Onderwerpen: Sociale Media

  • India vraagt X om achtduizend accounts te blokkeren

    India vraagt X om achtduizend accounts te blokkeren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vaticaan: kardinaal Prevost verkozen tot nieuwe paus Leo XIV

    » VS: oud-president Joe Biden geeft voor het eerst sinds lange tijd een tv-interview

    Het gaat om accounts van publieke figuren en internationale media

    De redenen achter dit blokkeerverzoek zijn niet duidelijk, maar de Indiase overheid heeft het sociale netwerk gedreigd met hoge boetes en zelfs gevangenisstraffen voor zijn werknemers als het weigert deze achtduizend accounts te blokkeren. Het gaat om accounts van publieke figuren en internationale media, aldus Live Mint.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘We doen het, maar we zijn het er niet mee eens’, legt X uit, dat liever meewerkt dan het risico te nemen dat het platform wordt afgesloten, terwijl het ‘belangrijk is dat mensen in India toegang blijven houden tot informatie’. Live Mint wijst erop dat dit verzoek komt op een moment dat er grote spanningen zijn tussen India en Pakistan en er verschillende stroomstoringen in India plaatsvinden.

  • Een gezonde democratie vraagt om aandacht

    Een gezonde democratie vraagt om aandacht

    Onze aandachtsspanne bedraagt inmiddels een armzalige 47 seconden. Maar sommige verhalen, zoals het postkantoorschandaal (een Britse versie van het toeslagenschandaal), weten nog steeds onze aandacht te trekken en onze woede aan te wakkeren.

    Het kost gemiddeld vierenhalve minuut om deze column te lezen, dus je moet een paar pauzes incalculeren om je erdoorheen te slaan.

    Dit is een column over… Sorry, waar was ik gebleven?

    O ja, dit is een column over onze aandach… wacht even…

    Sorry, ik kreeg een appje. Zo grappig.

    Maar goed, aandacht, en hoe dat in het komende jaar…

    Shit, weer een mailtje. Moment.

    Dat filmpje dat ik net zag over een auto-ongeluk op Insta, je gelooft je ogen niet. Iemand die in zo’n knoert van een SUV achter het stuur in slaap sukkelt… Maar ik dwaal af.

    Als we de sociale wetenschappers mogen geloven, bedroeg onze gemiddelde aandachtsspanne twintig jaar geleden tweeënhalve minuut. En nu nog maar 47 seconden. In 47 seconden kun je pakweg 120 woorden lezen, ongeveer zoveel als ik er nu geschreven heb, en dan… Hè nee toch, gaat het nou regenen als ik straks naar huis moet? Sorry, toch even kijken.

    Ik heb deze cijfers gehoord – gehoord, ja, luisterend naar een podcast, niet starend naar een schermpje – in de voortreffelijke Ezra Klein Show van The New York Times. Klein sprak daarin met Gloria Mark, een hoogleraar aan de University of California, Irvine, die zich gespecialiseerd heeft in onderzoek naar het hoe en wat van ons concentratievermogen.

    Omdat mensen zichzelf wijsmaken dat het wel meevalt met hun aandachtsspanne, heeft haar team dat door slimme software laten meten, en zo kwamen ze uit op dat vrij dodelijke getal van 47 seconden. Daarmee scoren we wel hoger dan een mug of een goudvis, maar misschien is het toch niet helemaal wat we hadden gehoopt na een slordige vier miljoen jaar evolutie.

    Klein omschrijft onze huidige wereld als een ‘aandachtsgestoorde maatschappij. We hebben tig dingen ontwikkeld die om onze aandacht schreeuwen en ons steeds meer opjagen, van tv tot TikTok.’ Daar kan hij weleens gelijk in hebben. En dan het verschijnsel van nieuws mijden.

    Ben je daar nog? Want als je even wilt checken wanneer je pakjes nou bezorgd gaan worden, geen punt hoor

    Het aantal mensen dat gestopt is met het lezen van of kijken naar bepaalde soorten nieuws is in het Verenigd Koninkrijk in vijf jaar tijd verdubbeld. Zo’n 40 procent van ons zegt het nieuws nu soms of zelfs vaak te mijden. Gevraagd naar het waarom zeggen de respondenten dat het nieuws te negatief is, te deprimerend. Sommigen vertrouwen het niet, anderen trekken het niet. Een flinke minderheid klaagt dat ze er niets mee kunnen. Ze voelen zich machteloos.

    Ik moest aan deze cijfers denken toen ik de verbluffende impact zag van ITV’s dramaserie over het Britse postkantoorschandaal. Binnen enkele dagen was de publieke verontwaardiging zo aangezwollen dat de autoriteiten als de wiedeweerga op hun schreden moesten terugkeren en alsnog met één pennenstreek honderden onterechte veroordelingen van postkantoorhouders hebben vernietigd.

    Het is niet zo dat dit verhaal in de jaren daarvoor geen aandacht kreeg van journalisten. Speciale vermelding verdienen wat dat betreft onder meer Computer Weekly, de Daily Mail, The Times, de BBC en het blad Private Eye. Maar om de een of andere reden kreeg het niet de aandacht van de massa. Die klikte op een grappig plaatje of keek de andere kant op.

    Zullen we hier even pauzeren zodat je, weet ik veel, een koekje kunt eten of zo?

    In de jaren twintig van de vorige eeuw voerden twee politieke denkers, John Dewey en Walter Lippmann, een lang en beroemd geworden debat over de relatie tussen media en democratie. Dat was honderd jaar geleden, dus dat debat had de vorm van dikke turven met stofomslag. Lippmann schreef een boek. Dan snoof Dewey misnoegd en zette hij zich aan het schrijven van een weerwoord. En het publiek lustte er wel pap van. Grote aandachtsspanne toen nog, weet je wel.

    Lang verhaal kort – want ik weet dat je op het punt staat even je banksaldo te checken –, Dewey vond het een essentiële bestaansvoorwaarde voor een gezonde democratie dat we nieuws tot ons nemen. Als kiezers hebben we een soort burgerplicht om geïnformeerd te blijven, want dan kiezen we vanzelf de beste mensen om ons te vertegenwoordigen.

    Leuk bedacht, wierp Lippmann tegen. Maar in zijn ogen was de grote massa gedoemd om buitenstaander te blijven, terwijl veel van wat de overheid doet, gedaan wordt en gedaan moet worden door insiders en deskundigen. En hij was ook van mening dat de pers nooit in staat zou zijn om de kiezers naar behoren te informeren.

    Aanhaken

    Ik heb mezelf altijd tot het Dewey-kamp gerekend, zoals waarschijnlijk de meeste journalisten. Maar ik geef toe dat zijn theorie spaak loopt als de kiezers afhaken of… Ach wat, ik moet echt even kijken waar dat pakje nou blijft.

    Maar bij het treurige verhaal van het postkantoorschandaal is het beeld veel genuanceerder. De makers van de tv-serie zullen de eersten zijn om toe te geven dat hun serie niet gemaakt had kunnen worden zonder het harde onderzoekswerk dat journalisten al bijna vijftien jaar in de zaak hadden gestoken. Zij stelden de vragen, verzamelden de cijfers, zetten vraagtekens bij de officiële verklaringen en schetsten zo stilaan de contouren van een groot schandaal. Daarna was er nog wat briljant scenarioschrijfwerk, regie en spel voor nodig om een versie van het verhaal neer te zetten die eindelijk breed aansloeg en publieke verontwaardiging wekte. 

    Dus misschien had Dewey toch gelijk. We kunnen het niet overlaten aan de ‘deskundigen’, zoals Lippmann wilde. De publieke opinie kan wel degelijk gemobiliseerd worden en een orkaan van protest veroorzaken die geen politicus meer kan negeren. Maar dan moeten we juist aanhaken, niet afhaken. Zoals we deden met Mr Bates vs The Post Office, vier afleveringen lang.

    Dus stop met dat nieuws mijden en hou je kop erbij. Onze democratie hangt ervan af.

  • Het internet is erger dan een hersenspoelmachine

    Het internet is erger dan een hersenspoelmachine

    De herschrijving van de Capitoolbestorming onder veel Republikeinen is alarmerend. Het is ook een treffend voorbeeld van hoe het internet onze politieke realiteit heeft vervormd. Een onderbouwing is altijd maar een scroll of een muisklik verwijderd.

    Probeer je even te herinneren hoe je je voelde op 6 januari 2021. Denk aan de geïmproviseerde galg die op het terrein van het Capitool stond, het traangas en het geluid van de oproerschilden die tegen de vlaggenmasten botsten die er tegenaan werden gegooid. Als je de videobeelden opnieuw bekijkt, herinner je je misschien de man in het sweatshirt met de tekst Camp Auschwitz die rustig tussen de indringers stond, of het beeld van de Confederatievlag die in de rotunda van het Capitool wapperde. De gebeurtenissen van die dag zijn zo gedocumenteerd, zo gememoriseerd, zo diep verankerd in onze recente politieke geschiedenis dat het moeilijk kan zijn om de shock en woede die zovelen voelden toen de beelden binnenstroomden, te bevatten. Maar het gebeurde allemaal: mannen en vrouwen sloegen ruiten in, vielen de politie van het Capitool aan, beklommen het marmeren bouwwerk van een van Amerika’s meest herkenbare nationale monumenten in een poging de uitslag van de verkiezingen van 2020 ongedaan te maken.

    Het is ook moeilijk om te onthouden dat het er ten minste even op leek dat de rede zou zegevieren, dat de machthebbers een consensus zouden bereiken tegen Donald Trump, wiens ongegronde beweringen over kiezersbedrog de aanval inluidden. Senator Lindsey Graham, een oude bondgenoot van Trump, wond er geen doekjes om toen hij die avond stemde om de overwinning van president Joe Biden te bekrachtigen: ‘Het enige wat ik kan zeggen is: ik doe niet mee. Genoeg is genoeg.’ De krant New York Post, meestal pro-Trump, beschreef de menigte als ‘rechtse mensen die door het lint gingen in Washington’. Techplatforms zoals Facebook en Twitter, die Trump over het algemeen hadden toegestaan om te posten wat hij wilde tijdens zijn presidentschap, blokkeerden tijdelijk zijn account. ‘We geloven dat de risico’s als de president onze service in deze periode mag blijven gebruiken simpelweg te groot zijn’, schreef CEO van Facebook Mark Zuckerberg destijds.

    Maar deze consensus was van korte duur. Op 7 januari gaf David A. Graham van The Atlantic een waarschuwing die profetisch bleek: ‘Onthoud hoe de couppoging van gisteren in het Amerikaanse Capitool is gegaan,’ aldus Graham. ‘Binnenkort zal iemand je misschien van een andere gang van zaken proberen te overtuigen.’ Nog voordat de relschoppers het gebouw uit waren, was een of andere marginale beweging online al een andere wereld aan het opbouwen van vermeend bewijs – een netwerk van leugens en verdraaide theorieën om de aanval te rechtvaardigen en te herschrijven wat er die dag echt gebeurd was. Tegen de lente begon het verhaal onder de wetgevers te veranderen. De gewelddadige opstand werd, in de woorden van de Republikeinse afgevaardigde Andrew Clyde uit Georgia, een ‘doodgewoon toeristenbezoek’.

    Rechtvaardigingsmachine

    De herschrijving van 6 januari onder veel Republikeinen is alarmerend. Het is ook een treffend voorbeeld van hoe het internet onze politieke realiteit heeft vervormd. In de afgelopen jaren is dit fenomeen toegeschreven aan de ‘desinformatiecrisis’. Maar die term komt niet eens in de buurt van wat er echt aan de hand is.

    Denk terug aan de aanvankelijke paniek rond ‘nepnieuws’, rond de verkiezingen van 2016 en de nasleep ervan, toen een mengeling van partizanen en ondernemende Macedonische tieners allerlei klassieke complottheorieën opdiste, zoals het verhaal over de FBI-agent die zelfmoord zou hebben gepleegd nadat hij de stemfraude van Hillary Clinton aan het licht had gebracht. Academici en deskundigen debatteerden eindeloos over het effect van deze artikelen. Waren de verhalen werkelijk zo overtuigend dat ze in staat waren iemands wereldbeeld en stemgedrag te veranderen? Of waren ze enkel pulp voor hersenloze partizanen? Afhankelijk van je perspectief vormde verkeerde informatie een existentiële bedreiging omdat het in staat was massa’s mensen te hersenspoelen, of was het feitelijk ongevaarlijk.

