Onderwerpen: Sport

  • Rellen in Amsterdam na wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv

    Rellen in Amsterdam na wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky verwerpt staakt-het-vuren of concessies aan Rusland

    » VS: Donald Trump benoemt Susie Wiles tot zijn stafchef

    Israëlische fans raakten slaags met pro-Palestina demonstranten

    Gisteravond in Amsterdam braken er ongeregeldheden uit tussen pro-Palestina demonstranten en Israëlische voetbalfans, na afloop van de Europa League-wedstrijd tussen Ajax en Maccabi Tel Aviv, die de Amsterdammers met 5-0 wonnen. Er zouden diverse fans belaagd zijn door demonstranten, meldt Der Tagesspiegel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naar aanleiding van de rellen heeft premier Netanyahu twee vliegtuigen naar Amsterdam gestuurd. ’Premier Netanyahu neemt het verschrikkelijke incident zeer serieus en roept de Nederlandse regering en veiligheidstroepen op om krachtig en snel op te treden tegen de relschoppers en de veiligheid van de Israëlische burgers te waarborgen‘, berichtte Der Tagesspiegel vanochtend.

    The Times of Israël meldde over provocatie: Israëlische fans zouden Arabieren en Palestijnen in Amsterdam benaderen door het roepen van anti-Palestijnse leuzen: ’We‘ll fuck the Arabs‘ en ’Fuck you Palestine‘.

  • Nepal: achttienjarige recordklimmer strijdt voor erkenning sherpa’s

    Nepal: achttienjarige recordklimmer strijdt voor erkenning sherpa’s

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Namibië verwacht verdubbeling van economie door offshore olie

    » Venezolaanse oppositieleiders krijgen Sacharovprijs van EU

    ’Sherpa’s zijn volwaardige topatleten’

    Nima Rinji Sherpa werd op 9 oktober met 18 jaar de jongste persoon die de veertien hoogste toppen ter wereld – allemaal hoger dan 8000 meter – heeft beklommen. Het ging de Nepalese bergbeklimmer niet alleen om het vestigen van het record, zei hij tegen The Guardian. ‘Ik wilde laten zien dat sherpa’s volwaardige topatleten zijn en dezelfde erkenning verdienen als westerse bergbeklimmers.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sherpa’s zijn een etnisch Tibetaanse gemeenschap die in Nepal woont. ‘Door hun vaardigheden als topbergbeklimmers en hun kennis van de Himalaya zijn ze al tientallen jaren veelgevraagde gidsen voor ’s werelds gevaarlijkste beklimmingen. Ze zijn echter ook lange tijd uit de geschiedenis en krantenkoppen geschreven en krijgen zelden dezelfde erkenning, lucratieve sponsordeals en veiligheidstrainingen als de westerse klimmers die ze regelmatig naar de top helpen’, legt de Britse krant uit.

    Nima Rinji Sherpa wil daar verandering in brengen. ’Er is zoveel talent en vakmanschap onder mijn collega-sherpa’s die nog steeds niet goed worden erkend.’ Sherpa komt uit een familie van grensverleggende bergbeklimmers. Zo was zijn vader Tashi Lakpa Sherpa op negentienjarige leeftijd de jongste persoon die zonder zuurstof de Mount Everest beklom. En zijn ooms waren de eerste broers die samen de veertien hoogste toppen ter wereld bedwongen.

    Sherpa had geen sponsors, noch kreeg hij professionele training om zich voor te bereiden op de beklimmingen. In plaats daarvan werd hij geholpen door zijn familie, die een van de meest gevestigde bergbeklimmers- en gidsenorganisaties in Nepal leidt. Hij beklom de toppen vaak met groepen klimmers en hielp onderweg als gids, schrijft de Britse krant.

    Zelfs nadat hij de veertien hoogste toppen ter wereld heeft beklommen, weet Sherpa niet van ophouden en maakt hij zich alweer op voor zijn volgende uitdaging: de Nepalese berg Manaslu in het holst van de winter te beklimmen zonder zuurstof of touwen. Hij is benieuwd hoe ver hij zijn eigen uithoudingsvermogen kan pushen. Maar bovenal wil hij zijn collega-sherpa’s trots maken. ‘Hoe bekender ik word, hoe meer ik een uithangbord kan zijn voor mijn gemeenschap,’ zei hij. ‘Ik doe dit voor de volgende generatie.’

  • Op de daken van Algiers. ‘Wanneer ik aan parkour doe, ben ik alleen met het beton’

    Op de daken van Algiers. ‘Wanneer ik aan parkour doe, ben ik alleen met het beton’

    Jonge Algerijnen in Algiers vinden elkaar in hun gedeelde passie voor parkour, een extreme sport waarbij de stad wordt gebruikt als hindernisbaan. Ze rennen over daken, springen over muren en balanceren op smalle randen.

    Er zijn twee stappen om je voor te bereiden op een sprong van het dak van het ene gebouw naar het andere. Stap één: meet de afstand en oefen de landing op vaste grond. Stap twee: oefen met het rennen naar de rand.

    Bilal Ahmedali traint samen met twee vrienden en collega-parkouratleten op het dak van een verlaten winkelcentrum in de wijk Bab Ezzouar in Algiers. De westelijke vleugel van het winkelcomplex vormt een hoefijzervorm, met een opening van vijf meter tussen de uiteinden en een val van negen meter naar de rood betegelde binnenplaats eronder.

    Maanden eerder, tijdens een training op hetzelfde dak met een grotere groep, rende Ahmedali naar de rand maar durfde de sprong niet te maken. ‘Ik wist dat ik ver genoeg kon springen, maar ik was te bang. Ik heb wel 20 keer naar de rand gelopen om het te proberen, maar het lukte niet.’

    Op deze septemberavond besloot hij om het nog een keer te proberen – en deze keer lukte het. ‘Ik liep naar de rand, keek één keer, liep terug. Keek nog een keer, liep weer terug. De derde keer rende ik door en boem, ik sprong eroverheen.’

    ‘Denk na voordat je springt; spring zonder na te denken.’

    In een video die naar Facebook is geüpload, is te zien hoe Ahmedali in een sierlijke boog door de lucht vliegt en vervolgens met beide voeten keurig op de borstwering aan de overkant landt.

    Ahmed Belkahla, 30, die net klaar is met het filmen van zijn vriend, zegt dat hij opgetogen is, maar benadrukt dat er bij zo’n sprong geen ‘plan B’ is. ‘Het is zowel leuk als riskant. Er is een gezegde in parkour: “Denk na voordat je springt; spring zonder na te denken.” Het is de aarzeling die je fataal kan worden.’

    De 24-jarige Ahmedali, een psychologie student aan de Universiteit van Algiers, zegt dat hij rust vindt in het maken van deze extreme sprongen. ‘Ik heb last van dwanggedachten. Maar wanneer ik aan parkour doe, ben ik alleen met het beton – alles om me heen vervaagt. Het gaat alleen om mij en de aanloop die ik wil nemen.’

    Sport met een filosofie

    Ahmedali en Belkahla maken deel uit van een groeiende parkourgemeenschap die jonge Algerijnen een uitlaatklep biedt om zich de stad – en de sport – eigen te maken. In Algerije, waar overheidsfinanciering voor sportfaciliteiten beperkt is, gebruikt deze gemeenschap sociale media om hun atletische vaardigheden te tonen tegen de achtergrond van de historische architectuur van Algiers. De stedelijke topografie van de stad, die verschillende periodes uit het verleden van het land weerspiegelt, biedt een unieke setting voor parkour. Deze atleten transformeren de Ottomaanse Casbah en Franse koloniale boulevards tot hindernisbanen naar hun eigen ontwerp.

    Parkouristen – of ‘traceurs’, om de Franse term te gebruiken – zijn in het hele land te vinden, hoewel de meeste zich in de hoofdstad hebben geconcentreerd sinds de sport begin 2010 populair werd. 

    Khadidja Boussaid, socioloog en postdoc aan de Universiteit van Algiers, legt uit dat parkour jonge Algerijnen de mogelijkheid biedt om openbare ruimtes toe te eigenen en stedelijke structuren te gebruiken voor hun eigen doelen. ‘Het is een manier om een stempel te drukken op de stad, vergelijkbaar met hoe straatartiesten hun stempel drukken met graffiti.’

    Het scouten van nieuwe trainingslocaties is een essentiële taak voor de traceurs van Algiers. Sarah Latreche, 33, raakte geïnteresseerd in parkour toen ze architectuur studeerde aan de universiteit.

    ‘De meeste mensen zien gebouwen als een plek om te wonen,’ zegt ze. ‘Maar voor ons [in parkour] is het het gebouw waar we in geïnteresseerd zijn – de constructie zelf.’

    Het is een sport met een filosofie, volgens Boubakeur Noui, een 21-jarige student die Instagramvideo’s post van zichzelf waarin hij over betonnen barrières springt op soundtracks van Radiohead en Phoebe Bridgers. ‘Door – of over – een obstakel heen komen geeft je een soort gevoel van succes,’ zegt hij. ‘Zo is het ook in het leven.’

    ‘Wat het mogelijk heeft gemaakt, is verbeeldingskracht en het vermogen om te spelen’

    Parkour ontstond eind jaren tachtig in de buitenwijken van Parijs en voegde elementen van Franse militaire oefeningen samen met een nieuwe, vrije stijl van hardlopen. De term zelf is een bewerking van het Franse woord ‘parcours’, of ‘route’. Rond de millenniumwisseling kreeg de sport erkenning van het grote publiek toen het te zien was in kaskrakers als Yamakasi in 2001 en de Bondfilm Casino Royale uit 2006.

    Sebastien Foucan, 49 jaar, was een van de oprichters van parkour en hij speelde zelf de schurk die de sport gebruikte om de James Bond van Daniel Craig te ontwijken tijdens een ruzie op een bouwterrein. Parkour wordt in films vaak gezien als een virtuoze manier om een tegenstander af te schudden, maar Foucan houdt vol dat de sport is ontstaan als een vorm van spel. ‘Wat het mogelijk heeft gemaakt, is verbeeldingskracht en het vermogen om te spelen,’ vertelt Foucan aan Al Jazeera.

    ‘Je gebruikt de stedelijke omgeving om jezelf te ontwikkelen – en anderen kunnen meedoen,’ zegt hij. ‘Als je het mij vraagt, zijn we zo begonnen.’

