360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
Het gaat over ons
Tina Farifteh (1982, Teheran) onderzoekt sinds haar opvallende afstudeerproject aan de KABK in Den Haag hoe machtsstructuren het leven van gewone mensen beïnvloeden. Voor de jaarlijkse fotopdracht van het Rijksmuseum documenteerde ze het Nederlandse asielsysteem.
B., die na meer dan vier maanden vreemdelingendetentie op Schiphol en een verblijf in Ter Apel in een asielprocedure verwikkeld zit, is gids en verteller in Document Nederland, een bewuste keuze van Farifteh om niet mee te doen aan het politieke debat waar óver asielzoekers gepraat wordt in plaats van naar hen te luisteren. In Nederland worden vluchtelingen vaak gelukszoekers genoemd, zegt Tina tegen B., die vraagt of ermee bedoeld wordt dat alle asielzoekers gelukkig zijn? Ze laat zien hoe schrijnend koud de sobere, soms zelfs vijandige architectuur is van het asielsysteem. Ooit opgezet om mensen in nood bescherming te bieden, is het veranderd in een systeem dat mensen beschadigt. Deze tentoonstelling gaat niet over hen, maar over ons.
Rijksmuseum Amsterdam, tot 11/1/26.
Fantastische wezen
Van zeemeerminnen tot cyclopen: bekende en aanstormende kunstenaars herinterpreteren mythische figuren. In textiel, keramiek, video en installaties maakten zij hun eigen fantastische wezens geïnspireerd door eeuwenoude verhalen.
Museum Bommel van Dam, Venlo tot 22/3/26.
Autonome wezens
In Het Nieuwe Instituut breken antropoloog Anna Tsing en architect Feifei Zhou met het modieuze gebruik van schimmels en zwammen als trendy en duurzaam materiaal. De twee curatoren kozen voor een andere benadering omdat zij nadrukkelijk voorbij wilden gaan aan de ‘grenzeloze groei’ op basis van uitbuiting, die ‘met het inlijven van schimmels in het ontwerpen productieproces in feite gewoon wordt voortgezet’. De tentoonstelling mocht dan ook in geen geval de zoveelste presentatie worden van gebruiksvoorwerpen of bouwstenen die uit zwamvlokken zijn opgekweekt. In plaats daarvan dichten zij deze ‘autonome wezens’ grootgebracht op het mycelium van kapitalisme en kolonialisme een eigen multi-soortelijke wereld toe. Met dit anders-dan-menselijk leven, voorbij grenzeloze groei en uitbuiting, zouden bondgenootschappen moeten worden gezocht.
Waarom de radioactieve straling na de kernramp van Tsjernobyl minder snel afnam dan verwacht? Antropoloog Bettina Stoetzer, kunstenaarsduo Berkveldt en Åsa Sonjasdotter maken zichtbaar hoe hertentruffels radioactiviteit in de kringloop houden via bewegingen en uitwerpselen van wilde zwijnen die de truffels eten. Of de installatie van ecologen Ivette Perfecto en Zachary Hajian-Forooshani, die samen met Filipp Groubnov aantonen hoe de schimmel koffieroest gedijt in de monocultuur van industriële koffieplantages. Wordt dat evenwichtige ecosysteem verstoord om maximale opbrengsten te behalen, dan kan een schijn- baar onbeduidende schimmel het hele systeem ontwrichten.
Nieuwe Instituut Rotterdam, tot 9/8/26.
Levenslust
Mounira Al Solh (Beiroet, 1978) groeide op in een door oorlog verscheurd Libanon. In haar solotentoonstelling combineert ze mythen uit het Midden-Oosten met eigentijdse thematiek op een kleurrijke, humorvolle manier; levenslust als vorm van verzet.
Bonnefantenmuseum, Maastricht tot 11/1/26.
Nieuw surrealisme
Zes toonaangevende internationale kunstenaars – Kerstin Brätsch, Monster Chetwynd, Laure Prouvost, Tai Shani, Emma Talbot en Raphaela Vogel – selecteerden werken uit de collectie van het Boijmans, waarmee ze een meervoudige conversatie konden voeren tussen verleden en heden, tussen bewustzijn en het onderbewuste, tussen de taal van het historische surrealisme en de beeldtaal van hedendaagse kunstenaars.
Geen wonder dat Raphaela Vogel (Neurenberg, 1988) erbij zit, bekend van haar scheppingsdrift in de vorm van grootschalige installaties. Hoe zou het surrealisme er vandaag uit kunnen zien? Met welke vrijheid en welke humor worden alternatieve werkelijkheden bespreekbaar gemaakt en naar de actualiteit getrokken?
Museum Boijmans Van Beuningen, tot 6/4/26.
Parallellesound
DJ’s, producers en field recorders, legden drie jaar lang wereldwijd geluiden, video’s en lokale muzikanten vast. Het resultaat: elf tracks die diverse culturen, instrumenten en ritmes samenbrengen in hun kenmerkende elektronische clubsound.
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
Veeleisende plaat in dertien talen
Rosalía’s verzet tegen het algoritme
MUZIEK – In een wereld waarin luisteraars steeds meer worden aangemoedigd om achterover te leunen en het werk aan algoritmen en AI over te laten, zou het enorm bemoedigend zijn als we een album omarmen dat precies het tegenovergestelde van ons vraagt, schrijft Alexis Petridis in The Guardian. De gelauwerde Catalaanse singer-songwriter Rosalía windt er geen doekjes om dat dat precies is wat ze met Lux van haar luisteraars verlangt. Op de vraag in een podcast van The New York Times of het album – dat een liedcyclus in vier ‘movements’ bevat gebaseerd op de levens van ver- schillende vrouwelijke heiligen, waarop ze in dertien verschillende talen zingt onder begeleiding van het London Symphony Orchestra en dat in geen enkel opzicht klinkt als voorganger Motomami uit 2022 – niet erg veeleisend is, antwoordt ze: ‘Absoluut.’
Lux zou, vervolgt de Nieuw-Zeelandse omroep RNZ haar antwoord, een reactie zijn op de snelle dopamineshot die gedachteloos scrollen op sociale media met zich meebrengt: iets waar je je aandacht echt bij moet houden. Toch, aldus Petridis, is het album niet ‘louter experimenteel’, daarvoor zijn de nummers ‘te doortrokken van emotionele rauwheid’. Het zijn ‘stuk voor stuk prachtige songs, vol opvallende momenten. (…) Hoeveel moeite er ook in de totstandkoming is gestoken – van het leren van al die talen tot het inhuren van Pulitzerprijswinnaar en klassiek componist Caroline Shaw voor de arrangementen – Lux is te dramatisch, te doorleefd om te voelen als slechts de uitwerking van een slimme hypothese.’
Ondanks alle eruditie en grensoverstijgingen is Lux geen gigantisch pakket huiswerk, meent ook Pitchfork: ‘Het is een opera-achtige klaagzang voor een nieuwe generatie, een verfijnd oratorium voor het rommelige hart. Ja, de credits lezen als een conservatorium’ – Catalaanse koren, klassieke muzikanten en Pharrell Williams, om er maar een paar te noemen – ‘maar Rosalía’s stem blijft het middelpunt.’
‘Er móét een andere manier zijn om pop te maken. Björk heeft het bewezen. Kate Bush heeft het bewezen,’ licht de zangeres zelf haar motivatie nader toe – waarmee ze niet alleen afgeeft op het huidige mediaklimaat, maar ook op het mainstreammuzieklandschap.
Bewustzijnsreis langs de gruwelen in Gaza
VN-rapporteur verricht daad van liefde, moed en waarheid
LITERATUUR – In Quando il mondo dorme (2025) beschrijft de Italiaanse advocaat Francesca Albanese hoe en waarom de wereld op het hoogste politieke en diplomatieke niveau structureel wegkijkt van de oorlog in Gaza. Albanese is gespecialiseerd in internationaal recht en werd in 2022 door de Verenigde Naties aangesteld als speciaal rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden. In maart 2024 sprak ze als eerste VN-functionaris van genocide door Israël. In een profielschets meldt Newsweek dat ‘Albanese en dertig VN-experts dit middels hun onderzoeken overtuigend bevestigden’.
‘In haar boek neemt de auteur ons mee op een reis die wordt gekenmerkt door de verhalen van tien mensen die haar hebben vergezeld om de geschiedenis, het heden en de toekomst van Palestina te begrijpen,’ schrijft Maria Elena De Gruttola voor het Italiaanse Avanti. Volgens de criticus gaat Albanese daarnaast in op de ‘duidelijke economische en technologische medeplichtigheid van talloze wereldwijd opererende bedrijven, wier steun het regime van de bezetter versterkt en oplossingen belemmert’.
Een ‘helder en verontrustend boek én een daad van liefde, moed en waarheid’, meldt de Franse boekensite Babelio. Volgens de recensent geeft Albanese ‘een stem aan de vrouwen, mannen en kinderen die dagelijks onrecht ervaren in Palestina’. Ze tekent onder meer de verhalen op van ‘een chirurg die is getekend door de gruwelen die hij heeft meegemaakt, een verbannen kunstenaar en een Joodse denker die door de apartheid is gebroken’. Giovanna Casagrande stelt voor Indielibri dat Albanese de mechanismen blootlegt ‘die zijn ingesteld om elke kritiek op Israël, dat wordt gedefinieerd als de enige democratie in het Midden-Oosten, tegen te gaan, terwijl het al decennia onder een apartheidsregime functioneert’.
‘Dit essay behoeft geen commentaar,’ vindt Alessia Ragno in L’Indiependente. ‘Dat dit boek in de Italiaanse boekhandel ligt, is een groot geluk en een redding uit de onwetendheid. Rijk aan bronnen, maar bovenal menselijk.’ Ragno haalt aan dat Albanese zelf in de bezette gebieden woon- de: ‘Ze heeft uit de eerste hand de gevolgen van de Israëlische koloniale bezetting ervaren en gebruikt de geschiedenis en de wet om elke stap, elke zin te demonstreren. Het lezen van haar boek is als een bewustzijnsreis.’
Het omarmen van vreugdevolle chaos
Nepbiografie van een meesterwerk uit de Franse cinema
FILM – Richard Linklater (65), bekend van Before Sunrise (1995), Before Sunset (2004), Boyhood (2014) en nog pakweg 25 films, bewijst met Nouvelle Vague alle eer aan de gelijknamige Franse filmbeweging. In zijn nieuwe werk keert de Amerikaanse regisseur terug naar 1960, toen de destijds 29-jarige Jean-Luc Godard zijn baanbrekende meesterwerk À bout de souffle opnam. Hedendaagse acteurs vertolken de rollen van Godard, van collega-regisseurs als Eric Rohmer, Agnès Varda en François Truffaut en van hoofdrolspelers Jean Seberg en Jean-Paul Belmondo.
In The Detroit News noemt Adam Graham de film ‘een feestje voor filmliefhebbers waarin het idee wordt gevierd dat cinema de wereld kan veranderen’. Volgens de criticus slaagt Linklater er met zijn ‘losse, komische toon in om de jeugdige energie van de scènes te vangen waarmee Godard de filmtradities van die tijd bekeek’. Olivia Waxman gaat voor TIME terug naar de gemengde kritieken die Godards film destijds ten deel vielen. Men vond dat er ‘geen plot was in de gebruikelijke zin van het woord en schreef over de ‘irrationale samenhang van een nachtmerrie. (…) Dat tekent de rebelse geest waarmee de film is gemaakt, als reactie op wat er toen speelde: van protesten tegen de Vietnamoorlog tot de seksuele revolutie. Bewegingen die ingingen tegen alle conventies. Precies wat de jonge Franse filmmakers aan het doen waren.’ Volgens Antoine Desrues van Écran Large is het Linklater in ‘deze nepbiografie van Godards film’ niet zozeer te doen om de gedachte achter een van de invloedrijkste films uit de geschiedenis, ‘maar omarmt hij de vreugdevolle chaos die het tot een meesterwerk zal maken’.
In Le Figaro schrijft Eric Neuhoff dat het geen toeval is dat Nouvelle Vague door ‘een buitenlander’ is gemaakt, iemand die ‘met de nodige afstand een scherp, geïnspireerd en teder oog werpt op deze gezegende periode. (…) Linklater brengt een eerbetoon aan een generatie: vrolijk, levendig, nostalgisch en broederlijk.’
Met humor, maar ook veel wrok
Atwoods leven zonder drank, drugs en seksuele escapades
LITERATUUR – Margaret Atwood had enige scrupules om een literaire autobiografie te schrijven. Ze was bang dat het saai zou worden: ‘Ik schreef een boek, ik schreef een tweede boek, ik schreef nog een boek…’ Overmatig drankgebruik, uit de hand gelopen feestjes en seksuele escapades zouden het verhaal hebben kunnen opleuken, maar zo heeft ze nu eenmaal niet geleefd, aldus Blake Morrison in The Guardian. Het resultaat noemt The Washington Post desalniettemin ‘rijk, weids en vol levensvreugde’; een wijze en geestige terugblik op het leven dat haar schrijverschap gevormd heeft. De bedenking kenmerkt Atwood (1939), die onder meer bekendstaat om haar humor en zelfspot. Als ‘nerdy brainiac’ groeide de Canadese op tussen stad en wildernis – winters in Ottawa, lange zomers in de bossen van Quebec en Ontario. Ze begon al jong gedichten en verhalen te schrijven en toont in haar werk veel en feministische betrokkenheid en ‘een hardnekkige neiging om conflicten en kritiek frontaal aan te gaan’. Met meer dan zestig boeken en de wereldwijde roem van onder meer Het verhaal van de dienstmaagd en Kattenoog groeide ze uit tot een van de invloedrijkste schrijvers van onze tijd.
Volgens Los Angeles Times leest Book of Lives: A Memoir of Sorts net zo soepel als haar romans; The New York Times noemt het een vat van toorn – ‘en toorn is interessant’. Zoals een vriend van haar zou hebben gezegd: ‘Maak haar niet boos, want dan leef je voor eeuwig.’ Een negatieve noot van New Statesman heeft eveneens met deze eigenschap te maken, namelijk dat Atwood ‘ondanks haar succes niet in staat is kritiek en oude krenkingen los te laten’.
Voor de vijftigste editie van Document Nederland, de jaarlijkse foto-opdracht van het Rijksmuseum, bracht fotograaf Tina Farifteh het Nederlandse asielsysteem in beeld.
Tina Farifteh (1982, Teheran) onderzoekt sinds haar opvallende afstudeerproject aan de KABK in Den Haag hoe machtsstructuren het leven van gewone mensen beïnvloeden. Voor de jaarlijkse foto-opdracht van het Rijksmuseum documenteerde ze het Nederlandse asielsysteem.
Ooit opgezet om mensen in nood bescherming te bieden, is het veranderd in een systeem dat mensen beschadigt
B., die na meer dan vier maanden vreemdelingendetentie op Schiphol en een verblijf in Ter Apel in een asielprocedure verwikkeld zit, is gids en verteller in Document Nederland, een bewuste keuze van Farifteh om niet mee te doen aan het politieke debat waar óver asielzoekers gepraat wordt in plaats van naar hen te luisteren. In Nederland worden vluchtelingen vaak gelukszoekers genoemd, zegt Tina tegen B., die vraagt of ermee bedoeld wordt dat alle asielzoekers gelukkig zijn? Ze laat zien hoe schrijnend koud de sobere, soms zelfs vijandige architectuur is van het asielsysteem. Ooit opgezet om mensen in nood bescherming te bieden, is het veranderd in een systeem dat mensen beschadigt.
Deze tentoonstelling gaat niet over hen, maar over ons.
Document Nederland, Rijksmuseum Amsterdam, tot 11/1/26.
In een kunstwereld die lange tijd gedomineerd werd door het viseuele, zette de Japanse kunstenares Takako Saito (1929-2025) onze fundamentele annames over waarneming radicaal op hun kop. Saito is dochter van een Japanse grootgrondbezitter, studeerde psychologie en nam deel aan de Sāzo Biiku undo-beweging, voor kunstonderwijs. Kunstenaar en landgenoot Ay-O introduceerde haar in de avant-gardekringen van Tokio, en later in New York.
Daar introduceerde oprichtend lid en coördinator George Maciunas haar bij de Fluxusgroep, een internationale gemeenschap van kunstenaars, architecten, componisten en ontwerpers met wie ze dezelfde vrije geest deelde. Saito begon (onder andere) met eindeloze variaties op het schaakspel.
Ze verving de traditionele houten stukken door identieke transparante flesjes gevuld met verschillende kruiden. Witte pionnen werden kaneel, zwarte lopers komijn, de zwarte koning duivelsdreksaus. Om te kunnen spelen, moet de deelnemer eerst twaalf verschillende geuren memoriseren. Ze verzegelde dozen die verschillende geluiden maken, gebruikte gewichten als pionnen, transponeerde het vlakke schaakbord naar spiralen, trappen en zelfs een bord van slechts 1 vierkant breed maar 64 vierkanten lang.
De democratiserende impuls – ze wilde dat iedereen deelnemer kon zijn – werd de kern van haar werk. Waar schaak traditioneel een cerebraal spel is, dwong Saito spelers hun zintuigen in te zetten.
De meer dan honderd schaakgerelateerde werken zijn volgens kenners ‘de meest diepgaande verkenning van de relatie tussen schaak en kunst sinds Marcel Duchamp’, die het spel vierde als ‘doelloos en puur’ intellectueel vermaak. Saito’s rijke erfenis strekt zich uit tot het MoMA, British Museum en Centre Pompidou en herinnert ons eraan dat kunst de meest radicale vorm van vrijheid kan zijn.
In de afgelopen tien jaar is het aantal vermeldingen van Vladimir Poetin in Russische academische artikelen aanzienlijk toegenomen. De president wordt genoemd als bron van citaten, als analysemodel of als ‘symbool van nationale waarden’. Verwijzingen naar Poetin zijn niet alleen te vinden in tijdschriften over politicologie en sociologie, maar ook in teksten over pedagogiek, filologie, cultuurwetenschappen en zelfs geneeskunde, aldus het Russische digitale medium Verstka.
Onderzoekers citeren Poetins toespraken en decreten als normatieve bronnen – niet als analyseobject, maar als bewijs voor een bepaalde these. De academische stijl neemt ook de terminologie van overheidsinstanties over; auteurs gebruiken vaak woorden als tradities, spiritualiteit, dienstbaarheid, bescherming, historisch geheugen en barmhartigheid.
Tussen 2022 en 2025 werd Poetins naam in minstens 26.500 academische papers vermeld. In dezelfde periode zijn er minstens 705 academische papers specifiek over Vladimir Poetin gepubliceerd. Deze collecties bevatten bijvoorbeeld teksten die presidentiële toespraken analyseren als modellen voor politiek discours.
Kneedgum van pollen
Pollen bestaat uit microscopisch kleine korrels met mannelijke voortplantingscellen die bomen, onkruid en grassen in bepaalde seizoenen afscheiden. Wetenschappers aan de Technische Universiteit van Singapore hebben technieken ontwikkeld om de rigide buitenste schil van pollen – gemaakt van een polymeer dat zo sterk is dat het soms ‘de diamant van de plantenwereld’ wordt genoemd – te hervormen en de korrels te transformeren tot een jamachtige substantie. Deze microgel zou een veelzijdige bouwsteen kunnen zijn voor veel milieuvriendelijke materialen, waaronder papier, folie en sponzen, schrijft Knowable Magazine.
In 2020 rapporteerden wetenschappers dat het incuberen van pollen in een alkalische oplossing van kaliumhydroxide bij 80 graden Celsius de structuur van pollenkorrels aanzienlijk kan veranderen, waardoor ze gemakkelijk water kunnen absorberen en vasthouden.
Dit maakt pollen net zo kneedbaar als de speelgoedklei Play-Doh. Voor deze behandeling lijken pollenkorrels meer op knikkers: hard, inert en grotendeels niet-reactief. Daarna zijn de deeltjes zo zacht dat ze gemakkelijk aan elkaar plakken, waardoor complexere structuren kunnen ontstaan.
Wanneer de microgel in een platte mal wordt gegoten en gedroogd, vormt hij een papier of folie die sterk maar toch flexibel is. Deze winnende combinatie van eigenschappen maakt talloze toepassingen mogelijk: slimme actuatoren waarmee apparaten veranderingen in hun omgeving kunnen detecteren en erop kunnen reageren, draagbare gezondheidsmonitors om hartsignalen te monitoren en meer.
De val van Icarus
Na zes sprongen uit een klein vliegtuig was de missie van skydiver Gabriel C. Brown en astrofotograaf Andrew McCarthy voltooid. Hun nieuwste werk, getiteld The Fall of Icarus, toont het kolkende, vurige oppervlak van de zon met daartegen het omgekeerde silhouet van Brown, die van de zon af lijkt te vallen. Het duo voerde dit project onlangs uit in Arizona, aldus kunstpublicatie This is Colossal
McCarthy staat bekend om zijn ongelooflijke geduld en minutieuze planning, die hem in staat stelden een reeks indrukwekkende foto’s en composities te maken die kosmische verschijnselen in detail laten zien. Hij werkt met een techniek waarbij hij meerdere hoogwaardige opnamen samenvoegt tot één beeld. Daarbij luisterde de timing bijzonder nauw; Browns sprong moest exact op het juiste moment worden vastgelegd.
Recentelijk zijn twee tot dusver onbekende orgelwerken van Johann Sebastian Bach in Duitsland gepresenteerd en voor het eerst uitgevoerd. De stukken trokken de aandacht van onderzoeker Peter Wollny toen hij in 1992 Bach-manuscripten catalogiseerde, schrijft de BBC.
Wollny deed er dertig jaar over om de auteur van de composities te achterhalen. Ze werden na 320 jaar voor het eerst uitgevoerd door de Nederlandse organist Ton Koopman in de Thomaskirche in Leipzig, waar Bach begraven ligt en waar hij 27 jaar als cantor werkte.
Volgens Wollny vertonen de stukken verschillende kenmerken die uniek zijn voor Bach. Tijdens een presentatie van de werken zei Wollny dat hij er voor ‘99,99 procent zeker van was dat Bach de twee stukken heeft geschreven’. Ze zijn nu toegevoegd aan de officiële catalogus van Bachs werken als BWV 1178 en 1179.
Plastic dodelijker dan gedacht
Wetenschappers van Ocean Conservancy hebben gemeten hoeveel plastic zeedieren moeten inslikken om een sterfrisico van 90 procent te lopen. Ze ontdekten dat een relatief kleine hoeveelheid plastic voldoende was om verschillende zeedieren te doden, schrijft The Guardian.
Zo zijn drie suikerklontjes aan plastic voldoende om een papegaaiduiker te doden, hebben karetschildpadden 90 procent stervenskans na het eten van slechts twee honkballen aan plastic en kan pakweg een plastic voetbal zeezoogdieren zoals bruinvissen doden. ‘Dat is verontrustend als je bedenkt dat er elke minuut meer dan een vuilniswagen aan plastic in de oceaan belandt,’ aldus de leider van het onderzoek.
Dieren krijgen vaak per ongeluk plastic binnen tijdens de jacht op voedsel; drijvende plastic zakken lijken bijvoorbeeld op de kwallen die zeeschildpadden graag eten.
Denemarken is kampioen vrijwilligerswerk
In Denemarken is het aantal vrijwilligers de laatste jaren hard gegroeid, meldt Politiken. Een voorbeeld van deze toename is de Deense moederhulpvereniging Modrehjælpen, die gerund wordt door onbetaalde vrijwilligers. De organisatie beschikt over 2217 vrijwilligers, verspreid over 44 lokale verenigingen in het hele land en besteedde in 2024 meer dan 400.000 uur aan babycafés, motorische ontwikkeling, babyzwemmen, natuurwandelingen, winkels en het bijstaan van kwetsbare gezinnen bij familierechtszittingen.
Volgens een rapport van onderzoekers van Vive, het Deense Nationale Centrum voor Sociaalwetenschappelijk Onderzoek, sluiten steeds meer Denen zich als vrijwilliger aan bij een vereniging van landeigenaren, een sportclub, een vakbond, een culturele club of een kiezersvereniging.
In 2024 verrichtte 40 procent van de burgers boven de 16 jaar onbetaald werk voor een non-profitorganisatie, wat betekent dat ongeveer 2 miljoen Denen vrijwilligerswerk deden. Dit is 5 procentpunt meer dan in 2020. Vorig jaar verrichtten vrijwilligers gemiddeld negentien uur onbetaald werk per maand. Dat is meer dan vier jaar geleden, toen het cijfer vijftien uur bedroeg.
Als we ook degenen meetellen die zich af en toe inzetten, bijvoorbeeld op een festival, dan bedraagt het aandeel vrijwilligers in de bevolking 45 procent. En amper 33 procent van de bevolking heeft nog nooit vrijwilligerswerk gedaan. Dit aandeel is sinds 2004 stabiel gebleven.
Een van de redenen voor de toename is de goede gezondheid van steeds meer senioren. Denemarken is samen met Noorwegen, Zweden en Nederland wereldkampioen vrijwilligerswerk, misschien niet toevallig ook de landen met de sterkste verzorgingsstaat.
Vrijwilligers zijn absoluut essentieel voor Modrehjælpen, benadrukt Ninna Thomsen, directeur van de organisatie: ‘Zonder hen zouden we geen nationale vereniging zijn die actief is in 44 steden in het hele land. Het is belangrijk voor de mensen die bij ons komen dat ze gratis hulp krijgen.’
Kristen Stewart zet met The Chronology of Water een opvallend regiedebuut neer. De film, gebaseerd op de memoires van de Amerikaanse schrijver Lidia Yuknavitch, kan rekenen op lof én kritiek.
De memoires van de Amerikaanse schrijver Lidia Yuknavitch (1963) naar het grote scherm brengen is geen geringe opgave, meent cultuurmagazine I-D. Toch zijn veel recensenten lyrisch over de verfilming door Kristen Stewart. De Californische actrice zou met The Chronology of Water ‘glansrijk [slagen] achter de camera’, met een eerste speelfilm die I.D. ‘ambitieus en abstract’ noemt. Het autobiografische relaas waarop de film is gebaseerd ‘is het meedogenloze verslag van seksueel geweld in haar [Yuknavitchs] jeugd, gevolgd door jaren van vlucht (in drugs, hyperseksualiteit en zelfdestructief gedrag), waarna de auteur (…) haar pijn kanaliseert in de literatuur’, beschrijft The Hollywood Reporter.
Volgens Variety slaagt Stewart waar velen faalden: ‘Als regisseur balanceert ze op een koord: ze maakt een film die vrijwel uitsluitend over bewustzijn gaat, en laat ons alles zien zonder ooit té expliciet te zijn.’
‘Zoals te verwachten haalt Stewart het beste uit haar acteurs,’ aldus Variety
Hierbij spelen zowel de audio als het camerawerk een grote rol, die beide de kijker tot de psyche van de hoofdpersoon doen doordringen. Ook wordt het acteerwerk van onder andere Imogen Poots geprezen. ‘Zoals te verwachten haalt Stewart het beste uit haar acteurs,’ aldus Variety. Het duo zou erin slagen Lidia ‘niet te reduceren tot een optelsom van pijnlijke herinneringen’ maar haar in al haar nuances en complexiteit te verkennen, volgens Rolling Stone. Het magazine noemt de manier waarop de regisseur ons onomwonden in het verhaal stort een beetje ‘punk’.
Die aanpak overtuigt niet iedereen; vooral uit het VK klinkt stevige kritiek. Time Out prijst Stewarts ambitie, maar vindt de film ‘te lang en herhalend’. The Upcoming struikelt over ‘clichés’, ‘overgestileerde opnamen’ en een pretentieuze toon die het emotionele gewicht zou ondergraven. The Arts Deskmeent dat de vorm het gevoel overvleugelt, Radio Times noemt de film ‘zelfgenoegzaam en naïef’, en The Guardian prijst weliswaar de intense, zintuiglijke regie en het sterke spel van Poots, maar bekritiseert tegelijk ‘jeugdig indie-gehannes’ en clichématige stileringen die vertragend werken. Zelf zal Stewart misschien niet al te veel over deze kritiek inzitten; fouten, zegt ze in een interview naar aanleiding van de film, zijn ‘fucking hot’.
The Chronology of Water verschijnt januari 2026 in de bioscoop.
In It Was Just an Accident bewijst Jafar Panahi opnieuw waarom hij tot de meest gelauwerde regisseurs van het moment behoort. ‘Grappig, ontroerend en weerzinwekkend,’ schrijft La Libre.
In It was just an accident herkent garagehouder Vahid de bestuurder van een auto die met pech komt aanrijden. Kan niet missen: het vreemde loopje en het geluid van zijn prothese; Eghbal, zijn voormalige beul in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Vahid besluit hem te gijzelen en wil hem levend begraven – tot hij gaat twijfelen. Vervolgens gaat hij op zoek naar getuigen die Eghbals identiteit kunnen bevestigen.
‘Jafar Panahi, Iraans meest prominente en gerespecteerde filmmaker, maakte een wonder van een film omdat er zo veel misging’, schrijft Barry Hertz in The Globe and Mail. Daarmee verwijst hij naar de zeven maanden dat Panahi zelf in de Evin-gevangenis zat. ‘Het maakt zijn nieuwste productie tot een bewijs van vindingrijkheid en moed, terwijl het ook een stille, woedende reactie is op het Iraanse regime.’
De film is ‘een oogverblindende getuigenis van Panahi’s talent’
‘Grappig, ontroerend en weerzinwekkend,’ vindt Hubert Heyrendt in La Libre. ‘Een oogverblindende getuigenis van Panahi’s talent. Hij maakt nu deel uit van de zeer selecte kring van regisseurs die de Gouden Palm, Leeuw en Beer hebben gewonnen.’
Volgens David Ehrlich van IndieWire wordt het hart van de film gevormd door ‘de onverzoenlijke misselijkheid van het bestaan in een land waar de getraumatiseerde slachtoffers van het regime gedwongen worden als buren te leven naast de mensen die het mogelijk blijven maken’.
It was just an accident van Jafar Panahi draait vanaf 6 november in de bioscoop.
Door grotere welvaart en de snelle cyclus van fast fashion zijn we het nauwgezette handwerk – ooit een vast onderdeel van het meisjesonderwijs – grotendeels verleerd. In de tentoonstelling Darn eert het Zeeuws Museum de bijna verdwenen vaardigheid van herstelwerk, stoppen en borduren.
Volgens het Zeeuws Museum zijn er generaties die nog geen knoop aan hun broek kunnen naaien. Door verschillende redenen, grotere welvaart en fast fashion zijn er twee van, is het betere herstelwerk uit de mode geraakt. De kwaliteit is gekelderd en een gat in een goedkoop in elkaar gezet kledingstuk is niet meer de moeite van het stoppen waard. Darn, Engels voor zowel ‘verdomme’ als repareren, is een eerbetoon aan het betere verstelwerk.
De steken moesten tot in de perfectie worden uitgevoerd, iedere keer opnieuw
Merklappen en eindeloos verstelde hemden komen uit de eigen collectie en zijn een resultaat van een paar eeuwen lang lessen in borduur- en stopwerk, een belangrijk onderdeel van het meisjesonderwijs. De steken moesten tot in de perfectie worden uitgevoerd, iedere keer opnieuw. Dat precieze en vlijtige handwerk, ook beoefend door mensen in geestesnood voor wie de concentratie therapeutische waarde bleek te hebben, is ingehaald door de moderne, veel snellere tijd. Maar nu halen hedendaagse modeontwerpers als Miuccia Prada en Stella McCartney en kunstenaars weer inspiratie uit ‘ouderwets’ brei-, haak- en stopwerk.
Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de recente roof uit het Louvre? ‘Deze inbraak legt de angst vast dat de staat niets meer kan beschermen, de vrouwen op straat niet, de winkeliers in de buitenwijken niet en nu zelfs de kroonjuwelen van het land niet.’
‘De Franse autoriteiten moeten grondig reflecteren (…) Frankrijk heeft jammerlijk gefaald in het beschermen van zijn erfgoed. In opdracht geroofde stukken zijn meestal schilderijen. Dat is een ongeschreven regel in de donkerste hoeken van de kunstwereld. Maar het is ook een les dat in dit tijdperk niets als vanzelfsprekend kan worden beschouwd. Het verwaarlozen van de bewaring van kunstwerken vandaag de dag leidt tot situaties als deze. Een verlies van deze juwelen is van onschatbare waarde.’
‘De overval op het Louvre vond plaats te midden van een politieke impasse, toenemende criminaliteit en de instorting van het publieke vertrouwen. Het legt de angst vast dat de staat niets meer kan beschermen, de vrouwen op straat niet, de winkeliers in de buitenwijken niet en nu zelfs de kroonjuwelen van het land niet. De nationale reactie is een mengeling van ongeloof en schaamte. Een vreselijke mislukking die het Franse moreel aantast. Het Louvre is niet zomaar een museum, het is het gezicht van Frankrijk. En dat gezicht heeft een klap gekregen.’
‘Het verlies van al die saffieren en diamanten hoeft uiteindelijk toch niet zo “rampzalig” te zijn, gezien de algehele toestand van de mensheid en de toekomst van de planeet (…) Het Louvre en gelijkgestemde elitekunstinstellingen staan symbool voor historisch onrecht, omdat ze dienen als bewaarplaatsen voor schatten die zijn vergaard door vorsten die hun rijkdom hebben opgebouwd ten koste van de arbeidersklasse – om nog maar te zwijgen van culturele artefacten en gestolen relikwieën uit voormalige koloniale nederzettingen.’
‘(…) de overval [was] een duidelijk voorbeeld van hoe dieven culturele instellingen niet per se binnenvallen vanwege hun kostbare schilderijen, maar vanwege de dure artefacten die gedemonteerd, losgemaakt of omgesmolten kunnen worden. Kunst wordt niet langergestolen vanwege hun culturele waarde (…) Werken van Picasso of Mondriaan duiken tientallen jaren later weer op in een kelder of achter een onopvallende slaapkamerdeur. Maar sieraden, munten of medailles lopen het risico voorgoed verloren te gaan – en snel ook.’
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
Geboren in een Bauhausnest
Nooit gehoord van Dr. Mahmoud Bodo Rasch (1943)? Het Design Museum in Den Bosch wil daar (terecht) verandering in brengen met de tentoonstelling Van Bauhaus naar Mekka.
Geboren in een Bauhausnest, vader en oom waren architecten opgeleid aan de beroemd geworden opleiding van Walter Gropius, leerde Rasch het vak kennen bij Frei Otto, pionier van lichtgewichtconstructies. Samen experimenteerden ze met zeepsop om architectonische overspanningen te ontwerpen, geïnspireerd door de elegantie van natuurlijke vormen.
Maar in 1974 nam Rasch leven een onver- wachte wending. Tijdens een gastdocentschap in de Verenigde Staten raakte hij geïntrigeerd door een stedenbouwcompetitie voor Mina in Saoedi-Arabië, waar jaarlijks miljoenen moslims samenkomen tijdens de hadj. Hij bekeerde zich zelfs tot de islam om functionaliteit en spiritualiteit anders te leren begrijpen dan als tegenpolen van elkaar. Rasch bestudeerde hoe twee miljoen mensen veilig door heilige ruimtes kunnen bewegen en niet sterven aan hitte en verdrukking. Voor het binnenplein van de moskee in Medina ontwierp hij enorme parasols van soepele lagen stof die automatisch openen en sluiten.
Zijn tentensteden voor Mina laten zien hoe hij het Bauhaus van zijn familie, de op de natuur geïnspireerde Leichtbau van leermeester Frei Otto, verenigde met de islamitische architectuur en vormgeving.
Design Museum Den Bosch, t/m 5 april
Amazone
Broken Spectre van Richard Mosse (1980) portretteert op een meeslepende manier de vernietiging van het Amazone-regenwoud tussen 2018-202: van microscopische details tot satellietbeelden, versterkt doorde soundtrack van Ben Frost.
Centraal Museum Utrecht, 29/3/26
Geen materialiteit
Met This youiiyou presenteert Tino Sehgal een werk dat de essentie van zijn radicale kunstpraktijk blootlegt: kunst die alleen bestaat in het moment van de ontmoeting zelf.
De in Berlijn woonachtige kunstenaar, choreograaf en politicoloog stelt met zijn ‘geconstrueerde situaties’ al decennia fundamentele vragen over wat kunst kan zijn in een tijd waarin alles wordt gefotografeerd en opgenomen. Zijn werk is dan ook verstoken van elke materialiteit. In This youiiyou creëert een groep performers een choreografie van stem, ritme en lichaamstaal rond het thema ‘intergenerationele verbondenheid’. Er is geen foto die als bewijs dient. Wat blijft is slechts de herinnering aan een fysieke aanwezigheid, een gesprek, een choreografisch gebaar voor wie er bij was.
De Pont, Tilburg, tot 1 maart
Indentiteit
Jacob Lawrence schilderde de strijd van zwarte Amerikanen in levendige, verhalende schilderijen. Zijn stijl kenmerkt zich door felle kleuren, duidelijke vormen en ritmische composities. Bekend werd hij met de Migration Series, over de trek naar het noorden.
Kunsthal KADE, Amersfoort, tot 4/1
Het betere verstelwerk
Volgens het Zeeuws Museum zijn er generaties die nog geen knoop aan hun broek kunnen naaien. Door verschillende redenen, grotere welvaart en fast fashion zijn er twee van, is het betere herstelwerk uit de mode geraakt. De kwaliteit is gekelderd en een gat in een goedkoop in elkaar gezet kledingstuk is niet meer de moeite van het stoppen waard. Darn, Engels voor zowel ‘verdomme’ als repareren, is een eerbetoon aan het betere verstelwerk.
Merklappen en eindeloos verstelde hemden komen uit de eigen collectie en zijn een resultaat van een paar eeuwen lang lessen in borduur- en stopwerk, een belangrijk onderdeel van het meisjesonderwijs. De steken moesten tot in de perfectie worden uitgevoerd, iedere keer opnieuw. Dat precieze en vlijtige handwerk, ook beoefend door mensen in geestesnood voor wie de concentratie therapeutische waarde bleek te hebben, is ingehaald door de moderne, veel snellere tijd. Maar nu halen hedendaagse modeontwerpers als Miuccia Prada en Stella McCartney en kunstenaars weer inspiratie uit ‘ouderwets’ brei-, haak- en stopwerk.
Zeeuws Museum, 30/11 tot 25/1
Brancusi
Met The Birth of Modern Sculpture er voor het eerst in Nederland een grote collectie te zien van Constantin Brancusi. In totaal worden er 31 meesterwerken, originele sokkels, foto’s en films gepresenteerd, die zijn invloed op de moderne beeldhouwkunst benadrukken.
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
Dansbaar protest tegen het stigma van de menopauze
Niet pauzeren maar vrolijk doorknallen
In 2001 scoorde de Engelse zangeres Sophie Ellis-Bextor (46) een wereldhit met het uiterst dansbare, retro-discoachtige Murder On The Dancefloor dat twee jaar geleden opnieuw de charts bestormde dankzij de soundtrack van de speelfilm Saltburn. Onlangs verscheen Ellis-Bextors achtste album Perimenopop, waarmee ze volgens critici afrekent met leeftijdsdiscriminatie van oudere vrouwelijke muzikanten.
In Musikexpress stelt Christina Mohr dat Ellis-Bextor met deze plaat kiest voor de ‘enige juiste reactie op de schandalige biologische aanfluiting van de menselijke waardigheid die “menopauze” heet. Door niet te pauzeren maar vrolijk door te knallen.’
Haar collega van RTV Suisse legt uit dat Ellis-Bextor heeft besloten ‘de perimenopauze, de hormonale overgangsfase die voorafgaat aan de menopauze, frontaal aan te pakken. In plaats van het te stigmatiseren, maakt ze er het centrale thema van haar album van en viert ze die periode van het vrouwenleven met humor en lichtheid.’ Tegelijkertijd ‘markeert de plaat een terugkeer naar haar roots: naar het dance-popgenre dat haar begin deze eeuw zoveel succes bracht’.
Roisin O’Connor schrijft in The Independent dat Ellis-Bextor wil bewijzen dat, ‘hoe onze vrouwenhatende muziekindustrie er ook tegenaan kijkt, vrouwen na hun vijfentwintigste uitstekend in staat zijn om knallers te maken. Daar slaagt ze in, en spectaculair ook. Ze levert een huzarenstukje met deze uitstekend geproduceerde en gedurfde plaat.’
Matt Collar noteert voor AllMusic dat de zangeres een paar ‘heerlijke nummers heeft gemaakt die haar dansvloerelan laten zien en haar coole, chique accent tegen pulserende disco-grooves. Gelukkig heeft ze de kunstzinnige lyriek van haar vorige, goed ontvangen barokpopalbums niet volledig verlaten.’ In Clash Magazine is Maddy Smith alleen al onder de indruk van de grootheden die aan het album hebben meegewerkt: van wie bassist en producer Nile Rodgers (voorheen Chic), de Amerikaanse ster Selena Gomez en de Britse singer-songwriter MNEK de bekendste zijn. Het leidt, ‘afgezien van momenten die wat flauw aanvoelen’, onder meer tot ‘funky anthems, een mix van jaren 80 synths met club-geïnspireerde muziek en een hele reeks van met dance doordrenkte popgenres, met Ellis-Bextors suikerzoete zang als statement’.
Onverwacht poëtisch
Het kleine grote verhaal van Emily
Met Emily Forever bevestigt Maria Navarro Skaranger haar reputatie als schrijver die ‘met klein materiaal groot weet te raken’, meent Aftenposten. De Noorse krant typeert de roman als intiem en beeldschoon, ‘gedragen door een opvallend milde, invoelende blik’; ‘Skaranger beschrijft zonder sensatiezucht, maar met precisie, hoe een jonge vrouw haar weg zoekt in een benauwd bestaan.’
Hoofdpersoon Emily, afkomstig uit een niet al te welvarend milieu, is negentien jaar oud en zwanger, en de vader van het kind is niet van plan om zich met haar of het leven van het ongeboren kind bezig te houden. Emily’s moeder besluit om bij haar dochter in te trekken en haar voor en na de bevalling te helpen. Ondertussen dienen zich andere mannen aan in Emily’s omgeving, maar ze heeft geen tijd, of geen zin, om hun aandacht te registreren. De roman gaat over hoe Emily wordt gezien door anderen, en hoe die lijken te denken te weten wie ze is.
De Noorse krant Adresseavisen prijst de manier waarop Skaranger haar verhaal overbrengt. Dat dit een allesbehalve somber boek is, schrijft recensent Ole Jacob Hoel, is te danken aan de ‘eigenzinnige verteller die tastend, speels en licht ironisch’ observeert en daarmee een ‘onverwacht poëtische’ toon weet te vangen.
Ook bij NRK Bok valt vooral Skarangers stijl in de smaak: ‘met vitaliteit, ironie en poëzie schrijft ze over zwangerschap, bevalling en kraamtijd en bovendien over klasse, wat tot uiting komt in de materiële details en de subtiele manier waarop over zorg en afhankelijkheid wordt geschreven’. Die combinatie levert, aldus de recensent, een compacte, gelaagde en geslaagde roman op.
Morgenbladet onderstreept dat de auteur ‘innig’ schrijft over een richtingloos bestaan – grijze dagen, televisie die de leegte moet vullen, zware gedachten – en dat het vertelperspectief niet alleen origineel is, maar bovendien een grote solidariteit met Emily opwekt.
Ook in Zweden zijn de besprekingen positief. Upsala Nya Tidning noemt Emily Forever ‘een stille, stralende kleine roman’: fragmentarisch maar trefzeker, klein in gebaar en groot in effect. Het Poolse cultuurplatform Wrocławski Portal Kulturalny benadrukt hoe Skaranger de thema’s moederschap, kwetsbaarheid en een sociaal precair bestaan zonder sentimentaliteit benadert. Juist dat het verhaal geen pathetisch tintje heeft en Emily niet tot slachtoffer wordt gemaakt, maakt het resultaat volgens de recensent ontroerend. ‘(…) het is (…) Skarangers’ onverzettelijke aandringen dat iedereen zijn eigen persoon is die het [boek] zo menselijk maakt. Prachtige literatuur,’ besluit het Deense Information.
Emily Forever verscheen in september bij Uitgeverij Oevers in een vertaling van Liesbeth Huijer.
Subtielof tochovergestileerd?
Het regiedebuut van actrice Kristen Stewart
De memoires van de Amerikaanse schrijver Lidia Yuknavitch (1963) naar het grote scherm brengen is geen geringe opgave, meent cultuurmagazine I-D. Toch zijn veel recensenten lyrisch over de verfilming door Kristen Stewart. De Californische actrice zou met The Chronology of Water ‘glansrijk [slagen] achter de camera’, met een eerste speelfilm die I.D. ‘ambitieus en abstract’ noemt. Het autobiografische relaas waarop de film is gebaseerd ‘is het meedogenloze verslag van seksueel geweld in haar [Yuknavitchs] jeugd, gevolgd door jaren van vlucht (in drugs, hyperseksualiteit en zelfdestructief gedrag), waarna de auteur (…) haar pijn kanaliseert in de literatuur’, beschrijft The Hollywood Reporter.
Volgens Variety slaagt Stewart waar velen faalden: ‘Als regisseur balanceert ze op een koord: ze maakt een film die vrijwel uitsluitend over bewustzijn gaat, en laat ons alles zien zonder ooit té expliciet te zijn.’
Hierbij spelen zowel de audio als het camerawerk een grote rol, die beide de kijker tot de psyche van de hoofdpersoon doen doordringen. Ook wordt het acteerwerk van onder andere Imogen Poots geprezen. ‘Zoals te verwachten haalt Stewart het beste uit haar acteurs,’ aldus Variety. Het duo zou erin slagen Lidia ‘niet te reduceren tot een optelsom van pijnlijke herinneringen’ maar haar in al haar nuances en complexiteit te verkennen, volgens Rolling Stone. Het magazine noemt de manier waarop de regisseur ons onomwonden in het verhaal stort een beetje ‘punk’.
Die aanpak overtuigt niet iedereen; vooral uit het VK klinkt stevige kritiek. Time Out prijst Stewarts ambitie, maar vindt de film ‘te lang en herhalend’. The Upcoming struikelt over ‘clichés’, ‘overgestileerde opnamen’ en een pretentieuze toon die het emotionele gewicht zou ondergraven. The Arts Deskmeent dat de vorm het gevoel overvleugelt, Radio Times noemt de film ‘zelfgenoegzaam en naïef’, en The Guardian prijst weliswaar de intense, zintuiglijke regie en het sterke spel van Poots, maar bekritiseert tegelijk ‘jeugdig indie-gehannes’ en clichématige stileringen die vertragend werken. Zelf zal Stewart misschien niet al te veel over deze kritiek inzitten; fouten, zegt ze in een interview naar aanleiding van de film, zijn ‘fucking hot’.
The Chronology of Water verschijnt januari 2026 in de bioscoop.
De onverzoenlijke misselijkheid van het bestaan
Iraanse regisseur grossiert in prijzen
In It was just an accident herkent garagehouder Vahid de bestuurder van een auto die met pech komt aanrijden. Kan niet missen: het vreemde loopje en het geluid van zijn prothese; Eghbal, zijn voormalige beul in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Vahid besluit hem te gijzelen en wil hem levend begraven – tot hij gaat twijfelen. Vervolgens gaat hij op zoek naar getuigen die Eghbals identiteit kunnen bevestigen. ‘Jafar Panahi, Iraans meest prominente en gerespecteerde filmmaker, maakte een wonder van een film omdat er zo veel misging’, schrijft Barry Hertz in The Globe and Mail. Daarmee verwijst hij naar de zeven maanden dat Panahi zelf in de Evin-gevangenis zat. ‘Het maakt zijn nieuwste productie tot een bewijs van vindingrijkheid en moed, terwijl het ook een stille, woedende reactie is op het Iraanse regime.’
‘Grappig, ontroerend en weerzinwekkend,’ vindt Hubert Heyrendt in La Libre. ‘Een oogverblindende getuigenis van Panahi’s talent. Hij maakt nu deel uit van de zeer selecte kring van regisseurs die de Gouden Palm, Leeuw en Beer hebben gewonnen.’
Volgens David Ehrlich van IndieWire wordt het hart van de film gevormd door ‘de onverzoenlijke misselijkheid van het bestaan in een land waar de getraumatiseerde slachtoffers van het regime gedwongen worden als buren te leven naast de mensen die het mogelijk blijven maken’.
It was just an accident van Jafan Panahi draait vanaf 6 november in de bioscoop.
Met De maagd van Orléans portretteert de Nationale Opera Jeanne d’Arc niet alleen als historisch en politiek figuur, maar vooral als moderne vrouw.
Moed, twijfel en trouw
Tsjaikovski’s De maagd van Orléans wordt zelden opgevoerd, maar in november is dit werk te zien in de Nationale Opera in Amsterdam. Het vertelt het verhaal van Jeanne d’Arc, die naast haar roeping als redder van het Franse vaderland wordt meegesleurd door haar gevoelens voor de Bourgondische ridder Lionel. ‘Met dit werk creëerde Tsjaikovski zijn eigen variant op de Franse grand opéra, waarin grootschalige historische thema’s op indrukwekkende wijze worden uitgewerkt,’ aldus De Nationale Opera.
Het Nederlands Philharmonisch Orkest begeleidt onder leiding van DNO-debutant dirigent Valentin Uryupin dit klassieke verhaal, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Friedrich Schiller, dat regisseur Dmitri Tcherniakov in een moderne rechtszaal plaatst. Hiermee wordt niet alleen de tijdloosheid van de legende, maar ook de hedendaagse relevantie van het onderwerp van vrouwenonderdrukking benadrukt.
‘Haar legende overstijgt die historische periode en is aangepast aan de behoeften van de moderne maatschappij’
Sommige feministische bewegingen omarmen Jeanne vanwege haar moed om zich tegen een patriarchaal systeem te keren. ‘Voor een modern publiek is het Frankrijk waar Jeanne voor vocht niet erg belangrijk. Haar legende overstijgt die historische periode en is aangepast aan de behoeften van de moderne maatschappij. Een van die behoeften is gelijkheid en in een wereld die overwegend patriarchaal is, zal Jeanne d’Arc een eeuwige representant zijn voor feministische actie’, aldus The Collector. Andere feministen keren zich juist van haar af omdat Jeanne zich heeft moeten bewijzen door een mannenrol aan te nemen. Daarbij is ze ook toegeëigend door het Franse ultranationalisme, zo schrijft Jakob Ringbom van de Universiteit van Gävle. Wat de opvattingen over Jeanne d’Arc ook mogen zijn, in de Nationale Opera is het oordeel aan de luisteraar.
Codes ontcijferen door creatief te denken: Kunstenaar Ryan Gander laat zich inspireren door het werk van Edgar Degas om ‘een ongrijpbaar gevoel van mysterie’ op te roepen.
Museum Beelden aan Zee presenteert met Pas de Deux een expositie waarin de Britse multidisciplinaire kunstenaar Ryan Gander (1976) volgens curator Brigitte Bloksma het werk van de Franse schilder en beeldhouwer Edgar Degas (1834-1917) herinterpreteert en in een hedendaagse context plaatst. Waar de schilderijen en sculpturen van Degas al anderhalve eeuw tot de verbeelding spreken, is het de eerste solotentoonstelling van Gander in Nederland.
Art Daily omschrijft Gander als een ‘veelzijdig neoconceptualist en amateur-filosoof wiens werk is doordrenkt van intellectuele speelsheid en scherpe humor. Van een kikker die menselijke taal spreekt tot onleesbare klokken, een fictieve vlag en de verzonnen geschiedenis van een paar broers en zussen.’ Zijn werken zijn ‘opvallend concreet’ en roepen tegelijkertijd ‘een ongrijpbaar gevoel van mysterie op’.
‘Niet alleen erg leuk om naar te kijken, maar het stelt ook de gangbare manier om naar kunst te kijken ter discussie’
In de jaarlijkse Royal Academy Summer Exhibition in Londen zag Chiara Wilkinson namens TimeOut een serie reusachtige opblaasbare ballen van de hand van Gander. Daarop had hij vragen aangebracht als ‘Wanneer weet je dat je gelijk hebt?’ en ‘Gaan alle deuren open?’ ‘Niet alleen erg leuk om naar te kijken, maar het stelt ook de gangbare manier om naar kunst te kijken ter discussie. Met de bedoeling om nieuwsgierig en ruimdenkend te zijn voordat je het museum betreedt.’
Collega Evgenia Siokos is minder enthousiast over de installatie, bekent ze in The Telegraph. Ze vraagt zich af waarom een kunstenaar het nietsvermoedende publiek met zulke ‘banale’ vragen confronteert: ‘Wel was ik benieuwd hoe hard het geluid zou zijn wanneer ik zo’n bal losmaakte en vlak voor de bus op Piccadilly naar beneden gooide.’
Uit een profielschets van Australian Arts Review komt Gander naar voren als kunstenaar die mikt op ‘associatieve denkprocessen’. Zijn werk doet denken aan ‘een puzzel, een netwerk met meerdere verbindingen, de fragmenten van een ingebed verhaal of een enorme reeks verborgen aanwijzingen die moeten worden ontcijferd. Zo moedigt hij kijkers aan hun eigen verbanden te leggen om de schertsvertoning op te lossen die de kunstenaar in zijn werk heeft geënsceneerd.’
Ryan Gander X Edgar Degas, Pas de deux, Museum Beelden aan Zee, Scheveningen, t/m 4 januari 2026.
Regisseur Scandar Copti volgt in de dramafilm Chroniques de Haïfa een Palestijns gezin in de stad Haifa, wier levens onder druk komen te staan door geheimen, geldzorgen en sociale taboes.
De kijker voelt onmiddellijk de spanning in Chroniques de Haïfa. Histoires palestiniennes (origineel Yinʿād ʿAlīkum), schrijft Sortir à Paris, dat de film typeert als een werk ‘in de traditie van geëngageerde realistische cinema’. Regisseur Scandar Copti volgt vier leden van een Palestijns gezin in Haifa, wier levens onder druk komen te staan door geheimen, sociale taboes en financiële last. Het zijn volgens de Franse site vooral ‘de alledaagse conflicten’ – de verantwoordelijkheid tegenover familie, de angst voor schande – die zwaar wegen.
‘Ik ben Palestijn voordat ik filmmaker ben’
Ook Télérama wijst op de manier waarop Copti zijn verhaal heeft opgebouwd: ‘als een puzzel’, een structuur die de verborgen spanningen langzaam blootlegt. Het blad benadrukt hoe de film ‘met overtuiging dodelijke ideologieën afwijst’ en tegelijk de intieme verhoudingen binnen een familie onderzoekt. Le Monde spreekt van ‘een netwerk van geheimen en leugens’ dat de familie uiteendrijft, en daarmee een scherp beeld schetst van de bredere sociale druk waaraan Palestijnse minderheden in Israël blootstaan. Copti zelf onderstreept in een interview in Courrier International dat zijn werk niet los te zien is van zijn afkomst; ‘Ik ben Palestijn voordat ik filmmaker ben.’ Hij groeide zelf op in Haifa en baseerde de film op ervaringen uit zijn eigen omgeving. Met niet-professionele acteurs, die maandenlang samenleefden om de familierelaties geloofwaardig te maken, wilde hij de alledaagsheid van die spanningen vangen.
Volgens Sortir à Paris wordt dat voelbaar in sleutelpassages, zoals de ontdekking van een zwangerschap en de ziekenhuisopname van dochter Fifi, momenten waarop ‘de façade van familie-eer afbrokkelt en de botsing tussen intimiteit en maatschappelijke verwachting scherp zichtbaar wordt’. ‘Alles begon met het verhaal van Shirley:’ vertelt Copti hierover, ‘een Joodse vrouw die gedwongen werd een abortus te ondergaan van een kind dat zij met een Palestijn had verwekt. Ik laat mij altijd inspireren door waargebeurde verhalen. (…) In mijn film stel ik vragen als: waarom zou ik geen seksuele relaties mogen hebben buiten het huwelijk? Of waarom zou ik mij moeten inschrijven bij het Israëlische leger?’
In de 3D-animatiefilm van de kunstenaar Hamza Halloubi dwaalt de geest van de Marokkaanse revolutionair Mehdi Ben Barka door het lege museumgebouw van het voormalige Fondation Louis Vuitton, ‘een symbool voor de verstrengeling van laatkapitalisme en kunst’.
De Marokkaans-Belgische kunstenaar Hamza Halloubi (1982) raakte geïntrigeerd door de verdwijning van de Marokkaanse revolutionair Mehdi Ben Barka (1920-1965), naar alle waarschijnlijkheid doordat hij een criticaster van koning Hassan II was. Er wordt gezegd dat hij begraven ligt in het Parijse Bois de Bologne, waar sinds 2014 de Fondation Louis Vuitton staat.
Halloubi verbindt in zijn werk actuele maatschappelijke spanningen met persoonlijke en morele dilemma’s
Halloubi schoot op de vermeende begraafplaats een 3D-animatiefilm waarin de geest van Ben Barka dwaalt door het museumgebouw – ‘een symbool voor de verstrengeling van laatkapitalisme en kunst’, volgens Museum de Pont. Daarnaast is de speelfilm Vizor te zien (2024) over een man die erachter komt dat hij getrouwd is met zijn zus en verward door zijn gevoelens op de vlucht slaat. Halloubi verbindt in zijn werk actuele maatschappelijke spanningen met persoonlijke en morele dilemma’s waar geen eenvoudige oplossingen voor te vinden zijn. Terugkerend is zijn vraag wat kunst en kunstenaarschap betekenen en hoe deze bespiegelingen artistiek tot wasdom kunnen komen.
De Pont, Tilburg, tot 1/3 2026
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.