Onderwerpen: Cultuur

  • De hele carrière van Hockney in Bozar

    De hele carrière van Hockney in Bozar

    Meer dan tachtig schilderijen, tekeningen en prenten van David Hockney uit de Tate Collection zijn te zien in Bozar in Brussel.

    Het overzicht overspant zijn hele carrière, inclusief het indrukwekkende Bigger Trees near Warter uit 2007, Hockneys grootste werk. Voor wie opgebeurd wil worden op een mistroostige dag.

    Tot 23 januari 2022

  • Uit de heksenketel van Joan ‘Kali’ Archibald

    Uit de heksenketel van Joan ‘Kali’ Archibald

    Joan ‘Kali’ Archibald gaf haar bestaan als huismoeder op om fotograaf te worden. Met experimentele technieken bewerkte ze haar zwart-witportretten tot bovennatuurlijke kunstwerken.

    In 1962 was Joan Archibald haar leven als huisvrouw in een Amerikaanse buitenwijk beu. Ze vroeg een echtscheiding aan, bracht haar kinderen onder bij haar moeder en ging op zoek naar een ander bestaan. In 1964 verhuisde ze naar Palm Springs, veranderde haar naam in Kali, naar de hindoegodin van dood en tijd, en begon te fotograferen.

    Kali bewerkte haar foto’s in een zwembad en werkte met natuurlijke elementen zoals zand, zaagsel, vuil en insecten

    Hoe bijzonder haar werk is, werd pas in 2016 herontdekt door haar dochter Susan, drie jaar voordat haar moeder overleed. Kali gebruikte een techniek die zij ‘artography’ noemde. Met zwart-witfilm maakte ze portretten, meestal van haar dochter en haar jonge vrienden en van het omringende Californische landschap.

    Daarna gebruikte ze experimentele druktechnieken, zoals meervoudige belichting, over elkaar geschoven negatieven en hoog-contrastontwikkeling. Ten slotte bewerkte ze de foto’s in haar zwembad, een buitenmaatse heksenketel, dat ze vulde met kleurstoffen en natuurlijke elementen zoals zand, zaagsel, vuil en insecten.

    De vierdelige monografie Kali Ltd. verscheen bij uitgeverij Powerhouse.

  • Anicka Yi zet alle zintuigen aan het werk

    Anicka Yi zet alle zintuigen aan het werk

    Kunstenares Anicka Yi zet het Tate Modern op stelten met een olfactorische odyssee: kwalachtige drones zweven in geuren uit vervlogen tijden door de ruimte.

    Kunstenares Anicka Yi hakte eerder met haar nogal bijzondere bijltje toen ze zes jaar geleden een tentoonstelling in New York maakte over, ja u leest het goed, de menselijke angst voor virale besmetting. Aanleiding waren haar eigen auto-immuunissues, de beroering die in New York was ontstaan toen er een geval van ebola werd ontdekt en het besef dat in de lucht die wij inademen een moleculaire uitwisseling plaatsvindt.

    Voor Yi vormen ziektekiemen en microben de sleutel om te begrijpen hoe mensen op elkaar reageren. Nu zet ze met die fascinatie het Britse museum Tate Modern op stelten met haar olfactory odyssey. Geheel in lijn met de tijdgeest en met de zojuist bekroonde ontdekkingen over hoe zenuwimpulsen temperatuur kunnen waarnemen stuurde zij kwalachtige amoeben de turbinehal in, voortgedreven door drones en algoritmen. Zelf heeft ze het over ‘aerobes’ en ‘gebiologiseerde’ machines. De doorschijnende wezens hebben het vermogen zich te richten op de warmte van de bezoekers, maar zijn getraind om afstand te bewaren. Om de zo veel tijd zweven ze naar een aanlegplaats, waar hun batterijen worden opgeladen.

    Je kunt de cholera en builenpest levensecht ruiken

    Minder tastbaar zijn Yi’s geurprofielen die wekelijks veranderen en de geschiedenis van het gebied rond de Thames vertegenwoordigen. Je kunt de cholera en builenpest levensecht ruiken. Volgens de kunstenares zijn ook onze zintuigen geconditioneerd door culturele waarden. Geuren worden bijna automatisch geassocieerd met het vrouwelijke, het onzichtbare.

    Anicka Yi: In Love with the World is tot en met 16 januari te zien in Tate Modern, Londen

  • De veelstemmige verhalen van spin Anansi

    De veelstemmige verhalen van spin Anansi

    Gerenommeerde operasolisten, musici, balletdansers en dansers uit de hiphopscene verbeelden de fabel over de vindingrijke spin.

    Voor de voorstelling Hoe ANANSI the stories of the world bevrijdde verdiepten de makers van De Nationale Opera en Het Nationale Ballet zich in de verhalen over de spin Anansi, die in West-Afrika ontstonden, meereisden met de tot slaafgemaakten naar het Caraïbisch gebied – en dankzij Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders ons land bereikten. Met muziek van de Zuid-Afrikaanse componist Neo Muyanga. Regie: Kenza Koutchoukali, choreografie: Shailesh Bahoran.

    Nationale Opera en Ballet, 13-21 november

  • Christchurch ontslaat tovenaar

    Christchurch ontslaat tovenaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De grootste delegatie op COP26 is die van de fossiele industrie

    » Rechter: Trump moet documenten bestorming Capitool vrijgeven

    Na twee decennia wordt ‘The Wizard of New Zealand’ ontslagen

    De stad Christchurch in Nieuw-Zeeland stopt met het betalen van 16.000 Nieuw-Zeelandse dollar, circa 9850 euro, per jaar aan ‘The Wizard of New Zealand’ die meer dan twee decennia op de loonlijst stond om de stad zijn ‘toverkunsten’ aan te bieden, schrijft de Nieuw-Zeelandse nieuwswebsite Stuff. De Tovenaar van Nieuw-Zeeland, in het dagelijks leven bekend als Ian Brackenbury Channell, zegt dat de gemeente hem niet meer wil betalen omdat hij niet meer past bij het moderne imago van de stad.

    ‘Ze tonen liever latte drinkende bureaucraten op de boulevard’

    Gedurende zijn 23 jaar als tovenaar heeft de gemeente hem in totaal 226.500 euro betaald. Brackenbury is teleurgesteld. ‘Dit is een stel bureaucraten zonder verbeeldingskracht’, zegt hij. ‘Ze denken niet na over manieren om Christchurch in het buitenland te promoten. Ze tonen liever latte drinkende bureaucraten op de boulevard. Dat imago heeft niets te maken met het authentieke erfgoed van de stad. Ik ben het originele uithangbord van Christchurch.’ De laatste betaling aan The Wizard zal in december plaatsvinden.

  • Tijdreizen met Street View: ‘Online staat mijn overleden vader nog in zijn tuin’

    Tijdreizen met Street View: ‘Online staat mijn overleden vader nog in zijn tuin’

    De Street View-functie van Google Maps helpt ons navigeren in de wereld, maar is tegelijk ook een toegangspoort naar vergeten plekken en voorbije momenten, laat The Observer-redacteur Sirin Kale zien in een poëtische beschouwing over de app.

    ‘Ik leun tegen een muur buiten mijn middelbare school in mijn geboortestad Canterbury, wachtend op mijn moeder om me op te halen. Ze is laat, zoals gewoonlijk.’ Zo luidt de opening van Sarin Kale’s essay in The Observer over de mogelijkheden tot een ‘trip down memory lane’ die Google Street View biedt.

    ‘Ik leg mijn hoofd tegen de gladde stenen muur van obsidiaan met hier en daar een scherpe rand. Ik voel een dun stukje steen tegen de onderkant van mijn schedel drukken. Ik schuif ongemakkelijk heen en weer en zie de andere ouders komen en gaan. Ik ben geïrriteerd en bang dat ik die avond niet genoeg tijd zal hebben om mijn huiswerk af te maken. Dan arriveert ze en sla ik het autoportier harder dicht dan nodig is.

    Alleen ben ik niet meer die norse tiener en ben ik niet in Canterbury. Ik zit op mijn bank in Zuid-Londen en loop met Google Street View door de straten van mijn voormalige woonplaats. Ik zet Pegman, het Street View-pictogram, buiten mijn oude school zodat ik weer tiener ben en de wegen van mijn jeugd volg. Ik voel de koude stenen onder mijn hand terwijl ik over de muur strijk. Ik heb zoveel middagen op deze plek op mijn moeder gewacht dat het is alsof een afdruk van mij daar voor altijd tegen de muur leunt als een spookachtige verschijning waaraan de scholieren van nu snel voorbij rennen.‘

    Zwerven over de wereld

    ‘Ik ben niet de enige die op emotioneel niveau een band heeft met Google Street View’, schrijft Kale. ‘Een reeks berichten van dichter Sherri Turner over haar ervaringen met het bezoek aan het oude huis van haar moeder via Street View werd in juni trending op Twitter. ‘Er is licht aan in haar slaapkamer’, schreef Turner. ‘Het is haar huis, ze leeft nog, ik kom nog steeds om de paar maanden op bezoek met de trein naar Bodmin Parkway.’

    Het bericht werd meer dan tweehonderdduizend keer geliked en gebruikers deelden hun eigen ervaringen met het fantasierijke tijdreizen dankzij Street View. ‘Mijn vader stierf drie jaar geleden, maar op Google Maps is hij nog steeds aan het tuinieren, waar hij zo van hield’, reageerde een gebruiker. Een ander voegde toe: ‘Ik zag mijn omaatje lopen langs winkels. Ze kleedde zich altijd zo netjes… ze stierf in 2018 na een zware beroerte.’

    Toen Street View in mei 2007 werd gelanceerd, werd het programma aangeprezen als mogelijkheid voor gebruikers om ‘snel en gemakkelijk in hoge resolutie en met 360 graden door straatbeelden van verschillende steden in de wereld te navigeren’. Street View was oorspronkelijk bedoeld om de nauwkeurigheid van Google Maps te verbeteren en wordt nog steeds door Google gebruikt om Maps actueel te houden, bijvoorbeeld door ter ziele gegane bedrijven te verwijderen. ‘De primaire focus’, aldus Paddy Flynn van Google, ‘is om de gebruikerservaring in Google Maps meer realistisch te maken.’

    Nu, veertien jaar later is Street View uitgebreid tot zevenentachtig landen wereldwijd, waaronder Swaziland, Samoa en zelfs Antarctica. Er is meer dan 16 miljoen kilometer aan beeld vastgelegd en voor veel gebruikers heeft de app een betekenis gekregen die verder gaat dan een navigatiemiddel. Tijdens corona was het aantal zoekopdrachten tien keer zo hoog en zwierven gebruikers over de wereld op zoek naar open ruimtes, buiten de begrenzing van huis, supermarkt en park. ‘Het was een manier voor mensen om zich meer verbonden te voelen met de echte wereld’, zegt Flynn, ‘om andere plekken te zien en virtuele reizen te maken.’

    Lees ook:

    Street View beloont de meest onverschrokken ontdekkingsreizigers met obscure cadeautjes. Boven Hawaii verandert Pegman in een zeemeermin; aan de oevers van Loch Ness wordt hij het fictieve monster. Gebruikers kunnen zelfs naar het ISS International Space Station reizen en zichzelf observeren door een ruit van dik glas op 400 kilometer boven de aarde.

    Street View legde vast hoe een caravan werd gestolen door een dief

    Street View biedt een panoptische kijk op de wereld en op alle mysteries, ongerijmdheden en idioterieën die bij het dagelijks leven horen. Er is een Sherlock Holmes die een taxi wenkt in Cambridge; een auto in een meer in Michigan met daarin het lichaam van een langdurig vermiste persoon; Mary Poppins, wachtend op de stoep bij een pretpark; een caravan die wordt gestolen door een dief.

    ‘Ik kon het niet geloven’, zegt David Soanes, een zesenvijftig-jarige leraar uit Linton, Derbyshire, en eigenaar van de caravan die in juni 2009 werd gestolen. Zijn zoon ontdekte de verdachte op Street View en de politie was in staat om de betrokken man te identificeren. Helaas leverde het niet voldoende bewijs voor een veroordeling. ‘Af en toe ga ik er nog eens naar kijken’, zegt Soanes, verwijzend naar het beeld van zijn caravan die van eigenaar wisselt.

    ‘Kaarten bestaan al sinds mensenheugenis’, zegt Flynn, ‘en technologie maakt digitale weergave mogelijk. Het is één ding om kaarten te digitaliseren en breed beschikbaar en toegankelijk te maken. Maar de weergave van de echte wereld is ook iets waarnaar mensen op zoek zijn.’

    In plaats van alleen een nabootsing van de wereld waarin we leven, biedt Street View nog iets diepgaanders: de mogelijkheid om in bekende straten dierbaren te ontdekken die niet wisten dat hun wandeling door een winkelstraat of woon-werkverkeer werd vastgelegd voor het nageslacht door het alziende oog van een op een Street View-auto gemonteerde camera.

    Lees ook:

    ‘Je maakt foto’s’, zegt Adam Bell, drieëndertig, een arbeider uit St. Ives, Cambridgeshire, ‘maar dit gaat om een toevalligheid. Je ziet iemand die er niet meer is, het een momentopname van toen.’ Hij verwijst naar zijn grootmoeder Maisie, die in 2013 stierf, maar die voor altijd voor het raam van haar huis in Belfast zit te kijken naar een passerende Street View-camera. ‘Haar favoriete plek was bij het raam’, zegt hij. ‘Ze keek altijd naar de straat en leverde dan commentaar op wie er voorbijkwam. De Street View-auto was iets vreemds en daarom keek ze extra goed.’

    Street View onthult wie we werkelijk zijn, anders dan de versies die we van onszelf aan de wereld presenteren. De diefstal halverwege, de nieuwsgierige oma bij het raam. Omdat de meeste mensen niet weten dat ze worden gefotografeerd, roepen de beelden een gevoel van intimiteit en waarheidsgetrouwheid op. Kunstenaar Jon Rafman beschrijft Street View in Art City als een onpersoonlijk, abstract oog dat niet terughoudend of sentimenteel is. ‘De wereld die door Google is vastgelegd, lijkt waarheidsgetrouwer en transparanter vanwege het gewicht dat wordt toegekend aan de externe werkelijkheid’, schrijft Rafman. ‘Het is de perceptie van een neutrale, onbevooroordeelde opname.’

    Een afwezige moeder

    Wanneer we onszelf in Street View zien, worden we eraan herinnerd dat we randfiguren zijn in een veel groter verhaal; voorbijgangers in het verhaal van een ander, in plaats van in het midden van een fotolijstje. Als we een glimp opvangen van dierbaren op Street View, zien we hun verborgen, solitaire leven. Voor kunstenaar en docent Lisa Selby, vierenveertig, uit Nottingham, was Street View een manier om opnieuw contact te hebben met een moeder die ze nauwelijks kende toen ze opgroeide.

    ‘Mijn moeder was niet moederlijk’, zegt Selby nuchter. ‘Ze wilde geen kind. Dat bedoel ik niet zielig. Ik snap het. Ze was er niet klaar voor.’ Selby’s moeder Helen stierf in 2016, 61 jaar oud. Ze was alcoholiste en Selby werd grotendeels opgevoed door haar grootouders, hoewel ze in haar tienerjaren ook wel tijd met haar moeder doorbracht. ‘Haar wereld was er een van feesten en drugs en alcohol’, zegt Selby. ‘Vroeger was ik daar verbitterd over, totdat ik leerde dat het een ziekte was.’

    Selby heeft de afwezigheid van haar moeder in haar leven altijd gevoeld. ‘Met Street View’, zegt ze, ‘keek ik naar haar huis in Greenwich om te zien hoe het was veranderd. In het echt kon ik daar niet langslopen, want dat was te traumatisch.’ Selby zocht haar moeder vaak in Greenwich met Street View. ‘Ik zocht de straten af naar haar’, zegt ze, ‘alsof ik er in het echt rondliep.’

    Op een avond stuurde iemand Selby het bericht dat Helen op Street View was te zien, op de trappen van de bibliotheek van Greenwich. ‘Ik was zo opgewonden toen ik haar vond’, zegt ze. ‘Mijn hart ging als een razende tekeer. Ik zoomde zoveel mogelijk in. Mijn gezicht zat dicht op het scherm. Het was alsof ik een geest zag.’ Ze was Helen daar ooit in het echt tegengekomen. Het was een van haar favoriete plekken. Helen herkende haar niet en vroeg om kleingeld. ‘Ik zei: “Helen, ik ben Lisa, je dochter.”’ Het Street View-beeld van Helen op de trappen van de bibliotheek gaf Selby het gevoel dat haar moeder ‘in de tijd was bevroren. Digitaal gepreserveerd of zoiets.’

    ‘Ik heb een tijdmachine die ik steeds weer kan bezoeken als ik mijn moeder weer wil zien’

    Selby heeft geen foto’s van haar moeder uit die tijd. ‘In plaats van een foto van haar in een lijstje aan mijn muur te hangen’, zegt ze, ‘heb ik een tijdmachine die ik steeds weer kan bezoeken als ik haar weer wil zien.’ Ze heeft het beeld van haar moeder sinds die nacht niet meer opnieuw bekeken. ‘Maar het is fijn om te weten dat het er is’, zegt Selby. ‘Als ik het wil, kan ik voor haar gaan staan en kijken naar de dingen waar ze op dat moment naar keek. De drukke straat. De bussen. De winkels aan de overkant. En dan kan ik voor die winkels gaan staan en naar haar kijken.’

    Street View zet zowel de doden als de levenden vast tussen cartografische pagina’s, alsof het droogbloemen zijn. De doden zijn misschien niet meer zichtbaar voor ons in de levende wereld, maar op Street View hebben ze de eeuwigheid. ‘De beelden voor haar straat worden om de paar jaar bijgewerkt’, zegt Bell, ‘maar als je teruggaat naar het bewuste jaar is ze er nog steeds. Soms denk ik eraan en kijk ik even. Dan draai ik de klok terug en is ze er weer.’

    Contact met het verleden

    Maar Street View doet meer dan alleen onze dierbaren vastleggen op onverwachte momenten. Omdat je de klok kunt terugdraaien naar eerdere versies, stelt Street View ons in staat om op een niet-temporele, niet-lineaire manier door de digitale ruimte te bewegen en op emotioneel niveau contact te maken met het verleden. ‘Een besef van plaats is zo belangrijk voor het geheugen’, zegt fotograaf Nancy Forde uit Waterloo, Ontario. Voor haar Addressing Loss-project vraagt ze gebruikers om verhalen en afbeeldingen te sturen van dierbaren die ze missen en om de troost te beschrijven die ze krijgen door de Street View-afbeeldingen van toen ze nog leefden.

    ‘We hebben de neiging om adressen of plekken te onthouden die betekenisvol waren, en hoe dingen eruitzagen toen we kind waren. En dat maakt Street View zo speciaal’, zegt Forde. ‘Ook als een woning is verbouwd of veranderd, herkennen we er nog iets bekends in. Als er iets betekenisvols is gebeurd op die plek, dan is dat opgeslagen in onze hippocampus.’ De interface van Street View weerspiegelt de manier waarop mensen herinneren, aldus Forde. ‘Je kunt in- en uitzoomen’, zegt Forde, ‘en er is dat telescoopeffect. Eerst is het beeld een beetje wazig, en dan herstelt het zich. Ik vind dat een sterke suggestie van hoe ons geheugen werkt. We kunnen proberen ons iets te herinneren en het wordt scherper als we erover praten of het tegenkomen.’

    ‘Ik zou willen dat het helemaal terugging tot toen ik werd geboren. Maar dan zou ik al mijn tijd op Street View doorbrengen’

    Voor iedereen die het gebruikt, roept Street View een gevoel van vrijheid op in een op regels gebaseerde, tijdgebonden wereld. ‘Je kunt bakstenen en cement zien die er nu niet meer zijn‘, zegt Selby. ‘Winkels die je je herinnert die er niet meer zijn. Ik zou willen dat het helemaal terugging tot toen ik werd geboren. Maar dan zou ik al mijn tijd op Street View doorbrengen en niet in de echte wereld. Het is bijna een spel, maar gebaseerd op de realiteit. Een racespel. Je zit in je stoel en je kunt gaan waar je maar wilt, naar welk jaar je maar wilt.’

    ‘Ik ga terug naar mijn school’, eindigt Sirin Kale haar artikel, ‘en klik terug door de geschiedenis om te zien hoe het er in 2008 uitzag. Er glinstert zonlicht op een zilveren auto; dezelfde kleur, hetzelfde merk en model als die van mijn moeder. Het beeld is te wazig om te zien wie er achter het stuur zit. Hoewel zij het waarschijnlijk niet is, vind ik het fijn om te denken dat zij het is. Ik wacht, en dan is ze er.’

  • Flamenco Biënnale 2021 komt met vlammende reprise

    Flamenco Biënnale 2021 komt met vlammende reprise

    Begin 2021 moest de Flamenco Biënnale Nederland nog haar toevlucht nemen tot livestreams, maar dit najaar presenteert het flamencofestival alsnog enkele bijzondere optredens met internationale flamencosterren voor publiek.

    Twee weken voordat de achtste Flamenco Biënnale begin 2021 in Nederland van start zou gaan, moest directeur Ernestina van de Noort noodgedwongen capituleren; in plaats van liveoptredens van Spaanse topgezelschappen werden het coronavrije livestreams. Dit najaar presenteert de Flamenco Biënnale onder de noemer Flamenco Biënnale 2021 – Part 2 alsnog enkele bijzondere optredens die afgelopen januari niet konden doorgaan.

    Het festival geeft een troostrijke reprise met tot de middenrif sprekende voorstellingen

    Het festival geeft een troostrijke reprise met tot de middenrif sprekende voorstellingen. Bijvoorbeeld van de betoverende danseres Rocío Molina, die in de voetsporen van flamencovernieuwer Israel Galván altijd de grenzen van de traditionele flamenco oprekt. Ook is er een muzikale ontdekkingstocht voor kinderen. Muzikanten Ingvo en Claudio ontmoeten de stampende flamencodanseres Marina, met wie zij onderzoeken wat ritme precies is.

    Flamencobiennale.nl, 7 tot en met 29 november 2021

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Moleculaire uitwisseling ruiken en zien in turbinehal

    TENTOONSTELLING | Kunstenares Anicka Yi hakte eerder met haar nogal bijzondere bijltje toen ze zes jaar geleden een tentoonstelling in New York maakte over, ja u leest het goed, de menselijke angst voor virale besmetting. Aanleiding waren haar eigen auto-immuun-issues, de beroering die in New York was ontstaan toen er een geval van ebola werd ontdekt en het besef dat in de lucht die wij inademen een moleculaire uitwisseling plaatsvindt.

    Voor Yi vormen ziektekiemen en microben de sleutel om te begrijpen hoe mensen op elkaar reageren. Nu zet ze met die fascinatie het Britse museum Tate Modern op stelten met haar olfactory odyssey. Geheel in lijn met de tijdgeest en met de zojuist bekroonde ontdekkingen over hoe zenuwimpulsen temperatuur kunnen waarnemen stuurde zij kwalachtige amoeben de turbinehal in, voortgedreven door drones en algoritmen. Zelf heeft ze het over ‘aerobes’ en ‘gebiologiseerde’ machines. De doorschijnende wezens hebben het vermogen zich te richten op de warmte van de bezoekers, maar zijn getraind om afstand te bewaren. Om de zo veel tijd zweven ze naar een aanlegplaats, waar hun batterijen worden opgeladen.

    Minder tastbaar zijn Yi’s geurprofielen die wekelijks veranderen en de geschiedenis van het gebied rond de Thames vertegenwoordigen. Je kunt de cholera en builenpest levensecht ruiken. Volgens de kunstenares zijn
    ook onze zintuigen geconditioneerd door culturele waarden. Geuren worden bijna automatisch geassocieerd met het vrouwelijke, het onzichtbare.

    Anicka Yi: In Love with the World is tot en met 16 januari te zien in Tate Modern, Londen

    Hyundai Commission Anicka Yi In Love With the World Tate Modern 2021. Photo © Tate Ben Fisher Photography 2 kopie
    © Ben Fisher

    Vlammende reprise

    DANS | Twee weken voordat de achtste Flamenco Biënnale begin 2021 in Nederland van start zou gaan, moest directeur Ernestina van de Noort noodgedwongen capituleren; in plaats van liveoptredens van Spaanse topgezelschappen werden het coronavrije livestreams. Dit najaar presenteert de Flamenco Biënnale onder de noemer Flamenco Biënnale 2021 – Part 2 alsnog enkele bijzondere optredens die afgelopen januari niet konden doorgaan. Het festival geeft een troostrijke reprise met tot de middenrif sprekende voorstellingen. Bijvoorbeeld van de betoverende danseres Rocío Molina, die in de voetsporen van flamencovernieuwer Israel Galván altijd de grenzen van de traditionele flamenco oprekt. Ook is er een muzikale ontdekkingstocht voor kinderen. Muzikanten Ingvo en Claudio ontmoeten de stampende flamencodanseres Marina, met wie zij onderzoeken wat ritme precies is.

    Flamencobiennale.nl, 7 t/m 29 november 2021

    31012021 MG 4130 kopie

    Uit de heksenketel van Joan ‘Kali’ Archibald

    FOTOGRAFIE | In 1962 was Joan Archibald haar leven als huisvrouw in een Amerikaanse buitenwijk beu. Ze vroeg een echtscheiding aan, bracht haar kinderen onder bij haar moeder en ging op zoek naar een ander bestaan. In 1964 verhuisde ze naar Palm Springs, veranderde haar naam in Kali, naar de hindoegodin van dood en tijd, en begon te fotograferen. Hoe bijzonder haar werk is, werd pas in 2016 herontdekt door haar dochter Susan, drie jaar voordat haar moeder overleed. Kali gebruikte een techniek die zij ‘artography’ noemde. Met zwart-witfilm maakte ze portretten, meestal van haar dochter en haar jonge vrienden en van het omringende Californische landschap. Daarna gebruikte ze experimentele druktechnieken, zoals meervoudige belichting, over elkaar geschoven negatieven en hoog-contrastontwikkeling. Ten slotte bewerkte ze de foto’s in haar zwembad, een buitenmaatse heksenketel, dat ze vulde met kleurstoffen en natuurlijke elementen zoals zand, zaagsel, vuil en insecten.

    De vierdelige monografie Kali Ltd. verscheen bij uitgeverij Powerhouse

    1632400053 1bookexcerpt kopie 1
    Bladzijde uit Kali Ltd.

    Close Up

    TENTOONSTELLING | Fondation Beyeler in Basel toont werk van negen kunstenaars die zich hebben onderscheiden in de moderne kunst van 1870 tot heden: Berthe Morisot, Mary Cassatt, Paula Modersohn-Becker, Lotte Laserstein, Frida Kahlo, Alice Neel, Marlene Dumas, Cindy Sherman, en Elizabeth Peyton.

    Tot 2 januari 2022

    Kahlo My Grandparents LAC 260x300mm kopie
    ‘My Grandparents’ – Frida Kahlo

    David Hockney

    TENTOONSTELLING | Meer dan tachtig schilderijen, tekeningen en prenten van David Hockney uit de Tate Collection zijn te zien in Bozar in Brussel. Het overzicht overspant zijn hele carrière, inclusief het indrukwekkende Bigger Trees near Warter uit 2007, Hockneys grootste werk. Voor wie opgebeurd wil worden op een mistroostige dag.

    Tot 23 januari 2022

    IMG 1804 kopie
    David Hockney in zijn studio in Normandië. – © Jonathan Wilkinson

    De spin Anansi

    OPERA | Gerenommeerde operasolisten, musici, balletdansers en dansers uit de hiphopscene verbeelden de fabel over de vindingrijke spin Anansi. Met muziek van de Zuid-Afrikaanse componist Neo Muyanga. Regie: Kenza Koutchoukali, choreografie: Shailesh Bahoran.

    Nationale Opera en Ballet, 13-21 november

    anansi campagnebeeld sqooshed kopie

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    the sacrifice kopie 1
    © Andrei Tarkovsky, The Sacrifice, 1986 (still)

    Conferentie: hoe geven we een nieuwe wereld vorm?

    Nexus brengt revolutionaire sprekers bijeen

    CONFERENTIE | ‘Revolutie van de hoop’ is dit jaar het onderwerp van de Nexus-conferentie. Met als hoofdvraag: Waar vinden we, te midden van al onze hedendaagse crises, de revolutionaire hoop, moed en creativiteit om nieuwe werelden vorm te geven? 

    Een van de sprekers die naar eigen zeggen ‘in momenten van crises ook kansen’ ziet, is barones Minouche Shafik, directeur van de London School of Economics. In haar laatste boek What We Owe Each Other: A New Social Contract for a Better Society (2021) bepleit ze dat ‘Het sociale contract van weleer (…) een soort sociaal superego [was]: in ruil voor het betalen van belastingen, dienen in het leger, zitting nemen in jury’s en dergelijke, leverde de staat bepaalde diensten, zoals defensie, wegen en onderwijs.’ Maar, aldus Shafik in The Guardian, een verzorgingsstaat moet dienen als een soort ‘spaarvarken’, en verlichting bieden waar nodig. ‘Binnen families is het sociale contract tussen generaties eenvoudig. Ouders willen hun kinderen de mogelijkheden en middelen geven om een goed leven te leiden; kinderen willen dat hun ouders een comfortabele oude dag hebben. Maar op maatschappelijk niveau ligt het complexer.’ Ze geeft niet zozeer de schuld aan het kapitalisme, noemt het ultrakapitalistische Singapore bijvoorbeeld ‘sociaal rechtvaardiger dan nominaal communistisch China’, waar er geen erfbelasting bestaat voor de rijken. ‘Het gaat uiteindelijk om het vergroten van de verantwoordelijkheid van onze politieke systemen’, vat Kirkus Review samen, dat haar boek ‘een welkome update van de rousseauiaanse idealen van plicht, verantwoordelijkheid en wederkerigheid’ noemt.

    Wie ook verandering nastreeft is Kehinde Andrews, woordvoerder van Black Lives Matter in het Verenigd Koninkrijk en hoogleraar Black Studies aan de Birmingham City University. Dit jaar publiceerde hij The New Age of Empire: How Racism and Colonialism Still Rule The World. Hoewel zijn bewering dat racisme in het VK alomtegenwoordig is in de Engelse pers de nodige weerstand opriep – volgens The Guardian voelt het boek ‘retro’ aan; het gratis blad Evening Standard noemt zijn bewering ronduit ‘belachelijk’ – vindt zijn oproep tot een grootschalige revolutie die Afrika en diaspora verenigt (The Spectator) internationaal gehoor.

    Andere sprekers zijn onder meer de Griekse denker en humanist Haris Vlavianos, vooral bekend om zijn poëzie die Times Literary Supplement prijst om zijn ‘echtheid’; advocaat, schrijver, onderzoeker en mensenrechtenactiviste Nadia Harhash, die ‘een actieve rol speelt in het transformeren en democratischer maken van de politiek van de Palestijnse Autoriteit’ (Jerusalem Post), en kunstenaar-activistist en revolutionaire geest Anand Patwardhan, die met zijn film Reason in 2019 een prijs won op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA).

