Tag: vluchtelingen

  • ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    ‘Als ik mijn land nu zou verlaten, zou ik het verraden’

    Duizenden Russen zijn de afgelopen weken hun land ontvlucht uit onvrede met het politieke klimaat of uit financiële noodzaak vanwege de zware sancties. De onafhankelijke Russische nieuwsorganisatie Meduza sprak met enkele achterblijvers. Wat zijn hun redenen om niet te vertrekken?

    Duizenden mensen zijn de afgelopen weken Rusland ontvlucht, in de hoop de binnenlandse politieke, sociale en economische gevolgen van de oorlog te ontlopen. Maar zij zijn in de minderheid: niet iedereen kan zo snel naar een nieuw land verhuizen, al zouden ze dat nog zo graag willen. Sommigen blijven in Rusland vanwege familie, anderen kunnen het zich niet veroorloven om te vertrekken, terwijl weer anderen uit principe blijven waar ze zijn.

    Screen Shot 2022 03 17 at 9.16.47 PM 1

    Kirill – Ingenieur, Moskou

    ‘Mijn familie en ik dachten erover om te emigreren maar zien dat uiteindelijk niet zitten. Wat heeft het voor zin om ergens heen te gaan waar we niet kunnen blijven? Het zou alleen maar moeilijker worden om terug te keren. Ik ben er niet klaar voor om ergens als een illegale immigrant te leven. Nog niet.

    Als we via de officiële weg ergens legaal zouden kunnen wonen, dan zou ik vertrekken. Ik denk dat dit land donkere tijden te wachten staan. Hopelijk maakt de Russische bevolking de laatste stuiptrekkingen van haar grote leider mee.’


    Tatjana – Werkt voor een IT-bedrijf, regio Perm

    ’Mijn ouders zijn bejaard en mijn partner werkt in overheidsdienst. Om die redenen kan ik niet weg. Bovendien denken we dat de Europese Unie binnenkort waarschijnlijk ook in een grote crisis zit, en dan zal het in Rusland makkelijker overleven zijn.

    Vanwege de russofobie die nu overal heerst, is het onveilig om nu buiten Rusland te wonen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat alles duur is geworden daar. De kosten voor levensonderhoud zijn zodra de migratie begon omhoog geschoten.’


    Elizaveta – Werkt in de pr en marketing, Angarsk

    ‘Ik heb overwogen om te vertrekken, en eigenlijk wil ik dat nog steeds. Ik ben dertig jaar oud en kom uit een kleine stad in Siberië. Ik begon net echt te leven in plaats van te overleven: ik had genoeg geld om lekker te eten, mooie spullen te kopen en met mijn man reizen te maken. En nu duwt mijn land mij terug de armoede in, terug naar de tijd toen reizen naar het buitenland alleen maar in onze verbeelding bestond.

    ‘Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland’

    Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland. Het past niet in mijn wereldbeeld. We blijven hier omdat we de voogdij over een kind hebben, en we op dit moment niet het recht hebben haar mee het land uit te nemen. Bovendien hebben we nog niet genoeg tijd gehad om te sparen voor een verhuizing. Maar we zijn begonnen met het leren van een vreemde taal. Zo kunnen we alvast een basis leggen.’


    Meduza & 360

    360 gaat samenwerken met de onafhankelijke Russischtalige nieuwssite Meduza.
    Sinds de Russische inval in Oekraïne hebben de autoriteiten Meduza afgesloten voor Russische internetgebruikers. Ook hebben veel buitenlandse correspondenten en media het land verlaten na een controversiële mediawet die het verspreiden van ‘nepnieuws’ sanctioneert met een gevangenisstraf die kan oplopen tot vijftien jaar. 360 breekt al jaren een lans voor onafhankelijke en vrije journalistiek. Met deze samenwerking wil 360 een platform bieden aan onafhankelijke en kritische geluiden uit Rusland, zodat ook de Nederlandse nieuwsvolger op de hoogte kan blijven van wat er speelt aan de Russische kant van het front.

    Aidar – Programmeur, Kazan

    ‘Ik heb me suf gedacht, en ik zal blijven twijfelen, ofwel tot ik vertrek, ofwel voor de rest van mijn leven. Er zijn verschillende redenen waarom ik blijf. Ik ben de oudste zoon en mijn broer werkt in het buitenland. Mijn ouders kunnen niet weg, tenminste niet op korte termijn. Het was niet meer dan logisch dat de jongste zoon naar een rijker land zou gaan om te werken, en dat de oudste zoon voorlopig bij onze ouders in dit totalitaire land zou blijven.

    De andere reden is mijn vriendin, hopelijk mijn toekomstige vrouw. Het is voor mij geen optie om weg te gaan terwijl zij hier achterblijft, en er zijn geen garanties als je in het buitenland bent. Ook niet als je hier blijft, trouwens. Als deze twee factoren niet meespeelden, zou ik vertrekken, zelfs zonder spullen en met een onzekere toekomst. Ik denk dat ik het in het buitenland best zou redden als ervaren programmeur, maar diezelfde garantie kan ik mijn dierbaren niet geven. Zij hebben me hier waarschijnlijk harder nodig.

    ‘Deelnemen aan een protestactie zou te gevaarlijk zijn’

    Ik zie niet voor me dat we in Rusland een comfortabel leven kunnen leiden. Een minder comfortabel leven in het buitenland lijkt me aantrekkelijker. Bovendien voel ik me elke dag dat de oorlog voortduurt indirect verantwoordelijk voor wat er gebeurt, en misschien ben ik dat ook wel: als burger ben je maar een klein beetje verantwoordelijk, maar niettemin verantwoordelijk voor wat jouw land aan het doen is. Deelnemen aan een protestactie en een gevangenisstraf riskeren, waardoor ik mijn dierbaren niet zou kunnen helpen of het land niet zou kunnen verlaten, zou te gevaarlijk zijn.’


    Elizaveta – Accountant, Moskou

    ‘Ik dacht eraan om weg te gaan toen ik nog studeerde – mijn seksuele geaardheid speelde een rol –, maar ik had de moed niet. En nu is die kans verkeken. Mijn moeder heeft een beroerte gehad, ik heb een puppy om voor te zorgen en ik ben blut. Om nog maar te zwijgen over mijn beroep, dat niemand in het buitenland zou interesseren.

    Ik denk dat er in de toekomst veel armoede in het land zal zijn door de hoge inflatie, werkloosheid en het sluiten van bedrijven. Wie arm is, zoals ik, zou dan wel eens van honger kunnen omkomen.’


    Alija – Werkt in een galerie voor moderne kunst, Moskou

    ‘Ik wil wel weg, maar mijn man niet. Hij denkt niet dat we in het buitenland werk zullen vinden zonder de taal te spreken of speciale vaardigheden te hebben. Dan is er ook nog de kwestie van mijn ouders en mijn oude, tweeënnegentigjarige grootmoeder, voor wie ik moet zorgen. Ik ben heel bang, maar mijn familie achterlaten kan ik niet. Ik denk dat het erg uit de hand gaat lopen: tirannieke wetshandhaving, armoede, banditisme, en misschien een burgeroorlog.

    ‘Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan’

    We hebben een vakantiehuisje in een dorp, en als alles in duigen valt, zullen we daarheen moeten verhuizen. Ik heb geen enkele mogelijkheid meer om me beroepsmatig verder te ontwikkelen en plezier te hebben in mijn werk. Dat is me afgepakt. Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan.’


    Alisa – Werkt in de dienstensector, Krasnodar

    ‘Ik denk er vaak over na om weg te gaan. Ik doe mijn uiterste best om een manier te vinden om mijn ouders mee te krijgen. Maar hoogstwaarschijnlijk blijf ik hier om dicht bij mijn dierbaren te zijn. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze achter te laten.

    Soms denk ik terug aan de verhalen van mijn vader, die vertelde hoe moeilijk het was in de jaren negentig. Nu voorzie ik een toekomst die veel erger is dan toen: veel mensen komen zonder werk te zitten, honger wordt een ernstig probleem en de criminaliteit zal de pan uit rijzen. We zitten op de Titanic, en die heeft net de ijsberg geraakt.’


    Nastya – Verkoopt producten op een markt, Moskou

    ‘Ik popelde om naar Georgië te gaan of naar een ander GOS-land [verbond van voormalige Sovjet-Unielanden]. Maar ik ben tweeëntwintig, die stomme leeftijd waarop ik wel een spaarpotje heb maar niet genoeg om alles te laten vallen en voor onbepaalde tijd naar een land te verhuizen waar ik niet kan werken.

    ‘Ik wil gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen’

    Ik ben ook bang om mijn grootmoeder en vader achter te laten, die in de Samara-regio wonen. Ik moet mijn oma gaan helpen om de meest noodzakelijke levensbehoeften in te slaan. Ik vrees dat haar pensioen niet genoeg is, of dat er een tekort aan producten zal zijn. Bovendien wil ik gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen. Vooral nu, nu het regime in Rusland bijzonder kwetsbaar is. Als we deze crisis overleven, kunnen we een nieuw Rusland opbouwen. Ik probeer er het beste van te maken en te doen wat ik kan.’


    Oleg – Werkt op een universiteit, Jelets

    ‘Ik heb nagedacht over weggaan. Ik weet niet hoe ik op morele wijze verder kan leven. Ik denk er nog steeds over na, maar… Ik heb hier een dochter, die bij mijn ex-vrouw woont. En hier is ook het graf van mijn moeder.’


    Jevgeni – Werkt in een autozaak, Vladivostok

    ‘Vijf jaar geleden besloot ik te blijven en sindsdien ben ik niet van gedachten veranderd. Even overwoog ik te vertrekken toen mijn vrienden meteen na 24 februari begonnen te praten over emigreren. In paniek sloot ik me aan bij enkele immigratiegroepen op internet. Ik had zelfs al een vliegticket naar Istanboel, voor begin maart. Ik had het al gekocht lang voordat dit allemaal gebeurde, wat een gelukkig toeval leek. Toch ben ik uiteindelijk niet in dat vliegtuig gestapt.

    ‘Ik maak vaak het grapje dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik’

    Ik heb in mijn leven al veel in het buitenland gewoond en heb genoeg ervaring opgedaan om te begrijpen hoezeer ik mijn thuis en mijn land waardeer. Ik hou echt van Rusland en de mensen hier. Ik heb hier geleerd wat vriendschap en liefde zijn, hier ben ik geworden wie ik ben, hier heb ik mijn belangrijkste waarden en de zin van mijn leven leren kennen, en daarom zal ik blijven. Ik denk dat vrijheid het waard is om voor te vechten. Ik maak vaak het grapje met mijn therapeut dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik.’


  • Libische overheid laat vluchtelingen in de kou staan

    Libische overheid laat vluchtelingen in de kou staan

    De burgeroorlog in Libië, die tussen 2014 en 2020 op z’n hevigst was, lijkt voorbij nu het wapengekletter is weggeëbd. Toch verkeren ontheemde slachtoffers nog steeds in deplorabele omstandigheden. En de overheid is in geen velden of wegen te bekennen.

    In Libië leven op het moment duizenden mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt door oorlogshandelingen of om andere redenen niet kunnen terugkeren naar hun woning.

    ‘Ondanks het einde van de burgeroorlog in Libië en het begin van een stroef politiek proces, zijn de gevolgen van dit langdurige conflict voor de lokale bevolking nog steeds even pijnlijk’, schrijft de pan-Arabische krant Al-Araby Al-Jadeed.

    ‘Ze wonen nog steeds in onhoudbare tijdelijke onderkomens en hebben te maken met zware omstandigheden, zoals de koude winter die rond deze tijd elk jaar terugkeert. Er zijn geen officiële statistieken beschikbaar over het precieze aantal mensen,‘ aldus Al-Araby.

    De overheid beweert dat ze geen goed inzicht in het aantal ontheemden en hun omstandigheden kan krijgen door politieke verdeeldheid en door andere vormen van overmacht.

    ICRC, het Internationale Comité van het Rode Kruis, kan wel enige indicatie bieden. De organisatie meldde onlangs dat het eind januari directe hulp heeft geboden aan 7200 gezinnen. Volgens het ICRC gaat het om families die door de burgeroorlog gedwongen werden hun verwoeste steden of huizen te verlaten.

    Overheid laat het afweten

    Bij gebrek aan financiële steun van de staat proberen de meeste slachtoffers hun huis op eigen kracht te herstellen, maar ter plaatse ontbreekt het aan zo’n beetje alles wat daarvoor nodig is.

    ‘In de zomer weten we niet waar we moeten overnachten vanwege de hitte. In de winter moeten we urenlang hout stoken om warm te blijven. Maar hoe moet ik ondertussen het probleem oplossen van regenwater dat door de kieren in de oude muren sijpelt en naar binnen komt door de ramen die provisorisch met plastic zijn gedicht?’ vraagt Nasr Haddar, een vluchteling uit de noordelijke stad Tawergha.

    In de stad Tarhuna, ten zuidoosten van Tripoli, bevindt zich een vluchtelingenkamp dat in 2011 werd geopend. De vervallen staat van het kamp laat zien hoe hoog de nood van de bewoners is.

    ‘Vluchtelingen missen de meest elementaire middelen van bestaan’

    ‘Het kamp is opgetrokken uit lichte, gammele constructies. Vluchtelingen missen de meest elementaire middelen van bestaan. Ondanks talloze oproepen heeft geen enkele overheidsinstantie de bevolking een oplossing of humanitaire hulp weten te bieden, vertelt Fradj Mohamed, een van de bewoners van het kamp.

    Allerlei ngo’s doen hun best om de oorlogsslachtoffers te helpen, maar hun inspanningen zijn een druppel op de gloeiende plaat. ‘Ondanks de burgerinitiatieven en de inspanningen van liefdadigheidsinstellingen die proberen zoveel mogelijk kleding en dekens voor de ontheemden te verstrekken, blijft het allemaal onvoldoende,‘ aldus Hassen Bourkane.

    Bourkane is lid van de Al-Taysir Charity Association, een humanitaire organisatie en vertelt aan Al-Araby Al-Jadeed dat een van de moeilijkheden waarmee liefdadigheids- en andere maatschappelijke organisaties te kampen hebben, de verspreiding van de ontheemden is.

    ‘Deze crisis heeft zo’n grote omvang aangenomen, dat de inzet van ngo’s niet voldoende is’

    Voorheen bevonden de vluchtelingen zich allemaal in kampen en dat betekende dat ze op specifieke, bekende plekken te vinden waren waar hun omstandigheden gemonitord konden worden. Maar de slechte omstandigheden in de kampen hebben ertoe geleid dat ze zijn vertrokken op zoek naar een betere plek. Zo zijn ze verspreid geraakt over een groot gebied en zijn hun omstandigheden moeilijker in kaart te brengen.

    Op hun beurt hebben de vluchtelingen, doordat ze zich hebben verspreid over het land, grote moeite om de weg te vinden naar beschikbare hulp. Hulp overigens die, ook al zouden ze er toegang toe vinden, bij lange na niet voldoende is.

    ‘Deze crisis heeft zo’n grote omvang aangenomen, dat de inzet van ngo’s niet voldoende is, zegt Hassen Bourkane. ‘Het is hoog tijd dat de overheid zich gaat inspannen.’

  • Indonesië neemt tientallen op zee gestrande Rohingya-vluchtelingen alsnog op

    Indonesië neemt tientallen op zee gestrande Rohingya-vluchtelingen alsnog op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wikipedia leeft nog in China ondanks verbod

    » Opnieuw prodemocratische journalisten gearresteerd in Hongkong

    Na krachtig protest gaat Indonesië alsnog overstag

    Vierentwintig uur nadat Indonesië had aangekondigd dat het tientallen gestrande Rohingya-vluchtelingen zou terugdrijven naar Maleisische wateren, stemde het er woensdag eindelijk mee in om hen aan land te laten gaan, meldde Al Jazeera.

    De plaatselijke bevolking en de internationale gemeenschap hadden krachtig geprotesteerd tegen de weigering van Indonesië om de boot te laten aanmeren, ‘die elk moment dreigde te zinken’ met honderdtwintig vluchtelingen aan boord, ‘voornamelijk vrouwen en kinderen’. In 2020 waren honderden Rohingya-vluchtelingen – een vervolgde moslimgemeenschap in Myanmar – in Indonesië aangekomen alvorens door te reizen naar Maleisië, waar meer dan honderdduizend Rohingya wonen.

    Lees ook:

  • Merkel roept Poetin op in te grijpen bij crisis Pools-Belarussische grens

    Merkel roept Poetin op in te grijpen bij crisis Pools-Belarussische grens

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China en VS verrassen op klimaattop met gezamenlijk akkoord

    » Zuid-Koreaanse professor geeft college in bad

    Merkel: ‘Migranten gebruiken als pressiemiddel tegen de EU is onmenselijk’

    De spanning tussen Belarus en Polen is gisteren verder opgelopen. Volgens de nieuwssite van de Italiaanse televisiezender RAI zijn op woensdag 10 november ‘twee groepen migranten erin geslaagd over het prikkeldraad te komen dat Belarus van Polen scheidt’, en zo de EU binnengekomen. Deze illegale oversteek vond plaats in de buurt van de Poolse dorpen Krynki en Bialowieza, aldus RAI. Sinds enkele dagen hebben zich duizenden migranten (velen uit de Koerdische regio’s van Irak) verzameld aan de grens met Polen.

    Geconfronteerd met deze crisissituatie, wees de Poolse premier, Mateusz Morawiecki, op dinsdag expliciet met de vinger naar het Russische staatshoofd, Vladimir Poetin. ‘Het brein achter deze aanval van Loekasjenka is president Poetin’, citeert The Guardian de Poolse premier. Morawiecki, van de rechtsnationalistische partij PiS, zei dat de grenscrisis een ‘nieuw soort oorlog was, waar mensen worden gebruikt als levende schilden’.

    ‘Belarussische reisbureaus worden ervan beschuldigd honderden mensen uit Irak en Syrië naar Minsk te brengen’

    De Britse krant schrijft dat ‘Belarussische reisbureaus ervan worden beschuldigd in groten getale visa af te geven en honderden mensen uit Irak, Syrië en andere landen naar Minsk te brengen, vanwaar zij vervolgens naar het Westen reizen om te proberen de grens over te steken en vanuit Polen door te reizen naar Duitsland’. Een operatie om Europa onder druk te zetten.

    Deze interpretatie van de crisis werd gisteren bevestigd door Angela Merkel, die op woensdag met de Russische president heeft getelefoneerd. Tijdens dit gesprek, zo meldt Die Welt, zei de bondskanselier dat ‘migranten gebruiken als pressiemiddel tegen de Europese Unie, met de hulp van het Belarussische regime, onmenselijk en gewoonweg onaanvaardbaar is’.

    Het Berlijnse dagblad merkt vervolgens op dat Merkel Poetin zou hebben gevraagd ‘zijn invloed op de regering in Minsk aan te wenden’. Een verzoek dat Poetin naar verwachting niet zal inwilligen, althans niet officieel. De Russische president ontkent elke verantwoordelijkheid voor deze crisis.

    Lees ook:

  • Wereldbeeld: Kleine Amal

    Wereldbeeld: Kleine Amal

    Reuzenpop Amal, gemaakt door de Handspring Puppet Company, vertrekt uit de haven van Piraeus om verder naar Italië te reizen. De 3,5 meter lange ‘Little Amal’, wiens naam in het Arabisch hoop betekent, symboliseert een Syrisch vluchtelingenmeisje en is onderdeel van kunstinitiatief The Walk, dat te voet 8000 kilometer zal afleggen van Syrië tot aan het Verenigd Koninkrijk, langs zestig steden, om aandacht te vragen voor de 26 miljoen vluchtelingen wereldwijd, van wie meer dan de helft kinderen zijn.

    GettyImages 1235079685 1
    © Yman Oghanna / Getty Images
  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • Toename vluchtelingen op Lampedusa | Corona eerder in VS dan gedacht

    Toename vluchtelingen op Lampedusa | Corona eerder in VS dan gedacht

    Corona eerder in de VS dan gedacht

    De eerste coronainfectie in de Verenigde Staten werd op 21 januari 2020 vastgesteld bij een inwoner van de staat Washington die kort daarvoor was teruggekeerd uit het Chinese Wuhan. Niet veel later concludeerden experts dat het virus mogelijk al weken eerder in de VS aanwezig was. Een op dinsdag (15 juni) gepubliceerde studie lijkt dat te bevestigen. Op basis van een analyse van bloedonderzoeken identificeerden wetenschappers zeven mensen in vijf staten die mogelijk al ruim voor de eerste officiële gevallen besmet waren.

    ‘Er waren infecties die niet werden gediagnosticeerd’

    ‘Dit is een interessante studie omdat hij de gedachte ondersteunt die velen al als waar aannamen, namelijk dat er infecties waren die niet werden gediagnosticeerd’, zegt immunoloog Scott Hensley tegen The New York Times. Het kleine aantal positieve testen maakte het echter moeilijk om er zeker van te zijn dat het om echte infecties gaat en niet om een methodologische fout. Als de bevindingen echter kloppen, onderstrepen ze de noodzaak voor landen om samen te werken en nieuw opkomende virussen zo snel mogelijk gezamenlijk te identificeren.


    Amazon aangeklaagd voor racisme

    Jeff Bezos wil dat Amazon het ‘meest klantgerichte bedrijf op aarde’ is. Maar een groeiend aantal werknemers zegt dat die instelling heeft bijgedragen aan het bestendigen van racisme bij het bedrijf en dat jarenlange pogingen om er iets aan te doen, zijn gedwarsboomd door de hr-afdeling en Bezos zelf, schrijft Vox.

    De aanklagers spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme

    Pearl Thomas, een 64-jarige zwarte vrouw, klaagde het bedrijf vorige maand aan wegens discriminatie en wraakneming. Het is een van de vijf rechtszaken die inmiddels zijn aangespannen door huidige en voormalige Amazon-medewerkers wegens rassendiscriminatie. De aanklagers, allemaal vrouwen van kleur, spreken over expliciet racisme op het werk en over systemisch racisme, gezien de lagere promotiepercentages en het hogere aantal contractbeëindigingen van zogenaamde minderheden, bericht het Amerikaanse medianetwerk. De recente zaak van Pearl Thomas is saillant omdat ze werkt voor de hr-afdeling van het bedrijf. Haar directe baas, Beth Galetti, zou een van de grootste obstakels zijn bij het aanpakken van racisme.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/14452-2/

    Toename vluchtelingen op Lampedusa

    Op het zuidelijk gelegen Italiaanse eiland Lampedusa neemt het aantal vluchtelingen sinds enige tijd weer zienderogen toe. De zogenoemde hotspot van het eiland dreigt overbelast te raken, meldt de Napolese krant Il Mattino. Hotspots zijn in 2016 door de EU ingesteld als een preventieve grens met een dubbel doel: migranten aan de zuidelijke grenzen van Europa concentreren, en tegelijkertijd verhinderen dat te veel vluchtelingen asiel aanvragen. 

    ‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’

    Het aantal migranten in het opvangcentrum van Lampedusa is na de recente toestroom weer tot boven de duizend gestegen. De burgemeester van Lampedusa, Totò Martello, wil daarom een onderhoud met de Italiaanse premier Mario Draghi. ‘Alleen al vanmorgen arriveerden er ongeveer 600 vluchtelingen’, aldus Martello in Il Mattino. ‘Ik wil premier Draghi ontvangen om hem het fenomeen migratie te laten zien vanuit onze optiek als grensgebied.’ Martello wil een andere benadering dan die van een voortdurende noodsituatie: ‘als we daar niet aan werken zullen we geen enkele vooruitgang boeken’.

    Lees ook:


    Eerste Duitse kwantumcomputer

    Zes maanden later dan gepland vanwege de pandemie, hebben IBM Europe en de Fraunhofer-Gesellschaft afgelopen dinsdag officieel de eerste kwantumcomputer op Duitse bodem in gebruik genomen. Het IBM Quantum System One-model in Ehningen bij Stuttgart wordt de krachtigste kwantumcomputer van Europa ‘in een industriële context’ genoemd. Dat betekent dat het met zijn 27 qubits niet een van de krachtigste systemen ter wereld is, maar dat het systeem stabiel genoeg is voor industrieel gebruik, schrijft Der Spiegel.

    Het Quantum System One draait sinds november in Duitsland en wordt sinds februari gebruikt door de Fraunhofer-Gesellschaft. De voorzitter van Fraunhofer, Reimund Neugebauer, zei dat bedrijven en onderzoeksinstellingen ‘van elke omvang’ de kans moeten krijgen om met het systeem te werken. Hiervoor moeten ze echter wel €11.621 aan gebruikskosten per maand betalen. Neugebauer benadrukte dat de IBM-technologie is gecombineerd met Europese regels voor gegevensbescherming. Hij sprak van ‘volledige gegevenssoevereiniteit onder Europees recht’.


    Uitslag Peru laat op zich wachten

    Het kan nog drie weken duren voordat bekend wordt wie de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Peru tussen de linkse Pedro Castillo en de conservatieve Keiko Fujimori heeft gewonnen. Dit komt door het grote aantal beroepsprocedures en verzoeken tot nietigverklaring, meldt MercoPress. Maandagavond (14 juni) stond Castillo iets voor met minder dan 50.000 stemmen van de 17,6 miljoen geldige stemmen: 50,14 procent om 49,86 procent. 

    Demonstraties en onrust nemen ondertussen toe, gezien het kleine verschil in stemmen. De voormalige Chileense president, VN-commissaris Michelle Bachelet, riep Peruanen op om ‘de regels van de democratie te accepteren’, en ‘de verkiezingsinstellingen en hun beslissingen te respecteren’.

    Lees ook:


    Jack Ma houdt zich rustig

    De oprichter van Alibaba, Jack Ma, blijft in de luwte en concentreert zich op zijn hobby’s en op filantropie, meldt Al Jazeera. Dit zei Joseph Tsai, vicepresident en medeoprichter van het Chinese bedrijf, in een interview. Na Ma’s kritiek op de Chinese regelgeving vorig jaar, zette Beijing het bedrijf zwaar onder druk en Ma, de bekendste ondernemer van China, verdween sindsdien grotendeels uit het zicht. 

    Sancties van de Chinese overheid leidden onder meer tot het opschorten van de beursgang van 37 miljard dollar van het financiële onderdeel Ant Group en een gedwongen herstructurering van Ant. Alibaba kreeg in april ook een recordboete van 2,8 miljard dollar voor ‘concurrentiebeperkende praktijken‘.

    Lees ook:


    4.000.000.000

    Tijdens een persconferentie voor het EK verwijderde voetballer Cristiano Ronaldo twee flesjes Coca-Cola en zette er water voor in de plaats. Die geste leidde tot een een daling van de aandelenkoers van het bedrijf met 1,6 procent. Daarmee liep de marktwaarde van Coca-Cola terug van 242 miljard dollar naar 238 miljard dollar, een daling van 4 miljard dollar, schrijft The Guardian.

  • Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus gaat onverminderd voort | Europa dumpt plastic in Turkije

    Venezolaanse exodus

    De uittocht van Venezolanen die het regime van president Nicolás Maduro ontvluchten gaat onverminderd voort. Naar verwachting zal de hoeveelheid vluchtelingen uit Venezuela dit jaar het aantal Syriërs overstijgen dat is gevlucht vanwege de burgeroorlog, bericht El Mundo. Uit cijfers van vorige maand blijkt dat tot nu toe al 5,6 miljoen Venezolanen hun land zijn ontvlucht. Dat is een stijging van ruim 1100 procent vergeleken met 2010 en het aantal vertegenwoordigt ongeveer 17,1 procent van de totale bevolking die in Venezuela is geboren. Ongeveer 1,7 miljoen van de Venezolaanse migranten bevindt zich in Colombia.

    De exodus wordt niet afgeremd door de coronapandemie; noch door de druk die het regime uitoefent om de uittocht te stoppen; noch door smeergelden die betaald moeten worden aan guerrilleros om de gesloten grenzen clandestien te kunnen oversteken. Honderden en honderden mensen steken elke dag de grenzen over om een nieuw leven te zoeken in Colombia, Ecuador, Peru, Chili, Argentinië en zelfs de Verenigde Staten.

    ‘In Venezuela is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven’

    ‘We hebben een maand en zeven dagen gelopen’, vertelde de 66-jarige Hortensia López aan een journalist van de Spaanse krant, die een reportage maakte over de situatie aan de grens tussen Venezuela en Colombia. ‘Ik ga met mijn kleinkinderen naar Cali. Ik heb ze meegenomen uit Venezuela omdat de situatie daar kritiek is: er is geen eten, veel mensen zijn ondervoed, er zijn geen middelen om te overleven. We moesten wel vertrekken. De mensen hier in Colombia zijn barmhartig en verlenen veel hulp aan Venezolanen.’

    Een andere vrouw, die net met haar vier kleinkinderen van elf, acht, zeven en drie jaar de grens met Colombia is overgestoken, heeft geen geld en zegt van San Juan de los Morros naar Cali te zullen gaan lopen. De twee steden liggen ruim 1700 kilometer uit elkaar.


    De Golden Gate Bridge maakt te veel lawaai

    Canadese aerodynamicadeskundigen zijn hard bezig met een missie die van het grootste belang is voor de oren van inwoners van San Francisco, zo schrijft The San Francisco Chronicle. Hun doel is om de Golden Gate Bridge het zwijgen op te leggen.

    Tot grote ergernis van omwonenden begon de brug een jaar geleden lawaai te maken na aanpassing van de veiligheidsreling aan de westkant van de brug. Om de brug een slanker profiel te geven en veiliger te maken bij harde wind, werden de originele spijlen vervangen door twaalfduizend smallere exemplaren. Die blijken nu luid gebrom te produceren bij stevige wind. Het geluid is soms tot op zo’n vijf kilometer afstand te horen.

    Mogelijk is er tegen de zomer een oplossing. ‘Het is een lastige zaak’, aldus een woordvoerder. ‘We willen er absoluut zeker van zijn dat we het goed doen. De veiligheid van de brug mag niet in het geding komend, maar we moeten ook luisteren naar de inwoners.’


    Europa dumpt plastic in Turkije

    Volgens een rapport dat Greenpeace in mei publiceerde, dumpt Europa op grote schaal plastic afval in Turkije. Alleen al de export van plastic afval van Groot-Brittannië naar Turkije groeide tussen 2016 en 2020 met factor 18, van 12.000 ton naar 210.000 ton. Dat betekent dat Turkije de eindbestemming was voor bijna 40 procent van het plastic afval uit Groot-Brittannië, schrijft BBC. Volgens het rapport dumpten lidstaten van de Europese Unie vorig jaar twintig keer meer plastic afval in Turkije dan in 2016. Deskundigen en internationale milieugroeperingen waarschuwen dat plastic en ander afval zich opstapelt in Turkije en dat het illegaal wordt verbrand of geloosd zonder acht te slaan op het milieu.

    Er komen dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan

    Volgens Nihan Temiz Atas, hoofd biodiversiteitsprojecten van Greenpeace Turkije, komen er dagelijks vanuit Europa zo’n 240 vrachtwagenladingen met plastic afval in Turkije aan. ‘Het overweldigt ons. Aan de hand van gegevens zijn we Europa’s grootste stortplaats.’

    Het Britse ministerie van Milieu, Voedsel en Plattelandszaken zegt in een reactie: ‘Het is duidelijk dat het VK meer van zijn afval zelf moet verwerken. We zijn vastbesloten om de export van plastic afval naar niet-OESO-landen te verbieden en de illegale uitvoer van afval naar landen als Turkije, strenger te controleren.’

    Vorig jaar stuurde Maleisië 150 zeecontainers met illegaal geïmporteerd plastic afval terug naar de landen van herkomst. Milieuminister Yeo Bee Yin zei toen dat die stap bedoeld was om ervoor te zorgen dat haar land niet ‘de vuilnisbelt van de wereld’ zou worden.


    Wes Anderson draait in Spanje

    The French Dispatch van Wes Anderson gaat in juli in première op het filmfestival van Cannes, maar de 52-jarige Amerikaanse filmregisseur is alweer druk bezig met de voorbereidingen voor zijn volgende film. Volgens de Spaanse krant El País draait hij zijn nieuwe project in juli, augustus en september in het Spaanse Chinchón ten zuidoosten van Madrid. Volgens de krant doen de sets die er worden opgebouwd denken aan een western-achtige woestijn, ook al wordt de film volgens bronnen geen western.

    De burgemeester van Chinchón is blij, vertelde hij tegen El País: ‘Het is heel belangrijk voor ons. Er zijn al talloze shoots hier opgenomen, maar dat een grote Amerikaanse productie hier enkele maanden komt filmen, betekent levendigheid, prestige en publiciteit.’ In het stadje werden in het verleden films gedraaid onder regisseurs als Nicholas Ray, Orson Welles, Carlos Saura en Pedro Almodovár. Anderson, die in Frankrijk woont, draaide al zijn films de afgelopen tien jaar in Europa.


    Groene oase in New York

    Mediamagnaat Barry Diller en zijn vrouw, modeontwerpster Diane von Furstenberg, bedachten in 2013 een plan ter vervanging van Pier 54 in New York, die door orkaan Sandy was verwoest. Ze wilden ‘iets bouwen (…) dat meteen op het eerste gezicht oogverblindend was en iedereen die het bezoekt gelukkig maakt’, schrijft architectuurblog Dezeen. Acht jaar later was daar Little Island.

    Dit park op palen van ongeveer één vierkante kilometer ligt aan Hudson River Park aan de westkant van Manhattan, nabij de wijk Chelsea, en steunt op 132 paddestoelvormige kolommen van beton die op verschillende hoogtes zijn geplaatst voor een golvend effect. De groene oase is te bereiken via de loopbruggen North Bridge en South Bridge, beide gelegen aan de Hudson River Greenway. Er zijn verschillende openbare locaties, waaronder een amfitheater, een kleiner theater en een spokenwordpodium. Sinds mei is Little Island open voor publiek.


    Beurzen van Mary Beard

    Mary Beard, de Britse Hoogleraar Geschiedenis aan Cambridge en populaire presentator van BBC-series over de oudheid, gaat na veertig jaar met pensioen. Om dat te vieren stelt ze twee studiebeurzen in van elk 45.000 euro, die kansarme studenten de mogelijkheid geven Klassieke Oudheid te studeren aan Cambridge.

    ‘Het is een manier om te laten zien dat we het bieden van gelijke kansen serieus nemen’, aldus Dame Mary tegen The Guardian. ‘Ik ben me zeer bewust van wat ik heb geleerd van de Klassieken. Niemand in mijn familie had een universitair diploma.’ Volgens Beard bieden de Klassieken een manier om ‘anders over de wereld te denken’, met inzichten over filosofie, cultuur, geslacht en ras.

    De beurzen heeft ze vernoemd naar Joyce Reynolds (102), haar voormalige docent in Cambridge: een ‘fantastische strijder voor de rechten van vrouwen in wat toen een mannenwereld was’.

  • VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven | Schotland loopt warm voor onafhankelijkheid

    VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven | Schotland loopt warm voor onafhankelijkheid

    VS willen patenten op coronavaccins vrijgeven

    In een besluit dat door The New York Times als ‘buitengewoon’ wordt omschreven, kondigden de Verenigde Staten woensdag aan dat zij de tijdelijke opschorting van patenten op coronavaccins steunden, een maatregel die erop gericht is arme landen te helpen die wanhopig gebrek hebben aan kostbare doses.

    Een standpunt dat klinkt als een ‘oorlogsverklaring aan Big Pharma’, vat The Daily Beast samen.

    ‘Dit is een wereldwijde gezondheidscrisis en de buitengewone omstandigheden van de covid-19-pandemie vragen om buitengewone maatregelen’, aldus Katherine Tai, de Amerikaanse gezant voor de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die eraan toevoegde dat Washington al ‘actief’ deelneemt aan onderhandelingen in de WTO om de patenten te kunnen opheffen, bericht NYT. Dit zal echter tijd kunnen kosten, aangezien veel landen, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en ook Nederland, zich hiertegen verzetten.

    ‘Joe Biden koos voor medemenselijkheid’, kopt CNN. ‘Gezegd moet worden dat hij zich in een bijzonder lastig parket bevond omdat hij tijdens de presidentscampagne had beloofd vaccinatietechnologie met andere landen te delen. Hij werd er ook van beschuldigd niet genoeg te doen om arme landen te helpen snel vaccins te verkrijgen’, aldus de nieuwszender. ‘Uiteindelijk zullen de Amerikanen baat hebben bij een grotere beschikbaarheid van vaccins, want niemand is veilig voor corona zolang niet iedereen is gevaccineerd.’

    Monumentaal besluit

    Op Twitter noemde Tedros Adhanom Ghebreyesus, baas van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het besluit van Joe Biden ‘monumentaal’.

    De aankondiging van de Democratische regering heeft daarentegen de woede van de farmaceutische industrie gewekt. Stephen Ubl, de voorzitter van de Amerikaanse Pharmaceutical Manufacturers Association (PhRMA), zei dat het besluit ‘de reeds overbelaste toeleveringsketens verder zou kunnen verzwakken en de verspreiding van namaakvaccins zou kunnen aanmoedigen’.

    ‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’

    ‘Het produceren van coronavaccins is een ingewikkeld wetenschappelijk proces waar moeilijk te verkrijgen grondstoffen aan te pas komen, beweren deskundigen uit de industrie’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Fabrieken moeten worden gebouwd of aangepast met speciale, dure apparatuur, en werknemers moeten over enige productiekennis beschikken.’

    In een redactioneel commentaar meent het conservatieve dagblad dat Joe Biden een ‘diefstal’ heeft gepleegd die op lange termijn medische gevolgen zal hebben. ‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’, schrijft WSJ. ‘Investeerders zullen veel minder geneigd zijn te investeren in nieuw geneesmiddelenonderzoek als hun eigen regering in staat blijkt hen onder politieke druk te verraden.’


    Waarom Schotland warmloopt voor Nicola Sturgeon

    Het is moeilijk om Nicola Sturgeon te bereiken tijdens haar campagne in aanloop van de Schotse parlementsverkiezingen die vandaag (6 mei) plaatsvinden. ‘Eerst moet je je door straten vol bewonderaars en selfiejagers heen worstelen’, schrijft The Observer. ‘Sommigen barsten zelfs in tranen uit in haar aanwezigheid.’ Na zeven jaar als premier te hebben gediend en veertien als partijleider, blijft Sturgeon ongelooflijk populair bij de kiezers. Niets schijnt haar imago te kunnen schaden.

    ‘Meelevend maar berekenend, grootmoedig maar bereid om een rake klap uit te delen, Nicola Sturgeon is altijd een complexe politieke figuur geweest’, aldus Financial Times. Ze groeide op in een Schots arbeidersmilieu in Irvine, een havenstad ten zuidwesten van Glasgow. In 1987, ‘toen ze nog een verlegen zestienjarig schoolmeisje was’, werd ze lid van de Schotse Nationale Partij (SNP). Ze zag onafhankelijkheid al snel als het enige antwoord op ‘het rechtse beleid van Margaret Thatcher, terwijl het Schotse electoraat eerder links was georiënteerd’, aldus het financiële dagblad. ‘Die overtuiging heeft haar nooit verlaten.’

    Haar wens om een einde te maken aan de meer dan driehonderd jaar durende unie met Engeland lijkt bovendien binnen handbereik. Eind 2020 was in meer dan twintig opeenvolgende opiniepeilingen de uitkomt van referenda voor onafhankelijkheid ‘ja’. Sturgeon rekent er dan ook op dat ze na 6 mei opnieuw een regering kan gaan vormen.

    ‘Ze hebben vooral geprobeerd de beter bedeelde Schotten trouw te laten blijven aan de SNP’

    Er is echter ook veel kritiek op de staat van dienst van de voormalig advocaat. ‘Sinds ze in 2007 de partij is gaan leiden, hebben de nationalisten gesproken over het creëren van een eerlijker, progressiever Schotland, maar in werkelijkheid hebben ze vooral geprobeerd om de beter bedeelde Schotten – degenen die het meest waarschijnlijk zullen stemmen bij verkiezingen – ervan te overtuigen trouw te blijven aan de SNP’, schrijft het dagblad The Scotsman.

    De pro-onafhankelijkheidspartij heeft universiteiten gratis gemaakt en zich ingezet voor de rechten van vrouwen, somt The Spectator op. Maar tegelijkertijd ‘heeft de regering-Sturgeon tussen 2015 en 2019 47 miljoen pond [ongeveer 54 miljoen euro] bezuinigd op verslavingszorg’, terwijl het land een ernstige drugscrisis doormaakt. En de ongelijkheid tussen rijk en arm op scholen blijft ‘beschamend’. ‘Waarom houden de Schotten dan nog steeds zo veel van hun premier?’ vraagt het conservatieve weekblad zich af.

    De kunst van het inleven

    De premier, die lange tijd als ‘kil’ werd beschouwd, heeft zich in de loop der tijd ‘de kunst van het communiceren met en inleven in de bevolking eigen gemaakt’. Bijvoorbeeld tijdens de pandemie: ‘Met Sturgeons kalme en weloverwogen aanpak van de coronacrisis, in tegenstelling tot Boris Johnsons warrige arrogantie, heeft ze velen voor zich ingenomen’, analyseert The Spectator. ‘Ze straalt vertrouwen uit en de kiezers hebben ook vertrouwen in haar.’

    Het maakt daarbij niet uit dat het Schotse sterftecijfer hoger is dan in Noord-Ierland, of dat het huidige succes van de vaccinatiecampagne het werk is van de centrale regering in Londen, schrijft The Economist. De Schotten die door het Londense weekblad werden geïnterviewd, zijn onvermurwbaar. ‘Zelfs de man die boos is dat zijn pub nog steeds is gesloten wegens de coronamaatregelen’ vindt dat de regeringsleider goed werk heeft verricht en een herbenoeming verdient. ‘Wanneer verkiezingen in referenda veranderen over de toekomst van een land’, schrijft The Economist, ‘vergeten de kiezers voor het gemak even de rest.’


    Israëlische oppositieleider mag regering gaan vormen

    Nadat Benjamin Netanyahu, leider van de grootste partij, er niet in geslaagd is een meerderheid in de Knesset rond zich te verzamelen, wendde president Reuven Rivlin zich woensdag als verwacht tot Yair Lapid, de leider van de middenpartij Yesh Atid. De partij werd tweede bij de parlementsverkiezingen in maart en wil een ‘regering van nationale eenheid’ vormen – waarin rechts, midden en links samenkomen – om Netanyahu uit de macht te zetten, bericht The Times of Israel.

    Yair Lapid heeft waarschijnlijk de steun nodig van Naftali Bennett, leider van de radicaal-rechtse partij Yamina. Deze voormalige minister van Netanyahu, die liever had deelgenomen aan een ‘rechtse regering’, zei woensdagavond dat hij ‘geen moeite zou sparen’ om tot een coalitieregering te komen en nieuwe verkiezingen te voorkomen.

    Volgens The Jerusalem Post denken Lapid en Bennett dat ze ‘binnen een week’ een regering kunnen vormen, maar ‘vrezen ze dat als ze geen haast maken, hun inspanningen kunnen worden ondermijnd door Netanyahu (…) die momenteel probeert de vorming van een nieuwe regering te saboteren’, aldus het Israëlische dagblad.

    Lees ook:


    Tweeduizend vluchtelingen overleden door illegale pushbacks

    EU-landen hebben illegale operaties gebruikt om tijdens de pandemie minstens veertigduizend asielzoekers over de grenzen van Europa terug te dringen, zogenoemde pushbacks. Deze methodes kunnen in verband worden gebracht met de dood van meer dan tweeduizend mensen, blijkt uit onderzoek van The Guardian.

    De illegale praktijken die gepaard gaan met de pushbacks variëren van mishandeling tot onmenselijke behandeling tijdens detentie of transport.

    Het onderzoek van The Guardian is gebaseerd op verslagen van VN-agentschappen, gecombineerd met een database van incidenten die door ngo’s zijn verzameld. Volgens de hulporganisaties is sinds het begin van de coronapandemie de regelmaat en wreedheid van de pushbacks toegenomen.

    Lees ook de volgende artikelen over het Europese vluchtelingenbeleid:

  • Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Reddingsacties van ngo‘s op de Middellandse Zee zouden volgens de Europese en Italiaanse grensautoriteiten mensensmokkel faciliteren. Maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat de autoriteiten samenwerken met Libische smokkelaars, terwijl de hulporganisaties en migranten zelf worden aangeklaagd.

    Lees hier deel 1 van dit artikel.

    In 2014 breekt een nieuwe etappe aan in het werk van DNAA, het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap dat zich de laatste jaren toelegde op het aanpakken van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee, en zijn directeur Franco Roberti. Italië heeft Mare Nostrum, een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die meer dan 150.000 mensen redde, na een jaar opgeheven vanwege budgettaire beperkingen en een gebrek aan Europese samenwerking.

    In haar kielzog heeft de EU twee nieuwe operaties opgezet, een via Frontex en de ander onder militaire vlag, Operatie Sophia genaamd. Deze operaties zijn niet gefocust op het redden van mensenlevens, maar op grensbeveiliging en mensensmokkelaars uit Libië. Vanaf 2015 werden vertegenwoordigers van Frontex en Operatie Sophia toegevoegd aan de bijeenkomsten van DNAA, waarbij Italiaanse aanklagers erop toezagen dat beiden zich aan de nieuwe onderzoeksstrategie hielden.

    Die strategie betekende dat iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, als medeplichtige aan mensensmokkel moest worden beschouwd en onderworpen moest worden aan de Italiaanse jurisdictie. Zo konden ze de Libische smokkelaars aanpakken zoals ze eerder de Italiaanse maffia hadden aangepakt.

    Belangrijk voor het onderzoek zijn foto‘s van reddingsacties, zoals de luchtfoto die door de Italiaanse kustwacht aan Dieudonne, een Kameroense bootvluchteling die werd verhoord door de kustwacht, werd getoond, waarmee de politie op een andere manier kon identificeren wie de boten bestuurde en wie hielp bij het navigeren.

    Ngo’s in het vizier

    Bij gebrek aan reddingsschepen van de overheid begon een vloot van schepen van hulporganisaties aan een groot aantal reddingsacties in de internationale wateren voor de kust van Libië. Deze schepen, die werden gecoördineerd door het Italiaanse reddingscentrum van de kustwacht in Rome, maakten het moeilijk voor aanklagers en politie om bewijsmateriaal te verzamelen. Volgens de notulen van een vergadering van DNAA, die Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino van The Intercept hebben ingezien, gaven sommige ngo‘s, waaronder MOAS, routinematig foto‘s aan de Italiaanse politie en Frontex. Anderen weigerden met het argument dat het leveren van bewijs voor onderzoek naar de mensen die ze hadden gered, hun doeltreffendheid en neutraliteit zou ondermijnen.

    In de jaren na Mare Nostrum was de ngo-vloot verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle reddingen in het centrale Middellandse Zeegebied, volgens schattingen van Operatie Sophia. Omdat de ngo‘s geen informatie van geredde migranten verzamelden voor de politie, werd ‘informatie die essentieel is om het begrip van het bedrijfsmodel van smokkel te vergroten’, niet verkregen, aldus een uitgelekt rapport.

    Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie

    Tijdens een volgende bijeenkomst herhaalden zes aanklagers hun bezorgdheid. Reddingsacties van hulporganisaties betekenden dat de politie migranten op zee niet kon ondervragen, zeiden ze, en daarom moesten gevallen worden geseponeerd door gebrek aan bewijs. Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie, omdat dan ‘een moment van empathie is bereikt’. ‘Het is niet mogelijk om deze taak uit te voeren als de reddingsinterventie wordt uitgevoerd door schepen van ngo’s’, aldus de admiraal tegen de groep.

    Ngo’s veroorzaakten dus problemen voor de DNAA-strategie. Tijdens de bijeenkomsten bespraken Italiaanse aanklagers en vertegenwoordigers van de kustwacht, de marine en het ministerie van Binnenlandse Zaken wat ze konden doen om dehulporganisaties in toom te houden. Tegelijkertijd richtten verschillende aanklagers afzonderlijk hun vizier op de ngo’s zelf.

    Zo beschuldigde Frontex in een intern rapport, dat later volledig werd gepubliceerd door The Intercept, een vaartuig van een ngo ervan migranten rechtstreeks van Libische smokkelaars te hebben overgenomen, op grond van informatie van ‘Italiaanse autoriteiten’. Die claim werd weersproken met videobewijs en door de bemanning van het schip.

    ’Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen

    Maanden later maakte Carmelo Zuccaro, de officier van justitie van Catanië, bekend dat hij onderzoek deed naar reddingsorganisaties. ‘Samen met Frontex en de marine proberen we toezicht te houden op al deze ngo’s die hebben laten zien over grote financiële middelen te beschikken’, zei Zuccaro tegen de Italiaanse krant La Repubblica. Zijn uitspraak ging viraal in Italiaanse en Europese media. ‘Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen van humanitaire ngo’s door anti-immigratiepolitici en extreemrechts in Italië.

    Zuccaro zou uiteindelijk zijn beweringen terugdraaien en een parlementaire commissie vertellen dat hij op dat moment met een hypothese werkte maar geen bewijs had om zijn uitspraak te staven.

    In een interview met de  Duitse krant Die Welt in februari 2017 onthield de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, zich van expliciete kritiek op het werk van reddingsorganisaties, maar hij zei wel dat ze het politieonderzoek in de Middellandse Zee belemmerden. Omdat hulporganisaties een groter percentage reddingen verrichtten, aldus Leggeri, ‘wordt het voor de Europese veiligheidsautoriteiten steeds moeilijker om door ondervraging van migranten meer te weten te komen over de smokkelnetwerken‘.

    ‘Die lastercampagne ging heel, heel ver’, zegt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Emma Bonino. Verwijzend naar Marco Minniti, destijds de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, voegt ze eraan toe: ‘Ik probeerde Minniti ertoe aan te zetten niet zo geobsedeerd te zijn door de mensen die hierheen kwamen, maar om een integratiebeleid voor Italië in te voeren. Maar hij concentreerde zich uitsluitend op Libië, op het smokkelen en op het criminaliseren van ngo’s met behulp van officieren van justitie.’

    Volgens Bonino vormde de actie tegen ngo’s deel van een groter plan om het Europese beleid in het centrale Middellandse Zeegebied te veranderen. De eerste stap was de verschuiving van humanitaire redding naar grensbeveiliging en smokkel. De tweede stap ‘was de ngo’s aan te klagen of hen te arresteren. Het was een smerige campagne tegen hen. Met na zoveel jaren als resultaat dat er geen veroordelingen, geen straffen, geen processen zijn.’

    ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen, maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje’

    Een derde stap behelsde het opzetten van een nieuwe kustwacht in Libië om te doen wat de Europeanen volgens het internationaal recht niet konden: mensen op zee onderscheppen en terugbrengen naar Libië, van waaruit ze net waren gevlucht.

    Aanvankelijk waren de leiders bij Frontex voorzichtig. ‘Als Frontex kijken we met bezorgdheid naar Libië; er is daar geen stabiele staat’, zei Leggeri in het interview van 2017. ‘We helpen nu 60 officieren op te leiden voor een mogelijke toekomstige Libische kustwacht. Maar dit is op zijn best een begin.’ Maar Bonino ziet dat anders. ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen,’ zegt ze. ‘Maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje.’

    Dezelfde uniformen, dezelfde schepen

    Dieudonne, een Kameroense migrant die veilig is aangekomen in Italië, werd nooit opgeroepen als getuige door de rechtbank. Hij hoopt dat geen van zijn lotgenoten in de gevangenis is beland, maar zegt graag te getuigen tegen mensenhandelaars mocht hij worden gebeld. ’Ik heb de politie de contactgegevens van mensenhandelaars gegeven, ik heb ze namen gegeven’, aan boord van het kustwachtschip, zo vertelt hij The Intercept.

    De smokkeloperaties in Libië gebeurden in het zicht, maar de Italiaanse politie moest in internationale wateren blijven. Uitgelekte documenten van Operatie Sophia beschrijven jarenlange inspanningen van Europese ambtenaren om de Libische politie ertoe te bewegen smokkelaars te arresteren. Achter gesloten deuren gaven Italiaanse en EU-topfunctionarissen toe dat diezelfde smokkelaars waren verweven met de nieuwe Libische kustwacht die Europa aan het opzetten was en dat samenwerking met hen mogelijk in strijd zou zijn met het internationaal recht.

    Al in 2015 merkten meerdere functionarissen op de antimaffiabijeenkomsten van DNAA op dat sommige smokkelaars verontrustend dicht bij leden van de Libische regering stonden. ‘Milities gebruiken dezelfde uniformen en dezelfde schepen als de Libische kustwacht die door de Italiaanse marine wordt getraind’, zei schout bij nacht Enrico Credendino, verantwoordelijk voor Operatie Sophia, in 2017. Het hoofd van de Libische kustwacht en de Libische minister van Defensie, beide bondgenoten van de Italiaanse regering, onderhouden ‘nauwe relaties met enkele militiebazen’, aldus Credendino.

    Een van de Libische kustwachtofficieren werd veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie

    Een van de Libische kustwachtofficieren die aan beide kanten opereerde, was Abd al-Rahman Milad, ook wel bekend als Bija. In 2019 onthulde de Italiaanse krant Avvenire dat Bija, met de Italiaanse grenspolitie en inlichtingenfunctionarissen in mei 2017 deelnam aan een bijeenkomst op Sicilië die was gericht op het tegengaan van migratie vanuit Libië. Een maand later werd hij door de VN-Veiligheidsraad veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie in de kustplaats Az Zawiyah, en, zoals de VN het omschreef, voor ‘het met vuurwapens tot zinken brengen van migrantenboten.’

    Volgens gelekte documenten van Operatie Sophia zijn kustwachtofficieren die onder Bija’s bevel stonden, getraind door de EU tussen 2016 en 2018.

    Terwijl de Italiaanse regering vermeende smokkelaars in Italië vervolgde, werkten ze ook samen met mensen waarvan ze wisten dat het smokkelaars waren in Libië. Minniti, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken van Italië, rechtvaardigde de deals van zijn regering met Libië, want het vooruitzicht van massale migratie vanuit Afrika bezorgde hem ‘angst voor het welzijn van de Italiaanse democratie’.

    In een van de antimaffiabijeenkomsten van 2017 schetste Vittorio Pisani van het ministerie van Binnenlandse Zaken een plan dat voorzag in de directe coördinatie van de nieuwe Libische kustwacht. Ze zouden ‘een operatiekamer in Libië creëren voor de uitwisseling van informatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken’, aldus Pisani, ‘voornamelijk over de positie van ngo-schepen en hun reddingsoperaties. Zodoende kon de Libische kustwacht aan de slag in zijn nationale wateren.’

