Onderwerpen: Natuur

  • Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Afscheid van steenkool gaat onaangenaam lang duren

    Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel standhoudt, ook al is dat ten nadele van de planeet.

    Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht. 

    Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.

    Dossier2
     Kolen worden gelost uit een vrachtschip in de kolenterminal van de haven van Lianyungang, in de provincie Jiangsu, om te worden vervoerd.– © Getty Images

    Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit

    Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.

    Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.

    Uitzonderlijk jaar

    Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.

    Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.

    China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen

    Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen, en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.

    Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.

    Hardnekkige vraag

    Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.

    Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.

    Afrika als wingewest

    Investeringen in nieuwe projecten voor fossiele brandstoffen zouden moeten worden stopgezet om te helpen de opwarming van de aarde onder de 1,5°C te houden, maar westerse oliebedrijven richten zich doodleuk met volle kracht op Afrika.

    Dat bleek vorig jaar november in het Egyptische Sharm-el-Sheikh tijdens COP27, de VN-conferentie over klimaatverandering. Daar werd het rapport Who Is Financing Fossil Fuel Expansion in Africa? van de Duitse ngo Urgewald en een dertigtal Afrikaanse organisaties gepresenteerd. En wat blijkt? In 48 van de 54 Afrikaanse landen vinden exploratie- en exploitatieprojecten van recent ontdekte reserves plaats.

    ‘Twee derde van deze projecten wordt uitgevoerd door multinationals met hoofdkantoren buiten Afrika en de meerderheid is gericht op export om te kunnen voldoen aan westerse behoeften,’ aldus Heffa Schücking, de directeur van Urgewald. De verwachting is dat er tegen 2030 ongeveer 16 miljard extra vaten olie zullen worden geproduceerd, wat overeenkomt met twee jaar uitstoot in de Europese Unie. Het Franse TotalEnergies is met activiteiten in vijftien landen de grootste speler, en zal 14 procent van de toekomstige productie voor zijn rekening nemen, schrijft Le Monde.

    Ondertussen leiden deze miljardenprojecten Afrikaanse landen af van een transitie naar duurzame energie, aldus Amos Wemanya van de denktank Power Shift Africa. ‘En dat is slecht voor het klimaat en slecht voor de ontwikkeling van Afrika.’

    Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.

    Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn.) Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika. 

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk

    Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.

    Kredietbrieven 

    Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.

    Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.

    Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton

    Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.

    Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.

    Dossier3
    In de rij om kolen te vervoeren van de China Energy Investment Corporation. – © Getty Images

    Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China, en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.

    Verre van consequent

    Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.

    Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden

    Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.

    Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.

    Energiedichtheid

    Maak alles elektrisch en je bent van het probleem van fossiele brandstoffen af. Klinkt eenvoudig, maar de werkelijkheid is weerbarstiger, volgens denktank Brookings. Al was het alleen maar omdat lang niet alles zich zomaar laat elektrificeren. Neem elektrische voertuigen: die worden aangeprezen als vervanging van voertuigen op diesel en benzine, maar zijn lang niet geschikt voor alle toepassingen; bijvoorbeeld omdat bepaalde kwaliteiten van fossiele brandstoffen – zoals hun energiedichtheid– moeilijk zijn na te bootsen.

    Omdat elk voertuig zijn eigen brandstof moet vervoeren, spelen het gewicht en het volume ervan een belangrijke rol. Vooral in de transportsector is dat cruciaal. Ga maar na: per 450 gram bevatten fossiele brandstoffen ongeveer veertig keer zo veel energie als een geavanceerde batterij. De nadelen van het gewicht van batterijen worden enigszins gecompenseerd doordat elektromotoren veel efficiënter zijn dan verbrandingsmotoren en doordat ze mechanisch eenvoudiger zijn, omdat ze veel minder bewegende onderdelen bevatten. Maar een elektrisch voertuig is altijd nog zwaarder dan een vergelijkbaar voertuig op fossiele brandstof.

    Voor voertuigen die lichte ladingen vervoeren en vaak kunnen tanken, zoals personenauto’s, is dat niet problematisch. Maar voor de luchtvaart, de zeevaart of voor vrachtwagens die zware ladingen moet vervoeren over lange afstanden zonder te kunnen bijtanken, is het verschil in energiedichtheid tussen fossiele brandstoffen en batterijen – in elk geval voorlopig – nog een onoverkomelijk probleem.

    Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.

    In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.

    Minder export, hogere prijzen

    En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.

    Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’  

  • Op het eiland Bozcaada leefden Turken en Grieken samen – totdat de toeristen kwamen

    Op het eiland Bozcaada leefden Turken en Grieken samen – totdat de toeristen kwamen

    Op Bozcaada, een eiland in het noordoosten van de Egeïsche Zee, verbouwden Turken druiven die door Grieken geoogst werden. Die saamhorigheid dreigt verloren te gaan onder invloed van het toerisme, schrijft de kleindochter van een oorspronkelijke bewoner.

    De laatste veerboot van de dag vertrekt uit de haven van het stadje Geyikli. Sommige passagiers zijn deze aprilavond op het nippertje aan boord gegaan, onderweg naar hun huis op het eiland Bozcaada. Met iedere kilometer die we dichterbij komen, tekent het silhouet aan de horizon zich duidelijker af. Eerst zie je het hoogste punt, de Göztepe-heuvel, dan het machtige fort, waar vóór de Ottomanen al Perzen, Romeinen, Byzantijnen, Genuezen en Venetianen hebben geregeerd, en even later kijk je uit over de huisjes, die achter de haven met de vissersboten oplichten in het roze licht van de ondergaande zon.

    Mijn opa moet twaalf zijn geweest toen hij voor het eerst op het eiland kwam. Het was begin jaren zestig. Veerboten waren er nog niet. Een kapitein die op het eiland woonde voer de lokale bevolking met zijn motorboot in weer en wind heen en weer tussen hun huis en het vasteland. Op dit kleine Turkse eiland in het noordoosten van de Egeïsche Zee, 7 kilometer van het vasteland van de provincie Çanakkale, zag je haast nooit vreemdelingen.

    Denemarken

    De exquise eentonigheid van het bestaan

    Een groot aantal Denen heeft moeite om Omo aan te wijzen op de kaart. Dit eiland van 4,5 vierkante kilometer, dat 152 inwoners telt, ligt in het zuidwesten van Seeland, de regio waartoe ook Kopenhagen behoort. Het kost vijftig minuten varen om er te komen, een tocht die journalist Alexander Vissing van dagblad Politiken onderneemt om vroegere buren te bezoeken die uit de hoofdstad zijn vertrokken. Na hun pensionering zijn Hannah en Steffen Glismann ‘gevallen voor de charme van Omo, net als ik’, bekent Vissing.

    Op zoek naar een rustiger leven raakte het stel op slag verliefd op een huis dat samen met een klein café-restaurant, Loen genaamd, te koop stond. Zodoende zijn ze nu horecaondernemers. Wat bevalt deze ex-arts en zijn vrouw hier zo goed? ‘De gastvrijheid, de onderlinge betrokkenheid en de hulpvaardigheid.’ En zoals een toevallig passerende buurman opmerkt: ‘Hier maak je niets mee, want er gebeurt niets. Je bereikt gewoon een staat van weldadige rust.’

    Tegenwoordig is dat wel anders. Sinds het eiland via Instagram bekendheid heeft gekregen als een ver van het massatoerisme gelegen vakantiebestemming, waar je aan ongerepte turquoise baaien je verlangen naar rust en vrijheid kunt stillen, wil opeens iedereen naar Bozcaada. Wat mijn opa ervan zou hebben gevonden? Ik kan het hem niet meer vragen. Zijn vader stuurde hem er ooit naartoe omdat hij een lastig ventje was en bij zijn familie daar wel tot inkeer zou komen. Van de schoonheid van het eiland is hij zich altijd bewust gebleven en daar had hij alle reden toe: Bozcaada is een stukje grond van nog geen 37 vierkante kilometer, niet ver van de Dardanellen, grotendeels bedekt met wijngaarden, omringd door de zee en tegelijkertijd een plek van mythen en sagen. Vanaf de Göztepe kun je in noordoostelijke richting op het vasteland vaag de heuvel Hisarlık zien liggen – de plaats waar ooit Troje zou hebben gelegen. Volgens Homerus verstopten de Griekse krijgers zich op Tenedos – de mythologische, Griekse naam van het eiland – nadat ze het houten paard voor de poorten van Troje hadden neergezet. Als de Trojaanse oorlog ooit heeft plaatsgevonden, moet je hiervandaan hebben kunnen zien hoe de stad tot de grond toe afbrandde.

    Christenen en moslims

    Zoals altijd als ik op Bozcaada ben, slenter ik door de steegjes in het centrum van het eiland, beklim ik de talloze trappen en laat ik mijn blik over het stadje dwalen. Tussen de huizen verrijzen aan de ene kant twee minaretten en aan de andere kant een kerktoren. Al honderden jaren wonen christenen en moslims hier bijeen. Dat is bijzonder, omdat Grieks-orthodoxe mensen die woonachtig waren op het grondgebied dat nu Turks is, na de Grieks-Turkse Oorlog gedwongen werden te verhuizen, net zoals de moslims die in Griekenland woonden. Na 1923 werden meer dan 1,6 miljoen mensen van hun geboortegrond verdreven. Slechts een paar steden bleef deze zogeheten bevolkingsuitwisseling bespaard, waaronder Bozcaada, dat bij het Verdrag van Lausanne aan Turkije werd toegewezen.

    Als je wilt kun je hier de kunst van het onthaasten leren

    Hier bleven de twee bevolkingsgroepen dus naast elkaar leven, al zijn er op het eiland nog maar weinig christenen. Op het grote plein in het centrum, waar jong en oud onder de grote plataan koffie drinkt en een praatje maakt, hoor je overwegend Turks met af en toe een Griekse zin ertussen. Als je wilt kun je hier de kunst van het onthaasten leren. ‘Er is hier eigenlijk niemand die snel loopt,’ zegt Günay Yurdakul lachend. En de paar bewoners die dat wel doen, staan daar op het hele eiland om bekend.

    Yurdakul is wijnboer. Op Bozcaada worden al drieduizend jaar druiven verbouwd. Toen moslims en christenen wel naast elkaar woonden maar toch veelal onder elkaar bleven, was wijn de verbindende factor. In die tijd waren het de Turken die de druiven verbouwden en oogstten en de Grieken die er wijn van maakten. Die arbeidsdeling was een ongeschreven wet, waarmee Haşim Yunatcı in 1925 brak toen hij het bedrijf van een Griekse wijnproducent opkocht en de eerste Turkse wijnmaker op het eiland werd.

    Dossier Turkije

    Mijn opa zat in de jaren zestig met Yunatcı’s achterkleinzoon op school. Alles wat ik over de jeugd van mijn opa weet, heb ik van Haşim amca: oom Haşim. Op lange zomeravonden, onder het genot van vele glazen wijn, vertelde hij me niet alleen hoe het er vroeger op het eiland toeging, maar ook hoe ze af en toe een fles wijn uit de fabriek achteroverdrukten en zich stiekem bedronken op de vestingmuur. In de afgelopen twaalf jaar heb ik niet alleen het eiland, maar ook mijn grootvader, die ik al jong verloor, opnieuw leren kennen. Zijn eiland werd ook het mijne.

    Ook Haşim amca leeft niet meer. Maar Çamlıbağ, zijn levenswerk, is nog altijd een kleine wijnmakerij, die vijf generaties later door de 33-jarige Yurdakul draaiende wordt gehouden. Ik zoek hem op in de fabriek, waar hij wijn aan het bottelen is. In de nazomer, na de oogst, trekt de zoetzure geur van geperste druiven door de steegjes. Wat Bozcaada tot wijneiland maakt? ‘Gods geschenk,’ zegt Yurdakul eerst. Dan legt hij uit dat de bodem en het klimaat op het eiland buitengewoon geschikt zijn voor de wijnbouw. Ook Tenes, een kleinzoon van Poseidon en de man die het eiland Tenedos zijn naam gaf, moet zich dat gerealiseerd hebben toen hij – zoals het verhaal wil – de eerste Kuntra-stokken op het eiland plantte. Kuntra is de oudste lokale druivensoort van Bozcaada en Yurdakuls favoriet. Hij maakt er een rode wijn van die nergens anders bestaat. De wind, die hier eigenlijk altijd waait, noemt hij een zegen omdat deze de wijnstokken beschermt tegen ziektes.

    Noordenwind

    Poyraz, de noordenwind, heeft het hier meestal voor het zeggen. Verkiest hij te razen, dan blijft de veerboot in de haven. Je hebt dan maar te accepteren dat je de overtocht naar je werk, de universiteit of de dokter kunt vergeten. Wie hier woont heeft de wind tot vriend gemaakt en laat zich er graag door in slaap sussen. 

    De reis

    Heenreis
    Vlucht naar Istanbul of Izmir. Vandaar per bus of huurauto naar de haven van Geyikli, Çanakkale (+/- 4 uur). Overtocht per veerboot naar Bozcaada (+/- 30 min).

    Overnachten
    Aliki, klein en schappelijk geprijsd familiepension in de Griekse wijk. Boekingen per e-mail: aliki@hotmail.com.tr

    Wijn
    Wijnproeverij van Çamlıbağ-wijnen in Tenedion Winehouse in het centrum.

    Yurdakul neemt me mee naar de plaats waar hij het liefst is: de wijngaarden buiten het centrum van het eiland. Vanaf de helling werpt hij een blik op de zee en zegt: ‘Onze wijn kan alleen maar groeien en bloeien vanwege dit prachtige uitzicht.’ Behoud van de wijncultuur op Bozcaada vindt hij belangrijk, ook al loont het werk waar hij zijn ziel en zaligheid in legt al lang niet meer. Veel eigenaren verkopen daarom hun wijngaarden en openen in plaats daarvan een hotel waarmee ze in twee zomermaanden zo veel verdienen dat ze er de rest van het jaar van kunnen leven. ‘Door het toerisme zijn de mensen luier geworden,’ zegt Yurdakul.

    ‘Het eiland is een drug, het is moeilijk om ervan af te komen’

    Ooit was Bozcaada onder kampeerders en natuurliefhebbers een tip voor insiders. Ze hebben niet veel nodig, geen drukte, geen feesten. Maar sinds een paar jaar neemt het toerisme op het eiland steeds meer toe. In het hoogseizoen, juli en augustus, komen er boven op de drieduizend inwoners algauw vijftienduizend vakantiegangers. Te veel voor dit kleine eiland. Omdat het al lang mijn tweede thuis is, vrees ik voor Bozcaada. Ik vrees voor de druk die het veel te grote aantal toeristen op het eiland legt. Ik kom jonge eilandbewoners tegen die me vertellen dat hier wonen vaak minder eenvoudig is dan wordt gedacht. Dat het ook rauw en eenzaam kan zijn. Dat mensen het huis dat al eeuwen in de familie is, moeten verkopen omdat het leven op het eiland steeds duurder wordt; die huizen worden dan meestal omgebouwd tot hotels. Ze vertellen dat steeds meer jonge mensen wegtrekken en alleen nog ’s zomers terugkomen. Een vriendin die nog niet zover is, zei: ‘Het eiland is een drug, het is moeilijk om ervan af te komen.’

    Het eiland is ook bezig een deel van zijn identiteit te verliezen. Er wonen nog maar zo’n vijftien Grieks-orthodoxen. Toch opent de Papaz – zoals een priester hier heet – elke zondagochtend de kerkdeuren en roept hij de mensen op voor het gebed. Soms komt er niemand, maar hij is er altijd. Een van deze laatst overgeblevenen is Dimitri Mukata. In zijn tuin aan de oostkust van het eiland steekt hij een sigaret op. ‘Ik ben hier op mijn zeventiende weggegaan,’ zegt hij. Dat was midden jaren zeventig. In die tijd veranderde er iets op het eiland. Het conflict tussen Turken en Grieken op Cyprus bereikte ook Bozcaada. ‘In de taverne van Vasil, waar Turken en Rum altijd bij elkaar zaten, werden we door sommige mensen opeens niet meer gegroet.’

    Rum

    Rum is de Turkse benaming voor Grieks-orthodoxen die in Turkije wonen. Ze beschouwen zich niet echt als Grieken in de huidige betekenis van het woord. Ze spreken Grieks, maar ze komen niet uit het huidige Griekenland en hebben altijd al hier gewoond. Na 1974 – ‘vanwege Cyprus’, zoals Mukata zegt – zijn veel gezinnen naar Griekenland geëmigreerd.

    Duitsland

    ‘Het is hier geen Disneyland’

    Op Norderney heeft iedereen de mond vol van het plan voor een vijfsterrenhotel dat ‘alleen nog maar meer klanten met kapsones zal trekken’. Volgens weekblad Der Spiegel probeert dit Oost-Friese Waddeneiland in het noordwesten van Duitsland om niet in dezelfde val te lopen als Sylt, het eiland voor ultrarijken. ‘Het begon allemaal met een ontmoeting, een verhaal even oud als de wereld zelf.’ In de jaren zestig van de vorige eeuw vestigde de jonge architect Ewald Brune zich om amoureuze redenen op Norderney en renoveerde hij samen met zijn echtgenote Birgit het oude hotel Haus am Meer tot ‘een verbazingwekkende chique gelegenheid’.

    Sindsdien zijn er nog ‘decadentere’ oorden verrezen, die zich richten op een welvarende stedelijke clientèle. In 2020 heeft de plaatselijke toeristensector besloten paal en perk te stellen aan deze ontwikkeling. ‘Het is hier geen Disneyland, we willen geen hordes toeristen ten koste van de plaatselijke bevolking.’ Maar het plan voor een luxehotel, gedreven door de familie Brune, zou de kaarten weleens opnieuw kunnen schudden. De verwachte opening is in 2027.

    Mukata kwam pas in 2011 terug naar het eiland. Hij heeft het tweehonderd jaar oude familiehuis omgebouwd tot pension, maar het ziet er nog steeds uit als zíjn huis. Naast de toegangsdeur hangt een geschilderd portret van zijn ouders en daarnaast een van hemzelf. Daartussenin hangt een schoenlepel.

    Mijn opa moest na zijn schooltijd afscheid nemen van Bozcaada en is er, in tegenstelling tot Mukata, nooit meer teruggekomen. Maar het verlangen naar zijn eiland heeft hij altijd met zich meegedragen. Of hij het eiland nog zou herkennen? Zeker weten. En ondanks alle veranderingen zou hij er nog steeds van houden, maar vermoedelijk zou hij ook zeggen: vroeger was het nog mooier. 

    Lees ook:

  • Zesde massa-extinctie dreigt, waarschuwen wetenschappers

    Zesde massa-extinctie dreigt, waarschuwen wetenschappers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Moord op sikh-leider in Canada: Trudeau wijst naar India en zet diplomaat uit

    » Oekraïens graan: Kyiv dient klacht in bij WTO tegen Polen, Slowakije en Hongarije

    Hele groepen diersoorten dreigen te verdwijnen

    In een studie die maandag in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS is gepubliceerd, waarschuwen wetenschappers voor een zesde massa-extinctie. Volgens de onderzoekers verdwijnen groepen diersoorten vijfendertig keer sneller dan gemiddeld als gevolg van menselijke activiteiten, bericht The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er bestaat al veel onderzoek het verdwijnen van soorten, maar dit onderzoek is uniek omdat het kijkt naar het uitsterven van hele geslachten. De onderzoekers maakten gebruik van de lijsten van uitgestorven soorten die zijn opgesteld door de International Union for Conservation of Nature. Ze concludeerden dat van de ongeveer 5400 geslachten (die 34.600 soorten omvatten) er 73 zijn uitgestorven in de afgelopen vijfhonderd jaar – de meeste in de afgelopen twee eeuwen. Volgens het onderzoek had het uitsterven van deze 73 geslachten 18.000 jaar moeten duren, geen 500.

    Als gevolg van de vernietiging van habitats, de klimaatcrisis en de illegale handel in wilde dieren, zullen de verliezen de komende jaren naar verwachting toenemen. In het ergste geval – dat alle momenteel bedreigde groepen soorten tegen het einde van de eeuw verdwenen zijn – zou het tempo 354 keer hoger liggen dan het gemiddelde van de afgelopen miljoen jaar.

    Lees ook:

  • Kroatische schrijver Senko Karuza: ‘Vrijheid heeft op een eiland een andere dimensie’

    Kroatische schrijver Senko Karuza: ‘Vrijheid heeft op een eiland een andere dimensie’

    De op het Kroatische eiland Vis woonachtige Senko Karuza is niet alleen schrijver en dichter, maar ook landbouwer, visser en restauranteigenaar. Hij staat stil bij het lot van de eilandbewoner en de tegenstrijdigheden van overmatig toerisme in de Adriatische Zee.

    In zijn laatste dichtbundel, waarvan de titel in vertaling ‘Verdwijnen’ luidt en die bekroond is met de Kroatische poëzieprijs 2023, spreekt Senko Karuza over een man die door elkaar wordt geschud door de rukwinden en de sirocco die het eiland teisteren, een man die gekozen heeft voor een leven ver van de andere mensen, die hij vreselijk mist, een man die ‘droomt van een wereld die niets te maken heeft met die welke hem omringt’ en die gelooft in wat niet bestaat, in de hoop degene te worden die hij altijd heeft willen zijn.

    Dossier Kroatie

    Toch is ‘Verdwijnen’ geen nieuwe ‘Eilandgids’, zoals de titel van een van zijn vorige werken luidt. In deze bundel komt evenveel land voor als zee, is er sprake van vreemde steden en landen, van bekende en onbekende ervaringen, van universele emoties en momenten die niets te maken hebben met het landschap van de Middellandse Zee.

    Waarom bent u vanuit Zagreb teruggekomen naar Vis, dat zo afgelegen is en zo slecht verbonden? Wat brengt een eiland een mens, en waar berooft het hem van?

    Ik ben bij toeval teruggekomen, zonder een groot plan. Het was niet omdat ik teleurgesteld was in de stad, en zeker niet omdat ik een bijzondere fascinatie voor het eilandleven zou hebben. Ook nu heb ik af en toe het idee dat ik naar het eiland ben gekomen om vakantie te vieren, een wat langere vakantie, en dat het zo langzamerhand tijd wordt om weer naar huis te gaan. En daarna realiseer ik me dat ik mijn hele leven maar in twee huizen heb gewoond en dat die allebei bij me horen, het een niet meer dan het ander. Wat dat afgelegene en dat gebrek aan verbinding betreft, ik heb de indruk dat het continent slecht verbonden is met mijn eiland en niet andersom. Het vasteland is een wereld die van ons afgezonderd is en ook de mensen op het vasteland hebben ongetwijfeld moeite met hun isolement. Zo bezien is ons op een merkwaardige manier hetzelfde lot beschoren.

    In hoeverre is het vredige en solitaire leven op het eiland Vis beïnvloed door corona?

    Als ik zou zeggen dat ik in mijn baai en op mijn afgelegen eiland corona niet zo heb beleefd als andere mensen, omdat ik tot een geïsoleerd bestaan ben veroordeeld, dan zou ik liegen alsof het gedrukt stond, waarschijnlijk om te benadrukken hoe anders ik ben. Dat is typerend voor eilandbewoners, omdat ze zich nogal onzichtbaar en ver van alles verwijderd voelen, een pijnlijke gewaarwording die tot illusies en mythevorming leidt.

    Verenigde Staten

    Zandbank bij springtij

    ‘De mensen blijven maar komen. Eerst waren we de enigen, nu zijn we met meer dan twintig’, berekent de journalist van de lokale nieuwswebsite SFGate. Op 350 meter van de aanlegsteiger, in de Baai van San Francisco, laat het springtij enkele keren per jaar een smalle zandbank ontstaan. ‘Daar organiseren we dan een feest. We maken een vuur, we drinken wat. Niemand weet precies wat er komen gaat. En als na drie uur duidelijk wordt dat het water stijgt en dat het kortstondige eiland slinkt, gaat iedereen weer op huis aan, met zijn boot of zijn kajak.’

    De onzekerheden die met de pandemie gepaard gingen, joegen mij evenveel angst aan als andere mensen. Misschien was mijn angst nog wel groter vanwege het enorme aantal vastelanders dat het eiland overspoelde omdat ze zich, ver van de rest van de wereld, beschermd waanden tegen de ziekte. Daarmee hebben ze de ziekte naar ons overgebracht, maar die zou ons toch wel op de een of andere manier hebben weten te vinden.

    Verlaat u uw eiland af en toe? Is het belangrijk om soms weg te gaan, en wanneer en waarom dan?

    Gezien de meedogenloze aanslag van het toerisme op ons leven ben ik daarvan de nederige dienaar geworden. Ik heb me voor die boosaardige meester leren buigen en me overgeleverd aan zijn wetten. ’s Zomers is het uitgesloten dat ik het eiland verlaat [Karuza drijft een restaurantje in een baai van Vis]. ’s Winters is het een bijzondere ervaring om op het eiland te leven, omdat je bevangen raakt door een langdurige lethargie. Jongeren kunnen er beter mee omgaan dan wij, zij beklagen zich minder en verlaten het eiland in de winter. Momenteel is het eiland belangrijker voor mij dan de stad, vooral in de winter, maar ik zou ook niet buiten de stad kunnen. Ik verzin allerlei smoezen en leugentjes om er af en toe een tijdje naartoe te gaan. Ik ben eigenlijk wel blij met deze evenwichtsoefening die de grote leegten in mijn leven vult, waarvoor ik me niet schaam zolang ze maar diep en pijnlijk genoeg zijn en zich moeilijk laten ontkennen.

    Hoe ziet het eilandleven er ’s winters uit?

    Tijdens de wintermaanden kabbelen de dagen vredig voort, zonder enige ophef. Van buitenaf bezien lijkt alles bijna verlaten. Daarom is het eiland niet voor iedereen geschikt. Voor de meeste mensen is het een gevangenis waar niets gebeurt, zelfs niet op de binnenplaatsen van huizen. Het is alsof de tijd stilstaat, alsof het leven stationair draait, tot rust komt, zodat we oog krijgen voor de dingen om ons heen. Natuurlijk moet je je best doen om een aangename woonomgeving te creëren, het gevaar dat je versombert van verveling ligt voortdurend op de loer, maar de eilandbewoners weten dat goed de kop in te drukken.

    Verenigd Koninkrijk

    Miljoenen vogels op eiland Looe

    ‘Aan de reacties van de vogels kun je zien wanneer er een mens aan wal stapt.’ Claire Louis en haar partner John Ros, sinds een jaar of twintig beschermers en enige bewoners van Looe Island, vallen bijna niet op in het decor. Ze hebben zich geheel aangepast aan deze kleine rots, op anderhalve kilometer van Cornwall in Zuidwest-Engeland. Het eiland, lange tijd eigendom van twee teruggetrokken levende zusters, is in 2004 overgedragen aan de plaatselijke milieuorganisatie, met maar één opdracht: dat flora en fauna met rust worden gelaten.

    Als baken van verzet tegen de teloorgang van de biodiversiteit, juicht The Guardian, herbergt dit natuurreservaat miljoenen exemplaren, van Europese scholeksters tot boomblauwtjes. ‘We proberen het eiland zodanig te laten gedijen dat elke soort zich ten volle kan ontwikkelen,’ zegt Claire Louis. Het stel, dat zich voedt met de oogst van hun moestuin, flirt met het idee zelfvoorzienend te zijn. ‘Er ontbreekt misschien alleen een pub,’ glimlacht John Ros.

    In hoeverre voelt u zich eenzaam op het eiland?

    Ik denk dat ik net zo eenzaam ben als wie dan ook op de wereld die zich door eenzaamheid laat opslokken. Eenzaamheid is een kijk op de wereld, een kijk op het leven. Veel mensen willen vandaag de dag hun horizon oneindig ver verbreden, omdat ze denken dat die hen zal beschermen, hen zal behoeden voor de zware last van reflectie, van inspanning, van werk, van creatie, van communicatie, van het spel. Eenzaamheid, of die nu op een eiland of in een stad wordt ervaren, is een gelegenheid die je moet aangrijpen om je nog meer en op een andere manier aan jezelf en aan anderen te wijden, het is een weg waarop iedereen alleen is. Niet iedereen houdt daarvan. Wat mijzelf betreft, mij bevalt eenzaamheid wel.

    Het toerisme heeft de eilanden geld opgeleverd, maar het kan niet voorkomen dat ze ontvolken. De mensen verlaten de eilanden. Waarom?

    Dat is duidelijk een mondiaal verschijnsel, overal op de wereld worden dorpen verlaten. De sociale netwerken hebben de illusie gecreëerd dat alles binnen handbereik ligt, en de inwoners van dorpen en kleine steden zijn de eersten die in deze val trappen. De eilanden lopen sneller leeg dan ooit in de geschiedenis. Het toppunt van absurditeit is nog wel dat ze worden verlaten op het moment dat ze welvarend worden.

    Is het op het eiland belangrijker om te kunnen zwijgen dan om te praten?

    In het gedrag van de eilandbewoners zijn tal van ongeschreven wetten verankerd waarop ze ook zelf vaak de vinger niet kunnen leggen. Vrijheid is een goed bewaard geheim op het eiland, en elke ondoordachte openbaring van dat geheim kan tot een tragedie leiden, soms onschuldig, soms ernstig, want we moeten het ons hele leven met ons meedragen als een zichtbaar en openlijk litteken. Vrijheid heeft op een eiland een heel andere dimensie, die voor de meeste mensen ondoorgrondelijk is. Bijna alles is onderworpen aan routine en simpele herhaling, met dit verschil dat het in een sneller tempo gebeurt en dat men eeuwig het idee heeft achter te lopen op de stad. Op het eiland kent iedereen elkaar, de mensen gaan dagelijks met elkaar om, iemand bedriegen is taboe want je kunt ten overstaan van iedereen aan de kaak worden gesteld. Degenen die van buiten komen begrijpen niets van dit ragfijne sociale weefsel en kunnen het niet laten om daarover te oordelen, er de spot mee te drijven of er hun ‘deskundige mening’ over te geven.  

    Het Caraïbisch gebied

    Wie vertelt de geschiedenis van Bonaire?

    Op het eerste gezicht is Bonaire een oase van geluk in het Caraïbisch gebied. Reizigers van over de hele wereld komen er de koralen bewonderen en kitesurfers zijn altijd zeker van een constante wind. Van dichterbij bezien blijkt dit kleine eiland zeer gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering en verkeert de infrastructuur in erbarmelijke staat. Bovendien leeft 40 procent van de 22.000 inwoners onder de armoedegrens. De meeste Bonairianen hebben het te druk met de problemen van dit moment om zich met kwesties uit het verleden bezig te houden. Toch zijn de sporen van dit verleden overal aanwezig.

    De ontbossing van het eiland komt doordat de Nederlanders, die het eiland in 1636 op de Spanjaarden veroverden, het grondgebied in vijf percelen hebben verdeeld: elke eigenaar begon vervolgens met ontbossing om gewassen te kunnen planten. Bijna iedereen op het eiland spreekt Papiamento, maar Nederlands is de enige officiële taal. De enige geleerden die daar onderzoek naar doen, komen uit het buitenland, want op Bonaire is geen universiteit. En de scholen gebruiken geschiedenisboeken die in Nederland zijn geschreven. De kolonisator bepaalt nog altijd wat de inwoners van Bonaire over zichzelf weten.

  • Tristan da Cunha, het meest afgelegen bewoonde eiland

    Tristan da Cunha, het meest afgelegen bewoonde eiland

    Vier boten per jaar doen de Britse archipel Tristan da Cunha aan, een confetti van eilandjes midden in de Atlantische Oceaan, waar tachtig families leven van kreeftenvisserij en landbouw.

    In deze wereld waar iedereen continu meer met elkaar verbonden raakt (…) droom ik maar van één ding: een plek die de conventies van het moderne reizen tart, een plek die authentiek is en echt, letterlijk, ver van alles verwijderd.’ Deze journalist van The Daily Telegraph steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken wanneer hij zich naar het zelfbenoemde ‘meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld’ begeeft. Tristan da Cunha, in 1506 ontdekt door een Portugese ontdekkingsreiziger en vanaf de negentiende eeuw bevolkt door Britse kolonisten, is het grootste eiland van een kleine archipel die verloren midden in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan ligt. Dit grondgebied, dat op 2400 kilometer van Sint-Helena ligt en op 2700 kilometer van Kaap de Goede Hoop, valt onder Britse soevereiniteit en is alleen per boot bereikbaar, na een zeereis van vijf à zes dagen.

    Geen voet meer aan wal

    En die boten doen het eiland maar zelden aan: ongeveer vier keer per jaar. ‘De pandemie heeft de isolatie nog verergerd. Geen buitenlander had meer voet aan wal gezet op Tristan da Cunha tot maart 2023, toen de SH Vega, een schip van de Britse cruisemaatschappij Swan Hellenic, er twee dagen aanlegde op de terugweg van Antarctica. Ik was aan boord.’ De journalist beschrijft het grandioze landschap dat hij bij aankomst waarneemt: de top van de vulkaan die boven Tristan da Cunha uitsteekt gaat schuil in de wolken en de weerschijn van de zon op deze lichte nevel creëert een onwerkelijk lichtspel. De nadering van Edinburgh of the Seven Seas wordt enigszins bemoeilijkt door de woeste golfslag.

    Dossier VK

    Zoals de Spaanse krant El Periódico uitlegt, telt het gehucht 250 zielen, verdeeld over tachtig huishoudens, en acht familienamen. Tot de infrastructuur behoren een cafetaria, een school, een postkantoor, een ziekenhuis en een bar. ‘De bar is vanzelfsprekend de belangrijkste ontmoetingsplaats en het centrum van het sociale leven. Maar pas op, er wordt niet alleen maar gedronken: muziek is een andere geliefde hobby van de eilandbewoners.’

    Beste kreeft

    De meeste bewoners zijn visser of landbouwer. In 2021 schreef The Times over een zelfvoorzienende economie die drijft op kreeftenvisserij en aardappelteelt. Wie mocht denken dat de eilandbewoners ‘niet altijd openstaan voor moderniteit’, moet bedenken dat ze zich hebben uitgesproken voor een betere milieubescherming en biodiversiteit. Sinds 2020 is het water rond de archipel beschermd zeegebied. In een interview verklaarde James Glass, voorzitter van het eilandbestuur: ‘Hoe klein ze ook is, onze gemeenschap heeft altijd erg veel waarde gehecht aan de bescherming van het milieu. Wij weten als geen ander dat de zee van levensbelang is, van levensbelang voor onze economie, dus voor het bestaan en het welzijn van alle eilandbewoners.’

    Ierland

    Dertig bewoonde eilanden

    ‘In een appartement in Dublin blijven zitten had geen enkele zin. Hier kan ik tussen twaalf en twee uur ’s middags naar het strand gaan om mijn hoofd leeg te maken.’ Peadar Rogers had genoeg van de Ierse hoofdstad en besloot terug te keren naar Arranmore, het eiland waar hij geboren is. ‘De pandemie gaf de doorslag’, schrijft The Irish Times. ‘Wanneer de uitslag van de volkstelling van 2022 bekend wordt, zal blijken dat de bevolking van vijfhonderd zielen die als confetti is verspreid over het graafschap Donegal in aantal is toegekomen.’

    Dat het eilandleven weer in zwang is, mede doordat telewerken zo’n hoge vlucht heeft genomen, noemt de Irish Examiner van groot belang. Ierland telt een kleine dertig eilanden die permanent worden bewoond, voornamelijk aan de Atlantische kant, en jaarlijks door zo’n driehonderdduizend mensen worden bezocht. Een flink aantal ervan is belangrijk voor het voortbestaan van de Keltische taal. En de centrumrechtse regering lijkt nu eindelijk maatregelen te nemen: voor het eerst in bijna drie decennia heeft Dublin op 7 juni jongstleden een groot plan gepresenteerd voor de revitalisering van de eilanden.

    Eerste stap op de weg naar vernieuwing is de introductie, met ingang van 1 juli, van een uitzonderlijk duwtje in de rug voor woningrenovatie. ‘De subsidie bedraagt 60.000 euro voor leegstaande woningen, en tot wel 84.000 voor bouwvallen’, preciseert The Irish Times. Maar omdat het gaat om slechts tachtig gevallen verspreid over tien jaar, is er ook de nodige scepsis. Zal dit voldoende zijn, vraagt de pers zich af, om jongeren van vertrek te weerhouden en de demografische achteruitgang te keren die met de grote hongersnood van 1845-1850 is ingezet?

    Blijft het feit dat er bepaalde bevoorradingsproblemen zijn. ‘Al kun je hier de beste kreeft van de wereld eten,’ bekent een eilandbewoonster, ‘theezakjes die die naam waardig zijn kun je nergens krijgen.’  

  • Dossier: Eilandverhalen

    Dossier: Eilandverhalen

    ‘Het is het continent dat slecht verbonden is met mijn eiland, niet andersom’, schreef de Kroatische dichter Senko Karuza. De buitenlandse pers van Turkije tot Noorwegen en Schotland over de aantrekkingskracht van het leven in een idyllisch landschap en hoe de harmonie tussen vissers, vluchtelingen en nieuwkomers wel of juist niet in tact blijft.

    In het dossier Eilandverhalen:

    1. Zomeravonden
    2. Kinloch is van een veertigtal inwoners
    3. Tristan da Cunha, het meest afgelegen bewoonde eiland
    4. ‘Alsof het leven stationair draait’

  • Amazone-top: Lula zegt dat rijke landen moeten betalen om regenwouden te beschermen

    Amazone-top: Lula zegt dat rijke landen moeten betalen om regenwouden te beschermen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Presidentskandidaat in Ecuador doodgeschoten

    » Niger: VS en VN maken zich zorgen over de gezondheid van president Bazoum

    Lula haalt uit naar de EU

    ‘Het tiental landen dat al duizenden jaren zijn tropische bossen het beste beschermt’ wil nu dat ‘de geïndustrialiseerde landen ophouden met beloftes te doen en hun portemonnee trekken,’ vat El País de boodschap van de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva samen. De linkse leider drong er tijdens de Amazone-top op aan dat de rijke landen hun steentje bijdragen om het regenwoud te beschermen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het zijn niet Brazilië, Colombia of Venezuela die geld nodig hebben, het is de natuur,’ verklaarde de Braziliaanse president in Belém, waar de landen van de Amazone-regio zijn samengekomen. ‘Het is de natuur aan wie zij [de rijke landen] moeten betalen om te herstellen wat ze in tweehonderd jaar van industriële ontwikkeling hebben vernietigd,’ voegde hij eraan toe.

    Volgens El País haalde Lula uit naar de Europese Unie in het bijzonder: ‘Protectionistische maatregelen die slecht vermomd zijn als bezorgdheid om het milieu, zijn niet de weg vooruit.’ Hij doelde hiermee op de recente Europese wet die de import van producten uit ontboste gebieden verbiedt, aldus de Spaanse krant.

    Lees ook:

  • Zonsondergangen zijn big business

    Zonsondergangen zijn big business

    Er staan meer dan 300 miljoen foto’s van zonsondergangen op Instagram. Elke dag is er weer een nieuwe kans om het moment vast te leggen of het als attractie (commercieel) aan te bieden. Wat maakt de ondergaande zon zo fascinerend?

    Het terras van restaurant Kumharas, dat in Sant Antoni op Ibiza al zesentwintig jaar een begrip is, ligt er eind mei om zeven uur op een zondagavond wat troosteloos bij. Van de ongeveer twintig tafels die eigenaar en oprichter Miguel Costa (51) op dit rotsachtige strand strategisch tegenover de zee heeft geplaatst, zijn er slechts twee bezet. Dit is een van de meest trendy plekken op het eiland om naar de zonsondergang te kijken, is ons verteld. Weinig overtuigd slenter ik dan maar wat door Sant Antoni, tussen de laatste op het Britse dranktoerisme gerichte ondernemingen en nieuwe zaken die een hommage lijken te willen brengen aan South Beach in Miami. Dit soort veranderingen bieden een verklaring voor de cijfers van het Spaanse statistiekbureau INE, dat uitrekende dat de 3,4 miljoen toeristen op Ibiza in 2022 slechts een stijging van 8,3 procent betekende ten opzichte van 2019 (pre-pandemie), maar dat ze wel 91,8 procent meer geld uitgaven.

    Ongeveer een uur later keer ik terug. Volgens mijn iPhone gaat de zon vandaag om 21.04 uur onder. Dat is over zeventig minuten. ‘Geweldig, hè?’ begroet Costa me. Zijn zaak zit tot de nok toe vol, er is een dj en de obers lopen af en aan met bestellingen. ‘Je moet veel mensen aan het werk zetten en een onberispelijke logistiek hebben. De twee uur rond zonsondergang zijn hier razend druk,’ vervolgt de eigenaar. ‘Ik heb geprobeerd om ’s ochtends open te gaan, met yogalessen, workshops voor kinderen… maar het loont niet. Dít is wat mensen willen. Ik probeer niet te duur te zijn, ik bied mojito’s voor 10 euro. Ik wil graag een gevarieerd publiek, zoals nu: arbeiders, eilandbewoners, toeristen, gezinnen. Ik heb een aanbod gekregen om discofeesten te doen, maar dat wilde ik niet. ‘De mensen houden van zonsondergangen,’ zegt hij terwijl hij naar de zon wijst, die in snel tempo richting de Middellandse Zee zakt. Even later gaat het volume van de muziek omlaag, is het bijna stil (op een zwak applausje na, zoals soms wordt gegeven na de landing van een vliegtuig) en is de 149ste zonsondergang van 2023 ten einde. Het doek valt, de muziek zwelt aan.

    Eigen sound

    ‘Ik heb de muziek niet zachter gezet, hoor,’ zegt dj Grayswan, een vijftigjarige Engelsman wiens echte naam Grayson Shipley is, als ik hem een paar dagen later spreek. ‘Als ik bij zonsondergang draai, houd ik rekening met het tijdstip en de locatie. Hier draaide ik etnischer en feestelijker dan op andere plekken – dat hangt af van de klandizie,’ licht hij toe. Zonsondergangen hebben hun eigen soundtrack, en sinds Café del Mar met een reeks speciale releases kwam, wordt er meestal gekozen voor deep house – redelijk dansbaar, lichtelijk introspectief en zowel geschikt voor degenen die hun avond beginnen als voor degenen die hun dag afsluiten. ‘Weet je wat het moet zijn geweest?’ zegt Shipley, die nog nadenkt over mijn vermoeden dat hij speciaal voor de zonsondergang het volume had verlaagd. ‘Ik draaide een vocaal nummer. Daarvan zijn de frequenties hoger en dat zorgt ervoor dat de volumebegrenzers in werking treden. Die heb je hier overal.’

    De pijnappelklier, die zich in de tussenhersenen bevindt, reguleert je hartritme tijdens de slaap-waakcyclus. Deze klier slaapt overdag, maar wordt ’s avonds, als het zonlicht afneemt, actief en begint melatonine te produceren, een hormoon dat het niveau van het stresshormoon cortisol verlaagt. De schemering, wanneer het lichaam van dag- naar nachtfuncties overschakelt, is het moment waarop de ziel tot rust komt.

    Naast het fysiologische aspect heeft de zonsondergang ook een metaforische betekenis

    ‘Er vindt een overgang plaats van stress en activiteit naar ontspanning en rust,’ zegt klinisch psycholoog Violeta Alcocer. ‘Zonsondergangen vormen de perfecte achtergrond voor deze neurochemische veranderingen, omdat ze een reeks zintuiglijke prikkels bieden die het gevoel van ontspanning en welzijn vergroten. Het is een natuurlijk schouwspel dat perfect aansluit bij het effect van de schemering op onze hersenen, en die dat effect versterkt.’

    Naast het fysiologische aspect heeft de zonsondergang ook een metaforische betekenis. Daarbij gaat het om verandering, vernieuwing, om een einde dat tegelijkertijd weer een begin is. ‘De beslommeringen en verplichtingen van de dag verdwijnen en maken plaats voor de nacht – alsof je toestemming krijgt om je terug te trekken, als je dat wil, of je juist over te geven aan plezier,’ zegt Alcocer. Volgens haar herinneren zonsondergangen ons ook aan de werking van de kosmos en onze plaats daarin. Iets groots dat elke dag weer onze nietigheid benadrukt. ‘Het relativeert onze problemen, het belang van ons bestaan en de wederwaardigheden van het leven,’ aldus de psycholoog.

    Overvolle uitkijkposten

    Tussen Sunset Ashram en Chiringuito Cala Escondida op Ibiza’s Cala Comte is de fysieke afstand nauwelijks honderd meter, maar de metafysische kloof is onpeilbaar. De eerste zaak – perfect gelegen, met een restaurant en winkel – verhuurt ligstoelen met uitzicht op de prachtige zonsondergang die vanaf dit punt op het eiland te zien is. De tweede is een strandbar naast wat vroeger een naaktstrand was, toegankelijk via een trap en met een dozijn houten tafels en krukken. ‘We zijn geen concurrenten,’ zegt Tess Harmsen (35), die op 15 augustus 2015 Cala Escondida opende. De plek is legendarisch en trekt bezoekers aan die niet rijk maar daardoor niet minder aantrekkelijk zijn. ‘Zij zijn de haaien. Ze zitten er al jaren en ze hebben hun eigen publiek. Er komen zelfs bussen. Wij doen niet aan reserveringen, de bierprijs [4,50 euro] heb ik lang stabiel kunnen houden maar onlangs toch moeten verhogen omdat mijn kosten waren gestegen. ‘Aan de bar kunnen mensen eten en drinken bestellen om mee te nemen naar het strand of de rotsen, want de tafels zitten al heel snel vol.’ De zonsondergang is vanaf beide plekken dezelfde, maar de beleving is totaal anders.

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.06.49
    Carmel-bunkers: niet meer open bij zonsondergang. © Getty Images

    Weer een heel andere ervaring met de zonsondergang hadden de bewoners van de wijk Carmel in Barcelona in april 2023. Voor hen bracht de zonsondergang niet bepaald rust en sereniteit. Op de top van de heuvel Turó de la Rovira, 262 meter boven zeeniveau, staat een aantal in onbruik geraakte stukken luchtafweergeschut, daterend uit de Spaanse Burgeroorlog. Ze staan bekend als de Carmel-bunkers, ook al zijn het geen bunkers. Vanaf hier heb je een spectaculair 360 graden-uitzicht over de stad Barcelona en omstreken: je kunt de Sagrada Familia en de wijk Ciutat Meridiana zien. Toeristen kwamen graag naar dit punt om de zonsondergang te bekijken. Maar op 7 april verwijderde de Guardia Urbana 1300 mensen van het overvolle uitkijkpunt. Kort daarna werd besloten om de toegang om 19.30 uur te sluiten.

    Nu kun je er nog wel komen, maar niet voor een zonsondergang. Op een dinsdag eind mei zitten er ’s middags zo’n dertig mensen. Ze zijn neergestreken op de luchtafweerbatterijen, drinken bier of nippen mate, eten zonnebloempitten en luisteren naar de muziek uit de mobiele telefoon van de jongste strijdmakker bij het luchtafweergeschut.

    ‘Wij hebben niets verdiend aan die hele hype,’ zegt barman Martín, die in de deuropening staat van de nabijgelegen bar Delicias in Calle de Mühlberg. Het is een van de laatste pleisterplaatsen op de helling naar het uitkijkpunt. ‘Je hebt ze gezien, met hun plastic tasjes van die buurtwinkels,’ zegt hij, terwijl hij wijst naar een paar van die kruidenierszaken die niet zouden bestaan als ze niet ook bier zouden verkopen.

    Binnen korte tijd zal de zon daar ondergaan. Rond deze tijd stijgt de omzet met 35 procent

    Aan de andere kant van de stad, op de berg Montjuïc, liggen de gemeentelijke zwembaden waar tijdens de Olympische Spelen van 1992 het schoonspringen plaatsvond. Architect Antoni de Moragas had het briljante idee om een van de tribunes af te breken: de tribune die met de rug naar de stad toe stond. Zo creëerde hij een uitkijkpunt dat een van de meest iconische beelden van die Spelen opleverde: de beroemde foto die Txema Fernández maakte van de Russische springster Elena Mirosjina. Elf jaar later zou de video van Kylie Minogues nummer Slow deze plek opnieuw populair maken. Nu is die taak weggelegd voor Marc Ros (61), die op deze locatie een bar runt, die hij Salts (sprongen) heeft gedoopt. ‘Vanaf hier is de zonsondergang perfect,’ zegt hij terwijl hij naar de zendmast op de Sant Pere Màrtir wijst. Binnen korte tijd zal de zon daar ondergaan. Mensen arriveren, bestellen een biertje en gaan op de tribune zitten om naar het schouwspel te kijken. Rond deze tijd stijgt de omzet met 35 procent.

    ‘Toeristen, maar vooral veel mensen uit de stad die klaar zijn met werken, gaan naar de Montjuïc,’ zegt een meisje een paar meter verderop. Ze is alleen, heeft een biertje besteld en leest een boek op een tribunezitje. ‘De Montjuïc wordt populairder en begint steeds meer deel uit te maken van het dagelijks leven. Mensen drinken er wat en gaan dan naar huis om te eten.’

    Deze plek is bedoeld voor de inwoners van de stad. Hier wordt de zonsondergang een onderdeel van de gewone vrijetijdsbesteding in een stad die er meer dan eens van is beschuldigd uitsluitend te denken aan vrijetijdsbesteding voor toeristen (volgens het INE ging dat in 2022 om 9,7 miljoen bezoekers en 29,8 miljoen overnachtingen). ‘Ik begrijp dat Instagram belangrijk is – mijn zakenpartner is er meer in geïnteresseerd dan ik –, maar Instagram zorgt voor eenheidsworst. Je krijgt de tent vol, maar die verliest zijn eigenheid. Deze zonsondergang heeft karakter,’ zegt ze, terwijl ze wijst naar de zonnestralen die weerkaatsen op het water van de twee zwembaden.

    80.000 mensen

    In 2010 reisden zo’n achthonderd bezoekers naar de afgelegen rotsformatie Trolltunga in Noorwegen, te bereiken na een vier uur durende wandeling. Maar toen foto’s van de plek, en dan vooral van de zonsondergang, in 2016 populair werden op Instagram (het sociale netwerk begon in 2010), kwamen er meer dan 80.000 mensen.

    Op Instagram staan meer dan 300 miljoen berichten met de hashtag ‘zonsondergang’. Die beelden van zonsondergangen van over de hele wereld laten zien hoezeer we geneigd zijn een foto te maken wanneer we een nieuwe of indrukwekkende zonsondergang zien (en met nieuw bedoel ik eentje op een nieuwe plek, want eigenlijk is elke zonsondergang natuurlijk nieuw). ‘Mensen willen spectaculaire momenten delen op sociale media,’ zegt Violeta Alcocer. ‘Een zonsondergang maakt bij iedereen iets los, het is een beeld dat van alles betekent, zonder dat je er iets aan hoeft toe te voegen. Dat maakt het zo aantrekkelijk voor gebruikers van sociale media.’

    Het is een beeld dat van alles betekent, zonder dat je er iets aan hoeft toe te voegen

    Volgens een onderzoek in 2021 van reiswebsite Miss­Travel onder 79.000 mensen, bepaalt 48 procent van de Instagramgebruikers de vakantiebestemming op basis van wat ze online zien. Een op de drie geeft aan Instagram vooral te gebruiken om nieuwe plekken te ontdekken. Met 78 procent zijn het vooral millennials die op dit sociale netwerk vertrouwen om te bepalen waar ze hun volgende avontuur zullen beleven; van generatie X is dat slechts 6 procent.

    De tempel van Debod in Madrid – een van de populairste plekken in de hoofdstad om de zonsondergang te bekijken – stelt overdag weinig voor. In de tuinen rond deze Egyptische tempel doen sommige bezoekers aan yoga, anderen heffen bierblikjes. Op het uitkijkpunt maakt slechts een handvol mensen foto’s van het stadspark Casa de Campo, de wijk Somosaguas en vooral van de enorme grijze wolken op de achtergrond. Een wereld van verschil met de enorme drukte in de zomer of op bijzondere winterdagen. In een perkje zit een stel verkopers uit Bangladesh op een bankje, bij gebrek aan handel. ‘Vandaag hebben we er drie verkocht,’ zegt een van hen, terwijl hij wijst op blikjes bier en lege waterflesjes die hij in het park verkoopt. ‘Op een normale dag is het ongeveer 20… 20 euro.’

    Schermafbeelding 2023 07 26 om 13.07.00
    Wachten op de zonsondergang op het strand van Cala Escondida op Ibiza. © Getty Images

    Bij benadering is dat de prijs voor een cocktail in Dani Brasserie, op het terras van hotel Four Seasons, dat in 2020 in het historische winkelcentrum Canalejas werd geopend. Het is een van de nieuwkomers in het universum van de rooftops, etablissementen op daken – bijna altijd die van hotels – die met elkaar concurreren door de mooiste uitzichten en exclusiefste ervaringen in het vooruitzicht te stellen. In hotel Four Seasons is het vanavond minder bewolkt en valt een prachtige zonsondergang te zien, met de keizerlijke gebouwen van Calle de Alcalá en Calle Sevilla op de voorgrond.

    ‘Het belangrijkst zijn de cirruswolken,’ zegt Benito Fuentes, meteoroloog en voorlichter bij Aemet, het Spaanse KNMI. Terwijl ik vele pagina’s nodig heb om de menselijke fascinatie voor zonsondergangen te doorgronden, blijkt het ’m uiteindelijk gewoon te zitten in deze uit ijskristallen bestaande sluierwolken. ‘Naarmate de zon de horizon nadert, beslaan haar stralen een groter deel van de atmosfeer. Daardoor wordt het blauwe en het violette licht verstrooid en blijven slechts de roodtinten over. Als de zon boven ons hoofd staat, hebben blauwtinten de overhand en daarom zien we de lucht als blauw. Tijdens een zonsondergang creëert de weerkaatsing van zonnestralen op cirruswolken dat mooie schouwspel.’

    Esthetische kwaliteit

    Volgens Fuentes hangt de esthetische kwaliteit van een zonsondergang af van de hoeveelheid hogedrukgebieden, en die verschilt per seizoen. Daardoor zien we in de herfst en lente meestal de mooiste zonsondergangen. Wat de schoonheid per plaats betreft, benadrukt Fuentes het democratische karakter van zonsondergangen. Ze zijn allemaal mooi; wij maken het onderscheid. ‘Ik woon zelf in Teruel en op een dag kwam mijn moeder op bezoek. Ze vond dat de zonsondergang hier veel mooier was. Dat was me nooit eerder opgevallen. De reden is misschien dat de kleur van de kleigrond hier voor een mooier contrast zorgt.’

    De meteoroloog verzekert ons dat klimaatverandering nog geen invloed heeft gehad op de manier waarop de zonsondergang zich elke avond weer aan ons voordoet. Naarmate er vaker sprake is van nevel en er meer chemische sporen in de lucht komen, vermoedt hij dat die verandering alsnog zal optreden. Ook in wat we erbij voelen? Fuentes denkt even na. ‘Nee, het blijft het mooiste moment van de dag, denk ik.’ 

    Lees ook:

  • Wat zij zeggen over de wereldwijde bosbranden deze zomer

    Wat zij zeggen over de wereldwijde bosbranden deze zomer

    Internationale commentatoren en opiniemakers over de bosbranden die deze zomer woeden in Noord-Amerika, Europa en Azië. ‘Dit nieuwe normaal is abnormaal – en het is dodelijk.’

    Marsha Lederman – columnist, Toronto 

    The Globe and Mail

    ‘Als je een klimaatscepticus kent, kijk je misschien uit naar een volgende ontmoeting, zodat je al het bewijs kunt presenteren dat deze vreselijke zomer te bieden heeft. Op veel plekken is dit het ergste seizoen ooit als het gaat om natuurbranden. Ongekende hittegolven en bosbranden in Noord-Amerika, Europa en Azië hebben mensen gedood, huizen verwoest en de levensomstandigheden ondraaglijk gemaakt. Deze verhalen mogen op geen enkel moment alledaags worden. Dit nieuwe normaal is abnormaal – en het is dodelijk.’


    Helena Smith – correspondent Griekenland, Turkije en Cyprus

    The Guardian

    ‘In een land dat gehard is door de realiteit van het omgaan met verzengende hittes en met een bijpassend lexicon – wetenschappers in Athene, de zuidelijkste metropool van Europa, waren de eersten ter wereld die hittegolven namen gaven – lijken er plotseling geen woorden te zijn voor temperaturen die records breken en zo langdurig zijn. “Zonder einde en krachtig”, zo drukte een weerman het uit; “ongekend”, zo zei een andere weerman. Maar steeds vaker hoor ik ook een andere zin: “Griekenland is het nieuwe Dubai.”’


    Marine Rafenberg – correspondent Griekenland

    Le Monde

    ‘Een studie uit 2021 van het onafhankelijke onderzoekscentrum Dianeosis schat dat tegen 2050 het aantal dagen dat Griekenland door hittegolven zal worden getroffen per jaar met 15 à 20 zal toenemen; het aantal dagen met een hoog brandrisico zal met 15 tot 70 procent stijgen en extreme weersverschijnselen zullen veel vaker voorkomen. Maar volgens veel milieuactivisten is ook het gebrek aan preventie en ­gecoördineerd overheidsbeleid verantwoordelijk voor deze terugkerende branden.’


    Peter Yeung – klimaatjournalist

    The Telegraph

    ‘De vooruitgang van Bangladesh bij het omgaan met natuurrampen staat in schril contrast met de situatie in Europa, waar de afgelopen jaren 180 Duitsers omkwamen door plotselinge overstromingen, talloze doden vielen als gevolg van ongekende bosbranden in Frankrijk, Spanje en Griekenland, en een historische hittegolf op het continent vorig jaar meer dan 61.000 levens eiste. De Europese autoriteiten haasten zich nu om rampenbestrijdingssystemen op te zetten – en ze kijken daarbij naar Bangladesh voor advies.’

  • In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    Een referendum moet uitsluitsel geven over de vraag of de Ecuadoraanse regering ruwe olie mag exploiteren in een gebied van ruim 1 miljoen hectare met de grootste biodiversiteit ter wereld. De oorspronkelijke bewoners, de Waorani, doen er alles aan om hun leefomgeving te beschermen.

    Op 15 augustus 2013 maakte de president van Ecuador, Rafael Correa, de stopzetting van het Yasuní ITT-initiatief bekend. Het betrof een project dat was opgezet om de aanwezige aardolie in blok 43 van Nationaal Park Yasuní in de grond te houden. Dit park, het grootste beschermde gebied van Ecuador, beslaat meer dan een miljoen hectare verdeeld over de provincies Orellana en Pastaza, in het noordoosten van het Amazoneregenwoud.

    De annulering van het project liep vooruit op de plannen van de regering om genoemd blok te exploiteren, ook al bevond het zich in een van de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld; dit gebied is door de Unesco uitgeroepen tot biosfeerreservaat en is domicilie van de Tagaeri en de Taromenane, de laatste inheemse groepen die in Ecuador in vrijwillig isolement leven. Vanwege de stopzetting vroeg het milieucollectief Yasu­nidos om een referendum, met de bedoeling de burgers zelf te laten beslissen. Tien jaar later, na talloze juridische obstakels, gaf het Constitutioneel Hof toestemming; het referendum zal nu op 20 augustus worden gehouden.

    Een dag na de gunstige beschikking om een referendum uit te schrijven begon de minister van Energie, Fernando Santos, over de te verwachten verliezen voor de staat als de exploitatie van blok ITT zou worden geblokkeerd: ‘Het gaat om 1,2 miljard dollar aan (jaarlijkse) inkomsten in een land met enorme problemen,’ zei hij. De regering gaf te kennen dat er irrationele verlangens ten grondslag lagen aan het verzet tegen het genereren van inkomsten die overduidelijk hard nodig waren. Ze liet welbewust de schaduwkanten van haar eigen pleidooi buiten beschouwing.

    Koolstofdioxide

    Het Yasuní ITT-initiatief hield in dat Ecuador zich verplichtte 846 miljoen vaten in de grond te houden, wat de uitstoot van 400 miljoen ton koolstofdioxide moest tegenhouden. In ruil daarvoor zou het land een financiële compensatie van de internationale gemeenschap krijgen van 3600 miljoen dollar, 50 procent van wat, heette het, de baten zouden zijn als de olie wel werd geëxploiteerd. Toen het initiatief, zes jaar nadat het was gelanceerd, werd afgeblazen, was er 13 miljoen dollar binnengekomen, amper 0,37 procent van het verwachte bedrag.

    Het Nationaal Park Yasuní, dat in 1989 door de Unesco tot biosfeerreservaat werd verklaard, en het aangrenzende Voorouderlijk Leefgebied van de Waorani behoren tot de gebieden met de hoogste biodiversiteit ter wereld. In het park wees de Ecuadoraanse staat in 1999 een zona intangible aan, een ‘onaantastbare zone’ (ongeveer 74 procent van het totale oppervlak), die eeuwig moest worden gevrijwaard van oliewinning. Het aardolieblok ITT grenst aan een deel van de onaantastbare zone, waar de Tagaeri en Taromenane wonen; zij zijn verwant zijn met de Waorani, een van de veertien oorspronkelijke inheemse groeperingen van het land.

    Tot halverwege de jaren vijftig leefden alle stammen met een Waorani-origine in vrijwillig isolement. Ze kregen met gedwongen verhuizing te maken toen zendelingen van het Linguïstisch Zomerinstituut hen, met toestemming van de staat, uit hun gebied weghaalden en verplaatsten naar een bepaald stuk grond met de bedoeling hen te ‘kerstenen’. Een deel van het territorium dat ze achterlieten werd prompt ingepikt door Texaco, waarmee het begin van de ecologische verwoesting door aardoliewinning een feit was.

    Toen in 2008 de huidige grondwet werd opgesteld, werd revolutionair genoeg gedecreteerd dat de natuur moest worden erkend als rechtspersoon en dat de inheemse dorpen moest worden gegarandeerd dat ze tevoren zouden worden geraadpleegd over eventuele exploitatieplannen van hun territorium. Niettemin verzocht de toenmalige president Correa het parlement met een beroep op dezelfde grondwet, na de mislukking van het Yasuní ITT-initiatief te hebben afgekondigd, om de exploitatie van de aardolie in blok ITT van nationaal belang te verklaren.

    Jongeren

    Uit verontwaardiging over de teleurstellende beschikking vormden leden van mensenrechtenorganisaties, milieuactivisten en feministen, veelal jongeren tussen de zestien en dertig, het collectief Yasunidos, een onafhankelijk front dat inmiddels alle kritische geluiden tegen het grove verdienmodel bundelt en van de casus Yasuní ITT zijn speerpunt heeft gemaakt.

    Niet veel later later deponeerde Yasunidos een vraag bij het Constitutioneel Hof om het genoemde referendum uit te schrijven: ‘Bent u het ermee eens dat de regering van Ecuador de ruwe olie van het ITT, bekend als blok 43, voor onbepaalde tijd in de grond houdt?’

    Tegen april 2014 waren vrijwillige inzamelaars erin geslaagd 757.623 handtekeningen binnen te halen, veel meer dan het vereiste aantal. Ze werden diezelfde maand ter verificatie overhandigd aan de Nationale Kiesraad. Maar via een proces dat jaren later frauduleus zou worden bevonden schrapte dat instituut meer dan vierhonderdduizend handtekeningen en weigerde het toestemming tot het referendum. Er werden de idiootste redenen aangevoerd om de ongeldigverklaring van de handtekeningen te onderbouwen: dat er alleen met een blauwe balpen mocht worden ingevuld, dat de formulieren niet allemaal even groot waren of evenveel wogen, dat de kopie van de achterkant van het identiteitsdocument van de inzamelaars ontbraken, dat iemand die Batman heette niet mocht tekenen, al zijn er in Ecuador mensen die zo heten en had inderdaad een zekere Batman zich pro Yasuní uitgesproken.

    Er was een kronkelig proces begonnen, waarin vanuit vijf regeringsinstanties een onbeschrijfelijke wirwar aan juridische beletselen naar voren kwam om maar te verhinderen dat het referendum werd uitgeschreven. Het proces zou tien jaar duren en drie regeringen overleven. ‘Het is duidelijk dat de staat, onafhankelijk van het zittende staatshoofd, waakt over de belangen van de grondstofwinning die het levensbloed van het kapitaal zijn,’ zegt zegt Pedro Bermeo, juridisch adviseur en spreekbuis van Yasunidos.

    Uiteindelijk, in september 2022, toen het Constitutioneel Hof erkende dat de rechten van Yasuní en de ondertekenaars waren geschonden, gaf de Landelijke Kiesraad dan toch toestemming voor het uitschrijven van het referendum. Wel moest nog de vraag worden goedgekeurd die tien jaar eerder was voorgelegd.

    De grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd

    Als de uitslag ‘ja’ wordt, zou dat de geleidelijke ontmanteling moeten betekenen van de olievelden die daar al in werking zijn. Niets had kunnen verhinderen dat dat gebeurde. In 2016, zodra de verklaring over het vermeende nationaal belang van kracht werd, begon het staatsoliebedrijf Petroamazonas met de exploitatie van de velden Tiputini en Tambobocha, en in 2022 ging het een stap verder met het bodemonderzoek van het Ishpingo-veld.

    Alicia Cahuiya en haar voorouders werden geboren in de gemeenschap Ñuneno, in het hart van wat nu het huidige Nationaal Park Yasuní is, in de zona intangible. Halverwege de jaren zeventig, toen ze zes maanden oud was, werden zij en haar familie uit hun grondgebied gehaald en overgeplaatst naar wat door de zendelingen als een protectoraat werd betiteld. Meer dan tien jaar lang woonden ze ver van hun geboortegrond.

    Alicia, nu zevenenveertig en moeder van vijf kinderen, begon ze zich af te vragen hoe die ondernemingen hun land konden binnenkomen zonder de daar wonende gemeenschappen te hebben geraadpleegd. Op haar vijftiende kwam ze al met vrouwen van haar eigen stam samen te komen om het verzet te organiseren en begon een politieke loopbaan die ze tot nu toe vastberaden heeft volgehouden.

    Op een gegeven moment besefte ze dat het complot tussen de staat en de zendelingen uiteindelijk zijn beslag kreeg dankzij de medewerking van corrupte leiders van hun eigen mensen die, in ruil voor privileges, de plundering toestonden. Om het recht op financiële autonomie te verkrijgen en politieke bewegingsvrijheid af te dwingen richtte ze de Amwae op, het Verbond van Waorani-vrouwen uit het Ecuadoraans Amazonegebied; later werd ze de op een na belangrijkste persoon van de Nawe, de organisatie die de hele Waorani-gemeenschap van Ecuador omvat.

    Economisch profijt

    Sinds Ecuador in 1972 veranderde in een olie exporterend land, heeft in de collectieve verbeelding het argument postgevat van economisch profijt als gevolg van de oliewinning. Dat groeide langzaamaan uit tot een panacee van jewelste: het zou een einde maken aan honger en armoede. Dit is doel niet gehaald, sterker nog, de grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd.

    Wat betreft de bodemonderzoeken in het Ishipingo-veld, het kwetsbaarste omdat het grenst aan de zona intangible, zei minister Santos begin mei in een lokale krant dat ‘het een teleurstelling was, omdat er een heel dikke teer naar boven kwam’.

    Vanwege alle complicaties die samenhangen met het oppompen van ruwe olie in blok ITT heeft [de nationale oliemaatschappij] Petroecuador erop gewezen dat van de 846 miljoen vaten die in 2007 werden geacht nog als oliereserve aanwezig te zijn, er vandaag de dag nog maar 136 miljoen resteren. Ter verdediging voerde het bedrijf aan dat de winst de komende 33 jaar zo’n 4800 miljoen dollar zou bedragen, dat wil zeggen 148 miljoen per jaar, een bedrag dat hooguit 0,47 procent van de nationale begroting in 2023 bedraagt.

    ‘De plek met de meeste biodiversiteit ter wereld wordt vernietigd vanwege een verwaarloosbaar getal,’ zegt Pedro Bermeo. Fernando Benalcázar, de voormalige onderminister van Mijnbouw, verdedigt de exploitatie van blok ITT en houdt vol dat juist het deel van het Nationaal Park Yasuní dat aangetast zou worden te verwaarlozen is. ‘Voorkomen dat beslag wordt gelegd op 85 hectare ten behoeve van 18 miljoen Ecuadoranen lijkt mij niet op z’n plaats,’ zei hij.

    Als een van de alternatieven voor het oliewinningsmodel stelt Bermeo het schrappen van de belastingvrijstellingen voor de rijksten van het land voor. Volgens gegevens van de Dienst Interne Inkomsten liep Ecuador om die reden in 2021 6338 miljoen dollar mis, wat per jaar alleen al zo’n 30 procent meer is dan wat het in 33 jaar zou ontvangen met de exploitatie van blok ITT.

    Als de inkomsten door de aardolieverkoop niet ten goede komen aan ontwikkeling, als ze bijna gelijk zijn aan wat wordt besteed aan het importeren van derivaten, als de reserves afnemen, wie wordt er dan rijker van die handel? ‘Dat zijn de grote ondernemingen die de branche diensten verlenen,’ antwoordt Ramiro Ávila, een raadsman van Yasuní en universitair hoogleraar.

    Als de uitslag ‘ja’ is, zouden olievelden in werking ontmanteld moeten worden

    Ecuador zou in een ander land veranderen sinds het een aardolie-economie werd. ‘De staat werd pas corrupt doordat er veel geld in het geding was,’ zegt Ávila. ‘Het exploitatiemodel is aan alle kanten corrupt: er wordt gesjoemeld om een aanbesteding te bemachtigen, en de winst te verdelen. Het is een ramp.’ Minister Santos zelf deed er een schepje bovenop in zijn inaugurale toespraak in oktober 2022. ‘De olie heeft vooruitgang gebracht, maar ook de kanker van de corruptie.’

    Ondanks de bewijzen waaruit de huidige zwakte van de economie blijkt en ondanks de veelsoortige schade van ecologische aard die de exploitatie veroorzaakt, zal Ecuador in de nabije toekomst niet kiezen voor een verantwoordelijker en rechtvaardiger beleid. Toch kan het tegenhouden van de exploitatie van blok ITT wel degelijk symbolische betekenis hebben. ‘Het land stort niet in als blok 43 niet langer wordt geëxploiteerd,’ zegt Ávila. ‘Maar als we daarvoor kiezen, kiezen we voor een manier van leven die niet is gebaseerd op de exploitatie van de mens of de agressieve uitputting van de natuur. Dat is wat er op het spel staat.’

    Lees ook:

  • Is het wel verstandig om uitgestorven soorten, zoals de dodo, weer tot leven te wekken?

    Is het wel verstandig om uitgestorven soorten, zoals de dodo, weer tot leven te wekken?

    Wetenschappers en de buitenlandse pers zijn verdeeld over het nut van het weer tot leven wekken van uitgestorven soorten. Zou het niet beter zijn om bedreigde soorten te redden in plaats van de mammoet of de dodo te herintroduceren? Een overzicht van de belangrijkste argumenten.

    Ja: ‘Zo kunnen we huidige soorten voor het uitsterven behoeden’

    Door ‘geavanceerd onderzoek te doen naar manieren om de dodo te laten herleven, kunnen we de mechanismen van het uitsterven leren begrijpen en biotechnologische middelen ontwikkelen om het tegen te gaan,’ zegt Beth Shapiro in een interview met Le Mauricien. De moleculair bioloog coördineert het programma voor de ‘de-extinctie’ (de-extinction) van de dodo bij Colossal Biosciences, een Texaanse start-up die ook achter programma’s zit om de wolharige mammoet en de Tasmaanse tijger nieuw leven in te blazen.

    ‘In het begin was ik niet echt overtuigd,’ vertelt Shapiro aan MIT Technology Review. ‘Maar beetje bij beetje realiseerde ik me dat dit de toekomst was. We moeten deze hulpmiddelen en andere methoden ontwikkelen om huidige soorten voor uitsterven te behoeden. En als we mensen enthousiast willen maken om dat te doen, moeten we iets groots op de markt brengen. Iedereen kent de dodo.’

    Werken aan de-extinctie om verdere uitstervingen te voorkomen is de kern van het argument van de voorstanders. ‘Het gaat er niet alleen om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken, het gaat er ook om het uitsterven van andere soorten te voorkomen,’ zegt Andrew Pask, geneticus aan de Universiteit van Melbourne, in een interview met de BBC. ‘Er zijn enorm veel bosbranden in Australië en met de wereldwijd stijgende temperaturen zullen klimaatrampen de komende decennia toenemen. Australische onderzoekers hebben daarom cellen van buideldieren verzameld en ingevroren in de gebieden die het grootste risico lopen. In het geval van een brand zouden ze dan het getroffen gebied opnieuw kunnen bevolken zodra de vegetatie is teruggekeerd.’

    ‘We kunnen in de toekomst soorten herintroduceren om zo klimaatverandering tegen te gaan’

    De-extinctieprojecten kunnen ook ‘helpen bij het herstel van de ecosystemen waarin deze dieren ooit leefden’, stelt Julian Koplin, een bio-ethicus aan de Monash-universiteit in Melbourne, op de website van The Conversation. ‘We kunnen in de toekomst bepaalde soorten herintroduceren in ecosystemen en zo helpen om klimaatverandering tegen te gaan, invasieve soorten te bestrijden, ziektes te voorkomen en biotopen te herstellen’, beaamt Eriona Hysolli van Colossal Biosciences in een debatpagina gewijd aan de kwestie die in The Nation werd gepubliceerd.

    ‘De wolharige mammoet speelde bijvoorbeeld een onmisbare rol in het behoud van de Arctische steppen. De afgelopen veertig jaar is het noordpoolgebied vier keer sneller opgewarmd dan de rest van de planeet. Het herintroduceren van de wolharige mammoet zou een ecosysteem kunnen herstellen dat gelijkwaardig is aan dat uit het verleden, waardoor meer organisch materiaal in de permafrost wordt vastgehouden en de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd.’

    Axel Newton, evolutiebioloog aan de Universiteit van Melbourne, ziet deze de-extinctieprogramma’s ook als een manier om medisch onderzoek voor mensen te bevorderen. ‘Naast ons uiteindelijke doel – het weer tot leven wekken van de Tasmaanse tijger met een cel van een buideldier – stelt deze technologie ons in staat om een vorm van genetische diversiteit te herintroduceren in soorten die met uitsterven worden bedreigd’, stelt hij in The Conversation. ‘En dit onderzoek zou ook gebruikt kunnen worden voor gerichte gentherapie, om mutaties te corrigeren die kanker en andere ziekten veroorzaken. Daarom moeten we de Tasmaanse tijger tot leven wekken. Om dit geweldige uitgestorven dier een tweede leven te geven, maar ook vanwege de vooruitgang die dit project betekent voor de gehele mensheid.’

    Michael Archer, paleontoloog aan de Universiteit van New South Wales in Sydney, deelt deze mening op de website van de BBC: ‘Vanuit ethisch oogpunt zou het onaanvaardbaar zijn om het niet te doen. De echte morele kwestie hier is dat we het uitsterven van deze soorten in de eerste plaats niet hadden moeten veroorzaken. Het is geen kwestie van voor God spelen, het is een kwestie van het herstellen van onze fouten.’


    Nee: ‘Laten we eerst levende soorten redden’

    ‘Er zijn zo veel zaken die dringend onze hulp nodig hebben. En geld. Waarom moeite doen om soorten te redden die al jaren uitgestorven zijn als er op dit moment zo veel noodsituaties zijn?’ zegt Julian Hume, een paleontoloog die werkzaam is bij het Natural History Museum in Londen en gespecialiseerd is in de dodo, tegen CNN.

    The Guardian was het daar volledig mee eens in een hoofdredactioneel commentaar dat afgelopen augustus werd gepubliceerd. ‘Onderzoek moet zich niet richten op het doen herleven van uitgestorven soorten, maar op het in leven houden van soorten die bedreigd worden’, stelde het Britse dagblad.

    ‘Moeten we de doden tot leven wekken of beginnen met het helpen van de numbats [buidelmuizensoort wiens DNA zou kunnen helpen om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken]?’ vraagt geneticus Parwinder Kaur van de Universiteit van West-Australië retorisch in The Conversation. ‘De numbat staat op het punt van uitsterven: hij staat officieel op de lijst van bedreigde diersoorten en er zijn nu minder dan duizend exemplaren over in het wild. Het antwoord ligt dus voor de hand: we moeten voorrang geven aan de dieren die er nog zijn.’

    ‘Wat zal er gebeuren als gemodificeerde genen zich verspreiden naar wilde verwante soorten?’

    ‘De terugkeer van de mammoet en de Tasmaanse tijger zou het evenwicht van huidige ecosystemen kunnen verstoren’, voegt de BBC hieraan toe. En The Guardian: ‘Sinds het verdwijnen van deze soorten hebben andere zich aangepast om de leegte op te vullen. Wat zal er gebeuren als gemodificeerde genen [die gebruikt worden om uitgestorven soorten te laten herrijzen] zich verspreiden naar wilde verwante diersoorten?’

    Eenvoudiger gezegd, stellen Elizabeth A. Hadly en Deborah A. Sivas in The Nation, zijn soorten ‘het resultaat van een combinatie van factoren die specifiek zijn voor een plaats en een tijd’. Met andere woorden, leggen de hoogleraren biologie en milieurecht aan Standford University uit, ‘de natuur baart soorten en houdt ze in leven… tot een bepaald punt. Wanneer de betreffende biotopen verdwijnen, sterven de soorten die er leefden ook uit.’

    De twee academici zien deze programma’s als niets meer dan ‘valse beloften’. ‘Het zal niemand verbazen dat de dieren die ons fascineren – de dodo, de Tasmaanse tijger of de trekduif bijvoorbeeld – het perfecte marketingargument vormen om liefhebbers van de-extinctie aan te trekken. Maar zelfs als we in staat zouden zijn om deze soorten tot leven te wekken en een potentieel geschikte habitat te vinden waarin we een of tien of zelfs tienduizend exemplaren kunnen uitzetten, zullen we er nooit in slagen om de gedragingen, het dieet, de roofdieren en het microbioom te herstellen die zich in de loop van duizenden jaren hebben ontwikkeld en de identiteit van deze soorten hebben gevormd. Ze maakten deel uit van een complex ecosysteem.‘

    Lees ook:

  • Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    In zowel Afrika als Azië dreigt een rijsttekort – geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde. Maar naast slachtoffer is rijst, een belangrijke voedingsbron voor 60 procent van de wereldbevolking, ook een aanjager van klimaatverandering.

    Volgens een Indonesische legende schonk de godin Dewi Sri rijst aan het eiland Java. Cassave was tot dan toe de belangrijkste voeding, maar omdat ze medelijden had met de Javanen vanwege die saaie cassave, leerde ze hun hoe ze rijstzaailingen konden laten groeien in weelderige, groene rijstvelden. In India zou de hindoegodin Annapurna een soortgelijke rol hebben gespeeld en in Japan was deze voorbehouden aan Inari. In heel Azië wordt aan rijst een goddelijke – en meestal vrouwelijke – oorsprong toegekend.

    Die mythologisering is begrijpelijk. De zaden van de grasplant Oryza sativa (bekend als Aziatische rijst) zijn rijk aan zetmeel, en al duizenden jaren vormen ze het belangrijkste voedingsmiddel van het continent. Azië is goed voor 90 procent van zowel de wereldproductie als de wereldconsumptie van rijst. Aziaten halen er ruim een kwart van hun dagelijkse calorieën uit. De VN schatten dat een gemiddelde Aziaat 77 kilo rijst per jaar consumeert – meer dan de gemiddelde Afrikaan, Europeaan en Amerikaan bij elkaar. Honderden miljoenen Aziatische boeren zijn afhankelijk van de rijstteelt, en de meesten verbouwen het gewas op een klein lapje grond. Maar er vertonen zich barsten in de rijstkom van de wereld.

    Zowel in Afrika als in Azië stijgt momenteel de wereldwijde vraag naar rijst, terwijl de opbrengst stagneert. Grond, water en arbeid die nodig zijn voor de rijstproductie worden schaarser. Klimaatverandering is een nog grotere bedreiging. Het wordt steeds warmer, waardoor de gewassen verdorren, en er vinden vaker overstromingen plaats, die de rijst vernietigen. De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat rijstvelden veel van het krachtige broeikasgas methaan uitstoten. Zo is het gewas dat als voeding voor 60 procent van de wereldbevolking dient, een bron van onzekerheid en een bedreiging geworden.

    Stijgende vraag

    Het probleem wordt verergerd door de stijgende vraag. In 2050 zullen er 5,3 miljard mensen zijn in Azië tegenover 4,7 miljard nu, en 2,5 miljard in Afrika tegenover 1,4 miljard nu. Volgens een studie in het tijdschrift Nature Food zal deze groei de vraag naar rijst met 30 procent doen toenemen. Alleen in de rijkste Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, beconcurreren brood en pasta het monopolie van rijst als basisvoedsel.

    Toch neemt de groei van de rijstproductiviteit in Azië af. Volgens gegevens van de VN steeg de opbrengst het afgelopen decennium met gemiddeld slechts 0,9 procent per jaar, tegenover ongeveer 1,3 procent in het decennium daarvoor. De daling was het sterkst in Zuidoost-Azië, waar het stijgingspercentage daalde van 1,4 procent tot 0,4 procent – Indonesië en de Filipijnen voeren al veel rijst in. Als de opbrengsten niet stijgen, zullen deze landen steeds afhankelijker worden van andere om hun 400 miljoen inwoners te voeden, aldus de studie in Nature Food.

    De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat ze methaan uitstoot

    Jarenlang hield de productie gelijke tred met de stijgende vraag dankzij het aanhoudende effect van de groene revolutie, die in de jaren zestig begon. Om slechte oogsten te voorkomen, ontwikkelden wetenschappers van het Internationaal Instituut voor Rijstonderzoek (IRRI), gevestigd op de Filipijnen, een variëteit, IR8, die het goed doet in combinatie met kunstmest en irrigatiesystemen. China had net een hongersnood achter de rug terwijl India zich juist op de rand van een hongersnood bevond. IR8 heeft toen op grote schaal levens gered.

    Toen IR8 zich over Azië verspreidde – van de Filippijnen tot Pakistan – nam de rijstopbrengst toe. De grotere productiviteit maakte rijst aantrekkelijker om te verbouwen, waardoor er ook meer middelen voor werden uitgetrokken. De zorg om voedselzekerheid nam af en stelde Aziatische regeringen in staat zich te concentreren op industrialisatie en economische groei.

    Het IRRI heeft nieuwe rijstvariëteiten ontwikkeld die iets van dit succes zouden kunnen herhalen. Ze leveren meer op, zijn klimaatbestendiger en hebben minder water nodig. Toch lijkt het moeilijker dan in de jaren zestig om aan de groeiende vraag te voldoen. Verstedelijking en meedogenloze verkaveling slokken veel land op. Tussen 1971 en 2016 werd een gemiddeld landbouwbedrijf in India meer dan de helft kleiner, van 2,3 tot 1,1 hectare.

    Het wordt daardoor steeds moeilijker om winst te maken met de productie, vooral ook als de arbeidskrachten schaars zijn. Zaden planten in keurige rijen, zaailingen herplanten en oogsten is slopend werk, waaraan steeds meer Aziatische arbeiders weten te ontkomen. Water – ook een belangrijke factor – wordt schaarser. Op veel plaatsen is de bodem uitgeput en zelfs vergiftigd doordat er overmatig gebruik is gemaakt van kunstmest en pesticiden.

    De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land

    Geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde als rijst, aldus wetenschappers van het IRRI. Uit een studie uit 2004 bleek dat een stijging van de minimumtemperatuur met 1°C zorgt voor een daling van de opbrengst met 10 procent. De stijging van de zeespiegel, een ander gevolg van de opwarming, zorgt nu al voor toename van het zoutgehalte in laaggelegen gebieden van de Mekong-delta, waardoor de rijstopbrengsten daar afnemen. Massale overstromingen vorig jaar in Pakistan, de op drie na grootste rijstexporteur ter wereld, vernietigden naar schatting 15 procent van de oogst.

    Rijst draagt bij aan de opwarming van de aarde en is een feedback loop die vaak over het hoofd wordt gezien. Door irrigatie van de rijstvelden krijgt de grond geen zuurstof, zodat de groei van methaan-uitstotende bacteriën wordt bevorderd. En zo is de rijstproductie verantwoordelijk voor 12 procent van de totale uitstoot van methaan en 1,5 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Deze aantallen zijn vergelijkbaar met de luchtvaart. De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land.

    Glucose

    Een ander toenemend probleem is de voedingskwaliteit van rijst. De korrel bevat veel glucose – wat bijdraagt aan diabetes en obesitas – en weinig ijzer en zink, twee belangrijke micronutriënten. In Zuid-Azië kan de grote aanwezigheid van diabetes en ondervoeding worden teruggevoerd op een te grote afhankelijkheid van rijst.

    Het aanpakken van al deze problemen is ingewikkeld. Ging de eerste groene revolutie over productiviteit, zegt Jean Balié, directeur-generaal van het IRRI, de volgende moet gaan over ‘systemen in plaats van oplossingen op plant- of perceelniveau’. Een beter rijstbeleid en betere variëteiten dus.

    De meeste zorgen over productiviteit en het milieu zijn het gevolg van slechte of verouderde overheidsmaatregelen. Deze verstoren de markten en belemmeren stimulansen voor verandering. Neem Sandeep Singh uit Bassi Akbarpur, een klein dorp in de Noord-Indiase deelstaat Haryana. Hij verbouwt rijst maar eet liever roti, een brood gemaakt van tarwe. Dat gewas is veel geschikter voor het hete, droge klimaat van Haryana. Toch dwingen stimuleringsmaatregelen van de regering Singh tot wisselteelt van rijst en graan.

    India koopt rijst van boeren tegen een gegarandeerde prijs, die vaak boven de marktprijs ligt. De oogst wordt aan de armen verkocht tegen een gesubsidieerde prijs, zodat de rijstconsumptie bevorderd wordt. Ook meststoffen en water worden gesubsidieerd. Dergelijke maatregelen komen overal in Azië voor. De meeste werden ingevoerd in tijden van aanhoudende voedselonzekerheid, toen diabetes en het milieu nog veel minder zorgen baarden dan nu.

    Het is moeilijk om aan beleid te tornen dat al decennialang steeds strakker wordt doorgevoerd. De boeren zijn bovendien goed voor vele stemmen – overheden durven ze niet tegen zich in het harnas te jagen. De regerende Bharatiya Janata Party van India, die er prat op gaat harde maar noodzakelijke maatregelen door te voeren, ondervond dat aan den lijve toen zij zich in 2021 gedwongen zag landbouwhervormingen terug te draaien als gevolg van boerenprotesten.

    Vietnam presenteerde onlangs een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen

    Hoewel er niet één oplossing is voor de groeiende rijstcrisis, zijn er vele kleinere oplossingen. In delen van Azië waar de opbrengst laag is, zoals Myanmar en de Filipijnen, is het mogelijk de productiviteit te verhogen door meer kunstmest en pesticiden te gebruiken, zonder dat het milieu ernstige schade wordt toegebracht.

    Wetenschappers van het IRRI en andere onderzoeksinstellingen hebben rijstvariëteiten ontwikkeld die bestand zijn tegen overstromingen, droogte en hitte. Ze hebben ook voedzamere soorten ontwikkeld. Deze veranderingen, gecombineerd met innovaties in de teelt zoals direct zaaien – een manier van planten die minder water en arbeid vergt – kunnen milieuschade beperken en de opbrengst verhogen.

    Experimenten in heel Azië bevestigen dit. Boeren in Bangladesh die Sub1 verbouwden, een rijstsoort die tolerant is voor overstromingen, behaalden 6 procent hogere opbrengsten en 55 procent meer winst, volgens een studie die in 2021 werd gepubliceerd in het tijdschrift Food Policy. Een studie van veldproeven in Global Food Security toont dat rassen die resistent zijn tegen droogte een opbrengstvoordeel van 0,8-1,2 ton per hectare behalen.

    Het is nog een uitdaging ervoor te zorgen dat verbeterde zaden en methoden op grote schaal ingang vinden. Veel boeren weten niet dat ze bestaan, anderen zijn huiverig iets nieuws te proberen. Uit een landelijk onderzoek onder rijstboeren in India in 2017 en 2018 bleek dat slechts 26 procent werkte met nieuwe rassen, hoewel deze al sinds 2004 beschikbaar zijn.

    Regeringen kunnen een belangrijke rol spelen door de voordelen van nieuwe rassen en methoden onder de aandacht te brengen. Vietnam heeft onlangs het voortouw genomen met de aankondiging van een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen. Het land ziet dit als een middel om op arbeid te besparen en efficiëntie te verhogen. Een essentiële stap die voorkomt dat emissiebeperking een extra last op de boeren legt, zegt Bjoern Ole Sander, klimaatwetenschapper bij het IRRI.

    Ook een bottom-upbenadering is belangrijk. Landbouwvoorlichters kunnen een grote rol spelen bij kennisoverdracht, maar ze worden vaak veronachtzaamd door beleidsmakers. De meeste overheidsuitgaven voor landbouw gaan naar subsidies en irrigatie en komen ten goede aan rijkere boeren met grotere stukken grond.

    Diversifiëren

    Regeringen zullen ook veel meer moeten doen om mensen minder afhankelijk te maken van rijst. Op verzoek van India heeft de VN 2023 uitgeroepen tot het jaar van de gierst. India hoopt boeren en consumenten te overtuigen van dit gewas, dat veel voedzamer is dan rijst of tarwe en veel minder water nodig heeft. Ook Indonesië promoot het. Momenteel zullen enkel gezondheidsbewuste hipsters in Delhi een biryani van gierst verkiezen boven een biryani van rijst. Maar waar de elite vooroploopt, volgt vaak de massa. Als de afzetmarkt groter wordt, zal dat eerst enkele boeren over de streep helpen en zullen uiteindelijk zelfs de meest fervente rijsttelers omschakelen of diversifiëren.

    Door de eerste groene revolutie werd een Aziatische catastrofe afgewend. Vandaag de dag is de situatie dan misschien minder precair, maar in sommige opzichten is de uitdaging groter. Landen zullen meer moeten produceren met minder middelen en met veel meer zorg voor het milieu. En dat vereist een ‘echte groene revolutie’, aldus IRRI-baas Balié.

    De beloning zou ongekend groot kunnen zijn. Duurzamere teelt en hogere opbrengsten kunnen de boeren een hoger en stabieler inkomen opleveren. Dat kan hen motiveren zich aan te passen aan de klimaatverandering, terwijl ze er minder aan bij hoeven dragen. Dat succes, dat nu nog niet verzekerd is, kan de voedselzekerheid voor Aziaten – en voor de wereld – helpen garanderen.

    Lees ook:

  • Mexico houdt activiteit rondom vulkaan Popocatépetl scherp in de gaten

    Mexico houdt activiteit rondom vulkaan Popocatépetl scherp in de gaten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia schort wapenstilstand met rebellenbeweging op

    » Zeker 19 kinderen omgekomen na brand in school Guyana

    Tientallen scholen in de omgeving zijn gesloten

    De vulkaan Popocatépetl, op zeventig kilometer van de Mexicaanse hoofdstad Mexico-Stad, is de afgelopen periode toenemend actief. Al meer dan een week spuwt de vulkaan grote pluimen as, lava en rook de lucht in. De Mexicaanse regering heeft het waarschuwingsniveau in de omgeving van de vulkaan verhoogd, zo meldt El Universal.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo worden in drie provincies tientallen scholen gesloten, wordt er geoefend voor evacuaties en bereidden omwonenden van de Popocatépetl zich voor op een snel vertrek. Daarnaast moet iedereen op twaalf kilometer afstand van de vulkaan blijven. Eerder deze week zorgde aswolken door de vulkaan al voor het stilleggen van vluchten op twee luchthavens in Mexico-Stad.

    Het leger heeft daarnaast opvangcentra ingericht die gebruikt zullen worden bij eventuele evacuaties. Daarnaast zijn er ruim zesduizend eenheden in staat van paraatheid gebracht en zullen zij ingezet worden als dat nodig is. De Popocatépetl is een van de meest actieve vulkanen van Mexico, met de meest recente grote activiteit in 2016. Omdat er 25 miljoen mensen in een straal van 100 kilometer van de vulkaan wonen, kan een uitbarsting catastrofale gevolgen hebben.

    Lees ook:

  • Ecuador krijgt schuld kwijtgescholden in ruil voor  natuurbescherming

    Ecuador krijgt schuld kwijtgescholden in ruil voor natuurbescherming

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Franse journalist komt om bij Russische raketaanval in Oekraïne

    » Tunesië: vier doden bij schietpartij voor synagoge van Djerba

    Ecuador moet 450 miljoen dollar investeren in behoud Galapagos

    Ecuador krijgt ongeveer een miljard dollar van zijn buitenlandse schuld kwijtgescholden, maar dan moet het land zich wel inzetten voor natuurbescherming, bericht de Ecuadoraanse onlinekrant La República. Als tegenprestatie voor de schuldkwijtschelding moet het land 450 miljoen dollar uittrekken voor natuurbehoud op de Galapagoseilanden, aldus een officiële bron op dinsdag. Concreet houdt de deal in dat een schuld van 1628 miljard dollar wordt omgezet in een lening van 656 miljoen dollar.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een groep van elf particuliere verzekeraars ‘leverde meer dan 50 procent herverzekering om het project te vergemakkelijken’, aldus Credit Suisse, de bank die de deal regelde. De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) heeft het land ook een garantie van 85 miljoen dollar verstrekt. Deze operatie is tot op heden de grootste schuldkwijtschelding in ruil voor natuurbeschermingsverplichtingen, merkt La República op.

    Lees ook: