Ghannouchi is de belangrijkste tegenstander van president Saied
De Tunesische autoriteiten hebben maandag Rached Ghannouchi, de leider van de op islam geïnspireerde oppositiepartij Ennahdha, gearresteerd. Ghannouchi is een van de belangrijkste tegenstanders van president Kais Saied.
De eenentachtigjarige voorman van Ennahdha was voorzitter van het parlement dat in juli 2021 door het staatshoofd werd ontbonden. Hij is het prominentste oppositielid dat sinds de staatsgreep is gearresteerd. Volgens de Tunesische nieuwswebsite Kapitalis is zijn arrestatie uitgevoerd op bevel van de antiterrorisme-eenheid van het Openbaar Ministerie.
Tegenstanders van Saied beschuldigen hem ervan een autocratisch bewind te voeren in Tunesië
Ghannouchi werd opgepakt naar aanleiding van berichten in de media dit weekend waarin hij zou hebben gezegd dat er in Tunesië een ‘burgeroorlog’ zou dreigen als de politieke islam, waaruit zijn partij voortkomt, zou worden uitgeroeid. Sinds begin februari hebben de autoriteiten meer dan twintig tegenstanders en belangrijke figuren opgepakt, waaronder voormalig ministers, zakenlieden en de eigenaar van het meest beluisterde radiostation van het land, Radio Mosaïque.
President Saied beweert dat de arrestanten ‘terroristen’ waren die betrokken waren bij een ‘samenzwering tegen de staatsveiligheid’. Tegenstanders van Saied beschuldigen hem ervan opnieuw een autocratisch bewind te voeren in Tunesië, dat meer dan tien jaar geleden als enige democratie uit de opstanden van de Arabische Lente in het Midden-Oosten is voortgekomen, schrijft The Guardian.
Macron: ‘Een bondgenoot van de VS is iets anders dan een vazal’
De Franse president ‘houdt vast aan zijn controversiële woorden over Taiwan en herhaalt dat een bondgenoot zijn van de VS wat anders is dan een “vazal” zijn’, aldus The Guardian. Aan het eind van zijn staatsbezoek aan Nederland leek Emmanuel Macron de uitspraken te bevestigen die hij zondag in een interview deed, waarin hij stelde dat Europa onafhankelijker van de VS moet optreden.
Macron, die vorige week China bezocht, zei dat het Franse en Europese beleid inzake Taiwan ‘niet is veranderd’, ondanks de woede over zijn uitspraken met betrekking tot de strategische autonomie van Europa. ‘Frankrijk is voor de status quo in Taiwan’ en voor een ‘vreedzame oplossing van de situatie’, voegde hij eraan toe.
Macron had gewaarschuwd dat we ons niet moeten laten meeslepen door door een ‘Amerikaans ritme en een Chinese overreactie’
Het interview waarin hij deze uitspraken deed, gaf hij precies op het moment dat China militaire oefeningen hield voor de kust van Taiwan als reactie op een ontmoeting tussen de president van Taiwan, Tsai Ing-wen, en de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, Kevin McCarthy, in Los Angeles. In het interview waarschuwde Macron dat we ons niet in een crisis over Taiwan moeten laten meeslepen door een ‘Amerikaans ritme en een Chinese overreactie’.
Zijn oproep tot meer economische en defensieve soevereiniteit voor Europa is op zich niet nieuw en werd pas bekritiseerd toen hij in het kader van deze soevereiniteit Europa opriep zich te distantiëren van de VS in de kwestie-Taiwan. Hij voegde eraan toe dat Europa ‘niet betrokken moet raken bij wanorde in de wereld en bij crises die niet de onze zijn’.
Macron hield een toespraak over de toekomst van Europa
De Franse president Emmanuel Macron was dinsdag in Den Haag om een toespraak te houden voor studenten over de toekomst van Europa. Daarbij werd hij in de rede gevallen door demonstranten die protesteerden tegen de manier waarop de Franse president zijn pensioenhervormingen doordrukt en reageert op de protesten. ‘Waar is de Franse democratie?’ riepen de jonge demonstranten, terwijl ze een spandoek ontvouwden waarop in het Engels ‘president van geweld en hypocrisie’ te lezen viel.
Het incident volgde op ‘een veel grotere storm van verontwaardiging die Macron onlangs ontketende’ door in een interview te zeggen dat Europeanen geen ‘navolgers’ van de VS of China moeten zijn in de kwestie-Taiwan, maar de middenweg moeten kiezen, schrijft Die Welt.
‘Macron liet zich niet ontmoedigen door de onruststoker’
‘Politiek analisten hadden gehoopt dat Macron de toespraak in Den Haag zou aangrijpen om alle misverstanden uit de weg te ruimen, maar dat was niet het geval. Macron liet zich niet ontmoedigen door de onruststokers en het vooruitzicht van een diplomatieke crisis met de VS.’
Tijdens zijn dertig minuten durende toespraak pleitte de Franse president voor meer Europese autonomie op economisch gebied. Hij benadrukte de noodzaak van hervormingen om het concurrentievermogen van Europa te versterken, en van beleid dat gericht is op het beschermen van de eigen industrie, een onderwerp dat lange tijd ‘taboe was in Europa’. De toespraak van Macron in Den Haag maakte deel uit van zijn staatsbezoek in Nederland, dat vandaag wordt afgesloten.
De minister sprak zich uit tegen de justitiële hervormingen
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die in politieke problemen verkeert, heeft maandag zijn besluit om defensieminister Yoav Gallant te ontslaan teruggedraaid. Netanyahu verwijst daarbij naar de escalerende veiligheidscrisis in het land. De premier had in maart aangekondigd dat hij de minister zou ontslaan, maar dit besluit is nooit in werking getreden, schrijft Haaretz.
Twee weken geleden drong de minister van Defensie er bij de regering op aan haar controversiële justitiële hervormingsproject op te schorten, wat voor Netanyahu de aanleiding was om zijn ontslag aan te kondigen. Maandagavond beschuldigde de premier tegenstanders van de hervorming ervan verantwoordelijk te zijn voor de verslechtering van de veiligheidssituatie en de golf van terreur die Israël op dit moment overspoelt.
Reservisten hadden gedreigd niet in het leger te zullen dienen indien de hervormingen worden aangenomen
De premier richtte zich in het bijzonder tot de reservisten die hadden gedreigd niet in het leger te zullen dienen indien de justitiële hervorming wordt aangenomen. Hij zei dat hun besluit de vijanden van Israël ‘een kans bood’ om het land aan te vallen. Netanyahu hield zijn toespraak nadat peilingen hadden uitgewezen dat de conservatieve regeringscoalitie niet aan de macht zou kunnen blijven als er vandaag verkiezingen zouden worden gehouden, merkt Haaretz op.
Na de toespraak van gisteravond braken opnieuw protesten uit. Honderden mensen gingen de straat op om hun ongenoegen over Netanyahu’s verwijten te laten merken. Acht mensen werden gearresteerd nadat demonstranten een centraal gelegen knooppunt en een snelweg geblokkeerd hadden.
De Salvadoraanse president wordt vanwege zijn harde optreden tegen bendegeweld ervan beschuldigd de mensenrechten te schenden en de democratie af te breken. Maar in de regio is zijn mano dura-aanpak voor velen een voorbeeld.
Volgens critici heeft Nayib Bukele, de president van El Salvador, zich ontwikkeld tot een meedogenloze hardliner, die eerlijke rechtsgang en andere civiele bescherming met voeten treedt. Maar in Latijns-Amerika heeft hij met zijn gemilitariseerde optreden tegen bendes een fanclub verworven die maar blijft groeien. Prominente politici en doorsneeburgers tonen bewondering voor zijn beleid. Niet alleen in aangrenzende landen, maar ook in het verder gelegen Peru en Chili. Ze wensen dat hun eigen land een soortgelijke aanpak volgt.
Na de mano dura – de aanpak met harde hand die escaleerde toen Bukele afgelopen maart de uitzonderingstoestand afkondigde – is het aantal moorden in El Salvador teruggedrongen en keerde relatieve veiligheid terug in steden en dorpen die jarenlang door geweld werden geteisterd. Maar daarmee is ook het recht op een eerlijk proces nagenoeg verdwenen voor degenen die ervan worden beschuldigd lid van een bende te zijn. Ongeveer zestigduizend Salvadoranen werden in minder dan een jaar tijd gevangengezet. De regering van Bukele werd het doelwit van berispingen en sancties van de VS en is door mensenrechtenorganisaties veroordeeld. Maar in veel delen van Latijns-Amerika zijn de reacties een stuk positiever.
Bukele is bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land
In het door geweld geteisterde Guatemala en Honduras hielden burgers pro-Bukele-demonstraties en tijdens het bezoek van de Salvadoraanse president aan die landen werd hij toegejuicht. De minister van Veiligheid van Costa Rica, Jorge Torres, riep zijn regering op om Bukele na te volgen. Rodolfo Hernández, de bij de presidentsverkiezingen van Colombia nipt werd verslagen, reisde vóór de verkiezingen af naar San Salvador, om het beleid van Bukele uit eerste hand te observeren. Rafael López Aliaga, burgemeester van de Peruaanse hoofdstad Lima en rechtse presidentskandidaat, beloofde een ‘Bukele-strategie’ om de stedelijke criminaliteit aan te pakken. Zelfs in het verre Chili, waar de criminaliteit sterk toeneemt, waren pro-Bukele-demonstraties een veelbesproken onderwerp op sociale media.
Critici van Bukele in Latijns-Amerika daarentegen zijn opmerkelijk dun gezaaid. De Ecuadoriaanse president Guillermo Lasso, die door critici onder druk werd gezet om zich uit te spreken over de verslechterende veiligheidssituatie in eigen land, vond dat Bukele te ver was gegaan. Hij klonk als een roepende in de woestijn. Niet zo gek, want een recente opiniepeiling laat zien dat Bukele bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land.
Weldoener
De soft power van Bukele – ongewoon voor een president van zo’n klein land – is de vrucht van jarenlange diplomatieke arbeid. Al voordat hij in 2019 president werd gaf hij aan dat hij de banden met zijn buurlanden wilde aanhalen, maar zijn echte kans kwam daarna. Het lanceerplatform werd de pandemie, die de doodsklok luidde voor zittende presidenten in de hele regio.
Om zijn internationale imago te promoten profiteerde hij van de relatief doeltreffende – zij het draconische – reactie van zijn regering op de pandemie. In mei 2021 schonk zijn land 34.000 vaccins aan juichende menigtes in Honduras, waar een tekort was ontstaan door corruptie en incompetentie. Nadat verwoestende orkanen de regio troffen, stuurde zijn regering ook medische noodhulp naar Honduras en Guatemala en bood zij aan om Nicaraguaanse artsen in dienst te nemen die waren ontslagen omdat ze kritiek hadden geuit op de dictatuur van Daniel Ortega. Net als zijn jeugdidool Hugo Chávez lapte Bukele de presidentstermijnen aan zijn laars en zuiverde hij de rechterlijke macht in eigen land. Ondertussen cultiveerde hij het imago van weldoener in het buitenland, om zijn regering te beschermen tegen kritiek.
In 2023 lijkt Bukele dat script te herhalen, alleen exporteert hij nu zijn veiligheidsbeleid. De Salvadoraanse minister van Veiligheid, Gustavo Villatoro, vertelde eind vorig jaar aan de Hondurese El Heraldo dat de Salvadoraanse autoriteiten sinds afgelopen maart regelmatig bijeenkomen met hun Guatemalteekse en Hondurese collega’s om informatie uit te wisselen over het gaan en staan van verdachte bendeleden die de grens oversteken. Een bendeleider die werd gezocht voor een reeks moorden werd in december door Guatemala overgedragen aan El Salvador, en de Hondurese president Xiomara Castro stuurde militaire politie naar de grens met El Salvador om te voorkomen dat verdachte criminelen die zouden oversteken. ‘Wat we in El Salvador hebben bereikt, is haalbaar voor alle landen,’ zei Villatoro na een bijeenkomst in februari waar de ministers van Veiligheid van Mexico, de Dominicaanse Republiek en verschillende Centraal-Amerikaanse landen besloten tot coördinatie van hun strategie tegen bendes.
De trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador zouden Bukele de wind uit de zeilen kunnen nemen
Ideologie lijkt niet te bepalen welke buitenlandse volgelingen zich aansluiten bij Bukele. Castro, die als links politicus campagne voerde met de bedoeling het misbruik door de veiligheidstroepen van Honduras aan banden te leggen, noemde Bukele een lichtend voorbeeld. Castro heeft in zestien van de achttien departementen van het land de permanente uitzonderingstoestand uitgeroepen – massale aanhoudingen laten nog op zich wachten. De conservatieve Zury Ríos, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze dit jaar de aan kop zal gaan bij de presidentsverkiezingen in Guatemala, prijst op sociale media het veiligheidsbeleid van Bukele en heeft banden gesmeed met zijn getrouwen.
Porfirio Chica, een Salvadoraanse mediastrateeg die nauw heeft samengewerkt met Bukele, vertelde Americas Quarterly dat Ríos hem tweemaal heeft geraadpleegd over de politieke strategie in het kader van de komende verkiezingen. Hij merkt daarbij op dat Bukele de soevereiniteit van zijn buren altijd strikt heeft gerespecteerd. De invloed van het veiligheidsbeleid van Bukele reikt nog veel verder. In januari verklaarde de Salvadoraanse vicepresident Félix Ulloa dat regeringsambtenaren een ontmoeting hadden met de Haïtiaanse premier Ariel Henry. Hij wil in Port-au-Prince een agentschap vestigen om een strategie te ontwikkelen tegen bendes in Haïti.
De ideeën en retoriek van Bukele verspreiden zich nog steeds snel, maar het is niet duidelijk hoe ver hun invloed werkelijk reikt. Verschillende krachten zouden hem de wind uit de zeilen kunnen nemen – bijvoorbeeld de trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador. Het IMF voorspelt dat deze tegen 2027 – mede gevoed door de dure campagne tegen bendegeweld en de populistische economische hervormingen – 97,5 procent van het bbp zal bedragen. De regering zal de uitgaven moeten beperken, want dat politie en soldaten gratis gaan patrouilleren, is onwaarschijnlijk.
Diversiteit
De diversiteit van Midden-Amerika, die voor landen al vaker een sta-in-de-weg is geweest om onderling te integreren, is een ander potentieel obstakel. De regeringen in Guatemala en Honduras hebben te maken met een groter, geografisch diverser gebied en met andere betrokken maatschappelijke organisaties. Die zien het waarschijnlijk niet zitten om de agressievere handhavingsmethode van Bukele te kopiëren. In Costa Rica, en wellicht ook in de Dominicaanse Republiek en Panama, kan het relatief sterke rechtssysteem een rem zijn, als daar de aanpak van Bukele wordt geïmiteerd. Ook burgers zelf kunnen zich ertegen verzetten. Bukele heeft zich weliswaar gepresenteerd als een moderne Francisco Morazán – de negentiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijder die een groot deel van Midden-Amerika verenigd wilde houden – voor anderen doet hij juist denken aan Operatie Condor.
De zoektocht van Bukele naar soft power in Latijns-Amerika is vooralsnog te succesvol om hem nu al af te schrijven. Gewelddadige criminaliteit, de voedingsbodem voor zijn soort beleid, is vrijwel overal in Latijns-Amerika een groot probleem. Zowel burgers van Chili en Ecuador, waar het altijd rustig is geweest, als die van chronisch gewelddadige landen zoals Haïti, Honduras en Colombia, hebben conventioneel veiligheidsbeleid al te vaak zien mislukken. Voor velen is de aantrekkingskracht van Bukele juist zijn radicale aanpak van misdaad. Mano dura-presidenten in de regio die hem voorgingen – zoals Antonio Saca van El Salvador of Otto Perez Molina van Guatemala – lijken vergeleken met hem voorzichtig en gezagsgetrouw. Vooralsnog nemen de ambtsgenoten van Bukele er nota van.