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’

    En daarmee werd de derde stap van het plan in gang gezet. Aan het einde van de bijeenkomst stelde Roberti voor om vertegenwoordigers van de Libische politie uit te nodigen voor hun volgende bijeenkomst. In een interview met The Intercept bevestigde hij dat Libische vertegenwoordigers ten minste twee antimaffiabijeenkomsten bijwoonden en dat hij zelf Bija ontmoette tijdens een bijeenkomst in Libië, een maand nadat het rapport van de VN-Veiligheidsraad was gepubliceerd. Een jaar later werd Bija bestraft door de commissie van de Veiligheidsraad voor Libië, met bevriezing van zijn tegoeden en een verbod op internationale reizen.

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’, zegt Roberti in het Napolitaanse café. ‘Zijzelf waren de mensenhandelaars.’

    Een veilige plek

    Roberti ging in 2017 met pensioen bij DNAA. Hij zei dat de organisatie onder zijn leiding een basis creëerde voor de omgang met migratie in heel Europa. Maar hij erkent dat zijn uitbreiding van DNAA naar migratiekwesties gemengde resultaten heeft opgeleverd. Hij zegt dat de antimaffiastrategie haperde – net als zijn reis naar Duitsland in de jaren negentig met Giovanni Falcone om internationale maffiapraktijken aan te pakken – vanwege een gebrek aan samenwerking met de ngo’s, met andere Europese regeringen en met Libië.

    ‘Op Europees niveau werkt de samenwerking niet’, aldus Roberti. En wat betreft Libië voegt hij eraan toe: ‘We hebben het geprobeerd. En ik denk dat de afspraken die de regering maakte, juist waren. Maar uiteindelijk werd het een mislukking.’

    Uitgebreid

    DNAA heeft zijn activiteiten sindsdien uitgebreid. Tussen 2017 en 2019 keurde de Italiaanse regering twee wetsvoorstellen goed die het antimaffia-agentschap belast met vrijwel alle illegale immigratiekwesties. Sinds 2017 zijn vijf Siciliaanse aanklagers, die allemaal ten minste één coördinatievergadering bijwoonden, vijftien afzonderlijke gerechtelijke procedures begonnen tegen medewerkers van hulporganisaties. Tot dusver zijn er geen veroordelingen. Drie zaken zijn door de rechtbank verworpen en de rest loopt nog.

    Eerder deze maand kwam het nieuws naar buiten dat Siciliaanse aanklagers journalisten en mensenrechtenadvocaten hebben afgeluisterd voor een van deze onderzoeken. Ze luisterden wettelijk beschermde gesprekken af met bronnen en cliënten. Het Italiaanse ministerie van Justitie heeft een onderzoek ingesteld naar het incident, dat volgens Italiaanse juridische experts neerkomt op crimineel handelen. De officier van justitie die de telefoontaps goedkeurde, woonde tenminste één coördinatievergadering van DNAA bij, waar onderzoeken tegen ngo’s uitvoerig werden besproken.

    Sinds DNAA zijn bereik heeft vergroot, zijn de belangrijkste spelers van eerdere coördinatievergaderingen gestegen in de pikorde van Italiaanse en Europese instellingen. Een officier van justitie, Federico Cafiero de Raho, leidt nu het antimaffia-agentschap. Salvi, de voormalige officier van justitie van Catanië, is nu procureur-generaal van Italië. Pisani, de voormalige medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is plaatsvervangend hoofd van de Italiaanse inlichtingendiensten. En Roberti is lid van het Europees Parlement.

    Cafiero de Raho staat achter de onderzoeken en arrestaties die het antimaffia-agentschap door de jaren heen heeft verricht. Hij noemde de coördinatievergaderingen een essentieel instrument voor aanklagers en politie in moeilijke tijden.

    Gevraagd naar zijn specifieke opmerkingen tijdens de bijeenkomsten, met name zijn verklaringen dat humanitaire hulporganisaties gereguleerd moesten worden en zijn herhaalde erkenning dat leden van de nieuwe Libische kustwacht betrokken waren bij smokkelactiviteiten, zegt Cafiero de Raho dat zijn opmerkingen in de juiste context moeten worden geplaatst, namelijk het ontwikkelen door Italië en de EU van een kustwacht in een deel van Libië dat grotendeels werd geregeerd door lokale milities.

    Zijn uiteindelijke doel is wat hij in de coördinatievergaderingen van DNAA de ‘buitengerechtelijke oplossing’ noemde: proberen om het bestaan van misdaden tegen de menselijkheid in Libië te bewijzen, zodat ‘de VN troepen naar Libië kan sturen om migrantenkampen te ontmantelen die zijn opgezet door mensenhandelaars… en de controle over dat gebied te heroveren.’

    De overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen wordt onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië

    Een woordvoerder van de afdeling buitenlands beleid van de EU, die Operatie Sophia leidde, weigerde rechtstreeks te reageren op het bewijs dat de leiders van de Europese militaire operatie wisten dat delen van de nieuwe Libische kustwacht ook betrokken waren bij smokkelactiviteiten, maar merkte wel op dat Bija zelf niet is opgeleid door de EU. Een woordvoerder van Frontex zegt dat zijn organisatie ‘niet is betrokken bij de selectie van te trainen officieren’.

    In 2019 veranderde de Europese migratiestrategie opnieuw. Nu wordt de overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië. In maart 2019 haalde Operatie Sophia al haar schepen terug uit het reddingsgebied en richt zich sindsdien op luchtpatrouilles om de Libische kustwacht aan te sturen en te coördineren. Mensenrechtenadvocaten in Europa hebben daarop zes juridische procedures tegen Italië en de EU aangespannen: in strijd met het internationaal recht zouden ze de terugkeer van migranten naar gevaarlijke omstandigheden faciliteren.

    Gedurende vier jaar van coördinatievergaderingen hebben Italië en de EU inderdaad privé toegegeven dat het onwettig is om mensen naar Libië terug te sturen. ‘Fundamentele schendingen van de mensenrechten in Libië maken het onmogelijk om migranten terug te drijven naar de Libische kust’, zei Pisani in 2015. Twee jaar later ontwierp hij het begin van een plan dat precies dat zou doen.

    Het resultaat van louter toeval

    Dieudonne weet dat hij geluk heeft gehad. De scheidslijn tussen verdachte en slachtoffer is geheel afhankelijk van de eerste indrukken van politieagenten in de minuten of uren na een reddingsactie. Volgens politierapporten die in rechtszaken werden gebruikt, waren fysieke kenmerken, zoals ‘een lichtere huidskleur’, of gedrag aan boord van het schip, zoals het nauwkeurig in de gaten houden van politiebewegingen ‘met opmerkelijke belangstelling’, voldoende om argwaan te wekken.

    In een uitspraak uit 2019 waarin zeven vermeende smokkelaars werden vrijgesproken na drie jaar voorarrest, schreven rechters dat ‘de selectie van de verdachten aan de ene kant en de getuigen aan de andere kant, met als enige uitzondering de stuurman, nagenoeg het resultaat is van louter toeval’.

    Meewerken met Libische smokkelaars heeft andere migranten in Italië lange gevangenisstraffen gekost. In september 2019 werd een 22-jarige Guinees, bijgenaamd Suarez, gearresteerd bij aankomst in Italië. Vier getuigen vertelden de politie dat hij had samengewerkt met gevangenisbewakers in Az Zawiyah, in het detentiecentrum voor immigranten dat wordt beheerd door de beruchte Bija.

    ‘Suarez was ook een gevangene die gedwongen meewerkte’, zei een van de getuigen tegen de rechtbank. Degenen die zich geen betaling van losgeld kunnen veroorloven, helpen vaak met maaltijden uitdelen of toezicht houden, verklaarde een ander. ‘Je zou er moeten zijn om de situatie te begrijpen’, aldus de eerste getuige. Suarez werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, die onlangs in hoger beroep is teruggebracht tot twaalf jaar.

    Verrassend kalmte

    Dieudonne herinnert zich zijn reis op zee levendig, met verrassende kalmte. Toen de boot water begon te maken, probeerde hij te helpen. ‘Je moet helpen waar dat nodig is.’ In zijn kantoor in Bari buigt hij zich voorover en maakt schepbewegingen met zijn armen, alsof hij water uit een boot haalt.

    ‘Zouden ze mij ook moeten veroordelen?’ vraagt hij zich af. Hij vindt het ironisch dat het de Libiërs waren die Bija uiteindelijk in oktober arresteerden op beschuldiging van mensenhandel. De Italianen en Europeanen, zegt hij lachend, hadden het te druk samen te werken met de corrupte kustwacht. Overigens werd Bija vorige maand vrijgelaten uit de gevangenis nadat een Libische rechtbank hem van alle aanklachten heeft vrijgesproken. Hij is gepromoveerd bij de kustwacht en weer aan het werk gezet.

    Dieudonne denkt vaak aan de mensen die hij identificeerde aan boord van het kustwachtschip midden op zee. ‘Ik heb de politie de waarheid verteld. Maar als dat leidt tot de veroordeling van een onschuldig persoon, dan is dat verkeerd’, zegt hij. ‘Omdat ik weet dat die persoon niets fout heeft gedaan. Integendeel, hij heeft ons leven gered door dat vlot te besturen.’

    Dit artikel werd samengesteld door IJsbrand van Veelen.

  • Wil Poetin echt zo lang regeren? | Peperdure sneakers die niet bestaan

    Wil Poetin echt zo lang regeren? | Peperdure sneakers die niet bestaan

    Poetin kan tot 2036 regeren

    De Russische president heeft maandag (5 april) een wet ondertekend die hem toestaat zich kandidaat te stellen voor twee nieuwe presidentiële termijnen en hem levenslange immuniteit garandeert. De wet werd in 2020 middels een referendum goedgekeurd en in maart definitief door het parlement aangenomen.

    Poetin, die sinds 2000 in Rusland aan de macht is, had in theorie aan het einde van zijn huidige ambtstermijn in 2024 moeten aftreden, aangezien de Russische wet niet toestaat dat een president meer dan twee opeenvolgende ambtstermijnen dient. Maar volgens de nieuwe wet is ‘deze beperking niet van toepassing op degenen die de functie van staatshoofd bekleedden vóór de inwerkingtreding van de grondwetswijzigingen’. Vladimir Poetin en voormalig president Dmitri Medvedev kunnen dus nog twee keer aan de verkiezingen meedoen, concludeert de onafhankelijke Russische site Meduza.

    Record sinds Stalin

    ‘Als hij steeds wordt gekozen, zal hij tot 2036 president kunnen blijven en daarmee het record van het langdurige ambtstermijn van Joseph Stalin verbreken’, merkt Moscow Times op. Het kamp van Poetins gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny reageerde door een video uit begin 2000 te verspreiden waarin Poetin verklaart ertegen te zijn dat een president langer dan twee termijnen aan de macht kan blijven.

    Lees ook:

    ‘Volgens sommige analisten betekent deze wet niet noodzakelijk dat Poetin president wil blijven’, merkt de Russische correspondent van The Guardian op. Het is ook mogelijk dat hij ‘gewoon probeert te voorkomen dat hij vertrekkend president zal worden’.

    Deze nieuwe wet biedt hem ‘de mogelijkheid om zijn eigen exit vorm te geven’, voor het geval hij ervoor kiest om zich in 2024 niet herkiesbaar te stellen, legt journalist Hubert Seipel uit in een interview met RedaktionsNetwerk Deutschland.

    ‘Sommigen geloven dat hij een manier heeft gevonden om zijn macht over te dragen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat hij en zijn gezin veilig blijven als hij met pensioen gaat’, aldus The Guardian, aangezien de nieuwe wet Poetin en Medvedev aldus eveneens ‘levenslange immuniteit tegen mogelijke gerechtelijke procedures’ verschaft.


    Nieuwe humanitaire crisis tussen Venezuela en Colombia

    Terwijl het Venezolaanse leger een offensief op zijn grondgebied is begonnen tegen dissidenten van de voormalige Colombiaanse guerrillagroep FARC, zoeken al bijna vijfduizend mensen hun toevlucht aan Colombiaanse zijde van de grens, onder andere vanwege vermeend geweld van het Venezolaanse leger tegen burgers. Het aantal vluchtelingen zou volgens verschillende bronnen ook een stuk hoger kunnen liggen.

    Volgens dagblad El Espectador uit Bogota ‘verzekerde de directeur van Migración Colombia, Juan Francisco Espinosa, die het gebied aan de grens bezocht, dat het niet de bedoeling was dat deze Venezolaanse emigranten in Colombia zouden blijven, en dat de algemene wens was dat ze zo snel mogelijk naar huis terug kunnen keren, zodra de veiligheid is gegarandeerd’.

    Met andere woorden, ze moeten worden onderscheiden van de honderdduizenden Venezolaanse immigranten die de ernstige economische en politieke crisis in hun land zijn ontvlucht en aan wie Bogota in maart een verblijfsvergunning voor tien jaar heeft verleend.

    Lees ook:

    Ongeveer tien dagen geleden lanceerde het Venezolaanse leger (FANB) een offensief in de staat Apure, met name in het gebied nabij de grens waar dissidenten van de FARC, de revolutionaire strijdkrachten van Colombia, hun toevlucht zoeken. Na een eindeloos conflict tekende FARC een vredesakkoord met de Colombiaanse regering, maar een deel van de groep weigerde en zette hun ‘strijd’ voort.

    Caracas noemt de beschuldigingen ‘mediamanipulatie door de Colombiaanse regering’

    Getuigenissen van geweld door de FANB tegen burgers stapelen zich ondertussen op. Zo schrijft dagblad El Tiempo: ‘De vluchtelingen die zich in Arauquita bevinden – en moesten vluchten met niets anders dan wat ze bij zich hadden, verdreven door de bombardementen en geweerschoten van soldaten uit hun eigen land – geven aan dat de FANB-soldaten moorden, huizen in brand steken, woningen en bedrijven plunderen en de bevolking bedreigen.’

    El Tiempo noemt het geval van een echtpaar en hun twintigjarige zoon die ‘uit hun huis in La Victoria [zouden] zijn meegenomen en vervolgens dood teruggevonden in een kazerne, gekleed in camouflage-uniformen en zelfs voorzien van wapens.’ Het was duidelijk dat ze moesten doorgaan voor leden van de FARC.

    Caracas noemt deze beschuldigingen echter ‘mediamanipulatie door de Colombiaanse regering’. Het Venezolaanse dagblad Diario 2001 meldde bijvoorbeeld dat vluchtelingen alweer terugkeren naar huis omdat de situatie veilig is en Freddy Ñáñez, minister van Communicatie en Informatie, twitterde: ‘De inwoners van La Victoria [tegenover Arauquita], in de staat Apure, keren geleidelijk naar huis terug. Kalmte en rust zijn wedergekeerd.’

    https://twitter.com/luchaalmada/status/1377355496496136192?ref_src=twsrc%5Etfw%7Ctwcamp%5Etweetembed%7Ctwterm%5E1377355496496136192%7Ctwgr%5E%7Ctwcon%5Es1_&ref_url=https%3A%2F%2Freveil.courrierinternational.com%2F%2Fedition%2F2003627%2Farticle%2F2003650

    Verschillende ngo’s spreken deze informatie echter tegen en beweren juist dat de vluchtelingenstroom blijft toenemen.

    Geen diplomatieke betrekkingen meer

    De situatie is des te complexer omdat de twee landen, die samen meer dan 2200 kilometer grens delen, geen diplomatieke betrekkingen meer hebben sinds februari 2019, toen Venezuela Colombiaanse diplomaten het land uit zette. Bogota weigerde na een zeer controversiële verkiezing Nicolás Maduro te erkennen als legitieme president van Venezuela en steunde daarentegen zijn tegenstander Juan Guaidó.

    El Espectador publiceert ​​een verklaring van de procureur-generaal die de Colombiaanse regering oproept een ​​beroep te doen op de internationale gemeenschap, zodat die kan garanderen dat ‘in het buurland de regels van het internationaal humanitair recht worden gerespecteerd, met name dat de grondrechten van de burgerbevolking voorrang hebben op ieder conflict’.


    Peperdure sneakers die niet bestaan

    Het kostte slechts zeven minuten om de limited-editionsneakers van designmerk RTFKT Studio’s, in samenwerking met de jonge ontwerper Fewocious, uit te verkopen. 

    ‘In totaal zijn er 621 paar verkocht, voor een nettowinst van 3,1 miljoen dollar [2,6 miljoen euro]’, meldt The Wall Street Journal. ‘Maar nog bijzonderder is dat niemand de schoenen van RTFKT kan dragen. Ze kunnen zelfs niet worden aangeraakt. Voorlopig althans.’ 

    Het ontwerp (kleurrijk, cartoonachtig) wordt namelijk op de markt gebracht in de vorm van NFT (non-fungible token), een blockchaintechnologie waarmee digitale limited editions kunnen worden vervaardigd.

    Gezien de waanzin rondom NFT en de bedragen die erin omgaan, ligt het in de lijn der verwachtingen dat ‘grote namen als Gucci, Yves Saint Laurent en Prada zich in de strijd zullen werpen’, aldus het zakenblad. Mode-experts verwachten dat de techniek eveneens zal worden toegepast op andere, al even verrassende gebieden, of het nu gaat om Instagram-foto’s van modellen die een outfit passen, videoclips van catwalks of de NBA Top Shots-stijl.

    Van de tokenized sneakers zou in april een fysieke versie het daglicht moeten zien. Maar, zo schrijft WSJ, volgens ‘Pagotto [zijn] echte schoenen voor zijn klanten uiteindelijk een stuk minder spannend (…) dan hun digitale tegenhanger’.

  • Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Na bloedbad in Boulder, verklaart Joe Biden de oorlog aan aanvalsgeweren

    Het was met een Ruger AR-556 semi-automatisch wapen dat Ahmad Al Aliwi Alissa, de vermeende dader van de schietpartij in Boulder, maandag tien mensen, waaronder een politieagent, zou hebben gedood in een supermarkt, meldt CNN.

    ‘Eerst Atlanta en nu Colorado’, schrijft The New York Times. De dodelijke schietpartij in Boulder, ‘is de tweede massamoord in de Verenigde Staten in minder dan een week’.

    Volgens een getuige die door The Denver Post werd geïnterviewd, kwam de schutter binnen met een aanvalswapen en begon zonder een woord te zeggen te schieten. De motieven van de schutter zijn nog niet vastgesteld, aldus The Daily Camera, een lokale krant.

    ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie’

    De recentste massamoord heeft de Amerikaanse president Joe Biden er dinsdag toe aangezet het Congres op te roepen dergelijke aanvalswapens te verbieden. De Democraat riep de Senaat ook op om een wetsvoorstel aan te nemen dat deze maand door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd om de achtergrondcontroles bij de aankoop van een wapen te versterken. ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie,’ benadrukte Biden. ‘We moeten actie ondernemen.’

    Dinsdag was de Amerikaanse pers echter niet erg optimistisch over het feit dat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving wordt aangenomen. Het is ‘een triest ritueel’ geworden, schrijft The New York Times. ‘Met elke nieuwe massamoord, is er een roep om strengere wapenwetgeving. Zonder dat het Congres er echt in slaagt enige vooruitgang te boeken in deze kwestie.’

    Politico merkt op dat Joe Biden tot nu toe geen grote haast leek te hebben om iets te doen aan de wapenwetgeving. ‘President Joe Biden zei dinsdag dat hij “geen minuut langer” wilde wachten om de nationale epidemie van wapengeweld aan te pakken. Maar na 63 dagen presidentschap heeft hij nog geen enkele unilaterale actie ondernomen om het wapenbezit te beperken, hoewel hij dat op zijn eerste ambtsdag had beloofd’, aldus het nieuwsportal.


    Netanyahu de grootste, maar geen regeringsmeerderheid

    De Israëlische premier claimde dinsdagavond een ‘enorme overwinning voor rechts’, de vierde in bijna twee jaar, maar hij zal nog hard moeten werken om genoeg steun te verzamelen om een regering te vormen, schrijft Ha’aretz.

    Hij en zijn Likoed-partij eindigden volgens de prognoses op de eerste plaats, maar de Netanyahu-coalitie heeft nog enkele stemmen nodig om een meerderheid van zetels te behalen, waardoor de schijnwerpers zijn gericht op Naftali Bennett, een vooraanstaande radicaal-rechtse figuur die nog niet heeft gezegd of hij zich al dan niet bij het kamp-Netanyahu zal aansluiten.

    Lees ook:

    Oud-minister Bennet wordt gezien als een sleutelfiguur in de formatie en kan zich ook aansluiten bij oppositieleider Yair Lapid, die rekent op een akkoord met partijen ter linker-, midden- en rechterzijde die teleurgesteld zijn in Netanyahu.

    Op weg naar vijfde verkiezingen

    Maar volgens de laatste stand van zaken, met 87 procent van de stemmen geteld, komt het bloc-Netanyahu zelfs met de steun van Bennet 2 zetels te kort om een meerderheid van 61 zetels in de Knesset te behalen, meldt The Times of Israel. Dat is allemaal te danken aan het behalen van de kiesdrempel door de Arabische partij Ra’am, oftewel de United Arab List.

    ‘De komende twee dagen zullen gespannen zijn, omdat elke getelde stembus de zetelverdeling kan veranderen’, zegt Ha’aretz-journalist Anshel Pfeffer. Voorlopig bevindt Israël zich dus ‘in een nieuwe impasse. En hoe ongelooflijk het ook lijkt’, het is mogelijk dat het land binnenkort ‘op weg is naar vijfde verkiezingen’.

    Lees ook:


    Dodelijke brand Rohingya-vluchtelingenkamp

    Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft het aantal mensen dat is omgekomen bij de brand die maandagavond een vluchtelingenkamp in de buurt van de stad Cox’s Bazar in Bangladesh in de as legde, naar boven bijgesteld naar minstens vijftien doden en vierhonderd vermisten, meldt de Britse krant The Times. In een eerder rapport werd het dodental op vijf geschat.

    Het vuur maakte het moeilijk voor de brandweer om ter plaatse te komen, omdat het kamp dichtbevolkt is, vertelde de plaatselijke inwoner Saiful Arakani aan de BBC. Er is een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te achterhalen.

    Lees ook:


    Turkije slaat nieuwe diplomatieke koers in

    ‘In de afgelopen maanden hebben woordvoerders van de AKP geprobeerd positieve boodschappen te sturen naar Europa en de Verenigde Staten’, aldus het Turkse dagblad Evrensel. ‘Aan de lange vijandige tirades van president Erdoğan is een einde gekomen, in plaats daarvan laat hij geen gelegenheid meer voorbijgaan om uitspraken te doen als: “Wij kijken naar het Westen, daarheen leidt onze weg, wij hebben geen probleem dat niet door dialoog kan worden opgelost.”’

    De Turkse president, die steeds meer geïsoleerd raakt op het diplomatieke wereldtoneel, probeert, althans in woorden, toezeggingen te doen aan zijn westerse partners. En in het bijzonder aan Frankrijk, waar een nieuwe ambassadeur, Ali Onaner, is aangesteld met de opdracht de breuken te lijmen van een relatie die sinds afgelopen zomer ernstig is verslechterd, met de Franse steun aan Griekenland in de Middellandse Zee tegenover intimidatie door de Turkse marine en de verklaringen van Erdoğan tegen de Franse president.

    ‘De regering maakt een ommekeer in het neo-Ottomaanse buitenlandse beleid dat zij de afgelopen tien jaar heeft gevoerd’, vervolgt de linkse krant Evrensel. ‘En in de afgelopen weken heeft Erdoğan ook een draai gemaakt naar de Arabisch-islamitische wereld, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en ook Israël.’

    Gevechtsdrones

    Zo bestudeert Turkije de mogelijkheid om gevechtsdrones te verkopen aan Saudi-Arabië. Sommige geruchten spreken zelfs van het mogelijke zenden door Ankara van Syrische huurlingen (door Turkije bewapende en opgeleide strijders, reeds ingezet in Libië en Azerbeidzjan).

    Exclusief voor abonnees:Turkije voorloper gebruik dodelijke drones’

    De ommezwaai in het beleid is voor de oppositiepers in de eerste plaats een brevet van onvermogen, zoals de krant Birgün opmerkt: ‘De duizelingwekkende draai in het buitenlands beleid van Erdoğan, zijn de laatste stuiptrekkingen van een macht die in wanhoop verkeert, zowel intern als naar buiten toe. Ook al probeert zij de nieuwe koers aan haar aanhangers te verkopen als een opleving, toch erkent de islamitische macht hiermee impliciet het falen van haar avontuurlijke buitenlandse beleid van de afgelopen tien jaar.’

    Een onderdeel van die nieuwe koers is Egypte. De twee landen knoopten in maart opnieuw diplomatieke betrekkingen aan, maar Caïro wacht nu ‘op acties die in overeenstemming zijn met de belangen en principes van Egypte om de betrekkingen tussen de twee staten te normaliseren’, zo werd de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri geciteerd door de online krant Gazete Duvar. Een van de geschilpunten is de steun van Ankara aan het Moslimbroederschap, tot woede van Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte.

  • ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld.’ De vergeten vluchtelingen uit kamp Lipa

    Eind december brandde vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië af. Nog steeds is er geen opvang voor zo’n 2.500 vluchtelingen die zijn gestrand op weg naar de EU. En dat terwijl op twintig kilometer afstand kamp Bira ligt, dat leeg is en heel goed tijdelijk kan worden gebruikt.

    De roestige stapelbedden zijn bedekt met een paar centimeter sneeuw; over de weinige spullen die het vuur hebben doorstaan vliegt een zwerm vogels. Op 23 december werd het vluchtelingenkamp Lipa in Bosnië door een brand in de as gelegd. In het kamp zaten duizenden mensen die de afgelopen maanden door Kroatië, Slovenië en Italië de toegang [tot de Europese Unie] waren geweigerd. De tentstokken staan nog overeind en zijn ondanks de dikke mist te onderscheiden. Een sneeuwstorm woedt door de resten van het kamp.

    De voornamelijk uit Pakistan en Afghanistan afkomstige vluchtelingen staan in de rij voor een maaltijd, de enige van de dag, verzorgd door het lokale Rode Kruis en een groep Turkse vrijwilligers. Ze hullen zich in het enige wat ze hebben: dekens en sjaals. Sommige dragen geen ander schoeisel dan slippers. ‘Het vriest een paar graden en volgende week wordt het nog kouder, maar het lijkt niemand wat te kunnen schelen,’ zegt de 26-jarige Ashfaq Ahmed uit Kasjmir. Vandaag lukte het hem niet om een van de voedselpakketten – met honing, yoghurt en tonijn – te bemachtigen die de vrijwilligers uitdelen.

    Ongeschikt

    Ook al kwam het invallen van de winter en de sneeuwval hier in Bosnië niet als een verrassing, toch lukte het voor het derde jaar op rij niet om duizenden migranten onderdak te bieden. De officiële vluchtelingenkampen zitten overvol. Op dezelfde dag dat de brand het kamp in Lipa in de as legde, kondigde de Internationale Organisatie voor Migranten (IOM) aan het te zullen sluiten. Het was ongeschikt bevonden om mensen in te huisvesten, aangezien er geen water, geen kookgelegenheid en geen elektriciteit was.

    Toch werden de migranten niet naar andere opvanglocaties verplaatst en wie op eigen houtje wilde vertrekken, werd teruggestuurd door de politie. Uit de nabijgelegen stad Bihać werden de vluchtelingen angstvallig door de autoriteiten geweerd. In 2020 reisden ongeveer 16.000 personen door Bosnië; meer dan 10.000 bleven daar steken. Deels kwam dat door de coronacrisis en de sluiting van de grenzen, deels doordat buurlanden hen niet toelieten. Slechts 6300 van de gestrande vluchtelingen kregen een plek in een officieel vluchtelingenkamp.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld’

    Na de brand in Lipa verslechterde de situatie nog verder. Voor zo’n zevenhonderd mensen zette het leger in allerijl verwarmde tenten op naast het oude kamp, maar voor 350 anderen was er geen plek. Zij moesten zich behelpen met zelfgemaakte constructies in Lipa of hun heil zoeken in houten hutten verspreid over het bos. Behalve deze groep leven nog eens 2500 mensen buiten de officiële opvanglocaties in de regio Una Sana, in verlaten huizen en in sloppenwijken. De vluchtelingen in Lipa probeerden na de brand te redden wat ze konden: de stapelbedden dekten ze af met plastic zeil. Zelfs de containers met wc’s en douches zijn nu als slaapplaats in gebruik.

    ‘We zijn geen terroristen, geen dieren, maar zo worden we wel behandeld. Zonder water, zonder elektriciteit, zonder verwarming, zonder een stap te kunnen zetten,’ zegt de Pakistaan Mohamed Yasser uit Gujarat. Hij heeft een gelige wollen deken omgeslagen als bescherming tegen de vrieskou en de ijskoude wind, maar de huid van zijn gezicht heeft zichtbaar te lijden.

    Yasser is nu anderhalf jaar in Bosnië en al meermaals probeerde hij om via bospaadjes Kroatië te bereiken. Keer op keer werd hij staande gehouden door de politie, mishandeld, beroofd en vervolgens teruggestuurd. Hoe het de komende dagen verder moet weet hij niet, in ieder geval durft niemand in deze sneeuwstorm zijn geluk op de bospaadjes te beproeven. ‘Begin januari zijn we vier dagen in hongerstaking gegaan, maar dat haalde niets uit. We hebben hier zieken, maar er is niet eens een dokter en in de stad laten ze ons niet toe,’ gaat Yasser verder. Hij laat me de enige waterbron van het kamp zien, een leiding die uit de grond steekt en waar water van twijfelachtige kwaliteit uit komt.

    Lees ook:

    Op een bordje staat dat het geen drinkwater is. ‘Toch drinken we het, want we hebben geen keus,’ legt hij uit. Er komt een jongen aangelopen die twee plastic flessen vult.

    Onder het plastic zeil hebben Yasser en de anderen een vuur gemaakt met hout dat ze van de vrijwilligers hebben gekregen. Ze hangen een waterketel boven de vlammen voor thee, maar al snel vult de lucht zich met een donkere, scherpe rook die het ademen onmogelijk maakt. ‘Mijn familie in Pakistan heeft veel geld geïnvesteerd om me naar Europa te krijgen. Ik ben de enige die de reis heeft gemaakt, dus ik kan niet terug. Maar ik had nooit verwacht om in deze situatie terecht te komen,’ vertelt hij terwijl hij zijn handen en voeten warmt bij het vuur.

    ‘De vluchtelingen hebben overal behoefte aan: dekens, slaapzakken, eten. Door de kou is de situatie erg moeilijk geworden,’ zegt ook Melek Sevda Mustafić, een vrijwilliger van de Bosnische organisatie Mfs-Emmaus.

    Geen alternatief

    Het kamp Lipa ligt op twintig kilometer van de stad Bihać, op het enige stuk grond dat de gemeente afgelopen april tijdens de eerste coronagolf ter beschikking stelde. Net als het kamp in Vučjak, dat in december 2019 werd gesloten, werd ook Lipa niet geschikt geacht om zoveel mensen te huisvesten. Op 23 december, de dag dat het had moeten sluiten, was er nog geen alternatief voorhanden.

    ‘Er is in Bosnië te weinig opvangcapaciteit. De afgelopen maanden is er op internationaal niveau onderhandeld om nieuwe centra te openen, maar daar is niets uitgekomen. En het absurde is dat op twintig kilometer van Lipa het kamp Bira ligt, dat heel goed kan worden gebruikt om deze situatie het hoofd te bieden, in ieder geval tijdelijk. Het kamp kan plek bieden aan meer dan duizend mensen, alleen wil de gemeente Bihać het niet opnieuw openen [nadat het in september was gesloten] omdat ze geen vluchtelingen in de stad willen,’ vertelt Nicola Bay, president van de Danish Refugee Council (DRC). ‘Dus zitten hier mensen buiten in de kou terwijl goede opvangcentra dicht zijn en het de komende weken wel tien graden onder nul kan worden.’

    Lees ook:

    Door de pandemie zitten er meer migranten klem in het land dan anders. ‘Er lag een voorstel om een opvangcentrum te openen in Tuzla, maar dat hebben de Bosnische autoriteiten geblokkeerd. De centra in Sarajevo zitten overvol en één ervan is op 8 januari afgebrand. Al is er geld van de Europese Unie, er ontbreekt een langetermijnstrategie. De crisis verergert door het invallen van de winter, maar nog steeds ontbreekt de wil om iets aan de situatie te doen. Als er jaar na jaar zo’n achtduizend mensen in Bosnië verblijven, dan is dat geen plotselinge migratiecrisis, maar een probleem dat je met een rationele aanpak prima kunt oplossen,’ vindt Bay.

    Het land is al jarenlang een belangrijke schakel van de Balkanroute (waarlangs sinds 2018 zo’n 65.000 mensen passeerden). Toch sloten de lokale autoriteiten kampen in plaats van nieuwe te openen. Op 6 januari zei de woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid Josep Borrell tegen de Bosnische autoriteiten dat zij ‘hun verantwoordelijkheid moeten nemen’. Zijn woordvoerder Peter Stano liet weten dat ‘wij de afgelopen twee jaar 90 miljoen euro hebben geschonken voor centra, apparatuur, medische en sociale bijstand’ en dat het nu dus ‘hoog tijd is om in actie te komen en niet langer met mensenlevens te spelen’.

    ‘Zestig procent gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie’

    In werkelijkheid ligt de zaak gecompliceerder. Het weigerachtige beleid van de landen van de Europese Unie langs de Balkanroute heeft grote gevolgen voor het douanebeleid van niet-EU-landen zoals Bosnië. ‘Alleen al onze organisatie heeft 15.000 afwijzingen geregistreerd door de Kroatische politie. Zestig procent van deze mensen gaf aan zeer gewelddadig behandeld te zijn, soms zelfs verkracht, door mannen in zwarte uniformen die samenwerken met de politie,’ vervolgt Bay. ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht.’

    Coronacrisis

    De coronacrisis bracht voor de vluchtelingen in Bosnië een verdere verslechtering van hun levensomstandigheden met zich mee. ‘Door het sluiten van de grenzen en de eerste lockdown konden veel minder mensen de route volgen,’ legt Sylvia Maraone van Ipsia-Acri-Caritas uit, een organisatie die hulp biedt in de kampen in de regio. ‘Tijdens de eerste lockdown hadden veel mensen die zoals het heet de game speelden (poogden de grens over te steken) daar succes mee, omdat er minder controle was. Toen in de zomer de grenzen weer opengingen waren er meer vluchtelingen, maar werden zij ook vaker teruggestuurd aan de Italiaanse, Sloveense en Kroatische grens. Voor Bosnië betekende dat extra moeilijkheden aan het begin van de tweede lockdown in de herfst’, vervolgt Maraone. Volgens haar is er in de Bosnische vluchtelingenkampen geen covid-19-uitbraak geweest, maar het ontbrak aan elke vorm van medische controle.

    ‘En Kroatië is alleen het meest afschrikwekkende voorbeeld, in heel Europa worden mensen teruggestuurd: een schending van het internationaal recht’

    ‘Kroatische politie’, blijft de achttienjarige Afghaan Zabiullah Khan herhalen, terwijl hij de verwondingen laat zien die de knuppels van de Kroatische politie op zijn kuiten achterlieten. Bij Triëst werd hij teruggestuurd naar Slovenië, van daar naar Kroatië, waar hij eveneens werd weggestuurd, om te eindigen in het kamp in Lipa.

    De dolende vluchtelingen hebben nachtmerries over de Kroaten. Hun wreedheid staat voor hen symbool voor de Europese grens, een wreedheid waarvan ze de tekenen op hun huid dragen. Langs de langste landsgrens van de EU patrouilleren agenten met pistolen, knuppels, nachtkijkers, thermoscanners en drones. En ondanks alle aanklachten van vluchtelingen, ngo’s, vrijwilligers en officials van de Verenigde Naties in de loop van de afgelopen vier jaar, toont Brussel zich ongevoelig voor het systematisch geweld van de Kroatische politie, wat de Europese Unie tot handlanger maakt.

    Lees ook:

    Op 20 november maakte de Europese ombudsman Emily O’Reilly bekend een onderzoek in te zullen stellen naar mogelijke medeplichtigheid van de Europese Commissie bij de schending van de rechten van migranten en vluchtelingen in Kroatië. Het onderzoek werd geopend na een rapport van Amnesty International en andere organisaties die langs de route actief zijn.

    De ombudsman wil weten hoe het geld besteed is dat Zagreb van Brussel ontving om de migrantenstromen in goede banen te leiden. Ook wil zij weten of de Kroatische mensenrechtenschendingen wel goed worden geregistreerd. Brussel dient voor 31 januari te antwoorden, onderwijl wijst de regering in Zagreb elke verantwoordelijkheid van de hand.

    De douane van Triëst en Gorizia stuurde tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor

    In werkelijkheid worden vluchtelingen vaak meerdere keren achtereen teruggestuurd, te beginnen bij de Italiaanse grens. Volgens een onderzoek door het tijdschrift Altraeconomia stuurde de douane van Triëst en Gorizia tussen januari en half november 1240 migranten en asielzoekers terug, 420 procent meer dan het jaar daarvoor. Veel van hen werden vervolgens ook Slovenië en Kroatië uitgezet, om te eindigen in Bosnië. Het onderzoek is voortgezet door het Italiaanse netwerk RiVolti ai Balcani, dat klachten optekent van migranten langs de route.

    ‘Toen we eenmaal met veel moeite waren aangekomen in Italië, identificeerden ze ons, namen zelfs digitale vingerafdrukken, maar stuurden ons toen meteen weer terug naar Slovenië,’ vertelt Khan, die er nog een interessant detail aan toevoegt. ‘De tolk zei dat je vijf- à zeshonderd euro moet betalen om in Italië te mogen blijven, maar dat geld hebben we niet.’ Vanuit Slovenië werd Khan naar Kroatië gebracht, waar ze hem alles afnamen: ‘Ze pakten mijn geld af, mijn schoenen, kleren, riem, rugzak en sloegen me. Daarna werd ik hiernaartoe gebracht. Nu sneeuwt het, het is koud, we hebben geen geld, geen eten, geen kleren. Iedereen is ons vergeten.’

  • Frontex riskeert levens op zee met illegale ‘pushbacks’

    Frontex riskeert levens op zee met illegale ‘pushbacks’

    De Europese grensbewaking is betrokken bij het illegaal terugdringen van vluchtelingen, blijkt uit onderzoek van onder andere Bellingcat. Mensen die de oversteek wagen worden, soms met geweld, naar buiten de Griekse wateren geleid en daar aan hun lot overgelaten.

    Het is pas net licht als op 8 juni een zogenoemde pushback plaatsvindt van een rubberbootje met migranten voor de noordoostkust van Lesbos. Na aanvankelijk in het donker te hebben geprobeerd over te steken, wordt de rubberboot vroeg in de ochtend onderschept en fysiek tegengehouden door het Roemeense Frontex-vaartuig MAI1103. Vanuit Griekse wateren wordt het bootje door de Europese grenswacht teruggedrongen naar Turks gebied.

    De Turkse kustwacht meldt dat zij die dag 47 migranten heeft gered na een actie van de Griekse kustwacht. Op de door het Turkse persbureau Anadolu Agency gepubliceerde beelden lijkt te zien hoe MAI1103 een rubberboot tegenhoudt. 

    ANP 407447945 2
    Een rubberboot met vijftien Afghaanse vluchtelingen, onder wie drie vrouwen, zeven mannen en vijf kinderen, vaart op 28 februari 2020 onder begeleiding van een patrouilleboot van Frontex richting Lesbos. – © Aris Messinis / AFP

    Uit een gezamenlijk onderzoek van BellingcatLighthouse Reports, Der Spiegel, ARD en TV Asahi naar dit voorval en andere incidenten blijkt dat schepen van het Europees Grens- en Kustwachtagentschap Frontex medeplichtig zijn geweest aan het op zee terugdringen van vluchtelingen en migranten die via Griekse wateren de Europese Unie probeerden te bereiken.

    Gegevens uit openbare bronnen (‘open source’) wijzen uit dat Frontex sinds maart in zes gevallen ‘middelen’ (vaartuigen, personeel, instrumentarium) zou hebben kunnen inzetten om vluchtelingen terug te dringen en in een van die gevallen, bij de Grieks-Turkse zeegrens in de Egeïsche wateren, dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.

    Hoewel Frontex bij vier incidenten niet op de exacte plek aanwezig was, leek in alle gevallen sprake van pushbacks, die waarschijnlijk te zien waren geweest op radar, met de visuele hulpmiddelen die deze schepen normaal gesproken aan boord hebben, of met het blote oog. 

    Pushbacks

    De Griekse kustwacht is al vaak beschuldigd van het uitvoeren van pushbacks. Volgens het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR), een juridische en educatieve non-profitorganisatie, gaat het om incidenten waarbij vluchtelingen en migranten tot over de grens worden teruggedrongen, zonder inachtneming van persoonlijke omstandigheden en zonder hun de mogelijkheid te bieden asiel aan te vragen of bezwaar te maken tegen de maatregelen. 

    Image 1 Picture of Molivos with camera
    Het Portugese Frontex-schip Molivos in Mithymna, op Lesbos. © Bellingcat

    In de Egeïsche Zee verlopen pushbacks over het algemeen op twee manieren. De gebruikelijkste is om bootjes die op weg zijn van Turkije naar Griekenland ervan te weerhouden op Griekse bodem aan te meren. Dat gebeurt door de Griekse kustwacht. Die doet dat door het bootje keer op keer tegen te houden, tot het geen brandstof meer heeft, of door de motor onklaar te maken. Dan kan het bootje, door golven op te wekken, worden teruggeduwd in Turkse territoriale wateren, of worden gesleept als de wind niet meewerkt. 

    De andere manier wordt ingezet wanneer het vluchtelingen is gelukt het Griekse vasteland te bereiken. In dat geval worden ze gevangengenomen, op een reddingsvlot zonder motor gezet, weggesleept en midden in de Egeïsche Zee aan hun lot overgelaten.

    image 1 2
    Still van een video waarop te zien is dat op 9 juni 2020 een Frontex-schip een rubberboot nadert in de Egeïsche Zee. – © Bellingcat

    De pushbacks leiden vaak tot een patstelling tussen de Griekse en de Turkse kustwacht, die geen van beide de bootjes in nood te hulp willen schieten, maar wel in de nabijheid ervan allerlei onveilige manoeuvres uitvoeren. De rol van Frontex en de middelen die het bij zulke incidenten inzet, is echter nooit eerder vastgelegd.

    Dana Schmalz, deskundige op het gebied van internationaal recht bij het Max Planck-instituut in Heidelberg, zegt dat de in dit onderzoek uitgelichte incidenten waarschijnlijk illegaal waren en dat hiermee het verbod op refoulement [het terugsturen van vluchtelingen naar hun land van herkomst als zij daar voor vervolging moeten vrezen] en het maritiem recht zijn geschonden. Het verbod op refoulement berust volgens de VN-vluchtenlingencommissie (UNHCR) op ‘internationaal gewoonterecht’.

    Vuile werk

    Schmalz voegt eraan toe dat Frontex-personeel verplicht zou zijn tot hulp aan de opvarenden van een afgeladen bootje zoals dat te zien is in opnamen die dit onderzoek heeft blootgelegd. ‘Als ze dat niet doen, of zelfs golven opwekken om het bootje terug te dringen of wegvaren om de Grieken het vuile werk te laten opknappen, zijn ze betrokken bij illegale pushbacks.’

    Image 2 ships surrounding dinghy 2 1
    Op beelden die zijn gemaakt vanaf het rubberbootje dat op 15 augustus werd teruggedrongen is te zien dat meerdere grote en kleine vaartuigen bij de actie betrokken waren. – © Bellingcat

    Hoewel hem diverse voorbeelden van deze praktijk werden voorgelegd, sprak een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken tegen dat er sprake was geweest van pushbacks. Beschuldigingen die verband houden met de in dit artikel vermelde incidenten deed hij af als tendentieus. De Griekse kustwacht zou geheel overeenkomstig de internationale verplichtingen van het land hebben gehandeld.

    Frontex verklaarde dat de gastlanden waarmee het samenwerkt het laatste woord hebben over de wijze waarop operaties op hun grondgebied of in opsporings- en reddingsgebied worden uitgevoerd. Het agentschap voegde er echter aan toe dat het de Griekse kustwacht had ingelicht. Die bevestigde dat er een intern onderzoek was begonnen naar de gemelde incidenten. Maar Frontex vertelde er niet bij wanneer het de kustwacht had ingelicht of wanneer het onderzoek was begonnen.

    Image 3 Engine Comparison
    Links: still uit een video van 15 augustus waarop te zien is dat het startkoord is verwijderd. Rechts: hetzelfde type motor met startkoord. – © Bellingcat

    Op 24 juli zei de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, tegen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement dat het agentschap slechts een enkel incident in de Egeïsche Zee had waargenomen en vastgelegd waarbij sprake kon zijn geweest van pushbacks.

    Ons onderzoek lijkt die bewering te ontkrachten. We hebben gekeken naar de aanwezigheid van Frontex en de inzet van zijn middelen in de Egeïsche Zee, en hebben de bewegingen van het agentschap maandenlang gevolgd. 

    Veel Frontex-middelen waren echter moeilijk op te sporen, omdat de informatie van de transponders [elektronische apparaten die een boodschap uitzenden als antwoord op een ontvangen boodschap] niet waren geregistreerd, niet waren ingeschakeld of buiten bereik waren. Daardoor konden we slechts een fractie van de Frontex-operaties bestuderen.

    Frontex, een agentschap van de Europese Unie, is belast met grenscontrole in het Schengengebied. 

    Het onderzoek

    Dat Frontex daadwerkelijk betrokken is geweest bij pushbacks, hebben we in twee belangrijke stappen vastgelegd. De eerste behelst de identificatie van middelen die bij Operatie Poseidon [de activiteiten van Frontex in de Egeïsche zee] zijn ingezet, de tweede de vaststelling of deze middelen ook zijn ingezet bij pushbacks.

    Bij de eerste stap is gebruikgemaakt van open bronnen. Die bestonden uit berichten op sociale media, sites voor het volgen van vaartuigen en informatie die Frontex zelf publiceert. Ook konden we, dankzij vragen die in het Europees Parlement zijn gesteld, het aantal medewerkers en de aanwezige middelen in het operationele gebied vaststellen.

    Volgens de antwoorden aan het Europees Parlement beschikte Operatie Poseidon over 185 man personeel, een offshorepatrouillevaartuig, acht kustpatrouilleboten, één kustpatrouillevaartuig, vier voertuigen voor 
    thermische waarnemingen en drie patrouillewagens. Ook is er een Rapid Border Intervention Team, dat over diverse middelen beschikt, naast de middelen voor Operatie Poseidon. Dit omvat 74 man personeel, twee patrouilleboten, twee patrouillevoertuigen, een helikopter en drie voertuigen voor thermische waarneming. 

    Image 6 Screenshot with time and loc 2
    Het Roemeense Frontex-schip MAI1103 op 8 juni om 05:51 uur. © Turkse kustwacht

    In totaal hebben we via het opensourceonderzoek 22 middelen geïdentificeerd, waaronder vaartuigen, helikopters en vliegtuigen, die in 2020 in de Egeïsche Zee operatief waren. De reden dat dit meer is dan de middelen uit het antwoord op bovenstaande parlementaire vragen, is dat Frontex materieel rouleerde met grens- en kustwachten van de lidstaten. 

    Sommige middelen troffen we regelmatig aan in opensourcedata. Zo varen Roemeense en Bulgaarse schepen vaak door de Bosporus, waar veel scheepsspotters actief zijn. En dus was het mogelijk te zien hoe er gerouleerd werd tijdens de operaties, met inbegrip van schepen die ongeveer om de drie maanden werden uitgezonden of terugkeerden. Andere zaken waren moeilijker te volgen; daarvan vonden we in open sources slechts een enkele afbeelding of video terug. 

    Tracking

    Om deze middelen op te sporen en te bepalen of ze hadden deelgenomen aan pushbacks, hadden we veel meer gegevens nodig dan beschikbaar waren op sociale media. Dus hebben we onze toevlucht genomen tot transpondergegevens van schepen en andere informatie over de locatie van bepaalde schepen of vliegtuigen, die vrij beschikbaar was via sites zoals Marine Traffic of Flight Radar 24.

    Van veel middelen die we ontdekten was de informatie niet openbaar gemaakt, of werden de transponders alleen onder bepaalde omstandigheden ingeschakeld, bijvoorbeeld in de haven. Hierdoor waren ze buitengewoon moeilijk te volgen. In sommige gevallen stonden de transponders echter aan. We begonnen deze gegevens te verzamelen door aanvullende, gedetailleerdere gegevens te kopen van scheepsbedrijven en bedrijven die vluchtroutes volgen, op tijdstippen dat er pushbacks waren gemeld.

    We hebben deze trackinggegevens gecombineerd met onze eigen database van gerapporteerde pushbacks, die we hebben verkregen via zowel openbare rapporten als via informatie die is verzameld door ngo’s als Consolidated Rescue Group (CRG), Monitoring Rescue Cell (MRC) en Alarm Phone. Het ging om de coördinaten van gerapporteerde pushbacks, vaak verzonden door de inzittenden van bootjes. Door deze datasets over elkaar heen te leggen hebben we meerdere pushbackincidenten ontdekt waarbij Frontex in de buurt was. 

    Met behulp van deze gegevens hebben we sinds maart 2020 zes pushbackincidenten geïdentificeerd waarbij Frontex zich in de buurt bevond of waaraan het rechtstreeks deelnam. We hebben een onderverdeling gemaakt in vier ‘nabijheidsincidenten’, waarbij Frontex zich binnen 5 kilometer van het incident bevond, en twee ‘bevestigde incidenten’, waarbij we er zeker van kunnen zijn dat Frontex zelf op de plek van de pushbacks was. 

    Nabijheidsincidenten

    • 28-29 april: bij een eerder door ons gemeld incident kwam een groep vluchtelingen en migranten op Samos aan land. Naar eigen zeggen werden zij vervolgens vastgehouden, op een reddingsvlot zonder motor gezet en naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. Een bewakingsvliegtuig vloog twee keer over het gebied terwijl deze pushback plaatsvond.
    • 4 juni: twee rubberboten zouden vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Nortada lijkt op ongeveer 15 kilometer van het eerste incident en iets meer dan een kilometer van het tweede aanwezig te zijn geweest.
    • 5 juni: naar verluidt werd een bootje uit Noord-Lesbos teruggestuurd. Het Portugese schip Nortada bevond zich op ongeveer 2 tot 3 kilometer daarvandaan.
    • 19 augustus: een bootje zou vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Molivos was er 5 kilometer vandaan, leek van koers te veranderden om op weg te gaan naar de pushback, voordat de transponder het signaal verloor of werd uitgeschakeld.

    In al deze gevallen is vastgesteld dat Frontex zich binnen een bepaalde actieradius bevond maar niet rechtstreeks deelnam. Het is moeilijk na te gaan of men op die afstand wist wat er aan de hand was. De missie van Operatie Poseidon omvat een aanzienlijk aantal taken die bewaking vereisen, waarbij zowel radar- als visuele hulpmiddelen kunnen worden ingezet, zoals camera’s die geschikt zijn voor gebruik in het donker en infraroodcamera’s. We weten bijvoorbeeld dat de Molivos is uitgerust met een geavanceerde camera die lijkt op een camera die te zien was op een ander Portugees Frontex-schip. Dit model kan 36 keer vergroten, met in het donker te gebruiken camera’s en infraroodcamera’s.

    Migranten maken voor de overtocht gebruik van zeer eenvoudige, opblaasbare rubberbootjes van een paar meter lang met één buitenboordmotor, die meestal niet op de radar zichtbaar zijn. Uit afbeeldingen en video’s van pushbacks die we hebben bekeken, blijkt dat er meerdere schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht zijn ingezet.

    Zoals we hiervoor al hebben vermeld, proberen schepen uit zowel Griekenland als Turkije regelmatig de bootjes over de zeegrens te duwen door golven te maken. De schepen varen daarbij met relatief hoge snelheid in een cirkelvormig patroon rond een bootje. Dat is riskant, en niet alleen vanwege het aanvaringsgevaar; de overvolle en vaak kwetsbare rubberboten kunnen door de opgewekte golven ook water maken of omslaan. 

    Hoewel een bootje zelf vaak niet op de radar verschijnt, blijkt de aanwezigheid ervan uit signalen dat er van een pushback sprake is. Grote en kleine schepen van zowel de Turkse als Griekse kustwacht, waarvan sommige ongebruikelijke manoeuvres uitvoeren om golven te creëren, lopen snel in de gaten. Ze zijn zelfs vanuit de ruimte te zien.

    Dan is er nog de kwestie van visueel bereik. Als een pushback op de radar zichtbaar is, is deze ook met het blote oog te zien, of met andere visuele systemen zoals bewakingscamera’s. Zelfs op een afstand van een paar kilometer is op een kalme zee en in goede omstandigheden een bootje meestal wel zichtbaar, hoewel precieze details als de aard van de menselijke vracht die ze vervoeren dat wellicht niet zijn.

    Niet opgemerkt

    In een eerder door Bellingcat beschreven incident van 28 april 2020 werd een groep van 22 op Samos aan land gekomen migranten vastgehouden door de Griekse politie. Vervolgens werden ze op een reddingsvlot zonder motor gezet en door de Griekse kustwacht naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. In antwoord op ons verzoek om commentaar ontkende de Griekse overheid dat deze mensen ooit Grieks grondgebied hadden bereikt, hoewel uit getuigenverklaringen, foto’s en video’s het tegendeel blijkt.

    Terwijl het reddingsvlot in de zeestraat dreef, vloog een privébewakingsvliegtuig tot twee keer toe op ongeveer 1500 meter hoogte over het gebied: om 02:41 uur en om 03:18 uur. Dit vliegtuig, G-WKTH, is eigendom van DEA Aviation, dat luchtbewakingsdiensten levert aan Frontex. In een promotievideo van Frontex wordt beweerd dat deze beelden live naar het hoofdkantoor in Warschau worden gestreamd.

    Het vliegtuig is naar verluidt uitgerust met een MX-15-camera, die infraroodsensoren heeft en in het donker te gebruiken is. Aangezien dit vliegtuig specifiek wordt gebruikt voor bewaking vanuit de lucht, is het onwaarschijnlijk dat het het reddingsvlot met al zijn opvarenden niet heeft opgemerkt, evenals de Griekse en – later – Turkse schepen die volgens een van de opvarenden aanwezig waren.

    Image 4 15 August Incident 2
    Boven: de pushback van 15 augustus op beeld. Onder: een vergelijking van het vaartuig in het beeld (rechts) met de MAI1102 (links) lijkt erop te wijzen dat het hetzelfde schip betreft. – © Bellingcat

    In zijn reactie aan de commissie LIBE van het Europees Parlement geeft de uitvoerend directeur van Frontex inderdaad aan dat dit mogelijk het incident was dat Frontex had gezien. Er zou een ‘Serious Incident Report’ zijn opgesteld op basis van een waarneming van een incident door de luchtbewaking, waarbij mensen van een vaartuig naar een rubberboot werden overgezet en later door de Turkse autoriteiten werden gered.

    In twee gevallen, op 8 juni en 15 augustus, lijkt het zeker dat Frontex op de hoogte was van pushbacks op het moment dat ze plaatsvonden. Het lijkt er zelfs op dat een Frontex-schip op 8 juni daadwerkelijk deelnam aan een pushback – zoals aan het begin van dit artikel beschreven –, met als resultaat dat een bootje fysiek werd verhinderd Grieks grondgebied te bereiken.

    Op 15 augustus waren er ’s ochtends berichten over een confrontatie tussen de Griekse en Turkse kustwacht. De lokale bevolking plaatste foto’s op sociale media waaruit dit blijkt, maar ook CRG, MRC, Alarm Phone en Aegean Boat Report meldden een pushback.

    CRG en MRC plaatsten video’s van mensen op dit bootje, waarbij de video van CRG een motor zonder startkoord liet zien (zie foto). De Griekse kustwacht zou dat koord hebben meegenomen. In de video’s wordt het bootje omringd door schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht. We hebben eerder opgemerkt dat de Griekse kustwacht het onklaar maken van de motor kennelijk als tactiek gebruikt. 

    De meeste beelden van dit incident zijn van een afstand gemaakt, waardoor identificatie van de vaartuigen moeilijk is. We kregen echter ook een heel duidelijke foto van deze confrontatie toegestuurd. Daarop is de MAI1102 te zien, een schip van de Roemeense grensbewaking dat net was gearriveerd. De metadata van deze afbeelding komen overeen met de datum en het tijdstip van dit incident. De schepen zijn in vrijwel dezelfde opstelling te zien in een door passagiers van de boot gemaakte video.

    Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen hoe ver de MAI1102 van deze pushback verwijderd was, is wel te zien dat het zeker binnen het visuele bereik van de confrontatie en het bootje zelf was.

    Schermafbeelding 2021 02 26 om 14.06.55


    Reconstructie van de pushback op 8 juni 2020 door het Frontex-schip MAI1103, aan de hand van opensourcedata. – © Logan Williams / Bellingcat / Mapbox / OpenStreetMap

    ‘Hoogste normen’

    Gedurende dit onderzoek hebben we een enorme hoeveelheid informatie verzameld over Frontex-activiteitenin de Egeïsche Zee, hoewel de meeste middelen van Frontex onmogelijk te volgen waren omdat de transponderinformatie niet was geregistreerd, niet was ingeschakeld of buiten bereik was. 

    Ondanks deze beperkingen hebben we meerdere malen kunnen vaststellen dat Frontex bij pushbacks aanwezig was, of dichtbij genoeg om te kunnen beseffen wat er aan de hand was. Bij ten minste één incident is duidelijk dat een Frontex-schip actief heeft deelgenomen aan een pushback. 

    Frontex verklaarde in reactie op dit onderzoek dat het bij zijn operaties 
    ‘de hoogste normen van grenscontrole’ in acht neemt en dat zijn medewerkers gebonden zijn aan een gedragscode die refoulement tracht te voorkomen en mensenrechten dient te handhaven. 

    Image 5 Comparison of vid and image 2
    Boven: stills uit een video die op 15 augustus werd gemaakt vanaf een rubberboot. Onder: dezelfde schepen in een vergelijkbare positie op het beeld van de pushback. – © Bellingcat

    De uitvoerend directeur van Frontex voegde eraan toe dat de Griekse kustwacht op de hoogte was gesteld van alle gemelde incidenten. De Griekse autoriteiten hadden bevestigd dat er een intern onderzoek was begonnen. Een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken zei dat de acties van medewerkers van de kustwacht ‘in volledige overeenstemming met de internationale verplichtingen van het land werden uitgevoerd’. De woordvoerder stelde dat tijdens de vluchtelingencrisis van de afgelopen jaren duizenden migranten door de Griekse kustwacht zijn gered, dat de beschuldigingen van illegale pushbacks tendentieus waren en dat de operationele praktijken van de Griekse autoriteiten nooit dergelijke (illegale) acties hebben omvat. 

    Dit onderzoek maakt deel uit van de Borders Newsroom van Lighthouse Reports, een onderzoeksjournalistiek project over de omstandigheden van vluchtelingen en migranten aan de Europese grens.

  • ‘Hoeveel kou en vermoeidheid kan een kind verdragen?’

    ‘Hoeveel kou en vermoeidheid kan een kind verdragen?’

    Dit is het waargebeurde verhaal van een Koerdische vrouw, die, hoogzwanger, samen met haar man en twee kinderen van Turkije naar Griekenland vlucht. De auteur maakte deel uit van dezelfde groep vluchtelingen en tekende haar verhaal op. Deel 2 van een tweeluik.

    Lees hier deel 1 We kunnen ons alleen vastklampen aan hoop.’ Een nachtelijke oversteek van Turkije naar Griekenland’

    De auteur

    Vanwege haar kritiek op de oorlogspolitiek die meteen na de verkiezingen van 7 juni 2015 in Turkije oplaaide, ondertekende Umut Güneş (pseudodiem) de Petitie van Academici voor de Vrede. De petitie kwam in januari 2016 uit onder de titel ‘Wij willen geen deel van deze misdaad zijn’.

    Als ondertekenaar werd ze krachtens een decreet van februari 2017 ontslagen uit haar functie op de universiteit. Haar leven veranderde van de ene dag op de andere. Ze werd bedreigd, fysiek en verbaal belaagd, er werden rechtszaken tegen haar aangespannen, ze raakte haar baan kwijt, haar paspoort werd ingetrokken, er werd haar verhinderd nieuw werk te zoeken – net als de andere ondertekenaars kon ze haast geen van haar burgerrechten nog uitoefenen.

    Om een nieuw hoofdstuk te beginnen en haar laboratoriumonderzoek voort te kunnen zetten, stak ze illegaal de Maritsa over, de rivier tussen Turkije en Griekenland, en reisde naar het buitenland. Ze maakte de tocht met vluchtelingen uit verschillende landen. Wat ze meemaakte en om zich heen zag vormde de basis voor dit verhaal. Daarin beschrijft ze de gebeurtenissen door de ogen van een van haar medereizigers, een zwangere Koerdische vrouw. Ze wil haar een stem geven.

    Onze baby had een vreemde opwinding in de groep teweeg gebracht. Op de gezichten van de anderen stond zowel blijdschap te lezen als spanning. Iedereen kwam bij mijn kind kijken, behalve de stille en teruggetrokken Afghanen. Voor de jonge smokkelaar was dat niet genoeg: hij stond erop dat we onze zoon naar hem zouden vernoemen. Al die tijd had hij onder geen beding zijn naam willen zeggen, we moesten hem maar bij zijn bijnaam noemen, maar nu was hij zo overmand door emotie dat hij plompverloren vertelde hoe hij heette. We stemden toe, we hadden weinig keus. Mijn man reciteerde volgens het gebruik een koranvers en fluisterde onze baby zijn naam in het oor. Toen ging iedereen uiteen.

    De vrouw uit Turkije is bij me. Opeens wordt de pijn heviger. Met handen en voeten probeer ik uit te leggen wat er aan de hand is, in de hoop dat ze een pijnstiller bij zich heeft. Ze belt weer met iemand. Waarom toch, waarom die voorzichtigheid in deze omstandigheden? Of is het juist vanwege die omstandigheden dat ze zo behoedzaam is? Ze is duidelijk bang dat ze iets fout doet, dat ons iets overkomt. Na het telefoongesprek haalt ze een tablet voor me uit haar tas. Uitgeput geef ik mijn kind de borst, zij en de Syrische vrouw geven mij wat te eten. Een stukje chocola, een paar dadels, wat brood. Daarna val ik, terwijl Azad en Mizgin hun broertje de hele tijd kusjes geven, met mijn kind in mijn armen vredig in slaap.

    De tijd kruipt voorbij. We wachten nu al uren in dit bos tot de zon ondergaat, liggend in het natte gras. Ik heb nog steeds pijn, maar ik voel me beter. Het is zo’n prachtig kindje. Ik hoop maar dat je het volhoudt, lieverd, en dat je niet te hard huilt. Ik weet wel dat iedereen zich daar zenuwachtig over maakt. Eindelijk gaat de zon onder, we kunnen langzamerhand op weg. Het kan niet ver meer zijn, afgaand op wat ze ons hebben verteld. Maar met het verstrijken van de uren blijkt dat we zijn voorgelogen. Mijn man ondersteunt me weer. Zijn rugzak is nu lichter. Mizgin en Azad lopen net als eerst vooraan, aan de hand van de Irakezen. De Turkse vrouw beschouw ik als mijn zus, zij draagt mijn baby. Na een tijdje wordt ze moe, ik zie haar met de smokkelaar praten. Hij neemt mijn baby van haar over, maar dat werkt niet. Al snel stapt hij op de vijf Afghanen af. Zonder een onvertogen woord dragen zij bij toerbeurt onze zoon.

    Bergen en rivieren

    We steken bergen en heuvels over, lopen door beken en rivieren. We beklimmen hellingen en proberen via andere weer naar beneden te komen. Ik heb pijn en ben moe, ik kan haast niet meer. En het eind komt maar niet in zicht. Af en toe staat de smokkelaar ons een korte pauze toe, maar het blijft zwaar, vooral als we door het water moeten. Op sommige plekken is de waterstroom heel breed maar ook ondiep en overdekt met riet, waardoor we de boot niet kunnen gebruiken. Eén rivier hadden ze gezegd, en die zouden we per boot oversteken. Gelukkig houden de jonge Irakezen mijn kinderen steeds bij de hand, en als we door het water moeten, nemen ze hen op de arm.

    De Afghanen niet, die geven bij ieder beekje mijn baby aan de vrouw uit Turkije. Ze zijn bang. Bang dat er iets gebeurt, dat ze hem laten vallen misschien, ik begrijp hen wel maar ik kan niets doen. De vrouw heeft dezelfde angst, de eerste keer dat we een riviertje over moesten steken voelde ik hoe gespannen ze was. Bepakt met tassen, onze schoenen in de hand, in het pikkedonker door een rivier waden; ik met krampen, zij met mijn baby in haar armen. Maar hoe moeilijk ook, ik had er vertrouwen in dat ze het kon. Op plekken waar het water breed is, helpt mijn man eerst mij naar de overkant en gaat dan terug om haar te helpen. Soms zien we in de verte de lichten van een dorp. En net als ik dan denk dat we er zijn, slaan we een andere richting uit. De uren verstrijken, de tocht duurt en duurt maar. Ik weet niet hoeveel we al gelopen hebben, hoe vaak we hebben moeten rennen, hoeveel keer we ons hebben verstopt.

    Als iedereen aan het eind van zijn Latijn is, zegt de smokkelaar dat we even halthouden. De kinderen beginnen weer zachtjes te huilen. Hoeveel kou, duisternis, vermoeidheid, slaapgebrek kan een kind ook verdragen, en dan de honger.

    ieder kind

    is nu in ons een eindeloos gedicht

    zijn stem een plukje pret

    zijn lach geroffel van een schot

    dat in ons schroeien blijft

    soms wordt het licht dat ons beschijnt

    dan een vuur dat ons verzengt

    we staan in brand we zeggen het niet

    fouten raken besmeurd met bloed

    liederen doen er het zwijgen toe

    hoe een rouwklacht begint we weten het niet…

    Adnan Yücel – In de stroming van een beek

    We zwijgen, moe en bedrukt, de smokkelaar verbreekt de stilte. Hij roept naar de Afghanen, die zich het best op de tocht hebben voorbereid. Ze hebben zich opnieuw afgezonderd en eten platbrood met tomatenketchup en mayonaise. De smokkelaar zegt dat ze ons, onze kinderen wat moeten geven. Platbrood met ketchup en mayonaise. Mijn man neemt de vreemde combinatie aan, we eten er allemaal een stukje van.

    En weer gaan we verder. Een vlakke weg nu, door iets dat op een akker lijkt. Na een tijdje staan we voor een afrastering van ijzer- en prikkeldraad. Op één plek is er een soort poort in het draad geknipt, die met een kabel aan de rest van het hekwerk vastzit. De smokkelaar knoopt de kabel los, doet de poort open. We lopen er snel doorheen, hij doet hem weer dicht en bindt hem vast. Kennelijk wordt de doorgang vaak gebruikt, dat moet ook de reden zijn dat de weg ernaar toe zo goed is, maar wie komt hier dan, wat scheidt het prikkeldraad af, wat ligt er voor ons, zijn we er soms bijna?

    Ik vrees dat hoe langer de tocht duurt en hoe meer iedereen tegen vermoeidheid en uitputting moet vechten, hoe meer ze ons als een last zullen zien, een blok aan hun been

    Een geluid van heel dichtbij wist alle vragen. Een nieuwe beek. Hoe luider de stroming, hoe harder iedereen begint te mopperen. Dit is de laatste, zegt de smokkelaar, maar niemand die hem nog gelooft. We volgen hem met de weinige kracht die ons nog rest, we hebben geen keus. Hij zegt dat we met de boot kunnen oversteken, maar dan moet die eerst worden opgepompt. Een paar mensen gaan aan het werk, met mijn baby ga ik ergens aan de oever zitten, de vrouw uit Turkije komt naast me. Ik kijk naar mijn baby, zij naar de sterren. Ik ben bezorgd, wat zij denkt weet ik niet. De baby is muisstil, misschien dat iedereen wel begrijpt dat ze zich wat dat betreft geen zorgen hoeven te maken, maar ik vrees dat hoe langer de tocht duurt en hoe meer iedereen tegen vermoeidheid en uitputting moet vechten, hoe meer ze ons als een last zullen zien, een blok aan hun been.

    De gedachten malen door mijn hoofd. Hoe vaak zal de boot heen en weer moeten om iedereen naar de overkant te krijgen? En wat als ze ons niet ophalen, als ze ons hier laten zitten, in de kou, het pikkedonker, in dit onbekende, desolate gebied? Wat moeten we doen? We kunnen beter niet bij de eerste overtocht instappen – want ik ben minstens zo bang om aan de overkant in mijn eentje achter te blijven – maar bij de tweede overtocht moeten we zien dat we in de boot komen, we moeten onze kinderen bij de hand houden, wat er ook gebeurt, wij moeten bij hen blijven.

    Opeens horen we de smokkelaar schreeuwen. De vrouw uit Turkije en ik kijken elkaar vragend aan, dan zien we iedereen uiteengaan, naar iets zoeken. Het lijkt erop dat er een onderdeel op de grond gevallen is, waardoor de pomp onbruikbaar is. Hoe moeten we zo’n piepklein onderdeeltje in het donker terugvinden? We hebben uren gelopen, het kan overal wel gevallen zijn. Maar zo kan de tocht niet eindigen, dat mag niet. De vrouw uit Turkije staat op. Ik voel haar moedeloosheid. Toch gaat ze zoeken. Na een tijdje wordt het missende onderdeel daadwerkelijk gevonden. De boot wordt opgepompt. De smokkelaar bepaalt in welke volgorde we worden overgezet en als ik aan de beurt ben, stap ik zonder iets te zeggen in, zonder zelfs maar na te kunnen denken. Van mijn oorspronkelijke plan komt niks terecht. Misschien ben ik te moe, misschien wil ik hem vertrouwen. Na een paar keer heen en weer varen staat iedereen aan de overkant. Achter de smokkelaar aan vervolgen we onze tocht, onze voeten opnieuw doorweekt en onder de modder. Uren, minuten? Ik heb geen flauw benul meer van de tijd.

    Mijn hand durft niet te plukken

    de kwee, de appel waar mijn ziel naar smacht,

    ik buig het hoofd, loop door.

    Van leeuw tot muis geen dier doet dat me na,

    praat me er niet van

    er komt geen woord uit mijn keel…

    Ahmed Arif – Aantekeningen uit de burcht van Diyarbekir en wiegelied voor het babietje Adiloş

    Genoeg geweest

    En weer staan we aan de oever van een waterstroom. In het donker kan ik het niet goed zien, maar het lijkt of we tussen tientallen stroompjes en meertjes lopen. Strompelen, beter gezegd. De blubber, de stenen, alles wat verder in onze voeten prikt en steekt maken het nog zwaarder om een stap te zetten. Het duurt lang voordat we eindelijk op een heuveltje midden in het water staan, in een laag, donker gebouwtje rusten we even uit.

    Iedereen is tot aan zijn knieën doorweekt, rilt. De smokkelaar kondigt aan dat we vannacht hier blijven. We kijken elkaar aan, zelfs in het donker is de wanhoop in ieders ogen te lezen. Het is klaar met de tocht. Nee, niemand heeft nog de kracht om te lopen, maar weer wachten, in het pikkedonker, midden in het water, doorweekt en onder de modder, dat gaat niet. Bovendien hebben we niks te drinken, niks te eten. We hadden geen idee dat het zo lang zou duren. Iedereen protesteert, het is genoeg geweest, dan worden we desnoods maar opgepakt. De smokkelaar zegt niks, wat kan hij ook zeggen, we lopen verder.

    Als we bij een volgende waterstroom komen, is er niemand die zelfs maar zucht. Hoe we naar de overkant moeten, dat is het enige waar we oog voor hebben. Het water is diep maar zo smal dat we niet met de boot kunnen. Dwars in de stroom ligt een soort ijzeren deur, als een dam die naar de overkant loopt. Het is een gladde plaat met aan de bovenkant een rechtop staand traliewerk. De smokkelaar doet voor hoe we eroverheen moeten: op het ijzeren geval gaan staan, je vasthouden aan de tralies en dan zijwaarts lopen. Alleen staan de tralies zo dicht op elkaar dat er nauwelijks een plek is voor je voeten. Bovendien is de oever aan de overkant hoger, waardoor je degene die achter je loopt omhoog moet trekken, de oever op.

    Ik vertel hem met mijn blik dat ik ondanks alles volhoud, dat we hier doorheen komen, dat we ook dit achter ons zullen laten

    De jonge Irakezen steken over, op één arm dragen ze een van mijn kinderen, met hun andere hand weten ze zich aan het traliewerk vast te houden. Degenen vóór hen tillen mijn kinderen de oever op. Onze beurt. Mijn baby is al overgegeven aan de vrouw uit Turkije. Mijn man stapt als eerste op het ijzeren geval, doet een stap opzij en trekt mij erbij. Ik heb nauwelijks kracht meer maar toch lukt het me om me vast te grijpen, mijn man houdt me niettemin bij mijn arm, een paar stappen en we staan aan de overkant.

