Onderwerpen: Cultuur

  • In het Rijksmuseum: Ovidius als inspiratie

    In het Rijksmuseum: Ovidius als inspiratie

    Het Rijksmuseum brengt in de tentoonstelling Metamorfosen meer dan tachtig internationale kunstwerken samen die hun oorsprong vinden in Ovidius’ gelijknamige klassieke gedicht.

    In het Amsterdamse Rijksmuseum is te zien hoe het tweeduizend jaar oude gedicht ‘Metamorfosen’ van Ovidius kunstenaars door de eeuwen heen heeft geïnspireerd. Meer dan tachtig internationale topstukken uit musea wereldwijd zijn, in samenwerking met Galleria Borghese in Rome, bij elkaar gebracht.

    Het gedicht is een ‘bijbel voor kunstenaars’

    De Nederlandse schilder Karel van Mander noemde het gedicht in 1604 al een ‘bijbel voor kunstenaars’. Het stamt uit het jaar 8 na Christus en draait om transformatie: mensen, dieren en goden die voortdurend van gedaante wisselen. De weefster Arachne verandert ineen spin, oppergod Jupiter vermomt zich als stier, zwaan of gouden regen om zijn jaloerse echtgenote en slachtoffers te misleiden. Maar, zoals het gedicht de kern samenvat; ‘alles verandert, niets verdwijnt’

    Rijksmuseum, Amsterdam, t/m 26/4

  • Van rariteitenkabinetten tot labubu’s: vanwaar die menselijke verzameldrang?

    Van rariteitenkabinetten tot labubu’s: vanwaar die menselijke verzameldrang?

    Verzamelen, wie doet het niet, is een ‘diep betekenisgevende activiteit: het weeft herinneringen en verlangen in de alledaagse ruimtes die we bewonen’. Sommige collecties zijn zeldzaam en waardevol, de meeste vooral persoonlijk.

    Een van mijn vroegste herinneringen is dat ik uit school naar huis liep – ik moet in groep 5 of 6 hebben gezeten – en een enorme vuilniszak met mijn speelgoed, prullaria, mijn spullen op de stoep voor ons rijtjeshuis zag staan.

    Toen ik mijn moeder daar binnen mee confronteerde, legde ze uit dat ze het huis had opgeruimd, inclusief mijn kamer. ‘Maar het zijn míjn spullen,’ zei ik. ‘Piojito, je hecht je te veel, het zijn maar spullen, je gebruikt ze niet eens.’

    ‘Piojito’ betekent ‘klein luisje’ in het Spaans. Het was (en is) haar bijnaam voor mij, en ja, dat heeft deels te maken met het feit dat ik me ‘te veel hecht’ aan dingen.

    Door de jaren heen verzameld:

    (1) Met de hand geschreven briefjes en kaarten; (2) cadeaus van geliefden (met als favoriet subgenre handgemaakte beursjes, poppen, waaiers, rozenkransen en andere souvenirs van de reizen van mijn grootouders); (3) linten, touw en inpakpapier en strikken; (4) bloemen, die werden geperst of gedroogd; (5) stenen, nadat mijn allereerste beste vriend mij zijn chique steenverzameling liet zien; (6) schelpen, altijd maar weer; (7) willekeurige kleine beestjes (kikkervisjes, hagedisjes, visjes) en nog niet uitgekomen eieren die ik in de buurt vond – waar mijn moeder snel een einde aan maakte. Waarom bewaarde ik dit allemaal? Wat zit er achter onze neiging om bepaalde objecten te koesteren?

    Zo oud als de mens

    ‘Noach was de eerste verzamelaar’, schrijven John Elsner en Roger Cardinal in The Cultures of Collecting. Adam gaf de dieren namen, maar Noach moest ze bijeenbrengen: wat hij miste, ging voorgoed verloren. Zo werd de ark de eerste poging om de tijd en de vloedgolf van vergetelheid tegen te houden.

    Los van dit Bijbelse verhaal weten we dat verzamelen minstens 105.000 jaar oud is: in de Kalahari-regio koesterden mensen al kristallen, waarschijnlijk om spirituele redenen. Later werden in beschavingen in Egypte, Babylonië, China en India objecten verzameld als tekenen van rijkdom en status, bestemd voor tempels, graven en heiligdommen.

    Wunderkammer

    Dan, in het midden van de zestiende eeuw in Europa, komt de ‘rariteitenkabinet’-cultuur op; de voorloper van de moderne musea.

    Deze kabinetten, ook bekend als wunderkammer of ‘wonderkamers’, markeerden het begin van verzamelen als hobby. Ze bevatten vaak een mix van naturalia (producten van de natuur, zoals schelpen), artificialia (producten van de mens, zoals ingewikkelde sieraden, snijwerk en oude wapens) en scientifica (wetenschappelijke instrumenten zoals zonnewijzers en globes) en waren gebruikelijk onder geleerden en vorsten. Deze collecties waren vroege experimenten in hoe je je identiteit via spullen kunt tonen.

    Persoonlijk

    Verzamelen als hobby kwam pas echt op in de negentiende eeuw, parallel aan de explosie van industriële goederen. Plotseling waren er veel meer spullen, en het werd een stuk makkelijker voor gewone mensen om er de hand op te leggen. In die tijd werd postzegels verzamelen populair, al snel gevolgd door munten, schelpen en boeken. In het begin van de twintigste eeuw nam de gewoonte verder toe, toen de werktijden korter werden en meer mensen vrije tijd hadden om aan hun fascinaties te besteden.

    Vandaag de dag verzamelt iedereen. Sommige collecties zijn zeldzaam en waardevol, de meeste vooral persoonlijk.

    Markers van de menselijke geschiedenis

    De ontwikkeling van samenlevingen is altijd gedefinieerd geweest door de objecten die ze voortbrengen. De dingen die we bewaren en rangschikken worden onderdeel van onze omgeving, onze identiteit en de manier waarop we met de wereld communiceren – als individu en als samenleving. Verzamelen is in die zin een diep betekenisgevende activiteit: het weeft herinneringen en verlangen in de alledaagse ruimtes die we bewonen.

    Objecten verbinden ons met het verleden. Zelfs het meest alledaagse object doet ertoe als het een verhaal vertelt of een herinnering oproept.

    Spiegel van identiteit

    Een van mijn hardnekkige obsessies is om kunstenaars te leren kennen via de objecten die ze verzamelen. Tijdens mijn onderzoek ontdekte ik dat ik daarin niet alleen ben.

    In Lit Hub schrijft Mary Kate Frank over de aantrekkingskracht van Joan Didions spullen, via haar ervaring om naar Hudson, New York, te reizen voor de veiling van de persoonlijke bezittingen van de overleden schrijver. In een artikel in Harper’s Bazaar met de titel ‘I Love Joan Didion’s Stuff ’ gaat Rachel Tashjian nog een stap verder en dicht ze betekenis toe aan Didions spullen: ‘Spullen zijn schatten. [Didions] schelpencollectie is haast smartelijk; je kunt je voorstellen hoe ze over een bijna leeg strand liep, ze in de loop der jaren verzamelde. Elke schelp als herinnering aan een wandeling met een vriend van lang geleden, aan ideeën die voor het eerst zijn bedacht en pijnen die zijn gedeeld.’

    Joseph Cornell

    Voordat Joseph Cornell kunstenaar werd, was hij verzamelaar. Hij bracht een groot deel van zijn tijd door in winkels in New York op zoek naar dingen waarmee hij een emotionele band voelde. Als pionier van de assemblagekunst bouwde Cornell wonderlijke werelden in zijn beroemde dozen vol gerangschikte objets trouvés – knikkers, glas, stukjes drukwerk, enzovoort –, maar verzamelen was in de eerste plaats een persoonlijke drang en pas in de tweede plaats een artistieke hulpbron.

