Archivarissen wereldwijd zetten zich in om het internet van Oekraïne te behouden
Met de Russische invasie van Oekraïne is de angst ontstaan dat als Poetin succesvol is, hij sites van de Oekraïense regering evenals culturele websites voor altijd zal laten wissen, schrijft Vice. Historisch gezien staan naties er immers om bekend in tijden van oorlog documenten te vernietigen, zeker als die kunnen worden gebruikt voor vervolging van oorlogsmisdaden. Daarom zijn archivarissen wereldwijd begonnen om het internet van Oekraïne te behouden en bandbreedte en schijfruimte te bieden voor het archiveren van de digitale geschiedenis van het land.
Dat is nog niet zo gemakkelijk volgens Ian Milligan, universitair hoofddocent geschiedenis aan de Universiteit van Waterloo. ‘Normaal wordt het gedaan door op de achtergrond te crawlen, zoals The Internet Archive dat twee keer per jaar probeert te doen.’ Maar bij grote conflicten ontbreekt het aan tijd en moeten er keuzes worden gemaakt. Daarom achten archivarissen, historici en cybersecuritywetenschappers het waarschijnlijk dat er uiteindelijk slechts een gefragmenteerd digitaal beeld zal overblijven van de daadwerkelijke crisis in Oekraïne.
Kunstenaars uit verschillende disciplines laten in de tentoonstelling Chromophilia zien dat kleur, net als muziek, onze geest kan verheffen.
In de kleurrijke tentoonstelling Chromophilia laten een aantal kunstenaars de complexiteit en de mogelijkheden van kleur binnen hun eigen medium zien. Dat varieert van werken met verf tot textiel, met gekleurd glas of bestaande uit verschillende lichtbronnen. Galerie Hauser & Wirth schrijft over de tentoonstelling dat kleur, net als muziek, onze geest kan verheffen of het geheugen kan stimuleren.
Kleur kan heel symbolisch zijn, maar het heeft ook het vermogen om reacties uit te lokken
Bovendien kan kleur heel symbolisch zijn, vaak is kleur gepolitiseerd en staat ze voor ideologieën, of speelt ze een rol in activisme of duidt ze ras en sekse aan. Maar dat kleur het vermogen heeft om reacties uit te lokken, ‘van uitbundige vreugde tot verpletterende wanhoop’, laten de makers in Zürich zien. Frank Bowling houdt zich al jaren bezig met de complexiteit van kleur in de schilderkunst. Zijn werk Swimmers (2020) is samengesteld uit acrylverf en gels, gecollageerd canvas en gevonden materialen of objecten. David Batchelors Chromodisc (2019) is een klok die met licht de loop van een uur aangeeft.
Chromophilia, tot 12 maart, Hauser & Wirth, Zürich.
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.
Popicoon keert terug naar zijn oorsprong
Roman verpakt in een liedje van drie minuten
MUZIEK | Experimenteren en het verkennen van genres vormt een rode draad in de ruim veertigjarige carrière van de Britse singer-songwriter Elvis Costello (67). Althans, zo denkt Tony Clayton, criticus van The Irish Times, erover. Daarom is het volgens Clayton een verademing dat Costello met zijn nieuwste, tweeëndertigste album A Boy Named If teruggrijpt naar de postpunk en new wave van eind jaren zeventig: ‘Met songs die meteen vlam vatten en daarna aangenaam blijven smeulen.’
In The Sydney Morning Herald schrijft Barry Divola dat Elvis Costello (artiestennaam van Declan MacManus) de critici die hem de laatste jaren een terugkeer naar de stijl van zijn allereerste platen adviseerden op hun wenken bedient. ‘Hoewel hij switcht tussen psychede-lische rock, geëxalteerde ballads en theatrale songs, blijft het album coherent en wordt het nergens gekunsteld.’
Ook Eric Debarnot van de Franse cultuursite Benzine concludeert dat Costello na talrijke omzwervingen terug is bij zijn oude liefde, ‘energieke rock met venijnige en zelfs gewelddadige songteksten’. Of de muzikant in zijn hang naar nostalgie zichzelf kopieert? ‘Welnee, daar zijn de songs veel te sterk voor en zijn teksten te briljant en urgent.’
‘Wie durft er te beweren dat Costello een leeftijd heeft bereikt om gas terug te nemen?’ schrijft John Murphy op de Britse site musicOMH. De muzikant komt naast het album namelijk ook met een kinderboek vol sprookjes voor volwassenen rond hoofdpersonage If (Imaginary Friend). Heel toepasselijk, vindt Murphy: ‘Want Costello is er een meester in om verhalen te verpakken in liedjes van drie minuten. Luister maar naar My Most Beautiful Mistake, daar zit haast een hele roman in.’
Elvis Costello & The Imposters, A Boy Named If is eind januari verschenen.
Door Diederik Samwel
Odyssee van een moderne gastarbeider
Klimaatfictie over wereldwijde honger naar energie
LITERATUUR | Wenzel werkt al jaren op een olieplatform, wanneer voor de kust van Marokko zijn liefdespartner Mátyás verdwijnt, overboord geslagen tijdens een storm. De directie overweegt niet eens een reddingspoging, waarop Wenzel ontslag neemt en door Europa gaat reizen. Om Mátyás’ familie te bezoeken, zijn verleden onder ogen te komen en zichzelf te vinden. Dat is het uitgangspunt van Hoe hoog het water stijgt, de debuutroman van de Duitse dichter Anja Kampmann.
Kampmanns eigenzinnige taalgebruik, ongewone beelden en vreemde gedachtensprongen zorgen voor een ongrijpbaar gevoel van ongefundeerdheid, vindt Andrea Heinz in Der Standard: ‘Precies zoals Wenzel zich moet voelen.’ Heinz beschouwt het boek als een aanklacht tegen het kapitalisme. ‘Hoe bedrijven rijk worden door de wereldwijde honger naar energie, terwijl dat ten koste gaat van de arbeiders.’ Fiona Bell van Chicago Review komt tot dezelfde conclusie. Al moest ze ook denken aan de boeken van James Baldwin en andere ‘grote gay romans’. Met dit verschil dat Kampmann homoseksualiteit niet probeert af te zetten tegen opvattingen in een heteromaatschappij of cultuur- of klassenverschillen wil aanstippen, schrijft Bell.
Anja Kampmanns debuutroman Hoe hoog het water stijgt verscheen half februari bij Prometheus, in vertaling van Roland Fagel.
Door Diederik Samwel
Felle kritiek op Nollywood na nieuwe release
Na dertig jaar wil het publiek iets nieuws
SERIE | Na de release van de Nigeriaanse serie Chief Daddy 2 op Netflix ging er een storm van tweets onder de hashtag #WeWantNewNollywood de sociale media over, meldt OkayAfrica. De eerste reeks van de komedie bracht 385 miljoen naira (ruim 800.000 euro) op en in Nigeria werd reikhalzend uitgezien naar het vervolg. Maar fans spotten met ‘de montage, het acteerwerk en de dunheid van de plot’, aldus de Afrikaanse culturele en politieke nieuwssite. Nollywood-films zouden steeds hetzelfde recept toepassen: populaire acteurs, welvarende buitenwijken en droneopnames van oriëntatiepunten. ‘Dit zijn legecalorieënproducties’, aldus de site.
Ook Africa Arguments uitte felle kritiek: ‘De Nigeriaanse filmindustrie is grotendeels gebouwd op het nastreven van de grootst mogelijke commerciële levensvatbaarheid, in plaats van artistieke expressie en integriteit’. Het pan-Afrikaanse platform brengt in herinnering dat Nollywood werd geboren na een film uit 1992, Living in Bondage, over een man die zijn vrouw ritueel offerde om rijk te worden. Na het plotselinge succes volgde een hele reeks films die alle waren gebaseerd op het ‘goed triomfeert over kwaad’-principe.
De site merkt ook op dat Nigeria, ondanks het feit dat het de op een na grootste filmindustrie ter wereld heeft, geen geloofwaardige filmscholen heeft. ‘Er is ruimte nodig voor kritiek en discussie, zoals filmclubs en filmfestivals. Kortom, het land moet investeren in zowel zijn toekomstige filmmakers als zijn toekomstige bioscoopbezoekers’, om tegemoet te komen aan een veeleisender publiek.
Chief Daddy 2 is te zien op Netflix.
Door Laura Weeda
‘Het verleden heeft een toekomst’
Raoul Peck doorbreekt opnieuw de stilte
DOCUMENTAIRE | ‘Het bestaan van deze film is een wonder,’ verklaart de Haïtiaanse filmmaker Raoul Peck in de vierde en laatste aflevering van zijn nieuwe documentairereeks Exterminate All the Brutes. The Intercept beaamt zijn uitspraak. ‘Tot voor kort was het onmogelijk voor te stellen dat een van de grootste bedrijven ter wereld – [kabel- en satellietoperator] AT&T, eigenaar van HBO (…) – zo’n film zou financieren en uitzenden.’ Time spreekt van ‘de meest radicale en intellectueel stimulerende documentaire die ooit voor televisie is gemaakt’.
In 2017 werd Peck meermaals bekroond voor zijn documentaire I Am Not Your Negro, geïnspireerd op de geschriften van James Baldwin. Met zijn nieuwe werk neemt hij ons mee op ‘een geweldige reis door de tijd en over continenten’, aldus het Amerikaanse weekblad The Nation. ‘De serie is een onverbiddelijke aanklacht tegen racisme, genocide, kolonialisme en de plunderingen van het imperialistische en postimperialistische kapitalisme.’ Peck ‘interpreteert de geschiedenis als het verslag van de overwinnaars en beschouwt de Amerikaanse nationale mythologie als fictie gebaseerd op verondersteld racisme’, schrijft The New Yorker.
Bij de manier waarop hij dit doet, heeft onder meer The New York Timesbedenkingen. Behalve de ‘enigszins monotone vertelling’ betreurt het dagblad ‘de neiging van documentaires om ideeën uit te buiten die in een korte film meer kracht zouden hebben’. Veel van de door de filmmaker ontwikkelde argumenten zijn al bekend, vervolgt de krant. Het resultaat zou daarmee niet ten goede komen aan een didactiek.
The Nation denkt daar anders over. ‘Het verleden heeft een toekomst’, kopt het blad. ‘Voor Peck is het doel (…) om het bewustzijn te vergroten en verandering teweeg te brengen’, benadrukt The New Yorker. ‘Wat hier aan de kaak moet worden gesteld is niet zozeer de realiteit van de genocide op de inheemse Amerikanen, of de realiteit van slavernij, of zelfs de realiteit van de Holocaust; wat aan de kaak moet worden gesteld zijn de gevolgen van deze realiteiten in ons leven en ons leven van vandaag’, aldus Peck zelf.
Hoewel The New Yorker de kritiek van The New York Times deelt, is het eindvonnis positief: ‘De stilte doorbreken is het doel van de film, en dat is gelukt. Hoe Peck het verhaal van witte suprematie vertelt is minder belangrijk dan de alomvattende en indringende kijk die hij biedt.’
Exterminate All the Brutes is onder meer te zien op Arte.tv
De tentoonstelling Life Between Islands, met werk van Caraïbisch-Britse kunstenaars, volgt zeventig jaar tumultueuze geschiedenis met kunst als gids en woordvoerder.
Werk van meer dan veertig kunstenaars, die in Groot-Brittannië wonen maar van wie de wortels in het Caribisch gebied liggen, vormen de kracht van wat in de Britse pers als een ‘meeslepende show’ wordt omschreven. De expositie volgt zeventig jaar tumultueuze geschiedenis met kunst als gids en woordvoerder. Alles komt dan uiteraard voorbij: de pijn van het vertrek, de aankomst, vriendelijkheid en wreedheid, opstand, onderdrukking en onophoudelijk onrecht.
Een van de vroegste werken van Steve McQueen, een Londenaar die in Amsterdam woont, is een fragment van één minuut uit een super 8-film uit 1992; het toont twee oudere West-Indische mannen die palmbomen met pot en al van het Oost-Londense Brick Lane naar de bus naar huis dragen.
De expositie volgt zeventig jaar tumultueuze geschiedenis met kunst als gids en woordvoerder
Maar behalve onthutsende foto’s – van bijvoorbeeld Michael X die aankomt op Paddington Station, Stokely Carmichael die het Dialectics of Liberation-congres toespreekt in het Round House in Camden in 1968 en meisjes die met een Black Panthers-schooltas op weg zijn naar school – geeft de schilderkunst een eigen, autonoom perspectief op de realiteit van de kunstenaars die heen en weer pendelen tussen de zonovergoten Caraïben en de wispelturige seizoenen aan deze kant van de wereld. Zoals de met foto’s van de Windrush-generatie behangen voorkamer op Njideka Akunyili Crosby’s schilderij Remain, Thriving uit 2018. Hun nakomelingen volgen het nieuws over het Windrush-schandaal, waarbij tientallen Britten het land uit werden gezet omdat de juiste papieren zouden ontbreken.
Life Between Islands: Caribbean-British Art 1950s–Now, tot 3 april 2022, Tate Britain, Londen.
Het Museo de Arte Contemporáneo Atchugarry (MACA), opende begin januari zijn deuren. Het museum, dat beschouwd kan worden als ‘een brug tussen Uruguayaanse kunst en de ogen van de wereld, of tussen de kunst van de wereld en de ogen van Uruguay’, is het grootste en meest ambitieuze museum van het land.
Nee, het werd niet hoofdstad Montevideo en ook niet de sjieke badplaats Punta del Este. Het Museo de Arte Contemporáneo Atchugarry (MACA, Museum van Hedendaagse Kunst Atchugarry), dat is vernoemd naar de oprichter, de zevenenzestigjarige Uruguayaanse kunstenaar en beeldhouwer Pablo Atchugarry, is gevestigd midden in de natuur, op een perceel van 40 hectare, ver weg van al het stedelijke lawaai in een gebied dat bekendstaat als Manantiales.
‘Omdat ik een beeldhouwer ben die werkt met marmer – een lawaaiige arbeid die veel stof genereert – ben ik op deze gedecentraliseerde plek terechtgekomen,’ vertelt kunstenaar Pablo Atchugarry aan El PaísAmerica. ‘Hier vind je inheemse fauna, er zijn capibara’s, vossen en hazen. Het museum wil het publiek de mogelijkheid bieden in dialoog te gaan met de natuur, en eraan herinnerd te worden dat we er deel van uitmaken.’
Gratis toegankelijk voor iedereen
De ambities van Atchugarry en zijn museum zijn groot. Het is het eerste permanente museum voor hedendaagse kunst in Uruguay. Volgens de website wil het MACA de komende jaren proberen om ‘Uruguay een plek te geven op de wereldkaart van grote internationale tentoonstellingen’.
In gesprek met de Uruguayaanse krant El Observadorzei Atchugarry: ‘Het museum is voor iedereen gratis, biedt een inclusieve artistieke ervaring en is het hele jaar door toegankelijk. We hebben veel energie in dit project en in deze plek gestoken, en veel liefde. De liefde is gecommuniceerd, wordt ontvangen en is eeuwig.’
Het museum beoogt een schakel te zijn tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond
Het MACA-gebouw bestaat onder meer uit 5000 vierkante meter Uruguayaans eucalyptushout dat is omgevormd in Frankrijk. Samen met glas en marmer vormt het hout een gebouw met gebogen lijnen dat doet denken aan een schip.
Het museum beoogt een schakel te zijn tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond, schrijft El País. Vandaar de keuze voor de architect, de Canadees-Uruguayaan Carlos Ott, bekend van zijn ontwerp voor de Opéra Bastille in Parijs in de jaren tachtig. ‘Hij is de kapitein van de boot,’ zegt Atchugarry die de vormgeving van Ott beschouwt ‘als een ark die op het punt staat onze dromen te dragen. Ott is een architect, maar ik vind dat hij echt een beeldhouwer is.’ De glooiende structuur van het museum komt overeen met het glooiende terrein waarin het museum is neergezet. ‘De structuur is een golf in het landschap’.
Atchugarry geeft zich er rekenschap van dat het landschap een belangrijke attractie van het museum is. Buiten kan het publiek door een permanente tentoonstelling van eenenzeventig sculpturen lopen, waar niet alleen werken in marmer van de oprichter te zien zijn, maar ook van meer dan twee dozijn Uruguayaanse, Latijns-Amerikaanse en Europese kunstenaars.
‘Veel kunstenaars hebben een specifiek project voor deze plek gemaakt,’ zegt Atchugarry. ‘De Italiaanse kunstenaar Eduard Habicher maakte bijvoorbeeld een abstracte structuur, die eruitziet als een soort boot, midden op een meer. Al die werken zijn de vrucht van dialogen, van ontmoetingen.’
Nieuw voor Zuid-Amerika
Los van de expositie met sculpturen in het omringende landschap zijn er tot 10 april twee grote inaugurele tentoonstellingen te zien met niet de minste kunstenaars.
Eén expositie bevat werk van Christo en Jeanne-Claude, en bestaat uit een vijftigtal schetsen, tekeningen, foto’s, plannen en collages van de twee kunstenaars, die niet eerder in Zuid-Amerika te zien waren. De andere expositie is van de Argentijnse beeldhouwer en conceptueel kunstenaar León Ferrari, bekend om zijn politiek geëngageerde werk, en toont zeventwintig van zijn heliografieën.
‘Uruguay is een land met een kleine bevolking, maar met een gigantisch hart’
De vaste collectie herbergt een honderdtal werken, die allemaal afkomstig zijn uit de persoonlijke collectie van de oprichter. Het bevat onder meer kinetische kunst van de Venezolaan Jesús Soto, sculpturen van de Russisch-Amerikaanse kunstenaar Louise Nevelson en werken van de Amerikaan Frank Stella.
‘Van de drieënzestig aanwezige kunstenaars zijn er twaalf Uruguayaans, waaronder twee van de belangrijkste vertegenwoordigers van non-figuratieve kunst in het land: María Freire en José Pedro Costigliolo,’ aldus Atchugarry in El País. ‘Uruguay heeft een zeer rijke historie aan kunstenaars. Het is een land met een kleine bevolking, maar met een gigantisch hart.’
Met veel bombarie verkondigden de Britse kunstenaar Damien Hirst en zijn Londense galerie White Cube in augustus 2007 dat Hirsts werk For the Love of God voor 50 miljoen pond (circa 60 miljoen euro) was verkocht aan een groep anonieme investeerders. Hirst bekende onlangs echter aan The New York Times dat de verkoop van de met diamanten bezette schedel nooit heeft plaatsgevonden. Het werk is nog in bezit van hemzelf, zijn galerie White Cube en een groep investeerders, en bevindt zich in een opslag in Londen, aldus ArtNet News.
‘Het werk werd plotseling op miraculeuze wijze verkocht voor 50 miljoen cash’
De verkoop werd destijds door veel nieuwskanalen gebracht als een ‘done deal’, maar sceptici twijfelden omdat White Cube nooit concreet bewijs van de verkoop kon overleggen. Toen de verkoop destijds werd aangekondigd, vroeg Cristina Ruiz, toenmalig redacteur van The Art Newspaper, zich af waarom het nieuws net naar buiten kwam nadat ze had gemeld dat Hirst en zijn galerie hadden geprobeerd het werk te verkopen tegen de sterk gereduceerde prijs van 38 miljoen pond. ‘Op de dag dat wij zeiden dat er werd onderhandeld over een korting voor kopers, werd het werk plotseling op miraculeuze wijze verkocht voor 50 miljoen cash,’ zei Ruiz destijds tegen The Evening Standard. ‘Hoe waarschijnlijk is dat? Cash is handig omdat het geen sporen nalaat.’
Juweliers zetten destijds overigens ook vraagtekens bij de gemelde productiekosten van 15 miljoen pond. ‘Ik schat de werkelijke waarde van de schedel ergens tussen de 7 en 10 miljoen pond’, zei de vicevoorzitter van de London Diamond Bourse & Club tegen The Evening Standard.
360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.
Kunst als gids en woordvoerder
TENTOONSTELLING | Werk van meer dan veertig kunstenaars, die in Groot-Brittannië wonen maar van wie de wortels in het Caribisch gebied liggen, vormen de kracht van wat in de Britse pers als een ‘meeslepende show’ wordt omschreven. De expositie volgt zeventig jaar tumultueuze geschiedenis met kunst als gids en woordvoerder. Alles komt dan uiteraard voorbij: de pijn van het vertrek, de aankomst, vriendelijkheid en wreedheid, opstand, onderdrukking en onophoudelijk onrecht.
Een van de vroegste werken van Steve McQueen, een Londenaar die in Amsterdam woont, is een fragment van één minuut uit een super 8-film uit 1992; het toont twee oudere West-Indiase mannen die palmbomen met pot en al van het Oost-Londense Brick Lane naar de bus naar huis dragen.
De expositie volgt zeventig jaar tumultueuze geschiedenis met kunst als gids en woordvoerder
Maar behalve onthutsende foto’s – van bijvoorbeeld Michael X die aankomt op Paddington Station, Stokely Carmichael die het Dialectics of Liberation-congres toespreekt in het Round House in Camden in 1968 en meisjes die met een Black Panthers-schooltas op weg zijn naar school – geeft de schilderkunst een eigen, autonoom perspectief op de realiteit van de kunstenaars die heen en weer pendelen tussen de zonovergoten Caraïben en de wispelturige seizoenen aan deze kant van de wereld. Zoals de met foto’s van de Windrush-generatie behangen voorkamer op Njideka Akunyili Crosby’s schilderij Remain, Thriving uit 2018. Hun nakomelingen volgen het nieuws over het Windrush-schandaal, waarbij tientallen Britten het land uit werden gezet omdat de juiste papieren zouden ontbreken.
Life Between Islands: Caribbean-British Art 1950s–Now, tot 3 april 2022, Tate Britain, Londen.
Life Between Islands, 2021
Tegen ismen
TENTOONSTELLING | Visueel activist Zanele Muholi strijd tegen de ismen – racisme voorop. Sinds begin 2000 documenteert zij de zwarte lhbtiq+-gemeenschappen met intieme en krachtige foto’s. Alle hedendaagse thema’s worden aan de orde gesteld.
Zanele Muholi, tot 13 maart 2022, Gropius Bau, Berlijn.
Vrolijk en triest
MUZIEK | J’ai parfois eu des pensées suicidaires, et j’en suis peu fier – ik heb weleens aan zelfmoord gedacht en ik ben er niet trots op, zingt de Belgische artiest Stromae op zijn nieuwe album. De jarenlange radiostilte na zijn immens populaire songs als Formidable en Alorson danse wordt met L’enfer in één klap verleden tijd met de taboedoorbrekende teksten die de lyricus, vormgever en ‘league of his own’ de wereld in slingert, waarbij in het openbaar zijn suïcidale gedachten benoemt. Gedachten die hij door erover te zingen het zwijgen heeft opgelegd.
‘Zo zie ik mijn muziek ook. Vrolijk en triest. Dat wisselt elkaar af’
Dat hij als beroemdheid zijn eigen worstelingen deelt – j’suis pas tout seul à être tout seul – en het onbespreekbare bespreekbaar maakt, hoort bij hoe hij zijn muziek maakt. ‘Zo zie ik mijn muziek ook. Vrolijk en triest. Dat wisselt elkaar af,’ zei hij tegen de Franse tv, waarna hij plotseling begon te zingen.
TENTOONSTELLING | Het retrospectief van Domenico Gnoli (1933-1970) is onderdeel van een reeks tentoonstellingen gewijd aan outsiders in de kunstwereld. Gnoli werd beroemd door het heel precies en op grote schaal schilderen van dagelijkse voorwerpen: een overhemd, een bed, een schoen.
Domenico Gnoli, tot 27 februari, Fondazione Prada, Milaan.
Roepende geesten
TENTOONSTELLING | In Ghost Calls van gelauwerd kunstenares Emma Talbot verschijnen figuren uit de Keltische geschiedenis die, in sculpturen en in schilderijen over meerdere meters zijden doek, meerouwen om samen de impact van de dood te verzachten.
Ghost Calls, van 18 februari tot 19 maart 2022, Galerie Onrust, Amsterdam.
Chromophilia, de liefde voor kleur
TENTOONSTELLING | In het kleurrijke Chromophilia laten een aantal kunstenaars de complexiteit en de mogelijkheden van kleur binnen hun eigen medium zien. Dat varieert van werken met verf tot textiel, met gekleurd glas of bestaande uit verschillende lichtbronnen. Galerie Hauser & Wirth schrijft over de tentoonstelling dat kleur net als muziek onze geest kan verheffen of het geheugen kan stimuleren.
Kleur kan heel symbolisch zijn, maar het heeft ook het vermogen om reacties uit te lokken
Bovendien kan kleur heel symbolisch zijn, vaak is kleur gepolitiseerd en staat ze voor ideologieën, of speelt ze een rol in activisme of duidt ze ras en sekse aan. Maar dat kleur het vermogen heeft om reacties uit te lokken, ‘van uitbundige vreugde tot verpletterende wanhoop’, laten de makers in Zürich zien. Frank Bowling houdt zich al jaren bezig met de complexiteit van kleur in de schilderkunst. Zijn werk Swimmers (2020) is samengesteld uit acrylverf en gels, gecollageerd canvas en gevonden materialen of objecten. David Batchelors Chromodisc (2019) is een klok die met licht de loop van een uur aangeeft.
Chromophilia, tot 12 maart, Hauser & Wirth, Zürich.
Het dagelijks leven en de zeden en gebruiken van de Mexicaanse bevolking legde Graciela Iturbide altijd vast met oog voor de waardigheid van haar onderwerp. Fondation Cartier mocht grasduinen in haar studio.
Vanaf het begin gebruikte de Mexicaanse fotografe Graciela Iturbide (Mexico-Stad, 1942) monochrome film en vertrouwde zij uitsluitend op natuurlijk licht, een techniek die een betoverende rauwheid aan haar werk gaf. Zelf keek ze ook liever in zwart-wit, de wereld kwam haar zonder kleur ‘waarachtiger’ voor.
Vogels bij een elektriciteitspaal langs de snelweg naar Guanajuato, Mexico, 1990.Zelfportret in de Sonorawoestijn, Mexico, 1979.
Ontdekkingsreiziger Iturbide, leerling van landgenoot en zielsverwant Manuel Álvarez Bravo, heeft de diversiteit van haar geliefde land jarenlang met grote empathie in beeld gebracht. Exquise of wrang, voor haar lens krijgt alles een uitnodigende poëtische zachtheid.
Zapoteekse vrouw in Tonalá, Oaxaca, 1974.
Wat voor de willekeurige toerist wellicht onopgemerkt blijft, het onbekende Mexico, wordt door haar in het (natuurlijke) daglicht gezet. Hiermee zet Iturbide de sterke traditie voort van andere Mexicaanse kunstenaars en fotografen uit haar tijdperk.
Saguaro-cactus in de Sonorawoestijn, Mexico, 1979.
De Fondation Cartier laat tweehonderd werken zien uit het archief van Graciela Iturbide die dateren van de jaren zeventig tot vandaag. Naast de meest iconische foto’s van het dagelijks leven en de mensen die zij in de loop der jaren aantrof, maakte Iturbide voor de gelegenheid ook een nieuwe kleurenserie. Met datzelfde oog.
Heliotropo 37, van 12 februari tot 29 mei, Fondation Cartier, Parijs
Moeder en zoon in de Sonorawoestijn, Mexico, 1979.Cristina aan het fotograferen in Oost-Los Angeles, Verenigde Staten, 1986.
Bob Dylan (80) krijgt zijn eerste overzichtstentoonstelling als beeldend kunstenaar in het Frost Art Museum.
Tijdens Retrospectrum, zoals de show gaat heten, zijn een honderdtal schilderijen, tekeningen en sculpturen te zien. Bob Dylan schilderde altijd al naast zijn wereldberoemde muziek, die sowieso verhalend, poëtisch én prozaïsch is. Maar de museale wereld nam hem pas een tiental jaar geleden serieus als beeldend kunstenaar.
Niet bekend is of de Nobelprijswinnaar de tentoonstelling zelf heeft samengesteld, of welke bemoeienis hij ermee heeft. Veel van de schilderijen zijn gebaseerd op het echte leven. Mensen. Straattaferelen, landschappen en architectuur. Maar vaak baseert Dylan zijn beeldend werk op een groot aantal bronnen, inclusief archieven, historische beelden en filmstills.
In veel van zijn schilderijen zijn acteurs of filmscènes te herkennen, zoals William Dafoe maar dan afgebeeld als een eenzame figuur uit een schilderij van Edward Hopper.
Te zien in het Frost Art Museum in Miami, tot 17 april 2022.
De Amerikaanse schilder Kehinde Wiley werd bekend met zijn nieuwe versies van schilderijen van oude meesters, waarop witte mannen zijn vervangen door zwarte.
‘Wat ik wilde doen,’ zegt Kehinde Wiley, ‘was het moois gebruiken, dat waarvan ik houd, en het bevruchten met waarvan ik weet dat het mooi is – mensen die toevallig op mij lijken.’
In de kunstwereld maakte Wiley al langer furore met portretten van beroemde zwarte rappers in renaissancestijl als van oude Europese machthebbers. Hij was de eerste zwarte kunstenaar die opdracht kreeg een officieel portret van de toenmalige president Obama te schilderen. Die zette hij op een keukenstoel omringd door groene struiken. Bij traditionele afbeeldingen brengt hij een afwijkend detail aan van de weggelaten zwarte cultuur in de canon van de portretkunst. Zo herschept hij zijn eigen politiek correcte universum waarin privilege, macht en identiteit onconventioneel in beeld komen.
Met grimassen van de kou weerstaat de groep al improviserend de elementen
In de tentoonstelling die in de National Portrait Gallery te zien zal zijn heeft Wiley zijn blik gericht op de landschapschilderkunst en dan vooral op de epische scènes van oceanen en bergen. Voor de film Prelude, die in de Sunley Room zal draaien, nam hij een groep Londenaars mee naar Noorwegen en liet hen door de sneeuw lopen omringd door schilderachtige fjorden en besneeuwde bergen. Met grimassen van de kou weerstaat de groep al improviserend de elementen.
‘Het gaat over hoe het voelt om jong, zwart en levend te zijn in de eenentwintigste eeuw,’ zei Wiley over zijn werk.
The Prelude, The National Gallery, Londen, tot en met 18 april
Lubaina Himid was de eerste zwarte, vrouwelijke kunstenaar die de prestigieuze Britse Turner Prize won. In het Tate Modern in Londen is nu een retrospectief te zien van haar werk.
Lubaina Himid is voorloper als het gaat om emanciperende, geëngageerde kunst en vraagt al sinds de jaren tachtig aandacht voor de onzichtbaarheid van zwarte cultuur en geschiedenis in het Westen. Ze kreeg in 2017 de Turner Prize en verwierf internationale bekendheid.
Geboren in Zanzibar uit een witte Engelse moeder en een zwarte Afrikaanse vader, werd Himid op jonge leeftijd onmiddellijk na haar vaders vroegtijdige dood naar Londen gebracht. Haar werk keert voortdurend terug naar dat verloren eiland, legt verbanden tussen verleden en heden; het heeft beweging als blijvend kenmerk, schrijft The Guardian.
De Amerikaanse miljardairsfamilie Sackler is als producent van de verslavende pijnstiller OxyContin in ongenade geraakt. Het ene na het andere kunstinstituut verwijdert nu de naam van deze royale schenkers aan de kunsten. Maar is dat wel de beste oplossing?
In april van dit jaar besteedde 360 Magazineaandacht aan het schandaal rond de pijnstiller OxyContin van Purdue Pharma die in een kwart eeuw alleen al in de VS vijfhonderdduizend mensenlevens heeft geëist en honderdduizenden verslaafd heeft gemaakt. Een aantal rechtszaken tegen de familie Sackler, eigenaar van Purdue Pharma, eindigde in september van dit jaar met miljardenschikkingen, maar sommige zaken lopen nog door.
CNN schreef in september over die schikkingen: ‘Drugsdealers in achterafstraatjes gaan naar de gevangenis als ze gepakt worden. Maar drugsdealers in bestuurskamers kunnen zich verschuilen achter faillissementen en zo het grootste deel van hun miljarden behouden als ze in de problemen komen. Dat is het nare resultaat van een onlangs goedgekeurde faillissementsregeling waardoor de meest beruchte drugsdealers in de geschiedenis, wier bedrijf Purdue Pharma het land verslaafd heeft gemaakt aan OxyContin, immuniteit krijgen voor toekomstige rechtszaken.’
‘De familie Sackler is nooit strafrechtelijk vervolgd’
‘De familie Sackler is nooit strafrechtelijk vervolgd. Ze zullen betalen; 4,3 miljard dollar voor individuele betalingen aan slachtoffers en voor verslavingsprogramma’s, vanwege een middel waarvan de verslavende werking door leidinggevenden werd gebagatelliseerd. Maar de familie zelf zal er niet veel onder lijden. Hun huidige vermogen bedraagt volgens Forbes ruim 11 miljard dollar.’
Desondanks begint de familie steeds grotere reputatieschade te lijden en het einde daarvan lijkt nog niet in zicht.
The Met
‘Het Metropolitan Museum of Art in New York [‘The Met’] heeft de naam Sackler uit het gebouw verwijderd’, schrijft Sarah Cascone op de kunstsite ArtNet. Ze noemt de stap een mijlpaal en ‘misschien wel de meest prominente verbreking van de banden in de museumwereld met de in ongenade gevallen familie’. Na een evaluatie van ruim een jaar besloot het museum in samenspraak met de familie ‘om The Met in staat te stellen zijn kernmissie voort te zetten’, aldus een gezamenlijke verklaring van de familie Sackler en de instelling.
De Sacklers namen de gelegenheid te baat om een publicitaire duit in het zakje te doen: ‘Onze familie heeft The Met altijd krachtig gesteund en we geloven dat deze stap in het belang is van het museum en de belangrijke missie die het dient’, aldus de familie in een verklaring. ‘Onze eerste giften werden bijna vijftig jaar geleden gedaan en nu geven we de fakkel door aan anderen die misschien naar voren willen komen om het museum te steunen.’
Gulle gevers als wapenhandelaren en oliemaatschappijen liggen inmiddels ook onder vuur
Volgens Cascone werden veel instellingen de afgelopen jaren geconfronteerd met toenemende druk om de betrekkingen met de Sacklers te verbreken. Ze ziet dat als onderdeel van een groeiende tendens om instellingen en andere culturele groepen verantwoordelijk te houden voor waar hun geld vandaan komt. Zo liggen ook gulle gevers als wapenhandelaren en oliemaatschappijen inmiddels ook onder vuur.
Maar liefst zeven grote zalen van het museum aan Fifth Avenue droegen de naam Sackler. De grootste was de Sackler Wing, die in 1978 werd geopend, die de Sackler Gallery for Egyptian Art en de Tempel van Dendur omvatte. In 1987 werden daar de Sackler Wing Galleries aan toegevoegd.
Patrick Radden Keefe, de auteur van de bestseller Empire of Pain: The Secret History of the Sackler Dynasty waarin het schandaal rond de pijnstiller gedetailleerd uit de doeken wordt gedaan, bezocht The Met op de dag van de aankondiging en zag dat de naam van de familie al was verwijderd. ‘Ik dacht dat dit misschien een leuke middag was voor een wandeling door The Met. Bleek dat toen The Met eerder vandaag aankondigde zich van de naam Sackler te ontdoen, dit al was gebeurd’, schreef hij op Twitter.
P.A.I.N.
De gerenommeerde kunstenaar Nan Goldin overwon haar eigen verslaving aan pijnstillers en richtte vervolgens de belangenorganisatie Sackler P.A.I.N. op. Daarmee werd zij de drijvende kracht achter alle pogingen om de Sacklers te ontdoen van de soft power die wordt geboden door het doen van filantropische giften.
Goldin en haar organisatie organiseerde zeer zichtbare protesten bij kunstinstellingen, waaronder The Met en het Louvre in Parijs, dat al in 2019 stilletjes de naam Sackler verwijderde van zowel de vleugel met oriëntaalse oudheden als de website. Acties bij het Solomon R. Guggenheim Museum in New York hadden nog geen succes; het Guggenheim is nog steeds de thuisbasis van het Sackler Center for Arts Education.
‘We zijn heel erg blij dat The Met heeft geluisterd naar P.A.I.N. en naar het eigen morele bewustzijn,’ liet Goldin weten aan ArtNet. ‘We zijn The Met dankbaar voor het leiden van de aanval en wachten tot andere musea dit voorbeeld volgen.’
‘De overlevenden van OxyContin-verslavingen en hun families, evenals instellingen, hadden gehoopt dat de schikking van 4,5 miljard dollar met de familie bepalingen zou bevatten die nonprofitorganisaties in staat zouden stellen om overeenkomsten met de Sacklers te beëindigen’, schrijft Carascone. ‘Maar dat heeft de definitieve voorwaarden van de schikking niet gehaald.’ Dat betekende volgens haar dat de Sacklers en The Met achter de schermen tot een overeenkomst moesten komen om de naam van de familie te kunnen laten vallen.
Als onderdeel van de schikking is het de Sacklers gedurende negen jaar verboden om ook na donaties rechten te laten gelden op naamgeving. ‘The Met is gebouwd op filantropie van generaties donateurs en de Sacklers behoorden tot onze meest genereuze geldschieters’, liet Dan Weiss, voorzitter en CEO van The Met weten in een verklaring. ‘Dit gracieuze gebaar van de Sacklers helpt het museum om deze en toekomstige generaties te blijven dienen. We waarderen het enorm.’
The Met behoort tot een groep van musea die al sinds enige tijd donaties van de Sackler-familie begon af te wijzen. De National Portrait Gallery in Londen wees in 2019 een gift af van 1,3 miljoen dollar, nadat Goldin dreigde een geplande tentoonstelling daar te annuleren. De South London Gallery, het Tate Modern in Londen, het American Museum of Natural History en het Joods Museum in Berlijn hebben allemaal toegezegd geen geld meer van de familie aan te nemen.
‘The Met een voorbeeld is voor andere instellingen die overwegen de familienaam te laten vallen’
De naam Sackler is overigens niet volledig besmet, zo laat Carascone zien. ‘Er zijn drie takken van de familie Sackler, namelijk afstammelingen van de broers Mortimer, Raymond en Arthur Sackler’, schrijft ze. ‘Toen Arthur in 1987 stierf, vóór de uitvinding van OxyContin, kocht zijn broer zijn een derde aandeel in hun bedrijf Purdue Pharma.’ Arthur en zijn directe familie profiteerden niet direct van het verslavende medicijn, en ruimtes in musea die hun naam dragen, zoals het Elizabeth A. Sackler Center for Feminist Art in het Brooklyn Museum en Arthur M. Sackler Gallery in The Smithsonian in Washington zijn dan ook niet tot onderwerp van protesten geworden.
Met alle instellingen die Cascone in haar artikel noemt is contact opgenomen vanwege het besluit van The Met. Volgens haar was The National Gallery de enige instelling die op tijd reageerde en die verklaarde dat de naamgeving aan de Sacklers berust op ‘een historische schenking die teruggaat tot 1993’ en dat er daarom ‘momenteel geen plannen zijn om de naam van de zaal te veranderen’.
Een paar dagen na de publicatie van haar artikel reageerden er toch nog twee musea met betrekking tot ruimtes die de naam Sackler dragen. ‘We overwegen niet om bewegwijzering met betrekking tot vroegere of huidige donateurs te verwijderen’, zo liet een woordvoerder van The Victoria & Albert Museum weten. En lafjes bevestigde The British Museum alleen maar iets wat al bekend was, met de reactie dat het museum tussen de jaren negentig en 2013 ‘financiering ontving’ van de Raymond and Beverley Sackler Foundation. ‘Deze financiering heeft galerijen, onderwijsfaciliteiten, banen voor conservatoren en onderzoeksprojecten ondersteund.’
Cascone eindigt haar artikel met de opmerking dat ‘The Met een voorbeeld is voor andere instellingen die overwegen de familienaam te laten vallen.’ Het wachten is volgens haar dan ook op het moment dat anderen dit voorbeeld zullen volgen.
‘Behoud de naam’
Ondertussen laat Arwa Mahdawi in haar column voor The Guardianeen ander, cynischer geluid horen. Niemand van de familie Sackler heeft een expliciete verontschuldiging aangeboden voor hun rol in deze crisis, schrijft ze, noch ingrijpende gevolgen ondervonden van hun daden: ‘de Sacklers zijn nog steeds miljardair en hebben zelfs immuniteit gekregen voor rechtszaken. Maar dat betekent niet dat we slecht over hen moeten denken. Kijk, de familie is ontzettend aardig geweest en heeft het Metropolitan Museum of Art in New York toestemming gegeven om de naam Sackler uit zijn zalen te verwijderen. In een verklaring vorige week prees The Met de Sacklers voor “dit gracieuze gebaar” en straalde over de genereuze steun van de familie. Er werd geen melding gemaakt van het menselijk lijden dat de verwijdering bespoedigde.’
Overigens: enkele dagen nadat Mahdawi haar artikel publiceerde, trok een Amerikaanse rechter de persoonlijke immuniteit van de Sacklers in: ‘Een federale rechter heeft een schikking van ruwweg 4,5 miljard dollar ongedaan gemaakt die leden van de familie Sackler, die beschuldigd worden van het helpen aanwakkeren van de Amerikaanse opioïde-epidemie, juridisch afschermde’, aldus Reuters.
‘Voeg gewoon een duidelijke plaquette toe die precies verklaart hoe de familie het geld heeft verdiend dat ze hebben geschonken’
Volgens Mahdawi wordt de stap van The Met op grote schaal bejubeld en de verwachting is dat andere openbare instellingen zullen volgen. Maar ze betwijfelt of dat een goede ontwikkeling is: ‘Ik weet niet zeker of het juist is om die familienaam uit musea te wissen. Ik was vorige week in Tate Britain en het zien van de naam Sackler maakte een diepe indruk op me: hij stemde meer tot nadenken dan veel van de kunst.
Behoud de naam in musea, zou ik zeggen. Voeg gewoon een duidelijke plaquette toe die precies verklaart hoe de familie het geld heeft verdiend dat ze hebben geschonken. Leg uit hoe de chronische onderfinanciering van de kunsten ervoor zorgt dat culturele instellingen zich genoodzaakt zien om onbetrouwbare filantropen te paaien. Laat iedereen die de naam ziet, weer vertrekken met het besef dat hebzucht een krachtige drug is.’
Alle openbare locaties in Denemarken zijn gesloten
Net als musea in Nederland moeten ook die in Denemarken sluiten in een poging de snelle verspreiding van de omikronvariant te beteugelen. De Deense premier Mette Frederiksen heeft de sluiting van alle openbare locaties, waaronder pretparken, theaters, bioscopen, musea en expositieruimtes, afgekondigd tot half januari, bericht ArtNet News.
‘Ons doel is nog steeds om een zo groot mogelijk deel van de samenleving open te houden. Maar we moeten activiteiten terugdringen en allemaal onze sociale contacten beperken’, zei Frederiksen. Deense musea reageerden teleurgesteld, zeker omdat na bijna twee jaar van sluitingen en verminderde capaciteit de druk op de museumsector nu nog eerder zal toe- dan afnemen.
Het Natural History Museum in Londen is gesloten vanwege een ‘onvoorzien personeelstekort veroorzaakt door covid-19’
Ondertussen is het Natural History Museum in Londen gesloten tot zeker 27 december vanwege een ‘onvoorzien personeelstekort veroorzaakt door covid-19’. Het is niet het enige Britse museum dat zo door de oplevende pandemie wordt getroffen; ook de Wellcome Collection en het Foundling Museum moeten dicht.
Naast het Louvre Abu Dhabi, het Guggenheim Abu Dhabi en het Zayed National Museum, krijgt het emiraat nóg twee grote, internationale kunstmusea.
Het emiraat Abu Dhabi heeft ambitieuze plannen om naast het door Frank Gehry ontworpen Guggenheim Abu Dhabi en het door Norman Foster ontworpen Zayed National Museum, nog twee musea te laten verrijzen. De nieuwe kunstpaleizen, respectievelijk ontworpen door Tadao Ando en de beroemde in 2016 overleden architecte Zaha Hadid, zijn al in aanbouw.
Abu Dhabi kan profiteren van een wereldwijde verschuiving weg van de westers georiënteerde kunst
De bouw van de drie bestaande musea – het Louvre, het Guggenheim en het Zayed – zijn overigens moeizaam verlopen. Maar het emiraat, dat bekendstaat als repressief, duur en conservatief, heeft niet stilgezeten en werkt hard aan het verbeteren van haar imago. Aangename bijkomstigheid is dat Abu Dhabi kan profiteren van een wereldwijde verschuiving weg van de westers georiënteerde kunst, schrijft Art Forum. Nu nog vrijelijk visa verlenen aan kunstenaars.
Het Zayed National Museum in Abu Dhabi gaat open in 2025.
De Japanse kunstenaar Shiota Chihahura wil met haar kunst laten zien dat we allemaal met elkaar verweven zijn. Onlangs verscheen een catalogus van haar oeuvre.
Bij de nog altijd reizende omvangrijke solotentoonstelling The Soul Trembles van de in Berlijn gevestigde kunstenaar Shiota Chiharu (Osaka, 1972) is een catalogus verschenen met foto’s van haar oeuvre van de afgelopen vijfentwintig jaar. De kunstenaar was de sensatie van de 56ste Biënnale van Venetië in 2015. In Nederland werden haar performances en installaties bekend dankzij het Noordbrabants Museum.
In 2017 stelde het museum Uncertain Journey tentoon, waarin Chiharu bootjes met rode wollen draden aan elkaar knoopte. Volgens de kunstenaar is elke draad te beschouwen als het leven van ieder mens dat verweven is met andere levens.
De voorbereiding van de installatie was een tijdrovend proces. Ze werkte twaalf dagen met tien assistenten aan het gigantische web. De tentoonstellingsruimte werd eerst bedekt met een op maat gemaakt net. Daarna kon de draad van ongeveer tweeduizend bolletjes wol met circa tienduizend nietjes worden vastgemaakt.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.