Onderwerpen: Klimaat

  • ‘Loop, fiets, of neem het openbaar vervoer.’ Dat moeten autoreclames in Frankrijk voortaan vermelden

    ‘Loop, fiets, of neem het openbaar vervoer.’ Dat moeten autoreclames in Frankrijk voortaan vermelden

    Autoproducenten in Frankrijk die consumenten willen overtuigen een nieuwe auto aan te schaffen, moeten op grond van nieuwe regelgeving vanaf maart dit jaar hun verkooptechnieken aanpassen. Ze worden verplicht om consumenten aan te moedigen op zoek te gaan naar milieuvriendelijke alternatieven.

    Volgens buitenlandredacteur Claire Parker van The Washington Post kunnen autofabrikanten straks kiezen uit drie teksten die aan advertenties moeten worden toegevoegd, zoals te lezen valt in de nieuwe wet die is gepubliceerd in de Franse staatscourant: ‘“Overweeg carpoolen”, “Kies voor wandelen of fietsen voor korte afstanden”, of “Gebruik het openbaar vervoer voor dagelijkse ritten”. Aan het einde van het bericht moeten adverteerders de hashtag “#SeDéplacerMoinsPolluer” gebruiken, hetgeen zoveel betekent als “verplaats jezelf met minder vervuiling”.’

    De nieuwe regels zijn van toepassing op advertenties die op radio, televisie, in bioscooptheaters, op internet, in kranten en via openbare schermen worden verspreid. Als adverteerders een van de verplichte toevoegingen niet opnemen, kunnen ze een boete krijgen van zo’n 50.000 euro.

    Einde van de verbrandingsmotor

    De stap van Frankrijk volgt op jarenlang lobbyen van milieugroeperingen, die het liefst een volledig verbod op autoadvertenties hadden gezien, aldus de Franse krant Le Monde: ‘Deze nieuwe reclameregelgeving werd in 2020 voorgesteld als een minimaal alternatief voor waar milieuorganisaties al jaren om vragen, namelijk het verbod op reclame voor alle auto’s, die een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot van de transportsector vertegenwoordigen.’

    De zorgen van milieugroepen komen niet uit de lucht vallen, want de transportsector in Frankrijk zorgt voor een derde van alle broeikasgassen, aldus Climate Scorecard. Daarvan is ‘52 procent afkomstig van auto’s, 19 procent van vrachtwagens en 19 procent van bedrijfsvoertuigen. De overige 10 procent is afkomstig van openbaar vervoer, vervoer over water, binnenlandse vluchten en andere bronnen.’

    Behalve dat ze hun advertenties vanaf 1 maart dienen te voorzien van de voorgeschreven milieuvriendelijke adviezen, dienen autofabrikanten ook de CO2-emissieklasse van een voertuig op te nemen in hun advertenties, schrijft Le Monde.

    Voorts meldt de krant dat advertenties voor de meest vervuilende voertuigen, met een uitstoot van ‘meer dan 123 gram CO2 per kilometer’, vanaf 2028 volledig worden verboden, ‘om consumenten voor te bereiden op het einde van de verbrandingsmotor dat de Europese Commissie heeft voorgesteld voor 2035’.

    ‘Als ik een korte rit moet maken die over een Route National voert, ga ik dat niet te voet of met de fiets doen’

    Volgens The Washington Post maken de Franse maatregelen deel uit van opgevoerde inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan. De Franse Hoge Raad voor Klimaat waarschuwde afgelopen zomer al dat het land niet op schema lag om zijn belofte na te komen om de uitstoot van broeikasgassen tegen het einde van het decennium met 40 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990.

    ‘Het beperken van het gebruik van vervuilende auto’s is een van de pijlers van de Franse aanpak van klimaatverandering’, schrijft Claire Parker. ‘Belangrijke klimaatwetgeving die in de zomer is aangenomen, omvat bepalingen om reclame voor benzine en andere fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen, en om subsidies te verstrekken aan chauffeurs die vervuilende auto’s inruilen voor schonere modellen.’

    In de Franse media reageren autofabrikanten ondertussen met gemengde gevoelens op de aangekondigde reclame-eisen. Zo zei Volkswagen tegen Le Monde dat het de voorschriften zal opvolgen, evenals de Franse divisie van Hyundai, ook al had de Franse CEO van het Koreaanse automerk wel wat te mopperen.

    ‘Ik neem er nota van, we zullen ons aanpassen. Het kiezen voor emissievrije mobiliteitsoplossingen is onvermijdelijk’, laat Lionel French Keogh, CEO van Hyundai France weten. Maar hij vindt wel dat de maatregel ‘de auto stigmatiseert’ en ook ‘een beetje contraproductief’ is, omdat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen soorten auto’s, en dat terwijl de overheid het gebruik van elektrische voertuigen zegt te willen stimuleren. Bovendien, zegt Keogh: ‘Als ik een korte rit moet maken die over een Route National voert, ga ik dat niet te voet of met de fiets doen.’

    Meer groente en fruit

    ‘Het CO2-vrij maken van transport betekent niet alleen overstappen op een elektromotor. Het betekent ook het gebruik van het openbaar vervoer of de fiets indien mogelijk’, liet de Franse minister van Ecologische Transitie, Barbara Pompili, eind december weten op Twitter, in een commentaar op de nieuwe advertentieregels.

    Om de ecologische voetafdruk van het land te verkleinen en de volksgezondheid te verbeteren, zet Frankrijk daarom ook stappen op allerlei andere gebieden, merkt Parker op in The Washington Post. Zo gelden al vergelijkbare maatregelen voor advertenties die zijn gericht op voedsel; producenten dienen Franse consumenten te instrueren om te bezuinigen op junkfood en meer fruit en groente te eten. Met ingang van het nieuwe jaar is een verbod op plastic verpakkingen voor groenten en fruit ingegaan en binnenkort mogen fastfoodketens niet langer gratis plastic speelgoed uitdelen, zoals AP News bericht.

    Lees ook:

    Joseph Winters van Grist, een Amerikaanse non-profitmediaorganisatie die is gericht op klimaatproblematiek en -oplossingen, schrijft in zijn berichtgeving over het Franse beleid: ‘Naast de nieuwe reclameregels is Frankrijk van plan om in 2040 de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren volledig af te schaffen en nu al belasting te heffen op de meest vervuilende personenauto’s.’

    Winters wijst erop dat het land inmiddels miljoenen heeft gestoken in een snelgroeiend netwerk van fietspaden en in subsidies voor fietsreparaties in het hele land, met de hoofdstad Parijs voorop.

    Afgelopen oktober kondigde de Franse hoofdstad een nieuw fietsplan aan. Dat zou de stad ‘100 procent fietsbaar’ kunnen maken, volgens David Belliard, locoburgemeester van Parijs die verantwoordelijk is voor stedelijke transformatie. Volgens het plan zal Parijs van 2021 tot 2026 zo’n 260 miljoen euro investeren in verbetering van de ‘fietsbaarheid’ van de stad, door onder meer het aantal fietspaden uit te breiden en meer dan 130.000 nieuwe parkeerplekken voor fietsen te creëren.

    Lees ook:

  • VS: uitstoot van broeikasgassen is in 2021 sneller gestegen dan verwacht

    VS: uitstoot van broeikasgassen is in 2021 sneller gestegen dan verwacht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zygna Games, bekend van FarmVille, verkocht voor 12,7 miljard dollar

    » VS leggen sancties op aan Nicaragua vanwege staatsgeweld en desinformatie

    VS gebruiken meer steenkool

    De uitstoot van broeikasgassen in de VS is in 2021 sneller op het oude niveau teruggekeerd dan de algemene economie. Dit blijkt uit een voorlopige analyse door de onafhankelijke Rhodium Group. Energieanalisten hadden weliswaar verwacht dat de uitstoot in 2021 zou stijgen, maar de groei overtrof de verwachtingen, aldus Kate Larsen van Rhodium en coauteur van het rapport. Voorlopige gegevens van 2021 wijzen uit dat de uitstoot van broeikasgassen steeg met 6,2 procent ten opzichte van het jaar ervoor, toen de uitstoot sterk daalde als gevolg van lockdowns, schrijft CNN.

    Volgens het Rhodium-rapport is het gebruik van steenkool de grote aanjager van de toename van de uitstoot. Het aantal kolen dat werd verbrand voor elektriciteit steeg met 17 procent in 2021, dat daarmee het eerste jaar sinds 2014 is waarin energieopwekking door kolen in de VS toenam in plaats van afnam. De omschakeling naar steenkool wordt grotendeels geweten aan de stijgende aardgasprijzen.

    Lees meer:

  • Onderzoek: wereldwijd daalt productiviteit door klimaatverandering

    Onderzoek: wereldwijd daalt productiviteit door klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Recordaantal werkenden in Spanje ondanks pandemie

    » ‘Partygate’: Johnson hield ook een feestje aan vooravond begrafenis prins Philip

    Productiviteitsverlies van 2100 miljard dollar per jaar

    Hitte en vochtigheid is een schadelijke mix voor de productiviteit bij buitenwerk. Volgens een studie die donderdag in het tijdschrift Environmental Research Letters is gepubliceerd, veroorzaakt deze vochtige hitte wereldwijd een verlies van 677 miljard werkuren en 2100 miljard dollar per jaar, vooral in de bouw- en de landbouwsector.

    De Amerikaanse onderzoekers schatten dat de opwarming van de aarde nu al verantwoordelijk is voor een versnelling van het productiviteitsverlies in India en China en dat andere vochtige regio’s, zoals het zuidoosten van de Verenigde Staten, er ook zwaar door kunnen worden getroffen, schrijft Courrier International.

    Lees ook:

  • Minister roept Spanjaarden op om minder vlees te eten en ontketent verhit debat

    Minister roept Spanjaarden op om minder vlees te eten en ontketent verhit debat

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Joe Biden uit machteloosheid in ‘vurige’ toespraak over stemrecht

    » Zestig jaar oud stripboek verkocht voor bijna vijf ton

    Spaanse minister spreekt zich uit tegen intensieve veeteelt

    Megastallen zijn de afgelopen weken het onderwerp van een verhit debat in Spanje geworden naar aanleiding van het interview dat de minister van Consumentenzaken, Alberto Garzón, eind 2021 gaf aan The Guardian. Tegen de Britse krant zei Garzón dat de vleesindustrie, en met name de intensieve veeteelt, een grote rol speelt in de klimaatverandering en de achteruitgang van het milieu. Hij riep Spanjaarden dan ook op om minder vlees te eten.

    ‘Ik denk dat we met Kerstmis ons allemaal vol moeten proppen met vlees’

    Garzóns uitspraken riepen met name aan de rechterkant van de Spaanse politiek hoon en verontwaardigde reacties op. ‘Ik denk dat we met Kerstmis ons allemaal vol moeten proppen met vlees’, zei een woordvoerder van de rechtse Partido Popular (PP) als reactie op Garzóns uitspraken, aldus The Guardian.

    Naast CO2-uitstoot van vlees, is ook stikstofuitstoot een probleem in Spanje, schrijft El País. Intensieve veeteelt zorgt in veel plaatsen in Spanje voor een uitstootniveau dat hoger ligt dan de Europese stikstofnormen.

    Lees ook:

  • Lokaal verzet tegen groene energie: ‘Ik heb het recht mijn werk te beschermen’

    Lokaal verzet tegen groene energie: ‘Ik heb het recht mijn werk te beschermen’

    Groene energie stuit op dezelfde problemen als fossiele brandstoffen eerder: protesten vanuit de gemeenschap, vooral vanwege een bedreiging van de inkomsten. Wereldwijd lopen projecten hierdoor aanzienlijke vertraging op.

    Projecten voor wind- en zonne-energie vereisen grote land- en wateroppervlakken, tot ongenoegen van plaatselijke boeren en vissers. Ze stuiten in toenemende mate op protesten waarmee ook fossiele-brandstofbedrijven jarenlang zijn geconfronteerd. Franse vissers hebben onlangs geprotesteerd tegen de aanleg van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark voor de kust van Bretagne.

    Afgelopen juni omsingelden dertig plaatselijke vissersboten een torenhoog offshore installatieschip voor de kust van Bretagne om de aanleg tegen te houden van een 2,5 miljard euro kostend windmolenpark dat zal worden gerund door de Spaanse elektriciteitsmaatschappij Iberdrola SA. De vissers slaagden erin het schip te verjagen, wat heeft geleid tot een gerechtelijk onderzoek op last van Ailes Marines, de Franse poot van Iberdrola. De vissers zeggen dat ze zich tegen het project zullen blijven verzetten omdat het hen in hun levensonderhoud bedreigt door de verstoring van het visbestand en hun toegang daartoe.

    ‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal’

    In bredere zin onderstrepen hun protesten een wereldwijd almaar toenemend probleem voor energiemaatschappijen en regeringen die de productie van duurzame energie willen opvoeren: groene-energieprojecten vereisen grote land- en wateroppervlakken en vormen daarmee een potentiële bedreiging voor de inkomsten van boeren en vissers. Het resultaat is dat op uiteenlopende locaties als Massachusetts, Zuid-Korea en Colombia de installatie van groene-energievoorzieningen met hetzelfde soort gemeenschapsbezwaren worden geconfronteerd als vroeger de producenten van fossiele brandstoffen.

    Machtige tegenstanders

    De protesterende groeperingen hebben met een scala van machtige tegenstanders te maken. Overal ter wereld zetten regeringen zich in voor de ontwikkeling van duurzame energie om de uitstoot van CO2 te verminderen. En aandeelhouders en rechters oefenen steeds meer druk uit op bedrijven om te investeren in groene energie. Zo bepaalde afgelopen mei een Nederlandse rechter dat Shell mede verantwoordelijk is voor de klimaatverandering en kreeg het bedrijf het bevel zijn CO2-uitstoot uiterlijk in 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 2019. Enkele uren later verwierf bij Exxon Mobil een Amerikaans hedge fund dat een klein belang in de oliegigant heeft en wil dat deze zich meer op duurzame energie richt, zetels in de raad van bestuur van het bedrijf.

    Ook hebben de protesterende groeperingen het aan de stok met milieubewegingen, die vaak enigszins controversiële projecten steunen, zoals het windmolenpark voor de kust van Bretagne. Diezelfde regio werd in 1978 geconfronteerd met het scheuren van de romp van de mammoettanker Amoco Cadiz, een van de grootste olielekken uit de geschiedenis. ‘In die tijd zag ik vanuit mijn huis de enorme olievervuiling op het strand. Dat was voor mij de druppel,’ zegt Denez L’Hostis, erevoorzitter van France Nature Environnement, een koepel van Franse milieugroeperingen. Hij is voorstander van het Bretonse windmolenpark. ‘Vissers zeggen dat de zee van hen is, maar die is van ons allemaal,’ zegt hij.

    Volgens de Bretonse vissers zal het project schadelijk zijn voor ruim zevenhonderd hectare sint-jakobsschelpgronden en kan het lawaai van het park veel vis- en schelpdiersoorten uit het gebied verdrijven. Daardoor worden volgens hen drieduizend banen bedreigd.

    Volgens een woordvoerder van Ailes Marines kan de visserij doorgang blijven vinden in het gebied van het windmolenpark en heeft het bedrijf een budget van tien miljoen euro om eventuele vangstvermindering tijdens de bouw te compenseren. Ook zal het bedrijf de windmolenparken op grotere afstand van de sint-jakobsschelpgronden plaatsen en wordt het oorspronkelijk voorziene aantal van 100 windturbines teruggebracht naar 62. Daarmee zou vangst van sint-jakobsschelpen maar met 1,5 procent afnemen ten opzichte van het huidige niveau.

    Mede-eigenaar

    Maar de vissers willen dat het plan van tafel gaat. ‘Ik ben een voorstander van duurzame energie,’ zegt Jonathan Thomas, een van de protesterende vissers. ‘Maar ik heb het recht om mijn werk te beschermen, en dit project zal funest zijn voor de zeebodem.’

    Offshore windmolenparken ondervinden overal op de wereld verzet van vissers, met verschillend resultaat. In de VS hebben vissers die vangstverlies vrezen bezwaar aangetekend tegen de bouw van het 2,8 miljard dollar kostende windmolenpark voor de kust van Martha’s Vineyard in Massachusetts. Maar in mei is er federale toestemming gegeven voor het project, dat het eerste grootschalige windmolenpark in de VS zal zijn, en de bouw zal naar verwachting binnen een jaar beginnen. Volgens een woordvoerder van de ontwikkelaar van het park, Vineyard Wind LLC, is de omvang ervan teruggebracht en is na overleg met de visserijsector geld opzijgezet voor verlies van apparatuur of inkomsten.

    In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden

    In Zuid-Korea heeft de visserij bezwaar aangetekend tegen plannen van de regering om kolencentrales door windmolenparken te vervangen. Minstens dertig projecten zijn door de protesten met vele jaren vertraagd.

    Ook op het vasteland zijn projecten op het gebied van zonne-energie en geothermie vertraagd of zelfs geschrapt na protesten van boeren en anderen. Windmolenprojecten in Colombia en Mexico zijn herhaaldelijk tegengehouden – door middel van rechtszaken, betogingen en sabotage – door plaatselijke autochtone bevolkingsgroepen die zeiden dat ze onvoldoende werden gecompenseerd voor het verlies van hun voorouderlijke land. In 2017 werd de bouw van een windmolenpark in Kenia gestaakt nadat betogers een van de windmeetmasten hadden vernield en aannemers zich om veiligheidsredenen hadden teruggetrokken.

    In veel gevallen krijgt de plaatselijke bevolking een aandeel in duurzame-energieprojecten. Zo zijn Zuid-Koreaanse boeren in regio’s waar windmolenparken zijn gebouwd in totaal voor 30 procent eigenaar van alle windmolenparken in het land, wat volgens schattingen van de regering jaarlijks maar liefst 230 miljoen euro aan dividend kan opleveren. Dit model is op meer systematische basis ingevoerd in Denemarken, waar 75 procent van alle windturbines die het land telt in particuliere handen is. In Nederland en Duitsland is in sommige regio’s soms wel 90 procent van de windmolenparken in gemeenschapshanden en vormt het dividend daarvan een aanzienlijke bijdrage aan de pensioenpot.

    ‘Onze ervaring is dat gemeenschappen zich minder snel tegen projecten zullen verzetten als ze mede-eigenaars zijn en betrokken bij het runnen ervan,’ zegt Molly Walsh, student duurzame energie bij Friends of the Earth Europe, een netwerk van Europese milieugroeperingen. ‘Wanneer ze op deze manier betrokken zijn, kunnen plaatselijke gemeenschappen zelfs zo ver gaan dat ze de projecten niet alleen accepteren maar actief steunen.’

    Lees ook:

  • Traditionele gewassen bieden uitkomst bij bestrijding ondervoeding

    Traditionele gewassen bieden uitkomst bij bestrijding ondervoeding

    Eric Amonsou, hoofddocent aan de Technische Universiteit van Durban, Zuid-Afrika, is vurig pleitbezorger van inheemse Afrikaanse gewassen. ‘Ze verliezen bij bewerking niet al hun goede eigenschappen.’

    Voedingswetenschap is nou niet meteen de meest sexy kant van de kookkunst, maar vernieuwend is ze wel. Met het oog op de toestand van de aarde, een gezonde darmflora en niet in de laatste plaats ons eetplezier is Eric Amonsou, hoofddocent aan de Technische Universiteit van Durban, Zuid-Afrika, vurig pleitbezorger van inheemse Afrikaanse gewassen.

    Mieren. Een flashback. Ik zit in een restaurant in Gdansk, ‘orthodox Pools’; ‘We hebben alle buitenlandse producten, inclusief specerijen, uit de keuken verbannen,’ legt de hoofdkelner uit. Op mijn bord ligt een gerecht van het degustatiemenu van die dag: hapjes, gemaakt van drie paddenstoelen uit het nabijgelegen bos. Een bruine ringboleet, een berkenboleet en een fluweelboleet. De paddenstoelen, die zijn gerookt boven een houtvuur, zijn bereid in eendenvet en afgetopt met een drupje dennenolie. Ik kijk naar de kleine zwarte dingen die ook op mijn bord liggen. En ja, ze zijn duidelijk herkenbaar. Mieren. Die, zoals me is verteld en zoals ik zelf kan proeven, een ongelooflijk intense smaak hebben. ‘Fruitig, met een mooi zuurtje.’ Dat kan ik beamen. 

    Het is mijn eerste kennismaking met mieren. Waarschijnlijk hebben we allemaal weleens per ongeluk een mier binnengekregen. Tijdens een picknick, of in de keuken. Maar niet moedwillig verzameld en bereid door een beroemde jonge chef, puur vanwege de smaak. En ja, ik ben me ervan bewust dat ‘de consumptie van eetbare insecten voor een derde van de wereldbevolking, met name in Latijns-Amerika, Afrika en Azië, zeer gebruikelijk is’, om een publicatie uit de database van ’s werelds grootste medische bibliotheek, de Amerikaanse National Library of Medicine, aan te halen. In de loop der jaren heb ik van veel vrienden gehoord dat vliegende mieren, gebakken of geroosterd boven vuur, roomzacht zijn en in één woord verrukkelijk. En is het ook eigenlijk niet vreemd, als je erover nadenkt, dat waar wij gruwen van insecten terwijl oesters ons het water in de mond doen lopen, mosselen buitengewoon populair zijn, krabben een luxe en iedereen houdt van met knoflook doordrenkte slakken? Vertrouwd. En bekend maakt bemind. Ik zal u de akelige beschrijvingen die ik hier zou kunnen geven besparen om uw voorliefde – en de mijne – niet om zeep te helpen. 

    Fine dining

    Terug naar de mieren. Het concept van mieren voorgeschoteld krijgen als onderdeel van een fine-diningervaring komt niet als verrassing. Als je een fan bent van chef-kok René Redzepi, weet je dat hij met zijn restaurant Noma in Kopenhagen de Scandinavische keuken op de kaart heeft gezet. Noma werd in 2010 voor het eerst uitgeroepen tot het beste restaurant ter wereld en prijkte onlangs – als Noma 2.0, op een nieuwe locatie en met een aangepast concept – voor de vijfde keer boven aan de prestigieuze ranglijst voor internationale gastronomie. In 2008 was Redzepi medeoprichter van het Nordic Food Lab, dat inmiddels is opgegaan in de afdeling Voedingswetenschap van de Universiteit van Kopenhagen. Misschien heb je, net als ik, de documentaire gezien die het lab heeft gemaakt. Bugs: will eating insects save our planet? [Hier een link van de trailer.] Daarin wordt de wereld van insecteneters verkend, met als uiteindelijke doel die insecten om te toveren tot verrukkelijke gerechten. Want al is een van de drijfveren het redden van de planeet, het moet natuurlijk wel leuk blijven. 

    Dankzij deze documentaire had ik al kennisgemaakt met het concept van insectengerechten voordat ik de Poolse – ongetwijfeld lokaal en seizoensgebonden – mieren kreeg voorgeschoteld. Toen ik ze proefde dacht ik: Yes! Superlekker! Ik zag potjes voor me met gedroogde mieren in kruidenrekken, tussen de potjes peterselie, salie en rozemarijn. Tussen de knoflookvlokken. De dure zeezoutmolens. Dat was in 2016. Ik wacht nog steeds. Maar ze gaan komen, dat weet ik zeker.

    ‘De manier waarop we ons vlees produceren (…) is een tijdbom’

    Ik kreeg deze mierenflashback tijdens mijn interview met voedingswetenschapper Amonsou, aan de vooravond van zijn inauguratie als hoogleraar aan de faculteit Toegepaste Wetenschappen van de Technische Universiteit van Durban. ‘Insecten zijn echt supervoedsel. Rijk aan proteïne. De insectenkweek heeft een aanzienlijk kleinere koolstofvoetafdruk dan traditionele sectoren: er is weinig land voor nodig en het energie- en waterverbruik is laag. Bij mijn bezoek aan de Universiteit van Venda in Thohoyandou, in de provincie Limpopo, zag ik op een markt mopaniewurmen en andere insecten te koop,’ vertelt Amansou. ‘In Europa vindt op dit moment veel onderzoek plaats naar insecten als voedsel. Er wordt van alles ontwikkeld. Proteïnepoeders voor sportvoeding en meel, gemaakt van sprinkhanen, bijvoorbeeld.’ Hij is de eerste om toe te geven dat het een hele toer is om de geesten rijp te maken voor het eten van insecten, als je er niet mee bekend bent. In delen van Benin, waar Amonsou vandaan komt, is insecten eten doodnormaal. ‘Maar ik ben er zelf niet mee opgegroeid,’ zegt hij. ‘Ook hier in Zuid-Afrika is er veel ruimte voor onderzoek en ontwikkeling. Insecten kunnen op een milieuvriendelijke manier worden gekweekt in kooien. Ik heb mogelijke Franse samenwerkingspartners ontmoet. Maar ik geloof niet dat er vanuit de regering iets wordt ondernomen om onderzoek te faciliteren en nieuwe voedingsmogelijkheden te promoten.’

    Voedingswetenschap is op het eerste gezicht misschien niet de ‘sexy’ kant van de kookkunst. Maar het is wel een vakgebied waar baanbrekende ontwikkelingen plaatsvinden. Dat moet ook wel als je naar de cijfers kijkt. De huidige wereldbevolking telt 7,9 miljard mensen. In 2030 zal die gegroeid zijn naar 8,5 miljard, in 2050 naar 9,9 miljard. Klimaatverandering, vervuiling, verwoesting. Ik hoef het je niet te vertellen. Je hoeft het nieuws maar aan te zetten of naar de afgelopen klimaattop in Glasgow te kijken. ‘Er zijn meerdere oplossingen die onderzocht kunnen en moeten worden,’ zegt Amansou. ‘De manier waarop we ons vlees produceren, dat vol zit met antilichamen en pesticiden, om naar maar te zwijgen over de ecologische voetafdruk van de veehouderij. Het is een tijdbom.’ Hij is groot voorstander van het kweken van vlees in laboratoria, maar het kweken van insecten heeft wat hem betreft de voorkeur. ‘Het heeft een enorm potentieel.’ 

    Persoonlijke passie

    En dan is er nog zijn persoonlijke passie. ‘Ik geloof heilig dat traditionele gewassen uitkomst kunnen bieden bij de bestrijding van ondervoeding, honger en armoede. Bij het halen van duurzaamheidsdoelen, de bescherming van het milieu. Bij de bevordering van een goede gezondheid.’ In zekere zin spreekt hij, vanuit het nuchtere perspectief van de wetenschapper, dezelfde taal als de Slow Food-beweging (gezond, duurzaam, eerlijk voedsel, lokale voeding en tradities, belangstelling voor de impact van onze voedselkeuzes op de planeet). En dezelfde taal als veel topchefs en foodies in Afrika en de rest van de wereld, die kiezen voor vers, lokaal, seizoensgebonden, smaakvol voedsel. Voor foerageren. Die goede producten en oude tradities en gewassen hoog in het vaandel hebben. 

    In zijn lab lossen zijn team en hij problemen op. Unilever klopte bijvoorbeeld aan met klachten over een soep. De boosdoener, een zetmeelcomponent, werd geïdentificeerd, het recept werd aangepast. Iedereen blij. Maar Amansou’s grootste passie, wist ik van een lezing die ik een paar jaar terug van hem had bijgewoond, is ‘de verbazingwekkende kracht van inheemse Afrikaanse gewassen’ voor een samenleving die met meerdere uitdagingen wordt geconfronteerd, waaronder klimaatverandering, voedselonzekerheid en levensstijlziekten als obesitas, hartziekten en diabetes. ‘Ze bevatten een schat aan voedingstoffen en gezondheidsbevorderende elementen,’ stelt hij. ‘De innovatieve ontwikkelingen leiden tot nieuwe werkgelegenheid en veel commercieel levensvatbare producten. Op dit moment worden er gigantische hoeveelheden van vijf hoofdgewassen geproduceerd. Niet alleen in dit land, maar wereldwijd. Rijst, aardappelen, maïs, tarwe en sojabonen.’ 

    ‘Je kunt beter van aardappel overstappen op taro, veel gezonder’

    Wat we in plaats daarvan zouden moeten verbouwen? Peulvruchten (waaronder de jugoboon, ook wel een compleet voedingsmiddel genoemd: een droogtebestendige proteïnebom), granen, wortels, knollen, bladgroenten. Klimaatbestendige gewassen die zowel in een natte als een droge omgeving goed gedijen, en een goede bron zijn van micronutriënten: vitamines en mineralen als zink en ijzer. Gezondere gewassen dus dan de basisvoeding; ze bevatten antioxidanten en ondersteunen darmbacteriën.’ En ze verliezen bij bewerking niet al hun goede eigenschappen. ‘Neem nou tarwebloem. Dat bevat geen vezels, na bewerking blijft er niets gezonds over. Het is een enorm probleem, vooral in de ontwikkelingslanden.’

    Amansou komt als gezegd uit Benin, het Frans sprekende land dat tussen Togo en Nigeria ligt ingeklemd, aan de Golf van Guinee. In een artikel van de BBC wordt het een van de stabielste democratieën van het continent genoemd. Het is ook een van ‘s werelds armste landen. Hij groeide op in Savè, een stad in het binnenland. Zijn vader spoorde hem aan om bètavakken en Engels te volgen, volgens vrienden de garantie voor succes. Na zijn eindexamen en een spoedcursus Engels, werd Amansou aangenomen op de hoog aangeschreven Universiteit van Ibadan, in buurland Nigeria, voor een studie Landbouwtechniek. Aan het National Landbouwkundig Instituut van Benin, waar hij een stageplek en daarna een onderzoeksplek bemachtigde, werd zijn interesse voor de voedingswetenschap gewekt. Een internationale samenwerking op het gebied van inheemse zwartoogbonen, een van de oudste voedingsbronnen, leverde hem een beurs op voor de Universiteit van Ghana, waar hij een researchmaster in de voedingswetenschap behaalde. Daarna promoveerde hij aan de Universiteit van Pretoria. Daar, en vervolgens aan de Universiteit van KwaZulu-Natal, verrichte hij postdoctoraal onderzoek. In 2013 werd hij aangenomen bij de Technische Universiteit van Durban, waar hij de onderzoeksafdeling Voedingswetenschap en Technologie opzette.

    Taroknol

    Op dit moment richt zijn onderzoek zich op de taroknol. Zeg nou zelf: wanneer heeft u voor het laatst taro gegeten? Ik in geen tijden, en toen ik er voor dit artikel naar op zoek ging, was het een hele onderneming om er een paar te vinden. Eenmaal geroosterd zijn ze ongelofelijk lekker, al zien ze er vrij onooglijk uit. Of geschild en gekookt, bestrooid met wat zout en besprenkeld met olijfolie. Smakelijk, sappig, zetmeelrijk voedsel dat, aldus de professor, ook nog eens supergezond is. (Klik hier voor de taro in de Ark of Taste, de internationale Slow Food-catalogus met bedreigd ‘erfgoed’-voedsel.) De taroknol is een veel veelzijdiger groente dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Een voormalige masterstudent die met Amansou heeft samengewerkt, gebruikt taro, dankzij de aanwezige nanokristallen, voor het maken van ‘plastic’ eetbare verpakkingen. Hij heeft octrooien aangevraagd voor twee gezondheidsdrankjes: een met taro en een met rode biet. En binnenkort is er een ontbijtgraan op basis van tarogel verkrijgbaar op de campus. Dit is allemaal te danken aan wetenschappelijk onderzoek. 

    ‘Je kunt beter van aardappel overstappen op taro, veel gezonder,’ zegt Amansou. De plantaardige gom (ik krijg het woord ‘slijm’ niet over mijn lippen, al moet ik misschien niet moeilijk doen als je bedenkt hoe goed het voor de darmen is) in de taroknol overleeft behandelingen zoals koken of bakken, waardoor het zetmeel langzaam wordt omgezet en er geen insulinepiek is. 

    Genoeg over taro. Als je vragen hebt, kun je ze Amansou zelf stellen op zijn blog over gezondheidsvoorlichting, Nutrifid. Wanneer ik de ‘Universiteit van Kopenhagen’ google om te kijken waar hun de afdeling Voedingswetenschap vandaag de dag mee bezig is, stuit ik op een heerlijke studie naar meelwormen en sprinkhanen – door de EU goedgekeurde kweekinsecten. Hoofddocent Michael Bom Frøst, schrijft, ik citeer: ‘We moeten onze eetgewoontes drastisch aanpassen, willen we onze impact op het klimaat in 2030 met 70 procent verminderen, zoals de regering heeft beloofd. Maar we kunnen mensen niet klimaatvriendelijker laten eten als ze het voedsel niet zien zitten. Onze afdeling zet zich in voor de ontwikkeling van toekomstige voedingsmiddelen, voedsel dat zowel klimaatvriendelijk als lekker is.’ En daartoe worden Deense kinderen vertrouwd gemaakt met alternatieven. Het experiment laat zien, zo wordt me verteld, dat sommige insecten een grotere afschuwfactor hebben dan andere. Dat meelwormen misschien wel de beste keuze zijn voor een eiwitrijk dieet in de toekomst. Oké.

    Een van de uitdagingen, zegt Amansou, is genoeg geld binnen te halen om innovaties uit het onderzoek van zijn lab levensvatbaar te maken. Zelf heeft hij bijvoorbeeld ook moeite om aan taro te komen. 

    ‘Particuliere investeerders zullen de producten pas steunen als we genoeg grondstoffen hebben. We hebben echt overheidsbemoeienis nodig om het verbouwen van traditionele gewassen aantrekkelijker te maken, en een inclusief bedrijfsmodel om de beste soorten te produceren.’ Ik denk weer aan die mieren. De Poolse mieren. Ik vraag me af of Amansou zou overwegen om hierna onderzoek te doen naar lokale mieren. Misschien is dat iets om op tafel te leggen.

  • Januarinummer | Generatie Z

    Januarinummer | Generatie Z

    »  Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » De klimaatgeneratie in hun eigen woorden

    » Thomas Piketty: ‘Overweeg een herverdeling van het erfgoed’

    » Waarom de hel van Squid Game bij Koreaanse kijkers veel minder afgrijzen wekt

    » Inflatie is goed voor je

    2022

    Redactioneel

    De conferentie van het Nexus Instituut, met wie 360 ook dit jaar een (online)samenwerking had, ging in 2021 over hoop. Centraal stond de vraag waar wij die in de toekomst op moeten richten. Na ongeveer een uur waarin de Republikein aan tafel fouten van de VS erkende maar vond dat er ook veel goed was gegaan, de oprichter van Volt! hem eraan herinnerde dat de wereld groter was dan Amerika en de Pakistaanse Nadia Harhash opkwam voor vrouwen, nam Patti Smith, die tot dan toe zwijgend had geluisterd, het woord. Ze bedankte de sprekers voor hun mooie bijdragen maar had twee thema’s gemist: het klimaat, en de jeugd – ze zijn eigenlijk nauwelijks los van elkaar te zien. Waar iedereen zijn eigen waarheid had verkondigd, sprak zij dé waarheid: de jeugd is de toekomst, en dus onze hoop.

    ‘Ook al ben je arm of kom je uit een afgelegen plattelandsdorp, je hebt ook macht’

    Het openingsverhaal, waarin twintig leden van generatie Z – geboren na 1996 – aan het woord komen over wat zij doen voor een betere wereld, is in dit opzicht een bemoedigende boodschap. Van de rechtszaak van de Australische Anjali Sharma, waarin werd geoordeeld dat het de plicht van de minister is om kinderen voor milieuschade te be-hoeden, tot de Ierse Fionn Ferreira die uitvindingen doet om microplastics uit leidingwater te filteren. De Filippijnse Marinel Ubaldo verwoordt mooi de achterliggende gedachte: ‘Ook al ben je arm (…) of kom je uit een afgelegen plattelandsdorp, je hebt ook macht. Je kunt altijd protesteren tegen bedrijven en politici die bijdragen aan de klimaatverandering.’ The Economist beaamt dat individuele acties wel degelijk verschil maken – al is het alleen al vanwege een ‘geleidelijk opgebouwd momentum’; als mensen meegaan in het ene, zullen ze het andere ook sneller ondersteunen, normen verschuiven, en zo creëer je het voor verandering onmisbare draagvlak.

    Over hoe zeer onze normen van buitenaf worden bepaald, schrijft de Indiaas-Britse filosoof Amia Srinivasan met betrekking tot een heel ander thema: seks. Ze verkent in het titelessay van haar bundel Het recht op seks de gedachte dat wat wij aantrekkelijk vinden louter wordt bepaald door cultuur, beeldvorming en omgeving, waarbij ook ras en klasse onvermijdelijk meespelen. Ze beweert nadrukkelijk niet dat er zoiets bestaat als recht op seks, maar laat ons stilstaan bij de vraag in hoeverre we zelf verantwoordelijk zijn voor het in stand
    houden van bepaalde machtsverhoudingen.

    Aan het einde van de conferentie zong Smith haar ‘People Have the Power’ voor het publiek, dat uit volle borst meezong. Even hadden we allemaal hoop – en macht. We wensen u een mooi nieuw jaar toe.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Cover203 LR 2 1
  • Lithium, een buitenkans voor de Servische economie of een ecologische ramp?

    Lithium, een buitenkans voor de Servische economie of een ecologische ramp?

    Toen het kostbare mineraal lithium ontdekt werd in het westen van Servië, rekende de overheid zich al rijk; het gaf de Brits-Australische mijnbouwgigant Rio Tinto toestemming om een enorme lithiummijn te openen. Omwonenden staken daar een stokje voor.

    ‘Als dit plan ten uitvoer wordt gebracht, is het gedaan met ons dorp,’ zegt Zlatko Kokanović, een 46-jarige veearts en landbouwer uit het dorp Gornje Nedeljice in het westen van Servië. Op de binnenplaats van de meer dan drie eeuwen oude Sint-Joriskerk op een heuvel boven de Jadarvallei bespreken vijftien inwoners, allen lid van de vereniging ‘Ne damo Jadar’ (‘Wij geven Jadar niet weg’), hun komende acties.

    Ze zijn vastbesloten de plannen te dwarsbomen van mijnbouwgigant Rio Tinto, die 200 meter verderop een zuiveringsinstallatie wil bouwen. Het is de bedoeling dat Rio Sava Exploration, de Servische poot van het bedrijf, volgend jaar een 600 meter diepe mijn opent, evenals een installatie voor de zuivering van jadariet, een mineraal waaruit lithium wordt gedolven.

    Rio Tinto zegt dit mineraal, dat is vernoemd naar de rivier de Jadar, in 2004 te hebben ontdekt. Sindsdien doet het Brits-Australische bedrijf geologisch onderzoek in de vallei, die naar schatting 10 procent van de mondiale lithiumreserve bevat. Lithium is samen met borium een van de belangrijkste componenten van jadariet; het is nodig voor de productie van een grote reeks aan producten, waaronder accu’s voor hybride en elektrische auto’s.

    Naarmate het moment nadert waarop de eerste explosies het begin van de boringen zullen inluiden, komen de bewoners van de regio steeds feller in verzet. Ze worden gesteund door inwoners van andere regio’s, Servische milieuorganisaties en enkele wetenschappers, vooral nu ook in de rest van Servië nieuw geologisch onderzoek wordt aangekondigd.

    ‘293 vierkante kilometer, 22 dorpen en 19.000 inwoners worden bedreigd door de boringen,’ zegt elektrotechnisch ingenieur Miladin Durdević (64). ‘Dit is een landbouw- en veeteeltgebied, wij leven van deze vruchtbare grond, die geheel voor die doeleinden wordt gebruikt. Onze kinderen worden hier geboren, de scholen lopen niet leeg, in tegenstelling tot in de rest van Servië. Als het zoutwaterpeil van de vallei oploopt, zal de structuur van de hele biosfeer veranderen en zijn flora en fauna gedoemd te verdwijnen.’

    President Aleksandar Vučić is niet onder de indruk van de tegenargumenten

    Durdević, Kokanović en alle anderen weigeren hun grond te verkopen aan het machtige Rio Tinto, dat inkomsten toucheert die twee tot drie keer zo hoog zijn als de begroting van de republiek Servië. Maar de druk is onmiskenbaar. Van de 600 hectare die de mijnbouwgigant voor de eerste fase nodig heeft, is al 148 aangekocht. Rond verscheidene huizen zijn rood-witte linten gespannen en in de tuinen staan borden met ‘Privéterrein, verboden toegang voor onbevoegden’. ‘Alles om mij heen is verkocht,’ klaagt Jovan Tomić met tranen in zijn ogen. Hij is in 1992 teruggekomen uit Duitsland en heeft al zijn spaargeld gestoken in een werkplaats voor de fabricage van deuren en vensters. ‘Hier vlakbij is een boring gepland, ze doen alles om ons weg te pesten: we worden lastiggevallen met telefoontjes, ze rijden met auto’s rondjes om ons huis,’ zegt Tomić wanhopig.

    ‘Nee tegen de mijn, ja tegen het leven,’ staat er te lezen op de affiches langs de weg tussen Loznica en de dorpen Gornje, Donje Nedeljice en Brezijaka. Ze zijn gedrukt door de vereniging ‘Bescherm Jadar en Radjevina’, met hulp van in het buitenland wonende Serviërs. ‘De methodes voor het delven van lithium, een belangrijke component van accu’s, zijn rampzalig voor de leefomgeving,’ zegt Marija Alimpić, een 36-jarige lerares Frans die aan de wieg van het initiatief stond. ‘Meer dan 140 beschermde planten- en dierensoorten die onmisbaar zijn voor de biodiversiteit worden bedreigd. Wij laten onze natuur niet plunderen. Het plan dient geen nationaal belang, hier profiteert alleen een klein groepje mensen van, en vooral het bedrijf Rio Tinto.’

    ‘Naar verwachting zal er 110 ton explosieven per maand worden gebruikt, 20.000 kubieke meter water per dag en 300.000 ton zwavelzuur per jaar. Daarnaast zal er 25.000 kubieke meter afvalwater per dag in de Jadar worden geloosd of naar de Drina worden geleid,’ zegt Zvezdan Kalmar, een ander lid van de vereniging en oprichter van Kors, de coalitie voor duurzame mijnbouw in Servië. ‘Het risico is enorm, wat verklaart dat Portugal en Spanje van lithium hebben afgezien. Die doen nu onderzoek naar natrium-ion-accu’s, die van betere kwaliteit en milieuvriendelijker zijn.’ Hij laat een van de 528 proefboringen zien die er inmiddels zijn gedaan; de aarde eromheen is dood als gevolg van de stijging van het zoute grondwater dat het terrein in de nabijheid van het boorgat heeft overspoeld.

    Schendingen

    Om de aandacht te vestigen op de schending van talrijke Servische rechten en internationale conventies, waaronder het recht op water, heeft ‘Bescherm Jadar en Radjevina’ de ngo London Mining Network ingeschakeld, die de schade die Rio Tinto aan milieu en samenleving berokkent op wereldwijde schaal aan de kaak stelt. Zo is er afgelopen april tijdens de aandeelhoudersvergadering van Rio Tinto een rapport gepresenteerd waarin erop wordt gewezen dat het bedrijf niet alle gevolgen van zijn mijnbouwwerkzaamheden voor de Servische natuur openbaar heeft gemaakt, noch de omvang van die werkzaamheden en de plaats waar het afval zal belanden. Ook zwijgt het bedrijf in alle toonaarden over de risico’s voor het culturele en natuurlijke erfgoed in de Jadarvallei, in Radjevina, op de berg Cer en in de dorpen Tršić en Tronosa, waar zich een klooster uit de dertiende eeuw bevindt.

    ‘Het plan van Rio Sava Exploration zal aanzienlijke milieuschade veroorzaken,’ waarschuwde Ratko Ristić, decaan van de faculteit voor Bosbouw van de Universiteit van Belgrado, op 6 mei tijdens een vergadering van de Servische Academie van Wetenschappen. Volgens zijn schattingen zouden 203 hectare bos en 316 hectare landbouwgrond een heel andere bestemming krijgen, waardoor het leven van 8325 huishoudens volledig op zijn kop zou worden gezet. In het stroomgebied bij de stad Štavica moet het huidige dennen- en beukenbos wijken voor een stortplaats van 165 hectare, terwijl er een andere stortplaats van 145 hectare in de buurt van Brezijaka en Nedeljice is gepland. Wetenschapper Bogdan Solaja heeft berekend dat er door toedoen van de mijn in veertig jaar 47.000 ton arsenicum zou vrijkomen.

    Toch is de Servische president Aleksandar Vučić niet onder de indruk van deze argumenten: ‘Wij hebben geen zee of andere natuurlijke hulpbronnen die ons dagelijks miljoenen opleveren. Maar we hebben jadariet, en om al dat protest moet ik lachen. Er is geen enkel risico op een ramp. Rio Tinto zal de grootste en meest fantastische fabriek van accu’s voor elektrische auto’s bouwen, en daar zal de hele regio wel bij varen.’ Hoewel minister van Mijnen en Energie Zorana Mihajlović toegeeft ‘niet op alles een antwoord te hebben, want het gaat om nieuwe technologie’, benadrukt ze hoe belangrijk het is om ‘deze historische gelegenheid aan te grijpen om in de frontlinie te staan van de productie van een van de meest gewilde metalen van de moderne wereld’. 

    Toenemend verzet

    In reactie op het toenemende verzet vanuit de bevolking herhaalt Rio Tinto dat het bij de lithiumdelving in Servië de geldende wetgeving in acht zal nemen, en dat de werkzaamheden op geen enkele manier te vergelijken zullen zijn met die in andere delen van de wereld en die, van Australië tot de Verenigde Staten, zijn uitgelopen op een ecologische ramp. ‘Wat wij in Servië hebben, bestaat nergens anders op de wereld; je kunt het delven van lithium uit gesteente niet vergelijken met het delven in openluchtmijnen in Australië. Er zijn gevolgen voor het water uit de regio van de Drina dat we gaan gebruiken, maar dat zal via een gesloten cyclus worden gezuiverd,’ verzekert Vesna Prodanović, algemeen directeur van Rio Sava Exploration.

    Wie moet je geloven? ‘De burgers geloven noch de instituties noch de wetenschap,’ denkt Aleksandar M. Jovović, hoogleraar aan de technische faculteit in Belgrado. Hij wijst erop dat een kosten-batenanalyse volgens de Servische wetgeving niet verplicht is, maar een evaluatie van de milieugevolgen wel. Deze laatste is echter niet mogelijk, omdat de documentatie ontbreekt.

    Volgens anticorruptieorganisatie Pakt is het risico op corruptie en belangenverstrengeling levensgroot

    ‘De samenstelling van de commissie die het milieueffect moet evalueren is ook een probleem,’ voegt Miroslav Mijatović van de anticorruptieorganisatie Pakt uit Loznica eraan toe. Pakt heeft onthuld dat de faculteit voor Mijnbouw en Geologie in Belgrado in mei 2020 bijna een miljoen euro heeft getoucheerd van Rio Tinto. De faculteit voor Werktuigbouwkunde, de faculteit voor Civiele Techniek en het stedelijke gezondheidsinstituut in Belgrado hebben bedragen tussen de 100.000 en 130.000 euro opgestreken. ‘De drie faculteiten, waarvoor een vaste plaats is gereserveerd in de toekomstige commissie, hebben geweigerd ons informatie te verschaffen over de diensten die ze aan Rio Tinto hebben verleend, onder verwijzing naar de geheimhoudingsclausule,’ zegt Mijatović. Volgens hem is het risico op corruptie en belangenverstrengeling levensgroot.

    Ondanks de georganiseerde betogingen met als slogan ‘Oprotten bij de Drina!’ verwacht Rio Tinto op korte termijn toestemming voor de bouw van de mijn te zullen krijgen.

    Zijn de autoriteiten in staat de ontredderde burgers een luisterend oor te bieden, hen gerust te stellen, te handelen in het algemeen belang? Moeten we lijdzaam afwachten totdat Rio Tinto al onze minerale rijkdom heeft gedolven en over vijftig jaar, de geschatte levensduur van de mijn, een troosteloos landschap achterlaat? Over een eventueel herstructureringsplan na de sluiting van de mijnen wordt met geen woord gerept, omdat zo’n plan tot dusver nog nooit is gerealiseerd.

    Update: Op 24 december meldden internationale persbureaus dat de plannen voor de lithiummijn worden opgeschort. Premier Brnabic beloofde een referendum over de bouw onder de lokale bevolking.

    Lees ook:

  • Klimaatverandering: individuele acties hebben wel degelijk zin

    Klimaatverandering: individuele acties hebben wel degelijk zin

    Persoonlijke initiatieven kunnen het verschil maken wanneer ze door de samenleving worden opgepikt. ‘Zoals met de meeste dingen is de eerste stap vaak de belangrijkste’, stelt klimaateconoom Gernot Wagner.

    Het is makkelijk om elke persooonlijke verantwoordelijkheid voor het verlagen van iemands CO2-voetafdruk van de hand te wijzen. Het was tenslotte oliebedrijf BP dat het idee begin deze eeuw populair maakte door iedereen te vertellen dat het ‘tijd was om op CO2-dieet te gaan’. Het bedrijf wist heel goed hoe onmogelijk dat was, net als zijn eigen ambitie om ‘aardolie achter zich te laten’. Het drastisch verlagen van de uitstoot vraagt om veranderingen in bedrijfsactiviteiten, technologische vooruitgang, nieuwe investeringsprikkels en een gespierder overheidsbeleid, met daarbovenop individuele initiatieven.

    Je kunt niet alle persoonlijke acties over één kam scheren. Wie een plastic boodschappentas weigert bij de toonbank lijkt een heilige, maar het zet weinig zoden aan de dijk, vooral wanneer je vervolgens in een vliegtuig stapt. Het gaat om de schaal, en om feitelijke uitstootreductie. Luchtvaartmaatschappijen hebben goede redenen om hun uitstoot te compenseren: zo hebben passagiers minder wroeging en vliegen ze meer. De illusie van vooruitgang die door kleine, individuele acties wordt gewekt, is een cognitieve vertekening die echte vooruitgang ondermijnt.

    Fietsers gingen meer en veiliger fietspaden eisen, wat weer leidde tot meer fietsers

    Om individuele acties, hoe klein ook, effectief te laten zijn is het essentieel dat ze door anderen worden opgepikt. Neem het fietsen in steden. Fietsers gingen meer en veiliger fietspaden eisen, wat weer leidde tot meer fietsers en zo een gezonde cyclus in gang zette. Amsterdam, Kopenhagen en andere steden die erom bekend staan dat er meer met de fiets dan met de auto wordt gereden, zijn zover gekomen doordat vroege fietsactivisten veiliger wegen eisten. Het was een geleidelijk proces, waardoor er eerder van autovriendelijk verkeersbeleid werd afgestapt dan elders. Parijs en andere steden volgden het voorbeeld, wat deels werd ingegeven door covid-19 en een bredere kijk op het gebruik van beperkte publieke ruimte.

    Het op andere gebieden beperken van de CO2-uitstoot vergt een soortgelijke vorm van fundamenteel omdenken. Om het proces in gang te zetten heb je een groep van vroege overstappers op groene producten nodig. Zij laten zien wat mogelijk is, stimuleren de markt en halen kinken uit de kabel. Daardoor wordt een golf van anderen geïnspireerd, wat nodig is om voldoende impact te krijgen. Het is een zichzelf versterkende cyclus: de producten worden beter en goedkoper en dus gewilder.

    Steden

    Steden spelen een bijzonder grote rol wanneer het op individuele effectiviteit aankomt. Alleen al door als typische New Yorkers in New York te wonen stoot het gemiddelde huishouden half zoveel CO2 uit als een huishouden in een eengezinswoning in een buitenwijk. De redenen liggen voor de hand: kleinere woonruimten in combinatie met kortere afstanden naar werk en vrijetijdsbesteding. Betekent dat een persoonlijk offer? Te oordelen naar de torenhoge onroerendgoedprijzen in New York en andere grote steden vinden mensen van niet.

    Natuurlijk zijn er verkeerde prikkels die mensen ertoe aanzetten hun woonruimte te maximaliseren in plaats van te optimaliseren. Of het nu gaat om een makelaar, een hypotheekverstrekker of een echtscheidingsadvocaat, allemaal zijn ze gebaat bij meer vierkante meters. Het helpt ook al niet dat de grootte van je huis een publiek signaal is (en makkelijk te zien op Instagram) terwijl een langere reistijd iets persoonlijks is (dat zelden op sociale media wordt vermeld). Idealiter zou er beleid kunnen worden gemaakt om het wonen in steden aantrekkelijker te maken voor gezinnen, zodat de individuele CO2-uitstoot zou afnemen. Minder asfalt voor auto’s en meer groen verbeteren bijvoorbeeld zowel het stedelijke microklimaat als het wereldwijde klimaat.

    Gelukkig zorgen veel stappen die het leven in steden beter maken ook voor een betere klimaatbalans in die steden. Maar CO2-efficiënt wonen is niet genoeg. Steden moeten ook programma’s ontwikkelen om de CO2-emissies van gebouwen en vervoersmiddelen te verminderen. In stadscentra kunnen door het isoleren van één gebouw de woningen van veel gezinnen worden verwarmd en goed openbaar vervoer vermindert vervuiling en uitstoot.

    Een volledig geëlektrificeerd huis dat geen gas gebruikt voor verwarming is vaak nog een luxe

    De rijken moeten het voortouw nemen. Of het nu om landen of steden gaat, alle plekken waar veel geld is moeten pioniers worden op het gebied van activiteiten die de uitstoot verminderen, zoals woningisolatie. Een milieuvriendelijk huis is een comfortabeler huis. Tochtige ramen en slecht geïsoleerde muren vergallen het woonplezier. Gaspijpen die rechtstreeks je huis binnen lopen zijn groen noch gezond. Ze zijn ook onnodig, nu er warmtepompen en inductieketels zijn die een weliswaar duurder maar groener alternatief bieden. Hyperefficiënte Duitse huishoudelijke apparaten vinden gretig aftrek bij wie ze kan betalen.

    Sommige individuele initiatieven kunnen kostbaar zijn. Hoewel een inductieplaat ter vervanging van het vierpitsgasstel dat in westerse huizen gebruikelijk is niet al te duur hoeft te zijn, is een volledig geëlektrificeerd huis dat geen gas gebruikt voor verwarming vaak nog een luxe. Het is aan architecten, ontwerpers en bouwers om mensen die het zich kunnen permitteren daarin te laten investeren. En wat beleidsmakers en stedenbouwkundigen te doen staat, is duidelijk: zij moeten een snelle transitie subsidiëren, terwijl de wereld de leercurve beklimt en de kostencurve van technologische CO2-reductie afglijdt. En ja, dat zou betekenen dat je dingen subsidieert die door welgestelden worden gekocht, maar het beleid kan gemakkelijk worden toegespitst. Bovendien geldt als rechtvaardiging van de subsidies dat je er groene doelstellingen mee realiseert.

    Tijd

    Tijd is de essentiële factor. Dat een overheid een aanzienlijke CO2-reductie aan het eind van het decennium belooft is één ding. Maar ze moet zich ook realiseren dat ze met de woon- en mobiliteitskeuzes van vandaag de uitstoot voor de komende jaren vastlegt. De stad New York heeft wetgeving die eigenaars van grote panden verplicht de CO2-uitstoot voor 2030 met 40 procent te verminderen. In bouwtermen is dat morgenvroeg. Het kost jaren om plannen te maken, financiering te vinden, vergunningen te krijgen, aannemers in te huren en dan de verbouwing te realiseren.

    Cruciaal is om de juiste balans te vinden tussen reglementaire stimulering van bovenaf en individuele vraag van onderaf. Zoals ‘sequencing’ van openbaar beleid vereist dat je eerst duurzame technologie stimuleert om later de kostprijs van CO2-emissies te berekenen, zo moeten geëngageerde individuen het startpunt zijn voor een veelomvattender milieubeleid. Het verminderen van de vleesconsumptie is een belangrijke individuele bijdrage aan het verminderen van de uitstoot. Ondertussen zorgen vegetariërs niet voor een aanzienlijke vermindering van de CO2-uitstoot omdat ze geen vlees meer eten, maar omdat ze tot een geëngageerde en mondige kerngroep behoren die een veelomvattender klimaatbeleid voorstaat en stimuleert.

    In de psychologie heet dat de voet-tussen-de-deurstrategie

    Belangrijk in de strijd tegen cognitieve vertekening door individuele acties is een geleidelijk opgebouwd momentum: stemmen mensen in met het ene, dan zullen ze ook het andere sneller oppikken. (In de psychologie heet dat de voet-tussen-de-deurstrategie.)

    Zoals met de meeste dingen is de eerste stap de belangrijkste. De drang om de CO2-uitstoot van de economie te verminderen zal iedereen raken. Degenen die daartoe in staat zijn kun je beter in de gelegenheid stellen in de groenere wereld van morgen te leven dan in het tanende fossiele tijdperk van vandaag.

    Lees ook:

  • Thomas Piketty: ‘Voer een progressieve erfbelasting in’

    Thomas Piketty: ‘Voer een progressieve erfbelasting in’

    Bij de aanpak van klimaatverandering moet rekening worden gehouden met economische, sociale én genderongelijkheid, schrijft Thomas Piketty naar aanleiding van het Wereld Ongelijkheidsrapport 2022. Hij doet alvast een voorstel: ‘Op zijn minst zouden de fiscale cadeautjes aan de meest vermogenden moeten stoppen.’

    Wat leert ons het nieuwe Wereld Ongelijkheidsrapport 2022 van Oxfam Novib, dat deze week is gepubliceerd? Deze vrucht van de samenwerking van een honderdtal onderzoekers uit alle continenten die om de vier jaar verschijnt, geeft inzicht in de grote ongelijkheidsbreuklijnen op de wereld. Naast de inmiddels welbekende constatering dat de inkomensongelijkheid de afgelopen decennia is gestegen, zijn er drie belangrijke noviteiten aan te wijzen, die betrekking hebben op de ongelijkheid qua vermogensverdeling, gender en klimaat.

    Laten we beginnen met de vermogensverdeling. Dankzij het voorwerk van Luis Bauluz, Thomas Blanchet en Clara Martínez-Toledano hebben de onderzoekers systematische gegevens kunnen verzamelen die het mogelijk maken de vermogensverdeling in alle landen wereldwijd te vergelijken, van de laagste tot de hoogste inkomensklasse. De algehele conclusie is dat de hyperconcentratie van vermogen, die tijdens de pandemie nog eens is verergerd, voor alle regio’s van de wereld geldt. Wereldwijd bezat de armste 50 procent in 2020 amper 2 procent van het totale privé-eigendom (onroerend goed, beroepsactiva en financiële vaste activa, na aftrek van schulden) terwijl de rijkste 10 procent 76 procent van het totaal bezat.

    Latijns-Amerika en het Midden-Oosten spannen qua ongelijkheid de kroon, gevolgd door Rusland en Sub-Saharaans Afrika, waar de armste 50 procent amper 1 procent bezit van alles wat er te bezitten valt, terwijl de rijkste 10 procent tegen de 80 procent aan schurkt. In Europa is de situatie wat minder extreem, maar is er ook geen reden om de vlag uit te steken: de armste 50 procent bezit 4 procent van het totaal, tegen 58 procent voor de rijkste 10 procent.

    Rijkdom verdelen

    Tegen deze constatering kun je op verschillende manieren aankijken. Je kunt geduldig wachten tot groei en marktwerking de rijkdom verdelen. Maar aangezien meer dan twee eeuwen na de industriële revolutie het deel dat in bezit is van de armste 50 procent in Europa nauwelijks 4 procent bedraagt en in de Verenigde Staten 2 procent, moet je daarvoor waarschijnlijk wel erg geduldig zijn. Je kunt ook zeggen dat de huidige situatie de best mogelijke is en dat iedere poging om de rijkdom te verdelen economisch riskant zou zijn. Een weinig overtuigend argument. In Europa bedroeg het deel dat in bezit was van de rijkste 10 procent tot 1914 80 à 90 procent van het totale vermogen. Dat is in ruim een eeuw gedaald tot minder dan 60 procent, voornamelijk dankzij de 40 procent van de bevolking die tussen de rijkste 10 procent en de armste 50 procent in zit. Deze middenklasse is in staat geweest woningen te kopen en bedrijven te beginnen, wat een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de welvaart in de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 en de oliecrisis in 1973.

    Lees ook:

    Wat kun je doen om deze langzame ontwikkeling in de richting van gelijkheid, die historisch gezien onlosmakelijk verbonden is met een evolutie naar een grotere welvaart, te laten voortduren? Idealiter zou je een herverdeling van het erfgoed moeten overwegen. Op zijn minst zouden de fiscale cadeautjes aan de meest vermogenden moeten stoppen en moet er werk worden gemaakt van een herziening van de grondbelasting, die erg zwaar en onrechtvaardig is voor mensen die hun eerste schreden op de weg naar bezit zetten. Deze belasting zou je moeten omvormen tot een progressieve belasting op het nettovermogen.

    Vrouwen hebben minder toegang tot dezelfde banen en arbeidsuren als mannen

    De tweede les van het Wereld Ongelijkheidsrapport 2022 heeft betrekking op de genderongelijkheid. Dankzij de door Theresa Neef en Anne-Sophie Robillard verzamelde gegevens kunnen we nu meten hoe het aandeel van vrouwen in het totale arbeidsinkomen zich wereldwijd heeft ontwikkeld. We kunnen eruit opmaken hoe groot de ongelijkheid tussen man en vrouw nog altijd is: wereldwijd toucheerden vrouwen in 2020 amper 35 procent van het totale arbeidsinkomen, en mannen dus 65 procent. In 1990 was het aandeel van vrouwen 31 procent en in 2000 33 procent. We zien dus enige vooruitgang, maar het gaat uiterst langzaam. In Europa bedroeg het aandeel van vrouwen in 2020 38 procent, dus bij lange na niet de helft.

    Deze indicator geeft een minder rooskleurig maar juister beeld van de werkelijkheid dan een vergelijking per functie. Hij legt genadeloos bloot dat vrouwen minder toegang hebben tot dezelfde banen en arbeidsuren als mannen, met name vanwege voortdurende vooroordelen en discriminatie en de geringe inspanningen die overheden zich getroosten om banen waarin vrouwen het sterkst vertegenwoordigd zijn (met name in de zorg, de detailhandel en de schoonmaakbranche) beter te structureren. De geringe vooruitgang die de afgelopen decennia wereldwijd is geboekt, weerspiegelt bovendien het groeiende aandeel zeer hoge salarissen – die voor het overgrote deel door mannen worden verdiend – in de totale loonsom. In bepaalde regio’s, zoals China, valt zelfs een verlaging te constateren van het aandeel van vrouwen in het totale arbeidsinkomen. Deze gegevens roepen om veel voortvarender maatregelen dan tot dusver zijn genomen.

    We kunnen constateren dat de armste 50 procent vrijwel overal verantwoordelijk is voor een relatief redelijk uitstootniveau

    De derde noviteit van het Rapport heeft betrekking op de ongelijkheid op klimaatgebied. Maar al te vaak beperkt het klimaatdebat zich tot een vergelijking van de gemiddelde CO2-uitstoot per land en de ontwikkeling daarvan in de loop der tijd. Dankzij het werk van Lucas Chancel beschikken we nu over gegevens over de verdeling van de uitstoot binnen individuele landen en de verschillende regio’s van de wereld. We kunnen constateren dat de armste 50 procent vrijwel overal verantwoordelijk is voor een relatief redelijk uitstootniveau, in Europa bijvoorbeeld van 5 ton per inwoner. Over eenzelfde periode gemeten bedraagt de gemiddelde uitstoot van de rijkste 10 procent 29 ton, en die van de allerrijkste 1 procent 89 ton. De conclusie spreekt voor zich: het klimaatprobleem wordt niet opgelost als we iedereen over één kam scheren. Om de sociale en klimatologische gevaren die haar ondermijnen het hoofd te bieden, zal de planeet meer dan ooit rekening moeten houden met de vele ongelijkheidsbreuklijnen die haar doorkruisen.

    Lees ook:

  • Een op de twee Iraakse gezinnen heeft voedselhulp nodig door droogte

    Een op de twee Iraakse gezinnen heeft voedselhulp nodig door droogte

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese supermarkten, waaronder Albert Heijn en Lidl, boycotten Braziliaans vlees

    » Conflict om iconisch standbeeld op Wall Street

    12 miljoen mensen in Syrië en Irak lopen risico door de droogte

    Aanhoudende droogte en mislukte oogsten zorgen ervoor dat een op de twee gezinnen in Irak op dit moment voedselhulp nodig heeft. Dit is een van de cijfers die naar voren komen uit een nieuwe studie die donderdag is gepubliceerd door de Noorse Vluchtelingenraad, waarin wordt bevestigd dat de volksverhuizingen worden aangedreven door de klimaatproblemen in de regio.

    De Wereldbank heeft onlangs de alarmbel geluid dat bij een temperatuurstijging van slechts één graad Celsius en een daling van de neerslag met 10 procent, de zoetwatervoorraden in Irak tegen 2050 met 20 procent zouden kunnen dalen. Volgens de pan-Arabische website Al-Araby Al-Jadid lopen meer dan 12 miljoen mensen in Syrië en Irak door de droogte het risico hun toegang tot water, voedsel en elektriciteit te verliezen en te worden blootgesteld aan dodelijke, door water verspreide epidemieën.

    Lees ook:

  • Europese supermarkten, waaronder Albert Heijn en Lidl, boycotten Braziliaans vlees

    Europese supermarkten, waaronder Albert Heijn en Lidl, boycotten Braziliaans vlees

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Conflict om iconisch standbeeld op Wall Street

    » Een op de twee Iraakse gezinnen heeft voedselhulp nodig door droogte

    Grootste vleesproducent Brazilië betrokken bij ‘witwassen van vee’

    Zes Europese ketens, waaronder Albert Heijn en Lidl Nederland, kondigen aan dat ze de verkoop van sommige of alle producten met rundvlees uit Brazilië stopzetten wegens samenhang met de vernietiging van het regenwoud in het Amazonegebied, meldt Bloomberg.

    Het besluit volgt nadat uit een onderzoek van Repórter Brasil en de milieuorganisatie Mighty Earth was gebleken dat JBS, ’s werelds grootste vleesproducent, indirect koeien betrekt uit illegaal ontboste gebieden. Het vee wordt verkocht aan een legitieme boerderij alvorens aan een slachthuis te worden verkocht. Deze praktijk, die bekend staat als ‘witwassen van vee’, verbergt de herkomst van de dieren.

    Andere supermarktketens die meewerken aan een (gedeeltelijke) boycot zijn Carrefour in België, Auchan in Frankrijk, en Sainsbury’s en Princes Group in het Verenigd Koninkrijk.

    Lees ook:

  • Plasticafval Amazon is met een derde gestegen tijdens pandemie

    Plasticafval Amazon is met een derde gestegen tijdens pandemie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada trekt 40 miljard uit om inheemse kinderen te compenseren

    » NFT’s zijn populair in kunstwereld

    Plasticafval Amazon toegenomen door stijgende verkoop

    Volgens een rapport van milieu-organisatie Oceana is het plasticafval van Amazon vorig jaar tijdens de pandemie met bijna een derde toegenomen, tot 270.000 ton.

    Oceana schat dat 10.700 ton van dit plastic, met inbegrip van luchtkussens, noppenfolie en met plastic beklede papieren enveloppen, waarschijnlijk in zee terecht zal komen.

    Amazon, de grootste detailhandelaar ter wereld, wees de cijfers van Oceana van de hand en zei dat Oceana het plasticafval met 300 procent had overschat. Ook plaatste het bedrijf vraagtekens bij het model dat is gebruikt om het percentage te schatten dat waarschijnlijk in zee terechtkomt. Het heeft geen alternatieve cijfers verstrekt, schrijft The Guardian.

    Amazon zag zijn omzet in 2020 met 38 procent stijgen tot 386 miljard dollar (342 miljard euro), toen een groot deel van de wereld op slot zat en de onlineverkoop toenam.

    Lees ook:

  • Pr-bedrijven belemmeren klimaatdebat in VS

    Pr-bedrijven belemmeren klimaatdebat in VS

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Westen vastbesloten om Oekraïne te beschermen tegen ‘Russische agressie’

    » Myanmar: Straf Aung San Suu Kyi verlaagd van vier naar twee jaar

    Pr-bureaus sturen discussie over klimaatbeleid

    In de VS spelen pr-bedrijven een belangrijke rol in het publieke debat over klimaat- en energiebeleid. Ze hebben de afgelopen dertig jaar een sleutelrol gespeeld bij het verspreiden van desinformatie en het belemmeren van maatregelen tegen klimaatverandering, door voor de fossiele brandstofindustrie campagnes op te zetten waarin de ernst van klimaatverandering werd gebagatelliseerd, en door de industrie gewenste oplossingen te positioneren als de te volgen strategie, schrijft EcoWatch.

    Dit blijkt uit een studie van Robert J. Brulle en Carter Werthman van Brown University in Providence, Rhode Island. De onderzoekers bekeken 214 organisaties in vijf grote sectoren – steenkool/staal/spoor, olie en gas, nutsbedrijven, hernieuwbare energie en de milieubeweging – en ontdekte dat elektriciteitsbedrijven het vaakst pr-bureaus inschakelden, gevolgd door olie- en gasbedrijven. Die organisaties gebruikten voornamelijk een handjevol grote pr-bedrijven, zoals Edelman, Glover Park Group, Cerrell en Ogilvy.

    ‘Pr-bedrijven vormen een groot deel van de propagandamachinerie van bedrijven en ze sturen de manier waarop Amerikanen denken over de problematiek’, aldus Robert Brulle.

    Lees ook:

  • Extreem weer in Italië neemt toe

    Extreem weer in Italië neemt toe

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Lokale kranten in de VS bedreigd door overname hedgefonds

    » Bollywoodsterren onder vuur om borstvoedingsfoto’s

    Afgelopen jaar vielen er 261 doden in Italië door extreem weer

    Het aantal geregistreerde extreme weersomstandigheden in Italië neemt elk jaar aanzienlijk toe naarmate de klimaatcrisis verder escaleert, aldus het rapport Osservatorio CittàClima dat milieuvereniging Legambiente jaarlijks publiceert, schrijft het in Rome gevestigdepersbureau ANSA.

    Tussen 2010 en 21 november 2021 werden 1118 extreme weersomstandigheden geregistreerd in Italië. Daarvan vonden er 133 in het afgelopen jaar plaats, een stijging van 17,2 procent ten opzichte van het aantal in het rapport van vorig jaar. Door de weersextremen werden 602 steden zwaar getroffen en vielen er 261 doden, waarvan negen in de eerste tien maanden van dit jaar. Rome is de zwaarst getroffen stad volgens het rapport, gevolgd door Bari en Milaan.

    Lees ook: