Onderwerpen: Literatuur

  • Dagermans tijdloze waarschuwing tegen radicalisering

    Dagermans tijdloze waarschuwing tegen radicalisering

    De schrijver Stig Dagerman waarschuwde in 1948 al voor radicalisering in zijn roman Bränt barn. Het boek wordt deze maand opnieuw uitgegeven. In tijden van polarisatie een absolute must-read.

    Stig Dagerman heeft ‘kunst in zijn vingers’, citeert Sweden Posts English de Zweedse journalist Ivar Harrie over Dagermans roman Bränt barn uit 1948. ‘Hij breekt los van de experimentele mogelijkheden van literaire techniek.’ De Zweedse auteur Sven Stolpe noemde het uitzonderlijk om een boek te schrijven dat tegelijk zo ontroerend en zo bedachtzaam is. Het meest onvergetelijk noemt hij ‘de stevige greep van de auteur op zijn jonge held’, die met enige afstandelijkheid wordt benoemd als ‘de zoon’. Deze jonge held, de twintigjarige Bengt, schrijft na de dood van zijn moeder brieven aan zichzelf, die, zoals zij voorspeld had, moeten helpen tegen zijn verdriet. Maar al snel ziet de lezer hoe zijn woede en onmacht alleen maar toenemen, helemaal als hij erachter komt dat zijn drankzuchtige vader een nieuwe vriendin heeft. ‘Het wordt duidelijk dat er een vreselijke afrekening in het verschiet ligt; de enige vraag is tot welke specifieke puinhoop die zal leiden,’ schrijft John Self in The Guardian

    Als Dagerman de roman schrijft, is hij zelf ook nog jong, wat volgens Self tot uiting komt in ‘een overdaad aan emoties en details, cynisme dat grenst aan nihilisme’. Maar in dit geval werken deze kenmerken in zijn voordeel, aldus de Britse recensent, die in de roman een tijdloze waarschuwing ziet tegen radicalisering. De Zweedse auteur Viveka Heyman, die overigens bekendstond vanwege haar felle recensies, zag in de jonge leeftijd van de auteur evenmin een nadeel; ze vond zijn voorgaande werk juist sterker. Ondanks ‘alle ingrediënten voor een meesterlijke Dagerman-roman’ bekroop haar tijdens het lezen steeds het gevoel dat dit ‘al eerder en beter was gedaan’.

    Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven

    Dagerman schreef het manuscript in enkele zomermaanden in een vissersdorpje in Bretagne; ‘in grote eenzaamheid in een afgesloten kamer’, meldt hij zijn uitgever, aangehaald door LitteraturMagazinet. Het zal een roman worden ‘over liefde en verdriet in een arbeidershuis in Söder [een stadsdeel in Stockholm]’, aldus de schrijver, wiens moeder enige maanden na zijn geboorte vertrok om nooit terug te keren. Omdat zijn vader niet voor hem kon zorgen, groeide hij op bij zijn grootouders.

    Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven: hij stopte in 1949, op zijn zesentwintigste, met het schrijven van fictie en beroofde zich vijf jaar later van het leven.

    Bränt barn wordt in december heruitgegeven bij uitgeverij Koppernik als Het verbrande kind, in een vertaling van Bernlef

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Pijnlijke paradox rond vreemdelingenhaat

    Morele thriller in Transsylvanië  

    FILM | Vlak voor Kerstmis neemt Matthias – half Roma, half Duits – ontslag bij een slachthuis in Duitsland, om terug te keren naar het bergdorp in Transsylvanië waar hij vandaan komt. Hij wil zijn zoontje Rudi aan het praten krijgen, zijn zieke vader opzoeken en de relatie met zijn ex Csilla nieuw leven inblazen. De sfeer is grimmig en wordt er niet beter op wanneer Csilla drie gevluchte Sri Lankanen aanneemt in haar bakkerij. 

    Zo begint de speelfilm R.M.N. (de Roemeense vertaling van ‘MRI’) van de Roemeense regisseur Cristian Mungiu, die internationaal in de prijzen viel met 4 maanden, 3 weken & 2 dagen en Graduation. Het resulteert volgens recensent David Ehrlich van IndieWire in een ‘sociaal-economische smeltkroes die de kijker geleidelijk bij de keel grijpt. Een weliswaar iets te breed opgezet, maar tijdloos verhaal over vreemdelingenhaat in een lokale setting.’

    Lee Marshall schrijft voor Screen Daily dat regisseur Mungiu te veel thema’s tegelijk wil aanroeren. Volgens de criticus komt dat aan het licht in een sleutelscène op het stadhuis: ‘Geschoten vanuit één camerastandpunt is dat een indrukwekkende krachttoer. Maar het voelt ook alsof de maker hier in één keer alles uit de kast wil halen. Als een Franse medewerker van een ngo een betoog houdt over het behoud van de berenpopulatie in de omgeving, krijgt hij alles over zich heen, van Charlie Hebdo tot de erfenis van het Franse koloniale verleden.’  

    8b2705f7 11c9 4199 b352 95538e3e374a‘Ondanks een gebrek aan ambitie in de finale is dit een prachtige nieuwe mijlpaal in het werk van deze Roemeense meester’ 8b2705f7 11c9 4199 b352 95538e3e374a

    Voor Ben Croll van het Amerikaanse Wrap Magazine kwam diezelfde scène juist als geroepen, want aanvankelijk was het of hij ‘een hoop puzzelstukjes aan elkaar moest leggen’. ‘De eerste negentig minuten voelen als een proloog, maar dan volgt een take van zeventien minuten waarin de regisseur zijn ware intenties uitkristalliseert. Het tekent Mungiu’s grote filmtalent.’

    Ook de criticus van Franse filmsite Le Bleu du Miroir is lovend over R.M.N., waarin een hedendaagse paradox volgens hem fraai in beeld wordt gebracht: ‘De angst voor buitenlanders, racisme, vooroordelen: het is des te verrassender omdat de dorpsbewoners zich uitdrukken in verschillende talen.’ Tegelijkertijd gaan diezelfde bewoners in het buitenland werken om in hun levens-onderhoud te voorzien. ‘Ondanks een gebrek aan ambitie in de finale is dit een prachtige nieuwe mijlpaal in het werk van deze Roemeense meester.’ 8b2705f7 11c9 4199 b352 95538e3e374a

    R.M.N. van Cristian Mungiu draait vanaf 1 december in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

    R M N ps 1 jpg sd low

    Dagermans tijdloze waarschuwing tegen radicalisering

    Een roman die bedachtzaam en ontroerend is tegelijk

    LITERATUUR | Stig Dagerman heeft ‘kunst in zijn vingers’, citeert Sweden Posts English de Zweedse journalist Ivar Harrie over Dagermans roman Bränt barn uit 1948. ‘Hij breekt los van de experimentele mogelijkheden van literaire techniek.’ De Zweedse auteur Sven Stolpe noemde het uitzonderlijk om een boek te schrijven dat tegelijk zo ontroerend en zo bedachtzaam is. Het meest onvergetelijk noemt hij ‘de stevige greep van de auteur op zijn jonge held’, die met enige afstandelijkheid wordt benoemd als ‘de zoon’. Deze jonge held, de twintigjarige Bengt, schrijft na de dood van zijn moeder brieven aan zichzelf, die, zoals zij voorspeld had, moeten helpen tegen zijn verdriet. Maar al snel ziet de lezer hoe zijn woede en onmacht alleen maar toenemen, helemaal als hij erachter komt dat zijn drankzuchtige vader een nieuwe vriendin heeft. ‘Het wordt duidelijk dat er een vreselijke afrekening in het verschiet ligt; de enige vraag is tot welke specifieke puinhoop die zal leiden,’ schrijft John Self in The Guardian

    Als Dagerman de roman schrijft, is hij zelf ook nog jong, wat volgens Self tot uiting komt in ‘een overdaad aan emoties en details, cynisme dat grenst aan nihilisme’. Maar in dit geval werken deze kenmerken in zijn voordeel, aldus de Britse recensent, die in de roman een tijdloze waarschuwing ziet tegen radicalisering. De Zweedse auteur Viveka Heyman, die overigens bekendstond vanwege haar felle recensies, zag in de jonge leeftijd van de auteur evenmin een nadeel; ze vond zijn voorgaande werk juist sterker. Ondanks ‘alle ingrediënten voor een meesterlijke Dagerman-roman’ bekroop haar tijdens het lezen steeds het gevoel dat dit ‘al eerder en beter was gedaan’.

    Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven

    Dagerman schreef het manuscript in enkele zomermaanden in een vissersdorpje in Bretagne; ‘in grote eenzaamheid in een afgesloten kamer’, meldt hij zijn uitgever, aangehaald door LitteraturMagazinet. Het zal een roman worden ‘over liefde en verdriet in een arbeidershuis in Söder [een stadsdeel in Stockholm]’, aldus de schrijver, wiens moeder enige maanden na zijn geboorte vertrok om nooit terug te keren. Omdat zijn vader niet voor hem kon zorgen, groeide hij op bij zijn grootouders.

    Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven: hij stopte in 1949, op zijn zesentwintigste, met het schrijven van fictie en beroofde zich vijf jaar later van het leven.

    Bränt barn wordt in december heruitgegeven bij uitgeverij Koppernik als Het verbrande kind, in een vertaling van Bernlef

    Door Laura Weeda

    voorkant Stig Dagerman Het verbrande kind

    Liefdesverhalen als metafoor voor verstikking

    Jafar Panahi filmde opnieuw in het geheim 

    FILM | ‘No Bears is de beste film van Jafar Panahi sinds hij ondergronds is gegaan. Hierin verbeeldt hij op creatieve wijze de wanhoop die heerst in de Iraanse samenleving’, schrijft Babak Ghafoori Azar op de Praagse nieuwssite Radio Farda.

    Net als Panahi’s eerdere films werd deze in het geheim geschoten. Vanwege een kritische houding tegenover de regering in de film Three Faces zat de Iraniër zes jaar in de gevangenis; nu is hij vrij, op voorwaarde dat hij geen films meer maakt. No Bears werd opgenomen in een dorpje aan de Turkse grens, waar de bewoners niet blij waren met de komst van de crew; ‘ze hadden zo hun eigen problemen’, aldus Radio Farda. Panahi raakte betrokken bij het verhaal van een jong stel waarvan het meisje eigenlijk vanaf de geboorte met een andere jongen was verloofd. Dit gebruikte hij in zijn film, waarin ook een ander, Iraans stel na tien jaar ballingschap in Turkije Europa probeert te bereiken.

    Courrier International spreekt van ‘een juweel van virtuoos minimalisme’ 

    Beide liefdesverhalen zijn ‘metaforen van een samenleving op de rand van verstikking’. ‘Precies het soort film dat de lange, slapeloze reis naar een filmfestival ver weg elke minuut waard maakt’, meent Shubhra Gupta van The Times of India, refererend aan het filmfestival van Venetië, waar No Bears dit jaar werd vertoond. Kevin Maher van The Times bewondert de ‘donkere post-moderne satire in deze film over het maken van een film’. Courrier International spreekt van ‘een juweel van virtuoos minimalisme’. c3599f4b 2565 4a3b af8c 8364028fe568 

    Door Laura Weeda

    No Bears st 6 jpg sd low Copyright JP Production

    Back to the eighties en toch avant-garde 

    Een eigen stijl, of liever de hitlijsten bestormen?

    POPMUZIEK | De Franse popartiest Heloïse Letissier wisselt geregeld van pseudoniem. Na haar internationale doorbraak in 2014 met Christine & The Queens werd het Chris, en nu is het Redcar. Die ontwikkeling loopt parallel aan de persoonlijke transitie van de artiest van vrouwelijk naar mannelijk. Het derde album Redcars les adorables étoiles omvat volgens recensent Annabel Ross van The Sydney Morning Herald ‘avant-gardemuziek, gestileerd als een soort rockopera: zwaar van romantiek en vol verlangen en literaire verwijzingen’. De dertien tracks zijn ‘sterk geïnspireerd op de jaren tachtig, met een knisperende drumcomputer en alomtegenwoordige synthesizers’, aldus Ross.

    Ook Eric Bureau van Le Parisien moet door Redcars kwistige gebruik van synthesizers denken aan de newwaveplaten van Depeche Mode, The Cure en Talking Heads. ‘De muziek zit productioneel gezien boordevol ideeën, maar daardoor doet ze tegelijkertijd bij vlagen te experimenteel aan.’

    ‘De muziek zit productioneel gezien boordevol ideeën, maar daardoor doet ze tegelijkertijd bij vlagen te experimenteel aan’

    In de Evening Standard schrijft David Smyth dat Redcar zo te horen in een richtingenstrijd is verwikkeld. Niche en minder toegankelijk, of mainstream om de hitlijsten te bestormen? ‘Sommige nummers klinken duister en rauw. Andere tracks worden gestuwd door energieke beats, maar missen een herkenbare vocale melodielijn om er een pakkende popsong van te maken. Maar deze muziek blijft intrigeren.’

    Neil McCormick moet in The Telegraph bekennen dat zijn Frans verre van toereikend is maar dat het hem ook met de Engelse vertaling bij het album, geregeld begint te duizelen door de teksten. Hij houdt het op een ‘vreemd, sfeervol maar meeslepend werk.’

    Émilie Côté van het Canadese dagblad La Presse werd aanvankelijk afgeleid door ‘ondoordringbare arrangementen’. ‘Na een paar keer luisteren wordt het minder verwarrend, maar deze muziek haalt het niet bij die van Chris en Christine.’ De criticus kijkt dan ook uit naar de aangekondigde samenwerking van Redcar met de Amerikaanse producer Mike Dean, die eerder de studio indook met onder meer Madonna, The Weeknd en Beyoncé.’

    Het album Redcar les adorables étoiles is begin november verschenen

    Door Diederik Samwel

    Redcar
  • De beste non-fictie van december

    De beste non-fictie van december

    U2-zanger Bono schrijft voor het eerst zelf over zijn buitengewone leven; Siddhartha Mukherjee biedt de lezer een panoramische én intieme blik op wat het betekent om mens te zijn & meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Onbeschikbaarheid – Hartmut Rosa

    De drijvende culturele kracht van het wereldbeeld dat wij ‘modern’ noemen, is het verlangen om de wereld beschikbaar te maken: wetenschappelijk kenbaar, juridisch berekenbaar, politiek beheersbaar en technisch controleerbaar. Maar een volledig beheerste wereld is een dode wereld, schrijft Rosa.


    Surrender– Bono

    U2-zanger Bono schrijft voor het eerst zelf over zijn buitengewone leven en degenen met wie hij het heeft gedeeld. Hij neemt de lezer mee naar zijn jeugd in Dublin, beschrijft het verlies van zijn moeder toen hij 14 was en hoe zijn band onverwacht een van de invloedrijkste rockbands ter wereld werd.


    Lichter– Yung Pueblo

    Yung Pueblo laat in zijn debuut zien hoe je verder kunt komen in je helingsproces; van het ontwikkelen van zelfcompassie tot loslaten en emotioneel volwassen worden. Naarmate de zwaarte wegvalt en je hoofd niet meer overladen is, kun je je verbinden met het heden.


    Het lied van de cel – Siddhartha Mukherjee

    Siddhartha Mukherjee biedt de lezer een panoramische én intieme blik op wat het betekent om mens te zijn. Hij schrijft over de wereld van de cellen en verweeft de verhalen van wetenschappers, medici en patiënten met zijn eigen ervaringen als arts en onderzoeker.


    Het licht in ons – Michelle Obama

    Met humor, openhartigheid en betrok- kenheid deelt Michelle Obama haar persoonlijke ervaringen. Ze biedt originele inzichten over verandering, uitdaging en kracht, waaronder haar overtuiging dat als we het licht in ons laten stralen voor anderen, we ook de wereld om ons heen kunnen verlichten.

  • In gesprek met Oekraïense schrijvers: ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    In gesprek met Oekraïense schrijvers: ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    Terwijl de oorlog woedt, vechten de bekendste auteurs van Oekraïne met woorden voor hun land. Op reis met drie dakloze schrijvers.

    De dichter schreeuwt. Zijn haar hangt in zijn gezicht en zwiept mee op de maat van de muziek. Zijn ogen zijn spleetjes geworden, hij zweet en veegt zijn haar naar achteren. Als hij een vuist in de warme lucht steekt in de Weense club, volgen onmiddellijk vele handen van mensen. Ze zijn hier om deze man live op het podium te zien. Serhij Žadan.

    Een fan helemaal vooraan graait naar de borst van de dichter en zanger, naar waar zijn hart zit. Hij staat het toe.

    Olga uit Lviv is vandaag buiten de club aanwezig met buttons, met daarop het portret van Zelensky. Senek is hier ook vandaag – hij verhuisde onlangs van Oekraïne naar Oostenrijk om te studeren. Hij maakt bewegingen op de dansvloer. Vandaag is Oekraïne hier.

    Žadan i Sobaki, Charkov, Ukrajina!’ roept Serhij Žadan nu, en vat daarmee in vijf woorden samen waar het deze septemberavond om draait.

    De band – ‘Žadan en de honden’, uit Charkov, Oekraïne – speelt rockmuziek die je eraan herinnert waarom rockmuziek eigenlijk bestaat. Energie. Overmaat. Protest. En over dat wat geen vertaling behoeft. Charkov, Oekraïne.

    Tour de force

    Voorlopig is Wenen de laatste stad buiten Oekraïne waar Žadan i Sobaki spelen om geld in te zamelen voor hun vaderland. Dit is het laatste van bijna twintig concerten in drie weken. Van een rondreis door Oost- en Midden-Europa. Wrocław, Praag, Milaan, Hamburg, Riga, Vilnius, Bratislava, Wenen. Een tour de force.

    De achtenveertigjarige dichter, zanger, rockster, filoloog en vertaler Serhij Žadan is een man met vele kwaliteiten. Hij is een van de meest internationaal bekende schrijvers van Oekraïne, wiens boeken in Duitsland worden uitgegeven door Suhrkamp Verlag. Dit jaar won hij de Vredesprijs van de Duitse boekhandel en hij schreef al over de oorlog in Oekraïne toen men het elders in de wereld nog graag over een conflict of crisis had.

    In 2004, tijdens de Oranjerevolutie, hielp hij met het inrichten van een tentenkamp voor demonstranten in Charkov, waar hij sinds de jaren negentig woont. In 2014, ten tijde van Euro-Maidan, verzette hij zich tegen de pro-Russische aanvallers en werd in elkaar geslagen.

    Sommige collega’s van Žadan vechten aan het front. Een van hen is Artem Tszech. Zijn boek Nulpunt, over de oorlog in de Donbas, waarin hij meevocht, is zojuist in Duitse vertaling verschenen.

    Sommige anderen zijn vermoord door Russische troepen. Een van hen is Oleksandr Kysljoek. Een universitair docent, die Tacitus, Aristoteles en Adorno in het Oekraïens vertaalde. Hij werd niet ver van zijn flat in Boetsja doodgeschoten.

    Sommigen bleven, anderen vluchtten. Velen van hen trekken nu als nomaden door de wereld. Zij gebruiken de mobiele mogelijkheden van Europa, ook om ervoor te zorgen dat de solidariteit in het Westen niet afbrokkelt.

    ‘Als je videobeelden ziet van een raket die naast je huis inslaat, geeft dat best een ongemakkelijk gevoel’

    De schrijvers uit Oekraïne die je op deze reis door Europa ontmoet – Serhij Žadan in Oostenrijk, Andrej Koerkov in Noorwegen, Oksana Zaboezjko in Polen – vechten in verschillende landen. Met dezelfde middelen. Met woorden.

    Žadan, Koerkov en Zaboesjko hebben gemeen dat zij tot de grootste literaire figuren van hun land behoren maar lange tijd geen literatuur konden schrijven. Wat ze nog meer gemeen hebben, is dat ze dit najaar nieuwe boeken uitgeven.

    Wat ervaren deze intellectuelen, honderden kilometers verwijderd van hun vaderland dat onder vuur ligt?

    Naar huis

    Uren voordat de dichter het uitschreeuwt, lijkt hij leeg. Serhij Žadan, gekleed in zwart T-shirt, zwarte jeans en zwart spijkerjack, zit backstage in een kleine ruimte. Het is er benauwd. Even daarvoor zaten zijn collega-muzikanten er nog. ‘Ik wil naar huis,’ zegt hij in zijn rauw klinkende Oekraïens.

    Variaties van die zin zal hij vele malen herhalen. Een leidraad, waarnaar hij steeds terugkeert.

    Deze tournee van drie weken, zegt hij, is de eerste keer dat hij Charkov voor langere tijd heeft verlaten sinds 24 februari, de dag van de Russische invasie. Die dag zat hij in de trein op weg naar een concert. Toen hij van de invasie hoorde, ging hij terug naar Charkov. De stad werd zwaar beschoten, met artilleriegranaten en raketten.

    ‘Ik voel me totaal niet op m’n gemak als ik buiten Oekraïne ben,’ zegt Žadan. Hij kijkt voortdurend naar het nieuws, zegt hij. Onlangs sloeg een raket in naast zijn huis in Charkov. ‘Als je beelden ziet van een raket die naast je huis inslaat, geeft dat best een ongemakkelijk gevoel.’

    Angst is het niet. ‘Woede,’ zegt hij. En onrust.

    ‘Het is zoiets vreemds, en ik zie het niet alleen bij mezelf maar ook bij veel andere mensen: hoe verder iemand van de oorlog verwijderd is, hoe meer zorgen hij zich maakt. Ben je daarentegen in Charkov terwijl dat wordt beschoten, dan voel je je rustiger.’ Oorlog kan gevoelens verdraaien.

    En oorlog condenseert de tijd, zegt Serhij Žadan; Deze zeven / maanden lijken een dag.

    De oorlog neemt het perspectief weg. ‘Het is verdwenen. Dus als je dicht bij het front woont, probeer je niet te denken aan wat er met je gaat gebeuren over, laten we zeggen, een week.’

    Door de oorlog kon Žadan geen boek meer lezen. Nu kan hij het weer. ‘Ik dwing mezelf ertoe.’ Hij leest Bruno Schulz, zegt hij, wijzend naar zijn rugzak naast hem in de backstageruimte. Het is een soort therapie voor hem, zegt hij. Hij blijft terugkomen op de Poolse surrealist, die werd geboren in wat nu Oekraïne is en die tijdens de Tweede Wereldoorlog door een SS’er werd doodgeschoten.

    ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden’

    Door de oorlog kon Žadan ook geen boeken meer schrijven. Ook dat kan hij nu weer. ‘Ik doe mijn best,’ zegt hij.

    ‘Oorlog verandert het vocabulaire,’ schrijft hij ongeveer tien jaar geleden in een prozatekst. Dat laat zich dezer dagen lezen als een voorspelling. Net zoals enkele van zijn boeken. Met name de in 2018 in het Duits verschenen roman Internat, over zijn persoonlijke verantwoordelijkheid in de oorlog in de Donbas. ‘Oorlog produceert zijn eigen woorden,’ gaat de prozatekst verder.

    In zijn nieuwe boek Hemel boven Charkov, een verzameling van zijn berichten op sociale media sinds 24 februari, komt de uitdrukking ‘Derde Wereldoorlog’ voor. Het ergste vooruitzicht, de omvangrijkste gedachte. Een metafoor, zegt hij nu, voor het heden. ‘Als je naar de wereld van vandaag kijkt, zie je een apocalyptisch beeld.’

    De oorlog verandert de stijlmiddelen. De metaforen. De toon.

    Liefde en haat

    De bundel is mogelijk minder poëtisch dan de fictie van Žadan, soberder, maar ook militanter. Het gaat heen en weer tussen liefde en haat. Tussen een lokale patriottische liefde voor Charkov, de inwoners en verdedigers. En haat tegen de Russen, de ‘barbaren’. Žadan herhaalt dat laatste als een refrein in deze compilatie. Naast leuzen als ‘Over de stad wapperen onze vlaggen’ of ‘Morgenochtend zijn we weer een dag dichter bij onze overwinning’.

    Hemel boven Charkov maakt duidelijk dat Žadan, de man met vele kwaliteiten, door deze oorlog in minstens één rol is gegroeid. Hij is kroniekschrijver van de oorlog geworden. Een twitterende stadsschrijver van de gebroken maar toch onbreekbare metropool. Maar hij is ook iemand die het moreel hooghoudt. Als een vuist in de warme Weense lucht.

    Vier dagen na het concert post Serhij Žadan een selfie op Instagram. Hij draagt een zwarte zonnebril, en er speelt een zachte glimlach om zijn lippen. Daaronder staat: ‘Onze vlaggen wapperen over de stad’. Een foto uit Charkov.

    Vier dagen na het concert maakt Andrei Koerkov een foto in een haven in de Lysefjord in Noorwegen. Hij staat voor op het dek van een veerboot die zich nu een weg baant door de fjord, en hij maakt foto’s als uit een prentenboek, van een waterval, van de rechtlijnige, afgeschraapte rotswanden die het water als hoge muren omgeven.

    Het zijn zeldzame momenten, waarop Koerkov zijn mobiele telefoon niet gebruikt voor zijn werk tijdens deze tournee – een literatuurfestival in Stavanger nodigde hem uit. De mobiele telefoon, die ervoor zorgt dat Kyiv nooit ver weg is, zelfs niet in het Noorse zuidwesten.

    In het westen is Andrei Koerkov waarschijnlijk de bekendste auteur uit Oekraïne. De eenenzestigjarige voorzitter van de Oekraïense PEN-schrijversvereniging verliet zijn door oorlog verscheurde land na 24 februari met tegenzin. Een vriend belde hem op en vertelde hem dat zijn naam op een Kremlin-lijst stond met ‘pro-Oekraïense activisten’. Dus, vertelt Koerkov, verliet hij zijn flat in Kyiv, samen met zijn Britse vrouw Elizabeth. De schrijver had geen boeken ingepakt, alleen wat eten, de laptops en opladers; zijn vrouw legde de Bijbel en zijn laatste roman in de auto. Koerkov heeft sindsdien niet meer geschreven. Ze wilden naar het landhuis in Lasariwka, ongeveer 90 kilometer ten westen van Kyiv. In de file vloog een Russische raket over de Mitsubishi van Elizabeth, zegt Koerkov. In Lasariwka belde dezelfde vriend opnieuw, met het advies om door te rijden. Dus nog verder naar het westen. Eerst Oekraïne. Toen Europa.

    Sindsdien is Koerkov onderweg. ‘We kunnen elkaar ergens in Europa ontmoeten’, liet hij weten in een e-mail, nauwelijks twee weken voor zijn reis op de veerboot. Hij is een reiziger geworden.

    Gisteren arriveerde hij vanuit Oslo. De komende dagen gaat hij naar Göteborg, Lissabon en Berlijn. Daar staat de Mitsubishi, waarmee hij binnenkort naar Oekraïne gaat, geparkeerd op de luchthaven. De komende maanden reist hij naar Israël, Peru en Mexico. De afgelopen weken was hij in Frankrijk, Griekenland, IJsland, Italië, Nederland en Duitsland. In de laatste zes maanden was hij drie keer uitgeput, zegt hij. Dan heeft zijn lichaam en niet hijzelf – dat is belangrijk voor hem – een dag of twee rust nodig. Koerkov wil niet moe overkomen. Daarna ging het weer. En daarna ging het verder. Nu dus in Noorwegen.

    Op de dag voordat hij foto’s maakt van de fjord, zit Koerkov in het restaurant van zijn hotel in Stavanger. Hij bestelt niets. Hij lijkt vastberaden, een beetje chagrijnig, maar hij is een man die nooit om een snelle lach verlegen zit, zelfs nu niet. Straks heeft hij nog een lezing op het literatuurfestival. Maar Koerkov wil het hebben over de situatie in Oekraïne.

    ‘Dit is culturele diplomatie,’ zegt hij in zijn Duits vol keelklanken. ‘Ik praat altijd meer over Oekraïne dan over mijn boeken.’

    Europeanen weten niets over Oekraïne, zegt Koerkov. Hij ziet het als zijn taak dat te veranderen

    De twee sluiten elkaar niet noodzakelijkerwijs uit. Wat Internat is voor Žadan, is Grijze Bijen voor Koerkov. Ook dat is een roman over persoonlijke verantwoordelijkheid tijdens de oorlog in de Donbas. De opnames voor de verfilming ervan moesten door de oorlog worden gestaakt.

    Koerkov toont zijn visie op Oekraïne sinds hij in 1999 aan zijn eerste lezingentournee begon, nadat zijn bestseller Picknick op het ijs verscheen, over een dagdromer in het corrupte Kyiv. Sindsdien reist hij elk jaar zes maanden de wereld rond. Hij is al lange tijd een reiziger.

    Als jongeman reisde hij door de USSR om meer te weten te komen over de Sovjetgeschiedenis. Hij studeerde aan het Pedagogisch Instituut voor Vreemde Talen in Kyiv met het oog op een diplomatieke carrière. Koerkov spreekt zes talen, maar een paar, zegt hij, is hij weer vergeten. Tegenwoordig reist hij de wereld rond om mensen meer te laten weten over het Oekraïense heden. Europeanen weten niets over Oekraïne, zegt hij. Koerkov ziet het als zijn taak dat te veranderen.

    Misschien komt het door al het reizen dat Koerkov, in tegenstelling tot Žadan, niet naar huis wil: ‘Ik hou ontzettend van Kyiv maar ik ben niet zo emotioneel. Ik heb elke dag telefonisch contact met Kyiv. Het is heel dichtbij.’ Koerkov heeft een doel. Alleen is dat niet Charkov of Kyiv. Het is de wereld.

    Net als Žadan publiceerde ook Koerkov onlangs een boek: Dagboek van een invasie. Net als het boek van Žadan is het een chronologische compilatie van teksten over deze oorlog. En net als Žadan heeft Koerkov het in zijn boek over de Derde Wereldoorlog. Alleen Koerkov schrijft dat hij niet weet of deze oorlog een Derde Wereldoorlog zal worden. Zijn boek is niet zo direct als dat van Žadan. Niet zo overduidelijk. Het is wijs optimisme in plaats van strijdlustige Hou Vol!-slogans. ‘Elk verhaal moet een goed einde hebben,’ zegt hij op een zeker moment. Dit ook? ‘Natuurlijk.’

    Nostalgie

    Op de vraag wat hij mist aan zijn vaderland, antwoordt hij het werken aan romans in de cafés achter de Sofiakathedraal in Kyiv. Met als commentaar: ‘Nu aas je op nostalgie!’ Koerkov wil niet nostalgisch overkomen. ‘Als je te veel in het verleden zit, dan vergeet je de toekomst.’ Hij heeft geen tijd meer. Hij moet gaan, naar het gesprek. Om Oekraïne uit te leggen.

    Dus van het hotel-restaurant naar de hotelkamer, jasje aan en door de hoteldeur. Hij loopt snel, zijn mobiele telefoon wijst hem de weg. Door de steeg, deze kant op. In het Kulturhaus zoekt hij bioscoopzaal 6, de locatie van de lezing. De trap af, langs een bioscoopreclame voor een oorlogsfilm, en hij is er. Een beetje te vroeg. Hij gaat terug de trap op. Bovenaan wordt hij ontvangen. Hij wil zijn vrouw even bellen.

    Daarna spreekt Koerkov rustig en routinematig over Oekraïne, zonder dat het een standaardriedel wordt, wat ook aan zijn gevatheid kan liggen. Hij is niet alleen lang een reiziger geweest. Hij is ook al heel lang een geweldige verteller.

    Na het gesprek stelt iemand een vraag. Een vraag van een Noorse man aan de Oekraïense schrijver. Geldt een boycot van Russische literatuur ook voor mensen als Tolstoj of Dostojevski?

    ‘Een zeer naïeve vraag,’ zegt Oksana Zaboezjko in haar zachte Pools als haar een week later in Warschau over het optreden in Stavanger wordt verteld. ‘Al deze jongens die naar Oekraïne kwamen om te verkrachten en wasmachines en toiletten te stelen, lazen Tolstoj en Dostojevski op school, het maakte deel uit van hun curriculum. Dus de vraag is meer: wat is er verdomme aan de hand?’

    Het gaat er niet om Tolstoj of Dostojevski stokslagen te geven, zegt Zaboezjko. Voor haar gaat het om een kritischer engagement met het Russische verleden. Volgens haar heeft vooral het Westen dat veel te lang nagelaten.

    Oksana Zaboezjko spreekt zoals haar boeken klinken. Met lange zinnen en nog langere uitweidingen. Engelse interjecties. Zoals in haar roman Veldstudies over Oekraïense seks, die de nu tweeënzestigjarige schrijfster plotseling beroemd maakte toen ze midden dertig was. Het is een feministisch, verrukkelijk, poëtisch werk.

    Ze arriveerde in Warschau op 23 februari. Een dag voor deze oorlog en op een van de laatste vluchten uit Kyiv. Maar dat wist ze toen nog niet. Ze dacht dat ze maar drie dagen zou blijven. Zaboezjko zegt dat ze een paar kleren in de kleine koffer had gestopt, een schone blouse, ondergoed, cosmetica, oorbellen. Haar laptop liet ze thuis.

    Op 24 februari, herinnert ze zich, maakte haar man Rostyk haar wakker in het hotel. Hij belde om zes uur vanuit Kyiv. ‘Ze bombarderen ons.’ Aanvankelijk voelde Zaboezjko een vreemde aandrang om te vluchten, zegt ze – het onredelijke gevoel om met alle geweld naar huis te willen ondanks het gevaar. Toch besloot ze te blijven. Geen gemakkelijke beslissing. ‘De flat, het huis, de straat, de stad, het land. Allemaal veiligheidsgordels,’ zegt ze nu over haar thuis, terwijl ze doet alsof ze een veiligheidsgordel om doet.

    Ze voelde zich schuldig. Een soort van overlevingsschuld. ‘Dat ze daar in de metro schuilen voor de bommen en dat ik hier ben.’ Maar toen schreef een lezer iets op Facebook. Ze zei dat het lot had gewild dat Zaboezjko in Warschau zou zijn.

    Dankzij die lezer vond Zaboezjko haar missie, zegt ze. Om vanuit Warschau, een beetje zoals de geweldige uitlegger Koerkov, Oekraïne dichter bij het Westen te brengen. In Brussel, Straatsburg, Edinburgh. Makkelijker te bereiken vanuit Warschau dan vanuit Kyiv.

    Op 24 februari, nadat haar man heeft gebeld, neemt haar Poolse agent Beata contact op: ‘Oksana, je kunt bij mij blijven.’

    Voor Zaboezjko liggen deze oorlog en de Tweede Wereldoorlog niet ver uit elkaar. Net zomin als Kyiv en Warschau

    Zaboezjko neemt haar intrek in de voormalige kinderkamer van Beata’s dochter. In een huis waarop de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog beslag legden, wat volgens Beata waarschijnlijk de reden is waarom het niet met de grond gelijk gemaakt werd zoals het grootste deel van de stad. In het trappenhuis hangt een gedenkplaat ter nagedachtenis aan de vermoorde bewoners van toen. In een straat die is genoemd naar een Litouwer die tegen de Russen vocht tijdens een opstand in de negentiende eeuw. In een wijk vol met monumenten voor de opstand van Warschau. Als Zaboezjko in Warschau uit het raam kijkt, ziet ze een kastanjeboom. De aanblik doet haar denken aan Kyiv, de stad van de kastanjebomen.

    Essay

    Op een avond verlaat Zaboezjko een tv-station, stapt in haar auto en rijdt langs de rivier. ‘Ah, de Dnjepr,’ denkt ze. ‘En nu gaan we rechtsaf, dan omhoog, en zijn we bijna thuis. En dan: Oh, verdomme. Dit is niet de Dnjepr maar de Vistula. Dit is Kyiv niet maar Warschau.’ 

    Oorlog verdicht niet alleen de tijd, zoals Žadan zegt. Oorlog vervaagt ook de ruimte.

    Net als Žadan en Koerkov publiceerde Zaboezjko recent een boek. Het is geen roman maar een essay, De langste boekentournee genaamd. Maar in tegenstelling tot Žadan en Koerkov, die zich richten op het heden en de toekomst, kijkt Zaboezjko terug met kennis, maar ook met woede.

    Ook zij schrijft over de Derde Wereldoorlog. Niet als een vraag, zoals Koerkov. Ze bedoelt het ook niet metaforisch, zoals Žadan, maar letterlijk. ‘Dit is historische logica. Een derde acte.’ Voor Zaboezjko liggen deze oorlog en de Tweede Wereldoorlog niet ver uit elkaar. Net zomin als Kyiv en Warschau.

    In Straatsburg koopt ze een nieuwe koffer, een grotere. Die ligt in haar kamer in Warschau, naast een uitgeklapte slaapbank. Op het bureau staat een laptop. Een nieuwe – de oude is nog altijd in Kyiv. Ernaast ligt een vervoersbewijs. Binnenkort vervolgt ze haar langste boekentournee.

  • De tragische ondergang van moeras en veengrond

    De tragische ondergang van moeras en veengrond

    Pulitzerprijswinnaar Annie Proulx, 87 inmiddels, maakt zich in haar nieuwste boek Fen, Bog & Swamp hard voor het belang van veen- en moerasgebieden voor natuur en klimaat.

    Proulx is vooral bekend van haar romans Scheepsberichten en Brokeback Mountain. NPR-redacteur Julie Depenbrock omschrijft haar nieuwe boek als ‘een liefdesbrief aan ecosystemen die in rap tempo verdwijnen: de Amerikaanse wetlands.’

    In ScienceNews stelt Anna Gibbs dat Proulx met verve de uitdaging aangaat om moerassen en veenlanden te zien als natuur om van te houden. ‘Niet langer als onaangenaam waterland waar alleen een wezen als Shrek zich thuisvoelt.’ Ook Luanne Wilkes is diep onder de indruk van Proulx’ nieuwste werk, schrijft ze op de Britse natuursite NHBS. Niet alleen omdat ze de natuur en de mensen die ervandaan komen zo fraai beschrijft, maar ook door het taalgebruik: ‘Verliezen we deze natuurlijke habitat, dan gaat een hele waslijst aan zelfstandig en bijvoeglijk naamwoorden verloren.’  

    Romanschrijvers die zich verdiepen in ecologische thema’s vormen een ‘onweerstaanbaar subgenre’, vindt Rohan Silva in The Guardian. Omdat journalisten objectief horen te blijven, zijn ze bijna nooit in staat om de échte betekenis van de ondergang van de natuur duidelijk te maken. ‘Daar zijn romanciers voor nodig, die het subjectieve in hun non-fictie laten doorsijpelen.’ Silva vindt dat Proulx er glansrijk in slaagt om de bedreiging van moeras- en zwampgebieden over te brengen: ‘In magnifiek proza maakt ze levensechte personages van een poel of een stuk veengrond. Zoals ze ook in Scheepsberichten de zee tot leven wist te wekken.’ 

    Door Diederik Samwel

    Veen, dras, moeras, het onderschatte belang van veengebieden voor onze planeet, vertaald door Alexander van Kesteren, verscheen bij uitgeverij De Geus.

  • Waarom we juist nu moeten lezen en filosoferen

    Waarom we juist nu moeten lezen en filosoferen

    Zijn literatuur en filosofie overbodig geworden in een zakelijke, technologische wereld die wordt verscheurd door crises? Academica Zena Hitz betoogt juist dat lezen fundamenteel is voor het behouden van onze menselijkheid.

    Bij een directe confrontatie met dramatisch menselijk lijden krijgen doorgewinterde boekenwurmen als ik last van hun geweten. Als filosofiestudent werd ik door de rokende puinhopen van het World Trade Center uit mijn contemplatieve sluimering wakker geschud. Ik had het gevoel dat ik niet in een bibliotheek mocht leven: ik moest op mijn manier ‘het verschil maken’, helpen om de brokstukken in de wereld te lijmen.  

    Nu is het verlangen om het verschil te maken niet altijd makkelijk te onderscheiden van de drang om opzien te baren. Misschien zet je van de weeromstuit uiteindelijk vooral jezelf in de spotlights. Wij maken deel uit van een samenleving waarin de roep om rechtvaardigheid makkelijk leidt naar vast-omlijnde, rigide paden en waarin een absurde voorstelling van zaken het zicht op de inhoud wegneemt. Dat is niets nieuws. In 1944 schreef Caryll Houselander al over een zieke dame die wrok koesterde jegens God omdat hij haar niet toestond te worden opgegeten door een kannibaal en het op die manier tot martelaar te brengen. ‘Ze kon zichzelf niet accepteren als een zieke vrouw,’ schreef Houselander. ‘Als kotelet daarentegen had ze het tot heldin gebracht!’ We dromen liever van onszelf als kannibalenmaaltje dan de sleur van ons dagelijks leven als ziek mens onder ogen te zien.

    Moeten we ons niet meer dan ooit bezighouden met het welzijn van onze medemens?

    Sarcasme is niet zo moeilijk, weten wat te doen wel. Valt er te midden van een wereldwijde pandemie en een krachtige protestbeweging tegen politiegeweld en racisme nog wel iets te zeggen voor een studie literatuur, filosofie, poëzie of wiskunde? Horen al die genotzuchtige hobby’s niet thuis in rustiger tijden? Moeten we ons niet meer dan ooit bezighouden met het welzijn van onze medemens?

    Twee hindernissen spelen ons parten bij zowel studie als dienstbaarheid, bij het ware leven van de geest en het ware leven van het hart. De eerste is, zoals ik al suggereerde, een zekere neiging om in een fantasie-wereld te leven. Net zoals we een theatrale rechtvaardigheidsstrijd kunnen bedenken die het rijk van de pixels nooit zal verlaten, kunnen we ons op studie en beschouwing toeleggen juist om met een boog om de behoeften van anderen heen te lopen. Misschien verschansen we ons in feite achter onze vermeende bewijzen van superioriteit en verzamelen we een arsenaal aan feiten om onze nietsvermoedende vijanden neer te sabelen. Op die manier verbeelden we ons dat we de status heroveren die we op erotisch of atletisch vlak zijn kwijtgeraakt. 

    Zo’n manier van lezen en denken vereist discipline en de bereidheid je over te geven aan wat je ontdekt

    Het tweede wat ons in de weg staat is ons goede leven. Als filosofiestudent speelde eerder luxe dan competitie mij parten. Ik had een comfortabel en veilig leven, maakte regelmatig reisjes, ging naar feestjes en had succes met prestigieus werk waarvan ik ook nog eens hield. Toen op 11 september 2001 de Twin Towers instortten, realiseerde ik me dat mijn comfort niet alleenzaligmakend was. Het feit dat anderen leden terwijl het met mij zo goed ging leek niet in orde. Moest ik niet namens en met hen lijden? Zolang fantasie de plaats van de werkelijkheid inneemt, heb je vanuit je comfortzone een beperkte kijk op de dingen. Eén glimp van wat tot dan toe verhuld was kan ons veranderen. 

    Wanneer we serieus lezen of studeren, niet om status te verwerven of als verstrooiing, worden we met het onderwerp van onze aandacht geconfronteerd in al zijn verwarde, onvoorspelbare facetten. Zo’n manier van lezen en denken vereist discipline en de bereidheid je over te geven aan wat je ontdekt. We kunnen niet bevroeden hoe we wellicht zullen veranderen als we ons begeven in een fictionele wereld of ons verdiepen in een filosofische stelling. De grote kroniekschrijver van de slechtvalk, John Baker, een kantoorbediende uit Essex, had geen idee dat hij uiteindelijk de kleur van bloed zou bewonderen omdat hij zich gaandeweg steeds meer identificeerde met zijn bloeddorstige vogels. Studie vereist overgave en de angst daarvoor dient als eerste te worden overwonnen. 

    Houvast

    Ons intellectueel comfort betekent houvast, vertrouwen, rechtvaardiging. Het garandeert de luxe te verkeren met anderen die onze standpunten delen. Iedere confrontatie met de realiteit dreigt dat comfort te verstoren en ons in verwarring of eenzaamheid achter te laten, precies zoals een rit door een verpauperde buurt de schoonheid van je eigen weelderige tuin kan aantasten of een bezoek aan het ziekenhuis kan duidelijk maken dat onze eigen gezondheid een kwestie van toeval is. 

    Dorothy Day richtte ooit de Katholieke Arbeiders-beweging op, opende overal in de Verenigde Staten opvanghuizen en startte een katholiek anti-oorlogsactivisme, waarmee ze protesteerde tegen de atoombom en tegen proeven met nucleaire wapens. Je zou denken dat ze bovenal een activist was. En toch zei ze in een interview met een biograaf iets verrassends: ze wilde in de eerste plaats herinnerd worden als een liefhebber van boeken. 

    Wij zijn van aard dieren met het vermogen waar te nemen en te denken. Toch leven we grotendeels met oogkleppen op

    Day zag zichzelf niet als geleerde. Wel was ze van mening dat haar roeping om haar naasten lief te hebben het gevolg was van gretig lezen. Als jonge vrouw las ze schrijvers met hart voor de armen, zoals Dickens, Dostojevski en Tolstoj en ging ze arbeiders door hun ogen bekijken. Ze las de psalmen en in de gevangenis, waar ze belandde na een protestactie voor vrouwenstemrecht, merkte ze hoe de teksten doorklonken in haar eigen ervaringen en die van de wanhopige mensen die samen met haar vastzaten. Voor Day waren boeken niet zozeer een middel om te ontsnappen aan als wel om in aanraking te komen met de echte wereld die tijdens haar kleinburgerlijke opvoeding voor haar verborgen was gehouden. 

    Wij zijn van aard dieren met het vermogen waar te nemen en te denken. Toch leven we grotendeels met oogkleppen op. Onze eigen behoeften en ambities staan voorop: ik heb pijn, ik heb honger, ik ben moe, ik ben beledigd. Als beeldschermdieren waarin we de laatste twintig jaar zijn geëvolueerd zijn we mondiger: ik denk dit, niet dat; hij heeft gelijk, zij heeft het mis; hij is kwaadaardig, zij bewonderenswaardig; dit vind ik leuk, dat niet; vrolijke smiley, boze smiley, hartje, retweet.

    Manier van kijken

    In ieder boek figureert op z’n minst één ander mens: de schrijver. De schrijver biedt ons een manier van kijken, een ander perspectief, vanaf een hoog of laag standpunt van waaruit we de dingen nog niet hadden bekeken. Soms maakt de auteur ons deelgenoot van de gedachten, wensen en beperkingen van anderen. Op z’n best is lezen meer een uiting van betrokkenheid dan een middel ter verstrooiing. 

    Augustinus zei dat liefde mensen niet kon verbinden als niemand iets van iemand anders leerde. Hij bedoelde, denk ik, dat ons vermogen om lief te hebben en te kiezen groeit doordat we boeken lezen en studeren. Bovendien ontlenen we er een zekere waardigheid aan die uitstijgt boven ons gewone nut als kruidenier, advocaat of schoonmaker. We zien ineens overeenkomsten met anderen waardoor wij hen, en zij ons, niet langer beschouwen als een middel om macht of genot te verkrijgen, maar als medereizigers of medezwoegers in onze poging tot begrip. Net als alle andere gezamenlijke inspanningen schept studie een onderlinge band waarbij onze verschillen eerst wegvallen en vervolgens, voorzien van nieuwe waarde, terugkeren. 

    Wij beleven vandaag de dag een merkwaardig soort paternalisme

    De levensverhalen van gemarginaliseerden en verpauperden getuigen van de kracht om je via studie te verheffen en samenwerkingsverbanden aan te gaan. De onderdrukten hervonden via boeken, toneel, poëzie en astronomie een waardigheid die hun in het gewone leven was ontzegd. In Jonathan Rose’s prachtige boek The Intellectual Life of the British Working Classes zijn een heleboel van zulke getuigenissen bijeengebracht. De zwarte Amerikaanse geleerde en activist W.E.B. Du Bois beschrijft hoe hij bij dode schrijvers als Aristoteles en Balzac een gemeenschap van gelijkgezinden aantrof waarin huidskleur er helemaal niet toe deed. Veel zwarte Amerikaanse leiders en schrijvers doen van hun scholing verslag in soortgelijke bewoordingen. Zij vinden in oude boeken een vrijheid die hun in veel gevallen door hun levende medemens was ontzegd. 

    Wij beleven vandaag de dag een merkwaardig soort paternalisme. We worden niet geacht een goed boek op te pakken en de schrijver als gelijke te bejegenen, maar te zitten aan de voeten van een deskundige die ons vertelt hoe we moeten denken. Zo gaat het ook op het vlak van hulpvaardigheid: we worden niet geacht gewoon onze naaste te bezoeken, hem te leren kennen en naar vermogen te helpen, maar moeten onze bijval betuigen aan initiatieven van bovenaf, vijfpuntenplannen en politiek beleid – stuk voor stuk uitgedacht door mensen aan de top die degenen over wie ze bedisselen niet kennen. Maar ook wijzelf kunnen qua kennis of liefde geen vooruitgang boeken als we niet vanaf gelijke hoogte naar elkaar kijken.

    Eigen waardigheid

    Door serieus te studeren ontdekte Du Bois een gemeenschap van doden en zijn eigen waardigheid. Dorothy Day vond een manier om een gemeenschap van levenden te stichten die een venster op de hele mensheid bood. Terwijl ze in de gevangenis uit de psalmen voorlas, merkte ze hoe ze de pijn van de anderen via het lijden van Christus ervoer. 

    Het mystieke lichaam van Christus, in de wereld van de levenden, is een lijdend lichaam. We zeggen nee tegen serieus lezen, net zoals we het lijden van onze bloedeigen naaste uit de weg gaan omdat we zelf niet willen lijden. Als we bereid zijn de brokstukken van een uiteengevallen wereld op te rapen, moeten we ons harden tegen pijn, angst en onzekerheid. Serieus lezen biedt zowel lessen in uithoudingsvermogen als brandstof om de toekomst opnieuw te verbeelden. Echte verandering is een organisch proces en vereist derhalve geduld. En geduld, zoals Gerard Manley Hopkins zegt, ‘vult zijn brosse raten, / en ’t is vergaard langs de wegen die wij kennen’. 

    Dit is een passage uit het boek van Zena Hitz Lost in thought: The Hidden Pleasures of an Intellectual Life

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Weer een nieuwe Picasso

    Volop verzameld ondanks inflatierisico 

    BEELDENDE KUNST | Hij is niet de eerste die ‘een kleine Picasso’ wordt genoemd, zoals The Times de elfjarige Andrés Valencia omschrijft. Zo ging onder andere Mikail Akar hem voor (zie 360 # 173), wiens werken al op zijn zevende voor duizenden euro’s werden verkocht. Andere voorbeelden zijn Lola June, Alexandra Nechita en Marla Olmstead (mogelijk bijgestaan door haar vader), die respectievelijk op hun tweede, twaalfde en vierde al kunst aan de man brachten. ‘Minderjarige kunstenaars zijn zeldzaam, maar ze bestaan,’ concludeert The New York Times. Valencia zit inmiddels op bedragen van vijf nullen. 

    Volgens het New Yorkse dagblad heeft Valencia zijn vroege succes vooral te danken aan de mensen om hem heen en aan de zelfgenoegzaamheid van de kunstwereld, hoewel de tienjarige zelf ook een uitstekend zakenman bleek te zijn; bij een vaste koper verhoogde hij zijn prijs in één keer van 100 tot 5000 dollar. Met succes.

    Het resultaat, The Commander, is volgens het Amerikaanse zakentijdschrift ‘een moderne Guernica

    Inmiddels wordt zijn werk volop verzameld, ook al waarschuwen galeriehouders, citeert Art Daily, dat ‘kunstenaars ontwikkelingen doormaken, en tienjarige kunstenaars al helemaal’; de waarde zou kunnen veranderen. 

    Valencia lijkt zelf goed na te denken over wat hij doet, en waarom. ‘Ik denk dat kunst is bedoeld om verhalen te vertellen,’ zei hij tegen Forbes. Zo liet hij zich onlangs inspireren tot ‘het verhaal van het Oekraïense volk en wat Rusland hen aandoet. (…) een verhaal dat niet vergeten mag worden.’ Het resultaat, The Commander, is volgens het Amerikaanse zakentijdschrift ‘een moderne Guernica’. 

    Door Laura Weeda

    Andreas Valencia ChaseContemporary

    Intieme jongensvriendschap krijgt abrupt einde

    Overrompelend debuut van jong acteertalent 

    FILM | Wie onder de indruk was van Girl, de eerste, lovend besproken speelfilm van de Waalse regisseur Lukas Dhont (31), zal op zijn minst nieuwsgierig zijn naar zijn tweede: Close. In Dhonts debuutfilm draait het om een jonge jongen die graag ballerina wil worden en met zijn mannelijkheid overhoop ligt; nu maakte hij opnieuw een coming of age-film. Ditmaal over de innige vriendschap tussen twee dertienjarige jongens die onder druk komt te staan wanneer daar op school vragen over worden gesteld. Zijn ze een stel, hebben de twee een homoseksuele relatie? 

    Peter Debruge begint zijn recensie in Variety met een vetgedrukte spoiler alert. Maar nog vóór hij iets prijsgeeft over het verloop van de film maakt hij duidelijk dat de dramatische wending wat hem betreft wel wat minder had gemogen: ‘De pure, onschuldige vriendschap tussen twee jonge mensen van dezelfde sekse is nooit eerder zo prachtig verfilmd. Maar wat daarna gebeurt komt des te ongeloofwaardiger over.’ Desondanks is Debruge ervan overtuigd dat Dhont een meesterwerk in zich heeft: ‘Hij moet zijn onvolwassenheid alleen nog overwinnen.’ 

    ‘Deze jongen heeft een presence in huis als een rechtse directe’

    Ook voor collega David Ehrlich komt het drama in Close ‘uit de lucht vallen’, schrijft hij voor IndieWire. ‘Daarmee brengt de regisseur dit portret van een vriendschap tussen twee jongens in een heteronormatieve wereld, ineens in een veel breder verband van verlies en rouw.’

    Volgens Olivier de Bruyn van Les Echos ‘bewijst Dhont opnieuw zijn talent door ‘zorgvuldig de valstrikken van psychologiseren en pathetiek te om-zeilen, economisch met dialogen om te springen en zijn strakke compositie’. Daar staat tegenover dat hij ‘soms te expliciete beelden gebruikt en het te vaak zoekt in symboliek’.  

    In Paris Match vindt Fabrice Leclerc dat de maker ondanks de ‘tedere en zinnelijke regie overmatig inzet op vioolmuziek en pathos’. Maar wat hem bovenal zal bijblijven van Close is de jonge acteur Eden Dambrine: ‘A star is born! En daar gaan we nog veel plezier aan beleven de komende jaren.’ 

    Leslie Felperin toont zich in The Hollywood Reporter al even lyrisch over Dambrine als vertolker van Leo, een van de twee hoofdrolspelers: ‘Deze jongen heeft een presence in huis als een rechtse directe. Dat bewijst natuurlijk ook hoe goed Dhont jonge acteurs kan regisseren.’ 24d37c03 58a2 4c29 a657 f2e7ed8dc15f

    Door Diederik Samwel

    Close van Lukas Dhont is vanaf 3 november te zien in de bioscoop

    Close ps 1 jpg sd low

    Inspiratie uit een Sterrenstelsel hier ver vandaan

    Een teruggreep naar futuristische klanken 

    MUZIEK | In A New Hope (1977), de eerste film in de Star Wars-saga, stopt de jonge Luke Skywalker, gespeeld door Mark Hamill, in Chalmun’s Cantina, een bar op de planeet Tatooine die dient als schuilplaats voor smokkelaars en premiejagers. De grimmige sfeer wordt er opgefleurd door de jazznoten van Modal Nodes, een formatie bestaande uit wezens met gitzwarte ogen en uitstekende schedels, die eruitzien als gigantische kreeften.

    Dat de muziek zoals bedoeld toekomstbestendig was, blijkt wel uit het feit dat deze tegenwoordig verschillende muzikanten inspireert; The Guardian noemt Coldplay en Animal Collective, en ook Björk, die zelf vaak niet alleen als geniaal maar ook als buitenaards wordt getypeerd, zou met haar net uitgebrachte album Fossora iets hebben willen maken dat even ‘jazzy en futuristisch’ was als dat van de Cantinaband, aldus musicus Atli Finnsson, die eraan meewerkte.

    Finnsson is nog geen dertig en ontdekte Modal Nodes toen hij met Lego Star Wars speelde. Het doel van Björks band, licht hij toe, is ‘om muziek te maken voor een andere plek. Ons een plek voor te stellen waar muziek als die van ons zou klinken. En daarvoor is Star Wars een goed uitgangspunt’, citeert de site MusicTech. Coldplay-zanger Chris Martin vroeg zich bij het opnieuw bekijken van de Cantinascène af ‘hoe musici in de rest van het universum zouden klinken’, schrijft het Zweedse Aftonbladet, een vraag die de basis vormde van zijn album Music of the Spheres (2021). e591367f b45a 4718 9bdf 88bf6f7aff6d 

    Door Laura Weeda

    Fossora kopie

    De tragische ondergang van moeras en veengrond

    Creatieve non-fictie als uitlaatklep voor oprechte woede 

    LITERATUUR | Pulitzerprijswinnaar Annie Proulx, 87 inmiddels, is vooral bekend van haar romans  Scheepsberichten en Brokeback Mountain. Met Fen, Bog & Swamp publiceert ze ditmaal een lang essay over het belang van veen-, zwamp- en moerasgebieden voor natuur en klimaat. NPR-redacteur Julie Depenbrock omschrijft het als ‘een liefdesbrief aan ecosystemen die in rap tempo verdwijnen: de Amerikaanse wetlands.’

    Romanschrijvers die zich verdiepen in ecologische thema’s vormen een ‘onweerstaanbaar subgenre’

    In ScienceNews stelt Anna Gibbs dat Proulx met verve de uitdaging aangaat om moerassen en veenlanden te zien als natuur om van te houden. ‘Niet langer als onaangenaam waterland waar alleen een wezen als Shrek zich thuisvoelt.’ Ook Luanne Wilkes is diep onder de indruk van Proulx’ nieuwste werk, schrijft ze op de Britse natuursite NHBS. Niet alleen omdat ze de natuur en de mensen die ervandaan komen zo fraai beschrijft, maar ook door het taalgebruik: ‘Verliezen we deze natuurlijke habitat, dan gaat een hele waslijst aan zelfstandig en bijvoeglijk naamwoorden verloren.’  

    Romanschrijvers die zich verdiepen in ecologische thema’s vormen een ‘onweerstaanbaar subgenre’, vindt Rohan Silva in The Guardian. Omdat journalisten objectief horen te blijven, zijn ze bijna nooit in staat om de échte betekenis van de ondergang van de natuur duidelijk te maken. ‘Daar zijn romanciers voor nodig, die het subjectieve in hun non-fictie laten doorsijpelen.’ Silva vindt dat Proulx er glansrijk in slaagt om de bedreiging van moeras- en zwampgebieden over te brengen: ‘In magnifiek proza maakt ze levensechte personages van een poel of een stuk veengrond. Zoals ze ook in Scheepsberichten de zee tot leven wist te wekken.’ 3bcf9755 2db1 4cb1 a1fe 665747ccb705 

    Door Diederik Samwel

    FenBogSwampAnnie Proulx
  • De beste non-fictie van november

    De beste non-fictie van november

    Ian Buruma slaagt erin om drie complexe levens die bepaald werden door WO II met elkaar te verbinden; Suleika Jaouads ongelooflijke verhaal over rouw en dankbaarheid & meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Rebelse genieën De eerste romantici en de uitvinding van het ik van Andrea Wulf

    Aan de hand van een aantal briljante figuren uit de geschiedenis vertelt Andrea Wulf hoe de dunne lijn tussen egoïsme, vrije wil en individuele vrijheden is ontstaan en hoe wij onszelf als middelpunt zijn gaan beschouwen. 


    Te groot om ons voor te stellen van Amitav Gosh

    Wat zeiden kunst en literatuur begin 21ste eeuw over het vooruitzicht dat de zee op een dag steden als New York en Bangkok zou verzwelgen? Als toekomstige generaties ooit antwoorden op die vraag zoeken, zullen ze snel rond zijn. 


    De fantasten – Friedrich Weinreb, een Chinese prinses en de masseur van Himmler van Ian Buruma

    Ian Buruma slaagt erin om drie complexe levens die bepaald werden door de Tweede Wereldoorlog met elkaar te verbinden. Alle drie brachten ze hun tijdgenoten en latere historici in de war. Maar bovenal lieten zij hun bedrog zelfbedrog worden.   


    De jonge Alexander – De wording van Alexander de Grote van Alex Rowson

    Dit buitengewone boek gaat over de stormachtige relatie tussen Alexanders ouders, koning Philippus II en prinses Olympias, over zijn opleiding door Aristoteles en over zijn strenge militaire training, waarin de basis werd gelegd voor Alexanders ontembare ambitie.


    Tussen twee werelden – Wat bijna doodgaan mij leerde over het leven van Suleika Jaouad

    Dit is Suleika Jaouads ongelooflijke verhaal over rouw en dankbaarheid, gebaseerd op haar column ‘Life, Interrupted’ in The New York Times, die bekroond werd met een Emmy Award.

  • Europa: In Litouwen merkt schrijver Maxim Osipov pas hoe onvrij Rusland is

    Europa: In Litouwen merkt schrijver Maxim Osipov pas hoe onvrij Rusland is

    Sinds de val van de Sovjet-Unie was Maxim Osipov niet meer op de plek geweest waar hij zijn jeugd doorbracht: Litouwen. Na dertig jaar gaat de succesvolle Russische schrijver terug. In het vrije Litouwen vraagt hij zich af of zijn eigen land inmiddels niet net zo totalitair is als toen. ‘Verbazingwekkend hoe het verleden is teruggekeerd.’

    Deze tekst is geschreven vóór de Russische invasie van Oekraïne.

    Vrijdenkersfestival: tegen de macht

    Van 28 tot en met 31 oktober vond in De Balie in Amsterdam het Vrijdenkersfestival plaats, met dit jaar als thema ‘tegen de macht’. Vier dagen lang programma’s over en met vrijheidsstrijders en dissidenten. Kunst, discussie en verhalen met nationale en internationale journalisten en vrijdenkers die zich verzetten tegen een totalitair regime. Is Amsterdam nog altijd een veilig toevluchtsoord voor dissidenten en andersdenkenden? Welke vrijheden staan bij ons op het spel? Wat betekent het om tegen de stroom in te zwemmen, en hoe hou je dat vol?

    Maxim Osipov was een van de sprekers tijdens het programmaonderdeel ‘Russische dissidenten’ op vrijdag 28 oktober in De Balie in Amsterdam.

    Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.

    ‘Welke emoties roept deze plaats bij u op?’ vraagt een journaliste van een krant uit Zarasai in het Engels. Zij is de enige van degenen die naar de bijeenkomst met vertaler Tomas, de uitgever en jou gekomen zijn die geen Russisch kent. 

    ‘Voor mij is Zarasai eigenlijk geen plaats maar een periode. Misschien kan ik ’t het beste zo zeggen: Paradise lost.’ 

    Het meisje kijkt gealarmeerd: ‘U verlangt terug naar de tijd van het communisme en de Sovjet-Unie?’ 

    ‘Welnee! Alleen naar de tijd dat mijn ouders nog leefden!’ 

    ‘Bent u dan nu voor het eerst in het vrije Litouwen?’ 

    In het vrije Litouwen voor het eerst, inderdaad. Het is prettig om niet het gevoel te hebben dat je een bezetter bent. Je hebt snel even door Vilnius gelopen, dat beviel prima allemaal, maar waar je echt zin in had, dat was hierheen gaan. Je kijkt rond: een nieuwe bibliotheek bij het meer (de hele stad ligt aan de oever), het café met zuilen uit het begin van de jaren zeventig, dat niet in bedrijf is (je kon daar een dagmenu krijgen), de katholieke kerk. Het monument voor het partizanenmeisje (Melnikaitė) is spoorloos verdwenen. En zoals gewoonlijk in dit soort stadjes is de natuur aantrekkelijker dan wat de mensen er gebouwd hebben. 

    ‘Waarom bent u niet eerder gekomen?’ 

    Daar is geen antwoord op te geven, ik haal mijn schouders op. Mijn vader schreef hiervandaan, inmiddels al bijna veertig jaar geleden: ‘Het is rustig hier, conflicten zijn er niet. Zowel thuis als in de stad, waar nu weinig mensen zijn en waar je zelfs op het postkantoor, waarschijnlijk om die reden, beleefd behandeld wordt. Nu en dan voel je je niet die sjofele Moskoviet met een overbelast geweten en zie je de wereld anders – je ervaart de intensiteit ervan.’ 

    Heimwee

    En dan is er je eigen dagboekaantekening van vijftien jaar geleden: ‘Ik wil naar Zarasai, waar ik zoveel tijd heb doorgebracht – iedere zomer, jarenlang. Je reist naar allerlei bestemmingen, de plekken waar iedereen naartoe gaat en waarvan je dus ook vindt dat je erheen móét, maar niet naar Zarasai. Dat betekent dat je geen eigen leven leidt.’ 

    Het is hier winderig, puur: het is zandgrond en de mensen hier doen hun best die puurheid in stand te houden. Woest is het hier. 

    ‘Weids,’ glimlacht de jonge journaliste. 

    Ja. Tijd om afscheid te nemen. 

    ‘Komt u in de zomer weer, en kom dan niet alleen.’ 

    Dat zou niet verkeerd zijn. Maar van degenen met wie je naar Zarasai reisde, zit er een in San Francisco, een ander in Amsterdam, met weer een ander heb je heibel gekregen en een paar mensen, inclusief je ouders en je zus, leven niet meer. Je gaat nu op weg naar het schiereiland, twee kilometer verderop, aan de zuidkant van het meer, de weg weet je nog wel – navigatie of iemand die je de weg wijst heb je niet nodig. 

    Je moeder zei nooit zoveel, maar dit soort ongemakkelijke zaken kon ze er nogal onverhoeds uitflappen

    ‘Hier stond het huis…’ Een stenen huis, met één verdieping. Er is niets van over, het is afgebroken. Na de dood van de eigenaren (daar had je over gehoord) deelden de kinderen de erfenis en verkochten het huis, maar de kopers waren niet tevreden. Het huis werd afgebroken, met alle bijgebouwen, ze maakten het met de grond gelijk. Het was hun plan om zelf iets te bouwen, maar kennelijk was het geld op. Dat is wat de buren vertellen, en ze weten zich zelfs nog iets te herinneren van jullie familie. 

    Vreemd, het was toch een solide huis. Met een reusachtig balkon, waar indertijd de eettafel naartoe werd gesleept. 

    ‘Nu snap ik wat voor type dat is…’ zei je moeder onbewogen, ‘die gast van jullie, de buurman die op Sergej Rachmaninov lijkt en ook uit Moskou komt, hij vertelde bij de thee dat hij op zijn instituut de partijfunctionaris is.’ 

    Je moeder zei nooit zoveel, zeker niet vergeleken met je vader, maar dit soort ongemakkelijke zaken kon ze er nogal onverhoeds uitflappen. Zij kwam hier alleen in juli en augustus, maar je vader was er op verschillende momenten in het jaar. ’s Zomers woonde hij boven, en ’s winters zo ongeveer hier, waar jij nu staat. 

    Maxim Osipov

    Maxim Osipov (Moskou, 1963) is een Russische schrijver en cardioloog. Hij won in Rusland verscheidene prijzen voor zijn literaire werk. Na kritiek te hebben geuit op de oorlog in Oekraïne was hij genoodzaakt om zijn land te ontvluchten. Hij is nu in Nederland om hier komend jaar aan de Universiteit Leiden les te geven over Russische literatuur en de politieke situatie in Rusland. Osipov is erelid van PEN Nederland.

    ‘Kijk nu, een vogel fladdert naar buiten / door het niets waar ooit een raam gezeten heeft…’ 

    Nee, je hoofd staat nu niet naar gedichten: dat het huis er niet meer is brengt je toch enigszins van je stuk, ook stenen zijn dus vergankelijk. Dat is droevig, hoewel er natuurlijk ergere dingen zijn, en je bent geen Nabokov of Proust. Je loopt wat over het zachte mos tussen de dennenbomen en dan naar het water. Zowel de hoge oude dennenbomen als de dunne boompjes aan de oever en de lage rietkraag – kijk, het is er allemaal nog. 

    Zeilboot de Dolfijn

    Je herinnert je: het was in het jaar 1978, augustus – bijna vijftien was je toen dus. Met Charitosja, je klasgenoot, je vriend voor het leven, liet je de zeilboot de Dolfijn te water, een al vele malen opgelapte boot van DDR-makelij (toen was dingen repareren nog heel gewoon), met twee zwaarden, voor het voorkomen van afdrijven en een stabiele koers. Jullie voeren af voor een tocht over het Zarasaitismeer – jij aan de fok, Charitosja aan het grootzeil en het roer. Het gaat hoog aan de wind – dat wordt op de rand zitten voor tegenwicht! 

    ‘Vaarwel, mijn moedertje! Mijn liefje, vaarwel! / Ik word matroos van de Baltische vloot!’ 

    Maar een van de zwaarden brak af en jullie kwamen met geen mogelijkheid met de boot de baai uit, de golven dreven jullie naar de oever terug. Om de beurt deden jullie een lusteloze poging om te roeien. Je vader sloeg alles vanaf de vlonder gade: hij was al een paar keer het koude water in gestapt om jullie weg te duwen uit het riet. 

    Stop. Charitosja heeft een idee: ‘Wat we nodig hebben, dat is een tubetje epoxy. Dan maken we dat zwaard weer vast, dat stomme ding…’ 

    ‘Een tubetje epoxy’ was in de familie sindsdien de spottende term voor misplaatste ideeën

    ‘Wat nou, epoxy!’ Tot aan zijn middel in het water staand vertelt je vader jullie eens flink de waarheid. ‘Stelletje mafkezen!’ is nog wel de vriendelijkste kreet die er uit zijn mond komt. 

    ‘Een tubetje epoxy’ was in de familie sindsdien de spottende term voor misplaatste ideeën, en de boot zal je als je aan de slag gaat met het archief nog wel tegenkomen bij het filmmateriaal. Begin jaren zestig: de motor die aan de Dolfijn werd bevestigd, de mast die werd verwijderd. Je vader op de achtersteven, moeder aan het waterskiën op de Oka. 

    Na de dood van je vader was je ongedurig en impulsief, nu is dan de tijd gekomen dit soort verplichtingen op je te nemen: foto’s inlijsten, het archief op orde brengen. 

    Nu je weet wat er met het huis is gebeurd, ga je er al van uit dat het badhuisje er ook niet meer is – het was een gammel geval van hout. Zaterdag was altijd baddag en op vrijdag haalden jullie water uit het meer en legden het brandhout klaar. 

    ‘Klaar is Kees,’ zei jij als tienjarig jongetje tegen Jozas, de grote, magere eigenaar van het huis, met zijn grote, sterke handen die zwart waren van het werk, je wilde graag dat hij je aardig vond. 

    ‘Ja, dat doen ze ons niet na!’ antwoordde hij dromerig. 

    Jozas rookte sigaretten zonder filter: de geur van een brandende lucifer, al die dingen – je zou ook allerlei belevenissen in het badhuis kunnen ophalen, maar nee, dit zijn reisherinneringen, dit is niet Amarcord

    En dus, geen huis, geen badhuisje, en zelfs de steiger hebben ze door iets smakeloos en stevigs vervangen. Geen plek om te blijven, dit schiereiland, haal Tomas op en ga op weg naar Sventa – maar eerst nog even naar het bos. 

    Lokale handlangers

    De medewerkster in de bibliotheek had het uitgetekend: de grote weg richting Degučiai, afslaan naar Dusetos, en daar, na de tweede bushalte, is het aangegeven: ‘Op deze plaats kwamen achtduizend Joden om, die op 26 augustus 1941 door Duitse fascisten werden gefusilleerd.’

    Het woord ‘Joden’ op de obelisk leek van een ongekende moed te getuigen, in de tijden van je jeugd werd dat woord alleen in bijzondere gevallen gebruikt – Sovjetburgers konden deze mensen niet genoemd worden. Aan de linker- en rechterkant een greppel begroeid met gras, tweehonderdduizend Litouwse Joden liggen in dergelijke graven. 

    De desovjetisering is ook aan dit monument niet voorbijgegaan: het Russische opschrift is weggehaald. Is dat terecht? Het is niet aan jou om dat uit te maken, maar zelf zou je het hebben laten staan. Nu zijn er twee opschriften, in het Jiddisch en het Litouws: ‘Op deze plaats hebben nazistische moordenaars en hun handlangers op beestachtige wijze achtduizend Joden gedood – kinderen, vrouwen en mannen. Ter heilige gedachtenis aan de onschuldige slachtoffers’… in het Jiddisch. In de Litouwse variant staat bij de handlangers een precisering: ‘lokale’. 

    Onder hen waren er ook die mensen hebben gered. Of die eerst mensen hebben neergeschoten en daarna gered, of zelfs omgekeerd – het is moeilijk te geloven, maar het is wel zo. 

    ‘Lijden en bewenen,’ zegt Tomas, ‘dat is het lot van de Litouwers’ 

    Hier heerst een voorbeeldige orde: een hekwerk, een ordelijke stenen rand, op de obelisk een davidster, op de voet kaarsen, Israëlische vlaggen, kiezelsteentjes, iemand heeft er een klein zelfgemaakt kruis neergezet. Dat was er vroeger niet. 

    ‘Lijden en bewenen,’ zegt Tomas, ‘dat is het lot van de Litouwers.’ 

    Iedereen kent hier de grap dat je laatste echtgenote beslist een Litouwse moet zijn: dan is er iemand die zich om je graf zal bekommeren. Nee, ze zijn niet zoals Mandelstams ‘vrouwen als de klamme aarde’, veeleer doen zij hun best op een praktische manier het hoofd te bieden aan iedere verschrikkelijke situatie in het leven. 

    Onderweg naar het hotel: de herinnering aan een van die ‘lokalen’ – een oude man, klein, somber, een jaar of zestig, met een door het drinken donker geworden gezicht, bankwerker was hij, of elektricien. Hij reed op een motor met zijspan en had een paar jaar gezeten. ‘Zet ze tegen de muur, die Polen. Zet ze tegen de muur, die Russen. En de Joden…’ Hij wierp even een blik op je vader. ‘… En de Joden om en om.’ 

    Nu zou men zoiets niet meer hebben gepikt, maar toen kwam hij ermee weg: ja, het waren de bezetters. Žydai – een ander woord voor Joden is er in het Litouws niet. Die oude man zag zichzelf als slachtoffer, op alle mogelijke manieren. Radio Free Europe gaf aan hen, de ‘woudbroeders’, tot midden jaren vijftig troostrijke boodschappen door: volhouden, mannen, nog even, binnenkort komt er weer een wereldoorlog. 

    Sventa

    Een uitstapje naar Sventa duurde vroeger een hele dag – plaids mee, en eten, boeken, mokken voor de bosbessen, mandjes voor paddenstoelen, een volleybal –, in de auto kon je door de gaten in de bodem het asfalt zien en de versnellingsbak was natuurlijk mechanisch. Wat hebben jullie later je moeder uitgelachen, toen de vrijheid was aangebroken en zij na terugkeer uit Amerika beweerde dat auto’s geen koppelingspedaal meer hadden – dat is onmogelijk! – en zij vervolgens toegaf: jullie zullen het wel beter weten. En wat zou je met je vader nu graag die simpele vreugde delen – die van de perfectie van een auto, ook al is het een gehuurde. 

    De weg hoef je niet te vragen, daar heb je de navigatie voor. Die komt met de optie Sventameer, Sventes ezers – dat moet je hebben. Alles is nu in het Litouws, op het omslag van je boek ben je niet Maxim, maar Maksimas. 

    Je had hier de Lit-SSR en de Let-SSR, de grens daartussen stelde niet veel voor

    Wat is dit nu, een grens? Ligt Sventa dan in Letland? Natuurlijk, je ging immers naar Daugavpils als je voor iets naar een echte stad moest. Daar stond ooit Lenin naast het station met een bontmuts met oorflappen op, hoe warm het ook was, en er was daar een grote gevangenis. Je had hier de Lit-SSR en de Let-SSR, de grens daartussen stelde niet veel voor. Ja, deze weg ken je, deze grindweg, hier heb je leren autorijden. En dit kwijnende, slecht onderhouden bos. Allemaal bekend terrein: de weg en het bos. 

    Toeristen komen hier zo te zien weinig, en tot aan het water rijden is niet verboden. Druk is het hier in Sventa nooit geweest – een van de redenen om van deze plek te houden –, maar vroeger was dit een natuurreservaat: kampvuren en auto’s verboden. Verder is alles nog bij het oude: hier het zand, daar een schuit met een zwarte, glanzende, met vette pek ingesmeerde bodem, en daar heb je ook de vermolmde steiger, wat wilde je die graag weer zien. Je probeert eroverheen te lopen en staat ineens tot aan je enkels in het water. Je droogt je voeten af – en kijkt dan om je heen. 

    ‘Wat speel je toch steeds op je trompet, jongeman? / Beter lag je nu al in je graf, jongeman’

    Was het niet hier dat je, verborgen achter die bomen, klanken uit je trompet perste? ‘Le poème de l’extase’, ‘Götterdämmerung’ – jij dacht dat dat getrompetter muziek was. ‘Niet ritmisch, maar wel lekker vals.’ Je vriend de pianist, degene die nu in Amsterdam woont, overreedde je de trompet op te geven en over te stappen op de fluit, een zacht, gevoelig instrument – maar het sprak je niet aan. Een gevoel van geluk associeer je toch met de trompet. 

    Hoe breng je iets over van het mysterie van een persoonlijkheid?

    Over de mysteries van het geluk. De laatste brief die je vader schreef eindigt zo: ‘We zitten bij elkaar – we praten of we zwijgen, en het gaat er al niet meer om of ons leven geslaagd is of niet. Soms denk ik: misschien zijn we wel gewoon gelukkig?’ Je probeert Tomas over je ouders te vertellen, maar hoe breng je iets over van het mysterie van een persoonlijkheid? Dat is nog moeilijker dan het vertalen van poëzie. 

    ‘Wie weet wat voor schokkende zaken ons allemaal te wachten staan. Dat geldt voor iedereen, maar voor ons in het bijzonder. We moeten zo leven dat we zo min mogelijk angst voelen.’ Je vader herinnerde zich bijvoorbeeld heel goed hoe hij op een gegeven moment (door de artsenzaak en dingen daaromheen) zelfs niet aan het allersimpelste werk kon komen en hij eigenlijk bijna op deportatie naar het Verre Oosten hoopte: als ze maar met z’n allen gingen, als zijn dierbaren maar bij hem waren. Zijn brieven droegen een bijna stichtelijk karakter, hij deed altijd zijn best iets belangrijks aan je mee te delen, en voor je moeder was het een manier om haar gebruikelijke zwijgen voort te zetten. ‘Ik heb de dag doorgebracht zoals je dat in de trein doet: wakker worden, in slaap vallen en nietsdoen… Ik klets maar een beetje, in een brief kan je niet zwijgen.’ 

    Nog even bij het water staan, een sigaretje roken, denken aan iets wat heel privé is, een mandarijntje eten. Doodstil is het hier, een rust als op een kerkhof. 

    Vergissing

    En pas wanneer je weer terug bent in het hotel en je op de gewone kaart kijkt, een papieren, begrijp je dat je je vergist hebt. Sventes, Švjantas, Svjatoji, het Svjatojemeer en de Svjatajarivier: die namen kom je aan beide zijden van de grens met Letland tegen. Het Švjantasmeer is het meer dat jullie Sventa noemden en waar je heen wilde. Hoe kan je je nou toch zo vergist hebben? Het verschil zit hem in die haček: voor het Šventas ežeras moet je naar het zuiden rijden, naar Turmantas, en echt niet naar Letland. 

    En Tomas gaat natuurlijk zeggen: ‘En je herkende het allemaal, Maxim: de weg en het meer.’ 

    Ja, inderdaad. 

    Onderweg naar Vilnius vergelijken jullie je indrukken. Wat op Tomas de meeste indruk heeft gemaakt tijdens de reis was het geraas van de vrachtwagens over de kasseien bij de kerk, de wind en de hagel, terwijl jij daar geen aandacht aan hebt besteed. Dat is vreemd met herinneringen: soms maak je een heel concert mee en het enige wat je je achteraf nog kunt herinneren is dat de dirigent rode sokken aanhad. 

    Langzaamaan zal hier alles goed komen, als er tenminste niet van buitenaf wordt ingegrepen

    Ooievaars en heuvels, veel water, de lucht doet denken aan Hollandse luchten, maar het landschap is expressiever – door de heuvels. Hoe zou je het vinden om hier te leven? Het is de provincie, ja, maar het is hier niet provinciaal, niet erg in ieder geval. Het is gewoon een mooi land dat in Oost-Europa ligt. Langzaamaan zal hier alles goed komen, als er tenminste niet van buitenaf wordt ingegrepen. 

    ‘Toen ik nog een steunpilaar was van de samenleving…’, zo begint een niet zo jonge vrouwelijke kennis van je graag haar betoog. En misschien is ze dat ook wel echt geweest. Ook in Litouwen zijn er mensen die graag de tijd in herinnering roepen dat het Grootvorstendom zich uitstrekte tot aan de Zwarte Zee (hoofdzakelijk dankzij geslaagde huwelijksverbintenissen), maar hier trekken ze uit de grootheid van weleer geen praktische conclusies. 

    ‘U weet niet wat er allemaal speelt,’ hoorde ik zowel in Parijs als in Rome van anti-Europees gezinde Russen. Altijd maar dat gepraat: de mensen hier, die mogen ons niet, en daarginder ook niet. Luister eens, vrienden, als er één plek is waar ze ons niet mogen, dan is het thuis, in Moskou. 

    De zorgen die ik zo’n dertig jaar geleden had, waren dezelfde als die ik nu heb

    ‘We moeten zo leven dat we zo min mogelijk angst voelen…’ Toen was je nog geen twintig, nu ben je over de vijftig. Tegen Tomas zeg je: ‘Verbazingwekkend hoe het verleden is teruggekeerd. De zorgen die ik zo’n dertig jaar geleden had, waren dezelfde als die ik nu heb: 1) geen vuile handen maken, geen morele concessies doen, 2) de gevangenis ontlopen, en 3) niet het moment voorbij laten schieten waarop je voorgoed je biezen moet pakken. En er is diezelfde illusoire hoop: dat we op een dag wakker worden en deze hele duisternis ten einde is.’ 

    De omstandigheden nopen ons echter wakker te blijven, steeds om ons heen te kijken, de kop erbij te houden. Je scherpzinnige vriend zal zeggen: vorst Andrej Koerbski dacht er precies zo over. Voor Koerbski resulteerde alles in zijn overlopen naar Litouwen. 

    ‘Ook even bij de vuilnisbelt gaan kijken,’ appt Bóris, je vriend Boretsjka, een groot musicus, violist, hij is onlangs uit Londen hierheen verhuisd. Hij bindt moedig de strijd aan met de Litouwse suffixen – žmogus, žmonija, žmogiūkštis, žmogiškumas (mens, mensheid enz.) – hoewel je in Litouwen, naar men zegt, ook uitstekend uit de voeten kunt met Engels en Russisch. Die tekentjes boven de letters, de hačeks, zijn trouwens een uitvinding van Jan Hus. 

    Vilnius

    Boretsjka wil dat de stad bij je in de smaak valt, hij rijdt je overal naartoe, verontschuldigt zich als iets niet mooi is, zoals die vuilnisbelt bijvoorbeeld – ja, wat wil je! Het leven is niet rijk, maar ook niet te armoedig, en er zijn minder verbodsbepalingen, beperkingen, slagbomen en andere ergernissen dan je de laatste jaren in Moskou gewend bent. Vilnius is mooi: schoon maar niet gelikt. De wijk waar jij bent gehuisvest houdt het midden tussen Serpoechov en Parijs, en de oude stad is heel bijzonder, met een volstrekt eigen karakter. 

    ‘Problemen, die heb je natuurlijk overal,’ zegt de baas van het kunstenaarscafé met een glimlach. 

    Hij is een man met ervaring, heeft een tijdje in Israël gewoond, in Amerika en ik geloof zelfs ook in Jordanië, en hij weet waar hij het over heeft. Houdt hij er eigenlijk rekening mee dat de geheime dienst (Joost mag weten hoe die hier heet) hem zijn café afneemt en dat hij dan blij mag zijn als hij niet in de gevangenis belandt? Op Amnesty International hoef je in zo’n geval niet te rekenen. Hij is oprecht verbaasd: Nee, zoiets is hier echt niet aan de orde, wat een geluk trouwens dat de Sovjet-Unie uiteengevallen is! Zelf heb je ook van zoiets gedroomd, lang voor Litouwen, toen je een jochie van acht was en Dickens las, The Pickwick Club. Je wist dat er zo’n stad bestond, Londen, in boeken, op kaarten, maar dat je die ooit zou zien – nee jongen, zet dat maar uit je hoofd. 

    ‘Je kan zien dat de auteur niet erg bekend is met de prozatheorie van Viktor Sjklovski, zegt een van de toehoorders, niet luid maar wel duidelijk. Een forse Litouwer, hij werkt in het observatorium van Vilnius. Het is moeilijk niet hooghartig te zijn als je in een observatorium werkt. 

    Gesprekken en lezingen zijn in het Russisch. Voor wie, vraag je je af, moest je boek dan eigenlijk vertaald worden?

    Gesprekken en lezingen zijn in het Russisch. Voor wie, vraag je je af, moest je boek dan eigenlijk vertaald worden? Het antwoord laat zich raden: voor de schrijver. Dus wie betaalt de hapjes en de drankjes? Dat heb je eerder te horen gekregen, op een andere plek maar om een soortgelijke reden. 

    Užupis, de wijk van de vrije kunstenaars, met een ludieke eigen constitutie en regering (Tomas bekleedt daarin een belangrijke post): hier ga je je verhaal ‘Objects in mirror’ voorlezen. 

    ‘Houston…’ zegt Ada peinzend. ‘Wij hebben in Vilnius een flatje op de kop getikt, Andrej.’ Vilnius, redeneren ze, is niet in alle opzichten safe. Maar met een Israëlisch paspoort… ‘Nee maar, ze hebben een Israëlisch paspoort?’ 

    De luisteraars glimlachen en na afloop komt er een Moskoviet naar je toe gelopen, iemand van ongeveer jouw leeftijd, een doctor in de wis- en natuurkunde. Het blijkt dat het flatje waarin je bent ondergebracht van hem is, hij gaat niet zover dat hij je zijn laissez-passer, zijn Israëlische paspoort, onder de neus houdt, maar hij heeft er wel een. Aha, kijk aan, het klopt dus allemaal, je verkoopt geen onzin. 

    ‘Komt u toch vaker hierheen, of blijf hier gewoon. Geloof me, het leven heeft hier veel te bieden.’ 

    Met vrienden praten, nachtenlang, met wijn erbij – graag nog een glas. ‘U weet niet wat er allemaal speelt’, zoiets heb je hier van niemand te horen gekregen. Op je laatste dag in Vilnius begin je bekenden tegen te komen op straat. Vilnius zorgt voor afleiding en vermaak, in de juiste dosering. ‘Hoezo zou ik niet blij zijn als het jou goed gaat?’ Het delen van een gevoel van blijdschap – dat gaat het beste met je ouders. Klaar, ga op je plaats zitten en ga de reis aan, stoel recht, riemen vast. 

    Dit is een fragment uit Kilometer 101, dat op 28 oktober is verschenen bij Uitgeverij Van Oorschot, in vertaling van Yolanda Bloemen en Seijo Epema.

    Lees ook:

  • De beste non-fictie van oktober

    De beste non-fictie van oktober

    In zijn nieuwe boek maakt Orlando Figes duidelijk dat de Russische geschiedenis altijd vervlochten is geweest met mythische ideeën; Jody Rosen ontvouwt de evolutie van de fiets tot aan de huidige tijd & Meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    Het verhaal van Rusland – Mythe en macht van Orlando Figes

    Orlando Figes maakt duidelijk dat de Russische geschiedenis altijd vervlochten is geweest met mythische ideeën. Het land gaat al eeuwen gebukt onder de grillen van de heersende ideologie. Van Vladimir de Grote en Ivan de Verschrikkelijke tot Vladimir Poetin. 

    Rusland

    De kruik van Pandora – Vrouwen in Griekse mythen van Natalie Haynes

    Vrouwen komen er meestal bekaaid van af in de Griekse mythen, of ze worden afgeschilderd als wraakzuchtig of gewoon kwaadaardig. Natalie Haynes herstelt het evenwicht en laat stemmen horen van Hera, Artemis, Penelope en vele andere vrouwen.

    De kruik van Pandora

    Oerland – Een reis door de werelden die achter ons liggen van Thomas Halliday

    Terugreizend in de tijd dompelt Thomas Halliday ons onder in oeroude landschappen. Van de mammoetsteppe in de ijstijd en de regenwouden van het Antarctica in het eoceen naar het Australië van het ediacarium. 

    Oerland

    De reis van de mensheid van Johannes Krause en Thomas Trappe

    De bestsellerauteurs laten op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten zien hoe wij in het verleden het hoofd wisten te bieden aan oorlogen, pandemieën en migratie, en welke gevaren schuilgaan achter de ongebreidelde macht van de mens. 

    De reis van de mensheid

    Tweewielers – Verleden, heden en toekomst van de fiets van Jody Rosen

    Rosen ontvouwt de evolutie van de fiets tot aan de huidige tijd, waarin het vehikel wordt gezien als een icoon van duurzaamheid, een ‘groene machine’, in een wereld die wordt geteisterd door pandemieën en klimaatverandering.

    Tweewielers
  • MeToo vanuit een ander perspectief

    MeToo vanuit een ander perspectief

    In de roman Vladimir weet Julia May Jonas een ondermijnend en geraffineerd verhaal neer te zetten over een MeTooschandaal, verteld door de vrouw van een dader – die zelf ook niet vrijuit gaat.

    De vrouwelijke verteller in Vladimir, de debuutroman van de Amerikaanse Julia May Jonas, doceert Engelstalige literatuur aan de universiteit. Ze loopt tegen de zestig en berust al een tijdje in haar positie als mislukt romancier, wanneer haar man, hoofd van dezelfde faculteit, het middelpunt blijkt van een MeTooschandaal. Ze hebben een open huwelijk waarin de wederzijdse verlangens allang zijn weggeëbd en ze begrijpt alle opwinding rond haar echtgenoot niet zo. Zijn affaires met studentes zijn gedateerd en bovendien, vroeger viel ze zelf ook als een blok voor oudere mannen in een machtspositie. Dan krijgt ze een nieuwe collega, Vladimir. Jong, knap en ook nog eens succesvol als romanschrijver. 

    In haar ‘energieke’ roman, schrijft Jessica Ferri in Los Angeles Times, laat Jonas het hoofdpersonage worstelen met de vraag ‘of ze Vladimir zelf wil veroveren of vooral jaloers is op zijn schrijverschap’. Volgens Ferri zet Jonas de hoofdpersoon zo ‘krachtig en vrijmoedig neer dat je als lezer alleen maar wil dat ze telkens andere akelige en gevaarlijke dingen onderneemt’.

    Criticus Molly Young vermoedt in The New York Times dat het de auteur niet zozeer is te doen om de vraag of ongewenst gedrag uit het verleden volgens de huidige standaard alsnog moet worden bestraft: ‘Ze wil vooral de venijnige controle op vrouwelijke verlangens naar seks, eten, affectie, geluk, macht en professionele erkenning onderzoeken.’

    Een kunstwerk op zich, deze vertelster, met op zijn minst één voet aan de verkeerde kant van de MeToodiscussie

    ‘Titel en cover vormen een duidelijke waarschuwing dat de lezer te maken krijgt met een ondermijnend en geraffineerd verhaal. Want natuurlijk verwijzen die naar Lolita van Vladimir Nabokov’, concludeert Maureen Corrigan op het Amerikaanse mediaplatform NPR. Tegelijkertijd vindt Corrigan dat Jonas met Vladimir ook aan de orde stelt hoe we de waarde van literatuur bepalen: ‘Óf we proberen datgene wat ons tegen de borst stuit te onderdrukken. Óf we laten ons meeslepen door wat verwarrend, aanstootgevend en intens verkeerd is. En wie het kunstige Vladimir leest, vermaakt zich daarbij ook nog.’

    In haar recensie in The Guardian vindt Lucy Atkins het ‘verbazingwekkend’ dat een debutante ‘zo zelfverzekerd’ voor de dag komt. Het slot van de roman vindt ze daarentegen ‘teleurstellend’ omdat de auteur het niet voor elkaar krijgt de ‘complexe thema’s in bedwang te houden. Maar die prijs is dit verrijkende en intelligente boek alleszins waard.’ 

    Marion Winik had nauwelijks drie pagina’s gelezen of ze voelde zich ‘als was in de handen van de auteur’, schrijft ze in The Washington Post. Ze geniet van het hoofdpersonage, dat ‘zichzelf haarscherp doorgrondt, vertrouwt op haar eigen beoordelingsvermogen en strooit met rake observaties en grappige wijsheden. Een kunstwerk op zich, deze vertelster, met op zijn minst één voet aan de verkeerde kant van de MeToodiscussie.’ 

    Vladimir van Julia May Jonas verscheen half augustus bij uitgeverij De Geus in de Nederlandse vertaling van Inge Pieters 

    Door Diederik Samwel

  • Spaanse schrijver Javier Marías overleden

    Spaanse schrijver Javier Marías overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Blue Origin-raket van Jeff Bezos crasht bij lancering – geen gewonden

    » Europees pessimisme over een mogelijk nucleair akkoord met Iran

    ‘Een van de sleutelfiguren van de Spaanse literatuur’

    De Spaanse auteur Javier Marías is zondag in Madrid op zeventigjarige leeftijd overleden aan een longontsteking. Hij was ‘een van de sleutelfiguren van de Spaanse literatuur’, aldus de kop in El País, voor wie de auteur van Denk morgen op het slagveld aan mij en Een hart zo blank columnist was.

    De boeken van de ‘door zijn gelijken gerespecteerde en door zijn lezers vereerde romanschrijver’ werden in negenenvijftig landen gepubliceerd, wat hem tot een van de meest gelezen Spaanse auteurs in het buitenland maakt. In een ander artikel schrijft El País dat de ‘schrijver zijn formele veeleisendheid verenigde met een blik die even scherp en onverbiddelijk was als weids, diepzinnig en microscopisch’.

    In zijn laatste column voor het Spaanse dagblad, die El País op zijn sterfdag publiceerde, hield Marías een pleidooi voor een betere (financiële) waardering van vertalers. ‘Een van de belangrijkste beroepen in de wereld is ongetwijfeld dat van vertaler’, schreef Marías, die jarenlang zelf werkzaam was als vertaler uit het Engels, van onder andere de Russisch-Amerikaanse schrijver Vladimir Nabokov.

    Lees ook:

  • De beste non-fictie van september

    De beste non-fictie van september

    In Femina nuanceert Ramirez de ‘mannelijke’ kijk op de middeleeuwen; James Poskett brengt een eerbetoon aan mondiaal vergeten geleerden & Meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum Boekhandel.

    De laatste kolonie – Philippe Sands  

    Na het veelgeprezen Oost-Weststraat en De rattenlijn komt Philippe Sands opnieuw met een indringend boek over internationale misdaden tegen de menselijkheid. Ditmaal richt hij zijn vizier op de Chagoseilanden en de bittere strijd van één vrouw in het bijzonder.  

    De laatste kolonie Philippe Sands

    De psychiater die geloofde dat je de toekomst zou kunnen voorspellen – Sam Knight

    Psychiater John Barker richtte het Bureau van Voorgevoelens op om de vraag te onderzoeken of voorgevoelens rampen kunnen voorspellen. Een intrigerend waargebeurd verhaal over de uithoeken van de menselijke geest. 

    De psychiater KnightSam

    Horizonnen – James Poskett

    De wetenschap was en is nooit een uitsluitend Europees avontuur geweest. Copernicus gebruikte mathematische kennis uit Arabische geschriften, Newton keek naar Azië en Afrika, en Darwin raadpleegde een Chinese encyclopedie. Poskett schreef een eerbetoon aan mondiaal vergeten geleerden.  

    Horizonnen PoskettJames

    Nazimiljardairs  – David de Jong

    Een baanbrekend, meeslepend verhaal over de donkere geschiedenis van de meest welgestelde Duitse families en hoe zij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog verrijkten met hun bedrijven als BMW, Dr. Oetker, Porsche en Volkswagen zonder dat er ingrijpende sancties volgden.  

    Nazimiljardairs

    Femina – Janina Ramirez

    Ramirez nuanceert de ‘mannelijke’ kijk op de middeleeuwen en brengt vele invloedrijke vrouwen voor het voetlicht. Het resultaat is een fascinerende, meeslepende en misschien wel complete geschiedenis van die duizend jaar, die laat zien dat de middeleeuwen meer op onze tijd leken dan we dachten.

    Femina RamirezJanina
  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen

    Draken, complotten en ‘lelijke pruiken’

    De langverwachte spin-off van Game of Thrones

    SERIE | Eind augustus werd op HBO en OCS gelijktijdig de langverwachte prequel van Game of Thrones uitgezonden. Vooralsnog lopen de meningen uiteen. Volgens Bloomberg bijvoorbeeld ‘spuwt House of the Dragon vuur’, terwijl de serie voor IndieWire ‘de vlam niet echt nieuw leven inblaast’.

    In dit nieuwe seizoen, gebaseerd op het werk van schrijver George R.R. Martin, draait het om Koning Viserys (Paddy Considine), die ‘niet van conflicten houdt, zachtaardig en redelijk is; slechte eigenschappen voor een leider van de Seven Kingdoms,’ aldus Los Angeles Times. Viserys’ dochter, Rhaenyra (Milly Alcock, daarna Emma D’Arcy), is weliswaar drakenrijder, maar geen mannelijke erfgenaam. En dat wekt de machtsbelustheid van Visery’s broer Daemon (Matt Smith).

    The Independent noemt de spin-off nog ‘intenser, brutaler, bloediger’ dan de oorspronkelijke serie

    The Los Angeles Times is enthousiast: ‘Deze spin-off (…) introduceert subtiele veranderingen in toon en benadering, evenals een breed scala aan nieuwe personages en verhaallijnen.’ Volgens The Guardian bevat ook dit deel alle pre’s van Game of Thrones: bloedige gevechten, lange dialogen in het Hoog-Valyrisch, ‘borsten en billen in bordelen’, ‘lelijke pruiken’, incestueuze verleidingen en natuurlijk draken – alles ‘wat Game of Thrones zo goed maakte toen de serie op zijn best was’, aldus de Britse krant. The Independent noemt de spin-off nog ‘intenser, brutaler, bloediger’ dan de oorspronkelijke serie.

    Maar, zegt The New York Times, ‘er ontbreekt iets’. The Hollywood Reporter denkt te weten wat. ‘Er zijn wel héél veel Targaryens,’ verzucht recensent Daniel Fienberg, zodat op het scherm veel ultraplatinablonde pruiken te zien zijn; de haarkleur die kenmerkend is voor de dynastie. ‘Sommigen staat dat goed, maar dat geldt niet voor iedereen,’ aldus Fienberg. Bovendien symboliseert deze alomtegenwoordigheid volgens hem ‘een gebrek aan diversiteit in karakters, persoonlijkheden en zienswijzen’. Zijn oordeel: ‘Deze spin-off moet zijn identiteit nog vinden.’

    Door Laura Weeda


    Jax hekelt de engelen

    Niet te oud voor TikTok

    MUZIEK | ‘Had iemand me toen ik jonger was maar verteld dat elk lichaam anders was,’ zingt Jackie Miskanic in een begin juli uitgebracht nummer dat in de VS inmiddels razend populair is. Toen ze amper een tiener was, verwonderde ze zich over de ondergoedmodellen van Victoria’s Secret, met hun slanke silhouetten. De ‘engelen’ van het lingeriemerk, zoals de modellen ook wel worden genoemd, hadden uitgemergelde wangen en uitstekende botten. Miskanic, artiestennaam Jax, ‘begon te denken dat ze te zwaar was’ en ‘stopte gewoon met eten’, aldus Variety.

    Op 26-jarige leeftijd scoorde de Amerikaanse zangeres een hit, genoemd naar het lingeriemerk, waarin ze de stereotypen hekelt die door de modegigant worden overgebracht. Vooral op TikTok was het nummer zeer populair.

    De zangeres snijdt niet alleen serieuze onderwerpen aan, maar post ook lollige en experimentele nummers en clipjes

    Haar woede wordt vooral belichaamd door ‘een oude heer die in Ohio woont en geld verdient over de ruggen van meisjes zoals ik’, zingt ze in Victoria’s Secret. Zijn naam is Leslie Wexner en hij verdiende miljoenen toen het merk in 1984 werd overgenomen. Nadat de tachtigjarige ervan werd beschuldigd een misogyne cultuur te hebben gecreëerd binnen een bedrijf waar bovendien een gebrek aan diversiteit heerst, moest hij in 2020 zijn functie als CEO verlaten. ‘En wij blijven achter met evenveel complexen als hij dollars heeft,’ zingt Jax.

    De zangeres snijdt niet alleen serieuze onderwerpen aan, maar post ook lollige en experimentele nummers en clipjes. ‘TikTok is voor mij een geweldige plek om dingen uit te proberen,’ zegt ze tegen de site NJ. Met 1,4 miljoen volgers op het platform – dat nu 1 miljard gebruikers wereldwijd telt – werkt ze hard aan haar carrière – tot haar eigen verbazing: ‘Ik begrijp het nog steeds niet, ik dacht dat ik misschien te oud was voor TikTok.’

    Door Laura Weeda

    7698288779940512677

    Old school melodrama mist een passend slot 

    Britse moslima versus vrijzinnige Française  

    SPEELFILM | ‘Een oldskool melodrama, vermengd met een eigentijds politiek bewustzijn, dat in het Brexit-tijdperk een bredere crossculturele botsing suggereert.’ Zo typeert criticus Guy Lodge After Love, de eerste speelfilm van de Brits-Pakistaanse regisseur Aleem Khan in Variety. ‘Het is maar een kleine vijftig kilometer van Dover naar Calais maar Het Kanaal scheidt twee compleet tegengestelde werelden: van taal tot religieuze opvattingen en seksuele moraal.’ 

    In After Love worden die verschillen scherp aangezet wanneer Mary uit Dover, moslima, kinderloos en net weduwe geworden, ontdekt dat haar man Ahmed, kapitein op een ferry, jarenlang een relatie had met Geneviève in Calais. Daarop steekt Mary Het Kanaal over om zich te melden bij haar Franse rivale, die haar aanziet voor de nieuwe schoonmaakster. Mary verzwijgt haar ware identiteit en komt zo over de vloer bij Geneviève. In de loop van de film komt ze steeds meer te weten over Ahmeds verleden – zo blijkt hij een zoon te hebben met zijn minnares – terwijl de vrouwen steeds directer met elkaar worden geconfronteerd. 

    ‘Joanna Scanlan in de hoofdrol is verbluffend goed; het acteerwerk is sowieso geweldig’

    In The Evening Standard toont Charlotte O’Sullivan zich enthousiast over de film: ‘Joanna Scanlan in de hoofdrol is verbluffend goed; het acteerwerk is sowieso geweldig.’ O’Sullivan begrijpt alleen niet waarom een witte actrice schittert in de hoofdrol: ‘Zoveel Britse films worden er niet gemaakt over moslims.’

    Volgens Mattia Pasquini van de Italiaanse filmsite Cinefilos liggen er grote filosofische kwesties ten grondslag aan deze film: ‘Is het mogelijk om jezelf te kennen en wat weten we eigenlijk over de identiteit van een ander?’ Volgens de recensent lukt het de twee vrouwen in After Love ‘elkaar na een spel van leugens en ondanks alle cultuurverschillen te ontdekken en de afwezigheid van hun geliefde te accepteren. Om vooruit te komen is het af en toe nodig de eigen regels te overtreden.’

    Tim Robey in The Telegraph heeft juist moeite met de manier waarop de regisseur de hoofdpersonen dichter bij elkaar brengt: ‘Met deze film zet Khan zichzelf terecht op de internationale kaart, maar het verhaal schreeuwt om een heftiger en geloofwaardiger einde. Zo gevoelig en persoonlijk als hij de film opent, zo gelikt zijn de slotscènes.’

    After Love van regisseur Aleem Khan draait vanaf 25 augustus in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

    After Love st 8 jpg sd low

    Me-Too vanuit een heel ander perspectief

    Alleen al het hoofdpersonage is een kunstwerk

    LITERATUUR | De vrouwelijke verteller in Vladimir, de debuutroman van de Amerikaanse Julia May Jonas, doceert Engelstalige literatuur aan de universiteit. Ze loopt tegen de zestig en berust al een tijdje in haar positie als mislukt romancier, wanneer haar man, hoofd van dezelfde faculteit, het middelpunt blijkt van een MeTooschandaal. Ze hebben een open huwelijk waarin de wederzijdse verlangens allang zijn weggeëbd en ze begrijpt alle opwinding rond haar echtgenoot niet zo. Zijn affaires met studentes zijn gedateerd en bovendien, vroeger viel ze zelf ook als een blok voor oudere mannen in een machtspositie. Dan krijgt ze een nieuwe collega, Vladimir. Jong, knap en ook nog eens succesvol als romanschrijver. 

    In haar ‘energieke’ roman, schrijft Jessica Ferri in de Los Angeles Times, laat Jonas het hoofdpersonage worstelen met de vraag ‘of ze Vladimir zelf wil veroveren of vooral jaloers is op zijn schrijverschap’. Volgens Ferri zet Jonas de hoofdpersoon zo ‘krachtig en vrijmoedig neer dat je als lezer alleen maar wil dat ze telkens andere akelige en gevaarlijke dingen onderneemt’.

    Criticus Molly Young vermoedt in The New York Times dat het de auteur niet zozeer is te doen om de vraag of ongewenst gedrag uit het verleden volgens de huidige standaard alsnog moet worden bestraft: ‘Ze wil vooral de venijnige controle op vrouwelijke verlangens naar seks, eten, affectie, geluk, macht en professionele erkenning onderzoeken.’

    Een kunstwerk op zich, deze vertelster, met op zijn minst één voet aan de verkeerde kant van de MeToodiscussie

    ‘Titel en cover vormen een duidelijke waarschuwing dat de lezer te maken krijgt met een ondermijnend en geraffineerd verhaal. Want natuurlijk verwijzen die naar Lolita van Vladimir Nabokov,’ concludeert Maureen Corrigan op het Amerikaanse mediaplatform NPR. Tegelijkertijd vindt Corrigan dat Jonas met Vladimir ook aan de orde stelt hoe we de waarde van literatuur bepalen: ‘Óf we proberen datgene wat ons tegen de borst stuit te onderdrukken. Óf we laten ons meeslepen door wat verwarrend, aanstootgevend en intens verkeerd is. En wie het kunstige Vladimir leest, vermaakt zich daarbij ook nog.’

    In haar recensie in The Guardian vindt Lucy Atkins het ‘verbazingwekkend’ dat een debutante ‘zo zelfverzekerd’ voor de dag komt. Het slot van de roman vindt ze daarentegen ‘teleurstellend’ omdat de auteur het niet voor elkaar krijgt de ‘complexe thema’s in bedwang te houden. Maar die prijs is dit verrijkende en intelligente boek alleszins waard.’ 

    Marion Winik had nauwelijks drie pagina’s gelezen of ze voelde zich ‘als was in de handen van de auteur’, schrijft ze in The Washington Post. Ze geniet van het hoofdpersonage, dat ‘zichzelf haarscherp doorgrondt, vertrouwt op haar eigen beoordelingsvermogen en strooit met rake observaties en grappige wijsheden. Een kunstwerk op zich, deze vertelster, met op zijn minst één voet aan de verkeerde kant van de MeToodiscussie.’ 

    Vladimir van Julia May Jonas verscheen half augustus bij uitgeverij De Geus in de Nederlandse vertaling van Inge Pieters 

    Door Diederik Samwel

    vladimir 9781982187637 hr

  • Noorse ‘Bibliotheek van de Toekomst’ bewaart publicaties honderd jaar lang

    Noorse ‘Bibliotheek van de Toekomst’ bewaart publicaties honderd jaar lang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    » Aanhoudende droogte leidt tot uitzonderlijk slechte oogsten in Italië

    Schrijvers van over de hele wereld nemen deel aan het project

    Onlangs kwamen ruim tweehonderd mensen bijeen voor een bijzondere ceremonie in een bos met duizend sparren ten noorden van Oslo. Dat bos is in 2014 aangeplant door de Schotse kunstenaar Katie Paterson. De boompjes zijn nu nog maar een meter hoog, maar in 2114 zijn ze groot genoeg om het papier te leveren voor een speciale collectie boeken: enkele van ’s werelds meest gerenommeerde auteurs hebben namelijk bij de Bibliotheek van de Toekomst in Oslo manuscripten ingeleverd die pas over een eeuw zullen worden gedrukt, met papier dat van de sparren komt, meldt BBC.

    De ceremonie in het bos voor deze Bibliotheek van de Toekomst – een honderdjarig kunstproject dat door Paterson is bedacht om onze ideeën over tijd te verruimen en het besef van onze verplichtingen aan het nageslacht te vergroten – vindt sinds 2014 elk jaar plaats. De kunstenaar nodigt jaarlijks samen met een kleine groep mensen een prominente schrijver uit om een manuscript te leveren. Die opdrachten lopen door tot 2113, waarna de boeken allemaal zullen worden gepubliceerd.

    Tot aan de publicatie worden de manuscripten honderd jaar lang bewaard in de grootste openbare bibliotheek van Oslo

    Margaret Atwood was de eerste auteur die een verhaal inleverde, met de titel Scribbler Moon; daarna ontving de Bibliotheek van de Toekomst inzendingen vanuit de hele wereld, van de Engelse romanschrijver David Mitchell en de IJslandse dichter Sjón tot de Turkse Elif Shafak, Han Kang uit Zuid-Korea en de Vietnamees-Amerikaanse dichteres Ocean Vuong. Dit jaar kwamen de Zimbabwaanse auteur Tsitsi Dangarembga en de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård naar het bos om hun verhaal te overhandigen. De auteurs mogen niets over de inhoud van hun werk onthullen, maar alleen de titel prijsgeven: dat van Dangarembga heet Narini en haar ezel (narini is Zimbabwaans voor ‘oneindigheid’); dat van Knausgaard heet Blind boek.

    Tot aan de publicatie worden de manuscripten honderd jaar lang bewaard in de grootste openbare bibliotheek van Oslo, in afgesloten glazen laden in een kleine houten opslag die ‘De stille kamer’ wordt genoemd.

    Lees ook: