Met feministische kunst van meer dan honderd vrouwen werpt de tentoonstelling Women in Revolt! in Londen licht op hoe vrouwen radicale ideeën en rebelse methodes gebruikten om een ‘onschatbare bijdrage te leveren aan de Britse cultuur’.
Women in Revolt! begint in 1970, met protestspandoeken tegen Miss World – ‘We zijn niet mooi. We zijn niet lelijk. We zijn boos’ – en de eerste Women’s Liberation Conference, gehouden in het Ruskin College in Oxford en gefotografeerd door de twintigjarige Chandan Fraser. Er barstte een nieuwe golf van feminisme los: vrouwen gebruikten hun eigen ervaringen om kunst te creëren – van schilderkunst en fotografie tot film en performance – waarmee ze onrecht aan de kaak stellen. Via kunst wordt opgekomen voor reproductieve rechten, gelijke lonen en rassengelijkheid.
Deze creativiteit gaf mede vorm aan een periode van cruciale veranderingen voor vrouwen in Groot-Brittannië, waaronder de opening van het eerste opvanghuis voor vrouwen en de oprichting van de British Black Arts Movement. Volgens de curatoren is dit de ‘met afstand grootste tentoonstelling’ ooit over de sociale geschiedenis van feministische kunst.
Women in Revolt! Art and Activism, Tate Britain, Londen. Tot 7/6
Dit jaar zou de in 2009 overleden Japans-Amerikaanse kunstenaar Shinkichi Tajiri honderd jaar zijn geworden. Reden voor twee van zijn kleinkinderen om in Limburg een tentoonstelling op te zetten, waar Tajiri lang woonde en werkte.
Hoe belangrijk behalve een grootmoeder ook een grootvader kan zijn, laten de kleinkinderen Tanéa en Shakuru van de Japans-Amerikaanse kunstenaar Shinkichi Tajiri (1923-2009) zien. Al is dit wel een heel uitzonderlijk geval. De alomgeprezen beeldhouwer overleed in 2009 en zou dit jaar honderd zijn geworden. Dat vormde de aanleiding voor twee tentoonstellingen in Limburg, waar hij ongeveer de helft van zijn leven, tot aan zijn dood, woonde en werkte en een enorme hoeveelheid werk achterliet. Ook in de rest van Nederland zijn veel sculpturen van hem te zien in de openbare ruimte.
De kleinkinderen gebruikten veel materiaal uit het familiearchief en koppelden dat aan zijn artistieke ontwikkeling en veelbewogen leven, dat werd getekend door oorlog, migratie en racisme. Ook de ontwerpen die Tajiri en zijn vrouw ooit maakten voor een karesansui-zentuin bij het Cobra-museum in Amstelveen, zijn te zien in het Bonnefantenmuseum.
Shinkichi Tajiri: The Restless Wanderer, Bonnefantenmuseum, Maastricht. Tot 12/5
De tentoonstelling My Oma in het Rotterdamse Kunstinstituut Melly staat volledig in het teken van grootmoeders. De expositie bevat werk van kunstenaars van over de hele wereld en is bedoeld om ‘de banden tussen generaties te versterken’.
My Oma is de laatste tentoonstelling van Sofía Hernández Chong Cuy als directeur van het Rotterdamse Kunstinstituut Melly, en heeft een onderwerp waarmee vermoedelijk veel kunstenaars uit de voeten kunnen. In het beste geval heeft iedereen een grootmoeder, of kent er wel een. De keur aan deelnemers uit alle windstreken is dan ook onuitputtelijk. Herinneringen en associaties te over in deze groepsexpositie. Uiteraard komen oma’s recepten aan bod en hoe die worden doorgegeven van generatie op generatie.
‘Zit je nou alweer op de telefoon, kijk eens uit het raam hoe die kiekendief daar z’n nestje aan het bouwen is’
Opvallend is hoe belangrijk de kennis van vrouwen die ons voorgingen voor kinderen en kleinkinderen kan zijn geweest en ook hoe deze tot intergenerationele conflicten kan leiden, als die door bijvoorbeeld overmatig gebruik van sociale media in de wilgen wordt gehangen; ‘Zit je nou alweer op de telefoon, kijk eens uit het raam hoe die kiekendief daar z’n nestje aan het bouwen is.’ Mondelinge geschiedenissen, migratieroutes en verschuivende genderrollen komen aan bod, en in alle nevenactiviteiten is er qua teken-, schilder-, textiel-, video- en installatiekunst voor de bezoeker genoeg te beleven om een eigen route te scheppen in de hoeveelheid bijdragen die de directeur met haar internationale team heeft geselecteerd.
Omdat de tentoonstelling met oud en nieuw werk is bedoeld om ‘de banden tussen generaties te versterken’, kan deze door kleinkinderen in het gezelschap van een grootouder gratis worden bezocht.
Kunstenaar Monira Al Qadiri weet op soms absurdistische wijze de geschiedenis en het hedendaagse te combineren. Haar werk is tot 7 januari te zien in De Balie in Amsterdam.
Er is geen andere god dan olie en gas, luidt een van de implicaties van het werk van Monira Al Qadiri, die opgroeide in Koeweit in een tijd dat olie er nog niet allesbepalend was. Ze wijdt haar werk aan de enorme veranderingen die de winning ervan voor haar land en wereldwijd veroorzaakt heeft. Haar werk typeert kunsttijdschrift e-flux onder meer als ‘absurdistische samensmelting van prehistorische levensvormen met hedendaags comfort’. Zo creëerde ze een rubberen dinosaurus die karaoke zingt: zijn melancholische stem smeekt de mensheid om de bijdrage van zijn uitgestorven soort aan de overvloed van de consument te herdenken. In een van haar bekendste werken zweeft een camera door een opzettelijk armoedig ogende maquette van een raffinaderij, terwijl een gedicht te horen is over de schoonheid van het gebouw en de vrijwel goddelijke krachten van olie. E-flux noemt het werk ‘betoverend (…) mede dankzij de dubbelzinnigheid: je weet nooit zeker waar de grootsheid van de vertelling en de beelden eindigt en de ironie begint.’
