Onderwerpen: Natuur

  • Hoe Nederland bij de Millingerwaard niet langer tegen het water vecht

    Hoe Nederland bij de Millingerwaard niet langer tegen het water vecht

    Waar men jarenlang probeerde te voorkomen dat de Waal overstroomde, besloot Nederland het water de ruimte te geven – en zo het dreigende gevaar te veranderen in een aanwinst voor de natuur. ‘Je wilt het water buitenhouden. Maar dat werkt niet. Het is niet vol te houden.’

    Als de Waal niet ver van de Duits-Nederlandse grens buiten haar oevers treedt, komt het natuurgebied de Millingerwaard onder water te staan en lopen weilanden, percelen en paden vol. Bevers trekken de bomen in en bouwen tijdelijke burchten. De sterke stroming verandert het landschap doordat greppels worden uitgehold en er nieuwe plassen ontstaan. 

    Dit is geen ramp. Het is zo ontworpen.

    Het laaggelegen Nederland loopt met de plaatsing van reusachtige uitschuifbare waterkeringen voor de kust wereldwijd voorop in de strijd tegen de stijgende zeespiegel en de oceanische stormvloed. Minder bekend zijn de innovatieve manieren van het land om met buiten hun oevers tredende rivieren om te gaan. Zo zijn er niet alleen versterkingen opgeworpen tegen hoog water, maar wordt het water in het geval van overstromingen ook meer ruimte te geven. De Millingerwaard is slechts één voorbeeld van de vele langs rivieren gelegen locaties in het hele land die een gedaantewisseling hebben ondergaan ten behoeve van extra ruimte voor de onvermijdelijke watertoeloop.

    Dit soort projecten is niet alleen ontwikkeld om de schade als gevolg van de overstromingen langs de rivier te verminderen, maar ook om voordelen te benutten die het omgeving ten goede komen. De Millingerwaard, gelegen aan de drukke vaarroute op de Waal, is een veelgeprezen voorbeeld van ecologisch herstel binnen een overstromingsgebied. En in het nabije Nijmegen is door de aanleg van een aanvankelijk omstreden tweede kanaal een park ontstaan dat de relatie van de stad met de rivier opnieuw heeft vormgegeven. 

    De afbrokkeling van de kust maakt het opwarmen van onze planeet dramatisch zichtbaar. Maar als gevolg van klimaatverandering treden ook de rivieren vaker buiten hun oevers. Door de stijgende temperaturen kan de atmosfeer meer vocht vasthouden, wat leidt tot hevige regenval en dientengevolge overstromingen zoals die in Duitsland in 2021, met vele doden tot gevolg.

    Dijken

    Al eeuwenlang beschermden de Nederlanders zich tegen hoog rivierwater door het bouwen van dijken. Ondanks dit soort maatregelen noopten ernstige overstromingen in 1993 en 1995 tot de evacuatie van een kwart miljoen mensen. ‘Dit was in feite het startpunt om te heroverwegen hoe we met de heviger toenemende wateraanwas in de rivieren moesten omgaan,’ zegt Frans Klijn, deskundige op het gebied van waterbeheer en verbonden aan onderzoeksinstituut Deltares. ‘Gaan we de oevers telkens opnieuw en steeds verder ophogen? Of moeten we ons beleid veranderen?’

    Begin deze eeuw koos Nederland voor die laatste optie, met de lancering van het programma Ruimte voor de rivier. Daarmee veranderde de houding van het land ten aanzien van het overstromen van rivieren van ‘indammen’ naar ‘laten gaan’. Naast veiligheidsmaatregelen tegen hoog water, waaronder de uitbreiding van overstromingsgebieden en het wegnemen van knelpunten, speelden ook natuur, recreatie en industrie een rol in de diverse projecten van het programma. De regering was weliswaar de strategisch architect, maar de lokale besturen en belanghebbenden voerden de plannen uit.

    Die multifunctionele aanpak was cruciaal, zegt Klijn, die deel uitmaakte van een commissie die toezicht hield op het programma. Want grote overstromingen komen zelden voor, maar omwonenden hebben dagelijks met het gebied te maken. ‘Als je iets lelijks maakt dat eens in de duizend jaar zijn dienst bewijst maar er iedere dag lelijk uitziet, ben je niet slim bezig,’ zegt Klijn. ‘Je moet een tweede oogmerk hebben, namelijk bevordering van de kwaliteit van de omgeving.’ 

    Frans Schepers kijkt in de vroege schemering van een middag in december naar rimpelingen in de kalme, kleine poel. Een eend. Geen bever.

    ‘Soms zie je ze even,’ fluistert Schepers, sinds lang een trouwe bezoeker van de Millingerwaard en medeoprichter van Rewilding Europe, een organisatie die met lokale partners samenwerkt om in heel Europa nieuwe gebieden met wilde natuur te creëren. De bevers, die van oudsher in Nederland leefden maar daar sinds 1826 waren uitgestorven, hoorden bij de eerste soorten die terugkeerden nadat het voormalige boerenland eind twintigste eeuw was veranderd in een natuurlijke habitat. 

    Staat de rivier erg hoog, dan loopt het hele gebied onder – waarmee de kracht van het vloedwater stroomafwaarts wordt verminderd

    Schepers, die geen moeite heeft zich staande te houden op het tapijt van vochtige eiken- en wilgenbladeren, springt behendig over een 60 centimeter brede watergeul die de semi-aquatische knaagdieren hebben aangelegd om poelen in het oeverbos met elkaar te verbinden. De frisse geur van watermunt komt tot ons van krachtige groene takjes die uit de moerassige aarde groeien, maar wordt verdrongen door iets muskusachtigs – een vossenspoor. Al houden de bevers zich schuil, hun aanwezigheid blijkt duidelijk uit hun holen en hun tandafdrukken op boomstammen. 

    Hier komt de Rijn, die helemaal vanuit de Alpen stroomt, Nederland binnen en vertakt zich in verschillende zijarmen, waaronder de Waal. Ooit bewoog de rivier zich van nature over een breder terrein, maar in de loop van de eeuwen werd de bedding smaller. Land veranderde in akkerland, een verandering die na de Tweede Wereldoorlog doorzette. 

    Natuurgebieden naast de rivier werden kleiner en er werden dijken gebouwd om het boerenland te beschermen tegen overstroming. Maar zo’n smallere bedding bracht risico’s met zich mee, bijvoorbeeld toen in januari 1995 vroeg smeltwater en hevige regens stroomopwaarts het water in de rivieren deden stijgen. Dit was een van de gebieden die werden geëvacueerd omdat de dijken als gevolg van het hoge water dreigden te breken. De oevers hielden stand, maar de gebeurtenis was een waarschuwing die omwonenden vatbaarder maakte voor het idee om naast de rivier ruimte vrij te houden.

    Natuurgebied de Millingerwaard kwam voort uit een combinatie van belangen, waaronder natuurontwikkeling, bescherming tegen overstroming en de lokale economie – zowel kleiafgraving als nieuw natuurtoerisme. ‘Het was een win-winsituatie,’ zegt Bart Beekers van ARK Natuurontwikkeling. De organisatie begon het plan voor de Millingerwaard in 1991 met een stuk zanderig rivierduin dat voorheen werd gebruikt om schapen te laten grazen. Het gebied nam in omvang toe naarmate organisatoren een lappendeken van aangrenzende percelen wisten te verwerven. Daarbij werden natuurlijke processen hersteld in het overstromingsgebied dat deels door de meanderende Waal wordt omsloten.

    Stroomafwaarts groeven winningsbedrijven een reeks kanalen. Als het rivierwater stijgt, vullen de zijkanalen zich nu met water. Staat de rivier erg hoog, dan loopt het hele gebied onder – waarmee de kracht van het vloedwater stroomafwaarts wordt verminderd. De veranderingen hebben het peil van de rivier met 9 centimeter naar beneden gebracht.

    Doordat natuurlijke processen nu weer de overhand hebben gekregen, is het aantal soorten flink toegenomen

    Donzige gallowayrunderen en konikpaarden grazen er vrij en zorgen voor een mozaïek van ecosystemen in het landschap. Grote zaagbekken, die hier overwinteren, duiken tussen de andere vogels boven het spiegelgladde oppervlak. Een schoorsteen van een fabriek die bakstenen maakte van klei uit de nieuwe kanalen steekt boven de bomen uit. Samenwerking met de industrie, waaronder bedrijven in de Millingerwaard die klei en zand afgraven, speelt vaak een belangrijk rol bij het in ongerepte staat brengen van nieuwe plekken, vertelt Schepers.

    Het boerenbedrijf had langs de Nederlandse rivieren weinig ruimte voor de natuur overgelaten, en de biodiversiteit was afgenomen. Doordat natuurlijke processen nu weer de overhand hebben gekregen, is het aantal soorten flink toegenomen. Bij een informele telling van lokale natuurliefhebbers werd in 2022 melding gemaakt van ruim vijfduizend planten- en dierensoorten in de hele Gelderse Poort, het natuurgebied dat de Millingerwaard omvat. Overstroming is belangrijk voor het ecosysteem, doordat zaden worden verspreid en de grond verschuift, wat puike poelen voor insecten en amfibieën oplevert.

    Er gingen bij de vorming van de Gelderse Poort weliswaar zo’n dertig banen in de landbouw verloren, maar daar staat tegenover dat er ruim tweehonderd banen bij kwamen doordat het gebied een toeristische attractie werd, met nieuwe kansen voor het horecawezen.

    De Millingerwaard is een vroeg voorbeeld van het combineren van natuurherstel en bescherming tegen wateroverlast; het is inmiddels leidend bij een heleboel andere projecten, in Nederland en de rest van Europa. ‘Ik denk dat dit laat zien dat de natuur onze beste bondgenoot is bij het oplossen van een paar grote uitdagingen waar we voor staan,’ zegt Schepers. ‘Het gaat om klimaatbestendigheid, maar het biedt ook sociaal-economische voordelen.’

    Ruim 10 kilometer stroomafwaarts maakt de Waal een scherpe bocht. Millennialang was dit een strategische plek: de Romeinen bouwden er een van de noordelijkste posten van hun rijk, Karel de Grote bouwde er een paleis. Maar voor de moderne stad Nijmegen vormde de rivier een gevaar.

    Terwijl de rivierbedding stroomopwaarts ruim anderhalve kilometer breed was, vernauwde ze zich tot nog geen halve kilometer tussen het stadscentrum aan de zuidkant en de dijk die het dorp Lent aan de noordkant beschermde. Door de haakse bocht waren de laaggelegen delen van de historische stad gevoelig voor overstromingen – zoals in 1995, toen de Waal buiten haar oevers trad, al waren de gevolgen minder ernstig dan gevreesd. 

    Aanpakken

    Om het knelpunt aan te pakken werd parallel aan de rivier aan de noordkant een kleiner kanaal gegraven, waardoor in het midden een langgerekt eiland ontstond, dat een populair park is geworden.

    Het aanpassen van de rivierbedding kostte jaren onderhandeling en planning, vertelt omgevingsmanager Andrea Voskens, die tijdens het project namens de gemeente de contacten met de belanghebbenden onderhield. Het idee om ruimte te geven aan de rivier betekende een behoorlijke omschakeling in de manier van denken, zegt ze. ‘Je wilt vechten, je wilt het water buitenhouden. Maar dat werkt niet. Het is niet vol te houden.’

    Om het nieuwe zijkanaal aan te leggen moest de gemeente namens Rijkswaterstaat vijftig huizen opkopen en afbreken. Aanvankelijk ondervond het voorstel weerstand, zegt Voskens. Bewoners kwamen met een alternatieve oplossing en gingen er zelfs mee naar Den Haag. Toen de Tweede Kamer zich uitsprak voor het oorspronkelijke plan, stemden ze er na onderhandelingen over financiële compensatie mee in zich elders te vestigen. Er bestond een wettelijk procedé om bewoners tot verhuizing te dwingen, maar dat was voor geen enkel van de vijftig gezinnen nodig, aldus Voskens. Ze zegt dat dit te danken was aan het open proces waar de bewoners bij werden betrokken, en aan de algemeen heersende verwachting dat een stijging van het waterpeil in de Waal de situatie gevaarlijk zou maken. ‘We zagen allemaal in dat er groot risico bestond en dat we daar iets aan moesten doen,’ zegt ze. 

    Dankzij het project zakte het waterpeil met 35 centimeter – 8 centimeter meer dan oorspronkelijk was beraamd, aldus Rijkswaterstaat.

    Park

    De stad was aanvankelijk van plan huizen op het eiland te bouwen, maar die plannen verdwenen van tafel toen het klaar was en de plaatselijke bewoners het als een park gingen beschouwen.

    Voskens zegt dat het project de band van Nijmegen met de rivier heeft veranderd. Met zijn gevaarlijke stromingen en drukke scheepvaart was de Waal voorheen ongeschikt voor recreatie. Nu maken joggers en wandelaars veelvuldig gebruik van voetpaden door de struikachtige vegetatie op het eiland. Bij warm weer huisvest het eiland festivals. Roeiers en zwemmers peddelen en poedelen in het kalme water van de kunstmatige vaargeul. ‘Dit heeft iets veranderd in de dynamiek van de stad,’ zegt Voskens.

    Margo van den Brink, universitair hoofddocent Water en Ruimte aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt dat een van de grootste successen van het landelijke initiatief ‘Ruimte voor de rivier’ de combinatie is van hoogwaterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. De meeste van de vierendertig projecten die het initiatief omvatte pakten niet alleen het hoge water aan, ook maakten ze de omgeving bij de rivier leefbaarder, mooier of duurzamer. Dat tweeledige doel is met name belangrijk in het licht van klimaatverandering. ‘Het is echt een goed voorbeeld van de wat ruimtelijkere aanpak bij overstromingsrisicobeheer, die nu zo nodig is,’ zegt ze.

    Het programma laat zien hoe je door ook ruimtelijk vormgevers, zoals landschapsarchitecten, te betrekken bij waterbeheerprojecten diverse ambities kunt combineren. 

    ‘Er is veel meer ruimte voor de natuur, en we zien veel meer biodiversiteit’

    Klijn, die in de commissie zat die toezicht hield op de ruimtelijke kwaliteit van de projecten, zegt dat krachtig centraal leiderschap de sleutel was tot het succes van het programma. Lokale betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden is belangrijk, maar mensen moeten begrijpen wat onderhandelbaar is en wat niet. Er werd een planningspakket ontwikkeld voor de selectie van projecten in het kader van Ruimte voor de rivier, waarbij bestuurders en lokale belanghebbenden betrokken waren. Dit maakte het makkelijker om uit te leggen waarom het op sommige specifieke locaties nodig was om veranderingen door te voeren. Met elkaar brachten de projecten het hoogwaterniveau naar beneden in alle aftakkingen van de Rijn in Nederland, waaronder de Waal.

    De volledige overstromingscapaciteit van het project Ruimte voor de rivier is nog niet getest. Maar in 2018 werd hoog water in de armen van de Rijn zonder problemen afgevoerd, aldus Rijkswaterstaat. En soortgelijke projecten in het zuiden van het land leken de overstromingen in 2021 minder hevig te maken. 

    Toch breidt Nederland de capaciteit van het overstromingsgebied nog steeds uit, omdat klimaatverandering naar verwachting in de toekomst voor hogere waterstanden zal zorgen. 

    Klijn zegt dat hij bij zijn reizen door het land merkt hoe de riviergebieden zijn veranderd. ‘Er is veel meer ruimte voor de natuur, en we zien veel meer biodiversiteit.’

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/de-waterkraan-gaat-dicht/
  • Senegalese kustbewoners moeten vluchten voor het water. Maar waarheen?

    Senegalese kustbewoners moeten vluchten voor het water. Maar waarheen?

    De inwoners van het Senegalese schiereiland Langue de Barbarie worden uit hun huizen verdreven door de stijgende zeespiegel. De overheid probeert hun nieuwe onderkomens te verschaffen. Maar bijna niemand wil verhuizen.

    Terwijl Madicke Sène een paar krabben grilt die hij eerder die ochtend heeft gevangen, kijkt hij uit over het kalme water van de ochtendlijke Atlantische Oceaan.

    ‘Toen ik klein was, liep het strand helemaal door tot daar.’ Hij wijst naar een punt ergens voorbij een handvol felgekleurde vissersbootjes, die zo’n honderd meter zee-inwaarts liggen. En nu zit hij op een matje op een onlangs aangelegde zeewering, en komen de golven bij vloed aanrollen tot op minder dan 25 meter van waar hij zit.

    Zijn matje, de barbecue, de krabben, het doek dat hij boven zijn hoofd heeft opgehangen om wat schaduw te creëren – dit alles bevindt zich boven op wat vroeger zijn huis was, een huis met wel tien kamers, dat in 2018 werd opgeslokt door een wel heel hoog opgezweepte zee. Achter hem bevinden zich de restanten: de laatst overgebleven slaapkamer, een badkamer en een houten schaapskooi.

    We weten niet hoe we het land moeten bewerken, we kunnen domweg niets anders’

    De buren van meneer Sène hebben soortgelijke constructies. Dit is het resultaat van de stijgende zeespiegel en het water dat inbeukt op Langue de Barbarie, een schiereiland dat deel uitmaakt van de stad Saint-Louis, zo’n 140 kilometer van Dakar, de hoofdstad van Senegal.

    Zo’n 3200 inwoners van het drukke vissersgedeelte van het schiereiland, Guet Ndar, zijn verdreven door de steeds onstuimigere zee, die van tijd tot tijd het hele schiereiland overspoelt, waarbij het zeewater soms zelfs de rivier de Sénégal aan de andere kant bereikt. Daarom heeft de overheid in 2019 tijdelijke kampen voor ontheemden neergezet, twaalf kilometer landinwaarts. Het is de bedoeling dat deze kampen uiteindelijk worden vervangen door een nieuw dorp. Maar mensen als meneer Sène hebben helemaal geen zin om te verhuizen.

    Saint Louis du Senegal Wikimedia
    De prauwen zijn beschilderd met de namen van soefileiders. – © Wikimedia

    ‘Hier ben ik geboren en hier zal ik oud worden,’ zegt hij. ‘De zeelucht hier, die vind je nergens anders. We weten niet hoe we het land moeten bewerken, we kunnen domweg niets anders – de zee, dat is waar wij verstand van hebben.’

    Schadelijke gevolgen

    De regering van Senegal voert een tweeledig beleid in de strijd tegen de schadelijke gevolgen van klimaatverandering in Saint-Louis. Er zijn projecten om een zo groot mogelijk deel van de kustlijn zo lang mogelijk te behouden, maar tegelijkertijd bereidt de overheid zich voor op het uiteindelijke verdwijnen van het schiereiland. Voor de inwoners is het ook een balanceeract: ze proberen zich een voorstelling te maken van – en zich tegelijkertijd te verzetten tegen – een leven waarin ze hun culturele en economische identiteit als visser moeten loslaten. 

    ‘We begrijpen het – het is hun natuurlijke plek,’ zegt Ousmane Ndiaye, gespecialiseerd in sociale integratie, verbonden aan het Municipal Development Agency, een van de Senegalese organisaties die, samen met de Wereldbank, het voortouw neemt bij het bouwen van de permanente onderkomens.  De onderhandelingen zullen doorgaan zolang als nodig is, zegt hij. ‘Dat is een bekend probleem bij alle projecten voor ontheemden.’

    In 2050 zullen naar verwachting op het hele continent zo’n 113 miljoen mensen zich gedwongen zien te verhuizen

    De effecten van de klimaatcrisis zijn al voelbaar in de kuststeden van West-Afrika, van Lagos tot Abidjan. Die steden hebben lange tijd een grote aantrekkingskracht gehad dankzij alle economische mogelijkheden; het zijn enkele van de dichtstbevolkte gebieden. In 2050 zullen naar verwachting op het hele continent zo’n 113 miljoen mensen zich gedwongen zien te verhuizen, door de gevolgen van de klimaatverandering, zoals de stijgende zeespiegel.

    Saint-Louis, dat bekendstaat om de pastelkleurige huizen uit de koloniale tijd, zal vermoedelijk zwaar worden getroffen. Het bestaat uit een schiereiland, een echt eiland en een dichtbevolkt gedeelte op het vasteland. Momenteel lopen zo’n twaalfduizend inwoners het gevaar uit hun huis te worden verdreven door het stijgende water en de erosie van de kustlijn. Volgens een onderzoek zullen in 2080 naar verwachting 150.000 mensen moeten verhuizen, en is er een aanzienlijk risico dat 80 procent van de stad jaarlijks onder water zal komen te staan. 

    Zeewering

    De nieuwe promenades op het eiland en het schiereiland, die nauwelijks boven zeeniveau liggen, zijn voorzien van heuphoge muren. Volgens de plaatselijke bevolking heeft de zeewering bij het huis van meneer Sène de schade tijdens stormvloeden weten te beperken. 

    Maar zelfs met dit soort beschermende maatregelen komen er meer en meer ontheemden. Ontruimingsbevelen vanuit de overheid worden niet afgedwongen. Vrijwel alle mensen die zijn verhuisd, hebben dat gedaan omdat ze geen andere mogelijkheid meer zagen.

    Zo’n vijftienhonderd van die voormalige schiereilandbewoners leven nu in barre omstandigheden, in tijdelijke onderkomens in het ontheemdenkamp Diougop. De tentachtige onderkomens hebben kleine zonnepanelen, maar geen opslagcapaciteit. Douches, toiletten en waterkranen zijn voor gezamenlijk gebruik. Er zijn wat mensen die groente verkopen, tussen de steriele rijen met onderkomens, maar er zijn nauwelijks baantjes.

    ‘In Guet Ndar is het overvol, hier is veel meer ruimte’

    ‘Er is hier helemaal niets,’ zegt Mamadou Gueye, die vorig jaar in Diougop is komen wonen. Zoals veel inwoners van het kamp gaat meneer Gueye nog altijd vissen – maar nu moet hij – met langzame bussen of dure taxi’s – naar Guet Ndar reizen en weer terug, een rit die wel twee uur kan duren als er veel verkeer is.

    40016097292 0588e12bd5 o
    De prauwen zijn beschilderd met de namen van soefileiders. – © Wikimedia

    ‘Het is lastig. Daar [in Guet Ndar] is iedereen – de hele gemeenschap, familie, vrienden,’ zegt hij.

    Er staan nog meer huizen – en verbeteringen – op stapel. Op een leeg stuk land, dat momenteel dienstdoet als voetbalveld, komt binnenkort een markt. Er is ook een stuk land bestemd voor een school. Sommige inwoners zijn al begonnen een nieuw leven op te bouwen.

    ‘Het is hier prima. Het was ook prima in Guet Ndar, maar daar hadden we niet dit soort werk,’ zegt Ndeye Coumba Gueye, die het haar van haar collega’s vlecht in een salon die is ingericht in een scheepscontainer. In Guet Ndar was Ndeye Coumba Gueye werkloos, maar nu heeft ze gebruikgemaakt van een door de overheid gesubsidieerde opleiding tot schoonheidsspecialiste – een van de vele ideeën waar de Senegalese overheid mee is gekomen om de bittere pil van de verhuizing enigszins te verzachten. Anderen hebben een baantje in een buurtwinkeltje – dat ook in een scheepscontainer zit – of ze verbouwen groente in een minituintje.

    ‘Ik hoop dat als die huizen er eenmaal staan, mensen uit Guet Ndar hierheen zullen komen,’ zegt ze. ‘In Guet Ndar is het overvol, hier is veel meer ruimte.’

    Dilemma

    De opmerkingen van Ndeye Coumba Gueye raken aan het dilemma van Diougop: Als er meer mensen komen wonen, komen er meer banen, en zal er iets van gemeenschapszin ontstaan. Maar niemand wil ernaartoe verhuizen zolang dat nog niet het geval is.

    Dankzij steunprogramma’s, zoals de opleiding tot schoonheidsspecialiste, hebben sommige mensen zich weten aan te passen. Maar het is niet genoeg om mensen te verleiden er te gaan wonen zolang het nog niet echt hoeft. Sterker nog, veel vrouwen die uit Guet Ndar zijn vertrokken, zijn inmiddels werkloos, omdat ze niet langer de vis die elke dag van het strand komt, kunnen drogen en verkopen.

    ‘Ik zal altijd blijven terugkeren naar Langue de Barbarie’

    Maar zelfs bij de mensen die optimistischer zijn over Diougop, blijft de zee trekken. En het is niet moeilijk om een dubbele boodschap te zien in de zeewering op het schiereiland. Zolang de muur de reep zand versterkt, zal hij mensen sterken in het verlangen om te blijven – dezelfde mensen die door de overheid worden aangemoedigd om te vertrekken. Maar aan de andere kant is het gedeeltelijke behoud van het schiereiland een van de weinige dingen die het kleine beetje hoop in Diougop in stand houden. 

    In 2019 heeft de zee het grootste deel van het huis van de familie van Michelle Gueye verzwolgen. Daarop is zij ingetrokken bij haar zus, in een andere buurt, maar ze gaat elke dag op en neer naar Diougop voor haar werk. Ze is van plan zich volgend jaar voorgoed te vestigen in Diougop, als de permanente onderkomens klaar zijn.

    40016094742 55a8826855 o
    De promenades liggen nauwelijks boven zeeniveau. – © World Bank / Ibrahima BA Sané / Flickr

    ‘Het is mogelijk om hier solidariteit te kweken. Daar zijn we al mee begonnen,’ zegt Michelle Gueye, die geen familie is van Mamadou of Ndey Coumba. ‘Maar ik zal altijd blijven terugkeren naar Langue de Barbarie. Daar ligt mijn hart.’

  • Hoe freediver Alenka Artnik onder water aan haar wereld ontsnapte

    Hoe freediver Alenka Artnik onder water aan haar wereld ontsnapte

    De Sloveense freediver Alenka Artnik brak vele records. Dat was niet de enige mijlpaal die Alenka behaalde: om op één ademteug zo diep te kunnen duiken moest ze eerst haar problematische verleden en haar doodswens overwinnen.

    Op een balkon op de derde verdieping zit een meisje met haar poppen te spelen. Midden jaren tachtig in Koper, een Joegoslavisch stadje aan de Adriatische Zee. Het is hoogzomer. Naast het meisje staat een grote teil water, waarop bloemblaadjes drijven die van haar moeders planten zijn gevallen. Het meisje gaat in de teil zitten. Ze houdt haar poppen een voor een onder water om ze te laten zwemmen – haar zeemeerminnen. Ze wil weten hoe het voelt als je je onder water beweegt. Nog even en ze zal het zelf ervaren. 

    De vader van het meisje neemt haar mee naar het strand, waar ze een bassin met zeewater in loopt. Ze haalt adem, duikt onder en duwt zich met haar armen vooruit. Ze is zo betoverd door deze stille, andere wereld dat ze de betonnen muur vol schelpen niet ziet en er met haar voorhoofd hard tegenaan stoot. Haar bloed trekt een kringelend spoortje door het zoute water. 

    Een eenzame vrouw staat op een smalle voetgangersbrug. Het is winter 2010 in Ljubljana, Slovenië. Het is nacht, en het water diep beneden is donker en koud. Meer dan twee decennia zijn verstreken sinds haar bloed in het zeewater terechtkwam, en sindsdien heeft ze heel veel meer verdriet, pijn en verlies geleden. De vrouw roept zachtjes naar het universum. Ik kan niet meer. Als ze over de leuning klimt en springt, is alles voorbij. 

    Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld

    Een duikster drijft op haar rug boven een diep gat in zee. Het is juli 2021, op de Bahama’s. Ze heeft een dun neopreen pak aan, een lampje op haar voorhoofd en een monovin van koolstofvezel, waardoor ze eruitziet als een zeemeermin. Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld. Slechts een paar mensen, allemaal mannen, zijn op één ademteug dieper de oceaan in gedoken dan zij. Op een dag zal ze hen misschien overtreffen. 

    Geen beweging in haar gezicht, en ook haar hoofd is leeg. Met opzet: voor denken is kostbare zuurstof nodig, en de lucht in haar longen moet voldoende zijn om haar bijna 120 meter diep omlaag te brengen in Dean’s Blue Hole, waar het zo donker is dat geen hand voor ogen zou zien als haar lampje zou uitgaan. Dezelfde ademteug moet haar uit de duisternis ook weer terugbrengen naar de zonnestralen, die breken in het turquoise water.

    210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven

    210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven, waar het gewicht van het water haar stevig in zijn greep houdt en haar longen doet krimpen tot ze zo klein zijn als tennisballen. Waar haar hartslag vertraagt tot 30 slagen per minuut en haar bloedvaten zich vernauwen om te voorkomen dat er bloed naar haar armen en benen stroomt. Waar ze zal flauwvallen wanneer ze bij het naar boven komen te weinig zuurstof heeft en erop vertrouwt dat de veiligheidsduikers in hun witte vesten haar naar de oppervlakte zullen trekken, haar naam zullen roepen en op haar oogleden zullen blazen om haar adem-haling te stimuleren en haar ervoor te behoeden nog verder weg te drijven in de richting van de dood.

    Negen maanden heeft de duikster voor dit moment getraind. En geleden. Haar adem zo lang ingehouden, zo vaak – onder water, tijdens het lopen, liggend op bed – dat toen haar mond eindelijk weer openging ze zich inbeeldde dat ze het hele uitspansel inademde. Nadat ze zo vaak zo diep had gedoken, voelde ze zich aan het einde van de dag te moe om zelfs maar de sleutel in het slot van de voordeur te steken. 

    Maar wacht, dat tijdsbestek klopt niet. Ze heeft zich niet slechts negen maanden, maar haar hele leven voorbereid. Vlakbij, vanaf een drijvend platform, begint een scheidsrechter met een roze hoed met brede rand af te tellen: ‘Vijf, vier, drie, twee, één… Top time!’ De duikster haalt lang en diep adem en hapt dan luidruchtig naar lucht, als een vis op het droge. Acht korte ademteugen die haar longen tot barstens toe vullen. Dan draait ze zich zachtjes op haar buik en duikt als een eend, met het hoofd vooruit, langs het touw omlaag. Ze sluit haar ogen. Een paar slagen met haar staartvin en de zeemeermin is verdwenen. Er volgt nog een aankondiging: ‘Alenka Artnik, Slovenië, 118 meter, een nieuw wereldrecord!’ 

    Landdieren

    Bijna zesduizend mensen hebben de Mount Everest beklommen. Slechts enkele tientallen hebben een freedive van 100 meter in de oceaan gemaakt. Wij zijn landdieren, en als we niet op jonge leeftijd leren zwemmen wekt open water oerangsten in ons op. We raken in paniek als we onze adem inhouden. Gemiddeld kan een mens dat 60 seconden. 

    Maar wanneer ons voedsel of veel geld of roem in het vooruitzicht wordt gesteld, kunnen we tegen ons instinct ingaan. Eeuwenoude bergen schelpen, gevonden in uiteenlopende gebieden als het Verre Oosten en de Oostzee, wijzen erop dat onze voorouders duizenden jaren geleden in ondiepe stukken van de zee naar parels en schelpdieren hebben gedoken. 

    Niemand kan met zekerheid zeggen wie als eerste echt diep heeft gedoken, maar er is veel voor te zeggen dat het Haggi Statti was. Het sponsduiken had deze Griek reeds zijn trommelvliezen gekost, toen een Italiaans marineschip in 1913 in de buurt van Kreta zijn anker verloor. Statti zei dat hij het wel zou terugvinden. Hij bond het ene einde van een touw aan een vlot en het andere aan een steen, die hij bij het duiken stevig onder zijn arm klemde. Op de bodem, 76 meter diep, vond hij het anker, maakte het vast en trok zichzelf naar boven.

    Freediven

    Freediven is pas in de twintigste en eenentwintigste eeuw uitgegroeid tot een professionele sport. Twee rivaliserende organisaties kennen elk aparte wereldkampioenschappen en officiële records: de Confédération Mondiale des Activités Subaquatiques (CMAS) en de Association Internationale pour le Développement de l’Apnée (AIDA), de veruit breedst erkende vereniging voor het wedstrijd- freediven.

    Het freediven, of het diepteduiken, kent verschillende disciplines. In het zwembad bijvoorbeeld, waar je zo ver mogelijk onder water moet zwemmen, of je adem zo lang mogelijk moet inhouden terwijl je onbeweeglijk op je buik ligt met je gezicht in het water. In de zee zijn de meest ‘pure’ disciplines van het freediven die waarbij de duiker een klein gewicht draagt dat hem helpt om te dalen, maar dat hij moet vasthouden als hij naar boven komt.

    En dan is er ook nog de variant waarbij je zo diep mogelijk langs een touw naar beneden duikt en met een ballon weer omhoog gehesen wordt. Het kan gevaarlijk zijn, daarom dalen duikers nooit alleen af, maar altijd met een buddy.

    Decennialang leek wat Statti had gedaan verbazingwekkend, abnormaal. Midden jaren twintig waarschuwde een arts in dienst van de Franse marine dat 50 meter voor een mens de absolute limiet was bij het diepzeeduiken. Nog dieper en je zou worden platgedrukt. 

    Maar toen, in 1962, dook Enzo Maiorca, een Italiaanse harpoenvisser die zijn grote angst voor de zee had overwonnen, zonder duikuitrusting 51 meter diep, waarbij hij een met gewichten volgepakte slee gebruikte om zijn afdaling te versnellen en een luchtballon om weer omhoog te komen. Hij kwam ongedeerd weer boven. Veertien jaar later haalde zijn Franse rivaal Jacques Mayol met dezelfde techniek 100 meter. Hun prestaties vormden in 1988 de inspiratie voor de film The Big Blue en daarmee voor een hele generatie freedivers.

    Het meisje op het balkon in Koper hoort daar niet bij. Ze heet Alenka Artnik en eind jaren tachtig valt haar geboorteland Joegoslavië uiteen.

    Op een ochtend in de zomer van 1991 komt haar moeder Vida de kamer in die Alenka deelt met haar oudere zus Tjasi en vertelt de meisjes dat de oorlog is begonnen. Tien dagen later is die voorbij, althans voor Slovenië, dat onafhankelijk wordt, terwijl de rest van Joegoslavië verzinkt in chaos.

    Maar bij de Artniks thuis is het altijd chaos. Vida was pas achttien toen ze met Franc trouwde, een gescheiden man die de voogdij had over zijn zoontje Simon, wat in die tijd ongebruikelijk was. Simon, een knappe, atletische jongen, is tien als Alenka wordt geboren. Al voordat hij van school gaat, is Simon verslaafd aan heroïne. 

    Franc en Vida sturen Simon naar een afkickkliniek in Italië en vervolgens drie jaar naar Thailand. Als hij weer thuiskomt, is hij clean. Zijn vader Franc, een alcoholist, is dat niet.

    Franc is altijd een trotse, onafhankelijke man geweest, die zich aan de Communistische Partij nooit iets gelegen heeft laten liggen. Door de week heeft hij een succesvol loodgietersbedrijf. In de weekends verdwijnt hij urenlang in het bos om kruiden, wilde asperges en paddenstoelen te zoeken. De dennennaalden die uit zijn kleren vallen als hij weer thuiskomt, brengen de geur van het bos mee.

    Maar kort nadat de problemen met Simon beginnen, verergert Francs drankzucht. De ene week is hij dronken, de andere nuchter. Er zijn dagen dat hij niet meer op zijn benen kan staan. Wanneer Alenka, die nog op de basisschool zit, thuis drank vindt, giet ze die door de gootsteen. Franc koopt steeds meer drank. Zijn zaak gaat failliet, Vida werkt als kokkin in een fabriekskantine.

    Het nu

    Ze scheidt van Franc, maar ze blijven onder hetzelfde dak wonen. Hij slaapt in de woonkamer, en zodra Vida thuiskomt van haar werk vlucht ze naar haar slaapkamer.

    ’s Nachts hoort Alenka haar moeder huilen en ze is bezorgd dat die zichzelf iets zou kunnen aandoen. Ze omarmt haar deken alsof het haar moeder is. Als ze aan de ellende wil ontsnappen, stopt ze een gele cassette in haar cassettespeler en verliest ze zich in het verhaal van Heidi, het weeskind dat samen met haar opa in de Alpen woont. 

    Simon heeft een terugval, de politie komt aan de deur. Vader en zoon, de alcoholist en de drugsverslaafde, hebben voortdurend ruzie.

    Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water

    Op het strand in Koper, waar Alenka destijds haar hoofd stootte, is een kajakclub. Alenka is negen als ze lid wordt. Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water. Het nu.

    De club wordt haar tweede thuis, een toevluchtsoord. Ze traint elke dag, in het weekend twee keer per dag, en wordt geselecteerd voor het nationale juniorenteam. Steeds vaker spijbelt ze om in haar eentje het water op te gaan.

    In 1998 stopt ze op haar zeventiende met school en vertelt haar ouders dat ze professioneel kajakster wil worden. Dat is weliswaar aannemelijk, maar complete onzin. In werkelijkheid wil ze gewoon weg.

    Maar in plaats daarvan verlaat haar moeder, met wie Alenka zo’n nauwe band heeft, het gezin en gaat met een andere man samenwonen. Alenka’s zus is allang verhuisd naar Ljubljana, de grootste stad van Slovenië, en waar Simon uithangt, weet niemand. Alenka blijft alleen achter met haar vader. 

    De woede en het psychische geweld die zich eerder tegen zijn vrouw en zoon richtten, treffen nu Alenka. Hij geeft haar de schuld van zijn ongeluk en falen en vernietigt zo het laatste beetje zelfvertrouwen dat ze nog heeft. Ze is radeloos en denkt aan zelfmoord. 

    Ik spring van het balkon om je te straffen en je te laten zien hoeveel pijn je me doet.

    Door haar nieuwe leven raakt Vida nog verder van Alenka verwijderd, en in 2001 trouwt ze voor de tweede keer. Het jaar daarop verhuist Alenka, die genoeg heeft van het emotionele misbruik door haar vader, naar Ljubljana, waar ze in een skatewinkel gaat werken om haar kamer in een woongroep te kunnen betalen. Ze drinkt en feest te veel, een uitlaatklep om de druk van haar trauma kwijt te raken. Ze voelt zich eenzaam en ook een reeks liefdesaffaires kan haar niet van haar depressies bevrijden. 

    De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving.

    Op een avond in 2004 belt Simon haar vanuit een afkickkliniek. Ze is te moe om naar zijn verhalen te kunnen luisteren, te moe van haar eigen leven en neemt de telefoon niet op. De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving. Vida heeft inmiddels kanker en na een vijf jaar durende strijd tegen de ziekte overlijdt ook zij. 

    Afgesneden van haar familie voelt Alenka zich niet in staat om adequaat te rouwen over de dood van haar broer en haar moeder. Franc, die nog steeds in Koper woont, kwelt haar uit de verte met zijn manipulatieve gedrag. De last van de ellende van haar familie vergroot haar wanhoop. 

    Ze is zich daar niet van bewust, en op die brug in de winternacht van 2010, gaat ze bijna aan haar verdriet ten onder. Bijna tien jaar zijn verstreken sinds Alenka voor het eerst fantaseerde dat ze van het balkon sprong om haar vader te straffen. Nu ze hier zo alleen naar het water in de diepte staart, is het beetje gevoel van eigenwaarde dat ze nog heeft bijna uitgeput. 

    Maar haar wanhoopskreet naar het universum maakt diep binnen in haar iets los. Ze realiseert zich dat het de last van de ellende in haar familie is, die haar als een gewicht naar deze duistere plek, deze afgrond, heeft getrokken. Ik wil dat niet; het is niet van mij, denkt ze. Ik kan dit niet langer.

    Nu laat ze de last als een zware rugzak van haar schouders glijden en laat hem los. Haar zorgen zijn nog lang niet voorbij, maar Alenka is niet langer verlamd door het verleden. Ze verlaat de brug en gaat naar huis.

    De verlossing

    Zoals zo vaak begint de verlossing met een vriendelijke daad. Een jaar na Alenka’s nacht op de brug wordt ze door een vriend van vroeger uitgenodigd om te gaan zwemmen in een openbaar zwembad. Hij is begonnen met harpoenvissen en zwemt met een paar mannen baantjes onder water om zijn uithoudingsvermogen te verbeteren.

    Alenka haalt adem, glijdt onder water en trekt zich met haar armen vooruit. Ze is weer een kind, diep in de zee bij Koper. Al het lawaai van de wereld is verdwenen, denkt ze. Ik ben alleen en tegelijkertijd ben ik ergens onderdeel van. Voor het eerst in lange tijd voelt ze zich vredig. 

    De volgende dag koopt Alenka een paar zwemvinnen en komt ze zonder adem te halen even ver als de beste mannen. Nieuwsgierig naar deze vreemde bezigheid schrijft ze zich in voor een korte introductiecursus bij Jure Daić, een van de beste freedivers van het land. Daić beschouwt iemand die na zijn tweedaagse cursus 75 meter onder water kan zwemmen – drie keer de lengte van een normaal bad – als een uitstekende zwemmer. Op de tweede dag van de cursus zwemt Alenka één baan, twee banen, dan drie en meer. Bij 92 meter verliest ze een van haar vinnen. In plaats van naar boven te komen, keert ze onder water om, pakt de vin, doet hem weer aan en maakt de baan af. Als ze uit het zwembad komt, is ze boos en zegt dat ze de 120 meter had willen halen.

    De andere cursisten kijken met open mond toe. De meeste hebben de 50 meter niet eens gehaald. Wie is die vrouw? 

    ‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen’

    Dat vraagt Daić zich ook af. Alenka lijkt heel leer-gierig en overstelpt hem met technische vragen. Bovendien heeft ze tussen de bedrijven door aan een van Daićs trainers dingen verteld die hem verbazen: ‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen.’ 

    GettyImages 157514189
    © Samo Vidic / Getty Images

    Daić vraagt Alenka naar haar verleden en langzaam begint hij het te begrijpen: de oorzaak van haar intense drive is dat ze zo ongelukkig is. Vergeleken met andere topatleten die hij heeft getraind, lijkt ze fysiek niet uitzonderlijk. Maar hij heeft de indruk dat de mentale kracht die Alenka door het overwinnen van haar problemen heeft ontwikkeld, haar sterke punt is. 

    In veel sporten naderen dertigjarigen het einde van hun carrière. Bij freediving ligt dat anders. Duikers hebben niet alleen kracht, flexibiliteit en een buitengewoon vermogen om hun adem te kunnen inhouden nodig, maar ook innerlijke rust, balans en zelfkennis. Als ze te snel te veel willen, is de kans op een burn-out – of erger – groot.

    Net als de kajakclub in haar jeugd wordt het zwembad Alenka’s toevluchtsoord. Iedere ochtend voor ze naar haar werk gaat, glijdt ze soepel onder water, terwijl de zwemmers boven haar zich druk maken. Bij wedstrijden breekt ze al snel nationale records.

    Ook al neemt Alenka’s zelfvertrouwen toe, haar innerlijke pijn blijft. Francs psychologische misbruik gaat gewoon door wanneer ze begint te freediven, maar uiteindelijk laat hij haar emotioneel los en zegt dat hij trots is op haar duiksuccessen. Niet lang daarna overlijdt ook hij aan kanker.

    In 2013 wordt Alenka opgenomen in het Sloveense nationale team, en al snel wordt haar duidelijk dat het een groot verschil is of je de beste van het land bent of de beste van de wereld. Ze traint nu nog harder, te hard. Voor het wereldkampioenschap van 2015 traint ze zo intensief dat ze vijf kilo afvalt. Tegen de tijd dat het kampioenschap begint, is ze zo uitgeput dat ze de finale niet haalt. Maar in plaats van teleurgesteld te zijn – zoals toen ze een van haar vinnen verloor – ontdekt ze dat ook falen voldoening kan geven. 

    En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken.

    Door dit nieuwe zelfinzicht veranderen Alenka’s prioriteiten. Liever dan medailles wil ze haar verloren jaren inhalen, leven, uitzoeken wie ze werkelijk is. En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken. Als ze goed is in freediven in open water, cool. Zo niet, dan ziet ze in elk geval een ander deel van de wereld. 

    In de zomer van 2015 gaat Alenka naar Vis, een eiland voor de kust van Kroatië, waar ze een paar weken wil ontspannen. Ze komt een paar Sloveense vrienden tegen die freediving-cursussen organiseren. Een van die cursussen begint net, vertellen ze Alenka, en wel met een heel bijzondere trainster: Natalja Moltsjanova. 

    Natalja, een Russische atlete met de bijnaam ‘de machine’, was al van kinds af aan een goede zwemster. Toen ze op haar veertiende het freediven ontdekte, duurde het niet lang tot ze die tak van sport onder de knie had. Ze was de eerste vrouw die in een zwembad 200 meter onder water zwom en de eerste vrouw die acht minuten haar adem kon inhouden. Bovendien was ze de eerste vrouw die in de oceaan dieper dan 100 meter dook. Nu, op haar 53e, is Natalja de beste duikster aller tijden en nog steeds houder van de meeste wereldrecords bij de vrouwen, zowel in het zwembad als in de zee.

    Is het het universum dat weer tot Alenka spreekt? Ze was Natalja al eerder tegengekomen bij wedstrijden, maar nu heeft ze de kans haar echt te leren kennen en les te nemen bij een echte kampioene. Alenka annuleert haar vakantieplannen en schrijft zich in voor de cursus. Hun liefde voor katten schept meteen een band tussen de twee vrouwen. Natalja vertelt dat ze net heeft leren surfen en hoeveel ze van de zee houdt. Duiken in een zwembad lijkt op joggen op een loopband, heeft Natalja ooit gezegd, in de zee daarentegen is het net als hardlopen in het bos. 

    In de wateren rond het eiland leert Alenka nog meer over dat verschil. De dichtheid van ons lichaam is iets minder dan die van water, zodat we kunnen blijven drijven maar hard moeten trappen om naar beneden te komen. Maar hoe dieper we duiken, hoe meer water er van boven op ons drukt. Met de toe-nemende druk wordt ook onze dichtheid groter. Ten slotte wordt het te veel en zinken we als een baksteen. We hoeven niet meer te trappelen. De zwaartekracht neemt ons mee, we zijn in vrije val. 

    Met alles verbonden

    Alenka geeft toe aan de druk en dat is een geweldig gevoel. Bij het afdalen is ze alleen in het nu; voorbij het water bestaat niets meer, zelfs haar eigen identiteit niet. Ze is alleen, maar ze voelt zich met alles verbonden. 

    Ik val in het centrum van het universum, denkt ze. Zo moet het voelen om te vliegen. 

    Bij haar diepste duik met Natalja haalt ze 49 meter. Na het afronden van de cursus freediving is Natalja van plan op het eiland te blijven trainen, maar ze krijgt een telefoontje van een rijk echtpaar dat ergens in Spanje privéles wil nemen. Alenka brengt Natalja naar de veerboot en neemt afscheid. Een paar dagen later hoort de verbijsterde duikersgemeenschap op Vis – en op de hele wereld – dat Natalja wordt vermist. Na een les met haar klanten heeft ze een duik gemaakt waarvan ze niet is teruggekomen. Ondanks een uitgebreide zoektocht wordt Natalja’s lichaam nooit gevonden. Men neemt aan dat ze is meegevoerd door sterke onderwaterstromingen.

    Twee maanden later arriveert Alenka met twee koffers, twee wetsuits en twee paar vinnen in de Egyptische stad Sharm-el-Sheikh aan de Rode Zee. Het is oktober 2015, ze is 34. Met een taxi rijdt ze langs de kust door de woestijn naar Dahab, een voormalig vissersdorp dat nu een populaire plaats is voor duiken en snorkelen. 

    Alles daar is overweldigend: de woestijn, de hitte, de taal, het eten. Alenka kent er niemand. Maar het water is magisch. Ze zwemt naar het rif, waar het wemelt van de gele, oranje, paarse en blauwe vissen. Als ze achterom kijkt naar de kust en in de verte de berg Sinaï ziet, huilt ze tranen van vreugde.

    Alenka huurt een vervallen bedoeïenenhuisje. Ze dicht de lekkende wastafels met siliconen, verft de muren en koopt lampen en tapijten in de bazar. Twee loslopende honden en een stel katten trekken bij haar in.

    ’s Morgens springt ze achter in een pick-uptruck om met andere duikers het stukje naar de Blue Hole bij Dahab te rijden, een meer dan 100 meter diep onderwatergat. Door het trainen in het zwembad is ze sterk en ze kan haar adem goed inhouden. De vraag is hoe ze met de extreme diepte zal omgaan.

    Een reeks aangeboren reacties die bekendstaat als de duikreflex van zoogdieren, biedt ons onder water een natuurlijke bescherming. Als je je gezicht in koud water dompelt en je adem inhoudt, vertraagt je hartslag automatisch om zuurstof te besparen. Tegelijkertijd vernauwen de slagaderen zich om ervoor te zorgen dat het bloed uit de ledematen naar de vitale organen stroomt. Dat voorkomt dat je longen platgedrukt worden, want in diep water wordt een enorme druk op het lichaam uitgeoefend. Het probleem is dat ons lichaam ook lege ruimtes heeft. Op zeeniveau is de druk per definitie één atmosfeer. Tien meter onder water is dat het dubbele, enzovoort. Een groot deel van ons lichaam bestaat uit water of vaste stof die niet kan worden samengedrukt. Maar de lege ruimtes, zoals de longen en het binnenoor, bevatten gassen en kunnen onder druk bezwijken.

    Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt

    Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt. Om dat te voorkomen moet een duiker tijdens het afdalen voortdurend lucht in zijn binnenoor persen. Daardoor wordt het trommelvlies weer in zijn natuurlijke positie gebracht en wordt de druk in zijn hoofd weer gelijk aan de druk die er van buitenaf op inwerkt. 

    De eenvoudigste methode om de druk gelijk te krijgen, is je neus en mond dicht te houden, je buikspieren te spannen en lucht uit je longen naar boven te persen. Op grotere diepte gebruiken duikers fysiek zuinigere, maar technisch moeilijkere methoden waarbij ook de tong, de wangen en de keel worden gebruikt.

    Ervaren oceaanduikers doen er vaak jaren over om die drukbalans te realiseren. Maar Alenka, die vertrouwt op de aanwijzingen van haar trainingspartners, onlineduikfora en haar eigen intuïtie, heeft er nauwelijks problemen mee en duikt elke dag dieper. Op nieuwjaarsdag 2016, als het water al onaangenaam koud wordt, is haar beste duik met een monovin 77 meter. Ze weet nu dat ze de diepte aankan. 

    Om bij het dalen lucht te besparen, moet Alenka eerst in een meditatieve, zen-achtige staat komen. Op een dag, als ze zich omdraait om weer naar boven te gaan, ziet ze voor zich opeens het beeld van haar halfbroer Simon, die haar onder water rustig en zelfverzekerd aankijkt. Hij heeft het gezicht van een man die nooit aan de drugs is geweest, de man die hij had kunnen zijn. Simons aanwezigheid geeft Alenka een gevoel van vrede, en ze gebruikt die vrede om zich zachtjes naar het wateroppervlak te bewegen.

    Tranen 

    ’s Avonds, terug in haar huis, probeert ze de gebeurtenis te verwerken. Jarenlang is ze het Simon kwalijk blijven nemen dat hij hun gezin en vooral haar ouders zo veel leed heeft bezorgd. Terwijl de tranen haar over de wangen stromen, voelt ze nu een oneindig medelijden met hem, om alles wat hij heeft moeten doorstaan, om alles wat hij heeft moeten missen. 

    Als Alenka negen maanden na haar aankomst Dahab verlaat, heeft ze tot een diepte van 92 meter gedoken, slechts 9 meter minder dan het monovinwereldrecord voor vrouwen. De wereldkampioenschappen 2016 in Turkije staan voor de deur, en zij is de enige Sloveense duikster die meedoet. 

    Alenka, die in de wereld van het freediven op zee nog volslagen onbekend is, verbaast de concurrentie door de monovinwedstrijd te winnen met een duik van 86 meter. Ook in de discipline met twee vinnen wordt ze eerste en breekt ze bovendien het wereld-record. 

    Aan freediven is een dodelijk risico verbonden. Als je op weg naar beneden te hard perst, kun je een zogeheten longcontusie krijgen, waarbij het longweefsel scheurt doordat het wordt platgedrukt, zodat je bloed opgeeft. Als je de benodigde tijd om weer boven te komen verkeerd inschat, kun je bewusteloos raken omdat de hersenen zichzelf uitschakelen om het beetje zuurstof dat nog in het lichaam aanwezig is te sparen. 

    Door strengere regels en de aanwezigheid van veiligheidsduikers komen dodelijke ongelukken bij free-divewedstrijden weliswaar niet vaak voor, maar toch. In 2013 overleed de Amerikaan Nicholas Mevoli aan de gevolgen van een longblessure tijdens een duik zonder vinnen van 72 meter bij de Vertical Blue, een wedstrijd op de Bahama’s die voor professionele duikers het hoogtepunt van het seizoen is.

    Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken

    In 2018 krijgt Alenka haar eerste aanbod om bij de Vertical Blue te duiken, vlak nadat ze als vierde vrouw ooit 100 meter heeft gedoken, na Natalja Moltsjanova en twee atletes die ook zijn uitgenodigd voor de Vertical Blue. Dat zijn de Japanse Hanako Hirose en Alessia Zecchini, een 26-jarig Italiaans wonderkind dat op haar 13e met duiken begon.

    Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken. De organisatoren passen voor iedere deelnemer de lengte van het touw aan. Aan het einde van dit touw zit een bodemplaat waaraan kaartjes zijn bevestigd. Voor een succesvolle poging moet de duiker als hij weer aan de oppervlakte is gekomen de scheidsrechter een kaartje overhandigen, met vinger en duim het Oké-signaal geven en gedurende 20 seconden met het hoofd boven water bij bewustzijn blijven. 

    Voor haar eerste Vertical Blue-duik heeft Alenka een doel van 100 meter, dat ze met gemak haalt. Een paar dagen later: 103 meter. Dan een meter dieper. Als ze 105 meter bereikt, evenaart ze Zecchini’s wereldrecord. Ook Hirose en Zecchini halen de 105 meter. Elke duikster heeft nog twee pogingen om dieper te komen. Maar een stem in Alenka’s hoofd zegt dat ze het hierbij moet laten. 

    Voor deze dieptes heb je meer tijd nodig, denkt ze. Je bent sterk genoeg om nu te stoppen. 

    Hirose gaat door tot 106 meter en probeert dan 107 meter; bij het omhoogkomen raakt ze bewusteloos. Ook Zecchini duikt naar 107 meter en zegeviert. 

    Alenka’s besluit om na zo’n succesvolle duik af te haken, verwart haar concurrenten. Waarom stoppen wanneer je de kans hebt om te winnen, een nieuw wereldrecord te vestigen en je internationaal te profileren? Alenka heeft niemand om naar terug te gaan, geen partner, geen kind en geen baan. Wat heeft ze te verliezen? 

    Maar Alenka heeft iets geleerd van deze duik: als je aan de rand van de afgrond hebt gestaan en hebt gevonden wat je weer naar de oppervlakte doet terugkeren, namelijk het leven, dan heb je alles te verliezen. Ze voelt een te grote verantwoordelijkheid tegenover het leven om iets alleen maar voor haar ego te doen.

    Daarom heeft Alenka ook nooit een longcontusie gehad, daarom is ze een van de zeer weinige wedstrijdduikers die nog nooit de adem van een veiligheidsduiker op haar oogleden heeft gevoeld om haar uit die zuurstofarme toestand terug te halen. Daarom is ze tot op de dag van vandaag nog nooit bewusteloos geraakt.

    Ze weigert een gevaar voor zichzelf te zijn.

    Alenka blijft nooit lang op dezelfde plek en leeft als een nomade. De eerste helft van het jaar traint ze in de tropen om zich voor te bereiden op de wedstrijden in de zomer. Het is een benijdenswaardig maar eenzaam leven, altijd onderweg, altijd op zoek naar nieuwe trainingspartners. Begin 2019 ontmoet ze op Panglao, een eiland in de Filippijnen, een Zwitserse freediver, Florian Burghardt, die zijn baan bij een bank tijdelijk heeft opgezegd om zich serieus aan zijn sport te wijden.

    Verliefd

    Hij raakt met Alenka aan de praat, ze drinken samen een kop koffie en worden verliefd. Burghardt brengt het hele seizoen met haar door en ziet hoe ze in Honduras 113 meter duikt, een wereldrecord dat Zecchini in dezelfde wedstrijd evenaart.

    Een jaar later, tijdens de pandemie, is het stel terug op de Filippijnen en zitten ze vast in een resort. Omdat de stranden gesloten zijn, slaan Alenka en Burghardt een voorraad tomaten in blik, pasta en olijfolie in en passen ze hun trainingsmethoden aan. Alenka onderneemt wat ze noemt ‘apneu-wandelingen’, waarbij ze haar adem inhoudt terwijl ze tussen de koeien op de weg door loopt. In het steeds troe-beler wordende zwembad van het resort houdt ze 30 seconden haar adem in en zwemt dan tien baantjes, 200 meter, onder water. Onbeweeglijk in het water liggend, verbetert ze haar persoonlijke record adem inhouden tot 6 minuten en 40 seconden.

    Zeemeermin

    De mens is altijd gefascineerd geweest door het mythische beeld van de zeemeermin die soepel door het water glijdt, met zwembewegingen die doen denken aan dolfijnen en walvissen. Ooit is de droom ontstaan deze manier van zwemmen te imiteren. Eind twintigste eeuw probeerden de eerste sporters dat met de monovin, inmiddels een veel voorkomende vrijetijdsbesteding. In een monovin zitten je voeten echt vast, het is moeilijk je ermee voort te bewegen, en het vereist kracht en vaardigheid.

    Maar als je de beweging eenmaal onder de knie hebt, kun je zelfs sneller en dieper duiken dan met gewone vinnen.

    Door de pandemie valt het wedstrijdseizoen 2020 uit, wel worden er een paar kleine, eenmalige evenementen georganiseerd. In Kalamata, Griekenland, brengt Alenka het wereldrecord met twee vinnen op 94 meter, maar door de slechte omstandigheden wordt het niets met haar duik met één vin. Na een korte tussenstop in Zwitserland, waar ze zich met Burghardt verlooft, vliegt ze alleen terug naar Sharm-el-Sheikh en maakt haar doel bekend: 114 meter. Als ze omhoog komt, glijdt ze met een glimlach langs de haar toegewezen veiligheidsduiker, wat hem tot tranen toe roert. Haar ongedwongenheid en zelfbeheersing maken op iedereen diepe indruk. 

    Hoe is dat mogelijk? Hoe kan het dat je op je dertigste totaal geen zelfvertrouwen hebt en nog geen tien jaar later de meest zelfverzekerde duikster ter wereld bent, die zich aan de grootste diepten waagt? Hoe kan het dat een vrouw op het punt staat zelfmoord te plegen en vervolgens topatleten versteld doet staan van haar successen enerzijds en haar bescheidenheid anderzijds? Hoe kan het dat iemand het leven zo haat en het daarna zo innig liefheeft? 

    Dat vragen mensen zich soms af en een deel van het antwoord is dat Alenka haar verleden niet alleen heeft overwonnen, maar er haar kracht aan ontleent. ‘Het komt door die pijn,’ zegt ze. ‘Ik heb me overgegeven aan de pijn, ik heb hem geaccepteerd. Daardoor groei je boven jezelf uit.’ Het andere deel van het antwoord is simpeler: ze traint als een gek. 

    En wat zal de toekomst brengen? Alenka is 39, wordt nog steeds sterker en duikt elk jaar efficiënter. De volgende grote mijlpaal voor duiksters is 120 meter. ‘Makkelijk zal het niet zijn,’ zegt ze, ‘wel haalbaar.’ Misschien zelfs al in het wedstrijdseizoen van 2021, dat in juli begint met de Vertical Blue. Deze diepte zou verleidelijk dicht bij het mannenrecord komen, dat slechts 10 meter dieper ligt. In 2017 was de kloof tussen mannen en vrouwen nog 28 meter. 

    Begin juni 2021, een maand voor de Vertical Blue, arriveert de wereldtop van de freedivers – 42 mannen en vrouwen uit 21 landen – op het strand om te acclimatiseren. Alenka en Burghardt komen uit Honduras, waar ze vier maanden hebben getraind, en huren een huisje met uitzicht op de Atlantische Oceaan. 

    De dag voor de wedstrijd brengt Alenka door met zich haar duik voor te stellen en naar een oude, bekende tekenfilmserie te kijken die ze op YouTube heeft ontdekt. Ze zingt de titelsong mee: Heidi, Heidi… 

    Bewusteloos

    Op de openingsdag raakt de eerste atleet bij het naar boven komen bewusteloos. Na hem hebben een paar duikers meer succes, en andere, die de diepte niet aankunnen, komen terug zonder de bodemplaat te hebben bereikt.

    Het is moeilijk de beoogde diepte geheim te houden wanneer iedereen aan hetzelfde touw traint, maar toch gaat er een geroezemoes door de menigte als op de openingsdag haar voornemen bekend wordt gemaakt. Alessia Zecchini gaat een poging van 115 meter doen, een meter dieper dan Alenka’s record met één vin. Direct na haar komt Alenka, die een poging zal doen van 118 meter. 

    In een mum van tijd verandert het strand in een chaos van slippers, vinnen en pool noodles, die de deelnemers tijdens de countdown als hulpmiddel gebruiken.

    Voor ze naar het drijvende platform zwemmen om hun beurt af te wachten, geven Zecchini en Alenka elkaar een stevige omhelzing. De Italiaanse is als eerste aan de beurt. Haar duik verloopt probleemloos. Daarna wordt het touw drie meter dieper afgesteld.

    Alenka drijft op haar rug. De scheidsrechter met zijn roze hoed telt af. Alenka maakt zich klaar voor haar duik. De diepe inademing. De acht slokken lucht die haar longen vullen. De rol voorwaarts, de duik als een eend met het hoofd naar voren. Met een klap van haar vin verdwijnt de duikster in het blauwe gat, haar armen losjes langs het lichaam.

    Een duikershorloge met vijf alarminstellingen, dat aan haar halsgewicht van 1,8 kilo is bevestigd, meldt tijdens de afdaling telkens hoe diep ze is. Als de voorlaatste piep haar vertelt dat ze op 68 meter zit, slaat ze nog een laatste paar keer met haar vin, voordat ze zich helemaal overgeeft aan een vrije val. Het water ruist langs haar gezicht, het gidstouw glijdt geruststellend langs haar rechterschouder. 

    Bij de laatste pieptoon opent de duikster haar ogen, grijpt het kaartje en draait om, alles in één vloeiende beweging. Ze strekt haar armen omhoog, haar handen dicht bij elkaar, en slaat krachtig met haar vin. Boven beschrijft de omroeper, met een blik op het sonarscherm, hoe ze omhoog komt: 80 meter… 60 meter… De eerste veiligheidsduiker zwemt haar tegemoet, dan de tweede. 29 meter. Duiker in zicht!

    Alenka komt boven, grijpt met haar rechterhand het touw en verwijdert met haar linkerhand haar neusklem. Ze geeft het Oké-signaal en glimlacht. Ze haalt het kaartje uit haar kap, waarin ze het had opgeborgen, en geeft het aan de scheidsrechter, die een witte kaart opsteekt als teken van een geslaagde duik. De sportduikers die zich rond de wedstrijdzone ophouden, kletsen juichend op het water. ‘Rock ’n roll,’ zegt ze. 

    Record

    Vier dagen later zal Alenka de eerste vrouw zijn die de 120 meter haalt. Bij haar laatste duik in deze wedstrijd gaat ze nog 2 meter dieper. Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht. 

    Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht

    Alenka en Burghardt vieren het in een café met omelet en koffie. Ze is gelukkig zonder triomfantelijk te zijn. De gedachte dat ze vanwege haar record beter zou zijn dan een ander slaat nergens op, zegt ze. Mensen begrijpen niet dat het voor haar maar een getal is, een logische consequentie van haar training. ‘De wereld daarbuiten wil ego’s en strijd en titels,’ zegt ze. ‘Het valt niet mee daar koud onder te blijven. Maar het kan wel.’ 

  • Wetenschappers luiden noodklok over klimaatverandering

    Wetenschappers luiden noodklok over klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Xi en Poetin bespreken Chinees vredesplan voor oorlog in Oekraïne

    » Biden gebruikt voor het eerst zijn veto om Republikeinse wet te blokkeren

    ‘Kom nu in actie of het is te laat’, aldus IPCC-rapport

    Wetenschappers hebben een ‘laatste waarschuwing’ afgegeven over de klimaatcrisis, nu de stijgende uitstoot van broeikasgassen de wereld tot op de rand brengt van onherstelbare schade, die alleen door snelle en drastische maatregelen kan worden afgewend, schrijft The Guardian.

    De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC), bestaande uit ’s werelds meest vooraanstaande klimaatwetenschappers, heeft maandag het laatste deel van zijn zesde evaluatierapport gepubliceerd. Honderden onderzoekers hebben acht jaar gewerkt aan dit uitgebreide overzicht van de menselijke kennis over de klimaatcrisis. Het rapport beslaat duizenden pagina’s, maar komt neer op één boodschap: ‘kom nu in actie of het is te laat’, aldus de Britse krant.

    Extreem weer als gevolg van klimaatverandering heeft in alle regio’s geleid tot meer doden door toenemende hittegolven, de verwoesting van miljoenen levens en huizen door droogte en overstromingen, een hongersnood waar miljoenen mensen onder lijden en ‘in toenemende mate onomkeerbare verliezen’ in vitale ecosystemen, zo valt te lezen in het rapport.

    Het is niet meer de vraag of de de wereldwijde temperatuurstijging de grens van 1,5 graden zal overschrijden

    Volgens Kaisa Kosonen, klimaatdeskundige bij Greenpeace International, is ‘dit rapport absoluut een laatste waarschuwing om een mondiale temperatuurstijging van 1,5 graden Celsius te voorkomen. Als regeringen gewoon doorgaan met hun huidige beleid, zal het resterende koolstofbudget opgebruikt zijn vóór het volgende IPCC-rapport’, dat in 2030 verschijnt.

    Voor Peter Thorne, de directeur van het Icarus Klimaatonderzoekscentrum van de Maynooth-universiteit in Ierland, is het niet meer de vraag of de wereldwijde temperatuurstijging volgend jaar de grens van 1,5 graden zal overschrijden. ‘We zullen, bijna ongeacht het gegeven uitstootscenario, in de eerste helft van het volgende decennium 1,5 graden bereiken. De echte vraag is of onze collectieve keuzes betekenen dat we stabiel rond de 1,5 graden blijven hangen of door de 1,5 graden heen knallen, 2 graden bereiken en zo doorgaan.’

    Lees ook:

  • Malawi: ten minste 99 doden door orkaan Freddy

    Malawi: ten minste 99 doden door orkaan Freddy

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: aanslagpleger en IS-sympathisant, veroordeeld tot levenslang

    » Val Silicon Valley Bank: reddingsplan Washington neemt niet alle twijfels weg

    De regering heeft de regio uitgeroepen tot ‘rampgebied’

    Ten minste 99 mensen zijn maandag omgekomen nadat orkaan Freddy het zuiden van Malawi had getroffen. De meeste doden zouden gevallen zijn in Blantyre, de commerciële hoofdstad van Malawi, schrijft CNN. ‘We hebben 99 doden geregistreerd in ongeveer zeven gemeenten, met Blantyre als de zwaarst getroffen stad met 85 doden en ongeveer 134 ziekenhuisopnames,’ aldus Charles Kalemba, de commissaris voor rampenbestrijding van het land. Hij waarschuwde dat het aantal doden en gewonden nog kan stijgen.

    Freddy is op weg het record te breken van de langst aanhoudende orkaan

    De regering van Malawi heeft de zuidelijke regio van het land uitgeroepen tot ‘rampgebied’. Ook heeft ze in een verklaring laten weten dat ze ‘reageert op de noodsituatie, noodhulp verleent aan alle getroffen districten en een beroep doet op lokale en internationale steun voor alle gezinnen die door deze ramp zijn getroffen’. De minister van Onderwijs verklaarde zondag dat de scholen in de tien zwaarst getroffen districten tot en met woensdag gesloten zullen blijven.

    Door de zware regenval vinden er aardverschuivingen en overstromingen plaats en rollen er stenen van heuvels af, wat de reddingsoperatie bemoeilijkt. Veel plekken waar hulp verleend moet worden, zijn daardoor erg lastig te bereiken. De dodelijke orkaan is op weg het record te breken van de langst aanhoudende storm in zijn soort en heeft ook het naburige Mozambique en Madagaskar getroffen, waarbij meer dan twintig mensen zijn omgekomen en duizenden anderen zijn ontheemd, aldus CNN.

    Lees ook:

  • VN-landen komen na jaren tot historisch oceaanakkoord

    VN-landen komen na jaren tot historisch oceaanakkoord

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China presenteert plannen op Volkscongres

    » Zuid-Korea zet compensatiefonds op voor dwangarbeiders uit WO II

    High Seas-akkoord moet biodiversiteit beschermen

    Na bijna twintig jaar onderhandelen hebben de Verenigde Naties een akkoord bereikt over de bescherming van oceanen, schrijft UN News. In het zogeheten High Seas-akkoord staat dat de biodiversiteit in internationale wateren beschermd moet worden. Vanaf 2030 moet dertig procent van deze wateren een beschermde status hebben.

    De EU noemt het akkoord, dat zaterdagavond gesloten werd, ‘een historisch moment voor de oceanen’. De EU-commissaris voor Milieu, Oceanen en Visserij Virginijus Sinkevicius spreekt van een ‘cruciale stap om het maritieme leven en de biodiversiteit, die voor ons en voor toekomstige generaties essentieel zijn, te beschermen’. Ook milieuorganisatie Greenpeace is enthousiast en noemt het ‘een monumentale overwinning voor de bescherming van de oceanen’.

    In het akkoord staan onder meer passages over visserij en andere commerciële activiteiten die biodiversiteit in de oceanen schaden. Ook zijn er afspraken gemaakt over het schoonhouden van oceanen en het verwerken van plastic afval. Verschillende landen hebben financiële bijdrages beloofd om te zorgen dat de biodiversiteit in de internationale wateren beschermd kan worden. Zo heeft de Europese Unie 40 miljard euro toegezegd.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/de-zee-dat-is-waar-wij-verstand-van-hebben/
  • Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Klimaatverandering maakt tampons (en veel andere spullen) duurder

    Katoenboeren in Texas, de grootste katoenexporteur ter wereld, verloren vorig jaar bijna driekwart van hun oogst door hitte en droogte. Hierdoor steeg wereldwijd de prijs van basisproducten als tampons en luiers. Inflatie wordt zo steeds vaker aangejaagd door klimaatverandering.

    De berekeningen van het ministerie van Landbouw vorige maand toonden een verontrustend resultaat: het jaar 2022 was een ramp voor katoen in Texas, de staat waar de ruwe vezel wordt geteeld om te worden verwerkt in tampons, luiers, gaaskompressen en andere producten voor wereldwijd gebruik.

    Nooit eerder waren de verliezen zo groot. Texaanse boeren raakten 74 procent van hun aangeplante gewassen kwijt – bijna 2,4 miljoen hectare – aan de enorme droogte, die nog werd verergerd door klimaatverandering.

    Door die verliezen steeg de prijs van tampons in de Verenigde Staten het afgelopen jaar met 13 procent en die van katoenen luiers met 21 procent. Watjes van katoen werden 9 procent duurder en verbandgaas 8 procent. Dat ligt allemaal ruim boven de nationale inflatie van 6,5 procent in 2022, aldus gegevens van de marktonderzoeksbureaus NielsenIQ en The NPD Group. Dit voorbeeld laat zien dat klimaatverandering invloed heeft op de kosten van het dagelijks leven, zonder dat consumenten zich dat waarschijnlijk realiseren.

    In Pakistan hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield

    West-Texas is de belangrijkste bron van katoen voor de Verenigde Staten, de derde grootste producent en de grootste exporteur ter wereld. Dat betekent volgens economen dat de ineenstorting van de katoenoogst in West-Texas ook buiten de Verenigde Staten voelbaar zal zijn in winkels over de hele wereld.

    ‘Klimaatverandering is een verborgen aanjager van inflatie,’ zegt Nicole Corbett, vicepresident van NielsenIQ. ‘Naarmate extreem weer gevolgen blijft hebben voor gewassen en productiecapaciteit, zullen de kosten van eerste levensbehoeften blijven stijgen.’

    Aan de andere kant van de wereld, in Pakistan, ’s werelds zesde grootste producent van het zogeheten upland-katoen, hebben zware overstromingen de helft van de katoenoogst vernield. De overstromingen ontstonden deels door klimaatverandering.

    Blik in de toekomst

    Het Texaanse katoen biedt ons een blik in de toekomst. Wetenschappers voorspellen dat de opbrengst in het zuidwesten zal blijven dalen onder invloed van hitte en droogte. Daardoor zullen de prijzen van veel essentiële producten verder stijgen. Volgens een studie uit 2020 is in Arizona de productie van katoen al verminderd en zal in die regio tussen 2036 en 2065 de opbrengst dalen met 40 procent.

    Katoen is ‘een graadmeter’, zegt Natalie Simpson, expert aan de Universiteit van Buffalo in logistiek van toeleveringsketens. ‘Als het weer het gewas destabiliseert, zie je bijna onmiddellijk de gevolgen. Dat geldt overal waar het geteeld wordt. Het aanbod waarvan iedereen afhankelijk is, zal er in de toekomst heel anders uitzien dan nu. Die trend is nu al zichtbaar.’

    Decennialang was de katoenoogst in het zuidwesten afhankelijk van water uit de Ogallala Aquifer, [waterhoudende grondlaag] die onder acht westelijke staten loopt en zich uitstrekt van Wyoming tot Texas. Maar de aanvoer van de Ogallala neemt af, mede als gevolg van klimaatverandering, aldus de 2018 National Climate Assessment, een rapport van dertien federale agentschappen. ‘Grote delen van de Ogallala Aquifer moeten nu worden beschouwd als een niet-hernieuwbare bron,’ aldus het rapport.

    Uit deze regio trokken in de jaren dertig meer dan twee miljoen mensen weg tijdens de Dust Bowl-stofstormen die werden veroorzaakt door ernstige droogte en slechte landbouwpraktijken. John Steinbeck beschreef het trauma in zijn beroemde epos The Grapes of Wrath, over een familie van katoenboeren die uit hun huis in Oklahoma werd verdreven. Mark Brusberg, meteoroloog bij het ministerie van Landbouw, moet de laatste tijd vaak aan deze roman denken. ‘Destijds leidde de Dust Bowl tot een massale migratie van landbouwers. Die trokken weg van een plek waar ze niet langer konden overleven, en bouwden een nieuw leven op,’ zegt Brusberg. ‘We moeten uitzoeken hoe we kunnen voorkomen dat dit opnieuw gaat gebeuren.’

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt’

    Uiteindelijk leefde de landbouwgrond boven de Ogallala weer op doordat boeren de Aquifer gebruikten om hun akkers te bevloeien. Maar nu hitte en droogte weer zijn toegenomen en de Aquifier slinkt, keren de stofstormen terug, zo blijkt uit de National Climate Assessment. Door klimaatverandering zullen in een groot deel van de Ogallala-regio de komende vijftig jaar de droogteperiodes langer en intenser worden, aldus het rapport. Barry Evans, een vierde generatie katoenboer in de buurt van Lubbock, Texas, heeft geen wetenschappelijk rapport nodig om hem dat te vertellen. Afgelopen voorjaar plantte hij 970 hectare katoen. Hij oogstte er slechts tweehonderd.

    ‘Dit is een van de slechtste landbouwjaren die ik ooit heb meegemaakt,’ zegt hij. ‘We hebben veel van de Ogallala Aquifer verloren en dat komt niet meer terug.’ Toen Evans in 1992 begon met het verbouwen van katoen kon hij ongeveer 90 procent van zijn velden irrigeren met water uit de Ogallala, vertelt hij. Nu is dat nog maar 5 procent en het wordt steeds minder. Hij plant het katoen in wisselteelt met andere gewassen en gebruikt nieuwe technologieën om het beetje kostbare vocht dat uit de lucht valt optimaal te kunnen gebruiken. Maar om zich heen ziet hij dat boeren het opgeven. ‘De achteruitgang van de Ogallala heeft veel mensen doen besluiten vervroegd met pensioen te gaan,’ zegt hij.

    Kody Bessent is algemeen directeur van Plains Cotton Growers Inc., dat boeren vertegenwoordigt die katoen verbouwen op 1,6 miljoen hectare in Texas. Volgens hem zou dat areaal normaal gesproken 4 of 5 miljoen balen katoen moeten produceren. Maar de productie voor 2022 wordt geschat op 1,5 miljoen balen – de kostenpost voor de regionale economie bedraagt daarmee ongeveer 2 tot 3 miljard dollar, aldus Bessent. ‘Dat is een enorm verlies,’ zegt hij. ‘Het is een tragisch jaar.’

    Geconcentreerd

    Anders dan Pima-katoen, een bekendere verwant, is het zogenoemde upland-katoen korter en grover. Het wordt ook veel meer verbouwd en vormt het hoofdbestanddeel van goedkope kleding en basisproducten voor huishouden en hygiëne.

    Upland-katoen wordt ook in de Verenigde Staten het meest geteeld en de oogst is vooral geconcentreerd in Texas. Dat is ongebruikelijk voor zo’n belangrijk handelsgewas. Andere gewassen zoals maïs, tarwe en sojabonen kunnen ook worden getroffen door extreme weersomstandigheden, maar zijn geografisch verspreid, zodat een ingrijpende gebeurtenis slechts een deel van het gewas treft, aldus Lance Honig, econoom bij het ministerie van Landbouw. ‘Daarom heeft deze droogte zo’n grote impact op de nationale oogst,’ vertelt Honig.

    ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument’

    Handelaar Sam Clay van Toyo Cotton Company uit Dallas, die upland-katoen inkoopt bij boeren en verkoopt aan fabrieken, vertelt hoe de tegenvallende oogst hem in het nauw heeft gedreven. ‘De prijzen zijn torenhoog geworden en dat wordt allemaal doorberekend aan de consument.’ Dat heeft hij zelf ook ondervonden. ‘Anderhalf jaar geleden kocht ik zes Wrangler-jeans voor 35 dollar per stuk. Nu betaal ik 58 dollar voor een broek.’

    Ten minste 50 procent van de denim in elke jeans van Wrangler en Lee is geweven van katoen uit de Verenigde Staten, en de kosten van dat bestanddeel kunnen meer dan de helft van het prijskaartje uitmaken, aldus Jeff Frye, onderdirecteur duurzaamheid van Kontoor Brands, dat eigenaar is van beide merken. Frye en anderen die in denim handelen, wijzen echter ook op andere factoren die de prijs hebben opgedreven, zoals het verbod op de invoer van katoen uit Xinjiang, hoge brandstofkosten en de complexe logistiek om materialen te transporteren.

    Persoonlijke verzorgingsproducten zoals tampons en gaasverband zijn het meest gevoelig voor stijgende grondstofprijzen. Dat komt omdat ze weinig arbeid of bewerking vergen zoals verven, spinnen of weven, aldus Jon Devine, econoom bij onderzoeks- en marketingbedrijf Cotton Incorporated.

    De prijs van Tampax, de tampongigant die jaarlijks wereldwijd 4,5 miljard doosjes verkoopt, begon vorig jaar snel te stijgen. In een gesprek in januari over verkoopcijfers zei Andre Schulten, financieel directeur van Procter & Gamble dat Tampax maakt, dat ook hij zich vanwege de stijgende kosten van grondstoffen gedwongen zag de prijzen te verhogen.

    Het zondagse winkelpubliek in een Walmart in Alexandria, Virginia, ontgaan deze stijgende prijzen niet. ‘De prijs van een gewone doos Tampax is gestegen van 9 naar 11 dollar,’ aldus Vanessa Skelton, consultant en moeder van een driejarige. ‘En dat zijn maandelijkse kosten.’

    ‘Er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas’

    Volgens katoenboeren kan Washington helpen door de steun te verhogen middels de landbouwwet, die dit jaar door het Congres wordt vernieuwd. Volgens Daniel Sumner, landbouweconoom aan de Universiteit van Californië in Davis, heeft de Amerikaanse belastingbetaler de afgelopen vijf jaar gemiddeld 1 miljard dollar per jaar bijgedragen aan subsidies voor oogstverzekeringen voor de Texaanse katoenboeren.

    Boeren zoals Evans zeggen meer geld te willen voor rampenbestrijdingsprogramma’s om de gevolgen van de toenemende droogte op te vangen, en voor bodembedekkende gewassen die het vocht vasthouden. Ze hopen ook dat de vooruitgang in genetisch gemodificeerde zaden en andere technologieën kan helpen het Texaanse katoen in stand te houden.

    Maar volgens sommige economen heeft het misschien geen zin om een gewas te blijven subsidiëren dat bij opwarming van de aarde in een aantal regio’s niet langer levensvatbaar is. ‘Sinds de jaren dertig zijn overheidsprogramma’s fundamenteel voor de katoenteelt,’ zegt landbouweconoom Sumner. ‘Maar er is geen specifiek economisch argument om katoen te verbouwen in West-Texas nu het klimaat verandert. Heeft het economisch gezien enig nut om in een landbouwwet te stellen dat West-Texas is gebonden aan katoen? Nee.’

    Op de lange termijn kan dit betekenen dat katoen niet langer het belangrijkste bestanddeel zal zijn voor allerlei producten zoals tampons en textiel, aldus Sumner, ‘en dat we bijvoorbeeld allemaal polyester gaan gebruiken’.

    Lees ook:

  • Brazilië: 36 doden in deelstaat São Paulo door zware regenval

    Brazilië: 36 doden in deelstaat São Paulo door zware regenval

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: China overweegt wapenleveringen aan Rusland

    » Suriname nog steeds in shock na bestorming van parlement

    Gouverneur roept noodtoestand uit

    De Braziliaanse deelstaat São Paulo heeft te kampen met zware regenval. Afgelopen zondag zijn er tenminste zesendertig mensen omgekomen als gevolg van aardverschuivingen en overstromingen. De gouverneur van de deelstaat heeft in een aantal gemeentes van de deelstaat de noodtoestand uitgeroepen, schrijft O Globo.

    Om de getroffen gebieden te helpen, is de hulp van het leger, de brandweer en medici ingeroepen. Doordat de wegen echter bezaaid zijn met obstakels als gevolg van aardverschuivingen, lukt het de brandweer niet om de gebieden te bereiken. Volgens de prefect van São Sebastião, de zwaarst getroffen gemeente, is de verwoesting gigantisch: ‘Allerlei soorten huizen zijn ingestort; niet alleen eenvoudige huisjes, maar ook huizen van de midden- en hoge klasse.’ De prefect en de gouverneur dringen aan op noodhulp.  

    Verwacht wordt dat nog veel mensen onder het puin liggen

    Om de getroffen gebieden te hulp te komen, zijn het leger, de nationale veiligheidsdienst en de federale staat ingeschakeld. Zo heeft een militair commando twee helikopters ter beschikking gesteld voor opsporings- en reddingswerkzaamheden, heeft een geniebataljon mechanici gestuurd om een snelweg vrij te maken en is het rampenbestrijdingsteam van de nationale burgerbescherming in het rampgebied actief. Verwacht wordt dat nog veel mensen onder het puin liggen.

    Binnen vierentwintig uur viel in steden rond de noordkust van São Paulo meer regen dan normaal gesproken in een hele maand. In São Sebastião bedroeg de hoeveelheid regen zelfs meer dan dubbel zoveel als het normale gemiddelde van de hele maand februari. De hevige regenval werd veroorzaakt door een lagedrukgebied.

    Lees ook:

  • Lieveheersbeestjes en genoombewerking: de landbouw van de toekomst

    Lieveheersbeestjes en genoombewerking: de landbouw van de toekomst

    Hoe kunnen we de wereld voeden zonder de aarde te vernietigen? Onderzoekers werken aan superplanten en manieren om ongedierte te bestrijden zonder pesticiden.

    Op een milde novemberochtend laat Ludwig Hirschberg, 56 jaar, zich zakken op zijn veld. Hij knielt op zwarte aarde die schittert in de zon. De jonge wintertarwe is een paar centimeter hoog en glimt groen. Hirschberg steekt een plantje uit met zijn zakmes, houdt het tussen zijn vingers en zegt: ‘Ziet er goed uit.’ Sterke, gezonde wortels, veel scheuten. En, heel belangrijk, er groeit geen onkruid tussen de planten dat ze van licht en voedingsstoffen kan beroven. Hirschberg behandelde de grond vóór het zaaien met glyfosaat, een ‘totaal’ bestrijdingsmiddel dat elke vorm van onkruid doodt. Hij gebruikt ook fungiciden tegen schimmels als echte meeldauw, die de tarwe in de volgende groeistadia zouden kunnen aantasten.

    Hirschberg heeft het graag over de ‘gereedschapskist’ die boeren nodig hebben om goede oogsten te verkrijgen. Daar hoort veel kunstmest en gif bij; gemiddeld wordt in Duitsland bijna drie kilogram bestrijdingsmiddelen per hectare gebruikt [in Nederland was dat in 2020 gemiddeld 7,1 kilo per hectare].

    Dat heeft gezorgd voor een indrukwekkende toename van de oogsten in de afgelopen zestig jaar. Tegelijkertijd zijn de gevolgen van intensieve monocultuur verwoestend: veel bodems raken uitgeput. De biodiversiteit vermindert en daardoor neemt ook de veerkracht van ecosystemen af.

    Van boer tot bord

    Nu zijn politici begonnen de gereedschapskist van de boeren uit te mesten: in augustus heeft de Europese Commissie de zogenaamde ‘van boer tot bord’-strategie goedgekeurd. Tegen 2030 moeten landbouwers het gebruik van pesticiden met de helft en dat van meststoffen met minstens 20 procent verminderen. Inmiddels is er al een verbod ingesteld op sommige neonicotinoïden. Dat zijn zenuwstoffen die schadelijke insecten doden, maar die ook het richtingsgevoel van bestuivers zoals wilde bijen verminderen. In 2023 zal glyfosaat, na een lange en verhitte discussie, eindelijk worden afgeschaft, mede omdat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de werkzame stof als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ beschouwt. Afgelopen zomer waren er luide protesten van boeren in heel Europa; in Nederland waren er zelfs gewelddadige rellen.

    Ludwig Hirschberg beheert het landgoed Perdoel, een van de oudste en grootste boerenbedrijven in Sleeswijk-Holstein, gelegen tussen bossen en meren. Hij is geen hardliner, voor hem is het vanzelfsprekend dat boeren meer moeten doen voor de biodiversiteit, bijvoorbeeld met bloeistroken, heggen en hagen, en gevarieerde vruchtwisseling. Hirschberg teelt al lange tijd tuinbonen, die stikstof in de bodem binden zodat er minder kunstmest nodig is. Maar, waarschuwt hij, ‘als de richtlijnen op zo’n ingrijpende manier veranderd worden, zullen we een groot deel van de opbrengsten verliezen en wordt voedsel nog duurder.’

    En dat dan uitgerekend vandaag de dag, nu mondiale crises zich toespitsen. In de oorlog tegen Oekraïne gebruikt Poetin genadeloos de graanvoorraden als wapen. En als gevolg van de klimaatverandering komen hittegolven en droogte steeds vaker voor. Door hittegolven in India dit voorjaar zijn de opbrengsten naar schatting met 10 tot 35 procent gedaald; in Duitsland is de graanoogst in het droogtejaar 2018 met 16 procent ingezakt.

    Maar hoe moet je de wereld voeden zonder de aarde te vernietigen?

    Wanneer conventionele gewassen eenmaal met ziekteverwekkers zijn geïnfecteerd, kunnen ze tot 50 procent van hun opbrengst verliezen

    Harold Verstegen is hoofd mondiale productontwikkeling bij zaadproducent KWS in Einbek, Nedersaksen. Het beursgenoteerde bedrijf heeft wereldwijd meer dan vijfduizend mensen in dienst, uiteenlopend van moleculaire biologen tot veldwerkers. Veredelaars zijn overal in de wereld op zoek naar de superplanten van de toekomst – planten die ondanks extreme weersomstandigheden een stabiele opbrengst geven en van nature resistent zijn tegen schadelijke organismen.

    ‘We screenen het genetisch materiaal van planten op wenselijke eigenschappen en veredelen ze vervolgens verder,’ legt Verstegen uit. Maar het duurt acht tot tien jaar voordat een nieuw ras op de markt kan worden gebracht. Verstegen wil dat proces gaan versnellen. Daartoe willen agro-ingenieurs zaadproducenten in staat stellen een in Duitsland omstreden methode toe te passen: groene genetische manipulatie.

    Simone Lange, onderzoeksmedewerker bij KWS, opent de deur van een van de vele kassen. Op de vloer staan honderden potten met tarweplanten van ongeveer een meter hoog, de aren verpakt in plasticfolie. Hier geldt veiligheidsniveau 2 voor ‘genetisch gemodificeerde organismen’ (GGO’s), die in de EU streng gereglementeerd zijn. ‘De tarwe mag niet openbloeien zodat ze geen andere planten kan bestuiven,’ zegt Lange.

    De zogenaamde Crispr-Cas-genschaar heeft de genetische samenstelling van de tarwe gewijzigd om het gewas resistenter te maken tegen schimmelziekten. Wanneer conventionele gewassen eenmaal met ziekteverwekkers zijn geïnfecteerd, kunnen ze tot 50 procent van hun opbrengst verliezen. Zodra de aren van de genetisch gemodificeerde tarwe rijp zijn, zal Simone Lange ze oogsten. ‘Elke aar bevat ongeveer vijftig tot zestig tarwekorrels,’ zegt ze. ‘De helft gaat naar resistentietests, de andere helft naar conserveringsveredeling.’

    Het betreft een project van Pilton, de Duitse vereniging van plantenkwekers, waarin schimmeltolerantie van tarwe wordt bestudeerd met behulp van nieuwe kweekmethoden. En het is ook een vertoning: kijk eens wat we kunnen, als je het ons maar toestaat.

    De mensen van KWS hadden iets meer dan twee jaar nodig om hun tarwe te ontwikkelen. Dat is aanzienlijk minder dan met conventionele kweekmethoden nodig is. Deze nieuwe tarwe zou kunnen betekenen dat boeren minder chemicaliën op de velden hoeven te gebruiken.

    Reële omstandigheden

    In 2023 wil de EU opnieuw beslissen of met Crispr-Cas gemodificeerde planten onder de GGO-regelgeving blijven vallen. Veel wetenschappers pleiten voor versoepeling. Hun belangrijkste argument is dat er met Crispr-Cas geen genoverdracht is van de ene plant naar de andere. Daarom zijn het geen ‘transgene organismen’. 

    De onderzoekers verzetten zich ook tegen het zwart-witdenken dat het debat domineert. Leopoldina, de Duitse Nationale Academie van Wetenschappen, en de Duitse Onderzoeksstichting vinden de algemene classificatie van genetisch gemodificeerde planten als GGO’s ‘ongegrond en onuitvoerbaar’. Ze pleiten voor een gedifferentieerde regelgeving die gericht is op de concrete veranderingen in de plant en niet alleen op de kweekmethode. En ze roepen op tot het vergemakkelijken van veldonderzoek. Alleen onder reële omstandigheden kan de genetische basis van eigenschappen als zout-, droogte- en hittetolerantie beter worden begrepen.

    Maar kan het nieuwe gereedschap daadwerkelijk aan de hoge verwachtingen voldoen? Voor schimmelresistentie in tarwe kregen de KWS-onderzoekers bijvoorbeeld een zogenaamde gen knock-out voor elkaar: een enkel deel van het genoom werd uitgeschakeld. Er zijn echter tientallen genen betrokken bij gewenste eigenschappen zoals droogteresistentie. Het is moeilijk om ze allemaal te veranderen. Vooral omdat het genoom van tarwe zeer complex is.

    Agro-ecoloog Angelika Hilbeck van de ETH Zürich vindt genoombewerking belangrijk, omdat het nieuwe wetenschappelijke inzichten zou kunnen opleveren. ‘Maar niemand heeft behoefte aan de huidige producten,’ zegt ze. Die verrijkten immers enkel de industrie. ‘We kijken vooralsnog altijd puur naar de plant, naar de genetica. Ik raad juist aan om naar buiten te kijken, naar het ecosysteem.’ Want planten zijn teamspelers.

    Het doel is vergroening van het conventionele landschap, niet de volledige omschakeling naar biologisch

    Wat dat betekent is te zien op een stoffig veld in Brandenburg. Op een warme dag iets eerder in het jaar sjokt Kathrin Grahmann in wandelschoenen door een zonnebloemveld en inspecteert ze de planten. Ze zijn gegroeid tot verschillende hoogtes, wat het oogsten bemoeilijkt. Maar ze dragen allemaal vruchten, volledig zonder pesticiden. ‘Het waren lieveheersbeestjes die hen redden van een bladluizenplaag,’ zegt Grahmann.

    De wetenschapper leidt een tienjarig project van het Leibniz Instituut voor Landbouwlandschapsonderzoek, onder de naam Patch Crop. Op 70 hectare bij Müncheberg in Brandenburg worden gerst, koolzaad, soja, tarwe, zonnebloemen, haver, lupinen, maïs en rogge verbouwd.

    Daartoe zijn 32 velden aangelegd van elk 76 bij 76 meter. Kleine percelen waarvan de onderzoekers hoge verwachtingen koesteren: ze willen uitzoeken hoe de interactie tussen planten, bodem, nuttige insecten en plagen het ecosysteem versterken. Bovendien werken de onderzoekers nauw samen met robotfabrikanten die kleine, autonome voertuigen ontwikkelen om onkruid te schoffelen en fruit te oogsten.

    ‘Voor ons is het bijzonder spannend om te zien wat er aan de grenzen van de velden gebeurt,’ zegt Grahmann. De lieveheersbeestjes, bijvoorbeeld, verzamelden zich aanvankelijk op het veld met de voorjaarshaver. Nadat dat gerijpt was, gingen ze naar de zonnebloemen en vonden daar hun volgende grote maaltijd, de bladluizen. Die brengen virussen over en veroorzaken bladverlamming, maar ze hadden geen schijn van kans.

    ‘Normaal wordt op een dergelijk gebied slechts één gewas geteeld,’ zegt Grahmann. Nuttige insecten zouden er niet lang blijven. Dat is anders bij dit experiment, waar de vruchtwisseling dicht bij elkaar plaatsvindt.

    Drones

    Maar diversiteit betekent veel werk. Om voordeel te halen uit het multiculturele veld, moet je het eerst begrijpen. En daarom wordt waarschijnlijk geen enkel ander landbouwgebied in Duitsland zo nauwkeurig gemeten als deze grond in Brandenburg. Hier liggen 180 sensoren begraven; zij sturen elk kwartier gegevens over temperatuur en bodemvochtigheid naar een radiomodule. Speciale apparaten – gaschromatografen – analyseren chemische verbindingen, zoals het stikstofgehalte in het sojaveld. Die plant behoort tot de peulvruchten en kan stikstof in de bodem vasthouden, waardoor op kunstmest wordt bespaard. Drones vliegen over de gebieden en observeren de groei en biomassa.

    ‘Ons doel is om landbouwers wetenschappelijk verantwoorde analyses te bieden die hen in staat stellen aan de EU-regelgeving te voldoen en toch stabiele opbrengsten te realiseren,’ zegt Grahmann. Ze zegt dat vergroening van het conventionele landschap het doel is, en niet de volledige omschakeling naar biologisch.

    Op sommige percelen worden kunstmest en pesticiden op de conventionele manier gebruikt. Bij andere wordt de hoeveelheid eerst met een derde, later met de helft verminderd; weer andere hebben extra bloeistroken. De onderzoekers tellen regelmatig hoeveel ongedierte zich op een plant heeft gevestigd. Ze willen drempelwaarden vaststellen. Landbouwers passen vaak uit voorzorg beschermingsmiddelen toe – de duurste vorm van ongediertebestrijding, voor zowel mens als natuur.

    De onderzoekers van het Leibniz-Instituut moeten gedurende twee jaar gegevens verzamelen voordat zij deze systematisch kunnen evalueren. Maar er zijn al bemoedigende aanwijzingen. ‘In wintertarwe gebruikten we 30 procent minder bestrijdingsmiddelen en behaalden we dezelfde hoge opbrengsten,’ vertelt Grahmann.

    Ludwig Hirschberg is sceptisch als hij zulke cijfers hoort. ‘In een droog jaar kan ik goed zonder pesticiden voor mijn tuinbonen, maar in een nat jaar lukt dat niet,’ zegt hij. Het is een vergissing te veronderstellen dat als iets één jaar werkt, het altijd zal werken, meent hij.

    In plaats van algemene verboden zou Hirschberg graag zien dat politici concrete doelen stellen voor de bescherming van soorten. ‘Hoeveel wouwen of brandganzen moeten hier in het district Plön waargenomen worden om te kunnen zeggen dat het niet langer bedreigde soorten zijn?’ Met dergelijke concrete doelstellingen zouden boeren veel meer betrokken en gemotiveerd zijn, meent hij. Daarvoor zouden ze pas echt hard werken.

  • Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Schapen zijn de favoriete grasmaaiers van de zonne-industrie

    Onkruid verwijderen in velden met zonnepanelen is knap ingewikkeld. Schapen blijken hiervoor perfect: volgzaam, vraatzuchtig en precies de juiste hoogte. Zo ontstond een welkome impuls voor Amerikaanse schaapherders en hun kuddes.

    Ondanks de hitte haalt een maaiploeg in een veld met zonnepanelen in Texas zonder te klagen het gras weg. De panelen bedekken ruim 600 hectare van een zonnepark in Deport, een stad dicht bij de grens met Oklahoma. De baas van de ploeg, Ely Valdez, zorgt ervoor dat er geen prairiegras over de panelen heen groeit. Beter gezegd, zijn schapen doen het meeste werk.

    Het noodzakelijke verwijderen van de plaatselijke flora onder en rondom zonnepanelen heeft voor een onverwachte toename in werkgelegenheid gezorgd. Valdez profiteert daarvan, net als de vele andere herders die, verspreid over heel de VS, op de nieuwe fotovoltaïsche velden werken. De herder is eeuwen nadat hij door zijn rol in de Bijbel bekendheid verwierf weer in trek. Schapen, de verrassende drijfveer achter duurzame energie, genereren jaarlijks miljoenen dollars aan inkomsten door zonneboerderijen in het hele land op te schonen.

    ‘Deze ontwikkeling verandert onze levens,’ zegt Valdez, die vijfenveertig jaar oud is. Hij verwacht dat de kuddes onder zijn toezicht binnenkort jaarlijks honderdduizenden dollars aan inkomsten zullen genereren. De toenemende vraag naar zonne-energie is voor Valdez een enorme meevaller geweest. Zo heeft hij zijn huis in San Antonio kunnen afbetalen. 

    Tienduizenden hectaren

    In 2018 was het nog vijfduizend, maar volgens schattingen van mensen in de sector zijn er in de VS inmiddels tienduizenden hectaren aan zonnevelden waarop schapen worden ingezet. Kudde-eigenaren vragen tot wel vijfhonderd dollar per hectare per jaar.

    Voor deze klus in de zonne-industrie zijn er verschillende methoden uitgeprobeerd, maar een aantal veelbelovende kanshebbers voldeed niet aan de vele eisen. Zo zijn motormaaiers maar beperkt bruikbaar en kunnen ze niet gemakkelijk onder de panelen manoeuvreren, waardoor er kans is op beschadigingen.

    Schapen zijn volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte

    Grazende dieren waren dus favoriet, maar om logistieke redenen bleek niet elk dier even geschikt. Koeien en paarden zijn te groot om onder de panelen te passen. Geiten eten graag elk schadelijk onkruid, maar kauwen ook op bedrading en klimmen op apparatuur.

    Schapen zijn daarentegen volgzaam, vraatzuchtig en hebben precies de juiste hoogte. Zo wonnen ze het gemakkelijk van de andere dieren.

    Optimistisch

    Valdez is verantwoordelijk voor de zeventienhonderd schapen die het zonnepark van Lightsource BP in Deport bevolken. Hij krijgt een deel van het geld dat aan de eigenaar van de kudde wordt betaald. Waar de schapen aan het werk zijn, overstemt geblaat het gestage gezoem van de machines die zonlicht omzetten in elektriciteit.

    Zijn eigen kudde van tweeduizend schapen is onderdeel van drie zonne-energieprojecten in de buurt van zijn huis en wordt beheerd door zijn vrouw, drie kinderen en tien werknemers. Net als de herders van vroeger leert hij het vak aan zijn kinderen. 

    Valdez, die voorheen een betonbedrijf bezat, startte zeven jaar geleden zijn herdersbedrijf. Hij was geïntrigeerd geraakt door een artikel over Europese zonnevelden en zag per toeval in een zonneveld tegenover zijn huis een gefrustreerde technicus de strijd aanbinden met planten. Hij sloot een deal van dertigduizend dollar in ruil voor zijn zevenentwintig ooien en zei de betonhandel vaarwel.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden

    Het inhuren van schapen voor landschapsonderhoud gebeurt al tientallen jaren. Zo had het Witte Huis tijdens de Eerste Wereldoorlog een kudde schapen om het onkruid in toom te houden. Maar vóór het begin van de zonne-industrie hadden veel schapenhouders het moeilijk. Door import uit Australië en Nieuw-Zeeland – landen die samen met China ook wereldwijd de wolmarkt domineren – is de vraag naar lams- en schapenvlees van eigen bodem gedaald.

    Sommige herders zijn nu zo optimistisch dat ze leningen aangaan om hun kuddes uit te breiden. Na Valdez en anderen in de zonne-industrie te hebben gesproken, gaf JR Howard, die al lang in het herdersvak zit, ongeveer 500.000 dollar uit. Met het geld, waarvan een deel geleend is, kocht hij genoeg schapen om een contract af te kunnen sluiten bij Lightsource BP. Vorig jaar is hij met zijn familie bijna 650 kilometer verderop gaan wonen om het werk te kunnen doen. 

    Het herdersleven

    Het herdersleven, althans op zonneparken, is niet alleen maar idyllische rust. Howard (42) is de hele dag bezig met het verplaatsen van schapen en schapenhekken naar overwoekerde velden, het vervoeren van watertanks en soms het aanvoeren van extra voer.

    Howard heeft meerdere waakhonden, waaronder Snowflake en Spark. Het zijn akbash: een eeuwenoud ras dat door Turkse herders wordt gebruikt en sterk en groot genoeg is om coyotes en andere roofdieren op afstand te houden. Het grootste deel van de tijd zijn ze bezig met het volgen van de schapen.

    Veel zonneherders besparen kosten door gebruik te maken van schapenrassen die niet geschoren hoeven te worden. Lightsource BP gebruikt zogenaamde dorper-schapen, waarvan veel een opvallende zwarte kop hebben, en katahdin, een ras dat in Maine enkele decennia geleden voor het eerst werd gefokt vanwege zijn vlees. Sommige van de dieren worden graag geaaid tijdens het grazen. 

    Geschikte technologie

    Zonne-energiebedrijven bieden hun vierpotige werknemers verschillende voordelen, zoals waterpompen en omheinde weiden waar ze comfortabel kunnen slapen. ‘Schapen zijn voor dit werk echt de geschikte technologie,’ aldus Michael Baute, vicepresident regeneratieve energie en koolstof-afvang en -opslag bij zonne-energieontwikkelaar Silicon Ranch Corp., dat gevestigd is in Nashville in Tennessee.

    Volgens Baute, die al lange tijd als boer werkzaam is, is het een uitdaging om genoeg schapen te vinden. Hij werkt als tussenpersoon voor herders en zonne-energieontwikkelaars en is dus eigenlijk een soort schapenmakelaar. Hij kwam in 2018 per toeval deze baan tegen, nadat hij een kudde had ingehuurd om het gras te verwijderen op een zonnepark van twintig hectare van Silicon Ranch.

    De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf

    De zonne-energieontwikkelaar, gesteund door oliegigant Shell PLC, was zo tevreden over het resultaat dat hij het jonge schapenmakelaarsbedrijf van Baute kocht. De kuddes grazen nu op ruim 5000 hectare van de zonneparken van het bedrijf, voornamelijk in het zuidoosten.

    Ook wat herders betreft is de vraag groter dan het aanbod. De American Solar Grazing Association en scholen die verbonden zijn aan North Carolina State University en Cornell University bieden onderzoek en scholing in de techniek, maar cursussen voor beginners zijn moeilijk te vinden.

    Christy King, projectmanager bij Solv Energy, het bedrijf dat het zonne-energieproject voor Lightsource BP beheert, is dol op de nieuwe lammetjes in Harolds kuddes. Eerder dit jaar kreeg ze toestemming om er een mee naar huis te nemen. Ze noemde het Cordina, naar een collega, en gaf haar flesvoeding. King liep met Cordina aan de lijn en het lammetje sliep bij haar in bed. 

    Cordina, die uiteindelijk groter en minder schattig werd, is nu een werkend schaap. King zegt dat ze Cordina af en toe tegen het lijf loopt op het zonnepark, dat genoeg energie opwekt om ongeveer veertigduizend huizen van stroom te voorzien. King, die oorspronkelijk als technicus is opgeleid, heeft pas onlangs de fijne kneepjes van het schapenhoeden geleerd. ‘Ik heb nooit geweten dat je dit voor je werk kon doen,’ zegt ze. 

  • Waarom eindigen zoveel fietsen in het water?

    Waarom eindigen zoveel fietsen in het water?

    Over de hele wereld belanden de vreemdste dingen in het water: verkeersborden, matrassen, wasdrogers en paspoppen. Maar vooral fietsen. ‘Een fiets in het water gooien lijkt een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft.’

    Zo om de tien jaar legt de stad Parijs het Canal Saint-Martin droog. De bijna vijf kilometer lange waterweg, die in zuidelijke richting over de Rive Droite loopt, werd ooit aangelegd om Parijs schoon te houden en de door cholera en dysenterie geplaagde stad van vers water te voorzien. Maar in de twee eeuwen dat het kanaal bestaat, heeft het vaak een ander, tegengesteld doel gediend. Het is een stortplaats, een vloeibare vuilnisbak. Het periodieke droogleggen is om die reden ook onthullend. Het water wijkt, en ineens zie je de spullen die er in de paar duizend nachten ervoor in zijn geschopt, gegooid of stiekem gedumpt.

    Toen het kanaal in 2016 werd leeggepompt, stonden hele menigten op de voetgangersbruggen en langs de kaden te kijken hoe de schoonmaakploegen door de modder sjokten om de troep op te ruimen. Er lag van alles: matrassen, koffers, verkeersborden en -kegels. Een wasdroger, een paspop, tafels en stoelen, badkuipen, toiletten, oude radio’s, computers. Ook werden er allerlei voertuigen uit het slik getrokken, waarvan er geen enkele bedoeld was om over water te gaan: kinderwagens, winkelwagentjes, ten minste één rolstoel en meerdere brommers. De meest voorkomende voorwerpen in het kanaal – naast wijnflessen en mobieltjes – waren fietsen.

    De meest voorkomende voorwerpen in het kanaal – naast wijnflessen en mobieltjes – waren fietsen.

    Negen jaar eerder, in 2007, was in Parijs een deelfietsplan gelanceerd, Vélib’, bij gelegenheid waarvan 14.500 huurfietsen over de hele stad werden uitgezet. Toen het water was afgevoerd, werd op de kanaalbodem het skelet van tientallen half in de modder begraven Vélib’-fietsen zichtbaar. Er waren ook andere fietsen van verschillende merken en soorten, waarvan sommige verminkt leken te zijn voor ze hun waterige graf in waren gestuurd. Er waren fietsen bij met verbogen of verdraaide wielen, of helemaal zonder wielen. Er waren er ook waarbij wielen en frame in orde waren, maar die weer een stuur misten: lijken zonder hoofd. 

    Mogelijk zijn sommige van die fietsen per ongeluk in het kanaal beland. Er zijn een heleboel scenario’s denkbaar waarbij een fiets onopzettelijk in het water terechtkomt. Fietsers die in het donker verdwaald zijn of gedesoriënteerd door de mist hun fiets van het jaagpad af het kanaal in loodsen. Dronken fietsers die van bruggen tuimelen. Dieven die op de vlucht voor de politie richting rivier zwenken. De gelukkigste slachtoffers slagen erin zichzelf – en soms hun fiets – weer op het droge te krijgen, maar dit soort incidenten kan rampzalige gevolgen hebben.

    Een duik in de krantenarchieven levert akelige verhalen op met aansprekende koppen: ‘Jongen verdrinkt in kanaal: gevonden met zijn fiets’, ‘Vrouwelijke fietser verdronken: over de reling van de kanaalbrug gewaaid’, ‘Kanaal ingereden na black-out: man uit Gloucester verdronken terwijl hij naar zijn werk fietste’, ‘Fietser verdronken, oorzaak onbekend’. Sommige mistroostige zielen zijn willens en wetens de diepte in getrapt. In de herfst van 2016 liet een achtendertigjarige vrouw een afscheidsbriefje achter in haar appartement in DeWitt, in de staat New York, niet ver van de stad Syracuse. Ze vertrok naar een nabijgelegen park, waar ze op een mountainbike een meer inreed. Haar lichaam werd, nog steeds op haar fiets, een week later gevonden. 

    Willekeurig vandalisme

    Wat de fietsen in het Canal Saint-Martin betreft: je mag rustig aannemen dat de meeste daarvan niet door een ongeluk en ook niet onder tragische omstandigheden in het water terecht zijn gekomen. Voor wie geneigd is tot willekeurig vandalisme – en misschien de drang voelt om levende wezens te kwetsen door levenloze dingen die hij toevallig tegenkomt te vernielen – is een fiets een uitnodigend doelwit. Door de groei van het fenomeen deelfiets, zoals Vélib’, is het aantal fietsen in steden wereldwijd toegenomen. En misschien zien vandalen ze als een makkelijke prooi, omdat het in dit geval niet gaat om iemands eigendom. De invoering van de huurfiets zonder vaste standplaats, die dus eerder te vinden is op de stoep dan veilig en wel in een stalling, heeft ieder beletsel weggenomen voor vormen van zelfexpressie zoals het vernielen van wielen, het mollen van frames en het doorknippen van remkabels. Sommige vandalen gaan grilliger te werk en laten fietsen bungelen op ijzeren hekken, leggen ze op verkeerslichten en bushokjes, of hangen ze aan een hoge boomtak. 

    Een fiets in het water gooien is een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft

    Een fiets in het water gooien is een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft. Op sociale media zie je filmpjes waarin kwajongens fietsen vanaf de oever in een meer laten rijden, over de reling langs een kade kiepen of in wild stromend water smijten. In één video kijkt een tiener in de camera terwijl hij een verweerde blauwe BMX vasthoudt. ‘Mike, dit is jouw fiets,’ zegt hij. ‘Hij stond in mijn garage, maar ik hoef hem niet. Dus ik ga hem van de schans de vijver in gooien. Hoop dat je het niet erg vindt.’ Met een flinke aanloop duwt de jongen de fiets zonder berijder vervolgens over een houten plank het water in. Op de achtergrond is hoerageroep en gelach te horen, terwijl de nerveuze camera het snelle overlijden van de fiets vastlegt. Het achterwiel dobbert nog even boven de oppervlakte, voor het door de plas wordt verzwolgen – een slapstickmoord. Ik zal het niet ontkennen: het ziet er lollig uit.

    Dat is het duidelijk voor velen: lol. Op sommige plekken is het epidemisch. Een Engelsman die opgroeide in Peterborough herinnerde zich dat in 1960 jongens uit die stad fietsen stalen om te gaan joyriden; de escapade eindigde steevast met het rituele dumpen van de fietsen in de Nene, de plaatselijke rivier. Deze praktijk kwam aan het licht toen ‘een boot vastliep op … een berg fietsen onder water.’ 

    Amsterdam

    In Amsterdam hoopten de verdronken fietsen zich op een bepaald moment zo hoog op in de 165 grachten van de stad, dat ze tegen de platte bodem van voorbijvarende bootjes schuurden. De remedie was ‘fietsen vissen’. Vroeger werd deze taak vervuld door vuilnismannen die de grachten in roeiboten afschuimden en stokken met een haak gebruikten om de fietsen te verschalken en ze als oud ijzer te verkopen. In de jaren zestig nam het Amsterdamse waterbeheer de taak van het fietsen vissen op zich. Tegenwoordig gaat een korps gemeentewerkers op jacht naar verdronken fietsen op boten die zijn toegerust met kranen met hydraulische grijpers. Het probleem is minder groot dan vroeger, maar de ‘vissers’ halen nog steeds ieder jaar vijftienduizend fietsen uit de grachten. Het is een uniek Amsterdams spektakel, dat onveranderlijk een hoop toeschouwers trekt: de grote metalen klauw die uit het water komt met een druipende vangst wielen, frames en fietsmandjes. De fietsen worden overgeheveld naar vuilnisschuiten en voor recycling overgebracht naar een schroothandel. Naar men zegt wordt een groot deel van de gerecyclede fietsen omgevormd tot bierblikjes.

    In Amsterdam weet net zo min als in Parijs iemand precies waarom of hoe zo veel fietsen in het water belanden. Ambtenaren schrijven het probleem vaag toe aan vandalisme en diefstal. Alcohol speelt zeker een rol en er kan best een soort ecosysteem in het spel zijn: een fiets wordt uit de gracht gehaald en gerecycled tot een bierblikje, waarvan de inhoud wordt genuttigd door een Amsterdammer die, naar huis waggelend na een losbandige nacht, een fiets ziet staan en ineens de drang voelt om het ding in de gracht te smijten.

    Als een Amsterdammer van een oude fiets af moet, is een gracht of kanaal de handigste stortplaats

    Pete Jordan wijdt in zijn aardige boek over Amsterdam en de fiets, In the City of Bikes, diverse bladzijden aan te water geraakte tweewielers en legt een verband met de tumultueuze politieke geschiedenis van de stad. In de jaren dertig bakten communisten de fascisten een poets door hun fietsen in de Prinsengracht te gooien; tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog riepen verzetsleiders Amsterdammers op hun rijwiel in de gracht te dumpen om te voorkomen dat ze in handen zouden vallen van de nazi’s, die fietsen confisqueerden. Jordan noemt ook het Nederlandse boek Fietsen naar de maan (1963), waarin het verzuipen van fietsen wordt gezien als een ingewikkelde vorm van diefstal: een fietsenvisser duwt ’s nachts stiekem fietsen in een Amsterdamse gracht; de volgende ochtend komt hij terug om ze er weer uit te halen en aan een heler te verkopen. 

    De situatie in Amsterdam is misschien het best te verklaren met een simpele rekensom. De stad telt naar schatting 2 miljoen fietsen en 50 kilometer aan waterwegen, en de logica gebiedt dat er een zekere overloop moet zijn. Als een Amsterdammer van een oude fiets af moet, is een gracht of kanaal de handigste stortplaats. 

    Tokio

    Maar het gaat niet alleen om een Nederlands verschijnsel. In 2014 merkte het parkentoezicht in Tokio dat er exotische vissen waren uitgezet in de grote vijver in Inokashira Park, in een westelijke voorstad. De vissen, die waarschijnlijk in het water waren gegooid door hun voormalige eigenaren, veroorzaakten milieuschade; er werd besloten het water te laten weglopen om hen te elimineren. Maar toen de plas gedempt was, stuitte men op een heel andere invasieve soort: tientallen fietsen. De ontdekking was voor velen in Tokio een verrassing. Schoonmakers klaagden allang over fietsen die op straat en op parkeerterreinen werden achtergelaten. Maar het dumpen van fietsen in water was een nagenoeg onbekende – en per definitie verborgen – gewoonte.  

    Een deelfietsbedrijf stopte met zakendoen in Rome, toen bleek dat veel van zijn fietsen in de Tiber waren gegooid. ‘Huurfietsen blijven maar onder water eindigen’, meldde The Boston Globe in 2018, vlak na de komst van deelfietsfirma’s in Boston en voorsteden. In februari 2019 werd in New York een stadsfiets, die duidelijk enige tijd in de Hudson had gelegen, teruggezien in een huurfietsenstalling in de Upper West Side van Manhattan. De fiets zat onder de eendenmosselen en weekdieren; de spaken waren bedekt met zeewier. Een expert, belast met het toezicht op de Hudson, werd door de website Gothamist verzocht te taxeren hoelang het rijwiel onder water had gelegen. ‘Gezien de oesters op het stuur schatten we dat hij al minstens sinds augustus, mogelijk sinds juni in de rivier heeft gelegen,’ was het antwoord. 

    De alarmerendste berichten over het dumpen en opdreggen van fietsen komen uit China

    Hetzelfde probleem doet zich voor in Melbourne, Hongkong, San Diego, Seattle, Malmö, en nog veel meer steden. In Groot-Brittannië zijn huurfietsen uit kanalen in Londen en Manchester gevist, alsook uit de Theems, de Cam, de Avon en de Tyne. In 2016 gaf de Canal & River Trust, die toezicht houdt op de waterwegen in Engeland en Wales, een onder water opgenomen video vrij met vissen die loom over de bodem van een kanaal zwommen langs met algen begroeide fietsenwielen.

    De alarmerendste berichten over het dumpen en opdreggen van fietsen komen uit China. In 2016 en 2017 visten de destijds grootste deelfietsbedrijven van de wereld, Ofo en Mobike, duizenden van hun huurfietsen uit rivieren in Zuid-China. Op een veel gedeelde video was een man te zien die vanaf een drukke voetgangersbrug bezig was Mobikes te gooien in de Huangpu, een rivier in Shanghai. Op andere filmpjes die viraal gingen was onder meer vastgelegd hoe een groep kinderen deelfietsen aan het vernielen was en hoe een oudere vrouw met een hamer op een deelfiets inbeukte. Deelfietsen werden gestolen en gestript van onderdelen, onder auto’s gegooid, op bouwplaatsen verstopt of in brand gestoken. Het vandalisme heeft in China een zekere introspectie op gang gebracht. ‘Je hoort mensen de deelfiets vaak beschrijven als een meedogenloze spiegel die de ware aard van het Chinese volk aan het licht heeft gebracht’, berichtte The New York Times in 2017. 

    Misschien geeft die spiegel wel verder strekkende waarheden over onze tijd prijs. De man die werd gefilmd terwijl hij in Shanghai fietsen in de rivier gooide, was een migrant uit Hongkong die aan journalisten vertelde dat hij nog eens negen andere Mobikes met een hamer had vernield. Hij zei woedend te zijn over de schending van de privacy van de gebruikers door het bedrijf. ‘De chips in Mobikes zijn onveilig en slaan persoonlijke gegevens van de gebruikers op, zoals hun locatie.’

    Deelfietsproject

    In theorie wordt van zo’n deelfietsproject het leven in de stad niet alleen makkelijker en plezieriger, maar ook duurzamer en rechtvaardiger, eerlijker en vrijer. In de praktijk gaat het veelal om half-particuliere, half-publieke initiatieven, gesponsord door internationale banken die met hun logo opzichtig aanwezig zijn op de spatborden. De deelfietsindustrie is veelal in handen van technologiebedrijven die straten en stoepen vaak al volstouwen met fietsen voordat de regels goed en wel zijn vastgesteld. De meeste systemen werken met apps en zijn gebaseerd op een in het digitale tijdperk vertrouwde ruil: gemak en gerief ten koste van privacy. De app verzamelt persoonlijke data over de bestuurder en er wordt gebruikgemaakt van ingebouwde gps-chips en draadloze verbindingen die de locatie van de bestuurder om de zoveel seconden doorgeven. Een fiets die zijn berijder bespioneert: dat is een forse plotwending voor het vervoermiddel dat ooit – eind negentiende eeuw, toen de fiets insloeg als een bom – een voorheen ondenkbare persoonlijke vrijheid in het vooruitzicht stelde. 

    In China hebben meer dan zeventig start-ups, ondersteund met ruim 1 miljard dollar aan durfkapitaal, in 2016 en 2017 miljoenen deelfietsen in de steden gepompt. Het aanbod overstemde de vraag en de fietsen hoopten zich letterlijk op. Aan de rand van Beijing, Shanghai, Xiamen en andere steden liggen op uitgestrekte percelen tienduizenden in beslag genomen, vaak gloednieuwe fietsen, in reusachtige stapels die zeven tot acht meter boven de grond uittorenen. Deze plekken zijn weleens ‘fietsenkerkhoven’ genoemd, maar op luchtfoto’s en filmpjes die met een drone zijn gemaakt lijken het vaak eerder bloemenvelden, vanwege de fel geel, oranje en roze gekleurde frames die als een spookachtig tapijt een halve hectare land bedekten. 

    De fiets is niet het enige vervoermiddel dat onderhevig is geweest aan golfbewegingen, ook qua vandalisme

    De fiets is niet het enige vervoermiddel dat onderhevig is geweest aan golfbewegingen, ook qua vandalisme. Recentelijk leidde de introductie van elektrische deelscooters in steden tot woede van voetgangers, die ervan balen dat die dingen de stoep blokkeren, en ook van motorrijders, die ze liever niet op de weg zien. Van over de hele wereld komen de berichten binnen: in Los Angeles zijn e-scooters in openbare toiletten geduwd, in het zand begraven, in de oceaan gegooid; in Keulen ontdekte een duikploeg op de bodem van de Rijn honderden e-scooters die de rivier vervuilden met hun lekkende accu’s. De ‘scooterwoede’ heeft grote e-scooterbedrijven als Bird en Lime gedwongen nieuwe, verbeterde modellen te produceren om wie van plan was de remkabels door te snijden, QR-codes te wissen of andere vormen van sabotage te plegen te slim af te zijn. 

    Dit soort agressie kun je rustig zien als guerrilla-activiteiten in een grotere oorlog: een wereldwijd gevecht om het recht op de rijweg. Die heeft de laatste jaren een nieuwe impuls gekregen, nu steden hun relatie tot de auto heroverwegen, een fietsvriendelijke infrastructuur aanleggen en openstaan voor deelfietsprojecten en andere initiatieven die ‘micromobiliteit’ bevorderen. Misschien is de opmerkelijkste ontwikkeling wel de komst van e-bikes – fietsen met een accu – waarvan de verbazingwekkende populariteit over de hele wereld doet vermoeden dat een nieuwe fietsrevolutie – qua potentie de belangrijkste sinds de beroemde fiets-boom van eind negentiende eeuw – nabij is. In China alleen al rijden er 300 miljoen e-bikes, en de herleving van de Chinese deelfietsindustrie na het debacle van een aantal jaren geleden is grotendeels gebaseerd op de introductie van elektrische deelfietsen. 

    Tom Waits

    Waar gaan fietsen naartoe als ze sterven? Een fiets is een duurzaam goed, maar ook een gebruiksvoorwerp: als je het niet erg vindt om een beetje asociaal te zijn, doe je er makkelijk afstand van. In het wel-varende Westen hoeft een fiets althans niet veel te kosten; en als hij kapot gaat of als er een nieuwe wordt gekocht, zal de eigenaar de oude veelal van de hand doen – hem ergens buiten achterlaten waar hij door een voorbijganger kan worden meegenomen, of worden weggehaald door de stadsreiniging. 

    En dan heb je de fietsen die op eenzamere locaties worden aangetroffen, waar ze in toenemende staat van ontbinding rondslingeren terwijl de tijd en de elementen hun tol eisen. In steden zie je vaak fietsen die verlaten zijn maar wel op slot zitten; met oude kettingen of beugelsloten zijn ze vastgemaakt aan een paal of hek. Gewoonlijk schieten gieren erop af om in de karkassen te pikken en weg te graaien wat ze maar kunnen – een wiel, of twee wielen, of een stuur. Zulke geplunderde fietsen kunnen een trieste aanblik bieden. De ketting hangt uit de vernielde kettingkast, kapotte reflectoren liggen aan stukken op de grond en de remkabels zien eruit als een warrige haardos uit de cartoons van George Booth. Ik denk aan dat geweldige nummer van Tom Waits, Broken Bicycles: ‘Broken bicycles/ old busted chains/ with rusted handlebars/ out in the rain…/ laid down like skeletons/ out on the lawn.’ De tekst is metaforisch – het is een lied over vergane liefde, maar het klinkt als een reportage. Als die fietswrakken in het gras net zo zijn als de meeste fietsen, zullen ze grotendeels gemaakt zijn van staal of een aluminium-legering, wat betekent dat ze oorspronkelijk uit de grond komen, als erts of afzettingsgesteente dat is gedolven in een mijn. Nu keren kleine stukjes van de fiets terug naar de aarde: de schilfers verroest staal en de kleine krijtachtige deeltjes op het oppervlak van geoxideerd aluminium kunnen door de wind worden verspreid en in een regenstorm het riool in worden gespoeld. 

    Gerecycled staal en aluminium worden gebruikt bij de bouw van straatmeubilair, huizen en appartementengebouwen

    Sommige onbeheerde fietsen krijgen een tweede leven. Vanaf de schroothandel aan het eind van mijn straat worden de blokken metaal naar recycling-bedrijven vervoerd. Daar wordt het afval schoon-gemaakt en gesorteerd, in ovens gestopt en verhit tot het gaat smelten, en onderworpen aan reinigingsprocessen. Uiteindelijk wordt het metaal tot platen geplet of uitgerold en opnieuw in omloop gebracht. Staal en aluminium behoren tot de meest gerecyclede materialen op aarde. Soms, zoals in Amsterdam, krijgt een gesloopt fietsframe een tweede leven als bierblikje of conservenblik. Gerecycled staal en aluminium worden gebruikt bij de bouw van straatmeubilair, huizen en appartementengebouwen. En ook bij de bouw van vliegtuigen, auto’s en, jawel, fietsen. 

    De mysticus in mij vindt het leuk zich een stadsgezicht voor te stellen dat gemaakt is van oude fietsen: fietsers rijdend op rijwielen die zijn gereïncarneerd uit vroegere fietsen en trappend langs wolkenkrabbers die worden gestut door gordels, balken en wapening die zijn gemaakt van recyclede fietsframes, terwijl uit gesloopte fietsen samengestelde straaljagers hoog boven hun hoofd vliegen. Het recyclen van metaal gaat gepaard met verspilling die schadelijk is voor het milieu, maar sommige bijproducten kunnen worden gerecycled en weer in omloop worden gebracht. De restanten of slakken die overblijven van aluminiumgietsel worden soms gebruikt als vulmiddel in asfalt en betonmengsels. Op sommige plekken is de weg zelf dus een soort fietsenkerkhof en rijden fietsers op hun zondagse ritje over een landschap van nieuw samengestelde beenderen. 

  • Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Hoe Nederland een uniek lustoord is voor bestuivende insecten

    Nederland is een van de weinige landen die een uitgewerkte strategie heeft om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    In de zomer is Utrecht op verschillende plaatsen een waar kleurenfestijn: wilde bloemen in talloze tinten oranje, rood, geel en paars staan dan te bloeien in de zon. Deze veldjes wilde bloemen zijn er niet alleen voor het oog: ze zijn onderdeel van een heel scala aan Nederlandse initiatieven ten behoeve van bestuivende insecten, die allemaal onderdeel zijn van een ambitieus overheidsprogramma om honingbijen, wilde bijen, zweefvliegen, kevers, vlinders en andere soorten te ondersteunen.

    Nederland is een van de weinige landen met een uitgewerkte strategie om de afname van bestuivers te stuiten. Deze Nationale Bijenstrategie, gelanceerd in 2018, omvat doorlopende programma’s en formuleert heldere en meetbare maatstaven voor succes. Deze strategie blijkt nu al een voorbeeld voor andere landen die hun bestuivers willen beschermen.

    ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk’

    In Nederland begon het belang van bestuivers de afgelopen tien jaar door te dringen, nadat de bijenpopulaties vanaf halverwege de jaren veertig steeds verder waren afgenomen. Wilde natuur en landelijke gebieden waren veranderd in landbouwgrond en stedelijk gebied, waarbij ook steeds meer bestrijdingsmiddelen werden gebruikt, zodat nu meer dan de helft van de bijna 360 bijensoorten bedreigd is. ‘Het Nederlandse landschap staat te zwaar onder druk,’ zegt Marten Schoonman van het Naturalis Biodiversiteitscentrum in Leiden.

    Al ruim tien jaar geleden begon Nederland, de op een na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld, met beschermingsmaatregelen. In 2013 lanceerde de overheid het Actieprogramma Bijengezondheid, dat zich richtte op honingbijen. In 2016 richtte Nederland samen met dertien andere landen Promote Pollinators op, een samenwerkingsverband van landen (inmiddels zijn het er dertig) die kennis delen over de bescherming en het behoud van bestuivers.

    Lustoord

    Maar met de Nationale Bijenstrategie onderscheidt Nederland zich van alle andere landen. Vanaf de start in 2018 zijn er rond de zeventig initiatieven geweest die Nederland tot een lustoord voor bestuivende insecten moeten maken, onder andere door meer nestelplekken te creëren en het voedselaanbod voor bestuivers te vergroten. ‘Er is in het verleden veel biodiversiteit vernietigd,’ zegt Nicky Kruizinga, projectleider van de strategie. ‘We hebben een grote achterstand in te halen.’

    De Nationale Bijenstrategie omvat op dit moment 120 initiatieven, zowel in binnensteden als in landbouwgebieden. De programma’s worden opgezet en uitgevoerd door de deelnemers zelf, waarbij het gaat om non-profit-organisaties, collectieven, gemeentes en provincies. Zij volgen de algemene richtlijnen waar het gaat om het bieden van voedsel en nestelmogelijkheden aan bestuivers. 

    Geerpark Vlijmen Insecten hotel
    Insectenhotel Geerpark in Vlijmen.  © Wikimedia CC

    ‘Er wordt veel energie gestoken in de strategie, en dat is een grote verandering in vergelijking met tien jaar geleden,’ zegt David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbehoud aan de Universiteit van Wageningen, die betrokken was bij het formuleren van de doelen. ‘Door de Nationale Bijen-strategie is er aandacht gekomen voor bestuivers; mensen zijn zich ervan bewust geworden hoe die in aantal teruglopen en zijn gemotiveerd geraakt om daar iets aan te doen. Nu zijn er meer dan honderd initiatieven. In die zin is de strategie een groot succes.’

    Positieve populatieontwikkeling

    Het bredere doel van de Nationale Bijenstrategie is dat ‘een aantal bijensoorten in 2023 en 2030 een stabiele of positieve populatieontwikkeling laat zien’. Dit doel is verder ontleed in meetbare targets voor die jaren. Het doel voor 2023 is om het aantal soorten dat een neergaande trend vertoont met 30 procent te verkleinen en het aantal soorten dat een stijgende trend vertoont met 30 procent te vergroten, ten opzichte van een nulmeting uit 2012. In 2030 blijft het brede doel hetzelfde als in 2023, maar de target gaat omhoog naar 50 procent vergeleken met de nulmeting uit 2012.

    Kleijn: ‘Een van de frustrerendste dingen bij het evalueren van een strategie is wanneer er geen concrete doelen zijn gesteld. In dit geval zijn de doelen meetbaar, zodat onderzoekers kunnen nagaan of ze worden bereikt.’

    Tot de meer dan negentig deelnemers aan de strategie behoren zeven van de twaalf provincies en een aantal gemeenten, die verschillende maatregelen hebben genomen: het aanleggen van veldjes met wilde bloemen, het plaatsen van insectenhotels en van groene daken, en het instellen van een verbod op het gebruik van pesticiden in openbaar groen.

    Lokaal

    Andere deelnemers zijn heel lokaal, zoals De Fruitmotor, een coöperatie die cider maakt van ‘lelijke’ appels die niet te verkopen zijn omdat ze misvormd zijn of plekken hebben. ‘Wat de coöperatie verdient, wordt geïnvesteerd in het zaaien en planten van stuifmeel en nectar producerende planten, om zo een bestuivervriendelijke zone te creëren rond de Betuwe,’ zegt Henri Holster, oprichter van De Fruitmotor. ‘Deze planten bloeien op verschillende momenten in het jaar, van vroeg in het voorjaar tot laat in het najaar, en leveren daarmee een constante voedselvoorziening voor bijen en andere insecten.’

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers’

    Zelfs initiatieven van individuele particulieren kunnen deelnemen aan de Nationale Bijenstrategie, zoals de Honey Highway, een onderneming van bijenliefhebber Deborah Post die met gemeenten samenwerkt om wilde bloemen langs snelwegen, spoorlijnen en waterwegen te zaaien. Zo worden stukken land waar geen biodiversiteit meer was, bestuiverrijke zones. 

    Nationale Bijenstrategie Tekening Theory of Change
    Infographic Nationale Bijenstrategie

    ‘Alle deelnemers werken toe naar hetzelfde doel: meer voedsel en beschutting voor bestuivers,’ zegt projectleider Kruizinga. In 2018 en 2019 organiseerde de Nationale Bijenstrategie een grote bijeenkomst waar deelnemers elkaar konden ontmoeten en van elkaar konden leren. ‘Wat echt goed werkt, is dat onze partners op verschillende niveaus zijn gaan samenwerken, waardoor er heel veel kennis wordt gedeeld.’

    Diversiteit en rijkdom

    De Nationale Bijenstrategie stelt zich ten doel om zo veel mogelijk deelnemers en bestuivervriendelijke initiatieven te activeren. Naturalis, waar Schoonman werkt, is als kennispartner van de strategie betrokken bij de uitrol ervan. ‘Mensen bewust maken van de diversiteit en rijkdom van bestuiversoorten speelt een belangrijke rol in het behoud van die soorten. Daarom is de bijentelling zo belangrijk.’ Hij heeft het over de jaarlijkse telling door mensen in het land, die Naturalis organiseert.

    Dit jaar vond de vijfde editie van de bijentelling plaats. In een weekend in april telden bijna vierduizend vrijwilligers uit het hele land een halfuur lang bijen in hun tuin. Bovenaan de lijst met waargenomen soorten stond ook dit jaar weer de honingbij. De gehoornde metselbij bleek nog steeds een van de meest voorkomende wilde bijensoorten in tuinen te zijn, terwijl die tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was in Nederland. 

    De bijentelling helpt om trends in de bestuiverpopulaties bij te houden, maar kent haar beperkingen. Zo kan het programma zich niet bezighouden met onderwerpen als het gebruik van pesticiden of industriële vervuiling. ‘Hoe krijgen we boeren zover dat ze minder of geen bestrijdingsmiddelen gebruiken, zodat bestuivende insecten daar niet door worden aangetast?’ vraag Kruizinga zich af. Het veranderen van denkpatronen en gedrag kost tijd, zeker als er commerciële belangen meespelen. ‘Boeren zijn gewend op economisch voordelige of tijdbesparende wijze te werken,’ zegt hoogleraar Kleijn. Volgens hem kunnen boeren met subsidies worden gestimuleerd om moeilijke maar belangrijke maatregelen te nemen. Maar daarvoor is wel een omvangrijk budget nodig.

    ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur’ 

    Ondertussen maakt ook de EU werk van de aanpak van pesticiden. In 2013 werd het gebruik van drie neonicotinoïden – bestrijdingsmiddelen waarvan bekend is dat ze uiterst schadelijk zijn voor bestuivende insecten – op bloeiende gewassen al verboden. In 2018 werd dat verbod uitgebreid naar gebruik op alle gewassen. En in juni van dit jaar nam de Europese Commissie voorstellen aan om voor 2030 het gebruik van pesticiden in de hele EU met 50 procent te verminderen. Maar er is nog steeds veel werk te doen om die doelen te behalen.

    Een andere beperking van de Nationale Bijenstrategie is dat die voornamelijk van de deelnemers afhankelijk is voor het creëren van bestuivervriendelijke landschappen. ‘Je kunt je afvragen of dat genoeg is om werkelijk iets te veranderen,’ zegt Kleijn. Maar Kruizinga blijft optimistisch over het effect van de Strategie: ‘Er is absoluut een verschuiving gaande naar bestuivervriendelijke landschappen en landbouw in harmonie met de natuur.’ 

  • Gebrek aan water zorgt voor onrust in Spanje en Portugal

    Gebrek aan water zorgt voor onrust in Spanje en Portugal

    Door de droogte kan Spanje, met reservoirs die er sinds 1995 niet slechter aan toe zijn geweest, niet voldoen aan zijn internationale verplichtingen om water over te dragen aan Portugal voor de bekkens van de Douro en de Taag.

    ‘Ik heb het nog nooit zo gezien.’ Die uitdrukking wordt de laatste maanden steeds minder gebruikt om de gevolgen te beschrijven van de ernstige droogte die een groot deel van het Iberische schiereiland heeft getroffen. Maar in dit geval worden de woorden niet door zomaar iemand uitgesproken. Dit is Arturo de Inés, drieënnegentig jaar. Hij zit op een enorme granieten rots aan de rand van het droge ravijn waarin het Almendra-stuwmeer is veranderd. Het ligt tussen de provincies Zamora en Salamanca, op een steenworp afstand van Portugal. Arturo de Inés is al meer dan veertig jaar burgemeester van Villaseco de los Reyes, dat iets meer dan driehonderd inwoners telt. Hij is tevens voorzitter van de organisatie Cabeza de Horno in Salamanca, die honderdzeven gemeenten van drinkwater voorziet. En die dorpen verkeren in spanning over de mogelijkheid dat ze zonder drinkwater komen te zitten vanwege het lage peil van de Almendra, die nu op 25 procent van zijn capaciteit staat.

    Aan de Portugese kant van de Raya heeft Helena Barril, voorzitter van de gemeenteraad van Miranda do Douro (zesduizend inwoners), dezelfde vrees. Hoewel de watervoorziening voor haar stad, die afhankelijk is van de rivier, voorlopig gewaarborgd is, heeft de daling van het waterpeil geleid tot een toename van onzuiverheden in het water, die de pompstations kunnen beschadigen. Nog delicater is de situatie voor de plaatselijke veehouders die, door de droogte in de lagunes, hun dieren van water uit het stedelijk netwerk hebben moeten voorzien. Voor António Luis, die een bedrijf heeft met dertig Mirandesa-koeien en voorzitter is van een veecoöperatie met meer dan vijfduizend runderen, is water voor het vee, dat duurder is dan voor menselijke consumptie, sinds mei een vaste kostenpost geworden. Hetzelfde geldt voor Villaseco en alle gemeenten in de omgeving van het Almendra-stuwmeer in Spanje.

    Vijf stroomgebieden

    Burgemeester Arturo de Inés zegt dat in de laatste week van september, bijna van de ene op de andere dag, het niveau van het door Iberdrola beheerde stuwmeer kelderde: ‘Het bedrijf belde ons om te zeggen dat ze de toevoer niet konden garanderen – het niveau van het stuwmeer was te laag en het water was troebel. Het hydrologische jaar – dat loopt van 1 oktober tot 30 september – liep ten einde en Spanje leverde water om te voldoen aan zijn verplichtingen in het kader van het Verdrag van Albufeira uit 1998. Dit internationale verdrag bepaalt de jaarlijkse volumes die vanuit Spanje in Portugal moeten aankomen om ecologische stromen in stand te houden en sociaaleconomisch gebruik over de grens mogelijk te maken in de vijf stroomgebieden die beide landen delen: de Minho, Limia, Douro, Taag en Guadiana.

    De woede over watergebrek aan Spaanse zijde leidde tot protesten in Zamora en Salamanca, totdat de wateruitgifte werd stopgezet door de Hydrografische Confederatie van de Duero, die valt onder het ministerie van Ecologische Transitie. Het was een beslissing waar zowel de Spaanse als de Portugese regering achter stonden. Maar wat aan de Spaanse kant rust bracht, wekte woede in Portugal. 

    ‘We begrijpen dat het water afkomstig is uit Spanje, maar er zijn ook internationale verplichtingen die moeten worden nagekomen. Spaanse boeren klaagden over de stuwmeren omdat het water in Portugal wordt gebruikt voor de productie van hydro-elektriciteit, maar ze kijken alleen naar multinationals die geld verdienen en beseffen niet dat hun Portugese collega’s dezelfde klachten hebben,’ aldus Andrea Cortinhas, technisch secretaris van de Galicische schapenvereniging Mirandesas, die streeft naar genetische verbetering van het ras. Cortinhas spreekt terwijl zijn kudde van honderdveertig dieren probeert iets eetbaars te vinden in een weiland dat groen zou moeten zijn maar niet eens meer geel is. De schapen zullen zich moeten voeden met haver die voor de winter is opgeslagen. Door watergebrek is het grijs en witachtig, dezelfde tinten als het landschap aan de Spaanse kant. ‘Als er weinig water is, moet je het onder iedereen verdelen; het kan niet zo zijn dat je het alleen doorlaat als het veel regent en schade veroorzaakt in Porto,’ is de kritiek van Nuno Rodrigues, de vicevoorzitter van de gemeenteraad van Miranda do Douro.

    In deze tijd van grote harmonie tussen Madrid en Lissabon wil niemand een wateroorlog beginnen

    De regeringen van beide landen gaven er de voorkeur aan om deze conflictueuze kwestie niet op de spits te drijven en verzonden op 28 september een gezamenlijk communiqué waarin Spanje officieel erkent dat het zich als gevolg van de droogte niet zal kunnen houden aan de waterlevering waar het land toe verplicht is volgens het Verdrag van Albufeira in de Taag en de Douro. ‘De leveringen zullen naar verwachting ongeveer 90 procent bedragen van de in de overeenkomst vastgestelde hoeveelheden,’ aldus beide landen.

    In deze tijd van grote harmonie tussen Madrid en Lissabon wil niemand een wateroorlog beginnen. Maar de vooruitzichten op middellange termijn zijn niet goed; prognoses wijzen niet op een regenachtige herfst die de slechte situatie van de stuwmeren op het Spaanse schiereiland zou kunnen omkeren. Nu bedragen de reserves slechts 31,9 procent van de capaciteit en je moet teruggaan tot de grote droogte van 1995 om voor deze periode nog slechtere cijfers te vinden. Als je naar de langere termijn kijkt, is het vooruitzicht nog erger, want wetenschappers waarschuwen voor een toename van hydrologische droogtes die verband houden met de opwarming van de aarde.

    Het is die middellange en lange termijn die José Manuel Gonçalves, burgemeester van Peso da Régua, in de Douro-regio van Portugal, de meeste zorgen baart. Momenteel heeft de rivier voldoende water voor de stadsvoorziening en het nautisch toerisme, maar hij ziet dat het noodzakelijk is om aan de toekomst te denken en het Verdrag van Albufeira te herzien vanwege nieuwe klimatologische omstandigheden. ‘De twee regeringen moeten verantwoordelijkheid nemen en solidair zijn. Alleen zo bereik je een evenwicht tussen de twee volkeren om het beschikbare water te verdelen,’ zegt hij. De Portugese milieuvereniging Zero pleit ook voor nieuwe onderhandelingen over het verdrag om ‘echte ecologische stromen tot stand te brengen die het behoud en de werking van de ecosystemen zullen garanderen’.

    Over de mogelijke wijziging van het Verdrag van Albufeira zei een woordvoerster van het Spaanse ministerie van Ecologische Transitie: ‘Een wijziging van de criteria moet altijd in onderling overleg gebeuren, op technische basis en gericht op oplossingen die op evenwichtige wijze tegemoetkomen aan de behoeften en gebruiken aan weerszijden van de grens. Dit alles binnen de context van klimaatverandering en een te verwachten afname van de beschikbaarheid van water.’

    Strenger beheer

    In tijden van schaarste lijkt het erop dat het waterbeheer niet beide zijden van de grens tegelijkertijd tevreden kan stellen. ‘De indruk bestaat dat de Spanjaarden eigenaren van de rivier zijn, en dat zijn ze niet,’ klaagt de Portugese burgemeester Helena Barril. ‘We leven niet meer in de tijd dat we vochten om een stuk land, maar naar mijn mening moet er strenger beheer komen zodat niemand erop achteruitgaat,’ zegt ze.

    Een paar weken geleden zaten de boosdoeners aan de andere kant, in een gebied dat nu lijkt op een maanlandschap: de 8650 hectare die worden bedekt door het Almendra-stuwmeer, het op twee na grootste van Spanje. De laarzen van Javier Arnés wierpen toen hij zich door dit gebied bewoog een witachtige stof op van wat tot voor kort de bodem van dit enorme stuwmeer was. Zelfs de zwarte stammen van oude steeneiken, die intact zijn gebleven doordat ze meer dan vier decennia onder water hebben gestaan waar ze niet door zuurstof konden worden afgebroken, steken nu boven het water uit. Arnés maakt zich zorgen over zijn tweehonderd Moro-koeien, net als veel van de veehouders in de regio, die hoofdzakelijk van het stuwmeer afhankelijk zijn en die hun toevlucht al hebben moeten nemen tot watertankwagens. ‘De putten staan droog en de vijvers ook,’ waarschuwt hij.

    Tot dit jaar dronken zijn koeien rechtstreeks uit het stuwmeer dat aan zijn boerderij grenst. ‘Maar het niveau is zo laag dat de koeien niet meer naar beneden durven.’ Voorlopig is zijn redding de put die hij op zijn land heeft en die hij voor het eerst gebruikt om zijn dieren water te geven. ‘Over acht of tien dagen is het water uit de put op, ik hoop dat het niveau van het moeras stijgt en ze weer kunnen drinken. Het probleem is dat we niet voorbereid zijn op tekorten van de ene dag op de andere. We hebben een infrastructuur voor het transport van voer, maar niet van water,’ legt hij uit.

    ‘Langs de weg stonden mensen te huilen terwijl ze hun spullen verzamelden’

    Toen het stuwmeer in de jaren zestig werd aangelegd, was dat een tragedie voor veel lokale bewoners, die zagen hoe de dictatuur hen van hun land verdreef. ‘Langs de weg stonden mensen te huilen terwijl ze hun spullen verzamelden,’ herinnert de oud-burgemeester van Villarejo de los Reyes zich. Dan vertelt hij over de tijd dat de vrouwen hun kleren op ezels naar de rivier brachten om ze te wassen. 

    ‘Water is leven,’ zegt de boer. ‘Dit gebied zou verstoken zijn van mensen als het water zou verdwijnen.’

    Luister ook:

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-gebrek-aan-water-maakt-beide-kanten-van-de-raya-onrustig
  • Wereldnieuws: Vastgelijmd aan dinosaurus & Meer

    Wereldnieuws: Vastgelijmd aan dinosaurus & Meer

    Egypte kapt groen

    De Egyptische regering is bezig met ingrijpende stadsvernieuwingsprojecten in Caïro, en daarvoor worden tot woede van de inwoners honderden ficussen, acacia’s en palmbomen gekapt, aldus Middle East Monitor. Door verschillende historische wijken worden snelwegen aangelegd. Eind september is begonnen om Lotus, een openbaar park in buitenwijk Madinet Nasr, te verwijderen. Er komt een parkeerplaats voor terug.

    Bij de vernietiging van al deze groene gebieden heeft geen enkel overleg met de bewoners plaatsgevonden

    Tussen augustus 2019 en januari 2020 verloor de wijk Heliopolis bijna 400.000 vierkante meter aan groen, een oppervlakte van meer dan vijftig voetbalvelden. Experts en bewoners zijn bezorgd over het milieu omdat de bomen hielpen de luchtvervuiling te verminderen en de temperaturen in de stad te verlagen. Bij de vernietiging van al deze groene gebieden heeft geen enkel overleg met de bewoners plaatsgevonden. 

    Alle ruimte wordt vrijgemaakt voor nieuwe snelwegen die worden aan-gelegd naar het prestigeproject van president Abdul Fatah al-Sisi: de nieuwe administratieve hoofdstad. Alleen al de snelwegen hebben naar verluidt zo’n 450 miljoen euro gekost. 

    sherif moharram KUxBU4 T2cY unsplash kopie 2

    ‘Poetin gebruikt etnische minderheden’

    Russische slachtoffers van de oorlog in Oekraïne vallen voornamelijk onder minderheden die door Poetin zijn gemobiliseerd, aldus Victoria Maladaeva van de ngo Free Buryatia Foundation (FBF), een belangenvereniging van tegenstanders van de oorlog uit de autonome Russische republiek Boerjatië in Siberië, bericht Al Jazeera.

    Volgens Maladaeva noemt Poetin zichzelf een nationalist, ‘hij praat altijd over hoe geweldig de Russische cultuur en de Russische taal zijn, maar ontkent dat er meer dan 20 miljoen mensen van andere nationaliteiten in Rusland zijn’. Uit onderzoek van FBF zou zelfs ‘etnische genocide’ blijken. ‘Statistisch gezien hebben Dagestan, de autonome republiek Toeva en de republiek Boerjatië, waar minderheden wonen, het hoogste dodental.’

    Moskou, met 17 miljoen inwoners, telt krap 50 slachtoffers. Boerjatië, 980.000 inwoners, al 364. ‘De kans dat een Boerjaat sterft in de oorlog is 7,8 keer groter dan die voor een etnische Rus; voor een Toevaan is dat 10,4 keer.’


    Rapapawn

    De animatiestudio Rapapawn van Óscar Raña en Cynthia Alfonso ontstond in 2017 als experiment: ‘om te kijken of we onze tekeningen konden laten bewegen’. Dat is gelukt, bewijzen de vele grote projecten waaraan de studio de afgelopen tijd heeft meegedaan. Improvisatie en intuïtie zijn fundamenteel in hun werkwijze. Het duo begint zonder aanvankelijk plan maar laat ‘de dingen gaandeweg vorm krijgen, zonder wiskundige formule’. De videoclip voor Mundo Prestigio’s La Maison du Bonheur – een abstracte film waarin vormen op muziek in elkaar overgaan – was de eerste keer dat ze digitaal ‘risograaf-effecten’ toepasten, een duurzame druktechniek die intense kleuren oplevert.

    Rapapawn kopie 2

    Vastgelijmd aan een dinosaurus

    Ook in Duitsland roeren activisten zich op openbare plekken: in het Berlijnse Natuurhistorisch Museum lijmden twee klimaatactivisten zich op de laatste zondag van oktober vast aan de steunbalken van het skelet van een dinosaurus, schrijft Freie Presse. Daarop waarschuwde het museum de politie. Tegen de twee vrouwen van 34 en 42 jaar zijn aanklachten ingediend voor huisvredebreuk en schade aan eigendommen. De vrouwen, gehuld in oranje vesten, hadden een spandoek bij zich met de tekst: ‘Wat betekent het als de regering dit niet aankan?’

    In een reactie zei de protestgroep Letzte Generation: ‘Net als de dinosauriërs destijds worden wij bedreigd door klimaatveranderingen waartegen we niet bestand zijn. Als we niet willen uitsterven, moeten we nu handelen.’ In Groot-Brittannië en Nederland zorgen klimaatactivisten eveneens voor controverse met hun acties.

    220823 DINOSAURIER 80 1200x800 c Carola Radke MfN kopie

    De Brug van Salvini. En Berlusconi. En Mussolini.

    Wat heeft extreemrechts in Italië toch met een brug naar Sicilië? Na Mussolini en Berlusconi gaat Matteo Salvini het nu proberen, schrijft The Guardian. Net geïnstalleerd als minister van Infrastructuur in de extreemrechtse regering van Giorgia Meloni, heeft hij het even oude als controversiële plan afgestoft om een gigantische, miljarden kostende brug te bouwen tussen Sicilië en het vasteland, ondanks dat het project door allerlei voorgangers is verworpen vanwege hoge kosten, milieu-effecten, technische onuitvoerbaarheid en dergelijke.

    De bouw van de brug zou zo’n 100.000 nieuwe banen opleveren

    Tegen staatsomroep RAI zei Salvini op 25 oktober: ‘Een van mijn doelstellingen is de komende vijf jaar werkzaamheden te starten voor de bouw van il ponte sullo Stretto di Messina,’ ofwel: de brug over de Straat van Messina. ‘De vervuiling en het tijdverlies door het transport met veerboten, kost mensen in een jaar meer dan het zou kosten om de brug te bouwen,’ meent hij. Bovendien zou de bouw van de brug zo’n 100.000 nieuwe banen opleveren.

    Waarschijnlijk waren de oude Romeinen de enigen wie het ooit lukte een verbinding over de Stretto aan te leggen. Plinius de Oudere schreef althans dat in 251 voor Christus een brug van boten en vaten werd gebouwd om 140 olifanten die de Romeinen tijdens de Eerste Punische Oorlog hadden buitgemaakt op de Carthagers, van Sicilië naar Rome te vervoeren. Bijna 2000 jaar later droomde de Italiaanse dictator Benito Mussolini van een brug, maar hij kreeg het niet voor elkaar. Silvio Berlusconi wist in de jaren negentig gedeeltelijke financiering uit Brussel voor een project van 6 miljard euro binnen te halen, maar zijn opvolger Romano Prodi stopte het project. Heel verstandig, zo blijkt, want wetenschappers hebben vorig jaar op de zeebodem een breuk gelokaliseerd die in 1908 voor een verwoestende aardbeving zorgde met 120.000 slachtoffers – de grootste seismische ramp van de twintigste eeuw. Precies op die plek staat de brug van Salvini gepland.

    Brug 1 kopie 2

    Israëlische zorgen om extreemrechts in Zweden

    De extreemrechtse partij Zweden Democraten kreeg bij de verkiezingen vorige maand ruim 20 procent van de stemmen en speelt nu een sleutelrol in de nieuwe Zweedse regering, want de minderheidscoalitie van de Middenpartij, de liberalen en de christendemocraten is afhankelijk van hun steun, schrijft Haaretz. En dat kan problematisch worden voor de betrekkingen met Israël: vorig jaar maakte Ziv Nevo Kulman, de Israëlische ambassadeur in Zweden, namelijk al duidelijk dat Israël geen betrekkingen wenst te onderhouden met partijen die ‘wortels hebben in het nazisme’.

    De Zweden Democraten – opgericht in 1988 en in Zweden momenteel de op een na grootste partij na de sociaaldemocraten – zijn ontstaan in extreemrechtse en neonazistische kringen. Sinds de partij populair is geworden probeert zij die wortels te verbergen door zichzelf ‘nationalistisch en sociaal-conservatief’ te noemen. Dat neemt echter niet weg dat hoge partijfunctionaris Björn Söder twijfels uitte over de ware ‘Zweedsheid’ van de naar schatting 20.000 leden tellende Joodse gemeenschap in het land. En een lokale politica van de partij, Gunilla Wassénius, ondertekende een petitie waarin wordt beweerd dat Zweden is geïnfiltreerd door zionistische belangen die aansturen op een genocide op blanken. En dan was er nog mediaster en gekozen partijlid Rebecka Fallenkvist, die Anne Frank in een Instagrambericht ‘immoreel’ en ‘de geilheid zelve’ noemde. De Israëlische ambassade in Stockholm zegt dat ‘Israël uitstekende relaties heeft met veel leden van de nieuwe regering’ maar: ‘we zijn bezorgd over de opkomst van extreemrechts’.

  • Haïtianen hebben tijd, ruimte en steun nodig

    Haïtianen hebben tijd, ruimte en steun nodig

    Haïti, het armste land van het westelijk halfrond, wordt behalve door natuurrampen geterroriseerd door extreem bendegeweld. Het zogenaamde Montana-akkoord zou daar verandering in kunnen brengen.

    Rivaliserende criminele groepen hielden de hoofdstad Port-au-Prince al in een ijzeren greep voordat vorig jaar president Jovenel Moïse werd vermoord. Het machts-vacuüm dat hij achterliet werd direct overgenomen door de bendes van onder andere Jimmy Chérizier, die bekendstaat onder de schuilnaam Barbecue. Ze blokkeerden de belangrijkste haven en de aanvoer van brandstof en voedsel. 

    Door dergelijke bendes, waarvan de meeste banden hebben met politieke en zakelijke leiders, ligt de Haïtiaanse economie nu zo goed als stil. Cholera, waaraan ooit zo’n tienduizend Haïtianen stierven, begint opnieuw om zich heen te grijpen.

    Officieel staat Ariel Henry aan het hoofd van de Haïtiaanse regering. Henry, die buitengewoon onpopulair is, is aan de macht gekomen met steun van de Verenigde Staten en andere grote regionale mogendheden. Toen een coalitie van Haïtiaanse maatschappelijke organisaties voorstelde om een meer representatieve interim-regering te vormen en de democratie weer op te bouwen, hebben Henry en zijn buitenlandse bondgenoten daar een stokje voor gestoken. Inmiddels vinden er in de grote steden al weken straatprotesten plaats, waarin zijn aftreden wordt geëist. Het is op veel plekken zo onveilig geworden dat Henry vrijdag pleitte voor een internationale veiligheidsmissie die de politie moet helpen de controle over de straten terug te krijgen.

    Er vinden al lange tijd verkiezingen plaats, maar kun je spreken van echte democratie?

    Hoewel de situatie complex lijkt, draait de chaos in feite om dezelfde vraag die al 230 jaar lang de aanleiding is van bijna elke crisis op het eiland: wie krijgt in Haïti de macht? En: komt er een moment waarop de Haïtianen dat vraagstuk zelf kunnen oplossen, of blijven buitenstaanders cruciale beslissingen nemen over de toekomst van het land?

    Die tweede vraag houdt mij al bezig sinds ik als jonge verslaggever bij The New York Times voor het eerst naar Haïti ging. Dat was in 2004, aan de vooravond van de tweehonderdste verjaardag van de Haïtiaanse onafhankelijkheid – het enige moderne voorbeeld van een succesvolle opstand die geleid werd door tot slaaf gemaakten. Naar aanleiding van mijn ervaringen in Haïti heb ik me als correspondent in Afrika en Azië altijd beziggehouden met zelfbeschikking en autonoom bestuur van de voorheen gekoloniseerde volkeren van het Zuiden. Vragen over zelfbeschikking zijn tevens de reden dat ik nu naar Haïti ben teruggekeerd. Het land is al lang onafhankelijk, maar kent het echte vrijheid? Er vinden al lange tijd verkiezingen plaats, maar kun je spreken van echte democratie?

    Jean-Bertrand Aristide

    Toentertijd, in 2004, was Jean-Bertrand Aristide aan de macht: een charismatische voormalige katholieke priester en de eerste democratisch verkozen president. Hij kreeg te maken met een grote golf van protesten, waarvan sommige niet alleen steun kregen van zijn oude vijanden uit de kleine, rijke elite, maar ook van vroegere trouwe bondgenoten, die hem nu als een beginnend autocraat zagen. De laatste parlementsverkiezingen waren nooit gehouden, dus Aristide regeerde in wezen per decreet. Om politieke druk uit te oefenen blokkeerden de Verenigde Staten en Europese partners elk honderden miljoenen dollars aan beloofde hulp. Volgens mensenrechtenactivisten spoorde Aristide straatbendes ertoe aan zijn regering te beschermen en tegenstanders van zijn regering te intimideren en zelfs te doden.

    Als verslaggever van een baanbrekende ontwikkeling raakte ik al snel verdwaald in alle voortschrijdende veranderingen. Ik bracht mijn dagen op straat door, waar ik gewone mensen interviewde. De meesten van hen bleven trouw aan Aristide, omdat het hem gelukt was zich vanuit de sloppenwijken omhoog te werken. Hun woede was tastbaar en zorgde vaak voor gewelddadige conflicten op straat.

    ‘Het is essentieel dat Haïti een hoopvolle toekomst krijgt. Dit is het begin van een nieuw hoofdstuk’

    Net als veel andere buitenlandcorrespondenten in Haïti destijds bracht ik mijn avonden door in het gezelschap van jonge Haïtianen die op mij leken: twintigers die in Noord-Amerika een universitaire opleiding hadden genoten, vloeiend Engels en Frans spraken en kosmopolitisch ingesteld waren. Hun rijke ouders hadden bedrijven die door Aristides beleid van herverdeling in het nauw kwamen, en ze steunden politici die hem wilden afzetten. Onder het genot van eindeloze flessen Prestige-bier en kip djon djon werd mijn kijk op de situatie onvermijdelijk gevormd door hun blik. In elk geval zorgde die voor een subtiele afzwakking van een grimmige realiteit, namelijk dat aan de wil van de meerderheid van het Haïtiaanse volk werd voorbijgegaan.

    Eind februari 2004 zorgde een gewapende opstand ervoor dat Aristide zijn macht verloor, waarna hij als balling werd weggevoerd in een Amerikaans vliegtuig. Kort daarop arriveerden Amerikaanse mariniers en verklaarde George W. Bush: ‘Het is essentieel dat Haïti een hoopvolle toekomst krijgt. Dit is het begin van een nieuw hoofdstuk.’

    Wie wilde af van Aristide? Tijdens alle straatprotesten tegen zijn regering was me duidelijk geworden dat oppositie tegen hem niet beperkt bleef tot een kleine rijke elite. Maar gezien zijn enorme populariteit onder de armen is het onwaarschijnlijk dat de meerderheid van de Haïtianen hem weg wilde hebben.

    Machtige vijanden

    Aristide had een aantal machtige vijanden gemaakt. Hij had geëist dat Frankrijk Haïti 21 miljard dollar zou betalen, als compensatie voor de enorme schuld die het zijn voormalige kolonie had nagelaten. Frankrijk was een van de eerste landen die zijn afzetting eisten. Aristides bondgenoten zouden zijn vertrek later een ontvoering noemen en de toenmalige Franse ambassadeur verklaarde onlangs in een interview met The New York Times dat de Verenigde Staten en Frankrijk in feite ‘een staatsgreep’ hadden gepleegd. Amerikaanse ambtenaren hebben zich daarentegen lang tegen die karakteriseringen verzet. Later zou onderzoek van The New York Times aantonen dat een machtige, conservatieve, Amerikaanse organisatie deels verantwoordelijk was voor de vorming van de oppositie tegen Aristide. Dat riep nieuwe vragen op over de verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten.

    Aristide had zich ingezet voor een eerlijke herverdeling, om zo democratie en gelijkheid te verzekeren. Maar alle positieve elementen van wat hij vertegenwoordigde, waren verdwenen. Het enige wat resteerde, was de negatieve kant van zijn nalatenschap: de bendes die hem hadden geholpen zijn presidentschap veilig te stellen. Van dat trauma is Haïti nooit echt hersteld, waardoor het een gebroken natie is geworden die leeft in de schaduw van het machtigste land ter wereld. Voor de rest van de wereld is het nu niets meer dan een boeman, een hoofdpijndossier, een speelbal.

    Wat is de wereld vandaag de dag aan Haïti verschuldigd? Allereerst – en dit is het belangrijkst: laat het met rust. De Haïtianen moet tijd, ruimte en steun worden gegund om een andere toekomst voor hun land te realiseren.

    Wat kan er gebeuren? Dat zij er een groter potje van maken dan wij?

    Dan Foote, die vroeger als speciaal gezant van de VS in Haïti zat, levert sindsdien bijzonder felle kritiek op het Amerikaanse beleid. Foote: ‘Het Amerikaanse buitenlandse beleid gelooft onbewust nog steeds dat Haïti bestaat uit een stel domme zwarte mensen die hun land niet zelf kunnen organiseren. En dat wij ze moeten vertellen wat ze moeten doen, omdat het er anders echt slecht aan toe zal gaan. Maar elke keer dat internationale krachten hebben ingegrepen, hebben ze Haïti overhoopgegooid. Het is tijd om de Haïtianen een kans te geven. Wat is het ergste wat er kan gebeuren? Dat zij er een groter potje van maken dan wij?’

    Haïti is door machtiger mogendheden gebruikt en misbruikt sinds Columbus in 1492 de noordkust van het eiland bereikte. De Verenigde Staten hebben Haïti afwisselend genegeerd en onderdrukt. Eerst weigerden ze het land te erkennen, om het vervolgens in 1915 binnen te vallen en het negentien jaar lang als een soort kolonie te gebruiken. De VS achtten het in de Koude Oorlog van essentieel belang om hun grote invloed op de Haïtiaanse politiek en economie te behouden. Dat deden ze, soms met moeite, van 1957 tot 1986, toen achtereenvolgend Duvalier sr. en Duvalier jr. aan de macht waren.

    De afgelopen twaalf jaar is de Haïtiaanse politiek steeds meer verdeeld geraakt, onder andere door een verpletterende aardbeving en een reeks stormen en orkanen. De politiek wordt al een tijd lang gedomineerd door centrumrechtse leiders die Amerikaanse steun genieten en die naar alle waarschijnlijkheid corrupt zijn en banden onderhouden met criminele netwerken. 

    Buitenlandse inmenging

    Door het isolement van Haïti en door buitenlandse inmenging is de politieke cultuur giftig geworden. Niemand vertrouwt elkaar meer en er heerst paranoia. Bij gebrek aan een moderne, industriële economie zijn er in het land sterk uiteenlopende sociale lagen ontstaan. Er is een handelsklasse die haar geld voornamelijk verdient door goederen te importeren en te verkopen aan alle anderen – straatarme mensen die rondkomen van een hongerloon of van geld dat ze krijgen overgemaakt vanuit de bloeiende diaspora die zich uitstrekt tot onder andere de Verenigde Staten, Canada en Frankrijk.

    De gebeurtenissen van de afgelopen tijd hebben het vertrouwen van de Haïtianen in hun verkiezingen aangetast. Bij de eerste echt democratische verkiezingen van 1990 bracht meer dan de helft van de kiesgerechtigden een stem uit. Bij de laatste verkiezing was de opkomst minder dan 20 procent.

    Er is veel meer nodig om het vertrouwen in de regering te herstellen

    Zo ongeveer elke buitenstaander en de huidige regering zelf hebben de neiging om zo snel mogelijk verkiezingen te organiseren. Op die manier kan de ongrondwettelijke regering worden vervangen door een regering die de wensen van het Haïtiaanse volk vertegenwoordigt. Maar in een land met zo’n gebrek aan veiligheid is het nauwelijks mogelijk om geloofwaardige verkiezingen te houden. En hoewel verkiezingen een vereiste zijn voor werkelijke autonomie, zijn ze, zelfs als ze eerlijk en vrij zijn, niet voldoende. Er is veel meer nodig om het vertrouwen in de regering te herstellen.

    Onder verschillende Haïtianen leeft desalniettemin een klein maar hardnekkig sprankje hoop: zij geloven dat het eindelijk tijd is om een politiek faillissement af te kondigen. Alle oude politieke schulden zouden volgens hen vereffend moeten worden, zodat Haïti met een frisse start de toekomst tegemoet kan. Een groot deel van de Haïtiaanse samenleving, waaronder concurrerende politieke partijen, vakbonden, maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten, hebben samen een gedetailleerd plan opgesteld waarmee Haïti een politieke overgang kan realiseren.

    Dit zogenaamde Montana-akkoord eist dat er een interim-president wordt aangesteld. Voorstanders van het akkoord hebben begin dit jaar een kandidaat gekozen: Fritz Jean, een voormalig gouverneur van de Haïtiaanse centrale bank. Volgens Jean heeft het land tijd nodig om de maatschappelijke infrastructuur opnieuw op te bouwen en naar verkiezingen toe te werken. Hij belooft dat hij zich te zijner tijd niet kandidaat zal stellen voor het presidentschap.

    Speelbal

    Het Haïtiaanse volk is gedurende het merendeel van zijn bestaansgeschiedenis een speelbal geweest van machtige invloeden van zowel buitenaf als binnenuit; van koloniale en neokoloniale machten, economische elites, wereldwijde criminele netwerken en politici die hun eigen zakken wilden vullen.

    Dit alles doet me denken aan de term granmoun uit het Haïtiaanse Kreyòl. Letterlijk vertaald betekent het ‘grote persoon’, maar het heeft een diepere, onderliggende betekenis. Als je een granmoun bent, beschik je over je eigen lot, heb je de controle over je leven en je toekomst. Als je een granmoun bent, ben je soeverein. Magali Comeau Denis, leider van de groep die het Montana-akkoord wil verwezenlijken, stelt het begrip centraal in haar toekomstvisie voor Haïti. ‘Dit is de eerste keer in de Haïtiaanse geschiedenis dat we echt samen over onze toekomst praten. Economische, sociale, politieke en gemeenschapsgroepen zitten met elkaar aan tafel, hebben een eigen inbreng, stellen veranderingen voor en maken bezwaren,’ zegt ze. En ze sluit af met de hoopvolle woorden: ‘Dit is het. Dit is onze kans.’

    Als de rest van de wereld het land met rust laat, zou dat zomaar eens de eerste stap naar Haïtiaanse zelfbeschikking kunnen zijn, naar de onafhankelijke zwarte republiek die de revolutie ooit beloofde.