Onderwerpen: Klimaat

  • Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Bij de komende Europese verkiezingen zal het landbouwbeleid een cruciale rol spelen. Boeren vinden dat ze veel moeten inleveren omwille van het klimaat, en dat terwijl Europa wereldwijd vooroploopt in de groene transitie.

    Op een bord bevestigd op een van de tractoren die de Brandenburger Tor in Berlijn belegeren, staat: ‘Geen boerderijen, geen voedsel, geen toekomst’. Dat is de reactie van de boeren op het beleid dat  Europa volgens hen moet veranderen in een uitgestrekte agrarische woestijn, overwoekerd met wild gras en woeste bossen. En dat allemaal om het dictaat uit te voeren van de ‘Farm to Fork’-strategie, die de kern vormt van de Green Deal voor Europa. Maar volgens de demonstranten is er zonder landbouw geen voedsel en zonder voedsel geen toekomst.

    De laatste golf van boerenprotesten begon in Saksen, trok door Berlijn en over de Champs-Élysées, zwol vervolgens aan in Nederland en bereikte zijn hoogtepunt bij het Berlaymontgebouw, het Brusselse hoofdkwartier van de Europese Commissie met Ursula von der Leyen als voorzitter.

    De eurocraten mogen dan het verhaal ophangen dat de protesten in Duitsland, Frankrijk en Nederland worden veroorzaakt door ‘lokale’ factoren, de leider van de Duitse boeren, Joachim Rukwied, denkt daar heel anders over: ‘We willen dat Olaf Scholz ons de belastingsteun voor diesel [voor landbouwvoertuigen] teruggeeft en de voertuigbelasting op tractors afschaft. Maar we willen ook dat Europa terugkomt op de Farm to Fork-strategie en stopt met het straffen van de boeren.’

    Verkiezingen

    In juni kiezen de Europese burgers de leden van het Europees Parlement. Bij die verkiezingen zal de landbouw een belangrijke rol spelen: de machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland. Dit is al gebeurd in Nederland, en het gaat ook gebeuren in Duitsland, waar de CDU altijd de partij van het platteland is geweest, maar waar in het hele oosten – het epicentrum van deze protestbeweging – Alternative für Deutschland in de peilingen ver voorligt op alle andere partijen.

    De machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland

    De kwestie van de boeren zal ook in Frankrijk een belangrijk thema zijn. Daar moet de regering beloften doen om te voorkomen dat de boeren massaal overlopen naar Marine Le Pen. 

    De Franse boeren laten flink van zich horen. Ze hebben dan ook aardig wat redenen gevonden om Europa te haten: het keurslijf dat het hun oplegt, de traagheid van de GLB-subsidies [Gemeenschappelijk landbouwbeleid], de invoer van producten van buiten Europa die zwaar drukken op de prijzen en de gunsten die de Europese Commissie volgens hen verleent aan supermarkten en multinationals.

    Opkomst van rechts

    In vrijwel heel Europa is er op het platteland sprake van een hang naar rechts en wordt er geprotesteerd. Zoals in Hongarije, waar Viktor Orbán inspeelt op het ongenoegen van graanboeren die de import uit Oekraïne willen blokkeren, net als in Slowakije en Polen. Maar het verzet leeft ook sterk in België, waar de beweging die openlijk het Europese veeteeltbeleid aanvecht al sinds maart haar stem laat horen. Hetzelfde geldt voor Nederland, waar op last van de voormalige regering-Rutte en in overleg met Brussel 30 miljoen runderen, varkens en kippen moeten worden afgemaakt en 11 200 boerenbedrijven moeten sluiten.

    Volgens een nieuwe peiling van Europe Elects zal deze tractorrevolutie zwaar wegen bij de stembusgang: de groene partijen zouden nog slechts 49 zetels in het Europees Parlement overhouden, tegenover 74 op dit moment. Maar de grootste klap zullen ze ongetwijfeld in Duitsland, in hun eigen bastion, moeten incasseren: de Duitse Groenen zullen waarschijnlijk dalen van 24 procent naar 13 procent van de stemmen. Zoals Melanie Vogel, de covoorzitter van de Europese Groene Partij, onlangs zei op het partijcongres in Wenen: ‘Het grootste politieke risico voor de Groenen is de opkomst van rechtse coalities in de regering van de lidstaten.’ 

    Misschien komt dat doordat het groene dogma een beetje te ver lijkt te zijn doorgeschoten. Dat is ook de mening van een groene hardliner die nu probeert zijn zetel te redden: Cem Özdemir, de Duitse minister van Landbouw. Hij was de eerste die het zei: je kunt geen 300 hectare bewerken met elektrische tractoren, dus je kunt niet zonder diesel. En: we kunnen geen Europa willen dat importeert in plaats van produceert. Maar zijn belangrijkste strijd is ongetwijfeld die voor de jaarlijkse rotatie van graangewassen.

    Volgens GLMC-norm 7 (Goede landbouw- en milieuconditie) mag, om de biodiversiteit te bevorderen, eenzelfde gewas – zoals tarwe – niet meer dan twee jaar achter elkaar op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd. Kort gezegd betekent dit dat Duitsland zal moeten stoppen met het verbouwen van miljoenen hectaren tarwe per jaar, net als Frankrijk, de grootste producent van zachte tarwe in de Europese Unie, en Italië, de grootste producent van harde tarwe in Europa. Als gevolg hiervan zullen we onze import moeten verdubbelen uit landen die zich niet aan dezelfde regels houden als wij.

    Volgens GLMC-norm 7 mag eenzelfde gewas niet meer dan twee jaar achtereen op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd

    Bij deze verplichting om met de gewassen te variëren komt nog de Farm to Fork-strategie, die voorschrijft om 10 procent van de landbouwgrond niet langer te gebruiken voor akkerbouw, een kwart van de grond te gebruiken voor biologische landbouw, het gebruik van pesticiden te halveren en het gebruik van kunstmest tegen 2030 met 20 procent te hebben verminderd en tegen 2050 geheel te hebben afgeschaft. Allemaal doelstellingen die de Europese landbouw ernstig in gevaar dreigen te brengen.

    De weg die Europa inslaat is dus bijzonder riskant, en dat wordt ook bevestigd door een dossier van Divulga. Dit grote Europese landbouwonderzoekscentrum heeft de schattingen van drie vooraanstaande onderzoeksinstituten gebundeld – het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Unie, de Wageningen Universiteit in Nederland en het Amerikaanse ministerie van Landbouw – die de impact van de Farm to Fork-strategie op de landbouwproductie van Europa hebben bestudeerd. Volgens het onderzoek stevent Europa af op een daling van de graanproductie met 10 à 20 procent, een stijging van de import van citrusvruchten met 93 procent en een stijging van de maïsimport van ruim 209 procent. De prijzen zullen volgens het onderzoek ook enorm omhooggaan: het voorziet een stijging van 24 procent voor rundvlees, 43 procent voor varkensvlees en 42 procent voor olie en wijn. En als klap op de vuurpijl: een exportdaling van 30 procentpunt.

    Nog geen 1 procent

    Vanaf een tractor gezien gaat het de verkeerde kant op met Europa. En dat alles in naam van het veronderstelde terugdringen van de broeikasgassen. Maar het is een feit dat de uitstoot van de Europese landbouw slechts 10,4 procent bedraagt van de totale uitstoot van Europa, dat op zijn beurt verantwoordelijk is voor ongeveer 9 procent van de totale uitstoot van de planeet. Willen we de Europese landbouw dan lamleggen om op te treden tegen nog geen 1 procent van de wereldwijde uitstoot?

    Felice Adinolfi, professor aan de Universiteit van Bologna en directeur van Divulga, is pessimistisch: ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw.’ En de cijfers geven hem gelijk. Brazilië is onze grootste leverancier van agrovoedingsmiddelen (ter waarde van 9 miljard euro in één jaar), gevolgd door de Verenigde Staten (6 miljard euro) en China (2,6 miljard euro). Deze drie landen zijn samen goed voor 27 procent van de wereldwijde landbouwemissies, die van 1990 tot 2019 met 15 procent zijn gestegen. Europa is de enige die zijn uitstoot heeft verminderd, met 18,5 procent.

    ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw’

    Adinolfi en zijn collega’s luiden daarom de noodklok: ‘De verzamelde gegevens vertellen ons dat het verbouwen van een hectare soja of het produceren van een kilo vlees in Europa vandaag de dag veel duurzamer is dan waar ook ter wereld. Daarom zijn wederzijdse milieu- en sociale verplichtingen essentieel als het Europese initiatief om de klimaatcrisis te bestrijden zijn vruchten wil afwerpen, en geen boemerangeffect wil hebben.’ Maar de negatieve gevolgen zijn er, en die zijn al duidelijk zichtbaar.

  • Grens van 1,5 graad opwarming overschreden na heetste januari ooit

    Grens van 1,5 graad opwarming overschreden na heetste januari ooit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ecuador legaliseert euthanasie

    » Azerbeidzjan: president Aliyev herkozen voor vijfde termijn

    ‘Waarschuwing voor de mensheid’, aldus wetenschappers

    Voor het eerst in de geschiedenis heeft de opwarming van de aarde de temperatuur van 1,5 graden Celsius over een periode van 12 maanden overschreden. Dat bericht Al Jazeera. De Copernicus Climate Change Service (C3S) van de Europese Unie bracht donderdag naar buiten dat deze ‘historische’ grens is bereikt. Het klimaatagentschap noteerden de temperaturen tussen februari 2023 en januari 2024 om het hoogste wereldwijde temperatuurgemiddelde in twaalf maanden ooit te registreren. Wetenschappers spreken van een ‘waarschuwing voor de mensheid’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Stormen, droogte en bosbranden teisterden de planeet toen klimaatverandering, samen met het weerfenomeen El Niño dat het oppervlaktewater in het oosten van de Stille Oceaan opwarmt, van 2023 het warmste jaar op aarde maakte in de wereldwijde metingen die teruggaan tot 1850. De extremen hebben zich in 2024 voortgezet, aldus C3S, waarmee de opwarming van 1,52 graden Celsius over het hele jaar een feit is.

    Wetenschappers zeggen echter dat de wereld de cruciale doelstelling van 1,5 graden opwarming, die is vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs en die wordt gemeten over een periode van tientallen jaren, nog niet definitief heeft overschreden. De wereld heeft ook de heetste januari ooit achter de rug, een voortzetting van een reeks van uitzonderlijke hitte gevoed door klimaatverandering, aldus C3S.

  • Er moet meer tijd, geld en aandacht komen voor de afvang en opslag van CO₂

    Er moet meer tijd, geld en aandacht komen voor de afvang en opslag van CO₂

    Afvang en opslag van CO₂ zijn volgens experts van cruciaal belang voor het tegengaan van klimaatverandering, maar nu nog moeilijk te realiseren. Er is daarom grote vraag naar innovatieve technologieën die hierbij kunnen helpen.

    De aarde is zelfredzaam, oeroud en voortdurend ten prooi aan verandering. Alles wat op en onder het aardoppervlak gebeurt maakt deel uit van een eindeloze cyclus. Dat betekent dat tegenover elke verandering waarbij grondstoffen worden verbruikt een andere verandering moet staan die diezelfde grondstoffen weer aanvult. De basiselementen van het leven, zoals koolstof en stikstof, bewegen op die manier kringloop door levende wezens, door zeeën, land en lucht. Zelfs de aardkorst wordt gerecycled. Nieuwe aardkorst wordt aangemaakt waar tektonische platen van elkaar wegdrijven (meestal in het midden van de oceaan) en gesmolten gesteente uit de aardmantel eronder naar boven komt om het gat op te vullen. Oude aardkorst wordt vernietigd waar twee platen tegen elkaar aan duwen en een van de twee onder de andere schuift en in de aardmantel terug wordt gedrukt. Al miljarden jaren malen de raderen van deze grote cyclus langzaam rond. Maar een enkele keer hapert er iets. De rotsachtige pieken in het oosten van het Arabisch schiereiland zijn daar een voorbeeld van.

    Geologen hebben op het Arabisch schiereiland vooral oog voor het uitgestrekte sedimentatiebekken van de Perzische Golf en de landen daaromheen. In dat bekken is diep in de aarde organisch materiaal onder hitte en grote druk ingekookt tot onmetelijke hoeveelheden olie en gas die weer langzaam naar boven zijn gesijpeld en nu in steenlagen niet ver onder de oppervlakte zitten. Winstgevend gesteente om te onderzoeken. Helaas heeft de ontginning van dit en ander brandstofrijk gesteente elders op aarde het klimaat danig verstoord. In Dubai, een stad die met de opbrengst van die bodemschatten is gebouwd, kwamen de regeringen van de wereld op 30 november onderhandelen over maatregelen tegen het verstoorde klimaat, op de 28ste conferentie (COP28) over de uitvoering van het klimaatverdrag van de VN.

    Al is onze CO2-productie nog zo hoog, de biologische koolstofkringloop blijft een stuk omvangrijker

    Maar wie geïnteresseerd is in haperingen in de plaattektoniek, moet naar het Hadjargebergte in het oosten. In een vroeg stadium van de botsing tussen de Arabische en de Euraziatische plaat is een stuk oceaanbodem tussen de twee platen vast komen te zitten, wat er normaal gesproken toe zou leiden dat dit deel van de aardkorst terug in de mantel wordt geduwd. Maar in dit geval is het gesteente niet omlaag maar omhoog geduwd, als een houtkrul uit de schaaf van een timmerman. Daardoor is die zeebodem, overwegend basalt, plus een deel van de mantel waarop die had gerust, van de verwante steensoort peridotiet, nu aan de lucht blootgesteld. De zeebodem is mettertijd gebergte geworden.

    Zoals alle bergen zijn ook deze ten prooi aan erosie, eveneens een onderdeel van de grote kringloop. Door de erosie wordt er continu nieuw gesteente aan de lucht blootgesteld, en dat gesteente onttrekt CO2 aan die lucht in een proces dat chemische verwering wordt genoemd. Als de basische mineralen in het gesteente in contact komen met regen- en grondwater dat licht verzuurd is door de daarin opgeloste CO2, doet zich een reactie voor waaruit carbonaten zoals kalksteen ontstaan. Vooral het peridotiet in het Hadjargebergte is vatbaar voor deze verwering. Dat donkere gesteente is er doorschoten met witte kalksteenaders.

