Onderwerpen: Klimaat

  • Greta Thunberg aangehouden tijdens klimaatprotest in Londen

    Greta Thunberg aangehouden tijdens klimaatprotest in Londen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden bezoekt Israël terwijl spanning in regio stijgt

    » Van der Sloot bekent moord op Holloway in rechtbank in VS

    Ze werd opgepakt vanwege het verstoren van de openbare orde

    De Zweedse activiste Greta Thunberg is aangehouden tijdens een Fossil Free protest in Londen. Dat schrijft The Guardian. Thunberg was met andere activisten aanwezig buiten het InterContinental Hotel op Park Lane, waar directeuren van oliemaatschappijen vergaderden. De demonstranten probeerden de toegang tot het hotel te blokkeren, waarna ze werd gearresteerd.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op beelden op sociale media was te zien hoe de 20-jarige activiste door politieagenten werd weggeleid en achter in een politiebus werd gezet. In een verklaring zei de politie dat ze de Wet Openbare Orde had overtreden. In totaal werden twintig klimaatactivisten opgepakt, meldde de Londense politie.

    Het protest van Fossil Free London was georganiseerd op de eerste dag van het driedaagse Energy Intelligence Forum – voorheen de Oil and Money Conferentie – waar bazen van Shell en Total zouden spreken. ‘Achter deze gesloten deuren sluiten politici zonder ruggengraat deals en compromissen met lobbyisten van destructieve industrieën – de fossiele brandstof industrie,’ zei Thunberg over het forum. ‘Daarom moeten we directe actie ondernemen om dit te stoppen en dit geld uit de politiek te schoppen.’

    Lees ook:

  • Weerstand tegen klimaatacties in Duitsland neemt toe. ‘Protest is altijd ongemakkelijk’

    Weerstand tegen klimaatacties in Duitsland neemt toe. ‘Protest is altijd ongemakkelijk’

    Klimaatactivisten van Letzte Generation – het Duitse Extinction Rebellion – vinden niet bij iedereen de steun die nodig is om de politieke blokkade op klimaatregelingen op te heffen. Volgens Simon Teune ‘verstoren ze de illusie dat je je leven kunt blijven leiden zoals voorheen’. Der Spiegel sprak met de Duitse socioloog.

    Letzte Generation heeft verschillende keren haar strategieën veranderd. Eerst waren de protesten gericht tegen automobilisten, daarna tegen eigenaren van privévliegtuigen en andere rijken. Nu protesteert de groep vooral in Beieren, waar binnenkort deelstaatverkiezingen worden gehouden. Hoe verstandig is deze aanpak?

    ‘Het doel van de groep is een fundamenteel ander klimaatbeleid. Om dat te bereiken proberen ze verschillende strategieën uit, en het is eigenlijk moeilijk te voorspellen welke acties uiteindelijk het effectiefst zullen zijn. Het is zeker zinvol om vooral te mikken op de grootste veroorzakers van klimaat­verandering. De superrijken produceren door hun levensstijl en investeringen bijzonder veel uitstoot die schadelijk is voor het klimaat.

    Europa1 Simon Teune
    Socioloog en promovendus Simon Teune doet aan de Technische Universiteit in Berlijn onderzoek naar protestbewegingen. 

    Het feit dat de activisten zich richten op een deelstaat waar in de herfst verkiezingen worden gehouden, valt te beschouwen als een poging om al bestaande publieke aandacht te gebruiken voor de eigen agenda. Het uitproberen van verschillende strategieën kun je ook opvatten als reactie op een uitputtingseffect.’

    Wat bedoelt u?

    ‘De straatblokkades bezorgen Letzte Generation niet meer zo veel aandacht als in het begin. En ze brengen kosten met zich mee: financiële, maar vooral mentale kosten. De demonstranten hebben geld nodig voor rechtszaken en advocaten. En het is enorm belastend om tegenover boze en soms gewelddadige automobilisten te staan. Sommige demonstranten zijn getraumatiseerd door die reacties of door gewelddadig politieoptreden.’

    Toch heeft Letzte Generation veel tegenstanders die eigenlijk voorstanders zouden kunnen zijn. In talrijke opiniepeilingen vindt een meerderheid van de respondenten dat klimaatverandering een van de dringendste problemen van dit moment is. Tegelijkertijd wijst een groot aantal mensen het protest af. Hoe valt dat te rijmen?

    ‘De kritiek op de protesten van Letzte Generation staat symbool voor hoe we als samenleving omgaan met de klimaatcrisis als geheel. De media en de politiek verklaren het klimaatprotest – en niet de klimaatcrisis – tot het probleem. We weten allemaal dat het om een enorme uitdaging gaat en dat we allemaal vrij machteloos tegenover het probleem staan. Letzte Generation maakt dat conflict zichtbaar.’

    Wat wordt door dat protest dan precies zichtbaar?

    ‘Het onthult de beangstigende stilstand in de politiek over een kwestie die cruciaal is om te overleven. Het wekt de indruk dat delen van de huidige rood-geel-groene coalitie en de oppositie een duurzaam klimaatbeleid zo lang mogelijk willen uitstellen, terwijl de wetenschap duidelijk zegt dat er nog maar weinig tijd is om de klimaatcrisis met effectieve maatregelen te verzachten. De liberale FDP is zelfs tegen minimale oplossingen zoals een snelheidslimiet. De bondskanselier toont geen leiderschap en maakt ook niet duidelijk dat we moeten overschakelen op de crisismodus. Een brede parlementaire meerderheid steunt nog steeds subsidies voor fossiele energie. 

    ‘Het feit dat de regering wegkijkt is moeilijk te accepteren, en dat komt tot uiting in de protesten van Letzte Generation’

    Als de regering eerlijk zou zijn, zou ze mensen moeten voorbereiden op het feit dat we niet kunnen doorgaan met leven zoals we tot nu toe hebben gedaan. We zien nu al dat klimaatverandering leidt tot conflicten over water en land, tot honger en vluchtelingenstromen. Een consistent klimaatbeleid zou betekenen dat we een gemeenschappelijk perspectief ontwikkelen voor een noodzakelijke transformatie, waardoor we ook anders gaan praten over nieuwe manieren van verwarming, of over verbrandingsmotoren. Het feit dat de regering wegkijkt is moeilijk te accepteren, en dat komt tot uiting in de protesten van Letzte Generation.’

    Maar je ziet nu al dat veel mensen de verplichting om op middellange termijn een nieuw verwarmingssysteem te installeren erg ingrijpend vinden – de veranderingen gaan voor hen te snel.

    ‘ Ik denk dat dat maar ten dele waar is. Er is een maatschappelijke meerderheid voor een beter klimaatbeleid. De suggestie dat het voor mensen ‘te snel’ zou gaan, is ook een strategie om dingen te vertragen. Maar ook hier ligt de verantwoordelijkheid bij de overheid. Zij moet eerlijker communiceren dat wat nu nog een onredelijke eis lijkt, een kans is om een catastrofale ontwikkeling in de nabije toekomst te voorkomen.’

    In hoeverre zijn mensen volgens u bereid om hun eigen leven te veranderen?

    ‘De demonstranten verstoren de illusie dat je uiteindelijk op de een of andere manier je leven kunt blijven leiden zoals voorheen, namelijk zonder extra beperkingen. Dat gevoel van verstoring is bedreigend, en verklaart ook de scherpte van het debat. Het komt niet vaak voor dat demonstranten worden beledigd of aangevallen. Ondertussen gebeurt dat wel vaak met leden van Letzte Generation.

    ‘Ze worden geschopt en van straat getrokken omdat ze velen een spiegel voorhouden’

    Ze worden geschopt en van straat getrokken omdat ze velen een spiegel voorhouden en hun eigen dilemma laten zien. Want veel mensen weten heel goed dat hun leven moet veranderen omdat ze parasiteren op de toekomst. We geven niet toe aan de bijbehorende gevoelens van schuld en schaamte. Het is gemakkelijker om ons af te reageren op degenen die ons herinneren aan onze eigen tekortkomingen.’

    Vergeleken met sommige acties vorig jaar, toen er aardappelpuree naar een schilderij werd gegooid, zijn de protesten ook intenser geworden. Minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser zei in juni dat sinds begin 2022 maar liefst 580 strafbare feiten zijn toegeschreven aan Letzte Generation. Is het protest aan het radicaliseren?

    ‘Ik zie geen tendensen tot radicalisering. Letzte Generation heeft verschillende vormen van protest uitgeprobeerd die ontwrichtend zijn en die niet genegeerd kunnen worden. De demonstranten richten hun pijlen op democratisch gekozen instellingen. Hoewel ze een radicaal ander klimaatbeleid en een fundamenteel andere manier van zakendoen eisen, is het protest niet gewelddadig en vormt het geen bedreiging voor de democratie, noch staat het buiten de grondwet. Integendeel, de klimaatbeweging is juist positief over de grondwet. 

    Het populaire begrip ‘klimaat-RAF’ is een verdraaiing van de werkelijkheid

    Het populaire begrip ‘klimaat-RAF’ is een verdraaiing van de werkelijkheid. Er zijn geen delen van de klimaatbeweging die vinden dat leden van de regering met geweld uit de weg geruimd moeten worden – in tegenstelling overigens tot bewegingen aan de rechterflank. Maar de klimaatbeweging verschilt ook van andere sociale groeperingen omdat de dynamiek in de klimaatcrisis snel gaat. Als deze regering met deelname van de Groenen nu al niet in staat is om adequaat op de crisis te reageren, kan dat ertoe leiden dat klimaatactivisten op een gegeven moment fundamenteel beginnen te twijfelen aan democratische instellingen.’

    Zijn protesten zoals die van Letzte Generation überhaupt een effectief middel om politieke druk te genereren?

    ‘Je kunt Letzte Generation bekritiseren omdat ze een te simpele voorstelling van politiek uitdragen. De veronderstelling dat je politieke beslissingen min of meer direct kunt beïnvloeden door de druk op te voeren, is te eenvoudig. Maar de protesten vervullen zeker een belangrijke functie, in die zin dat ze de ‘business as usual’-houding verstoren. Het feit dat dit soort wanhopige protesten überhaupt tot stand komt, heeft te maken met een gebrek aan politiek leiderschap in het klimaatbeleid. De vergiftigde atmosfeer die hierdoor is ontstaan maakt het moeilijk om de crisis democratisch aan te pakken.’

    Bedoelt u dat de geschillen over het klimaatbeleid de democratie in gevaar brengen?

    ‘De behandeling van Letzte Generation is een schoolvoorbeeld van wat in de academische wereld ‘morele paniek’ wordt genoemd: sommige media en ook sommige politici wekken de indruk dat een bepaalde groep de morele orde van de samenleving bedreigt. Letzte Generation is misschien lastig of vervelend, maar door ze te criminaliseren of als potentiële staatsvijanden neer te zetten, wordt de ruimte voor maatschappelijk debat kleiner. Dat is problematisch voor een democratie.’

    Een van de beschuldigingen van de kant van critici is dat de protesten illegaal zijn omdat ze niet worden aangemeld als echte demonstraties.

    ‘: Dat is precies de logica van burgerlijke ongehoorzaamheid in een liberale rechtsstaat: iemand heeft een politieke, moreel gerechtvaardigde zorg die niet wordt aangepakt binnen de bestaande instellingen, en is bereid om in beperkte mate regels te overtreden om daar aandacht voor te vragen. En is ook bereid om de straf voor deze overtredingen te accepteren. Democratieën zijn voortgekomen uit burgerlijke ongehoorzaamheid. De grote verworvenheden van de arbeidersbeweging, zoals eerlijkere lonen, zijn tot stand gekomen door illegale stakingen; ook vrouwenkiesrecht werd met militante middelen verworven. Maar protest is altijd ongemakkelijk.’

    De klimaatbeweging Fridays for Future heeft zich herhaaldelijk gedistantieerd van de acties van Letzte Generation. Waarom zijn zij – en andere klimaatactivisten – niet solidairder met Letzte Generation? Ze strijden tenslotte voor hetzelfde doel.

    ‘Er is solidariteit, maar ook een strategische afstand. Op dit moment kan niemand die de kant van Letzte Generation kiest op een positieve reactie rekenen. Het is op dit moment sowieso moeilijk om mensen te mobiliseren. De klimaatbeweging heeft veel bereikt: een groot deel van de mensen erkent nu de uitdaging van de klimaatcrisis en ook organisaties als de kerken en de vakbonden pleiten openlijk voor verandering.

    ‘Tegelijkertijd worden klimaatprotesten gecriminaliseerd. Dat frustreert veel mensen enorm’

    Maar de Duitse regering heeft op de klimaatstakingen van Fridays for Future – die tot de grootste protesten in de geschiedenis van de Bondsrepubliek behoren – gereageerd met een ontoereikende klimaatbeschermingswet. Tegelijkertijd worden klimaatprotesten gecriminaliseerd. Dat frustreert veel mensen enorm.’

    Welke mogelijkheden zijn er dan nog over om politieke druk uit te oefenen?

    ‘Er zal nog steeds druk van de straat komen, met massaprotesten en spectaculaire acties. Daarnaast blijft de klimaatbeweging werken aan verbreding van de discussie. Als verenigingen en organisaties die politiek dicht bij de FDP of de CDU en CSU staan zich zouden uitspreken voor een ander klimaatbeleid, zou het beeld aanzienlijk veranderen.’

    Zou dat bijvoorbeeld de Federatie van Duitse Industrieën kunnen zijn?

    ‘Als in die gelederen het besef zou doordringen dat ook hun economische modellen worden bedreigd door de klimaatcrisis, is er een kans dat de politieke blokkade in het klimaatbeleid wordt opgeheven. Het is geen voor de hand liggende gedachte, maar de klimaatcrisis heeft tot nu toe al voor heel wat verrassingen gezorgd. In Frankrijk waren er in maart gewelddadige betogingen rond de aanleg van bassins voor grondwater – een andere vitale hulpbron die al lange tijd wordt bedreigd door onze manier van leven. Nog maar een paar jaar geleden hadden weinigen verwacht dat er hier in Europa om water gevochten zou kunnen worden.’

    Lees ook:

  • 2023 op weg om warmste jaar ooit te worden na record in september

    2023 op weg om warmste jaar ooit te worden na record in september

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS zullen uit Iran in beslag genomen wapens overdragen aan Oekraïne

    » 14 doden en 102 vermisten door overstroming in Noordoost-India

    Ook recordhitte in juni, juli en augustus

    Afgelopen september was de warmste septembermaand ooit, volgens gegevens van de Europese dienst voor klimaatverandering Copernicus. Het is al de vierde maand op rij waarin een temperatuurrecord werd vastgesteld. Ook juni, juli en augustus waren warmer dan ooit, wat deze meteorologische zomer de warmste op aarde maakt sinds de jaren 1850, toen betrouwbare metingen begonnen, schrijft El País. Volgens Copernicus lijkt 2023 dan ook het warmste jaar ooit te worden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het hoofd van de afdeling klimaatverandering van Copernicus, Carlo Buontempo, legt aan de Spaanse krant uit dat het ‘geen zeldzaam of geïsoleerd geval’ is dat deze zomer de warmst ooit was, omdat ‘deze temperaturen deel uitmaken van een algemeen patroon van het klimaatopwarming’ als gevolg van menselijk handelen. Maar sinds het midden van dit jaar is het effect van klimaatverandering versterkt door een ander fenomeen: El Niño. Tijdens dit weerpatroon beïnvloeden warmere temperaturen in de Stille Oceaan uiteindelijk de hele planeet. 

    ‘De mensheid heeft de poorten naar de hel geopend,’ waarschuwde secretaris-generaal van de VN António Guterres een paar weken geleden toen hij aan de verzengende hitte van deze zomer refereerde. ‘De verschrikkelijke hitte heeft verschrikkelijke gevolgen,’ voegde hij eraan toe.

    Lees ook:

  • 14 doden en 102 vermisten door overstroming in Noordoost-India

    14 doden en 102 vermisten door overstroming in Noordoost-India

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » 2023 op weg om warmste jaar ooit te worden na recordtemperaturen in september

    » VS zullen uit Iran in beslag genomen wapens overdragen aan Oekraïne 

    Klimaatverandering teistert het kwetsbare Himalaya-gebergte

    In India is door een overstroming van het Lhonakmeer in de noordoostelijke deelstaat Sikkim woensdagmiddag een dam gedeeltelijk ingestort. Daarbij zijn 14 mensen omgekomen en worden nog 102 mensen vermist, meldt The Guardian. Bij de overstroming zijn ook legerbases onder water gelopen. Onder de vermisten bevinden zich 22 militairen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens autoriteiten zijn meer dan 22.000 mensen getroffen door de ramp en zijn er ruim 3.000 toeristen gestrand doordat snelwegen zijn overstroomd en bruggen zijn weggespoeld. De overstroming werd veroorzaakt door zware regenval, waarbij vijf keer zoveel regen was gevallen als gebruikelijk. De autoriteiten lieten daarnaast weten dat de reddingsoperatie een uitdaging gaat worden, omdat in het gebied de komende dagen meer regen wordt voorspeld en de mobiele telefoonverbinding instabiel blijft. 

    Het Lhonakmeer bevindt zich in het Himalaya-gebergte in Zuid-Azië, dat zwaar wordt getroffen door de klimaatcrisis en vaker te maken krijgt met hevige en onvoorspelbare regenval, overstromingen en aardverschuivingen. Afgelopen zomer kwamen tijdens de moesson 250 mensen om het leven in de staat Himachal Pradesh nadat ongekend zware regens grote delen van wegen wegspoelden en aardverschuivingen veroorzaakten. ‘Hoe extreem kwetsbaar deze regio is voor klimaatverandering wordt nu maar al te duidelijk,’ zei Pema Gyamtsho, directeur-generaal van het in Nepal gevestigde International Centre for Integrated Mountain Development.

  • Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea proberen hun energiegebruik te verminderen door hun kunstwerken op een andere manier te bewaren en te vervoeren. De grootste winst valt echter te behalen bij de gasten: 99 procent van de CO2 die het Louvre uitstoot, wordt veroorzaakt door de bezoekers.

    Alle toevoer afsnijden! Water, gas, elektriciteit! Afgelopen lente heeft het Maison des arts de Malakoff in het departement Hauts-de-Seine zijn energiegebruik uit eigen beweging volledig stilgezet: geen enkele expositie meer, een radicale stop van vijf maanden. ‘We hadden al veel milieumaatregelen genomen, zoals het opvangen van regenwater, het planten van een boomgaard en het installeren van andere verlichting,’ vertelt directeur Aude Cartier. ‘We moeten de milieuangst omzetten in initiatieven die mensen mobiliseren en de wereld veranderen in plaats van haar te versomberen, en onze instellingen kunnen daarbij een rol spelen.’

    Lampen op zonne-energie, emmers water in de wc’s… Aude Cartier en haar team hebben elk onderdeel van het dagelijks leven een nieuwe invulling gegeven. In de vorm van sculpturen, een broodoven in de tuin, fermentatieworkshops voor het maken van miso, kombucha en kimchi, het middels allerlei acrobatische toeren kweken van paddenstoelen en het voeren van talloze discussies over morgen.

    Niet alle Franse musea en kunstencentra gaan zo ver, maar aandacht voor het milieu is onontkoombaar sinds de coronapandemie. De klimaatrampen van 2022 hebben alles nog in een stroomversnelling gebracht. Er is geen groot museum meer zonder duurzaamheidsadviseur. Doel, volgens het collectief Les Augures dat de groene transitie in de beeldende kunst begeleidt, is ‘het reduceren van de negenduizend ton CO2 die een gemiddeld museum jaarlijks uitstoot, de voetafdruk van achthonderd Fransen’. In Malakoff heeft het collectief een maximaal aantal gegevens verzameld, variërend van de wijze waarop bezoekers naar het museum komen tot de psychologische impact die bepaalde veranderingen hebben op het team. Alles is geïnventariseerd en geanalyseerd, ‘om te kunnen bepalen wat werkt en wat niet, en om ook anderen van onze bevindingen te laten profiteren’, legt Aude Cartier uit.

    ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen‘

    Want dat is het grootste struikelblok. ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen, het valt buiten hun competentie en stelt ze voor een aantal heel uiteenlopende uitdagingen,’ onderstreept Fanny Legros, die drie jaar geleden Karbone Prod heeft opgericht, een ander bureau dat zich in procesbegeleiding op dit gebied heeft gespecialiseerd.

    Een toekomstig museum dat 100 procent duurzaam is? Daarvoor moet je het verbruik van een vrachtauto kunnen berekenen, expert worden op het gebied van isolatie, de herkomst van de vis in je restaurant kunnen vermelden, op de hoogte zijn van het Franse decreet van 2019 dat bepaalt dat het energieverbruik van openbare gebouwen in 2030 met 40 procent verminderd moet zijn, in 2040 met 50 procent en in 2050 met 60 procent, je bezoekers aansporen om op de fiets te komen, de levenscyclus van de bekleding van je banken achterhalen, een toekomst bedenken voor afgedankte vloerbedekking. Een duizelingwekkende hoeveelheid uiteenlopende expertises.

    Recycling

    ‘Maar we hebben geen keus: binnen enkele jaren zal Frankrijk het klimaat van Andalusië hebben,’ benadrukt Sandra Patron, die een voortvarend actieplan heeft gelanceerd voor het Musée d’Art Contemporain in Bordeaux dat ze sinds 2019 leidt. ‘Ons hoofdgebouw? Het is binnenkort misschien te warm om daar exposities te houden. Maar we verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is. De vragen die voorliggen zijn even fascinerend als beangstigend. En hoe meer je op de zaken vooruitloopt, des te intelligenter de antwoorden.’ Patron zet vooral in op recycling: komende herfst zal Bordeaux een ondergrondse recyclinginstallatie in gebruik nemen die het ‘afval’ van de culturele instellingen van de stad zal inzamelen en herverdelen. Een prijzenswaardig initiatief dat is gestart door de Réserve des arts de Pantin in het departement Seine-Saint-Denis en sinds 2020 ook in Marseille is gerealiseerd. In 2022 heeft de organisatie 722 ton materiaal ingezameld bij tal van grote en kleine musea en kunstenaars; 520 ton daarvan is weer in gebruik genomen door de 13.000 aangeslotenen. Vooral hout, maar ook metaal, textiel, leer. Een succes dat helaas wordt bedreigd: omdat de Réserve binnenkort moet verhuizen wordt wanhopig naar een nieuwe locatie gezocht, terwijl er nog nooit zo’n groot beroep op de organisatie is gedaan. Want veel instellingen hebben zich met name op het meest voor de hand liggende afvalitem gestort: expositiepanelen. Deze worden voor elke tentoonstelling op maat gemaakt en belandden voorheen systematisch in de afvalcontainer. Maar dat is nu verleden tijd.

    ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt’

    En verder? De musea wisselen steeds meer ervaringen uit, maar ieder voor zich blijft de regel. Frankrijk kent geen equivalent van de in het Verenigd Koninkrijk opgerichte Gallery Climate Coalition, waarbij momenteel 800 musea aangesloten zijn, van PS! in New York tot Barbican in Londen, die tussen nu en 2030 hun CO2-uitstoot willen halveren en streven naar 0 procent afval. Het enige aangesloten Franse museum is het Musée Picasso in Parijs.

    ‘Frankrijk loopt een beetje achter, want het ontbreekt ons aan gegevens over de werkelijke voetafdruk van de cultuursector, die geen deel uitmaakt van de koolstofarme strategie die de overheid voorstaat,’ zegt Fanny Legros spijtig. Karbon Prod en Augures hebben daarom de handen ineengeslagen om een instrument voor dataverzameling te ontwikkelen waarvoor ze de financiering op korte termijn hopen rond te krijgen; een tiental Franse musea zou als ‘bêtatesters’ fungeren. ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt en dat er meetinstrumenten komen voor elk afzonderlijk geval,’ aldus Legros. 

    Permacultuur als model

    Intussen voltrekt de facelift zich zo goed en zo kwaad als het gaat: de exposities worden langer, er wordt vaker een beroep gedaan op plaatselijke collecties, koolstofboekhouding vindt steeds meer ingang. Maar dat volstaat in de ogen van Guillaume Désanges niet voor een duurzaam ontwikkelingsbeleid: de directeur van het Palais de Tokyo in Parijs wil verder gaan en permacultuur, een duurzame landbouwmethode, als model gebruiken. ‘Natuurlijk moeten we de koolstofuitstoot beperken, maar we moeten vooral weer ontdekken dat het nodig is om dingen anders te doen. Wij gaan prat op onze vrolijke, creatieve nederigheid. Voor ons is duurzaamheid geen gespreksonderwerp, maar het uitgangspunt van de manier waarop we werken.’

    Dankzij sponsorgelden heeft het Palais de Tokyo het bureau Utopies in de arm kunnen nemen voor het opstellen van een koolstofboekhouding. In 2021 heeft het museum 7200 ton CO2 uitgestoten, constateert het rapport. Oftewel 16 kilo per bezoeker, twee keer zo veel als het Gugenheim in Bilbao. Drie kwart daarvan wordt veroorzaakt door de bezoekers van exposities, die voor het overweldigende merendeel uit het buitenland komen. Een situatie die op nationale schaal aangepakt zou moeten worden: van de 4 miljoen ton CO2 die het Louvre uitstoot wordt 99 procent veroorzaakt door de bezoekers.

    Voor het overige beschikt het Palais de Tokyo nog over de nodige manoeuvreerruimte, verzekert de directeur. Doel is 42 procent minder CO2-uitstoot in 2030. Eerst genomen beslissing in de zomer van 2023 was de sluiting van de glazen zaal op de begane grond, die tijdens grote hitte onbruikbaar is. De tienduizend vierkante meter met airco koelen is ondenkbaar. Het hele parcours is herzien: vanuit de frisse tuinen komt men binnen via het souterrain en de expositie van Laura Lamiel wordt omsloten door dikke muren. ‘Deze initiatieven helpen om het cynisme te doorbreken van de kunstwereld, waar veel over duurzaamheid wordt gesproken zonder werkelijk te beseffen wat er aan de hand is. Maar het belangrijkste is dat we een opwaartse spiraal creëren,’ vervolgt Guillaume Désanges. ‘Het Palais is een levend ecosysteem dat niet als monocultuur mag worden gebruikt, maar waar de gebruiksintensiteit varieert en er soms ruimte onbenut blijft.’

    Op het programma van dit duurzame Palais staat een intensievere dialoog met andere instellingen en het afwijzen van ‘concurrentiestrategieën zodat de artistieke en intellectuele inbreng voorrang krijgt. Altijd haantje de voorste zijn? Die logica is zijn doel voorbijgeschoten. Wij houden ons liever aan de tijd van de kunstenaars.’ En ook aan hun vergroeningstempo, dat ze zichzelf inmiddels heel vaak opleggen. Zo heeft Davide Balula het project Artists Commit gelanceerd, dat de voetafdruk van een expositie haarfijn wil analyseren.

    Grote oceaanstomer

    Bij musea met oude kunst speelt deze aandrang minder. Hoe kunnen we deze grote oceaanstomers een draai laten maken? ‘Bij al onze projecten houden we de energietransitie in het oog; daar staan we met onze teams dagelijks bij stil,’ verzekert Virginie Donzeau, directielid van het Musée d’Orsay.

    ’s Winters één graad minder, ’s zomers één graad meer: eind 2021 heeft Orsay een plan aangenomen voor een haarfijne afstelling van verwarming en airconditioning, aldus Donzeau. Resultaat is dat de energiekosten in de winter van 2022 met 16 procent zijn gedaald. Er zal onder geen beding een beroep worden gedaan op de uitzonderingsclausule voor monumenten die in het energiedecreet van 2019 is opgenomen: voor 2024 wordt gemikt op een daling van het energiegebruik met 25 procent, en voor 2050 met 60 procent, conform de eisen die het decreet stelt aan alle openbare gebouwen van meer dan duizend vierkante meter. ‘Ons gebouw, een spoorstation uit de negentiende eeuw dat aan vier windrichtingen is blootgesteld, is onze grootste uitdaging, maar we zien die complicatie ook als een kans,’ verzekert Donzeau.

    In alle tentoonstellingszalen is inmiddels ledverlichting aangebracht, en de andere ruimtes zullen binnenkort volgen. De renovatie van de entree zal het verbruik ook doen dalen. Er wordt zelfs aan gedeeltelijke geothermie gedacht. ‘De daling van de CO2-uitstoot die in 2022 is gerealiseerd heeft ons een beetje verrast,’ vervolgt ze, ‘want die is nogal contra-intuïtief. Als je de bezoekers niet meetelt komen de exposities zelf pas op de vierde plaats qua energieverbruik, na het gebouw, de winkelactiviteiten en de horeca.’ Transporteurs bewegen tot verduurzaming van hun wagenpark, met verzekeraars onderhandelen om een of twee kunstwerken meer in dezelfde vrachtwagen of hetzelfde vliegtuig te mogen vervoeren, elk detail wordt onder de loep genomen om de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 2030 met 30 procent te verminderen.

    Het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is, blijft een knelpunt

    Origineler is nog dat het museum een project heeft geïnitieerd voor vergroening van de oevers van de Seine in Argentueil in het departement Val d’Oise, naar voorbeeld van de impressionistische doeken waarop het destijds nog ongerepte landschap staat afgebeeld.

    Maar er blijft een knelpunt, namelijk het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is. Zelfs de International Council of Museums breekt zich daar het hoofd over: ‘Sommige normen voor preventieve conservering dateren van dertig jaar geleden. Zijn die nog valide en werkbaar in de huidige tijd?’ Sandra Patron gaat nog verder: ‘Kun je nog werken in koelcellen conserveren à raison van 15.000 euro per jaar? Je moet verder durven denken, zelfs als dat in strijd is met de regels.’

    Lees ook:

  • Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Pleidooi voor een mondiale CO2-bank 

    Welvarende landen zouden lagelonenlanden substantiële financiering moeten aanbieden om af te stappen van fossiele brandstoffen. De Keniaanse president William Ruto stelde een nieuwe ‘groene wereldbank’ voor, een doordacht plan dat vraagt om zorgvuldige bestudering.

    In een interview met Financial Times tijdens de Top voor een Nieuw Mondiaal Financieringspact, afgelopen juni in Parijs, deed de Keniaanse president William Ruto een oproep om een ‘groene wereldbank’ op te richten die ontwikkelingslanden zou helpen de gevolgen van de klimaatverandering te verzachten, zonder de toch al onhoudbare schuldenlast nog verder te verzwaren. Als rijke landen serieus van plan zijn klimaatverandering aan te pakken en vrede en welvaart te bevorderen in Afrika en de rest van de ontwikkelingswereld, moeten ze dit doordachte en belangrijke voorstel in overweging nemen. 

    Tot voor kort waren de overvloedige natuurlijke hulpbronnen en goedkope arbeidskrachten van ontwikkelingslanden hun enige onderhandelingstroeven. Maar de klimaatverandering heeft lagelonenlanden een betere onderhandelingspositie gegeven en de dynamiek van de relaties tussen Noord en Zuid veranderd. Ontwikkelingslanden laten zich niet langer dwingen enorme schulden aan te gaan voor de financiering van hun vergroening, vooral niet wanneer er goedkopere alternatieven voorhanden zijn.

    Hypocrisie

    De voortdurende pogingen van welvarende landen om lagelonenlanden ertoe over te halen een hogere waarde toe te kennen aan duurzame energiebronnen dan zijzelf hebben gedaan, zijn tot mislukken gedoemd. Hoewel de aansporingen in enkele gevallen succes hebben gehad, mede dankzij de dalende kosten van zonne- en windenergie, vinden ontwikkelingslanden het vaak veel rendabeler om in de voetsporen van geavanceerdere landen te treden en in te zetten op fossielebrandstoftechnologieën.

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd

    De oorlog in Oekraïne heeft de hypocrisie van de rijke landen blootgelegd. Jarenlang hebben zij ontwikkelingslanden het gebruik van fossiele brandstoffen ontraden en leningen voor de ontwikkeling van gas- en olieprojecten onthouden, vooral als die bestemd waren voor binnenlands gebruik. Maar sinds de Russische invasie zetten Europese leiders Afrikaanse landen onder druk om de productie van gas te verhogen, zodat het in de vorm van vloeibaar aardgas naar Europa kan worden verscheept. Duitsland heeft zelfs zijn kolencentrales heropend. Bovendien hebben Europese huishoudens en bedrijven precies hetzelfde soort enorme energiesubsidies gekregen waarvoor Afrikaanse landen in onder meer het jaarrapport over 2022 van het Internationaal Energieagentschap op de vingers werden getikt.

    Aanklacht tegen oliebedrijven

    Californië is niet alleen een belangrijke producent van olie en gas, maar wordt ook geteisterd door de gevolgen van klimaatverandering, met bosbranden, overstromingen, verzengende hitte en tropische stormen. Volgens The New York Times vindt de staat het nu welletjes. In navolging van zeven andere staten heeft de openbaar aanklager op 15 september een rechtszaak aangespannen tegen vijf van ’s werelds grootste oliemaatschappijen: Exxon Mobil, Shell, BP, ConocoPhillips en Chevron.

    Zij worden verantwoordelijk gehouden voor tientallen miljarden dollars aan schade, en misleiding van het publiek door de risico’s van fossiele brandstoffen te bagatelliseren. Het OM van Californië wil dat de beklaagden een fonds oprichten waaruit toekomstige schade door klimaatgerelateerde rampen kan worden betaald.

    Terwijl Europese regeringen deze initiatieven beschouwen als een gerechtvaardigde reactie op buitengewone omstandigheden, zijn ze voor ontwikkelingslanden, waar elektriciteitsrantsoenering zelfs in vredestijd de regel is, moeilijk te verteren. De Verenigde Staten brengen het er niet veel beter van af. Toen de benzineprijzen de pan uit rezen als gevolg van de oorlog in Oekraïne, verzekerde de Amerikaanse president Joe Biden dat hij alles in het werk zou stellen om de prijzen te laten dalen. Biden deed zelfs een beroep op Saoedi-Arabië om meer olie op te pompen, ondanks de eerdere bedenkingen van zijn regering tegen dat land en de leider ervan, kroonprins Mohammed bin Salman.

    Naast Ruto’s voorstel voor een groene bank zijn er ook andere manieren geopperd om ontwikkelingslanden te voorzien van de financiële middelen die nodig zijn om de overstap op schone energie te kunnen voltooien. Een voorbeeld daarvan is het voorstel van diverse gezaghebbende figuren om buitenlandse investeerders minder kwetsbaar te maken voor wisselkoersrisico’s in ontwikkelingslanden. Dit voorstel is echter ondoordacht. 

    Prioriteit

    Gezien het feit dat een groot deel van het wisselkoersrisico een soeverein kredietrisico behelst, kan het niet alleen met financiële instrumenten worden weggenomen. De belangrijkste dreiging voor wisselkoersen is tenslotte de sterke prikkel voor regeringen die krap bij kas zitten om de schuld door inflatie te laten wegsmelten. Het subsidiëren van een enorme schuldenstijging in ontwikkelingslanden is geen oplossing voor de opwarming van de aarde, maar een recept voor een nieuwe schuldencrisis. Bij klimaatfinanciering voor lagelonenlanden moeten schenkingen de prioriteit krijgen, en niet leningen.

    Hoewel instellingen die volgens het systeem van Bretton Woods werken een belangrijk doel dienen, zijn hun financiële en bestuurlijke structuur, evenals hun bestaande middelen, ontoereikend. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank verschaffen voornamelijk leningen en niet de onvoorwaardelijke schenkingen die ontwikkelingslanden nodig hebben. Bovendien zijn de bestuursmechanismen van deze instellingen ingesteld op het bevoordelen van rijke landen die leningen verstrekken. Om ontwikkelingslanden over te halen de strijd tegen klimaatverandering aan te gaan, moeten ze een grotere rol krijgen in het formuleren van een mondiaal beleid. Ook moet de voorgestelde financiering omvangrijk zijn.

    Wereldbank

    Een andere oplossing die ik de afgelopen jaren heb bepleit, is de oprichting van een wereldbank voor CO2-beprijzing die technologische transitie kan ondersteunen, onbevooroordeelde rapporten kan publiceren over de opwarming per land (bijvoorbeeld door het monitoren van CO2-compensatieprogramma’s) en grootschalige hulp kan financieren. In een recent artikel heb ik voorgesteld deze nieuwe instelling te financieren door het onherroepelijk doneren van tienjarige obligaties. Maar vlieg- en transportbelastingen, zoals voorgesteld door Ruto, zijn een alternatief dat zeker kan worden onderzocht .

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten

    Om effectief te zijn zou een mondiale CO2-bank zich uitsluitend op vergroening moeten richten. Idealiter wordt hij zodanig gestructureerd dat hij in belangrijke mate onafhankelijk kan opereren, een van de redenen waarom het schenken van obligaties door rijke landen een aantrekkelijke financieringsoptie zou zijn.

    Hoewel organisaties als de U.S. International Development Finance Corporation enkele klimaatprojecten hebben gelanceerd, zijn die te gering van omvang om de opwarming effectief aan te pakken. Over het algemeen hebben rijke landen hun bestaande klimaatfinancieringstoezeggingen bij lange na niet gehaald, en ze lijken niet erg warm te lopen voor het faciliteren van nog meer technologische transitie. Bovendien nemen de zorgen over de haalbaarheid van een goede oplossing toe vanwege de kans dat voormalig president Trump, een berucht klimaatontkenner, in 2024 opnieuw in het Witte Huis belandt. (Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat vóór 1972 maar weinigen hadden voorzien dat de fervente anticommunist Richard Nixon een bezoek aan China zou brengen.)

    Veel te lang hebben rijke landen ontwikkelingslanden de les gelezen over klimaatverandering, terwijl ze hun advies zelf in de wind sloegen. Hopelijk leiden innovatieve voorstellen als Ruto’s groene wereldbank tot een constructiever, rechtvaardiger debat. 

  • Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel standhoudt, ook al is dat ten nadele van de planeet.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Dossier2
     Kolen worden gelost uit een vrachtschip in de kolenterminal van de haven van Lianyungang, in de provincie Jiangsu, om te worden vervoerd.– © Getty Images

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Uitzonderlijk jaar

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen, en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Hardnekkige vraag

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Afrika als wingewest

    Investeringen in nieuwe projecten voor fossiele brandstoffen zouden moeten worden stopgezet om te helpen de opwarming van de aarde onder de 1,5°C te houden, maar westerse oliebedrijven richten zich doodleuk met volle kracht op Afrika.

    Dat bleek vorig jaar november in het Egyptische Sharm-el-Sheikh tijdens COP27, de VN-conferentie over klimaatverandering. Daar werd het rapport Who Is Financing Fossil Fuel Expansion in Africa? van de Duitse ngo Urgewald en een dertigtal Afrikaanse organisaties gepresenteerd. En wat blijkt? In 48 van de 54 Afrikaanse landen vinden exploratie- en exploitatieprojecten van recent ontdekte reserves plaats.

    ‘Twee derde van deze projecten wordt uitgevoerd door multinationals met hoofdkantoren buiten Afrika en de meerderheid is gericht op export om te kunnen voldoen aan westerse behoeften,’ aldus Heffa Schücking, de directeur van Urgewald. De verwachting is dat er tegen 2030 ongeveer 16 miljard extra vaten olie zullen worden geproduceerd, wat overeenkomt met twee jaar uitstoot in de Europese Unie. Het Franse TotalEnergies is met activiteiten in vijftien landen de grootste speler, en zal 14 procent van de toekomstige productie voor zijn rekening nemen, schrijft Le Monde.

    Ondertussen leiden deze miljardenprojecten Afrikaanse landen af van een transitie naar duurzame energie, aldus Amos Wemanya van de denktank Power Shift Africa. ‘En dat is slecht voor het klimaat en slecht voor de ontwikkeling van Afrika.’

