 6 januari in het Capitool van de VS, zou de escalatie op 6 januari hebben bespoedigd.

    ‘Er waren belangenconflicten tussen wat goed was voor het publiek en wat goed was voor Facebook. En Facebook koos keer op keer voor optimalisatie van zijn eigen belangen, zoals meer geld verdienen’, aldus Haugen in het 60 Minutes-interview.

    In een interne personeelsnota die twee dagen voor het CBS-interview in bezit kwam van The New York Times, wijst Nick Clegg, de vicepresident Global Affairs van Facebook, de verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen van 6 januari al af. Volgens hem ligt die ‘volledig bij de daders van het geweld, en degenen in de politiek en elders die hen actief aanmoedigden’. Volgens Clegg is Facebook geen ‘primaire oorzaak van polarisatie’.

    Crisis

    Facebook is de afgelopen vijf jaar steeds verder verstrikt geraakt in een pr- en politieke crisis. Maar wat nu speelt is onthutsend voor het bedrijf en de miljarden mensen die zijn producten gebruiken, schrijft Vox Recode. In reactie op documenten die zijn onthuld door Haugen, de klokkenluider, heeft het bedrijf de ontwikkeling van Instagram for Kids onderbroken, twee leidinggevenden voor het Congres laten getuigen en een pr-offensief ontketend dat de reeks artikelen in The Wall Street Journal afdoet als ‘selectieve berichtgeving’.

    ‘Dit is de eerste keer dat ik me zoiets dramatisch kan herinneren, met een anonieme klokkenluider, zoveel documenten en zo‘n grote onthulling’, zegt Katie Harbath, voormalig directeur openbaar beleid bij Facebook en nu betrokken bij het Bipartisan Policy Center en The Atlantic Council tegen Vox Recode.

    Hoewel veel Facebook-medewerkers zich eerder al anoniem of intern tegen het bedrijf hebben uitgesproken, heeft slechts een handvol, zeker op hoog niveau, zich ooit openlijk uitgesproken tegen Facebook. Nooit eerder is er zo veel gedetailleerd bewijs geleverd dat het bedrijf doet alsof het alle kritiek begrijpt, maar ondertussen de systematische schade die het veroorzaakt negeert.

    Evenmin heeft een Facebook-afvallige eerder dergelijke media-aandacht gehad: eerst een reeks onderzoeksartikelen in een groot nieuwsmedium, vervolgens een onthulling op primetimetelevisie en ook een getuigenis voor het Congres en dat allemaal in een tijdsbestek van slechts een paar weken.

    De mate waarin Facebook kennelijk op de hoogte was van de schadelijke effecten van zijn producten en vervolgens die kennis voor het publiek achterhield, heeft ervoor gezorgd dat politici zoals de Democratische senator Richard Blumenthal de tactieken van het bedrijf hebben vergeleken met die van de tabaksindustrie.

    Het bedrijf en zijn leiders noemen aantijgingen altijd simpelweg onwaar en voortkomend uit sensatiezucht

    Facebook heeft gereageerd op alle beschuldigingen met de bekende riedel, die ook werd afgestoken na de kritiek van president Joe Biden dat het platform ‘mensen vermoordde’ vanwege de verspreiding van desinformatie over covid-19. Het bedrijf en zijn leiders noemen aantijgingen altijd simpelweg onwaar en voortkomend uit sensatiezucht. Ze zeggen dat informatie uit context wordt gehaald en dat Facebook niet de enige is die verantwoordelijk is voor de problemen in de wereld. Tegelijkertijd trekt Facebook de geloofwaardigheid van externe onderzoeken naar de werking van zijn platforms stelselmatig in twijfel, aldus Vox Recode.

    Lees ook:

    Dit keer ging het bedrijf zelfs zo ver dat het de bevindingen van interne onderzoekers over de negatieve effecten van Instagram op de geestelijke gezondheid van tieners, in diskrediet bracht. Vorige week verspreidde het bedrijf een geannoteerde versie van het oorspronkelijke onderzoek dat eerder werd gepubliceerd. In de geannoteerde versie zegt Facebook dat de onderzoekers bevindingen waaruit blijkt dat Instagram negatief kan bijdragen aan het lichaamsbeeld van tienermeisjes ‘sensationeler’ hebben gemaakt. Ook zei het bedrijf dat de omvang van het onderzoek beperkt was.

    Het feit dat de resultaten van onderzoek van het eigen personeel worden betwist, laat zien hoe schadelijk de berichten in de documenten van de klokkenluider voor Facebook zijn en hoezeer het bedrijf stappen probeert om het narratief te veranderen, meent Vox Recode.

    ‘Het is een belangrijk moment’, volgens Yaël Eisenstat, voormalig hoofd integriteitsoperaties tijdens verkiezingen van Facebook. Eisenstat werd een uitgesproken criticus van het bedrijf sinds ze in november 2018 vertrok. ‘Al jarenlang kennen we veel van deze problemen, via journalisten en onderzoekers, maar Facebook blijft beweren dat die mensen hun gram willen halen en dat we dus niet moesten vertrouwen op wat ze zeggen. Maar dit keer spreken de documenten duidelijk voor zich.’

    Een belangrijke reden waarom dit laatste schandaal van belang is, is dat politici zich bedrogen voelen door Facebook, omdat ze Mark Zuckerberg eerder hebben gevraagd naar de mentale gezondheidseffecten van Instagram op kinderen en tieners, maar dat het bedrijf zich daarover op de vlakte hield.

    Lees ook:

    In maart vertelde Zuckerberg aan het Congres dat hij niet geloofde dat het onderzoek overtuigend was, en dat ‘het onderzoek in het algemeen laat zien dat het gebruik van sociale media om contact te maken met anderen positief kunnen zijn voor de geestelijke gezondheid’. Maar hij sprak niet over de negatieve bevindingen in het onderzoek dat wordt aangehaald in The Wall Street Journal-artikelen. Daaruit blijkt dat 13 procent van de Britse en 6 procent van de Amerikaanse tieners die Instagram gebruikten en suïcidale gedachten hadden, de wens om zelfmoord te plegen tot Instagram herleidde.

    Het bedrijf deelde deze resultaten van het eigen interne onderzoek ook niet toen de Republikeinse afgevaardigde Cathy McMorris Rodgers en de Democratische senator Ed Markey (D-MA) ernaar vroegen na de hoorzittingen van het Congres in maart.

    Keerpunt

    Steeds meer huidige en voormalige werknemers van Facebook beginnen openlijk de problemen van het bedrijf te bespreken op Twitter en binnen interne communicatiekanalen, volgens de The New York Times. Dit alles ondanks gemelde beperkingen van onderlinge communicatie tussen personeel van het bedrijf, in een poging werknemers het zwijgen op te leggen.

    Sommige onderzoekers die bij het bedrijf werken, schamen zich ervoor dat Facebook de kwaliteit van het werk van zijn eigen personeel afwijst, aldus The New York Times. Facebook klopt zich net als andere grote technologiebedrijven op de borst vanwege de onderzoekers en de technische talenten van wereldklasse die in huis worden gehaald. Maar als het bedrijf zijn eigen imago in de technische en academische gemeenschap verder besmeurt, kan dat gevolgen hebben voor het kaliber van nieuw te werven werknemers.

    ‘Ik denk dat Facebook verkeerd inschat wat voor een keerpunt dit is, niet alleen omdat het publiek nu al deze documenten onder ogen krijgt, maar ook omdat werknemers boos beginnen te worden’, aldus Yaël Eisenstat.

    Haugen heeft de al lang lopende discussies binnen en buiten het bedrijf opnieuw doen oplaaien

    Maar de opening van zaken die Haugen geeft, gaat over veel meer dan over haar alleen. Door duizenden documenten te onthullen die betrekking hebben op het werk van veel mensen in het bedrijf, dat vervolgens grotendeels wordt genegeerd door de top van het bedrijf, heeft Haugen de al lang lopende discussies binnen en buiten het bedrijf over de tekortkomingen van Facebook opnieuw doen oplaaien.

    ‘Haugen heeft een onverbloemde en ongekende kijk gegeven in de mate waarin de Facebook-top de gevolgen van hun eigen producten en beslissingen bewust heeft genegeerd’, zegt Jesse Lehrich, mede-oprichter van de non-profitorganisatie Accountable Tech. ‘En daarmee heeft ze de weg vrijgemaakt voor anderen om zich uit te spreken.’

    Facebook zit in de problemen

    Kevin Roose werpt in The New York Times een ander licht op de ontwikkelingen bij Facebook. Hij ziet een bedrijf dat zich zorgen maakt over zijn toekomstige relevantie.

    ‘Een mogelijke manier om “The Facebook Files” te lezen (…) is als het verhaal van een onstuitbare moloch die de samenleving platwalst op weg naar de bank’, zo begint Roose zijn analyse.

    ‘De serie heeft vernietigend bewijs aan het licht gebracht dat Facebook wist dat Instagram de problemen over het zelfbeeld van meisjes verergerde en dat het probleem rond misinformatie over vaccins veel grote was dan het liet zien, naast nog andere zaken. En het is makkelijk om te denken dat Facebook angstaanjagend machtig is en alleen kan worden aangepakt door agressieve overheidsinterventie.

    Maar er is ook een andere manier om de serie te lezen, en dat is een interpretatie die luider in mijn hoofd weergalmt naarmate elke nieuwe aflevering verscheen.

    En die versie is: Facebook zit in de problemen.

    Geen financiële problemen, of juridische problemen en ook niet het probleem van senatoren die tegen Mark-Zuckerberg schreeuwen. Waar ik het over heb, is het soort langzame, gestage achteruitgang die iedereen die ooit een stervend bedrijf van dichtbij heeft gezien, herkent. Het is een wolk van existentiële angst die boven een organisatie hangt waarvan beste dagen achter de rug zijn, die elke managementprioriteit en productbeslissing beïnvloedt en die leidt tot steeds wanhopiger pogingen om een uitweg te vinden.

    Dit soort achteruitgang is niet per se zichtbaar aan de buitenkant, maar insiders zien er elke dag honderd kleine, verontrustende tekenen van: gebruikers-vijandige pogingen tot groei, paranoia bij het topmanagement, en geleidelijke uitputting van getalenteerde medewerkers.

    ‘Als Facebook zo onstuitbaar is, moet het zichzelf dan echt in de kijker spelen bij acht- tot tienjarigen?’

    De documenten tonen een bedrijf dat bang is macht en invloed te verliezen in plaats van te krijgen, door eigen onderzoek dat aantoont dat veel eigen producten niet zomaar floreren. Het bedrijf doet steeds extremere pogingen om zijn giftige imago te verbeteren en te voorkomen dat gebruikers zijn apps verlaten ten gunste van aantrekkelijker alternatieven.

    Die kwetsbaarheid is te zien in een artikel uit de WSJ-serie dat 28 september werd gepubliceerd. Daarin wordt uit intern Facebook-onderzoek geciteerd, waaruit blijkt dat het bedrijf een strategie heeft ontwikkeld om zich te richten op kinderen, verwijzend naar jonge tieners als een “waardevol maar onontgonnen publiek”. Het artikel levert allerlei aanknopingspunten om verontwaardigd te zijn, zoals een presentatie waarin Facebook-onderzoekers zich afvragen of “afspraakjes van kinderen om samen te spelen benut kunnen worden om mond-tot-mondreclame of groei onder kinderen te stimuleren”.

    Het is niet alleen een idiote, maar ook een onthullende vraag. Want zou een zelfverzekerd, bloeiend socialemediaplatform “speeldafspraakjes moeten benutten” of uitgebreide groeistrategieën moeten ontwikkelen die zijn gericht op tienjarigen? Als Facebook zo onstuitbaar is, moet het zichzelf dan echt in de kijker spelen bij acht- tot tienjarigen?

    Op zoek naar een nieuwe markt

    De waarheid is dat de dorst van Facebook naar jonge gebruikers minder gaat over het domineren van een nieuwe markt maar veel meer over het voorkomen van irrelevantie.

    Facebook-gebruik onder tieners in de Verenigde Staten neemt al jaren af en zal naar verwachting nog verder dalen; interne onderzoekers voorspellen dat het dagelijks gebruik in 2023 met 45 procent zal dalen. Diezelfde onderzoekers onthullen ook dat Instagram (waarvan de groei al jarenlang de afnemende interesse in Facebook zelf aantoont) marktaandeel verliest aan sneller groeiende rivalen zoals TikTok. Jongere gebruikers posten niet meer zoveel inhoud als vroeger. “Facebook is voor oude mensen”, luidde het brute vonnis dat een elfjarige jongen aan de onderzoekers van het bedrijf gaf, zo blijkt uit de interne documenten.

    De problemen van Facebook komen in twee smaken: problemen die worden veroorzaakt door te veel gebruikers, en problemen die worden veroorzaakt door te weinig van het soort gebruikers dat het bedrijf zou willen hebben: cultuurscheppende, trendsettende en door adverteerders begeerde jonge Amerikanen.

    ‘The Facebook Files’ bewijzen het bestaan van beide smaken. In één artikel werd bijvoorbeeld gekeken naar de mislukte pogingen van het bedrijf om criminele activiteiten en mensenrechtenschendingen in ontwikkelingslanden te stoppen; een probleem dat wordt verergerd door de gewoonte van Facebook om uit te breiden in landen waar het weinig werknemers en weinig lokale expertise heeft.

