Internationale commentatoren en opiniemakers over de marathonwinst van de Nederlandse atlete Sifan Hassan op zondag 23 april in Londen. Wat maakt haar overwinning zo uitzonderlijk?
‘De een won de eerste marathon in haar carrière, de ander zette de tweede snelste tijd ooit neer en beiden drukten hun stempel: de Nederlandse Sifan Hassan en de Keniaan Kelvin Kiptum wonnen zondag de sterk bezette marathon van Londen. Hassan, Olympisch kampioen op de 5000 en 10.000 meter in Tokio in 2021 (plus een bronzen medaille op de 1500 meter), had deze afstand vóór Londen nog nooit gelopen. Ze testte zichzelf voor de start van het buitenseizoen met het oog op de Spelen van Parijs volgend jaar.’
‘“Sifan Hassan wilde vooral de marathon lopen om ermee kennis te maken.” Dat werd zondagochtend in Londen een indrukwekkende ontmoeting. De Nederlandse, Olympisch kampioen op de 5000 en 10.000 meter, won de eerste wedstrijd van haar leven op de 42,195 kilometer en blijft iedereen verbazen. Op het rechte stuk net buiten Buckingham Palace versloeg de koningin van de lange afstand de Ethiopische Alemu Megertu en Kenia’s olympische marathonkampioen Peres Jepchirchir in slechts 2:18:34 uur.’
‘Hassan toonde haar verbluffende bereik als hardloper, maar ook haar onervarenheid als marathonloper. Na ongeveer een uur verloor ze tempo, stopte ze minstens één keer om haar pijnlijke linkerheup te strekken en bood ze een van haar rivalen drinken aan tijdens het hardlopen nadat ze zelf een waterstop had gemist – het resultaat, zei ze later, van daar nooit op geoefend te hebben. En dit alles deed ze op basis van trainingen tijdens de ramadan, toen ze geen lange runs kon maken omdat ze overdag niet mocht eten of drinken.’
‘Niet sinds Pheidippides naar Athene rende, was er een uitzonderlijker marathondebuut dan dat van Sifan Hassan in de straten van Londen waar ze een blessure trotseerde – en bijna werd uitgeschakeld door een motor – om vervolgens een verbluffende zege op te eisen. “Ik ben geboren voor drama,” grapte de Nederlandse atleet na een spannende finish en deze verbazingwekkende prestatie. De Ethiopische kwam in 2008 als vijftienjarige vluchtelinge in een Nederlands opvanghuis voor asielzoekers terecht.’
De Sloveense freediver Alenka Artnik brak vele records. Dat was niet de enige mijlpaal die Alenka behaalde: om op één ademteug zo diep te kunnen duiken moest ze eerst haar problematische verleden en haar doodswens overwinnen.
Op een balkon op de derde verdieping zit een meisje met haar poppen te spelen. Midden jaren tachtig in Koper, een Joegoslavisch stadje aan de Adriatische Zee. Het is hoogzomer. Naast het meisje staat een grote teil water, waarop bloemblaadjes drijven die van haar moeders planten zijn gevallen. Het meisje gaat in de teil zitten. Ze houdt haar poppen een voor een onder water om ze te laten zwemmen – haar zeemeerminnen. Ze wil weten hoe het voelt als je je onder water beweegt. Nog even en ze zal het zelf ervaren.
De vader van het meisje neemt haar mee naar het strand, waar ze een bassin met zeewater in loopt. Ze haalt adem, duikt onder en duwt zich met haar armen vooruit. Ze is zo betoverd door deze stille, andere wereld dat ze de betonnen muur vol schelpen niet ziet en er met haar voorhoofd hard tegenaan stoot. Haar bloed trekt een kringelend spoortje door het zoute water.
Een eenzame vrouw staat op een smalle voetgangersbrug. Het is winter 2010 in Ljubljana, Slovenië. Het is nacht, en het water diep beneden is donker en koud. Meer dan twee decennia zijn verstreken sinds haar bloed in het zeewater terechtkwam, en sindsdien heeft ze heel veel meer verdriet, pijn en verlies geleden. De vrouw roept zachtjes naar het universum. Ik kan niet meer. Als ze over de leuning klimt en springt, is alles voorbij.
Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld
Een duikster drijft op haar rug boven een diep gat in zee. Het is juli 2021, op de Bahama’s. Ze heeft een dun neopreen pak aan, een lampje op haar voorhoofd en een monovin van koolstofvezel, waardoor ze eruitziet als een zeemeermin. Ze is 39, en de beste vrouwelijke freediver ter wereld. Slechts een paar mensen, allemaal mannen, zijn op één ademteug dieper de oceaan in gedoken dan zij. Op een dag zal ze hen misschien overtreffen.
Geen beweging in haar gezicht, en ook haar hoofd is leeg. Met opzet: voor denken is kostbare zuurstof nodig, en de lucht in haar longen moet voldoende zijn om haar bijna 120 meter diep omlaag te brengen in Dean’s Blue Hole, waar het zo donker is dat geen hand voor ogen zou zien als haar lampje zou uitgaan. Dezelfde ademteug moet haar uit de duisternis ook weer terugbrengen naar de zonnestralen, die breken in het turquoise water.
210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven
210 seconden lang zal ze zweven in het grensgebied tussen dit en het volgende leven, waar het gewicht van het water haar stevig in zijn greep houdt en haar longen doet krimpen tot ze zo klein zijn als tennisballen. Waar haar hartslag vertraagt tot 30 slagen per minuut en haar bloedvaten zich vernauwen om te voorkomen dat er bloed naar haar armen en benen stroomt. Waar ze zal flauwvallen wanneer ze bij het naar boven komen te weinig zuurstof heeft en erop vertrouwt dat de veiligheidsduikers in hun witte vesten haar naar de oppervlakte zullen trekken, haar naam zullen roepen en op haar oogleden zullen blazen om haar adem-haling te stimuleren en haar ervoor te behoeden nog verder weg te drijven in de richting van de dood.
Negen maanden heeft de duikster voor dit moment getraind. En geleden. Haar adem zo lang ingehouden, zo vaak – onder water, tijdens het lopen, liggend op bed – dat toen haar mond eindelijk weer openging ze zich inbeeldde dat ze het hele uitspansel inademde. Nadat ze zo vaak zo diep had gedoken, voelde ze zich aan het einde van de dag te moe om zelfs maar de sleutel in het slot van de voordeur te steken.
Maar wacht, dat tijdsbestek klopt niet. Ze heeft zich niet slechts negen maanden, maar haar hele leven voorbereid. Vlakbij, vanaf een drijvend platform, begint een scheidsrechter met een roze hoed met brede rand af te tellen: ‘Vijf, vier, drie, twee, één… Top time!’ De duikster haalt lang en diep adem en hapt dan luidruchtig naar lucht, als een vis op het droge. Acht korte ademteugen die haar longen tot barstens toe vullen. Dan draait ze zich zachtjes op haar buik en duikt als een eend, met het hoofd vooruit, langs het touw omlaag. Ze sluit haar ogen. Een paar slagen met haar staartvin en de zeemeermin is verdwenen. Er volgt nog een aankondiging: ‘Alenka Artnik, Slovenië, 118 meter, een nieuw wereldrecord!’
Landdieren
Bijna zesduizend mensen hebben de Mount Everest beklommen. Slechts enkele tientallen hebben een freedive van 100 meter in de oceaan gemaakt. Wij zijn landdieren, en als we niet op jonge leeftijd leren zwemmen wekt open water oerangsten in ons op. We raken in paniek als we onze adem inhouden. Gemiddeld kan een mens dat 60 seconden.
Maar wanneer ons voedsel of veel geld of roem in het vooruitzicht wordt gesteld, kunnen we tegen ons instinct ingaan. Eeuwenoude bergen schelpen, gevonden in uiteenlopende gebieden als het Verre Oosten en de Oostzee, wijzen erop dat onze voorouders duizenden jaren geleden in ondiepe stukken van de zee naar parels en schelpdieren hebben gedoken.
Niemand kan met zekerheid zeggen wie als eerste echt diep heeft gedoken, maar er is veel voor te zeggen dat het Haggi Statti was. Het sponsduiken had deze Griek reeds zijn trommelvliezen gekost, toen een Italiaans marineschip in 1913 in de buurt van Kreta zijn anker verloor. Statti zei dat hij het wel zou terugvinden. Hij bond het ene einde van een touw aan een vlot en het andere aan een steen, die hij bij het duiken stevig onder zijn arm klemde. Op de bodem, 76 meter diep, vond hij het anker, maakte het vast en trok zichzelf naar boven.
Freediven
Freediven is pas in de twintigste en eenentwintigste eeuw uitgegroeid tot een professionele sport. Twee rivaliserende organisaties kennen elk aparte wereldkampioenschappen en officiële records: de Confédération Mondiale des Activités Subaquatiques (CMAS) en de Association Internationale pour le Développement de l’Apnée (AIDA), de veruit breedst erkende vereniging voor het wedstrijd- freediven.
Het freediven, of het diepteduiken, kent verschillende disciplines. In het zwembad bijvoorbeeld, waar je zo ver mogelijk onder water moet zwemmen, of je adem zo lang mogelijk moet inhouden terwijl je onbeweeglijk op je buik ligt met je gezicht in het water. In de zee zijn de meest ‘pure’ disciplines van het freediven die waarbij de duiker een klein gewicht draagt dat hem helpt om te dalen, maar dat hij moet vasthouden als hij naar boven komt.
En dan is er ook nog de variant waarbij je zo diep mogelijk langs een touw naar beneden duikt en met een ballon weer omhoog gehesen wordt. Het kan gevaarlijk zijn, daarom dalen duikers nooit alleen af, maar altijd met een buddy.
Decennialang leek wat Statti had gedaan verbazingwekkend, abnormaal. Midden jaren twintig waarschuwde een arts in dienst van de Franse marine dat 50 meter voor een mens de absolute limiet was bij het diepzeeduiken. Nog dieper en je zou worden platgedrukt.
Maar toen, in 1962, dook Enzo Maiorca, een Italiaanse harpoenvisser die zijn grote angst voor de zee had overwonnen, zonder duikuitrusting 51 meter diep, waarbij hij een met gewichten volgepakte slee gebruikte om zijn afdaling te versnellen en een luchtballon om weer omhoog te komen. Hij kwam ongedeerd weer boven. Veertien jaar later haalde zijn Franse rivaal Jacques Mayol met dezelfde techniek 100 meter. Hun prestaties vormden in 1988 de inspiratie voor de film The Big Blue en daarmee voor een hele generatie freedivers.
Het meisje op het balkon in Koper hoort daar niet bij. Ze heet Alenka Artnik en eind jaren tachtig valt haar geboorteland Joegoslavië uiteen.
Op een ochtend in de zomer van 1991 komt haar moeder Vida de kamer in die Alenka deelt met haar oudere zus Tjasi en vertelt de meisjes dat de oorlog is begonnen. Tien dagen later is die voorbij, althans voor Slovenië, dat onafhankelijk wordt, terwijl de rest van Joegoslavië verzinkt in chaos.
Maar bij de Artniks thuis is het altijd chaos. Vida was pas achttien toen ze met Franc trouwde, een gescheiden man die de voogdij had over zijn zoontje Simon, wat in die tijd ongebruikelijk was. Simon, een knappe, atletische jongen, is tien als Alenka wordt geboren. Al voordat hij van school gaat, is Simon verslaafd aan heroïne.
Franc en Vida sturen Simon naar een afkickkliniek in Italië en vervolgens drie jaar naar Thailand. Als hij weer thuiskomt, is hij clean. Zijn vader Franc, een alcoholist, is dat niet.
Franc is altijd een trotse, onafhankelijke man geweest, die zich aan de Communistische Partij nooit iets gelegen heeft laten liggen. Door de week heeft hij een succesvol loodgietersbedrijf. In de weekends verdwijnt hij urenlang in het bos om kruiden, wilde asperges en paddenstoelen te zoeken. De dennennaalden die uit zijn kleren vallen als hij weer thuiskomt, brengen de geur van het bos mee.
Maar kort nadat de problemen met Simon beginnen, verergert Francs drankzucht. De ene week is hij dronken, de andere nuchter. Er zijn dagen dat hij niet meer op zijn benen kan staan. Wanneer Alenka, die nog op de basisschool zit, thuis drank vindt, giet ze die door de gootsteen. Franc koopt steeds meer drank. Zijn zaak gaat failliet, Vida werkt als kokkin in een fabriekskantine.
Het nu
Ze scheidt van Franc, maar ze blijven onder hetzelfde dak wonen. Hij slaapt in de woonkamer, en zodra Vida thuiskomt van haar werk vlucht ze naar haar slaapkamer.
’s Nachts hoort Alenka haar moeder huilen en ze is bezorgd dat die zichzelf iets zou kunnen aandoen. Ze omarmt haar deken alsof het haar moeder is. Als ze aan de ellende wil ontsnappen, stopt ze een gele cassette in haar cassettespeler en verliest ze zich in het verhaal van Heidi, het weeskind dat samen met haar opa in de Alpen woont.
Simon heeft een terugval, de politie komt aan de deur. Vader en zoon, de alcoholist en de drugsverslaafde, hebben voortdurend ruzie.
Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water
Op het strand in Koper, waar Alenka destijds haar hoofd stootte, is een kajakclub. Alenka is negen als ze lid wordt. Op zee vergeet ze de ruzies thuis. Alles wat telt, is haar slag, haar ademhaling, het water. Het nu.
De club wordt haar tweede thuis, een toevluchtsoord. Ze traint elke dag, in het weekend twee keer per dag, en wordt geselecteerd voor het nationale juniorenteam. Steeds vaker spijbelt ze om in haar eentje het water op te gaan.
In 1998 stopt ze op haar zeventiende met school en vertelt haar ouders dat ze professioneel kajakster wil worden. Dat is weliswaar aannemelijk, maar complete onzin. In werkelijkheid wil ze gewoon weg.
Maar in plaats daarvan verlaat haar moeder, met wie Alenka zo’n nauwe band heeft, het gezin en gaat met een andere man samenwonen. Alenka’s zus is allang verhuisd naar Ljubljana, de grootste stad van Slovenië, en waar Simon uithangt, weet niemand. Alenka blijft alleen achter met haar vader.
De woede en het psychische geweld die zich eerder tegen zijn vrouw en zoon richtten, treffen nu Alenka. Hij geeft haar de schuld van zijn ongeluk en falen en vernietigt zo het laatste beetje zelfvertrouwen dat ze nog heeft. Ze is radeloos en denkt aan zelfmoord.
Ik spring van het balkon om je te straffen en je te laten zien hoeveel pijn je me doet.
Door haar nieuwe leven raakt Vida nog verder van Alenka verwijderd, en in 2001 trouwt ze voor de tweede keer. Het jaar daarop verhuist Alenka, die genoeg heeft van het emotionele misbruik door haar vader, naar Ljubljana, waar ze in een skatewinkel gaat werken om haar kamer in een woongroep te kunnen betalen. Ze drinkt en feest te veel, een uitlaatklep om de druk van haar trauma kwijt te raken. Ze voelt zich eenzaam en ook een reeks liefdesaffaires kan haar niet van haar depressies bevrijden.
De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving.
Op een avond in 2004 belt Simon haar vanuit een afkickkliniek. Ze is te moe om naar zijn verhalen te kunnen luisteren, te moe van haar eigen leven en neemt de telefoon niet op. De volgende dag bezwijkt Simons lichaam aan de verwoestende effecten van zijn verslaving. Vida heeft inmiddels kanker en na een vijf jaar durende strijd tegen de ziekte overlijdt ook zij.
Afgesneden van haar familie voelt Alenka zich niet in staat om adequaat te rouwen over de dood van haar broer en haar moeder. Franc, die nog steeds in Koper woont, kwelt haar uit de verte met zijn manipulatieve gedrag. De last van de ellende van haar familie vergroot haar wanhoop.
Ze is zich daar niet van bewust, en op die brug in de winternacht van 2010, gaat ze bijna aan haar verdriet ten onder. Bijna tien jaar zijn verstreken sinds Alenka voor het eerst fantaseerde dat ze van het balkon sprong om haar vader te straffen. Nu ze hier zo alleen naar het water in de diepte staart, is het beetje gevoel van eigenwaarde dat ze nog heeft bijna uitgeput.
Maar haar wanhoopskreet naar het universum maakt diep binnen in haar iets los. Ze realiseert zich dat het de last van de ellende in haar familie is, die haar als een gewicht naar deze duistere plek, deze afgrond, heeft getrokken. Ik wil dat niet; het is niet van mij, denkt ze. Ik kan dit niet langer.
Nu laat ze de last als een zware rugzak van haar schouders glijden en laat hem los. Haar zorgen zijn nog lang niet voorbij, maar Alenka is niet langer verlamd door het verleden. Ze verlaat de brug en gaat naar huis.
De verlossing
Zoals zo vaak begint de verlossing met een vriendelijke daad. Een jaar na Alenka’s nacht op de brug wordt ze door een vriend van vroeger uitgenodigd om te gaan zwemmen in een openbaar zwembad. Hij is begonnen met harpoenvissen en zwemt met een paar mannen baantjes onder water om zijn uithoudingsvermogen te verbeteren.
Alenka haalt adem, glijdt onder water en trekt zich met haar armen vooruit. Ze is weer een kind, diep in de zee bij Koper. Al het lawaai van de wereld is verdwenen, denkt ze. Ik ben alleen en tegelijkertijd ben ik ergens onderdeel van. Voor het eerst in lange tijd voelt ze zich vredig.
De volgende dag koopt Alenka een paar zwemvinnen en komt ze zonder adem te halen even ver als de beste mannen. Nieuwsgierig naar deze vreemde bezigheid schrijft ze zich in voor een korte introductiecursus bij Jure Daić, een van de beste freedivers van het land. Daić beschouwt iemand die na zijn tweedaagse cursus 75 meter onder water kan zwemmen – drie keer de lengte van een normaal bad – als een uitstekende zwemmer. Op de tweede dag van de cursus zwemt Alenka één baan, twee banen, dan drie en meer. Bij 92 meter verliest ze een van haar vinnen. In plaats van naar boven te komen, keert ze onder water om, pakt de vin, doet hem weer aan en maakt de baan af. Als ze uit het zwembad komt, is ze boos en zegt dat ze de 120 meter had willen halen.
De andere cursisten kijken met open mond toe. De meeste hebben de 50 meter niet eens gehaald. Wie is die vrouw?
‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen’
Dat vraagt Daić zich ook af. Alenka lijkt heel leer-gierig en overstelpt hem met technische vragen. Bovendien heeft ze tussen de bedrijven door aan een van Daićs trainers dingen verteld die hem verbazen: ‘Ik haat dit rotleven. Ik duik om aan de wereld te ontsnappen.’
Daić vraagt Alenka naar haar verleden en langzaam begint hij het te begrijpen: de oorzaak van haar intense drive is dat ze zo ongelukkig is. Vergeleken met andere topatleten die hij heeft getraind, lijkt ze fysiek niet uitzonderlijk. Maar hij heeft de indruk dat de mentale kracht die Alenka door het overwinnen van haar problemen heeft ontwikkeld, haar sterke punt is.
In veel sporten naderen dertigjarigen het einde van hun carrière. Bij freediving ligt dat anders. Duikers hebben niet alleen kracht, flexibiliteit en een buitengewoon vermogen om hun adem te kunnen inhouden nodig, maar ook innerlijke rust, balans en zelfkennis. Als ze te snel te veel willen, is de kans op een burn-out – of erger – groot.
Net als de kajakclub in haar jeugd wordt het zwembad Alenka’s toevluchtsoord. Iedere ochtend voor ze naar haar werk gaat, glijdt ze soepel onder water, terwijl de zwemmers boven haar zich druk maken. Bij wedstrijden breekt ze al snel nationale records.
Ook al neemt Alenka’s zelfvertrouwen toe, haar innerlijke pijn blijft. Francs psychologische misbruik gaat gewoon door wanneer ze begint te freediven, maar uiteindelijk laat hij haar emotioneel los en zegt dat hij trots is op haar duiksuccessen. Niet lang daarna overlijdt ook hij aan kanker.
In 2013 wordt Alenka opgenomen in het Sloveense nationale team, en al snel wordt haar duidelijk dat het een groot verschil is of je de beste van het land bent of de beste van de wereld. Ze traint nu nog harder, te hard. Voor het wereldkampioenschap van 2015 traint ze zo intensief dat ze vijf kilo afvalt. Tegen de tijd dat het kampioenschap begint, is ze zo uitgeput dat ze de finale niet haalt. Maar in plaats van teleurgesteld te zijn – zoals toen ze een van haar vinnen verloor – ontdekt ze dat ook falen voldoening kan geven.
En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken.
Door dit nieuwe zelfinzicht veranderen Alenka’s prioriteiten. Liever dan medailles wil ze haar verloren jaren inhalen, leven, uitzoeken wie ze werkelijk is. En ze heeft een droom: een langdurig avontuur op een plek waar ze in de oceaan kan duiken. Als ze goed is in freediven in open water, cool. Zo niet, dan ziet ze in elk geval een ander deel van de wereld.
In de zomer van 2015 gaat Alenka naar Vis, een eiland voor de kust van Kroatië, waar ze een paar weken wil ontspannen. Ze komt een paar Sloveense vrienden tegen die freediving-cursussen organiseren. Een van die cursussen begint net, vertellen ze Alenka, en wel met een heel bijzondere trainster: Natalja Moltsjanova.
Natalja, een Russische atlete met de bijnaam ‘de machine’, was al van kinds af aan een goede zwemster. Toen ze op haar veertiende het freediven ontdekte, duurde het niet lang tot ze die tak van sport onder de knie had. Ze was de eerste vrouw die in een zwembad 200 meter onder water zwom en de eerste vrouw die acht minuten haar adem kon inhouden. Bovendien was ze de eerste vrouw die in de oceaan dieper dan 100 meter dook. Nu, op haar 53e, is Natalja de beste duikster aller tijden en nog steeds houder van de meeste wereldrecords bij de vrouwen, zowel in het zwembad als in de zee.
Is het het universum dat weer tot Alenka spreekt? Ze was Natalja al eerder tegengekomen bij wedstrijden, maar nu heeft ze de kans haar echt te leren kennen en les te nemen bij een echte kampioene. Alenka annuleert haar vakantieplannen en schrijft zich in voor de cursus. Hun liefde voor katten schept meteen een band tussen de twee vrouwen. Natalja vertelt dat ze net heeft leren surfen en hoeveel ze van de zee houdt. Duiken in een zwembad lijkt op joggen op een loopband, heeft Natalja ooit gezegd, in de zee daarentegen is het net als hardlopen in het bos.
In de wateren rond het eiland leert Alenka nog meer over dat verschil. De dichtheid van ons lichaam is iets minder dan die van water, zodat we kunnen blijven drijven maar hard moeten trappen om naar beneden te komen. Maar hoe dieper we duiken, hoe meer water er van boven op ons drukt. Met de toe-nemende druk wordt ook onze dichtheid groter. Ten slotte wordt het te veel en zinken we als een baksteen. We hoeven niet meer te trappelen. De zwaartekracht neemt ons mee, we zijn in vrije val.
Met alles verbonden
Alenka geeft toe aan de druk en dat is een geweldig gevoel. Bij het afdalen is ze alleen in het nu; voorbij het water bestaat niets meer, zelfs haar eigen identiteit niet. Ze is alleen, maar ze voelt zich met alles verbonden.
Ik val in het centrum van het universum, denkt ze. Zo moet het voelen om te vliegen.
Bij haar diepste duik met Natalja haalt ze 49 meter. Na het afronden van de cursus freediving is Natalja van plan op het eiland te blijven trainen, maar ze krijgt een telefoontje van een rijk echtpaar dat ergens in Spanje privéles wil nemen. Alenka brengt Natalja naar de veerboot en neemt afscheid. Een paar dagen later hoort de verbijsterde duikersgemeenschap op Vis – en op de hele wereld – dat Natalja wordt vermist. Na een les met haar klanten heeft ze een duik gemaakt waarvan ze niet is teruggekomen. Ondanks een uitgebreide zoektocht wordt Natalja’s lichaam nooit gevonden. Men neemt aan dat ze is meegevoerd door sterke onderwaterstromingen.
Twee maanden later arriveert Alenka met twee koffers, twee wetsuits en twee paar vinnen in de Egyptische stad Sharm-el-Sheikh aan de Rode Zee. Het is oktober 2015, ze is 34. Met een taxi rijdt ze langs de kust door de woestijn naar Dahab, een voormalig vissersdorp dat nu een populaire plaats is voor duiken en snorkelen.
Alles daar is overweldigend: de woestijn, de hitte, de taal, het eten. Alenka kent er niemand. Maar het water is magisch. Ze zwemt naar het rif, waar het wemelt van de gele, oranje, paarse en blauwe vissen. Als ze achterom kijkt naar de kust en in de verte de berg Sinaï ziet, huilt ze tranen van vreugde.
Alenka huurt een vervallen bedoeïenenhuisje. Ze dicht de lekkende wastafels met siliconen, verft de muren en koopt lampen en tapijten in de bazar. Twee loslopende honden en een stel katten trekken bij haar in.
’s Morgens springt ze achter in een pick-uptruck om met andere duikers het stukje naar de Blue Hole bij Dahab te rijden, een meer dan 100 meter diep onderwatergat. Door het trainen in het zwembad is ze sterk en ze kan haar adem goed inhouden. De vraag is hoe ze met de extreme diepte zal omgaan.
Een reeks aangeboren reacties die bekendstaat als de duikreflex van zoogdieren, biedt ons onder water een natuurlijke bescherming. Als je je gezicht in koud water dompelt en je adem inhoudt, vertraagt je hartslag automatisch om zuurstof te besparen. Tegelijkertijd vernauwen de slagaderen zich om ervoor te zorgen dat het bloed uit de ledematen naar de vitale organen stroomt. Dat voorkomt dat je longen platgedrukt worden, want in diep water wordt een enorme druk op het lichaam uitgeoefend. Het probleem is dat ons lichaam ook lege ruimtes heeft. Op zeeniveau is de druk per definitie één atmosfeer. Tien meter onder water is dat het dubbele, enzovoort. Een groot deel van ons lichaam bestaat uit water of vaste stof die niet kan worden samengedrukt. Maar de lege ruimtes, zoals de longen en het binnenoor, bevatten gassen en kunnen onder druk bezwijken.
Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt
Bij het afdalen duwt de druk van het water het trommelvlies van de duiker naar binnen, wat een stekende pijn veroorzaakt. Om dat te voorkomen moet een duiker tijdens het afdalen voortdurend lucht in zijn binnenoor persen. Daardoor wordt het trommelvlies weer in zijn natuurlijke positie gebracht en wordt de druk in zijn hoofd weer gelijk aan de druk die er van buitenaf op inwerkt.
De eenvoudigste methode om de druk gelijk te krijgen, is je neus en mond dicht te houden, je buikspieren te spannen en lucht uit je longen naar boven te persen. Op grotere diepte gebruiken duikers fysiek zuinigere, maar technisch moeilijkere methoden waarbij ook de tong, de wangen en de keel worden gebruikt.
Ervaren oceaanduikers doen er vaak jaren over om die drukbalans te realiseren. Maar Alenka, die vertrouwt op de aanwijzingen van haar trainingspartners, onlineduikfora en haar eigen intuïtie, heeft er nauwelijks problemen mee en duikt elke dag dieper. Op nieuwjaarsdag 2016, als het water al onaangenaam koud wordt, is haar beste duik met een monovin 77 meter. Ze weet nu dat ze de diepte aankan.
Om bij het dalen lucht te besparen, moet Alenka eerst in een meditatieve, zen-achtige staat komen. Op een dag, als ze zich omdraait om weer naar boven te gaan, ziet ze voor zich opeens het beeld van haar halfbroer Simon, die haar onder water rustig en zelfverzekerd aankijkt. Hij heeft het gezicht van een man die nooit aan de drugs is geweest, de man die hij had kunnen zijn. Simons aanwezigheid geeft Alenka een gevoel van vrede, en ze gebruikt die vrede om zich zachtjes naar het wateroppervlak te bewegen.
Tranen
’s Avonds, terug in haar huis, probeert ze de gebeurtenis te verwerken. Jarenlang is ze het Simon kwalijk blijven nemen dat hij hun gezin en vooral haar ouders zo veel leed heeft bezorgd. Terwijl de tranen haar over de wangen stromen, voelt ze nu een oneindig medelijden met hem, om alles wat hij heeft moeten doorstaan, om alles wat hij heeft moeten missen.
Als Alenka negen maanden na haar aankomst Dahab verlaat, heeft ze tot een diepte van 92 meter gedoken, slechts 9 meter minder dan het monovinwereldrecord voor vrouwen. De wereldkampioenschappen 2016 in Turkije staan voor de deur, en zij is de enige Sloveense duikster die meedoet.
Alenka, die in de wereld van het freediven op zee nog volslagen onbekend is, verbaast de concurrentie door de monovinwedstrijd te winnen met een duik van 86 meter. Ook in de discipline met twee vinnen wordt ze eerste en breekt ze bovendien het wereld-record.
Aan freediven is een dodelijk risico verbonden. Als je op weg naar beneden te hard perst, kun je een zogeheten longcontusie krijgen, waarbij het longweefsel scheurt doordat het wordt platgedrukt, zodat je bloed opgeeft. Als je de benodigde tijd om weer boven te komen verkeerd inschat, kun je bewusteloos raken omdat de hersenen zichzelf uitschakelen om het beetje zuurstof dat nog in het lichaam aanwezig is te sparen.
Door strengere regels en de aanwezigheid van veiligheidsduikers komen dodelijke ongelukken bij free-divewedstrijden weliswaar niet vaak voor, maar toch. In 2013 overleed de Amerikaan Nicholas Mevoli aan de gevolgen van een longblessure tijdens een duik zonder vinnen van 72 meter bij de Vertical Blue, een wedstrijd op de Bahama’s die voor professionele duikers het hoogtepunt van het seizoen is.
Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken
In 2018 krijgt Alenka haar eerste aanbod om bij de Vertical Blue te duiken, vlak nadat ze als vierde vrouw ooit 100 meter heeft gedoken, na Natalja Moltsjanova en twee atletes die ook zijn uitgenodigd voor de Vertical Blue. Dat zijn de Japanse Hanako Hirose en Alessia Zecchini, een 26-jarig Italiaans wonderkind dat op haar 13e met duiken begon.
Net als polsstokhoogspringers moeten ook freedivers het beoogde doel voor de start bekendmaken. De organisatoren passen voor iedere deelnemer de lengte van het touw aan. Aan het einde van dit touw zit een bodemplaat waaraan kaartjes zijn bevestigd. Voor een succesvolle poging moet de duiker als hij weer aan de oppervlakte is gekomen de scheidsrechter een kaartje overhandigen, met vinger en duim het Oké-signaal geven en gedurende 20 seconden met het hoofd boven water bij bewustzijn blijven.
Voor haar eerste Vertical Blue-duik heeft Alenka een doel van 100 meter, dat ze met gemak haalt. Een paar dagen later: 103 meter. Dan een meter dieper. Als ze 105 meter bereikt, evenaart ze Zecchini’s wereldrecord. Ook Hirose en Zecchini halen de 105 meter. Elke duikster heeft nog twee pogingen om dieper te komen. Maar een stem in Alenka’s hoofd zegt dat ze het hierbij moet laten.
Voor deze dieptes heb je meer tijd nodig, denkt ze. Je bent sterk genoeg om nu te stoppen.
Hirose gaat door tot 106 meter en probeert dan 107 meter; bij het omhoogkomen raakt ze bewusteloos. Ook Zecchini duikt naar 107 meter en zegeviert.
Alenka’s besluit om na zo’n succesvolle duik af te haken, verwart haar concurrenten. Waarom stoppen wanneer je de kans hebt om te winnen, een nieuw wereldrecord te vestigen en je internationaal te profileren? Alenka heeft niemand om naar terug te gaan, geen partner, geen kind en geen baan. Wat heeft ze te verliezen?
Maar Alenka heeft iets geleerd van deze duik: als je aan de rand van de afgrond hebt gestaan en hebt gevonden wat je weer naar de oppervlakte doet terugkeren, namelijk het leven, dan heb je alles te verliezen. Ze voelt een te grote verantwoordelijkheid tegenover het leven om iets alleen maar voor haar ego te doen.
Daarom heeft Alenka ook nooit een longcontusie gehad, daarom is ze een van de zeer weinige wedstrijdduikers die nog nooit de adem van een veiligheidsduiker op haar oogleden heeft gevoeld om haar uit die zuurstofarme toestand terug te halen. Daarom is ze tot op de dag van vandaag nog nooit bewusteloos geraakt.
Ze weigert een gevaar voor zichzelf te zijn.
Alenka blijft nooit lang op dezelfde plek en leeft als een nomade. De eerste helft van het jaar traint ze in de tropen om zich voor te bereiden op de wedstrijden in de zomer. Het is een benijdenswaardig maar eenzaam leven, altijd onderweg, altijd op zoek naar nieuwe trainingspartners. Begin 2019 ontmoet ze op Panglao, een eiland in de Filippijnen, een Zwitserse freediver, Florian Burghardt, die zijn baan bij een bank tijdelijk heeft opgezegd om zich serieus aan zijn sport te wijden.
Verliefd
Hij raakt met Alenka aan de praat, ze drinken samen een kop koffie en worden verliefd. Burghardt brengt het hele seizoen met haar door en ziet hoe ze in Honduras 113 meter duikt, een wereldrecord dat Zecchini in dezelfde wedstrijd evenaart.
Een jaar later, tijdens de pandemie, is het stel terug op de Filippijnen en zitten ze vast in een resort. Omdat de stranden gesloten zijn, slaan Alenka en Burghardt een voorraad tomaten in blik, pasta en olijfolie in en passen ze hun trainingsmethoden aan. Alenka onderneemt wat ze noemt ‘apneu-wandelingen’, waarbij ze haar adem inhoudt terwijl ze tussen de koeien op de weg door loopt. In het steeds troe-beler wordende zwembad van het resort houdt ze 30 seconden haar adem in en zwemt dan tien baantjes, 200 meter, onder water. Onbeweeglijk in het water liggend, verbetert ze haar persoonlijke record adem inhouden tot 6 minuten en 40 seconden.
Zeemeermin
De mens is altijd gefascineerd geweest door het mythische beeld van de zeemeermin die soepel door het water glijdt, met zwembewegingen die doen denken aan dolfijnen en walvissen. Ooit is de droom ontstaan deze manier van zwemmen te imiteren. Eind twintigste eeuw probeerden de eerste sporters dat met de monovin, inmiddels een veel voorkomende vrijetijdsbesteding. In een monovin zitten je voeten echt vast, het is moeilijk je ermee voort te bewegen, en het vereist kracht en vaardigheid.
Maar als je de beweging eenmaal onder de knie hebt, kun je zelfs sneller en dieper duiken dan met gewone vinnen.
Door de pandemie valt het wedstrijdseizoen 2020 uit, wel worden er een paar kleine, eenmalige evenementen georganiseerd. In Kalamata, Griekenland, brengt Alenka het wereldrecord met twee vinnen op 94 meter, maar door de slechte omstandigheden wordt het niets met haar duik met één vin. Na een korte tussenstop in Zwitserland, waar ze zich met Burghardt verlooft, vliegt ze alleen terug naar Sharm-el-Sheikh en maakt haar doel bekend: 114 meter. Als ze omhoog komt, glijdt ze met een glimlach langs de haar toegewezen veiligheidsduiker, wat hem tot tranen toe roert. Haar ongedwongenheid en zelfbeheersing maken op iedereen diepe indruk.
Hoe is dat mogelijk? Hoe kan het dat je op je dertigste totaal geen zelfvertrouwen hebt en nog geen tien jaar later de meest zelfverzekerde duikster ter wereld bent, die zich aan de grootste diepten waagt? Hoe kan het dat een vrouw op het punt staat zelfmoord te plegen en vervolgens topatleten versteld doet staan van haar successen enerzijds en haar bescheidenheid anderzijds? Hoe kan het dat iemand het leven zo haat en het daarna zo innig liefheeft?
Dat vragen mensen zich soms af en een deel van het antwoord is dat Alenka haar verleden niet alleen heeft overwonnen, maar er haar kracht aan ontleent. ‘Het komt door die pijn,’ zegt ze. ‘Ik heb me overgegeven aan de pijn, ik heb hem geaccepteerd. Daardoor groei je boven jezelf uit.’ Het andere deel van het antwoord is simpeler: ze traint als een gek.
En wat zal de toekomst brengen? Alenka is 39, wordt nog steeds sterker en duikt elk jaar efficiënter. De volgende grote mijlpaal voor duiksters is 120 meter. ‘Makkelijk zal het niet zijn,’ zegt ze, ‘wel haalbaar.’ Misschien zelfs al in het wedstrijdseizoen van 2021, dat in juli begint met de Vertical Blue. Deze diepte zou verleidelijk dicht bij het mannenrecord komen, dat slechts 10 meter dieper ligt. In 2017 was de kloof tussen mannen en vrouwen nog 28 meter.
Begin juni 2021, een maand voor de Vertical Blue, arriveert de wereldtop van de freedivers – 42 mannen en vrouwen uit 21 landen – op het strand om te acclimatiseren. Alenka en Burghardt komen uit Honduras, waar ze vier maanden hebben getraind, en huren een huisje met uitzicht op de Atlantische Oceaan.
De dag voor de wedstrijd brengt Alenka door met zich haar duik voor te stellen en naar een oude, bekende tekenfilmserie te kijken die ze op YouTube heeft ontdekt. Ze zingt de titelsong mee: Heidi, Heidi…
Bewusteloos
Op de openingsdag raakt de eerste atleet bij het naar boven komen bewusteloos. Na hem hebben een paar duikers meer succes, en andere, die de diepte niet aankunnen, komen terug zonder de bodemplaat te hebben bereikt.
Het is moeilijk de beoogde diepte geheim te houden wanneer iedereen aan hetzelfde touw traint, maar toch gaat er een geroezemoes door de menigte als op de openingsdag haar voornemen bekend wordt gemaakt. Alessia Zecchini gaat een poging van 115 meter doen, een meter dieper dan Alenka’s record met één vin. Direct na haar komt Alenka, die een poging zal doen van 118 meter.
In een mum van tijd verandert het strand in een chaos van slippers, vinnen en pool noodles, die de deelnemers tijdens de countdown als hulpmiddel gebruiken.
Voor ze naar het drijvende platform zwemmen om hun beurt af te wachten, geven Zecchini en Alenka elkaar een stevige omhelzing. De Italiaanse is als eerste aan de beurt. Haar duik verloopt probleemloos. Daarna wordt het touw drie meter dieper afgesteld.
Alenka drijft op haar rug. De scheidsrechter met zijn roze hoed telt af. Alenka maakt zich klaar voor haar duik. De diepe inademing. De acht slokken lucht die haar longen vullen. De rol voorwaarts, de duik als een eend met het hoofd naar voren. Met een klap van haar vin verdwijnt de duikster in het blauwe gat, haar armen losjes langs het lichaam.
Een duikershorloge met vijf alarminstellingen, dat aan haar halsgewicht van 1,8 kilo is bevestigd, meldt tijdens de afdaling telkens hoe diep ze is. Als de voorlaatste piep haar vertelt dat ze op 68 meter zit, slaat ze nog een laatste paar keer met haar vin, voordat ze zich helemaal overgeeft aan een vrije val. Het water ruist langs haar gezicht, het gidstouw glijdt geruststellend langs haar rechterschouder.
Bij de laatste pieptoon opent de duikster haar ogen, grijpt het kaartje en draait om, alles in één vloeiende beweging. Ze strekt haar armen omhoog, haar handen dicht bij elkaar, en slaat krachtig met haar vin. Boven beschrijft de omroeper, met een blik op het sonarscherm, hoe ze omhoog komt: 80 meter… 60 meter… De eerste veiligheidsduiker zwemt haar tegemoet, dan de tweede. 29 meter. Duiker in zicht!
Alenka komt boven, grijpt met haar rechterhand het touw en verwijdert met haar linkerhand haar neusklem. Ze geeft het Oké-signaal en glimlacht. Ze haalt het kaartje uit haar kap, waarin ze het had opgeborgen, en geeft het aan de scheidsrechter, die een witte kaart opsteekt als teken van een geslaagde duik. De sportduikers die zich rond de wedstrijdzone ophouden, kletsen juichend op het water. ‘Rock ’n roll,’ zegt ze.
Record
Vier dagen later zal Alenka de eerste vrouw zijn die de 120 meter haalt. Bij haar laatste duik in deze wedstrijd gaat ze nog 2 meter dieper. Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht.
Binnen iets meer dan een week heeft ze het vrouwenrecord op 122 meter gebracht
Alenka en Burghardt vieren het in een café met omelet en koffie. Ze is gelukkig zonder triomfantelijk te zijn. De gedachte dat ze vanwege haar record beter zou zijn dan een ander slaat nergens op, zegt ze. Mensen begrijpen niet dat het voor haar maar een getal is, een logische consequentie van haar training. ‘De wereld daarbuiten wil ego’s en strijd en titels,’ zegt ze. ‘Het valt niet mee daar koud onder te blijven. Maar het kan wel.’
De afgelopen dagen is het geschil tussen het Internationaal Olympisch Comité en Oekraïne opgelaaid door uitspraken van het IOC over eventuele Russische en Belarussische deelname aan de Spelen in 2024. Zelensky roept het comité op om atleten uit Rusland en Belarus de toegang tot de Spelen in Parijs te weigeren, maar Thomas Bach, het hoofd van het comité, wil daar niet in meegaan. Hij houdt de mogelijkheid open dat atleten uit Rusland en Belarus onder neutrale vlag aan de Spelen mee zullen doen, bericht The Guardian.
Bach stelde dat het niet aan overheden is om te bepalen wie wel en niet mee mag doen aan sportwedstrijden, omdat dat het einde zou betekenen van de Olympische Spelen zoals we die nu kennen. ‘De missie van sport is mensen verenigen, en niet nog meer confrontaties en escalaties uitlokken,’ aldus de IOC-voorzitter.
Meerdere landen overwegen de Spelen te boycotten als Rusland zou meedoen
Oekraïne stelt daartegenover dat Moskou zal proberen politiek gewin te halen uit deelname aan de Spelen en heeft gedreigd dat het zich zal terugtrekken als Rusland mee mag doen. ‘Dit kan niet worden weggemoffeld met zogenaamde neutraliteit of een witte vlag. Rusland is op dit moment een land dat alles met bloed besmeurt, zelfs de witte vlag,’ aldus Zelensky afgelopen vrijdag tijdens een online top met sportministers.
De Mensenrechtenraad van de VN maakt ernstige bezwaren tegen de uitsluiting van atleten ‘puur op grond van hun paspoort’, omdat dit een schending van hun rechten is, aldus Bach. Er zijn al verschillende sporten, zoals tennis, waaraan Russen mogen deelnemen, zij het onder neutrale vlag. In Europa zijn echter meerdere landen tegen Russische deelname, bepaalde landen overwegen zelfs de Spelen te boycotten als Rusland zou meedoen.
Hoe de zoveelste diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, tot slachtoffer maakte van een grimmige lastercampagne.
Het is een kerel wiens bescheidenheid en eenvoud door iedereen, zijn vijanden in-begrepen, worden geprezen. Een uitstekende voetballer die zijn berichten, brieven en e-mails altijd beëindigt met hoffelijke ‘sportieve groeten’. Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, houdt zich totaal niet bezig met de politiek in zijn land. Hij heeft geen ideologische voorkeur en wanneer hij het over de koning heeft, bezigt hij het eer-biedige en gebruikelijke predicaat ‘Zijne Majesteit’.
Nooit heeft hij onderwerpen aangeroerd als ernstige mensenrechtenschendingen door het Marokkaanse regime, de onderdrukking van de Sahrawi (het volk van de Westelijke Sahara), de wandaden tegen de mijnwerkers van Jerada, de activisten van Sidi Ifni, de leden van de protestbeweging Hirak in het noordelijke Rifgebied, die werden gemarteld en in de cel gegooid, de zware gevangenisstraffen voor journalisten, youtubers of doodgewone internetters, enkel omdat zij zogeheten gevoelige onderwerpen durfden aan te snijden.
‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement’
‘Ik ben sportman, ik heb geen verstand van dat soort dingen,’ zegt hij, en daarmee is voor hem de kous af. Hij benadrukt dat hij zich als MRE (Marocain résidant à l’étranger, Marokkaan die in het buitenland woont) niet al te bewust is van wat er in zijn land gebeurt. ‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement.’
Als het om liefdadigheidsactiviteiten gaat, is het een ander verhaal. Toen Marokko in 2020 hard werd getroffen door corona, schonk Ouaddou 1 miljoen dirham (bijna 100.000 euro) aan een bijzonder fonds voor de beheersing van de pandemie. Hij is ook bepaald niet te beroerd om computers en tablets te schenken aan schoolkinderen in zijn douar (dorp) of andere gebieden in Marokko, om benefietwedstrijden ter plaatse te organiseren of om een gezin in financiële nood te helpen.
Alles gegeven
Abdeslam was twee jaar oud toen zijn vader, die zich in 1970 in Frankrijk vestigde, hem in 1980 in het kader van de gezinshereniging liet overkomen. Zijn integratie in Frankrijk verliep naar verluidt voorspoedig. In een lokaal pupillenteam, werd hij opgemerkt door AS Nancy-Lorraine, dat hem inlijfde. Later speelde hij in Frankrijk onder meer voor Stade Rennais en Valenciennes FC. Ook in het buitenland bouwde hij een mooi cv op: hij kwam uit voor het Londense Fulham, voor Olympiakos Piraeus en voor andere grote clubs.
Zijn carrière in Marokko begon in 1998 bij het Olympisch team dat deelnam aan de Spelen van Sydney, in de zomer van 2000. Daarna maakte hij zijn debuut voor het Marokkaanse elftal. ‘Tien jaar international, tachtig keer geselecteerd, een jaar lang aanvoerder: ik heb alles gegeven voor mijn team, voor mijn land,’ meldt hij telefonisch vanuit Nancy, zijn woonplaats in Frankrijk.
Tijdens het toernooi om de Afrika Cup in 2004, in het Taïeb Mhiri-stadion in Sfax, Tunesië, scoorde de jonge Ouaddou in de 75ste minuut een doelpunt tegen Benin. Dat was een moment van groot geluk en trots. Een paar dagen later won zijn team in hetzelfde stadion afgetekend met 3-1 van Algerije. Marokko bereikte de finale, maar moest daarin buigen voor Tunesië: 1-2.
De eer was echter gered. Iedereen in Marokko besefte dat het nationale team een uitstekende prestatie had geleverd. Koning Mohammed VI nodigde staf en spelers uit in het koninklijk paleis in Agadir.
In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten een brief aan het schrijven waren
Eén gebeurtenis uit die periode staat hem nog levendig bij. In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten, ‘minstens 80 procent van de aanwezigen’, een brief aan het schrijven waren. Hij vroeg wat er aan de hand was en kreeg te horen dat de ontmoeting met de vorst een ideale gelegenheid was om een ‘verzoek’ in te dienen. Hij begreep er niets van. Desgevraagd legde een van zijn medespelers uit dat dit het moment was om het staatshoofd een gunst te vragen: onroerend goed, een licentie voor een taxi- of busbedrijf, een vergunning voor het een of ander, een voordeeltje.
Deed hij mee aan deze bedelactie? ‘Nee!’ klinkt het stellig. ‘Ik had geen douceurtjes nodig. Ik verdiende goed bij mijn club (Stade Rennais) en van de Marokkaanse voetbalbond kon ik een bonus tegemoet zien voor mijn deelname aan de Afrika Cup. Ik vond toen, net als nu, dat er mensen waren die het harder nodig hadden dan ik.’
Bovendien, benadrukt hij, was hij bereid om onbetaald voor Marokko te spelen. ‘De ontmoeting met Zijne Majesteit, die zei erg trots te zijn op de wijze waarop wij het land hadden vertegenwoordigd, was al een grote eer voor mij.’
Belangeloze houding
Deze in Marokko zeldzame belangeloze houding, zijn toewijding aan zijn team en zijn bescheidenheid konden hem in 2021 echter niet behoeden voor een agressieve campagne in de Marokkaanse pers en op sociale media. Hem werd verweten de kandidatuur van [de Algerijn] Kheireddine Zetchi voor hoofd van de Confédération Africaine de Football (CAF, de Afrikaanse voet-balbond) te hebben gesteund, in plaats van die van [zijn landgenoot] Fouzi Lekjaa. Hij werd gesommeerd zijn voorkeur voor de voorzitter van de Algerijnse voetbalbond boven de machtige baas van de Marokkaanse voetbalbond toe te lichten, maar weigerde tekst en uitleg te geven.
En dat om één simpele reden: van Marokkaanse supporters wilde hij kritiek voor deze keuze naar eigen zeggen wel accepteren, maar de wekenlange belastering door een georganiseerde bende die ertoe opriep zijn Marokkaanse paspoort in te trekken en hem zijn Marokkaanse nationaliteit te ontnemen – dat ging hem veel te ver.
Aan deze golven van haat heeft Ouaddou onprettige ‘herinneringen’ over-gehouden. Zo worden er online allerlei berichten gepost en opmerkingen geplaatst, vaak met kwaadaardige beelden en kwetsende woorden: ‘verrader’, ‘buitenlandse agent’, ‘klootzak’ en andere fraaie teksten – als hij al niet wordt vergeleken met een ‘aap’.
‘Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land’
‘Ik verkeer nog steeds in shock. Het is alsof mijn wereld is ingestort,’ klinkt het verbluft. ‘Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land.’ En dan hij heeft nog niet eens gelezen wat er in het Arabisch over hem is geschreven.
Net als zijn ouders is Ouaddou Berbertalig. Het Darija, een mix van Arabisch, Berbers, Frans en Spaans die de lingua franca is van veel Marokkanen, verstaat hij wel maar beheerst hij niet tot in de puntjes. Het Arabisch schrift kan hij al helemaal moeilijk ontcijferen.
Adressenlijst
Om de lawine aan haat tot stilstand te brengen zocht Ouaddou in zijn adressenlijst de namen op van enkele Marokkaanse sportjournalisten, maar geen van hen reageerde. ‘Ze lieten me allemaal barsten. Niemand wilde me vragen stellen of was geïnteresseerd in mijn reactie of mijn kant van de zaak. Het was alsof ik van de ene op de andere dag niet meer voor hen bestond,’ verzucht hij.
De honderden trollen op internet hebben maar één doel: hem vernederen
Op sociale media probeert hij het gesprek aan te gaan met zijn criticasters, ook als ze hem hebben geschoffeerd. Tevergeefs: door het grote aantal tegenstanders ziet hij zich gedwongen de strijd te staken. De honderden trollen, de accounts van Moorish – een racistische en extreemrechtse clandestiene organisatie die zou zijn voort-gekomen uit de Marokkaanse geheime diensten – hebben maar één doel: hem vernederen.
Maar vanwaar dan al dit tumult – vooral als je bedenkt dat de voormalige Algerijnse international Lakhdar Belloumi zichzelf zonder problemen kon uitroepen tot ‘ambassadeur van Marokko’ voor het WK van 2026?
Antwoord: omdat Ouaddou in de zoveelste politieke en diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije beland raakte, over een eeuwigdurend conflict: dat van de Westelijke Sahara. Met deze keer als pikant extraatje het Marokkaanse besluit om de diplomatieke betrekkingen met Israël te normaliseren. Een soeverein besluit van het koninkrijk, dat door het buurland als een bedreiging wordt gezien, wegens – in de woorden van de Algerijnse regering – de ‘installatie’ van Israël voor haar deur.
Nog zo’n onderwerp dat, net als de mensenrechten, zijn pet te boven gaat, maar waarvan hij het belang wel degelijk inziet, gezien het enorme aantal bots onder zijn lasteraars. Het feit dat hij in de pers hevige kritiek te verduren kreeg van voormalige Marokkaanse internationals, bevestigt zijn bange vermoeden dat deze vloedgolf van smaad is georkestreerd.
Deze oud-spelers, met wie hij ooit goed meende te kunnen opschieten, geeft hij lik op stuk. Noureddine Naybet? ‘Welk opleidingsniveau heeft deze meneer en wat doet hij tegenwoordig precies?’ Youssef Chippo? ‘Welke meerwaarde heeft hij gehad voor het Marokkaanse voetbal?’ Mustapha El Haddaoui? ‘Die is al vijftien jaar coach van het nationale beachvoetbalteam en voorzitter van de Marokkaanse Unie van Professionele Voetballers [UMFP]. Op welke resultaten mag hij zich laten voorstaan?’
Wat Mohammed Sahil en anderen betreft: die zegt hij niet te kennen, maar hij neemt aan dat ze verplicht zijn hem aan te vallen om de ontvangen voordeeltjes te rechtvaardigen – dezelfde voordeeltjes die hij weigerde op te strijken na de wedstrijd tegen Tunesië in 2004.
Ontslag
Direct na zijn aankomst in Oujda kreeg Ouaddou te maken met spelers die staakten omdat ze hun loon niet uit-betaald kregen. Pijnlijker nog is dat hij beweert te zijn ‘geïntimideerd’ door de bestuurder van de regio Oriental, Mouaad Jamai, die hem naar verluidt tijdens een door de club georganiseerde lunch verweet dat hij de spelers steunde en ‘de club gijzelde’.
‘De club gijzelen omdat spelers uit hun woning worden gezet vanwege een huurachterstand die ze buiten hun schuld niet meer konden ophoesten?’ vraagt hij ironisch. ‘Sommigen hadden niet eens genoeg te eten,’ zegt Ouaddou, die erop wijst dat ook hij en zijn staf niet werden betaald. Dit wordt bevestigd door de uitgebreide correspondentie tussen zijn Parijse advocaat, Alexis Rutman, en de directie van MCO.
Zijn weigering om de plaatselijke bestuurder en de voorzitter van Mouloudia ter wille te zijn en te aanvaarden dat zijn contract van vier naar één jaar werd teruggebracht, leidde uiteindelijk tot zijn ontslag. Hij verliet de stad met een bittere smaak in zijn mond en nog een laatste leuke ‘herinnering’: een door de chauffeur van de spelersbus uitgelokt handgemeen, waardoor hij vijfentwintig dagen niet kon werken.
‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’
Steunde Ouaddou daarom Zetchi in plaats van Lekjaa? De oud-international ontkent het ten stelligste. Bovendien, zo rechtvaardigt hij zichzelf, had hij ruim voor zijn aanstelling bij Mouloudia d’Oujda de Marokkaanse bond gevraagd of hij ergens stage mocht lopen om zo een trainersdiploma te kunnen behalen. Diverse keren schreef hij de bond aan, maar zonder resultaat.
Daarop wendde hij zich tot de Algerijnse voetbalbond (FAF), via Djamel Belmadi, de coach van het Algerijnse nationale team. En zie, de deuren van de deze bond zwaaiden wél voor hem open. Dat viel niet goed bij een aantal bobo’s van het Marokkaanse voetbal.
De beschuldigingen op sociale media konden natuurlijk niet uitblijven: ‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’
Maar, zo bezweert hij, hij wil echt een einde te maken aan deze zaak. Dat hij Zetchi steunde en niet Lekjaa, is niet uit ressentiment of wraak, maar puur uit sportieve overwegingen. Voor hem heeft de Algerijn een project in gedachten, een visie voor het Afrikaanse voetbal die hij volledig onderschrijft. Algerije won in 2019 de Afrika Cup met een nationaal team dat voor 70 procent bestond uit spelers uit de Algerijnse competitie; de Marokkaanse kampioen telde voor 98 procent spelers die in het buitenland actief waren. Van een jeugdopleiding die de kans op toekomstig succes van het Marokkaanse voetbal kon vergroten, was geen sprake.
Verduistering
Daarnaast wijst Ouaddou erop dat Fouzi Lekjaa de secondant was van de Malagassiër Ahmad Ahmad, de voorzitter van de CAF die werd geschorst wegens ‘het aanvaarden en uitdelen van geschenken en andere voordelen’, ‘machtsmisbruik’ en ‘verduistering’. Die veroordeling maakte zijn herverkiezing onmogelijk.
‘Lekjaa heeft veel gedaan voor infrastructuur en stadions in Marokko, maar vergeten wordt dat hij voor Ahmad werkte, die een tekort van 10 miljoen euro in de schatkist van de CAF achterliet. Als we daarbij optellen dat er in Marokko duizend profspelers zijn uit de eerste en tweede divisie die geen sociale zekerheid hebben, dan geeft dat te denken,’ zo stelt een sportjournalist die anoniem wenst te blijven uit angst voor represailles.
En zoals Abdeslam Ouaddou hardop zegt, wekt dit enkel wrevel bij de Marokkaanse voetbalbond.
En verder, zegt hij, terwijl hij zich excuseert omdat hij zijn vliegtuig moet halen: ‘Als Zijne Majesteit of de hoge autoriteiten van mijn land van mening zijn dat ik een verrader ben en dat ik het niet verdien om Marokkaan te zijn, dan ben ik bereid mijn paspoort bij het dichtstbijzijnde consulaat in te leveren’.
The Indian Express ontmoette negen families van arbeiders die stierven op de bouwplaatsen van het WK. Allemaal hekelen ze de ontkenning van de Qatarese autoriteiten en het gebrek aan financiële compensatie voor deze arbeidsongevallen.
Toen op 20 november het wereldkampioenschap voetbal begon, waren alle ogen gericht op het schitterende Al Bayt-stadion in Doha met zijn zestigduizend zitplaatsen – een architectonisch hoogstandje in de vorm van een nomadentent, dat een eerbetoon is aan het verleden en de toekomst van Qatar.
Maar in zijn schaduw leven de verhalen van migranten uit India die naar de Golfstaat trokken om van deze onwaarschijnlijke plek in de woestijn een mondiaal voetbalknooppunt te maken. Ze keerden terug naar hun families in dorpen van Bihar tot Punjab en Telangana – in doodskisten.
Gedurende acht maanden onderzocht The Indian Express officiële documenten en nam de krant interviews af met arbeidsbemiddelaars, met activisten voor migrantenwelzijn en met lokale ambtenaren in het hele land. Ook diende The Indian Express WOB-verzoeken in om de families op te sporen van migranten die in Qatar stierven terwijl ze werkten aan projecten of een baan hadden die gerelateerd was aan het WK.
Het nieuws over het overlijden bereikte hen via vrienden of collega’s van de werknemers in Qatar
De krant sprak met de families van negen van hen, ontmoette sommige daarvan thuis en concludeert dat ze worstelen om de brokstukken van hun gebroken leven op te rapen, vechtend tegen de toenemende financiële nood. Ze krijgen daarbij geen enkele steun. En allemaal uiten ze dezelfde grieven: schadevergoeding ontbreekt en ze lopen op tegen een muur van ontkenning door de werkgevers.
In zeven van deze gezinnen waren de omgekomen werknemers de enige kostwinners. De meesten van hen waren mannen in de werkende leeftijd en ze stierven voornamelijk door ‘een natuurlijke oorzaak’. Drie van de negen werknemers waren jonger dan dertig jaar, een was pas tweeëntwintig jaar oud, en vijf anderen waren jonger dan vijftig. In meer dan de helft van de gevallen, zeggen de families, was er geen medische voorgeschiedenis. Het nieuws over het overlijden bereikte hen via vrienden of collega’s van de werknemers in Qatar.
‘De werkgever heeft ons niet ingelicht over de dood van mijn man. Ik hoorde het voor het eerst van een vriend in ons dorp die op de hoogte was gesteld door een kennis in Qatar,’ zegt Savita Kumar. Haar man Akhilesh (22), een loodgieter uit Sallahpur in Siwan in Bihar, was vorig jaar bezig een ondergrondse leiding aan te leggen in de buurt van een WK-stadion net buiten Doha, toen de put waarin hij werkte instortte.
Akhilesh was een van de twee Indiase arbeiders die bij dat incident om het leven kwamen. De andere was de tweeëndertigjarige Jagan Surukanti uit Mallapur in Telangana. ‘Ik weet alleen dat mijn zoon er volledig fit heen ging,’ zegt Jagans vader Rajareddy, 59, terwijl hij zijn tranen bedwingt. ‘En hij kwam terug in een kist.’
The Indian Express spoorde acht van de negen betrokken werkgevers op om te vragen naar hun normen voor compensatie en steun voor de getroffen families. Zeven van hen reageerden niet; een bleek niet bereikbaar te zijn per e-mail of telefoon.
The Indian Express nam contact op met het Supreme Committee for Delivery and Legacy, de Qatarese organisatie die officieel verantwoordelijk is voor de uitvoering van het WK. Dat erkende slechts een totaal van ‘drie sterfgevallen als gevolg van arbeidsongevallen en zevenendertig sterfgevallen buiten het professionele kader’ onder werknemers uit de hele wereld, die werkten aan projecten die verband hielden met het toernooi.
‘Hartstilstand’
In antwoord op een WOB-vraag van The Indian Express over het aantal dodelijke slachtoffers onder Indiase werknemers bij WK-projecten sinds Qatar de rechten kreeg om het toernooi te organiseren, in 2010, zei de Indiase ambassade in Doha in mei 2022: ‘Daarover is geen informatie beschikbaar bij de ambassade van India in Doha.’
De ambassade reageerde niet op een door The Indian Express gemailde vragenlijst die betrekking heeft op de negen werknemers. De FIFA, de wereldvoetbalbond, reageerde niet op vragen van The Indian Express om commentaar op de dood van Indiërs die aan WK-projecten in Qatar werkten. In mei citeerde Associated Press Gianni Infantino, de voorzitter van de FIFA, die zei dat er slechts drie mensen zijn gestorven op de bouwplaatsen van het WK.
Uit gegevens van Lok Sabha – het Lagerhuis van India – blijkt dat alleen al in de laatste drie jaar, van 2020 tot juli 2022, 72.114 werknemers uit India in Qatar terecht zijn gekomen. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn van 2011 tot mei 2022 3313 Indiase burgers in Qatar om het leven gekomen.
Op de vraag of de sterfgevallen van Indiase arbeiders in deze periode in Qatar in verband kunnen worden gebracht met het WK, zegt welzijnswerker voor migranten Bheem Reddy Mandha, voorzitter van Emigrants Welfare Forum en lid van het Migrant Forum in Asia: ‘Natuurlijk. Want het WK is het grote ding. Alles heeft ermee te maken. Voor vertrek naar Qatar is men gezond. Na vertrek sterven er mensen, ook onder de veertig, velen door een hartstilstand. Het is een ernstige kwestie.’
In de families van de arbeiders gaan de verhalen rond: er is het onafgemaakte huis van Ramesh Kalladi, een negenenveertigjarige arbeider, wiens familie zich nu in de schulden en de ellende bevindt; of het lot van de vijfentwintigjarige Padam Shekar, wiens eerste baan als bezorger voor een WK-sponsor ook zijn laatste bleek te zijn.
‘We kregen twee maanden achterstallig loon. Maar geen compensatie,’ zegt Ashique (24), wiens vader Abdul Majid (56) in juli 2020 overleed. Majid, uit Dharpally in Telangana, was een vrachtwagenchauffeur die door Trey Trading Company in Doha in dienst was genomen om arbeiders naar werklocaties te brengen.
‘Ijskoud zeiden ze dat mijn man was overleden na een hartstilstand en dat ze het lichaam binnen een week zouden vervoeren. Ze stuurden alleen het verschuldigde salaris, ongeveer 24.000 roepies [nog geen 300 euro]. Er was geen sprake van een vergoeding,’ aldus Latha Bollapally uit het dorp Mendora in Telangana, wiens man Madhu op 17 november 2021 bezweek aan een ‘hartstilstand’.
‘Er zijn geen studies, noch door de regering die kunnen verklaren waarom zoveel sterfgevallen het gevolg zijn van een hartstilstand of andere natuurlijke oorzaken’
Volgens een rapport van Human Rights Watch zijn de arbeidswetten van Qatar zodanig dat bedrijven alleen compensatie aan families moeten betalen als het overlijden plaatsvindt op een werkplek of direct verband houdt met het werk. Dit maakt het voor families moeilijk om een legitieme claim in te dienen.
Swadesh Parkipandla, voorzitter van de Pravasi Mitra Labour Union, zegt: ‘In gevallen die als een natuurlijke dood worden aangemerkt, wordt geen autopsie verricht. Er zijn geen studies, noch door de regering, noch door onafhankelijke groepen, die kunnen verklaren waarom zoveel sterfgevallen het gevolg zijn van een hartstilstand of andere natuurlijke oorzaken.’
Een zo’n geval staat vermeld in een officieel rapport van het Qatarese Supreme Committee. Op 27 april 2016 rond half tien ’s morgens bevond staalarbeider Jaleshwar Prasad zich in de spelerstunnel van het Al Bayt Stadion toen hij in elkaar zakte. Twee uur later werd hij doodverklaard. Volgens het rapport van het Supreme Committee overleed Prasad aan ‘hartstilstand door ernstige ademhalingsmoeilijkheden’.
Maar niets geeft het drama beter weer dan de reis van Ramesh Kalladi uit Velmal in Telangana, wiens onafgemaakte huis een gruwelijke herinnering is aan de menselijke tol die wordt betaald voor wat door de organisatoren in Qatar is omschreven als ‘een FIFA World Cup als geen ander’.
Op 10 augustus 2016, zes dagen voor zijn vijftigste verjaardag, keerde de truckchauffeur na het werk terug naar zijn kamp in de industriële zone Sanaya van Doha, toen hij plotseling in elkaar zakte en overleed. De volksgezondheidsdienst van Qatar noemde het een natuurlijke dood – een bewering die zijn familie betwist.
In 2010, het jaar waarin Qatar de WK-rechten verwierf, sloot Kalladi een lening af om daar te kunnen werken voor 1300 Qatarese riyal per maand, circa 360 euro tegen de huidige wisselkoers. In het kamp kreeg hij een ‘piepklein kamertje met vijf andere mannen’, vertelt zijn zoon Sravan. ‘Er werden stadions gebouwd en er werden wegen omheen aangelegd,’ aldus Sravan, die zich in 2015 bij zijn vader in Qatar voegde. ‘Mijn vader legde een van die wegen aan die naar het stadion leiden.’
Na werkzaamheden in het stof en in extreem hoge temperaturen, oplopend tot 50 graden Celsius, begon de gezondheid van Kalladi te verslechteren. Dat leidde tot zijn dood, aldus Sravan. Het enige dat zij van zijn werkgevers, Boom Construction Company, ontvingen, aldus de familie, was het maandsalaris dat hem toekwam. ‘We hebben geen enkele compensatie van hen ontvangen,’ zegt Sravan.
Zelfs in de laatste week kwamen er schandalen bovendrijven
Na maanden van aftellen, controverses over de toewijzing aan het land, talloze onderzoeken over mensenrechtenschendingen en een over het algemeen zeer bekoeld enthousiasme over het aankomende toernooi, is het WK in Qatar van start gegaan. Het gastland trapte zelf af tegen Ecuador. De wedstrijd eindigde in 2-0 voor Ecuador.
Zelfs in de laatste week voordat het WK Voetbal begon kwamen er nog schandalen boven drijven. Zo werd Qatar ervan beschuldigd meerdere Ecuadoraanse spelers te hebben omgekocht om zo hun eerste wedstrijd te winnen. En twee dagen voor de start van het toernooi besloot het gastland tóch alle alcohol in voetbalstadions te verbieden, schrijft de BBC: een hard gelag voor voetbalfans én voor Budweiser, de biersponsor van het toernooi die naar verwachting een schadeclaim bij voetbalbond FIFA gaat neerleggen.
Ook de eerste dagen van het Nederlands elftal, dat maandag zijn eerste wedstrijd tegen Senegal speelt, stonden in het teken van de misstanden in Qatar. Twintig arbeidsmigranten uit onder meer Pakistan en Bangladesh waren welkom op de training en mochten een balletje trappen met de Nederlandse spelers.
Sepp Blatter, die zeventien jaar lang de leiding had over voetbalbond FIFA, heeft in een interview met de Zwiterse krant Tages Anzeiger toegegeven dat de toewijzing van het WK Voetbal aan Qatar een fout is geweest. Volgens de Zwitser wilde de FIFA het WK aan de Verenigde Staten geven, maar ging dat plan niet door na tussenkomst van toenmalig president van Frankrijk Nicolas Sarkozy.
In het interview onthult Blatter dat Sarkozy, na een lunch met de kroonprins van Saoedi-Arabië, de toenmalige baas van de Europese voetbalbond UEFA Michel Platini naar het presidentieel paleis riep. Hij zou hem daar hebben gevraagd ervoor te zorgen dat Qatar het WK toegewezen zou krijgen. Volgens Blatter waren de stemmen van Platini en enkele UEFA-collega’s vervolgens doorslaggevend in de toewijzing van het WK aan de oliestaat.
Tegen zowel Blatter als Platini liepen corruptieonderzoeken, voorlopig zonder veroordeling. Een rechterhand van Blatter werd wel eerder veroordeeld voor corruptie rondom het WK 2022, omdat hij televisierechten aan een Qatarese groep verkocht had. Wellicht had het verzoek van Sarkozy ook met corruptie te maken: volgens Blatter kocht Qatar na het krijgen van het WK namelijk voor ruim 16 miljard dollar aan straaljagers van Frankrijk.
Bij de World Eskimo-Indian Olympics in Fairbanks strijden atleten tegen elkaar op onderdelen als de blanket toss, knuckle hop en ear pull. Alle onderdelen zijn gebaseerd op overlevingstechnieken van hun voorouders.
Elke zomer vindt in Fairbanks in Alaska een van de belangrijkste culturele evenementen voor de inheemse bevolking van Alaska plaats: de World Eskimo-Indian Olympics (WEIO). Sinds 1961 komen inheemse atleten op het vierdaagse evenement af, niet alleen vanuit de verste uithoeken van de staat, maar van over de hele wereld. Ze kunnen er deelnemen aan een groot aantal verschillende onderdelen, die allemaal gebaseerd zijn op overlevingstechnieken en culturele praktijken die al generaties lang van groot belang zijn in hun gemeenschappen.
De geschiedenis van WEIO is relatief kort vergeleken met de geschiedenis van de vele inheemse volkeren in Alaska. Juist die grote verscheidenheid aan culturele gemeenschappen, waartoe onder andere de Inuit, Iñupiaq, Yupik en Athabasken behoren, is de reden dat de WEIO ooit zijn opgericht.
In 1961 kwamen Bill English en Tom Richards sr., allebei piloot bij de nu opgeheven luchtvaartmaatschappij Wien Air Alaska, voor hun werk bij een aantal afgelegen gemeenschappen in de staat. Tijdens deze bezoeken aan inheemse volken woonden ze verschillende evenementen bij. Denk hierbij aan dansen, maar ook aan andere fysieke activiteiten, zoals de blanket toss, waarbij je als deelnemer op een strak gespannen deken van huiden staat die soms door wel meer dan dertig mensen wordt vastgehouden, waarna je de lucht in wordt gegooid en moet proberen in evenwicht te blijven en op je voeten te landen. (De traditie is ontstaan bij de Iñupiaq, een inheemse groep uit Noord-Alaska, die de techniek gebruikten om tijdens de jacht voorbij de horizon te kunnen kijken.)
Belang van tradities
Volgens Gina Kalloch, voorzitter van het WEIO-bestuur en een Athabaskische Koyukon, ‘hadden English en Richards oprechte waardering voor wat ze aantroffen. Ze beseften dat het belangrijk was deze activiteiten toegankelijk te maken voor mensen elders in de staat, zodat er meer begrip werd gekweekt voor het belang van de tradities die buiten de grote Alaskaanse steden plaatsvinden.’
Die zomer werden in Fairbanks, met steun van de lokale Kamer van Koophandel en Wien Air Alaska, de eerste WEIO georganiseerd, die toen nog de World Eskimo Olympics werden genoemd. A.E. ‘Bud’ Hagberg en Frank Whaley, beiden werkzaam bij de luchtvaartmaatschappij, worden gezien als de oprichters van WEIO. Wien Air bood aan om vluchten te betalen zodat atleten uit verschillende dorpen konden deelnemen aan een reeks evenementen die grotendeels de nog levende tradities van inheemse culturen weerspiegelen. Er deden uiteindelijk vier Eskimo-dansgroepen en twee Indiaanse dansgroepen mee, plus deelnemers aan de high kick, blanket toss en seal skinning. Bij de opening werd bovendien gestreden om de titel Miss Eskimo Olympics Queen.
‘De ear pull is speciaal ontworpen om het verdragen van pijn op de proef te stellen’
Vandaag de dag trekt het evenement duizenden toeschouwers en honderden atleten. Er vinden ruim twintig atletiekonderdelen plaats, allemaal traditionele spelen die al lang vóór de WEIO bestonden. Bij de zogenaamde knuckle hop staat uithoudingsvermogen centraal: deelnemers huppen vanuit een push-up naar voren en mogen daarbij alleen met hun knokkels en tenen de grond aanraken. De four man carry stelt kracht op de proef, en het vermogen om langere tijd een zware last te dragen, zoals bij het vervoer van vlees na de jacht. De Indian stick pull toetst de vaardigheden die nodig zijn om een vis uit het water te grijpen: twee deelnemers moeten een ingevet stuk hout van een meter lang uit elkaars hand zien te wrikken. Volgens de website van de WEIO draait de beruchte ear pull om ‘stamina’, uithoudingsvermogen. De deelnemers binden ieder hetzelfde stuk pees achter hun oor en trekken er zo hard mogelijk aan. Het doel is om de pees van het oor van de tegenstander af te rukken.
‘De ear pull is speciaal ontworpen om het verdragen van pijn op de proef te stellen,’ zegt Kalloch. ‘Dit onderdeel simuleert de pijn die je voelt bij bevriezing en leert mensen ermee om te gaan. Ik heb het één keer gedaan en doe het nooit meer, maar mijn dochter heeft er een gouden medaille mee gewonnen.’
Kalloch heeft zelf een gouden medaille behaald bij de Alaskan high kick. Hierbij balanceer je als deelnemer op één hand terwijl je met gestrekt been tegen een in de lucht hangend voorwerp, een bal bijvoorbeeld, aan schopt. Ze heeft ook meegedaan aan een aantal krachtonderdelen, zoals de Eskimo stick pull: twee deelnemers trekken zittend aan dezelfde stok, met als doel hun tegenstander omver te trekken. Dat eerste spel is onder de Iñupiaq een populair tijdverdrijf tijdens koude winterdagen. Het tweede onderdeel is gebaseerd op de techniek waarmee men bij de winterjacht een zeehond uit een wak trekt.
Signalen
Volgens Kalloch zijn twee van de populairste onderdelen bij de Spelen de eenvoetige en tweevoetige high kick, waarbij atleten moeten springen en tegen een hangend voorwerp moeten schoppen om vervolgens weer op hun voeten te landen. De oorsprong van deze twee onderdelen, niet te verwarren met de Alaskan high kick, ligt in een communicatievorm die vóór de tijd van walkietalkies en mobiele telefoons door vissersgemeenschappen aan de kust werd gebruikt.
‘De noordelijke gebieden van Alaska zijn heel vlak, je kunt er kilometers ver kijken,’ zegt ze. ‘Tijdens de jacht konden jagers via verschillende soorten schoppen signalen naar het dorp sturen. Zo konden ze laten weten dat er iemand gewond was, of dat de jacht geslaagd was en er meer mensen nodig waren om de vangst te helpen dragen. Ze konden alles zeggen wat je nu via de telefoon of telegraaf kan overdragen.’
‘We kijken uit naar de WEIO, omdat we er met familieleden zijn die we niet vaak zien. Het is net een grote familiereünie’
Amber Applebee, die ook een Athabaskische achtergrond heeft, doet bij de WEIO al jaren mee aan krachtonderdelen als de Eskimo stick pull, de arm pull (waarbij twee zittende deelnemers hun ellebogen om elkaar slaan en hun tegenstander omhoog proberen te trekken) en de greased pole walk (een evenwichtsspel waarbij tegenstanders met blote voeten over een ingevette boomstam lopen). Daarnaast is ze al ruim twintig jaar coach, en ze neemt het vaak op tegen atleten die ze zelf heeft getraind. Omdat de evenementen niet naar leeftijd worden ingedeeld, is het niet ongewoon dat tieners en adolescenten in een nek-aan-nekrace (of oor-aan-oorrace) zijn verwikkeld met iemand van hogere leeftijd. De WEIO maken alleen indelingen op basis van geslacht en deelnemers moeten minstens twaalf jaar oud zijn.
‘Lesgeven is onder inheemse Alaskanen een traditie,’ zegt Applebee. ‘Veel kinderen groeien op met dit evenement en zien hun ouders en grootouders eraan meedoen. We kijken uit naar de WEIO, omdat we er met familieleden zijn die we niet vaak zien. Het is net een grote familiereünie.’
Applebee, wier drie kinderen stuk voor stuk medaillewinnaars zijn, noemt kameraadschap een belangrijk onderdeel van de wedstrijden. Volgens haar is het niet ongewoon dat deelnemers hun rivalen aanmoedigen. ‘Toen mijn dochter dertien was en voor het eerst meedeed, stonden we toevallig tegenover elkaar bij de Indian stick pull,’ zegt Applebee. ‘Ze heeft me er flink van langs gegeven: zij haalde goud en ik zilver.’ Nu, meer dan tien jaar later, is haar dochter jurylid.
‘Het is heel belangrijk voor mij om deze tradities aan nieuwe generaties door te geven,’ zegt ze. ‘Ik wil dat mijn kinderen weten wie we zijn en wat ons volk allemaal deed, en de WEIO zijn de beste manier om ze dat te leren.’
Veranderingen
De WEIO is een van de grootste organisaties in Alaska die deze inheemse tradities voor toekomstige generaties in leven houdt, maar ze is niet de enige. Zo biedt NYO Games Alaska een eigen spelprogramma dat speciaal op jonge atleten is gericht om ze al vroeg bij culturele tradities te betrekken. Beide organisaties bieden inheemse Alaskanen bovendien de mogelijkheid om de tradities van hun voorouders te blijven beoefenen. Dat is vooral belangrijk voor degenen die in stedelijke gebieden wonen, waar ze minder vaak met hun cultureel erfgoed in contact komen.
‘De WEIO worden elk jaar belangrijker, omdat zovelen van ons de band met ons land en onze talen zijn kwijtgeraakt’
‘De WEIO worden elk jaar belangrijker, omdat zovelen van ons de band met ons land en onze talen zijn kwijtgeraakt,’ zegt Kalloch. ‘Door veranderingen in de manier van leven verhuizen mensen naar de stad om werk te zoeken. Op een bepaalde manier is dat vooruitgang, maar voor inheemse mensen gaat met zulke veranderingen ook altijd verlies gepaard. De Spelen geven mensen de kans zich te verbinden met vroegere generaties en te doen wat hun voor-ouders deden. We voelen de noodzaak om zo veel mogelijk te behouden, want het maakt ons tot wie we zijn.’
Op 20 november begint het WK voetbal in Qatar. ‘Het hele toernooi is een gigantische middelvinger naar de wereld,’ stelt Jonathan Liew. ‘Hoeveel menselijk bloed is er vergoten, hoeveel olie en gas is er verbrand, hoeveel dure lobbyisten zijn er ingehuurd?’
Klik hier om het artikel te beluisteren via Blendle.
Onlangs werd bekend dat de organisatoren van het Wereldkampioenschap voetbal in Qatar hebben besloten de reusachtige bewegende spin van het Glastonbury Festival te huren. Hiermee willen ze de 1,5 miljoen voetbalfans gaan vermaken die in november worden verwacht. De spin, die maar liefst 15 meter hoog is en vanuit zijn mechanische, spinachtige borst grote vuurpluimen de woestijnlucht in zal stoten, zal het middelpunt vormen van het ‘Arcadia Spectacular’-fanfestijn, een dancespektakel dat een maand duurt. Kaartjes kosten zo’n 85 euro per dag.
Ach ja, eerlijk gezegd, waarom ook niet? Nu de nieuwscyclus intenser wordt in aanloop naar de aftrap op 20 november, is een van de meer verwarrende aspecten van Qatar 2022 het gemak waarmee zowel het serieuze als het triviale worden vermeden tot aan het punt waarop het onmogelijk is om te zeggen wat nu precies wat is. Sterfgevallen onder gastarbeiders. Chaos vanwege aanpassingen in de Premier League. Een pint Budweiser voor ruim 17 euro. Speciale ‘ontnuchteringstenten’ voor beschonken fans om hun roes uit te slapen van die Budweiser van 17 euro. Wat doet er echt toe, en wat niet?
Zowel innerlijke monologen als gesprekken met andere journalisten die het toernooi zullen bijwonen, vervallen al snel in het absurde. Kunnen we daar drinken? Kunnen we vapen? Hoe zien de rijen voor de accreditatie eruit? Waar moeten we hardlopen in een land zonder trottoirs? Is dit eigenlijk nog wel bedoeld om leuk te zijn? Ben ik schandelijk bevoorrecht, omdat ik waag dat zelfs maar te vragen? Hoeveel menselijk bloed is er vergoten, hoeveel olie en gas is er verbrand, hoeveel dure lobbyisten zijn er ingehuurd, alleen maar zodat ik het voorrecht heb om met een duf plastic sleutelkoordje om naar Canada tegen Marokko te kijken?
Er is nog steeds geen duidelijkheid over de vraag of homoseksuele fans zullen worden gearresteerd als ze elkaars hand vasthouden
En dat terwijl we ons al met zoveel dingen op nieuw terrein bevinden: het eerste wereldkampioenschap in de winter, het eerste wereldkampioenschap dat in zo’n klein land wordt gehouden, het eerste gastland van het WK sinds 1934 die zich nooit voor een eerder toernooi wist te kwalificeren. Niemand weet in de verste verte wat er zal gebeuren als een land met 3 miljoen mensen in één keer nog eens 1,5 miljoen mensen moet absorberen. Het is gewoon nog nooit eerder gebeurd.
Wat interessant is, is de mate waarin Qatar ervoor gekozen heeft deze ambivalentie te omarmen, de chaos te aanvaarden en te doen alsof dit toernooi iets anders is dan volslagen absurd. Voor de organisatoren was de onzekerheid lange tijd een merkwaardige bron van kracht. Immers, als er geen regels zijn, kunnen conventies en verwachtingen – en prijskaartjes – gewoon worden verzonnen tijdens de voorbereidingen.
Ondertussen werden de vele vragen die het organiseren van een mondiaal voetbaltoernooi in een conservatief moslimland oproept, constructief omzeild. Er is nog steeds geen duidelijkheid over de vraag of homoseksuele fans zullen worden gearresteerd als ze elkaars hand vasthouden, of het verbod op een ontbloot bovenlijf zal worden gehandhaafd in hete stadions, of slachtoffers van verkrachting zullen worden opgesloten of publiekelijk worden gegeseld omdat ‘buitenechtelijke seks’ een misdrijf is, zoals buitenlandse toeristen in het verleden hebben ervaren.
Gigantische middelvinger
Al die ambiguïteit is voor het grootste deel geheel opzettelijk: het gaat om bureaucratische ondoordringbaarheid die niet alleen is bedoeld om de pure machteloosheid van het individu tegenover de staat te onderstrepen, maar ook om ruimte te creëren waarbinnen het regime gewoon kan doen wat het wil, wanneer het wil, met wie het wil.
De hele gebeurtenis is een soort machtsvertoon, een gigantische middelvinger naar de wereld in het algemeen. Worstelt u met uw energierekening? Bent u bezorgd over de aflossing van uw hypotheek? We hebben zojuist zo’n 230 miljard euro uitgegeven aan een wegwerpfeestje – het is betaald van uw benzineverbruik. Een geschenk van ons, aan ons, via jullie. En voor de rest: go f*ck yourselves.
Het land heeft er geen enkel belang bij om mensen samen te brengen om de vreugde over voetbal te delen
Gezien alle paniekverhalen die voorafgaand aan elk WK altijd in overvloed de ronde doen, is dit in ieder geval iets nieuws en verkwikkends. Zelfs het Rusland van Poetin van vier jaar geleden hield op zijn minst de schijn op van openheid en verbondenheid en voedde het idee dat het spektakel op de een of andere manier nog steeds van iedereen was. Wat dat betreft is Qatar daarentegen heel duidelijk: dit is niet voor iedereen. Het land heeft er geen enkel belang bij om mensen samen te brengen om de vreugde over voetbal te delen. Het maakt niet uit wat je ervan denkt. Jouw beleving van het WK wordt grotendeels bepaald door jouw plek in hun wereldbeeld, door jouw vermogen om te betalen en verder je mond te houden.
Wat kunnen we tegen dit alles inbrengen? Praten over boycots of berekenende terechtwijzingen voelt zinloos. Voelde de triomf van Engeland op het WK van 1966 enigszins besmet omdat de meeste landen uit Afrika voorafgaand het toernooi boycotten? Natuurlijk niet; je wist het waarschijnlijk niet eens. Ondertussen is de ‘One Love’-armband die door de meeste Europese teams – waaronder Engeland – zal worden gedragen, onzinnig geworden door zijn eigen vaagheid: het is een protest zonder protest, het elastieke equivalent van een demonstratiebord met de tekst ‘Pas nu op, hoor’ of ‘Weg met dit soort dingen’.
Op een bepaalde manier zijn we ook niet echt boos op die kleine afgelegen enclave in de Golf, maar op onszelf. Op de manier waarop we hebben toegestaan dat deze kwaadaardige, kannibalistische tirannie kon binnendringen in onze instellingen, in onze steden en dorpen, in onze politiek en onze monarchie, in onze favoriete sport. Het is een gruwel dat dit toernooi plaatsvindt. Zijn bestaan is een beschuldiging aan het adres van iedereen die bij de opzet ervan betrokken was en van iedereen die het had kunnen tegenhouden. Daarop wijzen voelt goed, noodzakelijk en louterend. Maar het verandert niets. Ik zet mijn geld in op een finale tussen Spanje en Brazilië. Tot ziens in november. We spreken af onder de gigantische metalen spin.
Hoezeer de computer het schaakspel heeft veranderd, bleek onlangs toen wereldkampioen Magnus Carlson zijn tegenstander Hans Niemann van vals spel beschuldigde. ‘Schakers moeten zich tegenwoordig ook bezighouden met trucjes, misleiding en andere psychologische spelletjes.’
Het was alsof de absolute underdog het beste team van de NBA uitschakelde. Begin september, bij het Sinquefield Cup-schaaktoernooi in St. Louis, versloeg de Amerikaanse tiener Hans Niemann wereldkampioen Magnus Carlsen. Daarmee doorbrak hij de ongeslagen reeks van drieënvijftig wedstrijden van misschien wel de beste speler aller tijden. Echte ophef ontstond echter pas de dag erna, toen Carlsen in een cryptische tweet aankondigde dat hij zich terugtrok en een video bijvoegde met de woorden ‘Als ik mijn zegje zou doen, zou ik grote problemen krijgen’. De schaakkoning leek zijn tegenstander op impliciete wijze van valsspelen te beschuldigen. De schaakwereld explodeerde.
In de dagen daarop werd Niemann door een aantal van de grootste spelers in de schaakwereld aangevallen, terwijl anderen hem juist meteen verdedigden. Niemann heeft onlangs toegegeven dat hij in het verleden minstens twee keer heeft valsgespeeld bij online schaakpartijen, één keer toen hij twaalf en één keer toen hij zestien jaar oud was. Deze vroegere overtredingen en het feit dat hij in interviews na wedstrijden gebrekkige schaakanalyses zou geven, droegen bij aan een groeiend wantrouwen. Op Twitch en Twitter speculeerden spelers en fans over mogelijke manieren om vals te spelen: zo zou Niemann via trillingen geheime boodschappen hebben ontvangen, die ofwel uit elektronische inzetstukken in zijn schoenen ofwel uit op afstand bediende anale kralen kwamen. Er is geen concreet bewijs voor vals spel gevonden. Bovendien ontkende de negentienjarige grootmeester in St. Louis de beschuldigingen stellig en bezwoer hij een interviewer dat hij bij een liveschaakwedstrijd nooit had vals gespeeld en van zijn vroegere fouten had geleerd.
[Schaakwebsite Chess.com publiceerde op 4 oktober een uitgebreid onderzoek, waarin het stelde dat Niemann in meer honderd online schaakwedstrijden heeft valsgespeeld, bericht The Guardian.]
Schaakmachines hebben een andere invulling gegeven aan creativiteit binnen het schaken
Los van wat er nu echt is gebeurd, staat vast dat het voor Niemann, of wie dan ook, niet moeilijk is om anno 2022 vals te spelen met schaken. In de afgelopen vijftien jaar zijn algemeen verkrijgbare AI-softwarepakketten, ook wel bekend als ‘chess engines’ ofwel schaakmachines, zo ver ontwikkeld dat ze gemakkelijk de beste schakers ter wereld verslaan. Het enige wat een valsspeler dus nog hoeft te doen om zich van de winst te verzekeren, is een manier vinden om het advies van een machine doorgestuurd te krijgen. Maar dat is niet de enige manier waarop computers de afgelopen jaren de vijftienhonderd jaar oude sport hebben veranderd. Menselijke spelers, zowel beginners als grootmeesters, putten tegenwoordig inspiratie uit de output van schaakprogramma’s, en trainen zichzelf door computerzetten te onthouden. Met andere woorden: schaakmachines hebben een andere invulling gegeven aan creativiteit binnen het schaken, waardoor het voor topspelers niet meer genoeg is om simpelweg het sterkst te spelen. Ze moeten zich ook bezighouden met trucjes, misleiding en andere psychologische spelletjes. In die zin laat het recente schandaal alleen maar zien hoe ook de duistere kant van het schaken langzaamaan is veranderd.
Griekse tragedie
Voor de meeste mensen werd vijfentwintig jaar geleden duidelijk dat computers het schaakspel zouden overnemen: toen versloeg IBM-supercomputer Deep Blue wereldkampioen Garry Kasparov. In de media werd de wedstrijd destijds een ‘Griekse tragedie’ genoemd, waarin een kunstmatige ‘hand van God’ de mensheid had verpletterd. Toch vormde 1997, ondanks de culturele impact van het moment, niet echt een keerpunt in het schaken. Deep Blue, een ruim 1350 kilo wegende supercomputer, de enige in zijn soort, kon an sich niets wezenlijks aan het spel veranderen. Zijn genialiteit leek af te hangen van een toen nog onvoorstelbare rekenkracht en van de grootmeesters die hadden geadviseerd bij zijn ontwikkeling. Naar aanleiding van die adviezen beschuldigde Kasparov IBM er na zijn verlies van vals te hebben gespeeld door van menselijke hulp gebruik te hebben gemaakt. Die dynamiek is inmiddels omgedraaid bij beschuldigingen van vals spel.
Tegen het midden van de jaren nul werden de algoritmes van schaakmachines door verbeteringen in de software en commerciële hardware toegankelijker; in 2006 versloeg een machine op een standaarddesktopcomputer de toenmalige wereldkampioen Vladimir Kramnik. Spelers maakten al langer gebruik van schaakmachines om individuele tactieken te evalueren. Maar het verlies van Kramnik luidde een nieuw tijdperk in: de invloed van de schaakcomputer was een feit. Vanaf dat moment gebruikten zelfs topschakers software om hun eigen strategieën mee te evalueren, vertelt Matthew Sadler, een grootmeester die meerdere boeken over schaakmachines heeft geschreven.
Veel topschakers hebben de agressievere stijl van de nieuwe schaakmachines overgenomen
Toen schaakmachines gemeengoed werden, veranderde het spel. Voor schakers op hoog niveau was uit het hoofd leren altijd al essentieel, maar ‘de hoeveelheid dingen die je moet voorbereiden, de hoeveelheid dingen die je moet onthouden, is nu echt geëxplodeerd’, aldus Sadler. Computers kunnen mogelijke schaakzetten veel nauwkeuriger en sneller berekenen dan mensen, waardoor er nu veel meer data is die überhaupt kan worden bestudeerd. Wat ooit magisch leek, werd berekenbaar; waar men ooit nog op intuïtie kon vertrouwen, werd het nu noodzakelijk om veel meer uit het hoofd te leren en om met een machine te oefenen. Schaken, dat ooit een poëtisch en filosofisch spel was, begon steeds meer te lijken op een spellingswedstrijd: de voorbereiding en het aantal geïnvesteerde uren maken het verschil. ‘Vroeger ging het erom je geest creatief in te zetten en strategische problemen met unieke en ingewikkelde oplossingen uit te werken’, schrijft grootmeester Wesley So, de vijfde beste speler ter wereld, in een e-mail. ‘Het was toen geen test om te kijken wie er het beste uit zijn hoofd kan leren.’
Toen computers eenmaal structureel grootmeesters gingen verslaan, werd valsspelen via een computer een serieus gevaar, aldus Emil Sutovsky, directeur van de Internationale Schaakfederatie. De federatie voerde in 2008 haar eerste maatregelen tegen valsspel in.
In tegenstelling tot dammen is schaken niet ‘uitgespeeld’. Het is niet zo dat er voor elke positie een perfecte reeks zetten is uitgedacht; er zijn meer schaakpartijen mogelijk dan er atomen in het waarneembare universum zijn. Sadler gelooft dat ‘menselijke feilbaarheid’ – het feit dat we geen machines zijn – het schaken spannend hield: mensen vergaten soms de analyse die ze vóór de partij hadden opgesteld, konden de strategie van hun tegenstander niet voorspellen, en belandden in posities waarop ze zich niet hadden voorbereid. In deze fase waren schaakmachines erg goed in de verdediging, maar hadden ze volgens Sutovsky ook nog zwakke punten: zo konden ze slecht bepalen wat voor voordeel het offer van een stuk op de lange termijn kon opleveren.
Carlsen zei dat hij ‘geïnspireerd’ werd toen hij AlphaZero voor het eerst zag spelen
Maar dat alles veranderde op 5 december 2017, toen AI-onderzoekers van Alphabet AlphaZero aankondigden, een nieuw algoritme dat de beste bestaande schaakmachines versloeg na slechts vier uur lang partijen tegen zichzelf te hebben gespeeld. AlphaZero maakte gebruik van een neuraal netwerk: een vorm van kunstmatige intelligentie die het menselijk brein nabootst en een machine in zekere zin zelf laat leren. Andere schaakmachines namen deze nieuwe technologie snel over en luidden zo het huidige tijdperk in, waarin de computer totale superioriteit geniet.
In het eerste tijdperk van de schaakmachine ontwikkelden spelers aanvalsstrategieën, die ze vervolgens verfijnden door tegen een machine te spelen. AlphaZero verpletterde deze vroegere machines door ‘extreem agressief te schaken’, aldus Sadler. De hedendaagse machines die via een neuraal netwerk functioneren, offeren gemakkelijk stukken op. Daarnaast hebben ze een sterk inzicht wat openingen, positiestructuur en langetermijnstrategie betreft. ‘Het begon wat meer op een menselijke manier van spelen te lijken,’ zegt Sutovsky over deze ontwikkeling. Misschien zelfs wel bovenmenselijk, vervolgt hij: de nieuwe schaakmachines leken inzicht te hebben in ‘directe tactische beslissingen, maar konden zich ook oriënteren op langetermijncompensatie voor materieel verlies.’
Nagenoeg onmogelijk
Wil je begrijpen hoe superieur schaakmachines zijn geworden, kijk dan eens naar het ‘Elo’-systeem dat ooit door een Hongaars-Amerikaanse natuurkundige is bedacht en dat wordt gebruikt om de relatieve kracht van spelers te vergelijken. De hoogste menselijke score ooit, die Carlsen in de afgelopen tien jaar tot tweemaal toe haalde, is 2882. De Elo-rating van DeepBlue was 2853. Schaakmachine Rybka was in 2007 de eerste die 3000 punten haalde. En Stockfish, vandaag de dag het sterkste programma, heeft volgens voorzichtige schattingen momenteel meer dan 3500 Elo-punten. Dat betekent dat Stockfish ongeveer 98 procent kans heeft om Carlsen in een wedstrijd te verslaan en, volgens één schatting, 2 procent kans op gelijkspel. (Een overwinning is voor Carlsen nagenoeg onmogelijk.)
Vroeger deden schaakmachines niets anders dan menselijke strategieën evalueren. Nu genereren de nieuwe, verbeterde versies – die, zoals Stockfish, gratis online te vinden zijn – verrassende ideeën en bepalen ze wat de ideale vorm van spelen is. Het gevolg daarvan is dat menselijke prestaties worden gemeten aan de hand van zogenaamde ‘centipawns’ (honderdsten van een pion), die aangeven in hoeverre men zou hebben verloren van de strategie van een computer. Tijdens de training kan een speler de software vragen om een aantal zetten voor te stellen voor een bepaalde situatie, en dan besluiten om in plaats van de eerste optie van de computer bijvoorbeeld de zesde te kiezen. Zo hoopt de speler een menselijke concurrent te kunnen verwarren die met soortgelijke algoritmen heeft geoefend. Of de speler selecteert een zet die is afgestemd op de zwakke punten van een bepaalde tegenstander. Veel topschakers hebben de agressievere stijl van de nieuwe schaakmachines overgenomen, en de algoritmen hebben veel tactieken populair gemaakt die menselijke spelers eerder hadden onderschat.
Veel schakers en coaches, waaronder Sutovsky en Sadler, zijn enthousiast over de komst van schaakcomputers die werken met een neuraal netwerk. Carlsen zei dat hij ‘geïnspireerd’ werd toen hij AlphaZero voor het eerst zag spelen. Computers hebben het voor amateurs gemakkelijker gemaakt om beter te worden, terwijl ze voor experts nieuwe dimensies van het spel blootleggen. Zo bezien hebben schaakmachines de creativiteit niet uitgeschakeld, maar eerder opnieuw vormgegeven.
Mechanische bots
Maar als computers de gouden standaard van het spel bepalen, en topspelers alleen nog maar kunnen proberen machines te evenaren, is het niet duidelijk wat mensen precies toevoegen. ‘Doordat er tegenwoordig overheersend gebruik wordt gemaakt van machines,’ zegt grootmeester So, ‘worden we aangemoedigd om alle creatieve gedachten uit te roeien en te spelen als mechanische bots. Het is zo saai. Zo beneden onze stand.’ En als topspelers geen kans maken tegen machines en in plaats daarvan alleen nog maar subtiele, onverwachte of suboptimale zetten doen en rekenen op de ‘menselijke feilbaarheid’ van hun tegenstander om te winnen, dan lijkt het moderne schaken steeds meer op een spelletje psychologische oorlogsvoering. Niet zozeer een spellingswedstrijd dus, maar eerder een potje poker.
In die context zijn schandalen over vermeend valsspelen niets minder dan een natuurlijke stap binnen de evolutie van het schaken. De pokerwereld wordt immers al jaren geteisterd door beschuldigingen van vals spel, waaronder gevallen van spelers die ervan worden beschuldigd hulp te krijgen van kunstmatige intelligentie. Als de hoogste vorm van creativiteit enige sluwheid vereist – zoals bij poker altijd al het geval is geweest –, dan lijkt het overtreden van de regels niet meer dan logisch.
El Mundo kreeg toegang tot e-mails en documenten uit de periode die eindigde met de ondergang van FC Barcelona en die de hebzucht onthullen van de spelers tegenover een zwak bestuur, met Messi, Piqué en Neymar voorop. ‘Het obstakel dat alles om zeep hield: 10 miljoen euro.’
Een skybox in Camp Nou voor zijn gezin en dat van Luis Suárez; een privévlucht voor het hele gezin naar Argentinië met Kerstmis; 10 miljoen euro tekengeld; terugbetaling van de salarisbezuinigingen vanwege de pandemie in de komende jaren met een rente van 3 procent; kunnen vertrekken bij Barcelona wanneer gewenst voor het symbolische bedrag van 10.000 euro.
Dit zijn slechts enkele van de draconische voorwaarden die Leo Messi in juni 2020 stelde tijdens zijn rooftocht om het meest omvangrijke contract in de geschiedenis van de sport te verlengen – een contract dat hem al 74,9 miljoen euro netto per jaar opleverde – ten tijde van de verwoestende sociaaleconomische kaalslag door de pandemie. Dit blijkt uit een reeks e-mails tussen zijn vader en tevens zaakwaarnemer Jorge Messi, zijn advocaten, de voormalige voorzitter Josep Maria Bartomeu en de leiding van Barça. El Mundo had exclusieve toegang tot een enorme hoeveelheid documenten en e-mails die in bezit zijn van de gerechtelijke onderzoekers naar Barçagate. Dat onderzoek betreft ook andere grote sterren van de club van de afgelopen jaren, zoals Gerard Piqué en Neymar. Een ware Barçaleaks die de obscene hebzucht van de voetballers aantoont, met Messi als nummer één.
‘Laat ze maar het gewicht van het zwaard boven hun hoofden voelen’, schreef Messi’s vader in een van de e-mails aan Alfonso Nebot, directeur van het ‘Family Office Leo Messi’ (het kantoor dat de carrière en het fortuin van de Argentijn onder zijn hoede heeft) en de man die het fortuin van ’s werelds beste speler op dat moment beheerde. Bartomeu ging zelfs zover dat hij de reeks voorwaarden van de familie Messi aanvaardde: hij verlaagde de vertrekpremie van 700 miljoen euro naar 10.000 euro en maakte de betaling van de tekenbonus van 10 miljoen euro afhankelijk van de terugkeer van de clubinkomsten naar die van voor de pandemie. Maar voor de familie Messi was dit niet genoeg en zij braken de onderhandelingen af. De breuk tussen de twee partijen leidde kort daarna tot het versturen van de beruchte burofax [een door de Spaanse rechtbank erkende dienst voor het sturen van beveiligde documenten] met het verzoek te mogen vertrekken en daarop de regelrechte weigering van Bartomeu, aangezien de termijn van de vertrekclausule was verstreken.
Maar er was nog een jaar te gaan voordat Messi’s kolossale contract, dat in 2017 was getekend, zou aflopen. Na het ontslag van de voorzitter en de komst van Joan Laporta, die ervoor had gepleit dat de Argentijn zou blijven, kreeg de speler te horen wat hij het minst had verwacht: nee. In tranen verliet Messi uiteindelijk de club die hem sinds zijn jeugd had gevormd.
Draconische voorwaarden
De echte onderhandelingen begonnen op 11 juni 2020. Om 18:28 uur stuurde Jorge Pecourt, een advocaat van Cuatrecasas, een e-mail aan Bartomeu, aan Óscar Grau, de CEO van de club, en aan Romàn Gomez-Ponti, hoofd juridische diensten. Een kopie ging naar Jorge Messi en Alfonso Nebot, hoofd van de ‘family office’ van de voetballer. In de mail stonden voorstellen om het grootste contract in de geschiedenis van het voetbal te verlengen dat Barcelona in totaal 555.237.619 euro kostte tussen 2017 en 2021, zoals El Mundo onthulde op 31 januari 2021.
De wettelijke vertegenwoordiger van Messi vroeg om ondertekening van een nieuw miljoenencontract voor de duur van drie seizoenen, lopend van juli 2020 tot juni 2023, met ‘de mogelijkheid tot een eenzijdige verlenging door LM’. Het vaste salaris in het seizoen 2020/21 zou met 20 procent worden verlaagd vanwege corona, aldus het voorstel, met als voorwaarde dat ‘10 procent wordt terugbetaald in 2021/22 en nog eens 10 procent in 22/23, met een rente van 3 procent per jaar’. Ook werd geëist dat de uitstaande loyaliteitsbonus die al in oktober 2020 en juli 2021 in zijn contract was opgenomen, zou worden uitbetaald met ‘dezelfde rente als het vaste salaris’. Dat zou ook moeten gelden voor uitgestelde betalingen die na voltooiing van het nieuwe contract zouden worden gedaan.
Een voorwaarde was ‘het sluiten van een overeenkomst met Rodrigo Messi’, de broer van de speler
Alsof dat nog niet genoeg was, namen de Messi’s in hun lijst van eisen ook een tekenbonus op van 10 miljoen, ‘te betalen op 30/6/23’. Zij wilden ook een ‘belastingclausule’, waarbij alle in de nieuwe overeenkomst overeengekomen bedragen zouden worden verhoogd indien het belastingtarief zou stijgen, dit omdat het in de onderhandelingen om nettobedragen ging. Met andere woorden, als de regering op enig moment de belastingen zou verhogen, zou dat het probleem van de club worden en nooit van de Argentijnse voetballer.
Uiteindelijk, aldus de advocaat in de e-mail, ‘hebben we de opzeggingsclausule geschrapt en daarvoor een symbolisch bedrag van 10.000 euro vastgesteld’. Op die manier verdween de goudenparachuteclausule van 700 miljoen euro, waarmee elke club te maken zou krijgen die Messi zou willen overnemen tijdens zijn contractperiode. Volgens de advocaat van Messi waren dit voorwaarden die al waren besproken sinds de eerste besprekingen in november 2019 begonnen. Maar hij voegde er nog twee voorwaarden aan toe.
De eerste betrof hernieuwing van het contract van Pepe Costa, een medewerker van de club die dicht bij Messi stond. De eis was ‘de duur ervan aan te passen aan die van het contract van LM’. De andere voorwaarde was ‘het sluiten van een overeenkomst met Rodrigo Messi’, de broer van de speler, ‘om hem de nog openstaande commissies te betalen’. Rodrigo Messi had de speler Ansu Fati vertegenwoordigd en die relatie had tot andere conflicten met de club geleid.
‘Moge hij zijn hele carrière bij de club doorbrengen’
Maanden eerder, op 4 mei, had Bartomeu al met de vader van de speler gesproken over een stevig ‘voorstel’. ‘U weet al sinds onze lunch in november dat we zijn contract willen verlengen en u zei me dat u een contractueel akkoord wilde bereiken over de toekomst van Leo. Dat contract loopt nu af in juni 2021, maar voor ons lijkt het perfect om een verlenging van telkens één jaar af te spreken middels een passage waarin staat dat Leo elk van de volgende seizoenen automatisch verlengt tenzij hij voor 30 april iets anders aangeeft.’
‘Je weet dat ik je altijd heb gezegd bereid te zijn om te praten en afspraken te maken over Leo’s betrokkenheid bij de club zodra hij besluit met pensioen te gaan,’ voegde Bartomeu toe aan Jorge Messi. ‘Dat hij als beste speler van de wereld zijn hele carrière bij zijn club blijft is iets heel positiefs, dat zijn grootsheid als mens bewijst. Ik zou hem graag vastleggen, maar ik weet dat er volgend jaar een nieuwe voorzitter zal worden gekozen.’ Al in die eerste e-mail vertelde de voorzitter de familie Messi dat ‘we een paragraaf in het contract zullen opnemen voor het geval in de toekomst de inkomstenbelasting zal stijgen’.
Niet-onderhandelbaar
Slechts één dag na ontvangst van het eerste voorstel, dat al vergezeld ging van voorlopige contractontwerpen, kwam Jorge Messi met eisen die hij op tafel legde als niet-onderhandelbaar. ‘Wat betreft de mogelijkheid dat Lionel deel blijft uitmaken van deze club: dat zal altijd afhangen van hoe het in de toekomst gaat en welke richting de wereld opgaat nadat dit is gebeurd,’ begon Jorge Messi raadselachtig. En vervolgens legde hij twee eisen neer: ‘Het vastleggen van de skybox die zijn familie en die van Suárez gebruiken’ en ‘het regelen van de vlucht nadat het seizoen is afgelopen’.
De gesprekken gingen verder en op 19 mei vertelde de voorzitter van Barça aan Jorge Messi dat de eerste eisen zonder problemen waren geaccepteerd. ‘Ik heb met Óscar (Grau) gesproken en hij heeft me gezegd dat het klopt’ en dat ‘u ermee instemt om de skybox die de familie gebruikt op te nemen in het contract alsmede de vlucht aan het einde van het seizoen’.
Het bestuur legde de familie Messi toen voor dat de economische situatie van de club zeer gecompliceerd was vanwege de pandemie
De familie Messi kwam echter op 11 juni naar buiten met de volledige oorspronkelijke lijst van eisen. Van een nieuwe tekenpremie van 10 miljoen euro tot aan het opheffen van de opzegclausule door middel van compensatie met rente, mocht de club op enig moment besluiten de overeenkomst met de speler voortijdig te beëindigen. Maar ook de eis om naar believen over zijn beeldrechten te kunnen beschikken.
Het bestuur legde de familie Messi toen voor dat de economische situatie van de club zeer gecompliceerd was vanwege de pandemie. ‘De inkomstendaling treft alle grote Europese clubs en de zorgen zijn enorm’, aldus de voorzitter tegen de vader van de speler. ‘We verliezen inkomsten uit de kaartverkoop, horeca, vip-boxen en ook de toestroom van toeristen zal maandenlang minimaal zijn waardoor onze inkomsten uit het museum en de winkels zullen worden aangetast,’ zei hij, haast smekend.
‘De daling van inkomsten zal zo’n 30 procent bedragen,’ benadrukte ook de CEO van de club tegenover Jorge Messi, en hij pleitte voor ‘een salarisvermindering van meer dan 20 procent die in de komende jaren zal worden gecompenseerd’. ‘Als een verlaging van 30 tot 40 procent mogelijk is, zou dat zeer gunstig zijn, mits dat door u kan worden gedragen en u er geen dagelijkse schade van ondervindt,’ aldus de Barça-chef verontschuldigend tegen de Messi’s.
De reactie van de ondergeschikten van de speler op de pleidooien van de club was onverbiddelijk. Ze accepteerden alleen een salarisverlaging van ‘30 procent in het eerste jaar met rente’, lieten ze bij monde van hun advocaat weten, die ook aangaf dat er geen verdere concessies meer zouden worden gedaan: ‘Zoals u begrijpt is de inspanning van de familie erg groot omdat de vergoeding volgend seizoen aanzienlijk daalt, maar zowel Lionel als Jorge accepteren dit in het belang van de club.’ Met hun eisen als voorwaarde waren de Messi’s bereid ‘het contract aan te passen en zo snel mogelijk te ondertekenen’.
Een veto met twee eisen
Op 25 juni kwam de voorzitter met een definitieve uitspraak. Hij verzette zich tegen twee van Messi’s eisen: de intrekking van de opzeggingsclausule en de onmiddellijke betaling van de extra 10 miljoen tekengeld. ‘Na intern overleg willen we voor de opzeggingsclausule hetzelfde bedrag aanhouden als we hadden,’ zei hij. ‘Een nieuw bedrag zou moeilijk te verklaren zijn en ik wil niet dat iemand kan zeggen dat we zijn overeengekomen de deur voor Leo open te zetten.’ En, voegde Bartomeu eraan toe, ‘ook al weten we dat hij nooit zal vertrekken, er zijn toch te veel mensen met slechte gedachten’.
‘Wat de bonus betreft: gezien de situatie rond corona en de vermindering van de inkomsten, kunnen we er niet mee akkoord gaan.’ ‘Voor alle grote clubs wordt het moeilijk om het salarisniveau van hun teams te handhaven, daarom stel ik voor dat er altijd een verhoging mogelijk is op voorwaarde dat de club weer is teruggekeerd naar het inkomstenniveau van 1,1 miljard.’
Het obstakel dat alles om zeep hielp: 10 miljoen euro
De familie Messi weigerde toe te geven en stopte de gesprekken abrupt. Bovendien stuurde ze eind augustus 2020, amper twee maanden na het laatste contact, een burofax met het verzoek om Messi te laten vertrekken. Omdat FC Barcelona weigerde hem te laten gaan zonder dat hij de miljoenenclausule hoefde te betalen, bleef Messi nog één seizoen bij de club en verspeelde hij de kans om zijn miljoenencontract bij Barça om te zetten in een levenslang contract.
Het nieuwe bestuur, dat werd opgezadeld met het eerdere aanbod, weigerde het uit te voeren en Messi vertrok een jaar later naar PSG met een veel slechter contract dan het contract dat hij had geweigerd te tekenen. Het obstakel dat alles om zeep hielp: 10 miljoen euro. Ofwel slechts 2 procent van het totale bedrag dat hij als Barcelona-speler ontving: het topje van de ijsberg van zijn hebzucht.
Toen in 2016 de eerste golf van antistranswetgeving werd doorgevoerd in de Verenigde Staten, volgden er al snel verschillende sportverboden voor trans atleten. ‘Dit is niet het gevolg van trans atleten die plotseling domineren op de velden. Het komt door de politiek.’
In het voorjaar van 2020 verbood Idaho als eerste staat in de VS transseksuele meisjes en vrouwen om deel te nemen aan vrouwensporten. Inmiddels hebben zeventien staten soortgelijke wetten aangenomen. Trans atleten, en in het bijzonder trans meisjes, staan centraal in de ‘cultuuroorlogen’ die door Amerika razen, nu wetsvoorstellen tegen trans en queer jongeren overal in het land om zich heen grijpen.
Sportverboden hebben al vaker als springplank gediend voor grotere aanvallen op transrechten. In 2021 vaardigden Texas, Florida en Alabama elk een sportverbod uit. Dit jaar heeft Texas stappen ondernomen om trans jongeren de toegang tot genderbevestigende zorg te ontzeggen. Florida heeft discussies op scholen over genderidentiteit en seksuele geaardheid in de lagere klassen verboden. In Alabama werden beide stappen gezet.
‘Trans mensen zijn óf volwaardige leden van de samenleving of we zijn het niet’
‘Trans mensen zijn óf volwaardige leden van de samenleving of we zijn het niet,’ zegt Gillian Branstetter, communicatiestrateeg bij de American Civil Liberties Union (ACLU). ‘Op het moment dat burgerrechten worden voorzien van asterisken, vrijstellingen en uitzonderingen, wordt de deur opengezet voor veel van de zeer vijandige en wrede wetgeving die we inmiddels al ingevoerd hebben gezien.’
De explosie van sportverboden komt niet door een golf van trans student-atleten die plotseling domineren op de velden, zeggen politieke strategen en lhbtq-voorvechters. Het komt door de politiek. Conservatieve groepen en politici realiseren zich dat deze kwestie Republikeinen en potentiële zwevende kiezers in beweging kan brengen, waardoor ze betrokken raken bij bredere culturele debatten over transrechten in de VS. Het zijn gevechten die Republikeinen electoraal gezien meestal goed uitkomen.
Emotionele reacties
Het idee van trans meisjes en vrouwen die het opnemen tegen cisgender vrouwelijke atleten, waarbij wordt ingespeeld op stereotypen over gender en biologie, wekt vaak emotionele reacties op bij mensen die geen trans mensen kennen. De kwestie is ‘een soort opstapje voor mensen om het grotere debat aan te gaan over gender en over wie zichzelf wel of niet vrouw mag noemen’, aldus een conservatief die anoniem wil blijven en die werkt aan Titel IX-kwesties. Titel IX verwijst naar de Amerikaanse federale wet op burgerrechten die discriminatie verbiedt op grond van geslacht in scholen of andere onderwijsprogramma’s die financiering ontvangen van de federale overheid.
De verboden ‘winnen aan kracht om dezelfde reden dat toezicht op verkiezingsuitslagen en verboden op critical race theory het afgelopen jaar aan populariteit winnen,’ zegt Republikeins strateeg Sarah Longwell, criticus van de Republikeinse partij onder Donald Trump. ‘Het zijn pr-campagnes vermomd als wetgeving, en ze zijn ontworpen om de cultuuroorlogen in het middelpunt van aandacht te houden.’
77 procent van de Republikeinen is ertegen dat trans studenten mogen meedoen in teams die corresponderen met hun genderidentiteit
Uit een YouGov-peiling in 2022 blijkt dat 77 procent van de Republikeinen ertegen is dat trans studenten mogen meedoen in teams die corresponderen met hun genderidentiteit, tegenover 24 procent van de Democraten. Net zoals het homohuwelijk aan het begin van deze eeuw als wig werd gebruikt om Republikeinse kiezers aan te spreken, zijn dit de ‘nieuwe wig-kwesties in de cultuuroorlog die het Republikeinse enthousiasme aanwakkeren en, belangrijker nog, Democraten vervreemden van zwevende kiezers zolang ze er niet in slagen met coherente tegenargumenten te komen,’ zegt Longwell. ‘De Republikeinen gaan in de aanval met deze onderwerpen, en het werkt. De Democraten hebben nog steeds geen effectieve verdediging bedacht, laat staan een eigen aanvalsstrategie.’
Terwijl Republikeinse politici beweren dat de verboden zijn ontworpen om ‘vrouwen te beschermen’, in plaats van een kwetsbare groep te discrimineren, beweren lhbtq-voorstanders dat het gaat om oplossingen voor een probleem dat niet bestaat. Landelijk zijn er maar heel weinig voorbeelden van trans atleten die überhaupt proberen mee te doen aan wedstrijden, en degenen die dat wel doen zijn gebonden aan lokaal beleid.
Geen betrouwbare nationale gegevens
Er zijn geen betrouwbare nationale gegevens over deze kwestie, maar bijvoorbeeld in Michigan kijkt de Michigan High School Athletic Association (MHSAA) van geval tot geval of trans atleten mee mogen doen. De MHSAA vertelde de Detroit Free Press dat er gemiddeld twee verzoeken per jaar worden ingediend op een totaal van 180.000 atleten in de staat. Binnen deze context zijn uitgebreide verboden op staatsniveau zowel onnodig als wreed, betoogt Cathryn Oakley. Zij is directeur wetgevende zaken en senior counsel bij de lhbtq-belangengroep Human Rights Campaign, en vocht sportverboden op staatsniveau in de rechtbank aan.
Het kleine aantal trans atleten maakt verboden voor de hele staat niet alleen irrationeel, maar maakt ze misschien ook juist mogelijk. Het gebrek aan zichtbaarheid van transseksuelen in de VS is voor een deel de reden waarom deze wetten worden aangenomen, zegt Sarah Mcbride uit Delaware, de eerste openlijk transseksuele senator in het land. ‘Mensen menen daardoor dat de schade die ze aanrichten bij trans jongeren klein is,’ zegt ze.
85 procent van de trans jongeren zegt dat de debatten over antitranswetten een negatieve invloed hebben op hun geestelijke gezondheid
Maar in werkelijkheid zou het effect van deze wetten op trans jongeren wel eens verwoestend kunnen zijn. In een enquête van 10 januari van het Trevor Project, een lhbtq-organisatie voor zelfmoordpreventie, zegt 85 procent van de trans en non-binaire jongeren dat de recente debatten over antitranswetten een negatieve invloed hebben op hun geestelijke gezondheid.
De opkomst van antitranswetgeving begon in juni 2015, toen het Hooggerechtshof oordeelde dat de Grondwet het recht beschermt van paren van hetzelfde geslacht om te trouwen. Daarmee was die huwelijkskwestie schijnbaar opgelost, en werd genderidentiteit het volgende onderwerp in de strijd om lhbtq-rechten.
Het jaar daarop werd de eerste golf van antitranswetgeving in het land doorgevoerd met besluiten over wc’s. Het beroemdste voorbeeld is de wet HB2 uit 2016 in North Carolina, die het trans personen verbood om gebruik te maken van openbare toiletten die overeenkwamen met het geslacht waarmee ze zich identificeren. Het onmiddellijke verzet was hevig. Bedrijven boycotten de staat massaal en volgens een analyse dreigde 3,76 miljard dollar aan gederfde inkomsten. (De wet werd daarna gedeeltelijk ingetrokken en is nu verlopen.) Gouverneur Pat McCrory, een Republikein, verloor daarna bij de verkiezingen in november zijn zetel. ‘Het werd gezien als een verloren zaak… En dus wilde niemand zijn vingers eraan branden,’ aldus Terry Schilling, voorzitter van de conservatieve belangengroep American Principles Project (APP), die antitransretoriek stimuleert.
Terugschroeven van bescherming
In datzelfde jaar werd Trump gekozen als president met de belofte dat hij een vriend zou zijn voor de ‘lhbt-gemeenschap’. Maar zodra hij aan de macht kwam, begon zijn regering met het terugschroeven van de bescherming voor trans personen, waaronder het beleid van de regering-Obama dat op grond van Titel IX trans studenten beschermde wat betreft toegang tot toiletten, kleedkamers of sportteams in overeenstemming met hun genderidentiteit.
In 2018 wonnen twee trans meisjes high school atletiekwedstrijden in Connecticut. Nieuwszenders in het hele land publiceerden verhalen waarin de lichamen van de twee zwarte trans atleten onder de loep werden genomen en waarin naar hen werd verwezen als voorbeelden van bedreiging voor vrouwensporten. De Connecticut-loopsters werden later genoemd in een rechtszaak die door de conservatieve juridische groep Alliance Defending Freedom werd aangespannen namens vier vrouwelijke cis-loopsters. Ze betogen dat het beleid van Connecticut inzake trans-inclusieve schoolsport oneerlijk is. (De zaak is in behandeling bij het U.S. Second Circuit Court of Appeals.)
In 2019 was de zaak politiek dynamiet geworden. Schilling had gezien hoe conservatieven, waaronder Donald Trump Jr., zich uitlieten over trans atleten op Twitter, en hij begon Republikeinen aan te sporen om zich over de kwestie uit te spreken. APP zegt dat de aan haar gelieerde Super PAC – die financiële lobbymogelijkheden biedt aan een politieke partij – dat jaar in de gouverneursrace van Kentucky ongeveer 600.000 dollar uitgaf aan advertenties. Daarin werd beweerd dat de Democratische kandidaat Andy Beshear een bedreiging was voor de vrouwensport. APP sloot een contract met het databedrijf Evolving Strategies om de impact te meten en schat dat 25.000 kiezers door deze advertenties naar de Republikeinen zijn overgestapt. (Beshear won de verkiezingsrace.)
Ze betoogden allemaal dat de Democraten een bedreiging vormden voor vrouwensport
De zomer daarop meldde Politico dat mensen rond Trump verdeeld waren over de kwestie. Sommigen in het kamp van de toenmalige president waren naar verluidt van mening dat campagne voeren tegen lhbtq-rechten de Republikeinen zou schaden, terwijl anderen Schillings perspectief deelden dat de kwestie de partij juist kon verenigen. ‘Het was een voorgevoel,’ zegt Schilling hierover. ‘We wisten dat het onderwerp populair was, en we dachten dat dit iets was waar politici zich echt over zouden uitspreken.’
APP zegt dat het meer geld begon uit te geven aan het onderwerp, oplopend tot meer dan 5 miljoen dollar. Dit is opgeteld bij wat zijn Super PAC in Pennsylvania, Wisconsin, Michigan en Georgia uitgaf aan advertenties, die allemaal onder meer betoogden dat de Democraten een bedreiging vormden voor vrouwensport.
Twintig wetsvoorstellen
Eind 2020 waren er twintig wetsvoorstellen tegen trans sporters ingediend. In vergelijking met de toilettenwet van North Carolina vier jaar eerder, liepen links en het bedrijfsleven een stuk minder warm om op deze wetten te reageren. Geen enkel groot bedrijf heeft een staat vanwege zo’n wet geboycot en dat heeft Republikeinse politici aangemoedigd om verder te gaan.
Sindsdien zijn verboden voor trans atleten geëxplodeerd in wetgevingen op statelijk niveau en ze beginnen nu het nationale politieke debat te domineren. In de eerste vijf maanden van 2021 had Fox News al meer items over trans atleten uitgezonden dan in de voorgaande twee jaar tezamen, aldus non-profitorganisatie Media Matters. Schillings APP zegt dat het al meer dan 6 miljoen dollar heeft opgehaald voor de komende midterm-campagne die zich zal richten op de sportkwestie.
‘De tijd van politieke effectiviteit en de mogelijkheid voor dit soort wetgeving begint op te raken’
Maar Mcbride, de senator van de staat Delaware, denkt dat de Republikeinen uiteindelijk zullen verliezen in deze kwestie, net als in debatten over lhbtq-rechten in het verleden. ‘Hoe meer het land begrijpt wat de invloed van dit beleid is op trans mensen, hoe meer begrip en kennis er komt over wie en wat trans mensen zijn,’ zegt Mcbride. ‘De tijd van politieke effectiviteit en de mogelijkheid voor dit soort wetgeving begint op te raken.’
Voetbaltoernooien zijn een manier om het aanhoudende oorlogsgeweld in Jemen even te kunnen vergeten. Bovendien versterken de patriottische liederen van het publiek de hoop op een vreedzame toekomst voor iedereen.
Keuze uit het archief
Te midden van de oorlog en de humanitaire crisis die in Jemen woeden en die deze week weer zijn opgelaaid na de Amerikaans-Britse aanval op de Houthi’s, is er één ding waar de Jemenieten troost en voldoening uit halen: voetbal. De teamsport zorgt ervoor dat de bevolking de oorlog, die al sinds 2014 gaande is, even kan vergeten en brengt mensen uit heel het land bij elkaar, zoals deze reportage van Al Jazeera uit 2022 laat zien. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ aldus een van de voetballers.
De gewelddadige strijd in Jemen heeft al aan ruim 370.000 mensen het leven gekost. De liefde voor voetbal die veel Jemenieten koesteren helpt hen het hoofd te bieden aan de verwoestingen, het geweld en de humanitaire crisis die hun land teisteren.
Officieuze voetbaltoernooien in dorpen en steden brengen Jemenitische jongens en mannen samen en bieden hun een schijn van een normaal bestaan. Op geïmproviseerde voetbalvelden van zand en steen tonen amateurspelers hun vaardigheden aan een juichend publiek dat vaak van heinde en verre is toegestroomd. Stoeltjes zijn er niet. De toeschouwers – van achthonderd tot vijftienhonderd man – moedigen hun helden de hele wedstrijd staand aan met spreekkoren en gezang.
Zoals aan veel aspecten van het openbare leven in Jemen kwam er ook een abrupt einde aan officiële voetbalcompetities, nadat de oorlog in 2014 was uitgebroken.
In het politieke vacuüm dat volgde op het aftreden van Ali Abdullah Saleh, de man die vele jaren president van het land was geweest, probeerde de door Iran gesteunde Houthi-groepering de macht in Jemen te grijpen. De Houthi’s veroverden de hoofdstad Sana’a en verdreven de door de Verenigde Naties erkende regering en haar president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die de steun genoot van Saoedi-Arabië en andere regionale spelers.
Voor 5 miljoen mensen dreigt hongersnood en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen
Meer dan de helft van de 370.000 doden is omgekomen door honger, gebrek aan gezondheidszorg en onveilig water, die weer het gevolg zijn van een zwaar beschadigde infrastructuur. Bijna 25 miljoen Jemenieten hebben nog steeds hulp nodig, voor 5 miljoen dreigt hongersnood, en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen.
In deze erbarmelijke omstandigheden zoeken veel Jemenieten hun toevlucht tot voetbal, niet alleen in de vorm van officieuze toernooien, maar ook straatvoetbal.
Sportieve infrastructuur
Volgens Sami al-Handhali, voetbalcommentator en voormalig speler van Al-Ahly Taiz, is de sportieve infrastructuur vermorzeld. Stadions en sportcentra waren het doelwit van aanvallen of werden omgebouwd tot militaire bases. Hoewel de officiële voetbalcompetities in september vorig jaar werden hervat, blijft de financiering van sportclubs en sporters schamel, zegt hij.
‘Door eigen evenementen te organiseren op geïmproviseerde voetbalvelden hebben Jemenieten het enthousiasme voor het voetbal nieuw leven ingeblazen,’ aldus Al-Handhali tegen Al Jazeera. ‘Zo kunnen ze hun benarde situatie weer een beetje aan. Mooi is ook dat er op deze manier nieuwe talenten zijn ontdekt, door zowel clubs als door het nationale team. Bovendien voorkom je op deze manier dat jonge mannen in het oorlogsgeweld verwikkeld raken, omdat de banden tussen spelers en publiek van allerlei regio’s en stammen zo worden aangehaald.’
Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen
De wedstrijden versterken niet alleen de verbondenheid met een dorp of provincie, maar komen ook gevoelens van nationale eenheid ten goede, ondanks de jarenlange verdeeldheid, met twee rivaliserende regeringen. Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen.
Voor Ramzy Mosa’d (25) zijn de voetbaltoernooien een kans om contact te maken met landgenoten op een manier die hij niet gewend is. Hij behoort tot de Muhamasheen, een gemarginaliseerde bevolkingsgroep van Afrikaanse afkomst. Het is voor hem moeilijk te ontsnappen aan de sloppenwijken van Jibla, een plaatsje in het zuidwesten van Jemen, vlak bij de stad Ibb. Hier wonen de Muhamasheen, afgezonderd van andere Jemenieten, opeengepakt in onderkomens van riet of karton. Basisvoorzieningen als gezondheidszorg, schoon water, sanitair en ononderbroken stroom zijn er niet.
Vandaar dat de uitnodiging aan het Muhamasheen-voetbalteam ‘Elnaseem’ om deel te nemen aan een toernooi in het district Assayani en te spelen tegen andere teams uit de regio Ibb ‘ons hart verwarmde’, zegt Mosa’d. ‘Dat de bevolking van Assayani naar onze wedstrijden kwam kijken, was van onschatbare waarde. We waren overweldigd en zielsgelukkig toen de menigte ons toejuichte alsof we zonen van de streek waren.’ Als klap op de vuurpijl won zijn team het toernooi.
Als gevolg van een eeuwenoude sociale hiërarchie waarin de Muhamasheen helemaal onderaan staan wordt deze bevolkingsgroep uit de samenleving geweerd. Juist daarom werd de uitnodiging om deel te nemen aan het toernooi zo enorm gewaardeerd. ‘We wilden anderen laten zien dat wij ook talentvolle voetballers hebben en dat we graag deel van de samenleving willen worden.’
Dit specifieke toernooi vindt sinds 2017 elke winter plaats in de regio waar de Houthi’s het voor het zeggen hebben, vertelt Motee’ Dammaj, een van de organisatoren en financiers van het toernooi in Assayani. Er worden uitnodigingen verstuurd naar liefst zestien teams uit dorpen in Assayani en Jibla. ‘We willen dergelijke evenementen organiseren omdat de liefde van de Jemenieten voor de sport ons welbekend is,’ zegt Dammaj, ‘en om veel Jemenieten die door de oorlog zijn getroffen nieuwe levenskracht te geven en de sociale banden tussen hen te versterken.’
De situatie in het land maakt deelname echter niet altijd voor iedereen mogelijk, zegt Dammaj. ‘Elk jaar is er veel publiek, doen veel spelers mee, de stemming zit er altijd goed in. Door het acute brandstoftekort is het voor velen moeilijk om naar het toernooi te komen, maar toch lukte het acht teams om mee te doen.’ Hij is vooral blij met de deelname van de Muhamasheen. ‘Het is belangrijk om de spiraal van discriminatie te doorbreken waarmee deze minderheid al jaren wordt geconfronteerd’.
In 2017 ontvluchtte Hamza Mahrous, toen dertien jaar, samen met honderdduizenden anderen de havenstad Hodeida aan de Rode Zee vanwege het escalerende geweld. Hij vestigde zich met zijn familie in Taiz, dat ook niet voor geweld gespaard bleef en sinds 2015 zucht onder een blokkade door de Houthi’s.
Al op jonge leeftijd ontwikkelde Mahrous, die afkomstig is van het Jemenitische platteland, een grote liefde voor voetbal. Hij sleepte diverse onderscheidingen in de wacht, als spits in zijn schoolteam en voor een lokale club. In Taiz draafde hij op in officieuze toernooien die werden gespeeld in de door oorlog verwoeste straten van de wijk Al-Masbah, waar hij woonde. Hij werd al snel ontdekt door lokale teams, waaronder Talee’ Taiz en Ahly Taiz. In 2019 werd hij opgemerkt door een groep scouts die op zoek waren naar spelers voor het nationale elftal. Hij kreeg een uitnodiging om zich bij de selectie onder 15 te voegen.
Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht
‘Ik had nooit durven dromen dat ik nog eens voor het nationale team zou spelen, gezien de zware tijden die we hebben gehad na onze vlucht,’ vertelt Mahrous. ‘Maar door vol te houden en te oefenen, op straat en op voetbalvelden, en dankzij de steun van mijn ouders, is het gelukt.’
In december 2021 gaven Mahrous en zijn medespelers hun landgenoten een zeldzame reden om te gloeien van nationale trots: ze wonnen het West-Aziatisch kampioenschap voor junioren door Saoedi-Arabië in de finale na strafschoppen te verslaan. De Jemenieten vierden feest in de straten, waar trots en eensgezindheid heersten. Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht.
‘Ik merkte dat ik had bijgedragen aan een gevoel van geluk waar miljoenen Jemenieten zo naar verlangden en dat ze zo nodig hadden. Dat kon alleen door voetbal – een sport waar iedereen van houdt,’ zegt Mahrous.
Stilstand
Saad Murad (30) vertelt dat hij door de oorlog zijn voetbalcarrière niet heeft kunnen voortzetten. Na ruim tien jaar, waarin hij zich had opgewerkt van schooltoernooien in zijn thuisstad Damt tot speler op het hoogste niveau bij de club Dhu Reidan, leek hij klaar voor het nationale team. Maar toen de competitie en alle officiële sportactiviteiten werden opgeschort, kwam Murads carrière tot stilstand. Alleen de officieuze toernooien die ‘s winters plaatsvinden herinneren hem aan zijn vroegere voetballeven.
‘Deze lokale toernooien bieden troost en geven me een manier om mijn verloren dromen te accepteren,’ zegt Murad, die geen baan kan vinden door de erbarmelijke economische situatie in het land.
Met de deelname van tweeëndertig officiële voetbalclubs en spelers van het nationale team was het toernooi dat afgelopen winter in Damt werd gehouden een van de grootste voetbalevenementen in het land in zeven jaar. Volgens Moammar al-Hajri, lid van het organisatiecomité in Damt, vindt dit toernooi sinds 2018 jaarlijks plaats dankzij onafhankelijke financiering en donaties en door steun van zakenlieden, bedrijven en Jemenieten in het buitenland.
‘Het winnende team won dit jaar ongeveer 500.000 Jemenitische riyal [bijna 2000 euro] aan prijzengeld, en de verliezend finalisten ontvingen 300.000 Jemenitische riyal [bijna 1200 euro],’ zegt Al-Hajri. Dat zijn grote bedragen in een land waar de lokale munt forse devaluaties heeft ondergaan als gevolg van de oorlog. Banen zijn verloren gegaan, salarissen worden niet uitbetaald, miljoenen mensen houden met moeite het hoofd boven water. En tot overmaat van ramp heeft een brandstoftekort de inflatie opgedreven.
‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven’
Mahioub al-Marisi, een vijftigjarige ambtenaar die dit jaar met zijn kinderen de meeste wedstrijden van het toernooi bijwoonde, stond versteld van het grote aantal bezoekers uit verre streken, die vaak te voet waren gekomen. ‘De velden waren zanderig, maar dat kon het enthousiaste publiek niet deren,’ zegt hij. ‘De mensen stonden tot op de rand van boerengebied om een glimp op te vangen van de wedstrijden, zo blij waren ze dat ze erbij konden zijn. Het heeft het moreel van de Jemenieten voor een deel hersteld.’
Buiten deze toernooien gaat de 22-jarige Jameel Nasher bijna dagelijks naar een veldje in de buurt van zijn huis aan de weg naar Taiz in Ibb, waar hij ‘s middags andere liefhebbers ontmoet om tot ’s avonds laat te voetballen. Hij is groot fan van Mohamed Salah en draagt het Liverpool-shirt met nummer 11 van de Egyptenaar.
Nasher heeft een team van acht spelers samengesteld. Op het veld is er een bonte verzameling kleuren, elke speler draagt een shirt van de club waar hij fan van is. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ zegt hij. ‘We zijn opgegroeid met voetbal, en het is een geruststellend idee dat dat ons niet is afgenomen.’
Cricket, croquet en zelfs tennis behoorden ooit tot de grote zweetvrije Britse sporten, waarbij deelnemers een lange broek, trui en zelfs stropdas droegen. ‘Geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis.’
Er was eens een tijd, toen de trofee van Wimbledon bijna exclusief door Britse handen werd vastgehouden, dat je op de baan in Zuidwest-Londen kon winnen met een lange broek. Zelfs met een stropdas, als je ver genoeg teruggaat. Maar in die lang vervlogen dagen was tennis nog een zweetvrije sport.
Nou ja, een paar druppeltjes misschien, maar er vloog beslist minder vocht in het rond dan tegenwoordig, nu zweetbandjes, transpiratie en regelmatig afvegen met de handdoek een onderdeel zijn geworden van een fetisjistische show van pijn en inspanning. Een show die vaak gepaard gaat met verbale ejaculaties van soms nogal alarmerende intensiteit. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die het geluid van Wimbledon zachter moet zetten vanwege het voortdurende gebrul aan de baseline.
Maar zo was het niet altijd. Lang voordat vrouwen hartstochtelijk gingen kreunen, serveerden zij onderhands, gekleed als de weduwen van Downton Abbey, terwijl de mannen – denk aan Fred Perry, drievoudig winnaar in de jaren dertig – zelfs een trui droegen. Het feit dat dit bovendien de periode was dat Groot-Brittannië uitblonk in tennis, is intrigerend.
Geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis
Cricket is ook al zo’n geweldige zweetvrije sport: zelfs tot op de dag van vandaag is zweten niet gepast, tenzij je langdurig en intensief aan het bowlen bent. Zweten doe je dus niet, behalve als het echt heel heet is, wat in Groot-Brittannië meestal niet het geval is. Bovendien zit het spel zo in elkaar dat de fysieke inspanning die de spelers moeten leveren slechts zes ballen duurt. Daarna kunnen ze weer gaan luieren op het buitenveld en nadenken over hun volgende Mr Kipling.
Daar zit wat in: geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis. Ik weet zeker dat ik eindeloos rustige worpen zou kunnen doen met mijn rechterarm zonder dat er ook maar een enkele zweetklier gaat werken, en volgens mij ben ik niet de enige. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het slechte Engelse weer, want waar ter wereld hebben spelers bij een zomersport een wollen trui nodig die net zoveel weegt als een dwergteckel?
Maar het blijft een feit dat buiten adem raken bij cricket hetzelfde betekent als hevig transpireren op de golfbaan: je lichaam waarschuwt je dat er iets anders is om je druk over te maken dan je slaggemiddelde. Hoog tijd om naar de huisarts te gaan.
Croquet
De nummer 1 van de Britse zweetvrije sporten is croquet, het vriendelijke gezicht van het sadomasochisme uit de Home Counties [de regio Londen / Zuidoost-Engeland]. Bij croquet is het ogenschijnlijk de bedoeling dat je de bal door poortjes krijgt, maar in werkelijkheid gaat het erom dat je je tegenstander vernedert. In veel opzichten is de sport vergelijkbaar met golf, vooral in die zin dat het enige waardoor je transpireert de emotionele druk is en niet zozeer de fysieke inspanning die het kost om een houten hamer of een golfclub te hanteren.
Is het een verrassing dat Engeland bij croquet vaak bovenaan het wereldklassement staat? Op de voet gevolgd door de Schotten en de Welsh?
Uiteraard staan eten en drinken centraal bij alle Engelse sporten. De negentiende hole bij golf – de bar – is minstens zo geliefd bij de meeste spelers als de achttien holes die eraan voorafgaan. In die zin lijken golf en croquet ook op elkaar. Het is geen geheim dat je croquet probleemloos kunt spelen op een verfrissend glas Pimm’s of een gin-tonic.
Net als de andere zuiver zweetvrije sporten vereist croquet nul conditie en is er geen leeftijdsgrens: mijn vader vierde zijn zeventigste verjaardag door alle tegenstanders te verslaan tijdens een rijkelijk besprenkelde croquetmarathon in de sneeuw.
Het heeft meer weg van darts, waar een BMI onder de 30 uitermate verdacht is
Dat brengt ons bij snooker, een andere sport die zo typisch Engels is dat drinken en roken tot voor kort op het hoogste niveau verplicht waren. Het heeft meer weg van darts, waar een BMI onder de 30 uitermate verdacht is: als je een paar trappen op kunt lopen zonder tintelingen in je linkerarm te voelen, heb je je fitnessprogramma duidelijk te serieus genomen. Snooker en darts zijn misschien wel de laatst overgebleven bolwerken van echt zweetvrije topsport.
Niet voor niets zijn deze terreinen van menselijke inspanning ofwel volledig genegeerd door het Internationaal Olympisch Comité, ofwel genoten ze een veel te korte olympische opflakkering. Cricket en croquet waren alleen op de Spelen van 1900 toegelaten (respectievelijk Groot-Brittannië en Frankrijk streken met de eer), terwijl golf in 1900 en 1904 meedeed en pas in 2016 weer een olympische discipline werd. Het schijnt dat ook darts hoopt op een plaatsje bij de Spelen. We zullen zien.
Tot de overige geweldige zweetvrije sporten behoort natuurlijk ook het schieten; een activiteit die zelfs origami fysiek zwaar doet lijken. Je kunt het beoefenen met een stropdas om en een sigaret in je mond (indien toegestaan), zelfs als je lijdt aan morbide obesitas, en dat allemaal zonder dat je hartslag ook maar een tikkie omhooggaat. In dit opzicht is schieten de zweetvrije sport bij uitstek, en dat het nog steeds op het olympisch programma prijkt is beslist een ongewone overwinning voor de zorgeloze schutters. Moge deze nog lang voortduren.
Hoe komt het dat de Britten zich zo aangetrokken voelen tot sporten die nul fysieke inspanning vergen? Zit het misschien in het bloed? Zonder twijfel zit het in ons culturele dna gebakken dat wij ons niet moe maken aan voorbereiding of training vlak voor een wedstrijd. Het hoort niet en we vinden het zelfs iets weg hebben van bedrog. Natuurlijk mag je wel winnen, maar God verhoede dat je daarvoor te hard je best doet. De Engelsman is meer onder de indruk van behendigheid.
Dus de volgende keer dat het plaatselijke cricketteam je vraagt om te batten, of als de dominee je uitnodigt voor een potje croquet, doe dan enthousiast mee, maar breng jezelf niet in verlegenheid door je al te veel in te spannen. En vergeet niet een dikke trui mee te nemen.
Acht verzorgers riskeren 8 tot 25 jaar gevangenisstraf
Er komt een strafrechtelijk onderzoek naar Diego Maradona’s dood. Acht zorgverleners die verantwoordelijk waren voor de Argentijnse ster die in november 2020 overleed, worden ervan verdacht ‘hun plichten te hebben verzaakt’ en worden beschuldigd van doodslag, bericht Olé. De verzorgers zouden nalatig zijn geweest. De strafzaak, die woensdag door een rechter uit San Isidro werd aangekondigd, zal niet voor eind 2023 beginnen.
Onder de verdachten is Leopoldo Luque, een neurochirurg. Volgens de aanklagers negeerde en minimaliseerde hij ‘systematisch de symptomen en tekenen die op hartfalen wezen en die door mensen buiten het medische team werden gemeld’. Ook Carlos Ángel Días, de psycholoog van de voormalige nummer 10, en Nancy Edith Forlini, die Maradona’s verzorging thuis begeleidde, werden genoemd. Ze kunnen tussen de acht en vijfentwintig jaar gevangenisstraf krijgen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.