    Hij was een nauwgezette catalogiseerder: hij bergde zijn vondsten op in schoenendozen en mappen, en beschreef zijn opslag als een ‘laboratorium’ voor voortdurende verkenning en inspiratie. Hoewel veel verzamelde objecten uiteindelijk in zijn collages en kijkdozen terechtkwamen, begon zijn proces met verzamelen om het verzamelen zelf.

    Hoewel hij geen formele kunstopleiding had, liet Cornell zich in zijn werk inspireren door de surrealistische vrienden en tijdgenoten om hem heen, zoals Max Ernst en Marcel Duchamp. Hij vermengde het avant-garde met een persoonlijke nostalgie die doet denken aan victoriaanse knutseltra- dities. Zijn dozen zijn een ode aan zijn passie voor verzamelen.

    Peter Blake

    In een interview uit 2022 vertelde kunstenaar Peter Blake over het trauma van zijn jeugd: ‘Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was ik zeven en werd ik geëvacueerd, eerst naar Essex en daarna naar mijn grootmoeder in Worcester. (…) Het was blanco tijd.’ Die leegte, dat gevoel van verloren tijd en gedwongen scheiding, werd de drijvende kracht achter zijn verzamelwoede. Sinds zijn tienerjaren verzamelt hij van alles, van olifantenspeelgoed en Disney-memorabilia tot puzzelstukjes en sieraden.
    De invloed van deze collecties is overal in Blakes oeuvre terug te zien. Veel van zijn gevonden objecten werden uiteindelijk het materiaal voor zijn iconische collages. (Hij is het meest bekend als ontwerper van de hoes van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, samen met zijn vrouw, kunstenaar Jann Haworth.)

    Vladimir Nabokov

    Nabokov begon vlinders te verzamelen als kind in Rusland, een passie die werd aangemoedigd door zijn moeder en die hem zou blijven vergezellen door ballingschap, oorlog en roem heen. Hij schreef eens: ‘Ik ontdekte in de natuur de niet-utilitaire geneugten waar ik ook in de kunst naar zocht. Beide waren een vorm van magie, beide waren een spel van ingewikkelde betovering en misleiding.’

    Nabokovs vlindercollectie telde meer dan vierduizend specimen, die ruim 80 procent van alle West-Europese soorten vertegenwoordigden, plus talloze Noord-Amerikaanse soorten die hij verzamelde tijdens zijn jaren in de Verenigde Staten. Hij schonk honderden vlinders aan Cornell University, en andere belangrijke delen van zijn collectie bevinden zich in het Museum of Comparative Zoology van Harvard en het Nabokov Museum in Sint-Petersburg. Deze zorgvuldig verzamelde exemplaren, die soms met Nabokov meereisden over continenten tijdens oorlog en ballingschap, vormen een getuigenis van zijn levenslange toewijding aan de lepidopterologie.

    Leuk weetje: in zijn literaire werk zijn minstens 570 vermeldingen van vlinders geteld, en meer dan 20 vlindersoorten zijn vernoemd naar zijn fictieve personages.

  • Sting, de musical

    Sting, de musical

    In de Engelstalige musical The Last Ship vertelt Sting het verhaal van een Noord-Engelse gemeenschap die onder druk komt te staan wanneer de scheepsbouw verdwijnt.

    Popster Sting komt met zijn meest persoonlijke werk, The Last Ship, naar Nederland. De musical, over een gemeenschap die vecht tegen het verdwijnen van de scheepsbouw in het Noord-Engelse Wallsend, de stad waar Sting zelf opgroeide, is een eerbetoon aan arbeiders en familiebanden.

    The Last Ship was eerder te zien op Broadway

    De muziek bestaat uit nummers van het gelijknamige album The Last Ship, aangevuld met nieuw materiaal. De stijl beweegt zich tussen folk, koorzang en intieme ballads. The Last Ship ging oorspronkelijk in première in Chicago en was later te zien op Broadway en in het Verenigd Koninkrijk.

    Koninklijk Theater Carré, t/m 13/9.

  • Laurie Anderson over Robert Wilson (1941-2025): ‘Ik herinner me Bob in scènes.’

    Laurie Anderson over Robert Wilson (1941-2025): ‘Ik herinner me Bob in scènes.’

    Performancekunstenaar en musicus Laurie Anderson haalt herinneringen op uit haar decennialange vriendschap met de onlangs overleden visionaire theaterregisseur Robert Wilson.

    Ik herinner me Bob in scènes. In de jaren zeventig ging ik naar een heleboel, vaak erg lange, Bob Wilson-voorstellingen, onder meer de legendarische Deafman Glance (1970) en A Letter for Queen Victoria (1974). Ze duurden uren; sommige de hele nacht. Vaak keek ik vanaf het allerhoogste balkon – soms in een slaapzak gewikkeld – terwijl de beelden op het toneel zich met mijn dromen vermengden. Zelfs nu weet ik soms niet meer of ik iets gedroomd heb of het in een Bob Wilson-voorstelling heb gezien.

    Toen ik net begon als kunstenaar, onderwees Bob me in waar ik het meest mee worstelde: tijd, beschouwing, licht en theater.

    Een paar jaar geleden liep ik eens over Fourteenth Street en zag ik een heel lange man die midden op het trottoir leek stil te staan. Naast hem stonden twee andere, kortere mannen. Terwijl ik ze van achteren naderde, had ik het gevoel dat ik met drievoudige snelheid liep, alsof ik op een lopende band langs hen schoof. Toen ik hen passeerde, zag ik dat de lange man Bob Wilson was. ‘Hallo, Bob!!’ zei ik terwijl ik voorbij stoof. Hij glimlachte en liet het korte vogelachtige gekras horen dat zijn lach was. ‘Lauuuuurie! Nog maar vier uur te gaan!’ Pas toen zag ik wat er vóór ons hing, boven de Hudson River aan het einde van de straat: een enorme, gloeiende oranje bol, als iets uit een Egyptische mythe. De zon. En toen herinnerde ik me het weer – het was Manhattan-henge, een van de twee dagen per jaar waarop de zon in lijn staat met het stratenraster van Manhattan en midden op straat onder lijkt te gaan, verblindend en gigantisch tegen de achtergrond van New Jersey. Ik was vergeten dat Bob die dag vaak een rituele langzame wandeling maakte van oost naar west.

    Een van mijn favoriete foto’s van Bob toont hem in de Torch Dance uit Einstein on the Beach (1976). Hij draagt een donkere overall en zwaait met twee zaklampen. Sommige van mijn absolute lievelingsvoorstellingen van Bob waren solo’s, vooral The Man in the Raincoat (1981). In 1997, toen ik directeur was van het Meltdown Festival in Londen, moest ik daaraan denken toen ik Phil Glass vroeg om een orgelstuk te spelen, terwijl twee mannen de steile trappen aan weerszijden van het podium af dansten. Het waren Bill T. Jones en Bob Wilson; ze deden er tien minuten over om tollend, struikelend en rondzwaaiend naar beneden te komen. Dat zijn van die momenten waarop ik denk: Nu kan ik sterven, beter dan dit wordt het niet.

    Dat zijn van die momenten waarop ik denk: Nu kan ik sterven, beter dan dit wordt het niet.

    Bob was een buurman in TriBeCa, zijn loft vol stoelen – keurig op gelijke afstand, alsof ze klaarstonden voor een conferentie over covid, of misschien een stoelenmuseum. Stoelen uit de hele wereld, afgewisseld met lange banken.

    Ik zag Bob vaker in Europa dan in de Verenigde Staten. Meestal laat op de avond, na een voorstelling van een van zijn werken. Ik zie hem nog zo in het fonkelende licht van een Duits restaurant tijdens het eindeloze naprogramma: witte tafelkleden, donker hout, flessen wodka, kunstmecenassen in het zwart. Ik zat urenlang op Bobs schoot nadat mijn man, Lou Reed, overleed. Daarna zat hij op de mijne.

    De performers in Bobs opera’s lopen zonder hun voeten op te tillen, de schuivende gang van het Noh-theater, met een laag zwaartepunt, een soort moonwalk, een glijdend over het oppervlak. Tegelijk stil en in beweging. Het was de opera Einstein on the Beach die mij iets leerde over tijdvervormingen.

    Waarom heette de voorstelling Einstein on the Beach? Volgens Phil had de titel niets te maken met Nevil Shutes postnucleaire roman On the Beach uit 1957 of de verfilming uit 1959 met Ava Gardner, Gregory Peck en Fred Astaire. In de late jaren zeventig maakten we performances en sculpturen op een opgespoten strand bij Wall Street, een serie die Art on the Beach heette. De werktitel voor hun opera was ‘Einstein on the Beach on Wall Street’.

    CUL Einstein blauw compressed
    Einstein on the beach, 2012 in de Opéra Berlioz – Le Corum, Montpellier, Frankrijk. – © robertwilson.com / Lucie Jansch

    Toen ik daar eens over zat na te denken, vroeg ik me af of er een connectie was tussen Einstein en een strand. Ik had een vage herinnering aan een uitspraak van Einstein dat lopen op het strand best een opgave was omdat het droge zand als microscopisch kleine kogeltjes werkte. Goede theorie! Het zou de natuurkundige versie kunnen zijn van de manier waarop Bob Wilson acteurs leerde lopen.

    Later bleek dat de relatie tussen kogellagertjes en Einstein waarschijnlijk eerder verwijst naar het gebruik van een bal die over een gekromd oppervlak rolt, om het begrip zwaartekracht in de algemene relativiteitstheorie uit te leggen. Maar ik heb wel iets teruggevonden wat Einstein over het strand schreef. Hij zei dat de makkelijkste plek om langs de kustlijn te lopen vlak bij het water is (waar het zand niet te nat en niet te droog is), iets wat elke strandwandelaar weet, maar hij vervolgde zijn uitleg met een lange beschrijving van hoe de lucht-watergrens de zandkorrels bij elkaar trekt. Einstein on the Beach gaat over gekromde ruimte, gebogen tijd en licht. Maar boven alles gaat het over extase. Bob was uiterst tactisch. Ik herinner me dat ik met hem rond een tafel zat tijdens een vergadering met mensen die mogelijk zijn financiers zouden worden. Ik weet niet meer precies welk project hij aan het pitchen was. Het moet iets zijn geweest waar ik ook bij betrokken was; misschien beschreef hij een vroege versie van CIVIL warS (1984). Toen ik heel even wegkeek om de reacties van de backers te peilen, en weer terug naar Bob, was hij verdwenen. Zijn stoel was leeg. Toen hoorde ik hysterisch geblaf en zag ik dat de arm van een van de financiers ineens uithaalde. Ik keek onder de tafel. Daar kroop Bob rond, buitenaards schel en dwingend blaffend en trekkend aan de broekspijpen van de backers. Vooral om hem te laten ophouden waarschijnlijk stemden ze allemaal in met het beëindigen van de vergadering, en met het financieren van de opera.

    Andere herinneringen:

    Zijn verjaardagsboodschappen aan mij, gekrabbeld in wat ik ‘Bob-font’ noem, met draadachtige Y’s en een mix van hoofd- en kleine letters, in een soort uitwaaierende hiërogliefen.

    De tijd die hij nam om zijn producties uit te lichten. Het kon drie uur duren om een lichtbundel op de geheven vinger van een acteur precies goed te krijgen. Toen ik performances deed in Aichi, Japan, tijdens Expo 2005, was Bob daar ook, bezig met een evenement dat – denk ik – een enorme sneeuwaap moest worden die uit een meer omhoog zou rijzen. Maar Bob had het zo druk met producties over de hele wereld dat niemand ooit wist wanneer hij zou opduiken om aan het werk te gaan. Producer Hal Willner beschreef hoe ze elke avond de hele sneeuwmannenscène moesten voorbereiden voor het licht – een periode die zich uitstrekte over twee weken – en hoe de sneeuwman eruitzag in het maanlicht terwijl ze wachtten. Toen Bob in Parijs aan vier verschillende producties tegelijk werkte, reisde hij ’s nachts daartussen heen en weer in een ambulance, zowel om sneller te zijn als om wat slaap te kunnen pakken.

    Tijdens de pandemie zocht ik Bob op in het Watermill Center op Long Island. Watermill ligt in oostelijk Long Island als een enorm toneeldecor, op de plek van het voormalige onderzoekscomplex van Western Union. Het is ontworpen om kunstenaars in alle disciplines – in het bijzonder theater, dans en beeldende kunst – onder te brengen en op te leiden, en is gevuld met honderden objecten die Bob overal ter wereld heeft verzameld.

    CUL Einstein Goud compressed
    Einstein on the beach in Opéra Berlioz – Le Corum, Montpellier, Frankrijk. – © robertwilson.com
    / Lucie Jansch

    In die spookachtige lente voelde het Watermill Center als een verlaten kasteel. Bob was er met slechts één assistent toen ik langskwam voor de lunch. Ik zei: ‘Ik wil je bedanken voor een ongelooflijke scène – misschien wel mijn favoriete operascène. Je weet wel, die scène die het kolonialisme samenvatte zonder woorden. Die heeft echt al mijn ideeën veranderd over hoe je geschiedenis in een verhaal kunt verwerken.’

    Hij keek een beetje verbaasd, dus ik ging verder: ‘Je weet wel… die scène met die man met de bolhoed en de vrouw in de sari.’ Ik beschreef hem uitvoerig, en terwijl ik sprak zag ik het nog levendiger voor me. En Britse man staat aan de ene kant van het toneel. Hij draagt een bolhoed en een grijze, op maat gemaakte morning coat. Hij gebruikt een paraplu als wandelstok. Aan de andere kant van het toneel staat een Indiase vrouw: blote voeten, roze sari, rode bindi, lange vlecht, een rond, zichtbaar middenrif. Ze lopen in slow motion naar elkaar toe, alsof ze over ijs lopen. Net wanneer ze elkaar passeren, verliest de vrouw haar evenwicht en zakt ze in slow motion in elkaar. De man buigt zich voorover, biedt zijn arm aan en helpt haar omhoog, licht zijn hoed. Zij schikt haar sari en ze lopen verder. Wanneer ze de rand van het toneel bereiken draaien ze zich om en lopen opnieuw naar het midden, naar elkaar toe. Ze lopen langzaam, hun voeten glijden over het oppervlak alsof ze de vloer oppoetsen. Als ze het midden bereiken, valt de vrouw opnieuw en buigt de man zich stijf voorover. Deze keer zet hij haar sneller overeind en plaatst haar rechtop. Wanneer ze weer bij de zijkant van het toneel komen, keren ze zich om en gaan terug naar het midden. Als ze elkaar passeren, valt ze weer. Hij tilt haar weer op. Dit gebeurt nog een paar keer, en elke keer dat de man haar optilt doet hij dat met meer ongeduld, dan met steeds meer kracht, totdat hij haar ruw omhoog rukt. De laatste keer dat ze valt slaat hij haar met zijn paraplu. En ik dacht: Geweldig. Dit is het: het Britse kolonialisme in een notendop.

    Wanneer je Bobs immense wereld van licht en uitgerekte tijd binnenstapt, veranderen je leven, je dromen en je verwachtingen voorgoed.

    Bob, die geduldig had geluisterd, zei: ‘Zo’n scène heb ik nooit gemaakt.’ Uiteindelijk bleek dat ik het verzonnen had. Toneelstukken vermengen zich met dromen, en vervolgens met je leven. Op den duur is het moeilijk te zeggen wat echt is. Wanneer je Bobs immense wereld van licht en uitgerekte tijd binnenstapt, veranderen je leven, je dromen en je verwachtingen voorgoed.

    We praatten verder. ‘Weet je, ik ben altijd naar andere continenten aan het reizen om te spelen,’ zei ik. ‘Ik wil graag stoppen met reizen, misschien samenwerken met iemand op loopafstand.’ Hij zei: ‘Goed idee!’ en stelde me voor aan een man genaamd Shane Weeks, een kunstenaar en lid van de Shinnecock Native American-stam, die al zo’n dertienduizend jaar op Long Island woont. De Shinnecock zijn walvisvaarders met een traditie van epische verhalen. Het reservaat bevond zich op loopafstand.

    Ik ontmoette Shane en een paar anderen, die dansers waren. We gaven een concert voor Bob in het bos bij Watermill. Ik raakte in trance, Shanes hoge, heldere stem. Het concert was zo stil dat het ruisen van de bladeren luider klonk dan de muziek. De tijd ging voorbij en tegelijk niet voorbij.

    Bob, dit is hoe ik soms over je denk: ik weet niet meer precies wat je zei, of wat je deed. Maar ik herinner me hoe je me liet voelen.

    CUL Wilson tafel compressed
    Robert Wilson — © Bronwen Sharp
  • Duitsland geeft Frankrijk twee fragmenten van het Tapijt van Bayeux terug

    Duitsland geeft Frankrijk twee fragmenten van het Tapijt van Bayeux terug

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europa stuurt soldaten naar Groenland om statement te maken richting VS

    » Venezolaanse oppositieleider Machado ontmoet Trump in het Witte Huis

    De stukjes werden in 1941 door de nazi’s meegenomen

    Twee kleine stukjes linnen, één tot twee centimeter lang, die in 2023 werden ontdekt in het persoonlijke archief van de Duitse textielspecialist Karl Schlabow, werden donderdag aan Frankrijk teruggegeven, meldt Stern. Tijdens de nazi-bezetting had de expert de opdracht gekregen om een ​​diepgaand onderzoek te doen naar het middeleeuwse wandtapijt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De onderzoeker was verbonden aan de Ahnenerbe, een instituut dat zich bezighield met het vinden van een ‘voorouderlijk erfgoed’ van het ‘Arische ras’. Voordat de fragmenten terugkeerden naar Frankrijk, werden ze in 2025 tentoongesteld als onderdeel van de tentoonstelling 1066 – De val van de Vikingen in het Museum van Schleswig-Holstein.

    Het Tapijt van Bayeux is een borduurwerk van 70 meter lang en 50 centimeter hoog dat de geschiedenis uitbeeldt van de Slag bij Hastings in 1066. Hierbij viel Willem de Veroveraar vanuit Normandië Engeland binnen en versloeg hij de Angelsaksische koning Harold. Het tapijt is vernoemd naar de stad Bayeux in Frankrijk en werd vermoedelijk vervaardigd in 1068.

  • Sociaal kapitaal in het Stedelijk Museum

    Sociaal kapitaal in het Stedelijk Museum

    In het Stedelijk Museum laat Farida Sedoc met Social Capital zien hoe gedeelde doelen mensen verbinden. Haar werk verweeft thema’s als saamhorigheid, activisme en economische ongelijkheid.

    Kunstenaar Farida Sedoc heeft de tussenverdieping van het Stedelijk Museum overgenomen. Met een monumentaal drieluik combineert ze fotografie, zeefdruk, textiel en grafisch ontwerp. Ook maakt ze gebruik van flyers en posters afkomstig uit protestbewegingen, countercultures en subculturen. Het werk is gemaakt in opdracht van IN SITU, de nieuwe serie waarin het Stedelijk jonge kunstenaars vraagt de mezzanine van het museum in te richten.

    Met een monumentaal drieluik combineert ze fotografie, zeefdruk, textiel en grafisch ontwerp

    Met verschillende groepsportretten uit haar persoonlijke archief wil Sedoc voelbaar maken hoe gedeelde doelen (sociaal kapitaal) mensen samenbrengen en hoe een netwerk van relaties en onderling vertrouwen binnen gemeenschappen kan leiden tot een vreedzame collectiviteit.

    Social Capital. Stedelijk Museum, Amsterdam, tot 2/7

  • De geweldloze beelden van Yumna Al-Arashi

    De geweldloze beelden van Yumna Al-Arashi

    In de tentoonstelling Body as Resistance bevraagt Yumna Al-Arashi de macht van de fotograaf door vrouwen niet als passief onderwerp, maar als medemakers in beeld te brengen.

    De Jemenitisch-Egyptisch- Amerikaanse kunstenaar Yumna Al-Arashi (1988) begon haar carrière als autodidact documentair fotograaf en publiceerde onder meer in National GeographicThe New York Times en The Guardian, maar liep daarbij aan tegen de machtspositie van de beeldmaker. Deze is in staat zijn of haar onderwerp (onbedoeld) eenzijdig neer te zetten; ‘Fotografie draagt een vorm van geweld in zich die tot uiting komt in de woorden die we ervoor gebruiken, denk aan “vangen”, “schieten”, “nemen”,’ aldus de kunstenaar in een interview met WePresent.

    Haar werk werd politieker en conceptueler van aard, waarbij ze bewust wil ontsnappen aan de ‘westerse antropologische’ blik; haar foto’s zijn er niet op uit te bewijzen of te ontmaskeren. De vrouwen die ze fotografeert zijn geen voorbeelden of symbolen, maar simpelweg medemakers van het beeld. ‘Het is een correctie op hoe het Westen al decennialang naar vrouwelijke lichamen uit de MENA-regio kijkt [Midden-Oosten en Noord-Afrika]’, schrijft fotografietijdschrift Aperture, dat haar werk kadert als dekoloniaal.

    Het gaat niet om één ‘beste’ foto of een snelle boodschap, maar om nabijheid en duur

    De weigering tot duiding – geen uitleg, geen contextbordjes ter verduidelijking maar lichamen die simpelweg aanwezig zijn ‘als een archief van ervaring, pijn en verzet’ – is precies wat het werk spannend maakt, meent British Journal of Photography, dat in dit verband spreekt van een verschuiving van klassieke documentaire fotografie naar wat het ‘relationele fotografie’ noemt: beelden ontstaan uit vertrouwen, nabijheid en een tijdsinvestering in plaats van observatie op afstand.

    Deze benadering gebruikte Al-Arashi ook voor haar boek Aisha, uit 2023, over vrouwelijke aanwezigheid, lichamelijkheid en zelfbeschikking in de Arabische wereld en haar diaspora. Volgens Conscientious Photography Magazine wordt de kijker hierin uitgenodigd tijd door te brengen met de geportretteerde vrouwen; het gaat niet om één ‘beste’ foto of een snelle boodschap, maar om nabijheid en duur. En de kijker heeft niet langer het laatste woord.

    De tentoonstelling Body as Resistance is van 14 februari t/m 21 juni 2026 te zien in Huis Marseille, Amsterdam.

  • De grappen van South Park bedenken zichzelf

    De grappen van South Park bedenken zichzelf

    Na bijna dertig jaar en zesentwintig seizoenen kregen de makers van South Park te maken met een geheel nieuwe uitdaging: de werkelijkheid begint de satire en absurditeit van de serie in te halen.

    Met het 27e seizoen heeft South Park meer controverse opgeroepen dan in jaren (misschien wel ooit), maar ook enkele van de hoogste kijkcijfers ooit behaald, schrijft The Guardian over de Amerikaanse satirische animatieserie.

    Een groot verschil is dat waar de makers Trump eerst liever via een stand-in (Mr. Garrison) lieten rondlopen, in de recente seizoenen is gekozen voor een explicietere, groteskere Trump, die ook exact diens beeltenis heeft. Niet alleen wordt zijn persoonlijkheid belachelijk gemaakt, ook functioneert hij als machtsmachine: hij klaagt, dreigt, procedeert en trekt iedereen daarin mee, aldus The New Yorker. Trump is niet langer een clown aan de zijlijn, maar een allesbepalend gegeven.

    South Park, in 1997 door Trey Parker en Matt Stone bedacht voor Comedy Central, bespot hiermee niet alleen Trump zelf, maar ook het ecosysteem dat hem mogelijk maakt, duidt ook de Britse krant; van mediabedrijven die terugdeinzen tot politici en types rond het Witte Huis die meebewegen uit opportunisme of angst.

    ‘Het voelt alsof ze hun eigen grappen en satire bedenken’

    Ook El País bejubelt van een van de meest controversiële afleveringen in de bijna dertigjarige geschiedenis van de serie. Zo vraagt de Amerikaanse president Lucifer om seks en heeft hij een affaire met J.D. Vance, die zich niet stoort aan zijn teeny tiny penis. Eerder werd Saddam Hoessein in een vergelijkbare situatie met de duivel getoond, zoals ook Satan zich in de aflevering herinnert: ‘Je doet me erg denken aan een andere kerel met wie ik vroeger omging. Jullie zijn precies hetzelfde,’ zegt hij tegen Trump.

    Ook verontwaardigde reacties, zoals die uit het Witte Huis, worden onderdeel gemaakt van de grap, signaleert Le Monde. Zo zei woordvoerder Taylor Rogers naar aanleiding van de nieuwe reeks dat ‘De hypocrisie van links’ geen grenzen kent; ‘Jarenlang hebben ze South Park (…) bestempeld als aanstootgevend, maar plotseling prijzen ze de show’ en: ‘Deze show is al twintig jaar irrelevant en hangt aan een zijden draadje met inspiratieloze ideeën in een wanhopige poging om aandacht te trekken.’

    Maar hoeveel inspiratie het Witte Huis in werkelijkheid ook biedt, de makers zijn er niet per se blij mee. ‘Het lastige is dat satire werkelijkheid is geworden,’ zei Parker tegen het Australische ABC. Stone beaamt dit: ‘Het voelt alsof ze hun eigen grappen en satire bedenken. En omdat ze dat openlijk doen, kun je ze er niet echt meer mee bespotten.’

  • VS: artiesten annuleren optredens in Kennedy Center wegens naamswijziging

    VS: artiesten annuleren optredens in Kennedy Center wegens naamswijziging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » President Colombia: ‘VS hebben cocaïnefabriek in Venezuela gebombardeerd’

    » Syrië zet geen gezichten meer op bankbiljetten

    Onlangs werd de naam van Trump aan het gebouw toegevoegd

    Verschillende muzikanten en dansers hebben hun geplande optredens in het Kennedy Center, een belangrijke culturele instelling in Washington, ‘abrupt afgezegd’ naar aanleiding van de zeer impopulaire beslissing van het nieuwe bestuur – bestaande uit Trump-loyalisten – om de naam van de president aan de naam van het centrum toe te voegen, meldt Mother Jones.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Jazz is ontstaan ​​in de strijd en vanuit een onvermoeibaar streven naar vrijheid: vrijheid van denken, vrijheid van meningsuiting’, aldus The Cookers, een jazzgroep die besloot hun optreden op 31 december af te gelasten, in een verklaring. Richard Grenell, de voorzitter van de instelling, beschuldigde de artiesten van een boycot, dreigde tegen een van hen met juridische stappen en eiste een schadevergoeding van 1 miljoen dollar.

  • Hebben we nog een echte kerstboom nodig?

    Hebben we nog een echte kerstboom nodig?

    Elk jaar worden er alleen al in Duitsland bijna 25 miljoen kerstbomen versierd. De boom brengt de magie van de feestdagen rechtstreeks naar de woonkamer, om na een paar weken te worden weggegooid. Is dat nog wel verantwoord?

    Ja: ‘We hebben er ook wel eens behoefte aan dat iets niet hoeft te worden heroverwogen’

    Volgens Max Scharnigg in Süddeutsche Zeitung verlangen we er allemaal weleens naar om even niet het juiste te hoeven doen. ‘Kerstmis is daar bij uitstek geschikt voor. Te veel eten en elkaar cadeautjes geven, uitslapen of urenlang tv kijken, twee dagen in een joggingsbroek rondhangen en niet de deur uitgaan – tijdens deze feestdagen mag het allemaal en knijpt iedereen een oogje dicht.’ Die paar dagen mag je volgens de Duitse journalist zwelgen in nostalgie, jeugdherinneringen en saamhorigheid, zijn kitscherige versieringen leuk en doe je even alsof alles nog is zoals vroeger. ‘Voor veel mensen hoort daar een echte boom bij en ja, zelfs de meest toegewijde milieuactivist en progressieve visionair mag er een in de woonkamer zetten als hij daar plezier aan beleeft.’

    Bovendien heeft, in tegenstelling tot de versieringen rond Halloween, de boom in Duitsland een echt verleden. ‘Zelfs onze overgrootouders hadden er een. Het is een symbolisch anker. We zijn gevoelige en sentimentele wezens. We hebben er ook wel eens behoefte aan dat iets niet hoeft te worden heroverwogen.’

    ‘Een plastic boom zou slechter zijn’

    Ook vanuit ecologisch standpunt vindt Scharnigg een echte boom zo slecht nog niet. ‘Deze bomen zijn meestal een vrij regionaal product, ze hebben tien jaar lang het ecosysteem verrijkt en als je er een koopt, wordt er een nieuwe geplant. Dankzij de plantages worden in Duitsland miljoenen vierkante meters oppervlakte ecologisch actief gehouden en niet betegeld, wordt de lokale landbouw ondersteund, kunnen de oude bomen worden gecomposteerd en hebben ze dan een vrijwel neutrale CO₂-balans.’ Met andere woorden: ‘Natuurlijk zou het nog beter zijn om de boom in het bos te laten staan. Maar een plastic boom zou dan weer slechter zijn.’

    Als je vanaf de straat in elke tweede woonkamer een boom ziet staan, is dat volgens Scharnigg bovendien een bewijs dat het digitale tijdperk nog niet alles heeft veranderd wat ooit heilig was. ‘Laten we afzien van het vuurwerk op oudejaarsavond, de overconsumptie bij het geven van cadeaus – dat lijkt me allemaal heel verstandig. Maar laten we deze mooie, ietwat anarchistische, romantische gewoonte om drie weken lang een echte boom in huis te halen, behouden.’

    Max Scharnigg is redacteur Maatschappij & Stijl bij Süddeutsche Zeitung.


    Nee: ‘Je hoeft geen boomknuffelaar te zijn om hier geen plezier aan te beleven’

    Als je goed luistert naar de tekst van Oh Denneboom ontdek je dat het lied gaat over de veerkracht van een plant die zelfs de winter niet kan schaden. De dennenboom is dan ook een eeuwenoud, voorchristelijk symbool van het leven. Pas in de negentiende eeuw werd hij door de opkomende burgerij in de huiskamer gehaald. ‘Maar dat je de boom omhakt, in een standaard vastschroeft, met ballen, kaarsen en prullaria versiert en wacht tot hij jammerlijk verdort is niet bepaald een symbool van leven’, schrijft Jochen Temsch in Süddeutsche Zeitung.

    Elk jaar kopen de Duitsers bijna 25 miljoen kerstbomen. In Nederland komt het neer op zo’n 3 miljoen kerstbomen per jaar. De Nordmann-spar is de meest verkochte boom, omdat hij niet prikt en minder snel naalden verliest. Van nature komt hij niet voor in Duitsland. ‘Hij moet dus worden geïmporteerd of aangeplant. De zaden van de Nordmann-spar komen uit Georgië, waar ze onder levensgevaarlijke werkomstandigheden op dertig meter hoogte worden geoogst. De zaailingen moeten vervolgens acht tot twaalf jaar groeien tot ze klaar zijn voor gebruik.’

    ‘Hoe zou het zijn om ons meer te concentreren op gezamenlijke ervaringen?’

    Omdat iedereen een onberispelijk exemplaar mee naar huis wil nemen – een passende lengte, een rechte groei en een symmetrische top – worden bij de boomteelt veel chemische producten gebruikt. ‘Het gif sijpelt in de bodem en het grondwater, bedreigt de biodiversiteit en gaat mee de huiskamer in.’ Bij een onderzoek in 2020 van de Duitse Bond voor Milieu en Natuurbehoud werden in twee derde van de exemplaren in Duitsland gevaarlijke stoffen aangetroffen, waaronder het beruchte herbicide glyfosaat. Dit bestrijdingsmiddel wordt bij mensen onder andere in verband gebracht met schade aan organen, zoals de nieren en de hersenen.

    ‘Je hoeft geen boomknuffelaar te zijn om hier geen plezier aan te beleven. En ook geen animist om niet te willen toekijken hoe een levend organisme, dat voor decoratieve doeleinden is gekapt, in je eigen huis sterft.’ Ook kinderen zullen dat begrijpen, aldus Temsch. ‘Zij vinden het juist leuk om zelf kerstversieringen te knutselen, ook bijvoorbeeld van verzamelde takken en dennenappels. Dat stimuleert bovendien de creativiteit.’

    Voor hem symboliseert de kerstboom alleen nog maar overmatige consumptie. ‘Hoe zou het zijn om ons meer te concentreren op gezamenlijke ervaringen? De tijd die je bespaart door niet naar warenhuizen te rennen, op internet te winkelen of een dennenboom naar huis te slepen, kun je heerlijk doorbrengen met de kinderen tijdens een bordspel of met je partner in de bioscoop. Wat een geweldig cadeau zou dát zijn.’

    Jochen Temsch is chef van de weekendredactie van Süddeutsche Zeitung

  • Agenda

    Agenda

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Dan Zhu’s eindeloosheid

    BEELDENDE KUNST – All ends meet. Museum Kranenburgh, tot 10/5

    De Chinese kunstenaar Dan Zhu (1985, Jiangxi) heeft in Museum Kranenburgh haar eerste grote museale solotentoonstelling in Nederland. De titel All Ends Meet verwijst naar het centrale thema in haar werk: eindeloosheid, transformatie en de onderlinge verbondenheid van alle dingen.

    In Zhu’s verfijnde beeldtaal vloeien alledaagse observaties, persoonlijke herinneringen en dagdromen samen alsof het om elkaar heen draaiende planeten zijn, organismen of microscopische structuren. Afgelopen jaar verbleef ze als artist in residence in het Bergerbos bij Bergen waar ze drie nieuwe werken produceerde, waaronder een indrukwekkende muurschildering met reusachtige dolfijnen. De zoogdieren zijn een fascinatie van de kunstenares omdat ze intelligentie, spirituele kracht en harmonie symboliseren; ze ziet ze als voorbeeld van hoe mensen zouden kunnen samenleven: in gemeenschappen met eigen talen en culturen, vreedzaam maar wel los van elkaar.

    AGE Zhu

    Haar carrière is sinds het winnen van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in 2020 langzaam gegroeid, haar kwaststreken zijn iets breder geworden.

    Dan Zhu is heel precies en tegelijkertijd dromerig in haar zorgvuldig getekende werken. Tegen een galeriehouder zei ze eens eerst een ‘fontein van beelden’ in haar hoofd te laten ontstaan, die ze ‘ouderloos’ noemde. Een aantal zet zich dan vast en brengt haar handen in beweging, ‘als een organisme waar plotseling bloed door begint te stromen’.


    AGE Altaky compressed

    Arabische oud

    De Syrische muzikant Nawras Altaky bespeelt de Arabische luit, de oud, waarop al millennia spirituele muziek wordt gespeeld. In dit familie- concert verkent zijn kwartet de muzikale tradities die via de Zijderoute door India en de Arabische wereld naar het westen reisden.

    Bimhuis, Amsterdam 19/1


    Sociaal kapitaal

    BEELDENDE KUNST – Social Capital. Stedelijk Museum, Amsterdam, tot 2/7

    Kunstenaar Farida Sedoc heeft de tussenverdieping van het Stedelijk Museum overgenomen. Met een monumentaal drieluik combineert ze fotografie, zeefdruk, textiel en grafisch ontwerp. Ook maakt ze gebruik van flyers en posters afkomstig uit protestbewegingen, countercultures en subculturen. Het werk is gemaakt in opdracht van IN SITU, de nieuwe serie waarin het Stedelijk jonge kunstenaars vraagt de mezzanine van het museum in te richten.

    AGE Capital

    Met verschillende groepsportretten uit haar persoonlijke archief wil Sedoc voelbaar maken hoe gedeelde doelen (sociaal kapitaal) mensen samenbrengen en hoe een netwerk van relaties en onderling vertrouwen binnen gemeenschappen kan leiden tot een vreedzame collectiviteit.


    Hiphoppen

    De Nederlandse hiphop-community doet mee aan Netherlands Hip Hop Dance Championship in Maastricht. Alle doelgroepen zijn welkom, ook Special Crews (dansers met een beperking), om Nederland te vertegenwoordigen tijdens de kampioenschappen in de VS.

    Maastricht, Mett 31/1, 1/2


    Humorvolle observaties

    BEELDENDE KUNST – What the hell was I thinking? Kunsthal, Rotterdam, tot 3/5

    De Britse kunstenaar David Shrigley (1968) richt in de Kunsthal nadrukkelijk de blik op zichzelf. Zijn droogkomische tekeningen, absurdistische installaties en scherpe observaties geven niet alleen commentaar op de maatschappij, maar ook op zijn eigen artistieke proces. Voor Shrigley is kunstenaarschap geen verheven genialiteit, maar een traject vol twijfel, experiment en reflectie dat hij openlijk met het publiek deelt.

    AGE What the hell

    Shrigley laat vijftig nieuwe tekeningen van dieren, mensen en alledaagse situaties zien, speciaal gemaakt voor de tentoonstelling. Ook present zijn zijn opblaasbare sculpturen, waaronder Swan Thing, waarin de zwaan verandert in een cartoonesk figuur en Fluff War, een arena waarin pluisjes elkaar speels te lijf gaan.

    Verder is een 3 meter hoog, mechanisch bewegend naaktmodel gesmeed uit meteoriet te bezichtigen. Een monumentale wand toont foto’s van fans die zijn tekeningen op hun huid hebben laten tatoeëren – een bewijs van de cultstatus die zijn werk tot ver buiten de kunstwereld heeft bereikt.


    AGE Sting compressed 2

    Sting, de musical

    Popster Sting komt met zijn meest persoonlijke werk, The Last Ship, naar Nederland. De musical, over een gemeenschap die vecht tegen het verdwijnen van de scheepsbouw in het Noord-Engelse Wallsend, de stad waar Sting zelf opgroeide, is een eerbetoon aan arbeiders en familiebanden.

    Carré, 14/1 tot 1/2

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Japans rollenspel over het verlangen naar nabijheid

    Acteur worstelt met alter ego’s

    SPEELFILM – In Rental Family van de Japanse filmmaker Hikari wordt Philip Vanderploeg, een Amerikaanse acteur van middelbare leeftijd die al een paar jaar in Japan werkt, zo vaak geassocieerd met zijn verschijning in een tandpastacommercial dat hij nauwelijks tv- of filmrollen meer krijgt. Een bedrijf waar je mensen kunt inhuren om de rol van familieleden, vrienden of zelfs liefdespartners over te nemen, biedt uitkomst. Het wordt ingewikkeld wanneer Philip zich verbonden begint te voelen met zijn alter ego’s. Voor Asian Movie Pulse, een intercontinentaal platform voor Aziatische cinema, schrijft Adriana Rosati dat regisseur en scenarist Hikari haar talent etaleert ‘om verhalen over sociale ongemakkelijkheid te vertellen met een lichtheid en gevoel voor humor die nooit oppervlakkig aanvoelen’. Ze observeert de in Japan gangbare sociale service om tijdelijk (familie)problemen op te lossen maar ‘stelt ook de emotionele gevolgen aan de kaak door voor het narratief een westerse mol te gebruiken’.

    Dat betekent niet dat de filmmaker ‘commentaar levert op een cultureel verschijnsel, maar juist de emotionele universaliteit ervan’ blootlegt, meent Mia Pflüger in KinoZeit. Hikari laat zien dat de personages ‘zich ervan bewust zijn dat alles wat ze delen geleend is, maar zich er niettemin oprecht in verliezen’. Hier bereikt de film volgens de recensent een ‘magische zone waarin enscenering en authenticiteit niet van elkaar zijn te onderscheiden’. Zo ontstaat ‘een stille, ontroerende film over de paradox van onze tijd: we verlangen naar nabijheid, maar deinzen er tegelijkertijd voor terug’.

    GER Rental Family

    ‘Zoet en ontroerend, maar nooit overdreven sentimenteel. Hikari weet hoe ze humor en ontroering moet doseren’, stelt Katie Walsh voor LA Times. Volgens haar is Brendan Fraser, die in 2023 een Oscar won voor zijn rol in The Whale, geknipt voor de hoofdrol, ‘vanwege de inherente goedheid die van hem afstraalt’.

    Los van de lichte ‘overmaat aan sentimentaliteit’ werd Giulio Zoppello, criticus van het Italiaanse Today, aan het denken gezet over ‘deze pirandelliaanse weergave van het moderne bestaan. In hoeverre zien we anderen steeds meer als onze projectie, waardoor elke mogelijkheid wordt weggenomen om te zijn wie we willen zijn?’

    Rental Family met Brendan Fraser van Hikari draait vanaf 8 januari in de bioscoop.


    De grappen van South Park bedenken nu zichzelf

    Hoe het Witte Huis tot satire werd

    COMEDY – Met het 27e seizoen heeft South Park meer controverse opgeroepen dan in jaren (misschien wel ooit), maar ook enkele van de hoogste kijkcijfers ooit behaald, schrijft The Guardian over de Amerikaanse satirische animatieserie.

    Een groot verschil is dat waar de makers Trump eerst liever via een stand-in (Mr. Garrison) lieten rondlopen, in de recente seizoenen is gekozen voor een explicietere, groteskere Trump, die ook exact diens beeltenis heeft. Niet alleen wordt zijn persoonlijkheid belachelijk gemaakt, ook functioneert hij als machtsmachine: hij klaagt, dreigt, procedeert en trekt iedereen daarin mee, aldus The New Yorker. Trump is niet langer een clown aan de zijlijn, maar een allesbepalend gegeven.

    South Park, in 1997 door Trey Parker en Matt Stone bedacht voor Comedy Central, bespot hiermee niet alleen Trump zelf, maar ook het ecosysteem dat hem mogelijk maakt, duidt ook de Britse krant; van mediabedrijven die terugdeinzen tot politici en types rond het Witte Huis die meebewegen uit opportunisme of angst.

    GER South Park

    Ook El País bejubelt van een van de meest controversiële afleveringen in de bijna dertigjarige geschiedenis van de serie. Zo vraagt de Amerikaanse president Lucifer om seks en heeft hij een affaire met J.D. Vance, die zich niet stoort aan zijn teeny tiny penis. Eerder werd Saddam Hoessein in een vergelijk- bare situatie met de duivel getoond, zoals ook Satan zich in de aflevering herinnert: ‘Je doet me erg denken aan een andere kerel met wie ik vroeger omging. Jullie zijn precies hetzelfde,’ zegt hij tegen Trump.

    Ook verontwaardigde reacties, zoals die uit het Witte Huis, worden onderdeel gemaakt van de grap, signaleert Le Monde. Zo zei woordvoerder Taylor Rogers naar aanleiding van de nieuwe reeks dat ‘De hypocrisie van links’ geen grenzen kent; ‘Jarenlang hebben ze South Park (…) bestempeld als aanstootgevend, maar plotseling prijzen ze de show’ en: ‘Deze show is al twintig jaar irrelevant en hangt aan een zijden draadje met inspiratieloze ideeën in een wanhopige poging om aandacht te trekken.’

    Maar hoeveel inspiratie het Witte Huis in werkelijkheid ook biedt, de makers zijn er niet per se blij mee. ‘Het lastige is dat satire werkelijkheid is geworden,’ zei Parker tegen het Australische ABC. Stone beaamt dit: ‘Het voelt alsof ze hun eigen grappen en satire bedenken. En omdat ze dat openlijk doen, kun je ze er niet echt meer mee bespotten.’


    Yumna Al-Arashi’s geweldloze beelden

    Geportretteerden als medemakers

    FOTOGRAFIE – De Jemenitisch-Egyptisch- Amerikaanse kunstenaar Yumna Al-Arashi (1988) begon haar carrière als autodidact documentair fotograaf en publiceerde onder meer in National Geographic, The New York Times en The Guardian, maar liep daarbij aan tegen de machtspositie van de beeldmaker. Deze is in staat zijn of haar onderwerp (onbedoeld) eenzijdig neer te zetten; ‘Fotografie draagt een vorm van geweld in zich die tot uiting komt in de woorden die we ervoor gebruiken, denk aan “vangen”, “schieten”, “nemen”,’ aldus de kunstenaar in een interview met WePresent.

    Haar werk werd politieker en conceptueler van aard, waarbij ze bewust wil ontsnappen aan de ‘westerse antropologische’ blik; haar foto’s zijn er niet op uit te bewijzen of te ontmaskeren. De vrouwen die ze fotografeert zijn geen voorbeelden of symbolen, maar simpelweg medemakers van het beeld. ‘Het is een correctie op hoe het Westen al decennialang naar vrouwelijke lichamen uit de MENA-regio kijkt [Midden-Oosten en Noord-Afrika]’, schrijft fotografietijdschrift Aperture, dat haar werk kadert als dekoloniaal.

    CUL Al Arashi

    De weigering tot duiding – geen uitleg, geen contextbordjes ter verduidelijking maar lichamen die simpelweg aanwezig zijn ‘als een archief van ervaring, pijn en verzet’ – is precies wat het werk spannend maakt, meent British Journal of Photography, dat in dit verband spreekt van een verschuiving van klassieke documentaire fotografie naar wat het ‘relationele fotografie’ noemt: beelden ontstaan uit vertrouwen, nabijheid en een tijdsinvestering in plaats van observatie op afstand.

    Deze benadering gebruikte Al-Arashi ook voor haar boek Aisha, uit 2023, over vrouwelijke aanwezigheid, lichamelijkheid en zelfbeschikking in de Arabische wereld en haar diaspora. Volgens Conscientious Photography Magazine wordt de kijker hierin uitgenodigd tijd door te brengen met de geportretteerde vrouwen; het gaat niet om één ‘beste’ foto of een snelle boodschap, maar om nabijheid en duur. En de kijker heeft niet langer het laatste woord.


    Spirituele bulldozering

    Gekwelde artiest die opnieuw het leven omarmt

    POPMUZIEK – Maakte de Australische songwriter, popster en auteur Nick Cave met zijn vorige album Wild God in 2024 een ‘fraaie comeback’ nadat hij in 2022 voor de tweede keer een zoon verloor, met het nieuwe Live God ‘omarmt hij opnieuw het leven’, schrijft Jordi Bianciotto in El Periódico. Met achttien tracks – recente nummers en klassiekers uit zijn veertigjarige carrière – brengt Cave zijn publiek ‘naar een ongemakkelijke maar troostende plek, waar rouw en het lawaai van de wereld worden omgezet in een soort kosmische viering, misschien wel als offer aan de Allerhoogste’.

    ‘Een bewijs van artistiek vakmanschap en voortdurende innovatie’, vindt Chris Connor van Clash Magazine. Volgens hem valt er ‘geen zwakke schakel te ontdekken tussen de pulserende nummers die zoals altijd bij Cave ergens tussen licht en duisternis zweven’.

    GER Live God

    De liveopname van Caves concert in Parijs in 2024 maakte op Dennis Rieger van Plattentests daarentegen een ‘vreemde, ambivalente indruk’. Hij mist de ‘vooraf opgenomen vocalen, het gospelkoor en de real time toonhoogtecorrectie’ die Caves laatste studioalbum ‘zo goed maakten’. Ook vraagt hij zich af waarom evergreens als Weeping Song, Jubilee Street en The Mercy Seat ontbreken.

    Ed Power van The Irish Times was getuige van twee van Caves laatste concerten en spreekt van ‘spirituele bulldozering in die doorgaans zielloze “enormodomes”’. Het nieuwe dubbelalbum noemt hij ‘verbluffend’, met een ‘glorieuze gospel-make-over van de knoestige hoogtepunten uit zijn oeuvre en het meditatieve verlangen’ waar zijn vorige plaat van getuigt.

  • Oscaruitreiking zal vanaf 2029 op YouTube worden uitgezonden

    Oscaruitreiking zal vanaf 2029 op YouTube worden uitgezonden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » DR Congo: M23 trekt zich terug uit Uvira op verzoek van de VS

    » Brazilië: Congres neemt wet aan om Bolsonaro’s gevangenisstraf te verkorten

    Nu wordt de ceremonie nog door de tv uitgezonden

    Dit is een beslissing ‘die ongetwijfeld voor opschudding in Hollywood zal zorgen’: de Academy of Motion Picture Arts and Sciences maakte woensdag bekend dat ze een meerjarige overeenkomst met YouTube heeft gesloten. Daarmee krijgt het platform volgens Variety ‘vanaf 2029 exclusieve wereldwijde uitzendrechten voor de ceremonie’ en is de Oscaruitreiking vanaf dat jaar niet langer via de televisie te volgen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Amerikaanse zender ABC (onderdeel van de Disneygroep) bezit de uitzendrechten tot 2028, het jaar waarin de Oscars hun honderdjarig jubileum vieren. Het is nog onduidelijk wat er zal gebeuren met de uitzendovereenkomsten met internationale zenders, ‘die extra inkomsten opleverden in termen van rechten en reclame’ voor de Academy, en waarvan sommige pas na 2029 aflopen.

  • Schimmels met een eigen wil

    Schimmels met een eigen wil

    Antropoloog Anna Tsing en architect Feifei Zhou tonen in de tentoonstelling Fungi. Anarchistische ontwerpers zwammen en schimmels als actieve spelers in een wereld die niet alleen door mensen wordt gevormd.

    In Het Nieuwe Instituut breken antropoloog Anna Tsing en architect Feifei Zhou met het modieuze gebruik van schimmels en zwammen als trendy en duurzaam materiaal. De twee curatoren kozen voor een andere benadering omdat zij nadrukkelijk voorbij wilden gaan aan de ‘grenzeloze groei’ op basis van uitbuiting, die ‘met het inlijven van schimmels in het ontwerpen productieproces in feite gewoon wordt voortgezet’. De tentoonstelling mocht dan ook in geen geval de zoveelste presentatie worden van gebruiksvoorwerpen of bouwstenen die uit zwamvlokken zijn opgekweekt. In plaats daarvan dichten zij deze ‘autonome wezens’ grootgebracht op het mycelium van kapitalisme en kolonialisme een eigen multi-soortelijke wereld toe. Met dit anders-dan-menselijk leven, voorbij grenzeloze groei en uitbuiting, zouden bondgenootschappen moeten worden gezocht.

    Met dit anders-dan-menselijk leven zouden bondgenootschappen moeten worden gezocht

    Waarom de radioactieve straling na de kernramp van Tsjernobyl minder snel afnam dan verwacht? Antropoloog Bettina Stoetzer, kunstenaarsduo Berkveldt en Åsa Sonjasdotter maken zichtbaar hoe hertentruffels radioactiviteit in de kringloop houden via bewegingen en uitwerpselen van wilde zwijnen die de truffels eten. Of de installatie van ecologen Ivette Perfecto en Zachary Hajian-Forooshani, die samen met Filipp Groubnov aantonen hoe de schimmel koffieroest gedijt in de monocultuur van industriële koffieplantages. Wordt dat evenwichtige ecosysteem verstoord om maximale opbrengsten te behalen, dan kan een schijnbaar onbeduidende schimmel het hele systeem ontwrichten.

    Nieuwe Instituut Rotterdam, tot 9/8/26.

  • Een ode aan een Franse filmklassieker

    Een ode aan een Franse filmklassieker

    De Amerikaanse regisseur Richard Linklater biedt in Nouvelle Vague een blik achter de schermen van de filmklassieker À bout de souffle. In deze speelse reconstructie brengen hedendaagse acteurs iconische figuren zoals Jean-Luc Godard opnieuw tot leven.

    Richard Linklater (65), bekend van Before Sunrise (1995), Before Sunset (2004), Boyhood (2014) en nog pakweg 25 films, bewijst met Nouvelle Vague alle eer aan de gelijknamige Franse filmbeweging. In zijn nieuwe werk keert de Amerikaanse regisseur terug naar 1960, toen de destijds 29-jarige Jean-Luc Godard zijn baanbrekende meesterwerk À bout de souffle opnam. Hedendaagse acteurs vertolken de rollen van Godard, van collega-regisseurs als Eric Rohmer, Agnès Varda en François Truffaut en van hoofdrolspelers Jean Seberg en Jean-Paul Belmondo.

    ‘Hij omarmt de vreugdevolle chaos die het tot een meesterwerk zal maken’

    In The Detroit News noemt Adam Graham de film ‘een feestje voor filmliefhebbers waarin het idee wordt gevierd dat cinema de wereld kan veranderen’. Volgens de criticus slaagt Linklater er met zijn ‘losse, komische toon in om de jeugdige energie van de scènes te vangen waarmee Godard de filmtradities van die tijd bekeek’. Olivia Waxman gaat voor TIME terug naar de gemengde kritieken die Godards film destijds ten deel vielen. Men vond dat er ‘geen plot was in de gebruikelijke zin van het woord en schreef over de ‘irrationale samenhang van een nachtmerrie. (…) Dat tekent de rebelse geest waarmee de film is gemaakt, als reactie op wat er toen speelde: van protesten tegen de Vietnamoorlog tot de seksuele revolutie. Bewegingen die ingingen tegen alle conventies. Precies wat de jonge Franse filmmakers aan het doen waren.’ Volgens Antoine Desrues van Écran Large is het Linklater in ‘deze nepbiografie van Godards film’ niet zozeer te doen om de gedachte achter een van de invloedrijkste films uit de geschiedenis, ‘maar omarmt hij de vreugdevolle chaos die het tot een meesterwerk zal maken’.

    In Le Figaro schrijft Eric Neuhoff dat het geen toeval is dat Nouvelle Vague door ‘een buitenlander’ is gemaakt, iemand die ‘met de nodige afstand een scherp, geïnspireerd en teder oog werpt op deze gezegende periode. (…) Linklater brengt een eerbetoon aan een generatie: vrolijk, levendig, nostalgisch en broederlijk.’

    Nouvelle Vague van Richard Linklater draait sinds 27 november in de bioscoop.