    ‘Trendsetters die je platforms massaal verlaten is een probleem dat je einde kan betekenen’

    Dit zijn problemen die kunnen worden opgelost, of op zijn minst verbeterd, door het aanwenden van voldoende middelen en aandacht.

    Maar het tweede type probleem, trendsetters die je platforms massaal verlaten, is een probleem dat je einde kan betekenen. En dit lijkt het probleem te zijn waar Facebook-managers zich het meest zorgen over maken.

    Neem bijvoorbeeld het derde artikel in de WSJ-serie. Daarin wordt onthuld hoe de beslissing van Facebook in 2018 om zijn nieuwsfeed-algoritme te wijzigen met als doel om “betekenisvolle sociale interacties” te bevorderen, in plaats daarvan een piek in verontwaardiging en woede veroorzaakte.

    Lees ook:

    De verandering van het algoritme werd destijds gepresenteerd als het nobele streven naar gezondere gesprekken. Maar uit interne rapporten blijkt dat het een poging was om een jarenlange achteruitgang in betrokkenheid van gebruikers te keren. Likes, shares en reacties op het platform liepen terug, net als de cijfers van wat ‘original broadcasts’ wordt genoemd. Leidinggevenden probeerden die achteruitgang te keren door het nieuwsfeed-algoritme te gebruiken voor het aanprijzen van inhoud die veel opmerkingen en reacties oplevert, hetgeen ruwweg betekende: “inhoud die mensen erg boos maakt”.

    “Het beschermen van onze gemeenschap is belangrijker dan het maximaliseren van onze winst”, is de reactie van Joe Osborne, een Facebook-woordvoerder. “Beweren dat we een oogje dichtknijpen voor feedback, ontkent onze inspanningen, zoals de veertigduizend mensen die werken aan veiligheid en beveiliging bij Facebook en onze investeringen van 13 miljard dollar sinds 2016.”

    Wanhopig gespartel

    Het is veel te vroeg om Facebook dood te verklaren. De aandelenkoers van het bedrijf is het afgelopen jaar met bijna 30 procent gestegen dankzij sterke advertentie-inkomsten en een piek in het gebruik van sommige producten tijdens de pandemie. Facebook groeit nog steeds in landen buiten de Verenigde Staten en zou daar kunnen slagen, ook als het in eigen land struikelt. En het bedrijf heeft zwaar geïnvesteerd in nieuwe initiatieven, zoals augmented- en virtualreality-producten, die het tij kunnen keren als ze succesvol uitpakken.

    Maar de interne onderzoeken van Facebook vertellen een duidelijk verhaal, en dat is geen vrolijk verhaal. Jongere gebruikers stromen massaal naar Snapchat en TikTok, en oudere gebruikers posten antivaccin-memes en ruziën over politiek. Sommige Facebook-producten krimpen, terwijl andere gebruikers alleen maar boos of onzeker maken.

    Lees ook:

    Critici hoeven niet per se optimistisch te zijn dat de relevantie van Facebook voor jongeren afneemt. De geschiedenis leert dat sociale netwerken zelden gracieus verouderen en dat technologiebedrijven op hun weg naar de uitgang veel schade kunnen aanrichten. Ik denk aan MySpace, dat in toenemende mate sjofeler en met spam gevuld raakte toen het leegliep, en dat eindigde met de verkoop van gebruikersgegevens aan reclamebureaus. Even verachtelijke verhalen zijn te vinden in de annalen van de meeste mislukte apps.

    De komende jaren van Facebook kunnen lelijker zijn dan de afgelopen jaren, zeker als het bedrijf besluit zijn interne onderzoeken en pogingen tot integriteit terug te schroeven als gevolg van de lekken.

    En niets van dit alles wil zeggen dat Facebook niet machtig is, niet gereguleerd zou moeten worden of geen controle behoeft. Het kan tegelijkertijd waar zijn dat Facebook in verval is maar nog steeds een van de meest invloedrijke bedrijven in de geschiedenis is, met het vermogen om politiek en cultuur over de hele wereld te beïnvloeden.

    Maar we moeten defensief gedrag niet verwarren met gezonde paranoia, noch het wanhopige gespartel van een platform verwarren met een vertoon van macht.’

    Lees ook:

  • Gecanceld? Op Substack kun je gewoon terecht

    Gecanceld? Op Substack kun je gewoon terecht

    ​Als uitgevers en sociale media steeds meer bepalen wat journalistieke objectiviteit is, vormt Substack een aantrekkelijk alternatief. Prominente schrijvers vinden op dit platform een nieuw en lonend businessmodel.

    Wie Substack alleen van horen zeggen kent, denkt misschien dat het het nieuwe medium voor rechtelozen is. Want op deze site vol nieuwsbrieven en blogs wemelt het van de ‘gecancelde’ journalisten, die bij de gevestigde media in ongenade zijn gevallen omdat ze politieke lastpakken zijn.

    Bari Weiss, een voormalig columniste van de New York Times, trok zich daar tegenstribbelend terug uit de redactie vanwege haar pro-Israëlische en gematigd conservatieve houding. En Glenn Greenwald, een van de journalisten die Edward Snowden ondersteunen, verliet onder protest het mede door hem opgerichte onlinemedium The Intercept, omdat het zijn kritische exposé over Joe Bidens zoon Hunter niet wilde plaatsen. De homoseksuele alt-liberal Andrew Sullivan ging weg bij New York Magazine omdat hem transfobie werd aangewreven.

    Professionele vrijheid

    Deze namen staan boven aan de lijst van topjournalisten die, uit vrije wil of onder dwang, hun mediahuis hebben verlaten en nu als zelfstandig ondernemer hun geluk beproeven op Substack, dat door de prominente schrijvers die erop publiceren een begrip geworden is. Wat zit er achter deze hype? Toen ze de site in 2017 presenteerden onder de naam Substack-blog, beklaagden de oprichters zich hoogdravend over ‘de ondergang van de grootse journalistieke totems van de afgelopen eeuw’. Om te overleven, aldus het trio Chris Best, Hamish McKenzie en Jairaj Sethi, zouden nieuwsorganisaties tegenwoordig hun heil zoeken bij clickbait, ‘lijstjesjournalistiek’ en fake news.

    Substack daarentegen gaat volgens hen voor een model met abonnees en zonder reclame, voor onafhankelijke schrijvers die kwaliteit willen leveren. Scherp zeilend aan de wind van de tijdgeest en de sharing economy presenteerde het zichzelf als de Uber of Airbnb van de mediabranche. Dat geldt nog steeds: auteurs leveren hun teksten aan en Substack stelt hun de software en een publicatieplatform ter beschikking om te bloggen en hun nieuwsbrieven per e-mail te versturen. Dat is gratis of, wanneer een schrijver een maandelijkse bijdrage van zijn lezers vraagt, kost 10 procent van het abonnementsgeld plus 3 procent provisie. In ruil daarvoor behoudt de auteur zijn redactionele en professionele vrijheid.

    Door de in de VS toenemende druk op politiek lastige of onafhankelijke stemmen in de mediawereld is dit aanbod een schot in de roos. Als uitgevers en sociale media steeds meer bepalen wat journalistieke objectiviteit is en hun libertijnse schrijvers en journalisten voorschrijven wat ze wel en niet mogen schrijven, dan is Substack een aantrekkelijk alternatief, met name voor onderzoeksjournalistiek en reportages, waarvoor in de politieke orthodoxie van menige newsroom geen plaats meer is.

    Ook onbekenden kunnen op Substack aanzien en een behoorlijk honorarium verwerven

    Bovendien loont het: als je duizend betalende abonnees hebt die bereid zijn elke maand 5 dollar te betalen, verdien je meer dan de 45.000 dollar die een journalist in de Verenigde Staten per jaar gemiddeld verdient. Als een topjournalist als Glenn Greenwald zijn 1,6 miljoen volgers op Twitter zou kunnen overhalen een Substack-abonnement te nemen voor datzelfde bedrag, zou zijn bruto inkomen per maand zo’n 750.000 dollar bedragen.

    Maar ook al is niet iedereen een Greenwald, de site is niet alleen een optie voor gevestigde persoonlijkheden en influencers. Zoals pandemieblogger Haley Nahman en hoogleraar geschiedenis Heather Cox Richardson laten zien, kunnen ook onbekenden op Substack aanzien en een behoorlijk honorarium verwerven. Volgens The New York Times schreef Cox Richardson het afgelopen jaar met geschiedkundige onderwerpen een miljoen dollar bij elkaar.

    Substack wordt ook door mediastartups gebruikt. Bij het conservatieve onlineblaadje The Dispatch bijvoorbeeld werken onder leiding van Stephen Hayes, voormalig hoofdredacteur van de opgeheven Weekly Standard, en Jonah Goldberg (voorheen van de National Review) nog geen twintig verslaggevers, documentalisten, vormgevers en administratief medewerkers. The Dispatch verstuurt dagelijks via Substack een aantal nieuwsbrieven, en voor zijn abonnees zijn alle publicaties voor 10 dollar per maand beschikbaar.

    Geen wonder dat Substack populair is bij bloggers: op de site zijn in zestien inhoudelijke categorieën duizenden auteurs te vinden. Ze zijn niet allemaal even populair: terwijl in de categorie ‘geloof’ veertien mensen schrijven, zijn het er op de terreinen economie, cultuur en politiek honderden. Midden vorig jaar had Substack naar eigen zeggen een kwart miljoen betalende lezers. Gezien de toestroom van gevestigde auteurs zullen het er inmiddels aanzienlijk meer zijn.

    Businessmodel

    Toch is het te vroeg om dit als het nieuwe model voor de mediabusiness te zien. Zeker, de site zorgt ervoor dat de backofficekosten laag blijven. Als socialemediaplatform is het naar Amerikaans recht   ̶  net als bijvoorbeeld Facebook   ̶  gevrijwaard van aanklachten wegens schending van de privacy, smaad en laster. E-mailadressen en klantgegevens blijven eigendom van de auteurs, die op elk moment kunnen weggaan. En zoals gezegd, ze blijven verschoond van politieke richtlijnen.

    Maar het businessmodel heeft ook zijn zwakke kanten. Blogs en nieuwsbrieven waarop je je moet abonneren, zijn geen nieuw idee. Concurrenten als Medium, Patreon en Kickstarter volgen een soortgelijke strategie. Ook is Substack volgens CEO Chris Best nog niet winstgevend. Dat alles maakt het platform gevoelig voor disruptie. Het is daarom niet verbazingwekkend dat Substack meer diensten is gaan aanbieden of in de planning heeft. Daartoe behoren juridisch advies, ondersteuning bij de financiering van auteurs met tussen de 3000 tot 30.000 dollar evenals het project Substack Pro, waar bekende auteurs jaarlijkse overeenkomsten tot maximaal 250.000 dollar kunnen afsluiten.

    Op die manier muteert Substack tot iets wat het aanvankelijk juist niet wilde zijn, namelijk een klassiek mediabedrijf. Andere critici vinden dit juist een noodzakelijke ontwikkeling. De Californische mediadeskundige professor Sarah T. Roberts stelde onlangs dat de onafhankelijke auteurs van Substack de autoriteit en het beroepsethos van de journalist ondergraven, omdat ze zich zonder redactionele kwaliteitscontrole en zonder documentatie overgeven aan een nieuwe opiniejournalistiek om daarmee hun zakken te vullen. Dat zou Substack zelf tot een gevaar voor de journalistiek maken.

    Op Substack is geen sprake van selectieve berichtgeving

    Matt Taibbi, een andere topauteur bij Substack, verdedigde zich mede namens anderen fel tegen Roberts’ verwijt. Juist op Substack is geen sprake van selectieve berichtgeving, wat wel het geval is in de newsrooms van de grote media die vanuit een vooropgestelde overtuiging schrijven. Bovendien zouden kranten als The New York Times zich moeten afvragen of zíj de macht controleren of zelf een controleorgaan van de macht geworden zijn.

    Gezien het grote aantal en de verscheidenheid van schrijfsters en onderwerpen op Substack is het moeilijk een oordeel te geven over wie gelijk heeft. Zeker is dat er serieuze en diepgravende reporters actief zijn, zoals Taibbi en de medewerkers van The Dispatch, die worden ondersteund door documentalisten en redacteurs. Een algemeen inhoudelijk oordeel over de inhoudelijke kwaliteit van de journalistiek is, net als bij de gevestigde media, nauwelijks mogelijk. 

    Desondanks zal Substack er waarschijnlijk niet aan kunnen ontkomen zich duidelijker te positioneren. Of ze definiëren zichzelf puur als platform voor schrijvers, of als gatekeeper die de schrijvers ook diensten verleent en hun verplichtingen oplegt zoals dat ook op de redacties en in de newsrooms van de klassieke media gebruikelijk is. Over aandacht hebben ze momenteel in elk geval niet te klagen. Zo probeerden onlineactivisten een paar maanden geleden bij Substack een redactionele zuivering af te dwingen door auteurs die hun niet bevielen op sociale media aan te pakken. 

    Cancel culture

    Uit protest tegen vermeende antitransgenderstandpunten van vooraanstaande Substackauteurs maakte auteur Jude Sady Doyle zijn vertrek bij het platform bekend. Naar eigen zeggen wilde hij voorkomen dat het succesvolle mediabedrijf met haatdragende teksten winst bleef maken en hij riep andere auteurs op zijn voorbeeld te volgen.

