Gevechten langs Oekraïense kustlijn zorgen voor milieuschade
De duizenden aangespoelde dolfijnen op de kusten van de Dode Zee zijn waarschijnlijk het gevolg van de oorlog in Oekraïne, zo meldt The New York Times. De gevechten langs de Oekraïense kustlijn hebben onnoemelijke milieuschade aangericht en hebben de habitat van de dolfijnen verstoord, aldus wetenschappers.
Recente studies uit Bulgarije, Turkije en Oekraïne tonen aan dat door de oorlog de biodiversiteit in zee in toenemende mate wordt bedreigd: er vallen bommen in voedselrijke gebieden aan de kust, olie lekt uit gezonken schepen, en uit de rivieren stroomt water naar zee dat vervuild is door chemicaliën die in munitie worden gebruikt.
Ivan Roesev, een milieuwetenschapper verbonden aan het nationaal park Toezly in Oekraïne, zei dat uit gegevens die sinds het begin van de oorlog door zijn organisatie zijn verzameld, blijkt dat enkele duizenden dolfijnen zijn gedood. Volgens Roesev kunnen het toegenomen lawaai van schepen en het gebruik van krachtige sonarsystemen ook de dolfijnen desoriënteren, die geluid gebruiken om te navigeren. ‘Sommige dolfijnen hadden brandwonden van bom- of mijnexplosies en konden niet meer navigeren en natuurlijk ook niet meer naar voedsel zoeken’, schrijft Roesev.
Voor de oorlog lag het aantal dolfijnen in de Zwarte Zee op 253.000
Ook de Turkse organisatie voor zeeonderzoek meldt ‘een uitzonderlijke toename’ van dode dolfijnen die aanspoelen aan de Turkse kust.
De Russische marine domineert de Zwarte Zee voor de kust van Oekraïne en heeft een blokkade opgelegd aan alle Oekraïense scheepvaart. Daardoor is het onmogelijk om gedetailleerde wetenschappelijke informatie te verzamelen, zodat de massale dolfijnensterfte vooralsnog een mysterie blijft.
Vóór de oorlog hebben honderd wetenschappers van een internationale verdragsgroep voor het behoud van walvisachtigen met behulp van tien vliegtuigen en zes schepen onderzoek gedaan naar het zeeleven in de Zwarte Zee en het Middellandse Zeegebied. Zij stelden vast dat de Zwarte Zee meer dan 253.000 dolfijnen herbergde, een gezond aantal, dat volgens de wetenschappers een positieve ecologische indicator was van het totale ecosysteem. Het valt nu echter nog te bezien wat de uiteindelijke tol van de oorlog zal zijn voor dolfijnen en ander zeeleven.
Wetenschappers hebben een grote stap gezet in de richting van de totstandbrenging van het kwantuminternet, zo blijkt uit onderzoek dat The Independent aanhaalt. Kwantumtechnologie zou het mogelijk maken informatie in een oogwenk te ‘transporteren’. Dit zou bijdragen tot de beloofde revolutie op het gebied van kwantumcomputers en een radicale verandering teweegbrengen in de wijze waarop netwerken functioneren.
Om zo ver te komen, moeten wetenschappers eerst de basistechnologie begrijpen, zodat deze in complexere netwerken kan worden gebruikt. Twee onderzoekers zeggen nu dat ze iets van dat fundamentele werk hebben gedaan, blijkt uit een nieuwe studie die woensdag is gepubliceerd in tijdschrift Nature. In hun studie beschrijven Oliver Slattery en Yong-su Kim dat het ze gelukt is om kwantuminformatie te teleporteren tussen twee knooppunten van een netwerk die niet met elkaar verbonden zijn. De onderzoekers hebben hiermee een belangrijke stap gezet in de richting van een ultraveiling kwantuminternet. Verwacht wordt dat dit echter pas over tien jaar beschikbaar zal zijn.
Veganistische dieet zorgt voor lagere bloedsuikerspiegel
Een veganistisch dieet kan mensen met overgewicht of diabetes type 2 helpen gewicht te verliezen en hun bloedsuikerspiegel te verlagen, zo blijkt uit onderzoek dat The Guardianaanhaalt. Een meta-analyse toonde aan dat het volgen van een veganistisch dieet gedurende drie maanden het lichaamsgewicht met gemiddeld ongeveer 4,1 kg verminderde in vergelijking met gecontroleerd diëten, en ook de bloedsuikerspiegel verlaagde. Er was weinig of geen effect op de bloeddruk of op het gehalte aan cholesterol of triglyceriden, een type vet.
De gegevens zijn afkomstig van elf gerandomiseerde onderzoeken waaraan 796 mensen deelnamen die overgewicht hadden met een body mass index (BMI) van ten minste 25, of die diabetes type 2 hadden. De resultaten werden gepresenteerd op het Europees Congres over Obesitas.
Veganistische diëten leiden tot gewichtsverlies omdat ze gepaard gaan met een verminderde calorie-inname
Anne-Ditte Termannsen, van diabetescentrum Steno in Kopenhagen, die het onderzoek leidde, verklaarde dat ‘veganistische diëten waarschijnlijk leiden tot gewichtsverlies omdat ze gepaard gaan met een verminderde calorie-inname als gevolg van een lager vetgehalte en een hoger gehalte aan voedingsvezels’.
Uit een tweede onderzoek, dat op de conferentie in Maastricht werd gepresenteerd, bleek dat vrouwen tijdens het eerste jaar van de covid-19-pandemie meer kans hadden om aan te komen dan mannen. Bij beide geslachten hadden mensen onder de vijfenveertig jaar meer kans op extra kilo’s dan oudere leeftijdsgroepen.
Recent onderzoek keek naar verschillen tussen mannen en vrouwen die hun eigen intelligentie of IQ moesten schatten. Het blijkt dat eerst het biologische en daarna het psychologische geslacht het sterkst de overschatting van IQ voorspellen, aldus The Conversation. Oftewel: geboren zijn als man of sterke mannelijke eigenschappen hebben (zowel mannen als vrouwen) vergroot de kans op een opgeblazen intellectueel zelfbeeld. Over het algemeen denken mannen dat ze beduidend slimmer zijn, terwijl vrouwen zichzelf veel bescheidener inschatten.
Dit effect wordt wel het probleem van de mannelijke hybris en de vrouwelijke nederigheid genoemd. Voor onderwijspsychologen is dit onderzoek belangrijk omdat het iets zegt over bijvoorbeeld vakkenkeuze op school: als je denkt dat je iets niet kunt, doe je het niet. De onderzoekers denken dat de uitkomsten voor een deel ook de genderloonkloof kunnen verklaren.
Honden kunnen kanker, parkinson, malaria en andere aandoeningen die veranderingen in de lichaamsgeur veroorzaken ruiken. Ze kunnen zelfs corona ruiken. Het zou enorme gevolgen voor de volksgezondheid hebben om het reukvermogen van honden in een draagbare, toegankelijke vorm te hebben, zodat ziekten in een vroeg stadium gesignaleerd kunnen worden, aldus Vox. Een smartphone kan al horen, zien en voelen, maar nog niet ruiken.
Het zal niet lang duren voordat het zover is, denkt Andreas Mershin, onderzoeker en uitvinder aan het MIT. ‘Ik denk dat het nog ongeveer vijf jaar zal duren om geurdetectie in een telefoon te krijgen. Dan heb ik het over miljoenen telefoons.’ De privacy-implicaties zijn niet gering, maar het voordeel lijkt duidelijk: een robotneus in zakformaat kan immers levensreddend zijn. ‘Ieder van ons kan een moedervlek hebben die kwaadaardig wordt’, zegt Mershin. ‘Als je zes maanden wacht, wordt dat soms een doodvonnis.’ Maar met een telefoon die een geurverandering waarneemt, word je mogelijk eerder gewaarschuwd.
Uit baanbrekend onderzoek blijkt dat onze botten complexe chemische conversaties voeren met andere delen van het lichaam. Ons skelet staat in contact met de nieren en de hersenen, vet- en spierweefsel, en zelfs met de darmflora.
Botten: ze houden ons overeind, beschermen onze organen, stellen ons in staat onze ledematen te bewegen, en voorkomen dat we in elkaar zakken als een vormeloze klomp vlees. Als we jong zijn, groeien ze met ons mee en is een op het speelplein opgelopen breuk vaak snel geheeld. Als we oud zijn, worden ze brozer, breken ze sneller bij een val en moeten ze soms zelfs door een prothese worden vervangen. Zou de rol van botten in ons lichaam zich tot deze dragende taken beperken, dan zouden ze al meer dan genoeg voor ons doen.
Maar ze doen nog veel meer. Onze botten zijn ook een handige opslagplaats voor calcium en fosfor: essentiële mineralen voor de werking van onze cellen en onze zenuwen. En de sponsachtige massa in hun kern, het beenmerg, produceert elke dag honderden miljarden bloedcellen (die zuurstof door ons lichaam vervoeren, infecties bestrijden en wonden dichten door het bloed te laten stollen) en andere cellen voor de aanmaak van kraakbeen en vet.
En zelfs daar blijft het niet bij. De afgelopen decennia hebben wetenschappers ontdekt dat onze botten complexe chemische conversaties voeren met andere delen van het lichaam, waaronder de nieren en de hersenen, vet- en spierweefsel, en zelfs de bacteriën in onze buik. Alsof je er ineens achter komt dat de dakspanten en muurstijlen in je huis praten met je broodrooster.
Signalen
De wetenschap onderzoekt nog op welke manieren de cellen in onze botten signalen geven aan andere organen en hoe ze de moleculaire signalen van elders in ons lichaam opvangen en daarop reageren. En men begint ook al na te denken over manieren om van deze intercellulaire communicatie gebruik te maken bij de ontwikkeling van nieuwe therapieën voor de bescherming of versteviging van botten. ‘Het is een heel nieuw onderzoeksgebied,’ zegt Laura McCabe, een fysioloog van de Michigan State University in East Lansing. De onderzoeksresultaten van de laatste jaren hebben wetenschappers er volgens haar van overtuigd dat bot veel dynamischer is dan we vroeger dachten. Of zoals een van haar studenten zei: ‘Been is geen steen.’
Bot is een uniek weefsel: het bevat niet alleen de cellen die de harde bindweefselmatrix bouwen waaraan ons skelet zijn kracht ontleent, maar ook de cellen die dit weer afbreken. Daardoor kunnen bij een kind in de groei de botten van vorm veranderen en kunnen onze botten zich ons hele leven bij een breuk zelf herstellen. De cellen die bot aanmaken noemen we osteoblasten, de afbraakploeg bestaat uit de zogeheten osteoclasten. Als het werk van deze twee celtypes niet in evenwicht is, leidt dat tot te veel (of te weinig) botvorming. Dat zie je bijvoorbeeld bij osteoporose, de veelvoorkomende aandoening van zwakke en broze botten die optreedt wanneer de vorming van nieuw bot achterblijft bij de afbraak van oud bot.
Naast osteoblasten en osteoclasten bevat botweefsel nog een derde soort cel: de osteocyten. Minstens negentig procent van alle botcellen zijn van dat type, en toch was er nauwelijks onderzoek naar gedaan toen de celbioloog Lynda Bonewald er twintig jaar geleden interesse voor opvatte. Van collega’s kreeg ze het advies om er haar tijd niet mee te verdoen, omdat de osteocyten waarschijnlijk alleen saaie functies in ons lichaam vervulden, zoals het aanvoelen van mechanische krachten om de vorming en afbraak van bot daarop af te stemmen. Of misschien zaten ze er vooral als vulling en voerden ze verder niet veel uit.
Botten reageren op de andere organen in het lichaam
Bonewald, inmiddels verbonden aan de Indiana University in Indianapolis, besloot er toch onderzoek naar te doen. En osteocyten blijken inderdaad de mechanische belasting van onze botten aan te voelen, zo is door haar en andere wetenschappers vastgesteld. Maar zoals ze zegt: ‘Ze doen nog zoveel meer.’ Zo heeft ze in de Annual Review of Physiology onlangs geschreven over het belang van osteocyten voor de nieren, de alvleesklier en de spieren.
Haar eerste bevinding over de manier waarop osteocyten met andere organen communiceren, gepubliceerd in 2006, was dat ze de groeifactor FGF23 aanmaken. Dat eiwit wordt met het bloed naar de nieren vervoerd. Als iemand te veel FGF23 aanmaakt, zoals het geval is bij lijders aan een erfelijke vorm van rachitis, geven de nieren te veel fosfor vrij aan de urine en ontstaat in het lichaam een tekort aan dat essentiële mineraal. Dat leidt tot verzwakte botten, zwakke of stijve spieren en gebitsproblemen.
Ongeveer in dezelfde periode dat Bonewald zich over osteocyten boog, begon de fysioloog Gérard Karsenty onderzoek te doen naar een mogelijk verband tussen botvorming en de energiehuishouding van het lichaam. Karsenty, nu verbonden aan de Columbia University in New York, vermoedde een verband omdat het afbreken en bijmaken van nieuw bot veel energie van het lichaam vergt.
In een onderzoek uit 2000 boog hij zich over de vraag of het hormoon leptine misschien de link is tussen deze twee biologische processen. Leptine wordt aangemaakt door vetcellen en staat vooral bekend als eetlustremmer. In de evolutie verschijnt het ongeveer rond dezelfde tijd als botweefsel. In proeven met muizen constateerde Karsenty dat leptine in de hersenen de vorming van nieuw bot afremt. Karsenty’s hypothese is dat de eerste gewervelde organismen in tijden van voedselschaarste met behulp van leptine zowel hun eetlust als de botgroei konden afremmen, om zo hun energie te sparen voor andere noodzakelijke functies.
Zijn onderzoekers vonden daar sterke aanwijzingen voor toen ze röntgenfoto’s maakten van de handen en polsgewrichten van kinderen die door een genetische afwijking geen vetcellen hebben en dus geen leptine aanmaken. Door radiologen die niet bekend waren met de leeftijd van de proefpersonen, werd die bij alle foto’s enkele maanden tot zelfs jaren te hoog ingeschat. Door het ontbreken van leptine was de botgroei sneller verlopen dan normaal en vertoonden hun botten eigenschappen die pasten bij oudere botten, zoals een hogere dichtheid.
‘Bot is misschien wel een orgaan dat de fysiologie van gevaar uitdrukt’
Dit was dus een voorbeeld van hoe botten reageren op de andere organen in het lichaam. Maar in 2007 poneerde Karsenty dat de botten ook invloed hebben op hoe het lichaam met energie omgaat. Hij zag dat muizen met een tekort aan het eiwit osteocalcine, dat wordt aangemaakt door botweefsel, ook een verstoorde bloedsuikerspiegel hadden. Vervolgens ontdekte hij dat osteocalcine door de aanmaak van bepaalde hormonen ook de vruchtbaarheid van mannen bevordert, dat het door de regulering van neurotransmitters in de hersenen een stimulerende werking heeft op het vermogen om nieuwe dingen te leren en te onthouden, en dat het bij lichamelijke inspanning de spierfunctie stimuleert. Deze en andere manieren waarop ons skelet met de rest van het lichaam communiceert beschreef hij in 2012 in de Annual Review of Physiology.
Het is een opzienbarend gevarieerde reeks functies voor één enkel molecuul, en Karsenty denkt dat ze allemaal te herleiden zijn tot een stressrespons die de eerste gewervelde dieren ontwikkelden om te kunnen overleven. ‘Bot is misschien wel een orgaan dat de fysiologie van gevaar uitdrukt,’ zegt hij. Volgens Karsenty hielpen de functies van osteocalcine die eerste gewervelden, zowel de mannelijke als vrouwelijke, om bij het zien van een natuurlijke vijand middels de aanmaak van testosteron het lichaam extra energie te geven en de spierfunctie te stimuleren. Zo konden ze wegrennen en vervolgens ook onthouden waar ze het gevaar waren tegengekomen, om die plek voortaan te mijden.
De medewerkers in zijn laboratorium voerden dit onderzoek uit met door Karsenty zelf genetisch gemodificeerde muizen die geen osteocalcine aanmaken, en in diverse laboratoria heeft men zijn bevindingen op verschillende wijzen kunnen herhalen. Maar in laboratoria in de VS en Japan waar ze werkten met andere muizenstammen die geen osteocalcine aanmaken, zagen ze niet dezelfde brede effecten op de vruchtbaarheid, de bloedsuikerwaarden en de spiermassa. Voor die verschillen is nog geen afdoende verklaring gevonden, en de hypothese van de angstrespons is dan ook nog enigszins omstreden. Maar of osteocalcine nu wel of niet zo’n grote rol in de evolutie van gewervelden heeft gespeeld als Karsenty denkt, deze studies hebben andere wetenschappers wel aangemoedigd om onderzoek te doen naar allerlei andere manieren waarop onze botten in gesprek zijn met de rest van ons lichaam.
Dat er tussen bot- en spierweefsel sprake is van een fysieke wisselwerking, was allang bekend. Spieren hechten zich aan botten, en als die spieren groter en sterker worden, reageren de botten op de grotere kracht die erop wordt uitgeoefend door zelf ook groter en steviger te worden. Zo past botweefsel zich aan de fysieke behoeften van een dier aan, zodat bot en spieren goed op elkaar zijn afgestemd en efficiënt blijven samenwerken. Maar er blijkt ook sprake te zijn van communicatie tussen bot en spier op het niveau van chemische stoffen. De cellen van skeletspieren maken bijvoorbeeld het eiwit myostatine aan, dat voorkomt dat de spieren te groot worden. En zowel uit proeven met knaagdieren als uit observaties bij mensen blijkt dat myostatine ook de botmassa in toom houdt.
Irisine
Bij fysieke inspanning maken spieren ook ß-amino-isoboterzuur (BAIBA) aan, dat de vet- en insulinerespons op het hogere energieverbruik reguleert. Bonewald zag dat BAIBA de osteocyten beschermt tegen de zogenaamde reactieve zuurstofcomponenten, een schadelijk nevenproduct van het celmetabolisme. Bij jonge muizen die zich niet konden bewegen, wat normaal gesproken resulteert in atrofie van het bot- en spierweefsel, bleek toediening van extra BAIBA ervoor te zorgen dat hun bot- en spierweefsel gezond bleef. En uit onderzoek van Bonewald en anderen bleek dat irisine, een ander hormoon dat wordt aangemaakt bij lichamelijke inspanning, bij osteocyten op kweek de overleving bevordert en bij levende dieren de botvorming stimuleert.
En het is niet alleen eenrichtingsverkeer. De osteocyten op hun beurt maken prostaglandine E2 aan, dat de spiergroei bevordert. En ze verhogen de aanmaak van deze moleculaire boodschapper als ze merken dat de spieren bij inspanning harder aan de botten trekken.
Het menselijk lichaam bevat ongeveer evenveel bacteriële als menselijke cellen, en de biljoenen bacteriën en andere micro-organismen in ons darmstelsel – samen het microbioom genoemd – fungeren bijna als een extra orgaan. Ze helpen ons bij het verteren van voedsel en de bestrijding van verkeerde bacteriën – en ze praten met de andere organen, waaronder onze botten.
Naar wat we tot nu toe van dat gesprek tussen bot en microbioom weten, lijkt dat wel eenrichtingsverkeer: niemand heeft nog kunnen constateren dat botten ook boodschappen terugzenden naar de bacteriën, zegt Christopher Hernandez, een expert in biomechanica aan de Cornell University in Ithaca, New York. Maar het skelet krijgt een hoop nuttige informatie uit onze darmen, aldus McCabe. Stel bijvoorbeeld dat je met een flinke voedselvergiftiging kampt: dan is het in je lijf alle hens aan dek om die infectie te bestrijden. ‘Dan is het even geen goed moment om aan de botvorming te werken,’ zegt McCabe.
De eerste aanwijzingen voor een verband tussen bot en microbioom dienden zich in 2012 aan in een onderzoek met muizen die in een steriele omgeving waren opgekweekt en dus nooit in aanraking waren gekomen met bacteriën. Deze muizen hadden minder osteoclasten en dus een grotere botmassa. Kregen ze een normale dosis darmbacteriën toegediend, dan bereikte hun botmassa binnen de kortste keren een normaal niveau. Maar de effecten op lange termijn waren anders. De bacteriën gaven zogenaamde vetzuren met een korte keten vrij, die in de lever en het vetweefsel extra aanmaak stimuleren van de groeifactor IGF-1, en dat bevorderde de botgroei.
De darmbacteriën bleken ook nog een ander signaal te temperen dat de vorming van bot beïnvloedt: het parathormoon (PTH), aangemaakt door de bijschildklieren onder in de hals. PTH reguleert zowel de aanmaak als de afbraak van botten. Maar PTH kan de botgroei alleen bevorderen als de darmen van een muis vol bacteriën zitten. De bacteriën maken namelijk boterzuur aan, een verzadigd vetzuur met een korte keten dat deze specifieke communicatie bevordert. (De FGF23 die osteocyten aanmaken beïnvloedt trouwens ook de bijschildklieren, die onder invloed daarvan minder PTH afscheiden).
‘Tjonge, wat waren wij verrast toen we zagen dat het invloed had op ons bot’
Er zijn de laatste jaren al veel ontdekkingen gedaan over de belangrijke rol die het microbioom van het darmstelsel in ons lichaam speelt, maar dat het ook invloed zou hebben op ons skelet lag nog niet zo voor de hand, zegt Bonewald: ‘Tjonge, wat waren wij verrast toen we zagen dat het invloed had op ons bot.’ Inmiddels staat wel vast dat er veel complexe communicatie plaatsvindt tussen botweefsel en darmbacteriën, en de wetenschap is nog maar net begonnen met het uitvorsen van de complexiteit van die wisselwerking en de betekenis die het kan hebben voor onze gezondheid, zegt McCabe.
Het spannendste van dit berichtenverkeer tussen onze organen is volgens haar dat het ideeën oplevert voor nieuwe manieren om botten te helpen met medicijnen die werkzaam zijn in andere delen van het lichaam. ‘We kunnen nu gaan nadenken over nog creatievere behandelingen,’ zegt ze. De Centers for Disease Control and Prevention [het Amerikaanse RIVM, red.] schatten dat bijna 13 procent van de vijftigplussers in de Verenigde Staten aan osteoporose lijdt. Er zijn zowel medicijnen voor het afremmen van de botafbraak als voor het versnellen van de botvorming, maar die kunnen bijwerkingen hebben en worden lang niet zo vaak gebruikt als mogelijk zou zijn, zegt Sundeep Khosla, een endocrinoloog van de Mayo Clinic in Rochester, Minnesota. Daarom is er volgens hem behoefte aan nieuwe methoden.
Een goede plek om te beginnen zijn de darmen. Probiotica en andere voedingsmiddelen met gekweekte bacteriën, zoals de gefermenteerde zuiveldrank kefir, kunnen helpen bij de opbouw van een gezond microbioom. Zo stelde de onderzoeksgroep van McCabe vast dat een van die bacteriën, Lactobacillus reuteri, muizen beschermt tegen de botontkalking die normaal gesproken het gevolg is van een behandeling met antibiotica. Een andere groep onderzoekers probeerde een combinatie van drie soorten Lactobacillus uit bij vrouwen na de menopauze, de bevolkingsgroep die het meest vatbaar is voor osteoporose. Bij de proefpersonen die het middel kregen toegediend deed zich geen bontontkalking voor, en bij de controlegroep die een placebo kreeg wel.
Hernandez doet onderzoek naar een andere behandeling om de weerbaarheid van de botten te vergroten, zonder botmassa toe te voegen of botafbraak te voorkomen. Dit onderzoek komt voort uit een reeks proeven waarbij hij met behulp van antibiotica het microbioom in de darmen van muizen verstoorde, zonder het compleet te elimineren. Hij verwachtte dat de muizen botmassa zouden verliezen, maar dat bleek tot zijn verrassing niet het geval. ‘Het had geen effect op de dichtheid of de grootte van de botten,’ zegt hij, ‘maar wel op de stevigheid ervan.’ De botten van muizen die antibiotica kregen toegediend werden zwak en broos.
Vitamine K
Nader onderzoek wees uit dat de darmbacteriën van deze muizen minder vitamine K aanmaakten dan ze normaal gesproken doen, zodat er minder van deze vitamine in de dikke darm, de lever en de nieren zat. Als gevolg daarvan kregen de mineralen bij hun kristallisering in het bot een iets andere vorm. Hernandez onderzoekt nu of het voor de kristalvorming in bot uitmaakt of de vitamine K afkomstig is uit darmbacteriën of uit voedingsmiddelen zoals bladgroente. Als mensen de bacteriële versie nodig hebben, zou de toediening van probiotica of zelfs fecestransplantatie soelaas kunnen bieden, denkt hij.
Ondertussen heeft het werk van Karsenty weer een heel andere strategie opgeleverd. Zoals hij al vroeg constateerde, heeft het door vetweefsel aangemaakte leptine via de hersenen een remmende werking op de botvorming. Onder invloed van de leptine geven de hersenen een signaal af dat de bèta-adrenerge receptoren van de botcellen activeert, waardoor de botvormende osteoblasten stilgelegd en de botafbrekende osteoclasten gestimuleerd worden. Diezelfde bèta-adrenerge receptoren bevinden zich ook elders in het lichaam, onder meer in het hart, en voor een lagere bloeddruk slikken mensen doorgaans medicijnen die de werking van deze receptoren blokkeren. Om te onderzoeken of deze bètablokkers ook helpen tegen osteoporose heeft Khosla er een aantal getest bij honderdvijfenvijftig vrouwen na de menopauze. Twee bètablokkers leken inderdaad bij te dragen aan steviger botten. Hij voert nu een groter onderzoek uit met vierhonderdtwintig vrouwen, waarvan de helft twee jaar lang de bètablokker atenolol krijgt en de andere helft een placebo. In die periode meet hij bij hen de veranderingen in botdichtheid in de heup en de onderste ruggenwervels.
Het is nu in ieder geval al duidelijk dat ons skelet meer is dan alleen een mechanische stut
En Khosla heeft nog een ander idee, op basis van het feit dat zich in botten bij het ouder worden steeds meer oudere osteocyten ophopen die ontstekingen veroorzaken. Die ontstekingen kunnen op hun beurt de balans tussen de constante afbraak en de vorming van nieuw bot verstoren en zo tot botontkalking leiden. Senolytica zijn geneesmiddelen die ervoor zorgen dat deze oude cellen afsterven, en Khosla heeft met diverse collega’s in de Annual Review of Pharmacology and Toxicology onlangs een overzicht gepubliceerd van wat hiermee allemaal mogelijk is. Uit onderzoek bij oudere muizen bleek dit geneesmiddel bijvoorbeeld de massa en stevigheid van de botten te hebben vergroot. Khosla is nog bezig met een ander onderzoek waarin bij honderdtwintig vrouwen van zeventig jaar en ouder wordt gekeken of senolytica de botgroei kunnen stimuleren of de botafbraak kunnen minimaliseren.
De wetenschap heeft nog veel te ontdekken over de conversatie van botten met de rest van ons lichaam. Mettertijd kan dat onderzoek nieuwe behandelingen opleveren om niet alleen het skelet zelf, maar ook de andere deelnemers aan die conversatie sterk en gezond te houden. Het is nu in ieder geval al duidelijk dat ons skelet meer is dan alleen een mechanische stut. De botten blijven zich continu vormen naar de behoeften van ons lichaam en staan voortdurend in contact met andere lichaamsdelen. Botweefsel is een zeer actief en invloedrijk onderdeel van ons lichaam, dat achter de schermen een rol speelt in de meest alledaagse taken van ons lijf. Dus als je weer eens een bakje yoghurt eet, gaat sporten of gewoon je blaas gaat legen, denk dan even aan je botten en wees blij dat ze reageren op de signalen van je darmflora, praten met je spieren en voorkomen dat je zomaar je voorraad fosfor door de wc spoelt.
Of een mug je steekt kan te maken kan hebben met de kleuren die je draagt, zo blijkt uit een recente studie, aangehaald door wetenschapsnieuwssite Hyperallergic. Wetenschappers van de Universiteit van Washington onderzochten welke kleuren muggen het meest aantrekkelijk vinden. In een windtunnel, waarin de visuele en geuromgeving volledig kon worden beheerst, werden muggen vrijgelaten. Om hun bewegingen te registreren werd 3D-volgtechnologie gebruikt.
Als muggen koolstofdioxide waarnemen, het gas dat mensen door uitademing produceren, blijken ze een verhoogde gevoeligheid te hebben voor rood, oranje, zwart en cyaan, kleuren met een langere golflengte. Bij het zien van die kleuren vlogen ze sneller en bleven ze er langer rondhangen. Ze bleken onverschillig voor kleuren als groen, paars, blauw en wit.
De aantrekkingskracht van muggen op kleuren met een langere golflengte is vanuit evolutionair perspectief logisch: de menselijke huid straalt roodoranje licht uit, dus voor muggen is het zinvol om op dergelijke visuele stimuli te reageren.
Een groep internationale wetenschappers hebben een dinosaurusembryo van tenminste 66 miljoen jaar oud ontdekt in het fossiel van een ei. Bij het zeldzame embryo van de oviraptor, gevonden in de buurt van de Chinese stad Ganzhou, bleek het hoofd onder het lichaam te liggen met de voeten aan weerszijden en de rug gekruld langs het stompe uiteinde van het ei. Deze houding is nog nooit eerder bij dinosauriërs waargenomen, maar is wel bekend bij vogels: wanneer kuikens zich opmaken om uit het ei te kruipen, stabiliseren zij hun kop onder een vleugel terwijl zij met hun snavel hun schild doorboren, aldus South China Morning Post.
‘Dit is verder bewijs dat de vogels van vandaag afstammen van dinosaurussen’
‘Dit is verder bewijs dat de vogels van vandaag afstammen van de Theropoda [een groep tweevoetige dinosaurussen]’, vertelde Fion Ma Wai-sum, een van de onderzoekers van het team dat het fossiel bestudeerde en dinsdag een artikel hierover publiceerde in het tijdschrift iScience, aan South China Morning Post. Het exemplaar, dat door de paleontologen ‘Baby Yingliang’ werd genoemd, was een van de vele eifossielen die meer dan twee decennia geleden werden ontdekt en jarenlang niet zijn aangeraakt. Onderzoekers vermoedden dat ze dinosaurussen konden bevatten en schraapten een deel van de schaal weg om het fossiel bloot te leggen.
Voor de behandeling van depressies zou psilocybine, het actieve bestanddeel van ‘magic mushrooms’ oftewel paddo’s, weleens de grootste doorbraak sinds antidepressiva kunnen zijn. ‘Patiënten zijn na een psilocybine-ervaring vaak beter in staat om in het moment te leven.’
Aaron Presley (34) had zich het grootste deel van zijn leven een sukkel gevoel, een stuk vuil. Hij zat gevangen in een realiteit die zo ongekend eentonig was dat hij ’s ochtends nauwelijks zijn bed uit kon komen. Maar toen, ineens, trok de drukkende, depressieve mist op en begon de meest intense ervaring van zijn leven.
Voor Presley kwam het keerpunt toen hij aan de Johns Hopkins-universiteit bij de psychiater op de divan lag, met een oogmasker voor en een koptelefoon op waaruit een Russisch kerkkoor klonk dat hymnen zong. Hij had een flinke dosis psilocybine genomen, het actieve bestanddeel van wat de meeste mensen kennen als paddo’s. Hij verkeerde in een toestand die het beste kan worden omschreven als een lucide droom. Beelden van zijn jeugd en zijn familie zetten overweldigende gevoelens van liefde in gang, waar hij lange tijd niet bij had gekund. ‘Een soort hemel op aarde,’ zegt hij zelf.
Presley was een van de vierentwintig vrijwilligers die deelnamen aan een kleinschalige studie om de effectiviteit in kaart te brengen van een combinatie van psychotherapie en deze krachtige, geestverruimende drug bij de behandeling van depressies – een aanpak die, als de resultaten positief zouden zijn, de grootste doorbraak in de geestelijke gezondheidszorg zou kunnen zijn sinds prozac in de jaren negentig.
Ruwweg een derde van de mensen met depressie reageert niet op conventionele behandelingen
Wereldwijd kampen 320 miljoen mensen met een depressie, die vaak gepaard gaat met het gevoel niets voor te stellen, en met een intense apathie, uitputting en aanhoudende somberte. In een gemiddeld jaar lijden in de Verenigde Staten grofweg zestien miljoen volwassenen, ofwel 7 procent van de bevolking, aan depressie-gerelateerde klachten zoals een ernstige depressie, een bipolaire stoornis of dysthymie [langdurige milde depressie]. Ruwweg een derde van de mensen die zich laten behandelen, reageert niet op gesprekstherapie of op een conventionele behandeling met medicijnen.
Behandeling met paddo’s kan hoop bieden in die uitzichtloze gevallen. In het onderzoek van de Johns Hopkins-universiteit dat vorig jaar is gepubliceerd in JAMA Psychiatry, bleek deze aanpak vier keer zo effectief als de traditionele antidepressiva. Bij twee derde van de deelnemers waren de symptomen van depressie al na één week met meer dan 50 procent afgenomen; een maand later was meer dan de helft van de patiënten in remissie, wat wil zeggen dat ze niet langer als depressief werden beschouwd.
Grootschalige klinische trials in de Verenigde Staten en Europa zijn gericht op officiële goedkeuring. Twee trials, met meer dan driehonderd patiënten, in tien landen, kregen in 2018 en 2019 van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) de status van baanbrekend onderzoek. De FDA maakt nu haast met de evaluatie van de uitkomsten. Als die evaluatie positief uitpakt zullen er snel nieuwe protocollen worden ontwikkeld om psilocybine in combinatie met gesprekstherapie binnen een klinische setting te gebruiken bij de behandeling van depressies. Die behandelingen kunnen dan al in 2024 in klinieken worden toegepast.
Sommige wetenschappers maken zich zorgen omdat het middel bij sommige mensen tot psychosen kan leiden
De rehabilitatie van psilocybine als medisch middel roept ook vragen op. Sommige wetenschappers maken zich zorgen omdat het middel, dat bij sommige mensen tot psychosen kan leiden, ook buiten klinische settings zo makkelijk verkrijgbaar is. Ze vrezen een herhaling van de jaren zestig, toen lsd in brede kringen recreatief werd gebruikt, wat veel schade heeft veroorzaakt en wat het onderzoek naar psychedelica een aantal decennia heeft teruggezet.
Maar veel wetenschappers binnen de geestelijke gezondheidszorg zijn van mening dat de risico’s niet opwegen tetegen de mogelijke voordelen: niet alleen effectieve behandelingen van depressie, maar ook nieuwe inzichten in de neurale basis van veel stoornissen op het gebied van de geestelijke gezondheid. ‘We zijn ervan overtuigd dat de effecten van deze middelen behoorlijk ingrijpend zijn, en dat het verhaal dat eraan vastzit van belang zal zijn voor een beter begrip van nieuwe manieren om hersenaandoeningen te behandelen,’ zegt Jerrold Rosenbaum, verbonden aan de Harvard Medical School, voormalig hoofdpsychiater van het Massachusetts General Hospital en nu hoofd van het nieuwe centrum voor de neurowetenschap van psychedelica van dat ziekenhuis.
De mogelijke voordelen van psilocybine behelzen niet alleen effectieve behandelingen van depressie maar ook nieuwe inzichten in de neurale basis van veel stoornissen op het gebied van de geestelijke gezondheid.
Lsd
Hoewel psychedelische drugs al duizenden jaren door inheemse volken worden gebruikt, zijn ze pas in 1943 op het netvlies verschenen van de westerse medische wetenschap, toen Albert Hofmann, een scheikundige bij de Zwitserse farmaceut Sandoz, per ongeluk wat lysergeenzuurdi-ethylamide innam, oftewel lsd. Hij kwam al snel in een ‘droomtoestand’ terecht en hallucineerde ‘een ononderbroken stroom van fantastische beelden, uitzonderlijke vormen met een intens, caleidoscopisch kleurenspel’. Hoffman raakte ervan overtuigd dat lsd van nut zou kunnen zijn voor de medische wetenschap en de psychiatrie.
Niet lang daarna reisde een bankier uit Manhattan, R. Gordon Wasson, naar Oaxaca in Mexico, probeerde een paar psilocybinepaddenstoelen en schreef een vijftien pagina’s tellende verslag over zijn psychedelische ervaringen voor het blad Life, waardoor het Amerikaanse publiek kennis kon nemen van de kracht van de paddo’s.
Al snel maakten psychiaters melding van therapeutische voordelen. In de jaren zestig van de vorige eeuw hadden ze er meer dan zevenhonderd alcoholisten mee behandeld, van wie de helft in ieder geval een paar maanden lang nuchter bleef. Andere onderzoekers kwamen tot de ontdekking dat het middel hielp tegen angsten, depressies, de existentiële angst van terminale kankerpatiënten en verschillende mentale stoornissen – mits het onder toezicht werd toegediend.
Psychedelische drugs verloren hun legitieme status toen ze binnen de alternatieve scene werden gebruikt ter ontspanning, wat leidde tot een golf van zelfmoorden, zenuwinzinkingen en bad trips. De overheidssubsidies droogden op. Maar ondertussen gingen enkele wetenschappers in Amerika en daarbuiten door met hun experimenten op muizen, en zij brachten de merkwaardige capriolen op moleculair niveau in kaart die ervoor zorgen dat psilocybine de menselijke waarneming zo ingrijpend kan veranderen.
Neuronen die normaal gesproken niet zouden vuren gaan onder invloed van lsd en psilocybine tekeer als duizendklappers
Cruciaal hierbij is dat het middel zich kan binden aan een speciaal soort minuscule proteïnen die uit het oppervlak van veel hersencellen steken en die de aanwezigheid van chemische signalen oppikken – in dit geval de nan veel hersencellen steken en de aanwezigheid van chemische signalen oppikken – in dit geval de neurotransmitter serotonine. Dankzij een eigenaardigheid in hun geometrie zijn de actieve moleculen in lsd en psilocybine zo krachtig dat de chemicaliën in deze proteïnen – die bekendstaan als serotonine 5-HT2A-receptoren – uren blijven hangen in plaats van snel weer te verdwijnen, zoals normale neurotransmitters zouden doen. Zodra het stofje zich eenmaal heeft vastgezet in de receptoren, stuurt het de interne signalen van de cel in het honderd, waardoor sommige neuronen die normaal gesproken niet zouden vuren tekeergaan als duizendklappers, terwijl anderen juist stilvallen.
Deze inzichten geven slechts het begin van een antwoord op de diepgravende vragen die wetenschappers hebben over deze drug – waarom roept psilocybine bijvoorbeeld zulke spirituele ervaringen op? –, vragen die alleen konden opkomen dankzij de trials met mensen. In de jaren zestig, na een campagne van rechtszaken en lobby’s van voorvechters van psychedelica, keek de FDA opnieuw naar de psychedelische drugs en andere ‘schadelijke drugs’ en liet weten open te staan voor aanvragen om nader onderzoek te doen.
Mystieke ervaringen
Begin deze eeuw werd aan de New York-universiteit, de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA) en de Johns Hopkins-universiteit klinisch onderzoek gedaan naar mystieke ervaringen, terminaal zieke kankerpatiënten en verslaving. Met behulp van hersenscans konden de opmerkelijke effecten van de drugs in de hersenen worden vastgelegd. De laatste jaren is er een steeds helderder beeld ontstaan van hoe de magie van deze drugs tot stand komt, en waarom psilocybine zou kunnen werken als therapie bij geestelijke stoornissen.
Zowel lsd als psilocybine zorgt voor een grondige verstoring van de normale patronen in de hersenen. Onderzoekers kunnen die veranderingen in kaart brengen met hersenscans die laten zien welke delen van de hersenen gelijktijdig of kort na elkaar actief zijn (wat een indicatie is van welke gebieden met elkaar communiceren). Psilocybine lijkt vooral te interfereren met de connectiviteit en het functioneren van netwerken van hersenstructuren die een rol spelen bij planning, besluitvorming en associatief denken – veel van de hogere circuits waarvan we afhankelijk zijn om de wereld om ons heen te kunnen duiden en begrijpen. De drugs lijken ook te interfereren met de werking van de nucleus reticularis thalami, een structuur dicht bij de kern van de hersenen die de hoeveelheid zintuiglijke signalen filtert en ons in staat stelt onze aandacht te richten op bepaalde prikkels en andere te blokkeren.
Veel patiënten ervaren na een psilocybinetherapie een herwonnen gevoel van vrede en zijn vastberaden de rest van hun leven te wijden aan de banden met hun dierbaren, vastberaden om alles uit het leven te halen.
Robin Carhart-Harris, een neurowetenschapper die onlangs de overstap maakte van Imperial College in Londen naar de Universiteit van California in San Francisco, heeft een van de meest geciteerde theorieën ontwikkeld over de manier waarop de drug transformatieve ervaringen opwekt. Hij meent dat het komt doordat de drug op de een of andere manier een specifieke constellatie van hersenstructuren kan lamleggen die bekendstaat als het ‘defaultnetwerk’. Dit netwerk is actief wanneer onze gedachten afdwalen, wanneer we dagdromen. Het veroorzaakt het bekende stemmetje in ons hoofd, dat vaak heel actief is bij depressieve en angstige patiënten, die worden gekweld door negatieve gedachten en in een kringetje blijven ronddraaien.
De psilocybine snoerde het kritische, dwingende stemmetje in zijn hoofd de mond
Sommige wetenschappers zien het defaultnetwerk als het neurale correlaat van Freuds ‘ego’, dat deel van de menselijke persoonlijkheid dat we ervaren als het ‘ik’ dat zich dingen herinnert, dat evalueert, plannen maakt, dat helpt onze interne en externe werelden met elkaar te verenigen en dat zorgt voor het mentale filter waardoor we onze ervaringen van moment tot moment beleven en interpreteren. Aaron Presleys verhaal maakt duidelijk dat dit netwerk helemaal kan vastlopen. Voorafgaand aan zijn behandeling, zo herinnert Presley zich, hield hij zichzelf stelselmatig voor dat hij geen knip voor zijn neus waard was en dat er geen enkele hoop was dat dat ooit beter zou worden. Het koesteren van dit soort onproductieve gedachten die zich steeds herhalen, het ‘zogenaamd problemen oplossen,’ wordt binnen de psychiatrie ‘rumineren’ genoemd. Volgens Harvards Rosenbaum speelt rumineren een cruciale rol bij mentale problemen zoals depressie, verslaving en dwangneuroses.
Bij Presley hielp de psilocybine-ervaring om het contraproductieve rumineren een halt toe te roepen. De psilocybine snoerde het kritische, dwingende stemmetje in zijn hoofd de mond. Presley voelde een mate van zelfacceptatie en autonomie die hij niet voor mogelijk had gehouden.
Charles Raison, die als psychiater aan de Universiteit van Wisconsin gespecialiseerd is in depressie, legt dergelijke ervaringen uit in freudiaanse termen. Als het ego is uitgeschakeld, krijgt Freuds onbewuste alle vrijheid om zich te uiten en komen er vaak innerlijke waarheden en diepe inzichten naar boven, waarvan de mensen die deze drugs nemen normaal gesproken geen weet hebben.
‘Het idee dat psychedelica sommige van deze krachtige, diepere emotionele delen van de hersenen – de limbische gebieden die betrokken zijn bij herinnering en emotie – in staat stellen ook een duit in het zakje te doen, komt overeen met wat de proefpersonen beschrijven,’ zegt Raison, die ook aan het hoofd staat van het klinische onderzoek en het translatie-onderzoek aan het Usona Institute, een non-profitorganisatie waar klinisch onderzoek wordt gedaan naar psilocybine. ‘Mensen worden vaak overweldigd door die ongekend krachtige emoties die heel verrassend kunnen zijn, alsof ze van buitenaf komen, maar die tegelijkertijd volkomen geloofwaardig en overtuigend zijn. Die limbische gebieden hebben ineens de vrijheid om ook hun zegje te doen.’
‘Heilige graal’
Maar dit alles verklaart nog niet het aanhoudende mysterie van deze drugs – wat Raison ‘de heilige graal’ noemt en wat anderen ‘de zwarte doos’ van onze huidige wetenschappelijke kennis noemen.
‘Veel hersenaandoeningen worden gedefinieerd door een “versmald mentaal en gedragsmatig repertoire,” wat degenen die eraan lijden veroordeelt tot “suboptimale patronen” waaruit ze niet kunnen losbreken,’ aldus Matthew Johnson, hoogleraar psychiatrie en gedragswetenschappen aan de Johns Hopkins-universiteit en een van de coauteurs van het depressieonderzoek waaraan Aaron Presley deelnam. Deze ‘suboptimale patronen’ manifesteren zich als gedrag, zoals rumineren en een reflex om te denken dat alles verkeerd zal lopen, en ze manifesteren zich ook fysiek, als abnormale hersenactiviteit. Veel geestelijke aandoeningen worden gekenmerkt door afwijkende hersenactiviteit, waarbij groepen gespecialiseerde neuronen, die circuits worden genoemd, vastlopen in rigide communicatiepatronen en zo het vermogen verliezen om effectief te communiceren met andere hersencircuits. De hersenen verliezen de flexibiliteit en de wendbaarheid om op nieuwe situaties te reageren en die te duiden en overeenkomstig te handelen. We worden ziek.
‘Als de drug begint uit te werken, leidt dat op de een of andere manier tot een reset, waarna deze hersennetwerken een gezonder patroon vertonen,’ zegt David Nichols, een gepensioneerde chemicus die was verbonden aan Purdue-universiteit Hij bestudeert al meer dan vijftig jaar de moleculaire biologie van psychoactieve drugs. ‘En dat is denk ik de belangrijkste vraag waar psychiaters zich lange tijd mee bezig zullen houden: Wat is precies dat resetmechanisme?’
De drugs zouden de hersenen er zelfs toe kunnen aanzetten zich te vernieuwen
De afgelopen jaren zijn wetenschappers op bewijzen gestuit van een wel heel opwindende mogelijkheid – dat de drugs de hersenen er op de een of andere manier toe aanzetten groeistoffen vrij te maken die méér doen dan alleen een globaal signaal afgeven dat de cellen van de hersenen in staat stelt zichzelf te resetten en nieuwe verbindingen aan te gaan. De drugs zouden de hersenen er zelfs toe kunnen aanzetten zich te vernieuwen.
Bij een van die onderzoeken, aan de Yale School of Medicine, werd een laserscannermicroscoop gebruikt om in de hersenen van muizen te kijken. Er werd specifiek gekeken naar de ‘dendritische spines’, de takachtige uitsteekseltjes die neuronen in staat stellen te communiceren met naburige hersencellen. We weten dat onder invloed van chronische stress en depressie het aantal van die neurale connectoren afneemt en de bestaande dendrieten verschrompelen. Toen de onderzoekers aan Yale een stel gestreste, depressieve muizen met verschrompelde dendrieten psilocybine toedienden, veerden hun dendrieten weer op.
Opmerkelijk genoeg lijkt al na een enkele dosis de nieuwe bedrading van de hersenen blijvend: na een maand hadden de muizen die psilocybine toegediend hadden gekregen, nog altijd 10 procent meer neurale verbindingen dan voordien. De toegenomen dichtheid van deze cruciale neurale connectoren had waarneembare voordelen: de muizen vertoonden gedragsverbeteringen en een toegenomen activiteit van neurotransmitters.
Structurele veranderingen
‘Deze nieuwe verbindingen zijn wellicht structurele veranderingen die de hersenen gebruiken om nieuwe ervaringen op te slaan,’ zegt Alex Kwon, universitair hoofddocent psychiatrie en neurowetenschap aan Yale en een van de auteurs van het artikel.
Andere groepen wetenschappers die in petrischaaltjes menselijke hersencellen hebben blootgesteld aan de drugs, melden ook een aangroei van nieuwe hersencellen – een proces dat ‘neurogenese’ wordt genoemd. Een theorie is dat de drugs in staat zijn de serotoninereceptoren ‘aan’ te zetten, wat op de een of andere manier voor langere tijd een reeks chemische reacties in gang zet waardoor neuronen hormoonachtige signalen afgeven die neurogenese stimuleren.
Als wetenschappers deze chemische reacties kunnen uitpluizen en in kaart brengen, aldus Rosenbaum van Harvard, kunnen ze niet alleen een nieuw licht werpen op wat er misgaat bij verschillende hersenaandoeningen, maar kunnen ze ook nieuwe behandelingen ontwikkelen voor hardnekkige en moeilijk te behandelen hersenaandoeningen.
Toen Presley bij zijn psychiater op de divan lag, was hij niet bezig met zijn florerende dendrieten of zijn Freudiaanse id. Hij was weer een zevenjarig jochie, dat op zondag met het hele gezin in de kerkbankjes zat. Zijn twee broers en hij probeerden elkaar aan het lachen te maken.
‘Ik had het gevoel alsof ik gebukt ging onder een enorme last. En van het ene op het andere moment was ik daarvan verlost’
‘Ik voelde mijn broers letterlijk naast me zitten – en ook hoe fijn dat was,’ zegt hij. ‘En ik voelde hoeveel ik van mijn broers en mijn ouders hou. Het was zo’n moment dat je bijna moet huilen van het lachen.’
De scène in de kerk ging over in andere taferelen. Presley zag zijn eigen begrafenis, die van zijn ouders en die van andere mensen die hem dierbaar zijn (en die allemaal nog in leven zijn). Hij zag een mogelijke toekomst voor zich met zijn vriendin. Hij moest zo hard huilen dat het leek alsof hij een trap in zijn maag had gekregen, en vervolgens voelde hij zijn lichaam volstromen met onvervalste vreugde en dankbaarheid. Presley wist dat het niet echt was, wat hij meemaakte. Maar de scènes waren zo gedetailleerd, zo doorvoeld en betekenisvol, dat ze echt leken.
Toen het allemaal achter de rug was en nadat hij alles had besproken met de mensen van Hopkins, was er echt iets veranderd. In de weken en maanden die volgden werden de visioenen die hem een glimp van geluk en zingeving hadden geboden, zijn leidraad. Hij sloot zich aan bij een koor omdat zingen hem plezier verschafte. Hij schoor zijn baard en zijn hoofdhaar af en nam weer deel aan het sociale leven. Hij probeerde de banden aan te halen met familie en oude vrienden. Met hulp van de Hopkins-therapeuten die klaarstonden om zijn ervaring te ‘integreren’ stelde hij lijstjes op wat hij zou kunnen doen als – of wanneer – de duisternis terugkeerde: Een vriend of een dierbare bellen, naar een klimhal gaan, gewichtheffen, zingen, piano spelen, contact zoeken met wetenschappelijke experts om met hen te praten over hun werk.
‘Ik was zo moe, echt uitgeput,’ herinnert hij zich de tijd voor de behandeling. ‘Ik had het gevoel alsof ik gebukt ging onder een enorme last. En van het ene op het andere moment was ik daarvan verlost. Een verschil van dag en nacht.’
Dergelijke transformaties zijn niet ongebruikelijk in de knusse, schaars verlichte ruimten van de zorgprofessionals met hun comfortabele banken, Boeddhabeelden en geschilderde landschappen. Mary Cosimano, die aan het hoofd staat van de gespreksgroepen aan het Johns Hopkins Center for Psychedelic and Consciousness Research, heeft voor klinische trials meer dan 475 sessies met vrijwilligers gehouden. De individuele ervaringen zijn heel verschillend maar er zijn enkele overeenkomsten.
Vredig gevoel
Een vrijwilliger die deelnam aan een onderzoek naar het gebruik van psilocybine bij de behandeling van anorexia had het gevoel te worden vastgehouden en geaccepteerd door een hoger wezen – ‘gekoesterd in de armen van God’ – wat haar een vredig gevoel gaf en wat wellicht precies was wat ze nodig had om af te komen van het gevoel dat ze haar leven op allerlei vlakken onder controle moest houden. Een andere vrijwilliger beschreef dat ze zich zo waardeloos voelde dat ze op haar werk tegen niemand iets durfde te zeggen. In een van de sessies had ze een visioen van zichzelf op het werk. Ze zag haar collega’s steeds kleiner worden, ‘echt piepklein’, waarna zij hen opat. Die ervaring gaf haar het gevoel dat ‘we allemaal verbonden zijn, dat we allemaal één zijn.’ Toen ze weer op haar werk kwam, voelde ze zich niet langer minder dan haar collega’s en kon ze op voet van gelijkheid met hen omgaan.
Dr. Charles Grob, hoogleraar psychiatrie en gedragswetenschappen aan UCLA, die begin deze eeuw veel met terminale kankerpatiënten heeft gewerkt, zegt dat zijn patiënten na de psilocybine-ervaring vaak beter in staat waren in het moment te leven.
Het merendeel van zijn patiënten kampte aanvankelijk in sterke mate met existentiële stress, uitzichtloosheid, depressie en angsten. Na de psilocybinebehandelingen voelden ze zich vaak vrediger en waren vastbesloten de tijd die hun nog restte zo goed mogelijk te besteden en de banden met dierbaren aan te halen.
Patiënten ‘worden vaak overweldigd door die ongekend krachtige emoties, die heel verrassend zijn, alsof ze van buitenaf komen, maar die tegelijkertijd volkomen geloofwaardig en overtuigend zijn’.
‘Je voelt je niet langer afgesneden en geïsoleerd van je oude zelfbewustzijn’
Als we ernstig ziek worden, legt hij uit, ‘verliezen we dat deel van onze identiteit dat zo essentieel is voor ons functioneren, en dit soort behandelingen lijkt het gevoel van zingeving en identiteit te herstellen dat zit verankerd in wie we in het verleden waren’, zegt hij. ‘Je voelt je niet langer afgesneden en geïsoleerd van je oude zelfbewustzijn. We zijn tot de ontdekking gekomen dat dit in meerdere opzichten een existentieel medicijn is.’
Cosimano benadrukt dat de trip zelf gewoon deel uitmaakt van het klinische protocol. Op de Johns Hopkins-universiteit, en in de meeste onderzoeken die momenteel plaatsvinden, is wat er daarna gebeurt minstens zo belangrijk. Na afloop van de sessies wordt de vrijwilligers gevraagd een ‘sessieverslag’ te schrijven, soms niet meer dan een puntsgewijze opsomming van wat ze hebben ervaren. Vervolgens lezen ze dat verslag voor aan hun begeleiders, die de vrijwilligers helpen uitzoeken wat de ervaring voor hen heeft betekend en hoe ze de nieuwe inzichten kunnen toepassen in het leven van alledag.
‘Als je niets doet met wat je ervaart, ben je straks weer terug bij af,’ zegt Cosimano. ‘Het is een kwestie van discipline. Je moet bereid zijn een commitment aan te gaan.’
Onder supervisie
Wil de drug ooit tot de markt worden toegelaten en patiënten kunnen helpen, moeten de voorvechters de fouten uit het verleden zien te vermijden. Veel van diegenen die deze therapieën promoten zijn van mening dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen het gebruik van de drugs in een privésituatie en het gebruik ervan in een strikt gereguleerde, veilige, therapeutische omgeving, onder supervisie.
Dit mandaat drukt zwaar op George Goldsmith, een van de oprichters van Compass Pathways, een in Londen gevestigd, beursgenoteerd biotechnologiebedrijf dat een onderzoek uitvoert op 22 plaatsen in 10 landen met 223 patiënten die voldoen aan de diagnostische criteria voor een ‘behandelingsresistente’ depressie. Goldsmith heeft een grote persoonlijke betrokkenheid bij het onderzoek: Hij en zijn vrouw Ekaterina Malievskaia stuitten op de psychedelische therapie toen ze op zoek waren naar een remedie voor haar zoon, die kampt met mentale problemen, en vervolgens stelden ze zich ten doel hier meer bekendheid aan te geven.
Goldsmith en Malievskaia en zetten het onderzoek op in nauw overleg met de instanties – sterker nog, het was een Britse instantie die opperde dat ze zich in hun eerste onderzoek zouden richten op geneesmiddelenresistente depressies. Ze hebben ook een bestuur aangesteld van gerespecteerde adviseurs zoals Tom Insel, voormalig hoofd van het U.S. National Institute of Mental Health, Paul Summergrad, voormalig hoofd van het American Psychiatric Institute, en Alasdair Breckenridge, voormalig hoofd van het Britse Medicines and Healthcare Products Regulatory Agency.
Honderden nieuwe biotechnologiebedrijven maken geld vrij voor therapieën
‘Ik ben van mening dat er op dit terrein behoefte is aan innovatie,’ zegt Insel. Hij maakt zich zorgen dat hun inspanningen zullen worden ingehaald door andere ontwikkelingen. Een Amerikaanse beweging voor het decriminaliseren van psilocybine wint steeds meer terrein en de kiezers in Denver, Oakland, Santa Cruz, Washington D.C., en Somerville en Cambridge in Massachusetts, hebben zich erachter geschaard.
Hoewel de drugs onder de federale wetgeving nog altijd zijn verboden, maakt hij zich zorgen wat er kan gebeuren als ze breed aftrek vinden buiten een klinische omgeving. Zonder toezicht kunnen psychedelica de eerste symptomen van een psychose in de hand werken bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Dat kan leiden tot het soort tragedies en de negatieve publiciteit die de drug in het verleden parten hebben gespeeld.
Maar de goudkoorts voor behandelingen is al begonnen. Honderden nieuwe biotechnologiebedrijven maken geld vrij voor therapieën en het aantal groepen dat onderzoek doet naar de bestanddelen voor klinisch gebruik is geëxplodeerd, tot inmiddels ver over de honderd.
De therapie die Compass voorstaat bestaat onder meer uit een protocol om te garanderen dat de drug veilig gebruikt kan worden, en er zijn specialisten in de buurt voor als het een patiënt te veel mocht worden. Patiënten worden gescreend, moeten voorbesprekingen houden met een therapeut, staan onder supervisie, worden gemonitord tijdens de sessies waarin ze doses psilocybine krijgen toegediend en hebben achteraf gesprekken die zijn bedoeld om hun ervaringen te integreren in het leven van alledag.
‘Een bad trip hoeft volgens mij niet meteen een slechte ervaring te zijn. Het is een uitdagende ervaring’
Als de FDA de therapie goedkeurt, zal dat vermoedelijk zijn met als speciale voorwaarde dat de drugs niet buiten de klinische omgeving mogen worden gebruikt, dat ze zorgvuldig worden gecontroleerd en dat ze alleen kunnen worden toegediend door een geschoolde zorgprofessional.
‘We zien vaak dat de ervaring zelf nogal uitdagend is, maar dat mensen er toch veel baat bij hebben,’ zegt Goldsmith. ‘Een bad trip hoeft volgens mij niet meteen een slechte ervaring te zijn. Het is een uitdagende ervaring. Je wilt misschien niet al te diep op de inhoud ingaan, maar eigenlijk kan het heel heilzaam zijn om dat wel te doen. En daarom is het ook zo belangrijk dat er een therapeut aanwezig is. God mag weten wat er in het wild allemaal kan gebeuren.’
Maar binnen de juiste klinische setting zou de therapie ook van nut kunnen zijn voor mensen op wie andere therapieën geen vat kregen. Drie jaar na zijn ervaring aan Hopkins slaat Aarons depressie nog weleens toe. Maar als dat het geval is, wordt hij er niet langer door overweldigd en weet hij wat hij moet doen om het tij te keren. De ervaring heeft hem ertoe aangezet de band met zijn ouders en zijn broers aan te halen. Hij is opener en hij praat meer over persoonlijke dingen die hij vroeger voor zich zou hebben gehouden, zegt hij.
‘Ik ben gaan inzien dat ik kan terugvallen op een reeks handelingen en activiteiten, in precies de goede verhouding en volgorde, die voor mij ideaal uitpakken. En ik ben bij machte om dat in gang te zetten. Ik heb mijn passies hervonden, wat me diep van binnen enorm motiveert.’
Bedtijd heeft invloed op cardiovasculaire gezondheid
De tijd waarop je naar bed gaat, kan het risico op hart- en vaatziekten beïnvloeden. Volgens Britse onderzoekers is het voor de gezondheid van het hart het beste om in slaap te vallen tussen 22.00 en 23.00 uur, bericht NBC News. Een analyse van gegevens van meer dan 88.000 volwassenen die gedurende ongeveer zes jaar werden gevolgd, toonde een risico van 12 procent hoger bij degenen die tussen 23:00 en middernacht in slaap vielen en een van 25 procent hoger op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten bij mensen die om middernacht of later in slaap vielen. Eerder in slaap vallen dan 22.00 uur leidt tot een risicoverhoging van 24 procent, aldus het onderzoek dat maandag in The European Heart Journal Digital Health is gepubliceerd.
‘Vroege of late bedtijden vergroten de kans dat onze biologische klok verstoord raakt’
‘Hoewel we geen oorzakelijk verband uit onze studie kunnen concluderen, suggereren de resultaten dat vroege of late bedtijden de kans vergroten dat onze biologische klok verstoord raakt, met nadelige gevolgen voor de cardiovasculaire gezondheid’, aldus neurowetenschapper David Plans, coauteur van de studie.
CO2 is de belangrijkste boosdoener voor de opwarming van de aarde, maar zou het helpen als producten konden worden gemaakt van CO2 zelf? Die vraag is niet zo gek; CO2 werd al gebruikt om dranken te carboniseren, tomaten te bemesten en cosmetica te maken. Inmiddels produceert een groeiende carbontechindustrie van alles, uiteenlopend van sokken en beton tot wodka.
Voor de site Reasons to be cheerfulmaakte Michaela Haas een rondje langs geavanceerde bedrijven in de snelgroeiende carbontechindustrie die koolstofdioxide opvangen voordat het in de atmosfeer ontsnapt. Die afgevangen CO2 gebruiken ze vervolgens om er van alles en nog wat mee te maken.
Voedsel
Landbouw is wereldwijd verantwoordelijk voor 24 procent van de broeikasgassen, dus andere manieren van voedselproductie zouden een grote stap kunnen betekenen. En dat is precies wat de Fin Pasi Vainikka probeert met zijn food-tech startup Solar Foods, gevestigd in de buurt van Helsinki: voedselproductie loskoppelen van agricultuur.
Hier op aarde zou het eiwitpoeder kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering
‘Wij maken eten van lucht!’ zegt hij. ‘We hebben geen landbouwgrond nodig, hoeven geen bossen te kappen en hebben zelfs nauwelijks water nodig.’ Solar Foods produceert eiwitpoeder van microben, die zijn bedrijf uit de bodem en mariene ecosystemen in de Finse wildernis haalt. In een fermentatieapparaat zoals ook in brouwerijen wordt gebruikt, voegt het bedrijf vervolgens water, waterstof, vitamines en CO2 uit de atmosfeer toe om de microben te laten groeien tot Solein, een geelachtig eiwit dat kan worden gedroogd en hetzij in een shake, hetzij als meel, hetzij in pilvorm kan worden ingenomen.
Samen met de European Space Agency ontwikkelt Solar dit voedselconcept voor een missie naar Mars. Hier op aarde zou het eiwitpoeder kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering.
Tapijt
Op het eerste gezicht ziet tapijt van het bedrijf Interface eruit als elke andere vloerbedekking die je op luchthavens en in kantoorgebouwen tegenkomt: grijze, vezelige vierkanten. Maar dit grijze tapijt is feitelijk een koolstofopslag. De ‘Climate Takeback’-technologie, ontwikkeld door het bedrijf dat in Atlanta is gevestigd, resulteert in koolstofnegatieve vloeren. De onderkant van het tapijt is gemaakt van latex dat bestaat uit CO2 afkomstig van de rook uit schoorstenen, gecombineerd met gerecycled vinyl en bioafval. Het oppervlak bestaat uit gerecycled nylon. Volgens Interface haalt het bekleden van een vergaderruimte met dit product het equivalent van zo’n 5,5 kilo koolstof uit de atmosfeer. ‘Stop met koolstof als de vijand te zien’, zegt het bedrijf, ‘en gebruik het als een hulpbron of bouwsteen om betere producten te ontwikkelen.’
Beton
Volgens Marcius Extavour, CEO van non-profit Carbon XPrize, is cement verantwoordelijk voor zeven procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Zijn Canadese bedrijf CarbonCure in Halifax, Nova Scotia, gebruikt gerecycleerde, vloeibare CO2 die wordt opgevangen uit fabrieksuitlaatgassen, en injecteert deze in vers beton. ‘Eenmaal geïnjecteerd, ondergaat de CO2 een chemische reactie waardoor het wordt omgezet in een mineraal dat permanent wordt ingebed’, aldus de ingenieurs van CarbonCure.
Het proces vermindert niet alleen de uitstoot met vijf tot acht procent in vergelijking met conventionele betonmengsels maar het maakt het beton ook sterker. CarbonCure zegt meer dan 120.000 ton CO2 te hebben afgevangen en heeft onlangs de Carbon XPrize gewonnen. Dat is een wereldwijde wedstrijd die deelnemers uitdaagt baanbrekende technologieën te ontwikkelen om koolstofdioxide om te zetten in bruikbare producten. Het bedrijf deelt de prijs met CarbonBuilt, een bedrijf uit Los Angeles dat technologie inzet die is ontwikkeld door het Institute for Carbon Management aan de UCLA, om de CO2-uitstoot in beton met bijna 50 procent te verminderen. ‘De wereldwijde voorraad aan gebouwen zal naar verwachting in 2060 verdubbelen’, aldus Extavour, ‘dus het is van vitaal belang dat oplossingen zoals die van CarbonCure snel kunnen opschalen.’
Matrassen, sokken en panty’s
Fossiele brandstoffen zitten in de vorm van kunststoffen in vrijwel elk gefabriceerd product. Maar afgevangen koolstofdioxide kan in plaats daarvan als bouwsteen voor veel van deze producten worden gebruikt. In samenwerking met de Tech University Aachen (RTWH) heeft het Duitse bedrijf Covestro met succes CO2 en andere gasmengsels die vrijkomen bij de productie van staal, omgezet in polyolen, een organisch composiet dat gewoonlijk wordt gewonnen uit niet-hernieuwbare bronnen. Covestro gebruikt deze polyolen om een op koolstof gebaseerd materiaal te maken, cardyon genaamd, voor de productie van schuim voor isolatie, matrassen, interieurs van voertuigen, deurpanelen en bekleding van autostoelen.
‘Het is niet alleen een klimaatveranderend gas, maar ook een hulpbron’
Het materiaal is gebruikt voor ’s werelds eerste ondervloer van koolstofdioxide in een onlangs geopende hockeyfaciliteit in het Duitse Krefeld. Niet ver daarvandaan, in Leverkusen, pronkt Covestro-chemicus Liv Adler met oranje sokken die gemaakt zijn van op CO2 gebaseerde draad. ‘Het is niet alleen een klimaatveranderend gas, maar ook een hulpbron’, zegt ze. Adler is coördinator van Carbon4Pur, een EU-initiatief om industriële afvalgassen om te zetten in waardevolle hulpbronnen. Haar sokken zijn nog niet klaar voor massaproductie, maar een grote fabrikant van panty’s maakt al prototypes van de vezel, in de hoop de elasticiteit te verbeteren en deze uiteindelijk in de productie te integreren.
Diamanten
‘Diamonds are not the planet’s best friend’, schrijft Michaela Haas. Mijnbouw vereist een enorme hoeveelheid hulpbronnen, energie en vervuiling. Maar een diamant is in wezen een gewone kristallijne koolstof. Dit jaar zijn twee bedrijven begonnen met de productie van diamanten gemaakt van koolstof die is afgevangen: Aether in de VS en Sky Diamond in het VK. ‘Alles wat nodig is om een Sky-diamant te maken, komt uit de lucht’, zegt Dale Vince, die tevens eigenaar is van ’s werelds groenste voetbalclub.
‘Het enige dat we terug in de wereld brengen, is lucht die schoner is dan hoe we haar eruit haalden’
‘De koolstof wordt uit de atmosfeer gehaald, wind en zon leveren al onze energie en het water dat we gebruiken is opgevangen regen. Het enige dat we terug in de wereld brengen, is lucht die schoner is dan hoe we haar eruit haalden.’
De diamanten zijn fysiek en chemisch ‘identiek aan gedolven diamanten, behalve dan dat ze niet van diep uit de aarde komen’, aldus Aether. Wat normaal gesproken miljoenen of zelfs miljarden jaren duurt, wordt in een paar weken bereikt door extreem hoge temperaturen en druk van hernieuwbare energiebronnen op CO2 los te laten. Ryan Shearman, CEO van Aether, verkoopt zijn sieraden als ‘bling without a sting’ en beweert dat een diamant van één karaat ongeveer 20 ton CO2 uit de atmosfeer haalt, wat meer zou compenseren dan wat de gemiddelde Amerikaan in een jaar produceert, hoewel zijn bewering moeilijk valt te verifiëren. ‘Dit past perfect bij onze boodschap dat groen leven niet betekent dat je dingen moet opgeven’, zegt Dale Vince. ‘Of het nu gaat om hamburgers, auto’s, voetbal of zelfs diamanten, belangrijk is dat we ze op een andere manier produceren.’
Wodka
Air Company, een jonge New Yorkse startup, biedt de kans om emissievrij aan de drank te gaan. Hun wodka bestaat uit slechts twee ingrediënten: CO2 en water. En zon, aldus de website.
Meestal wordt alcohol gedistilleerd na het vergisten van fruit of graan. Bij de productie van een fles wodka gemaakt van tarwe wordt ongeveer zes kilo aan klimaatgassen uitgestoten die worden gegenereerd bij het telen, oogsten en transporteren van de granen. De wodka van Air Company absorbeert daarentegen evenveel CO2 als acht bomen, zegt medeoprichter Gregory Constantine. Vanwege het bedrijfsgeheim weigert hij het recept te geven, maar het productieproces gebruikt in wezen zonne-energie om CO2 om te zetten in pure ethanol, vergelijkbaar met de manier waarop planten fotosynthese gebruiken om CO2 in voedsel om te zetten.
‘Onze wodka is zelfs zuiverder dan conventionele wodka omdat het geen verontreiniging of bijproducten van granen bevat’
‘Onze wodka is zelfs zuiverder dan conventionele wodka omdat het geen verontreiniging of bijproducten van granen bevat’, aldus medeoprichter Stafford Sheehan. Hij studeerde scheikunde aan Yale en daar slaagde hij er voor het eerst in om CO2 om te zetten in alcohol. Het patent van Air Company heeft prijzen gewonnen van NASA en de Verenigde Naties.
Marktpotentieel
Je zal heel veel van deze CO2-negatieve wodka moeten drinken om je CO2-uitstoot van vliegreizen te compenseren. Om een retourvlucht van Los Angeles naar New York te compenseren, in totaal zo’n 8000 kilometer, zijn dat meer dan vierduizend flessen. Anders gezegd: de meeste van deze producten verbruiken niet genoeg CO2 om de klimaatcrisis wezenlijk aan te pakken. Maar het is een begin en nieuwe technologie begint altijd klein.
De nonprofitdenktank Carbon180 schat het jaarlijkse marktpotentieel voor carbontech op meer dan 1 biljoen dollar in de VS en bijna 6 biljoen dollar wereldwijd. Net als Klaus Lackner en andere pioniers op het gebied van koolstofafvang, denkt Carbon180 dat brandstofproductie met 85 procent uiteindelijk het grootste segment van de carbontechmarkt zal uitmaken, gevolgd door bouwmaterialen en kunststoffen. ‘Carbontech biedt marktwaarde voor CO2 die anders de klimaatverandering zou verergeren’, aldus Carbon180.
De superioriteit van het ene ras over het andere is niet alleen een onderbuikkwestie. Wetenschap en filosofie hebben hun steentje bijgedragen.
Keuze uit ons archief
In 2012 stelden we een nummer samen over racisme, en wat we noemden ‘De angst voor zwart’, die in dit artikel van Nina Jablonski ook aan de orde komt. Zit racisme in onze genen? stelden we als vraag. Zelfs in dat geval is er iets aan te doen.
Jablonski, hoogleraar antropologie aan de Pennsylvania State University en aan het Stellenbosch Institute for Advanced Study in Zuid-Afrika, baseerde dit essay op haar boek Living Color: The Biological and Social Meaning of Skin Color (University of California Press), waarin ze duidelijk maakt hoe door de tijd heen tegen verschillende soorten huidskleur is aangekeken, en hoe vooroordelen generatie op generatie werden overgedragen.
Opbeurende opvattingen komen uit de Freedom Charter van Zuid-Afrika uit 1955. ‘De rechten van alle mensen zijn gelijk, ongeacht ras, huidskleur of geslacht. Alle wetten die discrimineren op basis van ras, huidskleur of geloof moeten worden ingetrokken.’ Ze waren later terug te vinden in de Zuid-Afrikaanse grondwet van 1996. Vergelijkbare frasen werden opgenomen in de Amerikaanse Civil Rights Act van 1964 en de Britse Race Relations Act van 1965. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd discriminatie op basis van ras, huidskleur, geslacht, godsdienst of nationaliteit beschouwd als een schending van de fundamentele mensenrechten.
Desondanks ging de verschillende behandeling van mensen op grond van ras en huidskleur gewoon door, vooral in landen als de VS en Zuid-Afrika, met hun lange geschiedenis van gelegaliseerde segregatie en discriminatie. Academici en onderzoekers zien vol ongeloof dat zulke ideeën tot in de eenentwintigste eeuw blijven bestaan en komen altijd met bewijsmateriaal om aan te tonen dat rassen biologisch gezien helemaal niet bestaan en ‘slechts’ sociale concepten zijn.
Toch is voor veel mensen op deze aarde rassendiscriminatie de realiteit. Ook al komt er steeds meer genetisch bewijs dat rassen niet bestaan, het geloof in de inherente superioriteit en inferioriteit van volkeren maakt nog steeds mensen het leven zuur.
Veel ideeën over aangeboren superioriteit zijn gebaseerd op de overtuiging dat huidskleuren een hiërarchie kennen. Wanneer we op zoek gaan naar de dieperliggende oorzaken van het probleem, zien we dat het zijn oorsprong vindt in de verkeerde veronderstelling dat verschillen in intellectuele capaciteiten, morele standvastigheid en gedrag terug te voeren zijn op verschillen in huidskleur, met een glijdende schaal van blank naar zwart.
De hardnekkigheid van het verborgen, maar sterk aanwezige racisme is te verklaren uit een diepgewortelde en onwetenschappelijke aanvaarding van het genetische determinisme, de overtuiging dat verschillende groepen mensen geboren worden met verschillende capaciteiten, en dat die een natuurlijke sociale orde bepalen.
Pigment
Om een begin te maken met het ontrafelen van de oorsprong en hardnekkigheid van deze misvatting moeten we eerst bekijken hoe de diversiteit in de menselijke huid zich heeft ontwikkeld. Melaninepigment is verantwoordelijk voor de bijna oneindige variaties bruin die de menselijke huid kent. Het donkerste type melanine, eumelanine, is het belangrijkste en meest algemene pigment in de huid; het is een van de meest effectieve zonnefilters in de natuur, omdat het in staat is om ultraviolette straling te absorberen.
Alle mensen in Afrika evolueerden onder een krachtige tropische zon en hadden een donkere huid, rijk aan beschermend eumelanine. Gedurende meer dan de helft van de geschiedenis van onze soort – van ruwweg 200.000 tot 80.000 jaar geleden – waren we Afrikanen, en terwijl we door Afrika trokken werd onze pigmentatie steeds weer aangepast aan de lokale omstandigheden.
Vooroordelen zijn niet genetisch bepaald
Ongeveer 80.000 jaar geleden begonnen kleine groepen donker gepigmenteerde mensen van het continent weg te trekken. De eerste migranten gingen naar de kusten van Zuid-Azië. Anderen drongen door in het achterland van West-Azië met een aanzienlijk minder zonnig klimaat en een meer seizoensgebonden hoeveelheid uv-straling. Sommige van die populaties trokken uiteindelijk naar Oost-Azië, terwijl andere zich in Midden-Europa en later in Noord-Europa vestigden. Die migratie bracht mensen op plekken die steeds minder zonnig waren, en genetische veranderingen – mutaties – kwamen tot stand om een lichter gepigmenteerde huid te produceren.
Ultraviolette straling is meestal schadelijk, maar kleine hoeveelheden zijn noodzakelijk voor de productie van vitamine D in de huid. De evolutie van gedepigmenteerde huid betekende dat mensen die leefden in streken met een lager niveau aan uv B toch vitamine D konden aanmaken. Het feit dat die ontwikkeling zich overal voordeed waar uv B schaars was, getuigt van het vermogen van de natuurlijke selectie om gelijke fenotypes te produceren bij gelijke milieuomstandigheden. Enkele licht of gemiddeld gepigmenteerde populaties trokken weer naar gebieden met sterk zonlicht en een hoge uv-straling en werden, voorspelbaar, weer donkerder. Dus veranderingen in de huidpigmentatie waren aanpassingen aan heersende omstandigheden. Vanwege het belang van de huid als de belangrijkste beschermer van het lichaam tegen de omgeving is die het grootste deel van onze geschiedenis onderhevig geweest aan een strenge natuurlijke selectie.
En zo werd de ‘huidskleurmeme’ geboren, de culturele overdracht van het vooroordeel tegen donkere mensen
Goed kijken
Omdat menselijke populaties zich uitbreidden, kregen veel groepen die eerder geïsoleerd van elkaar hadden geleefd nu contact met elkaar en begonnen ze handel te drijven: langs de Nijl en de kusten van de Middellandse Zee kwamen mensen met zichtbaar verschillende huidskleur regelmatig met elkaar in aanraking. Wat daar gebeurde, is leerzaam en nuttig. Uit de kunst en de historische bronnen van het oude Egypte en Griekenland weten we dat men de verschillen in huidskleur wel zag, maar dat die verschillen niet de onderlinge relatie of de handelstransacties beïnvloedden. Huidskleur werd gezien, maar bepaalde niet je waarde als mens.
Wij zien huidskleur omdat dat het meest in het oog vallende kenmerk is en omdat we zeer visueel ingestelde wezens zijn. Het is echter niet genetisch bepaald dat we vooroordelen hebben, alleen dat we onze indrukken van anderen en de wereld om ons heen allereerst opdoen door wat we zien. Ons vertrouwen op ons gezichtsvermogen komt in elk aspect van ons leven als sociaal wezen tot uiting. De mensen om ons heen observeren we scherp, en als we niet weten wat we moeten doen, komen we vaak tot een besluit door te kijken naar wat degenen doen die we goed kennen of voor wie we veel respect hebben. Als we jong zijn, bekijken en imiteren we onze ouders en verzorgers, en besteden we veel aandacht aan de sociale nuances die door lichaamstaal worden overgebracht. Een verhevigd visueel bewustzijn en imitatiegedrag dragen eraan bij dat we onderdeel gaan uitmaken onze sociale groep.
Die activiteiten bevorderen ook dat we aardig worden gevonden en dat anderen zich positief tegen ons gedragen. We kijken niet alleen naar hoe gezaghebbende personen zich gedragen, maar luisteren ook zorgvuldig en imiteren hun sociale categorieën. Als klein kind leren we heel veel van subtiele visuele aanwijzingen over wie er tot onze familie behoort en wie niet. We leren de voorkeur te geven aan individuen of groepen aan wie de volwassenen om ons heen extra aandacht schenken, ook al hebben de volwassenen nooit expliciet iets goeds of slechts over hen gezegd.
Dus de overdracht van vooroordelen verloopt langzaam en subtiel. We leren mensen in categorieën in te delen op basis van overeenkomsten in uiterlijk of gedrag en door hoe gezaghebbende personen om ons heen zich ten opzichte van hen gedragen. Onze geest zit kennelijk zo in elkaar dat we gemakkelijk mensen in verschillende groepen kunnen indelen en dan de voorkeur geven aan onze eigen groep, de zogeheten ‘in-group’.
Maar onze reacties op leden van ‘out-groups’ zijn niet automatisch negatief, noch zijn ze alles of niets. Ze worden bepaald door neurale responsen in de hersenen (vooral in de amygdala) die zich ontwikkelen wanneer we angst of boosheid bij de mensen om ons heen waarnemen en die gevoelens zelf beginnen te voelen of overnemen. Op zich creëren reacties in de hersenen op out-groups geen stereotypen, maar herhaaldelijk opgelegde associaties wel. En dan tellen vooral de verbale kwalificaties.
Sterker nog, de aard van de sociale en handelsnetwerken tussen de volkeren die van ongeveer 3150 v.Chr. tot 476 n.Chr. langs de Nijl en de kusten van de Middellandse Zee leefden, werd bepaald door overeenkomsten en verschillen in cultuur en taal, niet door huidskleur. Slavernij bestond, maar de slaven waren gewoonlijk krijgsgevangenen, ongeacht hun huidskleur.
Maar dat alles veranderde in de Middeleeuwen, toen het reizen over zee over langere afstanden sneller, veiliger en gebruikelijker werd, waardoor mensen plotseling in contact konden komen met verre ‘anderen’, vaak zonder dat ze vooraf van elkaars bestaan afwisten. Ze waren ook geschokt door elkaars uiterlijk. Dergelijke ontmoetingen voltrokken zich zelden op een gelijkwaardige sociale of militaire basis. Europese ontdekkingsreizigers waren op zoek naar buit en zelden uit op een gelijkwaardig contact. De meeste Europeanen verbaasden zich over donker gepigmenteerde huid, en hun reisverhalen uit die tijd beschreven de huidskleur van die verre volkeren in choquerende en vaak negatieve termen.
Intellectuele basis
De eerste wetenschappelijke taxonomie werd door Carl Linnaeus opgesteld in de eerste editie van zijn Systema Naturae uit 1735, waarin hij de mensen naar huidskleur en werelddeel indeelde in vier groepen. In 1758 definieerde Linnaeus die groepen nader op basis van temperament: sanguinisch voor Europeanen, melancholisch voor Aziaten, cholerisch voor Indianen en flegmatisch voor Afrikanen. De combinatie van volksgeloof over aanleg en karakter enerzijds en fysieke kenmerken vastgelegd in een gezaghebbende classificatie anderzijds legde de intellectuele basis voor het racisme zoals wij dat nu kennen. Sindsdien konden negatieve kwalificaties over karakter, cultuur en uiterlijk opgenomen worden in verhandelingen over de menselijke variatie en konden ze als wetenschappelijk worden beschouwd en niet zozeer als persoonlijke en emotionele uitingen van afkeer, ongemak en vooroordelen.
De overdracht van vooroordelen verloopt subtiel
In 1785, nog geen dertig jaar na Linnaeus’ herziene taxonomie, publiceerde Immanuel Kant zijn invloedrijke bespiegelingen over de menselijke variatie, waarin hij als eerste het woord ‘rassen’ gebruikte en die definieerde aan de hand van huidskleur en plaats van herkomst. Volgens Kant was ‘ras’ een onveranderbaar gegeven. Hij bracht een hiërarchie aan op basis van wat hij als hun talenten beschouwde, met de Europeanen bovenaan, dan ‘gele Indiërs’ met een gering talent, ‘negers’ kwamen daar ver onder en helemaal onderaan kwamen de indianen. Hoewel Kant werd bekritiseerd door invloedrijke critici onder zijn tijdgenoten, zoals de filosoof Johann Gottfried von Herder en de naturalist en anatoom Johann Friedrich Blumenbach, hield hij vast aan zijn definities.
Voor Kant en de meeste theoretici na hem hield het verband tussen huidskleur en karakter in dat lichter gekleurde rassen superieur waren aan donkerder gekleurde, en dat leden van deze laatste voorbestemd waren om de eerste te dienen. Kants ideeën over huidskleur en karakter werden wijd en zijd aanvaard, omdat zijn geschriften in groten getale werden verspreid, hij een gezaghebbend filosoof en geleerde was en zijn publiek voor het merendeel naïef was en geen persoonlijk contact had gehad met de donker gekleurde – vooral Afrikaanse – mensen die hij zijn geschriften zo vernederde. En zo werd de ‘huidskleurmeme’ geboren, de culturele overdracht van het vooroordeel tegen donkere mensen.
Knechting
Het leggen van een verband tussen zwart zijn en anders zijn is een van de krachtigste en meest destructieve intellectuele concepten aller tijden. Het standpunt van de inherente superioriteit en inferioriteit van rassen werd gretig door de intelligentsia van West-Europa en uiteindelijk ook door het gewone volk geaccepteerd, omdat het paste in al aanwezige stereotypen. Voor hen die de overtuiging aanhingen dat de oorspronkelijk blanke mens zwart werd vanwege blootstelling aan extreme hitte, was de transformatie van licht naar donker een soort degeneratie en een afwijking van de norm.
De negatieve associatie van een donkere huid met de waarde als mens werd winstgevend bij de opkomst van de trans-Atlantische slavenhandel. De grootscheepse knechting van Afrikanen werd sociaal aanvaardbaar gemaakt door het idee dat zij die werden geknecht alleen geschikt werden geacht voor de slavernij. Het geloof in de inferioriteit van de donker gekleurde volkeren van Afrika werd sterker naarmate de slavenhandel toenam.
De tragische en negatieve verschuiving in de woordkeus ten opzichte van de donker gepigmenteerde Afrikanen wordt levendig geïllustreerd door twee lemmata uit de Encyclopaedia Britannicamet elkaar te vergelijken. Dit staat in de eerste editie uit 1771: ‘NEGERS, strikt genomen de inwoners van Nigritia in Afrika, ook wel zwarten of moren genoemd; maar deze naam wordt nu aan alle zwarten gegeven. De oorsprong van de negers, en de reden waarom ze zo verschillen van de rest van de menselijke soort, heeft naturalisten voor veel raadselen gesteld. Boyle is van mening dat het niet door het warme klimaat komt: want de hitte van de zon mag dan de huid donker kleuren, toch blijkt dat het onvoldoende is om het zwart van negers te veroorzaken.’
In 1823 echter was het lemma doorspekt met pejoratieve ‘beschrijvingen’ en kwetsende beschimpingen: ‘NEGER, Homo pelli nigra, een naam van een variëteit binnen de menselijke soort, die geheel zwart is en wordt aangetroffen in tropische gebieden, in het bijzonder in dat deel van Afrika dat rond de evenaar ligt. De huidskleur van Negers kent verscheidene tinten, maar hun gezicht verschilt bij allen wezenlijk van andere mensen… De kwalijkste ondeugden kenmerken dit armzalige ras: ijdelheid, onbetrouwbaarheid, wraakzucht, wreedheid, losbandigheid, valsheid, onmatigheid, en ze stelen, liegen en vloeken, en die ondeugden lijken de principes van de natuurlijke zedenwetten te hebben verdrongen en het geweten het zwijgen te hebben opgelegd. Ze zijn onbekend met elk gevoel van compassie en ze vormen een afschrikwekkend voorbeeld van de verwording van de mens wanneer hij op zichzelf is teruggeworpen.’
Sociaal darwinisme
In het begin van de negentiende eeuw gold een mens met een donkere huid als inferieur en potentieel winstgevend als slaaf; een licht gepigmenteerde huid werd de norm waarvan de rest een afwijking was. De overheersing van de blanke Europeanen over de donkerder rassen werd ‘gerechtvaardigd’ door de onwrikbare, maar onjuiste overtuiging dat huidskleur onlosmakelijk verbonden was met moraal, economie, esthetica en taal. De opkomst van het sociale darwinisme aan het eind van de negentiende eeuw versterkte de opvatting dat de superioriteit van het blanke ras onderdeel uitmaakte van de natuurlijke orde, omdat bepaalde ‘loten van de stam’ verder waren geëvolueerd en cultureel superieur waren. Ze waren immers sterker en konden zich beter aanpassen. Het concept van de huidskleur had een wetenschappelijk keurmerk gekregen.
In de VS en Zuid-Afrika, waar de knechting en uitbuiting van de donker gekleurde arbeidskrachten de hoekstenen van de economische groei vormden, werd de hiërarchie in huidskleur ondersteund door de rechterlijke macht en mondelinge overlevering over superioriteit en inferioriteit. In de loop van vele generaties raakte de ideologie van op huidskleur gebaseerde rassenwaan verankerd door de collectieve bevestiging van stereotypen en vele culturele tradities. Rassenwaan hield stand, tegelijk met de hiërarchie die daar impliciet uit voortvloeide. Rassenkwalificaties die berusten op negatieve afbeeldingen en verhalen hebben een krachtig effect op leden van zowel out-groups als in-groups, doordat het idee postvat dat hun eigen groep superieur, inferieur, slimmer, dommer, sterker of zwakker is. Zo wordt die kwalificatie bepalend voor de persoonlijkheid en de individuele ervaring en is ze een doel op zich.
Dat betekent dat de ‘huidskleurmeme’ niet ons lot hoeft te bepalen. De opvattingen van een mens zijn door ervaringen en, wat nog belangrijker is, door bewuste keuzes, aan veranderingen onderhevig. Vooroordelen kunnen worden gewijzigd en zelfs teniet worden gedaan door ervaring en motivatie, en stereotypen kunnen worden veranderd wanneer mensen ertoe worden aangezet om iemand op de een of andere manier te zien als een lid van hun eigen groep. We zijn allemaal één volk.
De zogenaamde ‘aardeschijn’ neemt al twintig jaar af
Onderzoekers van het Big Bear Solar Observatory hebben ontdekt dat de aarde niet meer zo helder is als vroeger en de lichtintensiteit verder afneemt, bericht CNN. De onderzoekers maten de ‘aardeschijn’, die optreedt wanneer ‘de donkere kant van de maan de gereflecteerde gloed van de aarde opvangt en dat licht terugkaatst’, aldus NASA. De hoeveelheid aardeschijn varieert van nacht tot nacht en van seizoen tot seizoen.
De aarde reflecteert nu ongeveer een halve watt minder licht per vierkante meter dan twintig jaar geleden
‘Als je kijkt naar de maan in het eerste kwartier zie je dat de overige driekwart wordt verlicht door dit spookachtige schijnsel’, legt Philip Goode uit. Hij is onderzoeker aan het New Jersey Institute of Technology en de hoofdauteur van de nieuwe studie. Na twintig jaar de aardeschijn gemeten te hebben, ontdekte zijn team dat die aan het vervagen is. ‘Het is eigenlijk het zonlicht dat door de aarde wordt weerkaatst, en dat wordt steeds zwakker’, zei Goode. In feite reflecteert de aarde nu ongeveer een halve watt minder licht per vierkante meter dan twintig jaar geleden.
Von der Leyen viert ‘Europees succesverhaal’ in State of the Union
De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, heeft woensdag in Straatsburg tijdens haar State of the Union-toespraak de vaccinatiecampagne van de 27 lidstaten geprezen en de grote lijnen geschetst van de richting die zij na de pandemie op wil met Europa, met onder andere een Europese defensiemacht. De internationale pers is onder de indruk van haar ambitie.
‘Als een raket heeft Afghanistan de Europese Unie wakkergeschud,’ schrijft El País. In een ‘veelomvattende toespraak’ zocht Ursula von der Leyen naar de ‘ziel’ van een continent ‘dat sterker uit de verschrikkelijke beproeving van de pandemie tevoorschijn wil komen’. En ‘de recente val van Kaboel is een van de fundamenten geworden voor het herwinnen van het verloren vertrouwen’, voegt het Madrileense dagblad eraan toe. ‘Wat we nodig hebben is een Europese defensiemacht’, verklaarde de voorzitter van de Commissie.
‘Je kunt de modernste legers ter wereld hebben, maar als je niet klaar bent om ze te gebruiken, wat heb je er dan aan?’
Von der Leyen – voormalig minister van Defensie van Duitsland – merkte op dat je ‘de modernste legers ter wereld kunt hebben, maar als je niet klaar bent om ze te gebruiken, wat heb je er dan aan?’ schrijft The Guardian.
‘Wat ons tot dusver heeft tegengehouden is niet alleen het gebrek aan capaciteit, maar ook het gebrek aan politieke wil. Als we hieraan werken, kunnen we op Europees niveau veel doen’, voegde zij eraan toe.
‘Vaccinsucces’
Het andere belangrijke onderdeel van de toespraak was het succes van de Europese vaccinatiecampagne, na een moeilijke start. The New York Times merkt op dat meer dan 70 procent van de Europeanen boven de achttien nu volledig gevaccineerd is, een hoger percentage dan in de VS of het VK.
Von der Leyen kondigde ‘de oprichting van een nieuw Europees biomedisch agentschap’ aan om ‘ervoor te zorgen dat geen enkel virus een epidemie in een pandemie kan veranderen’. ‘Het is echter niet duidelijk hoe dit agentschap in de praktijk zal werken, aangezien het gezondheidsbeleid nog steeds onder de verantwoordelijkheid van de nationale regeringen valt’, aldus het Amerikaanse dagblad.
Maar volgens Le Temps ‘heeft de vaccinatiecampagne de EU laten zien dat zij heel goed de leiding kan nemen, en zal dit nieuwe credo ook voor andere strategische sectoren gelden’.
‘Von der Leyen maakte geen enkel woord vuil aan het Verenigd Koninkrijk, alsof de Brexit goed en wel verteerd was’
Politico voegt daaraan toe dat Von der Leyen ‘een tegenoffensief beloofde tegen China’s infrastructuurprogramma, een plan om het continent in de wereldwijde race voor halfgeleiders te houden en wetgeving om de import van goederen die door dwangarbeid zijn geproduceerd te verbieden’.
Het feit dat de naam van de Amerikaanse president, Joe Biden, niet één keer werd genoemd, in tegenstelling tot die van zijn Chinese ambtgenoot, Xi Jinping, is tekenend. ‘Hieruit blijkt welk land achter de kernprioriteiten van de EU staat’, schrijft de website.
Maar Joe Biden is niet de enige die genegeerd werd, merkt Le Temps op. Boris Johnson onderging hetzelfde lot: Von der Leyen maakte woensdag ‘geen enkel woord vuil aan het Verenigd Koninkrijk, alsof de Brexit goed en wel verteerd was’.
ISGS-leider (Islamitische Staat in de Grotere Sahara) Adnan Abu Walid Al-Sahraoui is gedood door Franse militairen, zo heeft Emmanuel Macron bekendgemaakt. ‘Dit is opnieuw een groot succes in onze strijd tegen terroristische groeperingen in de Sahel‘, zei de Franse president op Twitter. De datum en plaats van zijn overlijden zijn onbekend, schrijft The New York Times.
Adnan Abou Walid al Sahraoui, chef du groupe terroriste État islamique au Grand Sahara a été neutralisé par les forces françaises. Il s’agit d’un nouveau succès majeur dans le combat que nous menons contre les groupes terroristes au Sahel.
De ISGS, die actief is in Mali, Niger en Burkina Faso, is verantwoordelijk geweest voor de dood van tientallen burgers, alsook voor gerichte aanvallen waarbij in 2017 vier Amerikaanse soldaten om het leven kwamen en in 2020 zes Franse hulpverleners en hun Nigeriaanse gids en chauffeur.
Onderzoek naar walvisstress
Voor de noordkust van IJsland verzamelen wetenschappers gegevens over de adem van walvissen om erachter te komen of ze gestrest raken door walvisspotters, die de laatste jaren in toenemende mate de wateren in de omgeving bezoeken, schrijft persbureau AFP. Onderzoekers van Whale Wise gebruiken drones voor het bestuderen van de stresshormonen in de adem van de walvissen. Aan de drones zijn petrischalen bevestigd die waterdamp uit het spuitgat van de walvis kunnen opslaan. De damp wordt verpakt in paraffine en ingevroren, waarna de monsters voor analyse naar een laboratorium worden gestuurd. Voor en na de komst van een boot met toeristen worden monsters genomen om de directe impact van de ontmoeting op het stressniveau te kunnen bepalen.
Toeristen trekken steeds meer naar de wateren van de Noord-Atlantische Oceaan voor de kust van IJsland om walvissen te bekijken. In 2019 werden meer dan 360.000 walvisspotters geregistreerd, drie keer zoveel als tien jaar geleden.
Chili is het eerste land ter wereld dat in zijn grondwet opneemt dat iemands mentale identiteit niet mag worden gemanipuleerd. De drijvende kracht achter dit initiatief is neurowetenschapper Rafael Yuste: ‘We moeten voorkomen dat zich herhaalt wat met sociale media is gebeurd.’
Eind augustus stelde Elon Musk ons de biggen Joyce, Dorothy en Gertrude voor. In het bijzin van een klein groepje toeschouwers tijdens een evenement in San Francisco, kwamen de eerste twee snel naar hem toegerend toen hij ze riep. Maar de laatste kwam iets later uit het hok dan verwacht en de Zuid-Afrikaanse goeroe moest zijn toevlucht nemen tot het afgezaagde ‘dat heb je met een live-uitzending’.
De presentatie werd wereldwijd uitgezonden alsof het om een raketlancering ging. Toen de varkentjes eindelijk voor de camera stonden, kon Musk opgelucht ademhalen en uitleggen waarom ze daar waren. Ze waren er niet als hoofdpersonen van een kindersprookje, eerder als die uit een sciencefictionverhaal. Het evenement werd georganiseerd door NeuraLink, het neurotechnologiebedrijf dat de baas van SpaceX en Tesla heeft opgericht. En Gertrude, de bijzonderste van de drie, was het testvarkentje.
Een paar maanden daarvoor was bij haar een chip geïmplanteerd die een deel van de hersensignalen registreerde die van en naar haar snuit gaan. Toen ze overal begon te snuffelen, begon halverwege de uitzending een apparaat te piepen. Musk noemde deze gadget een ‘brein-fitbit’. Hiermee maakte hij duidelijk dat hij op weg was een van zijn toekomstdromen waar te maken: het menselijke brein met een computer verbinden zonder dat er bedrading voor nodig is. In techjargon heet dat een ‘brain-computer interface’.
‘Op dat moment beseften we dat de situatie urgent werd,’ verklaart de Chileense senator Guido Girardi. Hij kwam meteen in actie.
Met neurotechnologie kunnen nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn worden uitgelezen
En daardoor staat zijn land nu op het punt om als eerste ter wereld neurorechten te gaan erkennen en te reguleren. We hebben het hier over een baanbrekend wettelijk kader waarin wordt bepaald dat mentale integriteit niet manipuleerbaar is en waarin die wordt beschermd tegen de opmars van kunstmatige intelligentie en andere nieuwe technologieën. Dit wetsvoorstel wordt ook gevolgd door de Verenigde Naties en de techreuzen in Silicon Valley. Binnenkort wordt het geratificeerd door het Lagerhuis van het Zuid-Amerikaanse land nadat het in het Chileense Hogerhuis al unaniem was aangenomen.
De bescherming van deze ‘nieuwe mensenrechten’, zoals Girardi ze noemt, heeft de steun van het complete Chileense parlement en wordt vastgelegd in de hervorming van de grondwet en een speciale wet met vijf grondbeginselen: het recht op geestelijke privacy, persoonlijke identiteit, vrije wil, gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’ en bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Bovendien worden in deze wet de neurale gegevens van ieder mens gelijkgesteld aan een orgaan: zonder dat er een leven mee kan worden gered en zonder uitdrukkelijke toestemming, mogen ze niet worden verhandeld. Wie er munt uit wil slaan, riskeert zware strafrechtelijke sancties.
Menselijke maat
Girardi is arts van beroep en zegt dat hij zich op dit vlak heeft laten inspireren door de Spaanse orgaantransplantatiewet. Hij waarschuwt met klem dat het nodig is om in actie te komen voordat sensoren zoals die van Neuralink op industriële schaal worden gefabriceerd en voor gebruikers net zo gemakkelijk verkrijgbaar zijn als de nieuwste generatie smartphones. Sinds een paar maanden brengt het bedrijf Hyperfine bijvoorbeeld een draagbare MRI-scanner op de markt waarmee hersenbeschadiging bij kinderen kan worden gediagnosticeerd. Dat kan zijn nut bewijzen bij zorginstellingen met weinig apparatuur.
‘Democratische instituties en regelgeving lopen altijd achter wat betreft de bescherming van de menselijke maat, vooral in deze wereld die steeds verder versnelt. Bij dit soort processen is consensus nodig en dus verlopen ze altijd traag,’ aldus de woordvoerder van de sociaaldemocratische oppositiepartij PPD. ‘Maar technologische processen verlopen juist in een razend tempo en daarom moeten we dit er nu doorheen krijgen, later heeft het geen zin meer.’
En hij waarschuwt: ‘Met neurotechnologie kun je nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn uitlezen. En op basis daarvan kunnen gedachten en levensverhalen worden bedacht en weer worden teruggestopt in de hersenen. En dan weet je niet of die echt van jou zijn of dat die met een ander belang zijn gecreëerd. Dat brengt een enorm groot risico voor je beslissingsbevoegdheid met zich mee.’
Tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Onszelf?
De afgelopen jaren hebben behalve Musk, ook tycoons als Mark Zuckerberg (Facebook/CTRL-Labs) en Bryan Johnson (Braintree/Kernel) plannen aangekondigd om de connectiviteit van het menselijk brein te verbeteren en zelfs te herstellen met behulp van neurotechnologie. En ook bij Microsoft, IBM en Google zitten ze niet stil. Het zijn projecten die van een afstandje bekeken iets weg hebben van het Wilde Westen. ‘Er is wel gezegd dat we in een tijd zitten die te vergelijken is met de goudkoorts, alleen is dit vele malen complexer. Hier zijn ideologische actoren aan het werk die alle macht willen vergaren,’ waarschuwt Girardi.
Zitten we misschien al middenin een Black Mirror-aflevering? Is de voortgang van de neurotechnologie dan echt zo eng als in de jaren vijftig de ontwikkeling van de kernenergie leek? En tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Of misschien wel tegen onszelf?
Een dystopische connotatie dringt zich op (letterlijk en figuurlijk): in China zijn in 2019 op scholen in de provincie Zhejiang hoofdbanden ingevoerd die de aandachtsspanne van leerlingen meten. De leraar krijgt een seintje in de kleuren van een stoplicht. De paradox is dat deze hoofdband — of eentje die erop lijkt — iemand met amputaties of die verlamd is levensreddende ondersteuning kan bieden. Wetenschappers van de Amerikaanse universiteiten Stanford, Brown en Harvard hebben dat onlangs aangetoond.
‘We moeten naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn’
‘Neurotechnologie kan de mensheid op drie terreinen helpen: de wetenschap omdat die ons kan helpen begrijpen hoe de hersenen werken en ontdekken wat een menselijk wezen eigenlijk is, de gezondheidszorg om patiënten met neurologische en geestesziekten te ondersteunen, en de economie,’ aldus Rafael Yuste, neurowetenschapper en hoogleraar aan de universiteit van Columbia (VS). ‘Voor elke negatieve toepassing zijn er negen positieve. Wat we moeten doen is naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn. We moeten voorkomen wat er met sociale media is gebeurd, waarbij de technologiewereld zomaar in het diepe is gesprongen. Tien jaar later moeten we met veel spijt toegeven dat de spelregels zijn veranderd.’
Yuste is de Spaanse onderzoeker die president Obama er in 2013 van overtuigde dat het een goed idee was om 6 miljard dollar te spenderen aan het in kaart brengen van de hersenen. Hij is ook een van de belangrijkste adviseurs van het Chileense project. Een paar jaar geleden heeft Girardi hem uitgenodigd voor Congreso Futuro, het forum dat in tien jaar tijd is uitgegroeid tot het belangrijkste wetenschappelijke en intellectuele evenement van Latijns-Amerika. Daar zijn ze samen ‘s nachts onder de sterrenhemel in de Atacama-woestijn tot de conclusie gekomen dat er wettelijke en ethische grenzen moesten worden gesteld aan het gebruik van apparatuur waarmee het brein kan worden uitgelezen en beschreven.
Zo begon Yuste, de geestelijk vader van het NeuroRights Initiative, die al een team van 25 deskundigen in neurowetenschappen, recht en ethiek (Morningside Group) om zich heen had verzameld, samen met Congreso Futuro met het leggen van de wetenschappelijke basis voor het wijzigen van de Chileense grondwet. Onlangs heeft Morningside hetzelfde voorstel voorgelegd aan de entourage van President Biden. ‘Hoewel we verontrustend waren door de acties van Trump, hebben we gemerkt dat de Amerikaanse regering hier belangstelling voor heeft,’ vertelt Yuste.
Zijn doel is enerzijds dat neurorechten worden opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en anderzijds dat neurotechnologen bereid zijn een eed af te leggen in de trant van Hippocrates. De Spaanse regering overweegt dit op te nemen in de Estrategia Nacional de Inteligencia Artificial (nationale strategie voor kunstmatige intelligentie) die ze momenteel aan het voorbereiden zijn.
Vreemde gedragingen
De Canadese filosoof Frederic Gilbert is bio-ethicus, geeft les aan de universiteit van Tasmanië (Australië) en bestudeert het beleid bij klinische en experimentele proeven op mensen, waaronder bij invasieve hersenchirurgie. Hij geeft toe ‘een beetje sceptisch’ te zijn over het inpassen van neurorechten in het VN-kader en vestigt liever de aandacht op de ‘schijn van controle’ die ze pretenderen. ‘Jij hebt natuurlijk een smartphone. Kun je één dag zonder? Merk je dat je hem steeds nodig denkt te hebben, ook als hij niet binnen handbereik is? En dan hebben we het hier niet over iets wat in je hoofd zit, maar je in je hand hebt.’
Bij bijna alle patiënten bij wie een apparaatje was geïmplanteerd, bleek diepe hersenstimulatie heilzaam. Maar af en toe waren er meldingen van vreemde gedragingen als hypomanie of hyperseksualiteit. The New Yorker meldde enkele weken geleden bovendien dat bij 65 procent van deze mensen hun huwelijk of relatie was stukgelopen en dat ongeveer evenveel mensen met hun opleiding wilden stoppen. Kunnen dit soort ontwikkelingen in de toekomst ook plaatsvinden bij gebruik van technologie die nu wordt ontwikkeld? ‘Dat is een reële mogelijkheid,’ zegt Gilbert. ‘Zelfs al werkt het duurste en meest geavanceerde apparaat van Elon Musk nog zo goed, dat betekent nog niet dat de patiënt er ook baat bij heeft.’
Het is bijna een kwart eeuw geleden dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) het gebruik van een apparaatje goedkeurde voor diepe hersenstimulatie tegen essentiële tremor en de ziekte van Parkinson in een vergevorderd stadium. Nu zijn er wereldwijd naar schatting minimaal 200.000 mensen met een of ander hersenimplantaat, bijvoorbeeld een Cochlear-implantaat voor mensen met hoorproblemen. Maar op de drempel van een nieuw tijdperk van bovenmenselijke kwaliteiten, moet je je afvragen wat de gevolgen zijn van het gebruik van neurotechnologie zonder doktersrecept.
‘Zoals tijdens corona een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie’
Yuste pleit ervoor de toegang tot neurotechnologie niet alleen een persoonlijke keuze te laten zijn, maar ook voor te leggen aan een ethisch panel bestaande uit artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Of dat er in ieder geval een of ander filter wordt ingesteld. ‘Zou ik bereid zijn vrijwillig een implantaat te nemen zonder dat er sprake is van een geestesziekte?’ vraagt hij zich af. ‘In dat geval zou ik de aanbevelingen van zo’n panel voetstoots aannemen. Zoals tijdens de coronapandemie een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je met dit systeem kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie.’
Maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toont Girardi zich bezorgder. ‘Zo zou een heuse kaste van ‘augmented’ menselijke wezens kunnen worden gegeneerd. Als je IQ 10 punten hoger is dan het gemiddelde, leef je langer, ben je gelukkiger, heb je minder last van ziektes, heb je meer geld, en ga zo maar door. Dat is wetenschappelijk aangetoond. Bij iemand met een IQ van 200 punten meer, wordt die kloof maatschappelijk gezien onoverbrugbaar,’ aldus Girardi. Als lid van het Hogerhuis is hij in zijn land ook de drijvende kracht achter de levensmiddelenwet en -etikettering waarop wordt gewaarschuwd voor een te hoog zout-, suiker- en verzadigd vetgehalte (te vergelijken met de Europese Nutri-Score).
‘Weet u of er multinationals zijn die uw project willen stilleggen of laten ontsporen? Hoe verdedigt u het wetgevingskader als het onder druk komt te staan?’ vroegen we hem.
’De voedingswaarde-etikettering erdoor krijgen bij frisdrankconsortia en andere grote bedrijven, was veel ingewikkelder. Ferrero zei dat ze ons bij de WTO zouden aanklagen en Nestlé bedreigt ons nu nog steeds. Maar we begrijpen dat ook dit niet gemakkelijk zal zijn’, luidde zijn antwoord.
Wat zijn de vijf neurorechten?
De groep wetenschappers onder leiding van Rafael Yuste dringt aan op het opnemen van vijf nieuwe rechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in 1948 door de Verenigde Naties is opgesteld:
1. Het recht op geestelijke privacy. Hierin wordt bepaald dat informatie die wordt verzameld met neurotechnologische hulpmiddelen die interactie hebben met de hersenen (neurogegevens), even vertrouwelijk moet worden behandeld als informatie verkregen uit orgaantransplantaties.
2. Het recht op persoonlijke identiteit. Dit beoogt het besef van het ik — de essentie van elk individu — te beschermen tegen elk gebruik van chips, sensoren en andere neurotechnologische apparatuur die hersenactiviteiten kunnen wijzigen.
3. Het recht op vrije wil. Dit is nauw verwant aan het vorige punt en wil het vermogen van een mens om beslissingen te nemen — ‘agency’ genoemd in de psychologie — beschermen tegen hersenstimulatietechnieken met een massaal bereik.
4. Het recht op gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’. ‘We leven in een wereld waarin mobiele apparatuur onze cognitieve vermogens al heeft verbeterd. Je komt bijvoorbeeld in een stad waar je nog nooit bent geweest, zet je smartphone aan en met GPS weet je dan misschien zelfs nog beter de weg dan een stadsbewoner,’ licht Yuste toe. ‘Door de overstap van dit soort technologie van je hand naar je brein, zou een mensheid van twee snelheden kunnen ontstaan. Met dit recht kunnen we voorkomen dat ongelijkheid tussen personen die zich de toegang tot dit soort instrumenten al dan niet kunnen veroorloven, ontaart in een sociale kloof. Een ethisch panel van artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld zou kunnen beslissen wie zich wel en niet cognitief mag verbeteren.’
5. Het recht op bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Deze regel moet ervoor zorgen dat het gebruik van algoritmen in het menselijk brein niet leidt tot vooringenomenheid, zoals we bij het gebruik van sociale netwerken hebben gezien.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.