Onderwerpen: Cultuur

  • In Eddington toont Ari Aster een Amerika in crisis

    In Eddington toont Ari Aster een Amerika in crisis

    De film Eddington, geregisseerd door Ari Aster, speelt zich af in een kleine stad in New Mexico tijdens de eerste maanden van de pandemie. ‘Het stadje dient als een microscopisch kleine metonymie voor het hele land’, schrijft Frédéric Foubert in Première.

    De speelfilm Eddington van Ari Aster speelt zich af tijdens de eerste maanden van de coronapandemie in een stoffig woestijnstadje in New Mexico. Daar voeren de sheriff (Joaquin Phoenix) en de burgemeester (Pedro Pascal) een bittere strijd over lockdown en preventiemaatregelen. Dan staat het land in brand na de dood van George Floyd door politiegeweld en komen normen en waarden nog verder op losse schroeven te staan. ‘Het stadje Eddington dient als een microscopisch kleine metonymie voor het hele land. De regisseur dompelt ons onder in een explosieve shaker die het kwaad, de gebreken en obsessies van de tijd condenseert’, schrijft Frédéric Foubert in Première.

    ‘Een gewaagde, verkwikkende out-of-the-box kosmisch-sociologische westerse thriller,’ vindt Owen Gleiberman in Variety. Volgens hem laat regisseur Aster ‘een boos, sinister en misschien wel gek, getransformeerd Amerika zien’. Alle recente ontwikkelingen komen aan bod. Van de ‘sluipende paranoia van de wapencultuur en complottheorieën’, tot ‘social media als donkere spiegelzaal waarin giftige krachten uitvergroot worden’ en de ‘onheilspellende opkomst van big tech’. ‘Aster is er met deze reflectieve pandemische western in geslaagd een zeer gedurfde verhandeling te maken over een diep gefragmenteerde samenleving’, noteert Dobrila Kontiç voor Kino-Zeit. ‘Dit horrordrama, dat slechts gedeeltelijk satirisch is, roept onaangename vragen op over de destructieve aspecten van politieke en persoonlijke kampvorming.’

    ‘Niemand maakt politieke en culturele satire met zo veel inzicht’

    In Empire verklapt John Nugent dat het verhaal uiteindelijk ‘verzandt in een totale farce’ maar volgens hem is de film ‘met vaste hand’ en ‘vol zelfvertrouwen’ gemaakt. Het eind mag dan voor sommigen ‘te bizar en dubbelzinnig’ zijn; ‘niemand maakt politieke en culturele satire met zo veel inzicht’.

    Sophie Monks Kaufman concludeert in The Independent dat de film aantoont dat ‘het Wilde Westen nog steeds bestaat, op de grond en online’ en is gemaakt ‘met een scherp oog voor mensen die groeien in een zanderig, door bergen geflankeerd, eenzaam landschap’.

    Eddington, regie Ari Aster, met Joaquin Phoenix, Candice Bergen en Emma Stone, vanaf 2 oktober in de bioscoop.

  • Agenda

    Agenda

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Dialoog tussen generaties

    ITA, Amsterdam. 8/9/11

    Choreografe Anne Teresa De Keersmaeker en Solal Mariotte interpreteren het oeuvre van Jacques Brel opnieuw. Het werk van de Franse zanger wordt gebruikt als artistiek materiaal in een dialoog tussen generaties, met zang, beweging en herinnering.

    Projectie

    Vrouwen van de zee

    Huis van Marseille, Amsterdam 18/10 tot 8/02/26

    De Japanse ‘ama’ of vrouwen van de zee’, duiken al drieduizend jaar zonder zuurstoftank de kusten van de regio Shima, waar ze op hun eigen ingehouden adem duiken naar pareloesters, zeewier en zeeoren. Kusukazu Uraguchi (1922-1988) heeft ze als kind opgroeiend langs de rotsige kusten van Shima, een regio van Japan met een rijke maritieme traditie, zelf gezien. Hij legde dertig jaar lang een omvangrijk archief aan van het door hem bewonderde vakmanschap van de duiksters, van hun moed én verbondenheid met de zee. Wat resulteerde in een blijvende hommage aan een verdwijnend beroep.

    Behalve de fysieke inspanning documenteerde Uraguchi ook het alledaagse leven van de ‘amagoya’ – de vrouwelijke gemeenschappen waar de ama zich voorbereiden en uitrusten.

    Uraguchi gebruikte vanaf ongeveer 1965 de Nikonos-camera, een toestel dat speciaal was ontwikkeld voor onderwaterfotografie. Hiermee kon hij de ama volgen tijdens hun ‘freediving’ tot zo’n tien meter diep. Mee- duiken met de meest ervaren ama – de funado – die met een loodgordel afdaalden tot 30 meter diep, waarbij ze soms wel twee minuten hun adem inhielden, kon hij uiteraard niet. Wel trotseerde hij technische en lichamelijke uitdagingen tot tien meter onder het wateroppervlak.

    Uraguchi gebruikte houten panelen in twee standaardafmetingen, gemonteerd op een onderstel dat was vervaardigd door een ambachtsman uit Shima. Huis Marseille gebruikte zes oorspronkelijke panelen voor de tentoonstelling in Amsterdam.

    Krabbeest

    Moed, twijfel en trouw

    DNO, Amsterdam 12/11 tot 2/12

    De Nationale Opera speelt de zelden opgevoerde De maagd van Orléans van Tsjaikovski over Jeanne d’Arc en haar liefde voor de vijand, ridder Lionel. Met grootse koorscènes, intieme aria’s een eerbetoon aan moed, twijfel en trouw.

    248 Orleans

    De geest van Ben Barka

    De Pont, Tilburg, tot 1/3 2026

    De Marokkaans-Belgische kunstenaar Hamza Halloubi (1982) raakte geïntrigeerd door de verdwijning van de Marokkaanse revolutionair Mehdi Ben Barka (1920-1965), naar alle waarschijnlijkheid doordat hij een criticaster van koning Hassan II was. Er wordt gezegd dat hij begraven ligt in het Parijse Bois

    de Bologne, waar sinds 2014 de Fondation Louis Vuitton staat. Halloubi schoot op de vermeende begraafplaats een 3D-animatiefilm waarin de geest van Ben Barka dwaalt door het museumgebouw – ‘een symbool voor de verstrengeling van laatkapitalisme en kunst’, volgens Museum de Pont. Daarnaast is de speelfilm Vizor te zien (2024) over een man die erachter komt dat hij getrouwd is met zijn zus en verward door zijn gevoelens op de vlucht slaat. Halloubi verbindt in zijn werk actuele maatschappelijke spanningen met persoonlijke en morele dilemma’s waar geen eenvoudige oplossingen voor te vinden zijn. Terugkerend is zijn vraag wat kunst en kunstenaarschap betekenen en hoe deze bespiegelingen artistiek tot wasdom kunnen komen.

    Wandelende mannen

    His Bobness in Amsterdam

    Afas, 4 en 5/11

    Wie weet is Bob Dylan (84) hersteld van een eerder broos en stroef concert in 2022 en geeft His Bobness in zijn never­-ending ‘Rough and Rowdy Ways’ World Wide tour zijn neverending grote schare fans weer de avond waar zij zo naar uitkijken.

    Gitarist

    Licht en zwaar

    Bonnenfantenmuseum tot 11/1 2026

    Mounira Al Solh werd geboren in Beiroet (1978) en heeft als kind de burgeroorlog meegemaakt, maar ze heeft ook geleerd te overleven en hoe helend het kan zijn om het verleden naar boven te halen. Die combinatie verbeeldt zij met humor en kleur, waarmee ze laat zien dat trauma ook ruimte kan scheppen voor vernieuwing. Daardoor is de overzichtstentoonstelling licht en zwaar tegelijk. Met video’s, maskers, schilderijen, muziek en waslijnen met textiel opent Al Sohl haar wereld voor het publiek vol verrassende zienswijzen, verdriet en humor, waarin de oorlog zelden ver weg is. De gaatjes in de pyama’s aan de waslijn verwijzen naar de schaar die ze vroeger van haar moeder in de stof mocht zetten tij- dens bombardementen, waarna ze ze weer repareer- de. Het gaf rust.

    Groene mensen

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Leugens en geheimen drijven familie uiteen

    Haifa Chronicles gaat over de alledaagsheid van de spanningen

    FILM – De kijker voelt onmiddellijk de spanning in Chroniques de Haïfa. Histoires palestiniennes (origineel Yinʿād ʿAlīkum), schrijft Sortir à Paris, dat de film typeert als een werk ‘in de traditie van geëngageerde realistische cinema’. Regisseur Scandar Copti volgt vier leden van een Palestijns gezin in Haifa, wier levens onder druk komen te staan door geheimen, sociale taboes en financiële last. Het zijn volgens de Franse site vooral ‘de alledaagse conflicten’ – de verantwoordelijkheid tegenover familie, de angst voor schande – die zwaar wegen.

    Ook Télérama wijst op de manier waarop Copti zijn verhaal heeft opgebouwd: ‘als een puzzel’, een structuur die de verborgen spanningen langzaam blootlegt. Het blad benadrukt hoe de film ‘met overtuiging dodelijke ideologieën afwijst’ en tegelijk de intieme verhoudingen binnen een familie onderzoekt. Le Monde spreekt van ‘een netwerk van geheimen en leugens’ dat de familie uiteendrijft, en daarmee een scherp beeld schetst van de bredere sociale druk waaraan Palestijnse minderheden in Israël blootstaan. Copti zelf onderstreept in een interview in Courrier International dat zijn werk niet los te zien is van zijn afkomst; ‘Ik ben Palestijn voordat ik filmmaker ben.’ Hij groeide zelf op in Haifa en baseerde de film op ervaringen uit zijn eigen omgeving. Met niet-professionele acteurs, die maandenlang samenleefden om de familierelaties geloofwaardig te maken, wilde hij de alledaagsheid van die spanningen vangen.

    Volgens Sortir à Paris wordt dat voelbaar in sleutelpassages, zoals de ontdekking van een zwangerschap en de ziekenhuisopname van dochter Fifi, momenten waarop ‘de façade van familie-eer afbrokkelt en de botsing tussen intimiteit en maatschappelijke verwachting scherp zichtbaar wordt’. ‘Alles begon met het verhaal van Shirley:’ vertelt Copti hierover, ‘een Joodse vrouw die gedwongen werd een abortus te ondergaan van een kind dat zij met een Palestijn had verwekt. Ik laat mij altijd inspireren door waargebeurde verhalen. (…) In mijn film stel ik vragen als: waarom zou ik geen seksuele relaties mogen hebben buiten het huwelijk? Of waarom zou ik mij moeten inschrijven bij het Israëlische leger?’


    Opblaasbare ballen en pratende kikkers

    Codes onctijferen door creatief te denken

    KUNST Museum Beelden aan Zee presenteert met Pas de Deux een expositie waarin de Britse multidisciplinaire kunstenaar Ryan Gander (1976) volgens curator Brigitte Bloksma het werk van de Franse schilder en beeldhouwer Paul Degas (1834-1917) herinterpreteert en in een hedendaagse context plaatst. Waar de schilderijen en sculpturen van Degas al anderhalve eeuw tot de verbeelding spreken, is het de eerste solotentoonstelling van Gander in Nederland.

    Art Daily omschrijft Gander als een ‘veelzijdig neoconceptualist en amateur-filosoof wiens werk is doordrenkt van intellectuele speelsheid en scherpe humor. Van een kikker die menselijke taal spreekt tot onleesbare klokken, een fictieve vlag en de verzonnen geschiedenis van een paar broers en zussen.’ Zijn werken zijn ‘opvallend concreet’ en roepen tegelijkertijd ‘een ongrijpbaar gevoel van mysterie op’.

    In de jaarlijkse Royal Academy Summer Exhibition in Londen zag Chiara Wilkinson namens TimeOut een serie reusachtige opblaasbare ballen van de hand van Gander. Daarop had hij vragen aangebracht als ‘Wanneer weet je dat je gelijk hebt?’ en ‘Gaan alle deuren open?’ ‘Niet alleen erg leuk om naar te kijken, maar het stelt ook de gangbare manier om naar kunst te kijken ter discussie. Met de bedoeling om nieuwsgierig en ruimdenkend te zijn voordat je het museum betreedt.’

    Vormen

    Collega Evgenia Siokos is minder enthousiast over de installatie, bekent ze in The Telegraph. Ze vraagt zich af waarom een kunstenaar het nietsvermoedende publiek met zulke ‘banale’ vragen confronteert: ‘Wel was ik benieuwd hoe hard het geluid zou zijn wanneer ik zo’n bal losmaakte en vlak voor de bus op Piccadilly naar beneden gooide.’

    Uit een profielschets van Australian Arts Review komt Gander naar voren als kunstenaar die mikt op ‘associatieve denkprocessen’. Zijn werk doet denken aan ‘een puzzel, een netwerk met meerdere verbindingen, de fragmenten van een ingebed verhaal of een enorme reeks verborgen aanwijzingen die moeten worden ontcijferd. Zo moedigt hij kijkers aan hun eigen verbanden te leggen om de schertsvertoning op te lossen die de kunstenaar in zijn werk heeft geënsceneerd.’

    Ryan Gander X Paul Degas, Pas de deux, Museum Beelden aan Zee, Scheveningen, t/m 4 januari 2026.


    Gedurfde metafoor voor de transformatie van Amerika

    Het Wilde Westen bestaat nog steeds

    FILM – De speelfilm Eddington van Ari Aster speelt zich af tijdens de eerste maanden van de corona- pandemie in een stoffig woestijnstadje in New Mexico. Daar voeren de sheriff (Joaquin Phoenix) en de burgemeester (Pedro Pascal) een bittere strijd over lockdown en preventiemaatregelen. Dan staat het land in brand na de dood van George Floyd door politiegeweld en komen normen en waarden nog verder op losse schroeven te staan. ‘Het stadje Eddington dient als een microscopisch kleine metonymie voor het hele land. De regisseur dompelt ons onder in een explosieve shaker die het kwaad, de gebreken en obsessies van de tijd condenseert’, schrijft Frédéric Foubert in Première.

    ‘Een gewaagde, verkwikkende out-of-the-box kosmisch-sociologische westerse thriller,’ vindt Owen Gleiberman Eddington in Variety. Volgens hem laat regisseur Aster ‘een boos, sinister en misschien wel gek, getransformeerd Amerika zien’. Alle recente ontwikkelingen komen aan bod. Van de ‘sluipende paranoia van de wapencultuur en complottheorieën’, tot ‘social media als donkere spiegelzaal waarin giftige krachten uitvergroot worden’ en de ‘onheilspellende opkomst van big tech’. ‘Aster is er met deze reflectieve pandemische western in geslaagd een zeer gedurfde verhandeling te maken over een diep gefragmenteerde samenleving’, noteert Dobrila Kontiç voor Kino-Zeit. ‘Dit horrordrama, dat slechts gedeeltelijk satirisch is, roept onaangename vragen op over de destructieve aspecten van politieke en persoonlijke kampvorming.’

    Pedro Pascal

    In Empire verklapt John Nugent dat het verhaal uiteindelijk ‘verzandt in een totale farce’ maar volgens hem is de film ‘met vaste hand’ en ‘vol zelfvertrouwen’ gemaakt. Het eind mag dan voor sommigen ‘te bizar en dubbelzinnig’ zijn; ‘niemand maakt politieke en culturele satire met zo veel inzicht’.

    Sophie Monks Kaufman concludeert in The Independent dat de film aantoont dat ‘het Wilde Westen nog steeds bestaat, op de grond en online’ en is gemaakt ‘met een scherp oog voor mensen die groeien in een zanderig, door bergen geflankeerd, eenzaam landschap’.

    Eddington, regie Ari Aster, met Joaquin Phoenix, Candice Bergen en Emma Stone, vanaf 2 oktober in de bioscoop.


    Het queer drama van King Princess

    Over pijn, rivaliteit en verlangen

    MUZIEK – Op haar nieuwe album Girl Violence, dat half september verscheen, grijpt King Princess volgens de recensenten terug op een mengeling van brutaliteit en kwetsbaarheid die haar doorbraak kenmerkte. ‘Het is gepolijst maar ook instinctief, een plaat waarin pijn en plezier, verdriet en woede hand in hand gaan’, schrijft Paste Magazine.

    AP News spreekt van een werk dat ‘even eigenzinnig als oprecht’ is, waarin ‘queer verlangen en emotionele turbulentie worden verbonden met ambient synths en gruizige gitaren’. Hoogtepunten zijn volgens hen Girls en Cry Cry Cry, nummers die ‘tegelijk intiem en

    explosief aanvoelen’. Volgens The New Yorker heeft Mikaela Straus, haar echte naam, op zesentwintigjarige leeftijd al een reputatie opgebouwd als ‘popster en provocateur van een nieuwe generatie’. Het New Yorkse magazine spreekt van een thuiskomst.

    Vrouw rode achtergrond

    Maar niet elke recensent is onverdeeld positief. Indie Is Not A Genre noemt het album ambitieus, maar ook ‘oneffen’, met enkele songs die te veel op eerder werk lijken. Readdork vindt die oneffenheid juist een kracht: ‘King Princess toont lef door contrasten uit te vergroten – van rauwe humor tot openlijke wanhoop – en dat maakt Girl Violence onweerstaanbaar.’

    Het ongemak en de intensiteit komen volgens Melodic Magazine het scherpst naar voren in de titeltrack, die ‘niet gaat over fysieke, maar psychologische girl violence: de wonden, de rivaliteit en het verlangen dat onderhuids woedt’.

  • Rachel Ruysch, bloemengodin van de Lage Landen

    Rachel Ruysch, bloemengodin van de Lage Landen

    Rachel Ruysch, een van de grootste Hollandse stillevenschilders uit de zeventiende en achttiende eeuw, is nu een voetnoot in de kunstgeschiedenis. Destijds was ze beroemder dan Rembrandt en Vermeer.

    ls het schilderen van stillevens gelijkstaat aan het vastleggen van verval, dan is het niet meer dan logisch dat Rachel Ruysch uitgroeide tot een van de grootste stillevenschilders in de kunstgeschiedenis. Haar vader, Frederik Ruysch, was een internationaal beroemde balsemer. Hij kon het lijk van een door een kogel doorboorde admiraal transformeren tot het ‘verse karkas van een baby’, zei Samuel Johnson ooit. Hij kon dode kinderen veranderen in de meest serene versie van zichzelf, zozeer dat mensen ze wilden kussen, zoals Peter de Grote ooit deed.

    Bloemen
    Rachel Ruysch, Vaas met bloemen, 1700

    Rachel Ruysch (1664-1750) wijdde zich aan het meest conventioneel mooie object in de natuur: de bloem, en groeide uit tot een van de beste bloemenschilders van Europa. Gedurende haar bijna zeventigjarige carrière schuwde Ruysch radicale vernieuwing en experimenten en koos ze voor de subtielste variaties op een thema. Geen grootse gebaren of avantgardistische manoeuvres. Alleen verfijning, focus en perfectie. Enkel bloemen en fruit.

    Vruchten
    Rachel Ruysch, Vruchten en Insecten, 1711.

    Tegen de tijd dat Ruysch in de twintig was, werden er al gedichten over haar geschreven. Ze werd geprezen als een ‘bloemengodin’, beter dan Maria van Oosterwijck (een gevierd bloemenschilder in Amsterdam). In de dertig werd Ruysch de eerste vrouw die werd toegelaten tot de Confrerie Pictura, het schildersgilde in Den Haag. In de veertig werd ze persoonlijk uitgekozen als hofschilder voor Johann Wilhelm, keurvorst van het Heilige Roomse Rijk en een hooggeplaatste Duitse hertog. In de vijftig won Ruysch de loterij – letterlijk, met een bedrag van 75.000 gulden (vs. 8000 voor een herenhuis aan de gracht destijds).

    Bloemen 3
    Rache Ruysch, Vaas met Bloemen, 1716.

    Maar makkelijk was haar leven niet. Uitgesloten van Latijnse scholen, universiteiten en beroepsgilden had ze geen schildergenre kunnen nastreven dat haar aansprak – de bloemstillevens waren waarschijnlijk een keuze van haar vader, vanwege haar geslacht. Ondertussen baarde ze tien kinderen van wie er slechts zes de volwassen leeftijd haalden.

    Druiven
    Rachel Ruysch, Stilleven met druiven, steenvruchten en een vlieg, 1686.

    Ruysch voltooide haar laatste werk toen ze drieëntachtig was. Een klein doek dat meer tederheid ademt dan haar monumentale boeketten: een aarzelende tulp, een bescheiden meloen, losse wilde bloemen die op het moment dat ze geschilderd verheven worden tot het belangrijkste ter wereld wat er maar bestaat.

    Wat kan een bloem zich nog meer wensen?

    Bloemen 2
    Rachel Ruysch, Bloemen in een glazen vaas, ca. 1700.

    Dit is een ingekorte versie van The Woman who Perfected Flower Painting van Zachary Fine.

  • De grote bijensterfte. Een ode aan de Piaggio Ape

    De grote bijensterfte. Een ode aan de Piaggio Ape

    De Ape is een overblijfsel uit een verloren tijdperk waarin de auto’s nog klein waren en de wereld nog overzichtelijk. De productie van de Ape werd eind vorig jaar stopgezet. Een zwanenzang.

    De Vespa kenmerkt niet alleen het Italiaanse straatbeeld, maar is ook in Duitsland nog altijd alomtegenwoordig en populair. De Ape, het wendbare vrachtautootje dat in Italië trouw zijn dienst vervult, is daarentegen nauwelijks te zien op de Duitse straten. De Italiaanse fabrikant Piaggio heeft zijn voertuigen liefdevol naar twee insecten vernoemd.

    Maar nu is er een aan het uitsterven: de Ape, de bij, die al duizenden jaren deel uitmaakt van het dagelijks leven. Talloze teksten en afbeeldingen getuigen hiervan, vooral in Italië, waar bijen op grafmonumenten prijken en op het wapen van de Barberini, een van de machtigste adellijke families uit de middeleeuwen. En nu? Afgezien van enkele projecten om dit nuttige insect weer de stad in te brengen, moet je in de natuur zijn om nog korven en kasten voor honingbijen te zien, die daar door boeren zijn neergezet. De wilde bij wordt met uitsterven bedreigd. De wesp vliegt nog altijd rond in de hoofdsteden, maar is minder geliefd: hij jaagt ons schrik aan op de ontbijttafel en levert bovendien geen honing.

    Maar genoeg over de natuur. Het is namelijk niet veel anders in de kunstmatige wereld van de auto’s. Ook hier blijft de wesp en verdwijnt de bij. Althans, zo is het in Italië, de maatstaf voor de grotere kwesties des levens. In Rome bijvoorbeeld, dat nog altijd als de hoofdstad van de wereld voelt, teisteren Vespa’s het verkeer en is niemand veilig. Of het nou een echte Vespa is of niet, in de volksmond zijn alle tweewielers hetzelfde. Zodra het stoplicht rood wordt, daalt er een zwerm neer op de wachtende auto’s. Ze verzamelen zich eromheen, ervoor, erachter en ernaast, en als het licht op groen springt, schieten ze als eersten weer weg.

    HO Piaggio kade compressed
    © Pexels

    De Vespa is en blijft alomtegenwoordig: niet alleen in Rome, maar ook in andere steden en dorpen, en ook in het buitenland. Het is een fenomeen, pure ‘Made in Italy’, zoals de rechts-nationalistische regering van Giorgia Meloni het graag ziet. Ze heeft zelfs haar ministerie van Financiën ernaar vernoemd: Ministero delle imprese e del Made in Italy. Maar verder zal ik me in dit stuk onthouden van politiek.

    De Vespa heet zo omdat hij een smalle taille heeft waar de bestuurder de voeten plaatst, een breed stuur vooraan en een groot achterwerk waarop je met zijn tweeën of zelfs drieën kunt zitten. Hij stamt uit een andere tijd, met een zwakkere motor en retrodesign, maar houdt zich opvallend goed staande in een gemotoriseerd tijdperk waarin auto’s almaar groter, gestroomlijnder en vervangbaarder worden – en als het goed is ook steeds stiller en minder vervuilend. De Vespa gaat natuurlijk ook met zijn tijd mee: er is inmiddels een elektrisch model, al is dat volgens sommigen een stuk minder cool.

    Vliegtuigontwerpers

    De look van de Vespa is te danken aan ondernemer Enrico Piaggio en zijn hoofdingenieur Corradino D’Ascanio, twee vliegtuigontwerpers die na de oorlog van de geallieerden geen wapens meer mochten produceren, en dus iets anders moesten bedenken om op de markt te kunnen blijven.

    Dus ontwierp Piaggio in 1946 een tweewieler die de naoorlogse Italianen meer bewegingsvrijheid bood dan de fiets. Een massavervoermiddel dat perfect in zijn tijdgeest paste: praktisch, een tikje mollig en emotioneel. Toen kwam Hollywood ten tonele, en als de Italianen nog niet wisten wat Piaggio voor hen in petto had kwamen ze er snel genoeg achter in de film Roman Holiday, waarin Gregory Peck met Audrey Hepburn door het tijdloze Rome snort.

    Zeventig jaar later zijn er nog veel ‘wespen’ in Rome te zien, maar nauwelijks meer een ‘bij’: de vrachtscooter die een jaar na de Vespa, in 1947, op de markt kwam. De Ape, het grotere zusje, was in feite een soort Vespa, met een smalle taille, een starre as, twee achterwielen en een laadplatform achterop.

    HO Rome compressed edited scaled
    Audrey Hepburn en Gregory Peck op een Vespa in de film Roman Holiday uit 1953. – © Getty Images

    De motor was vergelijkbaar met die van de Vespa: 125 kubieke centimeter en 2 pk moesten toereikend zijn om 200 kilo laadvermogen in beweging te brengen – en later nog veel meer. De Ape was eenvoudig en goedkoop in een tijd waarin bijna niemand een auto kon betalen. Daarom werden alle overbodige snufjes achterwege gelaten.

    Aan de voorkant bleef alles grotendeels hetzelfde: een stuur met handvatten waar je polsen op den duur pijn van doen. Dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven; het idee om dit met een rond autostuur te vervangen hield geen stand. De Vespabank werd een kwartslag gedraaid, er zat geen radio of verwarming in en de raampjes konden open. Aanvankelijk was alles helemaal open, zowel de cockpit als de laadbak. Later werd de laadbak vervangen door een overdekte cabine, maar de bestuurder bleef buiten zitten, zoals bij een postkoets uit het Wilde Westen. Daarna kwam er ook voorin een cabine, terwijl het achterste gedeelte open bleef of juist werd afgesloten. Door de jaren heen werd de Ape hoekiger, maar ook veelzijdiger.

    Er bestaan ongelooflijk veel modellen: de Ape als vuilniswagen, als foodtruck met een (Napolitaanse) pizzaoven, als boekenkraampje of minikledingwinkel, als cross-Ape met rolbeugel of als taxi met open passagiersruimte. Toch blijft de klassieke Ape met open laadbak het populairst. Het was de gemotoriseerde ezel van boeren, koopmannen en ambachtslieden die knetterend over zonnige heuvels en door smalle steegjes trok. Een echt werkpaard.

    Romantisch beeld

    Er wordt weleens gezegd dat hippe jongeren op een Vespa rijden en grimmige oude mannen in een Ape, maar dat klopt niet helemaal. Er heerst een romantisch beeld van het oude echtpaar dat na het werk schouder aan schouder in de cockpit zit gepropt. Ook jonge stellen rijden in een Ape rond, soms zelfs met kinderen. In de jaren zeventig had de Ape de jeugd in zijn greep: met een tweetaktmotor van 50 kubieke centimeter kon je er al op je veertiende zonder rijbewijs 40 km/u mee rijden – en met wat gesleutel nog veel sneller.

    Toch doken er vorig jaar geruchten op, later bevestigd door Piaggio: de fabriek in Pontedera bij Pisa zou eind 2024 sluiten. Vanwege Europese veiligheids- en uitstootreglementen sterft de Ape uit, net zoals de bijen door gif en kunstmest.

    De Ape in India

    Toch is het einde nog niet nabij. Er zijn in de afgelopen tien jaar meer dan 2 miljoen Apes gebouwd. Dankzij het eenvoudige en daardoor duurzame ontwerp zullen ze nog lang op straat te zien zijn. Misschien niet meer in Rome of Milaan – behalve dan voor reclamedoeleinden, zoals in Duitsland – maar nog wel op het platteland. Af en toe rijdt er ook nog een rond op Duitse wegen, als liefhebbersmodel van de verscheidene Ape-fanclubs of als blikvanger voor sociale of culturele initiatieven.

    Bovendien worden in het verre India nog altijd Apes gebouwd; Piaggio heeft in 1999 een fabriek geopend in Baramati, waar jaarlijks 2 miljoen driewielers van de lopende band komen, waaronder de Ape Calessino, die als gemotoriseerde riksja wordt gebruikt. Maar het is niet meer ‘Made in Italy’.

    HO Ape India compressed
    © Pexels
  • Een Bollywood-romcom vanuit queer-perspectief

    Een Bollywood-romcom vanuit queer-perspectief

    In de ‘heerlijke, hilarische romcom’ A Nice Indian Boy benadrukt regisseur Roshan Sethi dat Bollywood-liefde niet alleen is weggelegd voor heterokoppels.

    De Indiase familie van Naveen heeft zijn seksuele geaardheid geaccepteerd, maar zit niet te wachten op een grootse Bollywood-bruiloft met zijn vriend Jay. Al is Jay wit en, als adoptiekind van Indiase ouders, een vrome hindoe. Dat is het uitgangspunt in A nice Indian boy van de Amerikaans-Indiase regisseur Roshan Sethi. ‘Een heerlijke, hilarische romcom’, schrijft William Stottor in Loud and Clear Reviews. ‘Het verhaal lijkt dun, maar wordt door de uitgediepte karakters gaandeweg compact en diep ontroerend. Het is onmogelijk dat je er niet door meegesleept wordt.’

    ‘De financiering kwam pas rond toen Broadway-ster Jonathan Groff, de enige witte acteur, zijn contract had getekend’

    Variety-criticus Guy Lodge vindt Jay ‘net iets te mooi en ideaal om geloofwaardig te zijn’, maar laat zich wel overtuigen door de manier waarop de film ‘clichés en cynisme overstijgt’. Volgens Proma Khosla in Indie Wire gaat de film over ‘het ondermijnen van stereotypen over de Indiase cultuur’. Ze stelt dat de regisseur wil benadrukken dat Bollywood-liefde niet alleen is weggelegd voor hetero’s maar geen onderscheid maakt tussen generaties en culturen. ‘Een rechttoe-rechtaan komedie,’ schrijft Jared Richard voor het Australische ABC, ware het niet dat de hoofdpersoon ‘worstelt met queerness én familietradities’. Richard heeft wel kritiek op de financiering van de film: ‘Die kwam pas rond toen Broadway-ster Jonathan Groff, de enige witte acteur in de cast, zijn contract had getekend.’

    A Nice Indian Boy van Roshan Sethi draait sinds 4 september in de bioscoop.

  • Do Ho Suh maakt zijn herinneringen tastbaar

    Do Ho Suh maakt zijn herinneringen tastbaar

    De Zuid-Koreaanse kunstenaar Do Ho Suh verbeeldt zijn heimwee in replica’s van huizen en voorwerpen uit zijn jeugd. Nadat hij emigreerde naar de VS werden ontworteling, heimwee en vervreemding terugkerende thema’s in zijn werk.

    De Zuid-Koreaanse kunstenaar Do Ho Suh (1962), opgeleid als traditionele inktschilder, verliet zijn geboorteland om te studeren aan de Rhode Island School of Design in Providence in de Verenigde Staten, waar hij zijn eigen stem ontdekte in een internationale gemeenschap van kunstenaars.

    De voor hem ongekende overvloed aan mogelijkheden, om alles te kunnen maken wat in zijn hoofd opkwam, is terug te zien in de tentoonstelling Walk the House. Ontworteling, heimwee en vervreemding werden zijn thema’s in de VS.

    ‘Lopen met het huis’ betekent in Zuid-Korea dat je je eigen huis ontmantelt, oppakt en meeneemt naar een andere plek. Het verwijst naar het gevoel van verlies dat gepaard ging met Suh’s weliswaar geprivilegieerde immigratie, evenals naar de traditionele houten hanoks die in Zuid-Korea bijna allemaal hebben moeten wijken voor hoogbouw.

    Sinds zijn vertrek uit Seoul is vooral wat hij achterliet wat hem bezighoudt

    Suh maakte zijn eigen hanok – die waarin hij is opgegroeid – voor de Tate Modern na met papier en grafiet. Elk detail is te zien in deze replica van transparante stof – ‘Rubbing/Loving. Seoul Home’ –, behalve het frame dat het bouwwerk stut.

    Daarnaast haalt Suh honderden voorwerpen terug uit zijn herinneringen, waarmee hij de heimwee naar wat eens was opnieuw tastbaar maakt. Sinds zijn vertrek uit Seoul is vooral wat hij achterliet wat hem bezighoudt.

    Do Ho Suh: Walk the House. Tate Modern, Londen, tot 26/9

  • Een nachtelijke odyssee door Portland

    Een nachtelijke odyssee door Portland

    In Night Always Comes staat de Amerikaanse huizencrisis centraal, maar vooral het gevecht van één vrouw om haar bestaan overeind te houden. ‘Vanessa Kirby’s spel toont van begin tot eind een combinatie van vastberadenheid en hulpeloosheid.’

    Tussen de voicemails van haar schuldeisers door luistert Lynette naar het nieuws over de Amerikaanse huizencrisis. De hoofdpersoon van Night Always Comes, die vanaf 15 augustus op Netflix te zien is, staat op het punt haar huis uitgezet te worden vanwege onbetaalde schulden. ‘Lynette (Vanessa Kirby) woont samen met Doreen (Jennifer Jason Leigh), haar vreselijk onverantwoordelijke, instabiele moeder, en Kenny (Zack Gottsagen), haar oudere broer met het syndroom van Down’, beschrijft The New York Times. Ze combineert drie banen: barvrouw, bakker en sekswerker.

    Zij en haar moeder hebben genoeg geld bij elkaar gesprokkeld om de aankoop van hun huis te starten, maar laatstgenoemde komt niet opdagen op de afspraak voor de aanbetaling en besteedt deze aan een nieuwe auto. De film van Benjamin Caron volgt Lynette één nacht, ‘waarin ze wanhopig streeft naar het onmogelijke: $ 25.000 [€ 21.400] vinden. Ze benadert een rijke klant, gespeeld door Randall Park, die haar in haar gezicht uitlacht als ze het bedrag noemt dat ze nodig heeft.’ Vervolgens steelt ze zijn auto en wordt alles van kwaad tot erger.

    Glenn Kenny, recensent van de The New York Times, is zeer onder de indruk van de hoofdrolspeelster: ‘Kirby’s spel toont van begin tot eind een combinatie van vastberadenheid en hulpeloosheid.’ De Wall Street Journal is het daarmee eens en noemt haar personage ‘boeiend’. The Hollywood Reporter vindt vooral de scènes met haar broer, die ze ‘mee moet slepen in een reeks gevaarlijke situaties’, ontroerend. In zijn ontwapenende onschuld wordt hij met grote gevaren geconfronteerd – zonder dat je haar daarvoor veroordeelt, aldus recensent David Rooney. Maar hij betreurt dat de film niet dezelfde kritische kracht heeft als de gelijknamige roman van Willy Vlautin (2021). Het scenario van Sarah Conradt is ‘meer gericht op de afdaling van de hoofdpersonen naar de hel dan op de meedogenloze economische context van een Amerika dat voortdurend gentrificeert en verwatert daarmee de maatschappijkritiek die het boek zo goed maakte’.

    Ook Variety is minder overtuigd door het geheel, inclusief de rol van Kirby, al bootst de Britse een ‘onberispelijk Pacific Northwest-accent’ na. Wel houdt Night Always Comes je volgens het blad scène voor scène op het puntje van je stoel. ‘De relaties tussen de personages zijn raak en overtuigend neergezet. De cinematografie – zoals te verwachten in Portland – benut de stad en haar omgeving ten volle. Cameraman Damián García toont zich hier op het hoogtepunt van zijn kunnen, met beelden die het verhaal de allure van een rauw avontuur geven. Alleen dat al maakt deze nachtelijke odyssee de moeite waard.’

    Night Always Comes, sinds 15 augustus te zien op Netflix

  • De magie van Miyazaki’s studio Ghibli

    De magie van Miyazaki’s studio Ghibli

    Het oeuvre van de Japanse animatielegende Hayao Miyazaki en zijn studio Ghibli is een duizelingwekkend spektakel van schoonheid, vakmanschap en verbeeldingskracht. Twee films belichten wat hem bezielt en hoe hij te werk gaat. En maken zijn universum nog intrigerender.

    De documentaires Miyazaki, Spirit of Nature van de Franse regisseur Léo Favier en Hayao Miyazaki and the Heron van Kaku Arakawa, die deze maand in de Nederlandse bioscopen draaien, bieden een fascinerende verkenning van Hayao Miyazaki’s leven en werk, waarbij de nadruk ligt op zijn diepe band met de natuur.

    Spirit of Nature verweeft aan de hand van gesprekken met zijn zoon, filmmaker Goro Miyazaki, vaste producer Toshio Suzuki en Miyazaki-expert Susan Napier, archiemateriaal en fragmenten uit eigen werk zijn persoonlijke ontwikkeling in de wereldse context van zijn tijd. De regisseur van bekroonde films als Spirited Away, Princess Mononoke, My Neighbor Totoro en Howl’s Moving Castle en The Boy and the Heron geeft vrijwel nooit interviews, maar komt in Spirit of Nature aan het woord in een bescheiden hoekje van een gedeeld kantoor.

    247 Cultuur Miyazaki Totoro2
    My Neighbor Totoro – © Studio Ghibli

    In 1985 richtte hij samen met zijn leermeester Isao Takahata en collega Toshio Suzuki uit onvrede over de stand van de animatie-industrie studio Ghibli op, dat met kaskrakers als My Neighbor Totoro en Princess Mononoke een instituut werd en dit jaar een jubileum viert. Ghibli bracht magische werelden tot leven van vindingrijke kinderen en bossen bevolkt door fabelachtige wezens. De studio telde in hoogtijdagen ruim 220 werknemers, maar het succces is grotendeels te danken aan één man: de vierentachtigjarige Hayao Miyazaki, die zich staande heeft kunnen houden tegenover de Amerikaanse studio’s, met arbeidsintensieve handgetekende animatie en commentaar op de ambiguïteit van de menselijke conditie.

    In Spirit of Nature vertelt hij zelf hoe hij zijn geëngageerdheid is gevormd door zijn familie, ervaringen tijdens de oorlog en de naoorlogse schaarste, en dat hij deze wil uitdragen zonder zich te verliezen in een simpele strijd tussen goed en kwaad.

    247 Cultuur Miyazaki Mononoke
    Princess Mononoke – © Studio Ghibli

    Centraal staat vaak een mensheid die geobsedeerd is door oorlog en verovering, worstelt met ongebreideld consumentisme en overgeleverd is aan de grillen van de natuur. Een mensheid die een landschap nalaat dat is verwoest door de klimaatcrisis.

    Meer dan tien jaar geleden kondigde Miyazaki aan dat hij geen speelfilms meer zou maken, omdat hij niet meer aan zijn eigen onwerkbaar hoge standaarden kon blijven voldoen, zo wordt verteld in de andere documentaire; Hayao Miyazaki and the Heron. En toen maakte hij toch ‘mijn laatste film’, gezien zijn leeftijd: The Boy and the Heron, bekroond met een Oscar in 2024 voor beste animatiefilm.

    247 Cultuur Miyazaki Heron
    The Boy and the Heron – © Studio Ghibli

    Tijd zal zijn gang gaan, geeft hij zelf als commentaar op deze film, die als een boodschap aan toekomstige generaties kan worden gezien. Of zoals de Japanse titel van de film luidt: Hoe leef je je leven? Daarbij kan een Miyazaki-film je helpen.

  • Agenda

    Agenda

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Tegen status quo

    Tomorrow is a Different Day toont werken van internationale kunstenaars en vormgevers die medeverantwoordelijk zijn voor de veranderingen in deze tijd. Ze verzetten zich tegen de status quo en bieden andere perspectieven.

    Stedelijk Museum, Amsterdam, vaste collectie.

    247 Agenda Status Quo

    Leven en dood

    In Tussen werelden verbeelden kunstenaars de overgang tussen leven en dood. Candice Lin maakte een terracotta sarcofaag voor haar toekomstige lichaam terwijl Matt Mullican in Birth to Death List een heel fictief leven oproept.

    Kröller Müller, tot 18/1 2026.

    247 Agenda Leven en Dood

    Heimwee verbeeldt in ijle replica’s

    De Zuid-Koreaanse kunstenaar Do Ho Suh (1962), opgeleid als traditionele inktschilder, verliet zijn geboorteland om te studeren aan de Rhode Island School of Design in Providence in de Verenigde Staten, waar hij zijn eigen stem ontdekte in een internationale gemeenschap van kunstenaars.

    De voor hem ongekende overvloed aan mogelijkheden, om alles te kunnen maken wat in zijn hoofd opkwam, is terug te zien in de tentoonstelling Walk the House. Ontworteling, heimwee en vervreemding werden zijn thema’s in de VS.

    ‘Lopen met het huis’ betekent in Zuid-Korea dat je je eigen huis ontmantelt, oppakt en meeneemt naar een andere plek. Het ver- wijst naar het gevoel van verlies dat gepaard ging met Suh’s weliswaar geprivilegieerde immigratie, evenals naar de traditionele houten hanoks die in Zuid-Korea bijna allemaal hebben moeten wijken voor hoogbouw.

    Sinds zijn vertrek uit Seoul is vooral wat hij achterliet wat hem bezighoudt.

    Suh maakte zijn eigen hanok – die waarin hij is opgegroeid – voor de Tate Modern na met papier en grafiet. Elk detail is te zien in deze replica van transparante stof – ‘Rubbing/Loving. Seoul Home’ –, behalve het frame dat het bouwwerk stut.

    Daarnaast haalt Suh honderden voorwerpen terug uit zijn herinneringen, waarmee hij de heimwee naar wat eens was opnieuw tastbaar maakt. Sinds zijn vertrek uit Seoul is vooral wat hij achterliet wat hem bezighoudt.

    Do Ho Suh: Walk the House. Tate Modern, Londen, tot 26/9

    Opening

    Reus van de hedendaagse kunst

    De Amerikaanse conceptuele kunstenaar John Baldessari (1931-2020) was niet alleen zelf behoorlijk lang (2.01 meter), ook zijn carrière bereikte enorme hoogten met ruim 200 solotentoonstellingen en 1000 groepsexposities op zijn naam. Hij was lid van de American Academy of Arts and Letters en werd bekroond met de Gouden Leeuw voor zijn gehele oeuvre op de Biënnale van Venetië in 2009.

    Even belangrijk was zijn werk als docent aan het California Institute of the Arts, waar hij leerlingen als David Salle en Mike Kelley ‘I will not make boring art’ op muren liet schrijven. Baldessari keerde zich tegen de modernistische stromingen die de New Yorkse kunstmarkt in de jaren 70 domineerden en verwierp het modernisme en de verering van de kunstenaar als geïsoleerd genie door in 1966 al zijn abstracte en landschapschilderijen te verbranden. In een ander experiment verving hij het beeld op schilderijen door teksten over schilderkunst.

    De tentoonstelling met werk uit de jaren 80 tot 2000 toont de blijvende internationale relevantie van Baldessari voor generaties geboren in het digitale tijdperk.

    Parables, Fables, and Other Tall Tales. Bozar, Brussel, tot 1/2 2026

    onder

    Altijd Onderweg

    In de fotografie en de kunst is de thematiek van migratie vast onderdeel geworden, zo ingrijpend en gelukkig ook inspirerend is het om huis en haard te verlaten. In The Family of Migrants
    – een eerbetoon aan de historische fototentoonstelling The Family of Man in 1955 met meer dan 500 fotografen uit 68 landen – in het nieuwe Rotterdamse museum Fenix is iedereen onderweg. Op zoek naar betere kansen, avontuur, veiligheid, ontplooiing, liefde of een nieuw begin. De foto’s verbeelden gedeelde emoties over wat mensen bindt en van elkaar scheidt, verdriet, liefde, familie en hoop. De tentoonstelling is gecureerd door Fenix in samenwerking met fotografen, archivarissen, curatoren en beeldredacteuren van over de hele wereld.

    247 Agenda Onderweg

    The Family of Migrants. Fenix, Rotterdam. Doorlopend.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Van de moord op Olof Palme naar de Lockerbie-aanslag

    Gissen naar de waarheid

    LITERATUUR – Na zijn boek Stieg Larssons erfenis, over het ontrafelen van de moord op de Zweedse premier Olof Palme in 1986, besloot Jan Stocklassa zich nooit meer in te laten met hypothesen en complottheorieën. Tot hij, opnieuw speurend in de archieven van Millenium-auteur Larsson, op een ander onopgelost mysterie stuitte. In De man die uit de lucht viel probeert Stocklassa de waarheid achter de bomaanslag op een vliegtuig boven het Schotse Lockerbie in 1988 te achterhalen. Na een jarenlang internationaal politieonderzoek werd een Libische terrorist als dader aangewezen en tot levenslang veroordeeld, terwijl de toenmalige Libische leider Muammar Khadaffi 2,7 miljard dollar moest betalen.

    Catrin Fägerstrand schrijft in het Zweedse magazine Corren dat Stocklassa ‘mogelijke motieven en spannende toevalligheden’ naast elkaar zet. Ze laat de auteur vertellen waarom de Lockerbie-zaak hem zo intrigeerde: ‘Een van de 270 slachtoffers was politicus en diplomaat Bernt Carlsson, een vertrouweling van Palme. Twee jaar later werd ook hij gedood bij een aanslag. Was dat toeval? Niemand heeft er ooit serieus naar gekeken. Dat vormde het startpunt van mijn boek.’

    In Bläddrat waarschuwt Anna Lavfors de lezer voor een ‘wilde reis, zowel mentaal als geografisch’. Ze wijst op de ‘wirwar van losjes verbonden informatie die als waarheid wordt gepresenteerd. Daarom kun je het boek maar beter in de categorie entertainment plaatsen.’

    ‘autofictie en onderzoeksjournalistiek [is] geen voor de hand liggende combinatie.’

    Teodor Stig-Matz van dagblad ETC vindt ‘autofictie en onderzoeksjournalistiek geen voor de hand liggende combinatie.’ Doordat Stocklassa in één moeite door over ‘prostaatangst, zijn gestrande huwelijk en zijn liefde voor cocker-spaniël Rut schrijft, is het net of je een roman zit te lezen’.

    ‘Wie echt meer wil weten over de Lockerbie-ramp, moet iets anders lezen dan dit grillige boek’, vindt Per Anderson van SVT Nyheter. Beschouwt de criticus het als een ‘serieus onderzoek naar een ernstige terroristische daad’, dan raakt hij ‘moedeloos en depressief’. Leest hij het als kluchtroman, dan beleeft hij er ‘veel plezier aan’. Wanneer hij het interpreteert als ‘onthullende belichaming van samenzweerderig denken’, kan hij er ‘zelfs iets van leren’.

    De man die uit de lucht viel en de jacht op de vergeten terrorist verschijnt begin september in een vertaling van Ron Bezemer bij Hollands Diep.

    247 Recensie Stocklassa

    Nachtelijke Odyssee door Portland

    Van maatschappijkritiek tot afdaling naar de hel

    FILM – Tussen de voicemails van haar schuldeisers door luistert Lynette naar het nieuws over de Amerikaanse huizencrisis. De hoofdpersoon van Night Always Comes, die vanaf 15 augustus op Netflix te zien is, staat op het punt haar huis uitgezet te worden vanwege onbetaalde schulden. ‘Lynette (Vanessa Kirby) woont samen met Doreen (Jennifer Jason Leigh), haar vreselijk onverantwoordelijke, instabiele moeder, en Kenny (Zack Gottsagen), haar oudere broer met het syndroom van Down’, beschrijft The New York Times. Ze combineert drie banen: barvrouw, bakker en sekswerker.

    Zij en haar moeder hebben genoeg geld bij elkaar gesprokkeld om de aankoop van hun huis te starten, maar laatstgenoemde komt niet opdagen op de afspraak voor de aanbetaling en besteedt deze aan een nieuwe auto. De film van Benjamin Caron volgt Lynette één nacht, ‘waarin ze wanhopig streeft naar het onmogelijke: $ 25.000 [€ 21.400] vinden. Ze benadert een rijke klant, gespeeld door Randall Park, die haar in haar gezicht uitlacht als ze het bedrag noemt dat ze nodig heeft.’ Vervolgens steelt ze zijn auto en wordt alles van kwaad tot erger.

    Glenn Kenny, recensent van de The New York Times, is zeer onder de indruk van de hoofdrolspeelster: ‘Kirby’s spel toont van begin tot eind een combinatie van vastberadenheid en hulpeloosheid.’ De Wall Street Journal is het daarmee eens en noemt haar personage ‘boeiend’. The Hollywood Reporter vindt vooral de scènes met haar broer, die ze ‘mee moet slepen in een reeks gevaarlijke situaties’, ontroerend. In zijn ontwapenende onschuld wordt hij met grote gevaren geconfronteerd – zonder dat je haar daarvoor veroordeelt, aldus recensent David Rooney. Maar hij betreurt dat de film niet dezelfde kritische kracht heeft als de gelijknamige roman van Willy Vlautin (2021). Het scenario van Sarah Conradt is ‘meer gericht op de afdaling van de hoofdpersonen naar de hel dan op de meedogenloze economische context van een Amerika dat voortdurend gentrificeert en verwatert daarmee de maatschappijkritiek die het boek zo goed maakte’.

    Ook Variety is minder overtuigd door het geheel, inclusief de rol van Kirby, al bootst de Britse een ‘onberispelijk Pacific Northwest-accent’ na. Wel houdt Night Always Comes je volgens het blad scène voor scène op het puntje van je stoel. ‘De relaties tussen de personages zijn raak en overtuigend neergezet. De cinematografie – zoals te verwachten in Portland – benut de stad en haar omgeving ten volle. Cameraman Damián García toont zich hier op het hoogtepunt van zijn kunnen, met beelden die het verhaal de allure van een rauw avontuur geven. Alleen dat al maakt deze nachtelijke odyssee de moeite waard.’

    Night Always Comes, sinds 15 augustus te zien op Netflix

    247 Recensie Night Always Comes1

    Je kunt ook eten wat je bent

    De counter images van Hiền Hoàng

    FOTOGRAFIE – De kijker voelt onmiddellijk de spanning in Hiền Hoàng werk, schrijft het toonaangevende kunsttijdschrift ArtReview. In haar series en installaties keert de Vietnamese kunstenaar steeds terug naar dezelfde vraag: hoe worden lichamen – en vooral Aziatische lichamen – gezien, geconsumeerd en vervormd door een westerse blik? ‘In haar werk speelt ze op zowel humoristische als verontrustend wijze met stereotypen’, kenschetst METAL Magazine. Bijvoorbeeld in Asia Bistro, waarin sojasaus uit een vrouwenborst druipt, of in de performance Made in Rice, waar de kunstenaar letterlijk uit rijst tevoorschijn komt. Het zijn beelden die ‘tegelijkertijd verleidelijk en afstotend zijn’, en daarom verwarren.

    ‘Hoàngs serie Asia Bistro kannibaliseert dat oude gezegde [je bent wat je eet], en suggereert dat je ook kunt eten wat je bént’, schrijft ArtReview, dat haar in 2024 opnam in de prestigieuze lijst Future Greats. Het ongemak wordt volgens de recensent nergens sterker dan in de serie Across the Ocean, waarin Hoàng tofu presenteert met daarin verborgen haren, een beeld dat ook Creative Review ‘banaal en verontrustend’ noemt. Het Britse tijdschrift prijst vooral de kritische kracht van het werk: ‘Fotografie toont hoe we collectief culturele beelden consumeren, en counter images verstoren dat collectieve denken.’

    Ook kenmerkend voor Hoàngs werk volgens METAL Magazine is de wisselwerking tussen kunst en wetenschap, die in haar meest recente project, Garden of Entanglement, opnieuw naar voren komt. Hierin verlegt ze de aandacht van het lichaam naar de natuur en vertaalde ze samen met wetenschappers data van bomen in sculpturen van mycelium en UV-prints in een poging de herinneringen van de natuur zelf tastbaar te maken. ‘Het is een multidisciplinaire zoektocht naar onze verhouding met migratie, kolonialisme en ecologie’, aldus PhMuseum. Daarbij staat één kernachtige vraag centraal: ‘Wat zouden bomen zich van ons herinneren als wij er niet meer zijn?’

    247 REcensie Hien Hoang

    Bollywood-romcom vanuit queer-perspectief

    Indiase stereotypen ondermijnd

    SPEELFILM – De Indiase familie van Naveen heeft zijn seksuele geaardheid geaccepteerd, maar zit niet te wachten op een grootse Bollywood-bruiloft met zijn vriend Jay. Al is Jay wit en, als adoptiekind van Indiase ouders, een vrome hindoe. Dat is het uitgangspunt in A nice Indian boy van de Amerikaans-Indiase regisseur Roshan Sethi. ‘Een heerlijke, hilarische romcom’, schrijft William Stottor in Loud and Clear Reviews. ‘Het verhaal lijkt dun, maar wordt door de uitgediepte karakters gaandeweg compact en diep ontroerend. Het is onmogelijk dat je er niet door meegesleept wordt.’

    Variety-criticus Guy Lodge vindt Jay ‘net iets te mooi en ideaal om geloofwaardig te zijn’, maar laat zich wel overtuigen door de manier waarop de film ‘clichés en cynisme overstijgt’. Volgens Proma Khosla in Indie Wire gaat de film over ‘het ondermijnen van stereotypen over de Indiase cultuur’. Ze stelt dat de regisseur wil benadrukken dat Bollywood-liefde niet alleen is weggelegd voor hetero’s maar geen onderscheid maakt tussen generaties en culturen. ‘Een rechttoe-rechtaan komedie,’ schrijft Jared Richard voor het Australische ABC, ware het niet dat hoofdpersoon ‘worstelt met queerness én familietradities’. Richard heeft wel kritiek op de financiering van de film: ‘Die kwam pas rond toen Broadway-ster Jonathan Groff, de enige witte acteur in de cast, zijn contract had getekend.’

    A Nice Indian Boy van Roshan Sethi draait vanaf 4 september in de bioscoop.

    247 Recensie Indian Boy

  • De reusachtige wijnkelders van Moldavië

    De reusachtige wijnkelders van Moldavië

    Miljoenen flessen wijn liggen opgeslagen in de immense ondergrondse tunnels van Cricova en Mileștii Mici, de twee grootste wijnkelders ter wereld. Het Moldavische ministerie van Cultuur vindt dat het tijd wordt om ze op te nemen in de werelderfgoedlijst van UNESCO.

    De immense wijnkelders van Moldavië, in Cricova en Mileștii Mici, strekken zich uit over honderden kilometers, herbergen miljoenen flessen en spreken zeer tot de verbeelding van toeristen die in een soort kleine treintjes door de tunnels rijden. Deze tunnels vertellen het verhaal van de hoofdstad van Chișinău, die is verwoest en vervolgens herbouwd. Dat is een van de redenen dat het Moldavië van nu beschikt over zo’n unieke onderaardse wereld.

    De gidsen in Cricova en Mileștii Mici vertellen dat de toeristen veel geïnteresseerder zijn in de wijn dan in de geschiedenis van de mijnen of in de wederopbouw van Chișinău na de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van het verhaal van de immense wijnkelders van Moldavië blijft dan ook onbekend, als een geheim dat de kelders verborgen hebben gehouden.

    Het Moldavische ministerie van Cultuur is daarom begonnen aan een traject om de twee grootste onderaardse wijnkelders ter wereld – die van Cricova en die van Mileștii Mici – op de werelderfgoedlijst van de UNESCO te krijgen. Het doel is om dat voor 2030 voor elkaar te krijgen.

    Mileștii Mici wordt nu al wereldwijd erkend als de grootste wijncollectie. De wijnkelder staat in het Guinness Book of Records vermeld met anderhalf miljoen flessen. Cricova komt daar niet ver achteraan. Alleen al de kelder van Cricova bestaat uit een tunnelstelsel van 7 kilometer, dat vol ligt met mousserende wijn. De zeven vrouwen die er werken draaien dagelijks 35 duizend flessen mousserende wijn, geproduceerd in de stijl van traditionele champagne. 

    Momenteel is er slechts één locatie in Moldavië die op de werelderfgoedlijst staat: de geodetische boog van Struve in het noorden van het land. Astronoom Friedrich Georg Wilhelm von Struve wist als eerste nauwkeurig een lange meridiaan in kaart te brengen, wat hielp bij het vaststellen van de grootte en de vorm van de aarde. Vierendertig van Struves UNESCO-punten zijn verspreid over tien landen, en een daarvan bevindt zich in Moldavië.

    Prodan heeft een werkgroep samengesteld bestaande uit historici, archeologen, projectontwikkelaars en lokale inwoners, met aan het hoofd erfgoedspecialist professor Sergiu Musteață. Ondergrondse wijnkelders van deze omvang zijn uniek, zowel in Europa als wereldwijd, zegt Musteață. Het proces om dat te bewijzen is nu in gang gezet.

    Verwoesting

    Het verhaal van de Moldavische wijnkelders is nauw verweven met de verwoestingen ten tijde van oorlog en bezetting, en met de snelle innovatie die men wel vaker ziet in moeilijke tijden. Chișinău werd zwaar gebombardeerd in de strijd tussen de nazi’s en de Sovjets. Toen de Sovjets in 1944 als overwinnaar uit de strijd kwamen, lag de stad in puin.

    ‘In augustus 1944 was meer dan twee derde van alle gebouwen in Chișinău verwoest,’ legt Musteață uit. Er stond nog maar weinig overeind en aan het begin van de Sovjetbezetting woonden er nog maar twintigduizend mensen in de stad. Chișinău moest weer worden opgebouwd en daarvoor was materiaal nodig,’ voegt Musteață eraan toe.

    Sinds het einde van de negentiende eeuw was kalksteen het voornaamste bouwmateriaal in Moldavië. Vanaf het begin van de Sovjetbezetting werd de ontginning geïntensiveerd.

    ‘Men gebruikte witte kalksteen om huizen te bouwen. De meeste huizen zijn gebouwd na de jaren 1950, ’60, ’70 en ’80,’ vertelt professor Musteață. Vanaf dat tijd werd Chișinău ook wel de witte stad genoemd.

    Wetenschapper Doina-Cezara Albu schrijft in haar onderzoek dat Moldavië in de jaren 1950 is begonnen met het op grote schaal gebruiken van blokken kalksteen voor de bouw. De Sovjets gebruikten blokken kalksteen om kleuterscholen, gewone scholen en appartementengebouwen neer te zetten, die Stalinkas en Khrushchyovkas werden genoemd.

    In de Sovjetperiode produceerde Moldavië jaarlijks maar liefst 1,25 miljoen kubieke meter kalksteen, vergelijkbaar met zo’n vijfhonderd olympische zwembaden. In 2000 was de productie teruggevallen tot ongeveer een kwart van wat hij ooit was geweest.

    Hoewel Moldavië geen kustlijn heeft, zie je overal in het land sporen van de zee

    Hoewel Moldavië geen kustlijn heeft, zie je overal in het land sporen van de zee. Kalksteen is een van die sporen. Wie door de hoofdstad loopt zal zien dat een groot deel van de stad is opgetrokken uit kleine zeewezens. Het landschap lijkt te golven, alsof de zee het heeft opgestuwd tot heuvels en vervolgens is stilgevallen.

    Miljoenen jaren geleden werd een groot stuk land, van Centraal-Europa tot aan Centraal-Azië, bedekt door de Paratethyszee. Op enig moment strekte die zich maar liefst uit over onder meer het huidige Oekraïne, Moldavië, Roemenië, Bulgarije en Servië. 

    Zo’n vijf miljoen jaar geleden slonk de zee, om uiteindelijk helemaal te verdwijnen, maar ze liet wel sporen achter van haar bestaan, sporen die je vandaag de dag nog door heel Moldavië aantreft. Dit is tevens de reden dat Moldavië rijk is aan kalksteen en kalksteengroeven.

    Een van de werkende mijnen bevindt zich niet ver van het centrum van Chișinău. Wie de tunnel in de wijk Râşcani binnengaat, kan ondergronds zo’n vier kilometer lopen naar Cricova. Daar ligt nog een andere mijn, niet ver van de Cricova-wijnkelders.

    De mijn in Chișinău is nog altijd in bedrijf. Er worden kalksteenblokken opgeslagen om te worden vervoerd naar bouwplaatsen elders in Moldavië. Sergiu Lungu, de beheerder van de mijn, roemt de kwaliteit van het Moldavische kalksteen. Onderzoek bevestigt dat de blokken kalksteen uit Moldavië bestand zijn tegen verwoestende aardbevingen, tot 8 op de schaal van Richter.

    Kalksteengroeven

    Lungu heeft dertig jaar in de mijnen gewerkt. ‘De mijnbouw heeft zich ontwikkeld in de Sovjetperiode,’ zegt hij, waarna hij laat zien hoe ontginningsmachines blokken uit de kalkstenen wand hakken. 

    Hij vertelt dat er op zeker moment wel honderd mijnen in Moldavië waren. Volgens de Moldavische denktank EXPERT-GRUP zijn er in de Republiek Moldavië 166 kalksteengroeven, en in 59 van die groeven worden blokken uitgehakt.

    Voor vele wijnkelders in het land, en zeker voor de grootste wijnkelders ter wereld, die in Cricova en Mileștii Mici, geldt dat het ooit gewoon kalksteengroeven waren.

    ‘Het winnen van het kalksteen, waarmee in de jaren 1950 was begonnen, gebeurde op steeds grotere schaal, zoals wel blijkt uit de 200 kilometer aan tunnels,’ zegt Petru Tataru, een gids in Mileștii Mici.

    Parallel aan de explosieve groei van de kalksteenindustrie gingen de Sovjets ook op zoek naar manieren om de wijnproductie op te voeren. Moldavië stond bekend om zijn druiven.

    ‘Sinds het einde van de jaren ’50 werd erover gepraat om wijn te produceren in industriële hoeveelheden en door de hele Sovjet-Unie te verkopen. Daartoe was het noodzakelijk om een groot gebied aan te wijzen voor de productie en de opslag van al die wijn,’ vervolgt Sergiu Musteață. Zo kwam men op het idee om te experimenteren met de verlaten mijngebieden rond de hoofdstad.

    ‘Het is uniek hoe de industriële ruimtes een geheel nieuwe toepassing hebben gekregen binnen een totaal andere bedrijfstak’

    ‘De temperatuur is hier een constante 12 tot 14 graden,’ aldus Veaceslav Dogari, een gids bij de Cricova-wijngaard. ‘Er zijn geen extra investeringen nodig om die condities in stand te houden – het is puur natuur.’ ‘Het is uniek hoe de industriële ruimtes, nadat het steen is gewonnen, een geheel nieuwe toepassing hebben gekregen binnen een totaal andere bedrijfstak,’ zegt Musteață, die alleen al daarom vindt dat de wijnkelders een plek op de werelderfgoedlijst verdienen.

    Na een paar jaar experimenteren met het produceren van wijn, werd de Cricova-wijnkelder in 1952 officieel geopend. Eind jaren vijftig waren de Moldaviërs begonnen met de wijnproductie. De Moldavische wijnen werden een groot succes in de Sovjet-Unie.

    Het land is momenteel bezig de eigen geschiedenis te herontdekken en alle puzzelstukken in elkaar te passen, met als uiteindelijke doel dat Moldavië niet alleen bekendheid geniet vanwege de wijnen, maar ook om de achtergrond daarvan. Want onder de Moldavische aarde liggen vele verhalen verborgen. 

  • De serie Querer opent een belangrijk debat

    De serie Querer opent een belangrijk debat

    Querer confronteert de kijker op indringende wijze met de realiteit van seksueel geweld binnen het huwelijk. De Spaanse serie wordt goed ontvangen, zo blijkt uit de eensgezinde lof van critici.

    Querer vertelt het verhaal van Miren (Nagore Aranburu), die na dertig jaar getrouwd te zijn haar man Iñigo (Pedro Casablanc) beschuldigt van verkrachting binnen het huwelijk. Volgens El Diario weet de serie ‘de valkuilen van fictieve programma’s die het thema seksueel geweld behandelen’ te vermijden. ‘Querer toont evenveel respect voor het verhaal dat het vertelt als voor de toeschouwer, die wordt aangemoedigd actief te kijken’ en tot denken wordt aangezet.

    Carlos Boyero van El País geeft toe dat hij aanvankelijk sceptisch was, maar overtuigd raakte door het werk van maker Alauda Ruiz de Azúa: ‘Ze is begaafd, getalenteerd, gevoelig en authentiek. Ze slaagt erin ons te laten twijfelen, ons te laten voelen, net zoals ze weet hoe ze de camera moet inzetten en de acteurs moet regisseren.’

    ‘Het is gefilmd met een opvallend realisme, zo sterk dat de kijker het gevoel heeft de scène ter plekke te beleven’

    Vooral de derde aflevering, waarin de rechtszaak centraal staat, maakt diepe indruk. ‘Erg goed’, luidt het oordeel, en, aldus El Diario, ‘gefilmd met een opvallend realisme, zo sterk dat de kijker het gevoel heeft de scène ter plekke te beleven’.

    El Confidencial prijst ook ‘de opmerkelijke, verontrustende acteerprestaties van de vier hoofdpersonen’ en merkt op dat het geweld ‘nooit in beeld’ is, maar zichtbaar wordt in de blikken die ze uitwisselen, of de manier waarop Miren bevriest in de aanwezigheid van haar man. Volgens dezelfde krant opent Querer ‘ongetwijfeld een zeldzaam en waardevol debat’ – over het patriarchale gezinsmodel, over religie, en over ‘de normalisering van bepaald gewelddadig gedrag dat nooit als normaal had mogen worden beschouwd’.

    Querer ging in oktober 2024 in première op Movistar Plus+.

  • Vertederende roadtrip naar levenseinde in On ira

    Vertederende roadtrip naar levenseinde in On ira

    De langverwachte film On ira van Enya Baroux had na zijn wereldpremière op het komediefestival van Alpe d’Huez al de nodige tongen losgemaakt. Franse critici zijn lovend over het ongekunstelde evenwicht tussen humor en drama.

    Pauline Conradsson van Le Parisien was getuige van de langdurige staande ovatie na de wereldpremière op het komediefestival van Alpe d’Huez. Ze noemt het een ‘hartstochtelijk gemaakte film, die het publiek laat lachen en tegelijkertijd omverblaast’. Le Bleu du Miroir vindt de film ‘conventioneel in de dynamiek tussen de personages, met verplichte passages van conflicten en pogingen tot verzoening’. Volgens de criticus worstelt de maker met ‘het vermijden van clichés en aarzelt ze tussen momenten van zachtheid en spanning. Zo blijft het gevoel hangen dat het vooral draait om het behoud van de feelgood-dimensie. Maar dat wordt gecompenseerd door de oprechte toon, de kwaliteit van de acteerprestaties en de dialogen.’

    ‘Telkens is er het talent om de subplots in het verhaal op de juiste manier af te sluiten’

    Ook Olivier Delcroix vindt de dialogen in ‘deze speelfilm vol delicatessen’ volledig kloppen, schrijft hij in Le Figaro. Verder is hij vooral onder de indruk van de wijze waarop Baroux haar hoofdpersonen heeft uitgediept: ‘Hun alchemie functioneert prima. Ieder personage is even briljant vanuit het eigen misverstand. Het gebrek aan communicatie vormt de sleutel voor dit onevenwichtige viertal.’ Thierry Chèze van Première noemt het ‘gedurfd’ om het thema euthanasie vanuit de invalshoek van een komedie aan te kaarten. ‘De balans tussen lachen en huilen doet nergens kunstmatig of geforceerd aan. Telkens is er het talent om de subplots in het verhaal op de juiste manier af te sluiten.’

    On ira van Enya Baroux draait vanaf 3 juli in de Nederlandse bioscopen.

  • Lichamen in een staat van tussenheid

    Lichamen in een staat van tussenheid

    Naakte vrouwen in dikke lagen verf; de Britse schilder Jenny Saville laat in haar schilderijen zien hoe het is om een vrouwenlichaam te hebben. Ze richt zich op de vorm in plaats van het individu en maakt de realiteit niet mooier dan die is.

    De Britse Jenny Saville (1971) heeft sinds haar eindexamenexpositie aan de Glasgow School of Art een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de heropleving van de figuratieve schilderkunst. Met haar viscerale portretten uit dikke lagen verf geeft ze de naakte vrouwelijke vorm weer op een manier die niet vaak werd vertoond.

    ‘Ik schilder geen walgelijke, grote vrouwen. Ik schilder vrouwen die wijsgemaakt zijn dat ze groot en walgelijk zijn’

    In tegenstelling tot de werken van Rubens of Rembrandt of Lucian Freud, die allemaal duidelijk invloed op Saville hadden, laten haar schilderijen zien hoe het is om een vrouwenlichaam te hebben, in plaats van het te beoordelen vanaf een ezel. Voor het uit de kluiten gewassen Propped stond zij zelf model, de imposante schaal van het schilderij is een truc van het perspectief. Het is Saville vaak verweten dat haar afbeeldingen van vrouwen ‘afschuwelijk’ waren, waarop zij de ander van repliek diende door te zeggen: ‘Ik schilder geen walgelijke, grote vrouwen. Ik schilder vrouwen die wijsgemaakt zijn dat ze groot en walgelijk zijn.’

    Hoewel ze vaak close-ups schildert, maakt ze zelden portretten van herkenbare mensen. Ze richt zich op het hoofd, gezicht en lichaam, in plaats van op het individu. Veel van haar schilderijen zijn bij wijze van spreken zelfportretten. Zoals ze zelf zegt: ‘Ik ben gefascineerd door lichamen die een soort staat van tussenheid uitstralen: hermafrodiet, travestiet, een karkas, een half-levend/half-dood hoofd.’ The Anatomy of Painting is de eerste solotentoonstelling die aan haar werk wordt gewijd.

    Jenny Saville: The Anatomy of Painting Portrait Gallery, Londen, t/m 7/9