Onderwerpen: Wetenschap

  • Onderzoek: mensen konden 350.000 jaar eerder vuur maken dan gedacht

    Onderzoek: mensen konden 350.000 jaar eerder vuur maken dan gedacht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hamas stelt ‘bevriezing’ van wapens voor in plaats van ontwapening

    » VS willen media-accounts van buitenlandse toeristen zonder visum screenen

    Voorheen werd het bewijs geschat op 50.000 jaar

    ‘Dit is een baanbrekende ontdekking’, gedaan door onderzoekers ‘op een veld in Suffolk’ in het Verenigd Koninkrijk, meldt The Guardian. Wetenschappers raakten geïnteresseerd in de locatie Barnham nadat ze daar in 2021 sedimenten ontdekten die duidelijk verhit waren geweest. Het kostte vier jaar nauwgezet onderzoek om te bewijzen dat de as niet afkomstig was van een bosbrand.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Het cruciale moment was de ontdekking van ijzerpyriet [een mineraal dat gebruikt wordt om de vonk te creëren die vuur ontsteekt],’ verklaarde Nick Ashton, conservator van het British Museum en hoofdauteur van het onderzoek dat woensdag in Nature werd gepubliceerd, tijdens een persconferentie. Er was al eens eerder bewijs gevonden in Frankrijk voor het maken en gebruiken van vuur. Naar aanleiding van die vondst werd geschat dat de mens 50.000 jaar geleden voor het eerst vuur maakte, maar dat blijkt dus nu 400.000 jaar te zijn.

  • Wereldnieuws: nieuwe stukken van Bach en meer

    Wereldnieuws: nieuwe stukken van Bach en meer

    Poetin is een geliefd onderzoeksobject

    In de afgelopen tien jaar is het aantal vermeldingen van Vladimir Poetin in Russische academische artikelen aanzienlijk toegenomen. De president wordt genoemd als bron van citaten, als analysemodel of als ‘symbool van nationale waarden’. Verwijzingen naar Poetin zijn niet alleen te vinden in tijdschriften over politicologie en sociologie, maar ook in teksten over pedagogiek, filologie, cultuurwetenschappen en zelfs geneeskunde, aldus het Russische digitale medium Verstka.

    Onderzoekers citeren Poetins toespraken en decreten als normatieve bronnen – niet als analyseobject, maar als bewijs voor een bepaalde these. De academische stijl neemt ook de terminologie van overheidsinstanties over; auteurs gebruiken vaak woorden als tradities, spiritualiteit, dienstbaarheid, bescherming, historisch geheugen en barmhartigheid.

    Tussen 2022 en 2025 werd Poetins naam in minstens 26.500 academische papers vermeld. In dezelfde periode zijn er minstens 705 academische papers specifiek over Vladimir Poetin gepubliceerd. Deze collecties bevatten bijvoorbeeld teksten die presidentiële toespraken analyseren als modellen voor politiek discours.

    WN Poetin compressed

    Kneedgum van pollen

    Pollen bestaat uit microscopisch kleine korrels met mannelijke voortplantingscellen die bomen, onkruid en grassen in bepaalde seizoenen afscheiden. Wetenschappers aan de Technische Universiteit van Singapore hebben technieken ontwikkeld om de rigide buitenste schil van pollen – gemaakt van een polymeer dat zo sterk is dat het soms ‘de diamant van de plantenwereld’ wordt genoemd – te hervormen en de korrels te transformeren tot een jamachtige substantie. Deze microgel zou een veelzijdige bouwsteen kunnen zijn voor veel milieuvriendelijke materialen, waaronder papier, folie en sponzen, schrijft Knowable Magazine.

    In 2020 rapporteerden wetenschappers dat het incuberen van pollen in een alkalische oplossing van kaliumhydroxide bij 80 graden Celsius de structuur van pollenkorrels aanzienlijk kan veranderen, waardoor ze gemakkelijk water kunnen absorberen en vasthouden.

    Dit maakt pollen net zo kneedbaar als de speelgoedklei Play-Doh. Voor deze behandeling lijken pollenkorrels meer op knikkers: hard, inert en grotendeels niet-reactief. Daarna zijn de deeltjes zo zacht dat ze gemakkelijk aan elkaar plakken, waardoor complexere structuren kunnen ontstaan.

    Wanneer de microgel in een platte mal wordt gegoten en gedroogd, vormt hij een papier of folie die sterk maar toch flexibel is. Deze winnende combinatie van eigenschappen maakt talloze toepassingen mogelijk: slimme actuatoren waarmee apparaten veranderingen in hun omgeving kunnen detecteren en erop kunnen reageren, draagbare gezondheidsmonitors om hartsignalen te monitoren en meer.


    De val van Icarus

    Na zes sprongen uit een klein vliegtuig was de missie van skydiver Gabriel C. Brown en astrofotograaf Andrew McCarthy voltooid. Hun nieuwste werk, getiteld The Fall of Icarus, toont het kolkende, vurige oppervlak van de zon met daartegen het omgekeerde silhouet van Brown, die van de zon af lijkt te vallen. Het duo voerde dit project onlangs uit in Arizona, aldus kunstpublicatie This is Colossal

    McCarthy staat bekend om zijn ongelooflijke geduld en minutieuze planning, die hem in staat stelden een reeks indrukwekkende foto’s en composities te maken die kosmische verschijnselen in detail laten zien. Hij werkt met een techniek waarbij hij meerdere hoogwaardige opnamen samenvoegt tot één beeld. Daarbij luisterde de timing bijzonder nauw; Browns sprong moest exact op het juiste moment worden vastgelegd.

    WN Icarus compressed
    © Andrew Mccarthy

    Nieuwe Bachstukken ontdekt en uitgevoerd

    Recentelijk zijn twee tot dusver onbekende orgelwerken van Johann Sebastian Bach in Duitsland gepresenteerd en voor het eerst uitgevoerd. De stukken trokken de aandacht van onderzoeker Peter Wollny toen hij in 1992 Bach-manuscripten catalogiseerde, schrijft de BBC.

    Wollny deed er dertig jaar over om de auteur van de composities te achterhalen. Ze werden na 320 jaar voor het eerst uitgevoerd door de Nederlandse organist Ton Koopman in de Thomaskirche in Leipzig, waar Bach begraven ligt en waar hij 27 jaar als cantor werkte.

    Volgens Wollny vertonen de stukken verschillende kenmerken die uniek zijn voor Bach. Tijdens een presentatie van de werken zei Wollny dat hij er voor ‘99,99 procent zeker van was dat Bach de twee stukken heeft geschreven’. Ze zijn nu toegevoegd aan de officiële catalogus van Bachs werken als BWV 1178 en 1179.

    WN Bach compressed edited

    Plastic dodelijker dan gedacht

    Wetenschappers van Ocean Conservancy hebben gemeten hoeveel plastic zeedieren moeten inslikken om een sterf​​risico van 90 procent te lopen. Ze ontdekten dat een relatief kleine hoeveelheid plastic voldoende was om verschillende zeedieren te doden, schrijft The Guardian.

    Zo zijn drie suikerklontjes aan plastic voldoende om een ​​papegaaiduiker te doden, hebben karetschildpadden 90 procent stervenskans na het eten van slechts twee honkballen aan plastic en kan pakweg een plastic voetbal zeezoogdieren zoals bruinvissen doden. ‘Dat is verontrustend als je bedenkt dat er elke minuut meer dan een vuilniswagen aan plastic in de oceaan belandt,’ aldus de leider van het onderzoek.

    Dieren krijgen vaak per ongeluk plastic binnen tijdens de jacht op voedsel; drijvende plastic zakken lijken bijvoorbeeld op de kwallen die zeeschildpadden graag eten.


    Denemarken is kampioen vrijwilligerswerk

    In Denemarken is het aantal vrijwilligers de laatste jaren hard gegroeid, meldt Politiken. Een voorbeeld van deze toename is de Deense moederhulpvereniging Modrehjælpen, die gerund wordt door onbetaalde vrijwilligers. De organisatie beschikt over 2217 vrijwilligers, verspreid over 44 lokale verenigingen in het hele land en besteedde in 2024 meer dan 400.000 uur aan babycafés, motorische ontwikkeling, babyzwemmen, natuurwandelingen, winkels en het bijstaan ​​van kwetsbare gezinnen bij familierechtszittingen.

    Volgens een rapport van onderzoekers van Vive, het Deense Nationale Centrum voor Sociaalwetenschappelijk Onderzoek, sluiten steeds meer Denen zich als vrijwilliger aan bij een vereniging van landeigenaren, een sportclub, een vakbond, een culturele club of een kiezersvereniging.

    In 2024 verrichtte 40 procent van de burgers boven de 16 jaar onbetaald werk voor een non-profitorganisatie, wat betekent dat ongeveer 2 miljoen Denen vrijwilligerswerk deden. Dit is 5 procentpunt meer dan in 2020. Vorig jaar verrichtten vrijwilligers gemiddeld negentien uur onbetaald werk per maand. Dat is meer dan vier jaar geleden, toen het cijfer vijftien uur bedroeg.

    WN Familiecafe compressed

    Als we ook degenen meetellen die zich af en toe inzetten, bijvoorbeeld op een festival, dan bedraagt ​​het aandeel vrijwilligers in de bevolking 45 procent. En amper 33 procent van de bevolking heeft nog nooit vrijwilligerswerk gedaan. Dit aandeel is sinds 2004 stabiel gebleven.

    Een van de redenen voor de toename is de goede gezondheid van steeds meer senioren. Denemarken is samen met Noorwegen, Zweden en Nederland wereldkampioen vrijwilligerswerk, misschien niet toevallig ook de landen met de sterkste verzorgingsstaat.

    Vrijwilligers zijn absoluut essentieel voor Modrehjælpen, benadrukt Ninna Thomsen, directeur van de organisatie: ‘Zonder hen zouden we geen nationale vereniging zijn die actief is in 44 steden in het hele land. Het is belangrijk voor de mensen die bij ons komen dat ze gratis hulp krijgen.’

  • Wetenschappers ontdekken dat pollen gebruikt kan worden als kneedgum

    Wetenschappers ontdekken dat pollen gebruikt kan worden als kneedgum

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran roept op tot wraak na de dood van de legerleider van Hezbollah

    » Soedan: RSF kondigen eenzijdig bestand van drie maanden aan

    Deze eigenschap maakt veel nieuwe toepassingen mogelijk

    Pollen bestaat uit microscopisch kleine korrels met mannelijke voortplantingscellen die bomen, onkruid en grassen in bepaalde seizoenen afscheiden. Wetenschappers aan de Technische Universiteit van Singapore hebben technieken ontwikkeld om de rigide buitenste schil van pollen – gemaakt van een polymeer dat zo sterk is dat het soms ‘de diamant van de plantenwereld’ wordt genoemd – te hervormen en de korrels te transformeren tot een jamachtige substantie. Deze microgel zou een veelzijdige bouwsteen kunnen zijn voor veel milieuvriendelijke materialen, waaronder papier, folie en sponzen, schrijft Knowable Magazine.

    In 2020 rapporteerden wetenschappers dat het incuberen van pollen in een alkalische oplossing van kaliumhydroxide bij 80 graden Celsius de structuur van pollenkorrels aanzienlijk kan veranderen, waardoor ze gemakkelijk water kunnen absorberen en vasthouden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit maakt pollen net zo kneedbaar als de speelgoedklei Play-Doh. Voor deze behandeling lijken pollenkorrels meer op knikkers: hard, inert en grotendeels niet-reactief. Daarna zijn de deeltjes zo zacht dat ze gemakkelijk aan elkaar plakken, waardoor complexere structuren kunnen ontstaan.

    Wanneer de microgel in een platte mal wordt gegoten en gedroogd, vormt hij een papier of folie die sterk maar toch flexibel is. Deze winnende combinatie van eigenschappen maakt talloze toepassingen mogelijk: slimme actuatoren waarmee apparaten veranderingen in hun omgeving kunnen detecteren en erop kunnen reageren, draagbare gezondheidsmonitors om hartsignalen te monitoren en meer.

  • Onderzoek: Poetin is een veel geciteerde autoriteit in Rusland

    Onderzoek: Poetin is een veel geciteerde autoriteit in Rusland

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Libanon: Hezbollahs legerleider gedood bij Israëlische luchtaanval

    » Meerdere landen schorten vluchten naar Venezuela op wegens spanningen met VS

    In 2022-2025 kwam zijn naam in minstens 26.500 papers voor

    In de afgelopen tien jaar is het aantal vermeldingen van Vladimir Poetin in Russische academische artikelen aanzienlijk toegenomen. De president wordt genoemd als bron van citaten, als analysemodel of als ‘symbool van nationale waarden’. Verwijzingen naar Poetin zijn niet alleen te vinden in tijdschriften over politicologie en sociologie, maar ook in teksten over pedagogiek, filologie, cultuurwetenschappen en zelfs geneeskunde, aldus het Russische digitale medium Verstka.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Onderzoekers citeren Poetins toespraken en decreten als normatieve bronnen – niet als analyseobject, maar als bewijs voor een bepaalde these. De academische stijl neemt ook de terminologie van overheidsinstanties over; auteurs gebruiken vaak woorden als tradities, spiritualiteit, dienstbaarheid, bescherming, historisch geheugen en barmhartigheid.

    Tussen 2022 en 2025 werd Poetins naam in minstens 26.500 academische papers vermeld. In dezelfde periode zijn er minstens 705 academische papers specifiek over Vladimir Poetin gepubliceerd. Deze collecties bevatten bijvoorbeeld teksten die presidentiële toespraken analyseren als modellen voor politiek discours.

  • De aardse aliens van de marianentrog

    De aardse aliens van de marianentrog

    Bepaalde delen van de wereld zijn naar menselijke maatstaven zeer vreemd. De diepzee bijvoorbeeld; we beginnen nog maar net te ontdekken wat zich daar bevindt.

    Wij mensen willen graag dat alles om ons draait. Dieren worden met ons vergeleken en beoordeeld op hoe goed of slecht ze het doen ten opzichte van de mens. Zijn ze nuttig? Kunnen we ze opeten, berijden of hun lichamen in kleren, wapens, vervoermiddelen of huizen veranderen? Hetzelfde geldt voor onze omgeving: kunnen we er leven? Is het er prettig? Zo niet, hoe kunnen we er dan voor zorgen dat dat wel zo is? Als we ons voorstellen hoe het is om er te leven gebruiken we menselijke standaarden.

    Zelfs als we objectief proberen te blijven, als we het over wezens of habitats hebben die mensonvriendelijk zijn, gebruiken we nog steeds menselijke termen. Het moet herkenbaar zijn. Een walvis is twee keer zo groot als een bus of er passen er een x aantal op een voetbalveld. De diepzee is verschrikkelijk donker en koud en de waterdruk is verpletterend hoog. Het is een wezensvreemde en onherbergzame omgeving. Sciencefiction kan ons ertoe aanzetten om onze manier van denken te veranderen, onze aannames in twijfel te trekken, ons open te stellen voor een andere wereld, het vreemde te omarmen en het onbevooroordeeld te bestuderen.

    Als we het woord alien horen, denken we vaak aan buitenaardse wezens. Schepsels van een andere planeet. Toch zijn bepaalde delen van de wereld naar menselijke maatstaven zeer vreemd. De aarde is voor meer dan twee derde bedekt met water, dat op veel plekken kilometers diep is. We beginnen er nog maar net achter te komen wat zich daar allemaal bevindt. Het diepste stukje oceaan is de Marianentrog in de Stille Oceaan, met een diepte van 11 kilometer. 365 meter onder het oppervlak is er geen zonlicht meer en onder de 1000 meter is er helemaal geen licht, behalve van dieren die het zelf produceren, een verschijnsel dat bioluminescentie heet. Naarmate je dieper daalt, stijgt de waterdruk enorm. Er groeien geen planten meer. Er zijn alleen nog maar dieren, helemaal tot op de bodem.

    Zeenettel
    Zeenettel (Chrysaora) © Unsplash

    Het leven in de diepzee heeft zich aan deze omstandigheden aangepast. Organismen eten elkaar of ze leven van het bezinksel van organisch materiaal: van micro-organismen tot dode walvissen die de diepte in zinken, waar ze voedsel vormen voor een scala aan fascinerende dieren. De Osedax-worm, in het Engels ook wel de zombieworm genoemd, leeft van het vet in botten. Vanuit menselijk perspectief zitten er daar in de diepte allerlei nachtmerrieopwekkende beesten, enger nog dan geheime overheidsinstallaties, prehistorische megahaaien of buitenaardse indringers.

    Op de website die voorheen bekendstond als Twitter kwam ik een meme tegen uit 2023 van iemand genaamd Victoria:

    In de diepzee heb je twee soorten dieren:
    Moordbek: een vis van een meter lang met lichtgevende tanden die eruitziet alsof hij rechtstreeks uit de film Alien komt.

    Zeeliefje: een kwalletje van drie centimeter dat zichzelf met schattige scheetjes voortstuwt. Het lacht altijd en is Gods lievelingetje.

    Waarop een gebruiker genaamd gravityeyelids reageerde:

    Moordbek is overigens compleet ongevaarlijk, maar als je zeeliefje zelfs maar voor een honderdste seconde aanraakt kan hij vijfhonderd mensen doden.

    Dit is misschien ietwat overdreven (of niet…) maar er bevinden zich daarbeneden zeker angstaanjagende wezens, en de dieren die er het engste uitzien zijn niet per se het gevaarlijkst. Neem de diepzeehengelvis, die op 2 kilometer diepte leeft: een vis met een lantaarntje op haar kop, enorme uitstekende tanden en een kleine poliep die ooit haar man was, voordat hij letterlijk met haar vergroeide om nageslacht te verwekken. Ze is dodelijk voor andere vissen, maar niet voor al wat leeft. Onder het niveau van de diepzeehengelvissen zwemmen geen dodelijke maar schattige rare snuiters. Van alle diepzeeoctopussen leeft de Dombo-octopus op de grootste diepte, wel op tien tot dertien kilometer, en hij is zelfs een keer op 23 kilometer gesignaleerd. Deze octopussensoort heeft een andere mondvorm dan zijn verwanten; hij slokt zijn prooi volledig op zonder te bijten of te kauwen. Zijn lichaam heeft een skelet van kraakbeen waarmee hij bestand is tegen de immense waterdruk; in tegenstelling tot andere octopussen kan hij zich niet door kleine openingen wurmen. Hij beweegt zich voort met behulp van twee oorachtige vinnen (vandaar dat hij is vernoemd naar het Disney-olifantje dat zijn oren als vleugels gebruikt).

    Slakdolf

    De Dombo-octopus leeft op hetzelfde niveau als een ander snoezig dier, de slakdolf. Slakdolven komen voor op nog grotere diepte dan alle andere vissen die we tot nu toe in de diepzee zijn tegengekomen. Ze zijn aangetroffen op wel 8 kilometer diepte. Het zijn zachte, kikkervisachtige vissen met een gladde of bobbelige huid en een grote kop met een zuignap aan de onderkant, waarmee ze zich aan de zeebodem of een ander oppervlak kunnen hechten. Ze zijn niet zo groot, maximaal 30 centimeter. En er zijn er veel van, meer dan honderd verschillende soorten. De wetenschappers die de diepste krochten van de zee onderzoeken, ontdekken er steeds meer. Vanuit ons gezien leven al deze wezens in een donkere, koude hel met een ongelooflijk hoge waterdruk. Maar als we ze bij toeval op camera krijgen, zien ze er opgewekt uit; ze zwemmen rustig rond in een wereld die voor ons even buitenaards is als de stormen van Jupiter. Voor hen is het thuis. Ze hebben zich aangepast. Ze horen daar.

    Misschien komen we ooit buitenaards leven tegen en vinden we nog meer geweldige en fascinerende soorten. Maar tot dan zijn er nog hele werelden te ontdekken op onze eigen planeet, nieuwe levensvormen, nieuwe soorten of variaties op de organismen die we eerder ontdekten. Sommige leven in omgevingen waarvan we ons nooit een voorstelling hadden gemaakt, in omstandigheden die we voorheen onleefbaar achtten: de bodem van de zee, de gebieden rondom hydrothermale bronnen. Het inspireert en stemt nederig om te bedenken hoe weinig we eigenlijk weten van wat er zich daar beneden allemaal afspeelt, en hoeveel we nog te weten kunnen komen.

  • Onderzoek: neustemperatuur zegt veel over stress

    Onderzoek: neustemperatuur zegt veel over stress

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS wijzen Israël terecht na stemming over inlijving Westelijke Jordaanoever

    » Oud-NAVO-chef Stoltenberg levert kritiek op NAVO in nieuwe boek

    Door stress verandert de bloeddoorstroom in het gezicht

    Wetenschappers hebben ontdekt dat de temperatuurdaling in iemands neus kan worden gebruikt als maatstaf voor stressniveaus en om herstel te monitoren. Onder invloed van stress verandert namelijk de bloeddoorstroom in het gezicht. Volgens de psychologen achter het onderzoek zou warmtebeeldtechniek een gamechanger kunnen zijn in stressonderzoek, meldt de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Proefkonijnen moesten in drie minuten een ​​toespraak van vijf minuten voorbereiden over hun droombaan. Tijdens hun toespraak legden de wetenschappers hun gezicht vast met een warmtecamera. Bij alle 29 vrijwilligers zagen ze de temperatuur van hun neus met drie tot zes graden dalen.

    Deze ontdekking kan volgens de wetenschappers worden gebruikt om schadelijke stressniveaus te beheersen. Omdat deze techniek niet-invasief is en een lichamelijke reactie meet, zou ze ook nuttig kunnen zijn om stress te monitoren bij baby’s of mensen die niet kunnen communiceren.

  • Onderzoek: naakte molrat dankt zijn hoge ouderdom aan een eiwit

    Onderzoek: naakte molrat dankt zijn hoge ouderdom aan een eiwit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische aanval op Kyiv dompelt een deel van de stad in het donker

    » Haïti: gewapende confrontaties tussen bendes en politie in de hoofdstad

    Het knaagdier kan maar liefst veertig jaar oud worden

    Een onderzoek van een team van wetenschappers aan de Tonji-universiteit in Shanghai, dat donderdag in het tijdschrift Science is gepubliceerd, toont aan dat naakte molratten, die bijna veertig jaar oud kunnen worden – een record onder knaagdieren – een DNA-herstelmechanisme hebben ontwikkeld dat met name hun weerstand tegen kanker zou kunnen verklaren. Wetenschappers hebben ontdekt dat bij de naakte molrat het eiwit c-GAS het organisme helpt bij het herstellen van DNA-strengen en de genetische code van elke cel intact houdt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Bij de mens daarentegen remt hetzelfde eiwit het DNA-herstelproces af. De onderzoekers hebben een variatie van vier aminozuren tussen het menselijke eiwit en dat van de naaktmuis geïdentificeerd, wat dit verschil tussen de mens en het knaagdier zou verklaren. Deze ‘ontdekking zou het mogelijk maken om therapieën te ontwikkelen om de levensduur van de mens te verlengen,’ aldus New Scientist.

  • Nobelprijs voor Natuurkunde gaat naar drie kwantumwetenschappers

    Nobelprijs voor Natuurkunde gaat naar drie kwantumwetenschappers

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Hooggerechtshof wil verbod op conversietherapieën aanvechten

    » Denemarken gaat sociale media verbieden voor kinderen onder de vijftien

    Ze krijgen ongeveer een miljoen euro aan prijzengeld

    De Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen heeft op 7 oktober de Nobelprijs voor Natuurkunde toegekend aan John Clarke, Michel Devoret en John Martinis ‘voor de ontdekking van het macroscopische kwantumtunneleffect en de kwantificering van energie in een elektrisch circuit’, aldus het persbericht. ‘Baanbrekende experimenten die de weg hebben vrijgemaakt voor de volgende generatie kwantumtechnologieën’, met name ‘kwantumcryptografie en kwantumcomputers’, benadrukt The Guardian.

    De Britse krant legt uit dat het trio, bestaande uit een Brit, een Fransman en een Amerikaan, sinds de jaren 1980 ‘een reeks experimenten heeft uitgevoerd die hebben aangetoond dat de vreemde eigenschappen van de kwantumwereld (dat wil zeggen het oneindig kleine) zich kunnen vertalen in meetbare effecten in macroscopische elektrische circuits (op onze schaal)’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Clarke, Devoret en Martinis, die in de Verenigde Staten gevestigd zijn’, zoals de Amerikaanse zender NBC News trots vermeldt, zullen 11 miljoen Zweedse kronen (iets meer dan een miljoen euro) onder elkaar verdelen. Toen het Nobelcomité hem op zijn mobiele telefoon belde om de prijs bekend te maken, zei de 83-jarige John Clarke dat hij ‘volledig verbijsterd’ was, zelfs verbaasd dat zijn werk ‘met een Nobelprijs zou worden beloond’.

    De Britse onderzoeker, die het grootste deel van zijn carrière in Berkeley, Californië, heeft doorgebracht, maakte van de gelegenheid gebruik om de twee andere laureaten te eren en noemde hun bijdragen ‘ronduit overweldigend’. In een interview met AFP noemde Clarke het beleid van de regering-Trump ‘rampzalig’ voor de wetenschap. ‘Het zou wel eens tien jaar kunnen duren voordat we terug zijn op het niveau van zes maanden geleden.’ Hij had vooral kritiek op de drastische bezuinigingen op onderzoeksfinanciering en het ontslag van wetenschappers bij federale instanties. Beslissingen die volgens hem ‘volstrekt onbegrijpelijk zijn voor iedereen die wetenschapper is’, aldus Mercury News.

  • De Ig Nobelprijs beloont grappige wetenschap met een serieuze ondertoon

    De Ig Nobelprijs beloont grappige wetenschap met een serieuze ondertoon

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Overlevenden van atoombom op Nagasaki strijden voor erkenning

    » Manneken Pis krijgt na tachtig jaar eindelijk nieuw kostuum

    De onderscheiding wordt toegekend aan maffe en vindingrijke ontdekkingen

    Onlangs vond aan Universiteit van Boston in de Amerikaanse staat Massachusetts de uitreiking van de Ig Nobelprijs plaats, een parodie op de Nobelprijs die toegekend wordt aan mensen die maffe en vindingrijke wetenschappelijke ontdekkingen hebben gedaan. De naam is een zinspeling op het Engelse woord ignoble, dat ‘onedel’, ‘platvloers’ betekent. ‘Iedere Ig Nobelprijswinnaar heeft iets gedaan wat mensen eerst aan het lachen maakt en vervolgens aan het denken zet,’ aldus oprichter Marc Abrahams, geciteerd door BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo ging de prijs voor biologie naar mensen die koeien met zwart-witte strepen hadden beschilderd om te kijken of vliegen ze dan minder vaak zouden bijten. Dit zou een alternatief voor pesticiden kunnen bieden.

    Een andere groep wetenschappers kreeg een prijs voor de ontdekking dat regenbooghagedissen in Togo een voorliefde hebben voor de pizza quattro formaggi. Tevens werd er een prijs uitgereikt aan twee kinderartsen die ontdekten dat de moedermelk van een moeder die knoflook eet, ook naar knoflook gaat ruiken. Baby’s blijken dit zelfs nog lekkerder te vinden.  

  • VK: acht baby’s in goede gezondheid geboren na IVF met DNA van drie personen

    VK: acht baby’s in goede gezondheid geboren na IVF met DNA van drie personen

    Volgens wetenschappers zijn deze resultaten zeer bemoedigend

    Artsen in het Verenigd Koninkrijk hebben de geboorte bekendgemaakt van acht gezonde baby’s die ter wereld kwamen dankzij een baanbrekende procedure waarbij IVF-embryo’s worden gecreëerd met DNA van drie personen om te voorkomen dat de kinderen ongeneeslijke genetische aandoeningen erven. Dat schrijft The Guardian.

    De twintig moeders die betrokken waren bij het experiment, liepen allemaal een hoog risico om levensbedreigende ziekten door te geven aan hun baby’s als gevolg van mutaties in hun mitochondriën, de kleine structuren die zich in cellen bevinden en die de energie leveren die ze nodig hebben om te functioneren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In het onderzoek dat woensdagavond in het New England Journal of Medicine werd gepubliceerd en waar de wetenschappelijke gemeenschap al jarenlang naar uitkeek, is te lezen dat het twintigtal vrouwen een ‘mitochondriale donatie’ kreeg om te voorkomen dat ze een zeldzame genetische ziekte aan hun kind zouden doorgeven.

    ‘De procedure bestaat erin de eicel van de moeder te bevruchten met het sperma van de vader en vervolgens het genetisch materiaal van de kern over te brengen naar een gezonde, bevruchte eicel van een donor waarvan de kern is verwijderd’, legt The Guardian uit.

    Het Verenigd Koninkrijk is een pionier op het gebied van mitochondriale donatie. Dit is daar sinds 2015 toegestaan, wat het experiment mogelijk heeft gemaakt. Volgens verschillende wetenschappers zijn deze resultaten zeer bemoedigend.

  • Onderzoek: aarde draait sneller dan voorheen, dagen worden korter

    Onderzoek: aarde draait sneller dan voorheen, dagen worden korter

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Gaza: Netanyahu ‘bereid’ te onderhandelen over een permanent staakt-het-vuren

    » Trump: vanaf augustus extra heffingen van 35 procent op Canadese producten

    De oorzaak van de versnellende rotatie is onbekend

    Onze planeet is sneller gaan draaien dan voorheen. Als gevolg daarvan zullen we de komende weken ongewoon korte dagen meemaken. De eerste is al op woensdag, de volgende dagen vallen op 22 juli en 5 augustus, wanneer de positie van de maan de rotatie van de aarde zodanig beïnvloedt dat de dag 1,3 tot 1,51 milliseconden korter zal zijn dan normaal. Dat schrijft het Tsjechische nieuwsportaal Aktuálně.

    Hoewel dit een verwaarloosbaar verschil lijkt, zeker als we bedenken dat één milliseconde een duizendste van een seconde is, kan het verstrekkende gevolgen hebben. Dit zou problemen kunnen opleveren voor technologieën die afhankelijk zijn van uiterst nauwkeurige tijdmetingen, zoals GPS-systemen, communicatienetwerken en datacentra, aldus de nieuwssite.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Wetenschappers overwegen daarom de invoering van een zogenaamde negatieve schrikkelseconde, waarbij de klok gewoon een seconde ‘overslaat’. Tot nu toe werden alleen schrikkelseconden toegevoegd om de tijd nauwkeurig bij te houden, juist vanwege de vertraging van de rotatie. Negatieve schrikkelseconden zijn echter een historische nieuwigheid.

    Er zijn een aantal factoren die van invloed zijn op de rotatie. Zo kunnen naast de stand van de maan ook extreme aardbevingen een rol spelen. Dat was te zien bij de aardbeving in maart 2011, die de oostkust van Japan trof en een kracht had van 9 op de schaal van Richter. Door deze aardbeving verschoof de aardas met 17 centimeter en werd de dag verkort met 1,8 microseconden.

    Wat de oorzaak is van de snellere rotatie nu, weet niemand. ‘De meeste wetenschappers denken dat de verandering wordt veroorzaakt door iets binnen in de aarde. Modellen van de oceanen en de atmosfeer kunnen deze enorme versnelling niet verklaren’, aldus Leonid Zotov, expert op het gebied van de rotatie van de aarde, op Time and Date.

  • Op zoek naar de waarheid achter de radioactieve chapatis in Coventry

    Op zoek naar de waarheid achter de radioactieve chapatis in Coventry

    Bij een experiment in de Engelse stad Coventry in de jaren zestig kregen 21 Zuid-Aziatische vrouwen radioactief brood te eten zonder dat zij daar toestemming voor hebben gegeven. Toen dit aan het licht kwam heerste er angst en woede. Maar wat is er precies gebeurd?

    In 2019 had Shahnaz Akter, postdoctoraal onderzoeker aan Warwick University, het met haar zus over een documentaire die in de jaren negentig werd uitgezonden op televisie. Het ging over radioactieve experimenten op mensen, waaronder een in 1969 in Coventry, Engeland. In een onderzoek naar ijzerabsorptie werden aan 21 vrouwen chapatis gegeven met radioactieve isotopen, zonder dat zij daar toestemming voor hadden gegeven.

    Akhter, die in de hechte Zuid-Aziatische gemeenschap in Coventry was opgegroeid, was verbaasd dat ze hier nog nooit over had gehoord. Ze besloot dieper in dit onderzoek te duiken en stuitte op een enquête uit 1995 van het Coventry Health Department die kort na de documentaire was uitgevoerd. De enquête onderzocht of het experiment de gezondheid van de proefpersonen in gevaar had gebracht en of er wel sprake was van geïnformeerde toestemming. Het perspectief van de vrouwen werd maar in één zin benoemd: ‘Bij de openbare bijeenkomst bleek dat twee participanten geen geïnformeerde toestemming hebben gegeven.’

    Toen Akhter dit las barstte ze in tranen uit. ‘Ik moest aan mijn eigen moeder denken,’ zei ze. ‘Het was knap van deze vrouwen dat ze van zich lieten horen en dat ze tegengeluid gaven, maar hun ervaringen werden gewoon weggewuifd.’  Akhter besloot deze vrouwen en hun families te achterhalen. Maar ze twijfelde ook. Het was 2020; er heerste een pandemie en vooral etnische minderheden werden zwaar getroffen. Akhter nam contact op met haar lokale parlementslid, Taiwo Owatemi van de Labour Party. ‘Ik was geschokt,’ zei Owatemi tegen mij. ‘Ik dacht: waarom hoor ik hdit nu pas? En hoe kunnen we deze vrouwen identificeren?’ Toch twijfelde Owatemi of dit het juiste moment was om zo’n medische misstand aan het licht te brengen, zeker gezien grote vaccinatiescepsis onder etnische minderheden. Akhter besloot geen openbaar onderzoek te starten, maar voorzichtig binnen de gemeenschap te vragen of mensen misschien families kenden die hierdoor getroffen waren.

    ‘Ik las dit en vond het schandalig, bizar en sinister’

    Het toeval wil dat Dr Louise Raw, historica en televisiemedewerker, rond die tijd een oude publicatie tegenkwam over de radioactieve chapatis. Het was een artikel uit 1995 in India Today, een follow-up over de documentaire. Opeens herinnerde Raw zich de film en ze was meteen gefascineerd. ‘Ik las dit en vond het schandalig, bizar en sinister,’ vertelt ze. Raw vond ook dat het verhaal meer aandacht verdiende – misschien een parlementaire enquête of compensatie – en begon erover te posten op sociale media. ‘Wat zijn de Britten toch hartverwarmend,’ begint haar thread op Twitter uit Augustus 2023. ‘Elke ochtend komt er een busje voorrijden bij je huis in Coventry. Een vriendelijke man brengt je een versgebakken platbrood. Dit brood is alleen voor jou, dus niet voor het hele gezin. ’s Middags komt hij langs om te kijken of je het hebt opgegeten.’ Verder beschrijft ze de centrale punten van de documentaire en de follow-up in India Today.

    Het is niet gek dat het viraal ging: het was goed verwoord voor sociale media en dankzij de pandemie was vertrouwen in de medische zorg laag. Tegelijkertijd was er steeds meer bewustzijn over racisme en identiteitspolitiek. Het eerste bericht is 9000 keer gedeeld en door zeven miljoen mensen bekeken. Samenvattende TikToks leverden tienduizenden views op. Ook reguliere media zoals The Guardian, BBC en Daily Mail hadden het erover, waarbij veel artikels zich richtten op Akhter en Owatemi’s zoektocht naar deze vrouwen.

    Het verhaal wakkerde angst aan in Coventry. Hoewel slechts 21 vrouwen meededen aan het onderzoek werd Owatemi gecontacteerd door tientallen mensen die doodsbang waren dat hun moeder of grootmoeder misschien een van de proefpersonen was. Kalbir, een vrouw in de zestig uit de Punjabi gemeenschap in Coventry, had het bericht ook gelezen. Ze stuurde het door naar haar familie, en even later reageerde haar zus: ‘Oh ja, mama had het daar ooit over. Dit wist je toch al?’ Kalbir kwam er tot haar verbazing achter dat, kort nadat de documentaire in 1995 op tv kwam, hun moeder had gezegd dat ze een van de proefpersonen was. Kalbir woonde toen niet thuis en niemand had er iets over gezegd tegen haar. Ze was er kapot van. Haar moeder was al twintig jaar overleden, maar Kalbir bleef achter met veel vragen: ‘Wat is er gebeurd? Was er nazorg? Wat waren de gevolgen? Heeft dit haar gezondheid beïnvloed?’ Eten werd altijd gedeeld in haar huis, en Kalbir raakte in paniek: had zij, of een broer of zus, misschien ook van de radioactieve chapati’s gegeten?

    Haar moeder was al twintig jaar overleden, maar Kalbir bleef achter met veel vragen

    Kalbir ziet zichzelf als een eloquente, assertieve vrouw: een echte vechter. Dus ging ze wanhopig op zoek naar de medische dossiers van haar moeder, met weinig resultaat. De praktijk van de dokter bestond niet meer en de medische geheimhoudingsplicht is na overlijden van een patiënt nog steeds van kracht. Akhter en Owatemi kwamen ondertussen niet veel verder. De medische onderzoeksraad (MRC), het orgaan dat Brits medisch onderzoek financiert en coördineert, heeft naar eigen zeggen geen documentatie over de studie, niet eens een lijst met proefpersonen. Uit vervolgonderzoek blijkt dat de vrouwen maar een heel kleine dosis straling hebben gekregen, maar niet iedereen is hiermee gerustgesteld. ‘Ik herinner me nog goed dat mijn moeder erg ziek was. Ze dacht dat ze doodging,’ zei Kalbir. ‘Zonder duidelijke informatie gaat er van alles in je hoofd rondspoken.’ Naast de angst over stralingsvergiftiging is er de verschrikkelijke gedachte dat er zonder toestemming op mensen is geëxperimenteerd.

    Hoewel dit onderzoek meer dan vijftig jaar geleden plaatsvond, roept het nog steeds veel emoties op, waaronder angsten over racistische gezondheidsongelijkheid en medische misstanden. Na zoveel tijd is het moeilijk om de waarheid nog te achterhalen: wat is er precies gebeurd in Coventry in 1969?

    Met goede bedoelingen

    In de vroege jaren zestig woonde in Belfast een jonge ambitieuze epidemioloog genaamd Peter Elwood. Na een aantal ‘ongelooflijk fascinerende’ onderzoeksprojecten vond begon hij zijn strijd tegen een bron van veel gezondheidsklachten: bloedarmoede, ook wel bekend als anemie. Het wordt vaak veroorzaakt door ijzertekort. Bij bloedarmoede maakt het bloed niet genoeg rode bloedcellen aan, waardoor de organen te weinig zuurstof krijgen. Het leidt vaak tot vermoeidheidsklachten, maar kan ook de cognitieve ontwikkeling van kinderen remmen en onder zwangere vrouwen kan het zelfs leiden tot vroegtijdige geboorte of moedersterfte. De WHO identificeert anemie nog steeds als een wereldwijd gezondheidsprobleem.

    Op een dag reed Elwood met zijn auto door Belfast en besprak hij met een collega hoe ze anemiebehandeling het beste konden verbeteren. ‘Huisartsen met pillen legden weinig zoden aan de dijk – dus hoe moesten we dit aanpakken?’ verhaalt hij. Sinds de jaren vijftig werd Brits brood veelal aangesterkt met ijzer, calcium en andere mineralen, maar er was weinig onderzoek naar of dit wel effectief was, of hoe het type ijzer of meel de absorptie beïnvloedde. ‘En zo begon dit hele vakgebied, dat tien jaar bestond en eindigde met de radioactieve chapati’s. Het begon met een idee in de auto,’ aldus Elwood. (Elwood, die nu in de negentig is, heeft een interview voor dit artikel afgewezen. Alle citaten in dit artikel zijn uit een interview met de Queen Mary University of London uit 2000).

    ‘Het begon met een idee in de auto’

    In 1963 werd Elwood een baan aangeboden bij de epidemiologische onderzoekseenheid, een onderdeel van de MRC, en dus verhuisde hij naar Cardiff. Hij begon nieuwe onderzoeken naar ijzer in brood, vergeleek verschillende soorten meel en testte hoe de absorptie werd beïnvloed door inname van andere etenswaren. In de jaren zestig begon hij te experimenteren met een spannende nieuwe onderzoekstechniek: straling. Normaal gesproken wordt ijzerabsorptie gemeten door iemand ijzerrijk voedsel of supplementen te geven en vervolgens het bloed te testen op de hoeveelheid hemoglobine – een proces dat maanden kan duren. Met radioactieve ijzerisotopen is een volledig onderzoek een kwestie van weken of zelfs dagen. Het radioactieve element werkt als een soort label dat aan het ijzer vastzit, zodat wetenschappers precies kunnen meten wat er in het lichaam mee gebeurt. Vandaag de dag worden radioactieve tracers nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld voor kankerdiagnoses.

    Na de oorlog werd voor bijna alle medische behandelingen straling gebruikt, van artritis tot ringworm. Maar in de jaren vijftig werd duidelijk dat straling de kans op bepaalde vormen van kanker verhoogt en dat het tot onvruchtbaarheid kan leiden, dus werd het gebruik ervan ingeperkt. Toch bleven medische wetenschappers enthousiast over de snelheid en de precisie van stralingsexperimenten. Mede hierdoor – maar ook dankzij nieuwe technologieën zoals celkweek en toename van antibiotica – ontstond de gedachte dat de mens misschien wel alle ziektes zou kunnen uitroeien.

    In de tijd van Elwoods ijzeronderzoek was de medische cultuur paternalistisch. De meeste dokters vonden het beter als zij zelf namens patiënten inschattingen maakten over mogelijke risico’s. Velen vonden toestemming onnodig, anderen vonden het zelfs hinderlijk voor de wetenschap. Nadat het proces van Neurenberg de verschrikkingen van de Duitse medische experimenten op kampgevangenen had blootgelegd, werden er in de Code van Neurenberg nieuwe principes opgesteld omtrent ethisch onderzoek op mensen. De eerste van tien punten luidt: ‘De vrijwillige toestemming van de proefpersoon is absoluut essentieel.’ In de Code staan ook andere principes: experimenten moeten bijdragen aan de samenleving, ze moeten door gekwalificeerde wetenschappers worden uitgevoerd, en het risico moet nooit groter zijn dan het mogelijke voordeel. Maar de code had eerst weinig effect op wetenschappers uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Zij vonden het meer van toepassing op kwaadaardige oorlogscriminelen en niet op hoogstaande dokters die de wetenschap wilden voortzetten. In 1964 schreef medicus Paul Beeson, die tevens professor was geweest bij Yale en Oxford, over de Neurenbergcode: ‘dit document laat prachtig zien waarom de oorlogsmisdaden verschrikkelijk waren, maar het is geen geschikte gids voor klinische wetenschap die met goede bedoelingen bedreven wordt’.

    ‘[De Code van Neurenberg] is geen geschikte gids voor klinische wetenschap die met goede bedoelingen bedreven wordt’

    Naarmate er meer details aan het licht kwamen van onderzoeken uit de twintigste eeuw werd echter duidelijk dat het doel de middelen niet heiligt. Zo werd in het Tuskegee-experiment, dat in Alabama van 1932 tot 1972 werd uitgevoerd, de aanwezigheid van syfilis onder jonge zwarte mannen onderzocht. De deelnemers dachten dat ze voor hun ziekte behandeld werden maar kregen een placebo, zelfs nadat penicilline in de jaren veertig veelal beschikbaar was als snel, effectief medicijn. Velen zijn onnodig gestorven. Ook werden in de jaren zestig voor een vaccinonderzoek een aantal verstandelijk beperkte kinderen van de Willowbrook School in Staten Island opzettelijk met virale hepatitis besmet. Er zijn nog talloze voorbeelden uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada. Sommige van deze experimenten gebruikten straling: In de jaren vijftig werden zwangere vrouwen in Londen en Aberdeen met radioactief jodium geïnjecteerd voor onderzoek naar hun schildklier, ondanks het feit dat baby’s extra gevoelig zijn voor straling. In de jaren veertig en vijftig kreeg een aantal kinderen met een onderwijsachterstand in Massachusetts radioactieve havermout te eten bij een onderzoek naar hoe Quaker havermout werd verteerd.

    In de jaren zestig trokken twee dokters aan de bel over onethische praktijken: Henry Beecher uit de VS en Maurice Pappworth uit het Verenigd Koninkrijk. Ze signaleerden twee problemen: ten eerste dat er vaak geen ruimte was om toestemming te geven voor experimenten en ten tweede dat het risico van bepaalde studies niet te verantwoorden was. ‘In hun onuitputtelijke ijver voor de wetenschap zijn veel medici het zicht op hun proefpersonen verloren. Deze mensen zijn individuen en ze hebben rechten,’ schreef Papworth in 1967.

    Hoewel dit soort ingrepen omstreden waren, begon de medische wereld langzamerhand alert te worden op de risico’s van onethisch onderzoek. Deze discussie vond dus plaats terwijl Elwood in de jaren zestig ijzerabsorptie onderzocht. Toen hij radioactieve isotopen bij zijn werk betrok, waren er echter nog geen regels of richtlijnen voor het gebruik van straling op mensen. Elwood had al veel ontdekt over hoe het lichaam ijzer verwerkt. ‘[Dat waren] hele interessante studies, en ik stelde de mogelijkheid om een idee door te zetten erg op prijs,’ zei hij. Straling was simpelweg een manier om hier meer over te weten te komen. 

    Het onderzoek

    Elwood publiceerde in 1968 een onderzoek waarin vrijwilligers – volgens Elwood voornamelijk vrienden en collega’s – een dagelijks ontbijt kregen, inclusief ijzerrijk brood. ‘Twee weken later nodigden we ze uit in Harwell om te meten hoe het ijzer door het lichaam was verwerkt,’ zei Elwood. Het Harwell-laboratorium, ook wel bekend als het Onderzoekscentrum voor Kernenergie, werd door de overheid bestuurd en stond vlak buiten Oxford. Nergens anders in het land waren er instrumenten waarmee ze zulke zwakke straling konden meten. Uit Elwoods onderzoek bleek dat eieren de ijzerabsorptie remmen, maar dat vruchtensap het juist stimuleert. Dit kwam onder de aandacht van de media, ook in de Verenigde Staten. Dit onderzoek is tot op de dag van vandaag leidend – mijn dokter schreef mij laatst ijzerpillen toe en zei nog dat ik ze met sinaasappelsap moest innemen.

    Dankzij dit daverende succes werd Elwood toegelaten tot het Comité IJzertekort bij de WHO. ‘Een van de eerste dingen die ik bij het comité te horen kreeg was dat mijn onderzoek naar brood interessant was, maar ook vrij irrelevant voor de landen waar anemie een groot probleem is. Daar eten ze namelijk vooral chapati’s of tortilla’s,’ vertelt Elwood. ‘Ze zeiden: “We weten niet wat fermentatie met ijzer doet. Zou u dit onderzoek kunnen herhalen met chapati’s?”’

    Elwood huurde dus een Indiase huisvrouw in om in Cardiff aan een aantal Welse huisvrouwen te leren hoe ze chapati’s moesten bakken. Met ijzerrijk meel maakten ze tweehonderd chapati’s, die ze vervolgens invroren. Ondertussen zocht Elwood naar deelnemers: Zuid-Aziatische vrouwen met een traditioneel dieet. Uiteindelijk stuitte hij op Coventry, waar zich een gemeenschap bevond van immigranten uit Punjab, een regio in India. Elwoods team verkaste zich naar een huisartsenpraktijk in Foleshill, het centrum van de Zuid-Aziatische gemeenschap in Coventry, om mogelijke proefpersonen te identificeren.

    Zij dachten dat dit dieet hun zou genezen, of ten minste zou helpen bij een diagnose

    Dokter Shah, de huisarts die de vrouwen naar het onderzoek doorverwees, was alom bekend in Foleshill. Kalbir herinnert zich een vriendelijke man die patiënten vaak thuis bezocht. Wat Shah precies aan de 21 doorverwezen vrouwen vertelde is cruciaal maar omstreden, en we kunnen het hem niet meer vragen aangezien hij al een aantal jaar dood is. Het is echter wel duidelijk geworden dat minstens twee van deze vrouwen Shah om advies vroegen – een had last van artritis en een ander van migraine – en dat zij dachten dat dit dieet hun zou genezen, of ten minste zou helpen bij een diagnose. Kalbir was zeven jaar oud in 1969 en ze heeft dus geen idee wat er aan haar moeder werd verteld, maar ze betwijfelt zeer dat haar moeder precies wist wat er op het spel stond. ‘Een dokter kon je vertrouwen,’ zei ze.

    Nadat ze door Shah geïdentificeerd waren, werden de vrouwen naar Elwoods team doorverwezen. Volgens een enquête van MRC werden alle vrouwen bezocht door een teamlid – vaak Elwood zelf – dat het doel van het onderzoek uitlegde en ze op de hoogte stelde van de lage dosis straling. De vrouwen zouden elk een brief hebben ontvangen waarin stond dat ze radioactieve isotopen zouden innemen om hun ijzerabsorptie te testen. (Toen ik deze brieven wilde inzien zei het MRC dat er geen documenten over dit onderzoek in het archief aanwezig zijn.) Maar er was een probleem. De brieven en gesprekken waren allemaal in het Engels, terwijl de meeste vrouwen enkel Punjabi of Pothwari spraken, en sommigen helemaal niet konden lezen. 

    ‘We kwamen op bezoek bij Aziatische mensen die wantrouwig waren en bovendien geen Engels spraken,’ zei Janie Hughes, een onderzoeker die met Elwood naar Coventry kwam. (Alle citaten van Hughes komen uit een interview met Mary Queen University of London uit 2000). Vandaag de dag moet iedereen die meedoet aan een medisch onderzoek schriftelijke toestemming geven, en moeten er professionele tolken aanwezig zijn voor mensen die geen Engels spreken. Dit gold niet in de jaren zestig.

    Als er vertaalproblemen waren of als Butt er niet was, sprongen de kinderen van de vrouwen bij

    Soms kwam Mrs Butt, een lokale thuiszorg, met het team mee om te vertalen. Ze sprak Punjabi maar ze was geen professionele tolk. Als er vertaalproblemen waren of als Butt er niet was, sprongen de kinderen van de vrouwen bij. Het is uiteraard niet ideaal om medische informatie door kinderen te laten vertalen, zeker als er onbekende termen zoals ‘radioactieve isotopen’ bij komen kijken. Hughes weet nog dat taal een groot probleem was voor Elwood. ‘Hij probeerde alles duidelijk te maken. Ethisch gezien moet je wel toestemming hebben, zeker als je bloed opneemt, en dan vroeg je je wel af: snappen ze wel waar ik het over heb?’ Later voegde ze toe: ‘Kan je je voorstellen dat je dit moet uitleggen aan iemand die alleen Urdu spreekt?’ (De vrouwen spraken geen Urdu, de lingua franca van Pakistan.)

    Ondanks deze vertaalproblemen en het gevaar dat de vrouwen niet wisten wat er aan de hand was, ging het onderzoek toch door. Vier dagen lang werden er ’s ochtends radioactieve chapati’s bezorgd en werden de vrouwen verzocht er elk een te eten. Een paar uur later kwam Tom Benjamin, een onderzoeker bij Elwoods team,  bij alle 21 vrouwen langs om te controleren of ze de chapati’s hadden opgegeten en te vragen wat ze nog meer hadden gegeten en gedronken. Zeventien dagen later kregen de vrouwen een rit van anderhalf uur naar het Harwell-laboratorium voor wat tests. 31 jaar later spreekt Elwood van een zeer aangename reis naar Harwell: ‘Tom Benjamin had heel erg zijn best gedaan om de vrouwen welkom te heten en ze op hun gemak te stellen. Hij had een uitstapje georganiseerd zodat ze op die dag in Harwell ook nog wat leuks konden zien,’ zei hij. ‘Hij nam ze mee naar Oxford om de universiteit te laten zien en om een kopje thee te drinken. Onderweg naar Harwell waren er trouwens ook theepauzes. Ik heb het gevoel dat ik twintig nieuwe vrienden heb gemaakt bij dat project. Het was heel gezellig.’

    Dit verhaal is niet te verifiëren, maar het laboratorium moet op zijn minst een vreemde plek zijn geweest voor deze vrouwen. Kalbir stelt zich niet graag voor hoe haar moeder door dat grote gebouw in de buitenwijken van Oxford wandelt. ‘Ik denk dat het heel eng voor ze was,’ zei ze. ‘Het bestaan in Engeland was al zwaar.Racisten vielen ons huis aan, we werden op straat lastiggevallen en dan doet het systeem ze ook nog zoiets aan.’

    In 1970 werd het onderzoek gepubliceerd en het bleek dat er weinig verschil in ijzerabsorptie was tussen het gefermenteerde chapatimeel en broodmeel. De resultaten werden niet met de vrouwen gedeeld en er is niemand meer langsgekomen om hun gezondheid te controleren na het stralingsonderzoek. Dit was toentertijd de norm en de onderzoekers achtten de kans op gezondheidsklachten klein. ‘Iedereen was het alweer vergeten,’ zei Elwood. Pas na 26 jaar doken de feiten weer op.

    De documentaire

    Toen documentairemaker John Brownlow in de jaren negentig naar een nieuw onderwerp op zoek was, stuitte hij op een verhaal uit de Verenigde Staten. Eileen Welsome had onlangs een Pulitzer Prize gewonnen voor haar reportage over stralingsexperimenten op mensen, waarbij ze de slachtoffers had opgezocht om aan al het leed een gezicht te geven. De experimenten had ze onderverdeeld in twee categorieën. De eerste was de militaire categorie, waarbij de straling uit kernwapens zonder toestemming op mensen werd getest om te kijken hoe het lichaam erop reageerde. Een van de meest schokkende voorbeelden kwam voor tussen 1945 en 1947, een test waarbij achttien (voornamelijk arme of laagopgeleide) ziekenhuispatiënten uit de hele Verenigde Staten een plutoniuminjectie kregen. De tweede categorie bestaat uit studies die een oprecht medisch doel hadden – bijvoorbeeld ijzerabsorptie of het functioneren van de schildklier – maar nog steeds zonder toestemming een groot risico vormde. Zo vond er in de jaren veertig een experiment plaats waarbij een kliniek in Nashville 849 zwangere vrouwen radioactieve ijzerisotopen toediende om ijzerabsorptie in de baarmoeder te onderzoeken. Het ziekenhuis houdt vol dat het veilige doses betrof, maar alle vormen van straling zijn schadelijk voor een ongeboren kind. Welsome kwam erachter dat het kind van een van deze vrouwen, dat deze straling in de baarmoeder ondervonden had, later aan een zeldzame vorm van kanker was gestorven.

    Met financiële steun van Channel 4 stelde Brownlow een klein team samen om te kijken of er ook in het Verenigd Koninkrijk soortgelijke experimenten zijn gedaan. Ze hebben zich een weg gebaand door openbare documenten en wetenschappelijke studies, op zoek naar gegevens over de kernlaboratoria in het Verenigd Koninkrijk. Ze hebben verschrikkelijke experimenten ontdekt. In de jaren vijftig werden voor het zogeheten Project Sunshine lichaamsdelen van dode kinderen naar de Verenigde Staten gestuurd, zonder toestemming van de ouders, om de effecten van kernsplijting op mensenbotten te testen. Veel studies die Brownlow vond, leken erg op die van Welsome in Nashville. In Aberdeen, Liverpool en Londen werd onderzoek gedaan naar schildklierfunctie, ijzerabsorptie en de placenta van zwangere vrouwen. De vrouwen kregen radioactieve pillen of injecties zonder dat het risico aan hen werd uitgelegd, of zonder ook maar enige informatie.

    Brownlow’s oog viel op een titel: IJzerabsorptie met chapati van tarwebloem. ‘Ik dacht: wat is dit?’ vertelt hij. Samen met Sukhbender Singh, een lokale journalist uit Punjab, wist het team een van de proefpersonen te vinden: een vrouw genaamd Pritam Kaur. De filmmakers besloten het gesprek met haar gezin met een open blik aan te gaan. ‘Misschien zouden ze wel zeggen: “De wetenschappers hebben het helemaal uitgelegd,”’ zei hij tegen mij. ‘Maar of dat was niet zo, of ze begrepen me niet goed.’

    ‘Mijn moeder zei dat als ze ervan geweten had, ze dat nooit had opgegeten’

    Kaur vertelde dat ze met migraine naar haar huisarts was gegaan, die zei dat het misschien door bloedarmoede kwam. In de documentaire is Kaur een oude vrouw en ze ziet er kwetsbaar uit. Ze zit op de bank naast haar zoon, die voor haar vertaalt: ‘Hij zei dat we met deze chapati kunnen uitzoeken wat eraan scheelt. Hij legde uit: “Er komt dagelijks iemand bij je langs met wat chapati’s. Eet die op, dan nemen we je mee en kijken we wat er aan de hand is.”’  Kaur onderbreekt hem in het Punjabi en haar zoon voegt toe: ‘Mijn moeder zei dat als ze ervan geweten had, ze dat nooit had opgegeten.’

    Dit was niet het allerergste dat Brownlow in Coventry had ontdekt. In Wales had hij een echtpaar ontmoet dat hun baby niet voor haar begrafenis kon aankleden omdat de botten in haar benen waren meegenomen voor Project Sunshine. Het chapati-experiment had tenminste nog een duidelijk, gunstig doel: onderzoek naar het bestrijden van bloedarmoede, maar de manier waarop het experiment was ondernomen kwam overeen met andere studies die Brownlow vond. ‘Het ging om kwetsbare groepen – in dit geval een gemeenschap die moeite had met de Engelse taal – wiens toestemming door anderen werd bepaald,’ vertelde hij mij.

    De documentaire Deadly Experiments ging op 6 Juli 1995 op Channel 4 in première. Eerst behandelt de film de oorsprong van nucleair onderzoek in kernwapenontwikkeling. In de tweede helft gaat het over experimenten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waarbij mensen zonder toestemming aan kernstraling werden blootgesteld. Elwood werd gecontacteerd voordat de film op televisie kwam maar hij komt niet in de documentaire voor. Toen hij hem bekeek was hij ‘zeer skeptisch’. In de documentaire klinkt er onheilspellende muziek en worden er af en toe beelden getoond van paddenstoelenwolken, om het verband tussen straling en kernwapens te benadrukken. Tijdens het kijken zei Elwoods schoondochter, telkens als deze beelden te zien waren: “Kijk, daar gaat weer zo’n chapati!”

    Sindsdien is Elwood overgegaan op ander onderzoek, en heeft hij veel aanzien gekregen. Zijn team heeft onder andere een belangrijke doorbraak gemaakt door te bewijzen dat de dagelijkse inname van aspirine na een hartaanval van levensreddend belang kan zijn. Het was dus ook schokkend om zijn eerdere onderzoek in zo’n kwaad daglicht te zien. Het Coventry-experiment wordt helemaal aan het einde van de documentaire behandeld en het segment duurt maar vijf minuten. Elwood keek verbijsterd toe terwijl er ‘buitengewone beweringen’ werden gedaan over zijn onderzoeksmethode. Kaurs verhaal wisselt zich af met een interview met een woordvoerder van het MRC, die beweert dat er toestemming was gegeven en dat ‘wanneer er taalproblemen waren’, het gesprek dan werd voortgezet ‘met hulp van een familielid dat Engels sprak.’ Weg van de camera zegt Brownlow tegen de MRC-beambte dat een van de vrouwen beweert dat zij nooit van enige straling afwist. ‘Dat is toch duidelijk onethisch?’ zegt hij. De beambte antwoordt: ‘Als dit waar is, dan is dat inderdaad onethisch.’

    ‘Mensen waren in paniek. Ze dachten dat het hen ook zou overkomen’

    Na de documentaire waren er nieuwsitems en politieke debatten, maar er heerste ook angst. ‘Mensen waren in paniek. Ze dachten dat het hen ook zou overkomen,’ zegt Brownlow. Het verhaal uit Coventry werd herhaald in de Indiase media. India Today interviewde de dochter van Danti Sohanta, Kaurs buurvrouw, die zei dat ze doorverwezen werd nadat ze naar de huisarts ging met artritisklachten. ‘De dokter zei tegen haar: “U wordt vast weer beter als u dit dieet volgt,”’ aldus haar dochter. ‘Ze geloofde hem. In die tijd trok je een dokter niet in twijfel. In dit artikel wordt ook een vreemd moment beschreven. Paul Fawcett, een woordvoerder voor MRC, beweert dat er ‘met de dokter altijd een zorgverlener meekwam die Gujarati sprak’. De journalist wees hem erop dat de vrouwen Punjabi spraken, geen Gujarati. (Gujarat ligt op duizend kilometer afstand van Punjab.)  ‘Fawcett las zijn aantekeningen even door en herhaalde vervolgens wat hij zei,’ aldus het artikel.

    Te midden van alle onrust richtte de gemeente van Coventry een hulplijn op voor bezorgde bewoners en stelde de gezondheidsautoriteit van Coventry een onderzoek in. Elwood vond het een pijnlijke ervaring. ‘Ik ging naar Coventry en het hoofd van de medische dienst zei tegen mij: “Laten we via de achterdeur naar binnen gaan. Er is een menigte aan journalisten en Aziaten, en ze hebben het op je gemunt – het zijn heel lastige types,”’ vertelt hij. Elwood gaf wat uitleg over het experiment voordat hij vragen beantwoordde. ‘Een aantal mensen werd heel agressief,’ zei hij. Een Aziatische man ‘sloeg met zijn vuist op tafel en riep dat ik samenspande met het ministerie van Defensie, dat deze arme vrouwen gedupeerd zijn, dat ik ze had bedrogen… dat ze allemaal gezondheidsklachten hadden. Maar ze waren allemaal in de tachtig, en er waren ook al een paar vrouwen overleden. Alles wat er aan die vrouwen mankeerde werd mij toegeworpen.’

    Elwood was duidelijk niet op zoveel woede voorbereid. Hij betwistte zelfs dat de vrouwen nauwelijks Engels konden, maar dit was toen al bevestigd. ‘Ze zeiden dat deze vrouwen laaggeletterd waren, en dat ik ze expres had uitgekozen zodat ze er niets van zouden begrijpen,’ zei hij. ‘Nou, ik heb brieven van een stuk of drie vrouwen waarin ze mij bedanken voor het interessante onderzoek, allemaal in uitstekend Engels.’ (Ik heb MRC gevraagd of Elwood deze brieven nog steeds bezit, maar zij beweren dat hij geen enkel contact heeft onderhouden omtrent dit onderzoek.)

    ‘Ze zeiden dat (…) dat ik ze expres had uitgekozen zodat ze er niets van zouden begrijpen’

    Elwood heeft dan geen prettige ervaring gehad, toch gaf het rapport van de gezondheidszorg in Coventry hem groot gelijk. De conclusie was dat hij aan alle ethische standaarden van die tijd had voldaan, en dat de dosis straling – volgens een onafhankelijke expert – erg laag was: ongeveer gelijk aan één röntgenfoto in die tijd. Het rapport levert kritiek op de documentaire, dat deze namelijk ‘onnodige paniek heeft gezaaid onder Aziatische mensen in Coventry’. Er ontbrak alleen één ding aan het rapport: de stem van de proefpersonen. Volgens het rapport heeft MRC geen overzicht meer van de vrouwen die meededen aan het experiment. Daardoor hebben ze alleen maar met ‘de weinige’ vrouwen kunnen spreken die na de documentaire contact hebben opgenomen. Het is niet duidelijk hoe, en of, MRC contact met de vrouwen heeft gezocht, maar Kalbirs moeder heeft hier niets over gehoord en wist niet dat dit onderzoek gaande was. De vrouwen worden één keer genoemd: een zin waarin staat dat twee vrouwen zich niet kunnen herinneren of ze toestemming hebben gegeven.

    In de nasleep van de documentaire is de MRC een eigen enquête begonnen waarin alle MRC-experimenten die in de film voorkomen zijn onderzocht. Het onderzoek werd in 1998 gepubliceerd en de conclusie was dat alle experimenten helemaal conform de regels van die tijd zijn gegaan. De vrouwen zijn hierbij opnieuw over het hoofd gezien; er stond in het rapport dat ‘hoewel er veel kanalen zijn gebruikt’, niemand zich heeft gemeld. De wetenschappers hadden het experiment aan de vrouwen uitgelegd – wat niet gebruikelijk was – dus wordt Elwood in het rapport beschreven als ‘een zeer integere wetenschapper’, en was dit ‘een voorbeeldige studie waarbij de onderzoeksstandaarden hun tijd ver vooruit waren’. Het rapport benoemt ook het gebrekkige Engels van sommige vrouwen, en het feit dat kinderen soms voor ze vertaalden: ‘het is mogelijk dat, ondanks de goede bedoelingen van het team, de vrouwen de volledige details van de studie niet helemaal hebben begrepen’. Dit wordt verder niet veel besproken, behalve dat ‘men de behoeften van proefpersonen uit etnische minderheden nu over het algemeen beter begrijpt, en daar dus ook voorzichtiger mee omgaat.’

    In de Verenigde Staten begon de regering onder Bill Clinton als gevolg van Eileen Welsome’s reportage een volledige enquête naar menselijk stralingsonderzoek. Clinton bood slachtoffers zijn excuses aan en na een aantal collectieve rechtszaken volgde er compensatie. Hier zaten zaken tussen die veel weg hadden van het chapati-experiment en andere soortgelijke onderzoeken die Bronlow in het Verenigd Koninkrijk had ontdekt. Dit waren experimenten die een relatief goedaardig medisch doel hadden en waar het probleem niet zozeer om radioactieve schade ging, maar om het gebrek aan toestemming. De zwangere vrouwen in Nashville hebben meer dan 10 miljoen dollar ontvangen, dit terwijl hun stralingsdosis relatief laag was. Een vervolgonderzoek toonde aan dat er een ‘klein maar statistisch onbeduidend’ hoger aantal kankerpatiënten onder de kinderen was. Een aantal van de leerlingen uit Massachusetts die radioactieve havermout hadden gegeten hebben een schikking van 1,85 miljoen dollar ontvangen, hoewel er opnieuw uit onderzoek bleek dat er relatief kleine doses straling bij kwamen kijken.

    In het Verenigd Koninkrijk waren er geen vervolgstudies over de potentiële schade, geen rechtszaken, geen compensatie. Niet eens een verontschuldiging.

    De lege archieven

    Toen het Coventry-experiment in 2023 weer onder de aandacht kwam, riep men op tot een openbare enquête en compensatie voor de vrouwen. Dit is alleen moeilijk te bewerkstelligen: zelfs basisfeiten, zoals de namen van de vrouwen, zijn nauwelijks toegankelijk. In 1995 zei MRC al dat ze deze informatie niet hadden. ‘Als wetenschapper vind ik dat erg vreemd,’ zei Owatemi, die, voordat ze de politiek inging, zelf wetenschapper is geweest. ‘Deze onderzoeker leeft nog, en ik geloof er niets van dat MRC dit zomaar uit zijn archief zou halen.’ (MRC heeft hierop gereageerd, en heeft mij beleidsdocumenten getoond waarin staat dat medisch onderzoek twintig jaar wordt bewaard, en recentere GDPR-regels die voorschrijven om data niet langer dan nodig te bewaren.)

    Het achterhalen van de identiteit van deze vrouwen is een moeizaam proces. Akhter, de onderzoeker bij de Warwick-universiteit, heeft contact met een aantal families die vermoeden dat hun moeder of grootmoeder bij het experiment betrokken was, en is van plan ze hierover te interviewen. MRC is een eigen onafhankelijk onderzoek gestart naar het Coventry-experiment en andere soortgelijke proeven ‘waarbij het onderzoeksproces, en specifiek toestemmingsprocedures, niet aan hedendaagse ethische standaarden voldoen (maar eventueel wel aan de standaarden toentertijd)’. Ze hebben een team van de Universiteit van Leicester gevraagd om de gezinnen en de bredere gemeenschap te interviewen met blik op ‘vertrouwen binnen gemeenschappen van etnische minderheden’. Owatemi hoopt erop dat ze de vrouwen kan identificeren zodat er officiële excuses en een morbiditeitsonderzoek naar de gezondheidsgevolgen kunnen plaatsvinden.

    In de jaren negentig hebben MRC-woordvoerders herhaaldelijk gezegd dat een vervolgonderzoek naar de vrouwen geldverspilling zou zijn aangezien de stralingsdoses zo laag waren. ‘Ik ben boos, gefrustreerd en bang,’ zei Kalbir tegen mij. ‘Ik eis antwoorden en gerechtigheid.’ Het chapati-verhaal is door de jaren heen meermaals onder de aandacht gekomen, en inmiddels staat het symbool voor iets veel groters. ‘Deze vrouwen hadden het zwaar in Engeland,’ zei Kalbir. ‘Ze begrepen de wetenschap en de medische wereld niet. Ze vertrouwden er blindelings op. Dit had nooit mogen gebeuren.’

  • Nieuw onderzoek wijst uit dat narwallen spelen met hun slagtanden

    Nieuw onderzoek wijst uit dat narwallen spelen met hun slagtanden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zuid-Soedan: oppositie zegt vredesakkoord op na arrestatie van vicepresident

    » Wild zwijn met varkenspest doodgeschoten in Duitsland

    Eerst werd gedacht dat ze er alleen maar mee pronken en jagen

    Onderzoek dat vorige maand werd gepubliceerd in het tijdschrift Frontiers in Marine Science, lijkt te suggereren dat narwallen hun slagtanden niet alleen gebruiken om vrouwtjes aan te trekken, te pronken en te jagen, maar ook om te ‘spelen’. Dat schrijft The New York Times.

    Zo is op video’s te zien dat ze meer dan eens een zalmforel achtervolgen zonder dat ze hem proberen te vangen en op te eten. Om de vis net buiten het puntje van hun slagtanden te houden, remmen ze zelfs af. Ze geven de vis zachte tikjes of duwtjes – een duidelijk verschil met het agressiever gebruik van hun slagtanden wanneer ze op vis jagen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Met de hulp van lokale Inuit-gemeenschappen zocht het onderzoeksteam een plek in het Canadese hoge Noordpoolgebied om een kamp op te slaan en met drones te vliegen. De kalme wateren van Creswell Bay in Nunavut, waar narwallen eerder in de zomer waren waargenomen, waren ondiep en helder en stelden de onderzoekers – in combinatie met het 24-uurs daglicht in augustus – in staat om enkele van de beste opnamen van narwallen ooit te maken.

    Van narwallen is bekend dat ze moeilijk te bestuderen zijn, omdat ze extreem schuw en ongrijpbaar zijn. Verder brengen ze hun tijd meestal ver van de kust door, duiken ze diep in het water en is onderzoek in het Noordpoolgebied logistiek complex. Dat maakt de bevindingen nog eens extra bijzonder.

  • Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Hoe overleven de oudste ecosystemen op aarde

    Ecosystemen zijn complexe structuren die bestaan uit planten en en dieren. Sommige ecosystemen op onze aarde bestaan al meer dan miljoenen jaren en zien er nog steeds ongeveer hetzelfde uit, ondanks de vele veranderingen die ze moesten doorstaan. Klimaatjournalist en auteur Ferris Jabr vertelt ons wat we kunnen leren van deze veerkrachtige biotopen.

    Ik was nog geen tien minuten in het Hoh-regenwoud in de staat Washington of ik begreep al waarom het bij velen zo geliefd is. Als een van de grootste gematigde regenwouden ter wereld zag dit oerbos er niet alleen anders uit dan zijn jongere buren, het voelde ook anders. De lucht leek er stil te hangen. Het licht had een chlorofylachtige tint. En ik werd omgeven door de geur van natte aarde en weelderige vegetatie.

    Al snel bevond ik me tussen betoverde bomen en geheimzinnige holtes in alle mogelijke tinten groen en zo rijkelijk bedekt met mos dat ik geen stukje kale bast kon ontdekken. Ik kwam eeuwenoude esdoorns tegen die zich hadden verwrongen tot levende gewelven, en douglassparren die zo breed en hoog waren dat het me moeite kostte om ze goed op de foto te krijgen. In het Hoh-regenwoud valt elk jaar 3,5 tot 4 meter regen en houtkap is er al lange tijd verboden, waardoor er bomen staan die meer dan 60 meter hoog en al eeuwenoud zijn. Sommige delen van het bos ademen zo’n oeratmosfeer dat je je in de Juratijd waant.

    De oudste ecosystemen op aarde

    Als het aankomt op biologische records kijken we meestal naar individuen: de grootste boom in een bos, het oudste organisme op aarde. Na een bezoek aan het Hoh-regenwoud begon ik me echter af te vragen hoe het zit met gemeenschappen: wat zijn de oudste ecosystemen op aarde en wat kunnen we daarvan leren?

    Net als het Hoh-regenwoud bestaan sommige oerbossen al eeuwenlang. Maar het blijkt dat bepaalde ecosystemen en biomen op onze planeet al honderdduizenden tot tientallen miljoenen jaren bestaan en op de een of andere manier hun karakteristieke eigenschappen hebben behouden, ondanks dat ze grote veranderingen hebben ondergaan. 

    Om een parallel te trekken met een beroemd gedachte-experiment: als elk onderdeel van een schip geleidelijk wordt vervangen door een replica die er voldoende op lijkt, behoudt het schip zijn essentiële vorm, ook al is het niet langer identiek aan de vorige versie. Op dezelfde manier zijn de meeste cellen in ons lichaam al vele malen gestorven en vervangen sinds onze geboorte, maar toch blijft onze algemene anatomie herkenbaar. Sommige steden hebben duizenden jaren lang een duidelijke topografie, infrastructuur en cultuur behouden, ook al zijn er steeds nieuwe gebouwen en inwoners bij gekomen. De veranderingen die ecosystemen in de loop van opeenvolgende geologische tijdperken ondergaan zijn nog ingrijpender, maar de principes zijn vergelijkbaar. 

    Wat het voor zo’n groot levend systeem precies betekent om zo oud te zijn, en wat zo’n verbazingwekkend lange levensduur mogelijk maakt, blijven open vragen, deels omdat ze onze opvattingen over wat het is om te leven uitdagen. Vanuit het geologische perspectief van de diepe tijd zou je sommige ecosystemen bijna als organismen kunnen zien: ze schuiven over het aardoppervlak als reusachtige amoeben, breiden zich uit en trekken zich terug als reactie op fluctuaties in het milieu, maar ze blijven bestaan als samenhangende entiteiten.

    Verbonden en verbeten

    Wetenschappers zijn het nog niet eens over een precieze definitie van leven, maar velen formuleren het ongeveer zo: leven is een systeem dat zichzelf actief in stand houdt. De wetten van de thermodynamica schrijven voor dat alles in het universum onvermijdelijk uit elkaar valt en oplost in een homogene brij. Levende systemen gebruiken beschikbare energie om tijdelijk aan deze uitkomst te ontsnappen en hun opzienbarend georganiseerde structuren in stand te houden. Meer nog dan genetica of voortplanting is het dit vermogen tot zelfbehoud dat alle levensvormen – van protist tot prairie – met elkaar gemeen hebben.

    In die zin zijn ecosystemen springlevend. De terugkoppelingen tussen ecosystemen en de organismen daarbinnen en hun wederzijdse evolutie over grote tijdspannen culmineren in een groeiend vermogen om extreem oud te worden, een vermogen dat de mogelijkheden van het individu ver overschrijdt. Hoewel ecosystemen geen organismen zijn, vertonen ze toch groei, veerkracht en zelfregulering. De systemen die het best in staat zijn om te herstellen van grote verstoringen en die erin slagen de processen, relaties en infrastructuur die ze definiëren in stand te houden, zullen zich het langst handhaven. Ecosystemen overleven en evolueren niet door differentiële reproductie, maar door differentiële persistentie.

    ‘Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd’

    De hardnekkigheid waarmee de langstlevende ecosystemen op aarde voortbestaan duidt op een essentieel kenmerk van leven op elke schaal: onderlinge verbondenheid. Per definitie zijn alle levende wezens systemen die bestaan uit kleinere onderling verbonden onderdelen. Deze systemen zijn op hun beurt onlosmakelijk verbonden met de grotere netwerken die ze omringen. Elke individuele boom is een universum van mineralen, water en cellen waarin uitgestrekte gemeenschappen van microben en schimmels leven. Tegelijkertijd is een boom een vitaal onderdeel van het grotere bos, het landschap en zelfs van de weersystemen waarvan hij afhankelijk is. 

    In het Antropoceen zijn veel van deze fundamentele relaties nu echter aan het wankelen gebracht. Sommige van deze oeroude ecosystemen worden naar de rand van de afgrond geduwd; ze worden zo grondig aangetast dat ze zouden kunnen bezwijken.

    Aan de poorten van het klimaatinferno

    Ondanks de veerkrachtige ecosystemen zijn de vooruitzichten somber, stelt José Luis Lezama in het Mexicaanse politieke tijdschrift Nexos, vooral omdat de huidige klimaatverandering sneller verloopt dan in het verleden. In zijn artikel A las puertas del infierno climático schetst hij een angstaanjagend beeld van een wereld die afstevent op een klimaatinferno. Met de stijging van de zeespiegel, de meer dan 20.000 ton bommen die op Gaza zijn gegooid, de voortdurende winning van olie, en de koolstofemissies van de militaire sector – verantwoordelijk voor 5,5 procent van de wereldwijde uitstoot – is de kritische grens van 1,5 graden opwarming vorig jaar al overschreden. In de huidige maatschappij ziet Lezama twee gescheiden werelden: de ene, geïnformeerd en bezorgd over de klimaatcrisis, maar machteloos om actie te ondernemen, en de andere, bestaande uit de economische elite die profiteert van het huidige economische systeem en met cosmetische ingrepen, zoals klimaatconferenties en greenwashing, de nadelige gevolgen denkt te kunnen afwenden. Ondertussen gaan de niet-geprivilegieerden door toedoen van een maatschappelijk systeem dat hen in armoede houdt een onzeker en uitzichtloos bestaan tegemoet. Hij beschrijft het handelen van de rijkste 1 procent als een ‘compulsieve houding’ die op de lange termijn tot zelfdestructie leidt.

    Verscholen op de bodem van de oceaan

    Een van de oudste ecosystemen van onze planeet is een uitgestrekte weide die momenteel ongeveer zo groot is als Manhattan. Je zult er echter nooit bijen of vlinders zien fladderen en je kunt er ook geen dutje doen in het groen. De weide in kwestie groeit op de zeebodem tussen de Spaanse eilanden Ibiza en Formentera. Net als alle andere weiden bestaat ze voornamelijk uit planten, in dit geval zeegrassen: een groep planten die vroeger op het land voorkwam, bijna 100 miljoen jaar geleden terugkeerde naar de zee en nu groeit in beschutte wateren rond elk continent behalve Antarctica. 

    In 2010 zwommen marien ecoloog Sophie Arnaud-Haond en haar collega’s door een onderwaterweide en verzamelden op tientallen verschillende locaties monsters van Neptunusgras (Posidonia oceanica). Net als alle andere zeegrassen kan Neptunusgras zich vermenigvuldigen door zichzelf te klonen. De wetenschappers troffen verspreid over de weide talloze klonen aan, sommige wel 14,5 kilometer uit elkaar. Gezien de trage jaarlijkse groei van Neptunusgras zouden deze klonen zich gedurende 80.000 à 200.000 jaar over het gebied moeten hebben verspreid om zo’n grote weide te kunnen vormen. Ze denken dat de weide, al naargelang het mondiale klimaat veranderde en de zeespiegel steeg en daalde, herhaaldelijk van plaats veranderde. Nu en dan moeten er grote delen van de weide zijn afgestorven vanwege ongeschikte omstandigheden. Maar bij elke klimatologische omwenteling zullen er voldoende klonen hebben overleefd, zodat hun geslachtslijn tot op de dag van vandaag voortbestaat. 

    Elders in de oceaan zijn er nog grotere en oudere ecosystemen, niet gevormd door één enkele klonale soort, maar door symbiotische kolonies van kleine gelatineachtige dieren, fotosynthetisch plankton en microben. We noemen ze koraalriffen. Het Australische Groot Barrièrerif, dat 344.400 vierkante kilometer beslaat en vanuit de ruimte zichtbaar is, is niet alleen het grootste koraalrif ter wereld, het wordt ook vaak beschouwd als de grootste levende structuur op aarde. Zijn leeftijd is al net zo indrukwekkend; men denkt dat het Groot Barrièrerif zo’n 500.000 tot 600.000 jaar geleden is ontstaan. 

    ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen is iets magisch’

    Wetenschappers hebben aangetoond dat koraalriffen in Papoea-Nieuw-Guinea een vergelijkbare levensduur hebben. Tijdens bijzonder stabiele perioden in de loop van de geschiedenis van de aarde zijn er rifsystemen geweest die waarschijnlijk meerdere miljoenen jaren standhielden.

    Om riffen te vormen moeten koralen zich eerst vasthechten aan een rotsachtig oppervlak. Wanneer een rif getroffen wordt door een ramp, zoals een orkaan, kunnen de verkalkte resten van dode koralen de fundering vormen waarop overlevende koralen zich vestigen. ‘Riffen zijn fascinerend,’ zegt Gregory Webb, een paleontoloog die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de ontwikkeling van riffen in de loop van de geologische tijd. ‘De veerkracht van een levensgemeenschap die zich kan hergroeperen en herstellen, zelfs wanneer ze met ernstige verstoringen wordt geconfronteerd, is iets magisch.’

    In 2018 publiceerden marien geoloog Jody Webster en zijn collega’s een baanbrekend onderzoek waarin ze de afgelopen 30.000 jaar van de evolutie van het Groot Barrièrerif reconstrueerden, een tijdsspanne waarin zich aanzienlijke klimaatschommelingen voordeden. Wanneer de zeespiegel daalde, kwam een groot deel van het rif bloot te liggen, dat vervolgens afstierf. En omgekeerd: wanneer de zeespiegel steeg en de golven aanzwollen, verdronken grote delen van het rif in troebel water. Als reactie hierop migreerde het Groot Barrièrerif herhaaldelijk en geleidelijk zeewaarts of juist landwaarts, waardoor het in de loop der tijd zijn continuïteit waarborgde.

    Eeuwenoud regenwoud

    De oudste nog bestaande ecosystemen bevinden zich echter op het land. Sommige tropische regenwouden bestaan waarschijnlijk al tientallen miljoenen jaren in dezelfde globale regio met dezelfde essentiële kenmerken. Dat heeft deels te maken met de geografie. In sommige opzichten is de tropische zone (rond de evenaar) al lange tijd een van de klimatologisch stabielere delen van de planeet, zelfs in de tijd dat continenten zich binnen en buiten de grenzen ervan bewogen.

    Op basis van gedetailleerde analyses van klimaatgegevens en fossielen plaatsen paleobioloog Carlos Jaramillo en zijn collega’s de oorsprong van het moderne tropische regenwoud – gedefinieerd als een woud waar het altijd warm en vochtig is, waar de diersoorten op verschillende niveaus levens, het bladerdak aaneengesloten is en waar het wemelt van de bloeiende planten, lianen en epifyten – aan het begin van het Cenozoïcum, kort na de inslag van de asteroïde die bijdroeg aan de ondergang van de niet-vliegende dinosauriërs, zo’n 66 miljoen jaar geleden. Ruwweg 60 miljoen jaar geleden, toen de continenten relatief dezelfde configuratie hadden als nu, bezaten de regenwouden in Noord- en Zuid-Amerika dezelfde structurele basiskenmerken als nu en leefden er dezelfde plantenfamilies als die er nu voorkomen. Op basis van dit soort bewijs beweren aardwetenschapper Mark Maslin en zijn collega’s dat het Amazoneregenwoud ‘relatief intact is gebleven’, dat het al ten minste 55 miljoen jaar een ‘blijvend kenmerk van Zuid-Amerika is’.

    Wetenschappers hebben in Australië vergelijkbare ontdekkingen gedaan wat betreft de lange levensduur van regenwouden. ‘Veel plantenfamilies die nu veel voorkomen in de overgebleven regenwouden en die hun basis vormen en zorgen voor het grootste deel van hun soortenrijkdom, hebben al 40 miljoen jaar een stabiele geschiedenis op het Australische continent,’ zegt Darren Crayn, botanicus en directeur van het Australian Tropical Herbarium. Hij en zijn collega’s schrijven in een onderzoek: ‘Het uithoudingsvermogen, de overlevingskansen en de hardnekkigheid van deze regenwoudbewoners vormen een van de grootste biologische en evolutionaire succesverhalen op aarde.’

    Het is moeilijk om te bepalen waar deze amorfe, oeroude entiteiten beginnen of ophouden. Hoe bepalen we precies wanneer een ecosysteem – met al zijn complexiteit en vervangbaarheid – is geboren of gestorven?

    Zelfvoorzienend

    De oudste ecosystemen op aarde verschillen ongetwijfeld van hun vroegere versies. De grenzen, topografie en soortensamenstelling ervan zijn in de loop van de millennia veranderd. Hoewel het fossielenbestand onvolledig is, had het Groot Barrièrerif 400.000 jaar geleden vrijwel zeker een ander biodiversiteitsprofiel, met soorten die nu niet meer bestaan. De Amazone, de rivier die zo bepalend is voor het huidige Amazonewoud, ontstond pas zo’n 11 miljoen jaar geleden. Als we echter honderdduizenden of miljoenen jaren terug in de tijd konden reizen, zouden deze ecosystemen ons niettemin griezelig vertrouwd voorkomen omdat ze hun essentiële kenmerken – de relaties en kaders die ze definiëren – verbazend lange tijd hebben behouden.

    Om zo’n lange levensduur beter te begrijpen, moeten we uitzoeken wat eraan ten grondslag ligt. Zeegrasvelden, koraalriffen en regenwouden hebben een aantal belangrijke eigenschappen gemeen. Ze bevinden zich allemaal in de tropen, waar het klimaat over het algemeen minder wisselvallig is dan op hogere breedtegraden. Ze zijn allemaal ontstaan uit organismen die zelf ook zeer veerkrachtig zijn en zich goed kunnen aanpassen. Tot op zekere hoogte creëren of versterken ze de omstandigheden die ze nodig hebben om te overleven. Door golven af te remmen, sedimenten vast te houden, fotosynthese uit te voeren, water te filteren en van zuurstof te voorzien en koolstof op te slaan maken zowel zeegrasvelden als koraalriffen hun omgeving rustiger, helderder, minder zuur, voedselrijker en over het algemeen leefbaarder. Koralen produceren ook meer van de rotsachtige ondergrond die ze nodig hebben om te groeien.

    Evenzo produceren regenwouden veel van de regen waarvan ze afhankelijk zijn door de watercyclus drastisch te versnellen. Wolkvorming is afhankelijk van twee essentiële ingrediënten: waterdamp en deeltjes waarop die damp kan condenseren. Regenwouden leveren beide door enorme hoeveelheden waterdamp de atmosfeer in te blazen, samen met talloze kleine deeltjes, zoals stuifmeelkorrels, schimmelsporen, microben, fragmenten van insectenschalen en verschillende organische verbindingen. Het resultaat is een zichzelf versterkende feedback loop: hoe meer het regent, hoe harder het bos groeit; hoe harder het bos groeit, hoe meer het regent. Wetenschappers hebben berekend dat het Amazonewoud ongeveer de helft van de regen produceert die elk jaar op zijn bladerdak valt. 

    Het vermogen van ecosystemen om zichzelf te reguleren en in stand te houden – om een zekere mate van zeggenschap te hebben over hun voortbestaan en evolutie – doet denken aan meer op zichzelf staande levende organismen. Al meer dan een eeuw leggen wetenschappers dergelijke verbanden en debatteren erover. 

    In het begin van de twintigste eeuw poneerde de Amerikaanse ecoloog Frederic Clements de stelling dat bossen en andere botanische levensgemeenschappen een reeks afzonderlijke ontwikkelingsfasen doormaken die vergelijkbaar zijn met die van individuele organismen. Eugene Odum, een andere Amerikaanse ecoloog uit de twintigste eeuw, dacht dat ecosystemen, net als organismen, homeostase vertoonden, het vermogen om bepaalde chemische en fysische omstandigheden in stand te houden die essentieel zijn voor hun overleven. Meer recentelijk heeft een groep wetenschappers, waaronder enkele die koraalriffen bestuderen, betoogd dat elk complex meercellig organisme samen met zijn symbiotische microben moet worden beschouwd als een levensgemeenschap, holobiont genoemd, en dat de ware ecologische eenheid van natuurlijke selectie de collectieve genetische informatie van deze levensgemeenschap is, het hologenoom. Met andere woorden, een koraal en zijn symbiotische partners zijn zo van elkaar afhankelijk dat we ze als een samenhangende evoluerende entiteit moeten beschouwen. Hetzelfde zou je kunnen zeggen van het koraalrifecosysteem. Ideeën als deze zijn nog zeer omstreden. 

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend

    De extreme levensduur van ecosystemen illustreert het belang van de relaties tussen dergelijke grootschalige systemen en de organismen waaruit ze bestaan. Ecosystemen mogen dan geen individueel genoom hebben en zich niet evolueren volgens de Darwinistische evolutietheorie, toch zijn ze in staat om te groeien, te overleven en te evolueren omdat ze ontegenzeggelijk verweven zijn met de groei, overleving en evolutie van de organismen waaruit ze bestaan.

    Overal waar leven ontstaat, verandert het zijn omgeving ingrijpend. Deze veranderingen beïnvloeden onvermijdelijk elk daaropvolgend evolutionair proces binnen die omgeving. Met voldoende tijd en onder de juiste omstandigheden kan deze co-evolutie er voor zorgen dat het bewuste ecosysteem honderdduizenden tot miljoenen jaren kan voortbestaan.

    Uitbreiding inheems bosgebied

    Terwijl de herintroductie van wolven in Nederland op een drama is uitgelopen, blijkt uit een studie van de Universiteit van Leeds dat het terugbrengen van wolven in de Schootse Hooglanden de populatie edelherten, die jonge bomen opeten, terug zou kunnen brengen tot een niveau waarbij het bos zich op natuurlijke wijze zou kunnen herstellen.

    Wanneer het bos zich weer uitbreidt, zou het per jaar 1 miljoen ton koolstof kunnen opnemen. De populatie wolven zou zich volgens het onderzoek, dat werd gepubliceerd in tijdschrift Ecological Solutions and Evidence, kunnen uitbreiden tot 167 exemplaren, wat neerkomt op een jaarlijkse opname van 6080 ton CO2 per wolf. Daarmee zou de economische waarde per dier op 186.000 euro worden geschat, volgens de huidige koolstofprijs.
    Volgens Dominick Spracklen, die het onderzoek leidde, kunnen de klimaat- en biodiversiteitscrises niet los van elkaar worden aangepakt. ‘We moeten kijken naar de potentiële rol van natuurlijke processen om aangetaste ecosystemen te herstellen.’
    Wolven zijn 250 jaar geleden uitgeroeid in Schotland, voornamelijk door de jacht. Net zoals in Nederland werd de wolf als een bedreiging gezien voor het vee. In 1427 werd zelfs een wet aangenomen die stelde dat er jaarlijkse drie wolvenjachten moesten plaatsvinden. Hierdoor hadden edelherten geen natuurlijke vijanden meer, en hoewel er pogingen zijn gedaan om de populatie onder controle te houden, is deze inmiddels uitgegroeid tot naar schatting 400.000.
    Schotland heeft nog maar 4 procent inheems bos, en is daarmee een van de minst beboste gebieden in Europa. De onderzoekers verwachten de nodige weerstand tegen de voorstellen die voortkomen uit de studie, vooral van hertenliefhebbers, jagers en boeren die zich zorgen maken over hun vee.

    Uitsterven?

    Toch zijn zelfs levende systemen die zo oud en veerkrachtig zijn als regenwouden en riffen niet onaantastbaar of onsterfelijk. De meeste perioden van klimatologische onrust die de ecosystemen op aarde tot nu toe hebben overleefd, verliepen langzaam in vergelijking met het hoge tempo waarop de mens tegenwoordig de lucht, het land en de zee vervuilt en transformeert. Tegen het einde van de eeuw kunnen warmwaterkoraalriffen bijna volledig vernietigd zijn door de opwarming van de aarde, gereduceerd tot enkele refugia hier en daar. En de zichzelf versterkende regencyclus in het Amazonegebied staat op het punt te breken.

    Maar zelfs als je geconfronteerd wordt met deze trieste mogelijke uitkomsten, biedt het een soort troost om naar ecologie te kijken door de lens van de diepe tijd en te zien hoe opmerkelijk standvastig de oudste levensgemeenschappen op aarde zijn. De kracht van de mensheid is buitensporig groot, maar niet oneindig. Het leven is geneigd om zich te handhaven en te herstellen, waarbij het in de loop van duizenden tot miljoenen jaren steeds nieuwe vormen ontdekt.

    Aan het einde van mijn wandeling kwam ik, na langs een met reuzenvarens begroeide rivieroever te zijn geslenterd, bij een bos in een bos. Een van de reuzen van het Hoh-regenwoud was omgevallen, waarschijnlijk tientallen jaren eerder. Zijn kolossale gebarsten lichaam was de basis geworden voor nieuw leven. Dit graf was tegelijkertijd een kwekerij: de rottende stam was begroeid met mos en er waren varens en jonge boompjes in opgeschoten. De geweldige wortelkluit, zeker drie meter hoog, vormde nu een sokkel voor een groepje jonge douglassparren. Door te ontkiemen op de resten van een ouder familielid hadden ze zich hoog boven het schaduwrijke struikgewas verheven. Nu schitterden ze in het gouden zonlicht als de jongste leden van een volhardende levensgemeenschap.

  • Onderzoek: aarde in het verre verleden warmer dan gedacht

    Onderzoek: aarde in het verre verleden warmer dan gedacht

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK: Veel hogere concentraties pesticide toegestaan op voedsel sinds Brexit

    » Wetenschappers roepen op tot ‘wereldwijde actie’ tegen microplastics

    Onderzoekers voorspellen ook snellere opwarming

    In een donderdag gepubliceerde studie in Science presenteert een team van Amerikaanse en Britse onderzoekers een baanbrekend verslag van het klimaat op aarde in het verre verleden tot nu. Volgens de onderzoekers was het op onze planeet in de afgelopen 485 miljoen jaar aanzienlijk warmer in periodes met hoge kooldioxideniveaus dan tot nu toe werd gedacht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Met alle kooldioxide die de mens nu in de atmosfeer pompt door het verbranden van fossiele brandstoffen, suggereren de nieuwe bevindingen dat de temperaturen de komende millennia meer zouden kunnen stijgen dan verwacht’, aldus The New York Times. Hoofdauteur van het onderzoek, Emily J. Judd, tegen de Amerikaanse krant: ‘We zeggen niet dat het onmiddellijk warmer wordt, maar op de lange termijn zal de planeet waarschijnlijk warmer worden dan we eerder dachten.’

    ‘Ondertussen’, zegt Judd, ‘voegen mensen zo snel koolstofdioxide toe aan de lucht, bijna 40 miljard ton per jaar, dat dit veel rampzaligere gevolgen zal hebben dan de geleidelijke, geologische verschuivingen in het verleden van de aarde.’