Onderwerpen: Cultuur

  • De kunstenaarsfamilie van Yves Klein

    De kunstenaarsfamilie van Yves Klein

    Voor het eerst zijn de werken van Yves Klein, zijn ouders Frits Klein en Marie Raymond en zijn vrouw Rotraut samen in Nederland tentoongesteld. Ieder met een eigen stijl, maar allemaal geïnspireerd door felle kleuren en de kosmos.

    Het intense, oneindige blauw maakte van de Franse kunstenaar Yves Klein, die op 34-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, een spraakmakende figuur. Hij ontdekte een unieke formule toen hij ultramarijnpigmenten combineerde met een nieuw bindmiddel waardoor de intensiteit behouden bleef en patenteerde zijn artistieke signatuur in 1960 als International Klein Blue (IKB).

    Allemaal hielden ze van felle kleuren en van het heelal

    In het Schiedamse Museum hangt behalve werk van Klein zelf ook dat van zijn ouders Frits Klein en Marie Raymond en van zijn vrouw Rotraut. Vader Klein schilderde droomachtig en figuratief, Marie Raymond hield van abstracte kleurvlakken en Rotraut liet haar verf druppelen en schuurde het doek op tot er een soort sterrenhemel ontstond. Wat de vier verbindt is te raden: allemaal hielden ze van felle kleuren en van het heelal.

    Stedelijk Museum, Schiedam. T/m 25/10

  • Geen Russische scholen meer in Estland. ‘Het was nu of nooit’

    Geen Russische scholen meer in Estland. ‘Het was nu of nooit’

    Estland voert een grootschalige onderwijshervorming door waarbij al het openbare onderwijs in het Ests moeten worden gegeven. De maatregel moet de integratie van de Russische minderheid bevorderen en de invloed van het buurland beperken, maar stuit op veel kritiek binnen de Russischtalige gemeenschap.

    Toen in september 2024 in Estland het nieuwe schooljaar begon, hoorden sommige leerlingen ’s ochtends bij de begroeting plotseling een andere taal dan voor de zomervakantie. In plaats van zoals gebruikelijk met het Russische Zdravstvujte, werden de leerlingen van de eerste en vierde klas van de vijftig Russischtalige scholen in het Ests verwelkomd met de woorden Tere tulemast, die in grote letters op het schoolbord stonden geschreven.

    Estland, dat in het oosten aan Rusland en in het zuiden aan Letland grenst, staat momenteel voor een van de grootste onderwijshervormingen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, toen het land onafhankelijk werd. Het hele openbare onderwijs moet overschakelen op het Ests, terwijl tot nu toe op ruim 10 procent van de scholen het onderwijs bijna volledig in het Russisch werd gegeven. Het vorig jaar begonnen proces moet in 2030 zijn voltooid.

    Doel van de hervorming is het deel van de bevolking dat Russisch als moedertaal heeft beter te integreren.

    Kolonisatie van binnenuit

    In Mr. Nobody Against Putin volgt de camera geen dissident met megafoon, maar een ‘niemand’: Pavel ‘Pasha’ Talankin, videograaf op een school in Karabash, een industriestad in de Oeral. Nadat Rusland Oekraïne binnenvalt, moet hij in opdracht van de staat steeds meer ‘patriottische’ activiteiten vastleggen: ceremonieën, lessen die de oorlog legitimeren, en een langzaam normaliserende militarisering van het klaslokaal. Talankin filmt braaf mee — en begint tegelijk heimelijk te archiveren wat er werkelijk gebeurt: hoe onderwijs in propaganda kan kantelen, hoe kinderen leren wat loyaal gedrag is, en hoe volwassen cynisme en jeugdige overgave naast elkaar bestaan, aldus The New Yorker.
    De film (mede geregisseerd door David Borenstein) werd in januari 2025 op Sundance vertoond en won daar een Special Jury Award. In januari 2026 kreeg hij brede internationale aandacht door een Oscarnominatie voor Beste Documentaire, terwijl distributeur Kino Lorber de Noord-Amerikaanse rechten verwierf.
    The Guardian sprak van ‘een zeldzaam en fascinerend verslag van hoe Poetins imperialistische dogma doordringt in het provinciale Russische leven’. Volgens Slant Magazine legt de documentaire ‘scherp bloot (…) welke tol propaganda eist van gewone individuen en gemeenschappen’.

    Ongeveer 25 procent van de krap 1,4 miljoen inwoners van Estland behoort tot de Russische minderheid, een erfenis uit de Sovjettijd. Met degenen die Russisch spreken omdat ze Oekraïense of Wit-Russische wortels hebben erbij geteld kom je op 30 procent. Het Ests beheersen ze niet of nauwelijks.

    Terwijl er mensen zijn die vinden dat om de maatschappelijke kloof in het land te dichten de taalhervorming al veel eerder had moeten plaatsvinden, hebben anderen kritiek. Volgens hen wordt de hervorming geforceerd doorgevoerd en wordt er geen rekening gehouden met de Russischsprekende bevolking. Want de vermeende integratiemaatregel is natuurlijk ook een poging zich af te zetten tegen de Russische buurman: veel Russischsprekenden krijgen hun informatie nog steeds via media die Kremlinpropaganda verspreiden. De taalhervorming op de scholen is een strijd tegen de Russische invloed in het land.

    Politiek speerpunt

    Kristina Kallas (48), zelf van Ests-Russische afkomst, is ruim een jaar minister van Onderwijs. Ze heeft de integratie en rechten van minderheden tot haar politieke speerpunt gemaakt, en nu is het haar taak Estland te ontdoen van de Sovjeterfenis in het onderwijs. Daarvoor reist ze kriskras door het land, bezoekt scholen en geeft tussendoor Zoom-interviews vanaf de achterbank van haar dienstauto.

    ‘De Russische scholen dateren uit de jaren vijftig, toen de Sovjet-Unie de huidige Baltische staten bezet hield,’ vertelt Kallas tijdens een van die ritten. Uit de hele Sovjet-Unie bracht Rusland immigranten als arbeidskrachten naar het kleine land. Voor hen werden aparte scholen naar Russisch voorbeeld opgezet. ‘Toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel, hadden we opeens honderd scholen die niet bij ons hoorden,’ zegt ze. Daarom zijn ze door de regering in het Estse systeem opgenomen. Wat buiten schot bleef, waren de taal waarin het onderwijs werd gegeven en de leerkrachten: ‘Opeens moesten Sovjetleraren Estse geschiedenis gaan geven, en dat werkte gewoon niet.’

    Er zijn steeds pogingen gedaan om deze scholen naar het Ests te laten overgaan. Bijvoorbeeld toen de regering in 2011 besloot vanaf de tiende klas minimaal 60 procent van de lessen in het Ests te geven. ‘Rusland probeerde er destijds een schandaal van te maken door dat als assimilatie en apartheid te bestempelen,’ zegt Kallas. Daarom heeft de politiek het besluit teruggedraaid. Maar na de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 is de situatie fundamenteel veranderd. ‘Rusland heeft het recht verspeeld om namens de Russische gemeenschappen te spreken,’ aldus Kallas.

    Zeker sinds 2022 neemt een steeds groter deel van de Russen in Estland afstand van Poetin. Uit een enquête van de Friedrich-Ebert-Stiftung in mei 2023 bleek dat twee derde van de Russischsprekende respondenten in het land ontevreden is over Poetins beleid, ook al staat deze groep duidelijk ambivalenter tegenover de oorlog dan de autochtone Estse bevolking. Kallas ziet een kans om de hervorming eindelijk te realiseren. ‘Voor ons was het nu of nooit.’

    Naar taal verdeeld

    Estland is zowel geografisch als sociaaleconomisch sterk naar taal verdeeld. De Russische minderheid woont voornamelijk vlak bij de Russische grens in het noordoosten en in de hoofdstad Tallinn. In Lasnamäe, de dichtstbevolkte wijk van Tallinn die in de jaren zeventig werd aangelegd als prefabwoonwijk voor immigranten, is nog altijd meer dan de helft van de bewoners Russisch. In de grensstad Narva, de vierde stad van het land, is dat zelfs bijna 90 procent.

    Veel Russischsprekenden missen carrière- en doorgroeikansen omdat ze onvoldoende kennis van het Ests hebben. Om aan een universiteit te studeren, is een goede kennis van de landstaal vereist. Ook in veel beroepen is dat een basisvoorwaarde. En terwijl steeds meer Esten ook Engels en andere vreemde talen leren, is 40 procent van de Russen in Estland aangewezen op zijn moedertaal. Dat heeft ook consequenties op sociaaleconomisch terrein. Estse inwoners van Russische afkomst zijn vaker werkloos, hebben gemiddeld een lager inkomen en beoordelen hun eigen gezondheid over het algemeen als slechter. Ook op cultureel gebied zijn Russen in Estland op basis van hun aandeel in de bevolking veelal ondervertegenwoordigd.

    Midden in de hippe wijk Kalamaja in Tallinn, waar kleurige houten huizen keurig naast elkaar staan, bevindt zich bar Heldeke. Het is een van de belangrijkste locaties van het jaarlijks georganiseerde theater- en performancefestival Tallinn Fringe, dat overal in de stad kleinkunstvoorstellingen geeft, variërend van straattheater, concerten en stand-upcomedy tot cabaret en burleske.

    Afgelopen jaar was er onder andere een twee weken durend minicomedyfestival, georganiseerd door Jana Levitina. Levitina is afkomstig uit de Russische minderheid in het oosten van het land en heeft ook Joodse en Oekraïense roots. De helft van het programma was in het Engels, de andere helft in het Russisch. In het laatste deel traden vooral komieken op die Rusland, Wit-Rusland of Oekraïne vanwege de oorlog of om politieke redenen hebben moeten verlaten. ‘We hebben daarmee een nieuw publiek aangeboord, maar de respons was helaas niet om over naar huis te schrijven,’ vertelt Levitina.

    Geïsoleerd

    ‘Het probleem is dat de Russischsprekende scene heel geïsoleerd is en daardoor nogal wordt beïnvloed door Russische expats en komieken.’ Levitina, wier moedertaal Russisch is, treedt daarom bijna uitsluitend in het Engels op. Maar ze vindt het wel belangrijk om het Russischsprekende publiek bij culturele evenementen te betrekken. Daar is geld voor nodig, en dat wordt nu ook voor Rusland-kritische projecten steeds schaarser.

    In het kader van de 5 procent-doelstelling van de NAVO is Estland van plan tot 2029 meer dan 10 miljard euro aan defensie uit te geven. Daardoor moet het ook op onderwijs bezuinigen. Uitgerekend bij de taalhervorming kan volgens het ministerie van Onderwijs gemakkelijk geld worden bespaard. Voor de zekerheid had het eerder een wat hoger budget vastgesteld, maar dat zou met 18 miljoen euro kunnen worden gekort zonder dat het tot ingrijpende tekorten in de uitvoering zou hoeven leiden. Hoe dat precies werkt, blijft in de toelichting van het ministerie echter vaag.

    Naast het Ests ook het Russisch tot officiële taal maken, is in de Estse politiek nooit een optie geweest. De gedwongen overstap naar uitsluitend Ests creëert echter ook potentieel voor binnenlandse politieke conflicten. De Estse Centrumpartij is al decennia een vergaarbak voor een groot deel van de Russische kiezers. In 2004 sloot de partij zelfs een samenwerkingsovereenkomst met Verenigd Rusland, de Russische regeringspartij, een overeenkomst die pas in 2022, na de Russische inval in Oekraïne, werd beëindigd.

    Harde anti-Russische koers

    De huidige EU-buitenlandvertegenwoordiger Kaja Kallas was toen premier. Al vóór de Russische invasie in Oekraïne koos zij voor een harde anti-Russische koers. Haar vastberaden steun aan Kyiv leverde haar destijds politiek veel waardering op. Zij was ook degene die de huidige onderwijshervorming op gang bracht. Toen haar toenmalige coalitiepartner, de Centrumpartij, weigerde op alle kleuterscholen onderwijs in het Ests verplicht te stellen, stuurde ze al hun ministers naar huis en zocht ze nieuwe partners.

    Ondanks het polariserende potentieel is de algemene houding ten opzichte van de taalwisseling op scholen al met al positief. Uit een overheidsenquête vóór het begin van de hervorming bleek dat 96 procent van alle autochtone Esten en maar liefst 70 procent van de inwoners van Russische afkomst de maatregelen steunden. Niettemin biedt de hervorming het Kremlin tal van aanknopingspunten voor zijn propaganda.

    Een van de mensen die de Russische propaganda het hoofd wil bieden, is Ilja Dotšar (36). Hij werkt in Tallinn als redacteur voor de Russischtalige tak van de Estse publieke omroep ERR, waar hij verantwoordelijk is voor de internationale radionieuwsdienst. In het centrum van Tallinn werkt hij in een historisch gebouw uit de jaren veertig met een bruine stenen gevel en opvallend stucwerk in het trappenhuis. In het gebouw bevinden zich lichte, van moderne techniek voorziene redactieruimtes.

    Naast het onlineaanbod heeft Estland drie staatstelevisiezenders en vijf radiokanalen, waarvan er steeds één in het Russisch uitzendt. ‘We hebben het grootste Russische mediasegment van de hele EU,’ zegt Dotšar. Het Russische programma onderscheidt zich volgens hem vooral qua toon en focus: ‘We brengen bijvoorbeeld veel nieuws uit regio’s waar de mensen overwegend Russisch spreken.’ Daarnaast hebben ze tweetalige formats, bijvoorbeeld het nieuwsprogramma Aktuaalne kaamera, een naam die is afgeleid van Aktuelle Kamera, de staatsnieuwsuitzending in de voormalige DDR; ook zo’n relict uit de Sovjettijd. Maar aan het Russisch-talige programma van de publieke omroep wordt momenteel niet getornd. ‘We moeten de mensen in het land op de hoogte houden,’ bepleit ook Dotšar. Want behalve Russen wonen er in Estland ook veel Oekraïners, onder wie een groot aantal vluchtelingen die inmiddels meer dan 5 procent van de bevolking uitmaken.

    EU Russisch compressed
    Studenten in de lobby van het Narva College. Narva kent een sterke Russische minderheid. – © ANP

    In Estland is een breed Russischtalig media-aanbod daarom voor de integratie geen nice-to-have, maar een must-have. Toen Rusland Oekraïne was binnengevallen, werd in Estland de toegang tot Russische tv-zenders geblokkeerd. ‘Maar je hebt altijd nog Telegram, Facebook en satelliettelevisie,’ zegt Dotšar. Op sommige plekken heeft dat inmiddels tot een echte strijd om de informatiehegemonie geleid.
    Een van die plekken is Narva. Op 9 mei, Bevrijdingsdag, de dag dat Rusland het einde van de Tweede Wereldoorlog herdenkt, liet Rusland vanuit de aangrenzende stad Ivanogorod keiharde propagandamuziek over het grensgebied schallen en moedigde het de mensen aan mee te zingen. De Estse regering gaat er regelmatig tegenin met eigen concerten, zoals afgelopen zomer met Songfestivalstar Tommy Cash, die behalve Estse ook Russisch-Oekraïense roots heeft. Maar deze wederzijdse provocaties vallen in het niet vergeleken met wat militaire experts het ‘Narva-scenario’ noemen: een mogelijke Russische aanval vanuit de grensstad op Estland, of zelfs op alle Baltische staten.

    Weliswaar houdt op dit moment niemand daar openlijk rekening mee, maar het recente binnendringen van Rusland in het NAVO-luchtruim heeft de angst voor een verdere escalatie vergroot. Eerst waren het de Russische drones die begin september boven Polen werden neergeschoten. September dit jaar vlogen drie Russische gevechtsvliegtuigen twaalf minuten lang door het Estse luchtruim, volgens EU-buitenlandvertegenwoordiger Kallas een ‘ernstige provocatie’. De Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Michael Waltz, wees er nadrukkelijk op dat de VS samen met hun bondgenoten ‘elke centimeter van het NAVO-grondgebied’ zullen verdedigen. In dat kader versterkt het bondgenootschap zijn oostflank en wil Duitsland de bestaande missie ter bewaking van het Poolse luchtruim verder uitbreiden.

    Geen paniek

    Voor Dotšar is het wapengekletter van Moskou vooralsnog geen reden tot paniek. ‘Dat is niets nieuws. Rusland was in het verleden al veel agressiever,’ zegt hij. Volgens gegevens van de Estse luchtmacht hebben er sinds 2014 meer dan veertig Russische schendingen van het Estse luchtruim plaatsgevonden. Maar helemaal koud laat de situatie hem ook weer niet: ‘De spanning stijgt.’
    Dotšar groeide op in een Ests-Russisch gezin en ging naar een Russischtalige school. ‘De lessen Ests waren destijds vreselijk en ik had helemaal geen zin om de taal te leren,’ herinnert hij zich. Pas vijf jaar na zijn afstuderen probeerde hij het opnieuw. ‘Ik woon in Estland en ben Ests staatsburger – het zou toch vreemd zijn als ik geen Ests sprak,’ zegt hij. Ondanks deze late start had hij sociaal en op de arbeidsmarkt geen problemen, maar veel van zijn vrienden wel.

    Zijn mening over de schoolhervorming is dubbel. Het principe vindt hij juist, maar met de uitvoering heeft hij moeite.

    ‘Ik heb op de partij van Kristina Kallas gestemd, maar ben erg teleurgesteld’ zegt hij. Voor haar benoeming streefde ze naar een inclusief schoolmodel dat Estse en Russische kinderen bij elkaar moest brengen. ‘Toen ze minister werd, heeft ze dat gewoon overboord gegooid.’ Bovendien presteerden leerlingen in de eerste klassen die op het Ests waren overgestapt relatief heel slecht.’

    Hervorming

    Dit jaar slaagde in Tallinn 70 procent van de vierdeklassers met een andere moedertaal dan het Ests niet voor de taaltest Ests of voor toetsen in andere vakken. Bovendien worden er voortdurend leerkrachten ontslagen. Kallas gaat ervan uit dat in het kader van de hervorming een op de zeven leraren moet worden vervangen; dat zouden in totaal 2500 leraren zijn. Sinds dit schooljaar moeten ze, om les te mogen blijven geven, het Ests namelijk minimaal beheersen op niveau B2, waarvoor je de taal bijna vloeiend moet kunnen spreken en schrijven. In de praktijk is vaak zelfs een nog hoger niveau vereist.
    Veel leerkrachten aan de scholen waarop de hervorming betrekking heeft, hebben deze kwalificatie niet behaald. Omdat zij geen ambtenaar zijn, zijn hun contracten niet verlengd. Sommigen zaten toch al vlak voor hun pensioen, anderen moeten nu van beroep veranderen. Vaak worden ze vervangen door minder ervaren mensen of zij-instromers.

    Irene Käosaar is pedagoog en in Narva rector van drie scholen. Als kind van Ests-Russische ouders is ze tweetalig opgegroeid. Ze staat nog steeds positief tegenover de hervorming. ‘In het begin dacht ik dat het moeilijker zou zijn, maar in Narva en Tallinn konden we genoeg basisschoolleraren vinden,’ zegt ze. Belangrijk is vooral het vertrouwen van de ouders dat ze hier ervaart. ‘Natuurlijk hebben ze veel vragen en maken ze zich zorgen, maar tot nu toe loopt alles goed.’

    Letland als voorbeeld

    Estland staat met zijn taalhervorming niet alleen. Ook in het iets grotere Letland, met zijn 1,85 miljoen inwoners, waar ruim 23 procent van de bevolking Russisch is, bestonden als overblijfsel uit de Sovjettijd lange tijd Russischtalige scholen.
    In 2004 besloot de regering in Riga deze scholen tweetalig te maken en het onderwijs voor 60 procent in het Lets en voor 40 procent in het Russisch te geven. Ondanks verzet van de Russische minderheid werd de hervorming grotendeels doorgezet. In 2018 ging Letland zelfs nog een stap verder en liet het Russisch als onderwijstaal op particuliere universiteiten verbieden. Bovendien werd het percentage Letstalig onderwijs op minderheidsscholen verhoogd. Sinds september 2025 is het onderwijssysteem volledig op het Lets overgegaan.
    Anders dan Estland heeft Letland nog twee andere officiële talen: het Lijfs en het Letgaals. Terwijl het Lijfs tot de Oeraalse talen behoort en bijna is verdwenen, is het Letgaals nauw verwant aan het huidige Lets en wordt het gedeeltelijk als een ouder dialect beschouwd. In 2016 stemde de Letse bevolking in een referendum tegen het aanwijzen van Russisch als vierde officiële taal.

