Onderwerpen: Wetenschap

  • Israëlische wetenschappers creëren kunstmatige menselijke embryo

    Israëlische wetenschappers creëren kunstmatige menselijke embryo

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hunter Biden wordt aangeklaagd wegens illegaal wapenbezit

    » Spaanse voetbalster Hermoso klaagt Rubiales aan voor aanranding vanwege kus

    Medische doorbraak in onderzoek naar aangeboren afwijkingen

    Israëlische onderzoekers zijn erin geslaagd om een model van een menselijke embryo te maken zonder sperma of eicel, meldt Haaretz. Het team van het Weizmann Instituut beweert dat het organisme, gemaakt van stamcellen, lijkt op een echt menselijke embryo van veertien dagen oud. Volgens de wetenschappers, die hun werk woensdag presenteerden in het tijdschrift Nature, was de kunstmatige embryo zelfs in staat om hormonen af te geven die zorgden voor een positieve uitslag bij een zwangerschapstest in het laboratorium.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze ‘medische doorbraak’ zal ‘onderzoekers in staat stellen om de ontwikkeling van aangeboren afwijkingen en ziekten te bestuderen, aangezien de meeste van deze afwijkingen optreden tussen de tiende en veertigste dag van de embryonale ontwikkeling’, legt Haaretz uit. Wetenschappers ‘proberen al vele jaren dergelijke modellen te creëren’, voegt het Israëlische dagblad eraan toe. ‘Dit succes zal ons in staat stellen om de menselijke ontwikkeling beter te begrijpen’. Het Israëlische embryomodel zou kunnen worden gebruikt om het succespercentage van in-vitrofertilisatie te verbeteren, of om te controleren of een medicijn veilig is tijdens de zwangerschap.

    Lees ook:

  • Filosoof Hiroshi Toya: ‘We mogen onze keuzes niet uitbesteden aan AI’

    Filosoof Hiroshi Toya: ‘We mogen onze keuzes niet uitbesteden aan AI’

    Volgens de Japanse filosoof Hiroshi Toya heeft Japan ‘een rotsvast vertrouwen’ in AI. In een interview met het Japanse dagblad Asahi Shimbun benadrukt hij dat we onze eigen verantwoordelijkheid in het oog moeten houden en ons eigen verstand moeten blijven gebruiken.

    Op dit moment is de wereld verdeeld over de regulering van generatieve AI-systemen als ChatGPT. Hoewel de G7 afgelopen mei tijdens de top in Hiroshima pleitte voor ‘een betrouwbare AI’, voelden sommige landen, zoals Japan, er minder voor om deze nieuwe technologie aan allerlei regels te onderwerpen. ‘De Japanse maatschappij heeft een groot vertrouwen in AI,’ aldus een bezorgde Hiroshi Toya, filosoof en hoogleraar aan de Kansai University for International Studies. Hij maant bovendien tot voorzichtigheid: ‘Als we onze aandacht uitsluitend richten op ChatGPT, verliezen we de fundamentele veranderingen uit het oog die het gevolg zijn van het binnendringen van AI in onze maatschappij.’ Op welke veranderingen doelt hij dan?

    ChatGPT wint snel terrein. Wat zijn volgens u de pro’s en contra’s ervan?

    ‘Zeggen dat ChatGPT alleen maar slecht is zou een simplistische constatering zijn die vooralsnog nergens op is gebaseerd. Het is in feite moeilijk te voorspellen of de app algemene ingang zal vinden, zoals Amazon of Gmail. Voorlopig zie ik ChatGPT vooral als een speeltje. Het probleem is volgens mij niet het programma zelf, maar wat wij, de maatschappij, ervan verwachten.

    Wij mensen zijn behept met een extreem sterk verlangen om overal zo snel mogelijk antwoord op te krijgen. In die mate zelfs dat sommigen, volgens artikelen die ik heb gelezen, ChatGPT verwijten dat het programma er te lang over doet om een vraag te beantwoorden, terwijl het maar een kwestie van enkele minuten is. Dat je niet eens een paar minuten kunt wachten gaat toch alle perken te buiten? Onze maatschappij is geobsedeerd door onmiddellijke resultaten, zonder de tijd te nemen voor enige reflectie. Als filosoof zit ik regelmatig in gedachten verzonken met mijn armen over elkaar achter mijn bureau, maar dat geldt vandaag de dag als “inefficiënt”. Dingen goed en langzaam overdenken is steeds minder in trek.’

    ‘Ik denk dat het nodig is om altijd afstand te kunnen blijven nemen van AI en haar systemen’

    Wat voor kwalijke gevolgen kan deze ontwikkeling hebben?

    ‘Als niemand er momenteel last van heeft, kun je waarschijnlijk denken dat het niet erg is. Maar als op een dag de door AI gemodelleerde ‘normaliteit’ sneuvelt, bijvoorbeeld door een ramp of een oorlog, worden we waarschijnlijk geconfronteerd met een periode van chaos. Dan zullen we zelf beslissingen moeten nemen om problemen op te lossen: zullen we tegen die tijd nog wel over een denkvermogen beschikken dat ons in staat stelt de beste keuzes te maken? In het verarmde en uitgeputte Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog konden de mensen niet langer zelfstandig denken en lieten ze zich inpalmen door de nazi-ideologie, waardoor ze medeplichtig werden aan de Holocaust. Zullen we in het geval van een crisis in staat zijn te zeggen dat het oordeel van AI onjuist is? Ik denk dat het nodig is om altijd afstand te kunnen blijven nemen van AI en haar systemen. Als we onze aandacht uitsluitend op ChatGPT richten, verliezen we naar mijn mening de fundamentele veranderingen uit het oog die het gevolg zijn van het binnendringen van AI in onze maatschappij.’

    Zijn de veranderingen die door ChatGPT zelf in gang worden gezet dan niet zo belangrijk?

    ‘Ten aanzien van maatschappelijke kwesties probeert ChatGPT een groot scala aan meningen te dekken. Stel je het programma bijvoorbeeld een vraag over de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, dan zal het alleen de verschillende gezichtspunten op een rij zetten zonder er enige conclusie aan te verbinden. Ik heb de indruk dat het programma meer vragen oproept dan antwoorden geeft. In plaats van problemen op te lossen maakt het keuzes alleen maar moeilijker. Het is zonder twijfel in staat zinnen te produceren die menselijk lijken, maar die maken het ons eerder moeilijker dan makkelijker om beslissingen te nemen en keuzes te maken. Aan genderkwesties kleeft een groot aantal verschillende aspecten, en elk standpunt dat je erover inneemt kan relatief gevoelig zijn. We moeten de verantwoordelijkheid voor onze keuzes nemen.’

    Zijn de antwoorden die AI geeft niet op zichzelf problematisch?

    ‘Voordat we voor een bepaald antwoord kiezen hebben we natuurlijk de vraag al geformuleerd. Als we AI de voorwaarden van de discussie laten bepalen, onttrekken we ons aan onze verantwoordelijkheid in dezen. Het is gevaarlijk om te geloven dat ChatGPT alle aspecten van een kwestie in overweging neemt. Ik vrees dat we steeds minder goed in staat zullen zijn om andere keuzes en gezichtspunten onder ogen te zien dan die welke door AI worden voorgesteld. ChatGPT geeft antwoorden die zijn gebaseerd op bestaande internetgegevens, zonder de juistheid daarvan ter discussie te stellen.’

    Baart het gebruik van ChatGPT ­zorgen op ethisch gebied?

    ‘In de huidige situatie niet. In de toekomst zal het misschien voor problemen zorgen op politiek en juridisch gebied. Sommige parlementsleden hebben al ChatGPT gebruikt voor debatten, maar dat betrof tot dusver alleen de ­teksten die ze voorlazen. Wanneer je bijvoorbeeld de verdeling van de sociale­zekerheidsgelden aan AI zou toevertrouwen, zou dat discriminatie in de hand kunnen werken, zoals een verlaging van de uitkeringen aan senioren omdat hun minder levensjaren resten. Zolang debatten en beslissingen op politiek en juridisch gebied onder menselijke verantwoordelijkheid blijven vallen en het systeem niet instort, geloof ik niet dat we bang hoeven te zijn voor een ernstige ethische crisis.’

    Het belangrijkst blijft het om te weten of de gebruikers de beslissingen die door AI worden ingegeven als hun eigen beslissingen beschouwen

    Sommige mensen zullen AI misschien gebruiken zonder daarvoor uit te komen.

    ‘Inderdaad. Het belangrijkst blijft het om te weten of de gebruikers de beslissingen die door AI worden ingegeven als hun eigen beslissingen beschouwen en de verantwoordelijkheid aanvaarden voor de acties die ze ondernemen. Het zou onverantwoordelijk en funest zijn om te zeggen: “We kunnen er niets aan doen want het is een suggestie van AI”, zonder dat we stilstaan bij onze eigen verantwoordelijkheid.

    Wat Japan betreft, dat is een land dat een rotsvast vertrouwen heeft in AI. In westerse fictie met AI als thema wordt vaak de nadruk gelegd op de dreiging die ervan uitgaat, en op de menselijke verantwoordelijkheid voor het gebruik ervan. In Japan, waar de invoering van AI redelijk soepel verloopt, wordt daar niet vaak bij stilgestaan. Japanners lijken deze nieuwe ontwikkeling lijdzaam over zich heen te laten komen. “Als we er toch niets tegen kunnen doen, kunnen we er maar beter in meegaan,” zeggen ze waarschijnlijk bij zichzelf. Het is van wezenlijk belang om de kwestie te relativeren, om te begrijpen wat er op mondiaal niveau wordt bediscussieerd, en niet in hysterische speculaties te verzinken die de zaak alleen maar erger maken.’ 

  • Wat als we de menopauze afschaffen?

    Wat als we de menopauze afschaffen?

    Voor veel vrouwen gaat de menopauze gepaard met opvliegers, stemmingswisselingen en hersenmist. Is hier niet wat aan te doen? Wetenschappers onderzoeken of ze met middelen die de veroudering van de eierstokken vertragen de gezondheid van vrouwen kunnen verbeteren.

    Stel je eens voor dat vrouwen nooit de menopauze zouden bereiken, die gevreesde mijlpaal op middelbare leeftijd. Of dat ze die zouden kunnen uitstellen of zelf zouden kunnen beslissen wanneer de overgang begint. Vrouwen zouden dan langer vruchtbaar kunnen blijven en meer keuze hebben wanneer ze een gezin willen stichten. Ze zouden niet hoeven te worstelen met symptomen als opvliegers, stemmingswisselingen en hersenmist in de bloei van hun carrière en gezinsleven.

    Nog belangrijker, vrouwen zouden langer en gezonder kunnen leven. Hoewel de menopauze – een volledig jaar zonder menstruatiecyclus – wordt geassocieerd met het einde van de vruchtbaarheid, markeert die ook een andere ingrijpende maar minder erkende verandering. Wanneer de eierstokken stoppen met functioneren en de afgifte van belangrijke hormonen afneemt, versnelt de biologische veroudering bij vrouwen, waardoor het risico op tal van gezondheidsproblemen toeneemt.

    ‘De menopauze is de grootste versneller van verouderingsziekten bij vrouwen over de hele linie, of het nu gaat om hartaandoeningen en beroertes, auto-immuunziekten, osteoporose of cognitieve achteruitgang,’ zegt Piraye Yurttas Beim, oprichter en CEO van biotechstart-up Celmatix. Dit bedrijf richt zich op het verbeteren van de gezondheid van de eierstokken. ‘Het is het einde van de functie van een belangrijk orgaan in ons lichaam, en we moeten het net zomin normaliseren als tandbederf, artrose of cognitieve achteruitgang.’

    Onontkoombaar onderdeel

    Beim maakt deel uit van een kleine maar groeiende groep wetenschappers – voornamelijk vrouwen –, die het idee betwisten dat de menopauze een onontkoombaar onderdeel is van ouder worden. Ze wijzen op onderzoek dat aantoont dat vrouwen die op latere leeftijd in de overgang komen, minder gezondheidsrisico’s lopen en langer leven in vergelijking met degenen die er op jongere leeftijd mee worden geconfronteerd. Onderzoek toont ook aan dat vrouwen minder lijden aan chronische ziekten in vergelijking met mannen – totdat ze de middelbare leeftijd en de menopauze bereiken.

    ‘Dat de menopauze onvermijdelijk is zit zo ingebakken in ons denken, alsof het gewoon iets is wat móét gebeuren,’ zegt Zev Williams, universitair hoofddocent aan de Columbia University en expert op het gebied van gezondheid en vruchtbaarheid van vrouwen. Williams leidt een onderzoek naar veroudering van de eierstokken. Yousin Suh, professor Reproductieve wetenschappen aan deze universiteit, zegt dat haar eigen ervaring met symptomen van de menopauze, zoals hersenmist en slaapproblemen, haar motiveerde om met Williams aan het onderzoek te werken. ‘Ik werd gestimuleerd door mijn eigen ellende.’

    Alle inspanningen om de menopauze uit te stellen of te stoppen zijn gericht op het verbeteren van de gezondheid van vrouwen op de langere termijn. Sommige hebben ook tot doel de vruchtbaarheid te verbeteren, in de hoop dat het voor vrouwen makkelijker wordt om op wat latere leeftijd op natuurlijke wijze zwanger te kunnen worden. Vrouwen die na hun vijfendertigste hun vruchtbaarheid willen behouden, hoeven zich dan niet te bekommeren over het invriezen van hun eicellen voor later. En vrouwen van midden tot eind veertig hebben dan misschien een reële kans om een gezond kind ter wereld te brengen zonder vruchtbaarheidsbehandelingen; emotioneel zware trajecten die tienduizenden dollars kosten en vaak niet werken.

    Door het vertragen of elimineren van de tikkende vruchtbaarheidsklok zouden vrouwen hun jaren tussen dertig en veertig meer kunnen ervaren zoals mannen. Ze zouden in staat zijn om hun carrière met volle kracht na te streven en van hobby’s te genieten, zonder de druk om een partner te vinden en een baby te krijgen vóór de biologische deadline.

    Bij mannen loopt de veroudering van het voortplantingssysteem relatief synchroon met veroudering van de rest van het lichaam

    Naast vruchtbaarheid kunnen de gevolgen voor de gezondheid van vrouwen op middelbare leeftijd ingrijpend zijn: geen opvliegers meer die tijdens een werkvergadering moeilijk te verbergen zijn. Geen hormoongerelateerde stemmingswisselingen of hersenmist meer. Minder vrouwen zouden elke nacht wakker liggen omdat ze vechten tegen jarenlange hormoongerelateerde slapeloosheid. Het belangrijkste is dat slopende ziekten als hartaandoeningen en dementie vrouwen pas later in het leven of überhaupt minder vaak kunnen treffen.

    Natuurlijk zijn er ook aspecten van de menopauze die veel vrouwen verwelkomen, zoals de afwezigheid van de maandelijkse menstruatie of het ontbreken van zorgen over ongewenste zwangerschap. En sommige artsen zijn er nog steeds niet van overtuigd dat het uitstellen van de menopauze een waardevol doel is en vinden dat er meer onderzoek moet worden gedaan. ‘Het is nogal gewaagd om te zeggen dat we de menopauze zouden moeten voorkomen en dat dat al onze kwalen zou genezen,’ zegt Stephanie Faubion, directeur van Mayo Clinic Women’s Health en medisch directeur van de North American Menopause Society. Ze waarschuwt tegen het overschatten van bewijs dat de gezondheid hierdoor zou verbeteren. Het feit dat een natuurlijke menopauze op latere leeftijd wordt geassocieerd met een lager risico op bijvoorbeeld hartaandoeningen, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het kunstmatig uitstellen ervan dat risico zou verlagen.

    De meeste vrouwen komen in de overgang als ze in de veertig of vijftig zijn – de gemiddelde leeftijd is eenenvijftig jaar. De menopauze wordt voorafgegaan door de perimenopauze, die drie tot tien jaar kan duren en wordt gekenmerkt door onregelmatige menstruaties en schommelende hormonen die veel symptomen met zich meebrengen.

    De menopauze treedt in wanneer de eierstokken van een vrouw geen follikels meer hebben. Dat zijn kleine vochtzakjes die elk één eicel bevatten, omgeven door cellen die de eierstokken ondersteunen. De meeste meisjes hebben bij de geboorte gemiddeld een miljoen eicellen; in de puberteit daalt dat aantal tot ongeveer 300.000. Daarna sterven ongeveer duizend eicellen per maand af. Meestal komt er elke maand één rijpe eicel vrij voor mogelijke bevruchting. Honderden andere eicellen komen vrij uit de reserve van de eierstokken, maar uiteindelijk breken ze af en sterven ze voordat ze rijpen en de kans krijgen om te springen.

    De meeste pogingen om de menopauze uit te stellen of te beëindigen richten zich op het vertragen van de snelheid waarmee de follikels en eicellen van een vrouw verloren gaan. Bij mannen loopt de veroudering van het voortplantingssysteem relatief synchroon met veroudering van de rest van het lichaam, dus is er geen sprake van een plotselinge en dramatische verandering in hormonen. Maar bij vrouwen verouderen de eierstokken sneller dan andere organen.

    Lager risico

    Eierstokken produceren via hun ondersteunende cellen ook hormonen die essentieel zijn voor het behoud van de algehele gezondheid van vrouwen. De bekendste hiervan zijn oestrogeen en progesteron, maar eierstokken produceren ook veel andere hormonen die chemische boodschappen over lange afstanden door het lichaam sturen. Oestrogeen en progesteron reguleren niet alleen de menstruatiecyclus en spelen een belangrijke rol bij zwangerschap, ze helpen ook bij het reguleren van andere aspecten van de gezondheid, zoals de hersen- en hartfunctie.

    ‘Er zijn tientallen, zo niet honderden stofjes die door de eierstokken worden gemaakt en naar de rest van het lichaam worden gestuurd,’ zegt Jennifer Garrison, assistent-professor aan het Buck Institute for Research on Aging in Marin County, Californië. Als dat stopt, zegt ze, ‘leidt dat in wezen tot die opeenvolging van gevolgen voor de gezondheid’.

    Onderzoek heeft herhaaldelijk een verband aangetoond tussen vrouwen die later de menopauze bereiken en een langere, gezondere levensduur. In 2005 concludeerde een studie in het tijdschrift Epidemiology dat met elk jaar dat de leeftijd waarop de menopauze optreedt stijgt, het sterftecijfer met 2 procent daalt. Vrouwen die na hun vijfenvijftigste de menopauze bereiken, leven gemiddeld twee jaar langer dan vrouwen waarbij dat al voor hun veertigste gebeurt. Een meta-analyse uit 2016 in JAMA Cardiology toont aan dat vroegtijdige menopauze bij vrouwen jonger dan vijfenveertig jaar wordt geassocieerd met een verhoogd risico op hartaandoeningen en sterfte. Een studie uit 2021 in het tijdschrift BMC Cardiovascular Disorders ontdekte dat vrouwen die voor hun vijftigste de menopauze bereikten, een hoger risico hadden op een beroerte en overlijden. En een meta-analyse van vorig jaar van tweeëntwintig studies concludeerde dat een latere menopauze wordt geassocieerd met een lager risico op dementie.

    Er is steeds meer bewijs dat rapamycine veroudering in de eierstokken van muizen vertraagt

    Mensen zijn een van de weinige zoogdieren die halverwege hun leven in de overgang komen. Andere langlevende zoogdieren zijn geëvolueerd om een grotere voorraad eitjes aan te maken of om de snelheid waarmee ze eitjes verliezen te vertragen, zodat ze bijna tot het einde van hun leven baby’s kunnen blijven krijgen. De bekendste theorie over de evolutie van de menopauze halverwege de levensduur bij de mens is de ‘grootmoederhypothese’, die stelt dat een deel van de lasten van moeders werd verschoven naar grootmoeders, die voedsel verzamelden om hun kleinkinderen te helpen overleven. Zo werd de levensduur van de mens in het algemeen verlengd. Een andere hypothese is dat de menopauze mogelijke conflicten tussen potentiële oudere moeders en jongere moeders over middelen voor hun kinderen wegneemt. Een derde theorie is dat de menopauze halverwege het leven is ontstaan om riskante bevallingen op latere leeftijd te voorkomen en om de kans te vergroten dat moeders lang genoeg leven om hun kinderen op te voeden.

    ‘Je niet meer kunnen voortplanten en dan nog een groot deel van je leven voor je hebben, is echt ongebruikelijk,’ zegt Deena Emera, evolutiebioloog bij het Buck Institute. ‘Er zijn waarschijnlijk goede redenen waarom onze voorouders in de overgang kwamen en zich niet meer konden voortplanten. Maar die voordelen zijn er nu niet meer.’

    Tweede puberteit

    Onderzoekers die de menopauze hopen terug te dringen, proberen vooral de snelheid waarmee vrouwen hun eicellen verliezen te vertragen. Sommigen onderzoeken of bestaande geneesmiddelen die worden gebruikt om andere aandoeningen te behandelen, zouden ook de veroudering van de eierstokken kunnen vertragen. Bij Columbia University begonnen onderzoekers Williams en Suh onlangs een klinische test met een lage dosis rapamycine (een medicijn bij niertransplantatie dat ook breder wordt bestudeerd als antiverouderingsmiddel) bij vijftig vrouwen in de premenopauze, om te zien of dat de veroudering van eierstokken zou kunnen vertragen. Er is steeds meer bewijs dat rapamycine veroudering in de eierstokken van muizen vertraagt.

    Aan de Northwestern University ontdekte Francesca Duncan, mededirecteur van het Centre for Reproductive Science, enkele jaren geleden dat het weefsel rond de follikels verstijft met het ouder worden, waardoor de gezondheid van de eicellen wordt bedreigd. Ze wil nu zien of een medicijn dat is goedgekeurd voor de behandeling van longziekten kan helpen om deze ontwikkeling te voorkomen. ‘Je behoudt dan zowel de hormoonfunctie voor een langere periode als de vruchtbaarheid,’ zegt ze. 

    Anderen werken aan nieuwe therapieën om de achteruitgang van de eierstokken tegen te gaan. Gameto, een biotechbedrijf uit New York, maakt gebruik van celtechnologie. Het doel is om de gezondheid van vrouwen te verbeteren zonder de vruchtbaarheid te verlengen, zegt dr. Dina Radenkovic, medeoprichter en CEO. Onderzoekers van Gameto maken uit stamcellen cellen die de eierstokken ondersteunen en hopen de chemicaliën die ze produceren te kunnen toedienen met behulp van een onderhuids apparaat dat momenteel wordt getest op muizen. Het apparaatje zou de ingrijpende verstoring van signalen tussen de eierstokken en andere organen kunnen verminderen, die vaak optreedt tijdens de menopauze. 

    Nieuwe biotechbedrijven werken ook met het hormoon AMH, dat het verval van de reserves in de eierstokken van een vrouw regelt; licht verhoogde niveaus van dat hormoon zouden ervoor zorgen dat minder eicellen verdwijnen. Oviva Therapeutics, gevestigd in New York, ontwikkelt een recombinante vorm (een combinatie van cellen met verschillende DNA-fragmenten) van AMH om deze signalen te verhogen. ‘Het idee is dat je het tijdstip van de menopauze vooruit kunt schuiven door het moment uit te stellen waarop die lage drempelwaarde van eicellen wordt bereikt,’ zegt CEO en medeoprichter Daisy Robinton.

    Robintons doel is om vrouwen controle te geven over de menopauze, net zoals anticonceptie hun meer controle geeft over voortplanting. ‘Ik zou graag willen dat vrouwen een keuze hebben over hoe ze de menopauze ervaren en wanneer die optreedt,’ zegt ze. Oviva heeft haar recombinant AMH getest op dieren en voert geavanceerde preklinische studies uit om een aanvraag in te kunnen dienen bij de Amerikaanse Food and Drug Administration. Vervolgens kunnen klinische studies met mensen worden gestart. Het hormoon kan als dagelijkse injectie worden toegediend, maar het bedrijf probeert ook een pil te ontwikkelen.

    ‘Waarom ontwikkelen we dit medicijn alleen voor vrouwen die chemo ondergaan of die risico lopen op een vervroegde menopauze?’

    Bij Celmatix, de start-up die is opgericht door Piraye Yurttas Beim, proberen onderzoekers een zogenaamde activator van het AMH-hormoon te ontwikkelen. Een vrouw zou een medicijn kunnen nemen om het verlies van follikels en eicellen in haar reserve te verminderen en zo haar eierstokken optimaal gezond te houden, en vervolgens met het middel kunnen stoppen als ze meer eicellen wil vrijmaken en proberen zwanger te worden.

    Beim begon met het doel een behandeling te ontwikkelen die moest voorkomen dat vrouwen die chemotherapie ondergingen vroegtijdig in de menopauze terecht zouden komen. Maar op een avond een paar jaar geleden grapte ze op een avondje uit met haar man dat hij zich vast kon verheugen op haar aankomende perimenopauze, die ze beschreef als haar ‘tweede puberteit’ vanwege de hormooneffecten en mogelijke stemmingswisselingen. ‘Hoe lang gaat dat duren?’ vroeg hij haar. ‘Nou, gemiddeld zo’n acht jaar,’ antwoordde ze. ‘Is daar niets aan te doen?’ riep hij uit. 

    ‘Tijdens dat diner met hem die avond kreeg ik mijn “aha-moment”,’ zegt Beim. ‘Waarom ontwikkelen we dit medicijn alleen voor vrouwen die chemo ondergaan of die risico lopen op een vervroegde menopauze? Waarom zou ik of welke vrouw dan ook überhaupt in de overgang komen?’

    Lees ook:

  • Zijn tatoeages goed of slecht voor ons immuunsysteem?

    Zijn tatoeages goed of slecht voor ons immuunsysteem?

    De wetenschap begrijpt (nog) niet helemaal hoe het kan dat tatoeages overleven, terwijl ons immuunsysteem aan één stuk door z’n uiterste best doet om de geïnkte indringer te vernietigen. Maar misschien wordt ons immuunsysteem juist wel versterkt door tatoeages.

    In 2018 betaalde ik iemand een paar honderd dollar om in rap tempo verschillende naalden in de huid van mijn rechterpols te zetten. Het voelde alsof ik werd belaagd door een cavalerie van microscopisch kleine krabbetjes. Bij iedere prik werd er zwarte inkt geïnjecteerd, die geleidelijk het patroon aannam van dubbele aanhalingstekens. Het was mijn eerste tatoeage en waarschijnlijk niet mijn laatste.

    In de duizenden jaren dat tatoeages inmiddels bestaan, is er weinig veranderd. De praktijk houdt nog steeds in dat er wonden worden gekerfd tot permanente geïnkte figuren die ons esthetisch bevallen. Veel omtrent tatoeëring blijft echter mysterieus: wetenschappers zijn er nog steeds niet helemaal achter waarom bepaalde tatoeages snel vervagen en andere zichtbaar blijven terwijl ze geacht worden te verdwijnen, of hoe ze op licht reageren. Maar een van de grootste en minst bestudeerde raadsels is wel hoe tatoeages überhaupt overleven. Ons immuunsysteem doet aan één stuk door z’n uiterste best om ze te vernietigen. Hebben we eenmaal door waarom dat niet lukt, dan zegt dat misschien iets over een van de belangrijkste functies van ons lichaam, ook als we de huid onbeklad laten.

    Aanval

    Wanneer een tatoeage in de huid wordt aangebracht, beschouwt het lichaam dat als een aanval. De huid is de ‘eerste barrière’ van het immuunsysteem; hij is royaal voorzien van snel handelende verdedigingscellen die onmiddellijk in actie kunnen komen als hij wordt geschonden, zegt Juliet Morrison, viroloog aan de Universiteit van Californië in Riverside. Eerste instructie aan zulke cellen: alles wat vreemd is onderscheppen en vernietigen, zodat het herstel kan beginnen.

    Die missie is over het algemeen heel succesvol – met als gevolg dat brandwonden genezen, littekens langzaam vervagen en korstjes afvallen – behalve om de een of andere reden als er inkt in het spel is. De deeltjes in pigmenten zijn log en moeilijk voor de enzymen in een afweercel om af te breken. Dus als inkt wordt ingeslikt door afweercellen zoals in de huid woonachtige macrofagen – die hun leven wijden aan het verslinden van ziektekiemen, dode cellen en andere rommel in een piepklein stukje lichaam – kan die veranderen in een microscopische versie van gom. De pigmentdeeltjes nestelen zich in de ingewanden van de macrofagen en weigeren afgebroken te worden. Wanneer inkt zichtbaar is op de oppervlakte van het lichaam, is die niet gewoon verweven met huidcellen, maar schijnt die dwars door de buik van macrofagen die hem niet kunnen verteren.

    Sandrine Henri, immunoloog aan het Immunologiecentrum van Marseille-Luminy in Frankrijk, heeft samen met haar collega’s ontdekt dat de voorliefde van macrofagen voor inkt kan helpen verklaren waarom tatoeages zo hardnekkig blijven zitten, zelfs als de cellen dood zijn. Aan het eind van zijn leven, dat een paar dagen tot een paar weken duurt, begint een macrofaag uiteen te vallen en laat hij de pigmenten in zijn binnenste los. Maar zodra dat gebeurt wordt de inkt weggegrist en opgeschrokt door een andere macrofaag die, slechts een paar micrometer verderop – nog niet de breedte van een mensenhaar, de rol van zijn voorganger min of meer overneemt.

    Na een tijdje worden de randen van tatoeages soms wat minder scherp, naarmate de inkt van cel naar cel gaat. Bovendien kan een deel van het pigment worden afgevoerd naar lymfeklieren. Die grotere afweercentra zijn normaal gesproken gebroken wit. Maar bij zwaar getatoeëerde mensen kunnen ze uiteindelijk ‘de kleur van inkt’ krijgen, zegt Gary Kobinger, immunoloog aan het Galveston National Laboratory van de Medische Universiteit van Texas. Doorgaans blijft de inkt echter zitten waar hij zit, in de macrofagen. Volgens Henri wordt deze eindeloze estafette van opname, afstoting en heropname gezien als een deel van de verklaring waarom het zo moeilijk is om tatoeages weg te laseren.

    Consequenties

    Wetenschappers zijn er nog niet zeker van of de inktophoping in de macrofagen consequenties heeft. ‘Wat nu als we ze op die manier dwingen om zorg te dragen voor vreemde pigmentklonten, in plaats van de immuniteit te bewaken?’ vroeg Morrison zich af toen ik haar sprak. Verstopte macrofagen zijn misschien wel minder goed in staat om gevaarlijker spul op te nemen, zoals ziektekiemen. Uit een vorig jaar gepubliceerde studie bleek dat tatoeagepigment wellicht invloed heeft op de proteïnen die ze produceren en de signalen die ze naar andere cellen sturen. Het zou ook kunnen dat de cel te hevig of te zwak begint te reageren op onbekend materiaal, en dat daardoor het immuunsysteem potentieel wordt benadeeld als een nieuwe tatoeage ontstoken of geïnfecteerd raakt of een allergische reactie teweegbrengt.

