Onderwerpen: Economie

  • Waarom veel alcohol drinken economisch verantwoord is

    Waarom veel alcohol drinken economisch verantwoord is

    Een pikketanussie is niet alleen fijn als ontspanning na een lange werkweek, maar kan ook de economie, de sociale cohesie en de maatschappelijke creativiteit stimuleren.

    De blauwe knoop verovert de wereld. Waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis is de wereldwijde alcoholconsumptie aan het dalen. In rijke landen laat een groot deel van Gen Z (geboren na 1997) de fles helemaal staan: dertig procent van de Amerikaanse twintigers heeft het afgelopen jaar geen druppel gedronken. Zelfs in Frankrijk nemen hoogopgeleide twintigers geen karafje wijn meer bij de lunch.

    Vooral bij de maatschappelijke bovenlaag lijkt drank uit de gratie. Drie van de laatste vier Amerikaanse presidenten zijn geheelonthouders (Barack Obama hield nog wel van een martini). In Silicon Valley is geheelonthouding een statussymbool. Investeerder Marc Andreessen zwoer de drank af in 2022. Sam Altman van OpenAI onderstreept graag dat er in de geschiedenis ‘zo veel veranderde toen mensen eenmaal ophielden de hele dag alcohol te drinken’. Elon Musk noemt alcohol een ‘oubollige drug’. De etentjes van techgiganten worden opgefleurd met groene thee.

    Stoppen met drinken doet de gezondheid van mensen meestal goed. Ze vallen af. Slapen beter. Maar vanuit economisch standpunt is geheelonthouding een ondoordachte en schadelijke ideologie, om drie redenen.

    De zaak tegen de nuchterheid

    Ten eerste zijn geheelonthouders profiteurs. Allerlei maatschappelijke en economische structuren leunen al generaties lang op de consumptie van alcohol. Geheelonthouders liften daarop mee zonder eraan bij te dragen. Op feestjes profiteren niet-drinkers bijvoorbeeld van de gezelligheid van de hardwerkende drinker. Waar blijft onze sociale cohesie als straks iedereen de fles afzweert? Joe Strummer van de Engelse rockband The Clash had ergens wel een punt met de (al dan niet terecht) aan hem toegeschreven uitspraak dat het ‘niet-rokers verboden moet worden iets te kopen wat door rokers is gemaakt’.

    Of neem het verdienmodel van de horeca. De winstmarge op drank is stukken hoger dan op eten, want in de bereiding van het laatste gaat veel meer werk zitten. Op grond van officiële Amerikaanse cijfers durft uw columnist wel te stellen dat alle winst in de restaurantsector afkomstig is van alcohol. De drinkers subsidiëren de niet-drinkers. Al die mensen die het bij een spaatje rood houden, kunnen zich even verheven voelen boven de rest. Maar als niemand meer een flesje bordeaux bestelt, zullen heel wat restaurants kopje onder gaan. In San Francisco, het kloppend hart van de Nieuwe Geheelonthouding, vallen ze bij bosjes om.

    Ten tweede maakt geheelonthouding mensen eenzamer. Al eeuwenlang heeft drank een sociale functie. Alcohol helpt mensen te ontspannen. Je geeft er ook een signaal mee af dat je best even wat trager en kwetsbaarder wil zijn (dat je je wapens bij de deur hebt afgegeven), en dat stelt anderen op hun gemak. Uit een onderzoek dat in 2012 in Psychological Science stond, bleek dat alcohol de sociale binding versterkt. Robin Dunbar van de universiteit van Oxford en zijn co-auteurs constateerden dat kroegbezoek een gunstig effect heeft op de betrokkenheid van mensen bij hun buurt, wat weer goed is voor de levensvreugde. Je kunt zonder overdrijving stellen dat alcohol een grote rol heeft gespeeld in de evolutie van onze sociale cohesie.

    Als het moeilijker wordt om je te ontspannen, wordt het ook moeilijker om een partner te vinden

    Stelletjes zeggen vaak dat het mede aan drank te danken was dat ze elkaar leerden kennen. Misschien dus ook geen toeval dat onze drankmijdende jeugd eenzaam is. Amerikanen in de leeftijd van 15 tot 24 besteden nu een derde minder tijd aan sociale contacten dan begin deze eeuw. Jean Twenge van San Diego State University en zijn co-auteurs constateerden in een artikel in 2021 een ‘wereldwijde toename van eenzaamheid onder adolescenten’. Jongeren hebben minder seks dan oudere generaties. Als het moeilijker wordt om je te ontspannen, wordt het ook moeilijker om een partner te vinden.

    Het derde argument voor alcoholconsumptie heeft te maken met innovatie. Men treedt steeds minder vaak buiten gebaande paden. Hollywood drijft momenteel op remakes en sequels, niet op oorspronkelijk nieuw werk. In een recent blogbericht constateert de consultant Peter Ruppert hetzelfde voor muziek: ‘het tempo van echte muzikale vernieuwing is dramatisch gedaald’. In een artikel uit 2020 constateren Nicholas Bloom van Stanford University en zijn co-auteurs dat nieuwe ideeën ‘moeilijker te vinden’ zijn. De mondiale productiviteitsgroei is matig. Er is iets faliekant verkeerd gegaan met de productie van nieuwe ideeën in westerse samenlevingen.

    Drank mijden kan op korte termijn je werkprestaties verbeteren. Als je morgen een grote presentatie moet houden, is het beter vanavond even niks te drinken. Maar denk aan de wereld die de drank ons geeft – zij het rommelig en onvoorspelbaar, en tegen een prijs – en geheelonthouding lijkt een stuk minder zinnig.

    De creatieve geest

    Van Aeschylus tot Coleridge en Dickens hebben creatieve geesten hun inspiratie eeuwenlang uit de fles gehaald. In de jaren zestig van de vorige eeuw, toen de productiviteit de lucht in schoot, dronk iedereen zich voortdurend lam. Geen enkel ander roesmiddel heeft in de loop der eeuwen zo’n structurele rol gespeeld in de innovaties van de mens. Dronkenschap kan onverwachte inzichten losmaken. In louter rationeel en lineair denkende hersenen doet zich minder vaak zo’n bliksemflits van inzicht voor die een hele kunstvorm of bedrijfstak op zijn kop zet. Drank geeft hersenen zicht op nieuwe verbanden. In een studie naar Amerikaanse kunstschilders door Ann Roe van Yale University stelde zij in 1946 dat ‘een cocktail als aperitief voor het avondeten bijdraagt aan het voorkomen van een staat van chronische spanning, zeker in perioden waarin de creatieve activiteit op zijn hoogst is’.

    Uit onderzoek blijkt dat drank, mits met mate gebruikt, de creativiteit kan stimuleren. Andrew Jarosz van de Mississippi State University en zijn co-auteurs zagen dat mensen onder invloed sneller problemen oplossen en hun oplossing ’eerder als het resultaat van een onverwacht inzicht ervaren’. In een vergelijkbaar onderzoek constateerden Mathias Benedek van de Oostenrijkse universiteit van Graz en zijn co-auteurs dat ‘bepaalde aspecten van de creatieve cognitie baat hebben bij een lichte vermindering van de cognitieve controle’. Op de korte termijn kan dronkenschap de werking van je hersenen nadelig beïnvloeden, en dat kan frustrerend zijn. Maar over de gevolgen voor de lange termijn is veel minder bekend.

    Zoals met de meeste dingen in het leven is de gulden middenweg het beste: geen drankinname van het kaliber Hemingway, maar ook geen geheelonthouding. Het geheim van een goede relatie en van baanbrekende innovaties is door de wetenschap nog steeds niet ontrafeld. Dus al ben je een whizzkid in Silicon Valley die de wereld wil veranderen, ik zou de traditie maar even de traditie laten. Gin uit de vriezer, goede vermout, citroenschil erbij: gewoon doen.

  • Verenigde Staten: de centrale bank Fed houdt de rente ongewijzigd

    Verenigde Staten: de centrale bank Fed houdt de rente ongewijzigd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Hooggerechtshof bevestigt verbod op behandeling minderjarige transgenders

    » Mexico bereidt zich voor op de komst van de orkaan Erick

    Trump wil dat de rente daalt en noemt de Fed-voorzitter ‘dom’

    De Amerikaanse centrale bank Fed heeft woensdag haar rentevoet tussen 4,25 en 4,5 procent gehouden, het niveau waarop ze sinds december zit. De bank reageert daarmee op ‘de verwachtingen van een stijging van de inflatie en een vertraging van de economische groei’, aldus CNBC. Er zouden echter ‘later dit jaar’ renteverlagingen kunnen komen, verzekerde de financiële instelling.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De voorzitter van de Fed, Jerome Powell, was van mening dat de door Donald Trump opgelegde invoerrechten ‘waarschijnlijk de prijzen zullen opdrijven en de economische activiteit zullen drukken’ en dat het nog ‘enkele maanden’ zal duren voordat we ‘een echt beeld hebben van de gevolgen hiervan voor de inflatie’. De Amerikaanse president, die graag wil dat de rente daalt, heeft Powell opnieuw beledigd door hem woensdag een ‘domme’ en ‘gepolitiseerde man’ te noemen.

  • Passief inkomen is zo passief nog niet: de waarheid over de constante cashflow

    Passief inkomen is zo passief nog niet: de waarheid over de constante cashflow

    Het klinkt zo mooi: passief inkomen. Nietsdoen en toch inkomen genereren. Maar als je 2000 euro per maand wilt bijverdienen, heb je kapitaal nodig – of moet je heel creatief zijn.

    Een onuitputtelijke geldbron, een boom in je achtertuin waar geld aan groeit, een magische, ongelimiteerde creditcard. Hoe verleidelijk zulke bronnen van rijkdom ook lijken, het zijn duidelijk verzinsels. Want afgezien van het winnen van de loterij: geld zonder ervoor te werken is een sprookje. Toch?

    Sommige mensen zullen het daar wel volstrekt mee oneens zijn, tenminste als ze geloven in het moderne equivalent van de geldboom: een passief inkomen. Iedere maand geld binnenkrijgen zonder daar iets voor te hoeven te doen, klinkt als een sprookje. Daarom zijn er online ook mensen die beweren dat ze dat allang voor elkaar hebben en die deze zogenaamd waardevolle tips met je proberen te delen, waar zij dan weer geld mee verdienen. 

    Voordat we het over de methodes hebben, eerst een definitie: onder passief inkomen verstaan we een constante of regelmatige geldstroom waarvoor je niet hoeft te werken, zoals een uitkering of pensioen. Anders dan bij financiële onafhankelijkheid gaat het er bij een passief inkomen niet om het dekken van alle kosten van levensonderhoud. De extra inkomstenstroom kan ook gewoon het maandbudget aanvullen of een kortere werkweek en meer vrije tijd mogelijk maken. 

    Het begrip passief inkomen wordt veel gebruikt door zelfbenoemde businesscoaches en beleggingsprofessionals. Ze gebruiken deze slogan al jaren om ondoorzichtige bedrijfsstrategieën en dubieuze producten aan de man te brengen. Om een exclusieve en serieuze indruk te maken, nodigen ze zogenaamd geselecteerde klanten uit voor chatgroepen waarin ze advies geven. Het verleidelijke Join the group is op internet een meme geworden. Maar zijn alle mogelijkheden voor een passief inkomen dan flauwekul? Laten we een paar van de aangeprezen methodes eens onder de loep nemen. 

    De drempels voor passief inkomen

    Wil je meer met je geld doen, maar weet je niet hoe je dat moet aanpakken? Of vraag je je af welk ETF (exchange traded fund, een beleggingsfonds dat op de beurs wordt verhandeld) je moet kopen en hoeveel je eigenlijk elke maand in je pensioen zou moeten stoppen? 

    Een van de populairste strategieën voor een passief inkomen zijn huuropbrengsten. Daarbij zijn er verschillende opties die allemaal één gemeenschappelijk probleem hebben: je moet eerst onroerend goed bezitten. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen, vooral in populaire grootstedelijke regio’s. Een simpel sommetje: wie met vastgoed € 2.000 per maand wil verdienen, dus € 24.000 per jaar, moet bij een jaarlijks netto-huurrendement van 2,4 procent bijvoorbeeld al een miljoen euro investeren. 

    Om met een geringere investering een hoger rendement te behalen, deed een paar jaar geleden het idee van ‘Airbnb-arbitrage’ opgeld. Een trend die vooral digitale nomaden, mensen die zonder vaste locatie werken en veel kunnen reizen, als geniale truc voor passief inkomen probeerden te verkopen. Daar waren ‘alleen maar’ een aantal appartementen of huizen in verschillende landen voor nodig, liefst in populaire vakantieoorden met betaalbare koop- of huurprijzen. De leegstaande appartementen konden tijdelijk worden verhuurd als men er zelf geen gebruik van maakte, wat weer tot de beloofde ‘constante cashflow’ zou leiden. 

    zelfs als je de appartementen enkel verhuurt, wordt dat zonder startkapitaal lastig

    Afgezien van de talrijke juridische restricties waarmee je in het buitenland bij de aankoop van onroerend goed en permanente onderverhuur rekening moet houden, is het verhuren van woningen natuurlijk een allesbehalve stressloze onderneming. Denk bijvoorbeeld aan schoonmaak, sleutels overhandigen, communicatie, reparaties en boekhouding. Inkomen zonder te hoeven werken ziet er heel anders uit. En zelfs als je de appartementen enkel verhuurt, wordt dat zonder startkapitaal lastig.

    Het probleem van startkapitaal geldt ook voor passieve inkomensstrategieën op de aandelenmarkt. Om met ETF’s of aandelen een geldstroom van € 2.000 per maand te genereren, is een klein vermogen nodig. Als je ETF jaarlijks 4 procent dividend uitkeert, heb je een vermogen van € 600.000 nodig om dat bedrag te realiseren. Bij een rendement van 2 procent is het zelfs € 1,2 miljoen. Bovendien is dividend nooit gegarandeerd en kunnen aandelenprijzen en dividenden sterk fluctueren.

    Zogenaamde P2P-leningen lijken aantrekkelijk door hun bijzonder hoge rendement. Ze zijn een populaire bron van passief inkomen, maar brengen ook aanzienlijke risico’s met zich mee. Het systeem werkt zo: via speciale platforms wordt het ingelegde geld als krediet aan particulieren verstrekt. De rente die zij betalen vloeit weer naar jou terug. Maar garanties zijn er niet. Het kan gebeuren dat kredietnemers hun schulden niet kunnen aflossen. En als het platform failliet gaat, is het voor beleggers vaak moeilijk om hun geld terug te krijgen.

    Als [een startkapitaal] geen optie is, moet je creatief zijn

    Alle hier genoemde mogelijkheden voor het genereren van passief inkomen vereisen een forse kapitaalinvestering in het begin. Als dat geen optie is, moet je creatief zijn – in de ware zin van het woord. Een andere mogelijkheid zijn namelijk creatieve bijverdiensten, in goed Dunglish: side hustles. Met een blog kun je voor stukken die meer dan 1.500 views per jaar krijgen – in Duitsland – geld krijgen van de Verwertungsgesellschaft Wort. En dat niet alleen in het jaar van publicatie, maar ook langer, mits de artikelen genoeg lezers blijven trekken. Ook een YouTube-kanaal kan aantrekkelijk zijn omdat je op langere termijn van de advertentie-inkomsten van eenmaal gemaakte video’s kunt profiteren. De algoritmes van de meeste platforms zijn echter wel ontworpen om steeds nieuwe content onder de aandacht te brengen; alleen als je continu produceert, heb je een kans er op lange termijn geld mee te verdienen.

    Het concept iets te creëren en daar jarenlang een deel van je inkomsten mee te genereren, werkt in theorie beter als je bijvoorbeeld een app programmeert en verkoopt of een boek schrijft. Maar in de praktijk is het probleem van creatieve side hustles dat naast de initiële inspanning ook de content relevant en populair genoeg moet zijn om er geld mee te verdienen. 

    De fout in de toverformule 

    Online of van vrienden heb je misschien gehoord van andere mogelijkheden om passief inkomen te verwerven. Ook die functioneren niet zonder voorafgaande inspanning. Want het is net als met de geldboom: iemand moet hem wel eerst planten. Zonder tijd, werk of kapitaal te investeren, kan er ook geen geldstroom ontstaan. De enige uitzonderingen zijn erfenissen, een prijs in de loterij of heel gulle vrienden. 

    Het probleem met passief inkomen is niet per se de methode. Sommige werken wel, maar niet zoals de meeste mensen zich dat voorstellen. De term ‘passief’ is misleidend. Een betere term zou ‘inkomen op termijn’ zijn: na een periode van hard werken of een aanzienlijke kapitaalinvestering volgt een fase waarin je minder hoeft te doen en toch geld blijft verdienen. 

    Dat is vermoedelijk ook wat de meeste coaches hopen die je online benaderen. Het feit dat ze zo actief proberen iets te verkopen, laat al zien dat ook zij de weg naar echt passief inkomen nog niet hebben gevonden.

  • Waarom Polen massaal Spaans vastgoed opkopen

    Waarom Polen massaal Spaans vastgoed opkopen

    Emigranten uit Oost-Europa kopen massaal vastgoed in Spanje. Dit doen ze niet alleen vanwege oorlogsdreiging, maar ook vanwege toenemende welvaart in het oosten en de gunstige Spaanse woningmarkt.

    Spanje staat van oudsher bekend als een populaire bestemming voor investeringen in vastgoed. Vanwege zijn warme klimaat, ontwikkelde infrastructuur, lekkere eten en culturele verscheidenheid is het land een toeristenparadijs en een trekpleister voor investeringen. Normaal gesproken waren Britten, Duitsers en Fransen het meest actief op de vastgoedmarkt. Sinds het begin van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne zijn er echter ook steeds meer Polen die in Spanje een woning aanvragen. 

    Vooral in 2022 toonden Polen de meeste belangstelling voor vierkante meters aan de Spaanse kust: het percentage steeg toen naar 161 procent. Sindsdien vestigen kopers uit Polen ieder jaar weer een nieuw record qua hoeveelheid aangeschafte woonruimte. Dit beursspel heeft niet alleen te maken met de behoefte om naar een veel warmer gebied te verhuizen. Veel mensen die in Spanje een huis of appartement hebben gekocht, zijn bang dat de oorlog tussen Rusland en Oekraïne ook Polen zal raken. Zij investeren in vastgoed in vakantieoorden in de hoop een veilige plek te vinden voor het geval de oorlog verder escaleert. 

    Volgens gegevens van Bank Pekao S.A. hebben Polen alleen al in de eerste negen maanden van 2022 in Spanje 2300 onroerende goederen gekocht, 102 procent meer dan in heel 2021. Dit verklaart waarom de Spaanse woningmarkt toen het hoogste niveau in de laatste vijftien jaar bereikte: in 2022 werden er in totaal zo’n 700.000 huizen en appartementen verkocht. Spanje is tevens een populair land onder Oekraïense huizenkopers. Alleen al in de eerste zes maanden na het begin van de oorlog hebben Oekraïners in het land 1237 onroerende goederen aangekocht; 60 procent meer dan het gemiddelde van de laatste vijftien jaar. 

    Angst voor oorlog

    Tegen de achtergrond van de oorlog in Oekraïne en de toegenomen welvaart kopen Polen al een aantal jaren appartementen en villa’s in Spanje op. In 2022 schaften ze 2300 onroerende goederen aan, twee keer zo veel als in 2021. In 2023 stond de teller al op 3118. In 2024 hebben Poolse kopers 4000 transacties gesloten en dit aantal zal in 2025 naar verwachting nog verder oplopen. Dankzij deze explosief toegenomen investeringsdrang staan de Polen nu op de vierde plaats qua aantal transacties met buitenlands vastgoed, na de Britten, Duitsers en Fransen. Poolse huizenkopers lopen zelfs voor op de Amerikanen en de Russen.  

    Het aandeel van de Polen onder de buitenlanders die actief zijn op de Spaanse vastgoedmarkt, groeit gestaag: waar dit aandeel in 2019 nog 1,6 procent bedroeg, was dit percentage tegen 2023 verdubbeld. In de regio’s Marina Baja en Marina Alta aan de Costa Blanca doen Poolse kopers meer investeringen in nieuwbouw dan de Spanjaarden zelf. 

    De gemiddelde prijs per vierkante meter aan woonruimte zat in Spanje eind 2022 op 1700 euro. Met de vraag naar woningen stegen ook de kosten: in de tweede helft van 2023 moesten niet-ingezetenen gemiddeld 2715 euro neertellen per vierkante meter. Polen betalen doorgaans alles in één keer, zonder een hypotheek af te sluiten, en kiezen vaker voor een appartement (65 procent van alle transacties) dan voor een villa of huis. Mensen die een villa kopen, kiezen voor een villa met een oppervlakte tussen de 250 en 600 vierkante meter en een zwembad. De meeste kopers gaan voor een villa met een prijs die tussen 350.000 en 1,5 miljoen euro ligt. Polen kiezen in de meeste gevallen voor de Costa del Sol en de Costa Blanca. Onder rijke kopers zijn Barcelona, Madrid, Valencia, Marbella, Malaga en Calpe geliefd. 

    ‘Veel mensen belden ons met de vraag of ze binnen drie dagen konden komen om vastgoed te kopen’

    Volgens Agnieszka Marciniak-Kostrzewa, die werkzaam is als vastgoedbeheerder aan de Costa del Sol, weerspiegelt de plotselinge stijging van de vraag naar woningen de onrust in Polen vanwege de oorlog in Oekraïne en de angst dat de gevechten zich naar Pools grondgebied zullen uitbreiden. ‘Ik kan twee perioden aanwijzen waarin de belangstelling voor de aankoop van vastgoed razendsnel steeg. De eerste was februari 2022, direct na het begin van de oorlog. De tweede begon in februari 2024, toen Rusland zijn offensief aan het front intensiveerde,’ vertelt ze. 

    In februari 2024 zei Trump dat hij tijdens zijn eerste termijn eens had gedreigd ‘Rusland aan te moedigen’ om een van de NAVO-leden aan te vallen die hun financiële verplichtingen tegenover het bondgenootschap niet nakomen. Deze uitspraak was volgens haar een wake-upcall voor de Polen. Ook de waarschuwingen van de Poolse premier Donald Tusk voor een ‘vooroorlogs tijdperk’ in Europa brachten veel Polen op de gedachte om een huis over de grens aan te schaffen. ‘Na die uitspraken van Trump en Tusk hebben veel mensen ons gebeld met de vraag of ze binnen drie dagen konden komen om vastgoed te kopen en hoeveel tijd de sleuteloverdracht in beslag zou nemen,’ vertelt Marciniak-Kostrzewa. 

    De advocaat María Ruis López, die zowel in Spanje als in Polen werkt, zegt dat de vraag naar de diensten van notarissen en juristen in drie jaar tijd ‘ongelooflijk hard’ is toegenomen. ‘Onze cliënten zeggen dat de belangrijkste reden om appartementen en huizen in Spanje aan te schaffen de angst voor de oorlog is. Mensen zijn bang voor Rusland, daarom willen ze graag een plaats “achter de hand” hebben,’ legt ze uit.   

    ‘Mensen zijn bang voor Rusland, daarom willen ze graag een plaats “achter de hand” hebben’

    Verkopers en tussenpersonen geven toe dat Polen zich bij hun beslissing om een woning te kopen soms laten leiden door hun emoties. Marciniak-Kostrzewa vertelt dat een van haar cliënten, uit angst dat de oorlog zich naar Polen zou uitbreiden, een appartement in Spanje kocht en vroeg of hij het mocht verhuren op voorwaarde dat hij er binnenkort in zou kunnen wonen. Toen ze hem uitlegden dat het uitzetten van een huurder enige tijd in beslag neemt, antwoordde hij: ‘Laat het dan maar leegstaan.’ 

    Tegen de achtergrond van een dreigende aanval van Rusland op de Baltische staten investeren ook steeds meer Litouwers en Esten in huisvesting in Spanje. Liivia Illak, een vastgoedmakelaar in Tallinn die appartementen in Spanje verkoopt, vertelt dat ze in 2023 heel wat meer van dat soort aanvragen heeft gekregen. ‘Ik kreeg steeds meer aanvragen binnen voor heel kleine appartementen, omdat mensen in Estland en Litouwen een plek hebben om snel naartoe te kunnen verhuizen. We zitten natuurlijk in de NAVO, maar in werkelijkheid zijn veel mensen erg bang voor een oorlog.’ 

    Economische factoren

    De vraag naar woningen stijgt mede als gevolg van de toegenomen koopkracht van de Polen. Dat Polen economisch succes boekt, blijkt uit het feit dat het bbp per hoofd van de bevolking is verdrievoudigd, aldus Marcin Piątkowski, hoogleraar aan de Koźmiński-universiteit. ‘Meer dan dertig jaar na de val van het communisme zijn de Polen rijker dan ooit tevoren. Veel mensen die begin jaren negentig een zaak zijn begonnen, willen nu met pensioen. En het thuiswerken dat door de pandemie gebruikelijk is geworden, heeft ervoor gezorgd dat jongeren een zorgelozer leven kunnen leiden en voor het warmere klimaat van Spanje kiezen,’ zegt hij. 

    Veel Polen zien vastgoed als een stabiele investering, vooral in tijden van globale onzekerheid. Over het algemeen zijn er twee redenen waarom ze vastgoed in Spanje kopen: ze willen erin gaan wonen, of ze willen het verhuren. Het potentieel van verhuur voor de korte termijn groeit: het aantal toeristen nam in de eerste helft van 2024 met 13 procent toe ten opzichte van diezelfde periode in 2023. Poolse kopers worden aangetrokken door de niet al te hoge levenskosten, het warme klimaat en de ontwikkelde sociale infrastructuur. Agnieszka Durlik, werkzaam bij de Poolse Kamer van Koophandel, noemt behalve de veiligheid ook de voordelige prijzen en de behoefte aan een warmer klimaat als de belangrijkste redenen waarom Polen meer interesse in Spanje hebben gekregen. 

    Een vierkante meter woonruimte is in Spanje een paar duizend zloty’s goedkoper dan in Polen. Zo heb je aan de Spaanse oostkust voor 400.000 zloty’s (ongeveer 95.000 euro) een appartement van zestig vierkante meter. Bovendien ligt het tempo waarin de vastgoedprijzen stijgen in Polen naar schatting hoger dan in Spanje. Daar komt bij dat de koers van de zloty sinds september 2023 sterker is dan die van de euro, wat de aankoop van vastgoed in het buitenland nog voordeliger maakt. 

    Veel Polen zien vastgoed als een stabiele investering, vooral in tijden van globale onzekerheid

    De volgende factor is de staat van de economie. Hoewel Spanje hard werd getroffen door de wereldwijde crisis van 2008 en de eurocrisis van 2012, is het land nu weer de weg naar dynamische ontwikkeling ingeslagen. Ook heeft de toeristische sector zich weer hersteld van de coronacrisis. Daarnaast is het mogelijk om bij een ontwikkelaar vastgoed te kopen waar je meteen in kunt gaan wonen. Een investeerder uit het buitenland hoeft alleen maar het meubilair aan te schaffen zonder nog allerlei andere grote investeringen te hoeven doen (zoals het controleren van ingehuurde werknemers). 

    Een andere oorzaak waardoor de vraag is toegenomen, is de soepele verkeersverbinding. Zo is het vier uur vliegen van Warschau naar Malaga. Ook de toegang tot kwalitatief hoogstaande medische zorg trekt investeerders aan. De meeste Poolse investeerders vallen in de leeftijdscategorie 35-plus, velen van hen hebben een gezin en daarom is goede medische zorg voor hen een prioriteit. Behalve openbare ziekenhuizen zijn er in het land ook veel privéklinieken, vooral aan de Costa del Sol. 

    De lokale vastgoedmarkt zou voor Polen nog aantrekkelijker kunnen worden nu de Spaanse regering voor de sector nieuwe regels heeft ingevoerd. In januari kondigde premier Pedro Sánchez een reeks maatregelen aan die huisvesting toegankelijker moeten maken. Een van de geplande maatregelen is de verhoging van de belasting op de verhuur van vastgoed aan toeristen en een belastingheffing van 100 procent op de aankoop van woonruimte door niet-ingezetenen van buiten de EU. Volgens Sánchez hebben niet-ingezetenen van buiten de EU alleen al in 2023 27.000 onroerende goederen aangeschaft, niet om erin te wonen, maar om winst te maken. Daardoor is er een tekort aan woonruimte ontstaan voor de Spanjaarden zelf. 

    Belastingverhogingen geven Polen een voordeel, terwijl niet-ingezeten kopers lijden onder de inperking van het ‘gouden visum’-programma. Dankzij dit programma kunnen mensen een verblijfsvergunning krijgen op voorwaarde dat ze investeren in vastgoed ter waarde van minimaal 500.000 euro. Bovendien hebben Polen er geen moeite mee om zich in Spanje aan te passen. In het land worden Poolse scholen geopend en in alle regio’s van het land kun je emigranten uit Polen aantreffen. Daar komt bij dat Polen groot fan zijn van de mediterrane leefstijl met zijn zonnige weer, dat een schril contrast vormt met de gure Poolse winters. Zes van de tien zonnigste steden van Europa liggen in Spanje. 

    Trekpleister voor Oekraïners, Polen en Russen

    Het Canadese dagblad The Globe and Mail, dat eveneens de toegenomen belangstelling van Oost-Europese kopers voor vastgoed in Spanje beschrijft, haalt het voorbeeld aan van Torrevieja, een kleine stad aan de Costa Blanca in de provincie Alicante die is uitgegroeid tot een heuse trekpleister voor Polen, Oekraïners en Russen. Een recente volkstelling toonde aan dat bijna de helft van de 100.000 inwoners van de stad buitenlanders zijn, van wie Polen, Oekraïners en Russen tot de grootste etnische groepen behoren. 

    Vastgoedmakelaars beamen dat ze het aantal aanvragen vanuit deze drie gemeenschappen maar nauwelijks kunnen bijbenen. ‘Het is gewoon gekkenwerk. Ze verhuizen niet allemaal hierheen, maar ze willen hun geld uit een gevaarlijk gebied halen en het investeren in een veiligere plek,’ verklaart Katarzyna Stadnicka, van het makelaarskantoor RO Spain Real Estate. De vraag naar huisvesting in de provincie Alicante is het hoogst onder de Polen. In 2023 hebben ze daar 2160 huizen gekocht, bijna drie keer zo veel als in 2021. 

    Ook het aantal Russen in de regio neemt toe. Ondanks de sancties die in 2022 en 2023 zijn ingevoerd, zijn ze erin geslaagd bijna 2500 villa’s en appartementen aan te schaffen. Oekraïners kopen er in Alicante ook gretig op los: in 2022 kregen ze de eigendom van 1036 onroerende goederen, in 2023 waren dat er 1400. Ter vergelijking: in 2021 sloten ze slechts 376 transacties. 

    Het doorsnee profiel van een Oekraïner die een luxe onroerend goed aanschaft, is een gezin dat op zoek is naar een villa met een terras en een huis met een tuin in de buurt van Barcelona of in een groene regio. De gemiddelde verkoopprijs ligt boven de 500.000 euro, zeggen ze bij het makelaarskantoor Uniko International Real Estate. 

    Fraude en okupas

    Hoewel het aantrekkelijk is om in Spaans vastgoed te investeren, waarschuwen marktdeelnemers voor wijdverbreide frauduleuze praktijken. Het is in Spanje al meer dan eens voorgekomen dat frauderende ontwikkelaars buitenlanders bedrogen, waarbij ze handig profiteerden van het feit dat een notariële akte in het Spaans moet worden opgesteld. Daarbij bestaat het risico dat, als een huis of appartement een tijdlang leegstaat, ze worden ingenomen door illegalen, de zogeheten okupas (krakers). Okupas handelen uit verschillende motieven: soms zijn ze wanhopig op zoek naar een dak boven hun hoofd, in andere gevallen hebben ze winst voor ogen. 

    Volgens gegevens van het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken zijn er in 2024 16.426 gevallen vastgesteld waarin mensen illegaal een woning binnendrongen – 7,4 procent meer dan in 2023. Catalonië staat ruim bovenaan de ranglijst illegale huisbezettingen met 7000 ingediende klachten – dat is meer dan 40 procent van alle gevallen. In deze situatie moest de overheid wel ingrijpen. In april 2025 werd een hervorming van het strafrecht van kracht die een verandering moet aanbrengen in de manier waarop de strijd tegen de krakers wordt gevoerd. De rechtszaken worden sindsdien behandeld volgens de ‘versnelde gerechtelijke procedure’.  

    ‘Daardoor is een snellere uitzetting mogelijk in gevallen waarin krakers een huis binnenvallen of illegaal eigendommen in bezit nemen. Het is een overgang van een traag en bureaucratisch naar een sneller proces dat het in theorie mogelijk maakt om mensen binnen vijftien dagen uit te zetten. Ja, het rechtssysteem is traag en problematisch, dat zal niet onmiddellijk verholpen zijn, maar het zal een stuk sneller gaan dan eerst,’ legt advocaat Xavi Abat uit. 

    Onder de nieuwe wet kan de rechtbank, als het oordeel in het nadeel van de krakers uitvalt, een gebod tot uitzetting uitvaardigen waartegen geen hoger beroep mogelijk is. Er wordt een concrete datum vastgesteld en vertegenwoordigers van de rechtbank zien erop toe dat de krakers uiterlijk op die datum worden uitgezet. In maart gaf de rechtbank huizenbezitters een extra drukmiddel in handen: het wettelijke recht om elektriciteit, water en gas in een gekraakt huis uit te schakelen zonder dat ze hoeven te vrezen voor strafrechtelijke vervolging. Nu zijn eigenaars van gekraakte huizen niet verplicht om de rekening voor water, gas of stroom te betalen zolang de krakers in hun huis wonen.

  • Bitcoin bereikt een nieuwe recordwaarde van ruim 109.400 dollar

    Bitcoin bereikt een nieuwe recordwaarde van ruim 109.400 dollar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Australië: één dode en drie vermisten door overstromingen in het oosten

    » Mexico-Stad: twee medewerkers van de burgemeester op vermoord

    Beide partijen in het Congres steunen de cryptomunt

    De digitale valuta bitcoin bereikte woensdag een nieuw record door de waarde van 109.499,80 dollar aan te tikken. ‘Na een stagnatie van enkele weken vanwege onzekerheid over de tarieven, nam de bitcoin in mei een hoge vlucht met een stijging van 15 procent in de maand’, aldus CNBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De digitale munt profiteert ook van een gunstig regelgevingsperspectief dankzij de steun voor cryptovaluta vanuit beide partijen in het Congres. Het vorige waarderecord van de bitcoin werd gevestigd op 20 januari, de dag van de inauguratie van de Amerikaanse president Donald Trump.

  • Thomas Piketty: ‘De VS zijn de controle over de wereld duidelijk aan het verliezen’

    Thomas Piketty: ‘De VS zijn de controle over de wereld duidelijk aan het verliezen’

    Trump zou willen dat de Pax Americana door de rest van de wereld met heffingen wordt gecompenseerd, zodat hij voor altijd van zijn tekorten af is. Het probleem is alleen dat zijn macht al tanende is en dat we ons moeten voorbereiden op een wereld zonder de VS, legt Piketty uit in zijn column.

    De VS zijn geen betrouwbaar land meer. Voor sommigen is dat oud nieuws. De oorlog in Irak in 2003, waarbij meer dan honderdduizend doden vielen, een regio blijvend werd gedestabiliseerd en Rusland zijn invloed herwon, confronteerde de wereld al met de kwalijke gevolgen van de Amerikaanse militaire overmoed. De huidige crisis is echter van een andere orde. Momenteel worden de economische, financiële en politieke machtsstructuren van een ontredderd land ter discussie gesteld, geleid door een onstabiele en grillige leider tegen wie geen democratisch kruid gewassen is.

    Om te bedenken hoe dit verder gaat, moeten we ons bewust zijn van de veranderingen die momenteel plaatsvinden. Dat de Trump-aanhangers zo’n bruut en wanhopig beleid voeren, komt doordat ze niet weten hoe ze moeten reageren op de economische verzwakking van het land. Uitgedrukt in koopkrachtpariteit – dat wil zeggen in reële hoeveelheid goederen, diensten en uitrusting die jaarlijks wordt geproduceerd – heeft het bbp van China dat van de VS al in 2016 overtroffen. Het ligt momenteel meer dan 30 procent hoger en zal tegen 2035 het dubbele bedragen van het Amerikaanse bbp. De realiteit is dat de Verenigde Staten de controle over de wereld aan het verliezen zijn.

    Sterker nog, de opeenhoping van Amerikaanse handelstekorten heeft ertoe geleid dat de externe publieke en private schuld van het land dit jaar een ongekende hoogte heeft bereikt van 70 procent van het bbp. Stijgende rentetarieven zouden de VS kunnen dwingen tot aanzienlijke rentebetalingen aan de rest van de wereld, waaraan ze tot dusver enkel zijn ontkomen doordat ze de touwtjes van het mondiale financiële systeem in handen hebben. In dat licht moeten we dan ook het taboedoorbrekende voorstel van de trumpistische economen zien om belasting te heffen op de rente die wordt uitbetaald aan buitenlandse houders van Amerikaanse staatsobligaties. Alsof dat nog niet genoeg is wil Trump zijn land erbovenop helpen door zich Oekraïense mineralen toe te eigenen – en Groenland en Panama op de koop toe.

    ‘Trump is in feite niets meer dan een gedwarsboomde koloniale machthebber’

    Vanuit historisch oogpunt bezien is het opmerkelijk dat het enorme Amerikaanse handelstekort, dat tussen 1995 en 2025 jaarlijks gemiddeld zo’n 3 tot 4 procent van het bbp bedroeg, maar één precedent kent voor een economie van een dergelijke omvang: het is ongeveer het gemiddelde handelstekort van de grote Europese koloniale machten (het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Nederland) tussen 1880 en 1914. Het verschil is dat deze landen over enorme buitenlandse activa beschikten, die zoveel rente en dividenden opleverden dat ze hun handelstekort ruimschoots konden financieren, terwijl ze tegelijkertijd hun buitenlandse vorderingen konden blijven uitbreiden.

    Trump is in feite niets meer dan een gedwarsboomde koloniale machthebber. Hij wil dat de Pax Americana, net als die van Europa in het verleden, door de rest van de wereld dankbaar met subsidies wordt gecompenseerd, zodat hij voor altijd van zijn tekorten af is. Het probleem is alleen dat de macht van de VS al tanende is en dat de tijd zich niet langer leent voor deze brute en ongebreidelde vorm van kolonialisme. Trump lijkt niet te beseffen dat de Verenigde Staten in 1945 wereldleider zijn geworden dankzij de breuk met de Europese koloniale orde en de invoering van een ander ontwikkelingsmodel, gebaseerd op het democratische ideaal en een aanzienlijke onderwijskundige voorsprong op de rest van de wereld. Daarmee ondermijnt hij het morele en politieke prestige waarop dat wereldleiderschap is gebouwd. 

    Een nieuwe Europese economie

    Hoe moet Europa op deze teloorgang reageren? Allereerst door zich op de zuidelijke landen te richten met het voorstel tot een nieuw sociaal en ecologisch multilateralisme te komen ter vervanging van het liberale multilateralisme, dat ten dode is opgeschreven. Europa moet zich eindelijk achter een ingrijpende bestuurshervorming van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank scharen, zodat kan worden afgestapt van het huidige censuskiesrecht en landen als Brazilië, India en Zuid-Afrika de plaats krijgen die ze toekomt. Als Europa de kant van de VS blijft kiezen in een poging dit onomkeerbare proces te stoppen, zullen de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) onvermijdelijk een parallelle internationale architectuur opbouwen, onder leiding van China en Rusland.

    Als Sub-Saharaans Afrika de afgelopen decennia van betere handelsvoorwaarden had kunnen profiteren, had het kunnen investeren in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg. In plaats daarvan behelpen de regeringen daar zich manmoedig met een schrijnend gebrek aan middelen: amper tweehonderd euro per jaar, uitgedrukt in koopkrachtpariteit, voor een leerling in het lager en middelbaar onderwijs, terwijl elk kind in het Noorden op veertig tot vijftig keer meer kan rekenen (achtduizend euro in Europa, tienduizend in de VS).

    Ook heeft Europa in 2024 een ernstige fout gemaakt door zich te verzetten tegen het voorstel voor fiscale rechtvaardigheid dat Brazilië bij de G20 had ingediend en door tegen een raamwerkverdrag voor eerlijke belastingheffing binnen de VN te stemmen, wederom samen met de Verenigde Staten, zodat de OESO en de kring van rijke landen de controle konden houden over kwesties die als te belangrijk werden beschouwd om aan armere landen over te laten.

    ‘Europa moet eindelijk zijn rol in het wereldwijde gebrek aan handelsevenwicht erkennen’

    Europa moet eindelijk zijn rol in het wereldwijde gebrek aan handelsevenwicht erkennen. Het is gemakkelijk om kritiek te uiten op de objectief buitensporige handelsoverschotten van China, dat – net als het Westen destijds – zijn machtspositie benut om lage prijzen te bedingen voor grondstoffen en de wereld te overspoelen met industriële goederen. Toch profiteert de Chinese bevolking hier nauwelijks van; zij zou meer gebaat zijn bij hogere lonen en een degelijke sociale zekerheid.

    Ook Europa neigt in feite naar onderbesteding en onderconsumptie binnen zijn eigen grenzen. Tussen 2014 en 2024 kende de Verenigde Staten een gemiddeld jaarlijks handelstekort (goederen en diensten) van ongeveer 800 miljard dollar. In dezelfde periode boekte Europa een gemiddeld overschot van 350 miljard dollar – bijna evenveel als China, Japan, Zuid-Korea en Taiwan samen (450 miljard). Wil Europa daadwerkelijk bijdragen aan een sociaal en ecologisch rechtvaardiger ontwikkelingsmodel, dan zal er veel meer nodig zijn dan de extra militair-budgettaire investeringen van Duitsland of de minimale CO₂-grensheffingen die momenteel worden overwogen.

  • Deze vier vrienden delen hun inkomen

    Deze vier vrienden delen hun inkomen

    Een groep vrienden heeft een gemeenschappelijke rekening, omdat ze rechtvaardiger met geld willen omgaan. Meebetalen aan reizen en vanaf 100 euro elke uitgave bespreken: kan dat echt goed gaan?

    Twee bevriende stellen van begin dertig ontmoeten elkaar in een woning aan een binnenplaats in de Berlijnse wijk Neuköln – tot zover niks bijzonders. Zoals elke zes weken hebben Laura en Madru met Jana en Luka afgesproken in hun woongemeenschap. Omdat ze in hun respectieve beroepen veel met mensen te maken hebben, met patiënten en cliënten, willen de vier hun echte namen liever niet gepubliceerd zien. ‘We hebben besloten de reis naar de Galapagos te maken,’ zegt Jana. In plaats van ze ermee te feliciteren of door te vragen, knikken Laura en Madru alleen maar. Ze weten beiden namelijk al veel over de geplande reis door Latijns-Amerika, die in totaal drie maanden zal duren. Ook wat het zal kosten. Want ze betalen eraan mee, zonder dat ze meegaan.

    De groep deelt alle inkomsten en uitgaven. Aan het begin van iedere maand maken ze hun inkomen over op een gemeenschappelijke rekening, en nemen daarvan op naar behoefte. Wie hoeveel verdient speelt daarbij geen rol. Dit concept hebben de vrienden niet zelf bedacht, het heet gemeinsame Ökonomie [‘gemeenschappelijk huishouden’], afgekort GemÖk, en is afkomstig uit linkse kringen. Het bijzondere is: de groepen kunnen bestaan uit slechts twee of wel meer dan tien deelnemers, die vaak niet eens samenwonen. Anders dan in klassieke communes delen ze dus niet hun dagelijks leven, maar alleen hun geld.

    Een radicaal model dat zekerheid belooft

    Hoeveel jonge mensen net als de groep uit Neuköln in dit model zekerheid zoeken, is niet bekend. Er bestaat geen GemÖknetwerk met vaste structuren. Maar in de afgelopen jaren zijn er waarschijnlijk meer dan tien van dit soort groepen gevormd in heel Duitsland. Dat schat een lid van de eerste GemÖk, die eind jaren negentig ontstond uit een woongemeenschap van studenten in Göttingen, onder de naam ‘Finanzcoop’. De zeven leden delen tot op heden hun inkomen. In 2019 publiceerden ze een boek over hun concept. Sindsdien meldden zich steeds meer geïnteresseerden bij hen, vooral jonge mensen die het delen willen uitproberen.

    Het is een radicaal model, dat in theorie financiële zekerheid belooft door de steun van de gemeenschap en een andere, solidaire omgang met geld. Het is een zekerheid waar velen naar verlangen in een tijd waarin de ene crisis op de andere volgt. En waarin een fatsoenlijke rente even onwaarschijnlijk lijkt als de mogelijkheid om ooit een woning te kopen. Der Spiegel sprak met twee GemÖks om uit te vinden of deze nieuwe omgang met geld op den duur werkelijk de verlangde zekerheid brengt – of alleen maar nieuwe problemen.

    ‘We waren ook gewoon nieuwsgierig hoe het voelt om te delen, en of het zou werken’

    Een podcastserie met de Finanzcoop-groep bracht Jana en Luka twee jaar geleden op het idee hun inkomen te delen met Laura en Madru. ‘We waren ook gewoon nieuwsgierig hoe het voelt om te delen, en of het zou werken,’ zegt Laura. Niet veel later spraken de vier af op het Tempelhofer Feld. Elk had een blaadje met de eigen inkomsten en uitgaven bij zich, herinneren ze zich. Toen hebben ze ‘gewoon alles bij elkaar gegooid’. Kort daarna openden ze een gezamenlijke rekening. Na een testperiode van zes maanden besloten ze uiteindelijk om door te gaan met het concept.

    Het was van het begin af aan te voorzien dat de leden op de lange termijn heel verschillende inkomens zouden krijgen. Laura en Jana zijn sociaal werkers, Madru is ergotherapeut, Luka werkt als arts en volgt een opleiding tot psychiater. Doordat hij nog zijn studiekosten afbetaalt, zouden alle vier ongeveer evenveel bijdragen, vertelt de groep. Maar het is nu al duidelijk dat Luka op den duur met afstand het hoogste inkomen zal inleggen. Je zou kunnen zeggen: zulke verschillen moet een GemÖk niet alleen aankunnen, ze vormen zelfs de kern van de zaak. De vraag is hoe je daar op de juiste manier mee omgaat. 

    f gemok gruppe 20 2 32841712825343745
    © Kseniia Apresian

    Ook al benadrukt de groep dat ze hun geld ‘gewoon bij elkaar gegooid’ hebben en het hebben uitgeprobeerd, er zijn toch een paar regels. Zo is er bijvoorbeeld de 100 euro-regel: boodschappen en aankopen van meer dan 100 euro moeten met de groep worden afgestemd. Wie de nieuwe koffiemachine of het extra paar schoenen onnodig acht, kan een veto uitspreken. Maar dat is nog nooit nodig geweest. 

    Voor uitgaven voor de gezondheid, zoals een tandartsrekening, is geen toestemming van de groep nodig, maar voor vakantieplannen zoals de reis naar Latijns-Amerika wel. In de afgelopen twee jaar hebben de vier geld gespaard, samen ongeveer 15.000 euro. Daarmee zouden ze intussen het maandenlang wegvallen van twee inkomens kunnen opvangen, bijvoorbeeld tijdens de reis door Latijns-Amerika. Maar ze moeten samen besluiten of ze dat ook willen.

    Knelmomenten

    Dat gebeurt in de zogeheten ‘poenronde’, waarvoor de leden om de zes weken bijeenkomen. Daarbij gaat het niet alleen om geld. De groep begint in de regel eerst altijd met de ‘emo-ronde’, een soort inventarisatie van hoe het met iedereen gaat. Ze moeten allemaal vertellen hoe ze zich voelen, waar ze mee te kampen hebben, waar ze blij mee zijn.

    Dan pas gaat het over het geld. Nadat de groep in Berlijn-Neuköln vandaag heeft ingestemd met de reis van Jana en Luka – kosten: ongeveer 2500 euro per maand – neemt Madru het woord. Hij wil minder gaan werken als ergotherapeut. ‘Dat zou 300 euro minder zijn per maand’, zegt hij. ‘Zo veel?’ vraagt Jana.

    Op dit soort momenten, waar het in dit model van ‘al het geld bij elkaar gooien’ op aankomt, schuurt het. Wie niet alleen voor zichzelf, maar voor een hele groep financiële beslissingen neemt, moet voortdurend afwegen: wat kan ik mezelf gunnen, wanneer moet ik me matigen voor de anderen? De antwoorden daarop zijn zelden eenvoudig. Om ze te vinden moet een GemÖk in het dagelijks leven voortdurend overleggen over de vraag wat in het leven werkelijk nodig is, en samen beslissen wat nu eigenlijk rechtvaardig is. Dat zijn dus de grote vragen.

    Maar de vier vrienden uit Berlijn lijken er niet veel moeite mee te hebben, te oordelen naar wat ze vertellen. En zo gaat het ook deze middag, waarop veel cijfers en wensen door de kamer vliegen en toch alle besluiten unaniem worden genomen. Ze noemen zich voor de grap ‘GlamÖk’, vertelt Madru. ‘Niet omdat we zo glamoureus leven, maar omdat we allemaal meer verdienen dan we uitgeven.’ Met maar vier leden die dicht bij elkaar wonen is het bovendien makkelijker het overzicht te houden over alle uitgaven en elkaar regelmatig te treffen en van gedachten te wisselen.

    Een systeem op afstand

    De uit zeven leden bestaande GemÖk van Robin (25) heeft het moeilijker. Net als Laura en Jana is ze sociaal werker en ze woont in de Berlijnse wijk Wedding. Ook Robin wil liever niet haar echte naam noemen, omdat ze als klimaatactivist deelneemt aan bezettingsacties. De zes andere deelnemers aan haar GemÖk wonen verspreid over heel Duitsland: van Berlijn tot in het Ruhrgebied en van Hessen tot in Nedersaksen. Ze kennen elkaar allemaal van de Dännenroder Forst, een stuk bos dat in oktober 2019 door klimaatactivisten werd bezet, om de gedeeltelijke kap ervan voor de verbreding van een autosnelweg te verhinderen. Tijdens de bezetting was het idee opgekomen om een GemÖk te beginnen. Een paar activisten daar hadden dat al eens eerder gedaan, zegt Robin. ‘Ons idee was om de verschillen tussen mensen qua financiële mogelijkheden op te heffen, omdat die onrechtvaardig zijn.’

    Omdat de zeven leden in vier verschillende deelstaten wonen, hadden ze een systeem nodig voor hun gedeelde geld dat ook op afstand zou functioneren. Ze besloten al snel dat elk zijn eigen rekening zou houden en dat ze als groep een digitaal systeem zouden gebruiken. In haar woning in Wedding laat Robin op haar laptop de door de groep zelf opgezette website zien. Het is een soort boekhoudsysteem dat verschillende geldpotjes beheert. Alle leden voeren hun inkomsten en uitgaven in, het totaalbedrag wordt dan volgens een vaste verdeelsleutel automatisch verdeeld over de verschillende potjes. Bijna 90 procent gaat elke maand naar de ‘courante uitgaven’, dus de kosten van levensonderhoud; voor reizen wordt daarentegen op het moment 2,5 procent opzijgezet.

    Vertrouwen en zekerheid

    Waarvoor de leden hun geld uitgeven, loopt sterk uiteen. De groep heeft het bijvoorbeeld voor Robin mogelijk gemaakt haar studie af te maken zonder dat ze een bijbaan hoeft te nemen. Een ander lid kon onlangs beginnen met een niet door de verzekering vergoede therapie, en weer een ander heeft voor 1000 euro een laptop aangeschaft.

    Naast het geld is echter vooral één ding belangrijk: vertrouwen. Alleen dat voorkomt dat iemand inkomen achterhoudt of er eenvoudigweg vandoor gaat met een groot bedrag. Een onderling contract is er immers niet, zegt Robin. Tegelijkertijd heeft de GemÖk haar band met de andere leden nog verder versterkt. ‘Wij zijn geen familie, niet alleen maar vrienden, en hebben ook geen liefdesrelatie, maar we vormen een hechte groep,’ zegt Robin. Zij en de andere leden zijn voor elkaar niet alleen financiële, maar ook emotionele raadgevers en ze hebben al voor veel besluiten de verantwoordelijkheid met elkaar gedeeld.

    Deze band is ook bestand tegen de spanningen die het delen van geld met zich meebrengt. De groepsleden zullen hun koopgedrag onderling regelmatig kritisch bevragen en bespreken. Maar ze voelen zich daardoor niet beperkt, zegt Robin. De discussies in de groep hebben haar laten zien dat er ook voor een vliegticket in een enkel geval goede redenen kunnen zijn.

    ‘Wij zijn geen familie, niet alleen maar vrienden, en hebben ook geen liefdesrelatie, maar we vormen een hechte groep’

    Dat Robin zelf spaarzaam leeft, merk je al gauw als je haar woongemeenschap bezoekt. Haar kamer beslaat amper negen vierkante meter, waarvan het grootste deel in beslag wordt genomen door het bed. Daarboven hangen foto’s die haar samen met de andere GemÖk-leden tonen op een Zwitserse bergweide, waar ze een keer bijeenkwamen voor een poenronde. Aan de muur ertegenover hangen twee akoestische gitaren. Robin schrijft zelf liedteksten, ze is in de zomer twee maanden op tournee geweest, vertelt ze. Ze heeft concerten gegeven in cafés en cultuurcentra, in woonkamers en op klimaatkampen. Dat was mogelijk dankzij de steun van haar gemeenschap.

    f gemok gruppe 25 40831712825343744
    © Kseniia Apresian

    Deze vrijheid was een van de kerndoelen van haar GemÖk, zegt Robin. Omdat de leden met hun geld voor elkaar instaan, kunnen ze activiteiten ontplooien die ze belangrijk vinden, zonder steeds op de financiën te hoeven letten. ‘Dat kan betaald werk zijn, maar ook activisme of je een half jaar lang oriënteren op iets nieuws.’ 

    Wat houdt de groep bij elkaar?

    Maar dit ‘voor elkaar instaan’ kent ook zijn grenzen. Onlangs is iemand uit de groep gestapt, vertelt Robin. Zij had in een poenronde voorgesteld om langdurig te sparen voor de aankoop van een boerderij. Dat idee was niet bij iedereen goed gevallen. Alleen al over de vraag of ze wel langdurig voor iets wilden sparen, werd gediscussieerd. Tot dan toe hadden ze geld dat over was vaak in de vorm van renteloze kredieten uitgeleend aan verschillende kleine duurzaamheidsprojecten. Een paar leden wilden bovendien het houden van vee niet steunen, laat staan het zelf bedrijven van veeteelt. 

    Toen dat uitmondde in een conflict, belegde de groep een bijeenkomst om te praten over ‘wat ons eigenlijk bindt’, vertelt Robin. Maar voordat de bijeenkomst plaatsvond, had de betreffende persoon de groep al verlaten. ‘Haar levensplan had zich in een andere richting ontwikkeld,’ zegt Robin, ‘en dat leidde ook tot haar besluit.’

    ‘Voor mij is het belangrijkste te weten dat deze groep van mensen bestaat, die er gewoon voor mij zijn’

    Principiële discussies zoals deze klimaat-GemÖk die op dit moment voert, zijn nodig om de mogelijkheden maar ook de grenzen van het model te kunnen verkennen. Want een einddatum hebben de GemÖks doorgaans niet. ‘We maken in principe plannen voor onbepaalde tijd,’ zegt Luka van de groep van vier uit Berlijn. Dat GemÖks in staat zijn existentiële vragen als grote salarisverschillen of het krijgen van kinderen op de lange termijn op te lossen, toont de eerste GemÖk uit Göttingen aan. Maar zelfs daar zoeken ze na bijna dertig jaar nog naar een echte oplossing hoe je voor de groep een oudedagsvoorziening voor elkaar krijgt.

    Het delen van geld alleen is evenwel niet de belangrijkste motivatie om deel te nemen aan een GemÖk. Naast de financiële zekerheid kan deze manier van leven een minstens zo grote sociale geborgenheid bieden, zoals de leden het beschrijven. ‘Voor mij is het belangrijkste te weten dat deze groep van mensen bestaat, die er gewoon voor mij zijn,’ zegt Robin. Uiteindelijk zijn het misschien wel de gemeenschappelijke ervaringen die het delen van geld voor hen mogelijk hebben gemaakt, die de groep bij elkaar hebben gehouden, zegt Luka. Hij denkt vaak terug aan de eerste avond, toen de GemÖk na de bijeenkomst op het Tempelhofer Feld bijeenkwam. ‘Dat was een fantastisch moment: voor het eerst 200 euro opnemen van de gezamenlijke rekening en gewoon een feestje gaan vieren.’

  • Zijn de dagen van de dollar geteld?

    Zijn de dagen van de dollar geteld?

    De Amerikaanse dollar heeft decennialang de internationale financiële wereld gedomineerd, maar er verschijnen scheuren in het systeem. Is dit het begin van het einde van de dollardominantie?

    De VS halen in de internationale financiële wereld al decennialang een ongekend voordeel uit de status van de dollar als belangrijkste mondiale reservemunt. Door handelsoverschotten met de VS bouwen andere landen grote dollarreserves op, waarvan ze het leeuwendeel grif beleggen in Amerikaans schatkistpapier. Dankzij deze constante recycling van mondiaal spaargeld kunnen de VS hun hardnekkige federale begrotingstekorten (in 2024 6,4 procent van het bbp) blijven financieren zonder dat internationale investeerders een wenkbrauw fronsen. 

    Lange tijd leek dat een onwankelbaar systeem. Maar nu begint het barsten te vertonen. De rentetarieven van Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van tien jaar zijn tussen september vorig jaar en januari van dit jaar met 100 basispunten gestegen, terwijl de Federal Reserve de kortetermijnrente juist met evenveel punten verlaagde. De economen Rashad Ahmed en Alessandro Rebucci omschrijven deze ontwikkeling als de omgekeerde versie van Greenspans befaamde ‘renteraadsel’. De oorzaak is volgens hen de afnemende vraag naar dollarobligaties onder buitenlandse overheden als gevolg van de toenemende zorgen over het Amerikaanse beleid van sancties opleggen en tegoeden bevriezen.

    China

    Die trend is vooral opvallend in China, dat na Japan de grootste bezitter van Amerikaanse staatsleningen is. Naarmate China’s handelsoverschot slonk heeft het land ook zijn internationale beleggingsstrategie veranderd. In plaats van zo veel mogelijk staatsobligaties te vergaren spreidt het zijn risico’s nu ook over andere dollareffecten, zoals aandelen (30,6 procent van de totale buitenlandse activa in 2024) en schuldinstrumenten (25 procent). Het totaalbedrag aan Amerikaanse staatsleningen in handen van Chinese overheidsinstellingen ligt daardoor nu op het laagste niveau sinds 2009, zo’n 550 miljard dollar lager dan op het hoogtepunt in 2011. Daarbij is het totaalbedrag van Amerikaanse staatsleningen in het bezit van Chinese beleggers gedaald tot net 759 miljard dollar in 2024, waar dat in 2015 nog 1,27 biljoen dollar bedroeg. Ook de valutareserve van China is gedaald, van 3,8 biljoen dollar in 2014 naar 3,2 biljoen nu.

    Europa is stilletjes in dit gat gesprongen. Het Britse bezit aan Amerikaans schatkistpapier bedroeg tien jaar geleden net 207 miljard dollar, maar is inmiddels ruim verdrievoudigd tot zo’n 740 miljard dollar begin dit jaar. In diezelfde periode is dat bedrag voor alle EU-landen gegroeid van 931 miljard naar meer dan 1,5 biljoen dollar. Het grootste deel van die groei zit waarschijnlijk bij particuliere beleggers op zoek naar hogere rendementen.

    Voor landen buiten de kring van Amerikaanse bondgenoten wordt het bezit van Amerikaanse staatsleningen minder aantrekkelijk

    Maar voor landen buiten de snel krimpende kring van Amerikaanse bondgenoten wordt het bezit van Amerikaanse staatsleningen minder aantrekkelijk. De markt voor schatkistpapier en de koers van de dollar zijn tot nu toe redelijk stabiel gebleven, maar verdere afname van het buitenlands bezit van Amerikaanse staatsleningen kan de rente van het schatkistpapier opdrijven, de dollar verzwakken en de stabiliteit van het internationale financiële systeem ondermijnen. Als internationale beleggers helemaal geen Amerikaanse staatsleningen meer willen, komt de positie van de dollar als de belangrijkste reservemunt van de wereld in gevaar (al zal de munt misschien wel voor internationale handelstransacties gebruikt blijven worden).

    Toch lijkt dit scenario voorlopig niet heel waarschijnlijk. Het is nog steeds aantrekkelijk om een voorraad van de meest gewilde staatsobligaties ter wereld in bezit te hebben, en het wordt alleen maar aantrekkelijker naarmate landen door de verkoop van schatkistpapier de Amerikaanse rentetarieven opdrijven en zo helpen het Amerikaanse handelstekort te verlagen en de vooruitzichten voor de dollar op de lange termijn te verbeteren. Naarmate de dollar meer waard wordt en de obligatierentes stijgen, dalen de alternatieve kosten en wordt Amerikaans schatkistpapier aantrekkelijker voor beleggers.

    Er is met andere woorden sprake van een zelfcorrigerende dynamiek bij het lozen van Amerikaans schatkistpapier, waardoor de omvang van deze uitverkoop beperkt blijft. Dat betekent dat buitenlandse investeerders niet massaal naar de uitgang stormen, maar hun posities eerder geleidelijk zullen aanpassen. Het buitenlands bezit van Amerikaans schatkistpapier zal dus misschien dalen, maar er is waarschijnlijk geen reden om te vrezen dat de vraag totaal zal instorten.

    Afhankelijkheid

    De kosten van een snelle wereldwijde breuk met de dollar zijn weliswaar extreem hoog, maar dat wil niet zeggen dat de dominante positie van de Amerikaanse munt onaantastbaar is. China ijvert voor internationaal gebruik van de renminbi, en zowel China als de landen in de eurozone zijn zich steeds meer bewust van hun buitensporige afhankelijkheid van het Amerikaanse financiële systeem en alle geopolitieke risico’s die dat met zich meebrengt. Toch zal men niet snel van de dollar afstappen, laat staan van de ene dag op de andere.

    Maar de omstandigheden kunnen veranderen. Zolang de Amerikaanse dollar zijn dominante positie behoudt als munt bij uitstek die internationale handel en grensoverschrijdende geldstromen faciliteert en waarin landen hun reserves aanhouden, zullen de baten van het aanhouden van Amerikaanse obligaties waarschijnlijk een rem zetten op de grootschalige verkoop ervan. Maar de Amerikaanse instellingen moeten dan wel sterk en geloofwaardig genoeg blijven om het vertrouwen in het schatkistpapier overeind te houden. En in een tijd van sterk toenemende politieke en institutionele onzekerheid is dat bepaald geen uitgemaakte zaak.

  • Economische crisis in Bolivia bereikt nieuw dieptepunt

    Economische crisis in Bolivia bereikt nieuw dieptepunt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vaticaan: paus Franciscus voor het eerst in lange tijd weer in het openbaar verschenen

    » VS: Hooggerechtshof oordeelt dat bendeleden mogen worden gedeporteerd

    Bolivianen vluchten over de grenzen naar aanliggende landen

    De economische crisis in Bolivia is nog drastischer geworden. Volgens de officiële wisselkoers staat 6,95 Boliviano gelijk aan één Amerikaanse dollar, maar op de alsmaar groeiende informele markt is dit inmiddels 13 Boliviano. De buitenlandse valutareserves zijn gezakt van 15 miljard dollar in 2014 tot 2 miljard in 2024. Daarbij komt dat de brandstofvoorraad in het land blijft afnemen, bericht The Rio Times.

    De nationale valuta, Boliviano, heeft ongeveer veertig procent van zijn waarde verloren ten aanzien van de Amerikaanse dollar sinds 2023. Beperkte importmogelijkheden en gesubsidieerde brandstof hebben geleid tot tekorten, meldt France24. Terwijl er op straat protesten zijn tegen de inflatie en de hoge prijzen, zijn president Luis Acre en zijn voorganger Evo Morales verwikkeld in een strijd om het presidentschap met het oog op de verkiezingen in augustus.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Nu de crisis een nieuw dieptepunt heeft bereikt, beslissen sommige Bolivianen om over de grenzen naar oplossingen te zoeken. Grote migratiestromen van Bolivianen trekken richting Peru, ten noorden van het land, op zoek naar basisgoederen of met de bedoeling een nieuw leven in het buurland op te bouwen. Uit angst voor een hoge toename van illegale immigratie heeft buurland Chili het aantal militaire eenheden langs de grens opgeschroefd. Experts vergelijken de Boliviaanse crisis nu met die van Venezuela, waar duizenden zijn geëmigreerd in de hoop op betere economische kansen elders, aldus The Rio Times.

  • Erven wordt bijna net zo belangrijk als werken

    Erven wordt bijna net zo belangrijk als werken

    De grote vermogens van babyboomers betekenen dat ze meer geld hebben om door te geven. Een groot aantal mensen in Europa kan al comfortabel leven van een erfenis en werken is zelfs niet altijd meer nodig. Dat vormt een gevaar voor het kapitalistisch systeem en het functioneren van onze samenleving.

    Als je hard werkt, zul je succes hebben, krijgen kinderen te horen. De afgelopen decennia heeft dit advies voor de getalenteerden en ijverigen onder ons goed uitgepakt. Veel mensen hebben zelf kapitaal vergaard en zitten er warmpjes bij, ongeacht de hoeveelheid geld die ze hebben geërfd. Maar tegenwoordig groeit het belang van overgeërfde rijkdom in rijke landen, en dat is problematisch. 

    In ontwikkelde landen wordt dit jaar rond de 6 biljoen dollar aan vermogen geërfd, ongeveer 10 procent van het bbp, terwijl dat halverwege de twintigste eeuw in een aantal rijke landen gemiddeld 5 procent was. Het aandeel in de nationale productie dat gevormd wordt door geldstromen afkomstig uit erfenissen is in Frankrijk sinds de jaren zestig verdubbeld, en in Duitsland sinds de jaren zeventig bijna verdrievoudigd. Of jonge mensen het zich kunnen veroorloven om een huis te kopen en in redelijke welvaart te leven wordt bijna in even grote mate bepaald door overgeërfde rijkdom als door hun carrière. Deze verandering heeft alarmerende economische en maatschappelijke gevolgen, omdat ze niet alleen het meritocratische ideaal, maar ook het kapitalisme zelf in gevaar brengt.

    Iedereen erft meer

    De erfenisexplosie is ten dele een weerspiegeling van een rijk geworden, vergrijzende samenleving. Naarmate economieën rijker werden, vergaarden ze kapitaal per werknemer: kapitaal dat iemand moet bezitten. Maar aangezien het tempo van de economische groei is afgenomen en de huizenmarkt is ontploft, is de omvang van dit vermogen ten opzichte van de inkomsten uit arbeid snel gestegen. Nergens is deze combinatie van enorme rijkdom en aanhoudende economische stagnatie zo duidelijk als in Europa, waar de productiviteitsgroei al tijden bedroevend laag is.

    Meer vermogen betekent meer geld voor babyboomers om door te geven. En aangezien vermogen veel oneerlijker verdeeld is dan inkomen uit arbeid, zien we nu een ‘erfocratie’ ontstaan.

    Kijk maar eens naar de ontwikkeling van de vermogens van de superrijken. Tijdens een groot deel van de twintigste eeuw gingen enorme familiefortuinen vaak verloren door slechte investeringen, of door oorlog en inflatie. Zo is weleens berekend dat als de rijkste Amerikaanse families in 1900 passief hadden belegd op de beurs, per jaar 2 procent van hun vermogen hadden uitgegeven en het gangbare aantal kinderen hadden gekregen, er nu ongeveer zestienduizend oudgeldmiljardairs in Amerika zouden zijn. In werkelijkheid zijn er nog geen duizend miljardairs, en de overgrote meerderheid daarvan heeft dat vermogen zelf vergaard.

    Vandaar dat je bankiers en advocaten nu tegen elkaar ziet opbieden om de huizen van overleden taxichauffeurs te kopen

    Maar deze trend wordt nu gekeerd, misschien omdat miljardairs niet alleen rijkdom vergaren, maar ook beter worden in het behouden ervan. Volgens cijfers van investeringsbank UBS werden in 2023 drieënvijftig mensen miljardair dankzij een erfenis, niet eens zo veel minder dan de vierentachtig nieuwe miljardairs die hun kapitaal zelf bij elkaar hadden verdiend. Dat komt wellicht doordat het tegenwoordig makkelijk is om je vermogen in een indexfonds onder te brengen en doordat de principes van vermogensbeheer nu beter worden begrepen. Bovendien zijn veel regeringen zo vriendelijk geweest om de erfbelasting te verlagen.

    Maar wat nog het meest opvalt aan de erfocratie, is dat het hierbij niet alleen om de superrijken gaat. De gemiddelde erfgenaam is iemand die een gewoon huis erft, of de opbrengsten uit de verkoop daarvan, niet een superjacht of een landgoed. En de waarde van woningen is de afgelopen decennia de lucht in geschoten, vooral in steden als Londen, New York en Parijs. Degenen die het geluk hadden om onroerend goed te kopen vóór de aanhoudende stijging van de huizenprijzen, hebben daar veel aan verdiend en hun erfgenamen heel wat meegegeven. Vandaar dat je bankiers en advocaten nu tegen elkaar ziet opbieden om de huizen van overleden taxichauffeurs te kopen. Nu woonruimte in steden als New York en Londen bijna niet meer te betalen is, kun je je daar met een gemiddeld inkomen geen gemiddelde levensstijl meer permitteren. Je hebt er een behoorlijk kapitaal voor nodig – of je dat nou erft of gewoon krijgt van je ouders.

    Rentenier werken niet

    Als je dit alles in ogenschouw neemt, wordt het groeiende belang van erfenissen duidelijk. In Groot-Brittannië zal naar schatting een op de zes mensen die in de jaren zestig zijn geboren een bedrag erven dat groter is dan tien jaar het gemiddelde jaarsalaris van die generatie. Bij degenen die in de jaren tachtig zijn geboren is dat aantal een op de drie. Ondertussen zijn er schrikbarend grote verschillen in de omvang van de erfenissen die mensen krijgen. Een vijfde van de 35- tot 45-jarigen zal naar verwachting minder dan 10.000 pond erven, terwijl een kwart naar verwachting meer dan 280.000 pond zal erven.

    Voor aanhangers van het vrijemarktdenken zou de opkomst van de nieuwe erfocratie zeer verontrustend moeten zijn. Om te beginnen ontstaat op deze manier een klasse van renteniers die aan een reeks negatieve drijfveren blootstaan. Een belastingsysteem vol mazen betekent dat de rijken veel tijd besteden aan het omzeilen van de regels; die tijd zouden ze beter kunnen gebruiken om hun kapitaal in te zetten voor productievere doeleinden. Om hun bezittingen te beschermen ontpoppen huiseigenaren zich als nimby’s, die de bouw van nieuwe woningen tegenhouden en woningen onbetaalbaar maken voor degenen die niet op een erfenis kunnen rekenen. In de wetenschap dat ze kunnen terugvallen op hun erfenis zullen renteniers bovendien weinig motivatie hebben om te werken of te innoveren.

    Nog grotere zorgen baart het feit dat een erfenisloze onderklasse achterblijft – en steeds ontevredener zal worden

    Nog grotere zorgen baart het feit dat een erfenisloze onderklasse steeds verder achterblijft – en steeds ontevredener zal worden. Als het almaar moeilijker wordt om een woning te kopen en een comfortabel leven te leiden, zullen jonge mensen die zich op de arbeidsmarkt begeven steeds minder gemotiveerd zijn om zich in te spannen. En als ze het gevoel krijgen dat het systeem ze geen kansen biedt, zal hun vertrouwen in politieke middenpartijen verdampen.

    Daarom moet het probleem zo snel mogelijk worden opgelost. Het zou idioot zijn om te hopen dat vermogens worden vernietigd door inflatie en oorlog, zoals in de twintigste eeuw is gebeurd. The Economist is al lange tijd van mening dat erfbelasting de beste manier is om de erfocratie mee aan te pakken. Maar er bestaat zo veel weerstand tegen deze belasting dat regeringen allerlei mazen in de wet hebben gecreëerd, de drempel waarboven de erfbelasting geldt hebben verhoogd of de belasting maar helemaal hebben afgeschaft.

    Gelukkig zijn er andere middelen voorhanden. Op de juiste plek genoeg huizen bouwen is de allerbelangrijkste actie die regeringen kunnen ondernemen om het verband tussen werk en vermogen te herstellen. Het heffen van voldoende onroerendezaakbelasting, vooral grondwaardebelasting, zou ook helpen, omdat dit tot een verlaging van de huizenprijzen zou leiden en de kloof tussen huizenprijzen en inkomen zou verkleinen. En alles wat de in Europa zo broodnodige economische groei aanzwengelt zou de verhouding tussen het vermogen en het nationale inkomen omlaag brengen. De hoogtijdagen van de meritocratie brachten sociale mobiliteit, groei en welvaart met zich mee. Met een beetje hard werken kan die tijd terugkeren.

  • Duitsland: Bondsdag neemt grootschalig investeringsplan voor herbewapening aan

    Duitsland: Bondsdag neemt grootschalig investeringsplan voor herbewapening aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Telefoongesprek Trump en Poetin resulteert in zeer beperkt staakt-het-vuren

    » Presidenten van de DRC en Rwanda ontmoeten elkaar in Doha om vrede te bespreken

    Het land probeert zo onafhankelijk van de VS te worden

    Een pakket ter waarde van honderden miljarden euro’s voor defensie en economie werd dinsdag goedgekeurd door 513 parlementsleden, een twee derde meerderheid van de aanwezigen. Het wetsvoorstel is een revolutie voor Duitsland, de voorvechter van de begrotingsorthodoxie, dat lange tijd de militaire uitgaven heeft verwaarloosd ten gunste van de Amerikaanse paraplu die het land sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft beschermd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Maar Berlijn besloot van koers te veranderen nadat Washington aangaf dat het zich van Europa wilde afkeren en toenadering tot Rusland wilde zoeken. Om in werking te treden moeten de grondwetswijzigingen vrijdag nog worden goedgekeurd door de Bondsraad, de kamer die de deelstaten vertegenwoordigt. Concreet zal Duitsland het schuldenplafond versoepelen, die de leencapaciteit van het land voor militaire uitgaven en voor de regio’s beperkt.

    De stemming van dinsdag ‘zendt een positief signaal uit, zowel intern als extern’, aldus de Frankfurter Allgemeine Zeitung: ‘Duitsland mobiliseert eindelijk al zijn kracht en middelen om de al lang bekende, maar snel toenemende, bedreigingen voor zijn veiligheid en welvaart het hoofd te bieden.’ Deze ‘injectie van fondsen’ zal echter niet voldoende zijn om ‘de staat wendbaarder en efficiënter te maken’, waarschuwt het dagblad. De vraag is of [de toekomstige bondskanselier Friedrich] ‘Merz in staat zal zijn om de hervormingen die hij al vóór de schuldenovereenkomst beloofde door te voeren’.

  • We betalen allemaal te veel belasting – en niemand protesteert

    We betalen allemaal te veel belasting – en niemand protesteert

    Slechts weinig mensen zijn bekend met het fenomeen warme progressie. Maar het effect ervan zou ons wel aan het denken moeten zetten, aangezien het in feite een voortdurende belastingverhoging in de hand werkt.

    De afgelopen weken zijn ze weer binnengekomen: alle documenten voor het invullen van de belastingaangifte. Waar sommigen het vervelende klusje meteen ter hand nemen, vragen anderen om uitstel. Maar wat we ook doen, we kunnen er niet omheen om belasting te betalen. Wat echter zelfs voor veel deskundigen onbekend is, is dat de hoogte van onze belastingaanslag uiteindelijk wordt bepaald door een wiskundige truc.

    Veel mensen weten dat ons belastingstelsel progressief is. Dit betekent dat naarmate het inkomen stijgt, een groter percentage van dat inkomen aan belasting betaald moet worden. Dit ontwerp is gemotiveerd door het sociale beleid, waarbij het argument gebaseerd is op het draagkrachtbeginsel: individuen met een lagere verdiencapaciteit moeten worden ontlast door individuen met een hogere verdiencapaciteit, met herverdeling tot doel. Tot zover niets nieuws. Maar op termijn levert dit allerlei problemen op.

    Een van die problemen is de zogeheten koude progressie [bracket creep in het Engels]. Dit verschijnsel wordt veroorzaakt door inflatie: de lonen stijgen, maar tegelijkertijd worden goederen en diensten duurder. Zelfs met de hogere lonen kunnen mensen niet langer rondkomen. Maar de hogere lonen zorgen er wel voor dat belastingbetalers in hogere belastingschijven terechtkomen. Om dit te voorkomen, compenseren de [Zwitserse] federale en kantonnale overheden de schijfverhoging in hun belastingtarieven. Op federaal niveau gebeurt dit sinds 2011 jaarlijks en automatisch.

    Economische prestaties

    Maar er is nog een ander, minder bekend probleem met ons belastingstelsel: warme progressie. Dit is een gevolg van technologische vooruitgang, en net als koude progressie heeft ook warme progressie ongewenste effecten. Omdat innovaties ons allemaal productiever maken, stijgt in de loop van de tijd ons inkomen. Daardoor komt de maatschappij als geheel in hogere belastingschijven terecht.

    Door dit effect wordt de herverdelende werking van het belastingstelsel afgezwakt, omdat de groep mensen die onder de hoge belastingtarieven valt, steeds groter wordt. Simpel gezegd: als dit proces lang genoeg doorgaat, eindigt uiteindelijk iedereen in de hoogste belastingschijf.

    Ondanks deze opvallende cijfers verzetten verschillende politici zich tegen het bijstellen van de warme progressie

    Een ander gevolg van warme progressie is dat economische groei automatisch leidt tot een hogere belastingdruk, omdat de belastinginkomsten onevenredig sterker stijgen dan de economische toegevoegde waarde van het land.

    Dit effect is zeker niet te verwaarlozen: volgens een modelberekening van Avenir Suisse zorgde de reële loongroei van 8,4 procent tussen 2010 en 2020 ervoor dat de Zwitserse belastingdruk met 13,3 procent omhoogging. Dit betekent dat de belastingdruk voor huishoudens in 2020 2,5 miljard Zwitserse frank [2,6 miljard euro] hoger zal zijn dan zonder de warme progressie het geval zou zijn geweest.

    Ondanks deze opvallende cijfers verzetten verschillende politici zich tegen het bijstellen van de warme progressie. Er wordt vaak betoogd dat bij warme progressie, in tegenstelling tot bij koude progressie, de ‘economische prestaties’ van huishoudens toenemen. De warme progressie zou dus geen foutje zijn, maar juist van toegevoegde waarde. Maar dit argument gaat niet op.

    Voortdurende verhoging

    Het draagkrachtbeginsel is altijd van toepassing op individuen, ook binnen een progressief belastingstelsel. Volgens dit principe moeten degenen met een hogere verdiencapaciteit een onevenredig grote bijdrage aan de staat leveren, zodat degenen met een lagere verdiencapaciteit worden ontlast. Maar op collectief niveau is dit principe niet logisch. Het zou betekenen dat als de samenleving als geheel productiever wordt – dus inclusief mensen met een lagere verdiencapaciteit – een onevenredig groot deel van die extra economische waarde aan de staat zou moeten worden afgedragen.

    Warme progressie is daarom niet te rechtvaardigen met een beroep op het draagkrachtbeginsel. Vooral politici met een sociaal-politieke inslag zouden moeten aandringen op een correctie van de warme progressie, omdat anders als gezegd het effect van de progressie op den duur juist zal verwateren. Ook degenen die zich zorgen maken over de groeiende rol van de overheid, moeten zich tegen dit fenomeen verzetten. Want een voortzetting ervan komt feitelijk neer op voortdurende belastingverhoging.

    Belangrijk om ons te realiseren is dat er geen bewuste politieke beslissing achter warme progressie zit. Er is eerder sprake van een ongewenst wiskundig mechanisme. Zoals de oplossing voor koude progressie laat zien, kan dit eenvoudig worden gecorrigeerd. Ook na die correctie zal het heus geen pretje zijn om in het weekend aan je belastingaangifte te zitten, maar je hoeft in ieder geval niet het gevoel te hebben dat je door een wiskundig trucje benadeeld wordt.

  • Tweedehands is hot. ‘Voor jongere generaties maakt het veel minder uit of iets nieuw is’

    Tweedehands is hot. ‘Voor jongere generaties maakt het veel minder uit of iets nieuw is’

    Van Ikea tot Vinted tonen jonge consumenten steeds meer interesse voor kleding en meubels met een tweede leven. Maar is deze sector aan het groeien of aan het commercialiseren? En is tweedehands wel lucratief genoeg?

    Toen Lego een initiatief startte om tweedehands legosteentjes in te zamelen en te hergebruiken, stuitte de Deense fabrikant op een probleem: men stuurde ook allerlei andere dingen op. Volgens een hooggeplaatste directeur kwamen niet alleen de welbekende steentjes binnen, maar ook lege blikjes, schoenen en haar.  

    Nog erger: werknemers openden een keer een Lego-schatkist die gevuld was met een volledige set melktanden.

    Merken als Shein en Zara, maar ook H&M en Lego storten zich in een bloeiende tweedehandseconomie. Ze treden in het voetspoor van veel opkomende ondernemingen zoals Vinted, Depop, ThredUp en Vestiaire Collective, en hopen te profiteren van een toenemende waardering voor ‘preloved’ artikelen, vanwege de prijs of omdat het beter is voor het milieu. Beroemdheden zoals Bella Hadid, Rihanna en Sarah Jessica Parker en zelfs tv-programma’s zoals Love Island hebben tweedehands helemaal omarmd. 

    ‘Tweedehands bruist,’ vertelt Adam Minter, auteur van Junkyard Planet en Secondhand. ‘Maar het is heel duur voor bedrijven. Het is niet makkelijk.’

    Ikea volgde de trend deze week met een nieuw verkoopplatform waar klanten gebruikte meubels direct aan elkaar kunnen verkopen. Deze dienst genaamd Ikea Preowned, die bedoeld is om te concurreren met sites zoals eBay, Craigslist, en Gumtree, ondergaat eerst een test in Madrid en Oslo voordat wordt bepaald of dit ook wereldwijd zal aanslaan. 

    Waar voor je geld

    Jesper Brodin, algemeen directeur van Ingka, de controleur van de meeste Ikea-warenhuizen, zegt dat de Ikea-groep zelfs een groter marktaandeel heeft in de tweedehandsmarkt dan in die voor nieuwe producten: ‘Zo kunnen we dus veel leren – wat voor producten verkopen het best?’ 

    Het is niet moeilijk te begrijpen waarom grote merken interesse hebben voor de tweedehandsmarkt. Deze groeit namelijk veel sneller dan de markt voor nieuwe producten, terwijl hij nog steeds kleiner is. Thredup, een herverkoopplatform uit de VS, schat in dat de wereldwijde markt voor tweedehandskleding is gestegen van € 134 miljard in 2021 naar € 220 miljard in 2024, en voorspelt dat deze in 2028 € 334 miljard bereikt, met een drie keer snellere groei dan de nieuwe kledingmarkt. Consulent Bain & Company schat in dat tweedehandsverkoop van luxeproducten van 2017 tot 2023 125 procent gegroeid is, terwijl dat bij nieuwe producten slechts 43 procent was. 

    Tweedehands wordt ook steeds populairder onder jonge klanten. Volgens een onderzoek van Euromonitor geeft meer dan 40 procent van Gen Z en millennials aan elke paar maanden een tweedehandsproduct te kopen, tegenover slechts 20 procent van de babyboomers. 

    ‘Er zat ooit een stigma aan tweedehandskleding, maar voor jongere generaties maakt het veel minder uit of iets nieuw is. Het gaat om verspilling, en om waar voor je geld. Het is een goede investeringskans,’ zegt een Europees private equity-directeur.

    Maar ondanks het enthousiasme zijn er ook risico’s. Tot niet zo lang geleden werd de westerse markt voor tweedehandsproducten gedomineerd door liefdadigheidsinstellingen en kringloopwinkels. Kunnen gevestigde merken en beginnende ondernemingen hier wel geld in verdienen? Er zijn vragen omtrent het verkrijgen van de juiste producten, maar ook omtrent fraude. Ook zijn er zorgen over de beweegredenen van grotere bedrijven, die zelf steeds meer producten uitgeven. Doen zij dit om de planeet te redden, of voor een goede marketingcampagne?

    ‘Hier zit zeker een pr-element in. Er is veel druk op grote bedrijven zoals H&M en Zara, en er zijn veel zorgen over de duurzaamheid van fast fashion,’ aldus Jennifer Hinton, onderzoeker bij Lund University, die schrijft over de tweedehandskledingmarkt. 

    Tweedehands kopen is niets nieuws. Kringloopwinkels zoals Goodwill, Oxfam en Het Leger des Heils verkopen al decennialang tweedehandskleding, -boeken, en nog veel meer.

    ‘In het Westen lijkt het alsof er nu pas een tweedehandsmarkt verschijnt. Maar hij is er altijd al geweest. Zolang er nieuwe spullen zijn, zijn er gebruikte spullen,’ zegt Minter. ‘In opkomende landen is de tweedehandseconomie voor dingen als kleding en meubels leidend, en die hangt weer af van export uit ontwikkelde landen.’

    ‘In het Westen lijkt het alsof er nu pas een tweedehandsmarkt verschijnt. Maar hij is er altijd al geweest’

    Er bestaan al complexe handelsketens die de liefdadigheidssector steunen. Als je in New York een tweedehands Led Zeppelin-T-shirt koopt voor honderd dollar is dat shirt waarschijnlijk afkomstig uit een berg Amerikaanse kleding die eerst naar Pakistan of Guatemala is verstuurd en daar is gesorteerd op de mooiste items, die dan weer teruggestuurd worden, aldus Minter. ‘Dat is die ene procent waar de celebrities naar zoeken,’ voegt hij toe.

    Kringloopwinkels hebben een proces ontwikkeld om uit te zoeken wat ze kunnen verkopen en wat ze naar ontwikkelingslanden exporteren. Daar verkopen ze het of wordt de kleding in ander materiaal veranderd, zoals vulling voor kussens of isolatiemateriaal. ‘Als je het niet kwijt kan op Depop gaat het naar Oxfam. Als zij het niet kunnen verkopen hebben zij allerlei opties,’ zegt Minter.

    Er zijn tekenen dat de aankomst van grote bedrijven de dynamiek van de liefdadigheidssector heeft veranderd; mensen verkopen hun beste kleding en doneren de rest. Erikshjälpen, een organisatie die Zweedse kringloopwinkels bestuurt, krijgt donaties van steeds slechtere kwaliteit en moet nu de vernietiging van ongeveer 70 procent van alle ontvangen kleding bekostigen, volgens een werknemer geciteerd in een wetenschappelijk artikel door Hinton en Ola Persson. 

    Veel grote bedrijven proberen deze problemen uit de weg te gaan door alleen maar een platform aan te bieden waarop consumenten onderling producten kunnen kopen en verkopen. Hierbij is het bedrijf slechts een bemiddelaar. 

    Een verkoper op Ikea Preowned typt bijvoorbeeld de naam van het product in, krijgt advies van de AI van het bedrijf om afmetingen en wat foto’s toe te voegen, laat de staat van het product weten en biedt hem aan voor verkoop. Een koper moet het ophalen dan zelf regelen en zelf de kwaliteit controleren. Een drijfveer voor verkopers is dat ze cash betaald kunnen worden, of 15 procent meer krijgen als ze voor een Ikea-voucher kiezen. ‘Een goeie manier om het contact met klanten te behouden,’ zegt Brodin.

    Op dit moment is deze service van Ikea gratis, en als er in de toekomst kosten aan worden verbonden, zouden deze ‘heel bescheiden’ zijn, voegt Brodin toe. Op deze manier probeert Ikea te concurreren met de verkoperskosten op websites zoals eBay, die ook aantrekkelijk zijn voor groot meubilair.

    Maar op deze manier is ook te zien hoe moeilijk het is om geld te verdienen met een dergelijk platform. Vinted, een marktplaats zonder verkoperskosten, werd dit jaar het eerste winstgevende tweedehandskledingplatform, door een nettowinst van € 18 miljoen bij elkaar te scharrelen uit € 596 miljoen aan verkoop.

    ‘Tweedehands is nog maar een druppel in een emmer. De uitdaging ligt bij het overtuigen van klanten om eerst naar tweedehandsopties te kijken, en dan pas naar nieuw,’ zegt Thomas Plantenga, algemeen directeur van het Litouwse startup-bedrijf. Zara, Shein en Cos bieden allemaal hun eigen platforms aan.  

    Volgens Minter is het moeilijk voor een Depop of een ThredUp om op te boksen tegen Goodwill, ’s werelds grootste tweedehandsorganisatie, die als non-profit handelt. ‘Ze krijgen hun inventaris gratis aangeboden, ze hebben goedgetrainde werknemers die weten hoe ze het moeten sorteren, en managers die weten waar ze het weer kwijt kunnen. P2P heeft dat soort expertise niet,’ voegt hij eraan toe.

    Omgekeerde logistiek

    Er zijn ook andere problemen. Fraude is er een van, zeker voor duurdere kleding. Vestiaire Collective en Monogram hebben allebei een authenticatieservice om te controleren of een tas wel echt van Gucci is. Vinted doet dit ook voor bepaalde items, tegen betaling door de koper.

    Sommige services kunnen onbedoelde achterdeuren hebben, zoals Ikea Preowned, waar verkopers aan zichzelf of aan vrienden kunnen verkopen om gratis vouchers te krijgen. ‘Hier leren we nog elke dag,’ zegt het bedrijf, ‘en we moeten begrijpen hoe, of, en waar er problemen zijn om ze uit de weg te kunnen gaan.’

    Dan zijn er nog de bedrijven die de producten zelf behandelen. De meeste Legoproducten worden aan vrienden of familie weggegeven, maar de speelgoedfabrikant richt zich erop dat wat overblijft niet wordt weggegooid, maar wordt hergebruikt of gerecycled. 

    Tim Brooks, voormalig duurzaamheidsdirecteur van Lego, liet vorig jaar in een interview weten dat het bedrijf al jaren leerde hoe om te gaan met ‘omgekeerde logistiek’ – het weer ontvangen van steentjes in plaats van het verkopen –, maar ook met alles eruit halen wat geen Lego is en het sorteren en schoonmaken van de steentjes.

    ‘Het was een lange weg voor een bedrijf dat gewend is aan lineaire productie. Het is een hele andere manier van denken’

    Het bedrijf test dit concept met hun service Replay in de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk. Mensen doneren gebruikte Legosets, en het bedrijf stuurt ze door naar goede doelen of scholen. Tot nu toe is er al 500 ton aan steentjes ontvangen. Een ander programma in Duitsland betaalt de klant € 8 in waardebonnen per kilo aan ingeleverde steentjes of figuurtjes. ‘Het was een lange weg voor een bedrijf dat gewend is aan lineaire productie. Het is een hele andere manier van denken,’ zegt Brooks.

    De tweedehandsmarkt is dus waarschijnlijk nog lang niet klaar met groeien. Bedrijven zoeken naar manieren om hun uitstoot te verminderen en hun handel cyclisch te maken door zo veel mogelijk te hergebruiken en te recyclen. 

    Brodin zegt zelf dat zijn ogen werden geopend toen hij de box van zijn kind op een tweedehandsplatform verkocht, maar daarna een nieuw kind kreeg. ‘Ik heb diezelfde box weer teruggekocht,’ voegt hij toe. ‘Vanuit duurzaamheidsperspectief is dit de slimste aanpak, zorgen dat je materialen goed gebruikt.’

  • Canadese autosector tijdelijk vrijgesteld van Amerikaanse importtarieven

    Canadese autosector tijdelijk vrijgesteld van Amerikaanse importtarieven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Griekenland: heftige anti-regeringsprotesten in Athene twee jaar na treinramp

    » Tunesië: president Saïed stelt massaproces tegen oppositie uit

    Delen van Amerikaanse auto’s worden in Canada vervaardigd

    De regering-Trump heeft haar beslissing om importtarieven van 25 procent te heffen op Canadese producten gedeeltelijk teruggedraaid door de cruciale autosector dertig dagen respijt te geven. Dat heeft de regering gedaan op verzoek van Amerikaanse autofabrikanten, meldt Radio-Canada. Sommige productielijnen van deze fabrikanten zijn gevestigd in Canada, waardoor onderdelen en voertuigen tijdens het productieproces vele malen heen en weer moeten reizen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ook buiten de autosector is het gebruik van tarieven een toenemende zorg voor Amerikaanse bedrijven nu de indicatoren tekenen beginnen te vertonen van een vertragende economie. ‘Is de koning van de “gok” te ver gegaan door te schermen met het idee dat deze handelsoorlog zijn Amerika alleen maar rijker kan maken, zonder nadelige gevolgen voor zijn eigen economie?’ vraagt Le Devoir zich af. ‘Pas op: de cijfers liegen niet.’

  • Canada maakt zich klaar voor invoertaksenstrijd met VS

    Canada maakt zich klaar voor invoertaksenstrijd met VS

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Eén dode en enkele gewonden na vuurgevecht aan grens Afghanistan en Pakistan

    » DR Congo: 131 ziekenhuispatiënten uit Goma gekidnapt door M23

    Na Trumps nieuwe invoertaksen begint Canada aan een tegenoffensief

    Gisteren kondigde president Trump aan dat zijn plan om 25 procent aan invoertaksen te heffen op Mexicaanse en Canadese goederen op dinsdag middernacht in werking treedt. Trumps nieuwe invoertaksen hebben betrekking op alle goederen die Canada naar de VS exporteert en kunnen leiden tot inflatie en economische wanorde, meldt CBC.

    De premier van Canada Justin Trudeau reageerde met een tegenoffensief van dertig miljard dollar aan invoertaksen op Amerikaanse goederen. ‘Terwijl we de VS aanmoedigen om de tarieven te heroverwegen, zal Canada blijven staan voor haar economie, haar banen, haar arbeiders en een eerlijke overeenkomst,’ zei Trudeau tijdens een persconferentie. ‘Onze taksen zullen standhouden tot de VS hun tarieven opheffen.’

    De Amerikaanse president beweert dat Canada een toename aan fentanylsmokkel en illegale migratie heeft toegelaten. Canada heeft in de afgelopen maanden de grenscontroles aangescherpt en de resultaten zijn zichtbaar. Aan de grens met de VS is illegale migratie met 90 procent gedaald en fentanylsmokkel wordt steeds vaker onderschept, aldus de Canadese omroep.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De premier van Ontario Doug Ford zegt dat hij bereid is om alles te doen om Trump op zijn beslissing terug te laten komen. ‘Als ze Ontario willen vernietigen, dan zal ik alles doen – zelfs het stil leggen van hun energievoorraad – met een lach op mijn gezicht.’ In een toespraak eind vorige maand waarschuwde Tiff Macklem, gouverneur van de Bank of Canada, dat ‘de economische gevolgen van een langdurig handelsconflict zeer ernstig zouden zijn’.

    Matthew Holmes, vicepresident en het hoofd van beleid bij de Canadese Kamer van Koophandel, zei dat Trump al onomkeerbare schade heeft toegebracht aan de bilaterale handelsrelatie met zijn ‘tariefdreigementen’. ‘We hebben een lange weg af te leggen voordat Canada en de VS weer betrouwbare economische partners worden,’ zei Holmes.