De Oekraïense president Volodymyr Zelensky heeft dinsdag zware tegenstand van de Republikeinen in de Senaat gekregen, toen hij lobbyde voor miljarden dollars aan extra Amerikaanse militaire hulp voor de oorlog tegen Rusland, meldt CNN. Zelensky was speciaal naar de VS gevlogen om extra gewicht in de schaal te leggen, maar het was niet genoeg.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Op het Capitool benadrukte Zelensky de urgentie van meer Amerikaanse hulp om de Russische invasie te bestrijden en Europa te beschermen tegen een verdere opmars van Rusland. Maar hij slaagde er niet in om de Republikeinen te overtuigen van hun steun, die nodig was om nieuwe financiering aan te nemen. De Republikeinen willen pas instemmen met het steunpakket als de Amerikaanse regering strengere immigratiemaatregelen aan de grens met Mexico neemt.
Verschillende Republikeinen benadrukten dinsdag wel dat ze in principe vóór steun aan Oekraïne zijn, maar dat de Democratische partij hen daarvoor tegemoet moet komen. Zodra dat gebeurt, zei de Republikeinse fractie in de Senaat, zal er weer militaire hulp richting Oekraïne gaan.
De Britse premier zoekt een akkoord voor zijn Rwanda-deal
De Britse premier Rishi Sunak heeft dinsdag ternauwernood een nederlaag in het parlement voorkomen rond zijn plan om asielzoekers naar Rwanda te sturen. Dat schrijft Politico. Het Lagerhuis nam de wet in een eerste stemming aan, na een dag vol onderhandelingen met de radicaal-rechtse flank van de Tories, die het wetsvoorstel wilden verwerpen omdat het niet streng genoeg was.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Vorige maand oordeelde het Britse Hooggerechtshof dat Sunaks plannen om mensen die illegaal aankomen in Engeland uit te zetten naar Rwanda in strijd is met Britse en internationale wetten en mensenrechtenverdragen. In reactie hierop sloot Sunak een nieuw verdrag met het Afrikaanse land om wettelijke obstakels te omzeilen.
Gematigde Conservatieven zeiden echter dat ze de wet niet zouden steunen, omdat het betekende dat Groot-Brittannië zijn verplichtingen op het gebied van mensenrechten zou schenden, en rechtse politici zeiden dat de wet niet ver genoeg ging. Veertig van de driehonderdvijftig Conservatieven stemden uiteindelijk tegen.
De uitslag van de Nederlandse parlementsverkiezingen laat zien dat populistische en extreemrechtse partijen opschuiven naar de politieke mainstream, schrijft Jon Henley in The Guardian.
Keuze uit het archief
Komende woensdag gaat heel Nederland naar de stembus in de hoop dat er nu een kabinet komt dat wél vier jaar meegaat. Ook dit keer gaat de PVV voorop in de peilingen, net als twee jaar geleden. Maar aangezien meerdere grote partijen regeren met de PVV hebben uitgesloten, gaat het opnieuw moeilijk worden om een stabiel kabinet te vormen.
Dat voorspelde dit artikel van The Guardian al meteen na de verpletterende verkiezingswinst van Geert Wilders in 2023. Die voorspelling is in vervulling gegaan. Dat laat onverlet dat de opmars van populistische partijen een zorgelijke ontwikkeling is, aldus het Britse dagblad.
De schokkende overwinning van Geert Wilders bij de Nederlandse parlementsverkiezingen bewijst de opkomst van populistische en extreemrechtse partijen in Europa, die – ondanks enkele tegenslagen – hun gestage opmars naar de mainstream voortzetten.
Wilders won 37 zetels met zijn anti-islamitische Partij voor de Vrijheid (PVV). Dat is meer dan twee keer zoveel als in 2021. Maar er is geen garantie dat het hem zal lukken om een regering te vormen met een meerderheid in het Nederlandse parlement, dat uit 150 zetels bestaat.
Het Nederlandse coalitieproces bestaat uit een eindeloze reeks compromissen en concessies met drie, vier of zelfs meer partijen. Dus zelfs als het Wilders lukt om een meerderheidskabinet te vormen, zullen zijn extreemste plannen – van een verbod op de koran tot een nexit-referendum – niet snel regeringsbeleid worden.
Wel is de kans nu groot dat een radicaalnationalistische partij die al meer dan tien jaar door de politieke mainstream wordt buitengesloten, zich volgend jaar voegt bij de groep extreemrechtse partijen die in een groot deel van Europa oprukken.
Een groot deel van centrumrechts in Europa is nu bijvoorbeeld net zo fel over immigratie als extreemrechts
Die opmars is het resultaat van een reeks factoren. Lange tijd vormde het verzet tegen immigratie, de islam en de EU de kern van extreemrechts. Sinds kort zijn ook de rechten van minderheden, de zogenaamde oorlog tegen wokeen de klimaatcrisis belangrijke thema’s geworden.
Door de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne zijn de kosten van levensonderhoud enorm gestegen, wat de aantrekkingskracht van extreemrechts nog eens versterkt. De snelle, duizelingwekkende sociale en digitale veranderingen en een groeiend wantrouwen tegenover mainstreampolitici dragen er ook aan bij.
Heel geleidelijk zijn extreemrechtse partijen op twee verschillende manieren genormaliseerd: centrumrechts heeft hun ‘eigen volk eerst’-praatjes overgenomen en is bereid geweest om coalitieafspraken te maken, terwijl extreemrechtse partijen sommige minder breed gedragen standpunten matigen.
Een groot deel van centrumrechts in Europa is nu bijvoorbeeld net zo fel over immigratie als extreemrechts. Ondertussen proberen extreemrechtse partijen economische discipline uit te stralen, uiten ze minder scepsis tegenover de EU en nemen ze hun voormalige steunbetuigingen aan Rusland terug.
Wilders heeft zijn overwinning te danken aan frustraties over immigratiebeleid en over de vele mainstreamcoalities die hem voorgingen. Zelf heeft hij nu zijn anti-islamitische taal wat afgezwakt, kennelijk in de hoop deel te kunnen nemen aan een coalitie.
Of hij nu wel of niet de volgende Nederlandse regering zal leiden, zijn verkiezingsresultaat herinnert ons eraan dat bijna een derde van de Europeanen nu op populistische – extreemrechtse of extreemlinkse – partijen stemt, zoals The Guardian in september onthulde.
Op het hele continent blijft de steun voor partijen buiten de gevestigde orde toenemen – waardoor de middenmoot steeds verder op de proef wordt gesteld.
Voor de Franse regering is de afwijzing een grote nederlaag
Het Franse parlement heeft maandag de migratiewet van de regering afgewezen en zo een klap toebracht aan het project van president Emmanuel Macron, die het wetsvoorstel zonder meerderheid in stemming liet brengen. Dat meldt Le Monde. Zowel rechtse als linkse partijen stemden tegen het voorstel, nog voordat over de wet gedebatteerd werd.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De afwijzing in het parlement betekent overigens niet het einde van de migratiewet. De regering kan nu beslissen om het wetsvoorstel terug te sturen naar de Senaat, het naar een gemengde commissie van senatoren en afgevaardigden te sturen om een compromis te vinden, of het wetsvoorstel weer in te trekken, wat onwaarschijnlijk is.
Met de wet wil Macron laten zien dat hij streng kan zijn op het gebied van migratie en dat Frankrijk tegelijkertijd de deur wil openhouden voor buitenlandse werknemers die de economie kunnen helpen. Met de wet kunnen enerzijds migranten makkelijker uitgezet worden, maar anderzijds makkelijker werkvisa krijgen voor banen in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten.
Een meerderheid in het parlement steunde zijn benoeming
Het Poolse parlement heeft maandag ingestemd met het premierschap van Donald Tusk, waarmee er officieel een einde is gekomen aan de regering van de nationalistische PiS. Dat schrijft Wyborcza. Eerder op de dag verloor PiS-leider Mateusz Morawiecki met zijn minderheidsregering een vertrouwensstemming in het parlement, waarmee de weg naar een overwinning van Tusk openlag.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
PiS werd de grootste bij de verkiezingen van 15 oktober en kreeg daarom de eerste kans om een regering te vormen, maar slaagde daar niet in omdat de partij geen meerderheid in het parlement had en geen van de andere partijen met PiS wilden samenwerken. Tusk kon dat met een coalitie van drie pro-Europese partijen juist wel doen.
Voor zijn benoeming kreeg Tusk, die al eerder premier was, 248 stemmen voor en 201 tegen. Hij zal naar verwachting deze week al aantreden, en Polen vertegenwoordigen op een top die later deze week gepland is voor EU-landen.
Naar verwachting wordt de nieuwe regering woensdag beëdigd
Polen maakt zich op voor een regeringswisseling na het turbulente achtjarige bewind van PiS. Die partij gaat vandaag haar laatste dag in de regering tegemoet. Tegen de avond zal Donald Tusk naar verwachting de leiding hebben over een nieuwe regering, ‘die een revolutie belooft in zowel de binnenlandse politiek als in de relatie van Polen met de buitenwereld’, zo schrijft Politico.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Er moeten eerst nog een paar stappen gebeuren voordat Tusk de macht overneemt en naar eigen zeggen aan ‘een grote schoonmaak’ begint. Premier Mateusz Morawiecki, die sinds 2017 aan het hoofd staat van de PiS-regering, houdt in de ochtend een toespraak voor het parlement. In de middag houdt de Sjem, het Poolse lagerhuis, een vertrouwensstemming die Morawiecki zeker zal verliezen, aangezien zijn partij 191 zetels heeft in het 460 leden tellende parlement, terwijl het coalitieblok van oppositiepartijen 248 zetels telt. Daarna nomineert het parlement naar verwachting Donald Tusk voor het premierschap. Dat besluit zal dan worden bevestigd door een stemming in het parlement later op maandag. Op dinsdagochtend presenteert Tusk zijn kabinet aan het parlement en zet hij zijn regeringsprogramma uiteen.
Een woordvoerder van Duda heeft gezegd dat de president bereid is om de nieuwe regering woensdagochtend te beëdigen. Als het kan, wil Tusk woensdagavond aanwezig zijn bij de EU-Balkan-top. Ook wil hij donderdag in Brussel zijn voor het begin van de top van EU-leiders waar hij ‘een drastische verandering in de Warschause benadering van Brussel zal inluiden en zal proberen een einde te maken aan acht jaar conflict’, aldus Politico.
Benjamin Netanyahu werd voor het eerst premier in 1996 en heeft het land sindsdien steeds verder naar rechts gestuurd. Veel Israëliërs zijn het erover eens dat zijn politieke dagen zijn geteld – maar het is de vraag of de koers die hij heeft ingezet nog zal gaan veranderen.
Het bloedbad van 7 oktober door Hamas had niet mogelijk moeten zijn. Zeker niet met premier Benjamin Netanyahu aan het roer. Hij was, zoals zijn aanhangers het uitdrukten, ‘Mister Security’. Hij zei herinnerd te willen worden als ‘de beschermer van Israël’. Hij pochte dat Israël nooit een meer vreedzame en meer welvarende tijd heeft gekend dan gedurende de ruwweg zestien jaar dat hij aan de macht is. Onder zijn opeenvolgende regeringen installeerde Israël het Iron Dome-systeem om raketten uit de Gazastrook te onderscheppen en bouwde het langs de grens met Gaza à 1,1 miljard dollar een hek met een lengte van bijna 65 kilometer, uitgerust met ondergrondse sensoren, op afstand bestuurbare wapens en een uitgebreid camerasysteem. Het succes van Netanyahu’s visie op Fort Israël moest blijken uit de mate van onzichtbaarheid van de Palestijnen en hun lijden, beschouwd vanuit een comfortabele stoel in een café in Tel Aviv.
Maar de relatieve rust van het afgelopen anderhalve decennium was gebouwd op een reeks illusies: dat de Palestijnen en hun vrijheidsstreven verborgen konden blijven achter betonnen barrières en genegeerd konden worden; dat elke vorm verzet die nog bestond in bedwang kon worden gehouden door een combinatie van technologie en overweldigende vuurkracht; dat de wereld, en vooral de soennitische Arabische staten, zo moe waren geworden van de Palestijnse kwestie dat deze van de mondiale agenda kon worden gehaald, zodat Israëlische regeringen konden doen wat ze wilden zonder daar al te veel gevolgen van te ondervinden.