Politie onderzoekt woning van Murrell en oud-premier Sturgeon
Peter Murrell, voormalig voorzitter van de Scottish National Party (SNP), werd woensdagochtend gearresteerd in het kader van een onderzoek naar de financiering van de partij, ‘en ’s avonds zonder aanklacht vrijgelaten’, meldt The Scotsman. De echtgenoot van voormalig premier Nicola Sturgeon nam in maart ontslag, verstrikt in een controverse over de ledenaantallen van de SNP.
Volgens de politie was Murrell ‘gearresteerd als verdachte’ en is hij vrijgelaten ‘in afwachting van lopend onderzoek’, bericht The Guardian. Rechercheurs doorzochten woensdag het huis in Glasgow van Murrell en Sturgeon en het hoofdkwartier van de partij in Edinburgh.
De politie doet onderzoek naar 600.000 pond aan donaties voor een onafhankelijkheidsreferendum
De politie had een onderzoek ingesteld na klachten over de manier waarop de SNP omging met meer dan 600.000 pond aan donaties die de partij had opgehaald om campagne te voeren voor een tweede onafhankelijkheidsreferendum. Er wordt beweerd dat het geld in plaats daarvan werd gebruikt om de lopende kosten van de partij te dekken. De partij verklaarde dat alle donaties ’geoormerkt’ waren voor onafhankelijkheidsgerelateerde campagnes.
Frankrijk heeft de Holodomor, een door de mens veroorzaakte hongersnood in de jaren 1932-1933, erkend als genocide op het Oekraïense volk. Honderdachtenzestig afgevaardigden van de Nationale Vergadering, het Lagerhuis van het Franse parlement, stemden voor de resolutie en twee stemden tegen, bericht The Kyiv Independent.
De Holodomor vond plaats onder Jozef Stalins bewind in de Sovjet-Unie en kostte naar schatting 3,5 tot 5 miljoen Oekraïners het leven. De Oekraïense regering heeft de internationale gemeenschap opgeroepen de hongersnood als genocide te erkennen.
President Zelensky van Oekraïne sprak gisteren zijn dank uit richting Frankrijk. Hij noemde de stemming ‘belangrijk’ en voegde eraan toe ’dat Frankrijk een stevige bijdrage levert aan het blootleggen van de vroegere en huidige misdaden van het totalitaire Rusland en op die manier opkomt voor waarheid en gerechtigheid, en de dader op zijn aansprakelijkheid wijst’.
‘De Nationale Vergadering heeft duidelijke gemaakt dat dergelijke misdaden nooit zullen worden vergeten’
Ook de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Dmytro Koeleba heeft gereageerd: ‘Met deze historische stemming heeft de Nationale Vergadering duidelijk gemaakt dat dergelijke misdaden nooit zullen worden vergeten en nooit mogen worden herhaald.’
Hiermee sluit Frankrijk zich aan bij IJsland, dat de Holodomor op 23 maart als genocide erkende, en bij België, dat dit op 10 maart deed. Landen als Tsjechië, Duitsland, Roemenië, Ierland en Bulgarije hadden de hongersnood al eerder als genocide erkend. In december 2022 erkende ook het Europees Parlement de Holodomor officieel als genocide en drong het er bij Rusland op aan om officieel spijt te betuigen voor de wreedheden van het Sovjetregime.
Benjamin Netanyahu is gegijzeld door de extreemrechtse ‘bendes’ waarmee hij zijn nieuwe regering heeft gevormd, schrijft de rechtse Israëlische krant Yediot Aharonot. Voor zowel Israël als voor de Westelijke Jordaanoever moet het ergste worden gevreesd.
Mohammed bin Salman, de feitelijke heerser van Saoedi-Arabië, werd ooit gevraagd waarom hij honderden miljoenen dollars uitgaf aan dingen die hij niet nodig had. ‘Omdat het kan,’ antwoordde hij. Ik kom later terug op de Saoedische kroonprins en de plaats die hij inneemt in Netanyahu’s dromen. Het is voor nu echter urgenter om te doorgronden waarom momentele bendes extremistische politici – die geen enkele feeling hebben met het werkelijke leven van de meerderheid van de Israëli’s – de agenda van de nieuwe regering dicteren. Het antwoord is simpel: omdat het kan.
De coalitieakkoorden van de regering-Netanyahu VI omvatten een reeks grensverleggende wetten, veranderingen in de staatsstructuur, afwijkende begrotingsbeloften en politieke doelstellingen die Israël en de Westelijke Jordaanoever op hun kop zullen zetten. De echte man van het jaar in Israël is duidelijk niet Benyamin Netanyahu, noch Itamar Ben-Gvir (leider van de partij Otzma Yehudit oftewel Joodse Kracht), noch Bezalel Smotrich (leider van de partij Hatzionut Hadatit oftewel Religieus Zionisme).
De man van het jaar is niemand minder dan Meir Kahane, iets meer dan tweeëndertig jaar nadat hij werd vermoord op 5 november 1990 in Manhattan. Kahane is niet herrezen. De werkelijkheid is veel erger: de kahanisten hebben gewonnen en het kahanisme regeert nu over Israël. [Het kahanisme is een extremistische religieuze zionistische ideologie. Kahane was onder andere van mening dat de meeste Arabieren die in Israël wonen vijanden zijn van de joden en van Israël zelf, en dat er een joodse theocratische staat moest worden gecreëerd, waar niet-joden geen stemrecht hebben.]
Een arts heeft dan het recht om bezwaar te maken tegen het behandelen van patiënten vanwege hun seksuele geaardheid
Kijk bijvoorbeeld naar de bombastische minister van Nationale Missies Orit Strock (lid van Religieus Zionisme en de rechtse leider van de Joodse nederzetting in Hebron) en Simcha Rothman (van dezelfde partij en voorzitter van het Justitiële Comité). Zij leggen ons uit dat er een wet zal worden aangenomen en uitgevoerd die het mogelijk maakt om zorg aan patiënten te weigeren op grond van hun geloofsovertuiging.
Als ook de halacha, de oude joodse traditie van vóór de diaspora, die relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht verbiedt, wordt nagevolgd, kan een lhbtq-persoon, zoals Likoed-voorzitter Amir Ohana in de Knesset, door een hotelmanager worden geweigerd. Een arts heeft dan het recht om bezwaar te maken tegen het behandelen van patiënten vanwege hun seksuele geaardheid. Laten we eerlijk zijn: in de praktijk zal het niet alleen om lhbtq-mensen gaan, maar ook om vrouwen en uiteraard om Israëlische Arabieren. Waarom? Omdat het kan.
Wat kan Benjamin Netanyahu tegen deze giftige stroming ondernemen? Hij heeft zichzelf ervan overtuigd dat, zodra hij het premierschap weer heeft hervat, de zon zal schijnen, alles zal kalmeren en zijn coalitiepartners zich aan zijn natuurlijk gezag zullen onderwerpen. De nieuwe minister van Justitie, Yariv Levin [van Likoed], zal de juridische kwestie regelen – de enige waarover in het rechtse blok een echte consensus bestaat, vanwege gemeenschappelijke belangen en gedeelde doelstellingen. [Dit gaat over het voorstel om de mogelijkheid te beperken wetten die in het parlement zijn aangenomen te herroepen, wat ook de slepende corruptiezaak tegen Netanyahu zal beïnvloeden.] Andere extremistische eisen zullen versnipperd raken. Aan sommige zal worden voldaan in de vorm van afgezwakte wetten. Andere wetten zullen worden ingeperkt, en weer andere zullen door het verzet van hoge ambtenaren en het Hooggerechtshof worden vermorzeld.
Bondgenoten
We kunnen een ongekende situatie verwachten. Netanyahu vertrouwt op de Amerikaanse regering, de Europese Unie en de Arabische oliemonarchieën in de Golf die vredesverdragen met Israël hebben ondertekend. Nu hij zich objectief gezien ter linkerzijde van zijn eigen regering bevindt, zit Netanyahu in een lastig parket.
Zozeer zelfs dat hij denkt dat de Verenigde Staten van Joe Biden en de Europese Unie hem in staat zullen stellen een soort linkervleugel vorm te geven. Althans, als we correct interpreteren wat hij onze internationale bondgenoten heeft voorgesteld. Zo’n nieuwe vleugel zal zijn coalitie weer wat meer in balans brengen.