    Om leerkrachten naar de regio te halen zijn de salarissen hier aanzienlijk verhoogd. ‘Ze verdienen nu gemiddeld ongeveer de helft meer,’ zegt Käosaar. Tot nu toe werkt deze prikkel goed. Maar de grootste uitdaging moet nog komen: vanaf volgend jaar zijn er vooral in het middelbaar onderwijs meer leraren met de vereiste talenkennis nodig. Toch vindt de rector het belangrijk dat de hervorming snel wordt doorgevoerd: ‘Het gaat snel, het vergt inspanning en we hebben geld en andere hulpmiddelen nodig, maar we moeten er nu tegenaan.’

    Van de slechte resultaten in Tallinn is Käosaar niet onder de indruk. ‘Vroeger hadden we die toetsen niet, dus kunnen we ze ook nergens mee vergelijken.’ Betrouwbare analyses zullen pas na verloop van tijd beschikbaar komen. Toch heeft ook zij wel reserves bij het nieuwe systeem. ‘De hervorming draait alleen om de taal, en niet om hoe we kinderen beter kunnen integreren,’ constateert ze. Er is daarom niet in de laatste plaats sprake van politieke afwegingen. Afwegingen die er ook op gericht zijn de Russische taal en cultuur in het land terug te dringen: ‘Thuis blijven ze natuurlijk Russisch spreken, maar mogelijk gaat een deel van hun culturele identiteit toch verloren.’

    Stemrecht

    Want ook al beweert het ministerie van Onderwijs dat mensen hun taal niet wordt afgenomen en dat ze er juist een taal bij krijgen, niet iedereen is door dit argument overtuigd. Vooral niet nu de regering in maart heeft besloten niet-EU-burgers het stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen te ontnemen. Het zwaarst hierdoor getroffen zijn de ongeveer 83.000 mensen met een Russisch paspoort die niet ook staatsburger van Estland zijn.

    Dat Moskou de taalhervorming zou kunnen aangrijpen om Estland nog meer tot doelwit van een hybride oorlogsvoering te maken, gelooft de regering – officieel althans – niet. ‘Rusland is te druk met Oekraïne om ook nog ruimte te hebben om iets in Estland te ondernemen,’ meent Kristina Kallas. Maar de recente dreigingen vanuit het Kremlin spreken in elk geval symbolisch een iets andere taal.

    Een zekere basisstress is in Estland inmiddels een permanent gegeven. Iedereen weet maar al te goed dat Estland een van de kwetsbaarste punten van de EU en de NAVO is. In het Narva-scenario duurt het maximaal zestig uur voordat Russische troepen Tallinn en Riga bereiken. Misschien moeten we het demonstratieve optimisme waarmee de regering de onderwijshervorming aanpakt zien als een analogie van de basisstress waarmee ze naar de Russische dreiging kijkt: alles komt goed, het zal wel moeten.

  • Schaamteloze uitbuiting van pijn en verdriet

    Schaamteloze uitbuiting van pijn en verdriet

    In To Die For (A Comedy), de nieuwe opera van de Brits-Russische componist Elena Langer, wordt de existentiële crisis van Semyón Podsekalnikov omgetoverd tot realityshow.

    Wat gebeurt er als iemands wanhoop publiek bezit wordt? Die vraag stelt de Brits-Russische componist Elena Langer in To Die For, die in wereldpremière gaat bij de Nederlandse Reisopera – nadat het Stanislavski-theater in Moskou de productie annuleerde wegens gebrek aan patriottisme.

    Iedereen profiteert van zijn wanhoop, behalve hijzelf

    Het hoofdpersonage Semyon Podsekalnikov, een man zonder werk en zonder toekomst, wil een einde maken aan zijn leven. Hij hoopt dat tuba spelen hem redt. Dat gebeurt niet. Wat volgt is venijniger: zodra zijn plannen bekend worden, cirkelen anderen om hem heen. Een tv-presentator ruikt een programma, een priester ziet een kans en een politicus een podium. In de tweede akte is Semyóns existentiële crisis omgetoverd tot realityshow – waarbij iedereen financieel profiteert van zijn wanhoop, behalve hijzelf.

    Langer baseert zich op het satirische toneelstuk De Zelfmoordenaar van Nikolai Erdman uit 1928, dat destijds door Stalin werd verboden. Die combinatie van zwarte humor en maatschappijkritiek zit ook in haar muziek: dramatisch, kleurrijk, direct.

    To Die For (A Comedy), Nederlandse reisopera 11-30/04

  • Wereldbeeld: Good Bunny

    Wereldbeeld: Good Bunny

    De Puerto Ricaanse popartiest Bad Bunny trok veel aandacht met zijn Spaanstalige halftimeshow. Maar er kwamen ook klachten over de inhoud.

    Na een regen van klachten en oproepen tot een onderzoek heeft de FFC geconcludeerd dat Bad Bunny met zijn optreden tijdens de rust van Super Bowl LX in het Levi’s Stadium in Santa Clara geen regels heeft overtreden.

    WB Bad Bunny compressed
    © ANP

  • Ondanks alle kritiek ligt Melania op koers

    Ondanks alle kritiek ligt Melania op koers

    De nieuwe documentaire over Melania Trump krijgt wereldwijd vernietigende recensies. Toch wist de film – waarvoor Amazon tientallen miljoenen neerlegde – een opvallend sterke start te maken in de Amerikaanse bioscopen.

    De documentaire over de Amerikaanse First Lady is zo slecht ontvangen dat journalisten er een stijloefening van maakten deze te hekelen. De film ging begin februari in première in meer dan duizend bioscopen in de Verenigde Staten en de rest van de wereld. ‘Er valt ongetwijfeld een goede documentaire te maken over het voormalige Sloveense model, maar deze is hopeloos verloren’, fulmineert The Guardian‘Het is een van die zeldzame films die door niets meer te redden zijn.’

    Net als veel andere kranten maakte de Britse krant een verwijzing naar nazi-Duitsland, waarbij Trumps vrouw werd vergeleken met Eva Braun. ‘Al het geld van de wereld levert je nog geen goede propaganda op’, kopt Vanity Fair, dat erop wijst dat regisseur ‘Brett Ratner geen Leni Riefenstahl is’, de getalenteerde maar controversiële kunstenares achter Triumph of the Will. ‘Als het je plan was een parodie over de First Lady van de Verenigde Staten te maken, zou je het denk ik niet veel anders aanpakken’, aldus het tijdschrift.

    ‘Het is doorzichtige politieke propaganda. Cynisch, zinloos en ontzettend saai’

    ‘Al het geld van de wereld’, want Amazon kocht de filmrechten voor 40 miljoen dollar en gooide daar nog eens 35 miljoen aan promotiekosten bovenop. Een record voor een documentaire waarvoor slechts twintig dagen filmen nodig waren, in de aanloop naar de inauguratie van Donald Trump in januari 2025. Het bedrag leidde tot speculaties in Hollywood over wat Amazon nog meer denkt te kopen met de aankoop van de filmrechten, aldus NPR. ‘Deze investering heeft ongetwijfeld niets te maken met een enorm bedrijf dat gunsten zoekt bij een regering die wordt geleid door de politieke familie die bovenal hunkert naar historische erkenning’, aldus USA Today, dat concludeert dat ‘het bespotten van Melania Trumps documentaire een vorm van patriottisme is’.

    ‘Het is doorzichtige politieke propaganda. Cynisch, zinloos en ontzettend saai,’ verklaart Empire, dat in de recensie eveneens naar Riefenstahl verwijst. The Atlantic ‘Het is een schande,’ briest het tijdschrift. ‘Een ongelooflijke gruweldaad’, The Daily BeastBuzzFeed vergelijkt de stijl van Ratner – die beschuldigd wordt van seksueel misbruik en sinds 2017 op de zwarte lijst van Hollywood staat – met ‘een videoclip of misschien een screensaver’.

    Ondanks alle kritiek ligt de documentaire op koers om in het openingsweekend in de Amerikaanse bioscopen acht miljoen dollar op te brengen. Niet genoeg om de initiële investering terug te verdienen, maar volgens Deadline is dit de beste opening voor een documentaire in de Verenigde Staten in tien jaar. Met name in Florida en Texas trekt de film veel publiek.

  • Agenda

    Agenda

    Politieke theaterthriller; een tentoonstelling over ondermode & meer

    Schoonheid als kapitaal

    BEELDENDE KUNST – Bellezza e Bruttezza, Picture Perfect en Naakt dat raakt

    Wat is mooi en wie bepaalt dat? Fysieke schoonheid of juist lelijkheid was in de vijftiende en zestiende eeuw al een vaak beproefd onderwerp. Rond 1500 ontstond bij schilders als Botticelli en Titiaan een schoonheidsideaal dat zich vooral uitdrukte in de verbeelding van het menselijk lichaam. Het diende als allegorie voor vruchtbaarheid, als kritiek op ijdelheid, maar bood tegelijk een legitimatie om de sensuele en aantrekkelijke kanten van schoonheid op te roepen.

    AG Schoonheid compressed

    Dit voorjaar gaan drie tentoonstellingen over het menselijk lichaam. In Bozar staan schoonheid en lelijkheid – Bellezza e Bruttezza – tegenover elkaar zoals bij renaissancekunstenaars: niet als moreel oordeel, maar meer als verkenning van het menselijk lichaam en het heersende schoonheidsideaal. Gepolijste madonna’s hangen naast bewust groteske figuren, lachende narren en karikaturen. Dat schoonheid ook sociaal kapitaal was, blijkt uit de vele tips die in de 16e eeuw wijdverbreid circuleerden en hier eveneens te bezichtigen zijn. In Bozar onderzoekt Picture Perfect hetzelfde thema vanuit de fotografie en videokunst van de voorbije zestig jaar. Cindy Sherman neemt er poses van vrouwelijke stereotypen aan, Zanele Muholi portretteert de zwarte queer gemeenschap en ORLAN transformeerde haar eigen gezicht via plastische chirurgie tot een levend kunstwerk.

    In Museum Arnhem gaat Naakt dat raakt nog een stap verder. Hier zijn geen geïdealiseerde maar menstruerende, oude, dikke en incomplete lichamen te zien.

    Bozar, Brussel, Museum Arnhem. Vanaf maart


    ANOHNI

    Wilderness heet de nieuwe concertreeks waarmee ANOHNI door Europa trekt. Dit keer geen grote band, maar een ‘bewust intieme opzet’ met songs uit haar hele oeuvre. Ze treedt op met slechts twee muzikanten, pianist Gaël Rakotondra en percussionist Chris Vatalaro.

    Carré, Amsterdam, 16-17/4

    AG Ahnoni compressed edited

    Zwarte humor en kritiek

    OPERA – To Die For (A Comedy)

    Wat gebeurt er als iemands wanhoop publiek bezit wordt? Die vraag stelt de Brits-Russische componist Elena Langer in To Die For, die in wereldpremière gaat bij de Nederlandse Reisopera – nadat het Stanislavski-theater in Moskou de productie annuleerde wegens gebrek aan patriottisme.

    Het hoofdpersonage Semyon Podsekalnikov, een man zonder werk en zonder toekomst, wil een einde maken aan zijn leven. Hij hoopt dat tuba spelen hem redt. Dat gebeurt niet. Wat volgt is venijniger: zodra zijn plannen bekend worden, cirkelen anderen om hem heen. Een tv-presentator ruikt een programma, een priester ziet een kans en een politicus een podium. In de tweede akte is Semyóns existentiële crisis omgetoverd tot realityshow – waarbij iedereen financieel profiteert van zijn wanhoop, behalve hijzelf.

    AG To Die For compressed

    Langer baseert zich op het satirische toneelstuk De Zelfmoordenaar van Nikolai Erdman uit 1928, dat destijds door Stalin werd verboden. Die combinatie van zwarte humor en maatschappijkritiek zit ook in haar muziek: dramatisch, kleurrijk, direct.

    Nederlandse reisopera 11-13/4


    AG Ondermode compressed edited

    Ondermode

    Aan de hand van ondermode voor verschillende lichaamsdelen, zoals schouders, borst, heupen, benen en kruis, laat de tentoonstelling In Shape zien hoe de aandacht door de tijd heen verschoof en welke middelen daarvoor werden ingezet. Van korset tot push-upbeha.

    Design Museum Den Bosch, tot 14/6


    Felle kleuren

    BEELDENDE KUNST – Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie

    Het intense, oneindige blauw maakte van de Franse kunstenaar Yves Klein, die op 34-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, een spraakmakende figuur. Hij ontdekte een unieke formule toen hij ultramarijnpigmenten combineerde met een nieuw bindmiddel waardoor de intensiteit behouden bleef en patenteerde zijn artistieke signatuur in 1960 als International Klein Blue (IKB).

    AG KLein compressed 1

    In het Schiedamse Museum hangt behalve werk van Klein zelf ook dat van zijn ouders Frits Klein en Marie Raymond en van zijn vrouw Rotraut. Vader Klein schilderde droomachtig en figuratief, Marie Raymond hield van abstracte kleurvlakken en Rotraut liet haar verf druppelen en schuurde het doek op tot er een soort sterrenhemel ontstond. Wat de vier verbindt is te raden: allemaal hielden ze van felle kleuren en van het heelal.

    Stedelijk Museum, Schiedam. T/m 25/10


    Politieke thriller

    In de politieke thriller Operation Hellfire staat de vraag centraal hoe ver Nederland wil gaan in de verdediging van het internationaal recht wanneer ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Strafhof een voormalige VS-president als eregast wordt uitgenodigd.

    Nationale Theater, Den Haag, 31/3-13/6

    AG Operation Hellfire

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Hoe de kiosk als integratiemachine fungeerde

    Realistische composities in fraai fotolicht

    FOTOGRAFIE | Waar klasgenoten aan de Kunstacademie in Düsseldorf als Candida Höfer, Axel Hütte, Thomas Ruff en Thomas Struth uitgroeiden tot wereldberoemde kunstenaars, bleef fotograaf, ontwerper en interieurarchitect Tata Ronkholz (1940-1997) lange tijd vrij onbekend. Tot ze vorig jaar in Keulen een retrospectief kreeg dat nu in Nederland is te zien.

    De redactie van Art Daily vindt het ‘vreemd’ dat het werk van deze ‘veelzijdige kunstenaar’ nu pas een internationaal eerbetoon krijgt. De fotografie van Ronkholz wordt gekenmerkt door ‘duidelijke composities, een seriële benadering en een documentaire focus op architectonische structuren en alledaagse architectuur. Met een grootformaat camera maakte ze scherp gedefinieerde en realistische foto’s waarin het onderwerp, in plaats van de individuele stijl van de kunstenaar, centraal staat.’

    Ronkholz’ serie Trinkhalle springt eruit: grotendeels zwart-witportretten die ze tussen 1977 en 1984 in Keulen, Düsseldorf en omgeving maakte van kiosken waar behalve kranten en tijdschriften ook drank, sigaretten en snoep werd verkocht. Voor NDR-redacteur Janek Wiechers gaat het om ‘foto’s die blijven verbazen. Ze tonen een beminnelijke plek die telkens individueel is vormgegeven.’ Tegelijk zijn de beelden, aldus Wiechers, ‘geladen met duizenden verhalen, dialogen en gebeurtenissen – daarin schuilt hun grote aantrekkingskracht’.

    REC Kiosk compressed

    In Rheinische Post stelt Andreas Rossmann dat het motief van de kioskenserie ‘op het eerste gezicht niet erg fotogeniek lijkt, maar vooral de artistieke houding van Ronkholz belichaamt. Ze was niet geïnteresseerd in een sociaal aspect of in design, maar voelde zich aangetrokken tot het dagelijks leven. Ze wilde het kleine winkeltje om de hoek laten zien in al zijn vriendelijkheid.’ Daarbij zag Ronkholz het Rijnland als locatievoordeel: ‘Ongelooflijk mooi fotolicht. Grijs, wazig en grotendeels bewolkte luchten.’

    Lennart Laberenz omschrijft in Die Zeit de functie van de Duitse Trinkhalle in de jaren zeventig en tachtig: ‘Het waren integratiemachines, vaak bediend door mensen die lange afstanden hadden overbrugd om in Duitsland te werken en daar hun geluk in eigen hand namen. Ze illustreerden de wil tot zelfbevestiging en er werden roddels en samenzweringstheorieën gecultiveerd.’ Volgens de criticus wordt dat beeld door Ronkholz ‘slechts gesuggereerd’ omdat de foto’s altijd vrij zijn van mensen of schaduwen. ‘Toch vormen ze een resonantiekamer waarin het idee van zelfuitbuiting van de exploitanten doorschemert.’

    Het retrospectief Designed world: Through the eyes of Tata Ronkholzis tot 21 juni te zien in Huis Marseille in Amsterdam.


    De literaire muzikaliteit van Oliver Lovrenski

    Gebaseerd op zijn levensverhaal, maar dan ‘veel erger’

    LITERATUUR | Toen in april 2023 de negentienjarige Oliver Lovrenski een manuscript naar grote Noorse uitgeverijen stuurde, begrepen ‘we (…) meteen dat we met iets bijzonders te maken hadden’, vertelt Nora Campbell, directeur van Aschehoug, aan de krant Verdens Gang. Minder dan een week na ontvangst van het manuscript tekende Lovrenski een contract met hen. Het verhaal raakte de kern van ‘het hedendaagse Oslo’, wat ‘zeldzaam’ is. Bovendien ‘ving het de pijn (…) van jongeren die nu opgroeien’.

    Lovrenski, geboren uit een Kroatische moeder en een Noorse vader – een dichter die al snel uit zijn leven verdween – schreef deze roman op zijn mobiele telefoon en putte vooral uit zijn eigen levensverhaal. ‘Als je vijftien bent en je hebt een half dozijn mensen een overdosis zien nemen, verandert dat je. Ik begon te geloven dat er geen uitweg meer was. Op mijn zestiende dacht ik niet dat ik de zeventien zou halen,’ vertelde hij de krant. Het boek werd, mnede door drie prijzen en een nominatie, een van de Noorse bestsellers van 2023. Het werd in veertien landen vertaald en in het eerste jaar alleen al werden 63.000 exemplaren van de roman verkocht in een land met minder dan 6 miljoen inwoners.

    ‘Tijdens zijn jeugd miste [Lovrenski] bepaalde dingen, zoals het gevoel erbij te horen of een mannelijk rolmodel. Hij vertelt hoe hij en zijn vrienden omgingen met drugs en een constant klimaat van wantrouwen’, aldus A-magasinet, de zondagsbijlage van Aftenposten. Maar, zegt de auteur, de vier jongemannen die hij in zijn boek beschrijft – Ivor, Marco, Arjan en Jonas – doen ‘veel ergere dingen’ dan hijzelf ooit heeft gedaan. ‘Maar niet erger dan sommige jongeren die ik ken.’ Ivor lijkt het meest op de auteur. Hij heeft net als Lovrenski Balkanwortels, een alleenstaande moeder, een passie voor boksen en ‘de droom om iemand te worden, om opgemerkt en bewonderd te worden’, aldus A-magasinet.

    REC Lovrenski compressed

    Toen we nog jong waren (Da vi var yngre) werd unaniem geprezen in de Noorse pers. ‘Wat een talent!’ aldus Cathrine Kroger, recensent van Dagbladet, onder de indruk van de jonge auteur en zijn ‘bijzondere literaire muzikaliteit’.

    Ook werd opgemerkt dat de schrijfstijl allesbehalve rechttoe rechtaan is. Het verhaal wordt verteld zonder leestekens of hoofdletters, in ‘Noorse straattaal met zo’n sterke kebabsmaak dat oudere lezers een woordenboek nodig zullen hebben om de eerste paar hoofdstukken te begrijpen’, waarschuwde nieuwssite Nettavisen.

    Sindsdien zou de schrijver, die zijn ‘getrainde en getatoeëerde lichaam nu hult in een pak’, aan een nieuw manuscript werken. Volgens A-magasinet gaat het over ‘dezelfde personages in een andere setting, vijf tot tien jaar later’.

    Toen we nog jong waren verscheen in een vertaling van Wouter De Jong bij Uitgeverij Oevers.


    Hoewel volop bespot, ligt Melania op koers

    De regiestijl zou aan een screensaver doen denken

    DOCUMENTAIRE | De documentaire over de Amerikaanse First Lady is zo slecht ontvangen dat journalisten er een stijloefening van maakten deze te hekelen. De film ging begin februari in première in meer dan duizend bioscopen in de Verenigde Staten en de rest van de wereld. ‘Er valt ongetwijfeld een goede documentaire te maken over het voormalige Sloveense model, maar deze is hopeloos verloren’, fulmineert The Guardian. ‘Het is een van die zeldzame films die door niets meer te redden zijn.’

    Net als veel andere kranten maakte de Britse krant een verwijzing naar nazi-Duitsland, waarbij Trumps vrouw werd vergeleken met Eva Braun. ‘Al het geld van de wereld levert je nog geen goede propaganda op’, kopt Vanity Fair, dat erop wijst dat regisseur ‘Brett Ratner geen Leni Riefenstahl is’, de getalenteerde maar controversiële kunstenares achter Triumph of the Will. ‘Als het je plan was een parodie over de First Lady van de Verenigde Staten te maken, zou je het denk ik niet veel anders aanpakken’, aldus het tijdschrift.

    REC Melania compressed

    ‘Al het geld van de wereld’, want Amazon kocht de filmrechten voor 40 miljoen dollar en gooide daar nog eens 35 miljoen aan promotiekosten bovenop. Een record voor een documentaire waarvoor slechts twintig dagen filmen nodig waren, in de aanloop naar de inauguratie van Donald Trump in januari 2025. Het bedrag leidde tot speculaties in Hollywood over wat Amazon nog meer denkt te kopen met de aankoop van de filmrechten, aldus NPR. ‘Deze investering heeft ongetwijfeld niets te maken met een enorm bedrijf dat gunsten zoekt bij een regering die wordt geleid door de politieke familie die bovenal hunkert naar historische erkenning’, aldus opiniestuk in USA Today, dat concludeert dat ‘het bespotten van Melania Trumps documentaire een vorm van patriottisme is’.

    ‘Het is doorzichtige politieke propaganda. Cynisch, zinloos en ontzettend saai,’ verklaart Empire, dat in de recensie eveneens naar Riefenstahl verwijst. The Atlantic gaat nog verder. ‘Het is een schande,’ briest het tijdschrift. ‘Een ongelooflijke gruweldaad’, veroordeelt The Daily Beast. BuzzFeed vergelijkt de stijl van Ratner – die beschuldigd wordt van seksueel misbruik en sinds 2017 op de zwarte lijst van Hollywood staat – met ‘een videoclip of misschien een screensaver’.

    Ondanks alle kritiek ligt de documentaire op koers om in het openingsweekend in de Amerikaanse bioscopen acht miljoen dollar op te brengen. Niet genoeg om de initiële investering terug te verdienen, maar volgens Deadline is dit de beste opening voor een documentaire in de Verenigde Staten in tien jaar. Met name in Florida en Texas trekt de film veel publiek.


    Geslaagde comeback van voormalige R&B- en soulbelofte

    Vibratostem van honingmelasse

    MUZIEK | Gold de Amerikaanse songwriter en actrice Jill Scott (53) rond de eeuwwisseling naast Erykah Badu en Angie Stone nog als grote belofte binnen de R&B en soul, de laatste jaren liet ze het bij optredens en richtte ze zich op tv-producties en het schrijven van gedichten. Volgens Musikexpress maakt Scott met To Whom This May Concern, haar eerste album in tien jaar, een geslaagde comeback: ‘Heel ontspannen laat ze horen hoe hedendaagse soul kan klinken: sexy, politiek, ironisch en zelfverzekerd.’

    Sery Morales schrijft in Riff Magazine dat de klankkeuzes op de Scotts nieuwe plaat ‘zowel fris als vertrouwd’ klinken: ‘In de weelderige jazzinstrumentatie gedijt haar sopraan het best.’ In een ander nummer ‘beweegt haar warme vibratostem als honingmelasse op de gemakkelijke drumgroove.’ Daarnaast zijn er volgens Morales ‘momenten van intimiteit’ waarin je je met haar in een kamer lijkt te bevinden en ze ‘zo elegant en warm is als je je had voorgesteld’, wat soms omslaat in wat aanvoelt als een ‘per ongeluk afgeluisterde therapiesessie’.

    Voor RollingStone noteert Mosi Reeves dat Scott ‘experimenteert met alles: van triphop tot New Orleans rhythm & blues. Fans van het eerste uur zijn misschien aanvankelijk teleurgesteld in dit muzikale eclecticisme. Maar dit album onthult zijn schatten pas na herhaald luisteren.’

    REC Jill Scott compressed

    To Whom This May Concern werd half februari uitgebracht.

  • De bewuste provocatie van Yumna Al-Arashi

    De bewuste provocatie van Yumna Al-Arashi

    Bij haar tentoonstelling in Huis Marseille laat fotograaf Yumna Al-Arashi zien hoe vrij het vrouwelijk lichaam ook kan zijn.

    CUL Al Arashi 1 compressed edited 2 scaled
    Yumna Al-Arashi Northern Yemen I, 2013. Uit de serie: Northern Yemen (2013–2014)

    De Jemenitisch-Egyptisch-Amerikaanse kunstenaar Yumna Al-Arashi (1988) keert zich ‘tegen de stereotypering van het vrouwelijk lichaam, dat krijgt voorgeschreven hoe het moet bewegen, hoe luid of stil het moet zijn en hoe het zich moet kleden’.

    CUL Al Arashi 5 compressed
    © Yumna Al-Arashi East – Wind, 2025. Uit de serie: Tears for the Future collectie, Huis Marseille

    Als documentair fotograaf voor kranten als The New York Times, worstelde ze met de macht die een camera verleent.

    CUL Al Arashi 4 compressed
    © Yumna Al-Arashi Shedding Skin I, 2017. Uit de serie: Shedding Skin

    Gaandeweg werd haar werk conceptueler en persoonlijker.

    CUL Al Arashi 6 compressed
    © Yumna Al-Arashi Untitled, 2020

    Ze portretteert zichzelf, nu eens gesluierd, dan weer naakt – een bewuste provocatie van zowel oosterse als westerse opvattingen over vrouwelijke vrijheid.

    CUL Al Arashi 3 compressed
    © Yumna Al-Arashi Looking at You Looking at Me Looking at You IV, 2018. Uit de serie: Looking at You Looking at Me Looking at You
  • Rusland is in de ban van Heated Rivalry

    Rusland is in de ban van Heated Rivalry

    Ondanks strenge anti-lhbti+-wetten verovert de Canadese serie Heated Rivalry terrein in Rusland, waar fans steeds vindingrijkere manieren vinden om de afleveringen te bekijken en te verspreiden.

    In Rusland, waar de lhbti+-beweging sinds 2023 officieel als ‘extremistisch’ wordt bestempeld en hoge boetes of zelfs gevangenisstraf kan opleveren, en waar elke vorm van ‘propaganda’ van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht verboden is, is het kijken naar Heated Rivalry haast een daad van activisme, rebellie en hoopmeent Vanity Fair. En toch is de Canadese serie over twee homoseksuele hockeyspelers er razendpopulair. Op Kinopoisk, het toonaangevende online recensieplatform van Rusland, krijgt deze een waardering van 8,6; hoger dan Game of Thrones en Breaking Bad.

    De prestatie is des te opmerkelijker aangezien Heated Rivalry niet officieel wordt uitgezonden; afleveringen circuleren op illegale platforms, worden door fans nagesynchroniseerd of van ondertitels voorzien, gedeeld op het sociale netwerk VKontakte of op onofficiële streamingsites.

    De in ballingschap levende Russische journalist Mikhail Zygar, voormalig oorlogscorrespondent en prominent figuur in de lhbti+-gemeenschap, schrijft in Vanity Fair dat een hele generatie zich weerspiegeld ziet in dit fictieve verhaal – hoe weinig realistisch het happy end ook is. ‘De meeste homoseksuele Russen die ik heb geïnterviewd, denken niet dat dat mogelijk zou zijn’, aldus Zygar over de coming-out van een van de personages.

    ‘Geen balalaika’s, geen gekwelde zielen, geen Poetin of Dostojevski’

    Tot in de jaren 2010 bestond in Rusland een verborgen maar levendige homoscene, maar sinds de anti-lhbti+-propagandawet van 2013 is de repressie snel verhard, met extreme vervolging in onder meer Tsjetsjenië en een definitieve criminalisering na de invasie van Oekraïne in 2022. Zygar betoogt dat de Russische homofobie minder geworteld is in religie – de samenleving is immers grotendeels atheïstisch – dan in de erfenis van de Goelag en een diepgewortelde cultuur van mannelijkheid. De ultraconservatieve Russisch-orthodoxe groepering Sorok Sorkov kondigde op de nieuwswebsite Absatz dan ook aan een rechtszaak te hebben aangespannen.

    Volgens Port Media, een Russisch medium in ballingschap, voelen fans – ook westerse – zich ook aangetrokken tot het personage Ilya Rozanov, dat zou breken met het gebruikelijke beeld van Russen in westerse fictie. Geen balalaika’s, geen gekwelde zielen, geen Poetin of Dostojevski. Gewoon een gevoelig en kwetsbaar persoon.’ ‘Deze queer romance is precies wat nodig is om de Russische cultuur en taal in het Westen te promoten’, citeerde het platform een commentator op X.

  • Topwerken uit Tate-collectie in Den Haag

    Topwerken uit Tate-collectie in Den Haag

    In samenwerking met Tate presenteert Kunstmuseum Den Haag de tentoonstelling London Calling, een overzicht van de naoorlogse Britse schilderkunst met werken van onder andere Bacon, Freud en Hockney.

