Internationale commentatoren en opiniemakers over de bosbranden die deze zomer woeden in Noord-Amerika, Europa en Azië. ‘Dit nieuwe normaal is abnormaal – en het is dodelijk.’
‘Als je een klimaatscepticus kent, kijk je misschien uit naar een volgende ontmoeting, zodat je al het bewijs kunt presenteren dat deze vreselijke zomer te bieden heeft. Op veel plekken is dit het ergste seizoen ooit als het gaat om natuurbranden. Ongekende hittegolven en bosbranden in Noord-Amerika, Europa en Azië hebben mensen gedood, huizen verwoest en de levensomstandigheden ondraaglijk gemaakt. Deze verhalen mogen op geen enkel moment alledaags worden. Dit nieuwe normaal is abnormaal – en het is dodelijk.’
Helena Smith – correspondent Griekenland, Turkije en Cyprus
‘In een land dat gehard is door de realiteit van het omgaan met verzengende hittes en met een bijpassend lexicon – wetenschappers in Athene, de zuidelijkste metropool van Europa, waren de eersten ter wereld die hittegolven namen gaven – lijken er plotseling geen woorden te zijn voor temperaturen die records breken en zo langdurig zijn. “Zonder einde en krachtig”, zo drukte een weerman het uit; “ongekend”, zo zei een andere weerman. Maar steeds vaker hoor ik ook een andere zin: “Griekenland is het nieuwe Dubai.”’
‘Een studie uit 2021 van het onafhankelijke onderzoekscentrum Dianeosis schat dat tegen 2050 het aantal dagen dat Griekenland door hittegolven zal worden getroffen per jaar met 15 à 20 zal toenemen; het aantal dagen met een hoog brandrisico zal met 15 tot 70 procent stijgen en extreme weersverschijnselen zullen veel vaker voorkomen. Maar volgens veel milieuactivisten is ook het gebrek aan preventie en gecoördineerd overheidsbeleid verantwoordelijk voor deze terugkerende branden.’
‘De vooruitgang van Bangladesh bij het omgaan met natuurrampen staat in schril contrast met de situatie in Europa, waar de afgelopen jaren 180 Duitsers omkwamen door plotselinge overstromingen, talloze doden vielen als gevolg van ongekende bosbranden in Frankrijk, Spanje en Griekenland, en een historische hittegolf op het continent vorig jaar meer dan 61.000 levens eiste. De Europese autoriteiten haasten zich nu om rampenbestrijdingssystemen op te zetten – en ze kijken daarbij naar Bangladesh voor advies.’
Een referendum moet uitsluitsel geven over de vraag of de Ecuadoraanse regering ruwe olie mag exploiteren in een gebied van ruim 1 miljoen hectare met de grootste biodiversiteit ter wereld. De oorspronkelijke bewoners, de Waorani, doen er alles aan om hun leefomgeving te beschermen.
Op 15 augustus 2013 maakte de president van Ecuador, Rafael Correa, de stopzetting van het Yasuní ITT-initiatief bekend. Het betrof een project dat was opgezet om de aanwezige aardolie in blok 43 van Nationaal Park Yasuní in de grond te houden. Dit park, het grootste beschermde gebied van Ecuador, beslaat meer dan een miljoen hectare verdeeld over de provincies Orellana en Pastaza, in het noordoosten van het Amazoneregenwoud.
De annulering van het project liep vooruit op de plannen van de regering om genoemd blok te exploiteren, ook al bevond het zich in een van de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld; dit gebied is door de Unesco uitgeroepen tot biosfeerreservaat en is domicilie van de Tagaeri en de Taromenane, de laatste inheemse groepen die in Ecuador in vrijwillig isolement leven. Vanwege de stopzetting vroeg het milieucollectief Yasunidos om een referendum, met de bedoeling de burgers zelf te laten beslissen. Tien jaar later, na talloze juridische obstakels, gaf het Constitutioneel Hof toestemming; het referendum zal nu op 20 augustus worden gehouden.
Een dag na de gunstige beschikking om een referendum uit te schrijven begon de minister van Energie, Fernando Santos, over de te verwachten verliezen voor de staat als de exploitatie van blok ITT zou worden geblokkeerd: ‘Het gaat om 1,2 miljard dollar aan (jaarlijkse) inkomsten in een land met enorme problemen,’ zei hij. De regering gaf te kennen dat er irrationele verlangens ten grondslag lagen aan het verzet tegen het genereren van inkomsten die overduidelijk hard nodig waren. Ze liet welbewust de schaduwkanten van haar eigen pleidooi buiten beschouwing.
Koolstofdioxide
Het Yasuní ITT-initiatief hield in dat Ecuador zich verplichtte 846 miljoen vaten in de grond te houden, wat de uitstoot van 400 miljoen ton koolstofdioxide moest tegenhouden. In ruil daarvoor zou het land een financiële compensatie van de internationale gemeenschap krijgen van 3600 miljoen dollar, 50 procent van wat, heette het, de baten zouden zijn als de olie wel werd geëxploiteerd. Toen het initiatief, zes jaar nadat het was gelanceerd, werd afgeblazen, was er 13 miljoen dollar binnengekomen, amper 0,37 procent van het verwachte bedrag.
Het Nationaal Park Yasuní, dat in 1989 door de Unesco tot biosfeerreservaat werd verklaard, en het aangrenzende Voorouderlijk Leefgebied van de Waorani behoren tot de gebieden met de hoogste biodiversiteit ter wereld. In het park wees de Ecuadoraanse staat in 1999 een zona intangible aan, een ‘onaantastbare zone’ (ongeveer 74 procent van het totale oppervlak), die eeuwig moest worden gevrijwaard van oliewinning. Het aardolieblok ITT grenst aan een deel van de onaantastbare zone, waar de Tagaeri en Taromenane wonen; zij zijn verwant zijn met de Waorani, een van de veertien oorspronkelijke inheemse groeperingen van het land.
Tot halverwege de jaren vijftig leefden alle stammen met een Waorani-origine in vrijwillig isolement. Ze kregen met gedwongen verhuizing te maken toen zendelingen van het Linguïstisch Zomerinstituut hen, met toestemming van de staat, uit hun gebied weghaalden en verplaatsten naar een bepaald stuk grond met de bedoeling hen te ‘kerstenen’. Een deel van het territorium dat ze achterlieten werd prompt ingepikt door Texaco, waarmee het begin van de ecologische verwoesting door aardoliewinning een feit was.
Toen in 2008 de huidige grondwet werd opgesteld, werd revolutionair genoeg gedecreteerd dat de natuur moest worden erkend als rechtspersoon en dat de inheemse dorpen moest worden gegarandeerd dat ze tevoren zouden worden geraadpleegd over eventuele exploitatieplannen van hun territorium. Niettemin verzocht de toenmalige president Correa het parlement met een beroep op dezelfde grondwet, na de mislukking van het Yasuní ITT-initiatief te hebben afgekondigd, om de exploitatie van de aardolie in blok ITT van nationaal belang te verklaren.
Jongeren
Uit verontwaardiging over de teleurstellende beschikking vormden leden van mensenrechtenorganisaties, milieuactivisten en feministen, veelal jongeren tussen de zestien en dertig, het collectief Yasunidos, een onafhankelijk front dat inmiddels alle kritische geluiden tegen het grove verdienmodel bundelt en van de casus Yasuní ITT zijn speerpunt heeft gemaakt.
Niet veel later later deponeerde Yasunidos een vraag bij het Constitutioneel Hof om het genoemde referendum uit te schrijven: ‘Bent u het ermee eens dat de regering van Ecuador de ruwe olie van het ITT, bekend als blok 43, voor onbepaalde tijd in de grond houdt?’
Tegen april 2014 waren vrijwillige inzamelaars erin geslaagd 757.623 handtekeningen binnen te halen, veel meer dan het vereiste aantal. Ze werden diezelfde maand ter verificatie overhandigd aan de Nationale Kiesraad. Maar via een proces dat jaren later frauduleus zou worden bevonden schrapte dat instituut meer dan vierhonderdduizend handtekeningen en weigerde het toestemming tot het referendum. Er werden de idiootste redenen aangevoerd om de ongeldigverklaring van de handtekeningen te onderbouwen: dat er alleen met een blauwe balpen mocht worden ingevuld, dat de formulieren niet allemaal even groot waren of evenveel wogen, dat de kopie van de achterkant van het identiteitsdocument van de inzamelaars ontbraken, dat iemand die Batman heette niet mocht tekenen, al zijn er in Ecuador mensen die zo heten en had inderdaad een zekere Batman zich pro Yasuní uitgesproken.
Er was een kronkelig proces begonnen, waarin vanuit vijf regeringsinstanties een onbeschrijfelijke wirwar aan juridische beletselen naar voren kwam om maar te verhinderen dat het referendum werd uitgeschreven. Het proces zou tien jaar duren en drie regeringen overleven. ‘Het is duidelijk dat de staat, onafhankelijk van het zittende staatshoofd, waakt over de belangen van de grondstofwinning die het levensbloed van het kapitaal zijn,’ zegt zegt Pedro Bermeo, juridisch adviseur en spreekbuis van Yasunidos.
Uiteindelijk, in september 2022, toen het Constitutioneel Hof erkende dat de rechten van Yasuní en de ondertekenaars waren geschonden, gaf de Landelijke Kiesraad dan toch toestemming voor het uitschrijven van het referendum. Wel moest nog de vraag worden goedgekeurd die tien jaar eerder was voorgelegd.
De grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd
Als de uitslag ‘ja’ wordt, zou dat de geleidelijke ontmanteling moeten betekenen van de olievelden die daar al in werking zijn. Niets had kunnen verhinderen dat dat gebeurde. In 2016, zodra de verklaring over het vermeende nationaal belang van kracht werd, begon het staatsoliebedrijf Petroamazonas met de exploitatie van de velden Tiputini en Tambobocha, en in 2022 ging het een stap verder met het bodemonderzoek van het Ishpingo-veld.
Alicia Cahuiya en haar voorouders werden geboren in de gemeenschap Ñuneno, in het hart van wat nu het huidige Nationaal Park Yasuní is, in de zona intangible. Halverwege de jaren zeventig, toen ze zes maanden oud was, werden zij en haar familie uit hun grondgebied gehaald en overgeplaatst naar wat door de zendelingen als een protectoraat werd betiteld. Meer dan tien jaar lang woonden ze ver van hun geboortegrond.
Alicia, nu zevenenveertig en moeder van vijf kinderen, begon ze zich af te vragen hoe die ondernemingen hun land konden binnenkomen zonder de daar wonende gemeenschappen te hebben geraadpleegd. Op haar vijftiende kwam ze al met vrouwen van haar eigen stam samen te komen om het verzet te organiseren en begon een politieke loopbaan die ze tot nu toe vastberaden heeft volgehouden.
Op een gegeven moment besefte ze dat het complot tussen de staat en de zendelingen uiteindelijk zijn beslag kreeg dankzij de medewerking van corrupte leiders van hun eigen mensen die, in ruil voor privileges, de plundering toestonden. Om het recht op financiële autonomie te verkrijgen en politieke bewegingsvrijheid af te dwingen richtte ze de Amwae op, het Verbond van Waorani-vrouwen uit het Ecuadoraans Amazonegebied; later werd ze de op een na belangrijkste persoon van de Nawe, de organisatie die de hele Waorani-gemeenschap van Ecuador omvat.
Economisch profijt
Sinds Ecuador in 1972 veranderde in een olie exporterend land, heeft in de collectieve verbeelding het argument postgevat van economisch profijt als gevolg van de oliewinning. Dat groeide langzaamaan uit tot een panacee van jewelste: het zou een einde maken aan honger en armoede. Dit is doel niet gehaald, sterker nog, de grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd.
Wat betreft de bodemonderzoeken in het Ishipingo-veld, het kwetsbaarste omdat het grenst aan de zona intangible, zei minister Santos begin mei in een lokale krant dat ‘het een teleurstelling was, omdat er een heel dikke teer naar boven kwam’.
Vanwege alle complicaties die samenhangen met het oppompen van ruwe olie in blok ITT heeft [de nationale oliemaatschappij] Petroecuador erop gewezen dat van de 846 miljoen vaten die in 2007 werden geacht nog als oliereserve aanwezig te zijn, er vandaag de dag nog maar 136 miljoen resteren. Ter verdediging voerde het bedrijf aan dat de winst de komende 33 jaar zo’n 4800 miljoen dollar zou bedragen, dat wil zeggen 148 miljoen per jaar, een bedrag dat hooguit 0,47 procent van de nationale begroting in 2023 bedraagt.
‘De plek met de meeste biodiversiteit ter wereld wordt vernietigd vanwege een verwaarloosbaar getal,’ zegt Pedro Bermeo. Fernando Benalcázar, de voormalige onderminister van Mijnbouw, verdedigt de exploitatie van blok ITT en houdt vol dat juist het deel van het Nationaal Park Yasuní dat aangetast zou worden te verwaarlozen is. ‘Voorkomen dat beslag wordt gelegd op 85 hectare ten behoeve van 18 miljoen Ecuadoranen lijkt mij niet op z’n plaats,’ zei hij.
Als een van de alternatieven voor het oliewinningsmodel stelt Bermeo het schrappen van de belastingvrijstellingen voor de rijksten van het land voor. Volgens gegevens van de Dienst Interne Inkomsten liep Ecuador om die reden in 2021 6338 miljoen dollar mis, wat per jaar alleen al zo’n 30 procent meer is dan wat het in 33 jaar zou ontvangen met de exploitatie van blok ITT.
Als de inkomsten door de aardolieverkoop niet ten goede komen aan ontwikkeling, als ze bijna gelijk zijn aan wat wordt besteed aan het importeren van derivaten, als de reserves afnemen, wie wordt er dan rijker van die handel? ‘Dat zijn de grote ondernemingen die de branche diensten verlenen,’ antwoordt Ramiro Ávila, een raadsman van Yasuní en universitair hoogleraar.
Als de uitslag ‘ja’ is, zouden olievelden in werking ontmanteld moeten worden
Ecuador zou in een ander land veranderen sinds het een aardolie-economie werd. ‘De staat werd pas corrupt doordat er veel geld in het geding was,’ zegt Ávila. ‘Het exploitatiemodel is aan alle kanten corrupt: er wordt gesjoemeld om een aanbesteding te bemachtigen, en de winst te verdelen. Het is een ramp.’ Minister Santos zelf deed er een schepje bovenop in zijn inaugurale toespraak in oktober 2022. ‘De olie heeft vooruitgang gebracht, maar ook de kanker van de corruptie.’
Ondanks de bewijzen waaruit de huidige zwakte van de economie blijkt en ondanks de veelsoortige schade van ecologische aard die de exploitatie veroorzaakt, zal Ecuador in de nabije toekomst niet kiezen voor een verantwoordelijker en rechtvaardiger beleid. Toch kan het tegenhouden van de exploitatie van blok ITT wel degelijk symbolische betekenis hebben. ‘Het land stort niet in als blok 43 niet langer wordt geëxploiteerd,’ zegt Ávila. ‘Maar als we daarvoor kiezen, kiezen we voor een manier van leven die niet is gebaseerd op de exploitatie van de mens of de agressieve uitputting van de natuur. Dat is wat er op het spel staat.’
Ook elders in de wereld is het deze week extreem heet
Een groot deel van Europa kampt met een ongekende hittegolf, die onder meer heeft gezorgd voor zware bosbranden. Dat schrijft CNN. Zo zijn in Griekenland duizenden mensen geëvacueerd omdat de bosbranden aldaar moeilijk te controleren zijn. Ook kampen Spanje, Italië en Frankrijk met zeer hoge temperaturen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In meerdere Europese steden komt het kwik deze week boven de veertig graden uit, onder meer doordat warme lucht vanuit Afrika boven het Europese continent blijft hangen. Eerder deze maand werden al globale klimaatrecords gebroken, en ook op andere continenten zijn zeldzame temperaturen geregistreerd.
Zo werd in Death Valley in Californië een temperatuur van bijna 52 graden gemeten, en kampen grote delen van Noord-Afrika en China met extreme hitte. De eerste week van juli werd door klimaatwetenschappers al bestempeld als de heetste week ooit op aarde.
Maandag 3 juli gaat voorlopig de boeken in als de heetste dag ooit op aarde, bericht The Guardian. De Amerikaanse National Centers for Environmental Prediction gaven aan dat het maandag wereldwijd gemiddeld 17,01 graden was, waarmee het record uit 2016 van 16,92 ruimschoots werd gebroken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Klimaatdeskundigen zeggen dat het nieuwe record een nieuwe bevestiging is van de toenemende opwarming van de aarde en dat het een kwestie van tijd is voordat het huidige record uit de boeken gaat. Experts stippen aan dat het op verschillende plekken in de wereld momenteel ongebruikelijk heet is.
Zo is er sprake van een enorme hittegolf in het zuiden van de VS en kampt China met ongebruikelijk hoge temperaturen. Duizenden moslims die meedoen aan de hadj-bedevaart in Saoedi-Arabië raakten de afgelopen dagen bevangen door de hitte. Op verschillende plekken in Noord-Afrika werden temperaturen van ruim 50 graden gemeten en op Antarctica werd het in juli 8,7 graden, waarmee het warmterecord voor die maand werd verbroken.
In Nieuw-Zeeland bevindt zich een voetbalveld op een wel heel bijzondere plek: aan de voet van de hoogste berg van het land. Het is aangelegd met het oog op het naderende WK voetbal voor vrouwen en zal daarna worden prijsgegeven aan de natuur.
Een nieuw aangelegd voetbalveld in de schaduw van Mount Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland, werd onlangs ingewijd door twee lokale meisjesteams. Het eindigde in een gelijkspel (1-1). Aanleiding was de komende FIFA Women’s World Cup, die vanaf 20 juli in Australië en Nieuw-Zeeland wordt gehouden. Daarna moet de natuur het weer terug kunnen veroveren. Dat was de voorwaarde.
De Trump Organization is het meest gehate bedrijf van de VS volgens de 2023 Axios Harris Poll, schrijft het Amerikaanse nieuwsnetwerk CNBC. Ook drie socialemediabedrijven – Twitter, Meta en TikTok – prijken in de top-zeven van deze lijst, die reputaties van bedrijven meet. Ruim 16.000 Amerikanen wijzen daarvoor honderd van de ‘zichtbaarste’ bedrijven aan, waaraan ze vervolgens scores toekennen. De top-zeven bestaat uit de Trump Organization, FTX, Fox Corporation, Twitter, Meta, Spirit Airlines en TikTok.
Meta en Twitter scoren slecht op ‘cultuur’ en ‘ethiek’: beide kregen onlangs zware kritiek na het ontslag van duizenden werknemers per e-mail. Voor Twitter, dat nog slechts een derde waard is van de 44 miljard dollar die Elon Musk ervoor betaalde, was dat slechts één drama in een lange reeks. TikTok presteert ondermaats op ‘burgerschap’ en ‘karakter’. De Trump Organization scoorde vooral slecht op ‘karakter’, ‘vertrouwen’ en ‘ethiek’.
Nog een kleine twee jaar wachten en dan is het zover: in april 2025 gaat de opera De naam van de roos in première in het Teatro alla Scala in Milaan, zo laat de directie van het wereldberoemde theater weten. Het betreft een nieuwe opera gebaseerd op de historische roman uit 1980 van de Italiaanse schrijver en intellectueel Umberto Eco, die zeven jaar geleden overleed in Milaan.
De opera, die wordt geschreven door de componist Francesco Filidei uit Pisa, is een gezamenlijk project van la Scala, de Opéra van Parijs en het Teatro Carlo Felice in Genua, en zal worden geregisseerd door Damiano Michieletto. ‘Dit is een heel belangrijk werk,’ aldus Dominique Meyer, de superintendent van het Teatro alla Scala. ‘En we willen er niet alleen een leuke avond van maken, maar een waar evenement,’ voegt hij eraan toe. Het project wordt onder meer gesteund door de Italiaanse Vereniging van auteurs en uitgevers, aldus de Italiaanse nieuwssite ANSA.
Wolven op de weg
De foto ‘Coyote Crossing’ van Corey Arnold heeft de BigPicture Natural World Photography-wedstrijd gewonnen, zo bericht My Modern Met. De coyote is slechts een van de ongeveer vierduizend dieren die in het grootstedelijk gebied van Chicago rondstruinen op zoek naar eten. In de Verenigde Staten sterven dagelijks talloze dieren door aanrijdingen met motorvoertuigen.
In ‘Windy City’ worden coyotes niet veel ouder dan drie jaar, in het wild is dat gemiddeld tien jaar en in gevangenschap achttien jaar. Coyotes passen zich na verloop van tijd aan en vinden intuïtief manieren om mens en snelweg te omzeilen. Hun vasthoudendheid is opmerkelijk, na eeuwen van verdrukking blijven ze in de VS nog steeds opduiken.
Het aantal mensen met diabetes zal in 2050 wereldwijd meer dan verdubbeld zijn, tot 1,3 miljard, aldus de website Statnews. De trend wordt versneld door de toenemende ongelijkheid tussen en binnen landen. Volgens een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet, onderdeel van een serie over wereldwijde ongelijkheid aangaande diabetes, blijkt uit nieuw onderzoek dat naar verwachting 1 op de 10 mensen tegen 2050 wereldwijd aan diabetes zal lijden.
‘Diabetes wordt de bepalende ziekte van deze eeuw’, schrijft The Lancet in een redactioneel commentaar bij de serie. ‘Hoe gezondheidsdiensten de volgende twee decennia met diabetes omgaan, is bepalend voor de volksgezondheid en voor de levensverwachting in de komende tachtig jaar. De wereld heeft het sociale aspect van diabetes niet begrepen en de ware omvang en bedreiging van de ziekte onderschat.
De grootste ontwikkelingsbanken ter wereld – zoals IDB Invest, onderdeel van de Inter-American Development Bank, en de International Finance Corporation, de financiële tak van de Wereldbank – kwamen ooit overeen dat ze steun zouden geven aan bedrijven die ernaar streven de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Maar onderzoek toont dat ze precies het tegenovergestelde doen. Op 21 juni verscheen een analyse waaruit blijkt dat de banken juist miljarden hebben gegeven aan grote vee- en graanbedrijven die bezig zijn met de uitbreiding van landbouwsystemen die zorgen voor meer uitstoot, schrijft Inside Climate News.
Het rapport, onderdeel van de campagne Stop Financing Factory Farming, stelt vast dat ’s werelds grootste ontwikkelingsbanken, die particuliere projecten in ontwikkelingslanden ondersteunen, tussen 2010 en 2021 4,6 miljard dollar hebben geïnvesteerd in de landbouw. Een groot deel vloeide naar grote bedrijven, zoals Smithfield, Danone en graangigant Louis Dreyfus.
De banken gaven 2,6 miljard dollar aan deze grote vlees- en zuivelproducenten; Louis Dreyfus ontving 200 miljoen dollar voor de productie van soja en maïs in de Cerrado, een regio met een grote biodiversiteit in Brazilië waar ongeveer de helft van de bossen al is gekapt voor de landbouw. Veel van die gewassen gaan als veevoer naar grote landbouwbedrijven in Europa. Dreyfus, dat onder meer actief is in de landbouw, de voedingsmiddelenindustrie, de internationale scheepvaart, financiën, hedgefondsen, telecommunicatie en vastgoed, heeft zijn hoofdvestiging in Rotterdam.
Dubrovnik pakt lawaai aan
Door wetswijzigingen kunnen lokale overheden in Kroatië sinds kort geluidsovertredingen reguleren en bestraffen. De stad Dubrovnik heeft daar snel gebruik van gemaakt: de burgemeester kondigde een reeks maatregelen aan, waaronder het verbod om koffers over de geplaveide straten van de historische oude wijk te rollen. Of ze nou zwaar zijn of niet, toeristen moeten hun koffers oppakken en dragen. Doen ze dat niet, dan riskeren ze een boete van 265 euro, zo meldt The Mayor, een site met nieuws uit de EU.