    Zaterdag 20 november van 10 tot 16 in het Nationale Opera & Ballet & online

    Door Laura Weeda


    9789029094214 kopie

    Nachtelijke tochten langs de zelfkant 

    Onderklasse versus gentrificatie

    LITERATUUR | De hoofdpersonen in de boeken van de Amerikaanse auteur en singer-songwriter Willy Vlautin zijn meestal niet te benijden. In een mistroostige sfeer proberen ze zich te ontworstelen aan hun uitzichtloze situatie. Het bekendste personage is de vijftienjarige Charley uit de roman Lean on Pete (2010, verfilmd in 2018), die er na de dood van zijn vader op een renpaard vandoor gaat, op zoek naar een beter bestaan. 

    In Vlautins laatste boek The night always comes is het de dertigjarige Lynette die ’s avonds en ’s nachts de straten van Portland (Oregon, waar Vlautin vandaan komt) doorkruist om aan geld te komen en het huurhuis te kunnen afbetalen. Norah Piehl vindt in The Bookreporter dat Lynettes ‘chronische vermoeidheid als gevolg van haar dagelijkse routine’ voelbaar is op elke pagina. ‘Alsof je naar een video van een roekeloze chauffeur kijkt. Je weet dat er een ongeluk van komt, en toch blijf je kijken.’

    Volgens Cameron Woodhead van The Sydney Morning Herald fungeert ‘de affiniteit met de onderklasse’ als ‘brandstof voor Vlautins fictie’. Daarbij is het knap is dat hij zich niet laat verleiden tot het maken ‘ellendeporno’. ‘Daar is het hoofdkarakter veel te krachtig voor en heeft Vlautin haar pech te sterk voor uitgewerkt.’

    Publishers Weekly maakt melding van een ‘klassieke, zwarte roman waarin de hoofdpersoon door Amerika aan haar lot wordt overgelaten.’ (…) Een pittige pageturner, geschreven in toonvast proza, waarin de wanhoop van de hoofdfiguur tastbaar wordt.’  

    Alanna Bennett stelt in The New York Times dat het boek vooral ‘de gentrificatie en de gevolgen ervan voor de onderste sociale klasse in beeld brengt. Ze noemt de manier waarop Vlautin Portland en ook de overige personages neerzet, ‘wel wat overspannen’. ‘Maar het boek vindt zijn bestaansrecht in de beschrijving van de binnenwereld van hoofdpersoon Lynette. Zo wordt de neergang van een stad tot een diep persoonlijke tragedie.’ (Diederik Samwel)

    The night always comes van Willy Vlautin verscheen 24 oktober bij uitgeverij Meulenhoff, in de vertaling De nacht valt altijd door Dirk-Jan Arensman

    Door Diederik Samwel


    Riders of Justice st 1 jpg sd low Photo by Anders Overgaard 2
    Still uit Riders of Justice

    Amusante hoopjes ellende zinnen op wraak

    Cijfers en feiten brengen nog geen waarheid 

    FILM | Is het publiek nauwelijks bekomen van zijn hoofdrol in de film Druk, trekt acteur Mads Mikkelsen opnieuw alle registers open in een Deense film. Deze keer in Riders of Justice van Anders Thomas Jensen die bekend werd met onder meer de speelfilm Adam’s Appels (2005). Vanaf de eerste scène is het raak: in de ondergrondse van Kopenhagen vindt een gruwelijk ongeluk plaats met doden en gewonden. Kersvers weduwnaar Markus (Mikkelsen, getooid met woeste baard), een zwijgzame, verknipte militair, zint op wraak en vindt algauw drie hoogst merkwaardige nerds aan zijn zijde. 

    Recensent Sean Hermansen van de Deense krant Kristeligt haalt het geloof erbij om de film te duiden. Het verhaal zou existentiële vragen oproepen, zoals: ‘Is de gedachte aan God slechts valse hoop? Is het de taak van de mens om zich te wreken?’ Of hij daar antwoord op krijgt of niet, Hermansen heeft zich ‘uitstekend vermaakt met een geweldige Deense film en ijzersterke acteurs’.

    ‘De combinatie van onbesuisd geweld en satirische komedie’ komt niet overal even goed uit de verf, vindt Alistair Harkness van The Scotsman. Maar dat wordt ruimschoots vergoed door Mikkelsens hoofdrol: ‘Als je iemand met een posttraumatisch stressstoornis moet casten, heb je met Mikkelsen de gedroomde acteur. Haast hypnotiserend.’

    Over casting gesproken: Jessica Kiang verbaast zich in RollingStone over de rollen die Mikkelsen in Europa en in de VS krijgt: ‘In Hollywood speelt hij geheid een bloeddorstige psychopaat of geniale gek, terwijl Europese filmers hem veel meer gelaagdheid geven.’ Juist daarom past hij zo goed in Riders of Justice, waarin regisseur Jensen volgens Kiang soepel schakelt ‘van comedy en droge dialogen naar hartbrekende kwetsbaarheid of vilein maar fraai gechoreografeerd geweld’.   

    In Duitsland is de film uitgebracht onder de titel Helden der Warscheinlichkeit omdat twee van de vier hoofdpersonen zich vanuit hun werk als statisticus laten leiden door cijfers en kansberekening. ‘Zeker, het draait om wraak in de film, maar minstens zo goed om onverwerkte rouwgevoelens’, schrijft Bettina Peulecke op de site van de NDR. ‘Eigenlijk zijn het vier amusante hoopjes ellende die samen een onvrijwillige mannenzelfhulpgroep vormen.’ 

    Even stond Penelope Debelle van het Australische INDaily op het verkeerde been. Ging Mikkelsen hier collega Liam Neeson achterna als wraakzuchtige maniak? ‘Welnee, Riders of Justice is veel subtieler. Het is een fabel over de willekeur van het lot. Berusten opeenvolgende gebeurtenissen op toeval of hebben ze een oorzakelijk verband? Cijfers liegen nooit, maar of ze de waarheid aan het licht brengen is iets anders.’ [DS]

    Riders of Justice van Thomas Anders is vanaf 28 oktober te zien in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

  • Het verhaal van Mousseline: hoe de kostbaarste stof ter wereld plotseling verdween

    Het verhaal van Mousseline: hoe de kostbaarste stof ter wereld plotseling verdween

    Tweehonderd jaar geleden was Dhaka-mousseline uit de Bengalen de duurste stof ter wereld, met een schare liefhebbers, onder wie de Franse koningin Marie Antoinette en de Engelse auteur Jane Austen. Totdat ingewikkelde productietechniek in zeer korte tijd verdween.

    De keuze van editor at large Katrien Gottlieb

    ‘Mijn favoriete stuk van het jaar was “Mousseline, zo licht en zacht als de wind” uit het novembernummer. Dit BBC-artikel van Zaria Gorvett geeft lucht in deze gure dagen en spoort de verbeelding aan om terug te gaan in de tijd en het vernuft van de mens aan het werk te zien.’

    Een kleine tweehonderd jaar geleden was Dhaka-mousseline de kostbaarste stof ter wereld. Vervolgens verdween het van de aardbodem. Hoe kon dat gebeuren? En is het weer tot leven te wekken?

    Een nieuwe rage leidde aan het eind van de achttiende eeuw in Europa tot een grensoverschrijdend schandaal. Het kwam erop neer dat een complete sociale klasse ervan werd beticht zich naakt in het openbaar te vertonen.

    Aanstichter was het Dhaka-mousseline, een kostbare stof, geïmporteerd uit de gelijknamige stad in Bengalen, het tegenwoordige Bangladesh. Let wel, dat was heel ander mousseline dan we tegenwoordig kennen. Het kwam tot stand in een omslachtig proces van zestien stappen en betrof een zeldzame katoensoort die alleen langs de oevers van de heilige Meghna-rivier te vinden was. Het weefsel stond te boek als een van de grootste kostbaarheden van zijn tijd. Duizenden jaren lang genoot het wereldwijd bescherming en mocht het standbeelden van godinnen in het oude Griekenland, tal van keizers uit verre landen en generaties Aziatische Mogol-vorsten omhullen.

    Er waren veel verschillende soorten, maar de beste droegen suggestieve, door dichters aan keizerlijke hoven bedachte namen, zoals baft-hawa: ‘geweven lucht’. Dit hoogwaardige mousseline was naar verluidt zo licht en zacht als de wind, en volgens een reiziger zo extreem soepel dat je een rol van 300 voet (ruim 90 meter) door een ring kon trekken. Een ander schreef dat een stuk van 60 voet (18 meter) in een snuifdoos paste. Ook was Dhaka-mousseline nogal doorzichtig.

    Hoewel deze eersteklas stoffen van oudsher dienden om sari’s en jama’s – een soort tunieken voor mannen – te maken, herschiepen ze de kledingstijl van de Britse aristocratie ingrijpend. Gedaan was het met de gebeeldhouwde jurken uit de Georgian era (1714-1837), de tailles van anderhalve meter die nauwelijks door een deuropening konden. Ze ruimden het veld voor tere, losse ‘hemdjurkjes’. Niet alleen waren die door hun gaasachtige structuur behoorlijk pikant, ze zagen er ook uit als wat vóór die tijd werd beschouwd als ondergoed.

    ‘U hoeft zich alleen uit te kleden om volgens de laatste mode gekleed te gaan’

    In een populaire satirische prent van Isaac Cruikshank is een groepje vrouwen te zien in lange, felgekleurde mousseline jurken, waar hun billen, tepels en schaamhaar nadrukkelijk doorheen schemeren. ‘Parijse dames in hun winterjurk voor 1800’, luidt het bijschrift.

    In een al even misogyn getint satirisch stukje in een Engels damesblad helpt een kleermaker een vrouwelijke klant om zich volgens de laatste mode te kleden. ‘Zo gepiept, dame,’ verzekert hij haar, en maant haar vervolgens zich te ontdoen van haar petticoat, haar korset en haar mouwen. ‘Ziet u, het is heel eenvoudig,’ licht hij toe. ‘U hoeft zich alleen uit te kleden om volgens de laatste mode gekleed te gaan.’

    Toch was en bleef Dhaka-mousseline zeer gewild, althans bij degenen die het zich konden veroorloven. Het was de duurste stof van die tijd, met een schare devote liefhebbers, onder wie de Franse koningin Marie Antoinette, de Franse keizerin Joséphine Bonaparte en de Engelse schrijfster Jane Austen. Maar zo snel als dit wonderbaarlijke weefsel het Europa van de Verlichting veroverde, zo snel verdween het ook weer.