    Chemische verwering is niet de snelste vorm van natuurlijke CO2-opslag. De fotosynthese waar planten op het land en algen en bacteriën in zee hun energie uit halen, werkt op veel grotere schaal en onttrekt jaarlijks ruim driehonderd keer zoveel CO2 aan de atmosfeer. Maar die blijft er niet lang aan onttrokken. Op een tijdsschaal van dagen tot eeuwen wordt die CO2 weer teruggegeven aan de lucht door de planten zelf, de dieren die ze eten en de bodem waarin ze vergaan. De geologische koolstofcyclus verloopt een stuk trager. Carbonaatgesteente zoals dat in het Hadjargebergte blijft honderden miljoenen jaren stabiel.

    Verduurzamingsstrategie

    Tot voor kort was ADNOC, de nationale oliemaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten, in haar geologisch denken vooral gericht op het omhooghalen van olie en gas uit het rijke sediment van de Perzische Golf. Maar inmiddels denken ze ook aan de mogelijkheid om CO2 in de aarde terug te stoppen, en wel in het peridotiet van het Hadjargebergte. In de heuvels boven Fujairah, een stad aan de Golf van Oman, werkt ADNOC met de Omaanse startup 44.01 aan een test met een fabriek die CO2 diep in het gesteente moet injecteren, op zo’n manier dat het daar tot carbonaat versteent. Musabbeh Al Kaabi, hoofd Koolstofarme Oplossingen bij ADNOC, ziet de investering van zijn bedrijf in deze snelle steenvorming als onderdeel van een brede verduurzamingsstrategie van de olie-industrie, een strategie die ervoor moet zorgen dat de industrie zijn ‘onmisbare grondstof zo duurzaam mogelijk’ kan leveren.

    Het experiment in Fujairah is een van de nieuwe pogingen die wereldwijd worden ondernomen om een andere verstoring in de grote wereldwijde kringlopen ongedaan te maken: de verplaatsing van fossiele brandstoffen door de mens van hun stille rustplaats onder de grond naar de reuring van de dampkring. Als gevolg van de activiteiten van de mens heeft zich daar al grofweg een triljoen ton aan CO2 opgehoopt. En die hoeveelheid groeit jaarlijks met net geen 20 miljard ton. Om een indruk te krijgen van de schaal kun je dit vergelijken met andere planetaire kringlopen: die groei gaat zo’n zestig keer sneller dan dat het gesteente van de aarde CO2 aan de lucht onttrekt met chemische verwering, en ongeveer een tiende zo snel als er nieuwe biomassa wordt aangemaakt door fotosynthese. Dat een onbedoeld neveneffect van onze industrie in zijn koolstofflux überhaupt enigszins vergelijkbaar is met de processen die al het leven op aarde mogelijk maken, is buitengewoon.

    Het lijkt misschien ook geruststellend: al is onze CO2-productie nog zo hoog, de biologische koolstofkringloop blijft een stuk omvangrijker. Kan die niet simpelweg vergroot worden om dat beetje extra te absorberen dat wij produceren? Nee, helaas. De biologische koolstofkringloop is omvangrijk, maar ook uitgebalanceerd. De snelheid waarmee CO2 uit de lucht wordt gehaald door fotosynthese stemt bijna precies overeen met de snelheid waarmee de andere processen van het leven op aarde CO2 aan de dampkring teruggeven. Sinds die natuurlijke uitstoot vermeerderd werd met de CO2 van fossiele brandstoffen, heeft de fotosynthese manmoedig geprobeerd die toename bij te benen en er zoveel mogelijk van op te slurpen. Maar de aarde kan die hoeveelheid niet aan. Fotosynthese kan maar ongeveer een derde van de uitstoot van onze industrie en landbouw verwerken.

    Wat uit de aarde is gehaald kan er ook weer terug in worden gestopt om de balans te herstellen

    Door de ophoping van CO2 in de dampkring is de temperatuur van de aarde al met circa 1,2 graden gestegen. Die stijging zal doorgaan tot er een eind komt aan die ophoping, dat wil zeggen tot onze jaarlijkse toevoeging aan de CO2 in de dampkring min of meer tot nul is teruggebracht. Daarom hebben alle regeringen van de wereld op de klimaatconferentie van Parijs in 2015 afgesproken om daarnaar te streven.

    Dat betekent vooral dat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen moet worden teruggedrongen. Maar de uitstoot van sommige sectoren, zoals de oceaanscheepvaart, sommige soorten landbouw en verschillende industriële processen, lijkt niet binnen afzienbare tijd te verhelpen. In het akkoord van Parijs stond dan ook dat stabilisatie niet per se een kwestie van nul uitstoot hoeft te zijn: het kan ook bereikt worden door middel van ‘een evenwicht tussen antropogene emissies (…) en verwijdering’ van CO2 uit de atmosfeer. De categorie ‘moeilijk terug te dringen’ uitstoot van broeikasgassen zou gecompenseerd mogen worden met opvang van CO2 die zich al in de atmosfeer bevindt. Met het project in Fujairah wil men een van de manieren demonstreren waarop wat uit de aarde is gehaald er ook weer terug in kan worden gestopt om de balans te herstellen.

    Netto nul

    Dat is de logica van ‘netto nul’. In 2015 had nog maar één land netto nul als doel van zijn economisch beleid geformuleerd: Bhutan. Dat heeft inmiddels navolging gekregen van 101 landen die samen goed zijn voor net iets meer dan tachtig procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Uit rechtse hoek klinkt steeds luider protest tegen deze ‘netto nul’-doelstellingen, met als argument dat maatregelen om de uitstoot terug te dringen te duur of hinderlijk of allebei zijn. Terwijl zij die de opwarming van de aarde sinds de industriële revolutie onder de twee graden willen houden, zoals in het Parijs-akkoord is afgesproken, weten dat de stappen die worden gezet om netto nul te bereiken nog lang niet ambitieus genoeg zijn. Zoals uit het voor COP28 gepubliceerde Emissions Gap Report van het milieuprogramma van de VN blijkt, bereikt geen van de G20-landen met zijn maatregelen tegen uitstoot het tempo dat nodig is om hun ‘netto nul’-doelstelling te halen.

    Veel minder zorgen maakt men zich over het achterblijven van de doelstellingen voor afvang van CO2. Weinig politici die naar netto nul zeggen te streven, beseffen hoe belangrijk de afvang en opslag van CO2 daarbij is. En van de weinigen die dat wel beseffen, zijn er maar weinig die inzien hoe groot de opgave is. Zelfs als de uitstoot met 90 procent wordt teruggedrongen, komen er nog altijd zoveel broeikasgassen de atmosfeer in dat het opvangen van genoeg CO2 om het evenwicht te herstellen een enorme klus wordt. Willen we een redelijke kans maken om de opwarming onder de twee graden te houden, zo wijst onderzoek van het Intergovernmental Panel on Climate Change uit, dan zou het verstandig zijn om te streven naar 5 miljard ton extra afvang van CO2 uit de atmosfeer per jaar. Volgens een rapport van een internationaal team wetenschappers uit 2023 is er in 2020 2,3 miljoen ton aan CO2 duurzaam opgeslagen (de aanplant van bossen niet meegerekend, omdat die ook nauwelijks verder kan worden opgeschaald), ofwel ongeveer twee duizendste van de doelstelling voor 2050. De installatie bij Fujairah heeft in de proeffase een capaciteit van maar duizend ton per jaar.

    Nieuwe vormen van duurzame opslag moeten veel sneller worden opgeschaald dan nu gebeurt

    Nieuwe vormen van duurzame opslag moeten veel sneller worden opgeschaald dan nu gebeurt. En ze moeten vertrouwen winnen. Veel van de mensen die beseffen dat afvang en opslag van CO2 nodig zijn, blijven niettemin sceptisch over de technologie, niet in de laatste plaats omdat die door de olie-industrie gepropageerd wordt. Al Kaabi’s visie van een wereld die vrij is om ‘op de meest duurzame wijze’ olie te blijven gebruiken en produceren is niet populair bij mensen die vinden dat het nodig is om met het gebruik van alle fossiele brandstoffen te stoppen. En de voor COP28 gekozen locatie onderstreept dat pijnpunt.

    Een van de redenen waarom oliemaatschappijen hierin vooropgaan, is dat zij expertise hebben met de opslag en winning van vloeistoffen in de aardkorst. Bovendien hebben ze diepe zakken, en de opslag van CO2 lijkt voorlopig een kostbare aangelegenheid te worden. De voor de hand liggende manier om dit efficiënt te financieren is via de markt. Maar geen van de bestaande CO2-markten kan deze taak aan. Dat betekent dat de ‘netto-nul’-strategie die het grootste deel van de wereld heeft omarmd niet alleen afhankelijk is van technologieën voor afvang en opslag van CO2 die nu nog in de kinderschoenen staan, maar ook van de vorming van een CO2-economie die dit economisch rendabel maakt. Het klimaatbeleid stelt dat mensen, hun regeringen en hun economie in de grote kringlopen van de planeet kunnen en moeten worden geïntegreerd. De grote vraag is alleen nog hoe dan moet gebeuren.

    Vijay Vaitheeswaran is adviseur duurzaamheid en innovatie voor het World Economic Forum (WEF) in Davos. Hij is te horen op NPR en de BBC, schrijft voor vooraanstaande dagbladen en trad op als spreker bij TED-talks, Aspen Ideas en AAAS-conferenties.

  • Wereldnieuws: Toerisme verandert door klimaat & meer

    Wereldnieuws: Toerisme verandert door klimaat & meer

    De hoge hak heeft Parijs verlaten

    Hoge hakken – die vóór de Franse revolutie werden gedragen door mannen – zijn niet meer in trek bij Parisiennes. Dat schrijft The Economist. De mode schrijft nu zwaar, zwart schoeisel met profielzolen voor. Sneakers, ooit bespot als Amerikaanse idiotie, zijn inmiddels gemeengoed in cafés en kantoren. Volgens een enquête weet de helft van de Franse vrouwen niet hoe op hoge hakken te lopen.

    ‘Vrouwen willen comfort’

    De verdwijning van de hoge hak wordt deels verklaard door corona: door thuiswerken raakte le look casual geaccepteerd. #MeToo droeg ook bij: de jongere generatie keert zich tegen de deformerende eigenschap van stiletto’s – zie ook de film Barbie.

    ‘Non! Dat is voorbij,’ antwoordt de manager van een Parijse schoenenwinkel op de vraag of ze nog veel naaldhakken verkoopt. ‘Vrouwen willen comfort,’ zegt een verkoopster in een andere winkel. ‘Nu kun je platte plompe laarzen dragen bij een elegante jurk en je ziet er nog steeds chic uit.’

    laura chouette AlX5260JnmI unsplash

    Geen foto’s van militaire apparatuur

    Het Chinese ministerie van Staatsveiligheid heeft fans van militaria op WeChat gewaarschuwd online geen foto’s te publiceren van militaire apparatuur, aldus South China Morning Post. Sterker nog: daar staat gevangenisstraf op. Volgens het ministerie kunnen foto’s de nationale veiligheid in gevaar brengen. Ze kunnen gevoelige informatie over technische details en militaire ontwikkelingen onthullen en gebruikt worden door ‘vijandige buitenlandse strijdkrachten’ om de ‘gevechtseffectiviteit’ te analyseren. Informatie over locatie, inzet en gebruiksfrequentie van militair materieel kan de planning van defensie in gevaar brengen.

    Soms gebruiken mensen professionele apparatuur zoals drones om stiekem foto’s te maken van militaire objecten, aldus het ministerie. In 2021 kreeg iemand een jaar gevangenisstraf omdat hij vliegdekschip Fujian een jaar vóór de onthulling had gefotografeerd.

    J 20 at CCAS2022 20220827103424 2


    Toerisme verandert door klimaat

    ‘Mei is juli geworden, Noorwegen is Italië: hoe extreme hitte het toerisme verandert.’ De kop van dit artikel in Fast Company laat niets te raden over: door klimaatverandering verandert ook het toerisme. Volgens NASA was de afgelopen zomer met afstand de heetste ooit gemeten. Extreme temperaturen teisterden toeristische bestemmingen overal ter wereld, van Californië tot Beijing. In het Griekse Athene werden iconische attracties als de Akropolis en het Parthenon gesloten voor bezoekers omdat de temperaturen boven de 43 graden uitstegen tijdens de heetste julimaand in vijftig jaar. Op meerdere continenten woedden bosbranden, van Spanje tot Algerije en Hawaï.

    Boekingen voor 2024 vertonen de eerste tekenen van reizigers die kiezen voor andere periodes in het jaar

    Na de pandemie nam het reizen deze zomer een hoge vlucht. Italië, toch al een van de meest bezochte bestemmingen ter wereld, boekte alleen al in juni 8,6 procent meer buitenlandse bezoekers die per vliegtuig arriveerden dan in dezelfde periode in 2019 (een van de drukste jaren ooit voor het Italiaanse toerisme). Maar behalve schoonheid en verse pasta kregen de bezoekers ook te maken met meedogenloze hitte. Reizigers die beschikken over financiën of flexibiliteit overwegen inmiddels andere opties, zo merken Amerikaanse reisbureau’s. Boekingen voor 2024 vertonen de eerste tekenen van reizigers die kiezen voor andere periodes in het jaar, zoals de lente of de herfst. Of er wordt voor koelere bestemmingen gekozen.

    Als de trends op deze manier blijven verschuiven, zullen zomerbestemmingen zoals het Middellandse Zeegebied worden vervangen door Finland, Polen en Slovenië, omdat mensen op coolcation willen, zoals het milieubewuste reisbureau Intrepid het noemt in A sustainable future for travel [Een duurzame toekomst voor reizen], een rapport dat het dit jaar opstelde samen met consultant The Future Laboratory. De reisindustrie zal zich moeten aanpassen aan de toename van bijvoorbeeld boekingen in september en oktober, maanden die zich mogelijk zullen ontwikkelen tot nieuwe pieken in het reisseizoen.

    GettyImages 1548536206
    © Getty Images


    Betalen met rundvlees

    Na zijn aantreden als president van Argentinië nam de ultrarechtse Javier Milei direct een reeks maatregelen, zoals de mogelijkheid om contracten af te sluiten in alle mogelijke valuta. Dat schrijft El Ciudadano. Vlak voor kerst schreef zijn minister van Buitenlandse Zaken Diana Mondino op X: ‘We bekrachtigen en bevestigen dat het in Argentinië mogelijk zal zijn om contracten af te sluiten in bitcoin of in andere crypto en/of ruilmiddelen zoals kilo’s rundvlees of liters melk.’

    Ze verwees naar artikel 766 van het Burgerlijke en Handelswetboek, dat onlangs per decreet is aangepast door Milei: ‘De schuldenaar moet het overeenkomstige bedrag in de afgesproken valuta leveren, ongeacht of die in de Republiek als wettig betaalmiddel geldt of niet.’ Op X reageerde iemand met de opmerking ‘Ik ga mijn huur betalen met hagedissenharen.’

    Argentinië ging al eens eerder over tot ruilhandel: tijdens de economische crisis van 2001 werden goederen en diensten uitgewisseld zonder geld.


    Verbindend borduren

    Kirstie Macleod (zie foto) verhuisde nogal veel in haar jeugd en begreep toen al hoe verbindend een algemeen maatschappelijk doel kan werken. Bijvoorbeeld borduren, dat zowel een fysieke als symbolische band kan smeden tussen mensen met verschillende achtergronden, ideologieën en religies. In 2009 lanceerde ze ‘The Red Dress’, een samenwerkingsproject van 380 handwerklieden uit 51 landen van over de hele wereld. Tijdens een tentoonstelling in Warschau borduurde een groep Oekraïense vluchtelingen een felgele zonnebloem met één bloemblaadje in lichtblauw. En in het Mexicaanse Chiapas naaide Zenaida Aguilar een pointillistische patch van inheemse flora en fauna, als symbool van haar slechte huwelijk.

    dress 9


    Huurhuis te duur voor president Turkse Centrale Bank

    Hafize Gaye Erkan (44), president van de Turkse Centrale Bank, zegt dat ze met haar gezin bij haar ouders moet gaan wonen vanwege de exorbitant hoge huren in Istanboel. Dat meldt Bianet. Na haar benoeming in juni verhuisde Erkan van de VS, waar ze ruim twintig jaar werkte, met man en kind naar Istanboel. ‘Hoe kan Istanboel duurder zijn dan Manhattan? We konden geen plek vinden. Het is onbetaalbaar. We zijn bij mijn moeder ingetrokken,’ aldus Erkan in een interview met de regeringsgezinde krant Hürriyet.

    In Turkije vragen velen zich af hoe ze met haar salaris als president van de Centrale Bank en een lucratieve carrière in de financiële sector in de VS durft te beweren dat ze niet kan huren in Istanboel. Haar salaris is niet bekendgemaakt, maar uit beschikbare gegevens blijkt dat alleen al haar maandinkomen ruim boven de 8000 euro zal liggen. De gemiddelde huur voor een appartement met 1 slaapkamer in Manhattan bedroeg in december ruim 3800 euro. In Sarıyer, de duurste wijk van Istanboel, was dat ruim 1400 euro.

    ‘Tien mensen zouden één huis moeten bezitten, in plaats van één iemand tien huizen’

    De huizenprijzen in Turkije zijn de afgelopen jaren ongekend gestegen: in twee jaar verdrievoudigden de huren. Volgens het IMF ligt Turkije daarmee voor op andere landen. De sterke stijging komt volgens Erkan door een tekort aan sociale woningen en goedkope financiering. ‘De huurstijgingen zijn uniek voor Turkije,’ zegt ze verder. ‘Tien mensen zouden één huis moeten bezitten, in plaats van één iemand tien huizen.’ Dat leidde tot hoongelach op sociale media. ‘Tien mensen (drie gezinnen) kunnen samen een huis huren – voor bezit zijn er zestig mensen nodig’, schreef iemand op X.

  • Aangeklaagd wegens verzaken zorgplicht

    Aangeklaagd wegens verzaken zorgplicht

    Het enige wapen dat Paul Kabai en Pabai Pabai, twee leiders van inheemse volken, hebben gevonden om de opwarming van het klimaat te bestrijden, is het recht.

    PAUL KABAI EN PABAI PABAI, WIE ZIJN ZIJ?

    Deze twee leiders van inheemse volken zijn in oktober 2021 een historische legale actie begonnen tegen de Australische regering wegens haar nalatigheid inzake klimaatverandering. In Straat Torres, de zeestraat waar ze leven, stijgt het niveau van de zeespiegel twee keer zo snel als het mondiale gemiddelde, wat de rechten op zelfbeschikking, op opleiding en op huisvesting van de autochtone volken die daar al eeuwen wonen opnieuw op het spel zet.

    Wat eist Amnesty?
    Urgente acties tegen klimaatverandering.

    En hun proces is nu al historisch. Paul Kabai en Pabai Pabai komen uit de Straat Torres, een zeegebied in het noorden van Australië, waar de Indische en de Stille Oceaan elkaar ontmoeten. Oom Paul en oom Pabai, zoals ze ter plaatse genoemd worden, hebben in oktober 2021 een proces aangespannen tegen de Australische staat omdat die haar zorgplicht verzaakt tegenover de burgers die wonen op de eilanden in de Straat Torres. Het is urgent: als er niets gedaan wordt, zullen ze binnenkort de eerste klimaatvluchtelingen zijn van Australië.

    ‘Wij willen de Australische regering duidelijk maken dat we geen jaren meer kunnen wachten op klimaatmaatregelen,’ legt oom Paul uit op de nationale televisiezender NITV, de Australische publieke zender voor de first nations. ‘Als de autoriteiten niet luisteren naar de wetenschappers, als wij niet worden gehoord, zullen we gedwongen zijn te vertrekken, onze gemeenschappen zullen verdwijnen. Ons leven, onze voorouders, onze cultuur… Wij zullen alles verliezen.’

    Zelfs de begraafplaatsen staan op het punt verwoest te worden, mét al het gebeente

    Met dit argument is de aanklacht van de twee ‘oompjes’ bij het federale hof van Australië ingediend, met dien verstande dat de hoorzittingen van dit zeer langdurige proces verdeeld zijn over meerdere rechtbanken in Australië, vooral op de eilanden Boigu en Saibai, waar oom Paul en oom Pabai vandaan komen.

    Om een beeld te geven van beide eilanden: die twee stukjes grond verheffen zich niet meer dan anderhalve meter boven het zeeniveau. ‘Ze zullen voortaan regelmatig verwoest worden door springvloeden, wat de woningen, de infrastructuur, de aanplant en de culturele monumenten aantast,’ preciseert NITV. Het water ruïneert de bodem, het zout vreet de vegetatie aan. Zelfs de begraafplaatsen staan op het punt verwoest te worden, mét al het gebeente.

    Voorouders

    Tijdens een hoorzitting die werd bijgewoond door The Guardian, kon oom Pabai zich uitspreken voor het gerechtshof: ‘De voorouders zijn de belangrijkste personen voor ons. Dankzij hen zijn wij vandaag wie we zijn, hebben we een identiteit. Als mijn gemeenschap verdwijnt, zal ik de identiteit van mijn grond verliezen en alle ervaringen die de voorouders ons hebben meegegeven, omdat ze dan niet meer bij ons zijn.’

    Dat is de andere inzet van dit historische proces: de strijd tegen de klimaatverandering is in de eerste plaats een beschavingsstrijd. En het is ongetwijfeld geen toeval dat die plaatsvindt in Australië, dat per inwoner een van de grootste ecologische voetafdrukken van de wereld heeft. En dat bij een referendum dat in oktober plaatsvond ‘nee’ heeft gestemd tegen een voorstel tot constitutionele hervorming dat de erkenning inhoudt van de speciale rechten van de first nations, te weten de Aboriginal-bevolking van het eiland-continent en degenen die al meer dan 65.000 jaar op de eilanden in de zeestraat van Torres leven, zoals een artikel in Nikkei Asia uitlegt.

    De strijd van de twee ooms gaat door, voor de natuur en voor de cultuur. Er zijn in de komende maanden hoorzittingen gepland in heel Australië. Een uitspraak wordt eind 2024 verwacht.

  • De toekomst van onze planeet ligt in handen van China

    De toekomst van onze planeet ligt in handen van China

    De CO2-uitstoot in China bereikt binnenkort zijn hoogtepunt om vervolgens af te nemen, maar daarna wordt het pas echt ingewikkeld. Gaat China de planeet redden of vernietigen?

    Hoewel hij op het punt stond om aan een hersentumor te overlijden, had Tu Changwang, een gerespecteerde Chinese meteoroloog, nog één laatste boodschap. Hij had gemerkt dat het klimaat aan het opwarmen was. In 1961 schreef hij in Volksdagblad, een spreekbuis van de Communistische Partij, dat dit de omstandigheden die het leven mogelijk maken, zou kunnen veranderen. Hij dacht toen dat de opwarming onderdeel was van een zonnecyclus die waarschijnlijk op een gegeven moment zou omkeren. Tu had nog niet door dat de klimaatverandering werd veroorzaakt door de CO2 die bij de verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer werd gepompt. In hetzelfde nummer stond op een andere pagina een foto van grijnzende mijnwerkers. China was op dat moment bezig met een snelle industrialisatie. Het land wilde de economische achterstand op het Westen inhalen.

    Vandaag de dag is China een industriële grootmacht die meer dan een kwart van de wereldproductie huisvest – meer dan Amerika en Duitsland bij elkaar. Maar die vooruitgang heeft ook een keerzijde: de emissie. In de afgelopen drie decennia heeft China in totaal meer CO2 in de atmosfeer uitgestoten dan welk ander land ook. Volgens de Rhodium Group, een Amerikaans onderzoeksbureau, stoot het land nu jaarlijks meer dan een kwart van alle broeikasgassen ter wereld uit. Dat is ongeveer twee keer zoveel als de Verenigde Staten, dat op de tweede plaats komt (hoewel de Verenigde Staten het per hoofd van de bevolking nog steeds slechter doen).

    In 2015 beloofden regeringen in Parijs op de jaarlijkse klimaattop van de VN dat ze de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius wilden houden. Als ze dat doel nog willen halen, hangt er dus een hoop van China af. De top van dit jaar (COP28) begon op 30 november in Dubai. China heeft zowel goed als slecht nieuws voor de deelnemers.

    Groeiende vraag

    Het goede nieuws is dat de Chinese emissies binnenkort niet meer zullen stijgen. Sommige deskundigen denken dat de piek dit jaar wordt bereikt. Het is in elk geval min of meer zeker dat die er voor 2030 zal komen, overeenkomstig de Chinese doelstellingen. China bouwt sneller kerncentrales dan welk ander land ook. Het heeft ook enorm geïnvesteerd in hernieuwbare energie: het land beschikt nu over een capaciteit van ongeveer 750 gigawatt aan wind- en zonne-energie. Dat is ongeveer een derde van het wereldwijde totaal. Tegen het einde van dit decennium wil de regering die capaciteit opschalen naar twaalfhonderd gigawatt. Dat is meer dan de totale stroomcapaciteit van de Europese Unie op dit moment. China zal dat waarschijnlijk ruimschoots overtreffen.

    Daarnaast neemt China nog andere maatregelen om de uitstoot te beperken. Er wordt minder koolstofrijk staal en cement geproduceerd. Na decennialang wegen en spoorwegen te hebben aangelegd, geeft de regering minder geld uit aan grote infrastructuurprojecten. De jarenlange uitbreiding van de vastgoedsector is abrupt ten einde gekomen. Dat heeft de economie aan het wankelen gebracht, maar ook tot minder uitstoot geleid. De meeste deskundigen verwachten dat het bbp van China in de toekomst minder snel zal groeien dan aan het eind van de vorige eeuw en het begin van deze eeuw. Met andere woorden: de meest vervuilende fase van China’s ontwikkeling ligt waarschijnlijk achter ons.

    Belangrijker dan de piek is echter wat er daarna gebeurt. China heeft beloofd om de netto uitstoot van broeikasgassen tegen 2060 te beëindigen (oftewel ‘koolstofneutraal’ te worden). Deze doelstelling is veel moeilijker te behalen. Zelfs met al die hernieuwbare energiebronnen leveren vervuilende kolen nog steeds meer dan de helft van China’s energie. Dat is minder dan in 2011, toen het aandeel nog op ongeveer 70 procent lag. De hoeveelheid kolen die China verbrandt, blijft echter toenemen door de stijgende vraag naar elektriciteit. Vorig jaar is er in China een recordhoeveelheid van 4,5 miljard ton steenkool gedolven. Elke week werd de bouw van gemiddeld twee nieuwe kolencentrales goedgekeurd.

    Veel van deze installaties zullen er misschien nooit komen. Bestaande kolencentrales worden steeds minder in gebruik genomen, wat verdere bouw minder noodzakelijk maakt. Maar volgens milieuactivisten en deskundigen is China nog te zeer afhankelijk van kolen om de doelstelling voor 2060 te kunnen halen. Een deel van het probleem is dat het land er simpelweg heel veel van heeft. Steenkool vormt een veilige energiebron voor China, dat maar over weinig olie en gas beschikt. De kolenwinning zorgt voor banen. Het bouwen van een centrale, of die nu nodig is of niet, is bovendien een veelgebruikte methode voor lokale overheden om economische groei te stimuleren.

    Het Chinese elektriciteitsnet is gebaseerd op steenkool. In de centrales waar de kolen verbrand worden, beslissen mensen wanneer ze het vermogen verhogen of verlagen. Maar in het geval van zonne- en windenergie heeft de natuur het voor het zeggen. Het elektriciteitsnet moet dus flexibeler worden. Als er op een bepaalde plek een overschot aan energie is, moet het netwerk in staat zijn om dat op te slaan of te verplaatsen. Anders heeft het voor China geen zin om allemaal nieuwe windmolens en zonnepanelen te plaatsen.

    Bestuurders zijn bang dat klimaatvriendelijk beleid de energiezekerheid van het land zal ondermijnen

    Dergelijke veranderingen moeten in de meeste landen worden doorgevoerd. Volgens David Fishman van de Lantau Group, een energieadviesbureau, is de situatie in China echter uniek. De meeste zonne- en windenergiebronnen van het land bevinden zich in het westen. Maar de energie die ze opwekken is vooral nodig in het oosten, waar de grootste steden liggen. Het is lastig om de energie over zulke lange afstanden te transporteren. Een ander probleem is dat provinciale overheden veel zeggenschap hebben over hun deel van het elektriciteitsnet. Ze zijn voor hun energie niet graag van elkaar afhankelijk. Dus kan een provincie er bijvoorbeeld voor kiezen om een eigen kolencentrale te gebruiken in plaats van een schonere energiebron elders.

    Mensen die zich zorgen maken over de ontwikkelingen in China, wijzen ook op methaan, een krachtig broeikasgas. Sommige landen kunnen hun methaanuitstoot op eenvoudige manieren verminderen, bijvoorbeeld door lekkende gasleidingen te repareren. Maar het meeste methaan uit China komt uit kolenmijnen of wordt geproduceerd door microben in rijstvelden. Het is moeilijk om het probleem op te lossen zonder mijnen te sluiten of de landbouw te veranderen. Daarom weigerde China op de VN-klimaattop in 2021 zich aan te sluiten bij een pact van meer dan honderd andere landen om de wereldwijde uitstoot van methaan tegen 2030 met minstens 30 procent te verminderen. Eerder deze maand zei China wel dat het probleem een thema zou worden in het nationale klimaatplan voor 2035 (dat mogelijk pas over twee jaar wordt gepubliceerd).

    Met het oog op deze problemen moeten Chinese leiders doortastend zijn. Maar het kan dat hun klimaatambities al een grens hebben bereikt. Dat zegt Li Shuo, de nieuwe directeur van de China Climate Hub tegen het Asia Society Policy Institute in New York. Hij denkt dat de regering is afgeschrikt door de stroomstoringen van de afgelopen jaren, veroorzaakt door de stijgende steenkoolprijzen en de droogteperiodes die de winning door waterkracht verstoren. Bestuurders zijn nu bang dat klimaatvriendelijk beleid de energiezekerheid van het land zal ondermijnen. Klimaatactivisten beweren juist dat bepaalde hervormingen het tegenovergestelde effect zouden hebben: denk bijvoorbeeld aan het eerdergenoemde meer flexibele elektriciteitsnet. Li verwacht dat de uitstoot van China niet gaat dalen, maar een plateau gaat bereiken.

    China heeft echter genoeg redenen om het klimaat tot een prioriteit te maken. Enkele van de grootste Chinese steden, waaronder Shanghai, liggen aan de kust en kunnen door de stijgende zeespiegel onderlopen. Het droge noorden heeft een tekort aan drinkwater. En extreme weersomstandigheden eisen nu al hun tol. Vorig jaar steeg het aantal sterfgevallen door hittegolven in China met 342 procent ten opzichte van het historische gemiddelde. Dat blijkt uit een onderzoek dat werd gepubliceerd door medisch tijdschrift The Lancet. Deze zomer hebben overstromingen een groot deel van de tarweoogst in China aangetast.

    Ondertussen is China toonaangevend geworden op het gebied van groene-energietechnologie. De rest van de wereld is grotendeels afhankelijk van Chinese toeleveringsketens voor zonnepanelen en batterijen. Sinds dit jaar is niet langer Japan, maar China de grootste exporteur van auto’s wereldwijd, deels dankzij de Chinese dominantie in elektrische voertuigen.

    Niets laten opleggen

    Er is dus nog wel hoop dat China een welwillende rol zal spelen op de klimaattop in Dubai. Het land heeft de ambitie om de leider te worden van de zogenaamde global south en zal een onderwerp dat in veel ontwikkelingslanden hoog op de agenda staat dus niet zomaar aan de kant schuiven. Optimisten wijzen ook op de ontmoeting in november van Xie Zhenhua, China’s gezant voor het klimaat, en John Kerry, zijn Amerikaanse ambtsgenoot. Ze werden het eens over een aantal kleine stappen. Zo willen ze de samenwerking bevorderen bij projecten om koolstof op te vangen.

    China heeft echter ook duidelijk gemaakt dat het zich niets zal laten opleggen als het gaat om klimaatverandering. Eerder dit jaar herhaalde Xi Jinping dat hij tegen 2030 een koolstofpiek wil bereiken en tegen 2060 koolstofneutraal wil worden. ‘Maar’, zei hij, ‘het pad, de methode, het tempo en de intensiteit waarmee we dit doel bereiken, bepalen we zelf. We zullen ons nooit door anderen laten beïnvloeden.’

  • E-bikes beter voor het milieu dan elektrische auto‘s

    E-bikes beter voor het milieu dan elektrische auto‘s

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Watertekort belangrijk thema in Mexicaanse verkiezingen

    » Rijkste 1 procent op aarde stoot meer CO2 uit dan armste 66 procent

    Wereldwijd reden er 280 miljoen fietsen rond

    Bijna de helft van het woon-werkverkeer in Australië gebeurt met de auto en beslaat minder dan 10 kilometer. In de Verenigde Staten is zelfs 60 procent van alle autoritten korter dan 10 kilometer. Een elektrische auto kopen dus? Nou, voor al die korte ritten is een elektrische fiets of brommer goedkoper in aanschaf en gebruik én beter voor het milieu, schrijft Ars Technica. Steeds meer mensen zien dat in.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dankzij hun onstuitbare opmars in vooral China is de vraag naar elektrische tweewielers vier keer zo groot als die naar elektrische auto’s. Tegenover ruim 20 miljoen elektrische personenwagens en 1,3 miljoen elektrische bussen en vrachtwagens reden er vorig jaar wereldwijd meer dan 280 miljoen elektrische bromfietsen, scooters, motorfietsen en driewielers rond. Hun populariteit vermindert de vraag naar olie met een miljoen vaten olie per dag. Dat komt neer op ongeveer 1 procent van de wereldwijde vraag naar olie.

  • Rijkste 1 procent op aarde stoot meer CO2 uit dan armste 66 procent

    Rijkste 1 procent op aarde stoot meer CO2 uit dan armste 66 procent

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » E-bikes beter voor het milieu dan elektrische auto‘s

    » Watertekort belangrijk thema in Mexicaanse verkiezingen

    Klimaatschade voornamelijk in ontwikkelingslanden

    De rijkste 1 procent op aarde zorgt voor meer CO2-uitstoot dan de armste 66 procent, aldus The Great Carbon Divide, een rapport van The Guardian, Oxfam en het Stockholm Environment Institute. Het is het grootste onderzoek naar mondiale klimaatongelijkheid tot nog toe. Volgens het rapport was een ‘vervuilerselite’ van 77 miljoen mensen – onder wie miljardairs, miljonairs en mensen met een salaris van meer dan 130.000 euro per jaar – verantwoordelijk voor 16 procent van alle CO2-uitstoot in 2019.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met behulp van een formule voorsterftecijfers – die uitgaat van wereldwijd 226 extra sterfgevallen voor elke miljoen ton CO2 – is berekend dat de uitstoot van de rijkste 1 procent in de komende decennia verantwoordelijk zal zijn voor de hitte gerelateerde dood van 1,3 miljoen mensen. Onevenredig veel mensen die in armoede leven worden getroffen: 91 procent van de sterfgevallen als gevolg van extreem weer doet zich voor in ontwikkelingslanden, volgens de VN.

  • Steenkoolverbruik wereldwijd op recordhoogte in 2023

    Steenkoolverbruik wereldwijd op recordhoogte in 2023

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU zet Orbán buitenspel om onderhandelingen over toetreding Oekraïne te starten

    » Finland sluit opnieuw de grens met Rusland

    Voor 2024 wordt een daling verwacht

    Er is nog nooit zo veel steenkool verbruikt als in 2023, dat maakte het Internationaal Energieagentschap (IEA) bekend in een vandaag verschenen rapport. De wereldwijde vraag naar de brandstof bereikte dit jaar de 8,53 miljard ton, ‘een ongekend niveau’, aldus Le Monde.

    Het Franse dagblad merkt op dat 2023 ook het warmste jaar ooit gemeten is. ‘Het verbranden van steenkool om energie te produceren is verantwoordelijk voor een groot deel van de CO₂ in de atmosfeer, wat leidt tot opwarming van de aarde.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In Azië is de vraag naar steenkool het grootst: volgens het IEA is het verbruik in China dit jaar met 220 miljoen ton (4,9 procent) gestegen ten opzichte van 2022, in India met 98 miljoen ton (8 procent) en in Indonesië met 23 miljoen ton (11 procent). Daarentegen is het steenkoolverbruik sterk gedaald in Europa (met 107 miljoen ton, oftewel 23 proecnt) en in de Verenigde Staten (met 95 miljoen ton, of 21 procent). De daling in Europa en de VS is voornamelijk als gevolg van het uitfaseren van steenkool in elektriciteitscentrales en de dalende industriële activiteit, aldus Le Monde.

    Vanaf 2024 zal het wereldwijde verbruik dalen, verwacht het IEA. Vooral een aanzienlijke toename van wind- en zonne-energie zal het steenkoolverbruik voor elektriciteitsopwekking doen afnemen. Het agentschap denkt niet dat het verbruik van steenkool voor industriële doeleinden, zoals cementproductie zal verminderen.

    Lees ook:

  • In Myanmar wordt afval van over de hele wereld gedumpt

    In Myanmar wordt afval van over de hele wereld gedumpt

    In de Myanmarese stad Yangon stapelt het vuilnis zich op tot aan de huizen. Het veroorzaakt stankoverlast en gezondheidsproblemen. Veel van dit afval is van eigen bodem, maar een deel ervan wordt van over de hele wereld ernaartoe verscheept. ‘We hebben soms moeite met ademen.’

    Frontier heeft zes maanden lang onderzoek gedaan naar de handel in plastic afval en is erin geslaagd een ondoorzichtige wereldwijde toeleveringsketen bloot te leggen, waar buitenlandse bedrijven gemakkelijk misbruik van maken. In samenwerking met onderzoekscollectief Lighthouse Reports en mediaorganisaties in vijf landen vond Frontier bewijs dat Myanmar wordt gebruikt als dumpplaats voor rijke landen. Het land loopt het risico om de komende jaren overspoeld te worden met nog meer buitenlands plastic.

    In de lucht hangt een stank die door een windvlaag wordt meegevoerd vanaf de bergen vuilnis die langs de straten van de noordwestelijke township Shwepyithar in Yangon opgestapeld liggen. Sommige zijn meer dan drie meter hoog – net zo hoog als de huizen die langs dezelfde betonnen wegen staan.

    ‘De geur van de stortplaats is sterk. ’s Nachts, als de deuren dicht zijn, kunnen we de lucht buiten houden, maar als de wind uit het oosten komt, is het echt erg,’ zegt U Zeya Kyaw Moe*, een inwoner van Shwepyithars elfde district. ‘Zelfs volwassenen hebben soms moeite met ademen en het is erg gevaarlijk voor jonge kinderen.’

    Zeya Kyaw Moe woont met zijn vrouw en dochter in een huis van twee verdiepingen dat tegenover een vuilnisbelt ligt. Hij vertelt dat de stortplaats eerder dit jaar is ontstaan en dat hij gaat verhuizen als er niet snel iets verandert.

    Maar niet al het afval komt uit Myanmar. Een deel wordt verscheept vanuit landen die tienduizenden kilometers verderop liggen. Dat wordt gedaan door buitenlandse bedrijven die op zoek zijn naar gemakkelijke manieren om afval te dumpen dat in eigen land alleen tegen hoge kosten of zelfs onmogelijk te recyclen is.

    Frontier heeft Shwepyithar tussen januari en juni meerdere keren bezocht en vond plastic dat niet afkomstig was van consumenten uit Myanmar en niet verkrijgbaar was in plaatselijke supermarkten, zoals wikkels en verpakkingen van bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk, Polen en Canada.

    Veel lokale recyclers verwelkomen weliswaar buitenlands plastic afval om er consumentengoederen van te maken. Maar het gemak waarmee binnenlandse en internationale regels kunnen worden omzeild en misbruikt, brengt zowel de gemeenschappen als het milieu in gevaar.

    Toch vertelde de meeste inwoners van Shwepyithar die met Frontier spraken doodsbang te zijn om een klacht in te dienen bij de plaatselijke autoriteiten, omdat dit de aandacht zou kunnen trekken van het wrede militaire regime dat de macht greep tijdens een coup in februari 2021. 

    In de tweeënhalf jaar die sindsdien zijn verstreken, begon het leger van Myanmar een campagne van massaal geweld tegen dissidenten, waarbij duizenden mensen zijn gedood of gearresteerd. Gedwongen om te kiezen tussen de bruutheid van de militairen en een vuilnisbelt voor hun deur, hebben veel inwoners van Shwepyithar ervoor gekozen te leven met de onaangename geur en de bijbehorende gezondheidsrisico’s.

    ‘Ideaal’

    Shwepyithar was niet altijd een enorme vuilnisbelt. Het is een van Yangons meest recent gebouwde townships: het werd opgericht in 1986. De naam betekent ‘gouden en aangename plek’, maar vandaag de dag is het dat allerminst. Bijna elk woonblok is vervuild door hopen plastic en ander afval. Samen met Hlaing Tharyar in het zuiden is Shwepyithar een van de grootste industriegebieden van de voormalige hoofdstad geworden. Er zijn andere stortplaatsen in Yangon, maar het unieke stedelijke ontwerp van de township maakt het bijzonder aantrekkelijk voor mensen die van overtollig afval af willen.

    Jacques Michel*, milieuonderzoeker in Myanmar, legt uit dat Shwepyithar zo is ontworpen dat er voor elke honderd huizen één grote groene ruimte zou zijn – een ambitieus plan om openluchtrecreatie aan te moedigen. Door een gebrek aan geld en wilskracht van de gemeente zijn deze plekken echter leeg gebleven, waardoor ze ‘ideaal’ zijn om afval op te dumpen, aldus Michel. In tegenstelling tot Shwepyithar is Hlaing Tharyar ‘zeer dichtbebouwd, dus is er minder lege ruimte en is het dumpen van afval moeilijker’, voegt hij eraan toe.