    Het Kunstmuseum Den Haag presenteert, in samenwerking met de Britse Tate, de overzichtstentoonstelling London Calling: een brede verkenning van de naoorlogse Britse schilderkunst, gezien door de lens van Londen. Iconische kunstenaars als Francis Bacon, Lucian Freud, David Hockney en Paula Rego worden hier samengebracht rond een gedeelde fascinatie: hoe schilder je de wereld om je heen met verf, vlees en aanwezigheid? De menselijke figuur wordt door deze schilders zowel gevierd als tot het uiterste gedreven.

    Hoe schilder je de wereld om je heen met verf, vlees en aanwezigheid?

    Londen fungeert daarbij minder als decor dan als krachtenveld. Het is de stad die deze kunstenaars bindt, maar ook het materiaal – verf – speelt een grote rol, in al zijn lichamelijkheid, directheid en weerbarstigheid. Tegelijkertijd verruimt de tentoonstelling de blik door ook minder bekende, lang onderbelichte stemmen op te nemen, zoals Celia Paul, Eva Frankfurther en Denzil Forrester. In hun werk verschuift het perspectief naar nachtclubs in de jaren tachtig, arbeiderswijken en verstilde ateliers.

    Kunstmuseum Den Haag – 14 februari t/m 7 juni

  • Zwarte satire over harde arbeidsmarkt

    Zwarte satire over harde arbeidsmarkt

    De zwarte komedie No other choice van regisseur Park Chan-wook is ‘van begin tot eind een vreugdevol en wreed spektakel’, aldus het Franse filmblad Le bleu du miroir.

    You Man-su is gelukkig met zijn vrouw, kinderen en honden en heeft al vijfentwintig jaar een prima kantoorbaan in de papierindustrie. Tot hij onverwachts wordt ontslagen. Na een jaar vergeefs solliciteren besluit hij zijn concurrenten uit de weg te ruimen. Letterlijk. Omdat hij geen andere uitweg ziet. No other choice heet dan ook de nieuwe speelfilm van de Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook, die furore maakte met The Handmaiden.

    Als remake van The Cleaver van Konstantinos Costa-Gavras (2005), ‘is dit een film van overvloedige originaliteit’, schrijft de recensent van Le bleu du miroir. ‘Zowel zwarte komedie als sociale satire. Van begin tot eind een vreugdevol en wreed spektakel.’ Dat het verhaal overeind blijft ‘komt grotendeels doordat Park Chan-wook nooit de toon van de klucht verlaat – zelfs niet in de heftigste momenten van frontaal geweld – zonder daarbij het sociale belang uit het oog te verliezen.’

    ‘Een overtuigende en extravagante film’

    Vanwege het ‘gedurfde camerawerk en de innovatieve montage,’ vindt Yannick Volweiler van Film Rezensionen het ‘een overtuigende en extravagante film’. ‘De jump cuts en visuele enscenering weerspiegelen de innerlijke staat van de protagonist en creëren tegelijkertijd een intrinsieke filmische ervaring.’ 

    In The Detroit News vergelijkt Jake Coyle de Zuid-Koreaanse filmmaker met Alfred Hitchcock: ‘Net als Hitch is Park Chan-wook ogenschijnlijk beleefd en erudiet maar schemert zijn donkere fantasie daar altijd doorheen. Inmiddels is hij vastberaden zijn eigen, bloederige pad ingeslagen met films die zelden voorspelbaar, erg grappig en stiekem ook onthullend zijn.’

    Op de Europees-Amerikaanse site Pajiba toont Jason Adams zich dolblij met de keuze voor Lee Byung-hun, de slechterik uit Squid Game, als hoofdrolspeler: ‘Twee geweldige Zuid-Koreaanse smaken bij elkaar! Kijk en verbaas je over hoe ze de flinterdunne afstand tussen salarisstrookje en paniek overbruggen. Park is zo krankzinnig als zijn obsessief-compulsieve neigingen hem toestaan.’

  • De beeldtaal van Danh Vō

    De beeldtaal van Danh Vō

    In het Stedelijk Museum is een halfjaar lang werk te zien van conceptueel kunstenaar Danh Võ. In zijn installaties verweeft hij persoonlijke ervaringen met de wereldgeschiedenis.

    Het Stedelijk toont een halfjaar lang werk van conceptueel kunstenaar Danh Võ, oorspronkelijk afkomstig uit Vietnam. Als kind vluchtte hij met zijn gezin per boot; ze werden op zee opgepikt en kwamen uiteindelijk in Denemarken terecht. Het vluchtelingenthema speelt dan ook een rol in zijn werk, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in hoe macht zich in mensen nestelt – via geloof, via verlangen om erbij te horen, via schaamte, status, opvoeding, bezit.

    Zijn installaties ogen vaak bijna achteloos, maar die eenvoud is misleidend

    Zijn installaties ogen vaak bijna achteloos, maar die eenvoud is misleidend. Võ weet ze zo te plaatsen dat de geschiedenis die een object met zich meebrengt, wordt overgebracht. In zijn bekendste projecten (zoals We the People, waarin hij het Vrijheidsbeeld als het ware in losse huidfragmenten opdeelt) laat hij zien hoe grootse symbolen ook gewoon materie zijn, hoe ideologie zich kan verstoppen in koper, maatvoering, patina. In de tentoonstelling komen persoonlijke herinnering en collectief archief naast elkaar te liggen, zonder al te veel uitleg. Een houten kruis met Vietnamees schrift, dat ooit het graf van zijn grootmoeder markeerde. Of aan een boom geprikte liefdesbrieven van een Amerikaanse antropoloog uit oorlogsjaren, die blijk geven van intimiteit tussen de mannen in Vietnam. En diens testament, waarin hij zijn bezit aan Võ naliet. Hij laat zien hoe schoonheid verweven kan zijn met macht en ‘in staat is om te verleiden maar ook te verontrusten’, zegt directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs.

    Stedelijk Museum Amsterdam, 14 februari t/m 2 augustus

  • Agenda

    Agenda

    Vietnamees-Deense concept-art, beeldende kunst over Ovidius’ Metamorfosen & meer

    De beeldtaal van Danh Vō

    Stedelijk Museum Amsterdam – 14 februari t/m 2 augustus 2026

    Het Stedelijk toont een halfjaar lang werk van conceptueel kunstenaar Danh Võ, oorspronkelijk afkomstig uit Vietnam. Als kind vluchtte hij met zijn gezin per boot; ze werden op zee opgepikt en kwamen uiteindelijk in Denemarken terecht. Het vluchtelingenthema speelt dan ook een rol in zijn werk, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in hoe macht zich in mensen nestelt – via geloof, via verlangen om erbij te horen, via schaamte, status, opvoeding, bezit.

    AG Vo compressed edited

    Zijn installaties ogen vaak bijna achteloos, maar die eenvoud is misleidend. Võ weet ze zo te plaatsen dat de geschiedenis die een object met zich meebrengt, wordt overgebracht. In zijn bekendste projecten (zoals We the People, waarin hij het Vrijheidsbeeld als het ware in losse huidfragmenten opdeelt) laat hij zien hoe grootse symbolen ook gewoon materie zijn, hoe ideologie zich kan verstoppen in koper, maatvoering, patina. In de tentoonstelling komen persoonlijke herinnering en collectief archief naast elkaar te liggen, zonder al te veel uitleg. Een houten kruis met Vietnamees schrift, dat ooit het graf van zijn grootmoeder markeerde. Of aan een boom geprikte liefdesbrieven van een Amerikaanse antropoloog uit oorlogsjaren, die blijk geven van de intimiteit tussen mannen in Vietnam. En diens testament, waarin hij zijn bezit aan Võ naliet. Hij laat zien hoe schoonheid verweven kan zijn met macht en ‘in staat is om te verleiden maar ook te verontrusten’, zegt directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs.


    16 & 17

    ITA – 17 maart

    Twee nieuwe werken van TAO Dance Theater uit de Series of Numbers. In 16 bewegen zestien dansers als een Chinese draak, geïnspireerd op traditionele Loong-dans. Bij 17 wordt onderzocht: wat gebeurt er als geluid en beweging volledig gelijkwaardig worden?

    AG 16 compressed edited

    Sterren van formaat

    Kunstmuseum Den Haag – 14 februari t/m 7 juni

    Het Kunstmuseum Den Haag presenteert, in samenwerking met de Britse Tate, de overzichtstentoonstelling London Calling: een brede verkenning van de naoorlogse Britse schilderkunst, gezien door de lens van Londen. Iconische kunstenaars als Francis Bacon, Lucian Freud, David Hockney en Paula Rego worden hier samengebracht rond een gedeelde fascinatie: hoe schilder je de wereld om je heen met verf, vlees en aanwezigheid? De menselijke figuur wordt door deze schilders zowel gevierd als tot het uiterste gedreven.

    AG London Calling compressed edited

    Londen fungeert daarbij minder als decor dan als krachtenveld. Het is de stad die deze kunstenaars bindt, maar ook het materiaal – verf – speelt een grote rol, in al zijn lichamelijkheid, directheid en weerbarstigheid. Tegelijkertijd verruimt de tentoonstelling de blik door ook minder bekende, lang onderbelichte stemmen op te nemen, zoals Celia Paul, Eva Frankfurther en Denzil Forrester. In hun werk verschuift het perspectief naar nachtclubs in de jaren tachtig, arbeiderswijken en verstilde ateliers.


    Eerbetoon

    Huis Marseille – 14 maart t/m 21 juni

    Tata Ronkholz was een van de eerste studenten van het befaamde echtpaar Bernd en Hilla Becher. Met grootformaatcamera maakte ze realistische foto’s, waarin het onderwerp centraal stond, en het minder draaide om de individuele stijl van de kunstenaar. Een eerbetoon.

    Trinkhalle 1 edited

    Ovidius als inspiratie

    Rijksmuseum – t/m 26 april

    In het Amsterdamse Rijksmuseum is te zien hoe het tweeduizend jaar oude gedicht ‘Metamorfosen’ van Ovidius kunstenaars door de eeuwen heen heeft geïnspireerd. Meer dan tachtig internationale topstukken uit musea wereldwijd zijn, in samenwerking met Galleria Borghese in Rome, bij elkaar gebracht. De Nederlandse schilder Karel van Mander noemde het gedicht in 1604 al een ‘bijbel voor kunstenaars’.

    AG Ovidius compressed edited

    Het stamt uit het jaar 8 na Christus en draait om transformatie: mensen, dieren en goden die voortdurend van gedaante wisselen. De weefster Arachne verandert in een spin, oppergod Jupiter vermomt zich als stier, zwaan of gouden regen om zijn jaloerse echtgenote en slachtoffers te misleiden. Maar, zoals het gedicht de kern samenvat; ‘alles verandert, niets verdwijnt’.


    Eric Clapton

    Ziggo Dome – 24 april

    Gitarist/zanger Eric Clapton is inmiddels tachtig en heeft net zijn 22ste soloalbum ingeleverd, zijn eerste studioplaat in acht jaar. Daarop onder meer een duet met Jeff Beck, blues, gospel en rootsmuziek, met teksten over verlies, geloof en morele twijfel. Jett Rebel in het voorprogramma.

    AG Clapton compressed

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland en België komen.

    Zwarte satire over de meedogenloze arbeidsmarkt

    Zonder werk zit er niets anders op

    SPEELFILM | You Man-su is gelukkig met zijn vrouw, kinderen en honden en heeft al vijfentwintig jaar een prima kantoorbaan in de papierindustrie. Tot hij onverwachts wordt ontslagen. Na een jaar vergeefs solliciteren besluit hij zijn concurrenten uit de weg te ruimen. Letterlijk. Omdat hij geen andere uitweg ziet. No other choice heet dan ook de nieuwe speelfilm van de Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook, die furore maakte met The Handmaiden.

    Als remake van The Cleaver van Konstantinos Costa-Gavras (2005), ‘is dit een film van overvloedige originaliteit’, schrijft de recensent van Le bleu du miroir. ‘Zowel zwarte komedie als sociale satire. Van begin tot eind een vreugdevol en wreed spektakel.’ Dat het verhaal overeind blijft ‘komt grotendeels doordat Park Chan-wook nooit de toon van de klucht verlaat – zelfs niet in de heftigste momenten van frontaal geweld – zonder daarbij het sociale belang uit het oog te verliezen.’

    REC You Man Sou compressed

    Vanwege het ‘gedurfde camerawerk en de innovatieve montage,’ vindt Yannick Volweiler van Film Rezensionen het ‘een overtuigende en extravagante film’. ‘De jump cuts en visuele enscenering weerspiegelen de innerlijke staat van de protagonist en creëren tegelijkertijd een intrinsieke filmische ervaring.’ 

    In The Detroit News vergelijkt Jake Coyle de Zuid-Koreaanse filmmaker met Alfred Hitchcock: ‘Net als Hitch is Park Chan-wook ogenschijnlijk beleefd en erudiet maar schemert zijn donkere fantasie daar altijd doorheen. Inmiddels is hij vastberaden zijn eigen, bloederige pad ingeslagen met films die zelden voorspelbaar, erg grappig en stiekem ook onthullend zijn.’

    Op de Europees-Amerikaanse site Pajiba toont Jason Adams zich dolblij met de keuze voor Lee Byung-hun, de slechterik uit Squid Game, als hoofdrolspeler: ‘Twee geweldige Zuid-Koreaanse smaken bij elkaar! Kijk en verbaas je over hoe ze de flinterdunne afstand tussen salarisstrookje en paniek overbruggen. Park is zo krankzinnig als zijn obsessief-compulsieve neigingen hem toestaan.’


    Ontroerende liefdesbrief over Afghanistan

    Vijfsterrenhotel als baken van hoop en veerkracht

    BOEK | In haar boek The finest hotel in Kabul geeft de Canadese journalist Lyse Doucet (67), chef correspondenten en anchorwoman bij de BBC, inzicht in de laatste halve eeuw van de Afghaanse geschiedenis. Door de jaren heen logeerde Doucet geregeld in het in 1969 geopende, luxueuze Inter-Continental hotel waardoor ze in contact kwam met journalisten, diplomaten, spionnen én talibanleiders. Volgens de recensent van The Week maken de portretten van personeelsleden de meeste indruk: ‘Van de manager die na vijftig jaar trouwe dienst werd ontslagen tot de vindingrijke chef-kok die beroemd werd om haar subtiel gekruide mantu-dumplings.’ Het leidt tot een ‘ontroerende, hoopvolle en soms angstaanjagende liefdesbrief aan Afghanistan en haar volk.’

    Voor het Canadese Policy Magazine schrijft Khorshied Nusratty dat Doucet ‘de moed en veerkracht van het Afghaanse volk laat resoneren op een manier waar geen oorlogsverslag tegenop kan’. Volgens hem is het hotel, ongeacht alle politieke veranderingen en bloedige gevechten, altijd ‘een oase en een goed geaccommodeerd clubhuis gebleven’. Door er een karakter van te maken komt de ‘ontembare geest van Afghanistan’ tot uiting en vormt het ‘een baken van hoop’.

    REC Afghanistan compressed edited

    Amy Waldman, correspondent van The New York Times, verbleef zelf in het ‘Inter-Con’. Aanvankelijk leek het hotel haar niet representatief als perspectief voor Doucets boek. Maar al lezend werd ze toch gegrepen: ‘Dan wordt een enigszins traag, af en toe luchtig boek zowel meeslepend als droevig’. Bijvoorbeeld waar het gaat over ‘de barman die zich 10 uur schuilhield in een bezemkast tijdens beschietingen of de serveerster die onder de taliban haar baan kwijtraakte en als veiligheidsbewaker mocht terugkeren om de schaarse vrouwelijke gasten te fouilleren’.

    ‘Het boek waarvan ik nooit heb geweten dat ik het altijd wilde lezen’, noteert Charles Clover in Financial Times. ‘Doucet slaagt erin om de bubbel van haar geprivilegieerde bestaan los te koppelen van de Afghaanse omgeving. In een tijd waarin hotels opgaan in de anonimiteit van luxueuze ketens, herinnert dit monument ons eraan dat sommige gebouwen veel meer betekenen.’

    Lyse Doucet, Het beste hotel van Kaboel, een geschiedenis van de mensen in Afghanistan, uit het Engels vertaald door Anneke Bok, verscheen half december bij uitgeverij Pluim.


    Geen balalaika’s, geen gekwelde zielen, geen Poetin of Dostojevski’

    Het onverwachte succes van een serie over homoseksuelen in Rusland

    SERIE | In Rusland, waar de lhbti+-beweging sinds 2023 officieel als ‘extremistisch’ wordt bestempeld en hoge boetes of zelfs gevangenisstraf kan opleveren, en waar elke vorm van ‘propaganda’ van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht verboden is, is het kijken naar Heated Rivalry haast een daad van activisme, rebellie en hoop, meent Vanity Fair. En toch is de Canadese serie over twee homoseksuele hockeyspelers er razendpopulair. Op Kinopoisk, het toonaangevende online recensieplatform van Rusland, krijgt deze een waardering van 8,6; hoger dan Game of Thrones en Breaking Bad.

    De prestatie is des te opmerkelijker aangezien Heated Rivalry niet officieel wordt uitgezonden; afleveringen circuleren op illegale platforms, worden door fans nagesynchroniseerd of van ondertitels voorzien, gedeeld op het sociale netwerk VKontakte of op onofficiële streamingsites.

    De in ballingschap levende Russische journalist Mikhail Zygar, voormalig oorlogscorrespondent en prominent figuur in de lhbti+-gemeenschap, schrijft in Vanity Fair dat een hele generatie zich weerspiegeld ziet in dit fictieve verhaal – hoe weinig realistisch het happy end ook is. ‘De meeste homoseksuele Russen die ik heb geïnterviewd, denken niet dat dat mogelijk zou zijn’, aldus Zygar over de coming-out van een van de personages.

    REC Heated Rivalry compressed edited

    Tot in de jaren 2010 bestond in Rusland een verborgen maar levendige homoscene, maar sinds de anti-lhbti+-propagandawet van 2013 is de repressie snel verhard, met extreme vervolging in onder meer Tsjetsjenië en een definitieve criminalisering na de invasie van Oekraïne in 2022. Zygar betoogt dat de Russische homofobie minder geworteld is in religie – de samenleving is immers grotendeels atheïstisch – dan in de erfenis van de Goelag en een diepgewortelde cultuur van mannelijkheid. De ultraconservatieve Russisch-orthodoxe groepering Sorok Sorkov kondigde op de nieuwswebsite Absatz dan ook aan een rechtszaak te hebben aangespannen.

    Volgens Port Media, een Russisch medium in ballingschap, voelen fans – ook westerse – zich ook aangetrokken tot het personage Ilya Rozanov, dat zou breken met het gebruikelijke beeld van Russen in westerse fictie. Geen balalaika’s, geen gekwelde zielen, geen Poetin of Dostojevski. Gewoon een gevoelig en kwetsbaar persoon.’ ‘Deze queer romance is precies wat nodig is om de Russische cultuur en taal in het Westen te promoten’, citeerde het platform een commentator op X.


    De genuanceerde woede van Sleaford Mods

    De muzikale stem van de arbeidersklasse

    MUZIEK | Het Britse duo Sleaford Mods, bestaande uit Jason Williamson en Andrew Fearn, is atypisch in het Britse muzieklandschap. De twee vijftigers uit de arbeidersklasse kregen pas laat succes en staan bekend om hun scherpe sociale en politieke commentaren op een mix van hiphop, elektronica en minimalistische rock.

    Hun dertigste album, The Demise of Planet X, oogst veel lof in de Britse pers. Zelfs het traditionele en conservatieve The Times noemde het ‘absoluut meeslepend: een visie op de absurditeit van het alledaagse leven van Britten in liedjes die even meeslepend als verontrustend zijn’.

    REC Sleaford Mods compressed

    Het duo werd in 2007 opgericht in Nottingham onder de naam That’s Shit, Try Harder, en bouwde in de loop van de jaren een reputatie op met scherpe muziek over armoede, sociale achteruitgang en het populisme van de politieke elite – met vaak Boris Johnson als favoriete doelwit.

    Volgens het Britse muziekmagazine State of Sound vormt de band momenteel ‘de meest betrokken stem van de arbeidersklasse in de hedendaagse Britse muziek’. ‘Op het podium brult de zanger teksten vol gevloek, met één hand op de heup als een dandy uit de Regentie, terwijl de ander verkleed als opa achterin staat te dansen.’

    Nieuw is volgens The London Standard dat Williamson zich nu ook richt op het lot van de planeet. ‘Hij draait de kritiek op de [eigen] regering iets terug en concentreert zijn scherpe teksten meer op Donald Trump, de voortdurende oorlogen en de alomtegenwoordige domheid van sociale media.’ NME spreekt van ‘een album doordrenkt van woede (…) – alleen is die woede misschien iets genuanceerder dan voorheen’.

  • Krachtpatserij is iets anders dan kracht

    Krachtpatserij is iets anders dan kracht

    Echte kracht wordt verward met eenvormigheid, terwijl het meer een kwestie is van flexibiliteit, van veerkracht. Het zijn juist de vrije, niet totalitaire samenlevingen die beter zijn toegerust om in een onzekere toekomst te overleven, volgens deze auteur.

    Zowel bij nieuw rechts als in het kamp van klimaatlinks heerst momenteel de opvatting dat juist de kwaliteiten waarop de Verenigde Staten zich vroeger lieten voorstaan, het land in feite verzwakken. Pluralisme, zo hoor je vaak, leidt tot een verdeelde en onbestuurbare samenleving. De regels van de rechtsstaat zitten de overheid in de weg bij de aanpak van grote problemen. En door de wispelturigheid van de kiezer moeten politici vaak alweer weg voordat ze de kans hebben gehad blijvende verandering door te voeren.

    Sommige populisten voor wie een zwakke staat een groter schrikbeeld is dan een totalitaire staat, zouden de diversiteit van onze samenleving graag verruilen voor volstrekte eendracht. Onder milieuactivisten neigt men tot de gedachte dat de omvang van de klimaatcrisis geen ruimte meer laat voor de keuzevrijheid van de democratische rechtsstaat.

    Nieuw rechts

    Maar al deze critici zien kracht voor zwakheid aan. Vooral bij nieuw rechts zien velen het verschil niet tussen krachtpatserij en echte kracht. Ze denken dat onze vijanden ons voorbij dreigen te streven, dat Rusland en China de toekomst hebben en dat de VS en het hele Westen onherroepelijk in verval zijn. Maar echte kracht is vaak meer een kwestie van flexibiliteit dan van eenvormigheid. Een open samenleving is meestal buigzamer dan een gesloten samenleving. In een tijd waarin de lokroep van de gesloten samenleving onverbiddelijk aanzwelt, moeten we niet vergeten dat we dit scenario in de loop van de twintigste eeuw al zo vaak hebben zien aflopen met de ondergang van gesloten samenlevingen, of die nu fascistisch of communistisch waren. Het is goed om in deze tijd voor ogen te houden hoe robuust open samenlevingen in feite zijn, en waarom er zo’n hardnekkige neiging bestaat om hun veerkracht te onderschatten.

    Nassim Nicholas Taleb, de derivatenhandelaar die ook filosoof is en boeken schrijft over onzekerheid, geeft het voorbeeld van de muis en de olifant. De olifant is veel en veel groter. Maar als een olifant van tweemaal zijn eigen hoogte valt, breekt hij alle botten in zijn lijf. Een muis kan van tien keer zijn eigen hoogte vallen en daarna doodleuk wegrennen. Omdat onze soort geëvolueerd is in een omgeving waarin grootte gelijkstond aan kracht, hebben we de neiging een autoritair regime dat zich grootmaakt ook sterk te wanen. We beseffen niet hoe broos de botten van de olifant zijn. Taleb betoogt dat ons gezond verstand (het primitieve deel van onze hersenen) ons vaak in de weg zit in de uiterst complexe omgevingen waarin we nu leven.

    Dat we behoefte hebben aan een andere manier van denken, die meer uitgaat van redundantie, risicospreiding, openheid en misschien nog het voornaamst van al: een diepe laag nederigheid.

    En het is inderdaad opvallend dat telkens opnieuw dezelfde denkfout wordt gemaakt. In de twintigste eeuw waren er altijd wel vooraanstaande commentatoren die verkondigden dat de vrije wereld in verval was en autocratie de toekomst had. Zij bleken het telkens bij het verkeerde eind te hebben, en toch blijft die oude voorspelling de kop opsteken.

    COL Orwell groot hergecomprimeerd
    George Orwell achter zjin schrijfmachine. – © Getty Images

    Zelfs tegenstanders van totalitarisme waren bang dat die staatsvorm toch onvermijdelijk was. Iets van die fascinatie met autocratisch machtsvertoon zie je ook in James Burnhams boek The Managerial Revolution (1941), dat in sommige rechtse kringen nu weer populariteit geniet. Burnham dacht dat het kapitalisme zou plaatsmaken voor een nieuwe ‘managersklasse’, die een geleide economie zou opleggen. Elders in zijn werk stelde hij het ‘fanatisme’ van de nazi’s tegenover de veronderstelde ‘apathie’ van Frankrijk en Groot-Brittannië. Uit al zijn werk spreekt de vrees dat vrije samenlevingen te zwak zijn om zich tegen een sluipend despotisme te verzetten.

    Maar Burnhams betoog werd eigenlijk al grotendeels ontkracht door de gebeurtenissen in zijn eigen tijd, zoals George Orwell in 1946 opmerkte in zijn essay ‘Bedenkingen bij James Burnham’. Hij schreef:

    ‘Overdreven ontzag voor macht vertroebelt de politieke blik, omdat het bijna onvermijdelijk uitloopt op de overtuiging dat de huidige trends zich onveranderd zullen voortzetten. (…) Dat moet wel tot verkeerde voorspellingen leiden, want zelfs al wordt de richting van de ontwikkelingen juist ingeschat, het tempo zal verkeerd worden ingeschat. Binnen vijf jaar tijd voorspelde Burnham zowel dat Duitsland door Rusland zou worden bedwongen als het omgekeerde. In beide gevallen volgde hij hetzelfde instinct: het instinct om te buigen voor de overwinnaar van het moment, om de huidige trend als onomkeerbaar te beschouwen.’

    Trend

    Wat Orwell bij Burnham constateert, zie je tegenwoordig terug bij schrijvers die betogen dat Amerika is uitgeteld en dat er een vorm van ‘postliberalisme’ nodig is om onze verkalkte cultuur nieuw leven in te blazen. Denkers zoals Burnham zagen de trend van het moment – zwakke democratieën, de schijnbaar niet te stuiten opkomst van totalitaire staten – en gingen ervan uit dat aan die trend nooit meer een einde zou komen. Tekenen van verdeeldheid en balkanisering zijn voor de hedendaagse tegenhangers van Burnham in de VS niet moeilijk te vinden. Alleen trappen ze in dezelfde valkuil als hij door er klakkeloos van uit te gaan dat die trends zich in een rechte lijn zullen doorzetten en onze ondergang moeten inluiden.

    Maar zo werkt de geschiedenis niet. Crises zijn meestal onvoorzien, evenals de oplossing ervan. In een levendige en dynamische samenleving als de onze, waarin plaats is voor een breed scala aan verschillende instituties, is er ook meer kans dan in een centraal geleide samenleving dat de elementen al voor handen zijn om een crisis te weerstaan en er zelfs sterker uit te komen. In zijn boek Antifragiel: Dingen die baat hebben bij wanorde (2012) probeerde Taleb deze schijnbare paradox te verklaren vanuit het verschil tussen de relatief eenvoudige omgevingen waarin het ‘gezond verstand’ van de mens is ontstaan en de veel complexere omgevingen waarin we tegenwoordig leven: omgevingen waarin de kans op ‘zwarte zwanen’ steeds groter wordt en waarin je systemen nodig hebt die ‘antifragiel’ zijn. Een perfect voorbeeld van het tekortschieten van gezondverstandoplossingen is ‘het stelselmatig voorkomen van bosbranden “voor de veiligheid”, wat de grote bosbranden juist veel erger maakt’.

    Gezondverstanddenken

    Zo is ons beleid vaak in de greep van een achterhaald soort gezond verstand dat onze samenleving veel kwetsbaarder maakt. We denken dat we de economie beschermen door de staat er meer macht over te geven, maar in feite werpen we zo alleen maar belemmeringen op voor het aanpassen van die economie wanneer interne of externe schokken dat vereisen.

    De remedie is volgens Taleb om af te stappen van ons gezondverstanddenken en de primitieve behoefte alles in de hand te houden, en om te leren enige mate van willekeur en onvoorspelbaarheid te accepteren. De vrije markt, tegenpool van een geleide economie, is niet alleen beweeglijker en flexibeler en daardoor beter in staat om schokken op te vangen, maar vermijdt ook de versterkende effecten die in strak gereguleerde markten schering en inslag zijn en die een kleine crisis kunnen aanwakkeren tot een systeemcrisis. Redundantie, de spreiding van macht en de vrijheid om te innoveren zijn eigenschappen die een samenleving bestand maken tegen schokken waar een geharnast en met dwang geleid systeem aan ten onder gaat.

    laat je niet verblinden door de illusie van macht

    De critici van de vrije samenleving hebben gelijk als ze zeggen dat zo’n samenleving alle kanten tegelijk op wordt getrokken door vakbonden, het bedrijfsleven, de kerken, maatschappelijke organisaties, universiteiten, non-profitorganisaties en duizenden andere instellingen. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat autocratische samenlevingen een vorm van eendracht aan de dag leggen waaraan het ons ontbreekt, of ze nu doelen op het Rusland van Poetin of het Italië van Mussolini. Maar ze zitten ernaast als ze denken dat verscheidenheid de vrije samenleving zwakker maakt, of dat eenvormigheid een gesloten samenleving sterker maakt. Het zijn juist de vrije samenlevingen die beter zijn toegerust om in een onzekere toekomst te overleven en zelfs te gedijen, en de gesloten samenlevingen die hun zwakte verhullen.

    Dat wil niet zeggen dat vrije samenlevingen altijd van gesloten samenlevingen zullen winnen, of dat de historische ontwikkeling altijd in de richting van meer vrijheid gaat. Mensen zullen waarschijnlijk dezelfde fouten blijven maken die we in de loop van de geschiedenis altijd hebben gemaakt. Maar aan iedereen die in naam van de kracht nu onze vrijheid wil afdanken: laat je niet verblinden door de illusie van macht.