    Maar er is nog een andere, meer verontrustende mogelijkheid, een die we zijn gaan begrijpen door ons werk in de afgelopen tien jaar. Een van ons, Mike, heeft de effecten van onze verrotte informatieomgeving bestudeerd als onderzoekswetenschapper en expert in informatiegeletterdheid, terwijl de ander, Charlie, een journalist is die uitgebreid heeft geschreven en gerapporteerd over het sociale web. De laatste tijd is ons onafhankelijke werk zich gaan concentreren rond een bepaald gedeeld idee: dat desinformatie krachtig is, niet omdat het mensen van gedachten doet veranderen, maar omdat het mensen in staat stelt hun overtuigingen te handhaven in het licht van groeiend bewijs van het tegendeel. Het internet fungeert misschien niet zozeer als hersenspoelmachine, maar als rechtvaardigingsmachine. Een onderbouwing is altijd maar een scroll of muisklik van ons verwijderd en de prikkels van de moderne aandachtseconomie – mensen worden beloond met engagement en een grotere invloed naarmate hun publiek meer reageert op wat ze zeggen – zorgen ervoor dat mensen altijd meteen overal een onderbouwing bij moeten leveren. Deze dynamiek speelt in op de natuurlijke neiging van mensen om op zoek te gaan naar bewijs, om informatie te zoeken die de eigen overtuigingen ondersteunt of de argumenten tegen die overtuigingen ondermijnt. Het vinden van dergelijke informatie (of van grote groepen mensen die deze informatie gretig verspreiden) is niet altijd zo eenvoudig geweest. Het zoeken naar bewijs betekende in het verleden dat je je in een onderwerp moest verdiepen, argumenten moest testen of moest vertrouwen op echte expertise. Dat was de basis waarop het grootste deel van onze politiek, cultuur en argumentatie was gebouwd. 

    Het huidige internet – een volwassen ecosysteem waartoe iedereen toegang heeft en waarop je gemakkelijk zelf iets kunt publiceren – maakt daar korte metten mee. Toen de menigte op 6 januari het Capitool bestormde, draaide de rechtvaardigingsmachine op volle toeren en leverde ze in realtime ontkenningen op aanvraag aan iedereen die daar behoefte aan had. Jake Angeli, de ‘sjamaan van QAnon’, was een van de eerste doelwitten. Rechtse accounts die berichten plaatsten over de opstand beweerden dat dit geen echte ‘Stop the Steal’-ers waren, omdat Angeli er niet zo uitzag. ‘Dit is GEEN Trump-aanhanger… Dit is een in scène gezette #Antifa-aanval’, schreef voorganger Mark Burns in een tweet die Angeli in de Senaatskamer toonde – die vervolgens geliket werd door Eric Trump. Ander ‘bewijs’ volgde. Mensen deelden een foto van Angeli bij een Black Lives Matter-protest waar het QAnon-bord dat hij vasthield handig was weggeknipt. Mensen speculeerden dat hij een acteur was; anderen vatten zijn tatoeages op als een teken dat hij deel uitmaakte van een pedofiele elitekring en daarom, in hun logica, een Democraat was.

    De echte organisator, zo stelden ze, was de deep state, bijgestaan door extreemlinkse groeperingen

    Angeli als bewijs dat deze mensen niet MAGA waren, was slechts een van de vele voorbeelden van verdraaiingen. Binnen een paar uur speculeerden MAGA-influencers dat een van de demonstranten een tatoeage had van een hamer en sikkel; hét bewijs van linkse denkbeelden. Op tv beweerde een presentator van Fox News dat Trump-aanhangers geen donkere helmen dragen of zwarte rugzakken gebruiken, zodat de menigte niet trumpistisch kon zijn. Vrij snel ontstond het verhaal dat de aanval een valstrik was en dat de media erbij betrokken waren. Complotdenkers haalden de tijdstempel van een liveblog van NPR die de opstand van tevoren leek aan te kondigen aan als bewijs dat het allemaal vooraf gepland was door de ‘deep state’. Ze verzuimden op te merken dat het verhaal, zoals vele andere, in de loop van de dag was bijgewerkt en van nieuwe koppen voorzien, terwijl de tijdstempel van het oorspronkelijke bericht behouden bleef. De beroemde beelden van een agent van de Capitoolpolitie die op heldhaftige wijze de menigte wegleidt van de deur naar de Senaat was in de MAGA-wereld het bewijs dat Trump-aanhangers het Capitool in werden gelokt door de politie. Zo moesten ook de beelden van agenten die door relschoppers werden overweldigd en hen voorbij de barricades lieten gaan bewijzen dat de opstand in scène was gezet. De echte organisator, zo stelden ze, was de deep state, bijgestaan door extreemlinkse groeperingen.

    De haast waarmee bewijsmateriaal werd verzameld, leidde een tijdje tot een verwarrend dubbel verhaal van rechts. In het ene verhaal verliepen de rellen vreedzaam – de Trump-aanhangers in het Capitool waren nagenoeg gewoon toeristen. Het andere verhaal benadrukte het geweld en suggereerde dat er vernielingen waren aangericht door antifascisten. Uiteindelijk smolten de duellerende verhalen samen tot een completer verhaal: vreedzame Trump-aanhangers waren naar het Capitool gelokt door gewelddadige antifa-leden, bijgestaan door ordehandhavers die voor de deep state werkten.

    De bedoeling van deze onjuiste informatie was niet om degenen die geen Trump-aanhangers waren op andere gedachten over de opstand te brengen. Het doel was om elke cognitieve dissonantie weg te nemen die kijkers van deze couppoging mochten hebben ervaren en om de overtuigingen te versterken die de MAGA-volgelingen al hadden. En dat is de onthutsende erfenis van 6 januari. Terwijl de rechtvaardigingsmachine draaide, werd de rel het zoveelste bewijs van het schokkende geweld van radicaal links of de nooit eindigende kruistocht van de deep state tegen Trump. Op 7 januari overtrof het aantal zoekopdrachten op Google naar antifa en BLM (die geen rol hadden gespeeld in de gebeurtenis) het aantal zoekopdrachten naar Proud Boys (die wel een rol hadden gespeeld). In de maanden en jaren na de couppoging probeerde de rechtvaardigingsmachine miljoenen Amerikanen ervan te weerhouden de realiteit van die dag onder ogen te zien. Een opiniepeiling van The Washington Post uit december 2023 wees uit dat 25 procent van de respondenten geloofde dat het ‘zeker’ of ‘waarschijnlijk’ waar was dat FBI-agenten de aanval op het Capitool hadden georganiseerd en aangemoedigd. 26 procent twijfelde.

    Bewijs op aanvraag

    Complottheorieën zijn een diep ingebakken menselijk fenomeen en 6 januari is slechts een van de vele cruciale momenten in de Amerikaanse geschiedenis waarbij mensen zich lieten meeslepen door paranoïde ideeën. Maar er is een duidelijk verschil tussen deze opstand, waarbij mensen bergen bewijs kregen voorgeschoteld over een gebeurtenis die zich in realtime afspeelde op sociale media, en bijvoorbeeld de moord op John F. Kennedy, toen het internet nog niet bestond, mensen speculeerden over de gebeurtenis en relatief weinig informatie hadden om zich op te baseren. Of denk aan de aanslagen van 9/11: sommigen omarmden complottheorieën die vergelijkbaar waren met de theorieën die achter de false flag-verhalen over 6 januari zaten. Maar de verspreiding van deze complottheorieën werd niet in de hand gewerkt door de hoge snelheid waarmee nieuws op sociale media verspreid wordt, maar door de langzamere verspreiding van vroege online streamingsites, prikborden, e-mail en torrents. Er waren geen gecentraliseerde feeds voor mensen om verhalen te creëren en uit te putten.

    De rechtvaardigingsmachine, met andere woorden, heeft dit instinct niet gecreëerd, maar heeft het proces van het uitwissen van cognitieve dissonantie wel veel efficiënter gemaakt. Ons huidige, gefragmenteerde mediaecosysteem werkt veel sneller en met minder strubbelingen dan eerdere versies en biedt consumenten bewijs op aanvraag dat beter op maat gemaakt is dan zelfs de meest krankzinnige kabelnieuwsuitzendingen kunnen bieden. En de effecten reiken verder dan alleen complotdenkers. Zo hadden anti-Trump-influencers en liberaal georiënteerde kabelnieuwszenders het tijdens het afgelopen verkiezingsseizoen vaak over de stroom van Trump-aanhangers die zijn bijeenkomsten vroegtijdig verlieten, waarmee ze suggereerden dat de steun voor Trump tanende was. Dit was niet waar, maar zulke video’s hielpen het Democratische publiek om in een wereld te blijven waarin Trump impopulair was en gedoemd om te verliezen.

    Als je tijd doorbrengt op sociale media kom je er al snel achter dat er vraag is naar dit soort inhoud. De eerste uren na een catastrofale nieuwsgebeurtenis werden ooit gebruikt om de dingen op een rijtje te zetten: wat is er precies gebeurd? Wie zat erachter? Wat was de omvang? Nu is elke gebeurtenis meteen koren op de machine. Na een massale schietpartij gaan partizanen op zoek naar bewijs om te suggereren dat de dader MAGA is, of een radicaal linkse politicus, of een ontevreden trans jongere. Vorige week, in de uren nadat een massamoordenaar met een auto op burgers inreed op Bourbon Street in New Orleans, kwam Trump aanzetten met leugens en speculaties over de verdachte door te suggereren dat hij een migrant was. Later kwam er informatie binnen waaruit bleek dat de bestuurder een Amerikaans staatsburger en legerveteraan was. De tragedie en de chaos van de onmiddellijke nasleep werden aangegrepen om het grensbeleid van de Democraten aan te vallen.

    Deze reflex draagt bij aan een culturele en politieke verrotting. Een cultuur waarin elke gebeurtenis – elk menselijk succes of elke tragedie – wordt aangegrepen als bewijs om politieke punten te scoren, is een nihilistische cultuur. Het is een cultuur waarin je nooit van mening hoeft te veranderen of zelfs maar geconfronteerd wordt met ongemakkelijke informatie. Nieuwscycli zijn korter en de grootste verhalen in de wereld – zoals de moordaanslag op Trump afgelopen zomer in Pennsylvania – doen het kortstondig goed in het publieke bewustzijn, om daarna weer te verdwijnen. De rechtvaardigingsmachine gedijt op het moordende tempo van onze informatieomgeving; de machine wordt aangedreven door de constante komst van meer nieuws, meer bewijs. Het is niet nodig om dingen te reorganiseren en opnieuw te beoordelen. Het resultaat is dat we vastzitten, het gevoel hebben gevangen te zitten in een eeuwige tegenwoordige tijd.

    Alleen hysterische Democraten, geobsedeerd door het neerhalen van Trump, bleven erover doorzeuren

    Deze stagnatie is nu wat 6 januari ons heeft nagelaten. Toen de Republikeinen eenmaal hun visie op de opstand hadden herschreven – in het beste geval als iets wat niet gebeurd is en in het slechtste geval als een voorbeeld van inmenging van de deep state – deden ze alle pogingen om hen ter verantwoording te roepen af als ‘Trump derangement syndrome’. Republikeinen in de Senaat blokkeerden aanvankelijke pogingen om een tweepartijdige commissie over 6 januari op te richten; de toenmalige minority leader Mitch McConnell noemde het een ‘puur politieke onderneming’ die ‘geen cruciale nieuwe feiten aan het licht zou brengen of genezing zou bevorderen’. Tijdens de hoorzittingen van het Congres over de couppoging negeerde Fox News grotendeels de gang van zaken. De nu gekozen president Trump dringt aan op een FBI-onderzoek naar voormalig afgevaardigde Liz Cheney vanwege haar betrokkenheid bij de commissie. Haar bevindingen, die werden gepubliceerd in een gedetailleerd rapport, werden onmiddellijk in diskrediet gebracht door de Republikeinen, die het oneerlijk, politiek gemotiveerd en onderdeel van een heksenjacht noemden. Volgens de cynische logica van de Republikeinen waren de gebeurtenissen van 6 januari overdreven, maar behoorden ze ook tot het verre verleden. Alleen hysterische Democraten, geobsedeerd door het neerhalen van Trump, bleven erover doorzeuren.

    Het was terecht dat de Democraten – en de twee Republikeinen in de commissie – mensen ter verantwoording wilden roepen vanwege 6 januari, maar het bleek buitengewoon moeilijk om dat te doen in een informatieomgeving die voortdurend blijft steken in wat op dat moment speelt. Trump en het MAGA-mediacomplex gebruikten de opstand om de Democraten af te schilderen als een partij van scheldkoppen die geobsedeerd zijn door het verleden en maar doordrammen over democratie. Het werk van de commissie was zorgvuldig en methodisch, tegenovergesteld aan de hectiek en snelheid die kenmerkend zijn voor de rechtvaardigingsmotor. Op een moment van anti-institutionele gevoelens werd het waarheidsvindingproces van het congres door sommigen als academisch, traag en zelfs elitair ervaren. Veel mensen negeerden het proces. Ondertussen leek het werk van het rechtse ecosysteem om de commissie te ondermijnen voor zijn volgelingen vaak meer geïmproviseerd, authentieker en uiteindelijk overtuigender.

    Toen de Democratische Partij ervoor koos om de verkiezingen van 2024 te laten gaan over Trump, zijn bedreiging van de rechtsstaat en de ‘strijd om de ziel van deze natie’, zoals president Biden het ooit verwoordde, deed ze dat in de veronderstelling dat de onuitwisbare beelden van 6 januari bijna vier jaar later hun weerklank hadden behouden. Die veronderstelling klopte, over het algemeen, niet. Als mensen worden geconfronteerd met informatie die hun wereldbeeld op zijn kop kan zetten, kunnen ze nu zoeken naar bevestiging in de vorm van feeds met complottheorieën of video’s zonder context. Ze kunnen AI en hun favoriete influencers vragen om hun te vertellen waarom ze gelijk hebben. Ze kunnen feeds op maat samenstellen en toekijken hoe algoritmes leveren wat ze zoeken. En ze worden overspoeld met data.

    Het gezoem van de rechtvaardigingsmachine is geruststellend. Het zorgt ervoor dat de wereld minder onvoorspelbaar, meer kenbaar lijkt. Te midden van al dat lawaai ontwaar je die woorden die ieder zo graag hoort: ‘Je hebt al die tijd gelijk gehad.’ 

  • Duitsland: ministerie van Defensie stopt met het actieve gebruik van X

    Duitsland: ministerie van Defensie stopt met het actieve gebruik van X

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië: musea bieden gratis hondenoppas aan om bezoekersaantal te verhogen

    » Thailand erkent als eerste land in Zuidoost-Azië het homohuwelijk

    Het account blijft nog wel bestaan

    Sinds de Amerikaanse miljardair Elon Musk het sociale medium X in handen heeft, is de kritiek op het platform steeds luider geworden. Het Duitse ministerie van Defensie is het eerste federale ministerie in Duitsland dat besloten heeft zijn kanaal tot nader order ‘te laten rusten’. Dat houdt in dat het zijn account niet verwijdert, maar er geen actief gebruik meer van maakt. ‘We hebben besloten deze stap te nemen omdat een objectieve uitwisseling hier steeds moeilijker wordt,’ aldus het ministerie in een recente post.

    In de toekomst zal het een WhatsApp-kanaal als alternatief gebruiken om informatie te verstrekken over relevante data en beslissingen van de minister en nieuws van het ministerie. Het ministerie behoudt zich echter het recht voor om in uitzonderlijke gevallen – bijvoorbeeld in het geval van desinformatiecampagnes – te reageren op X, aldus Tagesschau.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Elon Musk heeft als eigenaar van X de afgelopen weken herhaaldelijk leden van de Duitse regering beledigd op zijn netwerk. Ook riep hij mensen op om op de extreemrechtse AfD te stemmen, mede naar aanleiding van de aanslag op de kerstmarkt in Maagdenburg. X wordt er ook al lange tijd van beschuldigd dat het niet doortastend genoeg optreedt tegen desinformatie en haatberichten.

    Begin januari kondigden meer dan zestig Duitse en Oostenrijkse wetenschappelijke organisaties aan X te verlaten. Volgens hen was ‘de huidige koers van het platform onverenigbaar met de fundamentele waarden van de regering: openheid naar de wereld, wetenschappelijke integriteit, transparantie en democratisch discours’. Diezelfde week riep de federale commissaris voor discriminatiebestrijding, Ferda Ataman, de Duitse regering ook op om X te verlaten. Ze hekelde X ‘als een instrument waarmee de rijkste man ter wereld politieke invloed uitoefent’. Kanselier Olaf Scholz, ministers en ministeries zouden X alleen maar versterken door hun aanwezigheid op het platform, aldus Ataman.

  • Is het einde van de moderatie op Meta goed nieuws?

    Is het einde van de moderatie op Meta goed nieuws?

    Mark Zuckerberg wil ‘de vrijheid van meningsuiting herstellen’ op Facebook en Instagram. Is het verdwijnen van de moderatie op die platforms een goede ontwikkeling? Twee redacteurs gaan met elkaar in debat.

    ‘Het markeert de terugkeer van de vrijheid van meningsuiting’

    Benjamin WeingartenNew York Post 

    Twee weken voor de inauguratie van Donald Trump – een man die heeft gezworen het regime dat hem en miljoenen andere Amerikanen het zwijgen oplegde te ontmantelen en te vernietigen – sprak een van de figuren die het meest verantwoordelijk is voor dit regime zich uit. Meta CEO Mark Zuckerberg gaf toe dat zijn bedrijf zich ‘te veel met censuur’ had beziggehouden en verklaarde dat met het ‘culturele kantelpunt’ van de recente verkiezingen, zijn platforms zich vanaf nu zouden inzetten om ‘de vrije meningsuiting te herstellen’.

    Maar heeft de tech-titaan echt het licht gezien op het gebied van vrije meningsuiting? Of is dit een cynische en egoïstische poging om zich te beschermen tegen de verschuivende politieke wind? 

    Want vergeet niet dat Meta na de verkiezingen van 2016 interne tools gebruikte om conservatieve inhoud te verbergen. Ook maakte Meta deel uit van het Election Integrity Partnership (EIP, een groep onderzoekers en experts op het gebied van desinformatie tijdens de presidentsverkiezingen), dat werd geleid door de federale overheid en de taak had om ‘onjuiste gedachten’ over de integriteit van de verkiezingen van 2020 en de resultaten ervan te weren.

    Meta heeft Trump na 6 januari (2021, de datum van de Capitool-bestorming) twee jaar lang van Facebook verbannen

    Meta heeft Trump daarnaast na 6 januari (2021, de datum van de Capitool-bestorming) twee jaar lang van Facebook verbannen – en herstelde zijn accounts alleen onder de voorwaarde dat Trump bij nieuwe overtredingen nog zwaardere sancties zou worden opgelegd. Ook heeft Meta meningen die in strijd zijn met de covid-orthodoxie massaal laten verdwijnen.

    De gevolgen waren onmetelijk. Moeten degenen van wie de rechten zijn geschonden toen Meta optrad als afgevaardigde van de taalpolitie van de FBI, deze totale ommekeer accepteren?

    Het minste wat Zuckerberg kan doen, is het Facebook-archief openen, zodat Amerikanen een volledig beeld kunnen krijgen van Meta’s censuurpogingen. Dit archief zou vervolgens de basis kunnen leggen voor mogelijke rechtszaken.

    Maar vindt Zuckerberg echt dat Meta miljoenen Amerikanen onterecht het zwijgen heeft opgelegd? En, zo ja, ziet hij de veranderingen die hij voorstelt dan als een vorm van rechtvaardigheid? Zuckerberg veranderde in ieder geval pas van mening toen het censuurregime en Meta’s rol daarin aan het licht kwamen én toen de politieke toekomst van Trump er weer rooskleuriger uitzag. Hiermee treedt de Meta-CEO in de voetsporen van vele anderen. 

    Het Global Engagement Center van het State Department (een federaal agentschap dat in 2016 werd opgericht om buitenlandse desinformatie op het internet te bestrijden) sloot eind 2024 onder druk van de Republikeinen zijn deuren.

    Het is goed nieuws dat deze hervormingen een radicale verschuiving in de culturele en politieke macht weerspiegelen

    Verschillende grote organisaties, zoals het Stanford Internet Observatory (een instituut van de Californische universiteit, gespecialiseerd in desinformatie) hebben hun personeelsbestand en activiteiten teruggeschroefd. De Meta-wijziging volgt bovendien op de ‘bevrijding’ van X door Elon Musk, die na zijn overname in 2022 de teams verantwoordelijk voor de contentmoderatie ontsloeg.

    Zelfs als Zuckerbergs voorgestelde hervormingen opportunistisch zijn, is het goede nieuws dat ze een radicale verschuiving in de culturele en politieke macht weerspiegelen ten gunste van de vrijheid van meningsuiting.

    Feit blijft dat het ecosysteem van ‘contra-desinformatie’ nog steeds bestaat. Het omvat het administratieve staatsapparaat, bepaalde overheidsinstanties, een groot deel van Big Tech, grote universiteiten, bekende ngo’s, specialisten op het gebied van risicobeoordeling, factcheckers en regeringen die overal ter wereld censuur uitoefenen. Stuk voor stuk machtige spelers die niet van de ene op de andere dag zullen verdwijnen.

    Het is aan de regering-Trump en het Congres om het censuurregime uit te hongeren, te beroven van publieke fondsen en alle middelen in te zetten om het eerste amendement te bewaken.


    ‘Mark Zuckerberg geeft zich over’

    Torsten Kleinz – Der Spiegel

    Elon Musk en Mark Zuckerberg zijn uiteindelijk niet met elkaar op de vuist gegaan. In de zomer van 2023 raakten de twee miljardairmagnaten verzeild in een kinderachtige ruzie: Musk daagde de oprichter van Facebook uit voor een gevecht, maar trok zich terug toen duidelijk werd dat zijn tegenstander, een fervent liefhebber van vechtsporten, hem met speels gemak zou verslaan. In het virtuele gevecht tussen hen is Mark Zuckerberg daarentegen ongetwijfeld de grote verliezer.

    In zijn video op Instagram van 7 januari probeerde Zuckerberg over te komen als een vroege Trump-aanhanger: occulte krachten zouden hem hebben aangespoord om fact-checkingprogramma’s op te zetten op zijn platforms, maar dat tijdperk van ‘censuur’ is nu voorbij. Mark Zuckerberg kondigde aan dat hij Elon Musk wilde imiteren, direct verwijzend naar diens rivaliserende platform X. Wat een strijd had moeten zijn, is in feite een capitulatie.

    Berichten die voorheen als grensoverschrijdend werden beschouwd, zullen de nieuwe norm worden

    Sinds de herverkiezing van Donald Trump heeft Zuckerberg afscheid genomen van zijn hoofdlobbyist Nick Clegg, die met zijn ervaring in de Britse regering de kritische opmerkingen over sociale netwerken probeerde te temperen. Zijn opvolger, Joel Kaplan, is een harde Republikein die in het Witte Huis werkte onder George W. Bush. Dana White, baas van de grootste Amerikaanse competitie MMA en fervent Trump-aanhanger, is ook net toegetreden tot de raad van bestuur van Facebook. Als klapper op de vuurpijl heeft Meta 1 miljoen dollar gedoneerd om de inauguratie van Donald Trump te financieren.

    Ook in hun content bereiden Facebook en Instagram zich voor op de terugkomst van Trump. Mark Zuckerberg heeft onder meer het einde aangekondigd van bepaalde beperkingen op publicaties met betrekking tot gender en immigratie, omdat deze niet langer in lijn zouden zijn met ‘het dominante discours’. Met andere woorden: berichten die voorheen als grensoverschrijdend werden beschouwd, zullen de nieuwe norm worden.

    De grote lijnen die Mark Zuckerberg schetst, wijzen op een systeemverandering ten koste van de zwakkeren

    De grote lijnen die Mark Zuckerberg schetst, wijzen op een systeemverandering ten koste van de zwakkeren: gebruikers kunnen binnenkort ongestraft racistische beledigingen uiten, zolang ze zich beperken tot sferen waar niemand zich er aanstoot aan neemt. De grote winnaars worden degenen die het meeste lawaai gaan maken.

    Het bestrijden van haatzaaiende taal en desinformatie kost enorm veel tijd en geld. Mark Zuckerberg heeft duidelijk het gevoel dat hij er niets meer mee te winnen heeft. Hij kiest liever de kant van Donald Trump en valt de Europese regels aan die platforms aanmoedigen om te censureren. Daarmee stelt hij wetten zoals de (Europese) Digital Services Regulation (DSA) gelijk aan staatscensuur in China.

    Mark Zuckerbergs handen zijn niet zo vrij als die van Elon Musk, wiens immense fortuin uit andere bedrijven dan alleen X komt. Wil de oprichter van Facebook een van de rijkste mensen ter wereld blijven, dan moet hij een aantrekkelijke omgeving creëren voor advertenties. Uiteindelijk zullen de adverteerders beslissen of hij er goed aan heeft gedaan zich over te geven aan de politieke tijdgeest.

  • ‘Al zijn de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht’

    ‘Al zijn de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht’

    Mark Zuckerberg kiest voor een radicale koerswijziging op zijn socialemediaplatforms: minder moderatie, meer vrijheid. Hoewel de timing en motivatie dubieus zijn, kan deze stap de Amerikaanse democratie sterker maken in de turbulente tijden die komen gaan, aldus The Economist.

    Afgezien van het polshorloge van een miljoen dollar was het net een gijzelingsfilmpje. Op 7 januari postte Mark Zuckerberg een clip op Facebook en Instagram waarin hij veranderingen aankondigde in de contentmoderatie op zijn sociale netwerken, als reactie op wat hij het ‘culturele omslagpunt’ van de verkiezing van Donald Trump noemde. Volgens hem was er ‘te vaak sprake van fouten en censuur’, waaraan hij toevoegde dat Trumps terugkeer ‘een kans biedt om de vrijheid van meningsuiting te herstellen’. Ook benoemde hij Dana White, een medestander van Trump, tot lid van de raad van bestuur van Meta (evenals John Elkann, de baas van Exor, dat mede-eigenaar is van het moederbedrijf van The Economist).

    Ondanks al het gepraat over vrijheid illustreerde Zuckerbergs filmpje eens te meer hoe de aankomende president de Amerikaanse zakenwereld intimideert en in zijn greep heeft. Eerder noemde Trump Facebook een ‘vijand van het volk’ en dreigde hij ervoor te zorgen dat Zuckerberg ‘de rest van zijn leven achter de tralies zou doorbrengen’. Zuckerberg is niet de enige bestuurder die zich gewonnen geeft: iedereen, van Tim Cook van Apple tot Sam Altman van OpenAI, heeft naar verluidt gedoneerd aan Trumps ijdele inauguratiefonds. Deze week kondigde Amazon een veertig miljoen dollar kostende biopic aan over de aankomende First Lady.

    Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers

    Al zijn de omstandigheden nog zo grotesk en de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht. De vrijheid van meningsuiting online moet hoognodig worden verruimd, om de Amerikaanse democratie bestand te maken tegen alles wat ze komende jaren voor haar kiezen zal krijgen. 

    Zuckerberg was ooit een vurig pleitbezorger van de vrijheid van meningsuiting, die content als holocaustontkenning ondanks talrijke protesten toestond. Maar na beweringen over Russische online-inmenging in de eerste verkiezing van Donald Trump in 2016 en een golf van desinformatie rond de covid-19-pandemie in 2020 trad het bedrijf hard op tegen een breed scala van ‘legale maar verwerpelijke’ content, van kwakzalverij tot bizarre groeperingen als QAnon.

    Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers. Om nog maar te zwijgen van de vrijheid van vergissing; in enkele gevallen zijn volstrekt juiste beweringen geblokkeerd, zoals toen Facebook een New York Post-verhaal over Joe Bidens zoon Hunter tegenhield, dat waar bleek te zijn. De definitie van hatespeech is zodanig verruimd dat er bijvoorbeeld lang niet meer zo vrijelijk over transgenderrechten kan worden gedebatteerd. Geautomatiseerde filters zijn zo streng dat zelfs Meta toegeeft dat 10-20 procent van de verwijderde content ten onrechte is verwijderd. Het is dan ook verheugend dat Zuckerberg heeft toegezegd factchecking te vervangen door meldingen van gebruikers zelf en de regels voor gevoelige onderwerpen als gender te versoepelen.

    Risico’s

    Toch zijn er ook risico’s. Zuckerberg erkent dat moderatie vaak een kwestie van water bij de wijn is en dat zijn nieuwe regels voor meer ‘narigheid’ online zullen zorgen. Adverteerders, die gebrand zijn op ‘merkveilige’ content, zullen zich hiertegen verzetten. Een ander gevaar is dat platforms ‘vrijheid van meningsuiting’ als excuus gaan gebruiken om te beknibbelen op het indammen van illegale content, een kostbare en ingewikkelde procedure. Op X, waar Elon Musk een groot deel van het moderatieapparaat heeft ontmanteld, nam tijdens een recente reeks rellen in Groot-Brittannië het aantal posts dat aanzette tot geweld – een strafbaar feit – hand over hand toe. Telegram, een libertair netwerk dat populair is in Rusland, is vanwege zijn gebrek aan aanpak een toevluchtsoord geworden voor criminelen.

    De beste manier om je tegen deze gevaren te wapenen is door transparant te zijn over hoe de regels tot stand komen. De onafhankelijke raad van toezicht van Meta die sinds 2020 over de waarden en normen waakt, lijkt door de aankondiging van deze week op het verkeerde been gezet en heeft zijn zorgen over de maatregelen geuit na die eerst nog te hebben gesteund. De regels voor wat al dan niet online kan worden gezegd, moeten transparant worden uitgelegd en verdedigd, en niet al vóór de inauguratie door een paniekerige CEO worden afgeschaft.

    Desondanks heeft Meta een stap in de goede richting gezet. Sociale netwerken moeten illegale content weren. Met het oog op adverteerders en gebruikers willen ze het waarschijnlijk beschaafd houden. Maar ze moeten zich niet langer bezighouden met wat goed of fout is. Alleen een dwaas gelooft alles wat op zijn sociale netwerk verschijnt.

  • Verpesten sociale media ons vermogen om ons te focussen?

    Verpesten sociale media ons vermogen om ons te focussen?

    Doomscrolling en brain rotting zijn relatief nieuwe termen die verwijzen naar de negatieve impact van sociale media op ons concentratievermogen. Is er reden tot zorgen? Twee opiniemakers gaan in debat.

    ‘Het feit dat degenen die het meeste risico lopen zich het meest bewust zijn van het probleem is bemoedigend nieuws’

    ‘Als je de laatste overblijfselen van het menselijk intellect door de gootsteen wilt zien spoelen, typ dan de woorden “skibidi toilet” in op YouTube’, schrijft Siân Boyle in The Guardian. De video van elf seconden toont een geanimeerd hoofd dat uit een toiletpot steekt terwijl het de onzinnige tekst ‘skibidi dop dop dop ja ja’ zingt. De clip is meer dan 215 miljoen keer bekeken en leidde tot honderden miljoenen verwijzingen op TikTok en andere sociale media. ‘Het is dan ook toepasselijk dat brain rot zojuist is benoemd tot het Oxford-woord van het jaar.’ Het woordenboek definieert brain rotting als ‘de veronderstelde verslechtering van de mentale of intellectuele toestand van een persoon, vooral als het resultaat van overconsumptie van (online) materiaal dat als triviaal of onuitdagend wordt beschouwd’. Volgens Boyle zijn maar weinig mensen zich ervan bewust hoe letterlijk technologie onze hersenen verpest en hoe onmiskenbaar dwangmatig internetgebruik onze grijze massa vernietigt.

    Brain rot werd bijna twintig jaar geleden al voorspeld toen wetenschappers de effecten bestudeerden van een destijds nieuwe uitvinding genaamd e-mail. Ze bestudeerden met name de impact die een onophoudelijk spervuur van informatie zou hebben op de hersenen van de deelnemers. ‘Constante cognitieve overbelasting had een negatiever effect dan het innemen van cannabis, waarbij het IQ van de deelnemers gemiddeld met 10 punten daalde’, schrijft Boyle. ‘En dat was nog voordat smartphones het internet binnen handbereik brachten, wat ertoe heeft geleid dat de gemiddelde volwassene in het Verenigd Koninkrijk nu minstens vier uur per dag online is (waarbij gen Z-mannen vijf en een half uur per dag online zijn en gen Z-vrouwen zes en een half).’

    Boyle haalt aan dat de afgelopen jaren een overvloed aan academisch onderzoek van onder andere de Harvard Medical School, de Universiteit van Oxford en King’s College London bewijs heeft gevonden dat het internet onze grijze hersenmassa doet krimpen, de aandachtsspanne verkort, het geheugen verzwakt en onze cognitieve processen verstoort. 

    ‘Onderzoek na onderzoek beschrijft hoe kwetsbaar we zijn voor door het internet veroorzaakte hersenrotting’

    ‘Onderzoek na onderzoek beschrijft hoe kwetsbaar we zijn voor door het internet veroorzaakte hersenrotting. Te veel technologie tijdens de ontwikkelingsjaren van de hersenen wordt door sommige academici zelfs “digitale dementie” genoemd.’ Mensen die vaak met meerdere online platforms bezig zijn, hebben een verminderd geheugen en een verminderde aandachtsspanne. Dit bleek uit een analyse van gegevens die over een periode van tien jaar waren verzameld door geheugenpsychologen aan de Stanford University in 2018. Dr. Gloria Mark, hoogleraar informatica aan de Universiteit van Californië en auteur van Attention Span, heeft bewijs gevonden voor hoe drastisch ons vermogen om te focussen afneemt. In 2004 stelden Mark en haar team van onderzoekers vast dat de gemiddelde aandachtsspanne op een scherm tweeënhalve minuut bedroeg. In 2012 was dat 75 seconden. Zes jaar geleden was dat nog maar 47 seconden. ‘En toch lijken we weinig te doen om het tij te keren,’ betreurt Boyle. 

    ‘Maar het is niet helemaal onze schuld als technologie ons minder intelligent maakt. Het is tenslotte ontworpen om ons volledig op te slokken,’ merkt Boyle op. ‘Silicon Valleys smerigste ontwerptruc – die overal aanwezig is als je het eenmaal hebt opgemerkt – is de oneindige scroll, het zogeheten doomscrolling’. Doomscrolling wordt vergeleken met het “bodemloze soepkom”-experiment, waarbij deelnemers gedachteloos uit een soepkom blijven eten als deze steeds wordt bijgevuld. ‘Een online feed die constant wordt “bijgevuld” manipuleert het dopaminerge beloningssysteem van de hersenen op een vergelijkbare manier. Deze krachtige dopamine-gedreven cyclus van eindeloos scrollen kunnen verslavend worden.’

     ‘In de afgelopen jaren hebben antitechnologiebewegingen aan kracht gewonnen’

    Maar wat gebeurt er als we geen grip krijgen op onze afnemende cognitieve gezondheid? ‘De voormalige Google-ontwerpethicus Tristan Harris vertelde het Amerikaanse Congres in 2019 dat miljarden mensen nu hun informatie ontvangen van platforms waarvan het bedrijfsmodel de winst koppelt aan hoeveel aandacht ze vangen, waardoor een race ontstaat om aandacht te trekken door onze hagedissenhersenen te hacken – met dopamine, angst, verontwaardiging – voor winst”.’ Zijn waarschuwingen zijn grimmiger dan ooit, schrijft Boyle. ‘Hij zei dat “overtuigende technologie een enorm onderschatte en machtige factor is die de wereld vormgeeft” en dat “deze technologie de controle heeft genomen over de pen van de menselijke geschiedenis en ons naar een catastrofe zal drijven als we het niet terugnemen”.’

    De term brain rot werd populair gemaakt door jonge mensen op sociale media die het meeste risico lopen op de gevolgen ervan. ‘Het feit dat degenen die het meeste risico lopen zich het meest bewust zijn van het probleem is bemoedigend nieuws,’ aldus Boyle. De eerste stap in de richting van een verandering is volgens haar het begrijpen van het probleem, en dat gebeurt volgens haar steeds meer. ‘In de afgelopen jaren hebben antitechnologiebewegingen aan kracht gewonnen,’ Van tieners die zich afkeren van dumbphones tot campagnes voor een smartphonevrije jeugd; het zijn volgens Boyle ‘groene scheuten voor een toekomst waarin we in staat zijn om onze geest terug te winnen’. ‘Misschien heeft Skibidi Toilet dus toch meer betekenis: een bewustzijn van waar de menselijke intelligentie zich op dit moment bevindt. Het kan nu twee kanten op: zo verder, of met een U-bocht omkeren.’

    Siân Boyle is freelance schrijver en journalist, gespecialiseerd in longform journalistiek. Ze heeft gepubliceerd in onder andere The Sunday Times, The Guardian, The Independent, en Huff Post.


    ‘Studenten kunnen nog steeds boeken lezen, ze kiezen er alleen voor om dat niet te doen’

    ‘We zien afleiding ten onrechte als een nieuw fenomeen. De vermeende aandachtscrisis zou beter omschreven kunnen worden als een verschuiving in prioriteiten’, schrijft Marion Thain, hoogleraar cultuur en technologie aan het King’s College in Londen en directeur van het Digital Futures Institute, in Irish Examiner

    Volgens Thain hebben we de neiging te denken dat het predigitale tijdperk ongeveer hetzelfde was als nu, maar dan zonder onze talloze digitale afleidingen. ‘Dat was niet zo. Afleiding is niets nieuws’. Aan het eind van de negentiende eeuw konden Londenaren tot wel twaalf postbezorgingen per dag verwachten. Brieven werden vaak uitgewisseld met een frequentie waarvan we nu denken dat die alleen sinds de komst van e-mail voorkomt. ‘Er wordt soms beweerd dat afleiding de onderliggende cognitieve crisis van het digitale tijdperk is, en er is zeer reële en terechte bezorgdheid onder jongere generaties, maar het is ook belangrijk de huidige zorgen in een bredere historische context te plaatsen,’ stelt Thain.

    ‘Zou het degenen die klagen over ons groeiende onvermogen om aandachtig een concert van klassieke muziek bij te wonen, helpen om te weten dat de achttiende-eeuwse symfonie niet werd ontworpen met de verwachting van een publiek dat met voortdurende, verrukte aandacht luisterde? Of dat de middeleeuwse monniken geen smartphones nodig hadden om te geloven dat hun werk werd bedreigd door de demon van de afleiding, Titivillus?’

    Beschuldigingen van een afnemende aandachtsspanne zijn volgens Thain een vrij consistent onderdeel van het verhaal van de moderniteit. ‘Zelfs in het begin van de twintigstee eeuw identificeerde schrijver en criticus Ezra Pound de verschuiving van poëzie naar proza als het gevolg van een afgeleid lezerspubliek dat niet in staat was om de taalkundige dichtheid van verzen bij te wonen.’

    ‘Studenten zien het lezen van boeken als het luisteren naar vinylplaten – iets wat vooral een overblijfsel is van een vroegere tijd’

    Auteur Jonathan Bate sprak onlangs in het BBC Today-programma over hoe de huidige onderwijssystemen studenten voortbrengen die niet meer in staat zijn om lange romans te lezen. Dat ging volgens Bate ten koste van de vaardigheden concentratie en kritisch denken. ‘Bate betreurt de dagen waarin hij een groep studenten kon vragen om drie Charles Dickens romans in een week te lezen. Maar Bates drie-eenheid van Great Expectations (ongeveer 187.000 woorden), David Copperfield (ongeveer 358.000) en Bleak House (ongeveer 356.000) zou een gemiddelde lezer in totaal ongeveer 50 uur kosten. Zelfs een frenetieke skim-read zou weinig tijd overlaten voor kritische reflectie en zou vrijwel zeker niet bevorderlijk zijn voor de geestelijke gezondheid,’ werpt Thain tegen.

    Thain verwijst ook naar het artikel van Rose Horowitch in The Atlantic met als kop: The elite college students who can’t read books. In het artikel wordt gesteld dat veel middelbare scholen in de Verenigde Staten hebben besloten om minder nadruk te leggen op literaire teksten, zoals romans en gedichten, en in plaats daarvan korte tekstfragmenten gebruiken. Tegelijkertijd compliceert Horowitch dit beeld door te opperen dat we misschien niet zozeer een afname zien in het lezen van lange teksten, maar eerder een verschuiving in wat en hoe geconsumeerd wordt. Ze schrijft dat een paar professoren haar vertelden dat hun studenten het lezen van boeken zien als het luisteren naar vinylplaten – iets waar een kleine subcultuur misschien nog steeds van geniet, maar wat vooral een overblijfsel is van een vroegere tijd. Ook benadrukt ze dat we tegelijkertijd het publiek voor luisterboeken aanzienlijk hebben zien groeien. ‘Haar artikel suggereert dat we misschien niet zozeer getuige zijn van een verlies van de vaardigheid om een lange roman te lezen als wel van een verschuiving in waarden: studenten kunnen nog steeds boeken lezen, ze kiezen er alleen voor om dat niet te doen,’ aldus Thain. 

    Dit alles wil volgens Thain niet zeggen dat we zelfgenoegzaam moeten zijn. ‘Verre van dat: Het is essentieel dat we begrijpen wat de winst en het verlies zijn van onze verschuivende aandacht en wie het meest wint en verliest bij deze nieuwe aandachtseconomieën.’ 

    Een meer diffuse focus kan andere cognitieve spieren trainen en andere beloningen opleveren

    Nog fundamenteler is het volgens haar dat we nadenken over welke soorten aandacht we nastreven en waarom. ‘Wat psychologen wel eens unifocale aandacht noemen is slechts één manier om aandacht te hebben, en het is niet altijd de meest nuttige.’ Dat lieten Chris Chabris en Dan Simons zien in hun experiment uit 1999 dat bekendstaat als het Onzichtbare Gorilla Experiment. De proefpersonen werd gevraagd om het aantal worpen in een basketbalwedstrijd te tellen, maar ze merkten de persoon in het gorillapak niet op die midden in de wedstrijd op het veld danste. ‘Concentratie op één ding kan ons verblinden voor belangrijke maar onverwachte gebeurtenissen.’ Een meer diffuse focus kan andere cognitieve spieren trainen en andere beloningen opleveren. ‘Ontwikkelt de jongere generatie vormen van aandacht die ouderen moeilijk begrijpen of waarderen, maar die nieuwe voordelen kan bieden?

    Als voorbeeld noemt ze de snelle, schriftelijke uitwisselingen van instant messaging. En de kunst van de gevatte, geestige uitdrukking in 140 of 280 tekens. ‘En wat te denken van de behendigheid en reflextraining van de fysieke en mentale bewegingen van videogames, of de sociaal verspreide vormen van collectieve aandacht die mogelijk zijn in online omgevingen?’

    Deze vragen kunnen en moeten we volgens Thain stellen, terwijl we ons tegelijkertijd bewust zijn van de reële problemen in de huidige aandachtseconomieën. ‘Misschien kan de geschiedenis ons leren flexibeler om te gaan met de manier waarop we long form van cultuur presenteren, ermee omgaan en ervan genieten. En in een context die nog maar enkele decennia geleden onvoorstelbaar was, kunnen we wellicht ook het potentieel herkennen.’

    Marion Thain is hoogleraar Cultuur en Technologie aan het King’s College in Londen en directeur van het Digital Futures Institute. 

  • Elon Musk verandert zijn naam op X in Kekius Maximus

    Elon Musk verandert zijn naam op X in Kekius Maximus

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Korea: politie doorzoekt vliegveld Muan na vliegtuigcrash

    » Montenegro: man doodt tien mensen en pleegt daarna zelfmoord

    Kekius Maximus is de naam van een cryptomunt

    De rijkste man ter wereld veranderde dinsdag ‘bizar genoeg’ de naam van zijn X-profiel in Kekius Maximus, ‘wat een spervuur aan vragen opriep van zowel voor- als tegenstanders’, schrijft New York Post. Kekius Maximus is ook de naam van een cryptomunt. Als gevolg van de naamswijziging is de koers van deze cryptomunt flink omhooggeschoten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Musk veranderde ook zijn profielfoto: op de afbeelding is nu de beroemde stripfiguur Pepe de Kikker te zien, gekleed in het harnas van een gladiator. Pepe werd naar verluidt online geassocieerd met witte supremacisten en de alt-right tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016, aldus het Amerikaanse dagblad.

  • De rol van sociale media in het verspreiden van gedragspatronen en ziektes

    De rol van sociale media in het verspreiden van gedragspatronen en ziektes

    Het fenomeen dat gevoelens, levensstijlen of zelfs mentale ziektes zich verspreiden onder vrienden en kennissen, staat bekend als sociale besmetting. Maar wat is dit verschijnsel precies en hoe werkt het?

    Op een dag kwamen er patiënten met vreemde tics in de praktijk van Kerstin Müller-Vahl. Ze trilden, zwaaiden met hun armen in het rond, hun hele bovenlichaam maakte allerlei schokkerige bewegingen. Ze gooiden met voorwerpen, schreeuwden obsceniteiten of duwden hun begeleidende ouders in de rondte. De meeste patiënten brachten zelf een diagnose mee naar het consult naar de kliniek voor psychiatrie, sociale psychiatrie en psychotherapie van de Hannover Medical School: het syndroom van Gilles de la Tourette. ‘Het was meteen duidelijk dat dit niet het syndroom van Gilles de la Tourette was,’ zegt de psychiater, die gespecialiseerd is in de behandeling van deze aandoening, ‘het was een ziektebeeld dat ik nooit eerder had gezien.’

    De tic-achtige symptomen waren te complex en te clichématig. In tegenstelling tot vaak wordt gedacht, gebruiken tourettepatiënten niet allemaal scheldwoorden en maken ze niet per se complexe bewegingen. De typische symptomen van deze neuropsychiatrische aandoening zijn gezichtsstuipen zoals knipperen met de ogen of dwangmatig de keel schrapen. Maar waar deze patiënten, van wie er zich tussen 2019 en 2022 ongeveer zestig op het tourettespreekuur meldden, dan wel aan leden, stelde Müller-Vahl voor een raadsel. Gelukkig slaagde ze er vrij snel in het op te lossen: het was een vorm van sociale besmetting, een vaak waargenomen en goed gedocumenteerd fenomeen.

    En dit beperkt zich zeker niet tot het syndroom van Gilles de la Tourette, maar kan bijna op alle gebieden waar mensen met elkaar in contact komen worden waargenomen – overigens ook in positieve zin: ook een gezonde levensstijl en zelfs geluk lijken besmettelijk te zijn.

    YouTube

    Maar zodra het over ziekte gaat, roept de verwijzing naar sociale besmetting vaak verontwaardigde reacties op omdat het om een geveinsde ziekte zou gaan. Het is echter een regelmatig voorkomend fenomeen als een ziekte bijvoorbeeld plotseling is opgekomen, veel media-aandacht trekt of veel ruimte biedt voor interpretatie.

    ‘We bespraken de patiënten in onze werkgroep en ik vertelde hen over de symptomen,’ zegt Müller-Vahl. Een collega herkende de beschreven gedragingen: ze leken op die van een YouTuber op zijn kanaal ‘Gewitter im Kopf’. Op zijn succesvolst was deze Jan Zimmermann, die vermoedelijk lijdt aan een milde vorm van tourette, de Duitse YouTuber met het op een na grootste bereik. Zijn video’s werden miljoenen keren bekeken.

    In een artikel in vaktijdschrift Brain, dat de psychiater samen met collega’s in 2022 publiceerde, wordt Zimmermann beschreven als een ‘virtuele index-case’, dat wil zeggen het beginpunt van een ‘door sociale media veroorzaakte ziekte’. Het ging hier dus om gevallen van sociale besmetting, veroorzaakt door populaire YouTube-video’s.

    Het was niet alleen de aard van de symptomen die de psychiater opvielen, ook andere details klopten niet. Ongeveer de helft van de patiënten was vrouw of meisje, terwijl de ziekte van Gilles de la Tourette vooral jongens treft. In andere klinieken was de verdeling tussen mannen en vrouwen nog opvallender: psychiaters in de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië, Denemarken en Frankrijk namen een soortgelijk fenomeen waar en rapporteerden daarover in gespecialiseerde artikelen. Hier waren het vrijwel alleen maar meisjes en vrouwen die zich in de klinieken meldden. Ook deze gevallen waren terug te voeren op voorbeelden die echte of vermeende tourettesymptomen vertoonden op Instagram, Tiktok of YouTube. 

    Socialemediaplatforms hebben zich inderdaad ontwikkeld tot een ‘overdrachtsvector’ van psychologische symptomen en lijden, schrijven psychiaters onder leiding van John Haltigan in Comprehensive Psychiatry. Hoe vreemd dat ook mag klinken, dat mensen door andere mensen beïnvloed worden is niets nieuws. Ook emoties verspreiden zich, zoals bijvoorbeeld netwerkonderzoekers Nicholas Christakis en James Fowler al in 2008 beschreven. Vreugde is dus besmettelijk, net als een slecht humeur.

    ‘Het gedrag van mensen vormt ook dat van anderen,’ zegt psycholoog Andrea Reiter van de Universiteit van Würzburg. In experimenten stemden proefpersonen bijvoorbeeld hun risicogedrag af op dat van anderen. ‘Als je onzeker bent is het vaak verstandig om je te oriënteren op het gedrag van anderen,’ zegt Reiter. Je past je aan, neemt meningen, gedragingen en de algemene kijk op dingen over. Als vrienden voor zichzelf beginnen met drinken of roken of sport en diëten ontdekken, neemt de kans toe dat anderen in het netwerk dit voorbeeld volgen, zoals onderzoekers onder leiding van Shannon Montgomery rapporteren in Preventive Medicine.

    Iedereen die iemand in zijn klas had met een gediagnosticeerde psychische aandoening, had een verhoogd risico om zelf gediagnosticeerd te worden

    Maar het fenomeen lijkt veel verder te gaan dan stemmingen en gedragingen. Verschillende onderzoeken suggereren dat zelfs eetstoornissen of depressies zich via netwerken kunnen verspreiden. Psychologen onder leiding van Jussi Alho van de Universiteit van Helsinki publiceerden hierover onlangs in Jama Psychiatry

    Het team analyseerde de gegevens van alle Finnen die geboren zijn tussen 1 januari 1985 en 31 december 1997. In totaal werd het welzijn van 713.809 mensen vanaf de negende klas door de jaren heen gevolgd. Iedereen die iemand in zijn klas had die in dat schooljaar (rond zestien jaar) een gediagnosticeerde psychische aandoening had, had een verhoogd risico om zelf gediagnosticeerd te worden.

    Er bleek ook een correlatie te zijn tussen dosis en effect. Hoe meer klasgenoten een diagnose hadden, hoe groter de kans dat anderen zouden volgen. Dat gold vooral in het jaar na de negende klas, en het effect was het duidelijkst op het gebied van depressie, angst en eetstoornissen.

    Een dosis-effectrelatie en een tijdspatroon zijn zeker sterke aanwijzingen voor sociale besmetting, zegt Alho. Toch is de psycholoog voorzichtig: ‘We hebben alleen een correlatie waargenomen en kunnen niets zeggen over een oorzakelijk verband.’ 

    Het lijkt erop dat de socialebesmettingseffecten groter zijn onder bepaalde groepen. ‘Adolescenten reageren er sterker op dan volwassenen,’ zegt Reiter. Hierachter zit het verlangen om erbij te horen, om deel uit te maken van een groep, dat in de tienerjaren groter is dan later. En in vergelijking zijn jonge vrouwen hier vatbaarder voor dan mannen. Dit kan te maken hebben met het feit dat de vriendschappen van meisjes hechter zijn dan die van jongens en dat de angst om buitengesloten te worden en de daaruit voortvloeiende druk om zich te conformeren groter is. Ook zou het feit dat vrouwen gemiddeld empathischer zijn, een rol kunnen spelen.

    Ook angstigheid en onzekerheid maken extra ontvankelijk voor invloeden uit de peergroep. De meerderheid van de patiënten die zich bij Müller-Vahl meldden met touretteachtige symptomen leed bijvoorbeeld aan angst of depressie. ‘Sommigen waren eenzaam, hadden autistische trekjes of werden gepest op school,’ vertelt de psychiater. Ze waren dus al kwetsbaar toen ze de YouTube-video’s bekeken en de tics overnamen.

    Tijdgeest 

    Sommige patiënten hadden baat van hun ziekte: op school werden ze bijna bewonderd om hun tics, zegt Müller-Vahl. Anderen mochten thuisblijven vanwege de vermeende aandoening, waar de symptomen vaak verdwenen. In hun artikel in Brain schrijven de psychiaters dat het fenomeen ook een uiting zou kunnen zijn van de tijdgeest, waarin jongeren zich willen onderscheiden en hunkeren naar aandacht.

    Feit is dat er een zeer groot publiek kan worden bereikt met ziekteverhalen. Korte video’s met de hashtag ‘mental health’ werden al meer dan 100 miljard keer bekeken op het platform TikTok. Plotseling interpreteren veel mensen de gewoonste verschijnselen als bewijs dat ze zelf ziek zijn, waarna ze zich dan ook echt als patiënt gaan gedragen.

    Zulke gevallen roepen vaak woede en minachting op. Dat geldt ook voor een zeer controversieel onderwerp dat niets met ziekte te maken heeft: transgenders. Psychologen onder leiding van Jean Twenge en Brooke Wells hebben onlangs in het tijdschrift Sexuality Research and Social Policy een analyse gepresenteerd van de ontwikkeling van de cijfers in de VS. Tussen 2014 en 2022 is het aantal mensen dat zichzelf identificeert als transgender bijna vervijfvoudigd in de leeftijdsgroep van 18 tot 24 jaar en verviervoudigd onder 25- tot 34-jarigen. Psychologen vonden echter geen verandering in de leeftijdsgroep boven de 35 jaar.

    Bij jongere mensen ging het vrijwel uitsluitend om biologische vrouwen die zich nu identificeren als trans man of als gender-non-conform. De onderzoekers zagen nauwelijks verandering in de hoeveelheid biologische mannen die zich als trans vrouw identificeren.

    Het feit dat de beschreven trend zich vooral beperkt tot jonge biologische vrouwen zou je kunnen zien als een argument voor het feit dat ook hier sprake kan zijn van sociale besmetting. Lisa Littman van Brown University schreef hierover in 2018 in een hoog aangeschreven studie in het wetenschappelijke tijdschrift Plos One

    ‘Velen waren gewoon opgelucht toen ik hun vertelde dat ze geen tourette hadden’

    De arts had interviews gehouden met 256 ouders van wie de kinderen als tieners plotseling ‘uit de kast kwamen’ als transgender, zonder voorafgaande signalen in de kindertijd. 82,8 procent van deze jongeren waren biologische meisjes. 

    Littman observeerde ook groepsgedrag: de meeste tieners identificeerden zich als transgender in overeenstemming met hun kliek. Zo ontstonden er ‘clusters’ van transgender/gender-non-conforme vriendenkringen.

    De studie van Littman werd veel besproken en is ook zwaar bekritiseerd. Begin 2019 publiceerde Plos One een herziene versie, waarin werd benadrukt dat de resultaten voorlopig waren en dat het fenomeen niet alle trans jongeren betrof. De psychologen rond Twenge en Wells schrijven in hun analyse dat de trend op geen enkele manier gelinkt moet worden aan het fenomeen van sociale besmetting, maar alleen kan worden verklaard door toegenomen acceptatie en steun, waar bijvoorbeeld psychiater John Haltigan zich op Platform X weer tegen verzet. 

    Dus hoe zit het dan? De auteur van het aanvankelijke onderzoek, Brooke Wells, liet verschillende vragen van SZ onbeantwoord. Lisa Littman ging niet in op ons verzoek om een interview. Het onderwerp ligt blijkbaar zo gevoelig dat er bijna niet over te praten valt.

    Ook psychiater Kerstin Müller-Vahl kreeg kritiek te verduren. Sommige van haar patiënten stormden woedend de kamer uit omdat ze zich onbegrepen voelden: ze hielden vast aan de diagnose Gilles de la Tourette. Ze kreeg het verwijt dat ze oogkleppen ophad en een nieuwe, specifiek vrouwelijke vorm van tourette niet wilde herkennen. ‘Maar velen waren ook gewoon opgelucht toen ik hun vertelde dat ze geen tourette hadden,’ zegt Müller-Vahl. Die diagnose betekende namelijk ook dat de zeer reële symptomen van de getroffene behandeld en genezen konden worden – in tegenstelling tot bij echte tourette.

  • Australië verbiedt sociale netwerken voor jongeren onder de 16 jaar

    Australië verbiedt sociale netwerken voor jongeren onder de 16 jaar

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela zet 25 tot 30 jaar gevangenisstraf op steun aan internationale sancties

    » NASA volgt minimaan in haar weg naar de zon

    Het is het eerste land ter wereld dat zo’n wet invoert

    Het Australische parlement heeft donderdag een wet aangenomen die kinderen en tieners onder de 16 verbiedt om gebruik te maken van sociale netwerksites, meldt ABC. De regering vond de tekst ‘noodzakelijk om hun mentale gezondheid en welzijn te beschermen’, aldus de Australische zender.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Platforms krijgen een jaar de tijd om aan de nieuwe regelgeving te voldoen, bekend als de strengste ter wereld. De wet voorziet in ‘een boete van maximaal 50 miljoen Australische dollar’ (30,7 miljoen euro) als Tiktok, Instagram en Facebook geen ‘redelijke stappen’ ondernemen om te voorkomen dat jongeren onder de 16 jaar hun platformen gebruiken.

    Er zijn echter geen straffen voor jongeren of ouders die zich niet aan de regels houden, volgens ABC. De wet, die door critici vaag, problematisch en moeilijk toepasbaar wordt genoemd, was een van de stokpaardjes van de centrumlinkse premier Anthony Albanese. Australië is het eerste land ter wereld dat een wet invoert om jongeren te beschermen tegen de gevaren van sociale media.

  • Onderzoek: nepaccounts op X proberen verkiezingen in Ghana te beïnvloeden

    Onderzoek: nepaccounts op X proberen verkiezingen in Ghana te beïnvloeden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » China opent controversiële megahaven in Peru

    » Zweedse minister verbergt haar bananenfobie niet langer

    Aantal bots op X is toegenomen onder Elon Musk

    Met de presidentsverkiezingen in Ghana op 7 december in aantocht, hebben onderzoekers een netwerk van 171 botaccounts op X ontdekt die ChatGPT gebruiken om berichten te schrijven die gunstig zijn voor de zittende, rechtse politieke partij, de New Patriotic Party (NPP). Dat bericht Rest of World.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens nieuw onderzoek uitgevoerd door NewsGuard, een website die tools biedt om de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van nieuwsbronnen te beoordelen, promoten de botaccounts NPP-kandidaat Mahamudu Bawumia, tevens de zittende president, en zijn rechtse standpunten, waarbij ze vaak de hashtags #Bawumia2024, #NPP en de NPP-slogan #ItIsPossible gebruiken. De accounts lijken actief te zijn sinds februari.

    ‘Het primaire doel van het netwerk lijkt te zijn om pro-NPP berichten te versterken, de regering Bawumia te promoten en de oppositie van het National Democratic Congress aan te vallen,’ vertelde McKenzie Sadeghi, redacteur AI en buitenlandse beïnvloeding bij NewsGuard die bijdroeg aan het onderzoek, aan Rest of World. Volgens NewsGuard is het aantal botaccounts op X die nepnieuws verspreiden toegenomen sinds de overname van Twitter door Elon Musk in 2022.

  • Mexicaanse tiktokkers gebruiken codetaal om narcogeweld aan te kaarten

    Mexicaanse tiktokkers gebruiken codetaal om narcogeweld aan te kaarten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: kunsthandelaar verdacht van fraude met 1700 gestolen kunstwerken

    » VN-rapport: meer dan twintig landen lopen groot risico op acute hongersnood

    Gewelddadige taal wordt van het het platform geweerd

    Mexicaanse tiktokkers die filmpjes maken om het drugsgeweld in hun land aan te kaarten hebben een manier gevonden om de strenge richtlijnen van het sociale medium als het gaat om gewelddadige taal te omzeilen: codewoorden. Dat schrijft Rest of World. Volgens de techsite gebruiken Mexicaanse contentmakers woorden als desvividos (onlevenden) en bom bom (voor schietpartijen) om te voorkomen om van het platform geweerd te worden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De communityrichtlijnen van TikTok staan geen bloederige, gruwelijke, verontrustende of extreem gewelddadige inhoud toe, maar specifieke beelden en woorden die worden gebruikt om te praten over drugsgerelateerd geweld worden niet geblokkeerd of verboden, vertelde een woordvoerder van TikTok aan Rest of World. Toch zeggen veel gebruikers van het platform dat hun filmpjes offline zijn gehaald nadat ze woorden als balacera (schietpartij) of tortura (marteling) hadden gebruikt. Ook video’s waarin de naam van El Chapo wordt genoemd zou volgens de tiktokkers van het platform zijn verwijderd.

    Het is niet de bedoeling om drugsbazen te verheerlijken, maar om ze ter verantwoording te roepen, aldus Héctor Frank, een contentmaker uit Culiacán – een van de zwaarst getroffen steden door drugsgeweld –, op de website van Rest of World. ‘Ze hebben zoveel macht en invloed binnen en buiten Mexico, en ze zijn een grote reden waarom de mensen in Culiacán het zo moeilijk hebben.’

  • Moeten we X blijven gebruiken of is het beter ermee te stoppen? 

    Moeten we X blijven gebruiken of is het beter ermee te stoppen? 

    Twitter (nu X) was een revolutionair platform voor het verspreiden van informatie. Maar sinds Elon Musk het in 2022 kocht, is het een platform geworden voor het verspreiden van hoaxes en extremistische slogans. Is het de moeite waard om op dit sociale netwerk te blijven? Twee journalisten debatteren over het onderwerp.

    ‘Door te blijven erken je de relevantie van Musk’ 

    Thiage Ferrer Morini is een Spaanse journalist bij El País

    ‘Over Twitter spreken we in de verleden tijd’, en dat zegt volgens de Spaanse journalist Thiage Ferrer Morini erg veel. ‘Toen Elon Musk de naam veranderde van het platform dat hij voor 44 miljard dollar had gekocht, deed hij veel meer dan alleen de naam ervan veranderen. Hij veranderde het doel ervan.’ En daar is het volgens de Spaanse journalist misgegaan. 

    ‘Musk belooft dat zijn doel op de lange termijn is dat X “de app voor alles” wordt, net zoals hij Hyperloop of de kolonisatie van Mars heeft beloofd. Maar tot het zover is, is het doel van de app dat de eigenaar kan opscheppen dat hij het meest invloedrijke platform ter wereld heeft en er zijn ideeën op kan verspreiden.’ Morini gaat verder: ‘En zolang ministers, sporters en beroemdheden allemaal hun nieuws op het netwerk van Musk blijven posten, bevestigt ieder van hen de relevantie van de eigenaar.’ 

    ‘Maar wie leest er mee?’ vraagt Morini zich vervolgens af. ‘Nou, een publiek dat steeds gefrustreerder wordt over de tekortkomingen van het platform, talloze bots, gekwelde journalisten die, om het nieuws te vinden, met een kapmes naar binnen moeten gaan om de berichten tussen advertenties door te vinden, persoonlijkheden gemaakt met AI, en iedereen die verlangt naar de tirades van Musk zelf, die met de dag racistischer, seksistischer en Trumpistischer worden.’ 

    ‘Als je op X publiceert, dwing je iedereen die wil weten wat er gebeurt, al die zooi te slikken’

    ‘Dit is waar X tegenwoordig voor staat’, meent Morini. ‘En als je daarop publiceert, dwing je iedereen die wil weten wat er gebeurt, al die zooi te slikken, of ze het nu leuk vinden of niet. Elke instelling, medium, politicus of journalist zou zich moeten afvragen of dat is wat ze willen. Of ze willen dat hun vrienden, hun klanten, hun lezers, door een deepfake van Kamala Harris en een cryptocurrency advertentie heen moeten om te weten te komen wat ze willen zeggen.’

    Morini stelt dat het niet loont om nog aanwezig te blijven op X. Vervolgens noemt hij als voorbeeld de burgemeesters van Barcelona en Parijs, die zijn gestopt met posten op X. Ook bestaan er volgens Morini goede alternatieven. ‘Sommige, zoals Mastodon, hebben als bijkomend voordeel dat ze verzekerd zijn tegen de mogelijkheid dat er in de toekomst nog een Musk opduikt. Enkele instellingen, zoals de Europese Commissie, zitten er al op. De processen om gemeenschappen te creëren, verhalen te verspreiden, vriendschappen en interesses te vinden, bestaan al.’ 

    ‘Twitter bestaat niet meer’, eindigt Morini zijn artikel. ‘Degenen die het kenden, missen het. Maar we zijn nu op weg naar iets anders.’ 


    ‘Het is nog altijd dé plek waar dingen gebeuren’

    Roger Senserrich is een Amerikaanse politicoloog en essayist

    ‘Om te beginnen was Twitter een leuke plek. De beknoptheid die de karakterlimiet oplegde, stimuleerde vindingrijkheid en snelle, geestige gesprekken’, meent de Amerikaanse politicoloog Roger Senserrich. ‘Het was een plek voor luchtige, directe en botte uitwisselingen, anarchistische explosies van wilde ideeën en bijtende commentaren. Voor elk cultureel festival of sportevenement was het de beste plek om in realtime indrukken, beledigingen en sarcastische opmerkingen met duizenden vrienden te delen.’ 

    Volgens Senserrich is het diezelfde snelheid die Twitter ook tot een ‘ideale plek maakte om nieuws te volgen’. De pagina is immers ontworpen om snel informatie te verspreiden en ‘voor gebruikers was het heel makkelijk om snel meerdere perspectieven en analyses te vinden, zonder filters’. ‘Het was dan ook niet moeilijk om snel te ontdekken wie de beste bronnen waren. Vanaf het begin leek de pagina ontworpen door en voor verslaggevers,’ meent Senserrich.  

    En dus ‘stroomde Twitter al snel vol met journalisten, die de motor van de gemeenschap werden’. En dat is volgens de politicoloog niet vreemd: ‘Journalisten zijn niet alleen bekwame schrijvers, maar ook spraakzame, cynische en humeurige mensen die verslaafd zijn aan drama en grootspraak. Al snel sloten geleerden aan die context konden bieden. Voeg aan deze fauna clowns, komieken en applaudisserende mensen, en we hebben een perfecte pagina om de actualiteit te volgen.’ 

    ‘Niemand heeft de belangrijkste gebruikersgroep, de journalisten, in een vergelijkbaar volume’

    Toch moet Senserrich erkennen dat Twitter niet meer is wat het was. ‘De aandrang van de nieuwe eigenaar om mensen te laten zien die u niet volgt en om inhoud te promoten, is zeer irritant. Sterker nog, het geven van prioriteit aan de stemmen en inhoud van betalende gebruikers en het verzwakken van het verificatiesysteem is nog vervelender.’ Twitter is kapot, meent de Amerikaan. ‘De pagina staat vol met ongewenste advertenties, oplichters, bots en allerlei soorten spam. Debatteren wordt een nutteloze oefening waarbij de slechtste acteurs de luidste stem hebben.’ 

    Maar ondanks dat zal Senserrich X blijven gebruiken. ‘Twitter (nee, ik zal het nooit bij de nieuwe naam noemen) wordt steeds irritanter, maar het heeft nog steeds iets wat geen van zijn concurrenten heeft: het blijft de beste plek op internet om nieuws in realtime te verzamelen en te delen.’ 

    En dus zit er volgens hem niets anders op dan het te blijven gebruiken. ‘Zelfs met zijn gebreken, heeft niets anders hetzelfde niveau van directheid, en wat nog belangrijker is, niemand heeft de belangrijkste gebruikersgroep, de journalisten die verslaafd zijn aan het formaat, in een vergelijkbaar volume. Als je nieuws wilt genereren, moet je dat hier doen, en als je wilt volgen wat er gebeurt, is er geen betere plek. De pagina is een puinhoop, de idioten hebben elk debat geteisterd en niets is logisch, maar het vermogen om stemmen, commentaren, analyses, geschreeuw, gebral en internetabsurditeit te verzamelen blijft onovertroffen.’ 

  • Waarom beschermen techbazen hun kinderen tegen hun eigen producten?

    Waarom beschermen techbazen hun kinderen tegen hun eigen producten?

    TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok en Snap-CEO Evan Spiegel beperkte de schermtijd van zijn zevenjarige tot 90 minuten per week. Hoewel ze beweren dat digitale technologie kinderen helpt, lijken ze daar zelf niet helemaal van overtuigd te zijn.

    Keuze uit het archief

    In een volle rechtszaal moest Mark Zuckerberg woensdag in Los Angeles voorkomen om te getuigen in een rechtszaak die tegen zijn bedrijf Meta is aangespannen. Een twintigjarige vrouw uit Californië beschuldigt hen ervan verantwoordelijk te zijn voor haar verslaving aan sociale media, die bij haar angst, depressie en zelfmoordgedachten heeft veroorzaakt. De zakenman verdedigde zijn bedrijf met hand en tand en bepleitte zijn onschuld.
    Wie dit artikel van The Atlantic leest, kan zich echter moeilijk aan de indruk onttrekken dat Zuckerberg zich goed bewust is van de gevaren van sociale media. De regels die techbazen hun eigen kinderen opleggen, spreken boekdelen over hun kennis van de verslavende werking ervan.

    Toen de tabaksindustrie ervan werd beschuldigd schadelijke producten aan tieners te verkopen, ontkenden de leiders de beschuldiging, maar ze wisten dat het waar was. Erger nog, de industrie had beweerd dat roken mensen gezonder maakte doordat het bijvoorbeeld angstgevoelens verminderde of een slankere taille creëerde.

    De socialemedia-industrie gebruikt vandaag de dag een soortgelijke techniek. In plaats van de schade te erkennen die hun producten bij tieners hebben aangericht, houden techgiganten vol dat hen geen blaam treft en dat hun producten meestal onschadelijk zijn. En soms wordt er een nog gewaagdere bewering gedaan: dat sociale media tieners helpen, ook al is er steeds meer bewijs dat ze veel van hen schaden en een belangrijke rol spelen in de geestelijke gezondheidscrisis die jongeren in veel landen over de hele wereld treft.

    Toen Mark Zuckerberg in 2022 werd gevraagd naar Meta’s eigen bevinding dat Instagram ervoor zorgde dat veel tienergebruikers zich slechter voelden over hun lichaam, wist hij het resultaat slim te herformuleren. Na te hebben gewezen op andere, gunstigere bevindingen in hetzelfde onderzoek, verkondigde hij dat zijn platform ‘over het algemeen positief’ was voor de geestelijke gezondheid van tieners, ook al meldde minstens een op de tien tienermeisjes dat door Instagram elk van de volgende dingen verslechterde: lichaamsbeeld, slaap, eetgewoonten en angst. (Zuckerberg verzuimde ook om interne gegevens te noemen die de andere gevaren van sociale media voor tieners aantoonden.)

    Techlobbyisten zijn nog verder gegaan met het dubbele argument dat sociale media vooral gunstig zijn voor tieners uit historisch gemarginaliseerde gemeenschappen en dat daarom elke regulering schadelijk voor hen zou zijn. Veel leiders in Silicon Valley hebben deze beweringen gebruikt als onderdeel van hun inspanningen om zich te verzetten tegen twee wetsvoorstellen – die nu in het Congres liggen – die bedoeld zijn om de online bescherming van minderjarigen te versterken en die gezamenlijk de Kids Online Safety and Privacy Act worden genoemd. (KOSPA is een combinatie van de Kids Online Safety Act, beter bekend als KOSA, en de Children and Teens’ Online Privacy Protection Act).

    Sterk bewijs

    Het praatje speelt in op een langlopende progressieve gedachtegang die digitale technologie ziet als een middel om achtergestelde groepen meer macht te geven. Het vroege internet hielp inderdaad veel zwarte Amerikanen, Amerikanen met een laag inkomen en lgbtq+-Amerikanen om middelen en gemeenschappen te vinden. En zelfs vandaag de dag blijkt uit onderzoek dat lgbtq+-tieners aangeven meer voordelen te ondervinden van sociale media dan niet-lgbtq+-tieners.

    Dat is een goede reden om voorzichtig te zijn met het opleggen van nieuwe regels. Maar de massale oppositie tegen wetgeving negeert sterk bewijs dat sociale media ook onevenredig veel schade toebrengt aan jongeren in diezelfde gemeenschappen.

    KOSPA zou kunnen helpen. De wetgeving zou socialemediabedrijven verplichten om een versie van hun platforms te ontwikkelen die veilig is voor kinderen, bijvoorbeeld door advertenties te verwijderen die gericht zijn op minderjarigen en gebruikers door feeds laten scrollen die niet worden gegenereerd door algoritmes voor persoonlijke aanbevelingen. Ze zou van socialemediabedrijven eisen dat ze redelijke maatregelen nemen om potentiële schade zoals seksuele uitbuiting, psychische stoornissen en pesten te beperken. Ze zou bedrijven ook aansprakelijk stellen om ervoor te zorgen dat minderjarige kinderen toestemming van hun ouders krijgen om hun platforms te gebruiken, zonder tieners vrije toegang tot sociale media te ontzeggen. In juli nam de Senaat de twee wetsvoorstellen met 91-3 aan; het Huis zou er deze maand al mee aan de slag kunnen gaan.

    Zelfs sommige techbedrijven steunen de wetgeving, maar digitale-rechtengroeperingen – waarvan vele worden gesubsidieerd door de industrie, waaronder Meta – hebben zich er grotendeels tegen verzet met het argument dat KOSPA de voordelen zou wegnemen die gemarginaliseerde tieners genieten van socialemediaplatforms. Sommige van deze groepen hebben verklaringen uitgegeven waarin ze waarschuwen voor de gevaren die de wetgeving met zich meebrengt voor lgbtq+-jongeren, zelfs nadat veel lgbtq+-voorstanders hun bezwaren hadden laten varen nadat ze met wetgevers hadden samengewerkt om KOSPA te herzien.

    Een denktank die gesteund wordt door techbedrijven heeft ondertussen betoogd dat het verbod op gerichte reclame voor minderjarigen kan resulteren in ‘minder gratis online diensten voor kinderen, wat vooral nadelig zou zijn voor huishoudens met lagere inkomens’. Terwijl digitale-rechtengroeperingen politiek links aanspreken met ongefundeerde beweringen over gemarginaliseerde groepen, vertellen ze rechts dat KOSPA neerkomt op censuur, ook al zou het de inhoud waar tieners naar kunnen zoeken niet beperken.

    TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok

    Ongeacht wat hij werkelijk gelooft, Zuckerberg heeft het mis als hij zegt dat sociale media ‘over het algemeen positief’ zijn voor de geestelijke gezondheid van tieners. De techindustrie heeft het mis als ze zegt dat sociale media vooral goed zijn voor tieners in historisch achtergestelde gemeenschappen. En de lobbyisten hebben het mis als ze zeggen dat regulering meer kwaad dan goed zou doen voor deze groepen. Het bewijs – uit het privéleven van tech executives, een groeiende hoeveelheid empirisch onderzoek en de getuigenissen van jonge gebruikers – ondersteunt elk van deze punten. 

    Eén techniek om te bepalen of een product schadelijk is voor kinderen, is de mensen die dat product hebben ontworpen te vragen of ze het hun kinderen laten gebruiken.