    De fabrieken in Shwepyithar zorgen voor een groot deel van het afval dat in de gemeenschap gedumpt wordt, maar ze zijn niet de enige verantwoordelijke partij. Onder het afval dat Frontier onderzocht, bevonden zich verpakkingen van Lidl, Unico Penne Rigate, Foremost, Kasztelan, Spomlek en Oikos. Geen van deze bedrijven levert goederen aan Myanmar.

    U Htun Khaing*, een plasticrecycler en afvalimporteur gevestigd in Mandalay, zegt dat er in Myanmar ook afval ligt dat afkomstig is uit de VS, Japan, Maleisië, Zuid-Korea, Australië en, in mindere mate, Vietnam en enkele Afrikaanse landen die hij niet bij naam kon noemen.

    Volgens een woordvoerder van Spomlek, een Pools kaasmerk, exporteert het bedrijf geen goederen naar Myanmar en is onbekend hoe de verpakkingen van hun producten in het land terecht zijn gekomen. De woordvoerder verkondigt dat het afvalbeheer van het bedrijf ‘in overeenstemming met de regels’ is. 

    Ook Carlsberg Polska, dat Kasztelan (bier) produceert, zegt dat het geen afval exporteert en geen producten aan Myanmar levert. Het bedrijf suggereert dat het aangetroffen afval door individuele consumenten kan zijn weggegooid.

    De Canadese bedrijven Unico Penne Rigate en Foremost reageerden niet op een verzoek om commentaar. Ook Danone North America, dat Oikos (yoghurt) produceert, reageerde niet. Tegen Danone, dat wordt beschouwd als een van de grootste producenten van plastic wereldwijd, loopt momenteel in Frankrijk een vervuilingsrechtszaak.

    Ooit was China de grootste ontvanger van plastic afval, goed voor meer dan 45 procent van alle invoer wereldwijd

    De grootste hoeveelheid buitenlandse verpakkingen die Frontier in Shwepyithar vond, kwam van de Britse tak van Lidl, een Duitse supermarktketen met winkels in heel Europa die zich beroemt op een sterk milieubeleid. De verpakkingen van Lidl UK zijn afkomstig van massagoederen die in pakhuizen worden opgeslagen en die niet aan Myanmar worden geleverd. Volgens voormalig supermarktmedewerkers die de beelden hebben bekeken, betekent dit dat het plastic niet is gedumpt door lokale klanten, maar door het bedrijf zelf. Desondanks beweert Lidl UK dat al het plastic afval van het bedrijf ‘wordt verwerkt in het Verenigd Koninkrijk en dat Lidl een strikt beleid heeft tegen het versturen van afval of recyclebare materialen naar enig land in Azië’.

    In Shwepyithar is ook verpakkingstape van Lidl Polen gevonden. Een vertegenwoordiger van Lidl Polen beweert echter dat het bedrijf afval overdraagt aan derden, en dat in elk contract wordt opgenomen dat ‘verpakkingsafval binnen de Europese Unie wordt gerecycled’.

    Miljoenenhandel

    Maar het plastic dat Frontier vond, is slechts het topje van de ijsberg. Volgens gegevens van United Nations Comtrade, wereldwijd de grootste handelsdatabase, hebben landen aangegeven dat ze tussen 2017 en 2022 voor meer dan 70 miljoen dollar aan plastic afval naar Myanmar hebben geëxporteerd. Dat is 143.000 ton plastic afval, waarvan meer dan 114.000 ton afkomstig is uit Thailand. Hoewel dit slechts een fractie is van de tweeduizend ton die elke dag in Myanmar wordt gegenereerd, is het een aanzienlijke hoeveelheid, die bovendien in de loop van de tijd zou kunnen toenemen als regelgeving genegeerd blijft worden.

    Thailand en Myanmar waren niet altijd de favoriete bestemming voor buitenlands afval. Ooit was China de grootste ontvanger van plastic afval, goed voor meer dan 45 procent van alle invoer wereldwijd. Doordat de afvalverwerkingsindustrie kromp en de lucht- en watervervuiling toenam, kondigde China in 2017 echter een verbod aan op de invoer van plastic afval. Op zoek naar een nieuwe dumpplaats wendden veel exporteurs zich tot het nabijgelegen Zuidoost-Azië.

    Als een van de armste landen in de regio en een land dat bovendien bekendstaat om zijn zwakke wetshandhaving was Myanmar een gemakkelijke keuze. In het eerste jaar na het Chinese verbod meldde Myanmar een enorme toename van de invoer van plastic afval: van 1855 ton in 2017 tot maar liefst 71.050 ton in 2018. Het jaar daarop werd plastic afval toegevoegd aan de Negative Import List van Myanmar en werd de handel formeel verboden. Maar dat had weinig effect. 

    Westerse landen zoals de VS, die voorheen dagelijks naar schatting vierduizend containers met afval naar China stuurden, begonnen ook zendingen naar Maleisië en Vietnam te verschepen, maar deze twee landen voerden al snel hun eigen invoerverbod op plastic afval in.

    Terwijl de verontwaardiging wereldwijd groeide, werd in 2021 een amendement over plastic afval ingediend bij het Verdrag van Bazel, het wereldwijde verdrag dat de internationale afvalhandel reguleert. Alle VN-lidstaten ondertekenden het amendement, met uitzondering van de VS, Oost-Timor, Fiji en Zuid-Soedan. 

    De nieuwe wijziging in het verdrag verbiedt de export van gevaarlijk plastic en verplicht dat gemengd afval alleen mag worden verscheept naar landen die over de middelen beschikken om het adequaat op te ruimen. Bovendien moeten deze landen hier vooraf over worden ingelicht.

    Maar in Myanmar wordt het afval simpelweg gedumpt in wijken zoals Shwepyithar. Landen blijven plastic afval naar het land verschepen zonder het er vooraf over in te lichten.

    ‘Het is een geldprobleem, een machtsprobleem, een probleem van de politieke wil’

    Sinds Canada in 2021 is begonnen met het bijhouden van de export heeft Frontier niets gevonden wat aantoont dat bedrijven die plastic afval van Canada naar Myanmar exporteren, het land hier vooraf over hebben ingelicht. Sterker nog: Canada heeft volgens Environment and Climate Change sindsdien geen vergunningen afgegeven voor Myanmar of Thailand, terwijl het wel nog 5900 ton plastic afval naar Thailand heeft geëxporteerd en bijna 24 ton naar Myanmar.

    Spanje heeft, volgens gegevens die het aan UN Comtrade verstrekte, vorig jaar meer dan 470 ton plastic afval naar Myanmar verscheept. Frontier vond echter geen bewijs dat Spanje de zendingen vooraf had aangekondigd. Het Spaanse ministerie van Ecologische Transitie heeft bij het ter perse van deze rapportage gaan nog niet gereageerd.

    De Myanmarese autoriteit die toezicht houdt op het Verdrag van Bazel valt onder het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen en Milieubehoud, dat onder leiding staat van de junta. De autoriteit heeft niet gereageerd op verzoeken om commentaar per telefoon, e-mail en post.

    De EU heeft in 2021 haar eigen regelgeving ingevoerd, waarbij de export van gemengd of verontreinigd afval naar landen die geen deel uitmaken van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling [OESO], verboden wordt. De OESO is een groepering van 38 landen die voor het grootste deel welvarend zijn. De EU overweegt ook een volledig verbod op de export van alle plastic afval naar welk land dan ook.

    Jim Puckett, uitvoerend directeur van het Basel Action Network, een Amerikaanse organisatie die zich inzet tegen de export van giftig afval, legt uit dat Myanmar geen lid is van de OESO en dat daarom ‘al het gebruikte verpakkingsmateriaal wat van de EU naar Myanmar komt, vrijwel zeker illegale afvalhandel is’.

    ‘Regeringen willen zich niet houden aan de plasticamendementen. Het gaat gewoon om te veel geld. Ze kiezen ervoor om de andere kant op te kijken. De VN organiseert allerlei trainingen voor ambtenaren over de nieuwe afvalwijzigingen, maar het is geen educatief probleem. Het is een geldprobleem, een machtsprobleem, een probleem van de politieke wil,’ aldus Puckett.

    Op basis van gegevens van UN Comtrade is er een daling in de export geweest na de invoering van het verbod. In 2021 daalde de hoeveelheid plastic afval die naar Myanmar werd geëxporteerd van meer dan 13.084 ton naar ongeveer 9300 ton. Toch heeft geen enkel land aan deze praktijken een einde gemaakt en worden er nog steeds duizenden tonnen per jaar naar Myanmar verscheept. 

    Om die reden vinden campagnevoerders dat het VN-verdrag over kunststoffen – waarover momenteel wordt onderhandeld en dat naar verwachting eind volgend jaar wordt afgerond – alle export van plastic afval moet verbieden.

    ‘De plasticamendementen van Bazel hebben niet gewerkt. Elk land moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Het is zo hypocriet – je moet je afval thuis houden. En misschien ook zorgen dat je er minder van produceert,’ zegt Jan Dell, oprichter van The Last Beach Cleanup, een Amerikaanse organisatie die zich richt op bewustwording over plasticvervuiling. ‘Er is geen enkele manier om deze praktijk te rechtvaardigen; export van plastic afval is simpelweg niet verantwoord.’

    ‘We want more’

    Enerzijds willen buitenlandse bedrijven hun plastic graag lozen in een ongereguleerde omgeving. Anderzijds nemen lokale recyclers in Myanmar het graag in ontvangst, vooral omdat de vraag naar gerecycled plastic – dat vaak goedkoper is dan nieuw plastic – is gestegen sinds de staatsgreep. 

    Htin Kyaw Win mengt buitenlands plastic afval met lokale grondstoffen om er polypropyleenzakken van te maken voor het verpakken van rijst en bonen. U Aung Kyi She*, die eigenaar is van een recyclingfabriek in Mandalay, gebruikt geïmporteerd afval om plastic pellets te maken – kleine stukjes plastic van vaak niet meer dan een paar centimeter breed, die worden gebruikt voor de fabricage van nieuwe producten. Die palets verkoopt hij vervolgens door aan andere fabrieken.

    ‘In alle gesprekken die we met recyclers hebben gehad, was de strekking: “We willen meer buitenlands plastic afval.” Het is op lange termijn goedkoper, het is van hogere kwaliteit, gemakkelijker te gebruiken, minder vies, betrouwbaarder,’ aldus Michel. Zo vertelt Htun Khaing, eigenaar van twee recyclingfabrieken in Mandalay, dat hij de voorkeur geeft aan buitenlands plastic omdat het ‘schoner’ is. ‘We geven de voorkeur aan geïmporteerd afval, ook al moeten we er meer voor betalen. Als we het lokale afval gebruiken, zijn er meer stappen nodig om het te wassen en te reinigen,’ zegt Htun Khaing.

    Hij legt uit dat plastic waterflessen in veel landen na één keer gebruik worden weggegooid, maar dat ze in Myanmar ‘meerdere keren worden hergebruikt’. Tegen de tijd dat ze in zijn fabriek in Mandalay belandt, moet een plastic waterfles uit eigen land veel uitgebreider worden schoongemaakt – wat dus meer tijd en middelen kost – dan een fles die uit het buitenland is geïmporteerd.

    ‘Als we het geïmporteerde afval gebruiken, kunnen we het direct in de machine stoppen, zodat het proces sneller verloopt en de kwaliteit van de producten beter is,’ zegt hij.

    Aye Thway Ni*, eigenaar van een plasticfabriek in Mandalay, zegt dat sommige artikelen die ze produceert ‘alleen vervaardigd kunnen worden met buitenlandse grondstoffen’. Ze legt uit dat binnenlandse materialen van ‘slechte kwaliteit’ zijn en daarom alleen kunnen worden gebruikt om kleine voorwerpen te maken, zoals flessendoppen. Met buitenlandse grondstoffen kunnen daarentegen hele waterflessen worden gemaakt.

    Je mag niets doen waarbij POP’s vrijkomen, omdat ze nooit verdwijnen

    Maar het importeren van plastic brengt ook risico’s met zich mee. Hoewel buitenlandse ladingen meestal schoner afval van hogere kwaliteit bevatten, is niet elk stuk bruikbaar en het is bijna onmogelijk om plastic van lagere kwaliteit terug te sturen. Plastic dat niet kan worden gebruikt, belandt op stortplaatsen, in waterwegen of, in het geval van Shwepyithar, direct voor de huizen van mensen.

    ‘Om het geïmporteerde afval te krijgen, moeten we een hele container kopen, waar veel gemengd afval in zit. Dus halen we er het een en ander uit en dat maken we schoon. Maar we kunnen het onbruikbare afval niet terugbrengen, dus moeten we het weggooien, en dat betekent minder winst voor ons,’ zegt Ko Win Tun Tun*, die bij een grote recyclingfabriek in Yangon werkt.

    Win Tun Tun zegt dat zijn fabriek de gemeentelijke autoriteiten tussen de zestigduizend en honderdtwintigduizend kyat (tussen de 27 en 54 euro) betaalt om ‘het afval op stortplaatsen te lozen’. Hij vertelt dat ze per maand normaal gesproken één groot voertuig vol met plastic afval dumpen. Min Hset Myat zegt dat zijn fabriek in Yangon ongeveer 10 procent van het geïmporteerde buitenlandse afval opruimt door het te begraven of te verbranden. ‘Meestal verbranden we het,’ zegt hij.

    Het verbranden van afval is gangbaar in Myanmar, maar kan ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Kunststof van polyvinylchloride (pvc) bijvoorbeeld, dat in allerlei materialen wordt gebruikt, van raamkozijnen tot afvoerbuizen, stoot bij verbranding giftige dampen uit die met borstkanker en andere vormen van kanker in verband worden gebracht.

    ‘Deze chemicaliën staan bekend als POP’s – persistent organic pollutants [persistente organische verontreinigende stoffen]. Ze zijn wereldwijd verboden. Je mag niets doen waarbij POP’s vrijkomen, omdat ze nooit verdwijnen. Als ze in de lucht terechtkomen, nestelen ze zich op alles – op voedsel, op water, alles wat je binnenkrijgt. Zo komen ze in je lichaam en daar blijven ze,’ zegt Michel. ‘In deze plastic afvalbergen zit altijd PVC – de vraag is hoeveel.’

    Van de buitenlandse kunststoffen die in Shwepyithar zijn gevonden, kwam polyethyleen (PE) het meeste voor. PE, dat in plastic zakken en de meeste voedselverpakkingen zit, is het meest gebruikte plastic ter wereld en kan in zijn pure vorm relatief gemakkelijk gerecycled worden. Maar zuiverheid is zeldzaam – Michel legt uit dat PE-producten vaak 10 tot 30 procent andere chemicaliën bevatten, waardoor ze veel moeilijker te recyclen zijn en schadelijker zijn in het geval van verbranding. ‘Telkens als je plastic verbrandt, stoot je deze chemische cocktail uit in de lucht,’ zegt Michel. ‘Maar mensen verbranden het afval omdat ze geen idee hebben wat ze ermee moeten doen.’

    ‘Het water wordt vies en donker. Als we het aanraken, beginnen onze benen te jeuken’

    Afval wordt ook gedumpt in waterwegen en riolen, zoals in Shwepyitars zevenentwintigste district. Daw Aye Mi, die sinds 2018 in de nederzetting woont, zegt dat het dumpen de afgelopen twee jaar een ernstig gevaar voor de gezondheid van de gemeenschap is geworden. ‘Als er ergens een stortplaats is, denken mensen dat ze hun afval daar kunnen lozen, en dat doen ze dan ook. Daarna drijft het via waterwegen naar andere woonwijken. Het water wordt vies en donker. Als we het aanraken, beginnen onze benen te jeuken,’ zegt ze. Ze laat zweren op haar been zien die ze naar eigen zeggen heeft opgelopen door zich in het water te wassen.

    Het gebrek aan bewustzijn over veilige afvalverwerking wordt nog eens verergerd door onvoldoende toezicht en corruptie, vooral sinds de staatsgreep. Drie bewoners van twee districten in Shwepyitar vertellen dat ambtenaren van het district hen onder druk zetten om overeenkomsten te ondertekenen die het dumpen van afval in hun gemeenschap mogelijk maken. 

    ‘Alle bewoners tekenden, dus ik ook. Ik wilde niet de enige zijn die bezwaar maakte. Ik zou niet durven,’ zegt Daw Thwe Kyi Kyi*, een alleenstaande moeder die als voedselverkoper in het negende district werkt.

    Michel legt uit dat het in Myanmar niet gangbaar is om de autoriteiten te confronteren met milieukwesties. Zelfs vóór de coup was er onder verkozen regeringen weinig protest vanuit de getroffen gemeenschappen. Maar sinds de militaire machtsovername is de terughoudendheid veel groter, waardoor Myanmar ‘de perfecte plek is voor het dumpen van afval en voor elke andere vorm van uitbuiting’, aldus Michel.

    Weinig vertrouwen

    ‘Veel mensen zijn bang om zich uit te spreken over hun zorgen, uitdagingen en problemen. Er is veel minder ruimte voor,’ zegt hij. ‘Er is niemand met wie mensen kunnen praten en daarom doen ze dat ook niet. Er is weinig vertrouwen in de instellingen die hun problemen zouden moeten oplossen, dus proberen ze het niet eens.’

    Zeya Kyaw Moe, de 55-jarige inwoner van het elfde district, heeft voorgesteld dat de districtsbeheerder een bijeenkomst zou houden met alle leden van de gemeenschap om samen te beslissen hoe het afval moet worden beheerd. Maar hij heeft nooit iets gehoord en is bang om op de kwestie aan te dringen. ‘In normale tijden, onder een burgerregering, zouden dit soort problemen makkelijk op te lossen zijn. Maar nu krijgen we moeilijkheden als we ergens over klagen,’ zegt Zeya Kyaw Moe. ‘Niemand durft zich uit te spreken, dus moet ik dit ondergaan totdat ik kan verhuizen. Mijn buren hebben me geadviseerd om niets meer tegen het bestuur over de stortplaats te zeggen, omdat ze bang zijn dat ik in de problemen kom.’

    ‘Op mijn leeftijd kan ik het niet meer verdragen om geslagen of gemarteld te worden. Ik kan alleen nog maar hopen. Mijn geest is niet meer zo sterk als toen ik jong was.’

    * Om veiligheidsredenen is er een pseudoniem gebruikt.

    Kyaw Zin, Nandi Theint, Charlotte Alfred, Eva Constantaras, Nalinee Maleeyakul, Mia Rabson en Mariusz Sepiolo hebben bijgedragen aan deze reportage.

    De productie van dit onderzoek werd ondersteund door een subsidie van het fonds Investigative Journalism for Europe (IJ4EU). Dit artikel is gepubliceerd in samenwerking met Prachatai, The Canadian Press, Front Story, The Independent en Politico.

  • Doorbraak op eerste dag klimaattop met goedkeuring nieuw herstelfonds

    Doorbraak op eerste dag klimaattop met goedkeuring nieuw herstelfonds

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » NYT: Israël was al een jaar op de hoogte van plannen Hamas

    » Russische Hooggerechtshof: lhbt-activisme is extremisme

    Arme landen moeten hulp krijgen bij klimaatrampen

    Op de COP28 is donderdag een onverwachte doorbraak geboekt met de goedkeuring van een nieuw herstelfonds waarmee arme landen moeten worden geholpen klimaatrampen te bestrijden. Dat meldt The Guardian. COP28-voorzitter Sultan Ahmed al-Jaber sprak van een ‘positief signaal naar de wereld’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met de oprichting van het fonds, gelijk op de eerste dag van de twee weken durende COP28-conferentie, kregen landen de mogelijkheid om het fonds tijdens de conferentie nog te spekken. Zo werd 100 miljoen dollar toegezegd door de Verenigde Arabische Emiraten, zeker 51 miljoen dollar door Groot-Brittannië, 17,5 miljoen dollar door de Verenigde Staten en 10 miljoen dollar door Japan. Later zegde de Europese Unie 245,39 miljoen dollar toe, waaronder 100 miljoen dollar van Duitsland.

    Het schadefonds is iets waar armere landen al jaren op aandringen. Volgens experts kan de doorbraak helpen om andere compromissen te smeden tijdens de top. Toch zijn er bij sommige arme landen vragen, bijvoorbeeld over hoe het herstelfonds wordt gefinancierd als het geld op is en hoe het geld in het fonds verdeeld wordt.

    Lees ook:

  • ‘Het is tijd voor een nieuw klimaatpopulisme’

    ‘Het is tijd voor een nieuw klimaatpopulisme’

    Journalist Andy Beckett betoogt dat het tijd is ’om te laten zien met welke puinhoop de superrijken ons en de planeet hebben opgezadeld’. Een nieuw klimaatpopulisme moet de egoïstische rol van de rijken benadrukken en hun bevoorrechte positie blootleggen.

    In Groot-Brittannië en ver daarbuiten hebben antimilieuactivisten een nieuw favoriet argument. Omdat ze de klimaatcrisis niet langer kunnen ontkennen, zijn ze van ontkenning overgestapt op klassenstrijd. Nu beweren ze dat milieubeleid en groene innovaties – van elektrische auto’s tot warmtepompen en van lage-emissiezones tot milieubelasting – onbetaalbaar zijn voor de arbeidersklasse en een deel van de middenklasse, maar dat ze desondanks toch worden opgelegd door een onaantastbare elite, bestaande uit politici, bureaucraten en rijke ‘woke kapitalisten’.

    De meeste mensen die deze argumenten in de rechtse media naar voren brengen, hebben zich nooit veel aangetrokken van de financiële problemen van wat ze zo vroom ‘de gewone mensen’ noemen. Maar modern rechts staat erom bekend dat het schaamteloos van koers kan veranderen. Nu de kosten van levensonderhoud zijn gestegen, heeft de antigroene boodschap aan kracht gewonnen.

    Het klimaatpopulisme wint ook aan kracht door een alliantie met sommige superrijken, zoals Rishi Sunak, die extra redenen hebben om zich te verzetten tegen milieubeleid. Vanwege hun frequente vliegreizen, meerdere huizen en overdadige consumptie, hebben ze verreweg de grootste koolstofvoetafdruk, en dus hebben ze het meest te verliezen als hun levensstijl klimaatvriendelijk moet worden. Zij die alleen electorale berekening zien in het antigroene beleid van Sunak, missen bijna zeker diens diepere beweegredenen.

    De opkomst van de democratie vroeg om een meer populair conservatisme. Sindsdien hebben allianties tussen de rijken en sommige angstige, financieel bedreigde groepen uit de arbeidersklasse en middenklasse, het rechtse gedachtegoed in stand gehouden. Deze coalities gebruikten dezelfde basisargumenten tegen noodzakelijke hervormingen als de antigroene beweging nu doet: te hoge kosten en te veel praktische problemen, om maar te zwijgen van de ontwrichtende invloed die verandering op de samenleving heeft. En ondertussen wordt de status-quo hetzij als stabiel en duurzaam afgeschilderd, hetzij als de minst slechte optie.

    Vermijden

    Dergelijke geruststellingen verhullen echter iets belangrijks dat potentieel explosief is: namelijk dat de rijken de klimaatcrisis langer kunnen vermijden dan de rest van ons. Als het in het ene land ondraaglijk warm wordt, kunnen ze gemakkelijker naar een ander land verhuizen. Of ze kunnen zich terugtrekken in privéruimtes met airconditioning. In zijn boek Vertical uit 2016 laat Stephen Graham zien hoe de toenemende segregatie van steden zorgt voor ‘apartheids-atmosferen’: ondergrondse complexen en torens met gezuiverde lucht voor elitebewoners – enclaves die de steeds onaangenamer wordende buitenwereld buitensluiten. Ondertussen zorgen deze moderne kastelen ervoor dat voor alle anderen de wereld onleefbaarder wordt door de warmte die hun airconditioning uitstoot.

    Hoe kan de macht van deze diepgewortelde antigroene lobby worden overwonnen? Milieuactivisten en linkse politici kunnen een stap in de goede richting zetten door een nieuw soort klimaatpopulisme creëren, waarin de rol van de rijken in de klimaatcrisis duidelijker en breder wordt neergezet. ‘Huishoudens met hoog energieverbruik zijn zelden het onderwerp geweest van academische studies of beleidsinitiatieven,’ aldus het tijdschrift Energy Research & Social Science, ‘terwijl juist zij over een enorm potentieel beschikken om hun milieu-impact te verminderen.’ Vorig jaar schreef het tijdschrift Nature Sustainability dat ’s werelds rijkste 1 procent sinds 1990 verantwoordelijk is voor 23 procent van de wereldwijde emissiegroei, terwijl ‘in rijke landen de uitstoot van lage- en middeninkomensgroepen afnam’.

    ’s Werelds rijkste 1 procent is sinds 1990 verantwoordelijk voor 23 procent van de wereldwijde emissiegroei

    Een nieuw groen populisme dat dit egoïsme benadrukt en veroordeelt, kan een wig drijven tussen de meer en minder bevoorrechte delen van de antiklimaatcoalitie. Mensen die zich zorgen maken of ze zich een groener leven kunnen veroorloven, zullen zich dan realiseren hoe weinig ze eigenlijk gemeen hebben met de privéjetklasse. Of zoals een Labour-activist mij half voor de grap voorstelde, na de verkiezingsnederlaag van zijn partij in Uxbridge en South Ruislip vorige maand: belasting op helikopters om een betere sloopregeling te financieren, was een mooiere manier geweest om een ultra-lage emissiezone aan de kiezers te verkopen.

    Sommigen beweren dat de klimaatcrisis te ernstig is om te politiseren. In The Times van vorige week bekritiseerde Keir Starmer ‘degenen op zowel links als rechts die de crisis willen zien als een ideologische identiteitskwestie. In één opzicht heeft hij gelijk. Klimaat is universeel en vraagt om oplossingen op dezelfde schaal: samenwerking binnen en tussen landen in plaats van jarenlange verdeeldheid terwijl de situatie verslechtert.

    Aan de andere kant moeten we wel op een politieke manier naar de klimaatcrisis kijken. Het gaat over hoe een eindige hulpbron – de hoeveelheid uitgestoten koolstof die de planeet kan verdragen – moet worden verdeeld over verschillende belangen. De huidige antigroene beweging is zelden helemaal eerlijk over haar motieven. Het is moeilijk om openlijk te zeggen dat je je niet bekommert om de toekomst van de planeet op de lange termijn omdat je die toch niet meer zal meemaken, of omdat je het profijt op de korte termijn belangrijker vindt. Dus worden er in plaats daarvan respectabel klinkende argumenten aangevoerd over de betaalbaarheid van klimaatbeleid.

    Verzet

    Het verzet tegen dit beleid moet worden gezien voor wat het is: een uiterst politieke poging om de rijken en andere grote uitstoters van koolstof te vrijwaren van het brengen van offers. Publieke figuren van de beweging gaan tekeer tegen groene maatregelen en zijn stiekem misschien wel blij dat een groot deel van de bevolking hun beleid lijkt te steunen. Maar net als tijdens de pandemie worden wij geacht onszelf beperkingen op te leggen en zo te helpen een wereldwijde crisis te bestrijden, terwijl een minderheid onder ons vrolijk feest blijft vieren.

    Om een succesvolle proklimaatpolitiek te creëren, is ook een positief element nodig – een belofte dat het leven in bepaalde opzichten beter wordt met minder uitstoot. De Amerikaanse regering is bezig met het vinden van de juiste manier om dat te zeggen. ‘President Biden ziet klimaatactie als een kans om de [energie]kosten voor alle Amerikanen te verlagen, om goedbetaalde, door vakbonden gesteunde banen voor werknemers te creëren en de cumulatieve effecten van vervuiling op achtergestelde gemeenschappen aan te pakken,’ schreef zijn energieadviseur John Podesta vorig jaar. Het kapitalisme van fossiele brandstoffen is zo schadelijk voor maatschappij en milieu dat het mogelijk moet zijn om kiezers te winnen voor alternatieven.

    Met hetzelfde vertrouwen zal Labour een soortgelijk beleid moeten promoten. Het is vaak moeilijker om doortastend te zijn na een lange periode zonder macht dan wanneer je aan de macht bent. Toch moet de partij zich realiseren dat het afzwakken of uitstellen van klimaatbeleid om een compromis te sluiten met de antigroene lobby een gedoemde exercitie is. Want tegen de tijd dat die lobby heeft geaccepteerd dat een groenere wereld geen extravagantie of complot is maar een noodzaak – als ze dat ooit al zal doen – is het waarschijnlijk al te laat.

  • Wat staat er op het spel bij de klimaattop COP28 in Dubai?

    Wat staat er op het spel bij de klimaattop COP28 in Dubai?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de COP28, de klimaattop die plaatsvindt van 30 november tot en met 12 december. Waar draait deze internationale conferentie om?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is COP28 en waarom is het belangrijk?

    Tienduizenden mensen van over de hele wereld komen deze week naar Dubai voor de jaarlijkse conferentie van de Verenigde Naties over klimaatverandering, die plaatsvindt van 30 november tot en met 12 december. De Verenigde Arabische Emiraten (VAE), een belangrijke olieproducent, is dit jaar gastheer van de top. 

    COP staat voor Conference of Parties, de algemene, besluitvormende vergadering van alle partijen die een internationale conventie bezoeken, in dit geval de 198 landen die het klimaatverdrag van 1992 hebben ondertekend. Diplomaten van deze landen komen sinds 1995 elk jaar bijeen. Het is dus de achtentwintigste keer dat de klimaattop wordt gehouden.

    Verscheidene wereldleiders, met een wisselende staat van dienst op het gebied van klimaat, hebben toegezegd aanwezig te zijn, schrijft The Washington Post. Onder andere de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva, die beloofde de ontbossing van het Amazonewoud een halt toe te roepen, en de Britse premier Rishi Sunak, die onlangs de klimaatdoelstellingen van het Verenigd Koninkrijk heeft uitgesteld vanwege zorgen over de hoge kosten. Ook Paus Franciscus, die vorige maand waarschuwde dat ‘de wereld waarin we leven instort’, heeft bevestigd COP28 te zullen bijwonen. De Britse koning Charles III verzorgt de openingstoespraak. 

    ANP 457399202
    De Britse minister-president Rishi Sunak spreekt tijdens de COP27 in de Egyptische stad Sharm El-Sheikh op 7 November 2022. Sunak heeft onlangs de klimaatdoelstellingen van het Verenigd Koninkrijk uitgesteld vanwege zorgen over de hoge kosten. – © Khaled Elfiqi / EPA

    Van de Chinese president Xi Jinping wordt verwacht dat hij de top overslaat, hoewel vicepremier Ding Xuexiang en de Chinese klimaatonderhandelaar Xie Zhenhua wel van plan zullen zijn deel te nemen. Vanwege de aanhoudende oorlog in Oekraïne zal de Russische president Vladimir Poetin waarschijnlijk evenmin aanwezig zijn. De Amerikaanse president Joe Biden neemt niet deel aan de top.

    Wereldleiders moeten ‘ophouden met treuzelen en beginnen met handelen’ als het aankomt op het terugdringen van de CO2-uitstoot, waarschuwde Simon Stiell, de hoogste klimaatfunctionaris van de VN. Door de snel stijgende temperaturen dit jaar loopt iedereen het risico op een klimaatramp, aldus Stiell in een interview met The Guardian. Geen enkel land hoeft zich volgens hem immuun te wanen voor een catastrofe. 

    Voorafgaand aan de klimaattop waarschuwden de VN in een rapport dat de wereld op weg is naar een ‘helse’ opwarming van de aarde van 3 graden Celsius. ‘Temperatuurrecords zijn door het dak gegaan in 2023 en intensievere hittegolven, overstromingen en droogtes hebben over de hele wereld levens geëist en dorpen, steden en landbouwgrond verwoest. Dit als gevolg van een temperatuurstijging van 1,4 graden sinds eind negentiende eeuw. Wetenschappers zeggen dat er nog veel ergere dingen volgen als de temperatuur blijft stijgen’, schrijft de Britse krant in een ander artikel.

    Wat staat er deze keer op de agenda?

    Het belangrijkste agendapunt is het beoordelen of de wereld op schema ligt om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 te halen, de zogeheten ‘Global Stocktake’. De inventarisatie vindt om de vijf jaar plaats en ‘tot nu toe hebben diplomaten elke keer geconcludeerd dat de wereld er flink naast zit’, aldus The Washington Post

    ‘Het neteligste agendapunt wordt gevormd door de onderhandelingen over een nieuw fonds om arme landen te compenseren voor “verlies en schade” – VN-jargon voor de verwoestingen veroorzaakt door de opwarming van de aarde’, schrijft de Amerikaanse krant. Op de top van vorig jaar in het Egyptische Sharmel-Sheikh bereikten de rijke landen een historische overeenkomst om zo’n fonds op te richten. Maar sindsdien zijn ze er niet in geslaagd om het eens te worden over welke landen aan het fonds moeten bijdragen en hoeveel. Zo zeggen rijkere landen die zich pas later hebben ontwikkeld dan het Westen, zoals China, dat zij minder hebben bijgedragen aan de wereldwijde opwarming en dus minder hoeven bij te dragen. 

    De Zimbabwaanse klimaatactivist Sidney Chisi roept rijke landen in een ingezonden brief op de website van Al Jazeera dan ook op om hun verantwoordelijkheid te nemen. ‘In het Mondiale Zuiden maakt men zich voortdurend zorgen dat rijke landen en internationale bedrijven zullen aandringen op beleid dat hen in staat stelt om hun bedrijfsvoering onveranderd te laten, waardoor armere landen, die het minst verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, er het zwaarst door getroffen zullen worden.’ Grote vervuilers uit rijke landen moeten volgens Chisi niet de kans krijgen om op de klimaattop hun belangen voorop te stellen. 

    ANP 484930374
    Dubai is er klaar voor om de tienduizenden bezoekers van COP28 te ontvangen. Een van de prangende zaken die op de agenda staat, is een nieuw fonds voor arme landen die schade ondervinden van klimaatverandering. – © Peter Dejong / AP Photo

    Analisten verwachten ook dat de onderhandelaars het niet eens zullen worden over de vraag of de slotovereenkomst van COP28 moet oproepen tot het uitfaseren van fossiele brandstoffen, de belangrijkste veroorzaker van de opwarming van de aarde. Grote olieproducerende landen zullen zich hier waarschijnlijk tegen verzetten en aandringen op het belang van CO2-opslag, een technologie die koolstofdioxide uit vervuilende installaties opzuigt en diep onder de grond opslaat. ‘Veel klimaatactivisten zien deze technologie als een valse oplossing, die de levensduur van de infrastructuur voor fossiele brandstoffen nog tientallen jaren verlengt’, schrijft The Washington Post.

    Ook voedselproductie is een belangrijk punt. Volgens schattingen zou een derde van de wereldvoedselproductie in gevaar kunnen komen als de temperaturen blijven stijgen, schrijft The Observer. Landbouw draagt ook in grote mate bij aan de crisis: methaan – een krachtig broeikasgas – is afkomstig van vee; stikstof – een ander broeikasgas – is afkomstig van kunstmestgebruik, en er komen enorme hoeveelheden CO2 vrij wanneer bossen, moerasland en veengronden worden omgezet in landbouwgrond.

    Toch ontbrak het onderwerp voedsel grotendeels in eerdere COP’s, schrijft klimaatredacteur Fiona Harvey van de Britse zondagskrant. ‘Deze keer zal de leiders worden gevraagd een speciale voedselverklaring [over het streven naar duurzame voedselproductie] te ondertekenen, die aan het begin van de conferentie wordt uitgegeven. Een paar dagen later zal de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN uiteenzetten hoe de wereld een groeiende bevolking volgens haar kan voeden zonder buiten de temperatuurgrens van 1,5 graden te treden.’

    Waarom is er zo veel kritiek op organisator VAE?

    Waarom is een oliekoninkrijk gastheer van COP28?’ Die vraagt stelt ook The Washington Post. De Verenigde Naties roteert de locatie van de COP’s elk jaar tussen vijf regio’s: Afrika, Azië en de Stille Oceaan, Oost-Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en West-Europa. Dit jaar was het de beurt aan de Aziatisch-Pacifische groep om te hosten. In 2021 werd door alle deelnemende landen ingestemd met de Verenigde Arabische Emiraten als gastheer voor COP28. Sultan Ahmed Al-Jaber – minister van Industrie en Geavanceerde Technologie van de VAE maar ook directeur van de Abu Dhabi National Oil Company – zal de besprekingen leiden.

    ANP 485006496
    Voorzitter van COP28 Sultan Ahmed Al-Jaber (rechts) en Sjeik Mohammed bin Zayed Al-Nahyan (midden), president van de Verenigde Arabische Emiraten, en Reem Al-Hashimy (links), staatssecretaris voor internationale samenwerking, ontmoeten elkaar woensdagochtend voordat COP28. – © Kamran Jebreili / AP Photo

    Deze dubbele rol wordt bekritiseerd als belangenverstrengeling, schrijft klimaatredacteur Damian Carrington van The Guardian. Temeer omdat uit gelekte documenten in handen van de Britse krant blijkt dat de gastheer van COP28 van plan is om tijdens klimaatbijeenkomsten met andere landen deals voor zijn nationale olie- en gasbedrijven te promoten.

    Ook mensenrechtenactivisten zijn kritisch op de rol van de Verenigde Arabische Emiraten als gastland. Zo schrijven advocaten Rhys Davies en Ben Keith in The Economist dat het slecht gesteld is met de mensenrechten in het olierijke koninkrijk. ‘De vrijheid van meningsuiting wordt ernstig beknot. Afwijkende meningen, of ze nu de vorm aannemen van online activisme of van vreedzame protesten, worden beantwoord met onverbloemde repressie. De zaak van Ahmed Mansoor, een blogger en mensenrechtenactivist uit de VAE die sinds 2017 gevangenzit voor zijn activisme, illustreert een groter, systemisch probleem: de intolerantie van de staat tegenover kritiek.’

    De Britse briefschrijvers vinden het dan ook ‘problematisch’ dat het land gastheer is van de klimaattop: ‘De essentie van COP28 is het aanpakken van de grootste problemen die klimaatverandering met zich meebrengt, en dit vereist een open dialoog, inclusiviteit en respect voor fundamentele rechten. Door de conferentie te houden in een land waar andersdenkenden vaak het zwijgen wordt opgelegd, wordt een tegenstrijdige boodschap uitgedragen, die de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van de resultaten zeker zal ondermijnen.’

    Lees ook:

  • Veel jonge mensen willen een groen beroep – maar de realiteit valt tegen

    Veel jonge mensen willen een groen beroep – maar de realiteit valt tegen

    Veel jonge afgestudeerden willen zich in hun werk inzetten voor een duurzame wereld. Maar de praktijk blijkt weerbarstig: ‘Het klimaat is belangrijk, maar we blijven natuurlijk wel een bedrijf.’

    Ze zijn verantwoordelijk voor de duurzame ontwikkeling van een bedrijf of voor de afdeling MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Of ze zijn consultant ecologische transitie, of verantwoordelijk voor het verminderen van de CO2-uitstoot van een bedrijf, projectmanager biodiversiteit of data-analist ESG [Ecologische, Sociale en Governance aspecten]. Ze sporen in de media bedrijven aan hun koers te veranderen of foute bedrijven de rug toe te keren, en zijn op zoek naar verandering van binnenuit. Dat doen ze in zogenoemde ‘groene’, ‘MVO’- of ‘positieve impact’-banen, die de laatste jaren een hoge vlucht hebben genomen. Het gaat om een stijging van 21 procent tussen 2019 en 2021, volgens een onderzoek uit 2022. Maar het uitvoeren van dit ‘zinvolle’ werk verloopt niet altijd zonder moeilijkheden, strijd of soms zelfs ontgoocheling. 

    Enkele tientallen jonge professionals reageerden op een oproep van Le Monde om hun ervaringen te delen. Ze vertelden over de aanvankelijke passie voor hun beroep, maar ook over frustraties en concessies, trage besluitvorming en wel erg kleine triomfen.

    Waarden

    ‘Ik had beter moeten weten op grond van het sollicitatiegesprek,’ zegt Julien (die net als de andere geïnterviewden om anonimiteit vroeg). ‘Toen ik zei dat de strijd tegen klimaatverandering belangrijk voor me was, antwoordde de hr-manager met een glimlach: “Natuurlijk, voor ons ook! Maar we blijven natuurlijk wel een bedrijf…”.’ 

    Nadat hij was afgestudeerd als ingenieur en onderzoekservaring had opgedaan, ontdekte deze Parijse dertiger ‘de geweldige wereld van de groene technologie’. In 2021 begon hij een adviesbureau dat gespecialiseerd is in dataverwerking om de duurzame ontwikkeling in bedrijven te ondersteunen, met name door het uitvoeren van CO2-audits. ‘Ik wil niet werken voor een bedrijf dat alleen maar bezig is met dom en vervuilend kapitalisme. Liever iets wat een beetje meer in het algemeen belang is, snap je,’ aldus de datawetenschapper.

    Hij is niet de enige. Uit onderzoek van Toluna-Harris Interactive onder 2000 jongeren tussen de 18 en 30 jaar, dat in juni werd uitgevoerd voor het collectief Pour un réveil écologique [Voor een ecoligisch ontwaken], blijkt dat meer dan acht van de tien ondervraagden het belangrijk vindt om een baan te hebben waarin het milieu een rol speelt en die nut heeft voor de samenleving. Zeven op de tien zeggen zelfs niet te solliciteren bij een bedrijf dat onvoldoende rekening houdt met het milieu.

    Maar voor Julien valt het werk, ondanks de ‘goede sfeer met collega’s, trainingen over klimaatverandering en een verbod op wegwerpbestek in de kantine’, nogal tegen. ‘Ik heb gemerkt dat de verwachtingen van de bedrijven die ons advies inschakelen soms vrij laag zijn en dat we vaak te weinig feedback krijgen over wat ze daadwerkelijk met onze rapporten doen. Soms wordt er zelfs helemaal niets mee gedaan – terwijl ze er wel graag goede sier mee maken dat ze een cool, verantwoordelijk bedrijf hebben ingehuurd.