    Infecties bij tatoeages zijn zeldzaam – ze komen in hooguit 5 of 6 procent van de gevallen voor – en als ze zich voordoen, zijn ze meestal bacterieel van aard. Maar in heel zeldzame gevallen kunnen liefhebbers van bodyart een gevaarlijk virus oplopen, zoals hepatitis C. Gelukkig gaat het met de meeste getatoeëerde mensen ‘gewoon goed’, zeker met de modernste hygiënemaatregelen, zegt Danielle Tartar, dermatoloog aan de Universiteit van Californië in Davis.

    Henri maakt zich in elk geval geen zorgen. Het immuunsysteem is veelzijdig en vult zijn cellen constant aan; doet zich een grotere aanval voor, dan zijn de cellen die zich met inkt bezighouden waarschijnlijk in staat versterking in te roepen om de dreiging af te wenden. En het is ook heel goed mogelijk dat de macrofagen slechts tijdelijk in de war zijn door de inkt die ze hebben opgeslokt, en daarna weer een nieuwe balans vinden.

    Er is trouwens meer aan de hand met het immuunsysteem dan cellen die dol zijn op inkt. Een paar jaar geleden voegde een groep onderzoekers onder leiding van Jennifer Juno, immunoloog aan de Universiteit van Melbourne, tatoeage-inkt toe aan een vaccin; ze wilden zien waar de injectievloeistof bij muizen en makaken uiteindelijk terechtkwam. Uit niets bleek dat afweercellen ‘niet vrolijk’ werden van de pigmenten of het loodje legden, vertelde Juno me. Evenmin leek de inkt de goede werking van het vaccin in de weg te staan.

    Personen die zich vaak laten tatoeëren lijken hogere doses van bepaalde afweermoleculen, inclusief antilichamen, in hun bloed te hebben

    Het toebrengen van kleine beschadigingen aan de huid – door een expert met steriele, hypoallergene kledij en materialen – hield nabije afweercellen zelfs scherp. Recente studies wijzen uit dat macrofagen en andere zogeheten natuurlijke afweercellen wellicht in staat zijn om kortstondig enkele van hun eerdere confrontaties met andersoortig vreemd materiaal te onthouden en derhalve beter te reageren op toekomstige aanvallen. (Dit is uiteraard precies waar het bij vaccinatie om gaat, maar vaccins richten hun pijlen op aangepaste afweercellen, die veel vatbaarder zijn voor het proces.) Het is ook mogelijk – al wordt dit nog niet door data ondersteund – dat het leren samenleven met tatoeage-inkt afweercellen helpt om hun reactie op andere substanties te bepalen en misschien zelfs auto-immuunaanvallen te onderscheppen, zegt Tatiana Segura, biomateriaaldeskundige aan de Duke-universiteit. ‘Als je lichaam een tatoeage überhaupt verdraagt, betekent het dat het immuunsysteem zich heeft aangepast,’ zegt María Daniela Hermida, dermatoloog in Buenos Aires.

    Om meer inzicht te krijgen in de effecten van tatoeages op de immuniteit verrichtte Christopher Lynn, antropoloog aan de Universiteit van Alabama, diepgaand onderzoek naar zwaar getatoeëerde mensen in verschillende delen van de wereld. Hij en zijn collega’s ontdekten dat personen die zich vaak laten tatoeëren hogere doses van bepaalde afweermoleculen, inclusief antilichamen, in hun bloed lijken te hebben dan mensen bij wie zelden inkt wordt geïnjecteerd. Misschien, zei Lynn toen ik hem sprak, krijgt het immuunsysteem bij frequente tatoeage een regelmatige, lichte training en blijven bepaalde stukjes van ons verdedigingsarsenaal er gezonder door.

    Maar meer antilichamen is niet hetzelfde als betere immuniteit, en onderzoekers hebben tot nu toe geen idee hoelang zulke effecten aanhouden, zegt Saranya Wyles, dermatoloog aan de Mayo Kliniek. En omdat Lynn en zijn collega’s geen klinische proef hebben gedaan waarbij ze sommige personen lieten tatoeëren en andere niet, kunnen ze niet echt bewijzen dat de stapel antilichamen een direct gevolg is van een tatoeage. Het kan zijn, vertelde Lynn, dat mensen met van nature hogere doses van bepaalde afweermoleculen meer geneigd zijn veel tatoeages te nemen, omdat ze niet zo snel slecht reageren. In dat geval zouden tatoeages eerder een lakmoesproef voor het lichaam zijn – wat in bepaalde opzichten klopt met de culturele hang naar bodyart in veel culturen: pronken met je pijntolerantie. Hoe dan ook, Lynn waarschuwt dat tatoeëren zelfs in het best denkbare scenario zijn grenzen zal hebben.

    Inspiratiebron

    Los van de vraag of tatoeages op zichzelf de immuniteit verhogen, vormen ze wellicht een inspiratiebron voor de technologie die daar wel toe in staat is. Kobingers team is niet het enige dat met de techniek van tatoeagenaalden in de weer is bij het toedienen van injecties, met de bedoeling ze krachtiger, efficiënter en draaglijker te maken. In de huidige praktijk worden de meeste vaccins ver onder de huid toegediend, in de spieren, die niet rijk gezegend zijn met afweercellen. Het proces kost tijd en er zijn behoorlijk grote doses nodig om echt effect te hebben. De huid daarentegen is ‘een formidabele plek om vaccins toe te dienen,’ zei Kobinger toen ik hem sprak. ‘De cellen zijn al ter plekke, en er is een onmiddellijke reactie.’

    Een techniek om in de huid te vaccineren, de zogenaamde ‘intradermale’ manier, bestaat al en wordt gebruikt bij injecties tegen pokken, hondsdolheid en, sinds kort, apenpokken. De toediening van intradermale vaccins vereist echter nogal wat training – en als naalden hun doel missen, kan de effectiviteit van de injectie enorm kelderen. Door tatoeagenaalden en vaccinflacons te combineren, kun je die valkuilen in theorie omzeilen, zei Kobinger. Met een steeds verfijndere technologie, aldus Kobinger, hebben mensen op een dag wellicht minder injecties van een bepaalde hoge dosis nodig, en dat bespaart tijd, geld, inspanning en ongerief. Er komt geen inkt aan te pas. Maar misschien hebben deze naalden wel de kans een blijvende indruk op ons te maken.

    Lees ook:

  • Voorzitter Stanford stapt op na rapport over gebreken in zijn onderzoek

    Voorzitter Stanford stapt op na rapport over gebreken in zijn onderzoek

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hongkong: eerste persoon veroordeeld onder nieuwe ‘Volksliedwet’

    » Rijke Chinezen verhuizen massaal naar het buitenland en nemen hun geld mee

    Marc Tessier-Lavigne werd niet schuldig bevonden aan fraude

    Marc Tessier-Lavigne heeft zijn aftreden aangekondigd als voorzitter van de prestigieuze Stanford Universiteit in Californië, schrijft The New York Times. Een onafhankelijke evaluatie bracht grote gebreken aan het licht in studies die hij in het verleden heeft begeleid. Het onderzoek, uitgevoerd door een extern panel van wetenschappers, weerlegt wel dat Tessier-Lavigne geprobeerd zou hebben te verdoezelen dat een belangrijk alzheimeronderzoek uit 2009 vervalste gegevens bevatte.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er is geen bewijs van vervalsing, noch heeft ­Tessier-Lavigne zich op andere manieren schuldig gemaakt aan fraude. Maar de evaluatie stelt ook dat dit onderzoek, uitgevoerd toen hij leidinggevende was bij biotechbedrijf Genentech, niet ‘de gebruikelijke normen van wetenschappelijke nauwkeurigheid en methode’ haalt. Stanford staat bekend om de kwaliteit van haar onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit.

    Lees ook:

  • De onverklaarbare toename van kanker onder millennials. ‘Het is een epidemie’

    De onverklaarbare toename van kanker onder millennials. ‘Het is een epidemie’

    Steeds meer jonge mensen krijgen de diagnose kanker. Wetenschappers weten niet zeker waarom. ‘Dit zijn mensen die gewoon door zouden moeten kunnen gaan met hun leven… carrière maken, kinderen krijgen.’

    Paddy Scott kreeg in 2017 hevige buikpijnen, maar de mogelijkheid van kanker kwam niet bij hem op. De Britse expeditiefotograaf en filmmaker, die zich voor zijn werk vaak in barre en gevaarlijke omstandigheden begaf, was pas vierendertig jaar oud en trots op zijn fysieke conditie.

    Zijn huisarts verwees hem door naar het ziekenhuis voor een darmscopie. Vervolgens vroeg de arts die het onderzoek uitvoerde of hij mee wilde doen aan een proef met een nieuwe bloedtest om tumoren op te sporen. Die uitnodiging vond hij vreemd. ‘Ik herinner me dat ik dacht: Ik zal wel tot een soort “controlegroep” behoren die geen tumoren heeft,’ zegt Scott. Later kreeg hij het vreselijke nieuws dat hij darmkanker in een vergevorderd stadium had, die was uitgezaaid naar zijn lever.

    De ervaring van Scott is geen uitzondering meer. In de afgelopen dertig jaar is het aantal gevallen van ‘kanker op jonge leeftijd’ bij mensen onder de vijftig sterk toegenomen. De toename is zo groot dat vooraanstaande epidemiologen voorstellen het een epidemie te noemen.

    Analyse door Financial Times van gegevens van het Institute for Health Metrics and Evaluation van de University of Washington School of Medicine laat zien dat in de afgelopen drie decennia het aantal gevallen van kanker in de G20-groep van geïndustrialiseerde landen voor 25- tot 29-jarigen sneller is gestegen dan voor elke andere leeftijdsgroep. De stijging bedroeg 22 procent tussen 1990 en 2019. De cijfers voor 20- tot 34-jarigen in deze landen liggen nu op het hoogste niveau in dertig jaar. Daarentegen is het aantal gevallen in oudere leeftijdsgroepen – boven de 75 – gedaald ten opzichte van de piek rond 2005.

    Gedurende meer dan zes jaar van slopende behandelingen – met dank aan de door de Britse belastingbetaler gefinancierde NHS (National Health Service) – zag Scott deze verandering met eigen ogen. ‘Ik was altijd bekend op de afdeling, omdat ik de jongste was. Maar laatst zat ik bij de chemo met een man die ik schatte op eind twintig. Het lijkt erop dat de ziekte dramatisch toeneemt bij jongere mensen,’ zegt hij.

    Zorgwekkend

    Onderzoekers hebben geen definitieve verklaring waarom mensen in de bloei van hun leven duidelijk kwetsbaarder lijken te zijn voor de ziekte dan hun leeftijdsgenoten in eerdere generaties.

    Zij denken dat er misschien aanwijzingen te ontdekken zijn in de soorten kanker die jongeren treffen. Onder 15- tot 39-jarigen is het aantal gevallen van darmkanker in de G20-landen tussen 1990 en 2019 met zeventig procent toegenomen, vergeleken met een toename van 24 procent onder alle vormen van kanker, zo blijkt uit het onderzoek van Financial Times.

    Uit een analyse van de American Cancer Society op basis van nationale gegevens over de incidentie (het aantal voorkomende gevallen) van kanker en sterfte eraan blijkt dat dit jaar 13 procent van de gevallen van darmkanker en 7 procent van de sterfgevallen zich zullen voordoen bij mensen onder de vijftig jaar. 

    Michelle Mitchell, CEO van Cancer Research UK (CRUK), zegt dat leeftijd nog steeds de grootste voorspeller is van het risico op kanker: ongeveer 90 procent van alle kankersoorten treft 50-plussers en de helft 75-plussers. Maar de toename in jongere leeftijdsgroepen is niettemin ‘een belangrijke verandering die we willen begrijpen’. CRUK is een gezamenlijk onderzoeksinitiatief gestart met het Amerikaanse National Cancer Institute (NCI) om meer te weten te komen over de oorzaken van kanker op jonge leeftijd.

    De trend heeft economische, klinische en sociale gevolgen. Voor oncologen in de frontlinie wordt de toename van dergelijke gevallen een onontkoombaar en zorgwekkend aspect van hun werk. Shahnawaz Rasheed, de chirurg die verantwoordelijk is voor de behandeling van Scott in de Royal Marsden, een gerenommeerd oncologisch ziekenhuis in Londen, herinnert zich dat hij een paar jaar geleden in een periode van twee weken vier vrouwen van onder de veertig opereerde. Een andere recente patiënt was een superfitte, internationale sporter van in de dertig.

    Diagnoses bij jongvolwassenen komen hard aan bij artsen zoals Rasheed. Het maakt zijn vastberadenheid om antwoorden te vinden alleen maar groter. ‘Dit zijn mensen die gewoon door zouden moeten kunnen gaan met hun leven… carrière maken, kinderen krijgen,’ zegt hij. ‘Het breekt mijn hart.’

    Mensen die in de jaren zestig werden geboren, behoorden tot de eerste generatie die van jongs af aan werd blootgesteld aan gemoderniseerde voeding

    Wetenschappers die op zoek zijn naar inzichten raken er steeds meer van overtuigd dat de veranderingen in voeding en levensstijl die halverwege de vorige eeuw begonnen, op zijn minst een deel van de oorzaak zijn.

    Frank Sinicrope, oncoloog en gastro-enteroloog (gespecialiseerd in maag- en darmaandoeningen) aan de Mayo Clinic in de Verenigde Staten, verdiept zich in het bijzonder in darmkanker op jonge leeftijd. Hij zegt dat de incidentie van de ziekte duidelijk is toegenomen onder mensen die in of na de jaren zestig geboren zijn. De toename van jongere mensen die de laatste jaren bij hem komen voor behandeling is ‘behoorlijk alarmerend’, zegt hij.

    De voeding en de levensstijl waaraan kinderen op jonge leeftijd worden blootgesteld, spelen waarschijnlijk een rol bij de toename, zegt hij. Hij wijst erop dat obesitas bij kinderen ‘de afgelopen dertig jaar steeds vaker voorkomt en steeds problematischer is geworden’. Er is echter geen enkele factor die dit verklaart, voegt hij eraan toe. 

    Terwijl ze onderzoeken of er een verband is met voeding, richten onderzoekers zich op de mogelijkheid dat veranderingen in het microbioom – de pakweg honderd biljoen microben die in ons leven, voornamelijk in de darmen – de vatbaarheid voor kanker vergroten. Aangenomen wordt dat het microbioom een sleutelrol speelt in de algehele gezondheid, waaronder de spijsvertering en het immuunsysteem, maar ook bescherming biedt tegen bacteriën die ziekten veroorzaken en helpt bij de productie van cruciale vitaminen.

    Er wordt aangenomen dat de consumptie van voedsel met veel verzadigd vet en suiker de samenstelling van het microbioom zodanig kan veranderen dat het de gezondheid schaadt. Hoewel deze veranderingen mensen van alle leeftijden treffen, vinden onderzoekers het opvallend dat het aantal gevallen van kanker op jonge leeftijd rond 1990 begon te stijgen. Mensen die in de jaren zestig werden geboren, behoorden tot de eerste generatie die van jongs af aan werd blootgesteld aan gemoderniseerde voeding, alsmede aan veranderingen in levensstijl en de omgeving die in de jaren vijftig de norm werden in de wereld waar meer geld voorhanden was. 

    ‘Bacteriële vingerafdruk’

    Kanker ontwikkelt zich vaak in de loop van tientallen jaren. Mensen kunnen jarenlang een langzaam groeiende tumor hebben. Dus voor twintigers, dertigers en veertigers die gediagnosticeerd worden ‘kan een deel van de blootstelling aan risicofactoren hebben plaatsgevonden toen ze nog een baby waren – of zelfs in de baarmoeder’, zegt professor Shuji Ogino. Hij is epidemioloog aan de Harvard TH Chan School of Public Health die deel uitmaakt van het CRUK/NCI-onderzoek.

    Het feit dat de grootste toename in kanker bij jongeren zich voordoet in maagdarmvarianten – dikke darm, de slokdarm, de maag, alvleesklier, galwegen, lever en galblaas – ondersteunt de hypothese dat er een verband is met voeding.

    Sommige andere kankersoorten die steeds vaker bij jongere mensen voorkomen, zoals borstkanker, nierkanker, baarmoederkanker en de bloedkanker myeloom, worden mogelijk beïnvloed door zowel obesitas als door de conditie van het microbioom, ook al is er geen duidelijk verband met het spijsverteringsstelsel, aldus Ogino. Daarnaast kunnen antibioticagebruik en medicijnen in het algemeen het microbioom van een individu beïnvloeden; dit wordt ook wel de ‘bacteriële vingerafdruk’ genoemd.

    Ogino wijst erop dat in de tweede helft van de twintigste eeuw het aantal beschikbare medicijnen voor de behandeling van verschillende aandoeningen aanzienlijk is toegenomen. Nieuwe medicijnen tegen obesitas zijn een recent voorbeeld. ‘Maar het blijft onbekend wat ze allemaal op de lange termijn voor effect zullen hebben,’ zegt Ogino.

    Het verband met het microbioom is nog steeds indirect, benadrukt hij. Hij wijst op andere veranderingen die zich ook vanaf de jaren vijftig hebben voorgedaan: een levensstijl met minder beweging, veranderingen in slaappatronen en herhaalde blootstelling aan fel licht ’s nachts, waardoor het slaapritme en de stofwisseling beïnvloed worden. ‘Al deze veranderingen vinden gelijktijdig plaats, dus het is moeilijk om een schuldige aan te wijzen. Er zijn waarschijnlijk meerdere boosdoeners,’ zegt hij. 

    Een groter gezin – wat meestal leidt tot een langere periode van borstvoeding – en voor het eerst bevallen op jonge leeftijd zijn factoren waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen borstkanker

    De toename van het aantal gevallen in rijke westerse landen lijkt inmiddels een late, maar duidelijke weerklank te vinden in armere landen waar deze maatschappelijke veranderingen tientallen jaren later plaatsvonden. Het onderzoek van Financial Times toont aan dat het aantal kankergevallen onder 15- tot 39-jarigen tussen 1990 en 2019 aanzienlijk sneller steeg in landen met een gematigder inkomen, zoals Brazilië, Rusland, China en Zuid-Afrika (inclusief India ook wel de BRICS-landen genoemd), dan in landen met een hoog inkomen: het gaat om 53 versus 19 procent. 

    Valerie McCormack is epidemioloog en bestudeert ziektepatronen bij kanker in landen met lage en middeninkomens, waar vooral infectieziekten lange tijd voor de grootste gezondheidslast zorgden. Ze suggereert dat er in de BRICS- en andere ontwikkelingslanden een aantal factoren is dat de percentages van niet-overdraagbare ziekten, waaronder kanker, zou kunnen verhogen. Vrouwen in deze landen krijgen over het algemeen minder en op latere leeftijd kinderen, wat betekent dat ze gedurende een kortere periode van hun leven borstvoeding geven in vergelijking met vorige generaties. Een groter gezin – wat meestal leidt tot een langere periode van borstvoeding – en voor het eerst bevallen op jonge leeftijd zijn factoren waarvan bekend is dat ze bescherming bieden tegen borstkanker.

    ‘Deze veranderingen hebben veel voordelen voor vrouwen, maar ze zorgen wel voor een groter risico op borstkanker,’ zegt McCormack, die plaatsvervangend hoofd epidemiologie omgeving en levensstijl bij het International Agency for Research on Cancer, onderdeel van de World Health Organization. Ook de toename van roken en alcoholgebruik in sommige ontwikkelingslanden, vooral bij mannen, ‘verkleint de kloof in kankerrisico’ tussen rijke en armere landen, terwijl het gebruik van meer westerse voeding, obesitas en minder lichaamsbeweging een rol speelt bij de toename van het aantal gevallen van kanker in de dikke darm, voegt McCormack eraan toe.

    Maar, waarschuwt ze; ‘Hoewel deze epidemiologische veranderingen en veranderingen in levensstijl zullen bijdragen aan stijgende percentages van specifieke kankersoorten’, is het onwaarschijnlijk dat ze het volledige verhaal vertellen. ‘Sommige stijgingen zijn zo recent dat er nog geen onderzoek is gedaan om alle mogelijke factoren precies vast te stellen,’ zegt ze.

    Maatschappelijke gevolgen

    De toename van kanker op jonge leeftijd is niet alleen een probleem voor de gezondheidszorg, het is ook een probleem voor economieën. Volgens onderzoekers lopen degenen die de ziekte overleven een groter risico op langdurige aandoeningen als onvruchtbaarheid, hart- en vaatziekten en secundaire kankers. Hierdoor kan de gezondheidszorg in de toekomst duurder uitvallen.

    Simiao Chen is hoofd van de onderzoekseenheid voor volksgezondheid en economie aan het Heidelberg Institute of Global Health en adjunct-professor aan het Beijing Union Medical College. Ze leidde een team dat eerder dit jaar berekende dat de geschatte wereldwijde kosten van kanker van 2020 tot 2050 25,2 biljoen dollar zouden bedragen op basis van stabiel gebleven prijzen uit 2017. De onderzoekers concludeerden dat dit ‘overeenkomt met een jaarlijkse druk van 0,55 procent op het wereldwijde bruto binnenlands product’.

    ‘Als kanker op jongere leeftijd de trend is, dan zal de economische last veel groter worden omdat we mensen verliezen in de beroepsbevolking die bijdragen aan economische groei,’ aldus Chen. Overlevenden van kanker krijgen misschien niet hun eerdere productiviteitsniveau terug, zegt ze. ‘Dus dat zal zowel de kwantiteit als de kwaliteit van arbeid verminderen.’

    Omdat kanker op jonge leeftijd steeds vaker voorkomt, vinden sommige artsen dat de leeftijd waarop mensen in aanmerking komen voor screening moet worden verlaagd. Nu vinden dat soort preventieve onderzoeken veelal pas vanaf beduidend latere leeftijd plaats.

    In Engeland krijgen patiënten bijvoorbeeld testen voor darmkanker toegestuurd wanneer ze zestig worden. Vorige maand stelde de Amerikaanse Preventive Services Task Force, een onafhankelijk orgaan dat bestaat uit nationale deskundigen, voor om de leeftijd voor borstscreening te verlagen naar veertig jaar. In 2021 stelde dezelfde groep dat darmscreening zou moeten beginnen bij vijfenveertig jaar.

    Aangezien zorgstelsels overal ter wereld worstelen met een tekort aan medische middelen – dat nog is verergerd door de coronapandemie – kan het moeilijker zijn om overheden te overtuigen om fondsen vrij te maken voor noodzakelijke uitgaven. Een ‘nationale dialoog’ over prioriteiten kan nodig zijn, gezien het stijgende aantal mensen onder de vijftig dat kanker krijgt, zegt Rasheed, de chirurg van de Royal Marsden.

    ‘Jongere mensen zijn soms langs vijf of zes artsen geweest voordat ze worden doorverwezen’

    Sommige wetenschappers zeggen verschillen te hebben ontdekt in de moleculaire structuur van kankers bij jongere mensen, wat wijst op een mogelijke behoefte aan specifieke behandelingen voor deze groep. Tomotaka Ugai, docent aan de Harvard Medical School die het onderzoek leidde naar de toename van kanker op jonge leeftijd dat in 2021 de internationale aandacht vestigde op deze trend, zegt dat voor veel kankersoorten als borstkanker, dikkedarmkanker, baarmoederkanker, multipel myeloom, alvleesklierkanker en prostaatkanker ‘op jonge leeftijd agressievere klinische kenmerken hebben’.

    Een verwante vraag is of de oorzaken van kanker op jonge leeftijd anders zijn dan die van gevallen die op oudere leeftijd worden gediagnosticeerd. ‘We nemen aan dat veel risicofactoren tussen gevallen van kanker op jonge en latere leeftijd overlappen, maar we weten niet of ze volledig overeenkomen. Er is dus meer onderzoek vereist,’ zegt Ugai.

    Sommige artsen zijn van mening dat aandacht voor het feit dat kankers bij jongere mensen vaak al een verder gevorderd stadium hebben bereikt voordat ze worden gediagnosticeerd, net zo belangrijk is. Ze geloven dat artsen alert moeten zijn op kanker bij twintigers of dertigers, omdat deze gevallen niet langer als uitzonderlijk moeten worden beschouwd.

    Rasheed geeft regelmatig lezingen aan huisartsen over het belang van het vroegtijdig herkennen van indicaties van kanker. Hij zegt dat studies hebben aangetoond dat jongere mensen ‘soms langs vijf of zes artsen zijn geweest voordat ze worden doorverwezen voor specialistisch onderzoek, diagnose en behandeling’. Dezelfde symptomen bij iemand die dertig jaar ouder is zouden waarschijnlijk onmiddellijk alarmbellen hebben doen rinkelen. De vertraagde diagnose kan ook duiden op een gebrek aan bewustzijn onder jongere mensen over symptomen waar ze op moeten letten, suggereert hij.

    ‘Ik heb veel horrorverhalen gehoord en gezien over jongere mensen die, tegen de tijd dat ze in het ziekenhuis belanden, een behoorlijk vergevorderde of uitgezaaide ziekte hebben. Misschien was er een kans geweest om de kanker eerder te vinden en te behandelen,’ zegt hij.

    Scott herinnert zich dat, nadat zijn huisarts hem had doorverwezen naar een ziekenhuis in het centrum van Londen voor onderzoeken, ‘ze blijkbaar te horen kreeg: “Dit is niet dringend, hij is vierendertig, hij verkeert duidelijk in zeer goede gezondheid.” Maar de huisarts bleef aandringen en uiteindelijk kreeg ze me er toch tussen.’

    Epidemiologische ijsberg

    De vraag die onderzoekers en artsen bezighoudt, is of de toename van het aantal gevallen in de afgelopen decennia het topje is van een veel grotere epidemiologische ijsberg. In hun onderzoeksartikel waarschuwen Ugai en zijn collega-onderzoekers voor de mogelijkheid dat kinderen, adolescenten en jonge volwassenen gedurende hun hele leven een hoger risico op kanker hebben dan oudere generaties. 

    En misschien stopt het niet bij kanker. Dezelfde risicofactoren kunnen hen kwetsbaarder maken voor aandoeningen zoals diabetes en darmontsteking, aldus de wetenschappers. Dat zou een blijvend hogere chronische ziektelast in de toekomst betekenen, tenzij er actie wordt ondernomen om gezondere manieren van leven en eten te stimuleren en de voedselproductie en -distributie te hervormen.

    Terwijl roken, een belangrijke oorzaak van kanker, de afgelopen decennia in veel delen van de wereld is afgenomen, zijn obesitas, lichamelijke inactiviteit en andere risicofactoren toegenomen, merkt Ugai op. ‘Er is dus een wisselwerking, maar het blijft speculeren of het aantal gevallen van kanker op jonge leeftijd in de nabije toekomst zal blijven toenemen,’ zegt hij.

    Voor jonge mensen zoals Scott, die voorheen gezond en fit waren, kan kanker de ultieme tegenslag zijn, een gevoel van botte pech. Maar Scott probeert om te gaan met zijn diagnose en verzet zich tegen de vraag ‘Waarom ik?’ Hij is begonnen met een master milieubeleid en -politiek en werd elf maanden geleden vader toen zijn partner Hen beviel van hun zoon Osprey.

    Maar het is onvermijdelijk om na te denken over hoe het ook had kunnen zijn. ‘Ik heb tien jaar geprobeerd om door te breken in het maken van natuurfilms. En net toen ik met de behandeling tegen kanker begon, kreeg ik aanbiedingen die ik moest afslaan. Ik kan het niet helpen dat ik soms denk: Hoe had mijn leven eruitgezien als dit allemaal niet was gebeurd?’

    Lees ook:

  • Junkfood is toe aan een nieuwe definitie

    Junkfood is toe aan een nieuwe definitie

    Ons dieet bestaat voor een steeds groter gedeelte uit ultrabewerkte producten. Dat is niet bepaald goed voor de gezondheid. Maar voor veel mensen is ‘echt eten’ onbetaalbaar. Volgens de Britse arts infectie­ziekten Chris van Tulleken ligt hier een taak voor de overheid.

    Het lijkt misschien raar, maar toch is het echt zo: wereldwijd is niet langer tabak, maar voedsel de belangrijkste oorzaak van een vroegtijdige dood. Jaarlijks sterven in de Verenigde Staten meer mensen aan ziekten die zijn veroorzaakt door slechte voeding dan er soldaten zijn gesneuveld in alle Amerikaanse oorlogen bij elkaar. In het Verenigd Koninkrijk is de situatie al net zo ernstig.

    Volgens officiële bronnen zijn de gezondheidseffecten van voedsel direct gerelateerd aan de voedingswaarde ervan, dus de hoeveelheid vet, zout, suiker en vezels die het bevat. In het huidige systeem is het aan de consument om de uitgebreide informatie op de verpakking te lezen en op basis van de aanbevolen hoeveelheden te beslissen wat een geschikte portie is. Als je kinderen hebt, moet je die hoeveelheden ook voor hen kunnen inschatten. Voor de meeste mensen is dat vrijwel onmogelijk – maar zelfs als je precies zou kunnen berekenen hoeveel vet, zout en suiker je per hap binnenkrijgt, zou je nog steeds voorbijgaan aan een cruciale factor: in hoeverre het voedsel bewerkt is.

    Bewerkt voedsel

    Misschien klinkt dit je allemaal bekend in de oren, want mensen maken zich al lange tijd zorgen over ‘bewerkt voedsel’. Toch is dat niet altijd een duidelijk begrip geweest: we bewerken immers al honderdduizenden jaren voedsel. Het menselijk dieet is uitgevonden door huishoudelijk deskundigen, voornamelijk vrouwen, die planten en dieren bewerkten door ze te malen, schudden en stampen; of die ze transformeerden door ze te fermenteren en te verwarmen, waarna ze ze pekelden, rookten en droogden om ze te conserveren. Voedselbewerking heeft bijna elk onderdeel van het menselijk lichaam beïnvloed: van alle dieren met onze omvang hebben wij de kortste darmen, omdat we de darmfunctie deels hebben uitbesteed aan onze keuken. We zijn de enige diersoort die zijn voedsel moet bewerken om te overleven. Voedselbewerking is dus prima.

    Maar iets meer dan tien jaar geleden stuitte een groep wetenschappers op een paradox in de gegevens van Braziliaanse voedingsonderzoeken. Obesitas was uitgegroeid van een zeldzame kwaal tot het grootste volksgezondheidsprobleem van het land, terwijl mensen minder olie en suiker kochten dan voorheen. Wel aten ze meer industrieel bewerkt voedsel: koekjes, geëmulgeerd brood, snoepgoed enzovoort. Het team ontwikkelde een definitie die onderscheid maakt tussen enerzijds traditionele levensmiddelen, al dan niet bewerkt, en anderzijds industrieel bewerkte producten, die ze ultra processed foods [ultrabewerkt voedsel] noemden, kortweg UPF’s.

    De volledige definitie is pagina’s lang, omdat er zo veel verschillende producten onder vallen. Maar als je wilt weten of iets een UPF is, is een goede vuistregel dat het veelal in plastic is verpakt en een ingrediënt bevat dat je niet in een doorsneekeuken aantreft. Dankzij de uitgewerkte definitie kon de hypothese van het Braziliaanse team – dat UPF’s de oorzaak zijn van gezondheidsproblemen – worden getest. Er zijn inmiddels honderden wetenschappelijke onderzoeken die UPF’s op overtuigende wijze in verband brengen met gewichtstoename, beroertes, hartaanvallen, kanker, diabetes type 2, een hoge bloeddruk, leververvetting, chronische darmontsteking, depressie, dementie en een vroegtijdige dood.

    Volproppen met UPF’s

    UPF’s zijn in het Verenigd Koninkrijk goed voor zo’n 60 procent van de calorieën die we binnenkrijgen, en dat cijfer ligt voor jongeren nog hoger. Onze Britse eetcultuur draait inmiddels zodanig om UPF’s dat we onze kinderen ermee volproppen. Veel UPF’s staan al bekend als ‘junkfood’, maar het traditionele beeld dat daarbij hoort – patat, chips, frisdrank – moet worden bijgesteld. Supermarktbrood, ontbijtgranen, verpakte snacks, bewerkte vleesproducten en diepvriesmaaltijden vallen er eigenlijk ook allemaal onder. En pas op: veel UPF’s worden op de markt gebracht als producten die gezond en voedzaam zijn, of die je zelfs kunnen helpen afvallen.

    Additieven en textuur

    Onderzoek toont nu aan dat UPF’s niet alleen schadelijk zijn omdat ze zout, vet, suikerrijk en vezelarm zijn; het simpele feit dat ze bewerkt zijn, is de boosdoener. Als je goed naar de ingrediënten kijkt, zul je zien dat de meeste UPF’s zijn gemaakt van basisgewassen zoals maïs of soja, die zijn gereduceerd tot hun meest elementaire moleculen (eiwitisolaten, geraffineerde oliën en gemodificeerde koolhydraten). Deze worden vervolgens opnieuw samengevoegd en voorzien van additieven, om het voedsel in elke gewenste vorm of textuur te kunnen produceren.

    De manipulatie van de textuur van het voedsel is een belangrijk deel van het probleem. UPF’s zijn vaak erg zacht en droog. Met behulp van gommen en oliën wordt vochtigheid nagebootst, maar het watergehalte is laag zodat de producten lang houdbaar blijven. Dat zorgt ervoor dat ze een zeer hoge energiedichtheid hebben, wat er, in combinatie met de zachte textuur, voor zorgt dat je (te) snel eet. De systemen die ons lichaam in de loop van miljoenen jaren heeft ontwikkeld om een vol gevoel te signaleren, kunnen dat niet bijhouden. Er zijn veel mogelijke verklaringen voor de schade die UPF’s veroorzaken.

    Stofwisseling

    Fruit en groenten zijn bijvoorbeeld complex: ze bevatten tienduizenden fytochemicaliën, moleculen die essentieel zijn voor gezonde voeding. In UPF’s is het aantal fytochemicaliën drastisch verminderd. En veel van de gebruikte additieven (zoals emulgatoren, smaakversterkers en zoetstoffen) hebben directe ongewenste effecten op onze stofwisseling en ons microbioom.
    Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit allemaal fascinerend. Achterhalen wat UPF’s precies zo schadelijk maakt is belangrijk. Maar voor de volksgezondheid is het nuttiger om je af te vragen waarom ze überhaupt in de schappen liggen. Culinair deskundigen in de prehistorie vonden voedselproducten uit om hun gezin en hun omgeving te voeden.

    Een economisch voedselsysteem waarin het draait om winst

    Ultrabewerkt voedsel daarentegen is onderdeel van een economisch voedselsysteem waarin het draait om winst. Hierdoor persen we werkelijk elk verhandelbaar ingrediënt uit dingen die niet eens voor menselijke consumptie worden verbouwd: soja-eiwitisolaat, maïssiroop en gemodificeerd zetmeel zijn allemaal afkomstig van gewassen die op grote schaal worden verbouwd om dieren te voeden. Ons voedsel ondergaat decennialange cycli van productontwikkeling en -marketing; om de producten onweerstaanbaar te maken laten producenten ze steeds meer bewerkingsprocessen doorlopen en voegen ze steeds meer ingrediënten toe. Onderzoek wijst uit dat sommige UPF’s voor veel mensen, waaronder ikzelf, even verslavend zijn als sigaretten en andere drugs.

    Multinationals

    Voedsel dat is ontwikkeld door multinationals die uit zijn op winst doet iets anders met ons lichaam dan een maaltijd die is bereid door iemand die van ons houdt. Dat is misschien niet verrassend, maar het heeft lang geduurd voordat we het met zekerheid konden aantonen. Inmiddels raken onafhankelijke wetenschappers van toonaangevende instellingen zoals University College London, waar ik werk, er steeds meer van overtuigd dat ultra-processing een belangrijke motor is van de gezondheidsproblemen waaraan zo veel mensen lijden.

    Echt voedsel

    Dus wat moeten we doen? Nationale voedingsadviezen moeten niet alleen waarschuwen tegen zout, vet en suiker, maar ook tegen UPF’s. Dat lijkt een kleine stap, maar die is van cruciaal belang. Vervolgens moeten we voorzichtig te werk gaan. Voor veel mensen zijn UPF’s het enige betaalbare voedsel dat beschikbaar is. Beleidsveranderingen moeten voorkomen dat de kansarme groepen die het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen ervan verder worden gestigmatiseerd. Het zou enorm helpen om de marketing van deze producten, vooral aan kinderen, te beperken. En we moeten ervoor zorgen dat alles wat in instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en gevangenissen wordt geserveerd echt voedsel is. Uiteindelijk zullen we, net als bij tabaksproducten, moeten inzien dat een waarschuwing op de verpakking noodzakelijk is. En er zijn bredere inzichten die we in acht moeten nemen. We weten dat mensen die het kunnen betalen ook daadwerkelijk gezonder eten. Als we de gevolgen van UPF’s – gewichtstoename, diabetes en hartaanvallen – willen beperken, moeten we de oorzaken aanpakken waardoor ze voor veel mensen de enige optie zijn: armoede en ongelijkheid.

  • VS geven groen licht aan kweekvlees voor de consumentenmarkt

    VS geven groen licht aan kweekvlees voor de consumentenmarkt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » IJsland schort de walvisjacht op vanwege dierenwelzijn

    » China: minstens 31 mensen gedood door een explosie in een restaurant

    Kweekvlees zal eerst in toprestaurants beschikbaar zijn

    De Verenigde Staten staan toe dat in het laboratorium gekweekt kippenvlees op de markt wordt gebracht. ‘Het is een historische stap die het voedsellandschap onherroepelijk zal veranderen’, aldus Time Magazine. Op woensdag werden de Verenigde Staten het tweede land, na Singapore, dat de weg vrijmaakt voor kunstmatig vlees op ons bord door goedkeuring te geven aan de Californische bedrijven Upside Foods en Good Meat om hun producten op de markt te brengen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tal van start-ups streven ernaar om zogenaamd ‘kweekvlees’ te produceren en op de markt te brengen, zodat mensen dierlijke eiwit kunnen consumeren zonder dierenleed te veroorzaken. Time wijst er echter op dat de producten van Upside Foods en Good Meat naar verwachting niet onmiddellijk in supermarkten verkrijgbaar zullen zijn. De twee bedrijven plannen ‘een geleidelijke uitrol, te beginnen met toprestaurants’ in de VS.

    ‘Het nieuws uit de VS is een opwindende ontwikkeling voor het hele ecosysteem van cellulaire landbouw,’ zegt Maarten Bosch tegen Time. Bosch is de CEO van Mosa Meats, een in Nederland gevestigd bedrijf dat een van de eerste was die met deze technologie aan de slag ging. Kweekvlees wordt gemaakt van een klein aantal stamcellen dat in een bad met voedingstoffen in een bioreactor wordt opgekweekt tot een volwaardig stukje vlees.

    Lees ook:

  • Is het wel verstandig om uitgestorven soorten, zoals de dodo, weer tot leven te wekken?

    Is het wel verstandig om uitgestorven soorten, zoals de dodo, weer tot leven te wekken?

    Wetenschappers en de buitenlandse pers zijn verdeeld over het nut van het weer tot leven wekken van uitgestorven soorten. Zou het niet beter zijn om bedreigde soorten te redden in plaats van de mammoet of de dodo te herintroduceren? Een overzicht van de belangrijkste argumenten.

    Ja: ‘Zo kunnen we huidige soorten voor het uitsterven behoeden’

    Door ‘geavanceerd onderzoek te doen naar manieren om de dodo te laten herleven, kunnen we de mechanismen van het uitsterven leren begrijpen en biotechnologische middelen ontwikkelen om het tegen te gaan,’ zegt Beth Shapiro in een interview met Le Mauricien. De moleculair bioloog coördineert het programma voor de ‘de-extinctie’ (de-extinction) van de dodo bij Colossal Biosciences, een Texaanse start-up die ook achter programma’s zit om de wolharige mammoet en de Tasmaanse tijger nieuw leven in te blazen.

    ‘In het begin was ik niet echt overtuigd,’ vertelt Shapiro aan MIT Technology Review. ‘Maar beetje bij beetje realiseerde ik me dat dit de toekomst was. We moeten deze hulpmiddelen en andere methoden ontwikkelen om huidige soorten voor uitsterven te behoeden. En als we mensen enthousiast willen maken om dat te doen, moeten we iets groots op de markt brengen. Iedereen kent de dodo.’

    Werken aan de-extinctie om verdere uitstervingen te voorkomen is de kern van het argument van de voorstanders. ‘Het gaat er niet alleen om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken, het gaat er ook om het uitsterven van andere soorten te voorkomen,’ zegt Andrew Pask, geneticus aan de Universiteit van Melbourne, in een interview met de BBC. ‘Er zijn enorm veel bosbranden in Australië en met de wereldwijd stijgende temperaturen zullen klimaatrampen de komende decennia toenemen. Australische onderzoekers hebben daarom cellen van buideldieren verzameld en ingevroren in de gebieden die het grootste risico lopen. In het geval van een brand zouden ze dan het getroffen gebied opnieuw kunnen bevolken zodra de vegetatie is teruggekeerd.’

    ‘We kunnen in de toekomst soorten herintroduceren om zo klimaatverandering tegen te gaan’

    De-extinctieprojecten kunnen ook ‘helpen bij het herstel van de ecosystemen waarin deze dieren ooit leefden’, stelt Julian Koplin, een bio-ethicus aan de Monash-universiteit in Melbourne, op de website van The Conversation. ‘We kunnen in de toekomst bepaalde soorten herintroduceren in ecosystemen en zo helpen om klimaatverandering tegen te gaan, invasieve soorten te bestrijden, ziektes te voorkomen en biotopen te herstellen’, beaamt Eriona Hysolli van Colossal Biosciences in een debatpagina gewijd aan de kwestie die in The Nation werd gepubliceerd.

    ‘De wolharige mammoet speelde bijvoorbeeld een onmisbare rol in het behoud van de Arctische steppen. De afgelopen veertig jaar is het noordpoolgebied vier keer sneller opgewarmd dan de rest van de planeet. Het herintroduceren van de wolharige mammoet zou een ecosysteem kunnen herstellen dat gelijkwaardig is aan dat uit het verleden, waardoor meer organisch materiaal in de permafrost wordt vastgehouden en de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd.’

    Axel Newton, evolutiebioloog aan de Universiteit van Melbourne, ziet deze de-extinctieprogramma’s ook als een manier om medisch onderzoek voor mensen te bevorderen. ‘Naast ons uiteindelijke doel – het weer tot leven wekken van de Tasmaanse tijger met een cel van een buideldier – stelt deze technologie ons in staat om een vorm van genetische diversiteit te herintroduceren in soorten die met uitsterven worden bedreigd’, stelt hij in The Conversation. ‘En dit onderzoek zou ook gebruikt kunnen worden voor gerichte gentherapie, om mutaties te corrigeren die kanker en andere ziekten veroorzaken. Daarom moeten we de Tasmaanse tijger tot leven wekken. Om dit geweldige uitgestorven dier een tweede leven te geven, maar ook vanwege de vooruitgang die dit project betekent voor de gehele mensheid.’

    Michael Archer, paleontoloog aan de Universiteit van New South Wales in Sydney, deelt deze mening op de website van de BBC: ‘Vanuit ethisch oogpunt zou het onaanvaardbaar zijn om het niet te doen. De echte morele kwestie hier is dat we het uitsterven van deze soorten in de eerste plaats niet hadden moeten veroorzaken. Het is geen kwestie van voor God spelen, het is een kwestie van het herstellen van onze fouten.’


    Nee: ‘Laten we eerst levende soorten redden’

    ‘Er zijn zo veel zaken die dringend onze hulp nodig hebben. En geld. Waarom moeite doen om soorten te redden die al jaren uitgestorven zijn als er op dit moment zo veel noodsituaties zijn?’ zegt Julian Hume, een paleontoloog die werkzaam is bij het Natural History Museum in Londen en gespecialiseerd is in de dodo, tegen CNN.

    The Guardian was het daar volledig mee eens in een hoofdredactioneel commentaar dat afgelopen augustus werd gepubliceerd. ‘Onderzoek moet zich niet richten op het doen herleven van uitgestorven soorten, maar op het in leven houden van soorten die bedreigd worden’, stelde het Britse dagblad.

    ‘Moeten we de doden tot leven wekken of beginnen met het helpen van de numbats [buidelmuizensoort wiens DNA zou kunnen helpen om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken]?’ vraagt geneticus Parwinder Kaur van de Universiteit van West-Australië retorisch in The Conversation. ‘De numbat staat op het punt van uitsterven: hij staat officieel op de lijst van bedreigde diersoorten en er zijn nu minder dan duizend exemplaren over in het wild. Het antwoord ligt dus voor de hand: we moeten voorrang geven aan de dieren die er nog zijn.’

    ‘Wat zal er gebeuren als gemodificeerde genen zich verspreiden naar wilde verwante soorten?’

    ‘De terugkeer van de mammoet en de Tasmaanse tijger zou het evenwicht van huidige ecosystemen kunnen verstoren’, voegt de BBC hieraan toe. En The Guardian: ‘Sinds het verdwijnen van deze soorten hebben andere zich aangepast om de leegte op te vullen. Wat zal er gebeuren als gemodificeerde genen [die gebruikt worden om uitgestorven soorten te laten herrijzen] zich verspreiden naar wilde verwante diersoorten?’

    Eenvoudiger gezegd, stellen Elizabeth A. Hadly en Deborah A. Sivas in The Nation, zijn soorten ‘het resultaat van een combinatie van factoren die specifiek zijn voor een plaats en een tijd’. Met andere woorden, leggen de hoogleraren biologie en milieurecht aan Standford University uit, ‘de natuur baart soorten en houdt ze in leven… tot een bepaald punt. Wanneer de betreffende biotopen verdwijnen, sterven de soorten die er leefden ook uit.’

    De twee academici zien deze programma’s als niets meer dan ‘valse beloften’. ‘Het zal niemand verbazen dat de dieren die ons fascineren – de dodo, de Tasmaanse tijger of de trekduif bijvoorbeeld – het perfecte marketingargument vormen om liefhebbers van de-extinctie aan te trekken. Maar zelfs als we in staat zouden zijn om deze soorten tot leven te wekken en een potentieel geschikte habitat te vinden waarin we een of tien of zelfs tienduizend exemplaren kunnen uitzetten, zullen we er nooit in slagen om de gedragingen, het dieet, de roofdieren en het microbioom te herstellen die zich in de loop van duizenden jaren hebben ontwikkeld en de identiteit van deze soorten hebben gevormd. Ze maakten deel uit van een complex ecosysteem.‘

    Lees ook:

  • Waarom je speeksel bepaalt wat je proeft

    Waarom je speeksel bepaalt wat je proeft

    De vloeistof die onze mond produceert, is niet alleen een glijmiddel. Speeksel speelt een actieve rol in hoe we smaak ervaren en heeft invloed op onze voedselkeuze, zo hebben onderzoekers ontdekt.

    Op het eerste gezicht lijkt speeksel nogal saai spul. Handig om ons voedsel mee te bevochtigen, meer niet. De realiteit is heel anders, beginnen wetenschappers nu te begrijpen. De vloeistof gaat een ingewikkelde interactie aan met alles wat in de mond komt, en hoewel speeksel voor 99 procent uit water bestaat, heeft het een grote invloed op de smaak van wat we eten en drinken, en het genot dat we daaruit putten.

    ‘Het is een vloeistof, maar niet zomaar een vloeistof,’ zegt oraal bioloog Guy Carpenter van King’s College London.

    Wetenschappers weten al een tijd dat speeksel voor van alles en nog wat dient: het beschermt het gebit, vergemakkelijkt het spreken en biedt binnenkomend voedsel een uitnodigende omgeving. Nu zijn onderzoekers erachter gekomen dat speeksel ook bemiddelend optreedt en als vertaler dienst doet, dat het invloed uitoefent op hoe voedsel door de mond beweegt en onze zintuigen prikkelt. En er zijn steeds meer aanwijzingen dat uitwisselingen tussen speeksel en voedsel voor een deel bepalen wat we graag eten.

    ‘Orale voedselverwerking’

    De substantie is niet erg zout, waardoor we het zout van een aardappelchip kunnen proeven, en niet erg zuur, waardoor een scheutje citroen zo kan prikkelen. Elke hap voedsel wordt met water- en speekseleiwitten ingevet, waarop enzymen zoals amylase en lipase het verteringsproces op gang brengen. Het speeksel levert smaakstoffen af bij de smaakpapillen, waar de twee met elkaar kunnen communiceren. Speeksel, zo zegt de Chinese voedingswetenschapper Jianshe Chen, zorgt ervoor dat we ‘de chemische informatie van voedsel – het aroma, de smaak – detecteren.’

    Chen bedacht de term ‘orale voedselverwerking’ in 2009 om het multidisciplinaire veld te beschrijven dat bestaat uit voedingswetenschap, de fysica van voedingsstoffen, de fysiologische en psychologische reacties van het lichaam op voedsel en meer. Hij schreef over het onderwerp in de Annual Review of Food Science and Technology 2022. Als mensen eten, legt hij uit, proeven ze eigenlijk niet het eten zelf, maar een mengsel van voedsel en speeksel. Zo kun je alleen een zoet- of zuursmakend molecuul in een hap eten proeven als dat molecuul de smaakpapillen kan bereiken – en daarvoor moet het door de laag speeksel heen die de tong bedekt.

    Anders proeven

    Dat is allemaal niet zo vanzelfsprekend, zegt de eerder aangehaalde oraal bioloog Guy Carpenter, die erop wijst dat frisdrank zoeter smaakt als er geen prik in zit. Lang werd aangenomen dat dit kwam doordat sprankelende bubbeltjes kooldioxide in verse frisdrank zorgden voor een zuur stootje dat de hersenen afleidde van de zoetheid. Niet dus. Carpenter en zijn collega’s bestudeerden het proces in een kunstmatige laboratoriummond en ontdekten dat het speeksel de frisdrankbubbels belette om hun weg te vinden tussen tong en verhemelte. Carpenter denkt dat deze ophoping van bubbels voorkomt dat de suikers de smaakreceptoren op de tong bereiken. Met frisdrank zonder koolzuur zijn er geen luchtbellen die de zoete smaak blokkeren.

    Speeksel heeft ook invloed op de aroma’s – aroma’s die voor het overgrote deel onze smaakperceptie bepalen en voortkomen uit voedsel in de mond. Door het kauwen lossen sommige smaakmoleculen op in het speeksel en andere niet. Die laatste moleculen kunnen in de neusholte terechtkomen en worden er opgemerkt door de talloze receptoren aldaar. Wat betekent dit? Dat mensen met verschillende speekseldebieten of speekselsamenstelling – met name van eiwitten in de vorm van slijmstoffen – iets heel anders kunnen proeven terwijl ze hetzelfde eten of drinken.

    De proefpersonen die meer speeksel produceerden ervoeren meestal intensere smaken

    Spaanse onderzoekers maten bijvoorbeeld de speekselvloed van tien wijnproevers. Aan de wijn waren fruitige esters toegevoegd. De vrijwilligers die meer speeksel produceerden ervoeren meestal intensere smaken – misschien omdat ze vaker slikten en daardoor meer aroma’s in hun neusholtes kregen. Met andere woorden: wijnliefhebbers die prat gaan op hun vermogen aromanuances te detecteren, hebben dit op zijn minst voor een deel aan hun spuug te danken.

    Speeksel speelt ook een prominente rol in onze perceptie van textuur. Neem wrangheid, dat droge gevoel in je mond als je rode wijn drinkt of onrijp fruit eet. Dat is niet de schuld van de wijn, nee, tanninemoleculen in de wijn zorgen ervoor dat eiwitten uit het speeksel neerslaan, waardoor dat speeksel niet meer zo goed smeert.

    Dankzij speeksel weten wij ook voedsel met een hoog en laag vetgehalte te onderscheiden. Ook als twee yoghurts er hetzelfde uitzien en net zo vloeibaar zijn, voelt een vetarme versie droger in de mond, aldus Anwesha Sarkar, voedingswetenschapper aan de universiteit van Leeds. ‘We proberen niet de eigenschappen van het voedsel te doorgronden, maar de wisselwerking ervan met de oppervlakte,’ zegt Sarkar. Een mengsel van melkvet en speeksel creëert een laag druppeltjes in de mond die de wrangheid kan verdoezelen en de yoghurt een rijkere smaak geeft.

    Mechanische tong

    Sarkar gebruikt voor haar onderzoek een mechanische tong, gedoopt in kunstmatig speeksel, die simuleert wat er gebeurt als voedsel door de mond beweegt en hoe dat de zintuiglijke ervaring van het eten beïnvloedt. Een smoothie met weinig vet, zegt Sarkar, lijkt op het eerste gezicht romig, maar mist de weelderige textuur die vet levert indien vermengd met speeksel.

    Een volledig inzicht in deze interacties tussen speeksel, voedsel en de mond – en de overdracht van de informatie naar de hersenen – kan leiden tot de productie van gezonder voedsel, aldus Sarkar. Ze denkt aan ‘getrapt voedsel’ dat genoeg suiker aan de buitenkant bevat om in speeksel te kunnen oplossen met een gevoel van zoetheid als gevolg, maar dat in zijn geheel lagere concentraties suiker en dus ook een lager calorieniveau kent. Een dergelijke opzet kan volgens haar leiden tot voedsel met minder vet.

    Maar het is niet makkelijk om deze interacties zo goed te begrijpen dat je zulke voedingsmiddelen kunt ontwikkelen. Speeksel en smaakperceptie variëren de hele dag door, en dan zijn er op dat gebied ook nog eens verschillen tussen individuen. Meestal is speeksel traag in de ochtend en het vloeiendst vroeg in de middag. En de componenten van het speeksel van ieder individu – hoeveelheden van bepaalde eiwitten bijvoorbeeld – fluctueren de hele dag, net als stimulerende aroma’s.

    Speekseleiwitten

    Oraal biochemicus Elsa Lamy van de Universiteit van Évora in Portugal heeft dit onderzocht door geblinddoekte vrijwilligers zo’n vier minuten lang aan een stuk brood te laten ruiken. Ondertussen hield ze in de gaten of er veranderingen in hun speeksel optraden. Twee soorten eiwit – zetmeel verterende amylases en cystatines – die met smaakgevoeligheid en smaakperceptie in verband worden gebracht, namen toe na de blootstelling aan het brood. Soortgelijke experimenten volgden met vanille en citroen, en in alle gevallen veranderden de niveaus van speekseleiwitten, hoewel die afhingen van het voorgezette voedsel. Lamy en haar team proberen er nu achter te komen wat voor functie die stijging in eiwitten kan hebben.

    De samenstelling van speeksel verschilt van persoon tot persoon – en hangt deels af van iemands vroegere voedselkeuzes, zegt Ann-Marie Torregrossa, een gedragsneurowetenschapper aan de Universiteit van Buffalo. Toen zij ratten onderwierp aan een dieet met additieven die bitter smaakten, registreerde zij scherpe toenamen van speekseleiwitten in tal van categorieën. Ondertussen leken de ratten dat bittere spul in hun eten steeds meer te accepteren. ‘De conclusie is dus dat broccoli best lekker is als je niets anders meer eet,’ zegt Torregrossa.

    In een ander experiment gebruikte ze katheters om speeksel van ratten die bitter voedsel gewend waren over te brengen naar andere rattenbekjes. Die diertjes gingen bitter voedsel prompt beter verdragen. Maar controledieren die de bitterheid verdragende speekseleiwitten werden onthouden, moesten niets van het bittere voedsel hebben.

    Torregrossa en haar medewerkers zijn er nog niet uit welke eiwitten precies verantwoordelijk zijn voor deze tolerantie. Er zijn wel een paar kandidaten, zoals prolinerijke eiwitten en proteaseremmers, maar er zijn misschien nog andere. Ze moeten weten om welke eiwitten het gaat voordat ze kunnen beoordelen hoe reacties op bittere smaken in de mond en in de hersenen worden beïnvloed.

    Ratten zijn natuurlijk geen mensen. Wel zijn er aanwijzingen gevonden dat hun speeksel soortgelijke dingen doet met smaakperceptie als bij mensen. Het beeld is echter ingewikkelder. ‘Het menselijk dieet en de menselijke ervaring worden beïnvloed door tal van andere factoren die knaagdieren gewoon vreemd zijn,’ zegt Lissa Davis, wetenschapper aan de Purdue University in Indiana, die smaak en gedrag bestudeert.

    Gezondere eetgewoonten

    Maar als deze patronen kunnen worden gedecodeerd en begrepen, dan belooft dat wat, zegt Lamy. Als je kinderen een additief zou kunnen geven dat veranderingen in hun speeksel stimuleert en hun ervaring met een bittere groente daardoor letterlijk en figuurlijk verteerbaarder maakt, zou dat gezondere eetgewoonten kunnen bevorderen. Als hun eerste ervaring met nieuw voedsel verschoond blijft van een hoge bitterheidsgraad, dan zullen ze goede smaakervaringen met die groente hebben.

    Meer in het algemeen zal een beter begrip van de invloed van speeksel op smaak – en die van voedsel op de samenstelling van speeksel – veel nieuwe manieren mogelijk kunnen maken om eetvoorkeuren om te buigen naar vaak weinig populair maar gezond voedsel. ‘Hoe,’ zegt Torregrossa, ‘kunnen we haters van dat voedsel veranderen in liefhebbers? Die vraag houdt me bezig.’

    Lees ook:

  • Ufo’s worden weer serieus genomen, bijna té serieus

    Ufo’s worden weer serieus genomen, bijna té serieus

    Onlangs vloog een verdachte ballon boven de Verenigde Staten en recenter werden unidentified flying objects waargenomen. Is er te veel verkeer in de stratosfeer? Spionage? Verhoogde buitenaardse belangstelling? De waarheid ligt niet ergens daarbuiten, maar diep in onszelf.

    De terechte vraag hoe buitenaardse wezens zullen reageren als ze als eerste mens uitgerekend Kurt Waldheim gaan horen, die hun in een enigszins Oostenrijks Engels (‘Greedings!’) de hartelijke groeten van de aarde overbrengt, werd door Tim Burton in 1996 al beantwoord in zijn film Mars Attacks!: het zal ze vermoedelijk veel hoofdbrekens kosten.

    Ruim vijfenveertig jaar geleden, op 5 september 1977, werd de ruimtesonde Voyager I het heelal in geschoten. De nummer 1 in de Amerikaanse hitlijsten was die herfst de discoversie van Star Wars Theme. Dit stuk muziek stond helaas niet op de gouden plaat waarmee de Voyager op zijn verre reis werd gestuurd; wel bevatte die een boodschap van de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, evenals vijfenvijftig begroetingen in evenveel talen (met interessante variaties: in het Duits klinkt een eenvoudig ‘Hartelijke groeten aan iedereen’, maar in het Mandarijn een al bijna joviaal ‘We hopen dat het jullie allemaal goed gaat. We denken aan jullie allemaal. Kom alsjeblieft hierheen en bezoek ons, als jullie tijd hebben.’)

    Men achtte het anno 1977 dus niet volkomen uitgesloten dat de Voyager ooit eens op intelligente levende wezens met platenspelers zou stuiten. Een andere wereld werd voor mogelijk gehouden. Maar het gouden tijdperk van de ufologie was op dat moment allang voorbij.

    Het onderscheid tussen feit en fictie is moeilijk te maken; maar dat is juist de lol ervan

    Dit klassieke tijdperk was op 24 juni 1947 begonnen met een rondvlucht van hobbypiloot Kenneth Arnold boven Mount Rainier in de Amerikaanse staat Washington. Arnold zag toen negen ongeïdentificeerde vliegende objecten in de vorm van boemerangs, die zich voortbewogen als ‘schotels die over het water ketsen’. Dat werd journalistiek ingekort tot ‘vliegende schotels’ – een beeld dat zich in het collectieve geheugen grifte als een pick-upnaald in de groef van een plaat. Alleen al in de tweede helft van 1947 registreerden de autoriteiten in de VS nog 850 andere ufomeldingen, evenals een vermoedelijk ongeval van een buitenaards ruimteschip ten noorden van het stadje Roswell in New Mexico. 

    De US Air Force richtte daarop de ufowerkgroep ‘Project Blue Book’ op, misschien ook onder invloed van de Koude Oorlog en de bijbehorende, ietwat paranoïde veiligheidspolitiek – tot het gewoon te veel werd. Tegen het eind van de jaren zestig zorgden ufomeldingen en waarnemingen van aliens – als onderdeel van de populaire mediacultuur intussen alom aanwezig – steeds weer voor hysterische taferelen. Dus werd er iets tegen ondernomen: in 1969 stelde een commissie onder leiding van natuurkundige Edward Condon een laatste bericht op voor het ‘Blue Book’-project, waarin men tot de conclusie kwam dat verder onderzoek naar ufo’s niet in het belang was van de wetenschappelijke vooruitgang. Basta.

    Pseudowetenschap

    Het bericht van Condon werd het worstcasescenario van de ufologie en verwees de bloeiende pseudowetenschap linea recta naar het rijk der complottheorieën. Niet dat ze daar niet prachtig verder bloeide. Het menselijk verlangen naar aandacht is groot, en als die aandacht ook nog buitenaards is: des te opwindender. Daarbij kwamen in de loop der jaren een verhoogde sensibiliteit voor onverklaarbare fenomenen en een steeds betere waarnemingstechnologie (alleen de camera’s van mobieltjes laten het bijna altijd afweten als het erop aankomt). In de afgelopen weken was deze fundamentele bereidheid om onverklaarbare dingen als buitenaards te interpreteren weer eens heel duidelijk waarneembaar. Uiteindelijk achtten ook serieuze instanties het mogelijk dat weggewaaide weerballonnen en verroeste metalen boeien sporen van buitenaardse intelligentie bevatten. Zelfs in Oostenrijk werden in het voorjaar dertig ufowaarnemingen gemeld, onlangs bijvoorbeeld in de omgeving van Knittelfeld.

    Florian Freistetter, astronoom en ‘science buster’, maakt over dit onderwerp een nuchtere rekensom: ‘We weten helaas niet hoe groot de waarschijnlijkheid is voor het ontstaan van intelligent leven. Als dat bij een op de miljoen planeten het geval was, dan zou het in het heelal heel vaak voorkomen. Ligt de waarschijnlijkheid bij een op een triljard, dan zou het ook kunnen dat wij het enige geval zijn. Dat zouden we dan ook weer raar en saai vinden.’ 

    Omdat hij een prominent astronoom is, krijgt Freistetter steeds weer meldingen van ufowaarnemingen. ‘Er is aan de hemel inderdaad heel erg veel te zien: er zijn sterren, er zijn planeten, vallende sterren, satellieten, en je hebt het ruimtestation ISS. Het probleem is dat verreweg de meeste mensen niet weten wat er allemaal aan de hemel te zien is. Veel mensen komen dus in situaties waarin ze iets waarnemen wat ze niet kunnen plaatsen. In de late herfst, als het weer vroeg donker wordt, is Venus vaak in de avondschemering al heel goed te zien. En die planeet kan extreem helder zijn. Maar de meeste mensen weten dat niet en zien een heel helder licht. Dan krijg je een hoop meldingen.’ En teleurstellingen.

    ‘We weten helaas niet hoe groot de waarschijnlijkheid is voor het ontstaan van intelligent leven’

    Want niets is zo deprimerend als een geheim dat er helemaal geen blijkt te zijn. We willen zo graag geloven. In 1980 publiceerden de pseudowetenschappelijke auteurs Charles Berlitz (De Bermudadriehoek) en William L. Moore (Het Philadelphia-experiment) het boek The Roswell Incident, over die allang vergeten gebeurtenis in de woestijn van New Mexico. Vermeende ooggetuigen en insiders vertellen in het boek over de vondst van een buitenaards ruimtevaartuig met bemanning, en de daaropvolgende doofpot op last van hoogst geheime kringen. Roswell werd het codewoord, en het boek een brontekst voor de nieuwere ufologie, tot en met de mysterieserie The X-Files. In de slipstream daarvan werd het nachtprogramma van commerciële tv-zenders volgestopt met autopsieën van aliens en complotdocu’s. De waarheid is ergens daarbuiten.

    Zou het? Waarom gelooft men in aliens, waarom hoopt men op ufo’s? Wellicht speelt eenzaamheid een rol: die van de mensheid in het oneindige universum, maar ook die van de lichtjarenlang reizende buitenaardse wezens op weg naar ons. Dat denkbeeld maakt een oeroud gevoel wakker dat ons ontvankelijk maakt voor mythen. Uit ufologie ontstaat gemakkelijk religie. De centrale geloofsbelijdenis uit het boek van [de Zwitserse schrijver] Erich von Däniken was: buitenaardse wezens hebben de menselijke beschaving gesticht. Dat is zo ongeveer ook wat de Raëlianen geloven, de volgelingen van de Fransman Claude Vorilhon, alias Raël, die ervan uitgaan dat de buitenaardse ‘Elohim’ iets meer dan twintigduizend jaar geleden de mens geschapen hebben naar hun beeld.

    Uitstekende biotoop

    George Knapp op zijn beurt, een onderzoeksjournalist uit Las Vegas, ziet de zaak duidelijk pragmatischer: wij zijn misschien een soort landbouwproject van een buitenaardse intelligentie – onwetenden in de Hof des Heren. Het internet heeft zich bewezen als een uitstekende biotoop voor bloeiende theorieën van het griezelige soort. Het onderscheid tussen feit en fictie is daarbij in principe moeilijk te maken; maar dat is geen probleem, het is juist de lol ervan. ‘Toen je nog complottheoreticus moest zijn om erin te geloven, was alles mooi en goed,’ schreef de in ufo’s geïnteresseerde Oostenrijkse auteur Clemens J. Setz in een essay voor het Hamburgse weekblad Die Zeit. Hij zinspeelde daarmee op een opmerkelijke ontwikkeling: ufo’s worden de laatste tijd weer serieus genomen, bijna té serieus zelfs.

    UFO-meldingen

    Het zijn niet de minsten die ufo’s zien. Op een formulier van het International UFO Bureau in de Jimmy Carter Presidential Library beschrijft de oud-president hoe hij in het stadje Leary in Georgia een lichtbal zag ‘die gedurende 10 tot 12 minuten veranderde van grootte, helderheid en kleur’. Vorig jaar werden in Engeland 411 en in Schotland 52 meldingen van ufo’s gedaan volgens de Britse krant The Mail.
    Serieuze Amerikaanse kranten en bladen als The New Yorker en het beroemde actualiteitenprogramma 60 Minutes hebben uitgebreid aandacht geschonken aan het fenomeen. Het Amerikaanse leger heeft vorig jaar zelfs bevestigd dat soldaten onverklaarbare dingen zien.

    In december 2017 berichtte The New York Times dat het Pentagon al sinds jaren een ufo-onderzoeksteam heeft. Prominente senatoren zoals de Republikein Marco Rubio en de Democraat Harry Reid speculeerden daarop in het openbaar over de mogelijkheid van buitenaardse bezoeken, er werden vage opnames gepubliceerd van geheimzinnige vliegende objecten, gefilmd door gevechtsvliegtuigen van de VS. In een persbericht van het Pentagon uit juni 2021 werden 144 meldingen van ufowaarnemingen geanalyseerd en in verschillende categorieën ondergebracht: geheime vliegende objecten van eigen of buitenlandse makelij, weersverschijnselen, atmosferische troep en ‘overigen’ – zeg: aliens? 

    De ufologie beleeft op dit moment haar scientific turn, ze wordt ‘mainstream’ en bevrijd van het gefantaseer – en daarmee verliest ze helaas ook iets van haar romantische aura. Waar eerst vliegende schotels waren, dwarrelen nu spionageballonnen. De lucht boven ons hoofd is weer een beetje dunner geworden. Maar niettemin: hartelijke groeten aan iedereen!

    Schrijver Sebastian Hofer griezelde in zijn jeugd bij The X-Files en heeft, mogelijk daardoor
    aangestoken, ook echt een keer een ufo gezien. Die kon overigens snel worden geïdentificeerd:
    de plaatselijke disco had een nieuwe skybeamer aangeschaft.

  • Eetbare insecten, een levensvatbaar vleesalternatief?

    Eetbare insecten, een levensvatbaar vleesalternatief?

    Uit Pools onderzoek blijkt dat eetbare insecten uitermate geschikt zijn om milieuproblemen als de hoge CO2-uitstoot en overbevissing tegen te gaan. Maar zullen we ze ooit lekker gaan vinden?

    Tijdens het proeven van eetbare insecten kwam ik erachter dat ik een fobie heb voor nieuwe gerechten. En ik was nog wel naar de Economische Universiteit van Wroclaw (UEW) gekomen in de overtuiging dat ik alles zou gaan proberen. Als het laboratorium van de opleiding Levensmiddelentechnologie zou worden omgetoverd tot een restaurant met een menu à la carte, dan zou je onder andere kunnen kiezen uit linzenpasta, broodjes en brosse koekjes waarin huiskrekelmeel is verwerkt, een chocoladedrankje waaraan versnipperde krekel is toegevoegd en complete insecten met verschillende smaken: honing-mosterd, zure room met uitjes, chili met limoen of gewoon met zeezout.

    ‘Ze zijn echt heel lekker,’ beweert Agnieszka Orkusz, professor aan de UEW.

    De zojuist genoemde kotelet was een combinatie van ‘gewoon’ vlees en larven, die niet versnipperd waren, maar in hun geheel waren toegevoegd, zoals je rozijnen in een kwarktaart doet.

    In 100 gram vlees zit gemiddeld 20 gram eiwit, en in larven gemiddeld maar liefst 60 gram

    ‘De verhoudingen kun je helemaal zelf kiezen. Hoe meer insecten je toevoegt, hoe meer eiwitten je binnenkrijgt. In 100 gram vlees zit gemiddeld 20 gram eiwit, en in larven gemiddeld maar liefst 60 gram. Daarnaast zit er ook nog calcium, zink en ijzer in. Het is dus een zeer rijke voedingsbron,’ gaat Orkusz verder.

    Het eiwitgehalte van verschillende soorten eetbare insecten ligt tussen de 13 en 81 procent. Ter vergelijking: rundvlees en pluimvee bevatten 19 tot 26 procent eiwit, en vis en zeevruchten 13 tot 28 procent.

    In het geval van insecten is er echter sprake van een barrière. Misschien geldt het niet voor iedereen, maar veel mensen krijgen spontaan een groen gezicht als het over het eten van insecten gaat. Bij de koteletjes zit het probleem hem in het feit dat de larven zichtbaar zijn. Een kotelet met larven associeer ik met iets wat bedorven is, en dat zullen de meeste mensen hebben. Bij sprinkhanen is de drempel waarschijnlijk wat lager, maar ook dan moet je nog een aardige stap zetten voordat je je eraan waagt. En zelfs het besef dat insecten zo veel voedingswaarden bevatten, zal niet altijd helpen.

    Weerzin 

    Het zal dus niet meevallen om zo’n aanbod succesvol op de markt te brengen. We zijn nu eenmaal geen culinaire lekkernijen met insecten gewend, zoals mensen in het Verre Oosten, waar insecten als dagelijkse kost gezien worden. Ook eet men ze daar als streetfood, met alles erop en eraan: pootjes, haartjes, en voelsprieten en dergelijke.

    ‘Dat zijn producten voor degenen die hun weerzin al overwonnen hebben,’ merkt Orkusz droogjes op.

    Die weerzin verdwijnt wanneer er geen insecten te zien zijn. En het maken van zulke producten levert geen enkel probleem op. Het eerder beschreven brood met krekelmeel erin, dat ik moeiteloos weghapte, bevatte 10 procent insectenmeel, maar ze hebben hier al broden gebakken met maar liefst 40 procent insectenmeel, broden met een erg hoog eiwitgehalte dus. Versnipperde insecten zijn ook geschikt voor verschillende soorten worst.

    Er zijn heel wat argumenten die voor het eten van insecten pleiten: ze hebben een hoge voedingswaarde en je hebt er maar weinig voor nodig om ze te produceren, zeker in vergelijking met het fokken van slachtvee. Zo hebben krekels zes keer zo weinig voedsel nodig als koeien, vier keer zo weinig als schapen en twee keer zo weinig als varkens en kippen. Daar komt nog bij dat insecten minder broeikasgassen en ammoniak uitstoten dan boerderijdieren.

    De productiekosten voor een kilo insecten zijn vele malen lager dan bijvoorbeeld die voor een kilo pluimvee

    ‘De productiekosten voor een kilo insecten zijn vele malen lager dan bijvoorbeeld die voor een kilo pluimvee. Daarom zijn insecten een belangrijk alternatief voor de productie van kostbare eiwitten. De verwerking ervan stelt weinig voor: je hoeft ze alleen maar te drogen en te vermalen. Met deze grondstof kun je heel goed producten maken die rijk zijn aan eiwitten en vezels. Je kunt je natuurlijk afvragen in welke vorm. We hebben hier een aantal standaardproducten, zoals koteletten, koekjes en brood. Maar je kunt van insecten bijna alles maken,’ vertelt Joanna Harasym, professor aan de UEW en directeur van de leerstoel Biotechnologie en Voedselanalyse op de afdeling Vormgevingstechniek.

    In de werkplaats voor levensmiddelentechnologie aan de UEW worden de mogelijkheden van 3D-printers onderzocht. Er wordt gebruikgemaakt van printers met een extruder; die verwerken een basis – een pasta gemaakt van versnipperde insecten vermengd met water –  tot producten met iedere gewenste vorm en smaak.

    ‘Nadat je er een bepaalde vorm aan gegeven hebt, wordt het product gebakken of gedroogd. Insecten bevatten veel onverzadigde vetzuren, daarom moet de warmtebehandeling heel precies gebeuren. Het belangrijkste is dat we op deze manier een product kunnen maken dat aantrekkelijk is voor onze zin-tuigen en niet meer doet denken aan een insect,’ verklaart Harasym.

    In een 3D-printer kun je verschillende pasta’s mengen, bijvoorbeeld van insecten, vlees, groente et cetera. Op die manier kunnen onder andere evenwichtige maaltijden worden samengesteld voor oudere mensen, bijvoorbeeld in de vorm van gelei.

    Neofobie

    Wetenschappers van de UEW hebben een grootschalig onderzoek uitgevoerd om erachter te komen welke factoren onze neofobie voor eetbare insecten minimaliseren. Eén factor ligt erg voor de hand. Het bleek dat iemand die in Azië of Afrika geweest is overduidelijk minder last heeft van neofobie dan mensen die een dergelijke ervaring niet hebben opgedaan. ‘Denk je dat eens in: we gaan naar Azië en onze afschuw verdwijnt compleet. Ineens wagen we ons aan die schorpioen op een stokje of een ander insect.’ 

    Harasym vervolgt: ‘Uit het onderzoek bleek verder dat mensen die naar eigen zeggen van zeevruchten hielden zich vaker onverschrokken aan de insecten waagden. Zowel het een als het ander heeft pootjes en haartjes; een garnaal ziet er eigenlijk gewoon uit als een wit of rood insect.’

    Is het dus puur een kwestie van gewenning? Het punt is dat er in Europa nog weinig gelegenheid is om gerechten te nuttigen met insecten in de hoofdrol. 

    Op de wereld is er een enorme hoeveelheid eetbare insecten te vinden, meer dan 1900 soorten maar liefst. Geschat wordt dat meer dan twee miljard mensen op de wereld verschillende soorten insecten eten. Wie weet of het over een tijdje in Europa mogelijk is om schorpioenen uit een lokale kwekerij te nuttigen, misschien op een stokje of met een laagje suiker? Voorlopig hoeven we daar echter nog niet op te rekenen.

    Tot nu toe heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid drie soorten eetbare insecten groen licht gegeven: sprinkhanen, huiskrekels en meelwormen. De twee laatste vormen de basis van de onderzoeken die op dit moment aan de UEW worden uitgevoerd. Waarom die twee? ‘Ze zijn het goedkoopst en het makkelijkst te produceren. De grondstof halen we uit het buitenland. Voor zover ik weet worden deze krekels en larven in Polen nog niet gekweekt voor menselijke consumptie, maar er zijn enkele bedrijven die met zulke plannen bezig zijn. Sprinkhanen zijn nog niet zo lang toegestaan, daarom is het nog vrij lastig om die bij gecertificeerde bedrijven in te kopen. Dat zal over een jaar al makkelijker zijn,’ aldus Orkusz.

    We moeten ons door een diepgewortelde afkeer van insecten heen bijten, en de gewoonten van de consument zijn altijd het moeilijkst te veranderen

    De meeste kwekerijen voor eetbare insecten zijn op dit moment actief in Nederland en Italië. ‘Mocht er iemand zijn die in Polen zoiets wil opzetten, in samenwerking met ons, dan is hij van harte welkom. Ook op het gebied van receptuur beschikken wij over alle nodige kennis. Het is nog helemaal niet zo eenvoudig om iets te maken wat qua smaak acceptabel is,’ voegt Orkusz toe. ‘We moeten ons alleen door die diepgewortelde afkeer van insecten heen bijten, en de gewoonten van de consument zijn altijd het moeilijkst te veranderen. Aan de andere kant is de mens nieuwsgierig van aard, dus als het er aantrekkelijk uitziet en het ruikt lekker, dan zal hij het graag willen proberen.’

    De meeltor ‘kweken’ we onbewust (in meelproducten) en krekels springen bij ons in de wei rond, maar die kunnen we beter met rust laten. Misschien zijn ze ook geschikt als voedsel voor mensen, maar vanwege de voorschriften zal niemand er brood in zien om ze op industriële schaal te kweken.

    In Polen worden wel insecten geproduceerd voor in dierenvoer. Er zijn echter nog geen kwekerijen die eetbare insecten voor mensen produceren.

    ‘Eetbare insecten moeten worden gekweekt binnen een gesloten systeem, onder de juiste omstandig-heden en mogen alleen worden verkocht wanneer ze veilig zijn voor de consument. De eisen die hieraan gesteld worden, zijn vastgelegd in Europese verordeningen,’ benadrukt Harasym. ‘In het buitenland zijn ze gewoon eerder begonnen met de productie voor menselijke consumptie. Maar het is slechts een kwestie van tijd voordat dat bij ons ook gebeurt. Ik hoop dat deze vorm van productie binnen twee jaar in Polen van start zal gaan.’

    Economische voordelen

    En wat gebeurt er verder als de insecten eenmaal gekweekt zijn? Op dit punt is het productieproces relatief eenvoudig en goedkoop. Dan worden ze in-gevroren, vervolgens gedroogd, en daarna kun je ze op verschillende manieren gebruiken bij de bereiding van bepaalde voedingsproducten.

    Het is zelfs mogelijk om insecten te kweken met afval uit de voedselindustrie, wat veel kosten bespaart

    ‘De kweek van eetbare insecten levert veel economische voordelen op. Er is weinig inzet van kapitaal of grondgebied voor nodig. Het is zelfs mogelijk om insecten te kweken met afval uit de voedselindustrie, wat veel kosten bespaart. Deze markt zal in de toekomst zeer invloedrijk worden,’ concludeert Orkusz.

    Ook niet onbelangrijk is het feit dat de veeteelt momenteel verantwoordelijk is voor bijna 20 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast kun je moeilijk tot in het oneindige koeien, varkens en pluimvee blijven fokken. Daar zijn enorme hoeveelheden voer en water voor nodig, en ook steeds grotere stukken grond. Of kan de groeiende wereldbevolking haar eiwitten dan misschien uit de zeeën en oceanen halen? Die hebben helaas steeds meer te lijden onder overbevissing. Insecten hebben dus potentieel. Temeer omdat ze voor een groot deel van de mensheid een vertrouwd en welbekend culinair fenomeen zijn. 

    Lees ook:

  • Europa legt het af tegen de Verenigde Staten in de strijd om kernfusie

    Europa legt het af tegen de Verenigde Staten in de strijd om kernfusie

    Kernfusie zou binnen enkele decennia kunnen uitgroeien tot een onuitputtelijke bron van schone energie. Maar de veelbelovendste projecten voor deze nieuwe manier van kernenergie opwekken lijken allemaal naar de Verenigde Staten te trekken.

    De resultaten die het Amerikaanse Lawrence Livermore National Laboratory (LLNL) boekt met kernfusie hebben ook Europa opgeschrikt. De doorbraak in de VS houdt namelijk evengoed een boodschap in voor ons: we kunnen ons beter richten op experimenteren en participeren dan op verbieden en stopzetten. Zodat de ‘toekomst van energie’ ook made in EU zal zijn.

    Het criterium is de dynamiek in de VS. Daar is kernfusie een zaak voor het allerhoogste niveau. President Joe Biden zette de technologie in maart van dit jaar centraal op een topbijeenkomst van onderzoekers, ondernemers, ambtenaren en politici in het Witte Huis. Zijn regering deelt de waarneming van veel wetenschappers en zakenlieden dat kernfusie na tientallen jaren weleens vlak voor een doorbraak zou kunnen staan.

    ‘Wanneer de geschiedenisboeken over de fusietechnologie eenmaal geschreven zijn, zullen de achter ons liggende twaalf maanden worden gezien als een keerpunt waarop duidelijk werd dat de fusietechnologie zich uit de laboratoria naar de markt gaat bewegen’, schrijft de Fusion Industry Association in haar in juli verschenen jaarverslag 2022.

    Zonnevuur

    Anders dan bij kernsplitsing draait het bij kernfusie om het samensmelten van atoomkernen van een stof tot de kern van een andere stof. Uit waterstof wordt helium gemaakt. Een proces dat in de natuur op deze wijze alleen in sterren zoals de zon voorkomt. Daarom wordt bij kernfusie ook wel van zonnevuur gesproken. Deze vorm van kernenergie geldt als schoon, klimaatneutraal en vrijwel onuitputtelijk.

    ‘Het publieke onderzoek heeft veel tijd en weinig geld, de industrie veel geld maar weinig tijd’

    En dus hebben de VS grote plannen: binnen de komende tien jaar moeten in het hele land diverse fusiepilotcentrales met uiteenlopende grootte en technologie van de grond komen. De voortekenen zijn gunstig. Enerzijds maakt de wetenschap grote vorderingen en pompt de regering veel geld in onderzoek. Zo accordeerde het Congres onlangs een programma van 713 miljoen dollar voor onderzoek en bouw, waarvan 50 miljoen voor public-privatepartnership. De klimaatmaatregelen uit de Inflation Reduction Act voegen daar nog eens een geldstroom van honderden miljoenen voor fusieprojecten aan toe. Anderzijds zijn de VS ook het land van de vrije markt – en die zet er vaart achter. De Duitse hoogleraar natuurkunde, laseronderzoeker en oprichter van de Duits-Amerikaanse fusiestart-up Focused Energy Markus Roth zegt: ‘Het publieke onderzoek heeft veel tijd en weinig geld, de industrie veel geld maar weinig tijd.’ Bij het omzetten van de resultaten van fundamenteel onderzoek in praktische toepassingen staan de Amerikanen met hun pragmatische aanzet ook in het geval van kernfusie aan de top. 

    Van de drieëndertig bedrijven wereldwijd die werken aan de ontwikkeling van bruikbare kernfusietechnologieën zijn er eenentwintig gevestigd in de VS. Technologiemiljardairs met ook maar een beetje gevoel van eigenwaarde permitteren zich investeringen in een kernfusiestart-up. Of het nu om Jeff Bezos gaat, Bill Gates, Peter Thiel, John Doerr, George Soros, Dustin Moskovitz (Facebook) of Reid Hoffman (LinkedIn) – ze doen allemaal mee. Over de hele wereld hebben kernfusie-ondernemingen dit jaar 4,74 miljard dollar aan kapitaal van private investeerders aangetrokken. De grootste onder hen kunnen terugvallen op comfortabele kapitaalreserves. Commonwealth Fusion, dat in 2018 als spin-off van het Massachusetts Institute of Technology ontstond, wist dankzij Gates, Doerr en Salesforce-oprichter Marc Benioff ruim 2 miljard dollar binnen te halen. Het door Thiel en Moskovitz gesteunde Helion verzekerde zich van 2,2 miljard dollar.

    Tegenvallers

    In de zomer leverde behalve Google en Chevron ook het Japanse Sumitomo Corp een bijdrage aan de financiering van de Amerikaanse start-up TAE Technologies. Het wil op industriële schaal fusiereactoren fabriceren en die vanaf 2030 aansluiten op de elektriciteitsvoorziening. Google is al sinds 2014 bij het bedrijf betrokken en voorziet het van computertechnologie en kunstmatige-intelligentiesystemen.

    En in Europa? Wie zijn oor te luisteren legt stuit allereerst op het mammoetproject ITER in Zuid-Frankrijk. De oorsprong ervan gaat terug tot de tijd van de Koude Oorlog. Een gigantisch project dat zich echter al lange tijd voortsleept. Nog altijd zijn Europeanen, Amerikanen, Russen en Chinezen betrokken bij de bouw van de testreactor. Anders dan het project aan het Lawrence Livermore werkt ITER niet op basis van laser- maar van magneettechnologie. Een tot 100 miljoen graden Celsius verhit plasma wordt door magneten vrij zwevend in de lucht gehouden om via een complex procedé waterstof samen te smelten tot helium. Bij ITER is telkens weer sprake van tegenvallers. Ook liepen de kosten geregeld uit de hand. De reactor is sinds 2007 in aanbouw en moet halverwege dit decennium klaar zijn, in het komende decennium een kernfusie tot stand brengen en vanaf 2050 in serie kunnen worden geproduceerd.

    ‘Revolutionair’ en ‘bemoedigend’ noemt ITER de resultaten uit de VS. Maar qua commerciële toepasbaarheid ziet men daar nog altijd meer in de eigen opzet. Andere projecten, ook in Europa, beloven sneller te leveren dan ITER. Naast de eveneens op magneettechnologie gebaseerde en met publiek geld gefinancierde projecten Jet in Engeland, Wendelstein 7-X en Asdex in Duitsland spelen met Marvel Fusion en Focused Energy ook twee Duitse start-ups een vooraanstaande rol op het wereldwijde fusietoneel.

    Ook het Münchense Marvel Fusion sluit niet uit een geplande demonstrator in de VS te bouwen

    Zij maken gebruik van de laseropzet en zitten met hun methodiek dicht bij wat de Amerikanen bij het LLNL doen. ‘Dat is een fantastisch resultaat,’ zegt Markus Roth, hoogleraar natuurkunde aan de TU Darmstadt en oprichter van Focused Energy. ‘Het laat zien dat we op de goede weg zijn.’ Roth werkte enkele jaren bij het Lawrence Livermore en trekt voor zijn start-up nu een hele reeks toponderzoekers aan, onder wie twee wetenschappers van het LLNL.

    Zijn team werkt momenteel aan de ontwikkeling van een klein proef- en een wat groter teststation. De standplaats van het proefstation wordt Texas, terwijl het teststation mogelijk in Darmstadt komt. Wel heeft Washington al duidelijk zijn interesse in dit tweede station laten blijken en nodigde het deze zomer vertegenwoordigers van de start-up uit in het Witte Huis. Aan het eind van dit decennium wil het team van Roth beide stations operationeel hebben. De kosten daarvan kunnen al met al oplopen tot meer dan 2 miljard euro.

    Ook het Münchense Marvel Fusion sluit niet uit een geplande demonstrator in de VS te bouwen. Sinds de oprichting hebben de Münchenaren tot nog toe 65 miljoen euro bijeengebracht – volledig privaat kapitaal, zoals directeur ir. Heike Freund benadrukt. Zij hoopt voor operationalisering nu ook op politieke rugwind uit Europa, waar de publieke investeringen zich tot nog toe vooral concentreerden op ITER, met bouwkosten die tot 45 procent worden betaald door de EU. De start-up werkt samen met concerns als Trumpf, Siemens Energy en Thalens. Om binnen een termijn van ongeveer tien jaar fusiereactoren in serie te kunnen fabriceren, moeten er nog heel wat stappen worden gedaan.  

    Verwijzend naar het Roemeense Magurele (waar momenteel een sterke laserinstallatie van de grond komt) en de gigantische behoefte aan schone en betrouwbare energie geloven ze zowel bij Marvel Fusion als bij Focused Energy in Europa’s potentieel. ‘Het zal er niet vandaag of morgen zijn, maar als wij nu niet investeren, zal het er over tien jaar ook niet zijn,’ aldus Freund.

    Lees ook:

  • Onderzoekers willen maanstof gebruiken om opwarming klimaat tegen te gaan

    Onderzoekers willen maanstof gebruiken om opwarming klimaat tegen te gaan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Dodental aardbeving Turkije en Syrië naar 15.000

    » Avondklok in Chili vanwege aanhoudende bosbranden

    ‘Schild’ van maanstof moet zonlicht blokkeren

    Een groep wetenschappers heeft een plan voorgesteld om stofdeeltjes van de maan de ruimte in te schieten om op die manier de zonnestralen van de aarde af te buigen. Dit zou een mogelijke oplossing zijn voor de klimaatopwarming, schrijft The Guardian.

    Het schijnbaar bizarre concept, dat in een nieuw onderzoek wordt uiteengezet, houdt in dat in de ruimte een ‘zonneschild’ wordt gecreëerd. Dat moet gebeuren door miljoenen tonnen stof van de maan te delven en het vervolgens ‘met een ballistisch apparaat’ naar een punt in de ruimte te schieten op ongeveer een miljoen kilometer van de aarde, waar de zwevende stofkorrels het inkomende zonlicht gedeeltelijk zouden blokkeren.

    Er moeten ieder jaar miljoenen tonnen stof de ruimte in geschoten worden om een zonneschild in stand te houden

    Om dit project uit te voeren moet er heel wat gebeuren. Zo zou er ergens tussen de zon en de aarde een nieuw ruimtestation moeten komen om ‘stofhopen in goede banen te leiden zodat ze zo lang mogelijk het zonlicht kunnen afschermen’, aldus een onderzoeker, geciteerd door de Britse krant. Ook zouden er ieder jaar miljoenen tonnen stof de ruimte in geschoten moeten worden om dit zonneschild in stand te houden.  

    Niet iedereen ziet echter brood in dit idee. Volgens Frank Biermann, professor Global Sustainability Governance aan de Universiteit Utrecht, kan het geen oplossing zijn voor het klimaatprobleem. ‘Wat we nodig hebben, is een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, waarvoor snelle technologische vooruitgang en sociaaleconomische veranderingen nodig zijn. De maan afgraven is niet de oplossing’, citeert The Guardian. Ook zou het plan de aandacht afleiden van het werkelijke probleem: het verbranden van fossiele brandstoffen.

    Lees ook:

  • Onderzoek: mens is in staat om gebarentaal van apen te lezen

    Onderzoek: mens is in staat om gebarentaal van apen te lezen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tijd dringt voor reddingsacties in Turkije en Syrië, dodental blijft oplopen

    » Biden benadrukt resultaten in State of the Union-toespraak

    Gebarentaal van chimpansees is begrijpelijk voor mensen

    De mens blijkt behoorlijk vaardig te zijn in het ‘lezen’ van het repertoire van gebaren dat veel apen gebruiken: in ruim 50 procent van de gevallen waren mensen in staat de betekenis van de gebaren correct te interpreteren. Dit blijkt uit een onderzoek waarbij meer dan 5500 deelnemers werden ondervraagd, bericht Vice. Het resultaat doet vermoeden dat onze eigen voorouders op soortgelijke wijze communiceerden, voordat onze moderne complexe taal ontstond. 

    Bewegingen van chimpansees en bonobo’s laten zich vertalen in boodschappen als ‘raak me aan’, ‘spring op mijn rug’ of ‘laten we vriendelijk doen’. Het zette primatologen Kirsty Graham en Catherine Hobaiter van de Universiteit van St Andrews in Schotland aan het denken over de rol die deze gebarentaal kan spelen bij het ontrafelen van de oorsprong van de menselijke taal.

    Om deze vraag te onderzoeken, vroeg het duo aan 5656 mensen om een online spel te spelen dat testte of deelnemers de gebaren van niet-menselijke apen in een reeks video’s konden interpreteren. De korte quiz test ‘de hypothese dat taalcompetente volwassen mensen nog steeds toegang hebben tot “familietypische” mensapengebaren’, aldus een studie die onlangs is gepubliceerd in het tijdschrift PLoS Biology.

    Lees ook: