Het is een eerste stap om de instantie transparanter te maken
Christopher Cooper, een rechter op federaal niveau, oordeelde dat Elon Musks Department of Government Efficiency (DOGE) te machtig is en dus volgens federale wetgeving informatie over de interne werking van de overheidsinstantie moet vrijgeven aan de bevolking. Cooper zegt dat het ‘ongeëvenaarde’ gezag en de ‘abnormale geheimhouding’ vraagt om het direct beschikbaar stellen van interne documenten volgens de Wet openbaarheid van bestuur.
De Amerikaanse president Trump heeft DOGE ondergebracht in het Uitvoerend Bureau van de President, omdat dit gedeeltelijk de transparantiewet ondermijnt, vermoedt Cooper. Op papier is Musk een persoonlijke adviseur van Trump en zou hij geen deel uitmaken van de nieuwe overheidsinstantie. Het is echter duidelijk dat de rijkste man ter wereld veel meer doet dan enkel adviseren.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Zo heeft zijn afdeling veel overheidsmedewerkers ontslagen en USAID bijna volledig ontmanteld. Daarbij heeft het team van Musk toegang tot de databanken van de overheid. Vanuit wettelijk oogpunt horen relatief normale burgers geen toegang te hebben tot deze vorm van staatsinformatie, meldt Politico.
Het oordeel van de rechter is een eerste significante stap om DOGE’s ondernemingen transparanter te maken. In een 37 pagina’s tellend opiniestuk schrijft Cooper dat ‘het hoge tempo waarmee DOGE beslissingen maakt ook vraagt om de spoedige vrijlating van interne informatie over de werking van de overheidsinstantie’. ‘Het vrijgeven van informatie draagt bij aan een goed geïnformeerde bevolking die meningen kan vormen en delen met haar verkozen leiders,’ aldus de Amerikaanse rechter.
Na Trumps nieuwe invoertaksen begint Canada aan een tegenoffensief
Gisteren kondigde president Trump aan dat zijn plan om 25 procent aan invoertaksen te heffen op Mexicaanse en Canadese goederen op dinsdag middernacht in werking treedt. Trumps nieuwe invoertaksen hebben betrekking op alle goederen die Canada naar de VS exporteert en kunnen leiden tot inflatie en economische wanorde, meldt CBC.
De premier van Canada Justin Trudeau reageerde met een tegenoffensief van dertig miljard dollar aan invoertaksen op Amerikaanse goederen. ‘Terwijl we de VS aanmoedigen om de tarieven te heroverwegen, zal Canada blijven staan voor haar economie, haar banen, haar arbeiders en een eerlijke overeenkomst,’ zei Trudeau tijdens een persconferentie. ‘Onze taksen zullen standhouden tot de VS hun tarieven opheffen.’
De Amerikaanse president beweert dat Canada een toename aan fentanylsmokkel en illegale migratie heeft toegelaten. Canada heeft in de afgelopen maanden de grenscontroles aangescherpt en de resultaten zijn zichtbaar. Aan de grens met de VS is illegale migratie met 90 procent gedaald en fentanylsmokkel wordt steeds vaker onderschept, aldus de Canadese omroep.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De premier van Ontario Doug Ford zegt dat hij bereid is om alles te doen om Trump op zijn beslissing terug te laten komen. ‘Als ze Ontario willen vernietigen, dan zal ik alles doen – zelfs het stil leggen van hun energievoorraad – met een lach op mijn gezicht.’ In een toespraak eind vorige maand waarschuwde Tiff Macklem, gouverneur van de Bank of Canada, dat ‘de economische gevolgen van een langdurig handelsconflict zeer ernstig zouden zijn’.
Matthew Holmes, vicepresident en het hoofd van beleid bij de Canadese Kamer van Koophandel, zei dat Trump al onomkeerbare schade heeft toegebracht aan de bilaterale handelsrelatie met zijn ‘tariefdreigementen’. ‘We hebben een lange weg af te leggen voordat Canada en de VS weer betrouwbare economische partners worden,’ zei Holmes.
Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de vredesdeal tussen de VS en Rusland? ‘Sommige Europese staten beginnen een toekomst te zien waarin ze in hun eentje verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid.’
Tim Ross en Jacopo Barigazzi – redacteur en correspondent
‘Een oorlog dwingt mensen om kant te kiezen. En Donald Trump lijkt de kant te kiezen van Poetin. Trump heeft de nachtmerries van de Oekraïners en hun bondgenoten werkelijkheid gemaakt en de trans-Atlantische relatie die de Europese veiligheid sinds 1945 schraagde op zijn kop gezet. Europese politici beginnen in te zien hoe ingrijpend hun wereld is veranderd: ze moeten omgaan met een Amerika dat in het beste geval sceptisch en in het slechtste geval vijandig staat tegenover de oude wereld die zij vertegenwoordigen.’
Volodymyr Ariev – lid van de partij Europese Solidariteit
‘Er zijn twee fundamentele dingen die bij de vredesbesprekingen niet ter discussie gesteld mogen worden. Ten eerste is het onaanvaardbaar om de claims van de agressor op de bezette gebieden te erkennen. Ten tweede kunnen we geen beperkingen op ons leger, beperkingen op het aantal wapens of zelfopgelegde beperkingen op het aangaan van militaire allianties accepteren. Deze twee rode lijnen moeten in beton gegoten worden. Voor de rest denk ik dat er tot op zekere hoogte bewegingsruimte is.’
‘Het resultaat van Trumps poging om een einde te maken aan de oorlog hangt ervan af of zijn snelle deal kan voorzien in een vrede die Oekraïne in staat stelt te overleven, de grenzen en veiligheid van Europa veiligstelt en voorkomt dat de illegale invasie van Rusland wordt beloond. Trump heeft weinig interesse getoond in een van deze drie doelen. Maar elke partij in het proces heeft serieuze belangen en aanzienlijke invloed. Daarom zal het beëindigen van de oorlog veel te complex zijn om dat binnen 24 uur te bereiken.’
‘Sommige Europese staten beginnen een toekomst te zien waarin ze in hun eentje verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Ze zullen zich de moeilijke vraag moeten stellen hoe Europa zichzelf kan verdedigen zonder een geloofwaardige Amerikaanse nucleaire paraplu. Nog moeilijker is dat ze moeten nadenken over de vraag of de VS een bedreiging kunnen worden en hoe daarop te reageren. Dit alles wordt bemoeilijkt door de aanwezigheid van pro-Russische regeringen binnen de NAVO en de impact van Russische inmenging.’
Trump wil bijna alle werknemers ontslaan of op non-actief stellen
Onder leiding van het Department of Government Efficiency van Elon Musk heeft de regering van Donald Trump maatregelen genomen om USAID (het agentschap voor internationale ontwikkeling van de Verenigde Staten) te ontmantelen, meldt Al Jazeera. De website van de humanitaire organisatie meldde dat op zondag 23 februari om 11:59 PM EST alle werknemers wereldwijd ‘in administratief verlof’ zullen gaan, met uitzondering van mensen in kritieke functies.
De maatregel volgt nadat een Amerikaanse rechter de regering-Trump vrijdag de bevoegdheid gaf om een plan door te voeren om duizenden USAID-medewerkers binnen dertig dagen uit het buitenland terug te roepen. ‘Voor personeel in het buitenland heeft USAID een vrijwillig, door het agentschap gefinancierd terugkeerreisprogramma en andere voordelen in gedachten,’ meldde het agentschap. Voor de 1600 werknemers op Amerikaanse bodem volgde het ontslag per direct na de melding.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens Musk en andere Trump-aanhangers is het agentschap een frauduleuze organisatie en een ‘addersnest van radicaal-linkse marxisten die Amerika haten’. USAID-functionarissen en humanitaire hulpverleners hebben de beslissing bekritiseerd en gewaarschuwd dat het verdwijnen van de hulporganisatie miljoenen kwetsbare mensen wereldwijd zal schaden. Marcia Wong, voormalig adjunct-assistent-directeur van het Bureau voor Humanitaire Hulp van USAID, noemde het besluit ‘een kortzichtige, risicovolle en eerlijk gezegd domme daad’.
USAID werd opgericht in 1961 door de toenmalige Amerikaanse president John F. Kennedy en is de grootste donor van humanitaire hulp ter wereld.
De herschrijving van de Capitoolbestorming onder veel Republikeinen is alarmerend. Het is ook een treffend voorbeeld van hoe het internet onze politieke realiteit heeft vervormd. Een onderbouwing is altijd maar een scroll of een muisklik verwijderd.
Probeer je even te herinneren hoe je je voelde op 6 januari 2021. Denk aan de geïmproviseerde galg die op het terrein van het Capitool stond, het traangas en het geluid van de oproerschilden die tegen de vlaggenmasten botsten die er tegenaan werden gegooid. Als je de videobeelden opnieuw bekijkt, herinner je je misschien de man in het sweatshirt met de tekst Camp Auschwitz die rustig tussen de indringers stond, of het beeld van de Confederatievlag die in de rotunda van het Capitool wapperde. De gebeurtenissen van die dag zijn zo gedocumenteerd, zo gememoriseerd, zo diep verankerd in onze recente politieke geschiedenis dat het moeilijk kan zijn om de shock en woede die zovelen voelden toen de beelden binnenstroomden, te bevatten. Maar het gebeurde allemaal: mannen en vrouwen sloegen ruiten in, vielen de politie van het Capitool aan, beklommen het marmeren bouwwerk van een van Amerika’s meest herkenbare nationale monumenten in een poging de uitslag van de verkiezingen van 2020 ongedaan te maken.
Het is ook moeilijk om te onthouden dat het er ten minste even op leek dat de rede zou zegevieren, dat de machthebbers een consensus zouden bereiken tegen Donald Trump, wiens ongegronde beweringen over kiezersbedrog de aanval inluidden. Senator Lindsey Graham, een oude bondgenoot van Trump, wond er geen doekjes om toen hij die avond stemde om de overwinning van president Joe Biden te bekrachtigen: ‘Het enige wat ik kan zeggen is: ik doe niet mee. Genoeg is genoeg.’ De krant New York Post, meestal pro-Trump, beschreef de menigte als ‘rechtse mensen die door het lint gingen in Washington’. Techplatforms zoals Facebook en Twitter, die Trump over het algemeen hadden toegestaan om te posten wat hij wilde tijdens zijn presidentschap, blokkeerden tijdelijk zijn account. ‘We geloven dat de risico’s als de president onze service in deze periode mag blijven gebruiken simpelweg te groot zijn’, schreef CEO van Facebook Mark Zuckerberg destijds.
Maar deze consensus was van korte duur. Op 7 januari gaf David A. Graham van The Atlantic een waarschuwing die profetisch bleek: ‘Onthoud hoe de couppoging van gisteren in het Amerikaanse Capitool is gegaan,’ aldus Graham. ‘Binnenkort zal iemand je misschien van een andere gang van zaken proberen te overtuigen.’ Nog voordat de relschoppers het gebouw uit waren, was een of andere marginale beweging online al een andere wereld aan het opbouwen van vermeend bewijs – een netwerk van leugens en verdraaide theorieën om de aanval te rechtvaardigen en te herschrijven wat er die dag echt gebeurd was. Tegen de lente begon het verhaal onder de wetgevers te veranderen. De gewelddadige opstand werd, in de woorden van de Republikeinse afgevaardigde Andrew Clyde uit Georgia, een ‘doodgewoon toeristenbezoek’.
Rechtvaardigingsmachine
De herschrijving van 6 januari onder veel Republikeinen is alarmerend. Het is ook een treffend voorbeeld van hoe het internet onze politieke realiteit heeft vervormd. In de afgelopen jaren is dit fenomeen toegeschreven aan de ‘desinformatiecrisis’. Maar die term komt niet eens in de buurt van wat er echt aan de hand is.
Denk terug aan de aanvankelijke paniek rond ‘nepnieuws’, rond de verkiezingen van 2016 en de nasleep ervan, toen een mengeling van partizanen en ondernemende Macedonische tieners allerlei klassieke complottheorieën opdiste, zoals het verhaal over de FBI-agent die zelfmoord zou hebben gepleegd nadat hij de stemfraude van Hillary Clinton aan het licht had gebracht. Academici en deskundigen debatteerden eindeloos over het effect van deze artikelen. Waren de verhalen werkelijk zo overtuigend dat ze in staat waren iemands wereldbeeld en stemgedrag te veranderen? Of waren ze enkel pulp voor hersenloze partizanen? Afhankelijk van je perspectief vormde verkeerde informatie een existentiële bedreiging omdat het in staat was massa’s mensen te hersenspoelen, of was het feitelijk ongevaarlijk.
