Voormalig Schotse premier Nicola Sturgeon werd zondagochtend door de politie gearresteerd in verband met een onderzoek naar fraude met partijgelden. Later die dag werd ze, in afwachting van verder onderzoek, zonder aanklacht vrijgelaten, bericht The Guardian.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de Britse krant werd Sturgeon ‘als verdachte’ ondervraagd door rechercheurs die beschuldigingen van financieel wangedrag door de Scottish National Party onderzoeken, waarover ze voor haar aftreden in februari de leiding had. Haar echtgenoot, Peter Murrell, werd begin april gearresteerd en ondervraagd in verband met hetzelfde politieonderzoek. Ook hij werd kort na zijn arrestatie weer zonder aanklacht vrijgelaten.
De politie had een onderzoek ingesteld, die bekend staat als Operation Branchform, na klachten over de manier waarop de SNP omging met meer dan 600.000 pond aan donaties die de partij had opgehaald om campagne te voeren voor een tweede onafhankelijkheidsreferendum. Er wordt beweerd dat het geld in plaats daarvan werd gebruikt om de lopende kosten van de partij te dekken.
In een verklaring op zondagavond zei Sturgeon dat haar arrestatie ‘zowel een schok als zeer verontrustend’ was, schrijft The Guardian. ’Ik weet zonder twijfel dat ik in feite onschuldig ben aan enig vergrijp, voegde ze eraan toe.
‘Volgens Democraten heeft het feit dat DeSantis tijdens de pandemie bleef aandringen op het openhouden van bedrijven en scholen en zich verzette tegen de vaccinatieplicht, hem waarschijnlijk populair gemaakt bij latinokiezers uit de midden- en arbeidersklasse die het zich niet konden veroorloven om thuis te blijven en ook hun kinderen thuis te houden. Deze kiezers zouden anders misschien niet op een Republikeinse kandidaat stemmen. Volgens Republikeinen vindt het felle verzet van DeSantis tegen progressief onderwijsbeleid met betrekking tot afkomst en geslacht weerklank bij veel cultureel conservatieve latinokiezers.’
‘DeSantis is een formidabele kandidaat – althans op papier. Maar campagnes worden niet op papier gevoerd, ze worden gevoerd voor levende kiezers en onder het scherpe oog van de nationale media. Sinds hij een niet te stoppen kracht leek te zijn in de nasleep van zijn indrukwekkende herverkiezing in november, is de steun voor hem afgenomen. Uit peilingen van vorig jaar bleek dat DeSantis nek-aan-nek ging of zelfs zou winnen van Trump. Maar Trump krijgt nu in veel peilingen meer dan 50 procent terwijl DeSantis met dubbele cijfers achterloopt.’
‘Er is waarschijnlijk nog nooit een presidentskandidaat geweest die al zo bont en blauw was voordat hij zelfs maar in de ring stapte. DeSantis kreeg het niet alleen van Trump maar ook van de Democraten te verduren. Waarom? Omdat alle partijen weten dat DeSantis een formidabele, jonge en talentvolle kandidaat is met een uitstekende staat van dienst die president Biden absoluut kan verslaan. Peilingen laten het zien en het gezond verstand zegt het. Eind april bleek uit een peiling dat Biden Trump in een onderlinge strijd zou verslaan, maar zou verliezen van DeSantis.’
Richard Luscombe – correspondent VS voor The Guardian
‘Minderheidsgroepen en anderen die slachtoffer werden van Ron DeSantis tijdens zijn opmars naar het Witte Huis, waarschuwen dat de democratie op nationaal niveau in gevaar is. Zijn aankondiging leidde tot woede en een hernieuwde belofte tot verzet bij voorvechters van transgenderrechten, organisaties voor immigranten en burgerrechten. ‘Het wordt alleen maar erger als DeSantis in de buurt van het Witte Huis komt,’ zegt Democratisch congreslid Anna Eskamani. “We zijn hier niet alleen om terug te vechten, maar ook om mensen in dit geweldige land eraan te herinneren hoe gevaarlijk DeSantis echt is.”‘
Bijna vijftig landen kwamen bijeen in Moldavië voor overleg
Landen die onderdeel uitmaken van de Europese Politieke Gemeenschap (EPG) zijn donderdag bijeen gekomen voor overleg, schrijft persbureau AFP.Het zwaartepunt van de top, die plaatsvond in Moldavië, was de oorlog in Oekraïne. De Oekraïense president Volodymyr Zelensky was aanwezig bij de top: hij lobbyde volop voor de levering van F-16’s.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Er waren in totaal bijna vijftig landen, met name EU-lidstaten en buurlanden, aanwezig op de top. Naast gesprekken over leveringen van gevechtsvliegtuigen, werd er gesproken over wanneer de trainingen voor Oekraïense piloten moeten beginnen. Onder meer Nederland is betrokken bij het geven van die trainingen.
Daarnaast werd er op de top gewerkt aan een nieuwe zogeheten Patriot-coalitie, oftewel een samenwerking van landen die zorgen voor de levering van het luchtafweergeschut aan Oekraïne. Zelensky zelf bleef op de top herhalen dat Oekraïne dit jaar nog een NAVO- en EU-lidmaatschap zou moeten krijgen.
In aanloop naar een top in augustus kwamen de landen bijeen
Waar in Europa bijna vijftig landen meededen aan de EPG-top, kwamen in Zuid-Afrika op donderdag de ministers van Buitenlandse Zaken van de vijf BRICS-landen bijeen. Dat meldt Deutsche Welle. De groep landen, bestaande uit Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, besprak onder meer de mogelijkheid om landen als Saudi-Arabië, Iran en de Verenigde Arabische Emiraten toe te laten tot het samenwerkingsverband.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Onze bijeenkomst moet een krachtig signaal afgeven dat de wereld multipolair is, dat het evenwicht wordt hersteld en dat oude manieren geen oplossing bieden voor nieuwe situaties,’ zei de Indiase minister van Buitenlandse Zaken Subrahmanyam Jaishankar. ‘Wij zijn een symbool van verandering en moeten daarnaar handelen.’ Volgens hem is er te veel macht in handen van een kleine groep landen.
In augustus komt de groep weer bijeen in Zuid-Afrika, ditmaal met de staatshoofden van de deelnemende landen. Dat zou een interessante situatie opleveren, aangezien er een arrestatiebevel is uitgevaardigd door het Internationaal Strafhof (ICC) tegen de Russische president Vladimir Poetin. Gastland Zuid-Afrika is aangesloten bij het ICC en zou Poetin dan moeten arresteren.
Der Spiegel ging langs bij Caroline van der Plas in Den Haag. Volgens het Duitse weekblad is de overwinning van de BBB bij de Provinciale Statenverkiezingen een herhaling van wat Frankrijk beleefde met de gele hesjes. ‘De regering jaagt met klimaatmaatregelen de middenklasse tegen zich in het harnas.’
Van Deventer, dat vlak naast een deel van Nederland ligt dat ‘de Achterhoek’ heet, is het maar anderhalf uur met de trein naar de torenflats van Den Haag, waar ministers en parlementariërs werken. Maar voor Caroline van der Plas ligt tussen haar stad Deventer en Den Haag een hele wereld. ‘Intussen word ik hier door iedereen serieus genomen,’ zegt de vijfenvijftigjarige terwijl ze langs de vergaderruimtes van het parlement loopt. De vrouwen en mannen die haar in de gangen groeten, dragen pakken of mantelpakjes. Van der Plas draagt sneakers en een gebreid vest dat zo groot en pluizig is dat je het ook als plaid zou kunnen gebruiken.
Toen Van der Plas in 2021 als enige afgevaardigde van haar partij in het parlement werd gekozen, was ze een kleine sensatie omdat ze met een tractor naar Den Haag kwam. Twee jaar later is ze uitgegroeid tot een grote sensatie. Haar partij, de BoerBurgerBeweging, ofwel BBB, haalde op 15 maart bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten bijna 20 procent van de stemmen. Het is een succes dat door de Nederlandse media een ‘monsterzege’ genoemd wordt.
Nieuwigheid
Bekijkt men de zege van Van der Plas eenvoudig als een verkiezingsuitslag, dan gaat het eigenlijk om een puur Nederlandse nieuwigheid. De provinciale parlementen waarin de BBB nu haar opwachting maakt, beslissen weliswaar over de zetelverdeling in de Eerste Kamer van het Nederlands parlement (die te vergelijken is met de Duitse Bundesrat), maar het is niet alsof de Nederlanders een nieuwe premier gekozen zouden hebben.
Alleen is de symbolische betekenis van deze verkiezingen duidelijk groter. Al maanden voert de regering een spectaculair dispuut met de Nederlandse boeren. Om de stikstofemissies tot 2030 te halveren heeft de regering van Mark Rutte besloten dat het aantal melkkoeien en mestvarkens drastisch verminderd moet worden. Dat zou voor een derde van de veeboeren het einde kunnen betekenen. Voor veel boeren klonk dat als een rechtstreekse aanval. Met hun tractoren blokkeerden ze in de afgelopen maanden steeds weer snelwegen en andere wegen, en trokken woedend op naar Den Haag.
Begint hier de opstand van de plattelandsbevolking tegen de groene plannen van de progressieve bewoners van de grote steden?
Het was een protest met een radicale inslag, dat wereldwijd bejubeld werd door rechtse populisten. Donald Trump bijvoorbeeld noemde de boeren ‘strijders tegen de klimaatdictatuur’. Marine Le Pen verzekerde hun van haar steun. En nu helpen de kiezers een van de prominentste woordvoerders van deze boeren aan de overwinning. Begint hier de opstand van de plattelandsbevolking tegen de groene plannen van de progressieve bewoners van de grote steden?
Caroline van der Plas rolt geërgerd met haar ogen wanneer men haar op één lijn wil stellen met de internationale populisten van rechts. ‘Ik ontken de klimaatverandering niet, de boeren zijn toch de eersten die gemerkt hebben dat de grond steeds droger wordt,’ zegt ze. Maar ze zegt ook: ‘Veel mensen vragen zich af of het werkelijk wat uitmaakt als iedereen elektrisch rijdt. Voor velen is het belangrijkste probleem dat ze niet meer weten hoe ze hun rekeningen moeten betalen.’
Klimaatpolitiek
In Nederland herhaalt zich nu grotendeels wat Frankrijk al beleefde met de gele hesjes: de regering probeert duidelijke maatregelen te nemen tegen de klimaatverandering en jaagt daarmee de middenklasse tegen zich in het harnas. In Frankrijk was het een belasting op brandstof, in Nederland is het de strijd tegen de hoge stikstofuitstoot. In beide gevallen maakte de regering de indruk dat ze de sociale gevolgen van haar klimaatpolitiek niet had voorzien.
Van der Plas zelf beschrijft haar partij zo: ‘Wij zetten ons in voor degenen die over het hoofd worden gezien omdat ze niet in de grote steden wonen.’ Het etiket ‘boerenpartij’ wijst ze af; zelf is ze journalist, geen boerin. Met de boeren kwam ze in contact omdat ze over hen schreef, onder andere voor het vakblad Pigbusiness.
Het duidelijkste doel van Van der Plas en haar BBB is vermoedelijk om opnieuw te onderhandelen over de stikstofbeperkingen. Verder wil ze zich niet laten vastleggen op grote politieke lijnen. Ze is voorstander van een restrictievere immigratiepolitiek. Toch heeft ze in het parlement tegen een voorstel van rechts gestemd, dat helemaal geen vluchtelingen meer wil opnemen. Ze benadrukt steeds weer dat ze ‘voor de zwakken’ wil opkomen. Maar ze vindt ook dat de staat zich terughoudender moet opstellen. De BBB heeft ook degenen aangetrokken die tegen de coronamaatregelen waren.
Nederland heeft een efficiëntiemaatschappij gecreëerd waarin de verbinding tussen staat en burger verloren is gegaan
Van der Plas treedt aan zonder duidelijk partijprogramma, maar met haar persoonlijkheid. Zelf vat ze haar positie samen met ‘gezond verstand’, wat een beetje klinkt alsof iedereen die het niet met haar eens is, niet goed bij zijn hoofd is. Bij dat ‘gezond verstand’ hoort voor haar ook het niet te pikken dat je ‘sinds een paar jaar alles wordt voorgeschreven’. Voortdurend wordt je verteld welke grappen je nog mag maken of hoe je moet eten. ‘Voor veel mensen verandert de maatschappij te snel,’ zegt Van der Plas. Ze belooft haar kiezers niet dat ze de tijd kan stoppen, ‘maar ik luister echt naar ze’.
De historicus René Cuperus publiceerde ruim een jaar geleden een studie die precies de kiezers beschrijft die haar BBB nu gemobiliseerd heeft. Die studie heet ‘De atlas van afgehaakt Nederland’. Cuperus zit in café De posthoorn, een paar stappen verwijderd van het regeringscentrum, waar politici elkaar graag treffen om te praten. Dit is precies de wereld die de BBB-kiezers als empathieloos en arrogant beschouwen. Met streng neoliberalisme heeft Nederland volgens hem een ‘efficiëntiemaatschappij’ gecreëerd waarin de verbinding tussen de staat en zijn burgers verloren is gegaan. ‘Er werd sterk bezuinigd op de sociale voorzieningen en de publieke infrastructuur werd afgeslankt en gecentraliseerd; dat merken vooral de mensen op het platteland aan alles,’ zegt Cuperus. En die mensen gaat het er vooral om ‘de controle terug te pakken’.
Stoom afblazen
Het succes van de BBB heeft volgens Cuperus zo’n groot gewicht dat het zelfs de regering ten val zou kunnen brengen. Het zijn verkiezingen geweest waarin de mensen stoom hebben afgeblazen, ze richtten zich tegen premier Mark Rutte en zijn kabinet. Tegelijkertijd ziet hij de BBB ook als een kans om de polarisering in het land tegen te gaan: ‘De BBB is een anti-establishmentpartij die verantwoordelijkheid wil nemen.’ Anders dan de rechtse populisten rond Geert Wilders en Thierry Baudet, die tot dusver de proteststemmen opvingen, heeft de BBB een constructieve pretentie. ‘En nu maar hopen dat de BBB niet wordt overgenomen door het rechtse populisme of door de agrarische lobby,’ aldus Cuperus.
In de strijd om de stikstofreductie ziet hij ook een generatieconflict: ‘De progressieve, groene millennials in de steden interesseren zich niet voor de landbouw. De oudere mensen op het platteland zijn daarentegen bang dat ze hun paradijs zullen verliezen.’
Een van deze paradijzen is het dorp Bathmen, ten oosten van Deventer, de stad waar Caroline van der Plas vandaan komt. Het cultureel centrum tegenover de dorpsschool biedt een cursus pilates aan, op het plein voor de bibliotheek staan een kaas- en een vishandelaar, in de hondensalon ‘Monique’ wordt juist een poedel geschoren. In deze idylle heeft Geertjan Kloosterboer zijn boerderij met 130 melkkoeien. Zijn vader was hier al boer en zijn grootvader ook. Van der Plas en Kloosterboer kennen elkaar al jaren. Samen hebben ze een vereniging opgericht met een website waar stedelingen zich kunnen aanmelden voor een bezoek bij boeren.
Kloosterboers dieren leiden een rimpelloos bestaan in een grote stal, tussen machines die voor hen werken. Een motor aan de stalwand laat twee blauwe borstels ronddraaien, waar de koeien zich een beetje door kunnen laten krabben. Op de stalvloer schuift een schoonmaakrobot de koeienvlaaien opzij. Wanneer een koe druk voelt in de uier, gaat ze naar de melkrobot, die de spenen aansluit en begint te zuigen. In de wei komen de dieren niet, maar Kloosterboer heeft waterbedden gekocht waarop de dieren liggen als ze herkauwen.
Exporteur
Terwijl Kloosterboer alles met trots demonstreert, blijft steeds één vraag meespelen: waarom moeten wij boeren ons leven opgeven, terwijl alle anderen doorgaan als altijd? We zijn gewend geraakt aan te grote auto’s, we gooien te veel eten weg. Ik wil dat veranderen,’ zegt Kloosterboer.
Intussen is de landbouw in Nederland niet zomaar een businessmodel zoals er zoveel zijn, maar een belangrijke bedrijfstak. Het land is na de VS de grootste exporteur van agrarische producten. Op minimaal oppervlak wordt maximaal geproduceerd – dat is een van de redenen waarom de stikstofemissies zoveel hoger zijn dan het Europees gemiddelde. ‘We hebben meer tijd nodig. Als ze het onmogelijke verlangen, dan weigeren mensen mee te werken.’
‘De kloof die de Nederlanders van elkaar scheidt,’ zegt Van der Plas, ‘is niet die tussen stad en platteland, maar die tussen normale mensen en politici.’ Daar rekent ze zichzelf nu ook toe.
Met welke logica Arabische landen diplomatieke betrekkingen met Bashar al-Assad willen herstellen is moeilijk te volgen. Het Syrische regime – aan de macht gekomen via een staatsgreep – heeft inmiddels een half miljoen moorden op zijn geweten en zeven miljoen ontheemden.
De versnelde normalisering van de diplomatieke betrekkingen tussen een toenemend aantal Arabische regimes en dat van Bashar al-Assad heeft iets onbegrijpelijks: na het bezoek van de Syrische dictator aan de Omaanse hoofdstad Masqat en daarna aan Abu Dhabi afgelopen februari en maart, en na dat van de Egyptische minister van Buitenlandse zaken aan Damascus, eveneens afgelopen februari, ontving Riyad op 14 april jongstleden nieuwe afgevaardigden uit de regio om over de terugkeer van Syrië in de Arabische Liga te praten, na twaalf jaar schorsing. Ook al worden er door bepaalde analisten rationele verklaringen voor deze kentering aangedragen, er blijft reden voor verwarring. Laten we desondanks proberen hun logica te volgen.
Iraanse invloed
Deze toenadering wordt ingegeven door de wens om Iran uit Syrië te verjagen of in elk geval de Iraanse invloed op het land te verminderen, aldus enkele commentatoren uit de Emiraten en Saoedi-Arabië. Dit oogmerk lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Daarvoor is Iran veel te goed ingebed in Syrië en is de relatie tussen de twee regimes veel te organisch en hecht. Assad is niet alleen niet bij machte om zijn banden met Teheran te verbreken of zelfs maar te verzwakken, hij wil dat ook helemaal niet. Waarom zou hij? Iran heeft zijn regime gered en het een bestaansreden gegeven: de strijd tegen het ‘Takfiri-terrorisme’ en het lidmaatschap van ‘Verzetsas’, twee elementen die stroken met de sociaal-culturele aard van Syrië. Het eerste element strookt met het beleid van de regimes van Mohammed bin Zayed van de Verenigde Arabische Emiraten en Mohammed bin Salman van Saoedi-Arabië (maar ook met dat van de Verenigde Staten, Rusland en andere landen), het tweede verschaft een ideologische dekmantel aan een regionaal bondgenootschap op confessionele basis dat organisch tegen bepaalde Arabische landen is gekant – met name Saoedi-Arabië – en waarvan het centrum zich in Teheran bevindt.
In Libanon, Irak, Jemen en Syrië gaat Teheran tot het uiterste om de dominantie te behouden
De Arabische Liga is veel minder belangrijk voor Syrië. Die wordt door Bashar al Assad alleen maar als een ‘spel’ gezien, net als de VN, zoals hij in 2011 zelf op de Amerikaanse televisiezender ABC verklaarde. De aanwezigheid van Syrië in deze twee organisaties is altijd mooi meegenomen, maar het gaat Assad er vooral om de absolute en permanente macht te behouden, en daarvoor staat Iran om geostrategische en culturele redenen garant. In Libanon, Irak, Jemen en Syrië zelf heeft Teheran bewezen tot het uiterste te gaan om de dominantie te behouden. Het gevolg is dat als de leiders van de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, evenals die van Jordanië, Algerije en Egypte, werkelijk denken dat ze afstand moeten nemen van Teheran om hun betrekkingen met Damascus te normaliseren, ze zich deerlijk vergissen en als verliezers van het ‘spel’ uit de bus zullen komen.
Intrinsiek oorlogszuchtig regime
Zou deze toenadering misschien vooral worden ingegeven door de wens om de interne strijd in de regio te beteugelen? De Verenigde Arabische Emiraten normaliseren hun betrekkingen met Israël en Saoedi-Arabië heeft datzelfde gedaan met Iran en zendt positieve signalen uit naar Tel Aviv, terwijl beide landen meer afstand nemen van Jemen. Maar behalve dat daarmee een regime wordt geaccepteerd dat een half miljoen van zijn burgers heeft vermoord, zeven miljoen heeft ontheemd en een groot deel van zijn steden heeft verwoest, is de wezenlijke vraag de volgende: wil het Syrische regime de regio stabiliseren? De geschiedenis van de afgelopen halve eeuw – niet alleen in Syrië, maar ook in Libanon, Irak en Turkije – maakt zo’n hypothese weinig aannemelijk. Oorlogszuchtigheid is een van de duidelijkste karaktertrekken van het Syrische familieregime, met de bedoeling voor altijd aan de macht te blijven in een land dat vroeger een republiek was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Golfstaten waar de dynastieën en naties zich in samenspraak hebben gevormd. Het regime van Assad is via een staatsgreep aan de macht gekomen, en er is in feite sprake van een permanentte staatsgreep tegen de Syrische staat en maatschappij. Een staatsgreep die meedogenloosheid tot een vorm van regeren heeft verheven. En de mislukte revolutie van twaalf jaar geleden heeft dit oorlogszuchtige karakter alleen nog maar bestendigd.
Gaat het dan om het bieden van hulp aan het Syrische volk dat sinds maart 2011 zoveel heeft geleden? Het lijkt er helaas op dat de voorstanders van normalisering niet de moeite hebben genomen ook maar een woord vuil te maken aan het onbekende lot dat meer dan 111 duizend Syriërs heeft getroffen; of aan het recht op een veilige terugkeer van bijna twee miljoen Syriërs die onder erbarmelijke omstandigheden in Libanon en Jordanië leven; of aan de toekomst van de 3,7 miljoen Syriërs in Turkije van wie de situatie allengs verslechtert; of aan het half miljoen Syriërs in Irak en Egypte. Daar komt bij dat het familieregime in Syrië niet alleen corrupt is, maar ook nog eens maffioos en misdadig, en dat van alle steun van de kant van regionale en internationale kapitaalverschaffers maar een miniem deel zal doordruppelen naar de verlichting van het menselijk leed in het land.
Uitruil
Laat de normalisering van de betrekkingen met dit ‘chemische’ regime zich misschien verklaren door een soort bewustwording van de gevolgen van de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Midden-Oosten en van de risico’s die verbonden zijn met de opkomst van zich steeds uitbreidende regionale machtscentra die goede banden onderhouden met Rusland, China en de bondgenoten daarvan? Is vanuit dit perspectief bezien de normalisering van de betrekkingen met het moordzuchtige regime van Assad misschien een stok om de Amerikanen te slaan die hun Saoedische bondgenoten ten tijde van Barack Obama op een in Saoedische ogen respectloze manier hebben behandeld en die niet erg happig zijn op onderhandelingen met Mohammed bin Salman? Ook al kunnen we onze ogen niet sluiten voor de onmiskenbare politieke emoties en rancune, vooral wanneer die leven bij niet verkozen en onverantwoordelijke elites, toch lijkt de normalisering van de betrekkingen met Iran en zijn Syrische protegé op ‘het zoeken van verkoeling in het vuur bij extreme hitte’, om een oud Arabisch spreekwoord te citeren.
Of is er misschien sprake van een soort uitruil van Jemen tegen Syrië? Dat de Iraniërs hun vooruitgeschoven Houthi-post in Jemen inkrimpen en de Saoedi’s hun vooruitgeschoven post in Damascus normaliseren, waarmee de dominantie van Iran over Syrië (om van Irak en Libanon nog maar te zwijgen) in de hele Arabische wereld legitimiteit verkrijgt? Als dat het geval is, kan dat nauwelijks een rationele keuze worden genoemd.
Is het nieuwe Arabische bestel erop gericht iedere volksbeweging de kop in te drukken?
Het is in elk geval onvoorstelbaar dat de betrekkingen met het Syrische regime worden genormaliseerd omdat Bashar al-Assad de Arabische staten chanteert met het feit dat hij erin is geslaagd van Syrië een narcostaat te maken en op grote schaal Captagon-pillen naar de Golfstaten laat smokkelen. Te meer omdat het drugsimperium, dat wordt geleid door Bashars broer Maher, die onlangs nog in Saoedi-Arabië schijnt te zijn geweest, door het Syrische regime vermoedelijk niet alleen maar als een geldbron wordt beschouwd, maar ook als een oorlog die tot doel heeft de Saoedische maatschappij van binnenuit te vernietigen, zoals dat ook in Syrië zelf is gebeurd.
De normalisering van de betrekkingen van de Emiraten en Saoedi-Arabië met het regime van Assad mist dus rationeel gesproken iedere basis. Maar misschien kan er een enigszins ‘rationele’ verklaring worden gevonden door de zaak vanuit een irrationeel oogpunt te bezien. Die verklaring moet naar mijn mening worden gezocht in een extreem ideaal dat in toenemende mate door de Arabische ‘elites’ wordt gedeeld: een politiek zonder politiek, zonder rechten, zonder discussie, en zelfs zonder maatschappij, een dynamiek van ‘Dubaïsering’ van talrijke Arabische landen. Dit ideaal behelst een strikt materialistische moderniteit, een universum dat wordt bestierd door superrijke oligarchen en een half tot slaaf gemaakte meerderheid van de samenleving. Dat is de bedoeling van het Neom- en het ‘The Line’-project van Mohammed bin Salman, van Sissi City, de toekomstige bestuurlijke hoofdstad van het Egyptische regime, en van de door de narco-elite in Damascus gekoesterde droom van een nieuw te bouwen Marota City. Wie op elkaar lijkt verenigt zich, en deze elites mogen dan afkomstig zijn uit zeer uiteenlopende milieus, ze delen een modernistische en fascinerende utopie. Termen als rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en zelfs sociale interactie komen niet voor in het woordenboek van deze roofzuchtige en misdadige aristocratieën. Vanuit dit perspectief is massamoord geen obstakel voor normalisering. Integendeel, het kan indien nodig een laatste toevlucht zijn.
Het ziet ernaar uit dat er een nieuw Arabisch bestel aan het ontstaan is, een bestel dat uitermate reactionair en meedogenloos is en gericht op het de kop indrukken van iedere volksbeweging. Er wachten ons moeilijke tijden…
Voordat andere regeringsleiders dat deden, waarschuwde de Estse premier Kaja Kallas al voor Vladimir Poetin. Wie is deze vrouw, die nu als mogelijke secretaris-generaal van de NAVO genoemd wordt?
In Kaja Kallas’ familie worden twee soorten verhalen verteld over de jaren in Siberië. Er zijn verhalen over de honger, de kou en de angst. Over hoe Sovjet-soldaten Kallas’ moeder in 1949 met haar moeder en grootmoeder in een veewagen opsloten en hen naar het oosten deporteerden, tot voorbij Novosibirsk. En er zijn verhalen waar ze om lachen. Over hoe ze een naaimachine in de veewagen meetorsten en hoe deze machine hen van een bescheiden inkomen voorzag, omdat ze op een plaats waar alleen wat houten hutten stonden, voor anderen kleding oplapten. ‘Mijn grootouders hebben verschrikkelijke dingen doorstaan,’ zegt Kaja Kallas, ‘en ze hebben mij geleerd dat je moet vieren dat je leeft.’
Kallas zit aan de ovale tafel waar ze als regeringsleider van Estland buitenlandse gasten ontvangt. Twee dagen na ons gesprek zal ze hier de minister van Defensie van de Verenigde Staten Lloyd Austin ontmoeten en een week eerder was de Zweedse premier Ulf Kristersson op bezoek.
Allemaal kennen zij het verhaal van haar grootouders. Ze weten dat de minister-president de dochter is van een vrouw die als baby naar Siberië werd gedeporteerd en dat alleen met veel geluk heeft overleefd. Het verhaal stond in een artikel van Kallas in The New York Times, en ze vertelde het tijdens een toespraak voor het Europees Parlement in maart 2022, twee weken nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen.
Voor het tweede deel van Kallas’ familiegeschiedenis is zelden genoeg tijd. Voor de terugkomst uit Siberië en voor het gevoel dat haar grootouders aan hun kinderen en kleinkinderen hebben meegegeven: ons krijgen ze niet meer klein. Kallas zegt dat ze thuis heeft geleerd dat veel mensen zich in zware tijden van hun beste kant laten zien.
Al in januari 2022, toen de meesten in Europa meenden dat er alleen omdat Rusland meer dan 100.000 soldaten naar de Oekraïense grens stuurde, nog geen reden was voor paniek, kwam Kallas in actie. Ze eiste ondersteuning voor Oekraïne. En leverde wapens.
Waarschuwingen
De media berichtten destijds routinematig over haar waarschuwingen. Het was het Baltische geluid dat iedereen nou wel kende: Poetin is gevaarlijk, we moeten de NAVO in het oosten versterken, we moeten stoppen met Nord Stream. Na 24 februari zei Kallas hetzelfde, maar nu werd er wel naar haar geluisterd. De premier van een landje met maar net 1,3 miljoen inwoners veranderde in een politicus met wie op het wereldtoneel rekening wordt gehouden en die nu zelfs als kandidaat wordt genoemd voor de opvolging van Jens Stoltenberg als secretaris-generaal van de NAVO.
En dat niet alleen omdat de regeringsleiders in Berlijn, Parijs en Brussel hebben moeten toegeven dat Kallas het met haar inschatting van Poetin bij het rechte eind had – maar ook omdat zij optreedt als iemand die zich in het licht van de schijnwerpers van de wereldgeschiedenis op haar gemak voelt.
De digitalisering is onderdeel van een overlevingsstrategie van Estland
Haar liberale partij Reformier (de Hervormingspartij) blijft stabiel op ruim 30 procent. Daarop volgt lang niemand tot – allebei rond de 20 procent – de rechts-populistische partij EKRE (de Conservatieve Volkspartij) en de middenpartij Kesker (de Centrumpartij). Hoe komt het dat de 45-jarige Kallas, die haar ambt pas twee jaar bekleedt, een van de belangrijkste waarschuwende stemmen van Europa is geworden?
Medio december 2022 moet de bondskanselier Olaf Scholz in Berlijn tijdens het afsluitende panelgesprek van de Digitaliserings-top van de Duitse regering uitleggen hoe het vordert met de digitalisering in Duitsland. Hij zit erbij met zijn typische Scholzse verfrommeldheid, die erop lijkt te wijzen dat hij zich wel genoeglijkere dingen kan voorstellen voor een dergelijke vrijdagnamiddag. Naast hem zit Kallas. Ze straalt. ‘Het is een grote eer voor mijn land dat ik hier vandaag ben. Als men ziet waar wij vandaan komen en waar we vandaag staan, dat we gelijkwaardig zijn aan Duitsland – dat betekent heel veel voor ons,’ zegt Kallas.
Lichtend voorbeeld
Ze is hier uitgenodigd als lichtend voorbeeld, als premier van E-Estonia, de digitale koploper van de EU. En ze vervult die rol glansrijk. ‘Wij hebben alles al eens uitgeprobeerd. U heeft het voordeel dat u van onze fouten kunt leren,’ stelt ze. Spontaan applaus uit de zaal. ‘Er is natuurlijk wel een verschil wanneer je dit doet voor een land met 84 miljoen burgers en wanneer je het doet voor een land dat zo groot is als het uwe,’ bromt Scholz. ‘Wij hebben sinds 2007 te maken gehad met het afweren van cyberaanvallen vanuit Rusland,’ zegt Kallas.
Het beeld dat van dit panelgesprek blijft hangen is dat van een vrouw die in vlekkeloos Engels vertelt over behaalde successen, terwijl naast haar een man met de nodige tegenzin over de problemen van het federalisme spreekt.
Een underdog moet altijd meer moeite doen. Kallas heeft dat zozeer geïnternaliseerd dat je haar, wanneer je haar langere tijd volgt, vaak kunt zien wachten. Ze wacht tijdens de Veiligheidsconferentie in München midden februari op de Franse president Emmanuel Macron, die vanwege zijn begrip van macht graag als laatste een kamer binnenkomt. Precies zo zit ze in het Estse dorp Varbola in haar eentje voor twintig lege stoelen te wachten, terwijl de gepensioneerden die haar hebben uitgenodigd nog aan de koffie zitten.
Als Kallas tijdens het interview in haar kantoor in Tallinn over digitalisering spreekt, wordt duidelijk dat het er voor de Esten nooit alleen om ging hoe ze op soepele wijze uit het papieren tijdperk konden komen. De digitalisering is onderdeel van de overlevingsstrategie van het land, omdat ze Estland op de kaart zet. ‘Als mensen niet weten dat je bestaat, merken ze het ook niet als je verdwijnt,’ zegt Kallas. Dat is de les die de Esten hebben getrokken uit eenenvijftig jaar Sovjetbezetting. ‘Toen het IJzeren Gordijn werd neergelaten, hebben Frankrijk en Duitsland ons niet gemist. Maar wij, wij hebben jullie wel gemist. Wij hebben de vrijheid gemist.’
Hoe pak je dat aan, niet nog eens vergeten te worden? ‘We moeten nuttig zijn, we moeten laten zien dat we nodig zijn.’ Kallas somt op hoe Estse troepen hebben deelgenomen aan de Franse militaire missie in Mali, hoe Estse reddingswerkers kort na de aardbeving in Turkije zijn komen helpen.
Broche
Kallas heeft voor dit interview een lichtgele jurk aangetrokken en draagt op haar borst een blauw-zwart-witte broche, de kleuren van Estland. Die is op de gele ondergrond niet te missen. Het veiligheidsbeleid van het land, dat een grens van zowat 300 kilometer met Rusland deelt, schrijft niet alleen een verhoging tot drie procent in het defensiebudget voor. Het schrijft ook voor dat de Esten actief moeten laten zien dat het land bestaat.
Op een namiddag in februari, een uur rijden van de hoofdstad Tallinn, gaat Kallas op bezoek bij de vereniging van particuliere bosbezitters. Estland bestaat voor de helft uit bos. Wie niet kan meepraten over bodemkwaliteit en de behoeftes van berken, hoeft niet te proberen premier van Estland te worden.
Superwoman
De bosbezitters hebben dennentakken op het pad gelegd, zodat Kallas op haar weg van de auto naar het kampvuur en de worstjes niet uitglijdt over de bevroren grond. Een uur lang wordt er uitsluitend over bomen gesproken. Iets apart van het gezelschap staat Anniki Leppik, die administratief werk doet voor de bosbezitters.
Ze draagt wandelschoenen en een parka. ‘Hoe Kallas de wereld afreist, dat is een beetje zoals Superwoman, ze komt echt overal,’ zegt Leppik. Hier in het bos gaan ze wel op een bijzondere manier om met superhelden. Aan het einde wordt er geen groepsfoto gemaakt, geen selfies met Kallas. In plaats daarvan geven ze haar een fles vers getapt berkensap cadeau.
De ene vrede is de andere niet. Voor ons in Oost-Europa ging het stalinisme verder
Onderweg in het bos is Kallas met haar chauffeur en assistent bij een snackbar gestopt. Gehaktballen en een koolsalade voor 7,80 euro. Aan andere tafels wordt kort opgekeken als de premier met haar dienblad voorbijloopt, dan wordt er weer verder gegeten. ‘Zo gaat dat in Estland,’ zegt Kallas. ‘We laten elkaar met rust.’ Een man wenkt haar. Kallas begroet hem bij naam. ‘Nu ja, en daarnaast is het een klein land en kennen we elkaar.’
Voor Kallas geldt dat in het bijzonder. Haar vader, Siim Kallas, was een van de kopstukken in de Estse Onafhankelijkheidsbeweging en voorzitter van de Estse centrale bank. In 2002 werd hij premier. Vanaf 2004 was hij EU-commissaris voor Estland. De roddelpers berichtte over Kaja Kallas’ eerste huwelijk, omdat ze met begin twintig al tot de vooraanstaande personen van het land hoorde. Toen ze op haar drieëndertigste besloot de politiek in te gaan en een zetel in het Estse parlement bemachtigde, was het eerste commentaar van de pers dat ze niet hetzelfde voor elkaar zou kunnen krijgen als haar vader.
Vaders faam
Haar vaders faam bracht niet alleen met zich mee dat ze al vroeg in de schijnwerpers stond, maar ook dat haar jeugd in het teken stond van de politiek. Kallas herinnert zich hoe er op 20 augustus 1991 Sovjet-tanks naar Estland werden gestuurd nadat het land zich onafhankelijk had verklaard. Ze was veertien jaar oud en verbleef bij haar grootouders op het platteland; haar vader was in de hoofdstad. ‘Ik was ongelooflijk bang, ik dacht dat ik mijn vader nooit meer zou zien. Ik kende immers alle verhalen over wat de Russen doen met mensen die zich verzetten.’
Dit moment haalt Kallas ook aan omdat ze wil benadrukken wat ze sinds Ruslands oorlog tegen Oekraïne als een mantra herhaalt: de ene vrede is de andere niet. ‘Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was, begon men in West-Europa aan de wederopbouw. Voor ons in Oost-Europa ging het stalinisme verder. De deportaties, de moorden, de onderdrukking, de schaarste.’ Ieder kind weet dat oorlog verschrikkelijk is, zegt Kallas. En aan degenen die eisen dat Oekraïne zo snel mogelijk een vredesakkoord met Rusland sluit, legt ze – telkens opnieuw – uit hoe het voelt wanneer het einde van de bombardementen niet hetzelfde betekent als het einde van het geweld.
Op het eerste gezicht lijkt Kallas’ een sterke positie te hebben bemachtigd door als ooggetuige een zeer duister beeld van Rusland te schetsen, een beeld dat het Westen aanvankelijk niet serieus nam. Maar haar invloed is ook groot omdat ze over de toekomst spreekt. Over een toekomst die in Estland al werkelijkheid is en die, als het aan haar ligt, ook voor Oekraïne mogelijk moet worden.
Van 2014 tot 2018 was Kallas Europarlementariër. Ze werd in deze periode door de nieuwssite Politico als een van de invloedrijkste parlementariërs bestempeld. Zij was erbij toen de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne werd ondertekend. ‘Mijn vader heeft voor de Esten meegewerkt aan de toetredingsprocedure tot de Europese Unie. Een generatie later sta ik aan de kant van de EU en bereid de toetreding van de volgende staat voor,’ zegt ze. Voor Kallas is de Europese Unie een belofte dat er vooruitgang wordt geboekt.
Op haar Instagramprofiel zie je Kallas zelden handen schudden. Ze omhelst. Bijvoorbeeld de voorzitter van het Europees parlement, Roberta Metsola, die ze een vriendin noemt. Of de voorzitter van de Europese Commissie von der Leyen, die ze in ons gesprek kortweg Ursula noemt. Toen Kallas in 2018 een boek over haar tijd als parlementariër schreef en benadrukte wie ze allemaal had leren kennen, maakte de Estse pers daar grappen over. Vandaag verkondigt de publieke omroep: ‘Estland profiteert enorm van Kallas’ internationale zichtbaarheid.’
Netwerk
Kallas gebruikt haar wijdvertakte netwerk om haar opvattingen op het gebied van de buitenlandse politiek naar voren te brengen. Ze eist dat Vladimir Poetin als oorlogsmisdadiger wordt vervolgd. Ze staat erop dat Oekraïne de oorlog moet winnen en dat alleen Oekraïne kan bepalen wanneer die overwinning behaald is. En ze doet er alles voor om de oorlog bij de media op de voorgrond te houden.
Dat Estland meer dan zestigduizend vluchtelingen heeft opgenomen, wat percentueel meer is dan welk ander EU-land dan ook, laat ook zien hoe serieus zij is over solidariteit met Oekraïne. De Russische aanval op Oekraïne voelt voor Estland als een schampschot. Als de Russen Oekraïne aanvallen met de rechtvaardiging dat ze het land ‘bevrijden’, waarom zou die logica dan niet ook voor Estland gelden?
Uitgerekend op 24 februari viert Estland ieder jaar zijn onafhankelijkheid. Dit jaar wordt tegelijkertijd met de viering ook de aanval op Oekraïne op dezelfde datum herdacht. De Estse onafhankelijkheid presenteert Kallas niet als iets vanzelfsprekends, maar als iets waar zijzelf voor heeft gevochten. Kallas was achttien en studeerde nog aan de rechtenfaculteit toen ze tegelijkertijd op een ministerie aan de slag ging. ‘Mensen die niet veel ouder waren dan ik, hebben destijds onze staat opnieuw uitgevonden.’
Een partijgenoot zou haar eens hebben aangeraden zich mannelijker te gedragen, om succesvoller te zijn
In 1992 werd historicus Mart Laar op 32-jarige leeftijd premier van Estland. ‘We moesten onze relatie met de staat volledig herzien,’ zegt Kallas. Ten tijde van de Sovjet-Unie was je een held als je iets van de bezetter wist te stelen. Tegenwoordig is Estland een van de minst corrupte lidstaten van de EU. Op haar verkiezingsposters, die in februari overal in Tallinn hingen, zie je in een bovenhoek het symbool van haar partij. Het is een eekhoorn die op het punt staat op te springen. Een eekhoorn? Kallas: ‘Het is een ijverig en altijd actief beestje, dat zich er goed op voorbereidt de winter door te komen.’
Alleen wil en kan niet iedereen in Estland zich met het eekhoorntje identificeren. Hoezeer Kallas ook straalt in de buitenlandse politiek, in de binnenlandse politiek is haar positie minder stabiel. ‘De jaren waarin we de Esten telkens weer nieuwe successen zoals EU- of NAVO-toetreding konden voorschotelen, zijn voorbij,’ zegt politicoloog Tõnis Saarts van de Universiteit van Tallinn. Het zelfbeeld van het gestaag vorderingen boekende land vervaagt, en tegelijkertijd neemt het aantal mensen toe dat hard wordt getroffen door inflatie en stijgende energieprijzen. In Estland klinkt er geen sterk links geluid, en wie bang is voor achteruitgang, wendt zich tot de rechts-populistische partij EKRE. Kallas wordt door rechtse politici een ‘oorlogsprinses’ genoemd, haar defensiebeleid noemen ze ‘hysterisch’.
Desalniettemin wil geen van de tegenstanders van Kallas iets wezenlijks veranderen aan de grondslagen van de nationale buitenlandse politiek. Niemand in Estland verlangt dat het land uit de NAVO stapt of toenadering zoekt tot Rusland. ‘EKRE is een partij die zich in de eerste plaats op mannen richt, omdat veel van hun kiezers het niet kunnen verkroppen dat Estland voor het eerst door een vrouw wordt geregeerd,’ zegt Saarts.
Mannen
Wie eens wil meemaken dat Kallas haar diplomatieke en vriendelijke manier van spreken laat varen, moet haar vragen naar mannen in de politiek. ‘Vrouwen moeten twee keer zo hard werken,’ zegt Kallas, ‘en dan nog wordt onze competentie voortdurend betwijfelt.’ Een partijgenoot zou haar eens hebben aangeraden zich mannelijker te gedragen, om succesvoller te zijn. Inmiddels heeft Kallas voor vragen over haar nadrukkelijk vrouwelijke optreden een standaardantwoord klaarliggen. Totdat ze werd gekozen als premier had ze geen enkele broek in huis. Nu heeft ze er alleen een paar gekocht omdat het gemakkelijker is als ze bij een bezoek aan de troepen op een tank moet klimmen.
Als je met mensen praat die Kallas goed kennen, zeggen zij dat ze op haar sterkst is wanneer ze bij anderen weerstand voelt. Kallas zelf zegt over Estland hetzelfde als over haar grootouders: ‘Door onze geschiedenis weten we dat wij ook de moeilijkste tijden kunnen doorstaan.’ Om deze geschiedenis te begrijpen raadt zij aan het monument voor de slachtoffers van het Sovjetcommunisme te bezoeken, dat onder haar voorganger werd opgericht.
Het gedenkteken staat aan de rand van Tallinn, pal aan de Oostzee. Je loopt via een lange gang omhoog, op de wanden staan de namen van mensen die zijn gedeporteerd of zijn omgebracht. 75.000 mensen, een vijfde van de Estse bevolking, werden tussen 1940 en 1941 door de communistische bezetters gedood, opgepakt of gedeporteerd. Men had het bij dat aantal kunnen laten. In plaats daarvan is in het monument een fruittuin aangeplant. Boven een halve cirkel appelbomen staat in grote letters een gedicht. Het gaat over hoe een onweersbui een bijenvolk overrompelt. Op de muur, om de tekst van het gedicht heen, zitten twaalfduizend bijen van metaal, elk zo groot als een hand. Het is windig en donker in deze avond in februari, in geen van de appelbomen zitten knoppen. Maar de bijen spreken van de hoop dat er een nieuwe lente komt.
Aanhangers van Imran Khan zijn overal de straat opgegaan
Na de arrestatie van oud-premier Imran Khan is overal in Pakistan hevige onrust uitgebroken. Volgens de BBC is het leger in verschillende delen van het land opgeroepen om de aanhangers van Khan, die vaak op gewelddadige wijze demonstreren, tegen te houden. In de hoofdstad Islamabad hebben aanhangers van Khan wegen geblokkeerd en controleposten van de politie en het leger in brand gestoken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Imran Khan stond deze week terecht voor diefstal, maar werd uit de rechtszaal verwijderd door agenten en weggevoerd in een politievoertuig. Hij is aangehouden op beschuldiging van corruptie en wordt zeker acht dagen vastgehouden in voorarrest op een militair terrein. Khan werd vorig jaar afgezet na een motie van wantrouwen, en noemt de arrestatie een daad van politieke vervolging. Volgens de Pakistaanse premier Sharif is er genoeg bewijs voor de beschuldiging.
Hoewel ook de partij van Khan de aanhangers van de oud-premier tot kalmte heeft gemaand, lijken betogers geen gehoor te geven aan die oproepen. Volgens Sharif worden zelfs ambulances en radiostations aangevallen. Het leger heeft in een verklaring gewaarschuwd dat zij de protesten hard zullen neerslaan als deze te gewelddadig worden.
Afgelopen zaterdag werd koning Charles III in Londen gekroond met veel pracht en praal. Maar de steun voor de monarchie heeft in het Verenigd Koninkrijk een historisch dieptepunt bereikt. Heeft een monarch nog wel een functie in een moderne democratie?
Naar aanleiding van de kroning van de Britse koning Charles III van afgelopen zaterdag is het debat weer losgebarsten tussen voor- en tegenstanders van de monarchie. Nu uit Britse opiniepeilingen blijkt dat de steun voor de monarchie tanende is en zich zelfs op een historisch dieptepunt bevindt, zoals The Guardianbericht, wijzen voorstanders van een koning als staatshoofd erop dat het hebben van een monarch vele voordelen met zich meebrengt. Een koning zorgt immers voor stabiliteit te midden van het politieke gewoel, zo beweert rechtsgeleerde en politicoloog Tom Ginsburg. Maar als er ondemocratische politici opkomen, is een president geschikter om de democratie te beschermen, aldus republikein Polly Toynbee.
Ja: ‘Monarchen bieden bescherming tegen politieke onrust’
‘De kroning van koning Charles III laat zien waarom de constitutionele monarchie een vitale regeringsvorm blijft in enkele van de succesvolste landen ter wereld’, schrijft de Amerikaanse Tom Ginsburg in een opinieartikel op Project Syndicate. De rechtsgeleerde en politicoloog wijst erop dat er momenteel vierendertig landen zijn met een constitutionele monarchie en dat die landen buitengewoon succesvol zijn. Zo hebben het grootste deel van Scandinavië, Japan en de Benelux, en Charles’ domeinen Australië, Canada en Nieuw-Zeeland allemaal een monarch als staatshoofd.
Volgens de Democracy Index 2022 van The Economist uit 2022 zijn tien van de twintig meest democratische landen ter wereld constitutionele monarchieën, evenals negen van de twintig rijkste landen. En in acht van de tien meest bestendige nationale grondwetten is een monarch opgenomen.
‘Monarchen bieden bescherming tegen politieke onrust, omdat zij kunnen ingrijpen in perioden van nationale crisis’, aldus Ginsburg. Zo wist Juan Carlos I van Spanje in 1981 een staatsgreep te verijdelen door het leger tot bedaren te brengen. Ook kunnen vorsten ‘in hun rol bij het vormen van regeringen in parlementaire systemen soms subtiele beslissingen nemen die politieke partijen uit een impasse helpen’, vervolgt de politicoloog.
‘De symbolische eenheid van de monarchie kan de meest problematische vormen van populisme beperken’
‘In ons tijdperk kan de symbolische eenheid van de monarchie de meest problematische vormen van populisme beperken’, brengt Ginsburg naar voren. Volgens hem krijgen populisten weinig ruimte in een constitutionele monarchie. ‘Populistische demagogen als Viktor Orbán in Hongarije, Recep Tayyip Erdogan in Turkije en Jaroslaw Kaczynski in Polen claimen doorgaans een exclusieve, bijna mystieke band met het “volk”, dat alleen zij kunnen beschermen tegen de elites, en demoniseren hun tegenstanders als “vijanden van het volk”. In een constitutionele monarchie zijn dergelijke beweringen echter niet effectief. De functie van belichaming van het volk is al bezet, waardoor de symbolische macht die een ander individu kan vergaren beperkt is.’
‘Dus terwijl Erdogan zich voordoet als een nieuwe sultan en Hugo Chávez, de overleden Venezolaanse leider, zich graag beriep op president-voor-het-leven Simón Bolívar, is het moeilijk in te zien hoe een Brits, Deens of Noors equivalent geloofwaardig zou kunnen zijn. Het dichtst in de buurt komt een ontwrichtende leider als de voormalige Britse premier Boris Johnson, die, gefrustreerd door zijn hoofdadviseur, nukkig volhield: “Ik ben de führer. Ik ben de koning die de beslissingen neemt.”’
‘Met een monarch aan de top van het systeem valt die bewering weg’, concludeert Ginsburg. ‘Dit wordt bevestigd door gegevens van de Global Populism Database waaruit blijkt dat in constitutionele monarchieën minder populistische retoriek voorkomt in politieke toespraken.’
Nee: ‘Een ongekozen koningin is niet opgewassen tegen een losgeslagen premier’
The Guardian-columnist Polly Toynbee is het daar niet mee eens. ‘Groot-Brittannië verliest duidelijk meer dan het wint bij de monarchie.’ Toynbee schreef in februari 2022 in aanloop naar het zeventigjarige jubileum van de inmiddels overleden koningin Elizabeth II een gloedvol betoog voor de afschaffing van de monarchie. ‘De behoefte aan een gekozen president is urgent geworden nu het premierschap van Boris Johnson de grenzen van conventies, wetten en burgerrechten op de proef stelt.’
Volgens Toynbee is het probleem niet dat de monarch te machtig zou zijn, maar juist dat deze te weinig macht heeft en democratische legitimiteit ontbeert. ‘Presidenten in heel Europa beschermen de grondwet en voorkomen dat al te machtige politici de grondwet overtreden. Een president zou Johnson hebben tegengehouden om illegaal het parlement buitenspel te zetten: om in te grijpen in een constitutionele noodsituatie is de macht van een democratisch mandaat nodig.’
‘De ongekozen koningin moet doen wat de premier haar opdraagt’
‘Er is geen rem op een losgeslagen premier in een land zonder geschreven grondwet, waar een verwrongen kiesstelsel eerlijke vertegenwoordiging onmogelijk maakt en er geen effectief staatshoofd is om te waken tegen wetsovertredingen. De ongekozen koningin moet doen wat de premier haar opdraagt’, stelt Toynbee.
Toynbee is van mening dat presidenten beter in staat zijn dan koningen om in te grijpen als een regering haar boekje te buiten gaat. ‘Monarchisten spreken met afschuw over wie een gekozen president mag zijn. (…) Maar (…) kijk eens rond in Europa naar waardige presidenten die hun ceremoniële plichten en de politieke grenzen van hun rol begrijpen, en tegelijkertijd optreden als constitutionele hoeders.’
Vorige week kwamen 17 mensen om bij twee schietpartijen
In de Servische hoofdstad Belgrado zijn maandag tienduizenden mensen de straat opgegaan om te demonstreren tegen de recente schietpartijen in het land. Volgens persbureau Reuters eisen de betogers dat politieke kopstukken en ministers hun verantwoordelijkheid nemen en aftreden. De minister van Onderwijs trad zondag al af.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Vorige week werd Servië opgeschrikt door twee bloedige schietpartijen. De eerste vond vorige week woensdag plaats, toen een dertienjarige jongen, met vuurwapens die hij van zijn vader had geleend, acht leerlingen en een bewaker doodschoot op zijn school in Belgrado. Een dag later schoot een man vanuit zijn auto op voorbijgangers en maakte daarbij acht dodelijke slachtoffers.
Na de schietpartijen werd er voornamelijk gewezen op het grote aantal wapens dat in Servië in omloop is. De Servische president Aleksandar Vucic heeft aangekondigd dat men de komende twee weken alle illegale wapens kan inleveren zonder straf. Voor de politieke oppositie, die achter de protesten op maandag zit, had hij geen goed woord over. Volgens Vucic gebruikt de oppositie het vuurwapengeweld voor politiek gewin.
Nieuwe premier was vicegouverneur van de nationale bank
Het hoofd van de Slowaakse demissionaire regering, Eduard Heger, is zondag na een aanhoudende politieke crisis afgetreden en vervangen door de vicegouverneur van de nationale bank van het land, L’udovít Odór. De nieuwe zesenveertigjarige premier zal ‘een technocratische regering leiden’ totdat er op 30 september verkiezingen worden gehouden, meldt Voice of America (VOA).
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Slowakije, lid van de Europese Unie en de NAVO, zit al maanden in politieke onzekerheid sinds de regeringscoalitie van Heger haar meerderheid verloor. Het land kampt met hoge inflatie en oorlog in buurland Oekraïne.
In de aanloop naar verkiezingen is het politieke toneel in Slowakije gefragmenteerd. Een grote kanshebber voor de overwinning is de grootste oppositiepartij, SMER–SD, die tegen voortzetting van de militaire steun aan Kyiv is.
Heger, die de regering sinds 2021 heeft geleid is opgestapt na een golf van vertrokken ministers en oproepen van de oppositie om een stap opzij te zetten. De Slowaakse president, Zuzana Caputova, zei dat ze na 15 mei de rest van de regering onder leiding van Odór zou benoemen.
Onder meer Belize en Jamaica willen een republiek worden
Enkele dagen voor de kroning van Charles II in het Verenigd Koninkrijk, spreken steeds meer landen in het Gemenebest zich uit voor een vertrek. Autoriteiten in Belize en Jamaica spraken zich op donderdag beiden uit af te willen van het Britse koningshuis, schrijft The Guardian. Ook Nieuw-Zeeland, de Bahama’s en Antigua en Barbuda willen vertrekken uit de groep van Commonwealth Realms-landen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het Gemenebest is een vrijwillig samenwerkingsverband van landen, die haast allemaal voormalige koloniën van Engeland zijn. Binnen deze groep zijn er de commonwealth realms, die nog steeds de Britse monarch als staatshoofd hebben. Steeds meer landen willen echter af van deze constructie, die zij als een koloniale erfenis ervaren.
Zo zegt premier van Belize Johnny Briceño dat de kans vrij groot is dat het land uit het Gemenebest stapt. De Jamaicaanse minister van Juridische en Constitutionele Zaken Marlene Malahoo Forte gaf in een interview aan een grondwetshervorming te willen voorstellen. Met dit voorstel zou Jamaica een republiek worden.
Kim Jong-un begon zijn tweede decennium als machthebber van Noord-Korea met grote beloften over groeiende welvaart. Maar zolang Kim zijn kernwapens niet wil opgeven, blijft het land economisch geïsoleerd. Ondertussen wordt de Noord-Koreaanse leider steeds brutaler.
Je zou bijna de tel verliezen, zo veel raketproeven liet Kim Jong-un afgelopen jaar uitvoeren. Onder meer met raketten die in het holst van de nacht vanuit een binnenmeer worden gelanceerd en die in Zuid-Koreaanse wateren belanden, of over Japan vliegen. Alsof dit nog niet genoeg is, onthulde Kim op 19 november zijn grote wapen, de Hwasong-17, een intercontinentale raket. Maar opvallend genoeg werd de 25 meter lange raket, de grootste in zijn soort ter wereld, overschaduwd door de verschijning van een tengere figuur van nog geen anderhalve meter hoog, in een wit jasje en op rode schoenen: Kims dochter Ju-ae, vermoedelijk niet ouder dan een jaar of negen of tien. Het was haar eerste publieke optreden.
Die vreemde combinatie van een liefhebbende vader en een nieuwsgierige dochter die elkaars hand vasthouden bij het aanschouwen van Noord-Korea’s ‘monsterraket’ deed denken aan een ander opmerkelijk propagandasignaal, van een maand eerder, op de verjaardag van Kims Arbeiderspartij. Er waren veel raketproeven op komst, maar op 10 oktober was in de Arbeiderskrant een ontspannen, stralende Kim te zien tijdens een inspectie – niet van een raketsilo, maar van een kas. Hij werd gefotografeerd terwijl hij trots twee groene paprika’s vasthield, in elke hand een. Kim blijft zijn volk beloven dat hij hen (en hun kinderen) niet alleen zal beschermen, maar ook van voedsel zal voorzien.
Jong en onervaren
Toen Kim Jong-un in 2011 na de dood van zijn vader Kim Jong-il de leiding van Noord-Korea overnam, werd niet verwacht dat hij beide beloftes zou waarmaken. Hij werd alom afgeschilderd als jong en onervaren, en na zijn aantreden voorspelde menig deskundige een ophanden zijnde ineenstorting van het huidige Noord-Korea. Maar meer dan tien jaar later lijkt Kims greep op de macht steviger dan ooit. Hij weerde bedreigingen vanuit zijn eigen familie op brute wijze af door zijn oom te laten executeren en zijn oudere halfbroer te laten vermoorden. Ook vulde Kim de nomenklatoera van partij, leger en regering met mannen die hun positie aan hem te danken hebben. Hij degradeerde de generaals van zijn vader en bevorderde zijn eigen maarschalken. Oudere kaders stuurde hij met pensioen en hij stelde technocraten van middelbare leeftijd aan. Hij knoopte banden aan met lokale functionarissen door ze uit te nodigen naar de hoofdstad en ze in de provincies te bezoeken.
Er bestaat in Noord-Korea buiten de staat geen maatschappelijk middenveld. Een levensvatbaar politiek alternatief voor de regering van de Arbeiderspartij ontbreekt, en we hebben niet de minste aanwijzing gezien voor een Pyongyangse Lente. De antioorlogsdemonstraties in Rusland en de protesten tegen de lockdowns in China – laat staan de protesten die Iran op zijn grondvesten doen schudden – vinden in Noord-Korea geen navolging. Hoewel de late uitbraak van corona in het land in het voorjaar van 2022 wellicht ernstiger was dan de autoriteiten toegaven, zijn er geen tekenen dat het virus of de coronamaatregelen hebben geleid tot instabiliteit of noemenswaardige problemen voor Kims bewind.
De ernstigste bedreiging voor zijn bewind lijkt zijn persoonlijke gezondheid. Hij was lange tijd een zware roker en had morbide obesitas, totdat hij in 2021 wat afviel. Maar in plaats van voortdurend te focussen op de mogelijkheid (gevoed door het wensdenken van analisten) dat Kims regime op instorten staat, is het beter om te kijken waar hij naartoe wil, en hoe hij zijn land over tien jaar ziet. In 2032 is hij immers nog in de bloei van zijn leven – ongeveer vijftig jaar oud – en begint hij ongetwijfeld aan zijn derde decennium aan de macht.
Om te begrijpen waar hij naartoe wil, moeten we eerst naar zijn verleden kijken
Bijna alle deskundigen zijn het erover eens dat de kans klein is dat hij binnenkort zijn kernwapens zal opgeven, als dat al ooit gebeurt. Maar dat roept de vraag op: waar zijn al die raketten voor? Is Kim een voorzichtige strateeg die zwakte veinst? Of is hij een risicovolle revanchist die uit is op dwingende diplomatie jegens Zuid-Korea en de Verenigde Staten? Om te begrijpen waar hij naartoe wil, moeten we eerst naar zijn verleden kijken.
De wereld is geneigd te denken dat kernwapens de belangrijkste prioriteit zijn van Kim Jong-un. Maar voor hemzelf is die belangrijkste prioriteit, op de lange termijn, eerder wat hij voor het eerst verwoordde tijdens zijn inaugurele rede in april 2012. Toen beloofde hij zijn landgenoten dat ze ‘niet opnieuw de broekriem hoefden aan te halen’. In plaats daarvan, benadrukte hij, zouden ze ‘zo veel als ze willen kunnen genieten van de rijkdom en welvaart van het socialisme’.
Toen hij uit de schaduw trad van zijn vader, die Noord-Korea van 1994 tot 2011 regeerde, begon Kim een reeks veelbelovende economische hervormingen in de landbouw en de industrie, en liet hij de traditionele markten grotendeels met rust. Het leverde het land een paar jaar van solide groei op. Maar na enkele jaren verlegde hij het accent van ‘boter’ naar ‘geweren’ en voerde hij een reeks kern- en raketproeven uit. Die brachten zelfs de formele bondgenoot China van streek en leidden eind 2017 tot strenge sancties van de VN-Veiligheidsraad. Enkele maanden later richtte Kim zich weer abrupt op de economie. In januari 2018 verklaarde hij zijn nucleaire afschrikmiddel als voltooid, en op een partijbijeenkomst in april van dat jaar zette hij een nieuwe strategische lijn uit die ‘alle inspanningen van de partij en het hele land zou richten op de socialistische economische opbouw’.
Kim werd steeds brutaler. In het voorjaar van 2018 benadrukte hij tegenover de nouveau riche van Noord-Korea (die bekendstaat als de donju) en de lankmoedige massa dat zijn echte strategische doelstelling economische ontwikkeling was. De wereld toonde zich echter geïnteresseerder in het theater van Kims ontmoeting met Donald Trump in Singapore in juni, waarbij internationale media gretig verslag deden van elke wending in het toneelstuk, al veroordeelden tv-commentatoren het theatrale karakter van deze top. Toen de twee mannen elkaar in februari daaropvolgend in Hanoi ontmoetten voor verdere onderhandelingen, was Kim open over wat hij wilde. Hij vroeg om verlichting van de sancties en bood in ruil daarvoor aan zijn belangrijkste nucleaire complex (in Yongbyon) te ontmantelen.
Het feit dat het niet tot een overeenkomst kwam, mag de betekenis van Kims verzoek niet verhullen. Het gaf ons de duidelijkste aanwijzing tot nu toe van wat hij wil en wat hij bereid is te geven om dat te krijgen. Door de stille mislukking van de top in Hanoi, die te wijten was aan het feit dat Trump geen belangstelling meer had voor een overeenkomst met Kim, was de kans verkeken om te zien hoe ver Kim bereid was te gaan. De pandemie die begin 2020 toesloeg en de verkiezing van Joe Biden tot president van de VS, later dat jaar, beperkten die kans nog verder.
Tekortkomingen
Steeds opnieuw bewees Kim dat hij een blijvende kracht was, en onder waarnemers in de VS en zijn bondgenoten ontstond een nieuw soort angst. Waar er eerder werd gespeculeerd over het schijnbare gevaar van een ophanden zijnde ineenstorting van Noord-Korea, hebben de vorderingen in het nucleaire programma van het land in de afgelopen tien jaar een omgekeerde angst aangewakkerd: dat Kim zich opmaakt om Zuid-Korea binnen te vallen en het Koreaans Schiereiland met geweld te herenigen. Maar een zorgvuldige analyse laat zien dat die vrees misplaatst is. De primaire ambitie van de Noord-Koreaanse machthebber voor 2032 is leiding geven aan een land dat niet langer wordt afgedaan als een economische achterblijver.
Regelmatig bekritiseerde Kim zichzelf in het openbaar voor zijn tekortkomingen als leider en voor de problemen waarmee het Noord-Koreaanse volk wordt geconfronteerd. In oktober 2020, tijdens de viering van de vijfenzeventigste verjaardag van de Arbeiderspartij, huilde Kim tijdens zijn toespraak vol berouw vanwege zijn falen om een eind te maken aan de ontberingen van het volk. Als Noord-Korea over tien jaar (hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt) uitgroeit tot de nieuwste ‘tijgereconomie’ van Azië, kan Kim zijn strategische lijn een briljant succes noemen en trots verkondigen dat hij na twee zwaarbevochten decennia eindelijk zijn oorspronkelijke belofte heeft ingelost. Een verhoging van de levensstandaard tot wat de Chinese communistische leiders ‘gematigde welvaart’ noemen, zou voor Kim een historische prestatie zijn. Zijn nalatenschap zou die van zijn vader en zijn grootvader, die geen van beiden de kunst van de economische ontwikkeling beheersten, volledig overtreffen.
De ernstigste bedreiging voor zijn bewind lijkt zijn persoonlijke gezondheid
Wil hij zijn ambitie van economische modernisering verwezenlijken, dan zal Kim echter moeilijke keuzes moeten maken. Zelfs voor het beste scenario, een door de staat geleid kapitalisme zoals in het communistische China en Vietnam, geldt dat de binnenlandse bronnen voor economische ontwikkeling beperkt zijn. Er is simpelweg niet voldoende investeringskapitaal, persoonlijke rijkdom of marktvraag om een drastische groei te genereren. Of zijn kameraden het nu leuk vinden of niet (en voor velen zal dat laatste gelden), Kim zal het land moeten openstellen als hij serieus werk wil maken van nationale welvaart.
De makkelijkste plek om op zoek te gaan naar meer handel en investeringen ligt aan de andere kant van de noordgrens, waar zowel China als Rusland oproept tot verlichting van de sancties en betere economische betrekkingen met Noord-Korea. Hoewel het handelsvolume met Rusland van oudsher vrij bescheiden is, is een aanzienlijke toename van de energie-import voorstelbaar nu andere landen zich van Russisch gas en olie ontdoen. En hoewel VN-resoluties landen verbieden om Noord-Koreaanse werknemers in dienst te nemen, zou er in de Russische oorlogseconomie vraag kunnen ontstaan naar vervangende arbeidskrachten in de bouw en bosbouw. China is ondertussen al lang de belangrijkste handelspartner en bron van buitenlandse investeringen voor Noord-Korea. Het handelsvolume zou snel kunnen toenemen als Kim de poorten openzet voor Chinese ondernemers en investeerders – inclusief de onlangs gebouwde, grotendeels ongebruikte Vriendschapsbrug die de twee landen met elkaar verbindt.
Er is één duidelijke tekortkoming in dit plan. Als Pyongyang niet van plan is zijn nucleaire afschrikmiddel overboord te gooien en een proces op gang te brengen dat kan leiden tot opheffing van de VN-sancties, zou Beijing moeten lobbyen voor versoepeling van die sancties of anders openlijk resoluties moeten schenden die het zelf heeft ondertekend. De eerste strategie zal waarschijnlijk niet werken, aangezien de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hun veto zullen uitspreken over het verlichten van sancties zolang er geen sprake is van wezenlijke denuclearisering. De tweede strategie zou problematisch zijn, omdat een schaamteloze overtreding van sancties China’s claim een verantwoordelijk lid van de Veiligheidsraad te zijn in diskrediet zou brengen. Een derde optie, waarbij wordt geprobeerd dergelijke grootschalige economische activiteiten geheim te houden, is functioneel onmogelijk gezien de intensieve bewaking van de land- en zeegrenzen van Noord-Korea.
Kim zou ook een doorbraak kunnen bewerkstelligen in zijn relatie met de Verenigde Staten
En dan is er nog een ander, minder voor de hand liggend probleem. Zelfs als Kim erin slaagt renminbi en roebels aan te trekken, wordt hij geconfronteerd met een duopolie in de buitenlandse handel. Pyongyang zou voor zijn macro-economische stabiliteit en toekomstige groei bijna volledig afhankelijk worden van twee landen. Kim erfde van zijn vader een gevaarlijke afhankelijkheid van China, wat precies de reden was waarom hij tijdens zijn eerste jaren aan de macht de betrekkingen met Xi Jinping zo sterk liet verslechteren en tot 2018 zelfs weigerde Beijing te bezoeken. Ondanks de warme woorden van ambtenaren dat de twee landen zo hecht zijn ‘als lippen en tanden’, zijn de betrekkingen tussen China en Noord-Korea gekleurd door wederzijds wantrouwen en zelfs minachting, iets wat teruggaat tot de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Als Noord-Korea een snelle groei weet te realiseren op basis van Chinees kapitaal, en daarbij vertrouwt op een Chinees defensieverdrag en Chinese diplomatie, zou dat de autonomie van het regime in gevaar brengen.
In plaats van te vertrouwen op het opkomende Chinees-Russische blok zou Kim ook een doorbraak kunnen bewerkstelligen in zijn relatie met de Verenigde Staten, wat een radicaal alternatief zou zijn. Als Noord-Korea het op een akkoord gooit met Washington, zou het land toegang kunnen krijgen tot een totaal nieuwe wereld van markten en zakenpartners. De dichtstbijzijnde bron van kapitaal zou Zuid-Korea zijn. Maar vanwege de kwetsbaarheid die dat oplevert voor de veiligheid van zijn regime zal Kim vermoedelijk minder bereid zijn om deze route te kiezen. Ongecontroleerde blootstelling aan de open samenleving en de politieke vrijheden van het Zuiden zou immers destabiliserend kunnen werken, en met hun economische geavanceerdheid zouden multinationals als Samsung, LG en Hyundai hun tegenhangers in het Noorden gemakkelijk kunnen overvleugelen. Maar Singapore en Vietnam, twee landen die Kim bezocht in 2018, het jaar van zijn topontmoetingen, zouden natuurlijke economische partners kunnen zijn met minder ideologische verplichtingen.
Deze tweede weg is veel ambitieuzer en gevaarlijker. Kim zou moeten voldoen aan basiseisen van de VS en Zuid-Korea op het gebied van veiligheid, zonder zijn eigen fundamentele veiligheid in gevaar te brengen door zijn nucleaire afschrikmiddel op te geven. Het Witte Huis zou zijn strategie ten opzichte van Noord-Korea radicaal moeten heroverwegen, en Washington zou bereid moeten zijn definitief te breken met het nucleaire afschrikkingsbeleid van de afgelopen drie decennia. Deze ontwikkeling zou onvermijdelijk voor enige instabiliteit zorgen in een systeem dat gebaseerd is op controle en isolatie. Maar daar staat wat tegenover: tegen 2032 zou Kim op weg kunnen zijn het lang nagestreefde doel te verwezenlijken en van Noord-Korea een ‘sterke en welvarende grote mogendheid’ te maken – iets wat zijn vader niet was gelukt.
Toekomst
Dit veronderstelt natuurlijk dat Kim Jong-un over tien jaar nog steeds aan het roer staat. Afhankelijk van zijn gezondheid kan hij zich vrij zeker voelen over zijn toekomst als leider. Toch zal hij spoedig op een ander probleem stuiten – een probleem dat alle heersers kennen: de kwestie van een troonopvolger. Als de berichten over Kims nageslacht juist zijn, dan studeert zijn oudste zoon in 2032 af aan de universiteit, waarmee hij in aanmerking komt voor het politieke voorbereidingsproces dat zijn vader en grootvader rond die leeftijd ondergingen. Ju-ae, de dochter die Kim onlangs aan de wereld toonde, heeft dan ook de studentenleeftijd bereikt en wil zich misschien mengen in de strijd om de kroon.
Als Kim vastbesloten is de weg te bereiden voor een regering van de vierde generatie, moet hij op zeker moment het opvolgingsproces in gang zetten. Hoewel de meeste Korea-deskundigen uitgaan van opvolging in de mannelijke lijn, is het mogelijk dat Kim kiest voor zijn dochter. Hij is zelf het product van tanistry (opvolging door de meest bekwame nakomeling) in plaats van eerstgeboorterecht. Kim promoveerde bovendien zijn zus Yo-jong naar een hoge functie, terwijl zijn oudere broer Jong-chul nauwelijks in beeld is. En vorig jaar benoemde Kim de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken van het land, Choe Son-hui.
Tenzij het regime ineenstort zal denuclearisering niet snel of helemaal niet gebeuren
Ook denkbaar is dat Kim het erfelijkheidsbeginsel helemaal afschaft. Misschien wil hij zijn kinderen deze ervaring besparen, of tonen zij er geen belangstelling of aanleg voor (hoewel Ju-ae al wel interesse lijkt te hebben voor langeafstandsraketten). Als de Koreaanse Arbeiderspartij tot het werkelijke bestuursorgaan van Noord-Korea zou worden bevorderd, in plaats van de familie Kim, zou het land meer gaan lijken op de communistische partijstaten China en Vietnam. Daarmee zou het regime zich ontdoen van een belangrijk onderdeel van zijn mythische legitimiteit, aangezien de opeenvolgende leiders een heilige ‘Paektu’-bloedband hebben met oprichter en ‘eeuwig president’ Kim Il-sung (de grootvader van de huidige leider). Ook als Kim Jong-un in 2032 lichamelijk en politiek gezond is, zal de kwestie van de opvolging steeds moeilijker te negeren zijn. Hoe hij met deze kwestie zal omgaan, zal bepalend zijn voor de derde tien jaar van zijn bewind.
Terwijl de NAVO zich concentreert op de Russische agressie in Oekraïne, en de Aziatische landen langs de Stille Oceaan zich zorgen maken over de rivaliteit tussen de VS en China, pakken zich het hele jaar al stormwolken samen boven het Koreaans Schiereiland. Noord-Korea ontwaakte uit de ongewone rust van de lockdown, toen vrijwel alle grensoverschrijdende handel was afgesloten, door de raketproeven te hervatten en het tempo ervan op te voeren. Pyongyang deed dit jaar al meer proeven dan ooit tevoren, en inlichtingendiensten verwachten dat een zevende kernproef elk moment kan plaatsvinden.
De confrontatie tussen Rusland en het Westen biedt Kim een kans. De oorlog van Vladimir Poetin heeft Xi Jinping in een lastig parket gebracht, omdat China probeert zijn speciale relatie met Rusland te behouden en tegelijkertijd de internationale kritiek af te wenden dat het niets doet om het geweld in Oekraïne te stoppen. Het uitgesproken verzet van Beijing tegen de sancties tegen Rusland wijst erop dat de twee permanente leden van de VN-Veiligheidsraad geen zin hebben om Pyongyang nieuwe economische sancties op te leggen (zoals al bleek uit de passiviteit van de Veiligheidsraad na de recente lancering van Kims intercontinentale raket). Intussen is er door de lage prioriteit die Washington aan het Noord-Koreabeleid toekent en het onverzoenlijke standpunt van de conservatieve regering in Seoel voor Kim niet veel aanleiding om van koers te veranderen.
Rocinante
Kim zou inderdaad kunnen besluiten dat hij de patstelling in de betrekkingen tussen de twee Korea’s het best kan gebruiken om binnenlandse politieke punten te scoren, door de nieuwe Zuid-Koreaanse president te verslaan in een wedstrijdje onverzettelijkheid. Trends voorspellen op de korte termijn stapsgewijze cycli van provocatie en tegenprovocatie op het Koreaans Schiereiland en de rest van de regio. Kim zou er ook op kunnen gokken dat een verdere versnelling van zijn strategische wapencapaciteit de beste manier is om gebruik te maken van de stilte in de diplomatie met de Verenigde Staten; dat zou hem in een sterkere positie kunnen brengen bij mogelijke onderhandelingen als Trump of een Trump-achtige figuur bij de verkiezingen van 2024 het Witte Huis verovert. Het is aan de regering-Biden om Kim ervan te overtuigen dat niet alleen de deur naar dialoog openstaat, maar dat het Witte Huis ook echt bereid is om tot een oplossing met Pyongyang te komen.
Sinds het einde van de Koude Oorlog willen Amerikanen – zowel Democraten als Republikeinen – maar één enkel hoofddoel bereiken als het gaat om Noord-Korea: denuclearisering. Maar tenzij het regime ineenstort of er een onverwachte, catastrofale oorlog uitbreekt zal dit niet snel of helemaal niet gebeuren, dat is het enige waar vrijwel alle deskundigen het over eens zijn. En toch blijft de regering-Biden, net als haar voorgangers, koppig vechten tegen de windmolens en vasthouden aan ‘volledige, controleerbare en onomkeerbare denuclearisering’. Op hun eigen Rocinante (het trouwe ros van Don Quichot) rijden ze naar de Veiligheidsraad en het ministerie van Financiën om een lans te breken voor meer sancties.
Maar hoe vaak zij hun lansen ook tonen, de windmolen blijft draaien – en steeds sneller. De discussie onder deskundigen en analisten is op een punt van diepe vermoeidheid aanbeland, een soort van collectieve berusting in de hardnekkige tegenstrijdigheid van de politieke wil. Kim Jong-un zal, net als elke leider, zijn eigen macht, de stabiliteit van het regime of de nationale veiligheid niet in gevaar brengen omwille van economische ontwikkeling, en een nucleaire afschrikking is van essentieel belang voor alle drie. Hij zal onze keuze tussen geweren en boter niet accepteren. Maar ondertussen is het zijn eigen onmogelijke droom om te kunnen regeren over een welvarende natie, waarin de schrijnende armoede van vandaag tot het verleden behoort en meer mensen eindelijk in staat zullen hun gezin te voeden. Moeten we deze windmolen blijven bevechten?
De eerste, voorzichtige contouren van een serieuze overeenkomst lagen in 2018 op tafel. Nu het tempo van de kernproeven in het Noorden en de gezamenlijke militaire oefeningen in het Zuiden steeds verder wordt opgevoerd, is het tijd om opnieuw te bekijken wat voor toekomst er mogelijk is. Met andere woorden: we moeten Noord-Korea behandelen zoals het werkelijk is en begrijpen wat Kim wil, en waar hij zijn land naartoe wil leiden in zijn volgende tien jaar als machthebber. Misschien is de beste optie voor hem ook de beste voor ons.
Carroll claimt dat Trump haar heeft verkracht in de jaren negentig
De Amerikaanse auteur E. Jean Carroll heeft woensdag haar getuigenis afgelegd in een strafzaak tegen oud-president Donald Trump. Carroll zegt in de jaren negentig door Trump te zijn aangerand in een warenhuis in New York, schrijft The Washington Post. De oud-president, die niet aanwezig is bij de strafzaak, heeft de gebeurtenis ontkend en noemde de schrijfster een leugenaar.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Hoewel de uitkomst van de verkrachtingszaak geen invloed heeft op de presidentiële kandidatuur van Trump, kan een eventuele veroordeling wel zorgen voor verdere reputatieschade. Vóór zijn presidentschap kwam al diverse keren naar voren dat Trump vrouwonvriendelijk gedrag vertoonde. Meerdere vrouwen beschuldigen hem van aanranding.
Carroll wil een financiële compensatie voor het trauma dat ze naar eigen zeggen aan de verkrachting heeft overgehouden. Ook eist ze genoegdoening voor de reputatieschade die ze zou hebben opgelopen door Trump. Dat ze pas kort geleden een rechtszaak aanspande tegen de oud-president zou te maken hebben met haar angst het op te nemen tegen een invloedrijk en machtig persoon die haar carrière kapot kan maken.
De 80-jarige maakt volgende week zijn kandidatuur bekend
De Amerikaanse president Joe Biden maakt naar verwachting volgende week zijn kandidatuur voor het presidentschap van de Verenigde Staten bekend. Dat meldt de Washington Post. Zijn campagneteam zou bezig zijn de puntjes op de i te zetten rondom de aankondiging en hoogstwaarschijnlijk dinsdag met de mededeling komen.
Een van de belangrijkste redenen dat Biden zich herkiesbaar stelt is dat er binnen de Democratische Partij weinig andere kandidaten zijn. Daarnaast zou hij zijn programma nog niet volledig hebben kunnen uitvoeren en hoopt hij de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden te heroveren om zo makkelijker wetten door het Congres te krijgen.
Biden, die momenteel tachtig jaar is, kan bij herverkiezing zijn eigen record van oudste president ooit van de VS aanscherpen. Wordt hij herkozen, dan is hij zesentachtig jaar bij het einde van zijn ambtstermijn. Tijdens de verkiezingen is er een kans dat hij het weer moet opnemen tegen Donald Trump, die hoopt kandidaat voor de Republikeinse Partij te worden.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.