    Nu de vrouw uit Turkije, met onze baby. Haar tas heeft ze op haar rug, in haar armen houdt ze de reiswieg met mijn kind. Ze kijkt net als ik gespannen hoe ze naar de overkant moet. Het stoffen handvat is te nauw om de reiswieg aan haar arm te hangen, maar de wieg in haar hand houden en maar één hand vrij hebben voor de tralies gaat ook niet. Ze wringt haar arm door het handvat – als het maar niet losscheurt! Met twee handen aan het hekwerk schuifelt ze net als de Irakezen heel langzaam en heel geconcentreerd naar de overkant, tilt mijn kind dan met een extra inspanning meteen omhoog naar mijn man. Hij strekt zich uit om de reiswieg aan te pakken, trekt dan haar omhoog. Nog een rivier die we zijn overgestoken.

    De voettocht gaat verder. Ik ben uitgedroogd, wat me verder verzwakt. Alleen de smokkelaar heeft wat water, maar dat deelt hij niet. Mijn man houdt me nog steviger vast. Uit zijn ogen spreekt een enorme wanhoop, een immense frustratie omdat hij niet meer kan. Ik glimlach naar hem, we moeten stil zijn maar ik vertel hem met mijn blik dat ik ondanks alles volhoud, dat we hier doorheen komen, dat we ook dit achter ons zullen laten.

    als ik zeg dat ik moe ben, geloof me niet, dat ben ik niet

    ik leef nog jaren voort

    met mijn handen op mijn wond

    beschrijf ik de geschiedenis van het leed

    Ahmet Erhan – Dichter zijn is schadelijk voor het leven

    Jachthonden

    Het wordt weer licht. We zijn op een bergtop, in de verte is een dorp te zien, we rusten uit. Ik geef mijn baby de borst. De vrouw uit Turkije vraagt om mijn zoontje, ze streelt hem, kruipt dan samen met hem onder een puntje van het laken dat de smokkelaar heeft meegebracht, onder de bomen op de steile helling. Misschien dat mijn baby het zo wat minder koud heeft. Wij proberen ook wat te slapen, maar niet veel later horen we van dichtbij het geblaf van jachthonden. We pakken onze spullen en vertrekken.

    Omdat het lastig is om over het heuvelachtige terrein te lopen kiest de smokkelaar een ander, vlakbij gelegen pad, maar een van de honden krijgt ons in de gaten en begint harder te blaffen. We keren om en zetten het op een lopen. We moeten weg hier voordat de jagers komen, we moeten ons verstoppen. We verlaten het pad en duiken tussen de bomen, de smokkelaar spoort ons aan om voort te maken, maar hoe? Ik kan niet meer. Toch versnel ik op de een of andere manier mijn pas. ‘Oké,’ zegt de smokkelaar na een tijdje, ‘we zijn ze kwijt.’

    Uren verstrijken, met nog meer lopen, nog meer wachten en ons nog meer verschuilen en dan komt eindelijk de lang verwachte mededeling: ‘De bus komt eraan’. Van onze schuilplaats in het bos lopen we naar de plek waar een busje ons zal oppikken, we verstoppen ons op een helling onder een autoweg, liggend op onze buik wachten we op de instructies van de smokkelaar. Op een teken van hem moeten we naar de bus rennen en onmiddellijk instappen.

    Eindelijk, eindelijk is daar het busje. Ik weet zelf niet hoe ik naar beneden kom, de helling en de weg af ren

    Eindelijk, eindelijk is daar het busje. Ik weet zelf niet hoe ik naar beneden kom, de helling en de weg af ren. De Irakezen hebben mijn kinderen op de arm, een van de Afghanen heeft mijn baby. We rennen, rennen en storten ons in het achterste deel van een busje waar de stoelen uit zijn verwijderd. Met moeite ga ik bij een raampje zitten, met mijn rug leunend in een hoek. Dan neem ik mijn baby in mijn armen. De vrouw uit Turkije arriveert als laatste. De smokkelaar zegt dat ze voorin moet gaan zitten, achterin is geen plaats meer, zelf loopt hij snel terug in de richting waar we vandaan gekomen zijn. De vrouw kijkt naar mij, gebaart me ook naar voren te komen maar de chauffeur wil het niet hebben, hij geeft opeens plankgas. Ik geef haar mijn baby, zodat die wat meer ruimte heeft.

    Dat was het. Alles is achter de rug, toch?

    Hoop is de titel van een verhaal, in het begin loopt het voorop,

    Dan komt er een splitsing, en trekt zijn wond in wat was.

    Özdemir Asaf – ‘Oud verhaal’

    Opluchting

    Een tocht van twee dagen, kilometers te voet, over bergen en rotsen, door akkers en rivieren. Het laatste stuk zonder water, zonder eten. Al die mensen, met tassen op hun rug, een baby in hun arm, kinderen aan de hand, mensen die geen woord zeggen, bij wie geen klacht over de lippen komt.

    En de onnoemelijke opluchting om na dit alles aan te komen.

    We zijn nog maar net op weg, komen pas net een beetje op adem, als de bus wordt gestopt. Eerst dringt het niet tot ons door wat er aan de hand is. Voor de raampjes aan de achterkant hangen gordijnen. Dan gaat het portier open. Griekse politie. ‘Niet bang zijn, jullie zijn veilig!’ is het eerste wat ze zeggen. Of we echt in veiligheid zijn weet ik niet, maar we beginnen blij te klappen. Misschien omdat de tocht nu ten einde is, of omdat we denken dat we werkelijk gered zijn, of misschien omdat we hopen dat ze ons niet slecht zullen behandelen.

    Hoe heb ik het allemaal weten te doorstaan, hoe heeft mijn baby het gered, hoe hebben mijn kinderen de tocht volgehouden?

    We worden geteld, door een Griekse agent deze keer. Andere mensen, andere steden, andere landen – wat blijft is dat wij als vee worden geteld. Hij praat met de vrouw uit Turkije. Ze wijst naar de baby, naar mij, zegt iets. De verbijstering is van zijn gezicht te lezen. Hij roept een van zijn collega’s erbij en wijst naar ons. Vertelt hij van de bevalling? Een bevalling aan de oever van een rivier, op het natte gras in een bos, in de koude wind van een novemberochtend, een bevalling met een klein zakmes en een stukje naaigaren? Hoe heb ik het allemaal weten te doorstaan, hoe heeft mijn baby het gered, hoe hebben mijn kinderen de tocht volgehouden?

    Ik vertel u de waarheid. Pas aan de rand van de afgrond krijgt een mens vleugels.

    – Nikoz Kazantzakis

    We wachten een tijdje in de bus en worden dan overgebracht naar een politiebureau. Bij aankomst zie ik op de stoep een ambulance klaar staan, kennelijk hebben de woorden van de vrouw uit Turkije effect gehad. Voor mij is dat van groot belang, ik wil dat artsen mijn baby zien, wil zeker weten dat hij het goed maakt, gezond is.

    Op het bureau word ik met mijn baby meteen van de anderen gescheiden en geregistreerd. Ze vragen me of de vrouw uit Turkije de smokkelaar is. Ik weet niet hoe ik het heb. Ik schud mijn hoofd, terwijl ik zoveel zou willen zeggen. Geen idee of mijn antwoord voor hen afdoende is. Dan laat ik mijn kinderen, mijn man en alle anderen achter, laat mijn hoofd en mijn hart bij hen, stap met mijn baby in de ambulance en ga naar het ziekenhuis.

    Het lijkt of alle vermoeidheid van de tocht en mijn belevenissen er nu pas uitkomen. Alles wat ik heb meegemaakt lijkt een droom

    Een arts onderzoekt me terwijl zijn collega’s zich om mijn baby bekommeren. Ze zijn verbijsterd, maar uit hun gezichtsuitdrukking maak ik op dat het goed is met mijn kind, toch leggen ze hem in een couveuse. Hoe het met mij is? Het lijkt of alle vermoeidheid van de tocht en mijn belevenissen er nu pas uitkomen. Alles wat ik heb meegemaakt lijkt een droom.

    De arts vraagt iets, ik kijk hem wezenloos aan. Ik heb nog steeds pijn en het bloeden is ook nog niet gestopt, maar ik zeg niks, het lukt me niet. Ik lijk mezelf niet. Ik word gehecht, krijg een infuus. Wanneer ik mijn ogen opendoe moet ik een tijdje geslapen hebben, het is donker, de maan staat aan de hemel en ik ben moederziel alleen, net als mijn baby. De eerste nacht, zonder mijn baby, mijn kinderen, mijn man.

    een maan komt op van lieverlee

    in de boezem van de nacht,

    met het firmament heeft hij maar weinig op

    aangezien dat iedere dag

    een stukje van hem eten moet

    het probleem, hij ziet de toekomst niet

    want treurig als zijn eind mag zijn

    het is ook zwanger van zijn nieuw begin

    Metin Altıok – Steeds minder

    Ook de volgende dag moeten we nog in het ziekenhuis blijven, mijn baby en ik gescheiden van elkaar, als ‘twee verloren hoopjes verlangen, twee stukjes van een ziel’ (Ahmed Arif / Verstomd). Mijn lichaam is doodmoe, mijn voeten doen afschuwelijk zeer en ik voel steken in mijn hart. Wanneer zie ik mijn kinderen en mijn man weer? Twee dagen die wel een leven lijken te duren, dan pas leggen de artsen mijn baby in mijn armen. Twee agenten nemen ons mee.

    Huis van bewaring

    Ik passeer twee ijzeren deuren en sta in de vrouwenafdeling van het huis van bewaring. Twaalf personen in een vertrek voor acht. Mijn man en kinderen zijn er ook. Naast onze ruimte ligt die voor de mannen, overal ziet het blauw van de rook. Met mijn vier dagen oude baby zet ik voor het eerst voet in een gevangenis. We zijn weer samen. Ik ben dolblij mijn kinderen en mijn man te zien, vol warmte door hen omhelsd te worden. Azad en Mizgin zijn niet weg te slaan bij hun broertje, we kunnen elkaar geen van allen loslaten.

    Een droom was het wat we hebben doorstaan.

    Een droom is mijn leed, een droom de kerker.

    Hoe kan het jaren hebben geduurd

    wat ik zo kort als een vers heb beleefd…

    Ahmed Arif – Verstomd

    De vrouw uit Turkije is er, de Syrische vrouwen zijn er, samen met de anderen dringen ze om ons heen. Ze strelen mijn kind, geven een beetje eten dat nog over is, en laten ons dan alleen. Mizgin en Azad geven hun broertje een kusje en klimmen op het stapelbed van de vrouw uit Turkije. Ze hebben haar een paar woorden Sorani geleerd en spelen nu lachend een spelletje. Het is heerlijk mijn kinderen na dagen zo te zien lachen.

    Ik eet wat en haal de tijd in met mijn man. Ja, we hebben elkaar gemist, we zijn nooit bij elkaar weg geweest, hebben nooit elkaars hand losgelaten. Ik voel me zielsgelukkig. Maar als hij vertelt over onze celgenoten en hun situatie slaat mijn stemming om.

    alleen in geluid schuilen we nu nog

    in de lichtende nacht.

    naar wie te gaan,

    met welke woorden te vertellen van de pijn,

    in welke taal te vragen om genade?

    een puur begin, dat is nodig nu

    met woorden die bij de ochtendstond

    zich verbinden met de ziel, zo’n begin.

    de warmte van een nest, dat is nodig nu,

    een huis waar je van dichtbij de schoorsteen kunt zien roken

    zodat we in het oord van het vergeven

    het aanzien voor een toevluchtsoord

    en zwijgen

    zwijgen.

    Bejan Matur – Opgroeien in twee dromen

    Want in feite is er nog helemaal niks ten einde. Een man en vrouw van achter in de zestig zijn de oudsten van ons allen, drie keer hebben ze geprobeerd weg te komen uit Istanbul, ‘de stad die hen niet vergund is’, zoals ze zelf zeggen. Iedere keer weer zijn ze opgepakt en teruggestuurd. Ze zitten hier nu al weken en wachten in spanning af wat er deze keer met hen zal gebeuren. Hun enige troost is dat ze samen zijn. Omdat de mannenruimte vol zit, zijn echtparen en kinderen hier gezet. Ze lijken ziek, of misschien is het de ouderdom. Zelfs lopen doet hen pijn, maar als ze samen zijn hebben ze tenminste steun aan elkaar.

    Saher is de jongste. Een bruisend meisje van nog maar 17. Ze zit geen minuut stil, roept vanachter de tralies naar de politie, klopt op de tussenmuur en vraagt de mannen in de ruimte naast ons een liedje te zingen. Ze is Koerdisch en komt uit Syrië maar heeft ook een tijdje in Turkije gewoond. Haar moeder heeft naar Duitsland weten te komen, maar zij zit nog hier. Twee keer heeft ze geprobeerd te vluchten, en net als de anderen is ze na een tijdje in het huis van bewaring steeds weer teruggestuurd. Nu heeft ze goede hoop, want dat ze al langere tijd hier wordt vastgehouden kan betekenen dat ze naar het kamp gaat, en vandaar is het makkelijker om weg te komen. Het klinkt allemaal eenvoudig, maar ze is zo jong nog en alleen.

    Vrouw uit Turkije

    Ik moet aan de vrouw uit Turkije denken, de enige in de groep die alleen was. We waren weliswaar met z’n twintigen, maar iemand die dezelfde taal spreekt geeft extra vertrouwen, misschien straalt het ook macht uit, is het als een schild dat je beschermt bij de ontberingen onderweg. Zij had alleen de smokkelaar met wie ze kon praten – degene die we het meest moesten vertrouwen maar in wie we in feite het minst vertrouwen hadden.

    Ik vraag mijn man naar haar situatie, hij zegt dat hij niks weet, maar voegt eraan toe dat ze pas uren later, toen iedereen al in het huis van bewaring was, werd binnengebracht. Bij de registratie op het bureau had de politie ook de anderen gevraagd of zij de smokkelaar was. Iedereen had ontkend, toch was ze urenlang verhoord. Waarom? Mijn man weet het ook niet.

    Sinds de bevalling noemde iedereen haar ‘dokter’. En omdat we zo veel mogelijk uit de buurt bleven van de smokkelaar hadden we ons met alle vragen over de reis – vooral: hoeveel rivieren moeten we nog over? – via de Irakese arts en de Syrische vrouw tot haar gewend. Ook op het politiebureau was iedereen daarmee doorgegaan. Was dat het? Of was het probleem soms dat ze bij de arrestatie voorin het busje had gezeten, en niet bij ons? Ze had mijn baby vast, en hield tegelijkertijd de telefoon tegen het oor van de paniekerige Griekse chauffeur, zodat hij de auto die voorop ging kon blijven volgen. Het gaat me aan het hart, maar ik ben blij dat ze nog bij ons is.

    Met ons hele gezin zitten we op een van de bedden te praten, denken we met een mengeling van gevoelens terug aan alles wat we hebben meegemaakt, als een van de agenten vanachter de tralies in het Turks ‘Istanbuler!’ roept (net als het woord voor ‘smokkelaar’ kennelijk een van de Turkse woorden die iedereen kent, ongeacht zijn moedertaal.) De agent wijst naar ons en zegt iets in het Engels tegen de vrouw uit Turkije. Wie moet ons uitleggen wat er aan de hand is nu de smokkelaar er niet meer is om voor ons te vertalen? We kijken de vrouw uit Turkije vragend aan, ze zegt iets in het Turks tegen Saher. Saher vertaalt het in het Kurmanci tegen de Syrische, die het op haar beurt voor de Irakese vrouw in het Arabisch vertaalt. En eindelijk horen we van haar in het Sorani het bericht waar vol spanning op zitten wachten.

    Mijn man valt me dolblij om de hals, vliegt van het bed, iedereen leeft met ons mee. Goed nieuws!

    ‘Jullie moeten meteen je spullen pakken, jullie gaan naar het kamp!’

    Mijn man valt me dolblij om de hals, vliegt van het bed, iedereen leeft met ons mee. Goed nieuws! We worden dus niet teruggestuurd. Ze laten mijn kinderen niet nog langer achter de tralies zitten, in een piepkleine ruimte zonder ramen, die blauw staat van de rook. Ik sta op en pak samen met mijn man onze spullen.

    Ik zie de vrouw uit Turkije ook haar tas pakken. Ze wordt vrijgelaten, hoor ik via de communicatieketen die de vrouwen tot stand hebben gebracht.

    Als ze haar weinige bezittingen bij elkaar heeft, neemt ze met een omhelzing van iedereen afscheid. Eenmaal bij ons neemt ze eerst onze baby in haar armen en vraagt hoe hij heet. Kennelijk heeft zij zich evenmin kunnen neerleggen bij de naam die de smokkelaar ons opdrong. In feite hebben we hem die naam nooit gegeven.

    Alles wat we tijdens de reis hebben meegemaakt ging over de kern, ook al spraken we niet dezelfde taal

    ‘Rojhat,’ zeg ik, ‘de grote dag.’ Ze omhelst hem nog enthousiaster, neemt dan afscheid van ons. Ze pakt Mizgin en Azad vast, die haar heel veel kusjes geven, en vertrekt.

     Wie zij was, wat haar tot die tocht gebracht had, ik weet het niet. We hebben nauwelijks kunnen praten, en toch waren we één op die afschuwelijke tocht. Dan denk ik aan hoe we op het eind naar het busje renden. Hoe kwam het dat zij pas na ons arriveerde, dat ik, pas bevallen nota bene, als allereerste aankwam? Alles wat we tijdens de reis hebben meegemaakt ging over de kern, ook al spraken we niet dezelfde taal, we waren één, we waren mens, we stonden zij aan zij. Maar die laatste halte op onze tocht, die kleine herinnering, vertelt ook van een andere achtergrond.

    Na haar vertrek gaat de traliedeur nogmaals open, nu voor ons. We zitten te wachten op een stapelbed en als we opstaan beseffen we dat we de oorlogen die anderen het leven hebben gekost, die ons hebben ontheemd, wel achter ons gelaten hebben, maar dat we op weg zijn naar een nieuwe strijd.

    Dit is deel 2 van een 2-delige longread over deze vlucht van Turkije naar Griekenland. Vorige week verscheen het eerste deel.