    In mediakringen kreeg zijn aanval behoorlijk veel aandacht, tenslotte bespeelt Doyle volop het orgel van de ‘cancel culture’. Doyles voornaamste doelwit was freelancejournalist Jesse Singal, schrijver van een groot en deels kritisch, maar buiten transgenderkringen niet als unfair beschouwd artikel in The Atlantic in 2018 over transgenderkinderen. Singal, inmiddels naar Substack gemigreerd, stelde zich tegen de verwijten luidkeels teweer en weerlegde de aan karaktermoord grenzende laster. Terwijl Substack zich terughoudend opstelde, wakkerde de kwestie de publieke belangstelling voor Singal juist aan. 

    Sommige gearriveerde media zullen uit angst sponsors en adverteerders te verliezen hun handen wellicht van hem hebben willen aftrekken door hem geen opdrachten meer te geven. Maar volgens Singal zelf heeft hij dankzij deze shitstorm meer verdiend dan ooit, en bovendien was het gratis reclame voor zijn nieuwe boek. Ook voor Substack is dat allemaal goed nieuws. 

  • Maak kennis met de hardliners van de taliban

    Maak kennis met de hardliners van de taliban

    Niet lang nadat de internationale troepen Afghanistan verlieten, formeerde moellah Akhund een theocratische regering met oude bekenden en nieuwe gezichten. Zijn zij in staat om stabiliteit te brengen in het door oorlog verscheurde land?

    Moellah Hassan Akhund 

    Akhund is een van de meest vooraanstaande figuren binnen de taliban. Hij was medeoprichter van de beweging aan het begin van de jaren negentig en vicepremier gedurende het talibanregime van 1996-2001. Ook was hij in die periode minister van Buitenlandse Zaken en provinciaal gouverneur.

    Vermoed wordt dat Akhund, die afkomstig is uit Kandahar, de geboorteplaats van de taliban, nauwe banden onderhield met de overleden geestelijk leider moellah Omar.

    Het gezien Akhunds senioriteit en status geen ‘grote verrassing’ dat hij tot hoofd van de nieuwe regering is benoemd

    Tijdens de opstand van de taliban bekleedde Akhund een hoge militaire positie. Ook was hij hoofd van de leiderschapsraad, het hoogste besluitvormingsorgaan van de taliban, dat gevestigd is in de stad Quetta in het zuidwesten van Pakistan.

    Sinds 2001, toen de door de VS geleide invasie de taliban van de macht beroofde, staat Akhund op de terrorismelijst van de VN. De VN noemt hem een van de ‘meest effectieve bevelhebbers van de taliban’ en zegt dat hij geboren is tussen 1955 en 1958.

    Volgens Ibraheem Bahiss, een onafhankelijke Afghaanse onderzoeksanalist, is het gezien Akhunds senioriteit en status geen ‘grote verrassing’ dat hij tot hoofd van de nieuwe regering is benoemd.

    Lees ook:

    Moellah Baradar

    Abdul Ghani Baradar, een veteraan onder de talibanleiders, is degene die het meest op de voorgrond treedt binnen de drie decennia oude militante islamistische beweging. De 53-jarige Baradar was onderbevelhebber van de taliban onder moellah Omar en coördineerde de militaire operaties van de beweging in Afghanistan voordat hij in 2010 in het naburige Pakistan werd gearresteerd.

    ‘Baradar is een sleutelfiguur binnen het leiderschap en de diplomatieke vertegenwoordiging van de taliban’

    Baradar werd door de Pakistaanse autoriteiten gevangengezet nadat hij naar verluidt zonder toestemming van Pakistan, de grootste buitenlandse sponsor van de beweging, gesprekken had gefaciliteerd tussen de Afghaanse regering en bevelhebbers van de taliban. Hij zat acht jaar gevangen in Pakistan, waar veel talibanleiders naartoe waren gevlucht na de door de VS geleide invasie in 2001 die hun wrede regime de kop kostte. Nadat er rechtstreeks overleg op gang was gekomen tussen de taliban en Washington kwam hij in 2018 vrij op voorspraak van de Verenigde Staten en werd hij als hoofd van het politieke bureau van de taliban in Qatar de belangrijkste onderhandelaar van de beweging. In 2020 tekende Baradar tijdens een plechtigheid in Doha een overeenkomst met de speciale Amerikaanse gezant voor Afghanistan Zalmay Khalilzad.

    ‘Baradar is een sleutelfiguur binnen het leiderschap en de diplomatieke vertegenwoordiging van de taliban,’ zegt Graeme Smith, die veel over Afghanistan heeft gepubliceerd en consultant is bij de Brusselse denktank International Crisis Group (ICG). Maar hij noemt het een vergissing om uitsluitend op één talibanleider te focussen. ‘Het leiderschap van de taliban is veel collectiever dan de hiërarchische structuur van andere organisaties,’ zegt Smith. ‘Ze overleggen in brede kring, niet alleen met de leiding maar ook met een aantal raadgevende organen binnen de groep.’

    Baradar is een Durrani Pashtun uit de zuidelijke provincie Uruzgan. De meeste talibanleiders zijn zuidelijke Pashtuns. Zijn nauwe banden met de overleden moellah Omar bezorgde hem de bijnaam ‘baradar’, oftewel ‘broeder’.

    Lees ook:

    Moellah Yaqoob 

    Moellah Yaqoob was vrijwel onbekend tot 2015, toen de taliban de dood erkenden van zijn vader moellah Omar, die ruim twee jaar eerder was overleden in Pakistan. Sindsdien is de ambitieuze Yaqoob hoog opgeklommen binnen de talibangelederen. Na zijn mislukte poging om zijn vader in 2015 op te volgen consolideerde hij zijn macht, eerst als plaatsvervangend leider en daarna als militair opperbevelhebber.

    ‘Moellah Omar was een charismatische leider en er is nog altijd enorm veel respect voor hem’

    Yaqoob, van wie wordt aangenomen dat hij in de dertig is, gaf leiding aan militaire operaties in dertien zuidelijke en westelijke provincies, ondanks zijn gebrek aan ervaring op het slagveld. Hij is opgeleid op enkele streng islamitische seminaries in Pakistan.

    Volgens experts geniet Yaqoob aanzien onder de veldcommandanten omdat hij de oudste zoon is van moellah Omar. ‘Moellah Omar was een charismatische leider en er is nog altijd enorm veel respect voor hem, voor zijn familie en zelfs voor zijn vertrouwelingen, van wie velen in de loop der jaren op invloedrijke posities zijn benoemd,’ zegt Obaid Ali, verbonden aan het Afghanistan Analyst Network, een onafhankelijke denktank in Kabul.

    Nieuw conflict

    De toenemende rivaliteit tussen de taliban en de Islamitische Staat van Khorasan (IS-K), een rivaliserende militante groepering, heeft het begin van een nieuwe fase van geweld in Afghanistan ingeluid – een ontwikkeling die, zoals veel Afghanen vrezen, nog meer bloedvergieten zal uitlokken, schrijft Gandhara in een ander artikel.

    Sinds het aantreden van de talibanregering is het aantal bomaanslagen en aanvallen van IS-K tegen de taliban en Afghaanse burgers sterk toegenomen. Deskundigen zeggen dat de extremistische groepering is gesterkt door de verminderde aanwezigheid van de VS in Afghanistan en de onopzettelijke vrijlating door de taliban van honderden IS-K gevangenen na het overnemen van de gevangenissen.

    Sirajuddin Haqqani 

    Sirajuddin Haqqani is plaatsvervangend leider van de taliban en heeft als militair bevelhebber leiding gegeven aan operaties in 21 oostelijke en noordelijke provincies. Ook geeft hij leiding aan het Haqqani-netwerk, de machtigste en dodelijkste talibanfactie. Het netwerk wordt door de Verenigde Naties als terroristische organisatie aangemerkt. Volgens experts onderhoudt het netwerk nauwe banden met Al-Qaeda en de leiding van het Pakistaanse leger, die er al lange tijd van wordt beschuldigd de taliban een veilige haven en materiële steun te bieden.

    Het netwerk, gevestigd in tribale gebieden in noordwest-Pakistan, is beschuldigd van enkele van de dodelijkste aanslagen op burgers en Afghaanse en buitenlandse veiligheidstroepen, en het is allengs beruchter geworden om zijn gebruik van zelfmoordterroristen bij complexe aanslagen in steden.

    Haqqani, op wiens hoofd door de VS tien miljoen dollar is gezet, is de zoon van de overleden radicale islamistische leider Jalaluddin Haqqani, een belangrijke verzetscommandant tijdens de oorlog tegen het Sovjetleger in Afghanistan in de jaren tachtig.

    Sher Mohammed Abbas Stanekzai

    Stanekzai was plaatsvervanger van Baradar op het politieke kantoor van de taliban in Qatar. Hij werd in de jaren tachtig opgeleid aan prestigieuze militaire academies in India en sloot zich daarna aan bij de moedjahedien, de door de VS gesteunde islamistische guerrillabeweging die tegen de Sovjets vocht tijdens hun decennialange bezetting van Afghanistan.

    Toen de taliban in 1996 het grootste deel van Afghanistan in handen kregen, na een verwoestende burgeroorlog van vier jaar, werd Stanekzai tot onderminister van Buitenlande Zaken benoemd. Hij spreekt vloeiend Engels, is een belangrijke leider van de politieke vleugel van de taliban en een van de belangrijkste woordvoerders van de beweging tegenover buitenlandse diplomaten en media. 

  • Salman Rushdie is op Substack. ‘Welke stemmen de ruimte krijgen is een belangrijke vraag’

    Salman Rushdie is op Substack. ‘Welke stemmen de ruimte krijgen is een belangrijke vraag’

    De Britse schrijver Salman Rushdie waagt het erop. Hij publiceert zijn volgende boek als een serie op het onlineplatform Substack. Hij hoopt dat Substack ‘misschien een iets complexere band mogelijk maakt’ en hem de ruimte zal bieden om over dingen te praten die ‘te groot zijn om in tweets te bespreken’.

    Vanuit het donker verschijnt Salman Rushdie langzaam in beeld, het vertrouwde gezicht met baardje en bril vult het scherm, terwijl hij voor een boekenkast zit die in aanmerking komt voor de titel ‘meest indrukwekkende Zoom-boekenplankachtergrond’.

    Vanuit zijn New Yorkse appartement komt hij met drie mededelingen: hij heeft een deal gesloten om zijn volgende roman als serie op Substack te laten verschijnen; hij wil een lang gekoesterde wens om filmrecensent te worden in vervulling laten gaan; en hij durft nog steeds geen poëzie te schrijven.

    ‘De laatste tijd, deze vreemde anderhalf jaar, voel ik me erg aangetrokken tot het idee om dingen uit te proberen die ik nooit eerder heb gedaan,’ zegt hij.

    ‘Dat heeft te maken met de omstandigheden waarin we allemaal verkeerden, dat we gedwongen werden om naar binnen te kijken. Ik heb dat boek met essays uitgebracht, mijn twintigste boek, en was al bezig met het eenentwintigste boek, dat een roman wordt. Eigenlijk dacht ik alleen maar: Doe eens iets anders. En precies op dat moment kwam dit project.’

    ‘Dit project’ is zijn activiteit op Substack en werd geboren toen dat nieuwsbrievenplatform contact opnam met Rushdies literair agent Andrew Wylie, die hem vervolgens vroeg of hij er iets voor zou voelen.

    Het platform, dat vooral bekendstaat om de gerenommeerde journalisten die het aan zich heeft weten te binden, probeert de laatste tijd ook fictieschrijvers binnen te halen. Patti Smith publiceert erop, net als de Israëlische schrijver Etgar Keret.

    ‘Ik heb me verdiept in Kerets Substack en dat is zo geestig en prettig om te lezen, en hij heeft er zo duidelijk plezier in, dat ik dacht: Misschien kan ik dat wel doen.’

    Betaald en gratis

    Substack biedt een platform waar lezers zich kunnen abonneren op individuele schrijvers, van wie ze dan de posts in hun inbox krijgen of online kunnen lezen. Schrijvers bieden vaak een mengeling van betaalde en gratis content aan, en dat wil Rushdie ook gaan doen.

    ‘Ik ga het min of meer al doende bedenken, maar ik heb wel wat uitgangspunten,’ zegt hij. Afgezien van de romanafleveringen zal hij er korte verhalen op zetten, literaire roddels (‘zolang het geen laster is’) en gaat hij schrijven over boeken – en films.

    ‘Ik heb altijd al over films willen schrijven. Ooit, honderd jaar geleden, toen iemand bij The New Yorker ouderschapsverlof op zou nemen, werd mij gevraagd of ik een paar maanden wilde invallen als filmrecensent. Dat leek me geweldig en ik hapte meteen toe. Uiteindelijk nam de recensent om wie het ging toch geen verlof op, dus werd ik ontslagen nog voor ik was begonnen.’

    In de periode dat hij noodgedwongen binnen zat vanwege de pandemie stelde Rushdie voor zichzelf een schema op om alle films die hem in zijn jeugd zijn liefde voor films hadden bijgebracht opnieuw te bekijken: ‘De Franse nouvelle vague, het Italiaanse neorealisme, al die andere grote films uit de jaren zestig en zeventig. Het was heel interessant om te zien wat in mijn ogen overeind is gebleven en wat niet.’

    ‘Ik heb nooit eerder meegemaakt dat je iets publiceert waar mensen iets over kunnen zeggen terwijl het gaande is’

    Zijn novelle, getiteld The Seventh Wave, heeft ook een link met film. De tekst, die oorspronkelijk 60.000 woorden omvatte maar nu is teruggebracht tot 35.000 woorden, gaat over een filmregisseur en een acteur/muze, geschreven in de stijl van de nouvelle vague-cinema, ‘met vreemde inconsequenties, abrupte overgangen en gangsters’.

    ‘De test die altijd werkt voor alles wat ik schrijf, is gêne,’ zegt Rushdie. ‘Vind ik het te gênant om het jou te laten lezen, dan is het nog niet klaar. Er komt een punt waarop ik me er niet meer voor schaam en het zelfs graag aan anderen wil laten lezen. Deze tekst is helemaal op de schop gegaan – indikken, comprimeren, schrappen, hier en daar de verhaallijn iets veranderen – en nu ben ik er blij mee.’

    Het wordt een digitaal experiment: fictie gepubliceerd in serievorm (‘zoals dat in het allereerste begin ook ging’), waarbij een jaar lang ongeveer eens per week een nieuwe aflevering zal verschijnen. Op zich is die serievorm niet nieuw. Een verrassend aantal literaire klassiekers is oorspronkelijk in afleveringen verschenen: De nagelaten papieren der Pickwick Club van Charles Dickens is het bekendste voorbeeld, maar het geldt ook voor Madame Bovary, Oorlog en Vrede en Hart der Duisternis. Rushdie beschrijft hoe het Samuel Richardson verging, die in 1748 zijn roman Clarissa als serie uitbracht.

    ‘Zijn lezers verwachtten dat zij op het eind verliefd op die man zou worden. Maar dan verkracht hij haar. Richardson kreeg veel brieven van lezers die ondanks die verschrikkelijke daad nog steeds wilden dat het verhaal een happy end kreeg – en hij bleef koppig weigeren daaraan te voldoen. Ik heb nooit eerder meegemaakt dat je iets publiceert waar mensen iets over kunnen zeggen terwijl het gaande is.’

    Zou híj bereid zijn het verhaal aan te passen naar aanleiding van de reacties van lezers? 

    ‘Dan zou het wel een heel goed voorstel moeten zijn. Maar soms gebeurt het wel dat iemand iets over een personage zegt waar jezelf niet aan had gedacht toen je het schreef. Stel bijvoorbeeld dat iemand zegt: “O, dat is interessant, daar wil ik wel iets meer over horen”, dan zal ik daar misschien iets dieper op ingaan.’

    Controle

    Rushdie zegt dat hij Substack niet wil gebruiken als politiek platform (‘Ik denk dat dat dan alles overneemt en de rest overschaduwt’), maar hij erkent dat hij er bij actuele gebeurtenissen (‘denk aan Afghanistan’) misschien niet aan ontkomt om er iets over te zeggen.

    Toch is er wel een kans dat Rushdie met zijn keus voor Substack in een politieke strijd over het modereren van techplatforms terechtkomt. Met het Trumptijdperk en nu corona zijn vragen die de afgelopen tien jaar al onder de oppervlakte smeulden, over het controleren van inhoud, over desinformatie en welke stemmen gehoord worden, hoog opgelaaid. Eerder dit jaar kreeg Substack het verwijt dat het te weinig controle uitoefende, waardoor antitransgeluiden konden worden gepubliceerd. Het leidde ertoe dat enkele schrijvers het platform uit protest de rug toekeerden. Net als zijn voorgangers heeft Substack geprobeerd die kritiek af te wimpelen door te zeggen dat het zelf geen uitgever is, maar dat de gebruikers dat zijn.

    In mei heeft het bedrijf via twee afzonderlijke posts de gedachte achter Substack Pro (waarop gebruikers, zoals Rushdie, een voorschot betaald krijgen voor hun eerste jaar) en het eigen modereerbeleid (geen scheldpartijen, intimidatie, bedreigingen of doxing) geformuleerd. Maar volgens critici heeft het platform de plicht om transparant te zijn over wie het betaalt om te schrijven.

    Sinds de Iraanse ayatollah Khomeini in 1989 een fatwa over hem uitsprak vanwege zijn roman De duivelsverzen, wordt Rushdie door het publiek geassocieerd met vrijheid van meningsuiting. 

    ‘Als je een Substack wilt, kun je er gewoon een beginnen: je hoeft niet te worden uitgenodigd’

    ‘Welke stemmen de ruimte krijgen om zich te laten horen is een heel belangrijke vraag,’ zegt hij. ‘In de uitgeefwereld was dat echt een probleem en ik zeg niet dat dat nu voorbij is, maar er is wel verandering gaande. Hier [in de VS] is veel meer ruimte voor schrijvers van kleur dan vroeger, zowel als auteur als als recensent. En zoiets als dit, waar nauwelijks belemmeringen zijn, kan er ook voor zorgen dat er een diverser scala aan stemmen klinkt. Als je een Substack wilt, kun je er gewoon een beginnen: je hoeft niet te worden uitgenodigd. Maar het gaat mij er niet om Substack te promoten. Ik vond het interessant om dit te proberen en ik heb me maar voor twaalf maanden vastgelegd. Over een jaar ga ik bekijken hoe het ervoor staat en of ik ermee doorga of niet.’

    Op dit moment is hij vooral benieuwd naar het aangaan van de dialoog met lezers. In de eerste post op zijn Substack, die ‘Salman’s Sea of Stories’ heet, beschrijft Rushdie poëtisch hoe verhalen andere verhalen voortbrengen; als voorbeeld neemt hij twee verhalen uit zijn eigen leven die hem op het idee brachten voor zijn Bookerprize-winnende roman Middernachtskinderen

    ‘Mensen zijn altijd verhalenvertellers geweest en dat gebruik je als een manier om te begrijpen wie je bent en wie de mensen om je heen zijn en wat er gaande is. Als ik terugkijk, wat ik niet zo vaak doe, is het alsof de boeken de weerslag zijn van verschillende fases van mijn bewustzijn. Ik denk dat de meeste mensen dat doen: we vertellen elkaar voortdurend verhalen.’

    Band met geboorteland

    Rushdie vertelt dat hij dankzij Twitter de mogelijkheid heeft om een band met zijn geboorteland te onderhouden, omdat een verhoudingsgewijs groot deel van zijn 1,1 miljoen volgers in India woont.

    ‘Zo kon ik vanuit New York in gesprek zijn met mensen over heel India, alsof ik daar was. En soms krijg ik dan ook echt het gevoel dat ik daar ben, omdat ik in hun woonkamer kom, op hun computer, terwijl zij online zijn.’

    Dankzij zijn banden met die gemeenschap heeft Rushdie zich altijd beziggehouden met India’s politieke situatie en met de problemen van het land door de coronapandemie, en is hij ook betrokken geraakt bij campagnes om geld in te zamelen voor zuurstofflessen en dergelijke. Hij hoopt dat Substack ‘misschien een iets complexere band mogelijk maakt’ en hem de ruimte zal bieden om over dingen te praten die ‘te groot zijn om in tweets te bespreken’.

    ‘Nieuwe technologie maakt altijd nieuwe kunstvormen mogelijk en ik geloof dat de literatuur haar nieuwe vorm in dit digitale tijdperk nog niet heeft gevonden. De nieuwe vorm die deze nieuwe wereld met zich meebrengt, hebben we volgens mij nog niet gezien. En ik heb het sterke vermoeden dat het niet iemand van mijn leeftijd zal zijn die ermee komt.’

    Rushdie maakt zich niet druk om het resultaat van dit nieuwe project.

    ‘Ik duik er gewoon in en dan zien we wel. Het wordt ofwel iets prachtigs en aangenaams, of niet.’ Maar hij beseft ook dat hij zich door zijn fictie online te brengen een stapje verwijdert van het medium dat hij liefheeft en waaraan hij zijn leven heeft gewijd.

    ‘Er wordt al zo lang over de dood van de roman gepraat, al bijna sinds de geboorte van de roman. Maar ongelooflijk genoeg is dat echte, ouderwetse ding, het papieren boek, nog steeds springlevend, tegen de verdrukking in. En nu doe ik weer een poging om het de nek om te draaien.’

  • De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    De toekomst van de landbouw op een steeds warmere planeet

    Om de voedselvoorziening op peil te houden houden moet de landbouw zich aanpassen aan een opwarmende aarde. Want door klimaatverandering is de landbouwproductiviteit sinds 1971 met een vijfde verminderd.

    Tom Eisenhauer weet nog dat hij meer dan tien jaar geleden door Manitoba reed, een provincie in Centraal Canada. Rond zijn auto strekten zich akkers vol koudweergewassen uit, zoals tarwe, erwten en koolzaad. Velden met voedzame gewassen als mais en soja, die winstgevender zijn, waren schaars en lagen op grote afstand van elkaar. 

    Nu ziet het er heel anders uit. Meer dan 5300 vierkante kilometer is ingezaaid met soja en zo’n 1500 met mais. Eisenhauers bedrijf Bonnefield Financial hoopt te profiteren van de manieren waarop klimaatverandering de Canadese landbouw beïnvloedt. Het bedrijf koopt landbouwgrond op en verpacht die aan boeren, in Manitoba en elders in het land. Het bedrijf gokt erop dat een warmer klimaat de waarde van zijn aangekochte grond geleidelijk zal doen stijgen, omdat boeren in staat worden gesteld waardevoller gewassen te verbouwen dan ze van oudsher gewend zijn. Het is lang niet het enige bedrijf dat daarop inzet. De klimaatverandering kan land dat ooit onvruchtbaar en onproductief was vanwege de kou in een ware hoorn des overvloeds veranderen. Ze kan ook grote schade aanrichten in regio’s die miljoenen mensen voeden.

    Sinds 1700 is het areaal aan akker- en weidegrond vervijfvoudigd

    De hoeveelheid grond die wordt gebruikt om voedsel te produceren neemt al eeuwenlang toe. Sinds 1700 is het areaal aan akker- en weidegrond vervijfvoudigd. De meeste groei dateert van halverwege de twintigste eeuw. Vanaf de jaren zestig hebben het grootschalige gebruik van kunstmest en de ontwikkeling van productievere graan- en rijstsoorten er in combinatie met een grotere beschikbaarheid van irrigatiemiddelen, pesticiden en machinerie voor gezorgd dat boeren een veel beter rendement konden halen uit de akkers die ze al bewerkten. De afgelopen decennia hebben technologieën als genome editing en betere dataverwerking de oogsten nog verder opgestuwd.

    De wereldwijde temperatuurstijging die aan het eind van de twintigste eeuw is begonnen, heeft de productiviteitstoename vertraagd maar niet tot stilstand gebracht. Volgens een recente studie van Cornell University in de staat New York heeft de door menselijk handelen veroorzaakte klimaatverandering de landbouwproductiviteit sinds 1971 met een vijfde verminderd.

    Tegenwind

    De ‘tegenwind’ die door klimaatverandering wordt veroorzaakt zal alleen maar sterker worden, zegt Ariel Ortiz-Bobea, een van de auteurs van de studie. Hun onderzoek wees uit dat elke fractie van een graad extra schadelijker is voor de voedselproductie dan de vorige. Dat is vooral slecht nieuws voor voedselproducenten op plekken waar het al warm is, zoals de tropen. Een andere studie voorspelt dat met elke graad die de temperatuur wereldwijd stijgt, de maisoogst zal dalen met 7,4 procent, de tarweoogst met 6 procent en de rijstoogst met 3,2 procent. Deze drie gewassen leveren twee derde van alle calorieën die de mensheid consumeert.

    De komende decennia zullen er meer monden zijn om te voeden. Het Institute for Health Metrics and Evaluation, een Amerikaanse onderzoeksgroep, schat dat de wereldbevolking zal stijgen van 7,8 miljard nu naar 9,7 miljard in 2064 (om vervolgens weer te dalen). De groeiende middenklasse in veel ontwikkelingslanden eist een gevarieerder en ruimer voedselaanbod.

    Daarom zijn de manieren waarop landbouwarealen onder invloed van de opwarming van de aarde zullen veranderen zo belangrijk. Doordat de tropen zich uitbreiden, zullen de regenpatronen in de subtropen veranderen. Met name door de snelle opwarming van de polen komt er met dezelfde snelheid landbouwgrond in hogebreedtegraadregio’s beschikbaar. De noordelijkste delen van Amerika en China warmen minstens twee keer zo snel op als het wereldwijde gemiddelde. Zoals de ervaring van Eishenhauer in Manitoba uitwijst, verplaatsen gewassen zich als reactie al steeds verder poolwaarts.

    Lees ook:

    Een studie van Colorado State University die in 2020 in het blad Nature werd gepubliceerd constateerde aanzienlijke veranderingen in de verdeling van verschillende van regen afhankelijke gewassen in de periode 1972-2012, toen boeren andere beslissingen begonnen te nemen over welke gewassen ze waar plantten. De maisproductie bijvoorbeeld breidde zich uit van het zuidoosten van Amerika naar het noordelijke middenwesten. Tarwe is dankzij nieuwe irrigatiemethodes in zo’n sterke mate naar het noorden opgerukt dat het de opwarming de loef afsteekt: de warmste plekken waar het momenteel wordt verbouwd zijn koeler dan de warmste plekken waar het in 1975 groeide. 65 procent van alle eiwitten die aan vee worden toegediend is afkomstig van sojabonen. Deze wonderbonen zijn zowel in noordelijke als zuidelijke richting opgerukt, nu nieuwe rassen en andere vindingen het verbouwen ervan ook in tropische regio’s mogelijk maken. De gebieden in China waar rijst wordt verbouwd hebben zich sinds 1949 steeds verder naar het noorden uitgebreid. Ook wijndruiven en andere vruchten zijn naar het noorden gemigreerd.