‘Ik hou van de traditie van kunstenaars uit de middeleeuwen: die waren in alles geïnteresseerd’
Crude Eye nodigt de kijker uit zich voor te stellen dat de dominante politieke theologie van het huidige moment, gebaseerd op liberale overtuigingen en economische instrumenten om deze te verspreiden, is verschoven naar een meer materialistisch wereldbeeld. Ironisch is ook dat het kunstwerk is gemaakt in opdracht van het Cynthia Woods Mitchell Center for the Arts van de Universiteit van Houston, genoemd naar de vrouw van wijlen George P. Mitchell, hydraulisch ingenieur en miljardair, die een fortuin verdiende met het pompen van aardgas in Texas.
De kunstenaar maakt in haar werk veel gebruik van muziek, materialen, beeld en tekst. Tegen kunsttijdschrift Lampoon zegt ze hierover: ‘Ik hou van de traditie van kunstenaars uit de middeleeuwen: die waren in alles geïnteresseerd. Ze gebruikten filosofie, wetenschap en religie en mengden dat om iets interessants te creëren. Het is idioot dat we in onze huidige tijd zo gespecialiseerd zijn. (…) Toen ik naar Libanon verhuisde, (…) experimenteerde iedereen met een miljoen dingen tegelijk, en dat was oké. In Japan, waar ik lange tijd heb gewoond, waren de mensen gefocust. (…) Terugkeren naar een alomvattend perspectief is van cruciaal belang, omdat we nu ook de middelen hebben om alles na te streven wat we willen.’
Het werk van Monira Al Qadiri is tot 7 januari te zien in De Balie in Amsterdam in samenwerking met het Hartwig Art Foundation
De tentoonstelling Reboot toont de baanbrekende ontwikkelingen rondom digitalisering van 1960 tot 2000, en nieuwe interpretaties door hedendaagse makers die zich bezighouden met de invloed van technologie op kunst en samenleving.
De tentoonstelling Reboot, geïnitieerd door het Nieuwe Instituut en mediakunstplatform LI-MA, neemt je mee op een ontdekkingsreis door de geschiedenis van hoe kunst en technologie elkaar beïnvloeden. Het bevat kunstwerken van bekende namen zoals Edward Ihnatowicz, Dick Raaijmakers, Driessens & Verstappen en Debra Solomon. Daarnaast tonen hedendaagse makers zoals VR-artist Ali Eslami, kunstenaar Jonas Lund en game-ontwerper Play the City hun eigen interpretaties op dit thema.
Belangrijke onderwerpen die in de expositie naar voren komen zijn identiteit, schoonheid in de digitale wereld, de impact van grote internetbedrijven en hoe mens en machine met elkaar versmelten. Elk kunstwerk geeft een inkijkje in de tijdsgeest waarin het ontstond en laat zien hoe onze kijk op technologie door de jaren heen veranderde. De rode draad in alle werken is de relatie tussen mens, kunst en technologie.
In Tokio en andere delen van Japan werken straatkunstenaars in samenwerking met bewoners aan muurschilderingen om buurten te verlevendigen. Via de kunst ontstaat een gesprek over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn.
In een straatje niet ver van het grote overdekte winkelcentrum in Koenji, een woonwijk ten westen van het centrum van Tokio, spreidt een reusachtige adelaar zijn vleugels boven bladerrijke bomen en een klaterend beekje.
De meer dan levensgrote, zachtroze adelaar prijkt op een immense muurschildering die de zijkant bedekt van een zes verdiepingen hoog gebouw, dat particulier eigendom is. De muurschildering, gemaakt door WHOLE9, een kunstenaarsduo uit Osaka, is getiteld SYNC. De inwoners van Koenji staan erop afgebeeld in de vorm van een adelaar, omgeven door abstracte vormen die de diversiteit van het leven symboliseren.
‘Het is een muurschildering met vele kleuren, wat symbool staat voor de grote variëteit die Koenji kenmerkt,’ aldus Simo, een van de twee WHOLE9-kunstenaars.
Koenji Mural City Project
SYNC is in opdracht gemaakt, als onderdeel van het Koenji Mural City Project, een collectief van kunstenaars, inwoners en anderen, onder leiding van kunstproducent Kenji Daikoku. Dit project past binnen een opkomende trend in Tokio en andere delen van Japan om straatkunst – en dan met name muurschilderingen – te stimuleren om buurtgemeenschappen te verlevendigen.
In de afgelopen jaren zijn er muurschilderingen opgedoken in heel Tokio, zowel in woonwijken als Koenji en Nakano, als in meer commerciële buurten zoals Nihonbashi in het centrum van Tokio. De trend beperkt zich niet tot de hoofdstad: er verschijnen ook muurschilderingen in andere stedelijke gebieden, waaronder Yokohama, Kawasaki en Osaka.
Anders dan commerciële muurschilderingen, waarmee bedrijven proberen hun diensten of waren aan de man te brengen, zijn deze schilderingen, die prijken op de buitenkant van treinstations, winkels, openbare gebouwen en gebouwen die particulier bezit zijn, voor het merendeel gemaakt door bewoners die zich verbonden voelen met hun omgeving en die menen dat kunst positieve ontwikkelingen in gang kan zetten.
‘We wilden de creativiteit van kunstenaars gebruiken om de maatschappij te verbeteren’
‘We wilden de creativiteit van kunstenaars op een positieve manier gebruiken om de maatschappij te verbeteren,’ aldus Daikoku, die zegt te hopen dat de muurschilderingen in Koenji de plaatselijke gemeenschap vreugde zullen brengen door enerzijds te zorgen dat de bewoners trots zijn op hun buurt en anderzijds de buurt zelf te profileren als een artistieke hub die in de belangstelling staat en bezoekers trekt.
Tot nu toe zijn er in Koenji elf muurschilderingen gemaakt – onder meer op de muur van een badhuis, op de rolluiken van winkels en op een muur die langs de rivier de Momozono loopt. ‘Dit is meer dan zomaar een klus, ik doe dit omdat het iets toevoegt aan de culturele rijkdom van mijn leefomgeving,’ zegt Daikoku.
Ten oosten van Koenji, in Nakano, worden ook muurschilderingen gebruikt om de culturele waarde van de buurt te vergroten en de buurt aantrekkelijker te maken voor zowel bewoners als mensen van buiten. Nakano gaat prat op veel culturele evenementen, zoals taiko-concerten en het traditionele no-spel.
Daarnaast is het een centrum van manga en anime. Maar volgens de lokale overheden hebben de inwoners al langere tijd het gevoel dat het niet echt lukt om duidelijk te maken dat dit een aantrekkelijke buurt is om te wonen en te werken, of om te bezoeken.
In 2021 zette Nakano het Nakano Mural Project op, dat tot nog toe opdracht heeft gegeven voor vijf muurschilderingen op een verscheidenheid aan plekken, zoals onder meer een school. ‘Muurschilderingen spelen een belangrijke rol in ons streven om de lokale cultuur uit te dragen,’ zegt Tomoya Takahashi in het districtskantoor.
Dat streven wordt gedeeld door vele voorstanders van muurschilderingen in de openbare ruimte; het zijn kunstwerken die doorgaans geworteld zijn in de geschiedenis en de cultuur van de buurt, en die vaak worden gezien als een mooie manier om de lokale cultuur uit te dragen en de gemeenschapszin te versterken.
Renovatie van de wijk
In de wijk Tennozu, vooral bekend om de warenhuizen en de nabijheid van het vliegveld Haneda, zijn zeventien reusachtige muurschilderingen gemaakt in het kader van de renovatie van de wijk en het streven om uit te groeien tot hét kunstcentrum van Tokio.
In veel gevallen is het ontwerp van muurschilderingen erop gericht de door de bewoners gewaardeerde kenmerken van de buurt te treffen en tegelijk de ambities van de buurt uit te dragen. Zo zijn op muurschilderingen in Ningyocho, in de wijk Nihonbashi in het centrum van Tokio, afbeeldingen te zien die refereren aan het traditionele karakter van de buurt, die al sinds het Edo-tijdperk (1603-1867) centrum is van zowel handel als traditionele ambachten. In Ningyocho zijn nog altijd veel bedrijven gevestigd uit het Edo-tijdperk, en de geest van het oude Tokio is dan ook nog voelbaar.
‘Er treden van tijd tot tijd nog geisha’s op,’ zegt Koichiro Kato, die aan het hoofd staat van het Mural Art Project @ Ningyocho, dat Kato samen met een zakenpartner heeft opgezet. Op een van de werken, gemaakt door Kensuke Takahashi, is een geisha te zien, op de muur van Hiding Bar Zoro, een bar in een gerenoveerd oud Japans huis. De geishacultuur in Japan is al langere tijd op haar retour.
Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst
Een ander kenmerk van de muurschilderingen is dat ze vaak voortkomen uit een samenwerking tussen kunstenaars en bewoners. Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst en versterkt de gemeenschapszin.
Het aanbrengen van muurschilderingen op plaatsen waar iedereen ze kan zien is meer dan alleen een manier om bezoekers te trekken, kunstenaars een kans te bieden om zich te uiten, en de kunst zelf toegankelijk te maken voor de gemeenschap. Het brengt ook een discussie op gang tussen de inwoners onderling over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn, zegt Daikoku.
Een maand in de wijk
De kunstenaars die zijn gevraagd voor het Koenji-project hebben allemaal op de een of andere manier een band met Koenji. De twee leden van WHOLE9 hebben een maand in de wijk doorgebracht, om met de inwoners te praten en om een beeld te krijgen van wat de inwoners van Koenji beweegt. In Nakano zijn workshops georganiseerd voor de bewoners, onder wie kinderen, die een inbreng hebben gehad bij de keuze van het ontwerp en die ook hebben geholpen bij het maken van de muurschildering.
Doordat de muurschilderingen zich in de openbare ruimte bevinden en voor iedereen toegankelijk zijn, weten ze de kunst dichter naar de mensen te brengen. ‘Binnen de mondiale kunstmarkt (met een totale waarde van 63,3 miljard dollar) bedraagt het aandeel van Japan slechts 1 tot 3 procent,’ zegt Takanobu Kawazoe, de CEO van het in Osaka gevestigde Wall Share, dat tot nog toe meer dan 100 muurschilderingen heeft geleverd.
Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt
Dit gebrek aan belangstelling om kunst te kopen is deels het gevolg van het feit dat men over het algemeen niet zo vertrouwd is met kunst. ‘Als er kunst in de stad is, kan iedereen ermee in aanraking komen,’ zegt Kawazoe. ‘Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt. Voor zowel oude mensen als kinderen geldt dat ze het leerzaam en spannend vinden om te zien hoe een muurschildering wordt gemaakt en dat het daarmee iets wordt waar ze trots op kunnen zijn.’ Toch waren er nog zorgen over de reacties van de bewoners op de muurschilderingen. Anders dan in het Westen, waar het werk van straatkunstenaars als Banksy in brede kring wordt gewaardeerd en miljoenen dollars kan opleveren, maakten muurschilderingen tot nu toe geen deel uit van het openbare leven in Japan.
Maar voorlopig lijken de reacties zeer positief. ‘Aanvankelijk maakten we ons zorgen, omdat niet iedereen in Ningyocho het meteen een goed idee vond. Maar toen de mensen de kunstwerken zagen, waren ze om,’ zegt Kato. Het bestuur van Nakano heeft veel verzoeken binnengekregen van bewoners die meer muurschilderingen in de buurt willen, vertelt Tomoya Takahashi.
Schenking van 10 miljoen yen
De grootste uitdaging voor de initiatiefnemers is vaak om aan voldoende middelen te komen om de kunstenaars en hun materiaal te kunnen betalen. De vijf muurschilderingen die in opdracht van het Nakano Mural Project zijn gemaakt, zijn gefinancierd door de Shinkin Central Bank die een schenking heeft gedaan van 10 miljoen yen. De schildering op de muur van de gymzaal van basisschool Saginomiya is betaald door de school zelf en de oudercommissie. De muurschilderingen in Ningyocho zijn gefinancierd door het bureau voor culturele zaken, dat onderdeel is van het Japanse ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie.