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn.) Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Kredietbrieven 

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Dossier3
    In de rij om kolen te vervoeren van de China Energy Investment Corporation. – © Getty Images

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China, en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Verre van consequent

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Energiedichtheid

    Maak alles elektrisch en je bent van het probleem van fossiele brandstoffen af. Klinkt eenvoudig, maar de werkelijkheid is weerbarstiger, volgens denktank Brookings. Al was het alleen maar omdat lang niet alles zich zomaar laat elektrificeren. Neem elektrische voertuigen: die worden aangeprezen als vervanging van voertuigen op diesel en benzine, maar zijn lang niet geschikt voor alle toepassingen; bijvoorbeeld omdat bepaalde kwaliteiten van fossiele brandstoffen – zoals hun energiedichtheid– moeilijk zijn na te bootsen.

    Omdat elk voertuig zijn eigen brandstof moet vervoeren, spelen het gewicht en het volume ervan een belangrijke rol. Vooral in de transportsector is dat cruciaal. Ga maar na: per 450 gram bevatten fossiele brandstoffen ongeveer veertig keer zo veel energie als een geavanceerde batterij. De nadelen van het gewicht van batterijen worden enigszins gecompenseerd doordat elektromotoren veel efficiënter zijn dan verbrandingsmotoren en doordat ze mechanisch eenvoudiger zijn, omdat ze veel minder bewegende onderdelen bevatten. Maar een elektrisch voertuig is altijd nog zwaarder dan een vergelijkbaar voertuig op fossiele brandstof.

    Voor voertuigen die lichte ladingen vervoeren en vaak kunnen tanken, zoals personenauto’s, is dat niet problematisch. Maar voor de luchtvaart, de zeevaart of voor vrachtwagens die zware ladingen moet vervoeren over lange afstanden zonder te kunnen bijtanken, is het verschil in energiedichtheid tussen fossiele brandstoffen en batterijen – in elk geval voorlopig – nog een onoverkomelijk probleem.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Minder export, hogere prijzen

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’  

  • Wereldnieuws: De lucht in Europa is ernstig vervuild & meer

    Wereldnieuws: De lucht in Europa is ernstig vervuild & meer

    Rouwtelefoon

    De Japanner Itaru Sasaki bouwde in 2010 in zijn tuin op een heuveltop een telefooncel met daarin een niet-aangesloten telefoon met draaischijf, om het nummer van een geliefd overleden familielid te kunnen draaien en te praten over zijn verdriet, meldt Atlas Obscura. Een jaar later werd Japan getroffen door een drievoudige ramp: een aardbeving gevolgd door een tsunami, die de kernramp van Fukushima veroorzaakte. Otsuchi, Sasaki’s geboorteplaats, werd getroffen door negen meter hoge golven, waarbij 10 procent van de inwoners om het leven kwam.

    Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht

    Sasaki stelde vervolgens zijn kaze no denwa (‘windtelefoon’) open voor het grote aantal mensen in de buurt dat rouwde om het verlies van een dierbare. Het nieuws over de rouwtelefoon verspreidde zich en vanuit het hele land ondernamen verdrietige mensen een tocht naar de telefoon. Drie jaar na de ramp hadden tienduizend mensen de telefooncel in Otsuchi bezocht, en de plek wordt nog altijd intensief gebruikt.

    WM1 1

    Hortus Maximus in Hongkong

    Studio Job, van de Nederlands-Belgische kunstenaar Job Smeets, is een samenwerking aangegaan met het gerenommeerde huis Hermès in Hongkong. Smeets maakte voor het luxe modemerk een etalage waarin een droomachtige oase te zien is. Het tableau moet leven in de betonnen jungle van de stad brengen en voorbijgangers stil laten staan bij deze excentrieke Hortus Maximus. Daarin staan dieren model als elegante boeren en zijn groenten van prijswinnende telers opgeblazen tot ontzagwekkende, Alice in Wonderland-achtige proporties. De mix van surreële, hoogwaardige afwerking kenmerkt het werk van de studio, dat wel vaker verwijst naar zowel het traditionele als het actuele, het organische en het kunstmatige.

    WN2

    Onlineonderwijs vanwege geweld

    In de door misdaad geteisterde Ecuadoraanse kustprovincie Guayas – en dan met name in Guayaquil, de grootste stad van het land – gaan scholen tijdelijk over op onlineonderwijs om leerlingen voor geweld te behoeden, aldus Mercopress. Het ministerie van Onderwijs liet op X (voorheen Twitter) weten dat ze van plan is gedurende enige tijd ‘het Onderwijscontinuïteitsplan [onderwijs op afstand] toe te passen in bepaalde onderwijsinstellingen’. Zodra de lessen weer worden hervat moet de steun van veiligheidstroepen ‘prioriteit zijn om de levens en het recht op onderwijs van leerlingen te beschermen,’ aldus het ministerie.

    Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000

    Confrontaties tussen rivaliserende bendes begonnen in 2020 met bloedbaden in de gevangenissen, maar het geweld is nu ook overgeslagen naar de straat. Het aantal moorden en aanslagen steeg in vijf jaar tijd van 5,8 naar ruim 25 per 100.000. Experts vrezen dat dit eind 2023 zelfs op 40 per 100.000 zal uitkomen.


    Een Ross voor ruim 9 miljoen

    A Walk in the Woods, een olieverfschilderij van bomen rond regenplassen uit 1983, is te koop voor 9,85 miljoen dollar (9,26 miljoen euro), zo schrijft Hyperallergic. Dat is een hoop geld, maar het gaat dan ook om het eerste van duizend schilderijen die de Amerikaan Bob Ross (1942-1995) maakte tijdens zijn populaire tv-serie The Joy of Painting. De eerste aflevering van die serie, die elf jaar zou lopen onder Ross’ motto ‘Iedereen kan schilderen’, werd in 1983 uitgezonden. Een andere beroemde uitspraak van Ross is dat er geen fouten bestaan, maar alleen happy accidents, ‘gelukkige ongelukjes’. ‘Volgens Google Analytics is Bob Ross Andy Warhol en Pablo Picasso gepasseerd als meest gezochte kunstenaar op internet,’ aldus de eigenaar van Modern Artifact, de Amerikaanse galerie die het schilderij aanbiedt. ‘Dat is ongelooflijk indrukwekkend, vooral omdat er amper officiële marketing is en zijn originelen vrijwel niet te vinden zijn.’

    WN3

    VS overwegen enorme wapenleverantie aan Vietnam

    De Amerikaanse regering is volgens ingewijden in gesprek met Vietnam over de grootste wapenoverdracht in de geschiedenis tussen de twee voormalige vijanden, schrijft Reuters. De deal was afgelopen maand een belangrijk onderwerp van gesprek tussen Vietnamese en Amerikaanse ambtenaren in Hanoi, New York en Washington D.C. Er wordt gesproken over een overeenkomst die binnen een jaar rond zou kunnen zijn en waarin sprake is van de levering van onder meer Amerikaanse F-16 gevechtsvliegtuigen. Washington overweegt gunstige financieringsvoorwaarden voor deze dure levering aan Hanoi, dat krap bij kas zit. Het zou Vietnam kunnen helpen een einde te maken aan de traditionele afhankelijkheid van goedkopere wapens van Russische makelij. De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China. Vietnam en buurland China staan op gespannen voet met elkaar vanwege een slepend territoriaal geschil in de Zuid-Chinese Zee, hetgeen verklaart waarom Vietnam zijn maritieme verdediging wil versterken.

    De wapenverkoop zou Rusland op een zijspoor zetten, maar wel leiden tot irritatie bij China

    Sinds de opheffing van het Amerikaanse wapenembargo in 2016 bleef de export van Amerikaans materieel naar Vietnam beperkt tot schepen voor de kustwacht en trainingsvliegtuigen. Rusland leverde ongeveer 80 procent van het wapenarsenaal van het land. Vietnam geeft jaarlijks naar schatting 2 miljard dollar uit aan de aankoop van wapens en Washington hoopt dat het land op langere termijn een deel van dat budget zal verleggen naar wapens die worden gefabriceerd door de VS of door bondgenoten en partners, zoals Zuid-Korea en India.


    De lucht in Europa is ernstig vervuild

    Nagenoeg iedereen op het Europese continent woont in een gebied met een gevaarlijk niveau van luchtvervuiling, zo blijkt uit een onderzoek in opdracht van The Guardian. Een analyse van gegevens die werden verzameld met behulp van geavanceerde methoden – zoals gedetailleerde satellietbeelden en metingen door ruim 1400 meetstations – laat zien dat 98 procent van de mensen in Europa op plekken woont waar sprake is van zeer schadelijke fijnstofvervuiling die de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overschrijdt. Bijna tweederde woont in gebieden waar de luchtkwaliteit meer dan twee keer zo slecht is als de WHO-richtlijnen voorschrijven. Noord-Macedonië is er het slechtst aan toe. Bijna tweederde van de inwoners van dat land woont in gebieden met meer dan vier keer de door de WHO acceptabel geachte hoeveelheid PM2,5 – kleine deeltjes met een doorsnee van nog geen 2,5 micrometer die door de lucht zweven en vooral worden geproduceerd door de verbranding van fossiele brandstoffen. Sommige ervan kunnen de longen of de bloedbaan binnendringen en zo bijna elk orgaan in het lichaam aantasten. Vier andere gebieden in Noord-Macedonië, waaronder de hoofdstad Skopje, blijken een luchtvervuiling te hebben die bijna zes keer zo hoog is als de toegestane norm.

    ‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid’

    Uit de analyse blijkt dat slechts 2 procent van de Europese bevolking in gebieden woont die binnen de gestelde limieten vallen. Experts zeggen dat PM2,5-vervuiling jaarlijks voor ongeveer vierhonderdduizend doden op het continent zorgt.

    ‘Dit is een ernstige crisis voor de volksgezondheid,’ aldus Roel Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht, die het team van onderzoekers leidde dat op het hele continent gegevens verzamelde. ‘We zien dat bijna iedereen in Europa ongezonde lucht inademt.’ Volgens Vermeulen zijn dit de beste gegevens die momenteel beschikbaar zijn. ‘Nu hebben we politici nodig die moedig en ambitieus zijn en de noodzakelijke stappen zetten om deze crisis aan te pakken.’

    WN4 1
    © Unsplash
  • Minder spoor en meer snelwegen in Europa ondanks klimaatdoelen

    Minder spoor en meer snelwegen in Europa ondanks klimaatdoelen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Akkoord bereikt in Hollywood: staking scriptschrijvers waarschijnlijk voorbij

    » Middelbare scholiere in Saoedi-Arabië krijgt 18 jaar vanwege tweets

    Investeringen in het spoor blijven uit

    Europese regeringen hebben hun spoorwegennetwerk de afgelopen jaren systematisch ingekrompen, terwijl er juist is geïnvesteerd in de uitbreiding van het wegennetwerk, zo meldt The Guardian. Uit onderzoek van de Duitse denktanks Wuppertal Institute en T3 blijkt dat het aantal kilometer snelweg in Europa tussen 1995 en 2020 met 60 procent is toegenomen, terwijl de lengte van het spoor met 6,5 procent is afgenomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Giulio Mattioli, een transportonderzoeker aan de Technische Universiteit van Dortmund, zei hierover tegen de Britse krant: ‘De meeste Europese landen hebben het autogebruik aangemoedigd door grote hoeveelheden overheidsgeld te investeren in het uitbreiden van de snelweginfrastructuur.’ In het publieke en politieke debat, voegde Mattioli eraan toe, waren kleine investeringen in fietspaden en spoorwegen onderwerp van hevige discussie, terwijl investeringen in wegen als vanzelfsprekend werden beschouwd. ‘Dit moet absoluut veranderen als we de klimaatdoelstellingen in de transportsector willen halen.’

    Een handvol Europese landen heeft goedkopere kaartjes voor het openbaar vervoer geïntroduceerd om mensen aan te moedigen de overstap te maken. ‘Betrouwbaarheid van de dienstverlening en infrastructuurnetwerken zijn veel belangrijker. Ik denk dat we het minder over tarieven moeten hebben en veel meer over infrastructuur,’ aldus Mattioli.

    Lees ook:

  • The Guardian: bijna iedereen in Europa ademt giftige lucht in

    The Guardian: bijna iedereen in Europa ademt giftige lucht in

    » Azerbeidzjan roept overwinning uit na korte maar dodelijke aanval

    » Onderzoekers vinden in Zambia oudste houten structuur ooit

    98 procent van de Europeanen leeft in vervuilde lucht

    Er is in Europa sprake van een ‘ernstige volksgezondheidscrisis’, zo schrijft The Guardian in een dinsdag gepubliceerd onderzoek. Vrijwel alle inwoners van Europa ademen volgens de Britse krant zeer ongezonde lucht in, waardoor zeker 400.000 mensen per jaar overlijden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Noord-Macedonië is volgens het onderzoek het land waar de inwoners de slechtste lucht inademen. Bijna twee derde van de mensen in het land woont in een gebied waar de luchtvervuiling meer dan vier keer richtlijn van PM2,5 is, een door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vastgestelde bovengrens. In Italië en veel Oost-Europese landen is de luchtkwaliteit eveneens zeer slecht.

    De gegevens zijn door The Guardian verzameld via gedetailleerde satellietbeelden en metingen van meer dan 1400 meetstations. 98 procent van de Europese inwoners bevinden zich op een plek waar de mate van luchtvervuiling boven de genoemde norm van de WHO ligt. Twee derde van alle Europeanen wonen op een plek waar de luchtkwaliteit twee keer hoger is dan de gestelde richtlijn.

    Lees ook:

  • Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Waarom het zo moeilijk is om afscheid te nemen van steenkool

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel stand houdt, ook al is dat schadelijk voor planeet. De markt wil maar geen afscheid van de de vervuilende brandstof nemen.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    In 2020 meende het IEA nog dat de steenkoolconsumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Geoliede handelsmachine

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    De crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Blijvende vraag naar steenkool

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn). Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Transport

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Inconsequent beleid

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    Hardnekkige grondstof

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’

    Lees ook:

  • Tristan da Cunha, het meest afgelegen bewoonde eiland

    Tristan da Cunha, het meest afgelegen bewoonde eiland

    Vier boten per jaar doen de Britse archipel Tristan da Cunha aan, een confetti van eilandjes midden in de Atlantische Oceaan, waar tachtig families leven van kreeftenvisserij en landbouw.

    In deze wereld waar iedereen continu meer met elkaar verbonden raakt (…) droom ik maar van één ding: een plek die de conventies van het moderne reizen tart, een plek die authentiek is en echt, letterlijk, ver van alles verwijderd.’ Deze journalist van The Daily Telegraph steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken wanneer hij zich naar het zelfbenoemde ‘meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld’ begeeft. Tristan da Cunha, in 1506 ontdekt door een Portugese ontdekkingsreiziger en vanaf de negentiende eeuw bevolkt door Britse kolonisten, is het grootste eiland van een kleine archipel die verloren midden in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan ligt. Dit grondgebied, dat op 2400 kilometer van Sint-Helena ligt en op 2700 kilometer van Kaap de Goede Hoop, valt onder Britse soevereiniteit en is alleen per boot bereikbaar, na een zeereis van vijf à zes dagen.

    Geen voet meer aan wal

    En die boten doen het eiland maar zelden aan: ongeveer vier keer per jaar. ‘De pandemie heeft de isolatie nog verergerd. Geen buitenlander had meer voet aan wal gezet op Tristan da Cunha tot maart 2023, toen de SH Vega, een schip van de Britse cruisemaatschappij Swan Hellenic, er twee dagen aanlegde op de terugweg van Antarctica. Ik was aan boord.’ De journalist beschrijft het grandioze landschap dat hij bij aankomst waarneemt: de top van de vulkaan die boven Tristan da Cunha uitsteekt gaat schuil in de wolken en de weerschijn van de zon op deze lichte nevel creëert een onwerkelijk lichtspel. De nadering van Edinburgh of the Seven Seas wordt enigszins bemoeilijkt door de woeste golfslag.

    Dossier VK

    Zoals de Spaanse krant El Periódico uitlegt, telt het gehucht 250 zielen, verdeeld over tachtig huishoudens, en acht familienamen. Tot de infrastructuur behoren een cafetaria, een school, een postkantoor, een ziekenhuis en een bar. ‘De bar is vanzelfsprekend de belangrijkste ontmoetingsplaats en het centrum van het sociale leven. Maar pas op, er wordt niet alleen maar gedronken: muziek is een andere geliefde hobby van de eilandbewoners.’

    Beste kreeft

    De meeste bewoners zijn visser of landbouwer. In 2021 schreef The Times over een zelfvoorzienende economie die drijft op kreeftenvisserij en aardappelteelt. Wie mocht denken dat de eilandbewoners ‘niet altijd openstaan voor moderniteit’, moet bedenken dat ze zich hebben uitgesproken voor een betere milieubescherming en biodiversiteit. Sinds 2020 is het water rond de archipel beschermd zeegebied. In een interview verklaarde James Glass, voorzitter van het eilandbestuur: ‘Hoe klein ze ook is, onze gemeenschap heeft altijd erg veel waarde gehecht aan de bescherming van het milieu. Wij weten als geen ander dat de zee van levensbelang is, van levensbelang voor onze economie, dus voor het bestaan en het welzijn van alle eilandbewoners.’

    Ierland

    Dertig bewoonde eilanden

    ‘In een appartement in Dublin blijven zitten had geen enkele zin. Hier kan ik tussen twaalf en twee uur ’s middags naar het strand gaan om mijn hoofd leeg te maken.’ Peadar Rogers had genoeg van de Ierse hoofdstad en besloot terug te keren naar Arranmore, het eiland waar hij geboren is. ‘De pandemie gaf de doorslag’, schrijft The Irish Times. ‘Wanneer de uitslag van de volkstelling van 2022 bekend wordt, zal blijken dat de bevolking van vijfhonderd zielen die als confetti is verspreid over het graafschap Donegal in aantal is toegekomen.’

    Dat het eilandleven weer in zwang is, mede doordat telewerken zo’n hoge vlucht heeft genomen, noemt de Irish Examiner van groot belang. Ierland telt een kleine dertig eilanden die permanent worden bewoond, voornamelijk aan de Atlantische kant, en jaarlijks door zo’n driehonderdduizend mensen worden bezocht. Een flink aantal ervan is belangrijk voor het voortbestaan van de Keltische taal. En de centrumrechtse regering lijkt nu eindelijk maatregelen te nemen: voor het eerst in bijna drie decennia heeft Dublin op 7 juni jongstleden een groot plan gepresenteerd voor de revitalisering van de eilanden.

    Eerste stap op de weg naar vernieuwing is de introductie, met ingang van 1 juli, van een uitzonderlijk duwtje in de rug voor woningrenovatie. ‘De subsidie bedraagt 60.000 euro voor leegstaande woningen, en tot wel 84.000 voor bouwvallen’, preciseert The Irish Times. Maar omdat het gaat om slechts tachtig gevallen verspreid over tien jaar, is er ook de nodige scepsis. Zal dit voldoende zijn, vraagt de pers zich af, om jongeren van vertrek te weerhouden en de demografische achteruitgang te keren die met de grote hongersnood van 1845-1850 is ingezet?

    Blijft het feit dat er bepaalde bevoorradingsproblemen zijn. ‘Al kun je hier de beste kreeft van de wereld eten,’ bekent een eilandbewoonster, ‘theezakjes die die naam waardig zijn kun je nergens krijgen.’  

  • Irak droogt uit – en dat komt niet alleen door klimaatverandering

    Irak droogt uit – en dat komt niet alleen door klimaatverandering

    Irak lijdt onder toenemende droogte. Behalve de klimaatcrisis, waardoor het water in rivieren en meren sneller verdampt, gaat de bevolking gebukt onder corruptie en regionale conflicten. Milieuactivisten in het land maken zich grote zorgen: ‘We staan op de rand van een catastrofe.’

    Soms gaat het sneller dan gedacht, en dat betekent niet altijd iets goeds. ‘Ik waarschuw al sinds 2004 voor een tekort aan water in Irak. Maar ik ging ervan uit dat het pas vanaf 2030 een probleem kon worden. Ik zat fout.’ De Iraakse milieuactivist Azzam Alwash maakt zich zorgen om zijn vaderland, dat lijdt onder langdurige droogtes en toenemende watertekorten. ‘We staan op de rand van een catastrofe,’ zegt hij aan de telefoon. Irak heeft eigenlijk altijd geprofiteerd van de vruchtbare bodem tussen de Eufraat en de Tigris. De twee rivieren zorgen voor ongeveer 98 procent van de watervoorziening. Ze voerden altijd voedingsstoffen en vochtigheid voor het land aan.

    De Tigris en de iets zuidelijker gelegen Eufraat ontspringen in Turkije, stromen door heel Irak en vloeien ten slotte ongeveer 200 kilometer voor de kust samen, in de buurt van de stad Basra. Aan het eind van de steeds uiterst droge zomers bevatten de beide rivieren het minste water. Desondanks stroomde tussen 1981 en 2010 in de laatste septemberdagen nog bijna 1000 kubieke meter water per seconde uit de monding in zee – meer dan bijvoorbeeld aan de monding van de Elbe [in de Noordzee].

    Maar sinds de millenniumwisseling drogen de voor Irak zo belangrijke levensaders op. Volgens de gegevens van de Copernicus Climate Change Services [van de EU] nemen de watervolumes duidelijk af. Dat ligt niet alleen aan de temperaturen die stijgen als gevolg van de klimaatcrisis, waardoor het water in meren en rivieren sneller verdampt. Ook de hoeveelheid neerslag is in de laatste decennia afgenomen. De droogte leidde vooral het afgelopen jaar tot verwoestende zandstormen.

    Slechts 60 procent heeft toegang tot drinkwatervoorziening

    In de rivierbeddingen, weiden, moerassen, meren en kanalen ontbreekt het aan water – met ingrijpende gevolgen, en niet alleen voor het milieu. ‘De gevolgen van de noodsituatie zouden ertoe kunnen leiden dat de regionale spanningen tussen Irak en de buurlanden verder toenemen,’ zegt Alwash. Turkije, Syrië en Iran betwisten Irak het water van de Eufraat en de Tigris. Ook die landen lijden onder de toenemende droogte; ze bouwen dammen in de bovenloop van de rivieren en leiden het water om in eigen gebied. Het Iraakse ministerie van Watervoorziening dreigde Iran in de afgelopen jaren al met een aanklacht bij het Internationaal Gerechtshof, vanwege de vermindering van de watertoevoer [via zijrivieren] uit dat land. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan maakte bij voorbaat duidelijk dat er voor hem geen verschil bestaat tussen de bescherming van het eigen water en die van het vaderland.

    In april zei de plaatsvervangende Iraakse minister van Milieu volgens berichten in de media dat de Eufraat en de Tigris op dit moment minder dan 30 procent van hun normale hoeveelheid water uit Turkije en Iran zouden ontvangen. Regeringsvertegenwoordigers uit de drie landen komen steeds weer bij elkaar om te onderhandelen over de toekomst van de watervoorziening. Onlangs heeft Turkije Irak voor een maand meer water uit de Ilisu-dam [in de Tigris] toegezegd. Maar het ontbreekt nog steeds aan oplossingen voor de lange termijn. Critici verwijten Turkije dat het zijn controle over het water tegenover Irak als drukmiddel zou gebruiken in politieke en economische kwesties.

    Beschadigd

    ‘Turkije en Iran spelen een grote rol, maar ook het slechte watermanagement is een probleem,’ zegt Mac Skelton, directeur van het Instituut voor regionale en internationale studies aan de Amerikaanse Universiteit van Irak in Suleimaniya, aan de telefoon. Meerdere oorlogen hebben de waterinfrastructuur van het land beschadigd. Het fragiele politieke systeem van het land doet de rest. Om sjiitische rebellen hun toevluchtsoord te ontnemen, legde Saddam Hoessein in het begin van de jaren negentig het vruchtbare marsland in het zuiden van het land droog. Bijna 90 procent van het oppervlak droogde uit, waardoor de bewoners hun middelen van bestaan kwijtraakten. Na de val van Saddam in 2003 staken activisten de dammen door en keerde het leven terug.

    Nu wordt het gebied door de gevolgen van de klimaatcrisis en de aanhoudende droogte opnieuw bedreigd. Volgens een bericht van de Verenigde Naties heeft slechts 60 procent van de Iraakse bevolking toegang tot een betrouwbare drinkwatervoorziening. ‘Dat is het resultaat van een sinds 2003 falende waterhuishouding, die niet in de laatste plaats wordt verergerd door de systematische corruptie in het land,’ zegt Skelton. Daar komt bij dat de Iraakse bevolking voortdurend groeit; de Eufraat en de Tigris moeten dus ook steeds meer mensen van water voorzien. Deze crisissituatie leidt regelmatig tot protesten, veel mensen in Irak zijn wanhopig.

    In het zuiden van het land dringt het zoute water uit de Perzische Golf stroomopwaarts naar het noorden, waar het rivieren en vruchtbare landbouwgebieden binnendringt. Het areaal voor het verbouwen van graan is duidelijk gekrompen, boeren verliezen hun vee en hun tarwe, en het water is vervuild. Steeds weer moeten duizenden mensen hun land verlaten en naar de grote steden verhuizen. Wie zich in het land inzet voor milieubescherming, moet vrezen voor represailles en ontvoeringen.

    Milieuactivisten

    Daar kan ook Azzam Alwash over meepraten: zijn vriend en collega Jassim al-Asadi van de ngo Nature Iraq werd in februari ontvoerd. Hij is niet de enige die sinds de massaprotesten van 2019 dit lot onderging. Doelwit van de ontvoeringen zijn vooral milieuactivisten, zoals blijkt uit een bericht van Human Rights Watch. Volgens de mensenrechtenorganisatie hangt dat samen met de algemene opstelling van de regering, die maatschappelijke organisaties in het land als een bedreiging beschouwt. Om veiligheidsredenen heeft Alwash na de ontvoering van zijn vriend dan ook besloten Irak te verlaten.

    De gevolgen van de droogte zijn even divers als catastrofaal. Alwash gaat ervan uit dat de temperaturen ook in 2023 tot boven de 50 graden zullen stijgen. Daarom hoopt hij dat de regionale machten een gezamenlijke oplossing zullen vinden. ‘Anders moeten de mensen hier binnenkort nog harder vechten om te overleven dan ze nu al doen.’

  • Dubais greenwashpraktijken

    Dubais greenwashpraktijken

    In november is Dubai gastheer van de VN-conferentie over klimaatverandering. Het Arabische land streeft naar een groen imago, maar blijft waarschijnlijk nog lang afhankelijk van fossiele brandstoffen.

    ‘Het spijt me heel erg, want dit is niet normaal voor de maand mei,’ zegt Joumana met verontwaardigde blik tegen een groepje journalisten. Joumana werkt voor de afdeling Toerisme- en Handelsmarketing van het ministerie van Economische Zaken van Dubai. Haar taak is om Dubai op het wereldtoneel een beter en groener imago te bezorgen in de aanloop naar de 28ste con­ferentie over klimaatverandering (COP28), die in november zal plaats­vinden.

    Alsof dat niet lastig genoeg is, zegt ze, regent het nu ook nog. Althans, het regent zachtjes en heel kort, zoals altijd in Dubai. Er slaan een paar druppels tegen de voorruit. Na drie minuten is het weer voorbij.

    Op deze maandagochtend is het uitzonderlijk warm in Dubai, vertelt Joumana. Vorige week was het weer nog heerlijk, tussen de 25 en 30 graden. Van de herfst tot de lente trekt de aangename temperatuur honderdduizenden toeristen. Maar nu nadert de thermometer de 40 graden, wat op zich niet vreemd is in de Arabische woestijn.

    Het zonnepark typeert de historische ontwikkeling van Dubai: in januari 2012 besloot de emir tot de bouw van een zonnepark in de woestijn

    We rijden naar het Mohammed bin Rashid Al Maktoum Solar Park, 50 kilometer van Dubai vandaan. Het park is vernoemd naar de doorgaans nogal nors ogende sjeik Maktoum. Deze absolutistische ‘heerser van Dubai’ is tevens vicepresident, premier en minister van Defensie van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Van de zeven emiraten is behalve Dubai alleen Abu Dhabi, de hoofdstad van de VAE, in het Westen algemeen bekend.

    Het zonnepark typeert de historische ontwikkeling van Dubai: in januari 2012 besloot de emir tot de bouw van een zonnepark in de woestijn. Krap twee jaar later waren de eerste dertien megawatt aangesloten op het elektriciteitsnet; inmiddels is de zesde uitbreidingsfase in gang gezet. Het zonnepark beslaat nu een gebied van 127 vierkante kilometer en produceert 15 procent van de elektriciteit in Dubai. Aangezien de bevolking in de zomermaanden, van mei tot de herfst, eigenlijk alleen kan leven met constant draaiende airconditioning, is het elektriciteitsverbruik enorm.

    Waterstof

    Om ervoor te zorgen dat ook na zonsondergang elektriciteit kan worden opgewekt, hebben de ingenieurs centrales voor thermische zonne-energie en waterstofbatterijen gebouwd. Een thermische zonne-energiecentrale werkt als volgt: honderden spiegels sturen het zonlicht naar een toren waarin zout onder invloed van de hitte vloeibaar wordt. De hitte blijft daar lange tijd opgeslagen. Het vloeibare zout dient om water te verwarmen, en ’s nachts wordt in stoomturbines elektriciteit opgewekt. Waterstofbatterijen werken op een vergelijkbare manier. Met zonne-energie wordt water via elektrolyse gesplitst. De waterstof die daarbij vrijkomt, wordt opgeslagen in een enorme tank en na zonsondergang verbrand in de dieselmotor van een schip, waardoor elektriciteit ontstaat.

    Volgens een technicus zou een brandstofcel zinniger zijn, maar voorlopig is gekozen voor een verbrandingsmotor. Duitse technologie maakt het mogelijk om pure waterstof te verbranden zonder toevoeging van fossiel aardgas, zodat waterdamp de enige uitstoot is.

    Alle windturbines die op de testbasis zijn opgezet, zijn inmiddels ontmanteld en verkocht

    De exploitant van de centrale is de machtige DEWA (Dubai Electricity and Water Authority). Een vertegenwoordiger van DEWA wijst erop dat de pompcentrale in de bergen van Hatta, ten oosten van Dubai, binnenkort in gebruik wordt genomen. Tachtig procent van de centrale is al gereed. Hier wordt met groene energie het water naar het bovenste bassin gepompt. Via een turbine van 250 megawatt stroomt het water naargelang de behoefte weer naar beneden. Het enige waar DEWA-technici echt geen toekomst in zien, is windenergie: dat is domweg geen realistisch plan. Alle windturbines die op de testbasis zijn opgezet, zijn inmiddels ontmanteld en verkocht.

    Naar verwachting kondigt sjeik Maktoum binnenkort een groot nieuw project aan: de waterstofstrategie van Dubai. Het gerucht gaat dat Dubai tegen het midden van deze eeuw een van de grootste producenten van deze klimaatneutrale energiebron wil worden. Dat heeft ook gevolgen voor Europa. Het lijdt immers geen twijfel dat sommige economische sectoren in de toekomst niet meer zonder energie-import kunnen.

    Te weinig CO2

    Het is nog niet duidelijk hoe de waterstof vanuit het Midden-Oosten naar Europa en de rest van de wereld zal worden vervoerd. Waterstof kan in gasvorm namelijk niet in grote hoeveelheden worden verplaatst en moet eerst worden gekoeld tot bijna het absolute nulpunt om vloeibaar te blijven: min 252 °C. Hoogstwaarschijnlijk zal de waterstof worden omgezet in (zeer giftig) ammoniak, methanol of e-brandstoffen. Maar voor die laatste optie is veel CO2 nodig, waarvan de oliestaat VAE vreemd genoeg veel te weinig heeft.

    Fossiele brandstoffen

    Oostenrijkse bedrijven zijn betrokken bij een project van de Italiaanse gasnetbeheerder SNAM, dat tegen 2030 waterstof uit Tunesië en Algerije via pijpleidingen naar Oostenrijk en Beieren wil brengen. Maar om Arabische waterstof te kunnen vervoeren, is in de havens van de exportlanden een geheel nieuwe infrastructuur nodig, bijvoorbeeld om het in ammoniak verpakte waterstof weer ‘vrij te maken’. Het feit dat dergelijke fundamentele vraagstukken in 2023 nog niet zijn opgelost, verkleint de kans op een snelle energietransformatie. Zo’n infrastructuur kan immers niet van de ene op de andere dag worden gerealiseerd.

    Om Arabische waterstof te kunnen vervoeren, is een geheel nieuwe infrastructuur nodig

    Dubais beweegredenen om de energieproductie te vergroenen zijn niet altruïstisch; dat het land zich richt op alternatieve energiebronnen is vooral uit noodzaak. Het emiraat heeft altijd geld verdiend met fossiele brandstoffen. Maar terwijl bijna alle buurstaten aan de Perzische Golf, en vooral de naburige stad Abu Dhabi, grote olie- en gasvoorraden hebben, bestaat slechts zo’n 5 procent van de economische output van Dubai uit olie en gas. Dat verklaart ook waarom Dubai een supermacht is op het gebied van vastgoed, gespecialiseerd in hoogbouw en gigantische hotelcomplexen. Het is een paradijs voor miljonairs van over de hele wereld die lage belastingen en een nieuwe thuisbasis zoeken. Er wonen tegenwoordig ongeveer 3,5 miljoen mensen in Dubai, waarvan maar liefst 85 procent buitenlanders; voornamelijk Indiërs, Pakistanen en Arabieren uit buurlanden. Het land is door en door  internationaal. Daarnaast heeft het zo’n honderdduizend hotelkamers, vooral te vinden aan de kust, waar de hotelresorts zo groot zijn dat het lijkt alsof het geld er uit de lucht kwam vallen.

    Het is weinig verrassend dat Dubai architectonische records najaagt: in 2010 werd de Burj Khalifa gebouwd, dat met een duizelingwekkende hoogte van 828 meter de hoogste wolkenkrabber ter wereld is. In Dubai vind je tevens het grootste winkelcentrum ter wereld, het grootste reuzenrad, het hotel met de meeste verdiepingen, het grootste waterpark, de snelste politieauto’s en ga zo maar door.

    Maar op het gebied van voedselproductie loopt Dubai achter. De Emiraten behoren tot de groep landen met de kleinste voedselautonomie en de grootste voedselimport. De heerser van Dubai was daar kennelijk ontevreden over: in 2021 lanceerde hij de Food Tech Valley, een tamelijk uniek project dat zich richt op het onderzoeken en produceren van voedsel. En dat in een gebied waar conventionele landbouwtechnieken nagenoeg onmogelijk zijn door gebrek aan grond en water en de hitte in de zomermaanden.

    Vlak naast de enorme luchthaven van Dubai staat een groot, rechthoekig blok waarop boven de ingang ‘Bustanica’ staat. Weer zo’n recordbouwproject: het is de grootste verticale ‘boerderij’ ter wereld. Aron Moore begroet de bezoekers vriendelijk en legt uit wat er gebeurt in de hal van dertigduizend vierkante meter. De Australische Moore komt uit de industriële landbouwsector. Voordat hij naar Dubai vertrok, verdiende hij zijn geld in Australië en Zuidoost-Azië. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in allerlei soorten sla en kruiden. Nu wordt er onderzoek gedaan naar aardbeien. Volgens Aron is dat de ultieme test voor een verticale boerderij, want niets bederft sneller dan verse, zoete aardbeien.

    ‘Data meets delicious’

    De fabriek staat vlak naast de voedselfaciliteit van luchtvaartmaatschappij Emirates, die een veilige bron van verse groenten wil. De luchtvaartmaatschappij, vervolgt Aron, is slechts een van de vele klanten; de groenten van Bustanica worden ook verkocht in lokale supermarkten en het zijn niet eens de duurste producten in de schappen.

    Aron legt uit dat elk gewas onder specifieke omstandigheden gedijt, die tot voor kort nog nooit zo precies konden worden nagebootst. Duizenden sensoren houden toezicht op het groeiproces van de planten, en technici kunnen alle factoren reguleren: temperatuur, golflengte van het licht, duur van de dag-en-nachtcyclus, de toevoer van water en voedingsstoffen, luchtvochtigheid en zelfs de CO2-concentratie, die hier ongeveer twee keer zo hoog is als in de natuur. De toepasselijke slogan luidt: ‘Data meets delicious’. Momenteel kan er ongeveer 1,3 ton sla per dag worden geoogst en tegen het einde van het jaar moet dat zelfs drie ton per dag zijn. Dan moet het ook mogelijk zijn om aardbeien aan te bieden.

    De planten hebben zelfs geen aarde nodig; een oplossing met voedingsstoffen is toereikend

    Tegen verwachting in smaken de bladgroenten knapperig en vers en ze kunnen zo uit de rekken geproefd worden, want er zijn bij deze manier van telen geen pesticiden nodig. De planten hebben zelfs geen aarde nodig; een oplossing met voedingsstoffen is toereikend. Werknemers en bezoekers moeten beschermende kleding dragen, zoals haarnetjes en chirurgische maskers. Omdat de meststof de stekjes direct via het water bereikt, worden er geen broeikasgassen uitgestoten. Er is maar een kleine hoeveelheid water nodig, dat volledig wordt gerecycled, onder andere uit vocht in de lucht. Het doel is om zo jaarlijks 250 miljoen liter water te besparen. De fabriek heeft ongeveer 40 miljoen dollar gekost, vertelt Aron. Bij het volledige proces – van de kweek tot het handmatige verpakken – zijn ongeveer zeventig werknemers betrokken. Dit systeem kan natuurlijk geen voedselzekerheid bieden, want, zoals we weten, barsten salades niet van de calorieën.

    Veel verse sla

    Naar alle waarschijnlijkheid gaan we dus veel verse sla zien op de 28ste conferentie over klimaatverandering (COP28), die dit jaar plaatsvindt op het enorme Expo-terrein in het centrum van Dubai. De stad beroemt zich er overigens op dat ongeveer 80 procent van dat terrein, dat gebouwd werd voor de wereldtentoonstelling van 2020, nog steeds in gebruik is.

    Toch moeten we ervan uitgaan dat deze COP niet zonder grote meningsverschillen zal verlopen. Het hoofd van de nationale oliemaatschappij ADNOC, Sultan Ahmed al-Jaber, heeft ook het COP-voorzitterschap op zich genomen. Bij de Petersberg Klimaatdialoog in Berlijn in mei maakte hij al duidelijk dat de traditionele energiebronnen voorlopig nog deel uit zullen maken van onze energievoorziening. Klaarblijkelijk gaat het hem niet zozeer om het uitbannen van fossiele brandstoffen als wel om het beperken van de uitstoot van broeikasgassen – bijvoorbeeld door CO2 te filteren en in de grond te injecteren. Die opvatting brengt het risico met zich mee dat industrieën hun ‘brandstofswitch’ onmiddellijk weer zullen afblazen, terwijl bijvoorbeeld voor personenauto’s het filteren van CO2 nooit een realistische optie zal zijn; technisch gezien niet, en economisch al helemaal niet.

    Zes maanden voor de eigenlijke start van de conferentie hebben veel klimaatactivisten, na de eerste officiële berichten over Al-Jaber als kandidaat-voorzitter van de COP, de hoop op spannende nieuwe compromissen dan ook al opgegeven. Hoewel de voorzitter een neutrale bemiddelaar zou moeten zijn op het gebied van versnelde klimaatbescherming, is de verwachting nu al dat fossiele energie tijdens de 28ste VN-klimaatconferentie nauwelijks aan bod zal komen.