Ook andere lawaaimakers krijgen beperkingen opgelegd. Zo moeten cafés en restaurants maatregelen treffen om hun buitenterrassen stil te houden en mogen ze maar een beperkt aantal tafels buiten zetten. Ook zij lopen het risico op boetes in geval van overtredingen, en bij herhaling kunnen hun buitenplekken voor een week, een maand of zelfs permanent worden gesloten. De autoriteiten hebben tevens besloten dat het geluidsniveau op straat niet boven een vastgestelde limiet mag komen; die is in de avonduren op 55 decibel gesteld. De limiet is gericht op straatmuzikanten, die hun geluidssystemen zachter moeten zetten; horecagelegenheden moeten hun luidsprekers buiten verwijderen.
Ook het systeem voor leveranties aan de historische binnenstad wordt aangepast. Nu is bezorging nog toegestaan tussen 5.00 en 7.30 uur ’s ochtends en mogen er niet meer dan tien vrachtwagens tegelijk het centrum in. De stad is nu van plan om de bezorging over te nemen, door speciaal voor dit doel elektrische voertuigen aan te schaffen en personeel in te huren. Deze voertuigen en koeriers kunnen er ook voor zorgen dat de bagage van toeristen, die buiten de oude stad kan worden achtergelaten, naar hun accommodatie wordt gebracht. Het stadsbestuur laat daarmee zien niet alleen dingen te verbieden, maar ook bereid te zijn mee te helpen met veranderingen. Wanneer dit alles zijn beslag krijgt, is nog niet duidelijk. Het is niet waarschijnlijk dat de maatregelen deze zomer al worden ingevoerd.
Door een groeiende behoefte aan grondstoffen staan ondernemingen in de rij om ertsen en metalen van de zeebodem te halen. Dat gaat uiteraard niet zonder ernstige milieuschade. Het team van wetenschapper Pedro Martínez Arbizu onderzoekt in hoeverre het leven in de diepzee zich kan herstellen.
Tweeduizend kilometer uit de kust van Mexico glijdt de Sonne over de nachtzwarte Stille Oceaan. Het schip sleept een instrument achter zich aan dat is uitgerust met foto- en videocamera’s en vlak boven de zeebodem zweeft. Aan boord kijkt Lilian Böhringer van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven gefascineerd naar de livebeelden uit een diepte van 4500 meter. De vlakke bodem is bezaaid met steenklompen zo groot als aardappelen. Op het eerste gezicht lijkt die vreemde wereld op een dood maanlandschap. Maar in het licht van de schijnwerper ontwaart de bioloog overal tekenen van leven in het zachte sediment: kruipsporen, wormgaten, de omtrek van een zeester die zich heeft ingegraven.
Dan trillen er vreemdsoortige diepzeebewoners op haar beeldscherm. Een paar hebben een houvast gevonden op de stenen: anemonen die op bloemen lijken, fragiele koraalboompjes en sponzen op steeltjes, waaraan slangsterren zich vastklampen. Elke twintig seconden maakt de camera een foto van de bodemfauna. Böhringer vergroot het laatste snapshot. ‘Een prachtige zeekomkommer!’ roept ze enthousiast. Het bizarre wezen draagt een soort zeil op de rug en door het roze, bijna transparante lichaam schemert het spijsverteringskanaal. ‘In de diepzee zijn deze dieren bonter en veelsoortiger dan in de koraalriffen.’ Algauw zijn er ook witte, oranje en violette zeekomkommers te zien, stekelige worsten en buikige zeevarkens met beenstompjes.
Geleidelijk verandert het uitzicht: de steenklompen zijn steeds meer bedekt met sediment, de levende wezens worden minder talrijk. Na een paar honderd meter is de zeebodem veranderd in een zandwoestijn. ‘We benaderen bijna het ontginningsgebied,’ zegt de onderzoekster na een blik op haar kaart met de positie van het schip. Kort daarna verschijnen op de bodem de anderhalve meter brede sporen van een tonnen zwaar rupsvoertuig. Op de doorploegde akker zitten een paar zee-egels. Een rood oplichtende garnaal zwemt door het beeld. Het gesteente is verdwenen en daarmee ook de dierenwereld die erop leeft.
Op een diepte van 4000 tot 6000 meter over een oppervlak groter dan de EU ligt 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen
In de herfst van 2022 is vanuit Californië in het noordoosten van de Stille Oceaan een expeditie vertrokken met het Duitse onderzoeksschip Sonne. Een team van 38 mensen wil onderzoeken welke schade de mijnbouw in de oceaan achterlaat. Anderhalf jaar geleden testte de Belgische onderneming Global Sea Mineral Resources (GSR) in deze regio een oogstmachine met de afmetingen van een maaidorser. Die werd ontwikkeld om ertsen te verzamelen van de zeebodem: mangaanknollen die in de loop van miljoenen jaren op de diepzeevlaktes zijn ontstaan. Ze bevatten felbegeerde metalen zoals kobalt, koper en nikkel, die van belang zijn voor nieuwe technologie. Maar de ontginning zou een nog nauwelijks onderzocht ecosysteem op grote schaal kunnen verwoesten.
Maritieme eldorado
De Clarion-Clipperton Zone (CCZ), een zeegebied tussen Hawaï en Mexico, is het maritieme eldorado. Op een diepte van 4000 tot 6000 meter ligt daar over een oppervlak groter dan de EU ongeveer 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen. De Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), een VN-organisatie, beheert deze reusachtige voorraden erts. Ze geeft licenties uit voor internationale wateren – tot dusver alleen voor de verkenning van de bodemschatten. Op dit moment werkt de autoriteit aan een reglement voor de ontginning. Deze Mining Code zou deze zomer goedgekeurd kunnen worden en meteen het startschot zijn voor de diepzeemijnbouw.
Naast GSR behoort ook de Duitse Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffen tot de zeventien licentiehouders in de CCZ. De claims omvatten elk 75.000 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Beieren. In 2021 heeft GSR in het Belgische en het Duitse licentiegebied twee grote knollenvelden van ongeveer 30.000 vierkante meter geoogst en de klompen aan de rand van de testvelden overgeladen. Tegelijkertijd voerde het Europese onderzoeksproject MiningImpact, gecoördineerd door onderzoeksinstituut Geomar uit Kiel, een onafhankelijke milieustudie uit. Nu keren de wetenschappers met de Sonne terug om de gevolgen voor het ecosysteem te onderzoeken.
Fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen
‘De soortenrijkdom in de CCZ is even groot als in de tropische regenwouden, vooral vanwege de mangaanknollen. Daarop vestigen zich veel dieren, die op hun beurt weer andere organismen aantrekken,’ vertelt expeditieleider Pedro Martínez Arbizu van het Duitse onderzoekscentrum naar mariene biodiversiteit in Wilhelmshaven, tijdens de tocht naar het Duitse licentiegebied. ‘Bij eerdere reizen hebben we honderden nieuwe soorten geregistreerd.’
Mijnbouw in de diepzee zou hun leefruimte onherstelbaar beschadigen, vreest hij, omdat oogstmachines de knollen verwijderen en veel stof doen opwaaien. ‘De sedimentwolken verspreiden zich tot ver buiten het mijngebied,’ aldus de bioloog. ‘Filtreerdieren zoals sponzen worden onder de deeltjesregen begraven en zouden kunnen stikken.’
Voor de expeditie, die acht weken zal duren, werden containers vol meetinstrumenten en apparatuur om monsters te nemen ingeladen, waaronder miljoenen kostende hightechapparaten voor diepzeeonderzoek: een op afstand bestuurbare duikrobot met grijparmen en een torpedovormige autonome duikboot om de zeebodem mee in kaart te brengen.
Haperingen
Het begin van de reis verloopt moeizaam. Het coronavirus heeft zichzelf aan boord weten te smokkelen. De besmette mensen moeten zich isoleren in hun hutten. Voor de anderen geldt: mondkapjes dragen en afstand houden. Gegeten wordt er in ploegen – haastig en zwijgzaam. Bovendien hapert de techniek: de gps-lokalisering werkt niet goed, de instrumenten landen niet op de bedoelde coördinaten op de zeebodem. De duikrobot heeft een lek en als er een touw breekt, verdwijnen waardevolle instrumenten ongecontroleerd de diepte in.
Maar onderzoekers en scheepsbemanning lossen de problemen op. Ook de verloren apparatuur kan met behulp van de duikrobot op de oceaanbodem worden gelokaliseerd en onbeschadigd worden geborgen. En na tien dagen klinkt het verlossende bericht van de kapitein door de luidsprekers: ‘Alle PCR-tests zijn negatief!’ Bij het avondeten is de stemming in de eetzaal uitgelaten.
Nog 100 meter, 50… ‘Stop!’ zegt Martínez Arbizu. De matroos stopt de lier. Het apparaat schommelt nu enkele meters boven de bodem, op 4100 meter diepte. Op het beeldscherm zijn een paar plastic buizen te zien, en daaronder de zeebodem. Geen mangaanknollen te bekennen. De onderzoekers willen het door een dikke laag sediment bedekte gebied rondom de mijnlocatie onderzoeken. De lier loopt weer en de buizen boren zich in het sediment.
Ruim een uur later is het apparaat terug aan dek. Meteen stelt een tiental wetenschappers de kostbare monsters veilig. Een tropische regenbui klettert op het scheepsdek. Een paar minuten later zijn de sedimentkernen al op weg naar de laboratoria. Ze moeten onder andere laten zien of door diepzeemijnbouw zware metalen uit de zeebodem vrijkomen en hoe de samenstelling van de bacteriële gemeenschap verandert.
Het team van Martínez Arbizu speurt in het sediment naar dieren die nog geen millimeter groot zijn. Die vormen een groot deel van de diepzeefauna, volgens de bioloog. Op de werktafel voor hem ligt een plas modderig water. Het ruikt naar ethanol. Hij zeeft een sedimentmonster door een fijnmazige stalen zeef. De kleinste levende wezens die daarop achterblijven worden geconserveerd in alcohol en later in Duitsland geteld en gedetermineerd. ‘Het meest vinden we roeipootkreeftjes,’ zegt hij, ‘en draadwormpjes. Alleen al in het Duitse licentiegebied zijn er daarvan ongeveer tienduizend keer zoveel als sterren in onze Melkweg.’
Oceaanschatten
Sinds de eeuwwisseling groeit de belangstelling voor grondstoffen in de diepzee. Naast metaalrijke zwavelertsen en kobaltkorsten op onderzeese bergen zijn de knollenvelden bijzonder gewild. Al in de jaren zeventig werden er pogingen gedaan om ze te benutten, uit angst voor een tekort aan reserves aan land. Nu zijn de energietransitie en de digitalisering de grote aanjagers van de zoektocht naar de oceaanschatten. Mangaanknollen bevatten meerdere metalen die onontbeerlijk zijn voor elektrische auto’s, windmolens en smartphones. Experts schatten dat de hoeveelheid kobalt in de CCZ drie tot zes keer zo groot is als de wereldwijde reserves aan land.
Voorstanders argumenteren dat diepzeemijnbouw niet alleen zou kunnen voorzien in onze groeiende behoefte aan grondstoffen, maar ook onze afhankelijkheid zou verminderen van politiek instabiele en ondemocratische staten. Bijvoorbeeld van Congo, waar ruim tweederde van alle kobalt ter wereld vandaan komt, en van China, dat dominant is bij de verdere verwerking van het metaal. Bovendien zouden de maatschappelijke en de milieukosten geringer zijn dan bij mijnbouw aan land, aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden, en minder giftig afval ontstaat.
Wetenschappers waarschuwen daarentegen voor enorme schade aan het gevoelige ecosysteem door het oogsten van de knollen, die zo belangrijk zijn voor het overleven van veel soorten, door het opgewerveld sediment en het lawaai van oogstvoertuigen in de zeer stille diepzee en het slijk dat transportschepen terugstorten in zee. De traag groeiende fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen. Dat blijkt ook uit een experiment voor de kust van Peru, waar onderzoekers in 1989 een knollenveld omploegden. Bijna dertig jaar later waren de sponzen daar nog niet teruggekeerd.
Diepzeemijnbouw heeft minder milieukosten aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden
De kennis over de diepzeefauna en hun biotoop is nog heel onvolledig. Hoe oud worden de organismen en hoe groot is hun verspreidingsgebied? Hoe planten ze zich voort? Welke soorten hebben een sleutelpositie in het ecosysteem? Deze vragen moeten worden beantwoord om het risico van de diepzeemijnbouw serieus te kunnen inschatten. Anders sterven soorten uit voordat ze worden ontdekt.
Desondanks wil de Internationale Zeebodemautoriteit in juli regels voor de diepzeemijnbouw goedkeuren. Reden voor die haast: Nauru, een klein eilandstaatje in de Stille Oceaan met een licentie in de CCZ, heeft in 2021 een beroep gedaan op een paragraaf in het internationale zeerecht. Volgens die paragraaf moet de autoriteit binnen twee jaar een reglement produceren. In de Mining Code moeten de toegestane grootte van de mijngebieden, de milieuvoorwaarden en de verdeling van de opbrengsten worden vastgelegd. Met de resultaten van de ontginningstest willen de onderzoekers aanbevelingen opstellen, bijvoorbeeld voor het aanwijzen van beschermde gebieden en voor milieucontroles.
De Sonne is intussen al vier weken onderweg op de Stille Oceaan. Dag en nacht gaan instrumenten het water in. ’s Nachts zie je vermoeide gezichten van onderzoekers die uit hun kooi zijn gebeld omdat er monsters aan dek komen. Tijdens nachtenlange sessies met de camera verkent Lilian Böhringer de zeebodem. Overdag werkt ze zich in het zweet in de fitnessruimte of geniet ze aan dek van het zonnige weer en maakt ze kruiswoordpuzzels. ’s Avonds haalt ze met een stralende blik zeekomkommers en andere diepzeedieren uit de verzamelbox van de duikrobot, als die weer aan dek komt.
Prototype
Bij het expeditieteam hoort ook een vertegenwoordiger van de industrie, François Charlet, die leiding geeft aan de grondstofverkenning van GSR in de CCZ. De geoloog heeft in 2021 al de milieustudie begeleid. Tijdens de dagelijkse meeting voor wetenschappers in de conferentieruimte – de Sonne is nu in het Belgische licentiegebied – laat hij een video zien van de ontginningstest. Te zien is hoe het oogstvoertuig de knollen en de bovenste sedimentlaag opzuigt. In technisch opzicht was de test een succes: ‘De Patania II heeft 90 procent van de knollen geoogst,’ zegt hij.
De Patania II was slechts een prototype. De Patania III moet drie keer zo groot worden en in 2025 voor het eerst worden ingezet. Dan heeft GSR een ontginningstest gepland met een boorschip en een transportsysteem dat de knollen naar de oppervlakte brengt. Ook GSR meent dat mijnbouw in de diepzee minder verwoestend zal zijn dan aan land vaak het geval is. Op basis van wetenschappelijke inzichten zou men internationaal geldende regels overeen kunnen komen. ‘Wij willen feedback van het wetenschappelijk onderzoek om de mijnbouw zo milieuvriendelijk mogelijk vorm te geven,’ zegt Charlet. Dan zou men in 2028 kunnen beginnen, na verdere milieustudies en als er een milieumanagementplan is opgesteld. Mocht diepzeemijnbouw onverantwoord blijken, dan zal GSR geen licentie voor ontginning aanvragen.
De concurrentie wil al snel beginnen met de knollenoogst. Kort voor de Sonne was The Metals Company met een boorschip naar de CCZ gevaren. Op basis van een overeenkomst met Nauru, Tonga en Kiribati neemt die Canadese onderneming deel in drie licentiegebieden. In oktober 2022 bracht het meer dan 3000 ton mangaanknollen naar de oppervlakte. De Internationale Zeebodemautoriteit had het plan voor de milieucontroles weliswaar bekritiseerd, maar uiteindelijk toch toestemming gegeven voor de test. Vanaf 2024 wil The Metals Company op industriële schaal gaan ontginnen.
Zou de fauna van de knollenvelden zich daarvan herstellen? Zou ze daarbij geholpen kunnen worden? Diepzee-ecoloog Sabine Gollner van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel wil dat uitzoeken. In de container op het achterdek kijkt ze naar een wand vol beeldschermen. Voor haar zitten de piloot van de duikrobot en een collega die de grijparm bedient. Na de landing trekt de arm plastic frames uit een box, het ene na het andere, en plaatst deze op het spoor van het rupsvoertuig in het testgebied. Andere komen daarnaast. Aan het frame zijn knollen van klei bevestigd: een pottenbakker heeft er drieduizend voor haar gemaakt. ‘Het experiment moet antwoord geven op de vraag of sponzen, anemonen en koralen zich ook vestigen op kunstmatige knollen,’ zegt ze. ‘Zo ja, dan zouden ontgonnen gebieden daarmee hersteld kunnen worden.’ Maar de kosten zouden enorm zijn.
Ecosysteem
Al sinds 2021 worden zulke frames in het testgebied uitgezet. Een aantal daarvan wil de onderzoekster nu weer omhoog halen. Opnieuw strekt de duikrobot zijn grijparm uit. Een grenadiervis met grote ogen duikt kalmpjes op in het licht van de schijnwerper en verdwijnt weer in de duisternis. Later krabt Gollner in het laboratorium met een scheermesje de knollen schoon. Op Texel zal ze de biofilm analyseren. Het zou weleens vele jaren kunnen duren voordat er grotere organismen op de kunstmatige knollen groeien. In het gunstigste geval.
Na bijna twee maanden op zee is er weer land in zicht. Kort voor Kerst bereikt het schip de Californische kust. In de tussentijd heeft de Duitse Bondsregering verklaard dat ze de diepzeemijnbouw voorlopig niet zal steunen. De risico’s en het ecosysteem van de diepzee moeten eerst beter worden onderzocht. De volgende reizen van de Sonne staan al gepland.
Jaarlijks wordt in het Californische Healdsburg 1,3 miljoen kubieke meter rioolwater voor hergebruik gezuiverd en vervolgens gratis verdeeld onder de gebruikers. Essentieel in een regio die kampt met droogte en watertekorten.
Onder een schaduwrijke boom vol granaatappels wijst Brad Simmons vol trots op de boomgaard in zijn achtertuin. Het is eind 2022 in Healdsburg en deze gepensioneerde metaalbewerker, die al zevenenvijftig jaar in dit Californische plaatsje woont, heeft op het kleine lapje grond bij zijn bungalow niet alleen appel-, kersen- en perzikbomen, maar ook nog een perenboom, twee citroenbomen en een honderd jaar oude olijfboom staan. Die kleine boomgaard heeft natuurlijk veel water nodig, en dat wordt ieder jaar schaarser in deze staat, die ondanks de hevige regenval van rond de jaarwisseling nog steeds met historisch grote droogtes kampt. Toch hebben Simmons en veel van de andere twaalfduizend inwoners van dit wijnmakersstadje ten noorden van San Francisco alles er groen bij staan, terwijl het waterverbruik in de gemeente sinds 2020 gehalveerd is.
Healdsburg beschikt namelijk over een bijzondere troef als het gaat om de bevloeiing van tuinen, bomen en wijngaarden: gratis, niet drinkbaar water afkomstig uit een speciale zuiveringsinstallatie voor de recycling van afvalwater. Volgens de gemeente recyclet die installatie elk jaar ruim een miljard liter rioolwater, iets meer dan de helft van het jaarlijkse waterverbruik. Dat gerecyclede water kan gebruikt worden voor irrigatie, in de bouw en bij andere toepassingen die geen drinkwaterkwaliteit vereisen. Dat verlicht de druk op de reservoirs en waterputten in de regio, stimuleert een grote groep gebruikers om bewuster met water om te gaan en verlaagt de hoeveelheid afvalwater die in de Russian River wordt geloosd.
Reservoirs
‘Ik maak me voortdurend zorgen over watertekort,’ zegt Simmons, terwijl hij een tuinslang over het uitgedroogde gras van zijn tuin naar een enorme vierkante tank met duizend liter gerecycled water sleept. Die reservoirs ter grootte van een wasdroger zie je hier overal in de gemeente staan. ‘Dit is dus echt een uitkomst.’
Momenteel wordt in Californië een kleine 900 miljoen kubieke meter water voor hergebruik gezuiverd, ofwel 18 procent van de totale jaarlijks hoeveelheid afvalwater. Maar de staat heeft hogere ambities voor zijn waterzekerheid: de nieuwe doelstelling is bijna een verdriedubbeling, tot 2,5 miljard kubieke meter in 2030. Dankzij initiatieven zoals het Clean Water State Revolving Fund van de Californische waterautoriteit en steun van de federale overheid, waaronder een subsidieprogramma van 750 miljoen dollar, staan er verschillende grote projecten op stapel. Zo wil Orange County de capaciteit vergroten van zijn zuiveringsinstallatie voor drinkwater, die nu al de grootste ter wereld is, om straks zo’n vijfhonderd miljoen liter rioolwater per dag te kunnen recyclen. Het Metropolitan Water District of Southern California wil voor 3,4 miljard dollar een nieuwe recycle-installatie bouwen die voor 19 miljoen gebruikers in de regio Los Angeles een duurzame bron van drinkwater moet worden.
Alles staat er groen bij, terwijl het waterverbruik sinds 2020 gehalveerd is
Maar voor gemeentes met minder inwoners of minder middelen kan een bescheiden aanpak net zo effectief zijn, zegt waterdeskundige Anne Thebo van het Pacific Institute in Oakland, een non-profit onderzoeksinstituut voor waterbescherming. ‘De lokale context kan gemeentes veel flexibiliteit bieden bij het opstellen van plannen voor hergebruik van water,’ meent zij. Landbouwgemeentes zijn daarbij in het voordeel, omdat water voor irrigatie vaak niet drinkbaar hoeft te zijn.
Irrigatie
Elke gemeente heeft keuzemogelijkheden bij de zuivering van rioolwater voor hergebruik, want ook water voor de irrigatie van bosbouw of gazons hoeft niet zo schoon te zijn als water dat gebruikt wordt voor de bevloeiing van gewassen als luzerne (alfalfa) of voedsel dat rauw gegeten wordt, zoals sla en aardbeien. Een goed plan voor hergebruik van water dat is toegesneden op de specifieke behoeften van een gemeente kan de waterportefeuille van een regio veelzijdiger maken en helpen voldoen aan de vraag.
Hergebruik was niet de eerste prioriteit van Healdsburg toen het in 2008 zijn waterzuiveringsinstallatie moderniseerde. De gemeente moest voldoen aan de milieuvoorschriften voor lozing in de Russian River, waaronder een strengere norm voor de aanwezigheid van voedingsstoffen en ziekteverwekkers. Voor 29,3 miljoen dollar werden membraanfilters en UV-licht voor het verwijderen van ziekteverwekkers toegevoegd aan een zuiveringsproces dat al filtratie en bacteriële zuivering omvatte. Met die extra maatregelen wordt het rioolwater nu bijna tot drinkwaterkwaliteit gezuiverd, zodat het schoon genoeg is voor lozing in het bijna vierduizend vierkante kilometer grote stroomgebied.
Gratis maar niet drinkbaar
Maar zelfs van zulk schoon water staan de regionale waterschappen lozing alleen toe in de periode van oktober tot half mei, als het waterpeil in de rivieren verhoogd is door de regenval en de kans op schadelijke gevolgen dus nog kleiner. In de resterende maanden van het jaar ‘moeten we zelf maar zien wat we ermee doen’, zegt Patrick Fuss, hoofd water- en afvalwaterbeheer van de gemeente. Dat werd de grote uitdaging en uiteindelijk ook de grote triomf van het waterbeleid van zijn stad: genoeg vraag creëren voor dat aanbod.
In Californië is gebruik van gezuiverd afvalwater in de landbouw toegestaan, maar alleen met een vergunning die precies vastlegt waarvoor het wordt gebruikt, vooral om de veiligheid van het grond- en drinkwater te garanderen. De oorspronkelijke vergunning van Healdsburg bood ruimte voor zowel de irrigatie van wijngaarden als gebruik in huishoudens, tuinen en industrie. Toch was het jarenlang lastig om genoeg afnemers voor het gerecyclede water te vinden, aldus Fuss. Het is weliswaar gratis, maar niet drinkbaar en vergt daarom de aanleg van aparte leidingen, wat een kostbare grap kan zijn. Verder maakten sommigen zich nodeloos zorgen over de aantasting van hun kostbare druiven door mogelijke resten nitraat, mineralen en andere chemische stoffen. Daarom werd gerecycled water nog een tijdlang in de rivier geloosd. Tot de gemeente zich drie jaar geleden door de toenemende droogte genoopt zag de lozingsvoorschriften strikt te gaan handhaven. Met de nieuwe veelsporenaanpak wordt de hoeveelheid geloosd afvalwater verlaagd door betere waterbesparing, en wordt tegelijkertijd de vraag naar gerecycled water verhoogd.
‘De gebruikers zorgen wel dat wij geen loopje nemen met de voorschriften’
Fuss heeft daarvoor mede de basis gelegd door actief bij de wijnboeren langs te gaan en deelnemers te werven voor de verlenging van de waterleiding om het hergebruikte water bij hen te krijgen. Verder heeft de gemeente de bouwsector verplicht tot het gebruik van gerecycled water, dat afgehaald kan worden bij twee vulstations. En toen vorig jaar overal in Californië het watergebruik aan banden werd gelegd, is Healdsburg juist begonnen met de levering van bijna tweeduizend liter gratis water per huishouden per jaar voor alle afnemers.
Om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen is het volgens Fuss van cruciaal belang dat er een breed scala van gebruikers is. ‘We weten dat we bij droogte aan de regels kunnen voldoen, want de toestroom, de hoeveelheid afvalwater die we moeten zuiveren, is dan kleiner omdat mensen zuiniger met water omgaan, terwijl de vraag naar gezuiverd water juist groter is,’ zegt hij. In een jaar met veel of normale regenval is de situatie omgekeerd en zou het systeem snel overstromen als er niet voldoende tappunten waren.
Beheer van de kwaliteit van geloosd afvalwater is een belangrijke drijfveer voor projecten voor hergebruik van water in Californië, zegt Thebo. En de gemene deler van geslaagde projecten lijkt het combineren van verschillende voordelen te zijn. ‘Dat is het hart van de samenwerking tussen gemeentes, telers, milieugroeperingen en de talrijke andere belanghebbenden. En dat is ook hoe je politici en de bewoners erbij betrekt.’
Populair
In Healdsburg lijkt het met die maatschappelijke betrokkenheid wel goed te zitten. Het programma van gratis aan huis bezorgd water is zelfs aan zijn eigen populariteit ten onder gegaan, doordat er op het hoogtepunt meer dan een kwart van de huishoudens gebruik van maakte. ‘Het was [financieel] onhoudbaar op de lange termijn,’ zegt gemeentelijk waterinspecteur Rob Scates, ‘maar het was goed voor de bekendheid.’ Bij de vulstations is het water nog steeds gratis verkrijgbaar en verschillende particuliere bedrijven bezorgen het voor een klein bedrag aan huis. (Simmons zegt dat hij eens in de twee weken veertig dollar betaalt voor een levering.)
Maar de gemeente neemt geen risico. Om van afname verzekerd te blijven mag het water sinds kort ook gebruikt worden voor de irrigatie van weiden, commerciële boomgaarden en slachtvee. En er zijn plannen om, met dank aan een staatssubsidie van zeven miljoen dollar, het leidingnet (met paarse leidingen om aan te geven dat het geen drinkwater is) uit te breiden tot in de bebouwde kom, voor de bewatering van het stadsgroen. ‘Het raakt bekend dat de waterkwaliteit goed is en dat het een behoorlijk betrouwbaar systeem is,’ zegt Scates. De gebruikers ‘zijn er nu echt aan gehecht geraakt. Die zorgen wel dat wij geen loopje nemen met de voorschriften.’
Dennis De La Montanya, eigenaar van De La Montanya Vineyards en een van de gebruikers van het eerste uur, is daar niet bang voor. Hij bevloeit de druiven waarmee hij zijn bekroonde pinot noir en chardonnay maakt al jaren met water uit de paarse leidingen. ‘Het heeft enorm bijgedragen aan de beschikbaarheid van water. En het belast het grondwater en de openbare watervoorziening niet,’ zegt hij. ‘Het is echt win-win.’ Dat tastbare resultaat demonstreert de waarde van de recycling van water, zegt Thebo: ‘Waterschaarste lijkt soms onoverkomelijke problemen op te leveren. Maar als mensen oplossingen zien waarvan ze de gevolgen in hun eigen leven ondervinden, wordt dat volgens mij een bron van collectieve trots.’
Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7 graden Celsius. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5 graad – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29 graden en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25 graden.
India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven
De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.
India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.
Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 graad, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.
Bodemdaling levert problemen op door stijgende zeespiegel
Op de 777 vierkante kilometer die New York beslaat, drukt 762 miljoen ton beton, glas en staal, aldus de United States Geological Survey (USGS). Dat enorme gewicht betreft de bouwmaterialen, maar niet de inrichting en het meubilair in alle gebouwen, noch de vervoersinfrastructuur en de 8,5 miljoen inwoners. Door de druk van de bovenliggende stad zakt de New Yorkse bodem met een à twee millimeter per jaar. En dat is zorgelijk, vooral als de bodemdaling wordt opgeteld bij de stijging van de zeespiegel. Die wordt geschat op drie tot vier millimeter per jaar, schrijft de BBC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Over een paar jaar gaat dat problemen opleveren en niet alleen voor New York maar ook voor andere kuststeden met een groeiende bevolking, in de VS en elders in de wereld. Zo daalt Jakarta jaarlijks zelfs met twee tot vijf centimeter. Vermindering van het grondwatergebruik en andere manieren van bouwen, zoals in drijvende steden, zou voor oplossingen kunnen zorgen.
Klimaatactivisten dringen aan op verboden, marktfanatici begrijpen de grenzen van de planeet niet. Hoog tijd voor een derde weg, vindt deze journalist van Frankfurter Allgemeine Zeitung: het ecoliberalisme.
Wie zich rond de millenniumwisseling begon bezig te houden met de wereldwijde ecologische crisis, had niet kunnen vermoeden dat nu, twee decennia later, jongeren zich aan de weg vastplakken, schoolkinderen op vrijdag spijbelen en activisten kunstwerken ondergooien met aardappelsoep uit bezorgdheid over de planeet. Wat destijds een probleem in de verre toekomst leek, is nu een acute dreiging.
De debatten erover zijn echter zo warrig, zo versnipperd en worden tussen zo totaal verschillende kampen gevoerd dat je je afvraagt of de partijen het eigenlijk wel over hetzelfde hebben. Team-Geheelonthouding en Team-Technologie houden voortdurend elkaars tekortkomingen tegen het licht. Midden in de grootste energiecrisis sinds het midden van de jaren zeventig subsidieert de staat eerst tankstations om gedragsveranderingen uit te stellen tot de toekomst. Even later wil zij de installatie van nieuwe oliegestookte verwarmingsinstallaties verbieden. En er is een culturele strijd losgebarsten over het einde van verbrandingsmotoren in auto’s.
Het feit dat deze kwesties zo bitter worden uitgevochten, is het gevolg van volledig uiteenlopende visies op de wereldwijde milieucrisis en op wat geschikte instrumenten zijn om deze op te lossen. Velen die van het begin van de jaren zeventig de doctrine hebben omarmd dat de biosfeer door de menselijke activiteit tot een breekpunt wordt gedreven, zullen sympathieker staan tegenover strenge maatregelen. Voorstanders van vrijemarktoplossingen daarentegen onderschatten vaak de ernst van de overbelasting van natuurlijke putten van verontreinigende stoffen, zoals de atmosfeer en de oceanen. Milieuactivisten roepen om verboden, markteconomen bagatelliseren de milieuproblemen.
Toch zou het eigenlijk andersom moeten zijn. Want in theorie en praktijk is een marktgerichte benadering efficiënter, goedkoper en effectiever gebleken om de doelstellingen van het economisch beleid te bereiken. Het vrije spel van de markt is dus zeker wel verenigbaar met het stellen van ecologische grenzen. Maar op een andere manier dan velen tot nu toe voor ogen hadden. Het is dringend tijd om duurzaamheid vanuit vrijheid te realiseren.
Uitstervingen
In maart 2021 oordeelde het Bundesverfassungsgericht dat de Duitse politiek bij het klimaatbeleid alleen vrijheidsbeperkende maatregelen mag nemen als dat noodzakelijk is om de aarde te redden. Maar vrijheid is om nog een andere reden cruciaal: duurzaamheid werkt alleen als genoeg mensen eraan meewerken. Noch dirigisme, noch marktgerichte laissez-faire zullen dit bereiken. Veelbelovender is de filantropische stroming van het ecoliberalisme.
Nooit eerder in de menselijke geschiedenis moest een probleem zo groot als dat van de klimaatverandering in zo’n korte tijd worden opgelost. Om te begrijpen hoe ernstig het probleem is, is het de moeite waard om eens terug in de tijd te blikken, zoals ook de Amerikaanse wetenschapsjournalist Peter Brannen deed als onderzoek voor zijn boek The Ends of the World. Hij stelde zich ten doel om met de hulp van paleontologen op zoek te gaan naar de oorzaken van de vijf bekende massale uitstervingen van soorten op aarde in de afgelopen 445 miljoen jaar, van het uitsterven van de trilobieten tot en met het einde van de dinosauriërs in het Krijt.
Meer dan ooit begrijpen we dat overexploitatie van grondstoffen en overbelasting van de oceanen en de atmosfeer het goede leven op aarde bedreigen
Zijn bevindingen gaan radicaal in tegen een belangrijk argument van klimaatveranderingsontkenners. Zij beweren dat klimaatverandering altijd heeft bestaan en daarom niet zo erg is. Het klopt dat het klimaat ook in het verleden is veranderd. Maar dat heeft wel vijf keer het gevolg gehad dat er nauwelijks nog leven op aarde overbleef. Brannen concludeert dat bij elk van de vijf massa-extincties een verstoring van de tot dan toe bestaande koolstof-zuurstofkringloop een zeer grote rol heeft gespeeld, zo niet de doorslag heeft gegeven.
De mensheid kon haar welvaart pas exponentieel vergroten toen ze manieren vond om de fossiele brandstoffen in de aardkorst te benutten. Zij zijn de sleutel tot de huidige bloei en tegelijkertijd het potentiële einde ervan. In korte tijd zijn zo veel van deze miljoenen jaren oude planten- en dierenresten verbrand dat nu een CO2-niveau in de atmosfeer is bereikt vergelijkbaar met dat vóór de vijf grote aardhistorische rampen.
Hier komen de belangen van paleontologen, klimaatwetenschappers en economen op een productieve manier bij elkaar. De een erkent en definieert ecologische grenzen. De anderen vinden manieren om ze op een zinvolle manier na te leven. Met meer kennis dan begin jaren zeventig kunnen begrijpen we nu waarvoor onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) waarschuwden in hun sensationele rapport The Limits to Growth dat gericht was aan de Club van Rome: dat overexploitatie van grondstoffen en overbelasting van de oceanen en de atmosfeer het goede leven op aarde bedreigen. Wanneer de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering aanbeveelt de CO2-uitstoot tegen het midden van de eeuw tot nul te reduceren en staten zich daartoe laten verbinden, is dat een erkenning van een stelling die al veel te lang wordt betwist: de biofysische grenzen zijn bereikt.
Degrowth
Dat één onderzoeksgebied zich al ruim vijftig jaar bezighoudt met alle oorzaken en gevolgen van deze erkenning en toch nog een schimmig bestaan leidt, kan nauwelijks anders verklaard worden dan door de bekrompenheid van anderen. De ecologische economen rond Nicholas Georgescu-Roegen, Kenneth Boulding en Herman Daly waren er vroeg bij om ons te herinneren aan de materiële basis van economische activiteit. Door concepten van de thermodynamica op te nemen in de economische analyse konden zij aantonen hoe gevaarlijk onomkeerbare schade aan de planeet is.
Zij stelden hun discipline open voor wetenschappelijke kennis en kregen een duidelijker beeld van de aanpak van de ecologische crisis. Ze zijn de enigen in de economie die consequent de biofysische grenzen hebben erkend als een beperking van de economische ontwikkelingsmogelijkheden. Dit heeft ervoor gezorgd dat ze nu aansluiting kunnen vinden bij klimaatwetenschappers, die deze grenzen vanuit een andere invalshoek benaderden.
Ook al hebben sommige deskundigen geflirt met het idee van een selectieve inkrimping van de economie (‘degrowth’), de meerderheid van de ecologische economen is stevig verankerd in de vrijemarkttraditie van Adam Smith via David Ricardo tot John Stuart Mill. Hun voorwerk vormt ook de basis van de socialemarkteconomie die in Duitsland zo succesvol is geweest. In het tijdperk van biodiversiteit en klimaatcrises moet dit echter een orde zijn die biofysische grenzen respecteert. Want zonder begrenzing kunnen de temperatuurstijging en het uitsterven van soorten niet worden gestopt.
In het ecoliberalisme is emissiehandel een goed instrument om vervuilende stoffen te beperken
Daarom is er in deze onderzoekslijn veel sympathie voor een ‘cap and trade’-systeem, zoals dat in Europa is ingevoerd met de CO2-emissiehandel. Dit stelt een fysieke limiet aan de uitstoot van koolstofdioxidel; in de huidige concentraties een natuurlijke maar gevaarlijke vervuilende stof. Van handelsperiode tot handelsperiode worden de emissierechten verminderd, tot ze in 2050 tot de nul zijn teruggebracht. Dan zal de prijs van de CO2-uitstoot onbetaalbaar zijn en zal de uitstoot binnen de industrie, de energieproductie, het vervoer en de verwarming illegaal zijn. In het ecoliberalisme is emissiehandel een goed instrument om vervuilende stoffen te beperken. De staat stelt harde grenzen aan het gebruik, maar laat het aan de handelende personen en instellingen over om te beslissen hoe ze zich daaraan houden.
Wie de huidige discussies over verbrandingsmotoren, olieverwarming en vleesconsumptie volgt, vindt daarin slechts een rudimentaire versie van dit idee terug. Bijna niemand houdt rekening met de ernstige veranderingen waartoe een CO2-prijs in combinatie met de handel in emissierechten zal leiden. Om te zien wat klimaatneutraliteit in het dagelijks leven betekent, loont het te experimenteren met de online calculators van het Federaal Milieuagentschap en het Wuppertal Instituut voor Klimaat, Milieu en Energie. Vandaag bedraagt de gemiddelde uitstoot van broeikasgassen per inwoner in Duitsland elf ton, als de invoer wordt meegerekend. In slechts zeventwintig jaar moet de genoemde waarde van de grondstof die het meest cruciaal is voor onze welvaart, dalen tot nul ton.
Om in zo’n korte tijd een volledige decarbonisatie te bereiken, zijn noch technische vooruitgang noch geheelonthouding voldoende. Als we de klimaatverandering met succes willen bestrijden, hebben we beide nodig, een mix van strategieën: minder gemotoriseerd particulier vervoer (onthouding), betere verwarmingssystemen en woningisolatie (vooruitgang), een ander dieet (onthouding), hernieuwbare energie in intelligente netwerken (vooruitgang).
John Stuart Mill
Het ecoliberalisme heeft een aantal voorvaders van wie we veel kunnen leren over de aanpak van klimaatverandering. John Stuart Mill veredelde de klassieke economische theorie in het midden van de negentiende eeuw. Hij volgde Adam Smith op, die eigenbelang beschouwde als de motor van economische ontwikkeling, maar als moraaltheoloog ethische deugden eiste van de mens. Mill was een vroege ecoloog. Hij onderkende het gevaar dat economische activiteit de natuur zou kunnen vernietigen. Hij geloofde in een stabiele toestand zonder verdere groei – ergens in de toekomst, na een lang proces van vooruitgang. Daarmee voorzag hij wat ons zou kunnen overkomen als het ecoliberalisme met harde ecolimieten wordt doorgevoerd. Het is onduidelijk wat er dan met de groei zal gebeuren. Die kan tot stilstand komen, of losgekoppeld worden van de milieuconsumptie. Op Smith en Mill volgde de Oostenrijkse Friedrich August von Hayek, die in Der Weg zur Knechtschaft van begin jaren veertig afstand nam van de toen wijdverbreide socialistische ideeën over de juiste aanpak.
Hij maakte duidelijk dat een economie waarin de gedecentraliseerde kennis van alle marktdeelnemers is verwerkt, veel innovatiever is dan een centraal geplande economie. Bureaucraten konden nooit beter dan de uit alle informatie afgeleide prijs weten welke kant een ontwikkeling op ging. Dat dit in zijn tijd niet ter harte werd genomen, was voor Hayek een bewijs van de arrogantie van geleerden.
Naar aanleiding van het besluit van EU-parlementariërs over wanneer verbrandingsmotoren of kolencentrales moeten worden afgebouwd, is het de moeite waard Hayek nog eens aan te halen. Vanuit thermodynamisch oogpunt is er veel voor te zeggen dat elektrische auto’s technisch efficiënter zijn dan auto’s die op e-brandstoffen rijden. Maar zou het niet beter zijn om door middel van een bindend reductiepad een grens te stellen voor het Europese verkeer en autofabrikanten vrij te laten om te beslissen of zij zich dure experimenten met waterstof en synthetische brandstoffen op andere continenten willen veroorloven? Wie weet of de investering van een fabrikant zal leiden tot de uitvinding van een processtap die de technologie vooruitbrengt.
De derde ecoliberale pionier die moet worden genoemd is de Indiase econoom en filosoof Amartya Sen. Hij heeft een complex concept van vrijheid geschetst dat veel verder gaat dan de opvatting dat mensen helemaal vrij moeten zijn om te bepalen wat ze willen consumeren. In enkele zeer scherpzinnige lezingen en essays heeft Sen duidelijk gemaakt dat de mens alleen in harmonie met de natuur kan leven als hij zijn eigen behoeften niet centraal stelt in alle overwegingen – zoals de economische wetenschappen vaak meer normatief dan descriptief doen.
Alternatieven
Er zijn veel hindernissen op de weg naar een functionerend ecoliberalisme. Bijvoorbeeld de toenemende spanningen tussen sociale kampen, die worden aangewakkerd door de sociale media. In het regelgevingsvacuüm dat er nog altijd is, wordt de politiek vervangen door morele terechtwijzingen: individuele groepen beschuldigen anderen van hun nalatigheid ten aanzien van duurzaamheid. Tegelijkertijd mogen we bij de poging om vanuit vrijheid een concept van duurzaamheid te vinden niet opnieuw de fout maken die veel politici de afgelopen decennia maakten: doen alsof er geen alternatieven zijn. Natuurlijk is het spectrum breed. Het loopt vanaf het model van een aan de ecologische behoeften aangepaste oorlogseconomie, voorgesteld door de bestsellerauteur Ulrike Herrmann, tot en met een ecoliberale benadering met verantwoordelijke consumenten die ook zonder regelgeving wel beseffen wat er aan de hand is.
Het ecoliberalisme heeft als voordeel dat het aantrekkelijker is dan deze alternatieven. Met het beprijzen van ecosysteemdiensten biedt het een aanpak om de dreigende uitsterving van soorten een halt toe te roepen. Het is verenigbaar met ideeën zoals de Transition Towns, die al twee decennia lang een grondstofbesparende levensstijl met sterke regionale netwerken uitproberen om indien mogelijk te leven alsof er geen olie meer beschikbaar zou zijn op aarde. En het laat ruimte om te zoeken naar de beste duurzame oplossingen voor die plaatsen waar mensen het meest geconfronteerd worden met de gevolgen ervan en erover kunnen meepraten: in hun eigen stad, in hun eigen dorp.
De mens moet zijn onverzadigbare honger naar meer laten varen en de weg terugvinden naar de matigheid
Kenneth Boulding, pionier van de ecologische economie, schetste ooit hoe groot de opgave van de omslag in duurzaamheid is: gedurende honderdduizend jaar, en vooral in de afgelopen tienduizend jaar, heeft de mensheid eigenschappen ontwikkeld die nodig waren om hem te ondersteunen in zijn expansie. Nu loopt het tijdperk van expansie echter ten einde. Daarom moeten zo snel mogelijk nieuwe instellingen en ideeën worden ontwikkeld.
Of, om de woorden te gebruiken van twee andere pioniers van deze onderzoekstroming, de Heidelbergse economen Malte Faber en Reiner Manstetten: de mens moet zijn onverzadigbare honger naar meer laten varen en de weg terugvinden naar de matigheid. Dit is het laatste ontbrekende stukje van de puzzel voor duurzaamheid vanuit vrijheid. De mens moet laten zien dat hij de fundamenten van het leven op aarde wil beschermen en zijn economisch gedrag vrijwillig aan de regel van matigheid onderwerpen. Een indicator voor deze matigheid is de ecologische voetafdruk. Naast de politiek draagt ieder individu daarvoor verantwoordelijkheid.
De wereldwijde thee-industrie worstelt niet alleen met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne maar ook met een ander probleem: schendingen van mensenrechten op de plantages, aldus de New Yorkse nieuwswebsite Quartz. Volgens het Britse Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) zijn ongeveer 13 miljoen arbeiders op theeplantages in India, Sri Lanka, Bangladesh, Kenia, Oeganda en nog 43 andere landen het slachtoffer van rechtenschendingen. De beschuldigingen omvatten schending van de vrijheid van vereniging, van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, loonbetalingen en aantasting van de levensstandaard.
De productiekosten van thee zijn de afgelopen jaren gestegen, maar de prijzen zijn min of meer gelijk gebleven. ‘Beheerders van plantages proberen kosten te besparen in een steeds minder winstgevende sector. Daardoor is er sprake van een groeiende trend om gebruik te maken van tijdelijke contracten, koppelbazen en andere onzekere arbeidsomstandigheden,’ aldus het BHRRC-rapport. ‘Werknemers zijn daardoor kwetsbaarder voor allerlei vormen van misbruik, waaronder seksuele uitbuiting en schendingen van gezondheid en veiligheid. Het is moeilijker voor werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten.’ Bedrijven als Starbucks, Unilever, Marks & Spencer, Twinings, en het in Nederland gevestigde Ekaterra betrekken hun thee van plantages waar 47 van de 70 gesignaleerde mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Deze bedrijven tonen volgens het rapport ‘weinig betrokkenheid bij de leveranciers om de effecten voor werknemers te verzachten’.
Crypto voor Fentanyl
Fentanyl – een verslavende pijnstiller – werd in de crypto-economie dusdanig gevaarlijk geacht dat veel markten op het darkweb handel erin hebben verboden. Maar uit onderzoek van Elliptic en Chainalysis, die cryptocurrency traceren, blijkt dat Chinese chemische producenten ingrediënten voor fentanyl verkopen aan drugslabs overal ter wereld.
Meer dan negentig Chinese chemische bedrijven verkopen de ingrediënten openlijk online en 90 procent zegt betaling in cryptocurrency’s te accepteren. Elliptic en Chainalysis traceerden transacties ter waarde van tientallen miljoenen dollars in de afgelopen vijf jaar. Volgens de bedrijven is dat slechts het topje van de ijsberg, schrijft maandblad Wired.
Unsplash
Levende nachtmerrie
Het echtpaar dat op een dag verrast werd door een enorme Banksy-muurschildering op de zijkant van hun huis in Lowestoft, vertelde aan de Engelse boulevardkrant The Sun hoe zij in een ‘levende nachtmerrie’ terechtkwamen.
Banksy schilderde een enorme zeemeeuw op de muur die naar beneden duikt om bouwafval uit een (echte) container te pikken. Realiseert de kunstenaar wel waar hij mensen onbedoeld mee opscheept? zei het echtpaar, dat 40.000 pond per jaar zou moeten gaan betalen voor onderhoud en bescherming tegen diefstal. In plaats daarvan besloot het de meeuw met muur en al te laten weghalen; het werk ligt opgeslagen in afwachting van de verkoop.
Op de 777 vierkante kilometer die New York beslaat, drukt 762 miljoen ton beton, glas en staal, aldus de United States Geological Survey (USGS). Dat enorme gewicht betreft de bouwmaterialen, maar niet de inrichting en het meubilair in alle gebouwen, noch de vervoersinfrastructuur en de 8,5 miljoen inwoners. Door de druk van de bovenliggende stad zakt de New Yorkse bodem met een à twee millimeter per jaar. En dat is zorgelijk, vooral als de bodemdaling wordt opgeteld bij de stijging van de zeespiegel. Die wordt geschat op drie tot vier millimeter per jaar, schrijft BBC Future.
Over een paar jaar gaat dat problemen opleveren en niet alleen voor New York maar ook voor andere kuststeden met een groeiende bevolking, in de VS en elders in de wereld. Zo daalt Jakarta jaarlijks zelfs met twee tot vijf centimeter. Vermindering van het grondwatergebruik en andere manieren van vestigen, zoals in drijvende steden, zou voor oplossingen kunnen zorgen.
Nieuws als rap
Om jongeren te trekken verpakt het Zweedse dagblad Aftonbladet het nieuws in rapsongs: AI zorgt ervoor dat verhalen in rap-vorm op muziek worden gezet. Deze vorm is een van de resultaten van overleg met jongeren over meer prikkelende manieren om het nieuws te brengen, aldus adjunct-hoofdredacteur Martin Schori in zijn column. Aftonbladet testte het resultaat begin mei op duizend geselecteerde jonge gebruikers. De reacties waren positief, schrijft Schori, zowel van de proefpersonen als van de jongeren die met het oorspronkelijke idee kwamen. Verreweg het populairst bleek een rap te zijn over het bezoek van Beyonce aan Stockholm in het kader van haar wereldtournee.
‘We moeten oude conventies uitdagen en luisteren naar de nieuwsconsumenten van de toekomst,’ aldus Schori. ‘Behalve nieuws als rap gebruiken we AI inmiddels om video’s te ondertitelen en interviews te transcriberen, en meer tools zijn in ontwikkeling.’
Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7°C. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5°C – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden. Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29°C en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25°C.
De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.
India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.
Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.
Vanwege drinkwatertekorten bouwen veel landen fabrieken voor de behandeling van zeewater. Maar aan deze techniek zitten wel haken en ogen. Zo kost ontzilting veel energie en is ze ook nog eens slecht voor het milieu.
‘Na een februari die te boek staat als de droogste maand in dertig jaar is er alle reden om haast te maken met de omzetting van zeewater in drinkwater.’ Je zou verwachten dat dit commentaar afkomstig is van een krant uit een regio die bekendstaat om haar droogte, maar het komt uit The Times en gaat over de situatie in Engeland. Vanwege de klimaatverandering kan dat land niet langer alleen op zijn neerslag rekenen om zich van drinkwater te voorzien. Er zouden dan ook plannen zijn voor de bouw van acht ontziltingsfabrieken in het zuiden en oosten van Engeland.
het pekelprobleem
Volgens een rapport van de Wereldbank waarin de milieugevolgen van ontzilting worden onderzocht, zal als er niets wordt ondernomen om het proces duurzamer te maken, in 2050 240 kubieke kilometer pekel in het milieu terechtkomen, tegen 40 kubieke kilometer op dit moment. Dit soort water met een zeer sterk verhoogd zoutgehalte zal via rivieren, meren en vochtige zones in zee terechtkomen: een regelrechte ramp. ‘Als de pekel niet over enorme oppervlakken wordt verspreidt, draagt hij bij aan de afname van opgeloste zuurstof in het water waarin hij terechtkomt, wat funest is voor het zeeleven’, constateerde Yale Environment 360 al in een in 2019 verschenen artikel. Een ander probleem, naast de zoutconcentratie, is dat de afvalvloeistof heel dikwijls giftig is, omdat ze vermengd is met chemische stoffen die bedoeld zijn om de verontreiniging van de ontziltingsinstallatie tegen te gaan. Ze is dus totaal ongeschikt voor agrarisch of industrieel gebruik, en nog minder voor consumptie.
Volgens South West Water, een onderneming die heel Devon en Cornwall van drinkwater voorziet en al een heel kleine ontziltingsfabriekje op Sicilië heeft, ‘is ontzilting een logische oplossing voor de regio, rekening houdend met het uitgestrekte kustgebied’.
Andere landen die aan zee zijn gelegen constateren hetzelfde. Israël, voorloper op dit gebied, heeft zijn productie opgeschroefd van 505 miljoen kubieke meter ontzilt water in 2013 tot 750 miljoen in 2020, en mikt op 1,2 miljard kubieke meter vanaf 2030. Marokko, dat al elf ontziltingsstations telt, ‘is van plan zijn productie tot 2030 te verdrievoudigen’, aldus de Marokkaanse online krant Medias 24. Het transalpiene blad Panorama schrijft op zijn beurt dat ‘Italië zich moet voorbereiden op ontzilting’.
‘Ontzilting is een strategie die we al lange tijd voor ogen hebben, maar dat is niet zo makkelijk te realiseren,’ erkent Francesca Portincasa, algemeen directeur van Acquedotto Pugliese, in La Stampa. Haar bedrijf wil in Tarente een fabriek bouwen die ‘385.000 mensen dagelijks van water kan voorzien’. ‘Momenteel,’ voegt La Stampa eraan toe, ‘is het water dat uit dit soort installaties komt goed voor slechts 0,1 procent van de Italiaanse waterconsumptie.’ Het zal nog een hele tijd duren voordat het land Koeweit evenaart, waar 90 procent van het drinkwater uit ontziltingsfabrieken afkomstig is, of Saoedi-Arabië met 70 procent, of zelfs de Cycladen, waar volgens de Griekse krant I Kathimerini 51 procent van de bevolking ontzilt water drinkt. Maar overal op de wereld valt dezelfde tendens te bespeuren.
In 2022 waren er wereldwijd 21000 stations voor ontzilting van zeewater actief, oftewel bijna twee keer zo veel als tien jaar eerder. En ‘alleen al in 2020 zijn er plannen aangekondigd voor meer dan 35 ontziltingsfabrieken in China, zes in de Filippijnen en zes in Taiwan’, zo staat te lezen in het afgelopen september gepubliceerde rapport ‘Geopolitiek op het gebied van zeewaterontzilting’ van het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen.
Volgens de auteurs ‘wordt ontzilting steeds meer als de belangrijkste oplossing beschouwd voor de toenemende waterstress, dat wil zeggen het verschil tussen de vraag naar water en de beschikbare hoeveelheid’. ‘Maar voor deze uiterst energieverslindende benadering worden over het algemeen fossiele brandstoffen gebruikt. Risico is dus dat de CO2-uitstoot zal toenemen, terwijl het Verenigd Koninkrijk ernaar streeft zijn uitstoot terug te brengen tot nul’, constateert The Times spijtig.
La Stampa toont zich ronduit optimistisch: ‘Ontzilting mag dan een energieverslindend proces zijn, dankzij de technologische voortuitgang is het energieverbruik al drastisch beperkt. Tegelijkertijd zal er bij de ontwikkeling van deze installaties steeds meer duurzame energie moeten worden ingezet en zullen er milieuvriendelijker oplossingen moeten worden gezocht voor het pekelprobleem.’ – Courrier international
En elders
Griekenland. Lekken afdichten
Gezien de voorspelde neerslagafname van twintig procent die voor de komende jaren wordt voorspeld, gevoegd bij de onafgebroken stroom zomertoeristen, moeten de Griekse eilanden zuiniger omspringen met hun water. Een van de beoogde oplossingen is verbetering van het leidingennet. ‘Het probleem van waterverlies is zeer groot en wordt in het zuiden van de Egeïsche Zee op 30 procent geschat!’ waarschuwt I Kathimerini. ‘Een van de belangrijkste maatregelen is het afdichten van de leidingennetten.’
De Griekse krant herinnert eraan dat de benodigde technologie al voorhanden is, zoals camera’s om de leidingen te inspecteren. ‘Maar een algehele, centraal geleide planning is onontbeerlijk,’ aldus de krant, die eraan toevoegt dat er op alle eilanden kunst- en stuwmeren nodig zijn.
België. Terug naar de bronnen
Van oudsher telt Vlaams Brabant tal van kleine bronnen. Maar door de urbanisatie van deze provincie rond Brussel is een groot deel daarvan afgedekt en richting riolering geleid. ‘De verspilling van dit kostbare bronwater is moeilijk te accepteren, temeer omdat wij steeds vaker met droogte worden geconfronteerd,’ schrijft de Belgische krant De Standaard.
Nog afgezien van het feit dat daardoor ook andere problemen ontstaan: het verzadigde rioolstelsel dreigt bij zware regenval te overstromen. Wat de zuiveringssystemen betreft, die worden minder effectief door de vermenging met afvalwater. Een door de Vlaamse overheid gesteund project wil daarom op vier plekken de bronnen weer openen om het water naar ondergrondse waterbekkens of waterlopen te leiden, waarvan de hele regio zou kunnen profiteren. ‘Als het werkt, zal deze pilot worden uitgebreid.’
Zweden. Drie afvoerpijpen per huishouden
In Helsingborg, een stad in het zuiden van Zweden, kan een nieuwe wijk op een innovatie bogen die op het moment van de lancering in 2021 als ‘een wereldwijd unicum’ werd gepresenteerd. Elk van de ongeveer 350 woningen is uitgerust met een afvoersysteem dat uit drie pijpen bestaat. De bedoeling is om minder schoon water te verspillen en het afvalwater beter te recycleren dan met een traditioneel afvoersysteem, legt de website van de publieke zender Sveriges Radio uit.
Een van de drie pijpen is bedoeld voor ‘grijs’ water (douche, wastafel), een voor vacuümtoiletten (met een laag waterverbruik) en een voor voedingsresten, die van tevoren worden fijngemalen onder de gootsteen. Een zelfde aantal leidingen is verbonden met een behandelingsunit naast de gemeentelijke waterzuiveringsinstallatie. Het resultaat is water van drinkbare kwaliteit, niet-fossiele kunstmest en biogas.
Irak. Bomen tegen de woestijn
De Irakese regering heeft aangekondigd 5 miljoen bomen te willen planten om de droogte te bestrijden. Maar dat is ruimschoots onvoldoende, verklaart milieudeskundige Adel Al-Moukhtar tegenover de onafhankelijke website Al-Alam-Al-Jadid.
‘Het land heeft veertien miljard palmen en andere bomen nodig om een groene gordel te creëren waarmee we werkelijk de stofstormen kunnen bestrijden en de verwoestijning een halt kunnen toeroepen,’ zegt hij. Maar het project wordt bemoeilijkt door de verouderde staat van de irrigatiesystemen en door een alarmerende daling van het waterpeil van de twee grote rivieren van het land, de Eufraat en de Tigris.
Kenia. Waterpolitie
Afgelopen januari heeft de Keniaanse regering een speciale politiedienst in het leven geroepen ‘ter bestrijding van de toenemende mate van vandalisme en diefstal waardoor de waterreservoirs en het distributienetwerk worden getroffen’, aldus het dagblad The Star.
Deze maatregel maakt deel uit van een restauratieprogramma van vervallen watertorens. In Nairobi bijvoorbeeld wordt de vraag geschat op 850 miljoen liter water per dag, tegen een dagelijkse productie van maar 525 miljoen, aldus het stedelijke waterleidingbedrijf.
In zowel Afrika als Azië dreigt een rijsttekort – geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde. Maar naast slachtoffer is rijst, een belangrijke voedingsbron voor 60 procent van de wereldbevolking, ook een aanjager van klimaatverandering.
Volgens een Indonesische legende schonk de godin Dewi Sri rijst aan het eiland Java. Cassave was tot dan toe de belangrijkste voeding, maar omdat ze medelijden had met de Javanen vanwege die saaie cassave, leerde ze hun hoe ze rijstzaailingen konden laten groeien in weelderige, groene rijstvelden. In India zou de hindoegodin Annapurna een soortgelijke rol hebben gespeeld en in Japan was deze voorbehouden aan Inari. In heel Azië wordt aan rijst een goddelijke – en meestal vrouwelijke – oorsprong toegekend.
Die mythologisering is begrijpelijk. De zaden van de grasplant Oryza sativa (bekend als Aziatische rijst) zijn rijk aan zetmeel, en al duizenden jaren vormen ze het belangrijkste voedingsmiddel van het continent. Azië is goed voor 90 procent van zowel de wereldproductie als de wereldconsumptie van rijst. Aziaten halen er ruim een kwart van hun dagelijkse calorieën uit. De VN schatten dat een gemiddelde Aziaat 77 kilo rijst per jaar consumeert – meer dan de gemiddelde Afrikaan, Europeaan en Amerikaan bij elkaar. Honderden miljoenen Aziatische boeren zijn afhankelijk van de rijstteelt, en de meesten verbouwen het gewas op een klein lapje grond. Maar er vertonen zich barsten in de rijstkom van de wereld.
Zowel in Afrika als in Azië stijgt momenteel de wereldwijde vraag naar rijst, terwijl de opbrengst stagneert. Grond, water en arbeid die nodig zijn voor de rijstproductie worden schaarser. Klimaatverandering is een nog grotere bedreiging. Het wordt steeds warmer, waardoor de gewassen verdorren, en er vinden vaker overstromingen plaats, die de rijst vernietigen. De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat rijstvelden veel van het krachtige broeikasgas methaan uitstoten. Zo is het gewas dat als voeding voor 60 procent van de wereldbevolking dient, een bron van onzekerheid en een bedreiging geworden.
Stijgende vraag
Het probleem wordt verergerd door de stijgende vraag. In 2050 zullen er 5,3 miljard mensen zijn in Azië tegenover 4,7 miljard nu, en 2,5 miljard in Afrika tegenover 1,4 miljard nu. Volgens een studie in het tijdschrift Nature Food zal deze groei de vraag naar rijst met 30 procent doen toenemen. Alleen in de rijkste Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, beconcurreren brood en pasta het monopolie van rijst als basisvoedsel.
Toch neemt de groei van de rijstproductiviteit in Azië af. Volgens gegevens van de VN steeg de opbrengst het afgelopen decennium met gemiddeld slechts 0,9 procent per jaar, tegenover ongeveer 1,3 procent in het decennium daarvoor. De daling was het sterkst in Zuidoost-Azië, waar het stijgingspercentage daalde van 1,4 procent tot 0,4 procent – Indonesië en de Filipijnen voeren al veel rijst in. Als de opbrengsten niet stijgen, zullen deze landen steeds afhankelijker worden van andere om hun 400 miljoen inwoners te voeden, aldus de studie in Nature Food.
De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat ze methaan uitstoot
Jarenlang hield de productie gelijke tred met de stijgende vraag dankzij het aanhoudende effect van de groene revolutie, die in de jaren zestig begon. Om slechte oogsten te voorkomen, ontwikkelden wetenschappers van het Internationaal Instituut voor Rijstonderzoek (IRRI), gevestigd op de Filipijnen, een variëteit, IR8, die het goed doet in combinatie met kunstmest en irrigatiesystemen. China had net een hongersnood achter de rug terwijl India zich juist op de rand van een hongersnood bevond. IR8 heeft toen op grote schaal levens gered.
Toen IR8 zich over Azië verspreidde – van de Filippijnen tot Pakistan – nam de rijstopbrengst toe. De grotere productiviteit maakte rijst aantrekkelijker om te verbouwen, waardoor er ook meer middelen voor werden uitgetrokken. De zorg om voedselzekerheid nam af en stelde Aziatische regeringen in staat zich te concentreren op industrialisatie en economische groei.
Het IRRI heeft nieuwe rijstvariëteiten ontwikkeld die iets van dit succes zouden kunnen herhalen. Ze leveren meer op, zijn klimaatbestendiger en hebben minder water nodig. Toch lijkt het moeilijker dan in de jaren zestig om aan de groeiende vraag te voldoen. Verstedelijking en meedogenloze verkaveling slokken veel land op. Tussen 1971 en 2016 werd een gemiddeld landbouwbedrijf in India meer dan de helft kleiner, van 2,3 tot 1,1 hectare.
Het wordt daardoor steeds moeilijker om winst te maken met de productie, vooral ook als de arbeidskrachten schaars zijn. Zaden planten in keurige rijen, zaailingen herplanten en oogsten is slopend werk, waaraan steeds meer Aziatische arbeiders weten te ontkomen. Water – ook een belangrijke factor – wordt schaarser. Op veel plaatsen is de bodem uitgeput en zelfs vergiftigd doordat er overmatig gebruik is gemaakt van kunstmest en pesticiden.
De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land
Geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde als rijst, aldus wetenschappers van het IRRI. Uit een studie uit 2004 bleek dat een stijging van de minimumtemperatuur met 1°C zorgt voor een daling van de opbrengst met 10 procent. De stijging van de zeespiegel, een ander gevolg van de opwarming, zorgt nu al voor toename van het zoutgehalte in laaggelegen gebieden van de Mekong-delta, waardoor de rijstopbrengsten daar afnemen. Massale overstromingen vorig jaar in Pakistan, de op drie na grootste rijstexporteur ter wereld, vernietigden naar schatting 15 procent van de oogst.
Rijst draagt bij aan de opwarming van de aarde en is een feedback loop die vaak over het hoofd wordt gezien. Door irrigatie van de rijstvelden krijgt de grond geen zuurstof, zodat de groei van methaan-uitstotende bacteriën wordt bevorderd. En zo is de rijstproductie verantwoordelijk voor 12 procent van de totale uitstoot van methaan en 1,5 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Deze aantallen zijn vergelijkbaar met de luchtvaart. De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land.
Glucose
Een ander toenemend probleem is de voedingskwaliteit van rijst. De korrel bevat veel glucose – wat bijdraagt aan diabetes en obesitas – en weinig ijzer en zink, twee belangrijke micronutriënten. In Zuid-Azië kan de grote aanwezigheid van diabetes en ondervoeding worden teruggevoerd op een te grote afhankelijkheid van rijst.
Het aanpakken van al deze problemen is ingewikkeld. Ging de eerste groene revolutie over productiviteit, zegt Jean Balié, directeur-generaal van het IRRI, de volgende moet gaan over ‘systemen in plaats van oplossingen op plant- of perceelniveau’. Een beter rijstbeleid en betere variëteiten dus.
De meeste zorgen over productiviteit en het milieu zijn het gevolg van slechte of verouderde overheidsmaatregelen. Deze verstoren de markten en belemmeren stimulansen voor verandering. Neem Sandeep Singh uit Bassi Akbarpur, een klein dorp in de Noord-Indiase deelstaat Haryana. Hij verbouwt rijst maar eet liever roti, een brood gemaakt van tarwe. Dat gewas is veel geschikter voor het hete, droge klimaat van Haryana. Toch dwingen stimuleringsmaatregelen van de regering Singh tot wisselteelt van rijst en graan.
India koopt rijst van boeren tegen een gegarandeerde prijs, die vaak boven de marktprijs ligt. De oogst wordt aan de armen verkocht tegen een gesubsidieerde prijs, zodat de rijstconsumptie bevorderd wordt. Ook meststoffen en water worden gesubsidieerd. Dergelijke maatregelen komen overal in Azië voor. De meeste werden ingevoerd in tijden van aanhoudende voedselonzekerheid, toen diabetes en het milieu nog veel minder zorgen baarden dan nu.
Het is moeilijk om aan beleid te tornen dat al decennialang steeds strakker wordt doorgevoerd. De boeren zijn bovendien goed voor vele stemmen – overheden durven ze niet tegen zich in het harnas te jagen. De regerende Bharatiya Janata Party van India, die er prat op gaat harde maar noodzakelijke maatregelen door te voeren, ondervond dat aan den lijve toen zij zich in 2021 gedwongen zag landbouwhervormingen terug te draaien als gevolg van boerenprotesten.
Vietnam presenteerde onlangs een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen
Hoewel er niet één oplossing is voor de groeiende rijstcrisis, zijn er vele kleinere oplossingen. In delen van Azië waar de opbrengst laag is, zoals Myanmar en de Filipijnen, is het mogelijk de productiviteit te verhogen door meer kunstmest en pesticiden te gebruiken, zonder dat het milieu ernstige schade wordt toegebracht.
Wetenschappers van het IRRI en andere onderzoeksinstellingen hebben rijstvariëteiten ontwikkeld die bestand zijn tegen overstromingen, droogte en hitte. Ze hebben ook voedzamere soorten ontwikkeld. Deze veranderingen, gecombineerd met innovaties in de teelt zoals direct zaaien – een manier van planten die minder water en arbeid vergt – kunnen milieuschade beperken en de opbrengst verhogen.
Experimenten in heel Azië bevestigen dit. Boeren in Bangladesh die Sub1 verbouwden, een rijstsoort die tolerant is voor overstromingen, behaalden 6 procent hogere opbrengsten en 55 procent meer winst, volgens een studie die in 2021 werd gepubliceerd in het tijdschrift Food Policy. Een studie van veldproeven in Global Food Security toont dat rassen die resistent zijn tegen droogte een opbrengstvoordeel van 0,8-1,2 ton per hectare behalen.
Het is nog een uitdaging ervoor te zorgen dat verbeterde zaden en methoden op grote schaal ingang vinden. Veel boeren weten niet dat ze bestaan, anderen zijn huiverig iets nieuws te proberen. Uit een landelijk onderzoek onder rijstboeren in India in 2017 en 2018 bleek dat slechts 26 procent werkte met nieuwe rassen, hoewel deze al sinds 2004 beschikbaar zijn.
Regeringen kunnen een belangrijke rol spelen door de voordelen van nieuwe rassen en methoden onder de aandacht te brengen. Vietnam heeft onlangs het voortouw genomen met de aankondiging van een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen. Het land ziet dit als een middel om op arbeid te besparen en efficiëntie te verhogen. Een essentiële stap die voorkomt dat emissiebeperking een extra last op de boeren legt, zegt Bjoern Ole Sander, klimaatwetenschapper bij het IRRI.
Ook een bottom-upbenadering is belangrijk. Landbouwvoorlichters kunnen een grote rol spelen bij kennisoverdracht, maar ze worden vaak veronachtzaamd door beleidsmakers. De meeste overheidsuitgaven voor landbouw gaan naar subsidies en irrigatie en komen ten goede aan rijkere boeren met grotere stukken grond.
Diversifiëren
Regeringen zullen ook veel meer moeten doen om mensen minder afhankelijk te maken van rijst. Op verzoek van India heeft de VN 2023 uitgeroepen tot het jaar van de gierst. India hoopt boeren en consumenten te overtuigen van dit gewas, dat veel voedzamer is dan rijst of tarwe en veel minder water nodig heeft. Ook Indonesië promoot het. Momenteel zullen enkel gezondheidsbewuste hipsters in Delhi een biryani van gierst verkiezen boven een biryani van rijst. Maar waar de elite vooroploopt, volgt vaak de massa. Als de afzetmarkt groter wordt, zal dat eerst enkele boeren over de streep helpen en zullen uiteindelijk zelfs de meest fervente rijsttelers omschakelen of diversifiëren.
Door de eerste groene revolutie werd een Aziatische catastrofe afgewend. Vandaag de dag is de situatie dan misschien minder precair, maar in sommige opzichten is de uitdaging groter. Landen zullen meer moeten produceren met minder middelen en met veel meer zorg voor het milieu. En dat vereist een ‘echte groene revolutie’, aldus IRRI-baas Balié.
De beloning zou ongekend groot kunnen zijn. Duurzamere teelt en hogere opbrengsten kunnen de boeren een hoger en stabieler inkomen opleveren. Dat kan hen motiveren zich aan te passen aan de klimaatverandering, terwijl ze er minder aan bij hoeven dragen. Dat succes, dat nu nog niet verzekerd is, kan de voedselzekerheid voor Aziaten – en voor de wereld – helpen garanderen.
De activisten waren binnengedrongen bij een luchtvaartbeurs
De klimaatactivisten die dinsdag op de luchthaven van Genève zijn gearresteerd nadat ze een luchtvaartbeurs waren binnengedrongen, zijn aangeklaagd voor een reeks overtredingen en beboet. Dat schrijft de Zwitserse krant Le Temps. Het gaat in totaal om 102 activisten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De actievoerders hadden de grootste beurs voor de zakenluchtvaart in Europa (de European Business Aviation Convention & Exhibition, EBACE) verstoord door over de hekken te klimmen of deze door te knippen en zich vast te ketenen aan privéjets. Naar eigen zeggen deden ze dat om de CO2-uitstoot van de zakenluchtvaart aan de kaak te stellen.
De activisten, afkomstig uit zeventien landen en gelieerd aan Greenpeace, Stay Grounded, Extinction Rebellion, Scientist Rebellion en andere klimaatorganisaties, richtten schade aan en verhinderden dat de tentoonstelling doorgang kon vinden. De politie greep snel in, toch werd het commerciële luchtverkeer om veiligheidsredenen een uur lang onderbroken.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.