Pools parlement neemt wet aan in die persvrijheid bedreigt
Het Poolse parlement heeft een omstreden mediawet aangenomen die de persvrijheid bedreigt. De wet, die op woensdagavond werd aangenomen, zou de Amerikaanse groep Discovery kunnen dwingen het grootste deel van haar belang in de commerciële televisiezender TVN, dat vaak kritisch staat tegenover de conservatieve regering, te verkopen. In het wetsvoorstel staat dat alleen bedrijven uit de Europese Economische Ruimte een uitzendvergunning mogen bezitten.
‘Washington had Warschau gevraagd deze wet niet in stemming te brengen, maar de nationalistische regeringspartij liet zich niet afschrikken’, merkt de Europese editie van de website Politico op. Het besluit van het parlement is ‘een ongekende aanval op de vrijheid van meningsuiting en onafhankelijkheid van de media’, zo reageerde de directie van TVN, die de Poolse Senaat en de president opriep de wet te verwerpen.
Vicepremier Jaroslaw Gowin werd ontslagen vanwege zijn verzet tegen de omstreden wet
De wet was een van de oorzaken van de val van de regeringscoalitie op dinsdag. Vicepremier Jaroslaw Gowin werd door premier Mateusz Morawiecki ontslagen vanwege zijn verzet tegen de omstreden wet en zijn fractie van tien zetels stapte op. Toch wisten de overgebleven regeringspartijen de wet erdoor te krijgen met steun van kleine partijen in de 460 zetels tellende Sejm, de Poolse Tweede Kamer, schrijft Politico.
Het Chinese techbedrijf Huawei investeert de komende drie jaar 100 miljoen dollar in het startup-ecosysteem in Azië-Pacific, bericht YourStory. Al eerder werd geïnvesteerd in start-uphubs in Singapore, Thailand, Sri Lanka en Maleisië en Huawei wil dit zogenoemde Spark-programma uitbreiden in India als de coronapandemie in het land is afgenomen.
Pensioenfonds APG waarschuwt Korea voor bouw kolencentrales
Het in Amsterdam gevestigde APG Asset Management, onderdeel van het Nederlandse pensioenfonds APG, heeft de Zuid-Koreaanse regering gewaarschuwd dat het niet schrappen van een plan om drie kolencentrales te bouwen een ‘aanzienlijke risicofactor’ zal vormen voor haar investeringen in Korea, bericht The Korea Herald. De brief heeft betrekking op drie centrales met een gecombineerd vermogen van 6,3 gigawatt die in aanbouw zijn in de provincie Gangwon.
‘De kolencentrales zullen onvermijdelijk een belasting vormen voor de toekomst van de mensheid’
Park Yookyung, hoofd verantwoord beleggen Azië van APG Asset Management, schrijft in de brief dat de centrales in de nabije toekomst een bedreiging zullen vormen voor het streven naar CO2-neutraliteit. ‘In het licht van de klimaatcrisis zullen kolencentrales onvermijdelijk een belasting vormen voor de Koreaanse economie en de toekomst van de mensheid’, aldus de in het Koreaans opgestelde brief. ‘De uitstoot van broeikasgassen in Korea zal niet alleen een zware last vormen voor de particuliere sector, maar ook voor andere binnenlandse bedrijven in dit op export gerichte land.’
Op een na grootste brand in de geschiedenis van Californië
Met een getroffen gebied van 187.000 hectare is de Dixie Fire vanaf zondag de op één na grootste natuurbrand in de geschiedenis van Californië, schrijft Los Angeles Times. De brand is vernoemd naar de straat waar hij op 13 juli begon, Dixie Street. Het vuur heeft al vierhonderd woningen en bedrijfsgebouwen verwoest, aldus het dagblad. De vlammenzee, die deze week het stadje Greenville in de as legde, is nog maar voor 21 procent onder controle en de brandweer vreest dat ze het vuur pas tegen 20 augustus helemaal zal hebben geblust.
‘We moeten openlijk toegeven dat deze branden worden veroorzaakt door het klimaat’
De gouverneur van Californië, Gavin Newsom, bezocht zondag de ruïnes van Greenville en sprak zijn ‘diepe waardering’ uit voor de brandweerlieden. Hoewel Californië gewend is aan bosbranden, ‘is de droogte veel ernstiger, het is heter dan ooit’, aldus Newsom in een verklaring op Twitter. ‘We moeten openlijk toegeven dat deze branden worden veroorzaakt door het klimaat.’ Officieel heeft de Dixie Fire geen slachtoffers gemaakt, maar vier inwoners van Greenville worden nog vermist.
The #DixieFire is now the largest single fire in CA history.
Greenville in Plumas County has been completely destroyed by this fire – not dissimilar to what we saw in Paradise.
There are 8,500 firefighter personnel out here – thank you for your heroic & extraordinary work. pic.twitter.com/pavsSV69V2
Mozambikaanse havenstad heroverd op opstandelingen
Het Mozambikaanse leger kondigde zondag aan dat het de stad Mocimboa da Praia had heroverd, een belangrijke haven in het noordoosten van het land en ‘het laatste bolwerk van de opstandelingen’, meldde BBC. Mozambikaanse troepen werden bij deze operatie bijgestaan door een contingent van duizend Rwandese soldaten.
Mocimboa da Praia ligt in de provincie Cabo Delgado, waar het Franse olie- en gasbedrijf TotalEnergies afgelopen voorjaar een megagasproject onderbrak vanwege jihadistische dreiging. De Mozambikaanse regering, die lange tijd gekant was tegen internationale hulp in haar strijd tegen de opstandelingen, heeft afgelopen juli eindelijk hulp van haar buurlanden geaccepteerd. Rwanda, Botswana, Zimbabwe, Zuid-Afrika en Angola behoren tot de landen in de regio die troepen hebben gestuurd. De crisis in Mozambique heeft meer dan 2800 mensenlevens geëist, vooral burgers, en meer dan 800.000 mensen zijn ontheemd geraakt.
Europa roept VS op om reizigers uit EU toe te laten
De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, heeft de Verenigde Staten opgeroepen om reizigers uit Europa toe te laten tot hun grondgebied, bericht Deutsche Welle.
Sinds juni heeft de EU de 27 lidstaten aanbevolen om reizigers uit de VS binnen te laten, maar andersom is een verbod voor reizigers uit Europa nog van kracht. ‘We dringen erop aan dat vergelijkbare regels worden toegepast op aankomsten in beide richtingen’, zei Von der Leyen tegen Duitse media. ‘We moeten dit probleem zo snel mogelijk oplossen en daarover hebben we contact met onze Amerikaanse vrienden, voegde ze eraan toe, ‘maar het mag geen weken blijven voortslepen.’
In de EU heeft 59,3 procent van de bevolking een eerste vaccin gekregen, tegenover 57,8 procent in de VS
Von der Leyen merkte op dat de epidemiologische situatie in de VS en EU-landen ‘zeer vergelijkbaar’ is. In de EU heeft 59,3 procent van de bevolking een eerste vaccin gekregen, tegenover 57,8 procent in de VS. Aan beide kanten van de oceaan stijgt het aantal gevallen overigens weer door de deltavariant, aldus DW.
Ook vóór corona was het al duidelijk: als we natuur en steden willen sparen, moeten we onze manier van reizen gaan veranderen. Maar hoe?
In een niet al te verre toekomst zullen we net zo naar ons reisverleden kijken als nu naar Mad Men, de serie uit de jaren 60 waarin ongeremd gerookt en gedronken wordt en het plastic bestek na de picknick gewoon in de natuur achterblijft: ging dat toen echt zo?
Eerlijkheidshalve zouden we dan moeten toegeven: ja, dat ging toen zo en niemand die er zich druk over maakte. Mij zouden dan bijvoorbeeld mijn reizen in het jaar 2019 te binnen schieten: in maart bewonderde ik op de Lofoten het noorderlichttheater, in de zomer stroopte ik enkele eilanden van de Cycladen af en tot slot laste ik nog een weekendje weg naar Porto in, waar we onszelf warmdronken in de kilte van de vroege herfst. Tussen die vakanties door was ik achtmaal op dienstreis – met het vliegtuig. Met al dat gereis zou ik 2019 kwalificeren als een heel normaal jaar – het laatste voordat de wereld tot stilstand kwam.
Wereldwijd registreerden hoteliers en exploitanten van vakantiehuizen in 2019 1,5 miljard boekingen
In dat jaar brak het mondiale toerisme alle records. Nooit eerder werd er zo vaak bezichtigd, bereisd en verwelkomd. Wereldwijd registreerden hoteliers en exploitanten van vakantiehuizen 1,5 miljard boekingen, terwijl toerismeonderzoekers zelfs een verdere stijging naar 1,8 miljard voor mogelijk hielden. Elke anderhalve seconde steeg er wel ergens op onze planeet een vliegtuig op om nieuwsgierigen zoals ikzelf af te zetten in toeristische bestemmingen als New York, Barcelona of Praag – even gewoon als een busreisje en dankzij de prijsvechters niet eens veel duurder. De wereld van 2019 was een onbegrensd draaiende vliegcarrousel.
Tegelijkertijd was 2019 het jaar waarin we waarschuwingssignalen dat het zo niet verder kon nog maar moeilijk over het hoofd konden zien. Of het nu de door cruiseschippassagiers geplaagde binnenstad van Dubrovnik in Kroatië betrof of de verstopte toegangswegen naar de Walchensee in Beieren, toeristische hotspots herkenden we aan de fluitconcerten van geïrriteerde autochtonen, aan ‘tourist go home’-graffiti en aan de nare diagnose overtourism in de media. In Europa’s warmste jaar sinds de start van de weerregistraties werden wij, frequent travellers, om de oren geslagen met het begrip ‘vliegschaamte’; circa 80 procent van de reis-gerelateerde CO2-emissies wordt veroorzaakt door vliegreizen naar onze plekken van bestemming.
Toerismecarrousel
Toen kwam covid-19. De pandemie legde de toerismecarrousel die tot dan toe voor een soort van mensenrecht was doorgegaan, stil. Als was het een gigantische parkeerklem. Bij nader inzien was de pandemie echter geen rem maar een turbo. ‘Overtoerisme, milieubescherming, duurzaamheid – de coronacrisis werkt als vliegwiel voor ontwikkelingen die toch al vraagtekens plaatsen bij het massatoerisme,’ zegt Alexis Papathanissis, hoogleraar toerismemanagement aan de hogeschool van Bremerhaven. 180 jaar nadat de Engelsman Thomas Cook reizen begon te organiseren en het toerisme onze aarde begon te belasten, moeten we het radicaal heruitvinden.
Maar als onze oude manier van reizen niet langer functioneert, hoe zou een nieuwe er dan uit kunnen zien? Want helemaal niet meer reizen kan geen oplossing zijn. Reizen voorziet in een essentiële behoefte – waarvan je je net als bij de liefde pas goed bewust bent als het er ineens niet meer is. Juist nu is het verlangen heftig: nog maar net ingeënt trekken waarschijnlijk massa’s mensen binnenkort de wijde wereld in. De prijsvechters breiden hun vloot al uit.
Maar hoe zou het toerisme er na de gevreesde post-coronaparty dan wel moeten uitzien? Ik maak afspraken met een trendonderzoeker, een avonturier, een toerisme-expert en een klimaatdeskundige – mensen van wie ik antwoorden hoop te krijgen op vragen als: hoe zullen we over vijf of tien jaar op reis gaan? Mag dat eigenlijk nog wel? Hoe kunnen we onze wereld verkennen zonder een verschroeide aarde achter te laten?
Wie in de toekomst kijkt, moet eerst weten waar hij staat. Daarom vraag ik Nikolaj Koch: Welk effect heeft een jaar met veel reizen zoals dat van mij, op het klimaat? De 38-jarige Koch is klimaatexpert bij Arktik in Hamburg, een organisatie waar je je eigen CO2-uitstoot kunt berekenen en compenseren.
Koude douche
Kochs conclusie blijkt een nog koudere douche dan ik al vreesde. Met mijn CO2-voetafdruk heb ik veel weg van een bankier bij Lehman Brothers kort voor het begin van de financiële crisis – het type tot wie nog niet is doorgedrongen hoe megafailliet hij eigenlijk is. Tijdens de 5800 kilometer die ik in 2019 achter het stuur zat, stootte mijn Volvo volgens Kochs berekeningen ongeveer 1300 kilo broeikasgas uit. Hierbij vergeleken vielen mijn 2500 treinkilometers met 90 kilo aan broeikasgassen in het niet. Maar de elf vliegreizen deden het pas echt: het stedentripje naar Porto, mijn vakantietrips naar de Lofoten en Griekenland, samen met een paar businessvluchten binnen Duitsland, veroorzaakten – zo rekende Koch mij voor – bij elkaar een wolk van circa 6800 kilogram CO2. Al met al had ik dus in de loop van het jaar onze klimaatzieke planeet met ruim acht ton kooldioxide opgezadeld – alleen al door mijn mobiliteit. Vanuit klimaatoptiek bezien sta ik sindsdien diep in het rood. ‘Acht ton is meer dan dubbel zoveel als waar een aardbewoner jaarlijks recht op heeft,’ zegt klimaatexpert Koch. En wat nog veel erger is: de mede door mij geproduceerde kooldioxide zal nog in de atmosfeer aanwezig zijn als ik mij allang niet meer aan een of andere vertrekgate meld maar in plaats daarvan voor het avondeten in het verzorgingshuis. Toeristen mogen dan graag bagatelliseren dat het vliegverkeer verantwoordelijk is voor slechts 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot – als we eerlijk het staartje aan condensstrepen, zwavel- en stikstofoxiden en het effect daarvan meerekenen, valt de bijdrage van het vliegverkeer aan de opwarming van de aarde minimaal tweemaal zo hoog uit. Die 6 procent CO2-last weegt nog weer zwaarder als we ons realiseren dat maar ongeveer 5 à 10 procent van de wereldbevolking überhaupt vliegt.
Wij, de piepkleine minderheid van wereldwijde topverdieners, hebben dus een uiterst sterke hefboom in handen die in de toekomst voor de resterende 90 procent van de wereldbevolking een merkbaar verschil kan maken. ‘Onze huidige uitstoot van kooldioxide zal negatief uitwerken op de leefomstandigheden van honderden miljoenen mensen,’ zegt Volker Quaschning, hoogleraar hernieuwbare energiesystemen aan de Hogeschool voor Techniek en Economie in Berlijn. Hij onderzoekt hoe onze energiehuishouding eruit zou moeten zien, willen we het klimaat op aarde niet volkomen ruïneren. In het kort komt dat hierop neer: het moet radicaal anders. ‘Overstromingen, droogte, voedselgebrek, gezondheidsschade en andere gevolgen van onze klimaatverandering zullen generaties na ons nog treffen,’ waarschuwt professor Quaschning.
Electrofuels
Bieden de zogeheten electrofuels waarmee de luchtvaartindustrie op een dag klimaatneutraal hoopt te worden, dan misschien een oplossing? De expert in hernieuwbare energiebronnen heeft er weinig fiducie in. Weliswaar kunnen zulke synthetische vliegtuigbrandstoffen inderdaad via wind- of zonnestroom en daarmee CO2-neutraal geproduceerd worden, maar de productie ervan vergt helaas extreem veel energie – meer dan 80 procent daarvan gaat onderweg verloren – en is acht à negen keer zo duur als de productie van conventionele kerosine. Quaschning: ‘Er gaan nog heel wat jaren overheen voor electrofuels inzetbaar en betaalbaar zijn, als dat ooit al het geval zal zijn. Tot dat moment is en blijft het vliegtuig het schadelijkste transportmiddel voor het klimaat’.
En compenseren? Dat levert te weinig op. Dus besluit ik ter plekke tot een eigen aanpak. In plaats van voor stedentrips het vliegtuig te nemen, ga ik voortaan vaker met de trein en op de fiets; verplaats ik zakenafspraken van de ochtend naar de middag om niet met de ochtendvlucht maar met de trein te kunnen komen. En mijn volgende vakantie naar Italië maak ik met een van de nachttreinen die de Oostenrijkse spoorwegen net als vroeger door Europa laten rollen. In de toekomst moeten dat er duidelijk meer worden: met de Franse en Duitse collega’s werken de Oostenrijkers aan een netwerk van snelle treinverbindingen dat voor het eind van dit decennium een flink aantal Europese metropolen met elkaar moet verbinden.
Langzamer, milieuvriendelijker, minder – zou de komende jaren weleens mainstream kunnen worden
Langzamer, milieuvriendelijker, minder – al die oude reisadviezen zouden de komende jaren weleens mainstream kunnen worden. Want de nood groeit – en het bewustzijn ook: het hoeft niet noodzakelijkerwijs af te doen aan ons plezier wanneer we op onze weg door de wereld wat meer verantwoordelijkheid op ons zouden nemen. Het vereist alleen wat meer denkwerk. Maar dat leidt meteen tot de volgende ongemakkelijke vraag: wat leveren al die inspanningen op als we gewoon met te veel mensen zijn?
De toerist ‘vernietigt wat hij zoekt door het te vinden,’ stelde schrijver Hans Magnus Enzensberger droogjes vast. Geen wonder dat ze ons op veel plaatsen niet meer willen, in elk geval niet in de hoeveelheden die goedkope luchtvaartmaatschappijen, cruiseschepen en busondernemingen neerkiepen bij de poorten van de hotspots. Bewoners vluchten voor maandhuren die als gevolg van het toerisme onbetaalbaar zijn geworden, hun manier van leven bezwijkt onder de massa’s. Waar lokale toerismemanagers vroeger zoveel mogelijk betalende gasten naar hun bestemming probeerden te lokken, willen ze ons nu zo efficiënt mogelijk spreiden. De fraaie aansporing van de bestseller 1000 Places to See Before You Die heeft op termijn als neveneffect dat de ‘plaatsen die je gezien moet hebben’, langzaam sterven.
In Barcelona, waar het aantal van 1,7 miljoen bezoekers in 1990 explosief steeg naar dertig miljoen in 2019, worden al geruime tijd geen nieuwe hotels in de binnenstad meer toegestaan en aan de ooit wild voortwoekerende Airbnb-business worden boetes tot wel 30.000 euro opgelegd. Bergen beknot het aantal cruiseschepen dat deze Noorse havenstad mag aandoen, Venetië strijdt nog over een oplossing voor de plaag van drijvende SUV‘s. Amsterdam probeert de toeristische stortvloed van 18 miljoen bezoekers per jaar om te leiden naar minder belaste gebieden, bijvoorbeeld door het 30 kilometer verderop gelegen Zandvoort om te dopen tot Amsterdam Beach.
Met zulk soort maatregelen kan lokaal mogelijk de grootste stormloop het hoofd worden geboden. Maar wat wanneer de groeiende middenklasse in China, Rusland, India en Brazilië haar koffers pakt en op reis gaat – miljoenen mensen met net zoveel recht op het San Marcoplein, het noorderlicht en het strand van de Cycladen als wij? In China is slechts 10 procent van de bevolking in het bezit van een paspoort maar dit minieme aandeel correspondeert wel met zo’n honderd miljoen potentiële Venetië-gangers.
Om het groeiende concentratierisico van toeristen van zijn scherpe kantjes te ontdoen, is er duidelijk meer nodig dan wat onbeholpen inreisbeperkingen. Een man die aan zulk soort alternatieve ideeën knutselt, is Guido Sommer, hoogleraar toerismemarketing aan de Hogeschool van Kempten. En een oplossing heeft hij al in zijn zak zitten.
BayernCloud
Opgewekt blikt Sommer me op een ochtend via het Zoom-venster op mijn laptop tegemoet. ‘Ziet u dit hier?’ vraagt de 47-jarige wetenschapper terwijl iets uit zijn broekzak frommelt. ‘Het zou weleens een oplossing voor het probleem van het overtoerisme kunnen betekenen.’ Hij houdt zijn iPhone voor de camera. Onze smartphones, zo licht hij toe, wacht een grote carrière in het toerisme. Van een simpel communicatiemiddel waarmee we onderweg hotelprijzen, weersverwachting, alternatieve routes en openingstijden bijeen googelen ontwikkelt het mobieltje zich tot reisgids, reisbureau en risicomanager ineen. Dat wordt mogelijk dankzij een nieuw soort databanken waarin meteorologische diensten, hoteliers, skiliftexploitanten en andere ondernemers in de toeristenbranche voortaan in realtime hun data invoeren. Zo’n centraal informatiebureau is de BayernCloud die momenteel aan Sommers hogeschool wordt ontwikkeld. Al vanaf de zomer van 2022 moet het als een alwetende datawolk boven Beieren zweven. Soortgelijke datacentra ontstaan momenteel op allerlei plaatsen op aarde omdat ze immers een duidelijke meerwaarde te bieden hebben: alle voor toeristen relevante informatie in één enkele, uiterst actuele databron die afgetapt kan worden via één enkele app en een klein apparaatje dat ieder van ons gemiddeld 80 maal per dag ter hand neemt.
‘U vindt dat weinig spectaculair klinken?’ vraagt Sommer die mijn licht ontnuchterende blik kennelijk niet ontgaan is. ‘Het is wel degelijk revolutionair.’ Want met kunstmatige intelligentie gevoerde data-aggregators, zoals de BayernCloud, bieden reizigers twee niet te overtreffen voordelen: ze verklappen ons niet alleen de actuele omstandigheden op onze bestemming maar ook de situatie in de nabije toekomst. En nog fascinerender: ze kunnen die toekomst zelfs in positieve zin voor ons veranderen.
Met slimme reisbegeleiders zullen we intelligenter en ontspannener, maar ook duidelijk zichtbaarder onderweg zijn
‘Neem mij bijvoorbeeld,’ zegt Sommer. Hij vertelt over zo’n typische zaterdagochtend in de winter als hij vanuit zijn woonplaats Kempten in de auto stapt om te gaan skiën in de Allgäuer Alpen. Helaas doen op zonnig-koude zaterdagen met verse sneeuw veel Kemptenaren dat. Niet zelden staat Sommer daarom korte tijd later al in de file, geïrriteerd dat hij toch niet vroeger is vertrokken, en verdoet hij op de plaats van bestemming kostbare minuten met het zoeken van een parkeerplaats om tegen het middaguur op het Oberjoch of de Fellhorn zijn eerste bochtjes te draaien. Dan is hij al een typische toerist; zo eentje die opgefokt is van te veel mensen die hetzelfde willen als hij.
Maar volgend jaar winter zou dat heel anders kunnen zijn. Met zijn gedownloade BayernCloud kan Sommer al aan de ontbijttafel de voorziene drukte op de parkeerplekken en de rijen voor de skiliften zien – en wel op het moment dat hij denkt aan te komen. Als de sensoren onder de parkeerterreinen en bij de skiliften een cruciale belasting aangeven doet zijn app, nog voor hij in zijn auto is gestapt, al voorstellen voor minder volle alternatieven. ‘Smart assistents als deze zullen ons’ volgens Sommer ‘in de toekomst van onze eerste plannetjes tot aan de ervaring ter plekke op elke fase van onze reis begeleiden’.
Hoe meer de algoritmes hierbij leren over onze favoriete activiteiten en doelen, hoe preciezer ze een ons passend aanbod kunnen doen. Als de skipistes rond Oberstdorf naar verwachting overvol worden, kunnen ze multisporter Sommer een weinig geboekte skitocht voorstellen of een cursus deltavliegen in het nabije Sonthofen, vanwaar de meteorologische dienst op de app juist een fantastische thermiek en een paar vrije startplaatsen heeft gemeld. Het zou de redding zijn voor zijn zaterdag en ook voor het skigebied – dat zo een overvloed aan mensen bespaard blijft.
‘Natuurlijk hebben dergelijke services een prijs,’ zegt Sommer. ‘Voor dat alles betalen we met onze data’. Met slimme reisbegeleiders zullen we in de toekomst niet alleen intelligenter en ontspannener, maar ook duidelijk zichtbaarder onderweg zijn. Willen we dat echt? Tegenvraag: wie wil de voordelen ervan missen?
Transport naar behoefte
Want op pad met digitale helpers kunnen we niet alleen betere alternatieven ontdekken maar die zelfs zelf creëren. Verondersteld dat naast Guido Sommer ook andere Kemptenaren in datzelfde weekend belangstelling hebben voor hetzelfde skigebied, dan zou het algoritme van de app voor de betreffende dag een busdienst kunnen activeren die de skiërs één voor één ophaalt en afzet bij het dalstation. ‘Het achterhaalde principe van star streekvervoer met vaste routes kan vervangen worden door het principe van MOIA – individueel transport naar behoefte,’ zegt de toerisme-onderzoeker. Weekendskiërs hoeven dan niet meer naar een vrije parkeerplek te zoeken, ze hoeven helemaal niet meer te zoeken. En mocht de vraag naar een bepaald skigebied, wandelroute of bezienswaardigheid naar verwachting te groot worden, dan schakelt de app ogenblikkelijk over op de methode Galapagos: op die eilandengroep in de Grote Oceaan worden geen nieuwe toeristen meer toegelaten, zodra de aanvaardbare hoeveelheid bezoekers wordt overschreden. Zo zouden ook in Oberstdorf en elders nieuwe gasten vroegtijdig gewaarschuwd en met zachte hand omgeleid kunnen worden voordat ze de toegangswegen en ingangen versperren.
Op die manier kunnen digitalisering en datawolken een kernprobleem van het moderne toerisme – te veel mensen willen op hetzelfde moment hetzelfde – helpen ontwarren. Bezoekersstromen kunnen er zo mee worden gestuurd dat gedrang en reisfrustratie uitblijven.
Dat ik ooit omhoog zou blikken naar een geanimeerde noorderlichtversie kan ik me maar moeilijk voorstellen
Maar er is ook al een visie die nog verder gaat. De gerenommeerde Zwitserse econoom Bruno S. Frey komt met een noodoplossing die bepaald radicaal is. Zijn idee voorziet in een reeks origineelgetrouwe kopieën van publiektrekkers zoals Salzburg, Venetië of Vaticaanstad, een soort golfbrekers die een deel van de last van de hotspots kunnen opvangen. Op dat denkbeeld kwam Frey – niet onverwachts – tijdens een totaal verpeste vakantie in Venetië. Naar zijn mening zouden zulke kunstmatige tweelingen reizigers zelfs een intensere vakantie-ervaring kunnen bieden dan hun echte voorbeeld: ‘Bezoekers van een Venetië-kloon zou bijvoorbeeld een multimediapresentatie over kunstgeschiedenis aangeboden kunnen krijgen of een carnaval waarin ze echt kunnen participeren.’
Maar hoe goedbedoeld zulke afleidingsmanoeuvres ook zijn – dat ik ooit omhoog zou blikken naar een geanimeerde noorderlichtversie aan een kunstmatige Lofotenhemel, kan ik me maar moeilijk voorstellen. Ook voor een wandeling langs het strand van een Santorini-kloon schiet mijn fantasie tekort.
Dat leidt tot de volgende wezenlijke vraag: wat zijn mijn verwachtingen als ik ergens arriveer? En waar in hemelsnaam vind ik die? Die vraag stel ik aan een man die in de loop van zijn leven al een behoorlijk stuk van onze aardbol heeft verkend.
Alastair Humphreys fietste na een lichtvaardige aankondiging tegenover kroegvrienden in vier jaar en drie maanden 74.000 kilometer rond de wereld. Te voet doorkruiste hij de grootste zandwoestijn op aarde, hij was National Geographic Adventurer of the Year en één van de vier gekken die in 2012 in een piepklein roeibootje de Atlantische Oceaan overstaken.
Microavontuur
Maar zijn grootste prestatie volbracht Humphreys thuis achter zijn bureau. De Engelse vrijbuiter en schrijver wist het wijdverbreide idee over vrijheid en avontuur op zijn kop te zetten. Hij deed dat door ideeën over even onopzienbarende als verrassende ondernemingen in de nabije omgeving op papier te zetten, er een boek van te maken en dat alles van een duidelijke titel te voorzien: Microadventures.
‘Toen ik aan mijn microavonturen begon, heb ik telkens naar het waarom gevraagd: Waarom zou ik als dertiger in mijn voortuin gaan slapen? Moet ik als robuust avonturier geen robuuste dingen maken?’ vertelt Humphreys, die met zijn gezin in een dorp in het zuiden van Engeland woont. ‘Maar een klein avontuur is beter dan geen avontuur.’ Hymphreys definieert een microavontuur als een kleine vlucht in de naaste omgeving die iedereen ’s avonds of in het weekend kan ondernemen. Bijvoorbeeld door tussen twee heel gewone kantoordagen in een nacht in een slaapzak in het bos door te brengen. Door een wandeling van de verst gelegen tramhalte terug naar huis of door een uitstapje met een zelf getimmerd vlot op de rivier die je tot nog toe alleen vanuit het autoraampje kent. Dat alles volgens de formule: weinig voor nodig, minimale voorbereiding, intensieve ervaring.
Nu zou je daartegen in kunnen brengen dat een man die de halve wereld al over is getrokken gemakkelijk een loflied op eigen land kan zingen. Maar Humphreys was er helemaal niet op uit om een nieuw reisconcept te bedenken – als vader van twee kleine kinderen zocht hij simpelweg naar manieren om zijn drang naar verre landen en lust in avontuur af te kunnen stemmen op zijn gezinsverplichtingen.
En het werkt. Ik kan er zelf over meepraten. Na de dag dat ik Humpreys Microadventures in handen kreeg sliep ik verschillende nachten in een hangmat in het bos en bracht ik diverse dagen door met eigen miniwandeltochten. Enkele zomers geleden leende ik met vrienden waterdichte zakken en supboards en liet die te water in het mij tot dan toe volstrekt onbekende Feldberger Seenlandschaft. Vier dagen achtereen gleden we van het ene meer naar het andere en hoewel het hoogzomer was, peddelden we vrijwel ongestoord door het glinsterende water. Rond ons bossen van een soort die we eerder in New England of Finland zouden verwachten. ’s Avonds schoven we onze supboards door de rietkraag op de oever en fileerden we forellen die we onderweg hadden gekocht bij een visser. En inderdaad, op de Krüselinsee schoot vlak naast ons een visadelaar het water in om vervolgens met zijn spartelende buit weer op te stijgen.
‘Door microavonturen hervond ik mijn geestelijke gezondheid’
De Krüselinsee ligt op drie uur rijden van mijn stadsappartement in Hamburg, maar toen ik daar op de avond van de vierde dag nat van het zweet mijn supboard uitlaadde, leek het alsof ik terugkwam uit een andere wereld. In die vier dagen had ik meer meegemaakt en meer ervaren dan in alle voorgaande georganiseerde vakanties bij elkaar. Op het verlangen naar verre reizen hebben microavonturen hetzelfde effect als een proteïnerijk tussendoortje op stevige trek: ze zijn geen vervanging voor de gewone maaltijd maar ze vullen die aan door in korte tijd een intensieve ervaring te bieden. Tenslotte is het oneindig veel opwindender om voor jezelf een slaapplaats in het bos te zoeken dan dat je je in een hotel te ruste legt in een vers opgemaakt bed.
Van zo’n concept profiteren waarschijnlijk niet alleen wij reizigers, maar ook de vakantieregio’s in eigen land. Die kunnen zich zo op een gemakkelijke manier in de markt zetten – en zich laten ontdekken. En het beste is nog dat ze er geen bezoekerscentra voor hoeven in te richten, attractieparken aan te leggen of infrastructuur op te bouwen – alle benodigdheden voor een microavonturier zijn er immers al.
‘Door microavonturen hervond ik mijn geestelijke gezondheid want ze zorgden voor een dosis wildernis, stilte en fysieke inspanning in mijn leven,’ vertelt Alastair Humphreys. Zelf besefte ik na mijn trip naar het Feldberger Seenlandschaft dat ik voor onvergetelijke momenten geen vliegticket, verleend jaarlijks verlof of touroperators nodig heb. Vereist zijn eerder fantasie, wat durf en waterdicht schoeisel.
Resonantie
Als we Verena Muntschick mogen geloven, maak ik daarmee deel uit van een trend. De Frankfurter toekomstonderzoeker en haar team wijdden zich enige tijd terug aan de vraag hoe we in de toekomst gaan reizen en wat we in een vakantie zullen zoeken. De belangrijkste trend die Muntschick en haar collega’s bij het Frankfurter Zukunftsinstitut blootlegden, vatten zij samen in de term ‘resonantie’. Achter dit lastig te doorgronden begrip schuilt volgens Muntschick de ‘behoefte om op reis ervaringen op te doen die je bijblijven, die verdergaan dan het serviceaanbod, de bezienswaardigheden en de beloofde uren zonneschijn’. Met andere woorden: we reizen weer om het echte leven te ontdekken en daarbij ook meteen onszelf. Voortekenen van die trend zijn bijvoorbeeld de pelgrims naar Santiago de Compostella, de couchsurfers of de stellen die na jarenlang hotelvakanties nu een Volkswagenbusje kopen om op eigen houtje de wijde wereld in te trekken.
‘Natuurlijk zijn dat allemaal nog niches,’ geeft Muntschick toe, ‘maar die niches worden wel gestaag groter’. De Corendons en de all-in-concepten zullen altijd wel blijven bestaan en ook het massatoerisme zal niet verdwijnen omdat een paar mensen op een sup in eigen land vakantie houden in plaats van met een surfplank op Bali. Maar jongere reizigers zijn opgegroeid met een heel andere gevoeligheid voor de ecologische en sociale gevolgen van onze reisactiviteit. En daarmee stellen ze ook hogere eisen aan de toeristenbranche: ‘Mensen willen niet meer als economisch object behandeld worden maar als vriend van een gemeenschap.’
Liever een handvol echte ervaringen dan duizend overvolle places to see
De vraag is alleen: is dat echt de toekomst? Feldberg klinkt nu eenmaal minder aanlokkelijk dan Faro, Brandenburg saaier dan de Balearen. Zijn we echt verstandig en bereid genoeg om van dat alles af te zien?
Op den duur ligt de toekomst ook helemaal niet in de keuze tussen het een of het ander, maar in een eerlijke mix. Voor mij betekent dit dat ik naar de Cycladen of het noorderlicht zal kunnen blijven gaan, maar misschien niet meer zo vaak als vroeger en niet per vliegtuig maar met veerboot en trein. Wel zou ik, zelfs als je royaal tijd voor het inchecken meerekent, meer dan tweemaal zolang naar mijn bestemming onderweg zijn. Maar als er iets is wat vakantiegangers in de toekomst hebben, dan is het wel tijd.
Sinds het opkomen van de naoorlogse reisgolf in 1950 is onze levensverwachting met gemiddeld vijftien jaar gestegen. Dat zijn vijf uren per dag die wij meer ter beschikking hebben dan onze grootouders. Elke dag weer. Anders dan zij, die ook nog eens zes dagen per week zwaar werk verrichtten, hoeven wij onze reizen niet in een paar vakantiedagen te persen. De oude drieklank van het leven – school, werk, oude dag – kunnen we vervangen door een meer ontspannen soundtrack. De tijd speelt voor ons. We kunnen hem nemen. Altijd krijgen we te horen dat de toekomst ligt in levenslang leren. Ik zou dat willen aanvullen: ze ligt in levenslang reizen.
Dat is niet in het minst te danken aan een neveneffect van corona: door de pandemie is ook de laatste scepticus ervan overtuigd geraakt dat zeker kantoormedewerkers probleemloos vanaf diverse plekken met elkaar samen kunnen werken, vooropgesteld dat er WLAN en elektriciteit aanwezig is. En juist dat zullen veel van ons na de pandemie ook willen. Waarom niet vanuit een bergboerderij inloggen bij een Zoom-bijeenkomst? Waarom dat nieuwe idee niet uitwerken op een wandeltocht met collega’s?
Werkverblijf
‘Het concept van de “mooiste weken van het jaar” waarin we bij moeten komen van de met werk gevulde rest van het jaar, is momenteel zienderogen aan het verdwijnen,’ zegt Claudia Brözel, hoogleraar economie van het toerisme (afdeling duurzame ontwikkeling) aan de Hogeschool van Eberswalde. In de toekomst zou bijvoorbeeld een reeks microavonturen gecompleteerd kunnen worden met een maandenlang werkverblijf aan de Middellandse Zee, een tuinierproject in een naburig dorp met een lange sabbatical waarin we door half Afrika trekken. Onder het motto: liever een handvol echte ervaringen dan 1000 overvolle places to see. Niet langer ‘meer’, maar ‘indringender’. Beleven in plaats van bereizen.
Dit volslagen andere idee van wat een vakantie dient te zijn en wat hij ons moet brengen, zou weleens de sterkste veranderingskracht voor het toerisme kunnen blijken. Niet uitgesloten dus dat we ons op een dag het jaar 2019 herinneren als het jaar waarin we op een heel nieuwe manier begonnen te reizen.
We zullen veel in de natuur zijn omdat we het digitale ‘always on’ moe zijn
De visionair Bernd Neff, initiator van het Berlin Travel Festival en voormalig marketingmanager van Design Hotels, voorspelt een trend naar een luxe en groene vakantie. Historisch gezien werden pandemieën altijd gevolgd door fases van verhoogde levenslust en luxe. Nadat de pest was overwonnen gingen de mensen overal in Europa trouwen en zetten ze kinderen op de wereld; op de Spaanse griep volgden de roaring twenties. Wij zullen in de post-coronajaren een tijd van luxereizen meemaken. Maar het zal een nieuwe, minder materieel bepaalde vorm van luxe zijn. We zullen in kleinere groepen op vakantie gaan en veel in de natuur zijn omdat we het digitale always on moe zijn. Overal zullen nederzettingen met tiny houses ontstaan of zoals in Italië, albergi diffusi: goed voorziene hideaways in de buurt van steden. In Berlijn ontwikkelt een start-up onder de naam Raus momenteel zo’n mix van boutique-hotel, boshut en smart loft. Wilde tuinen, workshops en wellness maken deel uit van het concept. Wat verdwijnen gaat is dat zinledige snel-maar-ergens-heen-vliegen. Net als ecofashion en veganisme zal bewustzijn van de gevolgen van al ons reizen gemeengoed worden. We zullen weer waardering krijgen voor wat lokaal is, per slot van rekening was het nogal saai om van Tokio tot aan Quebec dezelfde restaurantketens en merken aan te treffen. Reizen zal inspirerender worden. ‘Nachttreinen in plaats van budgetvluchten, drie maanden in een work-away-hotel in plaats van een driedaags stedentripje. Voor mij is dat de echte luxe.’
De veelsporige Monisha Rajesh reisde ‘de wereld rond in tachtig treinen’ en schreef er een boek over. Die goeie ouwe trein heeft de toekomst, voorspelt de Britse schrijfster. ‘Als treinreiziger houd je steeds een gevoel voor ruimte en tijd – in tegenstelling tot bij een vliegreis. Je kunt met een kopje thee in bed liggen, samen eten, werken en de wereld aan jezelf voorbij zien trekken. Ik ben er vast van overtuigd dat het reizen per trein – ook vanwege de gunstige CO2- balans – een grote toekomst wacht. In Azië, Afrika en Latijns-Amerika is de trein ook nog eens een relatief goedkoop transportmiddel. De beste ter wereld zijn in mijn ogen de Japanse. Met de Shinkansen kun je binnen een paar uur bijna het halve land doorkruisen. Op het eindstation voltrekt zich een ‘zevenminutenwonder’: schoonmaakpersoneel bestormt de trein, draait de zittingen om, maakt tafeltjes en vloeren schoon, voert afval af en zeven minuten later springt het weer naar buiten en kunnen er nieuwe gasten instappen.
In Europa wordt reizen per trein lastig zodra we de grens overgaan. Elk land heeft zijn eigen spoorwegmaatschappij, er is geen centrale website of een aanbieder die alle verbindingen bestrijkt. Mocht er een Europese spoorminister komen en ik zou die baan krijgen, dan zijn mijn eerste maatregelen: invoering van extra nachttreinverbindingen, prijsdalingen van tickets en opbouw van een centraal boekingssysteem voor heel Europa.’
‘Niet zo lang geleden nam ik samen met een vriend spontaan de trein richting Slowakije. Een geweldig avontuur’
Anselm Pahnke fietste 414 dagen door vijftien landen in Afrika. Hij is filmmaker, schrijver (Von Anderswo und anderen Orten) en een van de oprichters van Terran e.V. voor reizen zonder vliegtuig. ‘Het is waar, zelf heb ik de wereld kunnen ontdekken en mijn reishonger uitvoerig kunnen stillen. Ik heb ook een vaag vermoeden van wat het succes van mijn film aan reizen naar Afrika heeft veroorzaakt. Daarom zou het absurd zijn om nu anderen moreel de les te lezen over vliegen. Maar voor mij moeten reisdoel en reistijd wel met elkaar in overeenstemming zijn. Drie weken naar Thailand staan in geen verhouding tot de kostbare reis. Steeds meer beroepen en bedrijven zullen in de toekomst een sabbatical kennen waarin mensen een deel van de wereld kunnen leren kennen zonder hectisch heen en weer terug te moeten vliegen. Althans dat hoop ik. Bij mij duurde het vijf maanden voor ik me in Afrika op mijn gemak begon te voelen.
Sinds ik weer in Freiburg woon, ben ik veel met de fiets, de trein en te voet op pad, Naar Denemarken of in de Alpen. Dat geeft absoluut niet de exotische kick die Afrika mij gaf, maar het voelde ook in geen enkel opzicht als minder. Niet zo lang geleden nam ik samen met een vriend spontaan de trein richting Slowakije. Na twintig uur kwamen we daar aan. Een geweldig avontuur. Om eerlijk te zijn: het is opwindender om onvoorbereid op een trein richting Oost-Europa te stappen dan voor een georganiseerde safari naar Kenia te vliegen.’
Technoloog Marta Kwiatkowski Schenk, wetenschappelijk onderzoeker aan het Gottlieb Duttweiler Institut in Rüschlikon (Zwitserland) vertrouwt de reisleiding al gauw toe aan digitale assistentie. ‘Reizen betekent kiezen. Huur ik een auto of beschikt mijn hotel over fietsen? Biedt het restaurant glutenvrije maaltijden en kan ik die wandeling ook met een slechte knie maken? Al die informatie moeten we moeizaam bijeengaren. En daarna moeten we beslissen. Reizen betekent daarom altijd ook stress. Dat zullen slimme assistenten ons binnen enkele jaren uit handen nemen. Zij zullen ons als privéreisbureau, navigator, reisgids en ticketshop vergezellen en helpen bij de besluitvorming. We zullen er ook geen extra apparaat voor aan te hoeven schaffen. De assistentietechnologieën zullen verwerkt zitten in onze polshorloges, koelkasten, auto’s en misschien zelfs wel in kledingvezels. Onopvallend op de achtergrond zullen zij hun werk verrichten. We noemen dat calm tech. Dankzij kunstmatige intelligentie zullen zij ons alleen voorstellen doen voor belevenissen die relevant voor ons zijn. Zij kennen ons immers omdat zij ons voortdurend begeleiden.
Het zal sommigen van ons doen denken aan de sciencefictionfilm Her en inderdaad vormde deze film van Spike Jonze een inspiratiebron voor ons onderzoek. Maar digitale assistentie is geen sciencefiction, het maakt al deel uit van onze werkelijkheid, zij het ook nog niet zo uitontwikkeld als het ooit zal zijn en alles op zijn kop zal zetten.’
Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.
‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’
Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’
Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.
Afrika is dol op Japanse auto’s
Japanse tweedehands auto’s blijven onverminderd populair in Afrika. Het continent ontwikkelt zich economisch gestaag en de invoer van tweedehands Japanse voertuigen blijft stijgen. In de afgelopen tien jaar is de markt bijna verdubbeld, schrijft de Japanse krant Mainichi.
Gebruikte Japanse voertuigen zijn over het algemeen in goede staat, van hoge kwaliteit en bovendien gemakkelijk te onderhouden. Reparatie-onderdelen zijn ruimschoots voorhanden, hetzij origineel, hetzij van Chinese makelij.
Van de 105.000 auto’s die in 2019 in Kenia werden geregistreerd, was ongeveer 90 procent tweedehands. Kenia is ook de thuisbasis van de Japanse autobedrijven Toyota en Isuzu. Ironisch genoeg wordt de belangrijkste concurrentie voor Japanse autofabrikanten in de regio nu gevormd door Japanse auto’s: de populariteit van redelijk geprijsde geïmporteerde occasions zorgt ervoor dat nieuwe Japanse voertuigen slecht worden verkocht, aldus Mainichi. Door corona nam de import wel af: in 2019 werden er zo’n 320.000 tweedehands auto’s van Japan naar Afrika geëxporteerd; in 2020 daalde dat tot zo’n 280.000.
Wereldwijd tekort aan chips
Het mondiale tekort aan halfgeleiders heeft een enorme impact op een breed scala van sectoren, variërend van auto’s en computers tot smartphones en gaming.
Vorige week werden de Duitse autofabrikanten Daimler en BMW gedwongen om hun assemblagelijnen te vertragen of stil te leggen vanwege tekorten en autofabrikanten elders worstelen met hetzelfde probleem. Ook Apple en Samsung lieten weten dat het chiptekort hun productie zodanig beïnvloedt dat de verkoop van laptops en desktopcomputers kan dalen, bericht The Korea Herald.
‘Het aanbod van chips zal waarschijnlijk veel lager blijven dan de groeiende vraag’
Het chiptekort zal naar verwachting aanhouden, omdat het tijd kost voor chipmakers en onderdelenfabrikanten om nieuwe fabrieken op te zetten en systemen aan te passen, aldus experts. ‘De productie van chips zal in het derde kwartaal waarschijnlijk de volledige capaciteit benutten om aan de stijgende vraag te voldoen’, volgens Jeon Byeong-seo, professor aan de Koreaanse Kyung Hee University. ‘Maar het aanbod zal veel lager blijven dan de groeiende vraag van autofabrikanten, smartphone- en elektronicafabrikanten.’
In het hart van Brazilië, ooit de zuidelijke flank van het Amazoneregenwoud, liggen kilometers plantages, die veevoer produceren voor de wereldwijde vleesindustrie. Het is de enige economische sector in Brazilië die gedurende de coronapandemie is gegroeid. Het regenwoud wordt er echter almaar kleiner door.
Keuze uit het archief
Deze week vond in Belém in Brazilië de Amazonetop plaats, een bijeenkomst van landen uit de Amazoneregio. Op deze top vroeg de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva aandacht voor de ontbossing van het Amazoneregenwoud. Daarbij richtte de linkse leider zich vooral tot de rijke landen, die hij ertoe opriep hun steentje bij te dragen om het regenwoud te beschermen. ‘Het zijn niet Brazilië, Colombia of Venezuela die geld nodig hebben, het is de natuur aan wie de rijke landen moeten betalen om te herstellen wat ze in tweehonderd jaar van industriële ontwikkeling hebben vernietigd,’ aldus Lula. Dit artikel uit El País legt de oorzaak bloot van de massale ontbossing in de Amazone: intensieve veeteelt. Al die dieren moeten gevoed worden en als er niet genoeg land is om te begrazen of als de dieren vooral binnen staan, wordt er bijgevoerd met soja, dat in het bijzonder uit het Amazonegebied afkomstig is. Daar wordt kostbaar regenwoud gekapt voor illegale sojaplantages met ernstige gevolgen voor de natuur en de inheemse bevolking.
De vader van Tamires Vasconcelos was wat in Brazilië een desbravador wordt genoemd, een pionier, een wegbereider, iemand die de wildernis temt. Veertig jaar geleden kwam hij naar Amazonia en verdiende er zijn brood door met een graafmachine paden door de dichte begroeiing te ploegen, die later wegen werden. Wegen waarover nog weer later de kolonisten kwamen. En er kwamen steden. En akkers. De plaatselijke bewoners van nu beschouwen de trek naar het oerwoud, die door de toenmalige dictatuur in gang was gezet, als het grote heldenepos van de pioniers. De zwart-witfoto’s van de aankomst in de jaren 1970 contrasteren met de groene akkers vol soja die zich nu tot de einder uitstrekken. Hier en daar een klein plukje bomen.
De wieg van de sojaindustrie staat in het hart van Brazilië, in de staat Mato Grosso, zo’n 2300 kilometer landinwaarts van Rio de Janeiro. Het is de zuidelijke flank van het Amazonegebied, het grootste oerwoud ter wereld. Die velden en vrachtwagens en silo’s vormen de motor van de Braziliaanse economie. De fazendeira (plantagehoudster) Vasconcelos, de enige nakomelinge, de erfgename van de desbravador, die ervoor koos van de landbouw haar leven te maken, behoort tegenwoordig tot een klasse van welvarende ondernemers.
Hier regeert de soja. De plantages beslaan zo’n slordige 38 miljoen hectaren (ongeveer de oppervlakte van heel Duitsland). De economische geschiedenis van Brazilië heeft altijd in het teken gestaan van de productie van grondstoffen. Wat de soja is voor de eenentwintigste eeuw, dat was de suiker voor de zeventiende, het goud voor de achttiende en de koffie voor de negentiende eeuw.
Heden en verleden
Vasconcelos en de 5100 hectaren bouwland waarover ze de scepter zwaait, genaamd Minuano, maken deel uit van de enige economische sector in Brazilië die gedurende de pandemie is gegroeid. ‘Ons voornaamste gewas is soja, mais komt op de tweede plaats en verder verbouwen we ook nog rijst en bonen,’ zegt deze landbouwingenieur van 35 terwijl ze op een zonnige dag in maart onder een boom een kopje koffie drinkt. Uit deze streek komt een groot deel van de soja die tot voedsel dient voor koeien, varkens en kippen, die op hun beurt weer de hele wereld voeden.
Zelfs in de moeilijke coronatijd ging het gesmeerd met de Braziliaanse landbouw. De productie is hoger dan ooit, de prijzen op de wereldmarkt zijn de pan uit gerezen, de koers van de Braziliaanse munt is laag en nog nooit heeft deze sector zo’n hechte bondgenoot gehad als nu met president Jair Bolsonaro. Braziliaanse boeren zijn de grootste sojaproducent ter wereld. Voor de houders van sojaplantages is er maar één donkere wolk aan de lucht: de internationale weerstand tegen ontbossing van het Amazonewoud, dat zo cruciaal is voor het tegengaan van de klimaatverandering.
Dit is een streek waarvan zelfs veel Brazilianen het bestaan niet kennen
Als niet iedereen hier Portugees sprak zou je denken in een ander land te zijn. De geblokte overhemden, de honkbalpetjes, de hoeden, de laarzen, de pick-uptrucks, allemaal maken ze dat je je in de Amerikaanse Midwest waant. In Sinop, net als in sommige andere Braziliaanse steden, staat een imposante replica van het Amerikaanse vrijheidsbeeld bij de ingang van een aantal grote warenhuizen die eigendom zijn van een vriend van Bolsonaro. De sertanejo, de countrymuziek van deze streek, is de soundtrack van deze plattelandssteden, hoewel vanwege het virus alle cafés gesloten zijn. Dit is een streek waarvan zelfs veel Brazilianen het bestaan niet kennen. Er zijn geen ansichtkaarten van. Het is Bolsonaroland.
Al voor het ochtendgloren is Vasconcelos op weg naar Sinop, de grootste stad in de regio. Daar in de buurt ligt haar haciënda. Wie denkt dat de naam is afgeleid van China, de grote afnemer die de handel in soja weergaloos heeft opgedreven, vergist zich. De naam is een acroniem van Sociedad Inmobiliaria del Norte del Paraná, oftewel ‘Handelsmaatschappij Onroerende Goederen van Noord-Paraná’, waarbij Paraná de buurstaat is waar veel kolonisten vandaan komen. Zoals João Marcus Menegace.
Menegace is taxichauffeur en hij kwam als kind met zijn ouders en zeven broers en zussen in een bestelbusje naar deze streek. ‘We aten onderweg op de vluchtstrook van de snelweg,’ vertelt hij. Na dagenlang reizen kwamen ze in het beloofde land aan. Het wagenpark, met bijna evenveel voertuigen als inwoners, de gourmetwinkel met geïmporteerde delicatessen en een hippe handtassenboetiek die niet zou misstaan in de duurste winkelstraat van São Paulo, geven een idee van de rijkdom hier.
#ElAgroNoPara is de hashtag die bij het uitbreken van de coronacrisis in dit gebied viraal ging. De mondkapjes herinneren eraan dat de pandemie nog niet voorbij is, maar die heeft de handel nauwelijks aangetast. ‘De pandemie was hier veel minder voelbaar, omdat wij de prijs voor de oogst van 2020-2021 al uitonderhandeld hadden,’ legt de plantagehoudster uit. De levering was al betaald, de oogst was verkocht. Werken in de openlucht met weinig mensen en veel machines, dat maakt de zaken in tijden van covid gemakkelijker.
Wat ze hier ‘beschermingsmiddelen’ noemen is wat de Braziliaanse milieuactivisten ‘landbouwgif’ noemen
Haar haciënda heeft nog maar weinig te maken met die welke haar vader, Elmo Leitzke, begon. Bijna alle processen zijn geautomatiseerd en de werknemers zijn speciaal opgeleid. Ze sproeien met vliegtuigjes. Vasconcelos laat de silo zien die ze op de haciënda heeft laten bouwen, ‘handje contantje betaald’, zegt ze trots. Het feit dat ze nu zo binnenlopen, zegt ze, is het gevolg van ‘jaren investeren in technologie en onderzoek van het klimaat, de grond, de zaden, de beschermingsmiddelen’. Wat ze hier ‘beschermingsmiddelen’ noemen is wat de Braziliaanse milieuactivisten ‘landbouwgif’ noemen. Bestrijdingsmiddelen, dus.
Van eind februari tot begin maart werd de eerste sojaoogst van 2021 en het inzaaien van de eerste mais gehinderd door zware regens. Hier wordt twee keer per jaar geoogst en soms wel drie of vier keer. Een zeer intensieve landbouw, voornamelijk voor export naar China en de Europese Unie. Brazilië produceert een derde van alle soja in de wereld. Dat wil zeggen dat het land in een paar decennia de Verenigde Staten heeft ingehaald als sojaproducent, dankzij een verdubbeling van de productie per perceel en een verdriedubbeling van het landbouwareaal sinds de jaren 1980 (zie Our World In Data).
De spectaculaire groei van de landbouwsector en van het middenwesten van Brazilië is aangejaagd door de enorme vraag vanuit China, een land met een bevolking die door de toenemende welvaart meer vlees is gaan consumeren. Vasconcelos, die met haar haciënda dertig gezinnen onderhoudt, verkoop haar soja aan een van de grootste multinationals in graanproducten ter wereld, Cargill, dat zijn zetel in de Verenigde Staten heeft.
De sojaproductie was een van de belangrijkste aanjagers van de ontbossing
De Braziliaanse landbouwsector draaide volgens officiële cijfers in 2020 een omzet van 150 miljard euro. De totale economische activiteit die de sector genereert is echter in de laatste tien jaar van 20 procent gestegen naar 26 procent van het bnp, aldus het instituut Cepea van de Universiteit van São Paulo, terwijl de industrie en de dienstensector zijn gekrompen.
Guilherme Miqueleto, hoogleraar economie aan de Federale Universiteit van Mato Grosso, somt bijkomende factoren op die hebben bijgedragen aan de spectaculaire groei van de productie: de economische stabiliteit, betere juridische zekerheid en ‘de uitbreiding van het landbouwareaal naar het noorden gedurende de laatste vijftien tot twintig jaar’, dat wil zeggen de ontginning van het Amazonewoud.
Ook in andere landen worden bomen gekapt om plaats te maken voor landbouw en veeteelt, maar nergens gebeurt dat op zo grote schaal als in Brazilië, dat een derde van de ontbossing in de hele wereld voor zijn rekening neemt. De grote boosdoener is de veeteelt. De sojaproductie was een van de belangrijkste aanjagers van de ontbossing, tot in 2006 de handelaars een akkoord sloten met de ngo’s en de regering om geen graan en soja meer te kopen van akkers die illegaal verbouwd werden. Met het opdrogen van de vraag verdween dit type soja vrijwel volledig. Het moratorium op soja in het Amazonegebied ‘is doeltreffend in het tegengaan van ontbossing die rechtstreeks verband houdt met soja,’ verklaart Cristiane Mazzeti, medewerkster van Greenpeace. Slechts 2 procent van de huidige productie is afkomstig van illegaal gekapt oerwoud.
Maar omdat soja lucratiever is dan koeien, is er bedrog. Eerst wordt er ontbost voor veeteelt en na een aantal jaren maken de weiden plaats voor akkers – et voilà!
Politiek en bedrijfsleven
Ondanks de stortregen is er een constant verkeer van vrachtwagens van de haciënda’s naar de silo’s. In een van de verwerkingsbedrijven inspecteert een medewerkster van het internationale accountants- en adviesbureau KPMG de soja om te zien of er genetisch gemodificeerde soorten tussen zitten, want daarvoor moet de producent royalty’s aan Bayer-Monsanto betalen.
Vrij van verontreiniging gaat de koopwaar op transport naar de rivier de Tapajós, een zijrivier van de Amazone, over de drukke weg die recht van noord naar zuid door Mato Grosso loopt. Dat is de BR-163, aangelegd door het militair bewind in de jaren 1960, om te verzekeren dat het Noord-Amerikaanse imperium het uitgestrekte gebied niet zou inpikken.
In de regentijd is op veel wegen hier het verkeer een lijdensweg. Daarom kregen de inwoners van Sinop schoon genoeg van de politici die in verkiezingstijd de regio bezochten en allerlei beloftes deden over de BR-163. Tot Bolsonaro op het toneel verscheen en de zaak in een mum van tijd voor elkaar kreeg. ‘Geen enkele president is er in de afgelopen 24 jaar in geslaagd de weg over de hele lengte te asfalteren, maar Bolsonaro kreeg in een jaar voor elkaar dat de laatste 175 kilometer gedaan werden,’ zegt Ilson Redivo, voorzitter van de rurale werkgeversbond waar 270 ondernemingen bij zijn aangesloten.
Zo’n 80 procent van de kiezers in Sinop heeft in 2018 op Bolsonaro gestemd
De 900 kilometer lange weg maakt de reis naar de haven vier dagen korter. Voor de alternatieve route moest de lading eerst 2500 kilometer per vrachtwagen naar het zuiden worden gereden, om vervolgens op een kustvaarder te worden geladen, die 5000 kilometer naar het noorden, naar het Panamakanaal, voer, legt Redivo uit. De besparing in tijd en geld is enorm. Nu vertrouwen ze erop dat de president ook in de komende maanden zijn belofte waarmaakt om een spoorlijn aan te besteden die parallel zal lopen aan de BR-163 en die hen nog meer geld uitspaart. ‘Elke trein heeft een capaciteit van driehonderd vrachtwagens,’ zegt Edeon Vaz, promotor van de ferrogrão, de ‘graantrein’, zoals hij genoemd wordt.
Zo’n 80 procent van de kiezers in Sinop heeft in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in 2018 op Bolsonaro gestemd, een extreemrechtse ex-militair. Ze bewonderen hem nog steeds. En niet voor niets. Hij benoemde de voorzitter van het zogenaamde ‘Landbouwfront’ in het parlement (Frente Parlamentar da Agropecuária) tot minister van Landbouw. Iedereen hier heeft lof voor de discrete en doortastende Tereza Cristina Dias, want zij heeft nieuwe markten voor hen geopend. Ze hebben nu zelfs de minister van Milieu, Ricardo Salles, aan hun kant, zoals heel Brazilië kon zien op een video van de ministerraad die in mei 2020 een schandaal veroorzaakte. We zien Salles voorstellen de pandemie te gebruiken om de boiada (‘de kudde’, dat wil zeggen de hele regelgeving die gunstig is voor de landbouwsector) erdoor te drukken.
De inwoners van Sinop juichten voor de president toen hij in september, midden in de pandemie, op bezoek kwam. Redivo en zijn werkgeversbond zijn zo enthousiast over hem dat ze een poster voor hem hebben laten maken. Naast een portret van Bolsonaro met de presidentiële sjerp staat de spreuk: ‘Wij geloven in God en staan voor het gezin’. De mensen hier zijn conservatief. Een paar straten verderop is een modezaak waar ze kleding voor evangelische vrouwen verkopen.
Voor Redivo zijn die posters ‘de erkenning van een persoon die tracht dit land weer op de rechte weg te zetten. Want we gingen dezelfde kant op als Venezuela en Cuba. En 99 procent van de mensen in de productiesector willen geen communisme in Brazilië.’
Na elke parlementsverkiezing groeit het Landbouwfront in het Congres. Ze zitten nu al bijna op driehonderd parlementariërs. Ze zijn zelfs groter dan de evangelisten. De ex-afgevaardigde Nilson Leitão, een vooraanstaand lid van die fractie en burgemeester van Sinop, zegt dat de handel in landbouwproducten prominent op de politieke agenda moet staan omdat ‘Brazilië een land is met een stedelijke bevolking, maar met een rurale economie’.
Leitão is dankbaar dat met deze regering een einde is gekomen aan de landbezettingen door landloze boeren. Maar het stoort hem dat Bolsonaro wrijvingen heeft met China. Wat de markt nodig heeft is vertrouwen en zekerheid, zegt hij. ‘Vechten met je grootste klant is niet goed voor de handel.’
Geld eisen voor natuurbehoud?
De milieukwestie heeft momentum gekregen in Brazilië door het wereldwijd toenemende klimaatbewustzijn en door de komst van Bolsonaro, die vindt dat behoud van de ecologische omgeving de economische ontwikkeling in de weg staat. ‘Het doel van de landbouwproductie,’ zegt de ex-afgevaardigde van de streek, ‘is ervoor te zorgen dat het economisch haalbare ecologisch correct is.’
Jaren zijn verstreken sinds het toenemend ecologisch bewustzijn voor het eerst de degens kruiste met de pioniers die deze uithoek van Brazilië ten koste van de natuur tot een van welvarendste gebieden hadden gemaakt. In de jaren 1970 ging het om hout. De economische activiteit bestond grotendeels uit het kappen van bomen en de verkoop van hout, de grootste schat die het Amazonewoud te bieden heeft. In het begin van de eenentwintigste eeuw kwam, tezamen met de regering van Lula da Silva en de ongeremde ontbossing, druk vanuit de milieubeweging en moesten ze op zoek gaan naar andere bronnen van inkomsten.
Toen kwam de soja op, een industrie die elk jaar groter wordt. Nu, met de systematische ontmanteling van de milieumaatregelen, krijgt de agrarische industrie te maken met de druk van milieuactivisten en van Europa.
De Franse president Manuel Macron uitte de beschuldiging dat de Braziliaanse soja verantwoordelijk is voor de ontbossing van het Amazonewoud. De burgemeester van Sorriso, Ari Lafin, voelde zich aangesproken. Logisch. Zijn stad ten zuiden van Sinop, produceert 3 procent van de Braziliaanse soja. Hij reageerde op Macron met een uitnodiging. ‘Ik heb hem hier uitgenodigd, zoals ik ook met de president (Bolsonaro) gedaan heb, omdat het goed is de regio met eigen ogen te zien,’ legt hij uit in een videogesprek. ‘De verantwoordelijkheid voor het milieu is een prioriteit van de lokale agrarische sector,’ stelt hij. ‘Produceren met vernietiging van de natuur is uit den boze,’ voegt hij eraan toe.
De wet bepaalt dat 80% van de vegetatie in het Amazonegebied moet worden beschermd
Sorriso heeft honderdduizend inwoners en groeit jaarlijks met zo’n 8 procent. ‘Dit is een land, een stad, met kansen, waar heel veel werk is. Hier moeten we vroeg opstaan, we hebben geen vaste werktijden, we nemen haast nooit pauze. Je hebt de soja nog maar net geoogst of je staat alweer mais in te zaaien. De ene oogst na de andere en dat brengt een keten op gang die uiteindelijk leidt tot wat er in de winkel te koop is…’ De welvaart is heel hoog hier. Het bbp per hoofd van de bevolking is hoger dan in São Paulo. De banen die zij scheppen zijn niet van de traditionele soort, maar hebben te maken met diensten of met toeleveranciers. Advocatenkantoren, accountants, machinehandelaars, vastgoedontwikkelaars, winkels, restaurants…
De nieuwe generatie fazendeiros, universitair geschoolde dertigers, heeft meer oog voor het milieu dan hun vaders en grootvaders. ‘In de laatste vijf tot tien jaar zijn de zaken abrupt veranderd en niet iedereen heeft dat kunnen bijbenen,’ zegt Vasconcelos. ‘We produceren op een manier die minder impact heeft (op het milieu), maar we hebben wel erg te lijden onder de druk. Vooral van desinformatie,’ zegt ze.
De fazendeira legt uit dat produceren met minder impact betekent dat de richtlijnen voor het gebruik van pesticiden, meststoffen, en dergelijke naar de letter moeten worden opgevolgd, ‘om de grond te ontzien en terug te geven wat er door de oogst aan is onttrokken’. Ook belangrijk is dat de emballage op de juiste wijze wordt verwijderd: ‘alles wordt drie keer schoon gespoten voordat het naar het bedrijf teruggaat, waar het op een nette manier wordt verwerkt’.
Ze accepteert de uitnodiging voor een interview met deze krant omdat ze wil dat het verhaal van de rurale producenten gehoord wordt. En ook in de hoop dat wat ze zegt tot voorbeeld kan strekken. Als moeder van twee kinderen en getrouwd met een studiegenoot van de landbouwuniversiteit wil ze haar dochters laten zien dat je als vrouw een haciënda kunt leiden. Hoewel ze dat al twintig jaar doet, maakt ze nog steeds mee dat mensen verbaasd zijn als ze horen dat zij de baas is van het bedrijf.
Zoals iedereen hier, en in lijn met de mantra van Bolsonaro, staat ze erop dat ‘geen enkel ander land zoveel aan natuurbescherming doet’. Deze stelling, die door de hele sector als één man verdedigd wordt, stoelt op twee harde cijfers die zowel de agrarische producenten als de milieudeskundigen met kracht op tafel leggen: Brazilië beschermt 66 procent van de oorspronkelijke vegetatie (iets waar weinig ontwikkelde landen op kunnen bogen) en de wet bepaalt dat in het Amazonegebied 80 procent van de vegetatie beschermd moet worden, hetgeen betekent dat slechts 20 procent van het land ontgonnen mag worden. In andere Braziliaanse regio’s die ecologisch van groot belang zijn is die verhouding 50/50.
Het punt is dat de regels voor bosbehoud vaak niet worden nageleefd
Maar het punt is dat ‘de regels voor bosbehoud vaak niet worden nageleefd,’ zegt Cristiane Mazzetti van Greenpeace. En ze komt met een cijfer dat er niet om liegt: ‘99 procent van de boskap in 2019 was illegaal’.
Redivo, de voorzitter van de rurale werkgeversbond, stelt dat, gezien de fenomenale handel, de wetten versoepeld moeten worden om het volledig landbouwpotentieel uit de grond te halen, ook al is die volgens de wetenschap van groot ecologisch belang en cruciaal voor het terugdringen van de opwarming van de aarde.
Hij is een klimaatscepticus. ‘De opwarming van de aarde heeft niets te maken met de ontbossing van het Amazonegebied,’ stelt hij kortaf. En hij voegt er zonder blikken of blozen aan toe: ‘Vandaag de dag vang je meer CO2 af op landbouwgrond dan op bosgrond.’ Maar als de rest van de wereld zich zo’n zorgen maakt over het Amazonewoud, dan heeft Redivo wel een oplossing: ‘Dat ze ons dan maar betalen voor het behoud van de biodiversiteit, wij alleen kunnen dat niet aan.’
De klimaatwetenschappers waarschuwen er al tijden voor dat de ecologische schade door de ontbossing van het Amazonewoud zo groot is dat we dicht bij het omslagpunt komen waarbij het bos CO2 gaat uitstoten in plaats van afvangen. Dat is een omslag met grote consequenties, omdat het gebied dan bijdraagt aan de opwarming van de aarde in plaats van die te dempen.
Miqueleto, de econoom, benadrukt dat als de koeien en de sojabonen verder noordwaarts terrein blijven winnen, de boeren de gevolgen daarvan zullen ondervinden. Dan komen er óf zware regens, óf droogtes, en dan kunnen ze hun ‘fenomenale handel’ wel vergeten.
Plezierruimtevaart zal in de toekomst steeds toegankelijker worden. Maar gaat ook gepaard met enorme milieukosten: per ruimtevlucht gaat het om een uitstoot van zo’n 75 ton koolstofdioxide per passagier.
Terra Incognita, die voor avonturiers en reislustigen zo beloftevolle aanprijzing, verdween in de negentiende eeuw gaandeweg van de landkaarten. Alleen de bodems van onze oceanen zijn nog terra incognita, de rest van de aarde is in kaart gebracht en is mede door massatoerisme hetzij vernietigd, hetzij verontreinigd, hetzij zo veel mogelijk van enige authenticiteit ontdaan. Dan maar de ruimte in, dacht een handvol miljardairs.
In juli 2021 brachten twee superrijken dat voornemen in praktijk. Op 11 juli vloog Virgin-oprichter Richard Branson naar ongeveer 86 km hoogte en op 20 juli volgde Jeff ‘Amazon’ Bezos. Hij moest uiteraard nog wat hoger en vloog naar 100 kilometer.
‘Welkom bij de dageraad van een nieuw ruimtetijdperk’, aldus Branson na zijn vlucht. ‘We zijn er om de ruimte voor iedereen toegankelijker te maken’. Dat is nogal eufemistisch gesteld, want een ticket voor een ruimtevlucht is slechts voor enkele zeer bemiddelden weggelegd. Toch kopen mensen nu al tickets voor ruimtereizen bij bedrijven als SpaceX, Virgin Galactic en Space Adventures, die beogen het ruimtetoerisme te stimuleren.
Milieukosten
Dat nieuwe particuliere ruimtetoerisme zou wel eens gepaard kunnen gaan met enorme milieukosten, zegt Eloise Marais, hoofddocent fysische geografie aan het University College London. Marais bestudeert de impact van brandstoffen en industrie op de atmosfeer.
Raketten die worden gelanceerd, hebben een grote hoeveelheid drijfgassen nodig om uit de atmosfeer van de aarde te komen. SpaceX’ Falcon 9-raket gebruikt daarvoor kerosine en NASA gebruikt vloeibare waterstof voor zijn nieuwe Space Launch System. Die brandstoffen stoten een verscheidenheid aan stoffen uit in de atmosfeer, waaronder koolstofdioxide, water, chloor en andere chemicaliën.
De uitstoot van raketten stijgt al met bijna 5,6 procent per jaar
De uitstoot van raketten is nu nog klein in vergelijking met de vliegtuigindustrie, aldus Marais, maar ze stijgt al met bijna 5,6 procent per jaar. ‘Voor een langeafstandsvlucht gaat het om een uitstoot van één tot drie ton koolstofdioxide per passagier’, aldus Marais. Eén raketlancering verdeelt 200-300 ton koolstofdioxide over ongeveer vier passagiers. ‘Dus er is niet zo veel meer groei nodig om te concurreren.’
Op dit moment is het aantal raketvluchten nog klein. Volgens NASA ging het in 2020 wereldwijd om 114 lanceringen. Maar emissies van raketten worden uitgestoten tot in het bovenste deel van de atmosfeer en blijven daar lang hangen: twee tot drie jaar. Zo kan zelfs het injecteren van water in de bovenste atmosfeer, waar het wolken kan vormen, volgens Marais al opwarmende effecten hebben.
Ruimtetransport
Dichter bij de grond zorgen brandstoffen voor enorme hoeveelheden warmte, waardoor ozon wordt toegevoegd aan de troposfeer, die daar werkt als een broeikasgas en warmte vasthoudt. Naast koolstofdioxide produceren brandstoffen als kerosine en methaan ook roet. In de bovenste atmosfeer kan de ozonlaag worden verwoest door de combinatie van elementen van verbrande stoffen.
‘Van het aantal milieueffecten als gevolg van de lancering van ruimtevoertuigen, is de uitputting van ozon in de stratosfeer de meest bestudeerde en de meest direct zorgwekkende’, schreef beleidsadviseur bij New Zealand Space Agency Jessica Dallas vorig jaar in een analyse van emissies door ruimtelanceringen.
Een rapport van het Center for Space Policy and Strategy uit 2019 vergeleek het probleem van de ruimte-emissies met dat van ruimteafval, een ander existentieel risico voor de ruimtevaart. ‘De uitstoot door lanceringen is een echo van het ruimteafvalprobleem. Uitlaatgassen van raketmotoren die tijdens het opstijgen in de stratosfeer worden uitgestoten, hebben een nadelige invloed op de atmosfeer’, aldus het rapport.
Het rapport wijst op ontwikkelingen als ruimtetransport, gezien het aantal startups in suborbitaal transport die op zoek zijn naar ‘goedkope lanceerplaatsen’. Met een jaarlijkse groei van 17,15 procent in het komende decennium zal de mondiale markt voor ruimtetransport en -toerisme volgens schattingen zo’n 2,58 miljard dollar bedragen in 2031.
In het verleden was het meeste ruimtevervoer gericht op vrachtmissies naar het International Space Station en diensten voor satellieten, maar momenteel verschuift de focus naar planetaire verkenningen, bemande missies, suborbitaal transport en ruimtetoerisme. Bedrijven als SpaceX, Blue Origin en Virgin Galactic, richten zich op het ontwikkelen van ruimtevoertuigen die transport en ruimtetoerisme mogelijk maken.
Klimaatrampen
Ondertussen wijzen critici erop dat de enorme bedragen die Branson, Bezos en Elon Musk in ruimtetechnologie steken, geïnvesteerd hadden kunnen worden in het verbeteren van het leven op aarde waar bosbranden, hittegolven en andere klimaatrampen steeds vaker voorkomen naarmate de wereld warmer wordt.
Eloise Marais begrijpt de opwinding rond de ontwikkelingen in de ruimte, maar pleit voor verantwoordelijkheid en voorzichtigheid naarmate de ruimte-industrie groeit. Ze wijst erop dat er nu geen internationale regels zijn met betrekking tot de soorten brandstoffen die worden gebruikt, hun emissies en hun impact op het milieu. ‘Het is nu tijd om te handelen, nu miljardairs een ticket kopen.’
Zal ons reisgedrag weer terugspringen naar hoe het was? Foreign Policy kijkt in een kristallen bol.
Nu we de eerste zomer van pandemie nieuw stijl – met een gedeeltelijk gevaccineerde bevolking – ingaan, is er een aarzelende versoepeling van de reisbeperkingen begonnen. In juni heropenden de landen van de Europese Unie hun binnengrenzen en zij zijn van plan om in de loop van juli reizigers van buiten het blok toe te staan. Singapore en China zijn begonnen met het toelaten van onderlinge essentiële reizen, maar alleen voor passagiers die negatief testen op het coronavirus en een app gebruiken die hun contacten traceert. IJsland laat wel toeristen toe, maar iedereen moet verplicht op de luchthaven worden getest.
Het internationale langeafstandsverkeer is zo goed als dood
De luchtvaartmaatschappijen voeren hun zomerdienstregeling op, hoewel het aantal vluchten slechts een fractie zal zijn van het aantal van voor de pandemie. Luchthavens zijn nog steeds spooksteden (sommige zijn zelfs overgenomen door wilde dieren), en het internationale langeafstandsverkeer is zo goed als dood, schrijft het Amerikaanse tijdschrift.
Overal ter wereld heeft de ineenstorting van de toeristische economie hotels, restaurants, busondernemingen en autoverhuurbedrijven failliet doen gaan – en naar schatting 100 miljoen mensen werkloos gemaakt.
Niemand weet hoe snel het toerisme en het zakenverkeer zich zullen herstellen, of we nog evenveel zullen vliegen en hoe de reiservaring eruit zal zien zodra de nieuwe gezondheidsmaatregelen van kracht zijn. Eén ding is zeker: tot die tijd zullen er nog veel vakanties, zakenreizen, weekendjes weg en familiereünies worden geannuleerd.
Al kruipt het bloed waar het niet gaan kan, is het geen verspilde moeite om verder te kijken dan de zomer en na te denken hoe de de manier waarop we reizen permanent zal of moet veranderen.
Reizen zou onbetaalbaar kunnen worden
‘Ongeacht ons inkomensniveau, zal reizen een groter deel van ons besteedbaar inkomen opeisen’, stelt Elizabeth Becker, buitenlandcorrespondent.
‘Van de ene op de andere dag ging een groot deel van de wereld van een situatie van overtoerisme naar geen toerisme. Sindsdien hebben de plaatselijke bewoners gezien hoe hun leven is verbeterd zonder die krankzinnige drukte: heldere luchten, een drastische vermindering van zwerfvuil en afval, schone oevers en kanalen, en een terugkeer van de wilde dieren.
Maar het ene bedrijf na het andere ging failliet zonder die toeristen, waaruit blijkt hoezeer de wereldeconomie afhankelijk is van non-stop reizen. Die economische verwoesting zal betekenen dat veel minder mensen het zich kunnen veroorloven om te reizen. Wat ons inkomensniveau ook is, reizen zal een groter deel van ons besteedbaar inkomen in beslag nemen.
Veel gezondheidsmaatregelen zullen permanent worden
Wees dus voorbereid op twee dramatisch verschillende trends. Sommige nationale en lokale overheden zullen hun toerismestrategieën herontwerpen om de drukte te beperken, meer geld in de lokale economie te houden en de lokale regelgeving te handhaven, waaronder die ter bescherming van het milieu. Veel gezondheidsmaatregelen zullen permanent worden.
Andere regeringen zullen concurreren om het krimpende aantal toeristische dollars door de reisindustrie zichzelf te laten reguleren, hoge kortingen te gebruiken om hotels en vliegtuigen te vullen en overtoerisme nieuw leven in te blazen.
Slimme reizigers zullen minder reizen en langer op één plek blijven
Slimme reizigers zullen vertrouwen hebben in plaatsen met een goed bestuur en goede gezondheidssystemen. Ze zullen minder reizen en langer op één plek blijven. Zij zullen deze pandemie zien als een voorbode van wat ons nog te wachten staat met de klimaatcrisis. Zij zullen zich gedragen als verantwoordelijke burgers en als gepassioneerde reizigers.’
Vergaderen via Skype of Zoom is de norm geworden
‘Onze zakelijke bijeenkomsten, familievakanties en vrijetijdsbestedingen zullen zich steeds meer naar virtuele werelden verplaatsen’, aldus Vivek Wadhwa, techondernemer en bedrijfskundige.
‘De afgelopen maand heb ik met meer CEO’s gesproken dan ik normaal in een jaar zou doen. Ze waren ontspannen, betrokken en aandachtig. We konden brainstormen over ideeën waarmee ze hun bedrijven opnieuw konden uitvinden zonder dat poortwachters of nee-zeggers de discussies torpedeerden. Dit waren de meest productieve gesprekken die ik met bestuurders uit de hoogste echelons heb gevoerd, en zoals je misschien al geraden hebt, gebeurde dit allemaal vanuit huis.
Twee maanden geleden zou het ondenkbaar zijn geweest om via Skype of Zoom te vergaderen; nu is het de norm. (…) We beseffen het misschien niet, maar de videoconferentietechnologieën die we gebruiken, komen regelrecht uit sciencefiction. Herinnert u zich de TV-serie The Jetsons? We hebben nu de videofoons die George en Judy gebruikten.
De volgende sprong voorwaarts zal virtual reality zijn
De volgende sprong voorwaarts zal virtual reality zijn, die zich in een razend tempo ontwikkelt en ons zal verrassen. Onze zakelijke vergaderingen, gezinsvakanties en vrijetijdsactiviteiten zullen zich steeds meer naar virtuele werelden verplaatsen.’
We vergaten hoezeer reizen bij het moderne leven hoorde
‘Wat er verloren kan gaan door een lange onderbreking van die gemakkelijke wereldwijde verbindingen, wordt nu pas duidelijk’, schrijft James Fallows, redacteur bij The Atlantic.
‘Omdat reizen vaak zo routineus en vervelend was, concentreerden mensen in het tijdperk vóór de pandemie zich zelden op de vraag hoe fundamenteel reizen – grootschalig, snel, relatief goedkoop menselijk verkeer – was voor de idee van modern wereldburgerschap.
Studenten beschouwden het als vanzelfsprekend dat zij een academische opleiding konden volgen in een andere regio, een ander land of een ander continent, en toch nog terug konden gaan om hun familie te bezoeken. Mensen die permanent waren geëmigreerd, of hun land hadden verlaten voor een paar jaar werk of avontuur, wisten dat hun thuisland nog steeds relatief snel bereikbaar was. Kinderen zagen hun grootouders van dichtbij. Families konden bijeenkomen voor bruiloften, geboorten, diploma-uitreikingen, begrafenissen. Zakenmensen uit afgelegen plaatsen gingen naar conventies en conferenties om zaken te doen en plannen te coördineren. De culturele en toeristische attracties van de wereld werden toegankelijk voor mensen uit alle hoeken van de wereld.
Door de commercialisering van reizen konden mensen met een normale beurs een ‘bucket list’ samenstellen
Voor Amerikanen waren vliegreizen en internationale contacten ooit zo’n zeldzaamheid dat de nu zo absurd klinkende term ‘jetset’ echt iets betekende toen die in de jaren vijftig werd bedacht. Door de commercialisering van reizen konden mensen met een normale beurs een ‘bucket list’ samenstellen van bezienswaardigheden die ze wilden zien – en ervan uitgaan dat ze dat ook zouden kunnen.
Vóór de lockdown was het gemakkelijk om alle schade op te sommen die massareizen hadden aangericht, van de drommen die Venetië of Machu Picchu overspoelden tot de standaardisering van het hotel- en luchthavenleven wereldwijd. Wat er verloren kan gaan door een lange onderbreking van die gemakkelijke wereldwijde verbindingen, wordt nu pas duidelijk.’
Na Duitsland, België en Limburg, was ook de Chinese provincie Henan aan de beurt. Gongyi, een stad ter grootte van Amsterdam, nabij de provinciehoofdstad Zhengzhou, was een van de zwaarst getroffen plaatsen. De stortregens die meer dan een week aanhielden, maakten een groot aantal wegen onbegaanbaar en spoelden talloze auto’s weg.
Experts voorspellen dat dergelijke overstromingen vaker zullen voorkomen vanwege de opwarming van de aarde
Alleen al in Zhengzhou vielen volgens officiële cijfers 51 doden en raakten 400.000 mensen ontheemd, nog steeds zijn veel mensen vermist. Experts voorspellen dat in de toekomst dergelijke overstromingen, zoals afgelopen maand, vaker zullen voorkomen vanwege de opwarming van de aarde.
Halverwege juni stonden zo’n vijftig vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk. De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol.
In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.
Door de opkomst van de taliban is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft
Nu de taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.
Vaccinatieplicht in Azerbeidzjan
Inwoners van Azerbeidzjan zullen binnenkort een vaccinatiebewijs moeten kunnen overleggen om de meeste openbare gebouwen te mogen betreden, bericht Eurasianet. Deze maatregel werd eind juli aangekondigd en komt feitelijk neer op een nationale vaccinatieplicht. Vanaf 1 september moeten mensen vanaf achttien jaar een vaccinatiebewijs in een ‘covidpaspoort’ kunnen tonen om onder meer restaurants, cafés, winkelcentra en hotels te mogen betreden. In onderwijsinstellingen moeten leerlingen en studenten vanaf achttien kunnen bewijzen dat ze zijn ingeënt.
Tot nu toe is 26 procent van de Azerbeidzjanen minstens één keer gevaccineerd. 80 procent van de werknemers van overheidsinstanties, medische en farmaceutische bedrijven en wetenschappelijke en onderwijs-instellingen zal vanaf 1 september een eerste inenting moeten hebben en een tweede in oktober. De vaccinatieplicht leidt nu al tot een zwarte markt in valse covidpaspoorten.
Edelstenen, hoe groter hoe beter
Een troon van amethist met een gewicht van één ton à 45.000 dollar: Crystalarium, een edelstenenwinkel in West-Hollywood, verkocht er recentelijk vier stuks van. Kristallen en mineralen zijn enorm populair geworden bij de meer vermogenden der aarde en het motto is: hoe groter hoe beter, zo signaleert The Los Angeles Times.
De wereldwijde markt van (half)edelstenen wordt nu geschat op ruim 1 miljard dollar. Zangeres Adele houdt ze vast tijdens optredens om plankenkoorts te overwinnen en model Naomi Campbell reist er mee. Er is zelfs een Kim Kardashian-lijn van parfums met kristalthema in kristalvormige flessen. Het fenomeen werd verder aangejaagd door de pandemie: veel rijken zagen minder mogelijkheden voor opzichtige uitgaven en kozen ervoor om hun huizen te bezielen met de ‘genezende’ energie van stenen.
Groenland legt olie-exploratie aan banden
Naalakkersuisut, zoals de regering van Groenland wordt genoemd, stopt met nieuwe olie- en gasexploraties. In een verklaring die half juli werd uitgegeven, noemt de regering de ‘prijs voor oliewinning te hoog’, verwijzend naar zowel economische overwegingen als de strijd tegen klimaatverandering, schrijft CBS News. Het besluit is genomen ‘in het belang van onze natuur, van onze visserij, van onze toeristenindustrie en om de aandacht te richten op duurzamere mogelijkheden’. Aangenomen wordt dat Groenland over enorme hoeveelheden onontgonnen olievoorraden beschikt. Volgens onderzoek is het equivalent van miljarden vaten olie te vinden langs de westkust. Ook wordt gesproken van grote afzettingen onder de zeebodem aan de oostkust, aldus CBS.
‘We willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’
Met het huidige besluit is exploratie overigens nog niet volledig van de baan, want twee kleine bedrijven beschikken nog over vier eerder gegunde exploratievergunningen, die Groenland zal moeten respecteren. Maar volgens Kalistat Lund, de Groenlandse minister van Landbouw, Zelfvoorziening, Energie en Milieu, neemt de regering klimaatverandering serieus. ‘In ons land zien we elke dag de gevolgen ervan en we willen bijdragen aan wereldwijde oplossingen om klimaatverandering tegen te gaan’, zei Lund. ‘Naalakkersuisut werkt aan het aantrekken van nieuwe investeringen voor het grote potentieel aan waterkracht dat we niet zelf kunnen exploiteren. Het besluit om te stoppen met nieuwe exploraties naar olie draagt ertoe bij dat Groenland wordt gezien als een land waar duurzame investeringen serieus worden genomen.’
Het kabinet werkt ook aan een conceptwetsvoorstel dat vooronderzoek, opsporing en winning van uranium verbiedt, schrijft CBS. De winning van uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt voor de opwekking van kernenergie, gaat gepaard met de productie van radioactief afval. ‘Groenland leeft al eeuwenlang van aanwezige natuurlijke hulpbronnen en het verbod op uraniumwinning rust op de diepe overtuiging dat de economie rekening moet houden met de natuur en het milieu’, aldus Naalakkersuisut.
Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven
Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.
Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken
Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.
Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.
Andere leeglopende regio’s in Spanje beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.
Marble Arch Mound
Het is het zoveelste project van Nederlandse makelij dat niet geapprecieerd wordt in het buitenland. Parijs haalde de Domestikator van Joep van Lieshout weg en nu is er van alles aan te merken op de installatie van Het Rotterdamse architectenbureau MVRDV in het Londense Hyde Park. Zo veel dat de ‘heuvel’ Marble Arch Hill, ontworpen in opdracht van de Londense deelgemeente Westminster om het winkelend publiek weer terug Oxford Street in te krijgen, tijdelijk gesloten werd om kinderziekten te genezen.
Volgens MVRDV past de kunstmatige heuvel, door de vileine Britse pers nu al met een drol vergeleken, in de Engelse traditie van de folly, de aristocratische gewoonte om even malle als nutteloze bouwwerken neer te zetten.
Duizenden Guatemalteken zijn op donderdag 29 juli ‘meer dan zeven uur achtereen’ de straat opgegaan om het aftreden van president Alejandro Giammattei en procureur-generaal Maria Consuelo Porras te eisen, meldt La Hora. Deze vreedzame betogingen komen volgens de Guatemalteekse krant na het ontslag vorige week van een officier van justitie die zich richtte op anti-corruptie.
In Guatemala-Stad, de hoofdstad, kwamen de demonstranten samen op het Plein van de Grondwet, ‘waar zij met affiches en leuzen uiting gaven aan hun ontevredenheid over de situatie in het land’, schrijft La Hora.
Ghannouchi roept zijn achterban op de straat op te gaan
Donderdag sprak Rached Ghannouchi, de voorzitter van de islamistische partij Ennahda en van het Tunesische parlement – dat voor dertig dagen is geschorst – met Agence France-Presse, terwijl ‘de wereld voor hem hermetisch is afgesloten’, schrijft Tunisie Numérique, De site vat het resultaat samen als ‘een toespraak met een gemengde boodschap, tussen verzoening, dreigementen en oproepen aan zijn achterban‘.
‘Hij presenteerde zichzelf als het slachtoffer van een staatsgreep’
‘Zoals verwacht presenteerde hij zichzelf als het slachtoffer van een staatsgreep en de ultieme hoeder van de democratie in Tunesië, of zelfs van de Arabische Lente.’ Hij zei dat hij de voorkeur wilde geven aan de weg van de dialoog, alvorens ‘de essentiële boodschap die hij wilde overbrengen’ te verkondigen: ‘dat hij bereid is het volk te vragen de democratie te verdedigen’. ‘Dit klonk als een bedreiging aan de staat en als een oproep voor zijn achterban’, aldus Tunisie Numérique.
Bouwverbod door gebrek aan water
Het oude cowboystadje Oakley, gelegen op ongeveer een uur rijden ten oosten van Salt Lake City in de Amerikaanse staat Utah, is een van de eerste steden in de VS die doelbewust stopt met stadsuitbreiding vanwege een gebrek aan water, schrijft The New York Times. De bron, die pioniers ooit gebruikten om hun akkers te bevloeien en die nu drinkwater levert, is aan het opdrogen na de verzengende hitte dit jaar. Daarom heeft het stadsbestuur besloten om een bouwverbod in te stellen.
Tijdens de pandemie nam de vastgoedmarkt in Oakley een hoge vlucht
Tijdens de pandemie nam de vastgoedmarkt in de 1750 inwoners tellende stad een hoge vlucht omdat arbeiders van de westkust toestroomden en er ook veel weekendverblijven werden gebouwd. Maar aangezien al die nieuwkomers water nodig hebben, stelde Oakley een bouwverbod in voor nieuwe huizen die zouden moeten worden aangesloten op de waterleiding van de stad. Experts verwachten dat dit een voorbode is voor andere steden in het heter en droger wordende Westen van de VS.
Italië verdient aan ‘mooi en goed gemaakt’
Italiaanse producten die ‘mooi en goed gemaakt’ kunnen worden genoemd, genereren jaarlijks zo’n 135 miljard euro aan export, aldus de industriële werkgeversfederatie Confindustria, die opdracht gaf tot het rapport Export Dolce Vita. ‘Mooi en goed gemaakt’ is een belangrijk aspect voor de Italiaanse export en is van toepassing op uiteenlopende producten die in Italië worden vervaardigd. Volgens het rapport wordt het meeste geld verdiend met de drie F’s: Fashion, Food en Furniture, bericht ANSA.
De studie ziet een verder groeipotentieel van zo’n 82 miljard euro en wijst nadrukkelijk op China waar de komende vijf jaar zo’n 70 miljoen ‘nieuwe rijken’ bij zullen komen.
Kaïs Saïed ‘neemt het lot van het land in handen’, kopte Kapitalis op zondag 25 juli. De Tunesische president had zojuist tijdens een avondtoespraak aangekondigd dat hij de werkzaamheden van het parlement voor dertig dagen zou bevriezen en de regeringsleider, Hichem Mechichi, zou ontslaan, na een dag van demonstraties tegen de Tunesische regering.
‘Na de protesten die vandaag uitbraken in alle steden van het land en de botsingen met de ordetroepen, in een context van een ernstige economische en gezondheidscrisis, heeft president Kaïs Saïed zich uiteindelijk neergelegd bij het activeren van artikel 80 van de grondwet van 2014, om te proberen het land te redden van aangekondigde wanordelijkheden‘, schrijft het Franstalige nieuwsportaal.
Zijn rivalen beschuldigen de president van een ‘staatsgreep’
Terwijl sommigen op straat het besluit van de president uitzinnig verwelkomden, zo meldt Al-Jazeera, beschuldigden zijn rivalen hem van een ‘staatsgreep’, waaronder de voorzitter van het Tunesische parlement en leider van de islamistische partij Ennahda, Rached Ghannouchi.
Het Qatarese nieuwskanaal legt uit: ‘Dit is de grootste uitdaging tot nu toe voor een grondwet uit 2014 die de bevoegdheden verdeelt tussen de president, de premier en het parlement.’
Vooropgezet plan
De acties van de president komen drie maanden nadat nieuwssite Middle East Eye ‘een brief onthulde die geschreven was door Saïeds topadviseurs waarin hij aandrong op het overnemen van de macht in het land’. De president ontkende destijds dat hij van plan was om wat toen een ‘constitutionele staatsgreep’ werd genoemd, te plegen.
De aankondiging van zondag, aldus de in Londen gevestigde pan-Arabische nieuwssite, ‘ging verder dan het plan dat in mei werd geschetst, in die zin dat de president aankondigde dat hij premier Mechichi had ontslagen en het parlement had geschorst, hetgeen niet voorzien is in de grondwet’. In mei kreeg het staatshoofd geen steun van de Tunesische veiligheidstroepen, die verklaarden dat zij niet bij het politieke proces wilden worden betrokken, aldus Middle East Eye.
De president van de republiek heeft nu wel onmiddellijk het leger ingezet om de uitvoering van de aangekondigde besluiten te verzekeren. De militairen hebben met name de controle overgenomen van het parlement, dat nu voor iedereen verboden terrein is, ook voor parlementsleden. De door ziekte verzwakte voorzitter van het Parlement, Rached Ghannouchi, begaf zich niettemin om 2 uur ’s nachts naar de ingang van het Parlement, vergezeld door vicevoorzitter, Samira Chaouachi. In een surrealistische scène, live gefilmd, werd Rached Ghannouchi de toegang geweigerd tot de instelling waarvan hij voorzitter is.
‘Wij hebben gezworen de grondwet te beschermen’, zegt de vice-president tegen de soldaat, die onmiddellijk terugslaat: ‘Wij hebben gezworen het land te beschermen’, is te horen op de video, die werd verspreid door Business News.
Algemeen ongenoegen
Eerder die dag, op de vierenzestigste verjaardag van de proclamatie van de Tunesische Republiek, had een ‘opstandige jeugd’ op straat uiting gegeven aan haar ‘algemeen ongenoegen met de verslechterde de situatie in het land’, meldt Kapitalis in een ander artikel. Er vonden in Tunis, Sousse, Gafsa, Bardo, waar het parlement is gevestigd, ‘en in andere Tunesische steden’ demonstraties ‘tegen de regering en het politieke systeem van na 2011 [datum van de Tunesische revolutie]’ plaats.
De ‘voornaamste doelwitten’ waren de islamistische partij Ennahda – de belangrijkste partij in het parlement – en voorzitter Rached Ghannouchi, maar ook ‘Hichem Mechichi en Kaïs Saïed kregen ervan langs’, aldus Kapitalis.
De regeringsleider, Hichem Mechichi, heeft maandag verklaard mee te werken aan een machtsoverdracht met de toekomstige premier die door de president wordt aangewezen, meldt La Presse.
‘Mechichi verklaarde dat hij aan de kant stond van het Tunesische volk en hun keuzes, en dat hij terugtrad uit elke verantwoordelijke functie’, aldus de Tunesische krant. Op maandag heeft president Kaïs Saïed ook de ministers van Defensie en Justitie ontslagen.
‘De VS hebben sinds de revolutie van 2011 meer dan 1,4 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Tunesië’
De regering-Biden is ‘bezorgd over de ontwikkelingen in Tunesië’, zei Jen Psaki, woordvoerster van het Witte Huis, maandag, en riep op tot respect voor ‘democratische beginselen’. Indien de Amerikaanse regering de gebeurtenissen als een staatsgreep zou beschouwen, ‘zou de Amerikaanse hulp aan Tunesië op losse schroeven kunnen komen te staan’, schrijft The Washington Post. ‘De Verenigde Staten hebben sinds de revolutie van 2011 meer dan 1,4 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Tunesië, waaronder honderden miljoenen aan militaire steun.’
‘Was het een machtsgreep van de president of een tijdelijke maatregel om het land weer op de rails te krijgen?’ vraag BBC. ‘Hoe snel een nieuwe premier wordt benoemd – en hoe snel een nieuw plan voor de toekomst wordt gecommuniceerd – zal van cruciaal belang zijn voor wat er daarna gebeurt.’
‘Staatsgreep of niet, de islamisten hadden het verdiend!‘ aldus het Tunesische Business News, ‘De regering is een echokamer geworden voor de besluiten van de islamisten van Ennahdha‘, verklaart de krant.
Uit een rapport van Pacific Environment en Stand.earth blijkt dat vijftien bedrijven, waar onder Walmart, Ikea en Amazon, verantwoordelijk zijn voor miljoenen tonnen aan milieuvervuiling en CO2-emissies, schrijft Gizmodo. De verontreiniging is te wijten aan de import van goederen middels vrachtschepen. Het rapport over de milieuschade, dat dinsdag werd gepubliceerd, is gebaseerd op moeilijk toegankelijke gegevens over internationale scheepvaart.
De scheepvaart is verantwoordelijk voor 2,2 procent van de wereldwijde CO2-emissie
Tegenwoordig wordt ongeveer 80 procent van de mondiale handel gedistribueerd door ongeveer 50.000 schepen en die aantallen zullen verder toenemen. In 2050 zullen vrachtvolumes met maar liefst 130 procent groeien naarmate Amazon een groter deel van de wereld verovert en transport over de wereld op grotere schaal beschikbaar wordt. Vrachtschepen varen op extreem vuile en goedkope brandstof, de zogenoemde ‘bunkerbrandstof’, die veel verontreinigende stoffen genereert. Geschat wordt dat de zeescheepvaart verantwoordelijk is voor 10 tot 15 procent van de wereldwijde emissies van zwaveloxide en distikstofmonoxide. Daarnaast is de scheepvaart verantwoordelijk voor 2,2 procent van de wereldwijde koolstofemissie.
Tekort van 3,5 miljard dollar
MTA, de organisatie voor openbaar vervoer in en om New York en de grootste van de Verenigde Staten, rekent voor de jaren 2024 en 2025 op een tekort van 3,5 miljard dollar (bijna 3 miljard euro), gezien de verwachting dat het moeilijk zal worden om passagiers terug te winnen na de pandemie, bericht Bloomberg.
Zware regen- en onweersbuien veroorzaakten zondag ‘plotselinge’ en ‘ernstige’ overstromingen in delen van Londen, meldt BBC. ‘Er waren meldingen van gestrande voertuigen toen het water snel steeg, tientallen wegen raakten geblokkeerd en metrolijnen liepen onder’, aldus de zender.
De autoriteiten raadden af om in gevaarlijke omstandigheden te reizen. Brandweerlieden zeiden dat ze zondag binnen enkele uren ongeveer driehonderd oproepen hadden ontvangen – voornamelijk van overstroomde kelders of wegen.
Het Louvre in Parijs en de Uffizi in Florence klagen pornosite Pornhub aan voor ‘ongeoorloofd’ gebruik van meesterwerken uit hun museumcollecties, waaronder werken van Titiaan, Botticelli, Cézanne en Rembrandt, voor een nieuwe interactieve website en app, bericht Artnet. De app, die recent werd gelanceerd, bevat een introductievideo met Ilona ‘Cicciolina’ Staller, voormalig pornoster en ex-vrouw van kunstenaar Jeff Koons, die samen met hem figureerde in zijn reeks ‘Made in Heaven’.
De app belooft gebruikers ‘langs alle preutse schilderijen’ te loodsen op weg naar ‘de goede dingen’. Ook werken uit het Musée d’Orsay, de National Gallery in Londen en het Prado worden in de app gebruikt.
Liverpool geschrapt van Unesco-list
Unesco heeft de Britse stad Liverpool zijn felbegeerde status van werelderfgoed ontnomen nadat jaren van stedelijke ontwikkeling hebben gezorgd voor een ‘onomkeerbaar verlies‘ van de historische Victoriaanse dokken, schrijft The Guardian. Liverpool kreeg de status van werelderfgoed in 2004 als erkenning voor zijn rol als belangrijke historische handelsstad in het Britse koloniale rijk en vanwege de architectonische schoonheid van de waterkant.
Unesco concludeerde dat de ‘uitzonderlijke universele waarde’ van de waterkant is vernietigd
De organisatie van de Verenigde Naties concludeerde woensdag tijdens een bijeenkomst in China dat de ‘uitzonderlijke universele waarde’ van de waterkant is vernietigd door nieuwe gebouwen, waaronder het nieuwe, ruim 578 miljoen euro kostende stadion van voetbalclub Everton. Het besluit maakt Liverpool tot een van de weinige plekken in vijftig jaar die de Unesco-status verliest. Eerder verloren onder meer het gebied voor de Arabische oryx in Oman en de Elbe-vallei in Duitsland hun status.
Het stadsbestuur reageerde met ontzetting op het nieuws. Burgemeester Joanne Anderson zei ‘enorm teleurgesteld en bezorgd‘ te zijn en de gemeente overweegt dan ook om in beroep te gaan.
Taliban dreigen Kandahar in te nemen
De Verenigde Staten, die ‘een belegerd Afghaans leger helpen’, hebben hun luchtaanvallen in Zuid-Afghanistan opgevoerd, meldde Wall Street Journal op zondag 25 juli. Er zouden de afgelopen dagen ‘ongeveer een dozijn’ aanvallen hebben plaatsgevonden. De militaire steun komt ‘te midden van een groeiende ongerustheid over een taliban-offensief dat Kandahar bedreigt’.
‘De val van de op één na grootste stad van het land zou een zware klap zijn’
De val van de op één na grootste stad van het land ‘zou een zware klap zijn voor de door de VS gesteunde regering in Kaboel, die tracht haar burgers gerust te stellen nu de taliban grote delen van het platteland hebben ingenomen, maar er tot dusver niet in zijn geslaagd een grote stad in te nemen’. De Amerikaanse troepen zouden Afghanistan eind augustus moeten verlaten, aldus de krant.
Bij overstromingen in het zuidwesten van Zhengzhou, de hoofdstad van de provincie Henan in het midden van China, zijn dertien mensen omgekomen en moesten honderdduizend mensen vluchten voor het water. ‘Het overlopen van een dam op woensdag verergerde de ramp nog’, meldt South China Morning Post.
‘Complete boulevards en metrotunnels stonden onder water in de stad‘, waar 12,6 miljoen mensen wonen. ‘Zware regens hebben ook andere delen van Henan getroffen, maar tot dusver zijn de chaotische taferelen die door de stortregens zijn veroorzaakt beperkt gebleven tot de provinciehoofdstad‘.
Frankrijk en VK gaan illegale immigratie harder aanpakken
Terwijl dinsdag meer dan 430 migranten het Kanaal overstaken, een recordaantal voor één dag, kondigden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ’s avonds aan dat zij hun samenwerking in de strijd tegen illegale immigratie aan hun gemeenschappelijke grens gaan opvoeren. In het Verenigd Koninkrijk berichtte The Guardian dat, na een videoconferentie tussen de Britse minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel en haar Franse ambtgenoot Gérald Darmanin, ‘de Britse belastingbetaler 62,7 miljoen euro extra zal moeten afstaan aan Frankrijk om een nieuwe aanpak van de oversteek van kleine boten te financieren’.
Deze aankondiging ‘zal waarschijnlijk tot woede leiden van [Britse] parlementsleden, die in het verleden hebben betoogd dat Frankrijk verantwoordelijk zou moeten zijn voor de kosten’, merkt de krant op.
China richt zich op Afghanistan
Terwijl de veiligheidssituatie in Afghanistan steeds verder verslechtert, is de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi bezig met een rondreis door Centraal-Azië. De rondreis, die een week duurt, is volgens analisten een poging van Beijing om zijn invloed in de regio te vergroten, schrijft Radio Free Europe/RL. Het Chinese bezoek aan Turkmenistan, Tadzjikistan en Oezbekistan vindt plaats op het moment dat de taliban grondgebied blijft veroveren op Afghaanse regeringstroepen nu Amerikaanse en NAVO-troepen zich uit het land terugtrekken in een operatie die op 31 augustus zal moeten zijn voltooid.
Vanwege het taliban-offensief houden Beijing en de Centraal-Aziatische staten de breekbare veiligheidssituatie met argusogen in de gaten, evenals andere regionale spelers zoals Iran, Pakistan en Rusland, die allemaal belangen hebben in Afghanistan. De buurlanden van Afghanistan hebben hun diplomatieke overleg met de belangrijkste partijen in het conflict geïntensiveerd in een poging te voorkomen dat de gewapende strijd zich voortzet over de grens.
De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) hebben woensdag een ambassade geopend in Israël. De ceremonie werd onder meer bijgewoond door de Israëlische president. De opening volgt op de inhuldiging vorige maand van de Israëlische ambassade in de VAE, bericht France 24. Met de ‘Abraham-akkoorden’, een initiatief van de toenmalige Amerikaanse president Donald Trump, normaliseerden de VAE, Bahrein en Israël vorig jaar hun betrekkingen. De landen vinden elkaar in hun gezamenlijke kritiek op Iran.
‘Een belangrijke mijlpaal op weg naar de toekomst en naar vrede, welvaart en veiligheid’
‘Sinds de normalisering hebben we voor het eerst gesprekken gevoerd over handels- en investeringsmogelijkheden’, zei VAE-ambassadeur Mohamed Al Khaja, nadat hij in Tel Aviv de vlag van zijn land had gehesen. ‘We hebben al overeenkomsten getekend op verschillende gebieden, zoals economie, luchtverkeer, technologie en cultuur.’ De Israëlische president Isaac Herzog sprak van ‘een belangrijke mijlpaal op weg naar de toekomst en naar vrede, welvaart en veiligheid’.
Inmiddels hebben Soedan en Marokko ook diplomatieke betrekkingen met Israël aangeknoopt.
Israëli’s klagen Israël aan
Advocaten die duizenden in het buitenland woonachtige Israëli’s vertegenwoordigen, bereiden een aanklacht voor tegen de Israëlische regering. Israël zou hun kinderen de toegang weigeren, ook al zijn ze Israëlische staatsburgers, schrijft Haaretz. Allereerst hebben Israëlische advocaten van de groep een brief gestuurd aan de procureur-generaal, aan de directeur van de bevolkings- en immigratiedienst en aan de ministers van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken en van Diaspora-aangelegenheden.
Volgens de advocaten worden ‘duizenden, zo niet tienduizenden’ Israëlische expats geconfronteerd met de ongebruikelijke situatie dat ze hun kinderen deze zomer niet mee naar Israël kunnen nemen omdat ze nooit zijn geregistreerd in het bevolkingsregister en geen Israëlisch paspoort hebben. In het verleden was dat geen probleem, maar om verspreiding van corona tegen te gaan is het buitenlanders sinds maart 2020 verboden om het land binnen te komen. Begin april kondigde de regering aan dat kinderen van Israëli’s het land niet binnen mogen zonder een Israëlisch paspoort.
Dooi bedreigt oliepijpleiding
Ontdooiende permafrost heeft de steunende structuur ondermijnd waarmee een verhoogd deel van de Trans-Alaskapijpleiding wordt opgehouden. Daardoor komt een van ’s werelds grootste oliepijpleidingen in gevaar en nemen de kansen op olielekken toe in een kwetsbaar en afgelegen gebied dat extreem moeilijk is te reinigen, bericht InsideClimateNews.
Volgens betrokkenen is dit het eerste geval van beschadiging door ontdooiende permafrost
Volgens een analyse van het Alaska Department of Natural Resources is ten noorden van Fairbanks een helling van permafrost gaan schuiven door de dooi. De stutten van de pijpleiding van 300 meter lang die daar is aangelegd, zijn daardoor beschadigd. Er wordt nu een koelsysteem aangelegd met zo’n honderd thermosyphons, buizen die warmte uit de permafrost zuigen, om de permafrost rond het kwetsbare gedeelte van de pijpleiding bevroren te houden en om verdere schade aan de ondersteunende structuur te voorkomen. Beschadigde delen van de ondersteuning zullen worden vervangen. Volgens betrokkenen is dit het eerste geval van beschadiging door ‘schuivende hellingen’ die wordt veroorzaakt door ontdooiende permafrost.
Finland zuchtte vorige week onder een hittegolf. Het kwik steeg dinsdag tot 30 graden Celsius in het noorden van het land en de temperaturen in Zuid- en Midden-Finland schommelden tussen de 25 en 31 graden.
Het bijna zeventig jaar oude record werd met 0,3 graden verbroken
Volgens het Finse Meteorologisch Instituut FMI was juni de warmste maand ooit. Het kwik steeg vorige maand tien dagen vaker dan normaal tot zeker 25 graden in het zuiden, en de gemiddelde temperatuur in Helsinki was 19,3 graden, waarmee het vorige, bijna zeventig jaar oude record met 0,3 graden werd verbroken, schrijft Helsinki Times. De gemiddelde temperatuur in het land is normaal gesproken 16,5 graden Celsius.
Het hete zomerweer leidt tot overuren bij de spoedeisende afdelingen van ziekenhuizen, waar zowel oudere als jongere mensen behandeling zoeken voor hitte-gerelateerde aandoeningen. ‘We zien vooral mensen met hartaandoeningen die uitgeput en uitgedroogd zijn. Ze gebruiken medicijnen die ervoor zorgen dat hun bloeddruk te laag wordt, waardoor ze zich duizelig en misselijk voelen’, aldus Riikka Kettunen van het Kuopio Universitair Medisch Centrum in de Finse krant. ‘De hoeveelheid patiënten ligt duidelijk hoger dan een jaar geleden.’
Draagmoederschap in Israël opengesteld voor homostellen
In Israël stelt het Hooggerechtshof draagmoederschap open voor paren van hetzelfde geslacht. Het hoogste gerechtshof van het land oordeelde zondag dat het uitsluiten van homoseksuelen en alleenstaande mannen van het recht op draagmoederschap ‘in strijd met de mensenrechten’ is. Het Hooggerechtshof heeft de nieuwe regering zes maanden de tijd gegeven om de uitspraak in uitvoering te brengen, meldt The Times of Israel.
Na een eerste, gedeeltelijke uitspraak, had de toenmalige regering van Netanyahu nog geen wetgeving ingevoerd
De maatregel werd toegejuicht door voorstanders van gelijke behandeling van lhbt-koppels, maar doet volgens conservatieven afbreuk aan traditionele familiewaarden. In februari 2020 had het Hooggerechtshof een eerste, gedeeltelijke uitspraak gedaan, waarin het de wetgevers opdroeg binnen twaalf maanden een einde te maken aan discriminatie wat betreft draagmoederschap. Maar de toenmalige regering, die werd geleid door Benjamin Netanyahu en waarin ultraorthodoxe partijen zaten die tegen draagmoederschap voor lhbt-paren waren, had nog geen wetgeving over de gevoelige kwestie ingevoerd.
De beslissing van zondag door het hoogste gerechtshof van Israël maakt een einde aan een elf jaar durende strijd die op gang werd gebracht door Etai en Yoav Arad Pinkas, het eerste koppel van hetzelfde geslacht dat de kwestie van draagmoederschap voor de rechtbank bracht, aldus The Times of Israel.
Zuid-Korea leent 700.000 vaccins
Zuid-Korea krijgt deze week zevenhonderdduizend doses van het coronavaccin Pfizer-BioNTech van Israël ‘in bruikleen’, in een poging de immunisatiegraad te snel te verhogen te midden van een golf van infecties rond de hoofdstad Seoel, meldt Al-Jazeera. Hetzelfde aantal vaccins, dat al is besteld bij Pfizer, zal door Zuid-Korea in september en oktober worden teruggeven aan Israël.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.