Maar er is nog een andere, meer verontrustende mogelijkheid, een die we zijn gaan begrijpen door ons werk in de afgelopen tien jaar. Een van ons, Mike, heeft de effecten van onze verrotte informatieomgeving bestudeerd als onderzoekswetenschapper en expert in informatiegeletterdheid, terwijl de ander, Charlie, een journalist is die uitgebreid heeft geschreven en gerapporteerd over het sociale web. De laatste tijd is ons onafhankelijke werk zich gaan concentreren rond een bepaald gedeeld idee: dat desinformatie krachtig is, niet omdat het mensen van gedachten doet veranderen, maar omdat het mensen in staat stelt hun overtuigingen te handhaven in het licht van groeiend bewijs van het tegendeel. Het internet fungeert misschien niet zozeer als hersenspoelmachine, maar als rechtvaardigingsmachine. Een onderbouwing is altijd maar een scroll of muisklik van ons verwijderd en de prikkels van de moderne aandachtseconomie – mensen worden beloond met engagement en een grotere invloed naarmate hun publiek meer reageert op wat ze zeggen – zorgen ervoor dat mensen altijd meteen overal een onderbouwing bij moeten leveren. Deze dynamiek speelt in op de natuurlijke neiging van mensen om op zoek te gaan naar bewijs, om informatie te zoeken die de eigen overtuigingen ondersteunt of de argumenten tegen die overtuigingen ondermijnt. Het vinden van dergelijke informatie (of van grote groepen mensen die deze informatie gretig verspreiden) is niet altijd zo eenvoudig geweest. Het zoeken naar bewijs betekende in het verleden dat je je in een onderwerp moest verdiepen, argumenten moest testen of moest vertrouwen op echte expertise. Dat was de basis waarop het grootste deel van onze politiek, cultuur en argumentatie was gebouwd.
Het huidige internet – een volwassen ecosysteem waartoe iedereen toegang heeft en waarop je gemakkelijk zelf iets kunt publiceren – maakt daar korte metten mee. Toen de menigte op 6 januari het Capitool bestormde, draaide de rechtvaardigingsmachine op volle toeren en leverde ze in realtime ontkenningen op aanvraag aan iedereen die daar behoefte aan had. Jake Angeli, de ‘sjamaan van QAnon’, was een van de eerste doelwitten. Rechtse accounts die berichten plaatsten over de opstand beweerden dat dit geen echte ‘Stop the Steal’-ers waren, omdat Angeli er niet zo uitzag. ‘Dit is GEEN Trump-aanhanger… Dit is een in scène gezette #Antifa-aanval’, schreef voorganger Mark Burns in een tweet die Angeli in de Senaatskamer toonde – die vervolgens geliket werd door Eric Trump. Ander ‘bewijs’ volgde. Mensen deelden een foto van Angeli bij een Black Lives Matter-protest waar het QAnon-bord dat hij vasthield handig was weggeknipt. Mensen speculeerden dat hij een acteur was; anderen vatten zijn tatoeages op als een teken dat hij deel uitmaakte van een pedofiele elitekring en daarom, in hun logica, een Democraat was.
De echte organisator, zo stelden ze, was de deep state, bijgestaan door extreemlinkse groeperingen
Angeli als bewijs dat deze mensen niet MAGA waren, was slechts een van de vele voorbeelden van verdraaiingen. Binnen een paar uur speculeerden MAGA-influencers dat een van de demonstranten een tatoeage had van een hamer en sikkel; hét bewijs van linkse denkbeelden. Op tv beweerde een presentator van Fox News dat Trump-aanhangers geen donkere helmen dragen of zwarte rugzakken gebruiken, zodat de menigte niet trumpistisch kon zijn. Vrij snel ontstond het verhaal dat de aanval een valstrik was en dat de media erbij betrokken waren. Complotdenkers haalden de tijdstempel van een liveblog van NPR die de opstand van tevoren leek aan te kondigen aan als bewijs dat het allemaal vooraf gepland was door de ‘deep state’. Ze verzuimden op te merken dat het verhaal, zoals vele andere, in de loop van de dag was bijgewerkt en van nieuwe koppen voorzien, terwijl de tijdstempel van het oorspronkelijke bericht behouden bleef. De beroemde beelden van een agent van de Capitoolpolitie die op heldhaftige wijze de menigte wegleidt van de deur naar de Senaat was in de MAGA-wereld het bewijs dat Trump-aanhangers het Capitool in werden gelokt door de politie. Zo moesten ook de beelden van agenten die door relschoppers werden overweldigd en hen voorbij de barricades lieten gaan bewijzen dat de opstand in scène was gezet. De echte organisator, zo stelden ze, was de deep state, bijgestaan door extreemlinkse groeperingen.
De haast waarmee bewijsmateriaal werd verzameld, leidde een tijdje tot een verwarrend dubbel verhaal van rechts. In het ene verhaal verliepen de rellen vreedzaam – de Trump-aanhangers in het Capitool waren nagenoeg gewoon toeristen. Het andere verhaal benadrukte het geweld en suggereerde dat er vernielingen waren aangericht door antifascisten. Uiteindelijk smolten de duellerende verhalen samen tot een completer verhaal: vreedzame Trump-aanhangers waren naar het Capitool gelokt door gewelddadige antifa-leden, bijgestaan door ordehandhavers die voor de deep state werkten.
De bedoeling van deze onjuiste informatie was niet om degenen die geen Trump-aanhangers waren op andere gedachten over de opstand te brengen. Het doel was om elke cognitieve dissonantie weg te nemen die kijkers van deze couppoging mochten hebben ervaren en om de overtuigingen te versterken die de MAGA-volgelingen al hadden. En dat is de onthutsende erfenis van 6 januari. Terwijl de rechtvaardigingsmachine draaide, werd de rel het zoveelste bewijs van het schokkende geweld van radicaal links of de nooit eindigende kruistocht van de deep state tegen Trump. Op 7 januari overtrof het aantal zoekopdrachten op Google naar antifa en BLM (die geen rol hadden gespeeld in de gebeurtenis) het aantal zoekopdrachten naar Proud Boys (die wel een rol hadden gespeeld). In de maanden en jaren na de couppoging probeerde de rechtvaardigingsmachine miljoenen Amerikanen ervan te weerhouden de realiteit van die dag onder ogen te zien. Een opiniepeiling van The Washington Post uit december 2023 wees uit dat 25 procent van de respondenten geloofde dat het ‘zeker’ of ‘waarschijnlijk’ waar was dat FBI-agenten de aanval op het Capitool hadden georganiseerd en aangemoedigd. 26 procent twijfelde.
Bewijs op aanvraag
Complottheorieën zijn een diep ingebakken menselijk fenomeen en 6 januari is slechts een van de vele cruciale momenten in de Amerikaanse geschiedenis waarbij mensen zich lieten meeslepen door paranoïde ideeën. Maar er is een duidelijk verschil tussen deze opstand, waarbij mensen bergen bewijs kregen voorgeschoteld over een gebeurtenis die zich in realtime afspeelde op sociale media, en bijvoorbeeld de moord op John F. Kennedy, toen het internet nog niet bestond, mensen speculeerden over de gebeurtenis en relatief weinig informatie hadden om zich op te baseren. Of denk aan de aanslagen van 9/11: sommigen omarmden complottheorieën die vergelijkbaar waren met de theorieën die achter de false flag-verhalen over 6 januari zaten. Maar de verspreiding van deze complottheorieën werd niet in de hand gewerkt door de hoge snelheid waarmee nieuws op sociale media verspreid wordt, maar door de langzamere verspreiding van vroege online streamingsites, prikborden, e-mail en torrents. Er waren geen gecentraliseerde feeds voor mensen om verhalen te creëren en uit te putten.
De rechtvaardigingsmachine, met andere woorden, heeft dit instinct niet gecreëerd, maar heeft het proces van het uitwissen van cognitieve dissonantie wel veel efficiënter gemaakt. Ons huidige, gefragmenteerde mediaecosysteem werkt veel sneller en met minder strubbelingen dan eerdere versies en biedt consumenten bewijs op aanvraag dat beter op maat gemaakt is dan zelfs de meest krankzinnige kabelnieuwsuitzendingen kunnen bieden. En de effecten reiken verder dan alleen complotdenkers. Zo hadden anti-Trump-influencers en liberaal georiënteerde kabelnieuwszenders het tijdens het afgelopen verkiezingsseizoen vaak over de stroom van Trump-aanhangers die zijn bijeenkomsten vroegtijdig verlieten, waarmee ze suggereerden dat de steun voor Trump tanende was. Dit was niet waar, maar zulke video’s hielpen het Democratische publiek om in een wereld te blijven waarin Trump impopulair was en gedoemd om te verliezen.
Als je tijd doorbrengt op sociale media kom je er al snel achter dat er vraag is naar dit soort inhoud. De eerste uren na een catastrofale nieuwsgebeurtenis werden ooit gebruikt om de dingen op een rijtje te zetten: wat is er precies gebeurd? Wie zat erachter? Wat was de omvang? Nu is elke gebeurtenis meteen koren op de machine. Na een massale schietpartij gaan partizanen op zoek naar bewijs om te suggereren dat de dader MAGA is, of een radicaal linkse politicus, of een ontevreden trans jongere. Vorige week, in de uren nadat een massamoordenaar met een auto op burgers inreed op Bourbon Street in New Orleans, kwam Trump aanzetten met leugens en speculaties over de verdachte door te suggereren dat hij een migrant was. Later kwam er informatie binnen waaruit bleek dat de bestuurder een Amerikaans staatsburger en legerveteraan was. De tragedie en de chaos van de onmiddellijke nasleep werden aangegrepen om het grensbeleid van de Democraten aan te vallen.
Deze reflex draagt bij aan een culturele en politieke verrotting. Een cultuur waarin elke gebeurtenis – elk menselijk succes of elke tragedie – wordt aangegrepen als bewijs om politieke punten te scoren, is een nihilistische cultuur. Het is een cultuur waarin je nooit van mening hoeft te veranderen of zelfs maar geconfronteerd wordt met ongemakkelijke informatie. Nieuwscycli zijn korter en de grootste verhalen in de wereld – zoals de moordaanslag op Trump afgelopen zomer in Pennsylvania – doen het kortstondig goed in het publieke bewustzijn, om daarna weer te verdwijnen. De rechtvaardigingsmachine gedijt op het moordende tempo van onze informatieomgeving; de machine wordt aangedreven door de constante komst van meer nieuws, meer bewijs. Het is niet nodig om dingen te reorganiseren en opnieuw te beoordelen. Het resultaat is dat we vastzitten, het gevoel hebben gevangen te zitten in een eeuwige tegenwoordige tijd.
Alleen hysterische Democraten, geobsedeerd door het neerhalen van Trump, bleven erover doorzeuren
Deze stagnatie is nu wat 6 januari ons heeft nagelaten. Toen de Republikeinen eenmaal hun visie op de opstand hadden herschreven – in het beste geval als iets wat niet gebeurd is en in het slechtste geval als een voorbeeld van inmenging van de deep state – deden ze alle pogingen om hen ter verantwoording te roepen af als ‘Trump derangement syndrome’. Republikeinen in de Senaat blokkeerden aanvankelijke pogingen om een tweepartijdige commissie over 6 januari op te richten; de toenmalige minority leader Mitch McConnell noemde het een ‘puur politieke onderneming’ die ‘geen cruciale nieuwe feiten aan het licht zou brengen of genezing zou bevorderen’. Tijdens de hoorzittingen van het Congres over de couppoging negeerde Fox News grotendeels de gang van zaken. De nu gekozen president Trump dringt aan op een FBI-onderzoek naar voormalig afgevaardigde Liz Cheney vanwege haar betrokkenheid bij de commissie. Haar bevindingen, die werden gepubliceerd in een gedetailleerd rapport, werden onmiddellijk in diskrediet gebracht door de Republikeinen, die het oneerlijk, politiek gemotiveerd en onderdeel van een heksenjacht noemden. Volgens de cynische logica van de Republikeinen waren de gebeurtenissen van 6 januari overdreven, maar behoorden ze ook tot het verre verleden. Alleen hysterische Democraten, geobsedeerd door het neerhalen van Trump, bleven erover doorzeuren.
Het was terecht dat de Democraten – en de twee Republikeinen in de commissie – mensen ter verantwoording wilden roepen vanwege 6 januari, maar het bleek buitengewoon moeilijk om dat te doen in een informatieomgeving die voortdurend blijft steken in wat op dat moment speelt. Trump en het MAGA-mediacomplex gebruikten de opstand om de Democraten af te schilderen als een partij van scheldkoppen die geobsedeerd zijn door het verleden en maar doordrammen over democratie. Het werk van de commissie was zorgvuldig en methodisch, tegenovergesteld aan de hectiek en snelheid die kenmerkend zijn voor de rechtvaardigingsmotor. Op een moment van anti-institutionele gevoelens werd het waarheidsvindingproces van het congres door sommigen als academisch, traag en zelfs elitair ervaren. Veel mensen negeerden het proces. Ondertussen leek het werk van het rechtse ecosysteem om de commissie te ondermijnen voor zijn volgelingen vaak meer geïmproviseerd, authentieker en uiteindelijk overtuigender.
Toen de Democratische Partij ervoor koos om de verkiezingen van 2024 te laten gaan over Trump, zijn bedreiging van de rechtsstaat en de ‘strijd om de ziel van deze natie’, zoals president Biden het ooit verwoordde, deed ze dat in de veronderstelling dat de onuitwisbare beelden van 6 januari bijna vier jaar later hun weerklank hadden behouden. Die veronderstelling klopte, over het algemeen, niet. Als mensen worden geconfronteerd met informatie die hun wereldbeeld op zijn kop kan zetten, kunnen ze nu zoeken naar bevestiging in de vorm van feeds met complottheorieën of video’s zonder context. Ze kunnen AI en hun favoriete influencers vragen om hun te vertellen waarom ze gelijk hebben. Ze kunnen feeds op maat samenstellen en toekijken hoe algoritmes leveren wat ze zoeken. En ze worden overspoeld met data.
Het gezoem van de rechtvaardigingsmachine is geruststellend. Het zorgt ervoor dat de wereld minder onvoorspelbaar, meer kenbaar lijkt. Te midden van al dat lawaai ontwaar je die woorden die ieder zo graag hoort: ‘Je hebt al die tijd gelijk gehad.’
Het eenzijdige verhaal van de economische neergang van het oude continent ligt wat genuanceerder als je ook naar andere factoren kijkt, zoals de koopkrachtpariteit.
Vergelijkingen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie resulteren vaak in een pessimistische diagnose over de economie van het oude continent. De cijfers lijken dit verhaal te bevestigen: waar het Europese bbp in 2008 nog iets uitsteeg boven dat van de VS, viel het in 2022 een derde lager uit dan zijn Amerikaanse tegenhanger. Deze gegevens suggereren wat velen al vermoedden: dat de Europese economie niet in staat zou zijn het ritme van de VS bij te benen, deels vanwege haar onvermogen om dezelfde gunstige voorwaarden te scheppen voor het aanzwengelen van de productie. En dat zou best kunnen kloppen, maar je moet ook enkele andere factoren in overweging nemen.
Bij het maken van dit soort vergelijkingen wordt doorgaans voorbijgegaan aan de koopkracht van de verschillende valuta. Om hier een beter idee van te krijgen: prijzen ontwikkelen zich niet overal hetzelfde, wat inhoudt dat eenzelfde munteenheid ergens waar de prijzen sneller stijgen minder waard is. Daarom kun je eigenlijk nooit een accurate vergelijking maken, zelfs niet als je euro’s zou omrekenen in dollars. Eigenlijk heb je een soort kunstmatige munt nodig waarin je zowel de euro als de dollar kunt omrekenen, om de koopkracht gelijk te trekken. Alleen op die manier zou je kunnen vaststellen of er tussen Amerikanen en Europeanen werkelijk een verschil bestaat wat betreft hun vermogen om in dezelfde behoeften te voorzien. En hierbij moet je naar zowel prijzen als wisselkoersen kijken.
Vervormende lens
Allereerst moet worden opgemerkt dat de euro in 2008 genoteerd stond op 1,47 dollar, terwijl die in 2022 nauwelijks boven de dollar uitsteeg. Dit fluctueren van de koers, waaraan vele oorzaken ten grondslag liggen, vertekent vergelijkingen die worden gebaseerd op het bbp uitgedrukt in dollars. De wisselkoers fungeert als een vervormende lens die de werkelijke verschillen tussen beide economieën vergroot of juist verkleint – dat is een cruciale factor om rekening mee te houden bij het analyseren van deze cijfers. Maar zoals eerder gezegd is de wisselkoers slechts een van de vele puzzelstukjes. Om de werkelijke koopkracht van respectievelijk de euro en de dollar te kunnen vergelijken, moet je de ontwikkeling van de prijzen in aanmerking nemen. En de inflatie was in de VS de afgelopen 24 jaar hoger dan in de eurozone (86,3 procent versus 69,6 procent).
Wanneer je de wisselkoers euro/dollar corrigeert voor verschillen in prijsontwikkeling en de berekeningen per sector maakt, kun je in recente studies, zoals die van Zsolt Darvas van de Europese financiële denktank Bruegel, zien dat de EU geleidelijk is opgeschoven in de richting van de VS. In 1995 vormde het Europese bbp per hoofd van de bevolking 67 procent van dat van de VS, terwijl het in 2022 bleek te zijn gestegen tot 72 procent. Hoewel de kloof nog redelijk groot is, is die wel kleiner geworden in plaats van groter. Deze vooruitgang is des te opmerkelijker als je in aanmerking neemt dat in deze periode verschillende landen uit Oost-Europa met een aanvankelijk lager ontwikkelingsniveau tot de Unie zijn toegetreden.
Maar je moet niet alleen rekening houden met de koopkrachtpariteit van de verschillende valuta. Verschillen in gewerkte uren vormen nóg een cruciale factor die zelden wordt meegenomen in analyses. Europeanen, vooral in het westen en noorden van het continent, werken doorgaans minder uren dan Amerikanen. In Duitsland bijvoorbeeld wordt jaarlijks per werknemer 350 uur minder gewerkt dan in de VS.
Sommige Europese landen hebben een hogere output per uur dan de VS, hoewel hun bbp per hoofd van de bevolking lager uitvalt
Dat is deels een weerspiegeling van andere sociale voorkeuren – een sterkere waardering voor vrije tijd en een goede balans tussen werk en gezin – maar het geeft ook aan dat de productiviteit in sommige Europese landen opvallend hoog is. Duitsland, België en Denemarken en sommige andere Europese landen hebben een hogere output per uur dan de VS, hoewel hun bbp per hoofd van de bevolking lager uitvalt vanwege het kleinere aantal gewerkte uren. Dat is een sociale keuze, die je niet noodzakelijkerwijs moet zien als een teken van economische zwakte. We verkiezen meer vrije tijd boven meer gelegenheid om geld te verdienen.
Toch valt niet te ontkennen dat er terreinen zijn waarop Europa duidelijk de zwakkere is, zoals Enrique Feás en Judit Arnal laten zien in een recent rapport van het Real Instituto Elcano. De interne markt bijvoorbeeld werkt minder goed voor diensten dan voor goederen, waarvoor in het handelsverkeer met landen buiten Europa belangrijke regulerende barrières bestaan. Er wordt bijvoorbeeld ook significant minder geïnvesteerd in research & development dan in de VS (2,2 procent van het bbp versus 3,5 procent), en er is ook minder durfkapitaal beschikbaar voor start-ups. Dat verklaart waarom er weinig Europese ‘unicorns’ zijn en waarom de digitalisering langzamer verloopt, vooral bij mkb-bedrijven. Slechts 26 procent van de volwassenen in Europa bezit geavanceerde digitale vaardigheden, waarmee ze zeer achterlopen op de Amerikanen. En ten slotte is de gemiddelde omvang van een bedrijf in Europa veel kleiner, waardoor schaalvoordeel en innovatie lastiger te realiseren zijn. Zo lag het bbp per hoofd van de bevolking in Zuid-Europa in het eerste decennium van deze eeuw nog op 73 procent van het Amerikaanse, maar is dat gezakt naar 61 procent. Enkele oorzaken hiervan zijn een lagere productiviteit, een hogere structurele werkloosheid, zwakkere instellingen en weinig vernieuwingskracht.
Nuancering
Het concurrentievermogen van Europa ondervindt ook nadelen van de energiekosten, die fors hoger zijn dan in de VS, al wordt dit nadeel enigszins gecompenseerd door een grotere vooruitgang in hernieuwbare energie. Een andere hindernis vormen de complexiteit en de kosten van regulering, vooral voor middelgrote ondernemingen die willen groeien. Bovendien is het financiële systeem in Europa nog sterk gericht op het traditionele bankwezen, met minder goed ontwikkelde kapitaalmarkten dan in de VS.
Kortom, het verhaal over de Europese neergang ten opzichte van de VS verdient enige nuancering. Hoewel er inderdaad reële uitdagingen zijn die Europa moet aanpakken, vooral op het vlak van innovatie, digitalisering en de ontwikkeling van het zuiden, heeft het continent ook laten zien naar de VS toe te bewegen. De ogenschijnlijk grote verschillen in het nominale bbp zijn in grote mate te wijten aan de invloed van de wisselkoers en de verschillende sociale voorkeuren wat werktijd betreft.
De werkelijke uitdaging voor Europa het voortbestaan van zijn sociale model te garanderen en de transformatie van zijn economie te versnellen. Daarvoor is het van doorslaggevend belang om vooral wat diensten betreft de interne markt uit te breiden, innovatie en digitalisering te stimuleren, de groei van bedrijven te vergemakkelijken, de energiekosten te drukken, de regulering te vereenvoudigen, de kapitaalmarkten te ontwikkelen en het achterblijvende Zuid-Europa aandacht te schenken. Deze uitdagingen zijn belangrijk, maar niet ondoenlijk, als je tenminste niet het paniek zaaiende standpunt inneemt waar simplistische vergelijkingen op uitkomen. Europa heeft hervormingen nodig in plaats van drama.
Mark Zuckerberg wil ‘de vrijheid van meningsuiting herstellen’ op Facebook en Instagram. Is het verdwijnen van de moderatie op die platforms een goede ontwikkeling? Twee redacteurs gaan met elkaar in debat.
‘Het markeert de terugkeer van de vrijheid van meningsuiting’
Twee weken voor de inauguratie van Donald Trump – een man die heeft gezworen het regime dat hem en miljoenen andere Amerikanen het zwijgen oplegde te ontmantelen en te vernietigen – sprak een van de figuren die het meest verantwoordelijk is voor dit regime zich uit. Meta CEO Mark Zuckerberg gaf toe dat zijn bedrijf zich ‘te veel met censuur’ had beziggehouden en verklaarde dat met het ‘culturele kantelpunt’ van de recente verkiezingen, zijn platforms zich vanaf nu zouden inzetten om ‘de vrije meningsuiting te herstellen’.
Maar heeft de tech-titaan echt het licht gezien op het gebied van vrije meningsuiting? Of is dit een cynische en egoïstische poging om zich te beschermen tegen de verschuivende politieke wind?
Want vergeet niet dat Meta na de verkiezingen van 2016 interne tools gebruikte om conservatieve inhoud te verbergen. Ook maakte Meta deel uit van het Election Integrity Partnership (EIP, een groep onderzoekers en experts op het gebied van desinformatie tijdens de presidentsverkiezingen), dat werd geleid door de federale overheid en de taak had om ‘onjuiste gedachten’ over de integriteit van de verkiezingen van 2020 en de resultaten ervan te weren.
Meta heeft Trump na 6 januari (2021, de datum van de Capitool-bestorming) twee jaar lang van Facebook verbannen
Meta heeft Trump daarnaast na 6 januari (2021, de datum van de Capitool-bestorming) twee jaar lang van Facebook verbannen – en herstelde zijn accounts alleen onder de voorwaarde dat Trump bij nieuwe overtredingen nog zwaardere sancties zou worden opgelegd. Ook heeft Meta meningen die in strijd zijn met de covid-orthodoxie massaal laten verdwijnen.
De gevolgen waren onmetelijk. Moeten degenen van wie de rechten zijn geschonden toen Meta optrad als afgevaardigde van de taalpolitie van de FBI, deze totale ommekeer accepteren?
Het minste wat Zuckerberg kan doen, is het Facebook-archief openen, zodat Amerikanen een volledig beeld kunnen krijgen van Meta’s censuurpogingen. Dit archief zou vervolgens de basis kunnen leggen voor mogelijke rechtszaken.
Maar vindt Zuckerberg echt dat Meta miljoenen Amerikanen onterecht het zwijgen heeft opgelegd? En, zo ja, ziet hij de veranderingen die hij voorstelt dan als een vorm van rechtvaardigheid? Zuckerberg veranderde in ieder geval pas van mening toen het censuurregime en Meta’s rol daarin aan het licht kwamen én toen de politieke toekomst van Trump er weer rooskleuriger uitzag. Hiermee treedt de Meta-CEO in de voetsporen van vele anderen.
Het Global Engagement Center van het State Department (een federaal agentschap dat in 2016 werd opgericht om buitenlandse desinformatie op het internet te bestrijden) sloot eind 2024 onder druk van de Republikeinen zijn deuren.
Het is goed nieuws dat deze hervormingen een radicale verschuiving in de culturele en politieke macht weerspiegelen
Verschillende grote organisaties, zoals het Stanford Internet Observatory (een instituut van de Californische universiteit, gespecialiseerd in desinformatie) hebben hun personeelsbestand en activiteiten teruggeschroefd. De Meta-wijziging volgt bovendien op de ‘bevrijding’ van X door Elon Musk, die na zijn overname in 2022 de teams verantwoordelijk voor de contentmoderatie ontsloeg.
Zelfs als Zuckerbergs voorgestelde hervormingen opportunistisch zijn, is het goede nieuws dat ze een radicale verschuiving in de culturele en politieke macht weerspiegelen ten gunste van de vrijheid van meningsuiting.
Feit blijft dat het ecosysteem van ‘contra-desinformatie’ nog steeds bestaat. Het omvat het administratieve staatsapparaat, bepaalde overheidsinstanties, een groot deel van Big Tech, grote universiteiten, bekende ngo’s, specialisten op het gebied van risicobeoordeling, factcheckers en regeringen die overal ter wereld censuur uitoefenen. Stuk voor stuk machtige spelers die niet van de ene op de andere dag zullen verdwijnen.
Het is aan de regering-Trump en het Congres om het censuurregime uit te hongeren, te beroven van publieke fondsen en alle middelen in te zetten om het eerste amendement te bewaken.
Elon Musk en Mark Zuckerberg zijn uiteindelijk niet met elkaar op de vuist gegaan. In de zomer van 2023 raakten de twee miljardairmagnaten verzeild in een kinderachtige ruzie: Musk daagde de oprichter van Facebook uit voor een gevecht, maar trok zich terug toen duidelijk werd dat zijn tegenstander, een fervent liefhebber van vechtsporten, hem met speels gemak zou verslaan. In het virtuele gevecht tussen hen is Mark Zuckerberg daarentegen ongetwijfeld de grote verliezer.
In zijn video op Instagram van 7 januari probeerde Zuckerberg over te komen als een vroege Trump-aanhanger: occulte krachten zouden hem hebben aangespoord om fact-checkingprogramma’s op te zetten op zijn platforms, maar dat tijdperk van ‘censuur’ is nu voorbij. Mark Zuckerberg kondigde aan dat hij Elon Musk wilde imiteren, direct verwijzend naar diens rivaliserende platform X. Wat een strijd had moeten zijn, is in feite een capitulatie.
Berichten die voorheen als grensoverschrijdend werden beschouwd, zullen de nieuwe norm worden
Sinds de herverkiezing van Donald Trump heeft Zuckerberg afscheid genomen van zijn hoofdlobbyist Nick Clegg, die met zijn ervaring in de Britse regering de kritische opmerkingen over sociale netwerken probeerde te temperen. Zijn opvolger, Joel Kaplan, is een harde Republikein die in het Witte Huis werkte onder George W. Bush. Dana White, baas van de grootste Amerikaanse competitie MMA en fervent Trump-aanhanger, is ook net toegetreden tot de raad van bestuur van Facebook. Als klapper op de vuurpijl heeft Meta 1 miljoen dollar gedoneerd om de inauguratie van Donald Trump te financieren.
Ook in hun content bereiden Facebook en Instagram zich voor op de terugkomst van Trump. Mark Zuckerberg heeft onder meer het einde aangekondigd van bepaalde beperkingen op publicaties met betrekking tot gender en immigratie, omdat deze niet langer in lijn zouden zijn met ‘het dominante discours’. Met andere woorden: berichten die voorheen als grensoverschrijdend werden beschouwd, zullen de nieuwe norm worden.
De grote lijnen die Mark Zuckerberg schetst, wijzen op een systeemverandering ten koste van de zwakkeren
De grote lijnen die Mark Zuckerberg schetst, wijzen op een systeemverandering ten koste van de zwakkeren: gebruikers kunnen binnenkort ongestraft racistische beledigingen uiten, zolang ze zich beperken tot sferen waar niemand zich er aanstoot aan neemt. De grote winnaars worden degenen die het meeste lawaai gaan maken.
Het bestrijden van haatzaaiende taal en desinformatie kost enorm veel tijd en geld. Mark Zuckerberg heeft duidelijk het gevoel dat hij er niets meer mee te winnen heeft. Hij kiest liever de kant van Donald Trump en valt de Europese regels aan die platforms aanmoedigen om te censureren. Daarmee stelt hij wetten zoals de (Europese) Digital Services Regulation (DSA) gelijk aan staatscensuur in China.
Mark Zuckerbergs handen zijn niet zo vrij als die van Elon Musk, wiens immense fortuin uit andere bedrijven dan alleen X komt. Wil de oprichter van Facebook een van de rijkste mensen ter wereld blijven, dan moet hij een aantrekkelijke omgeving creëren voor advertenties. Uiteindelijk zullen de adverteerders beslissen of hij er goed aan heeft gedaan zich over te geven aan de politieke tijdgeest.
Mark Zuckerberg kiest voor een radicale koerswijziging op zijn socialemediaplatforms: minder moderatie, meer vrijheid. Hoewel de timing en motivatie dubieus zijn, kan deze stap de Amerikaanse democratie sterker maken in de turbulente tijden die komen gaan, aldus The Economist.
Afgezien van het polshorloge van een miljoen dollar was het net een gijzelingsfilmpje. Op 7 januari postte Mark Zuckerberg een clip op Facebook en Instagram waarin hij veranderingen aankondigde in de contentmoderatie op zijn sociale netwerken, als reactie op wat hij het ‘culturele omslagpunt’ van de verkiezing van Donald Trump noemde. Volgens hem was er ‘te vaak sprake van fouten en censuur’, waaraan hij toevoegde dat Trumps terugkeer ‘een kans biedt om de vrijheid van meningsuiting te herstellen’. Ook benoemde hij Dana White, een medestander van Trump, tot lid van de raad van bestuur van Meta (evenals John Elkann, de baas van Exor, dat mede-eigenaar is van het moederbedrijf van The Economist).
Ondanks al het gepraat over vrijheid illustreerde Zuckerbergs filmpje eens te meer hoe de aankomende president de Amerikaanse zakenwereld intimideert en in zijn greep heeft. Eerder noemde Trump Facebook een ‘vijand van het volk’ en dreigde hij ervoor te zorgen dat Zuckerberg ‘de rest van zijn leven achter de tralies zou doorbrengen’. Zuckerberg is niet de enige bestuurder die zich gewonnen geeft: iedereen, van Tim Cook van Apple tot Sam Altman van OpenAI, heeft naar verluidt gedoneerd aan Trumps ijdele inauguratiefonds. Deze week kondigde Amazon een veertig miljoen dollar kostende biopic aan over de aankomende First Lady.
Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers
Al zijn de omstandigheden nog zo grotesk en de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht. De vrijheid van meningsuiting online moet hoognodig worden verruimd, om de Amerikaanse democratie bestand te maken tegen alles wat ze komende jaren voor haar kiezen zal krijgen.
Zuckerberg was ooit een vurig pleitbezorger van de vrijheid van meningsuiting, die content als holocaustontkenning ondanks talrijke protesten toestond. Maar na beweringen over Russische online-inmenging in de eerste verkiezing van Donald Trump in 2016 en een golf van desinformatie rond de covid-19-pandemie in 2020 trad het bedrijf hard op tegen een breed scala van ‘legale maar verwerpelijke’ content, van kwakzalverij tot bizarre groeperingen als QAnon.
Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers. Om nog maar te zwijgen van de vrijheid van vergissing; in enkele gevallen zijn volstrekt juiste beweringen geblokkeerd, zoals toen Facebook een New York Post-verhaal over Joe Bidens zoon Hunter tegenhield, dat waar bleek te zijn. De definitie van hatespeech is zodanig verruimd dat er bijvoorbeeld lang niet meer zo vrijelijk over transgenderrechten kan worden gedebatteerd. Geautomatiseerde filters zijn zo streng dat zelfs Meta toegeeft dat 10-20 procent van de verwijderde content ten onrechte is verwijderd. Het is dan ook verheugend dat Zuckerberg heeft toegezegd factchecking te vervangen door meldingen van gebruikers zelf en de regels voor gevoelige onderwerpen als gender te versoepelen.
Risico’s
Toch zijn er ook risico’s. Zuckerberg erkent dat moderatie vaak een kwestie van water bij de wijn is en dat zijn nieuwe regels voor meer ‘narigheid’ online zullen zorgen. Adverteerders, die gebrand zijn op ‘merkveilige’ content, zullen zich hiertegen verzetten. Een ander gevaar is dat platforms ‘vrijheid van meningsuiting’ als excuus gaan gebruiken om te beknibbelen op het indammen van illegale content, een kostbare en ingewikkelde procedure. Op X, waar Elon Musk een groot deel van het moderatieapparaat heeft ontmanteld, nam tijdens een recente reeks rellen in Groot-Brittannië het aantal posts dat aanzette tot geweld – een strafbaar feit – hand over hand toe. Telegram, een libertair netwerk dat populair is in Rusland, is vanwege zijn gebrek aan aanpak een toevluchtsoord geworden voor criminelen.
De beste manier om je tegen deze gevaren te wapenen is door transparant te zijn over hoe de regels tot stand komen. De onafhankelijke raad van toezicht van Meta die sinds 2020 over de waarden en normen waakt, lijkt door de aankondiging van deze week op het verkeerde been gezet en heeft zijn zorgen over de maatregelen geuit na die eerst nog te hebben gesteund. De regels voor wat al dan niet online kan worden gezegd, moeten transparant worden uitgelegd en verdedigd, en niet al vóór de inauguratie door een paniekerige CEO worden afgeschaft.
Desondanks heeft Meta een stap in de goede richting gezet. Sociale netwerken moeten illegale content weren. Met het oog op adverteerders en gebruikers willen ze het waarschijnlijk beschaafd houden. Maar ze moeten zich niet langer bezighouden met wat goed of fout is. Alleen een dwaas gelooft alles wat op zijn sociale netwerk verschijnt.
Voormalige adviseurs van Trump hebben gewaarschuwd voor het gevaar dat hij vormt voor de democratie. Ze stellen dat hij de grondwet niet respecteert en openlijk verlangt naar absolute macht. Toch kozen miljoenen Amerikanen opnieuw voor hem.
Keuze uit het archief
Het eerste regeringsjaar van Donald Trump zit erop. Oud-adviseurs van hem waarschuwden al geruime tijd voor de gevaren die een nieuwe termijn van Trump voor de VS met zich mee zou brengen. Toch namen veel kiezers de waarschuwingen met een korrel zout, zodat Trump met ruime cijfers herkozen werd. Wie de voorspellingen in deze analyse van The Los Angeles Times leest, kan na een jaar Trump moeilijk nog ontkennen dat de adviseurs de waarheid spraken.
Donald Trumps voormalige stafchef van het Witte Huis, generaal buiten dienst John Kelly, verbrak een lang stilzwijgen en bestempelde zijn voormalige baas als een man die voldoet aan ‘de algemene definitie van een fascist’. De conservatieve, doorgaans zwijgzame Kelly voelde zich geroepen om zich uit te spreken nadat Trump de voormalige voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi, senator Adam Schiff en andere Democraten ‘vijanden van binnenuit’ had genoemd en had gezegd dat hij het leger de straat op zou sturen om de oppositie de kop in te drukken. ‘Het leger inzetten om achter Amerikaanse burgers aan te gaan… dat is een heel slechte zaak,’ zei Kelly tegen The New York Times. ‘Zelfs al zou je het alleen maar zeggen voor politiek gewin, om verkozen te worden, dan nog vind ik het een heel slechte zaak.’
Kelly was niet de enige voormalige medewerker van Trump die waarschuwde dat de codes voor het gebruik van nucleaire wapens niet aan de Republikeinse kandidaat moeten worden toevertrouwd. Tientallen mensen die eerder op hoge posities werkten in de regering-Trump hebben zich uitgesproken. Generaal Mark Milley, voormalig voorzitter van de gezamenlijke stafchefs, noemde hem ‘een fascist in hart en nieren… de gevaarlijkste man voor het land’. Voormalig nationaal veiligheidsadviseur John Bolton zei dat Trump ‘ongeschikt was voor het presidentschap’. Trump ‘heeft nooit geaccepteerd dat hij niet de machtigste man ter wereld was – en met macht bedoel ik de mogelijkheid om alles te doen wat hij wilde en wanneer hij maar wilde,’ aldus Kelly.
Hebben deze waarschuwingen van gezaghebbende personen – eminente figuren die ooit door Trump in hoge functies werden benoemd – enig effect gehad op zijn kiezers, nu de verkiezingsdag nadert? Voor zover we het kunnen beoordelen niet.
Verdeeldheid
Lezers van deze column zal het niet verbazen dat ik het van harte eens ben met Kelly, Milley, Bolton en anderen: Trump is een gevaar voor onze democratie. Hij begrijpt noch respecteert de Grondwet. Hij verlangt er openlijk naar om te regeren zoals Xi Jinping in China en Vladimir Poetin in Rusland dat doen, als een alleenheerser die aan niemand verantwoording hoeft af te leggen. ‘Hij regeert met ijzeren vuist over 1,4 miljard mensen,’ zei hij eens bewonderend over Xi.
Trump geniet van verdeeldheid en wreedheid. En zijn economische ‘programma’, dat neerkomt op enorme invoerheffingen plus het onbeperkt boren naar olie en gas, zou een ramp zijn. Waarom slaan miljoenen kiezers – onder wie, in de woorden van Trump, ‘heel fijne mensen’ – de waarschuwingen van figuren als Kelly, Milley en Bolton in de wind?
Het afgelopen jaar heb ik tientallen Trump-stemmers horen beschrijven waarom ze achter hem blijven staan. Sommigen, zijn harde kern, zijn het eens met alles wat de voormalige president zegt, tot de grofste beledigingen aan toe. Anderen geven toe dat ze hun bedenkingen hebben bij Trumps stijl, maar zeggen dat ze hem steunen omdat ze hopen dat hij de welvaart en de lage inflatie van zijn eerste twee jaar als president zal kunnen terugbrengen.
Velen zeggen dat Trump die dingen volgens hen niet écht zou willen – of kunnen – laten gebeuren
Maar een derde groep, onder wie veel onafhankelijke kiezers en gematigde Republikeinen, is het meest verbijsterend. Zij hebben niet alleen een hekel aan Trumps stijl, ze maken zich ook zorgen over sommige van zijn standpunten: zijn wens om Obamacare te ontmantelen, zijn dreigementen om het leger in te zetten tegen binnenlandse tegenstanders, zijn lukrake importheffingen, zijn plan om duizenden ambtenaren te ontslaan en te vervangen door loyalisten. Maar velen zeggen dat Trump die dingen volgens hen niet écht zou willen – of kunnen – laten gebeuren.
In een panel dat vorige week voor NBC News werd samengesteld door opinieadviesbureau Engagious, zei Kevin, een bouwtechnisch inspecteur uit Atlanta, dat hij bang was dat de importheffingen van Trump de prijzen voor consumenten zullen opdrijven. ‘Het is een slecht plan,’ zei hij. ‘Maar ik denk niet dat het er echt van zal komen. Ik denk dat het te veel geld gaat kosten. Het zal politiek te ingewikkeld zijn.’ Maar hij gaat waarschijnlijk toch op Trump stemmen, zei hij.
Opiniepeilers noemen dit de ‘geloofwaardigheidskloof’ van Trump. Kiezers horen wat hij zegt, maar ze zwakken het af. Ze denken dat hij ‘het alleen maar zegt’ of dat iemand zijn wat buitensporigere ideeën wel zal tegenhouden. Maar aan dit soort redeneringen waarmee Trump-stemmers zichzelf geruststellen, kleven twee problemen.
Geloofwaardigheidskloof
Ten eerste heeft Trump al een staat van dienst als het gaat om pogingen om dergelijke dingen te doen. Hij probeerde Obamacare ongedaan te maken, maar een handvol gematigde Republikeinse senatoren stond dat in de weg. Hij vaardigde een decreet uit dat hem in staat zou stellen ambtenaren te vervangen door politiek benoemde personen, maar zijn termijn liep af voordat hij er gebruik van kon maken. En toen demonstranten zich voor het Witte Huis verzamelden, drong hij er bij militaire functionarissen op aan het leger in te zetten en demonstranten in de benen te schieten – maar generaal Milley en minister van Defensie Mark Esper hielden hem tegen.
‘Als hij begint over het inzetten van het leger… dan denk ik dat we dat heel serieus moeten nemen,’ zei Olivia Troye, een voormalig medewerker van Trumps vicepresident Mike Pence, onlangs tegen mijn collega Noah Bierman. ‘Hij had het er zelfs over om Amerikanen neer te schieten. Ik was erbij, ik was daar getuige van.’
Het tweede probleem van de geloofwaardigheidskloof is dat als Trump terugkeert in het Witte Huis, de kans groter is dat hij dit keer wel zijn zin krijgt. Hij heeft vaak geklaagd dat hij in zijn eerste termijn een fout heeft gemaakt door medewerkers als Kelly, Milley en Bolton aan te stellen, die het als hun plicht zagen de impulsen van de president in te tomen. Als hij een tweede termijn krijgt, zal hij zich omringen met mensen die zijn bevelen uitvoeren zonder lastige vragen te stellen.
Als Trump zegt dat hij gelooft dat de grondwet hem ‘het recht geeft te doen wat ik wil als president’, dan meent hij dat
Ook zal hij minder tegenstand krijgen van andere instituties. De Republikeinen in het Congres, die Trump af en toe in bedwang hielden toen hij president was, hebben de meeste gematigden uit hun gelederen verwijderd. Senator Mitt Romney gaat met pensioen. Senator Mitch McConnell, die af en toe Trump bekritiseerde, is niet langer de leider van zijn partij in de Senaat. Federale rechtbanken zullen hem misschien ook wat gunstiger gezind zijn, dankzij de rechters die Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn heeft aangesteld.
Dus gematigde Republikeinen en onafhankelijke kiezers die in de verleiding komen om op Trump te stemmen omdat ze hopen dat hij de belastingen zal verlagen of de economie zal verbeteren, zouden nog eens goed moeten nadenken over de risico’s. Als Trump zegt dat hij aanklagers op Joe Biden en ‘de Pelosi’s’ af zal sturen, dan meent hij dat. Als Trump zegt dat hij bedrijven als Amazon zal straffen als de standpunten van hun eigenaars hem niet aanstaan, dan meent hij dat. Als Trump zegt dat hij gelooft dat de grondwet hem ‘het recht geeft te doen wat ik wil als president’, dan meent hij dat. En deze keer zou hij beter weten hoe hij zijn wensen voor elkaar moet krijgen.
Een tweede ambtstermijn van Trump zou geen vreedzame herhaling zijn van zijn eerste termijn; het zou veel erger worden, en daarvoor proberen zijn voormalige adviseurs ons te waarschuwen.
In een Amerika waar rijkdom steeds meer je sociale status bepaalt, worden miljardairs gezien als ondernemende genieën die een uniek niveau van creativiteit, moed, vooruitziendheid en deskundigheid vertonen. Toch zou het duidelijk moeten zijn dat rijkdom een slechte maatstaf is voor wijsheid.
Technologiemiljardairs zoals Bill Gates, Mark Zuckerberg en Elon Musk behoren niet alleen tot de rijkste mensen in de geschiedenis van de mensheid, ze zijn ook uitzonderlijk machtig – sociaal, cultureel en politiek gezien. Hoewel dit deels een weerspiegeling is van de sociale status die onze maatschappij in het algemeen aan rijkdom verbindt, is dat niet het hele verhaal.
Wat nog belangrijker is dan rijkdom alleen, is dat deze miljardairs worden gezien als ondernemende genieën die een uniek niveau van creativiteit, durf, vooruitziendheid en deskundigheid op het gebied van uiteenlopende onderwerpen vertonen. Voeg daarbij het feit dat velen van hen de belangrijkste communicatiemiddelen beheersen – namelijk de belangrijkste socialemediaplatforms – en je krijgt een fenomeen dat zijn weerga in de recente geschiedenis bijna niet kent.
Rijke, technologisch onderlegde vernieuwers die de wereld redden van onheil zijn niet meer weg te denken uit onze populaire cultuur
Het beeld van de rijke, dappere zakenman die de wereld verandert, gaat op zijn minst terug tot de roofridders uit het tijdperk dat in Amerika bekendstaat als de Gilded Age (eind negentiende eeuw). Maar een van de belangrijkste oorzaken waarom dit beeld tegenwoordig zo populair is, is de roman Atlas Shrugged van Ayn Rand, waarvan de hoofdpersoon, John Galt, slechts gewapend met zijn idealisme en wilskracht het kapitalisme probeert te hervormen.
Hoewel de roman van Rand al lang een canonieke status heeft bij Silicon Valley-ondernemers en libertaire politici, is het belangrijkste archetype eruit ook buiten die kringen van invloed. Van Bruce Wayne (Batman) en Tony Stark (Iron Man) tot Darius Tanz in de tv-serie Salvation – rijke, technologisch onderlegde vernieuwers die de wereld redden van dreigend onheil zijn niet meer weg te denken uit onze populaire cultuur.
De macht van de portemonnee
Sommige individuen zullen altijd meer macht hebben dan andere, maar hoeveel macht is te veel? Ooit was macht gekoppeld aan fysieke kracht of militaire dapperheid, maar nu hangt macht meestal samen met wat Simon Johnson en ik ‘overtuigingskracht’ noemen. Zoals we uitleggen in ons boek Power and Progress, is die macht geworteld in status of prestige. Hoe groter je status, hoe gemakkelijker je anderen kunt overtuigen.
Waardoor status wordt bepaald, verschilt sterk per samenleving, en de verdeling ervan is ook niet overal even ongelijk. In de Verenigde Staten raakte status tijdens de industriële revolutie sterk gekoppeld aan geld en rijkdom, waardoor de inkomensongelijkheid en de verschillen in rijkdom enorm toenamen. Hoewel er periodes zijn geweest waarin overheidsingrijpen de trend probeerde te keren, is de Amerikaanse samenleving altijd georganiseerd geweest rond een sterke statushiërarchie.
Deze structuur is om verschillende redenen problematisch. Om te beginnen is de constante strijd om status – en de overtuigingskracht die status oplevert – grotendeels een nulsomspel: meer status voor jezelf betekent minder status voor je buurman, en een sterkere statushiërarchie impliceert dat sommige mensen gelukkig zullen zijn terwijl vele anderen ongelukkig en ontevreden zijn.
Bovendien zijn investeringen in nulsom-activiteiten meestal inefficiënt en buitensporig in vergelijking met investeringen in non-nulsom-activiteiten. Is het beter om een miljoen dollar uit te geven aan gouden Rolex-horloges of aan het leren van nieuwe vaardigheden? Beide kunnen intrinsieke waarde hebben – de schoonheid van het horloge versus de trots van het verwerven van nieuwe kennis – maar de eerste investering geeft alleen maar aan dat je rijker bent en meer opzichtige consumptiegoederen kunt aanschaffen dan anderen. De tweede daarentegen verhoogt je menselijk kapitaal en kan ook bijdragen aan de maatschappij. Het eerste is grotendeels een nulsom-aangelegenheid en het tweede is grotendeels een niet-nulsom-aangelegenheid. Bovendien kan het eerste gemakkelijk uit de hand lopen als men steeds meer gaat uitgeven aan opzichtige consumptiegoederen om anderen voor te blijven.
Commentatoren vragen zich vaak af waarom iemand met honderden miljoenen dollars er in godsnaam nog een paar honderd miljoen bij wil hebben. Er zijn maar weinig dingen die je je niet kunt veroorloven als je al 500 miljoen dollar hebt, dus waarom zou je verlangen naar 1 miljard dollar? Omdat ‘miljardair’ een hogere rang is wat status betreft. Wat telt is niet de koopkracht zelf maar het prestige en de macht die die koopkracht oplevert in iemands omgeving. In een ‘rijkdom-is-status’-evenwicht is het onvermijdelijk dat de ultra-rijken hun uiterste best doen om steeds meer rijkdom te vergaren.
Er zijn zowel evolutionaire als sociale redenen om overtuigingskracht te koppelen aan status en prestige
Er zijn zowel evolutionaire als sociale redenen om overtuigingskracht te koppelen aan status en prestige. Het is immers op individueel niveau rationeel om te leren van mensen die expertise hebben, en het is redelijk om expertise te koppelen aan succes.
Bovendien is deze vorm van leren goed voor gemeenschappen omdat die coördinatie en het ontstaan van best practices bevordert. Maar wanneer status gekoppeld wordt aan rijkdom en de verschillen in rijkdom erg groot worden, begint het fundament onder expertise af te brokkelen.
Neem het volgende gedachte-experiment. Wie is er deskundiger op het gebied van timmerwerk: een goede meester-timmerman of een hedgefondsmiljardair? Het lijkt vanzelfsprekend om voor de eerste te kiezen, maar hoe meer status rijkdom verleent, hoe meer gewicht er wordt toegekend aan de mening van hedgefondsmiljardairs, zelfs als het gaat over timmerwerk. Of neem een relevanter, hedendaags voorbeeld. Wiens mening over vrijheid van meningsuiting weegt tegenwoordig zwaarder, die van een technologiemiljardair of die van een filosoof die lang met dit onderwerp heeft geworsteld en wiens bewijs en argumenten nauwkeurig zijn onderzocht door andere gekwalificeerde experts? Miljoenen mensen op X (Twitter) hebben impliciet voor de eerste gekozen.
Hoe dieper we worden meegezogen in het ‘rijkdom is status’-evenwicht, hoe meer we misschien geneigd zijn de oppermacht van technologiemiljardairs te accepteren. Toch is het moeilijk te geloven dat rijkdom een goede maatstaf kan zijn voor verdienste of wijsheid, laat staan een bruikbaar bewijs van volmacht op het gebied van timmerwerk of vrijheid van meningsuiting. Bovendien is rijkdom altijd enigszins arbitrair. We kunnen eindeloos discussiëren over de vraag of LeBron James beter is dan Wilt Chamberlain op het hoogtepunt van diens basketbalcarrière, maar in termen van rijkdom is er geen sprake van een wedstrijd. Terwijl Chamberlain een geschatte nettowaarde had van 10 miljoen dollar ten tijde van zijn dood in 1999, wordt James’ nettowaarde geschat op 1,2 miljard dollar.
Het feit dat Gates en Musk minder belasting betalen maakt hen niet wijzer, maar het heeft hen wel rijker gemaakt
Dit grote verschil heeft niets te maken met het talent of de werkethiek van beide spelers. Chamberlain leefde in een tijd waarin sportsterren niet zoveel betaald kregen als nu. Dat heeft deels te maken met technologie (iedereen kan James tegenwoordig zien dankzij televisie en digitale media), deels met normen (honderden miljoenen betalen aan supersterren is acceptabeler geworden) en deels met belastingen (als de VS nog steeds een marginaal toptarief voor inkomstenbelasting van meer dan 90 procent had, zou James minder geld hebben en zou de rijkdom gelijker verdeeld zijn).
Hetzelfde geldt voor de technologiesector: als die niet zo centraal was komen te staan in de economie en niet gedreven werd door zo’n sterke winner-take-all-dynamiek (wat deels een kwestie is van keuze bij de vraag hoe we bepaalde markten willen organiseren), dan zouden de technologiemagnaten van vandaag niet zo rijk zijn geworden. Het feit dat Gates en Musk minder belasting betalen maakt hen niet wijzer, maar het heeft hen wel rijker gemaakt, en dus invloedrijker in het huidige tijdperk van het ‘rijkdom-is-status’-evenwicht.
Macht corrumpeert
Zulke figuren profiteren ook van een nog schadelijker dynamiek, die Johnson en ik onderzoeken in Power and Progress, aan de hand van het voorbeeld van Ferdinand de Lesseps. Lesseps verwierf een enorme status in het Frankrijk van eind negentiende eeuw, waar hij bekend stond als Le Grand Français, omdat hij er ondanks langdurige Britse tegenstand in slaagde de aanleg van het Suezkanaal te voltooien.
Lesseps had een vooruitziende blik en wist met grote vaardigheid politici in Egypte en Frankrijk ervan te overtuigen dat maritieme internationale handel erg belangrijk zou worden. Maar hij had ook enorm veel geluk: de technologieën waar hij op hoopte en die hij nodig had om het kanaal zonder sluizen te kunnen bouwen (wat aanvankelijk onmogelijk was vanwege de hoeveelheid graafwerkzaamheden) werden net op tijd ontwikkeld om het project doorgang te laten vinden.
Met zijn Suez-overwinning verwierf Lesseps veel prestige. Maar wat hij met zijn nieuwe status deed is veelzeggend. Hij werd roekeloos, dol en verwaand en duwde het Panamakanaalproject in een onwerkbare richting, die uiteindelijk leidde tot de dood van meer dan 20.000 mensen en de financiële ondergang van nog veel meer mensen (onder wie zijn eigen familie). Zoals alle vormen van macht, kan overtuigingskracht iemand overmoedig, ongeremd, onhandelbaar en sociaal onuitstaanbaar maken.
Het verhaal van Lesseps blijft relevant, omdat je er duidelijk sporen van terugziet in het gedrag van veel miljardairs vandaag de dag. Hoewel sommige van Amerika’s rijkste individuen hun status, die ze danken aan hun rijkdom, niet gebruiken om cruciale openbare debatten te beïnvloeden (denk aan Warren Buffett), doen velen dat wel. Gates, Musk, George Soros en anderen aarzelen niet om zich uit te spreken over zaken die voor hen belangrijk zijn, en hoewel we geneigd zijn de meningen van degenen met wie we het eens zijn positief te ontvangen, moeten we deze verleiding weerstaan. Het is heel zinvol voor de samenleving om gebruik te maken van de kennis en de wijsheid van deskundigen, maar het is contraproductief om de status te versterken van degenen die al veel status hebben (en hun uiterste best doen om die te verhogen).
We zouden sterkere institutionele middelen moeten inzetten om de macht en invloed te beperken van degenen die al bevoorrecht zijn
Natuurlijk is het niet helemaal de schuld van de miljardairs dat het Amerikaanse beleid enorme ongelijkheid in de hand werkt (hoewel ze zeker lobbyen voor beleid dat dit effect heeft). Ze zouden echter wel verantwoordelijk gehouden moeten worden als ze misbruik maken van de immense status die rijkdom hun geeft terwijl de ongelijkheid maar blijft toenemen. Dat geldt vooral als ze hun status gebruiken om hun eigen economische belangen te bevorderen ten koste van die van anderen, of om een toch al verdeelde samenleving te polariseren met provocerende retoriek of hun op status beluste gedrag.
Als onberekenbare miljardairs al te veel onrechtmatige sociale, culturele en politieke invloed hebben, dan is het laatste wat we zouden moeten willen hun nóg grotere publieke platforms geven, bijvoorbeeld in de vorm van een eigen sociaal netwerk, zoals Musk dat nu heeft als eigenaar van X. In plaats daarvan zouden we sterkere institutionele middelen moeten inzetten om de macht en invloed te beperken van degenen die al bevoorrecht zijn en zouden we het belasting-, regelgevings- en uitgavenbeleid moeten heroverwegen dat zulke enorme ongelijkheden in de eerste plaats heeft gecreëerd.
Maar de belangrijkste stap zal ook de moeilijkste zijn. We moeten met elkaar een serieus gesprek voeren over wat we belangrijk vinden en hoe we de maatschappelijke bijdragen van degenen die niet over een enorm fortuin beschikken, willen erkennen en belonen. Hoewel de meeste mensen onderschrijven dat er veel manieren zijn om bij te dragen aan de maatschappij en dat uitblinken in je beroep niet alleen de waardering van anderen zou moeten opleveren maar ook een bron van persoonlijke voldoening zou moeten zijn, hebben we dit principe veronachtzaamd en lopen we het risico het helemaal te vergeten. Ook dat is een symptoom van het probleem.
Daron Acemoglu, hoogleraar economie aan het MIT, is co-auteur (met James Robinson) van Why Nations Fail: The Origins of Power, Prosperity and Poverty (Profile, 2019; in het Nederlands verschenen als Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm, Nieuw Amsterdam, 2012) en co-auteur (met Simon Johnson) van Power and Progress: Our Thousand-Year Struggle Over Technology and Prosperity (PublicAffairs, 2023).
Bedrijven slagen er steeds beter in om nepwerk – het simuleren van toetsenbordactiviteit met als doel ‘de indruk van werk’ te wekken – met gluursoftware te herkennen.
Het wordt steeds moeilijker om de digitale opzichters op je werk voor de gek te houden. De opkomst van het thuiswerken en daarmee van de software om werkgevers te laten meekijken met wat thuiswerkers uitvoeren, leidde ook tot een hausse in apparaatjes die je muis en toetsenbord actief houden (zogenoemde mouse jigglers) en andere hacks waarmee je als werknemer de indruk kunt wekken dat je achter je computer zit terwijl je in werkelijkheid even de was doet of de kinderen van school haalt. Werkgevers proberen dat nu aan te pakken met software die dit soort nepactiviteit beter herkent.
De laatste schermutseling in deze wedloop tussen werknemers en gluursoftware was te lezen in een bij de bankautoriteit ingediende melding van Wells Fargo waarover Bloomberg News als eerste berichtte. De bank meldde meer dan tien werknemers op de afdeling vermogensbeheer te hebben ontslagen wegens het simuleren van toetsenbordactiviteit met als doel ‘de indruk van werk’ te wekken. Wells Fargo zegt niet hoe dit precies is ontdekt en of het thuiswerkers betrof, alleen dat de bank ‘onethisch gedrag niet tolereert’. Dit lokte angstige vragen uit op Reddit en andere sociale media. ‘Ben ik de enige die zich zorgen maakt?’ schreef een gebruiker op Reddit, en iemand anders, explicieter; ‘Kan ICT mijn mouse jiggler herkennen?’
Het antwoord op die vraag luidt steeds vaker ja. Volgens een enquête onder bijna driehonderd middelgrote tot grote bedrijven door onderzoeks- en adviesbureau Gartner is tijdens de pandemie het aantal werkgevers dat zijn werknemers met een of andere vorm van gluursoftware in de gaten houdt razendsnel gestegen, naar bijna 50 procent in 2023. Met zulke software die bijhoudt of er activiteit op de computer plaatsvindt, kon ook allang worden nagegaan of er nieuwe software werd geïnstalleerd of hardware werd aangesloten. En het merendeel van deze programma’s, zoals van Teramind en Hubstaff, kunnen met behulp van AI-algoritmen nu ook repetitieve cursorbewegingen of onlogische patronen in de computeractiviteit herkennen. Daarbij kan zulke software soms willekeurige screendumps maken om te verifiëren of er bij muisbewegingen ook echt iets gebeurt.
Ontmaskeren
Volgens Ilya Kleyman, Chief Growth Officer bij Teramind, zijn de meeste apparaatjes die muizen kunstmatig in beweging houden wel te ontmaskeren. Een typisch voorbeeld is de Tech8 USA, in Amerika voor onder de 100 dollar te koop op Amazon: een klein draaitafeltje dat de muis heen en weer draait. De fabrikant beweert op zijn site dat je hiermee niet gesnapt wordt omdat je er geen software voor hoeft te installeren en de muis met willekeurige tussenpozen en wisselende snelheden wordt verplaatst. Er zijn ook apparaatjes te koop die op willekeurige momenten een toetsaanslag of een muisklik kunnen uitvoeren. Maar de algoritmen van Teramind laten zich daardoor volgens Kleyman niet bedotten: ‘Het ziet er toch anders uit dan wanneer een mens bijvoorbeeld gericht dingen aanklikt en versleept.’ Ook kan de software andere kunstmatige activiteit detecteren, zoals wanneer een cursor urenlang bij een en dezelfde Wikipediapagina blijft hangen.
Volgens Diana Rodriguez, hoofd marketing bij Tech8 USA, varieert het sterk wat zulke gluursoftware kan herkennen en wordt ook bona fide werkgedrag soms onterecht als verdacht of onproductief aangemerkt. Uit klantonderzoek blijkt dat afnemers hun apparaatjes vooral kopen omdat hun chef te bemoeizuchtig is. ‘Dit soort producten moet werknemers de mogelijkheid bieden wat druk van de ketel te halen,’ zegt ze.
‘Niemand wil mensen ontslaan, dat is de slechtst denkbare uitkomst’
Toen Teramind vorig jaar een analyse losliet op de geanonimiseerde gegevens van een miljoen werknemers bij vijfduizend van zijn klanten, constateerde het naar eigen zeggen dat 7 procent van die werknemers werkactiviteit leek te simuleren. Toen de analyse na verdere verfijning van de algoritmen opnieuw werd uitgevoerd, was de uitkomst ruim 8 procent. ‘Het is bijna zeker dat het werkelijke cijfer hoger ligt,’ zegt Kleyman, want bij nader onderzoek vonden ze geen enkel geval waarin het algoritme ten onrechte alarm sloeg.
Dat wil niet zeggen dat werkgevers altijd gevolgen verbinden aan zo’n uitslag. Vaak ondernemen ze alleen actie bij buitensporig bedrog en gebruiken ze de onderzoeksresultaten eerst om te kijken of er iets schort aan de werklast en de kwaliteit van het management voordat ze een werknemer sancties opleggen. ‘Niemand wil mensen ontslaan,’ aldus Kleyman. ‘Dat is de slechtst denkbare uitkomst.’
Trucs
Andere trucs, zoals het opstarten van een PowerPoint-presentatie of een ander soort diavoorstelling om te voorkomen dat het scherm in slaapstand gaat, zijn eveneens te detecteren, aldus Jared Brown, de CEO van Hubstaff. Zijn software maakt screenshots, zodat er bij het afspelen van steeds dezelfde PowerPoint-presentatie een alarmbel afgaat. Hij noemt een voorbeeld dat hij zich herinnert van een werknemer die een apparaatje gebruikte om zes uur per dag zijn muis te laten bewegen bij een computer van het werk. Dat leidde tot ontslag toen bij nader onderzoek bleek dat de betreffende werknemer een deel van die tijd op een andere computer zat te gamen. ‘Ook al zijn het maar een paar mensen die zoiets doen, dat tikt toch aan,’ zegt Brown. ‘Dat kost genoeg geld om er een eind aan te willen maken.’
De wet biedt werkgevers veel ruimte om hun werknemers te bespioneren, en vakbonden vinden dan ook dat hun privacy in het geding is. Ook zijn er aanwijzingen dat al te veel controle contraproductief is. In een enquête onder 2300 hooggeschoolde werknemers van vacaturesite Glassdoor zei 41 procent dat ze het gevoel hadden minder productief te worden als hun werkgever digitaal meekeek. Gabrielle Judge, een influencer die zich op sociale media presenteert als Anti Work Girlboss, geeft op haar persoonlijke Amazon-pagina links naar een paar mouse jigglers. Ze denkt dat ze een uitkomst kunnen zijn wanneer je als thuiswerker al vroeg klaar bent met je werk of even een boodschap moet gaan doen, maar benadrukt ook dat je ermee moet uitkijken. Uiteindelijk vindt ze dat werknemers zich beter kunnen afvragen waarom ze zoiets eigenlijk nodig hebben. Vaak is het een teken dat het bedrijf waarvoor ze werken meer belang hecht aan de vraag of je bezig bent dan aan wat je produceert. ‘Het is zeer de vraag of dat überhaupt een goede werkomgeving is,’ aldus Judge.
Dinsdag duurde de Russische inval in Oekraïne al duizend dagen. Oekraïne verliest terrein, maar mag van het Westen ook langeafstandswapens gaan afvuren op Russisch grondgebied. En de onlangs verkozen president Trump heeft beloofd dat hij een deal tussen Oekraïne en Rusland zal bewerkstelligen. Is het einde van de oorlog in zicht en hoe ziet dat einde er dan voor Oekraïne uit?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.
Hoe wordt in Oekraïne de balans opgemaakt na duizend dagen oorlog?
Op 19 november stond Oekraïne stil bij de duizendste dag sinds het begin van de Russische invasie. De media van het zwaar getroffen land maken de balans op en vragen zich af wat de uitkomst van het conflict zal zijn. Op televisie, op websites van kranten en op sociale media was het getal duizend dinsdag in Oekraïne overal. Nieuwszenders zenden reportages en overzichten uit met mozaïeken van schokkende beelden die proberen samen te vatten wat het land sinds 24 februari 2022 heeft doorgemaakt. ‘Duizend dagen samen. Duizend dagen Oekraïne’, schrijft president Zelensky op X. Duizend dagen oorlog en voor de Oekraïense media is er geen andere oplossing dan doorgaan.
‘Oekraïners herinneren zich nog steeds die vroege uren van 24 februari 2022 toen, nadat Poetin ’s nachts de zogenaamde “speciale militaire operatie” had afgekondigd, de eerste bommen en granaten in steden door het hele land begonnen te ontploffen’, aldus de krant Focus. ‘Op dat moment had het hoofd van het Kremlin de doelen van deze oorlog die hij ons aandeed aangekondigd: “demilitarisatie” en “denazificatie”, ook al waren Russische propagandisten niet in staat om duidelijk uit te leggen wat dit inhield.’
De operatie die op 24 februari 2022 van start ging was bedoeld als ‘een replica van de Amerikaanse operatie Desert Storm’ tegen Irak in 1991. De Russische strategie ‘beoogde de vernietiging van Oekraïense commandocentra met krachtige raket- en luchtaanvallen en de snelle omsingeling van Oekraïense strijdkrachten om Kyiv aan het wankelen te brengen’, aldus het Oekraïense medium. Maar ‘de Russische blitzkrieg mislukte’. ‘Op de duizendste dag heeft de Russische Federatie minder grondgebied onder haar gezag in Oekraïne dan in de eerste maand van de grootschalige agressie.’
‘De Grote Oorlog’, voegt de Oekraïense versie van Radio Svoboda eraan toe, ‘demonstreerde het vermogen van Oekraïners om hun land te verdedigen, een tegenaanval in te zetten en terrein terug te winnen door zich snel aan te passen aan nieuwe realiteiten, door te leven en te werken onder constante raket- en bomaanvallen’. Maar dit alles heeft een prijs, erkent de site, en wijst erop dat de oorlog ‘15.574 burgers het leven kostte en tot 25.969 gewonden heeft geleid, hoewel de echte cijfers waarschijnlijk veel hoger liggen. En 15.059 Oekraïense burgers werden gedeporteerd of gevangengezet door de Russische bezetters.’ Ook hier wijst de site erop dat ‘de echte cijfers veel hoger kunnen liggen’. Daarnaast zijn er wereldwijd ‘6,7 miljoen [Oekraïense] vluchtelingen, waaronder 4,2 miljoen in Europa, en 3,5 miljoen ontheemden’.
‘We zullen lange tijd in omstandigheden verkeren waarin er noch oorlog noch vrede zal zijn’
Deze historische datum was eveneens de aanleiding voor veel Oekraïense commentatoren om vragen te stellen over de toekomst van het conflict en van het land. Zoals militair expert Oleksandr Mojisejenko op de nieuwswebsite Glavred. ‘Duizend dagen van de “grote” oorlog tegen Rusland: hoe nu verder?’ Mojisejenko verwacht dat de gevechten in de regio Donetsk en Zaporizja, waar het Russische leger actief is, zullen doorgaan. ‘Oekraïense troepen zullen de vijand tegenhouden en hun meervoudige aanvallen afslaan, en uiteindelijk zal het Russische offensief tot stilstand komen.’ Hij voorspelt: ‘Tegen de herfst van volgend jaar zullen noch het Russische noch het Oekraïense leger in staat zijn om grootschalige operaties uit te voeren.’ In deze situatie, concludeert hij, moeten we uitgaan van een ‘pessimistisch scenario’. ‘We zullen dan lange tijd in omstandigheden verkeren waarin er noch oorlog noch vrede zal zijn, er zal niet hevig gevochten worden, maar we zullen niet in staat zijn om over vrede te onderhandelen (…). Er zal altijd een risico zijn op een terugkeer naar de Grote Oorlog.’
Wat betekent de toestemming van de VS voor de inzet van langeafstandswapens?
‘De Oekraïense president heeft maandenlang hard gewerkt om dit resultaat te bereiken’, aldus het Duitse weekblad Stern. Op zondag 17 november gaf Joe Biden Oekraïne toestemming om de door de Verenigde Staten geschonken ATACMS-langeafstandsraketten te gebruiken – iets wat hij eerder had geweigerd uit angst een Russische rode lijn te overschrijden en escalatie uit te lokken. ‘De zogenaamde ATACMS-raketten hebben een bereik tot 300 kilometer en kunnen dus tot diep in Russisch grondgebied doordringen.’ Maar, vraagt Corriere della Sera, is dit nou een boodschap van de Amerikaanse president aan Vladimir Poetin of aan Donald Trump, zijn opvolger in het Witte Huis?
‘Het besluit van Biden is een grote verandering in het Amerikaanse beleid’, aldus The New York Times. Zijn keuze ‘verdeelde zijn adviseurs’. De komst van tienduizend Noord-Koreaanse soldaten naar de frontlinie, ‘een verrassingsbeslissing van Rusland’, motiveerde de Amerikaanse leider, stelt de Amerikaanse krant. Zijn regering ‘ondermijnt ook de intenties van Donald Trump om een vredesakkoord te bereiken dat zeer gunstig is voor Rusland’, merkt El Mundo op. ‘Waarom? Als Oekraïne erin slaagt om de gebieden die het bezet houdt in de [Russische] regio Koersk vast te houden tot 20 januari, de datum van de inauguratie van Trump en de door de verkozen president aangekondigde dag voor rechtstreekse onderhandelingen met Poetin, zal de Russische autocraat niet in staat zijn om zijn claim te handhaven om de ‘nieuwe territoriale realiteit’ op te leggen die is ontstaan na de invasie. Een onderdeel van deze nieuwe realiteit is namelijk dat dit deel van Koersk door Oekraïne veroverd is, hoezeer Poetin het ook betreurt’, legt de Spaanse krant uit.
‘Poetin waarschuwde dat de NAVO een direct conflict zou aangaan als Oekraïne langeafstandsraketten zou gebruiken’
In ieder geval is het onwaarschijnlijk dat deze raketten ‘het conflict wezenlijk zullen veranderen’, aldus The Wall Street Journal. De Russen hebben veel van hun materieel verplaatst buiten het bereik van deze raketten (ongeveer 300 kilometer) en de Oekraïners hebben er maar een paar honderd tot hun beschikking. Aan de andere kant, aldus de BBC, nu de Amerikanen het groene licht hebben gegeven, zouden de Fransen en Britten op hun beurt de Oekraïners Storm Shadow-raketten moeten laten afvuren in vijandelijk gebied. ‘In september waarschuwde Vladimir Poetin dat de NAVO een direct conflict met Rusland zou aangaan als Oekraïne langeafstandsraketten zou gebruiken om Rusland aan te vallen’, aldus de Britse media. “Deze dreigementen staan op het punt om op de proef gesteld te worden.”
Ook de Duitsers worden voor het blok gesteld door Bidens beslissing. ‘Scholz staat nu onder druk vanwege de raketten’, aldus Bild. Maandenlang heeft de sociaaldemocratische bondskanselier van Duitsland geweigerd om Taurus-kruisraketten aan de Oekraïners te leveren, uit angst dat de Oekraïners ze op Russisch grondgebied zouden gebruiken en zo hun bondgenoot Duitsland in een openlijke oorlog met Moskou zouden meeslepen. Maar blijft, na de Amerikaanse koerswijziging, ‘het nee van de bondskanselier in de Taurus-kwestie geldig?’ De conservatieve tabloid denkt van niet. ‘Het lijkt logisch dat Duitsland snel zal volgen.’ Der Spiegel blijft echter voorzichtig: ‘Het debat [over het sturen van Taurus-raketten naar Oekraïne] zal in Duitsland waarschijnlijk opnieuw oplaaien.’
De beslissing van de regering-Biden om de Oekraïners toe te staan Amerikaanse raketten te gebruiken om Rusland op zijn grondgebied te treffen is, zoals verwacht, onderwerp van veel commentaar uit Moskou. De meeste officiële commentatoren beperkten zich tot het herhalen van het standpunt van Vladimir Poetin over het onderwerp. Tijdens zijn wekelijkse briefing verwees de woordvoerder van het Kremlin, Dmitri Peskov, journalisten naar de uitleg van de Russische president, die volgens hem afgelopen herfst ’extreem duidelijk’ was. Geciteerd door het populaire dagblad Moskovski Komsomolets, zei Peskov dat het ‘duidelijk was dat de vertrekkende regering in Washington van plan is stappen te ondernemen om olie op het vuur te gooien en een verdere stijging van de spanningen uit te lokken’.
Moskovski Komsomolets wijst ook op de verklaring van Vladimir Poetin in september, toen hij uitlegde dat het Oekraïense leger niet in staat was om deze aanvallen uit te voeren zonder de hulp van specialisten en satellietinformatie uit het Westen. En dat deze aanvallen, als ze zouden plaatsvinden, bijgevolg het onbetwistbare bewijs zouden zijn dat de NAVO rechtstreeks ten strijde trekt tegen Rusland.
Het Russische staatshoofd zei toen dat Rusland ‘passende maatregelen’ zou nemen, maar gaf geen verdere details. In een bericht van het zakelijke nieuwskanaal RBK sprak Vladimir Djabarov, plaatsvervangend voorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken van de Federatieraad, het hogerhuis van het Russische parlement, van een ‘ongekende maatregel’, die hij omschreef als ‘een zeer grote stap in de richting van het begin van de Derde Wereldoorlog’.
‘Elke keer als de situatie aan het front een ramp begint te worden voor Oekraïne, wordt er weer een “wonderwapen” tevoorschijn’
Komsomolskaja Pravda bagatelliseert echter de militaire effectiviteit van de ATACMS-raketten, die volgens de krant ‘goed bekend is bij Russische luchtafweersystemen’. ‘Elke keer als de situatie aan het front een ramp begint te worden voor Oekraïne, wordt er weer een “wonderwapen” tevoorschijn gehaald. Dit was het geval met de Himars, de Abrams, de Leopards, de F-16’s. (…) Maar het is niet genoeg om de situatie aan het front radicaal te veranderen.’
Verschillende Oekraïense media, geciteerd door The Kyiv Independent, melden inmiddels dat Oekraïne voor het eerst Amerikaanse ATACMS-raketten op Russisch grondgebied heeft afgevuurd, gericht op een wapendepot. Het Russische ministerie van Defensie heeft dit bevestigd.
De Russische oppositiewebsite Meduza meldde dinsdag dat Vladimir Poetin een decreet had uitgevaardigd om de Russische nucleaire doctrine te wijzigen. Volgens de nieuwe doctrine kan het gebruik van kernwapens gerechtvaardigd zijn als reactie op ‘agressie tegen Rusland en zijn bondgenoten door een niet-nucleaire staat die wordt gesteund door een nucleaire staat’.
The Guardian ziet dit decreet, dat ‘de drempel voor het gebruik van kernwapens verlaagt’, als een ‘waarschuwing aan de Verenigde Staten’. ‘Hoewel Rusland al maanden van plan was om zijn nucleaire doctrine bij te werken, zal de timing van Poetins decreet duidelijk gezien worden als een reactie op het besluit van Joe Biden’, schrijft het Britse dagblad.
Wat betekent het presidentschap van Trump voor Oekraïne?