    Volgens Mahfoud Amara, een professor aan de Universiteit van Qatar, viel de wereldwijde opkomst van parkour samen met een gespannen politiek moment in Algerije, toen het land in de jaren 2000 uit de decennialange burgeroorlog kwam. ‘Tijdens het tumultueuze “Zwarte Decennium” van politiek geweld – toen de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en vermaak in het land ernstig beperkt waren vanwege de veiligheidsdreigingen – boden satelliettelevisiekanalen, waaronder Franse kanalen en met name Canal Plus, een waardevolle uitweg uit de harde realiteit,’ legt hij uit. Dankzij deze uitzendingen, zegt hij, konden Algerijnse jongeren in contact komen met nieuwe sporten en subculturen zoals parkour.

    Imad Bouziani, 23 jaar, herinnert zich de invloed van films als Casino Royale en dat hij vond dat de traceurs op het scherm op superhelden leken terwijl ze hun vijanden – vaak afgezanten van de Franse staat – te slim af waren. Parkour betekende ook iets abstracts voor hem: ‘Het is de vrijheid – de vrijheid die gepaard gaat met beweging en met de mogelijkheid om te gaan en staan waar je wilt.’

    Parkour in de kashba

    Sinds de jaren 2000 hebben parkouristen elkaar gevonden dankzij de opkomst van sociale media. In 2017 maakten Ahmedali en Bouziani een WhatsApp-groep aan om trainingen in en rond Algiers te organiseren.

    Op vrijdag stonden ze voor zonsopgang op om om 6 uur ‘s ochtends de bus te nemen naar de verspreide rotsblokken van de Romeinse ruïnes in Tipaza, of ze gingen flips oefenen op de betonnen daken van universiteitscampussen als er geen lessen werden gegeven.

    Sommige locaties waren verboden terrein. Ahmedali herinnert zich dat hij werd achtervolgd door een bewaker die ‘eruitzag als Hulk’.

    Bouziani’s favoriete plek voor parkour was echter altijd de historische Casbah van Algiers. Hoewel hij familiebanden heeft met het gebied, lag zijn grootste interesse om er te trainen in de verscheidenheid aan gebouwen en de iconische status als bastion van verzet tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog.

    Sociale media hebben ook geholpen om traceurs uit het hele land samen te brengen voor een jaarlijkse ‘Parkour Day’, die in 2014 voor het eerst in Algiers werd georganiseerd. Mensen gaan tot het uiterste om deel te nemen. Ahmed Bendaho nam eerst een bus en daarna een trein, zo’n duizend kilometer van Béchar in de Sahara-woestijn naar de Parkour Day in Algiers in 2019.

    Boubakeur Noui verwoordt het eenvoudig: ‘Gemeenschap is zo belangrijk. Je hebt het gevoel dat wat je doet betekenis heeft als andere mensen het ook doen.’

    Het is een groep die zichzelf selecteert en dat is een deel van wat hun relaties heeft versterkt. ‘Je deelt iets waar je van houdt met mensen die er ook van houden.’

    Te midden van houtsnippers en bouwmateriaal ontstaat een junglegym van levensgrote Tetris-stukken

    Parkour is een extreme sport; sommige traceurs hebben het achter zich moeten laten omdat ze om persoonlijke of professionele redenen naar plaatsen als Dubai of Canada verhuisden. Voor anderen waren blessures een keerpunt. Net voor de pandemische lockdown liep Bouziani een ernstige knieblessure op toen hij een dubbele backflip probeerde te maken.

    Hoewel het tegenwoordig goed met hem gaat, kijkt hij terug op de trainingsonderbreking als ‘hartverscheurend’, maar hij voegt er ook aan toe dat de opgelegde pauze hem tijd gaf voor introspectie: ‘Ik ontdekte waarom ik geblesseerd was geraakt en dat dat kwam door mijn slechte fysieke conditie. De conclusie was dus dat ik sterker moest worden.’ Bouziani richt zich nu op langeafstandslopen.

    Voor Fares Belmadani, 27, is parkour iets waar hij zich in Algerije professioneel voor inzet. Hij is nu een gecertificeerde parkourcoach en wil de sport promoten en meer bekendheid geven in het hele land.

    Hij heeft al gezorgd voor overheidsfinanciering voor een officieel parkourgebied op La Sablette, een zandbank die als een haak uitsteekt boven de kustlijn van Algiers in de Middellandse Zee.

    Sarah Latreche heeft haar achtergrond in zowel architectuur als parkour gebruikt om de blauwdruk te maken voor het trainingspark op La Sablette. Momenteel wordt haar ontwerp gebouwd in een pakhuis in Algiers voordat het aan de kust wordt geïnstalleerd. Te midden van houtsnippers en bouwmateriaal ontstaat een junglegym van levensgrote Tetris-stukken – de bouwstenen van een ruimte waar toekomstige generaties kunnen trainen.

    Belmadani schat dat ze voor 60 procent klaar zijn en hoopt de ruimte dit jaar voor de Ramadan te kunnen inwijden. ‘Iemand vroeg me of ik erover dacht om Algerije te verlaten,’ zegt hij. Maar hij is van plan om te blijven: ‘De Algerijnse jeugd is het potentieel dat Algerije heeft.’

  • Olympisch speerwerper Nadeem trainde in zijn achtertuin met een bamboestok 

    Olympisch speerwerper Nadeem trainde in zijn achtertuin met een bamboestok 

    360 kiest een door de buitenlandse pers beschreven sportevent, van voetbal tot Grieks-Romeins worstelen. Deze keer de Olympische Spelen, met de Saint Luciaanse hardloopster Julien Alfred en de Pakistaanse speerwerper Arshad Nadeem.

    Eeuwige roem voor Saint Lucia

    Het begon op blote voeten

    Volgens The Daily Star is iedereen in het Caribische eiland Saint Lucia ‘razend trots’ op Julien Alfred, die begin augustus met goud op de 100 meter sprint en zilver op de dubbele afstand de allereerste olympische medailles voor het West-Indische eiland veroverde. ‘Haar races vonden plaats onder het oog van 69.000 toeschouwers in het Stade de France, dat zijn er maar 110.000 minder dan onze hele bevolking.’ 

    Saint Lucia’s minister-president Philip J. Pierre kondigde op X een nationale vrije dag aan en stelde voor om 3 augustus voortaan naar Alfred te vernoemen. ‘We hebben het nu moeilijk. Onze jongeren moeten begrijpen dat we met discipline, inzet, de nodige opofferingen en een beetje steun de top kunnen bereiken. Ik wil dat dit de jeugd van mijn land helpt, ik wil dat jonge mensen geloven in het feit dat ze uit het getto kunnen komen’, zo wordt de premier geciteerd in Le Parisien

    ‘Als ik in het buitenland een Uber neem, moet ik altijd uitleggen waar ik vandaan kom’

    Op de Surinaamse nieuwssite Starnieuws herinnert columnist Hans Breeveld zich maar al te goed hoe zwemmer Anthony Nesty goud won op de 100 meter vlinderslag in 1988. ‘De vreugde en het gevoel van trots dat hij bezorgde aan het volk door voor Suriname de eerste – gouden – medaille op de Spelen te behalen gun ik elk land.’

    Julien Alfred zelf voelt zich vereerd dat ze samen met drie andere sporters als ambassadeur van haar land naar de Spelen in Parijs mocht afreizen, vertelt ze aan The Daily Maverick: ‘Er zijn maar weinig mensen die van het bestaan van Saint Lucia weten. Als ik in het buitenland een Uber neem, moet ik altijd uitleggen waar ik vandaan kom.’ Kort na het winnen van haar gouden medaille keek ze terug op het begin van haar sportcarrière: ‘Ooit stond ik op het veld te worstelen, zonder schoenen. Ik rende op blote voeten, in mijn schooluniform; ik rende overal en nergens. Wij hebben daar amper de juiste faciliteiten.’  

    Diederik Samwel

    Pakistaanse speerwerper schrijft geschiedenis 

    Nadeem trainde in zijn achtertuin met een bamboestok 

    ‘De meeste dagen geen eten, geen geld om een speer te kopen: Arshad Nadeems verhaal is groter dan zijn historische goud op de Olympische Spelen in Parijs’, kopte The Hindustan Times. Nadeem won de eerste gouden olympische medaille in veertig jaar voor Pakistan. Ook verbrak de speerwerper met zijn sensationele worp van 92.97 meter het olympisch record. 

    Maar de manier waarop deze zevenentwintigjarige atleet de Spelen bereikte, is misschien nog specialer. ‘In een gezin dat de meeste dagen met moeite de eindjes aan elkaar kon knopen, was sport een luxe waar ze niet eens van konden dromen’, aldus The Hindustan Times. Daarnaast zijn er in het cricketgekke Pakistan nauwelijks atletiekfaciliteiten, voegt Al Jazeera toe. En dus begon Nadeem in 2012 in een klein dorpje in de Pakistaanse provincie Punjab in zijn achtertuin te trainen met een zelfgemaakte speer van een bamboestok. 

    Die ene gouden worp heeft hem meer dan 1 miljoen dollar opgeleverd

    Twaalf jaar later stond Nadeem in de olympische finale. Maar geld voor een speer had hij nog steeds niet. En dus zette hij enkele maanden voor de Spelen een crowdfunding op om een nieuwe speer te kunnen kopen. Met de steun van vrienden en het dorp waarin hij opgroeide werden uiteindelijk alle kosten gedekt. 

    Geldzorgen zal Nadeem vanaf nu niet meer hebben: die ene gouden worp heeft hem meer dan 1 miljoen dollar opgeleverd, meldt The Washington Post. Ook worden er in verschillende steden in Pakistan nu sportfaciliteiten gebouwd, vernoemd naar Nadeem. En die faciliteiten zijn hard nodig, vertelt de speerwerper aan The Guardian: ‘In deze tijd moet je faciliteiten van wereldklasse bieden om atleten te ontwikkelen, want de concurrentie wordt steeds harder. Je kunt niet nog een Arshad voortbrengen zonder ze die faciliteiten te geven.’  

    Maud Wiersma

  • De Olympische Spelen zetten in op mentale gezondheid

    De Olympische Spelen zetten in op mentale gezondheid

    Sinds de Olympische Spelen van Tokio in 2021 is er meer erkenning voor het belang van de mentale gezondheid van topsporters. ‘Als er alleen naar het aantal behaalde medailles wordt gekeken boeten de Olympische Spelen aan intrinsieke waarde in.’

    KEUZE UIT HET ARCHIEF

    Op vrijdag zijn de Olympische winterspelen in Milaan en Cortina begonnen. Sporters zullen perfectie moeten leveren om de recordboeken in te gaan, wat resulteert in hoge prestatiedruk. Bij de laatste Olympische zomerspelen in Tokio probeerde het Japanse Olympische Comité een cultuurverandering teweeg te brengen, zoals beschreven in dit archiefstuk.

