Onderwerpen: Klimaat

  • Onderzoek: steeds minder besneeuwde bergtoppen in Alpen

    Onderzoek: steeds minder besneeuwde bergtoppen in Alpen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duizenden aangespoelde dolfijnen door oorlog Oekraïne, aldus wetenschappers

    » Soedan: na drie jaar nog geen gerechtigheid voor slachtoffers politiegeweld

    Alpentoppen worden steeds groener door hogere temperaturen

    De sneeuwwitte bergtoppen van de Alpen worden steeds groener, zo blijkt uit een studie van satellietbeelden, meldt The Guardian. De begroeide gebieden boven de boomgrens in de Alpen zijn sinds 1984 met 77 procent toegenomen, aldus het onderzoek dat beschreven wordt in Science. Stijgende temperaturen en toegenomen regenval verlengen het groeiseizoen, waardoor planten nieuwe gebieden koloniseren. De begroeiing wordt ook hoger en dichter dan voorheen.

    De smeltende gletsjers zijn een duidelijk signaal dat de aarde aan het opwarmen is. De wetenschappers twijfelen er niet aan dat de toenemende plantengroei die ze hebben waargenomen, ook een groot bewijs van de stijgende temperaturen is.

    Berggebieden warmen ongeveer twee keer zo snel op als gemiddeld

    Volgens professor Sabine Rumpf van de Universiteit van Basel, hoofdauteur van het artikel in Science, kan meer plantengroei op grote hoogten paradoxaal genoeg een bedreiging vormen voor de typische Alpenplanten. ‘De unieke biodiversiteit van de Alpen staat daardoor onder grote druk,’ aldus Rumpf. Ook zegt zij dat groenere bergen minder zonlicht weerkaatsen, wat leidt tot verdere opwarming, wat weer leidt tot verdere inkrimping van het reflecterende sneeuwdek.

    Berggebieden warmen ongeveer twee keer zo snel op als gemiddeld. En hoewel de vergroening van de Alpen het CO2-gehalte kan verminderen, weegt dat waarschijnlijk niet op tegen de negatieve gevolgen. De opwarming zorgt er ook voor dat gletsjers ontdooien en de permafrost afneemt, wat op zijn beurt leidt tot meer aardverschuivingen, steenlawines en modderstromen.

    Lees ook:

  • Piepkleine eilandnatie in de Stille Oceaan wil 100 procent van haar wateren beschermen

    Piepkleine eilandnatie in de Stille Oceaan wil 100 procent van haar wateren beschermen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tunesië: president Kais Saied ontslaat 57 rechters

    » Denemarken sluit zich aan bij Europees defensiebeleid

    Niue verklaart haar wateren tot beschermd natuurgebied

    De eilandstaat Niue in de Stille Oceaan heeft aangekondigd dat het 100 procent van de oceaan in zijn exclusieve economische zone (EEZ) tot beschermd natuurgebied gaat verklaren, bericht The Guardian. Het betreft een gebied van 317.500 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Vietnam.

    Niue is de enige plaats waar de katuali – een zeeslang – voorkomt

    De omringende wateren van ’s werelds grootse koraalatol – een eiland gefundeerd op een koraalrif – bieden onderdak aan een uitzonderlijk ecosysteem. Zo is het de enige plaats waar de katuali voorkomt – een zeeslang die leeft in de honingraat van onderwatergrotten van het eiland. Daarnaast migreren bultrugwalvissen van Antarctica naar Niue om te bevallen, zwemmen er langsnuitdolfijnen langs de kust en heeft Niue de grootste dichtheid grijze rifhaaien ter wereld.

    Toch worden de riffen van dit geïsoleerde eiland in de Stille Oceaan, op 600 kilometer van het dichtstbijzijnde buurland Tonga, bedreigd. Illegale visserij is een ernstig probleem in de Stille Oceaan. Niue ondervindt ook de gevolgen van de klimaatcrisis, met warmere zeetemperaturen die leiden tot verbleking van het koraal en extreme weersomstandigheden die schade toebrengen aan het milieu en de infrastructuur, schrijft The Guardian. Door zijn wateren als natuurreservaat te verklaren hoopt Niue, een zelfbesturende staat in vrije associatie met Nieuw-Zeeland, zijn zeeleven te beschermen.

    Lees ook:

  • Australië: Softwaremiljardair bindt de strijd aan met grootste uitstoter

    Australië: Softwaremiljardair bindt de strijd aan met grootste uitstoter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meer Chinezen willen emigreren vanwege lockdowns

    » Qatar: huurprijzen schieten omhoog door WK-voetbal

    Mike Cannon-Brookes doet een beroep op aandeelhouders

    In Australië neemt miljardair Mike Cannon-Brookes het op tegen energiegigant AGL in de strijd tegen klimaatverandering, zo meldt Nikkei Asian Review. AGL is het grootste bedrijf in Australië dat elektriciteit levert door middel van steenkoolcentrales. Nu wil AGL, dat in Sydney is gevestigd, een splitsing doorvoeren, wat volgens Cannon-Brookes het proces om af te stappen van vervuilende steenkool enorm zal vertragen.  

    Onlangs zagen de Australiërs een paginagrote open brief in hun nationale kranten, waarin Cannon-Brookes hen smeekt om ‘tegen de splitsing te stemmen’. Hoewel de brief specifiek gericht was aan de 148.000 aandeelhouders van energiebedrijf AGL, had de advertentie alle kenmerken van een partijpolitiek bericht, midden in de nationale verkiezingscampagne, waarin klimaatbeleid een van de bepalende thema’s is.

    Cannon-Brookes kocht 11,3 procent van AGL en werd de grootste aandeelhouder

    Met zijn oproep plaatst de tweeënveertigjarige miljardair Mike Cannon-Brooks, die zijn fortuin met software verdiende, zich tegenover de energiegigant, die al 185 jaar bestaat en de grootste CO2-uitstoter van de Australische industrie is. ‘De strijd staat bekend als een van de grotere en wellicht invloedrijkste milieugerichte aandeelhouderscampagnes van de afgelopen jaren’, schrijft Nikkei Asian Review, ‘en is een voorbeeld van de veranderende relatie tussen ondernemingen en hun aandeelhouders op het gebied van klimaat. De uitkomst ervan wordt dan ook met grote belangstelling gevolgd, niet alleen in Australië maar ook daarbuiten.’

    Cannon-Brookes deed eerder dit jaar twee pogingen om AGL rechtstreeks te kopen, maar beide biedingen werden afgewezen. Hij verwierf vervolgens met zijn investeringsbedrijf Grok Ventures 11,3 procent van AGL en werd de grootste aandeelhouder. Op 15 juni zullen de aandeelhouders stemmen over de splitsing.

    Lees ook:

  • EU presenteert groen energieplan als alternatief voor Russische olie en gas

    EU presenteert groen energieplan als alternatief voor Russische olie en gas

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse ambassade in Kyiv weer geopend

    » Joe Biden stelt luchtbrug in om babymelkcrisis op te lossen

    Europese Commissie wil 210 miljard euro extra uittrekken

    De Europese Unie heeft woensdag een plan voor energieonafhankelijkheid gepresenteerd. De EU plant een ‘enorme’ toename van zonne- en windenergie, en een kortetermijnstimulans voor steenkool, om zo snel mogelijk een einde te maken aan haar afhankelijkheid van Russische olie en gas, aldus The Guardian. In het plan dat de Europese Commissie gisteren bekendmaakte, zei ze dat de EU de komende vijf jaar 210 miljard euro extra moet vrijmaken om het afbouwen van Russische fossiele brandstoffen te financieren en om de overschakeling op groene energie te versnellen.

    De Europese Commissie wil dat in 2030 45 procent van de energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt

    ‘Opgesteld als reactie op de Russische invasie in Oekraïne en het daaropvolgende debat over Europa’s afhankelijkheid van Russisch gas, is het plan een aanscherping van de Green Deal van de EU, het vlaggenschip van het Europees beleid om de klimaatcrisis aan te pakken,’ aldus The Guardian.

    De Europese Commissie wil dat tegen 2030 45 procent van de Europese energiemix uit hernieuwbare energiebronnen komt, wat de Britse krant omschrijft als ‘een stap vooruit ten opzichte van de huidige doelstelling van 40 procent, die minder dan een jaar geleden werd voorgesteld’.

    Lees ook:

  • John Kerry: ‘Oorlog in Oekraïne bedreigt aanpak klimaatverandering’

    John Kerry: ‘Oorlog in Oekraïne bedreigt aanpak klimaatverandering’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Leonid Kravtsjoek, eerste president van Oekraïne, overleden

    » Elon Musk wil Donald Trump weer toelaten tot Twitter

    Hoe langer de oorlog doorgaat, hoe moeilijker het wordt

    Hoe langer de oorlog in Oekraïne voortduurt, hoe erger de gevolgen zullen zijn voor het klimaat, waarschuwt de Amerikaanse presidentiële gezant John Kerry. Beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius kan daardoor moeilijker worden maar niet onmogelijk, zei Kerry in een exclusief gesprek met The Guardian.

    Veel landen worstelen als gevolg van de oorlog met een energiecrisis, terwijl ze ook dringend de uitstoot van broeikasgassen moeten verminderen om de opwarming te beperken. ‘Als we op wonderbaarlijke wijze de komende zes maanden de acute energieproblemen kunnen oplossen, dan kunnen we daarna samen misschien juist het proces van klimaatverbetering versnellen,’ zei Kerry. ‘Maar hoe langer de oorlog doorgaat, hoe moeilijker het wordt’ om onder de 1,5 graden te blijven.