De Oekraïense president Zelensky zei in een interview dat zaterdag werd uitgezonden door het Oekraïense kanaal Soespilne,en geciteerd door Courrier International, dat hij ‘al het mogelijke’ wilde doen om tegen 2025 met ‘diplomatieke middelen’ een einde te maken aan de oorlog in zijn land. De Oekraïense president gaf toe dat de situatie op het slagveld moeilijk was. ‘De Russische druk en opmars zijn traag maar constant’, zei hij, waarbij hij wees op de verliezen die het Russische leger de afgelopen weken heeft geleden.
De oorlog ‘zal sneller eindigen met het beleid van dit team dat nu het Witte Huis gaat leiden’, zei Zelensky, verwijzend naar de komende Trump-regering. ‘Dit is hun aanpak, hun belofte aan hun samenleving, en het is ook heel belangrijk voor hen’, benadrukte hij.
Zoals The Hill opmerkt, heeft het Russische leger de afgelopen weken vooruitgang geboekt in bepaalde delen van Zuidoost- en Oost-Oekraïne en bereidt het zich voor op een tegenoffensief in de Russische regio Koersk, een gebied waar Kyiv in augustus oprukte. De BBC wijst erop dat de frontlinies van de oorlog grotendeels zijn gestagneerd sinds het langverwachte Oekraïense tegenoffensief in 2023 niet de enorme territoriale winst opleverde waarop het land had gehoopt.
Tijdens hun telefoongesprek na de overwinning van Trump in de Amerikaanse presidentsverkiezingen sprak Zelensky volgens de Britse zender van een ‘constructieve uitwisseling’ met de verkozen president. De Oekraïense leider, die ‘al lange tijd een stormachtige relatie met hem heeft’, ‘zei niet of Donald Trump eisen had gesteld met betrekking tot mogelijke gesprekken met Rusland, maar hij zei wel dat hij niets van hem had gehoord wat in strijd was met het standpunt van Oekraïne’. Donald Trump heeft ‘altijd’ gezegd dat zijn prioriteit ligt bij het beëindigen van de oorlog, die hij ‘een aanslag op de Amerikaanse middelen in de vorm van militaire hulp aan Kyiv’ noemt, schrijft de BBC. In het algemeen hebben Donald Trump en zijn running mate, J.D. Vance, ‘ernstige twijfels geuit over de voortdurende betrokkenheid van de Verenigde Staten bij de Europese Unie’.
‘De nadruk op een diplomatieke oplossing komt tegen de achtergrond van zorgen over een groeiende oorlogsmoeheid’
De Verenigde Staten ‘zijn de grootste wapenleverancier van Oekraïne’, schrijft de BBC. Tussen het begin van de oorlog en eind juni 2024 hebben ze wapens en uitrusting ter waarde van 55,5 miljard dollar geleverd of toegezegd, volgens het Kiel Institute for the World Economy, een Duitse onderzoeksorganisatie. Eerder dit jaar keurde het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een militair hulppakket van 61 miljard dollar goed. Maar, merkt de BBC op, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan lijkt de steun voor het bewapenen van Oekraïne ‘enigszins te zijn afgenomen’ sinds het begin van de oorlog, vooral onder Republikeinse kiezers. ‘De hernieuwde nadruk op een diplomatieke oplossing komt tegen de achtergrond van zorgen over een groeiende oorlogsmoeheid, zowel in Oekraïne als daarbuiten.’ Op vrijdag leverde een telefoongesprek tussen Olaf Scholz en Vladimir Poetin – hun eerste gesprek sinds twee jaar – kritiek op van Zelensky, die de Duitse kanselier ervan beschuldigde een ‘doos van Pandora’ te hebben geopend die alleen maar zou dienen om de inspanningen om de Russische president te isoleren te ondermijnen.
Volgens sommige Oekraïense commentatoren biedt het presidentschap van Trump ook kansen. Zoals Volodymyr Jermolenko, filosoof en activist die wordt geciteerd op de website van de televisiezenderEspresso, opmerkt: ‘Poetin heeft Oekraïne in 2014 en 2022 twee keer aangevallen, toen de Democraten aan de macht waren, omdat hij weet dat de Democraten voorstander zijn van de-escalatie en het verminderen van risico’s. Terwijl Trump degene is die de risico’s wil vergroten.’ Trump heeft een ‘onvoorspelbare, destructieve, amorele’ kant, vervolgt Jermolenko. ’Dus hij zou aansluiting kunnen vinden bij Poetin (zoals Hitler bij Stalin aansluiting vond en andersom), of helemaal niet. Het wordt een conflict tussen twee onvoorspelbare mannen die hun eigen onvoorspelbaarheid als hun grootste kracht zien.’ Het is zelfs mogelijk, erkent Jermolenko, dat Trumps ‘“sterke aanpak” (op termijn) geen compromis met Poetin betekent, maar een tegenaanval, een tegenaanval die de oorlog zal stoppen en Oekraïne veiligheidsgaranties zal geven. (…) En als onze belangen samenvallen, zal de vraag zijn of we een gemeenschappelijke sterke aanpak kunnen vinden met de Republikein en hem ervan kunnen overtuigen dat de strategische verdediging van Oekraïne bijdraagt aan de kracht van de Verenigde Staten.’
In plaats van zich bezig te houden met de overwinning van Donald Trump en de gevolgen die dat zou kunnen hebben voor de oorlog in Oekraïne, wordt er in Europa gediscussieerd over migratie, migratie en nog eens migratie.
Als er één ding is waar de Europese Unie goed in is, is het wel met zichzelf bezig zijn. Dat bleek maar weer eens op de recente top van de 27 staatshoofden en regeringsleiders. Er was ook een gast uitgenodigd die als geen ander kan vertellen welke gevaren Europa bedreigen, namelijk de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. En wat doen die 27? Ze praten over migratie, migratie en nog eens migratie.
De Europese Raadsvoorzitter Charles Michel verwelkomde Zelensky in Brussel met warme woorden: ‘We delen dezelfde waarden, we staan aan jullie kant. We zullen jullie blijven steunen.’ Zelensky mocht zijn ‘overwinningsplan’ presenteren aan de verzamelde staatshoofden en regeringsleiders. Naar verluidt luisterden ze met veel sympathie, maar zonder iets concreets toe te zeggen.
Vervolgens gaf Zelensky een persconferentie waarin hij zijn plan krachtig verdedigde en nog eens waarschuwde voor de Russische dreiging. Daarna vertrok hij weer. Waarna de 27 weer verder dachten over vragen als: hoe komen we van die mensen af die geen recht hebben om in Europa te blijven? Wat vinden we van het voorstel van de Poolse premier Donald Tusk om het asielrecht tijdelijk op te schorten? En kan het onlangs geopende Italiaanse kamp voor migranten in Albanië misschien als voorbeeld dienen?
Ja, er zijn te veel mensen in Europa die geen recht op verblijf hebben en toch niet worden teruggezonden
In het licht van de grootste geopolitieke crisis in Europa sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog lijken deze vragen weinig relevant. Terwijl Zelensky in Brussel meldde dat Noord-Korea volgens inlichtingendiensten voorbereidingen treft om tienduizend soldaten naar Oekraïne te sturen om aan de zijde van bondgenoot Rusland te vechten, debatteren de EU-leiders over ‘repatriëringscentra’ naar het voorbeeld van dat Italiaanse kamp in Albanië, waar onlangs de eerste migranten naartoe werden overgebracht – zestien in totaal.
Deze geopolitieke dwerggroei van de EU heeft zo zijn redenen. In Europa zijn extreemrechtse partijen in opkomst, bijvoorbeeld in Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk, of ze zitten al in de regering, zoals in Italië en Nederland. Om deze ontwikkeling af te remmen bespreekt de EU-top juist de kwestie die extreemrechts zo sterk heeft gemaakt: migratie. Op zich is daar niets mis mee, maar doe dat dan door krachtig de hervorming van het gemeenschappelijke Europese asielstelsel (CEAS) te verdedigen, die in het voorjaar na bijna tien jaar van verhitte discussies is aangenomen. Want hoewel deze hervorming verre van perfect is, kan alleen al het bestaan ervan helpen om de broodnodige objectiviteit in het debat aan te brengen.
Ja, er zijn te veel mensen in Europa die geen recht op verblijf hebben en toch niet worden teruggezonden. Ja, dit ondermijnt de legitimiteit van de regeringspartijen. Maar de CEAS bestaat, moet in praktijk worden gebracht en heeft daartoe regeringsleiders nodig die de hervorming op een proactieve manier verdedigen. Dan zou er meer ruimte ontstaan om te praten over wat écht belangrijk is voor de EU: de Russische agressie, die niet enkel gericht is tegen Oekraïne, maar tegen heel Europa.
Is Europa in staat Oekraïne te beschermen? Is de EU bereid dat te doen?
Een debat hierover is des te urgenter omdat de kans bestaat dat Donald Trump op 5 november wordt herkozen als president van de VS. Trump zou Oekraïne weleens verdere steun kunnen ontzeggen, waarna de EU zijn gehavende buurman in zijn eentje zal moeten beschermen.
Vladimir Poetin voert al tweeënhalf jaar een meedogenloze oorlog tegen Oekraïne. In die tijd is er veel hulp voor Oekraïne gekomen uit Europa in de vorm van geld en wapens, en is er bovendien verklaard dat Oekraïne ‘bij ons hoort’. Maar de waarheid is: zonder de VS had Poetin Oekraïne allang verslagen. Feit is ook dat het kleine Finland tot nu toe 3,2 miljard euro aan Oekraïne heeft betaald, meer dan de grote EU-lidstaten Frankrijk, Italië en Spanje. Als de EU het Russische imperialisme als een existentiële bedreiging zou erkennen, zouden Frankrijk, Italië, Spanje en veel andere landen hun hulp naar het Finse niveau tillen.
Is Europa in staat Oekraïne te beschermen? Is de EU bereid dat te doen? Het uiterst zorgwekkende antwoord, op beide vragen, luidt: nee. Daar komt nog eens bij dat Trump, als hij president wordt, behalve de militaire steun aan Oekraïne ook die aan Europa zou kunnen intrekken. Dat leidt tot de vraag of Europa in staat is zichzelf te beschermen. Het overbekende antwoord luidt: nee.
Het was een kleine geruststelling geweest als de EU zich op haar laatste formele top voor de Amerikaanse verkiezingen minder op zichzelf had gericht, en meer op de grote oorlog die op Europese bodem woedt. Want na 5 november dreigt Europa weg te zakken in een grote en gevaarlijke eenzaamheid.
Gevangenen in Abu Ghraib werden gemarteld en vernederd
Dinsdag beval een federale rechtbank in de VS het privébedrijf CACI International, waaraan het Amerikaanse ministerie van Defensie de ondervraging van gevangenen in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis had gedelegeerd, om drie Irakese ex-gevangenen te compenseren met een bedrag van 42 miljoen dollar. ‘Daarmee kwam een einde aan een 15 jaar durende juridische strijd‘, merkt Al-Jazeera op.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De onderaannemer werd door een jury in de Amerikaanse staat Virginia schuldig bevonden aan de ‘marteling en wrede, onmenselijke en vernederende behandeling‘ van de gedetineerden. De gecompenseerde gevangenen zijn een schoolhoofd, een fruitverkoper en journalist Salah Al-Ejaili, gearresteerd na de Amerikaanse invasie van Irak in 2003.
De publicatie in 2004 van foto‘s waarop te zien was hoe gevangenen in de Abu Ghraib-gevangenis vernederd en mishandeld werden door Amerikaanse soldaten leidde tot wereldwijde verontwaardiging.
Maandag werden drie Amerikaanse vliegtuigen beschoten
Op dinsdagavond maakten American Airlines en JetBlue bekend dat twee van hun vliegtuigen die op maandag vanuit Port-au-Prince naar respectievelijk Miami en New York waren vertrokken, door kogels waren geraakt. Op maandag werd een Airbus van Spirit Airlines vlak voor de landing in de Haïtiaanse hoofdstad getroffen door geweervuur.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Als reactie daarop schortten de Verenigde Staten burgervluchten naar Haïti voor een maand op en riepen ze de autoriteiten op om een oplossing te vinden voor de crises die het land, dat geteisterd wordt door bendegeweld, in hun greep houden. Port-au-Prince werd dinsdag opgeschrikt door hevig geweervuur in bepaalde wijken en de dreiging van aanslagen die leidden tot de sluiting van scholen en de luchthaven Toussaint-Louverture.
In een gesprek met de Miami Herald zei de Haïtiaanse econoom Kesner Pharel dat de sluiting van de luchthaven, bovenop die van de belangrijkste zeehaven die het doelwit is geweest van geweld en ontvoeringen, ‘een voorbode is van moeilijke dagen‘ in Haïti. ‘Het feit dat minder mensen naar het land reizen betekent dat er minder geld omgaat in de economie‘, zei hij, wat zal bijdragen aan ‘extreme armoede en ellende‘.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.