De aanval van 7 oktober heeft al deze veronderstellingen aan diggelen geslagen. Hamas-schutters op motoren en achter op pick-uptrucks omzeilden de ‘slimme’ barrière die meer kostte dan het bbp van Grenada. Het Israëlische leger leek bijna aan de grond genageld en was meer dan 48 uur niet in staat om de controle over sommige steden en kibboetsen te heroveren. Elk aspect van Netanyahu’s project stortte in op de zaterdagochtend die de Israëliërss ‘de zwarte sjabbat’ zijn gaan noemen.
De opeenvolgende Netanyahu-regeringen hebben de Israëliërss niet meer veiligheid gebracht. In plaats daarvan hebben ze hen kwetsbaar gemaakt voor aanvallen zoals die van Hamas. Netanyahu heeft voor Israël geen weg uitgestippeld naar onafhankelijkheid van de Verenigde Staten. Onder zijn leiding werd Israël net zo afhankelijk van zijn Amerikaanse geldschieter als tijdens de enige vergelijkbare ramp in de Israëlische geschiedenis, de Jom Kippoer-oorlog van 1973. Netanyahu beloofde de staat te stroomlijnen en de overheid efficiënter te maken. Daarentegen is de Israëlische bureaucratie uitgehold, zijn de sociale diensten slecht gefinancierd en leveren ze amper.
En toch, ook al is van Netanyahu’s visie voor Israël weinig heel gelaten, er staat geen duidelijke opvolger klaar om met die visie te breken. Het zal wellicht moeilijk zijn om het afgebakende pad dat Netanyahu heeft uitgezet, te verlaten. De huidige crisis kan weleens het einde betekenen van Netanyahu’s politieke carrière. Evengoed kan Israël gevangen blijken te zitten in de omstandigheden die hij heeft gecreëerd, tot lang na zijn vertrek.
Brutaal gezicht
Op een donkere oktoberavond in 1995 staat Netanyahu op een balkon dat uitkijkt over het Zionplein in Jeruzalem. Een spandoek met de tekst ‘Dood aan de Arabieren’ is voor hem uitgerold. Een opgewonden menigte van tienduizenden mensen staat onder hem. Yitzhak Rabin, de toenmalige premier, had aangedrongen op besprekingen voor een regeling met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) en dit protest is georganiseerd door rechtse tegenstanders van de Oslo-akkoorden. Netanyahu is op dat moment de 46-jarige gekozen leider van Israëls rechtse partij Likoed. Hij wordt alom gezien als een brutaal nieuw gezicht in een vermoeide politieke wereld die nog steeds wordt gedomineerd door veteranen uit de tijd van de oprichting van Israël.
Netanyahu is een ervaren politicus en heeft zijn politieke toekomst op het spel gezet door zich te verzetten tegen het vredesproces van Oslo. De zomer voor de verkiezingen had hij zich aangesloten bij een demonstratie met een nagebootste begrafenisstoet voor Rabin, compleet met doodskist en strop, waarbij demonstranten ‘Dood aan Rabin’ scandeerden. Op die oktoberavond zwaaien demonstranten in de straten van Jeruzalem met borden die Rabin tot verrader bestempelen. Ze dragen foto’s van hem in SS-uniform of gehuld in de keffiyeh van PLO-voorzitter Yasser Arafat. Ze roepen ‘met bloed en vuur zullen we Rabin verdrijven’ en, opnieuw, ‘Dood aan Rabin’.
Een maand later schiet een religieus-nationalistische rechtenstudent genaamd Yigal Amir twee kogels in de rug van Rabin, waaraan hij overlijdt. De visie van een territoriaal compromis die Rabin vertegenwoordigde, wordt daarmee ook om zeep geholpen. Buiten het ziekenhuis waar de dood van Rabin wordt aangekondigd, scandeert een menigte aanhangers van de premier: ‘Bibi [de bijnaam van Netanyahu] is een moordenaar!’ Natuurlijk was het Amir die de trekker overhaalde. Maar Netanyahu is een van de prominente figuren die de sfeer van geweld hebben aangewakkerd waarin Amir zijn daad verrichtte.
In 1996 schrijft Shimon Peres – de partijleider van Labor en opvolger van Rabin – verkiezingen uit in de hoop opnieuw een mandaat van de bevolking te krijgen voor het vredesproces van Oslo. Volgens peilingen is het een veilige gok. In de nasleep van de moord op Rabin is Netanyahu’s populariteit tanende. Maar na een reeks zelfmoordaanslagen in de maanden voor de verkiezingen in mei keren zijn kansen. Tegen Peres hamert hij op de gevaren van een territoriaal compromis, hij zet zijn gematigde tegenstander neer als zwak en waarschuwt dat Peres ‘Jeruzalem zal verdelen’. Met een krappe marge van minder dan 1 procent van de stemmen zorgt Netanyahu voor een verrassende ommekeer. Hij wordt de jongste premier in de geschiedenis van Israël.
Terwijl veel van zijn aanhangers religieuze traditionalisten zijn, is hij streng seculier en leeft hij niet eens koosjer
Zijn eerste termijn van drie jaar is geen succes, maar laten al veel zien van zijn aanpak. De regering-Clinton zet Netanyahu onder druk om de vredesonderhandelingen verder te helpen, maar hij houdt de Amerikanen aan het lijntje. Hij zegt alleen het absolute minimum toe dat nodig is om het proces levend te houden, terwijl hij er alles aan doet om een akkoord over de definitieve status op de lange termijn te voorkomen. In de ogen van zijn rechtse critici breekt Netanyahu niet resoluut genoeg met de tweestatenoplossing. De beste manier om een Palestijnse staat te voorkomen, vindt hij, is om dat in stilte te doen, zonder de ophef die formele annexatie of directe afwijzing van het door de VS geleide vredesproces met zich mee zou brengen.
Netanyahu is geen conventionele ideoloog. Zijn verzet tegen een tweestatenoplossing komt niet voort uit een messiaanse overtuiging of uit bijbelse inspiratie. Terwijl veel van zijn aanhangers religieuze traditionalisten zijn, is hij streng seculier en leeft hij niet eens koosjer. In plaats daarvan wordt zijn wereldbeeld gevormd door diep pessimisme. ‘Op de vraag of we voor altijd moeten leven met het zwaard, is mijn antwoord ja’, zei hij in 2015 tegen een groep Knesset-leden. Deze visie kreeg hij als kind al mee. Zijn vader, Benzion Netanyahu, was een zwartgallige historicus die in 2012 op 102-jarige leeftijd overleed. ‘De Joodse geschiedenis is in grote mate een geschiedenis van holocausts,’ vertelde Netanyahu senior ooit aan David Remnick van The New Yorker. Bij zijn zoon heeft die catastrofale visie op de geschiedenis ertoe geleid dat hij bijna alle defensiekwesties ziet als een existentiële dreiging. In die visie zal elke Palestijnse staat vrijwel zeker uitgroeien tot een islamistische terreurstaat die het bestaan van Israël bedreigt; daarom is onbeperkte Israëlische controle over de bezette gebieden een absolute noodzaak voor Joodse overleving.
Netanyahu combineert dit sombere wereldbeeld met een meesterlijke beheersing van de kunst van politieke presentatie. Hij is de eerste echte tv-premier van Israël. Hij volgt acteerlessen om zijn publieke optredens te perfectioneren. Hij draagt make-up en zorgt ervoor dat de camera’s alleen zijn goede kant laten zien. In een tijd waarin de meeste andere Israëlische politici nog steeds de voorkeur gaven aan opgerolde overhemdsmouwen, verschijnt Netanyahu in gedurfde Brioni-pakken, en die luxe smaak is gedurende zijn jaren aan de macht blijven bestaan.
Netanyahu, een voormalig commando van de speciale strijdkrachten die daarna managementconsultant werd, belichaamt de nieuwe Israëlische synthese van het havikachtige neoliberalisme. Hij is van meet af aan een technocraat en een populist. In 1996 komt hij met uitgebreide plannen om de Israëlische economie opnieuw op te bouwen volgens vrijemarktprincipes à la Margaret Thatcher: herstructurering van de bureaucratie van het land, liberalisering van de arbeidsmarkt, vermindering van subsidies voor noodlijdende industrieën. Hij realiseert weinig van dit programma. Aanzienlijker zijn de veranderingen die hij teweegbrengt in de politieke cultuur van het land. Sinds het premierschap van Menachem Begin in de jaren zeventig, had Likoed de retoriek van de gefrustreerde klasse en religieus traditionalisme ingezet om een basis uit vooral de Mizrahim-arbeidersklasse te bereiken – Joden van Midden-Oosterse en Noord-Afrikaanse afkomst. Netanyahu past het populisme van Likoed aan naar het tijdperk van de soundbite: zijn aanhangers scharen zich achter de slogan ‘Netanyahu – goed voor de Joden’. Een slogan die impliceert dat zijn tegenstanders ontrouw zijn aan Joodse belangen.
Nadat hij in 2009 weer aan de macht komt, zweert Netanyahu dat hij die zal behouden. Zoals de Israëlische journalist Ben Caspit in zijn boek The Netanyahu Years beschrijft, verpletterde of verdreef Netanyahu al zijn potentiële rivalen binnen Likoed. Tegen 2015 heeft deze partij ‘een metamorfose ondergaan’, schrijft Haaretz-redacteur Aluf Benn; ‘van een risicomijdende conservatief naar een rechts-radicaal’. Een partij die – hoewel altijd fel en zelfs gewelddadig nationalistisch – ooit ook economische en sociale liberalen telde, verandert hij in een autoritaire populistische partij, met zijn charismatische persoonlijkheid als middelpunt. Aangemoedigd door zijn vrouw Sara en zijn zoon Yair begint Netanyahu zichzelf te beschouwen als onmisbaar, als de incarnatie van de nationale geest, als identiek aan de staat zelf. ‘Zonder Bibi,’ heeft Sara Netanyahu herhaaldelijk gezegd, ‘is Israël ten dode opgeschreven.’
Voorwaarden
Gedurende zijn lange jaren aan de macht ontstond er een duidelijk politiek ‘Netanyahu-model’. Als het ging om de Palestijnse kwestie was zijn kernovertuiging dat de bezetting voor onbepaalde tijd kon worden gemanaged en gehandhaafd. In theorie suggereerde Netanyahu dat hij bereid zou zijn om een ‘gedemilitariseerde’ Palestijnse staat te accepteren die hij beschreef in een toespraak in 2009 aan de Bar-Ilan-universiteit. Maar in de praktijk, zoals hij in hetzelfde betoog schetste, waren de voorwaarden waaronder hij zou instemmen met zo’n staat van dien aard dat geen enkele Palestijnse leider ze ooit zou kunnen accepteren: het betrof niet alleen demilitarisering en Israëlische controle over het luchtruim, maar ook een Israëlische hoofdstad in een ongedeeld Jeruzalem. Het was bluf die hij inzette om de illusie van een vredesproces levend te houden en tegelijkertijd de bezetting verder te verankeren.
Zijn overtuiging dat de bezetting eeuwig kon blijven duren, werd en wordt breed gedeeld. De belangrijkste intellectueel van centrumrechts Israël, de filosoof Micah Goodman, gaf het idee van ‘bezettingsmanagement’ een behoorlijk pragmatisch sausje in zijn boek Catch-67 uit 2018. In plaats van te hopen het Israëlisch-Palestijnse conflict ‘op te lossen’, suggereert Goodman dat het ‘geminimaliseerd’ zou kunnen worden – bijvoorbeeld door gebieden met beperkte Palestijnse autonomie te vergroten, terwijl de uiteindelijke Israëlische dominantie op de bezette Westelijke Jordaanoever gehandhaafd blijft.
Zelfs Netanyahu’s politieke tegenstanders hebben deze aanpak omarmd. De kortstondige ‘veranderingsregering’ onder leiding van voormalig tv-presentator Yair Lapid en kolonistenleider Naftali Bennett, die in het voorjaar van 2021 gedurende enige tijd de plek van Netanyahu innam, week niet af van het Netanyahu-model, maar verdiepte het verder. Het was tijdens de regering Lapid-Bennett dat het aantal Palestijnse slachtoffers op de Westelijke Jordaanoever begon toe te nemen. Het was ook de periode waarin Benny Gantz, op dat moment minister van Defensie, zes vooraanstaande Palestijnse ngo’s voor mensenrechten betitelde als ‘terroristische organisaties’ – als onderdeel van Israëls inspanningen om oppositie tegen de bezetting de kop in te drukken.
Voor voorstanders heeft het paradigma van bezettingsmanagement tal van praktische voordelen. Het handhaven van de status quo verkleint het risico om de internationale gemeenschap kwaad te maken. Een zogenaamd tijdelijke bezetting, maar in de praktijk voor onbepaalde duur, stelt Israël in staat om de Palestijnen rechteloos te houden; een formele annexatie daarentegen zou Israël verplichten te beslissen of het Palestijnen in de geannexeerde gebieden al dan niet het staatsburgerschap wil toekennen. Dat zou, vanuit Israëls standpunt, het risico met zich meebrengen dat de Joodse demografische meerderheid in gevaar komt.
‘Iedereen die de oprichting van een Palestijnse staat wil voorkomen, moet de versterking van Hamas steunen’
Netanyahu en zijn bondgenoten vonden het echter niet voldoende om de bezetting te verankeren, maar achtten het ook noodzakelijk te garanderen dat er geen verenigde Palestijnse beweging zou kunnen ontstaan. Volgens Netanyahu kon dat worden bereikt door de islamistische Hamas in Gaza te versterken ten koste van zijn rivaal, de door Fatah gedomineerde PLO op de Westelijke Jordaanoever. Om de Hamas-regering in Gaza overeind te houden, maakte de Qatarese regering op verzoek van Israël miljarden dollars over naar de militante groep. ‘Iedereen die de oprichting van een Palestijnse staat wil voorkomen, moet de versterking van Hamas steunen,’ zei Netanyahu op een bijeenkomst van de partij Likoed in 2019. ‘Het is onderdeel van onze strategie om de Palestijnen te verdelen tussen Gaza enerzijds en Judea en Samaria anderzijds.’
Wat Israëliërs ‘de conceptzia’ noemen – dit paradigma van bezettingsmanagement en verdeel-en-heers – kreeg een tegenhanger op het gebied van buitenlands beleid. Tot 2020 waren Egypte en Jordanië de enige Arabische staten die verdragen met Israël hadden ondertekend. Dat veranderde toen de regering-Trump de Abraham-akkoorden van 2020 bekrachtigde, een reeks overeenkomsten over normalisatie van de betrekkingen tussen Israël en de golfstaten Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten, alsmede Marokko en Soedan. Het is geen toeval dat Hamas zijn aanval uitvoerde op het moment dat Israël en Saoedi-Arabië dichter bij harmonisatie leken te komen. Zelfs na de huidige verwoestende oorlog is het heel goed mogelijk dat Israël en de Saoedi’s dat proces voortzetten, maar het is net zo duidelijk als voorheen dat de regionale stabiliteit en de veiligheid van Israël op langere termijn afhangen van de beëindiging van de bezetting en de verwezenlijking van de Palestijnse nationale aspiraties.
Vanuit het perspectief van rechts in Israël biedt regionale integratie een alternatief vangnet nu de VS hun aandacht verleggen van het Midden-Oosten naar Azië. Zoals de Israëlische politicus Avigdor Lieberman, lid van de rechtse seculiere partij Yisrael Beiteinu, me in de zomer van 2022 vertelde, maakte ‘de afnemende status’ van de VS in de wereldpolitiek nauwere banden noodzakelijk tussen Israël en andere landen in de regio. ‘Mensen begrijpen dat ze elkaar moeten steunen,’ zei hij.
Een Midden-Oosten waarin de VS een minder actieve rol zou spelen is ook al lang een droom van Israëlische haviken, die de Israëlische afhankelijkheid van de VS als een beperking en strategische zwakte zien. In 1996 publiceerde een neoconservatieve denktank onder leiding van Richard Perle – die later deel zou uitmaken van de regering van George W. Bush – een document getiteld A Clean Break: A New Strategy for Securing the Realm, waarin wordt geschetst hoe Israël onder Netanyahu ‘een nieuwe basis zou kunnen smeden voor zijn betrekkingen met de Verenigde Staten’. Volgens de auteurs zou Israël ‘meer vrijheid van handelen kunnen krijgen en een belangrijke mate van tegendruk kunnen wegnemen’ als het in staat is om ‘zichzelf los te weken’ van de steun van de VS door ‘zijn economie te liberaliseren’.
De militaire hulp van de VS aan Israël is in wezen een subsidie voor Amerikaanse wapenfabrikanten
De opeenvolgende regeringen van Netanyahu kozen in grote mate voor deze strategie. Agressieve privatiseringen van banken en nutsbedrijven, belastingverlagingen, sterke verlagingen van de overheidsuitgaven en antivakbondsmaatregelen veranderden Israël van een middelmatige, door de staat gedomineerde economie in een welvarende regionale macht, die militaire en surveillancetechnologie exporteert, terwijl de ongelijkheid ondertussen toeneemt. Onder Netanyahu – eerst als minister van Financiën in de regering van Ariel Sharon, daarna tijdens zijn tweede ambtstermijn als premier – draaide Israël zijn langdurige handelstekort om en begon het enorme buitenlandse valutareserves op te bouwen. Hoe sterker het land economisch werd, hoe minder directe economische hulp van de VS nodig was. Die stopte dan ook in 2008. De militaire hulp van de VS aan Israël, die nog steeds het enorme bedrag van 38 miljard dollar bedraagt, bestaat vooral in de vorm van een korting op Israëlische aankopen van Amerikaanse wapens en financiering van raketafweer en is in wezen een subsidie voor Amerikaanse wapenfabrikanten.
In de jaren tien begon Netanyahu zich af te keren van de VS en diens bondgenoten en cultiveerde hij relaties met openlijk niet-liberale staten zoals het Hongarije van Viktor Orbán en het Polen van de aftredende leider Jarosław Kaczynski. Op deze manier probeerde hij mogelijke maatregelen van de Europese Unie tegen Israël te blokkeren. Netanyahu schepte op over zijn goede werkrelatie met Vladimir Poetin. Campagneposters voor de verkiezingen van 2019 van Likoed tonen Netanyahu die handen schudt met de Russische leider. In de oorlog van Rusland tegen Oekraïne weigert Israël om raketafweersystemen aan Oekraïne te leveren en heeft het de kritiek op het Russische handelen tot een minimum beperkt. Israël, dat altijd beducht is voor een terugval van de VS, heeft ook de banden met China aangehaald. In 2021 heeft het, in het kader van China’s Belt and Road Initiative, oftewel Nieuwe Zijderoute, het staatsbedrijf Shanghai International Port Group de exploitatie gegund van de scheepvaartterminal Haifa-baai, die ongeveer de helft van het vrachtvervoer van het land beheert. Chinese bedrijven hebben ook meegewerkt aan grote Israëlische infrastructuurprojecten, zoals het nieuwe lightrailsysteem in Tel Aviv.
Wat binnenlandse zaken aangaat ontwikkelde Netanyahu een uitzonderlijke vorm van patronage. Hij kende ministersposten en posities bij overheidsinstellingen toe aan Likoed-apparatsjiks en jaknikkers, onbekenden en incompetenten wier enige geloofsbrieven hun loyaliteit aan hem leken te zijn. In 2020, nadat hij in verschillende corruptiezaken was aangeklaagd wegens omkoping, fraude en schending van vertrouwen, werd zijn politieke stijl steeds meer paranoïde. In een toespraak voorafgaand aan het proces zei hij: ‘Elementen bij de politie en het Openbaar Ministerie hebben krachten gebundeld met de linkse media – ik noem ze de “iedereen behalve Bibi”-bende – om ongegronde zaken tegen mij aan te spannen.’ Dit zorgde voor van wat sommige Israëlische commentatoren ‘bibisme’ noemen – een mengsel van oorlogszuchtig nationalisme, samenzweringstheorieën en, boven alles, het neerzetten van Netanyahu’s tegenstanders als verraders.
Terwijl steeds meer kiezers zich tegen hem keerden, hield Netanyahu een regeringscoalitie in stand door extremistische kolonisten en messianistische volksnationalisten op machtsposities in zijn regering te zetten. Onder hen bevond zich onder meer Itamar Ben-Gvir, nu minister van Nationale Veiligheid, eerder veroordeeld voor het aanzetten tot racisme en terrorisme. Als jonge extreemrechtse militant maakt hij deel uit van een groep die een colonne met Yitzhak Rabin aanviel en tot voor kort hing in zijn woonkamer een foto van Baruch Goldstein, de in Brooklyn geboren Israëlische kolonist die 29 Palestijnen afslachtte bij de Grot van de Patriarchen in Hebron. Als onderdeel van de coalitieonderhandelingen van afgelopen winter droeg Netanyahu de autoriteit over de militaire regering in de Westelijke Jordaanoever over aan hardliner Bezalel Smotrich, minister van Financiën en religieus nationalist, die eerder opriep tot formele annexatie van de Westelijke Jordaanoever en uitwijzing van alle Palestijnen die zich daartegen verzetten.
Toen ze geïnstalleerd waren, begonnen Ben-Gvir en Smotrich onmiddellijk aan te sturen op annexatie van delen van de bezette Westelijke Jordaanoever, door het implementeren van landjepikmaatregelen en goedkeuring van onbeperkte uitbreiding van nederzettingen, met als resultaat – zelfs al vóór de huidige oorlog – dat 2023 het dodelijkste jaar voor Palestijnen is sinds de tweede intifada. Tussen 1 januari en 6 oktober heeft het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de Verenigde Naties minstens 199 Palestijnse dodelijke slachtoffers geregistreerd op de bezette Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Dat is het hoogste aantal sinds 2005.
Zelfgenoegzaamheid
De inval van Hamas in de ochtend van 7 oktober heeft elk element van Netanyahu’s project tenietgedaan. De grootte en de wreedheid van de aanval maakten duidelijk dat het onmogelijk is om de bezetting voor altijd in stand te houden zonder aanhoudend en verwoestend verlies van mensenlevens. Gedurende het grootste deel van de afgelopen twee decennia waren het de Palestijnen die het overgrote deel van deze menselijke kosten droegen, en die jaren zorgden in Israël voor een gevaarlijke zelfgenoegzaamheid en onverschilligheid ten opzichte van het lot van hun Palestijnse buren. Het leiderschap van Hamas herkende deze kwetsbaarheid en buitte die uit met moorddadig effect.
Hoewel het tijd zal kosten om de omvang van het falen van de Israëlische inlichtingendienst volledig te begrijpen, is tot nu toe duidelijk dat militaire functionarissen mogelijke waarschuwingssignalen hebben genegeerd. VolgensHaaretz luisterde de Israëlische inlichtingendienst maanden voor de aanvallen niet meer naar de walkietalkiegesprekken van Hamas. In een recent tv-interview zei een twintigjarige soldaat van de 7e pantserbrigade dat zijn eenheid in de nacht van 6 oktober rond 23.00 uur meldingen van ongewone activiteit had ontvangen, maar geen vervolgopdracht had gekregen. Om ongeveer drie uur ’s ochtends kreeg Ronen Bar, directeur van de Shin Bet, de binnenlandse veiligheidsdienst van Israël, een telefoontje naar aanleiding van dergelijke meldingen. Na urenlang overleg in de vroege ochtend stuurde hij slechts een klein team van speciale eenheden naar het gebied met scheidingshekken van Gaza. In de overtuiging dat Hamas was gepacificeerd, afgeschrikt en opgenomen in de Israëlische aanpak van bezettingsmanagement, hielden de Israëlische generaals het niet voor mogelijk dat Hamas een aanval van deze omvang kon uitvoeren.
De aanvallen onthullen ook met angstaanjagende duidelijkheid het strategische risico dat het voortdurende nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever met zich meebrengt. Een van de redenen waarom Hamas-schutters erin slaagden de Israëlische verdediging te overrompelen en waarom het zolang duurde voordat de betreffende Israëlische troepen de steden en kibboetsen wisten te heroveren, is dat een groot deel van het Israëlische leger naar de Westelijke Jordaanoever was gestuurd. Dat weekend was de Joodse feestdag Simchat Thora – onder normale omstandigheden een tijd van vreugde en dans, maar op de bezette Westelijke Jordaanoever een periode van intens geweld door kolonisten. Het Israëlische leger had zelfs troepen verplaatst van de grens met Gaza naar de Westelijke Jordaanoever om de Israëlische kolonisten te bewaken. In totaal waren 32 bataljons van de IDF [Israël Defence Forces – het Israëlische leger] ingezet op de bezette Westelijke Jordaanoever, tegenover slechts twee bataljons langs de grens met Gaza. Dit maakte de Israëlische burgers in kibboetsen en steden in de westelijke Negev-woestijn kwetsbaar, terwijl kolonisten op de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse bevolking terroriseerden onder dekking van de IDF. Voorstanders van de bouw van nederzettingen hebben lang beweerd dat hun inspanningen de veiligheid van Israël ten goede komen. De werkelijkheid heeft aangetoond dat dit simpelweg niet waar is.
Netanyahu’s falen op het gebied van buitenlandse betrekkingen is niet minder veelzeggend. In tegenstelling tot wat hij sinds lange tijd denkt, zal de Palestijnse kwestie niet zomaar verdwijnen. Er zal geen echte Israëlische integratie in het bredere Midden-Oosten mogelijk zijn zonder een langetermijnovereenkomst die een einde maakt aan de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de belegering van de Gazastrook. De huidige oorlog heeft de relaties van Israël met Egypte en Jordanië, de twee meest cruciale Arabische bondgenoten, verzwakt. Met de hulp van de VS heeft de Israëlische regering geprobeerd druk uit te oefenen op de Egyptische regering om Gazanen naar Egyptisch grondgebied over te brengen, een zet die getuigt van een roekeloze minachting voor de stabiliteit van het zuidwestelijke buurland. De Egyptische autoriteiten hebben tot nu toe geweigerd. Niet alleen in Egypte, Jordanië en Libanon, maar ook in Turkije zijn massale protesten uitgebroken. Ook de Abraham-akkoorden, die Netanyahu beschouwde als zijn belangrijkste verdienste, leveren spanningen op. Begin november riep Bahrein zijn ambassadeur terug uit Israël en kondigde het land aan de economische banden te hebben opgeschort om steun te betuigen aan de Palestijnse zaak.
De ogenschijnlijke ‘zelfredzaamheid’ die Netanyahu bereikt zou hebben, is een farce gebleken
Bovenal is de ogenschijnlijke ‘zelfredzaamheid’ die Netanyahu bereikt zou hebben een farce gebleken. Te midden van de dreiging van een bredere regionale oorlog lijkt Israël nu afhankelijker dan ooit van zijn Amerikaanse sponsor, die twee vliegdekschepen naar het Midden-Oosten heeft gestuurd om regionale escalatie van het conflict te voorkomen. De VS leveren Israël van alles, van kleine wapens, zoals automatische geweren, tot belangrijke onderdelen van het Iron Drome-systeem. Ze stuurden zelfs driesterrengeneraal James Glynn van de Amerikaanse mariniers om de Israëlische generale staf te adviseren over hoe te opereren bij stedelijk oproer. Met nooit eerder vertoonde betrokkenheid hebben zowel minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken als minister van Defensie Lloyd Austin deelgenomen aan vergaderingen van het Israëlische veiligheidskabinet om hun Israëlische collega’s te adviseren.
Binnen Israël heeft de ontoereikende reactie op 7 oktober blootgelegd welke tol Netanyahu’s lange bewind heeft geëist van het land. Dagen, en in sommige gevallen weken, na de aanslagen meldden sommige families dat ze niets hadden gehoord van regeringsfunctionarissen over de verblijfplaats van hun vermiste familieleden; tv-medewerkers die overdag aanwezig waren, namen het initiatief om hotlines op te zetten voor degenen die wanhopig op zoek waren naar informatie. Op de dag van de aanvallen werden tientallen politieagenten gedood, maar Ben-Gvir, onder wiens departement de politie valt, was nergens te bekennen. Pas later dook hij op, niet om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor wat er was gebeurd, maar om zichzelf op beeld vast te laten leggen terwijl hij aanvalsgeweren uitdeelde aan civiele verdedigingseenheden in Israëlische steden. De inspanningen van de staat om de tienduizenden Israëliërs – die van de noordelijke en zuidelijke grenzen werden geëvacueerd – te verhuizen, te voeden en te kleden, waren ineffectief. Zo ineffectief dat protestgroepen – die eerder waren gevormd tijdens demonstraties tegen de reorganisaties van de regering – de leegte moesten opvullen. Bezuinigingen op het ministerie van Volksgezondheid hebben geleid tot een tekort aan door de staat gefinancierde maatschappelijk werkers en psychologen om de duizenden mensen op te vangen die een traumabehandeling nodig hebben.
Netanyahu op zijn beurt lijkt met de crisis om te gaan met zijn steeds minder rooskleurige politieke toekomst voor ogen. Zoals altijd gaat het bij hem om beeldvorming. Hij heeft geen enkele begrafenis van de doden van 7 oktober bijgewoond, waarschijnlijk uit angst dat aanwezigen hem zouden aanklampen. Hij gaf de voorkeur aan toespraken op radio en televisie en aan geënsceneerde fotosessies met militaire elite-eenheden. Toen hij dan eindelijk een ontmoeting had met vertegenwoordigers van de families van gegijzelden, verscheen er opeens een extreemrechtse activist – die voor zover bekend geen banden heeft met gegijzelden, maar wel nauwe banden met de familie Netanyahu – om hem te prijzen. Netanyahu heeft al pogingen gedaan om militairen en ambtenaren van de inlichtingendienst de schuld te geven van de ramp van 7 oktober en is nu druk bezig met het verzamelen van bewijs om zichzelf vrij te pleiten als hij zich na de oorlog eindelijk zal moeten verantwoorden.
4 procent
Ondanks deze pogingen om zijn imago op te poetsen is Netanyahu politiek gezien zo goed als klaar. De woede van het volk over hem en zijn regering is immens. In een onlangs gehouden enquête van het Israëlische Channel 13 News zegt 76 procent van de respondenten dat Netanyahu moet aftreden, aan het einde van de oorlog (47 procent) of onmiddellijk (29 procent). Tijdens een recent interview met het Israëlische liberale dagblad Haaretz noemde de voormalig minister van Defensie Moshe Ya’alon, een man die politiek gezien rechts van Netanyahu staat, de premier ‘een existentiële bedreiging’ voor het land. Uit een andere peiling blijkt dat minder dan 4 procent van de Israëliërs Netanyahu als een betrouwbare bron van informatie beschouwt als het aankomt op de huidige oorlog.
Wat komt er na Netanyahu? Vóór 7 oktober bracht zijn poging om de rechterlijke macht van het land te ontmantelen de grootste protestbeweging in de geschiedenis van Israël op gang. Meer dan negen maanden lang gingen honderdduizenden de straat op in een poging een revolutionaire grondwetswijziging te voorkomen die het voor rechts bijna onmogelijk zou hebben gemaakt de macht te verliezen. Deze protesten bliezen de Israëlische burgermaatschappij nieuw leven in, die in de loop van Netanyahu’s ambtstermijn was verschrompeld. De dreiging van een Orbán- of Erdogan-achtige autocratie heeft delen van Israëls progressieve, seculiere, hoogopgeleide middenklasse opnieuw gepolitiseerd en in sommige gevallen zelfs geradicaliseerd. Uit deze beweging zal waarschijnlijk een nieuwe politieke kracht voortkomen die niet alleen afrekent met de persoon Netanyahu, maar ook breekt met zijn beleid.
Toch zit wat er over is van Israëls links in een moeilijk parket. De herhaaldelijke verkiezingen in de afgelopen jaren – er zijn er sinds 2019 vijf geweest – hebben de zionistische arbeiderspartijen verwoest die ooit het politieke leven van Israël domineerden. De Arbeidspartij zelf is gereduceerd tot slechts vier parlementszetels. Meretz, de burgerlijke libertaire, sociaaldemocratische partij die lange tijd het vredeskamp van het land vertegenwoordigde, heeft nul zetels. Sinds 7 oktober is Yair Golan (61), voormalig generaal van de IDF en voormalig voorzitter van Meretz, een soort nationale beroemdheid nadat hij zijn uniform aantrok en burgers redde die door Hamas werden aangevallen. Voorlopig is hij de laatste en beste hoop van centrumlinks Israël om onderhandelingen over een compromis met de Palestijnen opnieuw ter tafel te brengen – maar dat doel is nog heel ver weg.
Het openbare discours in Israël is veel rechtser geworden. Nieuwsprogramma’s op televisie versterken de roep om wraak en het gebruik van buitenproportioneel geweld, ook nu het dodental in Gaza in de tienduizenden loopt. Elke dag duikt er een andere Likoed-politicus of -minister op die ongegeneerd oproept tot oorlogsmisdaden. Minister van Landbouw Avi Dichter verscheen vorige week op televisie om de mensen van de ‘Gaza Nakba’, zoals hij de huidige grondoperatie van Israël omschreef, te overtuigen. Plaatsvervangend Knesset-voorzitter Nissim Vaturi tweette dat Israël ‘Gaza nu moet afbranden, niets minder dan dat!’ Eerder deze maand suggereerde de Erfgoedminister Amihai Eliyahu dat Israël een nucleaire bom op de Gazastrook zou kunnen droppen. Sommige Israëlische popsterren zingen over de verovering en wederopbouw van Israëlische nederzettingen in de Gazastrook. Hoewel de politieke leiders van rechtse kolonisten – zoals Ben-Gvir en Smotrich – in diskrediet zijn gebracht, merkte de ervaren opiniepeiler Dudi Hasid onlangs op dat er zelfs verder naar rechts nog ruimte is. Netanyahu en zijn regering hebben gezegd dat het doel van de oorlog is om Hamas omver te werpen; het bijna onvermijdelijke falen van Israël om dit doel volledig te bereiken, zou in feite voor een grotere volksnationalistische reactie kunnen zorgen.
‘Wij zijn zonen van het licht, zij zijn zonen van de duisternis’
Het meest waarschijnlijk is dat het Netanyahu-project wordt voortgezet in afwezigheid van de man zelf. De vermoedelijke opvolger van Netanyahu is zijn naaste rivaal sinds jaren, Benny Gantz. De waardering voor deze voormalige IDF-chef en leider van de centrumrechtse partij Nationale Eenheid is de afgelopen zes weken omhooggeschoten. De lange, blauwogige Gantz is een en al rechtschapenheid in vergelijking met Netanyahu’s maffiosopopulisme. Toch is Gantz eerder een cosmetisch dan ideologisch alternatief voor Netanyahu. Als levenslang trouwe soldaat kent hij niets anders dan het paradigma van de bezetting en hij zal dat waarschijnlijk ook handhaven. Vlak achter Gantz lijkt ook voormalig premier Naftali Bennett klaar voor een poging om aan de macht te komen. Bennett – die ooit diende als stafchef van Netanyahu – zal zich waarschijnlijk ook houden aan diens draaiboek.
Jarenlang zag Netanyahu zichzelf als de Winston Churchill van het Midden-Oosten. De Israëlische journalist Ari Shavit merkte op dat hij zichzelf niet eenvoudigweg ziet als strijder tegen de bedreiging van Israëls bestaan, maar als een verdediger van het Westen in de frontlinie tegen zijn dodelijke aartsvijanden. Sinds het begin van de huidige oorlog uitte Netanyahu zich in grootse metaforen. ‘Wij zijn zonen van het licht, zij zijn zonen van de duisternis,’ verklaarde hij onlangs. Maar dit pessimisme – het wereldbeeld waarin het voor altijd 1933 is – heeft er op z’n minst gedeeltelijk voor gezorgd dat Israël onder Netanyahu werd veroordeeld tot eindeloze oorlogen – zeven stuks sinds hij in 2009 aan de macht kwam – en dat de Palestijnen in Gaza werden veroordeeld tot herhaaldelijke bombardementen.
Elke breuk met het Netanyahu-paradigma vereist dat we afstappen van de mentaliteit volgens welke het bestaan van Israël voortdurend aan een zijden draadje hangt. Het is een opdracht die na de slachting van 7 oktober nog moeilijker zal zijn. Maar zoals Israëlische veiligheidsfunctionarissen zonder meer zullen toegeven is deze afschuwelijke oorlog – ondanks het gevaar dat hij uitdraait op een vuurzee op meerdere fronten – geen existentiële oorlog voor Israël. Als er enige hoop is om de nalatenschap van Netanyahu ongedaan te maken, zal die moeten komen van een Israëlisch leider – misschien wel iemand wiens naam nog niet bekend is – die de moed heeft om de kracht van Israël op eerlijke wijze te erkennen en aan te wenden als basis voor een hernieuwd streven naar vrede.
Voorlopig zijn er echter geen kandidaten. Netanyahu heeft het land naar zijn beeld gevormd; hij heeft het langer geleid dan David Ben-Gurion, de grondlegger van Israël. Zelfs als Netanyahu er zelf niet meer is en zijn nalatenschap onder vuur is komen te liggen, zal het moeilijk blijken om het model dat hij heeft neergezet te verbrijzelen.
De Verenigde Staten gaan militaire oefeningen doen met Guyana. Het gaat om oefeningen door de luchtmacht, volgens de Amerikaanse ambassade in Guyana ‘om het veiligheidspartnerschap tussen de twee landen te versterken’. Dat schrijft Barron’s. Aanleiding zijn de spanningen rond de olierijke regio Essequibo, dat ongeveer twee derde van het Guyanese grondgebied omvat.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Na het referendum van afgelopen weekend heeft de Venezolaanse president Nicolás Maduro aangekondigd een Venezolaanse provincie in Essequibo te stichten. Ook gaf hij het staatsoliebedrijf de opdracht om te beginnen met het winnen van ruwe olie in de regio. Daarnaast gaf hij een ultimatum aan oliebedrijven die werken onder concessies van Guyana om hun activiteiten binnen drie maanden te staken.
De VN-Veiligheidsraad komt vrijdag achter gesloten deuren bijeen om de oplopende spanningen te bespreken, na een verzoek van Guyana. De Braziliaanse president Lula zei donderdag dat hij de ontwikkelingen tussen Guyana en Venezuela met ‘groeiende bezorgdheid’ volgde. Hij heeft de grens met Guyana laten versterken.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Venezuela en Guyana. Afgelopen weekend stemden de Venezolanen over de inlijving van een olierijk deel van Guyana. Sluimert er een nieuw conflict in Zuid-Amerika?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Waar stemden de Venezolanen over?
‘Het chavismo won zondag het niet-bindende referendum over de annexatie van Essequibo, een junglegebied van 160.000 vierkante kilometer waarover een geschil bestaat met Guyana’, zo schreef El País maandag. ‘Het voornemen van de Venezolaanse regering om dit deel van Guyana, dat twee derde van zijn grondgebied beslaat, in te nemen, heeft de spanningen met het buurland doen toenemen. Guyana beschouwt het referendum als een expliciete provocatie.’
Hoewel slechts 50 procent van de stemgerechtigden kwam opdagen, stemde zeker 95 procent vóór inlijving van Essequibo, waar grote olie- en gasreserves zijn gevonden. Het referendum betekent een nieuw hoofdstuk in het al langer lopende conflict tussen de twee landen, dat vooral wordt aangewakkerd door Venezuela.
Voorafgaand aan het referendum ontving Venezuela van het hoogste gerechtshof van de Verenigde Naties een waarschuwing. Ze zeiden dat Venezuela zich moest ‘onthouden van elke actie die de controle van Guyana over het betwiste gebied aantast’, zo schrijft Deutsche Welle.Guyana zelf was van tevoren naar het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag gestapt over de claims van Venezuela. Het ICJ moet hier nog uitspraak over doen. Venezuela, en met name diens autoritaire leider Nicolás Maduro, heeft niet geluisterd. ‘Maduro heeft [met het referendum] het nationalistisch vuur opgepookt met het doel de aandacht af te leiden van zijn binnenlandse politieke problemen’, schrijft The New York Times.
Maar de claims van Venezuela gaan verder terug dan Maduro of zelfs het chavismodat hij aanhangt. ‘Venezuela heeft Essequibo altijd als het zijne beschouwd, aangezien het gebied tijdens de Spaanse koloniale periode binnen zijn grenzen lag. Het betwist al lange tijd de grens die in 1899 door internationale arbiters werd vastgesteld, toen Guyana nog een Britse kolonie was’, schrijft The Washington Post. ‘De interesse van Venezuela in Essequibo werd opnieuw gewekt in 2015, toen ExxonMobil aankondigde dat het voor de kust van Essequibo grote hoeveelheden olie had gevonden.’
Daarnaast is er de vraag of de Venezolanen, wier land al jaren in een diepe crisis verkeert, wel echt zo warmliepen voor dit referendum. Het Guyanese Kaieteur News heeft zijn twijfels. ‘Oppositiemedia meldden dat het de hele dag erg rustig was in de stembureaus. De bewering van de regering dat de opkomst hoog was, is dus twijfelachtig’.
Wat waren de reacties op de uitslag?
‘Het referendum is een groot succes geweest voor ons land, voor onze democratie’, zei Maduro na afloop van het referendum volgens het Venezolaanse El Nacional.Een dag later, afgelopen dinsdag, kondigde hij zijn eerste stappen aan.
‘Dit referendum en zijn mandaat zijn bindend. Moge de Verenigde Staten, Guyana en ExxonMobil ernaar luisteren’, zei Maduro. Het Amerikaanse oliebedrijf dat de oliereserves vond, zal ze ook gaan winnen. Volgens de Venezolaanse nieuwssite Efecto Cocuyo kondigde Maduro dinsdag de oprichting aan van een raad die zich moet gaan ontfermen over de nieuwe legale status van Essequibo, en benoemde hij een generaal tot nieuwe leider in het gebied.
Daarnaast gaf hij het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA de opdracht te beginnen met het beginnen met olie te boren in Essequibo. Ook moet er volgens hem een volkstelling in het gebied worden gehouden, omdat te kijken hoeveel mensen er nu tot Venezuela gerekend moeten worden. Op Venezolaanse scholen moet een nieuwe kaart van Venezuela verspreid worden waarop het Guyanese gebied tot Venezuela behoort.
Maduro-loyalisten, zoals columnist Vladimir Costa in Ultimas Noticias,noemen het referendum ‘een grootse daad van soevereiniteit en van de verdediging van ons grondgebied’. Costa schrijft verder dat het resultaat ‘niet kan worden genegeerd door Guyana. Met dit referendum (…) moet een nieuwe fase beginnen van snelle en serieuze onderhandelingen en overeenkomsten.’
De Guyanese minister van Buitenlandse Zaken Hugh Todd noemt het referendum in gesprek met The Guardian ‘een onemanshow van een dictator die de mensen vertelt wat ze nodig hebben en niet andersom’. Todd benadrukt dat Guyana de ontwikkelingen nauw in de gaten houdt en vooral voorzichtig probeert om te springen met Venezuela, om de diplomatieke spanningen niet te vegroten.
Voorafgaand aan het referendum wees de Guyanese staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Robert Persaud in een opiniestuk in Americas Quarterly erop dat Venezuela zich niet aan het internationaal recht houdt. ‘Ondanks internationale verdragen, de juridisch vastgestelde grenzen en het feit dat Venezuela daar bijna drieënzestig jaar niet aan heeft getornd, is het land consequent blijven ondermijnen, bedreigen en intimideren om zijn territoriale ambities te verwezenlijken’, schreef hij.
Irfaan Ali, president van Guyana, zei volgens Guyana Timesdat hij zich zorgen maakt over de retoriek van Venezuela en de gevolgen die deze kan hebben. ‘Het is zorgwekkend omdat we sowieso al een gevaarlijke situatie hebben in Venezuela, waar de bevolking onder de regering te lijden heeft.’ Vicepresident Bharrat Jagdeo klinkt volgens Guyana Chroniclefeller. ‘De regering van Guyana kan er niet van uitgaan dat Venezuela ons land niet zal binnenvallen’, citeert de krant Jagdeo. ‘We moeten de komende tijd zeer waakzaam zijn, want de Venezolaanse regering is al vaker zeer onvoorspelbaar gebleken.’
Wat zal er de komende tijd gebeuren?
Autoritaire, impopulaire leiders doen onverwachte dingen, zoals we wereldwijd zien gebeuren. Nicolás Maduro is daarop geen uitzondering. ‘Eigenlijk heeft de regering-Maduro de trekker overgehaald en moeten we nu afwachten wat er gebeurt’, zegt Christopher Sabatini, senior fellow Latijns-Amerika bij de Londense denktank Chatham House, tegenVoice of America News.‘Als je luistert naar de retoriek van Maduro en leden van de regering, zien we dat de toon [na de uitslag van het referendum] juist oorlogszuchtiger is geworden, wat verontrustend is.’
Phil Gunson, een in Caracas gevestigde analist bij de International Crisis Group, zegt iets soortgelijks tegen CNN. ‘Een autoritaire regering die geconfronteerd wordt met een moeilijke politieke situatie zal altijd op zoek gaan naar een kwestie om het nationalisme aan te wakkeren. Zo kan ze zichzelf in de vlag wikkelen en steun verzamelen. Ik denk dat dat Maduro’s voornaamste doel met dit referendum is geweest’.
Mocht Maduro toch besluiten om verder te gaan dan alleen het gebruik van oorlogszuchtige retoriek, dan kan dat volgens kenners echter als een boemerang in het gezicht van de Venezolaanse regering terugslaan. ‘Een schending van de soevereiniteit van Guyana zou leiden tot een vrijwel algemeen diplomatiek isolement en nieuwe Amerikaanse sancties tegen Venezuela. Het zou er waarschijnlijk ook toe leiden dat de regering in [Guyana-hoofdstad] Georgetown internationale militaire steun krijgt om zichzelf te verdedigen’, schrijft analist Oliver Stuenkel in Americas Quarterly.
Dat laatste is de reden dat een oorlog weinig waarschijnlijk is. Guyana heeft de VS als bondgenoot, en is meer bezig is met economische groei dan met conflicten en instabiliteit. Venezuela zou er de mankracht en economische middelen niet voor hebben. ‘Er zijn geen aanwijzingen voor militaire voorbereidingen, aan beide kanten is er een grote stimulans om de vrede te bewaren’, schrijft Forbes. ‘Het zijn vooral Amerikaanse commentatoren die over oorlog praten. Stokers en sensatiezoekers hebben een oude video gedeeld van Colombiaanse guerrilla‘s met de bewering van er botsingen zijn– het is makkelijk om gringos die accenten niet uit elkaar kunnen houden voor de gek te houden.’De beste oplossing – zoals zo vaak bij dergelijke internationale conflicten – is diplomatie, schrijft ook The Global Americans – ook al waren eerdere pogingen daartoe niet succesvol. ‘De huidige situatie vraagt om een zorgvuldige diplomatieke aanpak die de soevereine rechten van beide landen respecteert, zodat Guyana, Venezuela en de regio in de toekomst hopelijk tot een vreedzame oplossing kunnen komen.’
Het eclatante succes van de PVV bij de verkiezingen in Nederland is niet aan de Europese pers voorbijgegaan. Er waait een gure, extreemrechtse wind door Europa, is de teneur.
Keuze uit het archief
Nederland zit sinds deze week weer zonder regering. Het duurde maar liefst zeven maanden om een kabinet te vormen, maar na elf maanden besloot Geert Wilders de stekker eruit te trekken. Net als de vorige regering viel ook dit kabinet over het thema migratie.
Meteen na de verkiezingswinst van de PVV in november 2023 onderzocht 360 Magazine wat buitenlandse kranten en tijdschriften schreven over hoe Nederland onder Wilders eruit zou komen te zien. Het lijkt er vooralsnog op dat hun sombere voorspellingen grotendeels niet zijn uitgekomen.
‘Geert Wilders kan bli Europas nya mardröm,’ schrijft de Zweedse krant Sydsvenskan: Geert Wilders kan weleens de nieuwe nachtmerrie van Europa worden. ‘Want hij heeft dan misschien zijn anti-immigratieretoriek wat afgezwakt, er is geen indicatie dat hij hetzelfde zal doen met zijn kritiek op de EU.’ Volgens de krant zijn er weliswaar geen tekenen dat Nederlandse kiezers een Nexit willen, maar samen met andere extreemrechtse leiders zou Wilders de Europese dynamiek weleens radicaal kunnen veranderen.
‘Deze uitslag voorspelt weinig goeds voor de tot nu toe belangrijke rol van Nederland als stabielste vooruitstrevende democratie in Europa.’ Karin Schmidt van het Duitse televisieprogramma Tagesschau stelt dat Brussel zich moet wapenen tegen nog veel meer tegenstand, ‘want deze uitslag wekt een duister voorgevoel op over de uitkomst van de Europese verkiezingen van volgend jaar juni. Volgens peilingen kunnen rechts-populistische, eurosceptische partijen de overhand krijgen in het Europees Parlement.’
‘Slecht nieuws voor Oekraïne, vooral omdat Nederland de eerste was die F16’s leverde’
Ook Bens Latkovskis van de Letse krant Neatkarīgā is somber: ‘De overwinning van Wilders in Nederland is reden tot zorg. Zijn anti-immigratie- en anti-islamretoriek, die ook de harten van veel rechtse Letten verwarmt, gaat gepaard met vijandigheid tegenover de EU, verzet tegen de steun aan Oekraïne en min of meer directe steun voor Poetin. De overwinning van Wilders versterkt alleen maar het kamp van Orbán, Fico en anderen. Maar dit gaat niet langer over Milei, Wilders, Orbán of Trump. We moeten het hebben over iets dat verder gaat: over de crisis van het politieke systeem, of zelfs de ineenstorting van de bestaande wereldorde.’
Op nieuwssite Gazeta.ua maakt de Oekraïense politicoloog Viktor Andrusiv zich zorgen over de Nederlandse steun aan Oekraïne: ‘Het aantal gelijkgestemden van Orbán in de EU neemt toe. Nederland, waar Geert Wilders de verkiezingen won, sluit zich bij hem aan en hij is even populistisch, anti-Europees en anti-Oekraïens. Slecht nieuws voor ons, vooral omdat Nederland de eerste was die F16’s leverde.’
Gematigde vreugde
Het Poolse tijdschrift Krytyka Polityczna ziet gematigde vreugde bij extreemrechts in Polen: ‘Wilders’ grote comeback veroorzaakt euforie bij extreemrechts Europa, maar [de uiterst rechtse Poolse partij] Konfederacja is terughoudender. De partij staat weliswaar achter anti-immigratie eisen gericht tegen moslims, zoals het verbieden van moskeeën of de Koran, maar ziet tegelijk een fundamenteel probleem: Wilders wil ook minder Polen. En ondertussen staat hij zeer sympathiek tegenover Poetin en bekritiseert hij vaak de hulp aan Oekraïne.
Dat Wilders niet alleen minder Polen wil, maar ook minder Roemenen en Bulgaren, signaleert Christo Rimpopow in het Bulgaarse weekblad Club Z: ‘Wilders is niet alleen tegen onze toetreding tot Schengen, maar heeft ook herhaaldelijk opgeroepen om Bulgarije en Roemenië uit te sluiten van de EU. In 2012 lanceerde hij een website waar Nederlanders konden praten over hun “problemen” met burgers uit verschillende Europese landen. Op de homepage stond: “Zorgen zij voor problemen? Of bent u uw baan kwijtgeraakt door een Pool, een Bulgaar, een Roemeen of iemand anders uit Centraal-Europa? We horen het graag.” Het ziet ernaar uit dat onze diplomaten binnenkort te maken krijgen met het wilde racisme van Wilders en medestanders die streven naar een “probleemloos” Nederland.’
Europa-correspondent Jon Henley van The Guardian vat de ruk naar extreemrechts in Europa als volgt samen: ‘Van Helsinki tot Rome en van Berlijn tot Brussel stijgen extreemrechtse partijen gestaag in de peilingen. Ze beïnvloeden het beleid van traditioneel rechts om hun nativistische en populistische gedachtengoed te weerspiegelen, en ze bezetten ministerposten in coalitieregeringen.’
‘Van Helsinki tot Rome en van Berlijn tot Brussel stijgen extreemrechtse partijen gestaag in de peilingen’
Zijn opsomming begint met de postfascistische partij van Giorgia Meloni, premier van de meest rechtse regering van Italië sinds de Tweede Wereldoorlog. In Finland maakt extreemrechts deel uit van de regeringscoalitie en de Zweedse coalitie krijgt gedoogsteun van extreemrechts, in ruil voor belangrijke concessies. In Oostenrijk ligt de FPÖ op voorsprong, minder dan een jaar voor de verkiezingen, en in Duitsland heeft de extreemrechtse AfD alleen de centrumrechtse CDU nog voor zich.
Het extreemrechtse Rassemblement National van Marine Le Pen zou winnen als er nu presidentsverkiezingen werden gehouden in Frankrijk, en bij de verkiezingen in België in juni lijken extreemrechtse Vlaamse nationalisten te gaan winnen. ‘Geen wonder,’ schrijft Henley, ‘dat extreemrechtse leiders, van Le Pen tot Orbán uit Hongarije, Matteo Salvini uit Italië, Alice Weidel van de AfD en Tom Van Grieken van Vlaams Belang, zich haastten om Wilders te feliciteren.’
De observatie van de Franse krant Le Monde dat ‘het origineel het altijd wint van de kopie’, sluit naadloos aan bij de analyse in The Guardian van politicoloog Cas Mudde, gespecialiseerd in politiek extremisme. Nederlandse partijen, aldus Mudde, hebben bijna 25 jaar lang extreemrechtse kiezers gepamperd, in de hoop extreemrechtse partijen de mond te snoeren. Dat is mislukt, en nu is een extreemrechtse partij de grootste van Nederland. ‘Misschien kan het land nu, ruim twintig jaar na de opkomst van Pim Fortuyn, eindelijk eens een eerlijke en open discussie beginnen over zijn extreemrechtse probleem.’
In een referendum zondag stemde 95 procent van de Venezolanen voor de inlijving van Essequibo, een olierijk gebied onder bestuur van Guyana, bij Venezuela. Volgens het Venezolaanse dagblad El Nacional lijkt de bevolking echter niet massaal te zijn komen opdagen en bleven veel stembureaus de hele dag leeg. De Venezolaanse kiesraad zei dat het referendum over vijf vragen bijna 10,5 miljoen ‘stemmen’ had gekregen, zonder een opkomstcijfer te geven. Ongeveer 20,7 miljoen Venezolanen werden zondag opgeroepen om naar de stembus te gaan.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Het voornemen van de Venezolaanse regering om dit deel van Guyana, dat tweederde van zijn grondgebied beslaat, over te nemen, leidt tot spanningen met het buurland’, schrijft El País. Guyana heeft vrijdag het Internationaal Gerechtshof van de VN in Den Haag gevraagd het Venezolaanse referendum op te schorten. Chavismo beschouwde het als een overwinning dat het orgaan niet op het verzoek inging, hoewel het VN-hof wel zijn waarschuwingen aan Caracas herhaalde om ‘niets te doen dat de situatie zou veranderen op het grondgebied dat Guyana de facto bestuurt en controleert’.
Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de verkiezingswinst van Geert Wilders? ‘Wilders wordt soms de “Nederlandse Trump” genoemd, maar ging al lang voor de voormalige Amerikaanse president de politiek in.’
Lage landen
De verkiezingswinst van de PVV houdt niet alleen de gemoederen in Nederland bezig, maar werd ook ruimschoots geanalyseerd door de internationale media. Commentaren uit de Europese pers over de Nederlandse ruk naar extreemrechts, zoals The New York Times het noemt, kun je in dit artikel vinden.
‘Anti-islam- en anti-EU-retoriek zijn historisch gezien de belangrijkste elementen in de agenda van Wilders. In 2002, toen hij lid was van de VVD, had het Nederlandse publiek daar nog moeite mee. Maar antimoslimsentimenten namen toe in het land nadat filmmaker Theo van Gogh in 2004 was vermoord. Wilders begon in dat jaar een nieuwe partij, die in 2006 Partij voor de Vrijheid (PVV) werd gedoopt. Sindsdien pleit hij ervoor dat Nederland de vergunningen van Syriërs intrekt en de Koran verbiedt.’
‘Wilders wordt soms de “Nederlandse Trump” genoemd, maar ging al lang voor de Amerikaanse ex-president de politiek in. Marokkanen “tuig” noemend en wedstrijden uitschrijvend voor karikaturen van de profeet Mohammed bouwde hij een carrière op met een strijd tegen de vermeende “islamitische invasie” van het Westen. Noch aanvaringen met de wet (die hem schuldig bevond aan het beledigen van Marokkanen) noch doodsbedreigingen, waardoor hij sinds 2004 onder politiebescherming staat, hebben hem afgeschrikt.’
Luke McGee – redacteur Europese politiek, Verenigde Staten
‘De opkomst van het Europese populisme is niet bepaald nieuw. Italië heeft momenteel de meest rechtse regering sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en Slowakije heeft in september de links-populistische Robert Fico herkozen. De EU is over het algemeen goed in het beteugelen van dit soort leiders. In sommige gevallen wordt hun impact verzacht door financiële beloftes of maatregelen die gericht zijn op hun thuispubliek, zoals grenscontroles. Maar ze in huis hebben kan zeker ook tot problemen leiden.’
De familie Noble uit Iowa verhuisde naar het Minnesota van de Democraten. Het gezin Huckins uit Oregon verhuisde naar het Missouri van de Republikeinen. Hun verhuizing illustreert de verdeeldheid in de Verenigde Staten.
‘Ik dacht dat ik tot mijn dood in Oregon zou blijven,’ zegt Steve Huckins (59). ‘Het is een prachtige staat. De bergen, de meren, de rivieren, de stranden. Maar alles wordt overschaduwd door het maatschappelijke en politieke klimaat.’ Huckins en zijn vrouw Ginger vertrokken uit Portland, een van de progressiefste steden in de Verenigde Staten. De tolerantie van Portland voor kampementen voor daklozen, plus het openlijk gebruik van harddrugs en de stijgende criminaliteit, maakte hen wanhopig. Dus trokken ze ruim 3000 kilometer naar het oosten, naar het dieprode platteland van Missouri [rood is de kleur van de Republikeinse Partij]. Als ze in juni door hun nieuwe woonplaats rijden, ongeveer een uur buiten St. Louis, kijken ze vol bewondering naar de oude victoriaanse huizen en zien ze hoe een tractor met minder dan de minimumsnelheid over de snelweg rijdt. ‘Wat ik leuk vind aan Missouri: het hangt er vol met Amerikaanse vlaggen,’ zegt Huckins terwijl hij om een rotonde rijdt waar de stars-and-stripes vrolijk aan een paal wapperen. ‘In Portland werd de Amerikaanse vlag al snel gezien als een belediging.’
Een dag eerder, één staat verderop, is bij een stel dat eveneens om politieke reden gaat verhuizen een andere vlag te zien: een pridevlag op een T-shirt. In een buitenwijk in Iowa laden Jennie en Jeff Noble hun bezittingen in een bestelbus. Jennie Noble (37), die het prideshirt draagt, en haar man hebben besloten Iowa te verruilen voor Minnesota. Hun enige kind, Julien, kwam op elfjarige leeftijd uit de kast als transgender. Julien is nu zestien en gebruikt testosteron op recept. Nadat Iowa geslachtsbevestigende medische zorg voor minderjarigen had verboden, waardoor de behandeling van hun zoon strafbaar werd, besloot de familie Noble, die al haar hele leven in Iowa woonde, dat het tijd was om te vertrekken. ‘We gaan weg vanwege de lokale politiek die van invloed is op onze zoon,’ zegt Jennie Noble. ‘We verhuizen naar Minnesota, waar de wetten gunstiger zijn.’
Steeds verdeelder
Amerikanen raken als volk steeds verdeelder en sommigen zetten nu een opmerkelijke stap: ze verhuizen om te ontsnappen aan een politiek of sociaal klimaat dat ze verafschuwen. Democraten vertrekken uit Iowa, Texas en andere rode staten, terwijl Republikeinen Californië, Oregon en andere blauwe staten verlaten [blauw is de kleur van de Democratische Partij]. Vaak is dat een verhuizing die samen hangt met hun mening over zaken als abortus, transgenderrechten, de invulling van het onderwijs, wapens en rassenkwesties. Er bestaan geen precieze cijfers van het aantal Amerikanen dat vanwege politieke en sociale kwesties is verhuisd. Maar uit interviews met demografen en met mensen die zijn verhuisd of overwegen dat te doen, als ook uit peilingen en berichten op sociale media, blijkt dat het hier niet om uitzonderingen gaat. In maart zeiden vier op de tien volwassenen in een enquête van de Two Americas Index dat het enigszins tot zeer waarschijnlijk was dat ze zouden verhuizen naar een staat die meer overeenkomt met hun politieke overtuigingen. Uit de enquête bleek dat een meerderheid van de volwassenen, 54 procent, waarschijnlijk zou verhuizen als hun staat wetten aanneemt die negatieve gevolgen voor hen zouden hebben. ‘Ik denk dat Amerikanen laten zien dat politiek een rol speelt bij de uiterst belangrijke keuzes die je maakt bij het bepalen van je woonplaats,’ zegt Justin Gest, professor aan de George Mason-universiteit en adviseur van de Two Americas Index.
De familie Huckins en de familie Noble hebben elkaar nog niet ontmoet, maar hun verhuizingen – van het blauwe Oregon naar het rode Missouri en van het rode Iowa naar het blauwe Minnesota – zijn elkaars spiegelbeeld. Het ene gezin verhuisde vanwege één enkele kwestie, de beperkingen op transgenderrechten, terwijl het andere van mening was dat een breed scala aan progressieve beleidsmaatregelen hun levenskwaliteit had aangetast. Maar beide families geven opvallend genoeg hetzelfde antwoord als je hun vraagt wat de belangrijkste overweging is voor hun besluit: een behoefte aan persoonlijke veiligheid. Voor de familie Huckins werd Portland ‘onveilig, ongezond en eng,’ zegt Steve Huckins. ‘We hadden vijf of zes beveiligingscamera’s in ons huis hangen.’ Voor de familie Noble was het de veiligheid van hun zoon die hun zorgen baarde, omdat de Republikeinen in Iowa antitransgenderwetten hadden aangenomen en in hun ogen ontmenselijkende retoriek gebruikten.
‘Mensen in Portland wilden progressief beleid, en dat hebben ze gekregen’
Op een woensdag aan het eind van augustus, vier maanden na hun verhuizing naar Missouri, rijden Ginger Huckins en haar man naar een boerderij met de naam Shared Bounty, op enkele kilometers van hun nieuwe huis in Troy, een stadje met vijftienduizend inwoners. Ze zijn vijftien jaar getrouwd. Hij ging vorig jaar vanwege hartproblemen met pensioen, na een logistieke baan bij het geniekorps van het Amerikaanse leger; zij is de dochter van een dominee en runde een kinderdagverblijf. In Portland woonden ze aan de oostkant, in de wijk Centennial, waar de criminaliteit volgens de politie hoog is in vergelijking met de rest van de stad. Hun huis van één verdieping met bruine gevel fungeerde als woonhuis en bedrijfsruimte tegelijk: Ginger runde er 33 jaar lang Ginger’s Joyful Day Care. In de tuin stonden een schommel en andere speeltoestellen voor kinderen. Binnen, in de bont beschilderde kamers, stonden kindermeubelen en bakken met speelgoed. Hoewel hun kleine buitenterrein was afgezet met een afrastering, stond Huckins erop om het terrein elke dag te inspecteren voordat ze de kinderen naar buiten liet gaan om te spelen. ‘Ik wilde er zeker van zijn dat er niet door een of andere verslaafde een naald in de tuin was gegooid,’ zegt ze. Toen een dief de katalysator uit de truck van Steve had gestolen, hingen ze beveiligingscamera’s op, waarvan er twee de voordeur in de gaten hielden. Ze zetten de truck achter een hek, dat ze afgrendelden met een hangslot.
‘Mensen in Portland wilden progressief beleid, en dat hebben ze gekregen,’ zegt Steve Huckins. ‘Het daklozenprobleem is uit de hand gelopen. Het probleem met fentanyl is uit de hand gelopen. En er is te weinig politie.’ Het echtpaar zegt dat de leefbaarheid in Portland, en ook in hun eigen buurt, verslechterde na maanden van – soms gewelddadige – protesten die volgden op de moord op George Floyd in 2020. ‘Er waren rellen vlak bij ons huis,’ zegt Steve. In 2020 stemden de kiezers in Oregon voor een maatregel om het bezit van harddrugs voor persoonlijk gebruik te decriminaliseren. Dakloosheid, een probleem in veel steden, tiert welig in Portland, waar het kamperen in tenten op de stoep jarenlang werd gedoogd. Na oproepen tot het ‘ontmantelen’ van de politie werd er in 2020 ruim 15 miljoen dollar bezuinigd op het budget van het politiekorps.
Tolwegen
De druppel voor Steve en zijn vrouw om Portland te verlaten was het voornemen van de staat om tol te heffen op de snelwegen in de stad. Dat kwam volgens hen boven op een verdrievoudiging van de onroerendgoedbelasting. In hun ogen werden huiseigenaren door progressieve politici gedwongen te betalen voor programma’s die dakloosheid en criminaliteit in de handwerkten. ‘Ze bezuinigden op míjn politiemacht voor hún agenda,’ zegt Steve Huckins. Al jarenlang moedigde Stacee Hord, de dochter van Ginger Huckins uit haar eerste huwelijk, haar moeder en stiefvader aan om naar Missouri te verhuizen, waar zij zich met haar jonge gezin had gevestigd. Toen Ginger en Steve eind vorig jaar besloten om uit Portland te vertrekken, lag Missouri vanwege hun drie kleinkinderen het meest voor de hand. De dag na Nieuwjaar zette Steve een bericht op Facebook over hun ophanden zijnde verhuizing. ‘Het is spannend, eng en ontregelend’, schreef hij. Sinds zijn verhuizing naar Troy is hij gestopt met het lezen van alle nieuwsberichten over Portland, die hem in Oregon zo op de zenuwen werkten. Op Facebook postte hij vrolijk de rekening van 9 dollar die hij wekelijks betaalt voor de vuilnisophaaldienst van Missouri, met als commentaar: ‘In Portland betaalden we 60 dollar per maand.’ Hun nieuwe huis staat in The Hamptons, een wijk met brede straten en trottoirs, tussen de maïsvelden. ‘Mijn pick-uptruck stond drie of vier dagen niet op slot,’ zegt Steve. ‘Niemand heeft ’m aangeraakt, hij is niet gestolen.’
Steve en zijn vrouw brengen nu een groot deel van hun tijd thuis door met tv-kijken vanuit hun luie stoel. In hun nette woonkamer staan allerlei beeldjes en voorwerpen uit de poppenhuizen van Ginger. De keuken hing zo vol met haar koelkastmagneten dat er inmiddels tientallen zijn verbannen naar de achterkant van de deur naar de garage. Haar kleinkinderen van tien, acht en drie jaar komen vaak op bezoeken spelen in de knutselkamer die ze in de kelder heeft ingericht. ‘Dit is echt een heel andere omgeving,’ zegt Steve. ‘We hebben nieuwe dromen, nieuwe vooruitzichten, nieuwe ideeën.’ Ze hebben geen spijt van hun verhuizing. ‘Het is hier allemaal zo veel beter – financieel, emotioneel, mentaal.’ Als ze aan mensen vertellen dat ze uit Oregon komen, krijgen ze vaak dezelfde reactie: ‘Welkom in onze rode staat.’ Onlangs ontmoette Steve een plaatselijke politieagent aan wie hij vertelde dat hij vanuit Oregon naar Missouri was verhuisd. De agent rolde met zijn ogen en kon een verwensing niet onderdrukken.
‘Als ik moet wachten tot ik achttien ben, dan zou ik nog eens zes jaar achterlopen’
Begin maart namen Republikeinse beleidsmakers in Iowa een wet aan die geslachtsbevestigende zorg voor minderjarigen verbood. Voorstanders voerden aan dat kinderen onder de achttien nog niet in staat zijn om beslissingen te nemen over behandelingen zoals puberteitsblokkers, geslachtsspecifieke hormonen en operaties. Toen het nieuws bekend werd, stuurde Julien Noble – die als zestienjarige op doktersvoorschrift testosteron gebruikt – een berichtje aan zijn ouders: ‘Kunnen we naar Minnesota verhuizen?’ Bijna vijf jaar daarvoor, op de dag voor Moederdag, had Julien zijn ouders verteld dat hij transgender was. Voor zijn moeder was het een schok, maar instinctief steunde ze hem meteen. ‘Natuurlijk komt bij zoiets ook verdriet kijken, dat is logisch,’ zegt Jennie Noble. ‘Maar ik wist dat hij zo veel gelukkiger zou zijn. ’Als hij zijn medische behandeling zou moeten uitstellen tot hij voor de wet volwassen is, zegt Julien, zou de ellende doorgaan die hij al voelde sinds hij in zijn vroege puberteit zijn ware identiteit had ontdekt. ‘Ik was zo zeker van mezelf toen ik elf of twaalf was,’ vertelt hij. ‘Als ik moet wachten tot ik achttien ben, dan zou ik nog eens zes jaar achterlopen en me nergens zeker over voelen.’ Door de behandelingen, voegt hij eraan toe, ‘kan ik bijvoorbeeld naar de supermarkt zonder bang te zijn voor opmerkingen als: “Dat is een meisje!”’
De transitie, die op de middelbare school was begonnen met het kortknippen van zijn haar en het oefenen van een lagere stem, kreeg vorig jaar een vervolg met de wettelijke verandering van zijn naam. De kinderarts van het gezin wilde dat Julien een jaar lang psychotherapie zou ondergaan, voordat hij hormooninjecties zou krijgen. ‘Maar wij zagen dat Julien niet van gedachten zou veranderen,’ zegt Jessie Noble. ‘Dit is wie hij is.’ Juliens ouders trouwden net na de middelbare school in het landelijke noordwesten van Iowa. Jeff Noble werkte op de vleesafdeling van een supermarkt. Jessie Noble studeerde online voor juridisch medewerker. In hun jeugd liep Iowa voorop op het gebied van burgerrechten; in 2009 werd het homohuwelijk gelegaliseerd en in 2007 legde de staat bescherming voor transgenders vast in de wet. Voor hun gevoel waren er amper links-rechtstegenstellingen in hun county. ‘Ik kan me niet herinneren dat dit soort zaken voor politieke discussies zorgden, het was gewoon geen issue,’ zegt Noble (38), die inmiddels in de IT werkt. ‘Ik dacht altijd dat ik hier mijn hele leven zou willen wonen omdat de mensen zo aardig zijn.’
Naar rechts gekanteld
Maar sinds de presidentsverkiezingen van 2016, toen Donald Trump de staat met gemak veroverde, is Iowa sterk naar rechts gekanteld. De staat nam in 2018 een van de strengste abortuswetten van het land aan, en sinds 2021 is het volwassenen toegestaan om zonder vergunning een handwapen te kopenen te dragen. De Republikeinse gouverneur Kim Reynolds zette de afgelopen twee jaar beperkingen voor transgenderjongeren centraal op haar agenda. In reactie op Juliens berichtje in maart zeiden zijn ouders dat ze de wetgeving over een verbod op behandelingen voor minderjarigen in de gaten zouden houden. Ze hielden nog rekening met de mogelijkheid dat de gouverneur de wet niet zou ondertekenen. Maar ondertussen overwogen ze om inderdaad uit Iowa te verlaten. Ze hadden zeven gelukkige jaren doorgebracht in Ankeny, een snelgroeiende voorstad van Des Moines, waar ze een hoekhuis hadden gekocht in de wijk White Birch. Minnesota was dichtbij en vertrouwd, op maar drie uur rijden. En de buitenwijken van Minneapolis waren vergelijkbaar met die van Des Moines, hoewel ze politiek gezien eerder blauw dan rood waren. Op dezelfde dag in maart dat de wetgevers in Iowa in actie kwamen, vaardigde Tim Walz, de Democratische gouverneur van Minnesota, een decreet uit om geslachtsbevestigende behandelingen voor minderjarigen in zijn staat te beschermen.
De familie Noble overwoog eerst nog of ze nog kon wachten tot Julien achttien was en tot die tijd om de week naar Minneapolis kon rijden voor zijn testosteroninjecties. Op die manier kon hij zijn laatste jaar op Ankeny High School afmaken, waar hij vrienden had die hem steunden. Tijdens een bezoek aan Jeffs ouders in Cherokee County vertelden ze dat ze erover dachten te vertrekken vanwege de wetgeving. Charles Noble, Jeffs zeventigjarige vader, zei dat hij en zijn vrouw volledig achter een verhuizing stonden om Juliens geluk te waarborgen. ‘Jules is nog steeds ons kleinkind en we houden nog altijd net zo veel van hem,’ zei Charles.
‘Het was heel ongemakkelijk geweest als hij naar het meisjestoilet had gemoeten’
Maar al snel namen de wetgevers inIowa nog een ander wetsvoorstel aan. De Republikeinse meerderheid verbood scholieren om gebruik te maken van toiletten voor het andere biologische geslacht. Deze ‘toiletwet’ gaf voor de familie Noble de doorslag. Sinds Julien was begonnen met het gebruik van testosteron, was zijn stem lager geworden en zijn baardgroei begonnen. ‘Het was heel ongemakkelijk geweest als hij naar het meisjestoilet had gemoeten,’ zegt zijn moeder. Eind maart ondertekende gouverneur Reynolds beide wetsvoorstellen. Die avond besloten de familie Noble hun huis te koop te zetten. Ze kozen een verhuisdatum in juni, een paar dagen na het einde van Juliens schooljaar. Ze waren van plan om hun baan te behouden en vanuit huis te gaan werken. In Apple Valley, een buitenwijk van de Twin Cities [Minneapolis en Saint Paul], waar ze een huis hadden gehuurd, zou Julien naar een nieuwe school gaan om aan zijn laatste jaar te beginnen. Zoals elke nieuwe leerling was hij nerveus. ‘Het varieert per dag, per uur, hoe ik me voel,’ zegt hij. ‘Minnesota is geweldig. Het is er veilig en het is er mooi. En ons nieuwe huis is cool. Maar ik moest naar een nieuwe school, ik moest helemaal opnieuw beginnen en nieuwe vrienden maken.’
Toen ze op een dag op weg was naar een barbecue in Minneapolis, zag Jessie Noble tot haar vreugde pride- en BlackLives Matter-borden staan. Net als de familie Huckins volgt de familie Noble het politieke nieuws uit haar oude staat niet meer op de voet. Als mensen vragen waarom ze zijn weggegaan, houdt ze zich wat op de vlakte, zegt Jessie. Dan zegt ze dat de nieuwe staat simpelweg beter bij haar gezin past. ‘Ik heb sommige mensen wel de echte reden verteld,’ zegt ze. ‘Maar het is moeilijk. Ik bedoel, er is zo veel haat en veel mensen tonen zo weinig begrip.’
Jeff Noble is nog steeds verbijsterd dat de politiek in het Amerika van 2023 een gezin ertoe kan aanzetten zijn heil buiten de staatsgrenzen te zoeken. ‘Ik begrijp niet echt hoe het zo uit de hand heeft kunnen lopen,’ zegt hij. Als kind wist hij niet eens of zijn ouders voor de Democraten of de Republikeinen stemden. Zijn zoon is meer bezig met de gevolgen dan met de oorzaak. ‘Op papier zijn we één land,’ zegt Julien. ‘Maar in realiteit is dat niet zo.’
Volgens de oppositie probeert de PiS een transitie te vertragen
De Poolse president heeft maandag een nieuwe regering beëdigd, die het waarschijnlijk niet langer dan tot december zal volhouden. Dat schrijft Politico. Oppositiepartijen, die een meerderheid wonnen bij de verkiezingen van oktober, zeggen dat het is bedoeld om de overgang naar een andere regering te vertragen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De nationalistische partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), die sinds 2015 aan de macht is, kreeg de meeste zetels bij die verkiezingen, maar kan geen coalitie vormen en haalt niet de 231 zetels die nodig zijn voor een meerderheid in het parlement. Een alliantie van pro-Europese partijen, geleid door Donald Tusk, leider van het Burgerplatform, haalt 248 zetels en wil graag een regering vormen.
Desondanks gaf president Andrzej Duda premier Mateusz Morawiecki de eerste kans om dat te doen. Morawiecki moet het parlement over twee weken laten stemmen over zijn regering, maar zal vrijwel zeker niet het vertrouwen krijgen. Verschillende prominente PiS-politici hebben al gezegd dat ze niet in de nieuwe regering zullen plaatsnemen, mogelijk vanwege de korte levensduur die het nieuwe project van de partij waarschijnlijk zal hebben.
De EU moet streven naar strategische autonomie om economisch concurrerend te blijven en de klimaatdoelen te halen, schrijft Werner Hoyer, president van de Europese Investeringsbank. Dat betekent dat Europa niet afhankelijk moet zijn van enkel één land als het gaat om de aanvoer van nieuwe grondstoffen die cruciaal zijn voor de energietransitie.
Al de hele menselijke geschiedenis zijn grondstoffen onmisbaar voor economische ontwikkeling, internationale betrekkingen en het lot van hele naties en beschavingen. Van kostbare metalen (zilver en goud) en landbouwproducten (suiker, rubber, zijde en specerijen) tot energiebronnen als olie en gas, telkens opnieuw hebben veranderingen van vraag als gevolg van technologische ontwikkelingen wereldwijd tot andere handelspatronen en geldstromen geleid en menigmaal conflicten en uitbuiting in de hand gewerkt.
In de jaren twintig van deze eeuw zijn we steeds meer aangewezen geraakt op een nieuwe reeks kritieke grondstoffen, waaronder zeldzame aardmetalen (REE’s) en metalen als lithium, gallium en germanium. Het gebruik van deze grondstoffen in zaken als zonnepanelen, accu’s, windturbines en computerchips voor industrie en defensie maakt ze onmisbaar voor de groene en digitale transitie, die op haar beurt de toekomst van onze planeet zal bepalen.
Europa zal nooit zelf in zijn vraag naar REE’s of lithium kunnen voorzien en moet daar ook niet naar streven. Het is beter om de toegang tot kritieke grondstoffen veilig te stellen zodat we niet zijn overgeleverd aan de genade van partijen die ze als wapen kunnen inzetten, zoals het Kremlin heeft gedaan met aardgas en aardolie. Een dergelijke toegang is van wezenlijk belang voor het versterken van onze strategische autonomie, het handhaven van onze concurrentiekracht en het halen van onze klimaatdoelen.
Immens karwei
Om dit doel te bereiken moeten we de fouten uit het verleden vermijden, niet in de laatste plaats de al te grote afhankelijkheid van één enkele leverancier. Recente gebeurtenissen, zoals de coronaepidemie en de grootscheepse Russische inval in Oekraïne, hebben in alle economische sectoren het belang van veilige aanvoerketens vergroot. Ze benadrukken ook de aanzienlijke invloed van opkomende markten – zoals de BRICs-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) – die veel belangrijke wereldwijde aanvoerketens domineren, waaronder die van kritieke grondstoffen.
Als we blijven streven naar decarbonisatie en elektrificatie, zullen metalen en mineralen steeds belangrijker worden. Alleen al de wereldwijde vraag naar REE’s zal naar verwachting tot 2030 vervijfvoudigen. Aan de aanbodkant wordt de markt echter maar door één land gedomineerd: bijna 90 procent van alle REE’s en 60 procent van al het lithium ter wereld wordt gewonnen en verwerkt in China. Zodoende is de Europese Unie voor bijna al haar geïmporteerde REE’s afhankelijk van China.
De recente ervaringen maakten al duidelijk wat de risico’s zijn van zo’n sterke afhankelijkheid. Om ontwrichting te vermijden moet Europa zijn aanvoerketens diversifiëren en minder riskant maken. Het probleem kan niet simpelweg worden opgelost door te investeren in Europese mijnbouw. Dat zou bovendien economisch zinloos zijn. In plaats daarvan zullen we gelijkgezinde partners overal op de wereld moeten helpen hun extractie- en verwerkingscapaciteit op te schalen.
Desondanks moeten we nog een aantal moeilijke beslissingen nemen over mijnbouwprojecten binnen Europa, en zullen we ook meer moeten investeren in onze eigen raffinaderijen en verwerkingsfabrieken. Zo leggen we de basis voor een energieneutrale circulaire economie. Dat is een immens karwei dat aanzienlijke en langdurige investeringen zal vergen.
Uit eerdere initiatieven, zoals de Europese Batterij Alliantie (EBA) uit 2017, bleek dat we met vereende krachten kunnen slagen. Europa huisvest inmiddels een van de groenste en meest geavanceerde gigafabrieken voor accu’s ter wereld. Binnenkort zal Europa twee derde van de lithium-ion-accu’s die het nodig heeft voor elektrische voertuigen en energieopslag zelf produceren.
We erkennen dat Europa momenteel over onvoldoende middelen beschikt
Om dit succesverhaal te herhalen moeten we het kritieke-grondstoffenvraagstuk niet afzonderlijk aanpakken. Alle initiatieven inzake het veiligstellen van voorraden moeten worden gebundeld tot een veelomvattend beleid, zoals we ook hebben gedaan in de strijd tegen klimaatverandering. Bij deze aanpak moeten we streven naar een Europees buitenlandbeleid dat is gericht op het ontwikkelen en versterken van strategische samenwerking en het verhogen van investeringen in Europa en partnerlanden.
De dit jaar aangenomen Kritieke Grondstoffenwet van de EU heeft al de nodige beleidsveranderingen in gang gezet. Zoals de Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen eerder deze maand opmerkte tijdens haar toespraak over de Staat van de Unie, willen veel landen maar al te graag samenwerken om de wereldwijde aanvoerketens veilig te stellen.
Het is duidelijk dat Europa het niet kan laten bij het waarborgen van de toegang tot kritieke grondstoffen alleen. De Europese Investeringsbank (EIB), die de afgelopen zeven jaar al drie miljard euro heeft gestoken in het versterken van de aanvoerketens van kritieke grondstoffen, is graag van de partij. Maar we erkennen ook dat Europa momenteel over onvoldoende middelen beschikt. De EIB werkt daarom al aan een kritieke-grondstoffeninitiatief dat deze doelstellingen realistisch maakt, en we moedigen anderen aan hetzelfde te doen, zowel door regelgeving als door specifieke, concrete projecten.
Toegang tot strategisch belangrijke grondstoffen is van oudsher onmisbaar voor economische voorspoed en ontwikkeling. Om onze toekomst veilig te stellen, moeten we ons boven alles richten op het waarborgen van de toegang tot de nieuwe onmisbare grondstoffen van deze eeuw.
Werner Hoyer is sinds januari 2012 president van de Europese Investeringsbank
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.