    Aan het begin van de twintigste eeuw was het mousseline van Dhaka nergens ter wereld meer verkrijgbaar. De enige overgebleven monsters waren veilig weggestopt in peperdure privécollecties en in musea. De ingewikkelde productietechniek raakte in de vergetelheid en het enige type katoen dat kon worden gebruikt, Gossypium arboreum var. neglecta – plaatselijk phuti karpas genoemd – stierf in zeer korte tijd uit. Hoe kon dit gebeuren? En kon het worden teruggedraaid?

    Phuti karpas

    De oorsprong van Dhaka-mousseline schuilt in een gewas dat groeide op de oevers van de Meghna, een van de drie rivieren die de grootste delta ter wereld vormen, de immense Ganges-delta. Elk voorjaar ontsproten de esdoornachtige bladeren van de phuti karpas aan de grauwe, slibrijke grond, om tot wilde wasdom te komen. Eenmaal volgroeid produceerden ze twee keer per jaar een enkele bloem, geel als een narcis, die plaatsmaakte voor een sneeuwbloem van katoenvezels.

    Dit waren geen gewone vezels. Anders dan de lange, slanke draden van zijn Midden-Amerikaanse neef Gossypium hirsutum, die tegenwoordig 90 procent van het mondiale katoen uitmaakt, bracht phuti karpas draden voort die stomp waren en gemakkelijk rafelden. Dit klinkt misschien als een gemankeerd plantje, maar het hangt ervan af wat je ermee wilt.

    De korte vezels van de uitgestorven struik waren nutteloos voor de productie van goedkope katoenen stoffen met industriële machines. Ze waren weerbarstig om mee te werken en konden gemakkelijk breken als je ze mechanisch tot garen probeerde te draaien. In plaats daarvan temde de lokale bevolking de dwarse draden met een reeks ingenieuze technieken die in de loop van vele duizenden jaren waren ontwikkeld.

    Het volledige proces omvatte zestien stadia, die zo specialistisch waren dat elk ervan werd uitgevoerd door een ander dorp rond Dhaka, dat destijds deel uitmaakte van Bengalen. Sommige van die dorpen lagen in wat nu Bangladesh is, andere in de tegenwoordige Indiase staat West-Bengalen. Het was een ware gemeenschapsinspanning, waaraan jong en oud en mannen en vrouwen meededen.

    ‘De handel is opgebouwd en vernietigd door de Britse Oost-Indische Compagnie’

    Eerst werden de bolletjes katoen schoongemaakt met de kleine, graatachtige tanden op het kaakbot van de wallago attu, een kannibalistische meerval die de meren en rivieren in de regio onveilig maakte. Vervolgens kwam het spinnen. De korte katoenvezels vereisten een hoge vochtigheidsgraad om ze te kunnen uitrekken, dus dat werd gedaan op boten, door vakbekwame groepen jonge vrouwen, in de vroege ochtend en late namiddag, de vochtigste uren van de dag. Ouderen spinden het garen meestal niet, omdat ze de draden eenvoudigweg niet konden zien.

    ‘Je kreeg piep- en piepkleine naadjes tussen de katoenvezels, waar ze met elkaar verbonden waren,’ zegt Sonia Ashmore, een designhistorica die in 2012 een boek over mousseline schreef. ‘Dat maakte het oppervlak een beetje ruw, wat heel plezierig aanvoelde.’

    En dan kwam nog het weven. Dit onderdeel van het productieproces kon maanden in beslag nemen, aangezien klassieke jamdani-ontwerpen – meestal abstracte bloemmotieven – direct in het weefsel werden verwerkt, met dezelfde techniek waarmee de beroemde koninklijke wandtapijten in het middeleeuwse Europa werden gemaakt. Het resultaat was een buitengewoon gedetailleerd kunstwerk, gevormd door duizenden zilverachtige, zijdeachtige strengen.

    Een Aziatisch wonder

    Westerse afnemers in de regio konden moeilijk geloven dat het mousseline van Dhaka door mensenhanden was gemaakt – er gingen geruchten dat zeemeerminnen er de hand in hadden gehad, en anders feeën of zelfs geesten. Sommigen zeiden dat het wonder onder water geschiedde. ‘Die lichtheid en zachtheid: het mousseline van vandaag de dag kan daar niet aan tippen,’ zegt Ruby Ghaznavi, vicepresident van de Bangladesh National Craft Council.

    Hetzelfde weefproces vindt nog steeds plaats in de regio, maar het mousseline is van mindere kwaliteit en bestaat uit gewone katoenen draden, in plaats van uit phuti karpas. In 2013 werd de traditionele kunst van het jamdani-weven door de Unesco beschermd als immaterieel cultureel erfgoed.

    Het uitzonderlijkste aan de oude techniek zat ’m echter in de enorme draaddichtheid. Hoe meer draden, hoe zachter en slijtvaster het materiaal. Hoe meer draden je in het begin hebt, hoe meer hiervan overblijven om de stof bij elkaar te houden als een deel begint te rafelen.

    Saiful Islam, die een fotobureau runt en een project leidt om de stof nieuw leven in te blazen, zegt dat de meeste tegenwoordig gemaakte versies veertig tot tachtig draden tellen, wat betekent dat ze ongeveer dat aantal kruislings horizontaal en verticaal geweven draden per vierkante inch stof bevatten. Dhaka-mousseline daarentegen telde achthonderd tot twaalfhonderd draden, en dat is veel meer dan welk huidig katoenen weefsel ook.

    Hoewel het mousseline uit Dhaka meer dan een eeuw geleden is verdwenen, bestaan er nog steeds intacte sari’s, tunieken, sjaals en jurken van in musea. Af en toe duikt er een op bij prestigieuze veilinghuizen zoals Christie’s en Bonhams, en zo’n kledingstuk brengt dan duizenden Britse ponden op.

    ‘De handel is opgebouwd en vernietigd door de Britse Oost-Indische Compagnie,’ stelt Ashmore.

    Lang voordat aristocratische Europese vrouwen zich met Dhaka-mousseline drapeerden, werd de stof al wereldwijd verkocht. Het was populair bij de oude Grieken en Romeinen, en mousseline uit ‘India’ wordt genoemd in het boek De Periplus van de Erythreïsche Zee, dat zo’n tweeduizend jaar geleden werd geschreven door een anonieme Egyptische koopman.

    Doorzichtig

    De Romeinse auteur Petronius was misschien wel de eerste die zich stoorde aan de doorzichtigheid van de stof: ‘Of uw gemalin zich nu kleedt met een gewaad dat gemaakt is van de wind of zich naakt in het openbaar vertoont onder haar wolken van mousseline, wat is het verschil?’ De eeuwen daarop werd de stof geprezen door de beroemde veertiende-eeuwse Noord-Afrikaanse ontdekkingsreiziger Ibn Battuta, door de vijftiende-eeuwse Chinese reiziger Ma Huan en door vele anderen.

    Maar de stof beleefde waarschijnlijk zijn hoogtijdagen gedurende het Mogol-tijdperk. Dit Zuid-Aziatische rijk werd in 1526 gesticht door een stamhoofd uit een streek die nu in Oezbekistan ligt. In de achttiende eeuw besloeg het het hele Indiase subcontinent. In deze periode werd mousseline op grote schaal verhandeld door kooplieden uit Perzië, Irak, Turkije en het Midden-Oosten.

    Het weefsel stond in hoog aanzien bij Mogol-keizers en hun gaden, die zelden met iets anders aan werden vereeuwigd. Ze namen zelfs de beste wevers rechtstreeks onder hun hoede en verboden hun de allerbeste stoffen aan anderen te verkopen. Het verhaal wil evenwel dat keizer Aurangzeb ook al problemen had met die doorzichtigheid. Hij gaf zijn dochter de wind van voren omdat ze zich naakt in het openbaar zou hebben vertoond; nochtans had ze zichzelf in zeven lagen omwikkeld. 

    Dhaka-mousseline was voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk te bewonderen tijdens de zogeheten Great Exhibition of the Works of Industry of All Nations in 1851. Dit spectaculaire evenement was het geesteskind van prins Albert, de echtgenoot van koningin Victoria. Het was bedoeld om de wonderen van het Britse Rijk aan den volke te tonen. Ongeveer honderdduizend objecten uit de verste uithoeken van de wereld waren bijeengebracht in het Crystal Palace, een glinsterende glazen hal van 564 meter lang en 39 meter hoog.

    ‘De Britten namen de productie in een wurggreep en gingen de hele handel beheersen’

    Volgens Islam bracht een yard (ruim 90 centimeter) Dhaka-mousseline destijds zo’n 50 tot 400 Britse pond op, wat overeenkomt met 7000 tot 56.000 Britse pond vandaag de dag. Zelfs de beste zijde was soms wel 26 keer goedkoper.

    Maar terwijl de victoriaanse Londenaren met de stof dweepten, werden de producenten ervan naar de financiële bliksem geholpen. Zoals te lezen valt in het boek Goods from the East, 1600-1800 van Maxine Berg en Felicia Gottmann, begon de Britse Oost-Indische Compagnie zich aan het eind van de achttiende eeuw te bemoeien met het delicate productieproces van Dhaka-mousseline. De gevolgen waren noodlottig.

    De traditionele afnemers in de regio moesten wijken voor een Britse clientèle. ‘De Britten namen de productie in een wurggreep en gingen de hele handel beheersen,’ zegt Ashmore. Ze pakten de industrie hard aan: wevers moesten grotere volumes van de stof produceren tegen lagere prijzen.

    ‘Je had zo veel bijzondere ambachtelijke kennis nodig om phuti karpas in textiel te veranderen,’ zegt Islam. ‘Het is een heel moeizaam, kostbaar proces, en uiteindelijk krijg je maar ongeveer 8 gram fijne mousseline voor 1 kilo katoen.’

    De wevers hadden moeite om aan deze eisen te voldoen en werkten zich in de schulden, aldus Ashmore. Ze kregen vooraf betaald voor de stof. Het kon tot een jaar duren voordat deze af was. Maar als er niet aan de eisen was voldaan, moesten ze alles terugbetalen. ‘Ze konden deze aflossingen onmogelijk opbrengen,’ zegt ze.

    Concurrentie betekende de genadeslag. Koloniale ondernemingen zoals de Britse Oost-Indische Compagnie waren al jaren bezig met het nauwgezet documenteren van de industrieën waarop ze terugvielen, en mousseline was geen uitzondering. Elke stap van het productieproces werd tot in de kleinste details vastgelegd.

    Naarmate de Europese hang naar verfijnde stoffen toenam, rezen ook de prikkels om goedkopere versies dichter bij huis te maken. In het graafschap Lancashire, in het noordwesten van Engeland, paarde textielbaron Samuel Oldknow de voorkennis van het Britse Rijk aan de modernste technologie – het spinnewiel – om de Londenaren van enorme hoeveelheden te voorzien. In 1784 had hij duizenden wevers in dienst.

    Hoewel het Britse mousseline niet kon tippen aan het origineel – het was gemaakt van gewoon katoen en telde aanzienlijk minder draden – betekenden tientallen jaren maltraitering én een plotselinge afname van de behoefte aan geïmporteerd textiel het definitieve einde van het Dhakaanse mousseline.

    Toen oorlog, armoede en aardbevingen de regio troffen, schakelden sommige wevers over op de productie van kwaliteitsarmere stoffen; anderen gingen fulltime boeren. Uiteindelijk stortte de hele industrie in.

    ‘Het is belangrijk te beseffen dat het eigenlijk een familieberoep was. Vaak worden de wevers geroemd, maar op de achtergrond had je de vrouwen, die het spinnen voor hun rekening namen,’ zegt Hameeda Hossain, een mensenrechtenactiviste die een boek schreef over de mousseline-industrie in Bengalen. ‘Er waren dus veel mensen bij de industrie betrokken.’

    In de loop van generaties ging de kennis van het ambacht verloren. Nu er niemand meer was om zijn zijdeachtige draden te spinnen, zonk de phuti karpas weg in de anonimiteit van de wildernis. De plant was altijd al moeilijk te telen geweest, niemand had hem kunnen weglokken van de oevers van de Meghna. De legende was niet meer.

    In ere herstelt

    Islam werd geboren in Bangladesh en verhuisde zo’n twintig jaar geleden naar Londen. Hij maakte in 2013 voor het eerst kennis met Dhaka-mousseline, toen het bedrijf waarvoor hij werkt, fotobureau Drik, werd benaderd om een Britse tentoonstelling over het materiaal geschikt te maken voor een Bengaals publiek. Het bureau vond dat het de expositie ontbrak aan bijzonderheden, en ging zelf op onderzoek uit.

    Het jaar daarop ontmoetten Islam en zijn collega’s mensen uit de lokale ambachtelijke industrie, verkenden ze de regio waar het weefsel was geproduceerd en zochten ze naar tastbare voorbeelden van Dhaka-mousseline in musea in Europa. ‘Het Victoria and Albert Museum in Londen heeft een prachtige collectie met honderden stukken,’ zegt hij. ‘En als je naar de English Heritage Trust gaat, die hebben tweeduizend stukken. Maar Bangladesh had niets.’

    Het team stelde uiteindelijk een aantal tentoonstellingen over het onderwerp samen, gaf opdracht tot een film en publiceerde een door Islam geschreven boek. Op zeker moment kwam de gedachte op dat het misschien, heel misschien, mogelijk was de legendarische stof weer in ere te herstellen. Daartoe zag het samenwerkingsverband Bengal Muslin het levenslicht.

    De eerste taak was om een geschikte plant te vinden. Tegenwoordig zijn er geen collecties meer met phuti karpas-zaden, maar men stuitte in de beroemde koninklijke botanische Kew Gardens wel op een mooi boekje van gedroogde, geconserveerde bladeren, uit de negentiende eeuw. Het bleek mogelijk hieraan dna te onttrekken.

    Gewapend met de genetische geheimen van hun uitverkoren gewas gingen de teamleden terug naar Bangladesh. Ze bestudeerden historische kaarten van de Meghna en vergeleken deze met moderne satellietbeelden, om te zien hoe de loop van de rivier de afgelopen tweehonderd jaar was veranderd, teneinde de beste potentiële plekken voor phuti karpas-planten te vinden. Daarna huurden ze een boot en speurden de rivier af in zijn immense breedte – op sommige plaatsen wel 12 kilometer – op zoek naar wilde planten die gelijkenis vertoonden met wat ze op oude tekeningen hadden gezien. Alle veelbelovende exemplaren werden ‘gesequencet’ en met het origineel vergeleken. Uiteindelijk vonden ze een overeenkomst van 70 procent in een verwilderde struik die mogelijk phuti karpas-voorouders had.

    ‘Toen ik ze vertelde dat ik sari’s met driehonderd draden wilde maken, zeiden ze dat dit gestoord was’

    Ze besloten de struik eerst te telen op een eilandje in het midden van de Meghna, 30 kilometer ten noorden van Dhaka. ‘Een ideale plek, met een bodem gevormd door ophoping van riviersedimenten en dus zeer vruchtbaar,’ aldus Islam. Daar plantten ze in 2015 enkele testzaden. Al snel verschenen er, voor het eerst in ruim een eeuw, keurige rijen phuti karpas-planten tussen stroken droge aarde.

    Datzelfde jaar oogstte het team zijn eerste katoen. Hoewel er nog niet genoeg van de herrezen planten waren vergaard om volledig authentieke Dhaka-mousseline te maken, werkten de teamleden samen met Indiase spinners om gewoon katoen en phuti karpas-katoen te combineren tot een hybride draad. Vervolgens was het de beurt aan het weven – wat lastiger bleek dan verwacht.

    Aangezien er in Bangladesh nog steeds wevers zijn die jamdani-mousseline maken (ook al zijn dat grovere versies met een lagere draaddichtheid), hoopte Islam dat het gewoon een kwestie was van hun vaardigheden verbeteren en hun te leren hoe ze een product van hogere kwaliteit konden produceren.

    ‘Het bleek dat geen van hen hieraan wilde meewerken,’ zegt Islam. ‘Toen ik ze vertelde dat ik sari’s met driehonderd draden wilde maken, zeiden ze allemaal dat dit gestoord was. Ze vonden het allemaal heel mooie verhalen over erfgoed en zo, maar bedankten toch voor de eer.’ Van de 25 mensen die Islam benaderde, ging er uiteindelijk één akkoord.

    De meeste wevers in de streek zijn arm en werken in eenvoudige hutten. Al Amin, tegenwoordig de weefmeester, stemde ermee in om temperatuurregelaars en luchtbevochtigers in zijn atelier te laten plaatsen, teneinde de specifieke voorwaarden te creëren voor het maken van deze lastige stof. Ondertussen was een aantal van de ongeveer vijftig benodigde gereedschappen niet langer voorhanden, dus maakte het team die zelf. Zoals de shana, een stuk bamboe waaruit duizenden tandjes worden gesneden die nodig zijn om de draad tijdens de bewerking op zijn plaats te houden.

    Zes slopende maanden, nog veel meer aanpassingen en heel wat afgebroken draden later had Amin een sari van driehonderd draden gemaakt. Dat kwam nog niet in de buurt van de originele Dhaka-mousseline-standaard, maar was wel aanzienlijk meer dan enige wever gedurende generaties voor elkaar had gekregen. ‘Hij had het geduld en de volharding die nodig waren om met ons samen te werken,’ zegt Islam. ‘Wij deden 40 procent van het werk, hij deed de rest.’

    Anno 2021 heeft het team inmiddels meerdere sari’s gemaakt van hybride mousseline, die wereldwijd zijn tentoongesteld. Sommige zijn voor duizenden ponden verkocht, en Islam meent dat de respons bewijst dat de stof toekomst heeft. ‘In deze tijd van massaproductie is het altijd interessant om iets bijzonders te hebben. Het “merk” is nog steeds krachtig,’ zegt hij.

    Het team waakt tegenwoordig over een permanente teelt, hoewel het oude terrein moest worden verlaten vanwege overstromingsproblemen. Nu kweken de initiatiefnemers de in oude luister herrezen phuti karpas-planten op een nabijgelegen rivieroever, wat het extra voordeel heeft dat ze zonder boot bereikbaar zijn. Islam hoopt dat zijn team op een dag in staat zal zijn een pure Dhaka-mousseline sari te produceren, dus een met nog meer draden.

    Laat de Bengaalse regering, die het project steunt, dat nu inmiddels ook doen. ‘Een kwestie van nationaal prestige,’ zegt Islam, die zelf ook graag het imago van het land wil verbeteren. ‘Het is belangrijk dat we niet langer bekendstaan als een arme kledingproducent, maar veeleer als de bakermat van het beste textiel dat ooit heeft bestaan,’ zegt hij.

    Wie weet draagt binnenkort een nieuwe generatie deze oude stof – en levert de ietwat gewaagde doorzichtigheid weer stof tot discussie.

  • Hoe sociale media de macht van de Verenigde Staten vergroten

    Hoe sociale media de macht van de Verenigde Staten vergroten

    Trends uit de Verenigde Staten worden vaak rechtstreeks overgenomen in andere landen, waar situatie heel anders is. De laatste jaren gaat dit zelfs op voor politieke overtuigingen en protesten. ‘In Hongarije, waar nog geen 0,1 procent van de bevolking van Afrikaanse afkomst is, wilden lokale politici een kunstwerk plaatsen als steunbetuiging aan Black Lives Matter.’

    Arthur do Val wilde gewoon iets betekenen in de wereld. Nu zit hij in het regionale parlement van São Paulo – gekozen met het op een na grootste aantal stemmen van alle kandidaten, zoals hij in zijn Twitter-bio pocht – nadat hij in eigen land bekendheid verwierf door bij betogingen spottend in discussie te gaan met linkse demonstranten. Een truc, zo legt hij uit, die hij heeft afgekeken van de Amerikaanse documentairemaker Michael Moore. 

    Do Val is uitgegroeid tot een begenadigd en productief bespeler van sociale media, waarop zijn team wekelijks honderden foto’s en filmpjes plaatst. De mensen willen vermaakt worden, vindt hij, dus moet je de politiek ook amusant maken. Zijn politieke standpunten brengt hij over met grappige memes en maffe filmpjes, waarin hij vooral het vrijemarktdenken uitdraagt en inhakt op links. ‘Ik heb geprobeerd een popster te worden, maar dat lukte niet. Ik heb geprobeerd een bokser te worden, een sporter, maar ik was niet meer dan een gefrustreerd zakenman. En toen zag ik via YouTube een kans om munt te slaan uit mijn verontwaardiging,’ vertelt hij. ‘Ik wilde gewoon opvallen, en dat heeft toevallig geresulteerd in een politieke carrière.’ 

    Soft power

    Het was even verrassend als indrukwekkend dat hij zich op zijn tweeëndertigste vanuit het niets wist op te werken tot parlementariër. Hij staat voor een geheel nieuwe internationale klasse van politiek ondernemers die hun boodschap overbrengen met memes, internetfilmpjes en hapklare leuzen. Ze kunnen putten uit een mondiale stroom van politieke ideeën, waaruit ze opvissen wat ze nodig hebben om dat vervolgens, toegesneden op hun lokale omstandigheden, in eigen land de ether in te slingeren. Het zijn vaak gewone burgers of activisten. En ze hebben vooral via sociale media invloed, op hun volgers en op elkaar. Dat leidt niet alleen tot een nieuwe klasse van onconventionele politici, maar tot de globalisering van politiek gedachtengoed, van ideeën die veelal hun oorsprong vinden in de Verenigde Staten.

    Amerikaanse muziek, films en tv-series zijn overal geliefd. Amerikaanse merken hebben al lang de wereld veroverd. Amerikaanse socialemediasterren zijn mondiale influencers. Als het machtigste land ter wereld, met een cultuur die mondiaal aanspreekt, hebben de VS altijd al grote invloed gehad op politieke trends in andere landen. Joseph Nye, politicoloog aan de Harvard-universiteit, muntte daarvoor in 1990 het begrip ‘soft power’, dat hij omschreef als ‘het vermogen om anderen te beïnvloeden en tot een gewenste uitkomst te bewegen door middel van verleiding en overreding, in plaats van betaling of dwang’. Hollywood, popmuziek, McDonald’s en Levi’s zijn allemaal uitingen van de soft power van Amerika.

    Je kunt de Amerikaanse argumenten in zo’n debat niet simpelweg kopiëren naar je eigen situatie

    Voor veel mensen in andere landen was de consumptie daarvan de enige manier om zich aan de Amerikaanse droom te laven. Bij de opening van de eerste McDonald’s-vestiging in Bombay stonden in 1996 duizenden Indiërs in de rij om de befaamde hamburger te proeven (maar dan een variant zonder rundvlees), net zoals dat zes jaar eerder in Moskou was gebeurd. (Bij de opening van een Starbucks-filiaal in Bombay zag je tien jaar geleden vergelijkbare taferelen.) De filmindustrie van Bombay, de grootste ter wereld, wordt Bollywood genoemd, naar haar tegenhanger in Los Angeles. Zo heeft Nigeria zijn Nollywood en Pakistan (in Lahore) zijn Lollywood.

    McDonald’s mag dan bijdragen aan het overgewicht in de wereld en Hollywood aan de onrealistische verwachtingen over forensisch onderzoek, voor politici gaat het er vooral om dat je, in de woorden van Nye, ‘veel gedaan kunt krijgen door aantrekkelijk te zijn voor anderen’. Waardering voor Amerikaanse merken gaat vaak samen met een positieve waardering voor Amerikaans beleid. Het nieuwe is dat het land inmiddels niet meer alleen zijn culturele, maar ook zijn politieke thema’s exporteert. En in de tijd van sociale media is het niet zozeer via McDonald’s als wel via memes dat de Verenigde Staten culturele invloed uitoefenen. 

    Sjablonen

    Neem Brazilië. Daar is de politiek vergeven van de youtubers en Facebook-influencers, variërend van aanhangers van president Bolsonaro tot critici van zijn regering zoals Felipe Neto, en tal van politieke contentmakers van allerlei pluimage daartussen. ‘Het openbare debat in Amerika heeft veel invloed, ook onbewust. Wat daar gebeurt, komt hiernaartoe,’ zegt Do Val, doelend op de discussies over mondkapjes en over racisme. Maar je kunt de Amerikaanse argumenten in zo’n debat niet simpelweg kopiëren naar je eigen situatie, waarschuwt hij. Het is eerder zo dat Amerika sjablonen levert die iedereen lokaal kan toepassen. 

    Volgens Whitney Phillips, mediawetenschapper aan de Universiteit van Syracuse, in de staat New York, heeft de Amerikaanse invloed op het politieke debat in andere landen niet alleen te maken met de waarden die de VS uitdragen. Het komt ook ‘door de culturele productie – de media en memes die het land voortbrengt,’ schrijft Phillips in You Are Here, haar nieuwe boek over mondiale informatiestromen. Een van de redenen waarom de Amerikaanse invloed nu groter is dan ooit, zegt ze, is dat ‘de sociale media mondiaal zijn. En er zijn buiten de Verenigde Staten nog veel meer mensen die Facebook gebruiken dan in de Verenigde Staten zelf.’ 

    Lees ook:

    Neem de protesten van de Amerikaanse Black Lives Matter-beweging in 2020. Die vormden de opmaat voor lokale protesten overal ter wereld, van Zuid-Korea, waar maar heel weinig mensen wonen die van Afrikaanse afkomst zijn, tot Nigeria, waar maar heel weinig mensen wonen die dat niet zijn. In Groot-Brittannië, waar de politie normaal gesproken geen vuurwapen draagt, hield een betoger een bord omhoog met de tekst ‘demilitariseer de politie’. In Hongarije, waar nog geen 0,1 procent van de bevolking van Afrikaanse afkomst is, wilden lokale politici een kunstwerk plaatsen als steunbetuiging aan Black Lives Matter. De gemeenteraad werd teruggefloten door de premier, die vorig jaar zelf een filmpje online zette met de slogan ‘All Lives Matter’.

    Ook QAnon, de complottheorie dat de macht in handen is van een netwerk van pedofiele kannibalen, begon in de loop van 2017 de ronde te doen in de VS. Sindsdien heeft de theorie daarbuiten veel aanhangers gekregen. Bij een kleine QAnon-betoging in Londen liepen vorig jaar mensen rond met teksten als ‘Stop met het beschermen van pedofielen’. In Frankrijk wordt de theorie vooral opgepikt door aanhangers van de gelehesjesbeweging. Volgens een schatting telt Duitsland het op een na grootste aantal QAnon-aanhangers. Zelfs in Japan is deze complottheorie al opgedoken, ondanks de radicaal andere politieke cultuur in dat land.

    Megafoon

    Culturele invloed is geen eenrichtingsverkeer. Er zijn ook Britse politieke influencers die een mondiaal publiek bereiken, tot in de VS. Vol trots wijst Do Val op de ‘confused lady’-meme, ooit in Brazilië begonnen en inmiddels mondiaal verspreid. Alleen beseffen maar weinig mensen dat deze meme oorspronkelijk uit Brazilië komt, en er zijn ook niet veel bewegingen in Brazilië of elders die op grote schaal tot zulke wereldwijde memes leiden. Het vermogen van een land om, al is het maar indirect, invloed uit te oefenen op de wereld is evenredig aan het cultureel gewicht dat zo’n land in de schaal legt (zie grafiek).

    Dit komt voor een groot deel door de sociale media. Die werken als een megafoon voor nieuwe stemmen, verhogen de snelheid waarmee ideeën worden verspreid en vergroten de schaal waarop zowel mensen als ideeën aan invloed kunnen winnen. De website van CNN is de op een na meest bezochte Engelstalige nieuwssite ter wereld, na die van de BBC; die van The New York Times is een goede derde. In november deed Emmanuel Macron bij die krant zijn beklag over de manier waarop er verslag was gedaan van een terroristische aanslag bij Parijs. Dat doet Macron niet bij iedere krant, maar online heeft The New York Times buiten de VS een lezerspubliek van zo’n vijftig miljoen mensen, verspreid over zo’n beetje alle landen ter wereld. Bijna een vijfde van de 5,2 miljoen digitale abonnees woont buiten de VS.

    Nieuwsmedia in andere landen nemen een voorbeeld aan de Amerikaanse media. Volgens een analyse van King’s College London waren verwijzingen naar een ‘cultuuroorlog’ in de Britse pers lange tijd een vierjaarlijks fenomeen, wat doet vermoeden dat deze samenhingen met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Maar de laatste jaren is het gebruik van dat woord scherp gestegen. ‘We hebben de taal van de cultuuroorlog onverkort in Groot-Brittannië geïmporteerd,’ zegt Bobby Duffy, hoofd van het Policy Institute, dat de analyse uitvoerde. Het zijn allemaal factoren die kunnen verklaren hoe het komt dat QAnon wereldwijde bekendheid heeft gekregen, waarom bij protesten tegen de lockdown Amerikaanse terminologie wordt overgenomen en waarom Black Lives Matter-betogingen zich over de hele wereld hebben verspreid. Zoals men overal ter wereld naar Hollywoodfilms kijkt, volgt men ook overal Amerikaanse kranten, tv-programma’s en sociale media. 

    Vanwege Amerika’s imago als natie van idealisme spreken protestbewegingen uit dat land des te meer aan

    Er is geen enkel ander land waarvan dat gezegd kan worden. Neem China. De protesten in Hongkong wekten gevoelens van sympathie en solidariteit, maar hebben nergens tot vergelijkbare demonstraties geleid. Buiten China krijgen maar weinig mensen een warm gevoel bij het kopen van een Huawei-telefoon of het shoppen op Alibaba. TikTok, de enige Chinese app die een wereldwijd succes is, is er in twee versies: de Chinese, Douyin, en de versie die de rest van de wereld gebruikt. De Great Firewall helpt China om de rest van de wereld buiten de deur te houden, maar verhindert ook dat Chinese ideeën doordringen in de buitenwereld.

    Daarbij leidt de openheid van de Amerikaanse politiek ertoe dat Amerikaanse beelden en symbolen gemakkelijk over te nemen zijn, zegt Craig Hayden, docent strategische studies aan de Marine Corps University in Virginia. Je zou denken dat beelden van rellen op straat het aanzien van de VS in de wereld schaden. Maar wat er volgens hem juist gebeurt, is dat mensen de onlusten in Washington of Minneapolis zien en denken: Amerika is ‘verwikkeld in een strijd die op de onze lijkt’. En vanwege Amerika’s imago als een natie van idealisme spreken protestbewegingen uit dat land des te meer aan. ‘Noem een willekeurig land dat kampt met racisme onder de eigen bevolking: de protesttweets die daar rondgaan, retweeten wij niet,’ aldus Hayden.

    Zo winnen politieke stoorzenders in deze tijd van sociale media niet alleen aan invloed in eigen land, ze krijgen ook steeds meer invloed op de politiek in verre landen. Gebruikers van sociale media in Minneapolis of Seattle kunnen als inspiratie dienen voor Instagrammers in São Paulo. Ideeën die voor het eerst naar voren komen op de campus van universiteiten in New England, kunnen opduiken in de woonkamers van het oude Engeland. De belofte van het internet was dat het informatie over de hele wereld zou verspreiden. Maar de sociale media en hun algoritmen versterken vooral de stem van Amerika.

    Lees ook:

  • Amusante hoopjes ellende zinnen op wraak

    Amusante hoopjes ellende zinnen op wraak

    Cijfers en feiten brengen nog geen waarheid.

    Is het publiek nauwelijks bekomen van zijn hoofdrol in de film Druk, trekt acteur Mads Mikkelsen opnieuw alle registers open in een Deense film. Deze keer in Riders of Justice van Anders Thomas Jensen, die bekend werd met onder meer de speelfilm Adam’s Appels (2005). Vanaf de eerste scène is het raak: in de ondergrondse van Kopenhagen vindt een gruwelijk ongeluk plaats met doden en gewonden. Kersvers weduwnaar Markus (Mikkelsen, getooid met woeste baard), een zwijgzame, verknipte militair, zint op wraak en vindt algauw drie hoogst merkwaardige nerds aan zijn zijde. 

    Recensent Sean Hermansen van de Deense krant Kristeligt haalt het geloof erbij om de film te duiden. Het verhaal zou existentiële vragen oproepen, zoals: ‘Is de gedachte aan God slechts valse hoop? Is het de taak van de mens om zich te wreken?’ Of hij daar antwoord op krijgt of niet, Hermansen heeft zich ‘uitstekend vermaakt met een geweldige Deense film en ijzersterke acteurs’.

    ‘De combinatie van onbesuisd geweld en satirische komedie’ komt niet overal even goed uit de verf, vindt Alistair Harkness van The Scotsman. Maar dat wordt ruimschoots vergoed door Mikkelsens hoofdrol: ‘Als je iemand met een posttraumatisch stressstoornis moet casten, heb je met Mikkelsen de gedroomde acteur. Haast hypnotiserend.’

    ‘In Hollywood speelt hij geheid een bloeddorstige psychopaat of geniale gek, terwijl Europese filmers hem veel meer gelaagdheid geven’

    Over casting gesproken: Jessica Kiang verbaast zich in RollingStone over de rollen die Mikkelsen in Europa en in de VS krijgt: ‘In Hollywood speelt hij geheid een bloeddorstige psychopaat of geniale gek, terwijl Europese filmers hem veel meer gelaagdheid geven.’ Juist daarom past hij zo goed in Riders of Justice, waarin regisseur Jensen volgens Kiang soepel schakelt ‘van comedy en droge dialogen naar hartbrekende kwetsbaarheid of vilein maar fraai gechoreografeerd geweld’.   

    In Duitsland is de film uitgebracht onder de titel Helden der Warscheinlichkeit omdat twee van de vier hoofdpersonen zich vanuit hun werk als statisticus laten leiden door cijfers en kansberekening. ‘Zeker, het draait om wraak in de film, maar minstens zo goed om onverwerkte rouwgevoelens’, schrijft Bettina Peulecke op de site van de NDR. ‘Eigenlijk zijn het vier amusante hoopjes ellende die samen een onvrijwillige mannenzelfhulpgroep vormen.’ 

    Even stond Penelope Debelle van het Australische INDaily op het verkeerde been. Ging Mikkelsen hier collega Liam Neeson achterna als wraakzuchtige maniak? ‘Welnee, Riders of Justice is veel subtieler. Het is een fabel over de willekeur van het lot. Berusten opeenvolgende gebeurtenissen op toeval of hebben ze een oorzakelijk verband? Cijfers liegen nooit, maar of ze de waarheid aan het licht brengen is iets anders.’ [DS]

    Riders of Justice van Thomas Anders is vanaf 28 oktober te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

  • Wenen stript op OnlyFans

    Wenen stript op OnlyFans

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Filipijnen vrezen hoge olieprijs

    » Klimaatcrisis treft Afrika

    Protest tegen de voortdurende censuur op naakte lijven

    Uit protest tegen de voortdurende censuur van socialemediaplatforms op afbeeldingen van naakte lijven is het toerismebureau van de stad Wenen begonnen met een account op OnlyFans, omdat dat sociale netwerk wel naakt toestaat, meldt The Guardian. In juli werd het nieuwe TikTok-account van het Albertina Museum geblokkeerd vanwege een blote vrouwenborst op een foto van Nobuyoshi Araki. Instagram, dat elke afbeelding van blote vrouwentepels verbiedt, haalde in 2019 een schilderij van Peter Paul Rubens offline en in 2018 verwijderde Facebook zelfs een foto van het 25.000 jaar oude beeld van Venus van Willendorf in het Natuurhistorisch Museum.

    Wenen hoopt bezoekers aan te trekken sinds het aantal in 2020 met 78,4 procent daalde in vergelijking met 2019. Maar volgens het toerismeburau is de nieuwe campagne ‘Wenen stript op OnlyFans’ niet alleen bedoeld om toeristen aan te trekken maar ook om mensen bewust te maken van de censuurnormen waarmee hedendaagse kunstenaars te maken hebben.

  • Japan wil einde maken aan archaïsche genderwetten

    Japan wil einde maken aan archaïsche genderwetten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: YouTube schorst Bolsonaro voor een week

    » Soedan: meerdere doden bij de demonstraties tegen de staatsgreep

    In Japan willen transgenders niet langer op de operatietafel om hun identiteit te veranderen

    De Japanse wet vereist dat elke transgender persoon een zeer dure geslachtsaanpassende operatie ondergaat om wat betreft burgerlijke staat van geslacht te kunnen veranderen. Deze situatie wordt nu aan de kaak gesteld door de betrokkenen, die dagelijks worden gestigmatiseerd, meldt de Japanse pers. 

    Op 4 oktober ging generaal Suzuki in Hamamatsu, centraal Japan, naar de districtsrechtbank in de regio om een ​​petitie in te dienen die het lot van alle transgenders in het land zou kunnen veranderen, zoals de publieke omroep NHK meldt.

    Deze 46-jarige transgender man, die in de burgerlijke stand is geregistreerd als vrouw, wil dat de Japanse rechtbanken erkennen dat de genderidentiteit van een persoon moet worden gerespecteerd ‘zonder dat een chirurgische ingreep noodzakelijk is’, aldus The Mainichi.

    In Japan, een land waar het homohuwelijk ondanks de goedkeuring van de meerderheid van de bevolking nog steeds niet is gelegaliseerd, legt de wet nog altijd archaïsche voorwaarden op de aanduiding van het geslacht op de burgerlijke staat te wijzigen. Transgenders worden inderdaad gedwongen om operatief te worden gesteriliseerd en moeten geslachtsdelen hebben die sterk lijken op die van het andere geslacht.

    ‘De staat dwingt mij een operatie af’

    Omdat de geslachtsaanpassende operatie erg duur is, gooit ongeveer 80 procent van de transgenders de handdoek in de ring en behoudt wettelijk het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen, aldus NHK. Gen Suzuki legt zich daar niet bij neet:

    ‘Ik wil alleen maar leven met het geslacht waarmee ik me identificeer en dat past bij mijn uiterlijk. Het feit dat ik nog steeds eierstokken heb, heeft niets te maken met mijn mannelijke genderidentiteit. Dat de staat mij een operatie oplegt die ik niet eens wil, is onzin!’

    Volgens hem zijn deze door de staat opgelegde voorwaarden in strijd met de grondwet van het land, die gelijkheid voor de wet en respectering van de persoonlijkheid van het individu voorschrijft. Hij besloot daarom juridische stappen te ondernemen, in de hoop een verschil te maken.

    ‘In de burgerlijke stand en andere officiële documenten blijven deze mensen lijden onder de ontkenning van hun bestaan, zonder erin te slagen het geslacht te veranderen dat niet van hen is. Dit is een schending van de mensenrechten waarvan we niet weg moeten kijken’, citeert de regionale krant Shizuoka Shimbun zijn advocaat, Yoko Mizutani.

    Discriminatie die dagelijks zwaar weegt

    Omdat ze niet wettelijk van geslacht kunnen veranderen, worden transgenders in Japan dagelijks gediscrimineerd, schrijft de NHK- zender. Dit is het geval bij Chihiro Ueda. Hoewel ze al zestien jaar haar leven als vrouw leidt, wordt op haar identiteitsbewijs nog steeds aangegeven dat ze een man is, wat een echte barrière vormt bij het zoeken naar werk.

    Vele malen heb ik gesolliciteerd om als caissière of in een restaurant te werken. Maar mijn verzoek wordt vrijwel altijd geweigerd. En zelfs als het me lukt om een ​​baan te krijgen, laten ze me nooit klanten bedienen. Het is een voortdurende vernedering.

    ‘Een schending van de mensenrechten’ volgens de WHO

    In tegenstelling tot Japan hebben Europese landen deze voorwaarden de afgelopen jaren opgeheven. Als de betrokkene in Duitsland bijvoorbeeld meer dan drie jaar met het geslacht van zijn keuze leeft, kan hij het geslacht dat hem bij de geboorte is toegewezen in de burgerlijke stand wijzigen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere internationale instellingen publiceerden in 2014 een gezamenlijke verklaring waarin zij de verplichting van de operatie als een ‘schending van de mensenrechten’ kwalificeerden .

  • De jeugdjaren van Tony Soprano

    De jeugdjaren van Tony Soprano

    De film The Many Saints of Newark vertelt het verhaal van de jonge Tony Soprano, de getroebleerde mafioso uit de succesvolle serie The Sopranos.

    Eindelijk is het dan zover: er komt een prequel op de succesvolle serie The Sopranos die in 2007, na zes seizoenen en zevenentachtig afleveringen, stopte. Voor het verhaal The Many Saints of Newark, een film over de jeugdjaren van Tony Soprano, gaan we terug naar de jaren zestig in Newark, waar rellen ten gevolge van armoede, werkloosheid en racisme aan de orde van de dag zijn.

    We zien Tony Soprano – gespeeld door niemand minder dan Michael Gandolfini, zoon van de in 2013 overleden James ‘Tony Soprano’ Gandolfini – als een mafioso in de dop en Dickie Moltisanti (gespeeld door Alessandro Nivola) als de vader van een handlanger van Tony genaamd Christopher. Fans van The Sopranos worden op hun wenken bediend vanwege het sfeertje en de uitmuntende cast.

    Nu afwachten of de film net zoveel prijzen in de wacht sleept als The Sopranos.

    Vanaf 11 november in de bioscoop