    De stoutmoedigste investeerders zien kansen in landen waar momenteel totaal geen landbouw plaatsvindt

    Volgens Eisenhauer tellen investeerders steeds grotere bedragen neer voor Canadese landbouwgrond om zich in te dekken tegen de klimaatrisico’s die ze elders lopen. Martin Davies van Westchester, een groot landbouwinvesteringsbedrijf, zegt dat hij in veel andere delen van de wereld overeenkomstige trends ziet.

    De stoutmoedigste investeerders zien kansen in landen waar momenteel totaal geen landbouw plaatsvindt. Momenteel kent wereldwijd maar een derde van alle boreale regio’s, een bioom van hoofdzakelijk coniferenbossen dat uitgestrekte gebieden ten zuiden van de poolcirkel beslaat, temperaturen die hoog genoeg zijn om de meest winterharde graangewassen te verbouwen, zoals haver en gerst. Dit zou zich tot 2099 kunnen uitbreiden tot drie kwart, volgens een in 2018 in het blad Scientific Reports gepubliceerde studie (zie kaart). Het aandeel van boreaal land waar landbouw mogelijk is, zou zich in Zweden kunnen uitbreiden van 8 tot 41 procent. In Finland zou het kunnen toenemen van 51 tot 83 procent.

    Pogingen om deze gebieden te bebouwen zullen mensen alarmeren die de boreale bossen willen behouden. En door het kappen van zulke bossen en het omploegen van de grond die eronder ligt zal kooldioxide vrijkomen. Maar de klimatologische gevolgen zijn niet zo eenvoudig als ze lijken te zijn. De noordelijke bossen absorberen meer zonnewarmte dan open landbouwgrond, omdat de door sneeuw bedekte landbouwgrond licht terugkaatst naar de ruimte (in bossen ligt de sneeuw onder de bomen en schijnt de zon er niet zo recht op). Maar dat het kappen van boreale bossen de klimaatverandering misschien niet zal verhevigen zegt niets over de mate waarin het de biodiversiteit, het ecosysteem of het leven van met name inheemse bosbewoners kan beïnvloeden.

    Klimaatverandering als zegen

    Sommige regeringen popelen om de klimaatverandering te gelde te maken. Rusland ziet hogere temperaturen al lange tijd als een zegen. President Vladimir Poetin pochte eens dat die Russen in staat zou stellen minder geld aan bontjassen te besteden en meer graan te verbouwen. In 2020 schetste een ‘nationaal actieplan’ voor klimaatverandering op welke manieren het land ‘de voordelen ervan kon benutten’, zoals door het uitbreiden van de landbouw. Sinds 2015 is Rusland de grootste tarweproducent ter wereld, voornamelijk vanwege de hogere temperaturen.

    De Russische regering is al begonnen met het verpachten van duizenden vierkante kilometers grond in het verre oosten van het land aan Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse investeerders. Een groot deel van het ooit onvruchtbare land wordt nu gebruikt voor het verbouwen van sojabonen. Het grootste deel daarvan wordt geïmporteerd door China, dat daardoor minder afhankelijk wordt van import uit Amerika. Sergej Levin, de Russische onderminister van Landbouw, heeft voorspeld dat de waarde van de sojaexport uit het verre oosten van Rusland in 2024 zeshonderd miljard dollar zal belopen. Dat zou dan bijna vijf keer zoveel zijn als in 2017. Ook het bestuur van Newfoundland en Labrador, een provincie op het noordoostelijke puntje van Canada, probeert de uitbreiding van landbouw te bevorderen naar land dat nu nog door bossen wordt bedekt.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/activisten-leggen-voedselsysteem-bloot

    Behalve door middel van hogere temperaturen is er nog een manier waarop de veranderingen die de mensheid in de atmosfeer veroorzaakt zulke projecten een zetje kunnen geven. Kooldioxide is niet alleen maar een broeikasgas; het is ook de grondstof voor de fotosynthese die planten in staat stelt te groeien en zich te voeden. Voor de meeste planten betekent meer kooldioxide meer groei. De toename van kooldioxide gedurende de afgelopen eeuw heeft tot een duidelijk meetbare ‘wereldwijde vergroening’ geleid dankzij de planten die het meest van meer kooldioxide profiteren. Maar dat is niet onverdeeld goed. Grotere oogsten hoeven geen voedzamer oogsten te zijn.

    Bovendien zal de klimaatverandering de regenpatronen veranderen. Daarvan hoeven plannen voor meer landbouw in noordelijke klimaten niet per se te profiteren. Veel gebieden die mild genoeg worden voor landbouw zullen uiteindelijk met watergebrek te kampen krijgen, althans zonder intensieve irrigatie. Andere zullen te veel water krijgen. Gewassen zijn niet de enige organismen waarvan het bereik zich uitbreidt naarmate de temperatuur stijgt: epidemieën en ziektekiemen, die vaak door koude winters worden gedood, verspreiden zich ook. Ook de bodem is van belang. De beste grond tref je meestal aan op lagere breedtegraden, niet in het uiterste noorden.

    Nieuwe landbouwgrond

    Sommige nieuwe landbouwgrond staat op het punt gerealiseerd te worden. Maar de ontginning van afgelegen regio’s van Siberië, om maar een voorbeeld te noemen, waar een groot deel van de bestaande infrastructuur al wegzakt en uiteenvalt vanwege de smeltende permafrost, zal traag en kostbaar zijn. Ook zullen afgelegen boerenbedrijven veel meer werknemers moeten aantrekken en huisvesten. Ze zullen in toenemende mate aangewezen zijn op buitenlandse migranten, een idee dat stemmers in veel rijke landen niet bepaald zal aanspreken.

    Al met al zal de noordwaartse uitbreiding van landbouwgrond de schade die klimaatverandering voor de landbouw impliceert maar tot op zekere hoogte beperken. De maatschappijen die er het meest van zullen profiteren zijn ook nu al het rijkst. Arme contreien, die veel meer afhankelijk zijn van inkomsten van de export van landbouwproducten, zullen eronder lijden.

    Er zal een veel groter scala van aanpassingen nodig zijn om voedsel even overvloedig, gevarieerd en betaalbaar te houden als vandaag de dag. Daartoe zullen pogingen behoren om gewassen bestand te maken tegen hogere temperaturen, bijvoorbeeld door slimmere veredelingswijzen, innovaties op irrigatiegebied en bescherming tegen barre weersomstandigheden. Ook zullen zowel rijke als arme landen het verminderen van de voedselverspilling tot prioriteit moeten verheffen (volgens schattingen van de VN Landbouw- en Voedselorganisatie wordt meer dan een derde van al het voedsel weggegooid). Het alternatief zal een wereld zijn die meer honger heeft en ongelijker is dan op dit moment, en misschien wel ooit in het verleden.

    Lees ook:

  • Een voedselsysteem dat beter is voor boer, burger én planeet. Maar hoe?

    Een voedselsysteem dat beter is voor boer, burger én planeet. Maar hoe?

    Bijna iedereen is het erover eens: ons voedselsysteem moet op de schop. Maar hoe zorgen we ervoor dat we én gezonder eten, én beter omgaan met de planeet, én betere arbeidsomstandigheden creëren in de voedselindustrie? Deze activisten doen een poging.

    Een altaar is een heilige plek, maar je kunt er overal een inrichten, met wat je maar wil of toevallig voorhanden is. Zo kwam vorig jaar op 5 december een groepje mensen bijeen op een plein in het centrum van Springdale in Arkansas om daar op de betonnen treden van een trap een wake te houden met chrysanten en kaarsen van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe, en handgeschreven witte kaarten met de namen van werknemers in pluimveeslachterijen die waren overleden aan corona. Onder elke naam stond ‘¡Presente!’ (Aanwezig!), wat zowel op de doden als de levenden kan slaan: in Latijns-Amerika wordt ermee gewezen op de aanwezigheid van de doden, met name slachtoffers van onderdrukking. Er lagen witte veiligheidshelmen bij, en aan de leuning hingen blauwe schorten: onderdelen van het bedrijfstenue dat deze werknemers droegen toen de coronapandemie al volop woedde en zij nog steeds schouder aan schouder 175 kippen of kalkoenen per minuut stonden te slachten – in deze stad die leeft van de pluimveeslachterijen en door Arkansas dan ook is uitgeroepen tot pluimveehoofdstad van de wereld.

    De arbeidersorganisatie Venceremos (Wij Zullen Zegevieren), die deze wake organiseerde, had maandenlang geijverd voor beschermingsmiddelen en gespreide diensten om het risico op coronabesmetting te verkleinen. (Volgens de Centers for Disease Control and Prevention waren eind mei in het hele land al meer dan 16.000 werknemers in de vleesverwerkende industrie besmet geraakt.) ‘Je zat in de orkaan en probeerde te overleven,’ zegt de voorzitter van Venceremos, de van oorsprong Mexicaanse Magaly Licolli (38). ‘En ineens begin je de doden te tellen.’ De mensen die ze daar herdachten, waren gestorven doordat ze werkzaam waren in de ‘vitale beroepen’, zoals de overheid dat nu noemt. Vitaal en dus waardevol, zou je denken, maar in plaats van waardering en een hogere beloning, bracht die kwalificering slechts dwang met zich mee.

    Toch heeft de term ‘vitale beroepen’, met die ondertoon van heroïek, sommige Amerikanen voor het eerst de ogen geopend voor de lang genegeerde levens van de boeren, de werknemers in slachterijen en de vakkenvullers zonder wie wij geen eten op tafel zouden krijgen. ‘Corona heeft een breder publiek erop attent gemaakt dat we een voedselsysteem hébben,’ zegt Navina Khanna (40), de directeur van de HEAL Food Alliance, die in Oakland woont. (HEAL staat voor Health, Environment, Agriculture and Labor.)

    Dat komt mede doordat het bedrijfsleven in de begindagen van de coronacrisis inspeelde op de angst voor lege schappen en waarschuwde dat een lockdown de voedselvoorziening in gevaar zou brengen. (In de brute optelsom van de kapitalistische productie zijn arbeiders minder waard dan de kippen die ze slachten.) Tyson Foods in Springdale, de grootste vleesverwerker van de VS (met in 2020 een omzet van 43,2 miljard dollar, 800 miljoen meer dan in het coronavrije jaar ervoor) plaatste in april een paginagrote advertentie in de grote kranten. ‘Het is onze verantwoordelijkheid om het land van voedsel te voorzien,’ schreef bestuursvoorzitter John Tyson daarin. ‘Dat is van even vitaal belang als medische zorg.’

    Gericht op winst

    Op zichzelf was dat voor zo’n industriegigant een radicale omslag. Sociale hervormers wijzen al jaren op de gevaren van een voedselsysteem dat louter gericht is op winst. Als je voedsel alleen maar ziet als handelswaar en niet als basisbehoefte, accepteer je in feite dat er altijd mensen zullen zijn die er geen geld voor hebben en dus honger moeten lijden. Volgens Feeding America, een landelijk netwerk van voedselbanken dat opereert vanuit Chicago, waren er het afgelopen jaar zo’n vijftig miljoen burgers, ofwel één op de zes Amerikanen, die gebrek aan voedsel hadden. Kijk maar naar de met 60 procent gestegen afname van producten bij voedselbanken in het hele land, waar soms kilometerslange rijen staan, en de scherpe stijging in het aantal winkeldiefstallen van zulke basisbenodigdheden als brood.

    Maar ook vóór de pandemie waren er al 35 miljoen mensen die niet genoeg eten konden kopen, en toen waren er maar weinig bedrijven die vonden dat ze het volk moesten voeden. En het was ook niet vanwege lege supermarkten dat mensen in 2020 bij de voedselbank aanklopten. Toen de president in april gelastte dat de vleesverwerkende industrie moest blijven draaien, zogenaamd om ‘de Amerikaanse burger van voldoende eiwit te blijven voorzien’, bleek de productie zo hoog dat de grote bedrijven voor honderdduizenden tonnen (en miljarden dollars) aan vlees naar het buitenland konden exporteren.

    Het is geen toeval dat naarmate Amerikaanse consumenten steeds verder vervreemd zijn geraakt van de herkomst van hun voedsel en de grotendeels onzichtbare arbeid die nodig is voor de productie ervan, datzelfde voedsel ook is uitgegroeid tot een soort nationale obsessie, zoals die tot uiting komt in alle kookprogramma’s op tv, de verafgoding van topkoks en #foodporn op Instagram. Het is makkelijk om dit af te doen als het hedonisme van een beschaving in zijn nadagen, waarvan de decadentie des te meer opvalt doordat de lockdowns een kloof hebben geschapen tussen mensen die zich niet kunnen afzonderen omdat ze tomaten moeten plukken of vakken vullen, en zij die zich de luxe kunnen veroorloven om thuis te blijven en al hun boodschappen te laten bezorgen.

    De obsessie met eten is een teken van een verlangen om weer in contact te komen met onze oorsprong

    Maar die obsessie met eten is ook een teken van angst en van een verlangen – al is het nog zo confuus – om weer in contact te komen met onze oorsprong. Dat biedt kansen aan voorvechters van verandering in de wereld van de voedselproductie, zoals Licolli en Khanna: zij kunnen zich richten tot een publiek dat nu ook (zij het aan de late kant) oog begint te krijgen voor de grote problemen van onze tijd: de kloof tussen arm en rijk, raciale ongelijkheid en de afbraak van het milieu. Problemen die ons al vóór corona parten speelden en waar we zonder systeemverandering ook nog wel mee zullen kampen als de pandemie alweer verleden tijd is.

    De gebreken van ons moderne voedselsysteem dateren al van de eerste suikerplantages op het Portugese eiland Madeira in de vijftiende eeuw, en de eerste mondiale ondernemingen die voortkwamen uit de zeventiende-eeuwse specerijenhandel. Europeanen konden zich toen verrijken dankzij de inzet van goedkope en vaak gedwongen arbeid uit andere landen: een bedrijfsmodel dat voor velen te winstgevend was om te weerstaan, ondanks de humanitaire tol die het eiste.

    Aan het eind van de achttiende eeuw hekelden Britse tegenstanders van de slavernij het leed dat in elk kopje thee en elk lepeltje suiker school, geproduceerd als die waren door Afrikaanse slaven in wat toen West-Indië heette. De boekhandelaar William Fox publiceerde in 1791 het pamflet ‘Een Pleidooi aan het Volk van Groot-Brittannië, over waarom het van Fatsoen getuigt om geen Suiker en Rum uit West-Indië te nuttigen’, waarvan aan weerszijden van de Atlantische Oceaan meer dan honderdduizend exemplaren in omloop waren: het was het meestverkochte pamflet van zijn tijd. ‘Met elk pond suiker consumeren wij in feite ook één ons mensenvlees,’ schreef Fox.

    Fair Trade

    De Engelse quaker Sophia Sturge ging in Birmingham van deur tot deur om mensen over te halen suiker uit West-Indië te boycotten, en sommige winkeliers gingen er prat op geen uit slavernij voortkomende producten te verkopen. Dat groeide uit tot een heuse beweging onder de noemer ‘Free Produce’, ‘slaafvrije producten’, die ook in Amerika voet aan de grond kreeg. Veel quakers hadden daar suikerriet al in de ban gedaan ten faveure van ahornsiroop en wilden geen katoen dat afkomstig was van de plantages in de Zuidelijke staten. (Het hedendaagse equivalent van Free Produce is het in de jaren tachtig ingevoerde Fair Trade-keurmerk, gestoeld op de gedachte dat het ethisch is om zo veel voor een product te betalen dat kleine boeren en producenten er iets aan kunnen verdienen – al blijft er discussie over de vraag wie daarop moet toezien en wie er werkelijk beter van wordt.)

    Tegenwoordig zijn alle onderdelen van de voedselvoorzieningsketen mikpunt van activisme: hoe voedsel wordt geproduceerd (milieuvervuilende landbouwpraktijken, onveilige arbeidsomstandigheden, de uitbuiting van illegalen en dwangarbeid van gedetineerden, dierenmishandeling), wie het kan produceren en hoe het wordt verkocht (raciale ongelijkheid bij het krijgen van leningen en investeringen, het schaalvoordeel van grote bedrijven, de verdringing van minderheidsculturen of de verspreiding van valse stereotypen daarover) en bij wie het belandt (armoede en honger, buurten waar geen vers en gezond voedsel te krijgen is, moralistische praatjes over de besteding van voedselbonnen).

    Sommige van die problemen worden wel opgepakt door topkoks, die in onze obsessieve eetcultuur enig respect afdwingen, maar hun pleidooi is vaak eerder juichend dan kritisch van aard (zoals in hun aansporing om vooral te eten wat het seizoen te bieden heeft en wat vers van de boer komt) en resulteert doorgaans niet in aanbevelingen voor nieuw beleid. Al zou dit onder invloed van de pandemie kunnen veranderen: de uit Spanje afkomstige José Andrés, die restaurants bezit in Las Vegas, Miami en Washington en die in het verleden voedselhulp heeft georganiseerd voor miljoenen slachtoffers van orkanen en ziekte, haalde onlangs uit naar de Amerikaanse overheid omdat het zou ontbreken aan de ‘politieke wil’ om een eind te maken aan de honger.

    ‘En niemand die vraagt: waaróm staan we eigenlijk in de rij?’

    Maar ook buiten de schijnwerpers wordt veel belangrijk werk verricht met buurtactivisme, zoals de moestuinen die Karen Washington (66) aanlegt in de Bronx. Ze begon in 1988 met één braakliggend, met vuilnis bezaaid perceel tegenover haar huis. Ze had geen grootse plannen, ze was al blij dat ze dat onooglijke lapje grond wist om te toveren tot de oase die ze de Garden of Happiness noemde, en dat ze haar buren op verse groente kon trakteren. Maar al snel sloeg ze de handen ineen met andere stadstuiniers om zich te verweren tegen de pogingen van de gemeente om hun tuintjes weg te halen en gebouwen neer te zetten op deze voorheen verwaarloosde stukjes grond, die inmiddels groeiden en bloeiden. (Natuurbeschermingsorganisaties schoten uiteindelijk te hulp door een aantal van die percelen op te kopen.) Ze heeft mettertijd al veel tuinen helpen opzetten en beleidsvoorstellen voor ambtenaren geschreven, maar de kern van haar werk is nog steeds wat ze in en voor haar eigen buurt doet. Tijdens de pandemie ging ze de huizen af om te kijken of ouderen wel genoeg te eten hadden, en een groot deel van de oogst uit haar moestuin gaat naar voedselbanken en gaarkeukens. ‘Als we koken, maken we altijd wat extra,’ zegt ze.

    Maar ze weet ook dat dit alleen maar een lapmiddel is. ‘We zijn al zo lang afhankelijk van de bedeling,’ zegt ze. ‘Er wordt voedsel uitgedeeld en we gaan in de rij staan. En niemand die vraagt: waaróm staan we eigenlijk in de rij?’

    Voedselactivisme bestrijkt zo veel terreinen dat het een versnipperd geheel is, een bonte lappendeken van uiteenlopende achterbannen, van geïmmigreerde bessenplukkers in de staat Washington die in de zomer stikken in de rook van de bosbranden, tot zwarte stadsboeren in Atlanta die kampen met de erfenis van racistische grondonteigening en New Yorkse ondernemers met kraampjes voor taco’s of halal hapjes die aan het begin van de pandemie hun omzet met 80 procent zagen dalen, maar niet voor overheidssteun in aanmerking kwamen omdat ze in de marges van de officiële economie werken, met veel contante betalingen en een minimum aan papierwerk. Na jarenlang soms wel veertien uur per dag te hebben gewerkt, zaten veel van deze ondernemers ineens aan de grond en waren ze aangewezen op de voedselbank. Carina Kaufman-Gutierrez (30), adjunct-directeur van het Street Vendor Project van het Urban Justice Center in Manhattan, dat met een team van zes medewerkers opkomt voor de belangen van zo’n twintigduizend straatverkopers, vindt het beschamend ‘dat de mensen die nu in de rij staan om eten te krijgen, de mensen zijn die al hun leven lang anderen van voedsel voorzien’.

    ‘We hadden al die tijd ook kunnen ijveren voor wetten op monopolievorming en een gelijk speelveld’

    Maar al sinds de jaren tachtig bestookt de voedselbeweging het grote publiek niet zozeer met oproepen om in opstand te komen, als wel met het vagelijk jubelende mantra om gezonder te eten door inkopen te doen op de boerenmarkt en biologisch en onbewerkt voedsel te kopen dat niet in massa geproduceerd is. En dat is ook wel goed voor het milieu en voor kleinere bedrijven, maar het lijkt soms alsof dat alleen maar mooi meegenomen is en het per saldo vooral gaat om het individueel welzijn. Alsof je mensen alleen zover kunt krijgen dat ze in het belang van arbeiders of de planeet ‘met hun vork stemmen’ door een beroep te doen op hun eigenbelang. De neiging om het gedrag van individuele consumenten te beïnvloeden in de hoop zo tot geleidelijke verandering te komen, staat in feite op gespannen voet met de noodzaak van directe politieke actie. ‘Dat geloof dat je de boel via de individuele keuzes van mensen kunt veranderen, is een manier om de markt zelf niet ter discussie te stellen,’ zegt de agro-ecoloog Eric Holt-Giménez (67), voormalig directeur van de in Oakland gevestigde denktank Food First. ‘We hebben de neiging vooral te kijken naar de romantische kant, de kleine boer die biologische groenten verbouwt, terwijl we al die tijd ook hadden kunnen ijveren voor wetten op monopolievorming en een gelijk speelveld.’

    De moeilijkste opgave voor elke activist is misschien wel hoe je mensen tot inzicht kunt brengen. De uit Nigeria afkomstige schrijver en kok Tunde Wey (37) uit New Orleans heeft daar zijn missie van gemaakt. Hij verbindt zich niet aan een restaurant, maar vergast de wereld op bijzondere pop-ups: bijvoorbeeld een kraampje waar witte klanten dertig dollar betalen voor een gerecht dat zwarte klanten maar twaalf dollar kost, als een afspiegeling van het gemiddelde inkomensverschil tussen zwarte en witte inwoners van New Orleans. Of een diner in een kerk waar het menu in het teken staat van de gentrificatie en je voor een halve kip 50.000 dollar betaalt – wederom als je wit bent, want zwarte gasten eten er gratis. Het is niet alleen maar provocatie en ook geen surrealistische grap, het zijn eerder gedachte-experimenten over de reële gevolgen van ongelijkheid. Zijn projecten ‘blijven achter bij de omvang van het probleem, dat kan niet anders’, zegt Wey. Hij wantrouwt mensen die zijn werk klakkeloos omarmen, want hij weet ‘hoe moeilijk het is om te veranderen’. Het echte werk ‘moet vanbinnen gebeuren’, zegt hij. ‘Ook bij mijzelf.’

    Land- en tuinbouw-cao

    ‘Het vraagt meer van je om voor anderen te zorgen,’ zegt de directeur van Community to Community Development in de westelijke staat Washington, Rosalinda Guillén (69). Als dochter van een geïmmigreerde landarbeider werkte ze als kind in de jaren zestig zelf ook in de aardbeienpluk. Dertig jaar later probeerde ze een vakbond op te zetten onder de werknemers van Chateau Ste. Michelle, de grootste wijnmaker in de staat. Ze organiseerde demonstraties, liet van zich horen op aandeelhoudersvergaderingen (speciaal met dat doel hadden de activisten aandelen in het bedrijf gekocht), en wat misschien nog wel het belangrijkste was: ze trok de aandacht van de buitenwereld. De countryzanger Willie Nelson zegde uit solidariteit een voorgenomen concert bij het wijnhuis af, dokwerkers in Europa weigerden de wijn uit te laden en stewardessen wilden die niet meer aan passagiers serveren. Guillén heeft jarenlang bij het bedrijf actie moeten voeren, ze werd bedreigd door beveiligers, haar banden werden lek gestoken en er werd suiker in haar tank gegooid. Maar uiteindelijk kregen de arbeiders hun cao, de eerste voor land- en tuinbouwwerknemers in de staat Washington.

    Raj Patel, een 48-jarige docent op het gebied van voedselsystemen aan de Universiteit van Texas in Austin, wijst erop dat internationale activisten de afgelopen decennia een bredere kijk hebben omarmd op wat ze voedselsoevereiniteit noemen. Dat begrip is gemunt door La Via Campesina, een internationale organisatie van boeren en landarbeiders die ontstaan is tijdens een conferentie in België in 1993. Voedselsoevereiniteit omvat meer dan alleen een betrouwbare voedselvoorziening voor iedereen en gaat ook over het erkennen van het belang van de culturele context, rentmeesterschap en het grondrecht op zelfbeschikking. ‘Eet je een biologische banaan omdat je vindt dat je lichaam een tempel is, of omdat landarbeiders degenen zijn die het meest onder pesticiden te lijden hebben?’ vraagt Patel.

    (Er is ook een akelige historische link tussen de beweging voor biologisch eten en blank etnisch nationalisme: beide putten uit een vergelijkbaar jargon van zuiverheid en wazige en geïdealiseerde denkbeelden over een bloedband met de aarde die niet mag worden bezoedeld met industriële bestrijdingsmiddelen of ‘Fremdstoffe’ – zoals de naziwetenschapper Werner Kollath het noemde, die in de Tweede Wereldoorlog niet alleen voorstander was van de slogan Lasst unsere Nahrung so natürlich wie möglich (‘laat onze voeding zo natuurlijk mogelijk zijn’), maar ook van gedwongen sterilisatie en eugenetica. Een van de extreemrechtse opstandelingen die begin januari na de rellen bij het Capitool in Washington werden opgepakt, schijnt in de gevangenis biologisch voedsel te hebben geëist omdat hij vreesde anders ziek te worden.)

    Armere minderheden hadden in Amerika tientallen jaren lang niet eens de mogelijkheid om voor gezond eten te kiezen

    Tijdens de Amerikaanse Gilded Age, de economische bloeitijd na de Burgeroorlog, leidde de snelle industrialisatie en de ophoping van rijkdom in de handen van een kleine groep tot de opkomst van een nieuwe arbeidersklasse in de VS. Die arbeiders waren veelal verse immigranten die onder aan de pikorde stonden en daarom geen kans maakten op goedbetaald werk. Zij zagen zich dus genoodzaakt de allerlaagste baantjes te accepteren, hoe vies en gevaarlijk de werkomstandigheden ook waren. Toen Upton Sinclair in zijn baanbrekende roman The Jungle (1906) het werk in slachthuizen en vleesverwerkingsfabrieken beschreef, was dat een sensatie – zij het om de verkeerde redenen, zo besefte hij al snel: de lezers gruwden eerder van de gedachte dat ze besmet vlees op hun bord konden krijgen dan van het harde arbeidersbestaan. ‘Ik mikte op het hart van het publiek, en raakte het bij toeval in de maag,’ schreef hij daar later over.

    Maar misschien dat de groeiende onzekerheid op de banenmarkt in alle sectoren, voor zowel arbeiders als kantoorpersoneel, en de miljoenen mensen die ten gevolge van corona nu zonder werk zitten, dit debat toch weer leven kunnen inblazen. ‘De gedachte dat men zich een uitweg uit de problemen kan kopen zit diep verankerd in het individualistische, kapitalistische denken,’ zegt Khanna, ‘in tegenstelling tot het besef dat we allemaal genaaid worden.’

    Critici van links tot rechts beschuldigen de voedselbeweging wel van elitarisme. Het vergt een zekere mate van betrekkelijke maatschappelijke voorsprong en welvaart om te kunnen eten op een manier die doorgaans als gezond wordt beschouwd. Etiketten zoals ‘biologisch’ dreigen daardoor alleen maar symbolen van status en deugdzaamheid te worden, terwijl mensen die op voedselbonnen zijn aangewezen geregeld wordt verweten dat ze met overheidsgeld ‘verkeerd’ voedsel kopen. De in voedsel gespecialiseerde schrijver en universitair docent S. Margot Finn uit Michigan stelde in 2019 in een artikel dat onder invloed van overwegend rijke en witte activisten de prioriteiten van de voedselbeweging te veel zijn doorgeslagen naar buurtmoestuinen, stadsboeren, groenteabonnementen en de beschikbaarheid van vers voedsel, in plaats van zich bijvoorbeeld te beijveren voor betaalbare gezondheidszorg voor iedereen of een hoger minimumloon. Het getuigt volgens haar van ‘een schrale morele verbeelding van wat de moeite waard is als het om eten gaat’. (Je kunt natuurlijk ook voor al deze zaken tegelijk strijden.)

    De pandemie heeft het thema van gratis schoolmaaltijden weer op de agenda gezet

    Maar voor de welgestelden mag gezond eten dan misschien vooral een kwestie van levensstijl zijn, armere minderheden hadden in Amerika tientallen jaren lang niet eens de mogelijkheid om voor gezond eten te kiezen. En de beschikbaarheid van gezond voedsel speelt vandaag de dag nog steeds een grote rol in het activisme van mensen van kleur. In 1969 begon de Black Panther Party met de verstrekking van een gratis ontbijt aan schoolkinderen, eerst in Oakland en daarna in het hele land: minstens twee keer per week kregen ze worst, spek of eieren met toast of maispap, melk, jus of warme chocolademelk en vers fruit. De Black Panthers beschouwden voedselonzekerheid als een vorm van onderdrukking en waren van mening dat gebrek aan goede voeding geen incidenteel probleem was, maar onderdeel van een systeem waarmee men zwarte mensen onder de duim hield. Het gratis ontbijt werd nooit als een oplossing voor de rassenongelijkheid beschouwd: het was een van de overlevingsprogramma’s van de Panthers (‘survival pending revolution’ was hun leus: overleven tot de revolutie). Zo wilden ze de zwarte burgers op de been houden tot ze in de positie verkeerden ‘om zich aan de laars van hun onderdrukker te ontworstelen’, zoals Huey P. Newton, een van de oprichters van de Panthers, in 1972 schreef.

    De federale overheid had in 1966 ook al een kleine pilot opgezet van haar eigen gratis ontbijtprogramma, maar dat werd pas landelijk uitgerold in 1975, toen de Panthers door de FBI praktisch waren ontmanteld en hun maatschappelijke hulpprogramma’s waren verdwenen. De pandemie heeft het thema van gratis schoolmaaltijden weer op de agenda gezet. In veel steden waar de scholen dichtgingen, bleven de schoolkantines open en werden daar maaltijden bereid en uitgedeeld voor ’s ochtends, ’s middags en soms ook ’s avonds, niet alleen voor kinderen maar ook voor andere mensen in nood. De toenmalige minister van landbouw Sonny Perdue versoepelde de federale wetgeving die sommige scholen in staat stelt gratis maaltijden te verstrekken zonder naar een inkomensbewijs te vragen. ‘Kinderen kunnen zich niet op de les concentreren als ze honger hebben,’ zei Perdue, waarmee hij een gedachte verwoordde die meer dan een halve eeuw geleden ook al in de partijkrant van de Black Panthers had gestaan: ‘Hoe kunnen onze kinderen iets leren als hun maag meestentijds leeg is?’ Vanuit diezelfde gedachte hebben veel vrijwilligersorganisaties tijdens de Black Lives Matter-betogingen van vorig jaar maaltijden verstrekt aan demonstranten. Dat was behalve voedselhulp ook een statement: wij staan achter jullie.

    Gezond voedsel

    Je mensen te eten geven als die niet altijd zeker zijn van voldoende voedsel, kan ook een daad van verzet zijn – de erkenning dat het ook een vorm van geweld is om mensen zulke basisbenodigdheden te onthouden. Dara Cooper (43) woont in Atlanta en is directeur van de National Black Food and Justice Alliance (NBFJA). Toen ze in de jaren tachtig opgroeide in de South Side van Chicago, zag ze dat haar moeder keihard werkte en toch maar met moeite genoeg eten op tafel kreeg. De groente in hun supermarkt zag er altijd oud, verlept en gehavend uit, heel anders dan de fleurige groente- en fruitafdelingen vol verse waren in de winkels van de rijkere en wittere buurten van de stad.

    Buurten waar niet of nauwelijks winkels met vers en gezond voedsel voorhanden waren, werden vroeger wel een voedselwoestijn genoemd: bijna alsof het een willekeurig en natuurlijk verschijnsel was, in plaats van het gevolg van bewust beleid. Buurten die als ‘risicovolle’ investering werden beschouwd, zoals bijna alle buurten waar vooral minderheden woonden, moesten het immers vaak zonder essentiële diensten stellen en kwamen niet in aanmerking voor leningen van de in de jaren dertig opgerichte hypotheekverstrekker van de overheid, de Home Owners’ Loan Corporation. Door de Fair Housing Act van 1968 is deze discriminatie nu weliswaar officieel verboden, maar de ongelijkheid blijft hardnekkig. Activisten spreken tegenwoordig van voedselapartheid, een term die opgeld deed toen de lokale bewonersorganisatie Community Coalition of South Los Angeles campagne voerde om de wildgroei van fastfoodzaken in wijken met lage inkomens af te remmen.

    Dara Cooper hielp in 2011 een afgedankte stadsbus om te bouwen tot een rijdende groentewinkel, Fresh Moves, waarmee verse groenten worden verkocht in wijken met te weinig goede winkels. Zo willen ze tegelijkertijd aandacht vragen voor het probleem en meteen ook demonstreren hoe je het kunt oplossen. Het probleem is niet alleen de afwezigheid van winkels met een goed assortiment, maar ook wie er in zo’n winkel de leiding heeft. Als grootwinkelbedrijven een filiaal in een zwarte wijk openen, zie je bij het management vaak nog vooroordelen die tot wrijving met klanten leiden, en weinig bereidheid om personeel uit de buurt te werven. Net als de moestuinen van Karen Washington in de Bronx was Fresh Moves bedoeld als een zaak van en voor de buurt, en het liep meteen storm. ‘We stonden naast een ijscowagen, en bij ons stond een langere rij,’ zegt Cooper.

    Tijdens de pandemie kreeg de NBFJA een recordaantal telefoontjes van mensen die om tips vroegen voor het opzetten van een eigen moestuin

    Sommige zwarte activisten vinden het vooral aantrekkelijk om hun eigen groente te verbouwen – zowel om in hun eigen behoeften te kunnen voorzien, als om zich af te zetten tegen een verleden waarin zwarte mensen op het platteland geen eigen grond mochten hebben, maar tot slavernij werden gedwongen. Tijdens de pandemie kreeg de NBFJA een recordaantal telefoontjes van mensen die om tips vroegen voor het opzetten van een eigen moestuin. Soul Fire Farm, een non-profitorganisatie buiten New York, organiseert workshops waarin praktijklessen in traditionele Afrikaanse landbouwmethoden gecombineerd worden met een kritische beschouwing van het voedselsysteem door de bril van ras en klasse. En wat betreft de groenteabonnementen van gemeenschapslandbouw, waarbij je als consument aandelen koopt in de jaaroogst van een boerderij en je dividend krijgt uitbetaald in de vorm van een aantal dozen verse groente per jaar: wie dat wegzet als een speeltje van linkse witte mensen, gaat voorbij aan het baanbrekende werk van Booker T. Whatley, een landbouwdocent aan de Tuskegee University in Alabama, die de lezers van zijn Handbook on How to Make $100,000 Farming 25 Acres in 1987 al adviseerde om zich van vaste inkomsten te verzekeren door een club op te zetten waarbij de leden vooruitbetalen voor een jaar lang groente.

    Jamila Norman (41), een milieukundig ingenieur die zich op de stadslandbouw heeft toegelegd wegens het gebrek aan winkels met gezond voedsel in haar eigen wijk in Atlanta, vindt het belangrijk om de grond waarop ze gewassen verbouwt in eigendom te hebben en rendabel te maken, ‘om een landbouwbedrijf neer te zetten als een levensvatbaar bedrijfsmodel voor mensen van kleur, zodat ze zien dat die weg voor hen vrij ligt’. Volgens cijfers van het Amerikaanse ministerie van Landbouw is het totale aantal boerderijen de afgelopen eeuw met 68 procent gedaald van bijna 6,5 miljoen in 1920 tot iets meer dan 2 miljoen in 2017. Maar het aantal boerderijen van zwarte boeren is gedaald van ongeveer 925.000 naar 35.000, een veel scherpere daling van wel 96 procent. Dat komt neer op de onteigening van miljoenen hectares, deels door discriminatie bij het verstrekken van leningen door zowel banken als de overheid. (In 1998 erkende het ministerie in een rapport dat er sprake was van ‘langdurige vooroordelen tegen en discriminatie van boeren uit etnische minderheden’.) Met de Patchwork City Farms, door Norman oorspronkelijk begonnen op een stuk grond dat ze pachtte van een openbare school, maar inmiddels gevestigd op een eigen perceel niet ver van haar huis, wil ze het ‘verhaal’ van de zwarte boer ‘heroveren’. Het doel is een toekomst waarin, zo zegt ze, ‘ik helemaal niet bijzonder meer ben omdat iedereen dan aan landbouw doet’.

    Het gevaar bestaat dat de bevolking na afloop van deze pandemie volledig is uitgeput en vooral terug wil naar ‘het oude normaal’

    De pandemie heeft veel voedselactivisten genoodzaakt om van belangenbehartiging over te stappen op noodhulp (de ‘overlevingsprogramma’s’ van Huey P. Newton) teneinde te kunnen voorzien in de eerste behoeften van mensen: voedsel voor wie honger lijdt, financiële steun voor kleine bedrijven op de rand van het faillissement, en bescherming van de levens van werknemers in ‘vitale’ beroepen. Het gevaar bestaat dat de bevolking na afloop van deze pandemie volledig is uitgeput en vooral terug wil naar ‘het oude normaal’. Maar ‘ons normaal is dodelijk’, zegt Guillén. En ook Holt-Giménez ziet het somber in: ‘Miljardairs, grote bedrijven en grote ketens komen beter uit de pandemie,’ zegt hij. ‘Het levert kansen op – en kijk wie die kansen benutten.’ Tegen het probleem van het schaalvoordeel valt praktisch niet op te boksen, zoals Wey ook laat zien. Norman wil haar kinderen van rond de twintig niet als knecht op haar boerderij inzetten. ‘Ik moet dit werk zelf kunnen doen,’ zegt ze, ‘dit rendabel houden zonder mensen uit te buiten.’ Maar grote landbouwbedrijven kunnen makkelijk lagere prijzen vragen door arbeidskrachten te behandelen als wegwerpartikelen en ze ‘in tijden van crisis zelfs op te offeren’, zegt Guillén. ‘De gedachte blijft toch: hoe dicht kun je de wettelijke grens van slavernij naderen?’

    Maar de huidige crisis zal niet meteen verdwenen zijn met het virus, die zoönotische infectie die van dier op mens is overgesprongen en dus duidelijk een nevenproduct is van onze inbreuken op de habitat van dieren en het existentiële gevaar van onze niet-aflatende belasting van het milieu. Met het stijgende tempo waarin de klimaatverandering om zich heen grijpt, en de schijnbare onuitroeibaarheid van raciale onrechtvaardigheid en de eeuwenoude verdeling van rijkdom en macht, zowel in Amerika als op mondiaal niveau (om nog maar te zwijgen over de bunkermentaliteit van diegenen die al zo lang aan de knoppen zitten dat ze het delen van macht meteen ervaren als de totale ondergang), is voedsel zowel een symbool als de letterlijke belichaming geworden van alle problemen om ons heen. Activisme kan de vorm aannemen van een betoging, van een boycot, van een campagne om een miljoen deuren af te gaan, of zelfs van een handvol zaad: een stukje toekomst dat je in de aarde steekt. Het kan bestaan uit een koor van stemmen en een groeiend bewustzijn dat wat wij eten niet alleen een afspiegeling is van onze (vaak laaghartige) keuzes als samenleving, maar die keuzes ook vormt; en dat het in onze macht ligt om iets aan die keuzes, en aan de manier waarop we leven, te veranderen.

