Onderwerpen: Literatuur

  • Weggezet als homoseksuele roman

    Weggezet als homoseksuele roman

    De Amerikaanse schrijver James Purdy werd in de jaren zestig bestempeld als iemand die alleen over ‘flikkerij’ schreef. Hoewel hij bij leven al fans als Dorothy Parker en Susan Sontag had, zijn zijn boeken pas recent herontdekt.

    Toen auteur Jon Michaud in een artikel voor een literair tijdschrift de naam James Purdy noemde, kreeg hij van de redacteur de suggestie deze er maar uit te laten, omdat niemand toch van hem had gehoord, vertelt Michaud in The New Yorker. Deze typering als outsider heeft de Amerikaanse auteur, die in 2009 in New Jersey overleed, zijn leven lang achtervolgd. Toen hij begon met verhalen inzenden, aldus Purdy geciteerd in het Amerikaanse weekblad, ontving hij keer op keer ‘boze, knorrige, verontwaardigde afwijzingen van de gelikte tijdschriften uit New York, en zo mogelijk nog vijandiger commentaar van de kleinere bladen’. ‘Hij schreef over liefde en verlangens tussen mensen van hetzelfde geslacht en zei dat dat iedereen kan overkomen,’ aldus biograaf Michael Snyder. ‘Bovendien combineerde hij die thematiek met kwesties van ras en macht. New Yorkse critici hebben hem gewoon de mond gesnoerd.’ Ook The Guardian beschrijft hoe ‘deze witte schrijver uit het Midwesten, die schreef over outsiders – vrouwen, Afro-Amerikanen, homo’s, inheemse Amerikanen – (….) zelf [werd] verstoten door het Amerikaanse literaire establishment’. 

    ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief’

    Inderdaad werd een van zijn vroege werken (1965) door The New York Times weggezet als een ‘homoseksuele roman’ en door een collega-auteur getypeerd als een ‘vijfderangs avant-gardesoap [over] gebed en flikkerij’. Ondanks dat het zijn bestverkochte boek was, met een recensie in de Sunday Times door George Steiner waarin deze Purdy’s gave prees ‘om zenuwen en botten te laten spreken’, en ondanks dat hij al bij leven fans had als Dorothy Parker, Susan Sontag en Paul Bowles, bleef het label ‘homoseksuele schrijver’ de rest van zijn carrière aan hem kleven. ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief,’ luidde zijn commentaar.

    Dit lijkt de aangewezen tijd voor een herwaardering van zijn werk, dat zijn biograaf typeert als ‘jazz’ en door The Guardian met dat van Wes Anderson wordt vergeleken. Bij uitgeverij Athenaeum verschijnt in juli Ik ben Elijah Thrush, uit 1972. Zou hij daar zelf blij mee zijn geweest? Als mensen al te zeer gesteld op hem zouden raken, merkte hij ooit op, ‘zou ik denken dat er iets was misgegaan’.

    Ik ben Elijah Thrush, verschijnt in juli bij uitgeverij Athenaeum in een vertaling van Harm Damsma en met illustraties van Charlotte Schrameijer.

    Door Laura Weeda

  • De beste non-fictie van juli

    De beste non-fictie van juli

    Julia Samuel onderzoekt hoe onze relaties invloed hebben op onze gezondheid en geluk; in Anders toont Frans de Waal aan dat genderverschillen een biologische basis hebben & Meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Meditaties over de eerste filosofie – René Descartes 

    In zes meditaties verwerpt Descartes alles waaraan maar enigszins getwijfeld kan worden, om vervolgens te onderbouwen wat wél absoluut zeker is. Meditaties over de eerste filosofie verscheen voor het eerst in 1641.

    9789085066606

    Elke familie heeft een verhaal – Julia Samuel

    Onze relaties met anderen en met familie hebben een fundamentele invloed op onze gezondheid en geluk. Samuel analyseert op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten de meest voorkomende zaken, waaronder echtscheiding, stiefgezinnen, het lege nest, traumatische gebeurtenissen en verlies. 

    9789463822251

    De psychiater die geloofde dat je de toekomst zou kunnen voorspellen – Sam Knight

    Een intrigerend waargebeurd verhaal over waanzin en verwondering, over de grenzen van de wetenschap en het geloof in het bovennatuurlijke – en een zoektocht naar de krachtigste uithoeken van de menselijke geest.

    9789021429434

    Anders – Frans de Waal

    Tegenwoordig wordt vaak beweerd dat genderverschillen het resultaat zijn van sociale vorming, maar De Waal toont aan dat ze een biologische basis hebben. Hij behandelt aan gender gerelateerde onderwerpen en laat zien dat de evolutionaire biologie bijdraagt aan een genuanceerder cultureel begrip. 

    9789045041629

    Liefde in tijden van haat – Florian Illies

    Liefde in tijden van haat is opnieuw een opwindende reis naar het verleden die leest als een commentaar op ons chaotische heden. Toen in de jaren dertig het politieke klimaat verkilde, bruiste het culturele leven: in Berlijn, Parijs, Ticino en de Rivièra en zetten grote namen zich schrap tegen naderend onheil.

    9789045046037

  • Hartverscheurende beschrijvingen van depressie

    Hartverscheurende beschrijvingen van depressie

    Met zijn debuutroman schreef de Amerikaanse auteur William Brewer een inzichtelijk verhaal over geestesziekte en creativiteit. In The Red Arrow verliest de hoofdpersoon – een ghostwriter – het vermogen om realiteit van fictie te onderscheiden.

    Een drieëndertigjarige naamloze auteur in de VS zit compleet aan de grond, nadat het schrijven van zijn romandebuut is mislukt. Het voorschot van de uitgever is op, zijn relatie staat op springen en een zware depressie dient zich aan. Dan krijgt hij de opdracht om als ghostwriter de memoires van een beroemde Italiaanse natuurkundige te schrijven. Volgende probleem: deze man blijkt van de aardbodem verdwenen. Daarop reist de hoofdpersoon door Italië, waar hij opvallend vaak wordt geconfronteerd met situaties en personages uit de boeken die hij leest.

    Dat is het gegeven van The Red Arrow, de debuutroman van de Amerikaanse auteur William Brewer (33). Kevin Canfield van The San Francisco Chronicle vat het samen als een verhaal over een ‘verwarde man wiens leven door intensieve leesexperimenten op zijn kop wordt gezet’. Volgens Canfield is The Red Arrow een ‘pedant maar ook spiritueel en inventief boek, waarin verstandige dingen worden gezegd over geestesziekte, perceptie van de realiteit, creativiteit en psychedelische drugs. De manier waarop een depressie wordt beschreven is hartverscheurend.’ 

    ‘Stiekem schrijft hij zinnen van ruim een pagina, en het knappe is dat je dat als lezer niet in de gaten hebt’

    Jonathan Russell Clarke schrijft in Los Angeles Times dat er nog nooit zo ‘accuraat en inzichtelijk over depressie is geschreven. Vooral omdat duidelijk wordt dat de hoofdpersoon een relatie met zijn depressie heeft’. Aan het soms ‘exquise taalgebruik’ proeft Clarke dat Brewer oorspronkelijk een dichter is: ‘Maar als verteller is hij op zijn best. Stiekem schrijft hij zinnen van ruim een pagina, en het knappe is dat je dat als lezer niet in de gaten hebt.’

    ‘Een cerebrale, ietwat warrig geschreven roman’, concludeert de recensent van Publishers Weekly. ‘De pogingen van de schrijver om zijn gedachten te ordenen doen denken aan de elliptische monologen uit de serie True Detective. Die bleken uiteindelijk ook niet te werken.’ Bradley Babendir van The Boston Globe is daar juist wel van onder de indruk: ‘Brewer gaat op zoek naar het dunne lijntje tussen wat de hoofdpersoon zelf meemaakt en zijn leeservaringen. Om erachter te komen dat geen enkele zintuiglijke ervaring nog origineel kan zijn.’

    The Red Arrow van William Brewer, door René Kurpershoek vertaald als De rode pijl, is op 25 mei verschenen bij uitgeverij Spectrum.

    Door Diederik Samwel

  • De beste non-fictie van mei

    De beste non-fictie van mei

    Mevrouw Sapiens onderzoekt het beeld van de prehistorische mannelijke jager en de vrouwelijke verzamelaar; De betutteling van de Amerikaanse geest laat zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten & Meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    De zee – Rachel Carson 

    Nu de oceanen en zeeën door toedoen van de mens in gevaar zijn, maakt deze klassieker van mariene bioloog Rachel Carson ons onverminderd bewust van de kwetsbaarheid en het belang van de oceaan, inclusief het leven dat erin huist, en van onze verantwoordelijkheid de planeet gezond te houden.


    Mevrouw Sapiens – Thomas Cirotteau

    In de prehistorie hielden mannen zich bezig met jagen. Volgens de lesboekje verzamelden vrouwen bessen, kookten en zorgden voor de kinderen. Maar klopt dit beeld? Een internationaal team van wetenschappers twijfelt er ernstig aan. Mevrouw sapiens blijkt machtiger en krachtiger dan lang is gedacht.


    De stilte voor de storm – Gal Beckerman 

    Grote politieke en maatschappelijke veranderingen vallen of staan met het werk van de vooruitstrevende denkers die achter de schermen het heft in eigen hand nemen – van zeventiende-eeuwse wetenschap tot het huidige sociale media-activisme. 


    De betutteling van de Amerikaanse geest – Jonathan Haidt & Greg Lukianoff

    Dit boek laat zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten. Het sterk doorvoeren van politieke correctheid brengt ons vermogen kritisch na te denken in gevaar. 


    Eenling zijn – Rüdiger Safranski 

    Rüdiger Safranski stelt dat ieder mens in de eerste plaats een individu is. De een zoekt liever aansluiting bij de groep, de ander heeft de ambitie om de eigenheid te cultiveren. Tussen de twee polen van eenling en gemeenschap zijn er indrukwekkende pogingen geweest om individueel te zijn.

  • Spaans dorp bestrijdt ontvolking met boekwinkels

    Spaans dorp bestrijdt ontvolking met boekwinkels

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische inlichtingendienst zit achter chemische aanval op journalist Dmitri Moeratov

    » Zuid-Afrika: hulporganisaties leveren drinkwater aan overstromingsgebied

    Urueña heeft meer boekhandels dan schoolgaande kinderen

    Het dorp Urueña in het Noordwesten van Spanje heeft, net zoals veel plattelandsdorpen, te maken met ontvolking en vergrijzing. Maar in de afgelopen tien jaar is er één zaak die wel floreert in Urueña: boeken. Op honderd inwoners zijn er elf boekwinkels te vinden, waaronder negen met speciale boeken, schrijft The New York Times. Dat zijn meer boekhandels dan er kinderen naar het plaatselijke schooltje gaan.

    ‘Ik ben geboren in een dorp waar geen boekhandel was en waar de mensen zich veel meer bezighielden met het bewerken van hun land en met hun dieren dan met boeken,’ zegt Francisco Rodríguez, de drieënvijftigjarige burgemeester van Urueña. ‘Deze ommezwaai is een beetje vreemd, maar ons kleine dorp is er trots op dat het een cultureel centrum is geworden.’

    In 2007 ontving Urueña drie miljoen euro om dorpswoningen te verbouwen tot boekwinkels

    In 2007 ontving Urueña drie miljoen euro om dorpswoningen te verbouwen tot boekwinkels. Mensen die een boekhandel wilden runnen, konden voor een symbolisch bedrag van tien euro per maand een pand huren. Het plan was om Urueña levend te houden met boektoerisme, naar het voorbeeld van andere literaire centra op het platteland in Europa, bijvoorbeeld Montmorillon in Frankrijk en Hay-on-Wye in Groot-Brittannië.

    Spanje is een van de Europese landen die de meeste onafhankelijke boekhandels telt. Om kleinere bedrijven te helpen concurreren met de grote boekhandels, heeft het Spaanse ministerie van Cultuur deze maand negen miljoen euro uitgetrokken voor subsidies om de kleine boekhandels te helpen moderniseren en digitaliseren.

  • De beste non-fictie van mei

    De beste non-fictie van mei

    Mevrouw Sapiens onderzoekt het beeld van de prehistorische mannelijke jager en de vrouwelijke verzamelaar; De betutteling van de Amerikaanse geest laat zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten & Meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    De zee – Rachel Carson 

    Nu de oceanen en zeeën door toedoen van de mens in gevaar zijn, maakt deze klassieker van mariene bioloog Rachel Carson ons onverminderd bewust van de kwetsbaarheid en het belang van de oceaan, inclusief het leven dat erin huist, en van onze verantwoordelijkheid de planeet gezond te houden.


    Mevrouw Sapiens – Thomas Cirotteau

    In de prehistorie hielden mannen zich bezig met jagen. Volgens de lesboekje verzamelden vrouwen bessen, kookten en zorgden voor de kinderen. Maar klopt dit beeld? Een internationaal team van wetenschappers twijfelt er ernstig aan. Mevrouw sapiens blijkt machtiger en krachtiger dan lang is gedacht.


    De stilte voor de storm – Gal Beckerman 

    Grote politieke en maatschappelijke veranderingen vallen of staan met het werk van de vooruitstrevende denkers die achter de schermen het heft in eigen hand nemen – van zeventiende-eeuwse wetenschap tot het huidige sociale media-activisme. 


    De betutteling van de Amerikaanse geest – Jonathan Haidt & Greg Lukianoff

    Dit boek laat zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten. Het sterk doorvoeren van politieke correctheid brengt ons vermogen kritisch na te denken in gevaar. 


    Eenling zijn – Rüdiger Safranski 

    Rüdiger Safranski stelt dat ieder mens in de eerste plaats een individu is. De een zoekt liever aansluiting bij de groep, de ander heeft de ambitie om de eigenheid te cultiveren. Tussen de twee polen van eenling en gemeenschap zijn er indrukwekkende pogingen geweest om individueel te zijn.

  • Anne Frank in het Perzisch: ‘Veel Iraniërs hebben geen idee van de Holocaust’

    Anne Frank in het Perzisch: ‘Veel Iraniërs hebben geen idee van de Holocaust’

    Om jonge Iraniërs te laten lezen over de Holocaust, en om antisemitische desinformatie tegen te gaan, zorgde filmmaker en journalist Maziar Bahari voor een Perzische vertaling van Het dagboek van Anne Frank. In stripvorm.

    De Iraans-Canadese journalist, filmmaker en activist Maziar Bahari zette zich al langer in om zijn landgenoten bewust te maken van wat er tijdens de Holocaust was gebeurd. Iraniërs die na de [islamitische] revolutie zijn geboren, hebben een verkeerde voorstelling van zaken; ze krijgen verkeerde, antisemitische informatie, zei hij tegen het Israëlische dagblad Haaretz. ‘Dat is alles wat ze horen.’ 

    Om tegenwicht aan die desinformatie te bieden werkte Bahari mee aan het Sarardi Project dat – samen met het U.S. Holocaust Memorial Museum – de Perzische vertaling van Anne Franks dagboek in stripvorm presenteerde op de Internationale Herdenkingsdag, afgelopen 27 januari. 

    Het project is in het leven geroepen om Iran bewust te maken van de Holocaust, door artikelen en video’s te verspreiden over de grotendeels onbekende rol van Iran als toevluchtsoord voor joden die in de Tweede Wereldoorlog voor de nazi’s waren gevlucht. Abdol Hossein Sarardi was een Iraanse diplomaat, die tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk consul in Parijs was. Ook wel bekend als de Schindler van Iran, omdat hij duizenden Joden aan een paspoort hielp. 

    cover

    Holocausteducatie

    Volgens Bahari is een  ‘Holocausteducatie’ broodnodig: ‘De ontkenning van de Holocaust moet worden tegengegaan en we moeten weerwoord bieden aan de antisemitische retoriek van de Iraanse regering.’ Zijn eerste film, The Voyage of the Saint Louis (1995), ging over het schip met joodse vluchtelingen dat in mei 1939 de toegang tot Cuba en de VS werd ontzegd en dat moest terugkeren naar Europa. Meer dan een kwart van de passagiers zou uiteindelijk omkomen. Vanaf 1988, toen Bahari naar Canada emigreerde, heeft de Holocaust hem niet meer losgelaten. Hij leerde dat ook in zijn adoptieland joden waren vervolgd: er waren quota voor joden op universiteiten en de meeste joodse vluchtelingen werden in Canada geweigerd. 

    Een historicus die als adviseur bij het project betrokken was, vertelde dat kinderen in Iran op de lagere school wel les krijgen over de Tweede Wereldoorlog, inclusief het naziregime, Hitler en de overwinning van de geallieerden, maar dat er met geen woord wordt gerept over joden. De Holocaust komt in het onderwijsmateriaal niet voor.

    Veel Iraniërs hebben er geen idee dat er destijds duizenden Joden naar Iran zijn gevlucht

    Het is belangrijk, benadrukt Bahari in al zijn werk, dat er kennis is van wat de Holocaust inhield. Veel Iraniërs hebben er geen idee van, ook niet dat er destijds duizenden joden naar Iran zijn gevlucht. Door wat hij zelf leerde over de genocide kon hij de tragedies in eigen land beter begrijpen, vooral sinds de islamitische revolutie en de machtsovername door Khomeini in 1979. ‘Dat wil ik doorgeven.’

    Bahari, ook een van de oprichters van het journalistieke platform IranWire, was dus de aangewezen persoon om te betrekken bij het Sarardi Project, schreef het dagblad Haaretz. Tot nog toe was de Holocaust niet eerder toegankelijk en interessant gemaakt voor jonge Iraniërs in Iran en de diaspora. De graphic novel van het dagboek van Anne Frank in het Perzisch veranderde de zaak. Het probleem is volgens Bahari dat de meeste Iraniërs, zelfs als ze Engels lezen, het moeilijk vinden om complexe kwesties zoals de Holocaust te begrijpen. In hun eigen taal, het Farsi of Perzisch, is dat veel makkelijker.

    Diplomaat Hossein Sardari, de naamgever van het project, verloor zijn pensioen en al zijn bezittingen aan de ayatollahs. Hij stierf in 1981 in armoede in Londen, waar hij na zijn pensionering was gaan wonen.

  • De beste non-fictie van maart

    De beste non-fictie van maart

    360 Top-5 non-fictie, getipt door Atheneum Boekhandel in Amsterdam.

    Pelgrim langs Tinker Creek – Annie Dillard

    Bijna dagelijks zwerft Annie Dillard langs de oevers van de rivier Tinker Creek in Virginia. Geen detail ontgaat haar. Energiek en bezield vertelt ze in haar boek over de vaak genadeloze natuur in en rond de rivier en laat ze zien hoe gedurende de seizoenen alles onophoudelijk aan verandering onderhevig is. 

    9789045037509

    Giftige positiviteit – Whitney Goodman

    Onze cultuur is geobsedeerd door positiviteit, en positief denken wordt gezien als oplossing voor al onze problemen. Maar waarom zijn dan toch zo veel mensen ongelukkig? Psychotherapeut Whitney Goodman stelt dat positiviteit ook heel giftig kan zijn en slecht voor je (mentale) gezondheid.

    9789400514089

    Stadsnomade – Amy Liptrot

    In de hoop haar geïsoleerde leven op de Orkneyeilanden achter zich te laten boekt Amy Liptrot een enkele reis Berlijn. Alles is vluchtig, inclusief haar internetdates. Het enige wat haar richting geeft, is de natuur om haar heen: zwemmen in Berlijnse meren en de stadse wildernis ontdekken.

    9789026358623

    Wereldcrisis – Geoffrey Parker

    Geoffrey Parker deed uitgebreid onderzoek naar veranderingen in het klimaat halverwege de zeventiende eeuw in Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Hij constateert dat de invloed van het klimaat op de geschiedenis van de mensheid veel groter is dan altijd werd verondersteld.

    9789401917179

    Over tirannie – Timothy Snyder

    Historicus Snyder gebruikt twintig strategieën die burgers kunnen gebruiken om de democratie te beschermen tegen een autoritaire overheid, en werkt deze uit met concrete voorbeelden uit de geschiedenis. Over tirannie is schitterend geïllustreerd door kunstenaar Nora Krug.

    9789463822084

  • Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Zweet, een belangrijk communicatiemiddel

    Menselijk zweet is veel meer dan alleen verkoelend. Soms ruikt het ‘ranzig, geitachtig’ naar een flinke doses ‘stinkkaas’ of naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met ui’, dan weer prikkelt het onze zintuigen op een aangename manier.

    In de sportschool getuigt een bezweet T-shirt van krachts-inspanning en doorzettingsvermogen, maar bij een kennismakingsgesprek is het een teken van zwakte en onzekerheid. Voor de sauna betalen we om te zweten, voor een taxi met airco juist om te voorkomen dat we bij een receptie op ook maar één zweetdruppeltje worden betrapt. Geen twijfel aan: de mens heeft een schizofrene verstandhouding met zweet. Nu eens heeft lichaamsvocht een erotische aantrekkingskracht, dan weer wekt het weerzin.

    Eerst en vooral is zweten essentieel om te kunnen overleven: zo beschermt het lichaam zichzelf tegen oververhitting. Ieder mens heeft twee tot vijf miljoen zweetklieren. Het merendeel daarvan zijn eccriene zweetklieren, die over het hele lichaam verspreid liggen. Door die klieren dringt een waterig-zoutachtig vocht door tot op het huidoppervlak, waar het verdampt en ons lichaam afkoelt. Apocriene zweetklieren komen daarentegen alleen voor op enkele behaarde lichaamsdelen, zoals onder de oksels. Deze geurklieren scheiden een olieachtig secreet af. Het vocht zelf is weliswaar reukloos, maar vormt tegelijkertijd ook een buitenkansje voor heel wat huidbacteriën. De afvalproducten van dit afbraakproces resulteren in wat wij doorgaans een zweetlucht noemen. 

    Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’

    Ieder mens heeft zijn eigen unieke zweetgeur. In haar lezenswaardige boek The Joy of Sweat schrijft de Canadese wetenschapsjournalist en docent Sarah Everts dat er genderspecifieke tendensen zijn. Zo worden mannengeuren vaker gedomineerd door een geurmolecuul dat ze omschrijft als ‘een ranzige, geitachtige stank met een geur van stinkkaas’. Vrouwen ruiken daarentegen meer naar ‘een mengsel van rijp tropisch fruit met een zweem van ui’.

    Hoe onaangenaam die zweetlucht tegenwoordig ook kan zijn, in oorsprong was hij een belangrijk communicatiemiddel. Veel zoogdieren bakenen hun territorium af – met waarschuwingssignalen of juist met liefdesboodschappen. ‘Maar bij mensen wordt de oorspronkelijke biologische betekenis van de apocriene zweetklieren nog maar slecht begrepen,’ zegt Everts. Misschien verraadde de zweetlucht van onze voorouders ooit dat iemand bang was, of dat een vriend of familielid ziek was.

    Bezwete T-shirts

    Ook bij het vinden van een partner speelden zweetklieren mogelijk een belangrijke rol – en misschien doen ze dat nog steeds. In de jaren negentig liet evolutiebioloog Claus Wedekind van de Universiteit van Lausanne vrouwen ruiken aan bezwete T-shirts van mannen. De proefpersonen hadden voorkeur voor de reuk van mannen met een immuunsysteem dat niet te sterk leek op het hunne, maar dit juist goed aanvulde. Vroeger, toen mensen in kleine groepen leefden, voorkwam die voorkeur mogelijk dat een vrouw een man koos die te nauw aan haar verwant was.

    Hoewel dat risico tegenwoordig geringer is en andere factoren bij de partnerkeuze veel belangrijker zijn, geloven sommigen nog altijd in de erotische werking van het okselholtebouquet. Everts deed mee aan een zweetdating in Moskou waarbij de deelnemers aan hun date snuffelden. Om een tipje van de sluier op te lichten: zij stuitte daarbij inderdaad op een geur waar ze warm van werd.

    Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen

    Eccriene zweetklieren zijn minder verbonden met intieme gevoelens. Maar ook zij kunnen een mens onzeker maken of voor schut zetten. Everts doet veel aan sport, vertelt ze, ‘en ik ben altijd de eerste die zweet’. Dat vond ze vaak vervelend en het bracht haar op het idee een boek over zweet te schrijven. Uit onderzoek bleek dat de zweetproductie van haar lichaam gemiddeld is. Maar sommige mensen hebben enorm veel zweetporiën, of hun zenuwsysteem is zo ingesteld dat het maar al te gauw een zweetsignaal afgeeft. Sterke zweters kunnen wel drie theelepels zweet per minuut verliezen.

    Zweten is een zeer menselijk fenomeen. Mensen hebben, schrijft Everts, tien keer zoveel eccriene zweetklieren als chimpansees en kunnen twaalf keer zo sterk zweten als een koe. Bij andere zoogdieren zoals honden en katten komen eccriene zweetklieren alleen voor op de poten. Zij reguleren niet de warmtehuishouding maar vergroten bij het klauteren en jagen hun grip op de grond. Afkoelen doen onze favoriete huisdieren onder meer door te hijgen met de tong uit de bek. Maar dat is een actief proces dat energie kost.

    Afkoelingsstrategieën

    Ook in vergelijking met andere afkoelingsstrategieën is zweten een behoorlijk slimme oplossing. Kangoeroes bijvoorbeeld likken hun onderarm om af te koelen. De Nieuw-Zeelandse zeebeer urineert over zijn buik en achterpoten als het hem te warm is. Ooievaars en gieren spatten modder op hun poten. En als honingbijen oververhit dreigen te raken, braken ze hun maaginhoud uit en smeren die met hun voorpoten over hun hele lijf. 

    Hoewel zweet voor 99 procent uit water bestaat, is de resterende 1 procent in velerlei opzichten heel interessant. Die bestaat namelijk uit honderden chemische substanties die door het lichaam worden afgescheiden uit het weefselvocht tussen bloedvaten en weefsels. De belangrijkste zijn zoutbestanddelen zoals natrium, kalium en chloride. Andere substanties verraden onze ondeugden: vermaard en berucht is de geur van knoflooketers. Everts beschrijft zelfs het geval van een verpleegkundige uit Zuid-Afrika die vertwijfeld een arts raadpleegde omdat er rood zweet uit haar poriën kwam. De kleur bleek afkomstig van de tomatenchips die de vrouw met kilo’s naar binnen had gewerkt.

    Sinds enkele jaren neemt ook de sportgeneeskunde ons zweet nauwkeuriger onder de loep. Bij het interdisciplinaire onderzoeksproject WeCare proberen wetenschappers uit Zürich, Neuchâtel, Lausanne en Barcelona een zweetmeetapparaat voor duuratleten te ontwikkelen. Hiermee moeten triatleten, wielrenners en marathonlopers onderweg voortdurend controleren hoeveel water, natrium of kalium zij hebben uitgezweet. ‘Zo kunnen zij dan op het juiste moment de juiste hoeveelheid van het juiste vocht tot zich nemen,’ zegt Mathieu Saubade van het Centrum voor Sportgeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Lausanne, die als onderzoeker bij het project betrokken is.

    Realtime

    Volgens Saubade is de wetenschappelijke belangstelling voor dergelijke toepassingen de afgelopen tijd sterk gestegen. Tot nog toe waren er echter nog geen apparaten op de markt om de bestanddelen van zweet in realtime te meten. Dat komt door de complexiteit van dat lichaamsvocht. ‘Hoeveel en hoe we zweten is afhankelijk van verschillende factoren,’ zegt Saubade. Omgevingstemperatuur, leeftijd, geslacht, het uur van de dag en voeding zijn onder meer relevant. Conditie is een andere factor: de zweetklieren van topatleten werken efficiënter dan die van ongetrainde mensen, zij hebben ‘leren’ reageren op hoge lichaamstemperaturen. Ondanks de vele factoren die van invloed zijn is Saubade 
    ervan overtuigd dat er in de niet al te verre toekomst apparaten op de markt komen die gericht zijn op het constant meten van zweet.

    De politie zou al aan de mogelijkheid werken om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt

    Zweet bevat heel veel informatie. Het leven van mensen met diabetes zou veel gemakkelijker worden als zij hun bloedsuiker konden meten zonder zich te hoeven prikken. En voor automobilisten zou een waarschuwingssignaal via een smartwatch nuttig zijn als ze na een avondje stappen te veel alcohol op hebben. De politie werkt volgens Sarah Everts al aan de mogelijkheid om aan het zweet van vingerafdrukken te kunnen aflezen of iemand alcohol of drugs heeft gebruikt.

    Maar wat als bedrijven in de toekomst informatie uit zweet verzamelen om sollicitanten te beoordelen? Of als ziektekostenverzekeringen een zweettest vragen om korting op de premie te kunnen geven? Everts vreest dat het niet lang meer duurt voordat dergelijke ideeën worden omgezet in praktijk. Misschien is dat ook een reden waarom zweten ons vaak in verlegenheid brengt, zegt ze. ‘Wij hebben geen controle over ons zweet en het verschaft intieme informatie over ons.’ 

    Lees ook:

  • Klimaatfictie over wereldwijde honger naar energie

    Klimaatfictie over wereldwijde honger naar energie

    De debuutroman van de Duitse dichter Anja Kampmann beschrijft de odyssee van een moderne gastarbeider op een olieplatform. Een sfeervolle kritiek op het kapitalisme, oordelen internationale critici.

    Wenzel werkt al jaren op een olieplatform, wanneer voor de kust van Marokko zijn soulmate en liefdespartner Mátyás verdwijnt, waarschijnlijk overboord geslagen tijdens een storm. De directie overweegt niet eens een reddingspoging, waarop Wenzel ontslag neemt en door Europa gaat reizen. Om Mátyás’ familie te bezoeken, zijn verleden onder ogen te komen en zichzelf te vinden. Dat is het uitgangspunt van Hoe hoog het water stijgt, de debuutroman van de Duitse dichter Anja Kampmann (41). 

    Hoofdpersoon Wenzel realiseert zich onderweg steeds sterker dat hij geen thuis, geen identiteit en evenmin een doel heeft, schrijft Andrea Diener in Frankfurter Allgemeine. ‘En wie niet weet waarheen de toekomst leidt, zoekt zijn toevlucht in het verleden. Dat doet Kampmann in een roman die eigenlijk geen roman is, hooguit een lyrische benadering ervan.’

    ‘Het gaat het niet zozeer om de plot maar om de sfeer en de woorden waarin en waarmee het speelt’ 

    Omdat alleen een dichter ‘zo’n grandioze roman’ kan schrijven, denkt Helmut Böttiger, recensent van Süddeutsche Zeitung: ‘Met dezelfde poëtische vonken waarmee Kampmann de hightechwereld van een olieplatform schetst, creëert ze een archaïsch bestaan in de Italiaanse Alpen. Al even moeiteloos schakelt ze tussen heden en tijdloosheid. En zoals bij elke literaire tekst die zich na lezing in het hoofd nestelt, gaat het niet zozeer om de plot maar om de sfeer en de woorden waarin en waarmee het speelt.’ 

    Kampmanns eigenzinnige taalgebruik, haar ongewone beelden en vreemde gedachtensprongen zorgen voor een ongrijpbaar gevoel van ongefundeerdheid, vindt Andrea Heinz in Der Standard: ‘Precies zoals Wenzel zich moet voelen. Als iemand die lang in de gevangenis heeft gezeten, past hij niet meer in deze wereld.’ Heinz beschouwt het boek als een aanklacht tegen het kapitalisme. ‘Zonder het woord ook maar te noemen. Hoe bedrijven rijk worden door de wereldwijde honger naar energie, terwijl dat ten koste gaat van de arbeiders.’ 

    ‘De dominante kracht waaraan ze proberen te ontworstelen, is niet heteroseksualiteit maar kapitalisme’

    Fiona Bell van Chicago Review komt tot dezelfde conclusie. Al moest ze ook denken aan de boeken van James Baldwin en ‘grote gay romans’ als Een klein leven van Hanya Yanagihara of Maurice van E.M. Forster. Met dit verschil dat Kampmann homoseksualiteit niet probeert af te zetten tegen opvattingen in een heteromaatschappij of cultuur- of klassenverschillen wil aanstippen, schrijft Bell. ‘Het gaat om een liefdesrelatie tussen twee mannen uit de arbeidersklasse die elkaar begrijpen in het intieme besef dat het systeem misbruik van hen maakt. De dominante kracht waaraan ze proberen te ontworstelen, is niet heteroseksualiteit maar kapitalisme.’

    Ook Jane Yager van The Times Literary Supplement vindt dat Kampmann ‘op een briljante manier’ laat zien ‘hoe roekeloos en respectloos de industrie omspringt met mensenlevens’. Daarbij is ze onder de indruk van het taalgebruik en de ‘verrukkelijke’ zinnen. ‘Met het olieplatform zelf als meest levendige karakter. Kampmann heeft zo’n verbazingwekkend arsenaal aan details tot haar beschikking dat je het boek leest als pure klimaatfictie.’

    Anja Kampmanns debuutroman Wie hoch die Wasser steigen, door Roland Fagel vertaald als Hoe hoog het water stijgt, verscheen half februari bij Prometheus.

    Door Diederik Samwel

  • Een bul in de bajes: maffiosi verlaten cum laude de gevangenis

    Een bul in de bajes: maffiosi verlaten cum laude de gevangenis

    In zwaar beveiligde gevangenisafdelingen volgen criminele die lange straffen uitzitten een studie om de tijd te doden. Zo ontstond de meest hoogopgeleide generatie maffiosi ooit.

    Er is een maffia die in niets lijkt op de maffia zoals we die kennen, te weten onbehouwen en dom: die van Bernardo Provenzano’songrammaticale en cryptische pizzini [gecodeerde briefjes waarmee maffiosi onderling communiceren], of de boerse maffia van Totò Riina, iemand die zichzelf graag aan anderen mocht voorstellen met de mededeling dat hij slechts lagere school had gehad. 

    In hun schuilplaatsen hadden ze altijd wel een Bijbel, en soms troffen degenen die voortvluchtigen opspoorden in een enkele lade exemplaren aan van I Beati Paoli [een historische roman over een middeleeuwse Siciliaanse sekte die door sommigen wordt gezien als voorloper van de maffia] of Calvello il bastardo van William Galt, alias Luigi Natoli. Voor hen heilige teksten, eerder maffialiteratuur dan literatuur óver de maffia. Andere lectuur werd niet aangetroffen.

    900x1200
    Historische roman over een middeleeuwse Siciliaanse sekte die door sommigen wordt gezien als voorloper van de maffia.

    Maar de bazen die zijn opgegroeid in de schaduw van de Corleonesi hebben geen voorbeeld genomen aan diezelfde Corleonesi. In moeilijke tijden zochten ze hun toevlucht tot scholing, en in de kwarteeuw dat ze opgesloten zaten in cellen die niet veel meer dan holen zijn, bevonden ze zich uitsluitend in het gezelschap van Fjodor Dostojevski en de gebroeders Karamazov, Lev Tolstoj, Italo Svevo, Boris Pasternak, Luigi Pirandello, Duitse filosofen, protestantse theologen, Virgilius en Immanuel Kant.

    En zo ontstond op de extra beveiligde gevangenisafdelingen de hoogstopgeleide generatie maffiosi ooit. Begerig naar kennis verslinden de zonen van het ‘41 bis-regime’ [‘hard gevangenisregime’ oftewel isolement, naar artikel 41 bis van de Italiaanse wet op het gevangenisbeheer], alles wat aan papier is toevertrouwd. Ze zijn frequente bezoekers van gevangenisbibliotheken en ze pressen hun advocaten dagelijks om aanklagers en rechters-commissarissen te bewegen hun verlof en gunsten te verlenen door universiteitsdiploma’s en studiepunten te overleggen.

    De wet heeft de deuren van hun cellen voor altijd gesloten, maar die van het onderwijs wijd geopend

    Laatste in de rij is de boss Filippo Graviano, die zijn verzoekschrift vergezeld deed gaan van zijn bul in de economie en een certificaat van deelname aan een cursus finance. Terwijl buiten steeds minder wordt gelezen, lezen ze binnen steeds meer. De mannen van de oude ‘Cupola’ [de commissie van maffiabazen] leren, verdiepen zich in de geschiedenis en de mysteries van het geloof en studeren cum laude af in de geesteswetenschappen. De wet heeft de deuren van hun cellen voor altijd gesloten, maar die van het onderwijs wijd geopend. 

    Onkruid

    Veelzeggend is het verhaal van Giuseppe Grassonelli, opgetekend door collega Carmelo Sardo in Malerba (Onkruid), een prachtig boek over de Agrigentijnse boss van Porto Empedocle. Toen hij voor de eerste keer naar het eiland Pianosa werd gestuurd, op 15 november 1992, vond hij onder het matras van zijn brits een exemplaar van Oorlog en vrede. Hij begon het te lezen, maar begreep de woorden niet en barstte van wanhoop in tranen uit.

    81xhxJVXF0L
    De memoires van Grassonelli met als titel Malerba (onkruid) als bijnaam.

    Om te ontkomen aan de hel van zijn nooit eindigende straf begon hij te studeren. Na vijftien jaar isolement studeert hij af op ‘De Napolitaanse revolutionaire opstanden van 1799 en het “oproer” in de provincies van het Koninkrijk’. Na een eerste graad in de letteren zal Grassonelli binnenkort ook zijn tweede krijgen, in de filosofie. Het is de culturele revolutie van de Siciliaanse maffia.

    Een ander die aanvankelijk amper in staat was zijn handtekening te zetten, is de beroemde Gaspare Spatuzza, de maffioso uit Palermo die nep-spijtoptant Vincenzo Scarantino ontmaskerde en wiens bekentenis leidde tot de herziening van het proces inzake de moordaanslag op antimaffiarechter Paolo Borsellino. Tegenwoordig kleedt hij zich altijd in het zwart, als een priester, en in zijn boekenkast staan Misdaad en straf, boeken van de Italiaanse filosofen Giovanni Reale en Dario Antiseri, en de geschriften van Joe Dispenza over kwantumfysica. 

    De laatste keer dat hij buiten de gevangenis werd gezien, was in de buurt van Misilmeri, een dorp in de buurt van Palermo waar hij samen met een vriend een man had laten oplossen in zoutzuur. Zijn handlanger vertelde de rechters tot in detail over de moord en zei over Spatuzza: ‘Meteen na de moord had Gaspare honger en vroeg me om iets te gaan kopen; hij zette zijn tanden in een broodje, at met één hand en roerde met de andere.’ Dus met de ene hand hield hij zijn sandwich vast en met de andere hand roerde hij met een houten pollepel in de kuip waarin het lijk aan het oplossen was. Een macaber verleden. Volgens iedereen die bekend is met de wreedheden uit zijn vroegere leven is Gaspare een ander mens geworden. 

    Cum laude

    Calogero, een van broers van Giovanni Brusca [de maffioso die onder meer de bom tot ontploffing bracht die een einde maakte aan het leven van openbaar aanklager Giovanni Falcone], heeft zich ingeschreven bij de letterenfaculteit. Antonio Tusa, de neef van Piddu Madonia, de boss van Caltanissetta, heeft zich ingeschreven bij landbouwkunde; de maffiosi Giancarlo Giugno uit Niscemi en Carlo Marchese uit Riesi schreven zich in bij respectievelijk geneeskunde en rechten. 

    Tommaso Spadaro, de ‘koning van Kalsa’ (een wijk in Palermo), studeerde niet lang voor zijn dood op 72-jarige leeftijd af in de gevangenis van Spoleto, waar hij een levenslange gevangenisstraf uitzat voor de moord op een onderofficier van politie. Hij was een voormalig sigarettensmokkelaar en de bazen hadden hem bij de Porta Nuova-familie gehaald vanwege zijn schepen en zijn oude contacten met de Camorra. Don Masino, oftewel Tommaso Buscetta, studeerde op een haar na cum laude af. De titel van zijn scriptie luidde: ‘Het mensbeeld in het gedachtengoed van Gandhi’. 

    Levenslange gevangenisstraf of niet, de leden van de cosa nostra zijn ervan overtuigd dat ze vroeg of laat vrij zullen komen

    Maar wat drijft maffiosi er, naast de beperkingen van het 41 bis-gevangenisregime, toe om zo waanzinnig hard te studeren? Deskundigen zeggen: levenslange gevangenisstraf of niet, de leden van de cosa nostra zijn ervan overtuigd dat ze vroeg of laat vrij zullen komen. 

    Een paar jaar geleden kwamen de kranten met het opzienbarende nieuws dat Pietro Aglieri van de Corleone-clan cum laude was geslaagd voor zijn tentamen over de geschiedenis van het christendom, en dat hij in de Rebibbia-gevangenis zelfs complimenten had gekregen van de drie professoren in de commissie. Geen al te grote opgave voor de grootste filosoof van de Siciliaanse maffia, strateeg van de ‘zachte dissociatie’ (spijtoptant zijn zonder iemand te beschuldigen) die hij de toenmalige nationale antimaffia-aanklager Pierluigi Vigna beloofde. Hij was al sinds zijn actieve leven ten prooi aan een mystieke crisis, woonde in een hol waar hij een altaar had laten bouwen en kreeg terwijl hij werd gezocht bijna dagelijks bezoek van een monnik van de Orde van Ongeschoeide Karmelieten. 

    Aglieri had laten weten dat hij, als hij zichzelf ooit zou aangeven, niet naar de politie zou stappen maar naar de aartsbisschop van Palermo, Salvatore De Giorgi. Wat had hij, in de tijd dat hij voortvluchtig was, beter kunnen lezen dan het complete oeuvre van Edith Stein, de Duitse karmelietes en filosofe die in 1942 stierf in Auschwitz? Een maffiose intellectueel avant la lettre. 

    Net als die ander, als het tenminste waar is wat hem wordt toegeschreven, de beruchte, ongrijpbare Matteo Messina Denaro, hoofdrolspeler in een indrukwekkende correspondentie met Antonino Vaccarino, voormalig burgemeester van Castelvetrano en eigenaar van een bioscoop, die werd gearresteerd voor drugshandel. In opdracht van de geheime dienst schreef burgemeester Vaccarino onder het pseudoniem Suetonius brieven aan een mysterieuze ‘Alessio’, die niemand minder was dan Matteo. 

    Hij citeerde de Aeneis, bediscussieerde Toni Negri, beschouwde Bettino Craxi als ‘de beste politicus die Italië heeft gekend’. En hij haalde, vanuit zijn optiek niet te onpas, in elke brief de woorden aan van [de Braziliaanse schrijver] Jorge Amado: ‘Er is niets lagers dan rechtspraak die twee handen op één buik is met de politiek.’

    Het is een genuanceerde manier van denken die botst met de botheid van een Totò Riina, de primitiviteit van een Leoluca Bagarella en het groteske taalgebruik van Provenzano in zijn cryptische briefjes aan vrienden: ‘Sendi, kan jij me zeggen, jouw maat, die we in de lente ontmoet hebben, hij zal het wel weten, die groente, die we cichorei noemen, als hij kan vinden waar de aarde die cichorei draagt, kan hij dan wat zaadjes voor me bewaren, voor als het ontploft?’ Enzovoort.

    Doctorandus

    Die herontdekte berichten, en zijn manie – of wellicht was het noodzaak, om dreigende telefoontaps en andere afluistermethodes te omzeilen – om velletjes papier vol te kladden, kwamen Provenzano zelfs op een sneer van Riina te staan: ‘Mijn dorpsgenoot? Een beste man, al schrijft hij te veel.’

    Maar een mens verandert niet altijd door scholing. Zo is Cesare Lupo, maffioso uit Brancaccio en zwager van de bazen Giuseppe en Filippo Graviano, tijdens zijn opsluiting in Catanzaro afgestudeerd aan de Magna Graecia-universiteit met een scriptie over ‘Afpersing’. Hij wilde zijn diploma met champagne vieren, de gevangenis-directeur gaf hem een cola. Lupo was zo’n grote kenner van afpersing dat hij kort na zijn vrijlating opnieuw voor eenzelfde misdaad werd gearresteerd door agenten van de recherche van Palermo. 

    Dertig jaar na alle bloedbaden zijn ze allemaal ‘doctorandus’

    Dertig jaar na alle bloedbaden zijn ze allemaal ‘doctorandus’, de bazen van de cosa nostra. Wie weet, misschien hebben ze de oude Luciano Liggio tot voorbeeld genomen, de eerste maffiagevangene die een paar boeken in zijn cel had. Toen hij in de jaren zeventig werd gehoord door de parlementaire antimaffiacommissie, liet Liggio zich voorstaan op zijn kennis: ‘Ik heb van alles gelezen, over geschiedenis, filosofie, pedagogiek. De klassiekers. Ik heb Charles Dickens en Benedetto Croce gelezen.’ Om vervolgens, implicerend dat hij nooit een bekentenis zou ondertekenen, geheimzinnig te fluisteren: ‘Maar wie ik het meest bewonder is Socrates, iemand die nooit iets heeft geschreven, net als ik.’ 

    GettyImages 174303425
    Arrestatie van de crimineel Luciano Leggio in Milaan, 1974. © Adriano Alecchi / Mondadori / Getty
  • Kunstig monument voor illustere grootmoeder

    Kunstig monument voor illustere grootmoeder

    In haar nieuwe roman beschrijft de Zwitserse Zora del Buono aan de hand van een familiesaga het opkomend fascisme aan het begin van de vorige eeuw.

    De Zwitserse schrijver Zora del Buono publiceert met Die Marschallin een familieroman rond het levensverhaal van haar grootmoeder Zora, naar wie ze is vernoemd. Het speelt zich grotendeels af in het Italië van begin vorige eeuw, tegen de achtergrond van het opkomend fascisme. In de salon van haar villa in Bari ontvangt Zora hoge gasten onder wie ook Josip Broz, alias Tito, maarschalk van voormalig Joegoslavië. 

    ‘Letterlijk salonsocialisten, die onder het genot van wijn en spijzen het leven en de dood bespraken’, schrijft Elke Schmitter in Der Spiegel. ‘Del Buono schetst een burgerlijk en tegelijkertijd communistisch milieu, een typisch Italiaanse combinatie.’ Daarbij heeft de schrijfster volgens de recensent een voorkeur voor historische details en mikt ze niet op het epische: ‘Het verhaal zit vol kunstige anekdotes die organisch met elkaar zijn verweven.’

    ‘De roman is meer dan het portret van een sterke vrouw’

    Ook Manfred Papst van Neue Zürcher Zeitung is onder de indruk van de verhaalopbouw. Volgens hem is goed te merken dat de auteur tevens architect is: ‘Een goed doortimmerd geheel met een heldere structuur, ontworpen vanaf de tekentafel. De personages zijn weliswaar vitaal, maar door de nadruk op het beeldende taalgebruik en de vele details wordt het ook wat statisch. Daardoor krijg je geen film te zien, maar is het of je door een fotoboek bladert.’ 

    In Süddeutsche Zeitung spreekt Fritz Göttler van een ‘adembenemend verhaal’ waarin personages en perspectieven maar ook opeenvolgende sociale stromingen elkaar afwisselen. ‘Zo slaagt ze erin een familiesaga te verbinden met de voortdurend veranderende tijdgeest en het grote politieke verhaal.’ En overal voert Zora de regie: ‘Als ze een man was geweest, was ze een majoor geworden, of een maarschalk, misschien zelfs president.’ 

    Maar juist waar het tijdsbeeld te veel nadruk krijgt, begint het te wringen, vindt Katrin Hillgruber van Der Tagesspiegel: ‘Als de auteur beroemdheden citaten in de mond legt in de talrijke dialogen, wordt het stijfjes en gekunsteld.’ 

    ‘De roman is meer dan het portret van een sterke vrouw,’ stelt Eva Menasse in Die Zeit. ‘Via verschillende stadia uit Zora’s leven krijgt de lezer het verhaal van de twintigste eeuw gepresenteerd. Maar dan vanuit een zuidelijke invalshoek.’

    Die Marschallin van Zora del Buono, door Michel Bolwerk vertaald als De maarschalk, is half januari verschenen bij Meulenhoff.

    Door Diederik Samwel

  • De culturele revolutie van 1922, het jaar dat ons denken voorgoed veranderde

    De culturele revolutie van 1922, het jaar dat ons denken voorgoed veranderde

    Precies een eeuw geleden publiceerden James Joyce, T.S. Eliot, Ludwig Wittgenstein en Virginia Woolf werken die de koers van de moderne roman, poëzie en filosofie van richting veranderden.

    ‘Wie vraagt zich af of Kritiek van de zuivere rede is geschreven in het jaar zeventienhonderd zus of zeventienhonderd zoveel?’ Dat zei Ludwig Wittgenstein tegen Bertrand Russell toen hij had gehoord dat zijn Tractatus logico-philosophicus voor de zoveelste keer was geweigerd. Hij was tweeëndertig en overtuigd van de waarde van zijn werk: ‘Ik denk dat ik een definitieve oplossing heb voor onze problemen.’ Hij doelde op niets minder dan de problemen waarmee de filosofie al eeuwenlang worstelde. Vandaar dat hij er niet om maalde dat zijn boek over ‘twintig dan wel honderd jaar’ uitgegeven zou worden. Waar hij geen zin in had, was om zelf voor de kosten op te draaien. ‘Het was aan mij om dit boek te schrijven; het is nu aan de wereld om het via de gebruikelijke weg te aanvaarden.’ Uiteraard was geld niet het probleem: Wittgenstein kwam uit een van de rijkste families van Europa. Het probleem was zijn ‘arrogantie’, zo zei hij zelf, plus de overtuiging dat de filosofische goegemeente nog niet klaar was voor die krap honderd pagina’s. Tot de groep mensen die er niets van zouden begrijpen behoorden de hoogleraren en, tot zijn verdriet, een van hen in het bijzonder: de door hem zo bewonderde Gottlob Frege, de goeroe van de wiskundige logica. ‘Hij begrijpt niets van mijn werk en ik weet niet hoe ik het hem nog moet uitleggen,’ schreef hij in een brief.

    De Tractatus was in 1918 voltooid, maar het werk zou pas in oktober 1921 worden gepubliceerd in het tijdschrift Annalen der Naturphilosophie. De titel was in het Duits vertaald en de tekst was voorzien van een voorwoord van Russell, die het werk omschreef als ‘een gebeurtenis die geen enkele serieuze filosoof aan zich voorbij zou mogen laten gaan’. De Britse denker was een van de toonaangevende intellectuelen van Europa en had zijn faam aangewend om de tekst van zijn vriend gepubliceerd te krijgen. Deze had toen al besloten zijn academische carrière vaarwel te zeggen om te gaan werken als tuinman in een klooster vlak bij Wenen. Ofschoon zijn mentor in Cambridge had geluisterd naar Wittgensteins norse instructies – ‘ik ga niet langer mijn best doen om het onder te brengen bij een uitgeverij (…), doe ermee wat je wilt’ – aarzelde Wittgenstein niet om de publicatie vervolgens te bestempelen als een ‘pirateneditie’ en de uitgever een ‘oplichter’ van formaat te noemen. Desalniettemin stemde hij in met een tweetalige editie die in 1922 in Londen werd uitgegeven, dit keer met de Spinoza-achtige titel in het Latijn, op voorstel van een andere vooraanstaande collega, George Edward Moore. Wittgenstein, die niet tevreden was over de vertaling, had inmiddels een nieuwe baan in het Oostenrijkse dorpje Trattenbach, niet ver van de Hongaarse grens, waar hij onderwijzer was op een lagere school. Daar begon hij met het schrijven van een Wörterbuch für Volksschulen, het enige werk dat naast de Tractatus tijdens zijn leven werd gepubliceerd. Nog datzelfde cursusjaar werd er een seminar aan gewijd op de Universiteit van Wenen en vijf jaar later werd het uitgegeven in het Chinees.

    Annus mirabilis

    De perikelen rondom de uitgave van Wittgensteins debuut laten zien hoe willekeurig jaartallen zijn. Het zou goed kunnen dat niemand zich in de toekomst afvraagt in welk decennium van de twintigste eeuw het werd uitgegeven, maar feit is dat 1922 dankzij de publicatie in boekvorm het annus mirabilis van de westerse cultuur werd. In dat jaar verschenen er nog twee werken die voor een revolutie zorgden in de romankunst en de poëzie: Ulysses van James Joyce en The Wasteland [in het Nederlands vertaald als Het barre land] van T.S. Eliot. Wat waren de overeenkomsten? Ze werden geschreven na de Eerste Wereldoorlog, ze waren het product van persoonlijke crises, ze geven uitdrukking aan de desintegratie van de aangename ‘wereld van gisteren’ en ze laten zien dat de oorlog zich op andere wijze voortzette op een ander soort slagveld: de taal.

    ‘De mensen keerden met stomheid geslagen terug van het slagveld,’ schreef [de Joods-Duitse filosoof] Walter Benjamin. ‘Ze waren niet in staat om te communiceren over wat ze hadden meegemaakt.’ Goede economische, materiële, morele en politieke vooruitzichten waren verdwenen als gevolg van inflatie, hongersnood, tirannie en de loopgravenoorlog. ‘Een generatie die nog met de paardentram naar school was gegaan, stond weerloos in een landschap waarin met uitzondering van de wolken alles anders was geworden; en in het midden daarvan, in een krachtenveld van verwoestende explosies en stromingen, bevond zich het nietige, broze menselijk lichaam.’ Wat er tussen 1914 en 1918 was gebeurd had het denken lamgeslagen, een gevoel dat [de Oostenrijkse schrijver] Hugo von Hofmannsthal al een decennium eerder tot uitdrukking had gebracht in zijn beroemde Brief van Lord Chandos: ‘Er is, kort samengevat, het volgende met mij aan de hand: ik ben het vermogen om te kunnen denken of coherent ergens over te kunnen praten volledig kwijtgeraakt.’ Iets soortgelijks deed zich in 1922 voor in de Spaanse taal, toen [de Peruaanse dichter] César Vallejo zijn radicale dichtwerk Trilce publiceerde. In datzelfde jaar, maar dan aan andere kant van het esthetisch spectrum, kreeg Jacinto Benavente de Nobelprijs voor de Literatuur ‘vanwege de voorbeeldige wijze waarop hij de illustere traditie van het Spaanse toneel heeft voortgezet’.

    Het onzegbare bestaat uiteraard, maar drukt zich niet uit: het toont zich

    Ludwig Wittgenstein, die de structuur van zijn Tractatus aan het Poolse front op papier zette, hield vol dat alleen mensen die ooit zélf identieke of vergelijkbare gedachten als hij hadden gehad zijn boek konden begrijpen. Dat wil zeggen dat wat gezegd kan worden helder kan worden gezegd en dat waarover men niet kan spreken men moet zwijgen. Waar Kant probeerde de grenzen van het kenvermogen van de mens aan te tonen, probeerde Wittgenstein helder te omschrijven wat wel of geen zinvolle taal is. Hij was ervan overtuigd dat er een relatie bestond tussen de structuur van de werkelijkheid en de structuur van taal, en hij was van mening dat een grondige analyse van de taal de filosofie zou beperken tot taalkritiek. Al het andere – ethiek, esthetiek, psychologie, religie – zou onderwerp worden van speculatie, intuïtie, pseudokennis. Het onzegbare bestaat uiteraard, maar drukt zich niet uit: het toont zich. ‘Dat is het mystieke.’

    Wittgenstein was net zo overtuigd van het belang van zijn werk als James Joyce dat was van het zijne. Van het belang én van de moeilijkheidsgraad. De boutade van de Ierse auteur dat hij zijn werk had geschreven om specialisten driehonderd jaar lang te entertainen is beroemd. Hij nam het klassieke verhaal bij uitstek, de Odyssee, dat hij sublimeerde, parodieerde, demonteerde en verdichtte. De tien jaar die de homerische held erover deed om zwervend van eiland naar eiland uiteindelijk terug te keren naar huis, werden in Ulysses teruggebracht tot één dag (16 juni 1904) en één stad (Dublin). 

    Aan de hand van dialogen, monologen, traditionele vertellingen, grapjes, naast elkaar geplaatste citaten, reclameslogans, diepe overpeinzingen en nauwkeurige beschrijvingen verhaalt de roman van de lotgevallen en gedachten van Stephan Dedalus, Leopold Bloom en Marion (Molly) Bloom, de vrouw van Stephan. Om er geen twijfel over te laten bestaan dat de drie hoofdpersonen Joyce’ persoonlijke versie van Telemachus, Odysseus en Penelope waren, stuurde Joyce naar twee van zijn vrienden een overzicht van beide werken met daarin de overeenkomsten tussen zijn werk en dat van Homerus: de impliciete titels van de episoden, de tijdstippen waarop ze plaatsvinden, de literaire technieken die hij in elk daarvan had gebruikt en hun relatie met delen van het menselijk lichaam, de kunst, de wetenschap en symbolen. Het eiland van Calypso zou Blooms huis zijn, het eiland van Circe een bordeel, de smalle zeestraat van Scylla en Charibdis de Nationale Bibliotheek en het land van de Cyclopen een pub.

    Marcel Duchamp

    Het is geen toeval dat een andere belangrijke beeldenstormer, vader van de hedendaagse kunst Marcel Duchamp, tussen 1915 en 1923 aan een kunstwerk werkte dat vaak wordt beschouwd als zijn particuliere versie van Penelopes verzet tegen haar vrijers: La mariée mise à nu par ses célibataires, même (The large glass). Terwijl de beeldende kunsten in plaats van het doek en het marmer nu vluchtig en broos materiaal zoals het menselijk lichaam begonnen te gebruiken, diende zich in de literatuur de crisis van het traditionele realisme aan. De wereld was aan diggelen gevallen en niemand kon nog met goed fatsoen en uit volle overtuiging de lof zingen van de zegeningen van haar harmonie. In misdaadromans begon de taal waarin ze waren geschreven de hoofdverdachte te worden. Is het niet in hoge mate symbolisch dat Duchamps glaswerk van bijna drie meter tijdens een verhuizing doormidden brak?

    Toen Virginia Woolf de klassieke roman Nacht en dag (1919) publiceerde, nadat ze in de gedurfde roman De uitreis (1915) ‘een zo gevarieerd en ongeordend levenstumult als maar mogelijk was’ had nagestreefd, kwam [de Brits-Nieuw-Zeelandse schrijfster] Katherine Mansfield met een scherpzinnig oordeel: ‘We dachten dat deze wereld voorgoed was verdwenen, dat het onmogelijk was haar nog te vinden in de grote oceaan van de literatuur, een boot die zich niet bewust is van wat er was gebeurd. Maar hier hebben we Nacht en dag, fris, nieuw, subliem, een roman in de Engelse traditie die we bewonderen, die ons oud doet voelen en ons de rillingen bezorgt: we hadden nooit gedacht dat we er met een nieuwe blik naar zouden kijken.’ Woolf publiceerde Jacobs kamer in het iconische jaar 1922 en vanaf toen reeg zij het ene hoogtepunt van de moderne literatuur aan het andere: Mevrouw Dalloway, Naar de vuurtoren, Orlando, De golven, romans waarin ze de grenzen slechtte tussen handeling, lyriek en denken en zo voorbijging aan de genres die daarbij hoorden: de roman, de poëzie en het essay.

    De kunst van vandaag heeft meer te danken aan Duchamp dan de literatuur aan Joyce

    Er zijn nu honderd jaar voorbij van de door Joyce aangekondigde driehonderd jaar hermeneutisch entertainment. De Ierse schrijver had later spijt van de homerische schema’s die al decennialang zijn te vinden in veel edities van Ulysses. Een van de eerste en bekendste lezers van de roman toen die nog in wording was, was de dichter T.S. Eliot, die op zijn beurt inzag dat hij zich had vergist door verklarende noten toe te voegen aan een ander revolutionair boek uit 1922: Het barre land. Terwijl ze juist graag wilden dat hun werk als autonome teksten werden gelezen en dat daarbij zelfs de daarin ogenschijnlijk weerspiegelde werkelijkheid buiten beschouwing zou worden gelaten, sprak zowel de romanschrijver als de dichter desondanks meer tot de verbeelding van geleerden dan tot die van de lezers. ‘Verschillende critici,’ zo zei Eliot zelf jaren later, ‘hebben mij de eer verschaft het gedicht te interpreteren als een kritiek op de contemporaine wereld. Voor mij was het slechts de uitlaatklep voor een persoonlijke en totaal onbetekenende klacht tegen het leven; het is niet meer dan een ritmische jammerklacht.’

    In de verzen van zijn gedicht vind je zenuwcrises, Keltische mythen, de zoektocht naar de Graal, Dante en Shakespeare in een gekmakende stedelijke ambiance. [De Amerikaanse dichter] Ezra Pound, die de dag waarop Joyce de laatste punt in Ulysses zette markeerde als het einde van de christelijke jaartelling, snoeide paradoxaal genoeg de meest evidente Joyceaanse elementen weg uit Het barre land zonder het kenmerkende mythische geraamte te elimineren. Ook schrapte hij de persoonlijkere opwellingen en bracht daarmee de veelheid aan registers voor het voetlicht, in een onmogelijke poging om een equivalent te creëren van het kubisme in de schilderkunst. Niet voor niets was de eerste titel die Eliot in gedachten had He Do the Police in Different Voices. In een werk vol citaten was deze titel uiteraard ook een citaat, en wel uit de roman Onze wederzijdse vriend van Charles Dickens.

    Nobelprijs

    In 1948 kreeg T.S. Eliot de Nobelprijs voor de Literatuur. Zijn faam en invloed als dichter, criticus en uitgever waren zo groot dat hij in Minnesota een lezing gaf voor een publiek van veertienduizend mensen. Decennialang was je, als je westerse poëzie schreef, voor of tegen hem. En soms allebei, want met Vier kwartetten remde hij radicaal zijn avant-gardistische impulsen af, op zoek als hij was naar een synthese van denken en lyriek. Ook Wittgenstein zag kans om zijn ideeën te herzien in zijn theorie over het spelen met taal. Als die theorie er niet was geweest, zouden de analytische filosofie en het werk van auteurs als Thomas Bernhard, Peter Handke en Ingeborg Bachmann er anders hebben uitgezien.

    In 1993 maakte [de Britse regisseur] Derek Jarman de film Wittgenstein, met Karl Johnson (de latere Cato in de serie Rome) in de rol van de filosoof, Michael Gough in die van Bertrand Russell en Tilda Swinton in die van diens vriendin Ottoline Morrell. Het script, waar [de Britse literatuurwetenschapper] Terry Eagleton aan meeschreef, wisselt rigiditeit af met humor en vat aldus de twee systemen van de Weense denker samen: in zijn poging om de wereld te reduceren tot zuivere logica schept een man een wereld zonder onvolmaaktheden en onbepaaldheden, een extensie van wit en blinkend ijs. Wanneer hij besluit om de door hem geschapen wereld te verkennen, zet hij een stap en valt achterover. Hij had geen rekening gehouden met de wrijving. Het ijs was glad, vlak en vlekkeloos, maar je kon er niet op lopen.

    James Joyce deed geen stap achteruit en verhoogde in Finnegans Wake de inzet van Ulysses. In Lecciones de literatura universal (Lessen uit de wereldliteratuur), een boek onder redactie van Jordi Llovet, vatte Joyce’ Catalaanse vertaler Joaquim Mallafrè de les van de Ierse schrijver als volgt samen: ‘Aan de vooravond van de audiovisuele cultuur is Finnegans Wake misschien wel het laatste grote moment van het Gutenberg-tijdperk. Mede doordat de visuele cultuur meer oraal is dan schriftelijk, ontdekken we in Joyce het eerste grote, eeuwigdurende en vernieuwende spel van stemmen en woorden.’ De toonaangevende kunst van vandaag heeft meer te danken aan Duchamp dan de toonaangevende literatuur aan Joyce, omdat zijn erfenis – bij tijd en wijle eveneens een wereld van ijs – nog maar voor een klein deel is omarmd. Er is nog maar een eeuw voorbij. De roman heeft er nog twee te gaan om het proces te voltooien.

  • Over ongebruikelijke personages die absurde gebeurtenissen meemaken

    Over ongebruikelijke personages die absurde gebeurtenissen meemaken

    De Zuid-Afrikaanse schrijfster Ingrid Winterbach doorziet met haar ironische, eigenzinnige stijl vlijmscherp de tijdsgeest. Door sommigen wordt haar werk zelfs als profetisch beschouwd.

    De Zuid-Afrikaanse schrijfster Ingrid Winterbach is wereldberoemd en razend populair in eigen land. Lezers én critici kijken reikhalzend uit naar haar volgende roman. De laatste, Die Troebel Tyd, gaat over zoöloog Magrieta Prinsloo die in een existentiële crisis verzeild raakt wanneer ze aan haar echtgenoot twijfelt, mogelijk de verkeerde antidepressiva slikt en tijdens een speurtocht naar haar verdwenen baas op het strand op walvissen stuit.

    ‘Zodra ik een boek van Winterbach opensla, verwacht ik het onverwachte’, schrijft Karina Magdalena in Cape Times. ‘Ze heeft de gave om de meest ongebruikelijke personages de meest absurde gebeurtenissen te laten meemaken. Het blijkt onmogelijk om niet van haar karakters te gaan houden.’

    Volgens de criticus van het Zuid-Afrikaanse Times Live bewijst Winterbach in haar nieuwste boek ‘opnieuw haar opmerkelijke vernuft als romancier’ en geeft ze ‘ook ditmaal blijk van haar eigenzinnige, bijtende humor en haar inzicht in de menselijke psyche’. 

    ‘Roerig’ uit de titel van het boek moet niet worden verward met ‘donker’

    Johan Myburg, recensent voor de Zuid-Afrikaanse nieuwssite Maroela Media, waarschuwt de lezer om “roerig” uit de titel van het boek niet te verwarren met “donker”: ‘De manier waarop Winterbach ironie gebruikt, maakt de leeservaring allerminst tot een sombere. Dit boek is heerlijk averechts, politiek incorrect, grappig op een cynische manier en bovendien meeslepend.’

    In The Johannesburg Review of Books legt Patrick Flanery uit dat Winterbach in haar twaalfde roman de ‘huiveringwekkende gekte van de huidige tijdgeest’ blootlegt. De roerige tijden uit de titel verwijzen niet alleen naar de persoonlijke geestestoestand van de hoofdpersoon, maar net zo goed naar ‘klimaatverandering, uitgestorven diersoorten, ongelijkheid, sociale onrust en kunstmatige intelligentie’.  

    Het valt Flanery op hoe snel de tijd verstrijkt in de roman en dat Winterbach net als in haar eerdere boeken wetenschappers opvoert die zijn gespecialiseerd in het pre-humane tijdperk: ‘Dat kan geen toeval zijn. Misschien kunnen zij ons iets vertellen over het verloop van de geschiedenis en waar we met z’n allen naar toe gaan.’

    Die Troebel Tyd van Ingrid Winterbach, door Robert Dorsman in het Nederlands vertaald als Roerige Tijden, verscheen begin december bij Zirimiri Press.

    Door Diederik Samwel

  • Nobelprijswinnaar Gurnah tart de verwachtingen van het Europese publiek

    Nobelprijswinnaar Gurnah tart de verwachtingen van het Europese publiek

    Dat de 73-jarige Tanzaniaanse schrijver Abdulrazak Gurnah de Nobelprijs voor Literatuur toegekend heeft gekregen, was een verrassing voor velen. Gurnah is vrij onbekend is op het Afrikaanse continent en werd lang genegeerd door de westerse literatuurwetenschap. Wat kenmerkt zijn oeuvre?

    Het nieuws dat Abdulrazak Gurnah de Nobelprijs voor Literatuur had gewonnen werd zowel met vreugde als met verbazing begroet. Gurnah, de eerste zwarte schrijver die de prijs wint na Wole Soyinka, vijfendertig jaar geleden, is niet zo bekend bij lezers op het Afrikaanse continent, laat staan daarbuiten. De aankondiging leidde bij Amazon tot een stormloop op zijn boeken onder lezers en literatuurwetenschappers in de VS. Zoals Bhakti Shringarpure schrijft, roept de keuze voor Gurnah vragen op over het selectieproces van het Nobelprijscomité voor Afrikaanse schrijvers. Ze vermoedt dat Gurnah het waarschijnlijk met haar eens zou zijn dat de motieven voor zijn uitverkiezing boven de Keniase Ngugi wa Thiong’o, de naam die al een tijd als dé Afrikaanse kandidaat in het Nobelprijscircuit rondzingt, niet allemaal even zuiver zijn. 

    Een andere vraag die deze toekenning oproept, is of deze zal leiden tot een herontdekking van Gurnahs werk onder literatuurwetenschappers in de VS, die tot dusver de aanzienlijke hoeveelheid studies die buiten de Amerikaanse academische wereld over zijn omvangrijke oeuvre zijn verschenen, hebben genegeerd.

    Wisselend perspectief

    In feite zou men Gurnahs boeken kunnen lezen als antwoorden op juist deze vragen. Zijn romans zijn te lezen als commentaar op de culturele politiek van het ‘stroomlijnen’ van Afrikaanse verhalen voor wereldwijde distributie en consumptie. Hij heeft het wisselende perspectief van die politiek – in het koloniale tijdperk, tijdens de Koude Oorlog en in de huidige tijd – onderzocht. De diep ingesleten verwachting van het Europese publiek dat Afrikanen over hun achtergrond en de vermeende uitzichtloosheid van hun land schrijven, duikt overal in zijn werk op. Wanneer de verteller in Admiring Silence op het punt staat zijn toekomstige schoonouders te ontmoeten, waarschuwt zijn Engelse aanstaande om het vooral niet over Zanzibar te hebben, om haar ouders niet uit te lokken. De scène waarin de toekomstige schoonmoeder ‘een paar voorbeelden van marteling en uithongering’ van de getergde verteller weigert aan te horen en haar echtgenoot enkel verhalen over het Britse Rijk opdist, blinkt uit in bijtende ironie. In The Last Gift geven de bombastische speculaties van de aanstaande schoonfamilie over de etnische afkomst van hun toekomstige schoondochter afwisselend blijk van verdoezeld superioriteitsgevoel en onversneden racisme. 

    Uit de romans spreekt ook scepsis tegenover koloniaal onderwijs

    De schoonvader in spe grapt goedmoedig tegen de jonge vrouw dat ze wel een ‘jungle bunny’ in de familie kunnen gebruiken. Het boek gaat evenzeer over de onwil van Zanzibari’s om verhalen over het nationale verleden te vertellen als over de onwil van buitenstaanders om die te horen. 

    Gecalculeerde terughoudendheid is ook een centraal thema in By the Sea, waarin een asielzoeker Melvilles klerk Bartleby navolgt in zijn voorkeur om er liever het zwijgen toe te doen, om later los te barsten en een intergenerationeel drama te onthullen dat het historische belang van Zanzibar in de prekoloniale en koloniale handelsroutes en de contreien van de Indische Oceaan belicht.

    Scepsis

    Uit de romans spreekt ook scepsis tegenover koloniaal onderwijs en het soort wereldliteratuur dat wordt gefinancierd door internationale organisaties en Amerikaanse lobbyisten. In Gurnahs fictie, gesitueerd in Zanzibar, wordt onderzocht waarom en hoe Afrikaanse denkers en schrijvers worden verleid aan dit soort projecten deel te nemen. In By the Sea maakt de ontdekking van de wereldliteratuur door een van de personages deel uit van een coming-of-ageverhaal in de Koude Oorlog, kort nadat Zanzibar onafhankelijk is geworden van het Verenigd Koninkrijk. In een onvergetelijk fragment wordt beschreven hoe de Amerikaanse voorlichtingsdienst USIA een luxueuze bibliotheek opent om de Zanzibari’s voor zich te winnen, ten koste van het socialistische blok. 

    Gurnah beschrijft de aantrekkingskracht van de bibliotheek in zintuiglijke termen: het gevoel van de koele lucht op de huid, de zijdezachte bekleding van het schitterende meubilair, de strakke lijnen van de tafels en de tijdschriften. De Amerikaanse literatuur in de bibliotheek, waaronder geaccepteerde namen als Ralph Waldo Emerson en Frederick Douglass, weerspiegelt democratische vrijheid, al signaleert Gurnah dat de verspreiding van deze literatuur onlosmakelijk verbonden is met de tegenstrijdigheden van het Amerikaanse kapitalisme. 

    Hij geeft beeldende beschrijvingen van de boeken die ‘groot en zwaar’ zijn, ‘glanzend’, met ‘vergulde boekbanden’. De verteller schetst in deze scène het contrast tussen deze verleidelijke propaganda van de Amerikaanse culturele missie en de koloniale bibliotheek, die de Britten bij hun vertrek vergrendeld hebben achtergelaten, en de schoolbibliotheek. 

    Gurnahs boeken zijn ook een liefdesverklaring aan het kosmopolitische ideaal van wereldliteratuur

    De schoolbibliotheek, decennialang de vergaarbak van afdankertjes van vertrekkende koloniale bestuurders, is ook de plek waar literatuur de valse belofte van universalisme en kosmopolitisme vertegenwoordigt. De bestuurders lieten die boeken achter waarin de Europeanen als de verheven brengers van beschaving gelden. 

    Gurnah haalt het door de verteller geschetste contrast onderuit. De werken in de bibliotheek van de Amerikaanse ambassade zijn dan wel niet bezoedeld met herinneringen aan de koloniale overheersing, stelt hij, maar het uitdragen van het kosmopolitische wereldbeeld dat met het bibliotheekproject wordt beoogd, komt hoe dan ook voort uit de machtsnetwerken die kenmerkend waren voor de Koude Oorlog, en is daarom verre van neutraal. Daarin verschilt ze weinig van de koloniale bibliotheek of de schoolbibliotheek.

    Liefdesverklaring

    Hoewel Gurnahs boeken getuigen van scepticisme tegenover snobistisch lezen en het zogenaamde universalisme dat de literatuur ons voorhoudt, zijn ze ook een liefdesverklaring aan het kosmopolitische ideaal van een wereldliteratuur waarin fictie de verbeelding verruimt en de band met literaire, continent overstijgende geschiedenissen verdiept. In Gravel Heart schrijft hij over een vader in Zanzibar die een arbitraire bibliotheek samenstelt uit beduimelde overblijfselen die hij vlak na de dekolonisatie bij elkaar scharrelt. Deze privébibliotheek is een samenraapsel van populaire fictie en literaire zwaargewichten, toneelstukken van Shakespeare, westerns, detectives, een ingekorte versie van Duizend-en-een-nacht.

    Nu Gurnahs werk in de Engelstalige wereld, inclusief de VS, zijn weg naar de lezer vindt, kunnen literatuurwetenschappers de intellectuele arbeid van degenen in Afrika en daarbuiten die zijn oeuvre al hebben bestudeerd, bij hun studie betrekken en erop voortbouwen, in plaats van dit werk te negeren.

    GettyImages 833625178
    Abdulrazak Gurnah tijdens het International Book Festival Edinburgh in Schotland in 2017. – © Simone Padovani / Getty