    Hij voelt zich er slecht bij bedrijven die werkzaam zijn in de oliesector te certificeren vanwege hun milieubeleid. Ook voelt het niet goed dat bepaalde studies die hij ‘bullshit’ noemt vanuit de overheid worden gefinancieerd. ‘Ik had geen zin om daar nog langer aan mee te doen.’ Dus stopte Julien na anderhalf jaar bij zijn adviesbureau om zich aan te sluiten bij een grote, ‘meer geëngageerde’ start-up op het gebied van de deeleconomie. Daar is hij als datawetenschapper nu veel gelukkiger, omdat hij ‘werkt in overeenstemming met zijn waarden’.

    Vier van de tien ondervraagde jongeren hebben het gevoel dat hun bedrijf lippendienst bewijst aan het milieu

    Degenen die betrokken zijn bij duurzame ontwikkeling of maatschappelijk en milieuverantwoord ondernemen, geven aan dit soort opmerkingen regelmatig te horen van jonge mensen aan het begin van hun carrière, wanneer ze de realiteit ontdekken van hun vermeende droombaan. Maar echte teleurstellingen ‘zijn toch vrij zeldzaam, omdat deze banen over het algemeen echt zinvol zijn’, volgens Caroline Renoux, directeur van Birdeo, een wervingsbureau dat gespecialiseerd is in banen met een maatschappelijke impact. Haar rol is om de ‘misverstanden en valkuilen’ weg te nemen.

    Een van de moeilijkheden is de vermeende greenwashen van bepaalde bedrijven, die zich slechts voor de vorm in zouden zetten voor het klimaat om zo mee te profiteren van de groeiende maatschappelijke drive. Soms trekken ze om die reden bewust jonge mensen aan. Vier van de tien ondervraagde jongeren in de recente Toluna-Harris Interactive-enquête hebben het gevoel dat hun bedrijf enkel lippendienst bewijst aan het milieu. Omgekeerd zegt een aantal door Le Monde ondervraagde professionals, die overtuigd zijn van de grotere betrokkenheid van hun bedrijf, dat ze moe worden van de verdenkingen dat hun bedrijf aan greenwashing doet.

    Verwachtingen

    Maar als het erop aankomt het kaf van het koren te scheiden, om ‘te kiezen tussen een bedrijf dat alleen maar aan de regels wil voldoen of een dat juist een meer geëngageerde aanpak wil volgen’, zijn net afgestudeerden tijdens hun sollicitatie vaak ‘niet duidelijk over hun waarden, wensen en wat ze bereid zijn te accepteren’, zegt Caroline Renoux. Ze moeten ook oppassen dat ze ‘een bedrijf niet verwarren met een ngo of een stichting. Want een bedrijf moet zowel voldoen aan zijn rendementsdoelstelling als aan sociale of milieudoelstellingen. En dat verloopt natuurlijk nooit zonder spanningen.’

    Wanneer de noodzaak van economische groei conflicteert met de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen, de impact van CO2 of het gebruik van water te verminderen, kunnen waardeconflicten en cognitieve dissonantie optreden.

    Jonge mensen die in ‘junior’-posities terechtkomen, met weinig invloed binnen het bedrijf, ‘zien al snel de tegenstrijdigheden in waarmee ze te maken krijgen en waaraan ze moeten wennen’, voegt Fabrice Bonnifet toe. Hij is hoofd duurzame ontwikkeling van de Bouygues-groep en voorzitter van het Collège des directeurs de développement durable (C3D), een organisatie waarin de hoofden duurzame ontwikkeling van veel bedrijven zich hebben verenigd. ‘We krijgen regelmatig van jonge mensen te horen dat ze gedesillusioneerd zijn,’ zegt hij. ‘Ze werken in MVO-functies maar vinden dat er niet naar ze wordt geluisterd, en bespeuren bij hun gesprekspartners niet de mate van urgentie die ze zelf ervaren.’

    De jonge professionals die wij hebben geïnterviewd lieten weten ook moeilijk overweg te kunnen met de manier waarop met tijd wordt omgegaan. ‘We zijn ons bewust van de ecologische noodsituatie. We zien dat de klimaatverandering versnelt en we weten dat we nu moeten handelen. Maar alles gaat zo langzaam,’ zegt Morgan (25), die sinds twee jaar verantwoordelijk is voor de bescherming van wetlands bij een grote fabrikant van transportinfrastructuur. Hij schetst een situatie die ook veel andere professionals ervaren. ‘Onze werkzaamheden, die relatief nieuw zijn, botsen standaard met die van andere diensten binnen het bedrijf die al lange tijd geld opleveren. Wij krijgen dus zelden voorrang. Het duurt maanden, soms jaren voordat beslissingen worden genomen en uitgevoerd. Je moet geduld hebben. En je moet accepteren dat de milieumaatregelen die je er met moeite doorheen krijgt, zeker in het begin slechts “compenserend” zijn voor activiteiten die voor de rest weinig veranderen…’  Het is een traagheid die hij ook ondervond bij de overheidsinstellingen waarvoor hij in het verleden werkte.

    ‘Je moet ook leren genieten van deze permanente oefening in diplomatie’

    Nu de tijd begint te dringen, ‘moet je over uithoudingsvermogen beschikken en positief blijven – dat is bijna onderdeel van je functieomschrijving,’ zegt Alexandra (27). Ze is hoofd duurzame transformatie voor een groot cosmeticaconcern en gepassioneerd over haar werk. ‘Je moet ook leren genieten van deze permanente oefening in diplomatie ten overstaan van mensen die minder overtuigd zijn dan jij,’ voegt Guillaume (26) toe, die bij de kamer van koophandel en industrie in de regio Parijs bedrijven adviseert over ecologische transitie. In plaats van mensen die ‘soms klimaatsceptisch’ zijn te wijzen op de noodsituatie, probeert hij hen bijvoorbeeld ‘te laten zien hoe ze geld kunnen besparen door hun milieu-impact te verminderen’.

    Om zijn ongeduld tegen te gaan, evenals het gevoel dat hij te veel concessies doet aan zijn eigen waarden, doet hij, net als andere geïnterviewde jongeren, naast zijn baan ook vrijwilligerswerk. Zo initieert hij muurschilderingen over het klimaat, neemt hij deel aan klimaatmarsen, zamelt hij afval in et cetera. Het helpt om plezier in zijn werk te behouden en niet ondergedompeld te raken in de klimaatangst, die vaak op de loer ligt.

  • Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Lucia Reisch: ‘Beleidsmakers moeten nudgen in de richting van plantaardig voedsel’

    Om de uitputting van de aarde te voorkomen en de klimaatverandering af te remmen, moeten we minder vlees en meer plantaardig voedsel eten. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de gastronomische sector en de beleidsmakers, betoogt Lucia Reisch.

    De catastrofale gevolgen van de klimaatverandering dienen zich al aan: Europa wordt door dodelijke hittegolven geteisterd en de poolkappen smelten, de aangroei van het zee-ijs heeft op Antarctica een historisch dieptepunt bereikt. Is er ook iets wat wij daar persoonlijk aan kunnen doen? Het antwoord is driewerf ja. Vooral wat we eten maakt heel veel uit. De leus ‘koeien zijn de nieuwe steenkool’ klinkt misschien overtrokken, maar is in wezen waar. Bijna een derde van alle uitstoot van broeikasgassen is afkomstig van voedselsystemen, en alleen al rundvlees is verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van de veehouderij en voedselproductie.

    Bovendien worden de voetafdruk van dierlijk voedsel en de daaruit voortvloeiende kosten om de uitstoot terug te dringen niet weerspiegeld in de prijs. Onderzoek toont aan dat mens en planeet baat zouden hebben bij een overstap op plantaardige voeding of op minder milieuvervuilend dierlijk voedsel zoals kip of vis. In een gezamenlijk rapport van onder meer de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de Wereldgezondheidsorganisatie en UNICEF werd onlangs gesteld dat voor een duurzaam en gezond voedingspatroon de voedselsystemen grondig op de schop moeten – en snel. Ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft aangetoond dat vergroening van de voedselsystemen een grote bijdrage kan leveren aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.

    Je kunt de voedselkeuze van mensen beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken

    In de gedragswetenschap is onderzocht op welke manieren mensen op alle punten in de keten beïnvloed kunnen worden in de keuzes die ze maken: van boeren die moeten besluiten wat ze gaan verbouwen tot detailhandelaren die kunnen overschakelen op de verkoop van duurzamer voedsel en consumenten die eten bestellen in een restaurant. In de VS zit vooral bij die laatste doelgroep veel potentieel, aangezien Amerikanen gemiddeld zes keer per week buiten de deur eten.

    Het is aangetoond dat je de voedselkeuze van mensen kunt beïnvloeden door duurzame maaltijden aantrekkelijker en toegankelijker te maken, bijvoorbeeld door plantaardige opties prominenter en in ruimere mate aan te bieden. Deze vorm van beïnvloeding stuit ook op betrekkelijk weinig weerstand, terwijl regels en verboden doorgaans betuttelend worden gevonden en een heffing op specifieke producten als vlees en suiker nadelig uitpakt voor de armen.

    Nudging

    Het zou dus een echte gamechanger kunnen zijn om plantaardig voedsel meer centraal te stellen op het menu van restaurants, cafés en kantines. Door het veranderen van de context waarin mensen hun eigen keuze maken, kun je ze met behoud van hun keuzevrijheid toch een duwtje in de goede richting geven (nudging). Maar zo’n verandering moet niet op zichzelf staan. Die moet onderdeel zijn van een bredere verandering van alle aspecten van het voedselsysteem waarmee de consument in aanraking komt, en daarin moeten industrie en detailhandel een grote rol spelen. Overal waar consumenten keuzes maken, kunnen op basis van gedragsonderzoek wijzigingen worden ingevoerd.

    Politici zullen misschien liever grote klimaatbeloften doen, wetten tegen voedselverspilling aannemen of het bedrijfsleven tot duurzame keuzes oproepen, en soms hameren ze er zelfs op dat ‘mensen zelf moeten bepalen wat ze eten’. Maar ze kunnen de detailhandel stimuleren om zijn geavanceerde arsenaal aan marketingtechnieken in te zetten om duurzame en gezonde voedingskeuzes (of zoals het tegenwoordig heet: een ‘planetary health diet’) aantrekkelijker, betaalbaarder, toegankelijker en sociaal breder aanvaard te maken. Dat zou al een grote stap zijn in de richting van verlaging van de uitstoot van broeikasgassen.

    Beleidsmakers mogen hun kiezers natuurlijk nooit manipuleren, al is het voor nog zo’n goed doel. Maar krachtige instrumenten om gedrag te beïnvloeden werken ook als ze volledig transparant zijn. En op basis van inzichten uit consumentenonderzoek en de economische en gedragswetenschappen kan beleid tegen klimaatverandering worden ontworpen dat de emoties, gewoonten, denkpatronen, sociale normen en voorkeuren van mensen centraal stelt. De kritiek op nudging – met name dat het weinig effect heeft en andere, nuttigere middelen overschaduwt – snijdt meestal geen hout. Beleidsmakers streven naar een verantwoorde toepassing, en overal ter wereld wordt door steden als New York en Kopenhagen en andere regio’s keuzearchitectuur ingezet om bij te dragen aan de verandering van voedselsystemen. Dankzij de kracht van suggestie en de neiging van mensen om inspanning te mijden en de weg van de minste weerstand te kiezen is het tot standaard verheffen van de vegetarische optie een van de beste middelen om gedrag te veranderen.

    Standaardoptie

    Als plantaardig eten eenmaal de standaardkeuze wordt en vlees de ‘andere’ optie is, daalt de vleesconsumptie. Uit een systematische analyse van vijftien onafhankelijke interventiestudies die zijn gepubliceerd tussen 2012 en 2020 en uitgevoerd in uiteenlopende situaties in zes Europese landen en de Verenigde Staten bleek dat zo’n ingreep steeds leidde tot een aanzienlijke verlaging van het aantal consumenten dat voor vlees koos, variërend van 53 tot 87 procent. Uit een Deens onderzoek bleek dat ruim 84 procent van de 300 deelnemers achter de keuze stonden om een vegetarische lunch tot standaardoptie te maken. En er zijn sterke aanwijzingen dat deze methode in diverse situaties de voedselkeuze kan beïnvloeden. Voortbouwend op eerder onderzoek voert mijn eigen El-Erian Institute of Behavioral Economics and Policy aan de Universiteit van Cambridge nu een vergelijkbaar veldexperiment uit in dertien van onze mensa’s.

    Gezien deze resultaten is het dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken in restaurants, supermarkten, scholen en kantoren. De non-profitorganisatie Better Food Foundation heeft een hele reeks tips en ideeën voor hoe je dit kunt aanpakken. Meatless Monday was bijvoorbeeld een actie die wereldwijd aansloeg en door veel mensen en organisaties werd gedragen. Ook de woordkeuze op een menu is van belang: door een gerecht niet ‘vegetarisch’ maar ‘planetair’ of ‘plantaardig’ te noemen, breng je beter over dat het ook een duurzame keuze is.

    Het is dus geen gek idee om van vega de standaardoptie te maken

    Het veranderen van voedselsystemen als een vorm van klimaatactie kan beginnen met beleidsveranderingen van bovenaf. Vanuit die gedachte hebben activisten, mensen uit het veld, beleidsmakers en onderzoekers op de VN Voedseltop in New York twee jaar geleden samen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 geformuleerd. Maar bij de implementatie van die doelen moeten beleidsmakers oog houden voor de rol die de menselijke factor in de voedselkeuze speelt. Gelukkig slaan partijen uit allerlei sectoren nu de handen ineen om nieuwe beleidsinstrumenten uit te testen en nieuwe normen en keuzefuiken te bedenken. Want dat consumenten moeten overstappen op meer plantaardig voedsel om de broeikasuitstoot van de voedselsystemen te verminderen, staat buiten kijf. Samen met andere beleidsinstrumenten die tot gedragsverandering leiden, kan een centrale plaats van plantaardig voedsel op het menu leiden tot een flinke daling van de vleesconsumptie met behoud van keuzevrijheid. Zo kunnen we straks allemaal een actievere rol spelen in het behoud van de natuurlijke hulpbronnen van de aarde en het afremmen van klimaatverandering.