    Tijdens de Aziatische Spelen van afgelopen oktober in het Chinese Hangzhou, die als een aanloop naar de Olympische Spelen in Parijs werden beschouwd, heeft het Japanse Olympisch Comité (JOC) met geen woord gerept van het beoogde aantal medailles, wat tot 2021 gebruikelijk was. ‘De context is aanzienlijk veranderd sinds de Spelen in Tokio, ook al blijven medailles natuurlijk belangrijk. We willen meer nadruk leggen op de persoonlijke uitdaging voor de atleten dan op medailles,’ bevestigt Mitsugi Ogata, bestuursvoorzitter van het Comité. 

    Hisashi Mizutori, belast met de strategie voor de middellange en lange termijn van het Comité, erkent dat zijn land hiermee het voorbeeld volgt van andere landen. Een van die landen, Australië, heeft al aangekondigd voor de Spelen van Parijs niet naar een bepaald aantal medailles te streven. Wielrenner Anna Meares, de vlaggendrager van de Australische delegatie, zegt hierover in de lokale pers: ‘Ik denk dat de druk op de sporters hierdoor zal afnemen.’

    Geestelijke gezondheid

    Takeshi Kukidome, directeur van het Japan Institute of Sports Sciences, volgt nauwgezet de voorbereidingsstrategieën van de verschillende landen. ‘Voor zover ik weet hebben alleen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland een beoogd aantal medailles genoemd voor de Spelen van Parijs. Sinds de Spelen in Tokio is er een wereldwijde tendens om meer rekening te houden met de geestelijke gezondheid van de sporters en hen beter te beschermen tijdens hun sportbeoefening [met name tegen ongewenste intimiteiten].’

    De geestelijke gezondheid van sporters is een van de kwesties die door de Olympische Spelen in Tokio in 2021 aan de orde is gekomen. De Amerikaanse Simone Biles, de absolute koningin van het vrouwenturnen, schokte de wereld door haar wedstrijddeelname te staken vanwege psychische problemen. Ook andere sporters van hoog niveau bekenden dat ze te maken hadden met psychische spanningen, wat leidde tot meer oog voor het geestelijk welzijn van sporters.

    Een rapport over dit onderwerp van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) spreekt boekdelen: 33,6 procent van de nog actieve sporters op hoog niveau en 26,4 procent van de gestopte sporters in dezelfde categorie vertoonde symptomen van angst en depressie, 49 procent van de Olympische sporters kampte met slaapproblemen en bij 25,8 procent was sprake van een gevaarlijk hoog alcoholgebruik. De onderlinge concurrentie wordt als een van de drie grote stressfactoren genoemd, naast de persoonlijke situatie, met name het privéleven, en de spanningen binnen het team.

    ‘Als je het geld in aanmerking neemt dat aan de voorbereiding wordt besteed, staan zowel organisaties als sporters natuurlijk onder druk’

    Naast de sporters strijden ook hun landen – niet alleen die van het oude communistische blok, zoals Rusland en China, maar ook westerse landen – met elkaar om de medailles en geven ze aanzienlijke bedragen uit aan de Olympische voorbereiding. De afgelopen jaren hebben organiserende landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Australië hun sportbudget in aanzienlijke mate zien groeien.

    Ook in Japan heeft de staat de afgelopen twee decennia veel meer geld in sport gestoken. Met name in de organisatie van de Olympische Spelen in Tokio, de oprichting van het Japan Sports Agency en de opening van een nationaal trainingscentrum, waar sporters van hoog niveau het hele jaar door kunnen trainen. De organisatie van de Olympische Spelen heeft meer dan tien miljard yen gekost, wat neerkomt op zo’n zestig miljoen euro. Het aantal gewonnen medailles wordt over het algemeen als rendement op de investering beschouwd en meegenomen bij het vaststellen van de volgende begroting.

    Kaori Yamaguchi, hoogleraar aan de Universiteit van Tsukuba en voormalig lid van het JOC-bestuur, zegt het zo: ‘Als je het geld in aanmerking neemt dat aan de voorbereiding wordt besteed, staan zowel organisaties als sporters natuurlijk onder druk. Men heeft ongetwijfeld het recht iets terug te verlangen voor de voorbereiding en het geïnvesteerde geld, maar als er alleen maar naar het aantal behaalde medailles wordt gekeken boeten de Olympische Spelen en de sport in het algemeen aan intrinsieke waarde in.’

    Smet

    Corruptieaffaires hebben een smet geworpen op de organisatie en het imago van de Olympische Spelen in Tokio, die in 2020 werden uitgesteld en uiteindelijk in 2021 doorgang vonden, nog midden tijdens de pandemie en ondanks grote bezwaren van veel Japanners. Het proces tegen Haruyuki Takahashi, voormalig bestuurslid van het organisatiecomité van de Spelen in Tokio en hoofdrolspeler in de affaire, loopt nog. Volgens de Japanse publieke zender NHK wordt hij ervan beschuldigd 198 miljoen yen (1,2 miljoen euro) aan steekpenningen te hebben opgestreken van grote Japanse bedrijven in ruil voor het aanwenden van zijn invloed bij aanbestedingen. Om nog maar te zwijgen van het Franse gerechtelijk onderzoek naar de steekpenningenaffaire inzake de toekenning van de Spelen aan Tokio, die in 2019 leidde tot een strafrechtelijke procedure tegen Tsunekazu Takeda, de voormalige voorzitter van het JOC.

    In Japan hebben deze corruptieaffaires zoals gezegd een ernstige smet geworpen op het imago van de Olympische Spelen. Zo ernstig zelfs dat de stad Sapporo, in het noorden van de archipel, afgelopen oktober heeft moeten afzien van het idee om in 2030 de Olympische Winterspelen te organiseren, hoewel die als favoriet gold. ‘De belangrijkste reden is het gebrek aan steun bij de bewoners van Sapporo en bij de Japanners in het algemeen,’ erkent Katsuhiro Akimoto, de burgemeester van de stad. In een hoofdartikel van 9 maart jongstleden verwijt het Japanse dagblad Asahi Shimbun het JOC dat de schandalen en de organisatorische chaos het wantrouwen bij de Japanners hebben aangewakkerd: ‘Japan zal de Olympische Spelen voorlopig niet meer organiseren. Eerst zal de prioriteit van de onderlinge concurrentie ter discussie moeten worden gesteld en zal een manier moeten worden gevonden waarop sport zonder die prioriteit een bijdrage kan leveren aan de maatschappij. […] Pas als dat alles op de schop is gegooid zullen we ons een beeld kunnen vormen van de toekomstige sportwereld.’

    De sport heeft in Japan sinds het begin van deze eeuw in het teken gestaan van de honger naar medailles

    Dat de prioriteit van medailles momenteel ter discussie staat, wordt niet alleen ingegeven door zorgen over de geestelijke gezondheid van sporters. Tijdens de Olympische Spelen in Tokio won Japan 58 medailles, waaronder 27 maal goud, een record. Toch hebben de nationale sportbonden in Japan niet echt het idee dat ze vruchten hebben geplukt van dit succes. Een onderzoek heeft uitgewezen dat de inkomsten van deze organisaties, die in 2020 al begonnen te dalen, in 2022 nog verder zijn gedaald. De Japanse sportbonden worden voornamelijk gefinancierd door overheidssubsidies, lidmaatschapsgelden en commerciële inkomsten, met name sponsorgelden en uitzendrechten. Maar die laatste, die goed zijn voor meer dan zestig procent van hun totale inkomsten, zijn dalende, wat de bonden in een kritieke situatie brengt.

    Het merendeel van de Olympische disciplines zonder profcompetitie probeert zo veel mogelijk medailles in de wacht te slepen om aandacht te krijgen en sponsors en beoefenaars aan te trekken. Desondanks worden medailles minder belangrijk, als gevolg van het dalende geboortecijfer in Japan en de concurrentie van andere vormen van vrijetijdsbesteding. Bij judo behaalde Japan in Tokio een recordaantal gouden plakken, maar er zijn steeds minder mensen die de sport beoefenen; hun aantal is de afgelopen twintig jaar met zo’n veertig procent gedaald. Na het vertrek van zijn sponsors verwacht de Japanse turnbond het seizoen voor het tweede achtereenvolgende jaar met rode cijfers te moeten afsluiten. 

    De sport heeft in Japan sinds het begin van deze eeuw in het teken gestaan van de honger naar medailles en de kandidatuur van Tokio voor de Olympische Spelen. Maar de relatie tussen maatschappij en sport evolueert en nodigt ons uit om nieuwe waarden te creëren, die niet alleen zijn af te meten aan het aantal medailles. 

  • Georgië doet mee aan het EK voetbal, dus het bestaat

    Georgië doet mee aan het EK voetbal, dus het bestaat

    360 kiest een door de buitenlandse pers beschreven sportevent, van voetbal tot Grieks-Romeins worstelen. Deze keer het EK Voetbal: Georgië en Slovenië.

    Land van worstelaars en martial arts

    ‘Hier is het altijd alles of niets’

    EK voetbal 2024 – Nadat het Georgische voetbalteam zich eind maart voor de allereerste keer had gekwalificeerd voor het EK voetbal in Duitsland, werd anderhalf uur later bekend dat de spelers gedecoreerd zouden worden door president Irakli Kobakhidze. Het volksfeest was toen al in volle hevigheid losgebarsten, vertelt de Georgische bondscoach, de Franse international Willy Sagnol, in een interview met het Britse sportmagazine The Athletic: ‘Hier is het altijd alles of niets. De mensen zijn óf intens verdrietig óf dolgelukkig. Dus dat werd een eindeloos feest vol vuurwerk en vreugdetranen. De Georgiërs hebben nu namelijk het gevoel dat ze bestaan als natie.’

    Op de vraag hoe hij de Georgische internationals benadert, antwoordt Sagnol, die negen jaar voor Bayern München uitkwam en voormalig assistent was van Real Madrid-coach Carlo Ancelotti: ‘Je ziet mij niet schreeuwen langs de zijlijn. Dat gaat totaal niet werken in dit land, waar iedereen zich laat meeslepen door emoties. Wordt het spannend, dan probeer ik juist zo kalm mogelijk te blijven.’

    ‘Wij zijn een land van worstelaars en beoefenaars van martial arts’

    Voor CNN verklaarde aanvaller Chvitsja Kvaratschelia, die de laatste jaren uitgroeide tot de populairste speler van de Italiaanse topclub Napoli en daar als ‘Kvaradona’ door het leven gaat, dat hij ‘tijdens zijn carrière in een hoop stadions heeft gespeeld, maar dat hij nog nooit zo veel support heeft meegemaakt als in Tbilisi’. Volgens CNN-reporter Ben Church moeten we Kvaratschelia beschouwen als de ‘nationale talisman van Georgië’.

    Columnist en blogger Tony Hanmer schrijft in Georgia Today dat hij nog nauwelijks van de verbazing is bekomen na de EK-kwalificatie: ‘Wij zijn een land van worstelaars en beoefenaars van martial arts. Sinds een tijdje is rugby hier de grootste sport. Mogelijk heeft dat te maken met de mannelijke lichaamsbouw en mentale gesteldheid. Die roemrijke geschiedenis van militaire overwinningen kan ook geen kwaad natuurlijk, net als de nederlagen op het slagveld, waardoor we een diepgewortelde strijdlust hebben ontwikkeld.’ 

    GettyImages 2107865177
    © Getty Images

    Voetbal is in Slovenië wakker geworden

    Kaartjes voor Ronaldo binnen vier minuten uitverkocht 

    EK voetbal 2024 – ‘Voetbal is in Slovenië wakker geworden’, kopte het Sloveense dagblad Vecer nadat het land zich afgelopen november kwalificeerde voor het Europees Kampioenschap voetbal. Na 24 jaar is Slovenië terug op het EK, en dat is best bijzonder voor een land met net 2 miljoen inwoners.

    ‘Ze hebben het vertrouwen in het Sloveense voetbal teruggewonnen,’ aldus de Sloveense bondscoach Matjaž Kek nadat zijn ploeg zich had gekwalificeerd voor het EK. Het is pas de tweede keer dat Slovenië deelneemt aan het kampioenschap. 

    De laatste keer dat de Slovenen present waren op een eindtoernooi was tijdens het WK in 2010. Toen schreef The Guardian: ‘Hun geheim, als dat er al is, is Keks focus op teamethiek in plaats van individuele flair. In de tijd van het voormalige Joegoslavië werden de Slovenen beschouwd als de ijverigste en evenwichtigste van de zes republieken en ze spotten dan ook met de emotionaliteit en inconsistentie van hun zuiderburen. Deze nationale kenmerken worden weerspiegeld in hun voetbal.’

    ‘Ondanks talloze successen heeft het nationale team in Slovenië nog steeds geen cultstatus’

    Bondscoach Kek staat ook tijdens dit kampioenschap weer aan het roer. In de aanloop naar het EK in juni werden er de afgelopen maanden al wat vriendschappelijke duels gespeeld. Hoewel de toeschouwers bij de uitwedstrijd tegen Malta wegbleven, was dat bij de wedstrijd tegen Portugal een ander verhaal. The Slovenia Times schreef dat de wedstrijd ‘ongekende aandacht van het publiek en de media trok door de komst van Ronaldo. De kaartjes waren binnen vier minuten uitverkocht.’

    Meer dan 16.000 toeschouwers zagen in het Stožicestadion in Ljubljana hoe Slovenië won van Portugal. ‘Het is natuurlijk niet verkeerd dat mensen Cristiano Ronaldo live willen zien. Maar het zou passend zijn als Slovenen ook wedstrijden bijwonen voor… Slovenen!’ aldus de Sloveense voetbalwebsite Football Planet. ‘Ondanks talloze successen heeft het nationale team in Slovenië nog steeds geen cultstatus, die ervoor zou zorgen dat wedstrijden uitverkocht zijn.’ 

    De oplossing van dit probleem is wellicht de nieuw opgerichte supportersgroep United Fans of Slovenia (ZNS). De groep is verantwoordelijk voor het georganiseerde gejuich voor Slovenië en had bij de beslissende kwalificatiewedstrijd ‘in samenwerking met de Sloveense voetbalbond een grote choreografie voorbereid, die werd uitgevoerd door de toeschouwers op de tribunes toen de voetballers op het veld arriveerden’, schrijft Vecer.

    GettyImages 2107860895
    © Getty Images
  • ‘We moeten beslissen hoe belangrijk voetbal echt is, en radicale verandering omarmen’

    ‘We moeten beslissen hoe belangrijk voetbal echt is, en radicale verandering omarmen’

    Miljoenen mensen over de hele wereld leven mee met hun favoriete teams, vieren overwinningen en betreuren nederlagen. Maar voetbal heeft een keerzijde. De industrie draagt ​​bij aan milieuaantasting, uitbuiting en onverantwoorde praktijken.

    Keuze uit het archief

    Deze week ging het WK voetbal 2026 van start, het eerste toernooi dat in drie landen gehouden wordt en waar achtenveertig teams aan meedoen. Dit artikel van het Arabische medium Raseef22 uit 2024 laat zien welke desastreuze neveneffecten deze uitbreiding voor de planeet heeft.

    Als je een die-hard voetbalfan bent, moet je iets belangrijks weten: je maakt onderdeel uit van de postindustriële vernietiging van de planeet, ook als je in een derdewereldland woont of in een afgelegen gebied waar je je elke dag opwindt over de extreme hitte, droogte, vochtigheid en stroomstoringen. Waarom? Omdat je het uniform draagt en de naam zingt van een bedrijf dat alleen zijn eigen onnozele en steenrijke eigenaars vertegenwoordigt en jouw leven ongemerkt letterlijk tot een hel maakt.

    Een onderzoek van het Max Planck Instituut suggereert dat in 2050 de temperaturen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika overdag 50 graden Celsius zullen bereiken. Deze gegevens komen overeen met het rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie, waarin staat dat de hitte als gevolg van klimaatverandering tussen 2030 en 2050 wereldwijd 38.000 doden per jaar kan veroorzaken, als direct gevolg van een zonnesteek en stress.

    In een ander onderzoek, gepubliceerd in Communications Earth & Environment, ontdekten wetenschappers dat het overschrijden van de ‘dodelijke’ drempel voor ‘hittestress’ drie tot tien keer zo vaak zal voorkomen tegen 2100, en geloof me; al die doden zullen vallen onder de arme en minder fortuinlijken van deze wereld, terwijl op de voorhoofden van de eigenaars van de grote clubs waar jij je trouw aan verklaart geen druppel zweet zal verschijnen.

    Massale toernooien

    ‘Voetbal heeft een inherent hoge koolstofvoetafdruk en als je er rekening mee houdt dat voetbalfans soms per vliegtuig reizen, is de impact van het spel op het klimaat waarschijnlijk nog veel groter dan we denken,’ aldus Andrew Whaley van het Tyndall Centre for Climate Change.

    Naar schatting produceert de voetbalindustrie alleen al bijna 30 miljoen ton kooldioxide per jaar, waarvan Manchester City alleen al bijna 1300 ton produceert, gelijk aan de totale uitstoot van het hele land Denemarken, met zijn vele industrieën en luidruchtige auto’s.

    In 2017 schatte de Universiteit van Essex de totale uitstoot van broeikasgassen door het reizen van en naar stadions in het seizoen 2012/2013 op 56 ton kooldioxide. Hoe populairder het spel, hoe groter de CO2-voetafdruk, aangezien fans graag vele kilometers achter hun geliefde team aan reizen als uiting van verbondenheid met deze vaag gedefinieerde juridische entiteit.

    Als je bedenkt dat een retourreis van New York naar Londen ongeveer 1,2 ton kooldioxide produceert, wat volgens George Monbiot in zijn boek Heat gelijk staat aan wat één persoon in het Verenigd Koninkrijk in een jaar voortbrengt, dan wordt transport de belangrijkste speler in deze context, omdat het alleen al goed is voor ongeveer 52 procent van de totale koolstofvoetafdruk van de eerste de beste populaire wedstrijd.

    Het moge duidelijk zijn dat de koolstofuitstoot dramatisch toeneemt in de nasleep van massale toernooien, met name het WK voetbal. Door het WK van 2018 werden bijvoorbeeld 2,1 miljoen ton broeikasgassen uitgestoten en het WK van 2022 in Qatar produceerde in slechts één maand 3,63 miljoen ton CO2, waarbij rekening is gehouden met de gassen die vrijkomen bij de bouw van faciliteiten en stadions voor het evenement, de energie die wordt gebruikt voor verlichting, verwarming, koeling, koken en transport, om maar een paar factoren te noemen.

    Terwijl de wereld in brand staat, draait de FIFA aan de knoppen van het mondiale economische systeem

    In zijn boek De geschiedenis van Rome vermeldt historicus en Romeinse senator Cassius Dio dat keizer Nero op een hoge toren zat tijdens de brand van Rome. Zodra de vlammen opstegen, begon hij een passage te zingen uit het epische gedicht van Homerus dat de brand van Troje beschrijft. Hoewel velen dit verhaal beschouwen als de rijke fantasie van een waanzinnige schrijver, wordt het tafereel vandaag de dag opnieuw en in detail voor ons herhaald.

    Terwijl de wereld in brand staat door opwarming van de aarde, draait de FIFA aan de knoppen van het mondiale economische systeem, dat primair verantwoordelijk is voor wat onze planeet is overkomen, en stelt de organisatie nieuwe regels op die het spel bepalen en kapitaal en bankrekeningen spekken zonder ook maar enige rekening te houden met het lijden van de armen in de wereld als gevolg van deze massavernietiging.

    De FIFA heeft besloten om het aantal teams in de wereldbeker voor mannen te verhogen van 32 naar 48, en in het geval van de wereldbeker voor vrouwen van 24 naar 32. Ook wordt er een nieuw toernooi opgezet, de UEFA Nations League, wordt de CONCACAF Cup uitgebreid van 12 naar 16 teams evenals de African Cup of Nations en de Asian Cup. De koolstofvoetafdruk van het voetbal zal dus enkel toenemen, vooral als gevolg van de hoeveelheid wedstrijden en vliegreizen door de toename van het aantal stadions en fans.

    Kapitaal

    We zijn er trots op dat we een van de weinige Arabische organisaties zijn die het voortouw nemen op het gebied van milieu-educatie. Hoe suf het ook kan lijken om het over klimaatkwesties te hebben, wij bij Raseef22 zijn vastbesloten om deze te belichten. We streven simpelweg naar een betere toekomst. Er is geen toekomst voor ons en onze Arabische regio als de nachtmerrie van een dorre woestenij zonder water of groen realiteit wordt.

    Onderzoek van BBC Sport geeft aan dat de uitbreiding van het aantal wedstrijden ertoe zal leiden dat fans en teams bijna 2 miljard vliegkilometers zullen maken, waarbij bijna 500.000 ton broeikasgassen per jaar wordt geproduceerd, een enorme toename ten opzichte van eerdere rapporten.

    Neem dit voorbeeld ter illustratie van het verschil: de koolstofuitstoot van fanreizen in de UEFA Champions League voor het seizoen 2022/23 werd geschat op ongeveer 368 ton voor 32 teams, maar volgend seizoen zal dit naar verwachting 480 ton zijn, omdat het aantal teams stijgt naar 36. Heeft de FIFA überhaupt nagedacht over het gevaar van deze veranderingen voor het milieu?

    Zelfs toen de FIFA probeerde te antwoorden op de speculaties dat het WK 2026 in meer dan één land zal worden gehouden, zodat de fans duizenden kilometers zullen moeten reizen tussen het noorden van Canada en het zuiden van Mexico, werd enkel aandacht besteed aan de financiële voordelen van het grotere aantal toeschouwers, zonder rekening te houden met de CO2-uitstoot die hiervan het gevolg zou zijn. De wanhopige roep van de FIFA om een groene en schone samenleving diende slechts als afleiding om zand in de ogen van de wereld te strooien.

    Vraag je je nog steeds af waar deze waanzin vandaan komt? Bespaar je de moeite: zoek de reden in het kapitaal. Het hele spel is in zijn sponsoring afhankelijk van olie- en gasbedrijven, aangezien Gazprom de UEFA sponsort en Emirates Airlines de Franse club Lyon. Daarnaast zijn er de frisdrankfabrieken, de eerste supporter van de grootste Afrikaanse clubs zoals Al Ahly uit Egypte, en de officiële sponsor van de Wereldbeker sinds 1978, en tot 2030, en misschien wel tot in het oneindige.

    Deze bedrijven alleen al verbruiken tonnen fossiele brandstoffen. Ze zijn ook de belangrijkste reden voor de productie van miljoenen plastic flessen die het water vervuilen en de visvoorraden vernietigen, en sommige van hen, onder leiding van Coca-Cola, steunen en financieren officieel het Israëlische leger in zijn strijd om het Palestijnse volk uit te roeien met tonnen milieuvervuilende explosieven. 

    ‘We kunnen ook vragen stellen als: is een WK met slechts 16 teams, in plaats van 48, een slechte zaak?’

    Niemand van ons verlangt dat het spel voorgoed begraven wordt, ook omdat de hoeveelheid geproduceerde uitstoot relatief klein is vergeleken met de uitstoot die bijvoorbeeld door oorlogsindustrieën wordt geproduceerd. En de wereld heeft voetbal nog steeds nodig als een cultureel product dat in onze harten afwisselend vreugde, verdriet, trots en medelijden opwekt – pure menselijke emoties die alleen binnen de groene rechthoek te vinden zijn.

    Maar niemand wil het bloed van de planeet aan zijn handen hebben, of in de geschiedenis worden gestigmatiseerd als de generatie die er de voorkeur aan gaf om een kort leven vol dopamine te leiden ten koste van de overleving van het menselijk ras. Dus we moeten beslissen hoe belangrijk voetbal echt is, en radicale verandering omarmen – verandering die begint met het beëindigen van de hebzuchtige controle van de bedrijven over het spel. We moeten het teruggeven aan de mensen die er echt van houden. Vergezocht? Echt niet, we kunnen er nu mee beginnen: een duidelijk systeem opzetten om het spel volledig groen te maken en dan een dialoog in de gemeenschap starten die een serieuze discussie op gang brengt over het voetbal dat we willen, nodig hebben en dat de wereld zich kan veroorloven.

    We kunnen ook vragen stellen als: is een WK met slechts 16 teams, in plaats van 48, een slechte zaak? Kunnen we leven met één of twee wedstrijden per dag, die we met passie volgen, in plaats van 10 wedstrijden waar we eigenlijk niets zien? Kunnen we ook op dit vlak de ‘minder is meer’-filosofie aannemen? En het belangrijkste: kunnen we stoppen met het aanbidden van dopamine?

  • Moeten er nummerborden op fietsen komen?

    Moeten er nummerborden op fietsen komen?

    Hoewel de fiets een milieuvriendelijk en gezond vervoersmiddel is, zorgt ze ook voor verkeersonveilige situaties. Leidt het registreren van fietsen tot veiliger verkeer? Twee opiniemakers gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Ja: ‘Alle fietsen op de openbare weg zouden een nummerplaat achterop moeten hebben’

    Een commentaar van auteur, historicus, biograaf en columnist bij The Sunday Telegraph Simon Heffer

    ‘De meeste fietsers gedragen zich goed, maar de argumenten voor regulering zijn sterk gezien het slechte gedrag van een roekeloze minderheid,’ aldus Simon Heffer in The Telegraph. Hij schrijft zijn artikel naar aanleiding van het incident in Regent’s Park in Londen, waarbij een oudere vrouw werd aangereden door een fietser op een racefiets die sneller ging dan was toegestaan. Ze overleed uiteindelijk aan haar verwondingen. ‘Toch werd er geen zaak tegen de fietser aangespannen, omdat er volgens de politie onvoldoende bewijs was voor een reële kans op een veroordeling’, schrijft Heffer. ‘Je zou denken dat de dode vrouw, het onbetwiste feit dat ze overleed nadat ze werd aangereden, en de wetenschappelijk onderbouwde bevinding dat de fietser 46 kilometer per uur reed, bewijs genoeg zou zijn.’

    Sommige parlementsleden willen dood door gevaarlijk fietsen strafbaar stellen, aangezien dit niet het eerste incident in het Verenigd Koninkrijk was. ‘In 2017 werd een man door een rechter in de Old Bailey veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf op grond van een wet uit 1861 die het “roekeloos besturen” van een voertuig, inclusief een fiets, strafbaar stelt’, schrijft Heller. ‘Zijn slachtoffer, een vierenveertigejarige vrouw, overleed aan hoofdwonden toen hij haar raakte toen ze een straat overstak in Londen. Hij beging een overtreding omdat hij geen voorrem had. Uiteindelijk werd hij vrijgesproken van doodslag.’

    ‘Degenen die, net zoals ik, veel door Londen of welke grote stad dan ook lopen, hebben het allemaal gezien’

    ‘Degenen die, net zoals ik, veel door Londen of welke grote stad dan ook lopen, hebben het allemaal gezien. Fietsers rijden door rood, meestal met hoge snelheid, terwijl onschuldige voetgangers oversteken bij een groen licht. Ik werd afgelopen donderdag nog bijna omver gereden.’ En daar blijft het volgens Heller niet bij. ‘Ze fietsen op de stoep, de verkeerde kant op door eenrichtingsstraten of op de linkerkant van een straat met tweerichtingsverkeer.’ Een automobilist die zoiets doet, komt al snel in aanraking met de politie. ‘En dan niet omdat er een agent in de buurt is, want meestal is die er niet, maar omdat een bezorgde burger het kenteken noteert en een telefoontje pleegt’, schrijft hij. ‘Misschien is dat de oplossing.’

    ‘Alle fietsen op de openbare weg zouden een nummerplaat achterop moeten hebben, die gemakkelijk zichtbaar is voor diegenen die zojuist bijna overreden zijn,’ gaat hij verder. ‘Het Departement van Transport zou bescheiden registratiekosten moeten heffen om de bureaucratische kosten te dekken (hoewel aanvragen online kunnen gebeuren) en om meer politie te werven om overtreders op heterdaad te betrappen. Degenen die schuldig worden bevonden aan overtredingen kunnen, net als automobilisten, een boete krijgen, voor een bepaalde tijd van de weg worden verbannen of opgesloten, of alle drie.’ 

    Nee: ‘Het enige wat je zou krijgen van deze draconische maatregelen is minder fietsers’

    Een commentaar van adjunct-politiek redacteur voor The Guardian en auteur van het boek The Miracle Pill Peter Walker.

    ‘Zwitserland heeft het een tijdje geprobeerd. Argentinië heeft het ooit een kans gegeven, net als verschillende steden in de VS. Maar de enige plek waar het idee is blijven hangen, is Noord-Korea’, schrijft Peter Walker in The Guardian. Hij geeft toe dat het registreren van fietsen in eerste instantie verleidelijk lijkt. Fietsers zijn, net als auto’s, weggebruikers, ze kunnen wetten overtreden en doen dat soms ook, en ze kunnen anderen ernstig letsel toebrengen. Dus waarom zouden ze vrijgesteld moeten worden van identificatie en handhaving? ‘De reden is heel eenvoudig: praktisch gezien zou het enorm moeilijk zijn om te handhaven – en gebleken is dat het weinig oplevert.’

    Er komen enkele logistieke hindernissen kijken bij het registreren en identificeren van fietsers. ‘Een nummerplaat moet groot genoeg zijn om leesbaar te zijn, wat op zichzelf al lastig is. Het zou ook alleen de fiets zelf identificeren, niet de persoon erop.’ Sommige voorstanders hebben het idee geopperd fietsers in genummerde hesjes te steken. ‘Maar nogmaals, iets wat groot genoeg is om gezien te worden zou enorm onpraktisch zijn – te warm in de zomer en onmogelijk over een jas heen te krijgen in de regen of kou.’

    ‘Het identificeren van weggebruikers neemt gevaren in het verkeer niet weg’

    Het is volgens Walker dus geen realistische oplossing. ‘En als er al een half werkbare administratieve truc gevonden zou worden, stuit je op het andere opvallende nadeel van een dergelijke regeling: er is zeer sterk bewijs dat deze geen netto voordeel oplevert voor de verkeersveiligheid of het algemene nationale welzijn. In feite gebeurt het tegenovergestelde. het identificeren van weggebruikers neemt gevaren in het verkeer niet weg.’ 

    Volgens het Motor Insurers’ Bureau zijn er in het Verenigd Koninkrijk naar schatting een miljoen onverzekerde bestuurders en elke dag komen ongeveer zeventig mensen om in het verkeer of lopen mogelijk levensgevaarlijke verwondingen op. ‘Bijna alle verkeersslachtoffers worden veroorzaakt door auto’s. De concentratie op fietsen zou betekenen dat je je concentreert op een groep die gemiddeld twee doden per jaar veroorzaakt, tegenover de zeventienhonderd levens die elk jaar verloren gaan bij auto-ongelukken’, schrijft Walker. ‘Het enige wat je zou krijgen van deze draconische maatregelen is waarschijnlijk minder fietsers. Verplichte helmwetten in landen als Australië – een veel minder zware administratieve barrière – blijken het aantal fietsers ook al te onderdrukken.’ En bij minder fietsers is niemand gebaat. ‘Dan krijg je een slechtere volksgezondheid, meer vervuiling, meer opstoppingen – en meer verkeersdoden.’

  • Atleten uit Rusland en Belarus uitgesloten van opening Olympische Spelen

    Atleten uit Rusland en Belarus uitgesloten van opening Olympische Spelen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada stopt met het leveren van wapens aan Israël

    » Donald Trump kan boete van 454 miljoen dollar voor fraude niet betalen

    Russen en Belarussen mogen alleen deelnemen onder neutrale vlag

    Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) kondigde dinsdag aan dat atleten uit Rusland en Belarus niet mogen deelnemen aan de openingsceremonie in Parijs en dat hun medailles niet zouden worden geteld. Dat schrijft Le Monde. Op een later moment wordt nog besloten of Russen en Belarussen mogen deelnemen aan de sluitingsceremonie.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sinds de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 mogen atleten niet namens Rusland of Belarus meedoen aan de Olympische Spelen. Alleen atleten die kunnen aantonen dat ze de oorlog in Oekraïne niet steunen of gesteund hebben, mogen deelnemen onder neutrale vlag.

