Onderwerpen: Cultuur

  • Een surrealistische reis door een digitale wereld

    Een surrealistische reis door een digitale wereld

    We, Us and Other Games is de nieuwste dansproductie van choreograaf Dunja Jocić. De voorstelling neemt het publiek mee op een surrealistische reis door een digitale wereld.

    Na een succesvolle tour door Italië strijkt de nieuwste voorstelling van choreograaf Dunja Jocić en het internationale Spellbound Contemporary Ballet neer in Nederland. We, Us and Other Games neemt het publiek mee op een meeslepende reis door het digitale onderbewustzijn. Het verhaal draait om een vader die zijn dochter zoekt in een virtuele wereld, maar langzaam de grip op zijn eigen werkelijkheid verliest.

    De voorstelling reflecteert op de groeiende invloed van technologie op onze zintuigen en perceptie

    Het gezelschap, bestaande uit acht dansers, voert de toeschouwers langs vreemde, surrealistische landschappen: van androgyne insectenlegers tot gemaskerde feesten. De voorstelling reflecteert op de groeiende invloed van technologie op onze zintuigen en perceptie.

    Dunja Jocić, die in 2021 de prestigieuze VSCD Zwaan won voor meest indrukwekkende dansproductie, staat bekend om haar filmische benadering van dans.

    31/10 t/m 11/11, zie dunjajocic.com

  • Kun je dirndls en lederhosen uit cafés verbannen?

    Kun je dirndls en lederhosen uit cafés verbannen?

    Eerst wat biertjes op het Oktoberfest en dan door naar een volgende bar. Maar sommige restauranthouders moeten het Oktoberfest-publiek niet – en laten zelfs geen mensen in traditionele klederdracht binnen. Is dat verantwoord of discriminerend?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Ja, je mag ze verbannen. ‘Met dronken Oktoberfest-gasten haal je complete chaos in huis’ 

    Een commentaar van Vera Schroeder, journalist bij Süddeutsche Zeitung

    ‘In onze familie hebben we een naam voor traditionele kostuums die eigenlijk niet echt traditionele kostuums zijn, maar gewoon vermommingen: Sepplhosen. Eigenlijk zouden we het hier dus moeten hebben over een verbod op Sepplhosen, aangezien een groot deel van de mensen die zich op het Oktoberfest bezatten geïmiteerde papieren Lederhosen dragen, of rommelige dirndls die minder kosten dan een bikini.

    Over bikini’s gesproken: waarom is eigenlijk niemand boos over het feit dat je in een café geen bikini mag dragen? Zelfs voor zwembadrestaurants staan vaak borden met een doorgestreepte zwembroek erop; tijdens het eten moet je op zijn minst een T-shirt dragen. Maar als restaurants in München, zoals de Goldene Bar in het Haus der Kunst, de Loretta Bar in de wijk Glockenbach of Café Kosmos bij het centraal station een verbod instellen op het dragen van traditionele klederdracht tijdens het Oktoberfest, dat bovendien meestal alleen in de avonduren van kracht is, regent het online ineens klachten en zwakke commentaren van zowel locals als toeristen. Discriminatie! Beoordeeld op wat je draagt! Hoe je eruitziet! Waar zijn mijn burgerlijke vrijheden! Dit zijn donkere tijden! 

    Nog afgezien van dat de uitbater recht heeft op huisregels, en evengoed kan beslissen dat iedereen vanaf morgen alleen nog maar met een bikini op het hoofd zijn bar mag betreden, is niets zo begrijpelijk als de wens van een gezellige bar om dat ook tijdens de twee meest overlast veroorzakende weken van het Münchener jaar een gezellige bar te blijven – en niet het toevluchtsoord van de braakheuvel naast de Bavaria te zijn. Dat is namelijk exact wat er gebeurt met horecagelegenheden in de buurt van het Oktoberfest die nog open zijn als andere tenten sluiten.

    Sommige bars sluiten, terwijl anderen een subtielere oplossing zochten – zoals een fatsoenlijke dresscode

    Dronken Oktoberfestgasten brengen complete chaos met zich mee: volgekotste toiletten, schreeuwende groepen mannen die onder de rokken gluren van vrouwen die op tafel liggen te ronken, huilende mensen die iets zijn kwijtgeraakt, van hun voordeursleutels onder de botsauto’s tot de liefde van hun leven. Luidruchtigheid, stank, mishandeling, wangedrag. Om dit op te vangen hebben de horecagelegenheden extra beveiliging nodig, meer schoonmaakpersoneel en vooral een hoop lef. Tegelijkertijd consumeren after-Wiesn-gasten zelden goed omdat ze meestal toch al dronken zijn. Het is heel begrijpelijk dat je dat alles niet in je eigen zaak wilt. Sommige bars sluiten daarom tijdens het Oktoberfest, terwijl anderen een subtielere oplossing zochten – zoals een fatsoenlijke dresscode.

    De kans dat iemand die tijdens de Wiesnweken in Sepplhose door het centrum van München wandelt nuchter is, is ongeveer net zo groot als de kans dat burgemeester Dieter Reiter het eerste vat bier met vijf slagen geopend heeft. Het is mogelijk. Maar eigenlijk niet. Het traditionele kostuum is dus een makkelijk herkenbaar teken, zelfs voor barpersoneel, dat de persoon in kwestie hoogstwaarschijnlijk tot de groep ‘behoorlijk beschonken’ behoort. En dat gemak is belangrijk voor barpersoneel; tafel 3 heeft tenslotte de rekening nodig. Het uitsluiten van vermomde gasten is dus een praktische methode om al te dronken gasten buiten de deur te houden. Iedereen die zich geroepen voelt om van daaruit naar de Verklaring van Burgerrechten te grijpen, nodig ik uit om zijn of haar bevoorrechte kont uit de plastic dirndl te trekken en in een onopvallende spijkerbroek te stoppen, als hij of zij daar nog toe in staat is.

    Overigens gaat de auteur van dit stuk al haar hele leven graag naar het Oktoberfest, zelfs in traditionele klederdracht, en ook naar de after-Wiesn, naar van die smoezelige zaakjes die speciaal zijn voorbereid op het uitgaanspubliek gedurende die twee weken. Meestal bestelt ze daar een gin en tonic, die ze dan halfleeg in het toilet vergeet of verwart met een glas water, dat ze uiteindelijk over haar gezicht giet om af te koelen.’ 


    Nee, je mag ze niet verbannen. ‘Sluit je ogen en ga door’

    Een commentaar van Silke Wichert, journalist bij Süddeutsche Zeitung

    ‘Er waren tijden dat zelfs inwoners van München niet per se in traditionele klederdracht naar het Oktoberfest gingen. Nu zouden zij vrijuit gaan, want hoe ze er ook uitzien in burgerkleding, alle deuren zouden nog steeds voor hen openstaan, zelfs die van de trendy bars in de stad.

    Je hoeft niet van dirndls en lederhosen te houden, sterker nog, je hoeft ze niet eens te dragen. De algemene verplichting om je als groep te verkleden op het Oktoberfest lijkt nu echter zo groot dat de meeste mensen toch meedoen. Het is eigenlijk wel grappig voor die paar keer per jaar. In for a penny, in for a pound. Het dragen van dezelfde kleren verbindt, althans oppervlakkig gezien, maar zegt in dit geval niets over de algemene gemoedstoestand, houding of het alcoholgehalte van de persoon. 

    Uiteraard heeft iedere gastheer het recht om zijn gasten te kiezen. Clubs als Berghain hebben een legendarisch hard deurbeleid. Afgewezen worden is er geen schande; honderden anderen delen elke avond hetzelfde lot. Maar iedereen wordt hier wel individueel geselecteerd.

    Aan de ene kant is en blijft het uitsluiten van een bepaalde groep, al is het maar vanwege hun kleding, discriminatie. De onmiskenbare boodschap luidt: je bent gênant, je bent dronken, je kotst onze toiletten onder. Maar het wordt pas echt absurd als het verbod op het dragen van traditionele klederdracht pas na 19.00 uur geldt. Alsof daar tijdens Oktoberfest een magische grens wordt overgegaan. Het klinkt eerder alsof je de omzet van de carnavalsvereniging graag aanneemt, maar als de tent volloopt ineens zonder besluit te kunnen.