  • Californië komt met ‘grootste klimaatpakket ooit’

    Californië komt met ‘grootste klimaatpakket ooit’

    De Democratische gouverneur van Californië heeft een pakket van 15 miljard dollar, bijna 13 miljard euro, goedgekeurd om droogte en klimaatverandering in de staat aan te pakken na opnieuw een seizoen met verwoestende bosbranden.

    Gouverneur Gavin Newsom, die twee weken geleden nog een zogenoemde ‘recall election’ overleefde en daardoor kon aanblijven, ondertekende vierentwintig besluiten die zijn gericht op inspanningen om klimaatverandering een halt toe te roepen en gebruik van schone energie te stimuleren, maar ook om droogte te bestrijden en weerbaarheid tegen bosbranden te vergroten. Volgens Reuters gaat het om het grootste klimaatpakket in de geschiedenis van Californië.

    Het grootste deel van het pakket, 5,2 miljard dollar, gaat naar financiering voor noodhulpprojecten tegen droogte en voor uitbreiding van de watervoorziening in Californië. Het pakket omvat 3,7 miljard dollar om de risico’s van klimaatverandering aan te pakken, door te investeren in projecten die extreme hitte zullen verminderen en de dreiging van stijgende zeespiegels zullen aanpakken.

    Volgens het kantoor van Newsom gaat daarnaast ook nog eens zo’n 1,5 miljard dollar naar het voorkomen van het risico op bosbranden in bossen.

    De Amerikaanse president Joe Biden onderstreepte eerder deze maand zijn intenties om eveneens aanzienlijke investeringen te doen om de klimaatverandering tegen te gaan, toen hij Californië bezocht en een rondvlucht maakte over gebieden die getroffen zijn door een van de ergste bosbrandseizoenen in het land.

    99 miljard dollar schade

    De reis van Biden was bedoeld om de verwoestingen te aanschouwen die worden veroorzaakt door een opwarmende planeet, om aan te dringen op meer middelen om het probleem aan te pakken en om initiatieven aan te prijzen die deel uitmaken van infrastructurele werken waarop zijn regering aandringt.

    Biden toerde met Newsom langs hulpdiensten in Sacramento, waar hij functionarissen van de noodoperaties toesprak en zei dat ouders zich niet alleen zorgen maken om hun kinderen vanwege corona, maar ook of ze door de bosbranden nog wel gezonde lucht kunnen inademen.

    ‘Wetenschappers waarschuwen ons al jaren dat het weer extremer gaat worden’, aldus Biden. ‘We maken het nu realtime mee.’

    Extreme weersomstandigheden hebben de Verenigde Staten vorig jaar 99 miljard dollar gekost, en dat record zou dit jaar opnieuw kunnen worden verbroken, aldus de president, die de dringende noodzaak onderstreepte voor beslissende acties om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

    ‘We moeten groot denken, want te klein denken is een recept voor rampen’, zei hij, terwijl hij infrastructurele plannen van 1,2 biljoen dollar aanprees naast een apart pakket van 3,5 biljoen dollar dat volgens hem nodig is om de klimaatverandering de komende tien jaar te bestrijden. De door Biden gewenste maatregelen stuiten op tegenwerking in het verdeelde Amerikaanse congres.

    Californië lijkt op weg om dit jaar meer land in vlammen te zien opgaan dan vorig jaar

    De zogenoemde Caldor-brand in Californië, die het bij toeristen populaire gebied Lake Tahoe bedreigde, legde in augustus een gebied van meer dan 88.600 hectare in de as en verwoestte meer dan 1000 huizen en andere gebouwen in de Sierra Nevada op zo’n 115 kilometer ten oosten van Sacramento. Het was dit jaar de op één na grootste brand in de staat, na de Dixie Fire, die sinds het begin, midden juli, meer dan 388.000 hectare en ruim 1300 gebouwen verwoestte.

    Lees ook:

    De piek van het bosbrandseizoen valt voor Californië gewoonlijk in de late zomer en de herfst. De staat lijkt op weg om dit jaar meer land in vlammen te zien opgaan dan vorig jaar, dat voorlopig het slechtste jaar ooit voor ‘The Golden State’ was.

    Een week geleden slaagde de brandweer van Californië er vooralsnog in een groep oude sequoia’s te beschermen die bedreigd worden door branden die in het nationaal park Sierra Nevada woeden.

    De eeuwenoude, reusachtige bomen, die de Four Guardsmen worden genoemd, markeren de ingang van het Giant Forest, een bos met zo‘n tweeduizend sequoia’s. Iets verderop staat de naar Generaal Sherman vernoemde sequoia, die met een lengte van 83 meter, ongeveer de hoogte van een flatgebouw met 20 verdiepingen, een diameter van 11,1 meter en een ouderdom van circa 2300 tot 2700 jaar, een van de oudste levende wezens op aarde is. Volgens opzichters wisten ze de bomen te redden door ze rond hun basis te bekleden met brandwerend materiaal.

    De brand in het gebied met de sequoia’s is een van de dertien grote bosbranden die momenteel woeden in Californië. Vanwege de droogte en de harde wind blijft het erom spannen of de reddingspogingen van de bomen definitief zullen slagen.

    Droogte

    Door de mens veroorzaakte klimaatverandering verergert de vernietigende droogte die het zuidwesten van de Verenigde Staten teistert, de zwaarste ooit in de regio. In twintig maanden tijd viel de minste neerslag sinds in 1895 werd begonnen met meten, aldus een rapport van de Amerikaanse regering. In diezelfde periode, van januari 2020 tot augustus 2021, beleefde de regio ook de op twee na hoogste dagelijkse gemiddelde temperaturen. Het regeringsrapport waarschuwt dat extreme droogte waarschijnlijk zal verergeren en zich zal herhalen ‘totdat maatregelen tegen opwarming van de aarde worden genomen en regionale opwarming kan worden gekeerd’.

    De droogte begon aan het begin van 2020 in de staten Californië, Nevada, Arizona, Utah, Colorado en New Mexico en heeft geleid tot ongekende watertekorten in de hele regio, terwijl in de afgelopen twee jaar tegelijkertijd verwoestende bosbranden woedden.

    De afnemende hoeveelheden water in de reservoirs bedreigen volgens de studie de drinkwatervoorziening, irrigatiesystemen, waterkrachtcentrales, visserij en recreatieve activiteiten, met directe verliezen die in de miljarden dollars lopen.

    ‘De helft van de Verenigde Staten kampt met een ongekende droogte’

    De ongebruikelijk hoge temperaturen, die samenvallen met de historische droge periode in het zuidwesten van de VS, zijn symptomatisch voor door de mens veroorzaakte klimaatverandering. De extreem hoge temperaturen vergroten de behoefte aan water waardoor de droogte verder verergert en uiteindelijk op allerlei manieren ‘meer impact’ heeft, aldus de auteurs van het rapport. Het onderzoek richtte zich op droogte in zes staten in het zuidwesten van de VS, waar meer dan 60 miljoen mensen wonen, maar de implicaties reiken veel verder dan uitsluitend die regio.

    ‘De helft van de Verenigde Staten kampt met een ongekende droogte, juist nu de economie van het land worstelt met de effecten van covid-19’, zo zegt hoofdauteur van het rapport Justin Mankin, professor geografie aan het Dartmouth College. De zomer van 2021 bracht weliswaar welkome moessonregens in delen van het zuidwesten, maar er zijn meerdere jaren met bovengemiddelde regen en sneeuw op grote hoogte nodig om de reservoirs, rivieren en bodem in de regio aan te vullen. De verwachting is dat ‘de huidige droogte minstens tot 2022 zal aanhouden in een groot deel van het zuidwesten van de VS, mogelijk zelfs langer’, aldus het rapport.

  • VK: Paniek bij benzinestations | Veroordeling R. Kelly: ‘belangrijk keerpunt‘

    VK: Paniek bij benzinestations | Veroordeling R. Kelly: ‘belangrijk keerpunt‘

    Zijn lege tankstations een gevolg van brexit?

    ‘Eindeloze rijen bij benzinestations, lege schappen in supermarkten en failliete energieleveranciers: welkom in het VK van 2021’, kopte The Observer gisteren. Naast een gasscrisis, die de afgelopen weken is veroorzaakt door het economisch herstel in Azië en een algemene daling van de productie, zijn er nu ook zorgen over brandstof.

    ‘Door een tekort aan vrachtwagenchauffeurs, die gespecialiseerd zijn in gevaarlijke producten, zagen BP en Tesco zich vorige week gedwongen hun brandstofleveringen in te krimpen en een handvol tankstations te sluiten om de rest te kunnen bevoorraden’, aldus The Daily Telegraph. ‘Hierdoor raakten automobilisten in paniek.‘ Als gevolg daarvan stond op maandag 27 september bijna de helft van de achtduizend Britse tankstations droog.

    Vanwege de aanscherping van de immigratieregels na brexit hebben tienduizenden chauffeurs uit de EU het land verlaten

    Het gebrek aan vrachtwagenchauffeurs, dat ook heeft geleid tot voedseltekorten in de supermarkt, heeft de Britse regering ertoe gebracht haar immigratiebeleid te versoepelen. ‘De ministers zijn zaterdag gezwicht voor de druk van de transportsector en hebben aangekondigd dat ze vijfduizend tijdelijke visa zullen verlenen aan buitenlandse vrachtwagenchauffeurs‘, aldus Financial Times.

    Vóór de coronapandemie waren tienduizenden chauffeurs afkomstig uit de Europese Unie. ‘Ongeveer 25.000 van hen hebben het Verenigd Koninkrijk in 2020 verlaten en zijn niet teruggekeerd‘, schrijft The Guardian, met name vanwege de aanscherping van de immigratieregels na brexit. Tegelijkertijd ‘is er een achterstand van 40.000 die wachten om hun vrachtwagenexamen te mogen afleggen‘.

    ‘De beleidskeuzes van Boris Johnson hebben de gevolgen van corona alleen maar verergerd’

    ‘De beleidskeuzes van Boris Johnson hebben de gevolgen van corona voor de infrastructuur van het land alleen maar verergerd. In het bijzonder, zo schrijft The Observer, ‘de obsessie van de uitvoerende macht met brexit‘, die wordt gesymboliseerd door de wens om koste wat het kost de controle over de grenzen met de Europese Unie terug te krijgen.

    Het leger is gemobiliseerd en kan zo nodig worden ingezet om tankstations te bevoorraden, meldt Sky News. Volgens minister van Handel Kwasi Kwarteng is het ‘een verstandige voorzorgsmaatregel‘.

    Lees ook:


    Veroordeling R. Kelly is ‘belangrijk keerpunt‘ voor de muziekindustrie

    Op maandag 27 september heeft een jury in New York, aan het einde van een proces dat op 18 augustus was begonnen, een van de grote r&b-sterren van de afgelopen dertig jaar schuldig bevonden aan mensenhandel en afpersing, waarbij zwarte vrouwen en kinderen het slachtoffer werden, schrijft The Guardian. Hij riskeert levenslange gevangenisstraf. Zijn vonnis zal pas op 4 mei 2022 bekend worden.

    The Washington Post ziet de beslissing van de twaalf juryleden als de ‘iconische uitkomst van het meest spraakmakende muziekindustrieproces van het #MeToo-tijdperk’. De 54-jarige zanger, wiens echte naam Robert Sylvester Kelly is, werd beschuldigd van meervoudig misbruik en mishandeling van tal van jonge vrouwen, waarvan de meesten Afro-Amerikaans.

    ‘Hij gebruikte de macht die hij kreeg door zijn beroemdheid om minderjarige meisjes te ronselen’

    ‘Ten eerste gebruikte hij de macht die hij kreeg door zijn beroemdheid om minderjarige meisjes te ronselen met het doel ze seksueel te misbruiken’, verklaarde Gloria Allred, de advocaat van een deel van de slachtoffers, geciteerd door CNN. ‘Vervolgens gebruikte hij zijn werknemers om hem te helpen bij het lokken, isoleren, intimideren, controleren, indoctrineren, straffen en vernederen van zijn slachtoffers.‘

    ‘Het vonnis van vandaag brandmerkt R. Kelly voor altijd als een roofdier, die zijn roem en fortuin gebruikte om te azen op kinderen, kwetsbaren en stemlozen‘, bevestigde officier van justitie Jacquelyn M. Kasulis. ‘Hij gebruikte zijn inner circle om minderjarige meisjes, jonge mannen en vrouwen tientallen jaren lang te verstrikken in een smerig web van seksueel misbruik, uitbuiting en vernedering.‘


    Veel Spaanse jongeren zonder werk of studie

    Spanje is nog steeds een van de Europese landen met het hoogste percentage mensen tussen 18 en 24 jaar dat geen werk heeft en geen onderwijs of opleiding volgt, bericht El País. De groep staat in Spanje bekend als ‘ninis’, naar de Spaanse uitdrukking ni estudia ni trabaja, oftewel ‘noch studerende, noch werkende’. Vorig jaar viel 19,9 procent van de jongeren in deze categorie, aldus het OESO-rapport ‘Onderwijs in een oogopslag 2021’, dat vorige week werd gepresenteerd. Alleen Italië registreerde met 24,8 procent een hoger aandeel van jongeren die niet werken of studeren. Op de derde plaats volgt Griekenland met 19,3 procent.