    Steve Jobs legde het gebruik van technologie door zijn kinderen aan banden. TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok. Bill Gates beperkte de schermtijd van zijn kinderen en gaf ze pas een telefoon toen ze veertien waren. Google-CEO Sundar Pichai gaf zijn elfjarige geen telefoon. Mark Zuckerberg heeft de schermtijd van zijn kinderen nauwlettend in de gaten gehouden en deelde geen identificerende foto’s van hen op Instagram. Snap-CEO Evan Spiegel beperkte het technologiegebruik van zijn zevenjarige tot 90 minuten per week. (Vergelijk dat met de gemiddelde Amerikaanse tiener, die bijna negen uur per dag achter een scherm zit, schoolwerk of huiswerk niet meegerekend.)

    De voorbeelden gaan verder: sommige tech-managers stellen ‘nanny-contracten’ op waarin ze babysitters dwingen hun kinderen van schermen weg te houden. Velen van hen betalen meer dan 35.000 dollar per jaar om hun kinderen naar de Waldorf School of the Peninsula te sturen – een paar kilometer verderop van het hoofdkantoor van Meta en Google – waar kinderen pas vanaf de zevende of achtste klas een scherm mogen gebruiken.

    Natuurlijk zouden weinig mensen de kinderen van tech-elites gemarginaliseerd noemen. Maar het is opmerkelijk dat deze elites openlijk beweren dat digitale technologie kinderen helpt, vooral de meest kwetsbaren, terwijl ze het uit het leven van hun eigen kinderen verbannen. Die keuzes zijn met name pijnlijk als je ziet hoe hartstochtelijk socialemediabedrijven proberen om de kinderen van andere mensen naar hun producten te lokken, hoe weinig ze doen om gebruik door minderjarigen te voorkomen en hoe hard velen van hen vechten om wetgeving te blokkeren die jongeren op hun platforms zou beschermen.

    Schaars

    De socialemediaplatforms van vandaag zijn niet zoals het internet van de jaren negentig. Het vroege internet hielp geïsoleerde en kansarme tieners om informatie en steun te vinden, net als veel moderne platforms. Maar de sociale media van vandaag de dag zijn zo ontworpen dat ze gevaarlijker zijn dan een groot deel van het vroege internet. Hebben tieners om informatie te vinden echt bodemloze, algoritmisch samengestelde nieuwsfeeds nodig die vooral op de emotie inspelen? Hebben ze er echt baat bij om de hele dag onderbroken te worden met manipulatieve meldingen die zijn ontworpen om ze te laten kijken en klikken? Hoeveel is er gewonnen toen socialemediaplatforms het online leven van tieners overnamen? Hoeveel is er verloren gegaan?

    Onderzoekers van Instagram hoefden die laatste vraag niet te stellen toen ze rond 2019 jonge gebruikers interviewden. Ongevraagd gaven tieners in meerdere focusgroepen het platform de schuld van de toenemende mate van angst en depressie die ze ervoeren. Andere onderzoeken hebben aangetoond dat een aanzienlijk deel van de jongeren gelooft dat sociale media slecht zijn voor hun mentale gezondheid. Een toenemend aantal empirische bewijzen valt hen daarin bij. Op de website After Babel Substack, van twee van de auteurs van dit artikel, Jon en Zach, hebben we talloze essays van jongeren gepubliceerd die getuigen van deze schade en hebben we gerapporteerd over organisaties die zijn opgericht door leden van Gen Z om zich te verzetten tegen socialemediabedrijven. Waar zijn de stemmen van Gen Z die sociale media prijzen om de voordelen voor de mentale gezondheid die ze hun generatie hebben opgeleverd? Ze zijn schaars.

    Natuurlijk beschouwen de meeste tieners smartphones of sociale media niet als een negatieve kracht in hun leven; een meerderheid beschouwt de impact van digitale technologie doorgaans als noch positief noch negatief. Maar dat is geen reden om de schade die zo veel jongeren ervaren te negeren. Als er bewijs zou zijn dat een ander product een aanzienlijk aantal kinderen en adolescenten die het gebruiken zou schaden, zou dat product onmiddellijk uit de schappen worden gehaald en zou de fabrikant gedwongen worden het aan te passen. Big Tech moet aan dezelfde standaard worden gehouden.

    Adolescenten die het meest worden geschaad door sociale media, blijken degenen te zijn uit historisch achtergestelde groepen. Recente onderzoeken hebben aangetoond dat lgbtq+-adolescenten veel vaker dan hun leeftijdsgenoten zeggen dat sociale media een negatieve impact hebben op hun gezondheid en dat minder gebruik ervan hun leven zou verbeteren. Vergeleken met niet-lgbtq+-tieners meldden bijna twee keer zo veel lgbtq+-tieners dat ze beter af zouden zijn zonder TikTok en Instagram. Bijna drie keer zoveel zeiden hetzelfde over Snapchat.

    Jongeren uit gemarginaliseerde groepen hebben goede redenen om dit te vinden. Lgbtq+-tieners lopen aanzienlijk meer risico op cyberpesten, online seksuele roofzucht en een reeks andere online vormen van letsel, waaronder verstoorde slaap en gefragmenteerde aandacht, dan hun leeftijdsgenoten. Lgbtq+-minderjarigen hebben ook drie keer meer kans om ongewenste en riskante online interacties te ervaren.

    Een van ons, Lennon, een voorvechter van lgbtq+-rechten, heeft veel van deze schade aan den lijve ondervonden. Op dertienjarige leeftijd, terwijl ze als jonge transgender door haar adolescentie ging, kreeg ze haar eerste iPhone, waarop ze meteen Facebook, Instagram en Snapchat downloadde. Haar Instagram-volgers groeiden in slechts één maand van minder dan 100 naar bijna 50.000 toen ze nationale erkenning begon te krijgen als competitieve danseres. Al snel ontving ze beledigende berichten over haar queer-identiteit, zelfs doodsbedreigingen. Op zoek naar een vriendelijkere plek om haar identiteit te verkennen, volgde ze het advies van enkele online gebruikers op en begon ze te corresponderen op homochatsites, vaak met mannen van middelbare leeftijd. Sommigen boden haar de steun waar ze naar op zoek was, maar anderen hadden kwaad in de zin.

    De schaamte, angst en spijt die ze voelde, motiveerden haar om haar carrière te wijden aan het online beschermen van kinderen

    Verschillende mannen vroegen Lennon om seksuele handelingen voor de camera uit te voeren en dreigden onthullende screenshots die ze van haar hadden gemaakt openbaar te maken als ze zou weigeren. De schaamte, angst en spijt die ze voelde, motiveerden haar om haar carrière te wijden aan het online beschermen van kinderen. Uiteindelijk sloot ze zich aan bij Heat Initiative, dat de tech-industrie aanspoort om veiligere producten en platforms voor kinderen te maken.

    Hoe staat het met jongeren uit andere traditioneel achtergestelde gemeenschappen? Zwarte en hispanische tieners melden cyberpesten iets minder vaak dan blanke tieners, maar ze zeggen veel vaker dat online intimidatie ‘een groot probleem is voor mensen van hun leeftijd’. Bewijs suggereert dat tieners met depressie een groter risico lopen op schade door sociale media, en onderzoeken tonen aan dat het verminderen van het gebruik van sociale media het meest gunstig is voor jongeren met reeds bestaande psychische problemen.

    De afgelopen drie decennia is de term digitale kloof gebruikt om te verwijzen naar een ogenschijnlijk onveranderlijke wet: kinderen in rijke huishoudens hebben ruime toegang tot digitale technologieën, kinderen in andere huishoudens niet zozeer. Beleidsmakers en filantropen steken grote sommen geld in het dichten van de kloof. Hoewel de kloof in sommige delen van de wereld nog steeds bestaat, begint de digitale kloof in veel ontwikkelde landen te keren, zodat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen in die landen nu meer tijd besteden aan schermen en sociale media – en er meer schade van ondervinden – dan hun financieel bevoorrechte leeftijdsgenoten.

    Schermgebruik voor entertainment neemt ongeveer twee uur per dag meer in beslag voor tieners uit gezinnen met een laag inkomen in vergelijking met die uit gezinnen met een hoog inkomen. Een rapport van het Pew Research Center uit 2020 wees uit dat jonge kinderen van ouders met niet meer dan een middelbare schoolopleiding ongeveer drie keer meer kans hebben om TikTok te gebruiken dan kinderen van ouders met een postdoctorale graad. Dezelfde trend geldt voor Snapchat en Facebook. Een deel van de reden is dat ouders met een universitaire opleiding eerder dan ouders zonder universitaire graad geloven dat smartphones een negatief effect kunnen hebben op hun kinderen – en daarom eerder geneigd zijn om de schermtijd te beperken.

    De discrepantie is niet alleen een kwestie van klasse. Lgbtq+-tieners geven aan meer tijd op sociale media door te brengen dan niet-lgbtq+-tieners. En volgens een Pew-enquête uit 2022 ‘is het voor zwarte en hispanische tieners ongeveer vijf keer zo waarschijnlijk dat ze aangeven vrijwel constant op Instagram te zitten als voor blanke tieners’.

    Consumenteneducatie

    Met andere woorden, het uitbreiden van de toegang tot smartphones en sociale media lijkt sociale ongelijkheden te vergroten, niet te verkleinen. Zoals Jim Steyer, de CEO van Common Sense Media, aan The New York Times vertelde:

    ‘[Meer gebruik van sociale media door zwarte en hispanische jongeren] kan helpen de ongelijkheid in de samenleving in stand te houden, omdat een hoger niveau van socialemediagebruik onder kinderen aantoonbaar in verband is gebracht met negatieve effecten zoals depressie en angst, onvoldoende slaap, eetstoornissen, een laag zelfbeeld en een grotere blootstelling aan online intimidatie.’

    Ondertussen kiezen techleiders ervoor om de toegang van hun kinderen tot digitale apparaten uit te stellen, door hun kinderen naar technologievrije Waldorfscholen te sturen en hun nanny’s schermtijdcontracten te laten tekenen.

    De techindustrie en anderen die zich verzetten tegen regelgeving zoals KOSPA beweren vaak dat meer educatie en ouderlijk toezicht de beste manieren zijn om de schade van sociale media aan te pakken. Deze benaderingen zijn zeker belangrijk, maar ze zullen technologiebedrijven er niet van weerhouden om producten te blijven ontwikkelen die, van nature, verslavend werken. Daarom is het oproepen tot ‘consumenteneducatie’ een benadering waarop andere bedrijven met schadelijke producten (waaronder alcohol en tabak) hebben vertrouwd om publieke sympathie te genereren en regulering uit te stellen.

    De benadering zou weinig veranderen aan de onderliggende realiteit dat socialemediaplatforms, zoals ze momenteel zijn ontworpen, omgevingen creëren die onveilig zijn voor kinderen en adolescenten. Ze verspreiden schadelijke content via gepersonaliseerde aanbevelingsalgoritmen, ze bevorderen gedragsverslaving en ze stellen onbekende volwassenen van over de hele wereld in staat om rechtstreeks en privé met kinderen te communiceren.

    Socialemediabedrijven hebben keer op keer laten zien dat ze deze problemen niet op eigen houtje kunnen oplossen. Ze moeten worden gedwongen om te veranderen. Jongeren zijn het daarmee eens. Uit een recente Harris Poll bleek dat 69 procent van de 18- tot 27-jarigen voorstander is van ‘een wet die vereist dat socialemediabedrijven een “kindveilige” accountoptie ontwikkelen voor gebruikers onder de 18’. Tweeënzeventig procent van de lgbtq+-leden van Generatie Z is het daar ook mee eens.

    Wetgevers moeten de gebrekkige argumenten verwerpen die bedrijven in de sociale media en techlobbyisten promoten in hun pogingen om regulering te blokkeren, net zoals wetgevers de argumenten van tabaksfabrikanten in de twintigste eeuw verwierpen. Het is tijd om te luisteren naar de jongeren – en de duizenden kinderen met verhalen zoals dat van Lennon –, die ons al jaren vertellen dat sociale media aan een update toe zijn.

  • Hooggerechtshof Brazilië: platform X mag activiteiten weer hervatten

    Hooggerechtshof Brazilië: platform X mag activiteiten weer hervatten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Overstromingen in Bosnië eisen 22 levens, evacuatie afgekondigd

    » Rapport: ‘Klimaatcrisis gaat kritieke en onvoorspelbare nieuwe fase in’

    X kreeg een maand geleden een schorsing opgelegd

    In Brazilië heeft het Hooggerechtshof het sociale netwerk X dinsdag toestemming gegeven voor de hervatting van zijn activiteiten, meldt Folha de São Paulo. De rechter van het Hooggerechtshof, Alexandre de Moraes, gaf toestemming voor de reactivering, iets meer dan een maand nadat hij de schorsing had opgelegd wegens het niet naleven van gerechtelijke uitspraken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Om weer operationeel te worden, moest het platform van Elon Musk zich houden aan de uitspraken, een vertegenwoordiger op nationaal grondgebied aanstellen en de boetes betalen die door de rechter waren vastgesteld’, legt de krant uit.