Dit bizarre spel werkt echter maar tot op zekere hoogte
Dit bizarre spel werkt echter maar tot op zekere hoogte. De Amerikanen zullen Netanyahu vooral helpen door hem beleefd te bekritiseren en de klachten van zijn coalitiepartners en hemzelf stilletjes aan te horen. Maar dat is niet genoeg. Want in tegenstelling tot wat de meeste Israëli’s denken, is Israël niet langer het centrum van de Amerikaanse wereld.
De Amerikanen worstelen met dringender problemen: de economische recessie, de peperdure betrokkenheid bij de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, het wereldwijde conflict met China, de coronacrisis, enzovoort. Het enige wat Washington van Netanyahu verwacht, is dat hij het Midden-Oosten niet in brand steekt, en Iran al helemaal niet.
Besmettelijk
Tot op zekere hoogte zal Mohammed bin Salman een rol spelen in de nieuwe ontwikkelingen. Dat zou ons zorgen moeten baren, want het regime dat de komende jaren in Israël kan worden gevestigd begint steeds meer te lijken op het Saoedische regime. Religieus en nationalistisch fanatisme werkt besmettelijk. Hetzelfde geldt voor corruptie van de overheid.
Netanyahu houdt zichzelf voor de gek als hij denkt dat hij zijn extreemrechtse ministers in bedwang kan houden. Misschien lukte hem dat met de Likoed van vroeger, maar niet met deze hordes die zich ‘religieuze zionisten’ of ‘Joodse kracht’ noemen. Hun karakter is anders, hun politieke belangen zijn anders.
Er staan ernstige dingen te gebeuren in Israël
Oké, dacht Netanyahu ongetwijfeld bij zichzelf; als ze erin volharden om wilden te blijven, dan schop ik ze eruit. Net zoals ik dat in het verleden met enkele van mijn ministers deed. Waarom? Omdat het kan. Het belangrijkste is dat ik, zelfs als overgangspremier, tot de volgende verkiezingen kan blijven zitten in Balfour Street (de ambtswoning van de premier). Of tot het einde der tijden. Omdat het kan.
Maar Benjamin Netanyahu bepaalt niet langer de gang van zaken. Er staan ernstige dingen te gebeuren in Israël. Er zullen schandalige en racistische wetten worden aangenomen en explosieve begrotingen worden goedgekeurd. Het Hooggerechtshof zal worden geneutraliseerd, onschuldige mensen zullen het leven verliezen. De betrekkingen tussen seculiere en ultraorthodoxe Joden en tussen Israëlische Joden en Arabieren zullen verder verslechteren. En buitenlandse en Israëlische investeerders zullen ervandoor gaan; dat dreigden ze al te doen toen werd ontdekt welke portefeuilles aan ultraorthodoxe geestelijken waren toevertrouwd.
Robert D. Kaplan was een van de meest prominente voorstanders van de oorlog in Irak. De voormalige adviseur van George W. Bush worstelt daar nog steeds mee. Bij de twintigste verjaardag van de invasie schreef hij een boek dat lessen bevat voor het conflict in Oekraïne.
Het stadje Stockbridge, in het verre westen van Massachusetts, is een toevluchtsoord voor de rijken en hoogopgeleiden van Boston en New York. Hier hebben zij hun ‘cottages’, landhuizen in New England-stijl. Een van de wijken van deze gemeenschap met tweeduizend inwoners, gelegen aan de voet van de Berkshire Mountains, heet Interlaken. Stockbridge is een goede plek om je terug te trekken van het gekrakeel van de Amerikaanse buitenlandse politiek, militaire avonturen en oorlogen.
Afstand biedt overzicht. Aan de muren in de werkkamer van Robert D. Kaplan hangen kaarten. Een raam biedt uitzicht op een rivier. Aan de andere oever is een golfbaan te zien met daarachter de torens van een kerk en een monument voor veteranen. ‘Het lijkt hier landelijk,’ zegt Kaplan, ‘maar dat is misleidend.’ Kaplans verschijning – spijkerbroek, sportschoenen en zijn bescheiden toon – verhult zijn intellectuele kaliber.
Kaplan is een van de meest invloedrijke politieke denkers in de VS en ook een van de meest bereisde. Hij werd geboren in New York en woonde als jongeman in Portugal, Israël en Griekenland. Vanuit Oost-Europa, Afrika, het Midden-Oosten en Azië deed hij verslag voor kranten als The Wall Street Journal. Zijn boek over het uiteenvallen van Joegoslavië, The Ghosts of the Balkans, was leesvoer voor Bill Clinton toen de NAVO ingreep in de Bosnische oorlog. Zijn essay The Coming Anarchy waarschuwde al vroeg voor de politieke gevolgen van klimaatverandering, verstedelijking en bevolkingsgroei in het mondiale Zuiden.
Verstikkend
In zijn nieuwe boek The Tragic Mind analyseert Kaplan een beslissing die precies twintig jaar geleden werd genomen. Die beslissing wordt nog steeds beschouwd als een van de grootste blunders van het Amerikaanse buitenlandse beleid en stortte Kaplan zelf, zoals hij schrijft, in een ‘klinische depressie’: de invasie van Irak, die begon op 20 maart 2003.
Kaplan maakte destijds deel uit van het team van adviseurs van president George W. Bush. Hoe kon het gebeuren dat uitgerekend hij, een van de nuchterste geopolitieke waarnemers van zijn land, zo’n prominente voorstander werd van de oorlog in Irak? En wat heeft hij ervan geleerd?
Kaplan kende Irak, want hij had door het land gereisd in de jaren tachtig, op het hoogtepunt van de dictatuur van Saddam Hoessein. De sfeer van geweld, schrijft hij, ‘was even verstikkend als de hitte en het stof buiten de muren van het presidentiële paleis, dat met machinegeweren werd bewaakt’. In de oorlog tegen Iran en tegen de Koerden in Noord-Irak had Saddam gifgas gebruikt, en Kaplan zag in 1984 de slachtoffers in de moerassen van Huwaisa aan de Tigris. Daar lagen de lichamen van Iraanse soldaten, op elkaar gestapeld door Saddams troepen. ‘De Irakezen waren er trots op.’
Die ervaring vormde hem. Kaplan had verslag gedaan in Syrië, Sierra Leone en het Roemenië van Nicolae Ceaușescu. ‘Maar dat soort tirannie had ik nog nooit meegemaakt,’ zegt hij. ‘Het voelde alsof je niet kon ademen. Ik vroeg me af: bestaat er nog iets ergers dan dit?’
‘Ik had mijn emoties laten prevaleren boven een onpartijdige analyse’
In november 2001 woonde hij op uitnodiging van de onderminister van Defensie een geheime vergadering bij en werkte hij mee aan een intern document waarin werd gepleit voor de invasie van Irak. ‘Destijds dacht ik vooral aan het veiligheidsaspect,’ zegt Kaplan nu. De luchtafweer van Saddam had het vuur geopend op Amerikaanse vliegtuigen in de twee noflyzones, ‘dus de vrees bestond dat een Amerikaanse piloot zou worden neergeschoten en door de straten van Bagdad zou worden gesleept’.
Kaplan was niet de enige die zich uitsprak voor de invasie, die uitmondde in een conflict dat meer dan honderdduizend levens kostte. Het Amerikaanse Congres stemde in beide Huizen voor, met in de Senaat onder meer de latere presidentskandidaten Hillary Clinton en John Kerry en de huidige president Joe Biden.
Anders dan veel politici, is Kaplan echter bereid om zijn besluit te herzien en hij spaart zichzelf daarbij niet: ‘Ik had mijn emoties laten prevaleren boven een onpartijdige analyse. Ik ben gezakt voor mijn test als realist.’
Bloedige anarchie
Een jaar na het begin van de oorlog keerde Kaplan terug naar Irak. ‘Daar was ik getuige van iets veel ergers, zelfs erger dan het Irak van de jaren tachtig: een bloedige anarchie van allen tegen allen die door het regime van Saddam met de meest extreme wreedheid werd onderdrukt.’ Sindsdien, zegt hij, hoort hij de woorden van de Perzische filosoof Abu Hamid al-Ghasali: ‘Een jaar anarchie kan erger zijn dan honderd jaar tirannie.’ Een extreme zin die, als je erop doordenkt, tot de conclusie leidt dat elke revolutie en elke buitenlandse interventie tegen autoritaire regimes uitgesloten is. Want wie kan garanderen dat de omverwerping van een dictator niet tot chaos leidt?
‘Al-Ghasali overdreef,’ zegt Kaplan. Maar waarom gebruikt hij die zin dan in zijn boek wanneer hij het tirannieke Irak van Saddam vergelijkt met de anarchie na de Amerikaanse invasie? Kaplan antwoordt met een andere filosoof: Albert Camus. ‘De mens, zegt Camus, komt in opstand en zolang er geschiedenis is, zullen er revoluties zijn. Maar revolutionairen hebben ook een verantwoordelijkheid, namelijk: plannen maken voor een betere orde.’
Het zijn filosofen als Camus maar meer nog de toneelschrijvers van het oude Griekenland bij wie Kaplan te rade gaat voor de grote vragen van de moderne geopolitiek. Want het conflict tussen orde en chaos – het centrale thema van de Griekse tragedie – is nog altijd het kernpunt van verantwoord staatsmanschap.
‘Geopolitiek is van nature tragisch’
‘Geopolitiek,’ zegt Kaplan, ‘is van nature tragisch.’ En in tegenstelling tot de conventionele opvatting betekent tragisch niet de overwinning van het kwaad op het goede. ‘De Holocaust, de genocide in Rwanda, de oorlog in Bosnië – dat waren geen tragedies, maar enorme en gruwelijke misdaden. Het is een tragedie wanneer twee mogelijkheden een appel doen op ons geweten, terwijl we er maar één kunnen kiezen. Het is het conflict tussen het ene goede en het andere. Door het ene te kiezen boven het andere, ontstaat lijden.’
De Grieken begrepen ‘dat er verschillende manieren zijn om te falen en dat sommige daarvan beter zijn dan andere. Als je ze bestudeert begrijp je dat je soms moet accepteren dat iets slechts 55 procent goed is en 45 procent slecht.’
De laatste Amerikaanse president die handelde in de geest van deze ‘tragische sensibiliteit’, is voor Kaplan George H.W. Bush, de vader van de man die Irak binnenviel. ‘Bush senior deed drie opmerkelijke dingen als president: hij bevroor de betrekkingen met China na het bloedbad van Tiananmen in 1989, maar hij verbrak ze niet. Na de val van de Berlijnse Muur maakte hij geen overwinningsronde door Oost-Europa, om de Sovjets niet voor het hoofd te stoten. En in 1991 schopte hij de Irakezen uit Koeweit, maar liet het na om op te rukken naar Bagdad en Saddam Hoessein af te zetten.’
Lessen uit de oorlog
Wat Kaplan leerde van de Irakoorlog van 2003 is geen eenvoudige of radicale les. Hij is niet principieel tegen militair ingrijpen, maar hij roept wel op tot veel meer voorzichtigheid en verantwoordelijkheid dan de jongere Bush – mede op zijn advies – destijds betrachtte. Politici die, zoals Bush senior, zelf ervaring met oorlog en dood hebben gehad, vinden dat gemakkelijker dan anderen. Maar de verplichting om ‘tragisch te denken’ geldt ook voor hen.
Van de oorlog om Koeweit in 1991, de interventies in achtereenvolgens voormalig Joegoslavië, Afghanistan, Irak en die in 2011 in Libië, verdedigt Kaplan achteraf gezien alleen de eerste twee. Welke lessen kunnen we trekken uit de Amerikaanse ‘mislukte militaire avonturen’ voor het grote conflict van onze tijd, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne?
Kaplan, in gesprek doorgaans even pessimistisch als in zijn boek, is verrassend zelfverzekerd. Geen van deze conflicten is te vergelijken met de oorlog in Oekraïne, maar president Biden doet het juiste, zegt hij. ‘Hij stuurt geen troepen naar Oekraïne, in tegenstelling tot Bush in Irak. Hij gebruikt geen bommenwerpers, in tegenstelling tot Obama in Libië. Wel steunt hij Oekraïne met tientallen miljarden aan wapens om een rivaliserende grootmacht te verzwakken. En hij doet wat hij kan om uitbreiding van de oorlog naar de NAVO te voorkomen. Biden heeft geleerd van de ervaring met Irak.’
‘Biden is erg langzaam en hij denkt na. Maar ik denk dat dit het juiste beleid is’
De oorlog in Irak werd gevoerd met het uitgesproken doel om Saddam omver te werpen en zijn partij, leger en veiligheidsapparaat te vernietigen. Dat is gelukt, ten koste van tienduizenden levens en een vloedgolf aan onbedoelde gevolgen: van de opkomst van Islamitische Staat tot de versterking van het regime in Teheran. Als de Grieken dergelijke overwinningen niet al hadden vernoemd naar de Molossische koning Pyrrhus, dan konden ze die naar George W. Bush vernoemen.
Tegenwoordig wordt weliswaar soms gezinspeeld op een regime change in Rusland, maar het taboe dat is ontstaan door de oorlog in Irak geldt nog steeds: het volk bepaalt wie er over welk land regeert. Dat uitgerekend de Amerikaanse president zich in het openbaar uitsprak over het einde van het bewind van Poetin (‘Bij God, deze man kan niet langer aan de macht blijven!’), wijt Kaplan aan de ‘loze retoriek’ van een man die bewezen heeft verder ‘doorgaans competent’ te zijn.
Volgens Kaplan is het een goed teken dat Bidens koers omstreden is. Bijna elk wapensysteem dat naar Oekraïne wordt gestuurd, leidt tot discussie in het Pentagon, zegt hij. ‘Mede daarom arriveren de wapens er niet zo snel als veel interventionisten zouden willen. Wat dat betreft zijn velen ontevreden over Biden. Hij is erg langzaam en hij denkt na. Maar ik denk dat dit het juiste beleid is.’
Is dat beleid te timide? Het boek van Kaplan kan zeker worden gelezen als een pleidooi voor angst, zowel in het leven als in de politiek. ‘Angst redt ons van zo veel dingen’, citeert hij de Britse schrijver Graham Greene. Liever spreekt hij van ‘constructief pessimisme’, zegt Kaplan. ‘Ik maak een afweging van alle slechte dingen die mij of mijn natie kunnen overkomen. Als ik alle redenen heb overwogen waarom ik iets niet zou moeten doen en dan besluit het toch te doen, is het waarschijnlijk de juiste beslissing.’
Robert D. Kaplan: The Tragic Mind. Fear, Fate, and the Burden of Power, Yale University Press.
De premier zegt de plannen voorlopig niet in stemming te brengen
De geplande juridische hervormingen in Israël gaan voorlopig niet door. Dat heeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu bekendgemaakt in een televisietoespraak aan het hele land, meldt Haaretz. De Knesset, het parlement in Israël, zal op zijn vroegst pas eind april naar het wetsvoorstel kijken. Volgens Netanyahu dreigt een burgeroorlog en moet Israël niet verder verscheurd worden.
De hervormingen kunnen al maanden op grote protesten rekenen. Ook in aanloop naar de toespraak van Netanyahu stonden tachtigduizend betogers voor het Israëlische parlement. Eerder op de dag werd er al gestaakt, onder meer op universiteiten, ambassades in het buitenland en op luchthavens. Grote vakbonden hadden ook stakingen aangekondigd, die na de aankondiging van Netanyahu zijn uitgesteld.
Oppositiepartijen hebben tevreden gereageerd op de toespraak van Netanyahu. Volgens oppositiepoliticus Lapid kan het uitstel goed nieuws zijn voor zowel de regering als Israël, zeker als er meer rechtvaardige plannen komen waar iedereen bij betrokken is. Binnen de regering is er wel onenigheid over. Zo zou de ultrarechtse politicus Ben Gvir alleen akkoord zijn gegaan omdat hij dan een nieuwe politiemacht mag vormen in het land.
Nadat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu zondag minister van Defensie Yoav Gallant ontsloeg, zijn in Tel Aviv en Jeruzalem grote protesten losgebarsten. The Jerusalem Post schrijft dat betogers probeerden de ambtswoning van Netanyahu te bereiken. Oproerpolitie kwam in actie met waterkanonnen om te voorkomen dat de woning bestormd zou worden.
Enkele eenheden van het Israëlische leger staken ook uit onvrede over de plannen
De Israëlische regering wil enkele juridische hervormingen doorvoeren, waarmee de macht van het Hooggerechtshof afneemt en het parlement meer zeggenschap krijgt. Gallant kondigde zaterdag aan de hervormingsplannen van Netanyahu niet te steunen, mede omdat er binnen de veiligheidsdiensten en het leger van Israël angst bestaat dat deze de democratie in Israël zullen aantasten. Daarop besloot de Israëlische premier Gallant de laan uit te sturen.
De plannen van de regering worden sterk bekritiseerd: al maandenlang demonstreren Israëliërs tegen de hervormingen. Voor de komende dagen is aangekondigd dat protesten en stakingen verhevigd zullen worden. Zo hebben vakbonden en artsen gezegd dat ze gaan staken en houden universiteiten de deuren gesloten. Enkele eenheden van het Israëlische leger staken ook uit onvrede over de plannen.
Het Israëlische parlement heeft donderdag de eerste van een reeks controversiële justitiële hervormingen aangenomen. Door de nieuwe wet kan een zittende premier moeilijker afgezet worden, schrijft Haaretz. Het wetsvoorstel werd met een minimale meerderheid van 61 tegen 47 stemmen aangenomen, waarna premier Benjamin Netanyahu in een toespraak aankondigde de resterende hervormingen ook door te zetten. Door de wet kan Netanyahu, die verdacht wordt van corruptie, zich actief bemoeien met die hervormingen.
In de nieuw aangenomen wet staat dat een premier alleen kan worden afgezet als er sprake is van fysiek of psychologisch onvermogen. Vervolgens moet een ruime meerderheid van 75 procent van het parlement daarmee instemmen. Netanyahu vreesde eerder afgezet te worden vanwege de corruptieonderzoeken die naar hem lopen. Ook andere hervormingen zijn gericht op het machtiger maken van het parlement, ten koste van het Hooggerechtshof.
Donderdag kwam het weer tot een confrontatie tussen betogers en de oproerpolitie
De plannen van de regering kunnen op zware kritiek rekenen, onder meer van het Israëlische leger en buitenlandse bondgenoten, waaronder de VS. Honderdduizenden Israëliërs hebben de afgelopen tijd gedemonstreerd tegen de aangekondigde hervormingen. Donderdag, na de stemming in het parlement, kwam het weer tot een confrontatie tussen betogers en de oproerpolitie. Traangasgranaten en waterkanonnen werden ingezet tegen demonstranten die een snelweg blokkeerden. Tientallen mensen werden gearresteerd.
Pakistan heeft steeds vaker te maken met extreme weersomstandigheden als gevolg van de klimaatverandering, waar de rijke, vervuilende landen een groot aandeel in hebben. In hoeverre is het de plicht van deze landen om Pakistan uit het slop te trekken?
Na maandenlang in een kamp voor ontheemden te hebben gewoond, zijn Rajab en Jado bezig met het heropbouwen van hun huis, waarvan ze nu al weten dat het er niet lang zal staan. Het echtpaar sleept kruiwagens met modder door kale velden en stilstaand water – sombere herinneringen aan de historische overstromingen die vorig jaar hun dorp Khoundi in het zuiden van Pakistan wegspoelden. Met de modder smeren ze de muur in die hun half afgebouwde bakstenen bungalow en geïmproviseerde tenten van zeildoek omringt.
‘We hebben niet genoeg geld om cement of goede bakstenen te kopen,’ zegt Rajab, wiens gezin van twaalf personen het met één maaltijd per dag moet doen. ‘We weten dat dit ook weer plat zal gaan. Maar wat moeten we anders doen?’
Pakistan met zijn 230 miljoen inwoners lijdt nog steeds onder de overstromingen van juni en oktober 2022. De overstromingen, nog eens verergerd door de klimaatverandering, hebben naar schatting 30 miljard dollar schade en economische verliezen veroorzaakt, miljoenen huizen en boerderijen verwoest en het land – dat het financieel toch al moeilijk had – aan de rand van de afgrond gebracht.
Tijdens de wederopbouw is Pakistan een testcase voor vragen van toenemend mondiaal belang: hoe herstellen kwetsbare landen van de verwoestingen die worden aangericht door steeds frequentere en extremere weersomstandigheden, landen die zelf amper bijdroegen aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen? En: in welke mate moeten vervuilende rijke landen hen helpen?
Wederopbouwplan
Deze vragen overheersten de COP27-klimaattop in november, waar bijna tweehonderd landen instemden met de oprichting van een fonds om de ‘verliezen en schade’ ten gevolge van de opwarming van de aarde te financieren. Hoe het fonds precies moet functioneren, moeten de mondiale onderhandelaars nog uitwerken. Intussen bracht Pakistan op een conferentie in Genève afgelopen januari eigenhandig 9 miljard dollar aan leningen en andere financiering bijeen, bedoeld voor herstel, wederopbouw en klimaatbestendigheid.
Of donoren bereid zullen zijn om landen of kleine eilandstaten die de dupe zijn van klimaatverandering financieel te ondersteunen, hangt af van het wederopbouwplan. Volgens de Pakistaanse regering is pas over vijf tot zeven jaar te zien of het succesvol is geweest. Maar Pakistan nu al voorzien van klimaatfinanciering ligt ingewikkeld, niet in het minst vanwege de aanhoudende politieke instabiliteit en het economische wanbeheer in het land. Er is simpelweg geen garantie dat het geld goed wordt besteed.
Pakistan is regelmatig afhankelijk van internationale reddingsoperaties. Premier Shehbaz Sharif probeert momenteel een tranche van een miljard dollar los te krijgen uit een IMF-leningsprogramma van 7 miljard dollar. Broodnodig, zeggen analisten, anders gaat het land failliet. De buitenlandse reserves zijn gedaald tot ongeveer 3 miljard dollar, wat minder is dan de waarde van wat er in een maand geïmporteerd wordt.
Pakistan is bereid de klimaatverandering op lange termijn aan te pakken, maar wordt ook geconfronteerd met overweldigend veel problemen die direct moeten worden opgelost. Er is een groeiend tekort aan voedsel, brandstof en andere basisbehoeften. De armoede neemt toe en miljoenen mensen in de door overstromingen getroffen gebieden lijden honger, zitten zonder school of zijn ontheemd. Mensen als Rajab en Jado, die profiteren van een proefproject van Islamic Relief en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, hebben geen tijd te verliezen nu het volgende regenseizoen alweer voor de deur staat.
Pakistaanse autoriteiten en donoren proberen ook verder vooruit te kijken en geld te steken in projecten om toekomstige klimaatschokken op te vangen. Voorbeelden variëren van betere systemen voor vroegtijdige waarschuwing tot – in het geval van het proefproject in Khoundi – toiletten die op verhogingen worden gebouwd om verontreiniging tijdens overstromingen te bestrijden.
‘De uitdaging is om voor de klimaatrisico’s een langetermijnstrategie te bedenken en uit te voeren,’ zegt Alexandre Magnan, senior research fellow bij het Instituut voor duurzame ontwikkeling en internationale betrekkingen. ‘Het is de verantwoordelijkheid van nationale beleidsmakers en wellicht ook van regionale en internationale partners om daarop aan te dringen. We hebben echt voorbeelden nodig die aantonen dat het haalbaar is.’
De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren
De wereld is sinds het pre-industriële tijdperk al met ongeveer 1,1°C opgewarmd, en wetenschappers waarschuwen dat elke verdere stijging zal leiden tot meer frequente en extremere weersomstandigheden. Ze zullen vaak plaatsvinden in ontwikkelingslanden die niet over de middelen beschikken om zich te herstellen na overstromingen, branden of orkanen.
