De schrijver van dit artikel betoogt, heel voorzichtig, dat moslima’s die in het Westen wonen zich moeten aanpassen aan de wetten van de landen die hun een thuis bieden, om vrij te kunnen zijn.
Moge God me bewaren! Nooit zou ik zoiets durven zeggen. Want ik zou gestenigd worden. En toch moet het gezegd worden. Alleen een religieus man kan dat doen, iemand die de religieuze teksten goed kent en de subtiliteiten daarvan begrijpt. Zo’n man bestaat. Het is (de Saoediër) Mohammed Al-Issa, secretaris-generaal van de wereldwijde Islamitische Liga (een Saoedische organisatie voor de verbreiding van de islam over de hele wereld. Mohammed Al-Issa is in Saoedi-Arabië minister van Justitie geweest). Hij heeft zich over de vraag gebogen of moslimvrouwen in het Westen een sluier moeten dragen en tijdens een conferentie in Wenen heeft hij tegenover een gehoor van gesluierde vrouwen zijn mening gegeven op basis van de sharia: ‘Wanneer een land democratisch besluit om de sluier niet toe te staan, moet je dat accepteren. Als je in dat land wilt blijven, moet je de sluier afdoen. Ben je daar niet toe bereid, dan moet je vertrekken.’
Er zijn dus maar twee mogelijkheden: de sluier afleggen of vertrekken. Maar laten we eens wat nauwkeuriger kijken wat hierover precies is gezegd in de islamitische godsdienst. De islam predikt het respecteren van contractuele verplichtingen. Die hebben de waarde van een wet. En de wet bestaat uit veel contractuele verplichtingen, onder andere voor de manier waarop welke immigrant in welk land ook moet verblijven.
Vrouwen moeten worden beschouwd als volwassenen, die vrij zijn, verantwoordelijk voor zichzelf, die verstand hebben en in staat zijn zelf over hun leven te beschikken
Zo kan een land het verplicht stellen om de sluier te dragen en de winkels te sluiten op het uur van het gebed opdat iedereen naar de moskee gaat om te bidden; het kan alcohol verbieden evenals het uitoefenen van elke andere religie dan de islam, en dan kan het iedereen die zich daar niet aan houdt straf opleggen. Net zoals wij aan buitenlanders in ons land vragen om die regels te respecteren, moeten wij ons ook voegen naar de wetten die bij anderen gelden, ook als die tegen ons geloof ingaan. Anders kun je daar maar beter niet naartoe gaan. Wat een narigheid voor de gesluierde vrouwen in de westerse landen! Te midden van een veelkleurige wereld die de natuurlijke schoonheid eert, lijken zij vlekken van treurnis, buitenstaanders.
Om de woedende reacties die ik nu misschien losmaak te pareren, wil ik duidelijk maken dat het me hier niet gaat om een oproep tot de bevrijding van de vrouwen. Dat is niet mijn onderwerp; dat is de zaak van de vrouwen zelf. Wij, de mannen, hebben niet langer het recht om te oordelen over hun zedelijkheid en hun gedrag. Want vrouwen moeten worden beschouwd als volwassenen, die vrij zijn, verantwoordelijk voor zichzelf, die verstand hebben en in staat zijn zelf over hun leven te beschikken.
Waar ik het hier over hebben wil, is iets anders. Om mijn idee beter te illustreren, vraag ik u: wat zou er gebeuren als een westerse vrouw met ontbloot hoofd door de straten van Riyad zou lopen, in een strakke rode broek en een blouse die een deel van haar lichaam bloot liet? Dat zou onvermijdelijk een golf van protest en veroordelingen oproepen. De sociale media zouden overspoeld worden met boze reacties en met een beetje geluk zou dit een paar dagen lang trending zijn op Twitter.
Dus evengoed als wij zelf niet blij zijn wanneer dat in ons land gebeurt, moeten we de wetten en regels bij de anderen accepteren. Dat is alleen maar gerechtigheid.
Ons probleem zit hem in de manier waarop wij de rol van de wet zien. Voor ons dient de wet om een bepaald gezichtspunt vast te leggen van waaruit het leven van de mensen wordt geregeld. Zo handhaven we onze verbondenheid met al onze tradities en gewoonten, hoe extreem die in de ogen van anderen ook mogen lijken.
Wanneer we in landen zijn die op cultureel, wettelijk en religieus gebied radicaal verschillen van het onze, zien wij het als een erezaak om ons te vertonen als een karikatuur van onszelf. En we zijn trots op ons vermogen onze gewoonten te verdedigen in zo’n andere omgeving. Daarbij vergeten we gemakshalve dat we dat alleen kunnen doen omdat die landen veel vrijheid toestaan aan alle buitenlanders.
Vroeger verboden veel van onze geleerden ons categorisch om naar het Westen te reizen, tenzij het echt niet anders kon, bijvoorbeeld voor een medische behandeling. Na die periode hebben we hartstochtelijke discussies gevoerd over de verschillende varianten van de sluier, waarbij elke stroming de ene of de andere variant tot zijn banier verhief. Vandaar dat de kwestie van de hidjab (sluier die de haren bedekt) of de nikab (gezichtsbedekkende sluier) van het grootste belang is geworden om een identiteit te bepalen, een identiteit die je koppig, onwankelbaar dient te verdedigen, zelfs in landen waar dat associaties oproept met terrorisme en wordt gezien als een symbool van de onderwerping van de vrouw aan het mannelijke gezag.
Dat is het resultaat van onze overdrijvingen op dat gebied. Iedereen weet nog hoe de taliban Afghaanse vrouwen behandelden, die met de dood bedreigd werden als ze geen sluier wilden dragen. Ook kreeg de rest van de wereld het idee dat vrouwen die een sluier dragen, deze willen gebruiken om een terroristische aanslag te plegen. Deze negatieve reactie is niet alleen in het Westen merkbaar, maar ook bij bepaalde moslims. Denk bijvoorbeeld aan Rula Ghani, de vrouw van de Afghaanse president Ashraf Ghani, die het Franse verbod op de gezichtsbedekkende sluier steunde. (Al is het waar dat zij een Libanese christelijke vrouw is.)
Nu moeten we met grotere openheid tegenover de verschillende standpunten en vanuit een rationalistische benadering gaan werken aan een nieuwe, bij deze tijd passende, interpretatie van de teksten over de sluier; daarbij gaat het erom de waardigheid van de islamitische vrouw te bewaken en haar tegelijkertijd de mogelijkheid te bieden geaccepteerd te worden in andere samenlevingen en daar in vrijheid en op gelijke voet met de mannen te werken.
Gebeurt dat niet, dan zal de vrouw geen andere keus hebben dan de sluier definitief af te doen dan wel zich in zichzelf terug te trekken en erin te berusten dat haar leven beperkt blijft tot een heel nauw kader. Ik hoop dat dit zonder spanningen kan verlopen.
Auteur: Mohammed Al Moziani
Vertaler: Annemie de Vries
‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.
Volgens tabloid Daily Mail is de tijd van tolerantie voor jihadi’s voorbij. ‘Hoeveel gruwelijkheden moeten we nog ondergaan voordat we stoppen hun mensenrechten boven onze veiligheid te stellen?’
De timing en de plek werden met opzet zo uitgekozen dat er zo veel mogelijk mensen zouden worden gedood en verminkt. Het wapen vol spijkers, schroeven en moeren werd geselecteerd zodat overlevenden zo ernstig mogelijke verwondingen zouden worden toegebracht.
De grootste wreedheid van de dader was de bewuste keuze voor het popconcert van een zangeres die met name populair is bij kinderen en tienermeisjes, kennelijk om het diepste verdriet teweeg te brengen en normale menselijke gevoelens maximaal geweld aan te doen.
Als we al meer bewijs nodig hadden gehad dat we in het vrije Westen vijanden herbergen die, verteerd door haat, als doel hebben onze manier van leven te vernietigen, dan is dat op die maandagavond 22 mei vol bloed en tranen in de Manchester Arena wel geleverd.
Zoals de gruweldaad in Manchester zo pijnlijk duidelijk maakt, wordt het toch tijd dat we onder ogen zien dat de balans in Groot-Brittannië om onze veiligheid te waarborgen dringend weer moet worden aangepast
Na de ergste massamoord in Groot-Brittannië sinds de aanslagen van 7 juli 2005, zijn de gedachten van alle medewerkers van deze krant allereerst bij de dodelijke slachtoffers en hun families, de verminkten en allen die zo wreed zijn beroofd van hun ouders, geliefde kinderen en broertjes en zusjes. We zijn hun echter meer verschuldigd dan uitdagende verklaringen dat terrorisme niet kan winnen, of steun- en saamhorigheidsbetuigingen in ons aller verdriet.
Sterker nog, hoewel de volledige details van de achtergrond van de zelfmoordterrorist nog boven water moeten komen, is er al voldoende bekend om essentiële leringen te trekken uit dit recentste voorbeeld uit een lange lijst gruweldaden die in naam van de islam door fanatici zijn gepleegd.
Vijftien jaar geleden zei een vooraanstaand politicus over een andere massamoord: ‘Deze gebeurtenissen helpen ons er op een verschrikkelijke manier aan herinneren dat vrijheid eeuwige waakzaamheid vergt. En we zijn te lang onoplettend geweest. We hebben degenen die ons haten onderdak verleend, degenen die ons bedreigden getolereerd en het degenen die ons verzwakten naar de zin gemaakt.’
Deze woorden kwamen van Margaret Thatcher en de gebeurtenissen waaraan zij refereert waren de aanslagen van 9/11. Vandaag de dag, nadat de roekeloze interventies van westerse politici in Irak, Libië en elders het islamitische fanatisme hebben doen oplaaien, zijn haar woorden nog steeds meer dan waar. Maar hoe lang moeten we nog in doodsangst verkeren voordat we naar die woorden gaan handelen?
In elke samenleving moet er een balans zijn tussen burgerveiligheid en burgerlijke vrijheden. Zoals de gruweldaad in Manchester zo pijnlijk duidelijk maakt, wordt het toch tijd dat we onder ogen zien dat de balans in Groot-Brittannië om onze veiligheid te waarborgen dringend weer moet worden aangepast.
3000 jihadstrijders
Er zijn meer dan drieduizend jihadstrijders in het Verenigd Koninkrijk, en nog eens honderden komen terug uit Syrië of sturen hun gezinnen hiernaartoe. Dankzij het handenwringen over burgerlijke vrijheden door de ellendige Nick Clegg wordt maar een zevental strijders onderworpen aan vrijheidsbeperkende maatregelen ter preventie van terrorisme.
Intussen verspreiden belastingontwijkende socialmediagiganten met dodelijke onverantwoordelijkheid terroristische rekruterings- en bommenbouwpakketvideo’s zonder dat de wet hun iets kan maken.
Ook zelfmoordterrorist Salman Abedi volgt het overbekende patroon waarbij hij kennelijk is geradicaliseerd in dit land nadat zijn ouders hier bescherming hadden gekregen; in hun geval tegen het Libië van Gaddafi.
Verontrustend genoeg heeft hij vermoedelijk wel de aandacht van veiligheidsdiensten getrokken, maar blijkt nergens uit dat hij ook onder bewaking is geplaatst.
Hoeveel gruwelijkheden moeten we nog ondergaan voordat we verdachten routinematig gaan volgen en stoppen hun mensenrechten boven onze veiligheid te stellen? Hoeveel terugkerende jihadstrijders met hun gehersenspoelde vrouwen mogen hier nog terugkeren en ongehinderd rondlopen?
Iedere rechtgeaarde Britse moslim zou de Mail moeten steunen in de eis voor grotere macht voor veiligheidsdiensten om degenen die de goede naam van hun religie door het slijk halen te volgen en uit te roeien.
Onze premierskandidaat Jeremy Corbyn, die heeft meegedaan aan demonstraties ter ondersteuning van IRA-moordenaars en platforms met Midden-Oostenfanatici heeft gedeeld, spreekt graag in abstracte termen over terrorisme. Hij zou de gezinnen van de verminkte en gedode slachtoffers in Manchester eens moeten vragen wat het daadwerkelijk betekent.
Zij weten het. Zo lang wij mensen blijven herbergen die ons haten, mensen tolereren die ons bedreigen en wij het de mensen die ons verzwakken naar de zin maken, zullen zij niet de laatsten zijn die onder de gruwelijke realiteit van terrorisme moeten lijden.
De politieke mening van de Daily Mail is rechts, conservatief en populistisch en de krant is kritisch over de EU, immigranten, buitenlanders en andere minderheden. Deze oriëntatie gaat terug tot de begindagen; de oprichter van de krant, Lord Rothermere, stond positief tegenover de politiek van Oswald Mosley en publiceerde in januari 1934 de krantenkop ‘Hurrah for the Blackshirts’, waarmee hij zijn sympathie voor de British Union of Fascists uitdrukte. Naast de gebruikelijke artikelen over politiek, economie, binnen- en buitenlands nieuws en opinie wordt zeer veel aandacht besteed aan sport, roddel, (seks-)schandalen van nationale en internationale beroemdheden, gezondheidstips en vrouwenzaken als make-up, mode en stijl. De bijnaam van de krant, vooral gebezigd door tegenstanders ervan, is de Daily Wail _(dagelijkse klaagzang) of de _Daily Fail (dagelijkse afgang).
Indonesische moslimvrouwen onderbreken het vasten voor een maaltijd in de grote Istiqlal-moskee van Jakarta.
In Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, staat het openbare leven deze maand voor een groot deel in het teken van de ramadan. Gelovigen mogen in deze periode van zonsopgang tot zonsondergang niet eten, drinken, roken of seks hebben. In plaats daarvan richten ze zich op contemplatie, bidden, het gedenken van Allah, en familie en vrienden. Het gezamenlijk onderbreken van het vasten is een Indonesische traditie.
Uit nieuw onderzoek blijkt dat veel Arabische mannen lijden aan stress en depressie. Hun chauvinisme zou wel eens aangedreven kunnen worden door een gevoel van zwakte, niet van kracht.
Ahmed woont in Caïro en heeft zijn vrouw toestemming gegeven om buitenshuis te werken. ‘Eerst wilde ik dat ze thuisbleef, maar het lukte haar om de kinderen op te voeden, voor het huishouden te zorgen en toch nog tijd over te houden om te gaan werken,’ zegt hij. Toch is hij daar kennelijk niet echt van onder de indruk. ‘Natuurlijk blijf ik als man wel de hoofdkostwinner. Dat kunnen vrouwen gewoon niet, volgens mij.’
Dat is de algemene opvatting in deze regio, waar mannen nog steeds de dienst uitmaken in het gezin, in het parlement en op kantoor. Het chauvinisme komt tot uiting in de wetgeving, waarin vrouwen worden behandeld als tweederangsburgers. Onlangs verscheen een rapport van de VN en lobbyorganisatie Promundo over een onderzoek naar de kijk van Arabische mannen op de relatie tussen man en vrouw. Volgens dat onderzoek vindt 90 procent van de mannen in Egypte dat de man het laatste woord hoort te hebben bij de beslissingen in het huishouden, en dat vrouwen de meeste huishoudelijke taken moeten uitvoeren.
Minstens twee derde van deze mannen meldt zich grote zorgen te maken om de veiligheid en het welzijn van hun gezin. In Egypte en Palestina zeggen de meeste mannen dat ze last hebben van stress of depressie als gevolg van een gebrek aan werk of inkomen
Geen verrassing, tot nu toe. Maar het onderzoek werpt wel nieuw licht op de worsteling van de Arabische mannen in de vier landen waar het is gehouden (Egypte, Libanon, Marokko en Palestina) en laat zien hoe die worsteling de ontwikkeling naar meer gelijkheid belemmert. Minstens twee derde van deze mannen meldt zich grote zorgen te maken om de veiligheid en het welzijn van hun gezin. In Egypte en Palestina zeggen de meeste mannen dat ze last hebben van stress of depressie als gevolg van een gebrek aan werk of inkomen. De cijfers over de gemoedstoestand van vrouwen zijn nog ernstiger, maar volgens dit onderzoek verkeren Arabische mannen in een ‘mannelijkheidscrisis’.
Arabische mannen verzachten hun patriarchale houding niet, integendeel: ze klampen zich eraan vast. In alle landen behalve Libanon denken jongere mannen niet wezenlijk anders over sekserollen dan oudere mannen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn, maar volgens het rapport zou het feit dat jonge Arabische mannen moeite hebben om werk te vinden, zich een huwelijk te veroorloven en de status van kostwinner te krijgen, zich wel eens tegen mondige vrouwen kunnen keren. Met andere woorden, mannelijk chauvinisme zou wel eens aangedreven kunnen worden door een gevoel van zwakte, niet van kracht.
Een andere verklaring is dat het religieus conservatisme dat overal heerst, de mannen wantrouwig maakt tegenover nieuwerwetse vrijheden. Islamitische geestelijken zijn voorstander van quwamah, een soort voogdijschap dat mannen gezag geeft over vrouwen. In conservatieve landen als Saoedi-Arabië is dit officieel beleid. Maar de opvatting leeft ook in relatief liberale delen van de Arabische wereld, zoals Marokko, waar 77 procent van de mannen vindt dat het hun plicht is om het voogdijschap te voeren over vrouwelijke familieleden.
In zo’n sfeer komt geweld tegen vrouwen, al dan niet seksueel, veel voor. In de vier landen waar het onderzoek werd gehouden, gaf 10 tot 45 procent van de mannen die ooit getrouwd waren geweest toe hun vrouw te hebben geslagen. Tussen 31 en 64 procent van de mannen gaf toe vrouwen op straat te hebben lastiggevallen. Minder dan de helft van de Marokkaanse mannen vindt dat verkrachting binnen het huwelijk strafbaar gesteld moet worden, de meesten vinden dat een echtgenote verplicht is seks te hebben als haar man dat wil. Zo’n 70 procent van de Egyptische mannen staat nog steeds positief tegenover vrouwenbesnijdenis.
Overigens keurt ook meer dan de helft van de Egyptische vrouwen vrouwenbesnijdenis goed. Arabische vrouwen tonen in veel opzichten zelfs dezelfde opvattingen als de mannen. In Egypte en Palestina zegt meer dan de helft van de mannen en vrouwen dat een vrouw die verkracht is, met haar verkrachter moet trouwen. In minstens drie van de onderzochte landen zeggen meer vrouwen dan mannen dat een vrouw die zich provocerend kleedt, er zelf om vraagt lastig gevallen te worden. De meeste vrouwen in het onderzoek zeggen achter het idee van mannelijke voogdij te staan.
Psychologische hulp
Actievoerders hebben hard hun best gedaan om Arabische vrouwen aan te moedigen voor zichzelf op te komen. Maar ze hebben weinig gedaan om de houding van mannen te verzachten. Daar komt verandering in. Een van de ngo’s in de regio die het opnemen tegen de strenge mannelijkheidsnormen is het Libanese ABAAD; deze organisatie voert bewustwordingscampagnes en biedt psychologische hulp. De auteurs van het rapport, onder wie voormalig Economist-journalist Shereen El Feki, signaleren dat mannen relatief liberaler zijn geworden als het gaat om vaderschap en werkende vrouwen. Ze pleiten er ook voor dat jongens thuis en op school niet langer worden geslagen, want dat maakt de kans groter dat ze zelf later vrouwen zullen mishandelen.
Uit onderzoeken blijkt dat grotere gelijkheid tussen man en vrouw de Arabische landen rijker en eerlijker zou maken – geëmancipeerde vrouwen verdienen meer. Toch komt daarvoor vanuit de overheid maar weinig steun, al is er wel iets veranderd aan sommige wetten die vrouwen achterstelden. ‘We hebben nog geen Justin Trudeau in de Arabische wereld,’ zegt El Feki, in een verwijzing naar de sexy premier van Canada met zijn feministische ideeën. Maar Libanon heeft onlangs wel voor het eerst in zijn geschiedenis een minister voor vrouwenzaken aangesteld – een man.
Vertaler: Annemie de Vries
The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad, | oplage 1.337.180
Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.
Thomas S. en Angela, allebei bekeerd tot de islam, wilden een aanslag plegen op Frankrijks beroemdste bouwwerk. Le Monde reconstrueerde hun tragische verhaal.
Keuze uit het 360-archief
Afgelopen woensdag (8 september) is in de rechtbank van Parijs het proces begonnen tegen de daders van de aanslagen op 13 november 2015 in Parijs, die plaatsvonden in concertzaal Bataclan, op verschillende caféterrassen in de stad en in het voetbalstadion in Saint-Denis. IS eiste de aanslag, waarbij 130 mensen om het leven kwamen, op. Van de tien aanslagplegers overleefde alleen Salah Abdeslam. Hij staat terecht in het strafproces, samen met negentien anderen die geholpen hebben bij het voorbereiden van de aanslag.
Anderhalf jaar na ‘Bataclan’ wilden Thomas S. en zijn vriendin Angela, beiden bekeerlingen, een aanslag plegen op de Eiffeltoren. De veiligheidsdiensten verijdelde de aanslag. De Franse krant Le Monde vertelt het verhaal van hun ‘gemankeerde liefde’.
Het moest een ‘feest’ worden. Een dodelijke bruiloft. Zij zou de weduwe worden van een man ‘die geschiedenis ging maken’. Hij de heroïsche pleger van een ‘symbolische’ aanslag die ‘de hele economie overhoop zou gooien’. Hij had hem nog nooit in het echt gezien, de Eiffeltoren. Maar hij vond hem ‘lelijk’, dat ‘ijzeren ding’.
Hij deed veel onderzoek op internet, met zijn PlayStation 3. Zo hoopte hij minder op te vallen. Sites over metaalconstructies, architectuur. Hoe je die kon laten ontploffen met thermiet. Zij droomde dat ze ‘hem zou zien vallen’. Hij wist niet zeker of dat zou lukken. Maar ze hoopten dat ze hem in elk geval ‘konden verbuigen’.
De twintigjarige Thomas S. en de zestienjarige Angela (een pseudoniem, omdat ze minderjarig is) hebben een puberliefde voor elkaar opgevat die een krankzinnige wending zal nemen. Hun aanhouding op 10 februari 2017 maakt een eind aan hun ‘magnifieke’ plan, zoals zij het noemde. Angela wordt van haar bed gelicht in het huis van haar moeder, in Montpellier. Hij in een appartementje van vrienden, in Clapiers in de Hérault, niet ver daarvandaan.
Cyberinfiltratie
Tijdens hun voorlopige hechtenis waren Thomas S. en Angela zeldzaam spraakzaam over hun plan. Le Monde kreeg inzage in de onderzoeksgegevens van de Franse antiterrorismeafdeling SDAT, die werden verzameld via cyberinfiltratie. Op kalme toon gaf Angela haar versie van de gebeurtenissen, met een ontwapenende mengeling van oprechtheid en zelfverzekerdheid.
Om de Eiffeltoren op te blazen moesten ze minstens met zijn tienen zijn, hadden ze berekend. ‘Iemand moest tegen de voet opklimmen, een ander moest een rookgordijn leggen om het zicht te benemen en de aandacht af te leiden. Een derde moest op de militairen schieten die op dat moment zouden willen ingrijpen,’ zo legde ze uit. Ze zouden allemaal bomgordels om hebben. Thomas S. begreep al snel dat het ‘te moeilijk’ zou worden. Maar hij wilde ook wel genoegen nemen met het stationsplein of de Place de la Comédie in Montpellier.
Het stel verzweeg tegenover de politiemensen niets over de stappen die ze hadden ondernomen. Ze waren op zoek gegaan naar wapens en hadden chemische producten gekocht: een liter aceton, waterstofperoxide, zwavelzuur. De onderzoekers troffen 70 gram van het explosief TATP aan dat Thomas S. al in zijn appartementje had gefabriceerd. Hij had daar al het materiaal voor een perfecte werkplaats: kolven, injectiespuiten, beschermende handschoenen. Niets wat anderen dan zijzelf had kunnen verwonden, gezien de kleine hoeveelheden, maar het mengsel was instabiel en ze hadden op elk moment hun handen kunnen verliezen voordat ze overgingen tot hun daad.
Los van hun jihadistische ambities gaat het verhaal van Thomas S. en Angela vooral over een gemankeerde liefde. Een ontmoeting op internet in de zomer van 2016 op muslima.com, waar hij onmiddellijk wordt verleid door haar pseudoniem. Zij is ‘Salafiya’, hij ‘Salafi’.
Op de datingsite kun je het hokje “bekeerd” of “geboren moslim” aankruisen, de lengte van de baard kiezen
Op deze datingsite kunnen de profielen naar hartenlust worden aangepast. Je kunt het hokje ‘bekeerd’ of ‘geboren moslim’ aankruisen, de lengte van de baard kiezen, ‘polygamie accepteren’ of alleen maar ‘misschien’ zeggen. De twee jongelui, aanhangers van een orthodoxe stroming van de islam, vinden elkaar snel.
Uit voorzorg, om conventioneel over te komen, tooide Angela zich aanvankelijk met haar nikab. Ze loog over haar leeftijd. Met haar halflange haar, haar amandelbruine ogen en haar engelachtige gezicht viel ze al snel in de smaak bij Thomas S. Hij liet gemakkelijker zien wie hij was: cool atletisch type, paardenstaart, doffe blik door te veel cannabis. Een ‘vermoeide gelovige’, in zijn eigen woorden, een galeislaaf van het gebed. Op PS3 was zijn pseudoniem ‘Weedweed War’. Angela bezweek ondanks alles voor zijn charme.
In het begin is er weinig kans dat hun liefde buiten het web een succes zal worden. Hij woont in Charleville-Mézières, in de Franse Ardennen, zij in de Hérault, 900 kilometer zuidelijker. Ze hebben geen rijbewijs, geen geld en wonen nog bij hun ouders. Thomas S. bij zijn vader, een werkloze dakwerker, gestrand in een dorpje van 1900 zielen aan de oever van de Semois bij de Frans-Belgische grens. Angela bij haar moeder, peuterleidster, in een onbestemde buitenwijk van Montpellier.
Hun respectievelijke zwakten worden hun cement. Hij ‘is altijd naar zichzelf op zoek geweest’. De ene dag ‘begeesterd’, de volgende bereid om ‘met alles te stoppen’. Vóór de islam was hij in de ban van krachttraining, hij had zelfs een tijdje de pest gehad aan ‘Maghrebijnen’. Angela was lange tijd gothic. Ze heeft erg geleden onder de scheiding van haar ouders.
Daarna bekeerde ze zich langzaam maar zeker tot de islam. Ongeveer tegelijk met haar moeder, die van oorsprong Kroatisch is en katholiek. Op haar drieënveertigste besloot die te hertrouwen met een zestien jaar jongere Marokkaan. Als de bekering van Angela doorzet, ziet haar moeder haar liever met een sluier dan als gothic. Als het gezin in de zomer van 2016 in Marokko is, koopt ze op de markt van Fez een djilbab voor Angela, die zowel gezicht als lichaam bedekt.
Zich een gemeenschappelijke toekomst voorstellen is moeilijk voor de virtuele verloofden. Thomas S. is in de vijfde klas van de middelbare school van school gegaan en is een opleiding tot dakwerker gaan volgen in Poix-Terron in de Ardennen. In juni 2015 krijgt hij zijn diploma. Hij heeft wat tijdelijke baantjes. Maar al heel gauw gaat het mis. Hij wordt werkloos, zoals zovelen in zijn regio. Angela heeft altijd veel problemen met school gehad. Haar moeder heeft haar gespijbel gecompenseerd door haar thuis les te geven. Als Angela Thomas S. ontmoet, staat ze op het punt de derde klas over te doen.
De geliefden voeren langeafstandsgesprekken. Hij in zijn kamertje onder de hanenbalken, zij in het hare met alleen een bed en een wandrekje. Ze surfen op sites waar complottheorieën worden verkondigd. Ze raken in vervoering door de anasheed, de strijdlustige propagandaliederen van Islamitische Staat. Angela houdt veel van Par amour, waarin de lof van de jihad wordt gezongen uit hartstocht voor Allah. Ze heeft schrijftalent en heeft in 2015 al een novelle gepubliceerd, Âme (Ziel), een dialoog tussen een jong meisje en haar dubbelgangster, een dode puber.
Twee weken lang overweegt ze hem aan te geven op het platform Stop-Djihadisme
De fatale samenloop vindt plaats in augustus 2016, als Thomas S. besluit zich bij zijn geliefde te voegen. De smoes is snel gevonden: hij is begonnen aan een opleiding tot lasser in Alès, in de Gard, op ongeveer een uur van Montpellier. Die lente had hij ook al willen ‘trouwen’, met een meisje uit Yvelines. Maar zij gaf hem op het laatste moment de bons. Dit keer zou het lukken. Diverse keren brengt hij stiekem een bezoek aan Angela: zoenen in het trappenhuis, hartstochtelijke omhelzingen in de gangen van de ondergrondse garage.
Thomas S. houdt de opleiding nog geen twee maanden vol. Half december 2016 wordt hij weggestuurd wegens geweldpleging en spijbelen. Bij gebrek aan onderdak neemt hij zijn intrek in een technische ruimte in de kelder van het flatgebouw van Angela. De buren houden hem voor een dakloze, bieden hem dekens aan, een elektrisch kacheltje. Het meisje sluipt regelmatig stiekem het appartement van haar moeder op de eerste etage uit. Twee weken lang overweegt ze het uit te maken, hem aan te geven op het platform Stop-Djihadisme. Maar hij zegt dat hij haar zal ‘vermoorden’ als ze hem verlaat.>
Op een matras op de vloer beramen ze uiteindelijk hun plan: een huwelijk vergezeld van een aanslag. Zo zal Thomas S. zich wreken voor zijn mislukking. ‘Jullie hebben verhinderd dat ik naar Syrië ging, dus doe ik dit,’ zou hij bij zijn aanhouding zeggen. Om later, tijdens zijn voorlopige hechtenis, te bekennen: ‘Ik baalde van Frankrijk, ik had geen toekomst.’ Zij stelt zich voor dat ze op die manier haar verloren maagdelijkheid kan compenseren.
Het idee van de Eiffeltoren komt van haar. Hij zou sterven als kamikazestrijder. Zij zou vervolgens naar Syrië vluchten en de ‘hidjra’ volbrengen, de pelgrimstocht van Mekka naar Medina. De politiemensen vroegen hem of ze Hayat Boumeddiene en Amedy Coulibaly wilden imiteren, die in januari 2015 een aanslag pleegden op de koosjere supermarkt Hyper Cacher in Parijs. Maar ze hadden net zo goed over de prehistorie kunnen beginnen. De jaloerse Thomas S. had in elk geval een bomgordel voor haar voorzien. Zodat ze zich zou kunnen opblazen als mannen aan de Turks-Syrische grens haar probeerden ‘aan te randen’. Zij zag daar niets abnormaals in.
Dringend gezocht: een broeder met een goed tawhid (een goed geloof). We hebben vervoer, geen zorgen’
Maar om te kunnen trouwen heeft het jonge paar een ‘voogd’ nodig. Dat vereisen de geloofsconventies. Ze proberen met de imam te spreken. Maar die raadt hun vriendelijk aan geduld te hebben.
Op kerstavond, aan tafel, durft Thomas S. uiteindelijk om de hand van Angela te vragen. Maar haar moeder wimpelt hem beleefd af, ervan overtuigd dat hun verhouding ‘niet serieus’ is. Dan verzint het jonge paar een list. Het huwelijk zal ‘geheim’ zijn. Als er een ‘voogd’ nodig is, zullen ze die zoeken op de plek waar alles mogelijk is: het internet. En omdat de man dat moet doen, en Thomas S. te veel zal opvallen, zal Angela zich vermommen.
Zij zal ‘de man’ zijn. Internetmagie, de klassieke truc van beginnende jihadisten. Als Facebookpseudoniem kiest ze ‘Ansar al-Haqq Ghuraba’, de verdediger van ‘de vreemde waarheid’. Exit haar gebruikelijke ‘maman1295’ op Skype. Als profielfoto gebruikt ze een leeuw, ‘om eruit te zien als een strijder’. Op de achtergrond zet ze een zwart-witte vlag met de sjahada, de geloofsbelijdenis. Op zelfverzekerde en gehaaste toon plaatst ze een oproep: ‘Dringend gezocht: een broeder met een goed tawhid (een goed geloof). We hebben vervoer, geen zorgen.’
‘Leunstoeljihadist’
Thomas S. en Angela hebben zich voorgenomen de aanslag vóór maart te plegen. Op 13 februari 2017, op zijn laatst om negen uur. Op die dag moet Thomas S. voor de rechter verschijnen wegens geweldpleging tegen een klasgenoot in Alès. Het paar is bang dat hij een flinke gevangenisstraf zal krijgen. Angela is er bovendien van overtuigd dat haar vader haar ‘doorheeft’. Haar radicalisering is geen geheim meer, denkt ze. Ze is bang dat ze elk moment ontmaskerd kunnen worden.
De rechercheurs verdenken hem ervan een bemiddelaar in jihadkringen te zijn, een ‘beroepskoppelaar’ haast. Onderzoek naar zijn relaties wijst uit dat hij in nauw contact staat met talrijke geradicaliseerde, zelfs veroordeelde personen. Eind januari wordt hij gesignaleerd vanwege zijn activisme, en de lijst verdenkingen is lang: geweldpleging, smaad, import van verdovende middelen…
Toch legt Angela contact met hem in haar hoedanigheid van man. Er wordt een ontmoeting geregeld voor de kunstacademie van Montpellier. Deze officiële presentatie van de ‘aanstaande echtelieden’ vindt plaats op 4 februari, in aanwezigheid van drie vrienden van Malik H. Maar het huwelijk wordt niet voltrokken.
Angela richt zich voortaan op het zoeken naar onlinehandleidingen voor het vervaardigen van explosieven
De versies lopen uiteen. Volgens Angela zoekt Malik H. liever iemand anders. Hijzelf zegt twijfels te hebben gehad over de betrouwbaarheid van het stel. Hij zou desondanks hebben gedaan alsof hij hun ‘huwelijksreis’ kon betalen.
Ondertussen is Angela van school gegaan, enkele dagen na haar zestiende verjaardag op 24 januari. Dat was voorzien, haar moeder had het idee om haar een opleiding tot naaister te laten volgen. Een sprong in het duister voor het jonge meisje: ze richt zich voortaan op het zoeken naar onlinehandleidingen voor het vervaardigen van explosieven.
Dankzij een vriendin uit de moskee heeft ze ook een leegstaand appartement voor Thomas S. geregeld, waar hij later gearresteerd zal worden. Als op 2 februari het vooronderzoek begint, komt uit de afgeluisterde telefoongesprekken een jong stel naar voren dat geobsedeerd is door hun plan. ‘We hebben elkaar wederzijds beïnvloed,’ zal een berouwvolle Angela later zeggen.
In de bodemloze put van het internet komt het meisje ook in contact met een jihadist die zich tussen Syrië en Turkije ophoudt. Zonder er helemaal zeker van te zijn, verdenkt de politie een 26-jarige man uit Grenoble, Nidhal H., ervan haar vlucht naar voren te hebben aangemoedigd. Als oud-strijder van Al-Nusra was hij Facebookvriend van Rachid Kassim, die ervan wordt beschuldigd diverse aanslagen in Frankrijk te hebben gefinancierd.
Trouw zweren aan IS
Het net sluit zich. De jihadist is alleen bereid Angela bij haar ‘hidjra’ te helpen als ze ‘trouw zweert’. Daarna kan hij haar papieren bezorgen via een in Frankrijk gevestigde tussenpersoon. Ze krijgt de suggestie een imitatie te maken van de video van de plegers van de aanslag op een priester in Saint-Étienne-du-Rouvray op 26 juli 2016.
In dit filmpje, dat nauwelijks zeven seconden duurt, is Angela alleen, omhuld door haar nikab. Voor zich heeft ze haar laptop. De hele achtergrond van het scherm wordt in beslag genomen door de vlag van IS. Daarna declameert ze in één adem: ‘Salam aleikum, ik zweer trouw aan kalief Ibrahim van Islamitische Staat.’ Een ‘simpele eed’, in haar ogen, alleen bedoeld om ‘te mogen trouwen’.
Het is 6 februari. De video is verzonden. Thomas S. heeft Malik H. minstens één keer teruggezien en hem zijn plan ontvouwd. Hij en Angela wilden wapens, kalasjnikovs. Malik H. zegt dat hij bang werd. Het hem uit zijn hoofd wilde praten. Hij was daar alleen maar vanwege ‘de voogdij’, verdedigt hij zich. Zij verzekeren op hun beurt dat hij bereid was hun ‘materieel’ te leveren, lees: mee te doen. Malik doet dat af als ‘een grapje’.
Op 9 februari vindt een laatste ontmoeting plaats. Het huwelijk wordt opnieuw uitgesteld. Maar de tijd dringt. De opname van de video van de eed van trouw van Thomas S. is voorzien voor 11 februari. De jongeman reist een laatste keer per bus op en neer naar Charleville-Mézières. Hij wil afscheid nemen van zijn familie en zijn identiteitskaart ophalen.
De vader van Angela krijgt op 8 februari, de dag van haar video, een sms in het Kroatisch van een onbekend nummer: ‘Tata’ (papa). ‘Wie bent u?’ vraagt hij. ‘Tatina’ (je dochtertje), antwoordt de afzender. Daar blijft het bij.
De gealarmeerde SDAT komt op 10 februari in actie. Tijdens het doorzoeken van het appartement van Thomas S. vinden ze behalve explosieven ook een in het Arabisch gesteld document, geschreven door Angela. Op de voorkant een ‘huwelijksprotocol’. Dat had Angela op internet gevonden. Een mengeling van doua (gebeden) en verwijzingen naar soera’s uit de Koran, vergezeld van een to-dolijst: walima (feestmaal), duff (een kleine trommel die geoorloofd is tijdens islamitische huwelijken waar muziek verder streng verboden is), ‘lied’, ‘zeven dagen bruiloft’. Op de achterkant staat een woord dat iets heel anders voorspelt: ‘dodenwassing’.
In Het bruidspaar van de Eiffeltoren, een surrealistisch toneelstuk uit 1921 waarin het verhaal wordt verteld van een tragisch-grotesk huwelijk op de eerste etage van de ‘ijzeren dame’, heeft Jean Cocteau een dialoog opgenomen tussen twee denkbeeldige personages. Aan het slot van het stuk zegt de een tegen de ander: ‘Ik neem u mee (naar de Eiffeltoren) om u, eerder dan iedereen, iets unieks te laten zien.’ Het aanvankelijke enthousiasme van de ander bekoelt al snel als die ziet wat het is: ‘Het lijkt wel een begrafenis.’ Het recht kent toevalligheden waar de literatuur geen weet van heeft.
Fictie en werkelijkheid
De link tussen de Eiffeltoren en terrorisme is niet nieuw. Begin 2015 zou de Franse thriller Made in France in première gaan, geregisseerd door Nicolas Boukhrief, met in de hoofdrol Malik Zidi. Die laatste speelt een journalist die zijn moslimachtergrond gebruikt om te infiltreren in een moskee in de buitenwijken van Parijs, en in contact komt met een groep would-beterroristen die dood en verderf willen zaaien in de Franse hoofdstad.
De filmposter liet de Eiffeltoren zien in de vorm van een machinegeweer. Maar na de aanslag in januari 2015 op Charlie Hebdo werd de release van de film uitgesteld tot 18 november. Op 13 november werd Parijs echter opnieuw opgeschrikt door aanslagen, op de Bataclan en het Stade de France, waardoor opnieuw uitstel volgde.
Uiteindelijk verscheen de film op 29 januari 2016 op video-on-demand.
De Nigeriaanse Aisha Bakari Gombi jaagde vroeger met haar vader op antilopen en bavianen. Tegenwoordig jaagt ze op Boko Haram.
Terwijl zeven ontvoerde vrouwen en vier kinderen werden meegevoerd in het Sambisawoud, kreeg Aisha Bakari Gombi een telefoontje. De stem die ze hoorde was vertrouwd: een legercommandant die haar vroeg een groep jagers te verzamelen om de ontvoerden op te sporen. De elf waren eerder die dag verdwenen nadat een groep militanten van Boko Haram hun dorp, Daggu, had aangevallen. Ze schoten drie inwoners dood en staken auto’s, huizen en winkels in brand.
Daggu ligt op een halfuur rijden van Chibok, waar in april 2014 tweehonderd schoolmeisjes werden ontvoerd. Beide dorpen liggen in de staat Borno in het noordoosten van Nigeria, waar dit soort aanvallen door de dodelijkste terreurgroep ter wereld vaker voorkomen.
‘Boko Haram kent me en is bang voor me’
Bakari Gombi groeide op in de buurt van het Sambisawoud, waar de extremisten, ondanks het militaire offensief van vorig jaar, waarbij veel van hun kampen werden vernietigd, nog steeds actief zijn. Vroeger jaagde ze met haar grootvader op antilopen, bavianen en parelhoenders. Nu jaagt ze op Boko Haram.
In het gebied bevinden zich duizenden jagers die tijdelijk door het leger zijn ingezet. Bakari Gombi is een van de weinige vrouwen, en zowel voor de jagers als voor de bevolking is ze een heldin geworden. Haar moed heeft haar de titel ‘koningin van de jagers’ opgeleverd.
De eerste reddingsactie in Daggu mislukte ‘omdat Boko Haram zwaar bewapend was. Maar we zagen de plek waar de meisjes vastgehouden werden,’ legt Bakari Gombi uit. ‘We zouden ze kunnen bevrijden als het leger ons betere wapens zou geven,’ voegde ze er nog aan toe, met een blik op het dubbelloopsgeweer op haar schoot.
Evenals veel mensen op het platteland in het noordoosten is Bakari Gombi moslim, maar ze gelooft ook in traditionele geesten. In een van haar rituelen besprenkelt ze de andere jagers met een ‘geheime’ vloeistof om ze te beschermen tegen kogels.
De 38-jarige vrouw staat aan het hoofd van een commando mannen van vijftien tot dertig jaar, die communiceren via gebarentaal, dierengeluiden en zelfs door middel van vogelzang. ‘Boko Haram kent me en is bang voor me,’ zegt Bakari Gombi. Haar groep jagers heeft honderden mannen, vrouwen en kinderen gered.
Het Nigeriaanse leger begon in 2011 vrouwen te rekruteren, en hoewel de aantallen nationaal gezien laag blijven, hebben sommige vrouwen in dit gebied persoonlijke redenen om de terreurgroep te bestrijden. Zoals Hamsat Hassan, wier zus twee jaar geleden door Boko Haram werd gekidnapt. De zus is sindsdien niet meer teruggezien.
‘Ik kon nog niet met een geweer omgaan toen ik vroeg of ik me mocht aansluiten bij de Vereniging van Jagers. Ik wist alleen dat ik wraak wilde nemen op de mensen die mijn zus hadden ontvoerd,’ vertelt ze. Hassans grootouders zorgen voor haar zeven kinderen, zodat zij op jacht kan gaan als er een beroep op haar wordt gedaan.
Geldgebrek
Hoewel de meeste mensen in de groep vrijwilligers zijn, behoren Bakari Gombi en Hassan tot de 228 mannelijke en vrouwelijke jagers die vorig jaar op een meer officiële basis werden gerekruteerd door een lokale regeringsvertegenwoordiger. Maar in oktober stopten de toelagen van 10.000 naira (30 euro) die de jagers ontvingen. Twee maanden later had het grootste deel van het team zich teruggetrokken, al bleven sommigen, onder wie Bakari Gombi en Hassan, toegewijd aan de strijd.
Bukar Jimeta, de commandant van de Vereniging van Jagers in Gombi, zegt dat ze door het failliet van de missie en het gebrek aan geld niet meer in staat zijn om de toenemende dreiging af te wenden van Boko Haram, dat zich in de omliggende gebieden aan het hergroeperen is.
De jagers zijn niet de enigen die geldproblemen hebben. In december stuurde een groep Nigeriaanse soldaten een video naar YouTube waarin ze om een betere uitrusting, voedsel en water vroegen. Het leger heeft ook te maken met een corruptieschandaal op het hoogste niveau. Voormalig veiligheidsadviseur Sambo Dasuki moet voor de rechter verschijnen wegens het verduisteren van 2,1 miljard euro die bestemd was voor de strijd tegen Boko Haram.
De jagers vinden dat hun opsporingstechnieken van essentieel belang zijn voor de strijd van het leger tegen de terreurgroep, hoe weinig financiële middelen ze ook tot hun beschikking hebben. ‘Ik wacht op een oproep om terug te gaan en die vrouwen en kinderen uit Daggu te redden, maar ik weet niet of we meer wapens zullen krijgen,’ zegt Bakari Gombi.
Of ze die wapens nu krijgt of niet, ze zweert dat ze zal doorgaan met haar missie om Boko Haram te verdrijven uit het woud waarin zij is opgegroeid.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Onder de naam Guardian News and Media is het een van de meest succesvolle mediabedrijven van Groot-Brittannië, met als vlaggenschip guardian.co.uk, een van ’s werelds meest bezochte nieuwssites. Hoewel de krant dicht bij Labour zou staan, houdt zij de traditie van redactionele onafhankelijkheid in ere: het commentaar is vaak zeer kritisch over de regering.
Volgens politicoloog Tanil Bora vertoont het regime van de Turkse president Erdogan veel overeenkomsten met dat van andere conservatieve nationalisten als Viktor Orbán en Vladimir Poetin.
Gelooft u, in het licht van de huidige debatten over de grondwetsherziening, dat we na het kemalisme [de ideologie van Atatürk, stichter van het moderne Turkije] nu in het tijdperk van het erdoganisme zijn aangeland?
Het erdoganisme is een concept van westerse politicologen, dat om die reden wordt bekritiseerd en bespot door Turkse conservatieven. Het erdoganisme als ideologie en manier van regeren is gebaseerd op een persoonlijkheidscultus en alleenheerschappij. Het is een concept dat de nadruk legt op de ideologische en intellectuele kneedbaarheid van het regime, in die mate dat alleen de zeggenschap en de willekeur van de machthebber werkelijk van belang zijn. Dit concept stelt ons in staat het huidige Turkse regime te vergelijken met dat van Orbán in Hongarije, Andrzej Duda in Polen of Poetin in Rusland, die evenzeer het product zijn van onze tijd. De meeste van deze leiders zijn conservatieve nationalisten, maar ook ‘sterke mannen’, populisten die de scheiding der machten ter discussie stellen en zich rechtstreeks tot het volk richten door de politieke partijen, de democratische regels en de traditionele reguleringsmechanismen te omzeilen; ze zetten de mechanismen van de representatieve democratie naar hun hand. Ze doen alsof ze hun legitimiteit rechtstreeks aan het volk ontlenen en weigeren de macht te delen, onder het voorwendsel dat de natie ondeelbaar is en de volkssoevereiniteit onvervreemdbaar.
Anders dan autocratische regimes uit de twintigste eeuw handhaven deze regimes een parlement, een burgermaatschappij en een rechtsapparaat, die ze echter wel uitkleden…
Ja. De instituties worden uitgekleed naargelang de omstandigheden. Ze verliezen hun onafhankelijkheid en worden instrumenten van de macht of ontwikkelen zich op zo’n manier dat ze hun naam niet langer waardig zijn. Dat is een zeer hedendaags kwaad. De eenentwintigste eeuw maakt een autoritaire ontwikkeling door die aan het fascisme herinnert. Het erdoganisme is de plaatselijke exponent van deze ontwikkeling.
De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien
Hoe zou u de betrekkingen tussen het erdoganisme en het islamisme definiëren?
Het islamisme speelt deels een rol in deze ratjetoe maar het is niet het enige element. Het erdoganisme steunt op een zeer uitgebreid nationalistisch repertoire dat zich uitstrekt van het onkerkelijke nationalisme tot het racistische nationalisme van extreem rechts. We treffen er ook een neo-Ottomaanse tendens in aan die verband houdt met het islamisme maar daar niet toe kan worden beperkt, evenals de gebruikelijke etatistische, op veiligheid gerichte ideologie die erg pregnant blijft. Maar het islamisme is natuurlijk een belangrijke en structurele factor.
De scheiding der machten wordt opnieuw ter discussie gesteld. Hoe verhoudt het erdoganisme zich tot die scheiding?
Het uiten van kritiek op maatschappij of politiek geldt momenteel in Turkije als een strafbaar feit en een oproep tot separatisme. De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien, als een poging om zout in onze wonden te strooien of de publieke opinie te verdelen. De scheiding der machten wordt als een voorbeeld daarvan gezien. Als je hen mag geloven, betekent alleen het praten over die scheiding al dat je het land verdeelt en het terrorisme in de kaart speelt. De islamistische stroming in Turkije heeft altijd een probleem gehad met de scheiding der machten, maar er zijn twee verschillende tendensen te bespeuren.
De eerste beschouwt de Turkse variant als veel te streng en pleit voor een ‘werkelijke scheiding’ met een universele strekking, geïnspireerd door de Angelsaksische landen waar men veel gematigder en respectvoller oordeelt over godsdiensten. De tweede tendens is van mening dat de scheiding der machten volstrekt onverenigbaar is met de islam. Deze laatste tendens wint terrein in Turkije maar ze heeft nog niet gewonnen. Naar mijn mening zijn beide richtingen vertegenwoordigd in de islamistische beweging en in de gelederen van de AKP. Hun gemeenschappelijke strategie bestaat erin dat ze de manoeuvreerruimte van de onkerkelijken willen beperken, zoals de laatsten hun best hebben gedaan de manoeuvreerruimte van de islamisten te beperken voordat de AKP aan de macht kwam.
Streeft het erdoganisme ernaar een natie op te bouwen?
Natuurlijk. Alle nationalistische ideologieën proberen het volk het beeld op te leggen dat ze van dat volk hebben. Zowel Erdogan als de AKP heeft zijn eigen definitie van het volk, zoals iedereen weet gebaseerd op de praktiserende en conservatieve soennitische meerderheid, die als loyaal wordt gezien en als exponent van het ‘echte land’. Ook de Koerden werden tot op zekere hoogte als een integraal onderdeel van deze meerderheid beschouwd. Tegenwoordig blijven ze stilzwijgend deel uitmaken van het nationale pact, maar worden ze opnieuw gewantrouwd en als een probleem gezien. Kortom, aan de ene kant zou er een werkelijke natie ontstaan, een volk in de meest organische zin van het woord, en aan de andere kant zouden we ‘de anderen’ krijgen, degenen die alleen voor de vorm tot de natie behoren omdat ze daar toevallig staatsburger van zijn. Uitdrukkingen als ‘ons volk’, die op consensus lijken te berusten, hebben in werkelijkheid tot doel een scheiding aan te brengen tussen het ‘echte’ volk en de anderen.
Tanil Bora.
Gaat het erom een vijandbeeld te creëren?
Absoluut. Als je het volk definieert door het tot deze wezenskenmerken terug te brengen, wordt iedereen die niet in de matrijs past gemarginaliseerd. Deze criminalisering houdt verband met dat nieuwe populistische autoritarisme waarover we het eerder hadden. Dat zit in het DNA van het populisme. Het volk en de natie worden teruggebracht tot een formule, tot een identiteitskenmerk. Deze globale identiteitsformule laat geen enkele plaats aan bloedgroepen, aan afkomst, aan alternatieve keuzes. Deze hartstocht voor uniformiteit en homogeniteit verhindert de opkomst van een reëel pluralisme.
Dat doet me denken aan de islamistische leider Necmettin Erbakan, van wie de stichters van de AKP zich afscheidden om hun eigen partij te beginnen. Hij had altijd de mond vol van ‘ons volk’. De nationalisten op rechts wilden hem dwingen duidelijk te maken wat hij daarmee bedoelde en wezen erop dat hij nooit over het ‘Turkse volk’ sprak. In feite probeerde Erbakan onder bedekte termen onmin te zaaien in de moslimgemeenschap.
Wat te denken van de houding van de AKP en Erdogan ten aanzien van het Koerdische probleem? We hebben gezien hoe de AKP bijeenkomsten organiseerde met Koerdische vlaggen en openlijk de term ‘Koerdistan’ gebruikte, maar op andere momenten gewoon ontkende dat er zoiets als een Koerdische kwestie bestond…
Sinds haar ontstaan doet de AKP alsof ze in staat is de Koerdische kwestie te regelen en heeft ze inderdaad blijk gegeven van een gematigdheid en een souplesse die ongekend zijn voor een rechtse Turkse partij. Als we de vraag naar de juistheid en het democratische of antidemocratische karakter even buiten beschouwing laten, moeten we erkennen dat het aanbieden van een islamitische identiteit een bijdrage heeft geleverd aan de oplossing van de Koerdische kwestie. De AKP heeft blijk gegeven van een groot aanpassingsvermogen zonder zich in het islamitische kader te laten opsluiten. Het is een partij die veel kiezers in de Koerdische regio heeft weten aan te spreken. Maar sindsdien heeft er een complete ommekeer plaatsgevonden.
We kunnen ons dus afvragen wat de echte AKP is. Is dat de AKP van voor of van na de ommekeer ten aanzien van de Koerdische kwestie?
Ik zou er een lief ding voor over hebben om in het hoofd te kunnen kijken van al diegenen binnen de AKP die zich voorstander hebben verklaard van een oplossing van de Koerdische kwestie, of dat nu in naam van de islam was of van de democratie. Je zou ze graag over het onderwerp willen horen, maar ze doen er liever het zwijgen toe. Gaat het niet om het belangrijkste probleem in het huidige Turkije? Er is in dit land geen vrijheid van gedachte of publieke opinie meer. Om tal van redenen kunnen deze mensen zich niet langer uitspreken.
Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken
Wat vindt u van de Democratische Volkspartij HDP [een linkse partij die is voortgekomen uit de Koerdische politieke beweging]?
Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken. De leden van de HDP zijn vorig jaar ernstig bekritiseerd omdat ze geen duidelijk standpunt innamen op het moment dat de onenigheden tussen het Turkse leger en de PKK weer begonnen. Ik begrijp die kritiek, maar hun hardnekkige pogingen om de Turkse politiek democratischer te maken ondanks de meedogenloze repressie, de voortdurende beschuldigingen en het isolement waarin ze zijn gedwongen vind ik absoluut opmerkelijk.
En hoe denkt u over de Republikeinse [sociaaldemocratische] Volkspartij CHP? Daar is een probleem bij de partijleiding.
Dat komt vooral doordat de partij het niet eens kan worden over fundamentele problemen. Omdat de CHP zich niet kan losmaken van haar etatistische cultuur, wordt ze in de richting van een bepaalde vorm van conservatisme geduwd. Iedereen op links houdt vast aan zijn eigen militante overtuigingen en heeft daarom moeite een ander publiek aan te spreken. Jullie bij Cumhuriyet weten als geen ander hoe treurig het is gesteld met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Elk standpunt kan binnen enkele secondes ongeloofwaardig worden gemaakt met een lawine van laster, beledigingen en pogingen tot intimidatie. De mensen staan enorm onder druk en zoeken hun heil bij elkaar. Ze leven van dag tot dag. Maar je kunt geen politiek bedrijven zonder dat je probeert andere bevolkingsgroepen aan te spreken en je thuishonk verlaat om andere terreinen te verkennen.
Journalist Marc Saghié van Courrier International schetst de opmerkelijke ontwikkeling die Recep Tayyip Erdogan het afgelopen decennium doormaakte.
In 2003 ontdekte de wereld tot haar verbijstering dat Recep Tayyip Erdogan, de nieuwe premier van Turkije, afkomstig was uit de islamistische beweging die sinds 11 september 2001 zo veel onrust had gebaard. Maar waar Osama bin Laden het Westen deed trillen door het zaaien van terreur, leek Erdogan een vredelievende islam voor te staan en de breuk tussen de twee werelden te kunnen helen. Want ook al lieten beide mannen zich inspireren door de islam, ze waren in alles elkaars tegendeel.
De een was de zoon van een Saoedische miljardair, de ander verkocht op zijn dertiende broodjes in de straten van Istanboel. Bin Laden werd gespekt met oliedollars, Erdogan had als burgemeester van Istanboel in 1994 naam gemaakt als bestrijder van corruptie. Bin Laden was een vijand van burgerlijke vrijheden, Erdogan werd in 1998 tot tien maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens het voordragen van een gedicht. En waar Bin Laden uit was op de vernietiging van het Westen, steunde Erdogan de integratie van Turkije in de Europese Unie en nam hij een voorbeeld aan de christelijke democratie. Want het was in naam van de Europese integratie dat de Turkse pers, die nauwe banden onderhield met de nieuwe machthebbers, kritiek leverde op de verheerlijking van Atatürk en diens duizenden standbeelden overal in het land, op de alomtegenwoordigheid van het leger in het politieke leven en op het schenden van de rechten van de Koerden. De eerste maatregelen die Erdogan nam waren liberaal getint: vermindering van de gevangenisstraffen wegens belediging van het leger, culturele en politieke rechten voor de Koerden.
Plotseling zag de premier zich gesteund door westerse ambassades en door verlichte moslims die zich sterk maakten voor een nieuw imago en nieuwe leiders. En de economische bloei van Turkije stond in schril contrast met de stagnatie in talrijke Europese landen. De Turkse stemmen die dit idyllische portret wilden nuanceren en wezen op de autoritaire trekken van Erdogan, op zijn wens het land te islamiseren en zijn afkeer van de kemalistische erfenis, werden niet langer gehoord.
Klucht
Maar binnen enkele jaren liep het plan om de politieke islam te verzoenen met de democratie, de mensenrechten en de moderniteit uit op een klucht. Nadat hij in 2014 president was geworden zag Erdogan zichzelf eerder als een nieuwe Ottomaanse sultan die de orde zou herstellen in een chaotische moslimwereld dan als leider van een Europese staat. In naam van de godsdienstvrijheid stond hij het dragen van religieuze symbolen – uitsluitend moslimsymbolen – toe in openbare functies en verklaarde hij dat het de taak van vrouwen was om kinderen te baren, terwijl zijn vrouw de lof zong van de harem.
In 2008 stelde hij, in strijd met zijn Europese afspraken, dat de assimilatie van Turken in Duitsland een ‘misdaad tegen de menselijkheid’ was. De mislukte staatsgreep van 2016 leidde tot een nog autoritairder regime en tot een onderdrukking van alle maatschappelijke lagen die Turkije al decennia niet meer had meegemaakt. Het Turkije van Erdogan ontpopte zich als een vriend van Poetin en wonderlijk genoeg ook van Trump en nam steeds meer afstand van Europa, het oude continent dat nog maar weinigen kan bekoren. Mooie puinhoop.
Courrier international, zusterblad van 360, is een begrip in Frankrijk. Het weekblad brengt al ruim twintig jaar ‘het beste uit de internationale pers’. In die twee decennia wisselde Courrier meerdere keren van eigenaar, om zich ten slotte in de armen te laten sluiten door de Groupe Le Monde, van het gelijknamige dagblad. Het Franse publiek blijft belangstelling houden voor het (verre) buitenland, maar net als alle printmedia worstelt Courrier met de overstap naar het digitale tijdperk en teruglopende advertentieinkomsten. Naast 360 heeft Courrier zusterbladen in Japan en Portugal.
In een opiniestuk in een krant die dicht bij president Erdogan staat, betoogt de Turkse historicus Mustafa Armagan dat de voormalige kathedraal in Istanboel weer een islamitisch gebedshuis moet worden, zoals in de Ottomaanse tijd.
In 1453 schonk Mehmet de Veroveraar de islamitische geloofsgemeenschap na de verovering van Constantinopel door de Ottomanen de Hagia Sophia-moskee. Tot in 1934 bleef die als moskee dienstdoen, tot er tijdens de seculiere republiek een koud en zielloos museum van gemaakt werd. Sindsdien kijken de Turkse en buitenlandse bezoekers, die er bij duizenden doorheen schuifelen, er met een onverschillig oog naar, ongeacht hun religie. De Hagia Sophia lijkt tegenwoordig nog het meest op een karakterloos stationsgebouw. Afgezien van de mozaïeken en een stel gekalligrafeerde schilden is alles met een heilig karakter eruit verdwenen, zorgvuldig weggeborgen. ‘Hagia Sophia! Wie heeft je zo durven ontbloten?’ weeklaagde de dichter Serdengeçti. De vraag is nog altijd actueel.
Wij eisen dat er in de Hagia Sophia weer islamitische diensten gehouden worden. Wij eisen dat de as van deze heilige plaats weer gaat gloeien, dat de islamitische wetten, de heilige Koran en de lof van de profeet dit prachtige monument nieuw leven inblazen. Sommigen brengen hiertegen in dat als de Hagia Sophia weer een moskee wordt, zij niet meer door iedereen bezocht kan worden en dat het toerisme daaronder zal lijden. Dat is een onzinargument. Is er ook maar één moskee in Turkije die niet openstaat voor bezoek?
Anderen vragen zich af hoe een bezoek dan zal gaan verlopen. Welnu, een deel van de centrale ruimte zal tijdens het gebed afgesloten worden. Zo gaat het ook in alle andere Ottomaanse moskeeën, met het verschil dat hier de galerijen op de eerste verdieping altijd open zullen zijn. Dat is sowieso praktischer, aangezien het grootste deel van de mozaïeken zich bovenin bevinden. Er zijn prima oplossingen te bedenken, als we maar willen. Ik zal hier niet ingaan op de overwegingen die ertoe hebben geleid dat van de Hagia Sophia een museum werd gemaakt. Liever vertel ik welke moeite is gedaan is om deze heilige plaats van zijn islamitische karakter te ontdoen.
Ottomaanse kunst
We weten dat sultan Mehmet de Veroveraar, nadat hij van de Hagia Sophia een moskee had gemaakt, er een mihrab [gebedsnis die de richting van Mekka aangeeft voor het gebed] en een minbar [hoge preekstoel] in liet plaatsen, evenals een bibliotheek, en dat hij naast het gebouw een Koranschool liet neerzetten. De kandelaars die om de mihrab heen staan, heeft Süleyman de Grote meegenomen van zijn veldtocht in Hongarije. De vier minaretten, gebouwd door de beroemde architect Mimar Sinan, zijn van Ottomaans ontwerp, net als de versterkingen die het instorten van het gebouw moesten voorkomen. In gebouwen naast de Hagia Sophia bevinden zich de tombes van de sultans Selim II, Murad III, Mehmed II en die van de onfortuinlijke kroonprinsen van Ibrahim I en Mustafa i, die er samen met hun ouders een laatste rustplaats hebben gevonden.
Ook de minbar, de verhoogde preekstoel van de muezzin en vier marmeren gebedsnissen zijn geslaagde toevoegingen uit het Ottomaanse tijdperk, net als de twee enorme marmeren vazen die Murad III uit Pergamon meebracht. Een van de keizerlijke gebedsnissen en de grote kroonluchter die aan de centrale koepel hangt werden geschonken door Ahmed III. De nis op de bovenetage, de soepkeuken [imaret], de Koranschool, de bibliotheek en de fontein voor de rituele wassing, de grootste in zijn soort, dateren uit de tijd van Mahmud i [de achttiende eeuw].
In de negentiende eeuw gaf Abdülmecid I de gebroeders Fossati de opdracht voor een renovatie. Er werden een keizerlijke galerij, een nieuwe trap naar de preekstoel en een muvakkithane (gebouw voor tijdmeting) aangelegd, en kalligrafische schilden aangebracht van befaamde artiesten, waaronder zelfs een paar van de sultans eigen hand. De acht enorme cirkelvormige schilden die de centrale koepel versieren en de schoonheid van het monument nog vergroten, zijn het werk van de geniale componist en dichter Kazasker Mustafa Izzet Efendi.
De Hagia Sophia in ca. 1849.
Op deze schilden staan de namen geschreven van Allah, Mohammed, de eerste vier kaliefen – Aboe Bakr, Omar, Othman en Ali – Ali’s zonen Hassan en Hoessein, de Basmala, en verder midden in de koepel vers 35 van de soera An-Noer. Vroeger herbergde de moskee ook vierkante schilden uit de tijd van Mehmed IV, van de hand van Teknecizade Ibrahim Efendi. De nieuwe schilden van elk 7,5 meter zijn door hun grootte uniek binnen de Ottomaanse kunst.
Toen men van de Hagia Sophia een museum maakte en alle islamitische verwijzingen verwijderde, was dat met de bedoeling het monument weer terug te brengen in de toestand van het Byzantijnse tijdperk. Het vaste meubilair zoals de gebedsnissen en de hoge preekstoel van de imam konden niet worden gedemonteerd, maar de rest – tapijten, gekalligrafeerde schilden, exemplaren van de Koran – werd weggehaald. Het verwijderen van Kazaskers schilden bleek echter niet eenvoudig. Toen ze naar beneden werden gehaald, merkte men dat ze ter plekke waren geschilderd, in elkaar gezet en omlijst. Hoe men het ook probeerde, het was onmogelijk om de schilden door de deuren van de Hagia Sophia te krijgen. De schilden bleken expres zo reusachtig te zijn gemaakt om te verhinderen dat ze ooit uit de kerk zouden worden verwijderd. Men durfde ze niet te demonteren, want dat zou het risico van onherstelbare schade aan deze meesterwerken met zich meebrengen. Uiteindelijk werden de onvergelijkelijke schilden maar tegen de muur gezet, en daar bleven ze jarenlang staan.
… vijftien jaar waarin deze kunstschatten op de grond hadden gestaan, te lijden hadden gehad onder het vocht en bedekt waren geraakt met spinnenwebben
Professor Semavi Eyice vertelde me dat hij eind jaren veertig de schilden tegen de muur zag staan en de directeur van het museum vertelde dat deze verantwoordelijk zou worden gesteld als er iets mee gebeurde. Zo lukte het hem om de werken terug op hun plek te krijgen. Het had vijftien jaar geduurd, vijftien jaar waarin deze kunstschatten op de grond hadden gestaan, te lijden hadden gehad onder het vocht en bedekt waren geraakt met spinnenwebben. Sommige delen van de schilden bevonden zich in een miserabele toestand. Ook de beroemde schrijver en conservator Ibnülemin Mahmud Kemal Bey wond zich erg op over de toestand van de schilden. Lees hoe deze vooraanstaande Ottomaanse intellectueel het verloop van de gebeurtenissen beschrijft:
‘Deze heilige schilden, waarop de prachtige Naam Gods en de Naam van de Profeet geschreven staan, werden door een stel malloten naar beneden gehaald en zomaar op de vloer neergezet, waar ze beschadigd raakten. Een aantal gelovigen mannen, waaronder wijzelf, die deze situatie niet konden aanzien, probeerden tevergeefs tussenbeide te komen. Toen ik mijn best deed om de directeur van het museum van de Hagia Sophia ervan te overtuigen ze weer terug te hangen, vertrouwde hij me uiteindelijk toe dat daarvoor het geld ontbrak. Pas dankzij de vrijgevigheid van de handelaar Nazif Beyler en de ingenieur Ekrem Hakki Ayverdi, die zich ook al langer zorgen maakten over de situatie, konden de schilden eindelijk worden hersteld en teruggeplaatst. Godzijdank hingen de heilige schilden op 28 januari 1949 weer op hun plek. Toen ik ze daar terugzag, huilde ik van geluk. Ik zegen Ekrem, dank Nazif en Muzaffer en bid voor hen.’
Zo behield de Hagia Sophia haar islamitische identiteit, de oplettende islamitische gemeenschap zij gezegend voor haar inspanningen. Laat ons er nu voor zorgen dat de Hagia Sophia weer een moskee wordt. Zodat wij deze onttoverde tijd weer iets van heiligheid kunnen inblazen.
Het betoog van Mustafa Armagan staat niet op zich. De afgelopen jaren is de roep toegenomen om van de Hagia Sophia opnieuw een moskee te maken. Eerder werden de Hagia Sophia-kerken van Trabzon en Iznik al tot moskeeën omgedoopt. De regerende AKP van Recep Tayyip Erdogan is een warm pleitbezorger van het idee. Ook de extreem-rechtse MHP is voor. Tegenstanders zien in de plannen een verdere poging tot islamisering van het land.
Eind december werd in Jakarta een jonge vrouw aangehouden toen ze zich opmaakte om een zelfmoordaanslag te plegen op de presidentiële garde. Het weekblad Tempo wist haar op het politiebureau te spreken te krijgen. Een interview.
De jonge vrouw is opmerkelijk kalm. Ze vermijdt elk oogcontact met mannen. Ze klinkt vastberaden als ze spreekt over de jihad en de amaliyah [een Arabische term die door extremisten wordt gebruikt voor (zelfmoord)aanslagen], de goede daden volgens een bepaalde interpretatie van de Koran. Er verschijnt alleen een lachje op haar gezicht als ze over haar man, Muhammad Nur Solihin, begint.
Hoe kwam u ertoe om dit te doen?
‘Het begon met een soort nieuwsgierigheid. Waarom zou je moeten doden? Waarom iemand de handen afhakken? Ik vond de redenaties daarvoor hard, fanatiek. Ik was er fel op tegen en op de Facebookpagina van een jihadiste discussieerde ik daarover. Maandenlang bleef ik tegen de anderen ingaan. Ze zeiden: “Ukhti [zusje], als je werd verkracht, als er familie van je werd verkracht, wat zou er dan gebeuren? Dan zou je toch woedend zijn?”’
Dus wat was uiteindelijk uw conclusie?
‘Dat ik wraak zou nemen natuurlijk. In de islam zijn we samen één lichaam. Als een van onze broeders of zusters wordt onderdrukt, wat voel je dan? Dan doet dat toch pijn? Daarmee begon mijn interesse. In alles wat ze zeggen zit wel een kern van waarheid, dacht ik toen. Maar ik begreep nog steeds niet waarom de media schreven dat we niet het recht hebben dit of dat te doen. Toen vroegen ze me: “Zusje, op welke media zoek jij? Op islamitische media of op media van ongelovigen?”’
Kunt u een voorbeeld noemen van zo’n jihadistisch account?
‘Dat van oelama Binti Gulam. Ze zeggen dat ze in Syrië zit. Ze is als een grote zus voor me en legt me veel dingen uit. En er zijn ook anderen die dat doen.’
‘In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was’
Zelfs al weet u niet wie er echt achter die accounts zitten, dan gelooft u toch wat ze zeggen?
‘Het klopt niet dat ik dat niet weet. Als er een spion achter zo’n account zit, dan merk je dat uiteindelijk wel. Als je de reacties leest, dan weet je of het account echt of nep is. Om het zeker te weten doe ik rondvraag.’
Hoe lang volgt u die jihadistische accounts al?
‘Sinds een jaar.’
Maar wanneer bent u zich echt in de islamitische leer gaan verdiepen?
‘Sinds ik in Taiwan ben gaan werken. Daar zijn mobiele telefoons veel goedkoper in gebruik dan hier. In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was. Op dat moment dacht ik nog helemaal niet aan de jihad. Ik dacht alleen dat de door de mens gemaakte wetten zouden moeten worden aangepast en vervangen door de wetten van de Koran.’
Waarom zocht u op sociale media naar informatie over het geloof?
‘Omdat het me moeilijker leek om dat in de echte wereld te doen. Dan zijn de mensen die je ernaar vraagt geslotener, wantrouwender. Ze verdenken [als ze jihadist zijn] degenen die vragen stellen ervan spionnen te zijn. Ze zijn bang om ontmaskerd te worden. Dus het is veiliger om dat op sociale media te doen. Ik vroeg me af waarom je zou moeten doden en bommen plaatsen. Was er geen andere manier?’
Toen ontstond uw plan voor amaliyah?
‘Toen ik [in maart 2016] uit Taiwan terugkwam nog niet meteen. Maar in de loop van de tijd werd mijn verlangen om dat te doen steeds groter. Toen de gelegenheid zich voordeed, insjallah, was ik er klaar voor.’
Hebt u contact gehad met Bahrun Naim [het vermeende brein achter de aanslagen in Jakarta van januari 2016 waarbij vier doden vielen, en sinds 2014 strijder voor IS in Syrië]?
‘Ja, heel kort geleden nog, in december. Mijn man heeft me met hem gelinkt en daarna nam Bahrun Naim meteen contact met me op.’
Wat zei hij tegen u?
‘Hij vertelde me wat het doelwit was, namelijk de presidentiële garde. Ik moest het doen tijdens de training, niet bij de wisseling van de wacht.’
Kreeg u een schema van hem?
‘Bahrun Naim zei: “Maak je daarover maar niet druk. Er is een team dat de locatie gaat verkennen. Jij hoeft alleen jouw taak te kennen.”’
Wat was het wachtwoord voor het tot ontploffing brengen?
‘Dat was er niet. Het moest meteen gebeuren, de ontploffing stond gepland voor zondagmorgen om zeven uur. Want dan oefent de presidentiële garde altijd. Het team had alles verkend.’
Hadden ze u geleerd hoe je een bom tot ontploffing brengt?
‘Nee, dat moest mijn man me onderweg naar het doelwit leren.’
Zou dat genoeg zijn geweest?
‘Insjallah.’
Waarom volgde u de orders van Bahrun Naim op?
‘U bedoelt: waarom deed ik wat hij zei? Omdat mijn man en ik trouw hadden gezworen. Het was mijn opdracht om een goede daad te doen. En Bahrun Naim heeft hier de leiding over zijn broeders.’
Gelooft u dat u dankzij deze zelfmoordaanslag in het paradijs was gekomen?
‘Het is aan Allah om te bepalen of ik naar het paradijs ga of naar de hel. Het gaat er vooral om dat ik alles doe om dat te verdienen, dat is genoeg.’
‘Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit’
Had u al eerder zelfmoordaanslagen meegemaakt? Wat ging er door u heen toen u die zag gebeuren?
‘Ik heb er veel gezien. Waar ik aan dacht? Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit.’
Is het nodig om voor ‘goede daden’ bommen in te zetten?
‘Dat wisselt per persoon. Je doet wat je kunt.’
Beseft u dat u het risico loopt te worden veroordeeld?
‘Dat weet ik, ja. Er staat me vast een gevangenisstraf of de doodstraf te wachten. Ik ben er klaar voor.’
Denkt u dat u het verkeerde pad hebt gekozen?
‘Misschien is dat zo voor de wet van de mensen, de wet die het parlement heeft aangenomen. Maar volgens de Koran is het de juiste weg.’
Maar de Koran zegt niet dat je moet doden.
‘Hoezo? Wie is er begonnen met doden? Onschuldigen, onze moslimbroeders die niet gezondigd hebben, doden wij niet.’
Bij de presidentiële garde zitten toch ook moslims?
‘Ja, maar die zijn in dienst van de president. En de president is de man die de wetten van de Koran heeft omgezet in door mensen gemaakte wetten, vandaar al dat onrecht.’
Erkent u Joko Widodo als president?
‘Ja, hij is de president van Indonesië.’
Auteurs: Wayan Agus Purnomo en Anton Aprianto
Vertaler: Tess Visser
CONTEXT: Undercover
Op 11 december 2016, een dag na de arrestatie van zelfmoordterroriste Dian Yulia Novi en haar echtgenoot, benaderde Tempo de antiterrorisme-eenheid Brigade 88 met het verzoek om de twee te interviewen. Omdat de arrestatie in Indonesië werd gezien als een manier om de aandacht af te leiden van het proces wegens godslastering tegen de burgemeester van Jakarta [en door velen niet werd geloofd], stemde de brigade toe – op voorwaarde dat de journalisten hun identiteit geheim hielden. Pas aan het eind van het gesprek vertelden ze wie ze waren. Hierop verklaarden Dian en haar man dat ze geen bezwaar hadden tegen publicatie van het interview.
Indonesische radicale moslims protesteren tegen de burgemeester van Jakarta, die hun religie zou hebben beledigd. Velen behoren niet tot een religieuze partij, maar halen hun kennis van internet.
In het politieke leven van Jakarta staat momenteel de islam centraal. Begin november en begin december verlieten honderdduizenden moslims hun familie, hun dorpen en wijken en hun werk om te komen protesteren. Zij wilden laten blijken dat de Chinees-Indonesische gouverneur van de hoofdstad hun religie in hun ogen niet met respect had bejegend.
Meestal is demonstreren een politieke, moderne en areligieuze uiting van onvrede, maar de betogers van de vierde november maakten er een heilig ritueel van. Zij kwamen allen in het wit gekleed, als bij een Koranstudiebijeenkomst of een pelgrimstocht naar het heilige land. Ze zeiden gebeden en loofden Allah, alsof ze in Mekka of Medina waren en niet in Jakarta.
Koppeling van staat en religie
Deze gebeurtenissen maken meerdere dingen duidelijk. Ten eerste: door van een demonstratie een ritueel te maken, wordt religie gebruikt om politieke doelen te bereiken. Dat gaat uit van het idee dat religie en staat een en hetzelfde zijn; spreek je uit naam van de religie, dan spreek je uit naam van de staat, en andersom. Als de staat zich tegen religieuze invloeden verzet, is het je plicht om te gaan demonstreren.
Ten tweede: deze koppeling van staat en religie roept de vraag op wie nu wát vertegenwoordigt. In een democratisch systeem vertegenwoordigen volksvertegenwoordigers kiezers en niet een bepaalde religie, ras, etnische groep of andere culturele categorie. Binnen een democratie is het op zich heel goed mogelijk dat politieke partijen religieuze belangen dienen. Voorbeelden zijn de PKB, waarvan de kiezers aanhangers zijn van het soefistisch-islamitische Nahdlatul Ulama; de PAN, gesteund door aanhangers van de modernistisch-islamitische stroming Muhammadiyah; en de PKS, gesteund door leden van de salafistische Tarbiyah. Het probleem is echter dat in – veelal stedelijke – moslimgemeenschappen het idee leeft dat deze politieke partijen niet mee zijn gegaan met de sociaal-culturele transformaties van de laatste jaren. Veel van deze groepen zinnen daarom op andere manieren om religie en politiek met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld door middel van demonstraties.
Dit roept de vraag op hoe Jakarta met de islam moet omgaan.
In de komende jaren zal het gezicht van de hoofdstad ingrijpend veranderen, al is het maar omdat de islamitische middenklasse zo snel groeit. Toch bestaan er binnen deze groep flinke tegenstellingen: de moslims van Jakarta bestuderen hun religie op diverse manieren.
Leden van Nahdlatul Ulama en Muhammadiyah bezoeken madrassa’s, pesantren [twee soorten islamitische kostscholen] en Koranstudiegroepen. De leden van deze gemeenschappen scharen zich om een religieus leider. Hun leerstellingen zijn niet verbonden met de staat: mensen die dezelfde leer aanhangen, kunnen er heel goed verschillende politieke opvattingen op na houden. Heel anders is dit bij de salafistische groepen Tarbiyah en Hizbut Tahrir, die in gesloten cellen zijn georganiseerd en eigen moskeeën hebben waar zij de islam bestuderen. Bij hen vormen religieuze leer en staatsvorm een hechte eenheid. Gevolg is dat hun religieuze praktijken niet los te zien zijn van hun politieke opvattingen.
De derde groep moslims bestaat uit gelovigen die hun religie zonder oelama [gids] bestuderen en geen duidelijke leer of institutie aanhangen. Zij halen hun informatie van internet of uit boeken, consumeren alles wat zij online over de islam kunnen vinden. Voor sommigen van hen vormen staat en religie een eenheid, voor anderen niet. Hun visie wordt bepaald door de boeken en websites die ze raadplegen, en natuurlijk door hun eigen persoonlijkheid. Zij komen niet op vaste plekken bijeen, hun opvattingen veranderen mee met actuele gebeurtenissen en met hun religieuze inspiratie van het moment. Het is een manier van religie beleven die goed past bij het jachtige, moderne leven. Wie vertrouwd is met de sociale en economische omstandigheden in Jakarta [de snelgroeiende hoofdstad van een zich snel ontwikkelend land], zal niet verbaasd zijn als dit type geloofsbeoefenaars in de toekomst in aantal toeneemt.
De belangen van Muhammadiyah en Nahdlatul Ulama worden van oudsher door politieke partijen vertegenwoordigd. Hun religieuze leiders gaan geregeld in dialoog over politieke kwesties. Bij de laatste groep is dit lastiger, omdat zij geen religieuze leiders, instituties of politieke partijen achter zich hebben en nauwelijks een gemeenschap vormen. Toch blijft deze groep maar groeien. De traditionele structuren om een dialoog tussen staat en religie te voeren voldoen daardoor niet meer. Jakarta moet dringend een nieuwe culturele strategie bedenken, als antwoord op de nieuwe, globale situatie waarin informatietechnologie dominant is en religieuze leiders lang niet iedereen meer bereiken. Anders zal de hoofdstad een geestelijke verlamming en verstikking tegemoet gaan.
Druk van de staat
Zowel op 4 november als op 2 december gingen in Jakarta islamitische demonstranten de straat op; ze eisten de veroordeling van de burgemeester van Jakarta wegens blasfemie. Deze Basuki Tjahaja Purnama, een christen van Chinese komaf, is zeer populair onder de bevolking. Toch wisten de 200.000 betogers bij de eerste demonstratie te bereiken dat de regering een gerechtelijk onderzoek naar hem gelastte. Tegelijkertijd doet een antiterroristische eenheid onderzoek naar mogelijke infiltratie van de demonstranten door twee radicale groeperingen: Jamaar Ansharut Daulah (JAD) en Khafilah Syuhada Al-Hawariyun, die mogelijk terreur willen zaaien.
Generaal Soeharto verbood deze titel in 1994, vanwege de grondige analyses van zijn beleid die erin verschenen. Een maand na de val van Soeharto in ’98 herrees Tempo uit de dood, en inmiddels bestaat er ook een Engelstalige online-editie. Pluriformiteit en vrije nieuwsgaring staan nog altijd hoog in het vaandel.
Veel Arabische commentatoren vinden dat de Arabische wereld zich verre moet houden van de maatschappelijke kwesties die het Westen verdelen. Een gevaarlijke fout, betoogt Hazem Saghieh.
Veel Arabieren lijken niet wakker te liggen van de komst van Donald Trump naar het Witte Huis. Dat is althans de mening van een aantal Arabische commentatoren, die denken dat de enige keus die Amerika altijd heeft geboden die tussen kwaad en erger is. Wie zo over de Amerikaanse presidentsverkiezing denkt, en over de debatten die deze heeft uitgelokt, denkt dus dat Arabieren geen boodschap hebben aan uiteenlopende thema’s als vrouwenrechten, de plaats van religie in de maatschappij, de discussies over seksualiteit, de houding tegenover vluchtelingen, migranten en asielrecht, racisme, vrijheid van meningsuiting, scheiding van machten en bestuurskwesties.
Deze Arabieren zouden evenmin geïnteresseerd zijn in de kant die de wereld opgaat, met meer dan wel minder openheid. Of in economische betrekkingen en de risico’s van handelsoorlogen. Of in de toename van extremisme en geweld. Ze zouden ook niet gevoelig zijn voor de huidige verstoring van het milieu, en voor de opwarming van de aarde.
Ten slotte zou het eveneens betekenen dat ze geen belangstelling hebben voor kunst, niet naar de film gaan, niet de media volgen, geen gebruikmaken van de sociale netwerken. In bredere zin zouden ze zich niet druk maken over politieke zeden of het debat over ideeën. Kortom, ze zouden zich niets aantrekken van de toekomst van de Arabische wereld zelf, van de situatie in hun eigen land en van hun eigen volk, of van het lot van de vluchtelingen.
‘Als Trump ‘het ware gezicht van Amerika’ toont, tonen Osama bin Laden en Abu Bakr al-Baghdadi ‘het ware gezicht van de moslims”
Daar moet wel worden bij gezegd dat een aantal extreemlinkse westerse krachten er alles aan doen om Arabieren het idee te geven dat ze buiten de wereld staan. De onthutsende conclusie is dat de beroemde zaken waarvoor de Arabieren zich inzetten ook los lijken te staan van de realiteit van de rest van de wereld. Volgens deze redenering zouden de Arabieren een soort schijnbestaan leiden en zou hun aanwezigheid in de wereld vergelijkbaar zijn met die van een parasitaire uitwas.
Dit is uiteraard niet het geval. Maar het is wel de logische conclusie die je kunt trekken uit het discours van de voorvechters van het arabisme en het antiamerikanisme. Zo horen we zeggen dat er geen verschil is tussen Barack Obama en Donald Trump, noch tussen Hillary Clinton en Donald Trump, en dat er dus hoe dan ook niets nieuws onder de zon is. In werkelijkheid zijn de meningsverschillen over de belangrijkste thema’s levensgroot. Overal op de wereld beseft men dat. En toch wordt ons gezegd dat ze geen enkel invloed zullen hebben op de Arabische wereld.
Degenen die stellen dat de Arabische wereld in dit opzicht losstaat van de rest van de wereld, graven het graf voor hun eigenheid. Als je weigert de invloed van de wereld op je eigen situatie te erkennen, kun je ook niet om de geringe invloed heen die je zelf op die wereld hebt.
Want wat veel Arabieren niet willen inzien, is dat zijzelf en de rest van de wereld van elkaar afhankelijk zijn. Daarmee raak je precies aan een van de speerpunten van Trump, die muren wil bouwen en immigranten wil uitzetten omdat de ander alleen maar problemen veroorzaakt.
Als je de Arabische wereld als een belegerd fort beschouwt, kun je jezelf ook wel feliciteren met de verkiezing van Trump, die eindelijk ‘het ware gezicht van Amerika’ toont, terwijl Obama en Clinton alleen maar een trompe-l’oeil waren om onze illusies te voeden. Op diezelfde manier zou een Trump-kiezer kunnen zeggen dat Osama bin Laden en Abu Bakr al-Baghdadi, de kalief van Islamitische Staat, ‘het ware gezicht van de moslims’ tonen. Dus om de volledige waarheid onder ogen te zien bespoedig je de komst van een ramp!
Het drama van dit moment is dat dit soort taalgebruik gedoemd is te floreren onder het presidentschap van Trump, die hele volkeren en religies wegzet onder een globale noemer. En deze afschrikwekkende visie zal niet alleen de oorlog rechtvaardigen tussen twee groepen mensen, het Westen en de moslimwereld, maar zich ook alom verspreiden en de hele wereld besmetten.
‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.
Sinds de mislukte coup in Turkije zijn meer dan 30.000 Turkse leerkrachten geschorst of ontslagen. Maar de onderwijshervorming van regeringspartij AKP begon al veel eerder.
29 oktober zal een zwarte dag blijven voor Erdem G., een vijftiger die lesgaf op een staatsuniversiteit in Istanboel. ‘Ik vernam via de sociale netwerken dat ik ontslagen was. Mijn naam stond op een decreet dat in de officiële staatskrant werd gepubliceerd. Ik werd beschuldigd van het steunen van terroristische organisaties. Mijn diploma’s zijn geconfisqueerd, mijn e-mailadres is gewist, de toegang tot mijn kantoor is me ontzegd.’
Na een carrière van twintig jaar op de universiteit is Erdem nu werkloos, zonder uitkering, zonder paspoort. Zijn vrouw en kinderen hebben ook geen paspoort meer. Universiteitsmedewerkers en hun familie hebben in Turkije recht op een dienstpaspoort, een privilege dat de staat te allen tijde kan intrekken. In de drie weken na de mislukte staatsgreep van 15 juli zijn 74.562 van zulke paspoorten ingetrokken, aldus het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken.
Het intrekken van deze paspoorten berust niet op een rechterlijke beslissing; ze worden door de overheid als ‘vermist’ opgegeven. Tegen het decreet, dat is uitgevaardigd in het kader van de noodtoestand die vijf dagen na de mislukte staatsgreep werd uitgeroepen, is geen beroep mogelijk. ‘Mijn naam staat in rode letters op de website van de regering, ik kan niet meer werken in dit land, noch bij de overheid, noch bij een particuliere werkgever,’ mompelt Erdem.
De docent heeft afgesproken in een park in Istanboel, waar de muren geen oren hebben. Zoals de meeste mensen die ik voor dit onderzoek heb gesproken wil hij niet dat zijn identiteit bekend wordt. ‘Daarin ben ik niet de enige, iedereen is bang.’
‘Dood aan de putschisten!’
De doodsbedreigingen die hij dagelijks via de sociale netwerken ontvangt stellen hem niet bepaald gerust. Waaraan heeft hij zo’n behandeling verdiend? ‘Ik begrijp er niets van, ik vraag het me voortdurend af,’ zegt hij. ‘Ik ben socialist, al heb ik me nooit bij een partij aangesloten. Ik ben actief in een vakbond, ik heb altijd aan stakingen en betogingen meegedaan, maar daarom ben ik nog geen terrorist.’
Zijn misdaad, vermoedt de docent, is dat hij zijn handtekening onder een petitie heeft gezet. In januari hebben meer dan tweeduizend onderzoekers en universitair docenten net als hij een oproep getekend om de vrede te herstellen in het zuidwesten van het land, waar voortdurend confrontaties plaatsvinden tussen het Turkse leger en de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). De represailles lieten niet lang op zich wachten: uitsluiting, disciplinaire sancties, niet-verlengde contracten… Vier universitair docenten zijn enkele weken gevangengezet en daarna weer vrijgelaten in afwachting van hun proces.
Nadat een deel van het leger in de nacht van vrijdag 15 op zaterdag 16 juli had geprobeerd president Recep Tayyip Erdogan af te zetten, hebben de autoriteiten het op de ondertekenaars van deze petitie gemunt. Zo ook op Murat D., een dertiger die filosofie doceerde aan een universiteit in Istanboel, totdat hij op een dag in september ontdekte dat zijn naam op een lijst van ‘handlangers van het terrorisme’ stond die door de officiële staatskrant werd gepubliceerd. Sindsdien is hij werkloos en kan hij het land niet meer uit. Voor zijn vrouw en hun twee minderjarige kinderen geldt hetzelfde, hun paspoorten zijn waardeloos. ‘Wat wij meemaken is gewoon kafkaësk,’ zegt hij.
Ook al werd de verantwoordelijkheid voor de staatsgreep gelegd bij Fethullah Gülen – de naar de VS uitgeweken prediker wiens cemaatbeweging lange tijd de trouwste bondgenoot was van de conservatieve islampartij AKP, die sinds 2002 aan de macht is –, toen de noodtoestand eenmaal was uitgeroepen werden alle beroepsgroepen meedogenloos aangepakt: ambtenaren, militairen, rechters, piloten, artsen, zakenlieden, bestuurders, journalisten. In het begin waren alleen veronderstelde aanhangers van Gülen het doelwit. Het hebben van een rekening bij Bank Asya, de financiële instelling van cemaat in Turkije, was al genoeg om op een lijst met verdachte personen te komen.
De drang om te zuiveren was groot en president Erdogan beloofde de met het Gülen-netwerk gelieerde ondernemingen, charitatieve instellingen en scholen, ‘broeinesten van terrorisme’, genadeloos uit te roeien en hun financieringsbronnen te laten opdrogen. ‘Dood aan de putschisten!’ scandeerden de ontketende menigten die zich in de weken na de couppoging elke avond op de pleinen in de grote steden verzamelden. De ‘martelaren’ (de 246 doden aan loyalistische kant; de 30 doden aan putschistische kant werden niet meegeteld) werden verheerlijkt. Op sommige metrostations in Istanboel hangen nog steeds reusachtige foto’s van hen.
Al heel snel breidden de zuiveringen zich als een olievlek uit. Linkse militanten, verdedigers van de Koerdische zaak, vakbondsmensen en ook kemalisten zitten momenteel gevangen in de fuik. Niemand weet waar deze op hol geslagen locomotief zal stoppen. Sinds 15 juli zijn 37.000 mensen gevangengezet op verdenking van steun aan het terrorisme, terwijl 110.000 werknemers zijn geschorst of ontslagen, onder wie 30.000 leerkrachten. De laatsten zijn niet moeilijk te vervangen: tienduizenden jonge gediplomeerde leerkrachten die tot nu toe geen aanstelling hadden, staan te trappelen.
De prestigieuze openbare scholen in Istanboel, waar de neutrale “witteboordenelite” werd gevormd, moesten toezien hoe hun docentenkorps werd ontmanteld en hun lesmethoden in de ijskast werden gezet
De universiteit is in het gareel gebracht. Sinds 29 oktober worden de rectores magnifici door de president van de republiek benoemd en niet langer gekozen door hun collega’s, zoals sinds 1992 het geval was. Gülay Barbarosoglu, de rectrix van de Bosporus Universiteit, heeft daarvoor de tol al moeten betalen. Nadat ze in juli met 86 procent van de stemmen was herkozen, heeft ze op 12 november het veld moeten ruimen voor Mehmed Özkan, een AKP-getrouwe academicus, die door de president is benoemd.
De mislukte staatsgreep – ‘een godsgeschenk’, aldus president Erdogan – heeft de onderwijshervorming die al ruim voor de nacht van 15 op 16 juli in gang was gezet alleen nog maar versneld. De zuivering betekent een verdere stap in de richting van de ‘culturele revolutie’ die door de Turkse nummer één wordt gewenst.
Op 1 februari 2012 had hij al een pleidooi gehouden voor de Imam Hatip-scholen, waar imams worden opgeleid en waar ook hijzelf is opgeleid, en de zegeningen daarvan voor het onderwijssysteem geroemd. ‘Wij hebben als doel een vrome generatie te kweken,’ had hij verkondigd. Een waar idee-fixe, dat hij in april weer van stal haalde tijdens een ontmoeting met Önder, de vereniging van oud-studenten van imamscholen. ‘Turkije is de hoop van de moslimwereld, en de hoop van Turkije zijn jullie.’
Het gevolg is dat talloze neutrale scholen tot imamscholen zijn omgevormd, ook in Istanboel en Ankara. Toen de AKP in 2002 aan de macht kwam, telden de imamscholen 65.000 leerlingen. Inmiddels zijn het er 1,2 miljoen, aldus Bilal Erdogan, de jongste zoon van de president, die leiding geeft aan Türgev, een stichting die actief is op onderwijsgebied.
Regels aangepast
Om de godsdienstvrijheid te waarborgen heeft president Erdogan de afgelopen jaren de regels voor de scheiding tussen kerk en staat aangepast die in 1923 bij de vorming van de republiek waren ingesteld. Zo heeft zijn regering vrouwen achtereenvolgens toegestaan een islamitische sluier te dragen op de universiteit, daarna in openbare functies, daarna op de middelbare school en zeer onlangs in het leger en bij de politie, wat hem elke keer op kritiek van het neutrale kamp kwam te staan.
In 2014 heeft de meerderheidsvakbond Egitim Bir Sen (pro-AKP) geprobeerd aparte jongens- en meisjesscholen te introduceren, ‘om de veiligheidsproblemen als gevolg van de aantrekkingskracht van het andere geslacht te minimaliseren’. Het voorstel haalde het niet. Desondanks besloot een directeur van een openbare school in het zuiden van het land kortgeleden er gevolg aan te geven. Op 28 oktober vroeg hij de leerkrachten de jongens en meisjes te scheiden. Een week later onthief het ministerie hem uit zijn functie. Zijn militante bezieling ging te ver.
Het in het gareel brengen van de laatste neutrale bastions vergt tact. In 2014 werd een hervorming doorgevoerd op 155 middelbare scholen die tot dan toe bekendstonden als de beste van Turkije. De prestigieuze openbare scholen in Istanboel, waar de neutrale ‘witteboordenelite’ werd gevormd, moesten toezien hoe hun docentenkorps werd ontmanteld en hun lesmethoden in de ijskast werden gezet. Ook de culturele activiteiten moesten plaatsmaken voor de bestudering van de Koran en het leven van Mohammed.
In juni kwamen de scholieren tegen deze hervorming in opstand: ze wilden ‘modern onderwijs’. In Istanboel keerden leerlingen van het Kadiköy Anadolu-lyceum hun directeur demonstratief de rug toe terwijl die van het Galatasaray, het prestigieuze Franstalige lyceum, in verzet kwamen tegen ‘de onderwerping aan de sultan’. Op 370 scholen in heel Turkije heerste ontevredenheid. Daarna zijn hun stemmen verstomd in het tumult van de staatsgreep.
‘Toen de AKP in de oppositie was schreeuwden ze moord en brand omdat een sluier verboden was op de scholen en universiteiten. En wat doen ze nu ze zelf aan de macht zijn? Ze verbieden de rok!’
In het hart van de historische wijk Faith, in het Europese deel van Istanboel, treffen ouders van leerlingen en vakbondsvertegenwoordigers elkaar regelmatig op het terras van een café in de buurt van het Cagaloglu Anadolu-lyceum om de situatie te bespreken. De stemming is bedrukt. Mustafa Turgut, vertegenwoordiger van de links-neutrale minderheidsvakbond Egitim Sen, vertelt: ‘De spanningen begonnen met de komst van de nieuwe directeur, twee jaar geleden. Gevolg: 99 procent van de leerkrachten is overgeplaatst. Ze schuwen geen enkel middel om hun ideologie op te leggen; zelfs de muren van het lyceum zijn volgehangen met religieuze affiches.’
Nilay, wier dochter op het Vefa-lyceum in het Europese deel van Istanboel zit, zegt verbijsterd te zijn door de lessen over ‘de wonderen Gods’ die worden gegeven door de nieuwe geschiedenisleraar. Meral, een moeder van een leerling van het Kadiköy Anadolu-lyceum op de Aziatische oever, merkt op dat alle docenten die in het kader van de hervorming zijn aangesteld ‘de AKP-ideologie delen’, wat nog niet zo erg is ‘als ze wiskunde geven’ maar wel ‘als het gaat om filosofie en literatuur’.
Nieuwe directeur, nieuwe regels. Op het Cagaloglu Anadolu-lyceum mogen meisjes geen rok meer dragen. Ook het dragen van een korte broek tijdens de gymlessen is verboden. Leggings zijn in de ban gedaan omdat ze de lichaamsvormen niet verhullen. Zerha, moeder van een leerling, is gegriefd: ‘Toen de AKP in de oppositie was schreeuwden ze moord en brand omdat een sluier verboden was op de scholen en universiteiten. En wat doen ze nu ze zelf aan de macht zijn? Ze verbieden de rok!’
Wraak van de politieke islam op het neutrale kamp? ‘Dat speelt mee,’ zegt Cayan Calik van de vakbond Egitim Sen, die het autoritaire paternalisme van Erdogan hekelt. Mustafa Turgut op zijn beurt betreurt ‘de veranderde manier van leven’ die neutrale en republikeinse kringen wordt opgelegd. De moslims die aan de macht zijn, voorspelt hij, ‘zullen zich niet beperken tot het onderwijs, ze willen de hele maatschappij veranderen’. Hij weet zeker ‘dat ze daar uiteindelijk in zullen slagen, al zal het een tijdje duren’.
Auteur: Marie Jégo
Vertaler: Peter Bergsma
Marie Jégo is correspondent voor Le Monde in Turkije.
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Mondeeen groot netwerk van correspondenten in stand.
Op een zwarte school in het Deense Aarhus heeft het schoolbestuur ervoor gekozen om alle witte leerlingen samen te zetten.
Als je bij de Lankaer Middenschool* in Tilst – een buitenwijk van Aarhus [de tweede stad van Denemarken] – op bus 3A stapt, kun je goed zien dat de leerlingenpopulatie van deze school qua etnische samenstelling geen afspiegeling is van de Deense bevolking. Op deze maandagmiddag, nu de school net uit is, is de bus propvol. De meerderheid van de passagiers is zo te zien van buitenlandse komaf. Veel meisjes dragen een hoofddoek en ondanks de warme nazomerzon zijn er geen blote benen te zien.
Geen wijk in het land schijnt zo veel rijtjeshuizen te hebben als Tilst en de meeste bewoners zijn autochtone Denen, al staan er ook wat sociale woningbouwflats waar dat niet het geval is. Toch hebben veel allochtone leerlingen de afgelopen jaren een voorkeur opgevat voor de Lankaer Middenschool. Aan het begin van dit schooljaar hebben de tweehonderd eersteklassers zelfs een record gebroken: acht op de tien zijn geen autochtone Denen.
De schooldirectie heeft besloten om, in tegenstelling tot vroeger, Deense en allochtone leerlingen niet meer willekeurig over de klassen te verdelen, maar een onderscheid te maken: alle autochtoon Deense leerlingen zijn in slechts drie klassen geplaatst, waar zij ongeveer de helft van de 28 leerlingen van elke klas uitmaken. De vier andere klassen bestaan volledig uit allochtone leerlingen.
‘De rector zei dat sommige leerlingen misschien bang worden als ze alsmaar in de gang ‘wallah wallah’ horen’
Sarah Azzam en Hafsa Omar zitten samen in zo’n klas zonder autochtone Denen. De twee meisjes vinden het niet ideaal: ‘Het niveau in onze klas ligt lager. Als er ook Deense kinderen waren, dan zouden we meer met ze omgaan en zouden ze ons kunnen helpen,’ vertelt Sarah Azzam. Hafsa Omar valt haar bij: ‘Wij hebben allebei buitenlandse ouders. Zij spreken geen Deens en kunnen ons niet helpen met ons huiswerk.’ Ze vertellen dat de rector in alle klassen is komen uitleggen waarom de leerlingen op deze manier over de klassen zijn verdeeld.
‘Hij zei dat sommige leerlingen misschien bang worden als ze alsmaar in de gang “wallah wallah” horen (uitdrukking die “bij allah” betekent),’ vertelt Hafsa Omar, en ze voegt eraan toe dat ze het argument niet goed begrijpt. De meisjes voelen zich achtergesteld omdat ze in een klas zonder Denen zitten.
Nog maar tien jaar geleden, in 2007, waren de meeste leerlingen van de Lankaer Middenschool autochtone Denen. In die tijd was zo’n 25 procent van de leerlingen allochtoon. Dit percentage bleef groeien en ligt nu in de eerste klas al op zo’n 80 procent.
Volgens rector Yago Bundgaard is deze ontwikkeling niet te stoppen. Op de basisschool en daarna gaan kinderen meestal naar de voor hen dichtstbijzijnde school, maar hun middenschool mogen ze zelf uitkiezen. De jongeren zoeken een omgeving uit waarin ze zich thuis denken te voelen, en daardoor ontstaat een vicieuze cirkel. De vele autochtone Denen uit Tilst kiezen liever voor de andere middenscholen van de stad, waar over het algemeen niet meer dan vijf à tien procent van de leerlingen allochtoon is.
De Lankaer Middenschool trekt veel jongeren uit de getto’s van Bispehaven en Gellerupparken, al is deze school voor hen niet het dichtstbij. ‘We komen in een kritische fase terecht, waarin we de Deense leerlingen dreigen te verliezen, als ze nog maar met twee of drie per klas zijn. Uiteindelijk vertrekken ze dan,’ vertelt Yago Bundgaard. De rector hoopt door in bepaalde klassen een meer Deense omgeving te creëren, de autochtone Denen te kunnen behouden.
‘Er blijkt een kritische grens te bestaan van zo’n veertig à vijftig procent allochtone leerlingen’
Leerlingvertegenwoordiger Jens Philip Yazdani vertelt dat veel leerlingen van Deense komaf tot hun verbazing merken dat veel van hun klasgenootjes schoolfeesten mijden omdat ze moslim zijn, geen alcohol drinken en sowieso geen feesten mogen bezoeken. ‘Dan kiezen ze vaak voor de makkelijkste oplossing en zoeken een school waar ze vrienden kunnen maken met wie ze meer gemeen hebben,’ zegt hij.
Volgens professor Niels Egelund van de universiteit van Aarhus is het heel verstandig van de school dat de paar overgebleven Deense leerlingen bij elkaar worden gezet. Anders zou de Lankaer Middenschool binnenkort de primeur hebben de eerste school in Denemarken te zijn met honderd procent allochtone leerlingen. Volgens hem blijkt uit allerlei onderzoek dat het niveau van de lessen in de klassen met Deense kinderen hoger is.
‘Het zou geen enkel verschil maken als je in elke klas vier of vijf autochtone Denen zou plaatsen. Er blijkt een kritische grens te bestaan van zo’n veertig à vijftig procent allochtone leerlingen. Ga je daaroverheen, dan gaat het leerproces eronder lijden,’ vertelt Egelund.
Beetje raar
Bus 3A slaat de weg in richting de wijk Bispehaven. De twee vrienden Mahmoed Azzam en Abdul Hassan houden zich absoluut niet bezig met de klassensamenstelling of het onderwijsniveau. Hun lager onderwijs volgden ze op een islamitische privéschool, die geen enkele Deen onder de leerlingen telde, maar wel een uitstekend niveau had. Mahmoed Azzam vertelt dat er tijdens de facultatieve lessen sowieso leerlingen uit verschillende klassen bij elkaar zitten. ‘Toch vind ik het wel een beetje raar, ik had verwacht toch wel met minstens twee of drie Denen in de klas te komen,’ geeft Abdul Hassan toe.
Je mag verwachten dat de samenstelling van een klas die van de samenleving reflecteert, vindt Yago Bundgaard. Politici zouden naar zijn mening instrumenten moeten creëren om de leerlingen beter over de verschillende scholen te verdelen. Eén oplossing zou bijvoorbeeld zijn om schooldistricten in het leven te roepen en een maximum te stellen aan het aantal migrantenkinderen per klas.
Na twintig minuten komt bus 3A aan in Bispehaven en stappen de meeste passagiers uit, ook die uit Gellerupparken (een verpauperde wijk niet ver van Aarhus), want zij moeten hier overstappen. Een klein groepje eersteklassers blijft nadat de bus is vertrokken even staan kletsen.
‘Zo leren we nooit om met de Denen samen te leven en zij ook niet om voor ons open te staan’
‘Ik zit in een klas met alleen maar donkere kinderen. Zo leren we nooit om met de Denen samen te leven en zij ook niet om voor ons open te staan,’ zegt een van de kinderen. Abdullah Aden uit Somalië zit juist in een van de eerste klassen met wel vrij veel Denen. De samenstelling van de klassen op zijn school doet hem denken aan de vroegere scheiding van zwarten en blanken in Zuid-Afrika. ‘Het is gewoon pure apartheid,’ vindt hij.
Bundgaard: ‘Het probleem is dat mijn leerlingen zelden in contact komen met de cultuur van jonge Deense kinderen. De opdracht van een middelbare school is om de leerlingen een vorming te bieden waarmee ze burgers van de Deense maatschappij kunnen worden. Dat wordt lastig als ze in hun dagelijks leven geen echte Denen ontmoeten. Maar het is evengoed zonde dat leerlingen van andere scholen de wereld van deze jonge allochtone kinderen niet leren kennen.’
Minister van Onderwijs Ellen Trane Nørby erkent dat op sommige scholen in het land het aandeel allochtone leerlingen te groot is geworden. Zij benadrukt dat er een akkoord ligt over het middelbaar onderwijs (waar alle politieke partijen zich achter hebben geschaard). Afgesproken is dat de partijen deze herfst nog gezamenlijk een plan maken waarin de verdeling van leerlingen over scholen geregeld wordt, zodat het al volgend schooljaar in werking kan treden.
‘We moeten zowel aandacht hebben voor het probleem van de gettoscholen als voor het probleem dat leerlingen van het platteland vaak heel ver moeten reizen als zij van hogerhand op een school worden geplaatst’, zo valt in een verklaring te lezen.
*Het Deense schoolsysteem komt niet overeen met het Nederlandse. De leerlingen van de ‘Middenschool’ waar het in dit stuk om gaat zijn rond de vijftien jaar en volgen een tweede fase van het hoger onderwijs, die niet verplicht is.
Grootste krant van Denemarken, die in het najaar van 2005 internationaal in het nieuws kwam toen zij een serie van twaalf satirische politieke spotprenten publiceerden waarin de profeet Mohammed werd gebruikt als illustratie bij een artikel over zelfcensuur en vrijheid van meningsuiting.
Saoedi-Arabië stak al honderd miljard dollar in het financieren van islamitische instellingen – ook in Nederland. Helpen die mee aan de verspreiding van het islamisme?
JA
De Saoedische koningen hebben met de wahabieten – aanhangers van een puriteinse, intolerante interpretatie van de islam – een faustiaans pact gesloten dat heeft geleid tot de grootste religieuze campagne in de geschiedenis. Naar schatting heeft Saoedi-Arabië honderd miljard dollar besteed aan de financiering van islamitische culturele instellingen overal ter wereld en aan het aanknopen van nauwe banden met niet-wahabitische moslimleiders en geheime diensten in diverse islamitische landen. Zo kreeg het wahabisme in de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn plaats in de wereldwijde moslimgemeenschap en ontstonden er allerlei islamistische bewegingen en organisaties. De beïnvloedingscampagne – niet los te zien van de strijd om de macht met Iran – heeft resultaat gehad, vooral in landen als Maleisië, Indonesië, Bangladesh en Pakistan, waar het religieus sektarisme en de opstelling tegenover minderheden en tegenover Iran steeds harder wordt.
De Saoedi’s hebben het wahabisme gebruikt om het Arabisch nationalisme en de Iraanse revolutie tegen te werken. Maar bij de door hen gefinancierde instellingen stonden anderen aan het roer, vaak met eigen agenda’s, zoals de Moslimbroeders, nog militantere islamisten of zelfs jihadisten. Met hun campagne kwam de geest uit de fles.
In westerse politieke en inlichtingenkringen heerst de onuitgesproken mening dat de crisis in Syrië deels is veroorzaakt doordat de internationale gemeenschap Saoedi-Arabië zijn gang heeft laten gaan
Toen bleek dat de meeste aanslagplegers van 11 september uit Saoedi-Arabië kwamen, werden er kritische blikken op het land gericht. Maar de Saoedi’s hadden niet verwacht dat de kritiek zich zou richten op het wahabisme en het salafisme zelf. Twee grote Nederlandse politieke partijen hebben hun regering onlangs gevraagd of er een verbod mogelijk is op wahabitische of salafistische organisaties en opleidingen die vanuit Saoedi-Arabië of Koeweit worden gefinancierd.
De Duitse onderkanselier Sigmar Gabriel beschuldigde Saoedi-Arabië er vorig jaar van moskeeën en gevaarlijke extremistische groeperingen te financieren en zei dat het daarmee moest stoppen. ‘We moeten de Saoedi’s duidelijk maken dat de tijd van wegkijken voorbij is. Saoedi-Arabië financiert overal ter wereld wahabitische moskeeën. Heel wat islamisten uit zulke gemeenschappen komen naar Duitsland,’ zei hij.
Een teken van de veranderende houding tegenover het Saoedische religieuze sektarisme is dat in westerse politieke en inlichtingenkringen de onuitgesproken mening heerst dat de crisis in Syrië deels is veroorzaakt doordat de internationale gemeenschap Saoedi-Arabië zijn gang heeft laten gaan bij de verspreiding van het wahabisme.
Kortom, de complexe relatie tussen de Saoedi’s en het wahabisme leidt tot politieke dilemma’s en compliceert de relaties met de VS en de opstelling tegenover Syrië, IS en Jemen.
James M. Dorsey (rechts op de foto) is senior fellow aan de S. Rajaratnam School of International Studies in Singapore. Ook is hij columnist en auteur van het blog The Turbulent World of Middle East Soccer.
De meest gelezen Engelstalige krant in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan maar staat garant voor goede analyses.
NEE
Al decennialang loopt er een polemiek over de wereldwijde steun van Saoedi-Arabië aan de salafisten. Dankzij de opkomst van IS is dit debat nu weer uiterst actueel. Maar meestal lopen daarbij nogal wat zaken door elkaar. Je kunt Saoedi-Arabië niet gelijkstellen met het salafisme, ook al is dat in het land sterk aanwezig. Net zomin als je het salafisme gelijk kunt stellen aan het jihadisme. Er is inderdaad een tak die de wapens tegen de leiders wil opnemen. Maar er is ook een tak die de politieke autoriteit absoluut niet ter discussie wil stellen.
Ook wordt vaak gezegd dat het salafisme voor Saoedi-Arabië een soft power is en richting geeft aan zijn politieke allianties. Maar Saoedi-Arabië gaf en geeft nog steeds steun aan neutrale prominenten en instellingen. Zoals aan Abdullah Saleh in Jemen, aan Rafik Hariri in Libanon tot 2005 en aan de politieke partij die nu wordt geleid door diens zoon Saad Hariri, aan Iyad Allawi in Irak, en aan het leger [van Al-Sisi] in Egypte.
Wat er over de hele moslimwereld is geëxporteerd, is niet salafistisch of wahabitisch, maar een mix van het militante islamisme van de Moslimbroederschap en het salafisme
Het salafisme is voor Saoedi-Arabië nooit een politieke soft power geweest zoals het sjiisme is voor Iran. Want dat laatste eist trouw aan de Iraanse leider Ali Khamenei.
Overigens is de Saoedische islam heel breed; er zijn soennitische hanbalisten, hanafieten, malekieten, sjafeieten en ook sjiieten. Maar belangrijker is: het jihadisme is niet zozeer een product van het salafisme als wel van het samengaan van het salafisme en de in Egypte ontstane Moslimbroederschap. Wat er over de hele moslimwereld is geëxporteerd, is niet salafistisch of wahabitisch, maar een mix van het militante islamisme van de Moslimbroederschap en het salafisme. En juist die heeft steun gekregen van religieuze leiders en vooraanstaande zakenlieden in diverse Golfstaten, maar ook van theoretici in vele andere moslimlanden.
De verschillen met het traditionele salafisme in Saoedi-Arabië zijn vooral politiek van aard. Het traditionele salafisme wantrouwt de overheid, maar keert zich er niet tegen. Het kan kritiek hebben op de leiders, maar zal nooit de wapens tegen hen opnemen en predikt juist gehoorzaamheid aan de politieke autoriteit. Kortom, het is apolitiek.
Daartegenover staat het activistische islamisme dat juist zeer politiek is. Het predikt ‘het rijk Gods’, een concept dat ver van Saoedi-Arabië is uitgedacht door Maududi in Pakistan en Said Qutb in Egypte.
En moet ik nog zeggen dat wereldwijd het activistische islamisme dat daaruit is voortgekomen, zich sinds de Golfoorlog tegen Saoedi-Arabië heeft gekeerd?
Auteur: Badr Al-Rached
Vertaler: Tess Visser
Badr Al-Rached (links op de foto) is de Saoedische correspondent van Al-Arabi Al-Jadid. Hij publiceerde onder meer in Al Monitor en Al-Hayat. Ook was hij redacteur bij Al-Ekhbariya TV en Qawafil magazine.
Opgericht in Londen, gefinancierd door Qatar. De nieuwssite wordt geleid door Azmi Bishara, een Palestijnse academicus, en vertrouweling van de Emir Sheikh Tamim bin Hamad al-Thani.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.