    Tot nu toe hebben zich twaalf Russische en zeven Belarussische atleten zich gekwalificeerd voor de Spelen van Parijs. Naar verwachting zal het aantal Russische atleten dat deelneemt aan het sportevenement nog oplopen tot 36. ‘Dat is heel wat anders dan de 330 sporters die in 2021 in Tokio deelnamen, toen al onder neutrale vlag vanwege de Russische staatsdoping’, schrijft de Franse krant.

  • In Kenia is hardlopen een weg naar een betere toekomst

    In Kenia is hardlopen een weg naar een betere toekomst

    Keniaanse topsporters hebben de grenzen van fysieke prestaties met hardlopen verlegd. Maar ook voor mindere goden heeft de sport een belangrijke betekenis: deze is voor Kenianen een manier om contact te maken en biedt perspectief op een betere toekomst voor zichzelf en hun gemeenschap.

    Alweer heeft een Keniaanse atleet een belangrijk record gebroken. Begin oktober, in Chicago, verbeterde Kelvin Kiptum het wereldrecord op de marathon bij de mannen. Daarmee overtrof hij de prestatie van de Keniaanse ‘filosoof-koning van het hardlopen’, Eliud Kipchoge, met ruim een halve minuut. Een geweldige mijlpaal, maar toch niet uniek dit jaar, want in juni vestigde de Keniaanse Faith Kipyegon in zeven dagen tijd twee nieuwe wereldrecords, op de 1500 en 5000 meter (het record op die laatste afstand werd overigens drie maanden later verbroken door de Ethiopische Gudaf Tsegay).

    Overlijden Kelvin Kiptum

    Kelvin Kiptum en zijn coach, de Oegandees Gervais Hakizimana, zijn op 11 februari omgekomen bij een auto-ongeluk in de buurt van de Keniaanse stad Eldoret. Kiptum is slechts 24 jaar geworden.

    De internationale atletiekwereld reageerde geschokt. Sebastian Coe, voorzitter van de internationale atletiekbond, zei dat Kiptum ‘een ongelooflijke atleet was die een ongelooflijke erfenis achterlaat’.

    Ook in Kenia is het verdriet om de dood van de wereldrecordhouder groot. ‘Kelvin Kiptum was een ster’, aldus een bericht op sociale media van de Keniaanse president William Ruto. ‘Zijn mentale kracht en discipline waren ongeëvenaard. Kiptum was onze toekomst.’

    Kiptum zou in april aan de start staan van de marathon van Rotterdam, waar hij een aanval zou doen op zijn eigen wereldrecord. Met een persoonlijk record van 2 uur en 35 seconden leek de Keniaan voorbestemd om als eerste marathonloper onder de magische grens van twee uur te duiken. Helaas zal hij deze belofte nooit waar kunnen maken.

    Ook hardlopers uit andere Oost-Afrikaanse landen, met name Ethiopië en Oeganda (en soms Tanzania en Burundi), blinken sinds jaar en dag uit op het wereldpodium, maar het zijn vooral Kenianen die de internationale atletiek hebben getransformeerd en de grenzen van de fysieke prestatie door middel van hardlopen hebben verlegd.

    In Kenia zijn dergelijke prestaties vaak doordesemd van een diepe symboliek, waarbij allerlei opvattingen over nationalisme, politiek protest en lokale identiteit een rol spelen. De records die Kipyegon binnen één week verbeterde inspireerden de Keniaanse president William Ruto tot mooie woorden over hard werken en nationale trots. ‘Vasthoudendheid, focus, streven naar perfectie en een winnaarsmentaliteit zijn een recept voor grootsheid,’ zo schreef hij op sociale media. ‘Wat een atlete! Wat een inspiratie! Wat een kampioene! Gefeliciteerd, Kenia is enorm trots op je.’

    Kalebas vol mursik

    Kranten lieten foto’s zien van Kipyegon en haar gezin met vicepresident Rigathi Gachagua tijdens een bezoek aan het presidentiële paleis, anderen stelden dat haar heldendaden lieten zien hoe Kenianen ‘kunnen slagen zonder Ruto of Raila’, de kandidaten voor de Keniaanse presidentsverkiezingen van 2022. Toen Kelvin Kiptum na zijn triomf in Chicago terugkwam in Nairobi, werd hij getrakteerd op een kalebas vol mursik, een gefermenteerde melk die populair is onder de Kalenjin, een volk in het westen van Kenia; het betrof een traditie die teruggaat tot begin jaren zeventig.

    Dit enthousiasme is herkenbaar voor iedereen die het Keniaanse hardlopen volgt. In de afgelopen zestig jaar heeft de atletiek telkens een podium geboden waarop Kenianen konden excelleren, en vaak werd dit succes verbonden aan hogere sociale en politieke ambities. Het Keniaanse hardlopen is een interessant onderwerp gebleken voor auteurs met de meest uiteenlopende achtergronden. Zij schreven verhalen over de sport waarin de heldendaden van topatleten centraal stonden; atleten die het hardlopen gebruikten om hun leven te veranderen, de nationale eenheid te bevorderen en elkaar te inspireren.

    ‘Je ziet dat als je in de groep blijft en begrip voor elkaar hebt, je sterk wordt en discipline en teamgeest krijgt’

    Hoewel dergelijke interpretaties zeker van belang zijn, wordt de sport daarmee beperkt tot een onderdeel van grotere politieke projecten of tot een weg naar individuele sociale mobiliteit waarbij hard werken, natuurlijk talent en ‘cultuur’ succes bepalen. Verhalen over topsporters die allerlei ontberingen overwinnen kunnen weliswaar inspirerend zijn, maar ze verdoezelen vaak de sociale dynamiek van de Keniaanse hardloopcultuur en gaan voorbij aan de vele manieren waarop Kenianen betekenis en nut proberen te vinden in de sport.

    De sociale relaties binnen familie, school, team en gemeenschap vormen de netwerken die het Keniaanse hardlopen en zijn lange, roemruchte geschiedenis schragen – dat zijn hoge ligging een ideale trainingsplek is voor veel atleten en ook wel ‘stad van kampioenen’ wordt genoemd), benadrukte de Keniaanse marathonloper Elisha Rotich een paar jaar geleden de sleutelrol die dergelijke factoren hebben gespeeld in zijn eigen hardloopcarrière. ‘Kidole kimoja hakiui chawa (een enkele vinger doodt geen luis), zeggen we in onze cultuur,’ vertelde hij. ‘Eén persoon kan geen goud winnen. Mijn team en familie zijn erg belangrijk voor mij. Je ziet dat als je in de groep blijft en begrip voor elkaar hebt, je sterk wordt en discipline en teamgeest krijgt. Zo niet, dan zul je nooit iets bereiken.’

    Wie zich verdiept in de achterliggende sociale dynamiek van de sport en haar geschiedenis, komt tot de conclusie dat er ook plaats moet zijn voor verhalen van minder bekende mensen die hebben bijgedragen aan de Keniaanse hardlooptraditie. Voormalige atleten zoals Naftali Mutwa, die eind jaren veertig als student aan de Kapsabet High School en de Thika Technical School kennismaakte met atletiek. Hij zat weliswaar in een raciaal gesegregeerd systeem – Kenia was destijds nog een Britse kolonie – maar dat neemt niet weg dat hij bijdroeg aan een aantal mijlpalen in de Keniaanse atletiekgeschiedenis.

    Hordenlopen

    Eind jaren vijftig, begin jaren zestig deed Mutwa aan hordenlopen en concurreerde hij met de bekendste vroege hardlopers van Kenia, zoals Nyandika Maiyoro, Lazaro Chepkwony, Joseph Leresea, Seraphino Antao en Kiptalam Keter. In 1959 nam hij deel aan de eerste atletiekwedstrijd in het beroemde Kamariny-stadion, waar hij eerste werd bij het individuele kampioenschap op de 100 meter horden voor de hele kolonie. In 1960 herhaalde hij deze prestatie.

    Dit alles deed hij terwijl hij als leraar en coach werkte aan de Kaptumo Intermediate School. Mutwa verdiende weinig met zijn prestaties. Toch toonde hij zich voldaan en trots tijdens een interview in zijn huis in Koyo in 2019. Kijkend naar foto’s haalde hij geestdriftig herinneringen op aan zijn teamgenoten. ‘Dit was het team van Kenia,’ vertelde hij trots. ‘En dankzij zo’n foto blijven we aan elkaar denken.’ In het koloniale tijdperk werd atletiek gebruikt om sociale controle uit te oefenen en inheemse sporten zoals worstelen en dansen uit te wissen en te marginaliseren.

    Toch tonen de ervaringen van atleten als Mutwa aan hoeveel jonge Kenianen, veelal mannen, deelnamen aan en betekenis vonden in koloniale sporten. De beroemde Keniaanse auteur Ngugi wa Thiong’o, die in de jaren vijftig als student van de Alliance High School aan veldlopen deed, beschreef het langeafstandshardlopen als ‘een lang verhaal, verteld en gespeeld door de hardloper met zijn lichaam… een gevecht tussen wil en vastberadenheid enerzijds en de duivelse verleiding van het opgeven anderzijds’. Voor Ngugi zou hardlopen later een belangrijke symbolische plaats opeisen in zijn schrijven.

    Zoals blijkt uit de voorbeelden van Mutwa en Ngugi, heeft schoolsport het Keniaanse hardlopen sterk gestimuleerd. De belangrijkste school in deze geschiedenis is misschien wel St. Patrick’s High School in Iten, een stadje in het westen van Kenia dat ook wel het mekka van de atletiek en de thuisbasis van de kampioenen wordt genoemd. St. Patrick’s werd in 1961 op initiatief van lokale politici en Ierse missionarissen geopend als jongenskostschool. Tegenwoordig staat de school in Kenia en de rest van de wereld bekend om zijn atletiekprestaties, maar er zijn ook grote nationale successen geboekt op het gebied van volleybal, hockey, basketbal en tennis.

    Nationale team

    Bovendien herbergt de school een van de eerste trainingsaccommodaties van Iten: een club voor jonge aspirant-hardlopers onder toezicht van broeder Colm O’Connell, die onder meer coaching biedt aan de leden. Tientallen hardlopers die op de school hebben getraind, werden geselecteerd voor het nationale team, namen voor Amerikaanse hogescholen en universiteiten deel aan allerlei wedstrijden en veranderden het internationale professionele hardlopen.

    Wilson Kipketer, een alumnus van St. Patrick’s, was bijvoorbeeld een van de eerste Keniaanse atleten die van staatsburgerschap veranderde en voor een ander land streed, wat de afgelopen decennia steeds meer een patroon is geworden en tot discussies in sportkringen heeft geleid. St. Patrick’s laat, samen met scholen als Sing’ore Girls, zien hoe Keniaanse instituties het internationale hardlopen hebben vormgegeven en biedt daarmee een tegengif voor het idee dat Afrikaanse instituties onbeduidend en ineffectief zouden zijn in mondiale netwerken. Behalve de scholen zijn ook de ervaringen van mensen die een hardloopcarrière hebben opgebouwd en niet tot de professionele atletiektop behoorden van cruciaal belang om de sport beter te begrijpen.

    Hardlopers hebben in hun latere leven vaak te kampen met het gevoel dat de Keniaanse samenleving hen is vergeten

    In de decennia na de onafhankelijkheid van Kenia [in 1963] werkten sommige Keniaanse hardlopers als politieagenten, gevangenispersoneel en soldaten terwijl ze voor Keniaanse nationale teams deelnamen aan internationale wedstrijden. Sinds de jaren tachtig en de explosie van het professionele hardlopen hebben veel ‘tweederangs’ professionals carrière gemaakt in het buitenland, waar ze strijden om prijzengeld van honderden of soms duizenden dollars, waarna ze vaak terugkeren naar Kenia om te investeren in land, onderwijs of zaken.

    Zo liep Everline Kosgei hard in Europa en Azië en gebruikte ze naar eigen zeggen een deel van haar verdiensten om zich in te schrijven voor een vakschool in het Chinese Chengdu. Daarnaast ontplooien Kenianen met uiteenlopende achtergronden en beroepen – van hazen tot coaches en van trainingskampmedewerkers tot resorteigenaren – lokale en nationale economische activiteiten die verband houden met het Keniaanse hardlopen.

    Tegelijkertijd worstelen veel hardlopers met blessures, corruptie en de druk van de nieuwe rijkdom, maar ook met slechte faciliteiten en een toenemende dopingcrisis die de geloofwaardigheid van de sport dreigt te ondermijnen. Oudere hardlopers hebben in hun latere leven vaak te kampen met armoede, en met het gevoel dat de Keniaanse samenleving hen is vergeten. Deze problemen zijn vaak nog groter voor ambitieuze vrouwelijke atleten, die barrières moeten slechten die door inheemse en koloniale ideeën zijn opgeworpen, en bovendien te maken hebben met seksueel en soms zelfs dodelijk geweld. Dergelijke tragedies en obstakels wijzen op de grenzen aan het idee van sport als balsem voor de grootste problemen in Kenia.

    Hardloopsters

    Niettemin zijn de ervaringen van Keniaanse hardloopsters cruciaal geweest voor de ontwikkeling van de sport. In haar recente boek Kenya’s Running Women legt historica Michelle Sikes de centrale rol van gender bloot in de wijze waarop Kenianen door de jaren heen de sport hebben ervaren. Ook belicht ze de vele manieren waarop Keniaanse meisjes en vrouwen betekenis, vreugde en een doel in de sport hebben gevonden. ‘Ik hou van hardlopen,’ zei Sabina Chebichi tegen East African, nadat ze in 1974 als tiener een bronzen medaille had gewonnen op de 800 meter op de Gemenebestspelen. ‘Het geeft me een goed gevoel om beter te zijn dan de rest. Ik hou ervan als mensen in een vreemde stad naar me wijzen en over me praten vanwege mijn hardlopen. En als ik het publiek hoor schreeuwen, dan wil ik nog harder rennen.’

    In een tijd waarin veel Kenianen diepgaand ontevreden zijn over de politiek en worstelen met stijgende prijzen, inflatie, slinkende economische kansen, inhoudsloze politieke agenda’s en toenemende sociale ongelijkheid, is het van belang het Keniaanse hardlopen niet alleen te zien als een aangelegenheid voor topatleten en wereldsterren. Voor tal van Kenianen is de sport een manier om contact te maken met anderen, betekenis te creëren voor zichzelf, vreugde te vinden in hun dagelijks leven en zich een betere toekomst voor te stellen voor zichzelf en hun gemeenschap.

  • Spaanse voetbalster Hermoso klaagt Rubiales aan voor aanranding vanwege kus

    Spaanse voetbalster Hermoso klaagt Rubiales aan voor aanranding vanwege kus

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israëlische wetenschappers creëren kunstmatige menselijke embryo

    » Hunter Biden wordt aangeklaagd wegens illegaal wapenbezit

    Rubiales is al geschorst door de FIFA

    Jennifer Hermoso heeft besloten om juridische stappen te ondernemen tegen Luis Rubiales, zo maakte het Spaanse Openbaar Ministerie woensdag bekend. De speelster van het Spaanse nationale voetbalelftal werd door de voorzitter van de Spaanse voetbalbond na het winnen van het WK op haar mond gekust zonder haar toestemming.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Luis Rubiales is sinds eind augustus het onderwerp van een vooronderzoek naar aanranding. ‘De aanklacht van Hermoso was essentieel voor het Openbaar Ministerie om strafrechtelijke stappen te kunnen ondernemen tegen de voorzitter van de bond’, schrijft El País. Sinds een recente hervorming van het Spaanse Wetboek van Strafrecht kan een niet-consensuele kus worden beschouwd als seksueel geweld. De straffen variëren van een boete tot vier jaar gevangenisstraf.

    ‘De actie van Rubiales hebben de Spaanse samenleving geschokt en de aandacht van de hele wereld getrokken’, schrijft het Spaanse dagblad. Rubiales is geschorst door de wereldvoetbalbond FIFA en de Spaanse premier Pedro Sánchez heeft zijn daden veroordeeld. Rubiales houdt desalniettemin vol dat Hermoso liegt en dat zij wel instemming zou hebben gegeven voor de kus. Tijdens een toespraak voor leden van de Spaanse voetbalbond noemde Rubiales zich het slachtoffer van ‘nepfeminisme’.

    Lees ook:

  • Wat zij zeggen over sportswashing door Saoedi-Arabië

    Wat zij zeggen over sportswashing door Saoedi-Arabië

    Internationale commentatoren en opiniemakers over sportswashing door Saoedi-Arabië. ‘Het zijn niet alleen voetballers zoals feestbeest Neymar die het koninkrijk een warm hart toedragen. Waarom verwachten we van atleten meer morele scrupules dan van politici?’

    Christoph Gastinger – sportredacteur

    Die Presse

    ‘Aangetrokken door astronomische salarissen zijn dit jaar al meer dan dertig bekende professionals van voetbalclubs als Liverpool, Barcelona of Chelsea naar Saoedi-Arabië verhuisd. Hun huidige clubs heten Al Ahli, Al Nassr of Ettifaq FC. Deze ontwikkelingen op de transfermarkt doen de fundamenten van het wereldvoetbal al schudden. Als sterren als Kylian Mbappé of Erling Haaland zouden vertrekken, zou Europa zeker een probleem hebben. Mbappé heeft in ieder geval het eerste aanbod van Saoedi-Arabië afgeslagen.’


    João Vieira Pereira – redacteur 

    Expresso

    ‘Saoedi-Arabië produceert elke dag voor een miljard euro aan olie en kan het zich veroorloven om eindeloos veel geld uit te geven aan voetbal. Vinden we het goed wanneer spelers echte competities en liefde voor hun club inruilen voor ettelijke miljoenen? Nee. Vinden we het erg dat ze dat doen in een land waar mensenrechten systematisch worden geschonden? Uiteraard. Maar voetbal is al lang business geworden. Financiële foul play werd door de vingers gezien – en nu is het te laat.’


    Cathrin Gilbert – chef entertainment

    Die Zeit

    ‘Natuurlijk speelt sportswashing een rol, maar er zijn ook andere redenen. In het land is enorm veel interesse voor entertainment en luxeproducten, zoals apparaten van Apple, schoenen en voetbalshirts van Nike. Waarom zouden de Saoedi’s van een afstand moeten toekijken in FC Bayern München-shirts als ze hun eigen competitie kunnen kopen, die ook nog eens aantrekkelijk en succesvol voetbal biedt? Alleen dan krijgt het fan-zijn betekenis en genereert het zelfvertrouwen en identificatie.’


    Hoofdredactioneel commentaar  

    Le Monde

    ‘De ambitieuze kroonprins Mohammad bin Salman probeert natuurlijk het imago goed te praten dat is aangetast door mensenrechtenschendingen en het toenemende aantal executies. Maar het zijn niet alleen voetballers zoals feestbeest Neymar die het koninkrijk een warm hart toedragen. Presidenten Joe Biden en Emmanuel Macron hebben vaak contact met Mohammad bin Salman, die onlangs ook werd uitgenodigd voor een bezoek aan het VK. Waarom verwachten we dat atleten meer morele scrupules hebben dan politici?

  • UEFA roept op om ‘kanker’ van geweld uit te roeien na dood Griekse supporter

    UEFA roept op om ‘kanker’ van geweld uit te roeien na dood Griekse supporter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Pakistan: kerken in brand gestoken na beschuldiging van godslastering

    » Niger: minstens 17 soldaten gedood bij jihadistische aanval

    Vorige week werd een Griekse voetbalsupporter doodgestoken

    Een week na de moord op een Griekse voetbalfan van AEK Athene heeft de voorzitter van de UEFA woensdag Europese regeringen opgeroepen om ‘de kanker’ van supportersgeweld uit te roeien, schrijft I Kathimerini. Na een ontmoeting in Athene met de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis zei Aleksander Ceferin dat het probleem ‘Europees’ is en dat ‘samenwerking nodig is om te voorkomen dat dergelijke incidenten opnieuw gebeuren’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Michalis Katsouris (29) stierf aan een bloeding nadat hij op 7 augustus in zijn arm was gestoken tijdens schermutselingen tussen supporters van de Kroatische club Dinamo Zagreb en AEK in de buitenwijken van Athene. De Griekse premier zei dat Griekenland een verdere aanscherping van de regels onderzoekt om een einde te maken aan geweld bij sportevenementen. Hij verklaarde ook dat hij met de vier voorzitters van de belangrijkste Griekse clubs had afgesproken dat er meer politie ingezet zal worden bij voetbalwedstrijden.

    Lees ook:

  • Wereldbeeld: het mooiste voetbalveld ter wereld ligt in Nieuw-Zeeland

    Wereldbeeld: het mooiste voetbalveld ter wereld ligt in Nieuw-Zeeland

    In Nieuw-Zeeland bevindt zich een voetbalveld op een wel heel bijzondere plek: aan de voet van de hoogste berg van het land. Het is aangelegd met het oog op het naderende WK voetbal voor vrouwen en zal daarna worden prijsgegeven aan de natuur.

    Een nieuw aangelegd voetbalveld in de schaduw van Mount Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland, werd onlangs ingewijd door twee lokale meisjesteams. Het eindigde in een gelijkspel (1-1). Aanleiding was de komende FIFA Women’s World Cup, die vanaf 20 juli in Australië en Nieuw-Zeeland wordt gehouden. Daarna moet de natuur het weer terug kunnen veroveren. Dat was de voorwaarde.

  • Gezonde levensstijl of verslaving? Steeds meer jongeren zijn geobsedeerd met spieren

    Gezonde levensstijl of verslaving? Steeds meer jongeren zijn geobsedeerd met spieren

    Ze eten extreem gezond, gaan vroeg naar bed, drinken geen alcohol en sporten drie tot vijf keer per week. Maar meer nog dan naar een sixpack hunkeren ze naar controle. Le Monde sprak enkele Franse jongeren over hun verlangen naar grotere spieren.

    Op zijn TikTokvideo’s wringt Simon zich in allerlei bochten om zijn spieren te tonen. Armen geheven in een rechte hoek, ellebogen gebogen, bollende biceps, uitpuilende aderen: de standaardhouding van een bodybuilder. Zijn video’s hebben altijd dezelfde hashtag: #15jaar. Dat is zijn leeftijd. Maar als je op zijn spieren afgaat, zou hij vijf jaar ouder kunnen zijn. Simon traint al vier jaar.

    Hij begon thuis ‘met lichaamsgewicht’, zonder apparatuur. Daarna ging hij over op street workout – een activiteit die het midden houdt tussen gymnastiek en bodybuilding en die vooral met apparaten in de open lucht wordt beoefend. Zes maanden geleden werd hij lid van een sportschool. Wat hij wil is ‘massa kweken’.

    Die uitdrukking is bij steeds meer jongeren te horen. 43 procent van de zestien- tot vijfentwintigjarigen doet aan bodybuilding, en daarmee is het de favoriete sport van Franse jongeren, aldus een enquête van UCPA-Crédoc in 2022 over sportieve vrijetijdsbesteding. Deze leeftijdsgroep vormt 40 procent van de abonnees van de fitnesscentra van Fitness Park. Bij Basic-Fit is dat zelfs om 50 procent. En volgens Fabien Rouget, business manager van de Franse tak van deze Frans-Nederlandse groep, neemt nu ook het aantal aanmeldingen van jongeren onder de achttien jaar toe.

    Tibo InShape en Juju Fitcats

    Sociale netwerken spelen ongetwijfeld een rol in deze rage. Victoire en Matthieu, zeventien en achttien jaar oud, steken hun bewondering voor Tibo InShape en Juju Fitcats, een toonaangevend fitnesskoppel met miljoenen abonnees en views op YouTube, niet onder stoelen of banken.

    ‘Ik keek veel naar de video’s van Tibo InShape toen ik begon met fitnessen. Hij is motiverend en heeft enorm veel energie,’ vertelt Matthieu. ‘En als je zijn lichaamsbouw ziet, dan krijg je er ook zin in!’ Victoire, zijn liefje in de stad en in de sportschool, hoopt stiekem dat ze op de twee influencers lijken. ‘Zij hebben elkaar ontmoet dankzij fitness en delen hun passie. Dat werkt inspirerend.’

    Deze jonge vrouw uit Rueil-Malmaison kwam door fitnessvideo’s op sociale media op het idee om met bodybuilding te beginnen. Behalve met de video’s van de hele groten met miljoenen volgers, staan TikTok en Instagram vol met filmpjes van ervaren of beginnende bodybuilders tijdens hun workout in de sportschool, of van hun fysieke transformatie in de loop der tijd. Op TikTok hebben de hashtags #muscu en #six-pack respectievelijk 2,6 miljard en 4,8 miljard views. Het is daardoor nog moeilijker om de lokroep van de fitnessapparaten te weerstaan.

    In het taalgebruik van jongeren komen we dezelfde begrippen tegen als in de fitnessvideo’s. Aan bodybuilding doen gaat niet alleen over het hebben van een droomlichaam, maar vooral over ‘zelfvertrouwen krijgen’, ‘gezonder zijn’ en ‘jezelf overtreffen’.

    Deze retoriek verbaast Guillaume Vallet niet. De hoogleraar economie aan de universiteit van Grenoble schreef vorig jaar La Fabrique du muscle, een boek met een sociaaleconomische analyse van de zoektocht naar het perfecte lichaam. ‘Het lichaam is de weg naar gezondheid. Als we erin slagen het te versterken en te vormen, zijn we beter voorbereid op de uitdagingen van het leven,’ zegt hij.

    Guillaume Vallet brengt de zoektocht naar spieren in verband met de opkomst van het kapitalisme

    Meer nog dan een puur esthetische zoektocht, gaat de rage van bodybuilding over een verlangen naar controle. Guillaume Vallet brengt de zoektocht naar spieren in verband met de opkomst van het kapitalisme. ‘Natuurlijk bestond de fascinatie voor spieren in esthetische zin al in de oude wereld. Maar sinds het midden van de negentiende eeuw, met de opkomst van het kapitalisme, worden spieren geassocieerd met het idee van een beter lichaam en betere prestaties. Ze werden een teken van vooruitgang.’

    Volgens de econoom hebben we sinds de jaren tachtig te maken met een nieuw tijdperk; het ‘kapitalisme van de kwetsbaarheid’. ‘Nu de staat zich terugtrekt worden individuen aan hun lot overgelaten. Ze moeten zelf ondernemen, hun leven opbouwen en er zin aan geven. Dat schept een hoop angsten en onzekerheden, waarop het getrainde en goed gevormde lichaam een antwoord geeft.’ Kortom: wie zijn lichaam beheerst, beheerst zijn leven. ‘Als je wilt, dan kun je het.’

    Het valt niet te ontkennen dat je een ijzeren wil nodig hebt om je lichaam te vormen. Simon, de vijftienjarige uit Nantes, gaat acht keer per week anderhalf tot twee uur naar de sportschool: één, soms twee keer per dag en dan ook nog een keer op zijn vrije dag. Elke sessie staat in het teken van de spiergroepen waaraan wordt gewerkt: de ene dag komen de biceps en de rug aan de beurt, de volgende dag de benen, dan de borstspieren en ga zo maar door. 

    Voor de tiener is krachttraining absolute prioriteit geworden. ‘Ik denk de hele dag aan de sport. Als ik moet kiezen tussen huiswerk en naar de sportschool gaan, ga ik liever trainen. Het is deel van mijn routine geworden, net als tandenpoetsen voor ik naar bed ga,’ zegt Simon. Zijn ascetische levensstijl gaat gepaard met een streng dieet met veel eiwitten (kipfilet, biefstuk, kwark, havermout) in combinatie met groenten en zetmeelrijke voedingsmiddelen, zo mogelijk volkoren. Weinig vet, geen suiker. Niet roken, geen alcohol natuurlijk, en goed slapen.

    Stereotypen

    Een tiener die evenwichtig eet, niet drinkt en niet uitgaat – daar droomt elke ouder van, toch? Voor Andrée, de moeder van Victoire, geldt dat niet. Voor haar grenst deze ijzeren discipline aan verslaving. ‘Laatst kwam Matthieu hier eten en toen zeiden ze: “Laten we snel eten, dan kunnen we gaan trainen.’ “Geen sprake van dat jullie tot 22.30 uur gaan trainen in de sportschool,” zei ik. “Dat gaat me echt te ver.”’

    Ondanks de argumenten van haar dochter over lichamelijk en geestelijk welzijn, stoort Andrée zich aan de cultus rond uiterlijkheid. ‘Je lichaam moet zus zijn, je haar en make-up zo, nagels moeten gedaan worden… Ik heb liever dat ze een boek leest,’ zegt ze.

    Misschien is Victoire er zich niet van bewust, maar een gespierd lichaam heeft voor vrouwen de eis van een dun lichaam vervangen. Jonge vrouwen praten net zo graag als jongens over het kweken van spiermassa en ook zij ontzeggen zich geen voedsel. Integendeel, ze weten dat ze calorieën moeten opslaan om aan te komen. Maar ze beseffen niet dat hun streeflichaam overeenkomt met uitgesproken genderstereotypen.

    ‘Als man ben je de beschermer, en dat betekent dat je fysiek imposant moet zijn’

    Marie, een zeventienjarige middelbare scholier uit de regio Parijs, weet precies wat ze wil. ‘Een ontwikkeld figuur, maar niet te veel spieren, zodat het vrouwelijk blijft. Het ideaal is een platte buik, gespierde dijen en rug, en een rond achterwerk.’ Jongens daarentegen werken wat meer aan hun bovenlichaam om brede schouders en grote borstspieren te krijgen. ‘Dat is mannelijk. Als man ben je de beschermer, en dat betekent dat je fysiek imposant moet zijn,’ zegt Othman, een negentienjarige student die regelmatig de sportschool bezoekt.

    Guillaume Vallet denkt dat een dergelijke cultus van het lichaam, naast de genderstereotypen, existentiële risico’s met zich kan meebrengen. ‘Het lichaam is niet het antwoord op alles. Wat doe je als je je doelen hebt bereikt? Wat gebeurt er op de dag dat je lichaam niet meer aan je verwachtingen voldoet, of wanneer het minder krachtig wordt omdat het veroudert?’ De opvatting ‘waar een wil is, is een weg’ zorgt dan al snel voor schuldgevoelens.

    Simon, Victoire, Matthieu, Marie en Othman houden zich niet met deze vragen bezig. Hebben ze hun doel bereikt, dan stellen ze zich een nieuw doel. Want voorlopig geloven ze dat bodybuilding hen in staat stelt om beter om te gaan met de soms moeilijke overgang naar volwassenheid.

    Simon uit Nantes herinnert zich bijvoorbeeld de spot die hij op school moest verdragen over zijn magere lichaam. ‘Nu vragen mensen me om advies over hoe ze in vorm kunnen komen,’ zegt hij triomfantelijk. Othman vond in de sportschool nieuwe vrienden, terwijl hij daar op de universiteit moeite mee had. En al zou de zoektocht naar spieren het nieuwe gebod zijn dat hen wordt opgelegd, dan nog is het volgens hen in ieder geval niet ongezond. Voor hen is er niks tegen in te brengen; om 18.00 uur is het tijd voor de volgende training.

    Lees ook: