Onderwerpen: Cultuur

  • Film Anora met afstand de grote winnaar bij de Oscaruitreiking

    Film Anora met afstand de grote winnaar bij de Oscaruitreiking

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Groot-Brittannië neemt het voortouw op Europese defensietop in Londen

    » VS: JD Vance begroet met protesten tijdens skivakantie in Vermont

    De film won maar liefst vijf Oscars

    ‘Als een stoomwals’ verpletterde deze moderne Assepoester ‘alles wat ze op haar pad tegenkwam’. Zo vat The Hollywood Reporter de Oscaruitreiking op zondag in Los Angeles samen. De speelfilm Anora won de meeste Oscars, waaronder de prijs voor de beste film, de beste regisseur voor Sean Baker, de beste actrice voor Mikey Madison en het beste scenario. De film, die op het laatste filmfestival van Cannes een Gouden Palm binnenhaalde, vertelt het verhaal van een sekswerker in New York wiens leven een magische wending neemt wanneer ze trouwt met een rijke klant.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De film Emilia Perez, geregisseerd door Jacques Audiard, werd een tijdje beschouwd als een van de favorieten met dertien nominaties, maar ging uiteindelijk met slechts twee Oscars naar huis: die voor het beste originele nummer en die voor de beste vrouwelijke bijrol voor Zoë Saldana, die al een Golden Globe won voor haar rol als advocaat die het hoofd van een Mexicaans kartel helpt zijn leven en sekse te veranderen. Adrien Brody won voor de tweede keer in zijn carrière de Oscar voor de beste acteur in The Brutalist, waarin hij een Holocaustoverlevende speelt die op zoek is naar de Amerikaanse droom.

    Ook Nederland valt dit jaar in de prijzen: de Nederlandse regisseur Victoria Warmerdam won met Ik ben geen robot de Oscar voor de beste korte film. Het is de eerste keer dat een Nederlander deze categorie in de wacht sleept. Slechts drie keer eerder werd een Nederlandse korte film genomineerd, allemaal in de jaren zestig. De andere Nederlandse genomineerde van dit jaar, Nina Gantz, greep naast een prijs.

  • Ontheemde vrouwen  in een verloren utopie

    Ontheemde vrouwen in een verloren utopie

    In de fotoserie Between These Folded Walls, Utopia leggen de fotografen Sarah Cooper en Nina Gorfer de verhalen vast van jonge, ontheemde vrouwen. ‘Uit hun portretten, die ruim 1,80 meter hoog zijn, spreekt een verenigd gevoel van menselijkheid.’

    Na een gesprek met een van hun vrienden die in Zweden lesgeeft aan jonge migranten, besloten fotografen Sarah Cooper en Nina Gorfer dat ze de vrouwen over wie ze hoorden wilden spreken en hun verhalen wilden vastleggen. De afgelopen veertien jaar reisde het duo onder andere naar Argentinië, IJsland, Kirgizië en Qatar om met vrouwen uit verschillende culturen te spreken over hun herinneringen, feminisme, migratie, ontwrichting en de kneedbaarheid van identiteit. Geïntrigeerd door het idee dat de wereld van vandaag in een staat van verloren utopie verkeert, zo schrijft de Zweedse site Hasselblad, begonnen de kunstenaars zich te verdiepen in de betekenis van die utopie, die in de adolescentie zou kunnen worden beleefd. Ze richtten zich dan ook op ‘een jongere generatie vluchtelingen’, citeert The Guardian Gorfer: ‘Een groep meisjes die normaal gesproken niet wordt gehoord.’

    Cooper en Gorfer vroegen hun protagonisten om een kledingstuk mee te nemen dat deel uitmaakt van hun familie en cultuur. Door hun abrupte verhuizing hadden veel vrouwen niet veel meer kunnen redden dan wat ze in hun zakken konden stoppen: een sleutel uit Damascus, een sjaal van een grootmoeder. ‘Zoals een utopische samenleving zou worden gedeconstrueerd en herbouwd, werden ook de meisjes gedemonteerd en herbouwd, waarbij ze zichzelf uit een denkbeeldige utopische wereld sneden en er weer in plakten’, omschrijft Hasselblad het creatieve proces.

    ‘Wat betekent het om deel uit te maken van verschillende culturen, maar tot geen ervan volledig te behoren?’

    Pas na vele gesprekken volgden de foto’s, waarin de vrouwen ‘het verleden, het heden en de toekomst’ belichamen, aldus CNN Style. ‘Elke vrouw heeft zich moeten aanpassen aan een nieuwe cultuur. Uit hun portretten, die ruim 1,80 meter hoog zijn, spreekt een verenigd gevoel van menselijkheid.’

    ‘Wat betekent het om ontheemd te zijn? Wat betekent het om deel uit te maken van verschillende culturen, maar tot geen ervan volledig te behoren?’ verwoordt The Swarthmo Review de vragen die Cooper en Gorfers tentoonstelling Between These Folded Walls, Utopia oproept. Sommige portretten doen denken aan de dagboekschilderijen van Frida Kahlo, vindt The Guardian, zoals Segal and the Tiger, waarop een jonge vrouw over haar schouder reikt om voor ons half verborgen aantekeningen te maken. 

    Veel van de foto’s zijn geïnspireerd op klassieke schilderijen, en ook het ­zestiende-eeuwse maniërisme wordt als belangrijke invloed genoemd. CNN Style maakt ten slotte een verwijzing naar het Latijns-Amerikaanse magisch realisme van Gabriel García Márquez en Isabel Allende. 

    Between These Folded Walls, Utopia, t/m 18 mei in museum CODA, Apeldoorn.

  • Meiro Koizumi verkent schuld en schaamte

    Meiro Koizumi verkent schuld en schaamte

    In Museum De Pont is de eerste grote solotentoonstelling van de Japanse kunstenaar Meiro Koizumi te zien. Zijn video- en performancekunst confronteert bezoekers met ongemakkelijke waarheden over de Japanse geschiedenis.

    Museum De Pont heeft een unicum met de eerste grote solotentoonstelling in Nederland van de Japanse kunstenaar Meiro Koizumi (1976). De Japanner maakt intense video-installaties en performances waarin hij thema’s zoals nationalisme, macht en historisch besef in de Japanse samenleving blootlegt. 

    Koizumi heeft het vermogen om met zijn werk complexe emoties als schuld en schaamte te verkennen

    In de video-installatie The Angels of Testimony verweeft de kunstenaar het levensverhaal van oorlogsveteraan Hajime Kondo met universele vragen over intergenerationele schuld. Koizumi heeft het vermogen om met zijn werk complexe emoties als schuld en schaamte te verkennen. Door gebruik te maken van interviews, historische reconstructies en fictie daagt hij de bezoeker uit om anders naar het verleden te kijken en ongemakkelijke waarheden niet uit de weg te gaan.  

    De Pont, Tilburg, vanaf 29/3

  • Aandacht voor Mussolini in een verdeeld Italië

    Aandacht voor Mussolini in een verdeeld Italië

    De nieuwe Italiaanse tv-serie over Mussolini, M: Il figlio del secolo, kan rekenen op uiteenlopende recensies. ‘Niet alleen de serie is zeer geslaagd, ook de controverse eromheen is de moeite waard’, merkt de centrumlinkse krant La Repubblica op.

    Al eerder bleek dat ‘de figuur van Mussolini publieke belangstelling garandeert, meestal in de vorm van een controverse’, schrijft de katholieke Italiaanse krant Avvenire. Dat geldt evengoed voor de serie M: Il figlio del secolo (‘M: de zoon van de eeuw’), een bewerking van Antonio Scurati’s gelijknamige roman over de Italiaanse dictator, geregisseerd door de Brit Joe Wright, die sinds begin januari op het Italiaanse Sky Atlantic te zien is. ‘Niet alleen de serie is zeer geslaagd, ook de controverse eromheen is de moeite waard’, merkt de centrumlinkse krant La Repubblica op. De kijkers zijn verdeeld op basis van hun politieke ideeën, ‘rechts heeft de serie zelfs bekritiseerd omdat deze niet “benadrukt” dat het fascisme ook goede dingen heeft gedaan’. Il Giornale stipt aan dat de M in de titel van de serie voor Mussolini staat, ‘maar, gezien de tijd waarin we leven, evengoed voor Meloni’. 

    De conservatieve Giornale noemt de serie ‘zeer onderhoudend’, maar bekritiseert Marinelli’s houding

    Al voor de uitzending van de eerste aflevering regende het kritiek op de hoofdrolspeler, Luca Marinelli, nadat deze in een interview met Corriere della Sera had gesproken over de ‘pijn’ die hij voelde bij het spelen van zijn rol. De conservatieve Giornale noemt de serie ‘zeer onderhoudend’, maar bekritiseert Marinelli’s houding, hoe ‘buitengewoon’ die ook acteert. Als hij Mussolini niet had willen spelen, had hij het niet moeten doen, aldus het Romeinse dagblad. De vergoeding die de acteur voor de rol ontving moet ‘de pijn hebben verzacht’. Als tegenvoorbeeld noemt de krant de Zwitserse acteur Bruno Ganz, die ‘een dictator speelde [Adolf Hitler in Der Untergang, 2004] zonder daarover te zeuren’.

    Il Giornale hekelt verder ‘het protest van een geëngageerd schrijver tegen de poster van de serie, waarop een gigantische Mussolini-arm de ­Hitlergroet brengt’. De recensent noemt deze houding ‘merkwaardig’, aangezien links van het fascisme ‘een reden om te overleven’ heeft gemaakt en ‘de anti-­Mussolini-boeken van Scurati verdedigt, maar niets over Mussolini wil horen of van hem wil zien’.

    Volgens het liberale dagblad Il Sole 24 Ore krijgt de voormalig dictator niet te veel aandacht: ‘Sommigen merken terecht op dat Mussolini tot een tijd behoorde waarin er nog ideologieën bestonden en leiders de logica van de machtspolitiek volgden. Maar die van nu beschouwen zichzelf nog steeds als de koningen van de wereld en sluiten geweld evenmin uit als het gaat om het beschermen van hun belangen, zoals te zien is in de kwesties rond Groenland en Panama.’  

  • Afrikaanse literatuur wordt over de hele wereld gelezen, behalve in Afrika

    Afrikaanse literatuur wordt over de hele wereld gelezen, behalve in Afrika

    Op het Afrikaanse continent zijn boeken duur en bibliotheken schaars, maar een groeiend aantal technische vernieuwers en onafhankelijke uitgeverijen werkt eraan om Afrikaanse literatuur beschikbaar en betaalbaar te maken.

    Nervous Conditions van Tsitsi Dangarembga, een roman over opgroeien in koloniaal Zimbabwe, is een van de belangrijkste werken uit de Afrikaanse literatuur van de twintigste eeuw en is opgenomen in de onderwijsprogramma’s van universiteiten in het Verenigd Koninkrijk. Britse studenten kunnen een tweedehandsexemplaar bestellen voor minder dan 3 pond.

    Er is echter één plek waar lezers het boek moeilijk kunnen vinden: Harare, de hoofdstad van Zimbabwe en de woonplaats van Dangarembga, ook al wordt het boek in paperback uitgegeven in buurland Zuid-Afrika. ‘Het is ontzettend moeilijk om mijn boeken ergens in Zimbabwe te vinden,’ bevestigt Dangarembga.

    Afrikaanse literatuur bloeit

    Afrikaanse literatuur bloeit en de invloed ervan op de wereldliteratuur blijft toenemen. In 2021 wonnen Afrikaanse auteurs de Nobelprijs voor de Literatuur, de Booker Prize en de Prémio Camões, de hoogste literaire onderscheiding voor werk in het Portugees. The New York Times noemde 2021 ‘het jaar van de Afrikaanse literatuur’.

    Dit jaar wordt er met spanning uitgekeken naar de publicatie van de eerste roman van Chimamanda Ngozie Adichie in tien jaar. Er zijn nog veel meer Afrikaanse auteurs die steeds meer erkenning krijgen in Europa en Amerika, van de Zambiaanse Mubanga Kalimamukwento tot de Nigeriaanse Damilare Kuku.

    Toch hebben de meeste Afrikanen moeite om nieuw werk of klassiekers van auteurs als Dangarembga te bemachtigen. Weinig landen hebben een uitgeverij die lokaal boeken uitgeeft. Lang niet alle landen hebben openbare bibliotheken die niet enkel boeken uitlenen, maar ook de groei van onafhankelijke uitgevers stimuleren door exemplaren van hun nieuwe werken op te kopen, zegt Ainehi Edoro, oprichter van Brittle Paper, een onlineplatform over Afrikaanse literatuur.

    Een tekort aan middelen

    In Zuid-Afrika heeft 43 procent van de huishoudens geen boeken en slechts 16 procent heeft er meer dan vijf. In Kameroen wordt een schoolboek door wel twaalf leerlingen gedeeld. In Ethiopië is het voor Dawit Berhanu, die een online boekenclub runt genaamd Ethiopia Book Forum, een constante strijd om goed leesvoer te vinden. Elke week weer slagen de meeste van de zestig leden van de club er niet in om een exemplaar van het besproken boek te bemachtigen, maar toch nemen ze deel aan de lezingen om van de discussies te genieten.

    ‘Er is geen tekort aan literair talent op het Afrikaanse continent, het wemelt er van de schrijvers en mensen die verhalen willen vertellen,’ zegt Edoro. ‘Maar de rest van de literaire markt moet nog ontwikkeld worden. Ze hebben geen toegang tot redacteuren, agenten en publicisten; er is geen lokale infrastructuur.’

    In de meeste Afrikaanse landen importeren boekverkopers voorraden. Zwakke valuta’s maken dit proces duur. Sommige landen, zoals Kenia, heffen belasting op boeken, waardoor de prijzen nog verder stijgen.

    ‘Mensen kopen liever brood dan boeken, dat is de realiteit’

    The Shadow King van Maaza Mengiste, een boek over de vrouwen die zich verzetten tegen de bezetting van Ethiopië door fascistisch Italië in de jaren dertig van de twintigste eeuw, stond op de shortlist voor de Booker Prize in 2020. De roman kost 9 pond in het Verenigd Koninkrijk. In een van de weinige boekwinkels van Addis Abeba kost dezelfde roman 3000 Ethiopische birr (ongeveer 19 pond). Ter vergelijking: een universitair docent verdient 11.500 birr (72 pond) per maand.

    ‘De kosten zijn de belangrijkste barrière,’ zegt Tinashe Mushakavanhu, een Zimbabwaanse academicus aan de Universiteit van Oxford. ‘Mensen kopen liever brood dan boeken, dat is de realiteit.’

    Publicaties van eigen bodem

    De oplossing is volgens Edoro het ontwikkelen van ‘een uitgeversmarkt van eigen bodem. Als je die eenmaal hebt, kun je op betaalbare wijze boeken aan de man brengen,’ zegt ze. Edoro noemt haar thuisland Nigeria als voorbeeld. In de afgelopen twintig jaar zijn er verschillende nieuwe uitgeverijen ontstaan. Deze uitgeverijen werken niet alleen met opkomende Nigeriaanse schrijvers, ze kopen ook de rechten van internationale bestsellers en drukken Nigeriaanse edities, zodat ze beschikbaar en betaalbaar blijven.

    ‘Lange tijd kregen Nigerianen niet de boeken die ze wilden lezen. Nu hebben mensen toegang tot de meeste Afrikaanse titels,’ zegt Othuke Ominiabohs, oprichter van Masobe Books, een onafhankelijke Nigeriaanse uitgeverij.

    Sinds de oprichting in 2020 heeft Masobe Books meer dan honderd auteurs gecontracteerd en meer dan honderdduizend boeken verkocht. Het succes ligt in het aangaan van relaties met fysieke winkels, het creëren van een hype rond boeken op sociale media, frisse omslagontwerpen en geweldige werken voor realistische prijzen. 

    ‘Toen we begonnen, was iedereen enthousiast over de covers,’ zegt Ominiabohs. ‘Ze waren nieuw, verfrissend, gedurfd. En de verhalen op die omslagen waren heel enerverend, heel Nigeriaans. Ze gingen niet over mensen in de VS of Groot-Brittannië. Het waren verhalen over mensen die in Nigeria woonden, die in Nigeria werkten, die Nigeriaans aten. Ze waren herkenbaar.’

    Originele oplossingen

    Elders vinden schrijvers hun eigen manieren om te innoveren. Crowdfunding is een handig middel voor eigen publicaties. In Zimbabwe gebruiken verschillende auteurs WhatsApp-groepen om hun boeken te schrijven en te verspreiden, waarbij ze hoofdstukken gratis uitgeven en een kleine vergoeding vragen voor de mogelijkheid om verder te lezen. In Ethiopië hebben twee programmeurs het e-book- en luisterboekplatform Tuba gelanceerd, waar boeken kunnen worden gedownload naar een app, voor een fractie van de kosten van een fysiek exemplaar.

    ‘We worden steeds groter,’ zegt Dagnachew Tesfaye, een van de oprichters van Tuba. ‘Het is nog vroeg, maar we hopen honderdduizenden boeken te gaan verkopen.’

    Een Keniaans digitaal onderwijsplatform, eKitabu, lanceerde in 2024 een uitgeverij, Mvua Press. Tot nu toe heeft die tien boeken gepubliceerd. Het bedrijf heeft ook een schrijverscafé in Nairobi om nieuwe auteurs te helpen hun prille ideeën om te zetten in manuscripten die kunnen worden ingediend.

    ‘Wij geloven dat er een markt is voor boeken in Afrika als ze toegankelijker en goedkoper worden voor lezers,’ zegt Mercy Kirui, de uitgeefmanager van Mvua Press. ‘We willen dat een boek van een Afrikaanse auteur een hit wordt in Afrika vóórdat het een wereldwijde bestseller wordt.’

  • De landschappen van Nuri Bilge Ceylan

    De landschappen van Nuri Bilge Ceylan

    Of hij nu de drukte van Istanbul of de leegte van Anatolië in beeld brengt, de karakteristieke lange shots en zorgvuldige composities van filmmaker Nuri Bilge Ceylan tonen hoe landschappen en menselijke emotie elkaar weerspiegelen.

    Nuri Bilge Ceylan (Istanbul, 1959) is een gerenommeerde Turkse filmmaker en fotograaf wiens werk diep geworteld is in de Turkse cultuur en geschiedenis. Zijn films verkennen de complexiteit van de menselijke conditie, waarbij hij authentieke personages creëert die worstelen met persoonlijke uitdagingen en eenzaamheid. 

    De films van Ceylan zitten vol rijke dialogen, existentiële overpeinzingen en lange shots van interieurs en uitgestrekte landschappen. 

    De omgeving beïnvloedt en reflecteert de gemoedstoestand van de karakters

    Vooral landschappen komen vaak voor, niet alleen als achtergrond maar als weerspiegeling van de innerlijke wereld van zijn personages. Of het nu gaat om het levendige Istanboel of de uitgestrekte Anatolische vlakte, de omgeving beïnvloedt en reflecteert de gemoedstoestand van de karakters. Dat laat hij zien met sterke fotografische composities en het contrast tussen bewegende en statische beelden. Hij won er prestigieuze prijzen mee,  waaronder de Palme d’Or in Cannes voor Winter Sleep in 2014. Ook zijn foto’s in cinemascopeformaat stralen een filmische gevoeligheid uit.   

    Inner Landscapes, Eye Filmmuseum Amsterdam, 18/1 tot 1/7/25

  • Thomas Chatterton Williams over identiteit, politiek en de toekomst van Amerika

    Thomas Chatterton Williams over identiteit, politiek en de toekomst van Amerika

    Thomas Chatterton Williams, cultuurcriticus en de auteur van Self-Portrait in Black and White: Unlearning Race, maakt zich zorgen over de toekomst van Amerika onder Trump, maar blijft op de lange termijn optimistisch. In een interview met 360 Magazine spreekt hij over identiteitspolitiek, de normalisering van autoritarisme en waarom we anders moeten gaan denken over ras. Het interview vond vlak voor de presidentsverkiezingen in de VS plaats.

    In de geschiedenis zien we vaak dat groepen herhaaldelijk proberen veranderingen door te voeren, maar uiteindelijk uitgeput raken en het opgeven. Denk je dat dit ook gebeurt met Trump en zijn aanhangers?

    ‘Ja, in het geval van Trump zagen we het bij  zijn running mate, J.D. Vance, en bij veel anderen die ooit tegen hem waren. Op een gegeven moment hebben ze allemaal besloten om toch mee te gaan. Mensen raken gewoon moe van het vechten. Zelfs iemand als Jeff Bezos, die vroeger fel tegen Trump was, lijkt nu een meer passieve houding aan te nemen.’

    Je lijkt een parallel te trekken naar de opkomst van autoritaire bewegingen. Is dat je zorg?

    Absoluut. Wetenschappers die zich bezighouden met autoritarisme, benoemen dat voor de groei van autoritaire bewegingen niet alleen aanhangers nodig zijn. Degenen die zich ertegen verzetten moeten zó worden uitgeput dat de autoritaire beweging genormaliseerd wordt. Je ziet dit bij Marine Le Pen in Frankrijk; ik denk dat ze uiteindelijk president zou kunnen worden, omdat ze dat al zo vaak heeft geprobeerd en het moeilijk is voor haar tegenstanders om bij elke verkiezing waakzaam te blijven. Hetzelfde is gebeurd met Geert Wilders in Nederland.’

    Dus je suggereert dat Trump deze keer beter voorbereid is dan bij vorige verkiezingen?

    Hij is veel strategischer geworden. De mensen die hem voorheen tegenhielden, zoals Mike Pence, zijn er niet meer. Trump heeft zich omringd met loyale volgelingen. Dit maakt hem veel gevaarlijker dan in 2020.’

    ‘Ondanks alles geloof ik nog steeds dat Amerika een fundamenteel goede samenleving is’

    Dat klinkt zorgwekkend. Zie je op de lange termijn nog een  toekomstperspectief voor Amerika?

    Ik ben op de lange termijn optimistisch. Ondanks alles geloof ik nog steeds dat Amerika een fundamenteel goede samenleving is. Veel dingen verbeteren. Zo zijn de ervaringen van minderheden in 2024 totaal anders dan die van vijftig of zestig jaar geleden. Zelfs met iemand als Trump die streeft naar macht, wordt raciale identiteit minder een sociaal probleem dan het in het verleden was. Ik denk dat mensen zich steeds meer bewust worden van klassenverschillen, en dat is op zich een positieve verandering.’

    Hoe zit het op de korte termijn? Ben je daar optimistisch over?

    Op de korte termijn ben ik behoorlijk bezorgd. Ik denk dat dingen veel erger worden, voordat ze beter kunnen worden. De mate van polarisatie in Amerika is op dit moment zorgwekkend. Grote delen van de bevolking trekken de legitimiteit van verkiezingen in 2020 in twijfel en dat is heel gevaarlijk. De gebeurtenissen van 6 januari hebben ons laten zien hoe snel dingen uit de hand kunnen lopen. We hebben zelfs ergere dingen gezien, zoals moordpogingen en toenemend politiek geweld. We leven met een niveau van gevaar en instabiliteit dat onacceptabel is.’

    Wat kan er gedaan worden om het vertrouwen van Amerikanen te herstellen?

    Ik denk dat het huidige klimaat van wantrouwen het heel moeilijk maakt om iets voor elkaar te krijgen in de politiek. Als Democraten en Republikeinen het niet eens kunnen worden over basale waarheden, zoals het accepteren van de verkiezingsresultaten of de legitimiteit van het Hooggerechtshof, hoe kunnen we dan effectief regeren? Het is lastig voor te stellen hoe we onder deze omstandigheden deze situatie in een functionerende samenleving kunnen ombuigen, vooral zolang figuren als Trump polarisatie blijven aanwakkeren. Hij is een meester in verdeeldheid creëren.’

    Speelt Kamala Harris hier een rol in?

    Ik ben onder de indruk van hoe Harris haar identiteit heeft gepositioneerd tijdens haar campagne. In tegenstelling tot Hillary Clinton, die haar vrouwelijke presidentschap centraal stelde, heeft Harris haar ras en geslacht veel minder prominent op de voorgrond geplaatst. Toen Trump probeerde om op basis van haar identiteit verdeeldheid te zaaien, reageerde ze slim: ze weigerde zich in de identiteitspolitiek te verliezen en richtte zich op het beleid. Ik denk dat dit een stap voorwaarts kan zijn in de Amerikaanse politiek.’

    ‘Gelukkig zien we langzaamaan een verschuiving in de manier waarop we naar raciale groepen kijken’

    Sluit dit aan bij je eigen boodschap van je boek Self-Portrait in Black and White – Unlearning Race?

    Ik heb altijd geloofd dat de manier waarop we in Amerika over ras denken, fundamenteel verkeerd is. Het is een sociaal construct, geen biologische realiteit. Ik heb geschreven over hoe ras in de samenleving functioneert, bijna zoals hekserij vroeger functioneerde: het is een geloofssysteem zonder wetenschappelijke basis, maar mensen behandelen het als echt omdat ze erin geloven. Gelukkig zien we langzaamaan een verschuiving in de manier waarop we naar raciale groepen kijken. Kamala Harris die haar identiteit niet benadrukte in haar campagne is een kleine, maar belangrijke stap in die richting.’

    Is het niet moeilijk om ras volledig los te laten, gezien de tastbare gevolgen die het heeft in het leven van mensen?

    Je hebt gelijk. We kunnen de gevolgen van raciale discriminatie niet ontkennen. Dat mensen op basis van hun ras anders behandeld worden, is onmiskenbaar waar. Het is een intellectuele uitdaging om ras los te koppelen van de realiteit van de discriminatie die mensen ervaren. Maar ik denk dat het belangrijkste is om te erkennen dat racisme bestaat, zonder de groepen mensen te steunen die het rechtvaardigen. Het is een lastige balans, maar ik geloof echt dat we door deze rigide ideeën over ras los te laten, kunnen toewerken naar een meer inclusieve samenleving.‘

    Zijn er tekenen dat deze verschuiving plaatsvindt? Beginnen mensen écht na te denken over de manier waarop ze ras definiëren?

    Die tekenen zijn er zeker, al is het nog vroeg. Boeken zoals Racecraft van Barbara en Karen Fields hebben een belangrijke rol gespeeld in het verschuiven van het gesprek. Zij stellen dat ras functioneert als geld – het is niet echt, maar we geloven erin, dus het heeft waarde. Ik ben ook geïnspireerd door denkers zoals Adrian Piper, die publiekelijk besloot om “zwart” te zijn, met de boodschap dat ze niet meer wilde deelnemen aan “het rassenspel”. Dit soort denken wint aan terrein, vooral onder jongere generaties.’

    Je noemde eerder dat je het als een grote mislukking zou ervaren als je dochter zou opgroeien als een ‘witte, bevoorrechte’ persoon. 

    Ik zou niet willen dat ze zich niet bewust  is van haar achtergrond. En dat is ze gelukkig niet. Ze is inmiddels 11 jaar oud en kent mijn vader goed. Ik wil dat ze zich bewust is van de sociale en raciale positie waarin haar vader zich bevond en waarom dat belangrijk is. Veel mensen hebben geen idee van de ervaringen van zwarte mensen, of wat ze echt doorgemaakt hebben. Ze lezen misschien een boek over racisme of iets dergelijks, maar daar blijft het bij. Mijn dochter heeft veel tijd doorgebracht met haar zwarte grootvader en ik wil dat ze begrijpt wat de offers waren die hij heeft gebracht, zodat wij konden worden opgeleid, reizen en een beter leven konden leiden. Dat was dankzij de keuzes van haar grootvader, niet van haar moeders kant, maar van mij. Dus ik wil niet dat ze dat aspect van haar afkomst uit het oog verliest.

    ‘De wereld is toegankelijker als je als wit persoon wordt gezien’

    De wereld is toegankelijker als je als wit persoon wordt gezien. De wereld biedt dan een manier van leven die volgens mij redelijk onbelast is. Weet je, in Parijs zou ze zomaar kunnen zeggen dat ze wit is, en alles en iedereen zou dat beamen. Dus ze zou kunnen vergeten wat het betekent om niet alleen maar wit te zijn. Ik wil niet dat ze dat aspect verliest, het gevoel van wat het betekent om met een ander perspectief door het leven te gaan. Ze kan heel andere ideeën over ras hebben, ze kan zelfs geloven dat ras iets reëels is en het oneens zijn met mij over dat punt, maar ik wil gewoon dat ze zich bewust blijft van de ervaringen van de mensen waar ze mee verbonden is.’

    Dus jullie praten hierover met haar?

    Tot nu toe wel. En mijn kinderen zijn zo gevoelig voor dit soort dingen. Ik zie het bij mijn zoon, die pas zes is. Zijn beste vriend is ook van gemengde afkomst, maar zijn moeder komt uit Afrika en zijn vader is een witte Fransman. Hij is veel donkerder dan mijn zoon. En ik zie hoe kinderen zich sterk bewust zijn van deze verschillen. Mijn zoon heeft moeite om zichzelf als gemengd te zien. Hij ziet zichzelf heel duidelijk als wit. En ik zie hoe hij steeds wordt aangemoedigd om zichzelf zo te zien. Mijn dochter is ouder en heeft een verder ontwikkeld begrip van ras, maar ik zie bij mijn zoon hoe hij elke wordt aangemoedigd om zichzelf als wit te zien, met een zwarte grootvader, maar toch wit.’

    Moeten witte mensen zich meer uitspreken tegen het rigide idee van ras?

    Nou, ik denk dat iedereen dat moet doen. Het werkt niet als alleen zwarte mensen of andere niet-witte mensen zeggen dat ze moe zijn van het concept ras. Ook witte mensen die zich niet meer identificeren met dat idee van het ras moeten zich ertegen uitspreken. In feite is het een vraag die door witte mensen beantwoord moet worden. 

    James Baldwin zei ooit heel treffend dat, wil er ooit iets veranderen, witte mensen moeten stoppen met zich wit te willen voelen. Maar zoals ik eerder zei over mijn kinderen: er is zoveel stimulans om wit te zijn. En dat is iets waar we over na moeten denken. James Baldwin had in een interview een gesprek met een witte, intellectuele en progressieve man. Die vroeg: “Waarom praten we altijd over zwart en wit? Dat moeten we niet doen.” En Baldwin zei toen: “Ik kan niet anders, omdat we doen alsof het geen probleem is, maar het is wel degelijk een probleem.” Hij zei iets heel scherpzinnigs en diepzinnigs: “Ik ben geen neger. Maar de echte vraag is: waarom moest je van mij een neger maken?” En dat is een vraag die alleen door witte mensen beantwoord kan worden. Ik denk dat dat de werkelijke vraag is. Het gaat niet alleen om zwart en wit. Waarom hebben we elkaar nodig? Wat betekent het voor de multi-etnische samenlevingen die we nu hebben? Europa en vooral Amerika waren altijd al een multi-etnische samenleving, tot op zekere hoogte, maar samenlevingen waren vroeger niet altijd zo multi-etnisch als nu. 

    ‘Als we een verandering willen, dan moeten witte mensen wit niet meer zien als een erfelijke, sociale of biologische categorie’

    We leven in steeds meer gemengde, multi-etnische en multiculturele samenlevingen en we moeten een manier vinden om onszelf en elkaar zó te begrijpen dat we geen behoefte hebben om “een ander” te creëren. Er moet een manier zijn waarop we allemaal Amerikanen kunnen zijn. En ik denk dat deze vraag uiteindelijk beantwoord moet worden door de witte meerderheid. Het kan niet zomaar een standpunt zijn van een paar zwarte mensen die zeggen dat ze niet meer in ras geloven. Als we een verandering in de samenleving willen, dan moeten witte mensen wit niet meer zien als een erfelijke, sociale of biologische categorie.’

    Het gebeurt nu overal, vooral in Europa, dat extreemrechtse mensen aan de macht komen en er vreemde theorieën op nahouden. Het idee van de omvorming, bijvoorbeeld. We hebben nu mensen in de regering die dat idee steunen. Hoe zal dit aflopen?

    Ik denk dat de meeste fatsoenlijke mensen zich ongemakkelijk voelen bij dit soort ideeën, maar ik vraag me af of, op een dieper niveau, veel witte mensen eigenlijk bang zijn voor culturele en etnische omvolking. Er is een Franse schrijver, Raphael Glucksman, die in het afgelopen decennium een boek publiceerde waarin hij zei dat zelfs wanneer je denkt aan een homogeen Europese samenleving, zoals Frankrijk, waar mensen zeggen dat “we de Franse identiteit moeten bewaren,” je je moet realiseren dat de Franse identiteit nooit echt een vaststaand gegeven was. 

    Als ik in Amsterdam over straat loop, zie ik een echte multiculturele samenleving die heel goed werkt. Er is Indisch eten, ik loop langs een dumplingrestaurant en overal zijn er Mexicaanse eettentjes. En het werkt, mensen willen het zo hebben. Amsterdam is waarschijnlijk de eerste stad in het Westen die echt openstond voor de rest van de wereld. Dit is een stad die altijd gastvrij is geweest of op zijn minst tolerant tegenover vreemden. En je kunt zien dat een multiculturele samenleving eigenlijk best goed werkt. Ik denk ook dat in Amerika, zelfs midden in Trump-land, de bevolking veel gemengder en diverser is dan we vaak denken. Ik gaf eens een lezing in Texas, ik keek het publiek in en zag Latino’s, Aziaten, zwarte en witte mensen die gewoon naast elkaar zitten.

    ‘Hij zei: “Je hoeft niet in de buurt van immigranten te wonen om je zorgen te maken over het idee van immigratie”’

    Ik las dat je voor je werk ook met racisten hebt gesproken.

    Voor de New Yorker schreef ik een profiel van de man die de term the Great Replacement heeft bedacht. Op sommige witte supremacisten na had niemand in Amerika nog echt van die term gehoord. Maar toch was het interessant, omdat de Europese racist een beetje anders is dan de Amerikaanse racist. Die man woonde in een kasteel in een klein dorpje in het zuidwesten van Frankrijk, waar volgens mij geen enkele immigrant woont. Maar hij zei: “Je hoeft niet in de buurt van immigranten te wonen om je zorgen te maken over het idee van immigratie.” Toen ik naar hem toe ging, had ik nog geen rijbewijs, dus mijn ex-vrouw en mijn dochter gingen mee naar het kasteel. Hij vroeg ons uiteindelijk om te blijven voor het diner en hij was een goede gastheer. Dus ik zei: “Ben ik niet eigenlijk precies datgene wat je zo tegenstaat?” Maar hij zei: “Nee, een zwarte man uit New York en een Amerikaan in Parijs is juist zo Frans als het maar kan .Massale immigratie uit armere landen, dát is het probleem.” En misschien deed hij gewoon beleefd tegen mij, maar hij zei heel duidelijk: “Immigratie op individueel niveau is geen probleem. Bij massale immigratie wordt het omvolking. En mijn probleem daarmee is dat ik van diversiteit houd. Maar als alles samenkomt, wordt alles gehomogeniseerd. De wereld is divers. Marokkanen wonen in Marokko, Fransen in Frankrijk, Japanners in Japan.” Dus ze beweren dat het hun liefde voor diversiteit is. En dat eigenlijk, als je van diversiteit houdt, je ook zou willen dat witte identiteiten blijven bestaan, omdat dat een deel is van wat de wereld divers en interessant maakt.’

    Noemde hij zichzelf een racist?

    Nee. Hij noemt zichzelf het tegenovergestelde van een racist. Hij noemt zichzelf ook een xenofiel, geen xenofoob. Hij houdt van de verschillen van iedereen, dus hij wil de verschillen behouden. Er zijn Fransen die dit argument op een veel verfijndere manier maken dan de typische Amerikaanse racist. Maar het leidt uiteindelijk tot hetzelfde, namelijk dat je de identiteit wilt bevriezen op een bepaald punt, waar je zegt: “Dit is wat Frans zijn is en hier houdt het op.” Maar zo werkt het menselijke leven niet.’

    Denk je dat de term racisme tegenwoordig te gemakkelijk wordt gebruikt?

    Ik denk dat racisme een term is die in Amerika te veel wordt gebruikt, maar niet in Frankrijk. Ik weet niet hoe het in Nederland is, maar in Frankrijk erkennen ze officieel geen raciale verschillen. Het woord ras bestaat niet in de grondwet. Je kunt privé een jood zijn of wat je maar wilt zijn, maar publiekelijk is elke Franse burger gewoon een Franse burger. Dus ze houden zelfs geen statistieken bij. Activisten zullen zeggen dat dat pas echt problematisch is, omdat je het gevoel hebt dat er meer Arabieren en zwarte mensen in de gevangenis zitten in Frankrijk en dat dat iets te maken heeft met discriminatie. Maar eigenlijk is iedereen in de gevangenis in Frankrijk Frans. Dus ze zeggen dat die soort kleurenblindheid je blind kan maken voor raciale ongelijkheid.

    ‘In Ghana zijn er op dit moment slaven en niemand heeft het erover’

    Maar in Amerika speelt het tegenovergestelde probleem, waar we raciale verschillen bijna verafgoden. Racisme is een van de redenen dat mensen Donald Trump steunen. Mijn volgende boek komt eraan. Het gaat over de zomer van 2020 en de dood van George Floyd, een arme zwarte man. En wat er daarna gebeurde, al de veranderingen die plaatsvonden, zoals Harvard-professoren die zeiden: “George Floyd stierf, dus we moeten meer banen voor zwarte mensen krijgen.” Bij The New York Times zeiden ze: “George Floyd stierf, dus we moeten de Yale freshman-klas zwart maken” en “George Floyd stierf, dus we moeten het hele bestuur van deze prestigieuze instellingen laten aftreden en vervangen door zwarte mensen.” Dat gebeurde.

    Maar tegelijkertijd praten mensen in Amerika over racisme, terwijl ze zich niet bewust zijn van het feit dat in Libië, in het tijdperk van de iPhone, we video’s hadden van een slavenmarkt in de open lucht nadat Gaddafi was gevallen. In Ghana zijn er op dit moment slaven en niemand heeft het erover. We praten continu over waarom het belangrijk is voor Amerikanen om de wortels van slavernij in Amerika te begrijpen, maar er is geen discussie over de slavernij die op dit moment bestaat.’

    En waarom denk je dat dat zo is?

    Ik denk dat het komt doordat er sprake is van een soort narcisme in sterk egalitaire samenlevingen, waar we elk klein verschil fetisjiseren. Er zijn echte verschillen en er zijn echte ongelijkheden, maar het is nooit zo gelijk geweest als nu. En weet je, ik denk dat, toen mijn vader opgroeide, je je niet echt kon fixeren op de kleine dingen, omdat er grote dingen aan de hand waren. Ik denk dat je veel gevoeliger wordt naarmate er minder echte tegenslagen in je leven zijn. Mijn vader is in Texas geboren. Zijn grootmoeder was oud genoeg om getrouwd te zijn met een man die geboren was tijdens de slavernij. In zijn ouderlijk huis hadden ze in de jaren dertig geen stromend water. Ze konden zich niet fixeren op de dingen waar mensen zich nu mee bezighouden, zoals of ze voldoende vertegenwoordigd werden in de boeken die ze lazen. Of er genoeg zwarte personages waren. Of ze zich gezien voelden in de romans die ze lazen. Dat was niet iets waar hij zich zorgen over maakte. Hij las gewoon Hemingway en hij probeerde een opleiding te krijgen en vroeg zich af of het boek goed was. Hij vroeg zich niet af of hij zich gezien voelde. Er waren grotere dingen om je zorgen over te maken.’

    Summer of Our Discontent komt 5 augustus uit in de Verenigde Staten. Het is nog onbekend wanneer het boek in Nederland zal verschijnen. 

  • Zweven in het licht van James Turrell

    Zweven in het licht van James Turrell

    De Britse kunstenaar James Turrell creëert door middel van complexe lichtinstallaties en -projecties ervaringen die de zintuigen te boven gaan.

    Je staat in een volledig donkere kamer en er verschijnt langzaam een zacht, kleurrijk licht dat de hele ruimte vult. Je weet niet meer waar de muren zijn, of waar de vloer ophoudt en het plafond begint. Dan beleef je het zogenaamde ‘zweven’ in licht, dat de Britse kunstenaar James Turrell probeert te creëren met zijn werk.

    In Parijs laat hij zien hoe veelzijdig licht kan zijn. 

    Hij projecteert licht zodanig dat het lijkt alsof er een zwevend blok licht in de ruimte hangt

    Turrell maakt ook andere soorten lichtkunst. Hij projecteert licht zodanig dat het lijkt alsof er een zwevend blok licht in de ruimte hangt. Of hij maakt ‘schilderijen’ van licht die in de muur lijken te zitten, als een soort magische ramen.

    In een langlopend project in een uitgedoofde vulkaan in Arizona, maakte hij ruimtes waar bezoekers de sterren en de zon op een nieuwe manier kunnen ervaren. 

    At one, Le Bourget, Parijs, tot zomer 2025

  • Honderd jaar eenzaamheid toch verfilmd

    Honderd jaar eenzaamheid toch verfilmd

    Op 11 december ging de langverwachte verfilming van Honderd jaar eenzaamheid in première op Netflix. ‘Het zou moeilijk, zo niet onmogelijk zijn geweest om het beter te doen’, schrijft El Diario.

    Er werd gevreesd en misschien zelfs wel een beetje gehoopt dat het onmogelijk was: Gabriel García Márquez’ meesterwerk Honderd jaar eenzaamheid, uit 1967, vertalen naar het scherm. De Latijns-Amerikaanse en Spaanse pers keken dus met enige bezorgdheid uit naar 11 december, de dag dat de release van de serie naar het boek op Netflix plaatsvond. Al snel verkondigde Medellíns El Colombiano dat regisseurs Laura Mora en Álex García López ‘erin zijn geslaagd (…) een autonoom werk’ te creëren.

    In zestien afleveringen – waarvan er nu acht beschikbaar zijn – wordt het leven verteld van kolonel Aureliano Buendía en dat van zijn ouders, Úrsula en José Arcadio Buendía, die hun dorp verlieten om samen met een groep vrienden het stadje Macondo te stichten.

    El Colombiano is vooral lovend over het acteursduo dat de ouders speelt: ‘Als Diego Vásquez en Marleyda Sotocuando het toneel betreden, ontstaat er een licht magische sfeer, alsof ze in een sluier van geheimzinnigheid zijn gehuld.’ 

    El Diario spreekt van ‘de best mogelijke bewerking van Honderd jaar eenzaamheid. Het zou moeilijk, zo niet onmogelijk zijn geweest om het beter te doen.’ Bovendien is de serie, aldus de site, het zoveelste bewijs van het genie van de in 2014 overleden winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur.

    ‘Tijdens het draaien waren we diep ontroerd dat de beelden de poëtische schoonheid van de roman opriepen’

    Laura Mora noemt het verfilmingsproces in een interview met El Espectador ‘heel aangrijpend. Het vergde vele uren werk en onderzoek, maar tijdens het draaien waren we diep ontroerd dat de beelden daadwerkelijk de poëtische schoonheid van de roman opriepen.’

    De liefde van de regisseurs voor het boek is volgens de Peruaanse krant El Comercio in elke scène terug te zien. Wel stipt het dagblad uit Lima aan dat de auteur tijdens zijn leven weigerde zijn werk op het scherm te zien verschijnen, omdat hij liever de verbeeldingskracht van de lezers wilde prikkelen. Dankzij toestemming van zijn nakomelingen kon deze Netflix-productie alsnog verschijnen. Volgens El Diario zou de belangstelling voor de klassieker weleens opnieuw kunnen oplaaien: ‘Dat de serie Honderd jaar eenzaamheid nu in 190 landen wordt vertoond is een grote prestatie voor de Spaanstalige literatuur en voor fictiewerken in het algemeen.’ 

    Honderd jaar eenzaamheid is te zien op Netflix

  • Neurowetenschapper Clara Pretus: ‘Er zijn mensen die profiteren van het aanwakkeren van onrust’

    Neurowetenschapper Clara Pretus: ‘Er zijn mensen die profiteren van het aanwakkeren van onrust’

    El País sprak met neurowetenschapper Clara Pretus over de verontrustende mechanismen achter desinformatie in een wereld die steeds meer wordt beheerst door polarisatie en emotionele retoriek.

    Weinig mensen kennen het brein van extremisten zo goed als neurowetenschapper Clara Pretus (36), omdat zij letterlijk in hun brein heeft gekeken. In haar bekendste werk scande ze de hersenen van jonge mensen die gewelddadige jihadistische acties wilden ondernemen, om de persoonlijke en maatschappelijke mechanismen te begrijpen die ten grondslag lagen aan hun roeping als jihadist. In recenter werk nam ze de grijze massa van mensen die op [de rechts-populistische partij] Vox hadden gestemd onder de loep, om te begrijpen waarom die leugens verspreiden over zaken die belangrijk voor hen zijn, zoals immigratie. Ze ontdekte dat als ze hen hiernaar vroeg, gebieden van hun sociale brein werden geactiveerd. ‘Dat zijn niet de besluitvormingsgebieden, maar de gebieden die worden gebruikt om ergens uit af te leiden wat anderen denken,’ zegt Pretus, die werkzaam is aan de Autonome Universiteit van Barcelona. Met andere woorden, ze verspreiden desinformatie met de goedkeuring van de groep in gedachten. 

    Als adviseur van het antiterrorismebureau van de Verenigde Naties en directeur van het Social Brain Lab waarschuwt Pretus dat een tragedie zoals die in Valencia door het weerfenomeen Dana makkelijk kan worden aangegrepen om desinformatie te verspreiden. ‘Als je in gevaar bent, is het de moeite waard om alle informatie die je kan redden of die in je voordeel kan werken te geloven,’ legt ze uit. Maar tegelijkertijd hekelt ze het feit dat ‘de tragedie door verschillende politieke actoren is gebruikt om er voordeel uit te halen’. Pretus weet dat er in situaties van gevaar en angst belanghebbenden opduiken die weten dat het gebruik van emotioneel geladen woorden ‘ons zenuwstelsel hackt’. ‘We moeten hier rekening mee houden, omdat er steeds meer van dit soort noodsituaties zullen voorkomen, die zeer bevorderlijk zijn voor desinformatie en politiek gewin.’

    Al op de eerste avond na de overstromingen in Valencia, toen mensen zich realiseerden dat de situatie zeer ernstig was, waren er mensen met een partijdige kijk op de gebeurtenissen.

    ‘We zijn zoiets niet gewend, zo’n situatie creëert onzekerheid, paniek en onveiligheid, en zorgt ervoor dat we helemaal vertrouwen op het weinige dat we weten. En de vooroordelen die we al met ons meedragen, bewust of onbewust, komen dan meer aan de oppervlakte. Bijvoorbeeld sociale of politieke identiteit, de overtuigingen van die partij en dat wereldbeeld: wie zijn de vijanden, wie zijn de bondgenoten? Daar vertrouw je op in tijden van onzekerheid. En dus zijn we bevooroordeeld in de manier waarop we informatie zoeken en die verwerken, en zelfs in de manier waarop we die waarnemen. Als je links of rechts bent, kijk je naar informatie die het meest bevestigt wat je al gelooft. Er is een experiment over klimaatverandering waarbij ze progressieve en conservatieve mensen in de Verenigde Staten de temperatuurcurve van de afgelopen eeuwen laten zien. Ze volgen hun blik en zien dat de progressieven naar de laatste paar decennia kijken: ze richten hun aandacht op het punt waar de temperatuur het sterkst stijgt; conservatieven daarentegen besteden geen bijzondere aandacht aan dit laatste deel van de grafiek. Dus zelfs als we hetzelfde nieuws lezen, kijken we naar wat ons wereldbeeld bevestigt.’ 

    ‘We zijn gemotiveerd om informatie te delen waarvan we weten dat die goed ontvangen zal worden’

    Denken in identiteiten maakt ons vatbaar voor desinformatie

    ‘Wat we geneigd zijn te doen, is zoeken naar datgene wat ons bevestigt als lid van de groep, proberen datgene veilig te stellen wat de groep bij elkaar houdt. Dit is een van de suggesties die zijn gedaan om te verklaren waarom we vatbaar zijn voor desinformatie: om ons lidmaatschap te bevestigen, niet alleen op een abstract niveau, maar ook met onze directe omgeving, ons publiek op sociale netwerken. We zijn gemotiveerd om informatie te delen waarvan we weten dat die goed ontvangen zal worden en dat die ons helpt bij de bevestiging van onze eigenwaarde. En dit wordt belangrijker naarmate die informatie crucialer is. Bijvoorbeeld in een noodsituatie of wanneer het van groot belang is voor de groepsidentiteit.’

    Verspreiden we desinformatie omdat we onze kritische geest uitschakelen, omdat een hoax ons gelijk bewijst?

    ‘Er zijn verschillende redenen. Sommige zijn verstandelijker van aard: ik heb geen tijd om goed op te letten of ik ben niet in staat om deze informatie kritisch te bekijken en ertegen in te gaan. Daarnaast is er een educatief aspect: je hebt een door het onderwijs verstrekte beschermingslaag nodig om de specifieke technieken te kunnen zien die worden gebruikt om desinformatie te verspreiden, zoals het gebruik van nepexperts, negatieve emoties, enzovoort. En tot slot is er een partijdiger motief, dat ook een rol speelt. Er zijn strategieën ontwikkeld die met enig succes werken voor de gewone burger met een meer cognitieve en pedagogische inslag. In werkelijkheid wordt de meeste desinformatie gedeeld door een klein percentage internetgebruikers. Het is een kleine maar geradicaliseerde groep die het grootste deel van de desinformatie die we tot ons krijgen aanstuurt. Het probleem is dat voor hen al deze strategieën ineffectief zijn, omdat zij andere motivaties hebben.’ 

    Omdat er opzet in het spel is.

    ‘Er kan voor honderd procent sprake zijn van opzet, er kan sprake zijn van kwade trouw. En er kan een beetje fanatisme in het spel zijn; dan is iemand bijvoorbeeld verblind door een ideologie en als hij dan bepaalde informatie ziet, gaat zijn bloed koken en moet hij het delen.’ 

    Hoe kijkt u in die zin aan tegen de strategieën voor factchecking, het bestrijden van desinformatie, als er een grote machine achter zit die deze produceert?

    ‘Op dit moment hebben strategieën voor factchecking een zeer beperkte effectiviteit. Ze kunnen de verspreiding op z’n best terugbrengen tot een minimum. Er zijn initiatieven, hulpmiddelen, maar die zijn bij lange na niet voldoende. We hebben dit gezien in het geval van Dana en ik denk dat er in dit opzicht veel zal veranderen. Vooral omdat de verspreiding van desinformatie juridische gevolgen moet hebben. Anders zullen we er niet in slagen om een gezonde informatieomgeving te creëren waar mensen hun recht kunnen uitoefenen om beslissingen te nemen op basis van accurate informatie.’

    Moeten er wetten komen tegen desinformatie? 

    ‘Ja, want het kan niet zo zijn dat er geen consequenties aan vastzitten. Maar momenteel is het systeem om desinformatie te beteugelen nog erg traag. Om het sneller te maken experimenteren we met een andere aanpak: crowdsourcing, open samenwerking tussen gebruikers. Het idee staat nog in de kinderschoenen, maar we denken dat we het systeem sneller zouden kunnen maken, zodat gebruikers informatie van sociale media kunnen verifiëren.’

    ‘Idealiter zou er een maatschappelijke norm moeten zijn die zegt dat het wenselijk is om kritisch te zijn op de eigen groep’

    Maar studies tonen aan dat wanneer iemand jou uit de droom wil helpen, het belangrijk is dat dat iemand uit je groep is, iemand die jij vertrouwt. Het is cruciaal om mensen te hebben met genoeg moed en intellectuele eerlijkheid om mensen in de eigen groep ter verantwoording te roepen.

    ‘Dit is belangrijk, maar je kunt het niet afdwingen. Het is moeilijk om te beïnvloeden wat er binnen een groep gebeurt. Er is in de VS een onderzoek gedaan dat aantoont dat het verifiëren van opmerkingen door een tegenpartij niet alleen niet werkt, maar er ook nog eens voor zorgt dat mensen nog bozer worden en nog stelliger achter hun opmerking gaan staan. Als het uit de groep zelf komt is het veel betrouwbaarder, veel effectiever, maar dat is moeilijk. Idealiter zou er een maatschappelijke norm moeten zijn die zegt dat het wenselijk is om kritisch te zijn op de eigen groep, en dat er als het ware een morele waarde is die boven onze partijbelangen staat: eerlijkheid.’

    We kunnen ook meer belang hechten aan een ander soort entiteiten. In deze gepolariseerde tijden lijkt er maar één enkele identiteit te zijn: de politiek. Maar we hebben meer identiteiten, meer dingen gemeen, we zijn ouders, we zijn Barça-supporters enzovoort. Kunnen we vertrouwen opbouwen in een andere identiteitssfeer om dit op te lossen?

    ‘Het is een strategie die juist bij klimaatverandering wordt gebruikt. Veel Republikeinen in de VS zijn erg sceptisch, maar als je een beroep doet op hun identiteit als ouders staan ze er meer voor open om hun kinderen een betere toekomst te geven. Als ik jou een vraag stel over klimaatverandering door eerst een beroep te doen op je identiteit als ouder, dan geef je me een ander antwoord. Het is waardevol om te weten dat we meerdere identiteiten hebben en dat we die kunnen aanspreken om dichter bij de waarheid van de informatie te komen.’

    Was er sprake van een polariserende voedingsbodem die in de pandemie tot uiting kwam en die nu weer verergerd is?

    ‘Ja, maar eerder ook al; ik denk dat het door de komst van Trump veel makkelijker geworden is om ongestraft leugens en desinformatie te verspreiden. En daarna zijn er een paar harde klappen geweest waardoor mensen wanhopiger en onzekerder zijn geworden. En de media die we volgen, de leiders naar wie we luisteren, spelen daarbij een superbelangrijke rol. We hebben onlangs een experiment gedaan in de VS, waarbij we mensen betaalden om een maand lang te stoppen met het volgen van extreem partijdige accounts, zowel Democratische als Republikeinse. En we zagen dat die mensen daarna een minder felle houding aannamen in politieke discussies. Ze waren minder vijandig tegenover de politieke tegenstander, tegenover de ander. En ze werden ook blootgesteld aan minder desinformatie. Met andere woorden, ons informatiedieet heeft invloed op het in stand houden van deze onrust of op het verminderen ervan als we ons loskoppelen van deze informatiebronnen. Niet alleen rampen zoals een pandemie of extreem weer spelen hierin mee; er zijn ook echt kwaadwillende mensen die hiervan profiteren en veel geld verdienen aan en investeren in het aanwakkeren van dit soort onrust en wanhoop.’

    We volgen dit soort extreem gepolariseerde verhalen omdat ze ons voldoening geven. Moeten we allemaal een persoonlijke inspanning leveren om blootstelling eraan te verminderen?

    ‘Absoluut, maar met individuele verantwoordelijkheid is er altijd een probleem. Allereerst omdat het onmogelijk is. Ik bedoel, als jij je daar al van bewust bent, dan heb je dat misschien niet eens nodig. En dan zijn structurele veranderingen op politiek niveau, in termen van Europese regelgeving, natuurlijk veel effectiever. Mensen zijn altijd geneigd de verantwoordelijkheid bij het individu te leggen. Maar mensen werken tien uur per dag, ze hebben geen tijd om dingen kritisch te bekijken terwijl ze hun dag proberen door te komen. Ze hebben een verantwoordelijkheid, maar de echte verandering moet structureler en diepgaander zijn. We kunnen onze burgers niet alleen laten met desinformatie.’

    ‘Als je alleen bent, ga je online en kom je in hoeken van het internet terecht waarvan je niet eens weet hoe je er terecht bent gekomen’

    Over eenzaamheid gesproken, speelt sociaal isolement, de eenzaamheid van mensen die vervolgens steun zoeken op sociale media, ook een rol? 

    ‘Ja, absoluut. We werken vanuit huis, we gaan de straat niet op, we spreken niet af met andere mensen… En mensen ontmoeten is een portie realiteit. Sommige mensen zeggen dat werken goed is omdat het je dwingt om je aan te passen aan de realiteit. Want als je alleen bent, ga je online en kom je in hoeken van het internet terecht waarvan je niet eens weet hoe je er terecht bent gekomen. Vaak, als je iets met iemand deelt, als je iets naar buiten brengt, klinkt het al belachelijk als je het vertelt. Het is dus heel erg belangrijk om sociale interacties te hebben, dat blijkt uit heel veel onderzoeken. Eenzaamheid heeft veel nadelen, een lagere levensverwachting bijvoorbeeld. Een ander nadeel is dat als je jezelf opsluit in je eigen gedachten en daarbij ook nog eens toegang hebt tot internet, je op steeds geradicaliseerdere plaatsen terechtkomt en steeds extremere inhoud te zien krijgt. Het is heel goed om in contact te blijven met mensen in het echte leven.’

    Maar het wordt steeds moeilijker om die wrijving te vinden, we omringen ons met onze eigen mensen.

    ‘Ja, en door extreme situaties, zoals met het noodweer rond Valencia, raak je ook gepolariseerd in je persoonlijke leven. Je ziet bepaalde mensen niet meer staan. In Catalonië en bij de Brexit zijn vriendschappen kapot gegaan. Het heeft impact op je persoonlijke relaties, maar tegelijkertijd is het juist in persoonlijke relaties makkelijker om verschillende identiteiten uitdrukking te laten komen. Interactie in het echte, driedimensionale leven biedt de mogelijkheid om je op andere niveaus te verbinden. Het is veel genuanceerder, er zijn onderlinge relaties, je hebt emotionele banden, je kunt goed met iemand opschieten, dat soort dingen.’

    De oplossing is om meer in drie dimensies met elkaar om te gaan.

    ‘In vier dimensies, want je hebt ook nog de tijd.’

    ‘Slachtofferschap is het middel bij uitstek om geweld te rechtvaardigen’

    En hoe zal deze wilde tijd van desinformatie waarin we nu leven de toekomst beïnvloeden? Zal het problemen opleveren voor de sociale cohesie?

    ‘Het zal absoluut leiden tot erosie van het weefsel van sociale cohesie. En het zal leiden tot een crisis in het vertrouwen in de instituties, dat is duidelijk. Je hoort vaak: “We wonen in een mislukte staat.” Mensen nemen dit soort informatie in zich op en dan brokkelt het vertrouwen in deze democratische instellingen, die er in principe zijn om vreedzaam samenleven te waarborgen, langzaam af. De grote dreiging die uitgaat van polarisatie is geweld: als we het idee van een gedeelde werkelijkheid verliezen, en als alles en elk verhaal maar waar is, moedigt dat de rechtvaardiging van geweld aan. Het is dan gemakkelijker om het gebruik van geweld te rechtvaardigen, omdat er geen werkelijkheid meer is waarover we het allemaal eens zijn. De werkelijkheid is niet meer objectief, maar intersubjectief. Dat bevordert de verspreiding van verhalen over slachtofferschap, wat een succesformule is om geweld te rechtvaardigen. Maar dit is geen nieuw fenomeen. George Orwell vertelde eens dat hij in levenden lijve doden had gezien waarover niet werd gesproken en dat hij had gelezen over veldslagen die nooit hadden plaatsgevonden. Het is typerend voor conflictsituaties: het verdraaien van de werkelijkheid om het geweld te rechtvaardigen dat sommigen willen gebruiken voor hun politieke agenda.’ 

    Als u het hebt over slachtofferschap, doelt u dan op complottheorieën over omvolking en dat soort dingen?

    ‘Slachtofferschap is het middel bij uitstek om geweld te rechtvaardigen. En er wordt gebruik van gemaakt. Maar er zijn verhalen over slachtofferschap die waar zijn en andere die overdreven of onwaar zijn. Vrouwen zijn bijvoorbeeld van oudsher ondergeschikt aan mannen – dat is waar. Maar nu zijn er mannen die zeggen dat ze slachtoffer zijn van het feminisme. En als je daarbij praat in termen van “wij worden onderdrukt”, dan is het gemakkelijker en beter te rechtvaardigen om tegen die onderdrukking te vechten.’

    Deze opzettelijke oefening met desinformatie om het vertrouwen in officiële bronnen te ondermijnen: is die uitgelokt omdat je, als je niemand gelooft, overal in kunt geloven?

    ‘Natuurlijk, alles en iedereen wordt afgewezen en ongeldig verklaard als informatiebron. Het is een heel goede strategie voor een machtswisseling. Als je een status quo hebt, met instituties die al tientallen jaren bestaan, dan is dit de beste manier om de bestaande situatie op te blazen.’ 

  • Een ode aan de films van de jaren zestig

    Een ode aan de films van de jaren zestig

    Het Eye Filmmuseum in Amsterdam neemt je dit najaar mee naar de pioniersjaren van de Amerikaanse avant-garde- en undergroundfilm.

    Het Eye Filmmuseum in Amsterdam eert dit najaar de Amerikaanse underground- en avant-gardefilm van de jaren zestig. Een periode waarin filmmakers de ketenen van traditionele Hollywoodcinema doorbraken en de grenzen van het medium opzochten. De tentoonstelling belicht zowel iconische als minder bekende films en toont werken van invloedrijke filmmakers zoals Jonas Mekas, Maya Deren en Stan Brakhage. Ook zijn er films te zien van kunstenaars als Bruce Conner, Yayoi Kusama, Yoko Ono en Andy Warhol.

    Tijdens speciale evenementen wordt ingegaan op hoe de undergroundscene politieke kwesties aankaartte

    Van hem is de acht uur durende film Empire (1964), evenals Stan VanDerBeeks 11-kanaalsinstallatie Movie Mural (1965-1968), die voor het eerst in Nederland te zien is. 

    Naast de tentoonstelling worden in de filmzalen van Eye langere 16mm-films vertoond en zijn er diverse programma’s georganiseerd die de internationale context en blijvende invloed van de New American Cinema verkennen. Tijdens speciale evenementen wordt ook ingegaan op hoe de undergroundscene politieke kwesties aankaartte, met aandacht voor de parallellen met het huidige politieke klimaat. 

    Eye Filmmuseum, Amsterdam, t/m 5/1 2025

  • Indiase bioscoopwereld grijpt terug op oude successen na reeks geflopte films

    Indiase bioscoopwereld grijpt terug op oude successen na reeks geflopte films

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuwe piek in voedselprijzen treft lage-inkomenslanden

    » Russisch parlement neemt begroting aan met recordbedrag voor het leger

    Oude films leggen Bollywood geen windeieren

    Bollywood, India’s veelgeprezen filmindustrie gevestigd in Mumbai, is getuige van een ongekende opleving van heruitgaven, zogeheten rereleases, van beroemde films uit het verleden, aldus Al Jazeera. Tientallen van dit soort films zijn dit jaar in veel Indiase steden in de bioscoop te zien geweest – veel meer dan ooit tevoren. De filmindustrie van het land, die goed is voor 200 miljard dollar, probeert haar omzet veilig te stellen nadat ze de afgelopen jaren meerdere klappen heeft gekregen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In een land als India, dat meer films per jaar produceert dan Hollywood, ‘is cinema in wezen een massamedium’, schrijft Al Jazeera. ‘Het overgrote deel van de films wordt in de donkere en dromerige beslotenheid van een bioscoop ervaren waar het nieuwste aanbod op een 70mm-scherm wordt vertoond.’ Maar de coronapandemie trof de Indiase filmindustrie hard, een crisis die nog verergerd is door de opkomst van streamingkanalen. Tijdens de coronapandemie zijn tussen 2020 en 2022 bijna 1500 tot 2000 bioscopen gesloten. De meeste daarvan beschikten maar over één zaal en waren niet opgewassen tegen de grote filmtheaters die in winkelcentra in het hele land als paddenstoelen uit de grond schieten, aldus het Qatarese nieuwsnetwerk. Daarnaast hebben enkele grote filmstudio’s het afgelopen jaar flink moeten toeleggen op kostbare films die niet het publiek bereikten waarop gehoopt werd, wat leidde tot verliezen bij studio’s én grote bioscoopketens die het moeten hebben van hoge bezoekersaantallen.

    Tegen die achtergrond besloten bioscoopeigenaren en filmmakers om oude films opnieuw uit te brengen. Veel van de films die opnieuw in de bioscoop te zien zijn, waren in eerste instantie ook een groot succes, maar andere niet – tot nu toe. Volgens de Indiase filmindustrie-analist Taran Adarsh werkt het model van rereleases goed, zo zegt hij tegen Al Jazeera. Veel heruitgebrachte films brengen nu meer op dan toen ze voor het eerst te zien waren in de bioscopen.

  • Crossing Istanbul doorkruist belevingswerelden

    Crossing Istanbul doorkruist belevingswerelden

    Regisseur Levan Akin is erin geslaagd om in Crossing Istanbul de belevingswerelden van diverse individuen uit marginale groepen te fuseren tot een roerende film, vindt de recensent van Le Bleu du Miroir.

    In de film Crossing Istanbul van de Zweeds-Georgische regisseur Levan Akin gaat Lia, een gepensioneerde lerares uit Georgië, op zoek naar haar verdwenen nichtje Tekla. Dat heeft ze beloofd aan haar stervende zus én aan zichzelf: eerder wees ze haar nichtje af omdat ze transgender bleek te zijn. Buurjongen Achi vermoedt dat Tekla in de prostitutie in Istanboel verzeild is geraakt en daar betreden ze gezamenlijk onbekende werelden.

    Danny Leigh schrijft voor Financial Times dat een ‘andere filmmaker van het Istanboel van sekswerkers en straatkinderen het toneel voor iets bruuts en didactisch zou hebben gemaakt. Maar Akin geeft zelfs de armoedigste locatie de hint van een prentenboek en koppelt elk verdriet aan optimisme.’

    ‘Een boeiende maar hier en daar meanderende film,’ vindt Peter Debruge van Variety. ‘Regisseur Akin maakt een weloverwogen keuze om het bewustzijn van de transgendersgemeenschap te vergroten. Door representatie en niet door manipulatie.’ De criticus stelt dat de filmmaker de zoektocht naar Tekla als aanleiding gebruikt ‘om de queerscene in Istanbul van binnenuit te laten zien.’  

    ‘De diverse culturen en levenswijzen bieden ideale ruimte om politieke en sociale ideeën over liefde en identiteit te verbeelden’

    Ook de recensent van Le Bleu du Miroir beschouwt de film als ‘een opening naar een inclusievere en militantere wereld door in het dagelijks leven van verschillende mensen uit gemarginaliseerde gemeenschappen te duiken’. Deze aanpak lijkt aanvankelijk een beperking, maar ‘uiteindelijk slaagt Akin erin om die belevingswerelden samen te voegen tot één aangrijpend verhaal. Dat zou moeten leiden tot meer politiek en sociaal besef, waardoor de kijker beter begrijpt wat voor hem onbekend lijkt.’ 

    Alex Guax van de Spaanse cultuursite Historia del Cine is onder de indruk van de manier waarop Istanboel wordt verbeeld: ‘Alsof het een personage is. De diverse culturen en levenswijzen bieden Akin de ideale ruimte om zijn politieke en sociale ideeën over liefde en identiteit te verbeelden.’ Hoofdrolspeelster Mzia Arabuli krijgt alle eer: ‘De beelden van de rimpels in haar gezicht en haar fragiele handen leggen niet alleen haar kwetsbaarheid vast maar ook die van de menselijke verbintenis. Haar personage weerspiegelt het verlangen om begrepen en geliefd te worden in een uitgestrekte en soms eenzame wereld.’  

    Crossing Istanbul van regisseur Levan Akin draait vanaf 17 oktober in de bioscoop

  • Van underdog tot gevreesd worstelaar

    Van underdog tot gevreesd worstelaar

    De nieuwe Netflix-serie The Queen of Villains, met de Japanse comedian Yuriyan Retriever in de hoofdrol, onthult de rauwe kant van het vrouwenworstelen.

    ‘Ik voelde me herboren: ik heb een nieuwe kant van mezelf ontdekt,’ zegt de Japanse comedian Yuriyan Retriever tegen Japan Times. Ze vertelt hoe het voor haar is geweest om in de Netflix-serie The Queen of Villains de rol van Kaoru ‘Dump’ Matsumoto te spelen. Matsumoto was een sleutelfiguur in het Japanse vrouwenworstelen, die de sport in de jaren tachtig ook populair maakte onder tienermeisjes.

    Recensenten prijzen dan ook Retrievers prestaties in deze serie van Osamu Suzuki en Kazuya Shiraishi. ‘Er is geen moment dat je niet met haar meeleeft,’ schrijft Adriano Ercolani van Cinema Daily. Volgens Ercolani toont de show meesterlijk Matsumoto’s karakterontwikkeling van underdog tot gevreesd worstelaar en cultureel icoon. ‘De diepgang en kracht van Kaoru’s karakter schuilt in het feit dat ze haar persoonlijke geschiedenis en haar eigen pijn gebruikt om de slechterik te voeden die ze op het podium wil worden.’ Matsumoto’s toewijding blijkt bovendien uit het feit dat ze voor de rol 40 kilo aankwam.

    ‘Het toont de hoop en ambities van vrouwen die allemaal worstelen met maatschappelijke verwachtingen’

    Entertainmentsite Leisurebyte vindt dat de serie een evenwichtig beeld geeft van enerzijds het geweld en de glamour van het worstelen, en anderzijds de menselijke verhalen achter de schermen. ‘The Queen of Villains is niet zomaar een sportdrama; het toont de hoop en ambities van vrouwen die allemaal worstelen met maatschappelijke verwachtingen, persoonlijke trauma’s en professionele uitdagingen en hoe zij, ondanks dat ze tegen elkaar vechten, elkaar op alle mogelijke manieren steunen.’

    De gespecialiseerde site Slam Wrestling wijst er wel op dat de historische nauwkeurigheid soms wordt opgeofferd ten faveure van dramatische flair, en waarschuwt voor ‘overdreven geluidseffecten en een licht gewijzigde wedstrijddynamiek voor entertainmentdoeleinden’.  

  • De veelzijdigheid van Marokkaanse mode

    De veelzijdigheid van Marokkaanse mode

    De expositie MODA – Moroccan Fashion Statements in het Centraal Museum Utrecht biedt een verfrissende kijk op hedendaagse Marokkaanse mode.

    Over Marokkaanse mode bestaan veel vooroordelen, zegt cocurator Zineb Seghrouchni van de expositie MODA– Moroccan Fashion Statements in het Centraal Museum in Utrecht. De drie, vier generaties met een ‘migratieachtergrond’ hebben zowel ­artistiek als economisch en maatschappelijk het nodige bijgedragen. Mode, of wat je draagt, is een van de meest directe manieren om je uit te drukken. En dat gebeurt dan ook volop. 

    Marokkaanse mode wordt nog weleens ­gereduceerd tot pracht en praal of juist allesbedekkende kleding, terwijl de silhouetten en lijnen van bijvoorbeeld de Marokkaanse djellaba, de Japanse kimono en de West-­Afrikaanse boubou worden afgedaan als ­‘folklore’. In Utrecht is een breed scala aan Marokkaanse mode te zien, waarbij tradities, ambachten en kunst samenkomen in de veelzijdigheid van hedendaagse makers. 

    Tradities, ambachten en kunst komen samen in de veelzijdigheid van hedendaagse makers

    MODA bevat ongeveer honderd objecten en is opgedeeld in zeven thema’s, van monumentale ontwerpen tot de haartradities van de Amazigh. Ontwerpers zoals Sara Chraibi, Daily Paper en Tamy Tazi worden belicht, naast bijdragen van kunstenaar Hassan Hajjaj. 

    De tentoonstelling is een voorbeeld van de manier waarop lokale en internationale invloeden elkaar kunnen versterken, zonder dat het in de buurt komt van wat als ‘cultural appropriation’ zou kunnen worden afgedaan. Tijdens de duur van de tentoonstelling zijn er tal van verbindende programma’s rond het museum, zoals het borduren van familie­portretten in verschillende wijken in de Domstad.

    MODA – Moroccan Fashion Statements, Centraal Museum, Utrecht, 2/10 t/m 2/3/25