De Russen zouden actief de midterms hebben beïnvloed
Russische groepen hebben zich actief ingemengd in de Amerikaanse Congresverkiezingen, die vandaag in de Verenigde Staten worden gehouden. Dat heeft de Russische zakenman Jevgeni Prigozjin volgens Al Jazeera gezegd. Prigozjin is oprichter van de beruchte huurlingengroep Wagner. Hij werd eerder door Amerikaanse inlichtingendiensten in verband gebracht met inmenging tijdens de verkiezingen van 2016.
‘We hebben ons ermee bemoeid, we bemoeien ons ermee en we zullen ons ermee blijven bemoeien,’ zei Prigozjin in een filmpje dat op Russische sociale media verscheen. ‘Zorgvuldig, nauwkeurig, en op onze eigen manier, zoals we weten hoe het moet.’
De Wagner Group van Prigozjin is in het verleden ingezet in Syrië, Afrika en andere brandhaarden waar deze Russische belangen verdedigt of lokale machtshebbers helpt, tegen betaling. De groep, wiens huurlingen momenteel ook actief zijn in Oekraïne, is in het verleden in verband gebracht met mensenrechtenschendingen. Prigozjin zou in 2016 zogeheten ‘troll farms‘ hebben betaald om leugens over Trump-rivaal Hillary Clinton te verspreiden.
Regio Cherson werd recent geannexeerd door Rusland
Het Russische leger is bezig zich terug te trekken uit het westen van de regio Cherson. Dat laten zowel Russische als Oekraïense bronnen weten, meldt Politico. Russische troepen zouden zich daarnaast voorbereiden om de hoofdstad van de regio, die ook Cherson heet en aan de Dnipro-rivier ligt, te verlaten.
Cherson was de eerste grote Oekraïense stad die in Russische handen viel. De Russische bezetters zouden al enkele weken bezig zijn inwoners van de regio te deporteren naar Russischsprekende gebieden, al spreekt het zelf van evacuaties. Volgens Russische militaire leiders zullen de troepen naar de oostelijke oever van de Dnipro verplaatst worden.
Cherson was een van de regio’s die in september werd geannexeerd door de Russische president Vladimir Poetin. De afgelopen weken zijn de Oekraïense strijdkrachten, geholpen met westers wapenmaterieel, echter ver opgerukt richting de stad Cherson. Aanvoerroutes die door het Russische leger werden gebruikt zijn daardoor afgesloten.
‘The War and the Future’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie op 19 november in de Amsterdamse stopera. De titel – naar een lezing van de humanisme bepleitende Thomas Mann – moet ons eraan herinneren dat een ‘toekomst zonder oorlog een blijvende opgave is’.
Ook dit jaar ging 360 een samenwerking aan met Nexus, dat in liberale traditie onverstoord de rede hoog in het vaandel houdt, ondanks of misschien juist dankzij het steeds populairder wordende irrationalisme. En waarom wint de afkeer van een bepaalde intellectuele beschaving zo aan kracht? Die en andere vragen vormen de basis voor een rondetafelgesprek waarin de genodigden ‘met revolutionaire hoop, moed en creativiteit nieuwe werelden vorm proberen te geven’ te midden van al onze hedendaagse crises.
Met oude vertrouwde sprekers als Achille Mbembe uit Kameroen, hoofdredacteur van tijdschrift Liberties Leon Wieseltier, en veel nieuwe gezichten, onder wie de Franse topdiplomaat Jean-Marie Guéhenno, schrijver en scenarist László Krasznahorkai uit Hongarije, spion voor de CIA Mary Beth Long, die als covert operations officer terrorisme, nucleaire proliferatie en drugshandel in haar portefeuille had en nu haar eigen advocatenkantoor runt.
Kishore Mahbubani, schrijver van een reeks boeken over de groei van de Aziatische macht, is ook van de partij
Ook van de partij is Kishore Mahbubani, schrijver van een reeks boeken over de groei van de Aziatische macht en de neergang van de westerse invloed wereldwijd, evenals voormalig politicus en geopolitiek denker Bruno Maçães, die EU-landen een naïeve houding verwijt ten aanzien van de contemporaine geopolitieke ontwikkelingen. Verder schuiven aan pacifist Donatella di Cesare, als hoogleraar theoretische filosofie verbonden aan de Universiteit Sapienza Rome en Oksana Forostyna opinieredacteur bij het vooraanstaande tijdschrift Oekrajina Moderna, dat een open debat over het Oekraïense heden en verleden in gang probeert te zetten, kritisch denken wil stimuleren en intellectuele vrijheid probeert te bewaren.
Van Donatella di Cesare, ‘voorvechter van een geestelijk leven’ Zena Hitz en auteur en hoogleraar Lea Ypi publiceert 360 respectievelijk een bijdrage en een interview in dit nummer.
Een omvangrijke industrie helpt Russische mannen via Telegram om mobilisatie te voorkomen. Dat gaat echter niet zonder risico’s.
Lange tijd overwoog Dima om Rusland te verlaten. De zesentwintigjarige Moskoviet, die om veiligheidsredenen onder een andere naam vermeld wil worden, is tegen de Russische inval in Oekraïne en staat kritisch tegenover president Vladimir Poetin. Maar, zo vertelt hij aan Rest of World, er was ook veel dat hem in het land hield: carrière, familie en geliefden.
Dat veranderde op 21 september, toen Poetin een gedeeltelijke mobilisatie van reservisten aankondigde en 300.000 mannen naar het slagveld sommeerde. De kans was groot dat Dima onmiddellijk zou worden opgeroepen en hij wist dat hij snel iets moest ondernemen. ‘We kwamen onmiddellijk met een paar vrienden bij elkaar en besloten het land te verlaten,’ zegt hij.
Op zoek naar hulp om het land te ontvluchten, meldde hij zich aan bij een kanaal op Telegram, waar hij een lift vond naar buurland Georgië. Dat kanaal, Verkhnii Lars Chat genaamd, is in 2019 opgericht om mensen te helpen die de grens willen oversteken. Het heeft nu meer dan 140.000 gebruikers. En er zijn meer vergelijkbare Telegram-kanalen.
Telegram om dienst te ontlopen
Op maandag betaalden Dima en zijn vrienden ieder 175 euro aan een chauffeur van een minibusje voor de gevaarlijke, ruim 400 kilometer lange tocht van een Russische stad bij de grens naar Tbilisi. Dagelijks steken naar schatting zo’n 10.000 Russen de Georgische grens over. Dat is slechts één stroom van de massale uittocht uit Rusland in de afgelopen twee weken. Meer dan 260.000 mensen zijn het land ontvlucht sinds de gedeeltelijke mobilisatie werd aangekondigd.
Telegram is inmiddels de thuisbasis geworden van allerlei diensten die zijn ontworpen om reservisten zoals Dima te helpen de militaire dienst te ontlopen. Daartoe wordt van alles aangeboden, van vervoer tot vervalste diagnoses, die soms worden verkocht in ruil voor bitcoins. Er worden ook vliegtickets aangeboden à 35.000 euro om uit Rusland weg te komen, je kunt er valuta wisselen, accommodatie vinden, werkgelegenheid of zelfs een permanent verblijf in populaire bestemmingen zoals Kazachstan.
Aan de grens met Georgië, waar sommige Russen veertig tot vijftig uur moeten wachten om het land binnen te komen – terwijl er geruchten gingen dat de grens zou gaan sluiten –, werd ook aangeboden om tegen betaling een plaats in de wachtrij in te nemen.
Sommige mannen werd vervoer over de grens toegezegd, maar zagen de beloofde rit in rook opgaan nadat ze hadden betaald
Telegram, dat in 2013 werd gelanceerd door de Russische broers Pavel en Nikolai Durov en dat wordt aangestuurd vanuit Dubai, is favoriet onder prodemocratische activisten in veel landen. Maar de lakse regels van het platform hebben ook de deur opengezet voor haatzaaien, overheidspropaganda en oplichting.
Dankzij het grote publiek, de overvloed aan functies en de encryptie is Telegram de chat-app bij uitstek geworden voor Russen, zegt Malika Kamil, de community manager van een project dat Guide to the Free World [Gids naar de Vrije Wereld] heet. Dat project, gestart aan het begin van de oorlog, richt zich er eveneens op om Russen te helpen het land te verlaten. Het beheert een Telegram-kanaal met meer dan 101.000 gebruikers. Daarvan sloten meer dan 21.000 mensen zich aan nadat Rusland de mobilisatie had aangekondigd.
Guide to the Free World gebruikt Telegram op een aantal manieren. De non-profit helpt Russen emigreren via een programma dat deels wordt gefinancierd middels een ingebouwde donatieknop op Telegram, en het gebruikt de botfunctie van het platform om spam en oplichters te weren.
Andere Telegram-kanalen helpen bij het volgen van de politie die mobilisatieoproepen komt afleveren, of verspreiden nieuws over de opbouw van mobiele mobilisatiebureaus aan de grens met Finland en Georgië.
Toename aan oplichters
Veel andere Telegram-kanalen zagen ook een toevloed van oplichters. In paniek en uit angst voor grenssluitingen kopen jonge mannen allerlei diensten via Telegram, ook nu de berichten over oplichting toenemen, zegt Sawa Zarecki, oprichter van Advengene, een bedrijf dat professionals uit Rusland helpt bij het vinden van een baan elders en dat bedrijven bijstaat bij het vinden van nieuwe markten in het buitenland. Sommige mannen werd vervoer over de grens toegezegd, maar zagen de beloofde rit in rook opgaan nadat ze hadden betaald.
Sommige kanalen bieden vervalste documenten aan, waarmee Russische mannen arbeidsongeschikt kunnen worden verklaard of onder medisch toezicht kunnen worden geplaatst, waardoor ze drie tot zes maanden de tijd hebben om het land te ontvluchten.
‘De meest effectieve manier is op dit moment een bewijs te krijgen dat je hiv of hepatitis hebt,’ vertelt een verkoper, die weigert zijn echte naam te geven. Verkopers bieden voor 640 euro een hiv-diagnose aan die wordt toegevoegd aan de databank van het ministerie van Volksgezondheid, waardoor iemand ongeschikt wordt voor militaire dienst. Een diagnose van hepatitis kost zo’n 850 euro, te voldoen in bitcoins. Verwijdering uit de database, waardoor de diagnose wordt gewist, wordt apart verkocht. Rest of World kan niet bevestigen of al deze diensten echt zijn.
‘Het risico te worden opgelicht is enorm,’ zegt Zarecki
Privéafspraken
Niet iedereen vertrouwt dan ook de diensten die op deze kanalen worden aangeboden. Anna, een 39-jarige Russische die uit veiligheidsoverwegingen anoniem wil blijven, vertelt dat ze op Telegram naar informatie had gezocht toen ze had besloten met haar man en twee jonge kinderen naar Helsinki te gaan. Telegram-kanalen voorzagen haar van minutieuze updates en realtime ervaringen vanaf de Finse grens. Maar ze koos ervoor haar reis niet via Telegram te kopen, maar in plaats daarvan privéafspraken te maken. ‘Het leek me niet verstandig om diensten van vreemden te kopen,’ zegt ze. ‘Zou jij het doen?’
De reis uit Rusland kostte de familie zestien uur, bestaande uit een treinreis van Moskou naar Sint-Petersburg, gevolgd door twee lange autoritten, één met Russisch kenteken en één met Fins kenteken. Op die manier had het gezin de meeste kans het land zo snel mogelijk te verlaten.
De Egyptische regering is bezig met ingrijpende stadsvernieuwingsprojecten in Caïro, en daarvoor worden tot woede van de inwoners honderden ficussen, acacia’s en palmbomen gekapt, aldus Middle East Monitor. Door verschillende historische wijken worden snelwegen aangelegd. Eind september is begonnen om Lotus, een openbaar park in buitenwijk Madinet Nasr, te verwijderen. Er komt een parkeerplaats voor terug.
Bij de vernietiging van al deze groene gebieden heeft geen enkel overleg met de bewoners plaatsgevonden
Tussen augustus 2019 en januari 2020 verloor de wijk Heliopolis bijna 400.000 vierkante meter aan groen, een oppervlakte van meer dan vijftig voetbalvelden. Experts en bewoners zijn bezorgd over het milieu omdat de bomen hielpen de luchtvervuiling te verminderen en de temperaturen in de stad te verlagen. Bij de vernietiging van al deze groene gebieden heeft geen enkel overleg met de bewoners plaatsgevonden.
Alle ruimte wordt vrijgemaakt voor nieuwe snelwegen die worden aan-gelegd naar het prestigeproject van president Abdul Fatah al-Sisi: de nieuwe administratieve hoofdstad. Alleen al de snelwegen hebben naar verluidt zo’n 450 miljoen euro gekost.
‘Poetin gebruikt etnische minderheden’
Russische slachtoffers van de oorlog in Oekraïne vallen voornamelijk onder minderheden die door Poetin zijn gemobiliseerd, aldus Victoria Maladaeva van de ngo Free Buryatia Foundation (FBF), een belangenvereniging van tegenstanders van de oorlog uit de autonome Russische republiek Boerjatië in Siberië, bericht Al Jazeera.
Volgens Maladaeva noemt Poetin zichzelf een nationalist, ‘hij praat altijd over hoe geweldig de Russische cultuur en de Russische taal zijn, maar ontkent dat er meer dan 20 miljoen mensen van andere nationaliteiten in Rusland zijn’. Uit onderzoek van FBF zou zelfs ‘etnische genocide’ blijken. ‘Statistisch gezien hebben Dagestan, de autonome republiek Toeva en de republiek Boerjatië, waar minderheden wonen, het hoogste dodental.’
Moskou, met 17 miljoen inwoners, telt krap 50 slachtoffers. Boerjatië, 980.000 inwoners, al 364. ‘De kans dat een Boerjaat sterft in de oorlog is 7,8 keer groter dan die voor een etnische Rus; voor een Toevaan is dat 10,4 keer.’
Rapapawn
De animatiestudio Rapapawn van Óscar Raña en Cynthia Alfonso ontstond in 2017 als experiment: ‘om te kijken of we onze tekeningen konden laten bewegen’. Dat is gelukt, bewijzen de vele grote projecten waaraan de studio de afgelopen tijd heeft meegedaan. Improvisatie en intuïtie zijn fundamenteel in hun werkwijze. Het duo begint zonder aanvankelijk plan maar laat ‘de dingen gaandeweg vorm krijgen, zonder wiskundige formule’. De videoclip voor Mundo Prestigio’s La Maison du Bonheur – een abstracte film waarin vormen op muziek in elkaar overgaan – was de eerste keer dat ze digitaal ‘risograaf-effecten’ toepasten, een duurzame druktechniek die intense kleuren oplevert.
Vastgelijmd aan een dinosaurus
Ook in Duitsland roeren activisten zich op openbare plekken: in het Berlijnse Natuurhistorisch Museum lijmden twee klimaatactivisten zich op de laatste zondag van oktober vast aan de steunbalken van het skelet van een dinosaurus, schrijft Freie Presse. Daarop waarschuwde het museum de politie. Tegen de twee vrouwen van 34 en 42 jaar zijn aanklachten ingediend voor huisvredebreuk en schade aan eigendommen. De vrouwen, gehuld in oranje vesten, hadden een spandoek bij zich met de tekst: ‘Wat betekent het als de regering dit niet aankan?’
In een reactie zei de protestgroep Letzte Generation: ‘Net als de dinosauriërs destijds worden wij bedreigd door klimaatveranderingen waartegen we niet bestand zijn. Als we niet willen uitsterven, moeten we nu handelen.’ In Groot-Brittannië en Nederland zorgen klimaatactivisten eveneens voor controverse met hun acties.
De Brug van Salvini. En Berlusconi. En Mussolini.
Wat heeft extreemrechts in Italië toch met een brug naar Sicilië? Na Mussolini en Berlusconi gaat Matteo Salvini het nu proberen, schrijft The Guardian. Net geïnstalleerd als minister van Infrastructuur in de extreemrechtse regering van Giorgia Meloni, heeft hij het even oude als controversiële plan afgestoft om een gigantische, miljarden kostende brug te bouwen tussen Sicilië en het vasteland, ondanks dat het project door allerlei voorgangers is verworpen vanwege hoge kosten, milieu-effecten, technische onuitvoerbaarheid en dergelijke.
De bouw van de brug zou zo’n 100.000 nieuwe banen opleveren
Tegen staatsomroep RAI zei Salvini op 25 oktober: ‘Een van mijn doelstellingen is de komende vijf jaar werkzaamheden te starten voor de bouw van il ponte sullo Stretto di Messina,’ ofwel: de brug over de Straat van Messina. ‘De vervuiling en het tijdverlies door het transport met veerboten, kost mensen in een jaar meer dan het zou kosten om de brug te bouwen,’ meent hij. Bovendien zou de bouw van de brug zo’n 100.000 nieuwe banen opleveren.
Waarschijnlijk waren de oude Romeinen de enigen wie het ooit lukte een verbinding over de Stretto aan te leggen. Plinius de Oudere schreef althans dat in 251 voor Christus een brug van boten en vaten werd gebouwd om 140 olifanten die de Romeinen tijdens de Eerste Punische Oorlog hadden buitgemaakt op de Carthagers, van Sicilië naar Rome te vervoeren. Bijna 2000 jaar later droomde de Italiaanse dictator Benito Mussolini van een brug, maar hij kreeg het niet voor elkaar. Silvio Berlusconi wist in de jaren negentig gedeeltelijke financiering uit Brussel voor een project van 6 miljard euro binnen te halen, maar zijn opvolger Romano Prodi stopte het project. Heel verstandig, zo blijkt, want wetenschappers hebben vorig jaar op de zeebodem een breuk gelokaliseerd die in 1908 voor een verwoestende aardbeving zorgde met 120.000 slachtoffers – de grootste seismische ramp van de twintigste eeuw. Precies op die plek staat de brug van Salvini gepland.
Israëlische zorgen om extreemrechts in Zweden
De extreemrechtse partij Zweden Democraten kreeg bij de verkiezingen vorige maand ruim 20 procent van de stemmen en speelt nu een sleutelrol in de nieuwe Zweedse regering, want de minderheidscoalitie van de Middenpartij, de liberalen en de christendemocraten is afhankelijk van hun steun, schrijft Haaretz. En dat kan problematisch worden voor de betrekkingen met Israël: vorig jaar maakte Ziv Nevo Kulman, de Israëlische ambassadeur in Zweden, namelijk al duidelijk dat Israël geen betrekkingen wenst te onderhouden met partijen die ‘wortels hebben in het nazisme’.
De Zweden Democraten – opgericht in 1988 en in Zweden momenteel de op een na grootste partij na de sociaaldemocraten – zijn ontstaan in extreemrechtse en neonazistische kringen. Sinds de partij populair is geworden probeert zij die wortels te verbergen door zichzelf ‘nationalistisch en sociaal-conservatief’ te noemen. Dat neemt echter niet weg dat hoge partijfunctionaris Björn Söder twijfels uitte over de ware ‘Zweedsheid’ van de naar schatting 20.000 leden tellende Joodse gemeenschap in het land. En een lokale politica van de partij, Gunilla Wassénius, ondertekende een petitie waarin wordt beweerd dat Zweden is geïnfiltreerd door zionistische belangen die aansturen op een genocide op blanken. En dan was er nog mediaster en gekozen partijlid Rebecka Fallenkvist, die Anne Frank in een Instagrambericht ‘immoreel’ en ‘de geilheid zelve’ noemde. De Israëlische ambassade in Stockholm zegt dat ‘Israël uitstekende relaties heeft met veel leden van de nieuwe regering’ maar: ‘we zijn bezorgd over de opkomst van extreemrechts’.
Volgens de propaganda van Moskou is een van de doelen van de Russische invasie van Oekraïne de strijd tegen de ‘vrije seksuele moraal’ en ‘zedenverwildering in het Westen’, waarbij homoseksualiteit vaak gelijk wordt gesteld aan pedofilie. Hoe onzinnig die retoriek ook klinkt, er is niets nieuws aan.
Keuze uit het archief
Deze maand onthulden de Russische autoriteiten in een metrostation in Moskou een nieuw standbeeld van Jozef Stalin. Blijkbaar wordt de vroegere Sovjetdictator door het Kremlin nog altijd vereerd en als een voorbeeld gezien.
Met name wat betreft de behandeling van seksuele minderheden neemt Poetin duidelijk een voorbeeld aan Stalin, zo blijkt uit dit artikel uit 2022 van de onafhankelijke Russische nieuwssite Meduza. Wat het regime van Stalin en dat van Poetin gemeen hebben, is dat seksuele minderheden en mensen die afwijken van het traditionele mensbeeld worden weggezet als ‘staatsgevaarlijk’ en ‘idioten’. Dit stuk legt uit welke gedachtegang hierachter zit.
Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.
‘Willen we echt dat kinderen in Rusland een ouder nummer 1 en een ouder nummer 2 hebben? Zijn we gek geworden? Willen we echt dat het er bij onze kinderen in wordt gestampt dat er meer genders dan geslachten zijn? Willen we echt dat onze scholen hun hoofden vol stoppen met perversies die tot verloedering en uitsterving leiden?’ Zomaar een van de vele uitweidingen in de toespraak die Vladimir Poetin vorige maand gaf bij het ondertekenen van de verdragen over de annexatie van vier gedeeltelijk door Rusland bezette gebieden in Oekraïne.
De uitlatingen van de Russische president over lhbt’ers zijn de afgelopen jaren steeds feller en vijandiger geworden. Na de invoering van het verbod op de verspreiding van ‘homopropaganda’ onder minderjarigen in 2014, een verbod dat door mensenrechtenactivisten als discriminatie werd betiteld, wuifde Poetin die kritiek weg met het argument dat ‘niet-traditionele relaties’ in Rusland nog steeds wettelijk waren toegestaan. Anderzijds werden in diezelfde toespraak ‘homoseksualiteit’ en ‘pedofilie’ door Poetin in één adem genoemd, waarmee hij ze praktisch aan elkaar gelijkstelde of in ieder geval een verband tussen de twee suggereerde. En in 2013 had hij ook al gezegd dat het belang van ‘morele principes en de traditionele identiteit door Euro-Atlantische landen wordt ontkend. In hun beleid worden kroostrijke gezinnen evenwaardig gemaakt aan partnerschappen tussen mensen van hetzelfde geslacht, en geloof in God gelijkwaardig aan geloof in Satan.’
Niet alleen stelt Poetin lhbt’ers in een kwaad daglicht, hij verspreidt ook valse verhalen over hoe er in westerse landen ‘serieus wordt gepraat over het toelaten van politieke partijen die pedofilie voorstaan’. Hij doelde daarmee waarschijnlijk op een partij die in 2006 in Nederland werd opgericht, die slechts drie leden telde en zoveel publieke verontwaardiging wekte dat ze in 2010 weer werd ontbonden.
‘Existentiële bedreiging voor land en volk’
Maar hield Poetin voorheen in ieder geval nog de schijn op dat lhbt’ers in Rusland dezelfde rechten hebben als iedereen (afgezien van de wet op ‘homopropaganda’), inmiddels spreekt hij erover alsof het een macht is die bestreden moet worden. En in zijn annexatietoespraak zei hij in feite dat een van de doelen van de invasie in Oekraïne is om te voorkomen dat enige vorm van niet door de Russische staat goedgekeurde seksualiteit genormaliseerd wordt.
De gedachte dat er meer dan twee genders bestaan is voor Poetin en zijn propagandisten inmiddels uitgegroeid van een ‘perversie’ tot een ‘existentiële bedreiging voor land en volk’. In het discours van de Russische staat is homoseksualiteit in rap tempo net zo’n wezenskenmerk van Ruslands vijanden geworden als hun vermeende ‘omarming van nazistische of fascistische ideeën’. Op 1 oktober beweerde de Russische filmacteur en parlementariër Dmitri Pevtsov bijvoorbeeld dat het Russische leger strijdt voor ‘gezinnen die bestaan uit moeder, vader en kinderen – niet uit een kerel, en nog een kerel, en nog een wie weet wat.’ En in mei zei hij in een Russische talkshow dat ‘militante flikkers de belangrijkste verdedigers van de Oekraïense waarden’ waren geworden.
De Russische retoriek over gender en seksualiteit vertoont opvallende gelijkenissen met die van tal van andere totalitaire, autoritaire en dictatoriale regimes. Om te begrijpen hoe belangrijk deze vorm van discriminatie is voor het behoud van de macht van dictators, zijn wij de geschiedenis in gedoken.
De meeste fascistische regimes vonden travestieten en transgenders net zo ‘abnormaal’ als bijvoorbeeld homoseks
De gedachte dat de verbintenis tussen één man en één vrouw de enige door de overheid toegestane liefdesrelatie moet zijn, behoort tot de grondslagen van de meeste fascistische regimes. Beide partners in zo’n relatie moeten hun gender dan bovendien ervaren op een wijze die overeenkomt met hun biologische geslachtskenmerken: de meeste fascistische regimes vonden travestieten en transgenders net zo ‘abnormaal’ als bijvoorbeeld seks tussen twee mannen. Het is geen toeval dat de nationale Franse leus ‘liberté, egalité, fraternité’ (vrijheid, gelijkheid, broederschap) door Vichy-Frankrijk werd veranderd in ‘travail, famille, patrie’ (werk, familie, vaderland).
Nazi-Duitsland
In nazi-Duitsland werden lhbt’ers tot een bedreiging voor het heil van staat en volk bestempeld en massaal vervolgd. Homoseksuelen waren voor de nazipropagandisten het tegendeel van alles wat vaderlandslievende ariërs moesten belichamen: ascese, mannelijkheid en het afzweren van persoonlijke geneugten om zich volledig in te zetten voor het vaderland en de Führer. Seksuele ‘ontaarding’ werd onder Hitler gezien als een overblijfsel van de decadentie en het hedonisme van de Weimarrepubliek. De nazi’s wilden af van alles wat aan die vorige staat herinnerde en het verbod op seksueel contact tussen mannen werd daarom aangescherpt. Zodra de NSDAP in 1933 aan de macht kwam, was er zelfs geen fysiek bewijs meer nodig om homoseksuelen veroordeeld te krijgen: men kon volstaan met een getuigenverklaring van een ‘gezagsgetrouwe burger’ die meende dat iemand te veel naar een andere man keek.
Zoals in veel dictaturen berustte het door de nazi’s uitgedragen beeld van lhbt’ers op twee tegenstrijdige gedachtes. De eerste was dat lhbt’ers zielige, zwakke, zieke mensen waren die niet in de samenleving thuishoorden. De tweede was dat homoseksualiteit zich als een dodelijk virus kon verspreiden en de Duitse maatschappij van binnenuit kon ondermijnen als daar geen maatregelen tegen werden genomen. Enerzijds werden lhbt’ers dus afgeschilderd als verachtelijke onmensen, en anderzijds als een staatsvijand van het gevaarlijkste en meest verraderlijke soort. Hoe een groep die zo zwak was tegelijk zo machtig kon zijn, kon de propaganda niet goed verklaren.
In de ogen van Hitler en Himmler waren homoseksuelen heerszuchtig
‘In de nazipropaganda werden homoseksuelen doorgaans afgeschilderd als weke, laffe, kruiperige en onbetrouwbare figuren,’ schrijft de Nederlandse historicus Harry Oosterhuis, maar ‘in de ogen van Hitler en Himmler leken zij niettemin heerszuchtig te zijn en behept met specifieke instincten en vaardigheden waarover “normale” mannen niet beschikten. Ze waren heel goed in staat om zich in het verborgene te organiseren en zo een greep naar de macht te doen.’
In de twaalf jaar dat het Derde Rijk bestond, zijn er volgens historici naar schatting zo’n honderdduizend mannen opgepakt vanwege vermeende ‘tegennatuurlijke seksuele handelingen’. Van de 53.400 veroordeelde mannen zijn er tussen de vijf- en vijftienduizend naar een concentratiekamp gestuurd. De rest kreeg een gevangenisstraf of moest een ‘behandeling’ ondergaan. De Duitse homovervolging werd met de jaren heviger: van januari 1933 tot juni 1935 werden zo’n vierduizend mannen aangeklaagd wegens ‘tegennatuurlijke seksuele handelingen’, maar van juni 1935 tot juni 1938 steeg dat aantal tot minstens veertigduizend.
Sovjet-Unie
In 1934 schreef de openlijk homoseksuele Schotse journalist en communist Harry Whyte een open brief aan Jozef Stalin. Hij wilde de Sovjetleider uitleggen waarom hij vond dat ‘een homoseksueel het partijlidmaatschap waard kan zijn’. Whyte woonde toen al enkele jaren in de Sovjet-Unie, waar hij werkte voor het Engelstalige propagandablad de Moscow Daily News. Ondersteund met citaten uit de brieven van Marx en Engels en toespraken van Stalin zelf leverde hij kritiek op de behandeling van homoseksuele mannen onder zowel het kapitalisme als het fascisme. Toen hij psychiaters in de Sovjet-Unie had gevraagd om hem te ‘genezen’, schreef hij, hadden ze erkend dat zoiets misschien niet mogelijk was. En hij vergeleek de strijd voor homorechten met de emancipatiestrijd van vrouwen.
Whyte dacht dat Stalin wel open zou staan voor zijn argumenten en toleranter was voor homoseksuelen dan de Britse autoriteiten. Maar de reactie van de dictator was bits en bondig: ‘Een idioot en een perverseling.’ Niet lang daarna vertrok Harry Whyte uit de Sovjet-Unie en werd hij uit de partij gegooid – maar niet voordat Maxim Gorki eerst nog een antwoord op zijn brief gepubliceerd had in de Pravda. ‘In een land waar het proletariaat moedig en met succes regeert,’ schreef Gorki, ‘wordt homoseksualiteit, die de jeugd bederft, als maatschappelijke wandaad gezien en bestraft.’
Hoewel universele gelijkheid aanvankelijk een van de belangrijkste officiële idealen van communistische en socialistische regimes was, belandden lhbt’ers in de Sovjet-Unie in dezelfde situatie als in fascistische dictaturen. Na de betrekkelijke vrijheid van de jaren twintig werden in het decennium daarna wetten ingevoerd die nog reactionairder en repressiever waren dan onder de tsaar. De Sovjetleiders bezagen lhbt’ers met dezelfde mengeling van minachting en vrees als de nazi’s. Homoseksuelen werden in officiële overheidsuitingen afgeschilderd als onbetrouwbare figuren geneigd tot bedrog en verraad.
In de Sovjet-Unie werden aantijgingen van sodomie vaak gebruikt als voorwendsel voor politieke zuiveringen
In het jaar voordat Whyte zijn brief schreef, was ‘sodomie’ door het Centraal Comité gecriminaliseerd: vrijwillige seks tussen twee mannen werd bestraft met een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Maar anders dan in fascistische landen, waar de vervolging van lhbt’ers vooral een kwestie was van het gewone volk, werden aantijgingen van sodomie in de Sovjet-Unie vaak gebruikt als voorwendsel voor politieke zuiveringen. De beschuldiging van sodomie stond onder Stalin in feite gelijk aan de beschuldiging van verraad. In de daaropvolgende zestig jaar werden zo’n zestigduizend Russen wegens sodomie veroordeeld. En na zo’n veroordeling was het vaak onmogelijk om nog aan werk te komen of je in te schrijven aan een universiteit.
Cuba
Een andere communistische staat waar lhbt’ers zwaar werden onderdrukt was het Cuba van Fidel Castro. Nadat hij in 1959 aan de macht kwam, werden lhbt’ers daar jarenlang in arbeidskampen gestopt en gedwongen hun ‘criminele voorkeuren’ publiekelijk af te zweren. Mannen die zich in de ogen van de politie te ‘vrouwelijk’ gedroegen of gekleed gingen ‘als een hippie’ konden worden opgepakt. Homoseksuelen werden soms in prikkeldraad gewikkeld of tot de nek ingegraven en uitgehongerd om ze tot een bekentenis te dwingen. Castro normaliseerde de homohaat onder het volk en moedigde die zelfs aan. Net als de huidige Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov beweerde de Cubaanse dictator: ‘Er zijn geen homoseksuelen in dit land.’
Nina Chroesjtsjova, docent internationale betrekkingen aan The New School in New York en kleindochter van de vroegere Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov, schrijft de neiging om lhbt’ers te vervolgen toe aan de behoefte van autocratische leiders om hun eigen kracht te benadrukken. Ze meent dat het beeld van een man als belichaming van mannelijke kracht in het hoofd van autocraten gelieerd is aan het idee van de ‘natuurlijke orde’, en de aantasting daarvan vormt een directe bedreiging voor hun eigen macht. Mensen met een andere geaardheid wekken bij dictators en hun aanhangers niet alleen weerzin en verwarring, maar ook angst, omdat ze een ‘alternatieve’ orde vertegenwoordigen.
‘Autoritaire staten zijn wezenlijk zwak en dictators zijn wezenlijk onzeker’
Het homofobe discours van totalitaire regimes stoelt meestal op de gedachte dat de normalisatie van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht of met een non-binaire genderidentiteit zal leiden tot een ‘nieuwe’ wereld waarin geen ruimte meer is voor ‘normale’ mensen. Ook al zijn lhbt’ers onder fascistische en communistische regimes steevast het slachtoffer van vervolging, dictators dragen graag de gedachte uit dat deze groep juist een bedreiging vormt voor anderen. Zoals Chroesjtsjova in 2021 in een column schreef:
‘Het kan geen verrassing zijn dat deze leiders hun positie schragen met een beroep op “hegemonische mannelijkheid” – de gedachte dat mannen sterk, stoer en dominant moeten zijn. Autoritaire staten zijn wezenlijk zwak en dictators zijn wezenlijk onzeker. Daarom doen ze dus voortdurend hun best wel een beeld van kracht uit te stralen.
Maar in de snel veranderende wereld van tegenwoordig voelen ook gewone mensen zich onzeker, met name mensen die denken dat hun traditioneel ‘dominante’ positie ondermijnd wordt. Daarom zoeken ze graag hun heil bij een sterke man die ze een terugkeer belooft naar de orde en voorspelbaarheid van de starre maatschappelijke indelingen uit het verleden. Met andere woorden, mensen zijn bang voor verandering en denken dat ze macho leiders en patriarchale regels nodig hebben om zich daartegen te beschermen.’
Buitenaardse wezens
Een autoritaire leider die lhbt’ers als zondebok wil gebruiken, moet allereerst de bevolking overtuigen van het gevaar dat seksuele minderheden vormen. Daarom beweren autoritaire leiders vaak dat er een verband bestaat tussen de door hen veroordeelde seksuele voorkeur of genderidentiteit en een of ander verzonnen negatief kenmerk. Dan beweren ze bijvoorbeeld dat lhbt’ers geen vaderlandsliefde kunnen opbrengen en niet in staat zijn in de maatschappij te leven zonder hun ‘afwijkende’ voorkeuren aan ‘normale’ mensen op te dringen.
Om homofobe sentimenten onder het volk aan te wakkeren proberen propagandisten de heteroseksuele en cisgender meerderheid ervan te overtuigen dat lhbt’ers in hun wereldbeeld en geestelijke opmaak veel weg hebben van buitenaardse wezens. Het is voor mensen namelijk veel makkelijker om een hekel te krijgen aan aliens dan aan mensen die in alles aan henzelf gelijk zijn behalve in hun seksualiteit.
Leiders van autoritaire en totalitaire regimes beweren vaak dat lhbt’ers een demografisch gevaar zijn en schilderen homoseksualiteit en niet-binaire genderidentiteiten af als virussen die van mens op mens kunnen worden overgedragen. Staatspropaganda probeert mensen van oudsher de vrees aan te praten dat de ‘verspreiding’ van homoseksualiteit zal leiden tot dalende geboortecijfers en uiteindelijk uitsterving. Maar dat is een hersenschim: in geen enkel democratisch land waar het homohuwelijk ingevoerd en maatschappelijk geaccepteerd is, is ook maar in de verste verte ooit zoiets geconstateerd.
Robert Mugabe
Een van de bekendste homofobe regeringsleiders ter wereld was Robert Mugabe, die van 1987 tot 2017 premier was van Zimbabwe. Ter rechtvaardiging van zijn repressieve beleid tegen lhbt’ers voerde Mugabe vaak dezelfde argumenten aan die Poetin de laatste jaren gebruikt: dat homoseksuelen ‘schadelijk’ en ‘tegennatuurlijk’ zijn en hun pleitbezorgers ‘idioten’ dan wel ‘satanisten’. In de jaren na Mugabe’s bewind zijn in Zimbabwe de eerste klinieken voor homo- en biseksuele mannen geopend, wat de plaatselijke lhbt-gemeenschap als een ‘historische overwinning’ bejubelde. Maar in andere Afrikaanse dictaturen, zoals Oeganda, blijft de van staatswege gestimuleerde homohaat welig tieren.
Dictators wakkeren de homofobie onder het volk dus aan en stoelen hun eigen imago op stereotype beelden van mannelijkheid, waarbij ze zich afzetten tegen mensen die niet in dat ‘traditionele’ mannelijkheidsideaal passen. En aangezien burgers in autocratische regimes vooral dienstbaar moeten zijn aan de staat, worden lhbt’ers gestigmatiseerd en gedemoniseerd, omdat zij buiten het model van het ‘klassieke’ gezin vallen en uiting geven aan hun individualiteit – iets wat autoritaire regimes altijd liever de kop in drukken.
Poetin ontkent intentie om kernwapens in te zetten
De wereld staat voor ‘waarschijnlijk het gevaarlijkste’ decennium sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarschuwde Vladimir Poetin donderdag tijdens een toespraak op het Valdaj-forum in Moskou, waarbij hij zei dat ‘we ons op een historisch kantelpunt bevinden’, bericht BBC. De Russische leider herhaalde zijn recente aanvallen op het Westen en noemde het een ‘gevaarlijk, bloedig en vuil spel’ om de soevereiniteit en uniciteit van landen te ontkennen.
Poetin ontkende dat hij zich voorbereidde op het gebruik van kernwapens in de oorlog in Oekraïne, ‘hoewel hij zelf herhaaldelijk heeft gewaarschuwd dat Rusland “alle beschikbare middelen” zal gebruiken om zichzelf te beschermen‘, merkt BBC op. De dag voor zijn toespraak in Moskou was de Russische president aanwezig bij oefeningen voor een nucleaire vergeldingsaanval, als reactie op de massale inzet van kernwapens door een vijand.
Eerder deze week veroordeelde de NAVO ongefundeerde beweringen van Rusland dat Oekraïne een ‘vuile bom’ zou kunnen gebruiken, oftewel conventionele explosieven met radioactief materiaal. NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg zei dat de leden van de alliantie deze bewering ‘verwerpen‘ en dat ‘Rusland dit niet mag inzetten als voorwendsel voor escalatie’.
Sinds de val van de Sovjet-Unie was Maxim Osipov niet meer op de plek geweest waar hij zijn jeugd doorbracht: Litouwen. Na dertig jaar gaat de succesvolle Russische schrijver terug. In het vrije Litouwen vraagt hij zich af of zijn eigen land inmiddels niet net zo totalitair is als toen. ‘Verbazingwekkend hoe het verleden is teruggekeerd.’
Deze tekst is geschreven vóór de Russische invasie van Oekraïne.
Vrijdenkersfestival: tegen de macht
Van 28 tot en met 31 oktober vond in De Balie in Amsterdam het Vrijdenkersfestival plaats, met dit jaar als thema ‘tegen de macht’. Vier dagen lang programma’s over en met vrijheidsstrijders en dissidenten. Kunst, discussie en verhalen met nationale en internationale journalisten en vrijdenkers die zich verzetten tegen een totalitair regime. Is Amsterdam nog altijd een veilig toevluchtsoord voor dissidenten en andersdenkenden? Welke vrijheden staan bij ons op het spel? Wat betekent het om tegen de stroom in te zwemmen, en hoe hou je dat vol?
Maxim Osipov was een van de sprekers tijdens het programmaonderdeel ‘Russische dissidenten’ op vrijdag 28 oktober in De Balie in Amsterdam.
Dit artikel krijg je van ons cadeau. Wil je meer internationale kwaliteitsjournalistiek lezen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke week vrijblijvend onze selectie van de week in je inbox.
‘Welke emoties roept deze plaats bij u op?’ vraagt een journaliste van een krant uit Zarasai in het Engels. Zij is de enige van degenen die naar de bijeenkomst met vertaler Tomas, de uitgever en jou gekomen zijn die geen Russisch kent.
‘Voor mij is Zarasai eigenlijk geen plaats maar een periode. Misschien kan ik ’t het beste zo zeggen: Paradise lost.’
Het meisje kijkt gealarmeerd: ‘U verlangt terug naar de tijd van het communisme en de Sovjet-Unie?’
‘Welnee! Alleen naar de tijd dat mijn ouders nog leefden!’
‘Bent u dan nu voor het eerst in het vrije Litouwen?’
In het vrije Litouwen voor het eerst, inderdaad. Het is prettig om niet het gevoel te hebben dat je een bezetter bent. Je hebt snel even door Vilnius gelopen, dat beviel prima allemaal, maar waar je echt zin in had, dat was hierheen gaan. Je kijkt rond: een nieuwe bibliotheek bij het meer (de hele stad ligt aan de oever), het café met zuilen uit het begin van de jaren zeventig, dat niet in bedrijf is (je kon daar een dagmenu krijgen), de katholieke kerk. Het monument voor het partizanenmeisje (Melnikaitė) is spoorloos verdwenen. En zoals gewoonlijk in dit soort stadjes is de natuur aantrekkelijker dan wat de mensen er gebouwd hebben.
‘Waarom bent u niet eerder gekomen?’
Daar is geen antwoord op te geven, ik haal mijn schouders op. Mijn vader schreef hiervandaan, inmiddels al bijna veertig jaar geleden: ‘Het is rustig hier, conflicten zijn er niet. Zowel thuis als in de stad, waar nu weinig mensen zijn en waar je zelfs op het postkantoor, waarschijnlijk om die reden, beleefd behandeld wordt. Nu en dan voel je je niet die sjofele Moskoviet met een overbelast geweten en zie je de wereld anders – je ervaart de intensiteit ervan.’
Heimwee
En dan is er je eigen dagboekaantekening van vijftien jaar geleden: ‘Ik wil naar Zarasai, waar ik zoveel tijd heb doorgebracht – iedere zomer, jarenlang. Je reist naar allerlei bestemmingen, de plekken waar iedereen naartoe gaat en waarvan je dus ook vindt dat je erheen móét, maar niet naar Zarasai. Dat betekent dat je geen eigen leven leidt.’
Het is hier winderig, puur: het is zandgrond en de mensen hier doen hun best die puurheid in stand te houden. Woest is het hier.
‘Weids,’ glimlacht de jonge journaliste.
Ja. Tijd om afscheid te nemen.
‘Komt u in de zomer weer, en kom dan niet alleen.’
Dat zou niet verkeerd zijn. Maar van degenen met wie je naar Zarasai reisde, zit er een in San Francisco, een ander in Amsterdam, met weer een ander heb je heibel gekregen en een paar mensen, inclusief je ouders en je zus, leven niet meer. Je gaat nu op weg naar het schiereiland, twee kilometer verderop, aan de zuidkant van het meer, de weg weet je nog wel – navigatie of iemand die je de weg wijst heb je niet nodig.
Je moeder zei nooit zoveel, maar dit soort ongemakkelijke zaken kon ze er nogal onverhoeds uitflappen
‘Hier stond het huis…’ Een stenen huis, met één verdieping. Er is niets van over, het is afgebroken. Na de dood van de eigenaren (daar had je over gehoord) deelden de kinderen de erfenis en verkochten het huis, maar de kopers waren niet tevreden. Het huis werd afgebroken, met alle bijgebouwen, ze maakten het met de grond gelijk. Het was hun plan om zelf iets te bouwen, maar kennelijk was het geld op. Dat is wat de buren vertellen, en ze weten zich zelfs nog iets te herinneren van jullie familie.
Vreemd, het was toch een solide huis. Met een reusachtig balkon, waar indertijd de eettafel naartoe werd gesleept.
‘Nu snap ik wat voor type dat is…’ zei je moeder onbewogen, ‘die gast van jullie, de buurman die op Sergej Rachmaninov lijkt en ook uit Moskou komt, hij vertelde bij de thee dat hij op zijn instituut de partijfunctionaris is.’
Je moeder zei nooit zoveel, zeker niet vergeleken met je vader, maar dit soort ongemakkelijke zaken kon ze er nogal onverhoeds uitflappen. Zij kwam hier alleen in juli en augustus, maar je vader was er op verschillende momenten in het jaar. ’s Zomers woonde hij boven, en ’s winters zo ongeveer hier, waar jij nu staat.
Maxim Osipov
Maxim Osipov (Moskou, 1963) is een Russische schrijver en cardioloog. Hij won in Rusland verscheidene prijzen voor zijn literaire werk. Na kritiek te hebben geuit op de oorlog in Oekraïne was hij genoodzaakt om zijn land te ontvluchten. Hij is nu in Nederland om hier komend jaar aan de Universiteit Leiden les te geven over Russische literatuur en de politieke situatie in Rusland. Osipov is erelid van PEN Nederland.
‘Kijk nu, een vogel fladdert naar buiten / door het niets waar ooit een raam gezeten heeft…’
Nee, je hoofd staat nu niet naar gedichten: dat het huis er niet meer is brengt je toch enigszins van je stuk, ook stenen zijn dus vergankelijk. Dat is droevig, hoewel er natuurlijk ergere dingen zijn, en je bent geen Nabokov of Proust. Je loopt wat over het zachte mos tussen de dennenbomen en dan naar het water. Zowel de hoge oude dennenbomen als de dunne boompjes aan de oever en de lage rietkraag – kijk, het is er allemaal nog.
Zeilboot de Dolfijn
Je herinnert je: het was in het jaar 1978, augustus – bijna vijftien was je toen dus. Met Charitosja, je klasgenoot, je vriend voor het leven, liet je de zeilboot de Dolfijn te water, een al vele malen opgelapte boot van DDR-makelij (toen was dingen repareren nog heel gewoon), met twee zwaarden, voor het voorkomen van afdrijven en een stabiele koers. Jullie voeren af voor een tocht over het Zarasaitismeer – jij aan de fok, Charitosja aan het grootzeil en het roer. Het gaat hoog aan de wind – dat wordt op de rand zitten voor tegenwicht!
‘Vaarwel, mijn moedertje! Mijn liefje, vaarwel! / Ik word matroos van de Baltische vloot!’
Maar een van de zwaarden brak af en jullie kwamen met geen mogelijkheid met de boot de baai uit, de golven dreven jullie naar de oever terug. Om de beurt deden jullie een lusteloze poging om te roeien. Je vader sloeg alles vanaf de vlonder gade: hij was al een paar keer het koude water in gestapt om jullie weg te duwen uit het riet.
Stop. Charitosja heeft een idee: ‘Wat we nodig hebben, dat is een tubetje epoxy. Dan maken we dat zwaard weer vast, dat stomme ding…’
‘Een tubetje epoxy’ was in de familie sindsdien de spottende term voor misplaatste ideeën
‘Wat nou, epoxy!’ Tot aan zijn middel in het water staand vertelt je vader jullie eens flink de waarheid. ‘Stelletje mafkezen!’ is nog wel de vriendelijkste kreet die er uit zijn mond komt.
‘Een tubetje epoxy’ was in de familie sindsdien de spottende term voor misplaatste ideeën, en de boot zal je als je aan de slag gaat met het archief nog wel tegenkomen bij het filmmateriaal. Begin jaren zestig: de motor die aan de Dolfijn werd bevestigd, de mast die werd verwijderd. Je vader op de achtersteven, moeder aan het waterskiën op de Oka.
Na de dood van je vader was je ongedurig en impulsief, nu is dan de tijd gekomen dit soort verplichtingen op je te nemen: foto’s inlijsten, het archief op orde brengen.
Nu je weet wat er met het huis is gebeurd, ga je er al van uit dat het badhuisje er ook niet meer is – het was een gammel geval van hout. Zaterdag was altijd baddag en op vrijdag haalden jullie water uit het meer en legden het brandhout klaar.
‘Klaar is Kees,’ zei jij als tienjarig jongetje tegen Jozas, de grote, magere eigenaar van het huis, met zijn grote, sterke handen die zwart waren van het werk, je wilde graag dat hij je aardig vond.
‘Ja, dat doen ze ons niet na!’ antwoordde hij dromerig.
Jozas rookte sigaretten zonder filter: de geur van een brandende lucifer, al die dingen – je zou ook allerlei belevenissen in het badhuis kunnen ophalen, maar nee, dit zijn reisherinneringen, dit is niet Amarcord.
En dus, geen huis, geen badhuisje, en zelfs de steiger hebben ze door iets smakeloos en stevigs vervangen. Geen plek om te blijven, dit schiereiland, haal Tomas op en ga op weg naar Sventa – maar eerst nog even naar het bos.
Lokale handlangers
De medewerkster in de bibliotheek had het uitgetekend: de grote weg richting Degučiai, afslaan naar Dusetos, en daar, na de tweede bushalte, is het aangegeven: ‘Op deze plaats kwamen achtduizend Joden om, die op 26 augustus 1941 door Duitse fascisten werden gefusilleerd.’
Het woord ‘Joden’ op de obelisk leek van een ongekende moed te getuigen, in de tijden van je jeugd werd dat woord alleen in bijzondere gevallen gebruikt – Sovjetburgers konden deze mensen niet genoemd worden. Aan de linker- en rechterkant een greppel begroeid met gras, tweehonderdduizend Litouwse Joden liggen in dergelijke graven.
De desovjetisering is ook aan dit monument niet voorbijgegaan: het Russische opschrift is weggehaald. Is dat terecht? Het is niet aan jou om dat uit te maken, maar zelf zou je het hebben laten staan. Nu zijn er twee opschriften, in het Jiddisch en het Litouws: ‘Op deze plaats hebben nazistische moordenaars en hun handlangers op beestachtige wijze achtduizend Joden gedood – kinderen, vrouwen en mannen. Ter heilige gedachtenis aan de onschuldige slachtoffers’… in het Jiddisch. In de Litouwse variant staat bij de handlangers een precisering: ‘lokale’.
Onder hen waren er ook die mensen hebben gered. Of die eerst mensen hebben neergeschoten en daarna gered, of zelfs omgekeerd – het is moeilijk te geloven, maar het is wel zo.
‘Lijden en bewenen,’ zegt Tomas, ‘dat is het lot van de Litouwers’
Hier heerst een voorbeeldige orde: een hekwerk, een ordelijke stenen rand, op de obelisk een davidster, op de voet kaarsen, Israëlische vlaggen, kiezelsteentjes, iemand heeft er een klein zelfgemaakt kruis neergezet. Dat was er vroeger niet.
‘Lijden en bewenen,’ zegt Tomas, ‘dat is het lot van de Litouwers.’
Iedereen kent hier de grap dat je laatste echtgenote beslist een Litouwse moet zijn: dan is er iemand die zich om je graf zal bekommeren. Nee, ze zijn niet zoals Mandelstams ‘vrouwen als de klamme aarde’, veeleer doen zij hun best op een praktische manier het hoofd te bieden aan iedere verschrikkelijke situatie in het leven.
Onderweg naar het hotel: de herinnering aan een van die ‘lokalen’ – een oude man, klein, somber, een jaar of zestig, met een door het drinken donker geworden gezicht, bankwerker was hij, of elektricien. Hij reed op een motor met zijspan en had een paar jaar gezeten. ‘Zet ze tegen de muur, die Polen. Zet ze tegen de muur, die Russen. En de Joden…’ Hij wierp even een blik op je vader. ‘… En de Joden om en om.’
Nu zou men zoiets niet meer hebben gepikt, maar toen kwam hij ermee weg: ja, het waren de bezetters. Žydai – een ander woord voor Joden is er in het Litouws niet. Die oude man zag zichzelf als slachtoffer, op alle mogelijke manieren. Radio Free Europe gaf aan hen, de ‘woudbroeders’, tot midden jaren vijftig troostrijke boodschappen door: volhouden, mannen, nog even, binnenkort komt er weer een wereldoorlog.
Sventa
Een uitstapje naar Sventa duurde vroeger een hele dag – plaids mee, en eten, boeken, mokken voor de bosbessen, mandjes voor paddenstoelen, een volleybal –, in de auto kon je door de gaten in de bodem het asfalt zien en de versnellingsbak was natuurlijk mechanisch. Wat hebben jullie later je moeder uitgelachen, toen de vrijheid was aangebroken en zij na terugkeer uit Amerika beweerde dat auto’s geen koppelingspedaal meer hadden – dat is onmogelijk! – en zij vervolgens toegaf: jullie zullen het wel beter weten. En wat zou je met je vader nu graag die simpele vreugde delen – die van de perfectie van een auto, ook al is het een gehuurde.
De weg hoef je niet te vragen, daar heb je de navigatie voor. Die komt met de optie Sventameer, Sventes ezers – dat moet je hebben. Alles is nu in het Litouws, op het omslag van je boek ben je niet Maxim, maar Maksimas.
Je had hier de Lit-SSR en de Let-SSR, de grens daartussen stelde niet veel voor
Wat is dit nu, een grens? Ligt Sventa dan in Letland? Natuurlijk, je ging immers naar Daugavpils als je voor iets naar een echte stad moest. Daar stond ooit Lenin naast het station met een bontmuts met oorflappen op, hoe warm het ook was, en er was daar een grote gevangenis. Je had hier de Lit-SSR en de Let-SSR, de grens daartussen stelde niet veel voor. Ja, deze weg ken je, deze grindweg, hier heb je leren autorijden. En dit kwijnende, slecht onderhouden bos. Allemaal bekend terrein: de weg en het bos.
Toeristen komen hier zo te zien weinig, en tot aan het water rijden is niet verboden. Druk is het hier in Sventa nooit geweest – een van de redenen om van deze plek te houden –, maar vroeger was dit een natuurreservaat: kampvuren en auto’s verboden. Verder is alles nog bij het oude: hier het zand, daar een schuit met een zwarte, glanzende, met vette pek ingesmeerde bodem, en daar heb je ook de vermolmde steiger, wat wilde je die graag weer zien. Je probeert eroverheen te lopen en staat ineens tot aan je enkels in het water. Je droogt je voeten af – en kijkt dan om je heen.
‘Wat speel je toch steeds op je trompet, jongeman? / Beter lag je nu al in je graf, jongeman’
Was het niet hier dat je, verborgen achter die bomen, klanken uit je trompet perste? ‘Le poème de l’extase’, ‘Götterdämmerung’ – jij dacht dat dat getrompetter muziek was. ‘Niet ritmisch, maar wel lekker vals.’ Je vriend de pianist, degene die nu in Amsterdam woont, overreedde je de trompet op te geven en over te stappen op de fluit, een zacht, gevoelig instrument – maar het sprak je niet aan. Een gevoel van geluk associeer je toch met de trompet.
Hoe breng je iets over van het mysterie van een persoonlijkheid?
Over de mysteries van het geluk. De laatste brief die je vader schreef eindigt zo: ‘We zitten bij elkaar – we praten of we zwijgen, en het gaat er al niet meer om of ons leven geslaagd is of niet. Soms denk ik: misschien zijn we wel gewoon gelukkig?’ Je probeert Tomas over je ouders te vertellen, maar hoe breng je iets over van het mysterie van een persoonlijkheid? Dat is nog moeilijker dan het vertalen van poëzie.
‘Wie weet wat voor schokkende zaken ons allemaal te wachten staan. Dat geldt voor iedereen, maar voor ons in het bijzonder. We moeten zo leven dat we zo min mogelijk angst voelen.’ Je vader herinnerde zich bijvoorbeeld heel goed hoe hij op een gegeven moment (door de artsenzaak en dingen daaromheen) zelfs niet aan het allersimpelste werk kon komen en hij eigenlijk bijna op deportatie naar het Verre Oosten hoopte: als ze maar met z’n allen gingen, als zijn dierbaren maar bij hem waren. Zijn brieven droegen een bijna stichtelijk karakter, hij deed altijd zijn best iets belangrijks aan je mee te delen, en voor je moeder was het een manier om haar gebruikelijke zwijgen voort te zetten. ‘Ik heb de dag doorgebracht zoals je dat in de trein doet: wakker worden, in slaap vallen en nietsdoen… Ik klets maar een beetje, in een brief kan je niet zwijgen.’
Nog even bij het water staan, een sigaretje roken, denken aan iets wat heel privé is, een mandarijntje eten. Doodstil is het hier, een rust als op een kerkhof.
Vergissing
En pas wanneer je weer terug bent in het hotel en je op de gewone kaart kijkt, een papieren, begrijp je dat je je vergist hebt. Sventes, Švjantas, Svjatoji, het Svjatojemeer en de Svjatajarivier: die namen kom je aan beide zijden van de grens met Letland tegen. Het Švjantasmeer is het meer dat jullie Sventa noemden en waar je heen wilde. Hoe kan je je nou toch zo vergist hebben? Het verschil zit hem in die haček: voor het Šventas ežeras moet je naar het zuiden rijden, naar Turmantas, en echt niet naar Letland.
En Tomas gaat natuurlijk zeggen: ‘En je herkende het allemaal, Maxim: de weg en het meer.’
Ja, inderdaad.
Onderweg naar Vilnius vergelijken jullie je indrukken. Wat op Tomas de meeste indruk heeft gemaakt tijdens de reis was het geraas van de vrachtwagens over de kasseien bij de kerk, de wind en de hagel, terwijl jij daar geen aandacht aan hebt besteed. Dat is vreemd met herinneringen: soms maak je een heel concert mee en het enige wat je je achteraf nog kunt herinneren is dat de dirigent rode sokken aanhad.
Langzaamaan zal hier alles goed komen, als er tenminste niet van buitenaf wordt ingegrepen
Ooievaars en heuvels, veel water, de lucht doet denken aan Hollandse luchten, maar het landschap is expressiever – door de heuvels. Hoe zou je het vinden om hier te leven? Het is de provincie, ja, maar het is hier niet provinciaal, niet erg in ieder geval. Het is gewoon een mooi land dat in Oost-Europa ligt. Langzaamaan zal hier alles goed komen, als er tenminste niet van buitenaf wordt ingegrepen.
‘Toen ik nog een steunpilaar was van de samenleving…’, zo begint een niet zo jonge vrouwelijke kennis van je graag haar betoog. En misschien is ze dat ook wel echt geweest. Ook in Litouwen zijn er mensen die graag de tijd in herinnering roepen dat het Grootvorstendom zich uitstrekte tot aan de Zwarte Zee (hoofdzakelijk dankzij geslaagde huwelijksverbintenissen), maar hier trekken ze uit de grootheid van weleer geen praktische conclusies.
‘U weet niet wat er allemaal speelt,’ hoorde ik zowel in Parijs als in Rome van anti-Europees gezinde Russen. Altijd maar dat gepraat: de mensen hier, die mogen ons niet, en daarginder ook niet. Luister eens, vrienden, als er één plek is waar ze ons niet mogen, dan is het thuis, in Moskou.
De zorgen die ik zo’n dertig jaar geleden had, waren dezelfde als die ik nu heb
‘We moeten zo leven dat we zo min mogelijk angst voelen…’ Toen was je nog geen twintig, nu ben je over de vijftig. Tegen Tomas zeg je: ‘Verbazingwekkend hoe het verleden is teruggekeerd. De zorgen die ik zo’n dertig jaar geleden had, waren dezelfde als die ik nu heb: 1) geen vuile handen maken, geen morele concessies doen, 2) de gevangenis ontlopen, en 3) niet het moment voorbij laten schieten waarop je voorgoed je biezen moet pakken. En er is diezelfde illusoire hoop: dat we op een dag wakker worden en deze hele duisternis ten einde is.’
De omstandigheden nopen ons echter wakker te blijven, steeds om ons heen te kijken, de kop erbij te houden. Je scherpzinnige vriend zal zeggen: vorst Andrej Koerbski dacht er precies zo over. Voor Koerbski resulteerde alles in zijn overlopen naar Litouwen.
‘Ook even bij de vuilnisbelt gaan kijken,’ appt Bóris, je vriend Boretsjka, een groot musicus, violist, hij is onlangs uit Londen hierheen verhuisd. Hij bindt moedig de strijd aan met de Litouwse suffixen – žmogus, žmonija, žmogiūkštis, žmogiškumas (mens, mensheid enz.) – hoewel je in Litouwen, naar men zegt, ook uitstekend uit de voeten kunt met Engels en Russisch. Die tekentjes boven de letters, de hačeks, zijn trouwens een uitvinding van Jan Hus.
Vilnius
Boretsjka wil dat de stad bij je in de smaak valt, hij rijdt je overal naartoe, verontschuldigt zich als iets niet mooi is, zoals die vuilnisbelt bijvoorbeeld – ja, wat wil je! Het leven is niet rijk, maar ook niet te armoedig, en er zijn minder verbodsbepalingen, beperkingen, slagbomen en andere ergernissen dan je de laatste jaren in Moskou gewend bent. Vilnius is mooi: schoon maar niet gelikt. De wijk waar jij bent gehuisvest houdt het midden tussen Serpoechov en Parijs, en de oude stad is heel bijzonder, met een volstrekt eigen karakter.
‘Problemen, die heb je natuurlijk overal,’ zegt de baas van het kunstenaarscafé met een glimlach.
Hij is een man met ervaring, heeft een tijdje in Israël gewoond, in Amerika en ik geloof zelfs ook in Jordanië, en hij weet waar hij het over heeft. Houdt hij er eigenlijk rekening mee dat de geheime dienst (Joost mag weten hoe die hier heet) hem zijn café afneemt en dat hij dan blij mag zijn als hij niet in de gevangenis belandt? Op Amnesty International hoef je in zo’n geval niet te rekenen. Hij is oprecht verbaasd: Nee, zoiets is hier echt niet aan de orde, wat een geluk trouwens dat de Sovjet-Unie uiteengevallen is! Zelf heb je ook van zoiets gedroomd, lang voor Litouwen, toen je een jochie van acht was en Dickens las, The Pickwick Club. Je wist dat er zo’n stad bestond, Londen, in boeken, op kaarten, maar dat je die ooit zou zien – nee jongen, zet dat maar uit je hoofd.
‘Je kan zien dat de auteur niet erg bekend is met de prozatheorie van Viktor Sjklovski, zegt een van de toehoorders, niet luid maar wel duidelijk. Een forse Litouwer, hij werkt in het observatorium van Vilnius. Het is moeilijk niet hooghartig te zijn als je in een observatorium werkt.
Gesprekken en lezingen zijn in het Russisch. Voor wie, vraag je je af, moest je boek dan eigenlijk vertaald worden?
Gesprekken en lezingen zijn in het Russisch. Voor wie, vraag je je af, moest je boek dan eigenlijk vertaald worden? Het antwoord laat zich raden: voor de schrijver. Dus wie betaalt de hapjes en de drankjes? Dat heb je eerder te horen gekregen, op een andere plek maar om een soortgelijke reden.
Užupis, de wijk van de vrije kunstenaars, met een ludieke eigen constitutie en regering (Tomas bekleedt daarin een belangrijke post): hier ga je je verhaal ‘Objects in mirror’ voorlezen.
‘Houston…’ zegt Ada peinzend. ‘Wij hebben in Vilnius een flatjeop de kop getikt, Andrej.’ – Vilnius, redeneren ze, is niet in alle opzichten safe. Maar met een Israëlisch paspoort… ‘Nee maar, ze hebben een Israëlisch paspoort?’
De luisteraars glimlachen en na afloop komt er een Moskoviet naar je toe gelopen, iemand van ongeveer jouw leeftijd, een doctor in de wis- en natuurkunde. Het blijkt dat het flatje waarin je bent ondergebracht van hem is, hij gaat niet zover dat hij je zijn laissez-passer, zijn Israëlische paspoort, onder de neus houdt, maar hij heeft er wel een. Aha, kijk aan, het klopt dus allemaal, je verkoopt geen onzin.
‘Komt u toch vaker hierheen, of blijf hier gewoon. Geloof me, het leven heeft hier veel te bieden.’
Met vrienden praten, nachtenlang, met wijn erbij – graag nog een glas. ‘U weet niet wat er allemaal speelt’, zoiets heb je hier van niemand te horen gekregen. Op je laatste dag in Vilnius begin je bekenden tegen te komen op straat. Vilnius zorgt voor afleiding en vermaak, in de juiste dosering. ‘Hoezo zou ik niet blij zijn als het jou goed gaat?’ Het delen van een gevoel van blijdschap – dat gaat het beste met je ouders. Klaar, ga op je plaats zitten en ga de reis aan, stoel recht, riemen vast.
Dit is een fragment uit Kilometer 101, dat op 28 oktober is verschenen bij Uitgeverij Van Oorschot, in vertaling van Yolanda Bloemen en Seijo Epema.
Oekraïne heeft nieuw Marshallplan nodig, aldus Scholz
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky heeft dinsdag de internationale gemeenschap gevraagd een begrotingstekort van 38 miljard dollar tegen 2023 te dekken dat is veroorzaakt door de Russische invasie, bericht France24. Volgens een schatting van de Wereldbank bedraagt de materiële schade van de invasie ongeveer 345 miljard dollar.
Op een internationale conferentie voor de wederopbouw van Oekraïne in Berlijn drong Zelensky er bij de Europese leiders op aan meer financiële steun te verlenen aan zijn land, meer dan acht maanden nadat Vladimir Poetin Russische troepen Oekraïne binnen stuurde. ‘Juist op deze conferentie moeten we een besluit nemen over hulp om het begrotingstekort voor Oekraïne voor volgend jaar te dekken’, zei Zelensky via een videoverbinding.
De Duitse kanselier Olaf Scholz verklaarde tijdens de conferentie dat de wederopbouw van Oekraïne een ‘taak voor een hele generatie‘ is die onmiddellijk moet beginnen, ook al duurt de Russische invasie nog voort. ‘Het gaat hier om niets minder dan een nieuw Marshallplan voor de eenentwintigste eeuw,’ zei Scholz.
Ondanks oorlog daalt gasverbruik Duitse huishoudens
Volgens de Bundesnetzagentur hebben Duitse huishoudens en de lichte industrie vorige week minder gas verbruikt dan het gemiddelde voor dezelfde periode tussen 2018-2021. Ook de week daarvoor was het gasgebruik lager dan normaal, bericht Deutsche Welle. De voorzitter van de federale netwerkregulator voor elektriciteit, gas, telecommunicatie, post en spoorwegen van Duitsland, Klaus Müller, meldde dat huishoudens in kalenderweek 41 gemiddeld 608 gigawattuur (GWh) per dag verbruikten, tegenover 881 GWh/dag in voorgaande jaren – een daling van 31 procent.
Müller merkte op dat Duitsland momenteel in een goede positie verkeert om de winter zonder ernstige problemen door te komen, ondanks de inval van Rusland in Oekraïne en de gevolgen daarvan voor de gasvoorziening in Europa. Het Duitse agentschap noemt als een van de redenen van het lagere gasgebruik het warme weer van de afgelopen weken, aldus DW. Ook zouden burgers bewuster omgaan met energie.
Volgens het Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung (PIK) is het mogelijk voor Duitse huishoudens om hun gasverbruik met 30 procent te verminderen. PIK zegt dat Duitsers hun verbruik kunnen verminderen door ‘de thermostaten een of twee graden lager te zetten en alleen de verwarming aan te zetten als dat nodig is’.
Die letzte Woche war wieder vergleichsweise warm und der #Gasverbrauch lag unter dem durchschnittlichen Verbrauch der letzten vier Jahre. Das ist ermutigend, so müssen wir weiter machen. https://t.co/TeQnK7pliE
Sluipschutter Wali kwam op verzoek van president Zelensky terug uit Canada om als ‘commandant voor de herovering’ mee te strijden in Oekraïne tegen de invasie van Rusland. Sindsdien houdt hij een dagboek bij.
Het dagboek van de sluipschutter bestaat uit bijna stenografische aantekeningen in Canadees Frans. In zijn doktershandschrift krabbelt hij ze in een schrift met ruitjespapier. Met een versleten vulpen. Het zijn gedachten en herinneringen aan zijn nieuwe missie in Oekraïne. Ja, hij is terug. Dat is het antwoord op de vraag ‘Waar is Wali?’ De vraag die steeds terugkeert bij degenen die in de ban waren van het verhaal over deze sluipschutter, die door de Russen zozeer werd gevreesd dat ze zelfs het nepnieuws verspreidden dat hij was gedood.
In werkelijkheid pakte Wali zijn koffers aan het begin van de Oekraïense oorlog, op verzoek van president Zelensky. Hij zette zijn leven op het spel en hielp bij de bevrijding van Kyiv. Toen ging hij terug naar huis, met herinneringen aan de doden en gewonden maar voldaan over zijn opoffering. Ergens tussen eind april en begin mei arriveerde hij in Quebec. Zijn vrouw omhelsde hem, en hoewel hij het tegendeel vreesde, herkende zijn baby hem nog.
Niet vergeten
Vanaf dat moment hielden we contact. In juni begon hij zijn terugkeer naar Oekraïne te plannen. Eerder al schreef hij een boodschap aan degenen van wie hij het meest hield. ‘Het is niet de haat tegen de vijand die vooropstaat, het is de liefde voor degenen die jou liefhebben… Dat mag niet vergeten worden. De afgelopen maanden, terwijl ik vocht in Oekraïne, begon mijn zoon me langzaam te vergeten. Ik merkte het tijdens videogesprekken. Toen besefte ik hoe het zou zijn als ik zou omkomen in de strijd. Mijn zoon zou me niet meer kennen. Ik zou een verhaal worden dat ze hem zouden vertellen…. Ik zou die vader zijn die, eenmaal vertrokken naar Oekraïne, nooit meer terugkwam. Ze zouden hem foto’s van mij laten zien. Ze zouden hem mijn versleten helm, mijn gescheurde, modderige laarzen en mijn uniformen tonen. Maar toen ik terugkwam, herkende mijn zoon me. Zijn moeder, mijn vrouw, was mij niet vergeten. Zij herinnerde mijn zoon er elke dag aan dat zijn vader hem niet vergeten was! En dat hij niet is vergeten waarvoor hij vecht: het welzijn van zijn zoon.’
In augustus vertelde hij me, via strikt besloten en vertrouwelijke kanalen, over zijn plannen. Hij was vooral blij dat Den Tolmor, de voor een Oscar genomineerde producent, een film wilde maken die is gebaseerd op zijn strijd met precisiegeweren tegen de Russen. De film is voorlopig getiteld The Good Fight. Maar hij wilde terug. Hij was onrustig vanwege het nieuws over de herovering van gebieden en de opmars van zijn vroegere kameraden.
Alles is tot op de millimeter gepland: zijn vlucht, wie hem ophaalt, de geheime route onder begeleiding. Tussen 10 en 17 september komt hij aan in Europa (voor zijn veiligheid worden geen verdere details gegeven). Van daaruit steekt hij met de auto de grens over. Hij maakt een tussenstop in Lviv. De verandering van zijn status helpt hem soepel de controleposten te passeren. Zijn rol is nu ‘commandant van de sluipschutters’. Hij vertelt het me pas als hij al in Oekraïne is.
We praten over drones en de mogelijkheid aangevallen te worden. Grappig en ironisch als hij is, vergeet hij nooit dat de Russen hem al eerder hebben vermoord. Althans op hun socialemediakanalen. Totdat hij het bericht zelf ontkrachtte, met een foto van hemzelf met zijn aanvalsgeweer op een honkbalveld. Zo is Wali. Eindelijk stuurt hij me deze week een bericht voor publicatie, waarin hij de redenen voor zijn terugkeer uitlegt…
‘Oekraïne heeft genoeg stieren maar niet genoeg vossen’
Maandag 19 september 2022. ‘Ik ben terug in Oekraïne voor de aanstaande aanvalsoperaties. De precieze omschrijving van mijn nieuwe taken zal de komende dagen duidelijker worden. Ze zouden meer kunnen omvatten dan sluipschutterszaken, dat zullen verschillende bijeenkomsten uitwijzen.’
‘In de huidige staat van de oorlog heeft Oekraïne genoeg stieren, maar niet genoeg vossen,’ aldus Wali. Hij legt uit dat Zelensky genoeg dappere mensen heeft, maar niet genoeg professionals die weten wat een oorlog is. ‘De Russen hebben ons laten zien wat het betekent om veel man- en wapenkracht te hebben maar te weinig leiderschap en goed opgeleide soldaten. Ik ben iemand met belangrijke vaardigheden die nuttig kunnen zijn voor Oekraïne. Oekraïne moet op lange termijn worden gesteund, zowel militair als economisch. Momenteel betekent dat voor mij het helpen verbeteren van het professionalisme van de Oekraïense strijdkrachten.’
Hij gaat terug naar het slagveld als leider van een eskader. Hij is een soort commandant die toekomstige sluipschutters zal opleiden. ‘Eerst moeten we het zwaard slijpen, dan moeten we dat zwaard gebruiken… Toen ik aan het begin van het conflict naar Oekraïne kwam, was dat om grondgebied te verdedigen en vast te houden. Nu ga ik terug om aan te vallen en op te bouwen… Terwijl de militaire capaciteit van Rusland afneemt, vergroot Oekraïne zijn operationele capaciteit en verbetert die voor de komende aanvallen op de Russische bezettingsmacht.’
Cider
Dinsdag 20. ‘Ik heb de leden van mijn eenheid ontmoet. Ze zijn serieus. De bijeenkomst vond plaats in een goed restaurant. De staf was er eerder dan wij, wat een teken van respect is. Ik deelde een fles cider afkomstig uit de regio Laurentians in Quebec, die ik had meegenomen. Ze genoten ervan. Er was een vrouwelijke officier. Ik vroeg de ober de dames eerst te bedienen. Daarna was het de beurt aan de commandant, de plaatsvervangend commandant en de rest van de staf.’
Het is een rustige dag in een Oekraïense stad waar geen bommen vallen. Het diner is bedoeld als welkom en ter coördinatie. Wali is verrast door de normaliteit. De situatie in Oekraïne is sterk veranderd sinds hij voor het eerst betrokken raakte bij de door Rusland ontketende oorlog. ‘In Kyiv heb ik niet eens het gevoel van oorlog,’ aldus een opgetogen Wali.
‘Een vrouw vertelde me hoe ze een paar maanden geleden gevechten hoorde in Irpin, niet ver van haar huis. Nu zijn er geen beschietingen, geen gevechten. Restaurants en sportscholen zijn weer open. Toen ik aankwam, kon ik zelfs naar de film Top Gun kijken alsof ik in mijn eigen woonkamer zat. Enkele vrienden van mij gingen vissen op plekken waar ik een paar maanden geleden bijna ben omgekomen. Dat alles herinnert mij eraan hoe belangrijk soldaten zijn bij de verdediging van de vrede.’
‘De beste sluipschutters ter wereld zijn Oekraïense sluipschutters. Rusland zal verslagen worden’
De situatie is anders waar de bloedbaden plaatsvonden. Daar heerst rouw. Wali is zich er altijd van bewust dat hij een buitenlandse strijder is en een voormalig sluipschutter uit het Canadese leger. Hij benadrukt dat hij betrokken was bij meerdere oorlogen: twee keer in Afghanistan, in de regio Kandahar. Hij schoot op IS, aan de kant van de Koerden. Daarna sloot hij zich aan bij de Oekraïense strijdkrachten en nam deel aan gevechten in de hoofdstad, de uitgemoorde voorsteden en – dat kan hij nu toegeven – in de Donbas.
Terug naar zijn dagboek. De kersverse commandant schrijft: ‘We genoten van het moment. Soms vervult deze rust je met hoop. Op andere momenten betekent die onzekerheid.’
Diezelfde dag durft hij een bericht op Facebook te plaatsen en publiceert hij een foto van zichzelf met zijn wapen. Hij geeft niet aan waar hij zich bevindt, maar erkent in het onderschrift – in het Engels, Frans en Oekraïens – dat hij is teruggekeerd naar de strijd. ‘Ik ben terug in Oekraïne. Wat ik wil zeggen: Oekraïne moet op lange termijn worden gesteund. De beste sluipschutters ter wereld zijn Oekraïense sluipschutters. Rusland zal verslagen worden.’
De fans raken opgewonden. Valeri bedankt hem in dezelfde talen. Tussen de honderden commentaren wenst een trol (met slechts één vriend op Facebook) hem de dood toe.
Boksring
Woensdag 21 september. Deze keer denkt hij na over de redenen waarom Rusland de oorlog aan het verliezen is. ‘De recente overwinningen van Oekraïne op Rusland zijn belangrijk en bijzonder. Dit is waarom… In Kyiv leden de Russen zware verliezen en trokken ze zich terug. Hetzelfde is gebeurd in andere regio’s. Daarom besloten ze de boksring te verlaten.
De gebieden die de Russen aan het begin van de oorlog in beslag namen, werden niet verdedigd; Marioepol was omsingeld. Toen stond er niemand in de ring. De recente Oekraïense overwinningen zijn anders. Oekraïense troepen gingen de strijd aan in een gebied dat door de Russen actief werd verdedigd. En bij die verdediging waren niet alleen onervaren soldaten betrokken, maar ook de beste Russische eenheden. Deze keer renden de Russen dus niet weg uit de ring, zoals in Kyiv – ze werden verslagen in de ring zelf!’
Diezelfde dag kondigt een in het nauw gedreven Vladimir Poetin aan dat hij 300.000 reservisten gaat inzetten en hij dreigt kernwapens te gebruiken tegen degenen die Oekraïne hebben geholpen. De straten van Ruslands grote steden vullen zich met mensen die geen kalasjnikov willen hanteren. De prijzen voor vliegtickets om het land te verlaten bereiken astronomische hoogtes, maar de tickets raken toch uitverkocht. De wegen naar de grenzen met Finland, Georgië en Mongolië staan vol met auto’s.
‘Uit ervaring weet ik dat het tijd kost om soldaten te vormen die ten strijde kunnen trekken’
Donderdag 22 september. Wali schrijft: ‘We bezochten de basis van de eenheid. Het deed me denken aan een hoofdkwartier uit de Tweede Wereldoorlog. Het was een soort van…’ Uit veiligheidsoverwegingen maakt hij zijn zin niet af. Details uit zijn aantekeningen zouden de toekomstige strategie in gevaar kunnen brengen. ‘Er gaan wat luchtalarmen af. Niet ver bij ons vandaan kampeerden mensen.’
We voeren een videogesprek. De oorlog heeft inmiddels een nieuwe dimensie bereikt. In de afgelopen uren werden duizend demonstranten in Rusland gearresteerd. Hij vertelt ons dat ze in Oekraïne niet bang zijn voor de mobilisatie. Ze voelen dat ze nu tegen gelijken gaan vechten, burgers tegen burgers. ‘Het zijn niet langer alleen maar soldaten,’ zei een serveerster. ‘We wachten op ze,’ klinkt het overal.
Wali vergelijkt wat er gebeurd is met een kaartspel. Een geopolitiek kaartspel. ‘Poetin heeft zijn wapens verloren. Zijn beste wapens, zijn beste soldaten. Deze massamobilisatie is een grote gok. Maar uit ervaring weet ik dat het tijd kost om soldaten te vormen die ten strijde kunnen trekken. Oekraïne ligt enkele maanden op hem voor.’
Bloedbad
Wali’s rol als trainer van nieuwe sluipschutters is cruciaal. Ze schieten niet meer alleen van grote afstand. Ze markeren militaire doelen om die met nauwkeurige precisie aan te vallen… Het betekent dat het een bloedbad wordt als er reservisten bij betrokken zijn die slechts in militaire dienst hebben gezeten. ‘Ze komen terug in doodskisten. En voor de moeder van een soldaat is het anders om haar dode zoon terug te krijgen dan voor de moeder van een burger die bijna met geweld is opgeroepen… Dit spel kan heel slecht aflopen.’
Hij maakt van de gelegenheid gebruik om commentaar te leveren op de komst van buitenlandse soldaten. ‘Ik heb geen Spanjaarden gezien,’ zegt hij nadrukkelijk. De meesten die aankwamen zijn simpelweg niet geslaagd voor basale testen. Wat de aanwerving van buitenlanders betreft, voegt Wali eraan toe: ‘Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit. We hebben mensen nodig, jazeker, maar dan wel de goede.’ Hij maakt duidelijk dat hij het niet alleen heeft over mensen die kunnen schieten. In de strijd is meer steun nodig.
‘We hebben veel meer professionals nodig. Dat betekent dus niet alleen soldaten maar ook specialisten in allerlei beroepen die aan de oorlog zijn gerelateerd.’ En hij doorbreekt een taboe: verslavingen. ‘We willen geen mensen met drugs- of alcoholproblemen. We willen geen mensen met slechte gewoontes. Respect is het belangrijkste. Hun eigen leven en dat van hun collega’s staat op het spel.’
Op de vraag welke nationaliteiten er, afgezien van Oekraïners, allemaal in zijn team zitten, zegt hij terwijl hij probeert niemand te vergeten: ‘Britten, Polen, Roemenen, Fransen, Amerikanen…’ ‘We zijn met ongeveer dertig man, echte toppers,’ zegt hij trots. ‘De beste. Hij bevestigt twee slachtoffers onder de sluipschutters aan zijn kant. De Russen hebben er al minstens twintig verloren.
Dronkenschap
Vrijdag 23 en zaterdag 24 september. Het nieuws van de jacht op Russische burgers in de metro bereikt Oekraïne. Het betreft vooral etnische minderheden. Uit het binnenvallende land komen er steeds meer beelden van mensen die afscheid nemen. Ook beschuldigingen dat er geen kinderen van Russische politici worden opgeroepen… Weldra zijn die jongens hier, te midden van een oorlog waarvoor ze niet erg gemotiveerd zijn. Referenda in geannexeerde gebieden als Donetsk, Loehansk, Cherson en Zaporizja worden beschouwd als een aanfluiting. Geen internationale waarnemers… Een VN-onderzoek concludeert dat het leger van Poetin oorlogsmisdaden heeft begaan: standrechtelijke executies van onschuldige mensen.
Ondertussen voert Wali steeds vaker belangrijke besprekingen. ‘Ik heb leden van de speciale troepen ontmoet om het laatste nieuws van het front te krijgen. Ik kan niet alles vertellen, maar ik kan je wel zeggen dat het niveau van dronkenschap binnen het Russische leger hoog is… Een van mijn collega’s schoot een Rus neer die naar de Oekraïners toe wankelde. Hij was dronken en kwam op hen af alsof hij wilde sterven…. En dat gebeurde ook.’
‘Veel Russische soldaten smeken om gevangen genomen te worden’
De wanhoop bij de vijandelijke troepen is extreem hoog. ‘Veel Russische soldaten smeken om gevangen genomen te worden. Sommigen gebruiken radioverbindingen zonder encryptie en vragen Oekraïners hen krijgsgevangen te maken.’
Dat is beter dan doorgaan met een oorlog waarin ze niet geloven. Zo denkt ook Pavel Filatjev, een soldaat die besloot te deserteren en wiens getuigenis werd gepubliceerd in El Mundo: ‘We hadden niet het morele recht om een ander land aan te vallen, zeker niet van de mensen die het dichtst bij ons staan… Ze hebben gewoon besloten Oekraïne in deze oorlog te bedelven onder onze lijken.’
De foto’s bij dit verslag zijn in dezelfde periode genomen. Wali’s dagboek ligt op de vloer, op stroken stof en stukken touw. Zijn vulpen ligt klaar. Hij wil de foto’s van zijn schuilplaats altijd een kinderlijke toets geven: hij is te zien met een knuffel. Met zijn geweer. Hij maakt portretten buiten, in Oekraïense straten, zonder geweer. Gekleed als een militair met een baard van een week. Op zijn pet staat een vlag en er staat op geschreven: Blood (Rh+).
‘Nu weten we je bloedgroep.’
‘Misschien wel. Misschien niet.’
‘Als alles goed gaat, wanneer denk je dan dat de oorlog zal eindigen?’
‘Er spelen veel factoren mee. Maar ik zet mijn geld op zes maanden als alles zo blijft gaan.’
Ik vraag hem met luide stem om goed voor zichzelf te zorgen. ‘Dat is wat ik altijd probeer te doen. Levend zijn we nuttiger,’ zegt hij met een glimlach. De afspraak om een fles te ontkurken als dit voorbij is, hier, daar of waar dan ook, blijft staan. Hij pakt zijn geweer en vertrekt. Hij wacht op orders om opnieuw de strijd aan te binden. Weldra.
In Oekraïne behandelen artsen in plaats van de gebruikelijke patiënten nu oorlogsslachtoffers. Revista 5W ging langs bij een ziekenhuis in Odessa en een in Dnipro, waar veel zorgmedewerkers gebukt gaan onder de verschrikkingen die ze dagelijks te zien krijgen.
‘Dit is andere koek,’ zegt Irakli Belestov. Iets waaraan noch hij, noch zijn collega’s in het kinderziekenhuis in Odessa kunnen wennen. Dit zijn geen baby’s met een aangeboren ziekte, geen kinderen met hartproblemen. Het gaat niet om breuken bij jongeren door ongelukken – die genezen ze al jaren.
Wat de hoofdchirurg van dit ziekenhuis bedoelt, is dat hij nu kinderen ontvangt die een ander soort letsel hebben opgelopen. Met ‘andere koek’ bedoelt hij: oorlog. ‘Gisteren konden ze voetballen en vandaag moeten ze een been of arm laten amputeren. Het is een schok voor de artsen, maar vooral voor de ouders. Het is moeilijk om aan te zien. Het is niet normaal. We zijn gewend aan patiënten met andere problemen. Maar dit is iets anders.’
Belestov is nog niet gewend geraakt aan deze verschrikkelijke nieuwe situatie. Misschien gebeurt dat ook nooit. Misschien is het een cliché om te denken dat professionals – een chirurg, een journalist, een boer, een taxichauffeur – kunnen wennen aan de dagelijkse pijn van oorlog. Belestov zegt dat sinds het begin van de Russische invasie in Oekraïne tussen de vijftien en twintig minderjarige patiënten met oorlogswonden in zijn ziekenhuis zijn behandeld. Een veel groter aantal moest worden doorverwezen naar andere ziekenhuizen.
‘Het is psychologisch erg zwaar om hiermee om te gaan, maar als wij het niet doen, doet niemand het’
Deze gevallen achtervolgen hem en zijn collega’s en herinneren hen, ook op de rustige dagen in Odessa, aan de gebeurtenissen aan het front en in gebieden die regelmatig onder vuur liggen. ‘Ik ben niet alleen arts, maar ook een mens, ik ben een vader. We doen alles wat we kunnen om patiënten te helpen, omdat we willen dat ze in de toekomst een normaal leven kunnen leiden. Het is psychologisch erg zwaar om hiermee om te gaan, maar als wij het niet doen, doet niemand het.’
Er is een overvloed aan werk in dit ziekenhuis, dat niet alleen Odessa bedient, maar ook het zwaar getroffen Mykolajiv verder naar het oosten, en de rest van Zuid-Oekraïne. Doordat andere ziekenhuizen in de regio in onbruik zijn geraakt, is dit ziekenhuis, dat goed staat aangeschreven, een referentiepunt geworden voor medische zorg aan minderjarigen. De metamorfose van dit ziekenhuis komt niet alleen door de komst van oorlogsgewonden – die vormen een minderheid – maar vooral door de zorg voor zwangere vrouwen en kinderen die bescherming zochten tegen bommen. Alle contradicties die gepaard gaan met het streven naar medische dienstverlening in een land dat in oorlog is, in een gebied dat soms niet in oorlog lijkt te zijn, komen hier samen.
Mickey Mouse
Het is een groot ziekenhuiscomplex, met een kinderspeelplaats bij de ingang, een kiosk en zelfs enkele winkels. Er is geen sprake van luxe, uitbundigheid of decadentie. Binnen zijn er lange gangen met stickers van Mickey Mouse en SpongeBob op de deuren. Afdelingen voor hart-, thorax- en buikchirurgie. Aquarellen van bijen, vissen, galopperende paarden met landschappen op de achtergrond. Een afdeling neonatale intensive care met open couveuses en dekens met beertjes en kleuren. ‘De situatie is verbeterd, omdat we hulp kregen,’ zegt Natalia Sivolap, hoofd van de afdeling. Ze heeft halflang blond haar en om haar nek hangen een stethoscoop, een parelketting en een gouden kruis.
Langs haar loopt een verpleegster in roze pyjama en hemelsblauw schort naar een van de baby’s. Sivolap onderstreept dat ze nog steeds behoefte aan hulp hebben, en ze legt uit aan wat precies. Als ze door het ziekenhuis loopt, is het nagenoeg onmogelijk om haar bij te houden: je moet bijna rennen. Ze wordt begroet door artsen, verpleegkundigen en patiënten. Een dame zegt haar gedag, pakt haar hand, betuigt genegenheid en deelt haar kennelijk iets mee in vertrouwen. Het gebeurt snel en Sivolap, die ook de waarnemend medisch directeur van het ziekenhuis is, vervolgt alweer haar tocht door de ingewikkelde gangen van het gebouw.
‘Als je met oorlogsgewonden werkt, vraag je je af: Waarom? Waarvoor?’
‘De eerste keer dat ik hier kwam, verdwaalde ik,’ grapt ze. Als we in een vergaderzaal gaan zitten om te praten, wordt ze ernstiger. ‘Veel kinderen in het ziekenhuis komen niet alleen uit Odessa, maar ook uit [het door Rusland bezette] Cherson of Mykolajiv. Er staat dus grote druk op de medische staf. De situatie zorgt voor problemen met hun geestelijke gezondheid. Er zijn kinderen die hier komen nadat ze hun huis en hun familie hebben verloren. Het medische personeel heeft psychologische steun nodig, net als de ouders van kinderen die oorlogsverwondingen hebben opgelopen. Als je een kind ziet dat opzettelijk is verwond, dan is dat erg pijnlijk. Het maakt me woedend, net als iedereen in het ziekenhuis. Het is moeilijk te bevatten waarom dit gebeurt. Als je met oorlogsgewonden werkt, vraag je je af: Waarom? Waarvoor?
Sivolap herinnert zich een nacht waarin twee kinderen in het ziekenhuis aankwamen die gewond raakten door Russische beschietingen. Ze herinnert zich een meisje dat een aanval in de buurt van Odessa meemaakte en waarvan beide voeten moesten worden geamputeerd. Ze herinnert zich een kind uit Mykolajiv met beschadigde inwendige organen, dat uiteindelijk naar een ander ziekenhuis werd doorverwezen. ‘Maar andere ziekenhuizen hebben nog ernstiger problemen.’
Oorlogsziekenhuis
Sivolap plaatst alles in een context. Een paar dagen geleden woonde ze een webinar waar Oekraïense deskundigen vreselijke verwondingen van soldaten lieten zien die zij hier niet heeft gezien. Dit is nog steeds een ziekenhuis voor moeder en kind en geen oorlogsziekenhuis. Natalia pretendeert niet de stress en druk van haar werk te kunnen vergelijken met dat van een militair hospitaal.
Doorgaans is de gedachte dat oorlog bestaat uit gevechten en bombardementen en dat degenen die direct lijden de oorlogsslachtoffers zijn. De rest is slechts een neveneffect. Maar dat moet hoognodig worden herzien, want als de middelen en de aandacht naar elders verschuiven, wordt ‘de rest’ plotseling te veel. Om het bij de gezondheidszorg te houden: kanker- en hartpatiënten en mensen die aan zeldzame ziekten lijden of die een operatie of gynaecologische zorg nodig hebben, kunnen geen van allen wachten tot een oorlog voorbij is.
Soms loopt alles door elkaar. De negentienjarige Diana Roesina ligt met haar baby in een kamer met vier bedden. Het is nog niet koud in Odessa, maar de verwarming draait al op volle toeren. Roesina is een paar dagen geleden bevallen, ze was al zwanger toen de oorlog begon. Ze woonde in een klein dorp in de provincie Cherson en wist te ontsnappen aan de Russische bezetting. ‘We werden wakker op 24 februari en ze belden ons om te vertellen dat de oorlog was begonnen. We geloofden het niet.’
‘Sommige ziekenhuizen in Cherson zijn verwoest, en de ziekenhuizen die nog functioneren zijn er alleen voor het Russische leger…’
‘We waren bang omdat het luchtalarm steeds afging en daarna was er vuur, klonken schoten… We besloten in de kelder te schuilen. Het was koud en er waren voedseltekorten. De buren hielpen ons, we deelden voedsel. We hebben zeven dagen en zeven nachten in de kelder geschuild, maar dat kon niet langer vanwege de kou, dus begonnen we een deel van de dag boven door te brengen bij het vuur. Uiteindelijk besloten we Cherson te verlaten. We vonden een man met een auto die mensen hielp met evacueren. Alles ging goed, maar bij de laatste controlepost in het door Rusland bezette gebied stonden enkele Tsjetsjeense soldaten, die op auto’s en mensen begonnen te schieten.’
Roesina kwam uiteindelijk met haar moeder aan in Mykolajiv, op twee uur rijden van Odessa. Haar man bleef achter in door Rusland bezet gebied, maar had ook alle reden om te vluchten. ‘Op een dag zochten soldaten hem op, sloegen hem, deden een zak over zijn hoofd, bonden zijn handen vast, richtten een pistool op zijn slaap. Ze namen hem mee naar een weiland en ontdeden hem van zijn kleren. Ze plunderden ons huis, namen alles mee.’
Roesina’s man moest bij sommige controleposten betalen om verder te mogen. Hij wist uit de door Rusland gecontroleerde gebieden te komen en kwam in Odessa aan om zich bij Diana te voegen. Het ergste was achter de rug. ‘Sommige ziekenhuizen in Cherson zijn verwoest, en de ziekenhuizen die nog functioneren zijn er alleen voor het Russische leger… Ik was ingeschreven bij een ziekenhuis en had er tot 24 februari medische controle, maar vanaf dat moment tot aan mijn aankomst in Odessa niet meer.’
In het ziekenhuis in Odessa kon Diana terecht voor gynaecologische controles en daar is ze ook bevallen. Cherson ligt iets meer dan tweehonderd kilometer verderop, maar lijkt te bestaan in een parallelle dimensie, omdat het door Rusland is bezet. Maar Roesina legt zich er niet bij neer. Deze ontheemding is tijdelijk, veel mensen die de oorlog zijn ontvlucht denken zo. ‘We hopen dat Oekraïne Cherson zal heroveren en als dat gebeurt gaan we terug, omdat we daar ons huis en ons werk hebben. Ik hoop dat dat in de nabije toekomst zal zijn, hopelijk voor Kerstmis.’ Tijdens ons gesprek huilt de baby een paar keer met gesloten ogen. Diana kijkt naar hem. Even lijkt het of hij wakker wordt, maar dan slaapt hij verder.
Vrijwillig chirurg
Ziekenhuizen veranderen en artsen veranderen. Vjatsjeslav Dolenko had een privékliniek in Kyiv en woonde in Irpin, aan de rand van de hoofdstad. Hij was onder andere cosmetisch chirurg. Hij had een flat gekocht, zijn leven liep op rolletjes. Maar na 24 februari veranderde alles. Hij raakte zijn werk kwijt, de kliniek verdween, zijn huis werd vernietigd. Zijn vrouw en zoon verlieten het land en hij ging naar Vinnytsja, in het hart van Oekraïne. Daar werkt hij nu in een militair hospitaal. ‘Nu ben ik vrijwillig chirurg. Ik word niet betaald, ons land is in oorlog en ik begrijp dat ik nodig ben. Ik werk met soldaten en burgers die schotwonden hebben of verwondingen door explosies.’
De vrijwilligersnetwerken gingen op volle toeren draaien toen de Russische invasie begon. Zij ondersteunen ontheemden, autoriteiten en strijdkrachten. De grens tussen civiel en militair is vervaagd en overal wordt alles ingezet wat voorhanden is. ‘Ik ben niet de enige, er zijn meer chirurgen en verpleegkundigen in het land die gratis werken – omdat het nodig is en omdat we geen keus hebben,’ zegt Dolenko. ‘Als we het niet doen, verliezen we ons land.’
‘Ik ben verrast door wat er gebeurt. Toen de oorlog begon, verdwenen alle problemen. Hiervoor hadden we ieder onze eigen conflicten of geschillen, met de buurman, met andere klinieken, met een of ander bedrijf, we concurreerden met elkaar – maar dat hield allemaal op en we werden één geheel dat werkt voor hetzelfde.’ Er is meer dan een half jaar verstreken, maar zowel de persoonlijke als gemeenschappelijke omstandigheden die de chirurg beschrijft wijzen op een noodsituatie die niet afneemt. Hij zegt dat hij geen last heeft van stress, hij begrijpt niet hoe hij het allemaal doet, maar hij blijft werken. ‘Ik hoop terug te gaan naar plastische chirurgie. Maar nu moet ik dit doen.’
Sinds het begin van de Russische invasie heeft de WHO 550 aanvallen op medische voorzieningen in Oekraïne geregistreerd
In elke oorlog is gezondheidszorg een van de sectoren die het meest te lijden heeft. Oekraïne is geen uitzondering. Sinds het begin van de Russische invasie heeft de Wereldgezondheidsorganisatie 550 aanvallen op medische voorzieningen in Oekraïne geregistreerd. De behoefte aan voorraden is het grootst in gebieden die door de gevechten worden getroffen, maar ook in gebieden zoals Odessa, waar een deel van de zeven miljoen mensen wordt opgevangen dat door het conflict in Oekraïne ontheemd is geraakt.
‘Sinds het begin van de oorlog zijn veel gezondheidswerkers naar Europa vertrokken,’ zegt Pavel Vasiljevitsj, directeur van het kinderziekenhuis van Odessa. ‘Degenen die zijn gebleven hebben nu meer patiënten, maar ze weten waarom ze hier werken, ze kennen hun prioriteiten: de mensen, de regio en het land.’ In zijn kantoor legt hij kalm de situatie in het ziekenhuis uit. Hij is zo iemand die je met zijn ogen gerust weet te stellen. Een vaardigheid die hem helpt bij het uitvoeren van een van zijn taken als directeur: zorgen voor de geestelijke gezondheid van het zorgpersoneel. Hij vertelt dat hij de meest gestreste werknemers een week vrij probeert te geven, hij zorgt voor versnaperingen tijdens de vergaderingen en stimuleert dat ze elke gelegenheid aangrijpen om elkaar te steunen, om samen te werken.
‘Misschien begint Rusland morgen nieuwe aanvallen en moeten we weer 24/7 werken’
‘Het is heel belangrijk dat we humanitaire hulp krijgen. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal; anders voelt het alsof we er alleen voor staan. Er zijn veel artsen uit het Verenigd Koninkrijk, Spanje of Italië die mij gebeld hebben en hulp hebben aangeboden. Sommigen kwamen ons met de auto voorraden brengen. Dankzij dat soort hulp voelt het medisch personeel zich gesteund, het zorgt ervoor dat ze meer en beter kunnen werken.’
Zijn ziekenhuis is een van de Oekraïense ziekenhuizen die steun hebben ontvangen van Farmamundi, een ngo die grote voorraden geneesmiddelen en medische benodigdheden naar het hele land heeft gestuurd. Een ander is het Mechnikov-ziekenhuis, in de stad Dnipro die wordt doorkruist door de gelijknamige rivier, in het centrum van Oekraïne. Net als Odessa bedient dat ziekenhuis nu niet langer alleen de eigen provincie, maar ook andere door de oorlog getroffen gebieden. Gewonde patiënten – zowel burgers als militairen – komen er uit verschillende delen van Oost- en Zuid-Oekraïne heen voor een operatie. Het belang van dit ziekenhuis was al voor de oorlog van 2022 bekend.
‘Dit ziekenhuis heeft een geschiedenis, het was belangrijk tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog,’ zegt het hoofd van de medische afdeling; zijn naam en die van zijn collega’s verschijnen om veiligheidsredenen niet in dit verslag. ‘Nu is het opnieuw een strategische plek.’
Geen keuze
Het werk is sterk toegenomen sinds Rusland zijn invasie van Oekraïne begon. Het ziekenhuis is vol, bevestigt ook de hoofdzuster terwijl ze dozen met medicijnen uitlaadt in het magazijn. ‘Al tijdens de pandemie werkten we hard. Nu is het type patiënten veranderd; vroeger was het ziekenhuis gericht op corona en nu is het er voor oorlogsgewonden. Ze komen uit Mykolajiv, Donetsk, Charkiv… Eerst krijgen ze medische zorg en als het nodig is, worden ze hierheen gebracht. Als ze aan de beterende hand zijn, verwijzen we ze door naar andere centra.’
Zij en haar collega’s berusten in de toegenomen werkdruk die de oorlog met zich meebrengt. Ze herhalen op verschillende manieren steeds dezelfde opvatting: het is wat het is, er is geen andere keuze, we hebben geen andere optie. ‘We werken hard, net als de monteurs, de ingenieurs… Het is moeilijk, maar niet onmogelijk.’ Ze wil benadrukken dat de inspanning collectief is: dat was zo tijdens de ergste maanden van de pandemie en nu is dat weer zo. De beheerder van de apotheek, die heen en weer loopt om de dozen met medicijnen te controleren, zegt: ‘Aan het begin van de oorlog werkten we vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week en hadden we geen vakantie,’ zegt ze. ‘Nu is de situatie stabieler en hebben we wat meer tijd… Maar wie weet? Misschien begint Rusland morgen wel nieuwe aanvallen en moeten we weer 24/7 werken.’
‘Morgen’ werd het niet, maar wel kort erna. Dit gesprek vond plaats op 23 september. Op 10 oktober – een dag nadat Vladimir Poetin Oekraïne beschuldigde van de explosie op de brug die zijn land met de Krim verbindt – lanceerde Rusland een gecoördineerde aanval met 83 raketten op verschillende plekken in Oekraïne, waaronder Dnipro.
Deze reportage werd mogelijk gemaakt dankzij een samenwerking met de ngo Farmamundi.
Toen de Russische invasie in Oekraïne begon, stelde Farmamundi haar noodprotocol in werking en richtte zich op twee hoofdzaken: levering van medicijnen en medische voorraden en directe humanitaire actie in het land, in samenwerking met de lokale ngo’s Gender Bureau en IDC.
Naast de eerste distributie van voedsel- en hygiënepakketten verleent de ngo ook psychische steun en juridisch advies aan vluchtelingen in Oekraïne en asielzoekers in Moldavië en Servië. In de komende vijftien maanden zal Farmamundi zich concentreren op het opzetten en bestieren van centra voor tijdelijk verblijf voor binnenlandse ontheemden. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan geestelijke gezondheidszorg en psychosociale steun, met de nadruk op vrouwen en kinderen.
Schönbohm onderhield contacten met Russische bedrijf
De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser heeft dinsdag het hoofd van het nationale cybersecurity-agentschap BSI, Arne Schönbohm, ontslagen, zo heeft Der Spiegel uit veiligheidskringen vernomen. Later werd dit bevestigd door een woordvoerder van Binnenlandse Zaken.
Schönbohm werd uit zijn functie als hoofd van het nationale cyberbeveiligingsagentschap BSI gezet nadat media hadden gemeld dat hij banden had met mensen die betrokken zijn bij Russische inlichtingendiensten. Faeser was naar verluidt bezorgd over Schönbohms voortdurende contacten met een vereniging genaamd de Cyber Security Council of Germany, bericht Deutsche Welle.
De organisatie kwam onder vuur te liggen nadat Rusland Oekraïne binnenviel, vanwege de connectie van een van haar leden met het Kremlin, aldus DW. Cybersecuritybedrijf Protelion werd afgelopen weekend uit de raad gezet. Tot maart heette het bedrijf Infotecs en was het een dochteronderneming van zijn Russische naamgenoot. Het zou zijn opgericht door een voormalig lid van de Russische inlichtingendienst ,die een onderscheiding heeft ontvangen van president Vladimir Poetin.
Rusland zegt dat het zal helpen bij de evacuatie van burgers uit de regio Cherson, ‘die vorige maand in strijd met het internationaal recht is geannexeerd’, meldt Deutsche Welle. De aankondiging van het Kremlin komt nadat ‘de pro-Russische gouverneur de plaatselijke bevolking opriep te evacueren, een teken dat de Oekraïense troepen hun opmars in de regio voortzetten’.
‘We hebben alle inwoners van de regio Cherson voorgesteld om, als ze dat willen, naar andere regio’s te vertrekken om zich te beschermen tegen raketinslagen’, schreef gouverneur Vladimir Saldo op Telegram. ‘Ik richt mij tot de leiders van het land [Rusland] en vraag u om dit te helpen organiseren.’
Nu de Russische strijdkrachten op het slagveld de ene na de andere tegenslag te verwerken krijgen, heeft de Europese Unie een krachtige waarschuwing aan Vladimir Poetin gericht. ‘Elke nucleaire aanval op Oekraïne zal leiden tot een reactie, geen nucleaire reactie, maar een militaire reactie die zo krachtig is dat het Russische leger zal worden vernietigd,’ zei Josep Borrell, de EU-buitenlandchef.
De democratische achteruitgang is zo ernstig dat autocraten nu openlijk staatsgrepen plegen, verkiezingen stelen en andere landen binnenvallen, stelt Yascha Mounk in The Atlantic aan de kaak. ‘Despotische leiders van Myanmar tot Nicaragua voelen zich niet langer verplicht de schone schijn op te houden.’
Vladimir Poetin houdt de schijn niet meer op. Maandenlang beweerde de Russische president dat hij slechts geïnteresseerd was in de veiligheid van zijn land. Maandenlang verzekerde hij de wereld dat hij geïnteresseerd was in een diplomatieke oplossing. Maandenlang hoonde hij waarschuwingen over een dreigende Russische invasie in Oekraïne weg.
Vervolgens gaf hij bevel tot een grootschalige aanval op een soevereine natie. Russische raketten bliezen doelen op in belangrijke steden als Kyiv, Lviv en Charkov. Russische troepen trokken in hoog tempo Oekraïens grondgebied binnen. Er is weer oorlog in het hart van Europa.
Hoewel Poetin bleef volhouden dat het een ‘speciale militaire operatie’ betrof, was het duidelijk de bedoeling dat de wereld zijn boodschap zou horen. De wereldorde van na de val van de Sovjet-Unie is verleden tijd. Poetin is niet langer bereid zijn ambities te laten fnuiken door zelfs maar de meest elementaire internationale normen – zoals het verbod op verovering van grondgebied met militaire middelen.
We staan aan het begin van een nieuw tijdperk van pure machtspolitiek.
Democratische recessie
De aanval op Oekraïne viel samen met de lang geplande publicatie van het jaarlijkse rapport van de Amerikaanse waakhond Freedom House over de staat van de democratie in de wereld. Terwijl het rapport op 24 februari net na middernacht op de website van de ngo verscheen, zond CNN livebeelden uit van Russische troepen die de grens overstaken en van donkere rookwolken die boven Oekraïense steden opstegen.
Op basis van uitgebreid onderzoek naar de ontwikkelingen over de gehele aardbol, concludeert Freedom House dat de wereld het zestiende achtereenvolgende jaar is ingegaan van wat politicoloog Larry Diamond een ‘democratische recessie’ heeft genoemd. In 2021 was het aantal landen waar de democratie verloren dreigt te gaan wederom veel groter dan het aantal landen waar de democratie zich ontplooit.
In zestig landen zijn de burgerrechten verslechterd en democratische instellingen beknot, waarbij Afghanistan, Nicaragua, Tunesië en Soedan de kroon spannen. Aan het begin van de democratische recessie leefde ongeveer de helft van de wereldbevolking in een land dat als ‘vrij’ werd bestempeld. Inmiddels leeft nog maar twee op de tien mensen in een ‘vrij’ land, vier op de tien in ‘halfvrije’ landen zoals India, en nog eens vier op de tien in ‘onvrije’ landen zoals Saoedi-Arabië.
Voor alle aanvallen op de democratie uit het afgelopen jaar geldt dat ze steeds brutaler zijn geworden
Ook nu weer vertonen landen waarvan de democratische instellingen door politicologen als stabiel werden beschouwd – dat wil zeggen dat het zeer onwaarschijnlijk werd geacht dat ze in de nabije toekomst zouden wankelen – serieuze tekenen van zwakte en instabiliteit. Zo verstoorde een aanslag op het Amerikaanse Capitool, op 6 januari 2021, de vreedzame machtsoverdracht in de Verenigde Staten, die lange tijd als het prototype van de duurzame democratie werden beschouwd.
De interessantste bevindingen van het rapport helpen de tragische gebeurtenissen in Oost-Europa in een bredere context te plaatsen. De ogenschijnlijke plannen van Rusland om delen van Oekraïne in te lijven zijn een grove schending van het internationale recht, maar voor alle aanvallen op de democratie uit het afgelopen jaar geldt dat ze steeds brutaler zijn geworden. Nu de democratie overal ter wereld in een crisis verkeert, steken antidemocraten hun autocratische ambities niet langer onder stoelen of banken.
Tijdens de Koude Oorlog zijn tal van democratische regeringen waarin antidemocraten openlijk het gebruik van politiek geweld omarmden, onder wapengekletter gesneuveld. Maar in de afgelopen decennia kwamen dictators in spe meestal via de stembus aan de macht, door (relatief) vrije en eerlijke verkiezingen te winnen. Pas daarna begonnen zij de macht naar zich toe te trekken, onafhankelijke instellingen uit te hollen en de vrijheid van meningsuiting dusdanig in te perken dat ze niet meer langs democratische weg uit het zadel konden worden gelicht.
Staatsgrepen
Midden jaren tachtig was het aantal landen dat een democratische verschraling beleefde hoog, maar het aantal militaire staatsgrepen bleef laag. In 2021 daarentegen telde maar liefst zeven coups, het hoogste aantal sinds het jaar 2000. In onder andere Myanmar, Soedan en Mali hebben militairen het afgelopen jaar hun favoriete politieke leider met geweld aan de macht geholpen.
De democratische normvervaging heeft er ook voor gezorgd dat zittende (minister-)presidenten harder kunnen optreden. In de periode vlak na de Koude Oorlog hadden zelfs dictators het gevoel dat ze de schijn van democratie moesten ophouden. Politieke leiders deden meestal hun best om de illusie van democratische legitimiteit in stand te houden. Hoewel deze democratische geloofsbelijdenissen nooit oprecht waren, vormden ze voor autoritaire regimes een prikkel om oppositieactivisten of gewone burgers niet al te openlijk of al te wreed te onderdrukken. Dat is nu aan het veranderen.
In Rusland zijn Aleksej Navalny en veel van zijn aanhangers in de cel beland en is zijn organisatie van de verkiezingen uitgesloten
Hoewel bijvoorbeeld de Russische oppositie lange tijd onder extreem moeilijke – en gevaarlijke – omstandigheden moest opereren, konden enkele partijen die kritisch tegenover Poetin stonden soms meedoen aan de verkiezingen. Zo niet in 2021, toen Aleksej Navalny en veel van zijn aanhangers in de cel belandden en zijn organisatie van de verkiezingen werd uitgesloten.
En bij de Nicaraguaanse verkiezingen van dit jaar, om nog een voorbeeld te noemen, arresteerden de sandinistische leiders een aantal oppositiekandidaten op grond van valse beschuldigingen. ‘Verkiezingen hebben autoritaire leiders lange tijd een schijn van legitimiteit gegeven’, schrijven Sarah Repucci en Amy Slipowitz van Freedom House. ‘Maar naarmate de internationale normen in de richting van autocratie verschuiven, worden deze schijnvertoningen steeds wranger.’
Een ander treurig stemmend aspect van het rapport is dat het aantal landen dat democratischer wordt, de laatste tijd drastisch is gedaald. In 2006, het eerste jaar van de democratische recessie, bewogen 56 landen in de richting van meer vrijheid en democratie. Vorig jaar gold dat nog maar voor 25 landen.
De Amerikaanse droom
Aan het einde van de Koude Oorlog wezen alle tekenen in de richting van democratie. De Amerikaanse droom, de welvaart uit Hollywoodfilms en de in de Bill of Rights vastgelegde vrijheden werden overal ter wereld nagejaagd. Ook andere stabiele en succesvolle westerse democratieën vormden een inspiratiebron voor democratische gezinde inwoners van andere landen. Met de Verenigde Staten als enige supermacht werden de geopolitieke ambities van dictators, die zich min of meer gedwongen zagen met een fluwelen vuist te regeren, ingetoomd.
De veranderingen van de afgelopen drie decennia hebben de aantrekkingskracht van democratie wezenlijk verminderd. Wie in de eerste plaats geïnteresseerd is in materiële rijkdom, kan zich tegenwoordig in welvarende autocratieën als China of de Verenigde Arabische Emiraten vestigen; voor veel inwoners van de allerarmste landen is de droom van het goede leven niet langer synoniem aan leven in een democratisch land. Veel democratieën worden nu verscheurd door scherpe tegenstellingen en worstelen met binnenlandse spanningen die de stabiliteit bedreigen; ook in de VS staan de democratische instellingen onder druk. Daarbij wordt aan de poten van de democratische wereld gezaagd door een opkomend China en een revanchistisch Rusland; de autocraten op deze aardbol kunnen voor economische investeringen, militair materieel en internationale legitimiteit terecht bij opkomende autoritaire regimes.
Despotische leiders van Myanmar tot Nicaragua voelen zich niet langer verplicht de schone schijn op te houden
Daarom voelen dictators zich vrij om hun masker af te werpen. Despotische leiders van Myanmar tot Nicaragua voelen zich niet langer verplicht de schone schijn op te houden of het ministerie van Buitenlandse zaken gunstig te stemmen. En die dictators die over aanzienlijke militaire slagkracht beschikken, zoals Vladimir Poetin, proberen de wereldorde nu naar hun hand te zetten.
De democratie krijgt er een tegenspeler bij op het wereldtoneel. In de komende decennia zal er niet alleen fysiek strijd worden geleverd tussen democratieën en autocratieën op belangrijke slagvelden zoals Oekraïne, maar ook intellectueel, tussen de voorvechters van democratie en diegenen die het zelfbeschikkingsrecht van een volk resoluut naar de prullenmand verwijzen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.