Of en hoe rijke landen de armere landen moeten helpen om dergelijke verwoestingen het hoofd te bieden, blijft een open vraag. De meest geavanceerde economieën van de wereld hebben zich lang verzet tegen het idee om ‘verlies en schade’ te financieren, omdat zij vrezen dat dit een stilzwijgende erkenning van schuld betekent.
Dat standpunt werd in 2022 onhoudbaar, mede door de druk die de overstromingen in Pakistan veroorzaakten. Volgens Animesh Kumar, hoofd van het VN-bureau voor Risicobeperking bij Rampen, gevestigd in Bonn, was dat ‘een openbaring’ die duidelijk maakte dat de wereld niet is voorbereid op komende klimaatcrises. Volgens een studie van de World Weather Attribution-groep waren de moessonregens in het land vorig jaar tot 50 procent heviger dan ze zonder klimaatverandering zouden zijn geweest.
Op het hoogtepunt van de ramp werden 33 miljoen mensen en meer dan de helft van de districten getroffen. In Sindh, de zwaarst getroffen provincie, waarin Khoundi ligt, gingen de meeste rijst-, katoen- en suikerrietoogsten verloren. De overstromingen schaadden het bruto binnenlands product van Pakistan vorig jaar met minstens 2,2 procent, schat de Wereldbank.
Het verlies- en schadefonds waarover tijdens COP 27 overeenstemming werd bereikt, is een doorbraak. Maar welke landen eraan zullen bijdragen, is nog niet definitief vastgesteld. Over dat thema zal de komende maanden worden gestreden. Het is onwaarschijnlijk dat nog dit jaar een besluit wordt genomen. Landen, waaronder EU-leden, vragen zich af of bijvoorbeeld China en Saoedi-Arabië hun steentje zullen bijdragen. Ondanks hun groei van de afgelopen dertig jaar worden ze in het VN-systeem aangemerkt als ontwikkelingsland.
Cyclus
Veel landen zeggen dat het niet alleen aan de regering is om de rekening te betalen. Ze roepen multilaterale ontwikkelingsbanken op om meer steun te verlenen aan verarmde landen die te lijden hebben onder klimaatschokken. Met name de Wereldbank, waarvan de president in februari onverwacht zijn ontslag aankondigde, staat onder druk om haar activiteiten te herzien en het klimaat in haar ontwikkelingswerk te integreren.
Een andere hindernis is het becijferen van de omvang van de verwachte verwoesting. Onderzoekers van het Basque Centre for Climate Change schatten dat ontwikkelingslanden in 2030 een verlies van 580 miljard dollar zouden kunnen lijden. Alleen al in de eerste helft van 2022 waren er in 79 landen minstens 187 natuurgerelateerde rampen die meer dan 40 miljard dollar schade veroorzaakten, aldus de internationale rampendatabase Em-Dat.
Als ze niet meer financiële hulp krijgen, dreigen ontwikkelingslanden verstrikt te raken in een cyclus van rampen en armoede. Op het Wereld Economisch Forum in Davos in januari waarschuwde Sherry Rehman, de Pakistaanse minister voor Klimaatverandering, voor ‘de valstrik van herstel’. Heropbouw kost tijd en geld, zei ze, en ‘tegen de tijd dat je ermee klaar bent, kijk je al tegen de volgende crisis aan’.
Hoe het herstelgeld eerlijk verdeeld wordt is een politiek beladen discussie. ‘Gaat het geld naar mensen die het meest hebben verloren of naar hen die niets te verliezen hadden?’ vraagt bijvoorbeeld Daniel Clarke, directeur van het Centre for Disaster Protection.
Pakistan schat dat het ongeveer 16 miljard dollar nodig heeft voor herstel. In Genève kreeg het meer dan de helft daarvan van internationale donoren, waaronder de Islamitische Ontwikkelingsbank, de Wereldbank en USAID. ‘Die financiële toezeggingen waren groter dan we dachten,’ zegt Knut Ostby, regionale vertegenwoordiger van het VN-ontwikkelingsprogramma in Pakistan. ‘Nu is het tijd om er vervolg aan te geven.’
Veel van het geld bestaat in de vorm van leningen en die zijn eerder gekoppeld aan de financiering van specifieke projecten dan aan begrotingssteun. De Wereldbank is bijvoorbeeld van plan ongeveer 2 miljard dollar uit te lenen voor de heropbouw van huizen en de verbetering van irrigatie, naast andere projecten in Sindh.
De snelheid van financiering verschilt van donor tot donor en dat leidt tot frustraties en cruciale vertragingen bij gemeenschappen die er het meest behoefte aan hebben.
Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel
In het district Dadu, waar Khoundi ligt, moeten de grootschalige wederopbouwwerkzaamheden nog beginnen. Het dorp Ibrahim Chandio ligt in puin. De vroegere bewoners wonen nu in tenten in de buurt en het ziet er niet naar uit dat daar binnenkort verandering in komt. De ontheemding maakt hun situatie netelig. Boeren hebben moeite om gewassen te verbouwen op de overstroomde grond en gezinnen hebben te weinig geld voor voedsel.
Syed Murtaza Ali Shah, de hoogste lokale districtsambtenaar, zegt dat de autoriteiten een aantal wegen en dijken willen versterken om te voorkomen dat ze doorbreken, maar dat ze daar nog niet de middelen voor hebben. ‘De volgende moesson kan zwaarder zijn dan deze,’ zegt hij. Wat nu gedaan wordt is ‘een noodoplossing… Iemand bouwt vijftig huizen, iemand anders er probeert tien te bouwen – met wat er ook maar beschikbaar is’.
Sommige deskundigen, zoals Ali Tauqeer Sheikh, adviseur op het gebied van klimaatverandering in Islamabad, zijn op hun hoede voor ‘toegezegde’ fondsen. Geld voor bestaande programma’s wordt een tweede keer geteld.
Uitbetaling is vaak ook onderhevig aan verlammende vertragingen, soms tot afstel, omdat op papier bedachte projecten in de praktijk moeilijk van de grond komen. Hoewel fondsenwerving voor Pakistan ‘een zeer belangrijk onderdeel’ is, aldus Sheikh, ‘kan het antwoord [op de vraag waar het geld naartoe gaat] in de praktijk nogal complex zijn’.
Crisis na crisis
Al vóór de overstromingen verkeerde Pakistan in een crisis.
De inflatie is sterk gestegen: de prijsindex van dagelijkse artikelen steeg vorige week op jaarbasis met 41 procent. Vanwege de komende verkiezingen zijn Sharif en zijn regering verwikkeld in venijnig politiek gekibbel met rivaal Imran Khan, die vorig jaar werd afgezet als premier en onlangs een moordaanslag overleefde. De dreiging van gewelddadig extremisme neemt toe. Bij een bomaanslag op een moskee in januari kwamen ongeveer honderd mensen om.
De regering van Sharif voert aan dat zij vanwege de overstromingen moet worden vrijgesteld van een aantal van de bezuinigingsvoorwaarden die het IMF wil opleggen om de leningen te hervatten. Die voorwaarden, waarschuwt ngo Human Rights Watch, ‘raken de mensen het hardst die al het zwaarst getroffen zijn’.
‘Geen enkel land is zo hard getroffen als Pakistan met deze klimaatramp van 30 miljard dollar,’ zegt Ahsan Iqbal, de Pakistaanse minister van Planning. ‘Het moge duidelijk zijn dat de economie niet zit te wachten op nog meer schokken.’
Toch zeggen critici in binnen- en buitenland dat Pakistan veel van zijn problemen aan zichzelf te danken heeft. Volgens hen gaven opeenvolgende zwakke regeringen voorrang aan politiek gemotiveerde uitgaven op korte termijn. Importvriendelijk beleid heeft de rijken onevenredig bevoordeeld. Autoriteiten traden ook hard op tegen ngo’s, wat volgens critici het maatschappelijk middenveld heeft belemmerd in zijn vermogen om te reageren op crises.
Bovendien is het politieke systeem gedestabiliseerd door het machtige leger, dat lange tijd controle uitoefende achter de schermen. Op de corruptieperceptie-index van Transparency International staat Pakistan op plek 140 van de 180 landen.
‘Onze samenleving is zeer elitair,’ zegt Miftah Ismail, die minister van Financiën was en in september aftrad. ‘De elite is blij met de status quo… In de politiek gaat het erom dat iedereen aan de macht wil komen, en de natie betaalt daar een hoge prijs voor.’
In haar blauwdruk voor de wederopbouw erkent de Pakistaanse regering dat institutionele hervormingen nodig zijn. Er moeten bijvoorbeeld betere bouwvoorschriften gemaakt worden om te voorkomen dat er onveilig gebouwd wordt. Er moet een controlesysteem door derden worden opgezet dat erop toeziet dat het geld goed terechtkomt.
Maar de dagen van Sharif als premier lijken geteld. Als de verkiezingen later dit jaar vrij verlopen dan wint Khan, aldus de voorspelling van veel analisten. En ook al heeft Khan het belang van klimaatbestendigheid onderschreven, plannen voor de lange termijn overleven moeilijk vanwege de veelvuldige en turbulente machtswisselingen in het land.
Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school
‘Geld alleen is niet genoeg,’ zegt de Duitse klimaatgezant Jennifer Morgan. ‘Het is van cruciaal belang dat er in de ontvangende landen bestuursstructuren en -processen zijn die ervoor zorgen dat het geld terechtkomt bij de mensen die dat het hardst nodig hebben. Hoe zorgen we ervoor dat de middelen daadwerkelijk op lokaal niveau worden ingezet? Dat is een belangrijke vraag bij schade.’
Sommige deskundigen in Pakistan zijn weinig optimistisch. Slechte relaties tussen rivaliserende federale, provinciale en districtsregeringen kunnen verhinderen dat de middelen bij projecten terechtkomen en echte veranderingen teweegbrengen. ‘Komen deze fondsen aan? In hoeverre zijn [lokale] overheidsstructuren veerkrachtig genoeg om geldstromen te faciliteren op een transparante manier?’ vraagt bijvoorbeeld Nausheen Anwar, deskundige op het gebied van stadsplanning aan het Institute of Business Administration in Karachi.
Ook bestaat het risico dat slecht geplande of uitgevoerde projecten onbedoeld problemen in de toekomst veroorzaken, iets wat door sommige onderzoekers maladaption [‘slechte aanpassing’] wordt genoemd. In februari bijvoorbeeld organiseerden plaatselijke activisten in Badin, in Sindh, een conferentie over het decennia oude, deels door de Wereldbank gefinancierde, Left Bank Outfall Drain-project. Het [kanaal] kreeg barsten waardoor volgens de activisten de overstromingen werden verergerd. Een onafhankelijke inspectie in 2006 stelde talrijke ‘tekortkomingen’ vast in dit project dat een miljard dollar had gekost.
Nergens is de desillusie groter dan in de gebieden die door de overstromingen getroffen zijn. De enige overheidsschool van het dorp Khoundi is een ruïne sinds het jaar 2010, het zoveelste met rampzalige overstromingen in de regio. De achtendertigjarige leraar Imdad Ali geeft nu op een bankje buiten les aan een handvol leerlingen. Er zijn ongeveer tachtig kinderen ingeschreven, maar slechts vijftien tot twintig kinderen gaan elke dag naar school, volgens de plaatselijke bewoners. De anderen gaan of naar een plaatselijke ngo-school of blijven thuis. Pakistan heeft het op een na hoogste aantal kinderen ter wereld dat niet naar school gaat: 23 miljoen.
Bitter
Sindh is de basis van de Bhutto-dynastie, wiens Pakistaanse People’s Party deel uitmaakt van de regeringscoalitie. Maar mensen hebben daar weinig vertrouwen in, evenals in andere partijen. ‘Er zijn geen faciliteiten, geen stoelen, geen tafels,’ zegt Ali. ‘We hebben meerdere keren om hulp gevraagd. Maar die komt niet.’
Een wetenschappelijk artikel over de herstelpogingen van 2010, gepubliceerd in 2020 in het International Journal of Disaster Resilience in the Built Environment, concludeert dat ‘het lokale bestuur is teruggekeerd naar zijn dagelijkse routine, zonder programma’s die de veerkracht van de gemeenschap versterken of herstel op lange termijn aanbrengen’.
Sobia Kapadia, een architect die tien jaar geleden hielp met het herstel, zegt dat de plannen dit keer om ‘vastberadenheid tot verandering’ vragen. Ook acht ze een ‘volledige [revisie] van bestaande systemen’ noodzakelijk om de omgangsvormen tussen lokale en federale autoriteiten te veranderen. Zo moet de balans tussen macht en middelen anders afgesteld worden.‘Tenzij en totdat je dingen op fundamenteel niveau aanpakt, met de gemeenschap, zal er niets veranderen,’ voegt ze eraan toe.
Weinig inwoners geloven erin. Sommigen lachen bitter op de vraag of zij verwachten dat hun woonplaats ooit bestand zal zijn tegen klimaatschokken.
Nazeer Hussain, een drieënveertigjarige graanmolenaar in Khoundi, zegt dat de leiders van het land er alleen op uit zijn om zichzelf van macht te verzekeren. ‘We hoorden in de media dat de regering vergaderde [om geld in te zamelen] voor de bouw van huizen en schuilplaatsen,’ voegt hij eraan toe. ‘Maar de kans daarop is nul.’
De deal verplaatst de douanecontrole naar Noord-Ierland
Het Britse parlement heeft met grote meerderheid ingestemd met de nieuwe afspraken tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie over de handelsgrens met Noord-Ierland, bericht The Times. Eind vorige maand waren de Britse premier Rishi Sunak en voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen al tot een akkoord gekomen. Met de stemming in het parlement is er eindelijk duidelijkheid over de brexit-regels voor Noord-Ierland.
Na brexit ontstonden er problemen aan de grens tussen EU-lidstaat Ierland en Noord-Ierland, omdat Noord-Ierland wel de EU-handelsregels volgde, maar onderdeel bleef van het VK. Aan beide kanten van de grens ontstonden lange rijen met vrachtwagens vanwege langdurige douanecontroles en qua regelgeving moesten goederen en medicijnen aan Europese standaarden voldoen. Voor protestanten in Noord-Ierland voelde het alsof ze niet meer bij het VK hoorden, terwijl dat gezien de politieke geschiedenis van Noord-Ierland gevoelig lag.
Volgens de nieuwe afspraken komen er twee goederenstromen. Wat naar Noord-Ierland gaat, hoeft niet door de douane heen, wat vanuit het VK naar EU-lidstaat Ierland gaat moet nog wel aan controles onderworpen worden.
Volgens Trump wordt hij deze week nog gearresteerd
Media, politici en Trump-aanhangers speculeren al dagen over een mogelijke aanhouding van de oud-president van de Verenigde Staten. Trump plaatste vorige week zelf een bericht op zijn socialemediakanaal Truth Social, waarin hij schreef dat hij dinsdag gearresteerd zou worden. Hij riep zijn aanhangers op in opstand te komen. Tot een daadwerkelijke arrestatie is het echter nog niet gekomen, meldt CNN.
De zaak waarin Trump mogelijk moet voorkomen draait om een betaling van 130.000 dollar die in 2016 zou zijn gedaan aan pornoster Stephanie ‘Stormy Daniels’ Clifford door Michael Cohen, de toenmalige advocaat van Donald Trump. Het zou zijn gegaan om zwijggeld, omdat Clifford seks zou hebben gehad met Trump in 2006. Cohen heeft later toegegeven de betalingen in opdracht van Trump te hebben gedaan. Volgens openbaar aanklagers is er sprake geweest van mogelijke fraude door de organisatie van Trump, die deze betaling heeft geregistreerd als juridische onkosten.
Mocht Trump vervolgd worden, dan is het voor het eerst dat dit een Amerikaanse ex-president overkomt
Een zogeheten grand jury moet gaan besluiten of er een aanklacht geformuleerd wordt en of er een arrestatiebevel komt tegen Trump. Deze beslissing werd dinsdag verwacht, maar naar verwachting komt de jury donderdag pas bijeen. Mocht Trump inderdaad vervolgd worden, dan is het voor het eerst in de geschiedenis dat dit een Amerikaanse ex-president overkomt. Zelf zegt Trump slachtoffer te zijn van een politieke heksenjacht.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.