    ‘Gas heeft altijd deel uitgemaakt van de overgang van vuilere fossiele brandstoffen naar nieuwe energie’

    Het doelen uit het akkoord van COP26, de klimaattop die vorig jaar werd gehouden, moet in 2030 worden behaald, waardoor een vertraging in het transitieplan nog kan worden ingehaald, meent Kerry. De VS zeggen dat zij de productie van aardgas kunnen verhogen om bondgenoten aan een alternatief te helpen voor Russische fossiele brandstoffen. Amerikaans aardgas, dat volgens Kerry minder CO2-uitstoot veroorzaakt dan Russisch gas, dankzij een efficiëntere winning, kan op korte termijn een duurzame oplossing bieden voor landen. ‘Gas heeft altijd deel uitgemaakt van de overgang van vuilere fossiele brandstoffen naar nieuwe energie,’ aldus de klimaatgezant. Hij benadrukt ook dat het hier echt om een tijdelijke oplossing gaat.

    De Amerikaanse regering kreeg zware kritiek van klimaatactivisten omdat hij uitbreiding van gasboringen heeft toegestaan, waardoor nieuwe stukken openbaar land gebruikt mogen worden voor exploitatie.

    Lees ook:

  • Californië start groot onderzoek naar ‘misleiding’ door plasticindustrie

    Californië start groot onderzoek naar ‘misleiding’ door plasticindustrie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Taiwanezen gaan massaal op cursus zelfverdediging uit angst voor oorlog

    » Science: klimaatopwarming heeft massa-extinctie oceaanleven tot gevolg

    Industrie wordt verantwoordelijk gehouden voor plasticcrisis

    Californië heeft het Amerikaanse olieconcern Exxon Mobile gedagvaard omdat het de consumenten decennialang zou hebben misleid over de recyclebaarheid van plastic. Dit is een eerste stap in een grootschalig onderzoek naar de fossiele brandstofindustrie en diens rol in de wereldwijde plasticcrisis, meldt Los Angeles Times.

    ’Meer dan een halve eeuw lang heeft de kunststoffenindustrie een agressieve campagne gevoerd om het publiek te misleiden en de mythe in stand te houden dat recycling de plasticcrisis zou kunnen oplossen. De waarheid is als volgt: de overgrote meerderheid van het plastic kan niet worden gerecycled’, verklaarde de Californische procureur-generaal Rob Bonta donderdag.

    Het onderzoek zal betrekking hebben op ’vroegere en huidige inspanningen van de petrochemische industrie’ om het publiek te misleiden en zal bepalen hoe ’deze acties mogelijk in strijd zijn met de wet’, aldus Bonta in een verklaring.

    Lees ook:

  • Meer overstromingen, droogtes, branden en recordtemperaturen in 2021

    Meer overstromingen, droogtes, branden en recordtemperaturen in 2021

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » In Johannesburg moet je betalen om te mogen protesteren

    » Situatie Pools-Belarussische grens is onmenselijk, aldus Amnesty International

    Klimaatverandering is zichtbaar in Europa

    Europa blijft geenszins gespaard van het proces van klimaatverandering dat de hele planeet treft. In 2021 kende het meer overstromingen, droogteperioden en bosbranden dan ooit, terwijl de temperatuur tot recordhoogte steeg. Dat staat in het jaarrapport dat vrijdag werd gepubliceerd door Copernicus Climate Change Service, het klimaatprogramma van de Europese Commissie in samenwerking met de Europese ruimtevaartorganisatie, meldt El País.

    Parallel aan de extreme weersomstandigheden, die zich zowel binnen als buiten Europa voordoen, groeit de ophoping van kooldioxide en methaan in de atmosfeer, de belangrijkste broeikasgassen. Om klimaatverandering te beteugelen, moet de mensheid dringend paal en perk stellen aan fossiele brandstoffen. Al eerder stond deze waarschuwing in het laatste rapport van het IPCC, de groep internationale experts die onder de paraplu van de Verenigde Naties werkt.

    Bosbranden in het Middellandse Zeegebied waren heviger dan ooit, vooral in Italië, Griekenland en Turkije

    ‘Nauwkeurige klimaatinformatie is belangrijker dan ooit om ons te helpen weloverwogen beslissingen te nemen,’ zegt Carlo Buontempo, hoofd van Copernicus Climate Change Service. Zo houdt Copernicus toezicht op de bosbranden in het Middellandse Zeegebied, die heviger waren dan ooit, vooral in Italië, Griekenland en Turkije. Op het Italiaanse eiland Sicilië werd 48,8 graden Celsius geregistreerd, de hoogste temperatuur die in Europa is vastgesteld. In dezelfde periode waren er historische overstromingen in Midden- en West-Europa, vooral in Duitsland en België.

    Lees ook:

  • Mumbai wil 20 jaar eerder dan de rest van India klimaatneutraal worden

    Mumbai wil 20 jaar eerder dan de rest van India klimaatneutraal worden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Netflix verliest abonnees en crasht op aandelenmarkt

    » Huiskatten vormen grote bedreiging voor inheemse fauna Australië

    Megalopolis presenteert ambitieus klimaatplan

    Op 13 maart onthulde het gemeentebestuur van Mumbai een verstrekkend ‘klimaatactieplan’. Op dat moment werd de stad werd geconfronteerd met temperaturen van bijna 40 graden Celsius, 7 graden warmer dan normaal voor de tijd van het jaar, merkt The Economist op. Het gemeentebestuur wil tegen 2050 een een CO2-uitstoot van netto nul bereiken, twee decennia eerder dan het doel dat de nationale regering heeft gesteld.

    Mumbai is uiterst kwetsbaar voor klimaatverandering. Het is een smal en dichtbevolkt eiland, dat grotendeels bestaat uit drooggelegd land en aan drie kanten wordt omringd door de Arabische Zee. Het wordt vier maanden per jaar geteisterd door moessonregens en staat regelmatig bloot aan Bijbelse overstromingen, vooral bij vloed, aldus The Economist. ‘Dat is al erg genoeg voor de bewoners van de binnenstad. Maar het is nog erger voor de 42 procent van de bevolking die in sloppenwijken woont, die het risico lopen weggespoeld of bedolven te worden door aardverschuivingen.’

    In sloppenwijken kan de temperatuur zo’n 6 tot 7 graden hoger liggen dan in de rest van de stad

    De ruggengraat van het plan is een voorstel om op termijn fossiele brandstoffen volledig in de ban te doen voor de energievoorziening van Mumbai. Om dat te bereiken wil de stad het aandeel van hernieuwbare energie verhogen. Ze onderzoekt bijvoorbeeld of zonnepanelen op daken geïnstalleerd kunnen worden. Een andere prioriteit is het verbeteren van de kwaliteit en efficiëntie van de gebouwen in de stad. Vooral sloppenwijken zijn hitte-eilanden, waar de temperatuur zo’n 6 tot 7 graden hoger kan liggen dan in de rest van de stad.

    Het plan bevat helaas weinig details over de manier waarop de ambities moeten worden verwezenlijkt, oordeelt het Britse zakenblad.

    Lees ook:

  • Zeven jaar rundvlees eten, vier maanden autorijden – zo ziet een ton CO2 eruit

    Zeven jaar rundvlees eten, vier maanden autorijden – zo ziet een ton CO2 eruit

    Om de doelstelling van maximaal 1,5 graad opwarming halen, moet de jaarlijkse uitstoot van CO2 in het jaar 2050 zijn teruggebracht van 50 gigaton naar 10 gigaton. Dat betekent een vermindering van enkele tonnen CO2 per wereldbewoner. Maar hoe ziet een ton CO2 er in de praktijk uit?

    Hij mag in geen enkele ranglijst van uiterst irritante zomerhits ontbreken: Despacito, de Latin-popsong van de Puerto Ricaanse zanger Luis Fonsi en rapper Daddy Yankee. In 2017 handhaafde het nummer zich 83 kwellende weken lang aan de top van de Duitse hitlijsten. Het werd al ruim een miljard maal op Spotify gestreamd en de videoclip ervan werd op YouTube zelfs reeds meer dan zeven miljard keer aangeklikt. Afgezien van de esthetische kwaliteit van het nummer – Fonsi zingt over je langzaam uitkleden, ademen in je nek en fluisteren in je oor – was het afspelen van het nummer ook schadelijk voor het klimaat. Want streaming is niet alleen Netflix en Amazon Prime, het zijn ook muziekdiensten. Die verbruiken allemaal elektriciteit en stoten dus CO2 uit.

    Dit artikel gaat over de hoeveelheid koolstofdioxide die vrijkomt bij streaming, de aankoop van jeans of de handel in bitcoins. En het wil vooral ook een idee geven wat een ton CO2 in de praktijk is. Deze standaardmaat duikt immers telkens op in de discussie over de uitstoot van broeikasgassen. Zo werd er op de COP26-klimaatconferentie in Glasgow op gewezen dat de wereldwijde jaarlijkse uitstoot, op dit moment 50 gigaton CO2-equivalenten, tegen het jaar 2050 moet zijn teruggebracht tot 10 gigaton, willen we de doelstelling van maximaal 1,5 graad opwarming halen.

    Maar wacht eens even! Sliep daar niet net het woordje giga ertussen? Jazeker, maar deze prefix, die staat voor een miljard, kunnen we bij 8 miljard mensen op aarde weglaten als het gaat over de uitstoot van een enkel individu. De uitstoot per persoon ligt dus in de orde van grootte van enkele tonnen koolstofdioxide per jaar. Hoeveel precies, dat kun je terugvinden in de landenvergelijking tussen Duitsland en Rwanda.

    Kleine auto

    Een ton CO2– dat moet dus de richtwaarde in allerlei bijdragen zijn. Maar wat moeten we ons daarbij voorstellen? Veel mensen denken bij een ton misschien aan het gewicht van een auto. Maar personenauto’s wegen gemiddeld 1400 kilogram. Zelfs kleine auto’s wegen tegenwoordig vaak meer dan een ton. Maar ook ingeval van een voertuig die precies een ton weegt, helpt de vergelijking ons niet echt omdat je het gewicht ervan kunt voelen is als zo’n auto bijvoorbeeld over je voet rijdt. Kooldioxide daarentegen is een spoorgas, het is onzichtbaar, reukloos en goed voor slechts 0,04 procent van de lucht in onze omgeving.

    Misschien kan een blik op het volume van CO2 ons daarom helpen. Onder normale druk en bij nul graden Celsius neemt een ton zuiver CO2-gas ongeveer 500 kubieke meter ruimte in beslag. Dat is evenveel als er in een ballon met een diameter van 10 meter past. Met diezelfde hoeveelheid kunnen de kamers van een kleine eengezinswoning worden gevuld. Maar wanneer koolstofdioxide in de werkelijke wereld vrijkomt, vermengt het zich onmiddellijk met de bestanddelen van lucht: stikstof, zuurstof, enzovoort. Door zijn lage concentratie beslaat een ton CO2 onder normale omstandigheden een volume van ongeveer 1,25 miljoen kubieke meter in de omgevingslucht. Dat komt overeen met een luchtkolom van honderd kilometer hoogte en een grondoppervlak van 3,5 bij 3,5 meter – tenminste wanneer je de lage luchtdruk op grotere hoogte buiten beschouwing laat.

    Eén ton CO2 bevat het equivalent van 22.727 mol, dat is meer is dan tienduizend quadriljoen deeltjes

    Een uitstapje naar de scheikunde levert – weinig verrassend – vooral hoofdbrekens op: het CO2-molecuul bestaat uit een koolstofatoom dat als bij een sandwich aan beide zijden gebonden is aan een zuurstofatoom. So far, so good. Koolstofdioxide weegt 44 gram per mol, opgebouwd uit 12 gram voor het koolstofatoom, en 2 x 16 gram voor de beide zuurstofatomen. De mol, zo weten we van onze scheikundelessen, is de eenheid voor chemische hoeveelheid. Eén ton CO2 bevat het equivalent van 22.727 mol, dat is meer is dan tienduizend quadriljoen deeltjes. Oef.

    Deze welhaast oneindige hoeveelheid CO2-moleculen hebben een ding gemeen: ze absorberen straling bij twee banden in het spectrum, om preciezer te zijn in het infraroodbereik, dus warmtestraling – terwijl ze het zichtbare zonlicht grotendeels doorlaten. Deze absorptiebanden bevinden zich op een golflengte van circa 15 respectievelijk 4,3 micrometer. Daar wordt het molecuul aangezet tot vibratietrillingen; beide golflengten komen elk overeen met een bepaald type trilling. 

    De crux van absorptie door koolstofdioxide is dat het molecuul niet alleen warmtestraling absorbeert, maar deze ook weer afgeeft. En terwijl de opvallende, door de aarde gereflecteerde, warmtestraling op weg is richting de ruimte verspreidt de door de CO2-moleculen afgegeven straling zich alle richtingen op, dus ook terug naar de aarde. En dat veroorzaakt dan het broeikaseffect.

    Waterdamp is goed voor veruit het grootste deel van dit broeikaseffect. Waterdamp is geheel natuurlijk en zorgt ervoor dat we het op aarde doorgaans aangenaam warm hebben. Een aandeel koolstofdioxide in het broeikaseffect is ook normaal, maar in de laatste tweehonderd jaar, dus sinds de industriële revolutie, en met name in de afgelopen decennia, neemt de CO2-concentratie in de atmosfeer snel toe, van minder dan driehonderd deeltjes per miljoen (parts per million, ppm) gedurende de laatste 600.000 jaar tot meer dan vierhonderd ppm vandaag de dag. Als gevolg daarvan is de gemiddelde temperatuur op aarde met zo’n 1,2 graden Celsius gestegen en stijgt deze nog altijd verder.

    Vicieuze cirkel

    Niet alleen de lucht om ons heen bevat CO2, het slaat ook neer op de grond, in veen en in planten. Het zit zelfs in poolijs. Maar de koolstofrijke permafrostbodem van Siberië ontdooit. En wanneer veen niet vanzelf uitdroogt, helpen mensen graag een handje om er weiland van te maken. Ontdooiing of uitdroging geeft de in deze landschappen opgeslagen CO2 vrij, met verdere opwarming van de aarde tot gevolg. Een vicieuze cirkel.

    Dirk Notz van de Universiteit van Hamburg doet onderzoek naar het terugtrekken van het ijs in de Noordelijke IJszee. Samen met de Amerikaanse klimatoloog Juliene Stroeve publiceerde hij in 2016 een studie in het gerenommeerde tijdschrift Science. Daarin proberen zij de uitstoot van broeikasgassen te visualiseren aan de hand van de teruggang van het ijs. De uitkomst van hun studie: de uitstoot van een ton CO2 veroorzaakt het smelten van drie vierkante meter Arctisch zomerzeeijs. Misschien zijn deze drie vierkante meter ijs de meest tot de verbeelding sprekende vergelijkingswaarde voor een ton koolstofdioxide. Het is immers min of meer de ruimte die een ijsbeer inneemt.

    Zo ziet een ton CO2 er daadwerkelijk uit

    Vliegen

    Wie naar warm land wil vliegen, kan bijvoorbeeld kiezen voor Israël. De route van München naar Tel Aviv leent zich voor het in perspectief plaatsen van de emissies die deze vlucht met zich meebrengt: volgens de CO2-calculator van het Duitse Federaal Milieuagentschap komt het broeikaseffect van een retourvlucht overeen met ongeveer een ton CO2 – let wel: per persoon. Daarvan is echter maar een kleine veertig procent toe te schrijven aan CO2 als zodanig, de overige klimaatimpact is onder meer te wijten aan condensatiestrepen en ozonvorming.


    Streaming

    Op het eerste gezicht lijkt het een ongelofelijk verhaal: het al genoemde nummer Despacito zou als gevolg van YouTube-klikken en Spotify-streams evenveel elektriciteit verbruikt hebben als vijf Afrikaanse landen met elkaar in een jaar. Dat is althans de conclusie van een rapport van de Franse denktank The Shift Project. Het rapport vermeldt verder dat een half uur streamen evenveel koolstofdioxide veroorzaakt als zes kilometer autorijden. Maar deze cijfers berusten op nogal gewaagde veronderstellingen.

    Voor een ton koolstofdioxide via Netflix kun je drieëntwintig uur streamen

    In een paper uit 2020 komt het Duitse ministerie van Milieu namelijk tot heel andere conclusies: streaming veroorzaakt gemiddeld slechts vijf gram koolstofdioxide per uur. Wel is die waarde sterk afhankelijk van de transmissietechnologie. De verouderde gsm-technologie is met 90 gram CO2 per uur het meest problematisch. Daarentegen presteert een moderne glasvezelverbinding het best: maar circa twee gram CO2 per uur. Voor een ton koolstofdioxide via Netflix en andere streamingdiensten kun je bij een gemiddelde transmissiesnelheid dus 200.000 uur streamen. Dat komt overeen met een kleine drieëntwintig jaar zendtijd. Voor het bekijken van kattenvideo’s of series als Squid Game hoef je je dus niet te schamen, althans niet wanneer het de opwarming van de aarde betreft.


    Cruise

    In een ligstoel naar zonnige oorden varen, met een cocktail in je hand, starend naar het ruime sop je nergens zorgen over hoeven maken – veel Duitsers dromen van zo’n vakantie. Maar een cruiseschip produceert elke dag ongeveer 0,3 ton koolstofdioxide per passagier. Als deze over een budget van een ton CO2 zou beschikken moeten de cabines dus al na drieënhalve dag ontruimd worden, waarbij niet eens rekening is gehouden met de reis van huis naar de haven en terug. En die uitstoot zal nog weer duidelijk groter zijn, mocht er ook nog eens per vliegtuig worden gereisd.


    Crypto

    Ontsnappen aan het juk van de banken. Een decentraal betalingsmiddel, versleuteld, veilig en democratisch. Dat beloven cryptovaluta ons, ware daar niet de gigantische elektriciteitsbehoefte voor het minen van digitale munten. Blijkens een in het vaktijdschrift Joule gepubliceerde studie vergt een bitcoin-transactie tussen de 300 en 900 kilowattuur elektriciteit, een Forbes-rapport komt op 708 kWh. Met ongeveer 400 gram CO2 per kilowattuur in de Duitse elektriciteitsmix komt dat neer op 0,28 ton koolstofdioxide per transactie. Bij vier bitcoin-overschrijvingen per dag wordt de CO2-limiet van een ton dus al overschreden.


    Paketbezorging

    Inmiddels kunt u thuis zelfs levensmiddelen laten bezorgen tegen supermarktprijzen, onlinebusiness is booming. Momenteel worden er jaarlijks zo’n 4 miljard pakketten bezorgd, 11 miljoen zendingen per dag. Blijkens een studie van de Universiteit van Bamberg wordt een op de zes pakketten teruggestuurd. Een teruggestuurd pakket veroorzaakt 1,2 kilogram CO2. Dat betekent dat retourzendingen dagelijks 2200 ton koolstofdioxide veroorzaken. Anders gezegd: een stad van 37.000 inwoners retourneert elke dag zoveel goederen dat zij een ton CO2 produceert. Overigens is een autorit naar de goed verwarmde winkels van de binnenstad om daar te gaan shoppen niet per se klimaatvriendelijker.


    Duitsland en Rwanda

    Al met al produceren de Duitsers gemiddeld tien ton koolstofdioxide per hoofd van de bevolking, met inbegrip van consumptie. Daarmee staan ze er niet goed op. Een Rwandees stoot gemiddeld maar 0,09 ton CO2 uit. Terwijl de Duitsers dus net iets meer dan een maand nodig hebben voor de productie van een ton koolstofdioxide, heeft Rwanda diezelfde hoeveelheid nog niet eens na tien jaar helemaal bereikt. Wel heeft Duitsland blijkens een EU-rapport tussen 1990 en 2018 vooral in de bouwsector CO2 bespaard. De uitstoot kon daar met 36 procent worden verlaagd. Maar zelf wat vaker dingen achterwege laten zou toch ook mogelijk moeten zijn.


    Bomen

    Plant vandaag een boom en compenseer je CO2-uitstoot. Klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook: want één boom is niet genoeg. En verder gaat er een hoop tijd overheen, want een jonge boom bindt nog nauwelijks koolstofdioxide. Oude bomen breken CO2 dus het beste af. Een beuk heeft ongeveer 80 jaar nodig om via fotosynthese een ton CO2 om te zetten in zuurstof en organisch materiaal. Bovendien, hoe zwaarder het hout, hoe meer koolstofdioxide er in wordt opgeslagen. En wat vaak vergeten wordt: Als de boom uiteindelijk gekapt wordt en bijvoorbeeld in een schoorsteen wordt verbrand, ontsnapt alle CO2 weer in de lucht.


    Zuivel

    Don’t sleep on the Gouda! (In het Nederlands zoiets als: probeer Goudse kaas voordat het te laat is). In de sitcom How I Met Your Mother spoort Marshall Eriksen, gespeeld door Jason Segel, zijn vrienden aan te eten van de kaas die hij heeft aangesneden. Hun gezamenlijke spelletjesavond wordt echter een fiasco.

    Na vijf jaar zuivel eten zit de gemiddelde Duitser op een ton koolstofdioxide

    Ook de zuivel- en kaasindustrie promoot graag haar zogeheten gezonde, uit een perfecte wereld van boerderijen en grasland voortgekomen producten. De klimaatbalans van zuivelproducten, vooral die van boter en vetrijke kaassoorten zoals Gouda, is echter niet al te best. Een belangrijke oorzaak is het herkauwen van de melkkoeien. Daarbij worden grote hoeveelheden geproduceerd van het zeer krachtige broeikasgas methaan dat een veel sterker effect heeft dan koolstofdioxide. Om voer voor het vee te verbouwen wordt ook nog eens de grond bemest, met het eveneens voor het klimaat schadelijke lachgas als resultaat.

    Omgerekend naar CO2-equivalenten ontstaat er blijkens een analyse van het Instituut voor Energie- en Milieuonderzoek in Heidelberg 9 kilogram koolstofdioxide bij de fabricage van een kilo boter. Voor harde kazen is dat 6 kilogram. Elk jaar eet een Duitser gemiddeld zo’n 25 kilo kaas en 6 kilo boter. Dat komt neer op ruim 200 kilo CO2. Na vijf jaar zit hij dus op een ton koolstofdioxide.


    Internet

    Hoe klimaatvriendelijk is het internet eigenlijk? Aan deze vraag heeft Google in 2019 een rapport gewijd. Het gebruik van Google-diensten zou volgens het betreffende rapport dagelijks 8 gram CO2 per persoon vergen. Het gemiddelde verbruik omvat 25 zoekopdrachten, een uur Youtube-kijken en het bijhouden van een Gmail-account. Als je daar de 60 minuten streaming tegen 5 gram CO2 van aftrekt leert een ruwe schatting dat een keer klikken 0,5 gram CO2 oplevert. Bijgevolg zijn 2 miljoen klikken goed voor een ton koolstofdioxide. Dat wordt vooral veroorzaakt door het stroomverbruik van de datacenters. Zij vormen de ruggengraat van het internetbedrijf.


    New York

    Elke 0,6 seconde stoot de stad New York een ton koolstofdioxide uit. Om die uitstoot te concretiseren werd ooit een simulatie gemaakt van het effect wanneer er midden tussen de wolkenkrabbers ballonnen met een diameter van tien meter zouden verschijnen. Zo’n ballon heeft plek voor 500 kubieke meter gas – en dat komt overeen met het volume van een ton CO2. Na ongeveer elke halve seconde komt er op de video weer een bol bij. Net als bij Goethes tovenaarsleerling verschijnen er voortdurend nieuwe ballonnen, binnen een tijdsbestek van enkele dagen vullen deze ballonnen de diepe ravijnen tussen de wolkenkrabbers, als was het een reusachtig ballenbad. Na een jaar torent een gigantische hoop ballonnen uit boven het Empire State Building.


    Auto’s

    Bij grote Duitse bedrijven met een internationale uitstraling denk je al gauw aan BMW, Daimler of VW. De autofabrikanten vormen de motor van de Duitse economie, miljoenen mensen hebben hier en bij toeleveranciers een baan. En ook vanuit immaterieel oogpunt hecht de Duitser aan zijn voertuig. Want nog altijd straalt een Porsche uit dat je het gemaakt hebt. Daarom verbaast het ook niet echt dat de door de Groenen beoogde maximum snelheid het bij de coalitiebesprekingen niet heeft gehaald – zonder dat zij daar zelfs iets in ruil voor terugkregen. 

    De uitstoot van een elektrische auto’s is per kilometer maar een derde dan die van een benzineauto

    Vanuit ecologisch oogpunt zou dat echter wel degelijk hout hebben gesneden: blijkens een omvangrijk onderzoek van non-profitorganisatie icct stoot een personenauto met een benzine- of dieselmotor gemiddeld 250 gram CO2 per kilometer uit, dit inclusief de productie van de brandstof en het voertuig zelf. Maar hoe harder je rijdt, hoe meer broeikasgassen je produceert. Gemiddeld genomen kun je met het equivalent van een ton koolstofdioxide 4000 kilometer afleggen. Dat lijkt een flink eind maar is in werkelijkheid ongeveer de afstand die een automobilist gemiddeld in vier maanden aflegt. Daarentegen stoten elektrische auto’s per kilometer maar ongeveer een derde van diezelfde hoeveelheid koolstofdioxide uit, eveneens inclusief fabricage van de auto en productie van elektriciteit. Maar ondanks de CO2-beprijzing voor verbrandingsmotoren zijn elektrische auto’s goed voor nog geen een procent van alle op de Duitse wegen toegelaten personenwagens.


    Veengrond

    Een hectare veengrond bindt gemiddeld 700 ton koolstofdioxide. Als er 14 vierkante meter veengebied verloren gaat, bijvoorbeeld door turfwinning of drooglegging, komt er op termijn een ton CO2 vrij. Wereldwijd slaan wetlands 30 procent van de grondgebonden CO2 op. Door het vernatten van eerder drooggelegde moerasgrond en het aanleggen van nieuwe moerassen kan CO2 dus worden afgevangen. Maar het winnen van turf en het omzetten van veengebied in weiland leveren nog altijd een bijdrage aan de opwarming van de aarde. Naast koolstof komt hierbij methaan vrij, een bijproduct van het verrottingsproces van planten.


    Rundvlees

    Duitsers werken jaarlijks gemiddeld tien kilo rundvlees naar binnen, mannen twee keer zoveel als vrouwen. Dat lijkt veel, maar wie twee keer per maand een rundvleesburger eet, een keertje spaghetti Bolognese en een ander keertje chili con carne bestelt en zichzelf bij wijze van uitzondering op een biefstuk trakteert, komt al snel op een kilo rundvlees per maand. Bij een conventionele productie van 14 kilo CO2 per kilo rundvlees resulteert dat elk jaar in circa 140 kilo koolstofdioxide. Dat is ongeveer een twaalfde van de gemiddelde uitstoot door alle voedsel. Zeven jaar rundvleesconsumptie is dus goed voor ongeveer een ton CO2.


    Wetenschappelijk onderzoek

    Toponderzoek is dikwijls duur. Naast het salaris van onderzoekers en docenten valt er van tijd tot tijd een forse elektriciteitsrekening op de mat. Want in de laboratoria moeten de testresultaten worden gekoeld, de reagentia gecentrifugeerd en de computers bediend. Erg energie-intensief zijn grootschalige complexen zoals Cern, ’s werelds grootste onderzoekscentrum op het gebied van deeltjesfysica. Het instituut in de omgeving van Genève herbergt diverse deeltjesversnellers. Hier laat men elementaire deeltjes op elkaar botsen, in 2012 werd zo het Higgs-deeltje aangetoond. Bij Cern is vooral het koelen van de detectoren en het gebruik van gefluoreerde broeikasgassen (f-gassen) voor het detecteren van deeltjes schadelijk voor het klimaat. Daarom heeft het instituut in 2018 zijn CO2-voetafdruk openbaar gemaakt: het totale complex stootte in een jaar tijd 223.800 ton kooldioxide-equivalenten uit. Dat betekent ongeveer elke tweeënhalve minuut een ton CO2.

    In de aanloop naar de COP26-klimaatconferentie in Glasgow bundelden toonaangevende laboratoria in Europa en de VS hun krachten. Ze willen gezamenlijk oplossingen ontwikkelen voor het verminderen van hun eigen uitstoot van broeikasgassen. Naast Cern hebben ook gerenommeerde instituten als Fermilab en de Europese ruimtevaartorganisatie Esa hiervoor getekend. Met elkaar willen zij werken aan best practices op het gebied van duurzaamheid.


    Kleding

    ‘Ik heb twee actieve broeken,’ zei stand-upcomedian Felix Lobrecht ooit in een optreden. Zo maakte de podcastmaker in een klap duidelijk dat de meeste Duitsers veel te veel kleding hebben die ze vaak niet eens dragen. Hun overige jeans – en dat beseffen ze pas als er verhuisd moet worden – liggen vergeten in een verre hoek van de kledingkast. Hoewel steeds meer mensen tweedehands kopen, beleeft de zogeheten fast fashion wereldwijd een hausse.

    Een aan de gevolgen van de textielproductie gewijd rapport van het Europees Milieuagentschap vermeldt dat tien procent van de wereldwijde uitstoot aan broeikasgassen toegeschreven kan worden aan de fabricage van kleding en schoenen. Met al hun shopactiviteiten maken de Duitsers het quotum van een ton koolstofdioxide in anderhalf jaar vol. De constant dalende prijs van kleding is een van de oorzaken voor de immense CO2-voetafdruk van de mode-industrie; zo bleef die prijs tussen 1996 en 2018 binnen de EU met 30 procent achter bij de inflatie, aldus het rapport. Gemiddeld gooit een inwoner van de EU jaarlijks 11 kilo kleding weg. Fabricage, aanlevering, afvalverwerking – dat alles drijft de CO2-teller op. Maar het grootste probleem is simpelweg de overvloed aan textiel. De eenvoudigste oplossing is dan ook: minder nieuwe spullen kopen.

    Lees ook:

  • Ontbossing bereikt recordhoogte in de Braziliaanse Amazone

    Ontbossing bereikt recordhoogte in de Braziliaanse Amazone

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tientallen doden door overstromingen in Zuid-Afrika

    » Aantal vrouwen in Italiaanse bestuurskamers is nog nooit zo hoog geweest

    Nooit eerder zo veel bos gekapt in eerste kwartaal als in 2022

    Ontbossingsgegevens van het Braziliaanse onderzoeksbureau Inpe wijzen uit dat in het eerste kwartaal van 2022 meer Amazonewoud vernietigd is dan in dezelfde periode in eerdere jaren. De Amazone verloor bijna 1000 vierkante kilometer aan bos, wat bijzonder hoog is, aangezien tijdens het regenseizoen over het algemeen relatief minder gekapt wordt. Dat is een record, sinds het vorige record van 2020, toen bijna 800 vierkante kilometer bos gekapt werd tijdens het eerste kwartaal, schrijft Folha de São Paulo.

    Volgens het klimaatakkoord van Parijs moet Brazilië de broeikasuitstoot, onder andere veroorzaakt door houtkap, verminderen met 37 procent in vergelijking met 2005. In 2030 moet dat 50 procent minder zijn.

    Onder de regering-Bolsonaro vond het hoogste niveau van ontbossing in meer dan een decennium plaats

    Op dit moment onderzoekt het Braziliaanse Hooggerechtshof of de regering-Bolsonaro maatregelen tegen ontbossing in het Amazonegebied heeft ontmoedigd of tegengehouden. Onder de regering-Bolsonaro vond het hoogste niveau van ontbossing in meer dan een decennium plaats.

    Volgens de oppositie is de regering-Bolsonaro nalatig geweest en heeft ze geen beleidsplan ingevoerd om ontbossing in het Amazonegebied te bestrijden. Ook zou Bolsonaro de grondrechten van de inheemse bevolking van het regenwoud hebben geschonden.

    Lees ook:

  • Duurzame mode bestaat niet

    Duurzame mode bestaat niet

    Iedere consument zou moeten weten dat er 7500 liter nodig is voor de productie van zijn spijkerbroek. En dat de kledingindustrie een van de vervuilendste industrieën ter wereld is. Niet de voetafdruk maar de prijs bepaalt nog altijd het dwangmatige koopgedrag van het winkelend publiek.

    Onderzoek wijst uit dat de kledingindustrie haar ecologische voetafdruk moet verkleinen. Een verplichting die een ingrijpende verandering vereist van de productie- en marketingmethodes van de branche, maar ook van ons consumptiegedrag.

    De cijfers over de CO2-afdruk van de mode-industrie zijn het gesprek van de dag op Instagram en TikTok. De sector is goed voor 10 procent van de mondiale uitstoot van broeikasgas. Het is waarschijnlijk een van de vervuilendste industrieën ter wereld, na de energie- en de voedingsmiddelensector. Iedere consument zou moeten weten hoeveel water er nodig is voor de productie van zijn spijkerbroek: 7500 liter. De stranden van Ghana zijn vervuild door tonnen gebruikte kleding, terwijl de Atacama-woestijn in Chili een treurige reputatie geniet als gigantische dumpplaats van tweedehandskleding, het niet-gerecyclede overschot van de 59.000 ton aan kledingstukken die jaarlijks in de haven van Iquique arriveert. Volgens een studie van de Verenigde Naties uit 2019 wordt er in de woestijn elke seconde een vuilniswagenlading textiel begraven of verbrand. 

    Volgens een studie van de Verenigde Naties uit 2019 wordt er in de woestijn elke seconde een vuilniswagenlading textiel begraven of verbrand

    Het woord ‘duurzaam’ ligt tegenwoordig op ieders lippen. De Franse start-up Circle Sportswear, in 2019 opgericht door Romain Trébuil, maakt zijn kleding van ‘gerecyclede of recyclebare materialen’, waaronder lyocell, een stof die gemaakt is van cellulose. ‘Het milieu zo min mogelijk belasten, dat is de plicht van onze generatie,’ zegt Adrien Garcia, oprichter van de modesite Réuni die gespecialiseerd is in pre-orderverkoop. En om hun clientèle te behouden die haar consumptie steeds meer wil vergroenen, beginnen ook de grootste kledingfabrikanten en -distributeurs op het gebied van ‘fast fashion’ zich aan te passen.

    De Amerikaanse jeansfabrikant Levi’s heeft sinds april 2021 een nieuwe slogan: ‘Buy better, wear longer’. ‘Wereldwijd is de kledingconsumptie de afgelopen vijftien jaar verdubbeld. Dat kunnen we helpen veranderen door te mikken op betere kwaliteit,’ aldus de fabrikant van de 501 in een reclamespot. ‘We hebben het nu voor het eerst openlijk over duurzaamheid. Maar daar is onze bedrijfscultuur al meer dan dertig jaar op gericht,’ verzekert Diana Dimitian, adjunct-directeur van Levi’s Zuid-Europa. Het Spaanse Inditex, het grootste kledingbedrijf ter wereld, nodigt zijn klanten uit om hun oude kleding voor recycling in te leveren bij een van zijn acht ketens, waaronder Zara. Het Zweedse H&M, ook een grote speler op de fastfashionmarkt, heeft eveneens bakken neergezet die bestemd zijn voor recycling. Geef ons uw oude spijkerbroek in ruil voor een tegoedbon, aldus de distributeur van goedkope kleding.

    En alle grote merken verzekeren dat ze hun toevlucht zullen nemen tot minder vervuilende materialen. Inditex belooft vanaf 2023 in al zijn Zara-winkels alleen nog maar duurzame katoen aan te bieden en vanaf 2025 alleen nog linnen of gerecyclede polyester. H&M zal tussen nu en 2030 volledig overstappen op duurzame materialen. Het Duits-Nederlandse C&A gebruikt al meer dan tien jaar biokatoen, om ‘ons milieu, de katoenproducenten en hun leefomgeving te beschermen’. Het Japanse Fast Retailing belooft aanpassingen op het gebied van zijn beroemde gewatteerde Uniqlo-jacks; in 2020 heeft het merk een voor 100 procent gerecycled jack gelanceerd. Het moederbedrijf garandeert dat zijn CO2-uitstoot in 2050 zal zijn teruggebracht tot nul, en dat in 2030 de helft van de kleding deels van gerecyclede vezels zal worden gemaakt.

    Taboeonderwerp

    Het meest luxe en modieuze segment blijft niet achter. Het LIFE-programma van de Franse groep LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy) richt zich met name op de strijd tegen klimaatverandering en belooft een groter beroep te zullen doen op de kringloopeconomie, terwijl Kering (met onder andere Balenciaga, Brioni, Gucci en Yves Saint Laurent) zegt zich ‘vooral op de aanvoerketen te concentreren’, omdat ‘het behoud van de biodiversiteit en het verkleinen van onze ecologische voetafdruk beginnen bij het “sourcen” van grondstoffen’.

    Toch gaan er steeds meer stemmen op, onder meer van Maxine Bédat van de Amerikaanse denktank New Standard Institute, die zeggen dat dit allemaal niet genoeg is. ‘Omdat duurzame mode geen kwestie van grondstoffen is,’ verduidelijkt Guillaume Declair, medeoprichter van het Franse merk Loom. ‘De hele sector geeft hoog op van de kringloopeconomie en het gebruik van milieuvriendelijke materialen. Maar als je ziet hoe weinig van alles wat er wordt verkocht gerecycled is, is kringloopmode geen oplossing. Er is een paradigmaverschuiving nodig, een andere manier van produceren,’ meent Elisabeth Laville, oprichter van het adviesbureau Utopies, dat bedrijven begeleidt bij de transitie naar een duurzame toekomst.

    Akkoord van Parijs

    Om zich te houden aan het Akkoord van Parijs van 2015, dat bepaalt dat de gemiddelde temperatuur van de planeet ten opzichte van het pre-industriële tijdperk met niet meer dan 2 graden mag stijgen, zou de kledingproductie tot 2050 met twee derde moeten worden teruggebracht. Maar welk merk is bereid om zijn productie en verkoop te verminderen? Om zich van zijn gematigde kant te laten zien? ‘De groei van het aantal verkochte producten blijft de norm,’ zegt Dimitri Caudrelier, algemeen directeur van adviesbureau Quantis; hij pleit ervoor ‘vraagtekens te zetten bij de businessmodellen van de industrie’. Volgens deze specialist op het gebied van de klimaatstrategie van bedrijven ‘is het onderwerp volume 
    nog altijd taboe in de bedrijfstak’.

    Dat blijkt wel uit het Fashion Pact dat in 2019 werd ondertekend op instigatie van de Franse president Emmanuel Macron, na de G7-top in Biarritz. Meer dan tweehonderd internationale merken zegden toe ‘hun gebruik van milieuvriendelijke materialen tot 2025 met 25 procent te verhogen, en hun gebruik van duurzame energie tot 2025 met 50 procent en tot 2025 met 100 procent’. De overige afspraken gaan over biodiversiteit en de bescherming van de oceanen ‘door beperking van de hoeveelheid plastic verpakkingsmateriaal’. Tot de ondertekenaars behoorde een aantal luxe merken, zoals Chanel, Saint Laurent en Gucci, maar ook merken voor een groter publiek, zoals Adidas, Decathlon, Mango en H&M.

    ‘Maar het Fashion Pact rept met geen woord van fast fashion,’ zegt Elisabeth Laville. ‘Die term komt niet eens in de tekst voor. Dit pact is hooguit een poging om de milieu-impact van fast fashion te beperken. Het lijkt wel of ze hun economische model willen bestendigen zonder er vraagtekens bij te zetten. Dat is ontoelaatbaar,’ zegt ze, verwijzend naar ‘de grote jongens die hun businessmodel niet willen loslaten, ook al is het achterhaald’. Oftewel de grootschalige productie in lage-lonenlanden en de permanente vernieuwing van hun winkelcollecties.

    Ook bij Quantis leeft ergernis. ‘Leidt het Fashion Pact tot een vermindering van de ecologische voetafdruk? Ja, dat is het voornaamste doel. Maar tot een volumeverlaging? Nee,’ zegt Dimitri Caudrelier geïrriteerd. Alma Dufour, woordvoerder van de Franse milieu- en mensenrechtenbeweging Amis de la Terre, noemt het Fashion Pact ‘de grootste grap van de sector. Wie kan geloven dat ze hun CO2-uitstoot zullen reduceren door het gebruik van meer biokatoen en meer ledlampen in hun winkels?’ 

    Prijs bepaalt

    Wat moet er dan gebeuren? De kleding-productie terugverhuizen naar Europa? ‘Door in Frankrijk te produceren in plaats van in China kunnen we de CO2-voetafdruk van de kledingindustrie halveren,’ stelt het Franse verbond van kledingproducenten. Op papier heeft ‘made in France’ alleen maar voordelen. Sommige Franse producenten hebben hun productie al terugverhuisd, in navolging van FashionCube, een groep kledingmerken van het Franse familiebedrijf Mulliez dat afgelopen februari een jeansfabriek heeft geopend in de buurt van de Noord-Franse stad Tourcoing.

    Maar veel Franse merken lopen tegen aanvoerproblemen op. ‘De nationale leveranciers van onze basismaterialen blijven in gebreke,’ zegt een vertegenwoordiger van een confectiebedrijf. Bovendien bieden niet alle sectoren van de kledingmarkt ruimte voor de extra kosten van productie in eigen land. Zo kosten de jeans van FashionCube in Tourcoing 60 euro, wat tweeënhalf keer zo duur is als de gemiddelde vrouwenjeans die in Frankrijk worden verkocht.

    Kunnen we nu zeggen dat de duurzame mode is aangepast aan de economische realiteit van de kledingmarkt? Want de keus van de consument wordt nog altijd bepaald door de prijs. Voor 41 procent van de Fransen is de prijs het eerste aankoopcriterium, terwijl maar 4 procent de voorkeur geeft aan het ecologische en ethische aspect. Tweedehandskleding, die vaak als een middel tegen milieukwalen wordt gezien, ontsnapt niet aan dit fenomeen: 70 procent van de Fransen koopt die om economische redenen.

    Dat is niet erg, volgens Elisabeth Laville, die voorspelt dat de prijs ‘geen obstakel zal zijn voor een duurzamer aankoopgedrag’. Als we haar mogen geloven, zou in de toekomst ‘om zowel economische als ecologische redenen’ kunnen worden gekozen voor een duurzamere modeconsumptie, zoals dat op vervoersgebied met autodelen gebeurt. Alles zou in dat geval afhangen van de mate waarin het consumptiegedrag kan worden aangepast.

    Overconsumptie

    Eenvoudig zal dat niet zijn. Want de goedkope mode heeft ons gedrag ingrijpend veranderd. De marketingmethodes van de fast fashion op sociale media zetten ertoe aan om te kopen zonder rekening te houden met je behoeften, dus tot overconsumptie. En de neurowetenschap heeft aangetoond hoezeer die methodes ons zelfbeeld strelen en onze dopamine, het hormoon van de onmiddellijke behoeftebevrediging, activeren. Onze hersenen ‘zijn een vijand van de planeet’, oppert neurowetenschapper Sébastien Bohler in zijn essay Le bug humain. 

    Er moet een remedie komen tegen ‘dwangmatig koopgedrag’, zegt Dimitri Caudrelier. En een manier om de consumenten te genezen van de boulimie die zich van hen meester kan maken wanneer ze de Primark binnenlopen, het Ierse merk dat ‘ongelooflijke mode voor ongelooflijke prijzen’ belooft, of wanneer ze op de Chinese site Shein klikken, het walhalla voor pubers.

    Diverse milieubewegingen beijveren zich ervoor de sector aan banden te leggen. Zo bepleit Greenpeace een verbod op reclame die schadelijk is voor het milieu ‘door het creëren van kunstmatige waarden, zoals het associëren van koop- en consumptiegedrag met zelfverwezenlijking en plezier’. Het collectief En Mode Climat, afkomstig uit de Franse kledingsector zelf, dringt ook aan op ‘bestraffing van strategieën die de consumptie sterk aanwakkeren’. Bijna vierhonderd Franse kledingbedrijven hebben zich aangesloten bij deze in 2021 opgerichte beweging, die ‘meer regulering’ eist en voorstelt de huidige Franse milieubijdrage van 6 cent per kledingstuk te verhogen tot 5 euro in 2025 voor de vervuilendste kledingmerken.

    Zijn dit allemaal zoete dromers in een gemondialiseerde sector? De Ellen MacArthur Foundation, opgericht door en vernoemd naar de voormalige Britse zeilster, pleit voor een andere weg, die van de persoonlijke kringloopeconomie: ze roept consumenten op te dragen wat ze in hun kast hebben hangen of liggen. Vaker en langer. 

  • Deze Vietnamese vrouwen hebben hun leven gegeven aan het mangrovewoud

    Deze Vietnamese vrouwen hebben hun leven gegeven aan het mangrovewoud

    De mangroves van Can Gio vormen een schild dat de bijna 9 miljoen inwoners van Ho Chi Minhstad beschermt tegen tyfoons die over de Zuid-Chinese Zee rollen. De kleindochters van de vrouwen die het bos ooit herbeplantten, proberen het nu te beschermen.

    Balancerend op de trap van haar huis op palen aan de rand van het Can Gio-woud trekt Sang Thi Phung haar rubberlaarzen aan. Het is een van de zeldzame momenten waarop de negenendertigjarige niet op blote voeten loopt. ‘Je kunt hier maar een paar stappen zetten, meer land is er niet. Ik trek alleen slippers aan als ik naar het vasteland ga,’ zegt Sang.

    Sang woont in een boswachterspost aan de oever van een rivier die door Can Gio loopt, een groot mangrovebos en Unesco-biosfeer op zo’n 40 kilometer ten zuidoosten van Ho Chi Minhstad. Haar voeten zijn zwart van de gedroogde klei (schoon water is schaars in de wachtpost, die maar zelden door buitenstaanders wordt bezocht). Het regenwater dat zij en haar man in plastic vaten opvangen, is amper voldoende voor hun dagelijkse behoeften.

    Sang, die op een telefoontje wacht, loopt naar de sampan die voor het huis ligt vastgebonden. Aan het dak van de boot, de enige plek met bereik, bungelt een oude Nokia. Voor de sampan strekt zich een hoeveelheid rivieren uit die de ogenschijnlijk eindeloze 30.000 hectare mangrovebos doorsnijden. Op deze windstille morgen is de natuur heel stil geworden.

    Acht uur ’s ochtends en niemand heeft gebeld, wat betekent dat alles volgens plan zal gaan. Het vertrouwde geluid van een langstaartboot zwelt aan en Sang kan de felroze nón lá (Vietnamese hoed) van haar collega-bewaakster, de tweeënveertigjarige Lan Thi Truong, al zien. Lan, die aan het hoofd staat van een autonome groep woudbeschermers in Can Gio, en Sang hebben met elkaar afgesproken om een nieuwe medewerker te verwelkomen, een derde vrouw die hen komt bijstaan in hun werk als boswachters.

    Patrouille

    Hoewel ze alle drie bij de rivier zijn opgegroeid, kunnen ze geen van allen zwemmen en dus trekken ze een zwemvest aan. Het water is tot boven de mangrovewortels gestegen, het geschikte moment voor de vrouwen om op patrouille te gaan. Ze manoeuvreren de boot langs de rand van het woud en varen elk smal kanaal af, terwijl de dag vordert. Als de boot eenmaal is vastgebonden en ze elk een lamp op hun hoofd hebben bevestigd, beginnen de vrouwen het hart van het bos in te waden.

    ‘Het is heel griezelig om alleen in het bos te patrouilleren, dus vragen we anderen om mee te gaan,’ vertelt Sang. ‘Mannen zijn sterker, dus die gaan sneller. Wij vrouwen lopen langzamer, dus als we niet in één dag klaar zijn, gaan we de volgende dag door. We zorgen ervoor dat we overal zijn geweest.’

    Ho Chi Minhstad, dat 2000 vierkante kilometer beslaat, staat bekend om zijn continue bouwactiviteiten en gebrek aan groene ruimte. Daarom speelt het Can Gio-mangrovewoud, een van de laatste groene plekken, een rol in de vitaliteit en het overleven van de stad. Het woud wordt weleens beschreven als de groene longen van de stad, maar het zorgt niet alleen voor frisse lucht. Het mangrovebos vormt een schild dat bijna 9 miljoen inwoners beschermt tegen orkanen die over de Zuid-Chinese Zee komen aanrollen. Daarnaast dient het ook als een nier, omdat het afvalwater van de industrie in de stad en nabijgelegen gebieden filtert. Omdat Ho Chi Minhstad elk jaar dieper wegzinkt vanwege het stijgende zeeniveau, is het Can Gio-woud essentiëler dan ooit.

    Maar een project van 9 miljard dollar, gesteund door Vietnams grootste conglomeraat Vingroup, dat vorig jaar werd goedgekeurd door de regering, baart wetenschappers en milieuactivisten zorgen. Een 2870 hectare tellend, ‘door de zee doorsneden toeristisch stadsgebied’ in Can Gio zal naar verluidt gaan worden gebouwd op herwonnen land. Een petitie die naar de regering is gestuurd door een twintigtal milieudeskundigen, wetenschappers en organisaties, waarschuwt voor een potentiële ecologische ramp in het gebied, veroorzaakt door dit project. Het stadsbestuur verdedigt het project omdat het de ontwikkeling in het district ten goede zal komen en werkgelegenheid zal scheppen voor de bewoners.

    Nadat ze haar lippen rood heeft gestift en foundation op haar gezicht heeft aangebracht, zet Lan een gebloemde nón lá op haar hoofd, klaar om aan haar woudpatrouille te beginnen. ‘Ook al zie ik de hele dag alleen maar bomen en nog meer bomen, ik wil er toch mooi uitzien. Waar kun je anders blij van worden als je in dit enorme woud woont?’ zegt ze, terwijl ze haar greep op het roer verstevigt.

    ‘Doordat ik jaren met het woud heb geleefd, is mijn liefde en mededogen ervoor groter geworden’

    Het mangrovewoud heeft een lange geschiedenis, geschreven door moeders, echtgenotes en dochters. Lan volgde, net als andere tweedegeneratiewachters, haar ouders het bos in toen ze nog klein was. De families namen hun kinderen mee en leerden hun ver weg van de stad te leven. Toen haar broers volwassen waren, gingen ze terug naar het vasteland en leidden daar een nieuw soort stadsleven, maar Lan bleef in het bos.

    Tegenwoordig woont ze daar met haar echtgenoot en een paar van hun kinderen. Haar oudere kinderen konden de zware kanten van het woudleven niet aan en verhuisden naar de stad om daar te gaan werken. Ze vertelt dat haar kinderen een hekel hadden aan de vele uitdagingen. De familie moet elke druppel schoon water tellen. Op bewolkte dagen is het onmogelijk om batterijen op te laden omdat elektriciteit alleen wordt opgewekt door zonnepanelen. In de stad is het ‘s nachts moeilijk om niet gestoord te worden door de twinkeling van de miljoenen lichten, maar zij moeten het doen met de vlam van een olielamp die flakkert in de omringende duisternis. 

    Ze begrijpt dat haar kinderen weg wilden. Toen ze in de twintig was, dacht Lan er ook vaak over om haar baan op te geven. Ze vroeg zich af: ‘Waarom zijn de jongeren van mijn leeftijd die op het vasteland wonen gelukkiger dan ik? Zij hebben vrienden met wie ze koffie kunnen drinken en elektriciteit om films te kijken, terwijl ik hier zit en de hele dag alleen met mezelf en dit woud doorbreng.’

    ‘Allemaal hebben we onze jongere jaren hier begraven om voor het bos te zorgen en het te beschermen’

    Maar tegenwoordig twijfelt ze er niet meer aan dat ze, zolang ze kan, toezicht zal blijven houden op het woud. ‘Het is alsof je met iemand trouwt. Doordat ik jaren met het woud heb geleefd, is mijn liefde en mededogen ervoor groter geworden. Als het iets slechts zou overkomen, zou ik me ook gekwetst voelen.’

    Onder het praten roeit ze de sampan behendig naar het vasteland en trekt daarna haar slippers aan. Ze wandelt over de markt, op asfaltstraten vol toeterende motorfietsen en chaotisch verkeer, naar het huis van haar ouders. In de verte klinken gelach en de klanken van iemand die een lied uit een cai luong (Vietnamese opera) zingt. Een paar uur later is ze al gereed om terug te gaan.

    ‘Ik ben eraan gewend om in het woud te leven. Als ik er ook maar een klein stukje van verwijderd ben, voelt het al vreemd,’ vertelt ze terwijl ze weer naar haar sampan loopt. Ze zeg dat ze tot aan haar pensioen boswachter hoopt te blijven. ‘Mijn ouders komen op de eerste plaats, daarna mijn man en ik. Allemaal hebben we onze jongere jaren hier begraven om voor het bos te zorgen en het te beschermen. We zijn nergens anders naartoe gegaan, maar hier gebleven, in het woud.’

    Herbeplanting

    Op een dag in het regenseizoen van 1978, in een moeras dat zo kaal was dat er nauwelijks één boom was te bekennen, plantte Lans moeder, Nguyen Thi Don, een mangrovezaadje afkomstig uit het zuidelijke puntje van Vietnam.

    Net als in andere Vietnamese bossen waren in Can Gio bijna 40.000 hectare flora vernietigd door de ontbladeringsmiddelen die de VS tussen 1961 en 1971 hadden rondgespoten. Het bos stierf. Zonder de bescherming van de mangroves sijpelde het zoute zeewater binnen tot aan het zuiden van de stad. Op andere plekken leidde het verlies van bos tot aardverschuivingen, aldus rapporten van de ngo Ho Chi Minh City Union of Science and Technology Associations. In 1978, drie jaar nadat het de zuidelijke hoofdstad had overgenomen, vaardigde het Volkscomité van Ho Chi Minhstad een decreet uit om het biosysteem van het Can Gio-mangrovewoud te herstellen.

    Om het woud opnieuw te beplanten werd een arbeidspotentieel gemobiliseerd dat bestond uit lokale bewoners, jongeren en gevangenen die heropgevoed werden. Er meldden zich vijfhonderd bewoners van Can Gio, voornamelijk vrouwen en kinderen, om mee te doen aan de herbeplanting. Zowel de ouders van Sang als die van Lan behoren tot die pioniersgeneratie.

    ‘Het werk van drie of vier mannen in een dag haalt het niet bij de productiviteit van één enkele vrouw’

    De toenmalige stadsbestuurders beschouwden de herbeplanting van het Can Gio-woud als een dringende noodzaak voor het naoorlogse herstel van het land. Voor de vrouwen van Can Gio bood de herbeplanting van het bos een mogelijkheid om wat extra geld te verdienen, waarmee ze rijst konden kopen om hun kinderen te voeden. Destijds, vertelt Don, de moeder van Lan, ‘was iedereen berooid en had niemand genoeg rijst’.

    ‘Vroeger gingen de mannen hier de zee op om te vissen; de vrouwen bleven meestal thuis om voor de kinderen te zorgen. Toen de stad opriep tot herbeplanting waren we dolblij, omdat we geld konden verdienen en onze kinderen konden meenemen.’

    Tientallen jaren later wordt het bos van 30 hectare gezien als een wonder. Begin jaren zeventig schatten Amerikaanse biologen dat het ‘honderd jaar zou duren om het biosysteem van het Can Gio-mangrovewoud te herstellen’, zegt Cuong Dinh Nguyen, het vroegere hoofd van Ho Chi Minhstad Bosbeheer. ‘Dat het niet zo lang heeft geduurd, komt door de vrouwen van Can Gio. Het werk van drie of vier mannen in een dag haalt het niet bij de productiviteit van één enkele vrouw,’ zegt hij.

    ‘Het woud is voornamelijk herbeplant door vrouwen’

    Hai Minh Nguyen, de vroegere directeur van Duyen Hai Bosbouw en lid van de Raad van Bestuur van Can Gio, herinnert zich nog beelden van vrouwen met een nón lá op die voorovergebogen mangrovezaadjes in de modder duwden. ‘Na een paar dagen drong het tot het bestuur door dat vrouwen sneller door de modder konden waden dan mannen, vanwege hun tengere lichaamsbouw. Daarom lag hun productiviteit hoger. Het woud is voornamelijk herbeplant door vrouwen.’

    De mensen die het woud beplantten, moesten dag en nacht doorwerken, wat voor weer het ook was, rekening houdend met de getijden. Ze aten rijst gemengd met gierst, waadden tot aan hun dijen door modder, haalden hun benen open aan doornen. Zelfs toen de bomen groter werden, besloten veel van de planters te blijven om de bomen te beschermen tegen illegale houtkap. In 2000 werd het Can Gio-woud door Unesco bestempeld als World Biosphere Reserve.

    Dit verhaal kwam tot stand met steun van de SEI Asia Media Grant.

    Lees ook:

  • Canada trekt 6,5 miljard euro uit voor het klimaat

    Canada trekt 6,5 miljard euro uit voor het klimaat

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky spreekt het Belgische parlement streng toe

    » Amerikaanse boekhandelsketen verkoopt meer boeken aan jongeren door TikTok

    Uitstoot moet met 40 procent omlaag

    De Canadese premier Justin Trudeau kondigde dinsdag een investeringsplan van 6,5 miljard euro aan om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 40 procent te verminderen ten opzichte van 2005. De energie- en transportsectoren zullen hierdoor het hardst worden getroffen, schrijft CBC News.

    Om zo’n grote reductie te bereiken – de regering gaat uit van 42 procent ten opzichte van de huidige niveaus in slechts acht jaar – omarmt Ottawa CCUS, een proces waarbij CO2-emissies worden opgevangen en hergebruikt of opgeslagen. Het land is van plan om ook fors te investeren in elektrische voertuigen en laadpalen, wind- en zonne-energie en in energieneutrale gebouwen.

    Lees ook:

  • Italië: ernstige droogte in het Po-gebied

    Italië: ernstige droogte in het Po-gebied

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Abramovitsj en Oekraïense onderhandelaars mogelijk vergiftigd

    » Taliban: Afghaanse vrouwen mogen niet meer alleen vliegen

    Laagste niveau sinds 1972

    De Italiaanse rivier de Po en het gebied eromheen worden getroffen door ernstige droogte, nu het al meer dan honderd dagen niet heeft geregend, aldus autoriteiten die toezien op het stroomgebied. De zijrivieren Trebbia, Secchia en Reno hebben inmiddels het laagste niveau sinds 1972 bereikt en het niveau van de Dora Baltea, Adda en Ticino is met 75 procent afgenomen, bericht ANSA.

    Volgens de autoriteiten kunnen er problemen ontstaan nu het irrigatieseizoen begint in de provincie Piemonte, een belangrijk agrarisch gebied. Daarom hebben ze gevraagd om bijzondere vrijstellingen voor het onttrekken van water aan de rivier ten gunste van de landbouw en waterkrachtcentrales.

    Lees ook:

  • Kernenergie is hot, voorlopig althans

    Kernenergie is hot, voorlopig althans

    Na lange tijd te zijn verguisd, is kernenergie een onontkoombaar onderdeel geworden van de wereldwijde strategie voor CO2-reductie. Wat is er veranderd, en zal dit zo blijven?

    Jarenlang heeft de kernenergiesector geklaagd: Waarom houdt niemand van ons? Kernenergie is tenslotte de Atlas van de CO2-vrije energieproductie die de wereld jaar in jaar uit op zijn schouders torst met duizenden megawatturen elektriciteit waaraan geen fossiele brandstoffen te pas komen. Ook nu nog genereren kerncentrales wereldwijd meer CO2-vrije energie dan wind en zon bij elkaar.

    En toch is de sector, zo luidt de klacht, genegeerd, gehaat en gemarginaliseerd. Traditionele milieuactivisten hadden geen goed woord over voor kernenergie, verzetten zich tegen de bouw van nieuwe centrales en waarschuwden voor rampzalige ongelukken. Nog in 2017 waarschuwde de Amerikaanse Sierra Club Foundation dat kernenergie een ‘grote CO2-voetafdruk’ had omdat er fossiele brandstoffen werden gebruikt om uranium voor splijtstofstaven te winnen, ook al zou diezelfde kritiek kunnen gelden voor de winning van lithium, silicium en andere mineralen voor duurzame energiebronnen. Dit soort psychologische spelletjes wekten irritatie bij voorstanders van kernenergie en maakten dat de beroepsgroep zich tegen de energiewereld keerde. ‘Kernenergie kan de wereld redden,’ mompelden ze, ‘als iemand ons de kans maar geeft.’

    Hoe werden ze hun frustratie de baas? Het antwoord is dat ze, zoals bij zoveel problemen in het leven, gewoon moesten doorgaan met hun werk, in afwachting van wat komen ging.

    De afgelopen tijd is kernenergie in de ogen van zowel rechts als links een onontkoombaar onderdeel geworden van de wereldwijde strategie voor CO2-reductie. Kernenergie maakt deel uit van de CO2-reductieplannen van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en China en zal vermoedelijk een nog grotere rol gaan spelen in armere landen die hun zware energie willen behouden. Een aantal keuzes dat het afgelopen decennium is gemaakt begint nu vrucht af te werpen. Kernenergie mag zich misschien nog niet in liefde of aanbidding verheugen, maar toch tenminste in een tandenknarsende genegenheid.

    Research en ontwikkeling

    ‘Ik denk dat je rustig kunt zeggen dat kernenergie steeds meer op voet van gelijkheid wordt behandeld,’ zegt Jackie Toth, directielid van het Good Energy Collective, een progressieve pro-nucleaire organisatie. ‘Is het een herleving of een moment van buigen of barsten? Allebei een beetje.’

    De opbloei van kernenergie is merkbaar tijdens de Conferentie van de Partijen (COP), de permanente klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Glasgow. Alleen dat erover gesproken wordt is al opmerkelijk. ‘Bij COP 25 werd ik nog gewaarschuwd dat ik niet eens hoefde te komen,’ zei Rafael Mariano, de directeur van het Internationaal Atoomenergieagentschap tegen persbureau Bloomberg News. Tijdens de conferentie van dit jaar noemden vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, Rusland en Brazilië kernenergie allemaal een belangrijk onderdeel van hun CO2-reductiestrategie.

    ‘Wij zijn erg optimistisch over deze geavanceerde kernreactoren’

    Inderdaad heeft de regering-Biden het Amerikaanse cohort van ‘geavanceerde nucleaire’ start-ups en hun (hopelijk) veiligere reactoren onderdeel van haar klimaatdiplomatie gemaakt. Tijdens de COP van afgelopen november kondigden de Verenigde Staten en Roemenië een partnerschap aan dat ervoor zal zorgen dat de Amerikaanse start-up NuScale, producent van fabrieksmatig vervaardigde modulaire reactoren, vijf daarvan in gesloten kolencentrales in Roemenië zal installeren. Ook dat de VS het land, dat grofweg een zevende van zijn elektriciteit uit kolen haalt, zal helpen om zijn kolencentrales tussen nu en 2032 geleidelijk te sluiten. De reactoren zullen de uitstoot van kooldioxide met 45 miljoen ton per jaar reduceren.

    ‘Wij zijn erg optimistisch over deze geavanceerde kernreactoren,’ zei Jennifer Granholm, de Amerikaanse minister van Energie, tegen Yahoo News. ‘We steunen die dan ook met ook een heleboel geld voor research en ontwikkeling.’

    De afgelopen jaren staat ook de klimaatbeweging positiever tegenover kernenergie. In 2018 meldde de Amerikaanse Union of Concerned Scientists, die oorspronkelijk als waakhond toezag op de nucleaire veiligheid (de bezorgde wetenschappers waren kerngeleerden), dat naar verwachting meer dan een derde van de Amerikaanse kerncentrales voortijdig zou sluiten. Die centrales zouden dan waarschijnlijk worden vervangen door kolen- en gascentrales, waarschuwden de wetenschappers.

    Enorme bedragen

    Amerikaanse politici van beide partijen staan inmiddels zo open voor kernenergie dat ze er enorme bedragen in zijn gaan pompen. Het ministerie van Energie van de regering-Trump was zo opgewonden over geavanceerde kerntechnologie dat het een nepdatingapp maakte om die te promoten. (‘Het is lang geleden dat kernenergie op vrijersvoeten was’, zo begon de post ter aankondiging.) Het wetsvoorstel voor infrastructuur dat afgelopen november door beide partijen in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden is aangenomen reserveert 8,47 miljard dollar voor bestaande kerncentrales (inclusief een nieuwe subsidie om ze tot halverwege de jaren twintig in bedrijf te houden) en projecten voor geavanceerde kernenergie. De Build Back Better Act, Joe Bidens gigantische investeringsprogramma, voorziet in aparte nieuwe belastingvoordelen voor kerncentrales.

    Dit gebeurt niet alleen maar in de Verenigde Staten. China wil de komende vijftien jaar honderdvijftig nieuwe reactoren bouwen. De Franse president Emmanuel Macron kondigde onlangs aan dat Frankrijk na een stagnatie van decennia ‘de bouw van kernreactors zal hervatten’. Volgens Bloomberg News gaat het al met al om meer reactoren dan de hele wereld sinds 1986 heeft gebouwd. En de Europese ‘groene taxonomie’, een uitgebreide regeling die specificeert welke energie-investeringen volgens de Europese Unie als ‘groen’ kunnen worden aangemerkt, zal kernenergie naar verwachting als klimaatvriendelijk classificeren.

    De eerste demonstratieprojecten zullen nog wel enkele jaren op zich laten wachten

    Ondertussen komen enkele Amerikaanse kernenergie-start-ups van de grond, doorgaans een tijdrovend karwei. Twee bedrijven, Terra Power en X-energy, hebben plannen ingediend bij de U.S. Nucleary Regulatory Commission, het Amerikaanse toezichtsorgaan op nucleaire activiteiten. Terra Power, gevestigd in Washington State met Bill Gates als bestuursvoorzitter, gebruikt als brandstof uranium in een container met koelvloeistof van gesmolten zout; X-energy in Maryland gebruikt in zijn reactorontwerp grafietbollen ter grootte van een biljartbal die ‘pebbles’ worden genoemd.

    Mensen zoals ik horen al jaren over geavanceerde reactors zonder dat duidelijk is wat ze precies inhouden of wanneer ze klaar zullen zijn. Ze lijken zich in een griezelig tussengebied te bevinden waarin niemand nog ooit een geavanceerde reactor heeft gebouwd, terwijl de veiligheid van de technologie al regelmatig onder de loep wordt genomen. De eerste demonstratieprojecten zullen nog wel enkele jaren op zich laten wachten. Dus het lijkt onverstandig om erop te rekenen dat ze klaar zullen zijn in, zeg, 2035, wanneer Biden hoopt dat het Amerikaanse elektriciteitsnet geheel CO2-vrij zal zijn.

    Huiverig

    Toch is de tijd tussen concept en commercialisering in het geval van kerntechnologie ongewoon kort. Als we normaliter over een wetenschappelijke doorbraak of een nieuwe technologie horen, moeten we jaren (of decennia) wachten voordat we die op de markt zien verschijnen. Ingenieurs leren deels hoe een bepaalde technologie werkt door die te ontwikkelen, uit te testen en vervolgens geschikt te maken voor massaproductie.

    Maar vanwege het risico van kernongelukken moet nucleaire technologie al officieel worden goedgekeurd voordat de plannen worden uitgevoerd. Het ontwerp voor een nieuwe reactor wordt in de VS geïnspecteerd en doorgelicht door de Nuclear Regulatory Commission. De tijd tussen de blauwdruk en de feitelijke bouw van een ‘goedgekeurde’ geavanceerde kernreactor kan heel kort zijn: binnen enkele jaren zou TerraPower of X-energy officiële goedkeuring kunnen krijgen voor zijn ontwerp, een demonstratiemodel kunnen bouwen en, gesteld dat dat werkt, zijn orderboek kunnen vullen.

    Met andere woorden, kernenergie verliest haar stigma

    Natuurlijk is er één ding dat kernenergie weer in het defensief kan dringen: een groot ongeluk. Rampen op Three Miles Island en in Tsjernobyl en Fukushima hebben regeringen, nutsbedrijven en investeerders huiverig gemaakt voor de technologie. Na Fukushima begon Japan met de geleidelijke sluiting van al zijn vijftig reactors, een proces waarin pas onlangs een kentering is gekomen, en Duitsland heeft plannen aangenomen om zijn CO2-vrije kerncentrales jaren eerder te sluiten dan zijn kolencentrales.

    Ondertussen begint de tijd te dringen. ‘De grote stappen voor klimaatverandering en bestellingen van nutsbedrijven moeten voor 2030 zijn genomen,’ aldus Jackie Toth van het Good Energy Collective. Met name nutsbedrijven zullen snel moeten beslissen wat ze zullen bouwen om hun klimaatneutrale beloften na te komen. ‘Dat betekent dat de eerste toepassingen van geavanceerde kernreactoren in de VS uitzonderlijk succesvol zullen moeten zijn om klanten van het aardgas te laten afstappen.’

    Met andere woorden, kernenergie verliest haar stigma. Ze mag aan tafel bij de getapte jongens. De pesterijen zijn voorbij. Nu moet ze zich waarmaken.

    Lees ook: