Onderwerpen: Economie

  • CEO’s leren leven met Trumps overstap naar staatskapitalisme

    CEO’s leren leven met Trumps overstap naar staatskapitalisme

    Hoewel inmenging door de overheid in een branche vaak ongewenst is, weten bepaalde bedrijven van Trumps beleid te profiteren.

    Begin december kreeg Nvidia eindelijk toestemming om zijn meest geavanceerde halfgeleiderchips aan China te verkopen. Niet zonder voorwaarden: de Amerikaanse regering strijkt een kwart van de opbrengst op.

    Deze gang van zaken spreekt boekdelen over de verhouding tussen overheid en bedrijfsleven onder Trump. Zijn regelmatige bemoeienis met de bedrijfsvoering – het opeisen van gewone of ‘gouden’ aandelen of een deel van de omzet, het aansporen van bedrijven om hun prijzen te verlagen of medicijnen via een overheidswebsite te verkopen – is een vorm van staatskapitalisme, waarbij de staat niet per se eigenaar is van bedrijven, maar zijn aanzienlijke invloed gebruikt om hun gedrag te sturen.

    ‘Wat er ook voor nodig is om in China te kunnen verkopen, wij vinden het best’

    Staatskapitalisme is tweerichtingsverkeer. Door zich te conformeren aan Trumps agenda krijgen veel bedrijven een voorkeursbehandeling, bijvoorbeeld op het gebied van hun handel met China, de invoerheffingen, de regelgeving voor hun sector en de toestemming om fusies aan te gaan. Met andere woorden, staatskapitalisme dient niet alleen de belangen van de staat, maar ook die van een bevoorrechte groep kapitalisten.

    Nvidia betaalt in feite voor een licentie die voorheen gratis was, maar heeft daar geen bezwaar tegen gemaakt. Het bedrijf krijgt immers toegang tot een lucratieve markt die anders gesloten zou blijven. Afgelopen augustus, kort nadat Trump voor het eerst een afdracht van 15 procent had bedongen, zei Nvidia-CEO Jensen Huang in een interview: ‘Wat er ook voor nodig is om in China te kunnen verkopen, wij vinden het best.’

    Of deze innige relatie tussen de staat en een selectieve groep kapitalisten wel zo goed is voor de VS, is een andere vraag.

    ‘Tussenvorm’

    Staatskapitalisme is geen socialisme dat alle productiemiddelen in handen van de staat legt, maar het is ook geen laissez-fairekapitalisme. Het is een soort tussenvorm die elders ter wereld in verschillende varianten al langer gemeengoed is. Het was ooit populair in Japan en West-Europa en blijft in wisselende mate een prominente rol spelen in China, Rusland en andere landen.

    Het opkopen van aandelen of het vorderen van een productielijn waren stappen die de Amerikaanse overheid vroeger alleen zette in noodsituaties, zoals bij corona of de financiële crisis. Onder Trump is het dagelijkse praktijk geworden.

    ‘Ik vind dat we belangen in bedrijven moeten nemen,’ zei Trump onlangs tegen The Wall Street Journal. ‘Sommige mensen zullen zeggen dat dat niet erg Amerikaans klinkt. Ik vind het juist heel Amerikaans.’

    ‘Ik vind dat we belangen in bedrijven moeten nemen. Sommige mensen zullen zeggen dat dat niet erg Amerikaans klinkt. Ik vind het juist heel Amerikaans’

    Binnenskamers moeten veel bedrijfsleiders niets hebben van zijn inmenging, zoals ze ook bezwaar hebben tegen zijn aanvallen op de centrale bank en op advocatenkantoren en mediabedrijven die hem tegenwerken. In het openbaar zwijgen ze meestal of steunen ze hem zelfs.

    Daar zijn verschillende redenen voor, waar angst een van is. Instemming met de bredere agenda van de president is een andere. Na de regeldrang onder voormalig president Joe Biden zijn velen ingenomen met Trumps bedrijfsvriendelijke aanpak. Hij draait bedrijfsregelgeving en -toezicht terug, staat meer fusies toe en ondertekent wetten die de belasting voor bedrijven verlagen.

    De meeste zakenmensen zien het liefst een terughoudende overheid die hen hun gang laat gaan. Maar dat zit er met Trump niet echt in. Dus proberen ze veelal met hem en zijn naaste adviseurs samen te werken aan wat voor hen van belang is. Zo beloofde Pfizer de prijzen van sommige geneesmiddelen voor Amerikaanse afnemers te verlagen, een aantal geneesmiddelen via de overheidswebsite TrumpRx te verkopen en in binnenlandse productie te investeren, allemaal in ruil voor een verlaging van invoertarieven. Pfizer-topman Albert Bourla betuigde op een bijeenkomst in het Witte Huis zijn dank aan Trump en beloofde dat deze ‘historische’ overeenkomst tegemoetkwam aan de door Trump geëiste verlaging van de medicijnkosten.

    Silicon Valley

    Dat de staat en het kapitalisme op één lijn zitten kwam het duidelijkst naar voren tijdens de jacht op kunstmatige intelligentie (AI). Silicon Valley en Trump zijn het erover eens dat de AI-wedloop van vitaal belang is voor de economische groei en de strategische voorsprong op China.

    Silicon Valley heeft zich vanaf het prille begin achter Trump geschaard. Topmensen uit de sector woonden zijn inauguratie bij. De volgende dag kondigde de president in het Witte Huis een AI-infrastructuurproject aan ter waarde van 500 miljard dollar, Stargate genaamd, onder leiding van Open AI, Oracle en SoftBank.

    Ondertussen heeft Trump de prioriteiten van de sector krachtig gesteund. Hij trok Bidens AI-richtlijnen op het gebied van nationale veiligheid en volksgezondheid in en drong aan op versterking van het energienet om aan de enorme elektriciteitsbehoefte van AI te voldoen. Begin december ondertekende hij nog een presidentieel besluit om staten te straffen die AI reguleren. Belangrijke technologische importproducten, zoals chips van Nvidia en iPhones van Apple, zijn tot nu toe grotendeels vrijgesteld van importheffingen.

    De regering-Trump stimuleert de AI-sector niet alleen, maar is er ook zelf actief in

    De regering-Trump stimuleert de AI-sector niet alleen, maar is er ook zelf actief in. Kort nadat Trump een belang van 10 procent in Intel eiste en kreeg, investeerde ook Nvidia in het bedrijf, dat een leverancier én een potentiële concurrent is.

    En dat was nog maar een van de vele vestzak-broekzakdeals waarbij de scheidslijnen tussen concurrenten, afnemers en soms zelfs de overheid vervagen. Nvidia heeft ook geïnvesteerd in OpenAI, Anthropic en xAI, die allemaal Nvidia-chips gebruiken. Microsoft, dat de rekenkracht levert aan OpenAI en Anthropic, heeft in beide geïnvesteerd. SoftBank heeft geïnvesteerd in OpenAI, en OpenAI heeft een optie om aandelen te kopen van AMD, een concurrent van Nvidia.

    ‘Circulaire AI-deals zijn geen rechtstreekse acquisities, maar eerder partnerschappen en gezamenlijke investeringen,’ zegt Doha Mekki, die tijdens de eerste termijn van Trump en onder Biden werkzaam was bij de antitrustafdeling van het ministerie van Justitie. ‘Maar als je er een diagram van maakt, beginnen de combinaties verdacht veel op trusts te lijken.’ 

    Als AI, zoals door velen wordt gevreesd, een zeepbel is, vormt het uiteenspatten daarvan een gevaar voor het kapitaal waarmee de datacenters en de economische groei van de VS gefinancierd worden. Sommigen in Silicon Valley zijn zich bewust van deze risico’s en vinden dat Washington de sector moet steunen, zoals in het verleden ook met de banken is gebeurd. OpenAI heeft aangedrongen op ‘federale subsidies, overeenkomsten over kostendeling, leningen of kredietgaranties’ om de capaciteit en de veerkracht van de sector te vergroten. 

    Landskampioen Nvidia

    Geen enkel Amerikaans bedrijf voldoet beter aan het profiel van landskampioen dan Nvidia, dat een dominante marktpositie heeft op het gebied van grafische processors die worden gebruikt bij het trainen en interpreteren van AI-modellen.

    De regering-Biden en aanvankelijk ook de regering-Trump verboden Nvidia om veel van zijn meest geavanceerde chips aan China te verkopen. Omdat AI-vaardigheid als cruciaal wordt beschouwd voor economische en militaire dominantie, was het verbod bedoeld om de opmars van belangrijke Chinese ontwikkelaars van AI-modellen zoals DeepSeek te vertragen.

    Nvidia-topman Huang heeft daarover herhaaldelijk gesprekken gevoerd met Trump en anderen binnen de overheid en in het Congres. Hij hamerde erop dat verkoop van zijn chips aan China juist zou bijdragen aan behoud van de Amerikaanse voorsprong, omdat Chinese ontwikkelaars dan afhankelijk bleven van Amerikaanse technologie. Zonder Amerikaanse chips, zei hij eerder deze maand in het Center for Strategic and International Studies, ‘gaan ze hun eigen volledige technologielijn bouwen. En als ze die eenmaal hebben, gaan ze hem zo snel mogelijk exporteren.’

    Vóór Trump had ook Biden al een industriebeleid geïntroduceerd waarbij bepaalde sectoren door de overheid werden gesubsidieerd. Hij tekende de door zowel Republikeinen als Democraten gesteunde CHIPS Act, in het kader waarvan miljarden dollars aan subsidie naar Intel en andere bedrijven werden doorgesluisd voor de bouw van faciliteiten die geavanceerde chips konden produceren, zoals die van Nvidia.

    ‘[China gaat zijn] eigen volledige technologielijn bouwen. En als ze die eenmaal hebben, gaan ze hem zo snel mogelijk exporteren’

    Maar anders dan Biden vindt Trump dat die hulp Washington ook financieel ten goede moet komen. De regering heeft belangen genomen in bedrijven waarmee ze contracten en leningen heeft afgesloten voor het vergroten van de aanvoer van kritieke mineralen. Minister van Binnenlandse Zaken Doug Burgum zei tegen The Wall Street Journal dat die belangen in eerste instantie zullen worden beheerd door een staatsinvesteringsfonds.

    Trump heeft de Intel-subsidie omgezet in aandelen. Ondanks de verwatering van het pakket van bestaande aandeelhouders steeg het aandeel Intel. Beleggers gokken erop dat de federale overheid Intel meer omzet zal bezorgen, zoals Beijing dat ook doet voor zijn landskampioenen.

    Misschien was het pleidooi van Huang en Sacks voor chipverkoop aan China op zichzelf al genoeg om de regering te overtuigen. Maar het marktaandeel van 25 procent heeft vermoedelijk wel geholpen.

    Het risico is natuurlijk dat de winst van het ministerie van Financiën op Intel en de verkoop van chips aan China de aandacht afleiden van de nationale veiligheid. Sinds Intel bijvoorbeeld zijn CHIPS-subsidies in aandelen heeft omgezet, is het bedrijf niet langer gehouden aan de voorwaarden die de regering-Biden aan die subsidies had verbonden, namelijk dat bepaalde types geavanceerde halfgeleiders alleen in de VS worden geproduceerd.

    Vriendjespolitiek

    Staatskapitalisme wordt geacht het land ten goede te komen. Machthebbers komen echter gemakkelijk in de verleiding de belangen van de staat gelijk te stellen aan hun eigen belangen, zodat staatskapitalisme steeds meer op vriendjespolitiek gaat lijken.

    Skydance Media, een door David Ellison geleide filmstudio, stemde vorig jaar in met een fusie met Paramount Global. Trumps toezichthouders keurden de fusie pas goed nadat Paramount had geschikt in een rechtszaak die Trump had aangespannen tegen de CBS-nieuwsdivisie van Paramount over de montage van een interview met de Democratische presidentskandidaat Kamala Harris.

    Paramount, dat nu onder leiding staat van diezelfde Ellison, heeft inmiddels een bod uitgebracht op Warner Bros. Discovery, dat al heeft toegezegd zijn studio’s en de streamingdienst HBO Max aan Netflix te verkopen. President Trump heeft gezegd dat Warners nieuwszender CNN een andere eigenaar moet krijgen, welk bedrijf Warner ook overneemt. Ellison heeft functionarissen van de regering-Trump verzekerd dat hij, als hij Warner zou kopen, ingrijpende veranderingen zou doorvoeren bij CNN, een zender die regelmatig Trumps woede wekt. Trumps schoonzoon Jared Kushner doet ook mee aan de bieding. De financiering komt grotendeels van Ellisons vader Larry Ellison, een Trump-aanhanger met een meerderheidsbelang in Oracle.

    In andere landen die staatskapitalisme kennen zou de uitkomst al vaststaan. In Rusland, Hongarije, Turkije en India zijn de kritische media allemaal opgekocht en monddood gemaakt door eigenaren die warme banden hebben met het regime. In de VS staat het nog te bezien wie het laatste woord heeft: de markt of de staat.

  • Hoe een bankfaillissement Irans economische vrijval versnelde

    Hoe een bankfaillissement Irans economische vrijval versnelde

    Dubieuze leningen aan medestanders van het regime brachten de Ayandeh Bank ten val, waardoor een slepende financiële crisis in een stroomversnelling kwam.

    De grootste voorbode van een economische ontwrichting in Iran was niet de gemuilkorfde woede van de oppositie of de gefrustreerde hoop van jongeren die snakten naar meer individuele vrijheid, maar het faillissement van een bank. 

    Eind vorig jaar werd de Ayandeh Bank ontmanteld. Deze werd gerund door medestanders van het regime en leed verliezen van bijna 5 miljard dollar als gevolg van een aantal dubieuze leningen. De regering nationaliseerde de bank en drukte een enorme hoeveelheid geld bij in een poging de rode cijfers te verdoezelen. Daarmee werd het probleem tijdelijk afgedekt, maar niet opgelost. 

    Integendeel, het faillissement groeide uit tot zowel symbool als katalysator van een economische ontwrichting, uitmondend in protesten die nu de grootste bedreiging vormen voor het regime sinds de oprichting van de Islamitische Republiek, een halve eeuw geleden. Door het faillissement van de bank werd duidelijk dat het Iraanse financiële systeem, dat al onder druk stond door jarenlange sancties, dubieuze kredietverlening en afhankelijkheid van inflatoir gedrukt geld, steeds meer begon te lijden onder insolventie en illiquiditeit. Vijf andere banken verkeren naar verluidt in een vergelijkbare zwakke positie. 

    De Rial

    De crisis kwam op het slechtst mogelijke moment. De geloofwaardigheid van de Iraanse regering was al aangetast door een twaalf dagen durende oorlog met Israël en de VS in juni, waarbij duidelijk werd dat zij niet in staat was haar bevolking tegen aanvallen te beschermen. De leiders van het land hadden hun poot stijf gehouden tijdens onderhandelingen over het nucleaire programma, en zich daarmee sanctieverlichting ontzegd. In november dreigden Israël en de VS opnieuw toe te slaan als Iran zou proberen zijn ballistische raketarsenaal weer op te bouwen of zijn nucleaire programma te hervatten.

    De zwaar beproefde munt van het land, de rial, belandde wederom in een scherpe neerwaartse spiraal. Amerikaanse maatregelen hadden Iran afgesneden van de cruciale dollarstroom uit Irak, inkomsten in harde valuta uit olieverkopen aanzienlijk verminderd en internationale vreemdevalutareserves buiten bereik geplaatst. 

    Na tientallen jaren van crisismaatregelen en het gebruik van duistere geldstromen om de gehavende economie van het land draaiende te houden, was Teheran op een dood spoor beland. Het ontbeerde de middelen om de voortschrijdende economische crisis aan te pakken of te voorzien in de behoeften van een steeds wanhopiger bevolking. Met het gevolg dat honderden ondernemers, die meestal niet deelnemen aan de massale protesten in het land, nu wel de straat op gingen in Teheran.

    ‘Deze bank had zeer goede connecties en was natuurlijk corrupt’

    ‘Deze bank had zeer goede connecties en was natuurlijk corrupt, wat onderstreepte dat het banksysteem gericht was op verrijking van mensen met de juiste contacten,’ aldus Adnan Mazarei van het Internationaal Monetair Fonds. Het faillissement van de bank droeg er volgens hem aan bij dat het regime na de Israëlische aanval snel aan legitimiteit verloor.

    De Ayandeh Bank werd in 2013 opgericht door Ali Ansari, een Iraanse zakenman die twee staatsbanken fuseerde met een bank die hij eerder had opgericht om de nieuwe kredietverstrekker te worden. Hij behoort tot een van de rijkste families van het land, bezit een kapitale villa in Noord-Londen en zou een vertrouweling zijn van de voormalige conservatieve president Mahmoud Ahmadinejad. 

    Enkele dagen na de val van de Ayandeh Bank, vorig jaar, legde Groot-Brittannië Ansari sancties op en noemde hem een corrupte bankier en zakenman, die had geholpen met de financiering van de Revolutionaire Garde – de wijdvertakte Iraanse paramilitaire en zakelijke organisatie van de elite.

    In een verklaring in oktober legde Ansari de schuld van het faillissement bij ‘beslissingen en beleidsmaatregelen waarop de bank geen invloed had’.

    De Ayandeh Bank bood de hoogste rentetarieven van alle Iraanse banken, trok op die manier miljoenen spaarders aan en leende vervolgens fors van de centrale bank, die geld drukte om de instelling overeind te houden, aldus economen. Evenals andere noodlijdende Iraanse banken had Ayandeh een groot aantal oninbare leningen, een van de factoren die tot een faillissement leidden. 

    Iran Mall

    De grootste investering betrof de Iran Mall, die in 2018 werd geopend. Het project toonde een ongerijmde overdaad, gezien de algemene stagnatie van de Iraanse economie. De Mall beslaat twee keer de oppervlakte van het Pentagon en is een stad binnen een stad, met een IMAX-bioscoop, een bibliotheek, zwembaden en sportcomplexen, binnentuinen, een autoshowroom en een spiegelzaal gemodelleerd naar een zestiende-eeuws Perzisch keizerlijk paleis.

    Economen en Iraanse functionarissen noemden het project een voorbeeld van zelffinanciering, waarbij Ansari’s bank in feite geld leende aan zijn eigen bedrijven. Toen de bank instortte, meldde het semiofficiële persbureau Tasnim dat meer dan 90 procent van de middelen van de bank vastzat in projecten onder eigen beheer.  Dit zou een hoge functionaris van de centrale bank hebben onthuld.

    De Ayandeh Bank lag jarenlang onder vuur van sommige conservatieve en reformatorische politici die aandrongen op sluiting en betoogden dat de steun van de centrale bank aan Ayandeh de inflatie zou opdrijven vanwege de noodzaak om geld bij te drukken.  

    Dergelijke oproepen bereikten eind vorig jaar een hoogtepunt. Het Iraanse hoofd van de rechterlijke macht, Gholamhossein Mohseni-Ejei, riep de centrale bank in oktober publiekelijk op actie te ondernemen en dreigde via sociale media met juridische stappen als de bancaire autoriteiten niet zouden ingrijpen. De volgende dag kondigde de centrale bank de ontbinding van de Ayandeh Bank aan.

    De directeur banktoezicht van de Iraanse Centrale Bank noemde de Ayandeh Bank vorig jaar ‘een vorm van Ponzi-fraude’

    De overheid nam de schulden van de bank over en dwong deze tot een fusie met de grootste staatsbank van het land, Bank Melli. Volgens economen en een functionaris van de Centrale Bank staat minstens vijf andere Iraanse banken momenteel een dergelijk lot te wachten, waaronder de staatsbank, Bank Sepah, een van de grootste van het land, die eerder al andere failliete banken had overgenomen. 

    De directeur banktoezicht van de Iraanse Centrale Bank noemde de Ayandeh Bank vorig jaar ‘een vorm van Ponzi-fraude’. Veel Iraniërs zagen het als symbool van een systeem dat de middelen richting een kleine elite leidde, terwijl zij zelf armoe leden. 

    ‘Dit is het zoveelste verhaal over corruptie, dat veel gewone Iraniërs het gevoel geeft dat het systeem hen tegenwerkt, of op zijn minst een kleine elite bevoordeelt,’ aldus Esfandyar Batmanghelidj, directeur van de Bourse & Bazaar Foundation, een economische denktank.

    De Ayandeh Bank vormde de kern van een volgens economen bredere financiële systeemcrisis, die in een stroomversnelling kwam nadat Amerikaanse sancties in 2018 opnieuw werden ingesteld. 

    De Ayandeh Bank vormde de kern van een volgens economen bredere financiële systeemcrisis

    Bij gebrek aan fondsen waren Iraanse banken aangewezen op leningen van de centrale bank via een noodliquiditeitsmechanisme waarbij weliswaar hoge rentetarieven in rekening werden gebracht, maar geld werd uitgeleend zonder eis van onderpand. De banken investeerden het geld vervolgens onverstandig, vaak door leningen te verstrekken aan gelieerde elites voor speculatie en grote bouwprojecten. 

    De centrale bank drukte geld om de leningen te financieren, terwijl bankfunctionarissen en economen keer op keer hadden gewaarschuwd dat dit een inflatoire cyclus zou veroorzaken en de munt zou verzwakken. 

    Het resultaat was een wankel financieel systeem dat afhankelijk was van de staat, op een moment dat Iran op het punt stond te worden getroffen door een reeks steeds zwaardere tegenslagen: een golf van sancties, de val van regionale bondgenoten zoals Hezbollah en het regime van Assad in Syrië, en een direct conflict met Israël en de VS. Volgens een analyse van Mazarei, voormalig IMF-functionaris, werd vanaf 2019 ongeveer 70 procent van het Iraanse banksysteem in feite gecontroleerd door de regering.

    De ondergang van de Ayandeh Bank deed alle alarmbellen afgaan. ‘De ineenstorting versterkte het besef van de enorme kwetsbaarheid van het banksysteem,’ aldus Mazarei. ‘Als er iets misgaat, komt dat ten laste van de schatkist.’

    Stroomversnelling

    De economische crisis in Iran kondigt zich al jaren aan, maar kwam de afgelopen maanden in een stroomversnelling. De nationale munteenheid verloor in 2025 84 procent van zijn waarde ten opzichte van de dollar. De voedselprijzen stegen op jaarbasis met 72 procent, bijna het dubbele van het gemiddelde van de jaren ervoor. Het land kampt bovendien met een energie- en watercrisis die dermate ernstig is dat president Masoud Pezeshkian heeft voorgesteld de hoofdstad te verplaatsen van Teheran naar een plek dichter bij de Indische Oceaan.

    De lonen konden deze stijging niet bijbenen en de snelle verhoging van de prijzen veroorzaakte een crisis onder Iraanse burgers, die aangaven geen eten meer te kunnen betalen. Omdat de waarde van de rial met het uur daalde, wisten winkeliers niet meer hoe ze hun prijzen moesten vaststellen. Importeurs leden al verliezen nog voordat ze hun goederen te koop konden aanbieden. 

     ‘De Iraanse middenklasse is weggevaagd,’ zegt een 43-jarige kunstenares uit Teheran. ‘Als het je niet eens meer lukt om aan voedsel te komen, heb je niets meer te verliezen.’ 

    ‘Als het je niet eens meer lukt om aan voedsel te komen, heb je niets meer te verliezen’ 

    Terwijl de regering geld uitgaf aan de afbouw van de Ayandeh Bank, bezuinigde ze op sociale voorzieningen. De in december voorgestelde overheidsbegroting bevatte bezuinigingsmaatregelen als afschaffing van een gunstige wisselkoers voor importen, opheffing van een aantal broodsubsidies en verkoop van geïmporteerde benzine tegen marktprijzen. 

    Voorgesteld werd om in totaal tien miljard dollar aan overheidssteun aan de bevolking en cruciale belangengroepen zoals importeurs te schrappen, volgens een analyse van Bijan Khajehpour van het in Wenen gevestigde adviesbureau Eurasian Nexus Partners.

    De begroting werd officieel op 23 december aan het parlement gepresenteerd, maar geruchten over de te verwachten bezuinigingsgolf deden al eerder de ronde. Daardoor werd de vrees voor nog meer economische problemen aangewakkerd in een tijd waarin de rial al in waarde aan het dalen was.

    Volgens economen bereikte deze groeiende financiële crisis een hoogtepunt op het moment dat een combinatie van factoren – strengere internationale sancties, de nasleep van de oorlog met Israël vorig jaar en jarenlang economisch wanbeheer – de capaciteit van de regering om de crisis aan te pakken ondermijnde.  

    Sancties

    De verzwaring van Amerikaanse en Europese sancties hebben de Iraanse olie-industrie gedwongen te vertrouwen op een internationale ‘schaduwvloot’ van tankers voor de export van haar producten. Dit betekent dat er meer olie-inkomsten in handen vallen van tussenpersonen en er minder in de staatskas en de Iraanse economie vloeit.

    Door het harde optreden van de VS tegen het witwassen van geld door Iraakse banken verloor Iran een van zijn belangrijkste dollarbronnen. Iraakse banken stonden bekend als de ‘longen’ van het Iraanse financiële systeem en zorgden voor liquiditeit van de verder geïsoleerde Iraanse banken.

    De oorlog met Israël in juni was een zware klap, die de regering noodzaakte meer geld uit te geven aan de heropbouw van de eigen militaire capaciteit en de ondersteuning van bondgenoten als Hezbollah.

    Na zes maanden begon de militaire druk aan het eind van het jaar weer toe te nemen. De VS en Israël dreigden met nieuwe aanvallen vanwege het raketprogramma van Iran. De Amerikaanse aanval op Caracas en de gevangenneming van de Venezolaanse president begin januari onderstreepte de bereidheid van Washington te interveniëren, waar het dat nodig acht. 

    De Amerikaanse aanval op Caracas onderstreepte de bereidheid van Washington te interveniëren, waar het dat nodig acht

    De angst voor een nieuwe aanval versnelde de kapitaalvlucht uit Iran, die was begonnen tijdens de twaalf dagen durende oorlog met Israël, afgelopen zomer. Iraniërs dumpten de rial en zetten hun geld om in vreemde valuta, goud, en activa zoals cryptovaluta.

    Djavad Salehi-Isfahani, econoom aan de Virginia Tech, schatte de totale kapitaalvlucht uit Iran vorig jaar op tien tot twintig miljard dollar, wat volgens hem leidde tot een onhoudbaar lijkende situatie.

    Een sinds 2024 woedende energiecrisis door een tekort aan aardgas veroorzaakte langdurige stroomuitval, en dat ondanks de enorme olie- en gasrijkdom van het land. Dit deed twijfels rijzen over de zin van riskante, decennialange pogingen om uranium te verrijken voor een officieel ‘vreedzaam’  kernenergieprogramma.

    Door de almaar frequentere stroomonderbrekingen, toenemende watertekorten en de allengs waardelozer wordende munt verloren veel Iraniërs vertrouwen in de staat.  

    De protesten begonnen eind vorig jaar en breidden zich binnen enkele weken uit naar tientallen steden in het hele land

    De regering probeerde de demonstranten te sussen door een maandelijkse subsidie van tien miljoen rial per persoon in te stellen – ongeveer zeven dollar, hoewel dat bedrag in verhouding meer waard is in Iran – en door te beloven hard op te treden tegen woekeraars. De gouverneur van de Iraanse Centrale Bank trad eind december af en werd vervangen door Abdolnaser Hemmati, de voormalige minister van Economie, die vorig jaar door het parlement was afgezet toen het land in de valutacrisis terechtkwam. 

    Maar het mocht allemaal niet baten. De protesten begonnen eind vorig jaar en breidden zich binnen enkele weken uit naar tientallen steden in het hele land. Duizenden mensen demonstreerden de afgelopen dagen, ondanks een internetblokkade en een steeds harder optredende overheid, waarbij volgens mensenrechtenorganisaties honderden mensen omkwamen. 

    Wat er ook gebeurt met de protesten, de druk op het regime als gevolg van structurele financiële problemen en internationale spanningen zal niet verdwijnen. 

    ‘Als ze zich eruit hadden kunnen redden door geld uit te geven, dan zouden ze dat allang hebben gedaan en hadden ze niet hun toevlucht hoeven te nemen tot dit soort geweld,’ aldus Erik Meyersson van de Zweedse bank SEB. ‘Dat maakt de zaken alleen maar beroerder voor het regime.’

  • Hoe Trump met zijn wetten de ongelijkheid alleen maar vergroot

    Hoe Trump met zijn wetten de ongelijkheid alleen maar vergroot

    Trumps ‘big beautiful bill’ heeft de vermogendste 10 procent financieel bijgestaan, terwijl gezinnen met lagere inkomens er gemiddeld door achteruitgaan. Hierdoor wordt het verschil tussen arm en rijk alleen maar groter.

    In Greenwich, Connecticut, kun je bij juwelierszaak Shreve, Crump & Low voor 210.000 dollar een ‘Grand Sport Tourbillon’-horloge van Laurent Ferrier kopen. Ze hebben het druk. ‘We boffen hier in Greenwich,’ zegt mede-eigenaar Bradford Walker. De luxe Zwitserse horloges, diamanten, saffieren en smaragden waarin de winkel gespecialiseerd is, lopen allemaal goed. ‘De vraag is het afgelopen half jaar zelfs gestegen.’

    In de gemeente Bridgeport, een half uurtje rijden verderop, is ook sprake van toegenomen vraag – maar naar heel andere dingen. Hier is het dringen bij de voedselbanken en de gaarkeukens nu steeds meer gezinnen met lage inkomens gebukt gaan onder de stijgende kosten van levensonderhoud. ‘Ik leef nu van de hand in de tand,’ zegt de in Jamaica geboren Roselyn Macdonald, die eieren komt halen bij de voedselbank in The Hollow, een arme immigrantenwijk in Bridgeport. Ze is werkloos en heeft moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

    Dit is echt een verhaal van twee werelden: twee stadjes op nog geen vijftig kilometer van elkaar die het tegenwoordig zo verschillend vergaat dat ze elk in een ander land lijken te liggen. Samen staan ze symbool voor de groeiende welvaartskloof in Amerika, waar de rijken steeds rijker worden terwijl de huishoudens met lagere inkomens kampen met een stagnerende of zelfs dalende levensstandaard. Door die groeiende ongelijkheid is het thema van de koopkracht met stip gestegen op de politieke agenda, en dat is een probleem voor de Republikeinse partij in de tussentijdse verkiezingen dit jaar en voor de slagkracht van Trump als president.

    Er is bijna geen county in Amerika waar de inkomenskloof zo groot is als hier in Fairfield, waar de gemeenten Greenwich en Bridgeport liggen. In Greenwich, de thuisbasis van hedgefondsen als AQR, Viking Global Investors en Lone Pine Capital, bedroeg het gemiddelde bruto-inkomen per belastingbetaler in 2023 687.000 dollar. In Bridgeport amper meer dan een tiende daarvan: net 70.500 dollar. En dat verschil is de afgelopen jaren gegroeid. ‘De kloof neemt niet af, maar toe,’ zegt David Rabin, voorman van de lokale non-profitorganisatie Greenwich United Way.

    De ’big beautiful bill‘

    De belangrijkste wet die de Republikeinen er dit jaar doorheen hebben gekregen, de ‘big beautiful bill’ die Trump in juli tekende, heeft de situatie voor sommige huishoudens alleen maar verslechterd. Die wet verlaagt de belastingen voor de rijken, maar verlaagt ook het overheidsbudget voor Medicaid, het met belastinggeld betaalde programma van ziektekostenverzekeringen voor lage inkomens, en het zogenaamde SNAP-programma voor voedselbonnen. Volgens het Congressional Budget Office, een politiek neutrale overheidsinstantie, gaat de armste 10 procent van de huishoudens er door die wet zo’n 1600 dollar per jaar op achteruit, terwijl de welvarendste 10 procent 12.000 dollar rijker wordt.

    Nationale cijfers bevestigen dat beeld. Uit de index voor het consumentenvertrouwen van de universiteit van Michigan blijkt dat mensen met een beleggingsportefeuille veel positiever denken over de economie dan mensen die geen aandelen bezitten: onder die laatsten is het vertrouwen gedaald tot het laagste punt sinds de universiteit dit in 1998 begon te peilen. En dat verschil is in Fairfield County goed zichtbaar. In Greenwich en andere rijke gemeenten zoals Darien en New Canaan ‘zijn de netto-inkomens en de vermogens van mensen gestegen naarmate de huizenprijzen en de beurskoersen omhoog schoten,’ aldus Mark Abraham van DataHaven, een non-profitorganisatie in Connecticut die openbare cijfers over maatschappelijke trends verzamelt. ‘Maar de grote meerderheid, mensen die aan het begin van hun werkende leven staan of nog geen eigen huis of aandelenportefeuille hebben, die hebben moeite om het hoofd boven water te houden,’ zegt Abraham.

    Volgens Mendi Blue Paca, hoofd van de Fairfield County’s Communities Foundation, een stichting die goede doelen steunt, was er in deze regio zes jaar geleden amper nog sprake van dakloosheid, maar rijzen de cijfers sinds corona weer ‘de pan uit’. ‘De opvangcentra zitten tjokvol, de voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan,’ zegt ze. ‘En het zijn niet alleen mensen onder de armoedegrens die daar eten komen halen, maar ook werkende armen die nu niet meer genoeg te eten hebben.’

    ‘De opvangcentra zitten tjokvol, de voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan’

    In Greenwich, met zijn villa’s aan het water, privéstranden en Lamborghini-dealers, spelen die problemen praktisch niet. De gemiddelde prijs van een woning, vorig jaar nog 3,1 miljoen dollar, was er in juli gestegen tot 3,5 miljoen. Het stadje profiteert van beurskoersen die dit jaar bijna recordhoogtes bereikten: de HFRI Fund-Weighted Composite Index, de barometer voor de mondiale hedgefondssector, steeg in november met 11 procent, bijna de hoogste stijging sinds 2016. ‘Er zijn hier veel mensen die veel geld verdienen,’ zegt Bruce McGuire, hoofd van de belangenvereniging Connecticut Hedge Fund Association. ‘De winkels en restaurants aan Greenwich Avenue boeren zo te zien allemaal heel goed.’

    Niettemin groeien de problemen ook in Greenwich, waar 9 procent van de inwoners onder de federale armoedegrens zit. Gezinnen met lage en middeninkomens hebben volgens Rabin vaak grote moeite om de 151.000 dollar per jaar te verdienen die je er bij elkaar kwijt bent aan huur, voedsel en kinderopvang. ‘Bijna een derde van de inwoners is maar één loonstrookje van een financiële schipbreuk verwijderd,’ zegt hij. Hij wijst erop dat door de wet van Trump ongeveer een kwart van de 850 inwoners van Greenwich die voorheen voedselbonnen kregen, daar nu niet meer voor in aanmerking komt.

    AM Inkomensongelijkheid hergecomprimeerd
    Mensen staan in de rij om boodschappen op te halen bij voedselbank Forgotten Harvest. – © Getty Images

    In Bridgeport hakt de wet er nog veel harder in. Een groot deel van de inwoners is daar afhankelijk van Medicaid en de voedselbonnen van SNAP, zegt Rhonda Neal, hoofd van hulporganisatie Bridgeport Rescue Mission: ‘Met bezuinigingen daarop tref je werkende armen, ouderen en kinderen.’ De groeiende behoefte aan hulp is goed zichtbaar in het Thomas Merton Family Center in Bridgeport, waar een lange rij alleenstaande mannen en echtparen staat te wachten op een bord pasta. ‘We zien hier elke dag weer nieuwe gezichten,’ zegt hoofdkok Kelemen. Vier jaar geleden lunchten er dagelijks zo’n 125 tot 150 mensen. ‘Dat zijn er nu 200 tot 250.’ Juan Cardona is een typische klant, een dakloze ex-gedetineerde die in een tent woont. ‘Het is zwaar in Bridgeport,’ zegt hij. ‘Maar het kan alleen maar beter worden.’

    Klachten over ‘onbetaalbare boodschappenprijzen’ worden door Trump afgedaan als ‘boerenbedrog’. Maar hij hamert er ook op dat zijn regering zich inzet voor een daling van de prijzen. Op 17 december gaf hij in een toespraak in het Witte Huis zijn voorganger Joe Biden de schuld van de hoge kosten van levensonderhoud en stelde hij dat zijn regering momenteel bezig is de inflatie ‘de kop in te drukken’. In Bridgeport geloven ze er niks van. ‘Trump liegt dat het gedrukt staat,’ zegt Robert Walsh, een dakloze man die als coördinator van de voedselbank op het Thomas Merton Family Center werkt. ‘Hij zei dat hij als president vanaf de eerste dag de prijzen zou laten dalen. Maar ze zijn alleen maar enorm gestegen.’

  • Syrië zet geen gezichten meer op bankbiljetten

    Syrië zet geen gezichten meer op bankbiljetten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: artiesten annuleren optredens in Kennedy Center wegens naamswijziging

    » President Colombia: ‘VS hebben cocaïnefabriek in Venezuela gebombardeerd’

    Het land wil afscheid nemen van de persoonlijkheidscultus

    ‘Geen gezichten, geen plaatsen’, kopt The National over de nieuwe Syrische bankbiljetten, in Damascus gepresenteerd door president Ahmed El-Charaa. Deze zullen de oude biljetten vanaf 1 januari geleidelijk vervangen. Op het biljet van 50 pond staan ​​sinaasappels, op dat van 200 pond olijven en op dat van 500 pond tarwe.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op de oude bankbiljetten stonden onder andere Bashar al-Assad, zijn vader en diverse monumenten afgebeeld. De wijziging vindt plaats in het kader van de wederopbouw van de Syrische economie. Het ontwerp van de nieuwe bankbiljetten is ‘een uiting van een nieuwe identiteit en een breuk met de persoonsverheerlijking’, aldus Ahmed El-Charaa.

  • Ondanks grote beloftes bezuinigt Italië hevig op sociale voorzieningen

    Ondanks grote beloftes bezuinigt Italië hevig op sociale voorzieningen

    In 2026 zal er 267 miljoen euro worden gekort op het ‘armoedefonds’. Daarmee slinken de middelen voor sociale voorzieningen voor ontvangers van de inclusie-uitkering met 65 procent.

    Nadat de Italiaanse regering de Reddito di cittadinanza (Rdc, het ‘burgerinkomen’) heeft afgeschaft, zet ze nu ook de bijl in de vervangende maatregel, de Assegno di inclusione (Adi, een ‘inclusie-uitkering’). Zoals ze zelf stelde in haar recente ‘Nationale Plan voor maatregelen en sociale diensten 2024-2026’, is het doel van de Adi om ‘financiële steun te combineren met een project dat zich concreet richt op het wegnemen van de oorzaken van armoede’. Want ‘de tijd van enkel bijstand verlenen is voorbij’, benadrukte viceminister van Werkgelegenheid Maria Teresa Bellucci onlangs. Deze woorden staan in schril contrast met de bezuinigingen op het Fonds voor armoedebestrijding en actieve inclusie. Juist dit fonds is volgens hetzelfde Nationale plan primair bedoeld ‘voor de financiering van de maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van armoede die zijn ingesteld voor ontvangers van de Adi’.

    Bezuinigingen

    In de conceptbegroting wordt de uitgave voor de Adi zelf weliswaar verhoogd met 380 miljoen euro voor 2026, met verdere stijgingen in de jaren daarna; maar om deze uitgaven te compenseren wordt er gesneden in de middelen voor het ‘persoonlijke activerings- en inclusietraject’, waarmee de regering de ‘vicieuze cirkel van sociale achterstand’ beloofde te doorbreken.

    Om hoeveel geld gaat het? Artikel 38 van de conceptbegroting voorziet voor 2026 een korting van 267 miljoen euro op het ‘armoedefonds’. Volgens het in april gelanceerde Nationale Plan bedroeg het budget voor deze voorzieningen nog 417 miljoen euro; dat wordt nu dus met 65 procent verlaagd. In 2027 loopt de bezuiniging op tot 346 miljoen euro en in totaal bedragen de kortingen tot en met 2035 1,65 miljard euro; dit geld wordt direct onttrokken aan de budgetten waarmee lokale en regionale sociale diensten en gemeenten hun opleidings- en inclusietrajecten financieren. Zo richt de regering, na eerst het aantal gegadigden voor het basisinkomen flink te hebben verlaagd (40 procent van de armen die de Rdc ontvingen, hebben met de Adi hun recht daarop verloren), zich nu op de inclusievoorzieningen. Daarmee bevestigt ze haar ‘beperkte interesse in armoedebestrijding’, zoals [de katholieke liefdadigheidsinstelling] Caritas Italiana schreef in een rapport over armoedebeleid in Italië in 2025.

    EUR Italie
    Daklozen krijgen gratis maaltijd in Vaticaanstad. – © Getty Images

    En deze voorzieningen zijn geen extraatjes. In het sociale plan en de bijbehorende richtlijnen specificeerde de regering dat de benodigde voorzieningen voor persoonlijke trajecten ‘essentiële niveaus van sociale voorzieningen’ vormen; dit zijn de minimale, universele rechten die de staat moet garanderen ‘om levenskwaliteit, gelijke kansen, non-discriminatie en preventie, beëindiging of vermindering van achterstand en kwetsbaarheid te waarborgen’. Waar het de Adi betreft worden ‘de multidimensionale evaluatie, het persoonlijke traject en de maatregelen ter ondersteuning in het kader van het Sociaal Inclusiepact’ als zulke essentiële niveaus van voorzieningen beschouwd.

    De gevolgen zouden groot kunnen zijn voor de sociale dienst, die voldoende professionals in het hele land zou moeten hebben, een doel dat in veel regio’s nog lang niet is bereikt. Maar ook de steun voor gezinnen met complexe problemen, die is voorzien in de Verdragen voor sociale inclusie, komt in het gedrang. En hetzelfde geldt voor de sociale noodhulp, de thuis- en buurtzorg, de projecten van algemeen nut en de modernisering van de ICT-systemen van gemeenten. De uitbreiding van het personeel voor de geplande multidisciplinaire teams, bestaande uit maatschappelijk werkers, docenten, pedagogen en psychologen (er loopt een grotendeels met Europese geld gefinancierde wervingsprocedure van het ministerie) zal jaarlijks 200 miljoen euro extra financiering ontvangen, maar pas vanaf 2027. Voor de voorzieningen die deze teams moeten gaan leveren, moeten de rekeningen opnieuw worden opgemaakt.

  • Goud- en zilverprijs bereiken recordwaarde

    Goud- en zilverprijs bereiken recordwaarde

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland en China zeggen Venezuela hun steun toe in de strijd met de VS

    » Nigeria: laatste 130 ontvoerde leerlingen zijn vrijgelaten

    Door Trumps optreden is de vraag naar goud toegenomen

    De goudprijs heeft opnieuw een recordhoogte bereikt en is voor het eerst boven de 4400 dollar per ounce (28 gram) uitgekomen. De prijs van het edelmetaal is gestegen als gevolg van de verwachting dat de Amerikaanse centrale bank de rente volgend jaar verder zal verlagen, aldus analisten.

    Goud begon het jaar met een waarde van 2600 dollar per ounce, maar geopolitieke spanningen, de tarieven van Trump en de verwachting van renteverlagingen hebben de vraag van beleggers naar veilige beleggingen, zoals goud en andere grondstoffen, vergroot, schrijft de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De goudprijs is dit jaar met meer dan 68 procent gestegen, de grootste stijging sinds 1979, volgens Adrian Ash, onderzoeksdirecteur bij de goudmarktplaats BullionVault. In 2025 hebben we ‘langzame trends gezien rond rentes, oorlog en handelsspanningen’, aldus Ash, die hebben bijgedragen aan de stijging van de goudprijs.

    ‘De edelmetaalmarkt zegt dat president Trump echt iets in gang heeft gezet – en de goudprijs is dit jaar enorm gestegen. Je hebt de handelsoorlog, de aanvallen op de Amerikaanse Federal Reserve en de geopolitieke spanningen, al die provocaties komen van Trump,’ vertelt hij.

    Nadat de marktwaarde van goud maandag de grens van 4400 dollar per ounce had overschreden, bereikte deze een hoogtepunt van 4426,66 dollar. Ook andere edelmetalen beleven een recordjaar. De waarde van zilver bereikte maandag een recordwaarde van 69,44 dollar per ounce.

  • De drie technologieën die de wereldorde op zijn kop zetten

    De drie technologieën die de wereldorde op zijn kop zetten

    De Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter schreef dat je grote economische transities kunt herkennen aan de opkomst van nieuwe soorten goederen, nieuwe productiemethodes en nieuwe vormen van industriële organisatie. Het massale gebruik van goedkope drones, smartphones en zonne-energie voldoet aan al deze criteria.

    1. Drones

    Nieuwsmedia richten zich doorgaans op de grote wereldmachten, die vanwege hun relatief grotere economieën, legers en energievoorraden over meer middelen beschikken. Maar zo’n machtspositie brengt kosten met zich mee. Het vliegdekschip USS Gerald R. Ford kost de Amerikanen bijvoorbeeld alleen al 13 miljard dollar, terwijl de prijs van een F-35-straaljager zo’n 100 miljoen dollar bedraagt. Dus als jij je militaire materieel voor minder geld weet te ontwikkelen dan de tegenpartij, kan dat een strategisch voordeel opleveren.

    Maar die voordelen beginnen te verdwijnen nu belangrijke technologieën voor een verschuiving zorgen in de ongelijke verhoudingen op militair en economisch gebied. Met name goedkope drones, telefoons en zonne-energie zetten de wereldorde op zijn kop. Het duidelijkste voorbeeld hiervan zien we op militair gebied, met drones die ‘zwakkere’ landen in staat stellen aanzienlijke schade toe te brengen aan machtigere tegenstanders. Zo werd Rusland op 1 juni van dit jaar volledig overrompeld door ‘Operatie Spinnenweb’, waarbij vrachtwagens die in het geheim Oekraïense drones vervoerden hun lading afleverden in de buurt van Russische luchtmachtbases, en uiteindelijk een groot aantal Russische gevechtsvliegtuigen werd vernietigd.

    Oekraïne heeft een revolutie teweeggebracht in de oorlogsvoering met behulp van drones; momenteel produceert het land maandelijks meer dan tweehonderdduizend first-person view drones (FPV’s). De productie daarvan vereist geen enorme oorlogsfabrieken of exorbitante kapitaaluitgaven; iedereen kan de commerciële variant van zo’n FPV voor nog geen 300 dollar aanschaffen. Bovendien staan deze lage kosten in schril contrast met de kracht van de technologie. FPV’s glippen makkelijk door de vijandige verdedigingslinies heen en kunnen urenlang vijandige doelen observeren. Ze kunnen precisieaanvallen uitvoeren en voor meerdere toepassingen worden ingezet. Hoeveel van die drones zou je nodig hebben om een vliegdekschip als de USS Gerald R. Ford uit te schakelen, tegen een fractie van de productiekosten van zo’n schip?

    2. Smartphones

    Op een soortgelijke manier zet de mobiele telefoon de financiële wereld op zijn kop, vooral doordat die het bereik van informatie, producten en markten zodanig vergroot dat gevestigde spelers niet langer nodig zijn. Dit leidt eveneens tot versnelde ontwikkelingen in onderwijs en werkgelegenheid en tot economische groei in het hele mondiale Zuiden. 

    In een land als Kenia vergden communicatiemiddelen, de toegang tot informatie en financiële diensten traditiegetrouw aanzienlijke investeringen in technologische infrastructuur en kapitaalgoederen. Maar nu ruim 80 procent van de bevolking er in het bezit is van een smartphone, verandert dat snel. Mobiele financiële transacties zijn inmiddels de norm: die maken er in landelijk gebied voor 77 procent en in stedelijk gebied voor 89,7 procent de dienst uit. De economische voordelen zijn duidelijk. De Keniaanse regering schat dat de digitale economie dit jaar goed is voor bijna 10 procent van het bbp. En terwijl de prijzen van telefoons en internet blijven dalen, komen de gevestigde spelers in de media, het bankwezen en andere sectoren steeds verder in de problemen.

    3. Zonnepanelen

    Op het gebied van energie zijn de Verenigde Staten wereldwijd de een-na-grootste producent, en onder president Donald Trump gaat het met name om fossiele brandstoffen. De ‘handelsdeals’ van de Amerikaanse regering bevatten vaak extra clausules die bondgenoten en handelspartners ertoe moeten bewegen langdurig vast te houden aan fossiele brandstoffen, door in te stemmen met Amerikaanse export van olie, vloeibaar aardgas (lng) en andere aardolieproducten. Maar door de opkomst van zonne-energie wordt ook deze sector op zijn kop gezet. Terwijl Europeanen en Amerikanen zich zorgen maken om de dominante positie van China op het gebied van groene technologie, vergeten ze naar de energieconsument te kijken. Nu de Chinese zonne-energie-industrie heeft gezorgd voor een daling van de prijzen, zijn veel opkomende landen en markten gebruik gaan maken van deze steeds betaalbaardere energiebron.

    In Algerije steeg de import van zonnepanelen uit China dit jaar bijvoorbeeld met een factor 85 ten opzichte van vorig jaar. Ook Pakistan profiteert van de goedkope panelen, die nu 20 procent van de totale elektriciteit van het land genereren. In het gehele mondiale Zuiden zorgt zonne-energie voor energiezekerheid en bevrijdt ze landen van de financiële problemen die de import van energie met zich meebracht. Vooral in landelijke gebieden, die voorheen veelal zonder stroom zaten, zorgen zonnepanelen voor daadwerkelijke energieonafhankelijkheid, waardoor het leven van miljoenen mensen verbetert.

    Maar ook in het Westen raken gevestigde spelers hun monopoliepositie kwijt als gevolg van goedkope technologieën. Zelfs voor landen die fossiele brandstoffen exporteren begint zonne-energie onontkoombaar te worden. Ze beschermt het binnenlands verbruik tegen prijsschokken op de wereldmarkt en zorgt ervoor dat fossiele brandstoffen hoofdzakelijk kunnen worden gebruikt als exportproduct, wat veel winstgevender is.

    Vooral in landelijke gebieden zorgen zonnepanelen voor daadwerkelijke energieonafhankelijkheid

    Waar deze drie technologieën elk op zichzelf al opmerkelijk en interessant zijn, kan het gebruik ervan samen duiden op een grotere wereldwijde economische transitie; de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter schreef dat je zo’n overgang kunt herkennen aan de opkomst van nieuwe soorten goederen, nieuwe productiemethodes en nieuwe vormen van industriële organisatie. Drones, telefoons en zonne-energie voldoen aan die criteria.

    Wat we momenteel zien voltrekken, is niet zomaar een technologische of organisatorische verandering binnen één land, maar een geopolitieke transformatie waarbij de aloude voordelen die grote, machtige landen van oudsher bezaten worden bedreigd door goedkope, voor iedereen toegankelijke innovaties. We moeten nog zien of AI, mocht die ooit haar vruchten afwerpen, deze trend zal keren of versterken, maar wij vermoeden dat ze hem enkel zal versnellen.

  • Brussel wil met Russische activa Oekraïne helpen, tot ergernis van België

    Brussel wil met Russische activa Oekraïne helpen, tot ergernis van België

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Eerste directe gesprekken tussen Libanon en Israël in meer dan veertig jaar

    » Peiling: helft Europeanen ziet Trump als een vijand van Europa

    De meeste bevroren activa bevinden zich in België

    Nu ‘de schatkist van Kyiv zienderogen leegloopt’, presenteerde de Europese Commissie op woensdag 3 december een plan ‘om Oekraïne de komende twee jaar te steunen en het land “in een sterke positie” te brengen wanneer het aan de onderhandelingstafel met Rusland gaat zitten’, meldt Le Soir.

    Brussel stelde twee opties voor om een ​​deel van de Oekraïense financieringsbehoeften voor 2026 en 2027 te dekken, die op 137 miljard euro worden geschat: een Europese lening of het gebruik van bevroren Russische tegoeden in Europa.

    De eerste optie ‘heeft een grote complicatie’, benadrukt het Belgische dagblad. ‘Ze moet unaniem worden goedgekeurd door de 27 lidstaten. Hongarije en zijn pro-Russische premier zijn er echter fel tegen, omdat ze van mening zijn dat hulp aan Oekraïne “de oorlog verlengt”.’ Andere lidstaten, zoals Slowakije, dat het op dit punt met Hongarije eens is, en de zuinigere lidstaten, zijn eveneens terughoudend, benadrukt Le Soir.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De tweede optie, het gebruik van bevroren Russische activa, stelt België echter weer voor een probleem, omdat het grootste deel van de activa zich in België bevindt, merkt Le Soir op.

    ‘Het doel is zeker prijzenswaardig en lijkt logisch: Oekraïne financieren met geld van de agressor’, benadrukt La Libre Belgique. ‘Maar in de ogen van de Belgische diplomatie is dit een valse oplossing. Het financiële risico en de waarschijnlijke vergeldingsmaatregelen van het Kremlin plaatsen ons koninkrijk in een uiterst gevaarlijke situatie. En Europa lijkt deze angsten niet serieus te nemen.’

    Om te voorkomen dat België alleen met de risico’s geconfronteerd wordt, stelde Brussel voor om alle in Europa bevroren Russische tegoeden te gebruiken, inclusief die welke zich bijvoorbeeld in Frankrijk bevinden. ‘België heeft gevraagd om een ​​robuust mechanisme en een lastenverdeling en wij hebben hierop gereageerd door dit in te voeren, zodat er een solide garantie is,’ bevestigde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen woensdag.

  • Is een basisinkomen de oplossing als AI ons werk overneemt?

    Is een basisinkomen de oplossing als AI ons werk overneemt?

    Kunstmatige intelligentie dreigt de arbeidsmarkt op zijn kop te zetten. Volgens voorstanders kan een universeel basisinkomen de klap opvangen. Maar moeten we dat wel willen?

    Het idee van een gegarandeerd inkomen voor iedereen doet al eeuwen de ronde. De populariteit ervan is afhankelijk van de tijdgeest. Veel mensen vinden het universeel basisinkomen (UBI) nog steeds een te radicaal concept. Voorstanders daarentegen zien het niet alleen als een oplossing voor armoede, maar ook als remedie tegen een aantal van de grootste moeilijkheden waar werknemers vandaag de dag mee kampen: loonongelijkheid, baanonzekerheid – en de dreiging dat AI tot verlies van banen gaat leiden.

    Elon Musk zei onlangs op de Bletchley Park-top dat de ontwikkeling van AI ervoor kan zorgen dat ‘banen niet meer nodig zijn’ en hooguit nog dienen ter ‘persoonlijke voldoening’. Econoom en politiek theoreticus Karl Widerquist, hoogleraar filosofie aan de Georgetown University in Qatar, ziet dat anders.

    ‘Zelfs als AI je baan inpikt, betekent dat niet dat je voor de rest van je leven werkloos bent,’ zegt hij. ‘In plaats daarvan zak je af op de arbeidsladder, en begin je de lagere-inkomensberoepen te verdringen.’

    Widerquist denkt dat de groei van AI er in ieder geval op korte termijn voor zal zorgen dat mensen met een kantoorbaan veroordeeld worden tot de gigeconomie [tijdelijk werk voor kortlopende projecten] en andere vormen van slecht betaald, onzeker werk. Hij vreest dat een dergelijke verschuiving in de beroepsbevolking zal leiden tot lagere lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden, terwijl de ongelijkheid toeneemt.

    Een uitweg

    Volgens Widerquist kan een UBI een uitweg bieden in deze tijden van AI en automatisering. Het zou uitkomst bieden tegen het onvermogen van werkgevers om de opbrengsten van economische groei – die op zijn minst gedeeltelijk is aangedreven door automatisering – eerlijk te verdelen onder werknemers.

    Sommige mensen gaan nog verder en zien het UBI als een dividend waar werknemers recht op hebben vanwege hun rol in de ontwikkeling en verspreiding van kennis die wordt gebruikt om AI-modellen zoals ChatGPT te trainen. ‘Waarom,’ vraagt Scott Santens, redacteur van de website Basic Income Today, ‘zouden slechts een of twee bedrijven rijk mogen worden van het kapitaal, het menselijke werk, dat we allemaal samen hebben gecreëerd?’

    Als werknemers in de toekomst wél overbodig worden door automatisering en niet een nieuwe baan kunnen krijgen, dan is het UBI een veelbelovende optie, aldus Loek Groot, universitair hoofddocent economie van de publieke sector aan de Universiteit Utrecht.

    Tussen 2017 en 2019 voerden Groot en collega-onderzoekers in Nederland een onderzoek uit waarbij werklozen die voorheen een uitkering ontvingen, een basisinkomen kregen toebedeeld. Het onderzoek wees op verhoogde participatie op de arbeidsmarkt. Volgens Groot was dat niet alleen te danken aan de financiële steun die het basisinkomen bood, maar ook aan het schrappen van voorwaarden die werkzoekenden normaliter krijgen opgelegd – en de bijbehorende sancties in het geval van een overtreding.

    ‘Waarom zou je proberen iedereen betaald werk te geven als je objectief kunt vaststellen dat er niet genoeg banen zijn?’

    Deelnemers die niet de verplichting hadden om werk te vinden en te aanvaarden, hadden een grotere kans om een vast contract te krijgen – in tegenstelling tot het onzekere werk waar Widerquist het over heeft.

    Experimenten met het UBI tonen over het algemeen niet aan dat het werknemers aanmoedigt om de arbeidsmarkt volledig te verlaten. Hogere vergoedingen leidden er echter wel toe dat sommige mensen minder uren zijn gaan werken. Maar Groot zegt dat dit geen probleem is. ‘Waarom zou je proberen iedereen betaald werk te geven als je objectief kunt vaststellen dat er niet genoeg banen zijn?’ vraagt hij. ‘Waarom zouden we mensen die goede alternatieven hebben niet de kans geven om minder of helemaal niet te werken en van het basisinkomen gebruik te maken?’

    Een voorbeeld van zo’n ‘goed alternatief’ is de mogelijkheid om jezelf bij of om te scholen. Het is ook mogelijk dat het beleid onze maatschappelijke opvattingen over werk totaal verandert. Zorgverleners – voornamelijk vrouwen – zouden betaald worden voor werk dat traditioneel onbetaald is geweest, zoals de opvoeding van kinderen of de zorg voor oudere familieleden.

    Ondernemerschap

    In Kenia is sinds 2017 de grootste UBI-regeling ter wereld van kracht. Bijna vijfduizend mensen ontvangen ongeveer zeventig cent per dag. Het experiment, dat is georganiseerd door GiveDirectly en wordt gefinancierd door donaties, gaat twaalf jaar duren. Tavneet Suri, lid van het onderzoeksteam van GiveDirectly en hoogleraar Toegepaste Economie aan het Massachusetts Institute of Technology, zegt dat ze tot nu toe een aantal verrassende resultaten heeft gezien.

    ‘We zien dat mensen laagbetaalde banen verlaten,’ zegt ze. ‘Ze beginnen een bedrijf en die bedrijven doen het geweldig, omdat er geld is. Deze onverwachte golf van ondernemerschap heeft ook een positief effect gehad op mensen met betaalde banen, aangezien de krimpende arbeidsmarkt een positieve invloed heeft op de hoogte van de salarissen. 

    ‘Als het aantal bedrijven in een ontwikkelingsland met twintig procent stijgt, zorgt dat voor mensen die belasting gaan betalen,’ zegt Suri. ‘Omdat boeren [die een hoog percentage van de beroepsbevolking in Kenia uitmaken] over het algemeen niet belast worden, is het verschil groot: ineens heb je een heleboel mensen die belasting betalen en spullen kopen. En een van de grootste inkomstenbronnen voor de overheid is eigenlijk de omzetbelasting.’

    Robotbelasting

    Suri en haar collega’s wijzen er ook op dat werknemers de arbeidsmarkt niet hebben verlaten en dat lokale economieën worden gestimuleerd door de toegenomen koopkracht. Desondanks is Suri voorzichtig. In Kenia is armoede nog steeds een veel groter probleem voor werknemers dan automatisering. Voordat een door de overheid gesteund UBI-programma serieus kan worden overwogen, moet volgens haar worden aangetoond dat het echt voordelen biedt.

    Rosanna Merola, macro-econoom en onderzoeker bij de ILO [Internationale Arbeidsorganisatie], stelt ten aanzien van landen waar automatisering wel een grotere zorg is, een heel andere aanpak voor: een robotbelasting. In een onderzoekspaper uit 2022 noemt Merola het ‘filosofisch aantrekkelijk’ om bedrijven te belasten die werknemers vervangen door robots, zodat van dat geld een UBI gefinancierd kan worden. Ook al noemt ze dat plan op dit moment nog niet realistisch.

    ‘In dit stadium is het nog heel onduidelijk hoe een robotbelasting in de praktijk geïmplementeerd kan worden,’ zegt ze. ‘Wetgevers zullen waarschijnlijk de zeer complexe vraag moeten beantwoorden wat een “robot” is en hoe die belast moet worden. Het onderscheid tussen een machine en een robot of tussen een computerprogramma en AI is bijvoorbeeld nog steeds niet duidelijk.’

    Desondanks denkt Merola dat het concept van een robotbelasting kan worden toegepast op meer herkenbare vormen van AI – grote taalprogramma’s als ChatGPT bijvoorbeeld. Ze suggereert dat bedrijven die AI gebruiken om taken te automatiseren, beslissingen te nemen of diensten te verlenen, belasting zouden kunnen betalen over de winst die wordt gegenereerd door AI-gedreven processen. Of overheden zouden belasting kunnen heffen op het verzamelen, verwerken of verkopen van de gegevens waarvan AI afhankelijk is. Een deel van deze inkomsten kan dan worden gebruikt om de impact van technologie op werknemers die zijn vervangen te verkleinen.

    Een dergelijk beleid zou ‘tot een veelvoud van onzekere banen kunnen leiden‘

    Joe Chrisp, onderzoeker aan de University of Bath’s Universal Income Beacon, gelooft dat een UBI positieve resultaten zou kunnen opleveren voor werknemers, maar noemt zichzelf een ‘goedgezind scepticus’. Hoewel sommigen beweren dat AI werknemers tot de gig-economie zal veroordelen, en dat een UBI ze daartegen kan beschermen, denkt Chrisp dat dergelijk beleid ‘tot een veelvoud van onzekere banen zou kunnen leiden, in plaats van mensen te stimuleren om stabieler werk te vinden.’

    Ook wat de mogelijkheden voor toepassing van het UBI betreft, is hij sceptisch. Hij denkt dat de meest bescheiden voorstellen waarschijnlijk al grote belastingverhogingen zullen vereisen en daarom ‘moeilijk verkoopbaar’ zijn.

    Onderzoek van denktank Autonomy toont aan dat een bescheiden UBI-regeling waarschijnlijk hogere bijdragen vraagt van de meest welgestelden, maar niet zal leiden tot een netto belastingverhoging. ‘Zo’n model is in feite kostenneutraal en zou armoede onder kinderen en gepensioneerden halveren,’ zegt Will Stronge, onderzoeksdirecteur bij Autonomy. ‘Maar ik denk niet dat het volstaat om grotere culturele veranderingen tot stand te brengen, die meer zullen kosten.’

    Vangnet

    Chrisp is het ermee eens dat er op de middellange termijn een strategie moet komen om werknemers te helpen bij het vinden van een nieuwe baan in een veranderende economie. Op de kortere termijn moet er voor diezelfde werknemers een vangnet komen. Hij is er echter niet van overtuigd dat één enkele maatregel de oplossing kan bieden voor een probleem dat zo complex is als de invloed van AI op de banenmarkt.

    ‘Het idee dat een UBI allerlei mensen die geen baan kunnen vinden voor onbepaalde tijd een vast inkomen zou bieden, vind ik zelf nogal deprimerend,’ zegt hij. ‘Kapitalistische economieën zijn er heel goed in manieren te genereren waarop mensen geld kunnen verdienen, maar of dat goede banen zijn, is nog maar de vraag.’

  • Rusland: steeds meer economen zijn het oneens met de lijn van het Kremlin

    Rusland: steeds meer economen zijn het oneens met de lijn van het Kremlin

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump: ‘Met Europese en NAVO-steun kan Oekraïne de oorlog winnen’

    » Onderzoek: sociale contacten bevorderen een gezonde ouderdom

    ‘Het huidige Russische leiderschap wil alleen maar vechten’

    Een recente botsing tussen de Russische president Vladimir Poetin en German Gref, CEO van de grootste bank van Rusland, toont volgens deskundigen aan dat er een steeds grotere kloof ontstaat tussen het Kremlin en Russische economen, schrijft The Kyiv Independent.

    Gref vertelde in september tijdens het Eastern Economic Forum dat de groei van het bbp van Rusland in juli en augustus vrijwel was gestagneerd na een scherpe daling in het kwartaal april-juni. Poetin wierp tegen dat de kredietverlening gewoon doorging en dat de daling slechts een ‘zachte landing’ was om de prijzen te stabiliseren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Uit officiële gegevens blijkt dat het bbp van Rusland in april-juni met 1,1 procent op jaarbasis is gegroeid, een daling ten opzichte van 1,4 procent in het eerste kwartaal en ver onder de groeicijfers van 4,3 en 5,4 procent in dezelfde periodes in 2024. De vertraging volgt op jaren van door oorlog aangewakkerde expansie, gevoed door recorduitgaven voor defensie, die in 2025 7,2 procent van het bbp bedroegen.

    De civiele sectoren, die kampen met een tekort aan arbeidskrachten en kapitaal, zijn nu in verval omdat werknemers worden ingezet in het leger of in defensiefabrieken. Sancties, lagere olieprijzen en een sterkere roebel hebben de exportinkomsten verder doen dalen. ‘Het huidige Russische leiderschap is niet economisch georiënteerd. Het enige wat het wil, is vechten,’ aldus expert Ivan Us.  

  • Amerikaanse centrale bank Fed verlaagt haar rentetarieven

    Amerikaanse centrale bank Fed verlaagt haar rentetarieven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Komiek Jimmy Kimmel geschorst na uitspraken over moord op Charlie Kirk

    » Cambridge Dictionary wordt uitgebreid met ruim zesduizend nieuwe woorden

    Het gaat om een verlaging van een kwart procentpunt

    Het is geen verrassing dat de Federal Reserve woensdag een verlaging van haar belangrijkste rente met een kwart procentpunt goedkeurde en aankondigde dat er mogelijk nog twee verlagingen zullen volgen vóór het einde van het jaar, tegen de achtergrond van ‘zorgen over de Amerikaanse arbeidsmarkt’ en de ‘nog steeds aanwezige’ inflatie, aldus CNBC. De rentetarieven liggen nu tussen de 4 en 4,25 procent, het laagste niveau in bijna drie jaar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In haar toelichting merkt de Fed op dat ‘de banengroei is vertraagd’ en dat de inflatie ‘is toegenomen en relatief hoog blijft’. ‘Een zwakkere banengroei en een hogere inflatie staan ​​echter haaks op de dubbele doelstellingen van de Fed: prijsstabiliteit en volledige werkgelegenheid’, benadrukt het economische netwerk.

    Vandaar de voorzichtigheid van de instelling, die zich beperkte tot een renteverlaging met een kwart procentpunt, tot grote ontsteltenis van de onlangs door Trump benoemde gouverneur en econoom Stephen Miran, die samen met de Amerikaanse president opriep tot een verlaging met een half procentpunt.

  • De Afrikaanse gezondheidszorg gaat gebukt onder torenhoge leenkosten

    De Afrikaanse gezondheidszorg gaat gebukt onder torenhoge leenkosten

    Omdat geld lenen duur is moeten Afrikaanse regeringen vaak kiezen tussen schuldaflossing en investeren in hun gezondheidszorg. De G20-top van komende november, de eerste in Afrika en de tweede met de Afrikaanse Unie als permanent lid, is een ideale gelegenheid voor het creëren van betere opties.

    Na afloop van de 78ste jaarvergadering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) afgelopen mei heerste er een zelfgenoegzame stemming. Er waren tal van successen om prat op te gaan, van een akkoord over pandemische paraatheid tot een verhoging van de WHO-bijdragen. Wel was er een olifant in de kamer, die schuilging achter een spandoek met de tekst ‘One World for Health’, het thema van het evenement: de hoge leenkosten waarmee Afrikaanse landen kampen.

    Hoewel het Afrikaanse continent de jongste bevolking ter wereld heeft, is het goed voor 24 procent van het wereldwijde aantal ziektegevallen. De uitgaven aan gezondheidszorg bedragen echter maar 1 procent van het wereldwijde totaal. In 2001 besloten Afrikaanse landen het heft in eigen handen te nemen en voortaan minstens 15 procent van hun nationale budget aan gezondheidszorg te besteden, een doel dat meer dan twee decennia later maar door twee landen wordt gehaald. Gemiddeld besteden overheden op het continent slechts 1,48 procent van hun bbp aan gezondheidszorg en komt 37 procent van de uitgaven uit de zak van de burgers zelf.

    De kapitaalkosten kosten levens

    De belangrijkste reden hiervoor zijn de hoge leenkosten. Waar hoge-inkomenslanden kunnen lenen tegen een rente van 2 à 3 procent, betalen hun Afrikaanse tegenhangers meer dan 10 procent. Deze discrepantie, die illustreert hoe beleggers over het verhoogde risico van Afrikaanse economieën denken, heeft tot gevolg dat Afrikaanse regeringen vaak moeten kiezen tussen het afbetalen van schulden of het kopen van medicijnen, het inhuren van artsen en het bouwen van klinieken. De kapitaalkosten kosten levens. 

    Neem het noodlottige Managed Equipment Services (MES)-programma van Kenia, een publiek-privaat samenwerkingsverband gericht op het leveren van moderne apparatuur aan ziekenhuizen om de dienstverlening te verbeteren. Hierdoor kregen veel ziekenhuizen weliswaar de beschikking over hightechapparatuur, maar de investeringskosten waren zo hoog dat er geen geld overbleef voor het ontwikkelen van de benodigde infrastructuur en het aannemen van personeel om de apparatuur te bedienen.

    In Ghana, waar de overheidsschulden weinig financiële ruimte overlaten, gaat bijna 75 procent van het overheidsbudget voor gezondheidszorg op aan de lonen van zorgpersoneel. Voor andere cruciale uitgaven, zoals geneesmiddelen en kraamzorg, blijft vrijwel niets over. In 2023 zagen enkele plattelandsklinieken zich door een tekort aan antimalariamiddelen genoodzaakt patiënten voor de aanschaf daarvan naar particuliere apotheken te verwijzen. Veel gezinnen kwamen daardoor voor de gruwelijke keuze te staan tussen een nog diepere armoedeval of de vroegtijdige dood van een dierbare.

    De gezondheid van Afrikanen mag niet afhankelijk zijn van de vrijgevigheid van derden

    Veel Afrikaanse landen zijn door de hoge leenkosten aangewezen op de welwillendheid van buitenlandse donoren. Maar gezondheidszorg die afhankelijk is van hulp van derden is buitengewoon fragiel. Dat zagen we tijdens de covid-19-pandemie en zien we opnieuw gebeuren nu veel Europese landen bezuinigen op ontwikkelingshulp en de Verenigde Staten hun hulpprogramma’s zelfs volledig afbouwen, te beginnen met USAID – het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling.

    In Malawi zijn cruciale programma’s als hiv-behandeling en -preventie door deze bezuinigingen al gedwongen om zelf geld bijeen te scharrelen. Lokale ngo’s zijn genoodzaakt hulpverleners te ontslaan en patiënten met tuberculose of hiv moeten het zonder zorg stellen. Zoals een wijkverpleegkundige in Zuid-Afrika verzuchtte: ‘Ik vrees dat de sterfte erg hoog zal zijn.’

    De gezondheid van Afrikanen mag niet afhankelijk zijn van de vrijgevigheid van derden. Overheden moeten kunnen investeren in stabiele, veerkrachtige, zelfvoorzienende zorgstelsels. Om aan het benodigde geld te komen experimenteren Senegal en Zambia inmiddels met ‘gezondheidsbelasting’ op alcohol en suikerhoudende dranken. Landen als de Seychellen ontwikkelen schuld-in-ruil-voor-zorgprogramma’s met veelbelovende resultaten. Ook de Nigeriaanse diaspora zou miljarden kunnen mobiliseren via gezondheidsobligaties, mits die worden ondersteund met gunstige voorwaarden en garanties van multilaterale banken.

    Uiteindelijk is er geen vervanging voor betaalbaar, voorspelbaar kapitaal. Daarom moet het verlagen van de leenkosten topprioriteit zijn tijdens de komende G20-top in november.

    Prioriteiten

    Om dat te bereiken, moeten structurele oorzaken worden aangepakt, zoals verouderde internationale regels en bevooroordeelde risicobeoordelingen. Daarnaast is tijdige en substantiële schuldverlichting essentieel. Dit vraagt om innovatieve oplossingen, zoals schuld-in-ruil-voor-zorgprogramma’s en de opname van pauzeclausules in leencontracten, zodat betalingen kunnen worden opgeschort als er bijvoorbeeld een pandemie uitbreekt.

    Een derde prioriteit is het veiligstellen van blijvende politieke steun voor multilaterale zorgprogramma’s zoals de Vaccinatie-alliantie Gavi en het Wereldfonds ter Bestrijding van Aids, Tuberculose en Malaria. Alleen op die manier kan een continue levering van essentiële gezondheidszorg worden gegarandeerd.

    Ten slotte moet de G20 zich inzetten om Afrikaanse landen meer toegang te geven tot concessionele financiering voor hun zorginfrastructuur via multilaterale ontwikkelingsbanken.

    De huidige kapitaalkosten dragen bij aan een ontwrichtende wereldwijde gezondheidscrisis

    De G20 is het aangewezen forum voor deze acties. Het mandaat van de groep omvat het aanpakken van mondiale uitdagingen, het stimuleren van economische samenwerking en het waarborgen van wereldwijde stabiliteit. De huidige kapitaalkosten overstijgen de draagkracht van vrijwel elk Afrikaans land en dragen bij aan een ontwrichtende wereldwijde gezondheidscrisis. De komende G20-top – de eerste op Afrikaanse bodem en de tweede met de Afrikaanse Unie als permanent lid – biedt een uitgelezen kans om daar iets aan te doen.

    Binnen Afrikaanse landen is het daarnaast van groot belang dat er mechanismen komen voor publieke verantwoording die stevig verankerd zijn in het maatschappelijk middenveld. Maar daarvoor moeten allereerst voldoende middelen beschikbaar worden gesteld. Om ‘One World for Health’ te realiseren moeten alle landen over middelen kunnen beschikken om hun gezondheidszorg te financieren.

  • De 1,2 biljoen euro die de EU moet gaan redden

    De 1,2 biljoen euro die de EU moet gaan redden

    De nieuwe EU-begroting voor 2028–2034 moet het continent wapenen tegen oorlog, klimaatcrisis en de opkomst van extreemrechts. Maar de onderhandelingen beloven zwaar te worden.

    In september 2023 kreeg de voormalige Italiaanse premier Mario Draghi het verzoek van Ursula von der Leyen om zich nog één keer voor Brussel in te zetten, namelijk door Europa weer concurrerend te maken. Na enige aarzeling stemde hij toe, en half juli kwamen zijn ideeën over concurrentievermogen centraal te staan toen Von der Leyen haar blauwdruk voor de volgende zevenjarige EU-begroting presenteerde.

    Het Meerjarig Financieel Kader (MFK), zoals dit omvangrijke langetermijnplan officieel heet, zal gelden van 2028 tot 2034. Het feit dat er twee jaar is uitgetrokken voor onderhandelingen over de inhoud, laat zien dat Von der Leyen zoals gebruikelijk een zware strijd met de nationale regeringen verwacht. Deze regeringen moeten unaniem instemmen met de inhoud. 

    De inzet kan nauwelijks hoger liggen. Het MFK‑voorstel zal de EU moeten financieren voor onder meer een handelsoorlog met Donald Trumps Amerika, een echte oorlog met Vladimir Poetins Rusland, toenemende concurrentie vanuit China, conflicten in het Midden‑Oosten, klimaatverandering, internationale migratie en de opkomst van extreemrechtse bewegingen met anti‑Brusselse agenda’s. 

    ‘We zijn op het punt gekomen dat we, zonder actie, óf onze welvaart, óf ons milieu, óf onze vrijheid zullen moeten opofferen’ 

    Zoals Draghi, de gerespecteerde grootmeester van de Europese economie, zei: ‘We zijn op het punt gekomen dat we, zonder actie, óf onze welvaart, óf ons milieu, óf onze vrijheid zullen moeten opofferen.’ 

    De huidige kernbegroting van de EU bedraagt zo’n €1,2 biljoen. Dat is bepaald geen klein bedrag. Toch komt het neer op slechts ongeveer 1 procent van het totale EU-bbp, vergeleken met 48 procent van dat van Duitsland en 57 procent van dat van Frankrijk. Gezaghebbende waarnemers als Draghi stellen dat de publieke investeringen op EU-niveau bij lange na niet toereikend zijn voor de uitdagingen die het continent voor zijn kiezen krijgt. 

    De vraag is dus: hoe groot moet het Brusselse budget worden? Sommige landen willen helemaal geen verhoging, terwijl andere opperen dat het EU‑budget moet worden verdubbeld. ‘Dit is de bandbreedte: nul tot verdubbeling. Mijn inschatting is dat je met een verhoging van minder dan de helft al veel kunt bereiken,’ zegt Jan Stráský, hoofdeconoom bij de OESO, tegen POLITICO. ‘Als 20 of 30 procent’ – wat het totale budget op zo’n 1,3 procent van het Europees bbp zou brengen – ‘goed wordt besteed, kan dat een enorme verbetering zijn.’ 

    Ambitieus

    Naast een groter budget raadt de OESO in een rapport aan om bestaande EU‑fondsen te hervormen; er zou meer nadruk moeten worden gelegd op defensie en een beter geïntegreerde elektriciteitsmarkt. Dat laatste zou de stroomkosten moeten verlagen om groei te stimuleren. 

    Een groter deel van de publieke uitgaven zou volgens de denktank naar Brussel moeten gaan om grensoverschrijdende infrastructuurprojecten te coördineren, zoals elektriciteitsverbindingen en gezamenlijke defensieprojecten. 

    Andere analisten stellen dat Brussel nog veel ambitieuzer moet zijn. Volgens Zsolt Darvas, een van de auteurs van een nieuwe studie van denktank Bruegel, moet het MFK‑budget ongeveer verdubbelen om onder meer de klimaattransitie te financieren en de schulden van de coronaperiode af te lossen. 

    ‘De Europese Unie staat onder toenemende druk om problemen met een steeds duidelijker Europees karakter op te lossen,’ concludeert de studie van Bruegel. ‘Maar het belangrijkste financiële instrument van de EU, de begroting, is blijven steken in het verleden.’ 

    Darvas stelt voor het budget te verhogen tot ongeveer 2 procent van het Europees bbp. 

    Zweden wil niet zomaar meegaan in het verhaal dat we nu een grotere begroting nodig hebben omdat er nieuwe problemen zijn’

    Sommige landen, waaronder Frankrijk, zijn het ermee eens dat het EU‑budget moet groeien. Andere landen, zoals Duitsland en Nederland, willen juist geen groei. ‘Zweden wil niet zomaar meegaan in het verhaal dat we nu een grotere begroting nodig hebben omdat er nieuwe problemen zijn,’ zegt ook de Zweedse minister voor EU‑zaken Jessica Rosencrantz tegen POLITICO. ‘We zullen binnen de bestaande begroting prioriteiten moeten stellen.’ Zweden is een van de landen die willen dat het MFK zich vooral richt op defensie en veiligheid. Sommige analisten wijzen er echter op dat EU-wetgeving het blok verbiedt om via de langetermijnbegroting directe militaire uitgaven te doen. ‘Hoe dat precies moet worden geformuleerd of weergegeven in de begroting, moeten we nog nader bekijken,’ aldus minister Rosencrantz. ‘Maar ik denk dat defensie, veiligheid, steun aan Oekraïne en ook concurrentievermogen de thema’s zijn waarop een nieuwe begroting zich zou moeten richten.’

    Ook Mario Draghi pleitte voor een radicale vereenvoudiging van de EU-begroting – een voorstel dat Ursula von der Leyen overnam in haar plan om de twee grootste uitgavenposten, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Cohesiefonds, samen te voegen tot één megafonds.

    Een tweede voorgestelde aanpassing is de oprichting van een Europees Concurrentiefonds, dat investeringscapaciteit moet creëren voor sleutel­sectoren en steun biedt aan onderzoek en ontwikkeling. Daarnaast stelt het voorstel de oprichting voor van een nieuw extern fonds, waarin ontwikkelingshulp en diplomatieke uitgaven worden gebundeld.

    Woedend

    Ook zijn sommige EU‑landen en politici nu al woedend over de hervormingen en hun impact op de financiering voor Europese boeren en economisch kwetsbare regio’s. 

    Het lastigst is het waarschijnlijk om te bepalen waar het geld überhaupt vandaan moet komen. Er woedt nu al een fel debat over de vraag of nieuwe vormen van zogeheten ‘eigen middelen’ – de inkomsten van de EU – moeten worden goedgekeurd als onderdeel van de nieuwe begroting, bijvoorbeeld door Brussel een groter aandeel te geven in bestaande belastingopbrengsten.

    Een veelgenoemd argument vóór nieuwe eigen middelen is dat dit de politieke spanningen over de bijdragen van verschillende landen kan verminderen. Nettobetalers zoals Duitsland, Nederland en Zweden storten meer in de pot dan ze terugkrijgen. Dat maakt het voor deze regeringen vaak moeilijker om aan hun eigen volk te rechtvaardigen dat het totale EU-budget omhoog moet. 

    Een van de manieren om geld te besparen is door te voorkomen dat ‘ook maar één euro’ naar een land gaat dat de democratische principes van de EU schendt, zegt Rosencrantz. Dat sluit aan bij de plannen van de Commissie voor het volgende MFK. 

    ‘Als je kijkt naar de geschiedenis, zie je dat er slechts zeer beperkte veranderingen zijn doorgevoerd’

    Het team van Von der Leyen werkt momenteel aan een nieuw systeem van ‘conditionaliteit’, dat strengere financiële sancties mogelijk moet maken voor landen als Hongarije (en eerder Polen), die volgens Brussel de democratische vrijheden ondermijnen die de EU als kernwaarde beschouwt. Maar aangezien elk EU-land, ook het Hongarije van Viktor Orbán, het volledige begrotingspakket moet goedkeuren, is het allerminst zeker dat zulke bepalingen uiteindelijk in de definitieve begroting worden opgenomen.

    In essentie raakt de vraag of landen moeten worden gestraft voor het schenden van de ‘rechtsstaat’ aan dezelfde fundamentele kwestie die als een schaduw over het hele begrotingsproces hangt: waar is de Europese Unie eigenlijk voor bedoeld? Hoeveel moeten de 27 lidstaten in dit tijdperk van wereldwijde crises gezamenlijk aanpakken? Wat hoort gecoördineerd te worden vanuit de glanzende torens in Brussel, en wat zouden de lidstaten zelf moeten bepalen?

    Uiteindelijk zullen de omvang en de reikwijdte van de nieuwe EU-begroting een weerspiegeling zijn van het collectieve antwoord op die vraag. ‘Als je kijkt naar de geschiedenis van de onderhandelingen over het MFK, zie je dat er slechts zeer beperkte veranderingen zijn doorgevoerd,’ aldus Darvas, een van de auteurs van het Bruegel-rapport. Volgens hem is het grootste risico voor de EU dat de unanimiteit ‘de ruimte voor hervorming ernstig beperkt’. ‘We hebben altijd te maken gehad met grote starheid,’ voegt hij toe. ‘Ik ben er niet van overtuigd dat dat deze keer wezenlijk anders zal zijn.’

  • De onbedoelde gevolgen van de sancties tegen Iran

    De onbedoelde gevolgen van de sancties tegen Iran

    De internationale sancties tegen Iran zijn bedoeld om het regime financieel te verzwakken en de nucleaire activiteiten te remmen. Hoewel de economie zwaar onder druk staat met hoge werkloosheid en inflatie, groeit tegelijkertijd het commerciële imperium van de Islamitische Revolutionaire Garde.

    Al voordat de bommen begonnen te vallen stond de Iraanse economie er slecht voor. Zes op de tien mensen in de werkende leeftijd waren werkloos. De prijzen waren het afgelopen jaar met 35 procent gestegen. Circa 18 procent van de bevolking leefde onder de armoedegrens volgens de definitie van de Wereldbank. Hoewel Iran olie en gas exporteert, moest het regime de energiecentrales draaiende houden met laagwaardige stookolie. En toen nam Benjamin Netanyahu economische doelen op de korrel. Naast militaire bases en nucleaire installaties werden er minstens twee gasvelden, een paar olievelden en een autofabriek door de Israëlische vliegtuigen gebombardeerd.

    De redenering achter die luchtaanvallen was dezelfde als die achter de internationale sancties tegen Iran. Als de economie wordt getroffen, dalen de belastinginkomsten van het regime, wat een klap zou moeten zijn voor de nucleaire ambities. Het probleem is dat de Iraanse veiligheidsdienst, de Islamitische Revolutionaire Garde, een cruciale rol speelt in de ontwikkeling van Irans nucleaire programma. En de Revolutionaire Garde heeft voor zijn financiering een geheim commercieel imperium opgebouwd dat juist profiteert van maatregelen die schadelijk zijn voor de economie.

    Iran zucht al lange tijd onder enkele van de zwaarste sancties ter wereld

    Iran zucht al lange tijd onder enkele van de zwaarste sancties ter wereld. Op aangeven van de VS waren die door het Westen versoepeld na de toezegging van Iran in 2015 om het nucleaire programma af te bouwen, en werden ze weer aangescherpt toen president Trump die overeenkomst in 2018 opzegde. De nieuwste maatregelen zijn een gevolg van de Iraanse steun voor Ruslands oorlog tegen Oekraïne en van Trumps terugkeer in het Witte Huis. Westerse bedrijven mogen geen Iraanse olie kopen, het belangrijkste exportproduct, of zaken doen met Iraanse banken.

    In 2018, toen Iran het IMF voor de laatste keer toestond zijn financiën door te lichten, exporteerde het land voor 46 miljard dollar aan olie, de helft van zijn totale export. Amerikaanse overheidsfunctionarissen denken dat dit aandeel tegenwoordig nog maar een derde bedraagt. Dit jaar zal Iran naar verwachting zo’n 1,7 miljoen vaten per dag exporteren, ongeveer evenveel als vorig jaar, ondanks de mogelijke productiedaling als gevolg van de Israëlische aanvallen.

    De sancties beperken zich niet tot olie. De ‘zwarte lijst’ van Iraniërs die de VS bijhoudt, telt al duizenden namen. En hij wordt elke maand langer. Het is westerse bedrijven verboden zaken te doen met Iraanse bedrijven in zowat elke bedrijfstak, van auto’s, metalen en mijnbouw tot de textielindustrie. Alleen boeren en farmaceutische bedrijven die producten voor burgers leveren zijn vrijgesteld, maar kampen wel met een afschrikwekkende hoeveelheid administratieve rompslomp.

    Slinkse omwegen

    Gevolg is dat er nauwelijks handel plaatsvindt tussen Iran en het Westen. Van het internationale banksysteem, waar transacties vaak in dollars worden afgewikkeld via het Europese betaalsysteem SWIFT, zijn Iraanse bedrijven nu uitgesloten, zodat ze zelfs voor het betalen van handelspartners in China en Rusland op slinkse omwegen zijn aangewezen. Dat verstoort de Iraanse economie, die volgens de Wereldbank de komende twaalf maanden met 1,6 procent zal krimpen. Nieuwe bedrijven kunnen niet exporteren en leveren dus vooral diensten aan de binnenlandse markt.

    Dat trekt een wissel op de overheidsfinanciën. In 2018 bedroegen de inkomsten uit olie en belastingen circa 17 procent van het bbp. Momenteel nog maar 11 procent. Het Iraanse begrotingstekort bedroeg in 2024 ongeveer 3 procent van het bbp. Het regime kan niet lenen van particuliere geldschieters en plundert dus het staatsinvesteringsfonds en drukt geld bij. Daardoor rijst de inflatie de pan uit.

    Bij nadere inspectie van de Iraanse geldstromen blijkt van het geld voor ayatollah Ali Khamenei, de hoogste leider, en voor de Revolutionaire Garde maar weinig afkomstig te zijn uit officiële bronnen. Ze leunen vooral op hun eigen financiële imperium. De Revolutionaire Garde heeft drie inkomstenbronnen. Ten eerste een reeks lokale bedrijven en stichtingen. Alle vijf de takken van de organisatie beschikken over een verbluffend breed scala aan banken, fabrieken en start-ups. In hun portefeuille zitten onder meer Persian Gulf Petrochemicals, de grootste Iraanse raffinaderij van petrochemische producten, tunnelbouwer Hara en autoconcern Bahman, ooit de Iraanse Mazda-fabrikant.

    Hij schat dat de helft van alle bedrijven in Iran op zijn minst gedeeltelijk in handen is van de veiligheidsdienst

    Veel bedrijven zijn onderdeel van Khatam al-Anbiya, een in 1990 opgericht conglomeraat waarin de Garde zijn inkomstenbronnen bundelde. Het is nu de grootste aannemer van het land. Volgens een westerse overheidsfunctionaris is het zo’n vijftig miljard dollar waard, maar hij zegt erbij dat dit maar een ruwe schatting is, omdat het in heel veel kleinere bedrijven belangen heeft. Hij schat dat de helft van alle bedrijven in Iran op zijn minst gedeeltelijk in handen is van de veiligheidsdienst.

    Maar het grootste deel van zijn geld haalt de Revolutionaire Garde uit het buitenland. De tweede inkomstenbron is de oliehandel. Elk jaar wordt van oudsher een deel van de Iraanse overheidsuitgaven gereserveerd voor de veiligheidsdienst. Maar omdat de schatkist de laatste jaren krap bij kas zit, krijgt de Garde het nu uitbetaald in olie. Tot de oorlog gingen er zo’n 500.000 vaten ruwe olie per dag naar de veiligheidsdienst, ofwel een kwart van de Iraanse export.

    De Garde verkoopt die olie via een uiterst ingewikkeld netwerk van beurzen en brievenbusfirma’s. De afnemers zijn voornamelijk Chinezen. Volgens Amerikaanse functionarissen is dit systeem zowel goedkoper als vernuftiger dan dat van de Iraanse regering. 

    De Revolutionaire Garde heeft ook bedrijven die zich bezighouden met illegale import en export. Amerika zegt al jaren dat de Garde voor Europa bestemde drugs uit Afghanistan doorsluist naar het Midden-Oosten. De Garde is ook verantwoordelijk voor de import van wapens in Iran en laat de strijdkrachten daarvoor duur betalen. In die ladingen worden sigaretten, consumentenelektronica en voedsel meegesmokkeld die voor veel geld verkocht kunnen worden aan de van steeds meer luxegoederen verstoken bevolking.

    Dilemma

    Deze spreiding van inkomstenbronnen stelt westerse beleidsmakers voor een dilemma. De Iraanse economie zucht onder de sancties. Maar als de druk verder wordt opgevoerd zodat de belastinginkomsten nog verder dalen, worden de goederen die de Revolutionaire Garde binnensmokkelt nog meer waard. De nieuwste sancties van Trump hebben er volgens een overheidsfunctionaris toe geleid dat andere Iraanse olieleveranciers nu bij de Garde aankloppen om hun olie te verhandelen, vanwege het geavanceerde netwerk van de veiligheidsdienst.

    Als Iran en Israël de vijandigheden hervatten, richten de Israëlische generaals het vizier misschien op locaties van de Revolutionaire Garde. Het herstel van de reeds vernietigde militaire locaties, vermoedelijk ook knooppunten in het distributienetwerk van de Garde, gaat veel geld kosten. Maar de recente geschiedenis van oliesancties wijst uit dat verscherping van sancties de Iraanse handel niet volledig kan stilleggen. Hooguit wordt het transport vertraagd, tot exporteurs een nieuwe omweg vinden. En met de stijgende inflatie en groeiende tekorten blijven Iraanse burgers de tol betalen voor de tegenspoed van hun veiligheidsdienst.

  • Afrika maakt zich op als nieuwe backoffice van de wereld

    Afrika maakt zich op als nieuwe backoffice van de wereld

    Na jaren van dromen lijkt het er eindelijk van te komen: Afrika begint een serieuze concurrent te worden in de mondiale outsourcingmarkt. Maar de snelle groei gaat gepaard met zorgen over arbeidsomstandigheden en de dreiging van automatisering.

    Zo halverwege het eerste decennium van deze eeuw hoorde Mercy Mugure voor het eerst over outsourcing. Berichten over wat het betekend had voor India, koploper in deze nieuwe branche, sijpelden door naar Afrika, dat nog geen vruchten plukte van de globalisering. ‘We dachten: waarom wij niet?’ zegt de Keniaanse onderneemster. Samen met een vriendin zette ze in 2006 een van de eerste outsourcingbedrijven in Kenia op. Wat hen aantrok, was het banenpotentieel van een branche waarin de activiteiten kunnen variëren van het beantwoorden van telefoontjes tot het afwikkelen van verzekeringsclaims en het signaleren van illegale of gewelddadige content op sociale media. Haar bedrijf Adept Technologies staat in Kenia nog steeds tamelijk alleen. Beleidsmakers droomden ervan dat Afrika de plaats zou innemen van India en de Filipijnen als backoffice van de wereld, maar die droom is nog niet uitgekomen. Al zit er nu wel schot in. Vanwege de groeiende vraag naar mensen die algoritmen kunnen trainen en digitale data annoteren zal naar verwachting een steeds groter aandeel van dit werk de komende jaren in Afrika plaatsvinden.

    Groeiende behoefte

    Daar is grote behoefte aan zulke banen. Driekwart van de jonge Afrikanen zegt geen geschikt werk te kunnen vinden. De traditionele maakindustrie, die met enorme werkgelegenheid de groei gestimuleerd heeft van landen als Zuid-Korea en Vietnam, vergt steeds complexere machines maar steeds minder mensen om ze te bedienen. Als bron van grote aantallen goede banen wordt die sector dus minder interessant. Dat gat kan voor een deel worden gevuld met outsourcing. Daarin zijn nu net 1 miljoen Afrikanen werkzaam: ongeveer 2 procent van het wereldwijde personeelsbestand van een sector die in Afrika tussen 2023 en 2028 naar verwachting met 14 procent per jaar zal groeien. Dat is bijna tweemaal zo snel als de verwachte jaarlijkse mondiale sectorgroei van 8 procent, en vier keer zo snel als de jaarlijkse groei in heel Afrika, die door de Wereldbank voor dit jaar op 3,5 procent wordt geraamd. In Kenia, waar een paar van ’s werelds grootste outsourcingbedrijven naartoe gegaan zijn, zal de sector volgens adviesbureau Genesis Analytics naar verwachting nog sterker groeien, met wel 19 procent. ‘Afrika is het nieuwe groeigebied,’ zegt Martin Roe, de directeur van CCI Global, wiens nieuwste callcenter in Kenia vijfduizend werknemers telt.

    Vooral Engelstalig Afrika heeft voor outsourcingbedrijven altijd al een paar sterke pluspunten gehad: een jonge bevolking, met een steeds betere opleiding en een goede Engelse taalvaardigheid. Bazen beweren dat veel westerse klanten liever ‘neutralere’ Afrikaanse accenten horen dan Indiase accenten. Ook de tijdzones van het continent zijn gunstiger voor activiteiten in Amerika en Europa. In het verleden was dit allemaal nog niet genoeg om de weegschaal in het nadeel van Azië te laten doorslaan, maar dat kan nu weleens veranderen.

    Werknemers in India en de Filippijnen worden steeds rijker en daarmee duurder

    Een belangrijke factor daarbij zijn de arbeidskosten, zegt Mark Graham, coauteur van The Digital Continent. Lonen en andere kosten zijn in Kenia 60 tot 70 procent lager dan in Amerika, Europa en Australië. Ondertussen worden werknemers in India en de Filippijnen steeds rijker en daarmee duurder. Het Fairwork-project, waarmee de universiteit van Oxford de arbeidsstandaard van techbedrijven in kaart brengt, constateerde dat werknemers van een buitenlands outsourcingbedrijf in Kenia 233 dollar per maand verdienen, terwijl werknemers bij een vergelijkbaar bedrijf in de Filipijnen 284 dollar verdienen.

    Meer gerichte douceurtjes van de overheid helpen ook. Kenia komt in juli met een langverwacht nieuwe beleidsprogramma waarmee het in de komende vijf jaar een miljoen nieuwe banen in de outsourcing wil creëren. Nigeria lanceerde in 2024 zijn ‘Outsource in Nigeria’-programma. Beide landen lonken met royale belastingvoordelen en subsidies. Zuid-Afrika deelt zelfs geld uit voor nieuwe banen. ‘Je moet de sector actief stimuleren,’ zegt John Kiria, hoofd digitale economie bij de Keniaanse overheid. Er zijn ook structurele veranderingen in de wereldeconomie die in het voordeel van Afrika werken. Nu de beroepsbevolking in veel delen van de wereld krimpt, groeit de vraag naar Afrikaanse arbeidskrachten. In mei organiseerde de Duitse overheid in Berlijn een beurs om Duitse en andere Europese bedrijven in contact te brengen met Afrikaanse outsourcingkantoren.

    Geen wondermiddel

    Outsourcing is geen wondermiddel. Critici maken zich zorgen over de kwaliteit van de nieuwe banen, vooral bij de contentmoderatie voor sociale media en de annotatie van data voor AI. Werknemers klagen dat ze zonder adequate psychologische ondersteuning veel schokkende teksten of beelden moeten bekijken, of dat ze te lang achter elkaar zonder pauze eentonige taken moeten uitvoeren. De techreus Meta en het Californische outsourcingbedrijf Sama, dat kortstondig door Meta werd ingehuurd, zijn in Kenia door voormalige moderatoren voor de rechter gedaagd vanwege hun arbeidsomstandigheden. (Sama zegt niets verkeerds gedaan te hebben en deze dienst ook niet meer aan te bieden. Meta stelt dat het niet onder de bevoegdheid van de Keniaanse rechter valt en de moderatoren niet in dienst waren van Meta zelf.)

     Een aanverwant probleem is de hypermobiliteit. In geval van slechte publiciteit of onbetrouwbare regeringen kunnen de uiteindelijke afnemers van het uitbestede werk hun heil elders zoeken. Uit recent onderzoek van het Londense Bureau of Investigative Journalism bleek dat Meta na de Keniaanse rechtszaken zijn contentmoderatie stilletjes naar Ghana had verplaatst. (Meta zegt de nieuwe locatie geheimgehouden te hebben om klanten en moderatoren te beschermen, en beweert serieus werk te maken van de ondersteuning van moderatoren.) ‘De klant kan zoiets van het ene op het andere moment beslissen,’ zegt Kiria. ‘Dan zitten ze vanaf morgenochtend 8 uur ineens in India.’

    De grootste uitdaging is AI. Veel elementaire taken zijn al geautomatiseerd

    De grootste uitdaging is AI. Veel elementaire taken zijn al geautomatiseerd. Tien jaar geleden richtte de Britse ondernemer Graham Parrott een van de eerste outsourcingbedrijven in Ethiopië op, dat tijdens de pandemie is opgedoekt. Nu is hij bang dat het land ‘de boot al gemist heeft’. Volgens de consultant Bobby Varanasi wordt de sector ‘aan de onderkant volledig uitgehold’. In een rapport van Genesis Analytics voor de Mastercard Foundation wordt geschat dat meer dan veertig procent van de taken in outsourcing in Afrika geautomatiseerd dreigen te worden.

    Maar taken zijn wat anders dan banen. Toen Sama in 2008 werd opgericht, zegt directeur Wendy Gonzalez, kwam het annoteren van data neer op het beantwoorden van vragen als: ‘staat er een kat op deze foto?’ Tegenwoordig gaat het om verfijndere kwesties, zoals controleren of de schrijfsuggesties van AI-modellen grammaticaal in de haak zijn. Volgens Martin Roe van CCI Global zal er vraag blijven bestaan naar ‘complexe en op gevoel’ uitgevoerde diensten die alleen een mens kan leveren. Zulk werk zou ook beter betaald kunnen worden. Zo bezien kan het verwerven van een groter aandeel in de mondiale outsourcingmarkt uitzicht bieden op de hoogst gewaardeerde banen. Mugure van Adept Technologies levert geen contentmoderatie. Ze wil meer gaan doen met ‘kenniswerk’, waarvoor ze meer Kenianen nodig heeft die zijn afgestudeerd in AI en informatica. Investeren in onderwijs is voor landen dus misschien wel de beste manier om te voorkomen dat ze achterop raken.