Onderwerpen: Literatuur

  • Kroatische schrijver Senko Karuza: ‘Vrijheid heeft op een eiland een andere dimensie’

    Kroatische schrijver Senko Karuza: ‘Vrijheid heeft op een eiland een andere dimensie’

    De op het Kroatische eiland Vis woonachtige Senko Karuza is niet alleen schrijver en dichter, maar ook landbouwer, visser en restauranteigenaar. Hij staat stil bij het lot van de eilandbewoner en de tegenstrijdigheden van overmatig toerisme in de Adriatische Zee.

    In zijn laatste dichtbundel, waarvan de titel in vertaling ‘Verdwijnen’ luidt en die bekroond is met de Kroatische poëzieprijs 2023, spreekt Senko Karuza over een man die door elkaar wordt geschud door de rukwinden en de sirocco die het eiland teisteren, een man die gekozen heeft voor een leven ver van de andere mensen, die hij vreselijk mist, een man die ‘droomt van een wereld die niets te maken heeft met die welke hem omringt’ en die gelooft in wat niet bestaat, in de hoop degene te worden die hij altijd heeft willen zijn.

    Dossier Kroatie

    Toch is ‘Verdwijnen’ geen nieuwe ‘Eilandgids’, zoals de titel van een van zijn vorige werken luidt. In deze bundel komt evenveel land voor als zee, is er sprake van vreemde steden en landen, van bekende en onbekende ervaringen, van universele emoties en momenten die niets te maken hebben met het landschap van de Middellandse Zee.

    Waarom bent u vanuit Zagreb teruggekomen naar Vis, dat zo afgelegen is en zo slecht verbonden? Wat brengt een eiland een mens, en waar berooft het hem van?

    Ik ben bij toeval teruggekomen, zonder een groot plan. Het was niet omdat ik teleurgesteld was in de stad, en zeker niet omdat ik een bijzondere fascinatie voor het eilandleven zou hebben. Ook nu heb ik af en toe het idee dat ik naar het eiland ben gekomen om vakantie te vieren, een wat langere vakantie, en dat het zo langzamerhand tijd wordt om weer naar huis te gaan. En daarna realiseer ik me dat ik mijn hele leven maar in twee huizen heb gewoond en dat die allebei bij me horen, het een niet meer dan het ander. Wat dat afgelegene en dat gebrek aan verbinding betreft, ik heb de indruk dat het continent slecht verbonden is met mijn eiland en niet andersom. Het vasteland is een wereld die van ons afgezonderd is en ook de mensen op het vasteland hebben ongetwijfeld moeite met hun isolement. Zo bezien is ons op een merkwaardige manier hetzelfde lot beschoren.

    In hoeverre is het vredige en solitaire leven op het eiland Vis beïnvloed door corona?

    Als ik zou zeggen dat ik in mijn baai en op mijn afgelegen eiland corona niet zo heb beleefd als andere mensen, omdat ik tot een geïsoleerd bestaan ben veroordeeld, dan zou ik liegen alsof het gedrukt stond, waarschijnlijk om te benadrukken hoe anders ik ben. Dat is typerend voor eilandbewoners, omdat ze zich nogal onzichtbaar en ver van alles verwijderd voelen, een pijnlijke gewaarwording die tot illusies en mythevorming leidt.

    Verenigde Staten

    Zandbank bij springtij

    ‘De mensen blijven maar komen. Eerst waren we de enigen, nu zijn we met meer dan twintig’, berekent de journalist van de lokale nieuwswebsite SFGate. Op 350 meter van de aanlegsteiger, in de Baai van San Francisco, laat het springtij enkele keren per jaar een smalle zandbank ontstaan. ‘Daar organiseren we dan een feest. We maken een vuur, we drinken wat. Niemand weet precies wat er komen gaat. En als na drie uur duidelijk wordt dat het water stijgt en dat het kortstondige eiland slinkt, gaat iedereen weer op huis aan, met zijn boot of zijn kajak.’

    De onzekerheden die met de pandemie gepaard gingen, joegen mij evenveel angst aan als andere mensen. Misschien was mijn angst nog wel groter vanwege het enorme aantal vastelanders dat het eiland overspoelde omdat ze zich, ver van de rest van de wereld, beschermd waanden tegen de ziekte. Daarmee hebben ze de ziekte naar ons overgebracht, maar die zou ons toch wel op de een of andere manier hebben weten te vinden.

    Verlaat u uw eiland af en toe? Is het belangrijk om soms weg te gaan, en wanneer en waarom dan?

    Gezien de meedogenloze aanslag van het toerisme op ons leven ben ik daarvan de nederige dienaar geworden. Ik heb me voor die boosaardige meester leren buigen en me overgeleverd aan zijn wetten. ’s Zomers is het uitgesloten dat ik het eiland verlaat [Karuza drijft een restaurantje in een baai van Vis]. ’s Winters is het een bijzondere ervaring om op het eiland te leven, omdat je bevangen raakt door een langdurige lethargie. Jongeren kunnen er beter mee omgaan dan wij, zij beklagen zich minder en verlaten het eiland in de winter. Momenteel is het eiland belangrijker voor mij dan de stad, vooral in de winter, maar ik zou ook niet buiten de stad kunnen. Ik verzin allerlei smoezen en leugentjes om er af en toe een tijdje naartoe te gaan. Ik ben eigenlijk wel blij met deze evenwichtsoefening die de grote leegten in mijn leven vult, waarvoor ik me niet schaam zolang ze maar diep en pijnlijk genoeg zijn en zich moeilijk laten ontkennen.

    Hoe ziet het eilandleven er ’s winters uit?

    Tijdens de wintermaanden kabbelen de dagen vredig voort, zonder enige ophef. Van buitenaf bezien lijkt alles bijna verlaten. Daarom is het eiland niet voor iedereen geschikt. Voor de meeste mensen is het een gevangenis waar niets gebeurt, zelfs niet op de binnenplaatsen van huizen. Het is alsof de tijd stilstaat, alsof het leven stationair draait, tot rust komt, zodat we oog krijgen voor de dingen om ons heen. Natuurlijk moet je je best doen om een aangename woonomgeving te creëren, het gevaar dat je versombert van verveling ligt voortdurend op de loer, maar de eilandbewoners weten dat goed de kop in te drukken.

    Verenigd Koninkrijk

    Miljoenen vogels op eiland Looe

    ‘Aan de reacties van de vogels kun je zien wanneer er een mens aan wal stapt.’ Claire Louis en haar partner John Ros, sinds een jaar of twintig beschermers en enige bewoners van Looe Island, vallen bijna niet op in het decor. Ze hebben zich geheel aangepast aan deze kleine rots, op anderhalve kilometer van Cornwall in Zuidwest-Engeland. Het eiland, lange tijd eigendom van twee teruggetrokken levende zusters, is in 2004 overgedragen aan de plaatselijke milieuorganisatie, met maar één opdracht: dat flora en fauna met rust worden gelaten.

    Als baken van verzet tegen de teloorgang van de biodiversiteit, juicht The Guardian, herbergt dit natuurreservaat miljoenen exemplaren, van Europese scholeksters tot boomblauwtjes. ‘We proberen het eiland zodanig te laten gedijen dat elke soort zich ten volle kan ontwikkelen,’ zegt Claire Louis. Het stel, dat zich voedt met de oogst van hun moestuin, flirt met het idee zelfvoorzienend te zijn. ‘Er ontbreekt misschien alleen een pub,’ glimlacht John Ros.

    In hoeverre voelt u zich eenzaam op het eiland?

    Ik denk dat ik net zo eenzaam ben als wie dan ook op de wereld die zich door eenzaamheid laat opslokken. Eenzaamheid is een kijk op de wereld, een kijk op het leven. Veel mensen willen vandaag de dag hun horizon oneindig ver verbreden, omdat ze denken dat die hen zal beschermen, hen zal behoeden voor de zware last van reflectie, van inspanning, van werk, van creatie, van communicatie, van het spel. Eenzaamheid, of die nu op een eiland of in een stad wordt ervaren, is een gelegenheid die je moet aangrijpen om je nog meer en op een andere manier aan jezelf en aan anderen te wijden, het is een weg waarop iedereen alleen is. Niet iedereen houdt daarvan. Wat mijzelf betreft, mij bevalt eenzaamheid wel.

    Het toerisme heeft de eilanden geld opgeleverd, maar het kan niet voorkomen dat ze ontvolken. De mensen verlaten de eilanden. Waarom?

    Dat is duidelijk een mondiaal verschijnsel, overal op de wereld worden dorpen verlaten. De sociale netwerken hebben de illusie gecreëerd dat alles binnen handbereik ligt, en de inwoners van dorpen en kleine steden zijn de eersten die in deze val trappen. De eilanden lopen sneller leeg dan ooit in de geschiedenis. Het toppunt van absurditeit is nog wel dat ze worden verlaten op het moment dat ze welvarend worden.

    Is het op het eiland belangrijker om te kunnen zwijgen dan om te praten?

    In het gedrag van de eilandbewoners zijn tal van ongeschreven wetten verankerd waarop ze ook zelf vaak de vinger niet kunnen leggen. Vrijheid is een goed bewaard geheim op het eiland, en elke ondoordachte openbaring van dat geheim kan tot een tragedie leiden, soms onschuldig, soms ernstig, want we moeten het ons hele leven met ons meedragen als een zichtbaar en openlijk litteken. Vrijheid heeft op een eiland een heel andere dimensie, die voor de meeste mensen ondoorgrondelijk is. Bijna alles is onderworpen aan routine en simpele herhaling, met dit verschil dat het in een sneller tempo gebeurt en dat men eeuwig het idee heeft achter te lopen op de stad. Op het eiland kent iedereen elkaar, de mensen gaan dagelijks met elkaar om, iemand bedriegen is taboe want je kunt ten overstaan van iedereen aan de kaak worden gesteld. Degenen die van buiten komen begrijpen niets van dit ragfijne sociale weefsel en kunnen het niet laten om daarover te oordelen, er de spot mee te drijven of er hun ‘deskundige mening’ over te geven.  

    Het Caraïbisch gebied

    Wie vertelt de geschiedenis van Bonaire?

    Op het eerste gezicht is Bonaire een oase van geluk in het Caraïbisch gebied. Reizigers van over de hele wereld komen er de koralen bewonderen en kitesurfers zijn altijd zeker van een constante wind. Van dichterbij bezien blijkt dit kleine eiland zeer gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering en verkeert de infrastructuur in erbarmelijke staat. Bovendien leeft 40 procent van de 22.000 inwoners onder de armoedegrens. De meeste Bonairianen hebben het te druk met de problemen van dit moment om zich met kwesties uit het verleden bezig te houden. Toch zijn de sporen van dit verleden overal aanwezig.

    De ontbossing van het eiland komt doordat de Nederlanders, die het eiland in 1636 op de Spanjaarden veroverden, het grondgebied in vijf percelen hebben verdeeld: elke eigenaar begon vervolgens met ontbossing om gewassen te kunnen planten. Bijna iedereen op het eiland spreekt Papiamento, maar Nederlands is de enige officiële taal. De enige geleerden die daar onderzoek naar doen, komen uit het buitenland, want op Bonaire is geen universiteit. En de scholen gebruiken geschiedenisboeken die in Nederland zijn geschreven. De kolonisator bepaalt nog altijd wat de inwoners van Bonaire over zichzelf weten.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Baard tegen Barbie

    Saoedi-Arabië toont zich verrassend progressief 

    FILM | Terwijl Barbie is verboden in onder andere buurlanden Koeweit en Oman, en bijvoorbeeld de onafhankelijke site Tout sur l’Algérie de film ervan beschuldigt ‘homoseksualiteit in de Arabische wereld’ te bevorderen, staan bezoekers in Saoedie-Arabië, mede door het verbod elders, ervoor in de rij. In sommige zalen is de film wel vijftien keer op een dag geprogrammeerd. Een columnist van het Koeweitse dagblad Al-Rai verbaast zich erover dat de film wordt vertoond ‘in de donkere kamers van het Saoedische koninkrijk’, want ‘onze samenlevingen [zijn] even conservatief en evenzeer toegewijd aan tradities en gebruiken’. Lange tijd werd juist Koeweit beschouwd als een van de meest open samenlevingen in de Golf, en Saoedi-Arabië als een bastion van conservatisme, legt hij uit.

    Ook The Hollywood Reporter spreekt van een ‘omgekeerde’ situatie: ‘Vanuit de hele Golf reizen mensen nu naar Saoedi-Arabië om naar de bioscoop te gaan, terwijl dat jarenlang andersom was.’ Voor de Jemenitische site 26sep.net is dit reden om Saoedi-Arabië te bestempelen tot ‘de kern van de verspreiding van een cultuur van decadentie’ in het Midden-Oosten. 

    De oproep om de film te verbieden komt dan ook vooral voort uit een felle anti-lhbtq-campagne

    Hoewel de film geen personages bevat die expliciet lhbtq zijn, noemen velen Barbie ‘een ode aan queerness’. De oproep om de film te verbieden komt dan ook vooral voort uit een felle anti-lhbtq-campagne. Zo heeft in Irak de Media- en Communicatiecommissie vorige maand het gebruik van de termen ‘homoseksueel’ en ‘homoseksualiteit’ verboden in alle media, ook op socialemediaplatforms, met de suggestie deze te vervangen door ‘seksuele afwijking’, meldt CBS News

    Op het voormalige Twitter toont Kamel Daoud, een bekende Algerijnse journalist en schrijver, zich somber over de ontwikkelingen. ‘In de strijd van Baard tegen Barbie winnen de bebaarde mannen’, aldus Daoud.

    Elders in de Arabische wereld heeft ‘de stem van de rede gezegevierd’, zoals het Egyptische dagblad Al-Masry Al-Youm het verwoordt, en gaven censuurcommissies na enige aarzeling wel toestemming de film te vertonen.  

    Door Laura Weeda

    barbie movie still 071123 2cf8cca8eb1e4f8392364b78a8b46d84
    Barbie Movie

    Writers block aan de Oostzee

    Wat er schuilgaat achter het filmbeeld

    Speelfilm | In Roter Himmel, de nieuwe speelfilm van de Duitse regisseur Christian Petzold, gaat de jonge auteur Leon op vakantie naar de Oostzee, samen met zijn beste vriend, de fotograaf Felix. Leon ligt volledig overhoop met het manuscript voor zijn tweede roman, waardoor de avances van Nadja, die in hetzelfde vakantiehuis logeert, hem volledig ontgaan. De hevige bosbrand in de omgeving heeft hij evenmin in de gaten. ‘De vraag is hoe Petzold erin slaagt een natuurramp zo terloops te introduceren dat de kijker pas weet wat er aan de hand is wanneer de hoofdpersonages al diepgang en karakter hebben’, schrijft Andreas Kilb voor Frankfurter Allgemeine. ‘Een Amerikaanse film zou met een vuurzee zijn begonnen, terwijl de brand in een Franse film de hoofdpersonen had samengebracht, als katalysator voor hun opbloeiende liefde.’ Expliciete beelden van de bosbrand ontbreken, maar bij Petzold gaat het volgens Kilb om het ‘benaderen van de waarheid en werkelijkheid die schuilgaan achter hetgeen hij ons laat zien’.

    Hoe dan ook, de film is op zijn best zodra het verhaal zonder woorden wordt verteld

    Het is Carolin Ströbele opgevallen dat fotograaf Felix ‘aanmerkelijk vrijer door het leven wandelt’ dan auteur Leon, meldt ze in Die Zeit: ‘Alsof de filmmaker daarmee wil suggereren dat het geschoten beeld een lichtere discipline is dan het geschreven woord. Hoe dan ook, de film is op zijn best zodra het verhaal zonder woorden wordt verteld.’

    ‘Een film over het verlies van zorgeloosheid en de immense moed die ervoor nodig is om schoonheid te veroveren’, vindt Chloé Caye van de Franse site Culture aux Trousses. Voor Caye is duidelijk dat de hoofdpersonen in Roter Himmel gevangen zitten in hun eigen, beperkte belevingswereld: ‘Maar voortdurend schemert de urgentie erdoorheen: uiteindelijk moeten ze iets zeggen of actie ondernemen. Precies zoals de bosbrand hen eraan herinnert dat de houdbaarheidsdatum niet ver weg is.’

    Harald Mühlbeyer van Kino-Zeit typeert de film als ‘een grandioze karakterstudie, waarin het maken van kunst centraal staat’. Tegelijkertijd gaat de film in zijn ogen over het ‘onderdrukken van gevoelens en hoe die onherroepelijk aan de oppervlakte komen. Maar dan wel op het moment dat het te laat is.’ 

    Door Diederik Samwel

    still Roter Himmel Christian Petzold DE 2023 1
    Roter Himmel


    Sixto Rodriguez, de verloren held van de anti-apartheid

    In Zuid-Afrika was hij groter dan Elvis

    MUZIEK | Nadat zijn muziek in de VS flopte, werden de liedjes van Sixto Rodriguez – beter bekend als ‘Rodriguez’ – in het Zuid-Afrika van de jaren zeventig cult, schrijft The Citizen na het overlijden van de artiest vorige maand, op 81-jarige leeftijd. Buiten zijn weten om werd Rodriguez’ debuutalbum Cold Fact ‘de protestmuziek van Zuid-Afrikanen die zich verzetten tegen de onrechtvaardigheden van de apartheid, het verstikkende conservatisme van het regime en de militaire dienstplicht’, aldus de Zuid-Afrikaanse krant.

    ‘Je zult geen witte progressieveling van een bepaalde leeftijd vinden die géén exemplaar van Cold Fact bezit,’ beweert Daily Maverick. Rodriguez’ nummer I Wonder zou in Zuid-Afrika bekender zijn dan veel Rolling Stones-hits, The South African noemt hem ‘in Zuid-Afrika groter dan Elvis’. Volgens journalist Rowan Philp van de Zuid-Afrikaanse Sunday Times vond zijn muziek ook weerklank bij zwarte leiders, zoals Steve Biko. ‘Zijn rauwe thema’s raakten jonge Zuid-Afrikanen,’ analyseert de Detroit Free Press uit Rodriguez’ geboorteplaats. De zanger wordt onder andere vergeleken met Bob Dylan. 

    Pas toen in 2012 Sugar Man verscheen, werd hij alsnog ontdekt in de VS en Europa

    Pas toen in 2012 Sugar Man verscheen, werd hij alsnog ontdekt in de VS en Europa. In de documentaire over Rodriguez is te zien hoe Zuid-Afrikaanse fans probeerden hun idool op te sporen, die volgens sommigen zelfmoord zou hebben gepleegd op het podium of zou zijn bezweken aan een overdosis heroïne, vertelt The Detroit News. Volgens de Detroit Free Press, waarin na zijn dood een portret van hem verscheen, is zijn latere carrière dan ook vooral aan het internet te danken, aangezien zijn dochter Eva op een dag ontdekte dat er in Zuid-Afrika enorm succesvolle websites aan haar vader waren gewijd. Hijzelf had hier nooit iets over gehoord, ‘en er ook nooit een cent voor ontvangen’. Hierna reisde Rodriguez verschillende keren naar Zuid-Afrika, waar zijn concerten in enkele minuten waren uitverkocht. 

    ‘Er schuilt een onmiskenbaar gevoel van voldoening in het feit dat de rest van de wereld een muzikant ontdekt waarvan wij al tientallen jaren weten dat hij cool is,’ erkende Daily Maverick na verschijning van de documentaire. Ook na zijn dood uitten de Zuid-Afrikaanse media hun genoegen over het dat de zanger ‘tegen alle verwachtingen in’ eindelijk ‘een plek heeft veroverd in de muziekgeschiedenis’.  

    Door Laura Weeda

    doug seymour photography 1
    Sixto Rodriguez

    Psychobiografie met verhalende kracht van een thriller

    Genuanceerd, sober en intiem 

    Non-fictie | King, A Life over Martin Luther King van Jonathan Eig voegt genoeg toe aan het beeld van de in 1968 vermoorde dominee, concluderen internationale recensenten. Vooral omdat de biograaf gebruik heeft gemaakt van niet eerder vrijgegeven dossiers van de FBI. Zo heeft Neil Steinberg het in Chicago Sun-Times over ‘zo’n genuanceerde en gedetailleerde biografie dat hij het gevoel kreeg dat King met de ochtendkrant bij hem in de huiskamer zat’.

    Kelefa Sanneh van The New Yorker noemt het een ‘sober en intiem portret van King waarin Eig duidelijk maakt hoe dicht de FBI hem op de hielen zat. Klaarblijkelijk in de hoop hem met belastende informatie over communistische ideeën of buitenechtelijke affaires te kunnen vervolgen, intimideren of tot zelfmoord aan te zetten.’ Volgens Kenneth Mack van The Guardian heeft Eig ‘uitstekend werk geleverd, onder meer door Kings affaires grondig te documenteren’. Maar ook door hem te presenteren als ‘een onvolmaakte, opgejaagde figuur die vaak aan zichzelf twijfelde’. In The Washington Post schrijft Mark Whitaker over een ‘psychobiografie met de verhalende kracht van een thriller’. Eigs toon is volgens hem ‘mild kritisch; zo wordt Kings wetenschappelijke plagiaat allerminst vergoelijkt’. 

    Door Diederik Samwel

    WE8262
  • De beste non-fictie van september

    De beste non-fictie van september

    Thomas Curran onderzoekt de negatieve effecten van perfectionisme op onze gezondheid en ons mentale welzijn & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    De perfectieparadox – Thomas Curran

    Thomas Curran onderzoekt de negatieve effecten van perfectionisme op onze gezondheid en ons mentale welzijn en toont aan hoe perfectionisme in alle facetten van ons leven opduikt, van onderwijs tot de arbeidsmarkt en van ouderschap tot sociale media.


    Huid – Sergio Del Molino

    Op basis van onze huid delen we elkaar in op kleur, leeftijd, sociale klasse, gezondheid en geschiktheid als bedpartner. Het is onze huid die ons met anderen verbindt, maar ons ook van anderen scheidt. En als onze huid ziek is, vormt hij een bron van schaamte en pijn.


    Alledaags Utopia – Kristen Ghodsee

    De zoektocht naar andere manieren om huishouden, opvoeding, relaties, familie, wonen en bezit te organiseren, zullen we buiten de lijntjes van het alledaagse moeten kleuren. De utopische feministische visies uit het verleden kunnen ons daarbij helpen en inspireren.


    Denken in systemen – Donella Meadows

    De problemen van onze tijd, zoals ziekte, oorlog, armoede en het klimaat, zijn in essentie systeemfouten. Ze kunnen niet opgelost worden door aan één geïsoleerd knopje te draaien, omdat de effecten op het geheel voor ons niet te overzien zijn. Denken vanuit het grotere systeem biedt een uitweg.


    De eenzaamheid van moed – Roberto Saviano

    In dit meeslepende boek reconstrueert Roberto Saviano op basis van een enorm aantal bronnen, procesverslagen en gesprekken met betrokkenen het historische proces tegen de maffia en de jarenlange strijd van onderzoeksrechter Falcone tegen Totò Riina en de Italiaanse onderwereld.

  • In de Japanse literatuur komt de maatschappijkritiek van vrouwen

    In de Japanse literatuur komt de maatschappijkritiek van vrouwen

    Lange tijd vonden vooral apolitieke romans uit Japan een internationaal publiek, maar dat is nu aan het veranderen. En wel door drie vrouwen die de literaire wereld veroveren en niet schromen de misstanden in hun thuisland aan de kaak te stellen. Een portret.

    ’s Nachts verandert de stad. Mensen roken op straat, drinken hun biertje voor de gemakswinkels en praten luidruchtig met elkaar. Hier in Shinjuku Ni-Chome, de uitgaanswijk in het westen van Tokio, stralen de neonreclames. De hoge gebouwen zitten van de kelder tot de tiende verdieping vol met partylocaties. Van de lesbobar tot de queer theesalon en de fetishclub. Op sommige straathoeken staan hier en daar groepen toeristen voor de cafés; op andere plekken krijgen ze geen toegang.

    Ook al krijg je in Shinjuku Ni-Chome een andere indruk, de drie steunpilaren van Japan zijn nog altijd kinderen, huwelijk en werk. Progressieve bewegingen hebben het moeilijk. De conservatieve regering van Fumio Kishida ruziet over de gelijkberechtiging van de queer gemeenschap. Een hoge ambtenaar heeft enkele maanden geleden nog openlijk gezegd dat hij niet naast homoseksuele of transparen wil wonen. In de koseki, het familieregister, moet iedereen opgenomen worden, maar bij gehuwde personen mag er slechts één achternaam staan – meestal die van de man. In het laatste rapport over de genderkloof van het World Economic Forum, dat onder andere analyseert hoe vrouwen betaald worden in vergelijking met mannen, stond Japan op de lijst van 145 landen op de 125ste plaats.

    De laatste jaren is er veel internationale aandacht voor het feit dat de clichés over het supermoderne Japan als een land dat cultuur, geschiedenis en vooruitgang soepeler combineert dan enig ander land, inderdaad niet meer dan clichés zijn: de sociale druk op vrouwen omdat de geboortecijfers al jaren dalen, de vele zelfmoorden, de kloof tussen arm en rijk, die in de op twee na grootste economie van de wereld steeds groter wordt.

    Vrouwen houden op een nieuwe, literaire manier vinger aan de pols van Japan

    Maar deze thema’s werden tot op heden weinig weerspiegeld in vertaalde literatuur uit Japan; de focus lag bij vertalingen op auteurs als Haruki Murakami, die zich in hun boeken vooral richten op mannelijke personages met hun innerlijke persoonlijke conflicten.

    Zo bleven er lange tijd veel blinde vlekken in de beeldvorming over de Japanse samenleving. Maar dat lijkt nu langzaam te veranderen. Op dit moment beleeft Osamu Dazai op het jonge socialmediaplatform TikTok een wedergeboorte met zijn roman Ningen Shikkaku. Daarin vertelt de auteur het levensverhaal van iemand die geen empathie kan voelen en die daardoor geen sociale relaties kan opbouwen. Het boek is een meesterwerk uit de naoorlogse tijd. Sinds enkele jaren lijken bovendien steeds meer politiek denkende schrijfsters hun weg te vinden naar een internationaal publiek; vrouwen die maatschappijkritiek in hun werk vlechten. Vrouwen die op een nieuwe, literaire manier de vinger aan de pols van Japan houden. Kunnen zij een waarachtiger, completer beeld van het huidige Japan schetsen? Een reis door Tokio – naar drie succesvolle schrijfsters.

    Internationale ster

    Een van hen is Mieko Kawakami. De 46-jarige heeft de literaire wereld op slag veranderd toen in 2008 de novelle Borsten en eitjes in Japan uitkwam, een zinderend verhaal over vrouw zijn, kinderen krijgen en familie. The New York Times bejubelde het boek en inmiddels wordt er ook een Duitse theaterversie van gemaakt.

    Sindsdien is Kawakami een internationale ster met een reclamecontract voor haarproducten en een entourage van woordvoerders en assistenten. Haar carrière is verbazingwekkend omdat ze maar weinig mogelijkheden had om zich een plek te veroveren in de literaire wereld. Kawakami werd in Osaka geboren in een gezin dat het niet breed had, en begon al op jonge leeftijd te werken. Op haar veertiende had ze een baantje in een fabriek, daarna in een bar, om haar alleenstaande moeder en haar broer te ondersteunen. Later probeerde ze het als popzangeres, maar met weinig succes. Op het internet begon ze gedichten te publiceren en ontdekte ze het schrijven. Nu woont ze in Tokio, is getrouwd met een schrijver en heeft een kind.

    Kawakami is zo populair dat haar fans haar overal opwachten, ze proberen haar posts op Instagram te decoderen om haar op te sporen

    De ontmoeting met de schrijfster vindt plaats op een plek die niet genoemd mag worden. Kawakami is zo populair dat haar fans haar overal opwachten, ze proberen haar posts op Instagram te decoderen om haar op te sporen. Kawakami zit in haar eentje te wachten in een speciaal gehuurde, afgeschermde ruimte in een café: een goedgeklede vrouw met een design handtas en een perfecte huid. ‘Ik kom van de straten van Osaka’, schrijft ze ergens, omdat ze in armoede is opgegroeid. Haar gouden polshorloge schittert.

    Ze benadrukt meer dan eens dat er moed voor nodig is om succes te hebben. Dat is een van haar grote thema’s. Moed om je eerste verhalen op te sturen naar literaire tijdschriften. Moed om te schrijven over de problemen in de Japanse maatschappij, over wat het kapitalisme kan aanrichten. Moed om de schaamte te overwinnen om te spreken over haar eigen leven. ‘Ik kan erover praten omdat ik eruit ben gekomen.’ Moed om de dingen zo op te schrijven als ze zelf voor juist houdt. ‘Dankzij het succes kan ik dat,’ zegt ze.

    Bewondering én haar kritiek

    Kawakami is inderdaad een uitzondering in de Japanse literaire wereld, omdat ze openlijk spreekt over haar verleden in onzekere omstandigheden, zonder omwegen voor haar mening uitkomt en opiniestukken publiceert. Haar gesprek uit 2017 met Haruki Murakami is intussen beroemd. Daarin uitte Kawakami heel openhartig haar bewondering én haar kritiek; ze bekritiseerde onder andere de manier waarop Murakami omging met zijn vrouwelijke personages. ‘Ik heb het over het grote aantal vrouwelijke personages dat alleen maar bestaat om een seksuele functie te vervullen,’ zei ze.

    In het café gebruikt ze begrippen als kapitalisme, lgbtq, gender en klasse met grote vanzelfsprekendheid. Ze slaagt erin daarmee een jong en vrouwelijk publiek te bereiken dat in de afgelopen jaren door #MeToo en de nieuwe feministische golf in Japan in beweging werd gebracht. Tegelijkertijd denkt ze ook altijd na over andere thema’s. Een paar dagen geleden, vertelt ze, hebben vier tieners een horlogewinkel overvallen in Ginza, een van de belangrijkste winkelwijken van de stad. Over de armoede onder de jeugd – sindsdien weer gespreksonderwerp in Japan – kan Kawakami hele betogen afsteken.

    Intussen zijn er drie romans van haar in het Duits verschenen, die thematisch en stilistisch niet méér van elkaar zouden kunnen verschillen. In Brüste und Eier [het eerder genoemde Borsten en eitjes] onderzoekt ze de waarde van de vrouw in de Japanse maatschappij en wat het betekent om als dertigjarige ongehuwde en aseksuele vrouw moeder noch dochter te zijn. In Heaven [in het Nederlands verschenen als Hemel] volgen de lezers een naamloze veertienjarige ik-verteller die door zijn medescholieren gepest wordt; en in het pas verschenen All die Liebenden in der Nacht [oorspronkelijke titel Subete mayonaka no koibito tachi, nog niet verschenen in het Nederlands] beschrijft ze het leven van een vrouwelijke freelancecorrector en kluizenares die begint te drinken. Haar zojuist in Japan verschenen roman Kiiroi Ie [zal in 2025 in het Engels verschijnen als Sisters in Yellow] vertelt over een groep vrouwen die herinneringen ophaalt aan de jaren waarin ze gewerkt hebben in een sunakku, de goedkope versie van een nachtclub. 

    Kawakami geldt voor velen als een icoon van de feministische literatuur, als iemand die kwesties van arbeid en gender in samenhang behandelt. Enige tijd geleden zei ze in een interview echter ook dat ze het beu is als feministisch schrijfster te worden aangeduid. Ze voelt zich verkeerd begrepen, zegt ze nu. Ze doelt op dat etiket, dat kan aanvoelen als een corset. Natuurlijk is het feminisme belangrijk. Maar Kawakami zegt dat ze bang is dat dat begrip verwatert tot een marketingtool en uiteindelijk nergens meer voor staat. Ze wil ook altijd opkomen voor de mensen die niet gezien worden.

    Grande dame

    Iemand die zich al lang bezighoudt met degenen die in de Japanse samenleving vergeten worden, is Banana Yoshimoto [pseudoniem van Mahoko Yoshimoto], de coole grande dame van de Japanse literatuur. Mijn afspraak met haar vindt plaats in een woonwijk op ongeveer een kwartier lopen van Shimokitazawa, een populaire, jonge wijk, waar je de ene na de andere vintagewinkel tegenkomt. Yoshimoto heeft haar kantoor in de buurt, in een oud Japans huis van twee verdiepingen, aan de gevel waarvan een dikke gele banaan prijkt. De 58-jarige ontvangt me met koude thee en koekjes. Ze zit aan haar schrijftafel naast een vitrine met haar verzameling onderscheidingen en literaire prijzen. Aan haar voeten slaapt haar geliefde Franse bulldog.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.14.32
    Mahoko Yoshimoto – © ANP

    Eind jaren tachtig verscheen Yoshimoto’s debuutroman Kitchen [in het Nederlands verschenen onder dezelfde titel], die een bestseller werd en wereldwijd een hype veroorzaakte: de ‘Bananamania’, een diepe verering door fans die haar binnen de kortste keren bijna de status van een popster bezorgde. Kitchen gaat over de vriendschap tussen de jonge Japanse vrouw Mikage, die geen familie meer heeft, en de man Yuichi. Samen met Yuichi’s moeder, een transpersoon, leven ze in een woongemeenschap. Kitchen valt stilistisch en inhoudelijk op door de onverbloemde toon en het experimentele karakter. Veel critici waren er indertijd nog niet aan toe, maar het publiek viel voor Yoshimoto.

    Is er nu, meer dan dertig jaar later, iets veranderd in de literatuur en de Japanse samenleving? ‘Indertijd zeiden ze tegen mij dat er in Japan geen queer mensen bestonden. Zoals je nu – en eigenlijk ook toen al – kunt zien, zijn die er natuurlijk wel,’ zegt ze.

    Volgens opiniepeilingen is 64 procent van de bevolking nu positief over gelijkgeslachtelijke stellen

    Volgens opiniepeilingen is 64 procent van de bevolking nu positief over gelijkgeslachtelijke stellen. Nog maar enkele weken geleden liepen tienduizend mensen in optocht door Tokio. Een paar eisen van de Pride Parade: een antidiscriminatiewet en de openstelling van het huwelijk voor queer paren. Maar de regering werkt dat tot op heden tegen, en de problemen van queer mensen verdwijnen niet van de ene op de andere dag. ‘Ik weet niet zeker of de literaire wereld zich werkelijk openstelt, maar de samenleving doet dat langzaamaan wel,’ zegt Yoshimoto.

    Haar leven buiten de boeken houdt Yoshimoto privé. Ze is getrouwd en heeft een kind. Maar op haar website geeft ze prijs op welk deel van haar lichaam ze twee tatoeages heeft – op haar rechterdijbeen een banaan en op haar linkerschouder de manga-afbeelding van de geest Obake no Q-taro, die graag kattenkwaad uithaalt.

    Mythen

    Over haar persoonlijke leven praat ze nu ook liever niet, maar er circuleren veel mythen. Op haar vijfde besloot ze schrijfster te worden, zo wil de legende, die ze nu bevestigt. Ze koos het beroep indertijd ­geïnspireerd door haar oudere zus, die tegenwoordig werkt als manga-artiest. Yoshimoto groeide op in een huishouden waar creatief werk werd aange­moedigd. Haar vader, Takaaki Yoshimoto, was ­dichter en literair criticus. Hij gold als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van nieuw links in Japan.

    Tijdens haar studie literatuurwetenschap begint Mahoko zich Banana te noemen, omdat de naam androgyn en schattig zou klinken en vanwege haar voorliefde voor de bloesems van de bananenboom, zo wil een andere legende. Wat geen legende is: ze schreef Kitchen toen ze als serveerster in het restaurant van een golfclub werkte. Dat was toen; tegenwoordig leeft ze van het schrijven en kan ze bogen op een meer dan drie decennia lange carrière, meer dan zestig in Japan gepubliceerde boeken, romans en essays en wereldwijd miljoenen verkochte boeken. De indruk dat ook in Japan op dit moment vooral schrijfsters veel meer publiceren dan een paar jaar geleden, onderschrijft ze niet. ‘De verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke auteurs is hier in Japan in de afgelopen decennia gelijk gebleven. Ze worden alleen eindelijk meer vertaald.’

    In de meer dan dertig jaar dat ze nu boeken publiceert, is Yoshimoto’s manier van schrijven veranderd; ze schrijft nu milder, zegt ze zelf. Haar stijl is dromerig, alsof ze zo onbewuste dingen aan het licht wil brengen. Yoshimoto heeft een grote voorliefde voor horrorfilms, vooral voor de Italiaanse meester Dario Argento of Don Coscarelli, met Phantasm. Haar laatste in het Duits verschenen roman, Ein seltsamer Ort [oorspronkelijke titel Mimi to Kodachi], is een hommage aan deze film uit het jaar 1979. In het boek vertrekken de tweelingzussen Mimi en Kodachi naar Tokio, nadat hun moeder na een zwaar ongeluk in coma is geraakt. Als Kodachi niet meer terugkeert van een bezoek aan haar moeder in het ziekenhuis, gaat Mimi op zoek naar haar zus. Net als in een goede horrorfilm neemt de roman dan een bovennatuurlijke wending; tegelijkertijd komen in de vertelling louter onderdrukte, akelige gevoelens naar boven.

    In het nawoord van het boek kondigt Yoshimoto min of meer haar pensionering aan: ‘Ik ben serieus van plan geleidelijk plaats te maken voor de jonge generatie die in deze moeilijke tijden verder moet.’

    Nieuwe generatie

    Een gezicht van deze nieuwe generatie is Rin Usami, die weliswaar nog aan het begin staat van haar carrière, maar toch al onder andere de Yukio Mishima-prijs heeft gewonnen, die geldt als een van de belangrijkste omdat hij wordt toegekend aan boeken die nieuwe wegen inslaan. Usami is de jongste prijswinnaar in de geschiedenis van de prijs. In een buurt niet ver van de universiteit waaraan Usami studeert, zit de 24-jarige nu in een café, begeleid door haar redacteur, een vertegenwoordiger van haar literair agentschap en iemand van de uitgeverij. Usami heeft nog niet zo veel ervaring met de pers, daarom zijn ze erbij om haar te assisteren.

    Het eerste wat Usami zegt is: ‘Ik heb speciaal een donkerroze trui aangetrokken, dezelfde kleur als het omslag van mijn boek Idol in Flammen [de Duitse vertaling van Oshi, moyu]. Een grapje dat waarschijnlijk bedoeld is om de strak geregisseerde sfeer wat losser te maken. In de roman vertelt Usami over een schoolmeisje dat bezeten is van een lid van een Japanse band. Maar dan duiken er geruchten op dat haar idool een vrouwelijke fan zou hebben aangevallen.

    De fancultus in de samenleving groeide de afgelopen jaren sterk

    Vooral door de isolatie en de beperkingen van sociale contacten tijdens de pandemie groeide de fancultus in de Japanse samenleving de afgelopen jaren sterk. Het object van verlangen kan een acteur, zanger of sporter zijn. ‘Bij de fancultuur draait het om empowerment,’ zegt Usami, ‘het lijkt controleerbaar en is daardoor vooral aantrekkelijk voor jonge mensen.’

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.14.42
    Rin Usami – © Masumi Ishida

    Vaak lijken echte relaties te spannend, en veel jonge Japanners voelen zich eenzaam, zoals onderzoeken uitwijzen. Volgens een recente overheidsenquête hebben 1,5 miljoen mensen zich zelfs volledig uit de maatschappij teruggetrokken; ze leiden een leven dat zich grotendeels alleen in de eigen woning afspeelt en dat hikikomori wordt genoemd. De politiek benoemde daarom twee jaar geleden een minister van Eenzaamheid. De sterrencultus biedt een vlucht uit een vaak trieste realiteit.

    Usami zelf achtervolgde ongeveer acht jaar lang intensief een acteur, vertelt ze openhartig; het is blijkbaar niet iets waarvoor ze zich schaamt. Maar wat ze intussen wel begrepen heeft, zegt ze, is dat betrekkingen tussen fans en idolen niet altijd eenvoudig zijn, want ze zijn verticaal. ‘Er zit een duidelijke hiërarchie in,’ zegt Usami, ‘terwijl het schrijven daarover op internet, de uitwisseling met andere fans, horizontaal is.’ Over dit verschil wilde ze in haar roman schrijven. Terwijl haar hoofdfiguur zich steeds dieper verstrikt in deze betrekkingen, voelt ze zich steeds eenzamer worden.

    Dat Usami’s roman een bestseller werd, laat zien dat ze bij veel Japanners een snaar heeft geraakt. Al in haar debuut Kaka stelt Usami maatschappelijke problemen onverbiddelijk aan de kaak; in die roman gaat het om een tienermeisje dat na de scheiding van haar ouders haar moeder niet meer kan verdragen. Ze begint te drinken en wordt gewelddadig.

    Romans die de ziel in al haar tragiek belichten, worden als literatuur gezien

    Alcoholmisbruik, eenzaamheid, horror – waarom zijn veel van de thema’s die in de romans van Usami en andere hedendaagse schrijfsters behandeld worden, zo somber? Maatschappijkritiek kan tenslotte ook op een lichte manier worden gebracht. Wanneer het woord ‘somber’ in het café valt, lijkt de sfeer in de ruimte te bevriezen. Usami zelf, de redacteur, de agent en de medewerker van de uitgeverij zijn zichtbaar geïrriteerd. Usami’s roman is serieus, niet somber, heet het na een paar seconden. Dan verklaart de medewerkster van de uitgeverij dat hoge literatuur nu eenmaal een zekere zwaarte verlangt. Net als in Duitsland verschilt lectuur in Japan niet alleen stilistisch maar ook thematisch veel van literatuur. Alleen wordt daar nog strenger op het onderscheid gelet. Liefdesgeschiedenissen met een happy end en detectiveverhalen worden automatisch tot de massacultuur gerekend; romans die de ziel in al haar tragiek belichten, worden als hoge literatuur gezien. En het begrip ‘somber’ zou eerder bij lectuur passen.

    Yukio Mishima

    Usami beschrijft het zo: ‘Als scholier heb ik vooral lectuur verslonden; later las ik de Japanse klassieken en merkte ik dat je ook over intieme gevoelens en gedachtewerelden kunt schrijven.’ Haar literaire voorbeeld is Yukio Mishima. Deze beroemde auteur werd aan het eind van zijn leven een nationalist, in 1970 probeerde hij een staatsgreep te plegen in het militaire hoofdkwartier van het land om de Japanse grondwet af te schaffen en de macht van de Japanse keizer te herstellen. Toen de putsch mislukte, pleegde Mishima, die ook een groot bewonderaar van de samoeraicultuur was, op rituele wijze zelfmoord. Hij heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten, waarin thema’s als zelfmoord, homoseksualiteit en overspel worden behandeld.

    In het café vertelt Usami nog over andere literaire klassiekers, iets over haar studie en over haar broer, tot het langzaam donker wordt en de avond valt.

    Ook in Shinjuku Ni-Chome, de luidruchtige uitgaanswijk, zal morgen de zon weer opgaan. De vuilcontainers zullen geleegd worden. Misschien verruilen de mensen hun bezwete kleding voor hemden en sokken die ze in de plaatselijke minimarkt aanschaffen. Ze zullen naar hun werk gaan en de sporen van de nacht achter zich laten. En dan? Dan beginnen ze weer van voren af aan. 

    Van Mieko Kawakami zijn in Nederland Borsten en eitjes en Hemel verschenen bij uitgeverij Podium, in vertaling van Maarten Liebregts.

    Kitchen van Babana Yoshimoto verscheen bij Das Mag, eveneens in vertaling van Maarten Liebregts.

    Rin Usami is nog niet uitgegeven in Nederland, haar roman Idol, Burning verscheen in het Engels bij HarperCollins, in vertaling van Asa Yoneda.

  • Magisch-realistische satire over Sri Lanka

    Magisch-realistische satire over Sri Lanka

    Begin maart verscheen de Nederlandse vertaling van The Seven Moons of Maali Almeida van de Sri Lankaanse schrijver Shehan Karunatilaka. De buitenlandse pers legt uit waarom dit Booker Prize-winnende boek het lezen waard is.

    Sri Lanka, midden jaren tachtig. De jonge, heimelijk homoseksuele oorlogsfotograaf Maali Almeida komt zichzelf tegen in het hiernamaals. Hij heeft geen flauw idee hoe hij aan zijn einde is gekomen. Hebben ze hem vermoord in de burgeroorlog? Net als in het dagelijks leven in Colombo stuit Almeida op een muur van bureaucratie. Dan krijgt hij met terugwerkende kracht zeven manen de tijd om zijn geliefden te vinden en aan de hand van zijn foto’s een nationaal schandaal te onthullen.

    Zo begint The Seven Moons of Maali Almeida van Shehan Karunatilaka. De Sri Lankaanse auteur won er vorig jaar de Booker Prize mee en trad daarmee in de voetsporen van de in Sri Lanka geboren Canadees Michael Ondaatje, die de prijs in 1992 won met The English Patient.

    Ranjan Hulugalle schrijft in Lanka Business Online dat de lezer in deze roman ‘geen flatteus beeld’ krijgt van Sri Lanka. ‘Of het nu gaat om de cultuur, de bloedige politieke strijd van de Tamiltijgers of de complexe beleving van seksualiteit. Dat geeft aanvankelijk een ongemakkelijk gevoel, maar wie doorleest ontdekt dat die ongepolijste waarheid tot verrassende inzichten leidt.’

    ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties’

    Recensent Tomiwa Owolade van The Guardian vergelijkt ‘deze magisch-realistische roman’ met het werk van Salman Rushdie en Gabriel García Márquez, en tegelijkertijd met het surrealisme van Nikolaj Gogol en Michail Boelgakov. ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties, maar de auteur vermengt het met zo veel soms sardonische humor en consideratie dat je als lezer voortdurend alert blijft.’

    Volgens Helen Elliott van The Sydney Morning Herald houdt Karunatilaka’s roman het midden tussen een ‘moordmysterie en politieke, sociaal-maatschappelijke satire’. Ook Elliott ontwaart een duidelijke parallel met een beroemde schrijver: Kurt Vonnegut. ‘Die wist door de werkelijkheid te overdrijven chaos te creëren om zo zijn punt te maken. Karunatilaka doet hetzelfde.’

    Ron Charles begrijpt wel dat de meeste uitgevers hun vingers aanvankelijk niet wilden branden aan een ‘manuscript met zo’n absurd gegeven en zo veel complexe context’, schrijft hij in The Washington Post. Maar Karunatilaka lost dat op met een ‘satirische begrippenlijst’ aan het begin van zijn verhaal: ‘Tamiltijgers: bereid burgers af te slachten voor het goede doel.’ Of: ‘Indian Peace Keeping Force, gestuurd door onze buren om de vrede te bewaren. Branden desnoods een paar dorpen plat om hun missie te volbrengen.’

    Shehan Karunatilaka’s roman is door Robert Neugarten in het Nederlands vertaald als De zeven manen van Maali Almeida en begin maart verschenen bij Spectrum Boeken.

    Diederik Samwel

  • De beste non-fictie van april

    De beste non-fictie van april

    Wat kunnen we leren van andere vormen van intelligentie en identiteit, zoals dieren, planten en natuurlijke systemen? James Bridle zoekt het uit in zijn nieuwe boek & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360  en Athenaeum Boekhandel.

    De onderwerping – Philip Blom

    Deze universele geschiedenis van de mens en zijn omgeving vertelt het verhaal van de onderwerping van de natuur, waarvan de negatieve gevolgen steeds duidelijker zichtbaar worden. Alleen als de mensheid zich kan ontdoen van het waanidee dat ze boven de natuur staat, heeft ze een kans van overleven.


    De vergeten dagboeken – Nina Siegal

    Toen Nina Siegal, opgegroeid in de VS, naar Nederland verhuisde, begon haar zoektocht naar het verleden van haar familie. Aan de hand van de dagboeken van drie Joden, twee nazisympathisanten, een verzetsstrijder en een fabrieksarbeider brengt ze de Tweede Wereldoorlog dichterbij dan ooit.


    Europa – Timothy Garton Ash

    Een persoonlijke geschiedenis van een periode van ongekende vooruitgang, en een heldere getuigenis van wat er is misgegaan: van de financiële crisis van 2008 tot de oorlog in Oekraïne. Alles wat we hebben bereikt, staat nu op het spel. Garton Ash roept ons op om wat we hebben bereikt te verdedigen.


    Manieren van zijn – James Bridle

    Wat kunnen we leren van andere vormen van intelligentie en identiteit, zoals dieren, planten en natuurlijke systemen? Vooral nu we ermee worden geconfronteerd hoe wij met onze nieuwe technologieën het uitsterven van andere intelligenties dreigen te veroorzaken, en daarmee uiteindelijk ook het onze.


    De droom van Odysseus – José Enrique Ruiz-Domènec

    Dit ambitieuze boek neemt ons mee op een culturele reis over de Middellandse Zee. Van de Trojaanse Oorlog tot de dood van Socrates, van Rome tot Karel de Grote, van Marco Polo tot De goddelijke komedie, en van vluchtelingen die op bootjes de oversteek wagen tot het steeds verder oprukkende toerisme.

  • Jáchym Topol is back

    Jáchym Topol is back

    Eind vorig jaar bracht Uitgeverij Voetnoot twee verhalen van de Tsjechische schrijver Jáchym Topol opnieuw uit. Een Tsjechische en Engelse recensent leggen uit waarom Topols verhalen het lezen waard zijn.

    Na zijn gymnasiumopleiding mocht Jáchym Topol, in 1962 geboren in Praag, niet naar de universiteit vanwege de dissidente activiteiten van zijn vader Josef Topol, die toneelschrijver en dichter was en vertaler van onder andere Shakespeare. Topol jr. had verschillende baantjes, zoals bouwvakker en kolenbezorger, en zat verschillende malen in de gevangenis. Maar al snel belandde hij in de schrijverswereld en groeide hij uit tot een van de grootste namen van de Tsjechische literatuur.

    The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’ 

    Uitgeverij Voetnoot bracht twee van zijn verhalen opnieuw uit: Supermarkt van sovjethelden en Een trip naar het station, in een vertaling van Edgar de Bruin. Het laatstgenoemde is volgens literatuursite Czechlit, ondanks de jonge leeftijd waarop Topol het schreef, ‘een soevereine, stilistisch buitengewone tekst, die tot het meest geslaagde werk van de auteur behoort’. Het bevat bovendien belangrijke kenmerken uit zijn oeuvre: ‘De nerveuze sfeer van het Praag uit die tijd, een nerveuze held, een nerveus verhaal en nerveuze taal: deze ingrediënten sieren het vroege proza van Jáchym Topol.’

    In het eerste verhaal zijn de helden vier mannen van middelbare leeftijd: twee schrijvers, een journalist en een uitgever, die door Polen en Slowakije reizen, op zoek naar Andrzej Stasiuk (een beroemde Poolse auteur die onder andere veel reisliteratuur schreef) en naar de ‘sporen van de heldendaden van de mannen en vrouwen van het leger van generaal Svoboda’. Topol maakte enkele jaren daarvoor dezelfde reis met drie maten. Hoewel de auteur het genre zelf omschreef als een ‘poging tot een kroniek’, hebben we hier volgens Czechlit eerder te maken met een uitzinnige reportage. The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’. 

    Jáchym Topol, Supermarkt van sovjethelden/Een trip naar het station, verscheen in een vertaling van Edgar de Bruin bij uitgeverij Voetnoot.

    Door Laura Weeda

  • De beste non-fictie van maart

    De beste non-fictie van maart

    Robert D. Kaplan onderzoekt hoe we de wereldpolitiek anno 2023 beter kunnen begrijpen aan de hand van de oude Grieken, Duitse filosofen en Shakespeare & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Emotionele intelligentie – Daniel Goleman 

    Daniel Goleman laat ons kennismaken met het voelende deel van ons brein, dat zorgt voor zelfkennis, zelfbeheersing, geestdrift en het vermogen eigen emoties te herkennen en onszelf te motiveren. Emotionele vaardigheden zijn van doorslaggevend belang voor succes in werk en relaties.


    8 regels van de liefde – Jay Shetty 

    Op basis van oude wijsheden en de nieuwste wetenschappelijke inzichten laat Shetty zien welke regels de liefde volgt. Liefde is namelijk geen ingewikkeld concept of een verzameling van clichés, maar een vaardigheid die je aan de hand van praktische stappen kunt ontwikkelen.


    Het liefdesbegrip bij Augustinus – Hannah Arendt

    Dit proefschrift is een kritische bezinning op de wijze waarop Augustinus de liefde doordenkt en doorleeft, van de bedrieglijke amor mundi naar de onbedrieglijke amor dei, de liefde tot God, tot de poging die laatste in de naastenliefde te integreren in de wereld. 


    De geopolitieke tragedie – Robert D. Kaplan

    Kaplan onderzoekt aan de hand van het werk van de oude Grieken, Shakespeare, Duitse filosofen en moderne tragedieschrijvers hoe de menselijke drama’s, conflicten en dilemma’s die zij uitdiepten weerklinken in de internationale politiek. Wijze lessen voor de hedendaagse wereldpolitiek.


    Zo verzet je je tegen een dictator – Maria Ressa

    Hoe de democratie wereldwijd langzaam ten onder gaat en hoe sociale media een serieuze bedreiging vormen voor onze vrijheid. Betoogd vanuit de frontlinie van de digitale oorlog, is dit een dringende oproep aan ons allemaal om op te staan en actie te ondernemen.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Eerste Koeweitse succes op Netflix

    Twee vrouwen betreden de Kuwait Stock Exchange

    SERIE | The Exchange ‘zet de Koeweitse serie-industrie op het internationale toneel’, jubelt Kuwait Times, in een bespreking van deze Netflix-serie waarin twee vrouwen een mannenwereld betreden. In een week tijd steeg The Exchangein veel Arabische landen en ook daarbuiten naar de top 10 van het platform. Hoewel ‘de taalbarrière lange tijd een van Koeweits grootste belemmeringen was om naam te maken in de internationale artistieke scene’, zegt acteur Jassim Al-Nabhan tegen de krant, ‘slaagde The Exchange er eindelijk in die barrière te doorbreken’.

    In zes afleveringen volgt de kijker hoe Munira (Mona Hussain) en haar nicht Farida (Rawan Mahdi) als eerste twee vrouwen aan het einde van de jaren tachtig, midden in de beurscrash en aan de vooravond van de Golfoorlog, toetreden tot de Kuwait Stock Exchange. 

    De Koeweitse krant Al-Rai meldt dat het verhaal voor veel ophef zorgde in het emiraat

    Volgens de Engelstalige krant van het land komen hierbij ‘veel gevoelige onderwerpen’ aan bod, ‘met name de emancipatie van vrouwen’. De twee vrouwen om wie het gaat zijn gebaseerd op de moeder van een van de scenarioschrijvers zelf, Nadia Ahmad, schrijft het Emiraatse dagblad The National, dat verder vooral de styling van de serie prijst, die de ‘glamour en vitaliteit van het decennium’ recht doet; zo dragen de hoofdpersonen kokerrokken en schoudervullingen, ‘pronkstukken van de mode uit de jaren tachtig’.

    De Koeweitse krant Al-Rai meldt dat het verhaal voor veel ophef zorgde in het emiraat, aangezien het een onderwerp betreft dat er nooit eerder werd getoond. In een twijfelachtig geëmancipeerde opmerking voegt de krant eraan toe dat deze vrouwen ‘niets hadden bereikt zonder de steun van mannen die geloven in de bijdrage van vrouwen aan besluitvorming op alle gebieden’.

    The Exchange wordt sinds 8 februari op Netflix uitgezonden.

    Door Laura Weeda

    The Exchange

    Stilte om trauma’s te verwerken

    Genadeloos geconfronteerd met wat afwezig is 

    KUNST / FOTOGRAFIE | Eigenlijk draait het in het werk van de Syrisch-Armeense fotograaf en beeldend kunstenaar Hrair Sarkissian (1973) ‘vooral om wat je niet te zien krijgt’, concludeert Alexandra Chaves in The National. Dat maakt de criticus op uit twee van Sarkissians laatste fotoseries in de expositie The Other Side of Silence. In de een zijn privéruimtes gefotografeerd waar personen voor het laatst zijn gezien voor ze als vermist werden opgegeven. De foto’s zijn gemaakt in Libanon, Argentinië, Brazilië, Kosovo en Bosnië. In de andere, eveneens met een analoge camera geschoten serie brengt Sarkissian locaties in beeld die terminaal zieke Nederlandse patiënten vlak voor hun dood nog wilden bezoeken. Mensen ontbreken op de foto’s: ‘En juist daardoor krijgt wat afwezig is, net zo veel betekenis als het aanwezige.’

    Farah Abdessamad denkt dat het de kunstenaar is te doen om het ‘oproepen van een gevoel van disoriëntatie en collectieve rouw om plaatsen, momenten en personen die niet langer bestaan’, schrijft ze voor The New Arab. ‘Sarkissian maakt het onzichtbare haast lichamelijk en creëert daarmee een altaar voor trauma en genezing.’ 

    ‘Sarkissian maakt het onzichtbare haast lichamelijk en creëert daarmee een altaar voor trauma en genezing’ 

    Door slim gebruik te maken van zijn grote analoge camera slaagt Sarkissian erin ‘ook het verstrijken van de tijd te vangen’, stelt Nadine Khalil voor het internationale kunstmagazine Ocula. Het leidt volgens haar tot ‘eigenaardige dualiteiten: tussen oppervlak en inhoud, het zichtbare en verborgene en individueel en gezamenlijk leed. Onder de ijle schoonheid gaat vaak een harde sociaal-politieke werkelijkheid schuil. Zo verwijst hij naar verzwegen episodes uit de geschiedenis als de Armeense genocide, etnische zuiveringen en gedwongen verdwijningen.’

    Criticus Régine Debatty beschouwt The Other Side of Silence als de ‘ontroerendste en intelligentste tentoonstelling’ die ze de laatste tijd heeft gezien, noteert ze voor het artblog WeMakeMoneyNotArt: ‘Kale interieurs, desolate landschappen en de consequente menselijke afwezigheid als enige erfenis van conflicten, geweldsexplosies en andere trauma’s. De door de kunstenaar opgeroepen stilte vormt de echo van het zwijgen van mensen overal ter wereld die zich niet durven uit te spreken en nooit over politiek zullen praten.’ 

    De expositie The Other Side of Silence van Hrair Sarkissian is tot en met 14 mei te zien in het Bonnefantenmuseum in Maastricht.

    Door Diederik Samwel

    The Other Side of Silence Hrair Sarkissian

    Twee klassiekers van Jáchym Topol

    Nerveuze taal en zwarte humor

    LITERATUUR | Na zijn gymnasiumopleiding mocht Jáchym Topol, in 1962 geboren in Praag, niet naar de universiteit vanwege de dissidente activiteiten van zijn vader Josef Topol, die toneelschrijver en dichter was en vertaler van onder andere Shakespeare. Topol jr. had verschillende baantjes, zoals bouwvakker en kolenbezorger, en zat verschillende malen in de gevangenis. Maar al snel belandde hij in de schrijverswereld en groeide hij uit tot een van de grootste namen van de Tsjechische literatuur.

    The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’ 

    Uitgeverij Voetnoot bracht twee van zijn verhalen opnieuw uit: Supermarkt van sovjethelden en Een trip naar het station, in een vertaling van Edgar de Bruin. Het laatstgenoemde is volgens literatuursite Czechlit, ondanks de jonge leeftijd waarop Topol het schreef, ‘een soevereine, stilistisch buitengewone tekst, die tot het meest geslaagde werk van de auteur behoort’. Het bevat bovendien belangrijke kenmerken uit zijn oeuvre: ‘De nerveuze sfeer van het Praag uit die tijd, een nerveuze held, een nerveus verhaal en nerveuze taal: deze ingrediënten sieren het vroege proza van Jáchym Topol.’

    In het eerste verhaal zijn de helden vier mannen van middelbare leeftijd, twee schrijvers, een journalist en een uitgever, die door Polen en Slowakije reizen, op zoek naar van Andrzej Stasiuk (een beroemde Poolse auteur die onder andere veel reisliteratuur schreef) en naar de ‘sporen van de heldendaden van de mannen en vrouwen van het [Poolse] Vrijheidsleger’. Topol maakte enkele jaren daarvoor dezelfde reis met drie maten. Hoewel de auteur het genre zelf omschreef als een ‘poging tot een kroniek’, hebben we hier volgens Czechlit eerder te maken met een uitzinnige reportage. The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’. 

    Jáchym Topol, Supermarkt van sovjethelden/Een trip naar het station, verscheen in een vertaling van Edgar de Bruin bij uitgeverij Voetnoot.

    Door Laura Weeda

    9789491738821 front

    Herinneringen als kostbaarste bezit

    Dochter probeert mysterie vader te doorgronden

    SPEELFILM | Aan de hand van videobeelden en foto’s kijkt dertiger Sophie terug op een vakantietrip met haar vader Calum. Als elfjarig meisje ging ze vlak voor de eeuwwisseling met hem naar een Turkse badplaats. Hoe realistisch is haar herinnering en wat weet ze van haar vader? Veel meer gebeurt er niet in Aftersun, de debuutfilm van de Schotse regisseur Charlotte Wells. Maar met ‘zo’n minimale plot sorteert de film een overweldigend emotioneel effect’, constateert Valentina della Seta voor cultuursite GQ Italia. ‘Want tijdens een ogenschijnlijk onbekommerde vakantie komt geleidelijk een subtiel soort rusteloosheid aan het oppervlak.’

    Volgens Sofia Glasl van Süddeutsche Zeitung gaat de film over de ‘zorgeloze vertrouwdheid tussen een vader en zijn dochter en tegelijkertijd over het onvermijdelijke afscheid daarvan, wanneer kindertijd, toekomstdromen en irreële zelfbeelden verdwijnen’. Met de ‘sensationele cast’ van Paul Mescal en kind-actrice Frankie Corio pakt dat geweldig uit: ‘Zij reageren zo authentiek op elkaar dat vaak alleen het klikken en rammelen van de videocamera de kijker eraan herinnert dat je niet naast hen aan het zwembad zit.’

    ‘Wat er precies aan de hand is met Calum, blijft tot het eind van de film een mysterie’

    In Time Out schrijft Anna Bogutskaya dat regisseur Wells herinneringen, filmbeelden en dromen ‘uitzonderlijk fraai’ door elkaar laat lopen: ‘Het lijkt alsof Sophie telkens opnieuw naar details zoekt om achteraf haar vader te doorgronden. Want hoe lief en jolig hij zich ook gedraagt, er schemert voortdurend een droevige en donkere kant doorheen.’ 

    ‘Wat er precies aan de hand is met Calum, blijft tot het eind van de film een mysterie,’ vindt Austin Collins van RollingStone. ‘Maar intussen ben je verliefd geworden op deze twee mensen. En weet je wat er echt toe doet in hun leven.’

    LA Times-criticus Justin Chang vindt dat ‘deze verpletterende film’ laat zien dat ‘herinneringen de ene keer onuitwisbaar, dan weer volstrekt onnauwkeurig zijn. Ze kunnen ons ontglippen en toch ons kostbaarste bezit blijven.’ 

    Aftersun van regisseur Charlotte Wells is nu te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

    Aftersun st 2 jpg sd low Photo by Sarah Makharine
  • Sinds de inval in Oekraïne grijpen de Russen massaal naar George Orwells 1984

    Sinds de inval in Oekraïne grijpen de Russen massaal naar George Orwells 1984

    Russische lezers zoeken na al het het bloedvergieten in Oekraïne naar parallellen en antwoorden in klassiekers over oorlogen of autoritaire regimes uit het verleden, zoals die van Lev Tolstoj of Thomas Mann. ‘Waar de geschiedenis zich lijkt te herhalen, kijken mensen naar het verleden voor antwoorden.’

    1984 van George Orwell gaat niet alleen over bespied worden. De Russische president Vladimir Poetin noemt zijn oorlog tegen Oekraïne officieel een ‘speciale militaire operatie voor de verdediging van de Volksrepublieken Donetsk en Loehansk’ en herhaalde meerdere keren dat de confrontatie ‘vanzelfsprekend onvermijdelijk was’. ‘De enige vraag was wanneer, (…) maar liever vandaag dan morgen,’ zei hij in december. Zijn kruistocht tegen Kyiv – dat hij ervan beschuldigt de reïncarnatie van het nazisme te zijn – en het onderdrukken van zijn eigen bevolking hebben geleid tot een explosieve verkoop van boeken die de Russen schrijnende parallellen bieden, zoals 1984. ‘De vijand van het moment was altijd de personificatie van het absolute kwaad, en daaruit volgde dat elk vroeger of toekomstig verdrag met die mogendheid ondenkbaar was’,* benadrukt Orwell in het derde hoofdstuk van zijn beroemde dystopie die een waarschuwing is tegen repressie en nieuwspraak, en die al driekwart eeuw in elke boekhandel te vinden is.

    In een samenleving die ontwricht is door het bloedvergieten over de grens, waren in 2022 zelfhulpboeken populair, naast boeken die de parallel trekken met totalitaire regimes uit de vorige eeuw en werken over oorlogstrauma. Volgens LitRes, de grootste digitale boekhandel van Rusland, waren 1984 en het zelfhulpboek Teder met jezelf: een boek over hoe je jezelf kunt waarderen en beschermen van Olga Primatsjenko het populairst. De verkoop van beide titels steeg met respectievelijk 45 procent en 83 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Overigens verkocht Orwell al beter omdat zijn roman al in 2021 in trek raakte na de arrestatie van activist Alexej Navalny en de daaropvolgende vervolging van demonstranten en media.

    Iedereen vrij

    In de straat die is vernoemd naar de dichter Nikolai Nekrasov in Sint-Petersburg bevinden zich verschillende onafhankelijke boekhandels. Vse Svobodny [Iedereen vrij] is er één van. Op het raam staat in plakband de tekst ‘Vrede voor de wereld’, een oude Sovjetslogan. ‘In het verleden verkochten antropologie, filosofie en kunst het best. Afgelopen jaar waren dat vooral politiek, geschiedenis en biografieën over specifieke periodes, zoals het fascisme in de jaren dertig en veertig,’ zegt Ljobov Beliatskaja, mede-eigenaar van de boekhandel. ‘Bijna alles wat op een of andere manier verband houdt met oorlog doet het goed. Niet alleen non-fictie, maar ook literaire werken,’ voegt ze eraan toe. Als antimilitaristische schrijvers noemt ze onder andere twee door het nationaalsocialisme onderdrukte en verbannen Duitsers – Heinrich Mann en Thomas Mann – en Lev Tolstoj, een van de meesters van de Russische literatuur.

    ‘Ze proberen de betekenis van woorden te vervangen en dat lukt ze, omdat mensen niet bijster goed zijn opgeleid’

    ‘Tolstojs essays over de Russisch-Japanse oorlog aan het begin van de twintigste eeuw worden enorm goed verkocht,’ zegt de boekhandelaar. De oligarch Oleg Deripaska, die aan het begin van het offensief op sociale media voor vrede pleitte, gebruikte een fragment uit het essay Heroverweeg: ‘Weer oorlog. Weer leed dat niemand nodig heeft, absoluut niet nodig. Opnieuw fraude, opnieuw de universele verdoving en verminking van de mens.’ Zo begint het essay van de schrijver van Oorlog en Vrede.

    ‘Er verscheen dit jaar een nieuwe vertaling [in het Russisch] van 1984, maar die is eerlijk gezegd niet heel goed. De roman verkocht altijd erg goed, zoals alle dystopieën,’ aldus Beliatskaja. Een boekhandelaar in het nabijgelegen Na Nekrasova denkt er hetzelfde over. Hij is gespecialiseerd in oude uitgaven. ‘Orwell verkocht in 2000 evenveel als in 2020 – de dystopie is altijd erg populair geweest,’ zegt hij zonder zijn naam te noemen. ‘Ik geef geen commentaar op de politiek,’ verontschuldigt hij zich. Hij zegt dat de boekverkoop ‘met 40 procent daalde aan het begin van de militaire operatie’. ‘Mensen waren bezorgd en de toekomst was ongewis, maar de verkoop heeft zich hersteld tot het niveau van vorig jaar,’ voegt hij eraan toe, terwijl hij aan de toonbank staat tussen oude boeken over de tsarentijd en Sovjettreinen.

    Varlaam is een twintigjarige Rus die 1984 vorig jaar ontdekte. ‘Ik kon niet geloven wat ik las en had twee emoties: verbazing en angst,’ zegt hij. De jongeman identificeert zich met de proles in het boek, de laagste klasse die wordt gecontroleerd door de gedachtenpolitie, ook al geniet hij in Rusland nog een zekere vrijheid zolang hij zich niet met politiek bemoeit. ‘Ik probeer me los te koppelen van alles en me te concentreren op mezelf,’ verklaart hij.

    Ontsnapping

    Hem ontgaat de parallel niet tussen de nieuwspraak in 1984 en het eufemistische taalgebruik van het Kremlin. Dat noemt het offensief een ‘speciale operatie’, en in verklaringen over de oorlog ontmenselijkt het zijn tegenstanders door ze ‘geëlimineerden’ en ‘onderdrukten’ te noemen. ‘Ze proberen de betekenis van woorden te vervangen en dat lukt ze, omdat mensen niet bijster goed zijn opgeleid,’ zegt Varlaam. De jongeman leest nu de The Witcher-serie van Andrzej Sapkowski en moet aan Oekraïne denken tijdens de passages waarin de Poolse schrijver op grove wijze verhaalt over de verschrikkingen en het kwaad dat zijn koningen in hun oorlogen aanrichtten.

    Als 1984 het boek is waarin Russen naar een antwoord zoeken op autoritair gedrag, dan biedt het zelfhulpboek Teder met jezelf een uitweg voor duizenden anderen die willen ontsnappen aan de werkelijkheid. ‘Ik denk dat het heel relevant is in deze tijd, want als de wereld om je heen instort, moet je voor jezelf kunnen zorgen,’ zegt Yevguenia, een jonge vrouw die het boek las. ‘Als individu kun je de internationale politiek helaas niet veranderen, en met een dictator valt niet te discussiëren. Maar je kunt wel je eigen leven verbeteren,’ meent ze.

    ‘Boeken die vroeger weinig aandacht kregen, zijn nu bestsellers geworden’

    Naast fictie zijn Russen ook geïnteresseerd in persoonlijke verhalen van mensen die de opkomst van het totalitarisme bijna een eeuw geleden hebben meegemaakt. ‘Boeken die vroeger weinig aandacht kregen, zijn nu bestsellers geworden. Zoals Het verhaal van een Duitser van Sebastian Haffner, zegt de mede-eigenaar van Vse Svobodny.

    ‘Mensen worden aangetrokken door historische parallellen. Als soortgelijke politieke processen plaatsvinden, kunnen we daar dan invloed op uitoefenen? Of juist niet? Waar de geschiedenis zich lijkt te herhalen, kijken mensen naar het verleden voor antwoorden,’ aldus Beliatskaja.

    ‘Het verhaal dat ik nu ga vertellen, gaat over een merkwaardig duel. Een duel tussen twee ongelijke rivalen: een ongelooflijk machtige en meedogenloze staat en een onbekende, kleine burger’, aldus het voorwoord van Haffner. De journalist wist op het laatste moment naar het Verenigd Koninkrijk te vluchten. Zijn boek, geschreven in 1939, werd pas in 2000 gepubliceerd, een jaar na zijn dood.

    De roman overleefde de ijzeren censuur van de autoriteiten, wat zeker niet voor alle boeken geldt. Het boek Alles is f*cked: een boek over hoop van Mark Manson is op een van de bladzijden verminkt: anderhalve alinea waarin nazi-Duitsland wordt vergeleken met de USSR is zwart gemaakt. Een voetnoot verklaart dat ‘dit gedeelte is verwijderd in overeenstemming met de wet op de bestendiging van de overwinning van het Sovjetvolk in de Grote Patriottische Oorlog’.

    De censuur reikt nog verder. ‘De wet tegen lhbti-publicaties had een Streisand-effect [een verbod dat een tegenovergesteld effect heeft],’ aldus Beliatskaja, Ze wijst erop dat de verkoop in winkels is gestegen: ‘Wat verboden is, wordt juist interessanter’.

    Aan het einde van een van de schappen kom je ineens de zogenaamd gevaarlijke inhoud tegen

    Bij boekhandel Porjadok Slov [Syntaxis] hangt een bord op de deur dat minderjarigen de toegang verbiedt. Niets wijst erop dat je hier inhoud speciaal voor volwassenen vindt – niets is anders dan in een openbare bibliotheek. Maar aan het einde van een van de schappen kom je ineens de zogenaamd gevaarlijke inhoud tegen. Het gaat om verschillende boeken over het recente Rusland van journalist Michail Zygar, die vorig jaar tot ‘buitenlands agent’ werd verklaard. Een nieuwe wet verplicht auteurs die op de zwarte lijst staan niet alleen om zich als zodanig te identificeren op alle sociale netwerken, maar vanaf nu zijn ze ook verplicht om een groot ‘18+’-teken op het omslag van al hun boeken te zetten. ‘Ze verkopen erg goed,’ zeggen ze in een van de boekhandels die nog steeds de werken van ‘buitenlandse agenten’ durven te verspreiden.

    In de boekhandels aan de glamoureuze Nevski Prospekt is nauwelijks iets van deze vogelvrije auteurs te vinden. Daar staan kalenders met een Sovjetthema en boeken over Poetin, Stalin en de Oekraïense oorlog vanuit een ultrapatriottisch standpunt. De Terugkeer van Novorrosija, is zo’n titel, met een uitvergrote ‘Z’ op het omslag, als steun voor het offensief. DenaZificatie van Oekraïne is een ander boek met ook al een grote ‘Z’ op de voorpagina. En vlakbij, op een andere plank, ligt een verzameling teksten van Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn. Met Oekraïne zal het extreem pijnlijk zijn is de titel, een rechtstreeks citaat uit een fragment van De Goelag Archipel, waarin de schrijver betoogt dat een deel van Oekraïne weliswaar misschien pro-Russisch is, maar dat Oekraïne zijn eigen lot moet bepalen zonder inmenging van Moskou.

    Solzjenitsyn, die vóór zijn dood steun uitsprak voor Poetin, is in het Rusland van vandaag nog prominent aanwezig. Deze week nog deed een afgevaardigde van de Doema een oproep om De Goelag Archipel uit scholen te verwijderen omdat het volgens hem ‘de tand des tijds niet heeft doorstaan en niet overeenstemt met de werkelijkheid’.

    * Vertaling: Tinke Davids, De Arbeiderspers

    Lees ook:

  • In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    Latijns-Amerikaanse schrijvers als Mónica Ojeda en Samantha Schweblin zijn belangrijke namen in een nieuw soort gothic literatuur. Hun ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ verbeeldt de terreur waar veel vrouwen van Mexico tot Argentinië dagelijks mee te maken hebben.

    ‘Ik ben een auteur van korte verhalen, dus ik ga het ook kort houden.’ Met deze woorden sprak de Argentijnse schrijver Samantha Schweblin afgelopen woensdag tegenover een New Yorks publiek haar dank uit bij de uitreiking van de National Book Award, een van de meest prestigieuze literaire prijzen van de Verenigde Staten. Ze deelt haar prijs in de categorie vertaalde literatuur met Megan McDowell, die zorg droeg voor de Engelse vertaling van de winnende verhalenbundel Siete casas vacías (Seven Empty Houses, in het Nederlands vertaald als Zeven lege huizen).

    Het is al de derde prijs waarmee de schrijver zich dit jaar profileert. Bovendien is ze de eerste Argentijnse die de National Book Award wint sinds Cortázar dat in 1967 deed met Rayuela: een hinkelspel. Schweblin was echter niet de enige genomineerde Latijns-Amerikaanse schrijver: finaliste in dezelfde categorie was Mónica Ojeda uit Ecuador met haar roman Mandíbula (in het Engels vertaald als Jawbone). Al verschilt Schweblins stijl van die van Ojeda, Siete casas vacías en Mandíbula hebben veel gemeen: beide boeken ademen een ongewone sfeer waarin de horror flirt met het bovennatuurlijke maar ook deel uitmaakt van het verontrustende, gewelddadige dagelijkse leven van de personages. 

    GettyImages 846140432
    Voor de Calabiuza-parade tijdens de viering van de Dag van de Doden in San Salvador, El Salvador, schminken kinderen een doodshoofd op hun gezicht. Op deze feestdag worden precolumbiaanse tradities gecombineerd met de katholieke versie van Allerheiligen. – © Jan Sochor / Getty Images

    Schweblin en Ojeda zijn twee van de bekendere namen in een reeks Latijns-Amerikaanse schrijvers van wat Alejandra Amatto, onderzoeker aan de Universidad Nacional Autónoma de México (UNAM) en coördinator van het Seminar over Fantastische Literatuur aan dezelfde instelling, typeert als niet-realistische literatuur. In het rijtje Latijns-Amerikaanse schrijvers met succes bij zowel de kritiek als het publiek en met speciale belangstelling voor ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ horen ook Mariana Enríquez, Liliana Colanza, María Fernanda Ampuero, Giovanna Rivero, Cecilia Eudave en Fernanda Trías thuis.

    Dagelijkse horror 

    ‘Sinds 2016 is niet alleen de belangstelling bij het lezerspubliek gegroeid, ook uitgeverijen publiceren en verspreiden inmiddels gretig het werk van diverse Latijns-Amerikaanse schrijvers,’ laat Alejandra Amatto aan elDiario.es weten. ‘In de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw vond een herijking van niet-realistische genres plaats die boven tafel brengen wat de ware dagelijkse vormen van terreur zijn voor ons als Latijns-Amerikaanse vrouwen,’ aldus de academica.

    Het gaat niet aan om zulke uiteenlopende schrijvers uit verschillende windstreken te reduceren tot een bepaalde generatie of een uitgeeffenomeen, maar Mónica Ojeda (Guayaquil, 1988) is het met Amatto en andere door elDario.es geïnterviewde schrijvers eens dat de laatste jaren een groter onthaal ten deel viel aan literatuur ‘waarin wordt gewerkt met angst’. ‘Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat we leven in een wereld die steeds angstaanjagender wordt en dat we die benaderen vanuit nieuwe invalshoeken, bijvoorbeeld vanuit de angst voor raciaal of seksueel geweld,’ licht ze telefonisch toe. Voor Ojeda zit het bijzondere van de Latijns-Amerikaanse schrijvers in het feit dat ze ‘de angst via de geografie belichten’. ‘Omdat onze geografie vanuit het globale noorden altijd als een perifere en marginale plek is gezien, brengen we de lezers iets nieuws waar ze tevoren geen weet van hadden. Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald, daarom levert de beschrijving ervan overal een andere filosofie van de angst op,’ benadrukt ze.

    Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald

    Deze geografische component van de angst krijgt zorgvuldig gestalte in uiteenlopende thematische interesses: Enríquez schrijft over vormen van staatsterreur die te maken hebben met de dictatuur in Chili, Argentinië en Uruguay, Colanzi behandelt de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en de landonteigening die veel inheemse groeperingen treft in landen als Bolivia, en auteurs als Ojeda of Ampuero richten zich op patriarchale vormen van geweld in de intiemere, familiaire context, die niettemin verbonden is met de realiteit van Ecuador. ‘Het is niet alleen een thematisch maar ook een structureel perspectief, dat kan worden beschouwd vanuit de context van het genre en van de Latijns-Amerikaanse geografie, maar de reikwijdte is universeel: schrijvers als Enríquez zijn in meer dan vijftig landen vertaald,’ aldus Amatto. 

    Ojeda wijst er ook op dat veel van haar tijdgenoten ‘schrijven over angst en terreur maar niet per se vanuit het genre’. Amatto is het met haar eens en beaamt dat deze Latijns-Amerikaanse schrijvers uit de niet-realistische hoek de mechanismen van het kwaad doorgronden zonder de klassieke parameters van het genre te hoeven volgen, en zich bovendien laten inspireren door nationale en regionale esthetische tradities – de fantastische literatuur van Argentinië, de gothic van de Andes of de ‘zonderlinge’ literatuur van Uruguay – met thematische en esthetische overlappingen.

    GettyImages 1179293733
    © Jan Sochor/Getty Images

    ‘Deze schrijvers werken niet vanuit afgebakende genres en de kritiek moet altijd waken om niet alles over één kam te scheren; zo kunnen we in het geval van Mariana Enríquez denken aan fantastische, angstaanjagende teksten, en in dat van Lilianza Colanzi zie je een mix van Andes-elementen en sciencefiction,’ specificeert de onderzoekster van de UNAM.

    Herontdekt

    Elena Garro, Amparo Ávila, Inés Arredondo, Armonía Sommers en Silvina Ocampo zijn enkele van de Latijns-Amerikaanse schrijvers die zich in de twintigste eeuw bezighielden met horror en fantastische en speculatieve thema’s en nu worden herontdekt door nieuwe generaties schrijvers en vrouwelijke academici. ‘Het genre was vanaf het begin moeilijk in kaart te brengen en werd als minderwaardig beschouwd omdat daarin vanzelfsprekend de dominante maatschappelijke thema’s en codes worden gemeden of juist uit diverse hoeken en percepties worden bevraagd,’ zegt Lola Ancira (Querétaro, 1987), een van de schrijvers die in het Latijns-Amerikaanse panorama uitblinkt met boeken als Despojos of El vals de los monstruos. ‘Ik juich alles wat er rondom door vrouwen geschreven genrefictie gebeurt enorm toe, want die werd decennialang niet erkend of serieus genomen.’

    De Mexicaanse Laura Baeza (1988, Campeche), die in haar verhalenbundel Una grieta en la noche Mexico-Stad gebruikt als spookachtig decor, denkt dat het succes van de Latijns-Amerikaanse schrijvers met hun niet-realistische werk ‘verder gaat dan een historische rechtzetting of een uitgeeffenomeen, maar te maken heeft met hun kwaliteit. ‘Overigens,’ zegt ze, ‘juich ik het toe dat velen bij onafhankelijke uitgeverijen publiceren. Ook de migratie verbindt ons. Er is nog geen aanduiding voor de schrijvers van Midden-Amerika tot aan de grens met de Verenigde Staten, en we moeten het ook hebben over Guatemala, over Belize, over de grens vanuit het specifieke oogpunt van de terreur.’

    ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd’

    ‘Wij zijn de erfgenamen van een Latijns-Amerikaanse literatuur waarin het fantastische genre heel belangrijk was en groeiden op in een tijd waarin zich de democratisering van de film en de popcultuur voltrok, met alle gruwelverhalen van dien,’ verklaart María Fernanda Ampuero (Guayaquil, 1976), die in de verhalenbundels Pelea de gallos en Sacrificios humanos huiselijk geweld en vrouwenmoorden aankaart met een stijl die zowel bloederig als poëtisch kan zijn. ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd, sinds onheuglijke tijden is er die maatschappelijke bezorgdheid die niet te maken heeft met een satanische idee-fixe maar met wat ons in het echte leven overkomt, en ik gebruik dat mechanisme, dat ik goed ken, om over onze tijd te spreken.’

    Ojeda schrijft naar eigen zeggen niet om maatschappelijke thema’s aan te kaarten, want voor haar ‘is de literatuur geen middel maar een doel op zich’, wat niet betekent dat zij of andere schrijvers als zij hun ogen sluiten voor bepaalde misstanden in Latijns-Amerika, zoals de vrouwenmoorden, de verdwijningen en andere gewelddaden die in het bijzonder vrouwen treffen. ‘Ik voel dat ik veel gemeen heb met schrijvers die de angst, het geweld en de pijn voelbaar willen maken. Ik weet niet of je kunt spreken van een generatie, maar ik zie wel overeenkomsten qua interesses, al vind ik het vooral boeiend om de verschillen en het eigene van iedere blik binnen een collectief te herkennen,’ aldus Ojeda. ‘Het lijkt me niet goed om de eigenaardigheden van bepaalde schrijvers te verdoezelen om ze maar te laten passen in een bepaald frame.’

    Verwantschap

    Baeza zegt zich juist onderdeel te voelen van ‘een generatie die zich voedt met andere generaties’. Eerder heeft ze de roman Niebla ardiente gepubliceerd met de gruwelijke vrouwenmoorden in Mexico als uitgangspunt, maar de bundel Una grieta en la noche is haar eerste horrorboek. In een land waar iedere dag tien vrouwen worden vermoord blijft Baeza schrijven over femicide, want ‘dat is waarmee ik iedere dag wakker word’. ‘Maar,’ zegt ze, ‘ik moest daarvoor wel de werkelijkheid vervormen, en die vrijheid heb ik binnen dit genre en het korte verhaal, dat voor mij een onuitputtelijk laboratorium is.’

    ‘Ik voel verwantschap met een heleboel andere Latijns-Amerikaanse schrijvers wat hun zoektocht betreft, maar niet qua resultaat. Ieder van ons volgt een eigen weg, de een schrijft realistisch, de ander schept een complete kosmogonie,’ benadrukt María Fernanda Ampuero. Los van het strikt literaire voelt ze zich als vrouw met andere Latijns-Amerikaanse schrijfsters verbonden in de aanklacht: ‘Wij zijn bang, wij maken ons grote zorgen om het geweld tegen vrouwen en meisjes, tegen het ecosysteem, tegen de inheemse gemeenschappen die de strijd aangaan met grote ondernemingen, en dat komt vanzelfsprekend in de literatuur terecht.’

    La creacion de las aves Remedios Varo 2
    In La creación de las aves combineert de Mexicaanse surrealistische schilder Remedios Varo een hoge dosis surrealisme, symboliek en fantasie. Een vreemd wezen, een kruising tussen uil en mens, gebruikt wetenschap en magie om verschillende vogels te creëren. – © Museo de Arte Moderno de México

    Er is weliswaar een lange rij van in de jaren zestig, zeventig of begin tachtig geboren schrijvers die volledig door de kritiek en de lezers zijn omarmd, maar er zijn ook schrijvers die nu doorbreken en aandachtig naar de vorige lichting kijken. Alicia Mares (1996) en Andrea Chapela (1990), beiden uit Mexico, publiceerden onlangs in Spanje hun verhalenbundels Cocodrilario (uitgegeven door Horror Vacui) en Ansibles, perfiladores y máquinas de ingenio (uitgegeven door Almada). Mares gebruikt lijfelijke, brute horror die direct is terug te voeren op bijvoorbeeld Ojeda’s stijl, terwijl Chapela in verschillende van haar verhalen een apocalyptisch en hypertechnologisch Mexico oproept.

    ‘Al spelen mijn verhalen in Tlaxcala, Tijuana of Veracruz, wat ik beschrijf is een terreur die zich afspeelt in een intiem bestek, binnen de vier muren van een huis, in een gemeenschap,’ vertelt Mares, terwijl ze als haar grote voorbeelden onder andere de verhalenbundel Las voladoras van Mónica Ojeda noemt en meer schrijvers uit de Andes, zoals Giovanna Rivero. Mares maakt deel uit van een generatie die veel van haar literaire voorbeelden heeft leren kennen via sociale media, wat voor Amatto het succes verklaart van deze schrijvers, die met hun volgers in gesprek zijn en in real time berichten delen, een manier om literatuur buiten academische en specialistische kringen te verspreiden.

    Eigen stijlmiddelen

    Lola Ancira komt nog met namen als Viridiana Carrillo, Magdalena López en Yesenia Cabrera, ‘die het genre ieder voor zich benaderen vanuit eigen perspectieven en met eigen stijlmiddelen’. ‘De nauwste band die ik voel met andere schrijvers van mijn generatie betreft het onheilspellende en lichamelijke: linksom of rechtsom komt de vrouwelijke lichamelijkheid in ons werk aan bod,’ meent ze. ‘En ook het vraagstuk van het afwijkende moederschap. Thema’s die tot voor kort te intiem en onbeduidend werden gevonden, terwijl juist het intieme eigenlijk het publieke verandert.’

    De canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen

    Het is een feit: de canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen. Schweblin wilde het in haar dankwoord dan misschien kort houden, maar zowel zij als vele andere Latijns-Amerikaanse schrijvers hebben nog een lange weg te gaan. ‘Wat ik belangrijk vind is dat we elkaars werk lezen, ik leer van degenen die er waren, die er zijn, en die net komen kijken,’ aldus Laura Baeza. En Ojeda acht de speculatieve, horror-gerelateerde literatuur niet alleen waardevol om ‘je eigen tijd goed te lezen, maar ook om te anticiperen op de toekomst’. ‘Interessant voor Latijns-Amerika is dat vele schrijvers zich via deze genres afwenden van de richtsnoeren van het globale noorden en naar binnen kijken, naar wat hen omringt: ze distantiëren zich van de canon die is geschreven door witte mannen en gaan nadenken over hoe het bij henzelf toegaat – speculatieve fictie op een andere plek, dat is het echt interessante,’ concludeert ze.

  • De beste non-fictie van februari

    De beste non-fictie van februari

    Is het mogelijk om alleen gelukkig te zijn? Dat onderzoekt Daniel Schreiber in zijn nieuwe boek; Martha C. Nussbaum schrijft een pleidooi voor gerechtigheid voor dieren & meer boekentips in deze top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Alleen – Daniel Schreiber 

    Nog nooit hebben zo veel mensen alleen geleefd, en niet eerder werd het zo duidelijk hoe wreed zelfverkozen vrijheid kan omslaan in eenzaamheid. Is het mogelijk om alleen gelukkig te zijn? Hoe kan het dat in onze individualistische samenleving zo veel mensen zich schamen om alleen te leven? 


    De adel en de nazi’s – Stephan Malinowski 

    De Duitse keizersfamilie Hohenzollern raakte al haar landerijen, kastelen en kunst kwijt in de Tweede Wereldoorlog. Met rechtszaken, intimidatie en manipulatie proberen ze nog steeds hun verloren eigendommen terug te krijgen. Alles draait om de vraag: waren de Hohenzollerns goed of fout?


    Reserve – Prins Harry

    Bij de dood van prinses Diana vroegen veel mensen zich af hoe de levens van William en Harry zich zouden ontwikkelen. Dat is nu te lezen in het niets-ontziende Reserve een grensverleggend boek vol inzichten, onthullingen en zwaarbevochten wijsheid over hoe liefde het uiteindelijk wint van verdriet. 


    Gerechtigheid voor dieren – Martha C. Nussbaum 

    Of het nu gaat over de gruwelijke mishandeling in de vleesindustrie, de jacht, de vernietiging van de natuurlijke omgeving of de verwaarlozing van huisdieren: de positie van dieren vraagt dringend om een wereldwijd ethisch reveil, om een bewustzijnsverandering van internationale proporties. 


    De butler van de wereld – Oliver Bullough 

    Van miljoenen aan steekpenningen van Russische oligarchen tot het cultiveren van Gibraltar als offshore-gokparadijs: hoe heeft Groot-Brittannië ooit kunnen uitgroeien van internationale supermacht tot de bediende van ’s werelds rijkste en meest corrupte mannen?

  • Salman Rushdie zal nieuwe roman niet promoten

    Salman Rushdie zal nieuwe roman niet promoten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » The Times: EU en VK bereiken akkoord over kwestie Noord-Ierland

    » Brits-Columbia decriminaliseert harddrugs voor persoonlijk gebruik

    Rushdie was vorig jaar het slachtoffer van een aanslag

    Het herstel van Salman Rushdie na de aanslag van vijf maanden geleden vordert, maar hij zal zijn nieuwe roman niet promoten, zo heeft zijn agent bevestigd. Dat meldde The Guardian gisteren. Rushdie schreef Victory City voordat hij werd aangevallen in het Chautauqua Institution in de staat New York, waardoor hij het zicht in één oog verloor en één hand nu niet meer kan gebruiken. Het wordt zijn eerste boek dat sindsdien is gepubliceerd. De publicatie van de roman staat gepland op 9 februari.

    Victory City wordt gepresenteerd als een verkorte vertaling van een fictieve Sanskrietsaga in versvorm, die lang in een pot in de grond begraven was en nu opnieuw verteld wordt door een ‘nederige’ verteller. Het verhaal speelt zich af in een magische versie van veertiende-eeuwse India.

    De hoofdfiguur wil een koninkrijk creëren waar vrouwen ‘noch gesluierd noch verborgen zijn’

    De roman omspant tweehonderdvijftig jaar, waarin de ‘dichteres, wonderdoenster en profetes’ haar goddelijke doel probeert te vervullen: vrouwen zeggenschap geven in een patriarchale wereld en een koninkrijk creëren waar vrouwen ‘noch gesluierd noch verborgen zijn’.

    Lees ook:

  • In Libië wordt de geschiedenis geschreven door vrouwen

    In Libië wordt de geschiedenis geschreven door vrouwen

    Volgens wetenschapper en schrijver Najwa Bin Shatwan wacht Libië op het moment dat zijn burgers als feniksen uit de as verrijzen. Inmiddels plaatsen vrouwelijke auteurs in het tijdperk na oud-dictator Moammar Gaddafi de verhalen van het land in een nieuwe context.

    Hawwa – de Arabische naam voor Eva – is een tienermeisje in het landelijke Benghazi, in de jaren zestig. Ze weet meerdere zwangerschappen te overleven nadat ze is uitgehuwelijkt aan Adam, een vrachtwagenchauffeur, en ze strijdt voor haar vrijheid en haar reproductieve rechten. Dit verhaal is terug te vinden in The Horses’ Hair, de veelgeprezen roman van de Libische wetenschapper en schrijver Najwa Bin Shatwan. In feite is dit het verhaal van de erfzonde, maar dan met zwarte humor verteld door een ongeboren kind dat de lezer de tragische levensloop van de ouders toont.

    Het boek doet denken aan feministische hervertellingen zoals Circe, de roman uit 2018 waarin de Amerikaanse schrijver Madeline Miller enkele Griekse mythen hervertelt vanuit het perspectief van een tovenares, die normaal gesproken wordt afgeschilderd als de slechterik. Op vergelijkbare wijze kijkt Shatwan in haar oeuvre door een vrouwelijke bril naar de Libische geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw. ‘Bin Shatwans beschrijvingen van vrouwelijke auteurs die in Libië kunnen rekenen op censuur vanuit de maatschappij zelf, laten zien dat schrijven voor een vrouw een revolutionaire daad is’, schreef journaliste Orna Herr in het mondiale literaire tijdschrift Index on Censorship.

    Shatwan maakt deel uit van een groeiende groep Libische schrijvers die meer ruimte creëren voor een gendergerelateerde kijk binnen de literatuur. Dit markeert een belangrijk omslagpunt in het nog altijd kleine literaire wereldje in Libië. Door complexe vrouwelijke personages neer te zetten dragen steeds meer Libische schrijvers voorzichtig hun ideeën uit over gendergelijkheid.

    Gedomineerd door mannelijke schrijvers

    Van oudsher wordt de Libische literatuur gedomineerd door mannelijke schrijvers, die hun eigen archetypen gebruiken om belangrijke historische momenten te beschrijven en de realiteit van het moment te doorgronden. Bekende voorbeelden zijn de dichter Khaled Mattwa uit Benghazi, die bekendheid verwierf door met een unieke flair te verhalen over legenden en keerpunten in de geschiedenis, of Alessandro Spina, die dieper in de Libische geschiedenis dook met een reeks romans, waaronder The Confines of the Shadow.

    Maar de laatste jaren zijn er steeds meer vrouwelijke auteurs op het toneel verschenen: Libische vrouwen of Italiaanse vrouwen die in Tripoli zijn geboren. Zij nemen de geschiedenis van het land onder de loep, grofweg vanaf 1900, maar dan vanuit vrouwelijke personages. Denk aan Alma Abate, die in Ultima estate in suol d’amore de opkomst van de in 2011 gedode despoot Moammar Gaddafi bekijkt door de ogen van Sara. Of denk aan Maryem Salama, die in From Door to Door schrijft over gemengde huwelijken in de beginjaren van de twintigste eeuw, met als vertelstem de jonge verpleegkundige Fatima. Door op die manier naar de geschiedenis te kijken, proberen ze te breken met het beeld van de vrouw als lijdzaam object.

    Safa Elnaili, verbonden aan de Arabische faculteit van de Universiteit van Ala-bama, signaleerde deze trend toen ze onderzoek deed naar de korte verhalen die waren gepubliceerd op Almostakbal, een populaire Libische website. Wat haar trof was de centrale rol van vrouwen in deze narratieven, iets wat nieuw was binnen de Libische literaire canon. ‘De geschilpunten in deze verhalen worden belicht vanuit de positie van het vrouwelijke personage in relatie tot familieleden, de maatschappij en de sociopolitieke context,’ zegt ze.

    In de begintijd van Gaddafi’s bewind, in de jaren zeventig, riep de regering een uitgeverij in het leven. Alle auteurs moesten zich in hun geschriften positief uitlaten over de autoriteiten, en wie dat weigerde werd gevangengezet of gedwongen het land te verlaten, of kreeg een verbod om ooit nog te schrijven.

    Afvlakking

    In 2013, twee jaar na het begin van de revolutie die zou leiden tot de val van Gaddafi, schreef Maryem Salama, een schrijver en dichter uit Tripoli, een gedicht waarin ze het beeld gebruikte van vuurwerk dat wordt aangestoken. Omdat er geen uitgeeftraject beschikbaar was, publiceerde ze het op haar Facebookpagina. Een paar uur later reageerde iemand: ‘Dank je. Ik huil nog steeds van brandend geluk in een dood huis.’

    ‘Dank je. Ik huil nog steeds van brandend geluk in een dood huis’

    Het beeld is Salama altijd bijgebleven en sindsdien gebruikt ze de allegorie van een feniks om naar haar land te verwijzen. ‘Libië zit nog midden in zijn ontstaansgeschiedenis. Het moment is nog niet daar dat de grote vogel uit de as herrijst,’ zegt ze tijdens een videogesprek. ‘Het land wacht op het moment dat de Libische burgers de verantwoordelijkheid nemen om uit te groeien tot een groots volk van een groots land. Ze moeten lezen, ze moeten kennis opdoen en ze moeten handelen.’

    Dat proces is met name van cruciaal belang in een land waar Gaddafi de Libische geschiedenis heeft herschreven om zijn eigen doelen te dienen. Naast het feit dat hij de uitgeefwereld inlijfde, maakte hij korte metten met alles wat zijn visie van Libië als homogene Arabische maatschappij kon ondermijnen. Het Tamazight, de taal en het schrift van de Berbers (een etnische groep in Libië en andere Noord-Afrikaanse landen), werd ver-boden en mocht niet meer worden onderwezen. Wie opkwam voor de cultuur en de rechten van de Berbers werd vervolgd, gevangengezet of zelfs vermoord. Dat betekende een afvlakking van de culturele diversiteit.

    ‘Gaddafi’s historisch revisionisme heeft een zwart gat geslagen in het histogram… voor Libiërs,’ zegt uitgever Ghassan Fergiani, een man van in de zeventig die in Tripoli woont. ‘Negentig procent van de Libiërs is geboren rond of na de periode dat Gaddafi aan de macht kwam. Zijn versie van de geschiedenis van Libië is dat alles pas begon toen hij aan het bewind kwam.’

    In de jaren vijftig, het decennium waarin Libië zijn onafhankelijkheid verwierf, opende Fergiani’s vader, Mohammed Bashir Fergiani, drie goedlopende boekwinkels in Tripoli. Daarnaast zette hij ook de uitgeverij Dar Al Fergiani op. Nadat Gaddafi in 1969 aan de macht was gekomen, werd het bedrijf op last van de autoriteiten gesloten en emigreerde het gezin naar Engeland. In Londen stelde Fergiani’s vader zijn leven in dienst van een zoektocht naar oude edities en zeldzame uitgaven uit Libië en de Arabisch-sprekende wereld – boeken die hij vervolgens herdrukte met zijn nieuwe bedrijf, Darf Publishing.

    Boegbeeld

    Een van de auteurs die zijn zoon momenteel uitgeeft is Salama. De zesenvijftigjarige, wier boeken zich richten op de positie van vrouwen in de Libische samenleving, is door recensenten wereldwijd bejubeld als het boegbeeld van een nieuwe generatie Libische schrijvers. 

    Salama legt uit dat Gaddafi een gevoel van onzekerheid bij de Libiërs in de hand werkte door valse informatie te verstrekken. Vóór Gaddafi hadden schrijvers de mogelijkheid om zich op natuurlijke wijze te ontwikkelen, te groeien, en nieuwe manieren te zoeken om met Libische tradities om te gaan en tot een nieuwe, hedendaagse cultuur te komen. ‘Die natuurlijke mogelijkheid werd ingeperkt door de vuist van Big Brother,’ zegt ze ernstig. ‘We zijn opgegroeid in een stalen kooi, wisten niet meer dan wat hij wilde dat we wisten, hadden niet meer manoeuvreerruimte dan zijn instructies. De Libische vrouwen hebben daar het meest onder geleden.’

    Maar naar verluidt werden deze vrouwen door Gaddafi ook lastiggevallen en misbruikt

    We spreken elkaar in een videogesprek. Salama geeft me een virtuele rond-leiding en laat me de boeken zien in de kast naast haar. Haar gezicht begint te stralen als ze haar eigen boeken in het Arabisch en het Engels uit de kast haalt. ‘Niet om op te scheppen,’ zegt ze grappend, ‘maar om je te laten zien hoe die boeken eruitzien.’ De schrijver werkt aan een boekvertaling en presenteert ondertussen een ochtend-programma op een plaatselijke radiozender; daarnaast is ze ook nog bezig met de voorbereidingen voor een nieuw radioprogramma over literatuur.

    Wat vrouwen betreft zond Gaddafi tegenstrijdige boodschappen de wereld in. De flamboyante leider stond erom bekend dat hij zich omringde met vrouwelijke lijfwachten, ook wel de ‘Amazonegarde’ genoemd – een ver-wijzing naar de mythologische verblijfplaats van de Amazones in Libië. Maar naar verluidt werden deze vrouwen door Gaddafi ook lastiggevallen en misbruikt.

    Gaddafi riep een militaire training in het leven voor meisjes op de middelbare school, maar volgens Salama, die in haar jeugd ook deze training moest volgen, was deze niet bedoeld om gelijkheid te bevorderen. Sterker nog, zegt ze, het was een voorwendsel om vrouwen een gedegen opleiding te onthouden, aangezien de militaire training ten koste ging van andere leerstof.

    Verschillende problemen

    In het dagelijks leven kregen vrouwen in Libië met verschillende problemen te maken als gevolg van Gaddafi’s beleid, zegt schrijver Mahbuba Khalifa. Ze spreekt via een videoverbinding vanuit haar huis in Tunis, in het buurland Tunesië, waar ze met haar gezin woont na jaren om veiligheidsredenen in het buitenland te hebben vertoefd. ‘De vrouwen in mijn land moeten twee keer zo hard werken om een balans te vinden tussen enerzijds hun hoop en hun ambities – niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun familie – en anderzijds de realiteit, die een schaduw over hun leven werpt.’

    Khalifa is een vrouw van in de zestig met een zachte stem. Ze draagt een montuurloze bril en haar blonde haar is keurig gekamd. Naast haar op een bruine bank zit haar dochter – en tevens redactrice – Rima, met een alerte, vastberaden blik in haar ogen, het donkere haar in een staart. Rima, een van Khalifa’s vier kinderen en zelf ook schrijver, vult op zakelijke toon de antwoorden van haar moeder aan, of plaatst die binnen een bepaalde context. ‘Zij is degene die me heeft aangemoedigd mijn teksten te delen met de rest van de wereld,’ zegt Khalifa met een trotse blik op haar dochter, die instemmend knikt. ‘Mijn moeder had een schat aan verhalen, maar ze wist die niet op waarde te schatten. Iemand moest haar een zetje geven,’ zegt Rima.

    ‘Mijn moeder had een schat aan verhalen, maar ze wist die niet op waarde te schatten. Iemand moest haar een zetje geven’

    Het ontsluiten van het Libische erfgoed is wat Khalifa al haar hele leven drijft. ‘Het gaat ver terug, vormt een doorgaande lijn en biedt motivatie,’ zegt ze. Ze schrijft een historische roman over haar geboorteplaats Derna, een havenstad in het oosten van Libië, in wat vroeger een van de rijkste regio’s was. Ze ging er weg op haar achttiende, maar nog altijd voelt ze zich sterk met de stad verbonden. De roman gaat over het lijden van de inwoners van Derna als gevolg van de strijd tussen de ge-allieerden en de asmogendheden in de Tweede Wereldoorlog. Er werd onder meer gestreden in de Libische woestijn. Ze kwam erachter dat inwoners van de kuststeden hun toevlucht hadden gezocht in grotten in de bergen, die dekking boden voor de luchtaanvallen van de geallieerden – een gegeven dat een rol speelt in haar boek.

    Khalifa haalt ook herinneringen op uit haar eigen leven. ‘Sommige waren geïnspireerd op het feit dat ik voortdurend verhuisde van de ene plek naar de andere, in Libië of daarbuiten. Dat alles heeft mijn verbeelding verrijkt.’

    ‘Het voortdurende reizen was voor ons noodzakelijk,’ vertelt Rima. ‘Mijn vader [de Libische politicus en jurist Goma Attaiga] was een tegenstander van het Gaddafi-regime, en omwille van onze veiligheid moesten we het land ontvluchten. Mama heeft zelf jarenlang onder pseudoniem geschreven voor oppositiebladen.’

    Khalifa’s eerste roman, We Were and They Were, kwam in 2021 uit in het Arabisch en werd dankzij mond-tot-mondreclame een groot succes bij het Libische lezerspubliek. Het was autobiografisch, zegt ze. ‘Ik wilde het verhaal vertellen van een Libische vrouw die een bepaalde periode uit de geschiedenis van ons land had meegemaakt en die op persoonlijk vlak was geraakt door een aantal belangrijke gebeurtenissen.’

    Getuige

    De losjes op haar eigen ervaringen gebaseerde roman brengt haar leven in kaart, van haar studiejaren tot aan de val van Gaddafi in augustus 2011. ‘Het begin van mijn studie viel samen met de ingrijpende veranderingen die in Libië plaatsvonden als gevolg van de coup tegen de monarchie. Mijn generatie was getuige van veranderingen die heel verwarrend waren voor de Libische bevolking, die destijds een vreedzaam bestaan leidde.’ 

    Ze herinnert zich de tijd dat er net olie was ontdekt en er goede hoop was op een welvarende toekomst. ‘Van het ene op het andere moment sloeg dat om in een leven van zorgen, en van angst voor de nieuwe bewindhebbers,’ zegt ze. ‘Er werden mensen opgepakt en vrijheden afgenomen, en we zagen enorme veranderingen op sociaal en economisch gebied.’ Khalifa zwijgt even en denkt terug aan het moment dat haar man werd opgepakt. ‘Dat heeft mijn leven voorgoed een andere wending gegeven.’

    Tegenwoordig maken deze vrouwelijke auteurs bewerkingen van lokale volksverhalen, Griekse mythen en heilige teksten

    Tegenwoordig maken deze vrouwelijke auteurs bewerkingen van lokale volksverhalen, Griekse mythen en heilige teksten. ‘In Libië is er een grote nalatenschap van historische fictie, wat logisch is, gezien de belangrijke rol van het land in de geschiedenis van het Middellandse Zeegebied, en gezien de diverse volken die Libië door de eeuwen heen hebben bewoond of gekolonialiseerd,’ zegt de in Tripoli wonende schrijver Kawther Eljehmi.

    De achtendertigjarige spreekt via een videoverbinding vanuit haar huis in Tripoli. Ze behoort tot een generatie van schrijvers die dankzij internet zijn komen bovendrijven. Eljehmi begon 2016 te bloggen; drie jaar later zette ze al haar artikelen en verhalen op de populaire Facebookpagina Fasila, speciaal bestemd voor Libische auteurs. Via internet nam de aandacht voor haar verhalen toe en kreeg ze een vaste volgersschare – nog voordat twee jaar geleden haar eerste roman uitkwam, Aidoun.

    Italiaanse Libiërs

    De instabiele situatie van het land is de ernstigste kwestie die bij het schrijven komt kijken. ‘Bij mijn eerste roman liep het allemaal nog best soepel. Ik schreef terwijl ik zwanger was van deze kleine,’ zegt ze, terwijl haar vierjarige zoontje Moness zijn neus tegen de webcam drukt. ‘Maar het was veel lastiger om mijn tweede roman te voltooien.’ Dat was tijdens de burgeroorlog van 2019. Eljehmi woonde in een buurt waar veel werd gevochten. Door de bominslagen was het ‘vrijwel onmogelijk’ een schrijfritme te vinden.

    Toch wist ze het boek af te krijgen. The Colonel gaat over een fictief personage dat doet denken aan Gaddafi. Eljehmi is alweer bezig aan een nieuwe roman, die handelt over kinderen van Libische vrouwen die met een buitenlander zijn getrouwd. Deze kinderen hebben geen recht op gratis onderwijs en gezondheidszorg, omdat ze niet als Libiërs worden gezien.

    Italiaanse schrijvers houden zich ook bezig met historische afrekeningen. Zij nemen de Italiaanse kolonisatie van Libië onder de loep. Libië, voorheen Ottomaans bezit, werd van 1911 tot 1943 bezet door Italië. Op 24 december 1951 riep Libië de onafhankelijkheid uit. In 1970 beval Gaddafi de uitzetting van de Italiaanse bevolking. 

    Mythologie en de vrouwelijke blik vormen het perspectief

    Ook bij de Italianen vormen mythologie en de vrouwelijke blik het perspectief van waaruit de auteurs naar het verleden kijken. Een goed voorbeeld hiervan is Le amazzoni van Manuela Piemonte, dat vorig jaar uitkwam. Dit boek kijkt door de ogen van twee kleine meisjes naar het door Italië bezette Libië in de jaren veertig.

    ANP 15356555 1
    Moammar Gaddafi wordt hier afgebeeld als rat in het nauw boven op zijn eigen verplichte Groene Boek. ‘17 februari’ verwijst naar de Dag van de Woede, het begin van de Libische revolutie in 2011. – © Nick Hannes / ANP

    Piemonte (43) werkte in de uitgeefwereld en was scenarioschrijver, toen ze zich aan haar eerste roman waagde. Ze houdt van research en verzamelde een enorme hoeveelheid archiefmateriaal over het onderwerp van haar boek. Via een videoverbinding toont ze me, wat aarzelend maar toch met enige trots, een collectie fascistische memorabilia die ze in dienst van de literatuur heeft verzameld: oude boeken, fascistische speldjes en ansichtkaarten. ‘Ik wilde zeker weten dat mijn beschrijvingen tot in de kleinste details zouden kloppen.’

    De hoofdpersonages in Le amazzoni zijn de dochters van Italiaanse kolonisten op het Libische platteland, op het moment dat Benito Mussolini het land de oorlog verklaart. In een periode dat ze Libië moeten verlaten houden ze zich vast aan een indringend beeld dat ze zich herinneren: dat van een Berber-vrouw die te paard door de woestijn stuift. Ze willen net zo worden als die vrouw. ‘Toen ik onderzoek deed naar de periode van de Italiaanse kolonisatie, kwamen de Amazones me voor als een toonbeeld van kracht,’ zegt Piemonte. ‘Pas later kwam ik erachter dat Libië de plek is waar de vrouwelijke krijgers in de Griekse mythen vandaan kwamen.’

    Ná de oorlog

    Er is nog een periode waar Italiaanse schrijvers zich mee bezighouden, en dat is de tijd ná de oorlog. De inmiddels overleden Alma Abate, die in Tripoli werd geboren, beschrijft in de roman Ultima estate in suol d’amore, die vorig jaar verscheen, een multicultureel Tripoli waar Italianen, Engelsen, Fransen, Amerikanen, joden, christenen en moslims in harmonie samenleven.

    Diezelfde periode wordt ook onder de loep genomen in de gefictionaliseerde autobiografie Il casa di Shara Band Ong: Tripoli, van de zestigjarige Mariza D’Anna, die eerder boeken schreef over de geschiedenis van haar familie in Libië. ‘Ik wilde een ervaring delen die veel in Libië geboren Amerikaanse kinderen zullen herkennen: verjaagd worden van de plek die je als je thuis beschouwt,’ zegt ze aan de telefoon vanuit Trapani, op Sicilië, haar thuis sinds ze door Gaddafi werd verbannen. Het boek verscheen vorig jaar.

    Zoals D’Anna over Libië spreekt, lijkt het land het midden te houden tussen een verre droom en een plek uit historische verslagen. ‘Ik heb niet heel veel literaire uitwisselingen gehad met Libische schrijvers toen ik aan deze roman werkte, want ik wilde juist mijn eigen herinneringen vastleggen,’ zegt D’Anna, die het land niet meer in mocht – als een in Libië geboren Italiaanse stond ze jarenlang op Gaddafi’s zwarte lijst. ‘Ik ben me ervan bewust dat sommige Libiërs, die waarschijnlijk een volstrekt andere ervaring hebben gehad, het verwarrend kunnen vinden dat ik deze pré-Gaddafi-jaren beschrijf als een gelukkige periode.’ Maar, besluit ze, ‘dat is wel hoe ik het me herinner’. 

  • Schlink plaatst neonazisme in historisch perspectief  

    Schlink plaatst neonazisme in historisch perspectief  

    In zijn nieuwste roman De kleindochter plaatst de Duitse auteur Bernhard Schlink, wereldberoemd geworden met De voorlezer (1995), de opmars van neonazi’s in het oosten van Duitsland in een historisch kader.

    Na de dood van zijn vrouw Birgit stuit boekhandelaar Kaspar op het manuscript van haar autobiografische roman. Zo komt hij tot de ontdekking dat ze kort voor hun huwelijk in de jaren zestig een dochter op de wereld heeft gezet die is achtergebleven in het voormalige Oost-Duitsland. Kaspar weet de familie op te sporen en zet vervolgens alles in het werk om de veertienjarige kleindochter Sigrun te ontdoen van het extreem nationalistische gedachtegoed waarmee ze is geïndoctrineerd. 

    Op de NDR-site stelt Annemarie Stoltenberg dat Schlink het verhaal ‘niet alleen tegen de achtergrond van historische gebeurtenissen presenteert, maar tegelijkertijd zorgvuldig probeert te achterhalen wat de politieke systemen met de ziel van de burgers hebben gedaan.’ 

    Volgens Peter Mohr in Kulturmagazin vertelt Schlink zijn verhaal ‘met verve, heeft hij voorbeeldige research verricht en zijn de beschrijvingen van het radicaal-rechtse milieu volledig authentiek.’ Niettemin vergelijkt Mohr de missie van hoofdpersoon Kaspar met ‘een oefening op de evenwichtsbalk van een oudere turnster. Schlinks poging is goed bedoeld, maar doet pijn bij het lezen.’  

    ‘Schlinks poging is goed bedoeld, maar doet pijn bij het lezen’

    Ook Dorothea Westphal van Deutschlandfunk heeft een ambivalent gevoel over de roman. Ze vindt dat Schlink helder inzicht biedt in de extreemrechtse gemeenschap en goed laat zien hoe lastig het is om te vechten tegen een hardnekkige ideologie. ‘Daar staat tegenover dat de gesprekken tussen beide hoofdpersonen houterig verlopen, waardoor de hoofdpersonages niet geloofwaardig overkomen.’

    In de Süddeutsche Zeitung mist Christian Mayer het evenwicht bij de sleutelfiguren: ‘De auteur ontpopt zich als een romanticus van de oude stempel. Tegen beter weten in hoopt hij mensen tot inkeer te brengen, zodra ze daartoe de kans krijgen.’

    Terwijl Hans-Rüdi Kugler zich in het Zwitserse Tagblatt afvraagt hoe ver Schlink kan gaan met deze geëngageerde literatuur. ‘Met hoeveel goede bedoelingen hij de opkomst van rechts-extremistische groeperingen uit de geschiedenis ook probeert te verklaren, ondanks zijn verhalende elegantie lijkt dit boek meer een casestudy voor maatschappelijk werkers.’

    Die Enkelin van Bernard Schlink, door Marcel Misset uit het Duits vertaald als De kleindochter, verscheen begin december bij uitgeverij Cossee.

    Door Diederik Samwel