Hoewel het een uitdaging blijft om fondsen te werven, zal het enthousiasme voor muurschilderingen naar verwachting alleen maar toenemen door het groeiende besef dat muurschilderingen in de openbare ruimte een positief effect kunnen hebben op lokale gemeenschappen.
‘Ik ben ervan overtuigd dat we steeds meer muurschilderingen zullen gaan zien omdat ze bijdragen aan het stimuleren en ontwikkelen van gemeenschappen, en dat is waar we behoefte aan hebben,’ zegt Daikoku. ‘Zodra de vooroordelen tegen muurschilderingen zijn weggenomen en de regelgeving is versoepeld – de twee belangrijkste hindernissen – verwacht ik dat deze trend snel om zich heen zal grijpen,’ zegt hij.
De Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt staat bekend als pionier in de conceptuele kunst. Zijn werk is nu te zien in een tentoonstelling in het Joods Museum in Amsterdam.
Sol LeWitt (1928-2007) is een van de grondleggers van de conceptuele kunst. Hij geloofde dat een idee al kunst kon zijn. Zo schreef hij precieze instructies voor 1200 wall drawings. Voor een tentoonstelling in het Joods Museum in Amsterdam zijn de muurschilderingen uitgevoerd door studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Na afloop van de expositie worden ze overgeschilderd. Naast deze muurtekeningen zijn er ook sculpturen, werken op papier en archiefmateriaal te zien.
LeWitt was een zoon van Joodse immigranten uit Rusland. De expositie gaat onder andere in op LeWitts Joodse achtergrond en zijn bijzondere band met Nederland. Zo vond zijn eerste overzichtstentoonstelling in Europa in 1970 plaats in Den Haag en had hij verschillende vrienden in de Nederlandse kunstscene.
Voor de eerste keer is er een tentoonstelling gewijd aan de veelvormige nalatenschap van de Amerikaans-Chinese kunstenaar Martin Wong. Zijn werk is tot april te bezichtigen in het Stedelijk Museum te Amsterdam.
Het fascinerende oeuvre van de Amerikaans-Chinese kunstenaar Martin Wong is dankzij een samenwerking van Europese musea voor het eerst te zien in al zijn veelvormigheid. Vrijwel alles wat Wong tijdens zijn leven opviel of aanstaarde, inclusief zijn eigen verlangens, legde hij vast in zijn schilderijen. Zo is de titel van de expositie, Malicious Mischief, ontleend aan zijn reeks werken over het racisme en het gevangenissysteem waarmee hij in aanraking kwam via zijn geliefde, de Puerto Ricaanse dichter en acteur Miguel Piñero. Aan de enorme doeken bevolkt door bruine en zwarte mannen, zowel een aanklacht als een verwijzing naar zijn eigen erotische verlangens, is een hele zaal gewijd.
Vrijwel in al zijn werk klinkt de stem door van Martin Wong als belangrijke kunstenaar van de tegencultuur
Wongs werk als nachtportier in New York leverde schitterende en onheilspellende rode luchten op. Daarin valt te zien hoe de kunstenaar met lede ogen naar de oprukkende gentrificatie keek. Vrijwel in al zijn werk klinkt de stem door van Martin Wong als belangrijke kunstenaar van de tegencultuur, vooral als het gaat over de sociale, seksuele en politieke situatie in het Amerika van de jaren zeventig tot en met negentig.
Zijn werk legde destijds al de tegenstrijdigheden en onzekerheden van identiteit vast en liet zien wat het voor de kunstenaar betekende om kind van immigranten te zijn. Omringd door een cultuur in de Verenigde Staten waarmee hij bekend was, bleef Wong ook altijd een buitenstaander. Erkenning kreeg hij voor het eerst in 2016, van het Bronx Museum in New York. Martin Wong overleed in 1999 op 53-jarige leeftijd aan aids.
Martin Wong – Malicious Mischief, Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 1/4
De Deens-Israëlische kunstenaar Tal R en de Zweedse kunstenaar Mamma Andersson lieten zich beiden inspireren door het werk van de Zweedse kunstenaar C.F. Hill en creëerden tientallen splinternieuwe werken. Hun tentoonstelling is nu zien in Museum More in Gorssel.
De Deens-Israëlische kunstenaar Tal R (56) koos samen met zijn Zweedse collega Mamma Andersson (61) tekeningen uit van de ‘getroebleerde’ Zweedse kunstenaar C.F. Hill (1849-1911), door wie beiden zich lieten inspireren.
Toen het enthousiasme over Hills landschappen niet alleen in Zweden maar tot zijn verbazing ook in Parijs uitbleef, en andere pogingen om alsnog een groot schilder te worden ook strandden, kreeg de Zweed een psychose en werd hij opgesloten in een psychiatrische kliniek in Kopenhagen, waar ook Edvard Munch terechtkwam na een zenuwinzinking.
Had hij maar geweten dat zijn vrije verbeelding, zijn innerlijke reizen en seksuele frustraties in ieder geval twee kunstenaars zodanig hebben beïnvloed, dat zijn werk lang na zijn dood in verschillende Europese steden te zien is.
Tal R & Mamma Andersson| Rondom Hill, Museum More, Gorssel, t/m 25/2
In de solotentoonstelling Farming Textiles onderzoekt kunstenares Diana Scherer de relatie tussen mens en natuur door middel van botanische en biotechnologische kunst. De verrassende expositie is nu te zien in Museum Kranenburgh in Bergen.
De in Amsterdam gevestigde Duitse kunstenaar Diana Scherer (1971) maakt botanische installaties, objecten, textiel en fotografie en is een pionier in biotechnologische kunst. Ze kweekt bijvoorbeeld graswortels om te laten zien dat het complexe organismen zijn op manieren die vaak onzichtbaar voor ons blijven. In haar werk verkent ze de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving en het verlangen van de mens om de natuur te beheersen.
Ze bestudeert bijvoorbeeld planten en wortelstelsels om hun natuurlijke groeiprocessen in kunstmatige biotopen na te bootsen met behulp van aarde, zaden en licht. De wortels groeien volgens haar eigen patronen tot intrigerende organische weefsels, een soort levende sculpturen.
Farming Textiles, Museum Kranenburgh, t/m 10/3 2024
360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.
Uitsluitend hergebruikt materiaal
BEELDENDE KUNST | In het Stedelijk Museum hangt een draperie van de Ghanese kunstenaar El Anatsui (1944), die werd aangekocht om het 125-jarige bestaan van het museum te vieren. El Anatsui werkt vrijwel uitsluitend met afgedankt materiaal, hout, aluminium, flessendoppen, keramiek en koperdraad, waarmee verwezen wordt naar consumentisme en uitbuiting, maar ook naar de evolutie van de menselijke beschaving en de Afrikaanse dekolonisatiebewegingen en migratiegeschiedenissen.
Van dichtbij blijken gemaakt van geplette blikjes, metalen lesdoppen en de aluminium wikkels van flessenhalzen
Sinds eind jaren negentig maakt hij reusachtige metalen wandkleden die in plooien over de muur golven. Van dichtbij blijken ze niet gemaakt van kostbaar, weelderig textiel, maar van geplette blikjes, metalen flessendoppen en de aluminium wikkels van flessenhalzen.
Anatsui was meer dan vier decennia professor in de beeldhouwkunst aan de Universiteit van Nigeria in Nsukka. In 2015 kreeg hij een Gouden Leeuw voor zijn oeuvre en in 2009 ontving hij de Prins Claus Award. Nu hangt zijn werk in de Turbine Hall van de Londense Tate Modern dankzij de Hyundai Commission. Het werk bestaat uit drie delen. In de The Red Room moet de spanning tussen de slavenhandel en de consumptie van goud, suiker en alcohol voelbaar zijn. In het tweede gedeelte, The World, suggereert de sculptuur een wereld die zowel uiteenvalt als samenkomt.
Tot slot brengt El Anatsui met The Wall een ode aan het Ewe-volk (van Togo en Ghana).
El Anatsui, Behind the Red Moon, Tate Modern, Londen, t/m 14/04 2024
Tom en Will
MUZIEK | Een ensemble van vijf viola da gamba’s en The King’s Singers, meesters van de elizabethaanse muziek, brengen Tom & Will, Thomas Weelkes en William Byrd, twee van Engelands grootste componisten. Beide stierven 400 jaar geleden.
Muziekgebouw,12/11/2023
Op zoek naar menselijkheid
BEELDENDE KUNST | Keiharde kritiek op de Chinese censuur, en op corruptie en massaproductie, – het zijn immer terugkerende thema’s in het werk van de wereldberoemde Chinese kunstenaar en mensenrechtenactivist Ai Weiwei.
In de overzichtstentoonstelling In Search of Humanity is zowel vroeg als recent werk te zien van Weiwei, die zijn jeugd in ballingschap doorbracht als gevolg van de Culturele Revolutie van 1966 tot 1976, en in 2011 81 dagen werd vastgehouden door de Chinese geheime dienst. Het werk S.A.C.R.E.D., uit 2013 (Supper, Accusers, Cleansing, Ritual, Entropy, Doubt) bestaat dan ook uit zes ijzeren diorama’s, die elk een scène in zijn cel destijds weergeven: Ai Weiwei in bed, op de wc, etend aan tafel, met bewakers altijd in de buurt.
Geen wonder dat hij altijd op zoek is naar menselijkheid en een betere wereld
Geen wonder dat hij altijd op zoek is naar menselijkheid en een betere wereld. Na zijn vrijlating kijkt de kunstenaar steeds minder naar China. Als hij in 2015 zijn paspoort terugkrijgt, vertrekt hij naar het buitenland. Een aantal recente werken gaat over oorlog en migratie, waarmee hij wil laten zien dat migratie eeuwenoud is.
In Search of Humanity, Kunsthal, t/m 3/03 2024
Lee Miller
MODE EN FOTOGRAFIE | In het Brighton Museum heeft modeconservator Martin Pel 35 van Lee Millers (1907-77) bekendste foto’s gecombineerd met tien outfits die deze fotograaf, surrealist en oorlogscorrespondent in verschillende fasen van haar leven droeg.
Lee Miller Dressed, 18/02 2024
Losse schroeven
TENTOONSTELLING | Wie bepaalt waar de grens van ‘normaal zijn ligt’? In Gent is een tentoonstelling gemaakt over machtsrelaties in de psychiatrie en de vele labels die zowel hulp als hindernis zijn. De tweedeling tussen lichaam en geest wordt ter discussie gesteld.
Museum Dr. Guislain, 30/06 2024
Graswortel patronen
TEXTIEL | De in Amsterdam gevestigde Duitse kunstenaar Diana Scherer (1971) maakt botanische installaties, objecten, textiel en fotografie en is een pionier in biotechnologische kunst. Ze kweekt bijvoorbeeld graswortels om te laten zien dat het complexe organismen zijn op manieren die vaak onzichtbaar voor ons blijven. In haar werk verkent ze de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving en het verlangen van de mens om de natuur te beheersen.
De wortels groeien volgens haar eigen patronen tot intrigerende organische weefsels
Ze bestudeert bijvoorbeeld planten en wortelstelsels om hun natuurlijke groeiprocessen in kunstmatige biotopen na te bootsen met behulp van aarde, zaden en licht. De wortels groeien volgens haar eigen patronen tot intrigerende organische weefsels, een soort levende sculpturen.
Farming Textiles, Museum Kranenburgh, t/m 10/3 2024
De bijzondere tentoonstelling In Search of Humanity van de Chinese kunstenaar en mensenrechtenactivist Ai Weiwei is tot en met 3 maart te zien in de Kunsthal in Rotterdam. De expositie staat in het teken van, zoals de naam doet vermoeden, de zoektocht naar menselijkheid.
Keiharde kritiek op de Chinese censuur en op corruptie en massaproductie, het zijn immer terugkerende thema’s in het werk van de wereldberoemde Chinese kunstenaar en mensenrechtenactivist Ai Weiwei.
In de overzichtstentoonstelling In Search of Humanity is zowel vroeg als recent werk te zien van Weiwei, die zijn jeugd in ballingschap doorbracht als gevolg van de Culturele Revolutie van 1966 tot 1976, en in 2011 81 dagen werd vastgehouden door de Chinese geheime dienst.
Het werk S.A.C.R.E.D., uit 2013 (Supper,Accusers, Cleansing, Ritual, Entropy, Doubt) bestaat dan ook uit zes ijzeren diorama’s, die elk een scène in zijn cel destijds weergeven: Ai Weiwei in bed, op de wc, etend aan tafel, met bewakers altijd in de buurt. Geen wonder dat hij altijd op zoek is naar menselijkheid en een betere wereld. Na zijn vrijlating kijkt de kunstenaar steeds minder naar China. Als hij in 2015 zijn paspoort terugkrijgt, vertrekt hij naar het buitenland. Een aantal recente werken gaat over oorlog en migratie, waarmee hij wil laten zien dat migratie eeuwenoud is.
In Search of Humanity, Kunsthal, Rotterdam. t/m 3/03 2024
De Britse kunstenaar Grayson Perry is dankzij zijn humoristische en maatschappijkritische kunst een grote naam geworden in het Verenigd Koninkrijk. Reden voor het museum National Galleries of Scotland in Edinburgh om een tentoonstelling aan hem te wijden.
Het schijnt de ‘biggest ever’ tentoonstelling te zijn van de flamboyante Britse kunstenaar Grayson Perry. Dat moet haast wel, want de expositie gaat over veertig jaar werk dat hem enorm veel lof en in 2003 de Turner Prize opleverde. Perry is met zijn alter ego Claire een van de grappigste en meest bewonderde kunstenaars van het Verenigd Koninkrijk.
Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s
Hij is vooral bekend om zijn keramiek, een ‘beleefde kunstvorm’ waarmee hij zijn fascinatie voor onder andere seks, punk en de tegencultuur naar hartenlust kon uitleven. Maar Perry maakt ook het Channel 4-programma Grayson’s Art Club, dat hij presenteert samen met zijn vrouw, schrijfster en psychotherapeut Philippa Perry. Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s, maar al zijn beeldende en audiovisuele kunst is doordrenkt met zijn scherpe humor en geëngageerde commentaar over controversiële kwesties van onze tijd. Daar laat hij zich niet op voorstaan; in een interview zei hij al lang geleden lid van het establishment te zijn geworden.
De meer dan tachtig werken – subversieve potten, ingewikkelde prints, uitgebreide sculpturen en grote wandtapijten – zijn gerangschikt op de thema’s mannelijkheid, seksualiteit, klasse, religie, politiek en identiteit. Ook het zelden getoonde, fantastische Walthamstow Tapestry (2009) van 15 meter lang is te zien, evenals het gietijzeren schip Tomb of the Unknown Craftsman (2011). Speciaal voor de tentoonstelling in Schotland maakte Perry nieuwe potten in de vorm van middeleeuwse bierkruiken, die verwijzen naar onder meer het polariserende effect van sociale media en naar heraldische iconografie.
Grayson Perry: Smash Hits, National Galleries of Scotland, Edinburgh, t/m 12/11
360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.
Gabrielle ‘Coco’ Chanel
TENTOONSTELLING | De eerste Britse tentoonstelling gewijd aan het werk van de Franse couturier Gabrielle ‘Coco’ Chanel (1883-1971) en de oprichting van het Huis Chanel. Coco’s iconische ontwerpen beïnvloeden nog steeds de manier waarop vrouwen zich kleden.
FOTOGRAFIE | De Peruaans-Amerikaanse kunstenaar Tarrah Krajnak wil de canon van de westerse fotografie aan de kaak stellen en een nieuw voorstel doen waarin zij zich als vrouw van kleur beter kan herkennen. Want wie en wat wordt onthouden als onderdeel van het mondiaal archief?
Voor de serie 1979Contact Negatives ensceneerde ze een performance met beelden uit kranten uit haar geboortejaar. Krajnak wilde zichtbaar maken hoe herinneringen worden geconstrueerd en gearchiveerd, een interesse die voortkomt uit haar eigen persoonlijke achtergrond.
Maar bovenal gaat het om het verlangen om te herstellen wat verloren is gegaan
Krajnak werd geboren in een weeshuis als dochter van een alleenstaande moeder die verdween en haar achterliet bij de nonnen. Een Slowaaks-Amerikaans stel uit een mijnstadje in het oosten van Pennsylvania adopteerde de kleine Tarrah, die vervolgens samen met een geadopteerde zwarte broer en zus werd opgevoed in een bijna volledig witte buitenwijk. De fotografie ontdekte ze op de Ohio Wesleyan-universiteit. Nu hangt haar werk in Amsterdam. Terugkerend thema is haar eigen lichaam en het ballingschap: verbonden zijn door uitsluiting. Maar bovenal gaat het om het verlangen om te herstellen wat verloren is gegaan.
Tarrah Krajnak: Shadowings, a Catalogue of Attitudes for Estranged Daughters, Huis Marseille, Amsterdam, 28/10 t/m 25/2
ADE: dag en nacht dance
FESTIVAL | Het Amsterdam Dance Event (ADE) neemt weer bezit van de hoofdstad en laat werelden van muziek en publiek samenkomen. Dag en nacht bestaan even niet meer, als duizenden bezoekers verdrinken in het clubleven en honderden producers en dj’s meedoen aan workshops en masterclasses.
ADE, 18 t/m 22/10
Put her record on
ALBUM | De Britse singer-songwriter Corinne Bailey Rae, bekend door haar hit Put Your Records On, is met haar vierde album Black Rainbows een heel andere weg ingeslagen. Met haar bekende jazzy soulstem schreeuwt ze nu de longen uit haar lijf over zwart feminisme, racisme en onderdrukking. Punky, vernieuwend en rauw.
Black Rainbows, Corinne Bailey Rae
Alles doordrenkt met scherpe humor
BEELDENDE KUNST | Het schijnt de ‘biggest ever’ tentoonstelling te zijn van de flamboyante Britse kunstenaar Grayson Perry. Dat moet haast wel, want de expositie gaat over veertig jaar werk dat hem enorm veel lof en in 2003 de Turner Prize opleverde. Perry is met zijn alter ego Claire een van de grappigste en meest bewonderde kunstenaars van het Verenigd Koninkrijk.
Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s
Hij is vooral bekend om zijn keramiek, een ‘beleefde kunstvorm’ waarmee hij zijn fascinatie voor onder andere seks, punk en de tegencultuur naar hartelust kon uitleven. Maar Perry maakt ook het Channel 4-programma Grayson’s Art Club, dat hij presenteert samen met zijn vrouw, schrijfster en psychotherapeut Philippa Perry. Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s, maar al zijn beeldende en audiovisuele kunst is doordrenkt met zijn scherpe humor en geëngageerde commentaar over controver-siële kwesties van onze tijd. Daar staat hij zich niet op voor; in een interview zei hij al lang geleden lid van het establishment te zijn geworden.
De meer dan tachtig werken – subversieve potten, ingewikkelde prints, uitgebreide sculpturen en grote wandtapijten – zijn gerangschikt op de thema’s mannelijkheid, seksualiteit, klasse, religie, politiek en identiteit. Ook het zelden getoonde, fantastische Walthamstow Tapestry (2009) van 15 meter lang is te zien, evenals het gietijzeren schip Tomb of the Unknown Craftsman (2011). Speciaal voor de tentoonstelling in Schotland maakte Perry nieuwe potten in de vorm van middeleeuwse bierkruiken, die verwijzen naar onder meer het polariserende effect van sociale media en naar heraldische iconografie.
Grayson Perry: Smash Hits, National Galleries of Scotland, Edinburgh, t/m 12/11
Getsjirp, gehuil, gehijg
MUZIEK | De 80-jarige Amerikaanse Meredith Monk is componist, pianist, choreograaf, danser, filmmaker, toneelschrijver en curator. Maar haar stem is haar instrument bij uitstek. Ze kan klinken als een brabbelend kind, een sjamaan of een schelle, opera-achtige mezzosopraan. Ze integreert gegrom met getsjirp, gehuil, gehijg, gefluister, gepiep en gejodel in haar bereik van drie octaven.
Wat Monk doet zou je kunnen omschrijven als ‘geluids-poëzie’
Wat Monk doet zou je kunnen omschrijven als ‘geluids-poëzie’, maar het is nooit moedwillig experimenteel. Ze vertelt en brengt emoties over zonder woorden. In de Oude Kerk in Amsterdam is nu de eerste Europese overzichtstentoonstelling van haar oeuvre te zien. Als integraal onderdeel van de tentoonstelling wordt ook een serie liveconcerten georganiseerd. Die concerten geven Monks artistieke erfenis door aan een nieuwe generatie musici.
Meredith Monk: Calling, Oude Kerk, A’dam. 21/10 t/m 17/3
Omdat de Nederlandse economie in de Gouden Eeuw vrijwel alles aan het weer te danken had – zonder wind draaide geen molen en kon geen schip uitvaren – weerspiegelde de binnenlandse kunst deze maritieme onderwerpen. Zo speelden wolken in schilderijen een belangrijke rol als sfeermakers.
In de maritieme schilderkunst uit de Gouden Eeuw dient het weer niet alleen als decor. Luchten hebben karakter en creëren drama en sfeer. Donkere wolken die boven schepen uittorenen, kunnen een waarschuwing zijn; windstilte en slappe zeilen kunnen kalmte, uitputting of frustratie uitdrukken. Maar het weer biedt ook een mogelijkheid tot waarheidsgetrouwheid. Vanaf de jaren dertig van de zeventiende eeuw, aldus een recente meteorologische analyse, raakten kunstenaars meer geïnteresseerd in het afbeelden van waarneembare wolkenformaties, in plaats van te volstaan met de generieke, bolle vormen op het werk van hun voorgangers. Ze bootsten omstandigheden na die ze met eigen ogen waarnamen langs de Noordzeekust.
Schepen op de Rede, ca. 1658, Willem van de Velde de Jonge, collectie Mauritshuis
Accuratesse bij het afbeelden van wind en water, waaruit bleek dat de schilder zelf op ervaring in de zeevaart kon bogen, was een kwestie van trots. Hendrick Cornelisz Vroom liet zich erop voorstaan dat hij een schipbreuk voor de kust van Portugal had overleefd. Willem van de Velde de Oude nam zichzelf op in zijn penschilderij Slag bij Scheveningen (1655). Hij staat afgebeeld als een minuscuul figuurtje met een hoed, dat in een bootje zijn schetsboek en potlood vastklemt. De details die hij op deze tekening heeft vastgelegd, wil hij maar zeggen, had hij niet veilig vanaf de kust kunnen waarnemen.
De vloot staat opgesteld voor een te voeren zeeslag. Willem van de Velde, 1685
De buitensporige macht van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de zeventiende eeuw was afhankelijk van schepen en zeelieden. Het land dankte zijn rijkdom aan de zee, verworven via zeehandel met andere Europese landen en de controle over koloniale aanvoerroutes. Het toonde zijn macht op zee, tijdens zeeslagen met de Engelse, Franse, Spaanse en Portugese marine om zijn handelsposten te verdedigen. Zijn binnenlandse kunstmarkt was een weerspiegeling van deze belangen. Welvarende Nederlandse mannen en vrouwen – kooplieden, scheepsbouwers, bankiers en hun familie – deden in navolging van de aristocratie aan zelfpromotie door het verstrekken van opdrachten aan kunstenaars. Hun voorkeur ging uit naar maritieme onderwerpen, composities die de lof zongen van de plekken en acties waaraan ze hun fortuin dankten: zeestukken, havengezichten, reddingen bij stormachtig weer, zeeslagen.
Een branderaanval op de Royal James, tijdens de Zeeslag bij Solebay, 7 juni 1672. Willem van de Velde de Jonge, 1675
Details in de maritieme schilderkunst zijn dikwijls metoniemen voor grotere, abstracte concepten die de grenzen van het schilderij overschrijden. Een opbollende Nederlandse vlag aan de marssteng van een oorlogsschip op de voorgrond van Reinier Nooms’ Amsterdamse havenscène (ca. 1654-55) lijkt groter dan de zeilen van de schepen daarachter. Op Hollandse schepen op een kalme zee (1665) van Willem van de Velde de Jonge herinneren gouden toetsen eraan dat macht en geld hand in hand gaan: op een van de schepen prijkt een met goudverf geschilderd wapen; het boegbeeld in de vorm van een leeuw op een ander schip heeft krullende gouden manen.
Zelfstandig onderwerp
Het weer kan als volgt worden geïnterpreteerd, aan de hand van gemeenschappelijke associaties: storm is slecht, zonnestralen zijn goed. De interessantere maritieme schilderijen behandelen het als een zelfstandig onderwerp. Vrooms Een Nederlands schip en een Kaag in een frisse bries (ca. 1628-30), waarop een varend oorlogsschip en een kleinere boot staan afgebeeld, gaat evenzeer over de wind en het effect ervan als over schepen. Fraaie golvende lijnen in de wolken van Vroom, die zijwaarts over het schilderij lopen, brengen ze in beweging. Dezelfde daaronder gereproduceerde lijnen, fijne veegjes en dalletjes in het water, laten zien hoe de zee in dezelfde richting raast en wolkjes schuim opwerpt. Op schilderijen waarop eerder verstilling dan beweging wordt afgebeeld, wordt de atmosfeer het onderwerp. Op Gezicht op Hoorn (ca. 1650) van Abraham de Verwer tonen de slappe zeilen van de schepen dat er niets beweegt.
De Zeeslag bij Kijkduin, 21 augustus 1673, Willem van de Velde de jonge, circa 1687
Het belangwekkende schuilt in de onmetelijke hemel, waar zich kleine verschillen in het gewicht van de lucht manifesteren: tussen stukken puur doorzichtig blauw hangen slierten wolk en zwaarder ogende cumulusformaties. Schilderijen met een narratief element maken het weer onderdeel van hun verhaal. Op Het verzamelen van de Nederlandse vloot voor de Vierdaagse Zeeslag, 11 tot 14 juni 1666 (1670) van Van de Velde de Jonge staan oorlogsschepen in formatie afgebeeld voor aanvang van een van de bloedigste conflicten uit de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Het indrukwekkende vaartuig op de voorgrond, De Liefde, is in schaduw gehuld en zijn fragiel ogende masten en tuigage worden bijna omgeven door een dikke, donkere wolkenmassa. Het schip ging ten onder in de strijd, waarbij vijftienhonderd mannen omkwamen.
De zeeslag bij Nieuwpoort, Willem van de Velde de Oude, 1653
In Schepen in nood voor een rotsachtige kust (1667), van Ludolf Backhuysen, is eerder sprake van een rechtstreeks drama dan van een voorafschaduwing daarvan. Drie vrachtschepen, die allemaal een mast missen, hellen angstwekkend schuin over in hoge golven. De matte, afstotelijke kleur van het water komt terug in de massief grijze wolkenstructuren aan de hemel. Op de voorgrond steken rotsen als tanden uit het water.
Het weer kan zekerheid of doelmatigheid uitdrukken
Het weer wijst in twee richtingen tegelijk. De ene afloop van het verhaal wordt gesuggereerd door de kolkende wolkenmassa, het wrakhout dat al in het water drijft, de mannen die op het punt staan te springen. De andere wordt weergegeven door de bovenste hoek van het schilderij, waar een stuk warmgele lucht, vanachter verlicht door zonnestralen, erop kan duiden dat de storm zal gaan liggen.
Gespreksonderwerp
Eén reden waarom het weer zo’n bruikbaar gespreksonderwerp is, is de tijdelijkheid ervan. Wolken bewegen, wind verandert, regen komt en gaat: er is altijd iets om over te praten. (Volgens mijn Nederlandse partner denken Nederlanders dat ze bekendstaan om hun geklaag over het weer.) In verf is die tijdelijkheid moeilijk te vatten. ‘Dag in, dag uit/ Liggen we stil, bries noch beweging/ Statisch als een geschilderd schip/ Op een geschilderde oceaan’, zegt de Oude Zeeman van [de Engelse dichter] Coleridge, die de onveranderlijkheid van kunst gebruikt als metafoor voor bewegingloosheid.
De schilderkunst van de Gouden Eeuw doet haar best om de incidentele aspecten van het weer in beeld te brengen. Op Estuarium aan het einde van de dag (ca. 1640-45) van Simon de Vlieger drijft er rook mee met de wind en waagt een werkman het erop een romp te teren voor het donker wordt. Maar de meeste kunstenaars uit die tijd geven de voorkeur aan het toevalsaspect van het weer, de manier waarop het kan worden gebruikt om zekerheid of doelmatigheid uit te drukken. Achter De Vliegers werkman die zwoegt op de kust, en achter de vloot schepen die zichtbaar is in de riviermond in de verte, schieten er schemerige stralen zonlicht uit de wolken als goddelijke pijlen. Op Na de storm (ca. 1700) van Van de Velde de Jonge, een andere compositie met zonsondergang, wordt het beeld overheerst door de dreigende, loodgrijze lucht. De schepen op de voorgrond lijken geluk te hebben gehad dat ze behouden zijn gebleven. Maar de lichtstralen die vanuit de verre hoek omlaag wijzen naar de vaartuigen, geven aan waaraan ze hun geluk te danken hebben. Als Nederlanders overleefden op zee, dan was het omdat ze iets groters aan hun kant hadden dan het weer.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.