In het district wordt een onderzoek gestart naar de winst
In Duitsland is grote onrust ontstaat nadat de extreemrechtse Alternative für Deutschland (AfD) de lokale verkiezingen in een klein district heeft gewonnen, zo meldt Deutsche Welle. Het is voor het eerst dat het AfD een verkiezing in het land heeft gewonnen, en andere politieke partijen zien dat als een gevaarlijk signaal, ondanks dat Sonneberg, dat in Oost-Duitsland ligt, een zeer klein kiesdistrict is.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ook in de landelijke peilingen staat de AfD er zeer goed voor, met zo’n 20 procent van de stemmen. De nationale verkiezingen zijn in 2025 en inlichtingendiensten maken zich in toenemende mate zorgen om de partij, waarvan zo’n tienduizend leden, oftewel een derde van het partijbestand, wordt gezien als extreemrechts. Met name in het oosten van het land is de partij zeer populair.
Naast verontruste reacties van oppositiepolitici heeft de Duitse deelstaat Thüringen, waar Sonneberg onder valt, een officieel onderzoek gestart naar de verkiezingswinst. De winnaar, AfD’er Robert Sesselmann, wordt namelijk door de inlichtingendiensten in de gaten gehouden. Als Thüringen stelt dat Sesselmann niet opkomt voor democratie, zoals is vastgelegd in de grondwet, kan zijn winst worden teruggedraaid.
Duitsland kampt met een groeiend probleem van extreemrechts. Dat heeft de Duitse veiligheidsdienst dinsdag gezegd bij de publicatie van hun jaarlijkse rapport, schrijft de Frankfürter Allgemeine Zeitung. Volgens de dienst is de extreemrechtse beweging binnen een jaar tijd met zeker vijfduizend leden gegroeid tot bijna veertigduizend mensen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Dat er meer extreemrechtse mensen op de radar van de Duitse veiligheidsdienst zijn verschenen, heeft te maken met de monitoring van politieke partij AfD. Zeker tienduizend leden van deze partij worden als extreemrechts beschouwd. Volgens de dienst hangen veel leden van de partij complottheorieën aan en zijn ze bereid geweld te gebruiken om hun doelen te bereiken. Ook proberen ze grond op te kopen om autonome gemeenschappen te stichten. Daar staat tegenover dat ook extreemlinks in Duitsland groeit, al is deze groep minder gewelddadig.
Volgens de veiligheidsdienst neemt ook de dreiging vanuit Rusland toe in Duitsland. Sinds de oorlog in Oekraïne zijn er meer spionnen actief in het land en wordt er meer nepnieuws verspreid over de oorlog, onder meer via sociale media. Omdat Duitsland steeds actiever Russische diplomaten en spionnen uitzet, probeert Rusland op andere manieren aan informatie te komen.
De populariteit van extreemrechtse politieke partijen neemt in steeds meer Europese landen toe. In onder andere Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Spanje is de grens tussen reguliere politieke partijen en extreemrechts aan het vervagen. Normalisering ligt op de loer.
Keuze uit het archief
Afgelopen week presenteerde de aankomende coalitie – bestaande uit de PVV, BBB, NSC en VVD – het hoofdlijnenakkoord dat de basis moet vormen voor een nieuwe regering. De oppositie stak haar teleurstelling en bezorgdheid over het akkoord niet onder stoelen of banken: er vielen woorden als ‘luchtkastelen op financieel drijfzand’, ‘rampzalig akkoord’ en ‘een zwarte dag voor Nederland’. Esther Ouwehand van de PvdD zei zelfs dat radicaal-rechtse partijen ‘niks te zoeken hebben in het centrum van de macht’.
Dit artikel uit The Guardian van een jaar geleden laat zien hoe extreemrechtse partijen in Europa en de VS het zover hebben kunnen schoppen dat ze op het regeringspluche beland zijn. Journalist Owen Jones wijst op het gevaar van het imiteren van extreemrechtse retoriek door reguliere partijen en stelt dat we er alles aan moeten doen om normalisering van ultrarechts gedachtegoed te voorkomen.
Normalisering is het proces waardoor iets ongewoons of extreems deel wordt van het leven van alledag. Wat ooit afschuw en woede wekte, wordt algauw nauwelijks meer opgemerkt. Het bekendste voorbeeld is misschien wel de manier waarop de aanwezigheid van Donald Trump een doodgewoon politiek gegeven werd. Maar deze normalisering van uiterst rechts voltrekt zich op meer plekken in de democratische wereld.
Toen Trump eenmaal ‘normaal’ was geworden, werden gebeurtenissen die nog extremer leken dat ook. Een enquête uit 2022 wees uit dat twee op de vijf Amerikanen de kans groot achten dat het komende decennium een burgeroorlog zal uitbreken. Eén politicoloog oppert de mogelijkheid dat er in 2030 een rechtse dictator aan het hoofd van de VS zal staan.
Dezelfde griezelige normalisering zien we ook in de Europese politiek. Rond de afgelopen eeuwwisseling, toen de rechts-populistische Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ) – geleid door Jörg Heider, die had laten doorschemeren dat hij sympathie koesterde voor het naziregime – een coalitie aanging met de christendemocratische Volkspartei, braken er niet alleen massale protesten uit in Wenen maar ook elders in Europa en in de VS. De EU legde Oostenrijk zelfs diplomatieke sancties op. Iedereen was het erover eens dat er een grens was overschreden; dat gezien de met bloed doordrenkte geschiedenis van Europa uiterst rechts met ferme hand buiten de deur moest worden gehouden.
Dat gaat niet langer op. Toen de FPÖ in 2017 een nieuwe coalitie vormde, klonk er al veel minder protest. Momenteel boekt de partij winst bij gemeenteraadsverkiezingen en gaat ze aan kop in de Oostenrijkse opiniepeilingen. Als belangrijkste politieke partij maakt de FPÖ grote kans de nieuwe regering te zullen leiden. Ondertussen staat de Volkspartei, onder druk van haar rechterflank, een nog strenger antimigratiebeleid voor.
Patroon
En dan is er Spanje. Nog jaren na de financiële crisis leek dat land, in tegenstelling tot veel andere Europese landen, niet te worden geconfronteerd met een opkomende uiterst rechtse partij. Kopstukken van de linkse Podemos-partij hadden daarvoor een verklaring: de massale Indignados-protesten tegen de bezuinigingen, die uitbraken in 2011, leken te garanderen dat de onvrede tegen machtige belangengroeperingen was gericht in plaats van tegen kwetsbare groepen als migranten.
Maar bij de algemene verkiezingen van 2019 eindigde de uiterst rechtse Vox-partij als derde en ook bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen 28 mei boekte ze een onverwacht succes. Deze partij is migranten vijandig gezind en verzet zich tegen regionale autonomie in Spanje. Voor komende juli zijn er vervroegde verkiezingen uitgeschreven, waarmee de kans groter wordt dat uiterst rechts voor het eerst sinds de val van Franco op het Spaanse regeringspluche zal belanden.
De Duitse Brandmauer begint te verbrokkelen.
Het patroon is overduidelijk. In Duitsland is het uiterst rechtse Alternative für Deutschland (AfD) sterk in opkomst: volgens een recente peiling zou de partij bij algemene verkiezingen als tweede eindigen, vóór de regerende sociaaldemocraten. Hoewel andere partijen verklaren dat ze op nationaal niveau zullen weigeren met de AfD samen te werken, gebeurt dat op gemeentelijk niveau al regelmatig. Het toonaangevende blad Foreign Policy verklaarde onlangs dan ook dat de Duitse Brandmauer (brandmuur) begint te verbrokkelen.
Dat is tenslotte ook in Zweden gebeurd, waar andere partijen weigerden samen te werken met Zweden Democraten, een partij met neonazistische wortels. In 2016 maakte Anna Kinberg Batra, de leider van de conservatieve Moderata samlingspartiet, Zweden Democraten nog uit voor racistisch. Maar bij de laatste verkiezingen eindigde de partij als tweede en verleende ze gedoogsteun aan de vorming van een centrumrechts minderheidskabinet.
Zondebok
In Frankrijk behaalde Marine Le Pen met haar partij Rassemblement national bij zowel de presidentiële als de parlementsverkiezingen van vorig jaar de beste resultaten uit de geschiedenis. De Italiaanse premier Giorgia Meloni is van de uiterst rechtse partij Fratelli d’Italia. In Oost-Europa hebben we Hongarije, waar een de facto uiterst rechtse autocratie de macht heeft en een nog extremere partij, de Ons Vaderland-beweging (Mi Hazánk Mozgalom, MHM), stijgt in de peilingen. En vergeet Polen niet, bestuurd door een radicaal rechtse regering die momenteel de Oekraïnecrisis misbruikt om een commissie in het leven te roepen die zogenaamd de Russische invloed in het land moet onderzoeken. In de praktijk is dit niet meer dan een slap excuus om de oppositie te dwarsbomen.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het lijdt geen twijfel dat uiterst rechtse partijen de groeiende economische onzekerheid en ongelijkheid graag aangrijpen om regerende partijen tot zondebok te maken. Als linkse bewegingen er beter in waren geslaagd de woede daarover naar de ware schuldigen te verleggen – zoals politici die de sociale voorzieningen uitkleden, werkgevers die slecht betaalde banen aanbieden en een financieel systeem dat de wereld in een crisis heeft gestort – dan zou uiterst rechts misschien minder aantrekkelijk zijn geweest.
Overal in de westerse wereld imiteren reguliere partijen de retoriek en het beleid van uiterst rechts in plaats van daar krachtig tegenin te gaan en een alternatieve kijk op de toekomst te bieden
Maar ook de reguliere partijen zijn medeplichtig. Trump is het monster dat is gecreëerd door dezelfde gevestigde Republikeinse orde, met haar anti-Obamaretoriek, haar islamofobie en haar op niets gebaseerde anticommunisme, die hem nu lijkt te verafschuwen. Overal in de westerse wereld imiteren reguliere partijen de retoriek en het beleid van uiterst rechts in plaats van daar krachtig tegenin te gaan en een alternatieve kijk op de toekomst te bieden. Het enige wat ze daarmee hebben bereikt is dat de fanatiekelingen worden gelegitimeerd en in staat zijn de discussie te bepalen.
We dachten te hebben geleerd van de donkerste momenten van onze geschiedenis. Maar zolang we het er niet over eens worden dat uiterst rechts opnieuw de politieke perken te buiten gaat, wachten ons nieuwe gruwelen.
Valse blikken, gemene opmerkingen, papieren die zomaar verdwijnen – wie slachtoffer is van pesten, vraagt zich vaak af: ligt het aan mij? Süddeutsche Zeitung zocht uit waar pestgedrag vandaan komt en wat de getroffenen kunnen doen.
Als Tamina aan haar vroegere werkplek denkt, krijgt ze buikpijn. ‘Alleen al de gedachte dat ik er weer heen zou moeten maakt me gespannen. Heel eng,’ zegt de zesentwintigjarige. Op haar werk werd de farmaceutisch technisch assistent herhaaldelijk gepest. Toen het weer eens bijzonder slecht ging, stuurde ze sms’jes naar haar moeder met de tekst: ‘Stop binnenkort, ga langzaam kapot’ of: ‘Heb steeds nachtmerries over pesten op het werk’. Een ander bericht luidt: ‘Ik kan er niet meer tegen, ik doe mezelf binnenkort iets aan’. Tamina is niet haar echte naam. Ze gebruikt een pseudoniem om zichzelf te beschermen.
Ongeveer een op de zes werknemers in Duitsland voelt waarschijnlijk hetzelfde als Tamina. Dat blijkt uit een representatieve enquête van de vereniging Bündnis gegen Cybermobbing [Alliantie tegen Cyberpesten] uit 2021. De vereniging houdt zich ook bezig met pesten in het algemeen en pesten in de werkomgeving. Volgens het onderzoek worden vooral vrouwen en jongeren tot 34 jaar getroffen. Bij ongeveer de helft van alle respondenten van 18 tot 65 jaar vond het pesten plaats in de werkomgeving. De gevolgen kunnen ernstig zijn: depressie, burn-out, eet-, slaap- en angststoornissen en zelfs lichamelijke pijn. Maar hoe begint pesten op het werk precies? Waardoor worden werknemers uitgesloten? En wat kunnen de getroffenen doen?
Methodes die normaal gesproken bijdragen aan een oplossing, werken niet als het om pesten gaat
Tamina worstelt al het grootste deel van haar leven met pesten. Meer dan eens was ze wekenlang met ziekteverlof. Het begon al op de basisschool, zegt ze, omdat ze meer belangstelling had voor pianospelen dan voor speelgoed. Daardoor was ze anders. Later werd ze voor dik uitgemaakt en ontwikkelde ze een eetstoornis. Ze kreeg te maken met pesterijen op verschillende werkplekken, in apotheken en bij farmaceutische bedrijven. Steeds weer zag ze zich gedwongen ontslag te nemen. De laatste keer ‘trok ze voortijdig aan de bel’ vanwege haar eerdere ervaringen.
Ze vertelt over collega’s die lasterpraatjes rondstrooien, documenten vervalsen en recepten laten verdwijnen. Eén keer begon het pesten in een farmaceutisch bedrijf nadat een boze collega een andere collega fysiek had aangevallen. Tamina greep in en meldde het incident. De collega kreeg een waarschuwing. Maar collega’s die bevriend waren met de aanvaller, begonnen geruchten over Tamina te verspreiden. ‘Toen werd ik het doelwit,’ zegt ze. Deze krant is in het bezit van de chatgeschiedenis en een brief aan de werkgever die haar verhaal ondersteunen. Tamina heeft herhaaldelijk te maken gehad met vormen van uitsluiting.
Maar wanneer praten we eigenlijk over pesten? ‘Pesten betekent dat een dader of een groep daders opzettelijk dingen doet om een ander in diskrediet te brengen of in een kwaad daglicht te stellen,’ zegt Sabine Zimmerling. Zij is gespecialiseerd in psychosomatische geneeskunde en psychotherapie en leidt een kliniek voor rehabilitatie in Düsseldorf. Methodes die normaal gesproken helpen om conflicten op te lossen, werken niet als het om pesten gaat, zegt Zimmerling. Als open discussies, compromissen of zelfs bemiddeling niets meer uithalen, is dat een teken dat er sprake is van pesten.
‘In de ogen van de pesters kan de betrokkene geen goed meer doen,’ zegt Zimmerling. Ook het geveinsde ‘het was maar een grapje’ verandert daar niets aan. In extreme gevallen knoeien pesters zelfs het werk van een slachtoffer of uiten ze valse beschuldigingen over strafbare feiten, zegt Zimmerling.
Tamina heeft verschillende keren geprobeerd met haar collega’s te praten, telkens zonder succes. Ook pogingen om haar superieuren bij een gesprek te betrekken mislukten. Toen het uiteindelijk tot een gesprek kwam, was het het ene woord tegen het andere. Tamina ging vanaf dat moment elke dag met buikpijn naar het werk, tot ze uiteindelijk ontslag nam.
Volgens Zimmerling is het geen uitzondering dat slachtoffers van pesten lichamelijke klachten krijgen. ‘Uitsluiting activeert het pijncentrum in de hersenen. Hoofdpijn, buikpijn of rugpijn zijn vaak het gevolg. Daarnaast lopen de getroffenen het risico op allerlei psychische aandoeningen, ‘van depressie tot angst- en eetstoornissen’. Het gebeurt vaak dat slachtoffers aan zichzelf en hun eigen ervaringen beginnen te twijfelen.
Tamina herkent dit. Toen haar collega’s recepten lieten verdwijnen en fouten aanbrachten in haar documenten, vroeg ze zich af of ze die fouten niet zelf had gemaakt. Ze ging nog harder werken en onthield wat ze had gedaan. Maar de recepten bleven verdwijnen. ‘Het pesten heeft me onzekerder gemaakt en gevoeliger voor aanvallen,’ zegt ze. ‘Het is een vicieuze cirkel.’
‘Pestpersoonlijkheid’
Ze bleef zichzelf afvragen of het aan haar lag. Was zij de oorzaak van het pesten? ‘Er bestaat niet zoiets als een “pestpersoonlijkheid”,’ maakt Sabine Zimmerling duidelijk. ‘Iedereen kan gepest worden.’ Wel kan het risico toenemen als je onzeker bent – zoals Tamina – waardoor je misschien voorzichtig, verlegen of onzeker overkomt in een volgende baan, voegt ze eraan toe. Maar ‘zonder dader geen slachtoffer’. En op een gezonde werkplek zouden collega’s of leidinggevenden Tamina hebben gesteund.
We voeren een videogesprek met Carsten Burfeind. Deze vijfenvijftigjarige adviseert bedrijven over geestelijke gezondheidszorg en heeft een boek geschreven over pesten op het werk. Hij draagt een hoodie en airpods. ‘Een leidinggevende die zwijgt wanneer collega’s denigrerende opmerkingen maken of zelfs maar met de ogen rollen als de betrokkene spreekt, is zelf onderdeel van het pestsysteem,’ zegt hij. Maar dat is niet alles. Leidinggevenden moeten actief stress, druk en overbelasting bij hun werknemers voorkomen. Want die factoren vergroten de kans dat medewerkers gaan pesten. ‘Managers moeten een houding van respectvolle, zichtbare interactie faciliteren,’ is de overtuiging van Burfeind. Zodra werknemers zich vreemd gaan gedragen, moeten leidinggevenden al in een vroeg stadium de dialoog aangaan. ‘Een manager die pesten toestaat, maakt zijn of haar eigen zorgverantwoordelijkheid niet waar.’
In meer dan de helft van de gevallen is een leidinggevende betrokken bij het pesten
Ook Isabel heeft pesterijen meegemaakt en ook zij wil niet met haar echte naam in de krant. De zesentwintigjarige werkte op de personeelsadministratie van een gemeentehuis in een kleine stad. Maar in tegenstelling tot Tamina was de leidinggevende van Isabel actief bij het pesten betrokken. Het begon ermee dat Isabel nooit ingewerkt werd. Als ze vragen stelde, kreeg ze te horen: ‘Dat moet jij toch weten, jij hebt toch gestudeerd?’ Toen Isabel vervanging van haar chef moest regelen omdat die op vakantie ging, kreeg ze dat pas een paar dagen voor het vertrek te horen. Meestal groette haar baas haar niet. Als Isabel tijdens de lunchpauze probeerde deel te nemen een het gesprek, stuurde haar baas haar weg of snauwde bijvoorbeeld naar haar: ‘Ach, daar was jij toch helemaal niet bij?’
Op een gegeven moment ging Isabel zo vroeg mogelijk naar haar werk om zo snel mogelijk weer weg te kunnen. ‘Ik kwam thuis, huilde en ging naar bed. Dat was alles in die periode.’ Zelfs nu, nu Isabel het verhaal aan de telefoon vertelt, moet ze huilen. Ook haar ervaringen worden gestaafd door chatgesprekken.
Gedachtekronkels
Wat drijft mensen tot dergelijk gedrag? Zimmerling legt uit dat niemand voor zijn plezier dader wordt. ‘Het zijn vaak mensen die ergens bang voor zijn – zoals verlies van hun positie of gezag, of ze hebben angst om aangevallen of gekleineerd te worden.’ Isabel kwam net van de universiteit. Zij had kennis van digitalisering, haar leidinggevende niet. Misschien voelde haar baas zich daardoor bedreigd. ‘Maar vaak proberen daders ook gewoon hun eigenwaarde te vergroten door anderen te pesten,’ zegt Zimmerling. Dat leidinggevenden zelf pesten lijkt geen randverschijnsel. Volgens het onderzoek van de Bündnis gegen Cybermobbing is een leidinggevende in meer dan de helft van de gevallen op zijn minst betrokken bij het pesten.
Wat kan er worden gedaan als gesprekken niets opleveren en leidinggevenden niets doen of zelf pesten? Zimmerling adviseert om als eerste stap hulp te zoeken. Bij de ondernemingsraad bijvoorbeeld, of bij een pestfunctionaris in het bedrijf – als die er is – maar ook bij een huisarts of psychotherapeut. Ook gezondheidsinstellingen hebben aanspreekpunten voor getroffenen. ‘Mensen die slachtoffer zijn van pesten vragen zich vaak af of ze iets fout hebben gedaan of wat ze anders hadden kunnen doen. Ze geven zichzelf de schuld,’ zegt Zimmerling.
Om dergelijke ‘gedachtenkronkels’ te ontwarren, is het vaak nuttig om er een buitenstaander bij te betrekken. Een volgende stap is ziekteverlof. De betrokkene moet uit de situatie worden gehaald. Je zegt ook niet tegen iemand die is beroofd: ‘Waarom ga je geen koffie drinken met je overvaller?’ Daarna, aldus Zimmerling, is het belangrijk om per individu duidelijk te maken hoe te handelen tegen pesten. Maar volgens haar eindigen de meeste gevallen ermee dat slachtoffer en dader niet meer samenwerken.
Isabel, die door haar leidinggevende werd gepest, herwon haar vertrouwen bij een andere werkgever. ‘Ik was bang dat het weer zou gebeuren,’ zegt ze. Maar de nieuwe collega’s verwelkomden haar met welwillendheid. ‘Ik hoor daar thuis,’ zegt ze zelfverzekerd.
Tamina hoopt dat gevoel ook ooit te mogen meemaken. Nu zijn haar partner en familie de grootste steun voor haar. Ze vindt compensatie in sport, ze schildert en bezoekt musea, en ze heeft het pianospelen nooit opgegeven. Maar dan, een paar dagen na ons telefoontje, vertelt ze over een geslaagd sollicitatiegesprek. ‘Ik had helemaal niet verwacht aangenomen te worden. Ik hoop dat het deze keer beter gaat.’
Brussel heeft een groenere landbouwsector nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar Europese boeren vinden dat er te veel van hen wordt gevraagd. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’
De schuren en melkstallen van de boerderij van Takis Kazanas (66) vallen in het niet bij de majestueuze bergen die over de Thessalische vlakte uitsteken. Op deze groene vlakte in Noord-Griekenland wordt al duizenden jaren vee gehouden, maar nu praten instanties in Brussel over regels die ertoe zullen leiden dat boerderijen als die van Kazanas als industriële installaties worden beschouwd, vergelijkbaar met staalfabrieken of chemische industrie.
Als die verandering van kracht wordt, zal de boerderij waar hij 300 runderen en 230 hectare land beheert met zijn vier zonen, wettelijk verplicht worden de uitstoot van broeikasgassen en het niveau van verontreiniging te verlagen. Met ambitieuze klimaatdoelstellingen voor 2030 dwingt Brussel de landbouw eindelijk om groener te worden. Kazanas vangt al biogas op uit koeienmest en in plaats van chemische mest rijdt hij zelfgemaakte mest over het land uit. ‘Dat is wat de EU wil en dat is wat ik doe,’ zegt Kazanas, die in 1986 begon met dertig runderen. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’
Hij is een van de vele boeren die moe worden van wat zij zien als milieuvoorschriften die worden opgelegd door een bureaucratie op 2500 kilometer afstand. De omvang van de transformatie die de Europese Commissie vraagt met haar Boer tot Bord-strategie – halvering van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in 2030, vermindering van het gebruik van meststoffen, verdubbeling van de biologische productie en herbebossing van sommige landbouwgronden – zou ook in minder moeilijke tijden opmerkelijk zijn.
Moeilijk te reguleren
De strategie komt op het moment dat de oorlog in Oekraïne de wereldvoedselmarkt overhoop heeft gehaald en boeren geconfronteerd worden met verlaging van subsidies die worden gegeven in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), een programma van 55 miljard euro per jaar, dat al sinds 1962 voor voedselzekerheid in Europa zorgt.
Volgens de EU is er dringend behoefte aan milieuhervormingen in de landbouwsector. Een hoge EU-functionaris die zich bezighoudt met klimaatbeleid noemt het ‘ons probleemkind’. De sector is verantwoordelijk voor 11 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU – een percentage dat bijna even hoog is als twintig jaar geleden.
Stikstofoxiden in meststoffen, dierlijke urine en uitwerpselen vormen een belangrijk deel van het probleem; zware stikstofconcentraties zorgen ervoor dat invasieve planten andere soorten verdringen, wat leidt tot verlies van biodiversiteit. Maar de sector is zeer moeilijk te reguleren; de 9,1 miljoen landbouwbedrijven in de EU variëren in type en omvang, uiteenlopend van industriële bedrijven met duizenden ‘grootvee-eenheden’ – de rekeneenheid waarmee de hoeveelheid dieren in de landbouw wordt aangeduid – tot kleine boeren met een enkele wijnstok en een paar geiten. De marges zijn doorgaans zeer klein. Er zijn biologische producenten die overleven met lokale handel, maar ook varkenshouders die te maken hebben met hevige internationale concurrentie, waardoor zelfs een kleine stijging van de voederprijs de jaarwinst al teniet kan doen.
De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden
Het keerpunt voor veel landbouwers kwam na de inval van Rusland in Oekraïne, net toen de Europese Commissie de doelstellingen van de ‘Boer tot Bord’-strategie bekendmaakte. Volgens een hoge ambtenaar van de Commissie ‘veranderde het debat bijna van de ene dag op de andere’. De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden. Nerveuze regeringen schroeven de voorstellen van de Commissie terug onder druk van een georganiseerde, goed gefinancierde landbouwlobby die nauwe banden onderhoudt met politici.
Zo heeft de Nederlandse regering onlangs een programma opgeschort om boerderijen te sluiten – en daardoor de uitstoot van stikstofoxide te verminderen –, nadat de ontluikende BoerBurgerBeweging (BBB) in maart de provinciale verkiezingen won, profiterend van een golf van woede tegen de plannen.
Recentelijk hebben de regeringen van Polen en Hongarije de invoer van graan, zuivelproducten, vlees, fruit en groenten uit Oekraïne tijdelijk stopgezet omdat boeren klaagden dat de goedkope invoer van Oekraïens voedsel de prijzen drukt.
Het groeiende verzet is een belangrijke uitdaging voor de doelstelling van de EU om de emissies tegen 2030 met 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990, overeenkomstig internationale verplichtingen. Als Brussel er niet in slaagt de boeren mee te krijgen, kan dat een bedreiging zijn voor de belofte om tegen 2050 een nettonuluitstoot te bereiken.
De voorstellen van de EU zijn niet passend tijdens een ‘oorlogseconomie’ waarin boeren vrij moeten kunnen produceren, zegt Christiane Lambert, medevoorzitter van de machtige EU-landbouwvakbond Copa-Cogeca. ‘Mensen die beslissingen nemen over de landbouw weten er niets van.’
Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals
Voor veel boeren gaat het verzet tegen de komende veranderingen over overleven. Tom Vandenkendelaere, Belgisch lid van het Europees Parlement, zegt dat de druk op de boeren ondraaglijk wordt. ‘Het gaat om het aantal beleidsmaatregelen dat hen tegelijkertijd treft. We moeten het rustiger aan doen.’ Hij zegt dat boeren die gewoon hun werk doen, zich belasterd voelen door activisten die hen ervan beschuldigen de planeet te schaden en die klimaatverandering wijten aan het eten van vlees. ‘Ze hebben het gevoel dat hun manier van leven onder vuur ligt.’
Boeren op een Kruispunt, een onafhankelijke nonprofitorganisatie die geestelijke gezondheidszorg biedt aan boeren in Vlaanderen, zag dat 44 procent meer mensen zich aanmelden in 2022 dan in 2021. Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals. En Caroline van der Plas, leider van de BBB, zei deze maand in het Nederlandse parlement: ‘Mensen die zorgen voor ons dagelijks voedsel worden weggezet als dierenmishandelaars, gifmengers, bodemvernietigers en milieuvervuilers.’
Maar EU-beleidsmakers stellen dat de maatregelen op lange termijn juist in het belang van de boeren zijn. De stijging van de gasprijzen heeft de kosten van meststoffen en chemicaliën opgedreven. Decennia aan intensieve landbouw hebben voedingsstoffen in de bodem uitgeput, zodat meer moet worden gebruikt om dezelfde productie te bereiken. ‘Het idee “óf meer natuur, óf meer voedsel” is een mythe,’ zegt een EU-functionaris. ‘De belangrijkste fundamentele bedreigingen voor de voedselzekerheid zijn klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.’
Virginijus Sinkevičius, de EU-commissaris voor milieu en visserij, is het daarmee eens. ‘Wat voor mij heel belangrijk is, is dat mensen begrijpen dat de milieuvoorstellen nooit gericht zijn tegen de landbouwbedrijven. Ze zijn er juist voor de bedrijven, want zonder natuur is landbouw niet mogelijk.’ En, voegt hij eraan toe, ‘ze vormen weliswaar een aanzienlijke verandering voor onze landbouwers, maar het is onvermijdelijk dat ze een deel van de oplossing zijn. Allicht gebeurt dat niet van de ene op de andere dag.’ Een sector die nu al het gevoel heeft met de rug tegen de muur te staan, zal inderdaad waarschijnlijk niet makkelijk toegeven.
Klem tussen milieueisen en lage prijzen
Het aantal landbouwbedrijven in de EU is sinds 2005 met meer dan een derde gekrompen. Terwijl het gemiddelde landbouwbedrijf groter is geworden, is het agrarisch inkomen constant laag gebleven, schommelend rond de 20.000 euro per persoon.
Bram van Hecke, die werkt op het melkveebedrijf van zijn familie in de buurt van het Belgische Oostende, zegt dat hij, zijn vader en zijn broers het gevoel hebben klem te zitten tussen de milieueisen van politici en de eisen van supermarkten die niet méér willen betalen. ‘Als je naar een bank gaat en zegt te willen investeren maar dat je inkomsten zullen halveren, geven ze je geen lening,’ zegt hij. ‘Meer produceren is haalbaar, terwijl extreem milieubewust zijn je bedrijf kan schaden.’
Van Hecke, die tevens hoofd is van de Groene Kring, een Vlaamse groep van jonge landbouwers, zegt dat een EU-richtlijn om de stikstofvervuiling aan te pakken zijn bedrijf jaarlijks 10.000 tot 15.000 euro kost. Deze maatregel verplicht landbouwers om met GPS de verspreiding van stalmest te registreren en schrijft voor dat ze niet binnen 5 meter van water mogen boeren. ‘De gemiddelde grondprijs in Vlaanderen is 63.000 euro per hectare en we verliezen ongeveer 4 hectare door deze nitraatrichtlijn. Reken maar uit. De regering kondigt aan onze kosten te zullen verhogen, maar heeft geen plannen om ons inkomen te helpen verhogen.’
‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot’
Op macroniveau klopt dat. Volgens agronomen worden delen van Europa te intensief bebouwd. In 2021 exporteerde de EU voor 197 miljard euro aan landbouwproducten naar landen als China en importeerde zij voor 150 miljard euro: een overschot van 47 miljard euro.
Krijn Poppe, een Nederlandse landbouweconoom, is voorstander van herbezinning. ‘Export mag niet ten koste gaan van klimaat en natuur,’ zegt hij. ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot.’ Burgers in deze ‘stadstaten’, zoals hij ze noemt, hebben ook behoefte aan recreatiegebieden, natuurgebieden, schoon water, woningen en vervoer. Het antwoord, zegt Poppe, is terugkeer naar de tijd waarin consumenten hogere prijzen betaalden voor minder intensief geproduceerd voedsel. ‘In de jaren tachtig consumeerden Nederlanders minder eiwitten; 40 procent van het voedsel was dierlijk en 60 procent plantaardig. Nu eten we meer en is de verhouding eiwitten-plantaardig omgedraaid naar 60-40.’
Volgens Poppe zullen sommige landbouwbedrijven onvermijdelijk verdwijnen omdat veel bedrijven te klein zijn om te concurreren. ‘Een econoom die kijkt naar het totale welzijn ziet waarschijnlijk geen probleem,’ voegt hij eraan toe, ‘maar een politicus die de banen van boeren wil beschermen, zal daar negatiever over denken.’
Existentieel moment
Geen wonder dat boeren dit zelf als een existentieel moment zien. Volgens de Sloveen Franc Bogovič, fruitteler en lid van het Europees Parlement, zou het plan om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen – een van de doelstellingen van een fel betwiste richtlijn waarover EU-wetgevers momenteel onderhandelen – een groot deel van zijn productie wegvagen. ‘Ik zit al vele jaren in deze sector en ik heb nog nooit zo’n groot bezwaar gehad tegen een beleidsvoorstel,’ zegt hij.
Hij is vooral ontstemd over het feit dat deze nieuwe verordeningen komen nadat in januari een grootschalige herziening van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) ter bevordering van groenere productie in werking is getreden. Het GLB, dat landbouwers subsidieert, is in de loop der jaren gekrompen en steeds meer geld gaat naar milieuprojecten en nevenbedrijven in plaats van naar voedselproductie. ‘Ze proberen verder te gaan dan het beleid dat pas dit jaar van start is gegaan,’ zegt hij. ‘Mensen zijn bang voor hun toekomst. Ze komen in grote problemen als ze hun wijngaarden, boomgaarden of vleesproductie moeten inkrimpen, die ze vijf jaar geleden met leningen hebben gefinancierd. Je hebt twintig jaar nodig om daarmee je geld terug te verdienen.’
‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”’
Ondanks het verzet heeft Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, het tempo van de beleidsvorming sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne niet vertraagd. ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”,’ zegt Vandenkendelaere. Eén theorie is dat Von der Leyen steun nodig heeft van de Grünen in de Duitse coalitie om haar tweede termijn veilig te stellen. Een andere theorie is dat ze vindt dat landbouw – vooral de veeteelt – de planeet schaadt.
– Gebruik van chemische en gevaarlijke pesticiden met 50 procent verminderen tegen 2030.
– 20 procent minder meststoffen gebruiken tegen 2030.
– Verkoop van antimicrobiële stoffen voor vee en aquacultuur verminderen met 50 procent.
– De hoeveelheid land bestemd voor biologische landbouw verhogen van 9,1 procent in 2020 tot 25 procent in 2030.
– Grotere veehouderijen verplichten zich aan de regelgeving te houden voor schone lucht en schoon water, die geldt voor de zware industrie.
‘De Commissie is ervan overtuigd dat de overgang naar een veerkrachtige en duurzame landbouwsector – in overeenstemming met de Europese groene ambities, de Boer tot Bord-strategie en strategieën voor biodiversiteit – van fundamenteel belang is voor de voedselzekerheid,’ zegt Eric Mamer, woordvoerder van Von der Leyen. Hij weigert te bevestigen of zij zelf rood vlees of zuivelproducten gebruikt. ‘De persoonlijke voedingskeuzes van de voorzitter zijn niet van invloed op de voorstellen van de commissie,’ zegt hij.
Brussel heeft enkele veranderingen doorgevoerd sinds de oorlog in Oekraïne begon. Zo mogen boeren nu gewassen planten voor diervoeder op de 10 procent van de grond die normaal gesproken onbebouwd moet blijven om te herstellen – een regel die als voorwaarde geldt om subsidie te kunnen krijgen. Ook zijn de regels aangaande wisselbouw opgeschort.
Maar het zijn de nationale regeringen die op de rem hebben getrapt. De voorstellen van de Europese Commissie kunnen door de zevenentwintig lidstaten worden gewijzigd, en punt voor punt werden de ambities afgezwakt.
Het voornemen tot algemene vermindering van pesticiden is teruggestuurd naar de Commissie met het verzoek tot een nieuwe effectbeoordeling. Ministers klagen dat in plaats van rekening te houden met de uitgangspositie van elk land, aan iedereen dezelfde evenredige vermindering wordt opgelegd. Nederland, dat bijvoorbeeld al veel meer pesticiden gebruikt dan Polen, zou het gebruik bijvoorbeeld niet hoeven te veranderen. Er wordt ook bezwaar gemaakt tegen plannen om alleen rekening te houden met de hoeveelheid gebruikte chemicaliën en niet met de giftigheid ervan.
Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan
Wat betreft herziening van de richtlijn industriële emissies (grotere veehouderijen worden verplicht te voldoen aan voorschriften voor schone lucht en schoon water die ook gelden voor de zware industrie) erkende de Commissie in februari dat zij vorig jaar bij de lancering van het voorstel verkeerde cijfers heeft gebruikt.
De drempel voor naleving werd gesteld voor varkens-, pluimvee- en rundveebedrijven met ten minste 150 grootvee-eenheden, met de bewering dat daarmee slechts 13 procent van de Europese commerciële bedrijven zou worden getroffen. Die berekeningen waren echter gebaseerd op bedrijfsgegevens uit 2016. Toen de berekening opnieuw werd gemaakt met gegevens uit 2020, bleek dat zes op de tien pluimvee- en varkensbedrijven eronder zouden vallen.
Een voorstel voor wettelijk bindende doelstellingen om daarmee de verslechtering van het milieu aan te pakken – vorig jaar voorgesteld als onderdeel van de Boer tot Bord-strategie – stuit op verzet omdat het onvermijdelijk zal leiden tot het verlies van landbouwgrond. Sommige gedraineerde veengronden zouden bijvoorbeeld opnieuw doorweekt raken. Het doel is om tegen 2030 maatregelen voor natuurherstel te hebben voor ten minste 20 procent van het land en de zee binnen de EU.
Afzonderlijke wetgeving om ontbossing terug te dringen stuitte vorig jaar op verzet in landen als Zweden en Finland – voor hen werd een uitzondering gemaakt zodat ze de exploitatie van plantages voort kunnen zetten.
In juni is het tijd voor het laatste deel van het Boer tot Bord-pakket; de wetgeving die landen gaat verplichten om de staat van hun bodem te controleren en te verbeteren. Zo’n zestien EU-ministers van Landbouw hebben in januari een brief aan Brussel ondertekend waarin ze zich erover beklagen dat dat beleid kan leiden tot ‘opoffering van land- en bosbouwgrond in de Unie’. ‘Dat zal zeer waarschijnlijk negatieve gevolgen hebben voor de voedselzekerheid, de toevoer van hernieuwbare grondstoffen (voor houtbouw of de bio-economie) en van hernieuwbare energiebronnen, zoals lokaal beschikbare biomassa’, aldus de brief.
Afkoop
Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan. EU-landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski deed al een oproep tot meer GLB-financiering omdat de inflatie – die vorig jaar in de eurozone bijna 10 procent bereikte – de reële waarde ervan heeft uitgehold. Het GLB ‘bedraagt slechts 0,4 procent van het bruto binnenlands product van de EU om voedselzekerheid, milieuveiligheid en klimaatzekerheid te garanderen,’ stelt hij.
De particuliere sector is het daarmee eens. FoodDrinkEurope, dat fabrikanten vertegenwoordigt, heeft Von der Leyen opgeroepen een deel van de miljarden aan subsidies voor de groene transitie naar landbouw over te hevelen. ‘De EU-strategie Boer tot Bord beschikt niet over voldoende middelen en is niet toegerust voor de huidige marktrealiteit en de toekomstige druk,’ aldus de organisatie. Verschillende regeringen hebben eenzelfde oproep gedaan en wijzen erop dat de gestegen rente de prijs van noodzakelijke investeringen heeft opgedreven.
Terug naar Griekenland, waar Georgios Georgantas, de Griekse landbouwminister, zegt dat boeren zoals Kazanas steun nodig hebben om Europa te kunnen blijven voeden. Aangezien klimaatverandering al gevolgen heeft voor de opbrengsten, ‘moeten we de landbouw op het huidige niveau houden’, zegt hij, ‘of zelfs uitbreiden.’
Om dat te bereiken heeft Athene een fonds van 525 miljoen euro in het leven geroepen om jongeren te stimuleren in de landbouw te stappen. ‘De groene transitie is noodzakelijk voor de EU, maar dit zet landbouwers onder druk,’ zegt Georgantas. ‘Andere sectoren krijgen steun – ook de boeren hebben daar behoefte aan.’
Tachtig jaar geleden, op 19 april 1943, begon de opstand in het getto van Warschau, een van de beroemdste daden van Joods verzet tegen de Holocaust. De strijders wilden een signaal afgeven aan de wereld: Joden lieten zich niet zonder verzet vermoorden.
Keuze uit het archief
De wereld herdacht vorige week maandag de bevrijding van Auschwitz, die dit jaar tachtig jaar geleden plaatsvond. Het kamp staat algemeen bekend als hét symbool van de holocaust. Miljoenen Joden werden als schapen, vaak nietsvermoedend, naar de slachtbank geleid. Toch waren er ook Joden die liever strijdend ten onder gingen, ook al wisten ze dat hun lot bezegeld was. Dit artikel van FAZ uit 2023, geschreven door hoogleraar Holocaust- en Joodse Studies Stephan Lehnstaedt, vertelt het heroïsche epos van de Opstand van Warschau.
Het zou voor Ferdinand von Sammern-Frankenegg geen mooie dag worden. Nochtans was het in Warschau prachtig warm lenteweer, en in de parken stond alles in bloei. Maar hij had werk te doen, wat voor de SS- en politieleider betekende dat hij Joden naar het vernietigingskamp Treblinka moest deporteren. Die dag, 19 april 1943, zou het einde van het getto van Warschau inluiden. De Duitse vernietigingsmachinerie was geoefend, de logistiek efficiënt en de benodigde mankracht relatief klein. Op deze actie had de SS zich bijzonder goed voorbereid en zich van extra manschappen verzekerd, zodat alles soepel zou verlopen.
Maar de twee colonnes die in de vroege ochtend vanuit het zuiden de toegangspoorten tot de Nalewki- en Zamenhofstraat binnengingen, kwamen niet ver: ze waren nog maar net op het plein achter de poort aangekomen, of ze werden vanuit de omliggende huizen beschoten en bekogeld met handgranaten en molotovcocktails. In de Nalewkistraat hielden de Duitsers bijna twee uur stand voordat ze zich ongeorganiseerd terugtrokken en hun doden moesten achterlaten. In de Zamenhofstraat werd een van hun twee tanks in brand gestoken, zodat ze het getto al na een half uur halsoverkop verlieten.
Sammern-Frankenegg werd dezelfde dag nog vervangen door Jürgen Stroop. Eigenlijk was Stroop al eerder aangewezen om de actie in het getto te leiden, maar door communicatieproblemen had hij vertraging opgelopen. De nieuwe SS- en politieleider liet zijn mannen ’s middags opnieuw aantreden in de Nalewkistraat, en daarnaast kwam er een opmars vanuit het noorden naar het Muranowskiplein. Met dezelfde afloop. Onder zwaar vuur moesten de SS’ers het getto verlaten. Op die dag konden ze niemand deporteren, maar hadden ze wel twaalf eigen doden te betreuren.
Besef
Zo begon de opstand in het getto van Warschau, die de geschiedenis zou ingaan als de beroemdste daad van Joods verzet tegen de Holocaust. Tot 16 mei 1943 voerden de Duitsers regelmatig felle gevechten met de opstandelingen, totdat Stroop uiteindelijk in zijn rapport aan Berlijn de beruchte zin noteerde: ‘Er bestaat geen Joodse woonwijk meer in Warschau!’
Op die bewuste dag in april werd de SS verrast door de felheid van het verzet. Toen de bezetter in de zomer van 1942 begon met de deportaties naar Treblinka en daar in ruim anderhalve maand tijd zo’n 350.000 mensen vermoordde, waren de bewoners van het getto niet in staat tot gecoördineerde verdediging. In het getto woonden nog steeds bijna 60.000 mensen. Ongeveer de helft daarvan had een werkkaart en werd gedoogd door de Duitsers, de anderen waren er illegaal en leefden in permanente angst voor de volgende arrestatiegolf.
De deportaties hadden aangetoond dat de Duitsers niet geïnteresseerd waren in een economische exploitatie van het getto. Veel bewoners hadden de honger, ellende en epidemieën kunnen doorstaan in de hoop dat de oorlog een keer voorbij zou zijn en ze bevrijd zouden worden. Maar nu drong tot ze door dat de moorden door de Einsatzgruppen en de vergassingen die sinds voorjaar 1942 in het kader van de Aktion Reinhardt waren begonnen, zonder uitzondering voor alle Joden golden; het was slechts een kwestie van tijd voordat ook de laatsten in de vernietigingskampen zouden sterven.
Dit besef was een langzaam proces. Inmiddels weten we dat zes miljoen mensen zijn omgekomen in de Holocaust en zijn we gewend om het nationaalsocialistische moordprogramma te zien als onderdeel van de Tweede Wereldoorlog. Maar dat is een ahistorische veronderstelling, want zelfs de nazileiders gingen er tot ver in 1941 van uit dat zij de Joden alleen maar uit hun machtssfeer zouden deporteren – naar de Sovjet-Unie of naar Madagaskar bijvoorbeeld. Pas met de aanval op het rijk van Stalin raakte die gedachte volledig achterhaald. De uitroeiing, eerst met kogels en later door vergassing, bleek een gestaag escalerende, vaak geïmproviseerde moordorgie zonder gedetailleerd masterplan te zijn.
In het getto van Warschau kregen ze wel informatie. Er had zich een groep rond de historicus Emanuel Ringelblum gevormd die systematisch informatie verzamelde, archiveerde en verspreidde. Toegegeven, het is onmenselijk om te beseffen dat je lot onvermijdelijk is. Maar voorlopig leek de situatie in Warschau onder controle: een tyfusepidemie met bijna 90.000 doden, die sinds de zomer van 1941 had gewoed, leek overwonnen. Tegelijkertijd draaiden de werkplaatsen van het getto op volle toeren, en ze leverden zelfs genoeg op om de weinige levensmiddelen te kunnen betalen die door de Duitsers waren toegestaan.
Het doel van het verzet was niet om elk leven te redden en kon dat ook niet zijn
De berichten over massamoorden in het Oosten waren zeker verontrustend – maar ook ver weg. Bovendien was er geen alternatief: verzet tegen de bezetter zou gelijkstaan aan zelfmoord, en massaal op de vlucht slaan was volkomen onrealistisch; het was zelfs als individu al vrijwel onmogelijk om te kunnen overleven in de vijandige wereld aan de ‘Arische kant’ buiten de gettomuren. Toen de treinen naar Treblinka begonnen te vertrekken, kwam het er dus op neer een schuilplaats of – tegen betaling – een werkvergunning te regelen om op het ‘overslagpunt’ niet aan boord van een van de transporten te hoeven gaan.
Hoop, verdringing en het overleven van dag tot dag beheersten het getto van Warschau tot aan de herfst van 1942. De enkelen die eerder hadden gepleit voor actieve verzetsdaden en die soms hardhandig tot de orde werden geroepen, waren in korte tijd de morele leiders geworden. Dat het zo niet verder kon, daar was iedereen het wel over eens. Maar terwijl de oudere activisten van de vooroorlogse partijen en bewegingen een vlucht wilden organiseren van tenminste de culturele en sociale elite, verwierpen de jongere dit voorstel met klem: er moest geen onderscheid worden gemaakt wanneer een heel volk met vernietiging werd bedreigd.
De jeugdorganisaties, op de eerste plaats die van Haschomer Hazair, Dror en Akiba, verenigden zich in juli 1942 tot de Joodse Strijdersorganisatie (Żydowska Organizacja Bojowa, ŻOB) – een naam waarin het streven al besloten lag. Al in september drongen de eerste leden aan op een onmiddellijke staking tegen de Duitsers, terwijl anderen, waaronder de belangrijkste leiders, ervoor pleitten om eerst grondige voorbereidingen te treffen.
Veel tijd was er niet. Op 18 januari 1943 keerde de SS terug naar het getto om bewoners bijeen te drijven voor deportatie. De ondergrondse had dit niet verwacht, maar reageerde toch. Losse groepen van de Strijdersorganisatie, voornamelijk uit de gelederen van Haschomer Hazair onder leiding van Mordechai Anielewicz, meldden zich vrijwillig aan voor deportatie – en openden vervolgens het vuur op de mannen van Sammern-Frankenegg. Dit was geen gecoördineerde verzetsactie, maar ze creëerde wel genoeg chaos om de Duitsers te verrassen en hen te dwingen zich te reorganiseren. In de volgende vier dagen waren er herhaaldelijk afzonderlijke vuurgevechten, ook met andere groepen van de ŻOB. Toch slaagde de SS erin om meer dan vijfduizend mensen te deporteren naar Treblinka. Het plan was om er achtduizend te deporteren.
Bittere les
Voor de Joodse Strijdersorganisatie was dit dus gedeeltelijk een succes, maar ook een bittere les. Veel strijders, waaronder vrouwen, die op gelijke voet streden met de mannen, stierven door toedoen van de zwaarbewapende Duitsers – bij wie er ook twaalf sneuvelden en ongeveer vijftig gewond raakten. Dit was van doorslaggevend belang voor de legitimering van het verzet, want het versterkte de reputatie van de ŻOB en toonde aan dat die in staat was de bezetter het hoofd te bieden. Bovendien: omdat veel inwoners van het getto gehoor hadden gegeven aan oproep om onder te duiken, had de ŻOB bewezen leiding te kunnen geven.
Mordechai Anielewicz ontsnapte ternauwernood aan de Duitse kogels. Zijn daadkrachtige en spontane optreden maakte hem tot held en droeg eraan bij dat de andere groepen hem tot hun opperbevelhebber kozen. Dat was vooral een symbolische functie, want ook in april handelden de groepen zelfstandig, als losse verzetscellen, en veel minder in termen van gecoördineerde actie.
Anielewicz had zelfs aanzien verworven bij de Polen, wat het gemakkelijker maakte om overeenstemming te bereiken met hun belangrijkste verzetsorganisatie, de Armia Krajowa. In de daaropvolgende weken ontving de verzetsbeweging 90 pistolen, 600 handgranaten, 15 kilo explosieven, een licht machinegeweer en materiaal om molotovcocktails te maken. Toch was het eerder een symbolisch teken van steun voor de vervolgde Joden, want het nationale Poolse verzet beschikte op dat moment alleen al in haar magazijnen in Warschau over een veel groter arsenaal. Alleen de socialistische ondergrondse – die weliswaar lang niet zo invloedrijk en goed uitgerust was als de Armia Krajowa – had echte sympathie voor de gettostrijders.
Mochten Joden andere Joden doden als dat een hoger doel diende?
Maar eerst moest er lering worden getrokken uit de bloedige botsing met de SS. Sommige lessen waren duidelijk: om snel te kunnen reageren was het van optimaal belang om mobiele gevechtsgroepen zo decentraal mogelijk te stationeren en ervoor te zorgen dat ze hun eigen wapendepots zo dicht mogelijk in de buurt hadden. Een concentratie van alle strijders in één zone moest worden vermeden, maar de communicatielijnen tussen de afzonderlijke eenheden moesten wel worden verbeterd. Het was ook belangrijk om het getto te beveiligen tegen collaborateurs, want er hadden al verschillende keren arrestaties plaatsgevonden vanwege aanklachten.
Om dat te voorkomen moest een taboe worden doorbroken: mochten Joden andere Joden doden als dat een hoger doel diende? Het doel van het verzet was niet om elk leven te redden en kon dat ook niet zijn. Marek Edelman zei uiteindelijk over het strategisch doden van andere Joden: het kon noodzakelijk zijn – niet om te voorkomen dat anderen zouden sterven, maar om überhaupt een opstand uit te kunnen voeren. Zijn woorden wogen des te zwaarder omdat Edelman een overtuigd humanist was. Dat bleef hij ook na de oorlog, zelfs toen de Volksrepubliek Polen hem als lid van Solidarność gevangenzette. Tot zijn dood in 2009 was hij een gerespecteerde stem van de rede.
Het verzet had financiële middelen nodig. In de nacht van 29 op 30 januari 1943 plunderde de ŻOB daarom de kas van de Judenrat van Warschau. Na een tip van Marceli Ranicki – in Duitsland bekend als [de literatuurcriticus] Marcel Reich-Ranicki – die destijds voor de Judenrat werkte, vervalsten zij de handtekening van de Judenrat-voorzitter en meldden ze zich om twee uur ’s nachts bij de kassier. Leden van de ondergrondse, gekleed in de uniformen van Joodse politieagenten uit het getto, vertelden de kassier dat de Gestapo geld nodig had. Zo ontving het verzet 150.000 zloty en zag het zijn reputatie verder groeien, vooral omdat de Judenrat de Gestapo informeerde maar er vervolgens niets gebeurde.
Er was dus al veel in gang gezet in het belang van de ŻOB. Maar een zegevierende opstand tegen de Duitse militaire en vernietigingsmachinerie was nog steeds uitgesloten. De materiële situatie van de opstandelingen was hopeloos, en uiteindelijk was het slechts een kwestie van tijd tot de SS ook de laatste Joden zou deporteren. In principe had de Strijdersorganisatie geen andere optie. Weliswaar was er altijd verzet geweest in kleine getto’s in de bezette Sovjet-Unie, maar daar konden de overlevenden naar de omringende bossen vluchten en proberen zich aan te sluiten bij eenheden van de partizanen. Een vriendelijk ontvangst was echter niet gegarandeerd en de omstandigheden bleven ook na de vlucht levensbedreigend.
De ondergrondse van het getto van Warschau stond voor het fundamentele dilemma van elk Joods verzet: acties met kans op succes waren er niet
Voor meer dan 50.000 Joodse inwoners van Warschau was zo’n ontsnapping een illusie – in de omgeving waren geen uitgestrekte bossen en een massale ontsnapping was absoluut niet realistisch. Zelfs kleine groepen gewapende strijders die dat vanuit andere getto’s in Polen hadden geprobeerd, werden vaak verraden en vervolgens weggevaagd door de Duitsers. Substantiële hulp uit Polen was niet te verwachten, ook al werd er – net als in West-Europa – wel samengewerkt om kinderen te redden. De ondergrondse van het getto van Warschau stond dus voor het fundamentele dilemma van elk Joods verzet: acties met kans op succes waren er niet. Maar afwachten of kleine speldenprikken uitdelen, zoals partizanen en nationale groepen deden – uiteenlopend van het Franse verzet tot de Armia Krajowa – was met de Holocaust in volle gang geen optie.
De Strijdersorganisatie wist maar al te goed dat haar situatie hopeloos was – net zoals die van alle Joden trouwens. Ze had goed door wat het Duitse plan was en dat het vaststond dat het Europese Jodendom van de aardbodem moest verdwijnen. Met het oog hierop wilde Warschau op zijn minst een bewijs van Joodse eer achterlaten. ‘Misschien omdat de bewuste keuze tussen leven en dood de laatste kans is voor iemand om zijn waardigheid te behouden,’ in de woorden van Marek Edelman. Het ging de leden van de ŻOB om een bewuste beslissing over hun levenseinde. Ze wilden de strijd met de Duitsers aangaan, ook al was die hopeloos. Ze wilden een signaal afgeven aan de wereld: Joden zouden zich niet zonder verzet laten vermoorden. De strijd om het getto van Warschau moest een baken worden voor de levenswil van zijn inwoners.
Bunkers
De opstand was niet gepland als een collectieve zelfmoord, maar alle strijders wisten dat ze konden omkomen. Dat was hun keuze. Er was geen wroeging tegenover degenen die zich niet bij hen wilden of konden aansluiten, bijvoorbeeld omdat zij voor hun gezin en kinderen moesten zorgen.
De beschuldiging dat de Joden zich als lammeren naar de slachtbank hebben laten leiden, komt niet voort uit het discours van die tijd, maar hoort eerder thuis in extreemrechts naoorlogs revisionisme. Tijdens de oorlog werd deze uitdrukking anders gebruikt en omgezet in een positieve oproep om de wapens op te nemen. Het verzet wist heel goed dat andere inwoners van het getto bepaald niet zonder eer waren of zich uit lethargie vrijwillig hadden laten deporteren. Edelman zei na de bevrijding: ‘Deze mensen gingen rustig en waardig. Het is verschrikkelijk om zo rustig je dood tegemoet te gaan. Dat is veel moeilijker dan schieten. Het is veel gemakkelijker om al schietend te sterven.’
De ŻOB zag zichzelf als de elite van het getto van Warschau. Ze bestond slechts uit ongeveer driehonderdvijftig strijders, plus nog een paar helpers. Ze wilde ook geen massaorganisatie worden. Kleine losse groepen waren bereid te helpen tijdens de confrontatie met de Duitsers, maar het merendeel van de gettobewoners was op zichzelf aangewezen. Geconfronteerd met de dreiging van een volgende deportatiegolf, bereidden ze wanhopig schuilplaatsen voor, bij voorkeur ondergronds, bevoorraad en met meerdere ingangen. Ze verwachtten dat ze in deze bunkers, waarvan er ongeveer zeshonderd waren, enkele weken zouden moeten verblijven, totdat de beproeving voorbij was.
Poolse steun bleef meestal beperkt tot woorden en de levering van een enkel klein wapen
In feite zouden de gevechten vele dagen duren, want de ŻOB was goed geïnformeerd en bevond zich naar omstandigheden in een optimale positie. Zo kon ze op 20 april zelfs de zeer symbolische Joodse vlaggen met de davidster verdedigen die op het Muranowskiplein wapperden. Op het terrein van de werkplaatsen in het getto, die fysiek gescheiden waren van het hoofdgetto, leden de Duitsers een zware nederlaag toen een enorme explosie hun opmars tot staan bracht en vele levens eiste. Ze reageerden met grootschalig gebruik van vlammenwerpers en zelfs met luchtbombardementen, waardoor het hele gebied in brand kwam te staan.
De opstandelingen kregen weinig hulp van buitenaf. Weliswaar slaagde een eenheid van het Poolse communistische verzet onder leiding van de Joodse strijder Niuta Tajtelbaum erin een van de Duitse mitrailleursnesten uit te schakelen die het getto beschoten, maar verder bleef Poolse steun meestal beperkt tot woorden en de levering van een enkel klein wapen.
Op de vijfde dag moest het verzet het Muranowskiplein ontruimen. De Duitsers haalden de vlaggen weg en veranderden hun aanpak. In plaats van in colonnes – die vanuit huizen in een hinderlaag konden worden gelokt en beschoten – rukten ze nu op in enkele pelotons. Omdat veel van de Joodse strijders al waren gevallen en de levenden weinig munitie over hadden, gebruikte ook de ŻOB een nieuwe tactiek: ze trokken zich terug in de bunkers en verlieten deze alleen om vanuit hinderlagen te kunnen toeslaan. De laatste grote slag met de Duitsers werd op 27 april geleverd, toen enkele honderden mensen die gedeporteerd zouden worden, werden bevrijd.
Geen optie
Tegen eind april was echt verzet geen optie meer. De eerste strijders zouden nu moeten proberen door de riolen naar de ‘Arische kant’ te vluchten om daar te overleven en eventueel steun te vinden. Maar die was er nog steeds niet. En dus kamde de SS huis na huis uit en stichtte opzettelijk brand om verscholen Joden de straat op te drijven, naar de deportatietreinen. Omdat de plafonds meestal van hout waren, veranderde het getto in één brandend inferno.
Degenen die in bunkers zaten, verging het weinig beter. Begin mei hadden de Duitsers de meeste grotere schuilplaatsen al ontruimd en op 7 mei vonden ze ook de commandobunker van de ŻOB in de Milastraat 18. Daar verbleven ongeveer vijfhonderd mensen. De meesten van hen stierven toen Stroop een dag later gas naar binnen liet pompen. Onder de doden waren ongeveer honderdtwintig leden van de Strijdersorganisatie, onder wie hun leider Mordechai Anielewicz.
Op 16 mei liet Stroop de Grote Synagoge opblazen en verklaarde hij dat de opstand was onderdrukt. Het had minstens vijftienhonderd man bijna een maand gekost om te zegevieren na felle huis-aan-huisgevechten met Joodse strijders die in de minderheid waren, volstrekt onvoldoende uitgerust, militair onervaren en verzwakt door hun lange tijd in het getto. Officieel bevestigde de SS- en politieleider zestien eigen doden en vijfentachtig gewonden; de werkelijke aantallen liggen waarschijnlijk minstens een factor tien hoger.
De foto’s die hij gebruikte om zijn verklaring te illustreren waren bijzonder effectief. Ze werden wereldwijd verspreid, vooral de foto van een jongetje dat geschrokken en met opgeheven armen naar de camera rent. Het is het perspectief van de dader die zijn eigen overwinning illustreert met propagandistische bedoelingen. Niet het Joodse verzet is te zien, maar het moment van de Duitse triomf. Dat is vertekenend, want de verzetsleden wilden natuurlijk geen aanwijzingen nalaten, noch met foto’s noch met documenten. Het ontbreken van hun perspectief heeft historisch onderzoek vaak onbedoeld beïnvloed.
Nieuws over de opstand in het getto van Warschau had zich als een lopend vuurtje verspreid
Ongeveer tachtig leden van de ŻOB overleefden de opstand, maar slechts een tiental overleefde het einde van de oorlog. Hoewel de chaos van die lente mogelijkheden had geboden voor enkele ontsnappingen, zou het nog anderhalf jaar van onderdrukkende bezetting duren, voordat de bevrijding een feit was. Daarin was sprake van een niet-aflatende vervolgingsterreur. En terwijl de Duitsers systematisch alle gebouwen op het terrein van het voormalige getto opbliezen en op het puin concentratiekamp Warschau inrichtten, was het verhaal van het Joodse verzet nog niet voorbij: nieuws over de opstand in het getto van Warschau had zich als een lopend vuurtje verspreid. De voorbeeldfunctie voor vele andere verzetsactiviteiten kan nauwelijks worden overschat.
Niet in de laatste plaats waren er de opstanden en massale ontsnappingen in de vernietigingskampen Treblinka en Sobibor in 1943, en de opstand van het Sonderkommando in Auschwitz-Birkenau in 1944. Ook voor de opstand van Warschau in 1944, waarbij veel ondergedoken Joden aan Poolse zijde vochten, was de opstand van 1943 een voorbeeld.
Al in 1946 werd in de Poolse hoofdstad een eerste kleine gedenksteen opgericht voor de Strijders van het getto, in 1948 gevolgd door het beroemde gedenkteken waarvoor Willy Brandt in 1970 knielde: de vervolgden waren de overwinnaars geworden.
Auteur Stephan Lehnstaedt is hoogleraar Holocauststudies en Joodse Studies aan het Touro College in Berlijn.
Attila Hildmann is eind 2020 naar Turkije gevlucht
Attila Hildmann, een kok die in Berlijn werd geboren uit Turkse ouders, maar opgroeide bij Duitse adoptieouders, is sinds eind 2020 op de vlucht en houdt zich schuil in Turkije. Tegen deze extreemrechtse complotdenker loopt een internationaal arrestatiebevel. De Turkse ambassade heeft laten weten dat Hildmann de Turkse nationaliteit heeft, waardoor hij niet uitgeleverd kan worden, schrijft Freie Presse.
Het Openbaar Ministerie in Berlijn is al langere tijd bezig met Hildmann, die zichzelf omschrijft als ‘ultrarechts’ en als een complotverspreider. Tegen hem lopen aanklachten wegens opruiing, verdenking van aansporing tot het plegen van een misdrijf en verzet tegen ordehandhavers. De voormalig auteur van veganistische kookboeken trok sinds het begin van de pandemie in toenemende mate de aandacht met steeds flagrantere antisemitische berichten op Telegram.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Net als in 2009 kampt Europa op dit moment met meerdere crises. Inflatie, Russische dreiging en handelsoorlogen. Als 2023 net als 2009 alleen maar het oog van de storm is, welke gruwelen staan Europa dan nog te wachten?
Denk aan begin 2009. Klinkt het vertrouwd? Een strook van Europese landen vroeg zich af hoe de kachel kon blijven branden nadat Rusland de gastoevoer had afgesloten vanwege een conflict met Oekraïne. Het jaar daarvoor dreigde er nog een economische ineenstorting als gevolg van een wereldwijde crisis, maar dat leek mee te vallen. Europa vroeg zich af hoe het, zonder de interne markt de nek om te draaien, moest reageren op een gigantisch Amerikaans subsidieprogramma dat bedoeld was om autoproducenten in de VS in de watten te leggen.
De Franse president eiste een einde aan de ongebreidelde vrijhandel. Een Duitse kanselier die bezig was aan haar eerste termijn, werd ervan beschuldigd dat ze het nationaal belang liet prevaleren boven het Europese. Experts op het gebied van buitenlandse politiek braken zich het hoofd over hoe er met Rusland moest worden omgegaan nadat Moskou had geprobeerd een buurland binnen te vallen. Taylor Swift voerde de hitlijsten aan. Onder Recep Tayyip Erdogan leek Turkije steeds verder van het democratische pad te raken. Frankrijk was verlamd door stakingen.
Als 2024 ook maar enigszins lijkt op 2010, is er alle reden om de borst nat te maken
Ook al zal de geschiedenis zich misschien niet letterlijk herhalen, de kans is groot dat het weinig zal schelen.
Afgezien van de capriolen van de Franse werknemers, meneer Erdogan en mevrouw Swift – vrijwel jaarlijks terugkerende fenomenen, niet alleen in 2009 en 2023 – zouden de Europese beleidsmakkers de overeenkomsten sterk genoeg moeten vinden om de gebeurtenissen van veertien jaar geleden nog eens nauwgezet te bestuderen. En er ontnuchterende conclusies uit te trekken. Want het begin 2009 gekoesterde idee dat een ramp ternauwernood was afgewend, bleek onjuist.
Europa meende de gevolgen van een wereldwijde financiële crisis te hebben doorstaan. In werkelijkheid had het zich alleen maar door de voorloper heen geslagen van het veel grotere onheil dat de eurozone zou treffen. Achteraf bezien was begin 2009 een periode waarin wat meer preventie had kunnen voorkomen dat de EU-top jarenlang koortsachtig moest overleggen tot in de kleine uurtjes. Als 2024 ook maar enigszins lijkt op 2010, is er alle reden om de borst nat te maken.
Geen haast
Zeker is dat Europa zich wederom wentelt in zelfgenoegzaamheid. Het warme weer heeft geholpen om het gaswapen onklaar te maken waarvan Rusland had gehoopt dat het de doorslag zou geven (anders dan in 2009, toen een kort koufront een groot deel van Oost-Europa deed rillen). Een gevolg daarvan is mede dat een recessie die eerst onvermijdelijk leek, nu minder waarschijnlijk is.
Evenmin lijkt er veel haast te zijn om voortvarend op te treden in de oorlog in Oekraïne: kijk maar eens hoe lang het heeft geduurd voordat Kyiv tanks kreeg toegezegd om Rusland van zich af te slaan. Duitsland beloofde al een jaar geleden een Zeitenwende – een omslag van de tijdgeest – maar ook daar is minder van terecht gekomen dan verwacht.
Op economisch gebied wil de EU vooral een nieuwe Amerikaanse subsidielawine neutraliseren met behulp van een steunfonds voor de Europese industrie. Maar zelfs een ruwe schets van de inhoud daarvan zal nog tot de zomer op zich laten wachten. Ondertussen werd op 9 februari een nieuwe top van Europese leiders belegd, de tiende in een jaar. Ook is niet veel uitgekomen.
Een deprimerend scenario is een nieuwe variant van de eurocrisis
Als 2023 net als 2009 alleen maar het oog van de storm is, welke gruwelen staan Europa dan nog te wachten? Een deprimerend scenario is een nieuwe variant van de eurocrisis. De zwakke plekken in de muntunie, waardoor een huis-tuin-en-keukencrisis in iets veel ergers kon ontaarden, zijn na 2010 nooit echt aangepakt. De eurozone heeft nog altijd geen permanent budget om economische schokken op te vangen, of een functionerende bankenunie om te voorkomen dat een kwakkelend financieel systeem de openbare financiën besmet (al zijn de banken zelf nu veiliger).
Een uitzonderlijke pandemie leidde tot een uitzonderlijke economische terugval en als reactie daarop tot schreeuwend dure stimuleringsmaatregelen. Desondanks blijven de financiële hulpmiddelen die in de nasleep van de Griekse crisis voor de eurozone zijn ontwikkeld deels onbeproefd.
Erger is dat de pandemie de nationale regeringen met veel meer schuld heeft opgezadeld dan in 2009. De Europese Centrale Bank hielp door een heleboel Italiaanse en Spaanse obligaties op te kopen zodat deze landen goedkoop konden lenen. Maar vanwege de inflatie zal de ECB de lage rentetarieven vaarwel moeten zeggen. Een jaar geleden vroegen beleggers minder dan 2 procent rente per jaar voor leningen aan Griekenland. Nu bedraagt dat percentage meer dan 4. Het fiscaal verstandige Finland verwacht dat de kosten van zijn leningen dit jaar zullen verdrievoudigen vergeleken bij 2022.
Scheidslijn
Als het leed is geleden zullen beleidsmakers beducht zijn voor een herhaling van de eurocrisis en met ideeën komen voor het voorkomen daarvan. Maar waarschijnlijker is dat de volgende crisis zal behoren tot de categorie ‘dingen die achteraf bezien vanzelfsprekend lijken’, en die men van tevoren dus had kunnen zien aankomen. Zoals dat een isolationistische Republikein – ofwel een ideologische kloon van Donald Trump, ofwel de man zelf – volgend jaar het Witte Huis zal winnen.
Nadat het land Europa al een keer eerder heeft gewaarschuwd dat het voor zijn eigen verdediging moet betalen, zal een trumpiaans Amerika er nog minder moeite mee hebben om zijn eigen belang te laten voorgaan. Terwijl Amerikaanse groene belastingvoordelen investeringen en banen naar de overkant van de Atlantische Oceaan dreigen te zuigen, bewijst de regering-Biden lippendienst aan de Europese inspanningen. Een isolationistisch Amerika zal zelfs dat niet doen.
Of neem China. Biden probeert te voorkomen dat Europa zaken doet met zijn geopolitieke rivaal. Een minder tot diplomatie geneigde president zou misschien hetzelfde doel nastreven, maar niet schromen Europa daarbij aan zijn lot over te laten.
Er wordt nu onterecht van uitgegaan dat het ergste achter de rug is
In welke vorm de volgende crisis in Europa zich ook zal aandienen, ze zal worden verergerd door onenigheid binnen de eurozone. Na 2009 was het de door de Duitsers geleide ‘kern’ tegen de ‘periferie’ van Club Med. Ditmaal loopt de scheidslijn tussen de oostflank van het continent en de oorspronkelijke EU-leden in het westen. Polen en de Baltische staten worden steeds ongeduldiger over de behoedzame manier waarop Duitsland en Frankrijk hulp aan Oekraïne bieden. Dat ongenoegen is wederzijds, en zal nog veel erger worden als de oorlog de komende lente een wending ten gunste van Rusland neemt. Die ontwikkeling zou ook fellere meningsverschillen binnen de NAVO kunnen veroorzaken.
Europa heeft de kwestie-Oekraïne niet slecht aangepakt, zoals het ooit zo goed mogelijk de beroering na Lehman aanpakte. Maar het bereiken van complexe compromissen om crises op EU-niveau aan te pakken is over het algemeen tijdrovend, zo niet regelrecht uitputtend. De verstandigste manier is om eerst uitgebreider stil te staan bij de achtergrond van het onderhavige probleem, en dan het volgende probleem waarmee het continent te kampen kan krijgen te verhelpen. In plaats daarvan wordt er nu van uitgegaan dat het ergste achter de rug is. Bij spoorwegovergangen staat vaak de waarschuwing dat er na de ene trein nog een andere kan komen. Hetzelfde geldt voor crises.
Attila Hildmann, een kok die in Berlijn werd geboren uit Turkse ouders, maar opgroeide bij Duitse adoptieouders, is sinds eind 2020 op de vlucht en houdt zich schuil in Turkije. Tegen deze extreemrechtse complotdenker loopt een internationaal arrestatiebevel. De Turkse ambassade heeft laten weten dat Hildmann de Turkse nationaliteit heeft, waardoor hij niet uitgeleverd kan worden, schrijft Freie Presse.
Het Openbaar Ministerie in Berlijn is al langere tijd bezig met Hildmann, die zichzelf omschrijft als ‘ultrarechts’ en als een complotverspreider. Tegen hem lopen aanklachten wegens opruiing, verdenking van aansporing tot het plegen van een misdrijf en verzet tegen ordehandhavers. De voormalige auteur van veganistische kookboeken trok sinds het begin van de pandemie in toenemende mate de aandacht met steeds flagrantere antisemitische berichten op Telegram.
Nieuw-Zeelanders die vier jaar in Australië hebben gewoond en een Special Category Visa (SCV) hebben – het visum dat de meeste Nieuw-Zeelandse burgers bij aankomst krijgen – kunnen vanaf 1 juli rechtstreeks het Australische staatsburgerschap aanvragen. Het is de laatste stap in de toenadering van de Australische premier Anthony Albanese tot Nieuw-Zeeland; eerder dit jaar werden de regels voor deportatie van veroordeelde Nieuw-Zeelanders al versoepeld. ‘We weten dat hier veel Nieuw-Zeelanders zijn met een SCV die een gezin grootbrengen, werken en een leven opbouwen. Ik ben er trots op hun de voordelen van het Australische staatsburgerschap aan te kunnen bieden,’ citeert de Sydney Morning Herald.
Dit jaar is het 50 jaar geleden dat een regeling in werking trad die Australiërs en Nieuw-Zeelanders de vrijheid bood om zonder beperkingen een van beide landen te bezoeken, er te wonen en te werken. In Australië wonen ongeveer 350.000 Nieuw-Zeelanders.
Sir David immersief
In Londen is vorige maand The BBC Earth Eperience geopend, ingesproken door de grootste troefkaart die de omroep heeft: Sir David Attenborough. De nieuwste attractie in de hoofdstad is een grote immersieve tentoonstelling, waarin bezoekers door alle zeven continenten van de wereld kunnen wandelen, door dichte regenwouden, langs wilde dieren, reptielen en insecten, maar altijd met de kalme en veilige stem van Sir David in het oor. Haarscherp geluid en verschillende camerastandpunten schijnen tot een overrompelend spektakel te leiden in het immense Daikin Centre in Earls Court.
De inflatie heeft inmiddels ook de prijs voor het beloven van de eeuwige liefde bereikt. Althans, als je van plan bent dat te doen vanaf een gewilde romantische plek in de Italiaanse stad Verona. Het bedrag om aldaar gebruik te mogen maken van het balkon van Julia (van Romeo), wordt verdubbeld van 50 naar 100 euro. Daarvoor mag je – net als jaarlijks duizenden andere geliefden – tien minuten vertoeven op het balkon. Dat zou voldoende moeten zijn om ringen uit te wisselen en elkaar de eeuwige liefde te beloven, aldus Corriere della Sera.
Verder biedt de stad van Romeo en Julia al sinds jaar en dag de mogelijkheid om een burgerlijk huwelijk te sluiten op enkele fraaie locaties: in Palazzo Barbieri bijvoorbeeld, het neoklassieke stadhuis, of in het Museo degli Affreschi, dicht bij ‘het graf’ van Julia, of in ‘het huis van Julia’ zelf. Alles tussen aanhalingstekens uiteraard, want de scheidslijn tussen feit en fictie is er dun.
Ook al is Nigeria de grootste olieproducent van Afrika, de wachtrijen bij benzinepompen zijn er lang en de tarieven voor openbaar vervoer onberekenbaar vanwege de onbetrouwbare toevoer van brandstof. Daarom is Mustapha Gajibo (30) in Maiduguri begonnen met Phoenix Renewables, een start-up voor elektrische voertuigen, schrijft MIT Technology Review. Ondanks de scepsis over de beperkte oplaadmogelijkheden begon hij met het elektrisch maken van bestaande minibusjes en kekes, gemotoriseerde driewielers.
‘Veel mensen geloven niet dat elektrische mobiliteit mogelijk en commercieel levensvatbaar is,’ zegt Gajibo. Maar langzaamaan wint hij terrein. Zijn bedrijf onderhoudt nu een tiental elektrische minibussen die met een volle accu 150 kilometer kunnen afleggen; volledig opladen kost ongeveer 1,30 euro. Gajibo en mede- oprichter Sadiq Abubakar Issa hebben een zelfontworpen oplaadstation op zonne-energie van 60 kilowattuur in hun stad neergezet en mikken op meer stations.
Inmiddels zijn ze overgestapt van het ombouwen van benzinemotoren naar nieuwgebouwde elektrische voertuigen. De eerste is een bus met twaalf zitplaatsen, gemaakt van lokaal geproduceerde materialen, met een actieradius van 200 kilometer, die met zonne-energie in 35 minuten kan worden opgeladen via een geïntegreerd systeem. Tijdens een testmaand in Maiduguri vervoerden zijn busjes 35.000 passagiers. Een nieuwe minibus met verbrandingsmotor kost ruim 9000 euro; zoals de busjes op zonne-energie van Gajibo. Het uiteindelijke doel is om te concurreren met Tesla.
Fietsstad Parijs
Een fietsschool in het 20e arrondissement van Parijs heeft een maandenlange wachttijd voor fietslessen die op zaterdagochtend worden gegeven à 50 euro per trimester. Niet zo gek, want burgemeester Anne Hidalgo maakt haast met het fietsvriendelijker maken van Parijs. Overal verschijnen fietspaden en de auto is op zijn retour. In de jaren negentig telde Parijs zo weinig fietsers dat ze elkaar kenden en in de stad lag amper 5 kilometer aan fietspaden. Nu ligt er al 250 kilometer. In oktober 2020 werd het aantal van 400.000 fietsritten per dag overschreden – dat komt neer op een fietsrit per vijf inwoners. Sindsdien is het verkeer op de drukste fietspaden in de stad met ruim twintig procent gestegen, schrijft het New Yorkse digitale magazine Slate.
Volgens het Atelier Parisien d’Urbanisme, de gemeenteafdeling voor planning, daalde het aantal autoritten binnen Parijs tussen 2001 en 2018 met bijna 60 procent; autoritten tussen de stad en haar voorsteden daalden met 35 procent. Het aantal auto-ongelukken nam af met 30 procent en ook de vervuiling is verminderd. Door een enorme investering in het openbaar vervoer – in buscorridors, trams en metro’s – is het gebruik van het openbaar vervoer in diezelfde periode met bijna 40 procent gestegen. Maar de stad is nog niet klaar en zal nog enkele radicale stappen zetten.
Vanaf volgende zomer worden nog uitsluitend voertuigen met beperkte uitstoot toegelaten en na 2030 gaan auto’s op fossiele brandstoffen helemaal in de ban. Er komt een verbod op doorgaand verkeer in het stadscentrum en mogelijkheden tot parkeren op straat worden gehalveerd. De Champs-Elysées wordt voetgangersvriendelijk gemaakt en de ringweg gaat op de schop. Voorstanders juichen omdat Parijs een schonere, groenere, koelere en stillere stad zal worden. Tegenstanders vinden dat de hoofdstad een speelgoedstad wordt, die vijandig staat tegenover mensen die een auto voor hun werk nodig hebben en die steeds ontoegankelijker wordt voor mensen van buiten.
De systemen komen uit Nederland, Duitsland en de VS
Voor het eerst sinds het begin van de oorlog heeft Oekraïne de beschikking gekregen over de befaamde Patriot-luchtafweersystemen, schrijft The Kyiv Independent. De mobiele raketsystemen worden beschouwd als essentieel in de strijd tegen Russische luchtaanvallen. Omdat de installaties snel verplaatst kunnen worden en de raketten zeer doeltreffend zijn, worden Patriots beschouwd als een van de beste systemen om bombardementen af te slaan.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Oleksi Reznikov bedankte in een uitgebreid bericht op Twitter de Verenigde Staten, Duitsland en Nederland voor de levering. Nederland levert twee installaties plus raketten. Duitsland gaat minstens één systeem leveren. Naast de systemen hebben de betrokken landen ook Oekraïense militairen getraind.
De VS hebben verder aangekondigd de komende tijd een nieuw militair steunpakket naar Oekraïne te sturen. Het gaat om munitie en militair materieel ter waarde van 325 miljoen dollar. Het is het zesendertigste pakket dat vanuit de VS naar Oekraïne gaat en wordt waarschijnlijk gebruikt in het tegenoffensief dat naar verluidt op het punt van beginnen staat.
‘Een megastaking legt het land lam. Met een ongekende actie hebben Verdi – de vakbond voor de dienstensector – en de vakbond voor spoorwegen en vervoer (EVG) de handen ineengeslagen en opgeroepen tot werkonderbrekingen. Deutsche Bahn heeft zijn langeafstandsdiensten volledig stilgelegd en ook de regionale diensten werken bijna niets. In de regio Berlijn/Brandenburg was men aanvankelijk blij dat de ODEG (Ostdeutsche Eisenbahn Gmbh) zou rijden. Maar ook de particuliere spoorwegen moeten hun treinen in de remises laten staan want zij maken gebruik van de infrastructuur van Deutsche Bahn.’
Prof. Dr. Thorsten Schulten – politicoloog gespecialiseerd in arbeidsverhoudingen
‘Op de vraag of er in Duitsland meer wordt gestaakt dan in andere Europese landen is het antwoord: ja, Duitsland is een stakingsland, maar bevindt zich ergens onderin de middenmoot. Het verschil met Frankrijk is dat werknemers daar individueel stakingsrecht hebben en dat bestaat hier niet. Maar dit is een uitzonderlijke historische situatie. Met deze hoge inflatiecijfers is de vraag: wie draagt eigenlijk de kosten? Worden ze bij de werknemers of bij de bedrijven neergelegd? En hoe kom je tot een redelijk compromis om die kosten te verdelen?’
‘In het verleden viel weinig te verwachten van collectieve onderhandelingen in de overheidssector. De vakbonden zijn zwak, de organisatiegraad in veel sectoren is laag. En hoe breng je de belangen van goed betaalde ambtenaren en onzekere onderwijzers samen onder één noemer? Een gevolg hiervan is reëel loonverlies voor een grote groep. Verpleegkundigen, onderwijzers en buschauffeurs die tijdens de pandemie de voorzieningen op gang hielden, werden in de kou gezet. Ondertussen maakt de inflatie het leven voor veel werknemers steeds onbetaalbaarder, vooral in de lagere loonklassen.’
Sebastian Engelbrecht – correspondent in Berlijn voor Deutschlandfunk
‘Wij betalen niet betalen voor jullie crisis.’ Dat is het motto waarmee dienstenvakbond Verdi, spoorweg- en transportbond EVG en de Berlijnse huurdersvereniging oproepen tot acties. Op het eerste gezicht is het motto een provocatie, want de crisis raakt tenslotte iedereen: politici, bedrijven en werknemers. Maar op het tweede gezicht is het een gerechtvaardigd devies, zeker aan het adres van de Bondsregering. Want de crisis – oftewel: het koopkrachtverlies van werkenden – die is veroorzaakt door een inflatie van bijna tien procent vorig jaar, is vooral het product van een falend energiebeleid.’
In Duitsland is afgelopen nacht de aangekondigde grote staking in de vervoerssector begonnen. Sinds middernacht zijn ongeveer 350.000 werknemers in verschillende sectoren vanuit het hele land opgeroepen om vierentwintig uur lang te gaan staken. De vakbonden Verdi en EVG [Eisenbahn- und Verkehrsgewerkschaft] riepen op tot een staking naar aanleiding van het cao-conflict in de publieke sector en bij de spoorwegen, schrijft Die Welt.
De stakingen, de omvangrijkste sinds tijden, zullen naar verwachting grote delen van het openbaar vervoer in Duitsland lamleggen. Deutsche Bahn heeft voor maandag al de langeafstandstreinen stilgelegd en ook regionaal zullen er naar verwachting nauwelijks treinen rijden.
De vakbond eist onder andere een maandelijkse loonstijging van minstens 500 euro
Bovendien zullen er op verschillende plaatsen stakingen zijn in het streekvervoer, zoals sneltrams en bussen, en op bijna alle commerciële luchthavens, met uitzondering van Berlijn. Zondag begon de staking al op de luchthaven van München, waar geen regulier passagiersverkeer mogelijk is. Bij sluizen en havens wordt het scheepsverkeer tegengehouden. Wegen zullen waarschijnlijk veel drukker zijn dan normaal.
Maandag start Verdi de derde ronde van de collectieve onderhandelingen voor ongeveer 2,5 miljoen werknemers in de publieke sector. Op tafel ligt een loonsverhoging van 10,5 procent en een maandelijkse loonstijging van minstens 500 euro. De EVG voert onderhandelingen met Deutsche Bahn en nog zo’n vijftig andere bedrijven. De vakbond eist een loonsverhoging van in totaal 12 procent na een jaar dienstverband.
Er zouden experimenten met de slachtoffers zijn gedaan
Tijdens een ceremonie in Berlijn zijn duizenden botresten begraven op een begraafplaats. De botresten waren enkele jaren eerder aangetroffen tijdens werkzaamheden aan de campus van de Vrije Universiteit in Berlijn. Deskundigen vermoeden dat het gaat om botten van slachtoffers van experimenten van nazi’s, meldt Tagesspiegel.
Wie de slachtoffers zijn en waar ze aan zijn overleden, wordt niet uitgezocht
Op de plek waar tegenwoordig de Vrije Universiteit staat, was vroeger namelijk een onderzoeksinstituut van de Kaiser-Wilhelm-Gesellschaft gevestigd. Wetenschappers aan dit instituut deden onderzoek naar rassenleer en rassenverbetering. Ze werkten onder meer samen met de kamparts van Auschwitz-Birkenau, Josef Mengele. Na de vondst is echter besloten niet uit te zoeken wie de slachtoffers zijn en waar ze aan zijn overleden.
Belangenorganisaties van slachtoffers van de Holocaust hebben gezamenlijk ingestemd met een afsluitende ceremonie op een nabijgelegen begraafplaats waarbij de zestienduizend botresten in vijf kisten worden begraven. Vertegenwoordigers van deze groepen, autoriteiten van de universiteit en van de gemeente Berlijn waren donderdag aanwezig bij de ceremonie.
Duitsland staat er plotseling behoorlijk alleen voor
‘Diepe scheuren in de Panzer-coalitie’, kopt Die Welt. Volgens het Duitse dagblad gaan de regeringen van Nederland en Denemarken geen Leopard 2-tanks leveren. Premier Mark Rutte zei dat de enige tanks die Nederland in theorie kon leveren, achttien Leopard 2-tanks waren die het land van Duitsland had geleased. Beide landen besloten dat deze tanks niet beschikbaar waren voor Oekraïne.
De Deense regering, die vierenveertig tanks in haar arsenaal heeft, zei tegen Die Welt dat zij niet zou deelnemen aan de tankcoalitie van Duitsland. Zowel Nederland als Denemarken hebben echter financiële middelen toegezegd voor het opknappen van honderd Leopard 1-tanks in Duitse magazijnen.
Zo is ‘binnen een paar weken de rol van Duitsland drastisch veranderd’, aldus Die Welt. Voor bondskanselier Olaf Scholz is het altijd belangrijk geweest dat hij genoeg medestanders had als het aankwam op tankleveringen en die dacht hij ook te hebben toen hij eind januari zijn grote Europese Leopard 2-coalitie aankondigde. Berlijn kan echter niet meer in de buurt komen van een alliantie op de oorspronkelijk beoogde schaal.
De CDU heeft de lokale verkiezingen in de stad Berlijn van afgelopen zondag gewonnen. De christendemocratische partij eindigde ver voor de SPD van de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, die haar slechtste resultaat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog noteerde, aldus Deutsche Welle.
Volgens de voorlopige uitslag heeft de CDU 28,2 procent van de stemmen behaald, een sprong van 10 procentpunt ten opzichte van de vorige verkiezingen (2021), terwijl de sociaaldemocraten van de SPD niet verder komen dan 18,4 procent, gelijk met de Groenen. Voor de CDU is dit het beste resultaat in twintig jaar.
Er is geen garantie dat de CDU deel zal uitmaken van het stadsbestuur
Ondanks de overtuigende overwinning is er geen garantie dat de CDU deel zal uitmaken van het stadsbestuur of dat haar kandidaat Kai Wegner burgemeester zal worden, schrijft DW. Wegner zei dat hij ofwel met de Groenen ofwel met de SPD in zee wil gaan. Beide partijen zitten op het moment in het stadsbestuur in een coalitie met Die Linke en hebben na de verkiezingen hun meerderheid in de Berlijnse gemeenteraad behouden.
De verkiezingen in Berlijn van zondag werden gehouden nadat de verkiezingen van 2021 ongeldig waren verklaard door het Constitutionele Hof van Berlijn. Die verkiezingen werden ontregeld door ernstige storingen in veel stembureaus en urenlange rijen omdat sommige stembureaus geen stembiljetten meer hadden of stembiljetten voor het verkeerde district ontvingen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.