Onderwerpen: Natuur

  • Eerste wilde bizon geboren in VK sinds duizenden jaren

    Eerste wilde bizon geboren in VK sinds duizenden jaren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Lula en Bolsonaro richten zich op argwanende kiezer: evangelicals en vrouwen

    » Duitsers verminderen gasverbruik dankzij warm weer

    Kalf kwam als verrassing voor natuuropzichters

    ‘Een baanbrekend herbebossingsproject had een vroege verrassing: een wankelende babybizon’, schrijft The Guardian. In september is de eerste wilde bizon in het Verenigd Koninkrijk geboren sinds duizenden jaren. In juli werden er drie bizons in Kent vrijgelaten, allemaal vrouwtjes, ‘maar één had een geheime passagier aan boord’. Bizons verbergen hun zwangerschap om te voorkomen dat roofdieren het op zwangere dieren of hun jongen gemunt hebben.

    Het vrouwelijke kalf werd na een paar dagen ontdekt toen de natuuropzichters de moeder, die een afgelegen plek had gevonden om te bevallen, niet meer konden vinden. ‘Het kalf is met sprongen vooruit gegaan – letterlijk,’ zei Tom Gibbs, een bizonwachter, tegen de Britse krant. Hij voegde eraan toe dat ze graag rondjes om de volwassenen heen rent.

    Het project is een samenwerking tussen de Kent Wildlife Trust en Wildwood Trust. Ze hadden wel gehoopt dat de nieuwe kudde zich te zijner tijd zou voortplanten, maar de nieuwe baby is een bonus. Eind oktober wordt er een stier uit Duitsland verwacht om zich bij de drie vrouwelijke bizons te voegen.

    Lees ook:

  • Overstromingen Nigeria: ten minste 603 doden, 1,4 miljoen mensen ontheemd

    Overstromingen Nigeria: ten minste 603 doden, 1,4 miljoen mensen ontheemd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland erkent dat situatie troepen in Oekraïne ‘gespannen’ is

    » VK: Chinese diplomaat betrokken bij mishandeling demonstrant in Manchester

    Ergste overstromingen in tien jaar

    Nigeria heeft te kampen met de ergste overstromingen in tien jaar. Ten minste 603 mensen zijn omgekomen, meer dan 2400 mensen zijn gewond geraakt en meer dan 1,4 miljoen mensen zijn ontheemd. Grote stukken landbouwgrond, infrastructuur en 200.000 huizen zijn geheel of gedeeltelijk verwoest. In sommige staten zullen de overstromingen waarschijnlijk nog meer dan een maand aanhouden, bericht The New York Times.

    De zware regenval is niet de enige oorzaak van de overstromingen, schrijft de Amerikaanse krant. ‘Elk jaar laat buurland Kameroen (…) water ontsnappen uit een dam in het noorden van Kameroen, waardoor stroomafwaarts in Nigeria overstromingen ontstaan. Ten tijde van de bouw van de dam, in de jaren tachtig, kwamen de twee landen overeen dat er aan Nigeriaanse zijde een dubbele dam zou worden gebouwd tegen overstromingen. Maar die is is nooit gerealiseerd.’

    The New York Times wijst ook klimaatverandering aan als oorzaak. Matthias Schmale, coördinator humanitaire hulp van de Verenigde Naties voor het land, verklaarde vorige week tijdens een briefing dat klimaatverandering de extreme overstromingen grotendeels verklaart. ‘Klimaatverandering is echt, zoals we in Nigeria opnieuw ondervinden,’ zei hij.

    Lees ook:

  • Orkaan Ian laat verwoesting achter in Cuba en koerst nu op Florida af

    Orkaan Ian laat verwoesting achter in Cuba en koerst nu op Florida af

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman benoemd tot premier

    » Guinee: voormalig dictator verschijnt voor de rechter vanwege bloedbad

    Al meer dan 2,5 miljoen Floridianen zijn hun huis ontvlucht

    Het Amerikaanse National Hurricane Center (NHC) waarschuwde dinsdagmiddag dat orkaan Ian de westkust van de Amerikaanse staat zou naderen en beschreef de storm als een ‘intense en extreem gevaarlijke orkaan’. Volgens Miami Herald zijn al meer dan 2,5 miljoen Floridianen hun huizen in risicogebieden aan de kust ontvlucht.

    Orkaan Ian heeft dinsdag het westen van Cuba aangedaan zonder slachtoffers te maken, maar de storm liet wel een spoor van vernieling achter. Hij kwam aan land in La Coloma, een vissersdorp in de provincie Pinar del Rio – 190 km van Havana – en stak het eiland van zuid naar noord over, met als gevolg ingestorte huizen, afgerukte daken en ondergelopen landbouwvelden. Een miljoen mensen kwamen zonder elektriciteit te zitten.

    Lees ook:

  • Meer dan 200 walvissen zijn gestrand in Australië

    Meer dan 200 walvissen zijn gestrand in Australië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Equatoriaal-Guinea schaft de doodstraf af

    » VS: verplaatste migranten starten rechtszaak tegen gouverneur Florida

    Grienden zijn berucht om massale strandingen

    Ongeveer 230 walvisachtigen werden dinsdag aan de westkust van Tasmanië gevonden, aldus de Tasmania Parks and Wildlife Service in een persbericht van ABC. Volgens deskundigen betreft het grienden. Ten minste de helft van hen wordt geacht in leven te zijn, aldus de overheidsorganisatie, die deze deskundigen erheen stuurde om de situatie te beoordelen.

    In 2020 werd Tasmanië getroffen door een massale stranding van ongeveer 470 walvisachtigen op zandbanken voor de westkust, de grootste ’die ooit in het land is geregistreerd’. Grienden zijn berucht om hun massale strandingen, maar de oorzaak hiervan is niet bekend.

    Lees ook:

  • Afgeknaagde bomen en water in de tuin: de bever is terug in Europa – en veroorzaakt problemen

    Afgeknaagde bomen en water in de tuin: de bever is terug in Europa – en veroorzaakt problemen

    De bever is terug, tot vreugde van natuurliefhebbers. Maar er bestaan ook geschillen met deze nieuwe buurman, zoals in de Duitse hoofdstad Berlijn. ‘De bever helpt mee het park vorm te geven, maar dan niet volgens de maatstaven van historische monumentenzorg.’

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-kijk-eens-wie-daar-knaagt?si=da99169a00324c82a16a4af505507799&utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing

    Hij is punctueel. Om stipt half acht zal te voorschijn komen, laat Derk Ehlert weten. De mobiele telefoon geeft 19.32 uur aan, en warempel, er verschijnt een pakketje bont in het water, eerst de kop en ogen, dan de snuit, met een stok erin. De bever staat nu op, zegt Ehlert. Hij heeft de hele dag geslapen.

    Wij staan op een brug in Berlijn, met achter ons de karpervijver en Schloss Charlottenburg, waarvan de gevel door het avondlicht Toscaans aandoet. Een paar jaar geleden stond Angela Merkel daar ergens te toasten op het afscheid van Barack Obama. Vandaag kijken we er naar een bever.

    De bever zwemt een zijarm in, werkt zich door het water en maakt kleine boeggolfjes. Sturend met een brede staart – pardon, een troffel, zoals deskundigen het achtereind noemen. Ehlert zegt dat deze zo’n anderhalf jaar oud is, een halfvolwassene, wat betekent dat hij zijn laatste rondjes hier in de slotgracht maakt. Beverouders zijn streng. Na twee jaar gooien ze hun kroost eruit, en eist het nieuwe kroost de vrijgekomen ruimte op.

    Derk Ehlert (55) een man met een sikje en een pet die vaak naar de verrekijker om zijn nek grijpt, weet dit soort dingen. Hij is verteller van duizend-en-een dierenverhalen en legt op de radio uit waarom spinnen onze flats binnen kruipen: omdat het daar warm is. Officieel is Ehlert de natuuradviseur van de Senaat, officieus is hij een faunafluisteraar die ‘de mensen van de hoofdstad wil interesseren voor de natuur’, met rondleidingen door Berlijn.

    Aanpassing

    De bever klimt aan land op een weiland, sleept zich een paar meter voort, krult zich op en begint te kauwen op gras en stengels. Hij werpt een korte blik op de toeschouwers die op een paar passen afstand staan, en gaat dan verder met kauwen.

    Niet vergeten: we zijn in Berlijn, een metropool met 3,8 miljoen mensen, met voelbare vierentwintiguurs hectiek, met honderdduizenden mensen die zich soms bij de Brandenburger Tor verdringen om naar voetbal te kijken. Maar de hoofdstad wordt ook wel de Berlijnse jungle genoemd, met twintigduizend dier- en plantensoorten. Een toevluchtsoord voor leven dat het omringende platteland ontvlucht om te ontsnappen aan landbouwgif, monocultuur en jagers. En zo verschijnen er wasberen op Kurfüsterdamm, otters in Treptow en lopen er enkele duizenden vossen en wilde zwijnen rond in de stad.

    Berlijn is een gedekte tafel; de dieren hoeven niet te jagen. Ze leven van het afval van mensen. Voor de bever, die in ieder geval vegetarisch is, misschien zelfs veganistisch (daar twisten deskundigen nog over) en die zo’n kilo groen per dag eet en meer dan honderdvijftig plantensoorten en zestig houtgewassen op zijn menu heeft staan, is de Spree een paradijs. Veertig procent van de stad bestaat uit weiland, bos, water, hagen, parken, gazons en velden. Eet smakelijk!

    Er leven meer dan honderd bevers in Berlijn

    Maar het lawaai dan? En de mensen? Geen probleem: aanpassing, zegt Ehlert.

    Er leven meer dan honderd bevers in Berlijn. Zelfs in Mitte, tegenover Museumsinsel, zat er laatst een aan een boom te knagen. Het dier verspreidt zich ook in Hamburg, München en Dresden. In Duitsland leven vijfenveertigduizend bevers, waarvan alleen al vijfentwintigduizend in Beieren. De komende vijftien jaar kunnen dat er in het hele land twee keer zoveel zijn, zegt bioloog en beverdeskundige Gerhard Schwab: ‘Veel geschikte watermassa’s zijn nog niet bevolkt’.

    Castor fiber zwermde ook uit naar de Loire, Bretagne, Toscane, Zürich, Wenen, Londen, en zelfs naar het stralingsgebied bij de Oekraïense kernreactor in Tsjernobyl. De Engelsen reiken prijzen uit aan bevers, zoals onlangs op de wereldberoemde Chelsea Flower Show. Midden in Londen werd op een oppervlakte van tien bij vijftien meter een stukje wildernis gepresenteerd, compleet met een beekje en een vochtige weide en met afgeknaagde twijgen en takken die speciaal waren aangevoerd uit het graafschap Devon, driehonderd kilometer verderop. De organisatie Rewilding Britain wilde laten zien hoe mooi een bever een landschap kan maken en kreeg daarvoor een gouden medaille.

    De aftredende premier is zo gecharmeerd van het knaagdier dat hij het tot staatsaangelegenheid heeft gemaakt. Op het laatste Tory-partijcongres hief Boris Johnson de slogan ‘Build Back Beaver’ aan, waarmee hij bedoelde dat de dieren het gehavende platteland van Groot-Brittannië moeten opkalefateren, gesteund door vele miljoenen ponden uit de landbouwbegroting. Of de Britten de liefde van Johnson voor de dieren delen is onduidelijk. Volgens The Times kon hij zelfs zijn eigen familie niet overtuigen van de heilzame werking van de bever. Hij wilde zijn vader een beverpaar schenken voor diens boerderij, maar uiteindelijk kregen ze ruzie over waar de dieren uitgezet moesten worden.

    Te geliefd

    De bever knaagt weer. Nog niet zo lang geleden was hij bijna uitgestorven in Midden-Europa; slechts enkele honderden overleefden aan de monding van de Rhône en de Elbe tussen Dessau en Roßlau, waar de regering van de DDR ze al vroeg als beschermd aanmerkte. In de jaren zestig werden bevers uitgezet in Beieren en nu dringen ze vanuit het zuiden en oosten het land binnen.

    Eeuwenlang was de bever gewoon te geliefd. Vanwege zijn vacht, vlees en staart. De katholieke kerk droeg daaraan bij door het zoogdier doodleuk uit te roepen tot een vis die tijdens de vastentijd mocht worden gegeten. Daarnaast levert de bever castoreum, ofwel bevergeil, een afscheiding die doet denken aan een mengsel van ‘penetrante mannenparfum, okselzweet en rotte vis’, aldus schrijver Bettina Balàka. De Romeinen kenden er al magische krachten aan toe. Wat de bever door zijn achterste blaast om zijn territorium mee af te bakenen, eindigt in parfums of voedsel, althans in de VS. IJs zou er meer naar vanille of aardbei door smaken. Een scheet omzetten in geld; kapitalisme in een notendop.

    Eigenlijk is de bever een burgermannetje. Hij werkt voortdurend aan zijn huisvesting en dammen en leeft monogaam. Maar het is ook een evolutionair wonder. Hij kan zich in het water oriënteren met zijn snorharen, heeft tot drieëntwintigduizend haren op één vierkante centimeter pels (bij mensen zijn dat er driehonderd) en zijn tanden bevatten ijzer en slijpen zichzelf.

    De laatste tijd wordt de bever ook beschouwd als een klimaatheld

    De bever houdt van comfort. Gaat niet graag aan land en zwemt liever naar zijn voedsel, zodat hij dammen bouwt om waterwegen naar bomen te creëren. Het bouwen van dammen zit in zijn genen. Zweedse onderzoekers ontdekten dat zelfs in gevangenschap geboren bevers dammen bouwen.

    De laatste tijd wordt de bever ook beschouwd als een klimaatheld. Hij bouwt zijn burchten bijvoorbeeld als natuurlijke nul-op-de-meterwoningen: hij dicht ze af met modder, legt er houtsnippers in en verwarmt ze met lichaamswarmte, zodat het binnen tussen de zes en negen graden is, zelfs in de winter. En waar hij bouwt, herstelt het landschap zich. Er ontstaan vijvers en meren, komen vissen, vogels, libellen en kikkers. Wetenschappers noemen de bever een ‘sleutelsoort’: Castor houdt ecosystemen in stand.

    Doordat hij water de ruimte geeft, sijpelt het langzamer weg, stijgt het grondwaterpeil, wordt zware regen beter geabsorbeerd en dendert overstroom regenwater niet de vallei binnen. Sinds er bevers in de Ourthe leven, overstroomt de rivier in Zuid-België minder vaak, zo blijkt uit een studie. ‘De bever brengt ook een stuk natuur terug,’ zegt Derk Ehlert in Berlijn.

    Geliefd en gevreesd

    Het is wel een beetje onhandig dat hij de natuur ook terugbrengt naar plekken waar die niet gewenst is. De sporen die hij nalaat: aangevreten appelbomen, uitgeholde beschermingsdijken, geplunderde maïs- en bietenvelden. Onlangs legde een bever in verschillende steden in Canada het internet en de mobiele telefonie plat doordat een gevelde boom een glasvezelkabel vernielde. Het herstel duurde acht uur.

    Zodoende is de bever zowel geliefd als gevreesd: hij wordt beschouwd als een eco-ingenieur of als een onruststoker in bont. Hij komt het milieu ten goede, maar schaadt het individu.

    Thorsten Schildwächter staat op zijn balkon in Mühlheim bij Offenbach in het Rijn-Maingebied. Driehonderd vierkante meter paradijselijke tuin met een rieteiland en pioenrozenstruiken strekken zich uit onder zijn balkon. Aan de andere kant van de tuin groeien struiken en bomen, en de Rodau, een zijrivier van de Main, kronkelt ertussendoor. Maar de idylle is bedrieglijk. Schildwächter (45) voert een existentiële strijd. Het is een vriendelijke man met een getraind lichaam die over zichzelf zegt: ‘Ik ben een optimist.’ Maar een bever doet hem twijfelen aan zijn capaciteiten.

    Schildwächter maakte wel vaker zware regenval mee, maar sinds ongeveer tweeënhalf jaar zijn de plassen hardnekkig; zijn tuin staat om de paar maanden onder water, tot wel twintig centimeter. Toen zijn kelder een keer vol kwam te staan, kocht hij een pomp. Hij opent een laptop en grafieken en rapporten van deskundigen verschijnen. Door de dam van een bever steeg het grondwater, wat normaal goed is, maar slecht voor Schildwächter en zijn buren. Want nu ontbreekt de hydrologische gradiënt: regen loopt niet weg en de tuin verandert in een vijver.

    ‘In de stad houden de meeste mensen van de bever. Op het platteland zien ze hem vaak als lastpak’

    We zijn niet gewend aan dieren die tegen onze wil het landschap veranderen. Maar de Franse denker René Descartes wist het al: ‘Wij mogen niet aannemen dat alle dingen zijn geschapen omwille van ons.’ Hoe men Castor fiber beoordeelt is dan ook een kwestie van perspectief. Dat is tenminste wat Manfred Krauß zegt: ‘In de stad houden de meeste mensen van de bever. Op het platteland zien ze hem vaak als lastpak.’

    Krauß is een oudere heer met lang, zilverkleurig haar en zongebruinde wangen. In Berlijn is hij bevermanager, in dienst van de Senaat. Hij stelt tuineigenaren gerust wanneer zij klagen over omgevallen berkenbomen. In veel deelstaten werken adviseurs zoals hij, de meeste in Beieren. Ze laten zien hoe bomen en akkers kunnen worden beschermd met gaas en elektrische hekken en ze regelen hulpgeld voor slachtoffers. Als de schade te groot is, kunnen dammen worden vernield en in Beieren en Brandenburg mogen dieren zelfs worden gedood. Elders is dat verboden.

    In Beieren sterven elk jaar ongeveer tweeduizend bevers op legale wijze. Het vlees mag niet worden verkocht, maar jagers mogen het wel gebruiken om vrienden en familieleden blij te maken. Iemand die privé vaak bever serveert, is herbergier Jürgen Füssl in Altenstadt in de Oberpfalz. Hij is enthousiast: ‘Dit is heel goed vlees, van biokwaliteit.’

    Maar veel dieren worden ook illegaal gedood. Alleen al in Schwandorf in de Oberpfalz heeft een ‘bevermoordenaar’ (aldus boulevardkrant Bild) zeven dieren gedood; ook in Thüringen en Berlijn sloegen sommige mensen woedend op het knaagdier in.

    Waterwoestijn

    Thorsten Schildwächter zou het nooit zo rabiaat aanpakken. Hij houdt van bevers, maar hij wil een oplossing voordat hij in een waterwoestijn terechtkomt. Tot nu toe trotseerde de bever de autoriteiten. Maar nu is door de dam een waterput overstroomd en kan de drinkwatervoorziening in gevaar komen. Schildwächter hoopt op een ontheffing: ‘De dam moet weg.’

    ‘De bever doet ons afvragen hoe serieus we natuurbehoud nemen,’ zegt Krauß, de bevermanager. Moeten in de stad echt alle stukken grond die grenzen aan het water bebouwd worden? Moeten landbouwers wel het deel van hun velden bewerken dat direct aan water grenst? Krauß zegt: ‘Iedereen weet dat de grond in Brandenburg te droog is. We doen er te weinig aan. De bever zou kunnen helpen, als we het maar lieten gebeuren.’

    In Schloss Charlottenburg heeft men met het knaagdier leren leven, mede dankzij de achtenvijftigjarige Andrea Badouin, die als tuinier al tientallen jaren verantwoordelijk is voor vierenvijftig hectare paleisgrond. Zij moet driehonderd jaar tuincultuur beschermen tegen insecten, droogte en bevers, haar meest sluwe tegenstander. In een Gator-bedrijfswagentje knettert ze over de paden. Ze wijst naar de overblijfselen van hazelnootstruiken, naar aangevreten haagbeuken en eiken. De bever heeft drie oude wilgen om zeep geholpen. Badouin komt niet meer van hem af. Ze zou het hele park aan de oever van de Spree moeten afrasteren, alle soortgenoten van tevoren moeten vangen, ze moeten laten herplaatsen, en dan nog zou ze er niet zeker van zijn dat er zich geen bevers zouden vestigen.

    Natuurlijk is de bever vervelend. Maar mensen zijn nog vervelender

    Ze troost zich met het feit dat bevers geen dammen bouwen, want het waterpeil is stabiel, en ze probeert oude bomen te beschermen door kokos- en plastic matten en draadrekken aan te brengen. Ze is verbaasd over hoe goed de dieren zijn in het overwinnen van allerlei obstakels. ‘De bever helpt ook mee het park vorm te geven, maar dan niet volgens de maatstaven van historische monumentenzorg.’

    Natuurlijk is de bever vervelend. Maar mensen zijn nog vervelender. Mensen die een pizza op het grasveld in het park bestellen en daar elke week dertien kliko’s met vuilnis achterlaten. Mensen die de bevers opjagen, nesten van de rietzanger vertrappen, wilde eenden verjagen. En er zijn de vogelaars, van wie er tientallen uit Nedersaksen zijn gekomen om een havik te observeren in het park van Schloss Charlottenburg. Maar als ze hun vele telelenzen op het nest richten, vlucht de roofvogel, voorgoed.

    Soms wil Badouin de bever afleiden door elzenstruiken langs de oevers te laten groeien, zodat hij iets te eten heeft en niet aan de beuken knaagt, maar dat zorgt voor ruzie. Veel bezoekers zeggen: ‘Ik wil geen elzenstruiken zien, ik wil de vijver met karpers zien. Die verdomde bever interesseert me niet.’

    Het moge duidelijk zijn: niet de bever is het probleem, maar de mens.

    Lees ook:

  • Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    Door droogte duikt ‘Spaanse Stonehenge’ weer op

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Studie onthult opvallende verschillen tussen hersenen van moderne mens en neanderthaler

    » Elon Musk: ‘SpaceX bespreekt iPhone-satellietdiensten voor Apple’

    Droogte maakt onder water gezette monumenten weer zichtbaar

    Als het skelet van een uitgestorven zeemonster is de Dolmen van Guadalperal opgedoken uit de bodem van het stuwmeer van Valdecañas in West-Spanje, waar door de aanhoudende droogte in Europa het waterpeil sterk is gedaald, meldt The New York Times. De overblijfselen van deze graven uit de bronstijd, bijgenaamd het Spaanse Stonehenge, zijn nu voor de vijfde keer volledig blootgelegd sinds het gebied in 1963 opzettelijk onder water werd gezet als onderdeel van een plattelandsontwikkelingsproject.

    Dolmens, ook wel hunebedden genoemd, waren graftombes met één kamer die vaak werden gebruikt voor religieuze ceremonies en nauwkeurige waarnemingen van de zon. De onlangs in Spanje opgedoken dolmen dateert uit het vierde of vijfde millennium voor Christus en is daarmee zo’n tweeduizend jaar ouder dan zijn Keltische neef op de Salisbury-vlakte in Engeland.

    Lees ook:

  • Iedere veertien dagen zwanger: het wondere seksleven van dwergzeepaardjes

    Iedere veertien dagen zwanger: het wondere seksleven van dwergzeepaardjes

    Ondanks hun geringe grootte – tussen de 14 en 27 millimeter – blijken dwergzeepaardjes in Indonesië een rijk liefdesleven te leiden. ‘Grotere soorten gaan monogame verbintenissen aan, maar hebben deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar steken?’

    Op een afgelegen rif bij het Indonesische eiland Sulawesi wedijveren minuscule mannelijke zeepaardjes met elkaar. Hun dagelijkse gevechten spelen zich af op een roze koraalsoort twaalf meter onder de oppervlakte van de oceaan en ik heb ze maandenlang in de gaten gehouden. Vaak was ik bij mijn duiksessies langs hun thuiskoraal zo geboeid door hun rituelen (en zo druk met het registreren van wat ik zag) dat ik vergat dat zo’n zeepaardje amper groter is dan een rijstkorrel. Hun formaat lijkt niet van belang als je ziet hoe dwergzeepaardjes elkaar proberen te wurgen.

    Wie nooit heeft stilgestaan bij de relaties tussen vissen – en zeepaardjes worden beschouwd als vissen – verwacht waarschijnlijk ongevoelig gedrag en een koude emotieloze blik – vooral wanneer je de omvang van die vissen in millimeters uitdrukt. In de vele maanden dat ik het paargedrag van dwergzeepaardjes observeerde, heb ik echter gemerkt dat deze beestjes ondanks hun geringe grootte een rijk, dramatisch leven leiden dat je eerder zou verwachten in een soap dan in een wetenschappelijk artikel. Ook ga je door de gecompliceerde levens van deze minieme wezens twijfelen aan het menselijke referentiekader dat we gebruiken om na te denken over familie, verwantschap en seksualiteit.

    Dwergzeepaardjes zijn nog steeds minder bekend dan hun grotere zeepaardneven en -nichten

    In 1969 stuitte een onderzoeker in het Nouméa Aquarium in Nieuw-Caledonië voor het eerst op de dwergzeepaardjessoort die bekendstaat als het zeepaardje van Bargibant. Het werd niet op de koraalriffen van het eiland aangetroffen, maar op een enorme, paarse zeewaaier, de Muricella, die voor de collectie van het aquarium was meegenomen. Toen hij van dichtbij nog eens goed naar het koraal keek, ontdekte de onderzoeker een paar zeepaardjes van 25 millimeter die zich aan de oppervlakte vastklemden. Hun kleur en oppervlaktestructuur bootsten bijna volmaakt de gesloten poliepen van het koraal na, waardoor ze niet eerder waren opgemerkt.

    Dwergzeepaardjes zijn nog steeds minder bekend dan hun grotere zeepaardneven en -nichten. Er zijn tot nu toe maar acht soorten ontdekt (zeven sinds het jaar 2000) waarbij de kleinste soort 14 millimeter meet en de grootste 27 millimeter. Rond 2005 begon ik hun sociale leven en voortplantingsgedrag te bestuderen voor mijn proefschrift – bepaalde aspecten van hun organisme brachten me op het idee dat ze misschien niet alleen qua omvang verschilden van hun neven en nichten. Dit was de eerste studie naar het specifieke organisme en het gedrag van dwergzeepaardjes – tot dan toe waren de soorten slechts benoemd –, en ze voerde me naar allerlei afgelegen plaatsen in de Koraaldriehoek. Tijdens dit veldwerk begon ik het ingewikkelde leven van deze minuscule vissen te begrijpen.

    Zeewaaiers

    Voor mijn proefschrift bestudeerde ik het dwergzeepaardje van Bargibant en nog een soort die op zeewaaiers leeft, het dwergzeepaardje van Denise, dat voor het eerst is beschreven in 2003 en kleiner en slanker is de Bargibant. Beide zijn te vinden in de wateren van de Koraaldriehoek, die een groot deel van Zuidoost-Azië omspant, en hun leefgebied strekt zich uit naar de Stille Oceaan. Al duikend op allerlei plekken ontdekte ik dat de Bargibant alleen leeft op Muricella-zeewaaiersoorten, terwijl de Denise leeft op tien verschillende soorten zeewaaiers, sommige zo groot als de voorruit van een auto. Ik ontdekte ook dat dwergzeepaardjes zich hun hele volwassen leven vastklampen aan de oppervlakte van één enkele zeewaaier.

    7175657996 2802e768ec o
    – © Wikipedia

    Deze minuscule vissen leven en vermenigvuldigen zich op de oppervlakten van hun zeewaaiers. Ik was met name geïnteresseerd in hun voortplanting. Zeepaardjes staan bekend om hun monogame relaties en de manier waarop mannetjes eitjes uitbroeden in een speciaal daarvoor bedoelde buidel aan de onderkant van hun lijf. Via dagelijkse paringsrituelen kunnen vaste koppels mannetjes en vrouwtjes hun voortplantingscycli op elkaar afstemmen. Door te communiceren via hun ingewikkelde dansjes weet een vrouwtje wanneer ze een stel eitjes gereed moet hebben om gelijk op te gaan met het mannetje, dat zijn broedbuidel in gereedheid brengt. Hij bevrucht de eitjes zodra ze zijn buidel binnenkomen, en deze eigenaardigheid in hun voortplantingscyclus heeft geleid tot een ander opmerkelijk feit: doordat de eitjes de buidel van het mannetje onbevrucht binnenkomen en hij ze pas daarna bevrucht, weet hij zeker dat alle nakomelingen van hem zijn. Dit is uiterst zeldzaam in het dierenrijk. Als gevolg daarvan hebben de mannetjes langzaam maar zeker beter leren omkijken naar de ontwikkeling van hun nageslacht dan wellicht enig ander mannetje in het dierenrijk. Dit was het gedrag dat ik verwachtte te zien, maar dan op piepkleine schaal.

    Hadden deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar staken?

    Tot de eenentwintigste eeuw waren dwergzeepaardjes nooit het onderwerp van enig specifiek onderzoek geweest en dat had verschillende redenen: hun relatief recente ontdekking, het feit dat ze extreem moeilijk in gevangenschap te houden zijn, maar ook hun uitmuntende camouflage, hun zeldzaamheid en hun geringe grootte. Het zijn moeilijk te spotten wezentjes. Gelukkig leefden de dwergzeepaardjes die ik bestudeerde in kleine, afzonderlijke groepen aan de oppervlakte van een enkele zeewaaier, dus als ik eenmaal een groep had gevonden, kon ik ze naar believen bezoeken. Ze leiden een relatief besloten leven dankzij hun extreme camouflage, die ze in staat stelt volmaakt te versmelten met hun helder gekleurde koraalbehuizingen maar ze tot een makkelijke prooi zou maken als ze naar elders verhuisden.

    Terwijl ik keek naar een groep van drie dwergzeepaardjes die een zeewaaier deelden, vroeg ik me af of er er nog meer verschillen waren tussen grotere en kleinere zeepaardjes. Ik begon na te denken over hun seksualiteit. Grotere soorten gaan vaste monogame verbintenissen aan, maar hadden deze dwergzeepaardjes soms seksuele rituelen die ingewikkelder in elkaar staken?

    Honderden duiken

    Tijdens honderden duiken in de weidse Koraaldriehoek legde ik ieder detail van het sociale leven en de voortplanting van groepen Denise-dwergzeepaardjes vast en ik bezocht bepaalde groepen weken- en in sommige gevallen maandenlang. Bij één zo’n duik, terwijl ik onder water zweefde op een afgelegen plek bij Sulawesi, ontdekte ik een hoogst intrigerend groepje dat zich vastklampte aan een felroze zeewaaier, een Annella, onder een overhangende rots. Het was een groepje van vier dat, zo ontdekte ik door enorme uitvergrotingen te maken van hun onderkant, bestond uit drie mannetjes en één vrouwtje.

    De maanden erna verdiepte ik me steeds meer in het leven van het viertal. Vol ontzag voor de taferelen die ik aanschouwd had, trakteerde ik de lokale duikers iedere dag op verhalen over mannetjes die elkaar wurgden. Met alleen hun staart om iets vast te pakken en overwicht te tonen (door elkaar te verstikken) zijn de mannetjes behoorlijk beperkt in hun mogelijkheden om hun worstelingen uit te voeren. Als ze hun staart niet gebruiken, kunnen ze ook ‘nekworstelen’ en proberen ze elkaar om te gooien, min of meer zoals giraffes doen. Ik legde mijn waarnemingen heel precies vast, waarbij ik elk individueel dier aanduidde met een cijfercombinatie, totdat een van de duikgidsen zei dat ze genoeg had van dat formele gedoe. Ze doopte ze om tot Tom, Dick, Harry en Josephine. Plotseling was iedereen begaan met hun heftige wederwaardigheden.

    Als ik nauwkeurig keek, kon ik mannetjes die hadden gebaard herkennen aan hun zwangerschapsstrepen

    De groep leende zich uitstekend om te begrijpen hoe de voortplanting bij dwergzeepaardjes in z’n werk gaat. Er waren drie mannetjes en maar één vrouwtje in de groep die ik in de gaten hield, dus wanneer er een paar werd gevormd, bleven er twee mannetjes over zonder partner. Het viel niet mee deze paringen goed te bekijken: onderwaterclose-ups bleken hiervoor van essentieel belang. Het lukte me om foto’s te maken van Josephine terwijl haar lichaam zich vulde met eitjes en ook van haar verminderde omvang na de overheveling van haar vrachtje aan een van de mannetjes. Al zijn ze nog geen 2 centimeter, ze zwellen op als ballonnetjes terwijl binnenin een flink stel kleintjes groeit. Als ik nauwkeurig keek, kon ik mannetjes die hadden gebaard herkennen aan hun zwangerschapsstrepen.

    48797294206 8da883face o
    – © Wikipedia

    Naarmate de weken verstreken merkte ik dat Josephine om de zeven dagen een stel eitjes produceerde. Dit kwam overeen met wat ik zag bij de twee grootste mannetjes, Tom en Dick, die iedere veertien dagen om de beurt zwanger werden. Als een van de mannetjes had gebaard, werd hij onmiddellijk weer zwanger en halverwege deze veertiendaagse zwangerschap baarde het andere mannetje en werd op zijn beurt weer zwanger. Kennelijk was Josephine door haar leven in zo’n kleine groep in zo’n vruchtbare biotoop in staat meer eitjes te produceren dan haar grotere neven en nichten. Op de zeewaaier voltrokken paringsrituelen en -dansen zich groepsgewijs en dankzij deze gedragingen kon Josephine haar cycli synchroniseren met die van twee mannetjes. Het derde mannetje, Harry, werd nooit zwanger. Hij was maar 1,4 centimeter lang – veel kleiner dan de andere twee. Misschien leerde hij zo de kneepjes van het vak en wachtte hij gewoon af tot een van de anderen het loodje legde en er een plek voor hem vrijkwam.

    Collectieve minachting

    Mijn tijd met Tom, Dick, Harry en Josephine en tientallen andere wezentjes heeft mijn kijk op het leven diep beïnvloed en mijn ideeën over schaal (en seksualiteit) doen kantelen. We zijn geneigd tot collectieve minachting voor sommige van de allerkleinste wezens op aarde. Ze worden vaak aangeduid als ongedierte en hun leven wordt als minder waardevol beschouwd dan dat van grotere, charismatischere soorten. Maar er is leven ver buiten onze menselijke kaders en zintuiglijke vermogens. Koraalriffen zitten vol met zulke kleine, goed gecamoufleerde wezens. Niet alleen zijn er grote aantallen van deze minisoorten die nog moeten worden ontdekt, maar vermoedelijk kan elk ervan bogen op z’n eigen fascinerende verhalen en gedragingen. In onze haast om soorten te bestuderen die onze aandacht en zorg verdienen, vergeten we vaak de exemplaren aan de rand van onze zintuigelijke horizon.

    De tijd dat ik van dichtbij de paringsrituelen en het seksleven van zeepaardjes filmde, heeft me doen inzien hoe moeilijk en hoe noodzakelijk het is om ons ook in te leven in de kleinere bewoners van onze planeet. Op ditzelfde moment zijn minuscule mannelijke zeepaardjes, amper groter dan een rijstkorrel, op een felroze koraalrif in een verre uithoek van de Stille Oceaan, bezig elkaar te wurgen in de strijd om zwanger te worden.

  • In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    In Katwijk beschermen opstijgende luchtbellen het strand tegen plastic afval

    Bij de monding van de Oude Rijn experimenteert The Great Bubble Barrier met de zogenaamde ‘bellenbarrière’; een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen moet plastic afval naar één kant duwen zodat het kan worden ingezameld. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd.’

    Vijf jaar geleden rees bij Claar-els van Delft het vermoeden dat veel plastic afval op het strand van Katwijk niet was achtergelaten door bezoekers, noch uit de zee kwam, maar uit de monding van een nabijgelegen rivier.

    ‘Bij het opruimen van zwerfvuil zagen we bij de riviermonding allerlei stukjes plastic die uit zoet water kwamen,’ zegt ze. ‘Tamponhulzen, borstelharen, maar ook verpakkingen van chips en dranken, van alles.’

    En jawel, toen vrijwilligers een olievat met rivierwater uit de Oude Rijn doorziftten, ontwaarden ze tussen het kroos kleine plastic deeltjes. ‘We schrokken van alle vervuiling die we zagen,’ zegt Van Delft, medeoprichter van de plaatselijke liefdadigheidsinstelling Coast Busters.

    Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd

    Fast forward naar juli 2022: Katwijk is ’s werelds eerste plek waar een ‘bellenbarrière’ in een rivier wordt geïnstalleerd – een experiment waarbij een 120 meter lange vloed van opstijgende luchtbellen, tezamen met de stroming, plastic afval naar één kant duwt, zodat het kan worden ingezameld.

    The Great Bubble Barrier 1.2.3
    De Great Bubble Barrier aan het werk in Amsterdam. © The Great Bubble Barrier

    ‘We leggen een geperforeerde buis schuin op de bodem van de waterweg en pompen daar perslucht doorheen: de opstijgende luchtbellen veroorzaken een opwaartse stroom die plastic uit de waterkolom naar de oppervlakte tilt, waarna het aan de oppervlakte – met behulp van de stroming – allemaal naar één kant wordt geduwd,’ legt Philip Ehrhorn uit, hoofd technologie bij de Nederlandse startup The Great Bubble Barrier. ‘Hier zorgt het gemaal voor de doorstroom. Ook de wind kan afval in het opvangsysteem dwingen.’

    Het bedrijf, dat wordt gerund door een team van enthousiaste zeilers, surfers en andere waterliefhebbers, won in 2018 een zogeheten internationale Postcode Lottery Green Challenge en startte het jaar daarop zijn eerste permanente proefproject in een gracht in Amsterdam. Dat pakte zo veelbelovend uit dat het waterschap Rijnland, twaalf gemeenten en de regio’s Holland Rijnland en Zuid-Holland – samen met Coast Busters en lokale fondsenwervers – besloten om 470.000 euro te investeren in de bouw van een rivierbellenbarrière.

    Oude Rijn

    Jacco Knape, locoburgemeester van de gemeente Katwijk, vertelt hoe hij met eigen ogen zag hoe groot de plaatselijke plasticproblematiek is tijdens een strandafvalopruimingsactie waarvoor hij was uitgenodigd. ‘Plasticvervuiling is wereldwijd een groeiend probleem,’ zegt hij. ‘Ze treft zowel leefgemeenschappen als het milieu. Katwijk is helaas geen uitzondering. We zien plasticvervuiling door strandbezoekers die wikkels en ander plastic achterlaten, maar we zijn ook het laatste station voordat al het met de Oude Rijn meegenomen plastic in zee vloeit. Met dit bellenscherm kunnen we die plastic invasie een halt toeroepen.’

    Bubble Barrier Amsterdam in Westerdok Credits The Great Bubble Barrier.JPG
    Zo zal de grote bellenblaasmachine eruitzien van bovenaf. – © The Great Bubble Barrier

    Bas Knapp, bestuurslid bij Waterschap Rijnland, denkt dat de bellenbarrière de trek van vissen niet zal hinderen en investeert 42.000 euro per jaar om de vinding te laten draaien. ‘We hebben een test gedaan waaruit bleek dat in het gemaal slechts een op de 233 stukjes plastic groter dan 1 millimeter uit het water wordt gefilterd,’ zegt hij. ‘Met het bellenscherm verwachten we dat tussen de 86 en 90 procent van het plastic wordt verwijderd. Het was enorm veelbelovend. Dit is een van onze grootste riviermondingen en een heel goede plek om door middel van zo’n proef te proberen het plastic dat naar zee gaat, terug te dringen.’

    ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam’

    Anne Marieke Eveleens, medeoprichter van The Great Bubble Barrier, houdt zich bezig met uitbreiding van de techniek. Mogelijk komt er een barrière in een estuarium in Portugal. Ook zijn er plannen voor een project in Zuidoost-Azië. ‘Er is ons ook gevraagd om iets te doen voor een grote internationale haven als Rotterdam – daar is het 20 meter diep, maar dat is nu nog niet te realiseren,’ erkent ze. ‘Ook de aanwezigheid van veel schepen en het meerdere keren per jaar baggeren maken het lastig.’

    Hoe het ook zij, velen denken dat deze techniek voor specifieke scenario’s zeer veelbelovend is. Frans Buschman, onderzoeker milieuhydrodynamica van het onafhankelijke instituut Deltares, heeft de barrière in Amsterdam getest met zo’n duizend gemarkeerde mandarijnen. ‘We hebben ze op diverse punten geloosd en geteld hoeveel er werden gevangen,’ zegt hij. ‘Aan de zijde van het opvangsysteem was dat tot negentig procent; aan de andere zijde was het percentage soms aanzienlijk lager, waarschijnlijk omdat daar een plek is waar de bubbelintensiteit niet zo hoog is. Daar glipten nogal wat mandarijnen ertussendoor.’

    Plastic sorting 13
    Plastic afval uit de rivier wordt gesorteerd als onderdeel van het onderzoek  – © The Great Bubble Barrier

    Hij voegt eraan toe dat objecten die op het water blijven drijven door de wind over de bellenbarrière kunnen worden geblazen, waardoor deze minder effectief is. Toch gaat het volgens hem om een ‘veelbelovende techniek met groot potentieel’.

    Portfolio van oplossingen

    Enkele onderzoekers wijzen er echter op dat rivierplastic niet altijd in zee terechtkomt maar wel schade toebrengt aan ecosystemen en de leefomgeving van de mens. Tim van Emmerik, universitair docent bij de groep hydrologie en kwantitatief waterbeheer van Wageningen University, zegt dat niet elk riviersysteem hetzelfde is. ‘Rivieren wereldwijd kunnen sterk variëren: van smalle grachten in Amsterdam en Leiden tot grote delta’s zoals de Mekong. Dit betekent dat één enkele technische oplossing, zoals de bellenbarrière, zeker niet overal is toe te passen. Er zal altijd behoefte blijven bestaan aan een ‘portfolio’ van oplossingen. Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik, waar ook ter wereld.’

    ‘Het effectiefst is natuurlijk minder plasticgebruik’

    In Katwijk zijn er plannen om een ​​bezoekers- en educatiecentrum te bouwen naast de bellenbarrière, met precies die boodschap. De hoop is voelbaar wanneer onder de zomerzon een stroom van zachte bubbels door het rivieroppervlak breekt, een beetje als een jacuzzi. ‘We keken er enorm naar uit,’ zegt Van Delft, heel serieus, ‘om in zwemkleding naar de opening te komen!’

    Lees ook:

  • Waarom stadstuinen een oplossing zijn voor corruptie en honger in Zuid-Afrika

    Waarom stadstuinen een oplossing zijn voor corruptie en honger in Zuid-Afrika

    Het verbouwen van voedsel in de stad kan een middel zijn om honger tegen te gaan, de voedselaanvoerketen te verkorten en tot dan toe verdeelde gemeenschappen dichter bij elkaar te brengen. ‘Als we voedsel met elkaar delen, zullen de Van Tonders gaan praten met de Ngobeni’s.’

    Door middel van stedelijke landbouw kunnen mensen hun intense teleurstelling in de regering opvangen en meer zelfvoorzienend worden, zeggen stadstuinders en wetenschappers. En nu de kosten voor levensonderhoud in Zuid-Afrika de pan uit rijzen en ook de werkloosheidscijfers tot grote hoogte stijgen, moeten de stadsbewoners zo snel mogelijk aan de slag om de dichtstbijzijnde stoep in een moestuin te veranderen.

    Als het voedsel eenmaal is geoogst, is de volgende stap om het uit te delen, en dan zullen als vanzelf de apartheid en de op klassenverschillen gebaseerde ruimtelijke segregatie verdwijnen, zegt Djo BaNkuna, een stoeptuinder uit Pretoria. In zijn achtertuin en op de stoep voor zijn huis verbouwt hij bananen, kruiden, avocado’s, spinazie, biet, zoete aardappel en uien. Hij en zijn vrouw, een maatschappelijk werkster, delen alles vervolgens uit in Soshanguve en omstreken, aan gezinnen met een kind aan het hoofd of gezinnen waarvan de ouders geen werk hebben.

    ‘Velen van ons hebben geen idee van de honger die er heerst. De tranen springen in mijn ogen als ik een kind van vijf zie dat al twee dagen niet heeft gegeten, hier in Soshanguve, niet ver van het winkelcentrum. Er zijn gezinnen met een meisje van dertien aan het hoofd, en dat meisje heeft dan de zorg voor vijf andere kinderen, die overdag naar het winkelcentrum gaan om te kijken of er nog wat restjes eten bij elkaar geschraapt kunnen worden. Ons land staat er heel slecht voor,’ zegt BaNkuna.

    BaNkuna kwam in november in de publiciteit toen de politie hem beval de groente uit te trekken die hij op de stoep voor zijn huis had geplant, en in plaats daarvan bloemen of gras te planten. Daarnaast moest hij een boete betalen van vijfhonderd rand [zo’n dertig euro]. Toen BaNkuna beide weigerde, moest hij voor de rechter verschijnen. De rechter trok de zaak tegen hem in.

    ‘Ik ben groot voorstander van tuintjes, maar onze overheid is niet bepaald vooruitstrevend op dat gebied. Het evangelie van de grote winkelketens zit er zo in geramd dat mensen niet langer op zichzelf en de natuur durven te vertrouwen, terwijl we geschikte grond hebben die ons in voedsel kan voorzien,’ zegt hij.

    Ui, kool en aardappel

    ‘Als je eenmaal een ui en kool hebt, heb je verder alleen nog maar gekookt maismeel nodig. En vervolgens kom je tot de ontdekking dat je geen maismeel nodig hebt, maar een aardappel die je ook zelf hebt geplant. Die drie dingen samen vormen een maaltijd. In Soshanguve word ik vaak vreemd aangekeken als ik zeg dat ik de kool heb verbouwd in mijn eigen stoeptuin. Voor velen van ons komt voedsel uit het winkelcentrum.

    Melissa Britz is een van de oprichters van Oppieyaart (In de tuin), een achtertuin vol medicinale kruiden, met de nadruk op inheemse planten. Samen met haar partner Lucelle Campbell heeft ze alles aangeplant in hun achtertuin in Elsies River, op de Kaapse Vlakte.

    ANP 427929419
    – Oogsten op een stadsboerderij in Banda Atjeh, Indonesië. Meer mensen in Indonesië hebben hun toevlucht genomen tot stadslandbouw omdat de aanhoudende Covid-19-pandemie hen dwong thuis te blijven. © Sepa / Hotli Simanjuntak

    Het project heeft zich nog niet uitgebreid naar de stoep, maar ze maken en distribueren wel compost om andere stadstuinders te helpen en om de vruchtbaarheid van de zanderige grond te verhogen in dit gebied, dat zich van nature niet echt leent voor het verbouwen van groente. In de achtertuin liggen enorme hopen compost, bestaande uit bladeren, gebruikte zakjes rooibosthee, gemaaid gras en groenteafval van de buren. Alles wat het Oppiyaart-team niet composteert, wordt gebruikt om mulch te maken. Zowel compost als mulch wordt gratis uitgedeeld.

    ‘Een van de belangrijkste dingen voor mensen die net beginnen, is de aarde beschermen tegen de zon, want er zit leven in de aarde: organismen, wormen, bacteriën en schimmels, die allemaal gevoelig zijn voor licht en de warmte van de zon. Het makkelijkste is om mulch te maken van wat er ook maar voorhanden is in het gebied waar je woont,’ zegt Britz.

    Zanderige grond houdt geen water vast en door de klimaatverandering en het veranderde patroon van regenval, moeten stadstuinders zorgen dat de grond meer water kan vasthouden, zegt ze.

    ‘Ze hebben geen dure irrigatiesystemen nodig met watertanks en leidingen’

    Britz heeft net gember geoogst die acht maanden heeft gegroeid. Ze pakt een handvol van de donkerbruine, vochtige aarde waar de gember in heeft gestaan – het resultaat van haar inspanningen om de aarde te verrijken, van zanderig naar meer leemachtig. Ze voedt de aarde ook met wormenmest. ‘Een wormenfarm hoeft niet duur te zijn. We hebben een oude badkuip vol wormen, en zo komen er weer voedingsstoffen in de aarde.’

    Voor beide projecten wordt regenwater opgevangen in bakken, lege vaten en emmers die ze op de hoeken van het huis zetten, waar het water uit de goten loopt. Ze hebben geen dure irrigatiesystemen nodig met watertanks en leidingen, zeggen ze.

    Robert Wolfe, die ook in het Oppieyaart-team zit, giet het regenwater vervolgens in lege frisdrankflessen, die hij opslaat om de tuinen in de droge maanden van water te kunnen voorzien. ‘We hadden bijna een hele kamer vol tweeliterflessen,’ zegt Britz.

    BaNkuna’s huis heeft geen dakgoten, maar als het hard regent verzamelt hij zo’n duizend liter water per nacht door domweg emmers bij de hoeken van zijn huis te zetten.

    Vers en organisch

    Het is van groot belang dat zo veel mogelijk mensen een tuintje bij hun huis aanleggen, aldus Munyaradzi Chitakira, een expert op het gebied van klimaatbestendige middelen van bestaan in rurale en stedelijke omgevingen, en verbonden aan Unisa (Universiteit van Suid-Afrika). ‘De voedselprijzen blijven maar stijgen en er is steeds meer werkloosheid. Het is heel belangrijk dat mensen nadenken over manieren om hun gezin van voedsel te voorzien. Vers en organisch voedsel is van groot belang, ook omdat je er zelf controle over kunt uitoefenen.’

    annie spratt GaLzDCnA5EI unsplash
    – Eten verbouwen op de stoep of in de achtertuin is voor velen een manier om zelfvoorzienend te worden. © Unsplash

    ‘Als je geen land hebt, gebruik dan emmers en blikken of iets anders waarin je iets kunt verbouwen, zodat je niet alles hoeft te kopen,’ zegt Chitakira. Hij voegt eraan toe dat gemeentebesturen zouden moeten zorgen voor stukjes grond en voor bewakers, zodat er buurttuinen kunnen worden aangelegd.

    Lokale buurttuintjes zijn van cruciaal belang om te komen tot kortere distributieketens

    Veel kleine moestuintjes vormen een integraal deel van klimaatbestendige stedelijke landbouw. Ze vormen een buffer tegen klimaatschokken omdat ze voedselzekerheid bieden aan gezinnen die lijden onder de gevolgen van de klimaatverandering. De gewassen zelf zorgen voor een vermindering van broeikasgassen, een effect dat nog eens wordt versterkt doordat er minder groente van commerciële boeren in vrachtwagens door het land vervoerd hoeft te worden.

    Ook Juanee Cilliers, een specialist stedelijke landbouw, denkt dat lokale buurttuintjes van cruciaal belang zijn om te komen tot kortere distributieketens en duurzamere vormen van landbouw.

    Uit onderzoek is al gebleken dat bestaande moestuintjes een waardevolle rol spelen in de economische en sociale ontwikkeling van bepaalde gemeenschappen. ‘Het potentieel van deze innovatieve markten is nog niet onderzocht, maar ze zouden een katalysator kunnen blijken voor stedelijke gemeenschappen in Zuid-Afrika, en ze zouden kansen kunnen bieden op het gebied van voedselzekerheid, werkgelegenheid, empowerment en ondernemingszin,’ aldus Cilliers.

    Gezamenlijke inspanning

    BaNkuna heeft onderzocht hoe de stijgende werkloosheidscijfers hebben geleid tot hongersnood, zelfs in dorpen in de buurt van Tzaneen in Limpopo – een vruchtbare streek met veel regen – waar de inwoners van oudsher hun eigen gewassen verbouwen en zelfredzaam zijn. ‘Ik kwam tot de ontdekking dat zelfs daar dorpskeukens moeten worden geïnstalleerd, omdat er honger heerst. Als je maismeel met zout moet eten, is dat niet fijn. Sterker nog, het is erg pijnlijk,’ zegt hij.

    Hoewel een groot deel van de bevolking kampt met extreme honger, collectief geschokt is door de ongekende corruptie die welig tiert binnen de overheid, en de gevolgen ondervindt van de klimaatverandering en de noodlottige modderstromen, zegt BaNkuna dat ze nooit de hoop mogen opgeven dat ze het land weer gezond kunnen maken door gezamenlijke inspanning – om te beginnen moet er een einde worden gemaakt aan het achterhouden van voedsel.

    ‘We moeten zorgen dat mensen weer teruggaan naar de natuur, naar zelfredzaamheid’

    ‘Het is nergens voor nodig om voedsel achter te houden. Het is een eerste levensbehoefte, net als zuurstof. Als we voedsel met elkaar delen, zullen de Van Tonders gaan praten met de Ngobeni’s en de Ngobeni’s zullen weer gaan praten met de Mahmoods. Zo zullen we de kloof overbruggen die is geslagen door ruimtelijke segregatie,’ zegt hij.

