Onderwerpen: Klimaat

  • El Salvador ontslaat derde deel van rechters | Sturgeon versus Johnson op klimaattop Glasgow

    El Salvador ontslaat derde deel van rechters | Sturgeon versus Johnson op klimaattop Glasgow

    El Salvador van president Bukele ontslaat een derde van de rechters

    De jonge Salvadoraanse president Nayib Bukele, veertig jaar, staat bekend om zijn steeds autoritairder wordende methoden. Recent heeft hij besloten een slag toe te brengen aan de rechterlijke macht en 249 rechters ontslagen.

    Alle rechters ouder dan zestig jaar of met meer dan dertig dienstjaren zijn ontslagen wegens ‘corruptie’

    ‘De ochtend van 27 september 2021 is een keerpunt in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht’, schrijft dagblad La Prensa Gráfica. Alle rechters ouder dan zestig jaar of met meer dan dertig dienstjaren zijn ontslagen wegens ‘corruptie’.

    De hele zaak werd geregeld via een wetsdecreet van het parlement – waarvan de meerderheid lid is van de partij van Bukele – en bekrachtigd door de president van het Hooggerechtshof, die door de regering werd benoemd. Inmiddels zijn al 98 nieuwe rechters ingezworen.

    De bekende rechter Jorge Guzmán, die een onderzoek instelt naar een bloedbad in het leger in 1981 (bijna duizend doden) en die de president ervan beschuldigt hem de toegang tot militaire archieven te hebben ontzegd, verklaarde tegenover El Faro:

    ‘Het woord “corrupt” komt niet voor in het decreet, maar als je kijkt naar de discussies in het parlement om het te rechtvaardigen, denk ik dat dat het bijvoeglijk naamwoord is dat het meest werd gehoord. “We gaan ons ontdoen van corrupte rechters”, “we gaan het rechtssysteem zuiveren”. En nog voordat deze plenaire vergadering het decreet goedkeurde, had de president van de republiek zelf in een tweet aangekondigd dat er een ware zuivering zou komen in het justitiële apparaat.’

    ‘Een effectieve zuivering kan niet worden bereikt door de rechtsstaat met voeten te treden’

    In een hoofdredactioneel commentaar stelt La Prensa Gráfica: ‘De rechterlijke macht heeft haar werk niet naar behoren gedaan. Het hele land maakt zich hier zorgen over en wil het gebrekkig rechtssysteem hervormen, dat openstaat voor georganiseerde misdaad (…) en politieke druk. Maar een effectieve zuivering kan niet worden bereikt door procedures met voeten te treden, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht met voeten te treden en de rechtsstaat met voeten te treden.’

    Lees ook:


    Sturgeon tegenover Johnson op klimaattop

    Tijdens de klimaattop van de VN, die van 31 oktober tot 12 november in Glasgow plaatsvindt, wordt vuurwerk verwacht tussen de Schotse en Britse regeringen. COP26 wordt officieel georganiseerd door de Britten, maar met de grootste stad van Schotland als gastheer zal de pro-onafhankelijkheidspartij SNP van Nicola Sturgeon ongetwijfeld een prominente rol spelen, schrijft Politico EU.

    De Schotse regering van Sturgeon is ambitieuzer op het gebied van klimaatverandering dan de Britse regering

    De door de SNP geleide Schotse regering van Sturgeon is ambitieuzer op het gebied van klimaatverandering dan de Britse regering en heeft zich ten doel gesteld om tegen 2045 een nuluitstoot van CO2 te bereiken, tegenover het VK in 2050. Dat de SNP de macht deelt met de Schotse Groene Partij, de eerste keer dat een groene partij aan een regering in het VK deelneemt, is daarbij een factor van betekenis.

    Milieuactivisten zijn bezorgd over steun van Britse ministers aan nieuwe olie- en gaswinning in de Noordzee, waaronder plannen voor exploratie van het Cambo-olieveld bij de Shetlandeilanden.


    EY Ierland breidt uit

    Dienstverlener EY creëert het komende jaar meer dan achthonderd banen in Ierland, bericht RTÉ, de Ierse publieke omroep. Het bedrijf is op zoek specialisten op het gebied van onder meer belastingen, audit, consulting, economie, recht, duurzaamheid, technologie en cyberbeveiliging. Met de uitbreiding zal het aantal medewerkers van het bedrijf in Ierland op 4200 komen.

    ‘De fundamentele veranderingen als gevolg van de pandemie, in combinatie met bredere macro-economische tegenwind en veranderende bedrijfsmodellen, hebben geleid tot een grotere vraag naar onze diensten om onze klanten te helpen de meest complexe zakelijke uitdagingen aan te gaan’, aldus Frank O’Keeffe, Managing Partner EY in Ierland. Hij voegde eraan toe dat het nieuwe hybride werkmodel van EY betekent dat het werk zal kunnen worden verricht door mensen overal op het eiland. ‘De medewerkers zullen de mogelijkheid hebben om te wisselen tussen werken op locatie bij de klant, vanuit een EY-kantoor of vanuit huis op een manier die het beste werkt voor onze klanten, onze mensen en voor ons bedrijf.’

  • Californië komt met ‘grootste klimaatpakket ooit’

    Californië komt met ‘grootste klimaatpakket ooit’

    De Democratische gouverneur van Californië heeft een pakket van 15 miljard dollar, bijna 13 miljard euro, goedgekeurd om droogte en klimaatverandering in de staat aan te pakken na opnieuw een seizoen met verwoestende bosbranden.

    Gouverneur Gavin Newsom, die twee weken geleden nog een zogenoemde ‘recall election’ overleefde en daardoor kon aanblijven, ondertekende vierentwintig besluiten die zijn gericht op inspanningen om klimaatverandering een halt toe te roepen en gebruik van schone energie te stimuleren, maar ook om droogte te bestrijden en weerbaarheid tegen bosbranden te vergroten. Volgens Reuters gaat het om het grootste klimaatpakket in de geschiedenis van Californië.

    Het grootste deel van het pakket, 5,2 miljard dollar, gaat naar financiering voor noodhulpprojecten tegen droogte en voor uitbreiding van de watervoorziening in Californië. Het pakket omvat 3,7 miljard dollar om de risico’s van klimaatverandering aan te pakken, door te investeren in projecten die extreme hitte zullen verminderen en de dreiging van stijgende zeespiegels zullen aanpakken.

    Volgens het kantoor van Newsom gaat daarnaast ook nog eens zo’n 1,5 miljard dollar naar het voorkomen van het risico op bosbranden in bossen.

    De Amerikaanse president Joe Biden onderstreepte eerder deze maand zijn intenties om eveneens aanzienlijke investeringen te doen om de klimaatverandering tegen te gaan, toen hij Californië bezocht en een rondvlucht maakte over gebieden die getroffen zijn door een van de ergste bosbrandseizoenen in het land.

    99 miljard dollar schade

    De reis van Biden was bedoeld om de verwoestingen te aanschouwen die worden veroorzaakt door een opwarmende planeet, om aan te dringen op meer middelen om het probleem aan te pakken en om initiatieven aan te prijzen die deel uitmaken van infrastructurele werken waarop zijn regering aandringt.

    Biden toerde met Newsom langs hulpdiensten in Sacramento, waar hij functionarissen van de noodoperaties toesprak en zei dat ouders zich niet alleen zorgen maken om hun kinderen vanwege corona, maar ook of ze door de bosbranden nog wel gezonde lucht kunnen inademen.

    ‘Wetenschappers waarschuwen ons al jaren dat het weer extremer gaat worden’, aldus Biden. ‘We maken het nu realtime mee.’

    Extreme weersomstandigheden hebben de Verenigde Staten vorig jaar 99 miljard dollar gekost, en dat record zou dit jaar opnieuw kunnen worden verbroken, aldus de president, die de dringende noodzaak onderstreepte voor beslissende acties om de opwarming van de aarde tegen te gaan.

    ‘We moeten groot denken, want te klein denken is een recept voor rampen’, zei hij, terwijl hij infrastructurele plannen van 1,2 biljoen dollar aanprees naast een apart pakket van 3,5 biljoen dollar dat volgens hem nodig is om de klimaatverandering de komende tien jaar te bestrijden. De door Biden gewenste maatregelen stuiten op tegenwerking in het verdeelde Amerikaanse congres.

    Californië lijkt op weg om dit jaar meer land in vlammen te zien opgaan dan vorig jaar

    De zogenoemde Caldor-brand in Californië, die het bij toeristen populaire gebied Lake Tahoe bedreigde, legde in augustus een gebied van meer dan 88.600 hectare in de as en verwoestte meer dan 1000 huizen en andere gebouwen in de Sierra Nevada op zo’n 115 kilometer ten oosten van Sacramento. Het was dit jaar de op één na grootste brand in de staat, na de Dixie Fire, die sinds het begin, midden juli, meer dan 388.000 hectare en ruim 1300 gebouwen verwoestte.

    Lees ook:

    De piek van het bosbrandseizoen valt voor Californië gewoonlijk in de late zomer en de herfst. De staat lijkt op weg om dit jaar meer land in vlammen te zien opgaan dan vorig jaar, dat voorlopig het slechtste jaar ooit voor ‘The Golden State’ was.

    Een week geleden slaagde de brandweer van Californië er vooralsnog in een groep oude sequoia’s te beschermen die bedreigd worden door branden die in het nationaal park Sierra Nevada woeden.

    De eeuwenoude, reusachtige bomen, die de Four Guardsmen worden genoemd, markeren de ingang van het Giant Forest, een bos met zo‘n tweeduizend sequoia’s. Iets verderop staat de naar Generaal Sherman vernoemde sequoia, die met een lengte van 83 meter, ongeveer de hoogte van een flatgebouw met 20 verdiepingen, een diameter van 11,1 meter en een ouderdom van circa 2300 tot 2700 jaar, een van de oudste levende wezens op aarde is. Volgens opzichters wisten ze de bomen te redden door ze rond hun basis te bekleden met brandwerend materiaal.

    De brand in het gebied met de sequoia’s is een van de dertien grote bosbranden die momenteel woeden in Californië. Vanwege de droogte en de harde wind blijft het erom spannen of de reddingspogingen van de bomen definitief zullen slagen.

    Droogte

    Door de mens veroorzaakte klimaatverandering verergert de vernietigende droogte die het zuidwesten van de Verenigde Staten teistert, de zwaarste ooit in de regio. In twintig maanden tijd viel de minste neerslag sinds in 1895 werd begonnen met meten, aldus een rapport van de Amerikaanse regering. In diezelfde periode, van januari 2020 tot augustus 2021, beleefde de regio ook de op twee na hoogste dagelijkse gemiddelde temperaturen. Het regeringsrapport waarschuwt dat extreme droogte waarschijnlijk zal verergeren en zich zal herhalen ‘totdat maatregelen tegen opwarming van de aarde worden genomen en regionale opwarming kan worden gekeerd’.

    De droogte begon aan het begin van 2020 in de staten Californië, Nevada, Arizona, Utah, Colorado en New Mexico en heeft geleid tot ongekende watertekorten in de hele regio, terwijl in de afgelopen twee jaar tegelijkertijd verwoestende bosbranden woedden.

    De afnemende hoeveelheden water in de reservoirs bedreigen volgens de studie de drinkwatervoorziening, irrigatiesystemen, waterkrachtcentrales, visserij en recreatieve activiteiten, met directe verliezen die in de miljarden dollars lopen.

    ‘De helft van de Verenigde Staten kampt met een ongekende droogte’

    De ongebruikelijk hoge temperaturen, die samenvallen met de historische droge periode in het zuidwesten van de VS, zijn symptomatisch voor door de mens veroorzaakte klimaatverandering. De extreem hoge temperaturen vergroten de behoefte aan water waardoor de droogte verder verergert en uiteindelijk op allerlei manieren ‘meer impact’ heeft, aldus de auteurs van het rapport. Het onderzoek richtte zich op droogte in zes staten in het zuidwesten van de VS, waar meer dan 60 miljoen mensen wonen, maar de implicaties reiken veel verder dan uitsluitend die regio.

    ‘De helft van de Verenigde Staten kampt met een ongekende droogte, juist nu de economie van het land worstelt met de effecten van covid-19’, zo zegt hoofdauteur van het rapport Justin Mankin, professor geografie aan het Dartmouth College. De zomer van 2021 bracht weliswaar welkome moessonregens in delen van het zuidwesten, maar er zijn meerdere jaren met bovengemiddelde regen en sneeuw op grote hoogte nodig om de reservoirs, rivieren en bodem in de regio aan te vullen. De verwachting is dat ‘de huidige droogte minstens tot 2022 zal aanhouden in een groot deel van het zuidwesten van de VS, mogelijk zelfs langer’, aldus het rapport.

  • Catalaanse ex-premier gearresteerd in Italië | Dubbel zoveel CO2 door vlees

    Catalaanse ex-premier gearresteerd in Italië | Dubbel zoveel CO2 door vlees

    Catalaanse separatist Carles Puigdemont gearresteerd in Italië

    Voorstander van onafhankelijkheid en voormalig regeringsleider van Catalonië, Carles Puigdemont, is op donderdag 23 september op Sardinië gearresteerd door de Italiaanse politie, meldt El Mundo. De Catalaanse leider werd gearresteerd in Alghero. Er liep een internationaal arrestatiebevel tegen de ex-premier.

    Puigdemont is aangeklaagd voor ‘opruiing’ en ‘verduistering van publieke middelen’

    ‘Gerechtelijke bronnen verklaren dat de rechtbank zal moeten beslissen of de Italiaanse autoriteiten ermee instemmen hem aan Spanje uit te leveren’, schrijft de Spaanse krant. Hij verblijft sinds de mislukte afscheidingspoging in 2017 in ballingschap in België om aan vervolging door de Spaanse justitie te ontkomen. Carles Puigdemont is aangeklaagd voor ‘opruiing’ en ‘verduistering van publieke middelen’.


    Dubbel zoveel CO2 door vlees

    De wereldwijde voedselproductie veroorzaakt een derde van alle door menselijke activiteit uitgestoten gassen die de planeet opwarmen, aldus een groot nieuw onderzoek. Vleesproductie zorgt voor zeker twee keer zoveel emissies als de productie van plantaardig voedsel. Het volledige systeem van voedselproductie, inclusief het gebruik van machines, kunstmest en transport, zorgt jaarlijks voor 17,3 miljard ton broeikasgas. Dat is ruim het dubbele van de totale uitstoot van de VS en vertegenwoordigt 35 procent van de wereldwijde uitstoot, schrijft The Guardian.

    Een kilo tarwe veroorzaakt 2,5 kilo broeikasgas, een kilo rundvlees 70 kilo

    ‘Dit is hoger dan we hadden verwacht’, aldus Atul Jain, van de Universiteit van Illinois en coauteur van het artikel, dat maandag werd gepubliceerd in Nature Food.

    Het verschil in uitstoot tussen vlees- en plantaardige productie is groot: de productie van bijvoorbeeld een kilo tarwe veroorzaakt 2,5 kilo broeikasgas, een kilo rundvlees 70 kilo. Volgens de onderzoekers moeten samenlevingen zich rekenschap geven van dit significante verschil bij de aanpak van de klimaatcrisis.


    Australië steunde de CIA in Chili

    Australië was in de jaren zeventig betrokken bij spionageoperaties in Chili, ter ondersteuning van de Amerikaanse CIA, die samenspande tegen de democratisch gekozen regering van de socialistische president Salvador Allende, die 48 jaar geleden door het leger werd afgezet, bericht MercoPress. De Australische geheime dienst runde een ‘station’ in Santiago van 1971 tot 1973 op verzoek van de CIA, zo blijkt uit documenten die zijn vrijgegeven door het National Security Archive (NSA), in Washington.

    ‘Vijftig jaar na dato vinden we nog steeds aanwijzingen van gezamenlijke geheime inspanningen om de democratisch gekozen regering van president Salvador Allende te destabiliseren’, aldus Peter Kornbluh van NSA.

  • Biden belooft ‘nieuw tijdperk’ van diplomatie | Iran bereid nucleaire deal te redden

    Biden belooft ‘nieuw tijdperk’ van diplomatie | Iran bereid nucleaire deal te redden

    Joe Biden belooft een ‘nieuw tijdperk’ van diplomatie

    In zijn eerste toespraak als president tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op dinsdag (21 september) drong Joe Biden er bij de wereldleiders op aan ‘samen te werken’ om de uitdagingen van deze eeuw het hoofd te bieden, maar zijn naaste bondgenoten uitten ernstige twijfel over zijn inzet voor multilateralisme.

    De Amerikaanse president betoogde dat de VS bereid is om samen te werken met elke natie ‘die zich inzet voor het vinden van een vreedzame oplossing voor onze gedeelde uitdagingen, zelfs als we diepe meningsverschillen hebben (…) Want wij zullen allen de gevolgen van ons falen ondervinden als wij onze krachten niet bundelen in de strijd tegen covid-19, klimaatverandering of andere bedreigingen zoals de verspreiding van kernwapens’, berichtte Fox News.

    ‘Bidens toespraak was een levendige demonstratie van de hypocrisie van het Amerikaanse beleid’

    Om deze wereldwijde dialoog te bevorderen, beloofde de Amerikaanse president daarom ‘een nieuw tijdperk van diplomatie’ te openen, waarmee hij een breuk met de Trump-jaren wilde aangeven, aldus Politico.

    Maar terwijl Biden ‘zijn tegenhangers probeerde te overtuigen van het belang van samenwerking, ging hij niet in op de kritiek van bondgenoten op de chaotische terugtrekking uit Afghanistan’, schrijft persbureau AP.

    De pogingen van de president om ‘het vertrouwen van zijn bondgenoten terug te winnen’ hebben de afgelopen weken ernstige tegenslagen te verduren gehad, aldus The Washington Post. ‘Europa staat steeds sceptischer tegenover Bidens boodschap dat “Amerika terug is”,’ merkte de krant op.

    ‘Bidens toespraak was een levendige demonstratie van de hypocrisie van het Amerikaanse beleid’, schrijft Global Times, de spreekbuis van de Chinese regering, in een redactioneel commentaar. De Amerikaanse president ‘herhaalde dat hij niet uit was op een nieuwe Koude Oorlog’ maar ‘de pijlen waren gericht op China’.


    China en Turkije doen klimaatbelofte

    De Chinese president Xi Jinping heeft dinsdag tijdens de Algemene Vergadering van de VN toegezegd te stoppen met de bouw van kolencentrales in het buitenland, meldt CNN. Hoewel de Chinese leider geen termijn heeft genoemd, blijft dit een belangrijke toezegging van ’s werelds grootste uitstoter van broeikasgassen, aldus de Amerikaanse zender.

    Turkije kondigde aan het akkoord van Parijs te ratificeren

    Tijdens hetzelfde forum kondigde de Turkse president Recep Tayyip Erdogan aan dat zijn land het akkoord van Parijs in oktober, vóór de klimaattop COP26 in Glasgow, zou ratificeren. Turkije had het akkoord wel ondertekend, maar nooit geratificeerd.


    Iran bereid om nucleaire deal te redden

    De Iraanse president Ebrahim Raissi zei dinsdag bij de VN dat hij voorstander is van onderhandelingen om de nucleaire deal te redden. Maar hij zei dat hij alleen aan de besprekingen zou deelnemen ‘als die leiden tot een volledige opheffing van de sancties’ tegen Iran, bericht Al-Jazeera.

    Ondanks deze schuchtere toenadering, wijdde Raissi het grootste deel van zijn vooraf opgenomen toespraak aan het bekritiseren van de VS, aldus de Qatarese zender.

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • Toyota was koploper verduurzaming, maar verzet zich nu tegen elektrisch rijden

    Toyota was koploper verduurzaming, maar verzet zich nu tegen elektrisch rijden

    De autogigant liep ooit voorop met de hybride Toyota Prius, maar nu de wereld bezig is over te schakelen op elektrische auto’s, vecht het bedrijf tegen klimaatregels in een poging tijd te winnen. ‘Toyota is van een voorloper een achterblijver geworden.’

    De hybride Toyota Prius was een mijlpaal in de geschiedenis van schone auto’s en vond wereldwijd miljoenen kopers die zo hun steentje konden bijdragen aan een schoner milieu en tegelijkertijd op benzine konden bezuinigen. Maar de afgelopen maanden is Toyota, een van de grootste autoproducenten ter wereld, stilletjes de grootste tegenstander van een algehele overstap op elektrische auto’s geworden die volgens voorstanders cruciaal is om de klimaatverandering te bestrijden.

    In juni reisde topman Chris Reynolds van Toyota USA, die de contacten met de Amerikaanse regering onderhoudt, naar Washington voor achterkamertjesgesprekken met Congresleden, en lichtte daarbij Toyota’s agressieve verzet tegen volledig elektrische auto’s toe. Volgens vier ingewijden betoogde hij dat hybrides als de Prius, die zowel benzine als elektriciteit gebruiken, een grotere rol zouden moeten spelen, evenals auto’s die waterstof gebruiken.

    Reden voor die opstelling is een zakelijk dilemma: waar andere autofabrikanten op een toekomst van elektrische auto’s hebben ingezet, mikt Toyota voor de lange termijn op de ontwikkeling van waterstofbrandstofcellen, een technologie die kostbaarder is en een grote achterstand op accu’s heeft opgelopen, en voor de korte termijn op een groter gebruik van hybrides. Dat betekent dat een snelle omschakeling van benzine op elektriciteit funest zou kunnen zijn voor het marktaandeel en de nettowinst van het bedrijf.

    D-kwalificatie

    De recente lobby in Washington volgt op wereldwijde pogingen van Toyota, niet alleen in de Verenigde Staten maar ook in het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie en Australië, om strengere emissienormen voor auto’s en het verplicht stellen van elektrische voertuigen tegen te gaan. Zo hebben leidinggevenden van Toyota’s Indiase poot de doelstelling van de regering aldaar om in 2030 alleen nog de verkoop van volledig elektrische auto’s toe te staan als onuitvoerbaar afgedaan.

    Ook heeft Toyota samen met andere autofabrikanten de kant van de regering-Trump gekozen in een geschil met de staat Californië over de ‘Clean Air Act’, een wet tegen luchtvervuiling, en is het bedrijf een proces tegen Mexico begonnen vanwege brandstofbesparingsregels. In Japan is Toyota in het geweer gekomen tegen CO2-belasting.

    Op het gebied van schone-autoproductie is ‘Toyota van een voorloper een achterblijver geworden’, terwijl andere autoproducenten voortvarend doorgaan met de ontwikkeling van elektrische voertuigen, zegt Danny Magill, analist bij InfluenceMap, een denktank uit Londen die de klimaatlobby van grote bedrijven volgt. InfluenceMap geeft Toyota een ‘D-kwalificatie’, de laagste onder autofabrikanten, en zegt dat het bedrijf politieke invloed uitoefent om openbare klimaatdoelen te ondermijnen.

    In verklaringen zegt Toyota dat het helemaal niet tegen elektrische voertuigen is. ‘Wij zijn het ermee eens dat geheel elektrische voertuigen de toekomst zijn,’ aldus Toyota-woordvoerder Eric Booth. Maar Toyota denkt dat er ‘te weinig aandacht wordt besteed aan wat er gebeurt tussen vandaag, nu 98 procent van de verkochte personen- en vrachtauto’s in elk geval ten dele fossiele brandstof gebruikt, en die volledig elektrische toekomst,’ aldus Booth. Tot die tijd is het volgens Booth logisch dat Toyota zijn bestaande hybrides en plug-inhybrides inzet om de uitstoot te verminderen. Ook waterstoftechnologie zou een rol moeten spelen. En iedere efficiëntienorm ‘zou een realistische inschatting moeten maken van de technologische mogelijkheden en voertuigen betaalbaar moeten helpen houden’, zegt het bedrijf in een verklaring.

    Toyota afficheert zichzelf als een bedrijf dat vierkant achter een groene transitie staat

    Vorig jaar sloot een groep vooraanstaande autofabrikanten in de VS een compromis over uitlaatemissies met de staat Californië, die strengere emissienormen wilde opleggen dan de regering-Trump. Toyota sloot zich niet aan bij dat compromis. Volgens ingewijden betoogde korter geleden de Alliance for Automotive Innovation, een lobbygroep van de auto-industrie, tijdens achterkamertjesgesprekken in Washington dat het compromis met Californië, dat naar verwachting model zal staan voor nieuwe normen van de regering-Biden, in feite niet haalbaar is voor al haar leden. Voorzitter van de lobbygroep is Chris Reynolds, de topman van Toyota USA.

    De regering-Biden wil strengere emissieregels uitvaardigen om de verkoop van elektrische voertuigen te bespoedigen. Ook wordt overwogen het Congres te vragen akkoord te gaan met de investering van miljarden dollars voor de bouw van laadstations en het verlenen van belastingvoordelen voor elektrische personen- en vrachtauto’s.

    Don Steward, een woordvoerder van de Alliance, zegt er niet bekend mee te zijn dat een van de vertegenwoordigers van de lobbygroep het compromis met Californië onhaalbaar heeft genoemd. De groep steunt normen die grofweg het midden houden tussen die van de regering-Trump en de regering-Obama, zegt hij.

    De strategie van Toyota houdt in dat op de lange termijn waterstofbrandstofcellen nog altijd een belangrijke technologie voor personenauto’s zullen zijn, terwijl hybrides de emissies op de korte termijn helpen reduceren. Maar waterstofauto’s blijven kostbaarder, en waterstof als brandstof voor personenauto’s is niet op grote schaal beschikbaar. Intussen hebben verschillende studies aangetoond dat hybrides op de korte termijn minder emissiereductie realiseren. Als grote sponsor van de Olympische Spelen in Tokio heeft Toyota dat podium benut om zijn duurzaamheidsboodschap uit te dragen. De Olympische fakkel brandde gedurende een deel van zijn reis op waterstof en een vloot van gestroomlijnde, door waterstof aangedreven Toyota’s Mirai vervoerde Olympische hoogwaardigheidsbekleders met gezwinde spoed door Tokio. (Overigens heeft het bedrijf toen de zorgen over covid-19 toenamen in Japan alle reclame die verband hield met de Olympische Spelen gecanceld.) 

    Toyota afficheert zichzelf als een bedrijf dat vierkant achter een groene transitie staat, maar in werkelijkheid verzet het zich tegen initiatieven die volgens anderen van doorslaggevend belang zijn voor een groene transitie.

    Politieke donaties

    Naast de lobbyactiviteiten liggen ook de politieke donaties die de Japanse automaker heeft gedaan inmiddels onder een vergrootglas. Vorige maand heeft de Amerikaanse non-profitwaakhond Citizens for Responsibility and Ethics campagnebijdragen onderzocht en geconstateerd dat Toyota dit jaar veruit de grootste geldschieter was van Republikeinen in het Congres die het verkiezingsresultaat van 2020 aanvochten. Volgens een analyse van The New York Times bestrijden minstens 22 van die Congresleden bovendien de wetenschappelijke consensus over de door mensen veroorzaakte klimaatverandering.

    Aanvankelijk verdedigde Toyota zijn donaties, maar later veranderde het bedrijf van koers en zei de donaties te zullen stoppen.

    Eric Booth, de Toyota-woordvoerder, zegt dat Toyota wel degelijk in klimaatverandering gelooft. ‘De meningen die Congresleden hebben geuit zijn… nu ja, voor hun eigen rekening,’ zegt hij. Ook merkt hij op dat politici die er zulke overtuigingen op nahouden eveneens donaties van andere autofabrikanten hebben ontvangen.

    Sommige kenners van de auto-industrie met een lange staat van dienst verbazen zich over deze bevindingen. Toyota hield zich vroeger over het algemeen politiek gedeisd maar heeft zich de laatste tijd als een grote donor en lobbyist ontpopt in Washington. ‘Ze waren echt op de goede weg, vooral met de introductie van de Prius, en ze hebben het nog steeds over klimaatverandering,’ zegt Margot T. Oge, voormalig directeur Luchtkwaliteit en Transport van EPA, het Amerikaanse bureau voor milieubescherming. ‘Maar ze vechten overal op de wereld de bevordering van elektrische voertuigen aan, wat beleidsmakers hindert bij hun pogingen met ambitieuze maatregelen te komen.’

    ‘Waterstof is veelbelovend , maar het loopt momenteel minstens tien jaar achter op accu’s’

    Op papier is Toyota’s benadering van zero-emissievoertuigen, de waterstofbrandstofcel, een ware droom: anders dan met accu’s uitgeruste elektrische voertuigen beschikken deze auto’s over waterstoftanks en brandstofcellen die de waterstof in elektriciteit omzetten. Ze kunnen snel worden bijgevuld en kunnen vele honderden kilometers rijden op een tank, waarbij ze alleen waterdamp uitstoten. En waterstof is in theorie volop aanwezig. Maar een hoge aanschafprijs en een gebrekkige bijvulinfrastructuur hebben de groei van de waterstofeconomie belemmerd, althans voor personenauto’s. Van de Mirai, de in 2014 geïntroduceerde waterstofauto, heeft Toyota er maar elfduizend verkocht. Honda, een andere waterstofpionier, heeft kortgeleden aangekondigd zijn waterstofmodel de nek om te draaien. Volgens veel analisten is waterstoftechnologie geschikter voor lange-afstandstrucks of voor gebruik in energie-intensieve industrieën als staalfabrieken.

    ‘Ik denk dat waterstof veelbelovend is, maar het loopt momenteel minstens tien jaar achter op accu’s,’ zegt David Friedman, vicevoorzitter van de Amerikaanse consumentenorganisatie Consumer Reports. ‘En Toyota zegt: “Nee, we moeten de boel uitstellen, we moeten wachten tot ze klaar zijn met waterstof.” Maar het klimaat kan niet wachten.’

    Ook stelt Toyota dat hybridetechnologie, dus voertuigen die gebruikmaken van een interne verbrandingsmotor en een elektrische motor, de overstap naar volledig elektrische auto’s vergemakkelijkt en sneller meer mensen in schonere auto’s kan krijgen totdat waterstof overal voorhanden is. Toyota heeft dan ook grote investeringen in de hybridetechnologie gedaan. Het bedrijf heeft tot 2050 een toekomstperspectief geschetst dat gedomineerd wordt door hybrides, veel later dan nieuwe auto’s volgens veel analisten uitstootvrij moeten zijn.

    Pick-ups en SUVs

    Toyota verkoopt momenteel geen elektrische voertuigen op grote markten buiten China, maar heeft afgelopen april verklaard dat het van plan is in 2025 wereldwijd een uit zeventig modellen bestaand programma te presenteren dat, om kopers ‘meerdere keuzes’ te bieden, uit vijftien elektrische modellen zal bestaan en voor de rest uit hybrides en waterstofmodellen. De in het Japanse Toyota City gevestigde autofabrikant is achterop geraakt op het gebied van brandstofbesparing omdat men de nadruk heeft gelegd op de verkoop van benzine slurpende pick-ups en SUV’s, waarop de winstmarge groter is. Momenteel bungelt het bedrijf qua zuinige motoren onder aan de Amerikaanse pikorde, samen met General Motors en Ford.

    Jeffrey K. Liker, emeritus hoogleraar industriële en operationele techniek aan de Universiteit van Michigan en auteur van The Toyota Way, zegt dat er andere factoren zijn geweest die de ontwikkelingen bij Toyota hebben vertraagd. Als bedrijf dat beroemd is om zijn behoedzaamheid heeft Toyota onderzoek gedaan naar vastestofaccu’s, die veel veiliger zijn dan de in brede kring gebruikte lithium-ion-accu’s, maar de ontwikkeling van die technologie duurde veel langer dan verwacht, aldus Liker. Ook heeft Toyota gezegd niet dat het niet wil dat er werknemers moeten worden ontslagen of leveranciers failliet gaan door een snelle transitie naar elektriciteit. ‘Daarnaast is Toyota van mening dat landen blindelings inspelen op de elektrische rage, wat volgens hen eerder een vorm van politieke propaganda is dan van weloverwogen planning,’ zegt Liker.

    Er zijn verschillende factoren die Toyota’s koers uiteindelijk kunnen veranderen. Om te beginnen is China, een belangrijke markt voor Toyota, op een agressieve manier van autofabrikanten gaan verlangen dat ze elektrische auto’s produceren. Dat heeft Toyota ertoe aangezet om in coproductie elektrische auto’s te vervaardigen.

    Mary Nichols, die in haar tijd als voorzitter van de California Air Resources Board, de organisatie die toeziet op de luchtkwaliteit van de staat, met Toyota heeft onderhandeld, zegt dat ze zich de afgelopen jaren over Toyota heeft verbaasd. ‘Ik denk dat ze in de loop der jaren echt goede techniek hebben geproduceerd, en dat ze pioniers zijn geweest,’ zegt ze. ‘Maar op dit moment slaan ze de plank volledig mis.’

  • Tigray: Afrikaanse academici roepen op tot dialoog | ‘Groen’ staal uit Zweden

    Tigray: Afrikaanse academici roepen op tot dialoog | ‘Groen’ staal uit Zweden

    Afrikaanse intellectuelen roepen op tot dialoog in Ethiopië

    ‘Ethiopië staat aan de rand van de afgrond, we moeten handelen.’ Zo luidde de noodkreet van bijna zestig Afrikaanse intellectuelen in het tijdschrift African Arguments op 26 augustus, twee weken na de oproep van premier Abiy Ahmed tot een algemene mobilisatie van de Ethiopische bevolking.

    ‘Wij zijn ontzet en geschokt door de steeds verder verslechterende situatie in Ethiopië’

    De auteurs, die zichzelf omschrijven als ‘Afrikaanse intellectuelen die zich bezighouden met het continent en de diaspora‘ en die ‘hun werkzame leven hebben gewijd aan het begrijpen van de oorzaken van en mogelijke oplossingen voor intra- en inter-Afrikaanse conflicten’, waarschuwen de internationale gemeenschap voor de dramatische ontwikkelingen in de oorlog in Tigray. ‘Wij zijn ontzet en geschokt door de steeds verder verslechterende situatie in Ethiopië.’

    In hun open brief roepen zij zowel de Ethiopische regering als de regionale regering van Tigray op om ‘positief te reageren op de herhaalde oproepen tot een politieke dialoog, ook met de betrokken groepen in de regio’s Amhara en Oromia’. Zij dringen er bij de buurlanden op aan ‘maximale druk’ uit te oefenen en bij de gehele internationale gemeenschap om het werk van de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD) en de Afrikaanse Unie (AU) te steunen.

    Lees ook:


    De laatste zwaardmakers van Toledo

    De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.

    ‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’

    ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’

    Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.

    Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.


    Groen staal uit Zweden

    De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.

    ‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset

    HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.

  • De Iztaccíhuatl kent nog maar drie gletsjers, Pecho, Panza en Suroriental 

    De Iztaccíhuatl kent nog maar drie gletsjers, Pecho, Panza en Suroriental 

    In Mexico zijn nog maar vijf gletsjers over, die zich op twee bergen bevinden: de Iztaccíhuatl en de Pico de Orizaba. In totaal gaat het om minder dan één vierkante kilometer ijs en volgens deskundigen zijn de gletsjers rond 2050 verdwenen. De oorzaak van het snelle verdwijnen van deze watervoorziening is ontegenzeggelijk de opwarming van de aarde.

    In Mexico zijn nog maar vijf gletsjers over, die zich op twee bergen bevinden: de Iztaccíhuatl en de Pico de Orizaba. In totaal gaat het om minder dan één vierkante kilometer ijs en volgens deskundigen zijn de gletsjers rond 2050 verdwenen. De oorzaak van het snelle verdwijnen van deze watervoorziening is ontegenzeggelijk de opwarming van de aarde.

    De gletsjertong en het firnbekken van de Ayoloco-gletsjer zijn zo goed als verdwenen. Alleen een muur van oud ijs en gletsjerkrassen in de rotsen zijn er stille getuigen van dat hier in hartje Mexico op 4700 meter hoogte, op de top van de vulkaan Iztaccíhuatl, ooit een gletsjer was. De groeven die deze ruige, 200 meter dikke ijsmassa heeft achtergelaten, zijn nog heel tastbaar. Als een bulldozer sleurde hij stenen mee op zijn weg naar beneden en deponeerde die op een grote modderige hoop onderaan de helling. En met zijn oeroude krachten overdekte hij de reusachtige bruine rotsmassa’s die hij niet in beweging kreeg met krassen [gletsjerkrassen of striaties zijn krassen in gesteente die door de schurende werking van gletsjers ontstaan].

    Midden in een sneeuwstorm zijn twee onderzoekers van de Nationale Autonome Universiteit van Mexico (UNAM) bezig een metalen gedenkplaat te plaatsen in een van de oeroude geulen. Eerst smeren ze lijm op de plaat, vervolgens zetten ze hem stevig vast met schroeven, zodat hij de volgende storm zal overleven. ‘Deze plaat herinnert ons eraan dat hier ooit de Ayoloco stroomde,’ zegt glacioloog Hugo Delgado. ‘En dat die zich steeds verder terugtrok en in 2018 compleet verdween, als gevolg van de klimaatverandering door menselijk handelen.’

    ‘De mens had lang geleden al actie moeten ondernemen’

    De geoloog wijdt zijn hele carrière al aan het bestuderen van de Mexicaanse gletsjers en benadrukt dat de mens lang geleden al actie had moeten ondernemen. Het verdwijnen van deze watervoorziening is namelijk onomkeerbaar. Het enige wat nu nog over is van de gletsjers in het Mexicaanse hooggebergte zijn kale hellingen met her en der wat stenen, die er als botten over verspreid liggen.

    De Ayoloco op de Iztaccíhuatl – met zijn 5230 meter de op twee na hoogste bergtop van het land – is de laatste gletsjer die verdween. Op de berg die aan een slapende vrouw doet denken werden in 1958 nog elf gletsjers geteld. Daarvan zijn er nu nog maar drie over: de Pecho, de Panza en de Suroriental. Samen zijn die goed voor amper 0,2 vierkante kilometer ijs. In 1850, de laatste bloeiperiode tijdens de zogeheten Kleine IJstijd, was dat nog 6,23 kilometer. In 170 jaar is de berg dus ruim 95 procent van zijn gletsjermassa kwijtgeraakt.

    In heel Mexico zijn nog maar twee andere gletsjers over: de Glaciar Norte en de kleinere Glaciar Noroccidental. Samen hebben ze een oppervlak van iets meer dan 0,6 vierkante kilometer. Ze bevinden zich op de Pico de Orizaba, ook wel Citlaltépetl genoemd, op de grens tussen de staten Puebla en Veracruz. Met zijn 5675 meter is dit de hoogste berg van het land. De laatste zestig jaar zijn vier van zijn gletsjers verdwenen. Ook de Norte, de laatste hoop van geologen, is op sterven na dood. Zijn gletsjertongen, acht ijstentakels die de berg af kronkelden, is hij al kwijt. ‘De rotsen zijn al te zien, de ijsdikte is minimaal,’ zegt Delgado, die tot april dit jaar directeur was van het Instituut voor Geofysica van de UNAM.

    De toekomst ziet er slecht uit voor de laatste vijf Mexicaanse gletsjers. De geoloog voorspelt dat de drie gletsjers op de Iztaccíhuatl de komende vijf jaar zullen verdwijnen; die op de Pico de Orizaba geeft hij nog twee decennia. Hoe dan ook ‘zijn er in 2050 geen gletsjers meer in Mexico’.

    En niet alleen hier is het aftellen begonnen. Delgado vertegenwoordigt Mexico in de internationale groep voor gletsjeronderzoek. Hij vertelt dat hij altijd plagerige grapjes moest aanhoren van collega’s uit Ecuador en Peru die opschepten over hun schitterende exemplaren. ‘Binnenkort hoef je niet meer naar onze bijeenkomsten te komen, zeiden ze dan lachend tegen me,’ vertelt hij. ‘Ze vonden de omvang van mijn gletsjers altijd een lachertje, maar maken zich tegenwoordig grote zorgen over hun eigen gletsjers, waarvan het ijs nu ook zienderogen smelt.’

    Overal op aarde zie je dit drama zich voltrekken. Van de Ok in IJsland, de Pizol in Oostenrijk, de aangekondigde dood van de Spaanse gletsjers tot en met de vorming van meren in de Himalaya, overal wordt afscheid van ze genomen. Geen gletsjer ontkomt aan de opwarming van de aarde. Ze zijn een van de meest evidente en logische sensoren van klimaatverandering geworden: hoe hoger de temperatuur op aarde, hoe sneller ze krimpen. En het feit dat ze aan de lopende band verdwijnen is tekenend voor het leven dat ons op aarde te wachten staat: heter, droger, uitgeputter.

    Knerpende voetstappen op de aarde, zware ademhaling en het geselen van het gras dat de hellingen van de Iztaccíhuatl als een deken heeft begroeid. Naarmate we hoger komen, kwijnt de vegetatie weg en worden de rotsen zichtbaar. Net onder de sneeuwlijn zien we op een open plek kruisen staan. Deze zijn opgericht voor Luis Rosas, een bergbeklimmer die in 1971 verongelukte, en Daniel Peralta die, nadat hij vele toppen had bedwongen, hier in 2013 eveneens om het leven kwam. Dit soort gedenkplaten ter nagedachtenis aan bevlogen alpinisten vormden de inspiratie voor een plaat voor de Ayoloco.

    Popocatépetl

    Plotseling wordt de stilte op het pad verstoord door een laag en aanhoudend gerommel. ‘Horen jullie dat? Dat is een gaslek, onder hoge druk. Je hoort ook wat explosies, het is de Popocatépetl,’ roept Robin Campion enthousiast. Hij is vulkanoloog aan de UNAM en vergezelt Delgado op zijn gletsjerexpedities. Vanaf de voet van de Iztaccíhuatl zie je de rookpluim van deze imposante vulkaan. De pluim tekent zich duidelijk af tegen de heldere hemel, als nadrukkelijk geheugensteuntje dat hij er ook nog is.

    Ook op de Popocatépetl waren er tot het jaar 2000 gletsjers, maar die zijn na een grote vulkaanuitbarsting allemaal bedolven. ‘Er is nog een klein beetje ijs, maar dat functioneert niet meer als gletsjer, want het stroomt niet meer en groeit niet meer aan. Ironisch genoeg worden die ijsmassa’s eigenlijk in stand gehouden door vulkaanas,’ zegt Delgado. ‘Als de Popocatépetl op een dag inactief zou worden en het ijs zou niet zijn gesmolten door de temperatuurstijging, zou de gletsjer dankzij deze ijsblokken kunnen herstellen.’

    Tijdens de beklimming zijn de bergbeklimmers gehuld in een dikke wolkendeken die de voeten, de knieën en de buik van de Iztaccíhuatl bedekt. Op de westelijke helling onderweg naar de Ayoloco bevindt zich het bekken waar tot ongeveer 2012 de Atzintli-gletsjer lag. Vroeger vormden deze gletsjers, als er gebrek aan water was, een belangrijke bron. Hun belang voor de bewoners aan deze kant van de berg spreekt duidelijk uit hun Nahuatl-namen ‘hart van water’ en ‘mijn water’. Nu wonen tussen de morenen hagedissen en zijn deze rotsen op 4500 meter hoogte overdekt met korstmossen. 

    Toen de temperaturen begonnen te stijgen, zijn beide gletsjers verdwenen doordat ze één voor één onder de zogeheten evenwichtslijn kwamen te liggen. Zo noemen geologen de zone in het hooggebergte waar de gemiddelde jaartemperatuur nul graden Celsius of lager is. Boven die lijn blijven sneeuw en hagel liggen en kan een gletsjer aangroeien. ‘Wanneer een gletsjer aangroeit, stroomt hij omlaag door de zwaartekracht. Maar wanneer hij de evenwichtslijn overschrijdt, komt hij terecht in wat de ablatiezone wordt genoemd,’ vertelt Delgado. ‘Daar ligt de temperatuur boven nul, en dat betekent dat alle neerslag wegsmelt. Gletsjers hebben een dynamiek van aangroei en smelten. Er bestaat een bepaald evenwicht waarbij ze ijsmassa behouden en kwijtraken,’ aldus de glacioloog.

    Maar deze balans is in de loop der tijd op natuurlijke wijze verstoord. Ooit waren alle bergen in de Vallei van Mexico boven de 3500 meter bedekt met ijs. De Ajusco, de Sierra de la Cruces, de Nevado de Toluca en de Sierra Nevada, op alle bergen waren gletsjers. In 1958 lag de evenwichtslijn in Mexico nog op 4500 meter en nu is dat 5250 meter. Alle gletsjers op de Iztaccíhuatl zitten al onder deze grens.

    Vonnis

    Terwijl de onderzoekers de gedenkplaat vastzetten op de Ayoloco, valt er een dik pak sneeuw op de buik van de berg. Het regenseizoen is net begonnen en op deze hoogte sneeuwt het onophoudelijk grote vlokken. Maar grote bruine plekken blijven open. ‘De sneeuw blijft maar een paar dagen liggen, met een beetje geluk een paar weken. Maar dan is alle sneeuw gesmolten en groeien de gletsjers niet meer aan.’ De drie laatste gletsjers op de Iztaccíhuatl zitten verborgen in kraters. Daar wordt de ijsmassa beschermd door het bekken. ‘Door de geomorfologische omstandigheden zijn ze er nog, maar de kans dat ze blijven voortbestaan is eigenlijk nihil.’ Het vonnis: ‘Hun tijd is gekomen.’

    Bij de Pico de Orizaba ligt dat anders. De top en de gletsjers liggen nog steeds 120 meter boven de evenwichtslijn. Maar geologen hebben een ander probleem ontdekt: een gebrek aan synchronisatie. Wanneer het sneeuwt in het regenseizoen – dat in Mexico in de zomer valt – blijft de sneeuw door de hoge temperaturen niet liggen. En als het wel koud genoeg is, valt er geen neerslag. ‘Als het zo doorgaat met de temperatuurrecords, zijn ze over een paar decennia verdwenen,’ zegt Delgado.

    Afgezien van de opwarming van de aarde moeten de Mexicaanse gletsjers zien te overleven midden tussen de industriezones in de Vallei van Mexico en Puebla en overbevolkte steden als Mexico-Stad en Ciudad Nezahualcóyotl. Bovendien hebben ze te kampen met een lokale factor: wanneer gletsjerijs smelt, komen donkere rotsen tevoorschijn die de zonnestralen niet weerkaatsen maar juist absorberen. Met weer extra opwarming tot gevolg.

    Ook het enige glaciologische station dat de ijsmassa’s op de Pico de Orizaba kan observeren – door blikseminslag en materiaaldiefstal heeft het station op de Iztaccíhuatl maar een paar maanden bestaan – bevestigt dat het ijs in Mexico ‘heet ijs’ is. De temperatuur ligt er zo dicht bij nul dat het ijs bij de minste stijging smelt. Bovendien hebben de gletsjers, door hun hoogte en ligging, in de droge seizoenen (ook al zijn de temperaturen dan laag) zo veel last van de zon dat het ijs sublimeert: het gaat van zijn vaste toestand direct over in gas en verdampt.

    ‘De werkelijke uitdaging is nu wat we eraan gaan doen’

    Delgado heeft de Iztaccíhuatl in 1974 beklommen en daarbij geleerd om op sneeuw te lopen. Met hamer en ijshouweel beklom hij het schitterende Ayoloco-bekken. Om zich voor te bereiden op een expeditie naar de Himalaya leefde hij in 1979 twee weken lang in deze zeven kilometer lange siërra. Hij verloor er bovendien zijn beste vriend, die de berg wel honderd of misschien zelfs tweehonderd keer had gelopen. Delgado, die de Iztaccíhuatl als een vriendin ziet, vat de toestand van de Mexicaanse gletsjers als volgt samen: ‘Onze gletsjers zijn echte helden: ze strijden tot ze erbij neervallen.’

    De onomkeerbare verdwijning van unieke Mexicaanse gletsjers op 20 graden noorderbreedte betekent het verlies van een betrouwbare sensor van klimaatverandering, maar vooral het verlies van een belangrijke watervoorziening. In dit steeds dichterbevolkte en drogere land – de laatste 34 jaar is de gemiddelde temperatuur in Mexico twee graden gestegen – zijn gletsjers in het droge seizoen een extra hulpbron voor gemeenschappen die in de buurt van de bergen wonen. Gletsjers zijn goed voor ongeveer 5 procent van de waterkringloop in die regio’s, dankzij smeltwater of doordat ze de grondwaterstand voeden. ‘Het is niet veel, maar alle kleine beetjes helpen,’ zegt Delgado.

    Alle voortekenen – krimpende gletsjers, smeltende polen, leeglopende stuwmeren – wijzen in dezelfde richting: ‘Er is steeds minder water beschikbaar. Onze samenleving gaat last krijgen van waterstress. Dat probleem bestaat nu al, alleen heeft het zijn volle omvang nog niet bereikt. De werkelijke uitdaging is nu wat we eraan gaan doen.’

    Voor de stervende ijsmassa’s op de bergtoppen is alle hoop vervlogen, en ook de opwarming van de aarde kan niet meer worden teruggedraaid, waarschuwt de glacioloog. Maar we kunnen wel proberen dit proces af te remmen. De uitstoot van broeikasgassen terugdringen, water besparen, ontbossing tegengaan en investeren in milieueducatie: het is allemaal hoognodig. Delgado heeft vooral vertrouwen in de volgende generaties. ‘Het gaat hier niet om de bescherming van de planeet, maar van de omgeving waarin wij als soort kunnen overleven. Ons voortbestaan staat op het spel.’

  • Deze radicale ideeën gaan de wereld veranderen

    Deze radicale ideeën gaan de wereld veranderen

    De ongelijkheid in de wereld was al groot voor de komst van het virus en is door de pandemie alleen maar groter geworden. Maar er dient zich een brede tegenbeweging aan van vrouwelijke en mannelijke ondernemers, politici, hoogleraren en activisten – met baanbrekende ideeën die het tij kunnen keren. 

    Daar is hij dan. De man die Einhorn uit handen heeft gegeven, zijn onderneming, die 15 tot 20 miljoen euro waard is. Waldemar Zeiler, met karakteristieke baard en muts. Eind dertig, oprichter. Hij verontschuldigt zich dat hij er zo moe uitziet, morgen vroeg om vijf uur moet hij weer aan de slag. Hij blijft wel bij Einhorn, zijn proeftuin, zoals hij het noemt. Maar vanaf nu is niemand de baas. De medewerkers bepalen zelf hoeveel ze verdienen en nemen vrij wanneer ze willen; Einhorn maakt tenslotte winst en het bedrijf groeit. 

    43 vrouwen kijken naar Zeiler: architecten, musici, artsen, menigeen is zelf een bedrijf gestart. Ze zijn voor deze videoconferentie uitgenodigd door Women’s Hub, een organisatie die vrouwen bij elkaar brengt. Ze praten over ideeën en visies met betrekking tot werk, bedrijf en maatschappij, en geven elkaar feedback. Voor de pandemie vonden de bijeenkomsten plaats in Hamburg, München en Rosenheim, ten zuidoosten van München. ‘We geloven in gemeenschappelijkheid,’ zegt Maren Jopen, een van de oprichters van Women’s Hub, ‘en we willen een internationale beweging worden.’ Dat klinkt optimistisch, maar de drie oprichters zijn nuchtere zakenvrouwen. De Financial Times Deutschland keurde Jopens eerste start-up een paginagroot artikel waardig; in 2017 stapte ze uit het bedrijf, ze wilde iets nieuws opzetten, net als Zeiler. Hij richt de ene onderneming na de andere op, een van de andere voorbeelden is Rocket Internet, een wereldwijde investeringsmaatschappij en start-upincubator. Zijn helden zijn Jack Welch en Milton Friedman, de knapste koppen van het kapitalisme. 

    ‘Stel je voor dat jullie de macht hebben om de wereld te veranderen’

    Nu zit hij hier en trekt zijn muts over zijn voorhoofd. Hij stelt een gedachte-experiment voor: John Rawls’ ‘sluier van onwetendheid’. Diens Theorie van rechtvaardigheid heeft het filosofische denken van de twintigste eeuw veranderd en baant zich nu een weg door de economie van de eenentwintigste eeuw. Zeiler heeft het experiment overgenomen van Maja Göpel, politiek econoom, hoogleraar en adviseur van de Duitse regering. ‘Doe je ogen dicht,’ zegt Zeiler, ‘en stel je voor dat jullie de macht hebben om de wereld te veranderen. Onder één voorwaarde: je weet niet hoe en als wat je in de nieuwe wereld terugkomt, qua geslacht, huidskleur, status, intelligentie, gezondheid en vermogen. Als Jeff Bezos, of als dagloner in India. Hoe zouden jullie die nieuwe wereld vormgeven?’

    Tegenbeweging

    Het is nu al een andere wereld. Nog meer mensen dan voorheen worden achtergesteld. En nog meer mensen overlijden daardoor: de Wereldbank voorspelt dat tegen het einde van dit jaar nog eens 150 miljoen mensen door armoede met de dood worden bedreigd. Maar er bestaat een vaak over het hoofd geziene tegenbeweging. Steeds meer mensen komen in opstand tegen de ongelijkheid. Dat was vóór de pandemie al zo, maar nu zijn het er nog meer. Ook voor de goede zaak zijn ongewone tijden aangebroken.

    Ik heb een videogesprek met Erica Chenoweth, hoogleraar aan Harvard, die deze ontwikkeling als een van de eersten heeft ontdekt en onderzocht. Het gerenommeerde Foreign Policy Magazine heeft haar uitgeroepen tot een van de honderd belangrijkste politieke denkers ter wereld. ‘Het is duizelingwekkend hoe snel het aantal massabewegingen groeit,’ zegt ze. Tot nog toe lag het record op zestig per decennium. Alleen al in 2019 zijn er 39 ‘revolutionaire uitbarstingen’ geweest. Geweldloos, wat ze sterker maakt: door af te zien van geweld zijn ze succesvoller. Chenoweth is benieuwd naar de getallen van 2020. Waldemar Zeiler en Maren Jopen, met hun ideeën en hun alternatieven voor het oude systeem, zijn volgens haar echt mensen van onze tijd. 

    ‘De pandemie,’ zegt Chenoweth, ‘heeft aan het licht gebracht waar mensen zich al decennia zorgen over maken: slechte gezondheidszorg, onzekere arbeidsplaatsen, economische ongelijkheid, structurele ongelijkheid door racisme en seksisme. Nu worden veel meer mensen door deze misstanden getroffen, doordat de epidemie niet alleen een noodsituatie in de gezondheidszorg heeft veroorzaakt, maar ook een economische crisis. Wereldwijd. Dat heeft een veel grotere gemeenschap de impuls gegeven zich te mobiliseren.’

    ‘Ik moet gaan, de democratie heeft me nodig,’ schreef Tang aan haar collega’s bij Apple

    Uit onderzoek blijkt dat mensen door rampen veranderen: de gemeenschapszin wordt versterkt en rampen leggen de kiem voor grassroots movements, bewegingen of maatschappelijke initiatieven die aan de basis ontstaan. Er ontstaan nieuwe wegen, en de mensen die die wegen al bewandelen, worden belangrijk. Zoals Audrey Tang, het brein achter het pandemiewonder van Taiwan. Toen Duitsland eind november 2020 de miljoenste besmetting meldde en de gedeeltelijke lockdown verlengde, telde Taiwan, een land van 24 miljoen inwoners, 625 besmettingen. Zonder lockdown. Een wonder dat begon met de Zonnebloembeweging. 

    ‘Ik moet gaan, de democratie heeft me nodig,’ schreef Tang, werkzaam bij Apple, in 2014 in een chatbericht aan haar collega’s in Silicon Valley. Even later zat ze in het vliegtuig naar Taipei. De democratie, dat waren de studenten van de Zonnebloembeweging, die in opstand waren gekomen tegen een wet en tegen Taiwans toenadering tot China. Ze hadden het parlement bezet en Tang schoot hen met haar eigen middelen te hulp.

    Op achtjarige leeftijd leerde ze zichzelf programmeren, met niet meer dan potlood en papier. Toen ze elf was, verhuisden haar ouders naar Dudweiler, in het Saarland. De kinderen op de basisschool vond ze net kleine volwassenen. Twee woorden zijn haar bijgebleven: stiptheid en verantwoordelijkheid. In Taiwan leerden de leraren haar antwoorden te herhalen, in Duitsland hoe ze het antwoord moest vinden. Zo ging het toen en zo gaat het misschien nog steeds. Hoewel, die stiptheid… Ze lacht.

    Toen ze bij de Zonnebloemstudenten kwam, bezorgde ze hun snel internet en verspreidde ze haar gedachtengoed door het hele land. Snel daarna gingen honderdduizenden mensen de straat op en gaf de regering toe. Twee jaar later kwam er een nieuwe regering, die ook revolutionaire krachten in haar kabinet opnam, onder wie Audrey Tang, destijds 35. Ze moest Taiwan het digitale tijdperk in brengen en de democratie versterken door digitalisering, maar haar ook beschermen tegen de gevaren van hackers, nepnieuws en maatschappelijke tweedeling. 

    Coronawonder

    Het was het begin van een tijdperk van transparantie. Tang publiceerde op internet inhoudelijke gesprekken met haar medewerkers, burgers werden bij het beleid betrokken; leerlingen en leraren verrichten bijvoorbeeld metingen naar lucht- en waterkwaliteit. Taiwan werd de meest open samenleving in Azië en legde daarmee de basis voor zijn coronawonder.

    Toen een Taiwanese vrouw de viruswaarschuwing van de Chinese klokkenluider Li Wenliang deelde, nam de regering die serieus. Nog geen 24 uur later, op 31 december 2019, stonden er artsen in beschermende kleding op het vliegveld. Toen Europa nog lag te slapen, organiseerde Taiwan een crisisstaf, fabriceerde miljoenen mondkapjes en hackers bouwden een app waarop je live kon zien bij welke apotheken die beschikbaar waren. Bovendien verplichtte Taiwan – democratisch gelegitimeerd – zijn burgers een app te downloaden om daarmee de strenge quarantaine te bewaken.

    Taiwan kwam het jaar goed door, en Tang denkt al na over de tijd hierna. Ze citeert Leonard Cohen: ‘There’s a crack in everything, that’s how the light gets in.’ Corona mag dan barsten in de samenleving hebben geslagen, zegt ze, maar daardoor komt ook licht naar binnen. ‘De pandemie is een grote versterker. De nieuwe wereld is voorlopig niets anders dan de versterkte oude wereld.’ In sociale landen versterkt ze het sociale, in autocratieën het autoritaire. Op de hele wereld vindt er een wedloop plaats tussen de verschillende zienswijzen. Tang verwacht dat de ideeën van degenen die de pandemie het best te lijf gaan de nieuwe wereld zullen bepalen. ‘Voor sociale vernieuwers zijn het gouden tijden.’

    De pandemie heeft autocraten en populisten als Trump, Poetin, Johnson en Bolsonaro verzwakt. Op zoek naar antwoorden kijkt de hele wereld naar Taiwan en kan daar, ook los van de coronapandemie, veel van leren.

    De spannendste vernieuwing die Tang introduceerde, heeft betrekking op een van de grootste problemen van onze tijd: de tweedeling van de samenleving. Met haar sociale medium Join daagt ze Facebook en diens concurrenten uit en vernieuwt ze en passant de politiek.

    In onze democratie stellen partijen een programma op en gaan daarmee naar de kiezers. Tangs beleid doet het tegenovergestelde: eerst luisteren ze naar de burgers, daarna wordt het programma opgesteld. Ze past in de politiek mechanism design toe, de speltheorie waarvoor in 2007 de Nobelprijs voor Economie werd verleend: leg eerst het doel vast, pas daarna de weg (het mechanisme) ernaartoe. Basketbal is een klassiek voorbeeld: vanuit de wens het spel sneller te maken volgde de regel dat een aanval ten hoogste 24 seconden mag duren. Of een voorbeeld uit de opvoeding: als je twee kinderen tevreden wilt stellen, mag de eerste de koek delen en de tweede het eerst een stuk kiezen.

    ‘Wij oude democratieën denken altijd dat wij de ware democratie hebben’

    Tang heeft de theorie op onze wereld toegepast zoals alleen mensen dat kunnen die zichzelf op hun achtste met papier en potlood hebben leren programmeren. Met hulp van hackers ontwikkelde ze een sociaal medium dat zich van Twitter en Facebook onderscheidt. Die leggen de nadruk op berichten die ophef veroorzaken, dus is er altijd herrie. Haar Join daarentegen legt juist de nadruk op bijdragen die, dwars door alle bubbels heen, weerklank vinden. Zo raadpleegde Taiwan zijn burgers over de taxidienst Uber. De klassieke benadering zou zijn: ja of nee? Taiwan vroeg juist naar wensen en gevoelens. Een concurrent met goede service zou mooi zijn, zeiden de ondervraagden; en Uber moest zijn chauffeurs wel sociale verzekeringen bieden. Zowel Uber als de beroepsgroep verbeterden daardoor. Of het nu gaat over maritiem beleid of de diplomatieke verhouding met de Verenigde Staten, de helft van de inwoners van Taiwan, 12 miljoen mensen, doet via Join mee.

    De nieuwe spelregels verspreiden zich op dit moment over de hele wereld. Tang heeft zich aangesloten bij de beweging RadicalxChange, die politiek, economie en samenleving wil veranderen door middel van mechanism design. Voorzitter is de kunstenares Jennifer Lyn Morone, in de raad van bestuur zitten onder anderen Danielle Allen, hoogleraar ethiek aan Harvard, Vitalik Buterin, uitvinder van de cryptomunt Ethereum en Glen Weyl, adviseur van Microsoft en docent aan Princeton.

    Als Weyl voor het interview de camera van zijn computer aanzet, verschijnen achter hem, keurig op een rijtje op het netjes opgemaakte bed, acht poppen. Ze doen aan de Muppets denken: Einstein, Nietzsche, Darwin, Da Vinci, Marx, Kahlo, Curie en Lovelace, de eerste vrouwelijke programmeur. ‘Wij oude democratieën denken altijd dat wij de ware democratie hebben,’ zegt Weyl, ‘maar de plaatsen waar de democratie floreert zijn Taiwan of bijvoorbeeld Estland, ook een jonge democratie die aan een autoritair systeem grenst en gedwongen is na te denken hoe ze vitaal kan blijven.’

    Met RadicalxChange heeft Weyl iets geheel nieuws geschapen, iets dat links noch rechts is. Het brengt het koude kapitalisme samen met de warmte van de verzorgingsstaat. Zo heeft hij een model ontwikkeld dat, met een marktmechanisme dat links het bloed in de aderen doet stollen, exact de wereld creëert waarvan zij altijd gedroomd hebben, een wereld met beperkt privébezit. Weyl adviseert partijen over de hele wereld, de Democraten in de Verenigde Staten en de CDU in Duitsland. Met de logica van mechanism design heeft hij een kiesstelsel ontwikkeld dat kiezers in staat stelt aan de stemmen een gewicht toe te kennen, waardoor het stemrecht van minderheden wordt versterkt. In de Amerikaanse staat Colorado is in 2019 al op deze manier gestemd, geheel in de zin van Audrey Tang. ‘Mechanism design is inclusie,’ zegt ze.

    Independent Living-beweging

    ‘Even mijn aantekeningen erbij halen,’ zegt Judith Heumann, en ze rijdt met haar rolstoel bij haar pc vandaan. Ze wordt Judy genoemd. Voor de mensenrechten is ze even belangrijk als Martin Luther King of Louise Otto-Peters. Heumann is het brein achter de wereldberoemde Independent Living-beweging en buitengewoon adviseur van Barack Obama. In de Verenigde Staten kent iedereen haar, met haar bril en haar ondeugende gezicht; 73 is ze, haar nieuwe biografie Being Heumann ligt op haar schoot.

    Toen ze anderhalf jaar was, kreeg ze polio. Niet veel later stelden de artsen voor om Judy in een tehuis te laten opnemen, zodat haar ouders van de zorg voor haar bevrijd waren. Toen ze vijf was, mocht ze niet naar school omdat haar rolstoel bij brand gevaar zou opleveren. Op haar negende mocht ze naar het speciaal onderwijs; ze kwam terecht bij allemaal kinderen met een beperking, de klassenvertegenwoordigster was 21. Haar ouders lieten het er niet bij zitten. ‘Van discriminatie wisten ze alles. Ze waren Duitsers, in 1936 gevlucht, hun ouders vermoord in de Holocaust. Ze konden niet blijven zwijgen,’ zegt ze nu. Uiteindelijk mocht Judy naar high school.

    Als kind bracht ze haar zomers door in een vakantiekamp voor gehandicapte jongeren. Daar maakten ze plezier en deelden ze hun woede over hoe ze werden behandeld en wat hun werd ontzegd. ‘We begonnen ons voor te stellen hoe de wereld eruit kon zien,’ vertelt Heumann. Ze organiseerde haar eerste protestdemonstraties: voor invalideningangen bij scholen en plaatsen in studentenhuizen.

    ‘Als iets discriminatie is, noem het dan ook discriminatie’

    Bij de medische keuring ter afsluiting van haar praktijkjaar vroeg een vrouwelijk lid van de examencommissie haar of ze kon laten zien hoe ze naar de wc ging. Ze werd afgewezen. De officiële reden: verlamming van de onderste ledematen. Heumann ging in beroep, keerde zich, vervuld van angst, openlijk tegen het systeem. Toen zag ze op de rechterstoel Constance Baker Motley, de eerste Afro-Amerikaanse federale rechter. Later werd Judy Heumann lerares op een basisschool. Haar eerste regel voor gerechtigheid is: ‘Als iets discriminatie is, noem het dan ook discriminatie.’

    De tweede regel: eis wettelijke maatregelen en zorg dat ze worden toegepast. Toen Richard Nixon zijn veto uitsprak over een verordening die mensen met een handicap moest beschermen tegen discriminatie door de staat, gingen activisten voor zijn kantoor op Madison Avenue zitten en legden heel New York plat. Nixon tekende alsnog. En zo demonstreerden ze van de ene wet naar de andere, net zo lang tot ook zij in 1990 burgerrechten kregen. En de strijd houdt niet op, nog steeds hebben de Verenigde Staten het VN-verdrag uit 2006 niet geratificeerd dat mensen met een handicap volledige participatie garandeert. ‘Ik ben het zat steeds te moeten vragen,’ zegt Heumann. ‘Ik heb geen tijd om te wachten tot andere mensen hebben besloten dat ik volgens hen het recht heb naar school te gaan of in mijn rolstoel in de bioscoop te zitten. En om te vragen of we een deel van de samenleving mogen zijn.’

    De wereld is voor mensen met een handicap nog altijd niet zoals die zou moeten zijn, maar wat Heumann heeft bereikt, is indrukwekkend. Het belangrijkste wat ze in al die jaren heeft geleerd: zorg voor samenwerking met andere bewegingen.

    Toen Seattle ooit bussen zonder rolstoelbaan kocht en Heumann daar een klacht over indiende, kwamen latino’s en zwarte mensen haar te hulp. Op haar beurt hielp Heumann hen de begroting van Seattle aan te passen. In tien steden gingen strijders voor vrouwenrechten de straat op. Ook de Black Panthers, omdat Brad Lomax, een van hun leden, in een rolstoel zat. En net als de machtige burgerrechtenbeweging stuurden ook de Teamsters, de vakbond van vrachtwagenchauffeurs, vertegenwoordigers naar Washington.

    Iedere beweging die in staat was 3,5 procent van de burgers op de been te krijgen, heeft het systeem wezenlijk veranderd

    Er is een behoorlijke overlap tussen al deze groepen, leerde Judy Heumann al op zomerkamp. ‘De kans dat je ooit een handicap krijgt, is groot,’ zegt ze. Blind of doof, diabetes of Parkinson, een ongeluk bij het sporten of met de auto. Mensen met een beperking kunnen zwart zijn, Joods, dakloos of wat dan ook. Er zijn duizend redenen om samen te werken.’

    Hoeveel macht samenwerkende groepen kunnen hebben, blijkt uit het onderzoek van Harvard-hoogleraar Erica Chenoweth, dat resulteerde in haar ‘3,5 procent-wet’: iedere beweging die de afgelopen jaren in staat was 3,5 procent van de burgers op de been te krijgen, heeft volgens die wet het systeem wezenlijk veranderd. 

    3,5 procent. Maar waarom is er dan nog zo veel ongelijkheid in de wereld? Omdat de mensen denken: Ik kan er toch niets aan veranderen. En omdat ze fouten maken. Ze tolereren bijvoorbeeld veel te vaak dat aan de randen van hun organisatie geweld wordt gebruikt. Toen in Taiwan de Zonnebloembeweging begon, sprak de regering van ‘gewelddadige anarchisten’. De studenten waren zo slim zich niet in de daderrol te laten dringen.

    Een tweede grote fout: ‘Ze vertrouwen te veel op massademonstraties,’ zegt Chenoweth, en demonstreren er meestal maar een beetje op los. Zonder strategie: hoe houden we de mensen blijvend in beweging? Hoe zorgen we ervoor dat we effect hebben? In elk geval niet met demonstraties waarvoor de belangstelling algauw afneemt. Met een algemene staking of burgerlijke ongehoorzaamheid breng je de economie schade toe en dwing je eerder concessies af.

    Zo werden de massabewegingen, ook al nam hun aantal de afgelopen jaren sterk toe, door de pandemie verzwakt. Slechts een op de drie was een succes, omdat ze gemiddeld maar 1,3 procent van de mensen bereikten. In de jaren negentig was dat gemiddeld 2,7 procent.

    ‘De pandemie heeft op de resetknop gedrukt,’ zegt Chenoweth, ‘en dat was hard nodig.’ Tijdens de onderbreking zijn veel bewegingen volwassener geworden, ze hebben overheidstaken op zich genomen, zoals als voedselvoorziening en hulpfondsen. Werken voor het algemeen belang is, naast passief verzet, Gandhi’s tweede zuil van verandering. Ze hebben alternatieven gevonden voor demonstraties, massale ziekmeldingen bijvoorbeeld (‘sick-ins’), passief verzet gepleegd, ze hebben zich ontwikkeld en coalities gevormd. Earth Day, de jaarlijkse dag voor het klimaat op 22 april, heeft honderden bewegingen bij elkaar gebracht. ‘Vele daarvan zijn veel sterker uit de crisis gekomen,’ zegt Chenoweth. En er zijn meer dan tien nieuwe bewegingen ontstaan, in de Verenigde Staten, Wit-Rusland, Polen, Israël, Thailand, tegen despoten en tegen racisme, voor vrouwenrechten en voor vrijheid, even veelzijdig en machtig als de ongelijkheid waartegen ze strijden.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/activisten-leggen-voedselsysteem-bloot/

    Antiracisme voor beginners

    Ibram X. Kendi’s boek How to Be an Antiracist drukt zijn stempel op het denken over racisme.

    Toen hij drie jaar geleden aan zijn boek werkte, werd bij hem darmkanker geconstateerd. De kans dat hij vijf jaar later nog in leven zou zijn, was 12 procent. Hij was midden dertig, zijn dochter was één. Hij ging door met schrijven, tegen de kanker buiten zijn lichaam, zoals hij het noemt: racisme.

    Ibram X. Kendi. Die naam heeft hij zelf gekozen, kendi betekent bij de Meru-volken in Kenia ‘geliefde’. Zijn middelste naam Henry zei hij vaarwel nadat hij had gehoord over prins Henry de Zeevaarder, de Portugese ontdekkingsreiziger uit de vijftiende eeuw, die in Afrikaanse slaven handelde. In plaats daarvan koos hij Xolani, Zoeloe voor ‘vrede’.

    Het gaat goed met Kendi. Hij kreeg de prestigieuze Andrew W. Mellon-leerstoel aan de Universiteit van Boston toegekend, die eerder alleen werd bekleed door Nobelprijswinnaar Elie Wiesel. Twitter-oprichter Jack Dorsey schonk 10 miljoen dollar voor deze leerstoel, Selena Gomez stelde Kendi haar Twitteraccount ter beschikking en Time Magazine zette hem op de lijst van de 100 belangrijkste mensen ter wereld. Zijn boek How to Be an Antiracist, dat kort voor de opkomst van Black Live Matters verscheen, zal de komende jaren onze blik op racisme veranderen. Het boek is (nog) niet in het Nederlands vertaald.

    Kendi heeft het interview vóór zijn werkdag gepropt, geen video, alleen zijn stem, 30 minuten.

    Zijn concept van antiracisme: 1. Er zijn racisten en antiracisten, daartussen zit niets. Wie zegt dat hij geen racist is, is er al een. Racisme is status quo, ongelijkheid is status quo. En als er niets tegen de status quo wordt gedaan, wat gebeurt er dan? Dan blijft die bestaan. ‘Niets doen tegen racisme betekent racistisch zijn. Het staat het racisme toe te blijven bestaan.’ 2. Racisme is niet gebonden aan personen, maar aan daden en woorden. Ieder mens is soms racist, soms antiracist. Ook hijzelf.

    Kendi heeft het concept van de antiracist niet zelf bedacht. In de jaren zeventig zei Angela Davis, de grande dame van de Black Power-beweging: ‘In een racistische maatschappij is het niet voldoende om niet-racistisch te zijn. We moeten antiracistisch zijn.’ Maar de wereld was daar nog niet klaar voor. ‘De afgelopen vijf jaar,’ zegt Kendi, ‘is het bewustzijn in de westerse wereld gegroeid. Steeds meer mensen beseffen dat ongelijkheid niet wordt veroorzaakt doordat mensen niet deugen, maar doordat de politiek niet deugt. Daarom zoeken steeds meer mensen naar een oplossing.’

    Deze beweging, versterkt door het racisme van Trump, de dood van George Floyd, Black Lives Matter, heeft door de pandemie een nieuwe impuls gekregen, zegt Kendi: wetenschap werd belangrijk. ‘Hetzelfde hebben we ook bij alle andere grote problemen nodig. We hebben geleerden nodig die racistische ongelijkheid in real time onderzoeken. Die op basis van onderzoek politieke oplossingen ontwikkelen die onrechtvaardigheden kunnen verminderen en er een eind aan kunnen maken. Dat willen we in ons centrum voor antiracistisch onderzoek opzetten.’

    Het boek, dat hij alleen kon voltooien omdat hij dacht dat het zijn ‘laatste bericht aan de wereld’ was, is dus nu nog maar het eerste begin van zijn werk. ‘Omdat ik wil dat mijn dochter opgroeit in een rechtvaardige wereld, waar de kleur van haar huid even irrelevant is als de kleur van haar bloes.’ 

    Educate Girls

    Men is op zoek naar oriëntatie. Waar zijn de ideeën? Waar is het wondermiddel waarmee grote veranderingen kunnen worden gerealiseerd? Eén vrouw weet zeker dat ze er een heeft gevonden, en toen ze op een TED-toekomstconferentie over haar idee vertelde, leek ze ook anderen te overtuigen. 1,7 miljoen mensen hebben naar haar presentatie gekeken, ook al was ze volkomen onbekend. Haar naam is Amel Karboul, ze is 47 en komt uit Tunesië.

    Karboul begon haar presentatie als volgt: ‘Ik ben het product van een moedig besluit. Toen Tunesië in 1956 onafhankelijk werd, besloot onze eerste president, Habib Bourguiba, 20 procent van de begroting in het onderwijs te investeren. Ja, 20 procent, zelfs naar huidige maatstaven aan de bovenkant van het spectrum. Mensen protesteerden. Hoe moest het dan met de infrastructuur? En met elektriciteit, wegen en stromend water? Was dat niet belangrijk? Mijn argument zou zijn dat de belangrijkste infrastructuur die we hebben goed opgeleide mensen zijn.’

    Zonder president Bourguiba was Karboul niet naar school gegaan. Bij mijn vijfde poging slaag ik er eindelijk in haar in Londen aan de lijn te krijgen. Ze spreekt Duits, heeft in Duitsland gestudeerd en onlangs nog haar zus in Stuttgart bezocht. Ze is van alle markten thuis, heeft voor de Boston Consulting Group gewerkt, leiding gegeven aan ngo’s, was tijdens de Arabische Lente minister in Tunesië en wijdt zich nu met voormalig Brits premier Gordon Brown aan de wellicht meest onderschatte crisis van onze tijd. 

    ‘En als we niets doen, zal in 2030 de helft van de kinderen en jongeren op de wereld niet leren’

    ‘Bij de 250 miljoen kinderen die niet naar school gaan, moeten nog 330 miljoen kinderen worden opgeteld die wel naar school gaan, maar daar niets leren,’ zegt Karboul. ‘En als we niets doen, zal in 2030 de helft van de kinderen en jongeren op de wereld, de helft van 1,6 miljard mensen, niet leren.’ Deze getallen zullen na de pandemie nog angstaanjagender klinken. Karboul: ‘Wat betekent het als er de komende 4500 dagen een miljard Afrikanen op de arbeidsmarkt komen? Worden ze werkloos? Met alle risico’s van dien? Of worden ze de leiders van morgen?’ Net als Karboul zelf dus, die met drie achterstandshindernissen tegelijk werd geconfronteerd: geslacht, afkomst en huidskleur. Ze werd niet toevallig minister in Tunesië. En niet toevallig kwam Tunesië als enige land uit de Arabische Lente tevoorschijn als democratie, waarvoor het in 2015 de Nobelprijs voor de Vrede ontving.

    Zo kan een gevaar dus in een kans veranderen, misschien wel in een wondermiddel. De Wereldbank heeft uitgerekend dat het opleiden van meisjes een positief effect heeft op negen van de zeventien ontwikkelingsdoelen van de VN. En klimaatonderzoekers hebben het opleiden van meisjes op de zesde plaats gezet van hun adviezen om het klimaat te redden. Hoger dan elektrische auto’s.

    Amel Karboul heeft een concept ontwikkeld dat ervoor moet zorgen dat ieder kind naar school gaat. En dat het daar ook iets leert. Hoe? Elk onderwijsstelsel leert van het beste stelsel uit zijn klasse: Tunesië van Vietnam, Duitsland van Finland. En de financiering wordt gekoppeld aan resultaten. Het pilotproject om te zien of dit concept succesvol kan zijn, is de ngo Educate Girls, waarmee de Indiase Safeena Husain meisjes naar school krijgt.

    Educate Girls bereikte 7300 kinderen in 140 dorpen, hun leerniveau ging tussen 2016 en 2019 met 79 procent meer omhoog dan dat van even oude kinderen op andere scholen. Kosten: 278.000 dollar. De financiering van dit idee is totaal anders dan gebruikelijk, maar is wel de kwintessens van Karbouls leven. ‘Ik ben in de allerarmste landen geweest, heb gezien hoe boeken in de kast stonden te verstoffen; ik zag scholen zonder ramen, maar met enorme wc’s, omdat daar wel geld voor was. Driekwart van wat we doen heeft geen enkel resultaat: geen banen voor kinderen die van school komen, kinderen die na jaren nog niet kunnen lezen. Ik word er gek van. Zo veel geld. Zou u 1000 euro uitgeven voor een vlucht naar New York, als de vliegtuigmaatschappij zegt dat drie van de vier vluchten niet aankomen?’

    Deel 1 van haar idee: landen en ontwikkelingshulporganisaties betalen niets meer voor boeken en wc’s, maar betalen voor een kind dat kan lezen. En voor een schoolverlater die een baan heeft. Risico: geen. Boeken en toiletten worden betaald door private investeerders, ondernemingen en privépersonen. Als ze succes hebben, verdienen ze mee: 3 tot 15 procent. De gesubsidieerden kunnen met het geld doen wat ze nodig vinden. Geen toiletten en boeken meer waar niemand wat aan heeft.

    ‘Wij definiëren rechtvaardigheid in termen van prestatie en behoefte’

    Voor deze financieringsdriehoek heeft Karboul een fonds opgericht. De VN geloven in het concept en hebben het uitverkoren tot trustfund. Ook investeerders geloven erin, Educate Girls heeft inmiddels toezeggingen voor 100 miljoen dollar: hoop voor 1,5 miljoen meisjes. In Sierra Leone, geteisterd door burgeroorlog en ebola, dongen drie keer zoveel investeerders mee als er nodig waren. Toch krijgen ze alleen geld als hun project er beter uitkomt dan klassieke ontwikkelingshulpprojecten. Wie aarzelen, zijn de mensen van de ontwikkelingshulp. Groot-Brittannië neemt het voortouw en betaalt samen met de regering aldaar 30 miljoen dollar voor een project in Ghana. Langzaam gaat het ook daar de goede kant op. ‘Covid heeft ons een flinke push gegeven,’ zegt Karboul: de politici in Europa weten nu wat een crisis in het onderwijs betekent.

    Ideeën zijn alleen een aanbod. Dat geldt voor alle ideeën hier, waarin twee dingen samenkomen. Ze verminderen de ongelijkheid en ze zijn verankerd in de realiteit, ze zijn bewezen succesvol. Niet iedereen vindt ze goed. Ook het concept van Karboul krijgt kritiek: waarom moeten ook private investeerders eraan verdienen? Leidt dat er niet toe dat landen zich zullen terugtrekken? Is onderwijs geen publiek goed?

    Belangrijke vragen. De vraag waarom investeerders eraan moeten verdienen, valt te beantwoorden: omdat zij de enigen zijn die risico lopen, en het dus rechtvaardig is – althans vanuit Duits perspectief. ‘Voor de meerderheid van de Duitsers betekent rechtvaardigheid niet dat iedereen gelijk is,’ zegt Marcel Fratscher, directeur van het DIW, een Duits Instituut voor economisch onderzoek, die een boek heeft gepubliceerd over de samenleving na corona, dat werd genomineerd voor de prijs voor het beste boek over economie. ‘Wij definiëren rechtvaardigheid in termen van prestatie en behoefte. Het is rechtvaardig dat iemand die meer presteert, meer bezit. En ook dat iemand die niets heeft, hulp krijgt.’ Fratscher kan veel over rechtvaardigheid vertellen, bijvoorbeeld dat samenlevingen die hun zwakkeren beschermen, beter uit de pandemie komen. En net als Erica Chenoweth gelooft hij dat de wereld een kans heeft om door de pandemie rechtvaardiger te worden. Het blijft daarbij alleen wel onduidelijk wat rechtvaardigheid precies is. Ieder mens verstaat er iets anders onder, ook Chenoweth, Zeiler, Karboul en Weyl. Alleen Tang en Heumann zijn het met elkaar eens: rechtvaardigheid is inclusie, participatie.

    De strijd van Kristina Lunz

    Kristina Lunz voert actie voor vrouwenrechten in het klein en denkt erover na in het groot.

    Kristina Lunz komt uit een arbeidersgezin in Franken en was in haar familie de eerste die ging studeren – haar eerste overwinning op een onrechtvaardige samenleving. In Duitsland gaat maar 27 procent van de arbeiderskinderen studeren, tegen 79 procent van de kinderen van academici. In 2014, als student, voerde ze actie tegen de Bild Zeitung, waarin elke dag een foto van een topless meisje verscheen. Het was haar eerste gevecht tegen stereotypering en seksisme. In 2018 stopte Bild Zeitung ermee. Haar volgende succes behaalde ze toen ze met andere vrouwen de campagne ‘Nee is nee’ initieerde, die resulteerde in een wet voor vrouwenrechten. 

    Eenmaal afgestudeerd werd Lunz door Scilla Elworthy, een activiste die driemaal is genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, gevraagd om een organisatie voor haar op te zetten. Lunz voelde zich gevleid en richtte het Centre for Feminist Foreign Policy op. 

    Feministische buitenlandse politiek? Jazeker. In Zweden, Canada en Frankrijk bestaat die al. En landen als Duitsland en Finland nemen het steeds serieuzer, alleen al omdat Lunz en haar team hen adviseren. Hetzelfde deed ze tot begin 2020 bij het opzetten van het feministische netwerk Unidas van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas.

    ‘Wij zijn niet de eersten die feministische analyses en buitenlandse politiek bij elkaar brengen, maar we horen wel tot de veel te weinigen naar wie geluisterd wordt,’ zegt Lunz. Juist nu is haar werk van belang. Vrouwen worden door de pandemie harder geraakt dan mannen: doordat ze als verpleegkundigen meer aan het virus worden blootgesteld, doordat er minder geld wordt besteed aan anticonceptie en gezinspolitiek nu het geld naar de strijd tegen corona gaat, doordat vrouwen door discriminatie armer, zwakker en aan meer gevaren blootgesteld zijn.

    In juli schreef ze met haar team in een plan van 41 pagina’s hoe vrouwen tijdens de pandemie geholpen kunnen worden. Het ging over de bezetting van de gremia die hulpgelden verdelen, via humanitaire noodhulp tot en met het opzetten van nieuwe structuren. Ideeën die Zweden in praktijk bracht toen het, naast veel andere hulp, snel 2 miljoen euro ter beschikking stelde voor voorbehoedmiddelen in ontwikkelingslanden en voor vrouwenhuizen in Sierra Leone.

    RadicalxChange

    Glen Weyl, oprichter van RadicalxChange, heeft eens een ongewone uitspraak gedaan. Naast zijn politieke werk is hij adviseur van Microsoft en doet hij onderzoek. Zoals zovelen ergert hij zich aan de macht van de big tech-bedrijven en ook vindt hij het onterecht dat ze ons niet betalen voor onze data, zoals werknemers worden betaald voor hun werk. De wereld heeft een datavakbond nodig. Volgens dezelfde logica heeft een ‘future team’ van Microsoft, geleid door Weyl, een app ontwikkeld die 60 cent betaalt voor iedere afbeelding die een gebruiker ter beschikking stelt, zodat een bedrijf met kunstmatige intelligentie daarmee kan oefenen om beelden te herkennen. Weyl probeert het systeem van binnenuit te veranderen.

    ‘Onze CEO Satya Nadella,’ zegt Weyl in die ongewone verklaring, ‘spreekt steeds vaker van een referendum over het kapitalisme dat op dit moment plaatsvindt. Dat we geloven dat het kapitalisme niet zal overleven als het niet leert dat ondernemingen niet moeten afgaan op de waarde die ze intern creëren, maar op de waarde die ze creëren voor de ecosystemen om hen heen.’ Ook in het kapitalisme is de wedloop van de ideeën begonnen. Ook Waldemar Zeiler, oprichter van Einhorn, maakt deel uit van deze beweging.

    Hoe zijn rechtvaardige wereld, geschapen achter de sluier van onwetendheid, eruitziet? ‘Eh, dat weet ik nog niet,’ zegt Zeiler tegen de vraagsteller bij Women’s Hub. Hij wil, zegt hij vervolgens, gewoon de economie veranderen, dat eeuwige ‘meer en meer en meer’.

    Zeven jaar geleden was hij het zat. Voor zijn toenmalige start-up had hij 3 miljoen euro opgehaald, een bewijs van de grote verwachtingen die de investeerders ervan hadden. Het liet hem koud. Hij gooide het bijltje erbij neer en ging op wereldreis. Af en toe stuurde zijn kompaan Philip hem foto’s met businessideeën. Op een dag: lelijk verpakte condooms. 

    Condooms? Oké, dan moest het nieuwe dus in de onderneming zelf zitten: new work, het idee dat ondernemingen levende organismen zijn die het best in staat zijn informele hiërarchieën te vormen. De baas wordt afgeschaft. Wie vragen heeft, moet ze stellen aan degene die ergens het meest van afweet. En iedereen neemt vrij wanneer hij wil. De salarissen worden gezamenlijk vastgesteld. 

    ‘Alles weggeven, 100 procent van de winst naar het bedrijf’

    Terwijl Zeiler vertelt, verschijnen er vragen op het chatscherm: hoe zit het met het ego? En met het salaris? Het geld is niet zo moeilijk, zegt hij, niemand kan zich verrijken. Maar het ego… Daar wordt nog aan gewerkt. Workshops over geweldloze communicatie, bijeenkomsten waarbij iedereen kan zeggen wat haar of hem niet bevalt.

    Of ze met al dat ‘inner work’ nog wel aan werken toekomen? Als je leest, zegt Zeiler, hoeveel mensen nog permanente stiptheidsacties lijken te voeren, dan is het geld goed besteed.

    Veganistisch en duurzaam: hun condooms veroverden al snel de biomarkt. Ze maakten winst, de drogisterijketen DM nam ze in het assortiment op. Veel verandering, maar het echt revolutionaire idee moest nog komen. 50 procent van de winst ging in de onderneming, 50 procent naar Philip en hemzelf, maar op een dag zeiden ze: dit klopt niet. De vrouwen bij Einhorn hebben ook menstruatieproducten ontwikkeld en daarmee de omzet verdubbeld.

    Ze bespraken het fenomeen van de ongelijkheid en gingen naar een conferentie op een oud landgoed, waar ze Armin Steuernagel ontmoetten, oprichter van de Stiftung Verantwortungseigentum [Stichting Eigendom schept verantwoordelijkheid]. Steuernagel stond daar in de paardenstal en Zeiler vond hem aanvankelijk maar extreem: alles weggeven, 100 procent van de winst naar het bedrijf. Maar mettertijd wilden zij dat ook. ‘Het voelde als een revolutie, een uitbarsting, een utopie, omdat het de hebzucht uitschakelde,’ zegt Zeiler. Het tegendeel van het oprichterskapitalisme van Silicon Valley, dat volledig gericht is op het uittreden van de oprichters als de onderneming is verkocht of naar de beurs gebracht.

    Tot nu toe is er voor hun model geen geschikte rechtsvorm. Verschillende ministeries kijken ernaar. Maar Zeiler en zijn medestrijders hebben wel een signaal afgegeven; zeshonderd ondernemers en honderd medestanders, vrouwen en mannen, onder wie Marcel Fratscher, sloten zich bij de ideeën aan. En steeds meer mensen voegen zich bij de beweging, ook Maren Jopen, wier volgende bedrijf Jopenau net van start is gegaan, speelt met de gedachte. Meer en meer en meer, maar op een heel andere manier.

    Lorenz Wagner is de afgelopen maanden op zoek geweest naar grote ideeën over gerechtigheid. Er geldt slechts één criterium: ze moeten zich al enigszins bewezen hebben. Een van die denkmodellen heeft Wagner zelf in de praktijk gebracht: als zijn twee kinderen allebei het laatste stukje van de taart willen, mag het ene het stuk delen en mag het andere kiezen welk stuk voor hem is.

    Miljonairs eisen belasting

    Op dit moment bezit 10 procent van de Duitsers tweederde van het nationale nettovermogen; de bovenste 1 procent heeft 35 procent in bezit. Daartegenover heeft 20 procent van de Duitsers, en volgens sommige studies zelfs 40 procent, geen reserves en mogelijk schulden.

    Tijdens de coronacrisis steeg het vermogen van de rijken in Duitsland naar 20 biljoen dollar, een recordbedrag. Het aantal miljonairs groeide van 1,5 miljoen in 2019 naar 2,1 miljoen in 2021 en 2900 Duitsers bezitten nu meer dan 100 miljoen dollar.

    Volgens experts blijft de vermogenskloof groeien als er niets verandert. Wie rijk is geboren, wordt nog rijker; degenen die arm beginnen, zullen hun achterstand nooit inhalen. De levensverwachting van rijken is acht tot tien jaar hoger dan die van armen. Bedroeg het salaris van een topmanager vroeger twintig of dertig keer het gemiddelde salaris, nu is dat tweehonderd, driehonderd of zelfs duizend keer.

    ‘Waarom betalen we zo veel meer aan mensen die voor ons geld zorgen dan aan mensen die voor onze kinderen zorgen?’, vroeg selfmade multimiljonair Ralph Suikat zich af. ‘Dat is qua prestaties niet te verklaren.’ Daarom plaatste hij in juli met collega-campagnevoerders – georganiseerd in de Movement Foundation, een fonds van tweehonderd vermogenden die gerechtigheid, ecologisch bewustzijn, democratie, vrede en ander moois willen bevorderen – de oproep #Taxmenow in Süddeutsche Zeitung en de Oostenrijkse Standard, waarin ze eisen dat de staat meer belastingen heft. De oproep werd door 36 vermogenden uit Duitsland en Oostenrijk ondertekend en ook andere Europese miljonairs sloten zich aan. ‘Corona vergroot de ongelijkheid en gezondheidsrisico’s en vermindert onderwijskansen voor armen, terwijl sommige rijke mensen en bedrijven tijdens de crisis nog rijker zijn geworden’, staat in de oproep. ‘Wij zijn welvarend en zetten ons in voor een hogere vermogensbelasting om meer kansen, participatie en toekomstige investeringen voor iedereen mogelijk te maken.’

    De ondertekenaars pleiten onder meer voor herinvoering van de vermogens-belasting en strengere regels tegen belastingontduiking.

  • Verhit droogte de gemoederen in Centraal-Azië?

    Verhit droogte de gemoederen in Centraal-Azië?

    Eind april laaide het grensconflict tussen Kirgizië en Tadzjikistan weer op. De inzet: een lokaal waterreservoir. In hoeverre is de aanhoudende droogte de aanleiding voor het conflict? Bellingcat zocht het uit.

    Eind april vielen er tientallen doden en honderden gewonden en sloegen duizenden mensen op de vlucht tijdens een grensconflict tussen Kirgizië en Tadzjikistan. Het was niet voor het eerst dat de twee buurlanden strijd leverden over de vraag waar precies hun grens loopt, maar dit was wel de ernstigste confrontatie in jaren.

    De directe aanleiding schijnt dit keer onenigheid te zijn geweest over de plaatsing van beveiligingscamera’s bij het waterdistributiepunt Golovnaja, in het grensgebied tussen Tadzjikistan en Kirgizië. Vandaar verspreidde de onrust zich naar andere gebieden, sommige op meer dan honderd kilometer van Golovnaja.

    De volgende kaart toont een wirwar van grenzen en wegen. Distributiepunt Golovnaja ligt op de smalle strook Kirgizisch grondgebied die de Tadzjiekse enclave Voroech scheidt van de rest van Tadzjikistan.

    image1 1
    De enclave Voroech linksonder en het grotere gebied linksboven zijn deel van Tadzjikistan. Het gebied rechts erboven en de enclave rechts van het midden horen bij Oezbekistan. De rest is onderdeel van Kirgizië. – © Google Maps

    Interne politieke strubbelingen in Kirgizië en Tadzjikistan zijn genoemd als achterliggende oorzaak van de botsingen van afgelopen april. Daarnaast spelen er sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ingewikkelde grensgeschillen.

    Uit satellietbeelden komt echter nog een mogelijke oorzaak van de oplopende spanningen in de regio naar voren: klimaatverandering en schaarste aan water en landbouwgrond als gevolg daarvan. In de jaren voorafgaand aan de botsingen, zo blijkt uit data, viel er minder regen dan gewoonlijk, daalde de temperatuur en ging de toestand van de vegetatie achteruit. Deze veranderingen hoeven natuurlijk niet de directe oorzaak van de crisis te zijn geweest, maar de correlatie is opvallend en vraagt om nadere inspectie.

    Gelukkig stellen vrij toegankelijke bronnen ons in staat een mogelijk verband te onderzoeken. Zo kunnen we het oplaaiende conflict tussen Kirgizië en Tadzjikistan in de context plaatsen van een veranderend klimaat.

    Uit een analyse van data van Landsat 8, Sentinel 2 en andere satellieten blijkt dat door de ongewone weerpatronen van de laatste paar jaar de watervoorraad in het Kirgizisch-Tadzjiekse grensgebied kleiner werd, gewasopbrengsten terugliepen en planten het zwaar hadden.

    image7
    Een veelhoek rond de belangrijkste landbouwgebieden in Kirgizië en Tadzjikistan, zoals te zien op de afbeelding hierboven, diende als analysegebied voor de grafieken en afbeeldingen in dit artikel.

    Laten we, met dat in het achterhoofd, onze blik richten op de belangrijkste landbouwgebieden. De grafieken en kaarten in dit artikel hebben betrekking op de belangrijkste landbouwgebieden in de regio, die op de kaart rood gemarkeerd zijn.

    Het droge seizoen

    Het grootste deel van het water in het grensgebied stroomt door de rivier de Isfara, een netwerk van kanalen en het waterbekken Tortkoel. Dit reservoir is zichtbaar als een blauwe vlek in het op de kaart gemarkeerde gebied. Het is uitermate belangrijk voor boeren aan beide kanten van de grens.

    Volgens de Kirgizische regering is het Tortkoelbekken niet alleen een ‘object van strategisch belang’, maar irrigeert het tevens duizenden hectaren landbouwgrond. Ook boerderijen aan de Tadzjiekse kant van de grens zijn afhankelijk van het water uit het bekken, dat via de Isfara, kanalen en waterdistributiepunt Golovnaja het land binnenkomt.

    image3
    Jaarlijkse regenval 1981-2020. Gegevens van de Universiteit van Californië in Santa Barbara en het programma van de Climate Hazards Group InfraRed Precipitation with Stations (CHIRPS) van de Geologische Dienst van de Verenigde Staten.

    In 2020 namen de zware seizoensregens die normaliter het Tortkoelbekken vullen drastisch af, tot het laagste niveau sinds 1995. Een anomalie was dit niet: het extreme regentekort in 2020 volgde op een periode van drie jaar waarin het in het gebied sowieso minder had geregend.

    Als gevolg van deze droge periode daalde het waterniveau in het Tortkoelbekken aanzienlijk. Ook deze verandering is duidelijk op satellietbeelden te zien. Hieronder tonen we een satellietfoto uit juli 2018, genomen in de zomer na de meest recente periode met zware lenteregens, en een andere uit juli 2020, het hoogtepunt van het laatste droge jaar. Het wateroppervlak is duidelijk kleiner geworden.

    image4 1
    image10

    Alhoewel het water uit het Tortkoelbekken ook als drinkwater wordt gebruikt, blijkt uit een rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties dat het bekken in de eerste plaats dient voor de ‘opslag van irrigatiewater’.

    Aangezien het water uit het bekken dus vooral naar gewassen stroomt en minder naar huishoudens, kunnen we een andere meeteenheid gebruiken om na te gaan of de planten in de regio voldoende water krijgen. De NDMI (Normalized Difference Moisture Index) wordt afgeleid uit infraroodmetingen door satellieten van het watergehalte in het bladweefsel van planten. Hoge waarden duiden op vochtigere planten, terwijl lagere waarden duiden op droogte. Het twaalfmaandelijks voortschrijdend gemiddelde van de NDMI-waarden, afgeleid uit Sentinel-2-beelden, laat in de zomer van 2019 een lichte stijging zien van het watergehalte van de vegetatie in de regio, gevolgd door een neergang in 2020.

    image9
    Gemiddelde van de NDMI-waarden over twaalf maanden

    Op timelapsebeelden van Sentinel 2 van de NDMI-index is deze afname nog duidelijker. De volgende drie foto’s, genomen rond de oogsttijd in oktober 2018, 2019 en 2020, laten een snelle daling zien van de vochtigheid van de vegetatie. Op de beelden staat donkerblauw voor meer vocht en rood voor minder. Het verschil in deze kleuren in de loop van drie jaar is opmerkelijk. En zorgwekkend, aangezien watergebrek uiteraard slecht is voor planten. Het vermindert de opbrengst en kan leiden tot vraat, plantenziekten en misoogsten.

    Een ander interessant gegeven om naar te kijken is de NDVI (Normalized Difference Vegetation Index), niet te verwarren met de eerdergenoemde NDMI. Dit is een serie metingen van de veranderingen in de groenschakeringen op satellietbeelden, die laten zien hoe gezond planten op een bepaalde locatie zijn. Aangezien de onderzochte regio vooral bestaat uit landbouwgrond, geeft de NDVI een redelijk idee van hoe de gewassen in het gebied ervoor staan.

    Een NDVI-analyse van Landsat-8-beelden van deze landbouwregio laat een aantal opeenvolgende jaren met een gezonde vegetatie zien, gevolgd door een verrassende periode van groei, en daarna in 2020 opeens een steile duik.

    image2

    De toestand van de landbouwgewassen was van 2013 tot 2015 vrij stabiel, van 2015 tot 2017 ging het zelfs iets beter met ze en in 2018 en 2019 weer wat minder goed. Maar in 2020 duikelden de gemiddelde NDVI-waarden opeens sterk, tot onder het niveau van 2015.

    Timelapsebeelden laten eenzelfde verschraling van de landbouw zien in de periode 2019-2020. Twee foto’s, genomen met een tussenpoos van een jaar, laten in 2019 nog dichtbegroeide akkers zien, maar in 2020 pluksgewijze, dunnere vegetatie. Het verschil springt vooral in het oog in de linkerbovenhoek van de foto (westelijk van de rivier de Isfara op Tadzjieks grondgebied), middenboven (ook in Tadzjikistan) en rechts onderaan (op Kirgizisch grondgebied oostelijk van het reservoir).

    Deze variatie is ook terug te zien op de thermische bandbreedte van Landsat 8, die de temperatuur aan de grond meet aan de hand van infraroodstraling. In feite is het een thermische satellietfoto. Een grafiek van deze waarden laat vanaf 2019 een scherpe temperatuurdaling zien. De temperatuur aan de grond in de enclave Voroech bleef van begin 2017 tot eind 2019 nagenoeg gelijk, om tussen eind 2019 en eind 2020 ineens een stuk lager te worden.

    image6

    Samen duiden de NDVI- en de thermale metingen erop dat de gewassen in deze landbouwregio in 2020, het laatste jaar waarvoor data beschikbaar is, het zwaar te verduren hadden en de temperatuur aan de grond sterk daalde.

    Beide kanten van de gecompliceerde grens tussen de twee landen zijn voor hun watertoevoer sterk van elkaar afhankelijk. Eén enkele onderbreking, laat staan een combinatie van een lagere waterstand en een koeler klimaat, kan voor Kirgizische en Tadzjiekse boeren een catastrofe betekenen.

    Voedselzekerheid

    Het zou te ver voeren om te beweren dat voornoemde veranderingen de directe oorzaak waren van de botsingen in april dit jaar. De aanleiding voor het conflict was een ruzie over beveiligingscamera’s bij waterdistributiepunt Golovnaja. Dat neemt niet weg dat milieuverandering en waterschaarste hier in de toekomst voor problemen in de landbouw kunnen gaan zorgen en nieuwe conflicten kunnen uitlokken. 

    Zelfs op papier zijn veel van de territoriale conflicten nog niet beslecht. Hoewel Kirgizië de controle heeft over de Golovnaja-installatie, houdt de Tadzjiekse grenspolitie vol dat Golovnaja ‘volledig gelegen’ is op Tadzjieks grondgebied, zich baserend op Sovjetkaarten uit de jaren twintig en tachtig.

    Een recent artikel van de nieuwsservice Eurasianet beschreef de installatie als ‘feitelijk een sluis in de Isfara’, die het water doorsluist ‘naar bewoond gebied stroomafwaarts in zowel Kirgizië als Tadzjikistan’. Ook de Tadzjiekse grenspolitie noemt Golovnaja van levensbelang voor de irrigatie van niet alleen Tadzjiekse maar ook Kirgizische en Oezbeekse akkers.

    De controle over de Golovnaja-sluis kan van doorslaggevend belang worden voor de lokale voedselzekerheid

    Als de meteorologische trend doorzet en de boeren in elk van deze landen in 2021 minder water zullen ontvangen en hun opbrengsten zien dalen, kan de controle over de Golovnaja-sluis, en het water dat erdoorheen stroomt, van doorslaggevend belang worden voor de lokale voedselzekerheid.

    Een paar vragen blijven echter onbeantwoord. Ten eerste: was er een relatie tussen de lagere temperatuur in 2020 en de waterschaarste? Zo niet, kunnen andere milieukwesties dan tot de gevechten hebben geleid?

    Ten tweede: hoewel er in 2020 zeker minder water beschikbaar was, wordt het resterende water uit het Tortkoelbekken en het netwerk van kanalen nog steeds door mensen gecontroleerd. Waren er soms menselijke factoren, naast het klimaat, die de watertoevoer naar boeren in 2019 en 2020 ten goede of ten slechte hebben beïnvloed? Kreeg Kirgizië bijvoorbeeld minder water dan gebruikelijk uit het bekken? Heeft een ongewoon kleine hoeveelheid Tadzjikistan bereikt, en zo ja, waarom?

    Ten slotte moeten andere, lokale factoren worden meegewogen. Weliswaar laaiden de gevechten op bij de Golovnaja-installatie, maar politieke en sociale onenigheid verhoogden de spanning.

    Een kleine provocatie kan tot botsingen leiden die een hele regio kunnen destabiliseren

    Open source-beeldmateriaal alleen kan geen licht werpen op deze complexe gebeurtenissen. Wel blijkt duidelijk uit satellietbeelden dat de boeren in het gebied in de periode sinds 2019 niet alleen te kampen hadden met waterschaarste voor de bevloeiing van hun akkers, maar ook met lagere temperaturen dan gebruikelijk. Samen kan dat hebben bijgedragen aan de zeer magere oogsten in 2020, en het stemt tot zorgen voor 2021.

    Het lijdt geen twijfel dat broeikasgassen en menselijke activiteiten het klimaat op aarde steeds sterker beïnvloeden, met als gevolg een verhoogde kans op misoogsten en droogte. Hierdoor krijgen historische geschillen over de controle van schaarse hulpbronnen een nieuwe urgentie. In zo’n situatie kan een kleine provocatie, zoals de plaatsing van beveiligingscamera’s, tot botsingen leiden die een hele regio kunnen destabiliseren.

  • Koerden vrezen vertrek VS uit Syrië | Met menselijk haar de oceanen opruimen

    Koerden vrezen vertrek VS uit Syrië | Met menselijk haar de oceanen opruimen

    Koerden in Syrië hopen dat het Amerikaanse leger hen niet in de steek laat

    De Arabisch-Koerdische strijdkrachten die het noordoosten van Syrië in handen hebben, hebben de terugtrekking van de VS uit Afghanistan ‘met argusogen gadegeslagen’, meldt The Washington Post.

    In 2019 had voormalig president Trump besloten dat meer dan de helft van de Amerikaanse troepen die in Syrië zijn gestationeerd moesten vertrekken. Dit werd ervaren als ‘verraad aan de Koerden’ die streden tegen de jihadistische groepering Islamitische Staat (IS), aldus het Amerikaanse dagblad. De gedeeltelijke terugtrekking had ‘de kaart hertekend‘ van Noordoost-Syrië, waarvan delen in handen kwamen van een door Turkije gesteunde Syrische militie, en andere in handen van het Syrische leger, gesteund door Rusland en Iran. Een ‘pijnlijke herinnering die nog vers in het geheugen staat’ van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF).

    ‘In het noordoosten van Syrië denken weinig mensen dat de Amerikanen voor onbepaalde tijd zullen blijven’

    Maar in de afgelopen maanden heeft de regering-Biden ‘getracht’ de leiders van de Arabisch-Koerdische strijdkrachten gerust te stellen door het zenden van militairen. Ongeveer negenhonderd Amerikaanse troepen zijn nog steeds in het gebied om IS te bestrijden. ‘De [Amerikaanse] regering heeft verklaard dat het partnerschap sterk blijft en dat de Amerikaanse troepen niet op korte termijn zullen vertrekken’, schrijft The Washington Post.

    ‘Amerikaanse officieren kwamen naar ons toe en zeiden dat er geen verandering zou komen in Syrië‘, bevestigt SDF-leider Mazloum Abdi, geïnterviewd door de Amerikaanse krant.

    Over de toekomst van de Amerikaanse aanwezigheid is de Koerdische generaal ‘voorzichtig maar optimistisch’ en hoopt hij dat ‘Amerika zich aan zijn beloften zal houden’. In het noordoosten van Syrië ‘denken weinig mensen dat de Amerikaanse troepen voor onbepaalde tijd zullen blijven’, aldus de krant. Maar voor Abdi moeten de Amerikaanse troepen ’blijven tot er een oplossing voor de Syrische crisis is gevonden’.

    Voor de Amerikanen is aanwezigheid in de regio belangrijk voor het ‘machtsevenwicht’ in Syrië, waar naast het Syrische leger ook Russische, Turkse en Iraanse strijdkrachten aanwezig zijn.

    Lees ook:


    Chinese telefoonfabrikant Xiaomi groeit hard

    Amerikaanse sancties hebben de smartphoneactiviteiten van Huawei hard geraakt en ondertussen profiteert een ander Chinees bedrijf daarvan. Technologiebedrijf Xiaomi heeft het gat opgevuld dat door Huawei is achtergelaten op de markten van Europa tot Zuidoost-Azië en China. Het doet dit volgens een scenario dat ook door veel andere Chinese merken wordt gehanteerd, namelijk door producten aan te bieden met eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van concurrenten, maar dan wel tegen veel lagere prijzen, schrijft The Wall Street Journal.

    Er is geen enkel bedrijf dat wereldwijd meer telefoons heeft verkocht in de maand juni dan Xiaomi

    Volgens marktonderzoeker Counterpoint Research is er geen enkel bedrijf dat wereldwijd meer telefoons heeft verkocht in de maand juni dan het in Beijing gevestigde Xiaomi. Het bedrijf passeerde Samsung en Apple en werd voor het eerst het nummer één smartphonemerk ter wereld. De maand-op-maandomzet groeide met 26 procent en daarmee was Xiaomi ook het snelst groeiende merk van juni. In het tweede kwartaal van dit jaar was Xiaomi wereldwijd het tweede merk qua verkoop.

    Lees ook:


    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.

  • Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    China: ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.

    Lees ook:


    Maersk bestelt groenere schepen

    Het Deense Maersk, de grootste rederij ter wereld, investeert 1 miljard Britse pond, circa 1,17 miljard euro, in CO2-neutrale containerschepen. Het bedrijf bestelt acht containerschepen die kunnen varen op groene methanol en op traditionele bunkerbrandstof, bericht The Guardian. Volgens Maersk, dat onder meer goederen verscheept voor H&M Group en Unilever, leidt de vervanging van oudere door fossiele brandstoffen aangedreven schepen, tot een vermindering van zeker 1 miljoen ton CO2 per jaar.

    ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’

    De bestelling van de schepen bij Hyundai Heavy Industries in Zuid-Korea, is vooralsnog de grootste stap om de scheepvaartindustrie, die verantwoordelijk is voor bijna 3 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, CO2-arm te maken. De scheepvaart reageerde relatief traag op oproepen om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen, deels omdat schonere alternatieven schaars en duurder zijn. ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’, aldus Søren Skou, CEO van Maersk. De acht schepen, elk met een capaciteit van 16.000 containers, worden naar verwachting aan het begin van 2024 opgeleverd.

    Lees ook:

    10 miljard yuan voor Chinese boeren

    Pinduoduo, het grootste technologieplatform in China dat boeren en distributeurs rechtstreeks met consumenten verbindt, kondigde vorige week aan 10 miljard yuan, circa 1,3 miljard euro, te doneren aan de landbouwsector. Direct daarna steeg de beurskoers met 22 procent. De donatie komt overeen met instructies van president Xi Jinping om sociale ongelijkheid aan te pakken, schrijft Le Courrier International.

  • Scheepvaartindustrie doet niet aan klimaatregels

    Scheepvaartindustrie doet niet aan klimaatregels

    Scheepsbouwers en mijnbedrijven vertegenwoordigen een industrie die evenveel vervuilt als alle Amerikaanse kolencentrales bij elkaar. Toch kunnen zij achter gesloten deuren hun eigen regels opstellen.

    De IMO [International Maritime Organization] is een deftig en zeer machtig bureau van de Verenigde Naties aan de oever van de Theems. De afgevaardigden ontmoeten elkaar al decennialang achter gesloten deuren om de vaak wat duistere wereld van de internationale scheepvaart te reguleren – een sector die evenveel koolstofdioxide uitstoot als alle Amerikaanse kolencentrales bij elkaar en gebruikmaakt van een van de allersmerigste brandstoffen: een dikke olie waar ook asfalt van wordt gemaakt. 

    Vorige maand nam het IMO voor het eerst sinds het Parijs-akkoord nieuwe regels aan omtrent de uitstoot van broeikasgassen. De regels beperken de uitstoot niet en verhullen essentiële details in een mist van geheimzinnigheid. 

    Het IMO stelt al sinds 1948 de internationale spelregels op. Nationale overheden kunnen de scheepvaart, in tegenstelling tot andere industrieën, maar moeilijk reguleren. Een in Japan gebouwde tanker kan eigendom zijn van een Grieks bedrijf, van China naar Australië varen met een Indiase bemanning – en dat alles onder Panamese vlag. Toen wereldleiders om deze reden besloten om de internationale scheepvaart buiten het verdrag van Parijs te houden, legden zij de verantwoordelijkheid neer bij de IMO. Maar deze organisatie lijkt allerminst van plan om wezenlijke veranderingen door te voeren.

    Ambitieus milieuplan

    ‘Ze hebben er alles aan gedaan om een serieus gesprek te blokkeren of de angel eruit te halen,’ zegt Albon Ishoda, een diplomaat van de Marshalleilanden. Zijn Pacifische eilandstaatje had vroeger nooit moeite met de grote invloed van de industrie op de organisatie en droeg daar zelfs aan bij. Het land verkocht zijn diplomatieke zetel in Londen jaren geleden aan een Amerikaans bedrijf. Maar de opwarming van de aarde heeft daar verandering in gebracht. De zeespiegel stijgt. Huizen spoelen weg. Een deel van de eilanden kunnen het komende decennium al onbewoonbaar worden.

    Daarom hebben de Marshalleilanden een ambitieus milieuplan opgesteld, dat voorziet in een CO2-belasting voor vervuilers. Ook proberen de eilandbewoners hun diplomatieke zetel terug te veroveren en zo weer een stem te krijgen op het internationale toneel.

    ‘Mijn voorouders geloofden dat de oceaan ons welvaart brengt,’ vertelt de minister die achter de campagne zit. ‘Nu vrezen we dat de oceaan onze dood zal gaan worden.’

    Maar de kans dat de Marshalleilanders de maritieme organisatie hun wil kunnen opleggen is zeer klein. In 1990 tekende de eerste president van het land een overeenkomst met het bedrijf International Registries Inc. Elk schip kon voortaan, zonder veel belasting of andere kosten te betalen, onder de vlag van de Marshalleilanden varen. Het bedrijf uit Virginia in de VS regelde alles en algauw bezaten de Marshalleilanden op papier een van de grootste koopvaardijvloten ter wereld. De regering deelde in de opbrengst – die volgens een ambtenaar van de archipel neerkwam op een slordige 8 miljoen dollar per jaar. 

    ‘De IMO is eigenlijk een besloten club van oude zeelui’

    In 2015, toen minister van Buitenlandse Zaken Tony de Brum naar de IMO afreisde, ontstond echter deining. Even daarvoor had hij bij de klimaatonderhandelingen in Parijs sympathie geoogst met verhalen over zijn in de golven verdwijnende vaderland. In Londen verwachtte hij eenzelfde ontvangst. Maar toen hij in het zakenkostuum van zijn eiland verscheen – bloemenoverhemd, broek en een net jasje – werd hij naar eigen zeggen door de beveiliging terug naar zijn hotel gestuurd om een das te halen.

    ‘De IMO is eigenlijk een besloten club van oude zeelui,’ vertelt analist Thom Woodroofe, die de Brum naar Londen begeleidde. ‘Het zou me niks verbazen als je tijdens de vergaderingen nog mag roken.’ 

    De Brum kon aanvankelijk niet eens gaan zitten, omdat International Registries, dat de Marshalleilanden bij de IMO vertegenwoordigde, weigerde zijn zetel af te staan.

    Industriebonzen

    In de regel worden landen bij klimaatgesprekken van de Verenigde Naties vertegenwoordigd door ervaren politici en delegaties van ambtenaren. Bij het milieucomité van de maritieme organisatie komt een op de vier afgevaardigden uit de industrie zelf.

    Een vertegenwoordiger van het Braziliaanse mijnbouwbedrijf Vale, een van de grootste CO2-vervuilers van de sector en een belangrijke overzeese exporteur, zit er als regeringsadviseur bij. Ook de Franse oliegigant Total en een reeks verenigingen van scheepseigenaren zijn van de partij. Deze bedrijven helpen het beleid bepalen. Niet zelden spreken zij zelfs uit naam van regeringen – ook vertrouwend op de geheimhoudingsplicht die binnen de organisatie bestaat.

    En vaak is onduidelijk waar de affiniteit van de afgevaardigden precies ligt. Zo maakte Luiz Gylvan Meira Filho in 2017 en 2018 deel uit van de Braziliaanse delegatie als onderzoeker van de Universiteit van São Paulo. Tegelijkertijd werkte hij bij een door Vale gefinancierde onderzoeksorganisatie. Het tweede jaar was hij zelfs een betaalde consultant van het bedrijf. In een interview beschreef hij deze rol als dubbel voordelig voor zijn land: hij ondersteunde de Braziliaanse ambtenaren met zijn expertise, terwijl Vale zijn kosten betaalde.

    Andrew Bowden CC Flickr Headquarters of the International Maritime Organization 2
    Het hoofdkwartier van de IMO in Londen. – © Andrew Bowden / CC Flickr

    Honderden andere industriebonzen nemen deel als geaccrediteerd toeschouwer en kunnen tijdens de vergaderingen hun zegje doen. Ze zijn veel talrijker dan vertegenwoordigers van milieuorganisaties. Een verzoek tot accreditatie van het Environmental Defense Fund in 2018 werd afgewezen.

    De Brum probeerde deze industrieafgevaardigden en diplomaten over te halen om binnen acht maanden ambitieuze uitstootdoelen af te spreken. ‘De tijd is kort en werkt tegen ons,’ zei hij in 2015 tegen hen. Maar de toenmalige secretaris-generaal van de IMO, de Japanner Koji Sekimizu, verzette zich tegen strenge uitstootgrenzen, vanwege de rem die dat op de economische groei zou zetten. Een informeel blok van landen en industriegroepen wist het stellen van doelen drie jaar lang te traineren.

    Uit verslagen waarop The New York Times de hand wist te leggen blijkt dat vooral China, Brazilië en India er herhaaldelijk voor gingen liggen. In 2015 heette het te vroeg om een strategie te bepalen. In 2016 was het voorbarig om doelstellingen af te spreken. In 2017 ontbrak het aan gegevens om langetermijndoelen te kunnen bespreken.

    Al snel besloten de afgevaardigden om de doelstelling van nul uitstoot maar helemaal weg te laten

    Het ontbreken van gegevens wordt wel vaker als excuus aangevoerd. De Braziliaanse vertegenwoordiger admiraal Louise Henrique Caroli zei geen geloof te hechten aan onderzoekresultaten die wijzen op een stijgende uitstoot. Volgens hem wilde Brazilië de uitstoot best beperken, maar moest er eerst verder onderzoek worden gedaan naar de economische consequenties van zo’n stap.

    De Cook Eilanden, een andere Stille-Zuidzeearchipel, voert vergelijkbare argumenten aan. Net als de Marshalleilanden wordt het land door de stijgende zeespiegel in zijn bestaan bedreigd. Maar volgens Joshua Mitchell van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de eilandengroep zijn op korte termijn banen en de kosten van levensonderhoud belangrijker. 

    De IMO brengt milieumaatregelen bijna nooit in stemming maar zoekt liever naar een informele consensus. In de praktijk geeft dat luidruchtige tegenstanders een vetorecht. 

    Geen wonder dus dat van De Brums grootse plannen, toen de afgevaardigden in 2018 eindelijk doelstellingen gingen formuleren, weinig over was. De doelstelling van de Marshalleilanden was nul uitstoot ‘in de tweede helft van de eeuw’ – vanaf 2050 dus. Industriebonden maakten daarvan ‘in de loop’ van de tweede helft van de eeuw. Met een kleine tekstwijziging was de termijn stilletjes vijftig jaar opgeschoven.

    Al snel besloten de afgevaardigden echter, zonder erover te stemmen, om de doelstelling van nul uitstoot maar helemaal weg te laten.

    Slechts twee doelstellingen bleven uiteindelijk overeind: allereerst zou de industrie de brandstofefficiëntie met tenminste veertig procent proberen te verbeteren. Dat was niet meer dan een luchtspiegeling. *Deze doelstelling was zo bescheiden dat hij, volgens sommige berekeningen, al gehaald was op het moment dat hij werd aangekondigd. Ten tweede zou het bureau zijn best doen om de uitstoot in 2050 te halveren. Maar zelfs deze verwaterde doelstelling blijkt onhaalbaar. Volgens gegevens van het bureau zelf kan de uitstoot nog met wel dertig procent toenemen.

    Eindeloze compromissen

    Toen de afgevaardigden elkaar oktober vorig jaar weer ontmoetten – vijf jaar na De Brums speech – was nog geen enkele actie ondernomen. Voorstellen zoals maximumsnelheden waren besproken en snel weer verworpen. Wat overbleef was wat sommige afgevaardigden wel de ‘koelkastrating’ noemden – een score die net als die van huishoudelijke apparatuur schone en vuile schepen van elkaar moet onderscheiden.

    Volgens Europese afgevaardigden kan dit systeem alleen werken als schepen met een slechte score op een zeker moment niet meer uit mogen varen. Maar dat vonden China en bondgenoten te ver gaan. Dus droeg de Noor Sveining Oftedal, die de vergadering voorzat, Frankrijk en China op om in een apart gesprek tot een vergelijk te komen.

    De IMO laat het aan de bedrijven over om aan te geven hoe vuil hun schepen zijn

    De Marshalleilanden werden overal buiten gehouden. ‘“We hebben naar jullie geluisterd”, zeiden ze altijd tegen ons,’ vertelt Ishoda. ‘Maar zodra ze in details traden zeiden ze: ‘Sorry, jullie bijdrage wordt niet op prijs gesteld’. 

    Uiteindelijk legde Frankrijk zich bij vrijwel alle Chinese eisen neer. De vuilste schepen gaan niet aan de ketting. Scheepseigenaren moeten plannen indienen waarin ze de intentie tot verbetering uitspreken, zonder echt iets te hoeven verbeteren.

    Dit alles gebeurde in het diepste geheim. De IMO noemde de vergadering in een samenvatting een ‘grote stap voorwaarts’. Woordvoerder Natasha Brown zei dat het klanten en belangengroepen meer macht had gegeven. 

    Helaas bevat de regeling nog een andere grote lacune. De IMO zal de scores niet publiceren, en laat het aan de scheepvaartbedrijven over om aan te geven hoe vuil hun schepen zijn.

    Nieuwe wind

    Sinds kort is de politieke wind aan het draaien. De Europese Unie is bezig om de scheepvaart mee te nemen in haar emissiehandelssysteem. De Verenigde Staten, dat jarenlang geen grote rol in het bureau speelde, gooit het onder president Biden over een andere boeg en liet onlangs weten ook naar de uitstoot van de scheepvaart te zullen kijken.

    Het zouden twee grote klappen zijn voor het IMO, dat lang heeft volgehouden dat alleen zij in staat is om de scheepvaart te reguleren. 

    Maar de weerstand achter gesloten deuren is zeker niet gebroken. Op opnames van een klimaatvergadering van afgelopen winter is te horen dat alleen al de suggestie dat de scheepvaart duurzaam zal moeten worden, een woedende reactie uitlokt. ‘Dat soort uitlatingen getuigen van een gebrek aan respect voor de industrie,’ zei Kostas G Gkonis, directeur van handelsgroep Intercargo.

    Vorige maand ontmoetten de afgevaardigden elkaar in het geheim om te bespreken welke beoordeling in het nieuwe ratingsysteem als voldoende zou moeten gelden. Onder druk van China, Brazilië en andere landen legden de afgevaardigden de lat zo laag dat de uitstoot rustig door kan blijven stijgen – in praktisch hetzelfde tempo als voor de regulering.

    De afgevaardigden kwamen overeen de kwestie over vijf jaar opnieuw te bespreken.

  • Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Oproep voor steun aan Afghaanse kunstenaars

    Een groep van 350 kunstenaars, filmmakers, artiesten, schrijvers en curatoren heeft de Amerikaanse regering in een open brief verzocht om hulp te bieden aan Afghanen werkzaam in de culturele sector die op de vlucht zijn voor de taliban. De groep, die zich Arts for Afghanistan noemt, roept de Amerikaanse regering op om ‘alles te doen’ om ‘het vertrek van Afghanen die risico lopen, te bespoedigen’ en om daarbij ook ‘kunstenaars, filmmakers, artiesten en schrijvers’ op te nemen, aldus ArtNet News.

    ‘De stemmen van kunstenaars worden als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’

    Volgens de briefschrijvers namen cultuurwerkers al vóór de overname door de taliban grote risico’s bij het weergeven van de ervaringen en het verwoorden van de ambities van Afghanen, daartoe vaak aangemoedigd of gesteund door de Amerikaanse regering.

    Volgens politicoloog Eric Gottesman, een van de ondertekenaars, ‘worden de stemmen van kunstenaars als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’. De briefschrijvers vragen de Amerikaanse regering om de uitgifte van visa voor artiesten te versnellen.


    Draghi bepleit humanitaire hulp voor Afghanistan

    De Italiaanse premier Mario Draghi wil dat Italië de middelen die bestemd waren voor de Afghaanse strijdkrachten nu inzet voor humanitaire hulp. Tijdens een digitaal overleg vroeg hij leiders van G7-landen hetzelfde te doen. Hij voegt eraan toe dat de door Italië voorgezeten G20 de G7 zouden kunnen helpen om andere belangrijke spelers zoals Rusland, China, Saoedi-Arabië, Turkije en India bij de plannen te betrekken, schrijft het Italiaanse persbureau ANSA. Dit alles omdat er een enorme inspanning nodig is op het gebied van immigratie.

    Draghi wil er zorg voor dragen dat internationale organisaties ook na de deadline van 31 augustus toegang houden tot Afghanistan.

    Lees ook:


    Algerije en Marokko ruziën

    Algerije heeft vorige week de diplomatieke betrekkingen met Marokko verbroken op beschuldiging van ‘vijandige acties’. Algerije beweerde vorige week al dat de dodelijke bosbranden die op 9 augustus uitbraken tijdens een zinderende hittegolf, het werk waren van ‘terroristische’ groepen. Een daarvan wordt gesteund door Marokko, schrijft Al-Jazeera.

    De bosbranden hebben ten minste negentig mensen het leven gekost

    De bosbranden in Algerije hebben tienduizenden hectaren bos verwoest en aan ten minste negentig mensen het leven gekost, waaronder meer dan dertig soldaten. Volgens de Algerijnse autoriteiten zijn branden aangestoken door de onafhankelijkheidsbeweging MAK uit de Berberse regio Kabylië, die zich uitstrekt langs de Middellandse Zeekust ten oosten van de hoofdstad Algiers.

  • Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.


    De laatste zwaardmakers van Toledo

    De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.

    ‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’

    ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’

    Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.

    Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.


    ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat en de sociale orde is hersteld’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.


    Groen staal uit Zweden

    De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.

    ‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset

    HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.


    Toch porno op OnlyFans

    Minder dan een week nadat OnlyFans had aangekondigd pornografie op zijn platform te verbieden, trok de Britse site die beslissing weer in, omdat het bedrijf ‘garanties heeft gekregen die nodig zijn om onze gemeenschap van diverse makers te kunnen ondersteunen’. Kennelijk zijn er nieuwe overeenkomsten afgesloten met banken, zodat makers die inhoud op OnlyFans plaatsen kunnen worden betaald, ook degenen die seksueel expliciet materiaal aanbieden, schrijft Variety.

    OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand

    Oprichter en directeur Tim Stokely legde de schuld voor het pornoverbod bij onder meer JP Morgan Chase, Bank of New York Mellon en Metro Bank. Het conflict met de banken is mogelijk opgelost door openbaar te maken hoeveel geld er door de site stroomt: OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand. Ook de woedende reacties van sekswerkers die op de site vertrouwden voor hun onderhoud zullen doorslaggevend zijn geweest.