    Het is goed dat onze maatschappij het steeds vaker zonder kledingvoorschriften en vooroordelen moet stellen

    Ook al hebben beklagen velen zich erover, er is iets goeds aan het feit dat onze maatschappij het steeds vaker zonder kledingvoorschriften en vooroordelen moet stellen. Op kantoor zijn mensen in pak niet langer de meest respectabele. Ook trainingspakken zijn niet langer onacceptabel, en  als je twijfelt, denk dan aan professionele voetballers of gewoon aan jongeren die zich eerder een joggingbroek dan een spijkerbroek konden veroorloven. In de tijd van ‘Pretty Woman’ werden vrouwen met overknee laarzen nog bestempeld als tippelaar, tegenwoordig kun je ze van elk luxe modemerk kopen. Die laatste kunnen we overigens van van alles en nog wat beschuldigen, maar niet van het kiezen van hun klanten op basis van kleding. Een medewerker van Louis Vuitton legde ooit uit dat dit het eerste is wat ze hun werknemers bijbrengen: Dat elke klant welkom is, ongeacht de outfit die hij draagt. Wel om puur economische redenen natuurlijk. Tegenwoordig vind je een zwarte Amex in elke spijkerbroek, hoe gedragen ook. Omgekeerd kan achter elk paar lederhosen en elke dirndl een volkomen normaal, verantwoordelijk, mogelijk geestig persoon schuilgaan die graag naar een goede bar gaat, ook met Oktoberfest.

    Als sommige winkels beginnen met een algemeen verbod, volgen andere cafés en restaurants dit voorbeeld. Voor je het weet neemt zelfs de taxichauffeur, die theoretisch gezien een vervoersplicht heeft, liever mensen mee zonder traditionele klederdracht. De toeristen, die speciaal deze vreemde leuke outfits van de lokale bevolking hebben gekocht en een berg geld in de stad hebben achtergelaten, begrijpen er niets meer van. 

    Het gaat maar om een goede twee weken, zullen de verder zeer ruimdenkende huisbazen wel beweren. Ja, precies, een goede twee weken, ogen dicht en doorgaan. Of: gewoon de winkel sluiten en doorgaan. Of huur gewoon een uitsmijter in voor deze uitzonderlijke situatie. Dan kun je, zoals dat normaal gaat, per geval beslissen wie nuchter of cool genoeg is. Dan kan zelfs een vrijgezellenfeest beleefd worden geweigerd. Maar ook kan dan een vriendelijk iemand in klederdracht de zaak betreden om beleefd een cocktail van 10,50 te bestellen. Vergeleken met de prijs van een pint bier is dat bijna niks.’ 

  • Het dilemma van de sneeuwluipaard

    Het dilemma van de sneeuwluipaard

    De Tibetaanse film Snow Leopard van regisseur Pema Tseden, geïnspireerd op een waargebeurd verhaal, zet kijkers aan het denken over de relatie tussen mens en natuur.

    ‘Wie betrad wiens wereld? Dat is een vraag waar we waarschijnlijk nog niet genoeg over hebben nagedacht’, schrijft Zhongguo Xizang Wang, een platform dat verantwoordelijk is voor het verspreiden van Beijings propaganda over het Chinese regime in de regio Tibet, enthousiast over de film Snow Leopard. Toch is regisseur Pema Tseden geenszins een propagandist: hij wordt beschouwd als de vader van wat in China de ‘nieuwe Tibetaanse golf’ wordt genoemd. Die kwam zo’n twintig jaar geleden op met het idee om ‘echte Tibetaanse films, in de Tibetaanse taal, met een Tibetaanse crew en acteurs’ te maken, aldus de krant Zhongqingbao. Het is dan ook verrassend dat ook de officiële Chinese pers, zoals de website van CCTV-6, de filmzender van China Central Tele­vision, de ‘metafysische ambities’ van Snow Leopard bejubelt. 

    Er volgt een verhitte discussie tussen bewoners over de vraag of ze het dier moeten straffen of vrijlaten

    De film is geïnspireerd op een nieuwsbericht: op het Tibetaanse plateau, op een hoogte van 4000 meter, dringt een sneeuwluipaard een schapenverblijf binnen, bijt er een aantal schapen dood en wordt vervolgens gevangengenomen. Er volgt een verhitte discussie tussen bewoners over de vraag of ze het dier moeten straffen of vrijlaten – exact wat op het moment in Nederland speelt met betrekking tot de wolf.

    Een van de herders is boos op het beest. Zijn broer, een boeddhistische monnik, wil hem daarentegen medeleven schenken. De Shanghaise krant Jiefang Ribao analyseert de relatie tussen de mensen en het luipaard als een ‘metaprobleem’ dat zijn oorsprong vindt in ‘de vroege perceptie van de mens van zijn eigen grenzen en de natuurlijke krachten die hem te boven gaan’. Op die manier heeft de film ook betrekking op de relatie tussen mensen onderling, vervolgt Jiefang Ribao, evenals op die ‘tussen het individu en het collectieve, het menselijke en het juridische, het private en het publieke, het monastieke en het seculiere’. ‘Alleen een kunstenaar die in staat is tot empathie, tolerantie en diepgang, zoals Tseden, kan deze delicate kwesties onderzoeken’, meent Zhongguo Xizang Wang.  

  • Excursion verkent hoe het is om nu op te groeien

    Excursion verkent hoe het is om nu op te groeien

    In haar eerste speelfilm Excursion schetst de Bosnische regisseur Una Gunjak een indringend portret van het opgroeien in een wereld vol tegenstrijdigheden.

    ‘[Excursion] is een film die ‘je dwingt je kijk op tienerrelaties in de huidige tijd te heroverwegen’, schrijft Oslobodjenje, een dagblad in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië en Herzegovina. In deze eerste speelfilm van de Bosnische regisseur Una Gunjak beweert Iman (Asja Zara Lagumdzija), een schoolmeisje uit Sarajevo, tijdens een ‘truth or dare’-spel op een schooluitstapje dat ze met een jongen naar bed is geweest. Deze ogenschijnlijk onschuldige leugen, gevolgd door een zwangerschapsgerucht, leidt tot een schandaal dat het meisje volledig boven het hoofd groeit.

    ‘Excursion is een film over de seksuele rijping van een tienermeisje uit Sarajevo, in een tijdperk van onzekerheid, de ineenstorting van morele waarden en de heerschappij van de selfiecultuur’, vat Telegram, een nieuwssite uit Zagreb (Kroatië), samen. De film laat zien hoe een ‘speelse leugen’ kan ‘veranderen in (…) collectieve hypocrisie’, aldus het Kroatische dagblad Jutarnji List.

    Gunjak wilde onderzoeken wat het vandaag de dag betekent om een ​​meisje te zijn in Bosnië en Herzegovina, en hoe een pubermeisje haar seksualiteit kan ervaren in een patriarchale samenleving, zegt ze in een interview met Jutarnji List. Maar het verhaal is ook universeel en ‘zal weerklank vinden in alle samenlevingen waarin politieke omwentelingen leiden tot conservatisme en radicalisme, die het verlies van andere waarden zouden moeten vervangen’, kenschetst Tportal, een andere Kroatische nieuwssite. 

    ‘De samenleving geeft er de voorkeur aan de kinderen die slachtoffer zijn van deze schizofrene wereld te veroordelen’

    ‘[Meisjes] krijgen al heel vroeg seksuele content aangeboden, aangemoedigd door de economie en door bepaalde culturele stromingen. De samenleving doet weinig om dit te veranderen en geeft er de voorkeur aan de kinderen die slachtoffer zijn van deze schizofrene wereld te veroordelen.’

    Excursion is echter vooral een film over Imans strijd voor vrijheid, benadrukt de regisseur in Tportal; ze wilde haar niet als slachtoffer neerzetten: ‘Iman is een beetje een vreemd meisje, maar ze is geen buitenstaander, ze gaat bewust tegen de regels in die haar verstikken.’

    Dat alle tienerrollen worden gespeeld door jongeren uit Sarajevo, draagt volgens ​​Jutarnji List bij aan de authenticiteit en energie van de film. ‘Het is een van de zeldzame films waarin tieners er niet nep uitzien.’ Bepaalde rollen werden zelfs aangepast aan de persoonlijkheden van de acteurs.

  • Beroofd maakt verlies van Joods cultuurbezit voelbaar

    Beroofd maakt verlies van Joods cultuurbezit voelbaar

    De tentoonstelling Beroofd belicht persoonlijke verhalen over de roof en restitutie van Joods cultuurbezit door het naziregime in Nederland.

    Deze dubbeltentoonstelling over het verlies van Joods cultureel bezit in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt acht persoonlijke verhalen om de emotionele betekenis achter die eigendommen enigszins voelbaar te maken. 

    Veel wordt stilgestaan bij hoe zeer het immateriële gehalte van een voorwerp, dat zo diep verbonden is met de geschiedenis van de joodse identiteit, de waarde mede kan bepalen. 

    Een ander verhaal gaat over Dési Goudstikker-Halban, die decennialang vocht om de in de oorlog geconfisqueerde kunstcollectie van haar overleden man Jacques Goudstikker terug te krijgen. Of dat van uitgever Leo Isaac Lessmann, wiens rijke collectie joodse rituele voorwerpen grotendeels werd gestolen en nooit meer is teruggevonden.   

    Beroofd, Joods Museum en National Holocaust Museum, Amsterdam, tot 27/10

  • David Grossman: ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    David Grossman: ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    De literaire grootheid, bekend om zijn pleidooi voor vrede in het Midden-Oosten, ziet het somber in en voorspelt dat zijn land na het conflict rechtser zal zijn en meer bevooroordeeld ten opzichte van Arabieren.

    David Grossman (Jeruzalem, 70) verwelkomt ons met een baard. Hij legt uit dat dit te maken heeft met de dood van zijn vader op 97-jarige leeftijd. Hij is nog steeds in sjlosjiem, de periode van dertig dagen na de begrafenis waarin mannen zich niet scheren, volgens de Joodse rouwtraditie. Dit lijkt niet de enige reden te zijn voor het verdriet dat hij gedurende het interview uitstraalt. Het is alsof hij ook rouwt om de ‘situatie’, zoals de Israëli’s het conflict in het Midden-Oosten noemen. Dat is een van de eufemismen die hij aan de kaak stelt in zijn nieuwe boek, ‘De prijs die we betalen’, een verzameling toespraken en opinieartikelen die zijn kijk op zijn land in de afgelopen jaren weerspiegelen.

    Hij pronkt er niet mee, maar hij is de bekendste Israëlische schrijver die nog leeft, na de dood van de twee met wie hij vredig om het podium streed: Amos Oz en A.B. Yehoshua. Zijn werk is vertaald in 42 landen en hij heeft de Man Booker International- en de Erasmusprijs gewonnen. Hij nam vorig jaar deel aan protesten tegen de justitiële hervorming van Benjamin Netanyahu, spreekt al decennialang het woord ‘bezetting’ uit, waarop nog altijd een licht taboe rust, en trok in 2015 zijn kandidatuur voor de hoogste burgerprijs van het land in uit protest tegen Netanyahu’s vermeende gemanoeuvreer met de jury. Grossman is ook essayist en columnist voor grote media.

    Innerlijke strijd

    De dag is helder en de geur van bougainville vult het pad naar zijn huis in Mevaseret Zion, gelegen in de heuvels met uitzicht op de afslag van Jeruzalem naar Tel Aviv en een van de weinige hoge plekken in een land dat wordt gedomineerd door bijbelse woestijnen. Daarvandaan kan hij het enige land observeren waar hij wil wonen en waar hij ook een Palestijnse staat wil zien. De Hebreeuwse zorgvuldigheid die hij tentoonspreidt in romans, essays en korte verhalen – waardoor zijn naam elk jaar weer klinkt als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur – verandert in twijfel als hij het over het huidige conflict heeft. Alsof de man die getraumatiseerd werd door de Hamas-aanval van 7 oktober en om de haverklap een paar clichés uitspreekt, en de welwillende en gevoelige intellectueel die in 2006 zijn zoon Uri verloor in de strijd in Libanon een interne strijd met elkaar voeren. Het was de laatste dag, er was al een staakt-het-vuren overeengekomen; een van die momenten die de zinloosheid van oorlog nog eens extra illustreren. Zoals die in Gaza, die Grossman ‘vijf of zes maanden geleden’ al had willen beëindigen. Uri kijkt op ons neer vanaf een foto op een plank in zijn woonkamer.

    El País: Ik had graag met u willen praten over literatuur of liefde, maar dat is een beetje moeilijk tegenwoordig.

    DG: Bijna onmogelijk. Elke dag ga ik naar het atelier om te schrijven, maar ik heb het gevoel dat ik dat vooral doe om mijn verstand te bewaren. En dat is niet erg. Het maakt me niet uit of er een boek uit voortkomt, want het helpt me, het geeft me een doel in het leven. Tegenwoordig ga ik ook graag naar het Israëlmuseum [in Jeruzalem], omdat ik me daar geborgen voel, alsof de cultuur me beschermt tegen de wreedheid die zo sterk aanwezig is, en zo bruut.

    Wat haalt u uit het schrijven?

    Schrijven is een poging om te verfraaien. Je kunt een gewelddadige en wrede situatie beschrijven, maar je doet het met precisie. Oorlog is een massale aangelegenheid en kunst haalt juist de stem van het individu eruit. Er wordt iemand uitgelicht via wie een groter verhaal wordt verteld, terwijl oorlog appelleert aan het algemene, het stereotype, het vooroordeel.

    Hebt u het gevoel dat u iets kunt schrijven dat niets te maken heeft met 7 oktober en wat er sindsdien in Gaza is gebeurd?

    Ik vind niet dat schrijvers over de politiek van hun tijd hoeven te schrijven. Ik denk dat het hun contact met de realiteit verrijkt, maar het is niet noodzakelijk. [De grootste Israëlische Nobelprijswinnaar voor literatuur, Shmuel Yosef] Agnon schreef nauwelijks over de Holocaust. Alleen soms metaforisch. Hij vond een manier om de menselijke natuur te beschrijven zonder luid uit te dragen wat zijn gedachten en overtuigingen zijn. Ik heb het gevoel dat ik een hoge prijs betaal voor mijn politieke betrokkenheid, nog los van het feit dat de helft van de mensen [in Israël] niet echt houdt van wat ik schrijf of wie ik ben. Maar de behoefte om over de situatie te schrijven, om die te begrijpen, is vermoeiend. Schrijven over de politieke realiteit in Israël stelt me in staat om meer inzicht in de mens te krijgen. Schrijven stelt je voortdurend op de proef om na te denken over je positie, over wat je denkt, hoe je je verhoudt tot de regering, het leger; of je wordt geleid door je angsten of erin slaagt je eigen visie te vinden. Het is verschrikkelijk moeilijk, vooral in oorlogstijd. Het houdt in dat je moet spreken in een andere taal.

    En wat betekent ‘spreken in een andere taal’ vandaag de dag?

    Mijn bereidheid om meer te begrijpen van mijn situatie als persoon in een realiteit die verandert en beangstigend en bedreigend wordt. En ik weet zeker dat we nog maar aan het begin staan van de verwoestingen van de oorlog. De woorden die ik zeg jagen me angst aan, maar ik voel echt dat het een heel moeilijke tijd zal worden. Nu al.

    ‘We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede’

    In een tekst in het boek, gedateerd op 10 oktober, vraagt u wie de Israëli’s en de inwoners van Gaza zullen zijn als de oorlog voorbij is. Wat zijn uw gedachten daarover nu, zeven maanden later?

    Dat hangt af van de oplossing die wordt bereikt. Ik denk dat Israël veel rechtser zal zijn en dat de stereotiepe kijk op Arabieren veel groter zal worden. Angsten zullen zo hevig overheersen dat het moeilijk zal zijn om over vrede, compromissen en dialoog te praten. Alles waar ik in geloof zal ruw aan de kant worden geschoven. En ik kan niet zeggen dat ik mensen die zo denken niet begrijp. Ze zijn bang. En terecht. Op 7 oktober ontwaakten we in een nachtmerrie die zijn weerga niet kent sinds de holocaust. De eerste keer dat iemand die vergelijking maakte vond ik dat enorm overdreven, maar de gebeurtenis bevatte werkelijk holocastelementen. Mensen zullen de Palestijnen niet volledig vertrouwen. We zullen moeten slapen met een geweer onder ons kussen. Dat is wat ze zeggen en dat snap ik. We zijn ver verwijderd geraakt van een opening voor dialoog, of vrede. Misschien worden we nu gedwongen om een overeenkomst te sluiten, maar dat zal er niet voor zorgen dat we dichter bij elkaar komen. Aan de andere kant, welk alternatief hebben we? We moeten leren om zowel Athene als Sparta te zijn. Slapen met een geweer onder ons kussen, zoals Sparta, en zoals Athene proberen de vrije, creatieve en grotendeels seculiere staat te zijn die Israël was, of dacht te zijn, tot 7 oktober. Hoe doen we beide tegelijk? Ik weet het niet.

    U heeft het over ‘wij’, maar ik zou graag willen weten of u sinds 7 oktober persoonlijk ook minder gelooft in vrede.

    In het vredeskamp in Israël, waar ik onderdeel van uitmaak, geloofden we te veel in logica en te weinig in de kracht van religieus fanatisme. En onze relatie met het Palestijnse volk gaat niet over logica. Er komt haat bij kijken, onbeantwoorde liefde, verraad, een verlangen naar wraak… Dit conflict is erg emotioneel en psychologisch van aard. Als de Palestijnen geen thuis en geen thuisgevoel hebben, hebben wij dat ook niet. Als meer en meer Palestijnen zouden inzien dat we hier zijn om te blijven, dat we geen kruisvaarders zijn, geen kolonialisten, maar dat we in Israël geboren zijn als een volk met een cultuur, een religie, een taal, dan zou dat helpen. We zijn geen vreemdelingen. We zijn hier gekomen omdat we hier vandaan komen. Als ze dit accepteren, kunnen de eerste stappen richting vrede worden gezet. Ik weet niet of dit binnen een jaar, binnen dertig jaar of nooit zal gebeuren. Ik weet alleen dat het bereiken van vrede nu in het belang van Israël is, want zolang het niet gebeurt worden we blootgesteld aan rampen zoals die het afgelopen jaar plaatsvonden. Israël is in zijn eentje niet in staat om het van de hele Arabische wereld te winnen. Dat is moeilijk te accepteren, want we dachten onoverwinnelijk te zijn. We keken neer op de Palestijnen en daarvoor voor de Egyptenaren, de Syriërs, de Jordaniërs… Tot we [in de Jom Kipoeroorlog van 1973] ontdekten dat zij geen slechtere strijders zijn dan wij. En Hamas onder onze neus een strijd voorbereidde zonder dat wij het doorhadden.

    En denkt u dat, zoals gebeurde toen na de Jom Kipoeroorlog vrede werd gesloten met Egypte, dit er op de lange termijn toe kan leiden dat mensen inzien dat het niet langer zo door kan gaan?

    Vroeger zou ik enthousiast hebben geantwoord: ‘Ja, dat gaat zeker gebeuren.’ Nu minder snel. Niet omdat ik geen enkele hoop meer heb op vrede. Dat kan ik me niet veroorloven. Ik heb hier twee kinderen, nichtjes en neefjes, dierbaren… Ook Israël is me heel dierbaar. Ik kan nergens anders wonen. Het is mijn thuis. Het is waar ik wil zijn.

    U bent niet moedeloos, maar…

    Ik denk dat we veel voorzichtiger moeten zijn, zelfs in een staat van vrede. Het trauma van zeven maanden geleden zal zo sterk zijn dat het ons zal blijven beïnvloeden. Als de Gazanen in 2005, toen Israël zich terugtrok uit Gaza, die prachtige kans hadden aangegrepen om de wereld te laten zien dat de Palestijnen een vreedzame situatie konden creëren na decennia van oorlog met Israël, dan zou Israëls bereidheid hun ook de Westelijke Jordaanoever te geven enorm zijn gegroeid. In plaats daarvan lanceerde Hamas in de eerste paar jaar 4500 raketten. Geen enkel normaal land zou dat accepteren van een buur. Zou Spanje niet reageren op twintig raketten? Zou het niet vinden dat het daar het volste recht toe heeft?

    Zonder hierover in discussie te willen gaan, denk ik dat u wel weet dat dit een scheve vergelijking is, omdat er geen sprake is van een algemene bezetting door Spanje van zijn buurland.

    Ik kan maar niet begrijpen hoe wij, goede en morele mensen, een heel volk 56 jaar lang onder de plak hebben gehouden. Hoe we gewend raakten aan de situatie en er vervolgens aan gingen hechten. Maar feit blijf dat Gaza die kans heeft gemist. En soms willen we kansen missen zodat er een realiteit wordt gecreëerd die ons geweld kan rechtvaardigen.

    ‘Ik hou mezelf voor dat ik doe wat ik kan om deze situatie te veranderen, al vele jaren’

    Wat vindt u van de 35.000 doden in Gaza, die in uw naam zijn gevallen?

    Verschrikkelijk. De eerste week van de Israëlische reactie, na de gruweldaden van Hamas, vind ik volkomen begrijpelijk. Je loopt op straat en iemand geeft je een enorme klap. Geef je diegene dan geen klap terug? Het is instinct. Wat me verbaast is wat er daarna gebeurde. Ik begrijp onze wens om Yahia Sinwar en de Hamasmensen gevangen te nemen, en we hebben het volste recht om dat te doen. De vraag is op welk punt de staat wraakzuchtig wordt. Of verslaafd raakt aan wraak en geen onderscheid meer maakt tussen criminelen en terroristen en mensen die ‘er niet bij betrokken zijn’. En nu zijn er 35.000 doden omdat we op zoek waren naar een paar honderd personen… Ik kan die realiteit niet verdragen. Ik hou mezelf voor dat ik doe wat ik kan om deze situatie te veranderen, al vele jaren.

    Wanneer had u het gevoel dat u zich distantieerde, dat die grens overschreden werd?

    Toen ik voor het eerst de verwoeste huizen zag. De wil om wraak te nemen. Ik neem het niet voor Hamas op. Het is een vreselijke vijand. De eerste week voelde ik niet alleen dat ik niet in zo’n conflict wilde leven, maar ook dat ik niet in een wereld wilde leven die zulke wreedheden toestaat.

    In de teksten van het boek bespeur ik een verandering in uw toon. Tijdens de periode van de gerechtelijke hervorming: bezorgdheid, boodschap tegen Netanyahu. Net na 7 oktober, zoals ik al zei, is te lezen dat u niet meer wilde bestaan. In de laatste teksten bespeur ik meer angst vanwege het antisemitisme, de studentenprotesten…

    In het algemeen is het zoals je het beschrijft, ja. In het begin, met het protest, waren er honderdduizenden mensen die door de straten marcheerden. Een euforische opwinding. En toen begon de oorlog. Maar wacht, u noemde antisemitisme. Maakt u zich daar geen zorgen over?

    Als mens, natuurlijk. Maar als niet-Jood zal ik het niet op dezelfde manier ervaren als u, omdat ik niet het doelwit ben.

    Je kunt je daarin inleven, ook al ben je niet Joods. Omdat je een mens bent. Daarom komt het zo hard binnen als ik demonstraties zie tegen de Joden, of tegen het bestaan van Israël… Dat je kritisch bent over Israël dat mag, dat ben ik ook. Maar om te willen dat Israël totaal niet bestaat, ‘from the river to the sea’… Dat niet. Ik ben niet suïcidaal. Israël is het enige land waarvan je kunt zeggen dat het dreigt te verdwijnen. Alleen al het feit dat presidenten van de VS in al hun toespraken zeggen dat ze zich inzetten voor het bestaan van de staat Israël… Kun je je zo’n zin voorstellen als het gaat over Spanje? Dat zou klinken op een grap.

    Vergeef me dat ik terugkom op de actualiteit, maar het openbaar ministerie van het Internationaal Strafhof heeft net om de arrestatie van Netanyahu en [minister van Defensie Yoav] Gallant gevraagd.

    Als je het slachtoffer en de dader op één lijn stelt, verlies je je geloofwaardigheid. Zoals al het gepraat over genocide is dit perverse onzin. Het is niet zo dat Israël in juni 1967 eens even rustig ging denken over de vraag: Hoe ga ik het Palestijnse volk vernietigen? Degenen die uit waren op genocide, waren de Palestijnen. De Israëli’s bevonden zich in een situatie van bezetting en ontdekten gaandeweg dat deze voordelen had. Het Joodse volk bezat gedurende het grootste deel van zijn bestaan geen wapens, en plotseling heeft het die nu wel. En grondgebied, een fort…

    ‘Michal [zijn vrouw] en ik kijken elkaar aan en we weten wat een lange weg ze nog te wachten staat’

    Herinnert u zich dat u toen euforie voelde?

    Ik denk niet dat er meer dan drie mensen waren die het niet voelden. Toen, in oktober, was het niet zo dat we gingen slapen en dachten: Hoe kunnen we als we wakker worden Hamas uitroeien? We hebben domme en misdadige daden begaan, maar zonder enige intentie of wil om zoiets gruwelijks te doen.

    Is dat niet aan het tribunaal in Den Haag om te beoordelen?

    Ik ben geen rechter. Voor mij is het duidelijk dat wij verantwoordelijk zijn voor de moord op zoveel mensen, kinderen… ik kan het niet verdragen. Maar genocide hangt af van de intentie. Ik wil niet ingaan op juridische vragen. Afschuwelijk is afschuwelijk en ik had gewild dat deze oorlog zou eindigen, niet nu, maar vijf of zes maanden geleden.

    Hoe verschilt de collectieve rouw in Israël waar u het over had van uw individuele rouw om de dood van uw zoon?

    Er is niets zo pijnlijk als dat [stilte]. Het is moeilijk voor mij om over hem te praten. Elke ochtend hoor ik op de radio dat er een soldaat is overleden en dan denk ik aan de nabestaanden, die zich in de euforie van het verdriet bevinden. Dat bestaat echt, het is alsof je via de dood de eeuwigheid aanraakt… Michal [zijn vrouw] en ik kijken elkaar aan en we weten wat een lange weg ze nog te wachten staat. We hebben het trouwens nog niet gehad over de gijzelaars [in Gaza], ik laat u niet weggaan zonder het daarover te hebben gehad. Het is een vorm van marteling die ik tot nu toe niet kende. Als ik denk aan wat ze moeten doorstaan, roept dat bij mij het beeld op van een schroevendraaier in een stopcontact. Ik begrijp niet waarom we niet tot een overeenkomst zijn gekomen om hen vrij te laten.

  • Dissidente confronteert met harde waarheid

    Dissidente confronteert met harde waarheid

    In de bekroonde film Dissidente schetst regisseur Pier-Philippe Chevigny een onthutsend portret van de uitbuiting van seizoensarbeiders in Canada. ‘Mijn doel was om tegen het publiek in Quebec te zeggen: ik begrijp dat het pijn doet.’

    Oorspronkelijk was de Canadese regisseur Pier-Philippe Chevigny van plan om van Dissidente een documentaire te maken over de misstanden van het Temporary Foreign Worker Program (TFWP) in zijn land. ‘Ik besefte al snel dat niemand [in Quebec] met mij wilde praten, omdat iedereen bang was voor represailles’, vertrouwde hij dagblad Le Devoir toe. ‘Daarom besloot ik een scenario te schrijven dat een collage van getuigenissen zou zijn.’ Om materiaal te verzamelen ging Chevigny naar Guatemala in het gezelschap van hoofdrolspeler Ariane Castellanos, die zelf van Guatemalteekse afkomst is. Hij ontmoette er uitzendkrachten die vanwege hun anonimiteit vrijer konden spreken.

    In een interview met Le Devoir omschrijft Castellanos de aanpak van Chevigny als ‘integer en gevoelig’. De filmmaker ‘verkoos authenticiteit boven sensatiezucht. In Guatemala leerde hij over de geschiedenis van het land, de tragedies, de staatsgreep van 1954, de burgeroorlog, de genocide op de Maya’s. Er zijn nog veel rauwe wonden.’

    Na een relatiebreuk moet Ariane (Castellanos) in de film terugkeren naar haar moeder, in de stad waar ze geboren is; haar ex heeft haar achtergelaten met een berg schulden. Ze krijgt een baan als tolk voor Stéphane, de manager van een voedselverwerkingsfabriek die Guatemalteekse arbeidskrachten inhuurt.

    Dissidente laat op nuchtere wijze zien hoe een wankel systeem vatbaar kan zijn voor ontsporingen en zelfs tragedies’

    Het verhaal wordt niet verteld vanuit de uitgebuite arbeiders, noch vanuit de baas, maar vanuit Ariane, die als tussenpersoon fungeert. Ze moet de instructies van Stéphane vertalen voor de arbeiders en lijdt zelf evengoed onder zijn onmogelijke eisen. Ariane aarzelt om de schendingen van het arbeidsrecht waarvan ze getuige is aan de kaak te stellen, maar vanwege haar schulden kan ze het zich niet veroorloven haar baan te verliezen. En zo zit iedereen gevangen in ‘een spiraal waaruit ze niet makkelijk kunnen ontsnappen’, aldus Le Devoir.

    Volgens de krant La Presse uit Montreal is het resultaat een ‘verre van eenzijdig pamflet’. De film ‘markeert de tijdsgeest’ en levert een uitstekende bioscoopervaring op, waarna je beter geïnformeerd de zaal uitkomt. ‘Dissidente laat op nuchtere wijze zien hoe een wankel systeem vatbaar kan zijn voor ontsporingen en zelfs tragedies.’

    ‘Mijn doel was om tegen het publiek in Quebec te zeggen: ik begrijp dat het pijn doet,’ aldus de regisseur in een interview met de krant. ‘Quebec kent zelf een koloniale geschiedenis, en we hebben vaak de indruk dat we alleen maar in de slachtofferrol kunnen schieten. Maar het is duidelijk dat dezelfde mechanismen zich herhalen. Niet over dit probleem praten betekent medeplichtig zijn.’ 

  • Eerbetoon aan Jantjes’ oeuvre

    Eerbetoon aan Jantjes’ oeuvre

    Terwijl de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Gavin Jantjes onvermoeibaar vocht tegen het apartheidsregime, creëerde hij tegelijkertijd een rijk oeuvre dat diverse kunststromingen overspant.

    De Zuid-Afrikaanse kunstenaar Gavin Jantjes (Kaapstad, 1948) werd door zijn kritiek op het apartheidsregime verbannen en gecensureerd door de Afrikaner Nationale Partij. Hij leefde twintig jaar in ballingschap in Duitsland, Noorwegen en Engeland. Door zijn verschillende rollen als historicus, schrijver, docent en curator is zijn werk als kunstenaar wellicht onderbelicht gebleven. Dit omvangrijke overzicht in Londen, van postpop tot expressionisme en activisme, wil daar (terecht) verandering in brengen.

    Jantjes veelzijdige oeuvre weerspiegelt een groot associatief talent

    Jantjes veelzijdige oeuvre weerspiegelt een groot associatief talent. Zo verbindt hij een Afrikaans Fang-masker met een witte lijn aan een schilderij van Picasso, alsof het een het ander in leven houdt. In een serie vroege zeefdrukken uit 1970, met de titel A South African Colouring Book, speelt hij op pijnlijke wijze met het woord ‘kleur’ en plaatst hij afbeeldingen van zwarte mijnwerkers en vermoorde studenten naast toespraken van John Vorster, premier van 1966 tot 1978 en fervent verdediger van de apartheid.  

    Whitechapel Gallery, Londen, t/m 1/9

  • Van wie is Alexander de Grote?

    Van wie is Alexander de Grote?

    Noord-Macedonië claimt historische figuren vanuit het streven naar een nationale identiteit. Maar de buurlanden zijn het daar niet mee eens. ‘Iedereen denkt altijd dat de geschiedenis alleen van hen is.’

    Het centrum van Skopje, de hoofdstad van Noord-Macedonië, een Balkanland dat drieëndertig jaar geleden werd opgericht als onafhankelijke staat, staat bol van de geschiedenis. Een standbeeld van Alexander de Grote doemt op boven het centrale plein. Een van zijn vader, Filips II van Macedonië, torent boven een nabijgelegen plein uit op een te grote sokkel. De stad is ook bezaaid met eerbetonen in brons, steen en gips aan generaties andere helden uit wat het land ziet als zijn glorieuze en zeer lange geschiedenis.

    Het probleem is echter dat het grootste deel van de tentoongestelde geschiedenis door andere landen wordt opgeëist. Het huidige Noord-Macedonië, ontstaan door het uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig, heeft geen echte connectie met Alexander de Grote, die tweeduizend jaar geleden leefde in wat nu Griekenland is, en veel van de andere historische figuren die met standbeelden geëerd worden zijn Bulgaars.

    Bezitterig

    Slavica Babamova, de directrice van het nationale archeologische museum, heeft haar hele carrière doorgebracht met het opgraven en tentoonstellen van oude artefacten en richt zich graag op het verleden. Maar ze vertelt dat de overvloed aan standbeelden, die door haar land werden opgericht in een poging een staat en een nationale identiteit op te bouwen, haar verontrust.

    ‘We hebben zelf zo’n rijke geschiedenis – en zoveel te vertellen. Ik zie geen noodzaak voor al deze overdreven marketing,’ zegt ze terwijl ze tijdens een interview naar het standbeeld van Alexander de Grote gebaart.

    Belangrijker voor Noord-Macedonië en onbetwistbaar onderdeel van de geschiedenis, voegt ze eraan toe, zijn het gouden dodenmasker en andere bijzondere voorwerpen die dateren van vóór Alexander en gevonden werden in een oude necropolis bij het dorp Trebeniste, in Noord-Macedonië.

    Lange tijd was Griekenland, dat het oude Macedonië opeist als deel van zijn eigen erfgoed en er een regio naar vernoemd heeft, woedend over het feit dat Noord-Macedonië een identiteit aan het opbouwen is. Dat geldt ook voor Bulgarije, een buurland dat erg bezitterig is als het gaat om sommige historische figuren, met name een tiende-eeuwse Bulgaarse heerser wiens standbeelden nu in het centrum van Skopje staan.

    Ruzies over wie de eigenaar is van het verleden verontrusten niet alleen geleerden, ze hebben ook ernstige gevolgen gehad, zoals het blokkeren van de toetreding van Noord-Macedonië tot de Europese Unie. En ze werpen een schaduw op het ambitieuze project om een natie op te bouwen, gebaseerd op geschiedenis waarvan anderen volhouden dat die van hen is – in het bijzonder als het aankomt op Alexander de Grote.

    Net toen de gemoederen in Griekenland bedaard waren, kwam Bulgarije met zijn historische aanklachten

    Alexander, een veroveraar wiens rijk zich in de vierde eeuw voor Christus uitstrekte van de Balkan tot India, werd geboren in een stad die nu in Griekenland ligt. Hij woonde niet op het grondgebied van het huidige Noord-Macedonië, daar zijn historici het over eens, en hij sprak ook geen Slavische taal. De slaven arriveerden pas honderden jaren later in het gebied.

    Maar een deel van het grondgebied van Noord-Macedonië maakte deel uit van het oude Koninkrijk Macedonië en is bezaaid met archeologische vindplaatsen met artefacten uit die tijd.

    Het probleem, aldus Babamova, die directeur is van het museum, is niet dat Noord-Macedonië geen connectie heeft met de tijd van Alexander de Grote, maar dat het te veel naar zich toe probeert te trekken. Dat begon na het uiteenvallen van Joegoslavië, toen nationalisten op zoek gingen naar manieren om hun fragiele nieuwe staat te versterken. ‘Aan het einde van de jaren negentig ontstond er een soort hysterie,’ aldus Babamova.

    Griekenland was woedend toen zijn buurman in 1991 de onafhankelijkheid uitriep onder de naam Macedonië, en het zwoer de toetreding van Macedonië tot de NAVO en de Europese Unie tegen te houden. Als onderdeel van een overeenkomst met Griekenland in 2018, stemde de nieuwe natie ermee in om zichzelf Noord-Macedonië te noemen, een naam die de Griekse regering ver genoeg af vond staan van het oude koninkrijk van Macedonië en Alexander de Grote.

    Net toen de gemoederen in Griekenland bedaard waren, kwam Bulgarije met zijn historische aanklachten. Nationalisten daar hielden vol dat Macedonië een kunstmatige natie was, gecreëerd door communistische antinazipartizanen, die in 1944 een staat uitriepen en een Bulgaars dialect spraken. Ook Bulgarije, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog een bondgenoot was van nazi-Duitsland, werpt wegversperringen op voor het lidmaatschap van de Europese Unie.

    ‘We hebben hetzelfde probleem met Bulgarije als Oekraïne heeft met Rusland. Ze zeggen: “Jullie bestaan niet”,’ zegt Nikola Minov, professor geschiedenis aan de Universiteit van Sint Cyrillus en Methodius in Skopje.

    Anker

    Oekraïne worstelde om een eigen identiteit op te bouwen tegenover het Russische Rijk. Maar het land dat nu Noord-Macedonië heet, had te maken gehad met het Romeinse Rijk, waar het vijf eeuwen lang deel van uitmaakte, het Ottomaanse Rijk, dat tot het begin van de twintigste eeuw over deze delen regeerde, en ook nog af en toe met een bezetting door andere krachten van buitenaf, waaronder Servië en Bulgarije.

    Op zoek naar een historisch anker om een nieuw land veilig te stellen – dat in 1903 slechts tien dagen lang ervaren heeft hoe het is om echt onafhankelijk te zijn – pompte de centrale regering tien jaar geleden honderden miljoenen euro’s in een groot herontwikkelingsproject voor Skopje. Het zette het stadscentrum vol met standbeelden en veranderde saaie overheids- en commerciële gebouwen in zuilenpaleizen die doen denken aan een kitscherig Hollywooddecor voor een film over de oudheid.

    De opstandige etnische Albanese minderheid van het land dook ook in de geschiedenis toen ze hun eigen aparte identiteit opeisten en een groot standbeeld oprichtten ter ere van Skanderbeg, een Albanese militaire commandant die in de vijftiende eeuw een opstand tegen het Ottomaanse Rijk leidde.

    ‘Ik mis het oude Skopje,’ zegt Babamova, de museumdirecteur, nadat ze nostalgisch vertelt over hoe haar stad eruitzag voor de invasie van standbeelden en zuilen in Griekse stijl. ‘Het heeft zijn ziel verloren.’

    De zuilen zijn meestal hol en sommige van de namaakgevels uit de oudheid beginnen al af te brokkelen. De premier die de opdracht gaf voor de make-over, Nikola Gruevski, vluchtte in 2018 naar Hongarije om te ontsnappen aan een veroordeling wegens corruptie. Maar zijn nationalistisch getinte partij is na de winst van de presidents- en parlementsverkiezingen op 8 mei terug aan de macht.

    ‘Er zijn historici die zeggen dat we echte banden hebben’ met het oude Macedonië

    Het huidige leiderschap loopt minder te pronken met Alexander de Grote, maar ziet geen reden om zijn of de andere standbeelden te verwijderen. ‘Dit is geen nepgeschiedenis die we hebben verzonnen,’ benadrukt de plaatsvervangend leider van de partij, Timco Mucunski. ‘Er zijn historici die zeggen dat we echte banden hebben’ met het oude Macedonië.

    De nieuwe regering houdt vast aan die banden en heeft – tot groot ongenoegen van Griekenland – aangegeven dat ze ‘Noord’ uit de naam van het land wil schrappen. Tijdens een beëdigingsceremonie in mei noemde de nieuw gekozen president het land gewoon Macedonië, met als gevolg dat de Griekse ambassadeur wegliep.

    Timčo Mucunski, plaatsvervangend leider van de nieuwe regeringspartij, zegt dat de overeenkomst van 2018 met Griekenland, waarbij Macedonië als naam van het land werd afgeschaft, zou worden geëerbiedigd als ‘een politieke en juridische realiteit’, maar voegt eraan toe: ‘Vinden we het leuk? Nee!’

    Dalibor Jovanovski, een prominent historicus uit Skopje, vertelt de naam ‘Noord-Macedonië’ hem ook niet bevalt, maar dat hij deze zag als de ongelukkige prijs die betaald moest worden voor toetreding tot de Europese Unie. ‘Iedereen denkt altijd dat de geschiedenis alleen van hen is, dat er geen gedeelde geschiedenis is,’ zei hij. ‘Maar in dit deel van de wereld is alles vloeibaar. Alles loopt door elkaar.’

    Sommige inwoners van Skopje geven aan de vele standbeelden wat rommelig te vinden, maar de meeste zijn trots op wat zij zien als eerbetoon aan een lange geschiedenis. ‘De Grieken claimen hem,’ zegt hoogleraar geschiedenis Ljupcho Efremov, terwijl hij langs Alexander de Grote liep. ‘Maar hij was Alexander van Macedonië, niet Alexander van Griekenland.’

    Bisera Kostadinov-Stojchevska, voormalig minister van cultuur, zegt dat ze van plan was om ten minste enkele van de standbeelden uit de stad te verwijderen en te verplaatsen naar een park buiten de stad. Maar ze gaf het op nadat haar personeel, dat opdracht had gekregen om na te gaan of de wet over de ruimtelijke ordening werd overtreden, ontdekte dat ‘helaas alles legaal was’.

    Ze zei dat ze vooral graag af wilde van een grote beeltenis van tsaar Samuel, een tiende-eeuwse Bulgaarse koning. Het standbeeld, dat tegenover Alexander staat, is niet alleen lelijk en belemmerend voor het uitzicht, zegt ze, maar ‘het is de Bulgaren bovendien een doorn in het oog’.

    Van Alexander de Grote is ze ook geen groot fan. ‘Ik voel me helemaal niet met hem verbonden. Taalkundig niet, cultureel niet en emotioneel niet.’

  • Subculturen door de lens van Beckman

    Subculturen door de lens van Beckman

    Foam Amsterdam presenteert een tentoonstelling met werk van de Britse fotograaf Janette Beckman. Onder de titel Rebels toont Beckman iconische foto’s van subculturen die de maatschappij de afgelopen veertig jaar hebben beïnvloed.

    Van Joe Strummer tot de ska-meisjes uit Coventry, mensen die de bakens hebben verzet – ze zijn allemaal gefotografeerd door de vermaarde Britse fotograaf Janette Beckman, die er in elk portret in slaagt behalve het uiterlijk ook het innerlijk van haar model in beeld te brengen. Beckman (65) fotografeerde punkers in het Londen van de jaren zeventig en rappers in het New York van de jaren tachtig, en ze bleef zich interesseren voor subculturen, zoals haar foto’s van bendeleden en demonstranten goed laten zien.

    Ze is gevormd door de punktijd, een periode van malaise en grote werkloosheid in het Engeland van de jaren zeventig

    Ze is zelf gevormd door de punktijd, een periode van malaise en grote werkloosheid in het Engeland van de jaren zeventig. Onvrede bij jonge mensen uitte zich niet alleen muzikaal, maar werd ook creatief en extravagant vormgegeven in kleding en kapsel. Beckman was geen punker, maar heeft tegen de Volkskrant gezegd dat haar stijl er niet ver vanaf lag. ‘Ze zagen mij als een van hen, maar dan met een camera.’  

    Foam, Amsterdam. Tot 8/9

  • Hoe stemacteurs en geluidstechnici het horrorgenre vormgeven

    Hoe stemacteurs en geluidstechnici het horrorgenre vormgeven

    In de wereld van horrorfilms is geluid vaak net zo belangrijk als beeld. Geloofwaardig kreten nasynchroniseren die een film echt eng maken is daarom een vak apart.

    Een plekje in Hollywood bemachtigen valt niet mee, en zeker niet als geluidstechnicus. Maar Mitzi Ives, de hoofdpersoon in The Invention of Sound, het nieuwe boek van Chuck Palahniuk, lukt het dankzij de geheime – en lugubere – technieken die ze van haar vader heeft geleerd. De concurrentie bekijkt haar met afgunst. Alleen zij slaagt erin de acteurs in horrorfilms bloedstollende kreten te laten slaken die zo geloofwaardig en huiveringwekkend zijn dat ze voor echt kunnen doorgaan.

    Een hele prestatie, want voor elkaar krijgen dat een film angst aanjaagt is zo makkelijk nog niet. Er zijn veel factoren die ertoe bijdragen dat de kijker uiteindelijk met kippenvel in zijn stoel zit. De kreten, en de geloofwaardigheid ervan, zijn een voorbeeld. De vertolking is essentieel, maar als het gaat om een nagesynchroniseerde film komt er een stemacteur in actie. 

    Horrorfilms

    Oudgediende María Luisa Solá, die net 85 is geworden en dit beroep als sinds 1959 uitoefent, heeft aan diverse horrorfilms meegewerkt, ‘al is het niet mijn favoriete genre, ook niet als kijker’. De eerste was Psycho [van Alfred Hitchcock], waarin ze haar stem leende aan Janet Leigh, die in de beroemde douchescène werd vermoord door psychopaat Norman Bates.

    ‘Die film heeft ontzettend veel mensen diep geraakt. Bijna iedereen die een douchecel met een plastic gordijn instapt, maakt dat-ie snel weer weg komt,’ zegt ze lachend. Maar ze stelt vast dat het nadoen van Sigourney Weaver als luitenant Ripley in de Alien-films moeilijker was: ‘Steeds als dat monster, dat zich overal in mengt, opdook, gruwde ik. En niet zozeer van angst, als kijker word je bloednerveus.’

    ‘ik gil al zodra er zoiets in beeld komt, ik schrik me dan gewoon een ongeluk’

    Het kostte haar nooit moeite om een kreet te slaken bij een griezelige scène, want, zegt ze, ‘ik gil al zodra er zoiets in beeld komt, ik schrik me dan gewoon een ongeluk’. Maar, benadrukt ze, ‘als het om een heleboel gegil achter elkaar gaat, moet je zorgen dat je die scène pas aan het eind van de sessie doet, omdat je anders schor bent’. Curieus genoeg heeft Solá ook Jamie Lee Curtis, de dochter van Janet Leigh, ingesproken in alle Halloween-films. ‘Ik vind ze geweldig, het zijn er zo veel en toch zeg je na afloop: nog een, graag. Maar vraag me niet waarom ze zo aanspreken, dan blijft er niets van over.’

    Haar zoon, Sergio Zamora, doet hetzelfde werk. Hij ontfermt zich meestal over Colin Farrell, Bradley Cooper, Matthew McConaughey en Joaquin Phoenix. Zamora brengt gedetailleerd in herinnering hoe ‘angstaanjagend, theatraal en hysterisch’ de lach van Phoenix in Joker was, ook al ging het niet om horror. Hij geeft toe dat in horrorfilms ‘vrouwen over het algemeen meer gillen en mannen de kwade peer zijn’. Zo moest Zamora de schurk stem geven in de tv-animatiereeks Death Note en de film Cherry Falls. ‘Daar wordt eigenlijk weinig in gegild. Wij mannen krijgen meer oorlogskreten toebedeeld,’ geeft hij toe. Mark Ullod zit al vijfendertig jaar in het vak. 

    Binnensmonds praten

    Door zijn toedoen zijn personages als Don Price, de antagonist in het sprookjesachtige Big Fish van Tim Burton, tot leven gebracht. Of Punisher, een antiheld in de Marvel-films, ‘die mij dwong heel zacht en binnensmonds te praten, maar die dan ineens als een beest begon te krijsen. Hij ging ineens van 0 naar 100.’ Ullod legt uit dat een stemacteur normaal gesproken de kreten van zijn eigen personage voor zijn rekening neemt en het, als het niet meteen lukt, nog eens probeert.

    Het komt zelden voor dat een collega zich in de opname van een ander mengt

    Het komt zelden voor dat een collega zich in de opname van een ander mengt. ‘Maar soms gebeurt het toch, zij het niet zozeer voor kreten. Ik ben mijn carrière als stemacteur begonnen met een boer. Dat klinkt stug, maar het is echt waar. Ik werkte toen als productieassistent en ze waren bezig met de nasynchronisatie van One Flew over the Cuckoo’s Nest in het Catalaans. Op een gegeven moment moest Danny DeVito boeren en degene die hem naspeelde, de grote Joaquín Díaz, kreeg het niet voor elkaar. Mijn vader, die op dat moment de regisseur was, vroeg mij of ik die boer kon laten. Je kunt dus wel zeggen dat alles zo is begonnen.’

    In het Hollywood van weleer was het wat gebruikelijker om voor bepaalde kreten terug te grijpen naar voorradige geluiden. Het bekendst is de ‘Wilhelmschreeuw’, die met succes verschillende producties werd binnengesmokkeld. Hij werd voor het eerst gebruikt in 1951, in de film Distant Drums, en al is de schreeuwer niet bekend, het vermoeden is dat het gaat om de stem van de Amerikaanse acteur Sheb Wooley, een van de hoofdrolspelers in de film.

    Kreet

    Zo’n kreet op een film afstemmen, en andere effecten toevoegen en creëren om de sfeer en de plot griezeliger te maken, is het werk van een geluidstechnicus zoals Byron Abadía. Die gaat niet alleen over de postproductie, maar heeft ook zijn eigen geluidsbibliotheek opgezet, waar iedereen die er voor zijn werk gebruik van wil maken toegang toe heeft. ‘Als je een bepaald geluid bij een verhaal zoekt, is creativiteit vereist,’ zegt Abadía.

    ‘Zo komt in horrorfilms veel regen voor. Ik word er vrolijk van als ik die bij het ontbijt kan oproepen: je hebt dat geluid al als je bacon in een koekenpan met genoeg olie legt. Houd de microfoon bij het gespetter en voilà. En om bijvoorbeeld iets te laten klinken als een botbreuk, gebruiken we kroppen sla of wortels. Sinaasappels zijn dan weer heel geschikt om een etende zombie te suggereren.’

    ‘Het draaiboek lezen ze pas in de studio. Alles om het spontaan te laten klinken en te voorkomen dat er te veel wordt geacteerd’

    Lorenzo Beteta is altijd even afhankelijk van de geluidsmensen als van de stem­acteurs. Hij is er zelf een, maar hij werkt ook al jaren als regisseur. ‘Ik geef de vertolkers nauwelijks informatie. Ik wil dat ze alleen het hoognodige weten, zodat ze, als het zover is, verrast zijn en schrikken, net als hun personages. Het draaiboek lezen ze pas in de studio, en ze nemen het niet mee naar huis. Alles om het spontaan te laten klinken en te voorkomen dat er te veel wordt geacteerd en het effect nep is.’

    Beteta heeft gezien hoe de branche in de tweeënveertig jaar dat hij in het vak zit op technisch gebied een opmerkelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Maar hij is terughoudend als het gaat om AI. ‘De sector is serieus met distributeurs in gesprek over clausules in de contracten die moeten voorkomen dat ons werk AI in de kaart speelt. Dus dat AI onze stemmen opslaat, onze intonaties uit het hoofd leert, en die stemmen vervolgens leert om vanuit het niets iets te creëren. Het zal niet lang meer duren of we zien een film met een hoofdrolspeler die wij normaal gesproken nasynchroniseren en we horen onze stem, zonder dat wij iets ermee te maken hebben gehad. Daarom is het zo belangrijk dat er nu wetgeving komt.’ 

    Vervanging door AI

    De beroepsgroep maakt zich wel degelijk zorgen over vervanging door AI. De technologie gaat sneller dan de wetgeving, reden waarom de filmbranche eist dat er eerst toestemming aan de professionals wordt gevraagd voordat hun stem ergens voor wordt gebruikt. Wat nu wordt vastgelegd, zal bepalend zijn voor de toekomst van de branche.

    Deze en andere kwesties, die losstaan van het nasynchroniseren, maken deel uit van wat Beteta bespreekt met zijn leerlingen aan de School voor Nasynchronisatie in Madrid, waar hij al jaren lesgeeft. ‘Het is belangrijk dat zij de huidige en de mogelijk toekomstige situatie kennen,’ en ook andere basiskwesties, zoals ‘het besef dat nasynchronisatie een vorm van nabootsen is, en niet van scheppen. Je doet iets na wat al bestaat en verwoordt het in de taal die aan de orde is. Daarom moeten we, al wint de beroepsgroep steeds meer aan zichtbaarheid, niet vergeten dat anoniem zijn in ons voordeel werkt; want dan kunnen we associaties met stemmen vermijden en het personage geloofwaardiger laten klinken. Dat is ons voornaamste doel en dat moeten we niet vergeten.’

    Zijn leerlingen, de toekomstige stemacteurs, zijn zich bewust van deze en andere aspecten van het vak. Bijvoorbeeld ‘hoe essentieel het is dat ons lichaam amper beweegt, omdat de microfoon alles registreert,’ vertelt José Luís Prada. ‘Hijgen zonder te springen, huilen zonder verdrietig te zijn of gillen zonder je lichaam hoegenaamd te bewegen is heel lastig. Ik druk mijn handen tegen mijn borst om te voorkomen dat ze per ongeluk bewegen.’ Zijn klasgenoot Sara Ibancos doet iets soortgelijks, al is volgens haar ‘het moeilijkste niet om stil te zitten, maar om zó’n spanning op te roepen dat in je schreeuw ook echt angst doorklinkt’. 

  • Nat wasgoed als vorm van subtiel verzet

    Nat wasgoed als vorm van subtiel verzet

    In de schaduw van het communistische regime verweefde de Roemeense kunstenaar Ana Lupaş subtiele vormen van verzet in haar sculpturale werken. De installaties zijn ‘conceptueel en sensueel tegelijk, intellectueel en bijna romantisch volks,’ aldus ArtMargins.

    Ana Lupaş (Roemenië, 1940) was vijf toen haar land onder de controle viel van het totalitaire regime dat het de komende veertig jaar zou regeren. Als een vorm van subtiel verzet tegen de onderdrukking en de daaruit voortvloeiende verzwakking van de Roemeense identiteit, begon Lupaş kunst te maken waarin ‘de plattelandsgemeenschappen, rituelen en bescheiden materialen van haar thuisland [zoals wol, katoen, hennep en vlas] centraal staan’, aldus Apollo Magazine.

    Zowel het materiaal als de arbeid, van met name vrouwen, spelen een grote rol

    Een voorbeeld zijn haar Humid Installations: sculpturen van nat wasgoed dat in grote hoeveelheden te drogen hangt. Ze roepen de associatie op van een gezamenlijk productieproces, waarbij zowel het materiaal als de arbeid, van met name vrouwen, een grote rol spelen en wijzen op Roemeniës historische verbinding met het plattelandsleven, aldus ArtMargins. De installaties, ‘conceptueel en sensueel tegelijk, intellectueel en bijna romantisch volks (…) voeren een intieme en urgente dialoog met de historische, misschien wel onherroepelijke veranderingen die het leven en de cultuur op het platteland ondergingen’. Volgens ArtMargins is het deze manier waarop ze het verleden weet op te roepen die maakt dat het werk van Lupaş nog altijd in de belangstelling staat. 

    Stedelijk Museum Amsterdam, 9 mei-15 september.

  • Lof voor Baby Reindeer slaat om in online hetze

    Lof voor Baby Reindeer slaat om in online hetze

    Fans van de Netflix-serie Baby Reindeer, gebaseerd op waargebeurde ervaringen van maker Richard Gadd, speuren online naar de identiteit van degenen die Gadd hebben mishandeld. Is dit de prijs van authenticiteit, of had er beter rekening gehouden kunnen worden met de impact?

    Baby Reindeer is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van maker Richard Gadd. Als komiek Donny vertelt hij in de Netflix-serie over de pesterijen en het misbruik waarvan hij het slachtoffer was. Critici zijn unaniem over de kwaliteit van zijn werk, dat tal van maatschappelijke onderwerpen aansnijdt: van de perceptie van mannelijke biseksualiteit tot de intieme en blijvende trauma’s veroorzaakt door seksueel misbruik.

    Maar dit enthousiasme heeft tegelijkertijd een minder wenselijke wending genomen, namelijk dat ‘aspirant-detectives sociale netwerken afspeuren [op zoek naar de identiteit van degenen die Richard Gadd hebben belaagd en misbruikt]. Zo erg zelfs dat de politie moest ingrijpen en er advocaten zijn ingeschakeld’, zo meldt The Observer.

    De serie begint met de ontmoeting tussen Martha Scott, een eenzame veertigjarige, en Donny, een straatarme komiek, in de bar waar hij werkt. Uit medelijden biedt hij haar een kop thee aan, waarna hij jarenlang zal worden gestalkt door deze vrouw – ervaringen die bij de hoofdpersoon bovendien een trauma bovenbrengen: de verkrachtingen door een machtige televisie­scenarioschrijver.

    Een vrouw die beweert de persoon te zijn waarop Martha is geïnspireerd overweegt een klacht in te dienen wegens smaad

    De onlinejacht richt zich zowel op Martha als op deze scenarioschrijver. Een vrouw die beweert de persoon te zijn waarop Martha is geïnspireerd overweegt een klacht in te dienen wegens smaad, aldus The Hollywood Reporter. Richard Gadd heeft zijn kijkers verzocht te stoppen met hun zoektocht en hij benadrukt dat hij juist ter bescherming van de mensen op wie hij zijn personages heeft gebaseerd veel feiten heeft veranderd. De actrice die de rol van de stalker briljant vertolkt, Jessica Gunning, roept fans tot hetzelfde op. ‘Het is zo zonde,’ zegt ze tegen Forbes. ‘Het bewijst alleen maar dat deze mensen de serie niet goed hebben begrepen.’

    Ook is er een discussie ontstaan over de noodzaak voor Netflix om in zijn promotiecampagne te benadrukken dat de serie op een waargebeurd verhaal is gebaseerd. The Independent-journalist Adam White oppert dat het misschien naïef is geweest van de maker om deze gevolgen niet te voorzien, ‘maar als kijker hebben we ook een verantwoordelijkheid’.

    Columnist Stuart Heritage van The Guardian meent dat Gadd niet zozeer credits verdient vanwege zijn moed om deze persoonlijke ervaringen met de kijker te delen, omdat hij niet vrij te pleiten is ‘van de gevolgen die hij zelf heeft veroorzaakt’. Volgens hem kunnen we deze serie, hoe goed ook, ‘niet op een puur artistiek niveau benaderen als we weten dat de acteur zijn eigen trauma’s beschrijft’.

    De serie Baby Reindeer is te zien op Netflix.

  • Honderd keer liefdesverdriet

    Honderd keer liefdesverdriet

    In de voorstelling The Second Woman speelt Georgina Verbaan 24 uur lang achtereen dezelfde break-upscène met honderd verschillende tegenspelers. Het concept werd eerder uitgevoerd in Taiwan, New York, Londen en Toronto.

    The Second Woman is een voorstelling die 24 uur duurt en waarin een vrouwelijke performer – Georgina Verbaan dit keer op het Holland Festival – honderd keer één scène herhaalt met honderd tegenspelers, variërend in leeftijd, achtergrond en acteerkwaliteiten. Ze moet dus 24 uur achter elkaar steeds dezelfde break-upscène spelen met steeds wisselende, haar onbekende tegenspelers. De scène gaat over een koppel dat onderhandelt over een langdurige relatie die haar creativiteit, romantiek en vitaliteit heeft verloren. Op een scherm naast de voorstelling draait een tegelijkertijd opgenomen en live gemonteerde video die close-ups laat zien van de meest minieme emotionele expressies. 

    Het Holland Festival is de afgelopen maanden op zoek gegaan naar verschillende mannelijke, queer of non-binaire tegenspelers

    Het concept van The Second Woman is bedacht door de Australische theatermakers Nat Randall en Anna Breckon en werd eerder uitgevoerd in Taiwan, New York, Londen en Toronto. Met een oproep is het Holland Festival de afgelopen maanden op zoek gegaan naar honderd verschillende mannelijke, queer of non-binaire tegenspelers – voornamelijk onbekende en in veel gevallen niet-professionele acteurs. Iedereen kon zich aanmelden.  

    ITA, Amsterdam 28 en 29/6

  • Florentina Holzinger: rauw en betoverend

    Florentina Holzinger: rauw en betoverend

    De Oostenrijkse choreograaf en performancekunstenaar Florentina Holzinger staat bekend om haar rauwe, non-conformistische voorstellingen die de grenzen van het hedendaagse theater opzoeken, zo ook in haar nieuwste werk Ophelia’s Got Talent.

    Wie het werk van de ‘anarcho-post-feministische’ Florentina Holzinger eerder gezien heeft, gaat in het vervolg óf nooit meer, óf wil juist naar elke nieuwe voorstelling van deze Oostenrijkse choreograaf en performancekunstenaar, die allesbehalve klassiek theater maakt. Non-conformistisch en rauw. Bij haar valt van alles te verwachten waar de maag zich van om kan draaien. Het publiek wordt zelfs van tevoren gewaarschuwd voor scènes met zelfverwondingen, bloed, naalden en expliciete weergaven of beschrijvingen van fysiek of seksueel geweld. Deze keer zien we het binnenste van een degenslikker, wordt er een kind verwekt, een helikopter verkracht, een wang aan de vishaak geslagen en kon een bloedige bevalling niet uitblijven. 

    In het acrobatische en volledig naakt uitgevoerde ballet Ophelia’s Got Talent speelt water de hoofdrol

    In het acrobatische en volledig naakt uitgevoerde ballet Ophelia’s Got Talent – een parodie op een tv-talentenjacht – speelt water de hoofdrol, en dan vooral als maalstroom waarin van alles voorbijkomt, en figureren meerminnen, waternimfen en andere mythische, met het water verbonden vrouwelijke personages. Kortom, een thema waarmee Holzinger de vrije hand heeft om een beeldenstorm te veroorzaken en de toeschouwers een soort rituele ervaring te laten ondergaan, om bestaande ideeën over schoonheid op z’n kop te zetten, haar feministische kritiek en zorgen om het klimaat te uiten, en de toekomst op volstrekt eigenzinnige manier vorm te geven.  

    De Singer, Antwerpen, van 21 tot 23/6