    Momenteel interviewt BaNkuna andere stoeptuinders voor een boek. Onlangs heeft hij een vrouw ontmoet die honderd meter stoep heeft bebouwd. De oogst zal genoeg zijn voor honderd gezinnen.

    ‘We moeten echt zorgen dat mensen weer teruggaan naar de natuur, naar zelfredzaamheid. Ja, natuurlijk kun je zeep kopen in de supermarkt. Dat is normaal. Maar er is geen enkele reden om een ui of een zoete aardappel te kopen,’ besluit hij.

  • Hoe volkstuiniers de natuur kunnen redden (en ons nader tot elkaar kunnen brengen)

    Hoe volkstuiniers de natuur kunnen redden (en ons nader tot elkaar kunnen brengen)

    Er is al heel lang een beweging gaande die veel verder reikt dan de volkstuin alleen. Tuiniers zetten in op een nieuwe ‘Internationale’ met lokale wortels. Het aanplanten van groente en fruit is niet alleen duurzaam, het kan ook de gemeenschapszin bevorderen.

    In het uiterste noorden van Duitsland leidt midden in het stadscentrum van Kappeln an der Schlei een klein straatje naar een eerder grijze dan groene idylle. Een kille stilte hangt over verlepte hortensiastruiken en kale fruitbomen, over afgeoogste tuinbedden en leeggehaalde kassen. Alles wacht hier op het voorjaar, als het eindelijk weer kiemt, geurt en zoemt. Alles wacht op het moment dat hier weer gewerkt kan worden aan een betere toekomst.

    Een betere toekomst? Het idee dat tuinders een avant-garde zouden kunnen zijn en hun voorjaarsplannen relevant voor het landelijk beleid, lijkt op zo’n braaf volkstuincomplex op het eerste oog nogal vergezocht. Maar over volkstuintjes kan ook groot worden gedacht. Zo kan het samen bezig zijn sociale verdeeldheid tegengaan. Je leert er niet alleen met anderen tot democratische besluitvorming komen maar je leert ook de natuur kennen en de gevaren die haar bedreigen. Insecten en vogels vinden er hun leefgebied, bomen gaan met hun microklimatologische koeling de dreigende opwarming van de aarde tegen. En je kunt zelfs nog groter denken: de beheerders van kleine en ook grotere tuinen kunnen met zaaigoed en nieuwe inzichten bijdragen aan een duurzame landbouw. Zelfs bij de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) spreken experts al van een nieuwe, door tuinders geïnspireerde landbouwrevolutie.

    Spitten voor utopia: al heel lang is er een beweging gaande die veel verder reikt dan de volkstuin alleen. Iedereen die weleens in hobby-, school- en kasteeltuinen komt, die met landbouwwetenschappers, historici, beheerders van stadsparken, directeuren van milieuorganisaties, boeren, pedagogen en ontwikkelingsexperts praat, weet het. Zij zetten in op een nieuwe ‘Internationale’ met lokale wortels: tuinders aller landen, verenigt u!

    De omheinde tuinkabouterparadijzen werden decennialang door de rest van de samenleving enigszins meewarig bekeken

    Op het complex in Kappeln weten ze al heel lang dat het aanplanten van groente en fruit de gemeenschapszin kan bevorderen. Het volkstuincomplex was 207 jaar geleden wat we tegenwoordig een sociale innovatie zouden noemen. De dominee van het stadje stelde toen aan enkele verpauperde gezinnen een stuk grond ter beschikking op het terrein van de kerk, vertelt verenigingsvoorzitter Frank Unterspann. Omdat dat stuk collectief beheerd en de pacht gezamenlijk opgebracht diende te worden, sommeerde de dominee de toekomstige gebruikers om woordvoerders te kiezen en stelde hij een overeenkomstig contract op. Duitslands oudste moestuinvereniging was een feit, en daarmee een waarborg tegen al te grote nood.

    Inmiddels kent Duitsland 13.500 van zulke verenigingen, met in totaal bijna 900.000 leden. Tegenwoordig streven die niet meer naar voedselzekerheid, maar ‘zoekt iedereen er zijn eigen kleine beetje rust’, zoals Frank Unterspann dat noemt. Dansen in de meimaand, grillen en barbecueën: vanwege zulk soort rituelen werden de omheinde tuinkabouterparadijzen decennialang door de rest van de samenleving enigszins meewarig bekeken.

    Verandering

    Maar dat er iets aan het veranderen is valt ook te lezen in de welig tierende, rijk geïllustreerde tuinliteratuur. Steeds vaker houden de schrijvers daarvan zich bezig met een ‘humusrevolutie’ of met ‘klimaatbeschermingsbedden’ die ‘toekomstbestendig’ moeten zijn. Naast strakke coniferen moeten er volop permaculturen, compost en terra preta te vinden zijn. In verenigingskantines wordt fel gediscussieerd over de vraag of chemische bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan en geven de mensen elkaar tips over hoe het in de praktijk ook zonder kan. Ook in Kappeln hebben leden van het eerste uur geen Nackensteak en Rostbratwurst meer op hun grill liggen maar paprika en halloumi, en leveren ze met zakjes zaad, schoffel en gieter een bijdrage aan de oplossing van grote wereldproblemen.

    Dat die wereldwijde problemen ook gevolgen hebben voor de tuinen, horen we van Sven Hannemann. Hij is parkbeheerder bij slot Sanssouci in Potsdam. In de hete zomers die ons te wachten staan moeten we onze bloemperken misschien wel laten verpieteren, zegt hij, anders zal er niet voldoende water zijn om alle bomen naar behoefte te beregenen. Daarvoor werden ook oude tappunten weer uitgegraven.

    Honderden bomen hebben in de voorbije drie droge jaren schade opgelopen. Sven Hannemann houdt stil bij een eik die wortel schoot ten tijde van de Dertigjarige Oorlog. Hij schrikt bij de aanblik van de diepe groeven die een schadelijk insect in de schors heeft gemaakt: ‘Als het niet zo droog was geweest, zou de boom zich hebben kunnen verdedigen,’ zegt de parkbeheerder bezorgd. ‘Nu zal hij waarschijnlijk niet lang meer te leven hebben.’

    Hoelang kunnen zij in historische parken die zeldzame oude bomen behouden?

    Wandelend door de lanen en velden van zijn slotpark wijst Hannemann nu eens links op rode beuken met te lichte kronen, dan weer rechts op sparren met bruine takken, en vóór zich op boomgroepen waarin bepaalde exemplaren gekortwiekt moeten worden. Zulke decimeringen slaan harde wonden in de door tuinarchitecten als Peter Joseph Lenné zo weloverwogen vormgegeven landschappen en zichtassen.

    Daarom maken de tuinarchitecten van het Fürstlich Greizer-park en het Slotpark Nymphenburg zich al net zoveel zorgen als hun collega’s in Potsdam. Hoelang kunnen zij hun taak om de monumentale tuinarchitectuur voor het nageslacht te bewaren nog waarmaken; parken die de uiteenlopende machtsconcepten en natuurfilosofieën van afgelopen eeuwen vertegenwoordigen? Hoelang kunnen zij in historische parken die zeldzame oude bomen behouden, waaronder in februari de winterakonieten en in het voorjaar de lelietjes-van-dalen ontspruiten; de loofrijke velden, sloten, kunstmatige meren en met riet begroeide oeverzones, waar duizenden uit kaalgeslagen landbouwgrond verdreven organismen beschutting vinden?

    Ook om die reden zijn de historische tuinen uitgegroeid tot een proeftuin voor klimaataanpassing en soortenbescherming. Zo trekt in het EU-onderzoeksproject I-React (Bescherming cultuurgoederen tegen extreme weersomstandigheden en vergroting van hun weerbaarheid) de Stichting Pruisische Paleizen en Tuinen Berlin-Brandenburg samen op met verschillende Fraunhofer-Instituten en het Climate Service Center in Geesthacht. Geodata en weersimulaties moeten uitwijzen welk risico op schade bomen de komende jaren lopen als gevolg van dreigende stortregens en stormen.

    ‘Wie als kind in aanraking komt met de natuur is eerder geneigd die als volwassene te beschermen’

    De Potsdammers zetten nu boomkwekerijen op waar klimaatbestendiger inheemse soorten worden getest. Of ze gaan doelbewuster om met groenafval. Sven Hannemann houdt stil bij een groep jonge bomen die dreigde te verdrogen en daarom verplant werd naar een natter stuk in het park. Ze staan nu in een dikke laag compost: ‘Zo stimuleren we plant-schimmelsymbiosen en bouwen we bewuster nieuwe humus op.’

    Over hun problemen hebben de parkbeheerders niet alleen contact met wetenschappers maar ook met veel volkstuinders die nog oude soorten kweken en met bodembiologie experimenteren. Of profiteren zij van de ecosysteemkennis bij herders. Hun kuddes zien we nu vaker met zachte, groeibevorderende tred over de ooit vorstelijke weiden trekken. Vrijwilligers bij het onderbemande parkbeheer verzamelen takken die na een storm overal op de gazons liggen. Zij maken net zo goed deel uit van de nieuwe tuinbeweging – en sinds kort zelfs schoolkinderen.

    Vlak naast de Koninklijke Hofkwekerij van Sanssouci ligt een groot gezamenlijk moestuinbed. De groep die het heeft aangelegd noemt zich simpelweg Acker (akker). Het idee komt van landbouwwetenschapper Christoph Schmitz. Hij zag in hoe belangrijk en hoe miskend de tuin is als plek om te leren. In GemüseAckerdemien (groente-‘akkerdemieën’) zoals hier in Potsdam of in Indoor-Gemüseklassen (indoorgroentelessen), waarbij de gewassen in de school zelf ontspruiten, brengen zogeheten AckerCoaches onderwijzers en leerlingen bij hoe ze snijbiet en spinazie, Chinese kool en koolrabi, citroenmelisse en salie kunnen kweken. Landelijk adviseren ze bijna vijfhonderd scholen en kinderdagverblijven. Dankzij deze impuls zijn er veel nieuwe schooltuinen aangelegd. Ze bieden hoop op een generatie voor wie duurzaamheid een vanzelfsprekendheid is. ‘Wie als kind in aanraking komt met de natuur is eerder geneigd die als volwassene te beschermen,’ zegt Christoph Schmitz vol overtuiging.

    ‘Guerrilla gardeners’

    Want als stadskinderen kennismaken met tuinieren, groeien naast nieuwsgierigheid, doorzettingsvermogen en zelfbewustzijn ook andere deugden voor een tijd van schaarse hulpbronnen: kennis van planten- en diersoorten, van bodemleven en gezonde voeding. Plezier in experimenteren. Waardering voor voedsel. Respect voor de onomstotelijke wetten en grenzen van de natuur, voor dood en ontkiemend leven, voor kringlopen. En voor langetermijndenken: ‘Ik kan het u allemaal aanraden: word tuinder,’ schreef de Amerikaanse zaadgoedkweker en minister van Landbouw Henry A. Wallace in de jaren dertig. ‘Dan zult u nooit sterven want u moet wel blijven leven om te zien wat er komend jaar gebeurt.’

    Zeker sinds de ontsteltenis over het verdwijnen van de bij leggen ook steeds meer volwassen stedelingen een tuinbed aan; en dat niet alleen op hun balkon of in hun voortuin. Ze gebruiken groenstroken of een braakliggend terrein in de stad. Een van de allereersten waren de revolutionaire guerrilla gardeners. Zij dropten zaadbommen, waaruit tussen het grijs van de stad kleurige bloeimengsels ontsproten. Zonder daarvoor toestemming te hebben plantten ze gewoon groenten, bloemen en struiken aan op elke plek langs de straat waar het asfalt ook maar verwijderd kon worden. Hoeveel gezamenlijke, huur-, wijk- en andere tuinen zijn er sindsdien als moderne volkstuinvarianten in stadswijken ontstaan? ‘Tot nu toe is dat niet precies vastgelegd,’ zegt Verena Exner van de Duitse Federale Milieustichting (DBU). ‘Maar we zien een duidelijk groeiende belangstelling.’

    De DBU zal het weten, ze heeft de tuinbeweging die volgens Exner ‘tal van facetten’ heeft, de wind in de rug gegeven. Naast een project met historische tuinen promoot zij overal in het land ook andere modellen zoals initiatieven voor het beplanten van daken en gevels, experimenten met ‘microlandbouw’ in een stedelijke omgeving of hulp aan kleine ondernemers om de biodiversiteit van hun groen te vergroten.

    Tuinieren biedt ook de mogelijkheid om mensen ‘dwars door alle culturen, leeftijdsgroepen en lagen heen’ met elkaar in gesprek te brengen

    Stadstuinders willen vooral buiten bezig zijn en gezond eten. Maar van het Tempelhofer Feld in Berlijn tot aan de Osnabrücker ‘vredestuinen’, van de Keulse Veedelsgarten tot aan het Münchense o’pflanzt is! biedt tuinieren ook de mogelijkheid om mensen ‘dwars door alle culturen, leeftijdsgroepen en lagen heen’ met elkaar in gesprek te brengen, zegt Exner. Daarbij gaat het er niet altijd zonder spanningen aan toe, maar in ieder geval ontstaat er over de notoire bubbels heen een publieke ruimte.

    ‘Crises maken de sociale verbeelding los,’ schrijft publicist Mathias Greffrath in een essay over utopieën. Tuinprojecten onder de paraplu van ‘voedseltafels’ zijn zodoende ook in contact gekomen met andere groepen. Zo’n vijfenveertig van zulke initiatieven willen al een ‘eetbare stad’ creëren of een ‘klimaatvriendelijk en sociaal rechtvaardig voedselsysteem’ opzetten.

    Iets soortgelijks gebeurt ook elders in de wereld. In New York of Lagos moet urban gardening ervoor zorgen dat arme mensen gezond te eten krijgen, net als twee eeuwen terug in Kappeln. In het Indiase Kerala willen politici daktuinen omdat veel burgers bang zijn voor giftige pesticiden uit de grootschalige groenteteelt. Hier komen we op een terrein waar de tuinbeweging misschien wel haar grootste effect sorteert: de landbouw. Op veel plaatsen baant een paradigmawisseling zich al een weg.

    Verzilte, uitdrogende, eroderende grond en overbemest oppervlaktewater, het verdwijnen van soorten en variëteiten, een gigantisch energieverbruik, hoge CO2– en methaanemissies: wereldwijd zijn de verwoestende langetermijngevolgen van de inzet van landbouwchemicaliën in monoculturen en de verergering van die problemen als gevolg van klimaatverandering duidelijk zichtbaar. In de strijd tegen deze bedreiging van ons bestaan kan het diversiteitsprincipe van de tuin belangrijke impulsen geven ‘om de planeet voor mensen bewoonbaar te houden’, schrijft Jürgen Renn.

    In het nieuwe mensentijdperk zouden tuinen zich ontwikkelen tot ‘plekken van compensatie voor de uitbuiting van de natuur’

    Deze wetenschapshistoricus zet momenteel een Max Planck Instituut voor Geo-Antropologie op poten om het antropoceen te bestuderen; het tijdperk waarin de mens als dominant levend wezen macht uitoefent over elke vierkante millimeter grond. In het fossiele tijdperk waren tuinen nog ‘hulpbron, toevlucht en plek van een tegencultuur’ tegenover het gejaagde bestaan van alledag, zegt Renn. Overdag verrichtten mensen vervreemd hun arbeid, ’s avonds spitten zij om tot rust te komen. In het nieuwe mensentijdperk zouden tuinen zich ontwikkelen tot ‘plekken van compensatie voor de uitbuiting van de natuur’. Plekken dus die kunnen bijdragen aan herstel van bodem, water en lucht – en dat niet alleen in de volkstuin, maar ook op landbouwgrond. De wetenschapper hoopt op een omwenteling, zoals de neolithische revolutie die voor de landbouw heeft gebracht.

    Een herculestaak! Maar veel bedrijven experimenteren hier al mee. Ze verbouwen minder graan- en marktgewassen en vervangen deze door allerlei soorten peulvruchten en groenten, fruit- en notenbomen, bessen of andere struiken. Hoe geraffineerder de samenstelling van zo’n agro-ecologisch gemengd fruit- en boslandbouwsysteem, hoe beter ter plekke specifieke planten elkaar van schaduw en water kunnen voorzien, elkaar op natuurlijke wijze bemesten en beschermen tegen schadelijke insecten. De diversiteit in akkerbouw zorgt vervolgens ook nog voor diversiteit aan organismen op en in de grond.

    Zulk afzien van landbouwchemicaliën is arbeidsintensiever dan de conventionele landbouw, de technologieën ervoor moeten eerst nog worden ontwikkeld en tot nog toe betaalt alle moeite zich nauwelijks uit. Europese boeren die grote oppervlakten intensief bewerken, zouden een begin kunnen maken door in plaats van drie afwisselend zes of acht verschillende producten te telen. Ook kunnen zij bomenrijen op hun akkers planten. In de rendabeler groente- en fruitteelt kunnen tomaten en basilicum al op hetzelfde veld groeien, wijnranken kunnen zich rond appelbomen slingeren en bonen om maïsstengels, die het goed doen naast aardappelen.

    Voor armere landen, waar de meeste boeren van één of twee hectare voornamelijk hun eigen gezin voeden en slechts een deel van hun producten lokaal op de markt brengen, zijn complexere diversiteitssystemen daarentegen nu al kansrijk.

    Andhra Pradesh

    Zo wil Andhra Pradesh, een van de grootste deelstaten van India, stap voor stap voor alle boeren soortenrijke akkers met verschillende niveaus invoeren. In het beste geval groeien daar dan palmbomen met daaronder mango’s en papaja’s, en een niveau lager mais, kalebassen, yams, kurkuma, sperziebonen en andere groenten. Moringabomen en linzen zorgen voor de stikstof die planten nodig hebben om te groeien. Chili en ui verdrijven schadelijke insecten. Een eigen brouwsel van rundveemest, mineralen en planten zorgt voor vruchtbare grond.

    Een ander voorbeeld is Tsjaad. De Sahel wordt steeds droger, veel velden leveren nauwelijks nog iets op en arme boeren zijn afhankelijk van duur importvoedsel uit Libië. Om ze daar minder afhankelijk van te maken blaast men nu een oeroude vergeten teelt nieuw leven in. Dadelpalmen moeten zowel voor vruchten zorgen als voor bouwmateriaal in de vorm van hout en vezels. In de schaduw van deze bomen worden granaatappels en sinaasappels geplant, tomaten en bladgroenten, geneeskruiden en specerijgewassen. In dit project werken tuinders uit Noord-Afrikaanse oaseculturen samen met landbouwwetenschappers uit Bayreuth. De bijdrage van deze wetenschappers bestaat uit de levering van druppelsystemen voor irrigatie die gevoed worden door pompen op zonne-energie.

    Dit soort projecten kunnen vaak relatief snel de opbrengsten vergroten. Als een natuurramp een deel van de oogst ruïneert, zijn er altijd nog andere planten over om zelf te eten of te verkopen. Met de kwaliteit van het voedsel verbetert tevens de ‘planetaire gezondheid’, zoals dat in het jargon van de Verenigde Naties heet.

    Zal de wereld dan binnenkort echt opbloeien? Of is dit gewoon een door stedelingen gedroomde utopie? In feite fungeerde de tuin vaak genoeg als projectiescherm voor dromen. Dat begon niet pas met het verlangen van escapistische romantici die in ‘tuinen die over rotsen heen / in schemerende priëlen verwilderen’ (Eichendorff) het vuil van de vroeg-industriële samenleving ontvluchtten. Nazi’s projecteerden op de moestuin hun sociaal-darwinistische uitsluitingsslogans. Marxisten streefden naar een wetenschappelijk onderbouwde controle over de natuur met behulp van technologie. In dat opzicht verschilde het socialistische blok in elk geval niet heel veel van de kapitalistische klassenvijand. Die verdreef pas echt elk kruidje uit het veld. Bij een blik erwten voor 19 cent heeft elke peul uit eigen teelt het nakijken.

    Tuinen én wildernis

    Maar met de ecologische crises faalt nu ook de kapitalistische utopie van de grenzeloze groei die de agrarische concerns en investeerders een tijdlang op kosten van de natuur in de schoot geworpen kregen. Daarom groeit het verlangen naar een nieuwe visie met inbegrip van concrete verwachtingen en praktische stappen om de ecologische crises te overwinnen – die dan niet meer zo volkomen verlammend lijken. Naar een nieuwe, toch al redelijk concrete paradijsutopie van diversiteit op kleine schaal. Bedenkingen daartegen komen van natuurbeschermers: het Paradijs in de Bijbelse metafoor is nu juist niet door de mens ontworpen. In plaats van meer tuinen zou er vooral meer wildernis moeten zijn. Meer onbebouwde grond voor – al naar gelang – goddelijke of ‘ongerepte’ natuur.

    Max Planck-onderzoeker Jürgen Renn is zo’n man met bezwaren: door zich over de hele wereld te vestigen, door de aarde uit te putten en technologisch te transformeren heeft de mens allang een nieuwe aardatmosfeer gecreëerd die ‘haar natuurlijkheid verloren’ heeft en waarbij ‘de planeet zelf tot tuin gemaakt’ is.

    En dus moet de machtigste soort, de mens, allebei herscheppen: tuin én wildernis.

    Over één punt zijn alle betrokkenen bij de opkomende tuinbeweging het eens: ze moet steun krijgen vanuit de politiek. Daar zijn veel ideeën over. Zo kan een jaarlijks door de minister van Landbouw uit te brengen verslag met betrekking tot de staat van historische parken en stadsplantsoenen (vergelijkbaar met het Waldbericht van de Duitse regering), publiek de aandacht trekken, schade voorkomen en initiatieven aanmoedigen.

    In Hamburg hebben gemeente, wijkbesturen en ondernemingen zich ondanks de bevolkingsgroei en de bouwhausse contractueel verplicht tot behoud van het stedelijk groen. Düsseldorf heeft een soortenbeschermingsfunctionaris aangesteld, een speciaal contactpunt dat groepen die een stedelijk tuinproject willen opzetten helpt op hun weg door de stedelijke bureaucratie. En natuurlijk helpt geld ook. De federale overheid heeft haar subsidiepot vorig jaar al verdrievoudigd van 300 miljoen euro naar 900 miljoen euro. Het Bundesverband Garten-, Landschafts- und Sportplatzbau vraagt daarbovenop een ‘groen miljard’ voor meer stedelijk groen en klimaatbescherming via het herinrichten van parken.

    Geld helpt om meer deskundig parkpersoneel aan te stellen nu als gevolg van de opwarming van de aarde sterkere onderhoudsinspanningen vereist zijn. Er is ook geld nodig voor onderzoek naar agro-ecologische teeltwijzen – wereldwijd. En met geld zou de landbouwsteun van de EU welbewust de diversiteitslandbouw en de ontwikkeling van een markt hiervoor moeten bevorderen.

    Want eigenlijk is het heel simpel. Decennialang hebben we het landschap kaalgeslagen – nu moeten we het weer inrichten.

  • Aanhoudende droogte leidt tot uitzonderlijk slechte oogsten in Italië

    Aanhoudende droogte leidt tot uitzonderlijk slechte oogsten in Italië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Bibliotheken Oklahoma verboden om informatie over abortus te verstrekken

    » Lange rijen aan grens dreigen ‘nieuwe normaal’ te worden voor Britse vakantiegangers

    Droogte funest voor oogsten in Italië

    Door de aanhoudende droogte in Italië vallen de oogsten dit jaar bijzonder slecht uit, zegt de Italiaanse landbouworganisatie Coldiretti. De productie van mais en gewassen voor diervoeder ging met 45 procent omlaag, terwijl de opbrengsten van rijst en tarwe met 30 procent en de fruitopbrengst met 15 procent terugliepen, meldt ANSA. De melkproductie is met 20 procent gedaald doordat de koeien gestrest zijn door de extreme hitte.

    Door watergebrek in de Po-delta is een vijfde van de kweek van mosselen en spiering gestorven

    Door watergebrek in de Po-delta is een vijfde van de kweek van mosselen en spiering gestorven. ‘Er moeten noodmaatregelen komen voor het redden van de oogsten van landbouwbedrijven die in ernstige moeilijkheden verkeren,’ aldus Ettore Prandini, voorzitter van Coldiretti.

    Extreme weersomstandigheden, zoals de hittegolven die delen van Europa teisteren, zullen volgens wetenschappers steeds frequenter voorkomen. 

    Lees ook:

  • Deze invloed heeft extreme hitte op onze gezondheid en welzijn

    Deze invloed heeft extreme hitte op onze gezondheid en welzijn

    Nu ernstige hittegolven met angstaanjagende regelmaat grote delen van de wereld treffen, onderzoeken wetenschappers of we van leven in een hetere wereld sneller ziek zullen worden of zelfs doodgaan.

    Keuze uit het archief

    We zitten weer in de zomertijd, wat afgelopen week te merken was aan de temperaturen die ruim boven de twintig graden lagen. Deze toenemende hitte, die tot een wereldwijd fenomeen is uitgegroeid, roept de vraag op wat de gevaren zijn als we te veel aan deze warmte worden blootgesteld.
    Dit artikel van de NYT van twee jaar geleden loopt een aantal onderzoeken langs van wetenschappers die onderzocht hebben welke gevolgen de extreme temperaturen voor ons lichaam hebben. De uitkomsten van hun onderzoek liegen er niet om: overmatige hitte wordt in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord, en mensen die vaak in de hitte werken verouderen veel sneller.

    Toen W. Larry Kenney, professor in de fysiologie aan de Pennsylvania State University, begon met zijn onderzoek naar schade bij mensen door extreme hitte, richtte hij zich op arbeiders van de door een ramp getroffen kerncentrale van Three Mile Island in 1979, waar de temperatuur was opgelopen tot 165 graden Fahrenheit, bijna 74 graden Celsius.

    In de daaropvolgende decennia onderzocht hij hoe hittestress mensen in specifieke, intense situaties beïnvloedt: voetballers, soldaten in beschermende pakken, langeafstandslopers in de Sahara. Maar de laatste tijd richt zijn onderzoek zich op een meer alledaags onderwerp, op gewone mensen die gewone, alledaagse dingen doen, in deze tijd waarin de aarde wordt geteisterd door klimaatverandering.

    Wetenschappers onderzoeken de vraag of het leven in een hetere wereld ons ziek zal maken of zal doden

    Hitteadviezen en waarschuwingen voor overmatige hitte waren maandag 13 juni van kracht in een groot deel van het oostelijke binnenland van de Verenigde Staten, na een weekend met recordtemperaturen in het zuidwesten van het land. Volgens de National Weather Service zou de hitte zich de komende dagen verder naar het noordoosten verplaatsen, naar de Mississippi Vallei, het westen van de Grote Meren en de Ohio Vallei.

    Nu ernstige hittegolven met angstaanjagende regelmaat grote delen van de wereld treffen, onderzoeken wetenschappers de vraag of we van leven in een hetere wereld sneller ziek zullen worden of zelfs doodgaan. Hun doel is om meer grip te krijgen op het aantal mensen dat zal worden getroffen door hitte-gerelateerde kwalen en de mate en frequentie van hun lijden. En om te begrijpen hoe we de meest kwetsbaren beter kunnen beschermen.

    Geen goede voorspellers

    Eén ding is zeker, zeggen wetenschappers: de hittegolven van de afgelopen twee decennia zijn geen goede voorspellers van de risico’s die ons de komende decennia te wachten staan. Het verband tussen broeikasgasemissies en broeierige temperaturen is nu al zo duidelijk dat sommige onderzoekers zeggen dat het binnenkort geen zin meer heeft om de vraag te stellen of de meest extreme hittegolven zo’n twee eeuwen geleden hadden kunnen plaatsvinden, voordat de mens de planeet begon op te warmen. Dat had namelijk niet gekund.

    Als de opwarming van de aarde niet wordt afgeremd, zal de heetste hittegolf die veel mensen ooit hebben meegemaakt, de nieuwe norm voor hun zomer worden, aldus Matthew Huber, klimaatwetenschapper aan Purdue University. ‘Het zal niet iets zijn waaraan je kunt ontsnappen.’

    Hittestress is het product van veel factoren: vochtigheid, zon, wind, hydratatie, kleding, lichamelijke conditie

    Wat voor wetenschappers moeilijker te bepalen is, aldus Huber, is op welke schaal deze klimaatverschuivingen de gezondheid en het welzijn van de mens zullen beïnvloeden. Dit geldt vooral voor ontwikkelingslanden, waar grote aantallen mensen er nu al onder lijden maar waar goede gegevens schaars zijn. Hittestress is het product van veel factoren – vochtigheid, zon, wind, hydratatie, kleding, lichamelijke conditie – en veroorzaakt zo’n scala aan schade dat het moeilijk is de toekomstige effecten met enige precisie te voorspellen.

    Huber zegt ook dat er nog niet genoeg onderzoek is gedaan naar hoe het is om fulltime te leven in een warmere wereld, in plaats van alleen af ​​en toe een brandende zomer te ervaren. ‘We weten niet wat de langetermijngevolgen zijn van elke dag opstaan, drie uur werken in bijna dodelijke hitte, zweten als een gek en dan weer naar huis gaan,’ zegt hij.

    Groeiende urgentie

    De groeiende urgentie van deze problemen trekt onderzoekers aan die zichzelf voorheen niet echt als klimaatwetenschappers hebben beschouwd, zoals Kenney. Voor een recente studie plaatsten hij en zijn collega’s jonge, gezonde mannen en vrouwen in speciaal ontworpen kamers, waar ze op een hometrainer moesten fietsen met lage intensiteit. Vervolgens voerden de onderzoekers de warmte en vochtigheid op.

    Zij ontdekten dat hun proefpersonen gevaarlijk oververhit raakten bij veel lagere ‘natteboltemperaturen’ – een maat die rekening houdt met zowel warmte als vochtigheid – dan werd verwacht op basis van eerdere theoretische schattingen van klimaatwetenschappers. In stoombad-achtige omstandigheden absorbeert ons lichaam sneller warmte uit de omgeving dan dat we kunnen zweten om onszelf af te koelen. En ‘we kunnen helaas niet veel meer zweten om op peil te blijven’, zegt Kenney.

    Hitte is klimaatverandering op zijn intiemst, want niet alleen landschappen, ecosystemen en infrastructuur, maar ook de diepste diepten van individuele menselijke lichamen worden verwoest.

    Slachtoffers van hitte sterven vaak alleen, in hun eigen huis. Afgezien van een hitteberoerte kan hitte ineenstorting van het hart- en vaatstelsel en nierfalen veroorzaken. Ze beschadigt onze organen en cellen en zelfs ons DNA. De schade neemt toe bij zeer oudere en jongere mensen, bij mensen met hoge bloeddruk, astma, multiple sclerose en andere aandoeningen.

    Overmatige hitte wordt ook in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord

    Als het kwik hoog staat, zijn we minder effectief op het werk. Onze denk- en motorische functies worden aangetast. Overmatige hitte wordt ook in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord.

    Persoonlijk

    De aanslag op het lichaam kan opmerkelijk persoonlijk zijn. George Havenith, directeur van het Environmental Ergonomics Research Center aan de Loughborough University in Engeland, herinnert zich een experiment van jaren geleden met een grote groep proefpersonen. Ze droegen dezelfde kleren en deden hetzelfde werk gedurende een uur, in een hitte van 35 graden en een vochtigheid van 80 procent. Maar aan het eind varieerde hun lichaamstemperatuur van 37,7 graden tot 39,2 graden Celsius.

    ‘Met veel van ons werk proberen we te begrijpen waarom de ene persoon aan de ene kant van het spectrum belandt en de andere aan de andere,’ zegt Havenith.

    Vidhya Venugopal, professor milieuhygiëne aan de Sri Ramachandra Universiteit in Chennai, India, bestudeert al jaren wat hitte doet met werknemers in de staalfabrieken, autofabrieken en steenovens van India. Velen van hen lijden aan nierstenen die worden veroorzaakt door ernstige uitdroging.

    ‘Toen bedachten we: warmte maakt mensen ouder’

    Een ontmoeting van tien jaar geleden is haar bijgebleven. Ze ontmoette een staalarbeider die al 20 jaar dagen van 8 tot 12 uur draaide in de buurt van een oven. Toen ze hem vroeg hoe oud hij was, zei hij 38 tot 40 jaar.

    Ze was ervan overtuigd dat ze het verkeerd begrepen had. Zijn haar was half grijs. Zijn gezicht was verschrompeld. Hij zag er niet jonger uit dan 55. Dus vroeg ze hoe oud zijn kind was en hoe oud hij was toen hij trouwde. De rekensom klopte. ‘Voor ons was dat een keerpunt,’ zegt Venugopal. ‘Toen bedachten we: warmte maakt mensen ouder.’

    Adelaide M. Lusambili, een onderzoeker aan de Aga Khan Universiteit in Kenia, onderzoekt de effecten van hitte op zwangere vrouwen en pasgeborenen in Kilifi County, aan de kust van Kenia. In deze gemeenschappen halen vrouwen water voor hun gezinnen, en dat kan betekenen dat ze urenlang in de zon moeten lopen, ook als ze zwanger zijn. Studies tonen een verband tussen blootstelling aan hitte en vroeggeboortes en ondergewicht bij baby’s

    De meest hartverscheurende verhalen, aldus Lusambili, zijn van vrouwen die lijden na de bevalling. Sommigen liepen grote afstanden met kinderen van een dag oud op hun rug, waardoor de baby’s blaren op hun lichaam en mond kregen en borstvoeding bemoeilijkt werd. Dit alles was genoeg, zegt ze, om zich af te vragen of de vooruitgang van Afrika bij het terugdringen van sterfte onder pasgeborenen en kinderen, is teruggedraaid door klimaatverandering.

    Airco’s

    Aangezien niet veel mensen toegang hebben tot airco’s, die op hun beurt de planeet opwarmen door het verbruik van enorme hoeveelheden elektriciteit, zullen samenlevingen duurzamere beschermingsmiddelen moeten vinden, zegt Ollie Jay, professor in hitte en gezondheid aan de Universiteit van Sydney.

    Jay bestudeerde hoe het lichaam reageert op het zitten in de buurt van een elektrische ventilator, het dragen van natgemaakte kleding en het afsponzen met water. Voor één project heeft hij een kledingfabriek uit Bangladesh nagebouwd in zijn laboratorium. Hij test daar goedkope manieren om veiligheid te creëren voor werknemers, bijvoorbeeld met groene daken, elektrische ventilatoren en regelmatige pauzes om water te drinken.

    De mens is enigszins in staat om zich aan te passen aan een warme omgeving

    De mens is enigszins in staat om zich aan te passen aan een warme omgeving. Onze hartslag daalt, er wordt meer bloed gepompt bij elke slag. Meer zweetklieren worden geactiveerd. Wetenschappers begrijpen echter voornamelijk hoe ons lichaam zich aanpast aan hitte in gecontroleerde laboratoriumomgevingen, maar niet in de echte wereld, waar veel mensen hun huizen en auto’s met airconditioning in en uit kunnen duiken, zegt Jay.

    Ook in het laboratorium vereist het opwekken van dergelijke veranderingen dat mensen wekenlang gedurende meerdere uren per dag aan oncomfortabele inspanning moeten worden blootgesteld, aldus Jay, die precies dat met zijn proefpersonen heeft gedaan.

    ‘Dat was niet bijzonder aangenaam,’ zegt hij. En niet echt een praktische oplossing voor het leven in een verstikkende toekomst, of, voor mensen op sommige plaatsen nu al, in een steeds benauwder wordend heden. Verdergaande veranderingen in het aanpassingsvermogen van het lichaam zullen alleen gebeuren op de tijdschaal van de menselijke evolutie.

    Venugopal raakt gefrustreerd als er over haar onderzoek naar Indiase arbeiders wordt gezegd: ‘India is toch een heet land, dus wat is precies het probleem?’

    Niemand vraagt wat er zo erg is aan koorts, terwijl een hitteberoerte het lichaam in een vergelijkbare toestand brengt. ‘Dat is de menselijke fysiologie,’ aldus Venugopal. ‘Die kun je niet veranderen.’

  • Colombia verklaart Stille Oceaan tot beschermd gebied

    Colombia verklaart Stille Oceaan tot beschermd gebied

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » DRC: blauwhelmen openen vuur aan de grens met Oeganda

    » Libanon: beschadigde silo’s in geplaagde haven van Beiroet storten in

    Visserij en oliewinning zullen verboden worden

    De Colombiaanse president Iván Duque heeft vlak voor zijn aftreden aangekondigd dat zijn land als eerste op het westelijk halfrond 30 procent van zijn oceaangebied tot beschermd gebied zal verklaren, wat betekent dat visserij en oliewinning verboden zullen worden, meldt Axios.

    Oceanen produceren de helft van alle zuurstof in de wereld

    Die stap is belangrijk, want volgens wetenschappers worden de oceanen aangetast door overbevissing, vervuiling, verblekende koraalriffen, zeespiegelstijging en hogere temperaturen als gevolg van klimaatverandering. De kans op sterfte, overstromingen en verlies van voedselbronnen gaat daardoor drastisch omhoog. Oceanen produceren de helft van alle zuurstof in de wereld en absorberen 31 procent van door de mens geproduceerde kooldioxide.

    Negen landen die grenzen aan de Stille Oceaan (VS, Mexico, Chili, Peru, Ecuador, Canada, Panama, Costa Rica en Colombia) hebben in juni op de top van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika een verklaring ondertekend waarin ze beloven meer samen te werken en sneller maatregelen te nemen voor de bescherming van oceaangebieden.

    Lees ook:

  • Inheemse bewoners leren met gps hun reservaat te bewaken

    Inheemse bewoners leren met gps hun reservaat te bewaken

    Door de aanwezigheid van mijnbouwbronnen en een overvloed aan vis wordt de Braziliaanse Javari-vallei steeds vaker bedreigd door gewapende stropers die erop uit zijn de rijkdommen te plunderen.

    Dit artikel stamt uit 2018; het wordt opnieuw gepubliceerd ter herinnering aan een van de auteurs, Dom Phillips, die in juni 2022 werd vermoord vanwege zijn betrokkenheid bij bedreigde inheemse volken van de Amazone.

    Luister dit artikel:

    Francisco Lima zit in een houten wachttoren en knipt een zoeklicht aan en uit terwijl hij de donkere rivier afspeurt. Hij kamt het gebied uit op eventuele commerciële vissers die de rivieren plunderen in de Javari-vallei, een afgelegen inheems reservaat aan de Braziliaanse grens met Peru.

    Zijn wachttoren biedt uitzicht over de rivieren die uitmonden in dit reservaat, waar zesduizend mensen uit acht verschillende stammen wonen, elk met hun eigen taal en gebruiken. Dit gebied kent de hoogste concentratie van zogenoemde geïsoleerde inheemse groepen ter wereld. Naast de inheemse bevolking mogen alleen geautoriseerde bezoekers het reservaat betreden, maar het 12V-lampje dat de 55-jarige Lima gebruikt kan indringers maar moeilijk tegenhouden.

    In het kort

    • Illegale vissers en stropers bedreigen het bestaan van de inheemse bevolking in de Javari-vallei.

    • Gouddelvers vervuilen de rivieren met kwik. Er wordt gejaagd op beschermde diersoorten, zoals schildpadden.

    • Mensen die het reservaat binnendringen, moeten zwaarder worden gestraft, en er is meer geld nodig om het reservaat te beschermen.

    ‘Er is een kortere route,’ zegt hij, terwijl hij ergens in het halfduister een waterweg aanwijst die om de haven loopt. De haven is in het bezit van Funai, de Braziliaanse overheidsdienst voor de bescherming van de inheemse bevolking. De vissers laten hun kano’s vollopen, zegt Lima, dompelen zich onder en kunnen zo stilletjes de straal van het zoeklicht ontlopen.

    Warrige schoonheid

    Dit groepje houten hutten dat op palen boven de rivier uitsteekt, is een van de vier Funai-bases in de Javari-vallei. De vallei is een wildernis van dichte bossen, steile ravijnen en kronkelende rivieren, zonder wegen of mobieletelefoonnetwerken – en zonder politie. In de rivieren van Javari liggen anaconda’s en alligators op de loer; slangen, jaguars en schorpioenen zwerven door de bossen, apen krijsen in de bomen. Het is van een weelderige, warrige schoonheid die nog onbezoedeld is door menselijk ingrijpen.

    ANP 440182102
    Alleen de inheemse bevolking heeft toegang tot het reservaat in de Braziliaanse Javari-vallei, sinds 1998 de thuisbasis van zesduizend mensen uit acht verschillende stammen. Het bestaan van de isolados, zoals ze genoemd worden, wordt bedreigd door de zwaar vervuilende gouddelvers, veeboeren en commerciële vissers die zich tot diep in het hart van het gebied wagen. © Gary Calton / eyevine

    Gedurende meer dan tien jaar nadat het reservaat in 1998 werd opgericht, behoorden de zestien geïsoleerde inheemse stammen tot de best beschermde in Brazilië. Maar vandaag de dag wordt het reservaat op meerdere fronten binnengedrongen, waardoor de geïsoleerde groepen, die met pijl en boog of met blaaspijpen jagen en contact met de moderne samenleving vermijden, gevaar lopen. Contact met buitenstaanders kan dodelijk voor hen zijn, omdat zij geen immuniteit hebben opgebouwd tegen ziekten zoals griep.

    ‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe. Er is geen effectieve bescherming’

    ‘De kwetsbaarheid van deze volkeren neemt toe,’ vertelde Beto Marubo, een inheemse leider in Javari, in april aan het Permanente Forum over Inheemse Aangelegenheden van de Verenigde Naties in New York. ‘Er is geen effectieve bescherming.’

    Inheemse leiders en medewerkers van Funai zeggen dat de conservatieve regering van president Michel Temer het instituut opzettelijk van middelen berooft, zodat ze de machtige lobby van de agro-industrie tevreden kan stellen. ‘Temer wil een einde maken aan inheemse gebieden,’ zegt João Gomes Kanamari, 49 jaar oud en stamlid van de Kanamari. ‘We hebben veel hout. We hebben veel goud en mijnbouwbronnen.’

    Op de Funai-basis in Atalaia do Norte, de stad die het dichtst bij het reservaat ligt, zijn de telefoons afgesloten en werkt het internet niet meer. Contracten voor brandstof en andere goederen worden opgezegd en het gerucht gaat dat de basis binnenkort wordt gesloten. ‘Als je het systeem verzwakt, werkt het niet,’ zegt Bruno Pereira, een medewerker van Funai die met geïsoleerde en voormalig geïsoleerde inheemse mensen in het reservaat werkt.

    Schildpadden

    Diep in de Javari-vallei kunnen vissers tot een halve ton pirarucu [een zoetwatervis] en zevenhonderd schildpadden vangen op een enkele tocht. Allebei zijn het beschermde diersoorten. Ook jagen ze op het land, waardoor geïsoleerde bevolkingsgroepen worden beroofd van waardevolle voedselbronnen.

    In de oostelijke regio’s van het land vervuilen illegale gouddelvers rivieren met kwik. Veeboeren rukken op vanuit het zuiden. In de buurt van de noordelijke grenzen worden drugs getransporteerd over de rivier de Solimões – afgelopen oktober werd na een schietpartij 776 kilo cocaïne in beslag genomen.

    De Unie van Inheemse Volken van de Javari-vallei heeft de Noorse regering om financiële steun gevraagd. ‘De invasies reiken tot gebieden waar de geïsoleerde groepen leven,’ zegt Paulo da Silva, de coördinator. ‘Maar onze handen zijn gebonden, we kunnen er niets tegen doen.’

    ANP 440181802 1
    – Expeditieleider Bruno Pereira en zijn team in de buurt van Rio Novo. © Gary Calton / Eyevine

    Op uitnodiging van zijn organisatie reisden verslaggevers van The Guardian met een Funai-team en inheemse bewoners in een open boot naar dorpen diep in Javari. Daarna trokken ze het bos in om de bewegingen van een geïsoleerde groep te volgen – wat neerkwam op een reis van zo’n 1020 kilometer. Het team onderzocht meldingen door de Marubo, die dicht bij het kleine, afgelegen gehucht São Joaquim een geïsoleerde stam hadden gezien.

    ‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat’

    Net buiten het reservaat vestigt Bruno Pereira, die de expeditie leidt, de aandacht op een ploeg commerciële vissers. Drie houten boten en een groep kano’s liggen afgemeerd in het water naast een groen, cirkelvormig net om pasgeboren arowana’s [vissen] mee te vangen, die als huisdier worden verhandeld.

    Vissers bedreigen de Korubo-stam, die diep in het reservaat woont, in het dorpje Vuku Maë aan de rivier. Naakt, ingesmeerd met het rode sap van urucumzaden of gekleed in kleine flarden stof zitten ze op boomstammen onder een rieten dak, terwijl om hen heen kinderen en kleine aapjes rondscharrelen. Ze vertellen dat het aantal invallen toeneemt. Die ochtend nog hebben vier vissers boven de hoofden van drie Korubo-kinderen waarschuwingsschoten gelost om ze weg te jagen. ‘We maken ons veel zorgen over hoe we kunnen vissen,’ zegt Txitxopi, een dorpshoofd. ‘We zijn bang.’

    Xuxu Korubo weet hoe kwetsbaar geïsoleerde inheemse mensen zijn: zelf leefde hij in het wild in het bos tot 2015, toen er contact ontstond met zijn groep. ‘Er waren veel gevechten met vissers,’ zegt Xuxu. Hij maakt zich zorgen om zijn drie broers, die nog steeds in het bos wonen met een andere geïsoleerde groep. ‘Ze weten niet dat Funai en vissers verschillende groepen mensen zijn – voor hen is het één pot nat.’

    Patrouilles

    De bossen van Javari krioelden voorheen van de houtkappers en kolonisten, maar buitenstaanders werden verdreven toen het gebied in 1998 een inheems reservaat werd. Internationaal geld maakte het voor Funai mogelijk om regelmatig patrouilles uit te voeren, maar die zijn grotendeels stopgezet.

    Afgelopen december nam een Funai-team zevenhonderd schildpadden en een halve ton pirarucu van een vissersploeg in beslag. Dat was mogelijk door de samenwerking met de plaatselijke politie – een uitzonderlijke gebeurtenis. Maar terwijl ze de vangst in beslag namen, voeren er alweer andere visserskano’s voorbij, zegt Gustavo de Souza, de plaatselijke coördinator van Funai. Het ontbreekt hem aan personeel en middelen om het gebied te bewaken, vertelt hij. Enkele maanden geleden werd een Funai-team beschoten door een andere groep vissers. Medewerkers van het instituut zijn doorgaans niet gewapend en er zijn geen duidelijke regels opgesteld om eventuele arrestaties te verrichten. ‘Het is gevaarlijk om achter vissers of jagers aan te gaan die gewapend zijn en werken in teams van zes,’ zegt De Souza.

    De budgetten van Funai slonken al voordat president Temer in 2016 aantrad. Hij decimeerde wat er nog van over was en zette de afbakening van nieuwe reservaten stop. Het budget waarmee Funai het inheemse land, dat 13 procent van het Braziliaanse grondgebied beslaat, moet beschermen en nieuwe gebieden moet afbakenen, bedroeg vorig jaar slechts 3,8 miljoen Britse pond, minder dan een derde van wat er in 2013 voor was uitgetrokken. Daarvan was slechts 380.000 pond opzijgezet voor de bescherming van de Javari-vallei. Daartegenover gaf Brazilië in 2017 60 miljoen pond uit aan huisvestingstoelagen voor goedbetaalde rechters, zelfs voor rechters in het bezit van een eigen huis. ‘Er is een politieke groep in Brazilië die Funai wil verzwakken,’ zegt De Souza, ‘om deze gebieden makkelijker te kunnen uitbuiten.’

    Veel vis

    Er is weinig begrip voor dergelijke zorgen in Atalaia do Norte. Volgens Roberto da Costa, 47 jaar en voorzitter van de plaatselijke vissersvereniging, komt dat doordat het reservaat te groot is. ‘Het is veel land voor weinig inheemse mensen,’ zegt hij, en hij voegt eraan toe dat de visserij een van de weinige inkomstenbronnen is in deze verarmde regio. ‘Soms betreden [de vissers] het land van de inheemse bevolking omdat ze wel moeten, omdat het nodig is voor hun familie,’ zegt hij. ‘Er zit daar veel vis.’

    ANP 440181724
    – Het team van de Braziliaanse overheidsdienst Funai op de Rio Itui, op zoek naar illegale vissers of houtkappers. © Gary Calton / Eyevine

    Op de vismarkt in Leticia, net over de Colombiaanse grens, verkopen marktkramers openlijk pirarucu. Ze zeggen erbij dat de vis uit Brazilië komt, waar die legaal alleen in kwekerijen gevangen mag worden, en geven het mobiele nummer van een man die levende baby-arowana’s te koop aanbiedt voor 50 Britse pence per stuk. Een mannetjesvis kan er wel tweehonderd in zijn bek houden.

    ‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee’

    Op een bijeenkomst in het houten schoolgebouw van het dorp Rio Novo, diep in het reservaat, spreken Marubo-bewoners hun woede en frustratie uit over het falen van het instituut om te voorkomen dat vissers hun gebied binnendringen. Ook uiten ze hun zorgen over in isolatie wonende ‘familieleden’, zoals ze hen noemen. ‘Veel vissers vallen binnen en nemen onze rijkdommen mee,’ aldus Alderney Marubo van 45, de dorpsonderwijzer. ‘We willen toezicht houden op onze eigen rivieren.’ Zijn broer Daniel, 50 jaar en werkzaam bij de kliniek, vraagt om die reden om een boot met buitenboordmotor. ‘Het is ons land,’ zegt hij.

    Volgens Bruno Pereira zouden inheemse bewoners die over gps beschikken en geschoold zijn in landbeheer veel meer kunnen doen – zoals ook gebeurt in andere Amazonestaten als Pará, waar leden van de Munduruku-stam hun eigen land in kaart hebben gebracht om druk uit te oefenen op een vastgelopen demarcatieproces. ‘We moeten hun meer macht geven,’ aldus Pereira. Hij is voorstander van meer samenwerking tussen Funai, de politie en het Braziliaanse milieu-instituut. Ook wil hij zwaardere straffen zien voor mensen die het reservaat binnendringen, en meer geld om het reservaat te beschermen.

    Paulo da Silva van de Unie van Inheemse Volken zegt dat de mensen van de Javari-vallei een actievere rol moeten gaan spelen in het beheer van hun eigen gebied. Hij vertelt dat 36 inheemse bewoners onlangs een tiendaagse workshop van een non-profitorganisatie hebben bijgewoond. Daar leerden ze hoe ze gps en andere cartografische instrumenten kunnen gebruiken en hoorden ze ook hoe inheemse bewoners uit andere gebieden hun land bewaken. Dat was, aldus Da Silva, alvast een begin.

  • Zware aardbeving treft noorden van Filipijnen

    Zware aardbeving treft noorden van Filipijnen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Tunesië: nieuwe grondwet aangenomen die macht Kais Saied vergroot

    » Polio duikt voor het eerst in tien jaar op in Verenigde Staten

    Aardbeving had een magnitude van 7

    Een aardbeving met een magnitude van 7 op de schaal van Richter heeft woensdag de Filippijnen getroffen, aldus het Amerikaans seismologisch instituut USGS, meldt CNN. De aardbeving trof het noorden van Luzon, het dichtstbevolkte eiland van het land, om 8.43 uur plaatselijke tijd. Het epicentrum lag ongeveer 13 kilometer ten zuidoosten van het stadje Dolores in de provincie Abra, met een diepte van 10 kilometer, aldus het USGS.

    De impact van de aardbeving werd gevoeld in de hoofdstad Manilla, op meer dan 400 kilometer afstand, waar arbeiders en inwoners uit gebouwen evacueerden en zich op straat verzamelden. Het Filippijnse Instituut voor Vulkanologie en Seismologie (Phivolcs) zei dat burgers zich schrap moesten zetten voor eventuele naschokken, maar voegde eraan toe dat het geen tsunamiwaarschuwingen had afgegeven, omdat de aardbeving landinwaarts werd waargenomen.

    Lees ook: